Wikibooks
nlwikibooks
https://nl.wikibooks.org/wiki/Hoofdpagina
MediaWiki 1.47.0-wmf.1
first-letter
Media
Speciaal
Overleg
Gebruiker
Overleg gebruiker
Wikibooks
Overleg Wikibooks
Bestand
Overleg bestand
MediaWiki
Overleg MediaWiki
Sjabloon
Overleg sjabloon
Help
Overleg help
Categorie
Overleg categorie
Transwiki
Overleg transwiki
Wikijunior
Overleg Wikijunior
TimedText
TimedText talk
Module
Overleg module
Event
Event talk
Nederlandse geschiedenis/De Bourgondiërs
0
8102
425193
379803
2026-05-11T10:29:32Z
Erik Baas
2193
425193
wikitext
text/x-wiki
{{Bladeren4|Nederlandse geschiedenis/De Late middeleeuwen|De Late middeleeuwen|Nederlandse geschiedenis/De Bourgondiërs|De Bourgondiërs|Nederlandse geschiedenis/De Habsburgers|De Habsburgers}}
Door verovering en strategische huwelijken van de hertogen van Bourgondië ontstond het rijk van de Bourgondiërs (1384-1494), dat zich op zijn hoogtepunt uitstrekte van de Alpen tot Holland; het speelde een grote rol in de Honderdjarige Oorlog tussen de Engelse en Franse koningen ( 1337 tot 1453, ). Het was de spreekwoordelijke derde hond en het been. Het Bourgondische rijk bestond uit een reeks feodale bezittingen aan beide zijden van de Frans-Duitse taalgrens.
==Van Hollandse graven naar Bourgondische hertogen==
Het graafschap Holland was sinds de negende eeuw vast in handen van dezelfde grafelijke familie, het Huis Holland, en werd in deze tijd bijna zonder uitzondering van vader op zoon opgevolgd.
Met de moord op graaf Floris V van Holland komt hieraan een einde. Weliswaar kan zijn zoon Jan I van Holland nog een paar jaar als graaf regeren, maar wanneer deze in 1299 op 15-jarige leeftijd sterft, komt het graafschap Holland – samen met het graafschap Zeeland – met Jan II van Holland, een zoon van een neef van Floris V, aan het Huis Avesnes, die toen reeds over het graafschap Henegouwen heersten.
Deze graafschappen die verenigd waren in een personele unie zijn in de Europese huwelijkspolitiek van de Middeleeuwen een begeerde bruidschat geweest. De zoon van graaf Jan II van Holland, Willem III van Holland wordt ook wel ‘de schoonvader van Europa’ genoemd. Een van zijn dochters, Margaretha van Holland en Henegouwen, trouwt met hertog Lodewijk van Beieren, keizer van het Heilig Roomse Rijk. Een andere dochter, Philippa van Holland en Henegouwen, huwt koning Edward III van Engeland.
Zo komt het Hollandse graafschap voor een paar generaties aan de Beierse hertogen uit het huis Wittelsbach. De tweede zoon van Margaretha, Albrecht van Beieren, arrangeert een dubbel huwelijk, tussen een van zijn zonen en dochter enerzijds, en een dochter en zoon van hertog Filips de Stoute van Bourgondië anderzijds: Albrechts dochter Margaretha van Beieren-Straubing trouwt met Hertog Jan van Bourgondië, zijn zoon Willem VI van Holland trouwt met hertogin Margaretha van Bourgondië.
In 1428 moet de dochter van Willem VI, Jacoba van Beieren, met de Zoen van Delft afstand doen van haar bezit. Het Hollandse graafschap komt nu aan de hertog van Bourgondië.
==Oorsprong==
Een zekere groepering van de gewesten in de Lage Landen had aldus plaatsgevonden onder de Bourgondische hertogen.
Vanaf 1384 verwierf de Franse prins uit het Huis Valois die tevens hertog van Bourgondië was, Filips de Stoute (1342-1404), het beheer van het graafschap Vlaanderen na de dood van zijn schoonvader. Filips was namelijk in 1369 te Gent op luisterrijke wijze in het huwelijk getreden met Margaretha van Male, enige dochter en erfgename van de Vlaamse graaf Lodewijk van Male.
Vooral zijn kleinzoon Filips de Goede (1396-1467) wist, na de moord op zijn vader Jan zonder Vrees (1419), nog een aantal gewesten te verenigen, meestal op vreedzame manier d.m.v. huwelijk, erfenis of afkoop:
* Graafschap Namen (1421) door aankoop van Jan IV van Brabant
* Hertogdom Brabant-Hertogdom Limburg (1430) door een besluit van de Staten van Brabant
* Graafschap Henegouwen, Graafschap Holland en Graafschap Zeeland (1433) na afstand door Jacoba van Beieren door het Zoen van Delft
* Friesland (1432) voor zover verbonden aan het Graafschap Holland (West-Friesland)
* Hertogdom Luxemburg (1443) na de dood van zijn kinderloze nicht Elisabeth van Görlitz
Hij verzekerde zich bovendien van de controle over de prinsbisdommen van Luik, aartsbisdom Utrecht en Kamerijk. Daarom gaf Justus Lipsius hem later het epitheton: Conditor Belgii.
==Betekenis==
Deze vereniging was slechts een personele unie. Elke provincie bleef een autonoom deelgebied met eigen instellingen.
De vorst regeerde de provincie met de hulp van de zogeheten Staten-Provinciaal. In deze instelling waren er drie standen, adel, geestelijkheid en steden, vertegenwoordigd. Aanvankelijk werden zij slechts in financiële zaken (innen van belastingen) door de vorst geraadpleegd. De vorst kon evenwel ook in andere domeinen hun mening vragen.
Wanneer Willem III's enige nog levende zoon, Willem IV van Holland, in 1345 in de Slag bij Warns zonder erfgenamen sterft, benoemt keizer Lodewijk zijn vrouw als erfgenaam van zijn deelgebieden.
==Centraal bestuur==
Ondanks regionaal verzet slaagde Filips de Goede er in een centraal bestuur uit te bouwen. Daartoe richtte hij vooreerst, naar Frans voorbeeld, de Grote Raad op, een soort regeringsraad ''avant la lettre''. Alle belangrijke staatszaken werden er besproken. Ook fungeerde deze als hoogste hof van beroep voor alle gewesten.
Om gemakkelijker zijn wil te kunnen opdringen en om tijd te winnen, liet hij de vertegenwoordigers van de verschillende provincies samenroepen in één enkele vergadering: de Staten-Generaal (1463). Deze bestond uit vertegenwoordigers van de Staten-Provinciaal.
In navolging van het principe vervat in de Blijde Inkomst (1356) bestond hun belangrijkste bevoegdheid in de medezeggenschap over de inning van de belastingen, maar de zaken van algemeen belang konden ook besproken worden. De periodiciteit van hun vergaderingen was echter onregelmatig en niet alle provinciën werden op elk van hun vergaderingen uitgenodigd. Tot het einde van de 16e eeuw hadden deze vergaderingen plaats. Daarna verloren zij veel van hun belang en vielen hun activiteiten vrijwel volledig stil.
==Karel de Stoute zet de politiek van zijn vader door==
Karel de Stoute (1433-1477), zoon van Filips de Goede, zette na 1467 de centralisatiepolitiek van zijn vader verder door. Zo bracht hij de drie bestaande Rekenkamers (Rijsel, Brussel en Den Haag) samen in één enkele te Mechelen. De rechtsprekende bevoegdheid koppelde hij los van de Grote Raad en vertrouwde die toe aan het Parlement van Mechelen, later opnieuw de Grote Raad van Mechelen.
In 1468 onderwierp hij het prinsbisdom Luik op bloedige wijze. Karel De Stoute steunde de prinsbisschop, maar de Luikenaars zelf kwamen daartegen in opstand. De stedelijke milities, waaronder de 600 Franchimontezen, werden daarop afgeslacht, en vele plaatsen in het prinsbisdom werden verwoest.
In 1471 richte hij de Bourgondische Ordonnantiebenden op als staande leger ter ontlasting van zijn leenmannen. Twee jaar later mislukte een poging om van Bourgondië een zelfstandig koninkrijk te maken door een veto van de Duitse keizer Frederik III.
Generaties lang samenleven in de Bourgondische statenbond, met overkoepelende instellingen, samen in oorlog of in vrede, deed een supranationaal samenhorigheidsgevoel ontstaan. Boven de Henegouwse en Brabantse en Hollandse vaderlandsliefde kiemde er dus ook een Bourgondisch samenhorigheidsgevoel, dat later ook Nederlands of in het Latijn Belgisch genoemd werd.
==Hertogdom gaat verloren==
In 1477 sneuvelde hertog Karel in de slag bij Nancy en ging een groot deel van het Franse bezit van de Bourgondiërs, waaronder het hertogdom zelf, verloren aan de Franse kroon. Door het huwelijk van Maria van Bourgondië, enige erfgename van Karel de Stoute, met de Duitse kroonprins Maximiliaan I van Oostenrijk kwam de rest, waaronder de Lage Landen, onder de soevereiniteit van het Huis Habsburg.
Maria komt te overlijden in 1484 en wordt als Hertog van Bourgondië opgevold door hun zoon Filips de Schone. Bij zijn meerderjarig worden in 1494 neemt hij zelf het bewind in handen. Hij moet echter in 1498 gedwongen afstand doen van zijn aanspraken op Bourgondië. In 1506 wordt hij koning van Kastilië en daarmee een Spaanse vorst. Dit markeert het aanbreken van de Spaanse tijd.
{{Sub}}
5h1luv6b3x7d3d882kg1y25oimpab1l
Programmeren in BASIC/Commando's/INPUT
0
10349
425183
423408
2026-05-10T20:16:32Z
Erik Baas
2193
425183
wikitext
text/x-wiki
'''{{SUBPAGENAME}}''' betekent 'invoer". Dit commando plaatst een stuk tekst op het scherm, toont een knipperende cursor, en wacht tot de gebruiker iets getypt en ''Enter'' gedrukt heeft. De ingevoerde tekst wordt vervolgens opgeslagen in een variabele.
===Syntax===
'''INPUT''' <vraag>, <variabele>
===Datatype===
De variabele kan een string of een integer zijn.
===Voorbeeld===
{{M|Type je naam en druk 'Enter': _}}
<syntaxhighlight lang=qbasic>
INPUT "Type je naam en druk 'Enter'", Naam
</syntaxhighlight>
NB '''INPUT''' accepteert geen komma's en aanhalingstekens.
{{Sub}}
{{Clear both}}
{{Links}}
phy4a8eoxsoztb9o2jq4w3xxfbrcmlo
425185
425183
2026-05-10T20:24:11Z
Erik Baas
2193
425185
wikitext
text/x-wiki
'''{{SUBPAGENAME}}''' betekent 'invoer". Dit commando plaatst een stuk tekst op het scherm, toont een knipperende cursor, en wacht tot de gebruiker iets getypt en ''Enter'' gedrukt heeft. De ingevoerde tekst wordt vervolgens opgeslagen in een variabele.
===Syntax===
'''INPUT''' <vraag>, <variabele>
===Datatype===
De variabele kan een string of een integer zijn.
===Voorbeeld===
{{M|Type je naam en druk 'Enter': _}}
<syntaxhighlight lang=qbasic>
INPUT "Type je naam en druk 'Enter'", Naam$
</syntaxhighlight>
NB '''INPUT''' accepteert geen komma's en aanhalingstekens.
{{Sub}}
{{Clear both}}
{{Links}}
9s01o4wxjisgq7ne934x2kwxe5h299u
Wikijunior:Natuurkunde/Het weer
104
10873
425194
356012
2026-05-11T10:30:02Z
Erik Baas
2193
welliswaar -> weliswaar
425194
wikitext
text/x-wiki
<div style="width: 18%; float:right;">
{{Wikijunior Natuurkunde}}
</div>
====Inleiding: Gegevens over het weer verzamelen====
Het weer is een populair onderdeel van het nieuws. Veel mensen willen weten wat voor weer het morgen en de rest van de week worden zal. Daarom kun je elke dag bijv. op www.meteogroup.nl en www.knmi.nl de actuele weersvoorspellingen lezen, zenden radio en tv elke dag weerberichten uit en besteden ook de papieren kranten veel aandacht aan het weer.
==Luchtdruk==
===Het weer voorspellen===
[[Afbeelding:Satellietbeeld.jpg|thumb|Nederland vanuit de Aqua satelliet, NASA AQUA/MODIS]]
Voordat ze iets willen zeggen over het weer gaan ze van alles meten. Temperatuur, luchtdruk, wind... maar niet alleen in Nederland. Op tienduizenden plekken meten ze van alles met behulp van bijvoorbeeld weerboeien, satellieten en weerballonnen. Die metingen sturen ze dan naar hele speciale computers en dan bekijken weerkundigen de voorspelling. Die klopt natuurlijk lang niet altijd. Met behulp van die voorspelling, maken ze dan een weerbericht en dit sturen ze dan naar de weerman.
===Luchtdruk meten===
Als je het weer voorspelt, is de luchtdruk belangrijk. Om luchtdruk te meten, gebruik je een barograaf die de luchtdruk meet. Maar hoe werkt dat? In de barograaf zit een metalen doosje die als de luchtdruk daalt wordt teruggeveerd en als de luchtdruk stijgt in elkaar wordt gedrukt. De eenheid voor luchtdruk is millibar. (mbar) 1 mbar is gelijk aan 100 Pa. De luchtdruk op aarde ligt meestal tussen de 970 mbar en 1040 mbar (97000 Pa en 104000 Pa).
Op weerkaarten staan altijd hogedrukgebieden en lagedrukgebieden. Dat zijn gebieden met een hoge of lage luchtdruk. Je ziet op tv een rode lijn voor hogedrukgebieden en blauwe voor lagedrukgebieden. Een lagedrukgebied brengt meestal veel regen, sneeuw en wind en een hogedrukgebied droog en zonnig weer. Daarom kun je een barometer gebruiken om het weer te voorspellen. Als de luchtdruk stijgt, zal het weer waarschijnlijk verbeteren.
===Hoogte===
De luchtdruk wordt veroorzaakt door het gewicht van de lucht in de atmosfeer. Een paar liter lucht weegt weliswaar bijna niks, maar alle lucht is niet te tillen. Stel je voor: als de luchtlaag op aarde geen lucht was, maar water, zou de druk even groot blijven, namelijk ongeveer 100.000 Pa.
Als je een berg beklimt, wordt het, naarmate je hoger komt, moeilijker om te ademen. Dat komt, omdat als je hoger de lucht in gaat, de luchtdruk lager wordt. Daarom kun je een barometer ook als een soort hoogtemeter gebruiken. Op zeeniveau is de luchtdruk ongeveer 1013 mbar en op 30 kilometer hoogte nog maar 4 mbar!
===Onderdruk en overdruk===
In de band van een auto zit lucht. De luchtdruk in de band is groter dan de luchtdruk van de buitenlucht. Je kunt de luchtdruk in autobanden meten met een manometer. Maar je kunt ook de druk in andere afgesloten ruimtes meten, zoals in een gasfles. De druk van het gas in de afgesloten ruimte drukt een membraam (gegolfd metalen plaatje) naar boven. Dan wordt er op een meter een beweging overgebracht die de druk van het gas aangeeft.
De meeste manometers geven niet de echte druk aan, maar de overdruk. Dat is het verschil tussen de luchtdruk binnen en de lucht buiten de afgesloten ruimte. Als je lucht wegpompt uit de afgesloten ruimte, ontstaat er onderdruk. Die onderdruk kun je met een manometer meten.
==Temperatuur==
===Temperatuur meten===
Maar weerkundigen meten niet alleen luchtdruk om een voorspelling te maken. Ook de temperatuur is belangrijk. Om de temperatuur te meten, worden thermometers gebruikt. Er zijn heel veel verschillende soorten thermometers. Weerkundigen hangen hun thermometer ongeveer een meter boven de grond, in een speciaal daarvoor gemaakt kastje. De lucht kan in en uit het kastje stromen dankzij spleten in de wanden. Zo kan de temperatuur gemeten worden, zonder dat de thermometer wordt beïnvloed door de zon of neerslag zoals regen en sneeuw.
===Thermometers ijken===
De meeste thermometers worden gebruikt met een schaalverdeling in graden Celsius, dat kun je afkorten naar ˚C. Het aanbrengen en controleren van zo’n schaalverdeling wordt ijken genoemd. Om te kunnen ijken, werkt men met twee vaste punten. Het ene punt komt overeen met een vaste lage temperatuur en de andere met een vaste hoge temperatuur. Bij de temperatuurschaal graden Celsius is het lage punt het smeltpunt van water (0˚C) en het hoge punt het kookpunt van water. (100˚C) Bij het lage punt staat het getal 0 en bij het hoge punt het getal 100. De afstand tussen die twee punten verdeel je tenslotte in 100 punten, en die punten noem je dan graden.
===Andere soorten thermometers===
[[Afbeelding:20050501 1315 2558-Bimetall-Zeigerthermometer.jpg|thumb|Bimetaal thermometer]]
Er zijn verschillende types thermometer in gebruik:
* Vloeistofthermometer - deze werkt met een dunne glazen buis naast een schaalverdeling. Vaak wordt kwik of gekleurde ethanol gebruikt, maar ook andere organische vloeistoffen worden gebruikt. Door de uitzetting van de vloeistof stijgt de kolom als de temperatuur hoger wordt.
* De Galileo-thermometer die werkt op basis van de Wet van Archimedes.
* Thermokoppel. Deze bestaat uit twee draden van verschillend metaal. Op het contactpunt ontstaat een elektrische spanning die afhankelijk is van de temperatuur.
* Infrarood thermometers. Deze meet de infrarode straling van het object. Hoe heter het object, des te hoger is de frequentie van het uitgestraalde infrarode licht. Zie ook elektromagnetische straling.
* Temperatuurgevoelige weerstand. Dit is een elektrische weerstand waarvan de grootte van de weerstand toe- (''positieve temperatuurcoëfficiënt'') of afneemt (''negatieve temperatuurcoëfficiënt'') met de temperatuur. Door na ijking de weerstand te meten komt men de temperatuur te weten. Deze worden in elektronische thermometers gebruikt.
* koortsthermometers met kwik hebben een extra dun stukje capillair aan het begin van de stijgbuis, waardoor de kwikkolom bij het weer afkoelen afbreekt, zodat de bereikte maximale temperatuur blijft staan en kan worden afgelezen tot de thermometer wordt 'afgeslagen'. Het bereik van normale koortsthermometers is gering, van 35 tot 42 °C, maar de nauwkeurigheid groot.
*''bimetaalthermometers'' die gebruikmaken van de verschillende uitzettingscoëfficiënt van twee strips metaal die op elkaar vast zijn gelast of gesoldeerd. Als de temperatuur verandert trekt het bimetaal krom. Deze worden gebruikt in eenvoudige kamerthermostaten
*Gasthermometers. Deze werken op grond van de variaties van druk als het gas wordt verwarmd of afgekoeld. Als regel wordt waterstof, helium of stikstof gebruikt. Dit zijn de nauwkeurigste en gevoeligste thermometers, maar ze zijn moeilijk in het gebruik.
[[Afbeelding:Draadloze thermometer.jpg|thumb|200px|Draadloze thermometer]]
In principe kan elke fysische meetwaarde die temperatuurgevoelig is worden gebruikt om een thermometer te maken. Aangezien bijna alle macroscopische effecten temperatuurgevoelig zijn resulteert dit in een constatering die door Fokke Tuinstra, emeritus hoogleraar in Delft werd geformuleerd als ''alles is een thermometer''.
===De Kelvinschaal===
Het nulpunt van de schaal van Celsius is gewoon zomaar gekozen. Celsius had ook het smeltpunt of misschien juist het kookpunt van andere stoffen kunnen kiezen. Maar je kunt zo makkelijk aan water komen, wat een groot voordeel is. Bovendien is het voor allerlei weersverschijnselen belangrijk of de temperatuur onder de 0˚C ligt of net erboven. De schaal van Celsius sluit dus goed aan wat de mens belangrijk vindt. Als een stof warmer of kouder wordt, is dat eigenlijk niet echt zo! Temperatuur gaat over de beweging van moleculen. Als de temperatuur van een stof stijgt, bewegen de moleculen sneller en als de temperatuur daalt, gaan ze langzamer. Bij -273˚C staan ze helemaal stil. De temperatuur kan nooit lager worden van -273˚C. Daarom heet die temperatuur het absolute nulpunt. Maar deze temperatuur is echter ook nog nooit bereikt. In de natuurkunde wordt bij het meten van temperatuur vaak de kelvinschaal gebruikt. Deze lijkt een beetje op de schaal van Celsius. Maar er is een heel belangrijk verschil. Het nulpunt is niet het smeltpunt van water, maar de laagste temperatuur die er is: -273˚C. Voor wetenschap is dit een goede keus, maar voor alledaagse zaken is deze schaal niet praktisch. Om de temperatuur in Kelvin (K) te vinden moet je 273 optellen bij de temperatuur in graden Celsius. Het absolute nulpunt (-273˚C) is dus 0 K, 0˚C komt overeen met 273 K, 100 ˚C met 373 K enzovoorts. Om van Kelvin terug te rekenen naar Celsius, moet je 273 van de temperatuur in K aftrekken. Voorbeeld: alcohol kookt bij 351 K. Het kookpunt van alcohol is dus 351 – 273 = 78˚C.
==Wolken en neerslag==
===Dauw en rijp===
Als je water laat verdampen, wordt het waterdamp. Deze damp wordt opgenomen door de lucht. Hoe hoger de temperatuur, hoe meer waterdamp de lucht kan hebben. Daarom blaast een wasdroger droge, warme lucht door je natte kleding. Die neemt het water namelijk veel gemakkelijker op dan koude lucht.
===Hoogte van het dauwpunt===
Damp condenseert niet altijd bij dezelfde temperatuur. De hoogte van het dauwpunt speelt er een belangrijke rol bij, want zo wordt bepaald hoeveel waterdamp op dat moment in de lucht kan tegenover de hoeveelheid die er maximaal in kan. Voorbeelden:
* Bij 20˚C kan er maximaal 14,7 gram aan damp in 1 kg lucht.
* Bij 10˚C kan er maximaal 7,9 gram aan damp in 1 kg lucht.
* Bij 0˚C kan er maximaal 3,8 gram aan damp in 1 kg lucht.
Stel je voor: De lucht bevat 7,9 gram aan waterdamp en het is 20˚C. Het dauwpunt is dan 10˚C. Maar... tot deze temperatuur moet de lucht afgekoeld worden zodat de lucht precies aan zijn maximale hoeveelheid waterdamp komt (namelijk. 7,9 gram per kg). Net onder die temperatuur ontstaan de eerste regendruppels. En als er geen wolken aan de lucht staan, koelt het 's nachts sterk af. Meestal daalt de temperatuur dan onder het dauwpunt. Dat kun je merken als je kampeert. Dan is de volgende ochtend het gras kletsnat, en dat komt door de dauw.
===Ontstaan van stapelwolken===
[[Afbeelding:Cumulus10.jpg|thumb|Bewolking]]
Als de zon het oppervlak verwarmt, wordt de bodem op de ene plaats warmer dan op de andere. Waar de grond warmer is, ontstaan grote bellen met warme lucht. Dit noem je thermiek. Dit ontstaat doordat als de grond warmer is, de lucht vlak erboven ook warmer wordt.
Lucht die warm wordt, zet uit. Daardoor hebben de bellen met warme lucht een kleinere dichtheid dan de omringende koude lucht. En daardoor zijn het ook bellen met warme lucht die omhoog bewegen.
Als de lucht in de bel stijgt, koelt de lucht weer af. Uiteindelijk komt de temperatuur onder het dauwpunt en dan ontstaan er waterdruppels. Dan wordt de luchtbel zichtbaar: er is een gaswolk ontstaan. Meestal is zo'n wolk aan de onderkant vlak. Dat komt doordat daar het condensatieniveau ligt. Dat is de hoogte waarop de damp weer gaat condenseren, of makkelijker gezegd, weer vloeibaar water wordt. Aan de toppen van de stapelwolk kun je zien hoe groot de bellen met warme lucht omhoog gestegen zijn.
===Mooi- weerwolken of buienwolken===
Maar soms komt het welleens voor, dat de temperatuur in opstijgende luchtbellen niet veel hoger is dan die van de omringende lucht. Zulke luchtbellen stijgen een stuk langzamer op en komen ook niet zo hoog. Je krijgt dan een wolk waarin het er rustig aan toe gaat. Dat betekent meestal mooi weer. Het is dus een echte mooi-weerwolk.
Maar het kan ook zijn, dat de opstijgende lucht veel warmer is dan de omringende lucht. Dan kunnen de luchtbellen heel hoog komen. Je krijgt dan grote wolken met een donkere onderkant. Bovenin de wolken is het zo koud dat er ijs ontstaat. De lucht in de wolk is de hele tijd in beweging en daardoor botsen de druppels en ijskristallen met elkaar en versmelten ze. Grotere druppels en ijskristallen sleuren de kleine mee tot ze te zwaar worden en naar beneden vallen. Vaak smelten de ijskristallen voor ze de aarde bereiken. In dat geval valt er dus regen. Maar in de winter ligt de luchttemperatuur soms onder 0˚C. Dan bereiken de ijskristallen het aardoppervlak zonder dat ze smelten. Dan groeien de ijskristallen aan elkaar en vormen ze uiteindelijk vlokken. En dat is dan sneeuw.
{{Proef met ouder
proef=Jouw eigen wolk|
materiaal=lucifers, smalle kaars, grote glazen fles, volwassene|
uitvoering=Steek de kaars aan, pak de fles en hou hem ondersteboven. Steek de kaars vijf seconden in de hals van de fles. KIJK UIT, want de fles kan heet worden. Haal na vijf seconden de fles weg, laat hem afkoelen en bedek de hals van de fles met je mond. Blaas hard en probeer die lucht in je fles te krijgen! En als je je mond dan uiteindelijk weghaalt, heb je je eigen wolk gemaakt. Hoe zag hij eruit?|}}
===Luchtvochtigheid===
Stel: je loopt overdag door de hitte. Het is dan bloedheet. Dan zweet je. Je zweet verdampt dan en zo koel je af en heb je minder last van de warmte. Maar als de lucht vochtig is, verdampt je zweet langzaam en krijg je het wel erg warm. Aan de luchtvochtigheid kun je zien of de lucht veel waterdamp bevat. De luchtvochtigheid is 100%, als de lucht de maximale hoeveelheid damp bevat. Als het 30˚C is en er 25 gram waterdamp per kg lucht zal het ‘drukkend’ aanvoelen. Bij deze temperatuur kan de lucht namelijk maximaal 27 gram waterdamp per kg lucht bevatten. De vochtigheid zal daarom bijna 100% zijn. Als lucht van 30˚C nu 9 gram waterdamp per kg lucht bevat, is dat 9/27 deel van de maximale hoeveelheid, of beter 1/3. De luchtvochtigheid is dan ongeveer 33%. We kunnen dan zeggen dat het droog en te houden zomerweer is. . De luchtvochtigheid - beter gezegd - de relatieve vochtigheid - is dus een verhouding tussen de werkelijke hoeveelheid waterdamp gedeeld door de maximale hoeveelheid waterdamp (bij een bepaalde temperatuur).
In een haarhygrometer zit een ontvette mensenhaar. Als de luchtvochtigheid stijgt, neemt de haar meer water op en daardoor wordt 'ie langer. En als de luchtvochtigheid daalt, wordt 'ie weer korter. De beweging wordt overgebracht op een meter. Voorbeeldje: het is 30˚C en de lucht bevat 18 gram waterdamp per kg lucht. Je kunt dan de luchtvochtigheid als volgt berekenen. De maximale luchtvochtigheid is 27 gram per kg. Je doet dan 18/27=66,7%.
==Onweer==
===Voorwerpen opladen===
Als je over een pvc-buis wrijft met een wollen doek, kan hij papiersnippers aantrekken. Hij kan ook dunne straaltjes water aantrekken. De buis is elektrisch geladen. Je zegt ook wel 'statisch'. Er zijn een heleboel dingen die je kunt laden:
* je haar door ze te kammen
* plakband door het snel van de rol te trekken
* een ballon door hem op te blazen en over je trui te wrijven.
Bij een lage luchtvochtigheid gaat het opladen het makkelijkst. Een heldere vriesdag is ideaal als je een proefje met geladen voorwerpen wil doen. Dat een voorwerp geladen is, kun je merken doordat ze andere voorwerpen aantrekken, bijvoorbeeld een televisiescherm die stof aantrekt. Ook is het mogelijk dat er vonken overspringen naar andere voorwerpen, maar ook naar jezelf! Je kunt die vonkjes horen als geknetter en soms kun je ze zelfs zien of voelen.
===Positief en negatief===
Een perspex staaf wordt geladen als je hem wrijft met een zijden doek en een pvc door hem met een wollen doek te wrijven. Maar er is wel een verschil tussen de landing. Dit kun je merken aan de elektrische krachten die ze op elkaar aanoefenen. Een paar voorbeelden: twee geladen perspex staven stoten elkaar af. Ook twee geladen pvc-buizen stoten elkaar af. Maar een geladen perspex staaf en een geladen pvc-buis trekken elkaar juist aan! Er zijn twee soorten ladingen: positieve lading en negatieve lading. Voorwerpen met dezelfde lading stoten elkaar af en voorwerpen met een verschillende lading trekken elkaar aan. Maar veruit de meeste voorwerpen om je heen hebben geen positieve of negatieve lading. Ze zijn neutraal. Ook een pvc-buis is onder normale omstandigheden neutraal. Alleen als je de buis met een wollen doek of iets dergelijks wrijft, wordt het geladen.
===Ontladen===
Geladen voorwerpen ontladen. Dat betekent dat ze de lading langzaam weer kwijtraken. Hoe hoger de luchtvochtigheid, hoe sneller het voorwerp ontlaadt. Maar er is nog een andere manier om een voorwerp te kunnen ontladen. Namelijk dat er vonken kunnen overspringen naar andere mensen of dingen. Zo kan een voorwerp zijn lading kwijtraken. Dat vonken over kunnen springen, komt doordat de geladen voorwerpen een hoge spanning hebben. Auto's kunnen bijvoorbeeld een spanning krijgen van maar liefst 3000 volt! Je kunt dat merken als je uitstapt. Je voelt een schok. Er loopt dan heel even stroom door je lichaam, waardoor de auto ontlaadt. Dit gaat zo snel dat je geen schade oploopt.
===Bliksem en donder===
[[Afbeelding:Denver Lightning.jpg|thumb|right|Onweer in Denver]]
Onweersbuien ontstaan wanneer thermiekbellen met warme, vochtige lucht snel kunnen opstijgen. Je krijgt dan grote onweerswolken die meer dan 10 km hoog kunnen worden. De lucht die in deze wolk is, is heel sterk in beweging. Door de snelheid waarmee de luchtdeeltjes zo’n wolk elkaar passeren (tot zo’n 80 km/u), ontstaat er een verschil in lading van de wolk. De warme lucht stijgt dan op en koude lucht met regendruppels en hagelstenen valt naar beneden. Sneeuw en regen beweegt langs elkaar en botst, waardoor de wolk geladen wordt. Je zou het niet zeggen, maar tussen de onderkant van onweerswolken en de aarde bestaat een grote spanning die honderden miljoenen volt kan zijn! Daardoor kan er in de lucht tussen de wolk en tussen de aarde een verbinding ontstaan. Daar springt dan een gigantische vonk over - een bliksemflits - tussen de wolk en de aarde. Bliksemflitsen zijn korte, maar hevige stroomstoten waarbij een onweerswolk gedeeltelijk wordt ontladen. Zo'n ontlading bestaat uit twee delen: eerst een uit vele takken bestaande bliksem van plus naar min, vervolgens een tegenstroming die de kortsluiting (bliksem) veroorzaakt. De stroomsterkte in zo'n bliksemflits kan oplopen tot maarliefst 20.000 ampère, de spanning tot 300 miljoen volt en de temperatuur tot 30.000˚C! Door die enorme hitte zet de lucht rond de bliksemflits sterk uit, waardoor er een geluidsgolf ontstaat die alle kanten opgaat. Dit geluid - en zijn echo's - is de donder. De bliksem slaat vaak in op hoge voorwerpen, zoals kerktorens. De stroom zoekt dan een weg door het voorwerp naar de aarde. Langs de weg die de bliksem volgt, wordt heel veel schade aangericht. Er kan zelfs brand ontstaan! Je kunt hoge gebouwen beschermen tegen blikseminslagen met behulp van een bliksemafleider. Die biedt de bliksem een goed geleidende weg naar de aarde, want de bliksem zal die weg veel eerder volgen dan de veel slechter geleidende route door de muren van het gebouw.
===Hagel===
[[Afbeelding:Small hail, fractured to show internal structure.jpg|right|thumb|Kleine hagelstenen die zijn doorgesneden en 246x vergroot]]
Hagel ontstaat doordat kleine ijs- en sneeuwkristallen terechtkomen in lagen lucht met grote onderkoelde druppels water. Het bovenste deel van een buienwolk, waar het kouder kan zijn dan -20°C, heeft ijskristallen en het onderste deel, met temperaturen tussen -20°C en -10°C heeft onderkoelde druppels. Dalende en stijgende bewegingen van de lucht in de wolk jagen deeltjes ijs door niveaus met heel veel onderkoeld water. Zo komen ze in botsingen met ijs en andere onderkoelde druppels. Die onderkoelde druppels zetten zich af op de ijskristallen die groter worden en ten slotte uit de wolk vallen in de vorm van hagel.
De meeste hagelstenen bestaan uit laagjes die de ene keer mat zijn en de andere keer helder. In het matte deel zijn de botsende deeltjes of druppels onmiddellijk vastgevroren op grote, koude hoogten; in het heldere deel is er vloeibaar water op lagere warmere hoogte ingevangen. Dat is pas later op koudere hoogte bevroren. Uiteindelijk vallen de hagelstenen naar beneden. Zware hagelbuien kunnen veel schade aanrichten en mensen ernstig verwonden.
==Weerman spelen==
{{Proef
|proef=Weerman spelen
|materiaal=buitenthermometer, barometer of een krant, fles, kiezelstenen, maatbeker, kladblok, schone ondiepe bak, koffiefilter en een koffiehouder
|uitvoering=
===''Wolken''===
''Bestudeer de wolken en noteer in je blocnote waar de wolken heen drijven en hoe ze eruit zien.''
===''Wind''===
''Kijk naar de wolken waar ze heen drijven. Als de richting verandert, is de windrichting veranderd en kan dat betekenen dat er regen of sneeuw op komst is.''
===''Temperatuur''===
''Bekijk elke dag de temperatuur op een buitentemperatuur in de schaduw op dezelfde tijd.''
===''Luchtdruk''===
''Als je een barometer hebt, zet dan in je blocnote wat hij aangeeft. Als je geen barometer hebt, de luchtdruk staat ook aangegeven op de weerpagina's van kranten. Bekijk van dag tot dag of de druk is toegenomen of afgenomen.''
===''Regen''===
''Verzamel buiten regenwater in een open fles. Leg kiezelstenen op de bodem om de fles rechtop te houden. Meet aan het eind van een regenachtige dag de regen die je hebt opgevangen door het water in een maatbeker te gieten.''
===''Luchtvervuiling''===
''Vul de bak met water en zet hem twee dagen buiten. Doe het koffiefilter in de houder en giet de bak met water erdoor. Wat is erin blijven steken? Probeer dit ook eens met sneeuw!''
}}
{{Juniorsub}}
tuhiguaqysa9bx6grm5ycequc9sebiz
Latijn/Les 12
0
10898
425191
406311
2026-05-11T10:28:57Z
Erik Baas
2193
welliswaar -> weliswaar
425191
wikitext
text/x-wiki
{{Latijn/Index}}
De conjunctivus in bijzinnen; trappen van vergelijking; getallen van twintig tot 100; futurum actief; ''Iuppiter''.
===Voorbeelden===
{| valign="top" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding:5px;"
|1.||''Dominus furiosus erat, ut servi se occuluerint.''||De meester was woedend, zodat de slaven zich verstopten.
|-
|2.||''Latrones vigiles metuunt, ut in angiportis effugant.''||De rovers vrezen de nachtwakers, zodat ze in de nauwe steegjes wegvluchten.
|-
|3.||''Dum feles domo ierit, mures in mensa saltant.''||Als de kat van huis is, dansen de muizen op tafel.
|-
|4.||''Si Iovi animali sacrifices, bene de te sentiet.''||Als je een dier aan Jupiter offert, zal hij je gunstig gezind zijn.
|-
|5.||''Retiarius fortior quam adversarius est.''||De retiarius is sterker dan de tegenstander.
|-
|6.|||''Gladiator cum fortiori adversario pugnavit.''||De gladiator vocht met een sterkere tegenstander.
|-
|7||''Amphitheatrum Flavium maximum amphitheatrum in Roma est.''||Het Amfitheater van Flavius is het grootste amfitheater in Rome.
|-
|8.||''Sex denarii quattuor et viginti sestertii sunt.''||6 denariën zijn 24 sestertiën.
|-
|9.||''Quattuor et viginti sestertii duodequinquaginta asses sunt.''||24 sestertiën zijn 48 as.
|-
|10.||''Milites urbem capient.''||De soldaten zullen de stad veroveren.
|}
===Conjunctivus in bijzinnen===
In les 11 hebben we kennis gemaakt met de conjunctivus en het gebruik ervan als adhortativus of prohibitivus in hoofdzinnen. Een conjunctivus kan behalve in hoofdzinnen ook gebruikt worden in bijzinnen. Het voegwoord bepaalt vaak of er een indicativus of conjunctivus in de bijzin gebruikt moet worden.
====''ut''====
''ut'' kan verschillende soorten bijzinnnen inleiden.
''ut'' (dat, zodat) leidt een zogenaamde ''consecutieve bijzin'' in, een bijzin die een gevolg van de hoofdzin uitdrukt. De persoonsvorm van de bijzin staat in de conjunctivus:
:{|
|''Dominus furiosus erat, '''ut''' servi se '''occuluerint'''.''|| = De meester was woedend, '''zodat''' de slaven zich '''verstopten'''.
|-
|''Latrones vigiles metuunt, '''ut''' in angiportis '''effugant'''.''|| = De rovers vrezen de nachtwakers, '''zodat''' ze in de nauwe steegjes '''wegvluchten'''.
|}
''ut'' (opdat, om te) leidt een ''finale bijzin'' in, een bijzin die het doel van de hoofdzin aangeeft:
:{|
|''Domo it, '''ut dormiat'''.''|| = Hij gaat naar huis '''om te slapen'''.
|}
Merk op dat de Nederlandse vertaling vaak een infinitivus gebruikt (''om te '''slapen''''') waar in het latijn een conjunctivus staat (''dormiat''). Een vertaling met ''opdat'' (''Hij gaat naar huis, opdat hij slaapt.'') vermijdt weliswaar de infinitivus, maar klinkt vaak onnatuurlijk en stijf.
====''dum''====
''dum'' (terwijl, als, zolang als) leidt (vaak) een bijzin in die een voorwaarde aanduidt:
:{|
|'''''Dum''' feles domo '''ierit''', mures in mensa saltant.''|| = Als de kat van huis '''is''' (letterlijk: '''is weggegaan'''), dansen de muizen op tafel.
|}
Merk op dat ''als'' gelezen moet worden in de betekenis van ''zolang als''.
Een beroemd voorbeeld is ook de volgende, naar verluidt van {{Wp|Gaius_Julius_Caesar_Germanicus_%28Caligula%29|Caligula}}:
:{|
|''Oderint '''dum''' metuant''|| = Laat ze maar haten, '''als''' ze maar vrezen.
|}
Deze zin kent meteen een aantal bijzonderheden:
* ''Oderint'' is een perfectumvorm van ''odisse'' (haten), een werkwoord waarvan alleen de perfectum vormen nog gebruikt werden (een zogenaamd ''verbum defectivum''). Hoewel de perfectum vormen natuurlijk een verleden tijd zijn, is de betekenis die van de tegenwoordige tijd.
* ''Oderint'' is net als ''metuant'' een conjunctivus, maar hij staat in de hoofdzin en wordt daar gebruikt als een conjunctivus adhortativus, d.w.z. een aansporing: ''laat ze maar haten''.
====''si''====
''si'' (als indien) leidt net als ''dum'' een voorwaarde in, maar dit is niet een voortdurende conditie in (zolang als), maar een eenmalige conditie:
:{|
|'''''Si''' Iovi animali '''sacrifices''', bene de te sentiet.''|| = '''Als''' je een dier aan Juppiter '''offert''', zal hij je gunstig gezind zijn.
|}
Voor de vorm ''sentiet'' zie de paragraaf over het ''futurum'' verderop in deze les.
===Trappen van vergelijking===
Tot nog toe hebben we bijvoeglijke naamwoorden alleen nog maar attributief gebruikt bij een zelfstandig naamwoord of predicatief in een naamwoordelijk gezegde. We kunnen echter ook de mate aangeven waarin een bijvoeglijk naamwoord van toepassing is: groter of het grootst, zwaarder of het zwaarst. Dit worden de ''trappen van vergelijking'' genoemd.
Het Latijn onderscheidt net als het Nederlands een ''vergrotende'' trap (''gradus comparativus'') en een ''overtreffende'' trap (''gradus superlativus''). De latijnse termen worden meestal verkort tot ''comparativus'' en ''superlativus''.
De gewone basisvorm van een bijvoeglijk naamwoord heeft ook een trap: de ''stellende'' trap of ''gradus positivus''.
====De vergrotende trap====
De vergrotende trap of comparativus wordt gevormd door achter de stam ''-ior'' of ''-ius'' te plaatsen. Dit geldt zowel voor groep 1 als voor groep 2 adjectiva:
:{|
|''longus'' || → ''long-'' || → ''long'''ior'''''
|-
|''acer'' || → ''acr-'' || → ''acr'''ior'''''
|}
Ook voor de trappen van vergelijking geldt dat ze met het woord waar ze bij horen moeten congrueren, ofwel ze krijgen dezelfde naamval, geslacht en getal van het naamwoord waar ze bij horen. De vergrotende trap wordt verbogen als een adjectivum van de gemengde declinatie.
Als voorbeeld nemen we ''acer, acris, acre'' met de comparativus ''acrior, acrior, acrius'' voor mannelijk, vrouwelijk en onzijdig respectievelijk:
{|
|-
|
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|
|}
|colspan="2"|
{|width="100%" style="text-align:center;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''masc./fem.'''
|}
|colspan="2"|
{|width="100%" style="text-align:center;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''neut.'''
|}
|-
|
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''sing.'''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''plur.'''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''sing.'''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''plur.'''
|}
|-
|
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding:5px;"
|-
|'''nom.'''
|-
|'''gen.'''
|-
|'''dat.'''
|-
|'''acc.'''
|-
|'''abl.'''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding:5px;"
|-
|''acr'''ior'''''
|-
|''acr'''ioris'''''
|-
|''acr'''iori'''''
|-
|''acr'''iorem'''''
|-
|''acr'''iori'''''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding:5px;"
|-
|''acr'''iores'''''
|-
|''acr'''iorium'''''
|-
|''acr'''ioribus'''''
|-
|''acr'''iores'''''
|-
|''acr'''ioribus'''''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding:5px;"
|-
|''acr'''ius'''''
|-
|''acr'''ioris'''''
|-
|''acr'''iori'''''
|-
|''acr'''ius'''''
|-
|''acr'''iori'''''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding:5px;"
|-
|''acr'''ioria'''''
|-
|''acr'''iorium'''''
|-
|''acr'''ioribus'''''
|-
|''acr'''ioria'''''
|-
|''acr'''ioribus'''''
|}
|}
====De overtreffende trap====
De overtreffende trap of superlativus wordt gevormd door ''-issimus'' achter de stam te plaatsen, voor zowel groep 1 als groep 2 adjectiva.
:{|
|''longus'' || → ''long-'' || → ''long'''issimus'''''
|-
|''acer'' || → ''acr-'' || → ''acr'''issimus'''''
|}
Ook superlativa congrueren met het substantivum waar ze bij horen, en worden verbogen als een adjectivum uit groep 1:
{|
|-
|
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|
|}
|colspan="2"|
{|width="100%" style="text-align:center;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''masc.'''
|}
|colspan="2"|
{|width="100%" style="text-align:center;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''fem.'''
|}
|colspan="2"|
{|width="100%" style="text-align:center;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''neut.'''
|}
|-
|
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''sing.'''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''plur.'''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''sing.'''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''plur.'''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''sing.'''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''plur.'''
|}
|-
|
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding:5px;"
|-
|'''nom.'''
|-
|'''gen.'''
|-
|'''dat.'''
|-
|'''acc.'''
|-
|'''abl.'''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding:5px;"
|-
|''long'''issimus'''''
|-
|''long'''issimi'''''
|-
|''long'''issimo'''''
|-
|''long'''issimum'''''
|-
|''long'''issimo'''''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding:5px;"
|-
|''long'''issimi'''''
|-
|''long'''issimorum'''''
|-
|''long'''issimis'''''
|-
|''long'''issimos'''''
|-
|''long'''issimis'''''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding:5px;"
|-
|''long'''issima'''''
|-
|''long'''issimae'''''
|-
|''long'''issimae'''''
|-
|''long'''issimam'''''
|-
|''long'''issima'''''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding:5px;"
|-
|''long'''issimae'''''
|-
|''long'''issimarum'''''
|-
|''long'''issimis'''''
|-
|''long'''issimas'''''
|-
|''long'''issimis'''''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding:5px;"
|-
|''long'''issimum'''''
|-
|''long'''issimi'''''
|-
|''long'''issimo'''''
|-
|''long'''issimum'''''
|-
|''long'''issimo'''''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding:5px;"
|-
|''long'''issima'''''
|-
|''long'''issimorum'''''
|-
|''long'''issimis'''''
|-
|''long'''issima'''''
|-
|''long'''issimis'''''
|}
|}
====Onregelmatige vormen====
Enkele veelgebruikte adjectiva hebben onregelmatige gevormde trappen van vergelijking:
:{|
|''parvus, minor, minimus''|| = klein, kleiner, kleinst
|-
|''magnus, maior, maximus''|| = groot, groter, grootst
|-
|''bonus, melior, optimus''|| = goed, beter, best
|-
|''malus, peior, pessimus''|| = slecht, slechter, slechtst
|}
De onregelmatige comparativus ''minor'' valt bovendien nog verder uit de toon omdat het niet eindigt op ''-ior'' maar op ''-or''. De onzijdige comparativus mist eveneens de ''-i-'': ''minus''.
===Gebruik van de trappen van vergelijking===
De comparativus wordt gebruik om de mate van een eigenschap te vergelijken:
:{|
|''Retiarius '''fortior quam''' adversarius est.''|| = De retiarius is '''sterker dan''' de tegenstander.
|-
|''Gladiator cum '''fortiori''' adversario pugnavit.''|| = De gladiator vocht met een '''sterkere''' tegenstander.
|}
In de eerste zin wordt een expliciete vergelijking gemaakt tussen een retiarius en zijn tegenstander. Hierbij wordt van het woordje ''quam'' (dan) gebruik gemaakt. Merk op dat de twee zaken die met elkaar vergeleken worden in dezelfde naamval staan.
In de tweede zin is de vergelijking iets minder expliciet. De comparativus (die natuurlijk nog steeds een bijvoeglijk naamwoord is) congrueert zoals gewoonlijk met het woord waar het bij hoort.
De superlativus wordt gebruikt om aan te geven dat iets het grootste/kleinste/scherpste etc. is:
:{|
|''Amphitheatrum Flavium '''maximum''' amphitheatrum in Roma est.''|| = Het Amfitheatrum Flavium is het '''grootste''' amfitheater in Rome.
|}
===Ablativus comparationis===
We zagen in de vorige paragraaf dat een vergelijking tussen twee personen of dingen met ''quam'' en de comparativus weergegeven wordt:
:{|
|''Tiberius '''timidior quam''' Lucius est.''|| = Tiberius is '''banger dan''' Lucius.
|}
De vergelijking kan ook uitgedrukt worden met de ablativus:
:{|
|''Tiberius '''timidior''' Luci'''o''' est.''|| = Tiberius is '''banger dan''' Lucius.
|}
''timidior'' staat in het tweede voorbeeld nog steeds in de nominativus, want het hoort bij ''Tiberius'' (Tiberius is banger), maar het ''quam Lucius'' uit het eerste voorbeeld is nu vervangen door ''Lucio'' in de ablativus. Dit wordt de ''ablativus comparationis'' genoemd, de ''ablativus van vergelijking''.
===Hoofdtelwoorden: twintig tot en met honderd===
Om de getallen van 20 tot en met 100 te maken hebben we eerst de 10-tallen nodig:
:{|
|20||''XX''||''viginti''
|-
|30||''XXX''||''triginta''
|-
|40||''XL''||''quadraginta''
|-
|50||''L''||''quinquaginta''
|-
|60||''LX''||''sexaginta''
|-
|70||''LXX''||''septuaginta''
|-
|80||''LXXX''||''octoginta''
|-
|90||''XC''||''nonaginta''
|-
|100||''C''||''centum''
|}
Om nu de tussenliggende getallen te maken gelden de volgende regels:
* Getallen die eindigen op 8 of 9 (bv. 78 of 29) worden gemaakt door 1 of 2 van het er op volgende tiental af te trekken (net als 18 en 19) met het voorzetsel ''de'' (aan elkaar geschreven):
:{|
|78||''LXXVIII''||''duo'''de'''octoginta''
|-
|29||''XXIX''||''un'''de'''triginta''
|}
* De overige getallen worden gevormd door de eenheid, gevolgd door ''et'' gevolgd door het tiental:
:{|
|43||''XLIII''||''tres et quadraginta''
|-
|75||''LXXV''||''quinque et septuaginta''
|-
|97||''XCVII''||''septem et nonaginta''
|}
Geen van deze getallen wordt verbogen en net als de getallen 1 tot en met 20 gaan ze doorgaans vooraf aan het zelfstandige naamwoord dat ze tellen.
===Futurum===
Tot nog toe hebben we vier tijden behandeld: praesens, imperfectum, perfectum en plusquamperfectum. We hebben er nog twee te gaan, beide toekomende tijden. In deze paragraaf behandelen we de eerste van deze twee, het ''futurum''.
:{|
|''Milites urbem '''capient'''.''|| = De soldaten '''zullen''' de stad '''veroveren'''.
|-
|'''''Veniam'''.''|| = Ik '''zal komen'''.
|-
|''In templum non '''ibitis'''.''|| = Jullie '''zullen''' niet naar de tempel '''gaan'''.
|}
Het futurum geeft heel simpel een gebeurtenis in de toekomst weer.
Hier zijn de vormen van het futurum actief voor de 5 conjugaties:
{|
|-
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''inf.'''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''amare''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''monere''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''vincere''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''audire''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''capere''
|}
|-
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''stam'''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''ama-'''b'''-''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''mone-'''b'''-''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''vinc-'''a/e'''-''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''audi-'''a/e'''-''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''cap-'''i-a/e'''-''
|}
|-
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''1 s.'''
|-
|'''2 s.'''
|-
|'''3 s.'''
|-
|'''1 p.'''
|-
|'''2 p.'''
|-
|'''3 p.'''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''ama'''bo'''''
|-
|''ama'''bis'''''
|-
|''ama'''bit'''''
|-
|''ama'''bimus'''''
|-
|''ama'''bitis'''''
|-
|''ama'''bunt'''''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''mone'''bo'''''
|-
|''mone'''bis'''''
|-
|''mone'''bit'''''
|-
|''mone'''bimus'''''
|-
|''mone'''bitis'''''
|-
|''mone'''bunt'''''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''vinc'''am'''''
|-
|''vinc'''es'''''
|-
|''vinc'''et'''''
|-
|''vinc'''emus'''''
|-
|''vinc'''etis'''''
|-
|''vinc'''ent'''''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''audi'''am'''''
|-
|''audi'''es'''''
|-
|''audi'''et'''''
|-
|''audi'''emus'''''
|-
|''audi'''etis'''''
|-
|''audi'''ent'''''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''cap'''iam'''''
|-
|''cap'''ies'''''
|-
|''cap'''iet'''''
|-
|''cap'''iemus'''''
|-
|''cap'''ietis'''''
|-
|''cap'''ient'''''
|}
|}
Merk op:
* De A- en E-conjugatie vormen het futurum actief anders dan de Consonant-, I- en Gemengde conjugatie.
* De A- en E-conjugatie vormen het futurum actief door een ''b'' achter de stam te plaatsen gevolgd door een ''-i'' en dan de bekende praesens uitgangen ''-o'', ''-s'', ''-t'', ''-mus'', ''-tis'' en ''-nt''. Alleen de 3e mv heeft een ''-u-'' i.p.v. een ''-i-'' en de 1e ev heeft geen ''-i-''.
* De Consonant- en I-conjugatie vormen het futurum actief door een ''-a-'' (1e ev) of een ''-e-'' (overige vormen) achter de stam te plaatsen gevolgd door de imperfectum uitgangen ''-m'', ''-s'', ''-t'', ''-mus'', ''-tis'' en ''-nt''.
* De Gemengde conjugatie plaatst eerst zoals gewoonlijk een ''-i-'' achter de stam en gedraagt zich voorts als een werkwoord van de Consonant conjugatie.
Hier zijn de vormen van de onregelmatige werkwoorden ''esse'', ''ire'' en ''ferre'':
{|
|-
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''inf.'''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''esse''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''ire''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''ferre''
|}
|-
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''stam'''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''er-''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''i'''-b-'''''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''fer'''-a/e-'''''
|}
|-
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|'''1 s.'''
|-
|'''2 s.'''
|-
|'''3 s.'''
|-
|'''1 p.'''
|-
|'''2 p.'''
|-
|'''3 p.'''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''er'''o'''''
|-
|''er'''is'''''
|-
|''er'''it'''''
|-
|''er'''imus'''''
|-
|''er'''itis'''''
|-
|''er'''unt'''''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''i'''bo'''''
|-
|''i'''bis'''''
|-
|''i'''bit'''''
|-
|''i'''bimus'''''
|-
|''i'''bitis'''''
|-
|''i'''bunt'''''
|}
||
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding-left:5px;padding-right:5px;"
|-
|''fer'''am'''''
|-
|''fer'''es'''''
|-
|''fer'''et'''''
|-
|''fer'''emus'''''
|-
|''fer'''etis'''''
|-
|''fer'''ent'''''
|}
|}
Merk op dat ''esse'' en ''ire'' zich als A/E-conjugatie werkwoorden gedragen, terwijl ''ire'' eigenlijk een I-conjugatie werkwoord is. ''ferre'' gedraagt zich als een werkwoord uit de Consonant-conjugatie, zoals het hem betaamt.
===''Iuppiter''===
''Iuppiter'' (Jupiter) verdient onze speciale aandacht niet alleen omdat hij een belangrijke (zo niet de belangrijkste) god was van de Romeinen, maar ook omdat de naam op een bijzondere manier vervoegd wordt:
{|
|-
|
{|width="100%" style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding:5px;"
|-
|'''nom.'''
|-
|'''gen.'''
|-
|'''dat.'''
|-
|'''acc.'''
|-
|'''abl.'''
|}
||
{|style="text-align:left;color: black; background-color:#f9f9f9;border:1px solid #aaaaaa;padding:5px;"
|-
|''Iuppiter''
|-
|''Iov'''is'''''
|-
|''Iov'''i'''''
|-
|''Iov'''em'''''
|-
|''Iov'''e'''''
|}
|}
Voorbeeld:
:{|
|''Si '''Iovi''' animali sacrifices, bene de te sentiet.''|| = Als je een dier '''aan Jupiter''' offert, zal hij je gunstig gezind zijn.
|}
===Terminologie===
;Gradus positivus: De stellende trap.
;Gradus comparativus: De vergrotende trap.
;Gradus Superlativus: De overtreffende trap.
;Futurum: De onvoltooid toekomende tijd.
;Verba defectiva: Werkwoorden waarvan 1 of meer vormen ontbreken.
===Woordenlijst===
:{|
|''Amphitheatrum Flavium'' (n)||Het amfitheater van Flavius, de officële naam van het {{Wp|Colosseum|Colosseum}}
|-
|''angiportum, -i'' (n)||nauw steegje
|-
|''{{Wp|As_%28munteenheid%29|as}}, assis'' (m)||as, kleine bronzen of koperen munt
|-
|''{{Wp|Denarius|denarius}}, -i'' (m)||denarius, zilveren munt
|-
|''dum''||als, zolang als, terwijl
|-
|''{{Wp|Dupondius|dupondius}}, -i'' (m)||dupondius, bronzen munt
|-
|''effugere, effugi, effugitum'', (G)||vluchten, wegvluchten
|-
|''feles, -is'' (f)||kat
|-
|''{{Wp|Jupiter_%28god%29|Iuppiter}}, Iovis'' (m)||Jupiter, de oppergod bij de Romeinen
|-
|''malus (peior, pessimus)''||slecht
|-
|''mensa, -ae'' (f)||tafel
|-
|''metuere, metui, metutum'' (C)||vrezen, bang zijn
|-
|''mus, muris'' (m)||muis
|-
|''occulere, occului, occultum'' (C)||verbergen, verstoppen; ''se occulere'' = zich verstoppen
|-
|''odisse'' (C)||haten (verbum defectivum)
|-
|''quam''||dan
|-
|''sacrificare, sacrificavi, sacrificatum'' (A)||offeren aan; ''A[dat] B[abl] sacrificare'' = B aan A offeren
|-
|''saltare, saltavi, saltatum'' (A)||dansen
|-
|''sentire, sensi, sensum'' (I)||voelen, merken, gezind zijn; ''bene de A[abl] sentire'' = A gunstig gezind zijn
|-
|''{{Wp|Sesterius|sestertius}}, -i'' (m)||sestertius, bronzen munt
|-
|''si''||als
|-
|''ut''||dat, zodat
|}
===Oefeningen===
* Benoem de werkwoordsvormen:
# ''ducetis''
# ''iacitis''
# ''aedifico''
# ''metueras''
# ''tulerimus''
# ''sim''
# ''ibant''
# ''doceres''
# ''exeatis''
# ''fui''
* Benoem de vormen van de volgende adiectiva (alle vormen indien er meer dan één mogelijk is). Geef geslacht, naamval, getal en graad:
# ''altius''
# ''fidelis''
# ''laetissimis''
# ''timidioris''
# ''celeriora''
# ''audacissimus''
# ''velociorem''
# ''remotioribus''
# ''onusta''
# ''minimam''
* Maak de volgende sommen. Schrijf de getallen van de uitkomst volledig uit:
# XVIII + XXVII =
# XXXVII + XLIX =
# XII + LXX =
# XLIV + XXII =
# XXXIX + XXXVIII =
# III + XIX =
# LXXV + XXIV =
# I + LXVIII =
* Maak de volgende sommen met gebruikmaking van onderstaande tabel. Schrijf de getallen volledig uit en voeg de kleinere munten samen tot grotere munten (d.w.z. 25 as wordt 1 denarius, 2 sestertii en 1 as).
:{|
|''I denarius'' || = || ''IV sestertii''
|-
|''I sestertius'' || = || ''II dupondii''
|-
|''I dupondius'' || = || ''II asses''
|}
Voorbeeld:
:''Duo denarii et duo sestertii + tres denarii et tres sestertii = '''sex''' denarii et '''unus''' sestertius''
# ''Unus dupondius + unus dupondius'' =
# ''Tres sestertii + quinque asses'' =
# ''Unus denarius + novem asses'' =
# ''Duodetriginta sestertii + viginti asses'' =
# ''Tres et quinquaginta dupondii et unus as + quattuor sestertii et tres asses'' =
<br>
{{Latijn/Index}}
{{Sub}}
cwf4h027spgq3su08mv0mdoqvpkobpd
Kookboek/Sudderlapjes
0
28896
425189
394684
2026-05-11T00:50:06Z
ErikvanB
5081
welliswaar > weliswaar
425189
wikitext
text/x-wiki
{{Recept
| Afbeelding = [[Bestand:Sudderlapjes.jpeg|300px]]
| Categorie = Vleesrecept
| Porties = 4
| Energie =
| Tijd = 25 minuten + 3-4 uur sudderen
| Stippen = 3
}}
'''Sudderlapjes''' is een stoofpot met rundvlees. Het is een lekker ′ouderwets′ gerecht uit de Nederlandse keuken. Het heeft weliswaar lang nodig, maar je hebt er maar 15 minuten werk aan (ik maak dit meestal de avond van tevoren).
Sudderlapjes zijn geschikt als vleesgerecht bij de hoofdmaaltijd.
==Ingrediënten==
* 2 {{Kb|p=ui|uien}}
* 2 teentjes knoflook
* 1-2 tomaten
* een flinke klont margarine
* 600 g {{kb|p=rundvlees|runderlapjes}}
* een bouillonblokje
* 3 {{Kb|p=kruidnagel|kruidnagels}}
* 3 laurierblaadjes
* peper
* zout
* paprikapoeder
* ½ eetlepel verse tijm
==Keukengereedschap==
* Braadpan
==Bereidingswijze==
# Voorbereiding: snijd de tomaat, uien en knoflook fijn.
# Kruid het vlees met de peper, het zout en de paprikapoeder.
# Bak het vlees in een pan goed aan zodat het mooi bruin kleurt. Keer enkele keren, zodat alle lapjes aan beide zijden bruin zijn.
# Neem het vlees uit de pan en bak de ui, tomaat en knoflook aan, voeg kruidnagels, laurierblaadjes, bouillonblokje en wat heet water toe (het vlees moet net onder water staan) en breng dit aan dit kook.
# Zet de warmtebron op de laagste stand, leg het vlees weer in de pan en zet de deksel er schuin op. Let op dat het vlees niet droog komt te staan, voeg anders wat water bij. Laat dit zo lang mogelijk suddderen (3 à 4 uur), het vlees valt bijna uit elkaar en je krijgt een heerlijke jus.
# Serveertip: De saus/jus is vooral lekker bij gekookte aardappelen.
==Varianten==
* Het vlees is sneller gaar als je een [[Kookboek/Hogedrukpan|hogedrukpan]] gebruikt, maar dan kan het gerecht iets minder lekker zijn.
* [[Kookboek/Boeuf Bourguignon|Boeuf Bourguignon]]
{{Recepten}}
[[Categorie:Vleesrecept|Sudderlapjes]]
[[Categorie:Nederlandse keuken|Sudderlapjes]]
{{sub}}
8ao7zxvlub9gohu6zktq436gwsougrp
Programmeren in JavaScript/Het Document Object Model/Inleiding
0
30404
425190
416826
2026-05-11T10:28:41Z
Erik Baas
2193
welliswaar -> weliswaar
425190
wikitext
text/x-wiki
{{Programmeren in JavaScript|deel=Het Document Object Model}}
JavaScript wordt gebruikt om het ''gedrag'' van een webpagina te beschrijven. Daarom moet het mogelijk zijn vanuit JavaScript veranderingen aan de HTML-code aan te brengen.
Binnen JavaScript is de HTML-code toegankelijk gemaakt door middel van een object genaamd ''document''. Het object ''document'' is een zogenaamd ''host object'', dat wil zeggen dat het een onderdeel is van de browser. Later zullen we zien dat er (helaas) kleine verschillen zijn tussen de objecten ''document'' in verschillende browsers.
Het ''document object model'' (afkorting: DOM) is een model waarbij een HTML document wordt omgezet in een boomstructuur van objecten.
Als voorbeeld nemen we onze testpagina:
{{Code
| Taal=HTML
| Titel=Een eenvoudige javascript testpagina
| Code=
<syntaxhighlight lang=html4strict>
<!DOCTYPE html>
<html>
<head>
<meta charset="UTF-8" />
<title>javascript tester</title>
<script>
function writeln(s)
{
var writespace = document.getElementById("writespace");
var t = "" + s;
if ((t != undefined) || (t != null))
{
t = t.replace(/</g, "<");
t = t.replace(/>/g, ">");
}
writespace.innerHTML = writespace.innerHTML + t + "<br>";
}
function write(s)
{
var writespace = document.getElementById("writespace");
var t = "" + s;
writespace.innerHTML = writespace.innerHTML + t;
}
function onRunButtonClicked()
{
var writespace = document.getElementById("writespace");
writespace.innerHTML = "";
var codespace = document.getElementById("codespace");
var s = codespace.value;
s = s.replace(/document.write/g, "write");
eval(s);
}
</script>
</head>
<body>
<textarea id="codespace" style="width:100%;height:250px;">//zet hier uw javascript</textarea>
<button type="button" onclick="onRunButtonClicked()">Uitvoeren</button>
<div id="writespace" style="margin:0px;padding:0px;height:250px;overflow:scroll;border:1px solid black;font-family:'Courier New', Courier, monospace;font-size:80%;">Hier komt de uitvoer van het javascript</div>
</body>
</html>
</syntaxhighlight>
}}
Een HTML-element omvat alles vanaf zijn openingstag (bijvoorbeeld <div>) tot en met zijn sluittag (</div>).
Een HTML-element kan dus tekst en andere HTML-elementen bevatten.
De bijbehorende boomstructuur van objecten ziet er als volgt uit:
[[Afbeelding:DOM boom van testpagina 2.png]]
In de boom wordt bijvoorbeeld ''document'' de ouder (parent) van ''html'' genoemd en ''head'' de ouder van ''script''. Verder worden ''head'' en ''body'' kinderen (children) van ''html'' genoemd en heeft ''head'' zeven kinderen.
Elk knooppunt in de boom is een object met eigenschappen en methoden.
Misschien vind je dat er op veel meer plaatsen tekst voorkomt dan je verwacht. Voornamelijk zijn dat dan spaties e.d. die weliswaar niet op het scherm getoond worden, maar wel in het HTML-document voorkomen en dus ook in de boom.
De attributen van HTML-elementen zijn in het plaatje niet weergegeven maar zijn wel degelijk onderdeel van de boom. Elk attribuut vormt weer een object en is opgehangen aan het object dat het bijbehorende HTML-element vertegenwoordigd (zie later).
{{Sub}}
4lw4i80h00vmg7n7uumi393rigwsrsh
Onderwijs in relatie tot P2P/Kwestie 5 - Leren/vorming
0
33269
425192
352623
2026-05-11T10:29:16Z
Erik Baas
2193
welliswaar -> weliswaar
425192
wikitext
text/x-wiki
{{Navigatie
|Boek=Onderwijs in relatie tot P2P
|vorige=Kwestie 4 - Curriculum/doelen
|tekstvorige=
|huidige=Kwestie 5 - Leren/vorming
|volgende=Kwestie 6 - Technologie
|tekstvolgende=
}}
[[Bestand:Overzicht kwesties.jpg|thumb|center|5000px|link=Onderwijs in relatie tot P2P/Kwesties|Een schematisch overzicht van de verschillende kwesties.]]
[[Bestand:Kwestie 5.png|thumb|left|1000px|Kwestie 5]]
== Situering ==
Klassieke educatie wordt veelal opgevat als een doelgericht of zelfs resultaatsgericht proces. Die doelen of resultaten hebben meestal te maken met één van de volgende aspecten: kennis en vaardigheden die een toegang geven tot samenleving/vervolgonderwijs of arbeidsmarkt (kwalificatie), waarden en normen die men moet internaliseren om in de maatschappij te kunnen functioneren (socialisatie) of vorm geven aan je zelf als zelfstandige persoon of burger (vorming). Vaak wordt aangegeven dat educatie vooral gereduceerd wordt tot socialisatie en kwalificatie, maar dat er weinig ruimte is voor vorming (zie ook Hannah Arendt). Daarnaast geeft men aan dat leerlingen in reguliere educatie veelal gesocialiseerd worden als ‘competitieve individualisten’ (d.w.z. de waarden en normen van competitie, winst, individuele opbrengsten staan centraal). Ook de kwalificatie is gericht op juist die kennis en capaciteiten die nodig is om in de huidige samenleving te kunnen functioneren. In P2P-[[leren]] ligt de nadruk op de constructie van artefacten (via leren) en meer bepaald een constructie met een gerichtheid op maatschappelijk nut. In die zin ligt het doel of het resultaat niet van meet af aan vast. Bovendien is de focus niet (enkel) gericht op het individu en zijn opbrengst of winst (en het verlies of de mindere winst van anderen), eerder de waarden en normen van samenwerking, maatschappelijk nut en collectieve opbrengsten staan centraal. Binnen P2P-educatie is sprake van 'coöperatief individualisme'.
== Discussie ==
==== Moet je een bepaald leerproces doorlopen hebben om deel te kunnen nemen aan P2P-leren enerzijds en aan P2P-productie anderzijds? Kan dat leren zelf gebaseerd zijn op P2P-principes? ====
Bauwens laat in “De wereld redden” aan de hand van enkele concrete voorbeelden zien hoe p2p-productie concreet gestalte krijgt. Wat daarbij opvalt, is dat de mensen die vandaag bijdragen aan p2p-productie, 'kenniswerkers' zoals Michel Bauwens hen noemt, allemaal over kennis en over bepaalde (basis)vaardigheden beschikken die ze hetzij binnen een 'klassiek' of 'traditioneel' onderwijssysteem hebben verworven, hetzij daarbuiten. Ze kunnen lezen en schrijven, ze zijn in staat zichzelf te organiseren, ze hebben niet alleen toegang tot allerlei instrumenten (bijv. PC), maar kunnen daar ook op een zinvolle manier gebruik van maken. We kunnen stellen dat men reeds een bepaald leerproces moet doorlopen hebben en bepaalde basisvaardigheden verworven moet hebben, om deel te kunnen nemen aan p2p-productie (zie ook de kwestie ‘[[Onderwijs_in_relatie_tot_P2P/Kwestie_1_-_Gelijkheid|Gelijkheid]]’).
Gesteld dat men eerst een (basis-)leerproces doorlopen moet hebben, dan blijft de vraag of het leren van die basisvaardigheden zelf op p2p principes gestoeld kan zijn. Is het bijvoorbeeld mogelijk om 'iedereen' te leren lezen en schrijven volgens p2p-principes? Niet elke materie leent zich even goed om volgens p2p-principes aan te leren. Bovendien vertrekt men binnen p2p-leren steeds vanuit zelfmotivatie, en kan er dus geen garantie zijn dat iedereen deze leerprocessen wil doorlopen. Hoe kunnen mensen bovendien weten of ze al dan niet intrinsiek gemotiveerd zijn voor bepaalde zaken als ze nooit in aanraking komen met de brede waaier aan thema’s of vakken? En is niet juist dat wat je in eerste instantie niet zelf zou gaan onderzoeken, juist het meest leerzaam? Is het niet de taak van een (basis)school om juist dat wat mensen niet uit zichzelf gaan onderzoeken aan te reiken? Of is het denkbaar om ook de basisvorming van (jonge) kinderen, waarbij toch op één of andere manier wordt 'bewaakt' welke kennis en vaardigheden iedereen moet verwerven, vorm te geven volgens p2p-principes? Wie bepaalt vervolgens welke kennis en vaardigheden iedereen 'moet' verwerven? Stranden we bij de basisvaardigheden noodzakelijk om te kunnen deelnemen aan p2p-productie? Of zijn er andere belangrijke pedagogische doelstellingen die we willen bereiken? Zie ook de kwestie ‘[[Onderwijs_in_relatie_tot_P2P/Kwestie_4_-_Curriculum/doelen|Curriculum/doelen]]'. En hoe krijgt dit p2p-leren concreet en praktisch gestalte? Zie ook [[Onderwijs_in_relatie_tot_P2P/Coöperatief|coöperatief]] leren.
==== Wat met de zogenaamde persoonsvorming in het kader van P2P-leren en een P2P-samenleving? Nog van tel? Anders van tel? ====
Zoals reeds in de situering werd aangehaald, wordt in onze huidige samenleving de nadruk vooral gelegd op het belang van het verwerven van kennis en vaardigheden die een toegang geven tot de samenleving/vervolgonderwijs of arbeidsmarkt. Onderwijs heeft vandaag met andere woorden een belangrijke kwalificatie-functie. Daarnaast verwacht men dat jongeren waarden en normen internaliseren die noodzakelijk zijn om in de huidige maatschappij te kunnen functioneren. Het onderwijs heeft met andere woorden ook een socialisatie-functie. Deze focus op kwalificatie enerzijds en socialisatie anderzijds maakt dat bepaalde auteurs (Furedi, Biesta, Arendt) van oordeel zijn dat een brede (persoon-)vorming vandaag te weinig aan bod komt in het onderwijs. Vorming wordt dan opgevat als de beweging waarin dat wat volgens de samenleving van belang is, aan jongeren wordt gepresenteerd of aangeboden op een manier die hen in staat stelt die samenleving tegelijkertijd te vernieuwen of opnieuw mee vorm te geven (nataliteit). Of anders geformuleerd, de tijd en ruimte voor vorming is de tijd en ruimte die de samenleving voor zichzelf vrij maakt om haar eigen grammatica te bestuderen en tegelijkertijd ook ter discussie te stellen.
Moet een P2P-samenleving, die de mogelijkheid wil behouden om ook haar eigen grammatica mee ter discussie te stellen, ook de tijd en ruimte voor vorming vrijwaren? Concreet wil dat zeggen dat ze leerlingen/studenten de kans geeft de basisgrammatica van P2P kritisch te bestuderen en deze mogelijkerwijs ook ter discussie te stellen of te vernieuwen. Wellicht zou dat wel met zich meebrengen dat het antwoord op de vraag 'wat behoort tot de basisgrammatica van P2P' weliswaar P2P gewijs geproduceerd kan worden, maar dat enkel volwassenen daarbij peers zijn.
==== Moet P2P-leren steeds een maatschappelijke opbrengst nastreven? Is dat wenselijk, essentieel, of slechts een mogelijkheid? Hoe kan je vermijden dat P2P-leren louter en alleen een instrument wordt om maatschappelijke problemen op te lossen? Of is dat helemaal geen probleem? ====
P2P productie processen moeten volgens Bauwens steeds gericht zijn op maatschappelijk nut (en dus niet louter op individuele opbrengst). De vraag die zich dan opwerpt, is: wat is maatschappelijk nut en wie bepaalt wat maatschappelijk nuttig of zinvol is? Bijv. Is een elektrische auto een product waar we als maatschappij volledig voor moeten gaan? Of moeten we helemaal niet inzetten op auto's maar op veel fietsen en openbaar vervoer? Moet de partnerstaat zich hierover buigen en op participatieve wijze de krijtlijnen hiervoor uitzetten?
Toch is het van belang voor ogen te houden dat maatschappelijk nut in de context van P2P-leren een specifieke betekenis heeft. Leren verbinden met maatschappelijk nut betekent immers niet (automatisch) dat P2P-leren louter en alleen een instrument wordt om maatschappelijke problemen op te lossen? Het betekenis ook niet dat onderwijs louter gericht moet zijn op het aanleveren van kwalificaties (zie kwestie ‘[[Onderwijs_in_relatie_tot_P2P/Kwestie_8_-_Kwalificatie|Kwalificatie]]’). In P2P-leren is er wel degelijk een gerichtheid op de maatschappij, of liever, is er ook een duidelijk relatie tussen educatie en samenleving. Maar eerder dan in termen van kwalificatie, lijkt het in P2P leren te gaan om maatschappelijk nut, en dus om het feit dat men doorheen educatie, co-constructief, mee het gemeen goed uitbreidt en reproduceert.
== Externe linken ==
Zie het kernconcept [[Onderwijs_in_relatie_tot_P2P/Coöperatief|coöperatief]] voor meer uitleg over coöperaties en coöperatief leren.
Via deze link vind je meer info over coöperatief leren. https://wij-leren.nl/cooperatief-leren-artikel.php
Leren via fablabs: https://www.fablabinternational.org/fab-lab/what-is-it-in-essence
Een uitgebreide video van de tiende conferentie van Fablabs. https://www.youtube.com/watch?v=MyMl_Qedd7c
"Apologie van de school" (Masschelein & Simons): https://ppw.kuleuven.be/ecs/onderwijs/klassiekers/boekpaginas/apologie en https://ppw.kuleuven.be/home/english/research/ecs/les/in-defence-of-the-school/jan-masschelein-maarten-simons-in-defence-of-the.html
== Gerelateerde kwesties ==
De vraag wie bepaalt wat maatschappelijk nuttig is raakt aan de kwestie ‘[[Onderwijs_in_relatie_tot_P2P/Kwestie_3_-_Macht|Macht]]’.
De vraag of mensen al dan niet een leerproces doorlopen moeten hebben raakt aan de kwesties ‘[[Onderwijs_in_relatie_tot_P2P/Kwestie_8_-_Kwalificatie|Kwalificatie]]’ en ‘[[Onderwijs_in_relatie_tot_P2P/Kwestie_2_-_Kennis|Kennis]]’.
== Kernwoorden ==
[[Bestand:Kernwoorden kwestie 5.png|thumb|center|5000px|Kernwoorden kwestie 5]]
{{Sub}}
osbngvfpvqmk2dqivh43s3svk22sy68
Programmeren in BASIC/Functies
0
46518
425187
425094
2026-05-10T20:49:21Z
Erik Baas
2193
{{Wiu5}}
425187
wikitext
text/x-wiki
{{Kolommen automatisch
|columns = 5
|min-width = 12em
|inhoud=
<onlyinclude>
*[[/ABS()/]]
*[[/ASC()/]]
*[[/CDBL()/]]
*[[/CHR$()/]]
*[[/CINT()/]]
*[[/COS()/]]
*[[/FRE()/]]
*[[/LEN()/]]
*[[/LOF()/]]
*[[/HEX$()/]]
*[[/LEFT$()/]]
*[[/MID$()/]]
*[[/NOT()/]]
*[[/PEEK()/]]
*[[/RIGHT$()/]]
*[[/RND()/]]
*[[/SGN()/]]
*[[/SIN()/]]
*[[/SPACE$()/]]
*[[/SQR()/]]
*[[/STR()/]]
*[[/TAN()/]]
*[[/VAL()/]]
<!-- template: ---
*[[/()/]]
-->
</onlyinclude>
}}
{{Wiu5|rechts|35px}}
{{Sub}}
{{Links}}
l0zqu07x54m4qogu1mz4vtdz5wlfrcj
Programmeren in BASIC/Commando's/LINE INPUT
0
46654
425184
2026-05-10T20:23:43Z
Erik Baas
2193
Nieuwe pagina aangemaakt met ''''{{SUBPAGENAME}}''' plaatst een prompt op het scherm, toont een knipperende cursor, en wacht tot de gebruiker iets getypt en ''Enter'' gedrukt heeft. De ingevoerde tekst wordt vervolgens opgeslagen in een variabele. In tegenstelling tot '''[[../INPUT/]]''' kunnen met '''LINE INPUT''' ook komma's en aanhalingstekens ingevoerd worden. De maximale lengte van de tekst is 254 tekens. ===Syntax=== '''LINE INPUT''' <vraag>, <variabele> ===Datatype=== String. ===…'
425184
wikitext
text/x-wiki
'''{{SUBPAGENAME}}''' plaatst een prompt op het scherm, toont een knipperende cursor, en wacht tot de gebruiker iets getypt en ''Enter'' gedrukt heeft. De ingevoerde tekst wordt vervolgens opgeslagen in een variabele. In tegenstelling tot '''[[../INPUT/]]''' kunnen met '''LINE INPUT''' ook komma's en aanhalingstekens ingevoerd worden. De maximale lengte van de tekst is 254 tekens.
===Syntax===
'''LINE INPUT''' <vraag>, <variabele>
===Datatype===
String.
===Voorbeeld===
{{M|Type je naam en adres, en druk 'Enter': _}}
<syntaxhighlight lang=qbasic>
LINE INPUT "Type je naam en adres, en druk 'Enter'", Naam$
</syntaxhighlight>
{{Sub}}
{{Clear both}}
{{Links}}
7sw1mpdrp04d7ba1xmxkhli6nvg5rr2
Programmeren in BASIC/Commando's/DEF SEG
0
46655
425186
2026-05-10T20:45:43Z
Erik Baas
2193
Nieuwe pagina aangemaakt met '__NOTOC__'''{{Subst:SUBPAGENAME}}''' bepaalt het segment van het werkgeheugen waarin '''[[../../Functions/PEEK()|PEEK()]]''', '''[[../POKE/]]''' en '''[[../CALL/]]''' actief zijn. Bij verstek is het segment hetzelfde als het werkgebied van de BASIC-interpreter. ===Syntax=== <poem> '''DEF SEG''' = <segment> : REM Stelt het actieve segment in '''DEF SEG''' : REM Herstelt het actieve segment naar de verstekwaarde </poem> ===Datatype=== Unsigned integer, 0 ..…'
425186
wikitext
text/x-wiki
__NOTOC__'''DEF SEG''' bepaalt het segment van het werkgeheugen waarin '''[[../../Functions/PEEK()|PEEK()]]''', '''[[../POKE/]]''' en '''[[../CALL/]]''' actief zijn.
Bij verstek is het segment hetzelfde als het werkgebied van de BASIC-interpreter.
===Syntax===
<poem>
'''DEF SEG''' = <segment> : REM Stelt het actieve segment in
'''DEF SEG''' : REM Herstelt het actieve segment naar de verstekwaarde
</poem>
===Datatype===
Unsigned integer, 0 .. 65535.
==Toepassing==
* In een programma.
* In programmeermodus.
==Opmerking==
* Ontbreekt in oudere versies van BASIC.
* Ontbreekt in sommige versies van BASIC voor andere operating systems dan MS-DOS en equivalenten.
==Zie ook==
* [[../CALL/]]
* [[{{ROOTPAGENAME}}/Functions/PEEK()|PEEK()]]
* [[../POKE/]]
{{Sub}}
{{Links}}
jkw7tb43uktw083s8q2gjht3h9yulsm
Programmeren in BASIC/Sleutelwoorden
0
46656
425188
2026-05-10T21:16:15Z
Erik Baas
2193
Nieuwe pagina aangemaakt met '==Commando's== {{Kolommen automatisch |columns = 4 |min-width = 18em |inhoud= {{:Programmeren in BASIC/Commando's}} }} ==Functies== {{Kolommen automatisch |columns = 4 |min-width = 18em |inhoud= {{:Programmeren in BASIC/Functies}} }} {{Sub}} {{Links}}'
425188
wikitext
text/x-wiki
==Commando's==
{{Kolommen automatisch
|columns = 4
|min-width = 18em
|inhoud=
{{:Programmeren in BASIC/Commando's}}
}}
==Functies==
{{Kolommen automatisch
|columns = 4
|min-width = 18em
|inhoud=
{{:Programmeren in BASIC/Functies}}
}}
{{Sub}}
{{Links}}
su6663vnkxq7doc7zkjpr4doqratfgu