Wikisource nlwikisource https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina MediaWiki 1.47.0-wmf.9 first-letter Media Speciaal Overleg Gebruiker Overleg gebruiker Wikisource Overleg Wikisource Bestand Overleg bestand MediaWiki Overleg MediaWiki Sjabloon Overleg sjabloon Help Overleg help Categorie Overleg categorie Hoofdportaal Overleg hoofdportaal Auteur Overleg auteur Pagina Overleg pagina Index Overleg index TimedText TimedText talk Module Overleg module Event Event talk Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/210 104 87170 223808 223803 2026-07-02T13:15:20Z WeeJeeVee 2844 tabellen 223808 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||HET PETROLEUM.|177}}</noinclude>{| style="margin: 1em auto 1em auto;" |- |Zuur uit cacaoboter||(stearinzuur)||62° C. |- |{{ditto|zuur}}{{ditto|uit}}{{gap|1em}}palmolie||(palmitinezuur)||62° C. |- |{{ditto|zuur}}{{ditto|uit}}{{gap|1em}}muskaatboter||(myristinezuur)||54° C. |- |{{ditto|zuur}}{{ditto|uit}}{{gap|1em}}cocosboter||(laurinezuur)||48° C. |- |} Dat deze vier zuren, ofschoon uiterlijk schijnbaar zoo gelijk, toch andere stoffen zijn, blijkt ook nog daaruit, dat ze in zeer verschillende hoeveelheid in wijngeest worden opgelost. Wat overigens het scheikundig karakter betreft, zoo zijn de vier bovengemelde verbindingen weder zoo zeer aan elkander gelijk, dat het is, alsof ze eigenlijk slechts één ligchaam uitmaken; en wat nu het merkwaardigste is van alles, zelfs in hare scheikundige zamenstelling is een zeker verband, eene zekere regelmaat zigtbaar, die duidelijk doet zien, dat zij inderdaad, zooals wij in den aanvang zeiden, herhalingen van denzelfden grondvorm of liever nog variaties op hetzelfde thema zijn. Wanneer wij het aantal atomen kool-, water- en zuurstof, die in ééne molecule van de vier producten bevat zijn, met elkaar vergelijken, dan vinden wij het volgende: {| style="margin: 1em auto 1em auto;" |- |Stearinezuur||36 atomen koolstof,||36 at. waterstof,||4 at. zuurst. |- |Palmitinezuur||32 {{ditto|atomen}}{{ditto|koolstof,}}||32{{ditto|at.}}{{ditto|waterstof,}}||4{{ditto|at.}}{{ditto|zuurst}} |- |Myristinezuur||28 {{ditto|atomen}}{{ditto|koolstof,}}||28{{ditto|at.}}{{ditto|waterstof,}}||4{{ditto|at.}}{{ditto|zuurst}} |- |Laurinezuur||24 {{ditto|atomen}}{{ditto|koolstof,}}||24{{ditto|at.}}{{ditto|waterstof,}}||4{{ditto|at.}}{{ditto|zuurst}} |- |} of wanneer wij de schrijfwijze hier invoeren, die bij de scheikundigen in gebruik is, en waarbij door de letter C de koolstof (carbonium), door de letter H de waterstof (hydrogenium) en door de letter O de zuurstof (oxygenium) wordt aangeduid: {{c|Stearinezuur C<sub>36</sub> H<sub>36</sub> O<sub>4</sub></br> Palmitinezuur C<sub>32</sub>, H<sub>32</sub> O<sub>4</sub></br> Myristinezuur C<sub>23</sub> H<sub>23</sub> O<sub>4</sub></br> Laurinezuur C<sub>24</sub> H<sub>24</sub> O<sub>4</sub>}} en zoo zien wij dus, dat elk voorgaand zuur in ééne molecule 4 atomen kool- en waterstof meer dan het volgende bevat, terwijl het aantal zuurstof-atomen gelijk blijft. Tot de reeks, waarvan wij hier vier leden hebben leeren kennen, behooren nog meer stoffen, waarvan één molecule 4 atomen zuurstof en evene en even groote aantallen koolstof- en<noinclude>{{rh|{{gap}}{{smaller|1864.}}||{{smaller|12}}{{gap}}}}</noinclude> grolw865jwriy67qee5b5x5cu35b9qt Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/211 104 87174 223809 2026-07-02T13:20:01Z WeeJeeVee 2844 /* Problematisch */ 223809 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="2" user="WeeJeeVee" />{{rh|178|HET PETROLEUM.|}}</noinclude>en waterstofatomen bevat; doch het zou ons te ver voeren, zoo wij deze hier wilden aanvoeren. Een dergelijk verband als wij tusschen de vier bovengemelde vetzuren hebben aangetroffen, ten opzigte van scheikundige zamenstelling, bestaat er nu ook voor de meeste ligchamen, die in het petroleum voorkomen. Deze bestaan slechts uit kool- en waterstof, en zijn geheel vrij van zuurstof; zij vormen eene reeks van vlugtige ligchamen, waarvan elke molecule twee atomen waterstof meer dan koolstof bevat, zooals men zal zien uit de volgende tabel, waarin de leden dezer reeks met hunne meest kenschetsende eigenschappen zijn neergeschreven: {{image missing}} Wij zien, dat elk volgend lid van de reeks in de tabel opgenomen tevens twee atomen koolstof en waterstof meer in ééne molecule bevat, dan het voorgaande, en dat er eene vrij regelmatige opklimming is in de kookpunten en in de soortelijke gewigten. De verbinding, die wij met C<sub>24</sub> H<sub>36</sub> hebben aangeduid, is geenszins de laatste van de reeks; het petroleum bevat nog meerdere leden daarvan, wier kookpunt allengs tot ver over 300° stijgt; maar deze zijn niet verder onderzocht. Buitendien komen er nog eenige andere ligchamen in kleinere hoeveelheid in voor, zooals eenige procenten paraffine, harsachtige stoffen en enkele, die minder van belang zijn; over de aanwezigheid van benzoi en de stoffen, die daarmede in ééne reeks te huis behooren, vindt men nog steeds verschil van gevoelen. {{nop}}<noinclude></noinclude> 6e93jc8sqtjrlt9bc18scnuhmeeu0wl Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/212 104 87175 223810 2026-07-02T13:22:50Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223810 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||HET PETROLEUM.|179}}</noinclude>Wij hebben boven het verschil tusschen de onderscheidene soorten van petroleum gezocht in hare quantitatieve zamenstelling; nu wij de algemeene bestanddeelen daarvan nader hebben leeren kennen, kunnen wij dit met een voorbeeld nader toelichten. De Amerikaansche aardolie onderscheidt zich door een zeker gehalte aan vlugtige bestanddeelen, die wij boven als de eerste leden der reeks hebben leeren kennen. Zij worden in het petroleum van Birma geheel gemist, maar dit laatste bevat daarentegen eene betrekkelijk groote hoeveelheid paraffine, hars, enz. Het is overigens tot nog toe ondoenlijk, de juiste zamenstelling van eene petroleumsoort op te geven, omdat men nog geene middelen kent om hare bestanddeelen van elkaar te scheiden. {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} {{c|OORSPRONG VAN HET PETROLEUM.}} {{dhr}} De belangrijke rol, die het petroleum sedert de laatste jaren speelt, heeft op nieuw aanleiding gegeven tot discussies omtrent den vermoedelijken oorsprong van die stof en van andere met haar verwante ligchamen. Reeds vroeger waren geologen en scheikundigen in gevoelen verdeeld ten aanzien van de wijze, waarop de vorming van petroleum uit stoffen van organischen aard zou hebben plaats gehad; en men moet bekennen, dat, wat daarover in den laatsten tijd is verhandeld, weinig er toe heeft bijgedragen om eenig meerder licht over deze duistere zaak te doen opgaan. Wij zullen ons daarom hier slechts bepalen tot eene korte uiteenzetting van de twee hypothesen, die, onder meer anderen, de meeste verdedigers hebben gevonden. Volgens eene van deze hypothesen worden het petroleum en de daarmede verwante stoffen beschouwd als ontledingsproduecten van steenkolen, onder bepaalde omstandigheden geboren. Men stelt zich daarbij voor, dat steenkolen bij eene betrekkelijk lage temperatuur, waarvan het echter onmogelijk is de grens te bepalen, eene langzame destillatie hebben ondergaan, en dat de sterke drukking, waaronder zij zich bevonden, vochtigheid en andere omstandigheden daarbij een gewigtigen invloed hebben kunnen uitoefenen. Deze onderstelling is voornamelijk gegrond op de verschijnselen, die bij de destillatie van<noinclude></noinclude> 58xvadga16fyuvxt9uqsmabq2rcsxf2 Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/213 104 87176 223811 2026-07-02T13:24:55Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223811 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|180|HET PETROLEUM.|}}</noinclude>steenkolen bij hoogere temperatuur worden waargenomen. Het is iedereen bekend, dat daarbij lichtgevende gassen ontstaan; maar deze zijn niet de eenigste producten. In de teer, die gelijker tijd wordt gevormd, vindt men een aantal scheikundige verbindingen, waaronder wij vooral het benzol moeten noemen nevens de leden der reeks, die in het petroleum zoo rijk is vertegenwoordigd. Er is dus overeenkomst in bestanddeelen tusschen petroleum en de producten door drooge destillatie van steenkolen verkregen; en het groote onderscheid tusschen de vlugtige bestanddeelen van beiden, is hoofdzakelijk gelegen in de betrekkelijke hoeveelheid der verschillende stoffen, die daarin voorkomen. Terwijl toch de verbindingen van de op bl. 187 opgenoemde reeks in petroleum de hoofdmassa uitmaken en het benzol in elk geval slechts in uiterst geringe mate voorkomt, is dit bij de steenkolenteerolie juist omgekeerd. In hoeverre nu het verschil in temperatuur bij de destillatie kan worden aangewezen als de oorzaak van de verscheidenheid der produkten, is moeielijk te beslissen; zooveel is echter met genoegzame zekerheid uitgemaakt, dat, wanneer men bij de destillatie van steenkolen de temperatuur lager houdt, dan zij gewoonlijk bij het stoken van gas wordt opgevoerd, daarbij het gehalte aan benzol en analoge stoffen vermindert en daarentegen de koolwaterstoffen uit de petroleum-reeks in hoeveelheid toenemen, en niets strijdt dus tegen de onderstelling, dat, wanneer men die destillatie onder zekere omstandigheden, bij nog lagere temperatuur, des noods in het verloop van zeer lange perioden kon doen plaats grijpen, daaruit eene vloeistof zou ontstaan, die aan petroleum gelijk was. Eene tegenwerping van eenig gewigt, die men tegen deze beschouwing heeft ingebragt, is deze, dat, wanneer petroleum in de onmiddellijke nabijheid van steenkolenlagen wordt aangetroffen, deze kolen niet het minste blijk van scheikundige verandering vertoonen en volmaakt gelijken op steenkolen van dezelfde soort, op andere plaatsen gevonden; terwijl men toch zou verwachten, dat, zoo de steenkolen aan zoodanige diepingrijpende verandering waren blootgesteld, men daaraan toch wel hier of daar eenig spoor van die verandering zou bemerken. Van grooter gewigt is de omstandigheid, dat petroleum niet wel in<noinclude></noinclude> dsnc3j8y2741f54de862elqijl34yfi Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/214 104 87177 223812 2026-07-02T13:31:55Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223812 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /> {{rh||HET PETROLEUM.|181}}</noinclude>alle gevallen van steenkolen kan worden afgeleid, daar het ook gevonden wordt op plaatsen, waar op grooten afstand in den omtrek geen spoor van steenkool gevonden wordt. Zoo komt in Canada het petroleum uit de Silurische en Devonische lagen, zoo ontspringen de bronnen van Puy de la Pège in Auvergne uit eene zoetwatervorming, in wier nabijheid geene steenkolen te vinden zijn; en zoo vindt men den muschelkalk van de Vogesen doordrongen van bitumen, dat niet uit steenkolen kan gevormd zijn. De zoo even vermelde feiten zijn voor sommigen van zoo groot gewigt geacht, dat zij liever hunne toevlugt nemen tot eene andere hypothese om het ontstaan van petroleum te verklaren, waarvan de voorname strekking is, die vloeistof, even als alle bitumineuse stoffen, aardhars en dergelijke, te verklaren voor zelfstandigheden, uit planten of lagere dieren, door eene soort van vermolming ontstaan. Wanneer plantaardige stoffen zich onder water bevinden en alzoo de toetreding van de lucht zeer is beperkt, zoo ondergaan zij onder gunstige omstandigheden eene scheikundige verandering, waarvan een der meest belangrijke gevolgen is: de vorming van koolstofrijkere zelfstandigheden Bij ons te lande neemt men dergelijke verandering waar bij de vorming van veen; dit toch is door vermolming uit de overblijfsels van allerhande waterplanten voortgekomen. Maar ook steenkolen zijn op dergelijke wijze ontstaan; en niet zelden treft men onder de kolen van nieuwere vorming vele stukken*aan, waaraan men de structuur van het hout, waaruit het is ontstaan, nog duidelijk kan zien. Die scheikundige verandering, waarvan wij spreken, geeft als gelijktijdige producten behalve water ook nog andere stoffen, zooals, bij voorbeeld, ligt koolwaterstof en andere brandbare gassen, koolzuurgas, enz., waarvan de ontwikkeling vooral bij de vermolming van doode plantaardige stoffen in stilstaande waters kan worden bespeurd. Op eene dergelijke wijze nu kan, volgens de tweede hypothese, de vorming van petroleum verklaard worden. De stof, waaruit het ontstond, is of hout, of andere plantaardige afval geweest, of ook wel eene zelfstandigheid, waaruit ten deele de lagere dieren bestaan, en die met de planten-celstof, zoowel in zamenstelling als eigenschappen, groote overeenkomst heeft. Onder andere omstandigheden als die,<noinclude></noinclude> 89q8h2iiyb2ecw3jw3x91cemn0y8d5q Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/215 104 87178 223813 2026-07-02T13:34:36Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223813 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /> {{rh|182|HET PETROLEUM.|}}</noinclude>waaronder steenkool ontstaat, of welligt gelijktijdig daarmede, kan uit hout elk der bestanddeelen van het petroleum nevens eenige weinige meer eenvoudige verbindingen gevormd zijn; en van de vooronderstelling uitgaande, dat gedurende de zeer lange periode, welke er gedurende die vermolming is verloopen, de omstandigheden nu en dan gewijzigd zijn, kan men zich voorstellen, dat alzoo een mengsel is ontstaan van allerlei stoffen, van welke elk afzonderlijk voor hare vorming bepaalde voorwaarden vereischte. Het zal zeker velen mijner lezers onbegrijpelijk voorkomen, hoe men de algemeen aangenomene theorie omtrent het ontstaan van steenkolen ook op het petroleum heeft kunnen toepassen. Deze stoffen toch hebben in het geheel geene overeenkomst met elkaar, en is het dan niet gewaagd, voor de vorming van beiden ééne zelfde oorzaak aan te geven? Om aan deze bedenking eenigzins te gemoet te komen, moeten wij opmerken, dat, volgens de ondervinding der scheikundigen, een enkele stof, naarmate van de omstandigheid, waaronder zij verkeert, zeer verschillende ontledingsproducten geven kan. Suiker kan door gisting koolzuur en alcohol geven, maar men kan er door gisting onder andere omstandigheden ook melkzuur en boterzuur uit verkrijgen, en nog meer stoffen, die van de opgenoemde weder geheel verschillend zijn. Maar buitendien moeten wij nog wijzen op het belangrijke feit, dat het ligte koolwaterstof, — dat wij onder den naam van moerasgas kennen, omdat het cen hoofdbestanddeel uitmaakt van de gassen, die door de ontleding van plantendeelen in moerassen worden ontwikkeld, — dat mijngas wordt genoemd, omdat het in aanzienlijke hoeveelheden in steenkolenmijnen wordt aangetroffen — dat ditzelfde gas, zeggen wij, ook een hoofdbestanddeel uitmaakt van den gasvormigen inhoud der rotsspleten, waarin het Amerikaansche petroleum wordt aangetroffen; en dat daardoor dus reeds een zeker verband tusschen de vorming van steenkolen en petroleum, als van zelve, wordt aangewezen. Maar het bedoelde feit krijgt nog meer gewigt, wanneer wij de zamenstelling van het ligte koolwaterstof vergelijken met die der hoofdbestanddeelen van het petroleum. Wij zagen in de reeks, op bl. 178 vermeld, als eerste lid een ligchaam opgenomen, waarvan wij de scheikundige zamenstelling<noinclude></noinclude> btikrmu7aikg520k6o2wucjeg56ptpa