Wikibooks nlwikibooks https://nl.wikibooks.org/wiki/Hoofdpagina MediaWiki 1.47.0-wmf.16 first-letter Media Speciaal Overleg Gebruiker Overleg gebruiker Wikibooks Overleg Wikibooks Bestand Overleg bestand MediaWiki Overleg MediaWiki Sjabloon Overleg sjabloon Help Overleg help Categorie Overleg categorie Transwiki Overleg transwiki Wikijunior Overleg Wikijunior TimedText TimedText talk Module Overleg module Event Event talk Platbodemzeilen op een Volendammer Kwak/Veiligheid 0 3125 429181 251682 2026-08-21T09:42:56Z ~2026-45688-33 29772 429181 wikitext text/x-wiki ==PRAKTISCHE VEILIGHEIDSREGELS AAN DEK== ===Verboden zones=== Op sommige momenten zijn bepaalde plekken aan boord verboden terrein, voor iedereen die er niets te zoeken heeft: *zolang de giek alleen in de [[Platbodemzeilen op een Volendammer Kwak/Achtergrondkennis schip#Grootzeil|dirk]] hangt: niemand onder de giek. Er is nu eenmaal altijd gering een risico dat de giek valt. De gevolgen kunnen zeer ernstig zijn. Vergelijk met een kraan; daar mag ook niemand zich onder de hijslast begeven. *bij [[Platbodemzeilen op een Volendammer Kwak/Vaarpraktijk#OVERSTAG|overstaggaan]]: het gebied rond de grootschoot, de roerganger, de klampen in de zij en de omgeving van fokkeschoot en schoothoek. Kortom, laat iedereen zich verzamelen rond de achterste helft van de trog. *op de plecht komen tijdens de vaart alleen mensen die er echt iets te zoeken hebben. Een [[w:nl:reddingsvest|reddingsvest]] is daar verplicht. Blijf zo veel mogelijk aan de hoge kant en maak jezelf klein. Hou de fok in de gaten; hij kan je overboord vegen. *op bepaalde koersen kan de schoothoek van de fok klappen geven (aan-de-wind bij windschiftingen, ruimwinds als er geen stok in de fok staat). De omgeving van schoothoek en schoot is dan verboden terrein. Bij varen over stuurboord: ook de schuine loopplank naar de plecht. *op voordewindse koersen, zolang er geen [[Platbodemzeilen op een Volendammer Kwak/Vaarpraktijk#BULLETALIE|bulletalie]] bijstaat: omgeving van de grootschoot, vanwege het klapgijprisico. *bij manoeuvreren op de motor: het gebied achter de grootschootoverloop, in verband met de bewegingsvrijheid van de roerganger. ===Andere spelregels=== *de roerganger is wettelijk verplicht om iemand op de uitkijk te zetten, als het rechtstreekse uitzicht belemmerd wordt (door de fok meestal). De praktijk heeft meermalen aangetoond, dat dit echt pure noodzaak is. *als er wordt gemanoeuvreerd op de motor, gaan de mensen op de plecht in de “schaduw” van de mast staan, om het uitzicht van de roerganger niet te belemmeren. *bij harde wind kan een pas gestreken fok een sluipmoordenaar zijn. Want hij kan onverwacht opwaaien en veegt dan iedereen van de plecht. Spelregel: blijf kijken naar fok/wind. Niet met je rug in de wind werken. *springen op plecht of deken is verboden. Dit kan lekkende breeuwnaden veroorzaken. *nooit het schip van de wal of van andere schepen (laten) afduwen met handen en voeten. Beknellinggevaar! *let op dat niemand z’n handen tussen het boord en het (gehesen) zwaard houdt. Beknellinggevaar als het zwaard naar binnen kiept. Vooral mensen die rondhangen op de schuine loopplank aan SB hebben die neiging. *kleine kinderen dragen ten allen tijde een reddingsvest. *bij het hijsen van het grootzeil, het losse part alvast losjes (laten) doorhalen met een slag om de knecht. Als de hijsers onverwachts loslaten, zal het zeil dan niet neerstorten. *bij ruimwindse koersen staat er vaak weinig spanning op de grootschoot. De steken rond het hakblok kunnen zich dan ongemerkt loswerken. Het is dan veiliger om de schoot te beleggen op een van de dollen aan lij, niet op het hakblok. *een klapgijp zal op een kwak al heel snel tot schade en/of letsel lijden. Dit moet dus per sé worden vermeden, door een bulletalie op te tuigen als je voor-de-wind moet varen. *laat de gaffel niet op het gestreken grootzeil liggen zonder bindsel. Hij kan gaan zwaaien of van het zeil vallen en iemand verwonden. Als er geen tijd is voor een bindsel: laat de gaffelnok tot op de trog zakken. *let op dat mensen niet gegrepen kunnen worden door uitvierend touwwerk. Nooit in een touwlus gaan staan. *losliggend touwwerk opschieten en/of wegbergen. *rondslingerend servies en bestek opruimen. Bij ruig weer losse spullen zo veel mogelijk in de klaarbak houden. *bij achteruitvaren kan het roer dwarsslaan, met beknellingsgevaar voor de roerganger. Wees hierop bedacht. *iedereen aan boord draagt schoenen; er is anders teveel kans op gekneusde tenen. *bij wedstrijden met charterpassagiers gaat de veiligheid boven het wedstrijdresultaat, meer nog dan bij gewone wedstrijden. *bij het aan boord gaan van de gasten kan de gang (loopplank aan SB, ook wel kippenren genoemd) een risico factor. Men heeft de neiging om er te vroeg af te stappen, waarbij de diepte wordt onderschat. Dit kan vervelende blessures veroorzaken. Om dit te voorkomen, dient een bemanningslid pal naast de gang te gaan staan, eventueel een handje gevend en uitleggen dat je moet doorlopen tot het einde. ==GEDRAG TEGENOVER PASSAGIERS== *geef zelf het goede voorbeeld, door de bovenstaande veiligheidsregels in acht te nemen. *probeer zo min mogelijk heen en weer te schreeuwen tussen voor- en achterdek. Dit geeft een foute sfeer en maakt een onprofessionele indruk. Het is bijna nooit nodig, als iedereen z'n taken beheerst en er vooraf overlegd is over de dingen die moeten gebeuren. *probeer zo veel mogelijk te vooraf te vertellen wat je gaat doen en waarom. *bij ongelukken of noodsituaties: blijf kalm, geef heldere en korte instructies, probeer mensen gerust te stellen, laat je niet meeslepen in de paniek van anderen. *hou goed in de gaten of er mensen zijn die het niet naar hun zin hebben. Bijvoorbeeld door angst, kou of [[w:nl:zeeziekte|zeeziekte]]. Speel hier tijdig op in met persoonlijke aandacht. *zolang er gevaren wordt, drinkt de (kern)bemanning geen [[w:nl:alcoholische_drank|alcohol]]. Hou een oogje op overmatig drankgebruik van passagiers. ==MAN OVER BOORD== Bij onze [[w:nl:skûtsje|skûtsje]]-collega’s is het de laatste jaren gebruikelijk, om het oppikken van overboord gevallen bemanningsleden uit te besteden aan volgboten en toeschouwersboten. Voor zoiets onbenulligs als een MOB-tje zetten ze hun klassementspositie niet op het spel. Wij kwakkenvaarders zijn nog niet zo progressief in onze opvattingen. We proberen nog steeds om onze MOB-tjes zélf te redden. We hebben geen dwingend voorgeschreven MOB-procedure. Elke schipper moet voor zichzelf bepalen, welke MOB-taktiek hij onder bepaalde omstandigheden zou toepassen. In een MOB-situatie zijn er ruwweg drie belangrijke fases te onderscheiden: #drenkeling zoeken en continu visueel contact mee houden #drenkeling benaderen met het schip #drenkeling aan boord brengen In fase 1 zijn een paar zaken van belang: *meteen iemand opdragen om de drenkeling onafgebroken aan te blijven wijzen. Letterlijk! *zo snel mogelijk een werpboei richting drenkeling gooien. Bij nacht: een boei met een drijflicht. De lijn aan de boei NIET met het schip verbinden; die dient alleen om de drenkeling meer trefkans te geven. *het schijnt ook nuttig te zijn, om ZWEMMEN te roepen naar de drenkeling. Door de schrikreactie kan hij/zij dat namelijk vergeten! *de kaartpositie moet genoteerd worden. Bij een [[w:nl:GPS|GPS]] gaat dat met één druk op de rode MOB-knop. *bij duisternis: haal het zoeklicht tevoorschijn. *daarna is het zaak om de kustwacht te waarschuwen via [[w:nl:VHF|VHF]] kanaal 16; behalve wanneer je absoluut zeker weet dat de drenkeling het een flinke tijd kan uithouden in het water (goede zwemmer zonder paniek of verwondingen, warm water, weinig golfslag). Over fase 2, het benaderen van de drenkeling, bestaan veel verschillende opvattingen. Die discussie heeft dan een paar kernpunten: bovenwinds of benedenwinds naderen? Op zeil of op motor? Indien op zeil: welke manoeuvre voor je uit om op het goede punt uit te komen? :Mijn persoonlijke aanpak zou zijn: motor starten. Kop in de wind en onmiddellijk de zeilen strijken. Opstomen tot iets bovenwinds van de drenkeling. Dan de schroef uit z’n werk en de botter naar de drenkeling laten verlijeren. Aan boord nemen ter hoogte van de achterlaningen. :Waarom niet op de zeilen? Met een logge kwak valt het niet mee om zeilend een correcte MOB-manoeuvre uit te voeren. Als je de eerste keer gelijk goed uitkomt, mag je gerust spreken van een toevalstreffer. En een tweede of derde poging kost ontzettend veel kostbare tijd. Dan liever het beheersbare gevaar van een draaiende schroef. Ook fase 3, het aan boord nemen, kent eindeloos veel varianten. Veel hangt af van het type schip. Een kwak heeft achteraan een redelijk laag vrijboord. In de kraag grijpen is zeker een optie. Er is ook een losse zwemtrap aan boord. Die kan overboord worden gehangen zodra de gang uit het schip is. Hijsconstructies, bijvoorbeeld met de grootschoot of met een zeil dat onder de giek in het water hangt, lijken op papier misschien fraai, maar blijken in de praktijk meestal onnodig ingewikkeld. De drenkeling die terug aan boord is, zal in veel gevallen kampen met [[w:nl:hypothermie|onderkoeling]]. Remedie: afdrogen, warme kleren aan, warme alcoholvrije dranken toedienen, lichaamswarmte delen (samen in een slaapzak), slachtoffer goed in de gaten houden (kans op hartproblemen), medische hulp inroepen. ==EHBO== Schippers, die in bezit zijn van Groot Vaarbewijs of Zeilbewijs, moeten ook verplicht een cursus [[w:nl:EHBO|EHBO]] of [[w:nl:Bedrijfshulpverlening|Bedrijfshulpverlening]] hebben gevolgd, om als bevoegd schipper te mogen varen. Aan boord is een uitgebreide verbanddoos aanwezig. Het blijkt praktisch te zijn, als er daarnaast nog een kleine verbanddoos is voor de “dagelijkse” schrammen en snijwondjes. Medische assistentie op afstand kan worden ingeroepen via de kustwacht, VHF kanaal 16. ==VLUCHTHAVEN ZOEKEN== Als er [[w:nl:onweer|onweer]] of [[w:nl:mist|mist]] dreigt, is dit reden om snel een (vlucht)haven op te zoeken. Het zijn gevaarlijke weertypes op zee. Het kan ook gebeuren, dat een bemanningslid wordt uitgeschakeld, bijvoorbeeld door ziekte, blessures, of omdat hij onverwachts al zijn aandacht voor de gasten nodig heeft. Bij een tweekoppige bemanning moet de overgebleven man dan zelfstandig het schip zo snel mogelijk naar een haven kunnen varen. Daarvoor moet hij weten: *wat is de actuele positie van het schip? *welke havens zijn in de buurt ? *welke daarvan is de meest geschikte vluchthaven, gezien de afstand en het weer ? *hoe zet je [[w:nl:koers (richting)|koers]] naar die haven? Ook van de maat mag dus verwacht worden dat hij zich van te voren oriënteert op de tochtplanning en dat hij zich steeds bewust blijft van de positie, uitwijkmogelijkheden, weersveranderingen enzovoorts. Eenmaal in de (vlucht)haven, moet een maat in staat zijn om zonder hulp van de schipper verbinding met de wal te maken. Vakbekwaam aanleggen volgens de regelen der kunst is niet nodig, als je maar veilig en schadevrij een ligplaats weet te bereiken. <!--::[[Platbodemzeilen op een Volendammer Kwak|'''Terug naar beginpagina''']] {{dubbel}}--> <!-- ----------- Hieronder onderhoudsmeldingen -------------- --> {{sub}} 7wse3isjxhxiuvrnq9p4bqllda993ve Kookboek/Kroketten en bitterballen 0 11590 429180 428775 2026-08-20T13:26:23Z Kuddekop 28509 429180 wikitext text/x-wiki {{Infobox recept | Afbeelding = [[Bestand:2024-05-20 Groentekroket.jpg|300px]] | Onderschrift = Groentenkroketten | Naam = Kroketten en bitterballen | Categorie = Voorgerecht | Porties =ca. 8 kroketten | Energie = | Tijd = 'n uurtje | Stippen = 3 }} Met dit recept bereidt men allerlei soorten kroketten, [[Kookboek/Bitterballen|bitterballen]], en ragouts. Het verschil zit hem in de vulling, en de hoeveelheid en soort vloeistof. Zie onderaan deze pagina onder variaties de verschillen. ==Ingrediënten== *50 gr boter. *60 gr bloem. *Circa 300 ml vloeistof: {{Kb|bouillon}}, [[Kookboek/Melk|melk]], of groentenat (afhankelijk van het soort kroket of bitterbal). *Circa 250 gr vulling (aanpassen aan het soort, bijvoorbeeld: [[Kookboek/Vlees|vlees]], [[Kookboek/Vis|vis]], [[Kookboek/Groenten|groente]] of [[Kookboek/Kaas|kaas]]) *een halve kleine {{Kb|ui}} *{{Kb|room}} of {{Kb|crème fraîche}} *[[Kookboek/Peper|Peper]] en [[Kookboek/Zout|zout]] *1 [[Kookboek/Ei|ei]] *1 [[Kookboek/Bouillonblokje|bouillonblokje]] (pas het soort aan het gerecht aan) *[[Kookboek/Kruiden en specerijen|Kruiden]] (aanpassen aan het gebruikte hoofdingrediënt). *{{Kb|paneermeel}} *om het opstijven te bevorderen kun je er eventueel een in koud water geweekt blaadje {{Kb|gelatine}} aan toevoegen. ==Bereiding ragout== #Verwarm de vloeistof tot tegen het kookpunt en houd hem warm. #Maak een [[Kookboek/Roux|roux]] door de boter in een pan te laten smelten. Voeg de bloem toe en blijf roeren tot het mengsel kookt en laat het even doorkoken. (Laat het echter niet kleuren, de saus zou dan bruin in plaats van blank worden). Hierna iets laten afkoelen. #Schenk er nu een flinke scheut hete vloeistof bij en roer het mengsel met een garde glad. #Zet de pan terug op het vuur en voeg, onder voortdurend roeren, zoveel vocht toe dat een zeer dikke saus ontstaat, (de bindkracht kan per soort bloem verschillen, je hoeft dus niet per se alle vloeistof te gebruiken!) en laat dit eventjes zachtjes doorkoken. Breng de saus op smaak met peper en zout en voeg er de passende kruiden aan toe. #Roer er nu de kleingesneden vulling en een flinke eetlepel crème fraîche of room door, en breng het geheel weer even aan de kook. #Stort de saus in een platte schaal, dek de ragout af met folie, en laat hem in de koelkast door en door opstijven. ==Het vormen van de kroketten en bitterballen== #Klop het ei met wat water los en schenk het in een diep bord. Doe in een ander bord een dikke laag paneermeel en zet een snijplank met daarop een laagje paneermeel klaar. #Kijk of er tijdens het afkoelen een vel op de ragout is ontstaan. Als dat zo is, de ragout eerst even met een houten lepel doorroeren. #Verdeel de ragout in 6 tot 8 gelijke porties (voor bitterballen circa 20 kleine porties) en leg deze op de met paneermeel bestrooide snijplank. #Neem wat paneermeel in je handen en vorm van deze porties mooie ronde ballen. Rol deze door het paneermeel zodat ze aan alle kanten bedekt zijn, en leg ze terug op de snijplank. #Rol de ballen in kroketvorm, en wentel ze grondig een voor een door het losgeklopte ei (alle kanten moeten met ei bedekt zijn, als er stukjes worden overgeslagen lopen de kroketten tijdens het bakken leeg!). En wentel ze opnieuw door het paneermeel, zodat een geheel gesloten laag om de vulling ontstaat (de "kopse" kanten niet vergeten!). #Zet de kroketten tot gebruik in de koelkast. *Laat de kroketten zeker afkoelen voordat je ze gaat bakken, dat maakt het frituren makkelijker. *In de koelkast kan je ze een dag (of 2) bewaren. *In de vriezer kan je ze langer bewaren, bij 4-sterren vriezers tot een maand of langer. ==Het bakken ([[Kookboek/Frituren|frituren]])== *Verhit in een [[Kookboek/Frituurpan|frituurpan]] of een friteuse vloeibaar frituurvet of frituurolie tot ongeveer 175-180 °C *frituur de kroketten of bitterballen uit de koelkast in ongeveer 5 tot 6 minuten goudbruin. *Bevroren, uit de vriezer, in ongeveer 6 tot 8 minuten. *Laat ze uitlekken op een laag keukenpapier. ==Serveersuggesties== *Voor het aan tafel nuttigen: Serveer ze op een platte schaal, bekleed met een papieren servet en eventueel versierd met een takje peterselie. *Voor het uit de hand eten: Serveer het tussen een wit-bolletje als broodje-kroket. *Serveer eventueel wat mosterd bij de kroketten of bitterballen. *Bij bitterballen wordt als gereedschap/bestek vaak een houten prikkertje gebruikt. ==Variaties== ;Rund- of kalfsvleeskroketten en -bitterballen :in kleine stukjes gesneden gaar rund of kalfsvlees, ui, runderbouillon, room, nootmuskaat en peterselie. ;Kipkroket : stukjes gaar kippenvlees, kippenbouillon, room, ui, {{Kb|foelie}} of eventueel kerrie (kip-kerriekroket). ;Vis- of garnalenkroketten en -bitterballen :kleine stukjes gare garnaal of witvis, ui, visbouillon, room en viskruiden, zoals b.v. dille, zie ook [[Kookboek/Garnaalkroketten|Garnaalkroketten]] ;Kaaskroket en -bitterbal :geraspte oude kaas, blokjes belegen kaas, melk, nootmuskaat en peterselie (zie ook het [[Kookboek/Kaaskroketten|recept voor kaaskroketten]]). ;Groentenkroketten en -bitterballen :kleine stukjes, verschillende soorten geblancheerde harde groente, zoals, courgette, winterwortel, ui, paprika, knolselderij, bloemkool, aubergine en champignons, groenten/kruidenbouillon, room, paprikapoeder, tomatenpuree, en verse groene kruiden. ;Goulashkroketten : stukjes gaar rundvlees, ui, paprikapoeder, knoflook, tomatenpuree en wat {{Kb|p=karwijzaad|kummel}}, runderbouillon. ;Aardappelkroketten : Aardappelpuree in een dusdanige stevigheid dat er kroketten van te vormen zijn. In de regel zijn aardappelkroketten ongeveer de maat van een bitterbal, maar wel in cilindervorm zoals een kroket. Bij rund-, kalfsvlees-, goulash-, vis-, kip- en garnalenkroketten de ui en bij de groentekroketten alle groenten eerst even in de boter aanfruiten en zacht laten worden voordat de bloem wordt toegevoegd. Bij de groentekroketten is, omdat de groenten flink wat vetstoffen opnemen, wat meer boter nodig. Door wat meer vloeistof te gebruiken, ontstaat een ragout (zie daarvoor ook [[Kookboek/Ragoût|Ragoût (recept)]]). Vul hiermee bijvoorbeeld pasteibakjes en gebruik deze als voorgerecht. {{Sub}} {{Navigatie recepten}} [[Categorie:Voorgerecht|Kroketten en bitterballen]] [[Categorie:Broodbeleg|Kroket]] [[Categorie:Snack|Kroket]] rk2tx4gzg1y12f7n49gwlcifdg9g8ms Leer jezelf ecologisch tuinieren/Algemeen 0 13875 429179 428501 2026-08-20T13:23:19Z Kuddekop 28509 spaties verplaatst 429179 wikitext text/x-wiki {{Index Leer jezelf ecologisch tuinieren|Afbeelding=Tuincairn.jpg}} {{Groen}}<span style="font-size:10pt;">'''Weet je dat...'''</span><span style="font-size:8pt;font-family:verdana;">Een cairn (steenmannetje) ontstaat doordat reizigers, die onherbergzame gebieden doorkruisen, de gewoonte hebben om onderweg stenen op te rapen en ze toe te voegen aan het eerstkomende steenmannetje dat ze tegenkomen.</span> <div style="text-align:right;"><span style="font-size: small;">''Begin van een steenmannetje in de tuin van de auteur''</span> →</div>{{Einde}} [[Afbeelding:Viola x wittrockiana dsc00949.jpg|thumb|400px|Jardin des Plantes in Parijs, Frankrijk.]] == Indeling van de tuin == Bepaal als eerste wat je met je tuin wilt. Natuurlijk is dat afhankelijk van de beschikbare ruimte (als je zelfvoorzienend wilt leven heb je al snel een hectare per persoon nodig) , maar zelfs bij een balkon kan je een keuze maken. Plantenbakken met kruiden of bloemen aan de reling? Bakken of potten op het balkon zelf? Hangende tuinen geven ook een mooi effect (denk wel om de benedenburen). Bevestig balkonbakken stevig zodat ze bij harde wind geen gevaar op kunnen leveren voor passanten.<br> Dan de 'gewone' tuin. Overleg eerst met jezelf (en eventuele andere gebruiker*s) waar de voorkeur naar uitgaat en de grootte van de diverse onderdelen, wat vind je het belangrijkst. Neem daar de tijd voor. Zeker bij een grote tuin. Je kan nog wel wat veranderen, maar eenmaal groot gegroeide bomen krijg je niet zomaar verplaatst.<br> Maak een ruwe schets van de oppervlakte, geef aan wat er al staat (bebouwing, maar ook beplanting die je wilt/moet laten staan) en teken daarop in waar je wat wilt hebben. Een paar richtlijnen zijn (indien mogelijk) wel van toepassing. We beginnen aan de N-W kant van de tuin met wat voorbeelden. # Wil je brandhout voor je houtkachel? Plant aan de N-W zijde een rij hoge(re) bomen als [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Els|els]], [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Wilg|wilg]], [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Den|den]], [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Eik|eik]], [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Beuk|beuk]], [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Populier|populier]] enz. Het snoeihout levert je brandstof en de bomen breken de harde noordwesterstormen en ze staan niet in de weg voor de inval van het zonlicht in je tuin. # Wil je kleinfruit? Plant voor de bomen een rij (bessen)struiken. Bijvoorbeeld [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Braam|braam]], [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Framboos|framboos]], [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Aalbes|aalbes]], [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Kruisbes|kruisbes]], [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Bosbes|bosbes]] enz. Deze struiken voelen zich prima thuis aan de bosrand in de zon en ze houden de wind, die onder de bomen door waait tegen. # Wil je [[../Dieren#Bij|bijen]]? Dan is de beste plaats voor de [[../Dieren#Bijenkast|bijenkasten]] voor deze struiken. De vliegopening richt je naar het zuidoosten. Zo staan ze goed beschut en zorgen voor bestuiving van het hele tuinoppervlak. # Wil je fruitbomen? Denk daarbij aan [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Kers|kers]], [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Peer|peer]], [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Appel|appel]], [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Pruim|pruim]] enz. Plant deze het liefst ruim voor de bovenstaande opstelling. Let op dat er voldoende zon is voor de bessenstruiken. De bijen (bestuiving) verplaatsen zich het beste als de bomen in ruitvorm staan. Dus rijtje bomen, de tweede rij versprongen daartussen enz. In verband met lichtval moet de afstand N-Z iets groter zijn dan O-W. Zorg het liefst dat de O-W lijn zo veel mogelijk open is om de bomen te laten drogen bij nat weer. Hoogstambomen verdienen de voorkeur, maar hebben wel een ruimte van ongeveer acht meter nodig.<br> Aan de Z-O kant zo veel mogelijk open (of lage aanplant) om het zonlicht te benutten. Aan de Z-W kant wat windbrekende struiken planten als [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Meidoorn|meidoorn]], [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Lijsterbes|lijsterbes]], [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Krentenboom|krentenboompje]], [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Hondsroos|hondsroos]], [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/Haagbeuk|haagbeuk]] enzovoorts, die je door snoeien laag houdt. Het snoeihout gebruik je voor een vuur of de composthoop. # Wil je een moestuin? De ruimte voor de moestuin situeer je op een zonnige plek. Veel gewassen hebben zon nodig. Een voorbeeld van de indeling zie je in het hoofdstuk [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/De moestuin#Teeltwisseling|De moestuin]]. De composthoop kan je het beste in de buurt van de moestuin opbouwen. dat scheelt een hoop gesjouw. Plant aan de Z-W zijde wel een paar struiken want de compost moet in de schaduw liggen. # Wil je een kruidentuin? Deze kan je het best vlak bij huis houden, bijvoorbeeld in een rand om het huis heen. Om ze vers te gebruiken als keukenkruid of thee moet je namelijk steeds wat oogsten. de teelt van kruiden vergt niet veel ruimte en wordt daarom veel gedaan in bakken op het balkon of in de keukenvensterbank. # Wil je een [[../De siertuin|bloementuin]]? Ook alweer afhankelijk van de ruimte maak je een of meerdere borders met (wilde) bloemen en planten. Doe dit op verschillende plekken, in de zon, halfschaduw en schaduw, hoog en laag, droog en vochtig. Zo krijg je een diversiteit aan soorten. # Wil je een waterpartij? In [[Leer jezelf ecologisch tuinieren/De siertuin#Waterwerken|De siertuin]] staat beschreven hoe je een [[../De siertuin#Vijver|vijver]] of andere waterpartijen kunt maken in je tuin. Het voegt een ecologische waarde aan de tuin toe. [[../Waterplanten|Waterplanten]], [[../Dieren#Kikker|kikkers]], [[../Dieren#Pad|padden]], [[../Dieren#Libel|libellen]] om er een paar te noemen. Weinig ruimte? Een kleine modderige kuil [[../De siertuin#Paddenpoel|(paddenpoel)]] is ook al heel wat. # Wil je [[../De siertuin#Speelwerktuigen|speelruimte]]? Vooral als je kinderen hebt is dit van groot belang. Een grasveld(je), een zandbak, speeltoestellen. Dit kan prima in de 'boomgaard'. Houd wel een cirkel om de fruitboom vrij van gras, ze kunnen er slecht tegen. Bestem een hoge boom voor een [[../De siertuin#Boomhut|boomhut]] en je hebt geen kind aan ze, zeker niet als de appels eenmaal 'voor de deur' hangen. # Verder zou je misschien nog [[../Dieren#Kip|kippen]] willen houden en natuurlijk laat je die scharrelen en stop ze niet in een legbatterij. Dit is wel goed te combineren met de 'boomgaard' als je die niet als speelplaats gebruikt. Onder de bomen is meestal 'verloren' ruimte, waar kippen scharrelen groeit meestal niet veel en gras is slecht voor fruitbomen. Verder is het (van boom naar boom) makkelijk te omhekken. Ook (als je nog groter denkt) is dat een prima plek voor een [[../Dieren#Geit|geit]] of zo. Bescherm je bomen dan wel met gaas om de stam. == Kas of bak? == [[Afbeelding:Broeibak dubbel.JPG|thumb]] Gestookte kassen worden dag en nacht warm gehouden, en sommige planten moeten zelfs dag en nacht licht hebben. Dit kost veel energie. In dit boek wordt dit pertinent afgewezen. Er wordt uitgegaan van gewassen die in het seizoen groeien waarin en waar ze thuishoren. De enige uitzondering die gemaakt wordt om de seizoenen enigszins te verlengen en plantjes op te kweken is de vensterbank en de 'koude' kas of bak. De zon doet de rest.<br> Voor alle drie de mogelijkheden geldt dat er regelmatig gelucht moet worden want een plant (ook het zaad) is levend materiaal.<br>Om te voorkomen dat de planten krom groeien (naar de zon) zetten we een spiegel achter de planten of bekleden de achterzijde (noordkant van de kas of bak) met aluminiumfolie. De plant wordt van achteren belicht en krijgt geen slappe, kromme stengel. === Vensterbank op het zuiden === Als je een raam op het zuiden hebt kan je hierachter heel goed pootgoed opkweken. Eventueel zet je de potjes in een op de zijkant geplaatste (groenten)kist waarvan je de bodem (nu de achterkant) hebt beplakt met aluminiumfolie. Als er in de betreffende (leef)ruimte gestookt wordt benut je zo de warmte dubbel. === Kweekbak === Het eenvoudigst is een rechthoek van vier planken op de grond, waarvan de achterkant hoger is dan de voorkant (zuiden) en de zijkanten schuin afgezaagd worden. De hoogte is afhankelijk van het soort gewas dat je wilt telen. Daarop leg je een of meer ramen of glasplaten (vraag bij de afbraak van een woning of je de ramen mag hebben en pas daar de afmetingen van je bak op aan). De noordkant bekleed je met spiegelglas of aluminiumfolie.<br>Denk eraan regelmatig te luchten en water te geven. Dit laatste hoeft bij koude niet zoveel, het weinige wat verdampt slaat neer op de glasplaat en blijft in de bak. Hang een thermometertje (in de schaduw) in de bak en til de glasplaten op of schuif ze naar boven als de temperatuur te hoog oploopt. Let ook op dat de glasplaten niet kunnen wegwaaien.<br> Een {{Wp|Broeibak|broeibak}} werkt nog beter. Graaf een kuil van 40-80 centimeter diep en 50&nbsp;cm breed en gooi daar de mest of stro in, daarover 25 centimeter aarde en je bent zo'n twee maanden verzekerd van de vrijkomende warmte. Bij paardenmest kan die temperatuur de eerste weken oplopen naar meer dan 30&nbsp;°C. === Ingegraven kweekbak === Voordeel van een bak die je een aantal decimeters tot een meter ingraaft is dat je gebruikmaakt van de aardwarmte (op zo'n 60 centimeter diepte vriest het (nog) nooit), nadeel is dat je bij de laagstaande zon (want in die periode gebruik je de bak het meest) veel last hebt van slagschaduw. Dit kun je voor een deel weer ondervangen door het plaatsen van spiegels aan de noordzijde in de kuil. === Kas(je) op stahoogte === Dit werkt natuurlijk het prettigst, je kunt erin staan en diverse etages maken voor potjes met zaaigoed. Een belemmering kan de grootte zijn. Je hebt ruimte nodig om bewegingsvrijheid te hebben en het glasoppervlak is niet mis. De noordzijde kan van hout zijn, maar de andere 'muren' en het dak moeten van glas zijn. Houd wel het onderste randje van steen of hout.<br> Ook fijn is dat je klapraampjes kan verwerken die voor de beluchting zorgen. Eventueel kan je ook (heel luxe) zonwering aanbrengen om de boel te regelen. === Broeiheuvel === Een broeiheuvel maak je meestal voor gewassen die moeilijk in Nederland ontkiemen en groeien, bijvoorbeeld meloen en courgette.<br> Graaf een geul van 10&nbsp;cm diep en vul die op met organische mest. In deze heuvel stop je op een afstand afhankelijk van de gewassoort een zaadje. Als het plantje 10&nbsp;cm hoog is, dun je ze uit. == Zaaien == Als je pas met tuinieren begint en je wilt geen (on)kruidverdelgers gebruiken, zaai dan (voorlopig) op een rij. Je kan zo makkelijker het gewenste van het ongewenste onderscheiden en door verwijdering van het ongewenste voorkomen dat de boel overwoekert.<br>Wel heeft dat wat nadelen. Insecten zijn vaak rechtlijnige dieren. Dat moet je maar eens met een kever uitproberen door een takje in de weg te leggen. Vindt zo'n beest het ene plantje dan vindt zij/hij ze allemaal, wel kan je hem/haar in de war brengen met af en toe een plantje van de goede buren lijst.<br> Vogels eten graag zaad. Zaai bij voorkeur als ze naar bed zijn en dek het zaadje een beetje toe. Neem wel biologisch zaad, het zaad uit de reguliere handel is vaak hybride en daarvan zijn de nakomelingen niet vruchtbaar. Hybride betekent ''een nauwe vermenging van ongelijksoortige zaken'', dus een kruising tussen twee soorten. Ga niet in de grond zitten 'woelen' (zie [[#Grondbewerking|Grondbewerking]]) === Kiemkracht === Zaad heeft een bepaalde kiemkracht. Na de zaadwinning is het eerste jaar praktisch al het zaad kiemkrachtig en vormt dus onder normale omstandigheden een plantje. Daarna neemt de kiemkracht af. Soms gebeurt dat vrij snel, bij de meeste gewassen over een paar jaren. Als bij de gewasbeschrijving is aangegeven dat de kiemkracht 3 is, dan betekent dat in het derde jaar nog ongeveer 70% kiemkrachtig is. Door altijd zaad van verschillende jaren te nemen kan je de oogsttijd spreiden.<br> Het is nuttig om de kiemkracht van de (zelf gewonnen) zaden te kennen. Een leuk werkje tijdens de wintermaanden. : Neem 10 zaden van een (groente)soort en leg die op vochtig vloeipapier of een linnen doek. : Leg dit in een diep bord en dek het af met huishoudfolie. : Zet de schotel in een verwarmde omgeving (15-20 graden). : Noteer de juiste 'zaaidag' en de 'normale' tijd die aangegeven is als kiemtijd. : Tel de zaden die gekiemd zijn en vermenigvuldig die met 10. : Dat geeft de juiste kiemkracht in %. : Zaden die later kiemen geven vaak zwakke planten die snel vatbaar zijn voor ziekten en insecten. === Kiemtijd === Hiermee wordt aangegeven hoeveel dagen het gemiddeld duurt voordat het zaad begint te ontkiemen. Uiteraard is dat bij elke zaadsoort verschillend. === Voorkiemen === Neem het zaad wat je wilt gaan zaaien en zet dat in bakjes een etmaal (24 uur) onder water om het voor te weken. Trucje van de imker: voeg een mespuntje honing toe aan het weekwater, dan kiemen je zaden eens zo snel. Groot zaad spreid je uit tussen vochtige lappen en klein zaad meng je met wat vochtig scherp zand. Zet het warm weg en houdt het vochtig tot de kiempjes verschijnen. Stop de zaadjes voorzichtig in de aarde zonder de kiempjes te breken. Het best gaat dit met een stokje een kuiltje maken (met zaagsneetjes kan je er een maatverdeling op maken voor de zaaidiepte), leg het zaadje hierin en bedek het met wat grond. === Breedwerpig zaaien === Met de hand gelijkmatig uitstrooien van het zaad. Kan bijvoorbeeld met worteltjes over een bed of gemengd zaad voor een wilde bloementuin. Als er nog veel (on)kruidzaad in de grond zit kan je beter op een rijtje zaaien om een onderscheid te kunnen maken. Groenbemesters kan je altijd breedwerpig zaaien. === Zaaidiepte === Een vuistregel is dat de dikte van de grond die op het zaad komt te liggen net zo groot is als de dikte van het zaad zelf. In de tuinkalender staat bij het gewas aangegeven hoe diep het zaad de grond in moet. Met een (zelfgemaakt) pootstokje gaat dit heel handig. === Leeftijd === Je hebt éénjarige, tweejarige en overblijvende (vaste) planten. Als je de éénjarige in het voorjaar zaait, bloeit en sterft die in hetzelfde jaar. Als je met deze plant door wilt gaan moet je dus in hetzelfde jaar zaadwinnen.<br> De tweejarige bloeit meestal pas in het jaar erop. Het eerste jaar vormt zich alleen een plant. Zaad winnen doen we dan in het tweede jaar.<br> De overblijvende of vaste plant groeit steeds meer uit na het zaaien en vermeerderen doe je door scheuren, afleggen, stekken of zaadwinnen.<br> In de tuinkalender staat de leeftijd bij elk gewas vermeld. == (Uit)planten == Als je plantjes koopt haal je die voorzichtig met kluit uit het potje. Soms zijn kweekpotjes van organisch materiaal (perspotjes) gebruikt. Die kunnen met pot en al de grond in. Hou de onderstaande richtlijnen aan.<br> Zaaigoed dat je zelf hebt opgekweekt in potjes behandel je op dezelfde manier. Als je in de grond hebt gezaaid, graaf je met een plantschepje een kluitje aarde met het plantje uit en poot het op de bestemde plek. Houd wel de aangegeven afstanden aan. Het is niet goed voor de plant als je moet blijven verpoten omdat ze te dicht op elkaar bleken te staan. === Afharden === Zaaigoed dat in de bak of kas is opgekweekt kan beter langzaam wennen aan de koudere buitenlucht. Zet de ramen steeds langer open. Dan pas naar buiten overplanten. Als er planten instaan die nog warmte nodig hebben, zet je diegenen die je overplanten wilt steeds een beetje langer buiten de bak of kas. === Verspenen === Dit betekent dat je vrij snel na de opkomst van het zaad het plantje verpoot, bijvoorbeeld om ze een sterkere stengel te geven. Soms gebeurt dat meer dan een keer en meestal met plantjes die in de kas of bak opgekweekt worden. Uiteindelijk worden ze dan op de bedoelde plek gepoot. === Plantafstand === Hiermee wordt aangegeven de afstand tussen de planten onderling. Dit is gebaseerd op de volwassen plant zodat ze elkaar in de groei niet verdringen. === Rijafstand === Dit is de afstand tussen de rijen met dezelfde soort gewas. Hierbij is gerekend een voldoende afstand om de kunnen uitgroeien en een kleine ruimte om jezelf tussen de rijen te kunnen bewegen. === Uitdunnen === Na het zaaien moet je de zwakste plantjes uit de grond trekken om de anderen genoeg ruimte te geven. Blijven ze dan nog te dicht op elkaar staan dan zal je aan het overpoten moeten. == Zaai- en planttijd == Dat is voor elk gewas verschillend en staat bij elke gewasbeschrijving in de tuinkalender aangegeven. Wel is het voorjaar een drukke periode wat het zaaien betreft. Zaai bij voorkeur in de avonduren als de vogels slapen en de zon niet te fel meer is. Sowieso is het beter bij wat vochtig weer te zaaien.<br> De zaaitijd van sierplanten en bloemen zijn niet altijd specifiek in de kalender genoemd. Meestal worden sierplanten in het voorjaar gezaaid. In het [[../Register|register]] kan je alle gegevens van de sierplanten opzoeken. Bij de gewassen staat vermeld of ze een- (1), twee- (2) of meerjarig ('O'verblijvend) zijn. === Eenjarige planten === De meeste eenjarige planten voor de siertuin kunnen vanaf half april tot mei rechtstreeks buiten worden gezaaid. Je kan ze wat vervroegen door ze onder glas op te kweken en dan uit te planten. Sommige soorten verdragen geen vorst en worden dan in maart-april onder glas gezaaid of in mei direct buiten. Soms zaaien ze zichzelf uit, maar het is beter wat zaad te winnen van de uitgebloeide bloemen en dat het jaar erop weer uit te zaaien. Het voordeel is dat je kan selecteren op zaad van mooie sterke planten en bepaalde kleuren kan kweken. === Twee- en meerjarige planten === Tweejarige planten gaan pas in het tweede jaar bloeien. Deze kunnen in voorjaar of zomer worden gezaaid. Na de bloei sterven ze af en zaaien zich (meestal) zelf weer uit. Laat dus altijd wat jonge plantjes staan voor de bloei van het jaar erop. Ook kan je voor de zekerheid wat zaad opvangen en bewaren.<br> Meerjarige soorten kunnen jaren achtereen op dezelfde plek blijven staan. Afhankelijk van de tijd waarin gezaaid werd komen ze soms nog datzelfde jaar in bloei of anders het jaar erna. Het beste is eerst op een zaaibed te zaaien in het voorjaar of zomer en dan later op de juiste afstand en plaats uit te planten. === Maan en planeten === [[Afbeelding:Lunar libration with phase2.gif|thumb|Animatie van de maanfasen]] [[Afbeelding:Mond Phasen.svg|thumb|left|350px|Vanaf 1 tot 5 zijn schijngestalten van een wassende maan en daarna van een afnemende maan (Noordelijk halfrond).]] Er bestaan diverse zaaikalenders die ook van de stand der planeten en hun invloed op de plantengroei aangeven. We houden ons hier alleen bezig met de stand van de maan omdat die duidelijk waarneembaar is en ook logisch. Eb en vloed, de periode van de vrouw, het trekken van de vissen, het zijn voorbeelden van de invloed die de {{Wp|schijngestalten|schijngestalte}} van de maan heeft.<br> De cyclus van de maan duurt iets meer dan 28 dagen. Op de meeste kalenders staat wel aangegeven wanneer het volle maan is.<br> De maaninvloed blijkt het sterkst te werken op de sapstroom van de plant. Ook (bomen) snoeien doe je dus het best bij afnemende maan. === Gewassoort === Om te bepalen met wat voor gewassoort we te maken hebben moet er gedacht worden aan het plantdeel waarvoor het geteeld wordt. Bij siergewassen is dat meestal de bloem, maar soms ook het blad. Bij vruchtbomen en struiken is het natuurlijk te doen om de vruchten. Bij kruiden en groenten is dat heel wisselend.<br> Bladgewassen telen we om het gebruik van het blad (sla, boerenkool, andijvie, smalle weegbree).<br> Bolgewassen noemen we de plant die we telen om de (verdikte) stengel (ui, prei).<br> Bloemgewassen telen we om de bloem, vrucht of het zaad (bloemkool, komkommer, boon, kamille).<br> Wortel- of knolgewassen tenslotte worden geteeld om de wortel of knol (knolvenkel, aardappel, pastinaak, tormentilwortel). Is het je te doen om zaad(winning) dan beschouw je het uiteraard als zodanig.<br> Een goede stelregel is dat de in de periode tussen volle en nieuwe maan (afnemend) de wortel- en knolgewassen zaait of plant en de bol-, blad, bloem-, vrucht- en zaadgewassen in de periode tussen nieuwe en volle maan (wassend). Zaai of plant in ieder geval niet op de dag van nieuwe maan, dat geeft zwakke en zieke planten. Waarom? Tja. == Lokken en weren == Dat een plant bepaalde dieren lokt of vatbaar is voor ziektes is algemeen bekend. In plaats van de gifspuit grijpen zijn er vaak andere remedies voor onze ecologische tuin. Zo zijn er ook [[#Goede en slechte buren|'goede buren']] planten die beestjes weren en als je die er vlakbij zet helpt dat meestal. Hierover lees je alles in het hoofdstuk [[../Dieren|'Dieren']].<br> Alles over het voorkomen en bestrijden van plagen, ziektes en/of gebreken volgt hieronder. Soms wordt een [[#Kruidenoplossing|kruidenaftreksel]] of -oplossing aanbevolen.<br> Kijk bij de remedie wel of het vermelde niet op de lijst 'slechte buren' bij het gewas staat waardoor bijvoorbeeld de groei geremd wordt. === Kruidenoplossing === Als er een specifieke oplossing wordt aanbevolen is de handelswijze hetzelfde, echter met de betreffende plant als (hoofdzakelijk) gebruikt kruid.<br> Een kruidenoplossing is goedkoop. Het spuiten is (als het goed is) alleen de eerste paar jaar nodig. Wanneer de grond en het bodemleven eenmaal goed functioneert zullen ziektes en plagen steeds minder voorkomen omdat dit eigenlijk gebreksverschijnselen zijn. Slechte bodem, zwakke, zieke bomen, struiken en planten, toevoer van slecht water veroorzaken de problemen.<br> Insecten zoeken zieke planten om hun eitjes op af te zetten. Zo verzekeren ze zich van het voortbestaan van hun soort en voorkomen wordt aan deze planten het voortbestaan ontnomen waardoor er steeds meer van ontstaan. Dat komt door hun goed ontwikkelde reukvermogen. Als de plant ziek is gaat die suiker zweten. Bij een tuinboon is dat goed waar te nemen al merken wij daar weinig van. Een koolwitje heeft als doel het opruimen van zieke koolplanten, de luis is vaste gast bij de zieke tuinboon. Tegen de tijd dat ze schadelijk kunnen worden voor de gezonde plant hebben roofinsecten zich ontwikkeld, die de populatie van de 'schadelijke' insecten grondig indammen en op hun beurt weer goed voedsel zijn voor de vogels. Daaruit kan opgemaakt worden dat we alleen voor korte tijd mogen misleiden als de plaag te groot wordt.<br> Een algemene kruidenoplossing maak je als volgt:<br> Pluk [[../Vlier|vlierblad]], van [[../Afrikaantje|afrikaantjes]] gebruik je blad, bloem en wortel, blad van [[../Zwarte bes|zwarte bes]], wat [[../Dragon|dragon]] en takjes van [[../Den|den]] of [[../Spar|spar]] om de aanwezige olie om een goede hechting aan de gewassen te krijgen. Neem van alles een handje en doe dat samen met 100 gram suiker in een emmer die je aanvult met water. Zet die op een warm plekje om de boel te laten gisten. Er vormt zich via koolzuur en alcohol in een azijn die zeer onaangenaam ruikt voor insecten. Na een week of twee zeef je het mengsel door een oude nylonkous in flessen die je voor gebruik wegzet.<br> De verhoudingen zijn niet zo belangrijk evenals de gebruikte planten. Als die maar sterk en onaangenaam ruiken. Enige bekende kruidenoplossingen zijn: * [[../Brandnetel|Brandnetelgier]] * [[../Alsem|Alsemthee]] * [[../Heermoes|Heermoesthee]] === Zeep-spiritusoplossing === == Verzorgen == === Aanaarden === [[Afbeelding:Aanaarden.PNG|400px|none]] De term 'aanaarden' staat voor het aanbrengen van aarde tegen of over het gewas. Bij bijvoorbeeld [[../Aardappel|aardappelen]] dient regelmatig aarde vanaf de zijkant over de blootliggende knol te worden opgehoopt, omdat onder invloed van licht de aardappel groen zal gaan kleuren. Deze groenkleuring is giftig.<br> Bij onder andere [[../Prei|prei]] wordt regelmatig aarde tegen de stengel geschoven om een langere witte stengel te krijgen. Aard hierbij niet verder aan dan het punt waarop het eerste blad uit elkaar wijkt.<br> Lees ook over aanaarden in het hoofdstuk [[../De moestuin#Aanaarden|de moestuin]] en bij de betreffende gewassen. == Vermeerderwijze == Als je eenmaal een plant gekocht of gekregen hebt, of van zaad hebt gekweekt kan je op (meestal) eenvoudige wijze die plant vermeerderen of in stand houden. Meer daarover lees je in: * [[../Zaad#Zaad winnen|Zaad winnen]] * [[../Stekken#Enten|Enten]] * [[../Stekken#Oculeren|Oculeren]] * [[../Stekken#Wortelstek|Scheuren]] * [[../Stekken|Stekken]] * [[../Stekken#Afleggen|Afleggen]] enz. Welk gewas voor genoemde vermeerderwijze(n) in aanmerking komt lees je bij de teelt beschrijvingen. == Oogsten == In de tuinkalender wordt bij eetbare en anderszins bruikbare gewassen een oogsttijd aangegeven. Deze tijd is bij benadering en afhankelijk van weersomstandigheden. Oogst steeds zoveel als je wilt gebruiken en laat de rest indien mogelijk intact. Zo heb je steeds een vers product.<br> Wacht niet te lang. Oogst net voor het rijp worden, dan kan je het nog even binnen laten liggen. Als het product te rijp is ben je te laat. Ofwel je moet het meteen gebruiken of de (meestal) vogels zijn je voor, of het product begint door te schieten en vormt een bloem (zaad).<br> Indien gewenst kan je dan alles in een keer oogsten en een bewaarmethode toepassen. == Bewaren == === Inkuilen === Leg een laag stro op de grond en spreid daarop de artikelen (zie de tuinkalender). Daarop leg je weer een laag stro wat je als een dakje naar beneden laat lopen voor de regen. Dek het geheel af met aarde. Plaats om de meter een paal, die je als de aarde geplaatst is weer weghaalt, en stop kleine takjes in het gat. Zo kan de hoop blijven ademen. Als het vriezen gaat stop je de gaten dicht met een prop krantenpapier.<br> Zorg ervoor dat je de kuil maar één keer per maand hoeft open te maken. Bewaar de maandvoorraad in een kist met vochtig scherp zand in de schuur. === Drogen === === Inmaken === === Invriezen === == Bewerken == Wordt aan gewerkt. === Roten === === Zwingelen === === Hekelen === == Snoeien == [[Afbeelding:Snoeischaartoe.JPG|thumb|Snoeischaar]] [[Afbeelding:Astschere.jpg|thumb|Takkenschaar]] Veel mensen denken dat snoeien ervoor dient om de plant klein te houden. Integendeel, snoeien is voornamelijk bedoeld om de groei van een plant te vergroten. Natuurlijk kan een plant zover teruggesnoeid worden dat er geen groei in de plant meer zit en hij doodgaat. Snoeien is langetermijnwerk en geen makkelijk te leren vaardigheid. Je moet kennis van de plant en van de snoeitechnieken hebben. Elke plant is verschillend en moet dus anders gesnoeid worden. Het doel van het snoeien is: * De groei van jonge scheuten te stimuleren en zo een jeugdige plant te behouden * De planten niet te laten verwilderen * Bloemscheuten beperken om perfecte bloemen te krijgen * De vorm beperken Het snoeien gebeurt meestal met een snoeischaar of een takkenschaar voor dikkere takken. Een goede, scherpe snoeischaar is een aanbevelenswaardig gereedschap. Het zorgt ervoor dat de plant zich sneller herstelt van de wond. *Breng zo min mogelijk schade aan de plant aan, niet half inknippen en dan verder afbreken bijvoorbeeld. *Houdt het snoeivlak zo klein mogelijk, bij een grote wond herstelt de plant zich moeilijker. *Zorg ervoor dat er geen knoesten ontstaan, knoesten zijn namelijk gevoelig voor infecties en schimmelziekten. *Als men te dicht bij een knop snoeit, gaat deze knop dood en loopt de tak niet meer uit. * Bij erg dikke takken moet er een zaagsnede gemaakt worden aan de onderzijde van de tak om uitscheuren te voorkomen. Daarna wordt de tak doorgezaagd aan de bovenkant. Deze wonden afdekken met boomverf. In het groeiseizoen kunnen grote wonden infecties opleveren. === (Fruit)bomen === [[Afbeelding:Spurpruning Dutch text.png|350px|thumb|Vorming van sporen bij vruchtbomen]] Zie het nevenstaande schemaatje. Als takken samengroeien en tegen elkaar hangen, waardoor de groei belemmerd wordt, moet de zwakste tak verwijderd worden. Bij oudere bomen moet goed op de vorm gelet worden omdat deze dikke takken niet zomaar even meer aangroeien. Als het gaat om erg grote takken kunt u beter een deskundige inhuren.<br>Meer specifieke snoei van diverse fruitbomen staat in het hoofdstuk [[../De boomgaard|De boomgaard]]. === Struiken === Dezelfde regels als bij bomen. Het doel van snoeien is de takken op orde te brengen. Struiken vormen hun scheuten meestal aan de onderkant, daar moet aan gedacht worden bij het snoeien. Bij soorten die bloeien op eenjarig hout mag dat hout niet weggesnoeid worden. Soorten die bloeien op hout dat in de loop van het jaar gevormd moeten in de lente teruggesnoeid worden.<br>Meer specifieke snoei van diverse kleinfruitstruiken staat beschreven in het hoofdstuk [[../De boomgaard|De boomgaard]]. === Kunstsnoei === Soms worden groenblijvende bomen en struiken in allerlei fantasievormen gesnoeid. Er zijn enkele standaard figuurvormen. *Piramide: Er wordt een houten mal gemaakt die als leidraad voor het snoeien leidt. Als men verschillende lagen wilt maken moet er in schijven worden gesnoeid. *Sierbollen: bomen in de vorm van een bol *Bogen: er zijn met kunstsnoei mooie bogen te maken: de takken worden bijvoorbeeld over een houten raamwerk gespannen, dat later weggehaald wordt als de takken stevig genoeg zijn. {{Sub}} lgs3q3jpqjmrw60cx8cn73ybekulafb