Wikiquote nlwikiquote https://nl.wikiquote.org/wiki/Hoofdpagina MediaWiki 1.47.0-wmf.18 first-letter Media Speciaal Overleg Gebruiker Overleg gebruiker Wikiquote Overleg Wikiquote Bestand Overleg bestand MediaWiki Overleg MediaWiki Sjabloon Overleg sjabloon Help Overleg help Categorie Overleg categorie TimedText TimedText talk Module Overleg module Event Event talk Socrates 0 2471 95148 64484 2026-09-03T18:11:22Z Karmakolle 5864 +1 95148 wikitext text/x-wiki [[Image:Socrates Louvre.jpg|thumb|right|Socrates in het Louvre ]] {{Zusterprojecten | w = ja | commons = ja | s = nee }} {{auteur|naam=Socrates |wikipedia=Socrates |periode=4 juni 470 v. Chr. - 399 v. Chr. |beschrijving=was de eerste van de drie invloedrijkste filosofen (naast [[Plato]] en [[Aristoteles]]) uit de Griekse oudheid. Hij was de eerste die het handelen van de mens centraal stelde in zijn wereldbeschouwing vanuit de vraag: hoe moeten wij zo verantwoord mogelijk leven?}} {{onbewezen begin}} ==Aan Socrates toegeschreven== {{vertaald citaat | tekst = οἱ ὀρθῶς φιλοσοφοῦντες ἀποθνῄσκειν μελετῶσι, καὶ τὸ τεθνάναι ἥκιστα αὐτοῖς ἀνθρώπων φοβερόν. | taal = Oudgrieks | vertaling = Wie zich echt met filosofie bezighoudt, oefent zich in sterven, en de dood jaagt geen mens zo weinig angst aan als hem. | bron = {{aut|[[Plato]]}}, [[w:Phaedo|Faidon]], [http://www.perseus.tufts.edu/hopper/text?doc=Plat.+Phaedo+67e&fromdoc=Perseus%3Atext%3A1999.01.0169 67e] | aangehaald = {{aut|Pieter Hoexum}}, [https://www.filosofie.nl/socrates-laatste-woorden/ Socrates' laatste woorden], ''Filosofie magazine'', 5 maart 2013 | opmerking= De grondgedachte van Socrates zal Plato correct hebben weergegeven, maar in een dialoog die een literaire creatie is. }} {{vertaald citaat | tekst = ἀλλὰ γὰρ ἤδη ὥρα ἀπιέναι, ἐμοὶ μὲν ἀποθανουμένῳ, ὑμῖν δὲ βιωσομένοις· ὁπότεροι δὲ ἡμῶν ἔρχονται ἐπὶ ἄμεινον πρᾶγμα, ἄδηλον παντὶ πλὴν ἢ τῷ θεῷ. | taal = Oudgrieks | vertaling = Doch thans is het tijd dat wij gaan, ik om te sterven, gij om te leven. Maar wie van ons naar het beste gaat, is elk verborgen behalve den god. | bron = {{aut|[[Plato]]}}, {{taal|EL}} [[:s:el:Απολογία Σωκράτους (Πλάτων)|Απολογία Σωκράτους]]; <br/> {{taal|NL}} [[:s:Plato's verdediging van Socrates|Verdediging van Socrates]] ''(42a)'' | aangehaald = {{aut|Jacob Andriessen}}, [https://books.google.com/books?id=UUlUAAAAcAAJ&pg=PA184 ''Deugd en godsdienstzin, of: tafereelen uit de geschiedenis en uit het leven van bijzondere personen''], 1833, p. 184. | opmerking= Door Plato toegeschreven aan Socrates, als besluit van diens verdedigingsrede }} {{onbewezen einde}} {{menu}} [[Categorie:Oud-Grieks persoon]] [[Categorie:Filosoof]] b5iel2bdxpxd31kz4qo9pel7otua4z4 95149 95148 2026-09-03T18:11:50Z Karmakolle 5864 /* Aan Socrates toegeschreven */ 95149 wikitext text/x-wiki [[Image:Socrates Louvre.jpg|thumb|right|Socrates in het Louvre ]] {{Zusterprojecten | w = ja | commons = ja | s = nee }} {{auteur|naam=Socrates |wikipedia=Socrates |periode=4 juni 470 v. Chr. - 399 v. Chr. |beschrijving=was de eerste van de drie invloedrijkste filosofen (naast [[Plato]] en [[Aristoteles]]) uit de Griekse oudheid. Hij was de eerste die het handelen van de mens centraal stelde in zijn wereldbeschouwing vanuit de vraag: hoe moeten wij zo verantwoord mogelijk leven?}} {{onbewezen begin}} ==Aan Socrates toegeschreven== {{vertaald citaat | tekst = οἱ ὀρθῶς φιλοσοφοῦντες ἀποθνῄσκειν μελετῶσι, καὶ τὸ τεθνάναι ἥκιστα αὐτοῖς ἀνθρώπων φοβερόν. | taal = Oudgrieks | vertaling = Wie zich echt met filosofie bezighoudt, oefent zich in sterven, en de dood jaagt geen mens zo weinig angst aan als hem. | bron = {{aut|[[Plato]]}}, ''[[w:Phaedo|Faidon]]'', [http://www.perseus.tufts.edu/hopper/text?doc=Plat.+Phaedo+67e&fromdoc=Perseus%3Atext%3A1999.01.0169 67e] | aangehaald = {{aut|Pieter Hoexum}}, [https://www.filosofie.nl/socrates-laatste-woorden/ Socrates' laatste woorden], ''Filosofie magazine'', 5 maart 2013 | opmerking= De grondgedachte van Socrates zal Plato correct hebben weergegeven, maar in een dialoog die een literaire creatie is. }} {{vertaald citaat | tekst = ἀλλὰ γὰρ ἤδη ὥρα ἀπιέναι, ἐμοὶ μὲν ἀποθανουμένῳ, ὑμῖν δὲ βιωσομένοις· ὁπότεροι δὲ ἡμῶν ἔρχονται ἐπὶ ἄμεινον πρᾶγμα, ἄδηλον παντὶ πλὴν ἢ τῷ θεῷ. | taal = Oudgrieks | vertaling = Doch thans is het tijd dat wij gaan, ik om te sterven, gij om te leven. Maar wie van ons naar het beste gaat, is elk verborgen behalve den god. | bron = {{aut|[[Plato]]}}, {{taal|EL}} [[:s:el:Απολογία Σωκράτους (Πλάτων)|Απολογία Σωκράτους]]; <br/> {{taal|NL}} [[:s:Plato's verdediging van Socrates|Verdediging van Socrates]] ''(42a)'' | aangehaald = {{aut|Jacob Andriessen}}, [https://books.google.com/books?id=UUlUAAAAcAAJ&pg=PA184 ''Deugd en godsdienstzin, of: tafereelen uit de geschiedenis en uit het leven van bijzondere personen''], 1833, p. 184. | opmerking= Door Plato toegeschreven aan Socrates, als besluit van diens verdedigingsrede }} {{onbewezen einde}} {{menu}} [[Categorie:Oud-Grieks persoon]] [[Categorie:Filosoof]] 9iqzlcwb7g41q02z1urb4j9d255zky6 95150 95149 2026-09-03T18:12:08Z Karmakolle 5864 /* Aan Socrates toegeschreven */ 95150 wikitext text/x-wiki [[Image:Socrates Louvre.jpg|thumb|right|Socrates in het Louvre ]] {{Zusterprojecten | w = ja | commons = ja | s = nee }} {{auteur|naam=Socrates |wikipedia=Socrates |periode=4 juni 470 v. Chr. - 399 v. Chr. |beschrijving=was de eerste van de drie invloedrijkste filosofen (naast [[Plato]] en [[Aristoteles]]) uit de Griekse oudheid. Hij was de eerste die het handelen van de mens centraal stelde in zijn wereldbeschouwing vanuit de vraag: hoe moeten wij zo verantwoord mogelijk leven?}} {{onbewezen begin}} ==Aan Socrates toegeschreven== {{vertaald citaat | tekst = οἱ ὀρθῶς φιλοσοφοῦντες ἀποθνῄσκειν μελετῶσι, καὶ τὸ τεθνάναι ἥκιστα αὐτοῖς ἀνθρώπων φοβερόν. | taal = Oudgrieks | vertaling = Wie zich echt met filosofie bezighoudt, oefent zich in sterven, en de dood jaagt geen mens zo weinig angst aan als hem. | bron = {{aut|[[Plato]]}}, ''[[w:Phaedo|Faidon]]'', [http://www.perseus.tufts.edu/hopper/text?doc=Plat.+Phaedo+67e&fromdoc=Perseus%3Atext%3A1999.01.0169 67e] | aangehaald = {{aut|Pieter Hoexum}}, [https://www.filosofie.nl/socrates-laatste-woorden/ Socrates' laatste woorden], ''Filosofie Magazine'', 5 maart 2013 | opmerking= De grondgedachte van Socrates zal Plato correct hebben weergegeven, maar in een dialoog die een literaire creatie is. }} {{vertaald citaat | tekst = ἀλλὰ γὰρ ἤδη ὥρα ἀπιέναι, ἐμοὶ μὲν ἀποθανουμένῳ, ὑμῖν δὲ βιωσομένοις· ὁπότεροι δὲ ἡμῶν ἔρχονται ἐπὶ ἄμεινον πρᾶγμα, ἄδηλον παντὶ πλὴν ἢ τῷ θεῷ. | taal = Oudgrieks | vertaling = Doch thans is het tijd dat wij gaan, ik om te sterven, gij om te leven. Maar wie van ons naar het beste gaat, is elk verborgen behalve den god. | bron = {{aut|[[Plato]]}}, {{taal|EL}} [[:s:el:Απολογία Σωκράτους (Πλάτων)|Απολογία Σωκράτους]]; <br/> {{taal|NL}} [[:s:Plato's verdediging van Socrates|Verdediging van Socrates]] ''(42a)'' | aangehaald = {{aut|Jacob Andriessen}}, [https://books.google.com/books?id=UUlUAAAAcAAJ&pg=PA184 ''Deugd en godsdienstzin, of: tafereelen uit de geschiedenis en uit het leven van bijzondere personen''], 1833, p. 184. | opmerking= Door Plato toegeschreven aan Socrates, als besluit van diens verdedigingsrede }} {{onbewezen einde}} {{menu}} [[Categorie:Oud-Grieks persoon]] [[Categorie:Filosoof]] kfsxm9fu6i4nvtx5ybft3pytnhb3ws3 David Hume 0 10920 95151 95144 2026-09-03T21:37:18Z Karmakolle 5864 95151 wikitext text/x-wiki [[Bestand: David Hume.jpg|thumb|Hume, geschilderd door [[w:Allan Ramsay|Allan Ramsay]] in 1766 ([[w:Scottish National Gallery of Modern Art|Scottish National Gallery of Modern Art]])]] {{Koppelingen | w = ja | commons = ja | s = en:Author:David Hume | b = }} {{Auteur |naam= David Hume |wikipedia= David Hume |periode= 26 april 1711 - 25 augustus 1777 |beschrijving= was een Schots filosoof en geschiedschrijver }} {{Vertaald citaat |taal = Engels |bron = ''A Treatise of Human Nature'', 1739, [[:s:en:Treatise of Human Nature/Introduction|Introduction]] |tekst = And as the science of man is the only solid foundation for the other sciences, so the only solid foundation we can give to this science itself must be laid on experience and observation. |vertaling= Zoals de menswetenschap de enige vaste grondslag van de andere wetenschappen is, zo zijn ervaring en waarneming de enige vaste grondslag van de menswetenschap. | aangehaald = {{aut|Dirk Verhofstadt}}, ''[https://www.google.be/books/edition/De_liberale_canon/4g9tBgAAQBAJ?hl=nl&gbpv=1&pg=PT50&printsec=frontcover De liberale canon. Grondslagen van het liberalisme]'', VBK Houtekiet, 2015 | opmerking = Tegen het cartiaanse scepticisme en andere abstracte filosofieën stelde Hume dat kennis van de menselijke natuur het uitgangspunt moest zijn en dat zulke kennis alleen via de zintuigen te bereiken viel. }} {{Vertaald citaat |taal = Engels |bron = ''A Treatise of Human Nature'', 1739, [[:s:en:Treatise of Human Nature/Book 1: Of the understanding/Part 3/Section 16|1.3.16]] |tekst = [N]o truth appears to me more evident, than that beasts are endow'd with thought and reason as well as men. |vertaling= Geen waarheid schijnt mij evidenter dan dat beesten net zo goed begiftigd zijn met denken en rede als mensen. | aangehaald = {{aut|Maarten Jagermeester}}, ''[https://www.google.be/books/edition/Meneer_de_dierendokter/xPu_EAAAQBAJ?hl=nl&gbpv=1&pg=PT4&printsec=frontcover Meneer de dierendokter. De beste verhalen van een dierenarts]'', VBK - Houtekiet, 1923 | opmerking = }} {{Vertaald citaat |taal = Engels |bron = ''A Treatise of Human Nature'', 1739, [[:s:en:Treatise of Human Nature/Book 1: Of the understanding/Part 3/Section 16|1.3.16]] |tekst = To consider the matter aright, <u>reason is nothing but a wonderful and unintelligible instinct in our souls</u>, which carries us along a certain train of ideas, and endows them with particular qualities, according to their particular situations and relations. |vertaling= [D]e rede is niets anders dan een wonderbaarlijk en onbegrijpelijk instinct in onze ziel [...]. | aangehaald = {{aut|Patricia Martelaere}}, ''Hume's "gematigd" scepticisme: futiel of fataal?'', 1987, p. 78 | opmerking = }} {{Vertaald citaat |taal = Engels |bron = ''A Treatise of Human Nature'', 1739, [[:s:en:Treatise of Human Nature/Book 1: Of the understanding/Part 4/Section 6|1.4.6]] |tekst = Pain and pleasure, grief and joy, passions and sensations succeed each other, and never all exist at the same time. |vertaling= Pijn en genot, verdriet en vreugde, hartstochten en gewaarwordingen volgen elkaar op en bestaan nooit tegelijkertijd. | aangehaald = {{aut|Japik Veenbaas}}, ''De Verlichting als kraamkamer'', Nieuw Amsterdam, 2013, p. 84 | opmerking = Hieruit trekt Hume de conclusie dat het idee van het bestaan van een "zelf" niet kan worden afgeleid uit het hebben van indrukken. }} {{Vertaald citaat |taal = Engels |bron = ''A Treatise of Human Nature'', 1739, [[:s:en:Treatise of Human Nature/Book 1: Of the understanding/Part 4/Section 6|1.4.6]] |tekst = They are the successive perceptions only, that constitute the mind; nor have we the most distant notion of the place, where these scenes are represented, or of the materials, of which it is compos'd |vertaling= Alleen elkaar opvolgende percepties maken uit wat de geest is, en we hebben niet in de verte een notie van de plaats waar deze scènes worden gespeeld of van de materialen waaruit het theater bestaat. |aangehaald = {{aut|Japik Veenbaas}}, ''De Verlichting als kraamkamer'', Nieuw Amsterdam, 2013, p. 84 | opmerking = Hume vergelijkt hier de menselijke geest met een theater waarbij indrukken de vorm van scènes hebben, waarbij hij tegelijk stelt dat het theater in feite helemaal niet bestaat. }} {{Vertaald citaat |taal = Engels |bron = ''A Treatise of Human Nature'', 1739, [[:s:en:Treatise of Human Nature/Book 1: Of the understanding/Part 4/Section 6|1.4.6]] |tekst = Thus we feign the continu'd existence of the perceptions of our senses, to remove the interruption; and run into the notion of a soul, and self, and substance, to disguise the variation |vertaling= Zo veinzen wij het voortdurende bestaan van onze zintuiglijke percepties om de onderbreking te elimineren, en zo komen we uit bij de notie van een ziel, een zelf, en een substantie om de verandering te maskeren. |aangehaald = {{aut|Japik Veenbaas}}, ''De Verlichting als kraamkamer'', Nieuw Amsterdam, 2013, p. 84 | opmerking = Hume stelt hier dat het slechts de verbeelding is die verschillende waarnemingen tot één geheel maakt. }} {{Vertaald citaat |taal = Engels |bron = ''A Treatise of Human Nature'', 1739, [[:s:en:Treatise of Human Nature/Book 1: Of the understanding/Part 4/Section 7|1.4.7]] |tekst = A true sceptic will be diffident of his philosophical doubts, as well as of his philosophical conviction. |vertaling= Een ware scepticus zal wantrouwig staan tegenover zijn filosofische twijfels net als tegenover zijn filosofische overtuiging. | aangehaald = {{aut|Patricia Martelaere}}, ''Hume's "gematigd" scepticisme: futiel of fataal?'', 1987, p. 102 | opmerking = }} {{Vertaald citaat |taal = Engels |bron = ''A Treatise of Human Nature'', 1739, [[:s:en:Treatise of Human Nature/Book 2: Of the passions/Part 3/Section 3|2.3.3]] |tekst = Reason is, and ought only to be the slave of the passions. |vertaling = De rede is – en hoort ook niet meer te zijn dan – de slaaf van de hartstochten. |aangehaald = {{aut|A.C. Grayling}}, ''[https://books.google.be/books?id=CxKgDwAAQBAJ&pg=PT347#v=onepage&q&f=false De geschiedenis van de filosofie]'', 2019 |opmerking = Hume vindt het een goede zaak dat mensen worden gemotiveerd door emoties en verlangens, en dat ze hun verstand in dienst daarvan stellen. }} {{Vertaald citaat |taal = Engels |bron = ''A Treatise of Human Nature'', 1739, [[:s:en:Treatise of Human Nature/Book 2: Of the passions/Part 3/Section 3|2.3.3]] |tekst = 'Tis not contrary to reason to prefer the destruction of the whole world to the scratching of my finger. |vertaling= Het is niet in strijd met de rede om de voorkeur te geven aan de vernietiging van de hele wereld boven een schram aan mijn vinger. |aangehaald = {{aut|Simon W. Blackburn}}, ''Goed leven'', 2002, [https://www.google.be/books/edition/Blackburn_Goed_leven/BsqYwsXmO_YC?hl=nl&gbpv=1&pg=PA117&printsec=frontcover p. 117] |opmerking = De rede alleen kan hierin niet trancheren, maar Hume bedoelt niet te zeggen dat er geen andere grondslagen kunnen zijn. }} {{Vertaald citaat |taal = Engels |bron = ''A Treatise of Human Nature'', 1739, [[:s:en:Treatise of Human Nature/Book 1: Of the understanding/Part 4/Section 7|1.4.7]] |tekst = I dine, I play a game of back-gammon, I converse, and am merry with my friends; and when after three or four hours' amusement, I wou'd return to these speculations, they appear so cold, and strain'd, and ridiculous, that I cannot find in my heart to enter into them any farther. |vertaling= Ik gebruik de maaltijd, ik speel een partij backgammon, ik voer een gesprek en vermaak mij met mijn vrienden. En wanneer ik na drie of vier uur van ontspanning naar deze speculaties terugkeer, lijken ze mij zo kil en gewrongen dat ik niet meer de moed heb om mij er verder mee bezig te houden. |aangehaald = {{aut|Henri Oosthout}}, ''Kritische geschiedenis van de westerse wijsbegeerte'', vol. 2, ''[https://books.google.be/books?id=ngRNDwAAQBAJ&pg=PA310#v=onepage&q&f=false De laatste duizend jaar]'', VBK Media, 2018 }} {{Vertaald citaat |taal = Engels |bron = "Of the First Principles of Government" in: ''Essays, Moral and Political'', vol. I, 1741, [https://archive.org/details/bim_eighteenth-century_essays-moral-and-politi_hume-david_1741/page/48/mode/2up?q=easiness p. 49] |tekst = Nothing is more surprising to those, who consider human Affairs with a Philosophical Eye; than to see the Easiness with which the many are governed by the few, and to observe the implicite Submission with which Men resign their own Sentiments and Passions to those of their Rulers. |vertaling= Niets komt diegenen die de geschiedenis van de mensheid met een filosofische blik beschouwen meer verrassend voor, dan het gemak waarmee een minderheid erin slaagt de meerderheid te regeren, en de impliciete onderwerping waarmee de meeste mensen hun eigen gevoelens en passies ondergeschikt maken aan deze van hun regeerders. |aangehaald = {{aut|Frank van Dun}}, ''Het fundamenteel rechtsbeginsel. Een essay over de grondslagen van het recht'', 2008, [https://books.google.be/books?id=p6WazhqdnzYC&pg=PA362#v=onepage&q&f=false p. 362] |Opmerking = Politieke macht berust volgens Hume fundamenteel op instemming, zelfs in dictaturen. }} {{Vertaald citaat |tekst = While we are reasoning concerning life, life is gone; and death, though ''perhaps'' they receive him differently, yet treats alike the fool and the philosopher. To reduce life to exact rule and method, is commonly a painful, oft a fruitless occupation[.] |taal = Engels |bron = "The Sceptic" in: ''Essays, Moral and Political'', vol. II, 1742, [https://archive.org/details/bim_eighteenth-century_essays-moral-and-politi_hume-david_1742_2/page/172/mode/2up p. 173-174] |vertaling= Terwijl wij over het [[leven]] redeneren, is het leven verdwenen; en hoewel zij hem misschien verschillend ontvangen, behandelt de [[dood]] de dwaas en de filosoof gelijk. Het leven reduceren tot exacte regels en procedures is doorgaans een pijnlijke en dikwijls vruchteloze bezigheid. |aangehaald = {{aut|Erik Hoogcarspel}}, [https://boeddhistischdagblad.nl/boekbespreking/219293-boekbespreking-david-hume-is-nog-steeds-actueel/ Boekbespreking – David Hume is nog steeds actueel], boeddhistischdagblad.nl, 3 mei 2024 | opmerking = }} {{Vertaald citaat |taal = Engels |bron = ''An Enquiry Concerning Human Understanding'', 1748, [[s:en:Philosophical Essays Concerning Human Understanding/Essay 10|10.1]] |tekst = But a weaker Evidence can never destroy a stronger. |vertaling = Een zwakker bewijs kan nooit een sterker ongedaan maken. |aangehaald = {{aut|Julian Baggini}}, ''[https://www.google.be/books/edition/Hoe_de_wereld_eet/y180EQAAQBAJ?hl=nl&gbpv=1&pg=PT408&printsec=frontcover Hoe de wereld eet. Een mondiale filosofie]'', 2025 }} {{Vertaald citaat |taal = Engels |bron = ''An Enquiry Concerning Human Understanding'', 1748, [[s:en:Philosophical Essays Concerning Human Understanding/Essay 10|10.1]] |tekst = A wise man, therefore, proportions his belief to the evidence. |vertaling = Een wijs man brengt zijn geloof in overeenstemming met het bewijsmateriaal. |aangehaald = {{aut|David Papineau}}, ''Filosofie. De grote denkers uit de geschiedenis van de wijsbegeerte'', Librero, 2015, p. 114 }} {{Vertaald citaat |taal = Engels |bron = ''An Enquiry Concerning Human Understanding'', 1748, [[s:en:Philosophical Essays Concerning Human Understanding/Essay 10|10.2]] |tekst = [...] the Christian Religion not only was at first attended with miracles, but even at this day cannot be believed by any reasonable person without one. |vertaling= Het [[christendom]] ging niet alleen aanvankelijk gepaard met wonderen, maar ook vandaag kan geen enkel redelijk mens er zonder wonder in geloven. |aangehaald = {{aut|David Papineau}}, ''Filosofie. De grote denkers uit de geschiedenis van de wijsbegeerte'', Librero, 2015, p. 123 }} {{Vertaald citaat |taal = Engels |bron = [[s:en:Philosophical Essays Concerning Human Understanding/Essay 1|Of the different Species of Philosophy]] in: ''Philosophical Essays Concerning Human Understanding'', 1748, [[s:en:Page:An Enquiry Concerning Human Understanding - Hume (1748).djvu/19|p. 7]] |tekst = Be a Philosopher; but, amidst all your Philosophy, be still a Man. |vertaling= Wees filosoof, maar wees te midden van al uw filosofie steeds een mens. |aangehaald = {{aut|Henri Oosthout}}, ''Kritische geschiedenis van de westerse wijsbegeerte'', vol. 2, ''[https://books.google.be/books?id=ngRNDwAAQBAJ&pg=PA310#v=onepage&q&f=false De laatste duizend jaar]'', VBK Media, 2018 }} {{Vertaald citaat |taal = Engels |bron = s.n., ''Two Essays'', 1777, [https://books.google.be/books?id=6QVeAAAAcAAJ&pg=PA33#v=onepage&q&f=false p. 33] (= ''On the Immortality of the Soul'') |tekst = Heaven and Hell suppose two distinct species of men, the good and the bad; but the greatest part of mankind float betwixt vice and virtue. |vertaling= [[Hemel]] en [[hel]] veronderstellen twee verschillende soorten mensen, [[Goed en kwaad|goede en slechte]]. Maar het grootste deel van de mensheid zweeft ergens tussen deugd en ondeugd in. |aangehaald = [https://www.eo.nl/artikel/hume-rationele-argumenten-om-god-te-bewijzen-bestaan-niet Hume: Rationele argumenten om God te bewijzen bestaan niet], EO.nl, 1 maart 2020 |opmerking = Deel van Hume's argumentatie tegen de onsterfelijkheid van de ziel, die zo controversieel was dat ze zelfs postuum moeilijk gepubliceerd raakte (alleen anoniem en zonder vermelding van uitgever). }} {{Vertaald citaat |taal = Engels |bron = {{aut|David Hume}}, "Of National Characters" in: ''Essays and Treatises on Several Subjects'', vol. I, 1809, [[:s:en:Page:Hume - Essays and Treatises on Several Subjects - 1809 - Vol. 1.djvu/559|p. 551]] |tekst = I am apt to suspect the Negroes to be naturally inferior to the whites. |vertaling= Ik ben geneigd te veronderstellen dat negers van nature inferieur zijn aan blanken. |aangehaald = {{aut|Laura Molenaar}}, [https://biografieportaal.nl/recensie/david-hume-het-ketterse-denken-van-een-vriendelijke-filosoof/ David Hume. Het ketterse denken van een vriendelijke filosoof], Biografieportaal.nl, 22 juni 2022 |opmerking = Eerste zin van een racistische voetnoot in het essay ''Of National Characters''. Voorstanders van slavernij beriepen zich erop. De voetnoot was geen deel van de originele publicatie (1748), maar werd door Hume toegevoegd bij een herziening (1753) en verder bijgeschaafd voor de finale editie, die postuum verscheen (1777). Het citaat volgt die finale versie. }} {{Vertaald citaat |tekst = ‘Have a little patience, good Charon; I have been endeavoring to open the eyes of the public. If I live a few years longer, I may have the satisfaction of seeing the downfall of some of the prevailing systems of superstition.’ But Charon would then lose all temper and decency. ‘You loitering rogue, that will not happen these many hundred years. Do you fancy I will grant you a lease for so long a term? Get into the boat this instant, you lazy loitering rogue.’ |taal = Engels |bron = [https://www.ourcivilisation.com/smartboard/shop/smitha/humedead.htm The Death Of David Hume: Letter from Adam Smith, LL.D. to William Strachan, Esq.], ourcivilisation.com |vertaling= ‘Goeie [[w:Charon (mythologie)|Charon]], ik heb geprobeerd de mensen de ogen te openen; heb nog wat geduld totdat ik het genoegen beleef om te zien dat de kerken dichtgaan en de geestelijkheid zich met haar eigen zaken bemoeit.’ Maar Charon zou antwoorden: ‘o, jij onwillige schurk; dat gebeurt in geen tweehonderd jaar; denk je dat ik je nog zo lang de tijd geef? Stap onmiddellijk in de boot.’ |aangehaald = {{aut|Japik Veenbaas}}, ''De Verlichting als kraamkamer'', Nieuw Amsterdam, 2013, p. 8 | opmerking = Woorden van Hume zoals weergegeven in een brief geschreven door [[Adam Smith]], die Hume enkele weken voor zijn overlijden bezocht. }} == Over David Hume == {{Vertaald citaat |taal = Duits |bron = {{aut|[[Immanuel Kant]]}}, ''[http://www.zeno.org/Lesesaal/N/9781484032145?page=8 Prolegomena zu einer jeden künftigen Metaphysik, die als Wissenschaft wird auftreten können]'', 1783 |tekst = Ich gestehe frei: die Erinnerung des David Hume war eben dasjenige, was mir vor vielen Jahren zuerst den dogmatischen Schlummer unterbrach und meinen Untersuchungen im Felde der spekulativen Philosophie eine ganz andere Richtung gab. |vertaling= Ik geef ruiterlijk toe: het was juist de herinnering aan David Hume die vele jaren geleden mijn dogmatische sluimer doorbrak en die mijn onderzoek op het terrein van de speculatieve filosofie een heel nieuwe richting gaf. |aangehaald = {{aut|Henri Oosthout}}, ''[https://books.google.be/books?id=swlADwAAQBAJ&pg=PT249#v=onepage&q&f=false Het schandaal van de filosofie. Hoofdlijnen van het sceptische denken van de oudheid tot heden]'', 2018 |opmerking = }} {{menu}} {{DEFAULTSORT:Hume, David}} [[Categorie:Brits filosoof]] 1qss7lkk717hf556mb8q0p4jue4emm4 James Ensor 0 11786 95152 94150 2026-09-04T07:42:22Z Bertux 992 /* Citaten, 1880 tot 1890 */ wf 95152 wikitext text/x-wiki [[File:James Ensor (1890) - Ensor voor zijn schildersezel 001.jpg|thumb|J. Ensor, 1890: 'Ensor voor zijn schildersezel', olieverf op linnen]] {{Koppelingen | w = James Ensor | wikt = | commons = James Ensor | s = | b = | voy = | species = | wikisage = }} {{auteur | naam = James Ensor | wikipedia = James Ensor | periode = Oostende, 13 april 1860 - aldaar, 19 november 1949 | beschrijving = was een Belgische kunstschilder en een belangrijk figuur in de moderne kunst van België. }} ==Citaten van James Ensor - chronologisch== ===Citaten, 1880 tot 1890=== {{Citaat | tekst = Het licht vreet de voorwerpen op. | bron = {{aut|Emile Verhaeren}}, opmerking van Ensor, c. 1882 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 55; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Vanaf 1880 schilderde Ensor veel [[w:Interieur (terminologie)|interieurs]], in zijn ouderlijk huis aan de Vlaanderenstraat in Oostende, waarbij 'Mitche' – zijn zus Mariëtte, die een jaar jonger was – vaak model stond. In veel doeken speelde het licht een hoofdrol. }} {{Citaat | tekst = In de ultieme vorm van waarnemen ziet de kunstenaar de subtiliteiten en het spel van het licht, zijn vlakken en omwentelingen. Dit gestage onderzoek transformeert je blik: de lijn lijdt en wordt bijzaak. Deze manier van kijken wordt zelden begrepen. Zij vereist langdurige observatie en volgehouden aandacht. De ongeschoolde blik ziet slechts wanorde, chaos en fouten. | bron = {{aut|James Ensor}} 1882, 'Réflexions sur l’art' | aangehaald = {{aut|Erik de Smedt}}, [http://users.skynet.be/lit/MIN_James_Ensor_recensie_EdS.pdf 'Man aan de rand - Eric Min: James Ensor, Een biografie'], 2009 | opmerking = Een opmerkelijke en ook verhelderende (vroege) notitie van Ensor, waarin hij lijkt te stellen dat de lijn van weinig belang is binnen het schilderij }} {{Citaat | tekst = Wat wilt gij? Zijt gij niet tevreden? Een beetje geduld. Geen geweld. Ik zie wel iets, maar ik snap niet goed waarover het gaat. Ik kan het niet zo goed zien. | bron = {{aut|James Ensor}} 1889, ingeschreven tekst in [http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/sites/default/files/imagecache/normaal/fotos/kunstwerken/91736_ca_object_representations_media_130_large_16.jpg koperets 'België in de 19de eeuw'] | aangehaald = Vlaamse Kunstcollectie, [http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/nl/collectie/belgie-in-de-19de-eeuw 'James Ensor: België in de 19de eeuw'] | opmerking = Vanuit de massa probeert een opstandeling in de ets de koning met zijn vaandel te bereiken. Hierop staan de eisen van het volk te lezen. Maar de onverschilligheid van de vorst voor zijn volk is in grote bogen duidelijk leesbaar door Ensor neergeschreven }} ===Citaten, 1890 tot 1900=== {{Citaat | tekst = Wie zijn de genodigden [voor een tentoonstelling van 'Les XX'], en wat maken ze? [..] Ik weet van niets en wacht ongerust en onzeker, kregelig en achterdochtig zoals de draak Fessine, [..] overlopend van gal, met bokkenpoten, het verscheurde hart gevoed door het venijn van de anderen, schreeuwend, schijtend, boerend, scheten latend, veestend, pissend, een vreselijk gebrul uitzwetend [..] Ik wacht, angstig en gekweld, en vraag u snel te antwoorden. Uw toegewijd, James Ensor | bron = {{aut|James Ensor}}, brief 28 oktober 1890, aan [[w:Octave Maus|Octave Maus]] | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 131; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Ensor portretteert zichzelf hier in zijn argwaan en achterdocht t.a.v. zijn collega-kunstenaars in de kunstenaarsvereniging [[w:Les XX|Les XX]] die regelmatig groepstentoonstelling organiseerde, vaak onder leiding van O. Maus }} {{Citaat | tekst = ..het grote doek met Christus en de maskers, vol beweging en karakteristieke koppen en krachtige kleuren [is nog niet klaar]. [..] Mijn expositie is onthoofd. Ik heb schokeffecten nodig om indruk te maken. En alles in dat doek ademt geweld en beweging. | bron = {{aut|James Ensor}}, brief begin 1892, aan [[w:Emile Verhaeren|Emile Verhaeren]] | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 138; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Ensor heeft zijn grote werk [[w:De Intocht van Christus te Brussel|De Intocht van Christus te Brussel]], waar hij in 1888 aan begonnen was, niet klaar gekregen voor de a.s. expositie van 'Les XX'; zijn moeder was ernstig ziek en hijzelf had longontsteking }} {{Citaat | tekst = Ik heb altijd ervaren dat een juist getekende lijn geen diepe gevoelens kan opwekken. Ze vraagt geen offers, geen inzicht [..] De lijn heeft het genie de oorlog verklaard [..] geen enkel machtig en schoon gevoelen, geen beslissnede keuze kan zij uitdrukken [..] De vorm is zelf niet meer dan zwakke imitatie, gebrek aan verbeeldingskracht. Vorm is oubollig – een trucje van de [[klassiek]]en. | bron = {{aut|James Ensor}}, brief eind 1894, aan [[w:Pol de Mont|Pol de Mont]] | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, pp. 156-157; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Ensor wilde het licht afbeelden, want het licht vertekent en vervormt de werkelijkheid, waardoor zowel "lijn" als "vorm" het nakijken hebben }} {{Citaat | tekst = 'Onder aanvoering van Krazon op een dolle kat gezeten, geleiden de duivels Dzittss en Hihahox Kristus ter helle' | bron = {{aut|James Ensor}} 1895, lange titel van zijn koperets [http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/sites/default/files/imagecache/normaal/fotos/kunstwerken/34001_ca_object_representations_media_546_large_17.jpg 'Christus daalt neer in de hel'] | aangehaald = {{aut|Ary Delen}}, 'James Ensor', in [https://www.dbnl.org/tekst/_els001191101_01/_els001191101_01.pdf ''Elseviers Geïllustreerd Maandschrift.''] Jaargang 21, 1911, p. 174 | opmerking = In deze ets en in het motief ervan is invloed te herkennen van de [[w:Vlaamse Primitieven|Vlaamse Primitieven]] en van [[w:Francisco Goya|Goya]] die hij erg bewonderde. Het sardonische karakter van deze ets staat daarentegen geheel op rekening van Ensor }} {{Citaat | tekst = Zijn [ [[w:Alfred Stevens|Alfred Stevens]] ] schilderijen stellen niets voor, zijn coloriet is een ratjetoe. Zijn werken maken geen verheven gevoelens los en zetten je evenmin aan het denken. Ze zijn van een liederlijke middelmatigheid die tot alle toegevingen bereid is: van gebrek aan kwaliteit en valse chic tot de lage streken van een doortrapte goochemerd. | bron = {{aut|James Ensor}}, in ''Le coq rouge'', 1896 | aangehaald = {{aut|Marc Holthof}}, 'Alfred Stevens in de Koninklijke Musea', in ''De Witte Raaf'', editie 140 juli-augustus 2009 | opmerking = Vanaf 1896 publiceerde Ensor meermaals korte stukken in de Brusselse anarchistisch gezinde tijdschriften 'Le coq rouge' en 'La ligue artistique: libre tribune d'art et de littérature' }} {{Citaat | tekst = Uitgeput en doodmoe [..] Het leven in Oostende is monotoon [..] Ik ken geen enkele Oostendenaar. Ik walg van hun vijandige houding en hun weerzinwekkende gedrag. | bron = {{aut|James Ensor}}, brief 23 januari 1897, aan Constantin Ganesco | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 165; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Het jaar 1897 was een weinig creatief jaar voor Ensor. Op de weinige doeken die hij maakte verschenen veel skeletten, die met hun zeis door de lucht maaiden. Natuurlijk kende Ensor mensen in Oostende, maar hij ergerde zich van tijd tot tijd enorm aan de bekrompenheid aldaar }} {{Citaat | tekst = [kritiek op de kunst-recensenten:] Enkele kunstbroeders [van de groep [[w:Les XX|'XX / Les Vingt]]'] worden op de index geplaatst, geweigerd, afgekraakt, beschimpt, aan de schandpaal genageld – vooral zij die als "revolutionair" bekendstonden [..] [kritiek op de leden:] ..de opportunistische kritiek van mijn artistieke vrienden, de domheid, de kwade trouw, de onkunde van critici, de vileine en laaghartige aanvallen van mijn voormalige imitatoren.. | bron = {{aut|James Ensor}}, brief oktober 1899, aan Jules Du Jardin | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 73; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Ensor keek in 1899 tamelijk rancuneus en kritisch terug op de jaren die hij doorbracht in de kunstenaarsgroep 'XX' - zowel naar de kritiek erop van buitenaf, als naar de leden van de groep zelf }} ===Citaten, vanaf 1900=== {{Citaat | tekst = ..voorzichtige progressieven die behendige zakenlieden en brave opportunisten zijn geworden [..] Voormalige volgelingen van de Twintigers [Les XX], belust op het goede graan dat zij hebben gezaaid [..] De Vlaming is geen colorist meer. De Vlaamse kunst is morsdood, geveld, ontzield, gecrepeerd [..] het is niet meer dan een wankele pop van stro, kleurloos, nog hooguit bezield door krekels en critici. | bron = {{aut|James Ensor}}, 'Une réaction artistique au pays de Narquoisie' (Een kunstzinnige reactie in het land van Spotternije), in ''La Vie Nouvelle'', nr 3, mei 1900, p. 149-152 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 178; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} & ''La Ligue Artistique'', c. 1900-1901 | opmerking = Een tirade, doorspekt met krachttermen tegen de eigentijdse kunst, die haar eigen wortels heeft verraden en slechts buitenlandse voorbeelden navolgt uit commercieel gewin. Hiermee nam Ensor ook definitief afstand van veel kunstenaars om hem heen }} {{Citaat | tekst = Ik houd erg veel van mijn grote schilderij Le cortège des masques (= [[w:De Intocht van Christus te Brussel|'De Intrede van Christus in Brussel']]), dat mij elke dag met vreugde vervult. Als een schetterende fanfare klinkt het op, achteraan in mijn atelier. De talloze ogen van de mensen op het doek kijken mij al zo lang mild en innemend aan. Ik verkoop het voor tweeduizend frank. Is dat te veel? | bron = {{aut|James Ensor}}, brief 13 juli 1903, aan [[w:Edmond Picard|Edmond Picard]] | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, pp. 184-185; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Het is onduidelijk of Ensor op dat moment zijn grote doek van de Intocht van Christus, dat hij in 1892 afmaakte, ook werkelijk kwijt wilde, omdat hij vaak verkondigde dat hij er zo aan gehecht was. Pas in 1929 kreeg het grote publiek het doek voor het eerst te zien }} {{Citaat | tekst = De experimenten van de [[w:Pointillisme|pointillisten]] [als Seurat en Signac] lieten mij koud; zij trachtten slechts de trillingen van het licht weer te geven. Koud en methodisch stippelden zij [..] het resultaat is een onpersoonlijk kunstwerk. Het pointillisme [..] komt er niet toe, het [licht] vorm ter geven. Mijn eigen zoektocht, mijn visie staat er ver van af. ''Je crois être un peintre d’exception'' (Ik zie mezelf als schilder van de uitzondering). | bron = {{aut|James Ensor}} c. 1906-08, gestuurde notities aan [[w:August Vermeylen|August Vermeylen]] | aangehaald = {{aut| August Vermeylen}}, [https://c8.alamy.com/comp/MP6THB/nederlands-omslag-van-het-boek-james-ensor-door-emile-verhaeren-1908-emile-verhaeren-1855-1916-693-james-ensor-par-verhaeren-MP6THB.jpg ''Sur James Ensor''] (monografie), 1908 | opmerking = In 1887 exposeerde Ensor al, waar ook het grote doek [[w:Dimanche d'été à la Grande Jatte|'La Grande Jatte']] van [[w:Georges Seurat|Seurat]] hing; het pointillisme kwam toen België binnen en vond er waardering. Ook Vermeylen was positief, maar gaf in zijn monografie over Ensor de schilder ruimte voor zijn afkeuring }} {{Citaat | tekst = Ik ben geneigd, voorop te stellen dat de kunst niets met moraal te maken heeft - zij is er ver boven verheven. [..] Als we u volgen, worden er in onze musea alleen nog werken geëxposeerd met bijschriften als 'Niet op de grond spuwen', 'Behandel de dieren met zachtheid', [..] 'Bemint elkander', 'De armen van geest zullen in de hemel komen'. [..] [[w:Peter Paul Rubens|Rubens']] triomfantelijke naakten en de smerige orgieën van Teniers [ [[w:Abraham Teniers|Abraham Teniers]]?] zijn voortaan voer voor de open haard. | bron = {{aut|James Ensor}}, open brief aan Lambrichts, in Luikse blad ''L'Express'', zomer 1908 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 210; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = De Luikse gemeenteraad overwoog in 1908 de aankoop van [[w:De oestereetster|'De oestereetster']] van Ensor. Raadslid Lambrichts had het schilderij afgewezen als een vulgair en slecht-geschilderd werk. De koop ging niet door, ondanks de steun van [[w:Octave Maus|Octave Maus]] die ook in de pen klom }} {{Citaat | tekst = Tussen twaalf en een 's middags waag ik mij wel eens op het strand [van Oostende]. Het is er dan erg druk. Mannen en vrouwen, ten zeerste blootsvoets, verdringen zich rond de kleedhokjes. Er zijn kuiten in alle maten, en voeten! Voeten waarvan ook een verstokte kousenmaker zich verschrikt zou afwenden. [..] Gedaan met wandelen en praten over kunst. [..] in de winkel ga ik het gevecht aan met schetsen en krabbels. | bron = {{aut|James Ensor}} brief in zomer 1910, aan Emma Lambotte | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 212; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Het citaat geeft treffend aan met welke focus de kijker Ensor in zijn eigen bakermat Oostende langs het strand loopt en welke aspecten hem opvallen }} {{Citaat | tekst = In 1881, al sinds mijn eerste [[w:La Chrysalide|Salon van Chrysalide]] en vol vredelievende intenties, overrompel ik alle gangbare schildersfatsoen. Ik krijg een regen van kritiek over me heen: sindsdien laat ik mijn paraplu niet meer los. Ze vervloeken en beschuldigen me, ik ben gek, slecht, boosaardig, onbekwaam, onwetend [..] een eenvoudige 'kool' [ [https://krollermuller.nl/james-ensor-stilleven-met-kool 'Stilleven met Kool'] ] wordt een verdorvenheid, mijn interieurs zijn platvloers.. Een helse strijd is losgebarsten.. | bron = {{aut|James Ensor}}, (uit zijn voordracht van 1922) [https://www.kunstbus.nl/kunst/james+ensor.html 'James Ensor'], op ''Kunstbus'', 4 februari 2017 | aangehaald = {{aut|Samuel Vanhoegaerden}}, ''TENTOONSTELLING: De Bekoringen van James Ensor - Werken van 1888 tot 1940'' | opmerking = Ook op oudere leeftijd zette Ensor de berichten over zichzelf graag zwaar aan; hij zag zichzelf graag als de door iedereen vervloekte en riep dit beeld graag regelmatig zelf op door ongenadig aan te vallen }} {{Citaat | tekst = Jawel, goede vrienden, van bij het gloren van mijn eerste dag kwam Venus mij tegemoet [..] Ik heb haar maar vlug geschilderd: zij zette haar tanden in mijn penselen, schrokte mijn verf op. Zij aasde op mijn geschilderde schelpjes. | bron = {{aut|James Ensor}}, uit toespraak, 22 december 1923, Hotel Osborne in Oostende, België | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 23; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = In zijn teksten kwamen herhaaldelijk de schelpen en de zee langs als grote inspiratie; aan hen dankte hij alles. Zijn schelpen lagen ook beneden in de winkel in Oostende; ze zijn nog steeds te zien in zijn vele stillevens }} {{Citaat | tekst = Mijn atelier telt vijf ramen en bevindt zich onder de zolder; het belangrijkste raam kijkt naar het zuiden [..] op borsthoogte, kun je het grootste deel van de stad [Oostende] zien; [en] enkele uitzichten op het platteland | bron = {{aut|James Ensor}}, brief 1928 aan [[w:André de Ridder (auteur)|Andre de Ridder]] | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 31; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Beschrijving van zijn [[w:Ensorhuis|atelier in Oostende]] dat hij vanaf 1917 gebruikte. Vanuit het raam keek hij over de huizendaken en zag de torens van de stad. Het atelier stond vol met eigen werk - en met de vele maskers, potjes, schelpen en kommetjes die ook in zijn stillevens terugkwamen }} ==Citaten over James Ensor - chronologisch== {{Citaat | tekst = ..[een student] met rake observaties van licht- en luchteffecten, een zekere verfijning in de toonaarden en, wat opmerkelijk is voor een nieuwkomer, de afwezigheid van banaliteit. [..] [maar] geeft blijk van een uitgesproken misprijzen voor tekening, modelé en perspectief. Mijnheer Ensor moet beseffen dat geen enkel talent het kan stellen zonder vormbeheersing. | bron = {{aut|Portaels}}, 'Salon van La Crysalide', in ''L’Art Moderne'', 5 juni 1881 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, pp. 57-58; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Een heel vroege recensie van zijn voormalige [[w:Jan Frans Portaels|academiedirecteur Portaels]]; het is een mixture van waardering en kritiek, waarin de lichtwerking en toon als positief worden uitgetild }} {{Citaat | tekst = Mijnheer Ensor gelooft uitsluitend in het [[w:Impressionisme|impressionisme]]. Dat is zijn religie, en elk van zijn schilderijen is er het credo van. De figuur en de voorwerpen krijgen hun natuurlijke reliëf, de bloemen worden levendig en stralend, de flessen en het kristal gaan veelkleurig schitteren en het tafellinnen krijgt een fijne, witte tint. | bron = {{aut|B. Gneur}}, 'onze schilders die vetrekken naar de tentoonstelling in Antwerpen', in ''L’Echo d’Ostende'', 9 juli 1882 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, pp. 59-60; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Ensor's levensgrote lichte doek van een interieur met buffet, vrouwelijk model en flessen werd uitvoerig besproken in deze recensie }} {{Citaat | tekst = In de figuur van Ensor worden enkele uitgangspunten geïncarneerd en geconcentreerd die we [[w:Anarchisme|anarchistisch]] kunnen noemen. Kortom: hij is een gevaarlijk heerschap. Als hij volhoudt – en als ze hem niet klein krijgen – maakt hij veel kans om een bres te slaan in de oude vestingmuur; die verdedigd wordt door de laatste oud-strijders van achttienhonderddertig. | bron = curator, van kunsttijdschrift ''L'Art Moderne'', 12 oktober 1884 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 79; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = "anarchistisch" is hier positief bedoeld, zoals de gehele recensie trouwens }} {{Citaat | tekst = Ensor is niet altijd heel, héél gedistingeerd, maar het mag een schandelijke onrechtvaardigheid heten, hem te beschouwen als een grappenmaker. [..] nu heel puur en dan [weer] heel smerig plat. [..] [zijn figuren] spreken al het raadselachtige uit. het verborgen geheimzinnige, het ongezellige en vreemd-groteske van het leven. | bron = {{aut|August Vermeylen}}, 'De Salon van 'Les XX ', in ''De Vlaamsche School'', c. februari 1892 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 139; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Vermeylen benadrukte allereerst in zijn recensie dat de kunstenaars van de groep 'Les XX' allemaal individuen zijn met hun eigen persoonlijke uitingen - er bestaat geen School! Wel hebben ze gemeenschappelijk dat ze bewust de traditionele conventies in de kunst negeren }} {{Citaat | tekst = Zijn fysiek: een tengere Don Quichot van de kunst, [..] ,de blik scherp, zijn snor in de wind - zo kom je hem tegen op de dijk in Oostende, slenterend, met twee mopshonden, zijn blik verloren tussen de zonovergoten bootjes of ontzet snuffelend naar burgers met vakantie aan zee [..] Zijn moraal: een tot op vandaag onbegrepen mens. | bron = {{aut|Eugène Demolder}}, ''James Ensor - Mort mystique d'un théologien'', uitgever Lacomblez Brussel, 1892 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 142; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = [[w:Eugène Demolder|Eugène Demolder]] schreef de eerste monografie over Ensor. Ensor op zijn beurt schilderde in 1893 een [https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/8/8a/Ic%C3%B4ne_-_Portret_van_Eug%C3%A8ne_Demolder%2C_James_Ensor%2C_Groeningemuseum%2C_2004.GRO0001.I.jpeg/400px-Ic%C3%B4ne_-_Portret_van_Eug%C3%A8ne_Demolder%2C_James_Ensor%2C_Groeningemuseum%2C_2004.GRO0001.I.jpeg 'Portret van Eugène Demolder'], onder de Maagd Maria. Ensor had inderdaad een dagelijkse loopje door zijn Oostende en over het strand }} {{Citaat | tekst = Met een doek van Vincent van Gogh onder de arm hebben de organisatoren van [[w:La Libre Esthétique|La Libre Esthétique]] een wandeling gemaakt door de zalen van het Museum voor Hedendaagse Kunst. [..] De savoureuse [smakelijke] en krachtige Vlaamse schilderkunst verbleekten terstond. Alleen [https://www.fine-arts-museum.be/uploads/vubisartworks/images/ensor-3294dig-l.jpg Ensors 'Lampenist'] gaf geen krimp. Het leek alsof hij tegen Van Gogh wilde zeggen: 'Kom, en hang je hier maar naast mij; ik ben in ongelofelijk slecht gezelschap'. | bron = {{aut|Georges Lemmen}}, ''L'Art Moderne'', c. 1901-1904 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, pp. 179-180; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Van 1901 - 1904 deed Ensor niet mee aan de tentoonstelling van La Libre Esthétique, waar vooral de Fransen en hun volgelingen de dienst uitmaken. In 1905 doet hij wel meer met enkele andere Vlaamse schilders, waarop in het blad 'L'Art Moderne' tevreden wordt gereageerd }} {{Citaat | tekst = ..,de ellebogen op tafel, bij [https://www.demorgen.be/nieuws/brussels-cafe-le-cirio-beschermd~bca766b6/ Francesco Cirio] [in Brussel], beginnen we te kouten [praten] over kunst! Op kunstgebied zijn ze vooruitstrevend en anarchist, noemen het Salon een 'artistiek gasthuis', en verdedigen 'de XX' | bron = {{aut|Karel van de Woestijne}}, essay uit 1909 over de kunstschilder Maurits Niekerk | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 44; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Een impressie van [[w:Karel van de Woestijne|Karel van de Woestijne]], van de groep jonge kunstenaars [[w:Les XX|'Les XX']], waarvan Ensor een van de oprichters was in 1883 (nadat een werk van hem geweigerd was door de artistieke elite). Les XX had geen program! }} {{Citaat | tekst = Overal waar je kijkt: log en belegen gedoe [op de expositie]. Ensors stilleven is daarentegen zo heerlijk muzikaal. Het is echt een heldere melodie, zonder enig spoor van materialiteit. [..] Trouwens: elke kunstenaar moet zichzelf, met invloeden en al, vinden door de natuur te volgen. Doen zoals de anderen, of het toeval zijn gang laten gaan, is toch veel te gemakkelijk? | bron = {{aut| Rik Wouters }}, brief 25 maart 1911, aan vriend Simon Levy | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, in ''Rik Wouters, een biografie'', De Bezige Bij Antwerpen, 2011, p. 172; {{ISBN| 978 90 8542 174 0}} | opmerking = Wouters bezocht de tentoonstelling 'Kunst van Heden'; hij zag Ensor en Cezanne voor hemzelf als positief voorbeeld in al zijn zoeken om tot een eigen 'stilering' te komen }} {{Citaat | tekst = Onze grote vriend Ensor heeft er heerlijke dingen hangen, niet te evenaren van kleurenweelde en uitzonderlijke tonen. Hoe fris oogt die [http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/sites/default/files/imagecache/normaal/fotos/kunstwerken/46858_ca_object_representations_media_90_large_18.jpg 'Liefdestuin'] niet, met al die kleine bonte figuurtjes in rozig wit, roze, rood, blauw, geel en nog veel andere schakeringen, de ene al buitengewoner dan de andere. De hemel is roze! Godverdomme, wat voor een roze! Het is uniek in de geschiedenis van de schilderkunst. De [onder]grond: zuiver veronese-groen [..] Allemaal heel schoon en goddelijk van kleur.. | bron = {{aut|Rik Wouters}}, notitie inclusief schets, later omgezet in een brief aan Simon Levy, maart 1912 | aangehaald = {{aut|O. Bertrand & S. Hautekeete}}, ''Rik Wouters. Kroniek van een Leven'', Antwerpen 1994, p. 85 | opmerking = Wouters ontmoette op de opening van een expositie Ensor, die hem ook had toegezegd om model te komen zitten voor een buste die Wouters van hem wilde maken }} {{Citaat | tekst = James Ensor is voor ons een van de raar goede decadenten van onze tijd. Is [[w:Emile Claus|[Emile] Claus]] de schilder van de vlammende levenskleuren, James Ensor's werk is de weergave van een uiterst pervers zieleleven. | bron = {{aut|Paul van Ostayen}}, 'Driejaarlijksche Tentoonstelling', in ''Carolus'', 4 juni 1914 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, in ''Rik Wouters, een biografie'', De Bezige Bij Antwerpen, 2011, p. 229; {{ISBN| 978 90 8542 174 0}} | opmerking = [[w:Paul van Ostayen|Paul van Ostayen]] was pas achttien jaar maar ging als recensent direct flink tekeer tegen de 'goedzakkige middelmatigheid' onder de kunstenaars en de 'kleurenblinde' jury van de 'Driejaarlijksche' }} {{Citaat | tekst = Tusschen het vorige en het huidige stond Ensor. [..] Wat hier bij Ensor intuïtief aanwezig is, is voor het huidige geslacht een levensnoodzakelijkheid geworden. Maar Ensor blijft m.i. steeds buiten zijn tijd. Hij behoort noch tot het voorgaande, noch tot het huidige geslacht. [..] De [[w:Futurisme|futuristen]] hebben heel juist gezien toen zij in hem een hunner voorlopers, niet hun baanbreker, aanschouwden. | bron = {{aut|Paul van Ostayen}}, 'Over het werk van Oscar en Floris Jespers', in ''Vlaamsch Leven'', 27 mei 1917 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, in ''Rik Wouters, een biografie'', De Bezige Bij Antwerpen, 2011, pp. 235-236; {{ISBN| 978 90 8542 174 0}} | opmerking = Van Ostayen plaatste in 1918 Ensor als een schakel in de ketting van het 'eeuwig weerkerende ekspressionisme, naast de Vlaamse, Waalse en Rijnlandse primitieven, en naast Bosch, Brueghel en Goya }} {{Citaat | tekst = ik [..] een kunsttentoonstelling zag. Ik kreeg er schilderijen van Ensor te zien (c. 1905-1906); ik ben ze nooit meer vergeten. Een van de sterkste indrukken van mijn leven. Nooit werd ik zo uit het lood geslagen en betoverd [..] Ensor toverde waarlijk een nieuwe wereld voor mijn ogen. Het was de schok die mijn ziel beroerde en wellicht mijn artistieke roeping bepaalde. | bron = {{aut|Léon Spilliaert}}, 'James Ensor', in ''L'Art Libre'', 1 april 1919 | aangehaald = {{aut|Eva Berghmans}}, 'Zelfportret in zwarte zee', in ''De Standaard'', 7 mei 2016 | opmerking = De jonge [[w:Léon Spilliaert|Léon Spilliaert]] zocht Ensor in Oostende op; deze nam aanvankelijk wel een afstandelijke houding aan ten opzichte van Spilliaert }} {{Citaat | tekst = Doeken die druipen van zonlicht, luchtige landschappen, spottende maskers, nauwkeurige etsen die met vuur en gevoel de natuur en de mens weergeven [..] Het atelier [van Ensor] was een grot van Ali Baba, een schatkamer vol edelstenen, een feest van kleur en licht [..] Ik bedacht dat François Franck dit paradijs moest zien.. | bron = {{aut|Emma Lambotte}}, 'Hommage aan Franck', maart 1932 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 188; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = [https://kmska.be/nl/emma-lambotte-soulmate-van-ensor Emma Lambotte] bezocht Ensor in zijn atelier voor het eerst in 1904. Een drukke correspondentie volgde daarna. Ensor noemde haar al gauw 'mijn goede fee'. Zij bracht kort daarop de verzamelaar François Frank in contact met Ensor en zijn werk }} {{Citaat | tekst = 'Wat bedoelde James Ensor met 'vive la sociale'? | bron = {{aut|Roger Raveel}}, titel van muurschildering die [[w:Roger Raveel|Roger Raveel]] in 1976 maakte voor het metrostation Merode in Brussel | aangehaald = Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel, 'Merode / Trappen - Ensor: vive la sociale, 1976', in [https://www.stib-mivb.be/irj/go/km/docs/WEBSITE_RES/Attachments/artmetro/PDF/NL2019.pdf ''Kunst in de metro / Oost-westas''], pp. 42-43 | opmerking = In zijn muurschildering [https://www.bozar.be/sites/default/files/styles/image_embedded/public/media/images/MERODE.jpg?h=34bbd072&itok=KgOfko0q 'Wat bedoelde James Ensor met 'vive la sociale'] refereerde Raveel naar Ensor's beroemde schilderij [https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Christ%27s_Entry_Into_Brussels_in_1889.jpg 'De intocht van Christus in Brussel in 1889'] waarin op een groot spandoek staat te lezen 'vive la sociale'; Raveel zag het al in 1945, op bezoek bij de oude Ensor }} {{Citaat | tekst = Christus is niet langer de vergevingsgezinde, onthechte zoon van God maar een freak uit een lowbudgethorrorfilm, buiten zinnen en tuk op wraak. De kop van Ensor/Christus herinnert aan [[w:Quinten Massijs (I)|Metsys']] paneel waarvan de schilder in Antwerpen een reproductie heeft gekocht. Door de figuur in zijn oeuvre naar binnen te slepen, kan Ensor naar hartenlust provoceren. Zowel de weldenkende goegemeente als de vrijzinnige broeders kregen een trap in de onderbuik. | bron = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | aangehaald = {{aut|Erik de Smedt}}, [http://users.skynet.be/lit/MIN_James_Ensor_recensie_EdS.pdf 'Man aan de rand - Eric Min: James Ensor, Een biografie'], 2009 |opmerking = Maar ook: P.J. Hodin vroeg Ensor c. 1948 hoe hij zich God voorstelde. Hij antwoordde: 'Als een kracht, iets dat sterk is. [..] Het is een gewaad waarin wij onze naaktheid hullen. Wij weten niets van God, maar Christus heeft een betekenis die niet kan ontkend worden. }} {{Citaat | tekst = Voortaan [vanaf 1893] zou hij alleen nog de conservator van zijn eigen museum zijn. | bron = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008; {{ISBN|978 90 854204 9 1}}, p. 150 | aangehaald = {{aut|Erik de Smedt}}, [http://users.skynet.be/lit/MIN_James_Ensor_recensie_EdS.pdf 'Man aan de rand - Eric Min: James Ensor, Een biografie'], 2009 | opmerking = Het 'musueum' was zijn eigen huis in Oostende waar hij de vele bezoekers zijn werken liet zien. Vanaf circa 1900 hield Ensor zich ook veel bezig met het naschilderen van zijn eigen vroegere werk - dat hij vervolgens een oudere datering meegaf }} ==Externe links== * [https://www.kunstbus.nl/kunst/james+ensor.html 'James Ensor' biografie], op Kunstbus * [https://www.wikiart.org/en/james-ensor 46 afbeeldingen van zijn werken], op Wikiart * [http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/nl/biografie/fotos-van-james-ensor-fotoarchief diverse foto's van James Ensor], op website van Vlaamse Kunstcollectie == Galerij van werken == <gallery widths="210" heights="190"> File:James Ensor (1876) - Badkoets op het strand 001.jpg|J. Ensor, 1876: 'Badkoets op het strand' (Oostende), olieverf op karton File:James Ensor (1881) Van Iseghemlaan in de sneeuw 001.jpg|J. Ensor, 1881: 'Van Iseghemlaan onder de sneeuw' (Oostende), olieverf op paneel File:James Ensor (1882) - Stilleven met oesters 001.jpg|J. Ensor, 1882: 'Stilleven met oesters', olieverf op doek File:James Ensor, Les Toits d'Ostende, 1885.jpg|J. Ensor, 1885: 'De daken van Oostende', olieverf op doek File:Christ's Entry Into Brussels in 1889.jpg|J. Ensor, 1888-1892: 'De Intocht van Christus te Brussel', groot olieverfschilderij File:L'Intrigue (James Ensor, 1890).jpg|J. Ensor, 1890: 'De intrige', olieverf op doek File:James Ensor, Death Pursuing Humanity (1896) etching, 24.1 x 18.2 cm., Museum of Fine Arts, Ghent.jpg|J. Ensor, 1896: 'De dood vervolgt de mensenkudde', ets op papier File:Ensor - Pintor esqueletizado en su taller.jpg|J. Ensor, 1896: 'Het schilderend skelet' olieverf op doek </gallery> {{menu}} {{DEFAULTSORT:Ensor, James}} [[Categorie:Belgisch persoon]] [[Categorie:Kunstenaar]] eqz46va8evpnc7di050aamhrt50wter 95153 95152 2026-09-04T08:33:32Z Bertux 992 /* Citaten van James Ensor - chronologisch */ +Opinie Charles Bernard 95153 wikitext text/x-wiki [[File:James Ensor (1890) - Ensor voor zijn schildersezel 001.jpg|thumb|J. Ensor, 1890: 'Ensor voor zijn schildersezel', olieverf op linnen]] {{Koppelingen | w = James Ensor | wikt = | commons = James Ensor | s = | b = | voy = | species = | wikisage = }} {{auteur | naam = James Ensor | wikipedia = James Ensor | periode = Oostende, 13 april 1860 - aldaar, 19 november 1949 | beschrijving = was een Belgische kunstschilder en een belangrijk figuur in de moderne kunst van België. }} ==Citaten van James Ensor - chronologisch== ===Citaten, 1880 tot 1890=== {{Citaat | tekst = Het licht vreet de voorwerpen op. | bron = {{aut|Emile Verhaeren}}, opmerking van Ensor, c. 1882 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 55; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Vanaf 1880 schilderde Ensor veel [[w:Interieur (terminologie)|interieurs]], in zijn ouderlijk huis aan de Vlaanderenstraat in Oostende, waarbij 'Mitche' – zijn zus Mariëtte, die een jaar jonger was – vaak model stond. In veel doeken speelde het licht een hoofdrol. }} {{Citaat | tekst = In de ultieme vorm van waarnemen ziet de kunstenaar de subtiliteiten en het spel van het licht, zijn vlakken en omwentelingen. Dit gestage onderzoek transformeert je blik: de lijn lijdt en wordt bijzaak. Deze manier van kijken wordt zelden begrepen. Zij vereist langdurige observatie en volgehouden aandacht. De ongeschoolde blik ziet slechts wanorde, chaos en fouten. | bron = {{aut|James Ensor}} 1882, 'Réflexions sur l’art' | aangehaald = {{aut|Erik de Smedt}}, [http://users.skynet.be/lit/MIN_James_Ensor_recensie_EdS.pdf 'Man aan de rand - Eric Min: James Ensor, Een biografie'], 2009 | opmerking = Een opmerkelijke en ook verhelderende (vroege) notitie van Ensor. De criticus Charles Bernard stelt dat de lijn niet zozeer afgewezen wordt, maar aan belang verliest, doordat de hedendaagse kunst een subjectieve omlijning ter inspiratie heeft. [https://www.dbnl.org/tekst/_onz021192901_01/_onz021192901_01_0001.php Onze Kunst] [Deel XLVI], Jaargang 25. Charles Bernard, 1929 }} {{Citaat | tekst = Wat wilt gij? Zijt gij niet tevreden? Een beetje geduld. Geen geweld. Ik zie wel iets, maar ik snap niet goed waarover het gaat. Ik kan het niet zo goed zien. | bron = {{aut|James Ensor}} 1889, ingeschreven tekst in [http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/sites/default/files/imagecache/normaal/fotos/kunstwerken/91736_ca_object_representations_media_130_large_16.jpg koperets 'België in de 19de eeuw'] | aangehaald = Vlaamse Kunstcollectie, [http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/nl/collectie/belgie-in-de-19de-eeuw 'James Ensor: België in de 19de eeuw'] | opmerking = Vanuit de massa probeert een opstandeling in de ets de koning met zijn vaandel te bereiken. Hierop staan de eisen van het volk te lezen. Maar de onverschilligheid van de vorst voor zijn volk is in grote bogen duidelijk leesbaar door Ensor neergeschreven }} ===Citaten, 1890 tot 1900=== {{Citaat | tekst = Wie zijn de genodigden [voor een tentoonstelling van 'Les XX'], en wat maken ze? [..] Ik weet van niets en wacht ongerust en onzeker, kregelig en achterdochtig zoals de draak Fessine, [..] overlopend van gal, met bokkenpoten, het verscheurde hart gevoed door het venijn van de anderen, schreeuwend, schijtend, boerend, scheten latend, veestend, pissend, een vreselijk gebrul uitzwetend [..] Ik wacht, angstig en gekweld, en vraag u snel te antwoorden. Uw toegewijd, James Ensor | bron = {{aut|James Ensor}}, brief 28 oktober 1890, aan [[w:Octave Maus|Octave Maus]] | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 131; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Ensor portretteert zichzelf hier in zijn argwaan en achterdocht t.a.v. zijn collega-kunstenaars in de kunstenaarsvereniging [[w:Les XX|Les XX]] die regelmatig groepstentoonstelling organiseerde, vaak onder leiding van O. Maus }} {{Citaat | tekst = ..het grote doek met Christus en de maskers, vol beweging en karakteristieke koppen en krachtige kleuren [is nog niet klaar]. [..] Mijn expositie is onthoofd. Ik heb schokeffecten nodig om indruk te maken. En alles in dat doek ademt geweld en beweging. | bron = {{aut|James Ensor}}, brief begin 1892, aan [[w:Emile Verhaeren|Emile Verhaeren]] | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 138; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Ensor heeft zijn grote werk [[w:De Intocht van Christus te Brussel|De Intocht van Christus te Brussel]], waar hij in 1888 aan begonnen was, niet klaar gekregen voor de a.s. expositie van 'Les XX'; zijn moeder was ernstig ziek en hijzelf had longontsteking }} {{Citaat | tekst = Ik heb altijd ervaren dat een juist getekende lijn geen diepe gevoelens kan opwekken. Ze vraagt geen offers, geen inzicht [..] De lijn heeft het genie de oorlog verklaard [..] geen enkel machtig en schoon gevoelen, geen beslissnede keuze kan zij uitdrukken [..] De vorm is zelf niet meer dan zwakke imitatie, gebrek aan verbeeldingskracht. Vorm is oubollig – een trucje van de [[klassiek]]en. | bron = {{aut|James Ensor}}, brief eind 1894, aan [[w:Pol de Mont|Pol de Mont]] | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, pp. 156-157; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Ensor wilde het licht afbeelden, want het licht vertekent en vervormt de werkelijkheid, waardoor zowel "lijn" als "vorm" het nakijken hebben }} {{Citaat | tekst = 'Onder aanvoering van Krazon op een dolle kat gezeten, geleiden de duivels Dzittss en Hihahox Kristus ter helle' | bron = {{aut|James Ensor}} 1895, lange titel van zijn koperets [http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/sites/default/files/imagecache/normaal/fotos/kunstwerken/34001_ca_object_representations_media_546_large_17.jpg 'Christus daalt neer in de hel'] | aangehaald = {{aut|Ary Delen}}, 'James Ensor', in [https://www.dbnl.org/tekst/_els001191101_01/_els001191101_01.pdf ''Elseviers Geïllustreerd Maandschrift.''] Jaargang 21, 1911, p. 174 | opmerking = In deze ets en in het motief ervan is invloed te herkennen van de [[w:Vlaamse Primitieven|Vlaamse Primitieven]] en van [[w:Francisco Goya|Goya]] die hij erg bewonderde. Het sardonische karakter van deze ets staat daarentegen geheel op rekening van Ensor }} {{Citaat | tekst = Zijn [ [[w:Alfred Stevens|Alfred Stevens]] ] schilderijen stellen niets voor, zijn coloriet is een ratjetoe. Zijn werken maken geen verheven gevoelens los en zetten je evenmin aan het denken. Ze zijn van een liederlijke middelmatigheid die tot alle toegevingen bereid is: van gebrek aan kwaliteit en valse chic tot de lage streken van een doortrapte goochemerd. | bron = {{aut|James Ensor}}, in ''Le coq rouge'', 1896 | aangehaald = {{aut|Marc Holthof}}, 'Alfred Stevens in de Koninklijke Musea', in ''De Witte Raaf'', editie 140 juli-augustus 2009 | opmerking = Vanaf 1896 publiceerde Ensor meermaals korte stukken in de Brusselse anarchistisch gezinde tijdschriften 'Le coq rouge' en 'La ligue artistique: libre tribune d'art et de littérature' }} {{Citaat | tekst = Uitgeput en doodmoe [..] Het leven in Oostende is monotoon [..] Ik ken geen enkele Oostendenaar. Ik walg van hun vijandige houding en hun weerzinwekkende gedrag. | bron = {{aut|James Ensor}}, brief 23 januari 1897, aan Constantin Ganesco | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 165; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Het jaar 1897 was een weinig creatief jaar voor Ensor. Op de weinige doeken die hij maakte verschenen veel skeletten, die met hun zeis door de lucht maaiden. Natuurlijk kende Ensor mensen in Oostende, maar hij ergerde zich van tijd tot tijd enorm aan de bekrompenheid aldaar }} {{Citaat | tekst = [kritiek op de kunst-recensenten:] Enkele kunstbroeders [van de groep [[w:Les XX|'XX / Les Vingt]]'] worden op de index geplaatst, geweigerd, afgekraakt, beschimpt, aan de schandpaal genageld – vooral zij die als "revolutionair" bekendstonden [..] [kritiek op de leden:] ..de opportunistische kritiek van mijn artistieke vrienden, de domheid, de kwade trouw, de onkunde van critici, de vileine en laaghartige aanvallen van mijn voormalige imitatoren.. | bron = {{aut|James Ensor}}, brief oktober 1899, aan Jules Du Jardin | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 73; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Ensor keek in 1899 tamelijk rancuneus en kritisch terug op de jaren die hij doorbracht in de kunstenaarsgroep 'XX' - zowel naar de kritiek erop van buitenaf, als naar de leden van de groep zelf }} ===Citaten, vanaf 1900=== {{Citaat | tekst = ..voorzichtige progressieven die behendige zakenlieden en brave opportunisten zijn geworden [..] Voormalige volgelingen van de Twintigers [Les XX], belust op het goede graan dat zij hebben gezaaid [..] De Vlaming is geen colorist meer. De Vlaamse kunst is morsdood, geveld, ontzield, gecrepeerd [..] het is niet meer dan een wankele pop van stro, kleurloos, nog hooguit bezield door krekels en critici. | bron = {{aut|James Ensor}}, 'Une réaction artistique au pays de Narquoisie' (Een kunstzinnige reactie in het land van Spotternije), in ''La Vie Nouvelle'', nr 3, mei 1900, p. 149-152 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 178; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} & ''La Ligue Artistique'', c. 1900-1901 | opmerking = Een tirade, doorspekt met krachttermen tegen de eigentijdse kunst, die haar eigen wortels heeft verraden en slechts buitenlandse voorbeelden navolgt uit commercieel gewin. Hiermee nam Ensor ook definitief afstand van veel kunstenaars om hem heen }} {{Citaat | tekst = Ik houd erg veel van mijn grote schilderij Le cortège des masques (= [[w:De Intocht van Christus te Brussel|'De Intrede van Christus in Brussel']]), dat mij elke dag met vreugde vervult. Als een schetterende fanfare klinkt het op, achteraan in mijn atelier. De talloze ogen van de mensen op het doek kijken mij al zo lang mild en innemend aan. Ik verkoop het voor tweeduizend frank. Is dat te veel? | bron = {{aut|James Ensor}}, brief 13 juli 1903, aan [[w:Edmond Picard|Edmond Picard]] | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, pp. 184-185; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Het is onduidelijk of Ensor op dat moment zijn grote doek van de Intocht van Christus, dat hij in 1892 afmaakte, ook werkelijk kwijt wilde, omdat hij vaak verkondigde dat hij er zo aan gehecht was. Pas in 1929 kreeg het grote publiek het doek voor het eerst te zien }} {{Citaat | tekst = De experimenten van de [[w:Pointillisme|pointillisten]] [als Seurat en Signac] lieten mij koud; zij trachtten slechts de trillingen van het licht weer te geven. Koud en methodisch stippelden zij [..] het resultaat is een onpersoonlijk kunstwerk. Het pointillisme [..] komt er niet toe, het [licht] vorm ter geven. Mijn eigen zoektocht, mijn visie staat er ver van af. ''Je crois être un peintre d’exception'' (Ik zie mezelf als schilder van de uitzondering). | bron = {{aut|James Ensor}} c. 1906-08, gestuurde notities aan [[w:August Vermeylen|August Vermeylen]] | aangehaald = {{aut| August Vermeylen}}, [https://c8.alamy.com/comp/MP6THB/nederlands-omslag-van-het-boek-james-ensor-door-emile-verhaeren-1908-emile-verhaeren-1855-1916-693-james-ensor-par-verhaeren-MP6THB.jpg ''Sur James Ensor''] (monografie), 1908 | opmerking = In 1887 exposeerde Ensor al, waar ook het grote doek [[w:Dimanche d'été à la Grande Jatte|'La Grande Jatte']] van [[w:Georges Seurat|Seurat]] hing; het pointillisme kwam toen België binnen en vond er waardering. Ook Vermeylen was positief, maar gaf in zijn monografie over Ensor de schilder ruimte voor zijn afkeuring }} {{Citaat | tekst = Ik ben geneigd, voorop te stellen dat de kunst niets met moraal te maken heeft - zij is er ver boven verheven. [..] Als we u volgen, worden er in onze musea alleen nog werken geëxposeerd met bijschriften als 'Niet op de grond spuwen', 'Behandel de dieren met zachtheid', [..] 'Bemint elkander', 'De armen van geest zullen in de hemel komen'. [..] [[w:Peter Paul Rubens|Rubens']] triomfantelijke naakten en de smerige orgieën van Teniers [ [[w:Abraham Teniers|Abraham Teniers]]?] zijn voortaan voer voor de open haard. | bron = {{aut|James Ensor}}, open brief aan Lambrichts, in Luikse blad ''L'Express'', zomer 1908 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 210; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = De Luikse gemeenteraad overwoog in 1908 de aankoop van [[w:De oestereetster|'De oestereetster']] van Ensor. Raadslid Lambrichts had het schilderij afgewezen als een vulgair en slecht-geschilderd werk. De koop ging niet door, ondanks de steun van [[w:Octave Maus|Octave Maus]] die ook in de pen klom }} {{Citaat | tekst = Tussen twaalf en een 's middags waag ik mij wel eens op het strand [van Oostende]. Het is er dan erg druk. Mannen en vrouwen, ten zeerste blootsvoets, verdringen zich rond de kleedhokjes. Er zijn kuiten in alle maten, en voeten! Voeten waarvan ook een verstokte kousenmaker zich verschrikt zou afwenden. [..] Gedaan met wandelen en praten over kunst. [..] in de winkel ga ik het gevecht aan met schetsen en krabbels. | bron = {{aut|James Ensor}} brief in zomer 1910, aan Emma Lambotte | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 212; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Het citaat geeft treffend aan met welke focus de kijker Ensor in zijn eigen bakermat Oostende langs het strand loopt en welke aspecten hem opvallen }} {{Citaat | tekst = In 1881, al sinds mijn eerste [[w:La Chrysalide|Salon van Chrysalide]] en vol vredelievende intenties, overrompel ik alle gangbare schildersfatsoen. Ik krijg een regen van kritiek over me heen: sindsdien laat ik mijn paraplu niet meer los. Ze vervloeken en beschuldigen me, ik ben gek, slecht, boosaardig, onbekwaam, onwetend [..] een eenvoudige 'kool' [ [https://krollermuller.nl/james-ensor-stilleven-met-kool 'Stilleven met Kool'] ] wordt een verdorvenheid, mijn interieurs zijn platvloers.. Een helse strijd is losgebarsten.. | bron = {{aut|James Ensor}}, (uit zijn voordracht van 1922) [https://www.kunstbus.nl/kunst/james+ensor.html 'James Ensor'], op ''Kunstbus'', 4 februari 2017 | aangehaald = {{aut|Samuel Vanhoegaerden}}, ''TENTOONSTELLING: De Bekoringen van James Ensor - Werken van 1888 tot 1940'' | opmerking = Ook op oudere leeftijd zette Ensor de berichten over zichzelf graag zwaar aan; hij zag zichzelf graag als de door iedereen vervloekte en riep dit beeld graag regelmatig zelf op door ongenadig aan te vallen }} {{Citaat | tekst = Jawel, goede vrienden, van bij het gloren van mijn eerste dag kwam Venus mij tegemoet [..] Ik heb haar maar vlug geschilderd: zij zette haar tanden in mijn penselen, schrokte mijn verf op. Zij aasde op mijn geschilderde schelpjes. | bron = {{aut|James Ensor}}, uit toespraak, 22 december 1923, Hotel Osborne in Oostende, België | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 23; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = In zijn teksten kwamen herhaaldelijk de schelpen en de zee langs als grote inspiratie; aan hen dankte hij alles. Zijn schelpen lagen ook beneden in de winkel in Oostende; ze zijn nog steeds te zien in zijn vele stillevens }} {{Citaat | tekst = Mijn atelier telt vijf ramen en bevindt zich onder de zolder; het belangrijkste raam kijkt naar het zuiden [..] op borsthoogte, kun je het grootste deel van de stad [Oostende] zien; [en] enkele uitzichten op het platteland | bron = {{aut|James Ensor}}, brief 1928 aan [[w:André de Ridder (auteur)|Andre de Ridder]] | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 31; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Beschrijving van zijn [[w:Ensorhuis|atelier in Oostende]] dat hij vanaf 1917 gebruikte. Vanuit het raam keek hij over de huizendaken en zag de torens van de stad. Het atelier stond vol met eigen werk - en met de vele maskers, potjes, schelpen en kommetjes die ook in zijn stillevens terugkwamen }} ==Citaten over James Ensor - chronologisch== {{Citaat | tekst = ..[een student] met rake observaties van licht- en luchteffecten, een zekere verfijning in de toonaarden en, wat opmerkelijk is voor een nieuwkomer, de afwezigheid van banaliteit. [..] [maar] geeft blijk van een uitgesproken misprijzen voor tekening, modelé en perspectief. Mijnheer Ensor moet beseffen dat geen enkel talent het kan stellen zonder vormbeheersing. | bron = {{aut|Portaels}}, 'Salon van La Crysalide', in ''L’Art Moderne'', 5 juni 1881 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, pp. 57-58; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Een heel vroege recensie van zijn voormalige [[w:Jan Frans Portaels|academiedirecteur Portaels]]; het is een mixture van waardering en kritiek, waarin de lichtwerking en toon als positief worden uitgetild }} {{Citaat | tekst = Mijnheer Ensor gelooft uitsluitend in het [[w:Impressionisme|impressionisme]]. Dat is zijn religie, en elk van zijn schilderijen is er het credo van. De figuur en de voorwerpen krijgen hun natuurlijke reliëf, de bloemen worden levendig en stralend, de flessen en het kristal gaan veelkleurig schitteren en het tafellinnen krijgt een fijne, witte tint. | bron = {{aut|B. Gneur}}, 'onze schilders die vetrekken naar de tentoonstelling in Antwerpen', in ''L’Echo d’Ostende'', 9 juli 1882 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, pp. 59-60; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Ensor's levensgrote lichte doek van een interieur met buffet, vrouwelijk model en flessen werd uitvoerig besproken in deze recensie }} {{Citaat | tekst = In de figuur van Ensor worden enkele uitgangspunten geïncarneerd en geconcentreerd die we [[w:Anarchisme|anarchistisch]] kunnen noemen. Kortom: hij is een gevaarlijk heerschap. Als hij volhoudt – en als ze hem niet klein krijgen – maakt hij veel kans om een bres te slaan in de oude vestingmuur; die verdedigd wordt door de laatste oud-strijders van achttienhonderddertig. | bron = curator, van kunsttijdschrift ''L'Art Moderne'', 12 oktober 1884 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 79; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = "anarchistisch" is hier positief bedoeld, zoals de gehele recensie trouwens }} {{Citaat | tekst = Ensor is niet altijd heel, héél gedistingeerd, maar het mag een schandelijke onrechtvaardigheid heten, hem te beschouwen als een grappenmaker. [..] nu heel puur en dan [weer] heel smerig plat. [..] [zijn figuren] spreken al het raadselachtige uit. het verborgen geheimzinnige, het ongezellige en vreemd-groteske van het leven. | bron = {{aut|August Vermeylen}}, 'De Salon van 'Les XX ', in ''De Vlaamsche School'', c. februari 1892 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 139; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Vermeylen benadrukte allereerst in zijn recensie dat de kunstenaars van de groep 'Les XX' allemaal individuen zijn met hun eigen persoonlijke uitingen - er bestaat geen School! Wel hebben ze gemeenschappelijk dat ze bewust de traditionele conventies in de kunst negeren }} {{Citaat | tekst = Zijn fysiek: een tengere Don Quichot van de kunst, [..] ,de blik scherp, zijn snor in de wind - zo kom je hem tegen op de dijk in Oostende, slenterend, met twee mopshonden, zijn blik verloren tussen de zonovergoten bootjes of ontzet snuffelend naar burgers met vakantie aan zee [..] Zijn moraal: een tot op vandaag onbegrepen mens. | bron = {{aut|Eugène Demolder}}, ''James Ensor - Mort mystique d'un théologien'', uitgever Lacomblez Brussel, 1892 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 142; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = [[w:Eugène Demolder|Eugène Demolder]] schreef de eerste monografie over Ensor. Ensor op zijn beurt schilderde in 1893 een [https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/8/8a/Ic%C3%B4ne_-_Portret_van_Eug%C3%A8ne_Demolder%2C_James_Ensor%2C_Groeningemuseum%2C_2004.GRO0001.I.jpeg/400px-Ic%C3%B4ne_-_Portret_van_Eug%C3%A8ne_Demolder%2C_James_Ensor%2C_Groeningemuseum%2C_2004.GRO0001.I.jpeg 'Portret van Eugène Demolder'], onder de Maagd Maria. Ensor had inderdaad een dagelijkse loopje door zijn Oostende en over het strand }} {{Citaat | tekst = Met een doek van Vincent van Gogh onder de arm hebben de organisatoren van [[w:La Libre Esthétique|La Libre Esthétique]] een wandeling gemaakt door de zalen van het Museum voor Hedendaagse Kunst. [..] De savoureuse [smakelijke] en krachtige Vlaamse schilderkunst verbleekten terstond. Alleen [https://www.fine-arts-museum.be/uploads/vubisartworks/images/ensor-3294dig-l.jpg Ensors 'Lampenist'] gaf geen krimp. Het leek alsof hij tegen Van Gogh wilde zeggen: 'Kom, en hang je hier maar naast mij; ik ben in ongelofelijk slecht gezelschap'. | bron = {{aut|Georges Lemmen}}, ''L'Art Moderne'', c. 1901-1904 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, pp. 179-180; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Van 1901 - 1904 deed Ensor niet mee aan de tentoonstelling van La Libre Esthétique, waar vooral de Fransen en hun volgelingen de dienst uitmaken. In 1905 doet hij wel meer met enkele andere Vlaamse schilders, waarop in het blad 'L'Art Moderne' tevreden wordt gereageerd }} {{Citaat | tekst = ..,de ellebogen op tafel, bij [https://www.demorgen.be/nieuws/brussels-cafe-le-cirio-beschermd~bca766b6/ Francesco Cirio] [in Brussel], beginnen we te kouten [praten] over kunst! Op kunstgebied zijn ze vooruitstrevend en anarchist, noemen het Salon een 'artistiek gasthuis', en verdedigen 'de XX' | bron = {{aut|Karel van de Woestijne}}, essay uit 1909 over de kunstschilder Maurits Niekerk | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 44; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Een impressie van [[w:Karel van de Woestijne|Karel van de Woestijne]], van de groep jonge kunstenaars [[w:Les XX|'Les XX']], waarvan Ensor een van de oprichters was in 1883 (nadat een werk van hem geweigerd was door de artistieke elite). Les XX had geen program! }} {{Citaat | tekst = Overal waar je kijkt: log en belegen gedoe [op de expositie]. Ensors stilleven is daarentegen zo heerlijk muzikaal. Het is echt een heldere melodie, zonder enig spoor van materialiteit. [..] Trouwens: elke kunstenaar moet zichzelf, met invloeden en al, vinden door de natuur te volgen. Doen zoals de anderen, of het toeval zijn gang laten gaan, is toch veel te gemakkelijk? | bron = {{aut| Rik Wouters }}, brief 25 maart 1911, aan vriend Simon Levy | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, in ''Rik Wouters, een biografie'', De Bezige Bij Antwerpen, 2011, p. 172; {{ISBN| 978 90 8542 174 0}} | opmerking = Wouters bezocht de tentoonstelling 'Kunst van Heden'; hij zag Ensor en Cezanne voor hemzelf als positief voorbeeld in al zijn zoeken om tot een eigen 'stilering' te komen }} {{Citaat | tekst = Onze grote vriend Ensor heeft er heerlijke dingen hangen, niet te evenaren van kleurenweelde en uitzonderlijke tonen. Hoe fris oogt die [http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/sites/default/files/imagecache/normaal/fotos/kunstwerken/46858_ca_object_representations_media_90_large_18.jpg 'Liefdestuin'] niet, met al die kleine bonte figuurtjes in rozig wit, roze, rood, blauw, geel en nog veel andere schakeringen, de ene al buitengewoner dan de andere. De hemel is roze! Godverdomme, wat voor een roze! Het is uniek in de geschiedenis van de schilderkunst. De [onder]grond: zuiver veronese-groen [..] Allemaal heel schoon en goddelijk van kleur.. | bron = {{aut|Rik Wouters}}, notitie inclusief schets, later omgezet in een brief aan Simon Levy, maart 1912 | aangehaald = {{aut|O. Bertrand & S. Hautekeete}}, ''Rik Wouters. Kroniek van een Leven'', Antwerpen 1994, p. 85 | opmerking = Wouters ontmoette op de opening van een expositie Ensor, die hem ook had toegezegd om model te komen zitten voor een buste die Wouters van hem wilde maken }} {{Citaat | tekst = James Ensor is voor ons een van de raar goede decadenten van onze tijd. Is [[w:Emile Claus|[Emile] Claus]] de schilder van de vlammende levenskleuren, James Ensor's werk is de weergave van een uiterst pervers zieleleven. | bron = {{aut|Paul van Ostayen}}, 'Driejaarlijksche Tentoonstelling', in ''Carolus'', 4 juni 1914 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, in ''Rik Wouters, een biografie'', De Bezige Bij Antwerpen, 2011, p. 229; {{ISBN| 978 90 8542 174 0}} | opmerking = [[w:Paul van Ostayen|Paul van Ostayen]] was pas achttien jaar maar ging als recensent direct flink tekeer tegen de 'goedzakkige middelmatigheid' onder de kunstenaars en de 'kleurenblinde' jury van de 'Driejaarlijksche' }} {{Citaat | tekst = Tusschen het vorige en het huidige stond Ensor. [..] Wat hier bij Ensor intuïtief aanwezig is, is voor het huidige geslacht een levensnoodzakelijkheid geworden. Maar Ensor blijft m.i. steeds buiten zijn tijd. Hij behoort noch tot het voorgaande, noch tot het huidige geslacht. [..] De [[w:Futurisme|futuristen]] hebben heel juist gezien toen zij in hem een hunner voorlopers, niet hun baanbreker, aanschouwden. | bron = {{aut|Paul van Ostayen}}, 'Over het werk van Oscar en Floris Jespers', in ''Vlaamsch Leven'', 27 mei 1917 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, in ''Rik Wouters, een biografie'', De Bezige Bij Antwerpen, 2011, pp. 235-236; {{ISBN| 978 90 8542 174 0}} | opmerking = Van Ostayen plaatste in 1918 Ensor als een schakel in de ketting van het 'eeuwig weerkerende ekspressionisme, naast de Vlaamse, Waalse en Rijnlandse primitieven, en naast Bosch, Brueghel en Goya }} {{Citaat | tekst = ik [..] een kunsttentoonstelling zag. Ik kreeg er schilderijen van Ensor te zien (c. 1905-1906); ik ben ze nooit meer vergeten. Een van de sterkste indrukken van mijn leven. Nooit werd ik zo uit het lood geslagen en betoverd [..] Ensor toverde waarlijk een nieuwe wereld voor mijn ogen. Het was de schok die mijn ziel beroerde en wellicht mijn artistieke roeping bepaalde. | bron = {{aut|Léon Spilliaert}}, 'James Ensor', in ''L'Art Libre'', 1 april 1919 | aangehaald = {{aut|Eva Berghmans}}, 'Zelfportret in zwarte zee', in ''De Standaard'', 7 mei 2016 | opmerking = De jonge [[w:Léon Spilliaert|Léon Spilliaert]] zocht Ensor in Oostende op; deze nam aanvankelijk wel een afstandelijke houding aan ten opzichte van Spilliaert }} {{Citaat | tekst = Doeken die druipen van zonlicht, luchtige landschappen, spottende maskers, nauwkeurige etsen die met vuur en gevoel de natuur en de mens weergeven [..] Het atelier [van Ensor] was een grot van Ali Baba, een schatkamer vol edelstenen, een feest van kleur en licht [..] Ik bedacht dat François Franck dit paradijs moest zien.. | bron = {{aut|Emma Lambotte}}, 'Hommage aan Franck', maart 1932 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 188; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = [https://kmska.be/nl/emma-lambotte-soulmate-van-ensor Emma Lambotte] bezocht Ensor in zijn atelier voor het eerst in 1904. Een drukke correspondentie volgde daarna. Ensor noemde haar al gauw 'mijn goede fee'. Zij bracht kort daarop de verzamelaar François Frank in contact met Ensor en zijn werk }} {{Citaat | tekst = 'Wat bedoelde James Ensor met 'vive la sociale'? | bron = {{aut|Roger Raveel}}, titel van muurschildering die [[w:Roger Raveel|Roger Raveel]] in 1976 maakte voor het metrostation Merode in Brussel | aangehaald = Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel, 'Merode / Trappen - Ensor: vive la sociale, 1976', in [https://www.stib-mivb.be/irj/go/km/docs/WEBSITE_RES/Attachments/artmetro/PDF/NL2019.pdf ''Kunst in de metro / Oost-westas''], pp. 42-43 | opmerking = In zijn muurschildering [https://www.bozar.be/sites/default/files/styles/image_embedded/public/media/images/MERODE.jpg?h=34bbd072&itok=KgOfko0q 'Wat bedoelde James Ensor met 'vive la sociale'] refereerde Raveel naar Ensor's beroemde schilderij [https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Christ%27s_Entry_Into_Brussels_in_1889.jpg 'De intocht van Christus in Brussel in 1889'] waarin op een groot spandoek staat te lezen 'vive la sociale'; Raveel zag het al in 1945, op bezoek bij de oude Ensor }} {{Citaat | tekst = Christus is niet langer de vergevingsgezinde, onthechte zoon van God maar een freak uit een lowbudgethorrorfilm, buiten zinnen en tuk op wraak. De kop van Ensor/Christus herinnert aan [[w:Quinten Massijs (I)|Metsys']] paneel waarvan de schilder in Antwerpen een reproductie heeft gekocht. Door de figuur in zijn oeuvre naar binnen te slepen, kan Ensor naar hartenlust provoceren. Zowel de weldenkende goegemeente als de vrijzinnige broeders kregen een trap in de onderbuik. | bron = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | aangehaald = {{aut|Erik de Smedt}}, [http://users.skynet.be/lit/MIN_James_Ensor_recensie_EdS.pdf 'Man aan de rand - Eric Min: James Ensor, Een biografie'], 2009 |opmerking = Maar ook: P.J. Hodin vroeg Ensor c. 1948 hoe hij zich God voorstelde. Hij antwoordde: 'Als een kracht, iets dat sterk is. [..] Het is een gewaad waarin wij onze naaktheid hullen. Wij weten niets van God, maar Christus heeft een betekenis die niet kan ontkend worden. }} {{Citaat | tekst = Voortaan [vanaf 1893] zou hij alleen nog de conservator van zijn eigen museum zijn. | bron = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008; {{ISBN|978 90 854204 9 1}}, p. 150 | aangehaald = {{aut|Erik de Smedt}}, [http://users.skynet.be/lit/MIN_James_Ensor_recensie_EdS.pdf 'Man aan de rand - Eric Min: James Ensor, Een biografie'], 2009 | opmerking = Het 'musueum' was zijn eigen huis in Oostende waar hij de vele bezoekers zijn werken liet zien. Vanaf circa 1900 hield Ensor zich ook veel bezig met het naschilderen van zijn eigen vroegere werk - dat hij vervolgens een oudere datering meegaf }} ==Externe links== * [https://www.kunstbus.nl/kunst/james+ensor.html 'James Ensor' biografie], op Kunstbus * [https://www.wikiart.org/en/james-ensor 46 afbeeldingen van zijn werken], op Wikiart * [http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/nl/biografie/fotos-van-james-ensor-fotoarchief diverse foto's van James Ensor], op website van Vlaamse Kunstcollectie == Galerij van werken == <gallery widths="210" heights="190"> File:James Ensor (1876) - Badkoets op het strand 001.jpg|J. Ensor, 1876: 'Badkoets op het strand' (Oostende), olieverf op karton File:James Ensor (1881) Van Iseghemlaan in de sneeuw 001.jpg|J. Ensor, 1881: 'Van Iseghemlaan onder de sneeuw' (Oostende), olieverf op paneel File:James Ensor (1882) - Stilleven met oesters 001.jpg|J. Ensor, 1882: 'Stilleven met oesters', olieverf op doek File:James Ensor, Les Toits d'Ostende, 1885.jpg|J. Ensor, 1885: 'De daken van Oostende', olieverf op doek File:Christ's Entry Into Brussels in 1889.jpg|J. Ensor, 1888-1892: 'De Intocht van Christus te Brussel', groot olieverfschilderij File:L'Intrigue (James Ensor, 1890).jpg|J. Ensor, 1890: 'De intrige', olieverf op doek File:James Ensor, Death Pursuing Humanity (1896) etching, 24.1 x 18.2 cm., Museum of Fine Arts, Ghent.jpg|J. Ensor, 1896: 'De dood vervolgt de mensenkudde', ets op papier File:Ensor - Pintor esqueletizado en su taller.jpg|J. Ensor, 1896: 'Het schilderend skelet' olieverf op doek </gallery> {{menu}} {{DEFAULTSORT:Ensor, James}} [[Categorie:Belgisch persoon]] [[Categorie:Kunstenaar]] e6isow859kj1ipg7qdla2umpzexi3j0 95154 95153 2026-09-04T08:35:39Z Bertux 992 Dode link vervangen 95154 wikitext text/x-wiki [[File:James Ensor (1890) - Ensor voor zijn schildersezel 001.jpg|thumb|J. Ensor, 1890: 'Ensor voor zijn schildersezel', olieverf op linnen]] {{Koppelingen | w = James Ensor | wikt = | commons = James Ensor | s = | b = | voy = | species = | wikisage = }} {{auteur | naam = James Ensor | wikipedia = James Ensor | periode = Oostende, 13 april 1860 - aldaar, 19 november 1949 | beschrijving = was een Belgische kunstschilder en een belangrijk figuur in de moderne kunst van België. }} ==Citaten van James Ensor - chronologisch== ===Citaten, 1880 tot 1890=== {{Citaat | tekst = Het licht vreet de voorwerpen op. | bron = {{aut|Emile Verhaeren}}, opmerking van Ensor, c. 1882 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 55; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Vanaf 1880 schilderde Ensor veel [[w:Interieur (terminologie)|interieurs]], in zijn ouderlijk huis aan de Vlaanderenstraat in Oostende, waarbij 'Mitche' – zijn zus Mariëtte, die een jaar jonger was – vaak model stond. In veel doeken speelde het licht een hoofdrol. }} {{Citaat | tekst = In de ultieme vorm van waarnemen ziet de kunstenaar de subtiliteiten en het spel van het licht, zijn vlakken en omwentelingen. Dit gestage onderzoek transformeert je blik: de lijn lijdt en wordt bijzaak. Deze manier van kijken wordt zelden begrepen. Zij vereist langdurige observatie en volgehouden aandacht. De ongeschoolde blik ziet slechts wanorde, chaos en fouten. | bron = {{aut|James Ensor}} 1882, 'Réflexions sur l’art' | aangehaald = {{aut|Erik de Smedt}}, [https://erikdesmedt.eu/ENSORbiografieMIN.pdf 'Man aan de rand - Eric Min: James Ensor, Een biografie'], 2009 | opmerking = Een opmerkelijke en ook verhelderende (vroege) notitie van Ensor. De criticus Charles Bernard stelt dat de lijn niet zozeer afgewezen wordt, maar aan belang verliest, doordat de hedendaagse kunst een subjectieve omlijning ter inspiratie heeft. [https://www.dbnl.org/tekst/_onz021192901_01/_onz021192901_01_0001.php Onze Kunst] [Deel XLVI], Jaargang 25. Charles Bernard, 1929 }} {{Citaat | tekst = Wat wilt gij? Zijt gij niet tevreden? Een beetje geduld. Geen geweld. Ik zie wel iets, maar ik snap niet goed waarover het gaat. Ik kan het niet zo goed zien. | bron = {{aut|James Ensor}} 1889, ingeschreven tekst in [http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/sites/default/files/imagecache/normaal/fotos/kunstwerken/91736_ca_object_representations_media_130_large_16.jpg koperets 'België in de 19de eeuw'] | aangehaald = Vlaamse Kunstcollectie, [http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/nl/collectie/belgie-in-de-19de-eeuw 'James Ensor: België in de 19de eeuw'] | opmerking = Vanuit de massa probeert een opstandeling in de ets de koning met zijn vaandel te bereiken. Hierop staan de eisen van het volk te lezen. Maar de onverschilligheid van de vorst voor zijn volk is in grote bogen duidelijk leesbaar door Ensor neergeschreven }} ===Citaten, 1890 tot 1900=== {{Citaat | tekst = Wie zijn de genodigden [voor een tentoonstelling van 'Les XX'], en wat maken ze? [..] Ik weet van niets en wacht ongerust en onzeker, kregelig en achterdochtig zoals de draak Fessine, [..] overlopend van gal, met bokkenpoten, het verscheurde hart gevoed door het venijn van de anderen, schreeuwend, schijtend, boerend, scheten latend, veestend, pissend, een vreselijk gebrul uitzwetend [..] Ik wacht, angstig en gekweld, en vraag u snel te antwoorden. Uw toegewijd, James Ensor | bron = {{aut|James Ensor}}, brief 28 oktober 1890, aan [[w:Octave Maus|Octave Maus]] | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 131; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Ensor portretteert zichzelf hier in zijn argwaan en achterdocht t.a.v. zijn collega-kunstenaars in de kunstenaarsvereniging [[w:Les XX|Les XX]] die regelmatig groepstentoonstelling organiseerde, vaak onder leiding van O. Maus }} {{Citaat | tekst = ..het grote doek met Christus en de maskers, vol beweging en karakteristieke koppen en krachtige kleuren [is nog niet klaar]. [..] Mijn expositie is onthoofd. Ik heb schokeffecten nodig om indruk te maken. En alles in dat doek ademt geweld en beweging. | bron = {{aut|James Ensor}}, brief begin 1892, aan [[w:Emile Verhaeren|Emile Verhaeren]] | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 138; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Ensor heeft zijn grote werk [[w:De Intocht van Christus te Brussel|De Intocht van Christus te Brussel]], waar hij in 1888 aan begonnen was, niet klaar gekregen voor de a.s. expositie van 'Les XX'; zijn moeder was ernstig ziek en hijzelf had longontsteking }} {{Citaat | tekst = Ik heb altijd ervaren dat een juist getekende lijn geen diepe gevoelens kan opwekken. Ze vraagt geen offers, geen inzicht [..] De lijn heeft het genie de oorlog verklaard [..] geen enkel machtig en schoon gevoelen, geen beslissnede keuze kan zij uitdrukken [..] De vorm is zelf niet meer dan zwakke imitatie, gebrek aan verbeeldingskracht. Vorm is oubollig – een trucje van de [[klassiek]]en. | bron = {{aut|James Ensor}}, brief eind 1894, aan [[w:Pol de Mont|Pol de Mont]] | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, pp. 156-157; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Ensor wilde het licht afbeelden, want het licht vertekent en vervormt de werkelijkheid, waardoor zowel "lijn" als "vorm" het nakijken hebben }} {{Citaat | tekst = 'Onder aanvoering van Krazon op een dolle kat gezeten, geleiden de duivels Dzittss en Hihahox Kristus ter helle' | bron = {{aut|James Ensor}} 1895, lange titel van zijn koperets [http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/sites/default/files/imagecache/normaal/fotos/kunstwerken/34001_ca_object_representations_media_546_large_17.jpg 'Christus daalt neer in de hel'] | aangehaald = {{aut|Ary Delen}}, 'James Ensor', in [https://www.dbnl.org/tekst/_els001191101_01/_els001191101_01.pdf ''Elseviers Geïllustreerd Maandschrift.''] Jaargang 21, 1911, p. 174 | opmerking = In deze ets en in het motief ervan is invloed te herkennen van de [[w:Vlaamse Primitieven|Vlaamse Primitieven]] en van [[w:Francisco Goya|Goya]] die hij erg bewonderde. Het sardonische karakter van deze ets staat daarentegen geheel op rekening van Ensor }} {{Citaat | tekst = Zijn [ [[w:Alfred Stevens|Alfred Stevens]] ] schilderijen stellen niets voor, zijn coloriet is een ratjetoe. Zijn werken maken geen verheven gevoelens los en zetten je evenmin aan het denken. Ze zijn van een liederlijke middelmatigheid die tot alle toegevingen bereid is: van gebrek aan kwaliteit en valse chic tot de lage streken van een doortrapte goochemerd. | bron = {{aut|James Ensor}}, in ''Le coq rouge'', 1896 | aangehaald = {{aut|Marc Holthof}}, 'Alfred Stevens in de Koninklijke Musea', in ''De Witte Raaf'', editie 140 juli-augustus 2009 | opmerking = Vanaf 1896 publiceerde Ensor meermaals korte stukken in de Brusselse anarchistisch gezinde tijdschriften 'Le coq rouge' en 'La ligue artistique: libre tribune d'art et de littérature' }} {{Citaat | tekst = Uitgeput en doodmoe [..] Het leven in Oostende is monotoon [..] Ik ken geen enkele Oostendenaar. Ik walg van hun vijandige houding en hun weerzinwekkende gedrag. | bron = {{aut|James Ensor}}, brief 23 januari 1897, aan Constantin Ganesco | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 165; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Het jaar 1897 was een weinig creatief jaar voor Ensor. Op de weinige doeken die hij maakte verschenen veel skeletten, die met hun zeis door de lucht maaiden. Natuurlijk kende Ensor mensen in Oostende, maar hij ergerde zich van tijd tot tijd enorm aan de bekrompenheid aldaar }} {{Citaat | tekst = [kritiek op de kunst-recensenten:] Enkele kunstbroeders [van de groep [[w:Les XX|'XX / Les Vingt]]'] worden op de index geplaatst, geweigerd, afgekraakt, beschimpt, aan de schandpaal genageld – vooral zij die als "revolutionair" bekendstonden [..] [kritiek op de leden:] ..de opportunistische kritiek van mijn artistieke vrienden, de domheid, de kwade trouw, de onkunde van critici, de vileine en laaghartige aanvallen van mijn voormalige imitatoren.. | bron = {{aut|James Ensor}}, brief oktober 1899, aan Jules Du Jardin | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 73; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Ensor keek in 1899 tamelijk rancuneus en kritisch terug op de jaren die hij doorbracht in de kunstenaarsgroep 'XX' - zowel naar de kritiek erop van buitenaf, als naar de leden van de groep zelf }} ===Citaten, vanaf 1900=== {{Citaat | tekst = ..voorzichtige progressieven die behendige zakenlieden en brave opportunisten zijn geworden [..] Voormalige volgelingen van de Twintigers [Les XX], belust op het goede graan dat zij hebben gezaaid [..] De Vlaming is geen colorist meer. De Vlaamse kunst is morsdood, geveld, ontzield, gecrepeerd [..] het is niet meer dan een wankele pop van stro, kleurloos, nog hooguit bezield door krekels en critici. | bron = {{aut|James Ensor}}, 'Une réaction artistique au pays de Narquoisie' (Een kunstzinnige reactie in het land van Spotternije), in ''La Vie Nouvelle'', nr 3, mei 1900, p. 149-152 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 178; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} & ''La Ligue Artistique'', c. 1900-1901 | opmerking = Een tirade, doorspekt met krachttermen tegen de eigentijdse kunst, die haar eigen wortels heeft verraden en slechts buitenlandse voorbeelden navolgt uit commercieel gewin. Hiermee nam Ensor ook definitief afstand van veel kunstenaars om hem heen }} {{Citaat | tekst = Ik houd erg veel van mijn grote schilderij Le cortège des masques (= [[w:De Intocht van Christus te Brussel|'De Intrede van Christus in Brussel']]), dat mij elke dag met vreugde vervult. Als een schetterende fanfare klinkt het op, achteraan in mijn atelier. De talloze ogen van de mensen op het doek kijken mij al zo lang mild en innemend aan. Ik verkoop het voor tweeduizend frank. Is dat te veel? | bron = {{aut|James Ensor}}, brief 13 juli 1903, aan [[w:Edmond Picard|Edmond Picard]] | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, pp. 184-185; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Het is onduidelijk of Ensor op dat moment zijn grote doek van de Intocht van Christus, dat hij in 1892 afmaakte, ook werkelijk kwijt wilde, omdat hij vaak verkondigde dat hij er zo aan gehecht was. Pas in 1929 kreeg het grote publiek het doek voor het eerst te zien }} {{Citaat | tekst = De experimenten van de [[w:Pointillisme|pointillisten]] [als Seurat en Signac] lieten mij koud; zij trachtten slechts de trillingen van het licht weer te geven. Koud en methodisch stippelden zij [..] het resultaat is een onpersoonlijk kunstwerk. Het pointillisme [..] komt er niet toe, het [licht] vorm ter geven. Mijn eigen zoektocht, mijn visie staat er ver van af. ''Je crois être un peintre d’exception'' (Ik zie mezelf als schilder van de uitzondering). | bron = {{aut|James Ensor}} c. 1906-08, gestuurde notities aan [[w:August Vermeylen|August Vermeylen]] | aangehaald = {{aut| August Vermeylen}}, [https://c8.alamy.com/comp/MP6THB/nederlands-omslag-van-het-boek-james-ensor-door-emile-verhaeren-1908-emile-verhaeren-1855-1916-693-james-ensor-par-verhaeren-MP6THB.jpg ''Sur James Ensor''] (monografie), 1908 | opmerking = In 1887 exposeerde Ensor al, waar ook het grote doek [[w:Dimanche d'été à la Grande Jatte|'La Grande Jatte']] van [[w:Georges Seurat|Seurat]] hing; het pointillisme kwam toen België binnen en vond er waardering. Ook Vermeylen was positief, maar gaf in zijn monografie over Ensor de schilder ruimte voor zijn afkeuring }} {{Citaat | tekst = Ik ben geneigd, voorop te stellen dat de kunst niets met moraal te maken heeft - zij is er ver boven verheven. [..] Als we u volgen, worden er in onze musea alleen nog werken geëxposeerd met bijschriften als 'Niet op de grond spuwen', 'Behandel de dieren met zachtheid', [..] 'Bemint elkander', 'De armen van geest zullen in de hemel komen'. [..] [[w:Peter Paul Rubens|Rubens']] triomfantelijke naakten en de smerige orgieën van Teniers [ [[w:Abraham Teniers|Abraham Teniers]]?] zijn voortaan voer voor de open haard. | bron = {{aut|James Ensor}}, open brief aan Lambrichts, in Luikse blad ''L'Express'', zomer 1908 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 210; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = De Luikse gemeenteraad overwoog in 1908 de aankoop van [[w:De oestereetster|'De oestereetster']] van Ensor. Raadslid Lambrichts had het schilderij afgewezen als een vulgair en slecht-geschilderd werk. De koop ging niet door, ondanks de steun van [[w:Octave Maus|Octave Maus]] die ook in de pen klom }} {{Citaat | tekst = Tussen twaalf en een 's middags waag ik mij wel eens op het strand [van Oostende]. Het is er dan erg druk. Mannen en vrouwen, ten zeerste blootsvoets, verdringen zich rond de kleedhokjes. Er zijn kuiten in alle maten, en voeten! Voeten waarvan ook een verstokte kousenmaker zich verschrikt zou afwenden. [..] Gedaan met wandelen en praten over kunst. [..] in de winkel ga ik het gevecht aan met schetsen en krabbels. | bron = {{aut|James Ensor}} brief in zomer 1910, aan Emma Lambotte | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 212; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Het citaat geeft treffend aan met welke focus de kijker Ensor in zijn eigen bakermat Oostende langs het strand loopt en welke aspecten hem opvallen }} {{Citaat | tekst = In 1881, al sinds mijn eerste [[w:La Chrysalide|Salon van Chrysalide]] en vol vredelievende intenties, overrompel ik alle gangbare schildersfatsoen. Ik krijg een regen van kritiek over me heen: sindsdien laat ik mijn paraplu niet meer los. Ze vervloeken en beschuldigen me, ik ben gek, slecht, boosaardig, onbekwaam, onwetend [..] een eenvoudige 'kool' [ [https://krollermuller.nl/james-ensor-stilleven-met-kool 'Stilleven met Kool'] ] wordt een verdorvenheid, mijn interieurs zijn platvloers.. Een helse strijd is losgebarsten.. | bron = {{aut|James Ensor}}, (uit zijn voordracht van 1922) [https://www.kunstbus.nl/kunst/james+ensor.html 'James Ensor'], op ''Kunstbus'', 4 februari 2017 | aangehaald = {{aut|Samuel Vanhoegaerden}}, ''TENTOONSTELLING: De Bekoringen van James Ensor - Werken van 1888 tot 1940'' | opmerking = Ook op oudere leeftijd zette Ensor de berichten over zichzelf graag zwaar aan; hij zag zichzelf graag als de door iedereen vervloekte en riep dit beeld graag regelmatig zelf op door ongenadig aan te vallen }} {{Citaat | tekst = Jawel, goede vrienden, van bij het gloren van mijn eerste dag kwam Venus mij tegemoet [..] Ik heb haar maar vlug geschilderd: zij zette haar tanden in mijn penselen, schrokte mijn verf op. Zij aasde op mijn geschilderde schelpjes. | bron = {{aut|James Ensor}}, uit toespraak, 22 december 1923, Hotel Osborne in Oostende, België | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 23; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = In zijn teksten kwamen herhaaldelijk de schelpen en de zee langs als grote inspiratie; aan hen dankte hij alles. Zijn schelpen lagen ook beneden in de winkel in Oostende; ze zijn nog steeds te zien in zijn vele stillevens }} {{Citaat | tekst = Mijn atelier telt vijf ramen en bevindt zich onder de zolder; het belangrijkste raam kijkt naar het zuiden [..] op borsthoogte, kun je het grootste deel van de stad [Oostende] zien; [en] enkele uitzichten op het platteland | bron = {{aut|James Ensor}}, brief 1928 aan [[w:André de Ridder (auteur)|Andre de Ridder]] | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 31; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Beschrijving van zijn [[w:Ensorhuis|atelier in Oostende]] dat hij vanaf 1917 gebruikte. Vanuit het raam keek hij over de huizendaken en zag de torens van de stad. Het atelier stond vol met eigen werk - en met de vele maskers, potjes, schelpen en kommetjes die ook in zijn stillevens terugkwamen }} ==Citaten over James Ensor - chronologisch== {{Citaat | tekst = ..[een student] met rake observaties van licht- en luchteffecten, een zekere verfijning in de toonaarden en, wat opmerkelijk is voor een nieuwkomer, de afwezigheid van banaliteit. [..] [maar] geeft blijk van een uitgesproken misprijzen voor tekening, modelé en perspectief. Mijnheer Ensor moet beseffen dat geen enkel talent het kan stellen zonder vormbeheersing. | bron = {{aut|Portaels}}, 'Salon van La Crysalide', in ''L’Art Moderne'', 5 juni 1881 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, pp. 57-58; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Een heel vroege recensie van zijn voormalige [[w:Jan Frans Portaels|academiedirecteur Portaels]]; het is een mixture van waardering en kritiek, waarin de lichtwerking en toon als positief worden uitgetild }} {{Citaat | tekst = Mijnheer Ensor gelooft uitsluitend in het [[w:Impressionisme|impressionisme]]. Dat is zijn religie, en elk van zijn schilderijen is er het credo van. De figuur en de voorwerpen krijgen hun natuurlijke reliëf, de bloemen worden levendig en stralend, de flessen en het kristal gaan veelkleurig schitteren en het tafellinnen krijgt een fijne, witte tint. | bron = {{aut|B. Gneur}}, 'onze schilders die vetrekken naar de tentoonstelling in Antwerpen', in ''L’Echo d’Ostende'', 9 juli 1882 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, pp. 59-60; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Ensor's levensgrote lichte doek van een interieur met buffet, vrouwelijk model en flessen werd uitvoerig besproken in deze recensie }} {{Citaat | tekst = In de figuur van Ensor worden enkele uitgangspunten geïncarneerd en geconcentreerd die we [[w:Anarchisme|anarchistisch]] kunnen noemen. Kortom: hij is een gevaarlijk heerschap. Als hij volhoudt – en als ze hem niet klein krijgen – maakt hij veel kans om een bres te slaan in de oude vestingmuur; die verdedigd wordt door de laatste oud-strijders van achttienhonderddertig. | bron = curator, van kunsttijdschrift ''L'Art Moderne'', 12 oktober 1884 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 79; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = "anarchistisch" is hier positief bedoeld, zoals de gehele recensie trouwens }} {{Citaat | tekst = Ensor is niet altijd heel, héél gedistingeerd, maar het mag een schandelijke onrechtvaardigheid heten, hem te beschouwen als een grappenmaker. [..] nu heel puur en dan [weer] heel smerig plat. [..] [zijn figuren] spreken al het raadselachtige uit. het verborgen geheimzinnige, het ongezellige en vreemd-groteske van het leven. | bron = {{aut|August Vermeylen}}, 'De Salon van 'Les XX ', in ''De Vlaamsche School'', c. februari 1892 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 139; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Vermeylen benadrukte allereerst in zijn recensie dat de kunstenaars van de groep 'Les XX' allemaal individuen zijn met hun eigen persoonlijke uitingen - er bestaat geen School! Wel hebben ze gemeenschappelijk dat ze bewust de traditionele conventies in de kunst negeren }} {{Citaat | tekst = Zijn fysiek: een tengere Don Quichot van de kunst, [..] ,de blik scherp, zijn snor in de wind - zo kom je hem tegen op de dijk in Oostende, slenterend, met twee mopshonden, zijn blik verloren tussen de zonovergoten bootjes of ontzet snuffelend naar burgers met vakantie aan zee [..] Zijn moraal: een tot op vandaag onbegrepen mens. | bron = {{aut|Eugène Demolder}}, ''James Ensor - Mort mystique d'un théologien'', uitgever Lacomblez Brussel, 1892 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 142; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = [[w:Eugène Demolder|Eugène Demolder]] schreef de eerste monografie over Ensor. Ensor op zijn beurt schilderde in 1893 een [https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/8/8a/Ic%C3%B4ne_-_Portret_van_Eug%C3%A8ne_Demolder%2C_James_Ensor%2C_Groeningemuseum%2C_2004.GRO0001.I.jpeg/400px-Ic%C3%B4ne_-_Portret_van_Eug%C3%A8ne_Demolder%2C_James_Ensor%2C_Groeningemuseum%2C_2004.GRO0001.I.jpeg 'Portret van Eugène Demolder'], onder de Maagd Maria. Ensor had inderdaad een dagelijkse loopje door zijn Oostende en over het strand }} {{Citaat | tekst = Met een doek van Vincent van Gogh onder de arm hebben de organisatoren van [[w:La Libre Esthétique|La Libre Esthétique]] een wandeling gemaakt door de zalen van het Museum voor Hedendaagse Kunst. [..] De savoureuse [smakelijke] en krachtige Vlaamse schilderkunst verbleekten terstond. Alleen [https://www.fine-arts-museum.be/uploads/vubisartworks/images/ensor-3294dig-l.jpg Ensors 'Lampenist'] gaf geen krimp. Het leek alsof hij tegen Van Gogh wilde zeggen: 'Kom, en hang je hier maar naast mij; ik ben in ongelofelijk slecht gezelschap'. | bron = {{aut|Georges Lemmen}}, ''L'Art Moderne'', c. 1901-1904 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, pp. 179-180; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Van 1901 - 1904 deed Ensor niet mee aan de tentoonstelling van La Libre Esthétique, waar vooral de Fransen en hun volgelingen de dienst uitmaken. In 1905 doet hij wel meer met enkele andere Vlaamse schilders, waarop in het blad 'L'Art Moderne' tevreden wordt gereageerd }} {{Citaat | tekst = ..,de ellebogen op tafel, bij [https://www.demorgen.be/nieuws/brussels-cafe-le-cirio-beschermd~bca766b6/ Francesco Cirio] [in Brussel], beginnen we te kouten [praten] over kunst! Op kunstgebied zijn ze vooruitstrevend en anarchist, noemen het Salon een 'artistiek gasthuis', en verdedigen 'de XX' | bron = {{aut|Karel van de Woestijne}}, essay uit 1909 over de kunstschilder Maurits Niekerk | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 44; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = Een impressie van [[w:Karel van de Woestijne|Karel van de Woestijne]], van de groep jonge kunstenaars [[w:Les XX|'Les XX']], waarvan Ensor een van de oprichters was in 1883 (nadat een werk van hem geweigerd was door de artistieke elite). Les XX had geen program! }} {{Citaat | tekst = Overal waar je kijkt: log en belegen gedoe [op de expositie]. Ensors stilleven is daarentegen zo heerlijk muzikaal. Het is echt een heldere melodie, zonder enig spoor van materialiteit. [..] Trouwens: elke kunstenaar moet zichzelf, met invloeden en al, vinden door de natuur te volgen. Doen zoals de anderen, of het toeval zijn gang laten gaan, is toch veel te gemakkelijk? | bron = {{aut| Rik Wouters }}, brief 25 maart 1911, aan vriend Simon Levy | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, in ''Rik Wouters, een biografie'', De Bezige Bij Antwerpen, 2011, p. 172; {{ISBN| 978 90 8542 174 0}} | opmerking = Wouters bezocht de tentoonstelling 'Kunst van Heden'; hij zag Ensor en Cezanne voor hemzelf als positief voorbeeld in al zijn zoeken om tot een eigen 'stilering' te komen }} {{Citaat | tekst = Onze grote vriend Ensor heeft er heerlijke dingen hangen, niet te evenaren van kleurenweelde en uitzonderlijke tonen. Hoe fris oogt die [http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/sites/default/files/imagecache/normaal/fotos/kunstwerken/46858_ca_object_representations_media_90_large_18.jpg 'Liefdestuin'] niet, met al die kleine bonte figuurtjes in rozig wit, roze, rood, blauw, geel en nog veel andere schakeringen, de ene al buitengewoner dan de andere. De hemel is roze! Godverdomme, wat voor een roze! Het is uniek in de geschiedenis van de schilderkunst. De [onder]grond: zuiver veronese-groen [..] Allemaal heel schoon en goddelijk van kleur.. | bron = {{aut|Rik Wouters}}, notitie inclusief schets, later omgezet in een brief aan Simon Levy, maart 1912 | aangehaald = {{aut|O. Bertrand & S. Hautekeete}}, ''Rik Wouters. Kroniek van een Leven'', Antwerpen 1994, p. 85 | opmerking = Wouters ontmoette op de opening van een expositie Ensor, die hem ook had toegezegd om model te komen zitten voor een buste die Wouters van hem wilde maken }} {{Citaat | tekst = James Ensor is voor ons een van de raar goede decadenten van onze tijd. Is [[w:Emile Claus|[Emile] Claus]] de schilder van de vlammende levenskleuren, James Ensor's werk is de weergave van een uiterst pervers zieleleven. | bron = {{aut|Paul van Ostayen}}, 'Driejaarlijksche Tentoonstelling', in ''Carolus'', 4 juni 1914 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, in ''Rik Wouters, een biografie'', De Bezige Bij Antwerpen, 2011, p. 229; {{ISBN| 978 90 8542 174 0}} | opmerking = [[w:Paul van Ostayen|Paul van Ostayen]] was pas achttien jaar maar ging als recensent direct flink tekeer tegen de 'goedzakkige middelmatigheid' onder de kunstenaars en de 'kleurenblinde' jury van de 'Driejaarlijksche' }} {{Citaat | tekst = Tusschen het vorige en het huidige stond Ensor. [..] Wat hier bij Ensor intuïtief aanwezig is, is voor het huidige geslacht een levensnoodzakelijkheid geworden. Maar Ensor blijft m.i. steeds buiten zijn tijd. Hij behoort noch tot het voorgaande, noch tot het huidige geslacht. [..] De [[w:Futurisme|futuristen]] hebben heel juist gezien toen zij in hem een hunner voorlopers, niet hun baanbreker, aanschouwden. | bron = {{aut|Paul van Ostayen}}, 'Over het werk van Oscar en Floris Jespers', in ''Vlaamsch Leven'', 27 mei 1917 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, in ''Rik Wouters, een biografie'', De Bezige Bij Antwerpen, 2011, pp. 235-236; {{ISBN| 978 90 8542 174 0}} | opmerking = Van Ostayen plaatste in 1918 Ensor als een schakel in de ketting van het 'eeuwig weerkerende ekspressionisme, naast de Vlaamse, Waalse en Rijnlandse primitieven, en naast Bosch, Brueghel en Goya }} {{Citaat | tekst = ik [..] een kunsttentoonstelling zag. Ik kreeg er schilderijen van Ensor te zien (c. 1905-1906); ik ben ze nooit meer vergeten. Een van de sterkste indrukken van mijn leven. Nooit werd ik zo uit het lood geslagen en betoverd [..] Ensor toverde waarlijk een nieuwe wereld voor mijn ogen. Het was de schok die mijn ziel beroerde en wellicht mijn artistieke roeping bepaalde. | bron = {{aut|Léon Spilliaert}}, 'James Ensor', in ''L'Art Libre'', 1 april 1919 | aangehaald = {{aut|Eva Berghmans}}, 'Zelfportret in zwarte zee', in ''De Standaard'', 7 mei 2016 | opmerking = De jonge [[w:Léon Spilliaert|Léon Spilliaert]] zocht Ensor in Oostende op; deze nam aanvankelijk wel een afstandelijke houding aan ten opzichte van Spilliaert }} {{Citaat | tekst = Doeken die druipen van zonlicht, luchtige landschappen, spottende maskers, nauwkeurige etsen die met vuur en gevoel de natuur en de mens weergeven [..] Het atelier [van Ensor] was een grot van Ali Baba, een schatkamer vol edelstenen, een feest van kleur en licht [..] Ik bedacht dat François Franck dit paradijs moest zien.. | bron = {{aut|Emma Lambotte}}, 'Hommage aan Franck', maart 1932 | aangehaald = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008, p. 188; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | opmerking = [https://kmska.be/nl/emma-lambotte-soulmate-van-ensor Emma Lambotte] bezocht Ensor in zijn atelier voor het eerst in 1904. Een drukke correspondentie volgde daarna. Ensor noemde haar al gauw 'mijn goede fee'. Zij bracht kort daarop de verzamelaar François Frank in contact met Ensor en zijn werk }} {{Citaat | tekst = 'Wat bedoelde James Ensor met 'vive la sociale'? | bron = {{aut|Roger Raveel}}, titel van muurschildering die [[w:Roger Raveel|Roger Raveel]] in 1976 maakte voor het metrostation Merode in Brussel | aangehaald = Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel, 'Merode / Trappen - Ensor: vive la sociale, 1976', in [https://www.stib-mivb.be/irj/go/km/docs/WEBSITE_RES/Attachments/artmetro/PDF/NL2019.pdf ''Kunst in de metro / Oost-westas''], pp. 42-43 | opmerking = In zijn muurschildering [https://www.bozar.be/sites/default/files/styles/image_embedded/public/media/images/MERODE.jpg?h=34bbd072&itok=KgOfko0q 'Wat bedoelde James Ensor met 'vive la sociale'] refereerde Raveel naar Ensor's beroemde schilderij [https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Christ%27s_Entry_Into_Brussels_in_1889.jpg 'De intocht van Christus in Brussel in 1889'] waarin op een groot spandoek staat te lezen 'vive la sociale'; Raveel zag het al in 1945, op bezoek bij de oude Ensor }} {{Citaat | tekst = Christus is niet langer de vergevingsgezinde, onthechte zoon van God maar een freak uit een lowbudgethorrorfilm, buiten zinnen en tuk op wraak. De kop van Ensor/Christus herinnert aan [[w:Quinten Massijs (I)|Metsys']] paneel waarvan de schilder in Antwerpen een reproductie heeft gekocht. Door de figuur in zijn oeuvre naar binnen te slepen, kan Ensor naar hartenlust provoceren. Zowel de weldenkende goegemeente als de vrijzinnige broeders kregen een trap in de onderbuik. | bron = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008; {{ISBN|978 90 854204 9 1}} | aangehaald = {{aut|Erik de Smedt}}, [http://users.skynet.be/lit/MIN_James_Ensor_recensie_EdS.pdf 'Man aan de rand - Eric Min: James Ensor, Een biografie'], 2009 |opmerking = Maar ook: P.J. Hodin vroeg Ensor c. 1948 hoe hij zich God voorstelde. Hij antwoordde: 'Als een kracht, iets dat sterk is. [..] Het is een gewaad waarin wij onze naaktheid hullen. Wij weten niets van God, maar Christus heeft een betekenis die niet kan ontkend worden. }} {{Citaat | tekst = Voortaan [vanaf 1893] zou hij alleen nog de conservator van zijn eigen museum zijn. | bron = {{aut|Eric Min}}, ''James Ensor – een biografie'', Meulenhoff Amsterdam / Manteau Antwerpen, 2008; {{ISBN|978 90 854204 9 1}}, p. 150 | aangehaald = {{aut|Erik de Smedt}}, [http://users.skynet.be/lit/MIN_James_Ensor_recensie_EdS.pdf 'Man aan de rand - Eric Min: James Ensor, Een biografie'], 2009 | opmerking = Het 'musueum' was zijn eigen huis in Oostende waar hij de vele bezoekers zijn werken liet zien. Vanaf circa 1900 hield Ensor zich ook veel bezig met het naschilderen van zijn eigen vroegere werk - dat hij vervolgens een oudere datering meegaf }} ==Externe links== * [https://www.kunstbus.nl/kunst/james+ensor.html 'James Ensor' biografie], op Kunstbus * [https://www.wikiart.org/en/james-ensor 46 afbeeldingen van zijn werken], op Wikiart * [http://jamesensor.vlaamsekunstcollectie.be/nl/biografie/fotos-van-james-ensor-fotoarchief diverse foto's van James Ensor], op website van Vlaamse Kunstcollectie == Galerij van werken == <gallery widths="210" heights="190"> File:James Ensor (1876) - Badkoets op het strand 001.jpg|J. Ensor, 1876: 'Badkoets op het strand' (Oostende), olieverf op karton File:James Ensor (1881) Van Iseghemlaan in de sneeuw 001.jpg|J. Ensor, 1881: 'Van Iseghemlaan onder de sneeuw' (Oostende), olieverf op paneel File:James Ensor (1882) - Stilleven met oesters 001.jpg|J. Ensor, 1882: 'Stilleven met oesters', olieverf op doek File:James Ensor, Les Toits d'Ostende, 1885.jpg|J. Ensor, 1885: 'De daken van Oostende', olieverf op doek File:Christ's Entry Into Brussels in 1889.jpg|J. Ensor, 1888-1892: 'De Intocht van Christus te Brussel', groot olieverfschilderij File:L'Intrigue (James Ensor, 1890).jpg|J. Ensor, 1890: 'De intrige', olieverf op doek File:James Ensor, Death Pursuing Humanity (1896) etching, 24.1 x 18.2 cm., Museum of Fine Arts, Ghent.jpg|J. Ensor, 1896: 'De dood vervolgt de mensenkudde', ets op papier File:Ensor - Pintor esqueletizado en su taller.jpg|J. Ensor, 1896: 'Het schilderend skelet' olieverf op doek </gallery> {{menu}} {{DEFAULTSORT:Ensor, James}} [[Categorie:Belgisch persoon]] [[Categorie:Kunstenaar]] ex5dutdmh9mkmjfgyrvmrue4c84dwx8