Wikisource nlwikisource https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina MediaWiki 1.47.0-wmf.2 first-letter Media Speciaal Overleg Gebruiker Overleg gebruiker Wikisource Overleg Wikisource Bestand Overleg bestand MediaWiki Overleg MediaWiki Sjabloon Overleg sjabloon Help Overleg help Categorie Overleg categorie Hoofdportaal Overleg hoofdportaal Auteur Overleg auteur Pagina Overleg pagina Index Overleg index TimedText TimedText talk Module Overleg module Event Event talk Hoofdportaal:Geschiedenis/Iran 100 65706 221271 183024 2026-05-18T08:56:39Z Vincent Steenberg 280 +bron 221271 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van Iran | afbeelding = A treatise on chess 2.jpg | alt = Een Indiase ambassadeur introduceert het schaakspel aan het hof van sjah Khusro I, ca. 550 | beschrijving = Bronnen bij de [[w:Geschiedenis van Iran|geschiedenis van Iran]]. }} == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == === 17e eeuw === *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Venetien, den 8. Iannuarij, 1621|‘VVt Venetien, den 8. Iannuarij, 1621’, alinea 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. ;Diplomatieke missie naar Istanbul *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art4al5|‘Wt Venetien int lest van Ianuarij 1621’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. === 18e eeuw === *Anoniem (7 februari 1737) [[Oprechte Haerlemsche Courant/Jaargang 1737/Nummer 6/Constantinopolen den 16 January|‘Constantinopolen den 16 January’]], ''Oprechte Haerlemsche Courant'', [p.&nbsp;1]. == Vorsten en leden van vorstenhuizen == === 17e eeuw === ;Abbas I van Perzië (1557-1628) *Anoniem (22 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/22 mei/VVt Venetien den 6. dito|‘VVt Venetien den 6. dito. [= 6 mei 1621]’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘die Persiaensche Coninck’). ;Abbas II van Perzië (1632-1666) *Anoniem (17 januari 1662) [[Ordinarise Middel-weeckse Courante/1662/Nummer 3/Vyt Venetien, den 2 January 1662|‘Vyt Venetien, den 2 January 1662’]], ''Ordinarise Middel-weeckse Courante'', [p.&nbsp;1]. ;Soltan Mohammad Mirza (1597/1598-1632) *Anoniem (22 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/22 mei/VVt Venetien den 6. dito|‘VVt Venetien den 6. dito. [= 6 mei 1621]’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘den nieuwen Persianischen Coninck’). === 18e eeuw === ;Nader Sjah Afshar (1688-1747) *Jones, [William] (1779) ''Geschiedenis van Nader Schach, bekend onder den naam van Thamas Kuli, Beheerscher van Persie'', […], Utrecht: Gisb. Timon van Paddenburg.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (17 januari 1784) [[Hollandsche Historische Courant/1784/Nummer 8/By G. T. van Paddenburg|‘By G. T. van Paddenburg, Boekverkooper te Utrecht, zyn van de Pers gekoomen de volgende Werken: […] [advertentie]’]], ''Hollandsche Historische Courant'', [p.&nbsp;2]. === 19e eeuw === ;Abbas Mirza *Anoniem (30 juni 1828) [[Leydse Courant/Jaargang 1828/Nummer 78/Weenen den 16 Junij|‘Weenen den 16 Junij’]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Mourad Ali (....-1847) *Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/Frankfort, den 28sten Februarij|‘Frankfort, den 28sten Februarij’]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p.&nbsp;1]. [[Categorie:Hoofdportaal geschiedenis]] exvjorh4j5gjpko4jiq2b26tfsfvpfd Hoofdportaal:Geschiedenis/Tunesië 100 66327 221268 220693 2026-05-18T08:37:36Z Vincent Steenberg 280 +bron 221268 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van Tunesië | afbeelding = Bourguiba Bizerte.jpg | alt = Habib Bourguiba spreekt een groep demonstraten toe, 15 januari 1952 | beschrijving = Bronnen bij de [[w:Geschiedenis van Tunesië|geschiedenis van Tunesië]]. }} == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == ;17e eeuw *Anoniem (17 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/17 juli (2)#art2|‘Wt Venetien den xxvj. Junij 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. ;19e eeuw *Anoniem (6 januari 1881) [[De Standaard/Jaargang 10/Nummer 2697/De Italiaansche Diritto|‘De Italiaansche Diritto bevat een uitvoerig opstel over het Tunesische vraagstuk. […]’]], ''De Standaard'', [p.&nbsp;1]. == Vorsten en leden van vorstenhuizen == ;Ali III ibn al-Husayn (1817-1902) *Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/Frankrijk|‘Frankrijk’, alinea 4]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581] (vermeld als Sidi-Ali). ;Muhammad III as-Sadiq (1813-1882) *Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/Frankrijk|‘Frankrijk’, alinea 7-10]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581] (vermeld als ‘de Bey’). == Historische figuren == ;Generaal Slim (''fl''. 1846-1882) *Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/Frankrijk|‘Frankrijk’, alinea 3]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581] (vermeld als Si Selim). ;Hayreddin Pasja (ca. 1820-1897) *Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/Konstantinopel, 23 Dec.|‘Konstantinopel, 23 Dec.’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p.&nbsp;1] (Hayreddin Pasja vermeld als Kheredine Pacha). ;Mustapha Ben Ismaïl (ca. 1850-1887) *Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/Frankrijk|‘Frankrijk’, alinea 9]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581] (vermeld als ‘Mustapha ’). == Delen van Tunesië en gouvernementen; afzonderlijk == === Plaatsen; afzonderlijk === ;Bizerte *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art3|‘Wt Roomen’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. ;Tabaraka *Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/Frankrijk|‘Frankrijk’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Tunis *Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Gisteren|‘Gisteren is Tunis door een wervelstorm geteisterd, […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] sxwxxbiiojyap9l9pzgxlm3ypcyfquw Hoofdportaal:Geschiedenis/Zwitserland/Graubünden/Bündner Wirren 100 71872 221270 221076 2026-05-18T08:51:49Z Vincent Steenberg 280 +bronnen 221270 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Bündner Wirren | afbeelding = The Three Leagues combating Spanish-Austrian troops, 1621.jpg | alt = Het leger van de Drei Bünde in gevecht met Spaans-Oostenrijkse troepen, 1621 | beschrijving = Bronnen bij de [[w:Bündner Wirren|Bündner Wirren]]. }} ;Strafhof van Thusis *Anoniem (30 november 1618) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/30 november/VVt Ceulen den 24. dito|‘VVt Ceulen den 24. dito. [= 24 november 1618]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. ;Valtellinese moorden, 18-19 juli 1620 *Anoniem (21 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/21 augustus/VVt Venetien, den 7. August. 1620|‘VVt Venetien, den 7. August. 1620’, alinea 2-3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (21 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/21 augustus/VVt Ceulen, den 15. Augusti|‘VVt Ceulen, den 15. Augusti’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (26 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/26 augustus#art2|‘Wt Ceulen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7. ;Pamflet geschreven door de opstandelingen n.a.v. de Valtellinese moorden *Anoniem ([ca. 15 september] 1620) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1620/Het manifest oft Oorsaecken van t'ghene lestmael bestaen is van de Valtellinoisen|Het manifest oft Oorsaecken van t’ghene lestmael bestaen is van de Valtellinoisen, teghen d’overtollighe handelinghe ende wreede Tyrannije van de Grisons ende omligghende Ketters, teghen hen]]'', [Antwerpen]: [Abraham Verhoeven]. ;Valtellinese oorlog, 1620-1626 *Anoniem (24 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/24 juli#art5|‘Tijdinghe wt de Grysons in Julij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7. *Anoniem (18 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/18 augustus (1)#art3al5|‘Wt Roomen van xviij. Julij’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (28 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/28 augustus/VVt Venetien, den 14. August. 1620|‘VVt Venetien, den 14. August. 1620’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (28 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/28 augustus/VVt Ceulen, den 22. Augusti|‘VVt Ceulen, den 22. Augusti’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (12 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/12 september#art1al28|‘Wt Weenen 20. Augusti’, alinea 28]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8. *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Venetien, den 4. September. 1620|‘VVt Venetien, den 4. September. 1620’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem ([20 september 1620]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/20 september/VVt Venetien den 4 September|‘VVt Venetien den 4 September’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art5|‘Vvt Milanen, desen 14. Sept’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7. *Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/VVt Venetien den 18. dito|‘VVt Venetien den 18. dito. [= 18 september 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (2)#art6|‘Wt Milanen 4 Octobris’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Venetien, den 2. October, 1620|‘VVt Venetien, den 2. October, 1620’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem ([ca. 20 oktober] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/Grisonsche historie des Iaers 1620|''Grisonsche historie des Iaers 1620''. […]]], [Antwerpen]: [Abraham Verhoeven]. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art3|‘VVt Milanen 10 October’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (2)#art2|‘Wt Milanen, van leste October’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4. *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (2)#art3|‘VVt den Punten van de Valtellina 24. October’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Venetien den 18. dito|‘Wt Venetien den 18. dito. [= 18 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/VVt Venetien, den 20 November, 1620|‘VVt Venetien, den 20 November, 1620’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art2al5|‘Wt Genua den 1. Ianuarij 1621’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 12#art2|‘VVt Venegien den eersten Ianuarij, 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (25 januari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/25 januari/Wt Venetien den 8. Ianuarij, 1621|‘Wt Venetien den 8. Ianuarij, 1621’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 17#art3|‘Wt Elsas vanden 16. Ianuarij, 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Venetien den 5. Februarij, 1621|‘Wt Venetien den 5. Februarij, 1621’, alinea 5]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art4|‘Wt Venetien int lest van Ianuarij 1621’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art5|‘Van Venetien vanden 29. Ianuarij 1621’, alinea 3-4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/VVt Venetien, den 8. dito|‘VVt Venetien, den 8. dito. [= 8 februari 1621]’, alinea 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Venetien den 6. Februarij 1621|‘Wt Venetien den 6. Februarij 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/De Tyrannije der Spaengiaerden|‘De Tyrannije der Spaengiaerden bedreven inde Veltolini […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (20 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/20 maart/Wt Venetien den 1. Martij, 1621|‘Wt Venetien den 1. Martij, 1621’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Wt Venetien den 12. Meert|‘Wt Venetien den 12. Meert’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/VVt Venetien den 16. dito|‘VVt Venetien den 16. dito. [= 16 maart 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (21 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/21 april/VVt Venetien, den 6 April. 1621|‘VVt Venetien, den 6 April. 1621’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (12 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/12 mei/VVt Venetien den 25. April|‘VVt Venetien den 25. April’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (22 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/22 mei/VVt Roomen den 1. Mey. 1621|‘VVt Roomen den 1. Mey. 1621’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (22 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/22 mei/VVt Venetien den 6. dito|‘VVt Venetien den 6. dito. [= 6 mei 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Valtellinese oorlog, 1620-1626; financiering *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art5|‘VVt Brussel 15, October’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. ;Moord op Pompejus Planta, 25 februari 1621 *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Wt Punten den 14. dito|‘Wt Punten den 14. dito. [= 14 maart 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (21 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/21 april/VVt Zurich den 4. April|‘VVt Zurich den 4. April’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Inval van de Engadiners in de Obere Bund, maart/april 1621 *Anoniem (21 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/21 april/VVt Zurich den 5. dito|‘VVt Zurich den 5. dito. [= 5 april 1621]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/VVt Venetien, den 9. April. 1621|‘VVt Venetien, den 9. April. 1621’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. ;Veldtocht van Fünf Dörfer, april 1621 *Anoniem (5 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 mei/VVt Zuyrich den 18. April. 1621|‘VVt Zuyrich den 18. April. 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Inval in Val Calanca, eind april 1621 *Anoniem (22 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/22 mei/VVt Mayenvelt den 2. Mey|‘VVt Mayenvelt den 2. Mey’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2]. [[Categorie:Hoofdportaal geschiedenis]] l1bw18u3l4bmzwepxplgtbtkhznphlo Hoofdportaal:Geschiedenis/Italië/Hertogdom Savoye 100 76376 221263 219975 2026-05-17T19:45:09Z Vincent Steenberg 280 +bron 221263 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van het hertogdom Savoye | afbeelding = Jan Peeter Verdussen - The Household Cavalry of the Duke of Savoy with a Standard Bearer.jpg | alt = De cavalerie van de hertog van Savoye met een vendeldrager door Jan Peeter Verdussen | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van het [[w:Hertogdom Savoye|hertogdom Savoye]] }} == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == ;17e eeuw *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Romen den 10. November, 1620|‘Wt Romen den 10. November, 1620’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/VVt Venetien, den 20 November, 1620|‘VVt Venetien, den 20 November, 1620’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Venetien, den 8. Iannuarij, 1621|‘VVt Venetien, den 8. Iannuarij, 1621’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Wt Venetien den 12. Meert|‘Wt Venetien den 12. Meert’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/VVt Venetien, den 9. April. 1621|‘VVt Venetien, den 9. April. 1621’, alinea 5]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Turin den 2 September|‘Turin den 2 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. == Vorsten en leden van vorstenhuizen == === Ca. 1550-ca. 1700 === ;Anna Marie van Orléans (1669-1728) *Anoniem (23 november 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Dinsdageditie, nummer 47/Turin den 30 October|‘Turin den 30 October’]], ''Oprechte Haerlemse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de tweede dochter van den Hertog van Orleans’). ;Christina van Frankrijk (1606-1663) *Anoniem (15 november 1618) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/15 november/VVt Venetien den 26. October 1618|‘VVt Venetien den 26. {{SIC|November|October}} 1618’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. ;Emanuel Filibert van Savoye (1588-1624) *Anoniem (28 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/28 augustus/VVt Venetien, den 14. August. 1620|‘VVt Venetien, den 14. August. 1620’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de Prince Phylebert van Savoyen’). *Anoniem (januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 12#art2|‘VVt Venegien den eersten Ianuarij, 1621’, alinea 2-3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5 (vermeld als ‘den Prince Philibert’ en ‘Philiberto’). *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Venetien, den 8. Iannuarij, 1621|‘VVt Venetien, den 8. Iannuarij, 1621’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Prince Philebert van Savoyen’). *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Venetien den 5. Februarij, 1621|‘Wt Venetien den 5. Februarij, 1621’, alinea 6-7]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘den Prince Philibert Savoyen’). *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/VVt Venetien, den 8. dito|‘VVt Venetien, den 8. dito. [= 8 februari 1621]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Prince Philebert van Savoyen’). *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art1|‘Tydinghe vvt Venetien 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Den Generael vande Zee Don Philiberto de Savoya|‘Den Generael vande Zee Don Philiberto de Savoya […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. ;Karel Emanuel I van Savoye (1562-1630) *Anoniem (27 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/27 februari#art3al2|‘Met Brieven van Madril 5. Februarij’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5 (vermeld als ‘Den Hertoch van Savoyen’). *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Venetien den 5. Februarij, 1621|‘Wt Venetien den 5. Februarij, 1621’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘den ouden Savoyer’). *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Wt Venetien den 12. Meert|‘Wt Venetien den 12. Meert’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘den Hertogh van Savoyen’). *Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/VVt Venetien, den 9. April. 1621|‘VVt Venetien, den 9. April. 1621’, alinea 5]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de Hertoge van Savoyen’). ;Maria Adelheid van Savoye (1685-1712) *Anoniem (18 februari 1700) [[Amsterdamsche Courant/1700/Nummer 21/Parys den 12 February|‘Parys den 12 February’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de Hertoginne van Bourgondien’). ;Maurits van Savoye (1593-1657) *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art1|‘Tydinghe vvt Venetien 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Venetien den 6. Februarij 1621|‘Wt Venetien den 6. Februarij 1621’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de Cardinael van Savoyen’). *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Venetien den 10. Februarij 1621|‘Wt Venetien den 10. Februarij 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de Cardinael van Savoyen’). *Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/VVt Romen den 20, Martij 1621|‘VVt Romen den 20. Martij 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Thomas Frans van Savoye-Carignano (1596-1656) *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Venetien den 5. Februarij, 1621|‘Wt Venetien den 5. Februarij, 1621’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Prins Tomaso van Savoyen’). *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/VVt Venetien, den 8. dito|‘VVt Venetien, den 8. dito. [= 8 februari 1621]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘den Prince Thomas’). *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art1|‘Tydinghe vvt Venetien 1621’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (5 juni 1640) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1640/Nummer 23/Wt Franckfort den 31 dito|‘Wt Franckfort den 31 dito. [= 31 mei 1640]’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courante'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘den Prince Tomaso’). ;Victor Amadeus I van Savoye (1587-1637) *Anoniem (15 november 1618) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/15 november/VVt Venetien den 26. October 1618|‘VVt Venetien den 26. {{SIC|November|October}} 1618’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. ;Victor Amadeus II van Sardinië (1666-1732) *Anoniem (23 november 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Dinsdageditie, nummer 47/Turin den 30 October|‘Turin den 30 October’]], ''Oprechte Haerlemse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Turin den 2 September|‘Turin den 2 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/Bern den 19 July|‘Bern den 19 July’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/Geneve den 19 July|‘Geneve den 19 July’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. === 18e eeuw === ;Benedetto van Savoye, hertog van Chablais (1741-1808) *Anoniem (13 april 1775) [[Amsterdamsche Courant/1775/Nummer 44/’s Gravenhage den 12 April|‘’s Gravenhage den 12 April’, alinea 2]], ''Amsterdamsche Donderdagsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Maria Anna van Savoye (1757-1824) *Anoniem (13 april 1775) [[Amsterdamsche Courant/1775/Nummer 44/’s Gravenhage den 12 April|‘’s Gravenhage den 12 April’, alinea 2]], ''Amsterdamsche Donderdagsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Maria Louise van Savoye (1749-1792) *Anoniem (17 januari 1767) [[Rotterdamsche Courant/1767/Nummer 8/Parys den 12 January|‘Parys den 12 January’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. [[Categorie:Hoofdportaal geschiedenis]] 9tujlrgpwzkrzvd51ou32pvrf3zrk9w 221274 221263 2026-05-18T09:10:32Z Vincent Steenberg 280 +bron 221274 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van het hertogdom Savoye | afbeelding = Jan Peeter Verdussen - The Household Cavalry of the Duke of Savoy with a Standard Bearer.jpg | alt = De cavalerie van de hertog van Savoye met een vendeldrager door Jan Peeter Verdussen | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van het [[w:Hertogdom Savoye|hertogdom Savoye]] }} == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == ;17e eeuw *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Romen den 10. November, 1620|‘Wt Romen den 10. November, 1620’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/VVt Venetien, den 20 November, 1620|‘VVt Venetien, den 20 November, 1620’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Venetien, den 8. Iannuarij, 1621|‘VVt Venetien, den 8. Iannuarij, 1621’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Wt Venetien den 12. Meert|‘Wt Venetien den 12. Meert’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/VVt Venetien, den 9. April. 1621|‘VVt Venetien, den 9. April. 1621’, alinea 5]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Turin den 2 September|‘Turin den 2 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. == Vorsten en leden van vorstenhuizen == === Ca. 1550-ca. 1700 === ;Anna Marie van Orléans (1669-1728) *Anoniem (23 november 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Dinsdageditie, nummer 47/Turin den 30 October|‘Turin den 30 October’]], ''Oprechte Haerlemse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de tweede dochter van den Hertog van Orleans’). ;Christina van Frankrijk (1606-1663) *Anoniem (15 november 1618) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/15 november/VVt Venetien den 26. October 1618|‘VVt Venetien den 26. {{SIC|November|October}} 1618’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. ;Emanuel Filibert van Savoye (1588-1624) *Anoniem (28 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/28 augustus/VVt Venetien, den 14. August. 1620|‘VVt Venetien, den 14. August. 1620’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de Prince Phylebert van Savoyen’). *Anoniem (januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 12#art2|‘VVt Venegien den eersten Ianuarij, 1621’, alinea 2-3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5 (vermeld als ‘den Prince Philibert’ en ‘Philiberto’). *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Venetien, den 8. Iannuarij, 1621|‘VVt Venetien, den 8. Iannuarij, 1621’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Prince Philebert van Savoyen’). *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Venetien den 5. Februarij, 1621|‘Wt Venetien den 5. Februarij, 1621’, alinea 6-7]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘den Prince Philibert Savoyen’). *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art5|‘Van Venetien vanden 29. Ianuarij 1621’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/VVt Venetien, den 8. dito|‘VVt Venetien, den 8. dito. [= 8 februari 1621]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Prince Philebert van Savoyen’). *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art1|‘Tydinghe vvt Venetien 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Den Generael vande Zee Don Philiberto de Savoya|‘Den Generael vande Zee Don Philiberto de Savoya […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. ;Karel Emanuel I van Savoye (1562-1630) *Anoniem (27 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/27 februari#art3al2|‘Met Brieven van Madril 5. Februarij’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5 (vermeld als ‘Den Hertoch van Savoyen’). *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Venetien den 5. Februarij, 1621|‘Wt Venetien den 5. Februarij, 1621’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘den ouden Savoyer’). *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Wt Venetien den 12. Meert|‘Wt Venetien den 12. Meert’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘den Hertogh van Savoyen’). *Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/VVt Venetien, den 9. April. 1621|‘VVt Venetien, den 9. April. 1621’, alinea 5]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de Hertoge van Savoyen’). ;Maria Adelheid van Savoye (1685-1712) *Anoniem (18 februari 1700) [[Amsterdamsche Courant/1700/Nummer 21/Parys den 12 February|‘Parys den 12 February’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de Hertoginne van Bourgondien’). ;Maurits van Savoye (1593-1657) *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art1|‘Tydinghe vvt Venetien 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Venetien den 6. Februarij 1621|‘Wt Venetien den 6. Februarij 1621’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de Cardinael van Savoyen’). *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Venetien den 10. Februarij 1621|‘Wt Venetien den 10. Februarij 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de Cardinael van Savoyen’). *Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/VVt Romen den 20, Martij 1621|‘VVt Romen den 20. Martij 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Thomas Frans van Savoye-Carignano (1596-1656) *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Venetien den 5. Februarij, 1621|‘Wt Venetien den 5. Februarij, 1621’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Prins Tomaso van Savoyen’). *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/VVt Venetien, den 8. dito|‘VVt Venetien, den 8. dito. [= 8 februari 1621]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘den Prince Thomas’). *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art1|‘Tydinghe vvt Venetien 1621’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (5 juni 1640) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1640/Nummer 23/Wt Franckfort den 31 dito|‘Wt Franckfort den 31 dito. [= 31 mei 1640]’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courante'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘den Prince Tomaso’). ;Victor Amadeus I van Savoye (1587-1637) *Anoniem (15 november 1618) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/15 november/VVt Venetien den 26. October 1618|‘VVt Venetien den 26. {{SIC|November|October}} 1618’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. ;Victor Amadeus II van Sardinië (1666-1732) *Anoniem (23 november 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Dinsdageditie, nummer 47/Turin den 30 October|‘Turin den 30 October’]], ''Oprechte Haerlemse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Turin den 2 September|‘Turin den 2 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/Bern den 19 July|‘Bern den 19 July’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/Geneve den 19 July|‘Geneve den 19 July’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. === 18e eeuw === ;Benedetto van Savoye, hertog van Chablais (1741-1808) *Anoniem (13 april 1775) [[Amsterdamsche Courant/1775/Nummer 44/’s Gravenhage den 12 April|‘’s Gravenhage den 12 April’, alinea 2]], ''Amsterdamsche Donderdagsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Maria Anna van Savoye (1757-1824) *Anoniem (13 april 1775) [[Amsterdamsche Courant/1775/Nummer 44/’s Gravenhage den 12 April|‘’s Gravenhage den 12 April’, alinea 2]], ''Amsterdamsche Donderdagsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Maria Louise van Savoye (1749-1792) *Anoniem (17 januari 1767) [[Rotterdamsche Courant/1767/Nummer 8/Parys den 12 January|‘Parys den 12 January’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. [[Categorie:Hoofdportaal geschiedenis]] cw9m1wx1t84ewlosxxytrnmztukgn2x Hoofdportaal:Beeldende kunst/Architectuur/Genres/Forten/Schans Papenmuts 100 79304 221207 208351 2026-05-17T16:40:21Z Vincent Steenberg 280 +bron 221207 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Schans Papenmuts | afbeelding = Schans Papenmuts gebouwd door Maurits in de Rijn, 1620 t' Fort de Papenmutz (titel op object) Eygentlijcke afbeeldinge van het Fort de Papen-mutz genampt, de welke Ao. 1620. den 6. october onder 't protex des Churvorst, RP-P-OB-80.930.jpg | alt = Schans Papenmuts, 1620 | beschrijving = Bronnen bij [[w:nl:Schans Papenmuts|Schans Papenmuts]]. }} ;Aanleg, oktober 1620 *Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/VVt Franckfoort den 2. October|‘VVt Franckfoort den 2. October’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel|‘VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel’, alinea 4]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (2)#art1al12|‘Tijdinghe vvt den Legher van syn Excellentie Marquis Ambrosius Spinola, 1620’, alinea 12]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Ceulen, den 10 October|‘VVt Ceulen, den 10 October’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''., [p.&nbsp;2]. *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt des Prince van Orangien Veltleger den 14 October|‘VVt des Prince van Orangien [Veltleger] den 14 October’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem ([ca. 3] november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 3 november#art1al5|‘Tijdinghe wt Ceulen, ende des Marquis Spinola Legher, 24. Octobris. 1620’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. ;Gebruik *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (1)#art4|‘Tijdinghe wt Ceulen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/Wt Ceulen, den 23. dito 1621|‘Wt Ceulen, den 23. dito 1621. [= 23 januari 1621]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘die Schantsche de Pape-Muts’). *Anoniem (februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 18#art2|‘Tijdinghe van den Rhijnstroom van 24. Ianuarij 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/Wt Ceulen, den 20. April|‘Wt Ceulen, den 20. April’, alinea 2 en 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2] (vermeld als als ‘die Papen-Muts’ en ‘die Schantsche de Papen-Mutse’). ;Belegering, 25 juli 1622-januari 1623 *Anoniem (1622) ''[[Belegeringe van Papenmuts]]'', t’Amsterdam: By Dirck Evertsen Lons. *Anoniem (1622) ''[[Waerachtige Afbeeldinge van de Belegeringe der stercke Schantz Pfaffen-Mutz|Waerachtige Afbeeldinge van de Belegeringe der stercke Schantz Pfaffen-Mutz. De welcke is Belegert geworden van zijne Vorstelijcke Doorluchticheydt den Hertoch van Nieuborch, den 25. Julij 1622]]'', T’Hantwerpen: By Abraham Verhoeven. *Anoniem ([1623]) [[Den grooten Geusen Bril|''Den grooten Geusen Bril'' [spotprent]]], Anuers: Abraham Verhoeven. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] imx02axh3isaw9h55gro3kfz8c4nnql Hoofdportaal:Religie/Katholicisme/Geschiedenis 100 80803 221267 213859 2026-05-18T07:55:16Z Vincent Steenberg 280 +bronnen 221267 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van de Rooms-katholieke Kerk | afbeelding = Entrega de las llaves a San Pedro (Perugino).jpg | alt = Christus overhandigt Petrus de sleutels van de stad Rome door Perugino | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van de [[w:Rooms-Katholieke Kerk|Rooms-Katholieke Kerk]] }} == Tijdperken; afzonderlijk == == Geschiedenis van landen == Hierbij ook levensbeschrijvingen van personen die niet elders zijn onder te brengen === België === ;Bisdom Doornik *Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/Ten gevolge van een verzoek|‘Ten gevolge van een verzoek van den Heer Vikaris-Generaal van het openstaande Bisdom van Doornik, heeft Zijne Majesteit […] veroorloofd, […]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Montpellier, Théodore Alexis Joseph de (1807-1879), bisschop van Luik *Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/Brussel, Vrijdag 16 Junij|‘Brussel, Vrijdag 16 Junij’, alinea 3]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;1]. === Nederland === *[[Hoofdportaal:Religie/Katholicisme/Geschiedenis/Nederland|Nederland]] === Overige landen === ==== Denemarken ==== ;Neuvel, Anton (1842-1924) *Anoniem (30 september 1916) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 41/Nummer 9151/Pastoor Antoon Neuvel|‘Pastoor Antoon Neuvel’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ==== Duitsland ==== ;32e algemene vergadering van Duitschlands Katholieken, Münster, 1885 *Anoniem (5 september 1885) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 23/Nummer 36/Dr. Schaepman|‘Dr. Schaepman’]], ''Venloosch Weekblad'', [p.&nbsp;1]. ;Kerkelijk conflict in Baden *Hermann [von Vicari] (25 april 1854) [[De Tijd/1854/Nummer 2129/Aan het Groot-Hertogelijk Staatsministerie|‘Aan het Groot-Hertogelijk Staatsministerie’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;1]. ;Hohenzollern-Sigmaringen, Eitel Frederik van (1582-1625) *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art2|‘Tydinghe vvt Roomen. Cardinalen ghemaeckt door den Heylighen Vader Paulus den vijfden’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Aughsburgh den 3. Martij|‘Wt Aughsburgh den 3. Martij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘de nieuwe Cardinael van Hooghenzaller’). ==== Frankrijk ==== *Anoniem (13 september 1819) [[Leydse Courant/1819/Nummer 110/Romen den 24 Augustus|‘Romen den 24 Augustus’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (13 september 1819) [[Leydse Courant/1819/Nummer 110/Parijs den 9 September|‘Parijs den 9 September’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Beaumont, Christophe de (1703-1781), aartsbisschop van Parijs *Anoniem (4 mei 1758) [[Amsterdamsche Courant/1758/Nummer 53/Parys den 28 April|‘Parys den 28 April’]], ''Amsterdamse Donderdagse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Belmas, Louis (1757-1841), bisschop *Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/Ten gevolge van een verzoek|‘Ten gevolge van een verzoek van den Heer Vikaris-Generaal van het openstaande Bisdom van Doornik, heeft Zijne Majesteit […] veroorloofd, […]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Dupanloup, Félix (1802-1878) *Anoniem (18 januari 1867) [[Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 16/Parijs 16 Januarij|‘Parijs 16 Januarij’, alinea 6]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Frankrijk/Het ministerie|‘Het ministerie heeft Maandag zonder te strijden een overwinning in den Senaat behaald. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;1]. ;Estrées, César d' (1628-1714), bisschop van Laon *Anoniem (24 september 1671) [[Opregte Haarlemsche Courant/1671/Donderdageditie, nummer 39/Roma den 29 Augusti|‘Roma den 29 Augusti’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Guilbert, Aimé-Victor-François (1812-1899) *Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Frankrijk/Het ministerie|‘Het ministerie heeft Maandag zonder te strijden een overwinning in den Senaat behaald. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;1]. ;Lavigerie, Kardinaal *Anoniem (20 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 212/België|‘België’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;2]. *Schaepman (2 januari 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 1/Een man|‘Een man’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;1]. ;Le Pappe de Trévern, Jean François Marie (1754-1842), aartsbisschop van Straatsburg *Anoniem (15 september 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 218/Frankrijk|‘Frankrijk’, alinea 2]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Loyson, Hyacinthe (1827-1912) *Anoniem (17 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 194/Italie|‘Italie’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;2]. ;Nogaret de La Valette, Louis de (1593-1639) *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art2|‘Tydinghe vvt Roomen. Cardinalen ghemaeckt door den Heylighen Vader Paulus den vijfden’, nummer 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. ;Wet op de congregaties *Anoniem (26 juli 1902) [[Het Vaderland/Jaargang 34/Nummer 174/Politiek overzicht|‘Politiek overzicht’]], ''Het Vaderland'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 juli 1902) [[Het Vaderland/Jaargang 34/Nummer 174/Parijs, 24 Juli (1)|‘Parijs, 24 Juli [1]’]], ''Het Vaderland'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 juli 1902) [[Het Vaderland/Jaargang 34/Nummer 174/Parijs, 24 Juli (2)|‘Parijs, 24 Juli [2]’]], ''Het Vaderland'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 juli 1902) [[Het Vaderland/Jaargang 34/Nummer 174/Brest, 24 Juli|‘Brest, 24 Juli’]], ''Het Vaderland'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 juli 1902) [[Het Vaderland/Jaargang 34/Nummer 174/Landerneau, 24 juli|‘Landerneau, 24 juli’]], ''Het Vaderland'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ==== Griekenland ==== ;Caccia, Giuseppe (1675-1758), bisschop van Zante en Cefalonia *Anoniem (7 januari 1730) [[Amsterdamsche Courant/1730/Nummer 3/Romen den 17 December|‘Romen den 17 December’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ==== Hongarije ==== ;Wet op gemengde huwelijken in Hongarije *Anoniem (8 augustus 1839) [[De Noordbrabanter/1839/Nummer 95/Uit Pesth verneemt men|‘Brussel, den 5den Augustus. Uit Pesth (Hongarye) verneemt men […]’]], ''Noord-Brabander'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (8 september 1893) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 80/Nummer 2201/Tot de Hongaarsche bisschoppen is een brief gericht|‘Tot de Hongaarsche bisschoppen is een brief door den Paus gericht […]’]], ''Arnhemsche Courant'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. ==== Ierland ==== *Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/Engeland|‘Engeland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Doyle, James Warren (1786-1834), bisschop *Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/Engeland|‘Engeland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;3]. ==== Italië ==== ;Alberoni, Giulio (1664-1752), kardinaal *Anoniem (7 januari 1730) [[Amsterdamsche Courant/1730/Nummer 3/Romen den 17 December|‘Romen den 17 December’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Aldobrandini, Pietro (1571-1621), kardinaal *Anoniem (18 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/18 augustus (1)#art3al2|‘Wt Roomen van xviij. Julij’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘[Cardinael] S. Susanna’). *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/VVt Roomen den 2 Februarij, 1621|‘VVt Roomen den 2 Februarij, 1621’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘de Cardinael Aldobodrino’). *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Venetien den 17. Februarij 1621|‘Wt Venetien den 17. Februarij 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Ansidei, Marco Antonio (1671-1730) *Anoniem (7 januari 1730) [[Amsterdamsche Courant/1730/Nummer 3/Romen den 17 December|‘Romen den 17 December’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Antonelli, Giacomo (1806-1876), kardinaal *Anoniem (10 augustus 1867) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 5/Nummer 32/Generaal Dumont|‘Generaal Dumont heeft Rome verlaten, […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (16 september 1872) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1872/Nummer 256/Rusland|‘Rusland’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;3]. ;Aquino Ladislao d' (1546-1621), kardinaal *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Venetien den 17. Februarij 1621|‘Wt Venetien den 17. Februarij 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Asquini, Fabio Maria (1802-1878) *Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/De kardinaal|‘De kardinaal Fabro Asquini […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Barberini, Antonio (1607-1671), kardinaal *Anoniem (7 november 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 45/Uyt Romen den 2 October|‘Uyt Romen den 2 October’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;1]. ;Belli, Silvestro (1781-1844), kardinaal *Anoniem (5 december 1840) [[De Noordbrabanter/1840/Nummer 146/Parijs, 1 December|‘Parijs, 1 December’, alinea 3]], ''Noord-Brabander'', [p.&nbsp;1]. ;Bentivoglio, Cornelio (1668-1732), kardinaal *Anoniem (7 januari 1730) [[Amsterdamsche Courant/1730/Nummer 3/Romen den 17 December|‘Romen den 17 December’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Bentivoglio, Guido (1579-1644), kardinaal *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art2|‘Tydinghe vvt Roomen. Cardinalen ghemaeckt door den Heylighen Vader Paulus den vijfden’, nummer 8]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. ;Borghese, Scipione (1577-1633) *Anoniem (2 mei 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/2 mei/VVt Romen den 12, April|‘VVt Romen den 12, April’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/VVt Roomen den 2 Februarij, 1621|‘VVt Roomen den 2 Februarij, 1621’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. ;Capponi, Luigi (1582-1659) *Anoniem (18 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/18 augustus (1)#art3|‘Wt Roomen van xviij. Julij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘[Cardinael] S. Susanna’). ;Cenneni de' Salamandri, Francesco (1566-1645), kardinaal *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art2|‘Tydinghe vvt Roomen. Cardinalen ghemaeckt door den Heylighen Vader Paulus den vijfden’, nummer 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. ;Chigi, Flavio (1631-1693), kardinaal *Anoniem (9 november 1666) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1666/Nummer 45/Roma den 16 October|‘Roma den 16 October’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Cobelluzzi, Scipione (1564-1626) *Anoniem (18 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/18 augustus (1)#art3|‘Wt Roomen van xviij. Julij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘[Cardinael] S. Susanna’). ;Coscia, Niccolò (1681-1755), kardinaal *Anoniem (20 augustus 1733) [[Amsterdamsche Courant/1733/Nummer 100/Romen den eersten Augusty|‘Romen den eersten Augusty’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Davia, Gianantonio (1660-1740), kardinaal *Anoniem (7 januari 1730) [[Amsterdamsche Courant/1730/Nummer 3/Romen den 17 December|‘Romen den 17 December’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Doria, Giovanni (1573-1642) *Anoniem (22 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/22 mei/VVt Roomen den 1. Mey. 1621|‘VVt Roomen den 1. Mey. 1621’, alinea 4]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Cardinael Doria’). ;Este, Alessandro d' (1568-1624) *Anoniem (2 mei 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/2 mei/VVt Romen den 12, April|‘VVt Romen den 12, April’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Farnese, Odoardo (1573-1626) *Anoniem (22 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/22 mei/VVt Roomen den 1. Mey. 1621|‘VVt Roomen den 1. Mey. 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘die Cardinael Farnesius’). ;Ferreri, Carlo Vincenzo Maria (1682-1742) *Anoniem (7 januari 1730) [[Amsterdamsche Courant/1730/Nummer 3/Romen den 17 December|‘Romen den 17 December’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Firrao, Giuseppe (sr.) (1670-1744), kardinaal *Anoniem (20 augustus 1733) [[Amsterdamsche Courant/1733/Nummer 100/Romen den eersten Augusty|‘Romen den eersten Augusty’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Galli, Antonio Andrea (1697-1767) *Anoniem (17 januari 1767) [[Rotterdamsche Courant/1767/Nummer 8/Romen den 27 December|‘Romen den 27 December’, alinea 2]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Gherardi, Cesare (1577-1623), kardinaal *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art2|‘Tydinghe vvt Roomen. Cardinalen ghemaeckt door den Heylighen Vader Paulus den vijfden’, nummer 7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. ;Honorati, Bernardino (1724-1807) *Anoniem (17 januari 1767) [[Rotterdamsche Courant/1767/Nummer 8/Florence den 27 December|‘Florence den 27 December’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Kloosterherstelling in het koninkrijk Napels *Anoniem (13 september 1819) [[Leydse Courant/1819/Nummer 110/Francfort den 6 September|‘Francfort den 6 September’, alinea 6]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Kloosteropheffing in de Republiek Venetië *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Venetie den 17 January|‘Venetie den 17 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Mellino Campora (= Giovanni Garzia Mellini (1562-1629)?) *Anoniem (18 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/18 augustus (1)#art3|‘Wt Roomen van xviij. Julij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. ;Montalto, Francesco Peretti di (1597-1655), kardinaal *Anoniem (8 maart 1650) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1650/Nummer 11/Uyt Romen den 12 dito|‘Uyt Romen den 12 dito. [= 12 februari 1650]’]], ''Ordinaris Dingsdaeghsche Courante'', [p.&nbsp;1]. ;Paluzzi Altieri degli Albertoni, Paluzzo (1623-1698), kardinaal *Anoniem (24 september 1671) [[Opregte Haarlemsche Courant/1671/Donderdageditie, nummer 39/Roma den 29 Augusti|‘Roma den 29 Augusti’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Paolucci, Fabrizio (1651-1726), kardinaal *Anoniem (23 november 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Dinsdageditie, nummer 47/Roma den 30 Octob.|‘Roma den 30 Octob.’]], ''Oprechte Haerlemse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Pianetti, Gaspare Barnardo (1780-1862), kardinaal *Anoniem (5 december 1840) [[De Noordbrabanter/1840/Nummer 146/Parijs, 1 December|‘Parijs, 1 December’, alinea 3]], ''Noord-Brabander'', [p.&nbsp;1]. ;Pignatelli, Stefano (1578-1623), kardinaal *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art2|‘Tydinghe vvt Roomen. Cardinalen ghemaeckt door den Heylighen Vader Paulus den vijfden’, nummer 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. ;Pirelli, Filippo Maria (1708-1771) *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Rome den 12 January|‘Rome den 12 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Roma, Giulio (1584-1652), kardinaal *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art2|‘Tydinghe vvt Roomen. Cardinalen ghemaeckt door den Heylighen Vader Paulus den vijfden’, nummer 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. ;Savoye, Maurits van (1593-1657), kardinaal *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art1|‘Tydinghe vvt Venetien 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Venetien den 6. Februarij 1621|‘Wt Venetien den 6. Februarij 1621’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘de Cardinael van Savoyen’). *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Venetien den 10. Februarij 1621|‘Wt Venetien den 10. Februarij 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘de Cardinael van Savoyen’). *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Venetien den 17. Februarij 1621|‘Wt Venetien den 17. Februarij 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/VVt Romen den 20, Martij 1621|‘VVt Romen den 20. Martij 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Scaglia, Desiderio (1567-1639), kardinaal *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art2|‘Tydinghe vvt Roomen. Cardinalen ghemaeckt door den Heylighen Vader Paulus den vijfden’, nummer 10]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. ;Spada, Giambattista (1597-1675), kardinaal *Anoniem (10 september 1675) [[Amsterdamsche Courant/1675/Nummer 37/Genua den 20 Augusti|‘Genua den 20 Augusti’]], ''Amsterdamsche Dinghsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Valier, Pietro (1574-1639), kardinaal *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art2|‘Tydinghe vvt Roomen. Cardinalen ghemaeckt door den Heylighen Vader Paulus den vijfden’, nummer 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. ==== Japan ==== *Anoniem (23 september 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32532/Ochtendblad/Een concessie|‘Een concessie’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;9. ==== Litouwen ==== *Anoniem (16 september 1872) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1872/Nummer 256/Rusland|‘Rusland’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;3]. ==== Oostenrijk ==== ;Goes, Johannes von (1612-1696), kardinaal *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Romen den 2 September|‘Romen den 2 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ==== Rusland ==== *Anoniem (8 augustus 1867) [[De Noordbrabanter/Jaargang 39/Nummer 93/Men leest in de Tijd|‘Men leest in de Tijd: […]’]], ''De Noordbrabanter'', [p.&nbsp;3]. *Anoniem (16 september 1872) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1872/Nummer 256/Rusland|‘Rusland’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;3]. ==== Spanje ==== ;Belluga y Moncada, Luis Antonio (1662-1743) *Anoniem (7 januari 1730) [[Amsterdamsche Courant/1730/Nummer 3/Romen den 17 December|‘Romen den 17 December’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (20 augustus 1733) [[Amsterdamsche Courant/1733/Nummer 100/Romen den eersten Augusty|‘Romen den eersten Augusty’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Cienfuegos, Juan Álvaro (1657-1739), kardinaal *Anoniem (7 januari 1730) [[Amsterdamsche Courant/1730/Nummer 3/Romen den 17 December|‘Romen den 17 December’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Porto Carrero, Joaquín Fernández de (1681-1760), kardinaal *Anoniem (7 januari 1730) [[Amsterdamsche Courant/1730/Nummer 3/Romen den 17 December|‘Romen den 17 December’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘den Graef van Almenara’). *Anoniem (7 januari 1730) [[Amsterdamsche Courant/1730/Nummer 3/Florence den 17 December|‘Florence den 17 December’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de Graef van Almenara’). ;Spínola Basadone, Augustín de (1597-1649) *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art2|‘Tydinghe vvt Roomen. Cardinalen ghemaeckt door den Heylighen Vader Paulus den vijfden’, nummer 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. ;Vélez, Rafael de (1777-1850) *Anoniem (2 november 1824) [[Rotterdamsche Courant/1824/Nummer 132/Parijs den 29 October|‘Parijs den 29 October’, alinea 6]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ==== Trinidad en Tobago ==== ;Gonin, Joachim-Hyacinthe (1814-1889), aartsbisschop van Port of Spain *Anoniem (10 augustus 1867) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 5/Nummer 32/Mgr. Gonin|‘Mgr. Gonin, bisschop van Port d’Espagne, […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p.&nbsp;2]. ==== Verenigd Koninkrijk ==== ;Wiseman, Nicholas (1802-1865), bisschop *Anoniem ([september] 1867) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 1/Nummer 3/Kardinaal Wiseman|‘Kardinaal Wiseman’]], ''De Katholieke Illustratie'', jrg. 1, nr. 3, p.&nbsp;18-19. == Pausdom en pausen == ;Alexander VII (1599-1667) *Anoniem (26 augustus 1656) [[Weeckelycke Courante van Europa/1656/Nummer 34/Romen den 29 Iuly|‘Romen den 29 Iuly’]], ''Weeckelycke Courante van Europa'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (17 januari 1662) [[Ordinarise Middel-weeckse Courante/1662/Nummer 3/Vyt Roomen, den 31 December 1661|‘Vyt Roomen, den 31 December 1661’]], ''Ordinarise Middel-weeckse Courante'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (9 november 1666) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1666/Nummer 45/Roma den 16 October|‘Roma den 16 October’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Alexander VIII (1610-1691) *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Romen den 2 September|‘Romen den 2 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Clemens X (1590-1676) *Anoniem (24 september 1671) [[Opregte Haarlemsche Courant/1671/Donderdageditie, nummer 39/Roma den 29 Augusti|‘Roma den 29 Augusti’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Clemens XI (1649-1721) *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Romen den 2 September|‘Romen den 2 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘den Cardinael Albani’). ;Clemens XIII (1693-1769) *Anoniem (17 januari 1767) [[Rotterdamsche Courant/1767/Nummer 8/Romen den 27 December|‘Romen den 27 December’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Clemens XIV (1705-1774) *Anoniem (13 april 1775) [[Amsterdamsche Courant/1775/Nummer 44/Rome den 25 Maart|‘Rome den 25 Maart’]], ''Amsterdamsche Donderdagsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Gregorius XV (1554-1623) *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Venetien den 10. Februarij 1621|‘Wt Venetien den 10. Februarij 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Ceulen den 3. Meert|‘Wt Ceulen den 3. Meert’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (20 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/20 maart/Wt Venetien den 1. Martij, 1621|‘Wt Venetien den 1. Martij, 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Wt Romen den 6. Meert. 1621|‘Wt Romen den 6. Meert. 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/VVt Romen den 20, Martij 1621|‘VVt Romen den 20. Martij 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (22 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/22 mei/VVt Roomen den 1. Mey. 1621|‘VVt Roomen den 1. Mey. 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Gregorius XVI (1765-1846) *Anoniem (5 december 1840) [[De Noordbrabanter/1840/Nummer 146/Parijs, 1 December|‘Parijs, 1 December’, alinea 2]], ''Noord-Brabander'', [p.&nbsp;1]. ;Innocentius X (1574-1655) *Anoniem (12 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/12 mei/VVt Roomen den 21. April. 1621|‘VVt Roomen den 21. April. 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Monsieur Panifilio’). *Anoniem (17 januari 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 3/Uyt Romen den 12 December, 1644|‘Uyt Romen den 12 December, 1644’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;1]. ;Innocentius XI (1611-1689) *Anoniem (23 november 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Dinsdageditie, nummer 47/Roma den 30 Octob.|‘Roma den 30 Octob.’]], ''Oprechte Haerlemse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Innocentius XII (1615-1700) *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Roma den 13 February|‘Roma den 13 February’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Leo XIII *Anoniem (22 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 213/Italië|‘Italië. ’s Pausen Jubilé’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (24 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 214-215/Rome, 24 Dec.|‘Rome, 24 Dec.’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p.&nbsp;3]. *Anoniem (28 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 216/Pest, 27 Dec.|‘Pest, 27 Dec.’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p.&nbsp;3]. *Anoniem (8 september 1893) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 80/Nummer 2201/Tot de Hongaarsche bisschoppen is een brief gericht|‘Tot de Hongaarsche bisschoppen is een brief door den Paus gericht […]’]], ''Arnhemsche Courant'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. *C. (22 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 213/De Paus en de Vrijmetselarij|‘De Paus en de Vrijmetselarij’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;1]. ;Paulus V (1552-1621) *Anoniem ([10 februari 1619]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/10 februari/VVt Keulen den 2. Februarij, 1619|‘VVt Keulen den 2. Februarij, 1619’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren'']. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art1|‘Gheschreuen wt Roomen 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3. *Anoniem ([10] april 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/april#art1al17|‘Wt Weenen xj. Meert 1620’, alinea 17]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 3-8. *Anoniem (2 mei 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/2 mei/VVt Romen den 12, April|‘VVt Romen den 12, April’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (18 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/18 augustus (1)#art3|‘Wt Roomen van xviij. Julij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (5 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 december (2)#art1|‘Cataloghe vande Coninghen, Princen, Graeven, ende andere Vorsten, met den Keyser Ferdinandvs II. opentlijck houdende tegen de Vnie der Caluinisten, ende alle Adherente Protestanten’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Venetien den 5. Februarij, 1621|‘Wt Venetien den 5. Februarij, 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/VVt Roomen den 2 Februarij, 1621|‘VVt Roomen den 2 Februarij, 1621’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. ;Pius VI (1717-1799) *Anoniem (13 april 1775) [[Amsterdamsche Courant/1775/Nummer 44/Rome den 25 Maart|‘Rome den 25 Maart’]], ''Amsterdamsche Donderdagsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Pius VII (1742-1823) *Anoniem (13 september 1819) [[Leydse Courant/1819/Nummer 110/Romen den 24 Augustus|‘Romen den 24 Augustus’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (13 september 1819) [[Leydse Courant/1819/Nummer 110/Parijs den 9 September|‘Parijs den 9 September’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Pius IX (1792-1878) *Anoniem ([augustus] 1867) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 1/Nummer 1/Het feestvierende Rome|‘Het feestvierende Rome’]], ''De Katholieke Illustratie'', jrg. 1, nr. 1, p.&nbsp;4-6. *Jonge Valentijn, De ([augustus] 1867) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 1/Nummer 1/De wapenschouwingen van Junij 1867|‘De wapenschouwingen van Junij 1867’]], ''De Katholieke Illustratie'', jrg. 1, nr. 1, p.&nbsp;3. ;Zoeaven *Anoniem (31 augustus 1885) [[De Tijd/1885/Nummer 11590/Zouavenfeest|‘Aan het Zouavenfeest, dat morgen te Antwerpen zal worden gevierd, […] zullen […] ook veel Nederlanders deelnemen. […]’]], ''De Tijd'', [Eerste Blad], [p.&nbsp;2]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal religie]] l4ah058rlcfmt5wwk0y6mud2g0j9nrf Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/83 104 82776 221229 221038 2026-05-17T17:39:58Z Vincent Steenberg 280 afb. vervangen 221229 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}} [[Bestand:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2 plate p 065 black and white.jpg|500px|center]] {{dhr}}<noinclude></noinclude> dr89pnxwmh9m7jetxg5qqobmand7kmj Hoofdportaal:Geschiedenis/Algerije 100 83805 221269 219873 2026-05-18T08:40:13Z Vincent Steenberg 280 +bron 221269 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van Algerije | afbeelding = Chefs arabes, asset d1eMITpSBufQKFZSJaSPfKhe.tif | alt = Vier leiders van het verzet tegen de Fransen | beschrijving = Bronnen bij de [[w:Geschiedenis van Algerije|geschiedenis van Algerije]] }} == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == === 17e eeuw === *Anoniem ([10 februari 1619]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/10 februari/Nederlandtsche tijdinghe den 9. Februarij|‘Nederlandtsche tijdinghe den 9. Februarij’, alinea 3]], ''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''. *Anoniem (17 januari 1662) [[Ordinarise Middel-weeckse Courante/1662/Nummer 3/Vyt Livorne, den 3 dito|‘Vyt Livorne, den 3 dito. [= 2 januari 1662]’]], ''Ordinarise Middel-weeckse Courante'', [p.&nbsp;1]. ;Bombardement op Algiers, 1683 *Anoniem (2 september 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Donderdageditie, nummer 35/Parijs den 27 Augustus (1)|‘Parijs den 27 Augustus’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Piraterij *Anoniem (30 november 1690) [[Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/Amsterdam den 29 November|‘Amsterdam den 29 November’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. === 18e eeuw === *Anoniem (20 augustus 1733) [[Amsterdamsche Courant/1733/Nummer 100/Genua den eersten Augusty|‘Genua den eersten Augusty’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. == Historische figuren == ;Boumezrag, Mostéfa (''fl''. 1819-1830) *Anoniem (27 juli 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 60/Parijs, den 21 Julij|‘Parijs, den 21 Julij’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Dey, Hussein (1764/1765-1838) *Anoniem (27 juli 1830) [[Leeuwarder Courant/1830/Nummer 60/Parijs, den 21 Julij|‘Parijs, den 21 Julij’]], ''Leeuwarder Courant'', [p.&nbsp;1]. == Delen van Algerije en provincies; afzonderlijk == === Plaatsen; afzonderlijk === ;Algiers *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art3|‘Wt Roomen’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] cx9k1xznhe1te395445c5373jb93no2 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/267 104 85318 221228 219015 2026-05-17T17:39:12Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221228 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WAT HET IS, WAAR HET IS, EN WAT HET DOET.|249}}</noinclude>Gewoonlijk is het hoofdbestanddeel van zulke produkten koolzure kalk. Water toch, dat veel koolzuurgas bevat, kan van dat zout, door eene scheikundige verbinding, veel meer opgelost houden, dan wanneer het dat koolzuur heeft verloren. Vaak gebeurt dit laatste dadelijk als het water aan de lucht komt, daar het dan onder mindere drukking geraakt dan waaraan het op zijnen onderaardschen weg was onderworpen, en het gas dus ontsnappen kan; alsdan valt de koolzure kalk als een wit poeder op den bodem, en de grond, waarover zulk eene bron nu verloopt, wordt weldra met eene kalklaag bedekt. Op deze wijze is b.v. uit de bron van St. Allyre in den loop der tijden door de nedergeplofte kalk een ontzaggelijke muur van 78 ellen lengte en 6 tot 6½ el hoogte gevormd, benevens eene niet minder grootsche, natuurlijke brug<ref> {{sc|Dr. f.w.c. KRECKE}}, ''loco cit''.</ref>. Er is echter een andere vorm, waaronder dit verschijnsel meer algemeen voorkomt. In alle beschrijvingen van grotten of bergholen, door reizigers bezocht, vinden wij met verheffing gesproken van de schitterende, phantastische tooneelen, hun in de reusachtige gewelven aangeboden door de zoogenaamde druipsteenen daar lezen wij van een orgel met kolossale beelden en ornamenten versierd; elders van draperien in stoute plooijen als een marmeren gordijn opgehangen; dan weer van guirlanden, van fonteinen, van groepen, van zetels, kortom van alle mogelijke vormen, zeker dikwijls slechts door eene overspannen verbeelding er aan geschonken, als het tooverachtig licht der flambouwen er op scheen en duizendvoudig er door weêrkaatst, gebroken en weer teruggekaatst werd; — maar allen komen toch daarin overeen, dat ze aan die onderaardsche zalen en gangen eene onuitsprekelijke schoonheid bijzetten, dat ze vaak in haren bouw, in hare constructie, in hare massa iets onbeschrijfelijk grootsch, reusachtigs bezitten, waar geen werk van menschenhanden mede is te vergelijken. En toch zijn al die druipsteen-vormingen slechts door droppelen waters gewrocht! Door spleten van het gewelf dringende, komt het over-koolstofzuren kalk bevattende water aan de lucht en verliest dan, op de zoo even gemelde wijze, zijn overvloedig koolzuur; dan, terwijl het water nu gedeeltelijk ook verdampt, laat het een zeer klein deeltje enkel-koolstofzuren<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> jey29do6fqkbbnl2c1ikvp9yq2hm5j5 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/266 104 85319 221227 219017 2026-05-17T17:37:42Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221227 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|248|IETS OVER HET WATER.|}}</noinclude>verblijven als doel eener genotvolle reis, als uitspanning; — hoevelen gaan er heen, gezond naar ligchaam en geest, om er diep rampzalig van terug te keeren! — Badplaatsen! zoo lang de speeltafel naast de bron staat, zoo lang de roulette met of zonder zero en refait eene eerste plaats in de advertentiën der eigenaars bekleedt; — zoo lang zullen zij altijd het schoone doelwit missen, waartoe zij kunnen leiden; — zoo lang zullen zij oneindig meer tot verderf dan tot genezing strekken; — zoo lang zullen zij slechts bepaald voor één persoon heilzaam zijn: voor den pachter der speelbank, wien de bronnen jaarlijks zijne slagtoffers toevoeren. Iets anders is het met de zeebaden in ons land; — niet zoo helsch in hare verleidingen als de beruchte Duitsche badplaatsen, zoo als Homburg, Baden enz., bieden zij over het algemeen, en vele zelfs in zeer geringe mate, slechts die uitspanningen aan, welke als het ware noodzakelijk zijn voor vele der hooge gasten, die ze bezoeken. Wel wordt voor velen ook het verblijf in die oorden meer eene modezaak dan een offer aan de geschokte gezondheid, maar, al moge nu ook voor de wezenlijke kranken die drukte, dat gewoel minder gewenscht zijn, — welnu, dan bestaan er vooreerst badplaatsen, waar dezelfde uitwerking met minder opofferingen is te verkrijgen, en ten andere is het zeestrand ruim genoeg om zelfs in het druk bezochte, bijna vorstelijke Scheveningen, een elk te vergunnen geheel naar eigen welgevallen te leven, zonder door de mede-badgasten gestoord of zelfs opgemerkt te worden. Voor ons persoonlijk gevoelen echter zouden wij in verreweg het meerendeel der gevallen, waar de zeebaden kunnen aangewezen zijn, bij overigens gelijke omstandigheden, de geschiktheid eener badplaats in omgekeerde reden stellen tot hare beroemdheid, met andere woorden: wij zouden onze patienten altijd weinig bezochte, stille zeeplaatsen bij voorkeur aanraden. Aan de behandeling der uitwerkselen van het bronwater sluit zich van zelf de beschouwing dier voortbrengselen, die door de natuur uit bronwater worden gevormd. Wij bedoelen hier niet de zoogenaamde versteeningen, dat zijn omkorstingen van houten, ijzeren of andere voorwerpen met kristallen van het een of ander zout, dat, in het water der bron opgelost, zich om die vaste ligchamen afzet, maar de van zelf ontstaande vormingen door nederzetting van vaste stof uit water daargesteld.<noinclude></noinclude> 7nztaltwnivmcgybrtrkc7vwjb4zv47 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/265 104 85320 221226 219019 2026-05-17T17:35:41Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221226 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WAT HET IS, WAAR HET IS, EN WAT HET DOET.|247}}</noinclude>is een eerste vereischte om gezond te kunnen blijven; — goed, ruim drinkwater is eene weldaad voor eene stad; — eene weldaad, die niet genoeg op prijs kan gesteld worden. Nooit kan er genoeg lof worden toegezwaaid aan die mannen, die Neerlands hoofdstad eindelijk verlosten van het ellendige Vechtwater om haar het zuivere, gezonde duinwater te schenken. Zien wij dan ook de gedenkstukken der Romeinsche bouwkunst, dan behooren tot de meest trotsche scheppingen daarvan waterleidingen, bestemd om aan misdeelde steden soms mijlen ver het onontbeerlijke drinkwater toe te voeren. Nog verder ging {{sc|priesnitz}}; niet genoeg dat hij het water als het noodigste levensmiddel beschouwde, zag hij er ook het middel in om de kwalen en ziekten te herstellen, die onze ligchamen maar al te vaak teisteren, en de water-geneeskunst (d.i. de geneesmethode met uitsluitend gebruik van koud water) onder zijne handen gevormd en door dikwijls bekwame adepten verder ontwikkeld en uitgewerkt, nam weldra eene hoofdplaats in onder de verschillende wijzen, waarop de geneeskunde het menschdom tracht te helpen!<ref>Dat de koudwater-geneeskunst niet zoo geheel van nieuwe dagteekening is, maar vroeger ook al aan het koude water heilzame, genezende kracht werd toegekend, blijkt onder anderen uit eene plaats bij {{sc|haller}}: ''et aquae frigidae usu nupero febrium malignarum vehementiam remisisse, testimonia exstant'' (ook bestaan er bewijzen, dat soms door het gebruik van koud water de hevigheid van kwaadaardige koortsen is verminderd). (''Elementa Physiologiae'', tom. VI, pag. 240].</ref>. Uitgebreider nog is het medicinaal gebruik van het water, onder den vorm van de zoogenaamde minerale wateren en minerale bronnen (zie hierover, bladz. 233). Verre van ons het nut te betwisten, dat minerale baden, dat het gebruik van staal- of zwavelwateren b.v. kan hebben bij sommige ziekten, — verre van ons ook, hier eene lans te willen breken ten voor- of ten nadeele der veel meer bestreden water-geneeskunst; wij eerbiedigen elks opinie ten deze en herinneren slechts de oude spreuk: ''variis modis bene fit'', dat wij vrij vertalen zouden: langs verschillende wegen kan men zijn doel bereiken; — maar toch willen wij een enkel woord zeggen tegen den tegenwoordig algemeenen vorm, waaronder die baden gebruikt worden. — Badplaatsen! wie kent de beteekenis van dat woord niet? Hoe weinigen zien er over het algemeen eene plaats in om hunne gezondheid te herkrijgen, hoeveel meer azen op de aankondigingen dier<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> mf76iyza4fxmr3mxyw0s97anq4kr4u1 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/264 104 85321 221225 219020 2026-05-17T17:33:13Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221225 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|246|IETS OVER HET WATER.|}}</noinclude>water sluiten, na ten slotte nog herinnerd te hebben, dat het door den mensch in de ruwe middeleeuwen zelfs als pijnigings-middel is aangewend, terwijl ook bij de ordaliën of Godsoordeelen het water als proefmiddel gebruikt werd. {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} Allereerst moeten wij dan nu het water beschouwen als de meest algemeene, de natuurlijkste drank voor mensch en dier; ja, zoo als wij reeds zagen, er is geen drank zonder water; want alle vruchtensappen, alle kunstmatige dranken, door beschaving, weelde of behoefte uitgedacht, bestaan voor het grooter deel er uit of worden er mede zamengesteld., Hoe goed water moet zijn, wij vermeldden het bereids (bladz. 238): hoe het gewoonlijk is of hoe het voorkomt, wij zagen het op verschillende plaatsen, waar wij over de verschillende watersoorten handelden; — dat het onze ligchaamsdeelen haren vorm geeft, dat het een hoofdvoedsel is zelfs voor de beenderen, wij hebben het eveneens besproken; — maar wij spraken nog niet meer bepaald van het water als drank beschouwd. En zouden wij die groote, die eerste weldaad in het water ons geschonken onopgemerkt mogen laten? Wie uwer, mijne lezers! heeft niet met wellust, met eene onbeschrijfelijke weelde de koele teug waters genoten, als de koorts het ligchaam verteerde, het bloed kloppend door de vaten joeg, de drooge tong aan het brandend verhemelte deed kleven? — Welke drank is met een frisch, helder glas water gelijk te stellen, als wij vermoeid van eenen langen moeijelijken weg, bezweet, met stof bedekt, van dorst versmachtend, eindelijk de plaats der ruste hebben bereikt? Een genot, dat echter vaak al te duur gekocht is, als de voorzigtigheid werd vergeten, en in plaats van de koele frische dronk, ijskoud water genuttigd: — getuigen de historische verhalen van {{sc|alexander de groote}} aan de rivier Oxus, — van den Dauphin van Frankrijk, zoon van {{sc|frans}} I, — getuigen het de noodlottige gevolgen van het gebruik van ijs en ijskoud water tijdens de cholera-epidemie te Parijs in 1825, toen daardoor zelfs vermoeden bij het volk ontstond, dat de fonteinen vergiftigd zouden zijn. Water is de natuurlijkste, de beste drank op elken leeftijd, voor elk gestel, in elk klimaat, onder alle omstandigheden; — goed water<noinclude></noinclude> httsz9nfkcv4felfrgjxa47wfnp12gu Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/263 104 85322 221224 219021 2026-05-17T17:31:25Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221224 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WAT HET IS, WAAR HET IS, EN WAT HET DOET.|245}}</noinclude>In 1809 zijn van de troepen derzelfde natie op Walcheren {{smaller|{{frac|2|3}}}} aan koorts overleden. In 1669—1670 heerschte te Leiden eene epidemie van koortsen, door professor {{sc|sylvius}} beschreven, die eveneens ruim {{smaller|{{frac|2|3}}}} van de bevolking wegsleepte. In 1762 stierven in Bengalen 30,000 negers en 800 Europeanen aan de verderfelijke moeraskoortsen ({{sc|lind}}). Toen in 1805 de moerassen om Bordeaux werden droog gemaakt, telde men in die stad in vijf maanden tijds 15,000 koortslijders, waarvan 3000 er het leven bij inschoten. En nog in den jongsten tijd (1837) hadden de Fransche troepen in Algerië zoo veel van de moeraskoorts te lijden, dat van eene geheele kompagnie, 182 man sterk, slechts 1 onder-officier aan de besmetting ontsnapte!<ref>Wij waren zelve in de gelegenheid een paar jaren eene koorts-epidemie naauwkeurig gade te slaan, tijdens wij met de militaire geneeskundige dienst te Breskens waren belast. Van de twee kompagniën infanterie, die de bezetting uitmaakten, hadden wij somwijlen tot ruim 90 zieken in de zieken-inrigting, zoodat dan ook in 2 maanden tijds (Augustus en September 1859) driemalen versterking van het garnizoen moest worden gevraagd, daar de noodzakelijkste wachtposten niet meer konden bezet worden. Van een detachement artillerie, 17 man sterk, waren er eens 12 te gelijk in de infirmerie. — Wij mogen hierbij herinneren, dat wij toen, even als in 1858 (toen het niet veel beter was), eenen zeer droogen, heeten zomer hadden, en verkeerden dus eenigzins onder dezelfde omstandigheden als die gewesten, waar de miasmatische ziekten het hevigste zijn. — Doodelijke gevallen zijn ons toen echter slechts 2 voorgekomen.</ref>, terwijl in de Pontijnsche moerassen en de Toscaansche maremmien jaarlijks gemiddeld 60,000 slagtoffers door het moerasgif worden weggesleept. Maar ook de uitmondingen der groote rivieren geven ligt aanleiding tot zulke miasmatische uitwasemingen, en hier vooral door de neerzettingen van vergane planten en slib, op haren ganschen loop medegevoerd, en die bij den verminderden snellen afvloed op den bodem zakken en daar aanleiding geven tot het ontstaan van banken en platen, waarop dan weder duizende en duizende insekten en infusorien hun graf vinden. Wij wijzen ten voorbeeld op de cholera, dat product der uitwasemingen aan de monden van den Ganges; op den slechten gezondheidstoestand der geheele Italiaansche kust van Napels tot Genua; op de typhus-epidemien, die in de laatste jaren het dorp Katwijk teisterden enz. Wij kunnen hiermede de lijst der made werkingen van het<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> 5mt38nkaip6m2er4x0ato3hur0nab58 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/262 104 85323 221223 219022 2026-05-17T17:28:24Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221223 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|244|IETS OVER HET WATER.|}}</noinclude><poem> ::Alleen een zware klomp, die op de scherven kruit, ::Geeft in dit zwijgend graf een donderdof geluid; — ::Verschriklijk dreunt die toon het siddrend volk in de ooren: ::'t Gevreesd gevaarte naakt, dat ze in de verte hooren; ::Het naakt; — verdelgend en verbreedend giert het aan ::En spat de brokken weg, die 't in zijn loop weêrstaan. ::Ontzettend is zijn kracht, zijn razen en zijn rollen; ::'t Sleept schuim en golven mee, die om zijn korsten stollen; ::Het stuift den rukwind voort, die 't najaagt wat hij kan, ::En alles bonst en dreunt en klotst en scheurt er van. ::Het naakt; — en ieder knielt en stort zijn jongste bede... </poem> Voorwaar wel eene levendige beschrijving, die ons dit grootsche natuurgewrocht in al zijne verschrikkelijkheid voor oogen stelt! Wij zouden hiermede genoeg gezegd hebben van de schadende kracht van het water, ware het niet, dat wij nog moesten stilstaan bij eenige andere niet minder noodlottige uitwerkselen, althans middellijk door het water te weeg gebragt. Terwijl wij toch ons voorstellen later nog terug te komen op het water in verband beschouwd met de gezondheid en den leefregel, meenen wij thans reeds een woord te moeten wijden aan de rampen door de uitwasemingen van moerassen', door het zoogenaamde moerasgif veroorzaakt. Ieder kent die bij name, — ieder kent, velen vreezen de Zeeuwsche koortsen, de eenvoudigste, de onschuldigste vorm dier vergiftiging, die ontstaat daar, waar moerassen en stilstaande wateren voortdurend nadeelige dampen aan de lucht afstaan en zelfs daar, waar het zeestrand, met de eb ledig loopende, aanleiding geeft tot de periodiek terugkomende ontwikkeling van zulke hoogst schadelijke inmengselen der lucht; — maar niet ieder kent de uitwerkselen dier doodende poelen in hunnen geheelen omvang. Wij zullen eenige voorbeelden er van aanvoeren. De Engelsche troepen, in 1747 in Zeeland gestationneerd, hadden zooveel van de koortsen te lijden, dat bij een korps, ''the Royal Infantry'', slechts 4 gezonden overig waren!<ref>Dat de zeelucht zelve niet ongezond is, bleek het best daaruit, dat terzelfder tijd het geheele eskader van den admiraal {{sc|mitchel}}, dat kort van den wal af lag, zeer gezond bleef; — eveneens waren in 1809 de Engelsche schepen, die slechts 600 voet van den wal verwijderd bleven, geheel vrij van koorts. Dat dan ook de zeelucht in het algemeen gezond is te achten, is eene van ouds bekende zaak, en reeds voor honderd jaren schreef een Vaderlansch geleerde: dat de ondervinding leert, dat zeelieden op zee veel gezonder zijn dan op het land. ''Docet experientia nautas melius se habere in navi quam in terra''. [{{sc|Rouppe}}‚ ''de morbis navigantium'', Leiden, 1764].</ref>.<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> habie5vvf5ktgjgh6rilqzwebcxxh7p Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/261 104 85325 221221 219025 2026-05-17T17:23:05Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221221 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WAT HET IS, WAAR HET IS, EN WAT HET DOET.|245}}</noinclude>Maar zelfs daar, waar het water door den killen adem der bergen of in het gebied van den wintervorst (de poolstreken) tot ijs is gestold, zelfs daar treedt maar al te vaak zijne vernielende kracht te voorschijn. Op de bergtoppen zich onophoudelijk ophoopende en door eigen gewigt zamenpakkende en vaster wordende, ontstaan uit de aanvankelijk losse sneeuw en de ligte ijskorst aanzienlijke massa's, die zich langzamerhand op de hellingen verzamelen en daar de zoogenaamde gletschers vormen: ijsvelden, die zich verscheidene uren gaans in lengte en breedte kunnen uitstrekken en wier dikte soms tot honderde voeten bedraagt, terwijl zij in zulk een aantal voorkomen, dat men op de Zwitsersche Alpen van den Mont-Blanc tot de grenzen van Tyrol 400 gletschers vindt, welker gezamenlijke oppervlakte op 90 vierkante geographische mijlen geschat wordt<ref>{{sc|Dr. f.w.c. krecke}}, ''loco cit''.</ref>. Het bovenste gedeelte van zulk een gletscher bestaat dan ook meestal nog uit losse sneeuw, die trouwens altijd in vrij groote hoeveelheid op de toppen der bergen voorkomt; geraakt nu door de eene of andere oorzaak een gedeelte dezer sneeuw in beweging, dan rolt dit naar beneden en vormt het begin van een sneeuwval of lawine. Op zich zelve onschuldig, neemt deze sneeuw, al naar beneden rollende, door aanhechting meer en meer toe en verkrijgt te gelijkertijd eene steeds klimmende snelheid, totdat zij eindelijk aangroeit tot eene reuzenmassa, in hare vreeselijke kracht door niets te stuiten en boomen, huizen, ja geheele dorpen met zich medevoerende of op het einde van haren loop begravende. Een andere vorm, waaronder de ijsmassa's gevreesd zijn, is als drijf- of poolijs: bergen van ijs, uit torenhoog op elkander gestapelde schollen zamengesteld, in die opeenstapeling vaak de grilligste figuren vormende en in de verte huizen, kerken, torens, wallen, steden van eene schitterende witheid den reiziger voor oogen tooverende; — daarbij aaneen gevroren tot een klomp zoo vast en hard, dat de breektuigen er weldra bot op worden en dat slechts het buskruid met zijn alvernielend vermogen ons helpen kan om ze, door er mijnen in te graven, uit een te doen spatten. Onze {{sc|tollens}} schetst ons zulk een schrikgevaarte, als hij in zijn dichterlijk tafereel: ''de Overwintering der Hollanders op Nova-Zembla'', er van zingt:<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> mfx8wiqhe200sulbkp1un3hcheqqe60 221222 221221 2026-05-17T17:23:35Z WeeJeeVee 2844 typo 221222 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WAT HET IS, WAAR HET IS, EN WAT HET DOET.|243}}</noinclude>Maar zelfs daar, waar het water door den killen adem der bergen of in het gebied van den wintervorst (de poolstreken) tot ijs is gestold, zelfs daar treedt maar al te vaak zijne vernielende kracht te voorschijn. Op de bergtoppen zich onophoudelijk ophoopende en door eigen gewigt zamenpakkende en vaster wordende, ontstaan uit de aanvankelijk losse sneeuw en de ligte ijskorst aanzienlijke massa's, die zich langzamerhand op de hellingen verzamelen en daar de zoogenaamde gletschers vormen: ijsvelden, die zich verscheidene uren gaans in lengte en breedte kunnen uitstrekken en wier dikte soms tot honderde voeten bedraagt, terwijl zij in zulk een aantal voorkomen, dat men op de Zwitsersche Alpen van den Mont-Blanc tot de grenzen van Tyrol 400 gletschers vindt, welker gezamenlijke oppervlakte op 90 vierkante geographische mijlen geschat wordt<ref>{{sc|Dr. f.w.c. krecke}}, ''loco cit''.</ref>. Het bovenste gedeelte van zulk een gletscher bestaat dan ook meestal nog uit losse sneeuw, die trouwens altijd in vrij groote hoeveelheid op de toppen der bergen voorkomt; geraakt nu door de eene of andere oorzaak een gedeelte dezer sneeuw in beweging, dan rolt dit naar beneden en vormt het begin van een sneeuwval of lawine. Op zich zelve onschuldig, neemt deze sneeuw, al naar beneden rollende, door aanhechting meer en meer toe en verkrijgt te gelijkertijd eene steeds klimmende snelheid, totdat zij eindelijk aangroeit tot eene reuzenmassa, in hare vreeselijke kracht door niets te stuiten en boomen, huizen, ja geheele dorpen met zich medevoerende of op het einde van haren loop begravende. Een andere vorm, waaronder de ijsmassa's gevreesd zijn, is als drijf- of poolijs: bergen van ijs, uit torenhoog op elkander gestapelde schollen zamengesteld, in die opeenstapeling vaak de grilligste figuren vormende en in de verte huizen, kerken, torens, wallen, steden van eene schitterende witheid den reiziger voor oogen tooverende; — daarbij aaneen gevroren tot een klomp zoo vast en hard, dat de breektuigen er weldra bot op worden en dat slechts het buskruid met zijn alvernielend vermogen ons helpen kan om ze, door er mijnen in te graven, uit een te doen spatten. Onze {{sc|tollens}} schetst ons zulk een schrikgevaarte, als hij in zijn dichterlijk tafereel: ''de Overwintering der Hollanders op Nova-Zembla'', er van zingt:<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> of27xlzbrzx3bow5vfm9fg634wllv33 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/260 104 85328 221219 219050 2026-05-17T17:21:08Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221219 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|242|IETS OVER HET WATER.|}}</noinclude>aanval van dien verschrikkelijken vijand zien vernietigd! — Wij stonden niet lang geleden aan Walcheren's zeestrand; — kort te voren hadden wij den West-Kappelschen dijk bewonderd, zoo als hij daar fier de schuimende golven op zijne breede borst opving om ze grommend en brommend naar zee terug te kaatsen: — wij, nietige schepselen, hadden ons verhoovaardigd op ons werk, en wij zeiden: ziet, dat kan de mensch! dat kunnen wij Nederlanders! Zoo breidelen. wij de zee en stellen wij paal en perk aan hare invallen! — en nu...... Waar was nu onze zelfvoldoening? Waar was onze glorie? — één uur, — één slag en maar al te goed had de vijand zijne overmagt getoond! Als dunne twijgen waren de zware balken door midden gebroken, — als spinrag de ijzeren bouten verscheurd; — als ligte schelpen steenen verre weggeworpen, voor wier vervoer menschenkrachten te kort hadden geschoten! <poem> :::Hoffnunglos :::Weicht der Mensch der Götterstärke, :::Mussig sieht er seine Werke :::Und bewundrend untergehen.</poem> Dat deed de zee! En de rivieren? wanneer wij niet in ons Vaderland, helaas, de treurige waarheid kenden uit de maar al te vaak herhaalde doorbraken, wie zou gelooven, dat die liefelijk daarheen kabbelende stroomen, zoo regelmatig tusschen dijken besloten, in vernielend vermogen niet bij de groote watermassa behoeven achter te staan? dat ook de rivieren woest geweld en reuzenkrachten bezitten? — Die het geluk had een der groote watervallen van nabij te beschouwen, — die den Staubbach in stoute pracht van 800 ellen hoogte naar beneden zag storten, — of die het goddelijk schouwspel mogt zien van den Niagara, als hij een watergordijn van meer dan 1200 ellen breedte en 50 ellen hoogte vormt en tuimelend en woelend en schuimend van de rotsen neêrdalende, den omtrek doet daveren door zijn geweld; — hij, die in de tropische gewesten de beken zag, die, door den regen gezwollen, van bijna uitgedroogde, naauw opgemerkte vlieten tot woeste bergstroomen zijn aangewassen, in hare dolle vaart alles medesleurende wat zich op haren weg voordoet, — hij kent de kracht, die ook rivieren en beken in verschrikkelijke vijanden kan veranderen. {{nop}}<noinclude></noinclude> f7y30k0qvjgipv213rgi62ldyad9egj Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/259 104 85329 221217 219051 2026-05-17T17:19:02Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221217 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WAT HET IS, WAAR HET IS, EN WAT HET DOET.|241}}</noinclude>murmelende beekjes, elders als trotsche rivieren, nog verder als bruischende stroomen haar net om den wereldkloot slingeren; die, — zoo als de dichter zegt, — de wereld in koningrijken splitsen en het vorstelijk regtsgebied bepalen, maar ook de eerste geleiders van den handel, de drijfveren der industrie, de natuurlijke slagaderen der beschaving mogen genoemd worden. Wat het water doet? vraagt het die duizende en duizende reizigers, die er onophoudelijk hunnen weg langs afleggen; — wat het doet? vraagt het den koopman, wiens kielen rijk bevracht de terugreis van Indie hebben aanvaard; — wat het doet? vraagt het den fabrikant, wien het geklepper van zijn waterrad als de welluidendste muzijk in de ooren klinkt; — wat het doet? vraagt het den werkman, die met {{sc|bramar}}'s uitvinding alléén het werk van tien- en tientallen verrigt; — wat het doet? vraagt het den Alpen-bewoner, die slechts met levensgevaar aan de lawine is ontsnapt; vraagt het den nijveren landman van den Bommelerwaard, wien have en goed, ligt meer dan dat, door het vernielend element is ontnomen; want gerustelijk kunnen wij op het water {{sc|schiller's}} keurige regelen overbrengen, waar hij van het zuster-element zingt: <poem> :::Wohlthätig ist des Feuers Macht, :::Wenn sie der Mensch bezähmt, bewacht, :::Und was er bildet, was er schafft, :::Das dankt er dieser Himmelskraft; :::Doch furchtbar wird die Himmelskraft, :::Wenn sie der Fessel sich entrafft, :::Einhertritt auf der eignen Spur :::Die freie Tochter der Natur. :::. . . . . . . . . . :::Denn die Elemente hassen :::Das Gebild der Menschenhand. </poem> Waarom zouden wij niet eerst dit treurige gedeelte onzer taak afdoen en het water in zijne verwoestende kracht beschouwen? Nog klinkt ons de treurmare in de ooren — die noodkreet, die het ons kil om het hart deed worden: — Maas en Waal is doorgebroken! Waartoe echter de herinnering aan die jammeren verlevendigd! — Wat zijn wij met onze krachten tegen die reuzenkracht? Hoe nietig is ons werk, als wij den arbeid van jaren en jaren, met opoffering van tonnen schats bijeengebragt, in een' enkelen dag, door een' enkelen<noinclude>{{rh|{{gap|2em}}1863.||16{{gap|2em}}}}</noinclude> 0rrw0jaaau9cgzcswa7nkhph1h8yows Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/258 104 85330 221213 219052 2026-05-17T17:16:43Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221213 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|240|IETS OVER HET WATER.|}}</noinclude>in de lucht, die wij inademen; — in de spijs, die wij nuttigen; — in de teug die onzen dorst lescht, overal is water. Wij gelooven dus ook het tweede deel van ons opstel voldoende te hebben behandeld; immers kon het, zoo als wij reeds zeiden, onze bedoeling niet zijn, bij het stellen dier vraag de geographie van het water op het oog te hebben; wij hebben die enkel aangeroerd voor zoo veel noodig was tot de verklaring van het ontstaan der verschillende watersoorten, en daarom ook moesten deze beide vragen: wat het water is en waar het is, noodzakelijk in en met elkander hare beantwoording vinden. Gaan wij thans over tot de uitwerking van het derde gedeelte van ons opstel: wat het water doet. Wat het water doet? — Wij zagen het voor een gedeelte reeds in de voorafgaande bladzijden: in de natuur is alles zoo één geheel, is alles zoo in elkander gestrengeld, zijn de overgangen zoo bijna onmerkbaar, dat wij in een geschrift, dat over de natuur handelt, nagenoeg nimmer eene streng gescheidene verdeeling in hoofdstukken kunnen volhouden; het doel en het middel en de weg smelten zoo harmonisch te zamen, dat wij niet van de stof, het water, en van den weg, dien het aflegt, of de plaats, die het inneemt, konden spreken, zonder onwillekeurig de uitwerkselen voor ons te zien. Immers wij zeiden, dat dieren en planten allen een overgroot gedeelte water bevatten, en waartoe nu kan dat water dienen, anders dan om den vorm, den omvang aan die organismen te geven? Om de zamenstellende deelen dier ligchamen, waarin het bevat is, te doen zijn wat zij zijn; om den stengel tot stengel, de plant tot plant; om de spier tot spier, het dier tot dier te vormen? Wij spraken van rivieren en meren en bronnen, van regen en van sneeuw, en van zelf gedachten wij toen den zegen brengenden regen, die onze akkers drenkt, en wij erkenden het water als de magtige hulp des landmans. Wij loofden, zonder woorden, in het eenvoudige water den bode des Heeren, die de pogingen des zaaijers moet ondersteunen en doen gedijen, opdat hij te zijner tijd kunne maaijen; en wij gedachten ook die zilveren aderen, die nu eens als zacht vlietende,<noinclude></noinclude> mylcva67q3bq0isnuy6dtsxz0qsafet Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/268 104 85344 221230 219066 2026-05-17T17:40:53Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221230 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|250|IETS OVER HET WATER.|}}</noinclude>stofzuren kalk aan het gewelf zitten; toch is dat deeltje groot genoeg om tot kern te strekken voor andere deeltjes, en zoo geschiedt het, dat door het onophoudelijk filtreren van water door die spleet, zich ook onophoudelijk meer deeltjes afzetten, die primitief eenen hangenden kegel vormen (evenals een ijskegel, welke vorm ook veel voorkomt), doet door voortdurende aanvoeging eindelijk de meest verschillende figuren aannemen; dit zijn dan de zoogenaamde stalactieten. Doch dit is niet alles: de waterdroppel, die, na haar gedeelte kalk te hebben achtergelaten, naar beneden valt, bevat nog altijd kalk, die nu bij de verdere verdamping van het water op den bodem achterblijft, daar dan tegenover of beter gezegd onder den stalactiet een dusgenaamde stalagmiet vormende; deze, zoo als te begrijpen is, minder verscheiden in vorm dan de eerste, doch over het algemeen over grootere oppervlakte uitgebreid. Als merkwaardige grotten in dit opzigt zijn bekend de Bauman's-grot en Bielsgrot bij Rubeland in het Hartzgebergte. {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} Na dan zoo de natuurlijke, als ik het zoo noemen mag, vrijwillige uitwerkselen van het water te hebben nagegaan, zijn wij nu genaderd tot eene andere reeks van werkingen, namelijk die, waar de mensch het water als beweegkracht aanwendt. Even krachtig als het in de natuur zijn kan, even vermogend is het ook hier, waar bovendien door doelmatige werktuigen en inrigtingen, soms met geringe massa aanzienlijke magtsontwikkeling wordt verkregen. Als de eenvoudigste vorm van water-beweegkracht zien wij de waterraderen optreden. Het oorspronkelijke beginsel is dit: in den loop eener rivier of elders, waar een verval van water is, wordt boven den waterspiegel een rad geplaatst, welks rand met breede uitsteeksels is voorzien en wel zoodanig, dat het water deze uitsteekbladen over het grooter deel hunner oppervlakte aanraakt. Het water nu in zijn val tegen een zoodanig blad komende, drijft het bewegelijk om zijne as opgehangen rad een eind voort; op het oogenblik, of liever vóór dat het uitwerksel van dien eersten stoot is uitgeput, herhaalt zich dezelfde werking tegen een tweede blad en zoo vervolgens, waardoor dan het rad eene gestadige, rondgaande beweging verkrijgt en behoudt. Vele zijn de wijzigingen en verbeteringen aan deze oorspronkelijke<noinclude></noinclude> ez1bd11pi6swbqbwnbkeh2ouibx5wse Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/269 104 85345 221231 219067 2026-05-17T17:42:44Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221231 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WAT HET IS, WAAR HET IS, EN WAT HET DOET.|251}}</noinclude>{{c|{{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur63 275.png | width = 400px | align = | alt = Fig. 6 | cap = {{fine block|Waterrad in zijn eenvoudigsten vorm.}} | capalign = center}}}} waterraderen, die ook in hunnen eenvoudigsten vorm nog veel in gebruik zijn, aangebragt; wijzigingen, die meestal ten doel hebben zich naar de plaatselijke omstandigheden te schikken, zooveel mogelijk partij te trekken van eene kleine massa of een gering verval van water, en om te gelijk nadeelige wrijving, voor zooveel dit kan, te vermijden en dus de grootst mogelijke hoeveelheid productieve kracht te erlangen. Zoo zijn er raderen waar het water van boven op stroomt, andere, die den schok tegen de onderste helft van hunnen omtrek ontvangen; — de meeste staan vertikaal op de oppervlakte van den stroom, andere echter hebben eene horizontale rigting; — deze hebben vlakke, gene hoekige, andere gebogen schepbladen; — de eene soort is als het ware in eene kast of gleuf besloten, bij eene andere beweegt het rad zich vrij in de watermassa; — eindelijk zijn er in den laatsten tijd eene soort van waterraderen in toepassing gebragt, die op een geheel ander beginsel steunen, namelijk op den rugwaartschen stoot, dien eene uit een vat uitstroomende vochtmassa geeft. Op dit beginsel berusten de zoogenaamde turbines, die onder anderen bij de groote industriële etablissementen te Mühlhausen in gebruik zijn. — Het is<noinclude></noinclude> p0qri4c00ua6oyn4qhagxs2b5j9rrom Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/270 104 85346 221232 219069 2026-05-17T17:46:54Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221232 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|252|IETS OVER HET WATER.|}}</noinclude>hier natuurlijk de plaats niet om wijdloopig over al deze werktuigen te spreken, ook niet om de voordeelen op te sommen, die de eene boven de andere hebben kan. Voor ons doel is het genoeg, dat wij ze vermeld hebben, als mede de grootste krachtsuitingen gevende, door het water voorgebragt, daar b.v. in het Schwartzwald eene turbine bestaat, de turbine Fourneyron, die met een verval water van 108 ellen, doch met een stroom van slechts 0,55 ellen omvang, 40 paardenkrachten geeft<ref> Men berekent, dat, wanneer de Seine even boven den Pont-Neuf werd opgestopt, men beneden die brug een verval zou krijgen ter grootte van 2000 paardenkrachten, bij laag water zelfs. {{sc|Ch. de launay}}, ''Cours element de Mécanique'', 1851.</ref> . In de water-perspompen zien wij eene andere toepassing der hydrostatica op de industrie. De hydraulische pers, die wij als type daarvan boven reeds gedachten (naar haren uitvinder gewoonlijk Bramah-pers genoemd), berust op de eenvoudige wet, dat de drukking, door eene vochtmassa uitgeoefend, eigenlijk volstrekt niet afhankelijk is van hare massa, maar het product is van twee factoren, namelijk de uitgebreidheid van hare grondvlakte, vermenigvuldigd met de hoogte der vochtkolom, onverschillig welke de vorm van het vat zij, waarin het vocht bevat is, — dat zij dus dezelfde blijft op het vlak A, onverschillig {{c|{{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur63 276.png | width = 400px | align = | alt = Fig. 7, 8, 9, 10 | cap = {{fine block|}} | capalign = center}}}} welke der bovenstaande vormen het vat hebbe. De kracht der pers zal dus geheel afhangen van de verhouding tusschen den doormeter van den zuiger-cylinder A en de middellijn van den cylinder B, die het water in de aanvoerbuis ''c'' perst, en tevens van de lengte van den hefboom D, als bijkomende kracht-vermeerderende omstandigheid. Onbegrijpelijk zijn de krachtsontwikkelingen, die met die waterpersen kunnen plaats hebben, en veelvuldig is het gebruik, dat tegenwoordig in<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> 3ityvyi7n7u5zekbr2wdgnjmnr02izj Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/271 104 85347 221233 219070 2026-05-17T17:49:51Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221233 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WAT HET IS, WAAR HET IS, EN WAT HET DOET.|253}}</noinclude>{{c|{{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur63 277.png | width = 400px | align = | alt = Fig. 11 | cap = {{fine block|Hydraulische of Bramah-pers.}} | capalign = center}}}} de techniek er van wordt gemaakt: zoo b.v. zijn de reusachtige kokers der ijzeren spoorweg-brug tusschen het graafschap Carnarvon en het eiland Anglesey met behulp van zulke persen geplaatst! Op de spoorlijnen begint men er gebruik van te maken, door bijzondere, vrij zamengestelde inrigtingen om geladen wagens gemakkelijk op te heffen; — maar bovendien vindt men ze in bijna elk groot magazijn, waar goederen ter verzending zaamgeperst kunnen worden — in elk industrieel etablissement, waar eenige aanzienlijke drukking moet worden uitgeoefend, — bij het Fransche en andere legers tot het ineen persen van het hooi voor de fourage, en ook in ons land, onder anderen te Kuilenburg in de fabrijk van gedroogde en zaamgeperste groenten aldaar aanwezig. Kortom, nagenoeg overal waar de stoomkracht op de industrie is toegepast, zal men onder de werktuigen een of meer hydraulische persen aantreffen, nog ongerekend die, welke door één man in beweging worden gezet om in pakhuizen en bergplaatsen hare vermogende hulp te leenen. {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}<noinclude></noinclude> ksm54jjkndanvncrrcgzaa7zdj0sk59 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/272 104 85348 221234 219071 2026-05-17T17:51:21Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221234 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|254|IETS OVER HET WATER.|}}</noinclude>Wij noemden zoo even een woord, door ons met voordacht tot nog toe niet gebezigd; wij spraken van de stoomkracht! — Welk een oneindig veld breidt zich eensklaps door dat tooverwoord voor onze oogen uit! — Stoom, het magtwoord onzer dagen! — Stoom, de groote drijfveer van alles wat thans op den naam van machine aanspraak maakt! Gewis niemand zal het wraken, als wij dat gedeelte van ons onderwerp (want stoom toch is water — wat stoom dus doet, doet water) geheel ter zijde laten en ons bij deze enkele vermelding bepalen; het is zoo algemeen bekend, het is zoo uitgebreid, het is zoo gewigtig, dat eene schets in algemeene trekken tot niets zoude leiden; en dat van den anderen kant eene eenigzins uitvoerige bewerking niet slechts de grenzen van dezen arbeid, maar al ligt die van eenen jaargang van dit Album zoude overschrijden. Genoeg dat wij hebben herinnerd, dat stoom eigenlijk slechts een andere vorm van water is; dat dus, waar wij van stoomkracht, van stoommachines spreken, wij eigenlijk slechts de werkingen van het water op het oog hebben, en dat wij dus wel niet te veel zeiden, toen wij het water de drijfveer der industrie noemden. {{dhr}} Brand! brand! — akelig weerklinkt die noodkreet in het nachtelijk uur langs de straten, en brand! brand! bauwt de echo het geroep na, dat weldra door duizende keelen herhaald, de burgerij op de been heeft geroepen om met vereende krachten den gevreesden vijand het hoofd te bieden; en terwijl het klokgebrom het heinde en ver verkondigt, dat de roode lucht onheil teekent, komen de brandspuiten in ijlende vaart aangerold om uitdoovende waterstralen in den vuurgloed te werpen. Wat ware hier ons vermogen zonder de hulp van het water! Straks zagen wij vuur en water hun geweld vereenen om onder de leidende kracht des menschen het wonder onzer eeuw, de stoomkracht te scheppen; hier zien wij door dezelfde leiding beiden elkanders geweld beteugelen. Maar alsof dit nog niet genoeg ware om des menschen beheerschende magt over de elementen te doen uitblinken, gaat hij in de stoute vlugt zijner uitvindingen nog verder en doet<noinclude></noinclude> sb2c3nyoqp5loizaxio1qzv0lijvn6v Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/273 104 85349 221235 219072 2026-05-17T17:53:12Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221235 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||WAT HET IS, WAAR HET IS, EN WAT HET DOET.|255}}</noinclude>hij het water door het vuur, dat het moet blusschen, dubbel heil aanbrengend werken door de weldadige stoom-brandspuiten, die niet meer enkele waterstralen, neen, die waterstroomen in de vlammen uitbraken en wier uitblusschend vermogen onbegrijpelijk en bijna onberekenbaar is. Dat wij niet te veel zeggen, staven wij daardoor, dat er in Engeland zulke stoomspuiten bestaan, die per minuut ongeveer 800 Ned. kannen water geven kunnen. {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} Nog eene andere, zij het dan ook meer beperkte aanwending van het water in de kunsten moeten wij hier vermelden, ofschoon daarbij de werking ontstaat door de zamenstellende deelen en niet door het water zelf. Wij bedoelen de zoogenaamde hijdro-oxygeenvlam en het Drummondsche kalklicht. Wanneer toch zuurstof en waterstof, uit afzonderlijke openingen op een stuk krijt te zamen komende, daar verbranden, ontstaat er een zeer helder licht, zoo scherp, dat het bloote oog het slechts zeer korten tijd kan verdragen en dat de vlam eener kaars, voor dat licht gehouden, eene duidelijke schaduw op den wand der kamer werpt. Men heeft van dit licht partij getrokken voor vuurbakens, enkele malen ook bij het des nachts arbeiden aan groote werken, maar meer algemeen ter verlichting van mikroskopen, geheel op de beginselen der zon-mikroskopen gegrond, waar dan deze lichtbron in de plaats der zon gebezigd werd. De meeste dezer toepassingen echter zijn tegenwoordig door de eenvoudigere, en vooral meer te temperen photo-elektrische verlichting vervangen geworden. Het is ons onmogelijk het vele en velerlei gebruik, dat nog van de eigenschappen van het water in de techniek gemaakt wordt, op te sommen. Bijna geene kunst of handwerk toch, die er niet in meerdere of mindere mate nut van trekt. Zoo herinneren wij nog slechts als voorbeeld, dat de glasblazer de eigenschap van water om bij hoogere temperatuur zich tot damp uit te zetten benuttigt om op eene gemakkelijke wijze holle voeten aan glazen voorwerpen, b.v. aan wijnglazen, te maken, door namelijk eenen groenen boomtak in den gloeijenden, massieven, glazen tap te steken, waardoor eene peervormige<noinclude></noinclude> 3m4b3qmzaklgxlmpq4ythgpnsj25cgw Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/274 104 85350 221236 219073 2026-05-17T17:54:39Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221236 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|256|IETS OVER HET WATER.ENZ.|}}</noinclude>uitholling ontstaat. En deze voorbeelden zouden wij bijna tot in het oneindige kunnen vermenigvuldigen; maar wij bepalen ons tot het medegedeelde, dat dan toch de hoofdtoepassingen bevat. Eindelijk, nog in eene andere rigting zouden wij het water kunnen beschouwen. Welke die is? Zij had wel bovenaan in onze schets mogen voorkomen. In de tegenwoordige tijdsomstandigheden, nu elke courant, elke boek- of plaatwinkel ons om strijd het woord waterweg doet lezen. De parelen van Neêrlands stedenkroon, Amsterdam en Rotterdam, achten haar bestaan afhankelijk van die waterwegen. Dat tooverwoord heeft tijden lang de gemoederen in 's lands vergaderzalen en de gemoederen van een groot deel des volks vervuld; dat woord, het prijkte in vurige letteren aan den Amstel en het IJ, toen de hoofd stad op 's Konings geboortefeest van hare dankbaarheid wilde doen blijken; dat woord, het strekke ook ten besluit aan dit laatste deel onzer schets, terwijl bet schier voldoende is het uit te spreken om er het gewigt van te doen gevoelen. De waterwegen toch, in het algemeen door ons elders reeds de slagaderen der beschaving genoemd, zij vormen den rijkdom van Nederland; zonder water geen handel! zonder handel geen welvaart! Ontneemt ons, ontneemt het trotsche Albion zijne koopvaardij, en ontzenuwd liggen de staten ter neder. Wat maakte de kooplieden van Tyrus tot vorsten; wat verhief het trotsche Aquileja tot de koningin der steden; wat maakte de republieken van Italie, de {{sc|medicis}} tot wat zij waren; wat deed ons Neêrland groot worden? Waardoor schonk {{sc|columbus}} ons eene nieuwe wereld; waardoor veroverden onze vaderen, in streken duizende mijlen van ons verwijderd, een koningrijk met koningrijken tot provincien? — En op al die vragen hebben wij slechts één antwoord: dat alles geschiedde met de magtige hulp der waterwegen! {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}<noinclude></noinclude> 46rx0kfdi2wsn0x9znva0zbf4qarf6l Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/303 104 85443 221277 219246 2026-05-18T09:15:00Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221277 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" /></noinclude> {{dhr}} {{c|{{larger|DE TRUFFELS.}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} Men vindt de truffels in het zuiden van Europa onder de aarde, groeijende op de wortels van den haagbeuk, beuk, hazelaar, tammen en wilden kastanjeboom, de Aleppische den, de sering enz., maar het meest op wortels van soorten van eiken, in welk laatste geval zij een eigenaardigen geur erlangen, welken zij missen, wanneer zij zich op de wortels van andere boomen ontwikkeld hebben. In een belangrijk stuk over de natuurlijke gesteldheid van den ''Mont-ventoux'' in Provence, van den bekenden kruidkundige {{sc|ch. martens}}, in de ''Revue des deux mondes'' van 1 April 1863 komen eenige berigten over dit gewas voor, welke de aandacht waardig zijn van hen, die deze specerij gaarne gebruiken en die zeker ook gaarne zullen willen weten, wat het eigenlijk is, dat zij, als een toevoegsel van weelde, bij hunne spijzen gebruiken. De truffels behooren onder die afdeeling der ''zwammen'' of ''paddestoelen'', welke eenen meestal rondachtigen vorm hebben en de zaadjes, waardoor zij zich vermeerderen, in het ''inwendige'' van hun weefsel dragen, zooals de ''bovist'' en aanverwante soorten van het geslacht ''Lycoperdon'' of Wolfsveest. {{sc|Tulasne}} heeft een doorwrocht werk over de natuurlijke geschiedenis der truffels geschreven en aangetoond, dat het geslacht ''Tuber'' of Truffel 21 verschillende soorten bevat. Vier daar van worden meest onderling verward en te zamen begrepen onder den naam van de gewone of zwarte truffel. Twee daarvan rijpen in den herfst en worden tegen het begin van den winter ingezameld. Dat zijn de eigentlijk gezegde ''zwarte'' en de ''winter-truffels'', waarvan de eerste de geurigste is en het hoogst geschat, herkenbaar aan vele ruwe of scherpe oneffenheden aan hare oppervlakte. Het inwendig weefsel is vrij vast, roodachtig-zwart, geteekend met witte aderen, die roodachtig worden, als de zwam oud wordt. Deze soort is algemeen in Italie, in Provence en Poitou en komt ook, hoewel zelden, voor in de omstreken van Parijs en in Engeland. De iets minder waardige<noinclude></noinclude> qh832i25hf1kskdlf8ikwd7c7mvk77l Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/304 104 85444 221278 219248 2026-05-18T09:17:02Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221278 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|286|DE TRUFFELS.|}}</noinclude>''winter-truffel'' komt meest altoos tusschen de echte soort voor. Haar vleesch is wit en later zwartachtig met witte aderen. Twee andere truffelsoorten krijgen in den zomer reeds hare volkomene ontwikkeling, komen in Italie en bij Parijs voor en worden ook ingezameld en gedroogd verzonden. Eindelijk heeft men ook nog de witte truffel van Piémont, welke {{sc|napoleon}} boven de zwarte verkoos. De andere soorten van dit geslacht zijn niet eetbaar. In Nederland komen, zoo ver ik weet, geene truffels voor, althans niet in die hoeveelheid en van die goede hoedanigheid, dat het de moeite loont ze te verzamelen. In het algemeen zijn deze zwammen eigen aan kalkachtige of leemkalkige gronden. Zij leven alleen tusschen de wortelvezels van boomen, vooral van drie soorten van eiken: den gewonen eik en twee soorten, welke hun blad ook 's winters behouden, namelijk de altoos-groene eik (''Quercus virens'') en de kermès-eik (''Quercus coccifera''). Naarmate de boomen ouder worden, neemt de wasdom der truffels toe, doch als de boomen zeer groot worden en den grond geheel beschaduwen, vermindert de opbrengst weder. De vermenigvuldiging dezer soorten heeft plaats op dezelfde wijze als bij andere zwammen. Als zij rijp zijn, bevatten zij een groot aantal zeer fijne kiemkorrels (''sporae''), uit welke witte zwamdraden (''mycelium'') uitspruiten, evenals het wit, waardoor men de gewone eetbare paddestoelen vermeerdert<ref>Zie deze kweeking beschreven in het ''Tijdschrift voor Nijverheid'', XII, bl. 91— 95. (Haarlem 1848).</ref>. Uit die onderaardsche zwamdraden ontwikkelen zich later de truffels, welke als het ware de vruchten zijn van dezen onderaardschen wortelstok. De regens van Julij en Augustus zijn voor de truffelvorming zeer voordeelig en verzekeren gewoonlijk een goeden oogst. Men heeft ook de truffels opzettelijk aangekweekt. Reeds in de 17de eeuw werden te Antwerpen proeven genomen om de truffels te kweeken. Zij werden toen reeds gegeten en waren bekend als ''aardbuylen'' of ''tartufli''. {{sc|Van steenbeeck}}, schrijver van een bekend werk over de paddestoelen (''Toneel der Campernoelien''), liet de truffels in 1662<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> gqtpaakbc000jg7mflr3h5e7xlmux74 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/305 104 85445 221279 219249 2026-05-18T09:19:00Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221279 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE TRUFFELS.|287}}</noinclude>opzettelijk van Florence komen en plantte ze in zijn tuin. Later is dit door vele anderen beproefd en is de bijzondere kweekwijze derzelve bekend gemaakt<ref>Zie ''De la culture des truffes'' par {{sc|al. de bornholz}}, Paris 1826; ''Tijdschrift voor Nijverheid'', XII, bl. 90—91.</ref>. {{sc|Aug rousseau}}, van Carpentras, in het zuiden van Frankrijk, heeft op 2 bunders kiezelaardigen kalkgrond eikels gezaaid van den gewonen eik, aan welks voet truffels gevonden waren. Na verloop van 8 jaren vond men aan den voet der goed opgeslagen eiken 8 Ned. ponden truffels op het bunder, welke opbrengst sedert steeds is toegenomen. Thans wint de heer {{sc|rousseau}} door elkander 260 N. ponden van eene oppervlakte van 5 bunders of 52 N. ponden van het bunder. Daar nu het pond aldaar met 15 franken betaald wordt, kan men rekenen, dat een stuk slechte grond met 15-jarige eiken bezet jaarlijks 780 franken of, na aftrek van eenige geringe onkosten, zuiver 740 franken van het bunder opbrengt, eene som, die men anders nooit op zulken grond met zoo weinig moeite zoude kunnen verkrijgen. In deze ''truffière'' van {{sc|rousseau}} heeft men nog de volgende opmerkingen gemaakt: 1°. dat de truffels overvloediger, meer gelijk van grootte en geuriger waren aan den voet der altoos groene eiken dan aan dien der gewone eiken; 2°. dat zij altoos voorkomen aan de wortels der boomen, die ook in het vorig jaar truffels hadden voortgebragt. Deze boomen waren met een wit kruis gemerkt en de zeug, die men tot het ontdekken der truffels gebruikte, rigtte zich altijd naar die boomen en opende daar eene groote vore in den grond. Zoodra de truffels gezien werden, kreeg het varken een tik op den snuit en ontving eenige eikels of een aardappel tot belooning. Het varken ruikt de truffels door den grond heen. Er zijn ook wel enkele soorten van honden, die tot dezelfde jagt kunnen gebruikt worden; maar deze wijzen alleen de plaats aan, waar de truffels gevonden worden; het varken doet meer en graaft ze ook dadelijk uit; maar men moet dan bij de hand wezen, daar het dier de truffel voor geen geweld weder loslaat, als het die eens in den bek heeft. Van hoeveel belang dit voortbrengsel vooral voor het zuiden van<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> pewjs1adsqo0ngxeb4kzg9ggfeztpl4 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/306 104 85446 221276 219250 2026-05-18T09:13:12Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221276 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|288|DE TRUFFELS.|}}</noinclude><section begin="truffels"/>Frankrijk zij, moge blijken uit de omstandigheid, dat op de markt te Carpentras, van 1 December tot het laatst van Februarij, thans jaarlijks wel voor 2 millioenen franken verkocht worden en verzonden door geheel Europa. De gemeenten van Bedoin, Villes, Blauvac, Monieux en Methamis verpachten eene uitgestrektheid van 2700 bunders truffeldragende bosschen voor niet minder dan 13,250 franken. Men kon rekenen, dat 1000 bunders van zulk eikenhout, dat zeer goed groeit, binnen weinige jaren, alleen voor de truffels, verpacht zullen worden voor 18,000 franken. Intusschen groeit het hout voort en, als na 20 of 30 jaren de grond te veel beschaduwd wordt om veel truffels meer op te leveren, kan het bosch tot brandhout enz. verkocht of geheel vernieuwd worden. {{r|[[Auteur:Alexander Willem Michiel van Hasselt|{{sc|v. H.}}]]{{gap|6em}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} <section end="truffels"/> <section begin="meikevers"/>{{dhr}} {{c|{{larger|MEIKEVERS.}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} In welke ontzettende hoeveelheden niet alleen sprinkhanen, maar ook meikevers vaak in het zuidoosten van Europa voorkomen, moge blijken uit het berigt uit Kronstadt (in Zevenbergen), medegedeeld in de ''Agronomische Zeitung'' van 1860, p. 397, volgens hetwelk op den 8 Mei van genoemd jaar aan de bergen, welke aan de Alt-rivier aldaar gelegen zijn, een onweder ontstaan is, waarbij gansche wolken van meikevers tegen het gebergte van den Tömöscher-pas aandreven. De massa was zoo groot, dat een daar reizend gezelschap er naauwelijks konde doordringen en de paarden niet te houden waren. Ook de lengte van dit heir van meikevers was aanzienlijk. {{r|[[Auteur:Alexander Willem Michiel van Hasselt|{{sc|v. H.}}]]{{gap|6em}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}<section end="meikevers"/><noinclude></noinclude> s1omhc2kyzqsmv0bd00vtpot87ml9h2 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/312 104 85493 221237 219337 2026-05-17T17:56:57Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221237 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|294|DE BEKERPLANTEN.|}}</noinclude>houtig; hooger op daarentegen (zie fig. 1) bebladerd, kruidachtig en {{c|{{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur63 318.png | width = 400px | align = | alt = Fig. 1. Bovenst gedeelte eener plant van N. Rafflesiana, verkleind | cap = {{fine block|Fig. 1. Bovenst gedeelte eener plant van N. Rafflesiana, verkleind (ontleend aan de ''Tuinbouw-Flora'' van {{sc|de vriese}}).}} | capalign = center}}}}<noinclude></noinclude> 60ib1ruthlwigzem6fpp13z6y5a6d8h Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/313 104 85497 221238 219341 2026-05-17T17:58:33Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221238 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE BEKERPLANTEN.|295}}</noinclude>meest driekant. Somwijlen ziet men hen met bladachtige vleugels getooid, d.w.z. tusschen de plaatsen van aanhechting der bladen van groene vliezige randen voorzien. Jonge stengels zijn altijd behaard, soms zelfs zeer sterk en in 't oog loopend, en dientengevolge dikwerf bleeker groen dan oudere, die dat harig overtreksel verloren hebben. Zijn die haren bruin, zooals bij ''N. ampullaria'', waar zij bovendien niet worden afgeworpen, dan wordt de kleur des stengels daardoor ook aanzienlijk gewijzigd. Langs deze stengels nu vindt men, in regelmatige orde, de werktuigen vastgezeten, welke wij hierboven met den naam van bladen bestempelden, en die tot de vreemdste voortbrengselen van het plantenrijk behooren. Er is bij die bladen, al naar mate zij onmiddellijk na de kieming of later worden voortgebragt, lagere of hoogere deelen der plant innemen, in de nabijheid der bloemtrossen voorkomen of niet, vrij wat verschil op te merken. Achtereenvolgens wenschen wij die verschillen dan ook na te gaan; doch het komt ons, ter bereiking van dat doel, het wenschelijkst voor, daarbij niet op de chronologische orde van het ontstaan der bladen te letten, en onze beschrijving te beginnen met dien vorm, die het algemeenst voorkomt; anders gezegd: waaronder verreweg de meeste bladen van elke volwassen plant zich voordoen. Onze fig. 1 is zeer geschikt om onze lezers met dien algemeensten aller vormen bekend te maken. Inderdaad zien wij in de bedoelde afbeelding alle bladen, op enkele der hoogste na, bestaan: uit een vlak uitgespreid, breeder of smaller, elliptisch of langwerpig onderdeel (''a''), dat wij voortaan de groene plaat zullen noemen; een draadvormig aanhangsel, 't welk uit den top van dat onderdeel ontspringt (''c''), en dat wij rank zullen heeten; eindelijk uit een hol en van een deksel voorzien werktuig (''c''), dat de grootste overeenkomst met een kannetje heeft. — Beschouwen wij elk dier onderdeelen thans van meer nabij, en bepalen wij onze aandacht daartoe het allereerst bij de groene plaat, die het naast bij den stengel gezeten is. Deze groene plaat dan doet zich òf onder een ovalen, òf onder een langwerpigen (zooals in onze figuur), òf wel onder een lancetvorm voor, heeft een gaven rand, en eene zeer krachtige hoofd- of<noinclude></noinclude> nmtdngmh8rit1r33mq56ok5iq1j1n5u Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/314 104 85500 221239 219344 2026-05-17T18:00:30Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221239 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|296|DE BEKERPLANTEN.|}}</noinclude>middennerf, ter zijde van welke laatste links en regts twee of meer dunnere, maar toch altijd vooruitspringende zijnerven gevonden worden, die, uit den voet van het werktuig ontsprongen, bijna evenwijdig aan zijn rand naar boven gaan, en zich aan zijn top op nieuw vereenigen, om daarna gezamenlijk, en met de hoofdnerf, tot de vorming van het meer of minder sterk ontwikkeld rankvormig aanhangsel bij te dragen. Al deze nerven nu, welke zich over de geheele lengte van het vliezige werktuig uitstrekken, liggen aan zijne onderzijde; daarboven echter vindt men een stelsel van uiterst fijne, op zeer geringe afstanden van elkander uit de hoofdnerf ontspringende, herhaaldelijk vertakte, anastomoserende, en in eene min of meer schuinsche rigting zich naar den rand begevende takjes. Nerven en takjes vormen eene soort van netwerk, dat, even als elders, met den naam van skelet bestempeld, en, door weeking der groene platen in water, afzonderlijk verkregen kan worden. Bij sommige soorten van Nepenthes versmalt zich het beschrevene orgaan naar zijn voet vrij spoedig (''N. Bongso, ampullaria, melamphora, gracilis''), bij andere daarentegen (''N. destillatoria, Rafflesiana, laevis, villosa'') slechts langzamerhand, waaruit als van zelf voortvloeit, dat het in het eene geval een gesteeld, in het andere een ongesteeld voorkomen hebben zal. Onvermeld mag hierbij niet gelaten worden, dat de groene plaat, in beide gevallen, nu eens op de plaats harer inplanting plotseling afbreekt (''N. Bongso, ampullaria, destillatoria'', enz.), en zich dan weder naar beneden, links en regts van den stengel, voortzet, waardoor deze laatste een gevleugeld uiterlijk verkrijgt (''N. gracilis, Boschiana, villosa''). Ook mag niet over 't hoofd worden gezien, dat het gesteelde voorkomen met den ouderdom duidelijker op den voorgrond treedt, zoodat men onder aan de stengels van ''N. Bongso'' en ''ampullaria'' dikwerf platen aantreft, die met de hoogere niet in allen deele overeenkomen. Naar boven eindigen de groene platen meest spits; enkele malen evenwel ook stomp. Hare lengte bedraagt zelden minder dan 10, wisselt echter meest af tusschen 13½ en 27 centim., en mag bij sommige soorten, zooals ''N. Rafflesiana, Boschtana'' en ''villosa'', op 4 à 5 decim, geschat worden. Hiermede in overeenstemming, wisselt de breedte af tusschen 4 en 10 centim.<noinclude></noinclude> r0rfs9mvai0rwnidd7bqv7tkbucs8q4 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/315 104 85502 221240 219346 2026-05-17T18:02:33Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221240 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE BEKERPLANTEN.|297}}</noinclude>De aard der groene platen is vliezig of papierachtig. Bij gedroogde voorwerpen doen zij zich niet zelden voor als stevig perkament. De groene platen eindigen altijd in een steelvormig aanhangsel, dat zich als de voortzetting der hoofd- of middennerf kennen doet, en waarin ook de fijnere overlangsche nerven overloopen. Dit aanhangsel of de zoogenoemde rank (Fig. 1, 2 en 3 ''b'') kan lang of kort zijn (de aanzienlijke lengte van 4 decim. vond ik bij ''N. Rafflesiana''), is echter nooit vertakt, en toont altijd neiging om zich spiraalswijs, d.i. als een kurketrekker, op te winden. Voor zoo ver die ranken geene bekers dragen — en dit gebeurt bij de twee of drie bladen, die het naast bij een bloemtros gezeten zijn — ziet men haar dan ook, even als de klawieren der Erwt en van den Wijnstok, zich om andere voorwerpen heenslingeren, en hiervan is dan ook het gevolg, dat de daarvoor anders veel te tengere stengel der Nepenthessen een opgerigten stand aanneemt. Het aantal windingen dier ranken bedraagt zelden meer dan drie of vier. Meestal echter zijn zij wijd uit elkander geplaatst, en hebben zij eene aanzienlijke middellijn. Ook die ranken, welke bekers dragen, maken kronkelingen; zij slingeren zich echter niet om andere voorwerpen heen. Na de laatste winding volbragt te hebben, rigten zij zich weer op, en hierdoor wordt aan de bekers zelven een opgerigte stand verzekerd. Alle rankvormige aanhangselen zijn aan de naar boven gekeerde zijde vlak en aan de naar onder gekeerde bolrond. De bekers, die tot de vreemdste organen behooren, welke door het plantenrijk worden voortgebragt, hebben velerhande gedaanten, en verschillen voor 't overige ook zeer in grootte en kleur, zoodat het niet zelden mogelijk is, aan de bekers alléén de soort van Nepenthes te onderkennen, waarvan zij afkomstig zijn. De voornaamste vormen, waaronder zij zich voordoen, zijn die van een trechter (''N. Bongso''), een aan zijn voet min of meer gezwollen cilinder (''N. gracilis, Boschiana, laevis, phyllamphora''), of van eene ton (''N. ampullaria''), waarbij echter valt op te merken, dat de mond van het orgaan, door de zeer verschillende hoogten, welke zijne rug- en voorvlakte bereiken (gene is altijd veel hooger dan deze), een hellend<noinclude></noinclude> 17c31lqzg3dj91t7yteeh4pxdr7rf77 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/316 104 85505 221241 219349 2026-05-17T18:05:40Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221241 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|298|DE BEKERPLANTEN.|}}</noinclude>voorkomen heeft. Overgangen tusschen de genoemde vormen komen evenwel niet zelden voor. {{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur63 322a.png | width = 160px | align = left | alt = Fig. 2 Een der lagere kannetjes van fig. 1 | cap = {{fine block|Fig. 2. Een der lagere kannetjes van fig. 1 (ontleend aan de ''Tuinbouw-Flora'' van van {{sc|de vriese}})}} | capalign = center}} {{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur63 322b.png | width = 200px | align = right | alt = Fig. 3 Een der hoogere kannetjes van fig. 1 | cap = {{fine block|Fig. 3. Een der hoogere kannetjes van fig. 1 (ontleend aan de ''Tuinbouw-Flora'' van {{sc|de vriese}}).})}} | capalign = center}} {{dhr}} De kleur van de uitwendige oppervlakte der bekers wisselt af tusschen groen, geelgroen, licht violet en geelgroen met paarse of purperen<noinclude></noinclude> lvaq6ahq5zviz35efda3l2jo28lejzu Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/317 104 85506 221242 219350 2026-05-17T18:07:58Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221242 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE BEKERPLANTEN.|299}}</noinclude>vlekken. Het laatste is 't geval bij ''N. Rafflesiana'' en ''villosa'', en de bekers dezer soorten zijn dan ook om hunne sierlijkheid bekend en geroemd. Ook de grootte der urnen is aan vrij wat wisseling onderhevig. De kleinste gaan 5½ à 11 centim. niet te boven (''N. ampullaria, Bongso, Korthalsiana'', enz.); men vindt er echter ook middelmatige van 13½ — 27 centim. (''N. phylamphora'' en eenige andere soorten), en eindelijk ook kolossaal ontwikkelde van 3 à 4 decim., zooals bij ''N. Rafflesiana'' en ''villosa''. Bij onze verdere beschouwing van de bekers der Nepenthessen is het noodig, een onderscheid te maken tusschen het eigenlijk gezegde kruikje (fig. 1, 2 en 3 ''c'') en het deksel (fig. 1, 2 en 3 ''d''), waarmede dit aanvankelijk gesloten is. Buiten en behalve de eigenschappen, waarop wij zoo even, als eigen aan de bekers der Nepenthessen, gewezen hebben, komen er, meer bijzonder voor 't kruikje (''c''), nog eenige andere in aanmerking, die te belangrijk zijn, dan dat wij haar met stilzwijgen zouden kunnen voorbijgaan. Vooreerst kan het den aandachtigen beschouwer van zulk een kruikje niet ontgaan, dat daarin 3 sterke nerven, aangevoerd door den steel of de rank waarop het kruikje gezeten is, in eene regte lijn van beneden naar boven loopen, en dat wel in dier voege, dat twee daarvan (fig. 2 en 3 ''n n'') veel nader bij elkander liggen dan bij de derde; waarbij nog valt op te merken, dat eerstgenoemden de voorzijde innemen, laatstgenoemde daarentegen aan de rugzijde (d.i. die zijde, welke het deksel draagt) aangetroffen wordt (men lette b.v. op verschillende bekers van fig. 1). Eenige opmetingen (bij ''N. Rafflesiana'' en ''laevis'') leerden mij, dat de afstand tusschen de rugnerf en eene der beide voorste ongeveer 2½ maal grooter is dan die tusschen de beide voorste nerven onderling (bij ''N. laevis'' was de verhouding als 1 : 2½, bij ''N. Rafflesiana'' als 2½ : 6). Dat ieder kruikje door de wijze, waarop de drie hoofdnerven daarin gelegen zijn, in drie vlakken, twee zijvlakken namelijk en een voorvlak, verdeeld wordt, is duidelijk. Behalve de 3 hoofdnerven, neemt men op ieder vlak nog andere, wel in vertikale rigting loopende, maar toch veel minder duidelijke nerven waar, en daartusschen ten slotte nog<noinclude></noinclude> igrsblri5xvkhxuvf0a2zifm834kver Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/318 104 85508 221243 219352 2026-05-17T18:09:49Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221243 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|300|DE BEKERPLANTEN.|}}</noinclude>minder verhevene, die zich echter door haar min of meer horizontalen loop onderscheiden. Wat wij bij de groene platen waarnamen, nl. dat het stelsel van dwarsloopende nerven niet in hetzelfde vlak lag met de overlangs loopende, troffen wij bij de kruikjes op nieuw aan. Aan de buitenste oppervlakte dezer organen waren laatstgenoemde, aan hunne binnenste eerstgenoemde nerven verspreid; en hieruit zou, indien wij eene vergelijking tusschen de kruikjes en de groene platen wenschten te maken, kunnen worden afgeleid, dat de buitenste oppervlakte van gene met den onder-, en zoo ook omgekeerd hare binnenste met den bovenkant van deze overeen zouden stemmen. Het aantal overlangs loopende bijnerven aan het voorvlak der kruikjes is nooit aanzienlijk en bedraagt doorgaans niet meer dan 1 of 2, hetgeen echter niet belet, dat zij zich in vrij vele takken splitsen, en zóó met de dwars loopende, dieper gelegene, een zeer duidelijk netwerk vormen. Aan de zijvlakken is het aantal overlangs loopende bijnerven veel aanzienlijker. Ook hier echter doen vele daarvan zich als takken kennen van andere, dikkere, die onmiddellijk door den rankvormigen steel worden aangevoerd. Door het elkander kruisen der twee verschillende nervenstelsels, waarover wij hierboven spraken, zijn ook die zijvlakken van een duidelijk netwerk voorzien. Ofschoon zulks bij eene oppervlakkige beschouwing niet in het oog loopt, zoo is het toch bij een naauwlettender onderzoek niet twijfelachtig, dat de overlangs loopende nerven der zijvlakken, die aan de nerf der rugzijde evenwijdig zijn, niet aan den hellenden mond van het kruikje eindigen, maar daarlangs naar boven stijgen, en zoo eindelijk het punt bereiken, waar het deksel (''d'') is vastgehecht. Ook hier echter breken zij nog niet af. Van uit dit punt toch gaan er sommige over in het haak- of spoorvormige aanhangsel (fig. 2 ''s''), 't welk steeds aan den voet des deksels wordt waargenomen, terwijl weder andere zich in het deksel zelf verspreiden en daar al weder een duidelijk netwerk vormen. De beide nerven, waardoor het voorvlak der kruikjes begrensd wordt, zijn dikwerf van vliezige, ingesnedene, of, als ware het, met franje geborduurde kammen voorzien (fig. 2 ''k k''). Het mag opmerkelijk<noinclude></noinclude> gbils1q9yz8hxkbkgcjgtysnhe7oczh Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/319 104 85512 221244 219356 2026-05-17T18:13:38Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221244 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE BEKERPLANTEN.|301}}</noinclude>heeten, dat die kammen bij de meeste Nepenthessen alleen aan de lagere kruikjes voorkomen, en, naarmate men de plant hooger onderzoekt, langzamerhand of plotseling verdwijnen (zie b.v. het verschil tusschen den beker van fig. 2 en fig. 3). Bij ''N. fimbriata, macrostachya'' en ''ampullaria'' zijn echter ook de hoogere kruikjes daarvan voorzien. Zeer sterk ontwikkeld vindt men haar bij ''N. Rafflesiana'' en ''villosa'', en hier dragen zij dan ook niet weinig tot de sierlijkheid der bekers bij. Aan den mond van alle kruikjes, hoogere zoowel als lagere, neemt men nog een orgaan waar, dat wij niet onopgemerkt mogen voorbijgaan. Wij bedoelen den geplooiden boord, in de fig. 2 en 3 door de letter ''f'' aangegeven. Bij zeer jonge bekers wordt die boord van buiten niet waargenomen, doch vindt men hem, onder het nog gesloten deksel, in het kruikje verscholen.{{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur63 325.png | width = 100px | align = left | alt = Fig. 4 | cap = {{fine block|Fig.4. Vertikale doorsnede van een kannetje van ''N. phyllamphora'', waaruit men kan zien, hoe de geplooide zoom aan den mond van het kruikje gevormd wordt (naar eene teekening van den schrijver).}} | capalign = center}} Het is op dat tijdstip duidelijk, dat hij niet anders voorstelt dan den naar binnen omgekrulden en sierlijk geteekenden bekerzoom. Zoodra het deksel zich geopend heeft, rijst die zoom, en dat wel zoodanig, dat hij eindelijk naar buiten begint over te hellen, en, zich daar ook een weinig omkrullend (fig. 4), den afgeronden vorm aanneemt, waaronder hij bij volwassen bekers wordt aangetroffen. De binnenrand des zooms, die met fijne tandjes of wimpers geboord is, is in de nabijheid van de aanhechtingsplaats des deksels lang niet zoo volkomen opgerold als lager, en hiervan is dan ook het gevolg, dat men, juist onder het deksel, ter plaatse waar de mond van het kruikje het smalst is, aan beide zijden een vlies ziet afhangen (men vergelijke fig. 3), welks fijngedoornde rand onmiddellijk de aandacht trekt. Voor het overige doen wij opmerken, dat elk ribbetje van den geplooiden zoom een vaatbundel bevat, en dat de wimpers of doorntjes, die zich als voortzettingen van die ribbetjes doen kennen, dan ook als de ver vooruitstekende uiteinden dier vaatbundels beschouwd moeten worden. Dikwijls treft de opgerolde zoom het oog door schitterende kleuren, zooals b.v. bij ''N. villosa'',<noinclude></noinclude> 3y7dznz7mgb0cviyazjdasls0cbozd1 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/320 104 85514 221273 219358 2026-05-18T09:09:56Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221273 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|302|DE BEKERPLANTEN.|}}</noinclude>waar een purperen gloed over zijne oppervlakte is uitgespreid, en bij ''N. Rafflesiana'', waar roodbruine of purperen strepen op een groen veld worden aangetroffen. Het orgaan, dat in elke beschrijving der Nepenthessen deksel genoemd wordt, is een vliezig plaatje van een zeer verschillend voorkomen, doch dat noch door middel van eene geleding of scharnier met het kruikje verbonden is, noch, bij volwassen bekers, op den mond van het kruikje past (zie fig. 1, 2 en 3 ''d''). Al wat men omtrent het zich openen en sluiten van dat deksel verhaald heeft, behoort tot het rijk der fabelen. Bij zeer jeugdige kruikjes is de mond wel is waar door het deksel volkomen afgesloten, doch zoodra beide elkander hebben losgelaten, naderen zij elkander nimmer meer, en verandert buitendien de mond van het kruikje zoo in 't oog loopend, dat er van een passen van het deksel op dien mond geen sprake meer wezen kan. In {{sc|de candolle}}'s ''Physiologie végetale'' (1832, p. 870) wordt de beweegbaarheid van het deksel der Nepenthessen nog als een feit voorgesteld. {{sc|treviranus}} ontkende haar voor de in trekkassen waargenomen ''N. destillatoria''. Van meer gewigt echter is de verklaring van {{sc|korthals}}, die de Nepenthessen onder de keerkringen op hare oorspronkelijke groeiplaatsen waarnam, dat hem zulk een sluiten en zich weder openen der bedoelde deksels nimmer is voorgekomen. Het deksel der Nepenthessen is altijd gaaf van rand, en vertoont, tegen het licht gehouden, een duidelijk net van grovere en fijnere nerven, Laatstgenoemden ontspringen allen uit het punt van aanhechting des deksels, hetwelk altijd aan die zijde van het kruikje gelegen is, welke bolrond uitstaat, en waarover de nerf heenloopt, die de twee zijvlakken van het kruikje van elkander scheidt. Even boven den voet van het deksel, vindt men bij alle Nepenthessen een spoorvormig aanhangsel (fig. 2 ''s''),'t welk naar beneden en voren gerigt en in zooverre merkwaardig is, als daarin door {{sc|j.d. hooker}} de organische top van het Nepenthesblad gezien wordt. Alvorens tot de beschouwing van het inwendig maaksel der bekers over te gaan, moeten wij nog even terugkomen op het verschil, 't welk men bij alle Nepenthessen tusschen de lagere en hoogere bekers<noinclude></noinclude> jx0a1bikx1wmz9nqrqj99mxh78to0zp Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/321 104 85515 221275 219359 2026-05-18T09:11:40Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221275 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE BEKERPLANTEN.|303}}</noinclude>aantreft, en waaromtrent wij hierboven reeds een enkel woord in het midden bragten. Vooreerst openbaart zich dat verschil in de grootte, daar toch de hoogere bekers de lagere in den regel in uitgebreidheid overtreffen; maar verder ook in den vorm, in het al of niet voorkomen der kammen aan de voorzijde der kruikjes, en eindelijk ook in de gedaante van het deksel. Bij verscheiden Nepenthessen zijn de lagere bekers veel meer tonvormig dan de hoogere (vergelijk de verschillende bekers van fig. 1 en dezelfden vergroot voorgesteld in fig. 2 en 3), die, door hunne slankheid, veeleer tot den trechter- of cilindervorm naderen. Daarbij komt dan, dat de bladachtige kammen veel krachtiger ontwikkeld zijn bij gene (fig. 2) dan bij deze, ja zelfs, bij de hoogste kruikjes, in het meerendeel der gevallen òf in 't geheel niet meer te zien (fig. 3), òf teruggebragt zijn tot eene lijst van wimpers, aan de beide nerven der voorvlakte ingeplant. Eindelijk is ook het deksel der lagere bekers in zoo verre van dat der hoogere verschillend, als het eerste gewoonlijk langwerpiger, het laatste meer in de breedte. uitgegroeid is. Het bezigtigen van levende zoowel als van gedroogde exemplaren van Nepenthes had aanvankelijk het vermoeden bij mij doen ontstaan, dat de lagere en hoogere bekers, behalve in de hier boven genoemde eigenschappen, nog in een ander opzigt van elkander verschillen zouden, en wel in de wijze, waarop zij door hun rankvormigen steel gedragen worden; want het is uit onze fig. 1, als ook uit de fig. 2 en 3, waarvan de 1e ons een lageren, de 2e een hoogeren beker voorstelt van dezelfde plant (''N. Rafflesiana''), duidelijk, dat die steel in het eene geval (fig. 2) naar de voor-, en in het andere (fig. 3) naar de rugzijde gekeerd is. Ik heb echter dat vermoeden, althans in dien zin, dat op de uitgesproken stelling geene uitzonderingen zouden voorkomen, bij het bezigtigen van de platen van het werk van {{sc|korthals}} en van levende exemplaren van ''N. laevis, destillatoria'' en ''phyllamphora'' uit den Amsterdamschen hortus, weder laten varen; evenwel kan ik verzekeren, dat het verschil in stand tusschen beker en steel, waarop hier boven gedoeld werd, zeer menigvuldig wordt aangetroffen, en dat de oorzaak van het verschijnsel niet in eene gewijzigde kromming of draaijing van den bekersteel gelegen is. {{nop}}<noinclude></noinclude> joq7xfyfbbvk408s0nsj2ynpdkqms9w Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/322 104 85516 221246 219362 2026-05-17T18:16:00Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221246 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|304|DE BEKERPLANTEN.|}}</noinclude>Behalve hoogere en lagere bekers, die door ranken gedragen worden, brengen de Nepenthessen er nog andere voort, die niet op stelen rusten, maar die òf onmiddellijk aan het uiteinde eener groene plaat bevestigd, òf, zooals zij daar zijn, d.i. zonder steunsel hoegenaamd, aan de moederplant zijn vastgehecht (fig. 5). Deze beide soorten van bekers worden echter nooit anders dan bij zeer jeugdige individuën waargenomen, die men uit zaad gekweekt heeft. Bij elke kieming van Nepentheszaden ziet {{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur63 328.png | width = 260px | align = left | alt = Fig. 5 | cap = {{fine block|Fig, 5. Kiemende plant eener N. van Borneo vergroot (naar {{sc|hooker}}), ''z z'' zaadlobben; ''a a'' kruikjes.}} | capalign = center}} men, na de zaadlobben, allereerst geheel zittende (fig. 5 ''a''), iets hooger andere bekers voor den dag komen, die door eene groene plaat gedragen worden; daarop volgen dan later de gesteelde van tweeërlei vorm; en uit dit alles blijkt dus, dat de Nepenthessen, bij perioden, door vierderlei soort van bekers getooid worden, waarvan schier alleen de gesteelde vormen meer algemeen bekend en bij volwassen planten waar te nemen zijn. De geheel zittende bekers, die het eerst op de zaadlobben volgen (ibid), missen den geribden zoom, waardoor bij alle hoogere de mond omgeven is. Beschouwen wij thans de inwendige oppervlakte des bekers van meer nabij, dan dient in de eerste plaats vermeld, dat deze, in verreweg de meeste gevallen, in twee scherp afgebakende streken gescheiden is, namelijk eene doffe en als bedauwde, en eene glanzige. Hiervan neemt gene, die doorgaans de minste uitgebreidheid heeft, de hoogste, deze de laagste plaats in. Volgens {{sc|korthals}} worden er ook wel lagere kamdragende bekers gevonden, wier binnenste oppervlakte geheel glanzig is, en zouden de hoogere van ''Nepenthes Rafflesiana'' en ''Madagascariensis'' hetzelfde vertoonen. Of dit laatste juist is, durf ik<noinclude></noinclude> mcjk7lmk63nmkgl2lqute9smja9ttsy Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/323 104 85519 221251 219366 2026-05-17T18:19:26Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221251 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE BEKERPLANTEN.|305}}</noinclude>niet beslissen, daar de gelegenheid mij ontbrak, die bekers te onderzoeken; bij de lagere van ''N. Rafflesiana'' vond ik evenwel de doffe streek zeer sterk ontwikkeld. Het aantrekkelijke der bekers wordt niet zelden verhoogd door de fraaije kleur, die over het doffe gedeelte ligt uitgespreid; eene kleur, die nu eens meer naar het purper, dan eens naar het blaauw en dan weder naar het paars overhelt, en zeer sterk afsteekt bij de gele of bruinachtige tint der glanzige streek. Dat de bekers der Nepenthessen niet alleen na-, maar ook vóórdat hun deksel zich geopend heeft, een waterachtig vocht bevatten, hebben wij reeds vroeger meêgedeeld. Ook is het toen gebleken, dat dat vocht niet van buiten in de kruikjes dringt, maar door deze zelven wordt afgescheiden. De vraag echter, op welke wijze die afscheiding plaats heeft, m.a.w. of zij met de aanwezigheid van bijzondere organen in verband staat, dan wel met de transspiratie zamenhangt en dus een uitvloeisel is van het leven der opperhuidscellen, deze blijft ons nog te beantwoorden over. {{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur63 329.png | width = 200px | align = left | alt = Fig. 6 | cap = {{fine block|Fig 6. Een in het zakje der opperhuid verscholen kliertje van ''N. phyllamphora'', ontleend aan de glanzige oppervlakte der binnenzijde eens bekers, veel vergroot (naar eene teekening van den schrijver); ''k'' kliertje, ''p'' zakje.}} | capalign = center}} Dat er aan de inwendige oppervlakte van de kruikjes der Nepenthessen organen voorkomen van zoodanigen bouw en zoodanig uiterlijk, dat zij met de dusgenaamde zamengestelde d.i. meercellige klieren van vele andere gewassen gelijk te stellen zijn, hieraan is geen twijfel. Bekend is het evenzeer, dat die klieren, welker gedaante het best met die eener liggende lens vergeleken kan worden, zich niet verder uitstrekken dan de glanzige streek; alsook, dat zij naar den bodem van het kruikje in getal af-, doch in grootte toenemen, omgekeerd: naar boven talrijker worden, maar kleiner tevens. Met behulp van het vergrootglas en, beter nog, met dat van het mikroskoop ontdekt men, dat ieder kliertje (''k'') gezeten is in eene soort van zakje (''z'') (fig. 6) met eene halvemaanswijs uitgesneden<noinclude>{{rh|{{gap|2em}}1863.||20{{gap|2em}}}}</noinclude> tnj8k2nav46qejqmjcb592tyhs4sa3x Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/325 104 85522 221257 220805 2026-05-17T18:23:22Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221257 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE BEKERPLANTEN.|307}}</noinclude>groefje of kuiltje, {{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur63 331a.png | width = 260px | align = left | alt = Fig. 7 | cap = {{fine block|Fig. 7. Vertikale doorsnede door een jeugdig kliertje en klierzakje van ''N. Rafflesiana'', veel vergroot, zitplaats als voren (naar eene teekening van den schrijver); ''k'' kliertje, ''p'' zakje.}} | capalign = center}}gevormd door een naar onder wijken van eenige kransen van opperhuidscellen, en geheel overdekt: hetzij (zooals op het midden des bekers) door eene soort van nisvormige plooi (fig. 7 en 8 ''p'') dierzelfde opperhuid, hetzij {{c|{{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur63 331b.png | width = 400px | align = | alt = Fig. 8 | cap = {{fine block|Fig. 8. Vertikale doorsnede door een volwassen kliertje en het daartoe behoorend zakje van ''N. Rafflesiana'', veel vergroot; zitplaats als bij fig. G (naar eene teekening van den schrijver); ''k'' kliertje, ''p'' zakje.}} | capalign = center}}}} (zooals aan den voet des bekers) door de, in den vorm van een weinig verheven krater of wal tot elkander neigende toppen van die opperhuidscellen, welke aan den mond van het kuiltje gelegen zijn. Houdt men nu in het oog, dat de plooi, waarvan in de eerste plaats gewag gemaakt werd, zich aanvankelijk voordoet als een deksel of eene klep (fig. 7), die, van de eene zijde van het kuiltje afkomend, naauwkeurig aan de tegen haar over gelegene opperhuidscellen aansluit, dan kan het geene verwondering baren, dat men het wel eens heeft doen voorkomen, alsof de kliertjes onder de opperhuid — in het bladparenchym — werden voortgebragt, en later, bij het scheuren der opperhuid (wij zouden thans zeggen: bij het zich openen der opperhuidsklep) voor den dag kwamen. Daar er dus van een scheuren der opperhuid geen sprake kan zijn, zoo volgt daaruit van zelf, dat men de oorzaak der aanzameling van vocht in de kruikjes van Nepenthes onmogelijk met {{sc|meijen}} zoeken kan in eene<noinclude></noinclude> hn3liacz4pn7ro4qtv3wxv30pug0r0g Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/327 104 85523 221258 219371 2026-05-17T18:25:42Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221258 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||DE BEKERPLANTEN.|309}}</noinclude>{{c|{{Img float | style = | above = | file = Albumdernatuur63 333.png | width = 400px | align = | alt = Fig. 9 | cap = {{fine block|Fig. 9. Vertikale doorsnede door een afgeleefd en het daartoe behorend zakje van ''N. Rafflesiana'', veel vergroot; zitplaats als bij fig. 6 (naar een tekening van den schrijver); ''k'' kliertje, ''p'' zakje, ''v'' spiraalcellen of vaten.}} | capalign = center}}}} wanden, voor die afscheiding niet of slechts in zeer geringe mate in samenwerking komen; spleten en scheuren in de opperhuid zijn nooit voorhanden; de uitstoting van water in de kruikjes ontbreekt waar de kliertjes haar vollen wasdom nog niet bereikt hebben; de struktuur der opperhuid, ter plaatse waar de kliertjes gezeten zijn, is zoodanig, dat er uit het dieper gelegen weefsel der kruikjeszeer gemakkelijk een vochtstroom naar die kliertjes heen kan trekken; aanvoerende werktuigen (spiraalcellen) komen in het bladparenchym onder de kliertjes voor.... mij dunkt, er is uit dit alles geen ander besluit te trekken dan dat, 't welk wij hier boven reeds hebben voorgedragen, Vroeger deelden wij mede, dat de kliertjes aan den bodem der Nepenthesbekers zich grooter voordoen dan op hun midden, en verder: dat gene gedurende een vroeger tijdperk harer ontwikkeling verscholen liggen, niet onder eene nisvormige plooi, maar onder een kratervormige verhevenheid der opperhuid, gevormd door het rijzen van een twee- of drietal kransen van opperhuidcellen boven het gewone niveau. Tusschen deze beide daadzaken nu is een zeker verband niet te miskennen. Want daar, bij een verder doorgroeijen der kliertjes van den bodem der kruikjes, de kratervormige verhevenheid zich gelijkmatig over haar ganschen omtrek terugtrekt, zonder achterlating van een nisvormig aanhangsel, waardoor het kliertje voor {{smaller|{{frac|2|3}}}} ongeveer ingesloten is, zoo kan het niet anders, of men zal die<noinclude></noinclude> dncbuporbtesqsjv4fkwls6af63ftx0 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/339 104 85634 221280 219536 2026-05-18T09:20:35Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221280 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr|2}} {{c|{{larger|{{sp|'''MAGI}}E.}}}} {{c|{{smaller|DOOR}} [[Auteur:Douwe Lubach|{{sc|Dr. D. LUBACH}}]]}} {{dhr}} {{rule|5em}} {{dhr}} Mogt iemand bij het lezen van het bovenstaande opschrift zich voorstellen daarin op eene reeks van tooververhalen en wonderbare gebeurtenissen te worden vergast, dan zal hij zich bij het lezen van dit opstel ongetwijfeld te leur gesteld vinden. Maar ook hem, die hier een grondig en wijsgeerig onderzoek der Magie van den ouden en den nieuweren tijd zoude meenen te ontmoeten, wacht dezelfde teleurstelling. Evenmin als het mijn oogmerk wezen kon een voor het Album der Natuur bestemd opstel te vullen met verhalen, alleen geschikt om te voldoen aan die zucht tot het wonderbare, die in meerdere of mindere mate het erfdeel van alle menschenkinderen schijnt te zijn, — even zoo min is het mogelijk om van het boven alle verbeelding rijke onderwerp der Magie in zulk een beperkte ruimte, als daarvoor in dit tijdschrift beschikbaar mag zijn, een eenigzins volledig en grondig overzigt te leveren. Mijn doel is dan ook alleen om op eene zoo veel mogelijk beknopte en eenvoudige wijze te ontwikkelen, wat, naar mijn inzien althans, voor het eigenlijk wezen der Magie moet gehouden worden, en welke de zeer natuurlijke grond voor het geloof aan Magie is, zoodat daaruit tevens kan worden opgemaakt, hoe de Magie met de wetenschap in haren oudsten vorm, en met de natuurwetenschap in het bijzonder, ten naauwste zamenhangt. Voor eene meer in bijzonderheden tredende kennismaking met de Magie en met al wat daartoe betrekking heeft, verwijs ik naar de uitvoerige geschriften daarover van {{sc|salverte, ennemoser}} en<noinclude>{{rh|{{gap|2em}}1863.||21{{gap|2em}}}}</noinclude> i9vdfj5kp1br92au8x6463u5t6gi5ni Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/340 104 85635 221281 219538 2026-05-18T09:22:06Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221281 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|322|MAGIE.|}}</noinclude>van anderen, die over dit ook in den nieuwsten tijd zeer de belangstelling wekkende onderwerp geschreven hebben. {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} Elke behandeling eener zaak dient aan te vangen met eene bepaling, eene definitie van wat die zaak is. Maar reeds hier stuiten wij op eene groote moeijelijkheid. Want wanneer wij nagaan, wat van de oudste tijden, voor zoo ver zij ons bekend zijn, tot nu toe voor Magie gegolden heeft, dan zien wij in dat opzigt een groot verschil. ''Magie'' en ''Tooverkunst'' worden door den een wel, door den ander niet als gelijkbeteekenend beschouwd. En wat nu al, wat niet 't zij tot de Magie, 't zij tot de Tooverkunst, 't zij tot beiden kan gebragt worden, daarover is men het ook op verre na niet eens. Wanneer wij nu echter het verschil tusschen Magie en Tooverkunst vooralsnog daarlaten, en niet al te scherp onderscheiden, dan geloof ik, dat de volgende definitie tamelijk wel aanwijzen zal, wat men in den meest algemeenen zin onder Magie verstaat. Magie is dan eene kunst, die door eene wetenschap, die verborgen en niet te bekomen is voor het gewone gros der menschen, en door middelen, welke die wetenschap alleen aan de hand geven kan en die meestal aan hun uitwerksel niet geëvenredigd zijn, verschijnselen weet voort te brengen, die 't zij geheel boven het bereik van den mensch schijnen te liggen en zelfs soms schijnen te strijden met den gewonen loop der natuur, 't zij ook wel langs meer bekende wegen, maar dan met veel meer toestel, moeite en verbruik van tijd te verkrijgen zijn. De eerste oorsprong der Magie zou, naar men verzekert, bij de Oostersche volken, met name bij de Meden en Perzen, bij de Hindoes, bij de Egyptiërs te zoeken zijn. Deze bewering is in zekeren zin onwaar, in een' anderen waar. Onwaar, voor zoo ver elk volk, gelijk wij later zien zullen, op zekeren trap van ontwikkeling eene magie bezit en bezitten moet; waar, in zoo ver voor ons de magie der Oostersche volken inderdaad, als ik het zoo zeggen mag, de type en het ideaal der magie, en de naam zelf dier wetenschap of kunst van Oosterschen oorsprong is. Want bij alle Westersche volken, van de Grieken af, werd, zoodra er van magie of tooverkunst in haren meest<noinclude></noinclude> 9vtes6lao9yob40j3ztoy7dt2jl938c Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/341 104 85636 221282 219539 2026-05-18T10:56:53Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221282 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||MAGIE.|325}}</noinclude>ontwikkelden en meest edelen vorm sprake was, dadelijk de blik naar het Oosten gewend en, gelijk wij zien zullen, niet ten onregte. En wat den naam van magie aangaat, zoo ontmoeten wij bij de Babyloniërs, de Meden en de Perzen eene orde van priesters, wier leden Magen of Magiërs genoemd werden. Ik zal mij hier in geene taalkundige onderzoekingen inlaten naar de eigenlijke beteekenis van dat woord; ik laat dat over aan anderen, die met de Oostersche talen bekend zijn, 't geen ik niet ben. Alleen merk ik aan, dat reeds {{sc|jeremias}} de Babylonische priesters ''Mag'' noemt, dat de naam van ''Maryot, Magi'' bij de Grieksche en Latijnsche schrijvers veelvuldig voorkomt om daarmede de priesters der Babyloniërs, Chaldeën, Meden en Perzen aan te duiden, dat in de Nieuw-Perzische taal priester ''Mog'' en opperpriester ''Mogbed'' beteekent, en dat de opperpriester der Parsis te Surate den naam van ''Mobed'' draagt. Die priesters nu, die Magen of Magiers, waren in de eerste plaats priesters, vermiddelaars tusschen goden en menschen, die de menschen met den wil der goden bekend maakten en omgekeerd de gebeden der menschen aan de godheid opdroegen. Maar zij waren dit niet alleen, zij waren tevens de wijzen des volks, de mannen der wetenschap, hoedanig die wetenschap dan ook zijn mogt; de geneeskunde, de sterrekunde, al wat men in het algemeen van natuurkennis bezat, bevond zich in hunne handen en werd door hen beoefend. Zij vormden eene afgeslotene, van het overige des volks streng afgescheidene, maar inwendig door algemeene wetten en eene goed georganiseerde hierarchie vast zamenhangende orde, die in hoog aanzien stond en kon gezegd worden eene magt in den Staat te zijn. Dat aanzien en die magt, verhoogd juist door dat afgeslotene en door de over de priesterorde deels al deels niet met opzet verbreide geheimzinnigheid, berustte op den eerbied, dien het algemeen hare leden toedroeg als middelaars tusschen het goddelijke en het aardsche, op het ontzag, dat men voor hen had als voor mannen, die door hunne naauwe betrekking tot het goddelijke en bovenmenschelijke ook eene wijsheid en eene op die wijsheid gegronde magt bezaten, grooter dan ooit door gewone menschen konden worden verkregen. En de Magen wachtten er zich wel voor het algemeen beter in te lichten omtrent het punt waar het eigenlijk op aan kwam,<noinclude></noinclude> 24chp5r9m1c04gmvmx6btz64fnwv48y Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/342 104 85637 221283 219540 2026-05-18T10:58:23Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221283 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|324|MAGIE.|}}</noinclude>dit namelijk, dat de meerdere kennis en magt, die inderdaad in het bezit hunner orde was, door ongewone, niet ook voor andere menschen toegankelijke middelen verkregen was. Het waren dan ook zij, die niet alleen in de oudheid bij uitstek als beoefenaars van bovenmenschelijke, ja bovennatuurlijke wetenschap golden, maar wier naam ook in de middeneeuwen tot in onzen tijd in gebruik bleef, als nagenoeg gelijk beteekenend met dien van toovenaars, terwijl hunne veronderstelde wetenschap en kunst tot op den huidigen dag den naam van Magie bleven dragen. Ook bij de Egyptiërs, — om van de Braminen der Hindoe's niet te spreken, — bestond, gelijk bekend is, niet alleen een van het overige des volks geheel onderscheiden en door eene eigene hierarchie bestuurde priesterstand, die tevens de stand der wijzen en geleerden was, maar hij maakte zelfs, wat bij de Magiers niet het geval was, eene volkskaste uit, dat is, hij bestond niet uit individuën, die ook uit ouders van andere standen geboren konden zijn, maar uit priesterlijke geslachten en familiën, die door hunne afkomst tot dien stand behoorden, even als bij de Israëliten al die geslachten, die hunne afkomst van den aartsvader {{sc|levi}} afleidden, van zelf aan de dienst des tempels verbonden waren. Ook zij waren in het bezit van geheime, voor anderen ontoegankelijke wetenschap, waarvan de openbaring naar buiten als bovennatuurlijke kennis en magt gold. De toovenaars, die met {{sc|mozes}} streden, doch tegen hem den strijd niet konden volhouden, behoorden tot die kaste van priesters en wijzen. En het waren die kennis en die magt, wier beginselen, naar men zeide, in overoude tijden door {{sc|thoth}} opgeteekend waren geworden in geheime geschriften, het geloof aan wier bestaan veel later aanleiding gaf tot het zamenstellen van zekere boeken, die men voorgaf afkomstig te zijn van dien {{Sc|thoth}} of {{sc|hermes}}, gewoonlijk {{sc|hermes trismegistus}} genoemd. Ook bij andere Oostersche volken waren de priesters, naar het in zekeren zin wel gegronde oordeel des volks, in het bezit van verborgene wetenschap, en verrigtten daden, die in het oog van dat volk slechts door bovennatuurlijke middelen ten uitvoer konden gebragt worden. Doch wij zullen ons daarbij niet ophouden en spoeden ons tot de Grieken. Ook bij de Grieken bestond van de overoudste tijden af eene magie,<noinclude></noinclude> f03m2ybpdd3pdvrohnpn1ojjuqckvyc Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/343 104 85638 221284 219541 2026-05-18T10:59:50Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221284 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||MAGIE.|325}}</noinclude>en ook bij hen stond zij aanvankelijk en ook nog later in naauw verband met de volksgodsdienst en met de priesters. Niet alleen dat het der Grieksche mythologie aan verhalen van toovenaars, tooverheksen en toovermiddelen niet ontbreekt — ik behoef slechts {{sc|medea}} en {{sc|circe}} te noemen, — maar wij vinden ook in de oude berigten, die ons eenig, hoe zeer dan ook duister, inzigt geven in de allervroegste geschiedenis van het later zoo genaamde Hellas, gesproken van Cureten, Corybanten, Telchinen, Idaeische Dactylen, Argolische Cyclopen, welke alle doorgaans voorgesteld worden als vereenigingen van metaalarbeiders, kunstenaars, priesters en toovenaars, — om niet te spreken van de raadselachtige Kabiren, die zoowel op Samothrace als in Egypte als goden of vergode menschen vereerd zouden zijn geworden. Doch terwijl in het Oosten de magie, in hare uitgestrektste en hoogere beteekenis, het eigendom bleef der priesters, zoo verkreeg onder de Grieken, zoodra deze op de baan der beschaving eenige vorderingen gemaakt hadden, alles een geheel ander aanzien. De reden daarvan was vooral deze, dat er: onder de eigenlijke Hellenen geene van het overige volk strikt afgescheidene, maar onder elkander naauw verbondene priesters, dus geene priesterorde, bestonden. Immers, met uitzondering van de bediening van zeer enkele tempels, wier priesters tot eene bepaalde familie moesten behooren, was het priesterambt toegankelijk voor ieder burger, wiens vader en grootvader ook burgers geweest waren, en, wel verre dat er tusschen die priesters, zelfs van eene en dezelfde op verschillende plaatsen vereerde godheid, een door wetten en door eene hierarchie geknoopte band zou hebben bestaan, heerschten er veeleer tusschen hen een bestendige naijver en wantrouwen. Bestond er nu onder de Hellenen geene eigenlijke priesterorde, zoo kon er ook van geen afgesloten stand van geleerden sprake zijn, en wij zien dan ook al vroeg de Grieksche wijzen, hoezeer zich afgevende met het onderzoek van het goddelijke, geheel op zich zelf staan, en niet, gelijk bij de Oostersche volken, noodzakelijk tot den stand der priesters behooren. Maar ook die oudste wijzen, die eerste onderwijzers en beschavers der Hellenen, gingen over het algemeen door voor in het bezit te zijn van geheimen en bovennatuurlijke kennis, en vertoonden in menigerlei<noinclude></noinclude> 4i4cdlfbnovwy5619pusx17n20j20l0 Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/344 104 85639 221285 219542 2026-05-18T11:01:03Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221285 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|326|MAGIE. |}}</noinclude>opzigt het karakter van toovenaar of magier. De vaders der Grieksche wijsbegeerte, {{sc|thales, anaximander, anaximenes, empedocles}} en anderen, vooral echter en boven allen {{sc|pythagoras}}, gingen onder hunne tijdgenooten en nog veel later door voor bedreven in voor het algemeen ontoegankelijke wetenschap, die zij, gelijk men wilde, voor een deel aan het onderwijs der Egyptische en andere Oostersche wijzen verschuldigd waren, en menige zaak, die van hen berigt wordt, doet denken, dat zij aan dit volksgeloof dikwijls eerder voedsel gaven, dan dat zij getracht zouden hebben het publiek daaromtrent beter in te lichten. De priesters lieten van ''hunne'' zijde niet na om, door zich het aanzien te geven van in het bezit te zijn van bovennatuurlijke magt, het aanzien, dat de door hen bediende godheden en zij zelven genoten, staande te houden. Behalve dat zij van buiten hun toedoen ontstaande natuurverschijnselen en toevallige gebeurtenissen gebruik wisten te maken, door deze eene met de omstandigheden strookende beteekenis te geven, b.v. door, wanneer iemand, die de door hen vereerde godheid beleedigd had, kort daarop stierf, dit als eene 't zij door die godheid 't zij door hen zelven toegevoegde straf te doen beschouwen — gaven zij zich ook af met zoodanige verrigtingen, die het volk van de magt der goden een hoog denkbeeld moesten inboezemen. De orakels in verschillende min of meer beroemde tempels gegeven, het persoonlijk verschijnen der goden in de hun gewijde heiligdommen, b.v. in dat van {{sc|aesculapius}} te Tarsus, de visioenen van hen, die in zekere tempels sliepen, de weenende of zingende standbeelden in andere en wat van dien aard meer is, zijn algemeen bekende zaken, waarover ik niet nader behoef uit te weiden, te meer omdat zij minder tot mijn eigenlijk onderwerp behooren. Zoo waren er dan in Griekenland in vroeger tijd twee klassen van menschen, aan wie het volksgeloof eene meer dan menschelijke, niet door gewone middelen verkregene wetenschap toeschreef, — de priesters en de wijzen. Doch dit kon op den duur zoo niet blijven. Naarmate zich de beschaving ontwikkelde, werd de nevel van geheimzinnigheid, door welken heen het volk hunne oudste wijzen aanschouwde, dunner, en die wijzen zelven bragten er het hunne toe bij om dien geheel te doen opklaren. De Oostersche afgeslotenheid en geheimzinnigheid<noinclude></noinclude> q27mut5prohbpiqt9j0ywtr6mdf5scu Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/345 104 85640 221286 219543 2026-05-18T11:02:28Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221286 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||MAGIE.|327}}</noinclude>waren in volslagen tweestrijd met den Griekschen geest, die steeds in alles naar vrijheid en openbaarheid streefde en zich niet verdragen kon met geheimzinnige afzondering en stelselmatige achterhoudendheid. Daarom werden de Grieksche wijzen wijsgeeren en geene magiers, zij stichtten scholen en geene orden, en in plaats van hunne wetenschap geheim te houden, predikten zij die op straten en pleinen. De bemoeijingen met, ik zeg niet zoo zeer magische wetenschap, als wel met magische kunsten bleef dus in Griekenland overgelaten aan sommige priesters, die daarvan, doch in zeer beperkten omvang, gebruik maakten ter bereiking van zekere bepaalde doeleinden, en aan enkele personen uit het volk, die enkele van die kunsten uitoefenden uit winstbejag of uit andere nog minder edele beginselen, — en die te vergelijken zijn met onze hedendaagsche waarzeggers, bezweerders en heksen. Wat de priesters aangaat, zoo zeide ik, dat zij die kunsten slechts in zeer beperkten kring uitoefenden. De eene tempel had een orakel; in een ander verscheen de godheid, waaraan hij gewijd was, persoonlijk; in een derden geschiedde bij zekere bepaalde gelegenheden weer iets anders. Maar nergens bij de Grieken vond men priesters, die zich met magie in haren geheelen omvang inlieten en voor eigenlijke toovenaars doorgingen. Bij die priesterlijke verrigtingen, waaronder de voorspellingskunst geene geringe plaats bekleedde, voeg ik de van wege den staat door eigene priesters of door openbare overheidspersonen officieel in 't werk gestelde waarzeggerijen, zoo als de voorspellingen uit de ingewanden der offerdieren, uit de vlugt der vogelen, en wat dies meer zij. Onder alle geheime kunsten was in Griekenland de ''Mantcia'', de wigchelarij of waarzeggerskunst, wel het meest in aanzien en werd het meest beoefend, gelijk bij een levendig en nieuwsgierig volk, gelijk de Grieken waren, wel te verwachten was. Was de voorspelling uit de sterren, de Astrologie, bij hen niet onbekend, deze behoorde toch meer in het Oosten te huis. Maar de droomduiding (''Oneirocritica''), de waarzeggerij uit de vlugt en het gezang der vogelen, en uit de wijze, waarop zij aan hen voorgelegde zaadkorrels oppikken (''Ornithomanteia''), — uit de trekken van het aangezigt (''Metoskopia''), — uit<noinclude></noinclude> j11b094613dns4xh3ol8qj7pkmojpwg Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/346 104 85678 221287 219589 2026-05-18T11:03:36Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221287 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|328|MAGIE.|}}</noinclude>de lijnen des handpalms en de vlekken der nagels (''Cheiromanteia''), — uit de bewegingen van eene op een spits voorwerp in evenwigt gestelde of aan eene koord hangende zeef (''Coscinomanteia''), het waarzeggen met dobbelsteenen, witte en zwarte boonen, kleine met letters beschrevene of half afgeschilde stukjes hout, — uit hetgeen men in een spiegel zag, — uit de eerst opgeslagen plaats van een dichter, waartoe bij de Romeinen later {{sc|virgilius}} veel gebruikt werd, — al deze soorten van waarzeggerij en nog meer andere waren bij de Grieken veelvuldig in zwang. Aan deze waarzeggerij sluit zich de voorspelling van de veranderingen in het weder en van andere natuurverschijnselen, waarin eenige der oudste Grieksche wijzen, {{sc|pherecydes, anaximander}} en anderen, gezegd werden zeer bedreven geweest te zijn. Maar men ging verder. De raadselachtige {{sc|abarts}} had niet alleen wind weten te voorspellen, maar ook de magt gehad om winden naar verkiezing te doen opsteken. {{sc|Phythagoras, epimenides}} en {{sc|empedocles}} hadden niet slechts aardbevingen voorspeld, maar ook bewerkt. Nog onder {{sc|constantinus}} den Grooten werd de wijsgeer {{sc|sopater}} ter dood gebragt, omdat hij de winden aan banden gelegd en daardoor een hongersnood veroorzaakt had. Nog anderen riepen bliksem, donder en hagel te voorschijn; wederom anderen, — en dit was eene kunst, waarin vooral de heksen bedreven waren, — konden door bezweringen de sterren verduisteren en zelfs de maan van den hemel aftrekken. Zich onzigtbaar te maken of zich op eene onbegrijpelijke wijze plotseling op eene plaats te vertoonen, ver verwijderd van die, waar men een oogenblik te voren was, — deze kunsten behoorden ook tot de in Griekenland aan sommige personen toegeschrevene vermogens. {{sc|abarts}}, wiens naam ik zoo even noemde, en {{sc|apollonius}} van Tyana vermogten, zeide men, het laatste. Geestenbezweringen, vooral ter ondervraging van afgestorven personen over dingen, die men dacht dat zij alleen weten konden, waren veel in zwang. Reeds zeer vroeg had men zich, zoo beweerde men, daarmede opgehouden; {{sc|orpheus}} riep door bezweringen zijne gemalin {{sc|eurydice}} uit de onderwereld op, en bij {{sc|homerus}} bezweert {{sc|odusseus}} de schimmen der voor Troje gevallen helden. De grammaticus {{sc|apion}}<noinclude></noinclude> iz70m85gm51b1efu5trddf5griblp8h Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/347 104 85695 221288 219690 2026-05-18T11:31:05Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221288 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh||MAGIE.|329}}</noinclude>riep de schim van {{sc|homerus}}, {{sc|apollonius}} van Tyana dien van {{sc|achilles}} op, ja de Lacedaemoniers lieten door Thessalische doodenbezweerders de schim van {{sc|pausanius}} oproepen. Zelfs waren er reeds van ouds bepaalde doodenorakels, b.v, in Epirus aan het meer Aornos, waar {{sc|orpheus}} zijne reeds genoemde bezwering had verrigt, te Heraklea in Pontus, te Phigalia in Arkadie, en aan het meer Avernus in Groot-Griekenland. Eene soort van geestenbezwering was die, waardoor men de ziel eens pas afgestorvenen weder in het ligchaam kon doen terugkeeren voor zóó lang als men ter zijner ondervraging noodig oordeelde. Het was echter alleen door groote kracht van bezweringen dat dit geschieden kon en de geest gedwongen kon worden om, ofschoon noode en met tegenzin, op de gedane vragen te antwoorden. Deze wijze van waarzeggen, die vrij algemeen zeer verfoeid werd, schijnt zeer bepaald van Oosterschen oorsprong te zijn en in verband te staan met die andere Oostersche, waarbij men een gebalsemd menschenhoofd tot spreken noodzaakte. Sommigen beweren, opdat ik dit hier in het voorbijgaan aanmerke, dat de Pheraphim der Hebreën zoodanige gebalsemde kinderhoofden waren. De voorspellende hoofden of androïden, waarvan wij lezen dat zij in eenige Grieksche tempels voorhanden waren, waren van hout of metaal. Van zeer enkelen, b.v. van {{sc|asclepiades, empedocles}}, {{sc|apollonius}} van Tyana, werd verhaald, dat zij in den eigenlijken zin dooden hadden opgewekt. Zoo iets behoorde echter tot de zeldzaamheden. Om niet te gewagen van amuletten en andere bijgeloovige voorbehoedmiddelen, zoo waren genezingen door toovermiddelen onder de Grieken aan de orde van den dag. De populaire geneeskunde en die der kwakzalvers onder de artsen was rijk aan allerlei bijgeloovige praktijken. Daartoe behoorden eene menigte van zoodanige middelen, die in latere eeuwen sympathetische genaamd werden, van ceremonien, en vooral van bezweringen, vergezeld van oplegging der handen en bestrijkingen van het zieke deel. Die bezweringen bestonden vaak slechts in het prevelen van niets beteekenende of althans ook voor den bezweerder onverstaanbare woorden; een voorbeeld van een echt Grieksch bezweringsformulier kan ik niet geven, en vergenoeg mij dus eene bezwering mede te deelen, die volgens den Romein {{sc|cato}} zeer<noinclude></noinclude> i44nimcbkt7zmtcgte2fx1119i3at7o Pagina:Album der Natuur 1863.djvu/348 104 85696 221289 219648 2026-05-18T11:32:41Z WeeJeeVee 2844 /* Proefgelezen */ 221289 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|330|MAGIE.|}}</noinclude>dienstig is ter verdere genezing van eene gereponeerde ontwrichting. Zij luidt: ''huat, hanat, huat, ista pista sista domicabo damnaustra''. Gedurende de repositie moet men zingen: ''mota volta daries dardaries astataries dissunapiter''. Het omgekeerde van genezen is ziek maken, en de middelen, die den gestoorden welstand des ligchaams kunnen herstellen, kunnen, op eene andere wijze aangewend, eene tegenovergestelde uitwerking te weeg brengen. De toovenaars, maar vooral de heksen, werden dan ook niet zelden beschuldigd van, zoo door hunne tooverformulieren als op andere wijzen, degenen, aan wie zij vijandig waren of tegen wie zij door anderen in het werk werden gesteld, ziek of krankzinnig te maken of zelfs van het leven te berooven. Hier komen wij op het wijde veld der toover-, liefde- en giftdranken. Hoe men zich de bezweringen voorstelde, die iemand tot liefde jegens een ander konden dwingen, kan men uit eene idylle van {{sc|theocrytus}} en eene van {{sc|virgilius}} leeren. De Thessalische heksen — Thessalie was in de oudheid bij uitstek het land der tooverij, — waren in het bereiden van allerlei toover- en giftdranken zeer bedreven en kenden er zelfs, waardoor zij, even als in den ouden tijd {{sc|circe}}, menschen in dieren konden veranderen. Zekere heksen in Italie verstonden, volgens den kerkvader {{sc|augustinus}}, dit kunstje ook. Maar genoeg van die magische kunsten, wier optelling vervelend worden zou. Het gezegde is voldoende om een denkbeeld te geven van den aard der verrigtingen, die tot de Magie werden gerekend te behooren, en wel niet alleen bij de Grieken, maar ook bij andere volken en in latere tijden. Wat de Romeinen aangaat, zoo kan ik dan ook volstaan met te zeggen, dat over het algemeen de magie zich bij hen nagenoeg in denzelfden toestand bevond als bij de Grieken. Ook bij hen waren de priesters geene eigenlijke magiers, ofschoon ook zij zich niet zelden met kunsten inlieten, die het geloof aan de magt der goden bij het groote publiek moesten versterken. Van staatswege bestond, gelijk bekend is, bij de Romeinen het aanzienlijk collegie der ''augurs'' of vogel-wigchelaars, en de ''haruspices'' of waarzeggers uit de ingewanden der geslagte offerdieren maakten wel geen eigenlijk Romeinsch priestercollegie<noinclude></noinclude> dqo5leyz1gon6zfiaczv7vfqxuzxnmz Hoofdportaal:Geschiedenis/Italië/Republiek Venetië 100 86214 221264 221077 2026-05-17T19:52:47Z Vincent Steenberg 280 +bron 221264 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van de Republiek Venetië | afbeelding = 1516 Vittore Carpacci, The Lion of St Mark (detail) Tempera on canvas, Palazzo Ducale, Venice.jpg | alt = de leeuw van de heilige Marcus | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van de [[w:Republiek Venetië|Republiek Venetië]] }} == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == === 17e eeuw === *Anoniem (14 juni 1618) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/14 juni/VVt Venetien den 1. Junij, Anno 1618|‘VVt Venetien den 1. Junij, Anno 1618’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (22 juni 1618) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/22 juni/VVt Venetien den 8. Iunij, Anno 1618|‘VVt Venetien den 8. Iunij, Anno 1618’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (15 november 1618) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/15 november/VVt Venetien den 26. October 1618|‘VVt Venetien den 26. {{SIC|November|October}} 1618’, alinea 3-4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (15 mei 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1619/15 mei/VVt Venetien, den 26. April. 1619|‘VVt Venetien, den 26. April. 1619’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (15 mei 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1619/15 mei/VVt ’s Gravenhaghe, den 14. dito|‘VVt ’s Gravenhaghe, den 14. dito. [= 14 mei 1619]’, alinea 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (19 juni 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1619/19 juni/VVt Venetien, den 31. May. 1619|‘VVt Venetien, den 31. May. 1619’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'' *Anoniem (17 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/17 juli (2)#art2al3|‘Wt Venetien den xxvj. Junij 1620’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Venetien, den 2. October, 1620|‘VVt Venetien, den 2. October, 1620’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Venetien, den 8. Iannuarij, 1621|‘VVt Venetien, den 8. Iannuarij, 1621’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/VVt Venetien, den 8. dito|‘VVt Venetien, den 8. dito. [= 8 februari 1621]’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Wt Venetien den 28 dito|‘Wt Venetien den 28 dito. [= 28 januari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (25 februari 1653) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1653/Nummer 9/Uyt Venetien, den 24 Ianuary 1653|‘Uyt Venetien, den 24 Ianuary 1653’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courante'', [p.&nbsp;1]. ;De Venetianen versterken hun vloot *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Venetien den 6. Februarij 1621|‘Wt Venetien den 6. Februarij 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Diplomatieke missie naar Istanbul *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Venetien den 10. Februarij 1621|‘Wt Venetien den 10. Februarij 1621’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Bestelling van 800 remiganten (roeiriemen?) *Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/VVt Venetien den 16. dito|‘VVt Venetien den 16. dito. [= 16 maart 1621]’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;De Republiek neemt soldaten aan vanwege de Valtellinese oorlog *Anoniem (21 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/21 april/VVt Venetien, den 6 April. 1621|‘VVt Venetien, den 6 April. 1621’, alinea 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. === 18e eeuw === ;Kloosteropheffing *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Venetie den 17 January|‘Venetie den 17 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. == Historische figuren == ;Bataglia, Girolamo (''fl''. 1653) *Anoniem (25 februari 1653) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1653/Nummer 9/Uyt Venetien, den 24 Ianuary 1653|‘Uyt Venetien, den 24 Ianuary 1653’, alinea 2]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courante'', [p.&nbsp;1]. ;Corner, Girolamo (1632-1690) *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Venetien den 8 September|‘Venetien den 8 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘generael Cornaro’). ;Foscarini, Girolamo (''fl''. 1653) *Anoniem (25 februari 1653) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1653/Nummer 9/Uyt Venetien, den 24 Ianuary 1653|‘Uyt Venetien, den 24 Ianuary 1653’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courante'', [p.&nbsp;1] (als ‘den Generael Foscariny’). ;Mocenigo, Lazzaro (1624-1657) *Anoniem (21 februari 1654) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1654/Nummer 8/Wt Venetien, den 22 dito|‘Wt Venetien, den 22 dito. [= 22 januari 1654]’]], ''Tijdinge uyt verscheyden Quartieren'', [p.&nbsp;1]. ;Morosini, Francesco (1619-1694) *Anoniem (21 februari 1654) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1654/Nummer 8/Wt Venetien, den 22 dito|‘Wt Venetien, den 22 dito. [= 22 januari 1654]’]], ''Tijdinge uyt verscheyden Quartieren'', [p.&nbsp;1]. ;Mula, Giovanni da (1583-1633) *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art1al4|‘Tydinghe vvt Venetien 1621’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. ;Trevisano, Girolamo (''fl''. 1620-1621) *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art3|‘Wt Franckfort’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den Veneetschen Ambassadeur’). *Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/Inkomste des Ambassadeurs van Venetien|‘Inkomste des Ambassadeurs van Venetien’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art3|‘VVt den Haghe den 20. Nouember’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den extraordinaris Ambassadeur van Venegien’). *Anoniem (25 januari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/25 januari/Wt Venetien den 8. Ianuarij, 1621|‘Wt Venetien den 8. Ianuarij, 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘deser Signeurie [= Venetië] Ambassadeur’). ;Zeno, Antonio *Anoniem (21 februari 1654) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1654/Nummer 8/Wt Venetien, den 22 dito|‘Wt Venetien, den 22 dito. [= 22 januari 1654]’]], ''Tijdinge uyt verscheyden Quartieren'', [p.&nbsp;1]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] 3lkj5qdixk21jwb6hf4eaycdfkdsrvb 221272 221264 2026-05-18T09:09:28Z Vincent Steenberg 280 +bron 221272 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van de Republiek Venetië | afbeelding = 1516 Vittore Carpacci, The Lion of St Mark (detail) Tempera on canvas, Palazzo Ducale, Venice.jpg | alt = de leeuw van de heilige Marcus | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van de [[w:Republiek Venetië|Republiek Venetië]] }} == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == === 17e eeuw === *Anoniem (14 juni 1618) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/14 juni/VVt Venetien den 1. Junij, Anno 1618|‘VVt Venetien den 1. Junij, Anno 1618’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (22 juni 1618) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/22 juni/VVt Venetien den 8. Iunij, Anno 1618|‘VVt Venetien den 8. Iunij, Anno 1618’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (15 november 1618) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/15 november/VVt Venetien den 26. October 1618|‘VVt Venetien den 26. {{SIC|November|October}} 1618’, alinea 3-4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (15 mei 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1619/15 mei/VVt Venetien, den 26. April. 1619|‘VVt Venetien, den 26. April. 1619’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (15 mei 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1619/15 mei/VVt ’s Gravenhaghe, den 14. dito|‘VVt ’s Gravenhaghe, den 14. dito. [= 14 mei 1619]’, alinea 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (19 juni 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1619/19 juni/VVt Venetien, den 31. May. 1619|‘VVt Venetien, den 31. May. 1619’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'' *Anoniem (17 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/17 juli (2)#art2al3|‘Wt Venetien den xxvj. Junij 1620’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Venetien, den 2. October, 1620|‘VVt Venetien, den 2. October, 1620’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Venetien, den 8. Iannuarij, 1621|‘VVt Venetien, den 8. Iannuarij, 1621’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/VVt Venetien, den 8. dito|‘VVt Venetien, den 8. dito. [= 8 februari 1621]’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Wt Venetien den 28 dito|‘Wt Venetien den 28 dito. [= 28 januari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. ;De Venetianen versterken hun vloot *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Venetien den 6. Februarij 1621|‘Wt Venetien den 6. Februarij 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Diplomatieke missie naar Istanbul *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Venetien den 10. Februarij 1621|‘Wt Venetien den 10. Februarij 1621’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Bestelling van 800 remiganten (roeiriemen?) *Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/VVt Venetien den 16. dito|‘VVt Venetien den 16. dito. [= 16 maart 1621]’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;De Republiek neemt soldaten aan vanwege de Valtellinese oorlog *Anoniem (21 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/21 april/VVt Venetien, den 6 April. 1621|‘VVt Venetien, den 6 April. 1621’, alinea 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. ;Aankomst van Ali Beg Filippovich, januari 1653 *Anoniem (25 februari 1653) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1653/Nummer 9/Uyt Venetien, den 24 Ianuary 1653|‘Uyt Venetien, den 24 Ianuary 1653’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courante'', [p.&nbsp;1]. === 18e eeuw === ;Kloosteropheffing *Anoniem (2 februari 1771) [[Opregte Haarlemsche Courant/1771/Zaterdageditie, nummer 5/Venetie den 17 January|‘Venetie den 17 January’]], ''Oprechte Saturdagse Haerlemse Courant'', [p.&nbsp;1]. == Historische figuren == ;Bataglia, Girolamo (''fl''. 1653) *Anoniem (25 februari 1653) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1653/Nummer 9/Uyt Venetien, den 24 Ianuary 1653|‘Uyt Venetien, den 24 Ianuary 1653’, alinea 2]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courante'', [p.&nbsp;1]. ;Corner, Girolamo (1632-1690) *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Venetien den 8 September|‘Venetien den 8 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘generael Cornaro’). ;Foscarini, Girolamo (''fl''. 1653) *Anoniem (25 februari 1653) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1653/Nummer 9/Uyt Venetien, den 24 Ianuary 1653|‘Uyt Venetien, den 24 Ianuary 1653’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courante'', [p.&nbsp;1] (als ‘den Generael Foscariny’). ;Mocenigo, Lazzaro (1624-1657) *Anoniem (21 februari 1654) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1654/Nummer 8/Wt Venetien, den 22 dito|‘Wt Venetien, den 22 dito. [= 22 januari 1654]’]], ''Tijdinge uyt verscheyden Quartieren'', [p.&nbsp;1]. ;Morosini, Francesco (1619-1694) *Anoniem (21 februari 1654) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1654/Nummer 8/Wt Venetien, den 22 dito|‘Wt Venetien, den 22 dito. [= 22 januari 1654]’]], ''Tijdinge uyt verscheyden Quartieren'', [p.&nbsp;1]. ;Mula, Giovanni da (1583-1633) *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art1al4|‘Tydinghe vvt Venetien 1621’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. ;Querini, Pietro (''fl''. 1621) *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23#art5|‘Van Venetien vanden 29. Ianuarij 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. ;Trevisano, Girolamo (''fl''. 1620-1621) *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art3|‘Wt Franckfort’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den Veneetschen Ambassadeur’). *Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/Inkomste des Ambassadeurs van Venetien|‘Inkomste des Ambassadeurs van Venetien’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art3|‘VVt den Haghe den 20. Nouember’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den extraordinaris Ambassadeur van Venegien’). *Anoniem (25 januari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/25 januari/Wt Venetien den 8. Ianuarij, 1621|‘Wt Venetien den 8. Ianuarij, 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘deser Signeurie [= Venetië] Ambassadeur’). ;Zeno, Antonio *Anoniem (21 februari 1654) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1654/Nummer 8/Wt Venetien, den 22 dito|‘Wt Venetien, den 22 dito. [= 22 januari 1654]’]], ''Tijdinge uyt verscheyden Quartieren'', [p.&nbsp;1]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] jl4lvozi2orxg4hn1g6z7vmfp9x7tbw Index:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 018.djvu 106 86265 221197 2026-05-17T16:13:35Z Vincent Steenberg 280 nieuw 221197 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=boek |Taal=nl |wikidata= |Titel=Ambrosius Spinola, Marquis van Cesto, vanden Rade van State van sijne Majesteyt, ende Cappiteyn Generael vanden Leger |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar= |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1=1 /> |Opmerkingen=[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 18]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} rngipssm9vzf1z7iejrhwhng0maspz0 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 018.djvu/1 104 86266 221198 2026-05-17T16:14:00Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221198 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}} {{RH|{{gap}}{{tt|Februarius 1621.}}||18.{{gap}}}} {{lijn}} {{c|{{xxx-larger|Ambrosius Spinola,}}<br>{{x-larger|{{tt|Marquis van Cesto, vanden Rade van State van sijne Majesteyt, ende Cappiteyn Generael vanden Leger.}}}}}} {{dhr}} {{c|Overghesedt wt het Fransoys d’welck ghepubliceert is int Legher, ende in Pfaltz-Landt. Eerst ghedruckt in Februarius, 1621.}} {{lijn}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1620-08-31 p 1 Spinola.jpg|500px|center]] {{lijn}} {{c|T’Hantwerpen, by Abraham Verhoeven, op de Lombaerde veste, inde gulde Sonne.}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> saxebewnw11cahsw0xnqcsike3z3lv2 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 018.djvu/2 104 86267 221199 2026-05-17T16:14:35Z Vincent Steenberg 280 /* Zonder tekst */ 221199 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="0" user="Vincent Steenberg" /></noinclude><noinclude></noinclude> k07t5xu51c1kp9mtbmu9ycj6wzmkyfu Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 018.djvu/3 104 86268 221200 2026-05-17T16:15:28Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221200 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|3}}</noinclude>{{dhr}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1620-06-12 p 3 ornament.jpg|500px|center]] {{alinea|2em|-2em|{{anker|art1}}{{x-larger|{{tt|Ambrosius Spinola, Marquis van Cesto, vanden Rade van State van zyne Maiesteyt, ende Cappiteyn Generael van desen Leger, &c.}}}}}} {{initiaal|A}}Lsoomen heeft verstaen, dat op de vveghen sijn ghedevaliseert ghevveest eenighe Passagiers ende Cooplieden: d’vvelc heeft veroorsaect dat de Trafficque is af gaende oft verminderende, ende dat de victaillien die inde steden ende in desen Legher plachten de comen failleren: Ende hoe vvel datter by<noinclude>{{rechts|A ij{{gap|6em}}de}}</noinclude> nf7ulwqg2xwn5dyqe4vy4iizwazm2bf Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 018.djvu/4 104 86269 221201 2026-05-17T16:16:06Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221201 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|4}}</noinclude>de Wetten, Ordonnantien ende Conincklijcke Placcaten teghens sulcke Dieuen ende Straedtschenders if gheconstitueert lijff-straffe ende rigoureux Castyement, Nochtans tot ouervloet ende om te remedieren in een soo grooten inconuenient; Soo ordonneertmen aen alle ende yeghelijcke persoonen van desen Legher, van vvat conditien die sijn, datse hun niet en sullen verstouten van aen yemanden op de selue vvegen yet te nemen, hoe cleyn het oock soude moghen vvesen, op lijf-straffe; Ende den Officier die’t sal vveten ofte dissimuleren, sal rigoureuselijck gestraft vvorden, als eenen Ouertreder ende Versvvygher, ende den ghenen die sulcke rooverije sal aenbrenghen, niet-teghen-staende hy van de selue complice vvare ghevveest, ende hem daer by hadde laten vinden, declarerende d’andere Quaet-doenders sijne Compagnons, soo gheeft ende gunt men hem van alsdan strackx gratie ende pardoen vant misdaet, ende men salt secreet houden, ende men sal t’sijnen behoeue applicqueren alle t’ghene datmen van alsulcken rooff oft dieuerije sal recouureren, oftemen sal hem geuen eene eerlijcke recompense, indien den Meester compareert: Ende op dat dit ter kennisse come van eenen yeghelijcken, soo heeftmen bevolen<noinclude>{{rechts|desen}}</noinclude> pefbp1bblrdzuq1bsczowp206k0ge7r Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 018.djvu/5 104 86270 221202 2026-05-17T16:17:12Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221202 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|5}}</noinclude>desen Ban oft Edict te publiceren, Ghedaen inde Stadt Creutzenach, den 28. Ianuarij 1621. {{gap|6em}}{{larger|Was onderteeckent}} {{c|{{xxxx-larger|AMBROSIO SPINOLA.}}}} {{gap}}{{larger|Dit is Copije vanden Originelen {{sp|BA}}N, onderteeckent by sijne voorschreuen Excellentie, ende door zijn Ordre ghepubliceert.<br>Ghedaen vt suprà.}} {{rechts|{{xxx-larger|Coronue.}}|2em}} {{alinea|2em|-2em|Gheextraheert door ordre van mijn Heere den Auditeur Generael.}} {{rechts|{{xxx-larger|Preud’homme.}}|4em}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1620-10-20 CIRCA p 3 ornament.jpg|500px|center]] {{dhr}}<noinclude></noinclude> ff7lva9kq9obc6udor5taza8iik4wwd Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 018.djvu/6 104 86271 221203 2026-05-17T16:18:15Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221203 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|6}}</noinclude>{{dhr}} {{lijn}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 018 p 6 ornament.jpg|500px|center]] {{c|{{anker|art2}}{{larger|{{tt|Tijdinghe van den Rhijnstroom van 24. Ianuarij 1621.}}}}}} {{initiaal|D}}Ie Staten Soldaten van de nieuwe Schans diese noemen den Papen bril oft Muts, hebben ouer al die boomen aen de Weyden af ghehouwen, ende hebbense tot Fortificatie ghebruyckt aen die schansse, ende hebben veel duysent daelders schaede ghedaen aen de arme lieden.<br>{{anker|art2al2}}{{gap}}Daer-en-boven isser een Schip met Wijn gheladen van Bon comen, soo hebben die van de schants, het schip willen doen aen legghen, die van’t Schip meynden voor by te varen, soo hebben die van de Schants vier ghegeven ende t’schip doen aen leggen waer over de Schippers vraechden waerom datse naer hun schoten, ende dat den Rhijn-stroom vry was.<br>{{anker|art2al3}}{{gap}}Die van de Schants antwoorden datter niemant langs de Schansse en moecht varen, ende datse begheerden dat het schip soude vertollen, ende hebbent doen geuen ettelijcke Rijcx-Daelders, soo datse de schepen elck die met Wijn gheladen zijn doen geven 8. 10. 12. oft meer Gout-guldens.<noinclude>{{rechts|Van}}</noinclude> m9362e9p3as3jg38paa5hx70yptd4tq Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 018.djvu/7 104 86272 221204 2026-05-17T16:25:58Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221204 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|7}}</noinclude><br>{{anker|art2al4}}{{gap}}Van Ceulen zijn den 22. ditto 2. stucken geschuts ghevoert met beleijdinghe van 200. Soldaten van Dusseldorf, aen elck gheschut waren ghespannen elf peerden, men vermeynt sullen tot Bon blijuen.<br>{{anker|art2al5}}{{gap}}Men meynt tot Ceulen anders niet oft die vande schansse sullen ten lesten varen ghelijck ouer eenige iaeren die van Mullem by Ceulen hebben ghedaen de welcke meynden de stadt Ceulen daer mede te benauwen.<br>{{anker|art2al6}}{{gap}}Men verstaet als dat zijn Excellentie den Marquis Spinola heeft aen den Lant-graue van Hessen ontboden, ende hem ghetaxeert om op te brengen de somme van dry hondert duysent Rijcx-daelders, ende den Keyser te obedieren, Waer ouer den Lantgrave van Hessen heeft zijne Ghesanten ghesonden by de ghedeputeerde van zijn Excellentie den Marquis Spinola, de welcke nu tegenwoordigh zijn tot Binghen op den Rhijn, wat daer ghesloten oft ghetrackteert sal worden wiltmen met den eersten vernemen.<br>{{anker|art2al7}}{{gap}}De Stadt van Hanauw met het Landt is getaxeert om op te brenghen ouer de 43 duysent Rijckxdaelders, ende te leveren voor den Legher van den Marquis vijf duysent Malders Hauer oft graen, ende vier duysent voederen hoys, waer ouer zy veraccordeert zijn, ende hebbender alreets op beginnen te betalen.<noinclude></noinclude> 4nk5pk7xjkuilk0v9xvjlkhrefavy0c Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 018.djvu/8 104 86273 221205 2026-05-17T16:26:32Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221205 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|8}}</noinclude><br>{{anker|art2al8}}{{gap}}Die van Straesborch is gheeyscht om op te brenghen een groote somme van hondert duysenden Rijcxdaelders, ende te comen tot obediencie van de Keyserlijcke Majesteyt, waer ouer zy alreets beginnen te bieden, ende presenteren te geuen een Graef-schap, datse langhe onder haer ghebiedt ghehadt hebben, d’welck iaerlijcx wt brenght veel duysent Daelders.<br>{{anker|art2al9}}{{gap}}Die van Nurenborch sien heel slecht toe dencken dat oock op haer cap sal druypen, die hebben 300. Soldaten wt haere Vendelen ghesonden wt de stadt rontom op de dorpen, om de rooverije te beletten die daer ontrent gheschiet. {{rechts|V.P.C.C.A.|4em}} {{c|{{sp|FINI}}S.}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> 8v8tt8aigk02lhoude2nmvl1yobngrb Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 18 0 86274 221206 2026-05-17T16:27:55Z Vincent Steenberg 280 nieuw 221206 wikitext text/x-wiki <pages index="Nieuwe Tijdinghen 1621 no 018.djvu" from=1 to=8 header=1 current="[''Nieuwe Tijdinghen''], Nummer 18, februari 1621" prev="[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 17|Nummer 17]]"/> [[Categorie:Nieuwe Tijdinghen, 1621]] hdteiy93ln9x6rwzydu3kkhn87uqgfo Index:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 021.djvu 106 86275 221208 2026-05-17T17:14:31Z Vincent Steenberg 280 nieuw 221208 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=boek |Taal=nl |wikidata= |Titel=Een nieu Liedeken vande wilde vogelen strijt, die sy onder een hebben, maer singhen Godt lof altijt, het gaet op de voys, willet wel onthouwen, van der Kettren voorstaender, Wilhelmus van Nassouwen |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar= |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1=1 /> |Opmerkingen=[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 21]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} nq677bzueowyblsr2aq9ewc8afaxx41 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 021.djvu/1 104 86276 221209 2026-05-17T17:14:59Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221209 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}} {{RH|{{gap}}{{tt|Februarius 1621.}}||21.{{gap}}}} {{lijn}} {{alinea|2em|-2em|{{x-larger|{{tt|Een nieu Liedeken vande wilde vogelen strijt,}}}}}} {{alinea|2em|-2em|{{x-larger|{{tt|Die sy onder een hebben, maer singhen Godt lof altijt,}}}}}} {{alinea|2em|-2em|{{x-larger|{{tt|Het gaet op de voys, willet wel onthouwen,}}}}}} {{alinea|2em|-2em|{{x-larger|{{tt|Van der Kettren voorstaender, VVilhelmus van Nassouwen.}}}}}} {{larger|{{tt|{{gap}}''Ghemaect door eenen Lief-hebber''<br>{{gap|4em}}''Godt wil hem verblijen'',<br>{{gap}}''Hy soect de bekeering’ van die gheen''<br>{{gap|4em}}''Die de waerheyt bestrijen''.}}}} {{c|Eerst ghedruckt in Februarius. 1621.}} {{lijn}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 021 p 1 stork.jpg|400px|center]] {{lijn}} {{c|T’Hantwerpen, By Abraham Verhoeuen, op de Lombaerde Veste, inde gulde Sonne.}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> ltdiy8apnr7hmh5nmqbv5sy1fyenc0n Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 021.djvu/2 104 86277 221210 2026-05-17T17:15:36Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221210 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|2}}</noinclude>{{dhr}} {{lijn}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1620-04-17 (circa) p 3 ornament.jpg|500px|center]] {{alinea|2em|-2em|{{anker|art1}}{{x-larger|{{tt|Een nieu Liedeken vande wilde vogelen strijt,}}}}}} {{alinea|2em|-2em|{{x-larger|{{tt|Die sy onder een hebben, maer singhen Godt lof altijt,}}}}}} {{alinea|2em|-2em|{{x-larger|{{tt|Het gaet op de voys, willet wel onthouwen,}}}}}} {{alinea|2em|-2em|{{x-larger|{{tt|Van der Kettren voorstaender, VVilhelmus van Nassouwen.}}}}}} {{initiaal|W}}Ilt inden gheest ontspringhen<br>En singht dit Liet plaisant<br>T’sal v wat vremts by bringhen,<br>Scherpt daer in v verstant,<br>Oorlogh is op gheresen,<br>Onder die voghelen saen,<br>Teghen den Arent ghepresen,<br>Maer sal haer wederstaen.<noinclude>{{rechts|Van}}</noinclude> a5isew7emfqd2vi0bnbk8fc3zuww8y3 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 021.djvu/3 104 86278 221211 2026-05-17T17:16:08Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221211 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|3}}</noinclude><br>{{gap}}Van d’Bemer-wouts ghevoghelt,<br>Is d’oorlogh eerst begost,<br>Sy waren met nijt ghevloghelt,<br>En met rebelli ghedost,<br>Haer becken ginghen zy scherpen,<br>Teghen den Arent koen,<br>Nae keus sy hem verwerpen,<br>Van d’Bemers wout seer groen.<br>{{gap}}Den Arent heeft ghecreghen,<br>Den keus om Keyser te zijn,<br>Die Meeuwen vreesden daer teghen,<br>Voor onweer op den Rijn,<br>Sy hebben haer boden ghesonden,<br>Seer neerstigh ouer al,<br>Om haer vrienden te verconden,<br>Haer aenstaende misval.<br>{{gap}}Die Meeuwen licht van pluymen,<br>Vreesden voor onghemack,<br>Sy wouden sonder versuymen,<br>Bewaren t’Hollants lack,<br>Dus hebben sy met perswasi,<br>Den Oyvaer onbejaert,<br>Daer toe ghebracht helaci,<br>Dat hy d’wout heeft aenvaert.<br>{{gap}}Sy dachten met verschromen,<br>Waert dat den Arent stout,<noinclude>{{rechts|A ij{{gap|6em}}Possessi}}</noinclude> lgavcb0ws8yne6prvo6hmxlfenj3of5 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 021.djvu/4 104 86279 221212 2026-05-17T17:16:41Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221212 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|4}}</noinclude><br>Possessi had’ ghenomen,<br>Int Bemers wilde wout,<br>Sy souwen met al haer machten,<br>Gheen weerstant kunnen doen,<br>Dus deden zy sonder verwachten,<br>Den Oyeuaer derwaerts spoen.<br>{{gap}}Met haest is hy ghevloghen,<br>Naer d’Bemers Wouts ghewest,<br>En heeft om eer te ploghen,<br>Verlaten zijnen nest,<br>Hy is Coninck ghecoren,<br>Van voghelen ongheacht,<br>Die hem noch sullen verschoren,<br>Qualijck is hy bedacht.<br>{{gap}}Sy hebben ghemaeckt verbonden,<br>En vast accoorden siet,<br>Om den Edelen Arent in gronden,<br>Tesmijten, dit bespiet,<br>Den Specht met die Nacht-ulen,<br>Rauen en Roecken met,<br>En willen voordaen meer schuylen,<br>Onder zijn voglen net.<br>{{gap}}Den Koeck-Koeck hier beneuen,<br>D’accoort van weerden hout,<br>Den Putoir hier verheuen,<br>Stem roept wt d’lis benout,<noinclude>{{rechts|Helpt}}</noinclude> lmgqf5hkn1d358d44r9e7lg7jla3ytg Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 021.djvu/5 104 86280 221214 2026-05-17T17:17:17Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221214 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|5}}</noinclude><br>Helpt ras, dit zijn zijn losen<br>Den Oyvaer die ghy hebt,<br>Int Bemers Wout Coninck ghecosen,<br>Van vreesen hy ontschept.<br>{{gap}}Die hanen onweer craeyen,<br>Sy doruens niet bestaen,<br>Maer willen haer eerst beraeyen,<br>En sien hoet sal vergaen,<br>Die voghelkens cleyn van lijnen,<br>Singhen daer heel perplickt,<br>Ghy moet den Oyvaer verdrijuen,<br>Eer hy ons al op slickt.<br>{{gap}}Den Kieken-wou is gheweken,<br>Siet vanden Oyvaer,<br>Hy meynde met loose treken,<br>Hem meester te maken daer,<br>En vande wildernissen,<br>Die daer ligghen ontrent,<br>Maer den Sperwer sonder missen,<br>Dee hem wijcken ten eynt.<br>{{gap}}Die Rauen en de Roecken,<br>Hem meest daer hulpe bien,<br>Sperwers in eenighe hoecken,<br>En worden daer niet ghesien,<br>Maer blijuen den Arent ghetrouwen,<br>Met raet en al haer macht,<noinclude>{{rechts|A iij{{gap|6em}}Den}}</noinclude> suvwq1m0ei8725650744o2qega8kkvy Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 021.djvu/6 104 86281 221215 2026-05-17T17:17:52Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221215 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|6}}</noinclude><br>Den Valck met zijn scherpe clouwen,<br>Veel vyanden versmacht.<br>{{gap}}Den Craen wilt hem niet baren,<br>Te zijn des Oyvaers vrient,<br>Sijnen eedt wilt hy bewaren,<br>Die tot t’Rijcx weluaert dient,<br>den Struys wel van gheboorten,<br>Wilt niet meyneedich zijn,<br>Hy laet met zijn consorten,<br>den Oyvaer in pijn.<br>{{gap}}Den Griffoen is oock comen,<br>Ghevloghen int duytsche lant,<br>den Oyuaer mach wel schromen,<br>Voor zijnen beck picquant,<br>Hy compt om t’assisteren,<br>den Arent metter daet,<br>Teghens des Oyvaerts braueren,<br>Ghewelt en boosen haet.<br>{{gap}}Den Oyvaer met zijn machten,<br>die hy daer heeft int velt,<br>Met zijn Adrensche crachten,<br>En sullen met haer ghewelt,<br>den Arent niet ontrecken,<br>Sijn macht en Ouerheyt,<br>Maer sal zijn vleuglen wt strecken,<br>En wreken d’boose feyt.<noinclude>{{rechts|des}}</noinclude> muxgbt30gd93veh5qjbulmo8c7stsio Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 021.djvu/7 104 86282 221216 2026-05-17T17:18:32Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221216 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|7}}</noinclude><br>des Oyvaers Heerschappijen,<br>Sal hy brenghen in roet,<br>Sperwers aen alle zijen,<br>Bespringhen hem metter spoet,<br>Waer sal hy henen vlieghen,<br>den Griffoen hier op let,<br>Heeft zijnen Nest sonder lieghen,<br>Bycans al om beset.<br>{{gap}}Hy heeft in zijnen sinne,<br>Te suyueren sonder laet,<br>die Web der Coppespinne,<br>Wt d’Oyvaers nest seer quaet,<br>Hy sal {{SIC|siet|sien?}} sonder mincken,<br>den nest houwen voor buyt,<br>En d’eyren die vuyl stincken,<br>Sal hy daer worpen uyt.<br>{{gap}}den Griffoen sonder flouwen,<br>Sal thoonen forts en cracht,<br>dus wacht v voor zijn clouwen,<br>Ghy voghelen ongheacht,<br>Hy sal oock met verschricken,<br>die Meeuwen die daer zijn,<br>Wt d’Oyvaers nest verpicken,<br>Met zijnen beck ten fijn. {{c|{{tt|Prince.}}}} {{gap}}Ghy voghelen wilt cesseren,<noinclude>{{rechts|Te}}</noinclude> 0z7m5gtyibm9vuzg672uvmvdbn19gu2 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 021.djvu/8 104 86283 221218 2026-05-17T17:19:10Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221218 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|8}}</noinclude><br>Te maken meer ghecrijt,<br>den Arent sal triumpheren,<br>Behouden velt en strijt,<br>Zijn macht en haarschappije,<br>Sal hy houden t’is claer,<br>dus laet des oyvaers partije,<br>En volght den Arent naer. {{c|{{sp|FINI}}S.}} {{alinea|2em|-2em|{{x-larger|{{tt|VVat vvonder ist dat die voglen strijen onder een,}}}}}} {{alinea|2em|-2em|{{x-larger|{{tt|Den Mensch aen alle zyen, is ouer al te been,}}}}}} {{alinea|2em|-2em|{{x-larger|{{tt|Sy vvillen niet obedieren haer Ouerheyt soomen siet,}}}}}} {{alinea|2em|-2em|{{x-larger|{{tt|Noch gaen sy Godt blasphemeren, die voglen doen dat niet,}}}}}} {{alinea|2em|-2em|{{x-larger|{{tt|Daerom sal haer Godt met schand’ en oneeren}}}}}} {{alinea|2em|-2em|{{x-larger|{{tt|En met groote confusi den rugge doen keeren.}}}}}} {{rechts|V.P.C.C.A.|4em}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> kc5glnfokgf3jt0rykq0rh0gmyy9l6s Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 21 0 86284 221220 2026-05-17T17:21:34Z Vincent Steenberg 280 nieuw 221220 wikitext text/x-wiki <pages index="Nieuwe Tijdinghen 1621 no 021.djvu" from=1 to=8 header=1 current="[''Nieuwe Tijdinghen''], Nummer 21, februari 1621"/> [[Categorie:Nieuwe Tijdinghen, 1621]] o74vmzl6ia7xdh0czhrh3tsp2kempeg Index:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 023.djvu 106 86285 221245 2026-05-17T18:14:42Z Vincent Steenberg 280 nieuw 221245 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=boek |Taal=nl |wikidata= |Titel=Nieuwe Tijdinghe wt Italien ende Roomen, met de Namen der Cardinalen die daer ghemaeckt zijn van zijn Heylicheyt Paulus den vijfden. Noch van Venetien, Constantinopelen ende andere plaetsen |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar= |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1=1 /> |Opmerkingen=[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} rk68nv92t23o6ewoqxqbxxvcwz67070 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 023.djvu/1 104 86286 221247 2026-05-17T18:16:08Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221247 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}} {{RH|{{gap}}{{tt|Februarius 1621.}}||23.{{gap}}}} {{lijn}} {{c|Nieuwe Tijdinghe wt<br>{{xxx-larger|Italien ende Roomen,}}<br>met de Namen der Cardinalen die daer ghemaeckt zijn van zijn {{tt|Heylicheyt Paulus}} den vijfden.}} {{c|{{larger|{{tt|Noch van Venetien, Constantinopelen ende andere plaetsen.}}}}}} {{c|Eerst ghedruckt den 26. Februarius, 1621.}} {{lijn}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 023 p 1 coat of arms of the Holy See.jpg|300px|center]] {{lijn}} {{c|T’Hantwerpen, By Abraham Verhoeuen, op de Lombaerde veste, inde gulde Sonne.}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> fjxsonydwkhw16me9k6pugt0niokrf5 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 023.djvu/2 104 86287 221248 2026-05-17T18:16:16Z Vincent Steenberg 280 /* Zonder tekst */ 221248 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="0" user="Vincent Steenberg" /></noinclude><noinclude></noinclude> k07t5xu51c1kp9mtbmu9ycj6wzmkyfu Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 023.djvu/3 104 86288 221249 2026-05-17T18:17:13Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221249 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|3}}</noinclude>{{dhr}} {{lijn}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1620-03-13 (1) vignet.jpg|500px|center]] {{lijn}} {{c|{{anker|art1}}{{x-larger|{{tt|Tydinghe vvt Venetien 1621.}}}}}} {{gap}}Van Genua hebben wy, dat aldaer vier galleyen wt Spagnien zijn in gecomen, die hebben den {{tt|Prince Philiberto}} met eenighe Ridders mede gebrocht, ende zijn tot {{tt|Nizo}} aen Landt ghesedt, ende voordts naer {{tt|Turino}} ghetrocken, ende hy brenght voor sijnen Heer Vader 700. duysent Croonen, van weghen den {{tt|Coninck}} van {{tt|Spagnien}} ende 300. duysent croonen in Juweelen, ende voor sijnen Heer Broeder den {{tt|Cardinael}} 100 duysent croonen iaerlijck pensioen, op dat hy tot Roomen soude resideren, ende de protexie van de Croone van Spagnien soude aenveerden.<br>{{anker|art1al2}}{{gap}}Den {{tt|Prince Tomaso}} soude een goet gouuernement ghegeuen worden, ende den {{tt|Prince Philibert Vice Roy}} in {{tt|Cicillia}} ende {{tt|Vicarius}} in {{tt|Italien}}.<br>{{anker|art1al3}}{{gap}}Men verstaet daer soude oock een houwelijck<noinclude>{{rechts|A ij{{gap|6em}}met}}</noinclude> siorwb6nzu55zxrcofnclffpaourq9f Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 023.djvu/4 104 86289 221250 2026-05-17T18:18:20Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221250 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|4}}</noinclude>met des Keysers Sone ende de Dochter van Sauoyen gheraempt wesen, ende noch van een ander houwelijck in Hispanien.<br>{{anker|art1al4}}{{gap}}Den {{tt|Seigneur Giouan di Mula}}, is wederomme vertrocken wt de heerschappije van {{tt|Vicenza}}, ende heeft inde 8000. mannen ghemonstert, nochtans en sijnder niet meer als 2500. ghepasseert.<br>{{anker|art1al5}}{{gap}}Dese Heerschappije maecken noch daeghelijckx groote preparatie te orloghen, hebben {{tt|Graef Lodevvijck}} van Loeuensteyn patenten verleent om 3000. mannen te voete ende 500. peerden op te nemen, ende daer sijn sommighe Nederlantsche schepen gesequestreert sullen ghemonteert worden, ende totte armada ghesonden worden. {{c|{{anker|art2}}{{x-larger|{{tt|Tydinghe vvt Roomen.}}}}}} {{c|{{larger|{{tt|Cardinalen ghemaeckt door den Heylighen Vader Paulus den vijfden.}}}}}} {{gap}}1. Den Grave van {{tt|Hooghenzolre}} Hooch-Duyts.<br>{{anker|art2al2}}{{gap}}2. Den Sone vanden {{tt|Marquis Spinola,}} Genevois.<br>{{anker|art2al3}}{{gap}}3. Den Sone vanden {{tt|Hertoch D’Espernon,}} Fransoys.<noinclude>{{rechts|4. {{tt|Vallier-}}}}</noinclude> rbxdu45w9l3n7cxicxcdwh65ojacj2v Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 023.djvu/5 104 86290 221252 2026-05-17T18:19:39Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221252 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|5}}</noinclude><br>{{anker|art2al4}}{{gap}}4. {{tt|Vallier,}} Edelman van {{tt|Venetia,}} Bisschop van {{tt|Candia.}}<br>{{anker|art2al5}}{{gap}}5. Den Doorluchtighen {{tt|Heere Senini,}} Romeyn {{tt|Legaet}} in Spagnien.<br>{{anker|art2al6}}{{gap}}6. Den Doorluchtighen {{tt|Heere Pignatelli,}} Romeyn.<br>{{anker|art2al7}}{{gap}}7. Den Doorluchtighen {{tt|Heere Gerardi,}} Romeyn {{tt|Auditor de Rota.}}<br>{{anker|art2al8}}{{gap}}8. Den Doorluchtighen {{tt|Heere Bentiuoglio,}} Legaet in Vranck-rijck {{tt|Bolonese.}}<br>{{anker|art2al9}}{{gap}}9. Den Doorluchtighen {{tt|Heere Rombi,}} Gouverneur van {{tt|Perugia}}, Venetiaen.<br>{{anker|art2al10}}{{gap}}10. Broeder {{tt|Desiderio Scaglioni,}} van {{tt|Bressa}} Prediker {{tt|Comissaris}} Generael van {{tt|D’Inquisitie.}} {{c|{{anker|art3}}{{tt|Wt Roomen.}}}} {{initiaal|V}}Oorders van Napeles hebben wy, dat den seluen {{tt|Vice Ree}} 4. Galleyen naer Genoua ghesonden heeft, om {{tt|Don Pedro de Lieua}} als Ghenerael vande Napolitaensche Galleyen, ouer te brenghen ende den selven auont waeren oock de resterende Galleyen met het over ghebleven Voet-volck, naer {{tt|Vado}} af ghevaren.<br>{{anker|art3al2}}{{gap}}Oock hadde den {{tt|Vice Ree}} zijnen Cosijn {{tt|Don Antonio Zappata}} gheordonneert, als {{tt|Vice Ree de Cattanzano.}}<noinclude>{{rechts|A iij{{gap|6em}}Inde}}</noinclude> sj1i84maccdf4w8xerpdt8lnfhrhwsx Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 023.djvu/6 104 86291 221253 2026-05-17T18:20:25Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221253 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|6}}</noinclude><br>{{anker|art3al3}}{{gap}}Inde selve See zijn oock twee schepen ghelaeden met laecken door tempeeste verdroncken.<br>{{anker|art3al4}}{{gap}}Binnen {{tt|Messina}} is tijdinghe ghecomen dat de Turcxsche Armade van {{tt|Biserta}} ende {{tt|Algieri}} is wt ghevaren teghens de Christenen, maer hebben door het quaet weder groote schaede geleden, ende sonder eenighe verrichtinghe te rugghe moeten keeren. {{c|{{anker|art4}}{{larger|{{tt|Wt Venetien int lest van Ianuarij 1621.}}}}}} {{gap}}Men verneempt alhier dat die {{tt|Vschochi}} wederomme op den Roove wt ghevaren zijn, ende hebben sommighe kleyne Venetiaensche Vassellen berooft.<br>{{anker|art4al2}}{{gap}}Van ghelijcken hebben wy van {{tt|Crema}} dat sommighe vande selve Inwoonders een getal van vruchten int ghebiet van {{tt|Briessa}} ende {{tt|Bergamasco}} inne ghekocht hebben, de welcke zijn gheabordeert van een partije Ruyters van {{tt|Milanen,}} ende hebbent al ghenomen met peerden ende wagens, maer de voerliedens hebben de vlucht ghenomen naer {{tt|Romano}} alwaer den {{tt|Illustriss. Donato Proueditor,}} ouer de Crouatische, ende Albanesche Ruyterije present was ende hem sulcx aenghedient werdt, heeft hunlieden stracx doen naer jaeghen, tot inden {{tt|Stado}} van {{tt|Milano}} ende hebben den Roof wederomme bekomen, ende veele ghevanghene mede ghebrocht.<br>{{anker|art4al3}}{{gap}}Tot {{tt|Chiauena}} hebben de Calvinisten een Conspiratie teghens de Catholijcken voor handen ghe-<noinclude>{{rechts|hadt}}</noinclude> 5da2704499u50q4o6qp7fr4w8bsxxr9 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 023.djvu/7 104 86292 221254 2026-05-17T18:21:18Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221254 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|7}}</noinclude>hadt, maer is ontdeckt gheweest, alsoo dat beyde de partijen inde wapenen teghens malkanderen ghestaen hebben.<br>{{anker|art4al4}}{{gap}}Van {{tt|Constantinopelen}} hebben wy dat de Keyserlijcke Ambassadeur hem grootelijckx beswaert heeft, ouer het innemen van de Fortresse {{tt|Waitzen,}} in Hungharijen, waer teghens hem den {{tt|Turckschen Keyser}} ontschuldicht, dat het selvighe soude gheschiedt zijn sonder zijnen wete ofte consente. <br>{{anker|art4al5}}{{gap}}Soo was oock den Ambassadeur van {{tt|Persien,}} van {{tt|Constantinopoli}} vertrocken, ende was vereert met veele Rijcke ende Costelijcke presenten.<br>{{anker|art4al6}}{{gap}}{{tt|Interim,}} wordgt aldaer de Prepratie ter Oorloghen (soo te Waeter als te Lande sterck vervolcht, ende men verstaet dat het teghens Polen, ende andere Christelijcke Princen soude ghedijen.<br>{{anker|art4al7}}{{gap}}Alhier is een Nederlantsch Schip, ghenaempt {{tt|S. Bartholomé,}} van {{tt|Cypro Girlando,}} ende {{tt|Alexandria,}} seer Rijckelijcken gheladen ghearriveert. {{c|{{anker|art5}}{{larger|{{tt|Van Venetien vanden 29. Ianuarij 1621.}}}}}} {{gap}}En vrydaghe is den {{tt|Illustrissimo Seigneur Pietro Querini}} ghecosen tot {{tt|Prouidor}} vanden {{tt|Lago di Garda,}} ende dese {{tt|Signoria}} hebben den {{tt|Maestranza}} vant {{tt|Arsenael}} belast inder haeste 20. kleyn Galleyen te monteren.<br>{{anker|art5al2}}{{gap}}De Brieven van {{tt|Milano}} melden, dat den selven<noinclude>{{rechts|Gou-}}</noinclude> di5v2q516vjb0suy6zo9r4tp2t89ob4 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 023.djvu/8 104 86293 221255 2026-05-17T18:22:02Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 221255 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|8}}</noinclude>Gouuerneur was vertrocken naer {{tt|Alexandria,}} om met den {{tt|Prince Philiberto}} te spreken, ende heeft den selven {{tt|Prince}} de Cauallerie te ghemoete gesonden, men seyt datse eenighe beslotene Brieven t’samen sullen openen, raeckende de {{tt|Veltolines,}} ende andere, ordre om in Italien wt te rechten.<br>{{anker|art5al3}}{{gap}}In {{tt|Svvitserlandt}} worden noch 1500. Soldaten voor de Catholijcken inde Grisonen op ghenomen.<br>{{anker|art5al4}}{{gap}}Van ghelijcken heeftmen in {{tt|Milanen}} ooc begost de Trommel te slaen, om de Regimenten in {{tt|Veltolino}} te verstercken, want veele daer van ghestorven, ende verloopen zijn.<br>{{anker|art5al5}}{{gap}}Van {{tt|Dalmatien}} hebben tijdinghe, hoe dat wt den {{tt|Porto di Celega}} 3. Barchen wel geladen, herwaerts vermeynden te comen ende zijn by den nacht vande {{tt|Vscochy}} onverhuts overvallen, ende hebben t’gelt mette beste Coopmanschappen daer wt ghenomen, hadden oock van te voren een {{tt|Frans}} Schipken komende van {{tt|Regusa}} berooft, also datse wel inde 12000 Florinen becomen hebben. {{rechts|V.P.C.C.A.|4em}} {{c|{{sp|FINI}}S.}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> nvm622gt9p7rf3y6i04520ejm0sidvg Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 23 0 86294 221256 2026-05-17T18:23:13Z Vincent Steenberg 280 nieuw 221256 wikitext text/x-wiki <pages index="Nieuwe Tijdinghen 1621 no 023.djvu" from=1 to=8 header=1 current="[''Nieuwe Tijdinghen''], Nummer 23, [vrijdag] 23 februari 1621" next="[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 24|Nummer 24]]"/> [[Categorie:Nieuwe Tijdinghen, 1621]] m7jsp2584k98bm9ca43s7p53hhefqky Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/320 104 86295 221259 2026-05-17T18:55:03Z Ben the Bear09 16243 /* Proefgelezen */ 221259 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Ben the Bear09" /></noinclude>{{X-larger|{{c|XXXII.}} {{c|EEN DAG IN HÄLSINGLAND.}}}} {{Lijn|5em}} {{c|EEN GROOT GROEN BLAD.}} Den volgenden dag reed de jongen over Hälsingland. Het lag daar beneden hem met nieuwe, lichtgroene loten aan de denneboomen, nieuw berkeloof aan de hagen, nieuw graan op de velde en pas opgekomen koren op de akkers. 't Was een hoog en bergachtig land, maar er midden door ging een breed en licht dal, en van daar uit liepen naar alle zijden andere dalen, sommige nauw en kort, andere breed en lang. "Dit land lijkt wel een blad," dacht de jongen. "Want het is zoo groen, en de dalen loopen erover, ongeveer op dezelfde manier als de nerven over een blad." 't Was een mooi land om te zien. De jongen zag er ook veel van, omdat de arend den ouden speelman Klement Larsson zocht, en in ieder dal naar hem uitkeek. Toen het tegen den morgen liep, kwam er leven en beweging op de boerenplaatsen. Een paar jonge meisjes, met ransels op den rug, liepen rond onder het vee. Een jongen met een langen stok in de hand, hield de schapen bij elkaar. Een kleine hond draafde rond tusschen de koeien door, en blafte tegen hen, die stooten wilden. De boer spande een paard voor een kar, en laadde die vol met botervaten, kaasvormen en allerlei levensmiddelen. De menschen lachten en neurieden. Zij en de dieren waren vroolijk alsof zij een recht prettigen dag verwachtten. Een poos later waren ze alle op weg naar de bosschen. Een van de meisjes ging vooraan, en lokte het vee met mooi helder roepen. De dieren liepen in een lange rij achter haar aan. De herdersjongen en zijn hond liepen heen en weer, om toe te zien dat geen enkel dier van den rechten weg afweek. 't Allerlaatste kwam de boer en zijn knecht. Ze liepen naast de kar, om te<noinclude></noinclude> d87vhghn2cqo6bfuhcmxulr5dibu5bc Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/321 104 86296 221260 2026-05-17T19:01:07Z Ben the Bear09 16243 /* Proefgelezen */ 221260 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Ben the Bear09" /></noinclude>zorgen, dat die niet omviel, want de weg, dien ze volgden, was maar een smal, steenig boschpad. De boeren in Hälsingland moesten de gewoonte hebben al hun vee op denzelfden dag naar de bosschen te zenden, of het kwam toevallig dit jaar zoo uit. Want de jongen zag de vroolijke optochten van menschen en vee uit ieder dal en uit iedere hoeve komen, het stille bosch intrekken en dat met leven vullen. Van uit de donkere diepten in 't bosch hoorde hij den heelen dag de herderinnen zingen, en het gebel van de koeklokjes. De meesten moesten lange en moeielijke wegen afleggen, en de jongen zag, hoe ze met groote moeite voorttrokken over de weeke moerassen, hoe ze omwegen moesten maken, om de door den wind afgebroken takken heen, en hoe 't dikwijls gebeurde, dat de karren tegen steenen stootten, en omvielen met alles, wt er op lag. Maar de menschen namen al die moeielijkheden op met luid gelach en vroolijkheid. Tegen den middag bereikten de wandelaars open plekken in 't bosch, waar een lage veestal en een paar grijze huisjes waren gebouwd. Toen de koeien op de plaats tusschen de huisjes kwamen, loeiden ze vroolijk, alsof ze die herkenden, en begonnen dadelijk te grazen van 't groene, sappige gras. De menschen droegen onder schertsen en juichen water en brandhout, en alles wat op de kar geladen was, in het grootste huis, en spoedig kwam er rook uit den schoorsteen. En toen zetten de veehoedsters, de herdersjongen en de volwassen knechts zich neer om een platten steen buiten, en begonnen te eten. Gorgo, de arend, geloofde vast, dat hij Klement Larsson zou vinden onder de menschen, die naar het bosch trokken. Zoodra hij een groep menschen zag, die naar de zomerweide trokken, daalde hij neer, en monsterde die met zijn scherpe oogen. Maar 't eene uur na het andere ging voorbij, zonder dat hij hem vond. Na veel rondzwerven kwam de arend tegen den avond aan een bergachtige en woeste streek, die ten oosten van het hoofddal lag. Weer zag hij een zomerweide beneden zich. De menschen en het vee waren al aangekomen. De knechts stonden brandhout te hakken, en de veehoedsters melkten de koeien. "Wie daar eens heen," zei Gorgo. "Nu geloof ik, dat we hem hebben." Hij daalde neer, en tot zijn groote verbazing zag de jongen, dat de arend gelijk had. Daar stond werkelijk de kleine Klement Larsson brandhout te hakken op de zomerweide. Gorgo daalde neer in het dichte bosch, niet ver van het huis. "Nu heb ik gedaan, wat ik op me genomen heb," zei hij, en beggo fier den kop achteruit. "Nu moet je probeeren met den<noinclude></noinclude> kp604f3q32m1kuefvwu0sotydqy74oa Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/322 104 86297 221261 2026-05-17T19:07:03Z Ben the Bear09 16243 /* Proefgelezen */ 221261 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Ben the Bear09" /></noinclude>man te spreken. Ik zal daar in dien dichten dennetop gaan zitten, en op je wachten." {{lijn|5em}} {{c|DE NIEUWJAARSNACHT VAN DE DIEREN.}} 't Werk op de zomerwei was afgeloopen en 't avondeten gebruikt, maar de menschen zaten nog te praten. 't Was lang geleden, dat ze op een zomernacht in het bosch waren geweest, en 't scheen, dat ze er niet toe konden komen te gaan slapen. 't Was helder dag, en de veehoedsters waren vlijtig bezig met haar handwerkjes, maar nu en dan hieven ze 't hoofd op, zagen 't bosch in, en lachten in zichzelf. "Ja, nu zijn we hier weer," zeiden ze, en het dorp zonk weg uit haar gedachten, en 't bosch omringde haar met zijn stillen vrede. Als ze er thuis op de hoeve aan dachten, dat ze den heelen zomer alleen in het bosch moesten wezen, konden ze bijna niet begrijpen, hoe ze dat uit moesten houden, maar zoodra ze op de zomerweide waren, voelden ze, dat ze hier toch haar besten tijd hadden. Van een paar zomerweiden in de nabijheid waren jonge meisjes en mannen gekomen, om hen te bezoeken, zoodat er vrij veel menschen waren, die in het gras voor de kamers waren gaan zitten, maar het gesprek wilde niet recht vlotten. De knechts zouden den volgenden dag weer naar huis gaan, en de meisjes gaven hun boodschappen mee, en droegen hun groeten op voor bekenden in 't dorp. Dat was ongeveer alles, wat er gezegd werd. Toen keek de oudste van de meisjes van haar werk op, en zei opgewekt: "We hoeven niet zoo stil te zijn hier op de zomerwei, want we hebben hier twee, die graag wat vertellen. De eene is Klement Larsson hier naast me, en de andere Bernhard van 't Sunnanmeer, die naar den Blacksberg staat te kijken. Nu dacht ik, dat we hun moesten vragen ons een geschiedenis te vertellen, en ik beloof aan hem, die ons 't meeste boeit, den halsdoek, dien ik hier bezig ben te naaien." Dat voorstel werd zeer toegejuicht. De twee, die tot dien wedstrijd werden opgeroepen, maakten natuurlijk eerste wat bezwaren, maar ze gaven gauw toe. Klement stelde voor, dat Bernhard beginnen zou, en die had er niets tegen. Hij kende Klement Larsson niet goed, maar hij vermoedde, dat die met een of ander oud verhaal van spoken en heksen zou aankomen, en daar hij wist, dat de menschen graag naar zoiets luisteren, scheen het hem 't verstandigste om iets dergelijks te kiezen.<noinclude></noinclude> 2jqfael69wlwh74m12tpt7qzxd4ph2n Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/323 104 86298 221262 2026-05-17T19:13:25Z Ben the Bear09 16243 /* Proefgelezen */ 221262 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Ben the Bear09" /></noinclude> "Honderden jaren geleden," begon hij. "gebeurde het, dat een proost hier in Delsbo op een oudejaarsavond midden door het dichte bosch reed. Hij was te paard met zijn pelsjas aan, en een bonten muts op, en op zijn zadelknop lag een zak, waarin hij den avondmaalsbeker, zijn boek en zijn toga had. Hij was bij een zieke gehaald, ver weg in een dorp in 't bosch, en had daar zitten praten, tot het laat op den avond was geworden. Nu was hij eindelijk op weg naar huis, maar hij dacht niet, dat hij voor lang na middernacht aan de pastorie zou komen. Toen hij nu op zijn paard moest rondzwerven, en niet rustig in bed mocht liggen, was hij blij, dat d enacht zoo goed was om buiten te zijn. 't Was zacht weer, de lucht was stil en de hemel betrokken. De volle maan gleed rond en groot achter de wolken voort, en gaf licht, al kon men haar zelf niet zien. Als dat beetje maneschijn er niet geweest was, zou hij moeite hebben gehad het pad te onderscheiden, want het was een strenge winter, en alles had dezelfde bruingrauwe tint. Dien nacht bereed de proost een paard, waar hij bizonder op gesteld was. 't Was sterk, volhardend, en bijna zoo verstandig als een mensch. Onder andere verstond het de kunst naar huis te komen van alle mogelijke plaatsen in de gemeente. Dat had de proost dikwijls opgemerkt, en hij vertrouwde daar zoo zeker op, dat hij nooit aan den weg dacht, als hij dat paard bereed. ZOo kwam hij ook nu aanrijden, in den grauwen nacht in 't wilde bosch, met de teugels los neerhangende, en zijn gedachten ver weg. De proost zat aan de preek te denken, die hij den volgenden dag zou houden, en aan nog veel anders bovendien, en het duurde vrij lang, eer hij op de gedachte kwam er eens op te letten, hoe ver hij al op den weg naar huis was. Toen hij eindelijk opkeek, en zag, dat het bosch nog even dicht om hem heen stond als aan 't begin van de reis, was hij heel verwonderd. Hij had nu al zoo lang gereden, dat hij aan 't bebouwde gedeelte van de gemeente moest zijn gekomen. 't Was in Delsbo zooals nu. De kerk en de pastorie, en alle groote hoeven en dorpen lagen in 't noorden van de gemeente om de Dellen heen, en in het zuiden waren alleen bosschen en bergen. Toen de proost zag, dat hij zich nog in het onbebouwde gedeelte bevond, wist hij dus, dat hij nog in 't zuiden van de gemeente was, en dat hij naar 't noorden moest om thuis te komen. Maar dat was juist wat hij vond, dat hij niet deed. Hij zag geen maan of sterren om zich naar te richten, maar hij hoorde tot de menschen, die de windstreken in het hoofd hebben, en hij had een terk gevoel, dat hij naar 't zuiden, en niet naar het noorden reed. 't Was zijn bedoeling zijn paard dadelijk te<noinclude></noinclude> pj733ojcnohl34hzhvjqh24j4mugca4 Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/324 104 86299 221265 2026-05-18T07:43:13Z Ben the Bear09 16243 /* Proefgelezen */ 221265 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Ben the Bear09" /></noinclude>keeren, maar hij bedacht zich. 't Paard was vroeger nooit verdwaald, en dat was het ook nu zeker niet. 't Was waarschijnlijker, dat hijzelf zich vergiste. Hij was met zijn gedachten ver weg geweest, en had niet op den weg gelet. En dus liet hij het paard in dezelfde richting voortgaan, en verzonk opnieuw in gepeins. Maar onmiddellijk daarna sloeg een groote tak zoo heftig tegen hem aan, dat hij bijna van zijn paard was gevallen. Toen begreep hij, dat hij opletten moest, waar hij gekomen was. Hij zag naar den grond, en merkte, dat hij over zacht mos reed, waar nog geen vastgetrapt pad was. 't Paard liep toch door, en toonde geen onzekerheid. Maar weer juist als te voren voelde de proost zich overtuigd, dat hij den verkeerden kant uitging. Toen aarzelde hij niet in te grijpen. Hij nam de teugels, dwong het paard om te keeren, en het gelukte hem ook, het naar het pad terug te brengen. Maar nauwelijks was het daar, of het maakte ene omweg, en liep opnieuw regelrecht het bosch in. De proost was er zoo zeker van, als 't maar kon, dat het paard verkeerd liep, maar nu het zoo hardnekkig was, dacht hij, dat het misschien een beter weg wilde zoeken, en dus liet hij het begaan. 't Paard redde zich best, al had het ook geen pad, dat het volgen kon. Als er een rotswand in den weg stond, klauterde hij naar boven, zoo lenig als een geit, en als hij er later weer af moest, zette hij de pooten bij elkaar, en sprong van de steile hellingen af. "Als hij maar thuiskomt voor kerktijd," dacht de proost. "Ik zou wel eens willen weten, wat mijn Delsbo-menschen wel zouden zeggen, als ik niet op tijd in de kerk kwam." Hij kreeg geen tijd om hier lang over te denken, want hij kwam al heel gauw op een plaats, die hij herkende. 't Was een klein boschmeertje, waar hij den vorigen zomer had liggen visschen. En nu zag hij, dat het was, zooals hij gevreesd had. Hij was diep in de boschstreek, en 't paard worstelde zich voort naar het zuidoosten. Het scheen zich werkelijk te hebben voorgenomen, hem zoo ver van de kerk en de pastorie te brengen, als 't maar mogelijk was. De proost ging snel uit het zadel, hij kon zich toch niet op die manier door zijn paard de wildernis in laten brengen. Hij moest naar huis, en nu het paard hardnekkig den verkeerden kant uitliep, besloot hij te voet te gaan, en 't paard te leiden, tot ze weêr op bekende wegen waren. Hij wond den teugel om den arm, en begon zijn wandeling. Dat was geen kleinigheid, door 't bosch te loopen met een zwaren pels, maar de proost was een sterk en gehard man, en niet bang voor inspanning.<noinclude></noinclude> 8hjp3seorr5sfh7mxopebf7ef0337z5 Pagina:Lagerlof, Niels Holgersson's Wonderbare Reis (1917).pdf/325 104 86300 221266 2026-05-18T07:49:43Z Ben the Bear09 16243 /* Proefgelezen */ 221266 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Ben the Bear09" /></noinclude> 't Paard gaf hem intusschen nieuwe zorgen. Het wilde niet meer, het zette de hoeven vast op den grond, en spartelde tegen. Toen werd de proost eindelijk boos. Hij sloeg dat paard nooit, en wilde dat ook nu niet doen. Hij wierp de teugels neer, en liep van het dier weg. "We moeten hier wel van elkaar gaan, nu jij je eigen weg wilt gaan," zei hij. Nauwlijks had hij een paar stappen gedaan, of het paard liep hem na, pakte hem voorzichtig bij de mouw van zijn jas, en trachtte hem tegen te houden. De proost keerde zich toen om, en zag het paard in de oogen, als om uit te vorschen, waarom het zich zoo wonderlijk gedroeg. Later kon de proost het niet best begrijpen, hoe het mogelijk geweest was, maar zeker is het, dat hij, hoe donker het ook was, het gezicht van het paard heel duidelijk zag, en er op kon lezen, alsof het dat van een mensch was. Hij begreep, dat het dier in vreeselijken angst en onrust was. Het sloeg een blik naar hem op, die smeekend en verwijtend was. "Ik heb je gediend, en dag aan dag gedaan, wat je wilde," scheen het te zeggen. "Zou je nu dezen éénen nacht niet met me meê kunnen gaan?" De proost werd aangedaan door dat smeeken in de oogen van het dier. 't Was duidelijk, dat het paard zijn hulp noodig had op een of andere manier, en daar hij een dapper man was, besloot hij dadelijk meê te gaan. Zonder verder aarzelen leidde hij het dier naar een steen, om weer op te kunnen stijgen. "Ga je gang maar," zei hij. "Ik zal je niet alleen laten, nu je me meê wilt hebben. Niemand zal van den proost in Delsbo kunnen zeggen, dat hij weigerde iemand te volgen, die in nood was." Van nu af liet hij het paard gaan, waarheen het wilde, en dacht er alleen aan, hoe hij in het zadel zou blijven zitten. 't Werd een gevaarlijke en moeilijke tocht, en 't ging bijna den heelen tijd naar boven. 't Bosch stond zoo dicht om hem heen, dat hij geen twee stappen voor zich uit kon zien, maar het kwam hem voor, dat ze een hoogen berg beklommen. Het paard werkte zich op langs steile hellingen. Als de predikant zelf de teugels had bestuurd, zou hij het nooit in de gedachten hebben gerkegen, een paard over zoo'n terrein te laten loopen. "Je ben toch zeker niet van plan naar de Blacksbergvlakte te gaan," zei de proost, en hij lachte daarbij zoowat, want hij wist, dat de Blacksbergvlakte een van de hoogste punten van Hälsingland was. Onder 't rijden begon de proost te merken, dat hij en 't paard niet de eenigen waren, die in den nacht op reis waren. Hij hoorde steenen rollen en takken kraken. Het klonk, alsof groote dieren<noinclude></noinclude> gzggqxb61a1umcyylmizl15pyn4sw8d