Wikisource nlwikisource https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina MediaWiki 1.47.0-wmf.7 first-letter Media Speciaal Overleg Gebruiker Overleg gebruiker Wikisource Overleg Wikisource Bestand Overleg bestand MediaWiki Overleg MediaWiki Sjabloon Overleg sjabloon Help Overleg help Categorie Overleg categorie Hoofdportaal Overleg hoofdportaal Auteur Overleg auteur Pagina Overleg pagina Index Overleg index TimedText TimedText talk Module Overleg module Event Event talk Pagina:Max Havelaar of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy (vyfde druk).djvu/282 104 42541 223500 202997 2026-06-22T10:40:49Z Raketsla 14830 /* Gevalideerd */ 223500 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Raketsla" />{{RH|left=|center=270|right=}}</noinclude>hem gezegd dat er te ''Batavia'' zooveel heeren waren die in ''bendies'' reden, en dat er dus misschien voor hem een dienst zou te vinden zyn als ''bendie''-jongen, waartoe men gewoonlyk iemand kiest, die nog jong is en onvolwassen, om niet door te veel zwaarte achter op het tweewielig rytuig, ’t evenwicht te breken. Er was, had men hem verzekerd, by goed gedrag veel te winnen in zoodanige bediening. Misschien zelfs zou hy op deze wyze binnen drie jaren geld kunnen oversparen, genoeg om twee buffels te koopen. Dit vooruitzicht lachte hem toe. Met fieren tred, zooals iemand gaat die groote zaken in den zin heeft, trad hy na ’t vertrek zyns vaders by ''Adinda'' binnen, en deelde haar zyn plan mede. — Denk eens, zeide hy, als ik wederkom zullen wy oud genoeg zyn om te trouwen, en we zullen twee buffels hebben! — Heel goed, ''Saïdjah!'' Ik wil gaarne met je trouwen als je terugkomt. Ik zal spinnen, en ''sarongs'' en ''slendangs'' weven, en ''batikken'', en heel vlytig zyn al dien tyd. — O, ik geloof je, ''Adinda!'' Maar…als ik je getrouwd vind? — ''Saïdjah'', je weet immers wel dat ik met niemand trouwen zal. Myn vader heeft me toegezegd aan uw vader. — En jyzelf? — Ik zal trouwen met u, wees daar zeker van! — Als ik terugkom, zal ik roepen in de verte… — Wie zal dat hooren, als we ryst stampen in ’t dorp? — Dat is waar. Maar ''Adinda''…o ja, dit is beter: wacht me by het ''djati''-bosch, onder den ''ketapan'' waar je my de ''melatti'' hebt gegeven. — Maar, ''Saïdjah'', hoe kan ik weten wanneer ik moet heengaan om je te wachten by den ''ketapan''? ''Saïdjah'' bedacht zich een oogenblik, en zeide: — Tel de manen. Ik zal uitblyven driemaal twaalf manen…deze maan rekent niet mee. Zie, ''Adinda'', kerf een streep in je rystblok by elke nieuwe maan. Als je driemaal twaalf strepen hebt ingesneden, zal ik den dag die dáárop<noinclude></noinclude> eahwbocswt2cs519q2o1wrdias4mazu Pagina:Max Havelaar of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy (vyfde druk).djvu/283 104 42542 223501 204477 2026-06-22T10:44:06Z Raketsla 14830 /* Gevalideerd */ 223501 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="Raketsla" />{{RH|left=|center=271|right=}}</noinclude>volgt, aankomen onder den ''ketapan''. Beloof je, dáár te zyn? — Ja, ''Saïdjah!'' Ik zal onder den ''ketapan'' by het djatibosch wezen als je terugkomt. Nu scheurde ''Saïdjah'' een strook van zyn blauwen hoofddoek, die zeer versleten was, en hy gaf dat stukje lynwaad aan ''Adinda'', dat ze ’t bewaren zou als een pand. En toen verliet hy haar en ''Badoer''. Hy liep vele dagen voort. Hy ging ''Rangkas-Betoeng'' voorby, dat nog niet de hoofdplaats was van ''Lebak'', en ''Waroeng-Goenoeng'' waar toen de adsistent-resident woonde, en den volgenden dag zag hy ''Pandeglang'' dat daar ligt als in een tuin. Weder een dag later kwam hy te ''Serang'' aan, en stond verbaasd over de pracht van zulke groote plaats met vele huizen, gebouwd van steen, en gedekt met roode pannen. ''Saïdjah'' had nooit zoo-iets gezien. Hy bleef daar een dag omdat hy vermoeid was, maar ’s nachts in de koelte ging hy verder, en kwam tot ''Tangerang'', den volgenden dag, voor nog de schaduw gedaald was tot zyn lippen, hoewel hy den grooten ''toedoeng'' droeg dien zyn vader hem had achtergelaten. Te ''Tangerang'' baadde hy zich in de rivier naby de overvaart, en hy rustte uit in ’t huis van een bekende zyns vaders, die hem wees hoe men stroohoeden vlecht, even als die van ''Manilla'' komen. {{Havelaar eindnoot|144}} Hy bleef daar een dag om dit te leeren, omdat hy bedacht hiermee later iets te kunnen verdienen, in-geval hy niet slagen mocht te ''Batavia''. Den volgenden dag tegen den avend toen ’t koel werd, bedankte hy zyn gastheer zeer, en ging verder. Zoodra ’t geheel donker was, opdat niemand het zien zou, haalde hy het blad tevoorschyn, waarin hy de ''melatti'' bewaarde, die ''Adinda'' hem gegeven had onder den ''ketapan''-boom. Want hy was bedroefd geworden omdat hy haar niet zien zou in zóó langen tyd. Den eersten dag, en ook den tweeden, had hy minder sterk gevoeld hoe alléén hy was, omdat zyn ziel geheel was {{hws|inge|ingenomen}}<noinclude></noinclude> ee02hlkw1aa67dx9hdnhywyvfq7pxxy Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Palts 100 45677 223459 223209 2026-06-21T13:38:18Z Vincent Steenberg 280 +bron 223459 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van de Palts | afbeelding = Ludwig III. von der Pfalz wird belehnt.jpg | alt = Koning Sigismund (links) bevestigt Lodewijk III (rechts, knielend) als leenman van de Plats, 1430 | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van de [[w:nl:Palts (streek)|Palts]], het Keurvorstendom Palts en het [[w:nl:Paltsgraafschap aan de Rijn|paltsgraafschap aan de Rijn]]. }} == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == === Ca. 1500-ca. 1648 === *Anoniem (21 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/21 augustus/VVt Ceulen, den 15. Augusti|‘VVt Ceulen, den 15. Augusti’, alinea 7]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 2. Februarij|‘Wt Weenen den 2. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/In de Pfalts|‘In de Pfalts staet alles in vorige terminis, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Een ander van den 21 dito|‘Een ander van den 21 dito. [= brief uit Keulen, 21 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. === Ca. 1648-ca. 1815 === ;Protestantenkwestie *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Regensburg den 25 February|‘Regensburg den 25 February’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Weenen den 10 January|‘Weenen den 10 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Heydelberg den 17 January|‘Heydelberg den 17 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. == Vorsten en leden van vorstenhuizen == === Ca. 1500-ca. 1648 === ;Elisabeth van de Palts (1618-1680) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘een dochter’). ;Elizabeth Stuart (1596-1662) *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Prage,den 2 October|‘VVt Prage,den 2 October’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art2al2|‘VVt VVeenen 7. October’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art2|‘Den 10. Ditto [= 10 november 1620] wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/Van Ceulen den 5 December|‘Van Ceulen den 5 December’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (29 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 15#art2|‘VVt Slesien in December 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Frederik V van de Palts *Anoniem ([15 november 1618]) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/15 november/VVt Ceulen den 10. November|‘VVt Ceulen den 10. November’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art6al2|‘Wt Praghe’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art7al2|‘Wt Praghe den xix. Januarij 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art8|‘Wt Praghe den xxvi. ditto. [= 26 januari 1620]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem ([ca. 20 februari] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 20 februari#art1al4|‘Wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (10 april 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/10 april#art3al6|‘Wt Praghe den xv. Meert 1620’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (19 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/19 mei (1)#art1al2|‘Wt Weenen den xxij. April 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem ([ca. 29 mei] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 29 mei#art4al4|‘Wt Weenen 4. Mey 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (21 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/21 augustus (2)#art2al4|‘Wt Praghe den 7. Augusti’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-7. *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Prage, den 4 dito|‘VVt Prage, den 4 dito. [= 4 september 1620]’, alinea 2-3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘den Koninc in Bohemen’). *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Praghe, den 7 dito|‘VVt Praghe, den 7 dito. [= 7 september 1620]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘hare Con. May.’). *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art4|‘Den 7. September wt Praghe’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art1al4|‘Wt Weenen den 9. September’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (7 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/7 oktober (2)#art3|‘Wt Praghe vanden 13. ditto. [= 13 september 1620]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (1)#art3|‘Wt Praghe’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (1)#art1al3|‘Wt VVeenen. den 1. October’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art2al2|‘VVt VVeenen 7. October’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (2)#art4|‘VVt Schlackenwalt in Bohemen’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5. *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (2)#art5|‘Noch wt Praghe van 28. October’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (1)#art6|‘VVt Eger van 13. Nouember, 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art3|‘VVt den Haghe den 20. Nouember’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art1al12|‘Geschreuen vvt den Beyerschen Velt-legher den 8. Nouember, ende vvt de Stadt Praghe den 9. Nouember 1620. ende den 10’, alinea 12]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art2|‘Den 10. Ditto [= 10 november 1620] wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Ambergh den 20. November, 1620|‘Wt Ambergh den 20. November, 1620’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Ausburgh den 21. dito|‘Wt Ausburgh den 21. dito. [= 21 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Eger den 23. dito|‘Wt Eger den 23. dito. [= 23 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (5 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 december (2)#art2|‘Naemen vande Protestante ende Ghevnieerde Princen van Duytslandt’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (9 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/9 december (1)#art2al26|‘Cort verhael vanden grooten Velt-slach gheschiet by de Conincklijcke Hooft-Stadt Praghe, ende vande veroueringhe der selver Stadt ende Casteele’, alinea 26]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-14 (vermeld als '''‘den Winter-Coninc’'''). *Anoniem (9 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/9 december (1)#art1|‘Tijdinghe wt Buddissin vanden 20. Nouembris Anno 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (11 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/11 december (1)#art6|‘VVt Amberg den 20. Nouember’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;8. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/Van Ceulen den 5 December|‘Van Ceulen den 5 December’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem ([ca. 14] december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 14 december#art4|‘Tijdinghe wt Amsterdam van 13. December’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8 (vermeld als '''‘Winter Conincxken’'''). *Anoniem (20 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 9#art2|‘Tijdinghe vvt der Slesien in December, 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 13#art2al4|‘VVT VVeenen vanden 6. Ianuarij, 1621’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (29 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 15#art2|‘VVt Slesien in December 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4. *Anoniem (29 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 15#art1|‘Met Tydinghe vvt VVeenen, den 6. Ianuary, 1621’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Prage, den 10. dito|‘VVt Prage, den 10. dito. [= 10 januari 1621]’, alinea 3 en 6]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Breslauw den 30. December|‘Wt Breslauw den 30. December’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 17#art2al6|‘Tijdinghe vvt Praghe vanden 12. Ianuarij, anno 1621’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 2. Februarij|‘Wt Weenen den 2. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/Wt Ceulen, den 20. dito|‘Wt Ceulen, den 20. dito. [= 20 februari 1621]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Heylbrun den 16. Februarij|‘Wt Heylbrun den 16. Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Sijne Conincklijcke Majesteyt van Bohemen verhoortmen|‘Sijne Conincklijcke Majesteyt van Bohemen verhoortmen dat tot Cel int Lant van Lunenburch soude geweest zijn, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Dresden den 20. dito|‘Wt Dresden den 20. dito. [= 20 februari 1621]’, alinea 5]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘de Coninck van Bohemen’). *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Hamburgh den 24, Februarij|‘Wt Hamburgh den 24, Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘de Coninck van Bohemen’). *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Heylbrun den 25. Februarij|‘Wt Heylbrun den 25. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘den Coninck van Bohemen’). *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Aughsburgh den 3. Martij|‘Wt Aughsburgh den 3. Martij’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘de Boheemsche Coninck’). *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Vele vande Suite van syne Majesteyt van Bohemen|‘Vele vande Suite van syne Majesteyt van Bohemen zijn door Amsterdam […] ghepasseert, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], p.&nbsp;2]. *Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/Syne Majesteyt van Bohemen|‘Syne Majesteyt van Bohemen, met de Coninginne […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Ferdinandus II (1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/De Rom. Keys. Majesteyt Ferdinandi II. Monotorial Mandaten|''De Rom. Keys. Majesteyt Ferdinandi II. Monotorial Mandaten, Aen de Cheur Pfaltz, Nopende de quitteringhe ende Ruyminghe vant’ Coninck-rijck Bohemen, mette Gheincorporeerde Landen''. […]]], Hantwerpen: Abraham Verhoeven. ;Frederik V van de Palts; Mühlhausense vorstendag, 16-23 maart 1620 :[[Afbeelding:1rightarrow.png|15px]] Zie [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/17e eeuw/Mühlhausense Vorstendag, 1620]] ;Frederik V van de Palts; brief van Johan George I van Saksen, 9 augustus 1620 *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art3al3|‘Wt Franckfort’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Iohan George Hertoghe van Saxen ende Keurvorst (25 september 1620) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (3)|Copye vande Antwoorde geschreuen by den Keurvorst van Saxen, aenden Pfaltz-Graeff Jan, Stadt-houder tot Heydelberch]]'', T’Hantwerpen: By Abraham Verhoeven. ;Frederik V van de Palts; rijksban, januari 1621 *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 29#art1al5|‘Relaes vande groote victorie tot Westerhouen by Worms, ende van de nieuvve oprustinghe des Crijs-volck in Brabandt, Vlaenderen, Lorreynen, &c.’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 31#art1al4|‘VVt VVeenen vanden lesten Ianuarij. 1621’, alinea 4-7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-5. ;Frederik V van de Palts; hekeldichten *Anoniem (18 januari 1621) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 7|Postillioen vvtghesonden om te soecken den veriaegden Coninck van Praghe]]'', T’Hantwerpen: By Abraham Verhoeven. *Anoniem (januari 1621) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 8|Coninck feest vanden Palatin, Anno 1621]]'', T’Hantwerpen: by Abraham Verhoeven. *Anoniem (januari 1621) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 11|Den spieghel voor den Pfalts-Graeff, gheschreven wt Bohemen in de Stadt Prage]]'', T’Hantwerpen: by Abraham Verhoeven. ;Frederik Hendrik van de Palts (1614-1629) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den oudtsten sone’). ;Karel I Lodewijk van de Palts (1617-1680) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den tweeden sone’). ;Louise Juliana van Nassau (1576-1644) *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (2)#art1al9|‘Met tydinghe vvt Oppenheym vanden 18. September’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6 (vermeld als ‘de Oude Pals-Gravinne’). *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art3|‘Wt Heydelbergh den xx. September’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6 (vermeld als ‘die oude Palss-Gravinne’). *Anoniem ([ca. 3] november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 3 november#art2|‘Tijdinghe vant Legher van sijn Ex. Marquis Spinola den eersten Nouember, 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘de oude Pfalts Gravinne’). *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘sijn Grootmoeder’). ;Maurits van de Palts (1621-1652) *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (3 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 28#art4al6|‘Wt Praghe vanden 26. ditto. [= 26 januari 1621]’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. ;Ruprecht van de Palts (1619-1682) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den ioncxsten sone’). *Anoniem (19 september 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 38/Uyt Londen den 9 dito|‘Uyt Londen den 9 dito [= 9 september 1645]’, alinea 2]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘Prins Robert’). === Ca. 1648-ca. 1815 === ;Elisabeth Charlotte van de Palts (1652-1722) *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Franckfort den 28 February|‘Franckfort den 28 February’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Parijs den eersten Maert|‘Parijs den eersten Maert’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Johan Willem van de Palts (1658-1716) *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Weenen den 10 September|‘Weenen den 10 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/Ceulen den 25 July|‘Ceulen den 25 July’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (18 februari 1700) [[Amsterdamsche Courant/1700/Nummer 21/Luyk den 12 February|‘Luyk den 12 February’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Karel I Lodewijk van de Palts (1617-1680) *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Een ander van den 21 dito|‘Een ander van den 21 dito. [= brief uit Keulen, 21 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. ;Karel III Filips van de Palts (1661-1742) *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Weenen den 10 January|‘Weenen den 10 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] qmn9lbtvb3qrjokzp9nhsper26ukn2l 223470 223459 2026-06-21T15:43:32Z Vincent Steenberg 280 +bron 223470 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van de Palts | afbeelding = Ludwig III. von der Pfalz wird belehnt.jpg | alt = Koning Sigismund (links) bevestigt Lodewijk III (rechts, knielend) als leenman van de Plats, 1430 | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van de [[w:nl:Palts (streek)|Palts]], het Keurvorstendom Palts en het [[w:nl:Paltsgraafschap aan de Rijn|paltsgraafschap aan de Rijn]]. }} == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == === Ca. 1500-ca. 1648 === *Anoniem (21 augustus 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/21 augustus/VVt Ceulen, den 15. Augusti|‘VVt Ceulen, den 15. Augusti’, alinea 7]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 2. Februarij|‘Wt Weenen den 2. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/In de Pfalts|‘In de Pfalts staet alles in vorige terminis, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Een ander van den 21 dito|‘Een ander van den 21 dito. [= brief uit Keulen, 21 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. === Ca. 1648-ca. 1815 === ;Protestantenkwestie *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Regensburg den 25 February|‘Regensburg den 25 February’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Weenen den 10 January|‘Weenen den 10 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Heydelberg den 17 January|‘Heydelberg den 17 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. == Vorsten en leden van vorstenhuizen == === Ca. 1500-ca. 1648 === ;Elisabeth van de Palts (1618-1680) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘een dochter’). ;Elizabeth Stuart (1596-1662) *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Prage,den 2 October|‘VVt Prage,den 2 October’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art2al2|‘VVt VVeenen 7. October’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art2|‘Den 10. Ditto [= 10 november 1620] wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/Van Ceulen den 5 December|‘Van Ceulen den 5 December’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (29 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 15#art2|‘VVt Slesien in December 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Frederik V van de Palts *Anoniem ([15 november 1618]) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/15 november/VVt Ceulen den 10. November|‘VVt Ceulen den 10. November’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art6al2|‘Wt Praghe’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art7al2|‘Wt Praghe den xix. Januarij 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7. *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art8|‘Wt Praghe den xxvi. ditto. [= 26 januari 1620]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem ([ca. 20 februari] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 20 februari#art1al4|‘Wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (10 april 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/10 april#art3al6|‘Wt Praghe den xv. Meert 1620’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (19 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/19 mei (1)#art1al2|‘Wt Weenen den xxij. April 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6. *Anoniem ([ca. 29 mei] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 29 mei#art4al4|‘Wt Weenen 4. Mey 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (21 augustus 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/21 augustus (2)#art2al4|‘Wt Praghe den 7. Augusti’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-7. *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Prage, den 4 dito|‘VVt Prage, den 4 dito. [= 4 september 1620]’, alinea 2-3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘den Koninc in Bohemen’). *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Praghe, den 7 dito|‘VVt Praghe, den 7 dito. [= 7 september 1620]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (als ‘hare Con. May.’). *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art4|‘Den 7. September wt Praghe’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art1al4|‘Wt Weenen den 9. September’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (7 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/7 oktober (2)#art3|‘Wt Praghe vanden 13. ditto. [= 13 september 1620]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (1)#art3|‘Wt Praghe’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (1)#art1al3|‘Wt VVeenen. den 1. October’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (23 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 oktober (1)#art2al2|‘VVt VVeenen 7. October’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (2)#art4|‘VVt Schlackenwalt in Bohemen’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5. *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (2)#art5|‘Noch wt Praghe van 28. October’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (1)#art6|‘VVt Eger van 13. Nouember, 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (28 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 november#art3|‘VVt den Haghe den 20. Nouember’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art1al12|‘Geschreuen vvt den Beyerschen Velt-legher den 8. Nouember, ende vvt de Stadt Praghe den 9. Nouember 1620. ende den 10’, alinea 12]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (1 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/1 december#art2|‘Den 10. Ditto [= 10 november 1620] wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-10. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Ambergh den 20. November, 1620|‘Wt Ambergh den 20. November, 1620’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Ausburgh den 21. dito|‘Wt Ausburgh den 21. dito. [= 21 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Eger den 23. dito|‘Wt Eger den 23. dito. [= 23 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (5 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 december (2)#art2|‘Naemen vande Protestante ende Ghevnieerde Princen van Duytslandt’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (9 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/9 december (1)#art2al26|‘Cort verhael vanden grooten Velt-slach gheschiet by de Conincklijcke Hooft-Stadt Praghe, ende vande veroueringhe der selver Stadt ende Casteele’, alinea 26]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-14 (vermeld als '''‘den Winter-Coninc’'''). *Anoniem (9 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/9 december (1)#art1|‘Tijdinghe wt Buddissin vanden 20. Nouembris Anno 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (11 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/11 december (1)#art6|‘VVt Amberg den 20. Nouember’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;8. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/Van Ceulen den 5 December|‘Van Ceulen den 5 December’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem ([ca. 14] december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 14 december#art4|‘Tijdinghe wt Amsterdam van 13. December’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8 (vermeld als '''‘Winter Conincxken’'''). *Anoniem (20 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 9#art2|‘Tijdinghe vvt der Slesien in December, 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 13#art2al4|‘VVT VVeenen vanden 6. Ianuarij, 1621’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (29 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 15#art2|‘VVt Slesien in December 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4. *Anoniem (29 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 15#art1|‘Met Tydinghe vvt VVeenen, den 6. Ianuary, 1621’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Prage, den 10. dito|‘VVt Prage, den 10. dito. [= 10 januari 1621]’, alinea 3 en 6]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Breslauw den 30. December|‘Wt Breslauw den 30. December’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 17#art2al6|‘Tijdinghe vvt Praghe vanden 12. Ianuarij, anno 1621’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 2. Februarij|‘Wt Weenen den 2. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/Wt Ceulen, den 20. dito|‘Wt Ceulen, den 20. dito. [= 20 februari 1621]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Heylbrun den 16. Februarij|‘Wt Heylbrun den 16. Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Sijne Conincklijcke Majesteyt van Bohemen verhoortmen|‘Sijne Conincklijcke Majesteyt van Bohemen verhoortmen dat tot Cel int Lant van Lunenburch soude geweest zijn, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Dresden den 20. dito|‘Wt Dresden den 20. dito. [= 20 februari 1621]’, alinea 5]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘de Coninck van Bohemen’). *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Hamburgh den 24, Februarij|‘Wt Hamburgh den 24, Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘de Coninck van Bohemen’). *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Heylbrun den 25. Februarij|‘Wt Heylbrun den 25. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘den Coninck van Bohemen’). *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Aughsburgh den 3. Martij|‘Wt Aughsburgh den 3. Martij’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘de Boheemsche Coninck’). *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Vele vande Suite van syne Majesteyt van Bohemen|‘Vele vande Suite van syne Majesteyt van Bohemen zijn door Amsterdam […] ghepasseert, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], p.&nbsp;2]. *Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/Syne Majesteyt van Bohemen|‘Syne Majesteyt van Bohemen, met de Coninginne […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Ferdinandus II (1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/De Rom. Keys. Majesteyt Ferdinandi II. Monotorial Mandaten|''De Rom. Keys. Majesteyt Ferdinandi II. Monotorial Mandaten, Aen de Cheur Pfaltz, Nopende de quitteringhe ende Ruyminghe vant’ Coninck-rijck Bohemen, mette Gheincorporeerde Landen''. […]]], Hantwerpen: Abraham Verhoeven. ;Frederik V van de Palts; Mühlhausense vorstendag, 16-23 maart 1620 :[[Afbeelding:1rightarrow.png|15px]] Zie [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/17e eeuw/Mühlhausense Vorstendag, 1620]] ;Frederik V van de Palts; brief van Johan George I van Saksen, 9 augustus 1620 *Anoniem (25 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (2)#art3al3|‘Wt Franckfort’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Iohan George Hertoghe van Saxen ende Keurvorst (25 september 1620) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1620/25 september (3)|Copye vande Antwoorde geschreuen by den Keurvorst van Saxen, aenden Pfaltz-Graeff Jan, Stadt-houder tot Heydelberch]]'', T’Hantwerpen: By Abraham Verhoeven. ;Frederik V van de Palts; rijksban, januari 1621 *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 29#art1al5|‘Relaes vande groote victorie tot Westerhouen by Worms, ende van de nieuvve oprustinghe des Crijs-volck in Brabandt, Vlaenderen, Lorreynen, &c.’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 31#art1al4|‘VVt VVeenen vanden lesten Ianuarij. 1621’, alinea 4-7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-5. *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 31#art2al10|‘Tijdinghe vvt Weenen vanden 27. ditto. [= 27 januari 1621]’, alinea 10]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. ;Frederik V van de Palts; hekeldichten *Anoniem (18 januari 1621) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 7|Postillioen vvtghesonden om te soecken den veriaegden Coninck van Praghe]]'', T’Hantwerpen: By Abraham Verhoeven. *Anoniem (januari 1621) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 8|Coninck feest vanden Palatin, Anno 1621]]'', T’Hantwerpen: by Abraham Verhoeven. *Anoniem (januari 1621) ''[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 11|Den spieghel voor den Pfalts-Graeff, gheschreven wt Bohemen in de Stadt Prage]]'', T’Hantwerpen: by Abraham Verhoeven. ;Frederik Hendrik van de Palts (1614-1629) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den oudtsten sone’). ;Karel I Lodewijk van de Palts (1617-1680) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den tweeden sone’). ;Louise Juliana van Nassau (1576-1644) *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (2)#art1al9|‘Met tydinghe vvt Oppenheym vanden 18. September’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6 (vermeld als ‘de Oude Pals-Gravinne’). *Anoniem (2 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/2 oktober (1)#art3|‘Wt Heydelbergh den xx. September’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-6 (vermeld als ‘die oude Palss-Gravinne’). *Anoniem ([ca. 3] november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 3 november#art2|‘Tijdinghe vant Legher van sijn Ex. Marquis Spinola den eersten Nouember, 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘de oude Pfalts Gravinne’). *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘sijn Grootmoeder’). ;Maurits van de Palts (1621-1652) *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito|‘Wt Marcken Brandenburch, den 2. dito. [= 2 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (3 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 28#art4al6|‘Wt Praghe vanden 26. ditto. [= 26 januari 1621]’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. ;Ruprecht van de Palts (1619-1682) *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art4|‘VVt Londen den 9. Ianuarij’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7 (vermeld als ‘den ioncxsten sone’). *Anoniem (19 september 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 38/Uyt Londen den 9 dito|‘Uyt Londen den 9 dito [= 9 september 1645]’, alinea 2]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘Prins Robert’). === Ca. 1648-ca. 1815 === ;Elisabeth Charlotte van de Palts (1652-1722) *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Franckfort den 28 February|‘Franckfort den 28 February’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Parijs den eersten Maert|‘Parijs den eersten Maert’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Johan Willem van de Palts (1658-1716) *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Weenen den 10 September|‘Weenen den 10 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/Ceulen den 25 July|‘Ceulen den 25 July’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (18 februari 1700) [[Amsterdamsche Courant/1700/Nummer 21/Luyk den 12 February|‘Luyk den 12 February’]], ''Amsterdamse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Karel I Lodewijk van de Palts (1617-1680) *Anoniem (25 februari 1651) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1651/Nummer 8/Een ander van den 21 dito|‘Een ander van den 21 dito. [= brief uit Keulen, 21 februari 1651]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;2]. ;Karel III Filips van de Palts (1661-1742) *Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Weenen den 10 January|‘Weenen den 10 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;1]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] nykwzfn15iieuncxtwj88g48k4ygr1z Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Hohenlohe-Weikersheim 100 76309 223462 223212 2026-06-21T13:51:02Z Vincent Steenberg 280 +bron 223462 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van het graafschap Hohenlohe-Weikersheim | afbeelding = "Seit 200 Jahren lebt niemand mehr im Schloss". 23.jpg | alt = het Renaissanceslot in Weikersheim | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van het [[w:Graafschap Hohenlohe|graafschap Hohenlohe]]-Weikersheim }} == Vorsten en leden van vorstenhuizen == === 17e eeuw === ;Georg van Hohenlohe-Weikersheim (1569-1645) *Anoniem ([ca. 20 februari] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 20 februari#art3al4|‘Wt Praghe [2]’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7 (vermeld als ‘den Grave van Hollack’). *Anoniem (13 maart 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 maart (2)#art1al2|‘Met tijdinghe van Weenen den 19. Februarij’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5 (vermeld als ‘den Graef van Hollach’). *Anoniem (28 april 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 april#art1al2|‘Wt Prage den 1. April 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (5 juni 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 juni (2)#art2|‘Wt Praghe den 18. Mey 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Praghe, den 7 dito|‘VVt Praghe, den 7 dito. [= 7 september 1620]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de Grave van Holack’). *Anoniem (11 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/11 december (1)#art6|‘VVt Amberg den 20. Nouember’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;8. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 2. Februarij|‘Wt Weenen den 2. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Graef Fredrick van Hollack’). ;Georg von Hohenlohe-Weikersheim; Slag op de Witte Berg, 8 november 1620 :[[Afbeelding:1rightarrow.png|15px]] [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Tsjechië/17e eeuw/Slag op de Witte Berg]] ;Georg von Hohenlohe-Weikersheim; rijksban, januari 1621 *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 29#art1al5|‘Relaes vande groote victorie tot Westerhouen by Worms, ende van de nieuvve oprustinghe des Crijs-volck in Brabandt, Vlaenderen, Lorreynen, &c.’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 31#art1al4|‘VVt VVeenen vanden lesten Ianuarij. 1621’, alinea 4-7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-5 (vermeld als ‘Iorg Frederich van Hohenlœ’). [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] 78db189xyoxcsvmb8kvmqv3ax1mn7jb 223473 223462 2026-06-21T15:49:33Z Vincent Steenberg 280 +bron 223473 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van het graafschap Hohenlohe-Weikersheim | afbeelding = "Seit 200 Jahren lebt niemand mehr im Schloss". 23.jpg | alt = het Renaissanceslot in Weikersheim | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van het [[w:Graafschap Hohenlohe|graafschap Hohenlohe]]-Weikersheim }} == Vorsten en leden van vorstenhuizen == === 17e eeuw === ;Georg van Hohenlohe-Weikersheim (1569-1645) *Anoniem ([ca. 20 februari] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 20 februari#art3al4|‘Wt Praghe [2]’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7 (vermeld als ‘den Grave van Hollack’). *Anoniem (13 maart 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 maart (2)#art1al2|‘Met tijdinghe van Weenen den 19. Februarij’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5 (vermeld als ‘den Graef van Hollach’). *Anoniem (28 april 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/28 april#art1al2|‘Wt Prage den 1. April 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (5 juni 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 juni (2)#art2|‘Wt Praghe den 18. Mey 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Praghe, den 7 dito|‘VVt Praghe, den 7 dito. [= 7 september 1620]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘de Grave van Holack’). *Anoniem (11 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/11 december (1)#art6|‘VVt Amberg den 20. Nouember’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;8. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 2. Februarij|‘Wt Weenen den 2. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Graef Fredrick van Hollack’). ;Georg von Hohenlohe-Weikersheim; Slag op de Witte Berg, 8 november 1620 :[[Afbeelding:1rightarrow.png|15px]] [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Tsjechië/17e eeuw/Slag op de Witte Berg]] ;Georg von Hohenlohe-Weikersheim; rijksban, januari 1621 *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 29#art1al5|‘Relaes vande groote victorie tot Westerhouen by Worms, ende van de nieuvve oprustinghe des Crijs-volck in Brabandt, Vlaenderen, Lorreynen, &c.’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7. *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 31#art1al4|‘VVt VVeenen vanden lesten Ianuarij. 1621’, alinea 4-7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-5 (vermeld als ‘Iorg Frederich van Hohenlœ’). *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 31#art2al10|‘Tijdinghe vvt Weenen vanden 27. ditto. [= 27 januari 1621]’, alinea 10]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7 (vermeld als ‘de Grave van Hollach’). [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] 6ku9315fgw9fmidvoa2now96y9acq3v Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Mark Brandenburg 100 76950 223474 220034 2026-06-21T15:59:57Z Vincent Steenberg 280 +bron 223474 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van het mark&shy;graaf&shy;schap Bran&shy;den&shy;burg | afbeelding = Mark Brandenburg um 1618 auf heutige Ländergrenzen übertragen.png | alt = omvang van Brandenburg in 1618 vergeleken met de huidige grenzen | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van het [[w:nl:Mark Brandenburg|markgraafschap Brandenburg]]. }} == Vorsten en leden van vorstenhuizen == === Ca. 1500-ca. 1648 === ;Anna van Pruisen (1576-1625) *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 31#art4|‘Wt Stockholm vanden 12. Ianuarij. 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;8 (vermeld als ‘de Ceur-Vorstelijcke Brandenborchsche Weduwe’). ;Georg Willem van Brandenburg (1595-1640) *Anoniem ([ca. 22 juli] 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 22 juli#art1al11|‘Waerachtighe Tijdinghen wt Weenen den 29. Junio 1620’, alinea 11]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-8. ;Maria Eleonora van Brandenburg (1599-1655) *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 31#art4|‘Wt Stockholm vanden 12. Ianuarij. 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;8 (vermeld als ‘de Conincklijcke Bruyt’). === Ca. 1648-ca. 1815 === ;Frederik I van Pruisen (1657-1713) *Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/Berlyn den 22 July|‘Berlyn den 22 July’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘de Ceurvorst’). *Anoniem (23 september 1690) [[Amsterdamsche Courant/1690/23 september/Brussel den 20 September|‘Brussel den 20 September’]], ''Amsterdamse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘den Heer Keurvorst van Brandenburg’). ;Frederik Willem I van Brandenburg (1620-1688) *Anoniem (26 augustus 1656) [[Weeckelycke Courante van Europa/1656/Nummer 34/Konincks-berghen den 11 Augusti|‘Konincks-berghen den 11 Augusti’]], ''Weeckelycke Courante van Europa'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (9 november 1666) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1666/Nummer 45/Maeghdenburgh den 25 October|‘Maeghdenburgh den 25 October’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (30 oktober 1683) [[Opregte Haarlemsche Courant/1683/Zaterdageditie, nummer 44/Leypzich den 19 Octob.|‘Leypzich den 19 Octob.’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘den Ceurvorst van Brandenburg’). ;Sophie Charlotte van Hannover (1668-1705) *Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/Hamburg den 2 Maert|‘Hamburg den 2 Maert’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘de Ceurvorſtinne van Brandenburg’) ;Overige vorsten en leden van vorstenhuizen *[[Hoofdportaal:Geschiedenis/Tsjechië/Hertogdom Jägerndorf/Johan George van Brandenburg-Jägerndorf|Johan George van Brandenburg-Jägerndorf]] == Historische figuren == ;Danckelmann, Eberhard von (1643-1722) *Anoniem (30 november 1690) [[Opregte Haarlemsche Courant/1690/Donderdageditie, nummer 48/’s Gravenhage den 28 November|‘’s Gravenhage den 28 November’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Hoverbeck, Johann Dietrich von (1652-1714) *Anoniem (29 juli 1698) [[Amsterdamsche Courant/1698/Nummer 90/Warschau den 11 July|‘Warschau den 11 July’]], ''Amsterdamse Dingsdaegse Courant'', [p.&nbsp;2]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] s3um11g9d62seuby6bsadkazrud0blk Hoofdportaal:Geschiedenis/Tsjechië/Moravië 100 77387 223463 223192 2026-06-21T14:00:40Z Vincent Steenberg 280 +bron 223463 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van Moravië | afbeelding = Moravský zemský sněm.gif | alt = zittinBg van de Staten van Moravië in de 17e eeuw | beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van [[w:Moravië (regio)|Moravië]] }} == Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk == === 17e eeuw === ==== Boheemse Opstand ==== ;Verbeurdverklaring van kerkelijke goederen *Anoniem (15 februari 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/15 februari#art9al2|‘Wt Weenen’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (19 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/19 mei (1)#art3al3|‘Wt Praghe den 27. April’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. ;Inname van Mikulov, februari 1620 *Anoniem (13 maart 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 maart (2)#art1|‘Verhael vanden slach tegen de Boheemsche met tijdinghe van Weenen den 19. Februarij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5 (Mikulov vermeld als ‘Niclas-burg’). ;Inval van de kozakken in Moravië *Anoniem (8 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/8 mei (1)#art1al2|‘Gheschreuen wt weenen den viij. April’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (5 juni 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/5 juni (1)#art3|‘Uut Weenen den 19. Mey 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. ;Inval van Polen in Moravië *Anoniem (19 mei 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/19 mei (1)#art4|‘Wt Praghe den 1. Mey’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;8. ;Interne strijd *Anoniem (30 juli 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/30 juli (1)#art1|‘Wt Weenen met brieven van 8. Julio 1620. van diuersche plaetsen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. ;De plattelandsbevolking van Moravië vlucht in de steden en kastelen *Anoniem (7 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/7 oktober (2)#art2al5|‘Tijdinghe vt Weenen vanden 10. Sept. 1620’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. ;Vergadering van de Staten van Moravië, september 1620 *Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/VVt Praghe den 29. September|‘VVt Praghe den 29. September’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (1)#art3al3|‘Wt Praghe’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. ;Opstand in Moravië na de val van Praag, november 1620 *Anoniem (5 december 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/5 december/Wt Weenen den 15. dito|‘Wt Weenen den 15. dito. [= 15 november 1620]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/VVt VVeenen, den 22 November|‘VVt VVeenen, den 22 November’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (30 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/30 december (2)#art1|‘VVaerachtighe Tydinghe van Duytslant, ende hoe dat den Bethlehem Gabor de Croone van Hongarijen mede ghenomen heeft’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (8 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 1#art2|‘Andere Tydinghen vvt Weenen’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-5. *Anoniem (8 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 2#art3|‘Noch wt Praghe’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5. *Anoniem (januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 12#art3|‘VVt Weenen int lest van December. 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem (januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 13#art1|‘VVt Praghe in December. 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Brin in Moravien den 26. December|‘Wt Brin in Moravien den 26. December’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 februari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 februari/VVt Prage, den 9. dito|‘VVt Prage, den 9. dito. [= 9 februari 1621]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Brin in Moravien den 1, Februarij|‘Wt Brin in Moravien den 1, Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Inname van Jihlava *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 6#art3|‘VVt VVeenen vande voorleden maent 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. ;Overgave van Moravië na de Boheemse Opstand *Anoniem (8 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 1#art4|‘VVt VVeenen van den 2. Decembris, 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 6#art3|‘VVt VVeenen vande voorleden maent 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art1|‘VVt Norenberg den 6. Ianuarius Anno 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (25 januari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/25 januari/Wt Weenen den 3. Ianuarij|‘Wt Weenen den 3. Ianuarij’, alinea 4]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (25 januari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/25 januari/Wt Weenen den 6. Ianuarij|‘Wt Weenen den 6. Ianuarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem ([ca. 27] januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 14#art1|‘Wt VVeenen den 10. Ianuarij 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (29 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 15#art1|‘Met Tydinghe vvt VVeenen, den 6. Ianuary, 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt VVeenen, den 9. dito|‘VVt VVeenen, den 9. dito. [= 9 januari 1621]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/VVt Prage, den 10. dito|‘VVt Prage, den 10. dito. [= 10 januari 1621]’, alinea 5]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 17#art2|‘Tijdinghe vvt Praghe vanden 12. Ianuarij, anno 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem (1 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 maart/Wt Breslauw den 4, Februarij|‘Wt Breslauw den 4, Februarij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/Wt Weenen den 17. dito|‘Wt Weenen den 17. dito [= 17 februari 1621]’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Vredesonderhandelingen *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 24#art2al6|‘Wt Weenen vanden 17. Ianuarij 1621’, alinea 6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-6. *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 24#art3|‘Andere Tijdinghe vvt Weenen vanden 17. ditto. [= 17 januari 1621]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 25#art4al4|‘Wt Weenen vanden 20. Ianuarij’, alinea 4-6]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (3 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 26#art4|‘Wt Weenen van den 27. ditto. [= 27 januari 1621], alinea 2-4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (3 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 27#art3al5|‘Tijdinghe vvt Weenen’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (3 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 28#art1al11|‘Nieuvve Tydinghe vvt VVeenen’, alinea 11]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-4. *Anoniem (3 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 28#art3|‘Andere tijdinghe vvt Weenen vanden 14. Ianuarij 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;4-6. *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 31#art2al7|‘Tijdinghe vvt Weenen vanden 27. ditto. [= 27 januari 1621]’, alinea 7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. ;Betalingen van Moravië aan keizer Ferdinand II *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Lintz den 12. dito|‘Wt Lintz den 12. dito. [= 12 januari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (27 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/27 maart/Wt Weenen den 10. Martij|‘Wt Weenen den 10. Martij’, alinea 7]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Nasleep van de Boheemse opstand in Moravië *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Weenen den 24. Februarij|‘Wt Weenen den 24. Februarij’, alinea 7]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/VVt VVeenen, den 10. April|‘VVt VVeenen, den 10. April’, alinea 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 mei/VVt VVeenen den 21. April. 1621|‘VVt VVeenen den 21. April. 1621’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Vervolging van de Moravische opstandelingen *Anoniem (21 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/21 april/VVt VVeenen, den 7. April|‘VVt VVeenen, den 7. April’, alinea 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. ;Gevolgen van de Boheemse Opstand voor de burgerbevolking *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Praghe den 13. dito|‘Wt Praghe den 13. dito. [= 13 januari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. ;Inval van de Hongaren, eind maart/begin april 1621 *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Wt Breslauw den 11. Martij|‘Wt Breslauw den 11. Martij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. [[Categorie:Hoofdportaal geschiedenis]] pb2nsr1cil9i5r1kx6qir68e0480nv9 Hoofdportaal:Geschiedenis/Oudheid 100 82012 223498 222469 2026-06-22T09:57:19Z Vincent Steenberg 280 +bronnen 223498 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Oudheid | afbeelding = Rosetta Stone - front face - corrected image.jpg | alt = Steen van Rosetta | beschrijving = Bronnen bij de [[w:nl:Oudheid|oudheid]] }} == Algemeen == * Herodotus (1893-1895) [[Het verslag van mijn onderzoek|''Muzen'']], Amsterdam: [s.n.]. * Holm, Adolf, W. Deecke, W. Soltau (1897) ''Kulturgeschichte des klassischen Altertums'', Leipzig: P. Friesenhahn.<br>Aankondigingen en recensies: **B. (13 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 7/Kulturgeschichte des klassischen Altertums|‘Boekbesprekingen. Kulturgeschichte des klassischen Altertums. Leipzig Verlag von P. Friesenhahn’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 7, p.&nbsp;43-44. *Tiele, Cornelis Petrus (1893-1902) ''[[Geschiedenis van den godsdienst in de oudheid tot op Alexander den Groote]]'', Amsterdam: P.N. van Kampen. == Egypte == === Algemeen === ==== Tijdschriften en andere seriële publicaties ==== *Seyffarth, G. (1826-1834) ''Beiträge zur Kenntniss der Literatur, Kunst, Mythologie und Geschichte des alten Aegypten'', Leipzig: Barth.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (11 september 1826) [[Leydse Courant/1826/Nummer 109/Egyptische papyrus|‘Egyptische papyrus op de Koninklijke Boekery te Berlyn’]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ==== Egyptologen ==== ;Brugsch, Émile (1842-1930) *Anoniem (10 augustus 1881) [[De Standaard (Amsterdam)/Jaargang 10/Nummer 2879/De vondst in de Thebaansche Doodenstad|‘De vondst in de Thebaansche Doodenstad’]], ''De Standaard'', [p.&nbsp;1]. ;Carter, Howard (1874-1939) *Anoniem (2 juli 1943) [[Het Volk/Jaargang 44/Nummer 17669/Onmetelijke schatten borg het Dal der Koningsgraven|‘Onmetelijke schatten borg het Dal der Koningsgraven. Soldaten plunderden en roofden naar hartelust. Toet-anch-amons nederig graf. Zo vergaat ’s werelds glorie’]], ''Het Volk'', p.&nbsp;4D. ;Lythgoe, Albert (1868-1934) *Anoniem (22 april 1932) [[De Tijd/Jaargang 87/Nummer 26445/'t Rijk van Hatsjepsoet|‘'t Rijk van Hatsjepsoet. Egypte's onbekende schatten. 25 Jaar Expeditie’]], ''De Tijd'', tweede blad, p.&nbsp;6. ;Mariette, Auguste (1821-1881) *Anoniem (6 augustus 1859) [[De Curaçaosche Courant/Deel 47/Nummer 31/Te Caïro|‘Te Caïro (Egypte) houdt men zich zeer bezig met eene ontdekking van den heer Mariette. […]’]], ''De Curaçaosche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Montet, Pierre (1885-1966) *Anoniem (20 maart 1939) [[Nieuwsblad van het Zuiden/Jaargang 22/Nummer 7738/Egyptische grafkelder ontdekt|‘Egyptische grafkelder ontdekt. Een zuiver gouden sarcophaag’]], ''Nieuwsblad van het Zuiden'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. ;Petrie, William Flinders (1853-1942) *Anoniem (12 januari 1907) [[De Preanger-bode/Jaargang 12/Nummer 10/Opgravingsexpeditie|‘Een opgravingsexpeditie onder leiding van professor Petrie is onlangs naar den Sinaï vertrokken, […]’]], ''De Preanger-bode'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. ;Reisner, George Andrew (1867-1942) *Anoniem (15 maart 1927) [[De Grondwet (Holland, Michigan)/Jaargang 67/Nummer 35/Professor van Harvard|‘Professor van Harvard maakt vergeefsche reis’]], ''De Grondwet'', [p.&nbsp;1]. ;Winlock, Herbert (1884-1950) *Anoniem (22 april 1932) [[De Tijd/Jaargang 87/Nummer 26445/'t Rijk van Hatsjepsoet|‘'t Rijk van Hatsjepsoet. Egypte's onbekende schatten. 25 Jaar Expeditie’]], ''De Tijd'', tweede blad, p.&nbsp;6. === Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk === ==== Proto-dynastieke periode ==== *Anoniem (28 maart 1918) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 122/Nummer 86/Avond-uitgave/De oudste tijden van Egypte|‘De oudste tijden van Egypte’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', avond-uitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1]. ==== Nieuwe Rijk ==== ;Amarna-periode *K. (9 december 1923) [[Het Vaderland/Jaargang 55/9 december 1923/Een brokje Geschiedenis van Oud-Egypte|‘Een brokje Geschiedenis van Oud-Egypte’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad B, p.&nbsp;2. === Vorsten en leden van vorstenhuizen === ==== 1e synastie ==== ;Den (''fl''. ca. 2930-2910 v. C.) *Anoniem (28 maart 1918) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 122/Nummer 86/Avond-uitgave/De oudste tijden van Egypte|‘De oudste tijden van Egypte’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', avond-uitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Menes (''fl''. ca. 3032-3000 v. C.) *Anoniem (24 april 1912) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 99/Nummer 7916/Middaguitgave/Resultaat van opgravingen|‘Resultaat van opgravingen’]], ''Arnhemsche Courant'', middaguitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (28 maart 1918) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 122/Nummer 86/Avond-uitgave/De oudste tijden van Egypte|‘De oudste tijden van Egypte’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', avond-uitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Menas’). ;Narmer (''fl''. ca. 3100 v.C.) *Anoniem (24 april 1912) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 99/Nummer 7916/Middaguitgave/Resultaat van opgravingen|‘Resultaat van opgravingen’]], ''Arnhemsche Courant'', middaguitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (29 november 1917) [[Rotterdamsch Nieuwsblad/Jaargang 40/Nummer 12173/Een overwinningsbulletin uit de oudheid|‘Een overwinningsbulletin uit de oudheid’]], ''Rotterdamsch Nieuwsblad'', Letterkundig Bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (28 maart 1918) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 122/Nummer 86/Avond-uitgave/De oudste tijden van Egypte|‘De oudste tijden van Egypte’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', avond-uitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1]. *Eckenstein, Lina (december 1905) ‘The purpose and value of Ancient Egyptian Art’, ''The Burlington Magazine'', jrg. 8, nr. 33, p.&nbsp;164-172.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 december 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24654/Avondblad/Kunsttijdschriften|‘Kunsttijdschriften’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;11. ;Semerchet (''fl''. ca. 2890-2870 v.C.) *Anoniem (12 januari 1907) [[De Preanger-bode/Jaargang 12/Nummer 10/Opgravingsexpeditie|‘Een opgravingsexpeditie onder leiding van professor Petrie is onlangs naar den Sinaï vertrokken, […]’]], ''De Preanger-bode'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. *Anoniem (28 maart 1918) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 122/Nummer 86/Avond-uitgave/De oudste tijden van Egypte|‘De oudste tijden van Egypte’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', avond-uitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1]. ==== 2e dynastie ==== ;Chasechemoey (''fl''. ca. 2734-2707 v. C.) *Anoniem (28 maart 1918) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 122/Nummer 86/Avond-uitgave/De oudste tijden van Egypte|‘De oudste tijden van Egypte’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', avond-uitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Ka-sechem’). ;Nimaathapi (''fl''. 28e eeuw v.C.) *Anoniem (28 maart 1918) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 122/Nummer 86/Avond-uitgave/De oudste tijden van Egypte|‘De oudste tijden van Egypte’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', avond-uitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Nemat-hep’). ==== 3e dynastie ==== ;Sanacht (''fl''. ca. 2740-2720 v. C.) *Anoniem (12 januari 1907) [[De Preanger-bode/Jaargang 12/Nummer 10/Opgravingsexpeditie|‘Een opgravingsexpeditie onder leiding van professor Petrie is onlangs naar den Sinaï vertrokken, […]’]], ''De Preanger-bode'', tweede blad, [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘Sa-nekhet). ==== 4e dynastie ==== ;Chefren (''fl''. ca. 2558-2532 v. C.) *Anoniem (2 april 1973) ‘Op zoek naar farao's Khefrens' praalgraf. Piramide wordt „doorgelicht’ met kosmische muonenstraling’, ''Nederlands Dagblad'', p.&nbsp;4. ;Hetepheres I (''fl''. ca. 2600 v.C.) *Anoniem (15 maart 1927) [[De Grondwet (Holland, Michigan)/Jaargang 67/Nummer 35/Professor van Harvard|‘Professor van Harvard maakt vergeefsche reis’]], ''De Grondwet'', [p.&nbsp;1]. ;Snofroe (''fl''. ca. 2639-2604 v.C.) *Anoniem (12 januari 1907) [[De Preanger-bode/Jaargang 12/Nummer 10/Opgravingsexpeditie|‘Een opgravingsexpeditie onder leiding van professor Petrie is onlangs naar den Sinaï vertrokken, […]’]], ''De Preanger-bode'', tweede blad, [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘Sneferu’). *Anoniem (15 maart 1927) [[De Grondwet (Holland, Michigan)/Jaargang 67/Nummer 35/Professor van Harvard|‘Professor van Harvard maakt vergeefsche reis’]], ''De Grondwet'', [p.&nbsp;1]. ==== 17e dynastie ==== *Ta'a II (''fl''. ca. 1560-1555 v.C.) *Anoniem (10 augustus 1881) [[De Standaard (Amsterdam)/Jaargang 10/Nummer 2879/De vondst in de Thebaansche Doodenstad|‘De vondst in de Thebaansche Doodenstad’]], ''De Standaard'', [p.&nbsp;1] (Ta'a II vermeld als ‘Ras khonen (Ra Sekenen of Taa)’). ==== 18e dynastie ==== ;Achnaton (''fl''. ca. 1351-1333 v. C.) *Anoniem (18 oktober 1929) [[Nieuwe Vlaardingsche Courant/Jaargang 52/Nummer 5379/Ichnaton, een pacifist der oudheid|‘Ichnaton, een pacifist der oudheid’]], ''Nieuwe Vlaardingsche Courant'', derde blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (4 november 1938) [[De Telegraaf/Jaargang 46/Nummer 17322/Avondblad/Achnations reformatie|‘Achnations reformatie. Vooral uit de dwepende hymnen blijken de aard en zijn religiositeit. Red. van Dr. J.A. de Buck’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, vierde blad, p.&nbsp;7. *K. (9 december 1923) [[Het Vaderland/Jaargang 55/9 december 1923/Een brokje Geschiedenis van Oud-Egypte|‘Een brokje Geschiedenis van Oud-Egypte’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad B, p.&nbsp;2. ;Ahmose I (''fl''. ca. 1550-1525 v. C.) *Anoniem (10 augustus 1881) [[De Standaard (Amsterdam)/Jaargang 10/Nummer 2879/De vondst in de Thebaansche Doodenstad|‘De vondst in de Thebaansche Doodenstad’]], ''De Standaard'', [p.&nbsp;1] (Ahmose I vermeld als ‘Amosis of A’ahmes’). ;Ahmose-Nefertari *Anoniem (10 augustus 1881) [[De Standaard (Amsterdam)/Jaargang 10/Nummer 2879/De vondst in de Thebaansche Doodenstad|‘De vondst in de Thebaansche Doodenstad’]], ''De Standaard'', [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Ames Nofert’). ;Amenhotep I (''fl''. ca. 1525-1504 v. C.) *Anoniem (10 augustus 1881) [[De Standaard (Amsterdam)/Jaargang 10/Nummer 2879/De vondst in de Thebaansche Doodenstad|‘De vondst in de Thebaansche Doodenstad’]], ''De Standaard'', [p.&nbsp;1] (Amenhotep I vermeld als ‘Amenophis I’). ;Anchesenamon (''fl''. ca. 1319-1307 v.C.) *K. (9 december 1923) [[Het Vaderland/Jaargang 55/9 december 1923/Een brokje Geschiedenis van Oud-Egypte|‘Een brokje Geschiedenis van Oud-Egypte’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad B, p.&nbsp;2 (vermeld als ‘Anchsenpeaton’). ;Eje (''fl''. 1323-1319 v.C.) *K. (9 december 1923) [[Het Vaderland/Jaargang 55/9 december 1923/Een brokje Geschiedenis van Oud-Egypte|‘Een brokje Geschiedenis van Oud-Egypte’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad B, p.&nbsp;2 (vermeld als ‘Ay’). ;Hatsjepsoet (''fl''. ca. 1479-1458 v.C.) *Anoniem (12 januari 1907) [[De Preanger-bode/Jaargang 12/Nummer 10/Opgravingsexpeditie|‘Een opgravingsexpeditie onder leiding van professor Petrie is onlangs naar den Sinaï vertrokken, […]’]], ''De Preanger-bode'', tweede blad, [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘Hatshepaut’). *Anoniem (22 april 1932) [[De Tijd/Jaargang 87/Nummer 26445/'t Rijk van Hatsjepsoet|‘'t Rijk van Hatsjepsoet. Egypte's onbekende schatten. 25 Jaar Expeditie’]], ''De Tijd'', tweede blad, p.&nbsp;6. ;Horemheb (''fl''. ca. 1319-1307 v.C.) *K. (9 december 1923) [[Het Vaderland/Jaargang 55/9 december 1923/Een brokje Geschiedenis van Oud-Egypte|‘Een brokje Geschiedenis van Oud-Egypte’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad B, p.&nbsp;2. ;Smenchkare (''fl''. ca. 1337-1333) *Anoniem (18 oktober 1929) [[Nieuwe Vlaardingsche Courant/Jaargang 52/Nummer 5379/Ichnaton, een pacifist der oudheid|‘Ichnaton, een pacifist der oudheid’]], ''Nieuwe Vlaardingsche Courant'', derde blad, [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Smench-ka-rê’). ;Thoetmosis I *Anoniem (10 augustus 1881) [[De Standaard (Amsterdam)/Jaargang 10/Nummer 2879/De vondst in de Thebaansche Doodenstad|‘De vondst in de Thebaansche Doodenstad’]], ''De Standaard'', [p.&nbsp;1] (Thoetmosis I vermeld als ‘Tuthmes I’). ;Thoetmosis II *Anoniem (10 augustus 1881) [[De Standaard (Amsterdam)/Jaargang 10/Nummer 2879/De vondst in de Thebaansche Doodenstad|‘De vondst in de Thebaansche Doodenstad’]], ''De Standaard'', [p.&nbsp;1] (Thoetmosis II vermeld als ‘Tuthmes II’). ;Thoetmosis III (''fl''. ca. 1479-1425 v.C.) *Anoniem (10 augustus 1881) [[De Standaard (Amsterdam)/Jaargang 10/Nummer 2879/De vondst in de Thebaansche Doodenstad|‘De vondst in de Thebaansche Doodenstad’]], ''De Standaard'', [p.&nbsp;1] (Thoetmosis III vermeld als ‘Tuthmes III’). *Anoniem (12 januari 1907) [[De Preanger-bode/Jaargang 12/Nummer 10/Opgravingsexpeditie|‘Een opgravingsexpeditie onder leiding van professor Petrie is onlangs naar den Sinaï vertrokken, […]’]], ''De Preanger-bode'', tweede blad, [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘Falmtmes III’). ;Toetanchamon (ca. 1324-1323 v. C.) *Anoniem (18 oktober 1929) [[Nieuwe Vlaardingsche Courant/Jaargang 52/Nummer 5379/Ichnaton, een pacifist der oudheid|‘Ichnaton, een pacifist der oudheid’]], ''Nieuwe Vlaardingsche Courant'', derde blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (2 juli 1943) [[Het Volk/Jaargang 44/Nummer 17669/Onmetelijke schatten borg het Dal der Koningsgraven|‘Onmetelijke schatten borg het Dal der Koningsgraven. Soldaten plunderden en roofden naar hartelust. Toet-anch-amons nederig graf. Zo vergaat ’s werelds glorie’]], ''Het Volk'', p.&nbsp;4D. *K. (9 december 1923) [[Het Vaderland/Jaargang 55/9 december 1923/Een brokje Geschiedenis van Oud-Egypte|‘Een brokje Geschiedenis van Oud-Egypte’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad B, p.&nbsp;2. ==== 19e dynastie ==== ;Ramses I (''fl''. ca. 1292-1290 v.C.) *Anoniem (10 augustus 1881) [[De Standaard (Amsterdam)/Jaargang 10/Nummer 2879/De vondst in de Thebaansche Doodenstad|‘De vondst in de Thebaansche Doodenstad’]], ''De Standaard'', [p.&nbsp;1]. ;Ramses II (ca. 1300-1213 v.C.); Stele van Ramses II in Nahr el-Kalb in Libanon *Anoniem (21 augustus 1834) [[Bredasche Courant/1834/Nummer 198/Frankrijk|‘Frankrijk’]], ''Bredasche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Seti I (''fl''. ca. 1306-1290 v.C.) *Anoniem (10 augustus 1881) [[De Standaard (Amsterdam)/Jaargang 10/Nummer 2879/De vondst in de Thebaansche Doodenstad|‘De vondst in de Thebaansche Doodenstad’]], ''De Standaard'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (12 januari 1907) [[De Preanger-bode/Jaargang 12/Nummer 10/Opgravingsexpeditie|‘Een opgravingsexpeditie onder leiding van professor Petrie is onlangs naar den Sinaï vertrokken, […]’]], ''De Preanger-bode'', tweede blad, [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘Sety I’). ==== 21e dynastie ==== ;Psoesennes I (''fl''. ca. 1040-994 v.C.) *Anoniem (20 maart 1939) [[Nieuwsblad van het Zuiden/Jaargang 22/Nummer 7738/Egyptische grafkelder ontdekt|‘Egyptische grafkelder ontdekt. Een zuiver gouden sarcophaag’]], ''Nieuwsblad van het Zuiden'', tweede blad, [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘koning Pejsennes’). ==== Ptolemaeën ==== ;Cleopatra VII (69-30 v.C.) *Anoniem (16 augustus 1656) [[Weeckelycke Courante van Europa/1656/Nummer 34/T’Amsterdam by Jacob Benjamijn|‘T’Amsterdam by Jacob Benjamijn, in de Warmoes-straet, in de Druckery, wert uytgegeven […] [advertentie]’]], ''Weeckelycke Courante van Europa'', [p.&nbsp;2]. ;Ptomelaeus VI Philometor (ca. 191-145 v.C.) *Anoniem (11 september 1826) [[Leydse Courant/1826/Nummer 109/Egyptische papyrus|‘Egyptische papyrus op de Koninklijke Boekery te Berlyn’]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Ptolemaeus VIII Euergetes II (ca. 182-116 v.C.) *Anoniem (11 september 1826) [[Leydse Courant/1826/Nummer 109/Egyptische papyrus|‘Egyptische papyrus op de Koninklijke Boekery te Berlyn’]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;3] (vermeld als ‘Physcon’). === Historische figuren === ==== 18e dynastie ==== ;Joeja (''fl''. ca. 1390 v.C.) *Anoniem (18 oktober 1929) [[Nieuwe Vlaardingsche Courant/Jaargang 52/Nummer 5379/Ichnaton, een pacifist der oudheid|‘Ichnaton, een pacifist der oudheid’]], ''Nieuwe Vlaardingsche Courant'', derde blad, [p.&nbsp;1] (vermeld als ‘Joea’). ;Senenmoet (''fl''. 15e eeuw v.C.) *Anoniem (22 april 1932) [[De Tijd/Jaargang 87/Nummer 26445/'t Rijk van Hatsjepsoet|‘'t Rijk van Hatsjepsoet. Egypte's onbekende schatten. 25 Jaar Expeditie’]], ''De Tijd'', tweede blad, p.&nbsp;6 (vermeld als ‘Senmoet’). === Bijzondere onderwerpen === ;Mummies *Anoniem (17 januari 1662) [[Ordinarise Middel-weeckse Courante/1662/Nummer 3/Vyt Withal, den 4 dito|‘Vyt Withal, den 4 dito. [= 4 januari 1662]’]], ''Ordinarise Middel-weeckse Courante'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 juli 1748) [[Hollandsche Historische Courant/1748/Nummer 88/Edenburg den 8 Juli|‘Edenburg den 8 Juli’]], ''Hollandsche Historische Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Papyri *Anoniem (11 september 1826) [[Leydse Courant/1826/Nummer 109/Egyptische papyrus|‘Egyptische papyrus op de Koninklijke Boekery te Berlyn’]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;3]. *Anoniem (2 maart 1878) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/1878/Nummer 25/Voor het Louvre is aangekocht|‘Voor het museum van het Louvre te Parijs, is aangekocht en aldaar geplaatst een buitengewoon merkwaardige Egyptische papyrus […]’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', tweede blad, [p.&nbsp;1]. === Archeologische sites === ;Deir el-Bahari *Anoniem (22 april 1932) [[De Tijd/Jaargang 87/Nummer 26445/'t Rijk van Hatsjepsoet|‘'t Rijk van Hatsjepsoet. Egypte's onbekende schatten. 25 Jaar Expeditie’]], ''De Tijd'', tweede blad, p.&nbsp;6. ;Deir el-Bahari; graftombe TT320 *Anoniem (10 augustus 1881) [[De Standaard (Amsterdam)/Jaargang 10/Nummer 2879/De vondst in de Thebaansche Doodenstad|‘De vondst in de Thebaansche Doodenstad’]], ''De Standaard'', [p.&nbsp;1]. ;Dra' Abu el-Naga'; graftombe van koningin Ahhotep II *Anoniem (6 augustus 1859) [[De Curaçaosche Courant/Deel 47/Nummer 31/Te Caïro|‘Te Caïro (Egypte) houdt men zich zeer bezig met eene ontdekking van den heer Mariette. […]’]], ''De Curaçaosche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Giza; graftombe G 7000x (koningin Hetepheres I) *Anoniem (15 maart 1927) [[De Grondwet (Holland, Michigan)/Jaargang 67/Nummer 35/Professor van Harvard|‘Professor van Harvard maakt vergeefsche reis’]], ''De Grondwet'', [p.&nbsp;1]. ;Giza; piramide van Chefren *Anoniem (2 april 1973) ‘Op zoek naar farao's Khefrens' praalgraf. Piramide wordt „doorgelicht’ met kosmische muonenstraling’, ''Nederlands Dagblad'', p.&nbsp;4. ;Serabit el-Khadim *Anoniem (12 januari 1907) [[De Preanger-bode/Jaargang 12/Nummer 10/Opgravingsexpeditie|‘Een opgravingsexpeditie onder leiding van professor Petrie is onlangs naar den Sinaï vertrokken, […]’]], ''De Preanger-bode'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. ;Sjeik Abd el-Qurna *Anoniem (22 april 1932) [[De Tijd/Jaargang 87/Nummer 26445/'t Rijk van Hatsjepsoet|‘'t Rijk van Hatsjepsoet. Egypte's onbekende schatten. 25 Jaar Expeditie’]], ''De Tijd'', tweede blad, p.&nbsp;6. ;Tanis; koninklijke necropolis van Tanis *Anoniem (20 maart 1939) [[Nieuwsblad van het Zuiden/Jaargang 22/Nummer 7738/Egyptische grafkelder ontdekt|‘Egyptische grafkelder ontdekt. Een zuiver gouden sarcophaag’]], ''Nieuwsblad van het Zuiden'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. ;Tarchan (grafveld) *Anoniem (24 april 1912) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 99/Nummer 7916/Middaguitgave/Resultaat van opgravingen|‘Resultaat van opgravingen’]], ''Arnhemsche Courant'', middaguitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Vallei der Koningen *Anoniem (2 juli 1943) [[Het Volk/Jaargang 44/Nummer 17669/Onmetelijke schatten borg het Dal der Koningsgraven|‘Onmetelijke schatten borg het Dal der Koningsgraven. Soldaten plunderden en roofden naar hartelust. Toet-anch-amons nederig graf. Zo vergaat ’s werelds glorie’]], ''Het Volk'', p.&nbsp;4D. *Bemmelen, W. van (31 maart 1934) [[Soerabaijasch Handelsblad/Jaargang 82/Nummer 74/Naar de Egyptische Koningsgraven|‘Naar de Egyptische Koningsgraven. In blakerend licht en koele tunnels’]], ''Soerabaiasch-Handelsblad'', p.&nbsp;V-1. ;Wadi Maghareh *Anoniem (12 januari 1907) [[De Preanger-bode/Jaargang 12/Nummer 10/Opgravingsexpeditie|‘Een opgravingsexpeditie onder leiding van professor Petrie is onlangs naar den Sinaï vertrokken, […]’]], ''De Preanger-bode'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. == Sumerië - Babylonië - Assyrië == *Oppenheim, Max von (1931) ''Der Tell Halaf. Eine neue Kultur im ältesten Mesopotamien'', Leipzig: Brockhaus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 november 1931) [[De Telegraaf/Jaargang 39/Nummer 14809/Avondblad/Over boeken|‘Over boeken’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, vierde blad, p.&nbsp;13. *Woolley, C. Leonard, H.Th. Obbink, H.W. Obbink (1931) ''Ur der Chaldeeën, de stad van Abraham'', Utrecht: Bijleveld.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 november 1931) [[De Telegraaf/Jaargang 39/Nummer 14809/Avondblad/Over boeken|‘Over boeken’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, vierde blad, p.&nbsp;13. == Ilion (Troje) == ;Dörpfeld, Wilhelm (1853-1940) *Anoniem (22 december 1933) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 106/Nummer 34796/Avondblad/Wilhelm Dörpfelf|‘Wilhelm Dörpfelf. 1853 - 26 December - 1933’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. == Klassieke oudheid == === De Griekse wereld === * Xenophon ([1893]) ''[[De tocht van de Tienduizend|Xenophon's Anabasis, of Tocht van Cyrus]]'', Amsterdam: Van Looy. ;Dörpfeld, Wilhelm (1853-1940) *Anoniem (22 december 1933) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 106/Nummer 34796/Avondblad/Wilhelm Dörpfelf|‘Wilhelm Dörpfelf. 1853 - 26 December - 1933’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Perikles (ca. 495-429 v.Chr.) *Assen, C.J. van (1819) ''Perikles van Athene'', 's Gravenhage: Allart.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (13 september 1819) [[Leydse Courant/1819/Nummer 110/Bij de Wed. J. Allart en Comp.|‘Bij de Wed. J. Allart en Comp., te ’s Gravenhage, is van de Pers gekomen: […] [advertentie]’]], ''Leydse Courant'', [p.&nbsp;2]. === Het Romeinse Rijk === * Julius Caesar ([1894]) ''[[Commentarii de bello Gallico|Gedenkschriften van den Gallischen Oorlog]]'', Amsterdam: S.L. van Looy/H. Gerlings. * Livius, Titus (1650) ''De Romeynsche Historien ende Geschiedenissen'' […], t’Amsterdam: voor Gerrit Willemsz.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 oktober 1650) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1650/Nummer 43/t’Amsterdam by Gerrit Willemsz.|‘t’Amsterdam by Gerrit Willemsz. Boeck-verkooper inde nieuwe Gast-huys-Moolen-steegh, in’t Groot Kantoor-boeck, wort uytgegeven: […] [advertentie]’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;2]. * Lubach, D. (1854) [[Album der Natuur/1854/Planten van Pompeji, Lubach|‘De Planten van Pompeji’]], ''Album der Natuur'', jrg. 3, p.&nbsp;16-21. * Sallustius Crispus, Gaius, [[De samenzwering van Catilina]] * Sallustius Crispus, Gaius, [[Jugurtha]] * Stuart, M. (1794) ''[[Romeinsche Geschiedenissen]]'', te Amsterdam: by Johannes Allart. * Tacitus, Cajus Cornelius (1645) ''Vande ghedenkwaerdige geschiedenissen der Romeinen'', t’Amsterdam: By Ioost Hartgersz.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (19 september 1645) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1645/Nummer 38/’t Amsterdam, by Ioost Hartgers|‘’t Amsterdam, by Ioost Hartgers, Boek-verkooper inde Gast-huyssteeg, zijn gedruckt […] [advertentie]’]], ''Ordinaris Dingsdaegsche Courante'', [p.&nbsp;2]. ;Galerius (ca. 250-311) *Anoniem (1867) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 1/Nummer 5/Het oordeel Gods over een vervolger der kerk|‘Het oordeel Gods over een vervolger der kerk’]], ''De Katholieke Illustratie'', jrg. 1, nr. 5, p.&nbsp;39. ;Julius Agricola, Gnaeus (40-93 n.Chr.) *Tacitus (1828) ''Het leven van Julius Agricola'', Dordrecht: J. de Vos en comp.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/Departement van Binnenlandsche Zaken|‘Departement van Binnenlandsche Zaken [advertentie]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;3-4]. ;Marcus Antonius (83-30 v.C.) *Anoniem (16 augustus 1656) [[Weeckelycke Courante van Europa/1656/Nummer 34/T’Amsterdam by Jacob Benjamijn|‘T’Amsterdam by Jacob Benjamijn, in de Warmoes-straet, in de Druckery, wert uytgegeven […] [advertentie]’]], ''Weeckelycke Courante van Europa'', [p.&nbsp;2]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] a26pdwi76ki4thhcmjww7wkjclnufd3 Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/241 104 83982 223490 216423 2026-06-21T18:01:08Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 223490 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH|206|''Schouburgh der''|}}</noinclude>{{gedicht|''De weelde ontstak de liefde in Koning Davids ziel'', ''Toen Bathzeba hem van zyn dak zoo schoon beviel''. ''Dit baarde onkuisheit, die, terwyl zy streelt, al stil''. ''Bekoorb’re jongheit moord gelyk een Krokodil''. ''Straks zag men valsheit, en bedrog van dubblen aart'' ''Als twee gezusters tot bederf der ziel gepaart''. ''De drift aan ’t hollen, zet de deur tot doodslag open'': ''En acht geen prys te hoog om ’t overspel te koopen''. ''In ’t eind ontwaakt berouw, de rust vlied uit ’t geweten'': ''Maar vint vergiff’nis by Gods Richterstoel gezeten''. ''Een Engel straft den Vorst, om Gods getergden tooren''. ''Doch die regt boete doet, gaat niet geheel verloren''.}} {{gap}}Eindelyk lust ons nog een zyner zinrykste teekeningen (schoon wy ruim breed genoeg hebben uitgeweid) te verklaren; om de schilderjeugt, die op eigen vindingen toeleit, in diergelyk geval met een bekwaam denkbeelt te voorzien, alzoo by gebrek van dien de meeste misslagen in de Konst begaan worden; want het is haast wel gemaakt dat wel bedacht is.<br>{{gap}}Hy werd aangezocht, om van een groot stuk, ’t geen geplaatst zoude worden tegens den muur over de glazen van de Pleitkamer op ’t Stathuis van Amsterdam, een schets te maken, gelyk hy deed. In het midden van de teekening zit de {{sc|Waarheit}} die door den {{sc|Tyd}} ontdekt wort, nevens haar de {{sc|Onnozelheit}} door de Kindertjes, en {{sc|Lydzaamheit}} door ’t juk ver-<noinclude>{{rechts|beelt.}}</noinclude> 0wcs4r0r19xvj2s8s3luffhzxb4mpm7 Hoofdportaal:Geschiedenis/Tsjechië/17e eeuw/Executie op het Oude Stadsplein 100 85794 223464 223190 2026-06-21T14:01:39Z Vincent Steenberg 280 +bron 223464 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Executie op het Oude Stadsplein | afbeelding = Hinrichtung auf dem Altstädter Ring.JPG | alt = Gravure door Frans Hogenberg | beschrijving = Bronnen bij de [[w:Executie op het Oude Stadsplein in Praag|executie op het Oude Stadsplein in Praag]], 21 juni 1621 }} ;Secretaris Pavel Michna z Vacínova bezoekt keizer Ferdinand II in Wenen, december 1620 *Anoniem (januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 13#art1|‘VVt Praghe in December. 1620’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. ;Voorgenomen bezoek van de keizer aan Praag *Anoniem (februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 17#art2|‘Tijdinghe vvt Praghe vanden 12. Ianuarij, anno 1621’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem (1 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/1 februari/Wt Praghe den 13. dito|‘Wt Praghe den 13. dito. [= 13 januari 1621]’, alinea 2-3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 3. dito|‘Wt Weenen den 3. dito [= 3 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (3 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 26#art4al5|‘Wt Weenen van den 27. ditto. [= 27 januari 1621], alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (3 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 27#art3al7|‘Tijdinghe vvt Weenen’, alinea 7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-7. *Anoniem (3 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 28#art1al10|‘Nieuvve Tydinghe vvt VVeenen’, alinea 10]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-4. *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 31#art2al9|‘Tijdinghe vvt Weenen vanden 27. ditto. [= 27 januari 1621]’, alinea 9]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. ;Verzameling van brieven en documenten met betrekking tot de opstand *Anoniem (29 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 15#art4|‘Tijdinghe wt weenen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. ;Arrestatie van de opstandelingen *Anoniem (januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 13#art1|‘VVt Praghe in December. 1620’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-5. *Anoniem (februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 17#art2al4|‘Tijdinghe vvt Praghe vanden 12. Ianuarij, anno 1621’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem (15 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/15 maart/Wt Prage den 25. dito|‘Wt Prage den 25. dito. [= 25 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (20 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/20 maart/Wt Praghe den 2. Martij|‘Wt Praghe den 2. Martij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Herbegraving van Oldřich Kinský onder de galg *Anoniem (3 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 27#art1al7|‘VVt de Stadt VVarsouvv in het Coninckrijck van Polen’, alinea 7-8]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-4. ;Rechtszaak, maart-april 1621 *Anoniem (27 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/27 maart/Wt Praghe den 5. Martij, 1621|‘Wt Praghe den 5. Martij, 1621’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (27 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/27 maart/Wt Praghe den 9. Martij|‘Wt Praghe den 9. Martij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (27 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/27 maart/Wt Weenen den 10. Martij|‘Wt Weenen den 10. Martij’, alinea 5]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Wt Praghe den 16. Martij|‘Wt Praghe den 16. Martij’, alinea 2-3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/VVt Praghe den 24. dito|‘VVt Praghe den 24. dito. [= 24 maart 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Uitspraak tegen de overleden opstandelingen, maart 1621 *Anoniem (21 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/21 april/VVt Praghe, den 4 dito|‘VVt Praghe, den 4 dito. [= 4 april 1621]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. ;Vogelvrijverklaring van de gevluchte opstandelingen, 5 april 1621 *Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/VVt Praghe, den 9 dito|‘VVt Praghe, den 9 dito. [= 9 april 1621]’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] 215kssfne7wg1prtc6hx7quot6jh64o Hoofdportaal:Geschiedenis/Tsjechië/Hertogdom Jägerndorf/Johan George van Brandenburg-Jägerndorf 100 85795 223460 223210 2026-06-21T13:47:41Z Vincent Steenberg 280 +bron 223460 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Johan George van Brandenburg-Jägerndorf | afbeelding = Jg jäg.jpg | alt = Gravure door Matthäus Merian, 1662 | beschrijving = Bronnen bij [[w:Johan George van Brandenburg-Jägerndorf|Johan George van Brandenburg-Jägerndorf]] }} *Anoniem (23 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 september (2)#art1|‘Tijdinghe vvt Praghe, van 1. September’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (7 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/7 oktober (2)#art3al4|‘Wt Praghe vanden 13. ditto. [= 13 september 1620]’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6 (vermeld als ‘de Marcgrave’). *Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (1)#art3al7|‘Wt Praghe’, alinea 7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Prage,den 2 October|‘VVt Prage,den 2 October’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (11 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/11 december (1)#art5|‘Tijdinghe vvt Buddissin den 19 Nouember, 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/Van Ceulen den 5 December|‘Van Ceulen den 5 December’, alinea 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (30 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/30 december (2)#art1al5|‘VVaerachtighe Tydinghe van Duytslant, ende hoe dat den Bethlehem Gabor de Croone van Hongarijen mede ghenomen heeft’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art6|‘VVt Dresden in Saxenlandt den 4. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 2. Februarij|‘Wt Weenen den 2. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 6. dito|‘Wt Weenen den 6. dito. [= 6 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘de Marckgrave van Jagersdorp’). *Anoniem (20 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/20 maart/Wt Leypsich den 5. Martij|‘Wt Leypsich den 5. Martij’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘Die Marckgrave van Jaghersdorp’). *Anoniem (27 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/27 maart/Wt Berlin den 8. dito|‘Wt Berlin den 8. dito. [= 8 maart 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘Marckgraef Jan Georg’). *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Wt Lemburgh in Slesien den 18. dito|‘Wt Lemburgh in Slesien den 18. dito. [= 18 maart 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘die Marck-grave van Jagers Dorp’). *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/Wt VVeenen den 24. dito|‘Wt VVeenen den 24. dito. [= 24 maart 1621]’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘Jaghers-Dorp’). ;Jägerndorf bevindt zich met 4000 soldaten bij Bautzen, september 1620 *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Praghe, den 7 dito|‘VVt Praghe, den 7 dito. [= 7 september 1620]’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem ([20 september 1620]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/20 september/VVt Praghe den 8. September|‘VVt Praghe den 8. September’, alinea 6]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2] (vermeld als ‘de Marcgrave van Jagers-dorp’). ;Jägerndorf vertoont zich voor Bautzen, 4 november 1620 *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (1)#art3|‘VVt Buddissin den 5. Nouember 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. ;Dagvaarding van Jägerndorf door de keurvorst van Saksen, december 1620 *Anoniem (8 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 1#art3|‘Tydinghe wt Lausnitz in December, 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. ;Rijksban, januari 1621 *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 29#art1al5|‘Relaes vande groote victorie tot Westerhouen by Worms, ende van de nieuvve oprustinghe des Crijs-volck in Brabandt, Vlaenderen, Lorreynen, &c.’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7 (vermeld als ‘den Marquis van Legherdorff’). *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 31#art1al4|‘VVt VVeenen vanden lesten Ianuarij. 1621’, alinea 4-7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-5 (vermeld als ‘Marckgraef Hans George van Iagherendorp’). ;Jägerndorf verovert de stad Kłodzko in Silezië *Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/VVt Praghe, den 9 dito|‘VVt Praghe, den 9 dito. [= 9 april 1621]’, alinea 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. ;Jägerndorf verovert de stad Nies in Silezië *Anoniem (5 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 mei/VVt VVeenen den 21. April. 1621|‘VVt VVeenen den 21. April. 1621’, alinea 4]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Jägerndorf sluit zich aan bij Gabriël Bethlen *Anoniem (12 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/12 mei/Den Marck-Graef van Jaghers-Dorp|‘Den Marck-Graef van Jaghers-Dorp ende de Stenden […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (26 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/26 mei/Brieven uyt Franckenstein melden|‘Brieven uyt Franckenstein melden, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] sbjhxig4qt1smlyio78rgyqnou988nk 223472 223460 2026-06-21T15:46:56Z Vincent Steenberg 280 +bron 223472 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Johan George van Brandenburg-Jägerndorf | afbeelding = Jg jäg.jpg | alt = Gravure door Matthäus Merian, 1662 | beschrijving = Bronnen bij [[w:Johan George van Brandenburg-Jägerndorf|Johan George van Brandenburg-Jägerndorf]] }} *Anoniem (7 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/7 oktober (2)#art3al4|‘Wt Praghe vanden 13. ditto. [= 13 september 1620]’, alinea 4]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6 (vermeld als ‘de Marcgrave’). *Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (1)#art3al7|‘Wt Praghe’, alinea 7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. *Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Prage,den 2 October|‘VVt Prage,den 2 October’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (11 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/11 december (1)#art5|‘Tijdinghe vvt Buddissin den 19 Nouember, 1620’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;6-8. *Anoniem (12 december 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/12 december/Van Ceulen den 5 December|‘Van Ceulen den 5 December’, alinea 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (30 december 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/30 december (2)#art1al5|‘VVaerachtighe Tydinghe van Duytslant, ende hoe dat den Bethlehem Gabor de Croone van Hongarijen mede ghenomen heeft’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. *Anoniem (15 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 5#art6|‘VVt Dresden in Saxenlandt den 4. Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;7-8. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 2. Februarij|‘Wt Weenen den 2. Februarij’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. *Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/Wt Weenen den 6. dito|‘Wt Weenen den 6. dito. [= 6 februari 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2] (als ‘de Marckgrave van Jagersdorp’). *Anoniem (20 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/20 maart/Wt Leypsich den 5. Martij|‘Wt Leypsich den 5. Martij’, alinea 3]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘Die Marckgrave van Jaghersdorp’). *Anoniem (27 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/27 maart/Wt Berlin den 8. dito|‘Wt Berlin den 8. dito. [= 8 maart 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘Marckgraef Jan Georg’). *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 april/Wt Lemburgh in Slesien den 18. dito|‘Wt Lemburgh in Slesien den 18. dito. [= 18 maart 1621]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘die Marck-grave van Jagers Dorp’). *Anoniem (5 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/Wt VVeenen den 24. dito|‘Wt VVeenen den 24. dito. [= 24 maart 1621]’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1] (als ‘Jaghers-Dorp’). ;Jägerndorf bevindt zich met 4000 soldaten bij Bautzen, september 1620 *Anoniem (18 september 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/18 september/VVt Praghe, den 7 dito|‘VVt Praghe, den 7 dito. [= 7 september 1620]’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem ([20 september 1620]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/20 september/VVt Praghe den 8. September|‘VVt Praghe den 8. September’, alinea 6]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2] (vermeld als ‘de Marcgrave van Jagers-dorp’). *Anoniem (23 september 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/23 september (2)#art1|‘Tijdinghe vvt Praghe, van 1. September’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-4. ;Jägerndorf vertoont zich voor Bautzen, 4 november 1620 *Anoniem (20 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/20 november (1)#art3|‘VVt Buddissin den 5. Nouember 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. ;Dagvaarding van Jägerndorf door de keurvorst van Saksen, december 1620 *Anoniem (8 januari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 1#art3|‘Tydinghe wt Lausnitz in December, 1620’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-6. ;Rijksban, januari 1621 *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 29#art1al5|‘Relaes vande groote victorie tot Westerhouen by Worms, ende van de nieuvve oprustinghe des Crijs-volck in Brabandt, Vlaenderen, Lorreynen, &c.’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;3-7 (vermeld als ‘den Marquis van Legherdorff’). *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 31#art1al4|‘VVt VVeenen vanden lesten Ianuarij. 1621’, alinea 4-7]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;2-5 (vermeld als ‘Marckgraef Hans George van Iagherendorp’). *Anoniem (5 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 31#art2al10|‘Tijdinghe vvt Weenen vanden 27. ditto. [= 27 januari 1621]’, alinea 10]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p.&nbsp;5-7. ;Jägerndorf verovert de stad Kłodzko in Silezië *Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/VVt Praghe, den 9 dito|‘VVt Praghe, den 9 dito. [= 9 april 1621]’, alinea 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p.&nbsp;1-2]. ;Jägerndorf verovert de stad Nies in Silezië *Anoniem (5 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/5 mei/VVt VVeenen den 21. April. 1621|‘VVt VVeenen den 21. April. 1621’, alinea 4]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1]. ;Jägerndorf sluit zich aan bij Gabriël Bethlen *Anoniem (12 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/12 mei/Den Marck-Graef van Jaghers-Dorp|‘Den Marck-Graef van Jaghers-Dorp ende de Stenden […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. *Anoniem (26 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/26 mei/Brieven uyt Franckenstein melden|‘Brieven uyt Franckenstein melden, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;2]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]] gqo74vskt8hhukumycaq8i1jhy3dij9 Pagina:Leydse Courant 1826 no 109.pdf/3 104 86593 223499 222290 2026-06-22T09:58:37Z Vincent Steenberg 280 typo 223499 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude><section begin="s1"/>brengen, als het moeijelijk is eene eenige wel te bevatten, te bewijzen en die bewijzen met voldoende stukken te staven. Men wilde slechts deze ongezochte ontdekking, waarvan schaars een ander voorbeeld bekend is, kenbaar maken, daar nu juist de onderzoekingen over de aloude grafheuvels met den meesten ijver ondernomen, met niet mindere naauwkeurigheid en oplettendheid voortgezet worden. Men wilde slechts deze zeldzame verschijning, van welke schaars een gelijksoortig voorbeeld gevonden wordt, juist daarom bekend maken, omdat men tegenwoordig zoo bijzonder bezig is met het doen van navorschingen wegens grafheuvels. <br>{{gap}}Een beroemd Duitsch Hoogleeraar heeft aangemerkt, dat bij geenen middeleeuwschen dichter, eenige toespeling op deze gedenkstukken voorkomt; het toeval zal toch wel nu en dan, toen zoo wel als hedendaags, een lijkbus aan den dag gebragt hebben, want zij vergeten geenszins te gedenken aan het ter aarde bestellen van de doodkist. ''Uridano'' zegt: {{block center|''<poem> Ein hûes von siben vuezen Da kan man suhte buezen; Der vrîthof ist ein saelic wirt Dem manie gast zeteile wirt. </poem>''}} en geheel hiermede overeenkomstig, zoo dat men bemerkt dat het spreekwoordelijk gevonden is, drukt zich een minnezanger uit: {{c|''Unt entwist mir danne niht wan siben vueze lang''.}} {{lijn|4em}} <section end="s1"/> <section begin="s2"/>{{c|{{sp|REGTSGELEERDE COURAN}}T.}} {{gap}}Sedert eenige maanden is er in Frankrijk een nieuwe Courant uit gekomen, geheel uitsluitend voor de Regtbanken bestemd, onder den titel van ''GAZETTE DES TRIBUNAUX Journal de Jurisprudence et des Débats Judiciaires'', welke een beredeneerd verslag geeft van alle belangrijke zaken, welke voor de Regtbanken in alle instantien voorvallen; en de spoedige goede uitslag, welke deze onderneming geniet, heeft bij de ondernemers van dit tijdschrift het denkbeeld doen opkomen, om ook buitenlandsche Regtzaken, inzonderheid die in Groot-Brittannien voorkomen, aan hunne lezers mede te deelen, en eene zeer ijverige briefwisseling met Engelsche Regtsgeleerden, heeft hen reeds in staat gesteld, om ook de meest belangrijke Regtsgedingen uit dat Rijk mede te deelen. <br>{{gap}}Alles wat in de Regtszaken dienen kan, om de zeden en den staat der {{SIC|civilasitie|civilisatie}} te doen kenbaar worden, wordt in dit blad opgenomen; maar ook dit alleen, want om aan de wetenschap ingang te verschaften bij de Franschen, achten de schrijvers van dit tijdschrift het noodig hen te vermaken, want zeggen zij, wanneer men de aandacht der Franschen kan opwekken door hunne nieuwsgierigheid te prikkelen en hun iets te lagchen te geven, dan eerst mag men gegronde hoop voeden om vele en bestendige lezers te vinden. De schrijvers van deze Courant te Parijs zijn de Heeren Advokaten Mrs. ''Dupin, Hennequin, Barthe, Berryër, Mérithon, Berville, Isambert'', met een woord, alles wat te Parijs de Balie allermeest tot luister verstrekt, werkt mede om deze onderneming op de beste wijze te doen slagen. <br>{{gap}}In het nummer van den 23 Augustus l.l. vindt men, onder andere aanmerkelijke gevallen, het verbaal, van een’ moord, gepleegd aan een man, die zes vingers had. Assassinat d’un sexdigitai're''. <br>{{gap}}Het Hof van Assises te Montpellier, moest den 22 Augustus l.l. zich bezig houden met eene beschuldiging wegens gepleegden moord, welke in de daad van zeer bijzondere omstandigheden is vergezeld gegaan. <br>{{gap}}Een zeker Heer ''Bonino'', van Piemonteeschen afkomst, had zich, na in de Fransche legers gediend te hebben, met der woon nedergezet te Sussargues bij Montpellier; hij had twee stukken land gekocht, waarvan hij het vruchtgebruik bij zijn huwelijks-contract gegeven had aan de jonge dochter ''Carrat'', met welke hij ia staat van ''Concubinaat'' leefde. Zijn wettig huwelijk met haar was slechts vertraagd, doordien de familie-papieren niet regelmatig waren, met welke hij zich bezig hield om in orde te doen brengen. Plotseling, in het begin van 1823 verliet ''Bonino'' het land. Men meende dat hij naar Spanje, zoo als hij zulks reeds eenigen tijd te voren aangekondigd had, vertrokken was. Men zegt, dat de jonge dochter ''Carrat'' de eerste was, om dit gerucht te verwezenlijken. Men meende, dat de personen, die zij zelve aangaf, diegenen waren, welke met hem gereisd hadden. Twee jaren verliepen, en de ongelukkige ''Bonino'' was verloren. Nogtans de menschen, die, naar het zeggen van de jonge dochter ''Carrat'', hem naar ''Spanje'' hadden vergezeld, terug gekomen zijnde, gaven berigt dat zij hem noch aan deze noch aan geene zijde der ''Pyreneën'' gezien hadden. Men bespeurde toen, dat Juffr. ''Carrat'' in het huwelijk getreden was, zeven maanden nadat haren verloofden verdwenen was, met een’ zekeren Heer ''Baptiste Dimon''. Men verzamelde eenige berigten, die over dezen ''Dimon'' rond liepen, en, die haren oorsprong genomen hadden uit de gesprekken van eenige zijner kinderen. Men zeide dat ''Bonino'', ten dage zijner verdwijning, bij ''Dimon'' gedineerd had; dat na het middagmaal deze ''Dimon'' gezien was, wandelende naar een’ tuin, werwaards hij zich met ''Bonino'' begaf, en dat aldaar ''Dimon'', gebruik makende van den slaap van ''Bonino'', hem met eene spade een’ slag gegeven had op het hoofd, aldus vermoord had, en dat in den volgenden nacht, hij in den tuin zelve had kunnen begraven worden, waartoe de jonge dochter ''Carrat'' behulpzaam was geweest. <br>{{gap}}Deze geruchten bepaalden de Justitie, om een plaatselijk onderzoek te doen, en deze onderzoekingen werden begunstigd door de ontdekking van een dood ligchaam, of veeleer van een ''Skelet'', begraven in een deel van den tuin, alwaar hij zelfs twee jaren gelegen had. Dit lijk was dadelijk en wezenlijk dat van ''Bonino''. Men twijfelde echter, doch daar hij aan zijn’ linker hand en voet zes vingeren had, zoo werd ''die'' omstandigheid bewaarheid en de waarheid behield gelijk altijd de overhand. <br>{{gap}}De Franschen, die dit verhaal mededeelen, kennen de woorden niet, maar den zin wel van onzen hoofddichter {{asc|Catz}}: {{block center|''{{gedicht|Al ligt de waarheid in het stof Al wat haar dekt, dat moet er of!}}''}} {{lijn|3em}} <section end="s2"/> <section begin="s3"/>{{c|{{sp|EGYPTISCHE PAPYRUS}} {{smaller|{{sp|OP DE}}}} {{sp|KONINKLIJKE BOEKERY}} {{smaller|{{sp|TE}}}} ''{{sp|BERLY}}N.''}} {{gap}}Te Leipzig, bij ''Ambrosius Barth'', zijn twee zeer belangrijke werken in het licht gekomen van Professor ''Gustaaf Seyffarth'', het eene in het Latyn geschreven: ''Rudimenta Hieroglyphices'' of ''Grondbeginselen der Beeldschrift'', waarbij nog gevoegd zijn uitleggingen van beeldschriftelijke Proeven, een ''Glossarium'' en een ''Alphabet''. Het andere werk van denzelfden Hoogleeraar: ''Bijdragen tot de kennis der Litteratuur, Kunst, Mythologie en geschiedenis van het oude Egypte, met tafelen in steendruk''. Het eerste bandje van dit laatstgenoemde werk deelt aanmerkingen mede over den Egyptischen ''Papyrus'', op de Koninglijke Bibliotheek te Berlyn thans aanwezig. Deze ''Papyrus'' zijn in het geheel 57, vele van aanmerkelijke lengte; het zwarte kleursel is slechts hier en daar verbleekt, waar de pen des schrijvers niet genoeg gevuld zal geweest zijn; de ''Papyrus'' zelve, over welker toebereiding de Heer ''Seyffarth'' zeer goede aanmerkingen mededeelt, is over het algemeen zeer gaaf bewaard gebleven. Wat de schrift betreft, zoo is deze ten deele ''Hieroglyfisch'', ten deele ''Hieratisch'' en deels ''Demotisch'', van welke klasse er 26 stuks zijn. Wat nu de Heer Professor ''Seyffarth'' van den inhoud der eerste klasse, die uit zeer korte, eenvormige, zich dikwerf herhalende, hymnen of lofzangen bestaat, voordraagt, berust op de, in zijne ''Rudimenta'' opgegevene ontcijferings-methode, welke te weinig populair is, om ''alhier'' te kunnen medegedeeld worden. Gelijksoortige hymnen vindt de Heer ''Seyffarth'' in de hieratische schriften, waarbij hij de ontcijferings-manier van ''Spohn'' volgt, en op het bij herhaling, voorkomen derzelfde plaatsen, bouwt hij de meening, dat alle deze hymnen uit de Hermetische boeken overgenomen zijn, waarvan de eerste, volgens het getuigenis van ''Clemens Alexandrina'', lofgezangen op Goden en Koningen behelsden. Dit is zeker en in het oogloopend, dat dikmaals een merkelijk aantal regels achtervolgens met dezelfde woorden beginnen en met dezelfde woorden en lettergrepen eindigen, waardoor zij zich zeer duidelijk als verzen met eene soort van eindrijm kenbaar maken. De Demotische Papijrus verklaart de Heer ''S''. al te zamen voor ''juridische'' of ''historische'' oorkonden, dit laatste echter misschien alleen daarom, wijl er tijdrekenkundige bepalingen bij gevonden worden; het is zeker, dat zij alle uit de eeuw der ''Ptolemeussen'' afkomstig zijn; met uitzondering van drie, hebben zij alle denzelfden vorm, welke door de Grieksche ''Antigrapha'' en Bijschriften thans genoeg bekend zijn. En gelijk in deze alle vorige vergoodde Koningen, die hunne Priesters te Alexandria hadden, opgeteld werden, zoo komt ook in de ''Demotische'' oorkonden het woord, hetwelk, men voor God erkend heeft, meermalen achter elkander met andere woorden gepaard voor, welke de bijnamen der ''Ptolemeussen'' beteekenen moeten. De vijf eerste namen zijn in talrijke rollen dezelfden, en worden met<noinclude>{{rechts|(''Het vervolg op de kant van deze bladz.'')|2em}}</noinclude> <section end="s3"/> <section begin="s4"/>{{gap}}⁂ Wordt bij deze geadverteert, dat ingevolge autorisatie, de passage van de dubbele Valbrug over de Gouwsche sluis, onder Alphen, van den 15de tot den 20 September aanstaande, zal afgesloten zijn, en kunnen verlegd worden over de bruggen te Alphen en te Zwammerdam langs de Noordzijde van den Rijn. <br>{{gap}}Leyden den 10 September 1826. <section end="s4"/> <section begin="s5"/>{{c|⁂ ZETTING ''van den prys van het'' BROOD, ''binnen de Stad Leyden, gebakken overeenkomstig art''. 10. ''van het Reglement, in dato den'' 3. ''Mei'' 1819, ''beginnende Maandag den'' 11 ''September'' 1826.}} {| | {{gap}}Het Rogge-brood van ''één pond vier oncen, Nederlandsch gewigt'', van zuivere Rogge gebakken, om | style="vertical-align:bottom;" | 13½ | style="vertical-align:bottom;" | cent. |- | {{gap}}Het Tarwe-brood, van ''zeven oncen'', het ''beste soort'', en het Fransch brood, van ''zes oncen vijf looden'', om | style="vertical-align:bottom;" | 17 | style="vertical-align:bottom;text-align:center;" | „ |- | {{gap}}Het Huisbakken-brood, van ''zeven oncen'', om | style="vertical-align:bottom;" | 16 | style="vertical-align:bottom;text-align:center;" | „ |- | {{gap}}Het ''minste soort'', of zoogenaamde Krop uit de Zak, van ''zeven oncen'', om | style="vertical-align:bottom;" | 12 | style="vertical-align:bottom;text-align:center" | „ |- | colspan=3 | {{gap}}Meerder of minder gedeelte naar evenredigheid. |} <section end="s5"/> <section begin="s6"/>{{gap}}⁂ De ''Ontvanger der Beschrevene Stedelijke Middelen'' alhier, brengt ter kennis van de Eigenaars en Bewoners of Bruikers der Huizen binnen deze Stad, welke nalatig zijn gebleven in het voldoen van hun verschuldigden termijn van de belasting op de Huurwaarde der gebouwde Eigendommen, en Lantaarn- en Brandspuitgelden, voor den eersten Augustus jongstleden, dat hij Ontvanger, als daartoe door Hun Ed. Achtb. H.H. Burgemeester en Wethouders dezer Stad gequalificeerd tot den ontvangst, zoo van den tweeden termijn, als van de beide termijnen, zal vaceeren gedurende deze maand September, op de bepaalde dagen en uren, ten zijnen Kantore, op de Breedestraat naast de Gasthuiskerk; zullende bij Ontvanger genoodzaakt zijn, tegen de achtergeblevenen dadelijk tot de voldoening te procedeeren, als bij de Koninglijke wet van den 29 April 1819, is bepaald. <br>{{gap}}Leyden den{{float right|''De Ontvanger voornoemd'',{{gap|1em}}}} <br>7 September 1826.{{float right|{{sc|G. W. van GAASBEEK}}.}} <section end="s6"/> <section begin="s7"/>{{c|⁂ Getrouwd:}} {{rechts|{{sc|J. W. van MUSSCHENBROEK<br>{{sc|en}}{{gap}}<br>{{sc|A.{{sp| de ME}}Y.}}}}{{gap|1em}}}} {{gap}}LEYDEN den 8 September 1826. <section end="s7"/> <section begin="s3"/>gewisheid ''Theoi Sotéres, Adolphoi, Euergetai, Philopatores, Epiphaneis'' overgebragt; in de zesde en zevende plaats wisselen twee namen dikmaals onderling af, hetwelk daar uit voorkomt, dat de regeringen van ''Ptolemaeus Philometor'' en van zijnen broeder ''Physcon'' door elkander geloopen hebben. Het valt gemakkelijk te begrijpen, dat reeds naar de lengte en den aard dezer stukken, en voorts naar den aanvang, waar de regerende Koning meermaals met zijn bijnaam genoemd wordt, de ouderdom van deze ''Papyrus''-rollen bepaald kan worden; dienvolgens rekent de Heer ''Seyffarth'', dat de Demotische Papijrus der Berlijnsche Bibliotheek tot zeer onderscheiden regeringen der ''Ptolemeussen'', van ''Soter'' Lagoszoon af, tot ''Alexander I''. toe, gebragt moeten worden. Des te aanmerkelijker is het, dat bijkans alle tot dezelfde familie schijnen betrekkelijk te zijn, terwijl voorts ook uit andere omstandigheden kennelijk is, dat ook deze Papijrus alle uit de Mumien-Grot te Thebe afkomstig zijn. De Heer ''Seyffarth'' wijdt echter hierbij in het ruime veld der gissingen te breedvoerig uit, en het is te bejammeren dat, zoo wel in dit werk, als in de ''Rudimenta Hieroglyphices'' de voordragt ''dogmatisch en systematisch'' is, daar dezelve veeleer ''kritisch'', dat is ''oordeelkundig onderzoekend'' behoorde te zijn. Want indien men de gedenkstukken der oudheid naar een ''à priori'' ontworpen stelsel wil verklaren, dan kan men daarin zoeken en vinden al wat men wil, en dan zal ieder nieuw gevonden overblijfsel der oudheid kunnen gebezigd en verwrongen worden tot bewijsstuk van al zoodanig stelsel als de uitlegger zich in het hoofd zal gelieven te hangen, waarbij het wetenschappelijke onderzoek veeleer verliezen dan winnen zoude. <section end="s3"/> <section begin="s8"/>{{c|{{sp|ZEE-TIJDIN}}G.}} {{gap}}Sedert onze laatste zijn in Tessel binnengekomen J. Esdahl, ''Ann en Hope'', van Canton, B. Hard, van St. Thomas, P. Bakker, van Smirna; ligt quarantaine. <br>{{gap}}Kapt. Esdahl bovengemeld, heeft den 5 Augustus l.l. gepraaid op 24° W. lengte 36° N. breedte, J. G. Adrian, ''Marco Bozaris'', van Amsterdam naar Batavia, hebbende 35 dagen reis. <br>{{gap}}In het Vlie binnengekomen J. F. Zomer, J. Gale, G. Runge, H. Dalwits, en J. A. Engels, van Riga. <br>{{gap}}Te Terschelling binnengekomen H. M. Gnodde, van Brewig, H. T. Oldenburger, van Ostrisoer. <br>{{gap}}De Kapt. van het schip ''Sophia'', van Bombay op de rivier van Bordeaux gearriveerd, die St. Helena aangedaan en dat Eiland den 20 Julij verlaten heeft, berigt, dat bij zijn vertrek aldaar binnengeloopen is, het Nederlandsch schip ''Waterloo'', Kapt. N. Hensken, van Batavia naar Amsterdam, aan welks boord alles wel was. <br>{{gap}}Van de Kaap de Goede Hoop word van den 10 Junij gemeld, dat den 6de dito door een zware N. W. storm, verscheidene schepen in de Tafel-baaij schade bekomen hadden, waaronder ''the Nautilus'', van Londen naar Mauritius, en de schoners ''the Duke of Glocester'', en ''William'', welke op strand gedreven waren. <br>{{gap}}Arrivementen: Te Padang Kapt. E. Ragers, van Antwerpen; te Suriname G. H. Ahlers, en te Marseille T. Komst, beide van Amsterdam; te Gravesend J. Monden, van Dordrecht, E. Page en J. Power, van Harlingen, J. T. Stomp, van Amsterdam.<section end="s8"/><noinclude></noinclude> akgj3jn7uk473u6x3pq6r6ndsi9v4jo Index:Album der Natuur 1864.djvu 106 86720 223486 223443 2026-06-21T17:40:39Z WeeJeeVee 2844 pagelist 223486 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=tijdschrift |Taal=nl |wikidata= |Titel=[[Album der Natuur]], [[Album der Natuur/1864|13e jaargang, 1864]] en het [[Album der Natuur/1864/Wetenschappelijk Bijblad|Wetenschappelijk Bijblad van 1864]] |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar= |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding= |Voortgang=C |Delen=[[Index:Album der Natuur 1852 en 1853.djvu|1852/3]], [[Index:Album der Natuur 1854 en 1855.djvu|1854/5]], [[Index:Album der Natuur 1856 en 1857.djvu|1856/7]], [[Index:Album der Natuur 1858 en 1859.djvu|1858/9]], [[Index:Album der Natuur 1860.djvu|1860]], [[Index:Album der Natuur 1861.djvu|1861]], [[Index:Album der Natuur 1862.djvu|1862]], [[Index:Album der Natuur 1863.djvu|1863]], [[Index:Album der Natuur 1864.djvu|1864]], |Pagina's=;{{x-larger|13e jaargang, 1864}} Voorwerk 1864<br /><pagelist from=10 to=27 10="Fr.t." 11="-" 12="T1864" 13="dr." 14="Inh" 15="-" 16="-" 17to24="Inh" 25="-" 26="-" 27="Inh" /> Hg - 1813 - 1863 </br><pagelist from=28 to=32 28="1"/> Oudemans - De Bekerplanten </br><pagelist from=33 to=50 33="6"/> R - Stuart's tweede ontdekkingsreis </br><pagelist from=51 to=55 51="24"/> H. v. H. - Mieren in Brazilie </br><pagelist from=56 to=61 57="-" 58="-" 56="29" 59="30" /> S. - Vorming der gedachten</br><pagelist from=62 to=75 62="33"/> Oudemans - De Bekerplanten </br><pagelist from=76 to=93 76="47" 85="-" 86="-" 87="56"/> H. v. H - Snelle plantengroei </br><pagelist from=94 to=95 94="63"/> F.W. van Eeden - De Kryptogamen </br><pagelist from=96 to=118 96="65"/> R - Noordwest Australie </br><pagelist from=119 to=127 119="88" 121="-" 122="-" 123=90/> Hg - Klimaatverschil in Afrika</br><pagelist from=128 to=129 128="95"/> Reitsma - Natuurlijke gesteldheid der ligchamen van ons zonnestelsel </br><pagelist from=130 to=149 130="97"/> Hg - Gele koorts</br><pagelist from=149 to=149 149="116"/> Malmgren - Spitsbergen </br><pagelist from=150 to=159 150="117"/> v. H. - Manna en Lerp </br><pagelist from=160 to=161 160="127"/> Burgersdijk - Ingewandsvormen </br><pagelist from=162 to=546 162="129"/> |Opmerkingen={{c|{{xxx-larger|'''[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/14|Inhoud 1864]]'''}}}} <div style="width: 380px; height: 1500px; overflow: auto; border:thin grey solid; padding: 0px 5px 0px 10px;"> {{Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/14}} {{Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/17}} </div> {{dhr|3}} {{c|{{xx-larger|'''[[Album der Natuur/1864/Wetenschappelijk Bijblad|Wetenschappelijk bijblad 1864]]'''}}}} <div style="width: 380px; height: 1200px; overflow: auto; border:thin grey solid; padding: 0px 5px 0px 10px;"> {{Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/20}} {{Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/21}} {{Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/22}} {{Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/23}} {{Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/24}} {{Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/27}} |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} 06lzwlhiozj8wge5urwetmy2pc95ci3 Index:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 031.djvu 106 86936 223449 2026-06-21T13:15:29Z Vincent Steenberg 280 nieuw 223449 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=boek |Taal=nl |wikidata= |Titel=Nieuwe Tydinghe wt weenen, in Oosten-rijck, hoet dat Frederick Pfaltzgraeff in den Ban is ghedaen, met noch andere Rebellen van zijne Aenhanghers |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar= |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1=1 /> |Opmerkingen=[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 31]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} 849w6h74164wluwcinq67w3eleqftz6 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 031.djvu/1 104 86937 223450 2026-06-21T13:16:10Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 223450 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}} {{RH|{{gap}}{{tt|Martius 1621.}}||31.{{gap}}}} {{lijn}} {{c|Nieuwe<br>{{xxx-larger|Tydinghe wt weenen,}}<br>In Oosten-rijck, hoet dat<br>{{xxx-larger|Frederick Pfaltzgraeff}}<br>in den {{tt|Ban}} is ghedaen, met noch andere Rebellen van zijne Aenhanghers.}} {{c|{{larger|{{tt|Overghesedt vvt de hooch-Duytsche sprake in onse Nederlandtsche Tale.}}}}}} {{c|Eerst ghedruckt den 5. Meert, 1621.}} {{lijn}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 031 p 1 illustration.jpg|400px|center]] {{lijn}} {{c|T’hantwerpen, By Abraham Verhoeuen, op de Lombaerde veste, inde gulde Sonne.}} {{dhr}}<noinclude></noinclude> rfnn4ey9dhehw77gd5q6vtoekr9ycwf Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 031.djvu/2 104 86938 223451 2026-06-21T13:17:09Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 223451 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|2}}</noinclude>{{dhr}} {{lijn}} [[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 024 p 3 ornament.jpg|500px|center]] {{lijn}} {{dhr}} {{c|{{anker|art1}}{{x-larger|{{tt|VVt VVeenen vanden lesten Ianuarij. 1621.}}}}}} {{initiaal|D}}En 25. deser zijn des {{tt|Bethlehems}} ende de {{tt|Hunghersche}} Ambassadeurs tot {{tt|Haymborch}} sterck wesende inde 120. persoonen ghearriveert, maer tot noch toe gheene vergaederinghe ghehouden overmits de {{tt|Hunghersche}} Ambassadeurs gheene volkomene procuratie vande Landen en hebben, hebbende alleenelijck ghetoont procuratie van {{tt|Betlehem Gabor,}} waer inne hy hem den Conincklijcken tijttel is toeschrijvende, de welcke van {{tt|Keyserlijcke}} Ambassadeurs niet en is geaccepteert, want hem sulckenen tijtel niet en betaempt.<br>{{anker|art1al2}}{{gap}}Souden daeromme volcomene {{tt|Procuratie}} vande Landen mede brenghen, ende van {{tt|Betlehem Gabor}} als {{tt|Vorst van Transiluania,}} want hem gheenen meerderen tijtel toe en compt.<noinclude>{{rechts|Waer-}}</noinclude> 359v3odc2pp0v5nb7rbmq3jc1udwyv5 Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 031.djvu/3 104 86939 223452 2026-06-21T13:18:01Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 223452 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|3}}</noinclude><br>{{anker|art1al3}}{{gap}}Waeromme den Heere {{tt|Graue van Meggau,}} ende {{tt|Ester hasy}} voor twee daeghen herwaerts gekomen zijn om zijne {{tt|Keyserlijcke Majesteyt}} sulckx aen te dienen, als oock dat den {{tt|Bassa van Offen}} oft {{tt|Buda,}} ende andere {{tt|Turcken}} tot {{tt|Presbourch}} ende {{tt|Thirna}} zijn komen logeren, ende dan tot {{tt|Thyrna}} oock eenen {{tt|Turcksche}} Ambassadeur is ghearriveert.<br>{{anker|art1al4}}{{gap}}Voorleden vrydach is op de {{tt|Keyserlijcke}} Borcht inde Ridder Stoue, alwaer de {{tt|Keyserlijcke Majesteyt in Pontificael}} gheseten, door den {{tt|Keyserlijcken ende des Rijcx Herault, den Paltz-graue van Heydelberch, Solemniter}} inden {{tt|ban}} ofte {{tt|acht}} ende over {{tt|acht}} verclaert by een seer groot Placcaet (waer inne de gheheele saecke vanden Boheemschen handel verhaelt stont, als eenen {{tt|Lants-Vrede-Breecker}} ende {{tt|Rebelle des Heylighen Rijcx}}, waer teghens voorders anders niet te {{tt|procederen}} en valt, dan dat de {{tt|Keyserlijcke Majesteyt}} gedwonghen is van Rechts weghen de wtterste {{tt|Executie}} voor de handt te nemen.<br>{{anker|art1al5}}{{gap}}Ende worden niet alleenen alle zijne {{tt|Ondersaten Vassalen}} ende {{tt|Soldaten}}, maer oock alle zijne {{tt|Maghen, Vrienden,}} ende die met hem {{tt|Alliantie}} oft {{tt|Verbont}} ghemaeckt hebben, wt {{tt|Keyserlijcke Authoriteyt}} ende macht, van sulcke hunne Plicht ende Dienstbaerheyt ontslaeghen, ende wort hunlie-<noinclude>{{rechts|¶ ij{{gap|6em}}den}}</noinclude> s8bhe8vtqw8vh15iyn3d389r3m5e3tj Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 031.djvu/4 104 86940 223453 2026-06-21T13:19:01Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 223453 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|4}}</noinclude>den gantsch erenftlijcken bevolen, aen den voorschreven {{tt|Paltz-Grave}} gheenen Dienst oft eenigh {{tt|Fauor}} meer doen en sullen, op de pene van ingelijcken {{tt|Ban}} ende straffe te vallen.<br>{{anker|art1al6}}{{gap}}Daer naer werdt dat Placcaet in stucken gescheurt vande {{tt|Keyserlijcke Majesteyt}} met voeten getreden, ende is ter vensteren wt geworpen worden: ende met 12. Trompetters ouer al wt gheblasen, ende openbaerlijck verkondight gheworden, ende voordts in alle steden des {{tt|Roomschen Rijckx}} ghesonden.<br>{{anker|art1al7}}{{gap}}Van ghelijcken is met {{tt|Marckgraef Hans George van Iagherendorp, Christianus van Anhalt, ebde Iorg Frederich van Hohenlœ,}} ende sal geprocedeert worden.<br>{{anker|art1al8}}{{gap}}Ende men is int werck om binnen vier weecken noch eenighe andere meer inde acht te verclaren ende te publiceren.<br>{{anker|art1al9}}{{gap}}Heden heeftmen 30. vendelen ende Cornetten alhier ghebracht, welcke inde groote Battalie voor {{tt|Praghe}} zijn verovert geworden, ende zijn inde {{tt|ante Camere}} ghedraeghen, ende aen zijne {{tt|Majesteyt}} gepresenteert.<br>{{anker|art1al10}}{{gap}}Den {{tt|Graue van Bucquoy}} is gisteren auont oock alhier ghearriveert, ende alhier zijn by naer allen de Overste, soo hebben haere {{tt|Majesteyt}} wederomme twee nieuwe Oversten ghemaeckt, om noch som-<noinclude>{{rechts|mighe}}</noinclude> ipx2hti5c4kdbyneqxgtjzoh6i693a2 223461 223453 2026-06-21T13:50:42Z Vincent Steenberg 280 typo 223461 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|4}}</noinclude>den gantsch erenftlijcken bevolen, aen den voorschreven {{tt|Paltz-Grave}} gheenen Dienst oft eenigh {{tt|Fauor}} meer doen en sullen, op de pene van ingelijcken {{tt|Ban}} ende straffe te vallen.<br>{{anker|art1al6}}{{gap}}Daer naer werdt dat Placcaet in stucken gescheurt vande {{tt|Keyserlijcke Majesteyt}} met voeten getreden, ende is ter vensteren wt geworpen worden: ende met 12. Trompetters ouer al wt gheblasen, ende openbaerlijck verkondight gheworden, ende voordts in alle steden des {{tt|Roomschen Rijckx}} ghesonden.<br>{{anker|art1al7}}{{gap}}Van ghelijcken is met {{tt|Marckgraef Hans George van Iagherendorp, Christianus van Anhalt, ende Iorg Frederich van Hohenlœ,}} ende sal geprocedeert worden.<br>{{anker|art1al8}}{{gap}}Ende men is int werck om binnen vier weecken noch eenighe andere meer inde acht te verclaren ende te publiceren.<br>{{anker|art1al9}}{{gap}}Heden heeftmen 30. vendelen ende Cornetten alhier ghebracht, welcke inde groote Battalie voor {{tt|Praghe}} zijn verovert geworden, ende zijn inde {{tt|ante Camere}} ghedraeghen, ende aen zijne {{tt|Majesteyt}} gepresenteert.<br>{{anker|art1al10}}{{gap}}Den {{tt|Graue van Bucquoy}} is gisteren auont oock alhier ghearriveert, ende alhier zijn by naer allen de Overste, soo hebben haere {{tt|Majesteyt}} wederomme twee nieuwe Oversten ghemaeckt, om noch som-<noinclude>{{rechts|mighe}}</noinclude> 2fewflzm9336zw3p2h9ifjsajqfst1j Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 031.djvu/5 104 86941 223454 2026-06-21T13:19:57Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 223454 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|5}}</noinclude>mighe duysent mannen te peerde ende te voete aen te nemen. {{c|{{anker|art2}}{{tt|Tijdinghe vvt Weenen vanden 27. ditto.}}}} {{gap}}Al ist saecken van de {{tt|Hunghersche}} vergaderinghe tot {{tt|Haimberch}} noch wat wt ghestelt was, ende eenen anderen voorslach op handen was.<br>{{anker|art2al2}}{{gap}}Soo heeft nochtans de vergaederinghe haeren voorganck ghehadt, ende heeft voorleden Sondach een beginsel ghehadt, alwaer de {{tt|Keyserlijcke ende Fransche Ambassadeurs}} oock present zijn, ende proponeren van weghen zijne {{tt|Keyserlijcke Majesteyt}} aen de {{tt|Standen van Hungharijen,}} dat zy de {{tt|Conincklijcke}} keuse van {{tt|Bethlehem Gabor,}} ende de {{tt|Confœderatie}} met de andere gebueren ende Landen souden verclaren casseren ende van geender weerden houden en souden.<br>{{anker|art2al3}}{{gap}}Ende hebben den {{tt|Betlehem Gabor}} voor eenen openbaeren vyant ende Rebelle gheproclameert, ende voorts de voorsz. {{tt|Standen van Hungharijen}} seer ernstelijcken vermaent, datse hun inde ghenade ende bescherminghe van sijne {{tt|Keyserlijcke Majesteyt}} souden begeuen, ende soo verre sylieden t’selue niet en volghen sullen te sweerde ende te viere, ghelijck de anfdere Coninckrijcken ende Landen verdestrueert, gheruineert, ende ghedwongen worden.<br>{{anker|art2al4}}{{gap}}Wat nu de {{tt|Hungheren}} hier op sullen resolueren,<noinclude>{{rechts|¶ iij{{gap|6em}}ver-}}</noinclude> bceimbm8nsi90wu5xf29ueurs3669ji Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 031.djvu/6 104 86942 223455 2026-06-21T13:20:53Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 223455 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|6}}</noinclude>verwachten metten eerste te vernemen. Gheduerende de schorssinghe van wapenen heeft den {{tt|Grave van Bucquoy}} ouer de {{tt|Merckt}} aenden {{tt|Wijsenberch}} eene voorneme passagie inne genomen, ende hebben wel duysent Hungheren doot gheslaghen.<br>{{anker|art2al5}}{{gap}}Men seyt dat {{tt|Betlehem Gabor}} tot {{tt|Thyrna}} soude kranck ligghen.<br>{{anker|art2al6}}{{gap}}Ondertusschen en heeft de {{tt|Keyserlijcke Armade}} op dese zijde oock niet stil gheweest, hebben op de Hungheren ende den {{tt|Heere Esterhasi}} met Roouen ende branden groote schade ghedaen, maer sijn nv gheduerende het {{tt|Bestandt,}} gheheel stille ende eenen yeghelijcken mach vry ouer ende weder reysen.<br>{{anker|art2al7}}{{gap}}De voorleden weke sijn de Ambassadeurs van {{tt|Morauien,}} met eene Schriftelijcke {{tt|Resolutie}} vertrocken, ende sijn vande {{tt|Keyserlijcke Majesteyt}} in ghenade ontfanghen, sonder datter eenighe bloedighe straffe ghevolcht is, sulleen alleenelijcken met eene Vaderlijcke Castijdinghe vry gaen.<br>{{anker|art2al8}}{{gap}}Van ghelijcken verhopen wy dat met die van {{tt|Slesien}} oock sal gheschieden.<br>{{anker|art2al9}}{{gap}}Der {{tt|Keyserlijcke Majesteyts}} Reyse naer {{tt|Praghe}} soude in Februarij noch voortganck hebben gelijck van alle preparatie wordt ghereet ghemaeckt, ende {{tt|Eertz-Hertoch Carel}} soude alhier gouuerneren.<br>{{anker|art2al10}}{{gap}}Morghen oft ouermorghen sal de verclaeringhe<noinclude>{{rechts|vande}}</noinclude> 63cw3nk0sfb86v0nxp0b06bwjg6hgjl Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 031.djvu/7 104 86943 223456 2026-06-21T13:21:38Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 223456 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|7}}</noinclude>vande {{tt|Acht}} ofte {{tt|Ban}} teghens den {{tt|Paltz-Graeue, Marckgraue van Iahgerendorp, Vorst, Christianus van Anhalt, ende de Graue van Hollach}} gepubliceert worden, de Placcaten zijn alreets gedruct.<br>{{anker|art2al11}}{{gap}}De {{tt|Hungaren}} hebben is ses daghen herwaerts in 2. differente reysen, eens 500. ende eens 1200. mannen verloren, zijn vanden {{tt|Graue van Bucquoy}} geslaghen gheworden. {{c|{{anker|art3}}{{tt|Tijdinghe vvt Praghe vanden eersten Februarij. 1621.}}}} {{gap}}En donderdach lestleden sijn alhier {{tt|Placcaten}} aen gheslaeghen, ende met 12. Trommelen wt gheroepen, ende Ghepubliceert dat alle {{tt|Vaghabonden}} ende die gheenen Heeren ofte Meesters en hebben, als oock allen de ghene die hier niet te doene en hebben binnen 24. uren dese stadt moeten ruymen, oft hun inder {{tt|Keyserlijcker Mayesteydts}} Krijschs-dienst moeten begheuen, ende dat op Lijff-straffe, ghelijck alreets eenighe Ghevanghen zijn die de {{tt|Keyserlijcke Placcaten}} niet en hebben gheobserveert.<br>{{anker|art3al2}}{{gap}}Den {{tt|Graue van Mansvelt}} de welcke korts eenigh versch volck vande {{tt|Vorsten}} ghekreghen heeft, doet ontrent {{tt|Laun,}} ende de omligghende plaetsen met rooven ende stelen groote schaede, ende om sulcx te beletten wordt dagelijcx veel volckx van hier derwaerts ghesonden, gelijck dan noch heden, ende gi-<noinclude>{{rechts|steren}}</noinclude> 3g7nz0xan9k44b7delr5lf3f8fzbicd 223471 223456 2026-06-21T15:44:50Z Vincent Steenberg 280 typo 223471 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|7}}</noinclude>vande {{tt|Acht}} ofte {{tt|Ban}} teghens den {{tt|Paltz-Graeue, Marckgraue van Iagherendorp, Vorst, Christianus van Anhalt, ende de Graue van Hollach}} gepubliceert worden, de Placcaten zijn alreets gedruct.<br>{{anker|art2al11}}{{gap}}De {{tt|Hungaren}} hebben is ses daghen herwaerts in 2. differente reysen, eens 500. ende eens 1200. mannen verloren, zijn vanden {{tt|Graue van Bucquoy}} geslaghen gheworden. {{c|{{anker|art3}}{{tt|Tijdinghe vvt Praghe vanden eersten Februarij. 1621.}}}} {{gap}}En donderdach lestleden sijn alhier {{tt|Placcaten}} aen gheslaeghen, ende met 12. Trommelen wt gheroepen, ende Ghepubliceert dat alle {{tt|Vaghabonden}} ende die gheenen Heeren ofte Meesters en hebben, als oock allen de ghene die hier niet te doene en hebben binnen 24. uren dese stadt moeten ruymen, oft hun inder {{tt|Keyserlijcker Mayesteydts}} Krijschs-dienst moeten begheuen, ende dat op Lijff-straffe, ghelijck alreets eenighe Ghevanghen zijn die de {{tt|Keyserlijcke Placcaten}} niet en hebben gheobserveert.<br>{{anker|art3al2}}{{gap}}Den {{tt|Graue van Mansvelt}} de welcke korts eenigh versch volck vande {{tt|Vorsten}} ghekreghen heeft, doet ontrent {{tt|Laun,}} ende de omligghende plaetsen met rooven ende stelen groote schaede, ende om sulcx te beletten wordt dagelijcx veel volckx van hier derwaerts ghesonden, gelijck dan noch heden, ende gi-<noinclude>{{rechts|steren}}</noinclude> mmuc44aggkeu1c6v4nfiw39869oquyd Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 031.djvu/8 104 86944 223457 2026-06-21T13:22:22Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 223457 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|8}}</noinclude>steren 3. Compagnien Voet-volck hier door gepasseert sijn. {{c|{{anker|art4}}{{tt|Wt Stockholm vanden 12. Ianuarij. 1621.}}}} {{gap}}De {{tt|Ceur-Vorstelijcke Brandenborchsche Weduvve,}} ende de {{tt|Conincklijcke}} Bruyt zijn op den 20. Nouembris ouden stijl alhier in {{tt|Svveden,}} van den {{tt|Coninck}} met 1800. Peerden, ende 4800. te voete in ghehaelt, ende den seluen auont zijn sy beyde getrout.<br>{{anker|art4al2}}{{gap}}Den 28. ditto naer den noene is de {{tt|Conincklijcke}} Crooninghe gheschiet, ende daer is eene besondere Munte wt ghestroyt gheworden, op de eene sijde stont gheschreuen {{tt|{{SIC|Gustano|Gustavo}} Adolpho Regi jungitur Maria eleonora Regina Suetia Coronatur 28. Nouembris 1620. Stockh:}} ende op d’ander zijde inde midden een Croone, en een handt wt de wolcken comende, ende rontom dese woorden: {{tt|A Deo destinata.}} {{rechts|V.P.C.C.A.|4em}} {{c|{{sp|FINI}}S.}} {{gap}}{{tt|Goede Leser daer is nv in druck gestelt een fijne printe van allen de steden, Casteelen, en de plaetsen die sijn Ex. den Marquis Spinola heeft in Duytlant ghevvonnen, ende in genomen in Pfalts Lant de vvelcke sijn ouer de 50. int ghetal, alles met grooter moeyten by een gestelt, ende is te coope t’hantvverpen by Abraham Verhoeuen, op de Lombaerde veste in de gulde Sonne 1621.}}<noinclude></noinclude> cybwsjkzo385t4oof4ujjbb72u87r1m Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 31 0 86945 223458 2026-06-21T13:23:54Z Vincent Steenberg 280 nieuw 223458 wikitext text/x-wiki <pages index="Nieuwe Tijdinghen 1621 no 031.djvu" from=1 to=8 header=1 current="[''Nieuwe Tijdinghen''], nummer 31, [vrijdag] 5 maart 1621" prev="[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 30|Nummer 30]]" next="[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 32|Nummer 32]]"/> [[Categorie:Nieuwe Tijdinghen, 1621]] q5yg6qat6hw724mhtx4sei5prtnin0e Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/134 104 86946 223465 2026-06-21T14:56:00Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223465 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.101}}</noinclude>dus uit: "Het is bijna zeker, dat zij ons het eigenlijk ligchaam der planeet onzigtbaar maken, en dat zij niet anders zijn, dan eene soort van dikke wolken, zich tragelijk voortbewegende in eenen zeer digten dampkring, met welken de planeet Jupiter omgeven is. Op die wijze alleen laat zich de gestadige veranderlijkheid dier vlekken verklaren, en hunne lange streepvormige gedaante is dan een noodwendig gevolg van de snelheid, waarmede die planeet om hare as rondwentelt." Reeds onze langenoot {{sc|huygens}} had in 1659 in zijn ''Systema Saturnium'' dezelfde verklaring van dit verschijnsel gegeven, Geheel anders is de oplossing, die {{sc|herschel}} van deze banden geeft. Wel schrijft hij derzelver vorming insgelijks aan wolken toe, maar volgens hem zouden de lichtstrepen met de wolken, de donkere met het ligchaam der planeet overeenstemmen. In een werk over de planeet Venus, in 1793 uitgekomen, zegt hij onder anderen: "Ik vooronderstel, dat de lichte banden van Jupiter, die tusschen de donkere banden gelegen zijn, de gordels zijn, waarin de dampkring van de planeet het meest met wolken is gevuld. De donkere banden komen overeen met de streken, in welke de dampkring volkomen helder is en aan de zonnestralen toelaat tot aan de vaste deelen van de planeet door te dringen, waar mijns inziens de terugkaatsing van het licht minder sterk is dan op de wolken." De groote sterrekundige ging dus uit van de veronderstelling, dat er in de streken van den Jupiter-evenaar dergelijke winden waaijen, als onze passaatwinden. Het voornaamste gevolg van deze regelmatig waaijende winden zou dan zijn, dat de dampen in den gordel van den evenaar opgehoopt werden. Van daar de lichte band, die deze streek omgeeft. De zich gewoonlijk ten noorden en zuiden van dezen lichten band uitstrekkende donkere banden zouden dan de van wolken vrije dampkring zijn, door welke de vaste deelen van de planeet zich als donkere strepen vertoonen. Hoewel beide theoriën van dezelfde vooronderstelling uitgaan, komen zij toch tot geheel verschillende resultaten, in zoo verre, wat door sommigen voor wolken wordt gehouden, door anderen als wolkenvrije dampkring met de daar door heen schemerende vaste deelen der planeet wordt aangezien. {{nop}}<noinclude></noinclude> jr11idl4vppjet1dx83bxtlelmwl7uk Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/135 104 86947 223466 2026-06-21T14:57:35Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223466 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|102| OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCHAMEN ,|}}</noinclude>Wij zullen ons niet vermeten, tusschen deze beide veronderstellingen te beslissen. Wij mogen echter niet nalaten hier op te merken, dat deze banden of strepen, hoewel zij den geheelen planetenbol omgeven, aan de randen van de schijf schijnen te verdwijnen; men kan ze daar in het geheel niet meer onderscheiden. Dit verschijnsel laat zich met de laatste vooronderstelling zeer wel overeenbrengen. Worden de lichte banden veroorzaakt door de terugkaatsing van het zonnelicht op de digte wolkengordels, de donkere daarentegen door de zwakker terugkaatsing van hetzelfde licht op de vaste deelen der planeet, dan is het blijkbaar, dat die banden zouden verdwijnen, indien de eerstgenoemde terugkaatsing verminderd, de laatstgenoemde vermeerderd werd en wel in die mate, dat ze aan elkander gelijk werden gemaakt, omdat ze alleen zigtbaar zijn door verschil van lichtsterkte. En dit heeft nu werkelijk plaats. Een wolk moet natuurlijk minder verlicht schijnen, naarmate de zon hare stralen daarop in meer schuinsche rigting werpt; de lichtsterkte van de lichte banden vermindert derhalve aan de randen van de planeet. Maar de wolkenvrije, doorschijnende dampkring, die door de donkere banden wordt aangewezen, moet in dezelfde evenredigheid in lichtsterkte toenemen, naarmate hij nader aan de randen komt, deels omdat de vaste deelen, die donker doorschemeren, minder zigtbaar worden, naarmate zij door een dikkere dampkringslaag zijn bedekt; deels omdat die dampkring zelf, naarmate hij grootere diepte heeft, een sterker licht van zich geeft. Zoo laat het zich verklaren, dat aan de randen alle verschil van lichtsterkte tusschen lichte en donkere banden ophoudt en dat zij dus verdwijnen voor ons gezigt. Wij hebben hier dus hetzelfde verschijnsel, hetwelk wij reeds bij de vlekken op de planeet Mars hebben opgemerkt. Uit alles wat wij op den Jupiterbol waarnemen, blijkt echter, dat deze planeet met een zeer digten, weinig doorschijnenden dampkring voorzien moet zijn, en dat in dezen dampkring ontzaggelijke wolkgevaarten rondgevoerd worden, die zich door de verbazend snelle omwenteling van de planeet tot banden of strepen vormen, welke allen evenwijdig aan den equator loopen. De gedurige veranderlijkheid dezer banden, de plotselijke verduistering of verheldering van streken,<noinclude></noinclude> 6e5i4dmibux8atf3llvywm70xqgg1js Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/136 104 86948 223467 2026-06-21T15:00:19Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223467 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.|103}}</noinclude>die duizende vierkante mijlen beslaan, het ontstaan en na langer of korter tijd verdwijnen van vlekken—dat alles doet denken aan een dampkring, in eene zoo bruischende en razende stormbeweging, dat de stoutste verbeelding zich daarvan geene voorstelling kan vormen. Er is nog eene omstandigheid, die hier vermelding verdient. Wegens het schitterend licht, dat van Jupiter afstraalt, hebben sommigen gemeend, dat zij, behalve het teruggekaatste zonnelicht, ook met een eigen lichtgevend vermogen moet voorzien zijn. Uit sommige verschijnsels kan men echter opmaken, dat dit niet het geval is. Als een van de Jupiter-manen tusschen de zon en de planeet gesteld is en dus eene maaneclips op haar te weeg brengt, is de schaduw, die door die maan op de planeet geworpen wordt, een volkomen zwarte ronde vlek. Dit zoude echter niet het geval zijn, indien Jupiter een eigen licht bezat. Hij zou dit eigene licht dan ook moeten vertoonen op die plaatsen, die door eene maan als door een lichtscherm voor de zonnestralen zijn bedekt. Wanneer daarentegen de planeet eene van hare manen verduistert, haar schaduw op de maan werpt, verdwijnt deze, zoo lang zij in die schaduw verkeert, geheel uit ons gezigt. Dit zoude ook niet het geval zijn, indien Jupiter een eigen lichtgevend vermogen bezat. Hij zou dan zijn licht op die maan afstralen, ook wanneer deze door haar ligchaam voor de zonnestralen geheel bedekt was; en eene door de planeet verduisterde maan zoude dan althans in een flaauwer licht voor ons oog zigtbaar moeten zijn. Uit deze verschijnselen kunnen wij dus met vrij groote zekerheid opmaken, dat Jupiter geen ander licht bezit, dan hetwelk door de zon van hem wordt teruggekaatst. Als wij nu dit alles in aanmerking nemen, dan wordt het hoogst waarschijnlijk, dat Jupiter zich thans in dat tijdvak van hare kosmische vorming bevindt, waarin onze aarde verkeerde, toen zich om haren gloeijenden bol eene vaste korst gevormd en zij opgehouden had als eene ster met eigen licht te schitteren, toen die korst telkens weder over groote uitgestrektheden vaneen scheurde, om zich later weder te sluiten, toen het water, hetwelk zich uit den dampkring in zeeën en meeren nedersloeg, bij elke vaneenscheuring der oppervlakte met<noinclude></noinclude> ff1ojo8kr63i4xrvavyxa8q9mo3auk3 Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/137 104 86949 223468 2026-06-21T15:02:32Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223468 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|104| OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCHAMEN ,|}}</noinclude>ontzaggelijk geweld gedwongen werd, zich weder in dampvormigen toestand te verheffen; toen de dampkring ten gevolge van deze vulkanische werkingen met eene zoo digte dampmassa vervuld was, dat de zonnestralen tot de vaste deelen niet konden doordringen en zij hoogstens op enkele betrekkelijk opene plaatsen een flaauwen schemerglans doorliet; toen door die ontzettende dampvormingen de geheele dampkring voortdurend stormachtig bewogen een tooneel aanbood van eene werking en terugwerking, waarbij niets op onze thans tot rust gekomen aarde te vergelijken is. De planeet Jupiter is het middelpunt van een eigen stelsel van hemelligchamen. Zij is omgeven van vier wachters of manen, die op verschillende afstanden van het hoofdligchaam geplaatst, hare banen in korter of langer tijdvakken volbrengen. De kleinste dezer manen is in grootte nagenoeg aan onze aarde gelijk, de grootste overtreft haar 4½ malen in omvang. Terwijl de maan, die het naast aan de planeet geplaatst is, hare loopbaan in 1 dag, 18 uren, 28 minuten doorloopt, heeft de verst van haar geplaatste daartoe 16 dagen, 16 uren, 82 minuten noodig. Door een kijker van slechts middelmatige kracht gezien, vertoont het Jupiterstelsel een prachtig schouwspel aan den sterrenhemel. Het hoofdligehaam staat daar omgeven van vier kleine lichtende schijfjes, die door den zeer ongelijken afstand en het groot verschil in omlooptijden gedurig weder in een anderen stand tot het groote hemelligchaam verschijnen. Daar deze manen hare loopkringen in eene vlakte, nagenoeg aan den equator van Jupiter gelijk, volbrengen, zien wij ze als op eene rij geschaard, nu eens alle vier aan dezelfde zijde van de planeet, dan weder aan hare beide zijden verdeeld. Gedurig zien wij hare schaduw over de planeet als eene donkere ronde vlek heenstrijken, of ze voor eenigen tijd in de schaduw van de planeet verdwijnen om later weder te voorschijn te treden. Met opzigt tot de natuurlijke gesteldheid dezer ligchamen, valt weinig te zeggen. Hoewel wij met hunne grootte en massa, met hunne bewegingen en storingen vrij naauwkeurig bekend zijn, zijn ze te klein en te ver verwijderd om ons veel aangaande hunne natuurlijke gesteldheid te verraden. Zij wentelen zich even als onze maan<noinclude></noinclude> sg9a3qqx14htg3wqrsu5eir578d822a Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/138 104 86950 223469 2026-06-21T15:04:23Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223469 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.|105}}</noinclude>om hunne assen in denzelfden tijd, waarin zij hunnen loop volbrengen; met andere woorden, zij keeren, even als onze maan aan de aarde, aan hunne hoofdplaneet altijd dezelfde zijde toe. Een gevolg hiervan is, dat wij van onze aarde, voor welke iedere maan zich eenmaal in haren omloopstijd om hare as wentelt, deze manen van alle zijden kunnen gadeslaan. Maar keeren zij uit gemis van eigene beweging om hare assen even als onze maan aan hare hoofdplaneet altijd dezelfde zijde toe, dan mogen wij daaruit opmaken, dat zij ook alle trappen van het proces harer af koeling en volkomene verstijving reeds doorgegaan zijn en dat zij waarschijnlijk in een vrij gelijken natuurtoestand verkeeren als onze maan; dat zij derhalve ook geen kosmisch en organisch leven meer bezitten. Bij kleine ligchamen, gelijk de wachters der planeten, moest die afkoeling en verdigting veel spoediger haar einde bereikt hebben. En zoo kan het geschieden, dat Jupiter nog in een jeugdig tijdperk van kosmisch leven verkeert, terwijl in hare manen reeds lang dat leven tot de eindpaal zijner ontwikkeling is gekomen. Men heeft bovendien opgemerkt, dat het licht, door deze manen teruggekaatst, aan eene groote afwisseling onderhevig is. Deze afwisseling is regelmatig, zoodat men zelfs, volgens {{sc|herschel}}, kan aanwijzen, op welk gedeelte van hare loopbaan elke maan het sterkste en waar zij het zwakste licht afgeeft. Men heeft bovendien op de tijden, waarin de manen de schijf van Jupiter voorbijgaan, afzonderlijk kunnen opmerken, dat de schijven dier manen met kleine lichte en donkere vlekken bezaaid zijn. Door deze beide waarnemingen zamen te voegen, is men tot het besluit gekomen, dat de oppervlakte dezer manen niet over alle hare deelen eene gelijke geschiktheid moet hebben om het zonnelicht terug te kaatsen. Daar men bovendien heeft opgemerkt, dat de vlekken op de oppervlakte dier manen niet bij elken omloop even licht of donker zijn, ja zelfs soms geheel onzigtbaar worden, zoo is het niet onwaarschijnlijk, dat deze manen, even als het ligchaam der planeet zelve, met zeer digte dampkringen omgeven zijn, in welke omhulsels gedurig belangrijke veranderingen plaats hebben. Het laat zich wel niet denken, dat men aangaande de natuurlijke<noinclude></noinclude> jh11yuqxys7bj2dgm3zkkyoeyljnhn3 Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/139 104 86951 223475 2026-06-21T16:58:11Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223475 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|106| OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCHAMEN ,|}}</noinclude>gesteldheid dezer kleine hemelligchamen ooit tot eenige meerdere zekerheid zal komen. {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} {{c|{{larger|SATURNUS.}}}} {{dhr}} Deze planeet heeft vooral door den zonderlingen ring, die haar omgeeft, de aandacht der sterrekundigen meer dan eenig ander hemelligchaam tot zich getrokken. Zij schittert als eene ster van de eerste grootte aan onzen nachtelijken hemel. Als zij tot onze aarde in haren naasten stand gekomen is, vertoont zij ons eene middellijn van 20". Is zij het verst van onze aarde geplaatst, dan bedraagt die middellijn 15"; gemiddeld kan men ze op 18" stellen. Zij volbrengt haren omloop om de zon op eenen afstand, gemiddeld 9½ malen grooter dan dien, waarop onze aarde haren loop volbrengt. Men kan dien afstand op 197,285,600 geogr. mijlen bepalen. Om op dien ontzaggelijken afstand hare baan rondom de zon te volbrengen, heeft zij 29 jaren, 5 maanden, 16 dagen, 25 uren en 16½ minuten noodig. Op dien verbazenden afstand bedraagt de intensiteit van licht en warmte, die zij van de zon ontvangt, weinig meer dan een honderdste van die, welke wij op onze aarde ontvangen. Stelt men de laatste = 1, dan is die op Saturnus = 0,01. De zon doet zich aan haar voor als een klein schijfje met eene middellijn, 9½ malen kleiner dan die de zon voor onze aarde heeft. De helderste middag op deze planeet kan slechts weinig meer licht verspreiden dan de schemering, die kort voor het invallen van den nacht bij ons plaats heeft. Reeds onze landgenoot {{sc|huygens}}, die het eerst met ongemeene oplettendheid Saturnus bestudeerde, had opgemerkt, dat op Saturnus eene afwisseling van dag en nacht plaats had. Het was echter {{sc|william herschel}}, die het eerst na langdurig voortgezette waarneming den tijd, waarin deze wereldbol zich om zijne as rondwentelt, bepaalde op 10 uren, 16 minuten. {{sc|Arago}} stelt den omwentelingstijd eenigzins langer, namelijk op 10 uren, 24 minuten. Nemen wij deze laatste<noinclude></noinclude> lrrw4rxrpcafcfpt3f6ex31gqqo8hd8 Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/140 104 86952 223476 2026-06-21T17:01:13Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223476 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.|107}}</noinclude>opgave aan, dan heeft het Saturnus-jaar, dat bijna 29½ van onze aardjaren lang is, nagenoeg 24479 Saturnus-dagen. Bij deze verbazend snelle omwenteling om hare as is het niet te verwonderen, dat deze planeet eene aanzienlijke afplatting aan hare polen heeft. Deze is nog grooter dan bij Jupiter en bedraagt niet minder dan {{smaller|{{frac|1|10}}}} gedeelte van hare middellijn. {{sc|Herschel}} heeft, betreffende deze afplatting, eene bijzonderheid medegedeeld, die hoogst opmerkelijk is. Hij vond namelijk na herhaalde en naauwkeurige metingen, in 1805, dat de gedaante der planeet niet regelmatig is. Als men de middellijnen van andere hemelligchamen, bij welke eene afplatting aan de polen bemerkt wordt, naauwkeurig meet, dan zal men bevinden, dat de middellijn over den equator gemeten, de langste is en dat de middellijnen, die tusschen den equator en de polen liggen, van lieverlede korter worden, zoodat die, welke door de polen en het middelpunt van het hemelligchaam loopt, de allerkortste is. Den vorm van zulk een aan de polen afgeplat ligchaam kan men dus beschouwen als eene zoogenaamde spheroïde, die ontstaat als men een elliptisch vlak rondom zijne as wentelt. Maar volgens {{sc|herschel}} bestaat die regelmatigheid bij Saturnus niet. Hij bevond, dat de middellijn, over den equator gemeten, een bedrag had van 22'54, maar als hij eene middellijn nam, die van 45° noorder breedte tot 45° zuider breedte door het middelpunt liep, dan vond hij een bedrag van 23'.96. Des anderen daags verkreeg hij 22".88 voor de equator-middellijn en 23".76 voor de middellijn op 45° breedte. Hij deed deze waarnemingen met verschillende teleskopen en verkreeg altijd dezelfde uitkomst, terwijl de teleskopen op dienzelfden tijd op Jupiter gerigt, geene de minste onregelmatigheid in de gedaante van deze planeet verrieden. Uit deze waarnemingen zoude volgen, dat zich nagenoeg in het midden tusschen den equator en de polen eene verheffing of opzwelling op het Saturnus-ligchaam vertoont, waardoor deze planeet eene onregelmatige gedaante verkrijgt, niet geheel ongelijk aan die van eene noordhollandsche kaas. {{sc|Herschel}} schreef dit verschijnsel toe aan de aantrekking, welke de ring van Saturnus op het planetenligchaam zelf zoude uitoefenen. {{sc|schröter}} bevond insgelijks, dat én de afplatting én de gedaante<noinclude></noinclude> 88bhyoelhtw6iuke2kagn01f7qg9zp2 Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/141 104 86953 223477 2026-06-21T17:03:41Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223477 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|108| OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCHAMEN ,|}}</noinclude>aan voortdurende groote veranderingen onderworpen waren, en meende dit te moeten toeschrijven aan een vloeibaar omhulsel, dat deze planeet zoude omgeven en dat aan eene aanhoudende afwisseling van eb en vloed zou zijn blootgesteld. Doch wat hiervan ook zijn moge, zooveel schijnt wel zeker, dat de gedaante van Saturnus werkelijk zeer veel afwijkt van die regelmatige spheroïde, die zij volgens hare afplatting zou moeten vormen. De stand, waarin Saturnus op zijne baan geplaatst is, verschilt een weinig van die onzer aarde. Bedraagt de hoek, die de aard-equator met hare loopbaan maakt, ongeveer 23½°, bij Saturnus is hij ongeveer 30 graden. Een gevolg hiervan is, dat de gordels, die met onze koude, gematigde en heete klimaten overeenkomen, zoowel in het noorder- als zuider-halfrond elk eene breedte van 30° hebben. De jaargetijden zijn daardoor sterker van elkander onderscheiden dan op onze aarde. Het verschil tusschen de lengte van dagen en nachten wordt daardoor scherper. Maar die jaargetijden loopen zeer langzaam af. Als het in het noordelijk halfrond zomer is, wordt de noordpool bijna 15 jaren lang onafgebroken: door de zon beschenen, terwijl daarna ook weder voor deze streken een winter van bijna 15 jaren aanvangt, waarin de zon niet boven den horizon gezien wordt. Hoewel Saturnus nagenoeg de helft kleiner volume heeft dan Jupiter, zoo overtreft hij toch in dit opzigt aanmerkelijk onzen aardbol. Zijne middellijn is = 9.022, zoo wij die der aarde als eenheid aannemen. Zijn inhoud is bij gevolg 735 malen grooter dan die onzer aarde: men zou dus uit zijnen bol 735 bollen kunnen vormen, waarvan elk in omvang aan onze aarde gelijk was. Zijne massa is echter aanmerkelijk minder; zij zoude niet eens ten volle het gewigt hebben van 108 ligchamen, aan onze aarde gelijk. Daaruit volgt, dat zij uit eene stof moet bestaan, die, in vergelijking van die onzer aarde, ongeveer achtmaaì ligter is. Stellen wij de digtheid der aarde = 1, dan is die van Saturnus = 0,14. De druk der ligchamen op de oppervlakte staat echter vrij gelijk aan die, welke wij hier waarnemen, omdat de geheele massa der planeet, in weerwil van haar gering specifiek gewigt, veel zwaarder is dan die onzer aarde. Stellen wij de kracht, waarmede hier een<noinclude></noinclude> rg4a2uguqottvd9d0xt3dt3w6wwal9x Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/142 104 86954 223478 2026-06-21T17:07:11Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223478 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /> {{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.|109}}</noinclude>ligchaam op de oppervlakte der aarde drukt = 1, dan is zij op Saturnus = 1,09. Vallende ligchamen doorloopen op zijne oppervlakte in den tijd van ééne sekonde eene ruimte van 19.4 voet. Deze zwaarte is echter niet overal dezelfde. De sterke afplatting aan de polen, gevoegd bij de groote ringen, waarmede de planeet is omgeven, is oorzaak van deze ongelijke zwaarte. Een gewigt van 100 pond op aarde zou op de Saturnus-polen 137, maar onder den evenaar en dus onder den Saturnus-ring geplaatst, slechts 75 pond wegen. Even als op Jupiter, ziet men ook op de oppervlakte van Saturnus donkere banden, nagenoeg evenwijdig aan den evenaar. Zij zijn zelfs op de laatstgenoemde planeet breeder dan op de eerste, maar minder duidelijk te onderscheiden van de overige deelen der planeet. Zij zijn ook niet bestendig in gedaante en uitgebreidheid aan zich zelven gelijk. Daaruit schijnt te volgen, dat zij niet tot het ligchaam der planeet behooren, maar in haren dampkring geboren worden. {{sc|Schröter}} heeft dikwijls in deze banden aanmerkelijke veranderingen waargenomen, waardoor men tot het vermoeden gebragt wordt, dat er in den dampkring van Saturnus zeker geweldige beroeringen moeten plaats hebben, zoo de flaauwe sporen daarvan nog op den grooten afstand, waarop wij van haar verwijderd zijn, kunnen worden waargenomen. Reeds {{sc|cassini}} zag in 1683 heldere en daartusschen liggende donkere banden op het ligchaam der planeet. {{sc|William herschel}} heeft in 1793 drie zulke banden duidelijk kunnen waarnemen. Toen {{sc|beer}} en {{sc|mädler}} in 1834 en 1835 Saturnus tot het voorwerp hunner navorschingen maakten, konden zij nooit meer dan éénen enkelen band ontdekken, die, zoo als zij uitdrukkelijk opmerkten, tot aan den rand der planeet met het oog gevolgd kon worden. Ook onze landgenoot, prof. {{sc|kaiser}}, verklaart uitdrukkelijk nooit meer dan een enkelen band op Saturnus waargenomen en nimmer daarin eene oneffenheid van eenige beteekenis ontdekt te hebben. Hoeveel overeenkomst deze band ook mag hebben met dien, welke op de schijf van Jupiter gezien wordt, houdt hij zich toch overtuigd, dat hij van eene geheel andere natuur zijn moet. De verklaring, die {{sc|mädler}} van dien band geeft, is volgens hem ongezocht en meest met de natuur overeenkomstig. Wanneer zich namelijk vochtdeelen op de<noinclude></noinclude> qzn2wnxwhvj5aktfh9ii8x8prhsiaau Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/143 104 86955 223479 2026-06-21T17:09:02Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223479 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|110| OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCHAMEN ,|}}</noinclude>planeet bevinden, dan moeten zich die door de aantrekking van den ring onder den ring ophoopen, en zoo moet er onder den ring een vochtige gordel op de oppervlakte van de planeet ontstaan, die het zonnelicht minder goed terugkaatst, dan de overige deelen. Bovendien heeft {{sc|herschel}} merkbare veranderingen in het licht, dat van de poolstreken teruggekaatst wordt, kunnen waarnemen. De pool, welke van de zon afgekeerd is en dus zijnen wintertijd beleeft, vertoont zich steeds witter en helderder dan de tegengestelde, waar het zomer is. Dit is waarschijnlijk een gevolg van de geweldige koude op die pool, waar een winter van 15 jaren onafgebroken voortduurt. Welligt zijn het ophoopingen van sneeuw en iijs op het ligchaam der planeet, of wel van ontzaggelijke wolkgevaarten in den dampkring, die veroorzaken, dat de winterpool eene helder witte kleur afgeeft, terwijl die zelfde pool in den zomer door het langzaam verdwijnen dezer sneeuw- of wolkenophoopingen van lieverlede een doffer en matter tint verkrijgt. Men heeft insgelijks opgemerkt, dat de sterren, die door de schijf van Satunus bedekt worden, een merkbaar flaauweren glans verbreiden, als zij in de nabijheid van den rand der planeet gekomen zijn. Dit is ook het geval met de Saturnus-manen. Deze verdwijnen geheel voor het gezigt, reeds voor dat zij door het ligchaam der planeet bedekt worden. Men kan daaruit opmaken, dat Saturnus met eenen dampkring omgeven moet zijn, die althans in zijne benedenste lagen zeer digt is. Uit al deze omstandigheden kan men opmaken, dat de natuurlijke gesteldheid van Saturnus eene opmerkelijke overeenkomst heeft met die, welke op Jupiter plaats heeft. Maar in een opzigt onderscheidt Saturnus zich van Jupiter en van alle andere ons bekende hemelligehamen, namelijk door dat zonderling ligchaam, hetwelk algemeen bekend is onder den naam van den ring van Saturnus. Toen men na de ontdekking der verrekijkers het eerst deze nog hoogst gebrekkige werktuigen op Saturnus rigtte, stond men verbaasd over de onregelmatige gedaante van dezen wereldbol. Men meende in het eerst, dat de planeet uit drie aan elkander verbonden ligchamen bestond, uit het centraalligchaam en twee manen, die er aan weerszijde<noinclude></noinclude> 4gnsgjnjhgj51kwvymcakz24m20j7nc Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/144 104 86956 223480 2026-06-21T17:11:34Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223480 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.|111}}</noinclude>aan verbonden waren. Onze landgenoot {{sc|huygens}} was in 1659 de eerste, die, geholpen door zijne voor dien tijd voortreffelijke werktuigen, de ontdekking deed, dat het ligchaam van de planeet Saturnus, even als dat van andere planeten, bolvormig is, maar omgeven van eenen dunnen, platten ring, die van alle zijden van het ligchaam der planeet is afgescheiden en met dit ligchaam hetzelfde middelpunt gemeen heeft. Wij meenen onzen lezers geene ondienst te doen, wanneer wij hun de nadere beschrijving van dezen ring met de woorden van prof. {{sc|kaiser}} mededeelen. "Deze dunne en platte ring is van alle zijden van het ligchaam der planeet afgescheiden en heeft met dat ligchaam hetzelfde middelpunt gemeen. Die ring is cirkelvormig, maar in eenen eenigzins schuinschen stand geplaatst, met betrekking tot de vlakte van de loopbaan der aarde, waardoor wij hem altoos in zijne verkorting en dus ook als een langrond zien. Bij de beweging der planeet om de zon kan hij in eenen stand komen, bij welken zijn verlengde juist door de aarde gaat, dat wil zeggen, dat onze aarde op dezelfde hoogte als de ring geplaatst is. Wij zien den ring dan juist op zijnen kant of op zijne dikte, maar hij is zoo dun, dat hij dan zelfs door goede kijkers volstrekt niet gezien kan worden, en de planeet moet zich dus, in dit geval, als eene ronde schijf vertoonen. Dit duurt slechts eenen korten tijd. Door de verplaatsing van de planeet en de aarde, zal de ring ons allengs breeder voorkomen, maar zijne inwendige breedte kan ons nooit zoo groot toeschijnen, als de middellijn der planeet, zoodat wij ook nimmer den ring rondom de planeet zien kunnen, maar altoos een gedeelte van den ring door de planeet, en een gedeelte van de planeet door den ring bedekt wordt." "Door eenen goeden kijker van den tegenwoordigen tijd ziet men zeer duidelijk de slagschaduw van Saturnus op den ring en de slagschaduw van den ring op Saturnus, welke schaduwen haar voorkomen veranderen moeten, naarmate de planeet haren stand met betrekking tot de zon en de aarde verandert. Daar Saturnus in 30 jaren haren loop om de zon volbrengt, zal de ring ons gedurende omtrent vijftien jaren de eene zijde toekeeren en dan weder, gedurende vijftien jaren de andere. Door een zeer goeden kijker ziet men over den geheelen<noinclude></noinclude> lkns4meht3vts4p9ltiardp8ifx55fp Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/145 104 86957 223481 2026-06-21T17:15:40Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223481 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|112| OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCHAMEN ,|}}</noinclude>ring heen eene scherp begrensde gitzwarte streep, die, evenwijdig aan zijnen omtrek loopende, den ring in twee ringen verdeelt, welke met elkander en op zeer weinig na ook met de planeet hetzelfde middelpunt gemeen hebben. Meermalen heeft men ieder dezer twee ringen op dezelfde wijze, maar door veel fijner strepen, in vele andere ringen afgedeeld gezien, doch die fijnere verdeeling schijnt in zich zelve veranderlijk te zijn, daar zij niet altoos gezien wordt en hare meerdere of mindere duidelijkheid niet alleen van de meerdere of mindere zuiverheid van de lucht schijnt af te hangen. Bijzonder duidelijk heeft die onderscheiding zich dikwijls op den buitensten ring vertoond, en al laat zij zich daar niet onderscheiden, dan vertoont zich die buitenste ring toch altoos veel duisterder dan de binnenste." De middellijn van den buitensten rand des rings is nagenoeg 2¼ malen, die van den binnensten rand 14 malen zoo groot als de middellijn der planeet. De eerste middellijn is volgens {{sc|struve}} 40.09, de laatste 26".67 lang, terwijl de middellijn der planeet op gemiddelden afstand 17".99 bedraagt. Beide ringen met de daar tusschen liggende ruimte hebben eene breedte van 6".71, terwijl de ledige ruimte tusschen den binnensten rand des rings en het ligchaam der planeet 4".34 bedraagt. De middellijn van den buitensten rand zoude dus ongeveer 38090, die van den binnensten rand 25834 en die van het ligchaam der planeet 17090 geogr. mijlen meten. De geheele ring zoude dus eene breedte hebben van 6378 geogr. mijlen en de opene afstand van den ring tot de planeet 4122 geogr. mijlen bedragen. De dikte van den ring is naar evenredigheid zeer gering. Volgens {{sc|ehrschel}} bedraagt ze slechts 24, volgens {{sc|bassel}} 29.6 en volgens {{sc|schröter}} 119 geogr. mijlen. De afbeelding in het bekende werk van prof. {{sc|kaiser}} kan aan onze lezers eene getrouwe voorstelling geven van de gedaante, waarin zich dit ligchaam aan den hemel vertoont. De ring van Saturnus moet voor eenen waarnemer, op de oppervlakte der planeet geplaatst, de zonderlingste verschijnselen opleveren. Wij geven deze met de woorden van prof. {{sc|kaiser}}: "Digt bij de polen van de planeet kan men van den ring niets zien, omdat hij daar door de planeet zelve bedekt wordt. Onder den equator der planeet ziet men den ring over zijne inwendige dikte, als een gordel<noinclude></noinclude> iziowwp58rhvb2bb6sk33iy88ttel57 Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/146 104 86958 223482 2026-06-21T17:19:26Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223482 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.|113}}</noinclude>aan den hemel, die over het hoofd des waarnemers loopt. Op andere plaatsen van de oppervlakte der planeet ziet men den ring als eenen breeden boog aan den hemel, die op dezelfde plaats altoos denzelfden stand met betrekking tot den horizon behoudt, en die vijftien van onze jaren achtereen, gedurende dag en nacht, door de zon verlicht wordt, en dan weder gedurende vijftien van onze jaren duister blijft, terwijl hij zich alleen bij nacht verraden kan door de sterren, welke hij bedekt. De schaduw, die Saturnus op zijnen ring werpen moet, is voor eene plaats op zijne oppervlakte bij dag niet te zien, want dan is de plaats naar de zon toegekeerd, terwijl de schaduw altoos van de zon afgekeerd moet wezen. Bij nacht moet die schaduw zich vertoonen en langs dien geheelen boog schijnen te loopen. Altoos moet de ring een gedeelte van de oppervlakte der planeet met zijne schaduw bedekken en voor de plaatsen, die zich op dat deel bevinden, is de zon achter den ring verborgen. Zoo kunnen plaatsen op de planeet gedurende tien van onze jaren geheel van het zonnelicht beroofd worden, en dat geschiedt juist in den langen winter op die plaatsen, als zij de zonnestralen het meest behoeven." Welk een allervreemdst schouwspel de planeet Saturnus moet aanbieden aan eenen waarnemer, die op den ring geplaatst is, laat zich gemakkelijk denken. Aan de binnenzijde van den ring heeft men de planeet boven zich als een verlichten bol, die zich 20000 grooter aan den hemel vertoont, dan de zon op onze aarde. Op de vlakke zijden van den ring ziet men de planeet aan den horizon, maar wegens hare ontzettende grootte zich tot 45° boven den horizon verheffen. De werking van de aantrekkingskracht moet zich insgelijks op den ring op eene geheel eigenaardige wijze openbaren. Daar de voorwerpen op den ring aangetrokken worden deels door de stofmassa van den ring zelven, deels door het ligchaam der planeet, zoo volgt daaruit, dat alle voorwerpen op de vlakke zijden des rings in een scheeven stand geplaatst zijn en ook in eene scheeve rigting vallen. Daar de voorwerpen op den binnensten rand des rings door den ring in de rigting naar den ring heen, maar door het planetenligchaam in eene daartegenovergestelde rigting worden getrokken, zoo volgt<noinclude>{{rh|{{gap}}{{smaller|1864.}}||{{smaller|8}}{{gap}}}}</noinclude> b46kns98gyuptjj48qayek3w1kemosl Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/147 104 86959 223483 2026-06-21T17:23:20Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223483 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|114|OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCHAMEN, |}}</noinclude>daaruit, dat zij met veel mindere kracht naar den ring worden getrokken dan op den buitenrand, met andere woorden, dat zij op den binnensten rand veel ligter zijn, dan op den buitensten. Daar {{sc|herschel}} en {{sc|schröter}} op den tijd, als de ring zijnen dunnen rand als een fijne lichtende lijn naar de aarde toekeerde, gemeend hebben daarop zekere protuberantiën of uitstekende punten te ontdekken, zoo hebben zij daaruit afgeleid, dat de oppervlakte van den ring niet volkomen effen zijn kan, maar met hobbeligheden en bergen bezet moet zijn. Zoo heeft men ook uit de omstandigheid, dat de ring over 't algemeen een sterker licht terugkaatst dan de schijf der planeet zelve, gemeend te kunnen opmerken, dat hij uit eene stof bestaat, die in digtheid de stof, waaruit het ligchaam der planeet is zamengesteld, overtreft. Dit is bijna alles wat met eenige waarschijnlijkheid aangaande de natuurlijke gesteldheid van den Saturnus-ring gezegd kan worden. Kon met eenige zekerheid de vraag worden beantwoord, vanwaar deze ring ontstaan is, dan zoude daardoor welligt een meer zeker licht over zijne natuurlijke gesteldheid verbreid kunnen worden. Maar het is daar nog ver van daan. Wel heeft het niet ontbroken aan een aantal gissingen, maar de meesten daarvan zijn vaak gemakkelijker te weerleggen dan te verdedigen. Zoo beweerde {{sc|robberval}}, dat deze ring zijn oorsprong verschuldigd is aan dampen, die van de planeet opstijgen. {{sc|Mairan}} beweerde, dat Saturnus oorspronkelijk een veel grooter wereldbol geweest is, en dat de ring niets anders is dan het overblijfsel van zijn ouden equator door de afkoeling tot een veel kleiner omvang ingekrompen. {{sc|Buffon}} dacht, dat de ring eens tot de planeet zelve behoorde, maar door de middelpunt-schuwende kracht daarvan was afgescheiden. {{sc|Maurpertuis}} hield het er voor, dat de ring voortgebragt was door den staart van eene komeet, die door de aantrekkingskracht der planeet gedwongen was rondom haren bol te blijven hangen. De komeet zelf zoude één harer manen, hare staart den ring gevormd hebben. Nemen wij echter aan, dat de manen zich van de planeten hebben afgescheiden op dezelfde wijze, als de planeten zich als kosmische ringen van het groote centraalligchaam hebben afgezonderd, dan is<noinclude></noinclude> pbetlmb1xyj01jv9ou2bcry6ifyu07y Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/148 104 86960 223484 2026-06-21T17:25:45Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223484 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||TOT ONS ZONNESTELSEL BEHOORENDE.|115}}</noinclude>het niet geheel onwaarschijnlijk, dat Saturnus zich nog bevindt in dat tijdperk harer kosmische vorming, waarin nieuwe manen van haar ligchaam worden afgescheiden. Bevestigen zich de waarnemingen, die door beroemde sterrekundigen in het jaar 1850 gemaakt zijn, dan zoude zich in de tusschenruimte tusschen de planeet en den binnensten rand des rings een nieuwen ring gevormd hebben, die in het eerst nog met het ligchaam der planeet scheen zamen te hangen en zieh als een lichtende sluijer tusschen de planeet en den ring uitstrekte. Later werd eene afscheiding, hoewel niet volkomen zwart, tusschen dezen ring en den anderen en de planeet zelve waargenomen. Wordt men er bijna toe gedwongen, uit deze verschijnsels tot een nieuwe ringvorming te besluiten, dan is het zoo vreemd niet, de veronderstelling aan te nemen, dat de ringen zelve, wier massa's zich nog in eenen zeer verdunden toestand bevinden, eenmaal manen zullen vormen. Wanneer eenmaal een der ringen door verdere zamentrekking en verdigting zijner deelen zich op eene plaats vaneen scheurt, zal de massa tot dien ring behoorende zich van lieverlede moeten zamenrollen en een kogelvormigen bol vormen, die van dien tijd af als wachter of maan de planeet op haren weg rondom de zon zal vergezellen. Welligt zullen eenmaal onze nakomelingen de wording van nieuwe manen van de planeet Saturnus kunnen waarnemen. Reeds bezit Saturnus behalve den ring op dezen tijd acht zulke manen, die in elliptische loopbanen zich rondom haar bewegen in eene vlakte, die evenwijdig is aan die van haren ring. Terwijl de naastbijstaande slechts 3,36 halve middellijnen der planeet van haar verwijderd is, en slechts 22 uren, 27 minuten, 23 sekonden tot haren omloop noodig heeft, volbrengt de verste op een afstand van 64.36 halve middellijnen haren omloop in den tijd van 79 dagen, 7 uren, 53 minuten, 40 sekonden. Deze manen zijn zoo verre van ons verwijderd, dat zij, als wij de door {{sc|huygens}} reeds ontdekte uitzonderen, slechts door kijkers van groot vermogen en dan nog met moeite en alleen onder de gunstigste omstandigheden gezien kunnen worden. Het is dus niet te verwonderen, dat aangaande hare natuurlijke gesteldheid niets met<noinclude></noinclude> 5ggjnv6ocbchxwn2g1ptytcpnp4gpwk Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/149 104 86961 223485 2026-06-21T17:32:22Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223485 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|116|OVER DE NATUURLIJKE GESTELDHEID DER LIGCHAMEN, ENZ.|}}</noinclude><section begin="ligchamen"/>zekerheid gezegd kan worden. Alleen heeft men dit kunnen nagaan, dat zij even als alle andere wachters der planeten altijd dezelfde zijde naar de planeet toekeeren en dus ééne omwenteling in den tijd van éénen omloop volbrengen. Bij eene enkele heeft men tevens kunnen waarnemen, dat zij niet gelijkelijk lichtgevend is op alle punten van hare oppervlakte. Over 't algemeen mag men vaststellen, dat deze kleine hemelligchamen hetzelfde karakter hebben als de manen van Jupiter. {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} <section end="ligchamen"/> <section begin="koorts"/>{{c|{{larger|GELE KOORTS GEROKEN DOOR GIEREN.}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} Onder eenige aanteekeningen betreffende verschillende natuurverschijnselen, gemaakt door den majoor {{sc|e.b. hunt}}, tijdens zijn verblijf te Key West, en medegedeeld in het ''American Journal'', 1863, p‚, 395, leest men het volgende: "Bij twee onderscheidene gelegenheden, toen er gevallen van gele koorts in het hospitaal der marine waren, waar ik dagelijks voorbij kwam, zag ik een troep gieren, rondvliegende over het dak van het gebouw en daarmede dag aan dag voortgaande. Ik heb hen dit nimmer zien doen dan alleen wanneer er lijders aan gele koorts onder het dak waren. Ook is het algemeen geloof in de stad, dat deze vogels zich alleen dan boven het hospitaal vertoonen, wanneer daar binnen gele koorts is. Ik voor mij ben daar vast van overtuigd en kan, wat ik zelf gezien heb, slechts verklaren door aan te nemen, dat er een reuk van den lijder uitgaat, die door deze vogels reeds op zoo grooten afstand wordt waargenomen. De stofdeeltjes, welker verspreiding aldus wordt aangetoond, schijnen tevens de dragers te zijn van de besmetting door de lucht en de oorzaak van de verbreiding der ziekte." {{r|[[Auteur:Pieter Harting (1812-1885) |{{sc|Hg.}}]]{{gap|4em}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}<section end="koorts"/><noinclude></noinclude> mg6ti9wuvjphki7hvdwhz2aa85he1a4 Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/150 104 86962 223487 2026-06-21T17:46:53Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223487 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr}} {{c|{{larger| HET DIERLIJK LEVEN OP SPITSBERGEN;}} {{smaller|DOOR}} {{larger|{{sc|A.J. MALMGREN}} <ref>{{sc|Malmgren}} maakte deel uit van de Zweedsche expeditie, die in den zomer van 1861 Spitsbergen bezocht.</ref>.}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} De eilandengroep Spitsbergen, gelegen tusschen 76,5° en 81° N. B. en 9 tot 22° O.L. v. Greenw., bestaat uit drie grootere eilanden, het eigenlijke Spitsbergen, het Noordoostelijke land en StansForeland, benevens eene menigte kleinere eilanden, vooral in het zuidelijk gedeelte. De kleinere eilanden bestaan gedeeltelijk uit rotsen en uit bergen met vlakke of ook wel met hooge toppen en steile hellingen, die bij 80° bij eene absolute hoogte van ongeveer 1000 voet de sneeuwgrens bereiken, gedeeltelijk ook uit zand en ineengepakt gruis en steenen, In het laatste geval zijn zij laag en tamelijk vlak. In den zomer worden zij, de hoogste bergtoppen uitgezonderd, gezamenlijk vrij van ijs. De drie grootere eilanden zijn daarentegen bergachtige landen van 1- tot 3000 voet hoogte, met zeer diepe inhammen op vele plaatsen en bedekt met landijs van verscheidene honderd voeten hoog, hetwelk door middel van ontelbare gletschers, niet zelden van eene ontzaggelijke uitgebreidheid, met de zee in verband staat. Langs de kust verheft zich een steile, alleen door gletschers of dalen afgebroken bergwand, gewoonlijk 1000 voeten hoog, met toppen, die eene hoogte van 2- tot 3000 voet bereiken. Deze wand of juister zijn kam is door spleten en kleinere dalen in eene menigte toppen verdeeld, die aan de westkust spits en dikwijls onbeklimbaar, aan de noordkust en aan Hinlopen-straat — eene zeeengte, die het Noordoostelijke land van het eigenlijke Spitsbergen<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> 04asswubfsbtuqij1cz9kgptbzyef7o Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/151 104 86963 223488 2026-06-21T17:52:11Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223488 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|118|HET DIERLIJK LEVEN OP SPITSBERGEN.|}}</noinclude>scheidt—regt afgesneden zijn, waardoor zij hier niet zelden het voorkomen verkrijgen van afgestompte kegels. Achter den rotswand breidt zich eene zee van landijs uit, over het waterpas van hetwelk zich voor het meerendeel spitse bergtoppen in grooten getale verheffen. Deze geven het land zijn eigendommeliijk karakter, en {{sc|barentz}} vond er teregt aanleiding in om het Spitsbergen te noemen. Tusschen den bergwand en de zee daarentegen is een smal kustland, dat in den zomer vrij van sneeuw wordt, even als de naar de zee toegekeerde helling van den bergwand. Juist hier, op dit smalle kustland en op de kleinere eilanden zijn onderzoekingen gedaan naar het planten- en dierlijke leven op Spitsbergen, weshalve wij het noodig achten over de gesteldheid daarvan kortelijk berigt te geven. Het kustland, dat in den regel eene breedte bezit van {{smaller|{{frac|1|8}}}} tot {{smaller|{{frac|1|4}}}} van een zweedsche mijl, bestaat gewoonlijk uit trappen, in den vorm van terrassen, tot aan den voet van den bergwand, die voor het grootste gedeelte omgeven is met een breeden steenhoop, of ook wel zich gelijkmatig, namelijk zonder trappen, met grooter of kleiner helling naar de zee wendt. De grond bestaat nu eens uit zand of ineengepakt gruis en steenen, dan weder uit gerolde steenen en boven op de terrasvormige trappen, waar hij vlakker is en het water slechts langzaam afvloeit, is hij dikwijls moerassig door opgeloste klei en slijk, met beginnende veenvorming. Daar waar de afstand tusschen den bergwand en het strand grooter is, {{smaller|{{frac|1|2}}}} tot 1 mijl, biedt de oppervlakte van het van sneeuw vrije land eene grootere afwisseling aan; daar toch komen bergruggen, heuvels en rotsblokken voor, benevens moerassige plaatsen, veen en verzamelingen van zoet water, zoowel kleine als vrij diepe vijvers, benevens modderpoelen of lagunen, die in verhouding tot het beperkte land zeer groot en diep mogen genoemd worden. De grootere wateren bevriezen nimmer tot op den bodem en eenige van hen bevatten zelfs visschen. Aan den oostelijken oever der Wydebaai was een zoodanig onder 79° 55' N.B., in hetwelk naar de aanteekeningen en mondelinge mededeelingen der heeren {{sc|blomstrand}}, {{sc|a. van goes}} en {{sc|smitt}} zalmen door hen zijn waargenomen van een voet lengte. Aan den oever van dit zalmenmeer vloog eene nieuwe soort van ''Phryganea'',<noinclude></noinclude> 0gvqzpvt1uf9d59gsa7wq3rc36yd5ny Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/152 104 86964 223489 2026-06-21T17:58:43Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223489 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||HET DIERLIJK LEVEN OP SPITSBERGEN.|119}}</noinclude>waarvan voorwerpen voor het rijks-museum te Stockholm zijn medegebragt. Een bruischende stroom stortte zich uit het meer in de zee. Aan de Kobbe-baai, 79° 40' N.B., is een klein moeras, omstreeks 50 vademen van het digst bijgelegen zeestrand verwijderd, van hetwelk het door eenen 10 tot 15 voet hoogen aarden wal gescheiden wordt, die benevens het moeras nog op den 26 Mei met sneeuw bedekt was. Het was 3½ vadem diep en bedekt met ijs van 4 tot tot 5 voet dikte. De warmtegraad van het water bedroeg aan de oppervlakte 0°, op den bodem + 1,5° C. Het bezinksel op den grond bestond voornamelijk uit Diatomeën, en digt bij den bodem leefde in menigte een klein schaaldier uit de orde der ''Copepoda''. Toen ik in het begin van September het moeras op nieuw bezocht waren sneeuw en ijs geheel verdwenen en was de warmtegraad op den 10 September + 1,2° aan de oppervlakte en op den bodem + 2,2° C. Zoetwatermollusken waren niet te ontdekken en evenmin andere dieren, behalve de genoemde ''Copepoda'' en de larven eener ''Diptera'' (''Chironomus''), die wij zelfs op groote diepte in menigte in het bezinksel op den bodem vonden. Diatomeën en Desmidiaceën waren in grooten getale voorhanden. Dikwijls zag ik ''Colymbus septentrionalis'' en ''Anser bernicla'' in het moeras zwemmen. De oevers der kleinere en gewoonlijk ondiepe waterbekkens, zooals ik ze op de lage eilanden Low-Island, Depot-eiland, Moffen en andere bij 80° N.B. heb gezien, zijn omgeven door eene veenvorming van eene dikte van hoogstens 1 voet. Het bekken zoowel als de groene en vochtige weide van mossen<ref>De soorten, die op dergelijke plaatsen het meest voorkomen, zijn: ''Aulacomnion turgidum, Mnium orthorhynchum, Philonotis fontana, Hypnum revolvens'' en ''Hypnum uncinatum'', maar geene ''Sphagnum''-soorten.</ref>, die op een kleinen afstand van den waterrand het veen bedekte, bevatte eene groote menigte larven van dezelfde Diptera, van welke ik zoo velen op den bodem van het moeras aan de Kobbe-baai vond en waarmede ''tringa maritima'' gedurende de zomermaanden schier uitsluitend zich voedt. Onder het mos komt buitendien een ringworm, ''Lumbricillus'', in grooten getale voor. Op een klein eiland bij Shoal-Point, 80° 10" N.B., zag ik<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> ln8hzdmvhmir5dvfyz2nqzmslcxolg1 Index:Nieuwsblad van het Zuiden vol 022 no 7738 Egyptische grafkelder ontdekt.djvu 106 86965 223491 2026-06-21T22:38:11Z Vincent Steenberg 280 nieuw 223491 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=tijdschrift |Taal=nl |wikidata= |Titel=Nieuwblad van het Zuiden |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar=1939 |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=q |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1="tweede blad, 2" /> |Opmerkingen=[[Nieuwsblad van het Zuiden/Jaargang 22/Nummer 7738/Egyptische grafkelder ontdekt]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} f22y572xpfg5mv8eec5uxiwtxuptqjc 223492 223491 2026-06-21T22:38:48Z Vincent Steenberg 280 typo 223492 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=tijdschrift |Taal=nl |wikidata= |Titel=Nieuwblad van het Zuiden |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar=1939 |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1="tweede blad, 2" /> |Opmerkingen=[[Nieuwsblad van het Zuiden/Jaargang 22/Nummer 7738/Egyptische grafkelder ontdekt]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} 0dhp922ed97v9mw7o9drxicffyva3nc Pagina:Nieuwsblad van het Zuiden vol 022 no 7738 Egyptische grafkelder ontdekt.djvu/1 104 86966 223493 2026-06-21T22:45:48Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 223493 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{c|'''EGYPTISCHE GRAFKELDER ONTDEKT.'''}} {{c|'''Een zuiver gouden sarcophaag.'''}} {{gap}}De Fransche professor Montet van de universiteit van Straatsburg, heeft te Tanis nabij Zagaig (Egypte) de nog geheel ongeschonden zijnde grafkelder van koning Pejsennes van de 22ste dynastie ontdekt. <br>{{gap}}De hoogleeraar, die den grafkelder alleen binnenging, zag daar op een kalksteenen altaar de geheel van zuiver goud zijnde sarcophaag van den vorst liggen. Er naast lagen twee rijen met juweelen versierde geraamten. <br>{{gap}}Brioton, de welbekende oudheidkundige expert, verklaarde dat de in den grafkelder gevonden schatten alleen door die welke in Toet-Ankh-Amen’s graf werd gevonden, in waarde overtroffen worden. Gemeld wordt dat de sarcophaag niet minder dan een ton weegt en nog gisteren naar Tanis is overgebracht.<noinclude></noinclude> 2gz5cqmyutzgn4cyjfp5j8midaxodu3 Nieuwsblad van het Zuiden/Jaargang 22/Nummer 7738/Egyptische grafkelder ontdekt 0 86967 223494 2026-06-21T22:49:09Z Vincent Steenberg 280 nieuw 223494 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Egyptische grafkelder ontdekt. Een zuiver gouden sarcophaag’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit het ''Nieuwsblad van het Zuiden'', maandag 20 maart 1939, tweede blad, [p.&nbsp;2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Nieuwsblad van het Zuiden vol 022 no 7738 Egyptische grafkelder ontdekt.djvu" from="1" to="1"/> [[Categorie:Nieuwsblad van het Zuiden]] seu9m88zmap7qfvmgtbcviob62x232w Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/153 104 86968 223495 2026-06-22T08:02:46Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223495 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|120|HET DIERLIJK LEVEN OP SPITSBERGEN.|}}</noinclude>kleine bekkens, die geheel volgegroeid waren en nu, met groene mossoorten bedekt, veenbekkens vormden van beperkten omvang. Op de terrasvormige trappen beneden de hooge bergen en in de dalen, die zich van den oever in het land uitstrekken en dikwijls bij een gletscher eindigen, komen moerassige plaatsen voor van aanmerkelijke grootte, die gedeeltelijk uit weeken leem, klei en modder rijk aan diatomeën, met een beginnende veenvorming bestaan, gedeeltelijk ook uit reeds gevormde veenlagen, bijwijlen van belangrijke diepte en met groene mossen bedekt. Mijn vriend en reisgenoot {{sc|a. van goes}} heeft mij mondeling medegedeeld, dat hij aan eenen inham van de westkust (King's Bay) een veenlaag gezien heeft van meer dan eene el dikte, en hij vermoedt, dat de dikte in het midden aanmerkelijk dikker is. Het is juist op zulke veenlagen, dat zich de ganzensoorten van Spitsbergen ophouden. Het plantenleven is op Spitsbergen in vergelijking met zuidelijker landen zeer gering; in verhouding tot de noordelijke daarentegen rijker dan in eenig ander poolland. Ik ken daar 93 soorten van phanerogame planten en schat het aantal der kryptogame soorten op ongeveer 250. Geene boomsoorten, twee soorten van wilgen van eenige duimen hoogte uitgezonderd, geen Vaccinium-soorten, geene Leguminosen worden daar gevonden; Cruciferen en Gramineën voeren den boventoon. Omtrent de luchtsgesteldheid van Spitsbergen wil ik hier een paar woorden in het midden brengen. Volgens {{sc|dove}} gaat de jaarlijksche isotherme van — 8 ° R. over noordelijk en die van—6° R. over zuidelijk Spitsbergen. De hoogste temperatuur in dit land gedurende den togt waargenomen bedroeg + 16° C. Deze waarneming geschiedde door professor {{sc|blomstrand}} den 15 Julij in het binnenste der Wyde-baai. Dr. {{sc|v. goes}} deed te gelijkertijd onderzoekingen op het schip "Magdalena"', dat in het noordelijk deel der Wyde-baai lag, en vond + 28° C. in de zon en + 12° in de schaduw. Het in verhouding tot de breedte zoo verrassend zacht klimaat van Spitsbergen wordt veroorzaakt door de eiland-ligging en door den golfstroom, die, gelijk men kan aantoonen, de geheele westkust van Spitsbergen en ten minste op bepaalde tijden van het jaar, in<noinclude></noinclude> 176np5rsdqy2j32bghz5s8ria9qgsvh Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/154 104 86969 223496 2026-06-22T08:12:10Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223496 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||HET DIERLIJK LEVEN OP SPITSBERGEN.|121}}</noinclude>Augustus en September, ook zekere gedeelten der noordelijke kust bespoelt. Aan het einde der maand Mei of in het begin van Junij zijn de hellingen van de hooge bergen en grootendeels ook het kustland vrij van sneeuw; daarentegen blijft de sneeuw in de dalen liggen tot aan het einde van den zomer, ten minste aan de noordelijke kust. Op het einde van April is de zuidwestelijke kust voor zeevaarders toegankelijk en worden de inhammen vrij van ijs, terwijl daarentegen aan de westkust van het Noord-Oostelijke land het ijs in den binnensten zeeboezem nog tot aan het einde van Julij en het begin van Augustus vast blijft liggen. De regen valt in den zomer bijna niet. Donder is daar nog nooit gehoord. Na de gesteldheid van den grond en van het klimaat in het kort te hebben behandeld, wil ik nu nog de vraag beantwoorden: waarvan de vogels op Spitsbergen hoofdzakelijk leven en waarin hun voorraad van voedingsmiddelen bestaat. Drie vierde der aldaar woonachtige vogelsoorten zijn zeevogels en vinden in meerdere of mindere mate hun voedsel in de zee, uitgenomen de ganzensoorten, die meestal van gras leven. ''Larus glaucus'' leeft bijna uitsluitend van eijeren en jonge vogels, vangt evenwel ook visschen en aast zelfs op lijken. ''Larus eburneus'' woedt zich met lijken en met de uitwerpselen van zeehonden. ''Lestris'' eet eijeren, vangt zelfs ook visschen, doch tracht meestal te leven op kosten van ''Larus tridactylus. Procellaria glacialis'' is belust op spek, doch verteert ook kleine dieren, b.v. ''Limacina''. Alle overige ganzen voeden zich met kleine zeedieren, Crustaceën of Mollusken, terwijl behalve deze ook nog aan sommige visschen tot voedsel verstrekken. Van de klasse der Crustaceën bereiken ''Amphipoda'' en ''Macroura'' eene buitengewone ontwikkeling, zoowel met betrekking tot het aantal soorten, als ook tot den rijkdom der individu's. Voornamelijk dragen de soorten van de orde der ''Amphipoda'' en de kleinere van die der ''Macroura'' er toe bij om de zwermen vogels op Spitsbergen te onderhouden; de grootere soorten van ''Macroura'' daarentegen strekken voornamelijk tot spijs aan zeehonden. De Mollusken-fauna is rijk aan individu's en vergelijkenderwijze ook aan soorten; zoetwater-mollusken worden hier evenwel niet gevonden, uitgezonderd eene ''Littorea''-soort, die evenwel<noinclude></noinclude> actcfxmdt0xaou5y9hohn75cs49143s Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/155 104 86970 223497 2026-06-22T08:15:39Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223497 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|122|HET DIERLIJK LEVEN OP SPITSBERGEN.|}}</noinclude>zeldzaam is. De ''Somateria''-soorten en ''Fuligula glacialis'' leven bijna uitsluitend van mollusken, die zij door te duiken van den bodem der zee ophalen. ''Larus tridactylus'' en ''Sterna arctica'' daarentegen voeden zich met de op de oppervlakte van het water voorkomende soorten van der orde Pteropoden, ''Limacia arctica'' en ''Clio borealis''. De klasse der visschen is ontegenzeggelijk in de zee bij Spitsbergen veel spaarzamer vertegenwoordigd dan in zuidelijker zeeën, en de soorten, ten minste de nu nog bekende, zijn klein en onaanzienlijk; het aantal individu's daarentegen schijnt zeer groot te zijn en staat evenals bij de vogels in omgekeerde verhouding tot het aantal soorten. Vooral voeden de vogels zich met soorten uit de geslachten ''Gadus, Liparis'' en ''Lumpenus'', en deze schijnen ook met ''Cottus'' van alle visschen het talrijkst vertegenwoordigd, zoowel wat de soorten als de individu's betreft. Het aantal soorten van de tot op heden bij Spitsbergen gevondene visschen bedraagt ter naauwernood 20. Het dierlijke leven in de zee om Spitsbergen is daarenboven zoo krachtig en ontwikkeld, dat ieder, die zijne opmerkzaamheid daarop vestigt, er in hooge mate door verrast wordt. Hoewel het aantal soorten geringer is dan in Finmarken, is de menigte van individu's hier veel grooter. De vogels, aan welke het te beurt gevallen is, hun voedsel te halen uit eene voorraadkamer, zoo rijk voorzien als de zee om Spitsbergen, lijden waarlijk geen gebrek, zelfs als zij in grooter menigte voorhanden waren, dan inderdaad het geval is. Is het dierlijk leven in de zee rijk en krachtig, op het land daarentegen is het des te armer en door den invloed van het harde klimaat onderdrukt. Het lager aan de zee gelegen strand is gedurende de eb bijna geheel van dieren ontbloot, door de ijsvorming aan den oever gedurende den winter. Daarom ontbreken op Spitsbergen die vogelsoorten geheel en al, die uitsluitend uit den eb haar voedsel halen. De drie hier voorhanden soorten van moerasvogels ziet men zelden en slechts in den trektijd gedurende de eb aan het strand, anders houden zij zich op bij de kleine verzamelingen van zoetwater of op de vochtige met mos bedekte plaatsen aan den voet der hooge bergen. Twee van deze, ''Charadrius hiaticula'' en<noinclude></noinclude> ku58yijgf4wasu87hrn7awu3xsonpz4 Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/156 104 86971 223502 2026-06-22T11:43:05Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223502 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||HET DIERLIJK LEVEN OP SPITSBERGEN.|123}}</noinclude>''Tringa maritima'', voeden zich met eene larve van ''Diptera'', die onder het vochtige mos veelvuldig voorkomt en ook met eene soort van ''Lumbricillus'', terwijl de derde, ''Phalaropus fulicarius'', eene kleine kogelvormige Alge, (''Nostoc. sp''.?) verzamelt. De laatste voedt zich ook wel met kleine Crustaceën, die hij in zee zwemmende, op hare oppervlakte inzamelt. Was de eb rijker en het aantal insekten grooter, dan zou Spitsbergen voorzeker meerdere moerasvogels bezitten, ten minste ook diegene, die op Melville-eiland, Novaja Semlja en andere poollanden inheemsch zijn, zooals ''Strepsilus collaris'' {{sc|temm}}. en ''Calidris arenaria'', en bovendien de eene of andere ''Tringa''-soort. De insektenwereld is zoo gering, dat zij ter naauwernood 15 soorten telt. Men heeft op Spitsbergen nog geen enkelen vertegenwoordiger gevonden van de orden der ''Coleoptera, Lepidoptera, Hemiptera'' of ''Orthoptera'', niettegenstaande zeer zorgvuldige en uitgestrekte onderzoekingen. Eenige soorten van ''Thysanura, Diptera'' en ''Hymenoptera'', zooals eene soort van ''Phryganea'' uit de orde der ''Neuroptera'', vertegenwoordigen daar de aan soorten zoo onmetelijk rijke klasse der insekten, en van deze weinige soorten komen de meesten nog slechts zelden voor. Van Arachniden komen behalve 4 of 5 kleine ''Acari''-soorten slechts 2 of 3 soorten voor aan de noordelijke kust van Spitsbergen. Eene zoo groote armoede aan insekten, in verband met het geheel ontbreken van bosschen, maakt het onmogelijk, dat hier van de orde der ''Passeres'' andere vertegenwoordigers zijn dan ''Emberiza nivalis'', die zich voornamelijk voedt met zaden, doch ook wel met insekten en hunne larven. Even als ''Emberiza nivalis'', zijn ''Lagopus hyperborea'' en de vertegenwoordigers van het geslacht ''Anser'' verpligt hun hoofdvoedsel te halen van de planten van het land. Daar het plantenleven daarenboven zeer arm is, kan het aantal der individu's van de weinige soorten van plantenetende vogels in geenen deele wedijveren met dat van hen, die van de zee leven. Slechts ''Anser bernicla'' wordt vrij veelvuldig waargenomen, de overige soorten van ganzen zijn zeer zeldzaam en worden slechts aan de inhammen der zuidwestkust gevonden. Ook ''Lagopus hyperborea'' komt slechts in een zeer gering aantal voor. Het is in ieder geval merkwaardig, dat deze dieren zich hier gedurende den winter kunnen voeden. Dit kan ik mij alleen verklaren door aan te nemen, dat de<noinclude></noinclude> cpnhwrkebark8vxibq5kxcrs1z2n2nt Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/157 104 86972 223503 2026-06-22T11:47:32Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223503 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|124|HET DIERLIJK LEVEN OP SPITSBERGEN.|}}</noinclude>berghellingen en dat deel van het kustland, dat het meest aan de winden blootstaat, gedurende den winter niet met sneeuw bedekt zijn. Al is dit het geval, dan blijft het mij nog een onverklaarbaar raadsel, dat het sneeuwhoen en de kudden rendieren den langen winter kunnen verdragen. Het rendier voedt zich namelijk op Spitsbergen met gras en andere phanerogame planten, daar het rendiermos (''Cladonia rangiferina'') hier niet in zoo groote menigte voorkomt, dat het, zooals in de bergachtige streken van Scandinavië, aan het rendier tot hoofdvoedsel kan verstrekken. Men vindt, dat het rendier in Mei en in het begin van Junij uiterst mager is en zijn maag vond ik in dezen tijd van het jaar gevuld met phanerogame planten van het vorige jaar. Wat aangaat de verdeeling der op Spitsbergen te huis behoorende soorten over het land moet ik doen opmerken, dat ''Procellaria glacialis'' en ''Larus eburneus'' tot nu toe aan de westkust van het Noordoostelijke land broedend zijn aangetroffen, gene onder 80° 24' en deze onder 80° N.B., maar nergens aan de westkust. Daarentegen zijn ''Anser leucopsis'' en ''Somateria spectabilis'' slechts aan de westkust gevonden. Alle overige soorten broeden zoowel in het noordelijke als in het westelijke en het zuidelijke deel van het land, doch aan de westkust het talrijkst. Vestigen wij ten slotte onze opmerkzaamheid op de broedplaatsen, zoo moeten wij een bepaald verschil maken tusschen het vasteland — zoo noemen wij de 3 groote eilanden, het eigenlijke Spitsbergen, het Noordoostelijke land en Stans-Foreland te zamen genomen — en de met bergen bedekte eilandjes aan de eene zijde en de nog kleinere, lage 'eilandjes aan de andere zijde, want die vogels, die op de laatstgenoemden broeden, worden nooit of ten minste slechts bij uitzondering op de grootere, bergachtige eilanden aangetroffen, en omgekeerd. Op dergelijke kleine en lage eilandjes, die grootere of kleinere verzamelingen van zoetwater of moerassen bevatten, nestelen de volgende soorten: ''Charadrius hiaticula, Tringa maritima, Phalaropus fulicarius, Harelda glacialis, Colymbus septentrionalis, Sterna arctica'' en somtijds ''Anser bernicla''; de laatste evenwel broedt gewoonlijk op het vaste land. ''Somateria mollissima, Somateria spectabilis'', en ''Lestris''<noinclude></noinclude> 1kqy3ffyp1nvo6n8wl8wqq4rliyde1r Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/158 104 86973 223504 2026-06-22T11:51:26Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 223504 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||HET DIERLIJK LEVEN OP SPITSBERGEN.|125}}</noinclude>''parasitica'' broeden op de lage eilandjes, zonder acht te geven op de nabijheid van het zoete water; toch zag ik ''Somateria mollissima'' steeds in veel grooter aantal op die eilandjes, op welke kleine moerassen voorhanden waren. Van de genoemde vogels vond ik ''Fringa maritima'' en ''Lestris parasitica'' slechts een enkele maal op het lage gedeelte van het vasteland broedend en ''Somateria mollissima'' op den oever van grootere, bergachtigere eilanden; doch zulke gevallen behooren tot de uitzonderingen op den regel. Dat deze vogels alleen op de kleine lage eilanden broeden, komt daarvan daan, dat gedurende den broedtijd de poolvos (''Canis lagopus'') aldaar niet voorhanden is en zijne rooftogten dus niet tot hen kan uitstrekken. Zij broeden namelijk allen op opene nesten en hunne eijeren en jongen zouden voor den vos een gemakkelijke buit worden, als zij hunne nesten op het vaste land of op de grootere eilanden maakten, waar de poolvossen in menigte voorkomen, Geen van hen is sterk genoeg om zijn nest tegen de aanvallen van dit roofdier te verdedigen. {{sc|Torell}} heeft reeds in 1859 waargenomen, wat ik uit ervaring kan bevestigen: dat, als een eiland door vast- of drijfijs met het vaste land verbonden is, en de vos over deze ijsbrug het gemakkelijk kan bereiken, geen vogel er zich op zal nederlaten, voordat het ijs verdwenen is. Blijft het iijs tot in den broedtijd liggen, dan worden de eilanden, die met het vaste land verbonden zijn geweest, dien zomer niet bewoond. Dit is de oorzaak waarom de het digst bij het land gelegen eilanden aan de noordkust gewoonlijk onbewoond zijn, want het ijs ligt bijna altijd nog gedurende den broedtijd tusschen hen en het vasteland. De lage deelen en de kleine veenen, aan de inhammen van het vaste land, zijn op Spitsbergen de verblijfplaatsen der ganzensoorten, van welke slechts ''Anser bernicla'' in een eenigermate groot aantal wordt gevonden; de overige daarentegen zijn schaarsch en houden zich slechts op aan de westkust. Eerst op de steile hellingen der hooge bergen, die zich langs de zee op het vaste land bevinden, en op de bergachtige eilanden vertoont zich het vogelleven van Spitsbergen in zijne ware grootheid en indrukwekkende kracht. In de steenhoopen boven op den wal van het strand, aan den voet van den bergwand, nestelen ''Emberiza nivalis'' en ''Mergulus'', alle op zoodanige wijze, dat de vos<noinclude></noinclude> n1sqh0uy6kd1pyd97v66jsxpf2da5kh