Wikisource
nlwikisource
https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina
MediaWiki 1.47.0-wmf.7
first-letter
Media
Speciaal
Overleg
Gebruiker
Overleg gebruiker
Wikisource
Overleg Wikisource
Bestand
Overleg bestand
MediaWiki
Overleg MediaWiki
Sjabloon
Overleg sjabloon
Help
Overleg help
Categorie
Overleg categorie
Hoofdportaal
Overleg hoofdportaal
Auteur
Overleg auteur
Pagina
Overleg pagina
Index
Overleg index
TimedText
TimedText talk
Module
Overleg module
Event
Event talk
Hoofdportaal:Geschiedenis/Duitsland/Hertogdom Gulik
100
76423
223536
223195
2026-06-22T18:44:23Z
Vincent Steenberg
280
+bron
223536
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Geschiedenis van het hertogdom Gulik
| afbeelding = Wernigeroder Wappenbuch 065 cropped.jpg
| alt = wapens van de hertogdommen Gulik (links) en Gelre (rechts)
| beschrijving = Bronnen bij de geschiedenis van het [[w:Hertogdom Gulik|hertogdom Gulik]]
}}
== Geschiedenis van tijdperken; afzonderlijk ==
=== 17e eeuw ===
;Werving van soldaten voor het Spaanse leger, 1619
*Anoniem ([10 februari 1619]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/10 februari/VVt Keulen den 2. Februarij, 1619|‘VVt Keulen den 2. Februarij, 1619’, alinea 11]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''].
;Aardbeving, juni 1619
*Anoniem ([15 juni 1619]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/15 juni/Nederlantsche tydinghe den 14 Iunius|‘Nederlantsche tydinghe den 14 Iunius’, alinea 4]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''].
;De staten van Gulik werven soldaten
*Anoniem (3 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 28#art7|‘Wt Ceulen vanden lesten Ianuarij’, alinea 3]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 8.
;Neutraliteit van Gulik en Kleef bij het aflopen van het Twaalfjarig Bestand
*Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/De Clevische, ende Gulicksche Landen|‘De Clevische, ende Gulicksche Landen, ende Vorstendommen, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/De Cleefsche ende Gulicksche Landen|‘De Cleefsche ende Gulicksche Landen hebben haere Neuteraliteyt, by den Erts-Hertogh becomen, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (12 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/12 mei/De Vyantschap int Landt van Gulich|‘De Vyantschap int Landt van Gulich […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
;Werving van soldaten voor het Spaanse leger, 1621
*Anoniem (10 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 32#art4|‘Tydinghen vvt Ceulen van Februarius’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 7-8.
;Opbreking van het Lotharingse leger uit Gulik, februari 1653
*Anoniem (25 februari 1653) [[Ordinaris Dingsdaeghse Courante/1653/Nummer 9/Uyt Ceulen, den 16 dito|‘Uyt Ceulen, den 16 dito. [= 16 februari 1653]’]], ''Ordinaris Dingsdaeghse Courante'', [p. 2].
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]]
oyff81go8mbued3qbxf1enfm0btqfgg
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Architectuur/Genres/Forten/Schans Papenmuts
100
79304
223537
223194
2026-06-22T18:50:02Z
Vincent Steenberg
280
+bron
223537
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Schans Papenmuts
| afbeelding = Schans Papenmuts gebouwd door Maurits in de Rijn, 1620 t' Fort de Papenmutz (titel op object) Eygentlijcke afbeeldinge van het Fort de Papen-mutz genampt, de welke Ao. 1620. den 6. october onder 't protex des Churvorst, RP-P-OB-80.930.jpg
| alt = Schans Papenmuts, 1620
| beschrijving = Bronnen bij [[w:nl:Schans Papenmuts|Schans Papenmuts]].
}}
;Aanleg, oktober 1620
*Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/VVt Franckfoort den 2. October|‘VVt Franckfoort den 2. October’, alinea 2]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 1].
*Anoniem (10 oktober 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/10 oktober/VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel|‘VVt het Velt-leger des Princen van Orangien teghenvvoordich by VVesel’, alinea 4]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (14 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/14 oktober (2)#art1al12|‘Tijdinghe vvt den Legher van syn Excellentie Marquis Ambrosius Spinola, 1620’, alinea 12]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 3-7.
*Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt Ceulen, den 10 October|‘VVt Ceulen, den 10 October’, alinea 2]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''., [p. 2].
*Anoniem (17 oktober 1620) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1620/17 oktober/VVt des Prince van Orangien Veltleger den 14 October|‘VVt des Prince van Orangien [Veltleger] den 14 October’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p. 2].
*Anoniem ([ca. 3] november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/ca. 3 november#art1al5|‘Tijdinghe wt Ceulen, ende des Marquis Spinola Legher, 24. Octobris. 1620’, alinea 5]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 3-6.
;Gebruik
*Anoniem (13 november 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/13 november (1)#art4|‘Tijdinghe wt Ceulen’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 7-8.
*Anoniem (29 januari 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/29 januari/Wt Ceulen, den 23. dito 1621|‘Wt Ceulen, den 23. dito 1621. [= 23 januari 1621]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p. 2] (vermeld als ‘die Schantsche de Pape-Muts’).
*Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 24#art4|‘Tijdinghe vvt Ceulen, 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 7-8.
*Anoniem (februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 18#art2|‘Tijdinghe van den Rhijnstroom van 24. Ianuarij 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 6-8.
*Anoniem (3 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 28#art7|‘Wt Ceulen vanden lesten Ianuarij’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 8.
*Anoniem (10 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 32#art5|‘Wt Ceulen vanden lesten Ianuarij 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 8.
*Anoniem (26 april 1621) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1621/26 april/Wt Ceulen, den 20. April|‘Wt Ceulen, den 20. April’, alinea 2 en 4]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.'', [p. 2] (vermeld als als ‘die Papen-Muts’ en ‘die Schantsche de Papen-Mutse’).
;Belegering, 25 juli 1622-januari 1623
*Anoniem (1622) ''[[Belegeringe van Papenmuts]]'', t’Amsterdam: By Dirck Evertsen Lons.
*Anoniem (1622) ''[[Waerachtige Afbeeldinge van de Belegeringe der stercke Schantz Pfaffen-Mutz|Waerachtige Afbeeldinge van de Belegeringe der stercke Schantz Pfaffen-Mutz. De welcke is Belegert geworden van zijne Vorstelijcke Doorluchticheydt den Hertoch van Nieuborch, den 25. Julij 1622]]'', T’Hantwerpen: By Abraham Verhoeven.
*Anoniem ([1623]) [[Den grooten Geusen Bril|''Den grooten Geusen Bril'' [spotprent]]], Anuers: Abraham Verhoeven.
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
a9nokh4u0dsobd184tgninayjlyrvf2
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/242
104
83983
223523
216424
2026-06-22T17:54:19Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
223523
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH||''Schilders en Schilderessen''.|207}}</noinclude>beelt. Aan hare linker zyde staat een mannebeeld, gekleed op de wyze der oude Roomsche ''Prætores'', verbeeldende den Hoofd Officier, of Opperdienaar van ’t Waereltlyke Reght, {{sc|Justitia}} of de {{sc|Gerechtigheit}} nevens hem, en agter de zelve de Raadsheeren, mede op de wyze van de Roomsche ''Prætores'' of Schouten gekleed. Het Kintje aan de voeten van den ''Prætor'' of Schout beteekent gerust {{sc|Gewisse}}. Voor de trappen daar het {{sc|Recht}} en de Gerechtsdienaars op staan, ziet men de {{sc|Gemeente}}, zommige daar van voor overgebogen, andere beladen met smeekschriften, en andere papieren, verzelt met hunne ''Advocaten'', of Voorspraken, die hen naar ’t Recht wyzen, of opleyden, aan dien kant waar zig de {{sc|Hoop}} op een verheven Galery doet zien. Aan den anderen kant ziet men het {{sc|Bedrogh}}, de {{sc|Moordery, Dievery}}, en {{sc|Leugen}}, als ook een dorren Boom omwoelt met een Serpent, of Slang, ten zinnebeeld dat deze gebreken hunnen oorspronk uit de zonde hebben, verbeelt.<br>{{gap}}In de benedelucht zietmen Herkules, verbeeldende de {{sc|Deugt}}, welke deze monsters verjaagt. Een gevleugelt Kintje zwevende boven de Deught kroont de zelve met Palm, en Laurier, ten teeken van Overwinning. En in de bovenlucht ziet men de {{sc|Goddelyke Wysheit, Rechtvaardigheit}} en {{sc|Genade}}, om de goedkeuring der Waereltlyke machten te bevestigen, in welk opzicht zy ook Gods Dienaresse genaamt wort.<br>{{gap}}’T waar te wenschen geweest dat hy dit door zyn Konstpenceel hadde afgemaalt: maar zulks werd door zeker voorval gestremt. Ook is jammer, dat wy zyn beeltenis by zyne le-<noinclude>{{rechts|vens-}}</noinclude>
hvyx5kdsdz68e2kxpwm4vxmu6h51vot
Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/14
104
86734
223513
223407
2026-06-22T13:00:53Z
WeeJeeVee
2844
typo
223513
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr|2}}
{{c|{{larger|[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/14|INHOUD]].}}}}
{{dhr|2}}
{{rule|5em}}
{{dhr|2}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/ 1813—1863. Fragment uit eene redevoering|1813—1863. Fragment uit eene redevoering, uitgesproken bij
gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het natuurkundig gezelschap te Utrecht, den 6 November 1863,]], door [[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|P. Harting.}}]]|Blz.{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/28|1]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Bekerplanten|De bekerplanten]], door [[Auteur:Corneille Antoine Jean Abram Oudemans|{{sc|C. A. J. A. Oudemans}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|6]] en [[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/76|47]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Stuart's ontdekkingsreis|{{sc|Stuart}}'s tweede ontdekkingsreis in het binnenland van Australie]], door [[Auteur:Anne Tjittes Reitsma|{{sc|R.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/51|24]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Mieren in Brazilië|Mieren in Brazilië]], door [[Auteur:Herman Christiaan van Hall|{{sc|H. v. H.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/56|29]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Beperktheid des menschen|Over de beperktheid des menschen in verband tot de vorming zijner gedachten]], door {{sc|S}}|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/62|33]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Snelle plantengroei|Snelle plantengroei]], door [[Auteur:Herman Christiaan van Hall|{{sc|H. v. H.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/94|63]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Kryptogamen|De kryptogamen]], door [[Auteur:Frederik Willem van Eeden|{{sc|F. W. v Eeden}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/96|65]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Frank Gregory's reis|{{sc|Frank Gregory's}} reis in Noordwest-Australië, van Mei tot October 1861]], door [[Auteur:Anne Tjittes Reitsma|{{sc|R.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/119|88]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Klimaat in Afrika|Het klimaat in verschillende streken van Afrika]], door [[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/121|95]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Gesteldheid der ligchamen|Over de natuurlijke gesteldheid der ligchamen tot ons zonnestelsel behoorende,]], door [[Auteur:Anne Tjittes Reitsma|{{sc|A.T. Reitsma.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|97]] en [[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|225]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Gele koorts|Gele koorts, geroken door gieren]], door [[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|116]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Spitsbergen|Het dierlijk leven op Spitsbergen]], door {{sc|A. J. Malmgren}}|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|117]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Manna en Lerp|Manna en Lerp]], door [[Auteur:Alexander Willem Michiel van Hasselt|{{sc|v. H.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|127]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Ingewandswormen|Het ontstaan der ingewandsvormen]], door {{sc|L.A.J. Burgersdijk}}|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|129]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Petroleum|Het petroleum]], door {{sc|A.C. Oudemans, Jr}}|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|161]] en [[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|193]].}}<noinclude></noinclude>
pocksctzxqij04qk5fp72fnzw09h46x
223514
223513
2026-06-22T13:01:25Z
WeeJeeVee
2844
typo
223514
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr|2}}
{{c|{{larger|[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/14|INHOUD]].}}}}
{{dhr|2}}
{{rule|5em}}
{{dhr|2}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/ 1813—1863. Fragment uit eene redevoering|1813—1863. Fragment uit eene redevoering, uitgesproken bij
gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het natuurkundig gezelschap te Utrecht, den 6 November 1863,]], door [[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|P. Harting.}}]]|Blz.{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/28|1]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Bekerplanten|De bekerplanten]], door [[Auteur:Corneille Antoine Jean Abram Oudemans|{{sc|C. A. J. A. Oudemans}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|6]] en [[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/76|47]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Stuart's ontdekkingsreis|{{sc|Stuart}}'s tweede ontdekkingsreis in het binnenland van Australie]], door [[Auteur:Anne Tjittes Reitsma|{{sc|R.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/51|24]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Mieren in Brazilië|Mieren in Brazilië]], door [[Auteur:Herman Christiaan van Hall|{{sc|H. v. H.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/56|29]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Beperktheid des menschen|Over de beperktheid des menschen in verband tot de vorming zijner gedachten]], door {{sc|S}}|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/62|33]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Snelle plantengroei|Snelle plantengroei]], door [[Auteur:Herman Christiaan van Hall|{{sc|H. v. H.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/94|63]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Kryptogamen|De kryptogamen]], door [[Auteur:Frederik Willem van Eeden|{{sc|F. W. v Eeden}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/96|65]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Frank Gregory's reis|{{sc|Frank Gregory's}} reis in Noordwest-Australië, van Mei tot October 1861]], door [[Auteur:Anne Tjittes Reitsma|{{sc|R.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/119|88]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Klimaat in Afrika|Het klimaat in verschillende streken van Afrika]], door [[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/121|95]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Gesteldheid der ligchamen|Over de natuurlijke gesteldheid der ligchamen tot ons zonnestelsel behoorende,]], door [[Auteur:Anne Tjittes Reitsma|{{sc|A.T. Reitsma.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|97]] en [[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|225]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Gele koorts|Gele koorts, geroken door gieren]], door [[Auteur:Pieter Harting (1812-1885)|{{sc|Hg.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|116]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Spitsbergen|Het dierlijk leven op Spitsbergen]], door {{sc|A. J. Malmgren}}|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|117]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Manna en Lerp|Manna en Lerp]], door [[Auteur:Alexander Willem Michiel van Hasselt|{{sc|v. H.}}]]|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|127]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Ingewandswormen|Het ontstaan der ingewandswormen]], door {{sc|L.A.J. Burgersdijk}}|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|129]].}}
{{Dotted TOC page listing|col3-width=7em||[[Album der Natuur/1864/Petroleum|Het petroleum]], door {{sc|A.C. Oudemans, Jr}}|,,{{gap|2em}}[[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|161]] en [[Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/33|193]].}}<noinclude></noinclude>
lzt2po8tx4zxc45xuc9mqtu3sqitpge
Index:Het Vaderland vol 070 1939-03-21 Avondblad Vier sarkofagen bij Tanis gevonden.djvu
106
86974
223505
2026-06-22T12:12:46Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
223505
proofread-index
text/x-wiki
{{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template
|Type=tijdschrift
|Taal=nl
|wikidata=
|Titel=Het Vaderland
|Ondertitel=
|Deel=
|Auteur=
|Vertaler=
|Redacteur=
|Illustrator=
|Stroming=
|Jaar=1939
|Uitgever=
|Plaats=
|Druk=
|OorspronkelijkeUitgave=
|Key=
|doe_wikidata=
|ISBN=
|OCLC=
|LCCN=
|BNF_ARK=
|DBNL=
|Bron=djvu
|Afbeelding=1
|Voortgang=V
|Delen=
|Pagina's=<pagelist 1="Avondblad B, 3" />
|Opmerkingen=[[Het Vaderland/Jaargang 70/21 maart 1939/Avondblad/Vier sarkofagen bij Tanis gevonden]]
|NestedInhoud=
|Breedte=
|Css=
|Header=
|Footer=
}}
h5o9pzyo3aeh67px1wzmabl8vz8g9bm
Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/159
104
86975
223506
2026-06-22T12:18:04Z
WeeJeeVee
2844
/* Niet proefgelezen */
223506
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|126|HET DIERLIJK LEVEN OP SPITSBERGEN.|}}</noinclude>hunne ejjeren of jongen niet bereiken kan, hier verstrooid, daar weder in groote menigte bij elkander. In spleten en op vooruitstekende deelen van den bijna loodregten muur van rotsen broeden op verschillende plaatsen en bij elkander zittende ''Mormon arcticus, Uria grylle, Alea Bruennichii, Larus eburneus, Larus tridactylus, Larus glaucus'' en ''Procellaria giacialis'', Zulke bergen, op wier hellingen de vogels in groote menigte nestelen en broeden, noemt men gewoonlijk vogelbergen; op Spitsbergen evenwel hebben zij den naam van Alkenbergen (''Alkefzell''} verkregen, wijl ''Alca Bruennichii'' in zeer groote menigte, op de bergen aan de westelijke kust nestelt en broedt. Bij de vogelbergen op Spitsbergen doet zich het geval voor, dat individu's van eene en dezelfde soort het grootste gedeelte van den berg innemen en zoo talrijk zijn, dat zij het aantal der overigen te zamen genomen verreweg overtreffen, Wanneer men er acht op geeft, welke soort van hen zich het veelvuldigst voordoet, kan men hen in drie deelen splitsen, namelijk in dezulke, op welke ''Procellaria glacialis'' den boventoon voert, zulke, die bijna uitsluitend door meeuwensoorten bewoond worden, en de eigenlijke Alkenbergen, op welke ''Alca Bruennichii'' de heerschappij bezit. De beide cersigenoemde soorten heb ik slechts aan de westkust van bet Noordoostelijke land gezien. De vogelberg, waarop ''Procellaria glacialis'' in grooten getale broedt, is gelegen san de noordkust der Brandywine-baai, onder 80° 24" N.B., en wordt van beneden tot boven door de volgende soorten bewoond: ''Uria grylle'' in gering aantal, ''Alca Bruennichii'' (slechts eenige paren), ''Procellaria glacialis'', die een breeden gordel innam van omstreeks 600 tot 800 voet hoogte, en boven aan den top ''Larus glaucus'' in niet minder aantal. De meeuwenberg san het noordelijke strand der Murchisonbaai, onder 80° N.Br., wordt bewoond door eenige paren ''Uria grylle, Larus eburneus'' in menigte tot omstreeks 150 voet hoogte, ''Larus tridactylus'' tot omstreeks 300 voet hoogte en geheel boven door ''Larus glaucus''; de laatste in geringer aantal dan de beide anderen, die ongeveer even talrijk waren. In de eigentlijke Alkenbergen neemt ''Mergulus Alce'' den ondersten gordel in van 100 tot 200 voet en broedt in de steenhoopen aan den voet van den berg; boven hem broeds in grooten getale ''Uria grylle'' en neemt aan de helling van den berg<noinclude></noinclude>
in9wggjsxrdr3xzx9uidh2q1qvbyux1
Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/160
104
86976
223507
2026-06-22T12:25:37Z
WeeJeeVee
2844
/* Niet proefgelezen */
223507
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||HET DIERLIJK LEVEN OP SPITSBERGEN.|127}}</noinclude><section begin="spitsbergen"/>een vrij breeden gordel in. ''Mormon arcticus'' treedt aan de noordelijke kusten in geringer aantal op en broedt boven ''Uria grylle'', doch lager dan ''Alca Bruennichii'', die een groot deel van den berg inneemt en gewoonlijk in verbazende menigte voorhanden is Geheel boven op den berg ziet men steeds ''Larus glaucus'' nestelen en broeden. In geval dat ''Larus tridactylus'' ook op de Alkenbergen broedt, neemt hij eenen gordel in tusschen ''Uria grylle'' en ''Alca Bruennichii''. ({{sc|Petermann}}'s ''Geogr. Mittheil''., 1865, no. XI).
{{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}
<section end="spitsbergen"/>
<section begin="manna"/>{{dhr}}
{{c|{{larger|MANNA EN LERP.}}}}
{{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}
Onder dezen titel werd in een' vroegeren jaargang van dit Tijdschrift (1862, bl. 121—127) over de suikerachtige zelfstandigheid gesproken, welke onder de bovengenoemde benamingen bekend is en zich, hetzij door inhakkingen of insnijdingen, hetzij door den steek van insekten, als uitzweetingen op den stam en takken of wel op de bladeren van eenige planten vertoont.
Ter aanvulling van bovengenoemd stukje komt het mij niet onbelangrijk voor den lezers van het Album der Natuur kortelijk mede te deelen, wat de bekende pharmacoloog {{sc|daniël h''anbury}} (Neues Repertorium für Pharmacie'', Dl. XI, bl. 446 e.v.) aangaande eenige op de laatst gehoudene wereldtentoonstelling voorhandene mannasoorten berigt:
Onder de benaming van ''Diarbekir-Manna'' was eene eiken-manna ingezonden, herkomstig uit de omstreken van Diarbekir. Deze manna komt op de bladeren van dwergachtige eiken voor en wordt door de inboorlingen verzameld, die haar, in de plaats van boter, als een toevoegsel bij hunne spijzen bezigen. Zij moet na eene nevelachtige weersgesteldheid zich in veel grooter hoeveelheid dan na droog en helder weder vertoonen. Deze manna is aangenaam van smaak.
De ''Eucalyptus-manna'' is uit Australië herkomstig; zij wordt als<section end="manna"/><noinclude></noinclude>
22ldsfgyk9w504kimarpz2ysnq0dwxn
Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/161
104
86977
223508
2026-06-22T12:34:17Z
WeeJeeVee
2844
/* Niet proefgelezen */
223508
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|128|MANNA EN LERP.|}}</noinclude>kleine, ronde, witachtige deelen op de bladeren en jonge takken van ''Eucalyptus viminalis'' {{sc|labill}}. gevonden. Deze uitzweeting, een gevolg van den steek van insekten, is in het voorjaar het rijkelijkst; zij is eerst vloeibaar en doet zich als eene doorschijnende, dunne honig voor, maar verhardt later.
De Australische ''Insekten-Manna'' of ''Lerp'' is, zooals bekend is, herkomstig van de ''Mallee Scrub'' (''Eucalyptus dumosa'' {{sc|cunn}}.), welke struik in sommige tijden des jaars zoo rijkelijk met deze witachtige zelfstandigheid bedekt is, dat hij als met rijp overtogen schijnt. De Lerp is de uitscheiding van een insekt (eene soort van ''Psylla'')<ref>Deze naam is twijfelachtig. Welligt is het een ''Coccus'', verwant aan ''Coccus manniparus'', die in Syrie leeft op ''Tamarix mannifera''.</ref>, en bestaat uit een groot aantal neergedrukte, halfkogelvormige cellen, welke elk {{smaller|{{frac|1|10}}}} tot {{smaller|{{frac|1|6}}}} duim in doorsnede hebben, digt bij elkander zijn geplaatst en, met elkander zamenhangend, onregelmatige vlokken vormen, die meermalen een duim of meer breed zijn. Deze cellen bestaan uit eene halfdoorschijnende, kleurlooze of geelachtige zelfstandigheid, welke van binnen eenigzins glad is, maar aan hare buitenste oppervlakte doorschijnende, wollige draden vormt, die zoo digt in elkander geweven zijn, dat de buitenoppervlakte eener vlok geen schijn van den celligen bouw van het inwendige vertoont. Iedere cel dient aan een insekt tot woning, welke het, wanneer het zijne volkomene ontwikkeling bereikt, heeft, verlaat, na door den bodem der cel een gat geboord te hebben.
De ''Alhagi-Manna'' uit Oostindië verschilt in uiterlijk voorkomen van de Syrische, daar zij zich namelijk als kleine, afzonderlijke, drooge, lichtbruin gekleurde korrels voordoet.
{{r|[[Auteur:Herman Christiaan van Hall|{{sc|H. v. H.}}]]{{gap|3em}}}}
{{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude>
ofjf918pn1e8opu6wawohhpsgyf13wg
Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/162
104
86978
223509
2026-06-22T12:37:51Z
WeeJeeVee
2844
/* Niet proefgelezen */
223509
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr}}
{{c|{{larger|HET ONTSTAAN DER INGEWANDSWORMEN;}}
{{smaller|DOOR}}
{{larger|Prof. L.A.J. BURGERSDIJK.}}}}
{{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}
Gedurig noopt ons de natuur tot de erkentenis, dat ons begrip beperkt, ons weten gering is. Eene eerste, oppervlakkige beschouwing leert ons dikwijls verschijnselen kennen, waarvan wij de oorzaak niet bevroeden; aan een voortgezet en naauwkeurig onderzoek gelukt het dan niet zelden van de verschijnselen tot de oorzaak op te klimmen. De volhardende en rustelooze arbeid van de beoefenaars der wetenschap heeft veel, wat aanvankelijk geheel raadselachtig was, opgehelderd, heeft veel, wat geheel verborgen was, aan het licht gebragt; wij mogen met welgevallen de talrijke uitkomsten nagaan, die nog voortdurend worden verkregen en zoowel voor de wetenschap als voor ons maatschappelijk welzijn gewigtig zijn; wij mogen er aansporing door ontvangen om op den ingeslagen weg voort te gaan: toch kunnen wij ons niet op onze kennis verheffen, want bij iedere schrede voorwaarts blijkt het op nieuw, hoe vele geheimenissen nog te ontsluijeren, hoe vele mijnen, welker aanwezen vroeger geheel onbekend was, nog te ontginnen zijn; telkens wordt ons als het ware toegeroepen, dat alleen onvermoeid voortwerken ons ware wetenschap kan aanbrengen. Inderdaad, hoe dieper en meeromvattend onze kennis wordt, des te meer vestigt zich de overtuiging, dat al mogten wij eindelijk uitvorschen, koe alles in de natuur is ingerigt, hoe het een van het ander af hangt, ons toch verborgen zal blijven, waarom, met welk doel alles aldus en niet anders is ingerigt.
De onderzoekingen, in het laatste tiental jaren over de ingewandswormen volbragt, leveren voldingende bewijzen voor de waarheid van het gezegde. Wèl is het ons ook thans nog, evenzeer als vroeger,
geheel en al onbekend, welke rol deze wezens, die in andere dieren<noinclude>{{rh|{{gap}}{{smaller|1864.}}||{{smaller|9}}{{gap}}}}</noinclude>
231h0xrh74ao21q0p0r86dzymji0eka
Pagina:Het Vaderland vol 070 1939-03-21 Avondblad Vier sarkofagen bij Tanis gevonden.djvu/1
104
86979
223510
2026-06-22T12:43:48Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
223510
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}}
{{c|{{x-larger|Vier sarkofagen bij Tanis gevonden}}}}
{{lijn|2em}}
{{c|''De mummie van koning Sisak''}}
{{gap}}De onderzoekingen te Tanis, bij Zagazig, in Egypte, hebben tot nu toe geleid tot het vinden van vier sarkofagen. Twee hiervan waren ongeschonden; de beide andere echter geplunderd. Men gelooft, dat zij de mummies bevatten van koningen van de 21e en 22e dynastie. Er zijn nog twee grafkamers, waar men tot nu toe nog niet binnengetreden is, en het is mogelijk, dat nog nieuwe schatten voor den dag zullen komen.
<br>{{gap}}Koning Faroek zelf heeft gisteren de zilveren sarkofaag, die besloten was in de gouden sarkofaag, geopend. Voor het eerst na duizenden jaren werd de met juweelen gesierde mummie aanschouwd van koning Sisak — wiens naam voorkomt in het Oude Testament. De hierogliefen op de gouden bekleeding bewezen dat daarin de mummie was van Sisak, al was het graf ook dat van Psusennes.
<br>{{gap}}Spoedig na aankomst van koning Faroek werd het geheele graf geopend. Er bleek nog een grafkamer aanwezig te zijn, waarin een groote, volkomen ongerepte koningssarkofaag was, dis hoogstwaarschijnlijk van groote waarde zal blijken.
<br>{{gap}}In het Oude Testament wordt Sisak genoemd in I Koningen 40. Het was nl. naar Sisak, dat Jeróbeam vlood, toen Salomo hem wilde laten dooden. En het was Sisak, die, toen Réhobeam vijf jaar had geregeerd, optrok naar Jeruzalem en daar het Huis des Heeren beroofde van de schatten (w.o. de gouden schilden): I Kon. 14 vs 25, 26.
<br>{{gap}}In II Kronieken: 12 vs 2, 5, 7, 9 vindt men een en ander breeder verhaald: „Zoo toog Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem; en hij nam de schatten van het Huis des Heeren en de schatten van het huis des Konings weg; hij nam alles weg; hij nam ook al de gouden schilden weg, die Salomo gemaakt had.
'''Belangwekkende vondsten'''
{{gap}Een speciale correspondent van de Daily Telegraph was in staat de opening van den grafkelder bij te wonen. Hij aanschouwde de koningsmummie, die een gouden masker had over het fijn havikengelaat en een bizonder mooie juweel op de borst droeg.
<br>{{gap}}Op de wanden zijn religieuze teksten geschreven en men kan duidelijk een afbeelding van den god Ammon onderscheiden.
<br>{{gap}}Koning Faroek bezocht ook den kelder, die de reeds geopende sarkofaag bevat van Ameny, den grootzegelbewaarder van Osorkon I, hoewel de voorwerpen afkomstig zijn van Osorkon II en Tetelkit, beiden van de 22e dynastie. Op den grond lagen in goud gevatte lapis lazuli edelsteenen. Men vond hier ook een fragment van een voetstuk van wat een enorm standbeeld geweest moet zijn. Prof. Montet, van de universiteit te Straatsburg, meent dat dit een stela is van „het achtste jaar van Ramses II”, welk stuk in het museum van Kairo staat. Het is mogelijk, dat Tanis de plaats is geweest, vanwaar de Israëlieten hun tocht naar het beloofde land begonnen zijn. De recente opgravingen kunnen van groot belang zijn zoowel voor de Egyptologie als voor bijbelsche onderzoekingen.<noinclude></noinclude>
9ecgcb9krd2opu1jq6w167fpiud75co
223512
223510
2026-06-22T12:46:26Z
Vincent Steenberg
280
typo
223512
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}}
{{c|{{x-larger|Vier sarkofagen bij Tanis gevonden}}}}
{{lijn|2em}}
{{c|''De mummie van koning Sisak''}}
{{gap}}De onderzoekingen te Tanis, bij Zagazig, in Egypte, hebben tot nu toe geleid tot het vinden van vier sarkofagen. Twee hiervan waren ongeschonden; de beide andere echter geplunderd. Men gelooft, dat zij de mummies bevatten van koningen van de 21e en 22e dynastie. Er zijn nog twee grafkamers, waar men tot nu toe nog niet binnengetreden is, en het is mogelijk, dat nog nieuwe schatten voor den dag zullen komen.
<br>{{gap}}Koning Faroek zelf heeft gisteren de zilveren sarkofaag, die besloten was in de gouden sarkofaag, geopend. Voor het eerst na duizenden jaren werd de met juweelen gesierde mummie aanschouwd van koning Sisak — wiens naam voorkomt in het Oude Testament. De hierogliefen op de gouden bekleeding bewezen dat daarin de mummie was van Sisak, al was het graf ook dat van Psusennes.
<br>{{gap}}Spoedig na aankomst van koning Faroek werd het geheele graf geopend. Er bleek nog een grafkamer aanwezig te zijn, waarin een groote, volkomen ongerepte koningssarkofaag was, dis hoogstwaarschijnlijk van groote waarde zal blijken.
<br>{{gap}}In het Oude Testament wordt Sisak genoemd in I Koningen 40. Het was nl. naar Sisak, dat Jeróbeam vlood, toen Salomo hem wilde laten dooden. En het was Sisak, die, toen Réhobeam vijf jaar had geregeerd, optrok naar Jeruzalem en daar het Huis des Heeren beroofde van de schatten (w.o. de gouden schilden): I Kon. 14 vs 25, 26.
<br>{{gap}}In II Kronieken: 12 vs 2, 5, 7, 9 vindt men een en ander breeder verhaald: „Zoo toog Sisak, de koning van Egypte, op tegen Jeruzalem; en hij nam de schatten van het Huis des Heeren en de schatten van het huis des Konings weg; hij nam alles weg; hij nam ook al de gouden schilden weg, die Salomo gemaakt had.
'''Belangwekkende vondsten'''
{{gap}}Een speciale correspondent van de Daily Telegraph was in staat de opening van den grafkelder bij te wonen. Hij aanschouwde de koningsmummie, die een gouden masker had over het fijn havikengelaat en een bizonder mooie juweel op de borst droeg.
<br>{{gap}}Op de wanden zijn religieuze teksten geschreven en men kan duidelijk een afbeelding van den god Ammon onderscheiden.
<br>{{gap}}Koning Faroek bezocht ook den kelder, die de reeds geopende sarkofaag bevat van Ameny, den grootzegelbewaarder van Osorkon I, hoewel de voorwerpen afkomstig zijn van Osorkon II en Tetelkit, beiden van de 22e dynastie. Op den grond lagen in goud gevatte lapis lazuli edelsteenen. Men vond hier ook een fragment van een voetstuk van wat een enorm standbeeld geweest moet zijn. Prof. Montet, van de universiteit te Straatsburg, meent dat dit een stela is van „het achtste jaar van Ramses II”, welk stuk in het museum van Kairo staat. Het is mogelijk, dat Tanis de plaats is geweest, vanwaar de Israëlieten hun tocht naar het beloofde land begonnen zijn. De recente opgravingen kunnen van groot belang zijn zoowel voor de Egyptologie als voor bijbelsche onderzoekingen.<noinclude></noinclude>
eeyqll5i6nkypvh9vxsvs9bpvpij7pl
Het Vaderland/Jaargang 70/21 maart 1939/Avondblad/Vier sarkofagen bij Tanis gevonden
0
86980
223511
2026-06-22T12:46:00Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
223511
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Vier sarkofagen bij Tanis gevonden. De mummie van koning Sisak’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit ''Het Vaderland'', dinsdag 21 maart 1939, Avondblad B, p. 3. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Het Vaderland vol 070 1939-03-21 Avondblad Vier sarkofagen bij Tanis gevonden.djvu" from="1" to="1"/>
[[Categorie:Het Vaderland, Jaargang 070]]
gn5t27tk9bk9c3phlcbi9btx2dx1bkz
Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/163
104
86981
223515
2026-06-22T15:22:37Z
WeeJeeVee
2844
/* Niet proefgelezen */
223515
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|130|HET ONTSTAAN DER INGEWANDSWORMEN.|}}</noinclude>en ten hunnen koste leven, in de natuur spelen; wèl weten wij nog in geenen deele, waartoe zij in het leven getreden zijn, maar vóór de bedoelde onderzoekingen was ook de wijze van ontstaan dezer dieren een der grootste raadsels, die de wetenschap had op te lossen. Eerst de laatste tijd heeft den sluijer voor een goed deel opgeheven, die zoo lang onaangeroerd was gebleven. Het voortgezet onderzoek heeft niet alleen belangwekkende en verrassende uitkomsten opgeleverd, maar belooft ook goede vruchten voor de maatschappij te dragen. Hier wordt ons als het ware met den vinger aangewezen, dat de natuur, zelfs in hare minst geachte schepselen, een waardig voorwerp is onzer beoefening, dat hare geheimste werkingen moeten bespied worden en dat aan volhardend streven de belooning niet ontgaat.
Wij willen trachten in een beknopt overzigt een denkbeeld te geven van deze gewigtige onderzoekingen, maar moeten eenige opmerkingen, vooral van geschiedkundigen aard, laten voorafgaan.
De verschillende afdeelingen van het dierenrijk leveren voorwerpen op, die in het inwendige, dikwijls in het darmkanaal, van andere dieren leven. Zelfs onder de gewervelde dieren zouden er eenigen te noemen zijn, enkele soorten van visschen namelijk zijn in andere waterbewoners gehuisvest. De insekten, spinnen en schaal- of kreeft dieren leveren er mede voorbeelden van op, gelijk de horzel, die ten minste een gedeelte van zijn leven in de maag van het paard vertoeft, sommige mijten en anderen meer, Ook enkele slakken en schelpdieren zijn er bekend, die binnen andere dieren leven. Verre weg de meesten dezer wezens, die in andere gehuisvest zijn en, op kosten van hun gastheer levende, wel den naam van woekerdieren of parasieten mogen dragen, behooren tot die dieren, welke men tegenwoordig vrij algemeen onder den naam van wormen zamenvat. Wij zullen ons niet met de kenmerken der wormen bezig houden, evenmin met de wijze, waarop zij gerangschikt worden. Wij willen hier vooral de wijze van ontstaan en de veranderingen dezer wezens, met andere woorden, hunne levensgeschiedenis, nagaan.
Van {{sc|hippocrates}} af tot in lateren tijd toe was de meest verbreide meening, dat de lint- en andere wormen, die in het ligchaam van den mensch en van dieren werden aangetroffen, door de verandering of het bederf der sappen ontstonden, van zelf, zonder door<noinclude></noinclude>
eg7324pdysavynqivchh7g5evcm1ljy
Index:Algemeen Handelsblad vol 112 no 36693 Avondblad WETENSCHAP.djvu
106
86982
223516
2026-06-22T17:16:03Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
223516
proofread-index
text/x-wiki
{{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template
|Type=tijdschrift
|Taal=nl
|wikidata=
|Titel=Algemeen Handelsblad
|Ondertitel=
|Deel=
|Auteur=
|Vertaler=
|Redacteur=
|Illustrator=
|Stroming=
|Jaar=1939
|Uitgever=
|Plaats=
|Druk=
|OorspronkelijkeUitgave=
|Key=
|doe_wikidata=
|ISBN=
|OCLC=
|LCCN=
|BNF_ARK=
|DBNL=
|Bron=djvu
|Afbeelding=1
|Voortgang=V
|Delen=
|Pagina's=<pagelist 1=10 />
|Opmerkingen=Zie [[:Categorie:Algemeen Handelsblad, Jaargang 112, Nummer 36693]]
|NestedInhoud=
|Breedte=
|Css=
|Header=
|Footer=
}}
8s6igjoj4jhtyhkdqijpvimmysd7mes
Pagina:Algemeen Handelsblad vol 112 no 36693 Avondblad WETENSCHAP.djvu/1
104
86983
223517
2026-06-22T17:17:06Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
223517
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{rechts|{{underline|''WETENSCHAP''}}}}
<section begin="s1"/>{{c|{{x-larger|GOUDEN SARCOPHAAG}}}}
{{c|{{larger|Het graf van koning Pejsennes te Tanis ontdekt.}}}}
{{gap}}Uit Caïro wordt gemeld:
<br>{{gap}}Prof. Montet van de universiteit te Straatsburg heeft te Tanis in Egypte den geheel ongeschonden grafkelder van koning Pspsennes van de 21ste dynastie ontdekt. De hoogleeraar, die den grafkelder alleen binnenging, zag daar op een kalksteenen altaar de gouden sarcophaag van den vorst liggen. Er naast lagen twee geraamten, met juweelen.
<br>{{gap}}Brioton, oudheidkundig expert, verklaarde, dat de in den grafkelder gevonden schatten, alleen door die van Toetenchamons graf, in waarde worden overtroffen. De sarcophaag weegt 1000 kg. Zij zou onmiddellijk naar Tanis worden overgebracht.
<br>{{gap}}Een nader bericht houdt in, dat niet het graf van Psusennes is gevonden, maar dat van een der koningen Sheshouk van de 22ste dynastie.
<br>{{gap}}Tanis is een oud-Egyptische stad in het N.O. van de Nijl-delta. De overblijfselen er van bij het dorp San zijn in 1860 door Mariette en in 1883 door Flinders Petrie onderzocht. De geweldige beelden en sfinxen geven een denkbeeld van den eertijds machtigen tempelbouw van de stad De Fransche opgravingen hebben aangetoond, dat er nog schatten verborgen waren gebleven.
{{lijn|5em}}
<section end="s1"/>
<section begin="s2"/>{{c|{{x-larger|KONINKLIJK OUDHEIDKUNDIG GENOOTSCHAP}}}}
{{c|{{larger|Geneeskunde en beeldende kunst.}}}}
{{gap}}In de gisteravond gehouden vergadering van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap hield dr. M. A. {{sp|van Andel}} een lezing met lichtbeelden over: „De geneeskunde en de beeldende kunst”. In zijn inleiding wees spr. er op dat het onderwerp „Geneeskunde en Beeldende Kunst”, dat zich in ruimte en tijd tot de wijdste verten uitstrekt, zich moeilijk leent voor een systematische indeeling en behandeling. Daar de kunstwerken, tot deze categorie behoorend, bovendien van den meest verscheiden aard zijn en, behalve de schilder-, teeken- en beeldhouwkunst, ook de grafische kunsten in haar geheelen omvang, benevens de ceramiek en de penningkunde omvatten, kan er van een beperking naar hun aard evenmin sprake zijn als van een chronologische of kunsthistorische rangschikking of orde, en schiet er niet anders over dan een indeeling te aanvaarden, die in hoofdzaak door geneeskundige overwegingen wordt bepaald, een terrein waarop spr. zich, uit den aard der zaak, niet onwennig gevoelt.
{{dhr|2}}
[[Bestand:Algemeen Handelsblad vol 112 no 36693 Avondblad Martinus Antonie van Andel.jpg|300px|center]]
{{c|''DR. M. A. VAN ANDEL''.}}
{{dhr|2}}
{{gap}}Ofschoon de keuze der lichtbeelden uitsluitend bepaald werd door de voorstelling, waardoor het kunstwerk een beeld uit het verleden vastlegde en naar dergelijke voorstellingen bij de kunstuitingen van alle landen gezocht werd, is eigen kunst dezen avond rijk vertegenwoordigd. Niet op grond van een bewuste voorkeur voor onze vaderlandsche kunst, maar omdat scènes uit het huiselijk en maatschappelijk leven waarin een dokter, de heelmeester, de apotheker en de kwakzalver optreden, tot de typische uitingen van de Nederlandsche schilderkunst behooren, zoodat ook zonder een chauvinistische keuze toe te passen, de verhouding ten gunste van ons vaderland moest uitvallen.
<br>{{gap}}Hoewel in deze plaatwerken een groote reeks van documentaire afbeeldingen is opgenomen, is toch niet meer bereikt dan een oppervlakkige verkenning van een terrein, dat bij een grondige en degelijke bewerking een overvloedigen en kostbaren oogst kan opleveren. Het is spr. gelukt een verzameling reproducties van kunstwerken bijeen te brengen, die ten deele aan de aandacht der medici-historici zijn ontsnapt en in staat zijn ons een vrij volledig beeld te geven van de geneeskunst uit vroeger eeuwen. Deze artistieke herinneringen uit vroeger tijd zijn evenwel van ongelijke waarde en bewegen zich tusschen de uitingen van primitieve volkskunst en de manifestaties van het genie der grootste meesters; tezamen schikken zij zich echter tot een tafereel, dat de literaire herinneringen aan ons geneeskundig verleden harmonisch aanvult en ze met leven bezielt.
<br>{{gap}}Voor zoover een verdeeling mogelijk was, is de stof in de volgende rubrieken geschikt: voorstellingen van ziekelijke afwijkingen, de dokter, de heelmeesters, de reizende meester en de kwakzalver in de uitoefening van hun bedrijf, de apotheker en zijn inventaris, het ziekenhuis, de verpleging en de behandeling. Voor dit alles leverden portretten, schilderijen, teekeningen en prenten, titelprenten, beeldhouwwerken, reliëfs en gevelsteenen, uithangborden, vazen en penningen de stof. De innige samenhang van de geneeskunde met de wederwaardigheden, die ieders leven bedreigen, waarborgt sprekers overtuiging, dat deze platenserie ook in wijden kring de aandacht verdient.
{{lijn|5em}}
<section end="s2"/>
<section begin="s3"/>{{c|{{x-larger|ZUIDPOOLLAND}}}}
{{c|{{larger|Noorsche aanspraken.}}}}
{{gap}}De „Discovery II”, het Britsche poolschip, is na een reis naar het Zuidpoolgebied te Kaapstad aangekomen. Men trof tuschen 0 en 4 O.L. een landbarrière aan, die zich bleek uit te strekken over 100 mijl. Het poolijs verhinderde de bemanning daar een landing te wagen.
<br>{{gap}}{{sp|Reuter}} verneemt uit Oslo naar aanleiding van dit bericht, dat volgens een verklaring van den Noorschen minister van Buitenlandsche Zaken dit nieuwe land reeds door de Noren was ontdekt en in kaart gebracht.
{{lijn|5em}}
<section end="s3"/>
<section begin="s4"/>{{gap}}In plaats van prof. dr. Jac. van Ginneken, die het presidium maar tijdelijk op zich had genomen, heeft de Volkskunde-commissie der Akademie van Wetenschappen prof. dr. J. de Vries te Leiden tot haar voorzitter benoemd.<section end="s4"/><noinclude></noinclude>
8l116kr5j07tkqa9z33su54tl4zi2sq
Algemeen Handelsblad/Jaargang 112/Nummer 36693/Avondblad/Gouden sarcophaag
0
86984
223518
2026-06-22T17:20:30Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
223518
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Gouden sarcophaag. Het graf van koning Pejsennes te Tanis ontdekt’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit het ''Algemeen Handelsblad'', dinsdag 21 maart 1939, Avondblad, derde blad, p. 10. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Algemeen Handelsblad vol 112 no 36693 Avondblad WETENSCHAP.djvu" from="1" to="1" fromsection=s1 tosection=s1/>
[[Categorie:Algemeen Handelsblad, Jaargang 112, Nummer 36693]]
ro2gn2vwxtu328l5r5xxmj9pp0ftre8
Algemeen Handelsblad/Jaargang 112/Nummer 36693/Avondblad/Koninklijk Oudheidkundig Genootschap
0
86985
223519
2026-06-22T17:24:20Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
223519
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Koninklijk Oudheidkundig Genootschap. Geneeskunde en beeldende kunst’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit het ''Algemeen Handelsblad'', dinsdag 21 maart 1939, Avondblad, derde blad, p. 10. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Algemeen Handelsblad vol 112 no 36693 Avondblad WETENSCHAP.djvu" from="1" to="1" fromsection=s2 tosection=s2/>
[[Categorie:Algemeen Handelsblad, Jaargang 112, Nummer 36693]]
fif5k0w73etik7s866uvtf52nwttll8
Categorie:Algemeen Handelsblad, Jaargang 112, Nummer 36693
14
86986
223520
2026-06-22T17:24:39Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
223520
wikitext
text/x-wiki
[[Categorie:Algemeen Handelsblad, Jaargang 112]]
k0lj4mc1q7qc7gbzetwy1neskbq9zfn
Algemeen Handelsblad/Jaargang 112/Nummer 36693/Avondblad/Zuidpoolland
0
86987
223521
2026-06-22T17:25:47Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
223521
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Zuidpoolland. Noorsche aanspraken’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit het ''Algemeen Handelsblad'', dinsdag 21 maart 1939, Avondblad, derde blad, p. 10. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Algemeen Handelsblad vol 112 no 36693 Avondblad WETENSCHAP.djvu" from="1" to="1" fromsection=s3 tosection=s3/>
[[Categorie:Algemeen Handelsblad, Jaargang 112, Nummer 36693]]
r760owdmlswa5erc3pda031xo7e6bvq
Algemeen Handelsblad/Jaargang 112/Nummer 36693/Avondblad/In plaats van
0
86988
223522
2026-06-22T17:28:58Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
223522
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘In plaats van prof. dr. Jac. van Ginneken […] heeft de Volkskunde-commissie der Akademie van Wetenschappen […] benoemd’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit het ''Algemeen Handelsblad'', dinsdag 21 maart 1939, Avondblad, derde blad, p. 10. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Algemeen Handelsblad vol 112 no 36693 Avondblad WETENSCHAP.djvu" from="1" to="1" fromsection=s4 tosection=s4/>
[[Categorie:Algemeen Handelsblad, Jaargang 112, Nummer 36693]]
p71jnil7eg0qe0pzyfc5zawaxge4yuf
Index:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 032.djvu
106
86989
223524
2026-06-22T18:01:11Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
223524
proofread-index
text/x-wiki
{{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template
|Type=boek
|Taal=nl
|wikidata=
|Titel=Copia vande Brieven gheschreven van Frederick Pfaltzgraeff aen de Standen van Slesien. Met noch eenen anderen gheschreven aen den ouden Grave van Thouren
|Ondertitel=
|Deel=
|Auteur=
|Vertaler=
|Redacteur=
|Illustrator=
|Stroming=
|Jaar=
|Uitgever=
|Plaats=
|Druk=
|OorspronkelijkeUitgave=
|Key=
|doe_wikidata=
|ISBN=
|OCLC=
|LCCN=
|BNF_ARK=
|DBNL=
|Bron=djvu
|Afbeelding=1
|Voortgang=V
|Delen=
|Pagina's=<pagelist 1=1 />
|Opmerkingen=[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 32]]
|NestedInhoud=
|Breedte=
|Css=
|Header=
|Footer=
}}
ddwpzzxe3y0kjnofg6whd9a6kbrgxgs
Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 032.djvu/1
104
86990
223525
2026-06-22T18:01:57Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
223525
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{dhr}}
{{RH|{{gap}}{{tt|Martius 1621.}}||32.{{gap}}}}
{{lijn}}
{{c|{{xxxx-larger|{{tt|{{sp|COPIA}}}}}}<br>Vande Brieven gheschreven van<br>{{xxx-larger|Frederick Pfaltzgraeff}}<br>aen de Standen van Slesien.}}
{{c|Met noch eenen anderen gheschreven aen den ouden Grave van Thouren.}}
{{c|{{tt|Overghesedt vvt de hooch-Duytsche sprake in onse Nederlandtsche Tale.}}<br>Eerst ghedruckt den 10. Meert, 1621.}}
{{lijn}}
[[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 032 p 1 illustration.jpg|250px|center]]
{{lijn}}
{{c|T’hantwerpen, By Abraham Verhoeuen, op de Lombaerde veste, inde gulde Sonne.}}
{{dhr}}<noinclude></noinclude>
01anus6s33mjm2hgyepo5ojuo3tlkus
Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 032.djvu/2
104
86991
223526
2026-06-22T18:02:39Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
223526
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|2}}</noinclude>{{dhr}}
{{lijn}}
[[Bestand:Nieuwe Tijdinghen 1620-02-15 p 3 illustration.jpg|500px|center]]
{{lijn}}
{{dhr}}
{{c|{{anker|art1}}{{x-larger|{{tt|Copia van eenen Brief die Frederick Pfaltz-Graue, aenden ouden Graue van Thouren gheschreuen heeft, op den 22. Ditto {{SIC|1621|1620}}.}}}}}}
{{initiaal|S}}Eer beminden Grave, uwen Brief hebben wy ontfanghen, waer wt wy niet geerne en vernemen vanden overlast der Morauische Soldaten, ende dat zylieden meer naer de giericheydt dan Eere trachten, alhier soude hun de affairen schicken, waerder maer goede ordre tot de defentie maer daerentusschen compt alhier de tijdinghe als dat den meestendeel vande Moravische Standen, teghens haeren Eede ende Pflicht aen ons gedaen: met den {{tt|Keyser}} soecken te accorderen, iae men wilt<noinclude>{{rechts|segghen}}</noinclude>
p8kejyr7tvjfzdm9op3f77f5c9773l5
Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 032.djvu/3
104
86992
223527
2026-06-22T18:03:20Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
223527
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|3}}</noinclude>segghen dattet soo veele als gheaccordeert soude wesen, ende hun onder den {{tt|Keyser}} in ghenade souden begeuen, hebben, het welcke ons niet en staet te verantwoorden: ouermits zylieden t’selve sonder onsen wete ende Consente hebben ghedaen, sy moeten hunnen loon van Godt almachtigh ontfanghen, in wiens handen wy t’selue oock moeten bevelen, ende sullen met goede patientie verdraeghen de plaegen die ons over ghekomen zijn, biddende Godt dat alkes tot zijnder eeren ende onsen besten mach vergaen.<br>{{anker|art1al2}}{{gap}}Soo veele aengaet V. L. Huys-vrouwe ende sone wy en mis-gunnen hun gheluck niet, ende stellent tot hunne verantwoordighe, t’ghene datter is gepasseert, wy en hebben ons seluen in het Coninckrijck van {{tt|Bohemen}} ende {{tt|Morauien}} niet gedrongen wy souden ons met onse Erflanden wel hebben connen contenteren, maer hebbent op hun sterc versoec ende solliciteren aenveert, ende hebben hunlieden oock naer allen ons vermoghen voorghestaen nv ontfanghen wy sulckenen Loon, dat zylieden elck voor hun seluen ende besonder metten {{tt|Keyser}} gaen accorderen, ende naer dat wylieden onse patrimoni Landen inde weech-schaele ghestelt, oock geheelijcken verlaten ende vergheten hebben, ende hunlieden aen eenen anderen Heere t’onder ghegeuen hebben, oft nv het seluighe loflijck ende eerlijck is, laten wy<noinclude>{{rechts|A ij{{gap|6em}}de}}</noinclude>
g1sgd0bddiadc6e68n8jdoihoy72fpj
Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 032.djvu/4
104
86993
223528
2026-06-22T18:09:29Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
223528
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|4}}</noinclude>de gheheele werelt jugeren, gheene eyghene baete noch Eer-giericheyt en heeft ons in {{tt|Bohemen}} gedreven, gheene Armoede noch Ellende en sal ons van onsen Godt doen wijcken, noch oorsaecke wesen van yet teghens Eere ende Contientie te doen: bevelen ons hier mede inde Beschermenisse vanden Almachtighen Godt, ende blijven V. L. met ghenade ghewoghen, {{tt|Datum Preslau den 22. Decembris 1620 stylo Veteri.}}
{{rechts|{{xx-larger|{{tt|Frederick Coninck.}}}}|4em}}
{{dhr}}
{{lijn}}
{{dhr}}
{{c|{{anker|art2}}{{x-larger|{{tt|Copia vande tveede Propositie ghedaen by den Ceur-Vorst Paltz-Graue aen de Voor-standen ende Standen van Slesien den 23. Decembris Anno 1620.}}}}}}
{{initiaal|D}}At zijne {{tt|Conincklijcke Majesteyt}} de Resolutie (op de voorgaende {{tt|Propositie}} aen de {{tt|Vorsten}} ende {{tt|Stande}} ghedaen) in’t goede aenghenomen heeft: Waer wt de goede Trou-herticheyt, der Ghetrouwe {{tt|Vorsten}} ende {{tt|Standen}} ge-<noinclude>{{rechts|merckt}}</noinclude>
idao4nuapqejaydzp4doixqkof4k34o
Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 032.djvu/5
104
86994
223529
2026-06-22T18:15:14Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
223529
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|5}}</noinclude>merckt, presemterende t’selue t’allen tijden met genade vergelden, soo hebben oock zijne {{tt|Majesteyt}} t’seluighe alles met goeden rijpen raede ter herten ghenomen, om alle saecken ten besten te ordonneren ende tot effecte te brenghen, maer alsoo Godt betert, de Ghetrouwe {{tt|Vorsten}} ende {{tt|Standen}} voor oogen sien dat daeghelijckx hoe langher hoe meerder tijdinghen comen, als dat den {{tt|Keyser}} nv alreets het gheheele Landt van {{tt|Morauien}} onder zijne gehoorsaemheyt ende gewelt bekomen heeft, ende dat zijn {{tt|Majesteyt}} nv ghenoechsaeme sien dat het onmoghelijcken is voor de Landen eenen sulcken machtigen vyant te resisteren, want dese Landen selver oock het perijckel te verwachten zijn, waeromme soo heeft sijn {{tt|Majesteyt}} gheraeden ghevonden, sijnen persoon by eene seeckere plaetse (die niet verre wt den wege gheleghen is) te retireren, om alsoo te beter tijdinge van de Ghetrouwe {{tt|Vorsten}} ende {{tt|Standen}} te moghen hebben, op dat sijne {{tt|Majesteyt}} hunlieden naer vermoghen souden moghen assisteren, {{tt|Interim}} salmen seeckere Ghedeputeerde ordineren aenden {{tt|Ceurvorst van Sacxen,}} om te sien tot eenigh goet accoort te gheraecken, ende den persoone van sijn {{tt|Majesteyt}} daer inne te begrijpen, vermaenende ondertusschen de ghehoorsaeme Ghetrouwe {{tt|Vorsten}} ende {{tt|Standen}} als vooren te willen continueren in alle ghetrou-<noinclude>{{rechts|A iij{{gap|6em}}wicheyt,}}</noinclude>
nsskezf6hzjiaxznwijsiptov3qux8v
Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 032.djvu/6
104
86995
223530
2026-06-22T18:16:05Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
223530
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|6}}</noinclude>wicheyt, ghelijck zijne {{tt|Majesteyt}} teghens hunlieden oock sal doen, ende t’seluighe tot allen tijden ghenadelijcken ghelooft te verschulden, bevelende hier mede de voorsz. {{tt|Vorsten}} ende {{tt|Standen}} inde bescherminghe des Alderhoochsten.<br>{{tt|Datum Preslau den 23. Decembris stilo Veteri. Anno 1620.
{{c|{{anker|art3}}{{xx-larger|{{tt|Tydinghe vvt Dresden vanden lesten Ianuary 1621.}}}}}}
{{initiaal|D}}Ijnstdach lestleden is {{tt|Graeff Frederick van Hohenlœ}} als Ambassadeur vanden {{tt|Paltz-Graeve,}} alhier ghearriveert, ende opt Casteel gheleyt worden, maer soomen seyt soude luttel wt gherecht hebben, waeromme hy morghen wederomme sal vertrecken.<br>{{anker|art3al2}}{{gap}}Voorder soo verwachten wy daeghelijcx de {{tt|Standen}} van {{tt|Slesien}}, souden wel int ghetale van 200. persoonen wesen ende 150 peerden, waer onder is {{tt|Hertoch Carel van Munsterberch, Heer Maltzan Heer Schalffgotz,}} van hunne wervinge en weetmen noch niet.<noinclude>{{rechts|Dan}}</noinclude>
e0q2p4rsxtdbbc75kixr2g6a5kjisun
Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 032.djvu/7
104
86996
223531
2026-06-22T18:16:47Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
223531
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|7}}</noinclude><br>{{anker|art3al3}}{{gap}}Dan overmits die van {{tt|Hooch Lausnitz}} hun oock met sijne {{tt|Ceur-vorstelijcke Ghenaden}} (wt den Naeme van zijne {{tt|Keyserlijcke Majesteyt}}) vereenighen willen, verhoptmen met die van {{tt|Slesien,}} oock goede expeditie, want gisteren brocht eenen {{tt|Trompetter}} eenen brief, daer wel veertigh seghelen aen honghen, komende vande selue {{tt|Standen}}, hoe dat vergaen sal met de Rebellen, salmen met den eersten verstaen.
{{c|{{anker|art4}}{{tt|Tydinghen vvt Ceulen van Februarius.}}}}
{{gap}}Int Landt van Gullich worden vier Compagnien Duytsche Soldaeten aen ghenomen tot versterckinghe van des {{tt|Ouersten Sebastiaen Bauos}} Regiment, den welcken inde {{tt|Paltz,}} onder den {{tt|Marquis Spinola}} is ligghende, ende tot Brusselen komen daeghelijckx veele {{tt|Heeren Capiteynen}} ende Wachten op nieuw {{tt|Patenten}} om volck op te lichten.<br>{{anker|art4al2}}{{gap}}Van ghelijcken sullen de Regimenten binnen {{tt|Wesel}} oock versterckt worden.<br>{{anker|art4al3}}{{gap}}Ouer eenighe daghen hebben de {{tt|Arminiaenen}} in Hollant, ende andere plaetsen wederomme openbaerlijcken ghepredickt, en willen geene schattinge geuen ten zy saecke men hunlieden oock vrije {{tt|Expersitiom}} van te preken toe laete, ende alsoo zylieden veel stercker zijn dan de {{tt|Gommaristen}} is te beduchten dattet hun sal gheconsenteert worden.<noinclude></noinclude>
tg0nw1thbcaz12u7haebpshlk421xdd
Pagina:Nieuwe Tijdinghen 1621 no 032.djvu/8
104
86997
223532
2026-06-22T18:17:24Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
223532
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{c|8}}</noinclude><br>{{anker|art4al4}}{{gap}}Den {{tt|Graue Otto}} vander {{tt|Lip}} soude 1000. Peerden voor de {{tt|Keyserlijcke Majesteyt}} aennemen, soo worden int Lunenborchs Landt oock sommighe Compagnien Ruyters op den naeme vanden voorschreuen Grave aenghenomen.
{{c|{{anker|art5}}{{tt|Wt Ceulen vanden lesten Ianuarij 1621.}}}}
{{gap}}Alhier en hebben wy met dit Coude weder niedt besonders te schrijven, dan dat die Soldaten vande {{tt|Papenmuts}} wel wilden, datse in hunne oude Garnisoenen waeren, want zy aldaer groote koude lijden, ende en hebben niet veele ten besten, daerenboven vermeyntmen dat sy haest van des {{tt|Keysers}} volck sullen beleghert worden, waeromme de {{tt|Staten}} souden van sinne wesen de voorsz. schantse, beneffens de Stadt van {{tt|Gullich}} met eerster gheleghentheydt te victualieren.
{{rechts|Imp. p. P.C.C.A.|4em}}
{{c|{{sp|FINI}}S.}}
{{dhr}}<noinclude></noinclude>
ev9o3n0jcdja71fg8b283kcd8g6ne05
Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 32
0
86998
223533
2026-06-22T18:21:40Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
223533
wikitext
text/x-wiki
<pages index="Nieuwe Tijdinghen 1621 no 032.djvu" from=1 to=8 header=1 current="[''Nieuwe Tijdinghen''], nummer 32, [woensdag] 10 maart 1621" prev="[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 31|Nummer 31]]" next="[[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 33|Nummer 33]]"/>
[[Categorie:Nieuwe Tijdinghen, 1621]]
t9yhld1my2008nktybc457ivjaycc83
Auteur:Frederik V van de Palts
102
86999
223534
2026-06-22T18:24:30Z
Vincent Steenberg
280
begin
223534
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox auteur}}
== Werken ==
*Frederick Coninck (10 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 32#art1|‘Copia van eenen Brief die Frederick Pfaltz-Graue, aenden ouden Graue van Thouren gheschreuen heeft, op den 22. Ditto [= 22 december] 1621 [sic]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 2-4.
hbp15i9onfvm30m021pipzwspwqwbd5
223535
223534
2026-06-22T18:26:00Z
Vincent Steenberg
280
223535
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox auteur
|nationaliteit=Duits
|taal=Duits
}}
== Werken ==
*Frederick Coninck (10 maart 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 32#art1|‘Copia van eenen Brief die Frederick Pfaltz-Graue, aenden ouden Graue van Thouren gheschreuen heeft, op den 22. Ditto [= 22 december] 1621 [sic]’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 2-4.
5b7xg51abkirlpmfuzo9z0069lm52k0