Wikisource
nlwikisource
https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina
MediaWiki 1.47.0-wmf.12
first-letter
Media
Speciaal
Overleg
Gebruiker
Overleg gebruiker
Wikisource
Overleg Wikisource
Bestand
Overleg bestand
MediaWiki
Overleg MediaWiki
Sjabloon
Overleg sjabloon
Help
Overleg help
Categorie
Overleg categorie
Hoofdportaal
Overleg hoofdportaal
Auteur
Overleg auteur
Pagina
Overleg pagina
Index
Overleg index
TimedText
TimedText talk
Module
Overleg module
Event
Event talk
Wikisource:GUS2Wiki
4
40181
224197
224056
2026-07-26T12:59:39Z
Alexis Jazz
11203
Updating gadget usage statistics from [[Special:GadgetUsage]] ([[phab:T121049]])
224197
wikitext
text/x-wiki
{{#ifexist:Project:GUS2Wiki/top|{{/top}}|This page provides a historical record of [[Special:GadgetUsage]] through its page history. To get the data in CSV format, see wikitext. To customize this message or add categories, create [[/top]].}}
Deze gegevens komen uit een cache die voor het laatst is bijgewerkt op 2026-07-25 om 18:09:09Z. Er {{PLURAL:5000|is maximaal één resultaat|zijn maximaal 5000 resultaten}} beschikbaar in de cache.
{| class="sortable wikitable"
! Gadget !! data-sort-type="number" | Aantal gebruikers !! data-sort-type="number" | Actieve gebruikers
|-
|HideFundraiser || 9 || 0
|-
|HotCat || 24 || 2
|-
|LocalLiveClock || 4 || 1
|-
|PageCleanUp || 7 || 3
|-
|RTRC || 5 || 1
|-
|UTCLiveClock || 2 || 0
|}
* [[Speciaal:Gadgetgebruik]]
* [[m:Meta:GUS2Wiki/Script|GUS2Wiki]]
<!-- data in CSV format:
HideFundraiser,9,0
HotCat,24,2
LocalLiveClock,4,1
PageCleanUp,7,3
RTRC,5,1
UTCLiveClock,2,0
-->
lwwpobwt5yi4e6rhscujqx1b9os9ov2
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/286
104
87417
224198
2026-07-26T18:06:00Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
224198
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH||''Schilders en Schilderessen''.|249}}</noinclude>Prins der Schilders. Over zulks zal zig niemant belgen dat ik zomwyl eens de gebreken ingeslopen in ’t werk van wakkere mannen aanwyze; aangezien de zelve strekken tot bakenvieren; om zelf de onbekende klippen van gebreken, daar de konstroem schipbreuk door lyd, zorgvuldig te myden.<br>{{gap}}Ik wil my zelven zoo min verschoonen, als anderen berispen, want heb anderen op ’t spoor volgende dikwils meê gedoolt. ’T is ook myn meening niet, niemant te achten voor een groot meester in de konst, ten zy hy van alle feylen vry is. ’T kan niet wezen. Immers wy hebben als noch geen voorbeeld dat ymant zoo veer in de konst gevordert is, dat men van zyn werken zeggen kan datze volmaakt zyn; want wy zyn alle menschen die de gebreken onderworpen zyn, en by gevolge de berispinge. Derft ymant te voorschyn komen, die buiten verwaantheit zeggen kan op vasten grond, en door zichtbare stalen betogen dat hy de Konst volmaakt verstaat, wy zullen hem onder den {{SIC|lommet|lommer}} dier blinkende eerekroon, met de gansche Konstschool roem offeren.<br>{{gap}}Tot meerder verschooning moeten wy ook zeggen dat wy met een goet hart van onze grootste Konstschilders zeggen, het geen Pels van de beroemste Dichters:
{{gedicht|''En ’t moeit me in’t hart, als Hooft, of Vondel zomtyts missen''.}}
{{gap}}De gebreken of misgrepen staan onder de berisping even als de Scholieren onder dien welke hun onderwyst; en dus is noodig dat de fouten aangewezen worden, om de zelve te verbeteren, of na-<noinclude>{{RH||Q 5|der-}}</noinclude>
ni7wr0xydfhedz5hynehikeycti9iy8
Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/5
104
87418
224199
2026-07-27T07:50:10Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
224199
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{{c|{{x-larger|EEN SCHONE ENDE<br>MIRACULEUSE HISTORIE VANDEN}}<br>{{xxx-larger|RIDDER METTER SWANE}}<br>DIE TE NIMMEGHEN IN GELDERLANDT T'SCHEEP QUAM<br>BY DEN GELEYDE VAN EEN SWAEN, UIT DEN LANDE VAN<br>LILLEFOORDT, TWELCK MEN SEYDT TE WESEN RIJSSEL,<br>DUWAY ENDE ORCHY GHELEGHEN IN VLAENDEREN.}}
{{c|{{fine|NAAR DEN AMSTERDAMSCHEN DRUK VAN<br>CORNELIS DIRCKSZ. COOL UIT HET JAAR 1651}}}}
{{c|{{x-smaller|UITGEGEVEN DOOR}}}}
{{c|{{larger|D{{sc|r}}. G. J. BOEKENOOGEN}}}}
{{dhr|5}}
{{lijn|5em}}
{{c|{{x-smaller|MET TIEN AFBEELDINGEN}}}}
{{lijn|5em}}
{{dhr|5}}
{{c|{{asc|N.V. BOEKHANDEL EN DRUKKERIJ {{x-smaller|VOORHEEN}} {{larger|E. J. BRILL}}<br>LEIDEN - 1931}}}}<noinclude></noinclude>
qjkyzkdygzg1syzdwpsqhbpyagxbtx7
Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/40
104
87419
224200
2026-07-27T07:56:59Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
224200
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />{{c|30}}</noinclude>Doen seyde Savari, en vervaert u niet kinderkens, wy en sullen u gheen quaedt doen. Doen namense hun de keetenen van den hals, ende zoo haest als zijse af ghedaen hadden, soo waren sy in eenen oogenblick verkeert in witte swanen, by de toelatinghe Godts, ende vloghen inde locht, ontrent het bosch deerlijc ende jammerlije roepende, waer af Savari ende zijne ghesellen seer verschrict waren, ende vielen in onmacht, ende als zy op stonden beefden zy van grooter vare<ref>Vrees</ref> ende seyden:
{{gedicht|start=stanza|end=follow|
{{Initiaal|O}} Godt die alle dinghen ten gronde doorsiet,
Wat is hier geschiedt, die wetet bediedt<ref>Weet de beteekenis</ref>,
Dat dese ses kinderen zijn in swannen verkeert?
O valsche Matabrune verraetster doorwiet,
Door u hebben wy groot verdriet
Verdient, wandt wy Gods toren hebben vermeert,
Dat wy hier oyt quamen om te doen quaet,
O Godt almachtich wreeckt dit valsche verraet.
:Hier moet wat wonders in zijn ghedacht,
Van Godes kracht die by zijnder macht,
Dit laet gheschien om wonderlijcke saken
Gods hooghe mogentheyd groot geacht,
Dit lijden doch sacht, vaet<ref>Lees wellicht: van</ref> eender dracht
Seven kinderen gheboren is ons swaer te maecken,
Sent u hand op verraderije quaet,
O Godt almachtich wreeckt dit valsche verraed.
:Al waren onse herten in sonden versteent
Godt heeft ons verkleent dat wy hadden ghemeent
Te volbrenghen om decs kinderen taniehileren<ref>Te annihileeren, vernietigen</ref>,}}<noinclude></noinclude>
4i6e9ayuk857jd8jcqyguh6ujoiql4s
Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/41
104
87420
224201
2026-07-27T08:01:10Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
224201
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{{gedicht|start=follow|end=stanza|
Tfy u Matabrune, ons herte vereent<ref>Beeft</ref>,
U misdaet oock beweent die wilt hebben verkleent
Dit edel bloedt, wy en sullense niet mineren,
O opperste regent wilt hunnen druck cesseren,
En op de beschuddinge van dese misdaet
O Godt almachtich wreeckt dit valsch verraet.
{{gap|6em}}Prince,
:Princelijcke Vader hoochster glorien,
Dees jonge kinderkens weder veranderen laet,
Ende wy bidden u met hertelijcker memorien,
O Godt almachtich wreeckt dit valsch verraet.}}
Laet ons gaen van hier: want wy hebben hier te langhe gheweest, wy en hebben niet dan ses kinderen vonden, ende al waren zy levende hier, wy en souden hun niet misdoen. Maer om Matabrune te antwoorden so sullen wy haer brengen dese ses ketenen, ende seggen dat wy de sevenste verlooren hebben in den wech, aldus zijnse weder gekeert tot Matabrune, ende seyden dat sy de seven kinderen ghedoodt hadden, ende sy gaven haer de ses ketenen in een teecken der waerheyt, ende zeyden dat de sevenste verloren was, waer af Matabrune seer wtsinnich wert, maer om peys<ref>Vrede</ref> te hebben boden sy haer soo veel te gheven als de keten weert was, waer af sy wat bat<ref>Beter</ref> te vreden was. Ende als Matabrune de ketenen hadde, soo ontbootse eenen goutsmit, ende dede daer af maken eenen nap. Als de goutsmit een keten int vyer gheleydt had om te proeven oft goet silver was, soo wert de keten so swaer, ende woegh meer dan al de ses ketenen dede te samen, waer af hy seer verwondert was ende gaf de andere vijf ketenen sijnen wijve te bewaren<noinclude></noinclude>
k9nra3yofhzssfj8g2efkbwarlvyxnj
Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/42
104
87421
224202
2026-07-27T08:05:45Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
224202
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>in haer koffer, want de keten die gesmolten was, die was swaer genoech voor twee sulcke nappen als Matabrune begeerde te hebben. Zoo maecte hy twee silveren nappen van dese keten ende hy behieldt den eenen nap mette andere vijf ketenen die hy behieldt tot eenen tijdt die van God gheset was, so ghy hooren sult. Ende hy bracht Matabrune den eenen nap. Ende sy verwonderde haer dat hy had mogen maken soo grooten nap van soo luttel silvers, als haer docht dat sy hem hadde gegeven.
HOE DE HEREMIJT WEDEROM QUAM TOT ZIJNDER KLUYSE MET ZIJNEN PETEREN<ref>Petekind</ref>.
{{initiaal|A}}Ls de kinderen verkeert waren in witte swanen, soo quam de hermit weder tot sijnder kluysen metten jonghen Helias, ende sy en vonden de ander ses kinderen niet die sy daer ghelaten hadden, waer af sy tonvreden waren. Ende de heremijt socht aen d'een sijde, ende de jonghen Helias aen d'ander zijde, al t'bosch door allen den dach lanc totten avont toe, maer sy en vondese niet, des sy droevich waren. Des morghens vroegh begonde de jonghe Helias zijn broeders, ende suster weder te soecken al weenende tot dat hy op<ref>Bij</ref> een water quam, daer hy sach ses schoone swaene dat zijn broeders, ende suster waren alsoo verkeerdt by den wille Godts, maer 'twas hem onbekendt, nochtans verblijde hy hem int aensien vande swanen natuerlijc, ende hy ginck naerder by hun, ende sy quamen hem feesteren ende hy gaf hun broot dat hy had, ende hy streecse over hun lijf by natueren die hem dat dede doen, ende alsoo hier gheschreven is, soo ginck desen kleynen Helias hun alle daghe besoecken, ende droegh hunt broot dat hem gegeven wert om Gods wil. Als de heremijt vernam dat hy dickwils op<ref>Bij</ref><noinclude></noinclude>
04xsvbu1y3t4zdivaklz0a469n3tsyn
Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/43
104
87422
224203
2026-07-27T08:09:55Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
224203
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>dat water ginck spelen [so vraechde hy hem, wat hy daer dede,] so seyde hy den heremijt dat hy vonden had ses schoon swanen die hem onsprekelijcke vriendtschap bewesen. Dese Helias was schoon, ende jonck, sterck, ende gracieus, ende daer en quam niet een beest int bosch hy en vervolchde [se] met naeloopen, hy was oock van goede seden, so dat de heremijt ordineerden<ref>Van plan was</ref> om hem priester te maecken, ende ten dienst Godts te stellen. En dit was des heremijts meyninge, totter tijdt toe dat hem de caghel boodtschapte dattet Godt anders met hem gheordineert hadt, alsoo t'namaels wel scheen<ref>Bleek</ref>.
HOE MATABRUNE VALSCHELIJCK DEDE BEWIJSEN DAT DE KONINGHINNE HADDE MISDAEN MET EENEN HONT.
{{Initiaal|D}}Ese Beatris sadt als ghevanghen, maer niet te min altoos loofde sy Godt. Ende Matabrune socht altoos list om haer ter doodt te brenghen: Ende zy maeckten toe by giften eenen valschen ridder gheheeten Macharis, die zeyde dat Beatris hadde bekent gheweest van eenen hont, van welck sy hadde ontfanghen seven honden, ende datse op ghestelt had haren koninck te vergheven met zijn moeder Matabrune. Twelck de goede vrouwe noyt en hadde ghedacht, want sy hadde haren heere so lief als oyt vrouwe haren man dede, waerom sy haeren man geen onghelijck en soude hebben willen doen. Als de koninck hoorde dese valscheydt van desen ridder, was hy vertorent, ende bedroeft. Ende boven dese seyde Macharis: Ic begeere eenen kamp te slane teghen alle de gheene die verantwoorden willen. Waerom de koninck meer verwonderdt ende vergramt was teghen zijn vrouwe, diet al ontschuldich was ende swoer by Godt dat hyse dooden soude soo verre als niemandt voor haer kampen en wilde.<noinclude></noinclude>
g3vpdvag7eo7b3nhy80jsry1805gctp
Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/44
104
87423
224204
2026-07-27T09:29:41Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
224204
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>Doen quam daer een schilt-knecht, ende seyde dit tot Beatris hoe de koninck ghesworen had dat hyse soude doen sterven, waert dat niemant kampen en wilde tegen Macharis. Als de goede koninghinne dese woorden ghehoort hadde was sy by na doodt ghebleven, ende begonst to roepen.
{{gedicht|start=stanza|end=follow|
{{Initiaal|W}}Aer ick my wende oft keere t'allen zijden,
Ic en heb eylacen niet dan druck en lijden
Die my bestrijden
Zo hardelijck, ick sie wel ick ben verraden
Ende ick en weet geenen man als nu ten tijden,
Die mijn recht beschermen zoude zonder vermijden:<ref>Hier ontbreekt een regel</ref>
Maer aen den oppersten Godt roep ick ghenade,
O Heere Jesu Christe die kont ontladen
Alle bedruckte herte, [ic] roep aen dy,
Ootmoedelijc, en wilt my niet versmaden,
Maer door u grondeloose goetheydt staet my by
Op uwer rechtveerdicheyt betrou ick my
Want elcx onschult is u bekent int slechte,
Ende en twijfel niet Heere ghy en suit vry
My goedertierlijc helpen t'mijnen rechte.
O Godt die door uwe goetheyt den geest
Vanden jonghen Daniel verweckte aldermeest
Om Susanna bevreest
Vander doodt, mits haer onschult, to beschermen,
Die openbaerlijck gheleyt Overt, vat wel den keest<ref>Kern</ref>,
Int recht beschuldich<ref>Schuldig bevonden</ref> in swaer tempeest,
Ter doodt gheheest<ref>Geeischt</ref>,
Van twee valsche ghetuygen zonder ontfermen,
Vander zonde des overspels, ghy hoorde haer kermen,}}<noinclude></noinclude>
nktqpbuup4y0x5s91gz493satxn10wb
Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/45
104
87424
224205
2026-07-27T09:33:23Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
224205
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{{gedicht|start=follow|end=follow|
Ende sondet haer Daniel ten onderstanden.
So waerlijc als ghy weet mijn ontschult wachermen<ref>Ach, o wee!</ref>
Zoo behoet my Heere voor schanden,
Soo waerlijck als ghy destrueerde de vyanden
Van Susanna, ende bracht in doodts gevechte.
So wilt ooc, want tlijt<ref>Het lijdt, gaat</ref> al door u handen,
My goedertierlijc helpen tot mijnen rechte.
Ghy weet wel Heere mijn Godt waerachtich,
Dat ick tegen mijnen man voordachtich,
Ben beschuldich klachtich,
Ontschuldig, t'welck u alleen is bekent
Ende my to verantwoorden en ben ick niet machtig,
Zonder u rechtveerdige hulpe krachtig,
Die ick ben verwachtig,
Soo wel als Susanna, o hemels regent
U godlijcke oogen to my waerts went
Ende wilt my bermhertelijck aensien,
Soo dat ick mach blij ven ongeschent,
Ende dat my mijns mans gracie mach geschien,
Dat bid ick u Heer ootmoedelijck :
Verlost my uyt des verraets hegte<ref>Macht, bedwang</ref>,
End wilt my o Heere door u gebien
Goedertierlijck helpen tot mijnen rechte.
{{gap|6em}}Prince.
Princelijck prince alley princen princier
Wilt my behoeden o Heer der Heeren,
En my bevrijden van dit dangier,
Op dat ick mach blijven in mijnder eeren.
Beschermt my minnelijck voor 't svyants vlechte<ref>Net</ref>,}}<noinclude></noinclude>
hstly14c5abt0timwtqjg1o5m8qlc1a
Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/46
104
87425
224206
2026-07-27T09:41:55Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
224206
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{{gedicht|start=follow|end=stanza|
Ende wilt o Godt, om uws lofs wille to vermeeren,
My goedertierlijcken helpen tot mijnen rechte.}}
De schiltknecht troostense soetelijck, ende by scheyde ootmoedelijck van haer ende Beatris bleef altoos in haer kamer gevangen, tot dat Godt haer verloste.
HOE DE ENGEL DEN SEVEN HEREMIJT TE KENNEN GAF DAT DE
KINDEREN DIE HY VONDEN HAD KINDEREN WAREN VAN DEN KONINCK ORIANT ENDS DAT HY ZIJNEN PETER SOUDE SENDEN OM DE WAERHEYT TE TOONEN.
{{initiaal|N}}U heeft Godt verhoort t'gebedt van Beatris ende heeft ghesonden zijnen engel uyten hemel om t'openbaren den heremijt dat de ses zonen, ende een dochter die hy vonden hadt int bosch, waren kinderen van den coninck Oriant, ende Beatris diese van hem ontfangen, ende gebaerdt hadt t'eender dracht, maer de quade Matabrune, ende de vroevrou gaven hem te verstaen dat sy ontfangen had van eenen hont, ende de swanen die de jonge Helias dagelijcks spijset, zijn [sijn] vijf broeders ende suster alsoo verkeert doe Matabrunens jager Savari met sijn gesellen hun namen de silveren kettenen van hunnen hals gelijck Helias heeft. Ende dat hy soude seynden den jonghen Helias om te bevechten den valschen ridder die tonrecht beschuldichde de goede koninginne sijn moeder by ingeven van Matabrune, die haer geerne had doen dooden, ende de {{SIC|vij.|7}} kinderen mede, welcke Matabrune heeft Beatris doen gevangen houden {{SIC|xvj.|16}} jaer lanck, ende hy sal zijn vyanden verwinnen, ende zijn broeders ende suster sullen namaels weder komen in bun menschelijcke forme, ende van hun sal komen een groote vreucht. Als d'engel dit al geseydt hadt soo keerde hy weder ten hemel, ende de heremijt bleef half uyten geeste. Ende als by weder gekomen was, riep by den jongen Helias die van t'water<noinclude></noinclude>
27b3a81j0r10iq99lialwh9d6gjveql