Wikisource
nlwikisource
https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina
MediaWiki 1.47.0-wmf.13
first-letter
Media
Speciaal
Overleg
Gebruiker
Overleg gebruiker
Wikisource
Overleg Wikisource
Bestand
Overleg bestand
MediaWiki
Overleg MediaWiki
Sjabloon
Overleg sjabloon
Help
Overleg help
Categorie
Overleg categorie
Hoofdportaal
Overleg hoofdportaal
Auteur
Overleg auteur
Pagina
Overleg pagina
Index
Overleg index
TimedText
TimedText talk
Module
Overleg module
Event
Event talk
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/290
104
87462
224263
2026-07-30T17:59:05Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
224263
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH||''Schilders en Schilderessen''.|253}}</noinclude>Tafereel op te helderen, en begrypbaar te maken voor den aanschouwer. Want gelyk door ’t wel plaatsen der ''kommaas'' en ''punten'' de woorden tot het recht beduit der zaken bepaalt worden, zulks zoo haast men een boek leest weet en verstaat wat het beduit en zeggen wil dat men leest: zoo geven de zelve in tegendeel, door verzuim van agtgeving of onkunde niet recht geplaatst, niet alleen verduistering en verwarring in de zinduiding, maar maken zelf de zaken heel verkeerd en onbevattelyk, zoo dat wy niet weten wat wy daar van zullen maken, of ramen konnen wat de Schryver daar mee voor heeft. By voorbeelt, ik lees naar waarheit en in een goeden zin: ''De meeste Menschen deugen niet, goed is God''. Zoo nu de (,) alleen niet wel geplaatst, in stee van agter ''niet'', agter ''deugen'' staat, zoo is het niet alleen tegens de waarheid, maar godslasterlyk gezeit. En weet ik niet wat ik denken zal van ’t geen ik lees. Dus is het ook in opzicht van de Konst met de byvoegzelen gelegen, zoo die niet tot de zaak passen, of wel ingevoegt zyn.<br>{{gap}}Nog eens. De byvoegsels zyn een nootwendige versiering, als de zelve eigen zyn aan het verbeelde. Gelyk het kantschrift dient, om de zaaklykheden in den text gestelt met den eersten opslag te weten, of de zelve op te helderen: overzulks dienen de sieraden of byvoegzelen om het verbeelde te eerder, en straks te kennen, in stee van ’t zelve door ’t byvoegsel te verduisteren, als wy in ’t laatste voorbeeld gezien hebben.<br>{{gap}}Alle, welke de spreuk: ''Een Schip op ’t Zand, is een baken in Zee'', te recht kennen, zullen onze berisping niet laken, maar pryzen; bespeurende dat onze Redenvoering de Schilderjeugt hier door<noinclude>{{rechts|ten}}</noinclude>
1gsfi38l196zj4vnr5yd3swm1r7d65e
Index:Middelburgsche Courant 1760 no 151.pdf
106
87463
224264
2026-07-31T08:07:55Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
224264
proofread-index
text/x-wiki
{{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template
|Type=tijdschrift
|Taal=nl
|wikidata=
|Titel=Middelburgse Courant
|Ondertitel=
|Deel=
|Auteur=
|Vertaler=
|Redacteur=
|Illustrator=
|Stroming=
|Jaar=1760
|Uitgever=
|Plaats=
|Druk=
|OorspronkelijkeUitgave=
|Key=
|doe_wikidata=
|ISBN=
|OCLC=
|LCCN=
|BNF_ARK=
|DBNL=
|Bron=pdf
|Afbeelding=1
|Voortgang=C
|Delen=
|Pagina's=<pagelist 1=1 />
|Opmerkingen=Zie [[:Category:Middelburgsche Courant, 1760]]
|NestedInhoud=
|Breedte=
|Css=
|Header=
|Footer=
}}
0ejugu2z8o424xdwvnq0fot6330nfua
Pagina:Middelburgsche Courant 1760 no 151.pdf/1
104
87464
224265
2026-07-31T08:10:07Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
224265
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude><section begin="s1"/>
{| style="width:100%;"
| style="width:40%;" | {{x-larger|No. 151.}}
{{Rechts|{{x-larger|MIDDELBURGSE}}}}
{{C|{{x-larger|Dingsdag,}}}}
| style="width:20%;" | [[Bestand:Middelburgsche Courant 1760 no 151 coat of arms.jpg|140px|center]]
| style="width:40%;" | {{rechts|{{x-larger|Ao. 1760.}}}}
{{x-larger|{{sp|COURANT}}}}
{{c|{{x-larger|den 16. December.}}}}
|}
<section end="s1"/>
<section begin="s2"/>{{c|{{larger|{{sp|TURKYE}}N.}}}}
<section end="s2"/>
<section begin="s3"/>{{initiaal|T}}{{sc|hessalonica}}, ''den'' 29. ''Augustus''. Het onheil van de gedurige Pest in deze Stad en de omliggende landen is niet het eenigste, dat ons treft, maar de aardbevingen ons in ’t Jaar 1759 herhaalde schrikken gebaard hebbende, zyn sedert den 14. dezer maand weder begonnen. Den 15 des morgens 4 minuten voor twee uren voelden wy eene tweede schudding, die van eene breede vurige streep gevolgd werd, die uit het Oosten van de Stad uit de aarde oprees, en horizontaal naar het Westen voortliep: dezelve was in haar licht gelyk aan de maan in haren vollen luister, en na in den tyd van 2 seconden eenen grooten afstand voortgelopen te zyn, verdween dezelve met het uitwerpen van vuurige Vlammen. Den 17. omtrent ten 9 uren des avonds voelden wy eene derde schudding, waarna een hevige stormwind ontstond, die van zwaren regen en schrikkelyke donderslagen gevolgd werd. Den 21 hadden wy omtrent half twaalf des morgens eene vierde schudding; doch echter heeft geen derzelven eenig huis omvergeworpen, alzoo de beweging ''Verticaal'' was.
<section end="s3"/>
<section begin="s4"/>{{c|{{larger|{{sp|GROO}}T-{{sp|BRITANNIE}}N.}}}}
{{gap}}De Kwakers van het Koningryk Ierland hebben het volgende Adres aan zyne Majesteit overhandigd.
{{rechts|''Met ’s Konings Welbehagen''.|2em}}
{{gap}}”Wy <ref>De Kwakers zyn altyd gewoon ''du'' in plaats van ''U'' of ''Gy'' en ''Deine'' in plaats van ''Uwe'' te zeggen; doch dit zou in onze Hollandsche taal niet vloeien.</ref> Uwe gehoorzame en getrouwe onderdanen, zynde inniglyk gevoelig over het verlies, dat deze natien door de onverwachte schielyke verplaatzing van Uwen Koninglyken Grootvader, onzen overledenen genadigen Koning geleden hebben, smeken verlof om U met dit aandoenlyk voorval te condoleren.
<br>{{gap}}„Zyne regtvaardige en zachtzinnige Regering maakte hem dierbaar voor alle zyne getrouwe Onderdanen, en de byzondere toegeeflykheid en bescherming, die wy in de Vrye Oeffening van onze Godsdienstige Gewoontens genoten hebben geven in onze herten eeuwige indrukselen van dankbaarheid en Eerbied voor zyne gedachtenis.
<br>{{gap}}„Terzelver tyd vergun ons U met uwe komst tot den throon van deze Ryken geluk te wenschen, in welke verheven post wy, in God, doorwien de Koningen heerschen, vertrouwen, dat de menigvuldige deugden, die wy tot onze vreugde horen dat Uw Borst versieren, (en waar voor wy den Godlyken Gever onderdanig dank zeggen) altyd zullen strekken om Uw gedrag te bezielen: en Uwe genadige verklaring voor de aanmoediging van deugd en Godsvrucht, en onderdrukking van ondeugd en onzedigheid geeft ons rechtvaardige grond tot hoop, dat Uw Ryk gelukkig voor Uw Volk en roemryk voor U zelven zal zyn. Verzekerd van de Goedertierenheid en goedhartigheid van Uwe geneigdheid en bewust van onze eige getrouwheid en genegenheid voor Uwe Persoon en Regeering, durven wy ons verstouten, om uwe goedgunftige bescherming te vragen, en zyn daarvan terzelver tyd verzekerd: eene bescherming, die wy des te meer nodig hebben, alzoo zommige van onze Godsdienstige gevoelens (van welkers waarheid wy vastelyk verzekerd zyn) ons voor allerlei lyden door de handen van onredelyke menschen blootstellen. Zulk eene Bescherming erkennen wy dankbaarlyk, dat de gunstige aanneming van ons vreedzaam en plichtschuldig gedrag ons besorgd heeft onder de Regering van uwe overledene Koninglyke Voorvaders en het is ons vast besluit, om onder de Godlyke bystand by vervolg van tyd dezelve te blyven verdienen, door, by onze Christelyke grondstelling volhardende, ons aangenaam te maken, gelyk zulks aan getrouwe onderdanen past.
<br>{{gap}}„Wy offeren onze vurige gebeden aan den Almachtigen God, op dat hy U met wysheid begiftige, om in zyne vrees te arbeiden, en dat gy ’t gelukkige werktuig moogt zyn om eene duurzame vrede te erlangen, dat zyne beschermende Voorzienigheid U voor allerlei gevaren mag behoeden, en den beminden Souverain van een gelukkig en dankbaar volk lang beware, en zyn heil vermeerdere door de Kroon in zyne familie tot de laatste nakomelingschap te bewaren.
{{gap}}{{sc|Dublin}}, ''den'' 13. ''van de elfde maand, November genaamd'', 1760.
{{gap}}{{anker|art2al2}}De nieuwsgierigheid van een ieder in ’t generaal is zoo groot om de Krooning te zien, of schoon ’er tot hier toe noch geen dag bepaald is, dat zommige van de huisen in en omtrent de Straat van het nieuwe Paleis, zoo verre men gezicht van de Processie kan hebben voor de onmatige prys van 400 guinees alleen voor dien dag verhuurt zyn. Men is gewoon verlof te verleenen aan den verhuurder aldaar, om zoo er gedurende den huurtyd eene Krooning mocht voorvallen, dat die dag ten zynen profyte zal zyn, en daarvoor schenkt hy gemenelyk een jaar huur aan den huurder; doch de verschrikkelyke prysen, die thans voor ééne plaats by de Krooning geëischt worden, zyn veel te hooggaande, en overtreffen verre, hetgeen in vorige krooningen gegeven is, want toen was een kamer in de tweede verdieping voor 30 Pond verhuurt, en eene goede plaats in de Abdy voor twee Guinees het stuk. In de ''Unionsstraat'' is eene spatie grond, die van de Paleistuin na ’s Konings straat leidt, en in hetwelk voor langen tyd reeds huisen zouden opgericht zyn, maar de eigenaar denkt, dat het hem voordeeliger zy, aldaar voor dien dag eene stellagie opteslaan, ’t welk hem meer inkomen zal geven, als meenig Jaar huur. Daarenboven moet men aanmerken, dat de Processie door de groote deur van de Westmunsterzaal tot de westdeur van de Abdy, en dat niet alleen de zaal aan de twee zyvleugels van de Abdy tusschen de pilaren, die de ruimte onderschragen, met banken gevuld zyn, maar dat ook aan beide zyden van de lange weg, die de Processie gaat, zoo veel stellagies zullen opgericht worden, dat niemand buitengewone pryzen zal hoeven te betalen om aanschouwer van die plechtigheid te zyn.
<br>{{gap}}{{anker|art2al3}}Onder de fraaiheden, die uit de ruinen van het oude Herculaneum gehaald zyn, is ’er een, dat de aandacht van de kenners zeer na zich trekt. Hetzelve bestaat in een net yvore wagentje, in hetwelk eene papegai is geplaats, die een toom in zyn snavel heeft, met dewelke hy eene sprinkhaan, die de machine voorttrekt, schynt te bestieren. Zommige denken, dat dit alleen een ''jeu d’Esprit'' van den werkmeester is, doch andere houden het voor een zinnebeeld van eene dertele eeuw, terwyl geleerde critiquen dit als eene satire aanmerken, willende dat de Papegai ''{{SIC|Agripprina|Agrippina}}'', moeder van Nero, en de sprinkhaan, de vermaarde ''Locusta'', die gebruikt is, om ''Claudius'', en ''Britannicus'' te vergiften, verbeeldt.
<section end="s4"/>
<section begin="s5"/>{{c|{{larger|{{sp|RUSLAN}}D.}}}}
<section end="s5"/>
<section begin="s6"/>{{gap}}{{sc|Petersburg}}, ''den'' 20. ''November''. De Prins van ''Schachouwsky'', Vice-President van het militaire gerechts-hof, die als buitengewoon Ambassadeur by de Porte geweest is, om zyne Hoogheid met de verheffing tot den Kroon geluk te wenschen, is in deze Hoofd-stad teruggekomen, en heeft aan hare Keizerlyke Majesteit een eigenhandigen brief van den Sultan overgeleverd, en een van den Groot Visier, in welke beide het genoegen betuigd word, dat zyne Hoogheid over de attentie van hare Keizerlyke Majesteit heeft, en dat hy geen beter middel kent, om zyne gevoeligheid deswegen uit te drukken, als haar te beloven, van alles wat mogelyk is aan te wenden, om de eensgezindheid, die thans tusschen de beide Hoven heerscht, te bevestigen, en de Articulen van het Vredens-Tractaat te ''Belgrado'' naaukeurig uit te voeren en stand te doen houden, hare Keizerlyke Majesteit onze Souveraine nodigende, om hetzelve gedrag te houden, om dus de tweedracht aan den band te leggen, en de Vrede en eensgezindheid, dat zoo een dierbare zaak is voor de onderdanen en overheden, aan te kweken. Dit beleefde antwoord van de Porte is hier met zeer veel vermaak ontfangen, alzoo de minste Vredebreuk in de tegenwoordige tydsomstandigheden zeer gevaarlyk zou zyn.
<br>{{gap}}Het Militaire Gerechtshof is noch bezig met het gedrag te examineren van die genen, die by ’t beleg van Colberg geweest zyn, en men twyfelt niet, of daar zal een groot exempel gestatueerd worden, indien ’er een der Officieren of gemeenen schuldig bevonden word aan ’t mislukken van die onderneming.
<br>{{gap}}De Senaat heeft Commissarissen benoemd voor het departement der Commercie, en de Heer de ''Chernischef'' is tot President van dezelve verklaard. Daar is een Edict, gegeven, waarby de uitvoer van ''Rhabarber'' aan particulieren verboden word, want alzoo deze wortel eene aanmerkelyke tak van den Koophandel geworden is, heeft het hare Majesteit goedgedacht, om van dezelve eene byzondere pacht aan te stellen, en den prys van ieder pond Ruslands gewicht op 100 Roebels te bepalen.
<section end="s6"/>
<section begin="s7"/>{{c|{{larger|{{sp|ZEE-TYDINGE}}N.}}}}
{{gap}}{{sc|Amsterdam}}, ''den'' 12. ''December''. Het Fluitschip, den 6. dezer, in Texel binnen gekomen, is dat van J. Jeyes, uit Noorwegen. Den 8. is na verlies van Ankers en Touwen weder terug gekomen Nils Tongerson; en zyn uitgezeild D. Nieuwan, J. Outjes, Corn. Spruit, en Goy. Theunis, alle naar Surinamen; W. Arends, naar Port à Port; P. Jansen, naar Engeland; R. Anderson, naar Ierland; Albert Duif, naar Hull; Jan Dont, naar Datzig; en Chr. J. Prest, naar Koppenhagen: de wind O.Z.O. en Z. West. Den 9. zyn gearriveerd Jer. Gyber, van Napels, laast van Cadix; J. Pieters, Douwe Joris, en W. Dirks Flappers, alle van Bourdeaux; Tj. Feikes, en Jan Walles, beide van Libourne; P. Meinderts, P. Mariens, en L. Broers, alle uit Noorwegen: de wind Westelyk. Den 10. kwamen {{SIC|uir|uit}} Zee’s Lands Oorlogschip {{sc|Schieland}}, Capt. ''Quiryn Dabenis'', en Jan Scheeler, beide van Cadix; Pieter Klaasen, en H. Siebles, beide van Boudeaux; Romke Feikes, D. Anskes Lam, Ale Oeges Kroontje, en Tjalling Baukes, alle van Libourne; D.Tideman, van London; J. D, Visser, van Christiaanzund; en weder terug Jus Pietersen, en J. H. Rhee, deze laastgem. Schipper is den vorigen dag uit de Mast op het dek dood gevallen; de wind ’s smorgens West, en ’s avonds N. Oost. Den 11. kwam binnen Jan Feikes, van Bajoene: de wind N. West. Aan deze Stad zyn gekomen Okke Hendriks, en Marten Barends, beide van Hamburg; en, Hendriksz. Loos, van Koningsbergen. In een Brief van Curaçao in dato 29. Augustus, die men over Nieuw York gekregen heeft, word geschreven, dat zich aldaar negen à twaalf Hollandsche Koopvaarders gereed maakten, om gezamentlyk in ’t laatst van September hunne terug reis, zoo herwaards als naar Rotterdam, met het Hollandsch Oorlogschip {{sc|de Princes Carolina}}, Capt. ''Pieter van Hoogwerf'', aan te nemen: derhalven ziet men deze dagelyks te gemoet, zynde onder anderen Hendrik Hesselaar, naar Rotterdam; wyders Christ. Hoofd, J. F. Steegman, J. de Jong, Roel Melstroom; Jan Gestlof &c., herwaards bestemd.
<section end="s7"/>
<section begin="s9"/>{{gap}}{{sc|Rotterdam}}, ''den'' 12. ''December''. Den 8. arriveerden<section end="s9"/><noinclude></noinclude>
poz8y2vq56gvxp9oi9q95ghefxcsd02
Middelburgsche Courant/1760/Nummer 151/Thessalonica, den 29. Augustus
0
87465
224266
2026-07-31T08:13:17Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
224266
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Thessalonica, den 29. Augustus’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Middelburgse Courant'', dinsdag 16 december 1760, [p. 1]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Middelburgsche Courant 1760 no 151.pdf" from=1 to=1 fromsection=s3 tosection=s3/>
[[Categorie:Middelburgsche Courant, 1760]]
7cssr9m944uz33zchqn8cdlukuolczl
Middelburgsche Courant/1760/Nummer 151/Groot-Britannien
0
87466
224267
2026-07-31T08:21:00Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
224267
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Groot-Britannien’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Middelburgse Courant'', dinsdag 16 december 1760, [p. 1]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Middelburgsche Courant 1760 no 151.pdf" from=1 to=1 fromsection=s4 tosection=s4/>
[[Categorie:Middelburgsche Courant, 1760]]
sfffg16yjw0m9asc84wcphvy0i4qjwy