Wikisource nlwikisource https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina MediaWiki 1.47.0-wmf.13 first-letter Media Speciaal Overleg Gebruiker Overleg gebruiker Wikisource Overleg Wikisource Bestand Overleg bestand MediaWiki Overleg MediaWiki Sjabloon Overleg sjabloon Help Overleg help Categorie Overleg categorie Hoofdportaal Overleg hoofdportaal Auteur Overleg auteur Pagina Overleg pagina Index Overleg index TimedText TimedText talk Module Overleg module Event Event talk Gebruiker:Revi C. 2 12512 224286 196246 2026-08-02T00:00:03Z Pathoschild 114 global user pages ([[m:Synchbot|requested by Revi C.]]) 224286 wikitext text/x-wiki __NOINDEX__<div class="mw-content-ltr" lang="en" dir="ltr">{{#babel:ko|en-3|nl-0}} [[File:Revi wikimedia image.jpg|thumb|center|middle|If you are here to talk about CommonsDelinker removing a deleted image, please [[:c:User talk:Revi C.|go here]].]] Hello! I am [[:m:User:Revi C.|revi]]. I edit to [[m:SWMT|revert vandals]], do Wikidata stuff<!--(I am a Wikidata Admin! <small>([{{fullurl:wikidata:Special:ListUsers/Revi C.|limit=1}} Verify])</small>)-->, or do [[:c:COM:FR|Commons Filemoving stuff]] (I am Commons Admin too! <small>([{{fullurl:c:Special:ListUsers/Revi C.|limit=1}} Verify])</small>). Come to [[:m:User:Revi C.|my Meta userpage]] or [[:c:User:Revi C.|my Commons userpage]] for more information. Thank you.</div> isc2h9ortyjiy61uy3quayazwkmhlvr Overleg gebruiker:Revi C. 3 12513 224285 196245 2026-08-01T23:19:27Z Pathoschild 114 global user pages ([[m:Synchbot|requested by Revi C.]]) 224285 wikitext text/x-wiki __NOINDEX__<div class="mw-content-ltr" lang="en" dir="ltr">[[File:Revi logo (pink).png|thumb|center|<span style="color:red">PLEASE DO NOT LEAVE MESSAGE HERE!</span>]] ''' <span style="color:red"> BEFORE YOU BLOCK MY ACCOUNT: IF MY EDIT SUMMARY INCLUDE PREFIX </span>''(Script)''<span style="color:red">, DON'T BLOCK ME, JUST TELL ME TO SLOW DOWN AT COMMONS' TALK PAGE. IT IS AN AUTOMATED SCRIPT BEING USED ON COMMONS TO MOVE FILES.</span> Instead, please leave your message following site: <br /> [[File:Wikidata-logo-en.svg|45px|link=d:User talk:Revi C.]] [[d:User talk:Revi C.]] for Wikidata (Interwiki links) stuff <!--(I am {{int:Group-sysop}} there)--> <br /> [[File:Commons-logo.svg|45px|link=commons:User talk:Revi C.]] [[commons:User talk:Revi C.]] for renaming stuff or [[User:CommonsDelinker|CommonsDelinker]] action (I am {{int:Group-sysop}} there) <br /> [[File:Wikimedia Community Logo optimized.svg|45px|link=m:User talk:Revi C.]] [[meta:User talk:Revi C.]] for other stuff (User right notification, revert message, etc...) Messages left on this page may be reverted or moved without any response.</div> esxe13mcstpjlux1bt2hqwxr2v8t8mn Gebruiker:Hym411 2 13183 224287 200597 2026-08-02T00:37:29Z Pathoschild 114 global user pages ([[m:Synchbot|requested by Hym411]]) 224287 wikitext text/x-wiki #REDIRECT [[User:Revi C.]] 88g0cv17whfgb1wkeh281mptujwtlut Overleg gebruiker:Hym411 3 13184 224288 200598 2026-08-02T01:06:50Z Pathoschild 114 global user pages ([[m:Synchbot|requested by Hym411]]) 224288 wikitext text/x-wiki #REDIRECT [[User talk:Revi C.]] o9z79lcc9a9pfmqmrod5w3eyk4q9i0o Pagina:Album der Natuur 1861.djvu/183 104 41695 224276 130486 2026-08-01T14:47:15Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 224276 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||AUSTRALIË, HET OUDSTE VASTE LAND DER AARDE.|157}}</noinclude><section begin="australie"/>zeker) alleen kristallische gebergten en primaire formatiën van de Silurische groep en daar boven, welke de hoofdmassa van het vastland uitmaken. De geheele reeks van secundaire formatiën schijnt geheel te ontbreken. Uit deze daadzaak volgt noodzakelijk, dat Australië sedert het einde van den tijd der primaire formatie een vastland is, dat nooit weder door de zee bedekt werd en dat bij gevolg sedert den aanvang der secundaire periode door al die ondenkbare tijdruimten heen, in welke Europa aan de geweldigste geologische omkeeringen was onderworpen, een rustige bodem was, waarop planten en dieren in onafgebroken opvolging konden gedijen tot aan den huidigen dag. Uit dit oogpunt beschouwd is het dieren- en plantenrijk in Australië het oorspronkelijkste en oudste der geheele wereld; en daarom schijnt het minder te verwonderen, dat hier nog dierenen plantentypen leven, die in Europa reeds lang uitgestorven en door nieuwe vervangen zijn." {{r|{{sc|R.}}{{gap|4em}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} <section end="australie"/> <section begin="coca"/>{{c|{{larger|DE COCA.}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} De Coca of ''Erythroxylon Coca'', Lam. der kruidkundigen<ref> Vergelijk ''Archiv der Pharmacie'', 1860, Band CLII, S. 370 volg.</ref> is eene plant, die in het leven der inwoners van Bolivia en Peru eene allezins belangrijke rol speelt, daar hare bladen als een kaauwmiddel zeer algemeen gebruikt en voor de inboorlingen onmisbaar mogen genoemd worden. Dit middel schijnt bijzondere opwekkende en versterkende eigenschappen te bezitten; immers weken lang kan de Indiaan de vermoeijendste togten doen, zonder bijna iets anders dan zijne cocabladen te gebruiken. In Bolivia wordt de Coca met de asch van eene soort van Ganzevoet of Melde (''Chenopodium'') en raauwe aardappelen, in noordelijk Peru met gebranden kalk vermengd, genuttigd. {{nop}}<section end="coca"/><noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> cpl42ucgh9k1ikmzhsv89q8c079xied Pagina:Album der Natuur 1861.djvu/184 104 41696 224277 130879 2026-08-01T14:48:56Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 224277 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|158|DE COCA.|}}</noinclude>Omtrent de Coca en zijn gebruik berigt dr. {{sc|scherzer}} onder anderen het volgende: Een koopman uit Teena in Bolivia, {{sc|campbell}} genaamd, dien ik op reis aantrof, verhaalde mij, dat hij eens met een Indiaan gereisd had, die dagelijks 30 leguas<ref>Een ''legua'' komt ongeveer overeen met 3 Engelsche mijlen, elk van 1609 N. ellen. Een ''legua'' is alzoo bijna 4 N. mijlen, elk van 1000 N. ellen.</ref> te voet aflegde en gedurende dien tijd slechts eenige weinige korrels geroosterde mais gegeten, maar voortdurend Coca gekaauwd had. Wanneer de heer {{sc|campbell}} 's nachts op eene rustplaats aankwam, voelde hij zich sterk aangegrepen en vermoeid door den rid gedurende den ganschen dag, terwijl de Indiaan daarentegen slechts zeer kort uitrustte en dan weder, evenals hij gekomen was, de reis te voet vervolgde. Op den 1sten April zond de heer {{sc|campbell}} een Indiaan van La-Puy naar Teena, een afstand van 83 leguas, welken hij in 4 dagen aflegde; toen nam hij één dag rust en ving daarop zijne terugreis aan, die hij in 5 dagen volbragt; op zijne heenreize moest hij over een 13000 voet hoogen berg, en toch nuttigde hij gedurende deze vermoeijende voetreis niets dan een weinig geroosterde mais en Cocabladen. Volgens genoemden berigtgever, die gedurende 14 jaren in Bolivia gewoond heeft, oefent het Cocakaauwen geenerlei nadeeligen invloed op de gezondheid uit; hij kende onder anderen zulk eenen Cocakaauwer, die reeds in 1781 aan den opstand van Trysal-Amarn deelnam en toen (in 1859), hoewel ligchamelijk gebrekkig, nog in het volle bezit zijner geestvermogens was. In den regel zijn de Cocakaauwers slank, sterk en spierkrachtig. Op de kaakwerktuigen oefent het Cocakaauwen geen nadeeligen invloed uit, maar toch geeft het bruine vocht, dat van hunne lippen vloeit, aan de kaauwers een vuil en afzigtelijk voorkomen. Het is voor de Cocakaauwers even zwaar en onmogelijk, deze gewoonte vaarwel te zeggen, als dit het geval is met hen, die aan het gebruik van opium of tabak gewoon zijn; zelfs zag men Europeanen, nadat zij langen tijd onder de Indianen van Bolivia en Peru verkeerd hadden, eindigen met aan het gebruik van Coca verslaafd te worden. Het verbruik van gedroogde Cocabladeren is in Bolivia zoo aanzienlijk<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> 1z649xvxkpkky8m8ph1nti6vl04loh6 Pagina:Album der Natuur 1861.djvu/185 104 41697 224278 130880 2026-08-01T14:50:18Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 224278 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||DE COCA.|159}}</noinclude><section begin="coca"/>dat het daarvan door de regering geheven regt omstreeks 300,000 dollars oplevert. De geheele opbrengst zal ongeveer 480,000 cesto's (of korven van 25 pond) bedragen, die tegen 8—10 dollars per cesto verkocht worden. {{sc|Endlicher}} schrijft in zijn ''Enchiridion botanicum'', p. 559, aan de Coca nadeelige, vooral voor het zenuwstelsel schadelijke werkingen toe; maar een van de nieuwste berigtgevers over dit onderwerp, dr. {{sc|mantegassa}}, in de ''Medizinische Neuigkeiten'', 1859, p. 378—380, zegt daarvan onder anderen het volgende, dat met het bovenstaande beter in overeenstemming is. De kweeking van de Coca of het ''Bolivische kruid'' is in de laatste jaren zoo toegenomen, dat de republiek ''Bolivia'' daarvan in 1856 voor 13 millioen franken verkocht. Elk arbeider gebruikt het. Het is versterkend, maar ook bedwelmend, zoodat ''Coquear'' genoemd worden de personen, die daaraan verslaafd zijn. Zulk een dronkenschap laat echter geene schadelijke gevolgen na. Het is een krachtig opwekkend middel (''analepticum''). Welligt ware van de Coca ook voor Europa gebruik te maken; men zoude dit middel b.v. aan militairen bij vermoeijende marschen, aan schipbreukelingen enz. ter opwekking en versterking kunnen toedienen. {{r|{{sc|H. v. H.{{gap|3em}}}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} <section end="coca"/> <section begin="Lamont"/>{{dhr}} {{c|{{larger|LAMONT'S REIS NAAR SPITSBERGEN}}<ref>Uit {{sc|petermann's}} ''Mittheilungen über wichtige neue Erforschungen auf dem Gesammtgebiete der Geographie'', 1859.</ref> .}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}} In den zomer van het jaar 1858 heeft de heer {{sc|lamont}} eenen togt naar het in vele opzigten belangrijke Spitsbergen gedaan. Hoewel dit eiland door vele wetenschappelijke reizigers in de laatste jaren, vooral met geologische oogmerken, bezocht is, rekenen wij toch den lezers van dit tijdschrift geen ondienst te doen door hun het berigt<section end="Lamont"/><noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> iwwsp8k9jtlqsbqbaxd1pwqfeptufvw Pagina:Album der Natuur 1861.djvu/186 104 41698 224279 130881 2026-08-01T14:52:04Z DoekeHellema 16849 /* Gevalideerd */ 224279 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|160|LAMONT'S REIS NAAR SPITSBERGEN.|}}</noinclude>mede te deelen, hetwelk {{sc|lamont}} van zijn onderzoek in het geologisch gezelschap te Londen den 15 Junij jl. heeft gegeven. Met zijn jagt in Spitsbergen aangekomen, ging hij het Stour-Fiord op, hetwelk naar zijne meening geen inham, maar een sund is, die het geheele eiland in tweeën deelt. De eerste dertig zeemijlen der kust, langs welke hij dit Fiord opvoer, bestonden bijna alleen uit de steile hellingen van twee of drie groote gletschers. Het water was ondiep; zelden bereikte het eene diepte van zestien vademen. Zoo schijnt het rondom geheel Spitsbergen te zijn, waarom ook ijsbergen van zeer grooten omvang zich daar niet kunnen vormen. De gestalte der kusten is zoo, dat zich eerst een vlak slijkerig strand van eene halve tot drie mijlen in de breedte uitbreidt, dat van twaalf tot achttien duim diep hard gevroren of met ijs bedekt is. Dit strand wordt van slijkerige waterloopen doorsneden en is met saxifragen, mos- en vlechtsoorten bewassen, welke den rendieren tot voedsel dienen. Op enkele plaatsen komen rotsstukken voor den dag, die tot de trapformatie behooren. Op deze strandvlakte volgt eene steile slijkerige afhelling, die tot aan de loodregt opstijgende schiefer-rotsen reikt, boven welke de groote gletschers zich uitbreiden. Boven deze vertoonen zich, als zij niet in nevels gehuld zijn, bergspitsen, die waarschijnlijk uit graniet bestaan. In het hooger gelegen gedeelte van deze doorvaart vindt men veel drijfhout, meestal uit dunne pijnboomstammen bestaande, geheel verweerd en van water doortrokken; beenen en geraamten van walvisschen zijn er in grooten getale. Ook vele mijlen in het binnenland en ten minste dertig voet boven het hoogste watermerk ontmoet men drijfhout en walvischbeenen. Op de zoogenaamde «duizend eilanden" worden geraamten van deze dieren gevonden, en wel hoog boven het water op het land. Deze omstandigheden, gevoegd bij de daadzaak, dat de zee rondom Spitsbergen naar het oordeel der robben- en walvischvangers ondieper wordt, bragten den heer {{sc|lamont}} tot de overtuiging, dat Spitsbergen en de naburige eilanden uit de zee omhoog rijzen, en wel met eene grootere snelheid, dan zulks met opzigt tot enkele gedeelten van Noorwegen bewezen is. {{r|{{sc|R.{{gap|3em}}}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr|2}}<noinclude></noinclude> 9z1el653kz7v6k5e99l2b4ob3mvd39q Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/49 104 87472 224280 2026-08-01T16:46:30Z Havang(nl) 4330 /* Proefgelezen */ 224280 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />39</noinclude>H{{asc|OE DE KONINCK}} B{{asc|EATRIS VOOR RECHT DEDE KOMEN.}} {{initiaal|D}}En dach quam dat de koninck Beatris ter doodt veroordeelen soude, ende hy dedese uyter ghevanghenis brenghen haer to ontschuldighen in zijn tegenwoordicheydt, van't'gene daer sy met was beschuldicht vanden ridder. Ende als sy daer stont voor alle de ridders ende heeren die daer vergadert waren, so groetese ootmoedelijck den koninck op beyde haer knien hem biddende genade, soo deerlijck dat alle de heeren ontfermen hadden op haer ende bysonder de koninck die aensachse met grooten rou, dat hy nau ghespreken en konde. Doen gheboot de koninck den valschen ridder te segghen in zijn teghenwoordicheydt daer hijse mede beswaerden. Terstont seyde Macharis als een verrader: heere ick hebbe u ghescyt ende ick blijver by, dat ick haer gheselschap heb sien hebben met eenen hont, waer af zy ghebaert heeft, ende daer nae heeft se my heymelijck fenijn willen gheven om u te dooden, ende u moeder Matabrune, dat ick niet doen en wilde. Doen seyde de koninck: Vrouwe ghy wort hier swaerlijck beschuldicht, wat seydy op dit stuck? seght de waerheydt, ghy en sult niet sterven, maer ick sal u in een klooster doen om te beteren u sonden, ende Godt voor u ende my te bidden, ende ist dat ghy't niet belijden en wilt, ick sal u doen sterven een schandelijcke dood ten zy dat yemandt u rechte bescheyde. Beatris zeyde: heere ick weet wel dat ic niemant vinden en sal die mijn recht sal helpen beschudden, nochtans sweer ick hier voor u allen dat ick ontschuldich ben van alle dese saecken, ende is Godt waerachtich, soo en heb ick dit schandelijck werck oyt ghepeynst dat men my overseydt teghen u eere ende in mijne, ende ick klaeght den almachtighen Godt, ende gheve hem de wraecke van mijnen vyanden die my valschelijck belieghen.<noinclude></noinclude> irp2ckz754bor8pkoq7ddwjpvpbexkj Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/50 104 87473 224281 2026-08-01T16:52:27Z Havang(nl) 4330 /* Proefgelezen */ 224281 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />40</noinclude><nowiki /> H{{asc|OE}} H{{asc|ELIAS TE HOVE QUAM OM SIJN MOEDER TE VERLOSSEN. ENDE HOE HY DEN POORTIER MET SIJNEN STOCK TER AERDEN SLOEGH ENDE DEN VERRADER OOCK INDER ZALEN}}. {{initiaal|T}}Was al vergadert in des koninghs hof om te verwijsen de koninginne ter doodt, soo qwam daer den jongen Helias des koninghs ende der koninginnen sone die eenen stock had in sijn handt, hebbende groot betrouwen in Godt om te beschudden sijn moeder Beatris. Ende als hy quam by de poorte van den hove, daer vandt hy een man die hem vraeghde wat hy sochte. Doen seyde hy: ick soeck den valschen ridder Macharis, ende hy meende met hem te spotten, ende seyde ick bent ende terstont sloegh hem Helias met sijnen stock ter aerden, ende daer quam een dienaer en vinck hem, meynende dat hy sot was, om dat hy soo ghekleed was, ende bespotte den ghenen die gheslaghen was, ende seyde datmen met gheen sotten spelen en soude, ende Helias trock hem kloeckelijck uyt des dienaers handen, ende zeyde laet my gaen, want ick en sal niet rusten ick en heb my gewroken van den valschen Macharis, die t'onrecht beschuldicht de koninginne mijn moeder. Ende so wasser een die hem zeyde, dat Macharis was in de zale, ende beklaeghde Beatris voor den koninck met groot misdaet dat hem dochte valsch zijn, ende zeyde dat de koninginne een goede vrou was, ende dat mense t'onrecht wilde doen sterven. Ende als hem Helias soo hoorde spreken, quam hy hem omhelsen. Doen leyde hy hem ter zalen daer men raed hiel, daer menich bedruckt man was om Beatris, ende doen quamen sy oock om te sien wat Helias maken soude die scheen te zijn een wilde man, ende quam binnen by den koninc, die vraechde wat daer was, ende men seyde hem datter een jonghe was, al naeckt, die na Macharis vraghet, ende seydt<noinclude></noinclude> byhoqbn9jfs9rzhnzofyci6x535xsfi Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/51 104 87474 224282 2026-08-01T16:55:06Z Havang(nl) 4330 /* Proefgelezen */ 224282 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />41</noinclude>dat hy hem wil bevechten, om te beschudden d'eere vande koninghinne, die hy zeyde te wesen zijn moeder. Ay seyde de coninc, ic sie wel ten is maer een sot. Doe seyde daer een ridder: heere ick heb hem nochtans wijslijc hooren spreecken. Doen dede de koninck vraghen wat hy sochte, ende hy seyde ick soecke Macharis, ende hy werdt hem gewesen, doen ginck hy hem nader, ende zeyde: Ay valsch verrader ende ontrou ridder, ick roep u te kampe, ende terstont gaf hy Macharis eenen slagh metter vuyst dat hy ter aerden viel, ende soude hem den hals af ghesteken hebben hadt hy een mes ghehadt, maer hy wert uyt sijnen handen ghenomen, waerom veel ridders zeyden dattet wel beteet was, om dat hy soo schandelijc de goede Beatris beschuldicht had. Ende als de koninck Macharis den vuystslach sach gheven, soo zeyde hy tot Helias: Wie maeckt u so koen dit te doen in mijn presentie? Doe seyde hy: O heere ick ben hier komen by den gebode Gods om te seggen de waerheydt vander saken, ende van alle stucken daer ghy hier te recht om sit. De koninck zeyde: Doet dat. Helias seyd, ick salt seggen. Ende terstond ginc hy tot sijn moeder die hy daer sach ende omhelsde, ende seyde, mijn beminde ende gerechte moeder, en hebt niet meer droefheyt in u herte, laet varen u weenen, want ick sal u byder gratien Gods weder in geneuchte helpen, ende sal doen blijcken dat gy valschelijck verraden zijt, vande gene die u eere met recht souden bewaren ende beschudden. Als dit de koninck hoorde was hy seer verwondert, denckende in hem selven: siet doch nu een teecken van God almachtich. Ende die daer omtrent waren bleven seer verwondert. Ende Helias blijvende by zijn woorden, zeyde aldus: Mijn heere mijn vader ick doen u sekerlijck weten doen ghy liet bewaren Matabrune u moeder mijn vrou moeder die swaer ginck van<noinclude></noinclude> 6jhpfmp85ivokcsanvrl6yue3tfqjm0 Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/52 104 87475 224283 2026-08-01T16:58:38Z Havang(nl) 4330 /* Proefgelezen */ 224283 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />42</noinclude>my, ende mijn broeders, ende van mijn susterken, om te gaen strijden tegen u vyanden, soo kreeg u moeder soo grooten nijt, op mijn vrou moeder (door hulp vander vroed-vrouwen) ende overdroegen de valscheyd die ghy hooren sult, maer inder waerheydt sy baerde ses sonen, waer af ick een ben, ende een dochter, ende wy brochten elck aen onsen hals een silveren keten als ghy my siet dragen. Als wy geboren waren, dede sy ons wech dragen in een kleyn plaetse ende nam seven kleyn honden: ende dede mijn moeder verstaen dat zijse ghebaert hadde, t'welc sy ooc meende door de groote pijne die sy hadt. Ende sy hadt bevolen een van haren dienaren ons te dooden, maer doen hy int bosch quam, aensag hy ons met ontfermherticheydt, ende liet ons daer naeckt liggen, sonder ons eenich quaet te doen. Daer nae waren wy gevonden van eenen heremijt geheeten Helias, die ons minlijck droeg in sijn kluyse daer hy noch woont, ende verwarmde ende voede ons nae sijnder macht, ende dede sijn gebedt tot Godt dat hy ons soude mogen opbrengen<ref>Grootbrengen</ref>. Soo quam daer by miraculen een witte geyte om ons te spijsen met haren melck drie jaren. Ende daer nae voede ons de heremijt metten broode dat hem om Godts wil gegeven wert. Ende op eenen tijd als wy saten, ende aten wilde appelen int bosch, soo vant ons den jager van Matabrune, ende wy hadden een silveren keten aen den hals, t'welck hy Matabrune zeyde. Doe sant sy den jagher voorseyd weder om ons alle seven te dooden. Ende op een tijt als de heremijt ende ick waren uytgegaen om brood, ende nootdruft te bidden, soo quam de selve jager met {{SIC|vij.|7}} ander ghesellen, die namen de silveren ketenen van mijn vijf broeders, ende van mijn suster, die terstondt waren verkeert in witte swanen, ende zijn inden vijver by 't bosch, daer icse dickwils broodt<noinclude></noinclude> grxo7b8iqj90ll925s4lntarml0i6v1 Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/53 104 87476 224284 2026-08-01T17:02:06Z Havang(nl) 4330 /* Proefgelezen */ 224284 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />43</noinclude>ghegeven heb om te spijsen, en ten eynde is ghekomen denghel Gods die dese dinghen heeft gheseydt den devoten, heremijt mijnen peteren, ende heeft hem bevolen van Godt dat ick op desen selven dagh soude komen al hier om te beschermen mijn moeder, hierom ben ick komen door Gods bevel om te beschermen mijne moeder, ende te bestrijden den verrader Macharis die mijn moeder heeft beschuldicht van onmenschelijcke stucken. Ende om de waerheydt van desen, suldy hem ende my ghevanghen stellen, ter tijd toe dat ghy ontbieden wilt den goeden heremijt om ghetuyghenis te geven vander waerheydt. Doen de koninck Oriant hem dus hoorde spreken, was hy noch meer verwondert ende sprack tot sijn coninginne, hoort hier nae, wat dunct u van dese woorden? Sy seyde ic en weets niet, want doen ick baerde was ick soo verlast<ref>Bezwaard, ziek</ref>, dat ick noyt verstant oft ghevoelen en hadde, maer niet te min heeftse wel oft qualijck gedaen dat salse noch wel vinden, maer ic geeft God ende dese jongelinc die my God gesonden heeft op om voor my te vechten, ende ic bid u dat ghy hem doen wilt als uwen sone, ende hem geven al dat hem van noode is om onse eere te bewaren. H{{asc|OE DE KONINCK GHEBOODT EEN HERNAS TE MAECKEN VOOR SIJNEN SOONE}} H{{asc|ELIAS, OM TE KAMPEN TEGHEN DEN VERRADER}} M{{asc|ACHARIS, ENDE INT BOSCH QUAM TOTTEN HEREMIJT}}. {{initiaal|N}}Ae dese woorden die sy onderlinghe hadden gehadt, soo dede de coninck in een eerbaer camer setten sijn coninginne, lovende Godt almachtich. Doen vertelde hy al't gheene dat hy ghehoort had van sijn moeder Matabrune, waer af sy ontstack in haer aensichte, ende kreeg grooten vaer<ref>Angst</ref>, maer nochtans meende sijt te bedecken met haer<noinclude></noinclude> qb0njfwa0gr0vnzxon0ql1thqy35jsk