Wikisource
nlwikisource
https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina
MediaWiki 1.47.0-wmf.16
first-letter
Media
Speciaal
Overleg
Gebruiker
Overleg gebruiker
Wikisource
Overleg Wikisource
Bestand
Overleg bestand
MediaWiki
Overleg MediaWiki
Sjabloon
Overleg sjabloon
Help
Overleg help
Categorie
Overleg categorie
Hoofdportaal
Overleg hoofdportaal
Auteur
Overleg auteur
Pagina
Overleg pagina
Index
Overleg index
TimedText
TimedText talk
Module
Overleg module
Event
Event talk
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Berchem
100
20504
225173
224333
2026-08-19T20:47:16Z
Vincent Steenberg
280
+bron
225173
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Nicolaes Berchem
| afbeelding = Portrait of Nicolaes Berchem by Jan Stolker.jpg
| alt = Portret van Nicolaes Berchem door Jan Stolker (naar een eigentijds origineel)
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] aanwezige bronnen over de Noord-Nederlandse schilder [[w:nl:Nicolaes Berchem|Nicolaes Berchem]].
}}
== Inleidingen ==
*Eijnden, Roeland van, en/of Adriaan van der Willigen (1816) [[Geschiedenis der vaderlandsche schilderkunst, sedert de helft der XVIII eeuw/Deel 1/Nicolaas Berchem|“Nicolaas Berchem”]], in: Roeland van Eijnden en Adriaan van der Willigen (1816-1840) ''Geschiedenis der vaderlandsche schilderkunst, sedert de helft der XVIII eeuw'', Haarlem: A. Looshes Pz., deel I, p. 408-412.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Nikolaas Berchem|“Nikolaas Berchem”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 109-114.
*Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Berchem. (Nicolaas)|“Berchem. (Nicolaas)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p. 76-78.
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
;1697
*Anoniem (11 mei 1697) [[Oprechte Haerlemsche Courant/Jaargang 1697/Nummer 19/Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen|‘Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen […]’]], ''Oprechte Haerlemsche Courant'', [p. 2].
;1758
*''Catalogue de Tableaux de Cabinet de feu ... Robyns'' ..., Brussel, 22 mei 1758 ''sqq.''<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (4 mei 1758) [[:s:fr:Avis au Public le 22 May 1758, et jours suivants on vendra à Bruxelles (…)|‘Avis au Public le 22 May 1758, et jours suivants on vendra à Bruxelles […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Donderdagse Courant'', [p. 2].
;1767
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
;1872
*''Veiling'', Pillet, Parijs, 6 maart 1872.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;1877
*''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen:
**Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
;1927
*''Antiquités, objets d'art : tableaux anciens et modernes, porcelaines de la Chine et du Japon, faïence de Delft, meubles, pendules, argenteries, bijoux, bronzes, verreries'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 13-15 december 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
=== Musea ===
;Fries Museum, Leeuwarden
*Anoniem (13 juli 1898) [[Leeuwarder Courant/1898/Nummer 162/Leeuwarden, 12 Juli/Stadsnieuws/Ter afwisseling van de vorige verzameling|‘Ter afwisseling van de vorige verzameling is thans op het Prentenkabinet van het Friesch Museum tentoongesteld […]’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad, p. 1].
;Rijksmuseum Amsterdam
*Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p. 7-9.
*Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.: s.n.], p. 8-10.
*Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p. 9-12.
=== Tentoonstellingen ===
;1840
*[Nederlandse Meesters], Hôtel Maréchal de Turenne, Den Haag, 9-17 februari 1840, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (12 februari 1840) [[Algemeen Handelsblad/1840/Nummer 2580/Berigt aan Kunstvrienden|‘Berigt aan Kunstvrienden [advertentie]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
;1872
*''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;1934
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 34995/Avondblad/Tentoonstelling in "Arti"|‘Tentoonstelling in „Arti”. Italianisanten uit de 16de en 17de eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
5vsckstcysxh3r02pavdryocww8y8kr
225190
225173
2026-08-20T08:21:38Z
Vincent Steenberg
280
225190
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Nicolaes Berchem
| afbeelding = Portrait of Nicolaes Berchem by Jan Stolker.jpg
| alt = Portret van Nicolaes Berchem door Jan Stolker (naar een eigentijds origineel)
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] aanwezige bronnen over de Noord-Nederlandse schilder [[w:nl:Nicolaes Berchem|Nicolaes Berchem]].
}}
== Inleidingen ==
*Eijnden, Roeland van, en/of Adriaan van der Willigen (1816) [[Geschiedenis der vaderlandsche schilderkunst, sedert de helft der XVIII eeuw/Deel 1/Nicolaas Berchem|“Nicolaas Berchem”]], in: Roeland van Eijnden en Adriaan van der Willigen (1816-1840) ''Geschiedenis der vaderlandsche schilderkunst, sedert de helft der XVIII eeuw'', Haarlem: A. Looshes Pz., deel I, p. 408-412.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Nikolaas Berchem|“Nikolaas Berchem”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 109-114.
*Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Berchem. (Nicolaas)|“Berchem. (Nicolaas)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p. 76-78.
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
;1697
*Anoniem (11 mei 1697) [[Oprechte Haerlemsche Courant/Jaargang 1697/Nummer 19/Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen|‘Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen […]’]], ''Oprechte Haerlemsche Courant'', [p. 2].
;1758
*''Catalogue de Tableaux de Cabinet de feu ... Robyns'' ..., Brussel, 22 mei 1758 ''sqq.''<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (4 mei 1758) [[:s:fr:Avis au Public le 22 May 1758, et jours suivants on vendra à Bruxelles (…)|‘Avis au Public le 22 May 1758, et jours suivants on vendra à Bruxelles […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Donderdagse Courant'', [p. 2].
;1767
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
;1872
*''Veiling'', Pillet, Parijs, 6 maart 1872.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;1877
*''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen:
**Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
;1927
*''Antiquités, objets d'art : tableaux anciens et modernes, porcelaines de la Chine et du Japon, faïence de Delft, meubles, pendules, argenteries, bijoux, bronzes, verreries'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 13-15 december 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
=== Musea ===
;Fries Museum, Leeuwarden
*Anoniem (13 juli 1898) [[Leeuwarder Courant/1898/Nummer 162/Leeuwarden, 12 Juli/Stadsnieuws/Ter afwisseling van de vorige verzameling|‘Ter afwisseling van de vorige verzameling is thans op het Prentenkabinet van het Friesch Museum tentoongesteld […]’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad, p. 1].
;Rijksmuseum Amsterdam
*Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p. 7-9.
*Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.]: [s.n.], p. 8-10.
*Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p. 9-12.
=== Tentoonstellingen ===
;1840
*[Nederlandse Meesters], Hôtel Maréchal de Turenne, Den Haag, 9-17 februari 1840, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (12 februari 1840) [[Algemeen Handelsblad/1840/Nummer 2580/Berigt aan Kunstvrienden|‘Berigt aan Kunstvrienden [advertentie]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
;1872
*''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;1934
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 34995/Avondblad/Tentoonstelling in "Arti"|‘Tentoonstelling in „Arti”. Italianisanten uit de 16de en 17de eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
jkn7vbeja5beqxo63i42y594dqeue70
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo
100
34760
225109
225095
2026-08-19T11:59:42Z
Vincent Steenberg
280
bronnen toegevoegd/verwijderd
225109
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Nederlandse schilderkunst;<br>Barok en Rococo<br>(ca. 1600-ca. 1750)
| afbeelding = Rembrandt-Belsazar.jpg
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Nederlandse schilderkunst uit de periode ca. 1600 tot ca. 1750.
| artikelwikipedia =
}}
== Algemeen ==
=== Tentoonstellingen ===
;1933
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;1935
*''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p. 3.
**Anoniem (21 juni 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35334/Avondblad/Het Rijksmuseum leent aan Boymans|‘Het Rijksmuseum leent aan Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 13.
**Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p. 3.
== Algemene geschiedenis van de Nederlandse schilderkunst uit de barok en rococo ==
*Houbraken, Arnold (1718-1721) ''[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen]]'', Amsterdam: [s.n.]
== Bijzondere onderwerpen ==
;Aelst, Evert van (1602-1657)
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Evert en Willem van Aelst|"Evert van Aelst […] Willem van Aelst"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 228-230.
;Aldewereld, Herman van (1628/1629-1669)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Anthonisz., Aert
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Asch, Pieter van
*Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Pieter Janze van Asch|"Pieter Janze van Asch"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 235-236.
;Assen, Jan van (ca. 1635-1695/1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236, met name 236.
;Baen, Jacobus de (1673-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Baan|“Jan de Baan”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 303-324, met name 314.
;Ban, Gerbrand
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Beck, David (1621-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/David Beck|“David Beck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 83-87.
;Beelt, Cornelis (voor 1612-na 1664)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Beest, Sybrand van
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
*Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Beest. (S... van)|“Beest. (S... van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p. 68.
;Bemmel, Jacob Gerritsz. van
*Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (Joost van)|“Bemmel. (Joost van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p. 73.
;Bemmel, Willem van (1630-1708)
*Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (van)|“Bemmel. (van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p. 72-73.
;Berckheyde, Job (1630-1693)
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
*Houbraken, Arnold (1721) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 3/Job en Gerard Berkheyden|“Job en Gerard Berkheyden”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel III, p. 189-198.
;Bergh, Matthijs van den (1618-1687)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathys vanden Berg|“Mathys vanden Berg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 15-16.
;Bisschop, Abraham (1670-1729/1730)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Abraham Bisschop|“Abraham [Bisschop]”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 222-223.
;Bisschop, Jacobus (1658-1704)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakobus Bisschop|“Jakobus Bisschop”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 222.
;Bisschop, Cornelis (1630-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Bisschop|“Kornelis Bisschop”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 220-222.
;Blanckerhoff, Jan Theunisz. (1628-1669)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Teunisz. Blankhof|“Jan Teunisz. Blankhof”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 198-200.
;Bloemaert, Hendrick
[[Bestand:Opregte Haerlemsche Courant vol 1832 no 027 ad L. van Es en S. de Grebber.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Opregte Haerlemsche Courant'', 3 maart 1832.]]
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Abraham Bloemaart|"Abraham Bloemaart"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 44.
;Boone, Daniël (1630/1631-1692)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Borssom, Anthonie van
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Bos, Jasper van den (1634-na 1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gasper vanden Bos|“Gasper vanden Bos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 328-329.
;Bray, Jan de
*''Tentoonstelling Bijbelsche Kunst'', Rijksmuseum, Amsterdam, 8 juli-8 oktober 1939.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1939) ‘Bijbelsche kunst in het Rijksmuseum’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Breenbergh, Bartholomeus (1598-1657)
*[Nederlandse Meesters], Hôtel Maréchal de Turenne, Den Haag, 9-17 februari 1840, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (12 februari 1840) [[Algemeen Handelsblad/1840/Nummer 2580/Berigt aan Kunstvrienden|‘Berigt aan Kunstvrienden [advertentie]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Brekelenkam, Quiringh van (1622/30-1669/1670)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Buytewech, Willem (I) (1591/1592-1624)
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Carrée, Michiel (1657-1727)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Claesz., Pieter (1597/1598-1661)
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Codde, Pieter
*''Catalogue tableaux anciens, porcelaines diverses, beau meuble Boulle - collection du Baron Liphart-Rathshoff à Dorpat; argenterie interessante, chales, tapis persans, porcelaines emaillées, meubles - provenances diverses'' [veilingcat.], A. Mak, Amsterdam, 11-13 oktober 1921.<br>Aankondigingen:
**Anoniem (29 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 270/Avondblad/De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden|‘De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden [...]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Compe, Jan ten
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Croos, Anthonie van (1606/1607-1662)
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Cuylenborch, Abraham van (I)
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Delff, Jacob Willemsz. (II) (1619-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Delff|“Jakob Delff”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 56-57.
;Diepraam, Arent (1622-1670)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Does, Jacob van der (I) (1623-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob vander Does|“Jakob vander Does”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 105-108.
;Donker, Jan
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 93.
;Donker, Pieter (ca. 1635-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 93.
;Doomer, Lambert (1624-1700)
*''Kaarten, profielen en panorama’s van Amsterdam'', Museum Fodor, Amsterdam, 10 september-27 november 1932.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (1 oktober 1932) [[De Locomotief/Jaargang 81/Nummer 228/Amsterdam in Vroeger Eeuwen|‘Amsterdam in Vroeger Eeuwen. Eene belangwekkende tentoonstelling’]], ''De Locomotief'', Vijfde Blad, [p. 2].
;Doudijns, Willem (1630-1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Doudyns|“Willem Doudyns”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 234-235.
;Drielenburg, Willem van (1632-1677)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem van Drillenburg|“Willem van Drillenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 147-153.
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Droochsloot, Cornelis
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Druyvestein, Aart Jansz. (1577-1627)
*Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Aart Janze Druivestein|"Aart Janze Druivestein"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 60-61.
;Dubbels, Hendrick Jacobsz.
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''’t Is Winter'', Amsterdams Historisch Museum, Amsterdam, ....-2 maart 1987, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Jan Bart Klaster (14 januari 1987) ‘Moralistisch lesje in pretverpakking. Het verdwenen Amsterdam op wintertaferelen’, ''Het Parool'', uit en thuis, p. 6.
;Duck, Jacob
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Duif, Jan Ariens (1617-1649)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Dullaert, Heyman
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Duynen, Isaac van
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Eeckhout, Gerbrand van den (1621-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerbrant vanden Eekhout|“Gerbrant vanden Eekhout”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 100-101.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Esselens, Jacob (1626-1687)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Everdingen, Allaert van (1617-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Aldert van Everdingen|“Aldert van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 95-96.
;Everdingen, Caesar van (1616/1617-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Cesar van Everdingen|“Cesar van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 94-95.
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Everdingen, Jan (I) (ca. 1618/1620-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Everdingen|“Jan van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 95.
;Fabritius, Barent
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Fromantiou, Hendrick de (1633/1634-na 1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Uilenburg|“Gerard Uilenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 293-303, met name 294-296.
*Anoniem (3 april 1937) [[De Telegraaf/Jaargang 45/Nummer 16746/Avondblad/Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur|‘Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur. Groot was de invloed van Louise van Oranje. Uiteindelijk is niet veel meer van dit alles te merken’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p. 5.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Gael, Barent (1630/1635-1698)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Gaesbeeck, Adriaen van
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Gallis, Pieter (1633-1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Gallis|“Pieter Gallis”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 328.
;Giselaer, Nicolaes de
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Gool, Jan van
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Graat, Barent (1628-1709)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Barent Graat|“Barent Graat”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 200-209.
;Graauw, Hendrik (1627-1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Graauw|“Hendrik Graauw”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 189-191.
;Grasdorp, Willem
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Grebber, Anthonie Claesz. de
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Grebber, Pieter de (ca. 1600-1652/1653)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122.
;Groot, Jan de (1650-1726)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Groot|“Jan de Groot”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 58.
;Hackaert, Jan
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Halen, Arnoud van (1673-1732)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262, met name 262.
;Hals, Dirck (1591-1656)
*''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p. 1.
*Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Hals, Frans (II) (1618-1669)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Hals, Harmen
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Hannot, Johannes
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Heck, Claes Jacobsz. van der (ca. 1575/ca. 1581-1652)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Nicolaas vander Hek|“Nicolaas vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 7-8.
;Heck, Marten Heemskerck van der (ca. 1607-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Marten Heemskerk vander Hek|“Marten Heemskerk vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 8.
;Heem, Jan Davidsz. de (1606-1684)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Heer, Margareta de (voor 1603-voor 1665)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Helmbreker, Dirck (1633-1696)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Theodoor Helmbreker|“Theodoor Helmbreker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 108-109.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Heusch, Willem de
*''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p. 1.
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Heyden, Jan van der (1637-1712)
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Hillegaert, Paulus van (I) (1596-1640)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Holsteyn, Pieter (II) (ca. 1614-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 124-125.
;Hondecoeter, Gijsbert Gillisz. de
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*Anoniem (9 oktober 1928) [[De Maasbode/Jaargang 61/Nummer 22102/Ochtendblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Het jaarverslag’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, derde blad, [p. 1].
;Hondecoeter, Gillis Claesz. de (ca. 1575-1638)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*D.L. (1853) [[Album der Natuur/1853/Nieuwe afbeelding Dodo, Lubach|‘Over eene nieuw ontdekte afbeelding van den Dodo’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p. 255.
;Hoogstraten, Jan van (1629/1630-1654)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 155-170, met name 168-170.
;Hoogstraten, Samuel van (1627-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 155-170.
;Houbraken, Arnold
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Huijsum, Jan van (1682-1749)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*Anoniem (4 juni 1930) [[De Telegraaf/Jaargang 38/Nummer 14271/Avondblad/Hooge prijzen bij Christie|‘Hooge prijzen bij Christie’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Jacobsz., Jurriaan (1624-1685)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan Jakobze|“Juriaan Jakobze”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 49-50.
;Janssens van Ceulen, Cornelis (1593-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Janson van Keulen|“Janson van Keulen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 224-225.
;Jongh, Ludolph de
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ludolf de Jong|“Ludolf de Jong”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 32-34.
;Jonson van Ceulen, Cornelis (I)
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Jordaens, Hans (IV) (1616-1680)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hans Jordaans|“Hans Jordaans”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 28-30.
;Kabel, Adriaen van der (1630/1631-1705)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236.
;Kabel, Engel van der (1640/1641-1696)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236.
;Keirincx, Alexander (1600-1652)
*Houbraken, Arn. van (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Alexander Kierings|"Alexander Kierings"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 130.
;Klomp, Albert Jansz.
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Knijff, Wouter (1605/1607-1694)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Koninck, Philips (1619-1688)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philips de Koning|“Philips de Koning”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 53-55.
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Koninck, Salomon (1609-1656)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Kraanevelt, N. (....-voor 1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/N. Kraanevelt|“N. Kraanevelt”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Laer, Roeland van (1598-1635/1640)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 124.
;Latombe, Abraham (1597-na 1628)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Latombe|“Latombe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 27-28.
;Leemans, Anthonie (1631-1671/1673)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Lely, Peter
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Leveck, Jacobus (1634-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Lavecq|“Jakob Lavecq”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 153-155.
;Lisse, Dirck van der
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Lundens, Gerrit (1622-1686)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Luttichuys, Isaack (1616-1673)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Man, Cornelis de (1621-1706)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis de Man|“Kornelis de Man”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 99-100.
;Marienhof, Aert Jansz. (ca. 1626-1654)
*Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p. 6].
;Martens de Jonge, Jan
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Meerkerk, Dirk (1602 of 1620-na 1660)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Dirk Meerkerk|“Dirk Meerkerk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 91-92.
;Meijer, Hendrick de (ca. 1620-na 1689)
*Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Aanwinsten in het Haagsch Museum|‘Aanwinsten in het Haagsch Museum’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
;Menton, Frans (ca. 1545-1615)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frans Menton|“Frans Menton”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 15.
;Meyburgh, Bartholomeus (1628-ca. 1708)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262.
;Mieris, Willem van
[[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]]
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Mijtens, Johannes (ca. 1614-1670)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Molenaer, Klaes
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Mommers, Hendrick (1619/1620-1693)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Moor, Carel de (II) (1655-1738)
*''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Moucheron, Frederik de (1633-1686)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frederik de Moucheron|“Frederik de Moucheron”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 327-328.
;Moucheron, Isaac de (1667-1744)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Uilenburg|“Gerard Uilenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 293-303, met name 297-298.
;Murant, Emanuel (1622-ca. 1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Emanuel Murant|“Emanuel Murant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102.
;Nedek, Pieter Pietersz. (1617-na 1692)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Pieterze Nedek|“Pieter Pieterze Nedek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 27.
;Neer, Eglon van der
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Netscher, Caspar (1639-1684)
*Havelaar, Just (7 september 1921) [[Het Vaderland/Jaargang 53/7 september 1921/Avondblad/Collectie Van Maanen|‘Collectie Van Maanen’]], ''Het Vaderland'', Avondblad B, p. 2.
;Netscher, Constantijn
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Nickelen, Isaak van (1632/1633-1703)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Nieulandt, Adriaen van (ca. 1586-1658)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adriaan Nieulant|"Adriaan Nieulant"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 42-43.
;Oosterwijck, Maria van
*Bosboom-Toussaint, A.L.G. (1862) ''De bloemschilderes Maria van Oosterwijk'', Leiden: A.W. Sythoff.
*Bredius, A. (1935) ‘Archiefsprokkelingen. Een en ander over Maria van Oosterwijck, “vermaert Konstschilderesse”’, ''Oud Holland'', jrg. 52, p. 180-182.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Maria van Oosterwyk|“Maria van Oosterwyk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 214-216.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Geertje Pieters|“Geertje Pieters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 216-218.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Oostfries, Catharina (ca. 1636-1708)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Katarina Oostfries|“Katarina Oostfries”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 209.
;Ossenbeeck, Jan van (ca. 1624-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ossenbek|“Ossenbek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 170-171.
;Pape, Abraham de (ca. 1620-1666)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Pardanus, Abraham (1673-1744)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Paulusz., Zacharias (ca. 1580-1648)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Zacharias Paulusz.|“Zacharias Paulusz.”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 55-56.
;Pierson, Christoffel (1631-1714)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262.
;Pijnacker, Adam (1620/1622-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adam Pynaker|“Adam Pynaker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 96-99.
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Poel, Egbert Lievensz. van der (1621-1664)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Poorter, Willem de (1608-na 1648)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Post, Frans
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*''Annual autumn exhibition of paintings by old Dutch and Flemish masters'', Alfred Brod Galerie, Londen, 5 oktober-4 november 1961.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (13 oktober 1961) ‘Londense expositie van oude meesters’, ''Het Parool'', p. 17.
;Pot, Hendrik Gerritsz. (1580/1581-1657)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 123.
;Puytlinck, Christoffel
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Ravesteyn, Jan van (ca. 1572-1657)
[[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]]
*''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p. 1.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Roestraeten, Pieter van (1630-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Roestraten|“Roestraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 191-192.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Romeyn, Willem
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Rotius, Jan Albertsz. (1624-1666)
*Anoniem (7 juni 1898) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 232/Nummer 131/Men meldt ons uit Amsterdam|‘Men meldt ons uit Amsterdam: [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Eerste Blad, [p. 2].
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Albertsz. Roodtseus|“Jan Albertsz. Roodtseus”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 11-12.
;Ruysch, Rachel
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Saftleven, Cornelis
*Anoniem (8 november 1905) [[Het Nieuws van den Dag/1905/Nummer 10999/Wetenschap en kunst|‘Wetenschap en kunst’]], ''Het Nieuws van den Dag'', p. 15.
;Sant-Acker, Frans (''fl''. 1648-1668)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Santvoort, Dirck Dircksz.
*''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen:
**Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Savoyen, Carel van (1618-1665)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel van Savoyen|“Karel van Savoyen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 53.
;Schagen, Gillis (1616-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gillis Schagen|“Gillis Schagen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 30-32.
;Schellinks, Daniël (1627-1701)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273, met name 273.
;Schellinks, Willem (1623-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273.
;Seghers, Hercules
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hercules Segers|“Hercules Segers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 136-137.
*''Hercules Seghers. Omstreeks 1590-omstreeks 1640'', ’s Rijks Prentenkabinet, Amsterdam, 1 april-30 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Prentenkabinet Hercules Seghers|‘Prentenkabinet: Hercules Seghers’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 6.
;Sorgh, Hendrick Martensz. (ca. 1611-1670)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh|“Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 89-90.
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Stap, Jan Woutersz. genaamd
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Staveren, Jan Adriaensz. van
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Streek, Hendrik van (1659-1720)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan van Streek|“Juriaan van Streek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 290-292, met name 292.
;Stoop, Dirk
*''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p. 1.
;Storck, Abraham
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Storck, Jacobus
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Swart, Pieter
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Sweel, Jan van (''fl''. 1673-1676)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Baan|“Jan de Baan”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 303-324, met name 312.
;Tempel, Abraham van den
*''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Troost, Cornelis
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Tulden, Theodoor van
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Vaillant, Andries (1655-1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Vaillant, Bernard (1632-1698)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Vaillant, Jacques (1643-1691)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273, met name 266.
;Vaillant, Wallerant (1623-1677)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Valkenburg, Dirk
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Velde, Jan van de (III) (1620-1662)
*Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Venne, Pieter van de
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Verbeeck, Cornelis (ca. 1590-na 1637)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 123.
;Verbijl, Jan Govertsz. (1634-1690)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Verboom, Adriaen Hendriksz. (1627/1628-1673)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Verdoel, Adriaen (I) (1623-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adriaan Verdoel|“Adriaan Verdoel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 57-58.
;Verkolje, Nicolaas (1673-1746)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Verschuring, Willem (1660-1726)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Wilhelm Verschuring|“Wilhelm Verschuring”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 196.
;Verspronck, Johannes Cornelisz. (1600/1603-1662)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122-123.
;Verwilt, François
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Victors, Jan
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 34995/Avondblad/Tentoonstelling in "Arti"|‘Tentoonstelling in „Arti”. Italianisanten uit de 16de en 17de eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Vinne, Vincent Laurensz. van der (I) (1628-1702)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vincent vander Vinne|“Vincent vander Vinne”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 210-214.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Vliet, Hendrick van (1611/1612-1675)
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
*Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p. 6].
;Vois, Ary de
*''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen:
**Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
;Voort, Cornelis van der
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Vrel, Jacob
*''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p. 3.
**Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p. 3.
;Waben, Jacobus (ca. 1575-ca. 1641)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jaques Wabbe|“Jaques Wabbe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 10-11.
;Waes, Aert van (ca. 1620-1664)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Waterloo, Anthonie (1609-1690)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoni Waterloo|“Antoni Waterloo”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 51.
;Werff, Adriaen van der (1659-1722)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Wieringa, Harmen Willems
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Wieringen, Cornelis Claesz. (1577-1633)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122.
;Wilkens, Theodoor (ca. 1690-1748)
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Willaerts, Adam (1577-1664)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adam Willaarts|"Adam Willaarts"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 60.
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Willaerts, Cornelis
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Wit, Jacob de
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Withoos, Alida (ca. 1661/1662-1730)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 188.
;Withoos, Frans
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 189.
;Withoos, Johannes (1648-ca. 1688)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 188.
;Withoos, Matthias (1627-1703)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189.
;Withoos, Pieter (ca. 1657-1692)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 189.
;Wittel, Caspar van (1653-1736)
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Worst, Jan (....-na 1686)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Worst|“Jan Worst”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 147.
;Wouwerman, Jan (1629-1666)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philip Wouwerman|“Philip Wouwerman”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 69-76, met name 76.
;Wyck, Jan (1652-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Tomas Wyk|“Tomas Wyk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 16-18.
;Wyntges, Geertje (1636-1712)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Geertje Pieters|“Geertje Pieters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 216-218.
;Zijl, Gerard Pietersz. van (ca. 1607-1665)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Pieterze van Zyl|“Gerard Pieterze van Zyl”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 225-233.
;Zuylen, J. Hendricksz. van (''fl''. 1644)
*Anoniem (7 december 1931) [[De Maasbode/Jaargang 64/Nummer 24049/Avondblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Nieuwe aanwinsten’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p. 6.
;Overige onderwerpen
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem van Aelst|Willem van Aelst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Arent Arentsz. genaamd Cabel|Arent Arentsz. genaamd Cabel]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Asselijn|Jan Asselijn]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Balthasar van der Ast|Balthasar van der Ast]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Justus van Attevelt|Justus van Attevelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick Avercamp|Hendrick Avercamp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Dirck van Baburen|Dirck van Baburen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan de Baen|Jan de Baen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ludolf Bakhuizen|Ludolf Bakhuizen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Beerstraaten|Anthonie Beerstraaten]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Abrahamsz. Beerstraaten|Jan Abrahamsz. Beerstraaten]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis Bega|Cornelis Bega]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Abraham Begeyn|Abraham Begeyn]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham van Beijeren|Abraham van Beijeren]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Berchem|Nicolaes Berchem]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerrit Berckheyde|Gerrit Berckheyde]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Dirck van Bergen|Dirck van Bergen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Bijlert|Jan van Bijlert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham Bloemaert|Abraham Bloemaert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Bloemaert|Adriaen Bloemaert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ferdinand Bol|Ferdinand Bol]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Bor|Paulus Bor]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard ter Borch (II)|Gerard ter Borch (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Andries Both|Andries Both]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Both|Jan Both]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Richard Brakenburg|Richard Brakenburg]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Leonaert Bramer|Leonaert Bramer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Elias van den Broeck|Elias van den Broeck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick ter Brugghen|Hendrick ter Brugghen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aelbert Cuyp|Aelbert Cuyp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Benjamin Cuyp|Benjamin Cuyp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Simon van der Does|Simon van der Does]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard Dou|Gerard Dou]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Joost Cornelisz. Droochsloot|Joost Cornelisz. Droochsloot]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Carel Fabritius|Carel Fabritius]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Feddes van Harlingen|Pieter Feddes van Harlingen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Govert Flinck|Govert Flinck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Wybrand de Geest|Wybrand de Geest]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Arent de Gelder|Arent de Gelder]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Gillig|Jacob Gillig]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Goyen|Jan van Goyen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans Hals|Frans Hals]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Hanneman|Adriaen Hanneman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Willem Claesz. Heda|Willem Claesz. Heda]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis de Heem|Cornelis de Heem]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Bartholomeus van der Helst|Bartholomeus van der Helst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Meindert Hobbema|Meindert Hobbema]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Melchior d'Hondecoeter|Melchior d'Hondecoeter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard van Honthorst|Gerard van Honthorst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Pieter de Hooch|Pieter de Hooch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan van Huchtenburg|Jan van Huchtenburg]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Karel du Jardin|Karel du Jardin]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem Kalf|Willem Kalf]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Lastman|Pieter Lastman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Hendrik van Limborch|Hendrik van Limborch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Lingelbach|Johannes Lingelbach]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Maes|Nicolaes Maes]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gabriël Metsu|Gabriël Metsu]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Michiel van Mierevelt|Michiel van Mierevelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans van Mieris (I)|Frans van Mieris (I)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Miense Molenaer|Jan Miense Molenaer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Matthijs Naiveu|Matthijs Naiveu]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aert van der Neer|Aert van der Neer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Ochtervelt|Jacob Ochtervelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van Ostade|Adriaen van Ostade]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Isaac van Ostade|Isaac van Ostade]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Palamedesz.|Anthonie Palamedesz.]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis van Poelenburch|Cornelis van Poelenburch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Potter|Paulus Potter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Potter|Pieter Potter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Rembrandt|Rembrandt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van Ruisdael|Jacob van Ruisdael]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Salomon van Ruysdael|Salomon van Ruysdael]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Saenredam|Pieter Saenredam]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Herman Saftleven|Herman Saftleven]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Steen|Jan Steen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Juriaan van Streek|Juriaan van Streek]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Torrentius|Johannes Torrentius]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van der Ulft|Jacob van der Ulft]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Velde|Adriaen van de Velde]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem van de Velde (II)|Willem van de Velde (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Venne|Adriaen van de Venne]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Vermeer|Johannes Vermeer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrik Verschuring|Hendrik Verschuring]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Simon de Vlieger|Simon de Vlieger]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Weenix|Jan Weenix]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Baptist Weenix|Jan Baptist Weenix]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Thomas Wijck|Thomas Wijck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Wijnants|Jan Wijnants]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Emanuel de Witte|Emanuel de Witte]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Philips Wouwerman|Philips Wouwerman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Wouwerman (II)|Pieter Wouwerman (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Joachim Wtewael|Joachim Wtewael]]
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
crgj2bp0xop7r124hw2hq7hg61o7ik9
225192
225109
2026-08-20T08:29:30Z
Vincent Steenberg
280
+bronnen
225192
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Nederlandse schilderkunst;<br>Barok en Rococo<br>(ca. 1600-ca. 1750)
| afbeelding = Rembrandt-Belsazar.jpg
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Nederlandse schilderkunst uit de periode ca. 1600 tot ca. 1750.
| artikelwikipedia =
}}
== Algemeen ==
=== Tentoonstellingen ===
;1767
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
;1933
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;1935
*''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p. 3.
**Anoniem (21 juni 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35334/Avondblad/Het Rijksmuseum leent aan Boymans|‘Het Rijksmuseum leent aan Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 13.
**Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p. 3.
== Algemene geschiedenis van de Nederlandse schilderkunst uit de barok en rococo ==
*Houbraken, Arnold (1718-1721) ''[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen]]'', Amsterdam: [s.n.]
== Bijzondere onderwerpen ==
;Aelst, Evert van (1602-1657)
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Evert en Willem van Aelst|"Evert van Aelst […] Willem van Aelst"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 228-230.
;Aldewereld, Herman van (1628/1629-1669)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Anthonisz., Aert
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Asch, Pieter van
*Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Pieter Janze van Asch|"Pieter Janze van Asch"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 235-236.
;Assen, Jan van (ca. 1635-1695/1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236, met name 236.
;Baen, Jacobus de (1673-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Baan|“Jan de Baan”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 303-324, met name 314.
;Ban, Gerbrand
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Beck, David (1621-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/David Beck|“David Beck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 83-87.
;Beelt, Cornelis (voor 1612-na 1664)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Beest, Sybrand van
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
*Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Beest. (S... van)|“Beest. (S... van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p. 68.
;Bemmel, Jacob Gerritsz. van
*Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (Joost van)|“Bemmel. (Joost van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p. 73.
;Bemmel, Willem van (1630-1708)
*Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (van)|“Bemmel. (van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p. 72-73.
;Berckheyde, Job (1630-1693)
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
*Houbraken, Arnold (1721) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 3/Job en Gerard Berkheyden|“Job en Gerard Berkheyden”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel III, p. 189-198.
;Bergh, Matthijs van den (1618-1687)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathys vanden Berg|“Mathys vanden Berg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 15-16.
;Bisschop, Abraham (1670-1729/1730)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Abraham Bisschop|“Abraham [Bisschop]”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 222-223.
;Bisschop, Jacobus (1658-1704)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakobus Bisschop|“Jakobus Bisschop”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 222.
;Bisschop, Cornelis (1630-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Bisschop|“Kornelis Bisschop”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 220-222.
;Blanckerhoff, Jan Theunisz. (1628-1669)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Teunisz. Blankhof|“Jan Teunisz. Blankhof”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 198-200.
;Bloemaert, Hendrick
[[Bestand:Opregte Haerlemsche Courant vol 1832 no 027 ad L. van Es en S. de Grebber.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Opregte Haerlemsche Courant'', 3 maart 1832.]]
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Abraham Bloemaart|"Abraham Bloemaart"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 44.
;Boone, Daniël (1630/1631-1692)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Borssom, Anthonie van
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Bos, Jasper van den (1634-na 1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gasper vanden Bos|“Gasper vanden Bos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 328-329.
;Bray, Jan de
*''Tentoonstelling Bijbelsche Kunst'', Rijksmuseum, Amsterdam, 8 juli-8 oktober 1939.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1939) ‘Bijbelsche kunst in het Rijksmuseum’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Breenbergh, Bartholomeus (1598-1657)
*[Nederlandse Meesters], Hôtel Maréchal de Turenne, Den Haag, 9-17 februari 1840, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (12 februari 1840) [[Algemeen Handelsblad/1840/Nummer 2580/Berigt aan Kunstvrienden|‘Berigt aan Kunstvrienden [advertentie]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Brekelenkam, Quiringh van (1622/30-1669/1670)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Buytewech, Willem (I) (1591/1592-1624)
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Carrée, Michiel (1657-1727)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Claesz., Pieter (1597/1598-1661)
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Codde, Pieter
*''Catalogue tableaux anciens, porcelaines diverses, beau meuble Boulle - collection du Baron Liphart-Rathshoff à Dorpat; argenterie interessante, chales, tapis persans, porcelaines emaillées, meubles - provenances diverses'' [veilingcat.], A. Mak, Amsterdam, 11-13 oktober 1921.<br>Aankondigingen:
**Anoniem (29 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 270/Avondblad/De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden|‘De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden [...]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Compe, Jan ten
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Croos, Anthonie van (1606/1607-1662)
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Cuylenborch, Abraham van (I)
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Delff, Jacob Willemsz. (II) (1619-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Delff|“Jakob Delff”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 56-57.
;Diepraam, Arent (1622-1670)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Does, Jacob van der (I) (1623-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob vander Does|“Jakob vander Does”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 105-108.
;Donker, Jan
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 93.
;Donker, Pieter (ca. 1635-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 93.
;Doomer, Lambert (1624-1700)
*''Kaarten, profielen en panorama’s van Amsterdam'', Museum Fodor, Amsterdam, 10 september-27 november 1932.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (1 oktober 1932) [[De Locomotief/Jaargang 81/Nummer 228/Amsterdam in Vroeger Eeuwen|‘Amsterdam in Vroeger Eeuwen. Eene belangwekkende tentoonstelling’]], ''De Locomotief'', Vijfde Blad, [p. 2].
;Doudijns, Willem (1630-1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Doudyns|“Willem Doudyns”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 234-235.
;Drielenburg, Willem van (1632-1677)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem van Drillenburg|“Willem van Drillenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 147-153.
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Droochsloot, Cornelis
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Druyvestein, Aart Jansz. (1577-1627)
*Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Aart Janze Druivestein|"Aart Janze Druivestein"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 60-61.
;Dubbels, Hendrick Jacobsz.
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''’t Is Winter'', Amsterdams Historisch Museum, Amsterdam, ....-2 maart 1987, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Jan Bart Klaster (14 januari 1987) ‘Moralistisch lesje in pretverpakking. Het verdwenen Amsterdam op wintertaferelen’, ''Het Parool'', uit en thuis, p. 6.
;Duck, Jacob
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Duif, Jan Ariens (1617-1649)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Dullaert, Heyman
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Duynen, Isaac van
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Eeckhout, Gerbrand van den (1621-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerbrant vanden Eekhout|“Gerbrant vanden Eekhout”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 100-101.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Esselens, Jacob (1626-1687)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Everdingen, Allaert van (1617-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Aldert van Everdingen|“Aldert van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 95-96.
;Everdingen, Caesar van (1616/1617-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Cesar van Everdingen|“Cesar van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 94-95.
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Everdingen, Jan (I) (ca. 1618/1620-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Everdingen|“Jan van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 95.
;Fabritius, Barent
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Fromantiou, Hendrick de (1633/1634-na 1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Uilenburg|“Gerard Uilenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 293-303, met name 294-296.
*Anoniem (3 april 1937) [[De Telegraaf/Jaargang 45/Nummer 16746/Avondblad/Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur|‘Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur. Groot was de invloed van Louise van Oranje. Uiteindelijk is niet veel meer van dit alles te merken’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p. 5.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Gael, Barent (1630/1635-1698)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Gaesbeeck, Adriaen van
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Gallis, Pieter (1633-1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Gallis|“Pieter Gallis”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 328.
;Giselaer, Nicolaes de
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Gool, Jan van
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Graat, Barent (1628-1709)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Barent Graat|“Barent Graat”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 200-209.
;Graauw, Hendrik (1627-1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Graauw|“Hendrik Graauw”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 189-191.
;Grasdorp, Willem
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Grebber, Anthonie Claesz. de
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Grebber, Pieter de (ca. 1600-1652/1653)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122.
;Groot, Jan de (1650-1726)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Groot|“Jan de Groot”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 58.
;Hackaert, Jan
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Halen, Arnoud van (1673-1732)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262, met name 262.
;Hals, Dirck (1591-1656)
*''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p. 1.
*Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Hals, Frans (II) (1618-1669)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Hals, Harmen
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Hannot, Johannes
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Heck, Claes Jacobsz. van der (ca. 1575/ca. 1581-1652)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Nicolaas vander Hek|“Nicolaas vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 7-8.
;Heck, Marten Heemskerck van der (ca. 1607-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Marten Heemskerk vander Hek|“Marten Heemskerk vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 8.
;Heem, Jan Davidsz. de (1606-1684)
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Heer, Margareta de (voor 1603-voor 1665)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Helmbreker, Dirck (1633-1696)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Theodoor Helmbreker|“Theodoor Helmbreker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 108-109.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Heusch, Willem de
*''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p. 1.
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Heyden, Jan van der (1637-1712)
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Hillegaert, Paulus van (I) (1596-1640)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Holsteyn, Pieter (II) (ca. 1614-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 124-125.
;Hondecoeter, Gijsbert Gillisz. de
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*Anoniem (9 oktober 1928) [[De Maasbode/Jaargang 61/Nummer 22102/Ochtendblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Het jaarverslag’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, derde blad, [p. 1].
;Hondecoeter, Gillis Claesz. de (ca. 1575-1638)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*D.L. (1853) [[Album der Natuur/1853/Nieuwe afbeelding Dodo, Lubach|‘Over eene nieuw ontdekte afbeelding van den Dodo’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p. 255.
;Hoogstraten, Jan van (1629/1630-1654)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 155-170, met name 168-170.
;Hoogstraten, Samuel van (1627-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 155-170.
;Houbraken, Arnold
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Huijsum, Jan van (1682-1749)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*Anoniem (4 juni 1930) [[De Telegraaf/Jaargang 38/Nummer 14271/Avondblad/Hooge prijzen bij Christie|‘Hooge prijzen bij Christie’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Jacobsz., Jurriaan (1624-1685)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan Jakobze|“Juriaan Jakobze”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 49-50.
;Janssens van Ceulen, Cornelis (1593-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Janson van Keulen|“Janson van Keulen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 224-225.
;Jongh, Ludolph de
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ludolf de Jong|“Ludolf de Jong”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 32-34.
;Jonson van Ceulen, Cornelis (I)
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Jordaens, Hans (IV) (1616-1680)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hans Jordaans|“Hans Jordaans”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 28-30.
;Kabel, Adriaen van der (1630/1631-1705)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236.
;Kabel, Engel van der (1640/1641-1696)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236.
;Keirincx, Alexander (1600-1652)
*Houbraken, Arn. van (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Alexander Kierings|"Alexander Kierings"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 130.
;Klomp, Albert Jansz.
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Knijff, Wouter (1605/1607-1694)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Koninck, Philips (1619-1688)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philips de Koning|“Philips de Koning”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 53-55.
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Koninck, Salomon (1609-1656)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Kraanevelt, N. (....-voor 1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/N. Kraanevelt|“N. Kraanevelt”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Laer, Roeland van (1598-1635/1640)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 124.
;Latombe, Abraham (1597-na 1628)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Latombe|“Latombe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 27-28.
;Leemans, Anthonie (1631-1671/1673)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Lely, Peter
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Leveck, Jacobus (1634-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Lavecq|“Jakob Lavecq”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 153-155.
;Lisse, Dirck van der
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Lundens, Gerrit (1622-1686)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Luttichuys, Isaack (1616-1673)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Man, Cornelis de (1621-1706)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis de Man|“Kornelis de Man”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 99-100.
;Marienhof, Aert Jansz. (ca. 1626-1654)
*Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p. 6].
;Martens de Jonge, Jan
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Meerkerk, Dirk (1602 of 1620-na 1660)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Dirk Meerkerk|“Dirk Meerkerk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 91-92.
;Meijer, Hendrick de (ca. 1620-na 1689)
*Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Aanwinsten in het Haagsch Museum|‘Aanwinsten in het Haagsch Museum’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
;Menton, Frans (ca. 1545-1615)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frans Menton|“Frans Menton”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 15.
;Meyburgh, Bartholomeus (1628-ca. 1708)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262.
;Mieris, Willem van
[[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]]
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Mijtens, Johannes (ca. 1614-1670)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Molenaer, Klaes
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Mommers, Hendrick (1619/1620-1693)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Moor, Carel de (II) (1655-1738)
*''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Moucheron, Frederik de (1633-1686)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frederik de Moucheron|“Frederik de Moucheron”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 327-328.
;Moucheron, Isaac de (1667-1744)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Uilenburg|“Gerard Uilenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 293-303, met name 297-298.
;Murant, Emanuel (1622-ca. 1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Emanuel Murant|“Emanuel Murant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102.
;Nedek, Pieter Pietersz. (1617-na 1692)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Pieterze Nedek|“Pieter Pieterze Nedek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 27.
;Neer, Eglon van der
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Netscher, Caspar (1639-1684)
*Havelaar, Just (7 september 1921) [[Het Vaderland/Jaargang 53/7 september 1921/Avondblad/Collectie Van Maanen|‘Collectie Van Maanen’]], ''Het Vaderland'', Avondblad B, p. 2.
;Netscher, Constantijn
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Nickelen, Isaak van (1632/1633-1703)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Nieulandt, Adriaen van (ca. 1586-1658)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adriaan Nieulant|"Adriaan Nieulant"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 42-43.
;Oosterwijck, Maria van
*Bosboom-Toussaint, A.L.G. (1862) ''De bloemschilderes Maria van Oosterwijk'', Leiden: A.W. Sythoff.
*Bredius, A. (1935) ‘Archiefsprokkelingen. Een en ander over Maria van Oosterwijck, “vermaert Konstschilderesse”’, ''Oud Holland'', jrg. 52, p. 180-182.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Maria van Oosterwyk|“Maria van Oosterwyk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 214-216.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Geertje Pieters|“Geertje Pieters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 216-218.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Oostfries, Catharina (ca. 1636-1708)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Katarina Oostfries|“Katarina Oostfries”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 209.
;Ossenbeeck, Jan van (ca. 1624-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ossenbek|“Ossenbek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 170-171.
;Pape, Abraham de (ca. 1620-1666)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Pardanus, Abraham (1673-1744)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Paulusz., Zacharias (ca. 1580-1648)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Zacharias Paulusz.|“Zacharias Paulusz.”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 55-56.
;Pierson, Christoffel (1631-1714)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262.
;Pijnacker, Adam (1620/1622-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adam Pynaker|“Adam Pynaker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 96-99.
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Poel, Egbert Lievensz. van der (1621-1664)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Poorter, Willem de (1608-na 1648)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Post, Frans
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*''Annual autumn exhibition of paintings by old Dutch and Flemish masters'', Alfred Brod Galerie, Londen, 5 oktober-4 november 1961.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (13 oktober 1961) ‘Londense expositie van oude meesters’, ''Het Parool'', p. 17.
;Pot, Hendrik Gerritsz. (1580/1581-1657)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 123.
;Puytlinck, Christoffel
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Ravesteyn, Jan van (ca. 1572-1657)
[[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]]
*''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p. 1.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Roestraeten, Pieter van (1630-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Roestraten|“Roestraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 191-192.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Romeyn, Willem
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Rotius, Jan Albertsz. (1624-1666)
*Anoniem (7 juni 1898) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 232/Nummer 131/Men meldt ons uit Amsterdam|‘Men meldt ons uit Amsterdam: [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Eerste Blad, [p. 2].
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Albertsz. Roodtseus|“Jan Albertsz. Roodtseus”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 11-12.
;Ruysch, Rachel
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Saftleven, Cornelis
*Anoniem (8 november 1905) [[Het Nieuws van den Dag/1905/Nummer 10999/Wetenschap en kunst|‘Wetenschap en kunst’]], ''Het Nieuws van den Dag'', p. 15.
;Sant-Acker, Frans (''fl''. 1648-1668)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Santvoort, Dirck Dircksz.
*''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen:
**Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Savoyen, Carel van (1618-1665)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel van Savoyen|“Karel van Savoyen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 53.
;Schagen, Gillis (1616-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gillis Schagen|“Gillis Schagen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 30-32.
;Schellinks, Daniël (1627-1701)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273, met name 273.
;Schellinks, Willem (1623-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273.
;Seghers, Hercules
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hercules Segers|“Hercules Segers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 136-137.
*''Hercules Seghers. Omstreeks 1590-omstreeks 1640'', ’s Rijks Prentenkabinet, Amsterdam, 1 april-30 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Prentenkabinet Hercules Seghers|‘Prentenkabinet: Hercules Seghers’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 6.
;Sorgh, Hendrick Martensz. (ca. 1611-1670)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh|“Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 89-90.
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Stap, Jan Woutersz. genaamd
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Staveren, Jan Adriaensz. van
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Streek, Hendrik van (1659-1720)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan van Streek|“Juriaan van Streek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 290-292, met name 292.
;Stoop, Dirk
*''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p. 1.
;Storck, Abraham
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Storck, Jacobus
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Swart, Pieter
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Sweel, Jan van (''fl''. 1673-1676)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Baan|“Jan de Baan”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 303-324, met name 312.
;Tempel, Abraham van den
*''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Troost, Cornelis
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Tulden, Theodoor van
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Vaillant, Andries (1655-1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Vaillant, Bernard (1632-1698)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Vaillant, Jacques (1643-1691)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273, met name 266.
;Vaillant, Wallerant (1623-1677)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Valkenburg, Dirk
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Velde, Jan van de (III) (1620-1662)
*Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Venne, Pieter van de
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Verbeeck, Cornelis (ca. 1590-na 1637)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 123.
;Verbijl, Jan Govertsz. (1634-1690)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Verboom, Adriaen Hendriksz. (1627/1628-1673)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Verdoel, Adriaen (I) (1623-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adriaan Verdoel|“Adriaan Verdoel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 57-58.
;Verkolje, Nicolaas (1673-1746)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Verschuring, Willem (1660-1726)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Wilhelm Verschuring|“Wilhelm Verschuring”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 196.
;Verspronck, Johannes Cornelisz. (1600/1603-1662)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122-123.
;Verwilt, François
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Victors, Jan
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 34995/Avondblad/Tentoonstelling in "Arti"|‘Tentoonstelling in „Arti”. Italianisanten uit de 16de en 17de eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Vinne, Vincent Laurensz. van der (I) (1628-1702)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vincent vander Vinne|“Vincent vander Vinne”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 210-214.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Vliet, Hendrick van (1611/1612-1675)
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
*Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p. 6].
;Vois, Ary de
*''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen:
**Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
;Voort, Cornelis van der
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Vrel, Jacob
*''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p. 3.
**Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p. 3.
;Waben, Jacobus (ca. 1575-ca. 1641)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jaques Wabbe|“Jaques Wabbe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 10-11.
;Waes, Aert van (ca. 1620-1664)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Waterloo, Anthonie (1609-1690)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoni Waterloo|“Antoni Waterloo”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 51.
;Werff, Adriaen van der (1659-1722)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Wieringa, Harmen Willems
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Wieringen, Cornelis Claesz. (1577-1633)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122.
;Wilkens, Theodoor (ca. 1690-1748)
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Willaerts, Adam (1577-1664)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adam Willaarts|"Adam Willaarts"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 60.
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Willaerts, Cornelis
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Wit, Jacob de
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Withoos, Alida (ca. 1661/1662-1730)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 188.
;Withoos, Frans
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 189.
;Withoos, Johannes (1648-ca. 1688)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 188.
;Withoos, Matthias (1627-1703)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189.
;Withoos, Pieter (ca. 1657-1692)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 189.
;Wittel, Caspar van (1653-1736)
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Worst, Jan (....-na 1686)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Worst|“Jan Worst”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 147.
;Wouwerman, Jan (1629-1666)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philip Wouwerman|“Philip Wouwerman”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 69-76, met name 76.
;Wyck, Jan (1652-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Tomas Wyk|“Tomas Wyk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 16-18.
;Wyntges, Geertje (1636-1712)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Geertje Pieters|“Geertje Pieters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 216-218.
;Zijl, Gerard Pietersz. van (ca. 1607-1665)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Pieterze van Zyl|“Gerard Pieterze van Zyl”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 225-233.
;Zuylen, J. Hendricksz. van (''fl''. 1644)
*Anoniem (7 december 1931) [[De Maasbode/Jaargang 64/Nummer 24049/Avondblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Nieuwe aanwinsten’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p. 6.
;Overige onderwerpen
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem van Aelst|Willem van Aelst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Arent Arentsz. genaamd Cabel|Arent Arentsz. genaamd Cabel]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Asselijn|Jan Asselijn]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Balthasar van der Ast|Balthasar van der Ast]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Justus van Attevelt|Justus van Attevelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick Avercamp|Hendrick Avercamp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Dirck van Baburen|Dirck van Baburen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan de Baen|Jan de Baen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ludolf Bakhuizen|Ludolf Bakhuizen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Beerstraaten|Anthonie Beerstraaten]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Abrahamsz. Beerstraaten|Jan Abrahamsz. Beerstraaten]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis Bega|Cornelis Bega]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Abraham Begeyn|Abraham Begeyn]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham van Beijeren|Abraham van Beijeren]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Berchem|Nicolaes Berchem]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerrit Berckheyde|Gerrit Berckheyde]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Dirck van Bergen|Dirck van Bergen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Bijlert|Jan van Bijlert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham Bloemaert|Abraham Bloemaert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Bloemaert|Adriaen Bloemaert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ferdinand Bol|Ferdinand Bol]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Bor|Paulus Bor]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard ter Borch (II)|Gerard ter Borch (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Andries Both|Andries Both]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Both|Jan Both]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Richard Brakenburg|Richard Brakenburg]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Leonaert Bramer|Leonaert Bramer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Elias van den Broeck|Elias van den Broeck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick ter Brugghen|Hendrick ter Brugghen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aelbert Cuyp|Aelbert Cuyp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Benjamin Cuyp|Benjamin Cuyp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Simon van der Does|Simon van der Does]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard Dou|Gerard Dou]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Joost Cornelisz. Droochsloot|Joost Cornelisz. Droochsloot]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Carel Fabritius|Carel Fabritius]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Feddes van Harlingen|Pieter Feddes van Harlingen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Govert Flinck|Govert Flinck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Wybrand de Geest|Wybrand de Geest]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Arent de Gelder|Arent de Gelder]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Gillig|Jacob Gillig]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Goyen|Jan van Goyen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans Hals|Frans Hals]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Hanneman|Adriaen Hanneman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Willem Claesz. Heda|Willem Claesz. Heda]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis de Heem|Cornelis de Heem]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Bartholomeus van der Helst|Bartholomeus van der Helst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Meindert Hobbema|Meindert Hobbema]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Melchior d'Hondecoeter|Melchior d'Hondecoeter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard van Honthorst|Gerard van Honthorst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Pieter de Hooch|Pieter de Hooch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan van Huchtenburg|Jan van Huchtenburg]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Karel du Jardin|Karel du Jardin]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem Kalf|Willem Kalf]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard de Lairesse|Gerard de Lairesse]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Lastman|Pieter Lastman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Hendrik van Limborch|Hendrik van Limborch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Lingelbach|Johannes Lingelbach]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Maes|Nicolaes Maes]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gabriël Metsu|Gabriël Metsu]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Michiel van Mierevelt|Michiel van Mierevelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans van Mieris (I)|Frans van Mieris (I)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Miense Molenaer|Jan Miense Molenaer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Matthijs Naiveu|Matthijs Naiveu]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aert van der Neer|Aert van der Neer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Ochtervelt|Jacob Ochtervelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van Ostade|Adriaen van Ostade]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Isaac van Ostade|Isaac van Ostade]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Palamedesz.|Anthonie Palamedesz.]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis van Poelenburch|Cornelis van Poelenburch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Potter|Paulus Potter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Potter|Pieter Potter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Rembrandt|Rembrandt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van Ruisdael|Jacob van Ruisdael]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Salomon van Ruysdael|Salomon van Ruysdael]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Saenredam|Pieter Saenredam]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Herman Saftleven|Herman Saftleven]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Roelant Savery|Roelant Savery]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Steen|Jan Steen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Juriaan van Streek|Juriaan van Streek]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Torrentius|Johannes Torrentius]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van der Ulft|Jacob van der Ulft]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Velde|Adriaen van de Velde]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem van de Velde (II)|Willem van de Velde (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Venne|Adriaen van de Venne]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Vermeer|Johannes Vermeer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrik Verschuring|Hendrik Verschuring]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Simon de Vlieger|Simon de Vlieger]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Weenix|Jan Weenix]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Baptist Weenix|Jan Baptist Weenix]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Thomas Wijck|Thomas Wijck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Wijnants|Jan Wijnants]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Emanuel de Witte|Emanuel de Witte]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Philips Wouwerman|Philips Wouwerman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Wouwerman (II)|Pieter Wouwerman (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Joachim Wtewael|Joachim Wtewael]]
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
0uzqc9v10mtbsl7slm4r68bpi7b5233
Wikisource:GUS2Wiki
4
40181
225158
224620
2026-08-19T19:54:52Z
Alexis Jazz
11203
Updating gadget usage statistics from [[Special:GadgetUsage]] ([[phab:T121049]])
225158
wikitext
text/x-wiki
{{#ifexist:Project:GUS2Wiki/top|{{/top}}|This page provides a historical record of [[Special:GadgetUsage]] through its page history. To get the data in CSV format, see wikitext. To customize this message or add categories, create [[/top]].}}
Deze gegevens komen uit een cache die voor het laatst is bijgewerkt op 2026-08-19 om 08:24:25Z. Er {{PLURAL:5000|is maximaal één resultaat|zijn maximaal 5000 resultaten}} beschikbaar in de cache.
{| class="sortable wikitable"
! Gadget !! data-sort-type="number" | Aantal gebruikers !! data-sort-type="number" | Actieve gebruikers
|-
|HideFundraiser || 9 || 0
|-
|HotCat || 24 || 4
|-
|LocalLiveClock || 4 || 1
|-
|PageCleanUp || 7 || 3
|-
|RTRC || 5 || 2
|-
|UTCLiveClock || 2 || 0
|}
* [[Speciaal:Gadgetgebruik]]
* [[m:Meta:GUS2Wiki/Script|GUS2Wiki]]
<!-- data in CSV format:
HideFundraiser,9,0
HotCat,24,4
LocalLiveClock,4,1
PageCleanUp,7,3
RTRC,5,2
UTCLiveClock,2,0
-->
6sojqx7z7kas62umqhw3fbe1pvbl4ya
Index:De Maasbode vol 064 no 24049 Avondblad LETTEREN EN KUNST.djvu
106
41875
225145
130531
2026-08-19T18:21:35Z
Vincent Steenberg
280
225145
proofread-index
text/x-wiki
{{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template
|Type=boek
|Taal=nl
|wikidata=
|Titel=De Maasbode
|Ondertitel=
|Deel=64
|Auteur=Verschillende auteurs
|Vertaler=
|Redacteur=
|Illustrator=
|Stroming=
|Jaar=1931
|Uitgever=
|Plaats=
|Druk=
|OorspronkelijkeUitgave=
|Key=
|doe_wikidata=
|ISBN=
|OCLC=
|LCCN=
|BNF_ARK=
|DBNL=
|Bron=djvu
|Afbeelding=1
|Voortgang=V
|Delen=
|Pagina's=<pagelist 1=5 />
|Opmerkingen=
|NestedInhoud=
|Breedte=
|Css=
|Header=
|Footer=
}}
r2e9qudv51i5qlmh6oakxunrm90os8g
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo
100
65780
225147
224731
2026-08-19T18:37:35Z
Vincent Steenberg
280
bronnen toegevoegd/verplaatst
225147
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Belgische schilderkunst;<br>Barok en Rococo<br>(ca. 1600-ca. 1750)
| afbeelding = Peter Paul Rubens - The Rape of the Daughters of Leucippus.jpg
| alt = De schaking van Leucippus' dochters door Rubens
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Belgische schilderkunst uit de periode ca. 1600 tot ca. 1750.
}}
== Algemeen ==
;Tentoonstellingen
*[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p. 1.
== Bijzondere onderwerpen ==
;Adriaenssen, Alexander (1587-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Biset, Charles Emmanuel (1633-1707)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel Emanuel Biset|“Karel Emanuel Biset”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 292.
;Bloemen, Norbert van (1670-1746)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Boel, Pieter (1626-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peter Boel|“Peter Boel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 141.
;Bol, Hans
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Borcht, Pieter van der (II) (1591-1662)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Bout, Pieter
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Bredael, Alexander van (1663-1720)
*''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Bredael, Peeter van (1629-1719)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peter van Breda|“Peter van Breda”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 223-224.
;Brueghel, Jan (II) (1601-1678)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Claes, Gilles (''fl''. 1607)
*Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p. 154-182, met name 174-175.
;Claesz., Pieter (1597/1598-1661)
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Clerck, Hendrik de
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Hendrik de Klerk|“Hendrik de Klerk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
;Coques, Gonzales (1614/1618-1684)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gonzalo Coques|“Gonzalo Coques”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 40-41.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Coxie, Raphael (ca. 1540-1616)
*Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p. 154-182, met name 172-174.
;Deynum, Guilliam van
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Deynum, Jan Baptist van (1620-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Baptist van Duinen|“Jan Baptist van Duinen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 57.
;Diest, Johannes Baptist (''fl''. 1675-1702)
*Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p. 154-182, met name 181.
;Egmont, Justus van (1602-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Eyck, Casper van (1613-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 141-142.
;Eyck, Nicolaas van (1617-1679)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 141-142.
;Flémal, Bertholet (1614-1675)
*Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p. 154-182, met name 177.
;Franchoys, Lucas (I) (1574-1643)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Lucas Francoois|“Lucas Francoois”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 55.
;Franchoys, Lucas (II) (1616-1681)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Lucas Francois de Jonge|“Lucas Francois de Jonge”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 14-15.
;Fruytiers, Philip (1610-1666)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philippus Fruytiers|“Philippus Fruytiers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 142.
;Gabron, Guiliam (II) (1619-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Gijsels, Peeter
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Goubau, Anton (1616-1698)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antonius Goebouw en Franciscus de Neve|“Antonius Goebouw en Franciscus de Neve”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 142.
;Grimmer, Jacob
*[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p. 1.
;Hecke, Jan van den (1620-1684)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 141-142.
;Hoecke, Robert van den (1622-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Robert van Hoeck|“Robert van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 50.
;Hoefnagel, Jacob (1573-1632/1633)
*Anoniem (27 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/27 maart/Wt Praghe den 9. Martij|‘Wt Praghe den 9. Martij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 1-2].
;Hondecoeter, Gillis Claesz. de (ca. 1575-1638)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Hoochstadt, Geeraert van (1591-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerrit van Hoochstadt|“Gerrit van Hoochstadt”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Jordaens, Hans III (1590-1643)
*Anoniem (24 november 1785) [[Rotterdamsche Courant/1785/Nummer 141/Henricus Jacobus Doorschodt|‘Henricus Jacobus Doorschodt, Vendumeester van ’s Gravenhage, zal op Maandag den 5 December 1785 en volgende dagen, ten zynen Huize, verkoopen, allerhande Meubilen en Huiscieraden, […] [advertentie]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 2].
;Keirincx, Alexander (1600-1652)
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Alexander Kierings|“Alexander Kierings”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 130.
;Kessel, Jan van (I) (1626-1679)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johannes van Kessel|“Johannes van Kessel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 139-140.
*[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p. 1.
;Lairesse, Gerard de
*Anoniem (11 mei 1697) [[Oprechte Haerlemsche Courant/Jaargang 1697/Nummer 19/Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen|‘Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen [...]’]], ''Oprechte Haerlemsche Courant'', [p. 2].
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Lamen, Christoffel van der
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Kristoffel en Jakob vander Lanen|“Kristoffel en Jakob vander Lanen”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
;Lamen, Jacob van der
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Kristoffel en Jakob vander Lanen|“Kristoffel en Jakob vander Lanen”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
;Loyer, Nicholas (1625-na 1681)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Luyckx, Frans (1604-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ossenbek|“Ossenbek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 170-171 (vermeld als ‘Luix’).
;Mahu, Guilliam
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Anthoni Salart en Guliam Mahue|“Anthoni Salart en Guliam Mahue”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
;Meert, Pieter (1618-1669)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peeter Meert|“Peeter Meert”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 50.
;Meulen, Adam Frans van der (1632-1690)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoine Francois vander Meulen|“Antoine Francois vander Meulen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 329-331.
;Meulen, Pieter van der (1638-na 1681)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoine Francois vander Meulen|“Antoine Francois vander Meulen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 329-331, met name 331.
;Miel, Jan (1599-1664)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Momper, Frans de
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Momper, Joost (II)
*[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p. 1.
;Neefs, Pieter (I)
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Pieter Neefs|“Pieter Neefs”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Neve, Franciscus de (I) (1606-1681/1688)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antonius Goebouw en Franciscus de Neve|“Antonius Goebouw en Franciscus de Neve”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 142.
;Peeters, Bonaventura (I) (1614-1652)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Bonaventuur Peeters|“Bonaventuur Peeters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 12-13.
;Peeters, Jan (I) (1624-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johannes Peeters|“Johannes Peeters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 140-141.
;Rijckaert, David (III) (1612-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/David Rykaert|“David Rykaert”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 14.
;Sallaert, Antoon
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Anthoni Salart en Guliam Mahue|“Anthoni Salart en Guliam Mahue”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
;Savoyen, Carel van (1618-1665)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel van Savoyen|“Karel van Savoyen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 53.
;Seghers, Daniël
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Sibrechts, Jan (1627-1703)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 141-142.
;Sion, Peeter
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Snayers, Peter (1592-1667)
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Snellinck, Jan (1548-1638)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Johannes Snellinks|“Johannes Snellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 35-36.
;Snijders, Frans (1579-1657)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Son, Joris van (1623-1667)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joris van Son|“Joris van Son”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 101-102.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Teniers, David (I)
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Thielen, Anna Maria van (1642-na 1664)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Thielen, Francisca Catharina van (1645-na 1681)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Thielen, Jan Philip van (1618-1667)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Thielen, Maria Theresia van (1640-1706)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Thijs, Gijsbrecht (I) (1617-1662)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Thijs, Peter (1624-1677)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peeter Tysens|“Peeter Tysens”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 143.
;Thulden, Theodoor van
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Uden, Lucas van (1595-ca. 1672)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Utrecht, Adriaen van
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Vadder, Lodewijk de (1605-1655)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Vaillant, Wallerant
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Veen, Gijsbert van (ca. 1562-1628)
*Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p. 154-182, met name 172-174.
;Voort, Cornelis van der
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Vos, Simon de (1603-1676)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Vrancx, Sebastiaen (1573-1647)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Sebastiaan Franks|“Sebastiaan Franks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 51-52.
*[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p. 1.
;Witte, Peter de (III) (1617-1667)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Wolffort, Artus (1581-1640/1641)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Wouters, Frans (1612-1659)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Franciscus Wouters|“Franciscus Wouters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 13-14.
;Ykens, Frans (1601-1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Ykens, Johannes (1613-1680)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Overige onderwerpen
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Adriaen Brouwer|Adriaen Brouwer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Jan Brueghel (I)|Jan Brueghel (I)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Pieter Brueghel (II)|Pieter Brueghel (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/David de Coninck|David de Coninck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Anthony van Dyck|Anthony van Dyck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Jan Fijt|Jan Fijt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis de Heem|Cornelis de Heem]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Jacob Jordaens|Jacob Jordaens]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Peter Paul Rubens|Peter Paul Rubens]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Roelant Savery|Roelant Savery]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/David Teniers (II)|David Teniers (II)]]
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
eh3pjtqby9cxrcivunsqkvu731b7vu8
225194
225147
2026-08-20T08:31:51Z
Vincent Steenberg
280
bronnen verplaatst
225194
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Belgische schilderkunst;<br>Barok en Rococo<br>(ca. 1600-ca. 1750)
| afbeelding = Peter Paul Rubens - The Rape of the Daughters of Leucippus.jpg
| alt = De schaking van Leucippus' dochters door Rubens
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Belgische schilderkunst uit de periode ca. 1600 tot ca. 1750.
}}
== Algemeen ==
;Tentoonstellingen
*[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p. 1.
== Bijzondere onderwerpen ==
;Adriaenssen, Alexander (1587-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Biset, Charles Emmanuel (1633-1707)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel Emanuel Biset|“Karel Emanuel Biset”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 292.
;Bloemen, Norbert van (1670-1746)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Boel, Pieter (1626-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peter Boel|“Peter Boel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 141.
;Bol, Hans
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Borcht, Pieter van der (II) (1591-1662)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Bout, Pieter
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Bredael, Alexander van (1663-1720)
*''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Bredael, Peeter van (1629-1719)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peter van Breda|“Peter van Breda”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 223-224.
;Brueghel, Jan (II) (1601-1678)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Claes, Gilles (''fl''. 1607)
*Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p. 154-182, met name 174-175.
;Claesz., Pieter (1597/1598-1661)
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Clerck, Hendrik de
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Hendrik de Klerk|“Hendrik de Klerk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
;Coques, Gonzales (1614/1618-1684)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gonzalo Coques|“Gonzalo Coques”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 40-41.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Coxie, Raphael (ca. 1540-1616)
*Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p. 154-182, met name 172-174.
;Deynum, Guilliam van
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Deynum, Jan Baptist van (1620-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Baptist van Duinen|“Jan Baptist van Duinen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 57.
;Diest, Johannes Baptist (''fl''. 1675-1702)
*Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p. 154-182, met name 181.
;Egmont, Justus van (1602-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Eyck, Casper van (1613-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 141-142.
;Eyck, Nicolaas van (1617-1679)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 141-142.
;Flémal, Bertholet (1614-1675)
*Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p. 154-182, met name 177.
;Franchoys, Lucas (I) (1574-1643)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Lucas Francoois|“Lucas Francoois”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 55.
;Franchoys, Lucas (II) (1616-1681)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Lucas Francois de Jonge|“Lucas Francois de Jonge”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 14-15.
;Fruytiers, Philip (1610-1666)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philippus Fruytiers|“Philippus Fruytiers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 142.
;Gabron, Guiliam (II) (1619-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Gijsels, Peeter
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Goubau, Anton (1616-1698)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antonius Goebouw en Franciscus de Neve|“Antonius Goebouw en Franciscus de Neve”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 142.
;Grimmer, Jacob
*[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p. 1.
;Hecke, Jan van den (1620-1684)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 141-142.
;Hoecke, Robert van den (1622-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Robert van Hoeck|“Robert van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 50.
;Hoefnagel, Jacob (1573-1632/1633)
*Anoniem (27 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/27 maart/Wt Praghe den 9. Martij|‘Wt Praghe den 9. Martij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 1-2].
;Hondecoeter, Gillis Claesz. de (ca. 1575-1638)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Hoochstadt, Geeraert van (1591-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerrit van Hoochstadt|“Gerrit van Hoochstadt”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Jordaens, Hans III (1590-1643)
*Anoniem (24 november 1785) [[Rotterdamsche Courant/1785/Nummer 141/Henricus Jacobus Doorschodt|‘Henricus Jacobus Doorschodt, Vendumeester van ’s Gravenhage, zal op Maandag den 5 December 1785 en volgende dagen, ten zynen Huize, verkoopen, allerhande Meubilen en Huiscieraden, […] [advertentie]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 2].
;Keirincx, Alexander (1600-1652)
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Alexander Kierings|“Alexander Kierings”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 130.
;Kessel, Jan van (I) (1626-1679)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johannes van Kessel|“Johannes van Kessel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 139-140.
*[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p. 1.
;Lamen, Christoffel van der
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Kristoffel en Jakob vander Lanen|“Kristoffel en Jakob vander Lanen”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
;Lamen, Jacob van der
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Kristoffel en Jakob vander Lanen|“Kristoffel en Jakob vander Lanen”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
;Loyer, Nicholas (1625-na 1681)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Luyckx, Frans (1604-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ossenbek|“Ossenbek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 170-171 (vermeld als ‘Luix’).
;Mahu, Guilliam
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Anthoni Salart en Guliam Mahue|“Anthoni Salart en Guliam Mahue”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
;Meert, Pieter (1618-1669)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peeter Meert|“Peeter Meert”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 50.
;Meulen, Adam Frans van der (1632-1690)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoine Francois vander Meulen|“Antoine Francois vander Meulen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 329-331.
;Meulen, Pieter van der (1638-na 1681)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoine Francois vander Meulen|“Antoine Francois vander Meulen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 329-331, met name 331.
;Miel, Jan (1599-1664)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Momper, Frans de
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Momper, Joost (II)
*[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p. 1.
;Neefs, Pieter (I)
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Pieter Neefs|“Pieter Neefs”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Neve, Franciscus de (I) (1606-1681/1688)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antonius Goebouw en Franciscus de Neve|“Antonius Goebouw en Franciscus de Neve”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 142.
;Peeters, Bonaventura (I) (1614-1652)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Bonaventuur Peeters|“Bonaventuur Peeters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 12-13.
;Peeters, Jan (I) (1624-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johannes Peeters|“Johannes Peeters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 140-141.
;Rijckaert, David (III) (1612-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/David Rykaert|“David Rykaert”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 14.
;Sallaert, Antoon
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Anthoni Salart en Guliam Mahue|“Anthoni Salart en Guliam Mahue”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
;Savoyen, Carel van (1618-1665)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel van Savoyen|“Karel van Savoyen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 53.
;Seghers, Daniël
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Sibrechts, Jan (1627-1703)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 141-142.
;Sion, Peeter
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Snayers, Peter (1592-1667)
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Snellinck, Jan (1548-1638)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Johannes Snellinks|“Johannes Snellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 35-36.
;Snijders, Frans (1579-1657)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Son, Joris van (1623-1667)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joris van Son|“Joris van Son”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 101-102.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Teniers, David (I)
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Thielen, Anna Maria van (1642-na 1664)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Thielen, Francisca Catharina van (1645-na 1681)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Thielen, Jan Philip van (1618-1667)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Thielen, Maria Theresia van (1640-1706)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Thijs, Gijsbrecht (I) (1617-1662)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Thijs, Peter (1624-1677)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peeter Tysens|“Peeter Tysens”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 143.
;Thulden, Theodoor van
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Uden, Lucas van (1595-ca. 1672)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Utrecht, Adriaen van
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Vadder, Lodewijk de (1605-1655)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Vaillant, Wallerant
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Veen, Gijsbert van (ca. 1562-1628)
*Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p. 154-182, met name 172-174.
;Voort, Cornelis van der
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Vos, Simon de (1603-1676)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Vrancx, Sebastiaen (1573-1647)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Sebastiaan Franks|“Sebastiaan Franks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 51-52.
*[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p. 1.
;Witte, Peter de (III) (1617-1667)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Wolffort, Artus (1581-1640/1641)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Wouters, Frans (1612-1659)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Franciscus Wouters|“Franciscus Wouters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 13-14.
;Ykens, Frans (1601-1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Ykens, Johannes (1613-1680)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Overige onderwerpen
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Adriaen Brouwer|Adriaen Brouwer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Jan Brueghel (I)|Jan Brueghel (I)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Pieter Brueghel (II)|Pieter Brueghel (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/David de Coninck|David de Coninck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Anthony van Dyck|Anthony van Dyck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Jan Fijt|Jan Fijt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans Hals|Frans Hals]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis de Heem|Cornelis de Heem]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Jacob Jordaens|Jacob Jordaens]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard de Lairesse|Gerard de Lairesse]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Peter Paul Rubens|Peter Paul Rubens]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Roelant Savery|Roelant Savery]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/David Teniers (II)|David Teniers (II)]]
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
fasnvyvqfhpla93gdabk1sou0p0myxm
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Asselijn
100
70866
225176
212841
2026-08-19T20:50:08Z
Vincent Steenberg
280
+bron
225176
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Jan Asselijn
| afbeelding = JanAsselyn.jpg
| alt = Portret van Asselijn door Rembrandt, 1647
| beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder en tekenaar [[w:nl:Jan Asselijn|Jan Asselijn]].
| artikelwikipedia =
}}
== Algemeen ==
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
;1767
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
;1877
*''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
;1878
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
=== Musea ===
;Fries Museum
*Anoniem (13 juli 1898) [[Leeuwarder Courant/1898/Nummer 162/Leeuwarden, 12 Juli/Stadsnieuws/Ter afwisseling van de vorige verzameling|‘Ter afwisseling van de vorige verzameling is thans op het Prentenkabinet van het Friesch Museum tentoongesteld […]’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad, p. 1].
;Rijksmuseum Amsterdam
*Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p. 1.
*Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.]: [s.n.], p. 4.
*Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p. 1.
=== Tentoonstellingen ===
;1934
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 34995/Avondblad/Tentoonstelling in "Arti"|‘Tentoonstelling in „Arti”. Italianisanten uit de 16de en 17de eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
dkei5ggo4wlupqkor7i8lbowhrlk5mm
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Philips Wouwerman
100
81571
225172
222865
2026-08-19T20:44:50Z
Vincent Steenberg
280
+bron
225172
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Philips Wouwerman
| afbeelding = Philips wouwerman zelfportret-red-chalk.jpg
| alt = Zelfportret, ca. 1640
| beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder en tekenaar [[w:nl:Philips Wouwerman|Philips Wouwerman]]
}}
== Algemeen ==
== Inleidingen - Hand- en leerboeken ==
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philip Wouwerman|“Philip Wouwerman”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 69-76.
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Kunsthandel ====
*J.W. (12 april 1937) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 124/Nummer 15586/Kunstzaal Fa. D. Katz te Dieren|‘Kunstzaal Fa. D. Katz te Dieren. Wederom aanwinsten’]], ''Arnhemsche Courant'', tweede blad, p. 3.
==== Veilingen ====
;1697
*Anoniem (11 mei 1697) [[Oprechte Haerlemsche Courant/Jaargang 1697/Nummer 19/Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen|‘Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen [...]’]], ''Oprechte Haerlemsche Courant'', [p. 2].
;1758
*''Catalogue de Tableaux de Cabinet de feu ... Robyns'' ..., Brussel, 22 mei 1758 ''sqq.''<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (4 mei 1758) [[:s:fr:Avis au Public le 22 May 1758, et jours suivants on vendra à Bruxelles (…)|‘Avis au Public le 22 May 1758, et jours suivants on vendra à Bruxelles […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Donderdagse Courant'', [p. 2].
;1767
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
;1837
*Anoniem (14 april 1837) [[Leydse Courant/1837/Nummer 45/Frankrijk|‘Frankrijk’, alinea 2]], ''Leydsche Courant'', [p. 2].
;1925
*''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p. 1.
=== Musea ===
;Musée du Louvre, Parijs
*Anoniem (1834) ''Notice des tableaux exposés dans le Musée Royal'', Paris: Vinchon, fils et successeur de mme. ve. Ballard, p. 132-134, cat.nrs. 806-816.<br>Aankondigingen en recencies:
**Anoniem (21 augustus 1834) [[Bredasche Courant/1834/Nummer 198/Frankrijk|‘Frankrijk’]], ''Bredasche Courant'', [p. 3].
;Rijksmuseum Amsterdam
*Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p. 83-86, cat.nrs. 352-361.
*Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.: s.n.], p. 79-82, cat.nrs. 356-364.
*Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p. 164-168, cat.nrs. 364-372.
=== Tentoonstellingen ===
;1872
*''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;1881
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;1894
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
4p4p3kymrori0r6e7b7epconyrxrsv7
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Velde
100
81665
225174
212972
2026-08-19T20:48:11Z
Vincent Steenberg
280
+bron
225174
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Adriaen van de Velde
| afbeelding = After Adriaen van de Velde - Portrait of Adriaen van de Velde.jpg
| alt = Kopie naar een zelfportret, eind 17e eeuw
| beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder, tekenaar, etser en beeldhouwer [[w:nl:Adriaen van de Velde|Adriaen van de Velde]]
}}
== Algemeen ==
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
;1767
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
;1877
*''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
;1925
*''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p. 1.
=== Musea ===
;Rijksmuseum Amsterdam
*Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p. 27, cat.nr. 108, p. 32-33, cat.nrs. 124-126, p. 72, cat.nr. 312, p. 87, cat.nrs. 365-366.
*Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.: s.n.], p. 26-27, cat.nr. 106, p. 31-32, cat.nrs. 122-124, p. 48, cat.nr. 220, p. 70-71, cat.nrs. 321-322, p. 84, cat.nrs. 366-367.
*Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p. 50, cat.nr. 103, p. 61-62, cat.nrs. 122-124, p. 96, cat.nr. 213, p. 149-150, cat.nrs. 335-336, p. 169-170, cat.nr. 375.
=== Tentoonstellingen ===
;1872
*''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;1890
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;1922
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;1934
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 34995/Avondblad/Tentoonstelling in "Arti"|‘Tentoonstelling in „Arti”. Italianisanten uit de 16de en 17de eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
97ix5tmulaiy61jjpne5ajwyqczv5hh
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Vermeer
100
81868
225177
217332
2026-08-19T20:54:01Z
Vincent Steenberg
280
+bron
225177
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Johannes Vermeer
| afbeelding = Jan Vermeer - The Art of Painting - Google Art Project.jpg
| alt = De Schilderkunst, 1666-1668
| beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder [[w:nl:Johannes Vermeer|Johannes Vermeer]]
}}
== Algemeen ==
== Inleidingen - Hand- en leerboeken ==
*Anoniem (1911) [[:s:en:1911 Encyclopædia Britannica/Meer, Jan Van der|“Meer, Jan van der”]], in: ''The Encyclopædia Britannica. Eleventh edition'', deel 18, p. 72.
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
;1767
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767, lotno. 6.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
;1872
*''Veiling'', Pillet, Parijs, 6 maart 1872.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;1925
*''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p. 1.
=== Musea ===
;Mauritshuis
*Anoniem ([ca. 1900]) ''[[Mauritshuis 's-Gravenhage|Mauritshuis The Hague Holland. Mauritshuis 's-Gravenhage]]'', 's-Gravenhage: De Groot & Dijkhoff, [p. 59-63].
;Staatliche Kunstsammlungen Dresden, Gemäldegalerie Alte Meister
*Woermann, Karl (1888) ''[[:s:de:Katalog der Königlichen Gemäldegalerie zu Dresden (1887)|Katalog der Königlichen Gemäldegalerie zu Dresden]]'', Dresden: Druck von Wilhelm Hoffmann, p. 425-426.
=== Tentoonstellingen ===
;1872
*''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;1935
[[Bestand:Cohen fre poster vermeer exhibition 1935.png|thumb|Affiche ''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.]]
*''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p. 3.
**Anoniem (21 juni 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35334/Avondblad/Het Rijksmuseum leent aan Boymans|‘Het Rijksmuseum leent aan Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 13.
**Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p. 3.
== Werken ==
Hierbij ook: omstreden toeschrijvingen, voormalige toeschrijvingen
;''Gezicht op Delft''
*Anoniem ([ca. 1900]) ''[[Mauritshuis 's-Gravenhage|Mauritshuis The Hague Holland. Mauritshuis 's-Gravenhage]]'', 's-Gravenhage: De Groot & Dijkhoff, [p. 59].
;''Jonge vrouw die een brief leest in een interieur'' (collectie Jules S. Bache, New York)
*Anoniem (23 september 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32532/Ochtendblad/Een Vermeer ontdekt|‘Een Vermeer ontdekt?’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p. 9.
;''De koppelaarster''
*Woermann, Karl (1888) ''[[:s:de:Katalog der Königlichen Gemäldegalerie zu Dresden (1887)|Katalog der Königlichen Gemäldegalerie zu Dresden]]'', Dresden: Druck von Wilhelm Hoffmann, p. 425.
;''Meisje met de parel''
*Anoniem ([ca. 1900]) ''[[Mauritshuis 's-Gravenhage|Mauritshuis The Hague Holland. Mauritshuis 's-Gravenhage]]'', 's-Gravenhage: De Groot & Dijkhoff, [p. 61].
;''Portret van een onbekende man'' (Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, 3557)
*Anoniem (18 december 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24654/Avondblad/Kunsttijdschriften|‘Kunsttijdschriften’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 11.
;''Stadsgezicht van Rhenen''
*Anoniem (26 november 1918) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 91/Nummer 29344/Avondblad/Tijdschriften|‘Tijdschriften’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9.
;''Vrouw met weegschaal'' (National Gallery of Art, Washington)
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767, lotno. 6.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
tgixo50hhylaqcv1m33zugly7l3wdce
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis Bega
100
84200
225179
216926
2026-08-19T21:02:04Z
Vincent Steenberg
280
+bron
225179
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Cornelis Bega
| afbeelding = Cornelis Bega.jpg
| alt = Zelfportret
| beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder, tekenaar en etser [[w:nl:Cornelis Bega|Cornelis Bega]]
}}
== Algemeen ==
== Inleidingen - Hand- en leerboeken ==
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
*Houbraken, Arn. van (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Kornelis Bega|"Kornelis Bega"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 349-350.
*Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bega. (Cornelis)|“Bega. (Cornelis)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p. 69.
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
;1767
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
;1888
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
=== Musea ===
;Mauritshuis, Den Haag
*Anoniem (3 oktober 1876) [[Algemeen Handelsblad/Nummer 14295/De heer de Stuers, schrijver van de uitmuntende Notice van het Mauritshuis|‘De heer de Stuers, schrijver van de uitmuntende ''Notice'' van het Mauritshuis, [...]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 2].
;Rijksmuseum Amsterdam
*Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p. 6, cat.nrs. 19-20, p. 109, cat.nr. 579.
*Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.: s.n.], p. 8, cat.nrs. 20-21.
*Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p. 7-8, cat.nrs. 16-17.
=== Tentoonstellingen ===
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
hvo5mqbzayihxyhbr9nw1zf3h24zadt
Overleg index:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf
107
85797
225110
224687
2026-08-19T12:13:38Z
Havang(nl)
4330
225110
wikitext
text/x-wiki
== Vertaling uit oud-Frans ==
'''Iedereen kan meehelpen''' aan de vertaling uit oud-Frans van dit Middeleeuws werk.
De proefvertaling is verkregen met hulp van AI door in google-AI-modus of in chatgtp gebruik te maken van de volgende prompt:
{{block center|{{smaller|« Chercher dans le texte les mots qui sont dans des glossaires de l'ancien Français,<br> puis donner la traduction du texte en Néerlandais, en gardant le lay-out:<br>https://fr.wikisource.org/wiki/Page:Li_romans_de_Bauduin_de_Sebourc.pdf/23 »}}}}(idem voor volgende pagina's met betreffende ...pdf/'''nummer''' in de prompt)
later verkort tot:
{{block center|{{smaller|Glossaire, puis traduction d'ancien Français en Néerlandais, en gardant<br>le lay-out: https://fr.wikisource.org/wiki/Page:Li_romans_de_Bauduin_de_Sebourc.pdf/...}}}}
==Tweekoloms Fr-Nl==
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Hier de vertaling.
</poem>
|}
Nadat in de Nederlandse pagina met sjabloon ''<nowiki>{{iwpage|fr}}</nowiki>'' de Franstalige transcriptie ter vergelijking binnengehaald is, kan men in in het venster van ''bewerking ter controle bekijken'' deze tekst kopieren en plakken op de plaats van/ter vervanging van <nowiki>{{iwpage|fr}}</nowiki>
Dit geeft bij transclusie de tekst fr-nl in twee kolommen.--[[Gebruiker:Havang(nl)|Havang(nl)]] ([[Overleg gebruiker:Havang(nl)|overleg]]) 13 aug 2026 13:24 (CEST)
nis2v4036yi30k2904bpja9m3j4og88
Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/107
104
85983
225210
220574
2026-08-20T10:15:15Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225210
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />{{c|97}}</noinclude>{{c|{{x-larger|Een Schoone}}<br>{{xxx-larger|HISTORIE,}}<br>{{larger|Van de Ridder met de Swaan}}<br>die te Nimweegen in Gelderland te Scheepe<br>quam, by de geleyden van een Swaen uyt<br>'t Land van Lylefoort, genoeglik om<br>
te zingen.}}
[[Bestand:Ridder metter swane (1931) (page 107 crop).jpg|center|450px]]
{{gedicht|start=open|end=follow|
<>{{smaller|Stemme: O Heylig Salig Bethlehem.}}
{{initiaal|L}}Ief-hebbers hoort dit wonder Lied,
Dat ik u hier zal voor gaen zinge
't Geen over lang al is geschied,
Van wonderlijke vreemde dingen.}}<noinclude></noinclude>
rz0ccbrl9372e8vzb803k04sx6e4322
225211
225210
2026-08-20T10:16:24Z
Havang(nl)
4330
225211
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />{{c|97}}</noinclude>{{c|{{x-larger|Een Schoone}}<br>{{xxx-larger|HISTORIE,}}<br>{{larger|Van de Ridder met de Swaan}}<br>die te Nimweegen in Gelderland te Scheepe<br>quam, by de geleyden van een Swaen uyt<br>'t Land van Lylefoort, genoeglik om<br>
te zingen.}}
[[Bestand:Ridder metter swane (1931) (page 107 crop).jpg|center|450px]]
{{gedicht|start=open|end=follow|
<>{{smaller|Stemme: O Heylig Salig Bethlehem.}}
{{initiaal|L}}Ief-hebbers hoort dit wonder Lied,
Dat ik u hier zal voor gaen zinge
:'t Geen over lang al is geschied,
Van wonderlijke vreemde dingen.}}<noinclude></noinclude>
p22nvr66p8jm1p5ghzy0py16vn6gpd9
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Melchior d'Hondecoeter
100
87214
225178
223873
2026-08-19T21:01:07Z
Vincent Steenberg
280
+bron
225178
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Melchior d'Hondecoeter
| afbeelding = Portrait of Melchior d'Hondecoeter 2.jpg
| alt = Portret van Melchior d'Hondecoeter
| beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder, tekenaar en prentkunstenaar [[w:nl:Melchior d'Hondecoeter|Melchior d'Hondecoeter]]
}}
== Algemeen ==
== Inleidingen - Hand- en leerboeken ==
*Houbraken, Arnold (1721) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 3/Melchior de Hondekoeter|“Melchior de Hondekoeter”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel III, p. 68-75.
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
;1767
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
;1783
*''Catalogus van een uitmuntend kabinet met konstige schilderyen, door de beste Italiaansche, Fransche, Brabandsche en Nederlandsche meesters. Alles in veele jaaren by een verzameld en nagelaaten door wylen den Wel Ed. Heer Pieter Locquet'', Philippus van der Schley, Jan de Bosch, Jeronsz., Cornelis Ploos van Amstel, Jbs. Csz., Hendrik de Winter, en Jan Yver, Amsterdam, 22 september 1783 [''sqq.''], p. 53-54, lotnr. 143-144.
;1877
*''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen:
**Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
;1886
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;1925
*''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p. 1.
=== Musea ===
;Rijksmuseum Amsterdam
*Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p. 34-36, cat.nrs. 137-145.
*Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.: s.n.], p. 33-35, cat.nrs. 134-141.
*Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p. 66-68, cat.nrs. 136-144.
=== Tentoonstellingen ===
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
ab4la8ogk6227qjuf1hsfti7n1zaphc
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Karel du Jardin
100
87257
225175
223953
2026-08-19T20:49:08Z
Vincent Steenberg
280
+bron
225175
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Karel du Jardin
| afbeelding = Zelfportret Rijksmuseum SK-A-190.jpeg
| alt = Zelfportret, 1662
| beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder, tekenaar en prentkunstenaar [[w:nl:Karel Dujardin|Karel du Jardin]]
}}
== Inleidingen ==
*Houbraken, Arnold (1721) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 3/Karel de Jardyn|“Karel de Jardyn”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel III, p. 56-61.
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
;1767
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
=== Musea ===
;Rijksmuseum Amsterdam
*Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p. 38-39, cat.nrs. 157-160.
*Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.]: [s.n.], p. 37-38, cat.nrs. 156-161.
*Anoniem (13 juli 1885) [[Het Nieuws van den Dag/Nummer 4724/De Opening van het Rijks-Museum|‘De Opening van het Rijks-Museum’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Derde Blad, [p. 1].
*Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p. 73-76, cat.nrs. 158-163.
=== Tentoonstellingen ===
;1894
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
40oz4w7vo02hj495ci3mkvccf3kqa4f
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/22
104
87621
225127
224549
2026-08-19T13:16:26Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225127
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{{iwpage|fr}}<noinclude></noinclude>
9jpi4z9iv877ptbyx3yhvpp8spdtsl8
Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/99
104
87722
225204
224751
2026-08-20T09:32:15Z
Havang(nl)
4330
225204
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />89</noinclude>vanden palleyse ende hi bek(e)nde d(e)n swaen (sijn brued)er, die noch in zijn menschelijcke forme niet (en w)as omdat zijn ketten ghesmolten was. (ende dese selv)e swaen was int wa(t)er voor een scip dat hi (te lande bra)cht, als te ontbeyden den coninck helias, ende als (helias dit sach) s(e)yde hi in hem selven Dit is een teeken (dat mi god sent om mi te kennen te ghevene dat ic soude) ghaen met desen zwaen dye mi gheleyden (sal in eenigh) landt om eere te vercrigen door den name (ende die wille<ref>Ontbreekt in de latere drukken</ref>) gods. Ende in desen opset ende ingheven vand(en heylighen) gheest so vergaderde hi zijn brueders ende suste(r ende quam) tot zijn vaeder ende moeder, ende seyde
<poem>
:Mijn gheminde eerweerdighe vadere
Duechdelijcke moeder ende broeders allega(dere)
Lief suster, ende alle mijn vrienden tsamen
Tis nootlijc dat is uit goeder adere
Minlijc oorlof neme, weest drucs ontladere
Bidt god dat hi mi hoede van blamen
Want mijn broeder die zwaen naer tgodlijc ra(men)
Comt mi halen in een scip dat hi heeft brach(t)
Aent landt, daer hi mi sonder beschamen
Verbeyt, so ghi sien moecht hoe hy wacht
Dus die conincklijcke crone vader hooch geacht
Die ghi mi van lijlefort hebt gegheuen
Die stellic weder geheelijc in uwer macht
Ende in uwen handen vader verheven
Ick neem oorlof aen u alien, diet hoort oft si(et)
Ter lieften gods reysende daer hijt ghebiet.
:Bider bewisinge van mijnen broeder den zw(ane)
Ende ter eeren gods pijnic to bestane.
Dees reyse, want is mi betrouwe boven mat(en)
In god, al heeft hi mijn broeder inder gheda(ne)
Vanden zwaen ghelaten, is hoop noch tonts(ane)
(Bi cracht zijn)der hulpen troost bi baten
(God heeften l)icht in dees ghedachte ghelaten
</poem><noinclude></noinclude>
3quiqw6iacfyxcw4el8ar1cho56sczo
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/275
104
87976
225111
225106
2026-08-19T12:15:45Z
Havang(nl)
4330
225111
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Et cascun ·j· lot d’iawe leur ait-on mesurez.
« S’ensément poent vivre, là les laist-on assés.
« Mais dites à Garsile, si tost que le verrés,
« S’il ne les garde bien qu’il sera traiënés,
« Et en ·iiij· quartiers mis et esquartelez.
« C’est ma vie et ma mors qu’avec vous emmenez !
« Sé j’estoie demain ou pris, ou atrapés,
« Si seroie par eulz rendus et délivrés. »
Et chil ont respondut : « si com vous commandés. »
En mer fu aprestée maintenant une nés.
« Signour, » che dist Gaufrois, » jusqu’à ·c· i entrés.
« Et quant au port de Frise delà arriverez,
« A ·xv· compaignons mes anemis livrez ;
« Li autre revenront, telz est mes volentés.
« Car je me fie en vous, et iviers, et estés :
« Tant que vous soïés chi, je sui asséurés
« Que jà mauvais consaus ne me sera donnez. »
Et chil ont respondut : « sire, bien dis avés. »
Adont fu li vaissiaus en le mer aprestés.
Au mast ont les enfans loïés et acouplés,
Et il réclaimment Dieu, qui en crois fu pénés :
« Las ! » dient li enfant, « où nous aront menés
« Chil félon traïtour ? que mal fuissent-il nés !
« Nous irons droit en Frise ; là nous sera livrés
« ·j· crueus jugemens et fais et ordenés. »
Il crient à Gaufroi : « lerres, car nous tués !
« Nous volons tous morir dedens nos hérités :
« Sire faus traïours, alours ne nous menés ! »
Là avoit si chascuns et paines, et grietez,
Annoy, doel, et dolour, toutes aversités ;
Pour chou c’on les menoit en Frise emprisonnés.
Mais ch’ert contre leur bien qu’il ont les doelz menez :
Ne fuissent pas délivré s’il fuissent là remés.
On espoire à le fois mal dont bienz vient assez.
Li traïtour s’en vont, conduisant la galie,
</poem>
|valign=top|
<poem>
"En aan elk moet een maat water worden afgemeten.
"Als zij zo kunnen leven, laat men hen daar maar begaan.
"Maar zeg tegen Garsile, zodra u hem ziet,
"Dat als hij hen niet goed bewaakt, hij meegesleept zal worden,
"En in vier stukken gedeeld en gevierendeeld zal worden.
"Het is mijn leven en mijn dood die u met u meevoert!
"Als ik morgen gevangen of betrapt zou worden,
"Zou ik door hen worden teruggegeven en bevrijd."
En dezen hebben geantwoord: "zoals u beveelt."
Op zee werd nu onmiddellijk een schip klaargemaakt.490
"Heren," zo sprak Gaufrois, "gaat er tot honderd man in.
"En wanneer u ginds in de haven van Friesland aankomt,
"Draag mijn vijanden over aan vijftien metgezellen;
"De anderen zullen terugkeren, dat is mijn wil.
"Want ik vertrouw op u, zowel in de winter als in de zomer:
"Zolang u hier bent, ben ik ervan verzekerd
"Dat mij nooit slechte raad zal worden gegeven."
En dezen hebben geantwoord: "heer, u heeft goed gesproken."
Toen werd het vaartuig op de zee klaargemaakt.
Aan de mast hebben zij de kinderen vastgebonden en aangelijnd,500
En zij roepen God aan, die aan het kruis heeft geleden:
"Ach!" zeggen de kinderen, "waarheen zullen zij ons gebracht hebben,
"Deze snode verraders? Waren zij maar nooit geboren!
"We zullen recht naar Friesland gaan; daar zal aan ons worden voorgelegd
En geveld en verordend een wreed vonnis."
Zij roepen naar Gaufroi: "dief, dood ons dan!
"Wij willen liever allemaal sterven in ons erfgoed:
"Heer valse verrader, breng ons niet elders heen!"
Daar had eenieder zo zijn pijnen en beproevingen,
Ergernis, rouw en verdriet, alle tegenspoed;510
Omdat men hen gevankelijk naar Friesland wegvoerde.
Maar het is juist voor hun eigen bestwil dat zij hebben gerouwd:
Zij waren niet bevrijd als zij daar waren gebleven.
Soms vreest men het kwaad waar juist veel goeds uit voortkomt.
De verraders vertrekken en varen met de galei,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
rusk6aum2vgjzkob0if94spml1487vb
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Abrahamsz. Beerstraaten
100
87977
225108
2026-08-19T11:59:31Z
Vincent Steenberg
280
begin
225108
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Jan Abrahamsz. Beerstraaten
| afbeelding =
| alt =
| beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder en tekenaar [[w:nl:Jan Abrahamsz. Beerstraaten|Jan Abrahamsz. Beerstraaten]]
}}
== Inleidingen - Hand- en leerboeken ==
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
;1867
[[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]]
*''Tableaux anciens'' […], A.J. en Dirk A. Lamme, Rotterdam, 8 maart 1867 ''sqq''.
;1872
[[Bestand:Algemeen Handelsblad vol 1872 no 12851 advertisement Belangrijke kunstveilingen in de Brakke Grond.jpg|thumb|Advertentie uit het ''Algemeen Handelsblad'', 24 september 1872]]
*''Schilderijen'', C.F. Roos, W.J.M. Engelberts en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 28 oktober 1872.
;1886
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
=== Musea ===
;Rijksmuseum Amsterdam
*Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p. 6, cat.nrs. 17-18.
*Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.]: [s.n.], p. 7-8, cat.nrs. 17-19.
*Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p. 6-7, cat.nrs. 13-15.
=== Tentoonstellingen ===
;1961
*''Annual autumn exhibition of paintings by old Dutch and Flemish masters'', Alfred Brod Galerie, Londen, 5 oktober-4 november 1961.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (13 oktober 1961) ‘Londense expositie van oude meesters’, ''Het Parool'', p. 17.
;1987
*''’t Is Winter'', Amsterdams Historisch Museum, Amsterdam, ....-2 maart 1987, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Jan Bart Klaster (14 januari 1987) ‘Moralistisch lesje in pretverpakking. Het verdwenen Amsterdam op wintertaferelen’, ''Het Parool'', uit en thuis, p. 6.
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
bfe12t9a8dwugwf5nqjdh983jeco4ov
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/276
104
87978
225112
2026-08-19T12:17:05Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225112
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>
{|
|valign=top|
<poem>
Envers Frise, le grant, ont leur voie aqueillie.
Au port sont arrivé de la terre garnie :
·xv· traïtour ont lor besoingne apointie,
Pour mener les enfans à Lusarches l’antie ;
Li autre retournèrent briement par compaignie.
Et li ·xv· s’en vont, par le lande enermie ;
Frise vont trespassant, où il ot maint abbie,
Vers Lusarches s’en vont, la ville reffortie.
A une matinée, si com l’istoire crie,
Entra dedens Lusarches trestoute la maisnie.
Chascuns des prisonniers, dont je vous sénéfie,
Estoit sor ·j· destrier ; mis par tel félonnie
Que d’une cordèle ot cascun sa main loïe,
Et les piés par dessous loïés d’une escorgie.
Si comme mourdréours, et gens de maise vie,
Les aloient menant ichelle gent haïe.
·j· poy devant midi, n’el tenés à folie,
Entrèrent en la ville, qui bien fu bateillie ;
Droit envers le marchiet ont leur voie aqueillie,
Et puis vers le chastel vont toute le cauchie.
Bauduins de Sebourc, à le chière hardie,
Estoit sus le marchiet, à noble compaignie :
·xxx· sergans avoit, moult ot grande maisnie,
Dont chascuns ot adès l’arméure vestie,
Et chaint, à son costé, bonne espée fourbie.
Quant Bauduins perchoit si grande chevauchie
Venir par le marchiet, dont ne s’arresta mie :
Contre iaus s’est adréchiés, o sa serganterie ;
Et li ·xv· glouton, trestout à une fie,
S’arrestent devant lui, que nulz ne s’i détrie.
A piet sont descendut ; s’ont dit : « Diex vous bénie ! »
A sergans demandèrent : « or ne nous chélez mie.
« Garsile nous montrés, à le barbe flourie. »
« Chertes, » dist ·j· sergans, « Garsiles n’i est mie.
« Sé plus parlés de lui, nous vous taurons la vie. »
</poem>
|valign=top|
<poem>
Naar het grote Friesland hebben zij hun weg gezocht.
In de haven zijn zij aangekomen van het welvoorziene land:
Vijftien verraders hebben hun zaken geregeld,
Om de kinderen naar het oude Luzarches te brengen;
De anderen keerden al snel in elkaars gezelschap terug.520
En de vijftien vertrekken over de woeste heide;
Friesland trekken zij door, waar menig abdij stond,
Naar Luzarches gaan zij, de versterkte stad.
Op een ochtend, zo verkondigt het verhaal,
Ging het hele gevolg Luzarches binnen.
Elk van de gevangenen, waarover ik u vertel,
Zat op een strijdros; geplaatst met zo'n boosaardigheid
Dat van elk de handen met een koord waren vastgebonden,
En de voeten daaronder waren vastgemaakt met een zweepriem.
Als moordenaars en mensen van een slecht leven,530
Ging dit gehate volk hen zo begeleiden.
Iets voor de middag, houd het niet voor dwaasheid,
Gingen zij de stad binnen, die goed versterkt was;
Recht naar de markt hebben zij hun weg gezocht,
En toen naar het kasteel toe over de hele steenweg.
Boudewijn van Sebourc, met het moedige gelaat,
Bevond zich op de markt, in edel gezelschap:
Dertig segeanten had hij, een zeer groot gevolg had hij,
Van wie ieder onmiddellijk zijn uitrusting had aangetrokken,
En aan zijn zijde een goed, blank zwaard had aangegord.540
Toen Boudewijn zo'n grote ruiterschap luidruchtig
Over de markt zag komen, aarzelde hij geen moment:
Hij trok hen tegemoet met zijn segeanten;
En de vijftien schurken, allemaal tegelijk,
Stoppen voor hem, zodat niemand treuzelt.
Te voet zijn zij afgedaald; en zij zeiden: "God zegene u!"
Aan de segeanten vroegen zij: "verberg het ons nu niet.
Toon ons Garsile met de bloemrijke baard."
"Voorwaar," zei een sergeant, "Garsile is hier helemaal niet.
Als u nog meer over hem spreekt, zullen wij u het leven nemen."550
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
sjxaj8u58usinu1hzire2eezcepivtx
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/277
104
87979
225113
2026-08-19T12:18:34Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225113
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Quant Bauduins oï Garsile demander,
As traïtours s’en vint ; si lor prist à crier :
« Signour, d’ont estes-vous ? ne me voeilliés chéler. »
·j· traïtres respont : « par Dieu, qui fist la mer,
« Hommes sommes Gaufroi, le gentil et le ber,
« Qui est dedens Nimaie ; qui tant fait à loer
« Que si anemi sont durement enserrer.
« Bataille avons éut, qui moult fist à doubter,
« Mais Diex si nous en fist la victoire donner.
« Gaufrois i prist ·ij· roys, qui nous fait amener :
« Che sont li enfant Roze, qui le viaire a cler ;
« L’uns a nom Glorians, s’a Chipre à gouverner,
« Li autres Alixandres, Escoche doit garder.
« Or les venons tous ·ij· à Garsile livrer,
« Car Gaufrois si les voelt en sa prison geter ;
« Et si n’ara chascuns, tant qu’il porra durer,
« C’un soel pain de fourment tous les jourz à disner,
« Et ·j· lot d’iawe aussi, pour sen corpz abuvrer.
« Faites-nous, s’il vous plaist, à Garsile parler. »
Et Bauduins se prist tantost à escrier :
« Or tost, signour, » dist-il, « alés les chiefz coper
« A ches félons gloutons ; il est tampz d’iaus tuer.
« Mais ches ·ij· prisonniers me voeilliez délivrer.
« Sains Juliens les a très bien fait hosteler ! »
Bauduins de Sebourc prist les ·ij· damoisiaus,
Si les fist deslier, et oster lor bendiaus ;
En se tour les envoie, dont bons est li chastiaus.
Et puis dist : « ochiés tantost ches gloutonchiaus. »
Bauduins leur a fait coper les hateriaus,
Pour che qu’il demandoient Garsile, qui fu faus.
Il les ont getés mors, deseure les chaillaus ;
Et puis les fist à champz envoïer par béniaus.
Et commanda briement qui ne soit homs mortaus
Qu’il viengne en la chité, sé d’enseingnes loïaus
N’est proprement chartrez. Ensi fu li consaus.
</poem>
|valign=top|
<poem>
Toen Boudewijn hoorde vragen naar Garsile,
Ging hij naar de verraders; en hij begon tegen hen te roepen:
"Heren, vanwaar bent u? Wilt u het mij niet verzwijgen."
Een verrader antwoordt: "bij God, die de zee schiep,
Mannen zijn wij van Godfried, de edele en de vrome,
Die zich in Nijmegen bevindt; die zozeer te prijzen is
Dat zijn vijanden zwaar in het nauw gedreven zijn.
Een strijd hebben wij geleverd, die zeer te vrezen was,
Maar God heeft ons de overwinning daarin geschonken.
Godfried nam daar ·ij· koningen gevangen, die hij ons laat meevoeren:560
Dit zijn de kinderen van Roos, die het blanke gezicht heeft;
De een heet Glorians en heeft Cyprus te besturen,
De ander Alexander, die Schotland moet bewaken.
Nu komen wij hen alle twee aan Garsile overleveren,
Want Godfried wil hen in zijn gevangenis werpen;
En zo zal ieder van hen, zolang hij zal leven,
Slechts één enkel tarwebrood per dag hebben als middageten,
En ook een maat water om zijn lichaam te laven.
Laat ons, als het u belieft, met Garsile spreken."
En Boudewijn begon daarop direct te roepen:570
"Vooruit, heren," zei hij, "ga de hoofden afhakken
Van deze snode schurken; het is tijd om hen te doden.
Maar deze twee gevangenen moet u mij overhandigen.
Sint Julian heeft hen zeer goed herberg verleend!"
Boudewijn van Sebourc nam de twee jonge edellieden,
Liet hen losmaken en hun blinddoeken afnemen;
Naar zijn toren stuurt hij hen, waarvan het kasteel goed is.
En daarna zei hij: "dood direct deze schurkjes."
Boudewijn heeft hun de nekken laten afhakken,
Omdat zij vroegen naar Garsile, die vals was.580
Zij hebben hen doodgeworpen op de keien;
En daarna liet hij hen met mestkarren naar de velden sturen.
En hij beval kortweg dat er geen sterfelijk mens mag zijn
Die in de stad komt, tenzij hij met wettige bewijzen
Hier echt ingeschreven staat. Zo luidde het besluit.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
00lefejhszawgq6q88hzkz6eooziow2
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/278
104
87980
225114
2026-08-19T12:21:32Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225114
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Bauduins de Sebourc, qui tant fu naturaus,
Reva vers son chastel, qui estoit grans et haus :
Là trouva sa moullier, et s’amie loïaus,
Blanche qui tant estoit douche, et espéciaus.
Quant Bauduin perchieut, qui estoit dous et biaus,
Contre lui se leva le dansèle roïaus ;
Et puis li a dit : « sire, chaiens a ·ij· dansiaus
« Qu’envoïet i avés esrant, par vo bediaus.
« Mais par cellui Signour qui fist et mons et vaus,
« Il samble que soïés tout ·iij· frère carnaus !
« Miex rassamblez l’un l’autre, com che fuist ·j· métaus.
« Je croi que vous soïés venus et estrais d’iaus.
« Sire, » dist la dansèle, qui tant a de renon,
« Qui sont chil damoisel, qui chi sont en prison ?
« L’un l’autre resamblez de corpz et de fachon,
« De bouce et de samblant, de vis et de menton,
« Si bien qu’il n’est piersonne, jusqu’à Carfanaön,
« Qu’il ne jurast en sains, et sur le cors Jésum,
« Que vous estes d’un sancq et d’une estrasion. »
« Dame, » dist Bauduins, qui coer ot de lion,
« Vraiement, je ne sai qui sont li compaignon ;
« Fors tant que j’oï ore recorder ·j· glouton
« Car il sont andoy roy, de moult très grant renon :
« Fil sont d’une royne, et Roze l’apell-on.
« Onques mais ne les vi, si ait m’âme pardon ;
« Mais leus que je les vi, me vint dévotion
« Et pité d’iaus aidier, à leur loïal beson.
« Et foy que doi saint Pierre, c’on quiert en Pré-Noiron,
« Andoy sont amenet en si bonne prison
« Que il en isteront, sans païer raënchon ;
« Et s’aront à mengnier assez et à foison. »
Bauduins de Sebourc n’i fist arrestement ;
·j· sergant appella, si li dist hautement :
« Alés en celle tour ; si m’amenés briement
« Ches noblez prisonnierz, qui sont de biau jouvent. »
</poem>
|valign=top|
<poem>
Boudewijn van Sebourc, die zo edel van aard was,
Keerde terug naar zijn kasteel, dat groot en hoog was:
Daar vond hij zijn vrouw en zijn trouwe geliefde,
Blanche, die zo zacht en bijzonder was.
Toen zij Boudewijn opmerkte, die zacht en mooi was,590
Stond de koninklijke jonkvrouw voor hem op;
En toen zei zij tegen hem: "heer, hierbinnen zijn twee jongelingen
Die u zojuist heeft gestuurd via uw dienaren.
Maar bij die Heer die bergen en dalen schiep,
Het lijkt alsof u alle drie vleselijke broers bent!
U lijkt zozeer op elkaar, alsof u uit hetzelfde metaal gegoten bent.
Ik geloof dat u van hen afstampt en voortkomt.
Heer," zei de jonkvrouw, die zo'n grote faam heeft,
"Wie zijn deze jonge edellieden die hier gevangen zitten?
U lijkt op elkaar van lichaam en gestalte,600
van mond en blik, van gezicht en kin,
zozeer dat er niemand is, tot aan Kapernaüm toe,
die niet zou zweren bij de heiligen en op het lichaam van Jezus,
dat u van één bloed en van één stam bent."
"Dame," zei Boudewijn, die het hart van een leeuw had,
"waarlijk, ik weet niet wie deze metgezellen zijn;
behalve dan dat ik zojuist een schurk hoorde vertellen
dat zij beiden koning zijn, van zeer grote faam:
zonen zijn zij van een koningin, en men noemt haar Roos.
Nooit eerder heb ik hen gezien, zo hebbe mijn ziel vergiffenis;610
maar zodra ik hen zag, overkwam mij de toewijding
en het medelijden om hen te helpen in hun oprechte nood.
En bij het geloof in Sint Petrus, die men aanroept in Pré-Noiron,
beiden zijn in zo'n goede gevangenis gebracht
dat zij eruit zullen gaan zonder losgeld te betalen;
en zij zullen te eten hebben, genoeg en in overvloed."
Boudewijn van Sebourc talmde daar niet;
een sergeant riep hij en hij zei luid tegen hem:
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
emhletvv3h2mivg80j0zzlc99cnjgxf
225116
225114
2026-08-19T12:23:12Z
Havang(nl)
4330
225116
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Bauduins de Sebourc, qui tant fu naturaus,
Reva vers son chastel, qui estoit grans et haus :
Là trouva sa moullier, et s’amie loïaus,
Blanche qui tant estoit douche, et espéciaus.
Quant Bauduin perchieut, qui estoit dous et biaus,
Contre lui se leva le dansèle roïaus ;
Et puis li a dit : « sire, chaiens a ·ij· dansiaus
« Qu’envoïet i avés esrant, par vo bediaus.
« Mais par cellui Signour qui fist et mons et vaus,
« Il samble que soïés tout ·iij· frère carnaus !
« Miex rassamblez l’un l’autre, com che fuist ·j· métaus.
« Je croi que vous soïés venus et estrais d’iaus.
« Sire, » dist la dansèle, qui tant a de renon,
« Qui sont chil damoisel, qui chi sont en prison ?
« L’un l’autre resamblez de corpz et de fachon,
« De bouce et de samblant, de vis et de menton,
« Si bien qu’il n’est piersonne, jusqu’à Carfanaön,
« Qu’il ne jurast en sains, et sur le cors Jésum,
« Que vous estes d’un sancq et d’une estrasion. »
« Dame, » dist Bauduins, qui coer ot de lion,
« Vraiement, je ne sai qui sont li compaignon ;
« Fors tant que j’oï ore recorder ·j· glouton
« Car il sont andoy roy, de moult très grant renon :
« Fil sont d’une royne, et Roze l’apell-on.
« Onques mais ne les vi, si ait m’âme pardon ;
« Mais leus que je les vi, me vint dévotion
« Et pité d’iaus aidier, à leur loïal beson.
« Et foy que doi saint Pierre, c’on quiert en Pré-Noiron,
« Andoy sont amenet en si bonne prison
« Que il en isteront, sans païer raënchon ;
« Et s’aront à mengnier assez et à foison. »
Bauduins de Sebourc n’i fist arrestement ;
·j· sergant appella, si li dist hautement :
« Alés en celle tour ; si m’amenés briement
« Ches noblez prisonnierz, qui sont de biau jouvent. »
</poem>
|valign=top|
<poem>
Boudewijn van Sebourc, die zo edel van aard was,
Keerde terug naar zijn kasteel, dat groot en hoog was:
Daar vond hij zijn vrouw en zijn trouwe geliefde,
Blanche, die zo zacht en bijzonder was.
Toen zij Boudewijn opmerkte, die zacht en mooi was,590
Stond de koninklijke jonkvrouw voor hem op;
En toen zei zij tegen hem: "heer, hierbinnen zijn twee jongelingen
Die u zojuist heeft gestuurd via uw dienaren.
Maar bij die Heer die bergen en dalen schiep,
Het lijkt alsof u alle drie vleselijke broers bent!
U lijkt zozeer op elkaar, alsof u uit hetzelfde metaal gegoten bent.
Ik geloof dat u van hen afstampt en voortkomt.
Heer," zei de jonkvrouw, die zo'n grote faam heeft,
"Wie zijn deze jonge edellieden die hier gevangen zitten?
U lijkt op elkaar van lichaam en gestalte,600
van mond en blik, van gezicht en kin,
zozeer dat er niemand is, tot aan Kapernaüm toe,
die niet zou zweren bij de heiligen en op het lichaam van Jezus,
dat u van één bloed en van één stam bent."
"Dame," zei Boudewijn, die het hart van een leeuw had,
"waarlijk, ik weet niet wie deze metgezellen zijn;
behalve dan dat ik zojuist een schurk hoorde vertellen
dat zij beiden koning zijn, van zeer grote faam:
zonen zijn zij van een koningin, en men noemt haar Roos.
Nooit eerder heb ik hen gezien, zo hebbe mijn ziel vergiffenis;610
maar zodra ik hen zag, overkwam mij de toewijding
en het medelijden om hen te helpen in hun oprechte nood.
En bij het geloof in Sint Petrus, die men aanroept in Pré-Noiron,
beiden zijn in zo'n goede gevangenis gebracht
dat zij eruit zullen gaan zonder losgeld te betalen;
en zij zullen te eten hebben, genoeg en in overvloed."
Boudewijn van Sebourc talmde daar niet;
een sergeant riep hij en hij zei luid tegen hem:
"Ga naar die toren en breng mij snel
deze edele gevangenen, die in de bloei van hun jeugd zijn."620
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
83dyo3l6709zm20sy3cu8pltkyb9r54
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/279
104
87981
225115
2026-08-19T12:21:44Z
Havang(nl)
4330
/* Wikisource:Niet proefgelezen */ Nieuwe pagina aangemaakt met 'DE SRBOURC. Caaxr IKX. 257 Et chius a rezpondu : « à yo commandement. » En le iour est montés , puis à dit hautement : a Signonx , car descendés fost et apertement; « Venés à mon signour parler iänèlement. » Et li doy chexalier n°1 font aiargement, De [a iour dezcendirent , s'entrent ou payxement; Et en Jle noble sale, painle très noblement, Trouvèrent Bauduin , qu'iltoeques les atent, Ayoeques sa moullier , qui de biauté res…
225115
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>DE SRBOURC. Caaxr IKX.
257
Et chius a rezpondu : « à yo commandement. »
En le iour est montés , puis à dit hautement :
a Signonx , car descendés fost et apertement;
« Venés à mon signour parler iänèlement. »
Et li doy chexalier n°1 font aiargement,
De [a iour dezcendirent , s'entrent ou payxement;
Et en Jle noble sale, painle très noblement,
Trouvèrent Bauduin , qu'iltoeques les atent,
Ayoeques sa moullier , qui de biauté respient.
Quant xirent Bauduin , qui tant ot hardement,
Agenoulliet s sont devant [ui donchement.
630
F!1 Bauduins leur dist., à sa vois dlèrement, :
« Signour, car yous levés; ne ſaites ensément.
« Je ne sui mie -]. homs estrajs de ielle gent,
« À cyj on doie ſaire -}- te] essauchement;
« Car je sni povres homs , 51 n'ai mie granment;
« Et de 8i bas linage sui-je cheriainement
« Que ne sai qui che sont, né où sont mi parent.
« Mais par cellni Signoux à qui I mons apent,
« Vous eslex énreus tout doy chertainement,
c Qui exles amenet en cestui ténement;
61w
« Car serés délivre sans païer point d'argent.
« Signour, » dist Bauduins, « goîés joïant et liet!
« Car delivrez serés , cheries, à bon marquiet. »
Quant |1 ſrère l'oîrent, s onl Dieu graciet.
Li . àl'autre à dit ; « Diex nous à avoïel!
« À monuli très Hon o5tel sommes huji herhergiet !
« Mais que consaus ne mue. » Ch'est parlers qui bien siet.
Adont ont le dianer h keu appareilliet.
Mise [u tost Ja tahle , 81 86 sont bien aiset :
650
Bauduins de Seboure devant, s'amie 5iet:
Li doy lrère, lez jui, qui pas ne sonk iriet,
De chou que teliement estoient festiet.
Bien {urent honnerei, et arnet, et prisiet.
« Or tost, » dist Bauduins, « el 51 aïés mengniet;
L.
33<noinclude></noinclude>
ffpky1bvvskko371bpaxhhwsidavveg
225117
225115
2026-08-19T12:24:27Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225117
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Et chius a respondu : « à vo commandement. »
En le tour est montés, puis a dit hautement :
« Signour, car descendés tost et apertement ;
« Venés à mon signour parler isnèlement. »
Et li doy chevalier n’i font atargement,
De la tour descendirent, s’entrent ou pavement ;
Et en le noble sale, painte très noblement,
Trouvèrent Bauduin, qu’illoeques les atent,
Avoeques sa moullier, qui de biauté resplent.
Quant virent Bauduin, qui tant ot hardement,
Agenoulliet se sont devant lui douchement.
Et Bauduins leur dist, sa vois clèrement :
« Signour, car vous levés ; ne faites ensément.
« Je ne sui mie ·j· homs estrais de telle gent,
« A cui on doie faire ·j· tel essauchement ;
« Car je sui povres homs, si n’ai mie granment ;
« Et de si bas linage sui-je chertainement
« Que ne sai qui che sont, né où sont mi parent.
« Mais par cellui Signour à qui li mons apent,
« Vous estez éureus tout doy chertainement,
« Qui estes amenet en cestui ténement ;
« Car serés délivré sans païer point d’argent.
« Signour, » dist Bauduins, « soïés joïant et liet !
« Car délivrez serés, chertes, à bon marquiet. »
Quant li frère l’oïrent, si ont Dieu graciet.
Li ·j· à l’autre a dit : « Diex nous a avoïet !
« A moult très bon ostel sommes hui herbergiet !
« Mais que consaus ne mue. » Ch’est parlers qui bien siet.
Adont ont le disner li keu appareilliet.
Mise fu tost la table, si se sont bien aisiet :
Bauduins de Sebourc devant s’amie siet ;
Li doy frère, lez lui, qui pas ne sont iriet,
De chou que tellement estoient festiet.
Bien furent honneret, et amet, et prisiet.
« Or tost, » dist Bauduins, « et si aïés mengniet ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
En deze antwoordde: "tot uw dienst."
In de toren is hij geklommen, daarna zei hij luid:
"Heren, daal snel en openlijk af;
kom vlug met mijn heer spreken."
En de twee ridders maken geen uitstel,
uit de toren daalden zij af en betraden de vloer;
en in de edele zaal, die zeer edel beschilderd was,
vonden zij Boudewijn, die hen daar opwacht,
samen met zijn vrouw, die straalt van schoonheid.
Toen zij Boudewijn zagen, die zoveel moed bezat,630
knielden zij teder voor hem neer.
En Boudewijn zei tegen hen met heldere stem:
"Heren, staat u op; doe niet zo.
Ik ben helemaal geen man die uit zulk volk is voortgekomen,
aan wie men zo'n grote eer hoeft te bewijzen;
want ik ben een arm man en bezit niet veel;
en van zo'n lage afkomst ben ik zeker
naar ik weet niet wie of waar mijn familieleden zijn.
Maar bij die Heer aan wie de wereld toebehoort,
u bent allebei zeker gelukkig te prijzen,640
dat u naar dit landgoed bent gebracht;
want u zult bevrijd worden zonder enig geld te betalen.
Heren," zei Boudewijn, "wees verheugd en vrolijk!
Want u zult bevrijd worden, voorwaar, voor een goede prijs."
Toen de broers dat hoorden, hebben zij God gedankt.
De een zei tegen de ander: "God heeft ons geleid!
In een zeer goede herberg zijn wij vandaag ondergebracht!
Als de plannen maar niet veranderen." Dat is taal die goed bevalt.
Toen hebben de koks het middageten klaargemaakt.
De tafel werd snel gedekt en zij deden zich tegoed:650
Boudewijn van Sebourc zit tegenover zijn geliefde;
de twee broers naast hem, die allerminst boos zijn
over het feit dat zij op zo'n wijze gefêteerd werden.
Goed werden zij geëerd, bemind en gewaardeerd.
"Vooruit," zei Boudewijn, "en eet nu smakelijk;
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
hp2qhymdvhi0n3nrqa4jge8jmgnq9hg
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/280
104
87982
225118
2026-08-19T12:28:58Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225118
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Et buvez liëment car chertes bien me siet.
« Ch’est de l’avoir Gaufroi, le cuivert renoïet !
« Chaiens avoit gloutons, qui furent resveilliet ;
« Il furent, par mon corpz, ochis et détrenchiet.
« Car li bourgois estoient par eulz si traveilliet
« De maletote prendre : nulz n’i faisoit marchiet,
« Qui n’éust de ·xx· sols ·xij· deniers païet ;
« Et ·iiij· deniers d’un huis, dont moult furent iriet.
« Qui mariot sa fille ; li félon renoïet
« Gisoient à le dame, ou la droite moitiet
« Avoit de son avoir. Mais j’ai tout despénet
« Et ochis les larons, qui bien amanagiet
« Furent en che chastel, or sont tout essilliet.
« Chaiens trouvai d’avoir ; bien en fuissent querquiet
« ·iiij· char quariant : mais je l’ai apointiet,
« Rendut as bonnes gens, où on l’avoit tailliet. »
« Sire, » dist Glorians, « par Dieu qui là sus siet,
« Che fu moult grant aumoisne qu’avez si esploitiet.
« Si sommes éureus que chi somz envoïet.
« Diex vous voeille garder de mal et de péchiet ! »
Bauduins de Sebourc fist ses frères germains
Courtoisie et honneur ; car de coer fu chertains,
Et nature li donne, que ses coerz fu atains
D’amer les damoisiaus, à cui pas n’est lontains.
Plus trait bonne nature que chevaus, né poullains.
Si qu’amour et nature lor a les coerz estrains
Que li ·j· aimme l’autre, et estoit d’amour plains.
Bauduins de Sebourc lor prie, à jointes mains,
Que chascuns maine chière, sans point estre refrains ;
Aussi bien comme il fuist en ses chastiaus lontains :
« Signour, » dist Bauduins, li noblez chastelains,
« Par le foy que je doy à Dieu, et à ses sains,
« Aussi très volentiers vous doins, né plus, né mains,
« Chertes com je feroie à mes cousins prochains.
« Dont onques nul ne vi, che est bien li chertains ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
En drink vrolijk, want het bevalt mij zeker goed.
Het is van het bezit van Godfried, de vervloekte schurk!
Hierbinnen waren schurken, die opgeschrikt zijn;
Zij zijn, bij mijn leven, gedood en in stukken gehakt.
Want de burgers werden door hen zo gekweld660
Door het heffen van oneerlijke belastingen: niemand dreef er handel,
Of hij moest van elke ·xx· schellingen ·xij· penningen betalen;
En ·iiij· penningen voor een deur, waarover zij zeer ontstemd waren.
Wie zijn dochter uithuwelijkte; de vervloekte schurken
Sliepen met de dame, of namen de helft
Van haar bezit. Maar ik heb alles uitgedeeld
En de dieven gedood, die zich goed genesteld
Hadden in dit kasteel; nu zijn zij allemaal verdreven.
Hierbinnen vond ik veel bezit; er zouden wel
Vier vrachtwagens mee geladen kunnen worden: maar ik heb het geregeld,670
En teruggegeven aan de goede mensen van wie men het had afgeperst."
"Heer," zei Glorians, "bij God die daarboven troont,
Dat was een zeer groot barmhartig werk dat u zo heeft volbracht.
Zo zijn wij gelukkig dat wij hierheen zijn gestuurd.
Moge God u willen bewaren voor het kwaad en voor de zonde!"
Bauduins de Sebourc betoonde zijn vleselijke broers
Hoffelijkheid en eer; want zijn hart was standvastig,
En de natuur gaf het hem, want zijn hart was bewogen
Om de jongelingen lief te hebben, voor wie hij niet vreemd is.
Goede natuur trekt meer dan paarden of veulens.680
Zozeer dat liefde en natuur hun harten hebben verbonden
Dat de een de ander liefheeft, en vol liefde was.
Bauduins de Sebourc smeekt hen, met gevouwen handen,
Dat ieder vrolijk zij, zonder zich in te houden;
Net zo goed alsof hij in zijn verre kastelen was:
« Heren, » zei Bauduins, de edele kastelein,
« Bij het geloof dat ik schuldig ben aan God, en aan zijn heiligen,
« Evenzeer vrijwillig geef ik u, noch meer, noch minder,
« Zeker zoals ik zou doen aan mijn naaste neven.
« Van wie ik er nooit een zag, dat is wel het zekere;690
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
q07qrib1lb47qaxnspheqv3d19riful
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/281
104
87983
225119
2026-08-19T12:30:27Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225119
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Car qui m’aroit tuet, si m’aït sains Germains,
« N’ai parent, né cousin, de cui je fuisse plains ! »
« Sire, » dist Glorians, « je tieng grant bien de vous ;
« Car petit vous vantés. Si m’aït Diex, à nous
« Si avés bien le chière d’estre chevalerous,
« Et si samblez estrais de gens bien coragous.
« Je pri à Jhésu-Crist, et à ses sains trestous,
« Qu’il vous voeille mérir che que faites à nous.
« Et sé nous vous teniems, biau très dous sire, aillourz ;
« Il vous seroit méri de nos proismez meillourz :
« Car telle courtoisie rechevons hui de vous
« Miex vous devons amer k’omme de chà dessous. »
Et Bauduins estoit d’iaux servir si jalous
Qu’uns hons n’est de sa femme, quant il se cuide couls.
Bauduins de Sebourc ses frères honnera.
Sé bien les connéust au col lor sausist jà,
Et non pourquant nature telle amour li donna
Son corpz et son avoir il leur habandonna ;
Et de demourrer là douchement leur pria.
Alixandres li dist : « biau sire, entendez cha ;
« Quant nous venrons à Roze, qui ·ix· mois nous porta,
« Qu’elle ara telle joie que tost demandera :
« Qui est li homs en terre qui délivrez vous a ? »
« Que li porrons-nous dire ? ne le nous chélés jà,
« Qui si grande noblèche faite nous avera. »
« Chertes, » dist Bauduins, qui adont souspira,
« Vous li porrés bien dire, quant adont che venra,
« C’est ·j· enfes sans mère, qu’ains pères n’engenra.
« Je fui trouvés si fais, à ·j· jour qui passa. »
Quant Glorians l’oï, adont le regarda :
Pour l’amour Bauduin, son frère, larmoïa.
Bauduins sali sus ; l’eskiequier demanda.
A Gloriant, son frère, isnèlement joua :
Par forche de science, ·iiij· fois le mata ;
Et Alixandre aussi ; ains tant ne s’en garda
</poem>
|valign=top|
<poem>
« Want al had men mij gedood, zo helpe mij de heilige Germaan,
« Ik heb bloedverwant noch neef, over wie ik klaag! »
« Heer, » zei Glorians, « ik ontvang groot goed van u;
« Want u roemt uzelf weinig. Zo helpe mij God, aan ons
« Toont u zozeer de inborst om ridderlijk te zijn,
« En zo lijkt u gesproten uit zeer moedig volk.
« Ik bid tot Jezus Christus, en tot al zijn heiligen,
« Dat Hij u moge belonen voor wat u voor ons doet.
« En als wij u, schone zeer vrome heer, elders ontvingen;
« Het zou u beloond worden door onze beste naasten:700
« Want zulke hoffelijkheid ontvangen wij heden van u
« Dat wij u meer moeten liefhebben dan enig man hier op aarde. »
En Bauduins was zo vurig om hen te dienen
Als een man is op zijn vrouw, wanneer hij denkt dat hij bedrogen is.
Bauduins de Sebourc eerde zijn broers.
Als hij hen goed had gekend, was hij hen al om de hals gevlogen,
En desondanks gaf de natuur hem zulke liefde
Dat hij zijn lichaam en zijn bezit aan hen overliet;
En hij bad hen zachtjes om daar te blijven.
Alexander zei tot hem: « schone heer, luister hiernaar;710
« Wanneer wij bij Roze komen, die ons negen maanden droeg,
« Dan zal zij zo'n vreugde hebben dat zij spoedig zal vragen:
« Wie is de man op aarde die u bevrijd heeft? »
« Wat zullen wij haar kunnen zeggen? verberg het ons nu niet,
« Wie zo'n grote edelmoedigheid voor ons zal hebben gedaan. »
« Zeker, » zei Bauduins, die toen zuchtte,
« U zult haar wel kunnen zeggen, wanneer het eenmaal zover is,
« Het is een kind zonder moeder, dat geen vader verwekte.
« Ik werd zo aangetroffen, op een dag die voorbijging. »
Toen Glorians het hoorde, keek hij hem toen aan:720
Om de liefde van Bauduins, zijn broer, weende hij.
Bauduins sprong overeind; vroeg om het schaakbord.
Tegen Gloriant, zijn broer, speelde hij gezwind:
Door de kracht van de wetenschap zette hij hem viermaal mat;
En Alexander ook; deze paste zo weinig op
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
k6fpav3o8e8hreacviw5urku2faa81j
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/282
104
87984
225120
2026-08-19T12:32:10Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225120
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Qu’autant ne fuist matés. Bauduins l’en gaba ;
Et Alixandres dist : « s’estoie par delà,
« Ens ou païs d’Escoche, où riche royaume a ;
« Ne me porriés mater, par Dieu qui tout créa. »
« Sire, » dist Bauduins, « pour coi vous mat-on chà ? »
« Pour chou, » dist Alixandres, « ne vous mentirai jà,
« Que je vise comment mes corpz eschapera. »
Bauduins ot grant joie quant Alixandre entent ;
Sé li a respondu moult gracieusement :
« Par me foy, vous poés croire parfaitement
« Che que je vous ai dit, et ai en couvenent,
« Je vous déliverrai, sans païer point d’argent ;
« Mais chaiens dormirez anuit paisiblement. »
« Par foy, » dist Alixandres, au fier contenement,
« S’en ·j· lit mes couchiez, qui fuist d’or et d’argent,
« Ne porroit le mien corpz prendre repozement.
« Sé dormir me volez faire séurement,
« Si me donnés congiet ; ch’est che où mes coerz tent. »
« Par Dieu, » dist Bauduins, « or voi tout clèrement,
« Que j’aimme sans partie ; mais je n’en puis noient. »
Or furent li ·iij· frère ou chastel enfremez :
Li ·j· promet à l’autre amours et amistez ;
Ne se connoissent mie, dont che fu grans pitez.
La nuit fu li soupers noblement aprestez,
Il furent bien servi, des biens eurent assez.
Toute nuit mainnent joie, et grans solempnitez,
Puis alèrent couchier. Tant il fu ajournés,
Bauduins de Sebourc les a bien desjunez ;
Puis lor a dit : « signour, savez que vous ferés.
« Je vous donne congiet, vos harnas est toursés,
« Et mille florins d’or, que vous despenderez. »
Dient li damoisel : « sire, fait nous avés
« Si grande courtoisie, dedens ches hérités,
« C’onques homs n’en fist tant, en jour de ses aés.
« Bénoite soit li heure dont vous fuistez portez,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Dat hij evenzeer mat werd gezet. Bauduins dreef de spot met hem;
En Alexander zei: « als ik ginds was,
« Ginds in het land van Schotland, waar een rijk koninkrijk is;
« Dan zou u mij niet mat kunnen zetten, bij God die alles schiep. »
« Heer, » zei Bauduins, « waarom zet men u hier mat? »730
« Daarom, » zei Alexander, « ik zal u nooit beliegen,
« Omdat ik toekeek hoe mijn lichaam zal ontsnappen. »
Bauduins had grote vreugde toen hij Alexander hoorde;
En hij antwoordde hem zeer minzaam:
« Bij mijn geloof, u kunt volkomen geloven
« Wat ik u gezegd heb, en ik beloof u,
« Ik zal u bevrijden, zonder enig geld te betalen;
« Maar vannacht zult u hierbinnen vreedzaam slapen. »
« Bij het geloof, » zei Alexander, met het trotse uiterlijk,
« Al lag ik in een bed, dat van goud en zilver was,740
« Dan zou mijn lichaam geen rust kunnen vinden.
« Als u mij zeker wilt laten slapen,
« Geef mij dan verlof; dat is waar mijn hart naar verlangt. »
« Bij God, » zei Bauduins, « nu zie ik heel duidelijk,
« Dat ik liefheb zonder wederliefde; maar ik kan er niets aan doen. »
Nu waren de drie broers in het kasteel opgesloten:
De een belooft de ander liefde en vriendschap;
Zij kennen elkaar helemaal niet, hetgeen een groot mededogen was.
's Avonds werd het avondmaal nobel klaargemaakt,
Zij werden goed bediend, van de goede dingen hadden zij genoeg.750
De hele nacht maken zij vreugde, en grote feestelijkheid,
Daarna gingen zij slapen. Zodra het dag werd,
Heeft Bauduins de Sebourc hen goed laten ontbijten;
Daarna zei hij tot hen: « heren, weet wat u zult doen.
« Ik geef u verlof, uw uitrusting is ingepakt,
« En duizend gouden florijnen, die u zult uitgeven. »
De jongelingen zeggen: « heer, u heeft ons
« Zo'n grote hoffelijkheid bewezen, binnen deze erfgoederen,
« Als nooit een man deed, in de dagen van zijn leven.
« Gezegend zij het uur waarin u werd gedragen,760
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
g4b4xrsnmhjenxngi7zwedxqlcbyulp
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/283
104
87985
225121
2026-08-19T12:33:41Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225121
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Et li pères aussi, dont fustez engenrez !
« Sé jammais, en vo vie, de nous mestier avez ;
« Je vous prie, pour Dieu, sour nous vous embatez,
« Bien le vous mérirons ; car che bien fait avez
« A ·ij· prinches poissans, tenans ·ij· royautez,
« Qui bien vous poèent faire honneur et amistez. »
Adont vinrent à Blanche, où grande ert li biautez,
Sé li rendent salus, si fais com vous orrés :
« Dame, congiet prendons, » dist Glorians, li bers,
« Dont vo maris doit bien estre recommandez !
« Nous vous en gracions aussi, à l’autre lés.
« Et sé nous vous teniens, dedens nos richetez,
« Li doubles en seroit à vous gerredonnés. »
La dame lor a dit : « signour, à Dieu alez !
« Pour chou que mon signour si très bien resamblez,
« Ne plains-je pas le bien que de lui emportez. »
A Dieu les commanda, qui en crois fu pénés.
Bauduins de Sebourc leur a chevaus livrez,
Et riches arméures, et boins haubers safrés,
Et or fin, et monnoie, et deniers monnaez.
Avoec iaus est li bers hors de le ville alés ;
Plus d’une grande liewe n’en poet estre tournés.
Et Glorians li dist : « sire, car retournez.
« Chertes il en est tampz, plus avant ne venrés. »
Bauduins les acole ; si les a commandés
A Dieu le tout poissant, qui nous donne le blez.
Li doy sé vont parti ; Bauduins est remés.
Entes li fu au coer, che est bien vérités,
De che qu’ensi les laist ; moult remest trespensez.
Par deseure ·j· haut tertre est li enfes montés,
Pour ses frères véoir, dont moult fu esgarez.
Alixandres d’Escoche s’est arrière tournés :
Voit Bauduin le fier, qui tant fu naturés,
Dessus le tertre à mont s’es tous cois arrestez.
Il dist à Gloriant : « du chevauchier pensez !
</poem>
|valign=top|
<poem>
« En de vader ook, door wie u werd verwekt!
« Als u ooit, in uw leven, onze hulp nodig heeft;
« Ik bid u, om Gods wil, kom naar ons toe,
« Wij zullen het u goed belonen; want dit goede heeft u gedaan
« Aan twee machtige prinsen, die twee koninkrijken bezitten,
« Die u zeer wel eer en vriendschap kunnen bewijzen. »
Toen kwamen zij bij Blanche, waar de schoonheid groot was,
En zij brengen haar groeten, zoals u zult horen:
« Dame, wij nemen afscheid, » zei Glorians, de edele,
« Waarvoor uw echtgenoot zeer geprezen moet worden!770
« Wij danken u daar ook voor, aan de andere kant.
« En als wij u ontvingen, binnen onze rijkdommen,
« Het dubbele zou aan u worden terugbetaald. »
De dame zei tot hen: « heren, ga met God!
« Omdat u zo zeer goed op mijn heer lijkt,
« Betreur ik het goede niet dat u van hem meeneemt. »
Zij beval hen aan God, die aan het kruis werd gepijnigd.
Bauduins de Sebourc heeft hun paarden geleverd,
En rijke wapenrustingen, en goede glanzende maliënkolders,
En fijn goud, en muntgeld, en geslagen penningen.780
Met hen is de edele buiten de stad gegaan;
Meer dan een lange mijl kon hij niet worden gekeerd.
En Glorians zei tot hem: « heer, keer toch om.
« Zeker het is er tijd voor, verder zult u niet komen. »
Bauduins omhelst hen; en hij heeft hen bevolen
Aan God de almachtige, die ons het graan geeft.
De twee zijn vertrokken; Bauduins is achtergebleven.
Het deed hem pijn aan het hart, dat is de ware waarheid,
Dat hij hen zo achterlaat; zeer bedroefd bleef hij achter.
Bovenop een hoge heuvel is het kind geklommen,790
Om zijn broers te zien, over wie hij zeer bezorgd was.
Alexander van Schotland heeft zich omgedraaid:
Ziet Bauduins de trotse, die zo edel van aard was,
Boven op de heuvel is hij heel stil blijven staan.
Hij zei tegen Gloriant: « denk aan het doorrijden!
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
o69m8jb7okc6kc7oi4lxdh3t6jlz0c5
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/284
104
87986
225122
2026-08-19T12:36:56Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225122
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Je voi che chevalier, lassus est demourrez ;
« Je me doubte forment qu’il ne soit rapensez,
« Et qu’il ne viengne dire à nous : « vous retournés. »
« Comment qu’il nous ait fait et biens et amistez,
« S’a-il moult bien le chière d’estre ·j· homs desguisez. »
« Frère, » dist Gloriant, « par Dieu vous dites voir.
« Pensons de nous haster, et de nous esmouvoir ;
« Car s’il se ravisoit, trop nous porroit doloir.
« Il a ·j· poins quarrez, et s’est de tel pooir
« Il n’a fort destrier, jusques à no manoir,
« Que du pong ne fesist à le terre chéoir ;
« Et coi qu’il nous fesist si bien servir her soir,
« Je cuidoie en le fin de son grant pong avoir ! »
Li doy frère s’en vont, parmi la praiërie ;
Et Bauduins reva à le chité garnie,
En son chastel entra, avoeques sa maisnie.
Li doy frère s’en vont menant chière moult lie.
Quant virent Bauduin qui ne les sievi mie,
Dont dist li ·j· à l’autre : « dit avons villonnie
« Dessus che damoisel, qui nous fist courtoisie. »
« Chertes, » dist Glorians, de Chipre le garnie,
« Quant honnour nous a fait, drois est c’on l’en gracie ;
« Et sé mais le revoy, en le moie partie,
« Je n’aroie ·j· denier où n’éust le moitie. »
« Et je, » dist Alixandres, « sé Diex me bénéie. »
Ensément vont passant celle terre enhermie ;
Le grant païs de Frise, et le terre jolie.
Si avint en che tampz, dont je vous sénéfie,
Q’Uistaces de Boulongne, à le chière hardie,
Qui à Nimaie fu, à grant chevalerie,
Prist conseil à sa gent et à sa baronnie
Que le siège laroient. Car icelle ost bannie
N’i pooit conquester une pomme pourie :
Pour assaut, pour estour, né pour nulle envaïe,
N’i avoient conquis une foeille d’ortie ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
« Ik zie die ridder, daarboven is hij gebleven;
« Ik vrees ten zeerste dat hij zich bedacht heeft,
« En dat hij tegen ons komt zeggen: « keert u om. »
« Hoezeer hij ons ook goederen en vriendschap heeft bewezen,
« Toch heeft hij wel zeer de inborst om een vermomd man te zijn. »800
« Broer, » zei Gloriant, « bij God u spreekt de waarheid.
« Laten we denken aan ons haasten, en aan ons voortbewegen;
« Want als hij zich bedacht, zou het ons te veel kunnen deren.
« Hij heeft een geduchte vuist, en is van zulk een macht
« Er is geen sterk strijdpaard, tot aan ons verblijf,
« Dat hij met de vuist niet ter aarde zou doen vallen;
« En wat hij ons gisteravond ook zo goed liet bedienen,
« Ik dacht aan het einde van zijn grote vuist te krijgen! »
De twee broers gaan heen, te midden van de weide;
En Bauduins keert terug naar de versterkte stad,810
In zijn kasteel ging hij binnen, samen met zijn gevolg.
De twee broers gaan heen en voeren een zeer blijde inborst.
Toen zij Bauduins zagen die hen helemaal niet volgde,
Toen zei de een tegen de ander: « wij hebben kwaad gesproken
« Over die jongeling, die ons hoffelijkheid bewees. »
« Zeker, » zei Glorians, van het versterkte Cyprus,
« Wanneer men ons eer heeft bewezen, is het recht dat men diegene dankt;
« En als ik hem ooit weerzie, in mijn landstreek,
« Ik zou geen penning hebben waar hij niet de helft van kreeg. »
« En ik, » zei Alexander, « zo Gods zegen op mij rust. »820
Zij gaan aldus voorbij aan dat verlaten land;
Het grote land van Friesland, en het schone land.
Zo geschiedde het in die tijd, waar ik u op wijs,
Dat Uistaces van Boulongne, met het koene uiterlijk,
Die te Nijmegen was, met een grote ridderschaar,
Raad nam bij zijn lieden en bij zijn baronnen
Dat zij het beleg zouden opgeven. Want dat opgeroepen leger
Kon daar nog geen rotte appel veroveren:
Door stormloop, door strijd, noch door enige aanval,
Hadden zij daar nog geen brandnetelblad veroveren;830
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
m50bnewhki5ldrzvqt2dnbhkskke2oq
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/285
104
87987
225123
2026-08-19T12:40:13Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225123
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Et s’avoient perdut de cheulz de leur partie.
Dont par acort si fu la chit désasségie.
Wistaces s’emparti, en grande maladie,
Et li royne Roze estoit moult courrechie ;
A Boulongne reva la royne esmarie,
Et Wistaces li bers, et chil de sa baillie.
Et Chiprien revont en Chipre, le garnie ;
Eschochois s’en revont en ·j· autre partie.
A Boulongne fu moult Roze la dame irie,
Puis fu assés briement à son coer resjoïe ;
Quant Glorians revint, cui Jhésus bénéie,
Et ses frères aussi. Trestout doy par navie
Vinrent droit à Boulongne, qui sus mer est bastie,
A le royne vinrent tout doi à une fie.
Quant la dame les voit, si fu moult resbaudie ;
Et Wistaces les va baisant par courtoisie.
Et le contesse Ydain Jhésu-Crist en gracie :
« Enfant, » dist la royne, « trop sui reslééchie
« Que chi endroit vous voi sains, et saus, et en vie !
« Ains plus belle aventure n’avint gent batizie,
« Que des mains à Gaufroi est vo char eslongie. »
« Dame, » dist Glorians, à le chière hardie,
« Chou qui est en péril, Diex le sauve à le fie.
« Dame, » dist Glorians, « Jhésus aidiés nous a :
« Car en Frise le grant Gaufrois nous envoïa,
« En le plus forte ville de Frise par delà ;
« Et quant nous i venimes, Diex si bien nous aida
« Tolue li estoit icelle ville là,
« Et li estoit rebelle, ne vous mentirai jà.
« ·j· homs aventureus, biau chevalier, i a,
« C’onques n’ot point de mère, né homs ne l’engenra,
« Il fu trouvés si fais : ensi le nous conta.
« Ichieus aventureus celle ville troubla,
« Et par chevalerie les gloutons i tua ;
« Pour une maletote que Gaufrois rechiut là,
</poem>
|valign=top|
<poem>
En ze hadden manschappen verloren van hun kant.
Toen werd door algemeen akkoord de stad ontzet.
Wistaces vertrok, in grote ziekte,
En de koningin Roze was zeer bedroefd;
Naar Boulongne keerde de verslagen koningin terug,
En Wistaces de edele, en zij van zijn gezag.
En Chiprien keren terug naar het versterkte Cyprus;
De Schotten keren terug naar een ander deel.
Te Boulogne was de dame Roze eerst zeer toornig,
En daarna was zij al gauw in haar hart verheugd;840
Toen Glorians terugkeerde, die Jezus moge zegenen,
En zijn broers ook. Allen tezamen per schip
Kwamen zij rechtstreeks naar Boulogne, dat aan zee is gebouwd,
Naar de koningin kwamen zij alle twee tegelijk.
Toen de dame hen zag, was zij zeer opgewekt;
En Wistaces gaat hen uit hoofsheid kussen.
En gravin Ydain dankt Jezus Christus:
« Kinderen, » zei de koningin, « ik ben al te zeer verblijd
« Dat ik u hier welbehouden, en gezond, en in leven zie!
« Nooit overkwam gedoopt volk een mooiere opgave,850
« Dan dat uw lichaam uit de handen van Gaufroi is bevrijd. »
« Dame, » zei Glorians, met het moedige gelaat,
« Wat in gevaar is, dat redt God soms op het nippertje.
« Dame, » zei Glorians, « Jezus heeft ons geholpen:
« Want naar het grote Friesland stuurde Gaufroi ons,
« Naar de sterkste stad van Friesland ginds daarginds;
« En toen wij daar kwamen, hielp God ons zo goed
« Dat die stad daar hem was ontnomen,
« En tegen hem in opstand was, ik zal u er nooit om liegen.
« Een avontuurlijk man, een schone ridder, is daar,860
« Die nooit een moeder had, noch heeft een man hem verwekt,
« Hij werd zo aangetroffen: zo vertelde hij het ons.
« Deze avonturier bracht die stad in rep en roer,
« En door ridderschap doodde hij daar de schurken;
« Vanwege een slechte belasting die Gaufroi daar inde,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
dzhqfj32zqw3b27md961zw2cl0d3io5
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/286
104
87988
225124
2026-08-19T13:10:43Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225124
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Onques mais ne fu telle, né jammais ne sera.
« Car s’uns gentis preud’ons sa fille maria ;
« Li gloutons, qui là fu, tost le despuchela,
« Ou aucuns de ses sers, à cui il le livra ;
« Ou le moitiet avoient de che qu’elle porta
« Adont en mariaige. Mais chieus homs, qui vint là,
« Par grande signourrie, qu’en son coer en cherga,
« Ou chastel de Lusarches trestous seus il entra ;
« Et ·xv· traïtours li siens corpz i tua.
« Et trestoute la ville au baron s’acorda ;
« Et il lor rendi chou que on leur desroba.
« Nous fûmes éureus que nous venîmes là :
« Car chieus bons chevaliers les traïtours tua,
« Et dedens son chastel mener nous commanda ;
« Et là nous fist servir, de ses biens nous donna.
« Et lendemain matin cuites nous délivra,
« Et à chascun de nous bon cheval présenta ;
« Et bien mille florins, en no male, bouta.
« Onques mais homs vivans si loyalment n’ouvra
« Comme il a fait vers nous ! grant honnour nous porta.
« Mais de che ai merveillez que point de père n’a. »
Et quant Roze l’oï tous li sans li mua ;
Si dist à ses enfans : « Or ne me craés jà,
« Sé che n’est Bauduins, que li miens corpz porta ;
« Puis qu’il est ensi choze, qu’à vous ensi parla,
« Et que telle parole vous dist et devisa.
« Chertes, che est mes fiex ! ne vous mentirai jà.
« Elas ! le coers me dist que mes corpz le porta ! »
Quant Glorians l’oï, tous li coers li mua ;
Assés se repenti qu’il ne li demanda
Comment il ot à nom, né comme on l’apella.
Ensi se devisèrent moult longe pièche là.
·j· poy vous lairai d’iaus, tant que poins en sera.
Si dirai de Gaufroi, c’onques bien ne pensa,
Qui estoit à Nimaie, où grant joie mena,
</poem>
|valign=top|
<poem>
« Nooit was er zo een, noch zal er ooit een zijn.
« Want als een edele, vrome man zijn dochter uithuwelijkte;
« Ontmaagde de schurk, die daar was, haar al gauw,
« Of een van zijn knechten, aan wie hij haar overleverde;
« Of zij namen de helft van wat zij toen meebracht870
« In het huwelijk. Maar deze man, die daar kwam,
« Door de grote edelmoedigheid die hij in zijn hart droeg,
« Ging geheel alleen het kasteel van Lusarches binnen;
« En zijn eigen lichaam doodde er vijftien verraders.
« En de hele stad sloot vrede met de baron;
« En hij gaf hun terug wat men van hen had geroofd.
« Wij hadden geluk dat wij daar kwamen:
« Want deze goede ridder doodde de verraders,
« En hij beval ons in zijn kasteel te leiden;
« En daar liet hij ons bedienen, en gaf ons van zijn bezittingen.880
« En de volgende ochtend liet hij ons vrij en frank gaan,
« En aan ieder van ons schonk hij een goed paard;
« En wel duizend florijnen stopte hij in onze tas.
« Nooit handelde een levend mens zo loyaal
« Als hij jegens ons heeft gedaan! Grote eer heeft hij ons bewezen.
« Maar hierover verwonder ik mij, dat hij helemaal geen vader heeft. »
En toen Roze dit hoorde, veranderde al haar bloed;
En zij zei tegen haar kinderen: « Geloof me nu maar,
« Of dit is Bauduins, die mijn lichaam heeft gedragen;
« Aangezien de zaak zo is dat hij zo tot u sprak,890
« En dat hij zulke woorden tot u sprak en uiteenzette.
« Waarlijk, dat is mijn zoon! Ik zal u nooit liegen.
« Helaas! Mijn hart zegt me dat mijn lichaam hem heeft gedragen! »
Toen Glorians het hoorde, veranderde heel zijn hart;
Hij had er veel berouw van dat hij hem niet vroeg
Hoe hij heette, of hoe men hem noemde.
Zo praatten zij daar nog een heel lange tijd door.
Een klein beetje zal ik hen nu verlaten, totdat het weer tijd is.
En ik zal vertellen over Gaufroi, die nooit iets goeds dacht,
Die in Nijmegen was, waar hij groot feest vierde,900
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
m8tnhmj0qc4i358w7jtz7yt8sbobl7n
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/287
104
87989
225125
2026-08-19T13:14:03Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225125
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Pour le siège poissant, qui ensi s’en ala ;
Et pour les enfans Roze, que bien avoir cuida
Enprisonnés en Frise, où il les envoïa.
A Luzarches le grant, à Garsile manda
Qu’il gardast les enfans ; mais autrement ala.
Car ·j· messaiges vint, qui Gaufroi salua.
Si très males nouvellez à Gaufroi dira jà
Dont la joie qu’il ot à dolour retourna.
Pas ne doit trop chanter chieus qui à cheval va ;
Né trop plourer ossi li homs qu’à piet sera :910
Car quant il plaist à Dieu tantost remonté l’a,
Et chieus qui trop haut chante quant Diex volt tost plourra.
{{lijn|6em}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Vanwege het machtige beleg, dat zo was afgelopen;
En vanwege de kinderen van Roze, van wie hij dacht dat hij ze goed
Gevangen hield in Friesland, waar hij hen naartoe had gestuurd.
Naar het grote Luzarches stuurde hij bericht aan Garsile
Dat hij de kinderen moest bewaken; maar het liep anders.
Want er kwam een bode, die Gaufroi groette.
En zeer slecht nieuws zal hij nu aan Gaufroi vertellen,
Waardoor de vreugde die hij had in verdriet veranderde.
Hij die te paard gaat, moet niet te hoog van de toren blazen;
Noch moet de man die te voet is al te zeer huilen:910
Want wanneer het God behaagt, heeft Hij hem zo weer in het zadel geholpen,
En wie te hoog zingt, zal snel huilen wanneer God dat wil.
{{lijn|6em}}
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
rw9my112dheyc3mli3vs78afjxt2y4d
Boudewijn van Sebourg/ZANG IX
0
87990
225126
2026-08-19T13:15:23Z
Havang(nl)
4330
Nieuwe pagina aangemaakt met '<pages index="Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf" from=261 to=287 header=1 />'
225126
wikitext
text/x-wiki
<pages index="Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf" from=261 to=287 header=1 />
meb4w5uu9galvhxuyfrbimu1pdno14y
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/288
104
87991
225128
2026-08-19T13:20:11Z
Havang(nl)
4330
/* Wikisource:Niet proefgelezen */ Lege pagina aangemaakt
225128
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude><noinclude></noinclude>
cbomhyew4j3pphghw3gvz382ja7rxr2
225129
225128
2026-08-19T13:20:19Z
Havang(nl)
4330
/* Zonder tekst */
225129
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="0" user="Havang(nl)" /></noinclude><noinclude></noinclude>
6fy8ix6czju8r0lz5ain22z7t1pjvxr
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/289
104
87992
225130
2026-08-19T13:24:48Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225130
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
!Brontekst
!Vertaling
|-
|valign=top|
{{c|{{xxxx-larger|'''LI ROMANS'''}}<br>{{larger|'''DE'''}}<br>{{xx-larger|'''BAUDUIN DE SEBOURC.'''}}}}
{{lijn|5em}}
{{c|{{larger|'''CHANT X.'''}}}}
{{dhr|1.5em}}
<poem>
Gaufrois fu en Nimaie, et o lui maint baron :
Es-vous ·j· messagier qui le mist à raison ;
« Chieus Dame-Diex, » dist-il, « qui soufri pation,
« Et qui résuscita de mort saint Lazaron,
« Il garite Gaufroi, qui coer a de lion. »
« Amis, » che dist Gaufrois, « t’aies bénéichon ! »
« Moi samble t’ies de Frize ; di ! va ! que font Frison ? »
« Sire, » dist li messaiges, « que vous céleroit-on ?
« Avenut vous i est grande perdition :
« Droitement à Lusarches a venu ·j· glouton,
« ·j· homme d’aventure, mais je ne sai son non ;
« Chevalier d’aventure ensément l’apiell-on.
« Chius entra en Luzarches, droit à l’Ascention.
« Par dedens vo chastel, sus le maistre dongon,
« Entra li chevaliers tous seus, sans compaignon ;
« Illoec trouva Thiebaut, avoec Garsilion,
« Aliamme, et Maudurant, et Foukier, et Grifon,
« ·xv· nobles vassaus de vostre estracion.
« Mais li chevaliers, sire, dont je fai mention,
« Les mist au branc d’achier à tel destruction
« Que tout i furent mort, enmi le mansion.
« Il sont mort et ochis tout ·xv·, che scet-on,
« Par ·j· soel chevalier d’un estraigne roïon. »
« Tais-toy, » che dist Gaufrois, « ne di telle raison !
« Nient plus ne porroit estre, si ait m’âme pardon,
</poem>
|valign=top|
{{c|{{xxxx-larger|'''DE ROMANS'''}}<br>'''VAN'''<br>{{xx-larger|'''BAUDEWIJN VAN SEBOURG.'''}}}}
{{lijn|5em}}
{{c|{{larger|'''ZANG X.'''}}}}
{{dhr|1.7em}}
<poem>
Gaufrois was in Nijmegen, en met hem menig baron:
Daar is een boodschapper die hem aanspreekt;
"Die Heer God," zei hij, "die het lijden verdroeg,
En die de heilige Lazarus deed opstaan uit de dood,
Moge Hij Gaufroi beschermen, die het hart van een leeuw heeft."
"Vriend," zei Gaufrois, "heb dank en zegen!
Mij lijkt dat je uit Friesland komt; zeg! vooruit! wat doen de Friezen?"
"Heer," zei de boodschapper, "wat zou men voor u verbergen?
U is daar een groot verlies overkomen:
Rechtstreeks naar Luzarches is een schurk gekomen, 10
Een gelukszoeker, maar ik ken zijn naam niet;
Ridder van avontuur, zo noemt men hem ook wel.
Deze trok Luzarches binnen, precies op Hemelvaartsdag.
Binnen in uw kasteel, op de hoofdmeestertoren,
Ging de ridder naar binnen, helemaal alleen, zonder metgezel;
Daar trof hij Thiebaut aan, samen met Garsilion,
Aliamme, en Maudurant, en Foukier, en Grifon,
En vijftien edele vazallen van uw eigen bloed.
Maar de ridder, heer, van wie ik melding maak,
Bracht hen door het stalen zwaard tot zo'n vernietiging 20
Dat ze allen stierven, midden in het verblijf.
Ze zijn dood en gedood, alle vijftien, dat weet men,
Door één enkele ridder uit een vreemd koninkrijk."
"Zwijg," zei Gaufrois, "spreek niet zulke woorden!
Het zou net zo min mogelijk kunnen zijn, zo waar mijn ziel vergeving krijgt,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
kgxtuvdq7ie7yysjd78l55000p1ok9e
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/290
104
87993
225131
2026-08-19T13:26:30Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225131
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Que je sui maintenant en la chit d’Avingnon !
« Ne di telle folie ; li mot sont trop félon. »
« Sire, » dist li messaiges, « je di vraie ocoison.
« Je pri Dieu, sé je mencq, que pendre me puist-on.
« Sire, » dist li messaiges, « je n’ai mie tout dit :
« Car quant li chevaliers ot vostre poeple ochit,
« Acordet sont à lui li grant et li petit.
« L’autr’ier i envoiastes, n’a encor c’un petit,
« Les ·ij· enfans la dame qui vous tient à marit ;
« Chil qui les i menèrent furent tantost ochit.
« Li chevaliers, biau sire, dont je vous ai chi dit,
« Délivra les ·ij· roys, qu’onques n’i prist respit,
« Si les a renvoïés à joie et à délit.
« Dedens vostre contrée a fait mal vo profit. »
Quant Gaufrois l’entendi, li coers li art et frit ;
Au messaiger respont : « frères, si Dieu m’aït,
« Jà ne vous en crérai qu’il i ait tel escrit. »
E-vous ·j· chevalier, qui là vint sans respit ;
De Frise fu venus, le païs que j’ai dit.
Venus est à Gaufroi ; et là li a jéhit
Toute la vérité, que riens n’i a mentit ;
Si comme Bauduins a son païs honnit.
Et quant Gaufrois l’entent, s’en a le vis rougit ;
Onques mais en se vie n’ot de riens tel despit.
Si jura Dame-Dieu, qui tout a establit,
Que mais ne finera s’ara fait ·j· despit
A cellui qui ensi l’a déchieut et traït.
Gaufrois fu moult dolans, en lui n’ot qu’à irer :
Il jure Dame-Dieu, qui fist et chiel et mer,
Que dedens Frise ira, sans point de l’arrester ;
Pour cellui chevalier et ochire et tuer,
Qui ensi l’est venus illoec déshériter.
Il a fait ses chalans querquier et aprester,
Et gent d’armes aussi fist avoec lui entrer.
Pour aler dedens Frise fist ses voiles lever :
</poem>
|valign=top|
<poem>
Dan dat ik mij nu op dit moment in de stad Avignon bevind!
Spreek niet zo'n dwaasheid; de woorden zijn te kwaadaardig."
"Heer," zei de boodschapper, "ik spreek de ware toedracht.
Ik bid God, als ik lieg, dat men mij mag ophangen.
Heer," zei de boodschapper, "ik heb nog niet alles gezegd: 30
Want toen de ridder uw volk had gedood,
Hebben de groten en de kleinen zich met hem verzoend.
Onlangs stuurde u daar nog, het is nog maar kort geleden,
De twee kinderen van de dame die u als echtgenoot heeft;
Zij die hen daarheen brachten, werden onmiddellijk gedood.
De ridder, beste heer, van wie ik u hier heb verteld,
Bevrijdde de twee koningen, zonder enig uitstel,
En heeft hen in vreugde en genot teruggestuurd.
Binnen uw eigen streek heeft hij uw belangen geschaad."
Toen Gaufrois het hoorde, brandde en beefde zijn hart; 40
Tot de boodschapper antwoordt hij: "Broeder, zo helpe God mij,
Nooit zal ik u geloven dat zo'n bericht waar is."
Daar is een ridder, die daar zonder uitstel aankwam;
Uit Friesland was hij gekomen, het land dat ik noemde.
Hij is bij Gaufroi gekomen; en daar heeft hij hem bekend
De hele waarheid, zonder dat hij ergens over loog;
Hoe Bauduin zijn land te schande heeft gemaakt.
En toen Gaufrois het hoorde, werd zijn gezicht er rood van;
Nooit in zijn leven had hij om iets zo'n bittere spijt gehad.
Toen zwoer hij bij de Heer God, die alles heeft geschapen, 50
Dat hij niet zal rusten voor hij een smaad heeft aangedaan
Aan degene die hem zo bedrogen en verraden heeft.
Gaufrois was zeer lijdend, in hem was niets dan toorn:
Hij zweert bij de Heer God, die zowel hemel en zee maakte,
Dat hij naar Friesland zal gaan, zonder ergens te stoppen;
Om die ridder zowel te slaan en te doden,
Die hem daar zo is komen onterven.
Hij heeft zijn schepen laten laden en gereedmaken,
En manschappen aan wapens liet hij ook met hem instappen.
Om naar Friesland te gaan liet hij zijn zeilen hijsen: 60
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
eo8il1upapt3jthifgjcp43c9fv5ibq
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/291
104
87994
225132
2026-08-19T13:28:06Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225132
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Tant nagièrent ensamble, si com j’oïs conter,
Qu’en Frise sont venu, qui est delà le mer.
Li dus Gaufrois a fait, parmi Frise, mander
Que tout noble, et non-noble, sergant, et bacheler,
Venissent aparis, sans point de l’arrester :
Dont véissiés gens d’armes venir et assambler,
Et communes aussi après lui arrouter ;
Onques nulz homs ne vit si très belle ost guier !
Une espie s’empart, que n’i volt arrester,
Vers Lusarches s’en va si tost qu’il pot aler ;
Venus est el marchiet, si commenche à crier :
« Or tost, signour baron, alés vous adouber !
« Vous arés grande gerre qui ne poet contrester ;
« Car Gaufrois fait en Frise ses hommes assambler.
« Onques ne fu telle ost comme il fait aüner ! »
Quant li bourgois oïrent la choze deviser,
Le cloque de la ville ont fait tantost sonner ;
Bauduins de Sebourc font au conseil mander.
« Sire, » font li Frison, « vous nous devés garder ;
« Car Gaufrois qui nous sot taillier et desrober,
« Nous venra, che dist-on, par tampz avironner.
« Or nous donnés conseil que puissions acorder,
« Car miex volons morir, et du siècle finer,
« Que d’obéir cellui qui nous voloit tenser. »
« Signour, » dist Bauduins, « par le corpz saint Omer,
« Tous li mieudrez consaus, que je vous sai donner,
« Ch’est de l’issir là hors ; et horions fraper,
« Et abatre les glous qui nous vaurront tuer.
« Sé nous les espargnons as ruistes copz donner,
« Jammais ne nous verrons du siège délivrer ;
« Car ·j· proverbes dist, que j’ai oï conter :
« Que qui fuit on le cache ; ensi se fait berser.
« Signour, » dist Bauduins, à le chière membrée,
« Sé Gaufrois nous assiet, o sa gent redoubtée,
« Jà n’averons pais d’iaus, en le nostre durée,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Zij voeren zo lang samen, zoals ik hoorde vertellen,
Dat ze in Friesland zijn aangekomen, dat over de zee ligt.
Hertog Gaufrois heeft door heel Friesland laten bevelen
Dat elke edele, en niet-edele, dienaar, en schildknaap,
Gereed moest verschijnen, zonder ergens te talmen:
Toen kon men manschappen aan wapens zien komen en verzamelen,
En ook het volk achter hem aan zien trekken;
Nooit zag enig mens zo'n schitterend leger aanvoeren!
Een spion vertrekt, die niet wilde wachten,
Richting Luzarches gaat hij zo snel als hij rennen kan; 70
Aangekomen is hij op de markt, en begint te roepen:
"Nu snel, heren baronnen, gaat u wapenen!
U zult een grote oorlog krijgen die niet te weerstaan is;
Want Gaufrois laat in Friesland zijn mannen verzamelen.
Nooit was er zo'n leger als hij bijeenbrengt!"
Toen de burgers de zaak hoorden vertellen,
Hebben ze de klok van de stad onmiddellijk laten luiden;
Bauduin de Sebourc laten zij tot de raad roepen.
"Heer," zeggen de Friezen, "u moet ons beschermen;
Want Gaufrois, die ons wist te plunderen en te beroven, 80
Zal ons, zo zegt men, spoedig komen omsingelen.
Geef ons nu raad hoe we ons kunnen verenigen,
Want liever willen wij sterven, en uit deze wereld scheiden,
Dan diegene te gehoorzamen die ons wilde onderdrukken."
"Heren," zei Bauduin, "bij het lichaam van de heilige Omer,
De allerbeste raad die ik u weet te geven,
Dat is om daar naar buiten te trekken; en laten we toeslaan,
En de schurken neerslaan die ons zullen willen doden.
Als wij hen sparen en geen harde klappen uitdelen,
Zullen we onszelf nooit van de belegering bevrijd zien; 90
Want een spreekwoord zegt, dat ik hoorde vertellen:
Dat wie vlucht, wordt achtervolgd; zo gaat dat nu eenmaal.
Heren," zei Bauduin, met het vastberaden gezicht,
"Als Gaufrois ons belegert met zijn gevreesde manschappen,
Zullen we nooit vrede van hen hebben, zolang we leven,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
iwf40a8unqnkxp5mtxuk09ome8vud3n
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/292
104
87995
225133
2026-08-19T13:32:16Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225133
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Sé bonne chière iaus n’avons tousjours monstrée.
« Mais pensons du férir et de lanche et d’espée !
« Bonne chière monstrons, et de bonne pensée !
« Que par cellui Signour, qui fist chiel et rouzée,
« Sé je cuidoie jà qu’en la grande mellée,
« Me déussiés falir, à le droite journée ;
« Ne demourroie o vous, pour l’or d’une contrée !
« Et sé faute g’i voi, né main, né à vesprée ;
« Chertes je m’en irai en estraigne contrée. »
Et chil ont respondut, moult haut à le volée :
« Ne vous esmaïés jà, fiex de franche espousée ;
« Car jà ne vous faurrons, pour nésune riens née. »
Cescuns li a sa foi isniellement jurée
Que il ne li fauront par nésune journée.
Ensi chil de la ville, dont je fai parlement,
Ont fait à Bauduin et foy et sérement
Que jà ne li faurront pour or, né pour argent.
Et Gaufrois chevaucha, cui li corpz Dieu cravent :
Tant chevauche et esploite entre lui et sa gent
Que Lusarches coisi avironnéëment.
Li païsant s’enfuient, n’i font arrestement ;
Entré sont en la ville, criant hideusement.
Bauduins de Sebourc, quant les fuïans entent,
Si leur a demandé de Gaufroi l’esrement ;
Et chil li ont dit : « sire, vés-le-chi vraiement. »
Bauduins fist sonner la cloche hautement.
Li communs de la ville s’adouba vistement :
Il vestent les haubers ; cascuns l’espée prent ;
Lons dars prisent aussi, où li achiers resplent ;
Les banières de soie vont bauliant au vent ;
Et le maistre estandart menèrent richement.
Bauduins de Sebourc à Blanche congiet prent :
Celle le commanda à Dieu omnipotent.
Bauduins esporonne son destrier radement ;
Devant les autres va de terre plain arpent.
</poem>
|valign=top|
<poem>
Als we hen niet voortdurend een dapper gezicht tonen.
Maar laten we denken aan het slaan met lans en zwaard!
Laten we moed tonen, en een goede gezindheid!
Want bij die Heer, die de hemel en de dauw maakte, 100
Als ik ook maar dacht dat u in het grote krijgsgewoel,
Mij in de steek zou laten, op de dag van de waarheid;
Zou ik niet bij u blijven, voor al het goud van een land!
En als ik daar verraad zie, 's ochtends of 's avonds;
Voorwaar, dan zal ik vertrekken naar een vreemd land."
En zij hebben geantwoord, zeer luid en eensgezind:
"Wees geenszins bevreesd, zoon van een edele vrouw;
Want nooit zullen we u in de steek laten, voor niets ter wereld."
Ieder heeft hem snel zijn eed gezworen
Dat zij hem op geen enkele dag in de steek zullen laten. 109
Zo hebben degenen van de stad, over wie ik spreek, 110
Aan Bauduin trouw en eed gezworen
Dat ze hem nooit in de steek zullen laten voor goud noch zilver.
En Gaufrois, moge God zijn lichaan doden, reed te paard,:
Zoveel rijdt hij en haast zich voort, tussen hem en zijn manschappen,
Dat hij Luzarches rondom in het vizier kreeg.
De boeren vluchten, ze stoppen nergens;
Ze zijn de stad binnengegaan, ijselijk schreeuwend.
Bauduin de Sebourc, toen hij de vluchtelingen hoorde,
Heeft hen gevraagd naar de opmars van Gaufroi;
En zij zeiden hem: "Heer, zie hem daar werkelijk." 120
Bauduin liet de klok luidruchtig luiden.
Het volk van de stad wapende zich snel:
Ze trekken de maliënkolders aan; ieder neemt het zwaard;
Lange speren namen ze ook, waarvan het staal schittert;
De zijden vaandels wapperen in de wind;
En de hoofdstandaard voerden ze rijk mee.
Bauduin de Sebourc neemt afscheid van Blanche:
Zij beval hem aan bij de almachthachtige God.
Bauduin spoort zijn strijdros vurig aan;
Voor de anderen uit gaat hij een flink stuk weegs voorop. 130
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
mwcwo24f0l91cw4s6o2n7yim0xklyqs
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/293
104
87996
225134
2026-08-19T13:34:13Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225134
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
L’estandart conduisoient de bourgois ·iiijc·,
Qui jurent Dame-Dieu, le père omnipotent,
Qu’il ne le gerpiront, pour nul encombrement.
Contre leur anemis chevauchent fièrement ;
·v· liewez i avoit jusqu’à lor logement.
Bauduins se hastoit d’iaus faire grant tourment,
Ne les volt mie attendre, de che n’ot nul talent :
Ains voelt son anemi grever parfaitement ;
Et son ami aidier quant li besoins l’en prent.
Bauduins de Sebourc ot coer de chevalier :
Il sot bien au besoing le sien ami aidier ;
Nuire son anemi, quant ne l’a mie chier.
·iiij· liewes enchois c’on laissast aprochier,
Gaufroi le duc de Frise, le félon lozengier,
Li est alés devant ; o lui maint saudoïer.
Gaufrois, quant il le sot, fist ses cors grailloïer,
Ses buisines sonner, et maint graille efforchier ;
Il ordena ses gens, as champz dessus l’erbier.
Et Bauduins chevauche à loy de Berruier.
Quant il vi l’ost Gaufroi ensi apparellier,
Dont fist une bataille tout de front au sentier ;
Et par devant estoient ·vc· arbalestrier,
Qui faisoient plus drus leur quarriaus bescochier
Que pleuve ou mois de may, après le tampz d’ivier.
Et d’une part et d’autre traient sans espargnier.
Quant li traires fali, leur cordes font trenchier ;
Puis vont à leur espées l’un l’autre adammaigier ;
Coper testes et bras, chervèle, ou hanepier.
Là véissiés par terre gisant maint saudoïer.
Si tost qu’il sont versé, on les va despoullier ;
Chil prendoient les dras qui en ont boin mestier.
Grande fu la bataille et orrible et estraigne :
Bauduins de Sebourc, qui orgueilleus n’adaingne,
Féri ·j· chevalier, qui estoit d’Alemaingne ;
De la lanche d’achier, dont mie ne l’espargne,
</poem>
|valign=top|
<poem>
De standaard werd begeleid door vierhonderd burgers,
Die zweren bij de Heer God, de almachtige Vader,
Dat ze hem niet zullen verlaten, voor geen enkele hindernis.
Tegen hun vijanden rijden ze trots op;
Vijf mijlen ver was het tot aan hun legerplaats.
Bauduin haastte zich om hen grote kwelling te bezorgen,
Hij wilde hen geenszins afwachten, daartoe had hij geen zin:
In plaats daarvan wil hij zijn vijand volkomen treffen;
En zijn vriend helpen wanneer de nood hem overvalt.
Bauduin de Sebourc had het hart van een ridder: 140
Hij wist goed in tijden van nood zijn vriend te helpen;
Zijn vijand te schaden, wanneer hij hem niet liefhad.
Vier mijlen voordat men liet naderen
Gaufroi de hertog van Friesland, de verraderlijke bedrieger,
Is hij hem tegemoet gegaan; met hem menig huursoldaat.
Gaufroi, toen hij het wist, liet zijn hoorns schallen,
Zijn bazuinen klinken, en menige trompet versterken;
Hij stelde zijn manschappen op, in de velden op het gras.
En Bauduin rijdt op de wijze van een Berruier.
Toen hij het leger van Gaufroi zich zo zag opstellen, 150
Toen vormde hij een gevechtslinie recht op het pad;
En vooraan stonden vijfhonderd kruisboogschutters,
Die hun pijlen dichter deden neerkomen
Dan regen in de maand mei, na de wintertijd.
En van weerszijden schieten ze zonder te sparen.
Toen het schieten ophield, lieten ze hun pezen doorsnijden;
Daarna gaan ze met hun zwaarden elkaar schade toebrengen;
Hoofden afhakken en armen, hersenen, of helmen.
Daar kon je op de grond menig huursoldaat zien liggen.
Zodra ze zijn gevallen, gaat men hen plunderen; 160
Degenen namen de kleren die er goed behoefte aan hadden.
Groot was de strijd en gruwelijk en vreemd:
Bauduin de Sebourc, die trotsen niet duldde,
Trof een ridder, die uit Duitsland was;
Met de stalen lans, waarmee hij hem geenszins spaart,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
g6kzdoix7qzj8h6ljrb8ntx60c2oqpa
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/294
104
87997
225135
2026-08-19T13:37:19Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225135
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Le haubert li percha, qui fu fais en Espaingne.
L’achier, qui fu trenchans, dedens li corpz li baingne ;
Mort l’abat du cheval, dalès une montaingne.
Puis escria Luzarches au chevalier estraigne ! »
Quant Gaufrois l’a véut de mautalent engraigne.
Or ne se prise point une seule chastaigne,
S’il ne se poet vengier. Dont point, parmi la plaigne,
Son destrier auferrant, qui estoit de Bretaigne ;
Vers Bauduin s’en va, qui ses barons méhaingne :
« Faus chevaliers, » dist-il, « de la vertu hautaingne
« Te deffi maintenant ! drois est de toi me plaigne,
« Et je t’en donrai jà dolorouse bargaigne. »
Et Bauduins respont, quant il perchieut s’enseingne :
« Lères, je ne te doubte le pris d’une chastaigne ! »
Or se sont aprochiet li chevalier poissant :
Il estoient andoy aussi lonc que jaiant ;
Bauduins de Sebourc va le lanche abaissant,
Et Gaufrois vint vers lui, sus le destrier bauchant.
Des lanches se férirent, dont li fer sont trenchant,
Si contre les blaisons en vont li fer passant.
Bauduins de Sebourc le va si encontrant
Que du cheval le va à le terre versant ;
Puis a traite l’espée : vers Gaufroi va courrant ;
La teste li éust copée maintenant,
Quant .·xm· Frison i viènent acourrant.
Gaufroi, par leur vertu, vont ·j· cheval livrant ;
Et il ressaut desseure, qu’estrier n’i va combrant.
Une lanche demande, et on li va baillant.
Et li bers Bauduins va par l’estour poingnant :
Il a ochis Sanson, Millon, et Gallerant ;
Godenor, et Thiebaut ; Litus, le combatant ;
Bertaut, et Alori ; et Rogier, de Guigant.
Tout furent chevalier et homme souffissant,
Qui ne verront jammais né femmes, ni enfant.
Signour, ceste bataille fist à doubter forment.
</poem>
|valign=top|
<poem>
Doorboorde hij zijn maliënkolder, die in Spanje was gemaakt.
Het staal, dat scherp was, boort zich in het lichaam;
Dood slaat hij hem van het paard, vlakbij een berg.
Toen riep hij: "Luzarches voor de vreemde ridder!"
Toen Gaufrois het zag, nam zijn woede toe. 170
Nu schat hij zichzelf nog geen enkele kastanje waard,
Als hij zich niet kan wreken. Dus spoort hij, over de vlakte,
Zijn ijzergrijze strijdros aan, dat uit Bretagne kwam;
Naar Bauduin gaat hij, die zijn baronnen verwondt:
"Valse ridder," zei hij, "bij de allerhoogste deugd
Daag ik je nu uit! Het is recht dat ik over je klaag,
En ik zal je dadelijk een pijnlijke strijd leveren."
En Bauduin antwoordt, toen hij zijn banier opmerkte:
"Dief, ik vrees je nog niet de waarde van een kastanje!" 179
Nu zijn de machtige ridders elkaar genaderd: 180
Ze waren allebei zo groot als reuzen;
Bauduin de Sebourc laat de lans zakken,
En Gaufrois kwam naar hem toe, op het blespaard.
Met de lansen troffen zij elkaar, waarvan de ijzers scherp zijn,
En zo gaan de ijzers door de schilden heen.
Bauduin de Sebourc treft hem zo voltreffend
Dat hij hem van het paard op de grond werpt;
Daarna heeft hij het zwaard getrokken: naar Gaufroi rent hij toe;
Hij zou hem nu het hoofd hebben afgehakt,
Toen hij tienduizend Friezen daarheen zag aanrennen. 190
Aan Gaufroi gaan zij, door hun macht, een paard bezorgen;
En hij springt er weer bovenop, zonder de stijgbeugel te missen.
Een lans vraagt hij, en men gaat hem die overhandigen.
En de edele Bauduin gaat door het strijdgewoel jagend:
Hij heeft Sanson gedood, Millon, en Gallerant;
Godenor, en Thiebaut; Litus, de strijder;
Bertaut, en Alori; en Rogier, van Guigant.
Allen waren het ridders en bekwame mannen,
Die nooit meer vrouw, noch kind zullen zien.
Heren, deze strijd deed men ten zeerste vrezen. 200
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
52dt3zb0wmushc0ev0tasyhvkwab17h
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/295
104
87998
225136
2026-08-19T13:42:23Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225136
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Bauduins de Sebourc s’i preuve vaillamment ;
Et Gaufrois, et li sien, i fièrent vistement.
La péussiés véoir commenchier grant bestent :
L’un mort deseure l’autre reverser laidement ;
Ches banièrez cliner, et ches poingnons d’argent ;
Et ches chevaus fuïr avironnablement ;
Et ches navrez crier, et plaindre hautement.
Bauduins de Sebourc le bon cheval descent,
Et tint le branc d’achier, qui trenche radement :
Et féri ·j· Frison par itel couvenent
Jusques au haterel le teste li pourfent.
Et Gaufrois li escrie à se vois clèrement :
« Chevaliers d’aventure, » dist-il, « à moy entent !
« Je te calens le ville, et tout le chasement,
« Que tu me veus rober et tolir masement. »
Quant Bauduins l’oy, s’en ot le coer dolent.
Vers Gaufroi va courrant, cui li corpz Dieu cravent,
Sus sa targe le fiert si félénessement ;
S’il ne l’éust dréchie contre le cop briement,
Il lui eust pourfendu le corpz outréëment.
Gaufrois drèche le targe contre mont fièrement :
Bauduins i féri desmesuréëment,
Sen branc i embati demi pié largement.
Au ressachier qu’il fist i mist si longement
Que li Frison l’assalent à une fois bien cent ;
Son cheval li ont mort, à doel et à tourment.
Sé Bauduins n’éust en lui pris hardement,
Jammais ne véist Blanche, le danselle au corpz gent.
Bauduins de Sebourc fu à terre abatus,
Car ses chevaus i fu ochis et confondus,
Et il ressaut en piés, comme vassaus crémus ;
Le blason géte à terre, dont bons fu li escus,
A ·ij· mains tint l’espée, dont li brans fu molus.
Entre les Frisons va ; seure leur est courrus :
A l’un trenche le gambe, l’autre a les poins tolus,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Bauduin de Sebourc bewijst zich daar dapper;
En Gaufroi, en de zijnen, slaan er snel op los.
Daar kon je een grote ruzie zien beginnen:
De een dood boven de ander lelijk zien omvallen;
Die vaandels zien buigen, en die zilveren wimpels;
En die paarden herhaaldelijk zien wegvluchten;
En die gewonden zien schreeuwen, en luid klagen.
Bauduin de Sebourc stijgt af van het goede paard,
En hield het stalen zwaard vast, dat snel snijdt: 210
En trof een Fries op zo'n wijze
Dat hij zijn hoofd tot aan de nek doorklieft.
En Gaufroi roept hem met zijn heldere stem toe:
"Ridder van avontuur," zei hij, "luister naar mij!
Ik betwist je de stad, en het hele bezit,
Dat je mij schandelijk wilt beroven en ontnemen."
Toen Bauduin het hoorde, had hij een bedroefd hart.
Naar Gaufroi rent hij toe, wiens lichaam door God moge worden verdelgd,
Op zijn schild slaat hij hem zo kwaadaardig;
Als hij het niet snel tegen de klap had opgericht, 220
Zou hij zijn lichaam volkomen hebben doorkloofd.
Gaufroi richt het schild trots omhoog:
Bauduin sloeg er buitensporig hard op,
Zijn zwaard drong er een ruime halve voet in.
Bij het terugtrekken dat hij deed, deed hij er zo lang over
Dat de Friezen hem wel met honderd tegelijk aanvallen;
Zijn paard hebben ze hem gedood, tot verdriet en kwelling.
Als Bauduin in zichzelf geen moed had gevat,
Zou hij nooit meer Blanche hebben gezien, de jonkvrouw met het schone lichaam.
Bauduin de Sebourc was ter aarde geworpen, 230
Want zijn paard was daar gedood en vernietigd,
En hij springt overeind, als een gevreesd vazal;
Het schild werpt hij ter aarde, hoewel het een goede bescherming was,
Met twee handen hield hij het zwaard vast, waarvan de kling geslepen was.
Tussen de Friezen gaat hij; hij is op hen afgerend:
Bij de een snijdt hij het been af, de ander heeft hij de vuisten ontnomen,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
2wgvlj9di32hxt0hggcsamcm010uhaq
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/296
104
87999
225137
2026-08-19T13:49:35Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225137
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Les testes leur pourfent, et trenche jusqu’au bus.
Là fuist par vive forche et pris et retenus,
Sé des bourgois ne fuist aidiés et secourrus ;
Mais quant li bourgois virent qu’à terre fu chéus,
Ne s’enfuïrent mie, dont bons fu leur argus :
Ains vont vers Bauduins, à plains cours estendus.
Des bourgois de le ville fu si bien secourrus,
C’uns bons courrans destriers li fu adont rendus.
Là fu ·j· gros bourgois et pris et retenus,
Et livrés à Gaufroi : liés en est devenus ;
Quant Gaufrois vit cellui, ne s’est mie téus,
Bérars fu apellez li bourgois esléus,
« Bérart, » che dist Gaufrois, « vous soïés bien venus !
« Jammais ne mengnerai tant que serés pendus ! »
« Sire, » che dist Bérars, « de che ne parlés plus ;
« Car j’ai trouvé ·j· tour dont je serai vos drus.
« Il fait bon reculer, par Dieu qui maint lassus,
« ·j⋅ piet tout mesuré, pour salir ·ij· ou plus.
« Sire, » dist li bourgois, « je ne voeil pas morir,
« Ains me voeil acorder à vous, sans alentir.
« Car Lusarches vous voeil, pour vostre amour garir,
« Et le vous renderai, ains tier jour, sans falir ;
« S’arés le cevalier que tant devés haïr.
« Maugret moi m’a falut à son gré obéir,
« Pour le menut coumun qui l’ont fait détenir ;
« Or le vous renderai, pour vo gret aconplir.
« E ! Diex, » che dist Gaufrois, « tu puisses bien venir !
« Je te doy bien amer et forment conjoïr,
« Quant tu me renderas che que je doi chérir.
« Or me dites comment vous le porrés traïr ? »
Et li bourgois respont : « sire, par Saint-Espir,
« Vous venrés de plus près nostre chité assir,
« A le première fois que nous venrés assir :
« De le noble cité pour no gens assalir,
« A mil hommes venrez, à le porte de Thir ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
De hoofden doorklieft hij hen, en snijdt tot aan de romp.
Daar zou hij door levende kracht gevangen en vastgehouden zijn,
Als hij door de burgers niet was geholpen en bijgestaan;
Maar toen de burgers zagen dat hij ter aarde was gevallen, 240
Vluchtten ze geenszins, waaruit hun goede verdediging bleek:
In plaats daarvan gaan ze naar Bauduin, in gestrekte draf.
Door de burgers van de stad werd hij zo goed geholpen,
Dat een goed, snel strijdros hem toen werd overhandigd.
Daar werd een aanzienlijke burger gevangen en vastgehouden,
En overgeleverd aan Gaufroi: blij is hij erom geworden;
Toen Gaufroi die man zag, zweeg hij geenszins,
Berart werd de uitverkoren burger genoemd,
"Berart," zei Gaufroi, "wees gij welgekomen!
Nooit zal ik eten totdat u bent opgehangen!" 249
"Heer," zei Berart, "spreek daar niet meer van; 250
Want ik heb een list bedacht waardoor ik uw vriend zal zijn.
Het is goed om achteruit te wijken, bij God die daarboven woont,
Eén afgemeten voet, om er twee of meer vooruit te springen.
Heer," zei de burger, "ik wil niet sterven,
In plaats daarvan wil ik mij met u verzoenen, zonder dralen.
Want Luzarches wil ik, om uw liefde te winnen, bewaren,
En ik zal het u overhandigen, vóór de derde dag, zonder mankeren;
En u zult de ridder hebben die u zozeer moet haten.
Tegen mijn dank in moest ik hem naar zijn wil gehoorzamen,
Vanwege het gemene volk dat hem heeft laten blijven; 260
Nu zal ik hem u overhandigen, om uw genoegen te vervullen.
"O! God," zei Gaufrois, "moge gij welgekomen zijn!
Ik moet u wel liefhebben en ten zeerste verwelkomen,
Wanneer u mij zult overhandigen wat ik moet koesteren.
Vertel mij nu hoe u hem zult kunnen verraden?"
En de burger antwoordt: "Heer, bij de Heilige Geest,
U zult van heel dichtbij onze stad komen belegeren,
De allereerste keer dat u ons komt belegeren:
Om de edele stad voor onze manschappen aan te vallen,
Zult u met duizend man komen naar de poort van Thir; 270
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
3u6nt2xynddghrhn4zfz65f2nljwkoc
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/297
104
88000
225138
2026-08-19T13:54:16Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225138
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Je le vous ferai, sire, si m’aït Diex, ouvrir.
« Par là i enterrez, tout à vostre plasir ;
« Je ne vous en faurroie, pour les membres tolir. »
Adont li va sa foy et jurer, et plévir,
De cheste traïson parfaitement emplir.
Dont le laissa Gaufrois, ne le fist plus tenir ;
A Dieu le commanda, qui tous nous poet garir.
Et li traïtours pense briement de revertir.
Chieus sires le confonde, qui pour nous volt soufrir,
En le saintisme crois, le paine du morir !
Li bourgois repaira, si revint en l’estour ;
Il tint l’espée nue, qui géte grant luour.
Pour esbaudir les siens va criant par fiérour :
« Or avant, bonne gent, pour Dieu le sauvéour !
« Or pensons de bien faire, l’onneur arons ce jour ;
« Car j’ameroie miex de morir, à dolour,
« Que Gaufroi tenissiens jammais à no signour.
« Onques ne nous ama, né ne monstra amour ;
« Sé li devons mérir, et monstrer déshonnour. »
Diex ! pour ceste bataille furent liet li pluisour :
Et Bauduins i fiert à loy de pongnéour ;
Et Bérart le sievoit, qui coer ot boiséour.
S’il véist Bauduin en ·j· péril greignour,
Par dedens la bataille, environ et entour,
Il li éust grevet, pour rendre sans séjour.
Bien scet que sé Gaufrois avoit le vavassour
Que toute le chité ne vaurroit une flour.
Mais Bauduins, li bers, fu en si noble atour ;
Que toute la journée il n’en ot du piour,
Puis qu’il fu remontez ou destrier missodour.
Le bataille fu grande, et plaine de hidour,
Sonnoient ches buisines, chil cor, et chil tabour ;
Mais chil qui furent mort en eurent du piour.
Cheste bataille fu moult horrible et pesans ;
Et dura toute jour, che nous dist li rommans,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Ik zal hem voor u, heer, zo helpe God mij, laten openen.
Daarlangs zult u binnentrekken, geheel naar uw genoegen;
Ik zou u daarin niet te kort schieten, zelfs niet als men mij de ledematen afnam."
Toen gaat hij hem zijn trouw zowel zweren als toezeggen,
Om dit verraad volkomen te volbrengen.
Toen liet Gaufrois hem gaan, hij liet hem niet langer vasthouden
Aan God beval hij hem, die ons allen kan genezen.
En de verrader denkt er spoedig aan terug te keren.
Moge die Heer hem te schande maken, die voor ons wilde lijden,
Aan het allerheiligste kruis, de pijn van het sterven! 280
De burger keerde terug, en kwam weer in de strijd;
Hij hield het naakte zwaard vast, dat een grote glans verspreidde.
Om de zijnen aan te moedigen gaat hij vurig roepend:
« Nu vooruit, goede mensen, voor God de Heiland!
« Laten we nu denken aan goed doen, de eer zullen we vandaag hebben;
« Want ik zou liever willen sterven, in smart,
« Dan dat we Gaufroi ooit als onze heer zouden houden.
« Nooit hield hij van ons, en niet toonde hij liefde;
« Dus moeten we het hem vergelden, en oneer tonen. » 290
God! om deze slag waren de meesten blij:
En Bauduins slaat erin op de wijze van een strijder;
En Bérart volgde hem, die een bedrieglijk hart had.
Als hij Bauduin in een groter gevaar had gezien,
Binnen de slag, rondom en omheen,
Zou hij hem hebben geschaad, om hem zonder uitstel over te leveren.
Hij weet wel dat als Gaufroi de vazal had,
De hele stad niet een bloem waard zou zijn.
Maar Bauduins, de edele, was in zo'n nobele staat;
Dat hij de hele dag niet het onderspit dolf, 300
Sinds hij weer was opgestegen op het voortreffelijke strijdros.
De slag was groot, en vol verschrikking,
Deze bazuinen klonken, deze hoorns, en deze trommen;
Maar degenen die dood waren, hadden het onderspit gedolven.
Deze slag was zeer vreselijk en zwaar;
En duurde de hele dag, zo vertelt ons de roman,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
gig7gkmnj0cq45ruejcn9862w0eog88
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/298
104
88001
225139
2026-08-19T15:52:46Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225139
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Tant c’on vit, ens ès chielz, les estoiles luisans.
Et couvint que Gaufrois sonnast ses oliphans
Pour faire le retraite car Bauduins, li frans,
Ne volt onques premiers estre ressortissans ;
Ains se fuist combatus à torses alumans.
Quant il vit que Gaufrois fu retraite sonnans ;
Dont a dit à bourgois : « r’alons-ent, il est tampz. »
Adont fu Bauduins arrière retournans,
Par devers la chité, qui moult ert souffissans.
Et Gaufrois demourra toute nuit sus lez champz ;
Onques n’i volt laissier tendre trés, né bréhans.
Toute nuit demourrèrent en leur armes gisans,
Dès-si jusqu’au matin, que solaus fu levans,
Qu’au chemin se sont mis, lès vaus, et lès pendans.
Jusques à le chité n’i fu nulz arrestans.
A ·j· trait d’arbalestre furent leur trés tendans ;
Paveillons, et aucubez, et loges, estorans.
Et Bauduins estoit ou chastel, qui fu grans,
Avoec Blanche s’amie. Fu au mur apoïans :
Voit les tentes dréchier, par les prez verdoïans.
Si jura Dame-Dieu, qui ès chielz est manans,
Que temprement sera de la chité issans,
Pour ses anemis faire mates et recréans.
« Hé ! sire, » che dist Blanche, qui tant fu avenans,
« Sé mon conseil, biau sire, voliés estre créans,
« De chaiens n’isteriés, ains passeroit li ans.
« Tant va le quane à l’iauwe qu’en le fin est brisans ;
« Et d’estre trop hardis, et trop entreprendans,
« En avient en le fin ·j· dammaiges moult grans.
« Sé voit-on les couars vivre assez, et lonc tampz ;
« S’enfoèent les hardis ès atres, et ès champz.
« Sire, » dist la danselle, qui fu blanche que fée,
« Vous estez chi endroit en estraigne contrée ;
« Avoec estraingne gent s’est vo char amasée,
« Qui vous ont, par leur foy, grant loïauté jurée ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
Totdat men, in de hemel, de sterren zag schitteren.
En het was nodig dat Gaufroi zijn hoorns liet schallen
Om de aftocht te blazen; want Bauduins, de edele,
Wilde geenszins als eerste wijkend zijn; 310
Integendeel, hij zou hebben gevochten bij fakkellicht.
Toen hij zag dat Gaufroi de aftocht blies;
Toen zei hij tegen de burgers: « laten we teruggaan, het is tijd. »
Toen was Bauduins terugkerend,
Naar de stad, die zeer machtig was.
En Gaufroi bleef de hele nacht op de velden;
Nooit wilde hij daar tenten, en niet legerkampen laten opslaan.
De hele nacht bleven zij in hun wapens liggend,
Van toen af tot de ochtend, toen de zon opkwam,
Dat zij zich op weg hebben begeven langs dalen en langs heuvels. 320
Tot aan de stad was er geen enkele tussenstop.
Op een kruisboogschot afstand waren hun tenten opgeslagen;
Paviljoens, en tenten, en hutten, oprichtend.
En Bauduins was in het kasteel, dat groot was,
Met Blanche zijn geliefde. Was tegen de muur leunend:
Ziet de tenten oprichten, door de groenende weiden.
Toen zwoer hij bij de Heer God, die in de hemel woont,
Dat hij spoedig uit de stad trekkend zal zijn,
Om zijn vijanden mat en moedeloos te maken.
« Hé! heer, » zei Blanche, die zo bekoorlijk was, 330
« Als u mijn raad, schone heer, zoudt willen geloven,
« Zoudt u hierbinnen niet uitgaan, al zou het jaar voorbijgaan.
« Zo vaak gaat de kruik te water dat zij ten slotte breekt;
« En door te dapper te zijn, en te veel ondernemend,
« Komt daar ten slotte een zeer grote schade van.
« Zo ziet men de lafaards genoeg leven, en lange tijd;
« Zo sterven de dapperen in de gaten, en in de velden.
« Heer, » zei de jonkvrouw, die wit was als een fee,
« U bent hier ter plaatse in een vreemd land;
« Bovendien is uw lot met vreemd volk verbonden, 340
« Die u, bij hun trouw, grote loyaliteit hebben gezworen;
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
47x3vy3t9e40o5bpbsmn0xu90w3lmb7
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/299
104
88002
225140
2026-08-19T16:44:35Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225140
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Mais amour de commune est moult tost trespassée
« Et qui se fie en iaus, c’est vérités prouvée,
« Il en a, en le fin, une maise saudée.
« Sé li ·j· est loïaus, de très bonne pensée,
« S’en i a ·ij· ou ·iij· de maise renommée. »
« Dame, » dist Bauduins, « par le vertut discrée,
« Kièvre couvient brouster là où est assenée.
« Dame, » dist Bauduins, « chieus qui en Dieu se fie,
« Il ne poet vraiement faire nulle folie ;
« Et je me fie en Dieu, le fil sainte Marie.
« Et comment que je soie en ceste manandie,
« Che n’est point pour tolir autrui sa signourrie ;
« Mais ·j· sires qui a une terre en baillie.
« Diex voelt bien qu’aucuns prinches ait terre en sa partie :
« Mais quant Diex fait à prinche ·j· tel courtoisie
« Que villes et chastiaus li met, par son aïe,
« Et le fait souverain d’une chité garnie ;
« Sé les sires qui l’a, fait sa gent villonnie
« De tolir, de rober, de faire taillerie,
« Tellement que Gaufrois avoit chi establie ;
« Dame, ch’est trop maufait ! Diex ne commanda mie
« As prinches et as roys de honnir lor maisnie :
« Ains les a ordenés, en cheste mortel vie,
« Pour garder lor païs contre gent païennie ;
« De larrons, de mordreurs, qui Dieu ne servent mie,
« Et de gens outraigeuse, combatans trop hardie,
« Justichier selonc che qu’il ont mort déservie.
« Pour che sont-il signeur ; si que chil font folie
« Qui usent faussement et Diex, le fiex Marie,
« Les condampne à tousjours, s’est lor âme périe.
« Nulz ne doit estre sers, par les drois de clergie,
« Puis qu’il est baptiziés, el nom sainte Marie ;
« S’il n’est d’estre pendus raquatés une fie,
« Par mauvais larrechin ou par grant roberie.
« Et Gaufrois avoit chi cheste ville essillie
</poem>
|valign=top|
<poem>
« Maar de liefde van een gemeente is zeer snel voorbij
« En wie op hen vertrouwt, dat is een bewezen waarheid,
« Die krijgt er, ten slotte, een slechte beloning voor.
« Als de een loyaal is, met een zeer goede gedachte,
« Dan zijn er wel twee of drie van slechte reputatie. »
« Dame, » zei Bauduins, « bij de wijze deugd,
« De geit moet grazen waar zij is vastgebonden.
« Dame, » zei Bauduins, « degene die op God vertrouwt,
« Die kan werkelijk geen enkele dwaasheid begaan; 350
« En ik vertrouw op God, de zoon van de heilige Maria.
« En hoe ik ook moge zijn in deze heerschappij,
« Dat is geenszins om een ander zijn heerlijkheid te ontnemen;
« Maar een heer die een land in beheer heeft.
« God wil wel dat een of andere prins land in zijn deel heeft:
« Maar wanneer God een prins zo'n hoofsheid bewijst
« Dat Hij steden en kastelen onder zijn hoede stelt,
« En hem soeverein maakt van een welvoorziene stad;
« Als de heer die haar bezit, zijn volk snoodheid aandoet
« Door te ontnemen, te roven, belastingen te heffen, 360
« Op de wijze zoals Gaufroi hier had ingesteld;
« Dame, dat is te kwalijk gedaan! God gebood geenszins
« Aan prinsen en koningen om hun volk te schande te maken:
« Integendeel, Hij heeft hen verordend, in dit sterfelijke leven,
« Om hun land te beschermen tegen heidens volk;
« Tegen dieven, tegen moordenaars, die God geenszins dienen,
« En gewelddadig volk dat al te koen strijdt,
« Te berechten naar de dood die zij door hun daden verdienen.
« Daarom zijn zij heren; dus dwalen zij
« Die hun macht verkeerd gebruiken, en God, de zoon van Maria,
« Verdoemt hen voor eeuwig; zo gaat hun ziel verloren.370
« Niemand mag slaaf zijn volgens de wetten van de geestelijkheid,
« Zodra hij gedoopt is in de naam van de heilige Maria;
« Tenzij hij wegens zijn daden veroordeeld is te worden opgehangen,
« Door boosaardige diefstal of door grote roof.
« En Godefried had hier deze stad in het verderf gestort
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
m7hdy54ft4nkix597m9ll0kpc7meq0m
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/300
104
88003
225141
2026-08-19T16:50:55Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225141
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« D’une telle coustume qu’il avoit essauchie,
« C’onques chites ne fu si laidement traïe
« Qu’il avoit cheste ville qui toute estoit honnie.
« Et, puis que li aidai, de moy sera aidie
« Tant qu’as bourgois plaira que je lor fache aïe !
« Et, sé je voi en iaus traïson né boisdie,
« Tantost m’en partirai, sé Diex me bénéie.
« Tant qu’on voit bien, ès gens, honneur né courtoisie,
« Ne lor doit-on falir né faire villonnie. »
Bauduins de Sebourc ne s’i volt arrester ;
Les bourgois de la ville a fait briément mander,
Tous les plus souffissans qui plus font à loer.
Et il i sont venu, sans point de l’arrester.
« Signour, » dist Bauduins, « voeilliés-moi escouter :
« Gaufrois nous est venus ichi avironner ;
« Avis nous faut ichi de nos portez garder,
« Car ·ix· portes avons, ch’est chertain et cler,
« Dont il nous faut soingnier, et main et à vesprer.
« A Bérart là endroit voeil ·ij· clés délivrer
« Des ·ij· portes royaus, par où on doit passer ;
« Car ch’est ·j· bons bourgois, sé m’i doy bien fier. »
Adont tout li bourgois s’alèrent acorder
Que Bérart estoit dignes des portes deffremer,
Et qu’à meillour prud’omme ne poet-on assener.
Bauduins li a fait les ·ij· clés présenter ;
Et Bérart les rechiut, que Diex puist craventer.
Le grace li volt-on, par le ville, porter ;
Plus prud’omme de lui n’i péust-on trouver.
Dont ·j· proverbes dist, c’on doit bien recorder :
Que li homs, quant il a grace du main-lever,
Il poet bien, che dist-on, dormir jusqu’au disner.
Signour, telz a le grace de che où coupez n’a.
Nulz ne doit riens jugier, car Diex nous jugera ;
Ains ne fu c’uns jugerres né c’uns seus n’en sera.
Chius traïtres bourgois, que Bérart on clama,
</poem>
|valign=top|
<poem>
« Met een dergelijk gebruik dat hij had ingevoerd,
« Dat nooit een stad zo snood werd verraden
« Als hij deze stad had aangedaan, die geheel onteerd was.
« En aangezien ik haar hielp, zal zij door mij gesteund worden
« Zolang het de burgers behaagt dat ik hun bijstand verleen!380
« En als ik bij hen verraad of bedrog bespeur,
« Zal ik terstond vertrekken, zo waarlijk helpe mij God.
« Zolang men bij het volk eer of hoofsheid ziet,
« Moet men hen niet in de steek laten noch hun onrecht aandoen. »
Boudewijn van Sebourc wilde daar niet langer mee wachten;
De burgers van de stad liet hij spoedig ontbieden,
Al de meest aanzienlijken die de meeste lof verdienden.
And zij zijn gekomen, zonder aarzelen.
« Heren, » zeide Boudewijn, « wilt mij aanhoren:
« Godefried is gekomen om ons hier te omsingelen;390
« Wij moeten hier overleggen hoe we onze poorten bewaken,
« Want we hebben negen poorten, dat is zeker en duidelijk,
« Waarvoor we moeten zorgen, zowel in de ochtend als in de avond.
« Aan Berard wil ik op deze plaats twee sleutels overhandigen
« Van de twee koninklijke poorten waar men doorheen moet gaan;
« Want hij is een goed burger, op wie ik vast mag vertrouwen. »
Toen stemden alle burgers ermee in
Dat Berard het waardig was de poorten te ontsluiten,
En dat men aan geen beter edelman de taak kon toevertrouwen.
Boudewijn liet hem de twee sleutels overhandigen;400
En Berard nam ze aan — moge God hem te gronde richten!
Men wilde hem in de hele stad met gunst bejegenen;
Een vromer man dan hij was er niet te vinden.
Daarom zegt een spreekwoord, dat men goed moet onthouden:
Dat de mens die de gunst heeft vroeg op te staan,
Best wel, zo zegt men, kan slapen tot het middageten.
Heren, sommigen genieten de gunst in zaken waarin zij geen aandeel hebben.
Niemand mag oordelen, want God zal ons oordelen;
Er was immers maar één Rechter en er zal er ook maar één zijn.
Die verraderlijke burger, die men Berard noemde,410
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
f7ecw8t1pnu2c809xjdlmqhqpvl3kej
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/369
104
88004
225142
2026-08-19T17:53:31Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
225142
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH|330|''Schouburgh der''|}}</noinclude>oeffende door de leydingen van zyn vernuft.<br>{{gap}}Zyn neyging strekte tot het schilderen van Geboomte, Lantschappen, en Landbataljes, waar in hy inzonderheit doorstak, zoo dat de zelve by de onzydige Konstbeminnaars voor goed gekeurt wierden, en hy dus al vroeg zyn roem tot het nabuurig Vrankryk dede klinken.<br>{{gap}}''Monsr. Colbert'', voornaam begunstiger dier Konst, had straks bevallen in zyne Konstwerken, en deed hem eenige stukken schilderen, welke hy eerst aan ''C. le Brun'' (die overtuigt was van des zelfs bekwaamheit, en dat hy in staat was om door zyn penceelkonst den Koning dienst te konnen doen) vertoonde: zoo dat hy goedvond hem tot dien einde aan de Koning voor te dragen, gelyk geschiedde: die daar op order gaf om hem van Brussel te Parys te ontbieden.<br>{{gap}}{{sc|Vander Meulen}}, die nu zag dat de Fortuin hem van veere toeknikte, brak met der woon van Brussel op en begaf zig in dienst van den Koning die hem jaarlyks toeley 2000 kroonen, en een vrye woning in ''Gobelins''. Daar en boven betaalde hem de Koning zyne onkosten, wanneer hy het Leger volgde. Hy is van de meeste ''Conquêtes'', of veroveringen der Steden, en andere byzondere voorvallen ooggetuige geweest, en heeft dus gelegentheit gehad; om de zelve naaukeurig, zoo wel de Steden met hare bolwerken, als de beschansingen daar tegens, met de gansche toerustinge, en het aankleven van dien, in tafereelen te vertoonen. Deze stukken sieren nu nog het Paleis van ''Marly'' en den opgang in het Kasteel te ''Versailles''. Hy heeft ook de eer gehad dat Koning Lowys de XIV heeft voor Gevader gestaan over een van zyne Dochters.<noinclude>{{rechts|On-}}</noinclude>
o1tpb8ro7wrurt9r14vow7rq3quutc9
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/370
104
88005
225143
2026-08-19T18:05:14Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
225143
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH||''Schilders en Schilderessen''.|331}}</noinclude><br>{{gap}}Onderwyle kwam zyn eerste Huisvrouw te sterven. Straks maakte een Nicht van ''C. le Brun'' toeleg om die plaats te vullen, en wist het zoo fyn en listig door voorstellingen van de ''Brun'' als anderen, by hem te doen, dat {{sc|vander Meulen}} geen uitvlucht bedenken konde om dien toeleg te ontgaan, zonder den haat van de ''Brun'' (dien hy vreesde) op zyn hals te halen. Des bewilligde hy (hoe noode) tot een tweede Huwlyk, om zig door dit verbant te vaster in de gunst van de ''Brun'', die ’t oor van den Koning had, te wikkelen. Doch deze nieuwe Vrouw (gelyk het gemeenlyk zoo gebeurt) wist zig by tyts van haar gelukkig lot te bedienen, en haar zelf te verryken by zyn leven; want van wat kostelykheit zy ’s nachts droomde, die moest zy by daag hebben.<br>{{gap}}Hy is gestorven te ''Gobelins'' in ’t jaar 1690, in den ouderdom van 65 jaren en begraven in de Kerk van St. Hipoplite.<br>{{gap}}Hy had een Broeder ''Peeter vander Meulen'' genaamt die een braaf Beeltsnyder was. Deze ging in ’t jaar 1670 met zyn Vrouw in Engelant wonen, daar ''Peeter van Bloemen'' en ''Laresilliere'' hem kort volgden.<br>{{gap}}Zyn Beeltenis gaat uit in zwarte Konst, van ''Laresilliere'' geschildert, en van ''Bekket'' geschraapt.<br>{{gap}}In ’t ''Cabinet des singularitez d’Architecture, Peinture, Sculpture, & Graveure &c. par Florent le Comte &c.'' I D. pag. 63, staat een ''Catalogue'' of Lyst, van de ''Conquêtes'', of veroveringen des Konings van Vrankryk, en andere Konststukken, welke hy in des zelfs dienst zynde gemaakt heeft, en welke ook in plaat gebracht zyn, door ''J. Hughtenburg, R. de Hooge, Nicol. Bernart, N. Cochin, Ch. Simonneau, Fr. Ertinger'' &c.<noinclude>{{rechts|In}}</noinclude>
26qunmxilhbjcs5xl664ofqfdlqwzid
De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoine Francois vander Meulen
0
88006
225144
2026-08-19T18:06:20Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225144
wikitext
text/x-wiki
<pages index="De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu" from=368 to=370 fromsection=s2 header=2/>
[[Categorie:Schouburg]]
5k12dqw5i3a7thuhyzolwt1vqt0vs5m
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Roelant Savery
100
88007
225146
2026-08-19T18:37:13Z
Vincent Steenberg
280
begin
225146
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Roelant Savery
| afbeelding = HUA-39188-Portret van Roelant Savery (cropped).jpg
| alt = Roelant Savery omstreeks 1610
| beschrijving = Bronnen bij de Zuid-Nederlandse schilder, tekenaar en prentkunstenaar [[w:nl:Roelant Savery|Roelant Savery]]
}}
== Algemeen ==
== Inleidingen - Hand- en leerboeken ==
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Roelant Savry|“Roelant Savry”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 56-60.
*Vloten, J. van (1874) ''[[Nederlands schilderkunst van de 14e tot de 18e eeuw|Nederlands schilderkunst]]'', Amsterdam: P.M. van Kampen & Zn., p. 129.
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
=== Musea ===
;Centraal Museum, Utrecht
*Anoniem (16 november 1929) [[De Maasbode/Jaargang 62/Nummer 22785/Avondblad/De nieuwe Scorel in het Centraal Museum te Utrecht|‘De nieuwe Scorel in het Centraal Museum te Utrecht’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1-2].
*Anoniem (7 december 1931) [[De Maasbode/Jaargang 64/Nummer 24049/Avondblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Nieuwe aanwinsten’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p. 6 (vermeld als ‘Roelant Severy’).
=== Tentoonstellingen ===
;1927
*''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p. 1.
== Werken ==
;''Orpheus betovert de dieren met zijn muziek'' (Mauritshuis)
*Vrolik, W. (1853) [[Album der Natuur/1853/Over den Dodo of Dronte, Vrolik|‘Over den Dodo of Dronte’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p. 177-186, met name 181.
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
19xodg27nxtswz34nz0knd6dc1j0ou1
Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/304
104
88008
225148
2026-08-19T18:41:25Z
WeeJeeVee
2844
/* Niet proefgelezen */
225148
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||STUDIËN OVER DEN OESTER.|269}}</noinclude>uitlozingsbuis, gelijk {{sc|lacaze duthiers}} te regt en het eerst waarnam, en niet met meerdere openingen, zooals {{sc|everard home}} en {{sc|davaine}}
vermelden. In September 1863 vond ik dit voorttelingsorgaan zeer gezwollen; in de schelp was veel melkachtig sap, hetgeen ik aan een mikroskopisch onderzoek onderwierp; ik zag daarin, na herhaalde waarneming, ontwikkelde dojers, waarvan een enkel met een kapsel voorzien was, fig. 10 B.
De vorming der voorttelingsstoffen berust op eene voortdurende ontwikkeling van nieuwe cellen in de voorttelingsklier, naar mate de oudere in het hoofdkanaal overgaan en door dit naar buiten worden gevoerd. De blinde klierzakjes, die de eigenlijke eijeren en zaaddraden (spermatozoa) voortbrengen, liggen overal door elkander, ja, men heeft waargenomen, dat een en hetzelfde zakje half mannelijk, half vrouwelijk kan zijn. De bevruchte eijeren gaan onmiddellijk in den mantel over en ik vond deze meermalen met die karakteristieke witte laag overdekt, bij de oesterverkoopers bekend onder den naam van melkers; zij ontwikkelen zich hier allengskens, en zijn in staat om het moederdier vrijwillig te verlaten. Het aantal eijeren is zóó groot, dat {{sc|job baster, poli}} en {{sc|a. leeuwenhoek}}<ref>{{sc|A. Leeuwenhoek}}, ''Arcana Naturae detecta'', 1722, Tom II, 417. Epist. 83, Tom III, p 512, Epist. 92, 95, 96, 103.</ref> het cijfer bij den oester hebben berekend op 100,000, 1200,000, ja tot 10,000,000!
{{sc|Davaine}}<ref>{{sc|C. Davaine}}, ''Récherches sur la génération des huîtres dans les Mémoires de la Société de Biologie'', Tom IV, le Serie 1852, p. 109, 297—339, pl. I, II, en ''Comptes rendus de l' Académie des Sciences naturell''., 1855, Tom 1, XI, p. 46, ''l' Institut'', 10 Janvier 1855, p. 9.</ref>, {{sc|lacaze duthiers}}<ref>{{sc|H. Lacaze Duthiers}}, ''Récherches sur les organes génitaux des Acéphales lamellibranches dans les Annales des Sciences naturelles'', Tom II, no. 3, 4e Serie, 1854, p. 156—192; no. 4, p. 193—248, pl. VIII, ''Comptes rendus de l' Académie des Sciences naturell''., 1854, XXXIX, 103—106, 188—192, 1197—1200. 1855, XL, Tom I, p. 415—418. l'Institut, 5 Janvier 1855, p. 5; 28 Février 1855, p. 71. {{sc|H. Lacazr Duthiers}}, ''Mémoire sur le développement des branchies des mollusques acéphales lamellibranches, dans les Annales des Sciences naturelles'', Tom V, no. 1, 4e Serie, 1856, p. 1—47. Planche 2.</ref>, {{sc|van beneden}}<ref> {{sc|Van Beneden}}, ''sur les organes sexuels des huîtres, dans l' Institut'', XXIII, 1855, p. 87, 214.</ref> en {{sc|everard home}}<ref>{{sc| Everard Home}}, in ''Philosophical Transact''., 1827, p. 39, pl. IV. On the propagation of the common Oyster.</ref><noinclude>{{smallrefs}}</noinclude>
kfx4w8z3x88nn3u0iiumhb4452joqsf
Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/305
104
88009
225149
2026-08-19T18:45:21Z
WeeJeeVee
2844
/* Niet proefgelezen */
225149
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|270|STUDIËN OVER DEN OESTER.|}}</noinclude>hebben zich beijverd om de ontwikkeling der Monomya, d.i. van schelpdieren, die slechts van ééne sluitspier voorzien zijn, na te gaan, en kozen als vertegenwoordigers daarvan den gewonen oester (''Ostrea edulis''), ''Ostrea stentina'' van de Middellandsche Zee en ''Ostrea hippopus''.
Den eerstgenoemden schrijvers zijn wij dank verschuldigd voor hunne waarnemingen; zij zijn met naauwgezetheid en volharding gedaan.
{{sc|davaine}} besteedde daaraan 4 jaren en ontving daarvoor in Frankrijk den prijs, uitgeloofd aan hem, die op het gebied der proefondervindelijke natuurkunde nieuwe feiten aan het licht bragt.
{{sc|Lacaze Duthiers}} toonde aan, dat juist door vergelijkend ontleedkundige onderzoekingen het moejelijk vraagstuk zijne beslissing naderde; hij bestudeerde 41 soorten van weekdieren, op verschillende punten van de Fransche en Spaansche kust, op onderscheidene tijden van het jaar. In Augustus 1852 vertoefde hij te Rochelle, in Junij en Maart 1858 in Spanje, Barcelona, op de Balearische eilanden, Palma, Mahon; in September 1858 te Marseilles, Martigues, Bouc, Cette, Bretagne, Saint-Malo; in April 1854 te Bordeaux, Rochefort, Rochelle; in den zomer en herfst van dat jaar aan de kusten van Courseilles, Grandville, Normandië en Bernières.
Zij hebben den strijd beslist, of de oester was een hermaphrodiet, ja dan neen. Hij is tweeslachtig, alzoo mannelijke en vrouwelijke organen zijn vereenigd in hetzelfde dier. Die strijd mag uit een wetenschappelijk oogpunt belangrijk geacht worden, evenzeer is hij het uit een oeconomisch staathuishoudelijk oogpunt, omdat thans door die waarnemingen bewezen is, dat de voorstellen voor kunstmatige oesterteelt, zooals zij op groote schaal bij de visschen wordt uitgeoefend, vervallen en het weekdier onder behoorlijke voorzorgen geplaatst, ruimschoots in de behoeften kan voorzien. Welk een zoete troost voor de oester-gourmands, die soms uit de hoogte op de wetenschap neêrzien.
Hoe gaarne ik met den lezer een dieperen blik in de ontwikkelingsgeschiedenis van den oester zoude slaan, zoo verbiedt mij zulks de strekking van dit tijdschrift. Het zij mij echter vergund hem een kijkje in dat embryo-leven te geven. Wij gaan bij zoodanig onderzoek aldus te werk. In de maanden Maart, Mei,<noinclude></noinclude>
o1zovuf6jf1wwx6c5ow54tk0py3kw9w
Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/306
104
88010
225150
2026-08-19T18:49:56Z
WeeJeeVee
2844
/* Niet proefgelezen */
225150
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||STUDIËN OVER DEN OESTER.|271}}</noinclude>September wordt bij versche oesters het voorttelingswerktuig nagegaan met behulp van het mikroskoop; men zal daarin dan niet alleen eijeren vinden, maar ook zaaddraden, soms in eene levendige beweging, soms tot een bundel vereenigd, zie fig. ''c‚ b'', nu eens met de vrouwelijke deelen verbonden dan eens afzonderlijk. In oestertjes van 2 centimeters in doorsnede, vond {{sc|davaine}} meestal zaaddraden, eveneens bij oestertjes, die 8 millimeters in doorsnede hadden, terwijl hij de eijeren pas aantrof in oesters, die reeds in den handel kwamen. Deze waarneming, zegt hij, stemt overeen met de opmerking van een oestervisscher te Havre, dat de kleinste oesters zeer zelden zijn "en état de frai". De eijeren ontstaan alzoo later dan de zaaddraden. Die eijeren ondergaan nu van tijd tot tijd gedaanteverwisseling, en naar gelang het tijdperk van ontwikkeling toeneemt, naar die mate krijgt het jonge oestertje zijnen karakteristieken vorm. Zoodra dit weekdier de ouderlijke woning verlaten heeft, is hij, ofschoon reeds van een schaaltje voorzien, nog niet zóó ontwikkeld om zich aan de rots of andere voorwerpen vast te hechten, drijft vrij in het water rond en ontvangt nu voeding middellijk door een orgaan, bekend onder den naam van trilhaar-ligchaam (''corpus ciliare''), zie fig. ''d, e''.
"Au moyen de cet appareil,' zegt {{sc|davaine}}, "l'embryon nage dans le liquide avec une grande rapidité; il le traverse à son gré dans tous les sens, va, vient, tourne autour de lui même ou des obstacles qu'il rencontre. Rien n'est plus curieux et plus intéressant que de voir, sous le microscope, les petites huîtres parcourir la gouttelette d'eau qui les réunit en grand nombre, s'eviter mutuellement, se croiser en tout sens avec une merveilleuse rapidité, sans se heurter, sans se rencontrer jamais."
Naarmate nu de groote organen, hart, lever en ingewanden in omvang toenemen, naar die mate vervult het trilhaar-ligchaam al minder zijne rol en scheidt zich ten laatste geheel van het diertje af, hetgeen met beschuttingswerktuigen voorzien (de harde schaal), zich eindelijk aan den bodem, rots of klip bevestigt (zie fig. ''f''), of men verzamelt ze en brengt ze tot verdere ontwikkeling over in de zoogenaamde oesterputten, waarover later zal gehandeld worden.
De ouderdom van den oester is moeijelijk te bepalen; echter weet<noinclude></noinclude>
11iluwztf4o4b1jansadpdv9aovhy5b
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/371
104
88011
225151
2026-08-19T18:51:47Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
225151
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH|332|''Schouburgh der''|}}</noinclude>{{gap}}In dit zelfde jaar leefde en was te Rome aan ’t Hof van den Hartog ''Brassano'', of ''Brassiano'', JOAN GUILIAM BOUWER van Straatsborgh, een weergaloos konstig schilder van Gebouwen, Lantschappen en kleine figuurtjes op perkament in waterverf. Deze ''Brassano'' was in dien tyd een der grootste ''Mecenassen'' of begunstigers der vrye konsten, by den welken {{sc|Bouwer}} verscheyden jaren zyn Konst geoeffent heeft, schilderende voor den zelven zyn Paleis op verscheyden wyzen in perspectyf, als ook de Galeryen, Lustprieelen, Fonteynen en marmere Beelden, nevens al het gewoel van Koetzen, Paerden, en Lyfwagten. Hy had de Konst by ''Frederik Brendel'' te Straatsborg, die een goed ''Meniatuur'' Schilder was, door welks vlyt veel werk is naar gebleven, geleert; en wort van hem getuigt dat hy op een stukje perkament van een kleenen omtrek had geschildert het Krygsleger van Koning David, en de plaats daar Absolon aan een boom hangende van Joab met een speer word doorstooten.<br>{{gap}}Van Rome trok hy naar Napels, daar hy veel gelt won, en wel langer zoude gebleven hebben maar om zekere reden (men zegt de liefde van zyn Matres) zig genootzaakt vont weder naar Rome te keeren in den Jare 1634.<br>{{gap}}Van hem gaan in print uit de Historien van Ovidius Herschepping, de ''Pastor Fido'' of getrouwe Harder, als ook de Passie, of ’t lyden van Christus in 24 kwartplaten konstig door ''Melchior Kuszel'' van Augspurg geetst. Als ook verscheiden gezigten van Roomsche gebouwen, Paleyzen, Lusthoven en Springbronnen opgesiert door menigte van Beeltjes, die hoewel klein, elke onderscheyden in geslagt, door hun eigen dragten, of klee-<noinclude>{{rechts|din-}}</noinclude>
jx1kebwgxwkapwkb2us8bf5a0ok01su
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/372
104
88012
225152
2026-08-19T19:15:18Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
225152
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH||''Schilders en Schilderessen''.|333}}</noinclude><section begin="s1"/>dingen, bekent konden worden. Ja men kon zelf aan hunne wyze van staan, en gaan, zien, welk een Turk, Parsiaan, Spanjaard, Fransman, Muskoviter of Duitsman was. Met zulk een naauw opmerken behandelde hy zyn Konstwerk. Ook wort verhaalt, dat hy, schoon alleen by zig zelfs zynde, als hy bezig was, praatte, als of hy met de voorwerpen redenwisselde. Elk went zig zoo al iets aan, daar hy in zyn yver geen agt op geeft, of niet van weet; gelyk ''Bamboots'' gestadig onder ’t schilderen zyn knevels omkrulde. Eyndelyk begaf hy zig naar Weenen in Oostenryk, daar hy voor Ferdinant den III verscheiden Konstwerken maakte; en van een onverwagte ziekte overvallen, stierf in ’t jaar 1640. ''Du Piles'' schryft dat hy te ''Vienne'' een Stadt aan den Donau, is gestorven.
<section end="s1"/>
<section begin="s2"/>{{gap}}KORNELIS KIK geboren te Amsterdam in den jare 1635, heeft van der jeugt af aan zich by zyn Vader die een fraay beeldschilder was, geoeffent. Hy zelf schilderde ook Beelden en Pourtretten, waar onder gevonden worden die zoodanig zyn uitgevoert dat den erf van ’t vel daar in na ’t leven is waar genomen. Maar wanneer de geneigtheit der Konstlievenden, tot het stilleven, en bloemstukken, toenam, en ''Jan de Heem'' inzonderheit daar mee breed voorwind zeilde, liet hy zig raden het bloem- en fruitschilderen ter hant te nemen, ’t geen hem wel gelukte, en ook groot voordeel gegeven zoude hebben, indien hy niet zoo traag waar geweest. Zyn vrinden, die hem tot naarstigheid aanmaanden, gaf hy tot antwoord: dat, als hy getrout waar, hy zyn doen meer beyveren zoude. Zyn oog viel op de Dochter van Spaaroog in de<section end="s2"/><noinclude>{{rechts|Bank}}</noinclude>
ou16k0j8m5ppnujuuje0hfvnoubml3f
De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joan Guiliam Bouwer
0
88013
225153
2026-08-19T19:16:22Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225153
wikitext
text/x-wiki
<pages index="De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu" from=371 to=372 tosection=s1 header=2/>
[[Categorie:Schouburg]]
3o5jcaommpfrjw95kxt9xr6l8z2tw6z
Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/Alzo de plaats van Wolle Naaister, als mede van Opzienster vacant zyn
0
88014
225154
2026-08-19T19:21:59Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225154
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Alzo de plaats van Wolle Naaister, als mede van Opzienster van de kleine Kinderen, in het Waalsche Weeshuis te Amsterdam vacant zyn; […] [advertentie]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', 10 Maart 1767, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Amsterdamsche Courant 1767 no 030.pdf" from=2 to=2 fromsection=s12 tosection=s12/>
[[Categorie:Amsterdamsche Courant, 1767]]
3wot44odz1qqzty62zfdeyaalr0jeuf
Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/Een Mademoiselle
0
88015
225155
2026-08-19T19:28:42Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225155
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Een Mademoiselle van goeden Huize […] genegen zynde voor Onder-Mademoiselle te fungeeren, […] [advertentie]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', 10 Maart 1767, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Amsterdamsche Courant 1767 no 030.pdf" from=2 to=2 fromsection=s13 tosection=s13/>
[[Categorie:Amsterdamsche Courant, 1767]]
q2wgkmzxpxvux8cjkcp2ofupggs5rh7
Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/J. J. de Bruyn, H. du Goudi à Bois en D. de Bruyn
0
88016
225156
2026-08-19T19:30:38Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225156
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘J. J. de Bruyn, H. du Goudi à Bois en D. de Bruyn, Makelaars, zullen op heden den 10den Maart, […] t’Amst. […] verkoopen […] [advertentie]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', 10 Maart 1767, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Amsterdamsche Courant 1767 no 030.pdf" from=2 to=2 fromsection=s14 tosection=s14/>
[[Categorie:Amsterdamsche Courant, 1767]]
p15qel1cws1fvdbnzywoydy3xvygz6g
Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/Is. A. Namias, J. de Leeuw, L. Nieuwenhuys, J. W. le Normant, J. Steen, M. de Leeuw en M. Levy Content Junior
0
88017
225157
2026-08-19T19:52:10Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225157
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Is. A. Namias, J. de Leeuw, L. Nieuwenhuys, J. W. le Normant, J. Steen, M. de Leeuw en M. Levy Content Junior, Makelaars, zullen op heden den 10 Maart, […] t’Amsterd. […] verkopen, […] [advertentie]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', 10 Maart 1767, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Amsterdamsche Courant 1767 no 030.pdf" from=2 to=2 fromsection=s15 tosection=s15/>
[[Categorie:Amsterdamsche Courant, 1767]]
b5cncliy4kpc587jmfo8tlhewab26mv
Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/J. Moreno Henriques
0
88018
225159
2026-08-19T20:19:03Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225159
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘J. Moreno Henriques, D. de Azevedo, Is. Abendana Namias, […], Makelaars, zullen op heden den 10 Maart, […] t’Amsterd. […] verkopen, […] [advertentie]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', 10 Maart 1767, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Amsterdamsche Courant 1767 no 030.pdf" from=2 to=2 fromsection=s16 tosection=s16/>
[[Categorie:Amsterdamsche Courant, 1767]]
o02mlekf38wu2glzzp7jh1x3h9zqzk8
Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/Michiel van Soomerdyk en Johannes Meneven
0
88019
225160
2026-08-19T20:20:22Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225160
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Michiel van Soomerdyk en Johannes Meneven, Makelaars, zullen op Woensdag den 11 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', 10 Maart 1767, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Amsterdamsche Courant 1767 no 030.pdf" from=2 to=2 fromsection=s17 tosection=s17/>
[[Categorie:Amsterdamsche Courant, 1767]]
i2o31he4rlbqh3ue60lri5vqaoxpe12
Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/Men zal op Woensdag den 11 Maart verkoopen
0
88020
225161
2026-08-19T20:21:39Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225161
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Men zal op Woensdag den 11 Maart, t’Amst. […] by Executie verkoopen: […] [advertentie]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', 10 Maart 1767, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Amsterdamsche Courant 1767 no 030.pdf" from=2 to=2 fromsection=s18 tosection=s18/>
[[Categorie:Amsterdamsche Courant, 1767]]
5nz1liaf7gvx0n5q8z0b8jemv33woig
Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/A. van Theenen de Jonge en J. C. de Kaersgieter
0
88021
225162
2026-08-19T20:23:03Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225162
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘A. van Theenen de Jonge en J. C. de Kaersgieter, Makelaars, zullen op Woensdag den 11 Maart, […] t’Amst. […] verkoopen […] [advertentie]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', 10 Maart 1767, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Amsterdamsche Courant 1767 no 030.pdf" from=2 to=2 fromsection=s19 tosection=s19/>
[[Categorie:Amsterdamsche Courant, 1767]]
0f87av18dcphbe4augr4du12w80v5f7
Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/Paulus Schuekink en Salomon de Jong
0
88022
225163
2026-08-19T20:24:21Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225163
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Paulus Schuekink en Salomon de Jong, Makelaars, zullen op Woensdag den 11den Maart, […] t’Amst. […] verkoopen: […] [advertentie]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', 10 Maart 1767, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Amsterdamsche Courant 1767 no 030.pdf" from=2 to=2 fromsection=s20 tosection=s20/>
[[Categorie:Amsterdamsche Courant, 1767]]
53pfglpt44z3diwhee6uww2rplpppv7
Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/Verkoopinge in Amsterdam
0
88023
225164
2026-08-19T20:25:33Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225164
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Verkoopinge in Amsterdam, op Vrydag den 13 Maart, […] [advertentie]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', 10 Maart 1767, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Amsterdamsche Courant 1767 no 030.pdf" from=2 to=2 fromsection=s21 tosection=s21/>
[[Categorie:Amsterdamsche Courant, 1767]]
h5cyoyrtfu4kwt9tncb0ias4gvvikuh
Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/Op Vrydag den 13 Maart
0
88024
225165
2026-08-19T20:27:01Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225165
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Op Vrydag den 13 Maart, zal men t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', 10 Maart 1767, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Amsterdamsche Courant 1767 no 030.pdf" from=2 to=2 fromsection=s22 tosection=s22/>
[[Categorie:Amsterdamsche Courant, 1767]]
g43lllwki7dzc8bq9o5ibwtyb79qhb9
Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/Jan Russevelt
0
88025
225166
2026-08-19T20:28:23Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225166
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Jan Russevelt, Makelaar, zal op Vrydag den 13 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', 10 Maart 1767, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Amsterdamsche Courant 1767 no 030.pdf" from=2 to=2 fromsection=s23 tosection=s23/>
[[Categorie:Amsterdamsche Courant, 1767]]
qzi2kg2toudwkk4ex8pbbje1me4mk9j
Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/L. Stoel
0
88026
225167
2026-08-19T20:29:51Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225167
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘L. Stoel, Makelaar, zal op Saturdag den 14 Maart 1767, […] tot Muyden […] verkopen, […] [advertentie]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', 10 Maart 1767, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Amsterdamsche Courant 1767 no 030.pdf" from=2 to=2 fromsection=s24 tosection=s24/>
[[Categorie:Amsterdamsche Courant, 1767]]
b9yi9sui4bkuamiuhybslj9baeblzgi
Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/H. Moens, C. van Noorle Hkz. en N. van Noorle Hkz.
0
88027
225168
2026-08-19T20:31:19Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225168
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘H. Moens, C. van Noorle Hkz. en N. van Noorle Hkz., Makelaars, zullen op Maandag den 16 Maart, t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', 10 Maart 1767, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Amsterdamsche Courant 1767 no 030.pdf" from=2 to=2 fromsection=s25 tosection=s25/>
[[Categorie:Amsterdamsche Courant, 1767]]
oetl41gtdw2d5bghoih6qpxlvi7rk0q
Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/Pieter van Buytene Pietersz.
0
88028
225169
2026-08-19T20:34:04Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225169
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Pieter van Buytene Pietersz., Makelaar, zal op Maandag den 16 Maart, t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', 10 Maart 1767, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Amsterdamsche Courant 1767 no 030.pdf" from=2 to=2 fromsection=s26 tosection=s26/>
[[Categorie:Amsterdamsche Courant, 1767]]
c6ntuf8bmkiz3e1nvphqpswfuq0mx8u
Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter
0
88029
225170
2026-08-19T20:35:38Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225170
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', 10 Maart 1767, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Amsterdamsche Courant 1767 no 030.pdf" from=2 to=2 fromsection=s27 tosection=s27/>
[[Categorie:Amsterdamsche Courant, 1767]]
l9js2m5fyojl45jlr5oq6lx4u7a2pby
225171
225170
2026-08-19T20:37:14Z
Vincent Steenberg
280
225171
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', 10 maart 1767, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Amsterdamsche Courant 1767 no 030.pdf" from=2 to=2 fromsection=s27 tosection=s27/>
[[Categorie:Amsterdamsche Courant, 1767]]
pygsc83aybbfw7ofd06pju7bwx57gi3
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/301
104
88030
225180
2026-08-20T07:36:47Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225180
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
En le propre nuitie ·j· messagier pris a :
Au duc Gaufroi de Frise isnèlement manda
Qu’il fache armer sa gent ; et que ·ij· portes a,
A ·ij· cors de la ville, ch’est de chà et de là.
Sa gent fache envoïer à le porte de chà,
·ij·m à une fois ; et autant en menra
A le porte de là ; ensément entrera
A ·ij· lés de la ville. Par che point l’avera,
Et ensi i porra faire che qu’il vaurra :
Ou de prendre ; ou d’ochire ; s’il voelt, il l’ardera.
Car puis que ·iiijm· des siens il i ara,
De la bonne chité au dessevré sera.
Ensément dist li briés que Bérart saiëla.
Et li més s’emparti, que point n’i arresta,
Il est venu en l’ost ; mais leus qu’il i entra,
Il fu pris de chellui qui l’ost escargaita :
Mais ossitost qu’il dist que lettres aporta,
Fu menés à Gaufroi, qui couchiés fu piècha.
Mais si tost qu’il oï le noise c’on mena,
A cellui ammener, en estant se leva ;
Cuida qu’il fuist traïs, à poy qu’il n’esraga.
Car lères cuide adès, on le dist de piècha,
Que tout soient si frère ; car nullui ne créra.
Car jà de mauvais coer loyautés ne venra.
Gaufrois quant il l’oï le noise, et le criée,
Son auqueton vesti ; sa teste a bien armée.
Ses chambrelens li dist, à moult haute allenée :
« Que ch’est une espie, n’aïés chière affraée,
« Que chil du gait amainent ; pris l’ont en ceste prée. »
Et Gaufrois respondi : « sa char soit traiënée !
« Je n’och si grant paour il a plus d’une année ;
« Car je redoubte trop, par le Vierge loée,
« Che déable qui a ma chité conquestée.
« Il n’est pas homs morteus, ains est choze faée :
« Car il fiert tèlement, en estour, de l’espée
</poem>
|valign=top|
<poem>
Nam in diezelfde nacht een boodschapper in dienst:
Aan hertog Godefried van Friesland liet hij ijlings weten
Dat hij zijn volk moest wapenen; en dat hij twee poorten had,
Aan twee kanten van de stad, te weten aan deze en aan gene zijde.
Zijn volk moest hij naar de poort aan deze kant sturen,
Tweeduizend in één keer; en evenzoveel zou hij leiden
Naar de poort aan gindse kant; zodoende zou hij binnentrekken
Aan twee zijden van de stad. Door deze list zou hij haar innemen,
En zo zou hij er kunnen doen wat hij maar wilde:
Ofwel plunderen, ofwel doden; als hij wilde, zou hij haar platbranden.420
Want zodra er eenmaal vierduizend van de zijnen binnen zouden zijn,
Zou de goede stad definitief gescheiden zijn van haar verdediging.
Alzo sprak de brief die Berard bezegelde.
En de bode vertrok, zonder daar te dralen,
Hij kwam aan in het legerkamp; maar zodra hij daar binnenging,
Werd hij gevangengenomen door degene die de wacht hield over het kamp:
Maar zodra hij zei dat hij brieven bracht,
Werd hij naar Godefried geleid, die al een poos te bed lag.
Maar zodra deze het rumoer hoorde dat men maakte,
Om die man aan te voeren, stond hij direct op;430
Hij dacht dat hij verraden was, hij werd bijna krankzinnig van woede.
Want een dief denkt immers altijd, men zegt het al sinds lang,
Dat allen zijn broeders zijn; want hij zal niemand vertrouwen.
Want uit een boosaardig hart zal nooit trouw voortkomen.
Godefried, toen hij het rumoer en het geroep hoorde,
Trok zijn maliënkolder aan; zijn hoofd wapende hij goed.
Zijn kamerling zeide tot hem, met zeer diepe ademteug:
« Het is een spion, wees niet angstig van gemoed,
« Die de wachters aanvoeren; zij hebben hem in deze weide gevangen. »
En Godefried antwoordde: « Moge zijn vlees worden weggesleept!440
« Ik heb in geen jaar zo'n grote angst gekend;
« Want ik vrees al te zeer, bij de geprezen Maagd,
« Die duivel die mijn stad heeft veroverd.
« Hij is geen sterfelijk mens, maar een wezen uit de elfenwereld:
« Want hij slaat in de strijd zo geducht met het zwaard
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
phaou6654wj6ugviyza2g5i5upmyxyu
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/302
104
88031
225181
2026-08-20T07:39:43Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225181
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Que ·c· homme n’aroient encontre lui durée. »
Ès-vous le marissal, qui l’ost avoit gardée,
Il a dit à Gaufroi, qui à nul bien ne bée :
« Sire Gaufroi, » dist-il, « or oïés ma pensée ;
« Vèchi ·j· messaiger, de la chité loée,
« Qui vous a, che dist-il, une lettre aportée.
« A lui porrés savoir sé ch’est choze avérée. »
Et Gaufrois li a dit, à moult haute allenée :
« Varlet, à cui es-tu ? or ne me fai chélée. »
« Sire, » che dist li més, à le chière senée,
« A Bérart, le bourgois, qui tant a renommée. »
Quant Gaufrois l’entendi, s’en fist une risée ;
Car de fausse gent est adès belle l’entrée.
Gaufrois prist le messaige, si le mainne à privé ;
Et puis li dist : « varlés, or ne m’aïés chélé.
« Que me mande Bérart, qui tant a de bonté ? »
« Sire, » dist li espie, « par sainte Carité,
« Il vous mande par moi salus et amisté ;
« Et si vous mande ossi que n’aïés arresté,
« Faites que vostre gent soient tantost armé.
« Car li bourgois li ont mis en sa poesté
« ·ij· portes de la ville, pour ouvrir à son gré ;
« L’une est chelle dechà, sachiès de vérité,
« Et celle par delà, vers le rieu Josué.
« Il en garde les clés, tout à sa volenté,
« Par l’acort des bourgois, qui trop vous ont en hé.
« Or voeilt Bérart, mes sires, qui tant a de fierté,
« Qu’au lez delà alés, o vostre gent armé,
« ·ijm· à une fois, qu’il soient adoubé ;
« Et ·ijm· en seront au lés dechà entré :
« Si faitement arés le ville à vostre gré.
« Et veschi son saël, et son brief saiellé. »
Adont isnèlement li a son brief monstré ;
Et quant Gaufroi le vit, si en a Dieu loé.
Adont isniellement a li rois commandé,
</poem>
|valign=top|
<poem>
« Dat honderd man het niet tegen hem zouden uithouden. »
Daar is de maarschalk, die de wacht over het leger had gehouden,
Hij zeide tot Godefried, die op niets goeds zinspeelde:
« Heer Godefried, » zeide hij, « luister nu naar mijn gedachte;
« Hier is een boodschapper uit de geprezen stad,450
« Die u, naar hij zegt, een brief heeft gebracht.
« Van hem zult u kunnen vernemen of het een ware zaak betreft. »
En Godefried zeide tot hem, met zeer luide stem:
« Knaap, van wie ben jij? Houd het nu niet voor mij verborgen. »
« Heer, » zo sprak de bode, met een verstandig gezicht,
« Van Berard, de burger, die zo'n grote faam geniet. »
Toen Godefried dit hoorde, lachte hij erom;
Want bij valse mensen is de ontvangst altijd gunstig.
Godefried nam de boodschapper mee en leidde hem in het geheim apart;
En daarna zeide hij tot hem: « Knaap, houd het nu niet voor mij verborgen.460
« Wat laat Berard mij weten, die zoveel goeds in zich heeft? »
« Heer, » zeide de spion, « bij de heilige Liefde,
« Hij zendt u via mij groeten en vriendschap;
« En hij laat u ook weten dat u niet moet dralen,
« Zorg dat uw mannen terstond gewapend zijn.
« Want de burgers hebben onder zijn gezag gesteld
« Twee poorten van de stad, om naar zijn believen te openen;
« De ene is die aan deze kant, weet dat in waarheid,
« En de andere daar ginds, nabij de beek van Jozua.
« Hij bewaart er de sleutels van, geheel naar eigen wil,470
« Met instemming van de burgers, die een grote haat tegen u koesteren.
« Nu wil Berard, mijn heer, die zoveel trots bezit,
« Dat u naar de overzijde gaat met uw gewapende mannen,
« Tweeduizend in één keer, die goed uitgerust moeten zijn;
« En tweeduizend zullen er aan deze zijde binnentrekken:
« Op die wijze zult u de stad naar uw hand zetten.
« En zie hier zijn zegel en zijn verzegelde brief. »
Toen toonde hij hem ijlings zijn brief;
En toen Godefried die zag, loofde hij God erom.
Toen gaf de koning terstond bevel,480
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
f5i46rpcjzx7x9rtz2p06fgw0jej7aq
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/303
104
88032
225182
2026-08-20T07:42:02Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225182
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Par ses connestablies, coiëment à chélé,
Tous cheulz qu’il volt avoir, qui plus li sont privé.
Dist à son marissal, c’on clamoit Ysoré :
« Alés à ceste porte séant sus che fossé,
« A ·ijm· barons, qui bien soient monté ;
« Car la ville est à nous, par ma cristienté.
« A le porte delà irai, parmi che pré,
« Et quant vous penserez que j’aie tant esré
« Que je soie en le porte, s’entrez à che costé ;
« Ensi arons le ville que je vous ai conté. »
Et dist li marissaus : « vous avez bien parlé.
« Or dorment li bourgois douchement, et soé ;
« Si seront resveilliet à leur male santé !
« De lui désobéir à son droit avoé
« N’avint onques nul bien ; car qui fait loïauté
« En le fin il en est très bien gueredonné. »
Si faitement ouvrèrent li traïtour prouvé.
Gaufrois fist adouber ·iiijm· hommes là,
Et à son marissal les ·ijm· en bailla ;
Et puis isnèlement partir l’en commanda.
Il méismes devant, o sa gent, s’en ala,
A le porte darrainne ses gens o lui mena ;
Et li marissiaus fu à le porte dechà,
Pour entrer en la ville très bien s’aparilla ;
Et Gaufrois, li traïtres, à l’autre lés s’en va,
A ·ijm· Frisons li glous s’achemina.
Tant chevauche et esploite que le porte trouva,
Et là estoit Bérars, qui adont commanda
Le porte à deffremer, et le pont abaissa ;
Puis a dit à Gaufroi : « savés comment il va !
« Faites en ceste ville tout chou qu’il vous plaira.
« Je le vous ai livrée, biau sire, vés-le-chà. »
Et Gaufrois, li traïtres, à Dieu le commanda,
Et puis isnèlement par le ville s’en va ;
Et li faus marissiaus point ne s’i arresta,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Via zijn legerafdelingen, in het diepste geheim,
Aan al degenen die hij erbij wilde hebben, die hem het meest na stonden.
Hij zeide tot zijn maarschalk, die men Isoré noemde:
« Ga naar die poort die aan die gracht gelegen is,
« Met tweeduizend baronnen, die goed te paard moeten zitten;
« Want de stad is aan ons, bij mijn christenplicht.
« Naar de poort daarginds zal ik gaan, door deze weide,
« En wanneer u denkt dat ik zover gevorderd ben
« Dat ik bij de poort ben, trek dan aan die kant naar binnen;
« Zo zullen we de stad innemen, zoals ik u verteld heb. »490
En de maarschalk zeide: « U heeft welgesproken.
« Laat de burgers nu maar zacht en vredig slapen;
« Ze zullen ontwaken tot hun grote schade!
« Hem ongehoorzaam zijn in zijn rechtmatige aanspraak
« Bracht nooit enig goed; want wie trouw betracht
« Wordt daar aan het einde zeer wel voor beloond. »
Op die wijze handelden de onmiskenbare verraders.
Godefried liet daar vierduizend man hun wapenrusting aantrekken,
En aan zijn maarschalk droeg hij er tweeduizend van over;
En daarna beval hij hem ijlings te vertrekken.500
Zelf ging hij vooraan, met zijn manschappen, op weg,
Naar de achterste poort leidde hij zijn volk met zich mee;
En de maarschalk bevond zich bij de poort aan deze kant,
Om de stad binnen te trekken maakte hij zich zeer goed gereed;
En Godefried, de verrader, begaf zich naar de andere kant
Met tweeduizend Friezen zette de schrokop zich in beweging.
Hij reed en vorderde zover te paard dat hij de poort vond,
En daar bevond zich Berard, die toen bevel gaf
De poort te ontsluiten, en hij liet de ophaalbrug neer;
Daarna zeide hij tot Godefried: « Weet u hoe de vork in de steel zit!510
« Doe in deze stad alles wat u zal behagen.
« Ik heb haar aan u overgeleverd, schone heer, ziehier. »
En Godefried, de verrader, beval hem aan God aan,
En daarna trok hij ijlings door de stad heen;
En de valse maarschalk wachtte daar evenmin,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
lg8rscmko2avahhylri0a5e1zac7sjr
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/304
104
88033
225183
2026-08-20T07:45:45Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225183
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Entrés est en la ville par le porte dechà.
Or oïés le miracle que Diex i demonstra :
Une telle tempeste à chelle heure leva
De tonnoile et d’esclistre, si pleut, et si venta,
Il sambloit à celle heure que li siècles fina.
De l’effoudre du chiel, que Diex i envoïa,
Li gent en leur maisons, qui furent chà et là,
S’esveillièrent adont, pour le tampz que fist là.
Oent le chevauchie, qui par le ville va ;
Cuident che soit déables, qui par nuit chevaucha.
Chascuns au miex qu’il sot se béni et sainna.
Li gent sont esmari par celle chevauchie,
Qui par le ville aloit courrant par le cauchie ;
Et cuidièrent adont che soit choze anemie.
Il pleut, et si venta, et esclistre, à le fie.
Bauduins de Sebourc gisoit delez s’amie :
Quant il oï le tampz, qui ensi s’esbanie,
Vint à une fenestre, si l’a desvérouillie ;
Sus le merchiet estoit le fenestre taillie,
Là prist à regarder, pour le tampz qui rougie,
Onques si grant oraige ne vit nulz homs en vie.
« E ! Diex, » dist Bauduins, « dame sainte Marie,
« Finera dont li siècles ensi ceste nuitie ! »
Lors escouta ; s’oï grande tournoïërie
De chevaucheurs qui viènent, bannière desploïe.
Lors apella la belle, qui moult fu esbahie :
« Dame, car vous sainniés, pour Dieu je vous en prie ;
« Car ·c· déablez voi venir à une fie,
« Qui tout sont à cheval, s’ont no ville saisie.
« Par si fait tampz qu’il fait vont déable à le fie.
« Dame, » dist Bauduins, « sé Diex me puist aidier,
« Li siècles finera, je croi, ains l’esclarier !
« J’oi venir à cheval maint déable d’enfier,
« Et huent l’un à l’autre ; font tel noise au criier
« Qu’il samble proprement qu’il doivent esragier.
</poem>
|valign=top|
<poem>
Hij is de stad binnengetrokken door de poort aan deze kant.
Hoor nu het wonder dat God daar toonde:
Een dergelijke storm stak op dat uur op
Van donder en bliksem, en het regende en het waaide zo hard,
Het leek op dat uur alsof de wereld verging.520
Door de bliksem uit de hemel, die God daarheen zond,
Ontwaakten de mensen in hun huizen, die her en der stonden,
Toen terstond, vanwege het weer dat daar huishield.
Zij horen de ruiterschaar die door de stad trekt;
Zij denken dat het de duivel is die bij nacht rondreed.
Ieder zegende en sloeg een kruis naar zijn beste weten.
De mensen zijn ontzet door die ruiterschaar,
Die door de stad trok en over de straatweg rende;
En zij dachten toen dat het een duivelse zaak was.
Het regende en het waaide, en het bliksemde herhaaldelijk.530
Boudewijn van Sebourc lag naast zijn geliefde:
Toen hij het weer hoorde, dat zo tekeerging,
Kwam hij naar een venster en ontgrendelde het;
Boven de markt was het venster aangebracht,
Daar begon hij te kijken, vanwege het weer dat de lucht rood kleurde,
Nooit zag enig levend mens zo'n grote storm.
« Ach! God, » zeide Boudewijn, « Vrouwe heilige Maria,
« Zal de wereld dan zo eindigen in deze nacht! »
Toen luisterde hij; en hij hoorde een groot krijgsrumoer540
Van ruiters die eraan komen, met ontplooid vaandel.
Toen riep hij de schone vrouw, die zeer ontdaan was:
« Vrouwe, want gij bloedt, om Gods wil bid ik u;
« Want ik zie honderd duivels tegelijk komen,
« Die allemaal te paard zitten en onze stad hebben ingenomen.
« Bij zulk weer als het nu is, gaan duivels tegelijk op pad.
« Vrouwe, » zeide Boudewijn, « zo God mij moge helpen,
« De wereld zal vergaan, geloof ik, nog voor het daglicht wordt!
« Ik hoor menig duivel uit de hel te paard aankomen,
« En ze roepen naar elkaar; ze maken zo'n lawaai met hun geschreeuw
« Dat het er werkelijk op lijkt dat ze razend zijn.550
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
a9qoanpu6fjelom0vr43cvkonxvx9je
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/305
104
88034
225184
2026-08-20T07:48:28Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225184
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Je croi qu’il viénent ci pour no ville essilier !
« Mais par cellui Signour qui tout a à jugier,
« Je m’irai maintenant armer et haubergier ;
« Et sé je puis trouver Belgibus tout premier,
« Kayn, Ebron le fel, et le glout Lucifier,
« A eulz me combatrai à l’espée d’achier.
« Pas ne me prenderont à guise de bregier ! »
« Sire, » dist la danselle, « venés vous recouchier.
« Encontre telle gent chertes n’avés mestier,
« Car tost vous porteroient en enfier herbergier. »
« Par foy, » dist Bauduins, « je n’en donne ·j· denier !
« Che que déables emporte raporte sans dangier. »
Bauduins de Sebourc s’arma isnèlement ;
Bien cuide que déable reviengnent là parent.
Et Gaufrois et li sien furent en grant tourment,
Pour le tourble du tampz, qui dura longement.
Le voie droite laissent, car li tampz lor deffent ;
Car grosses pières kaient, par le forche du vent.
Si fu la nuit oscure, si c’on ne vit noient
Nient plus qu’en une fosse, où noir fait quesrement.
Gaufrois fu courrechiés ; car il n’ot, ni entent,
Né il ne poet oïr nouvellez nullement
Du marissal de Frise, né de toute sa gent.
Adont derrière lui a oït clèrement
Une grant chevauchie venant hideusement,
Qui d’une grande rue dessus les siens descent.
Ch’estoit ses marissiaus, mais n’el cuide noient,
Ains cuida que che fuist Bauduins, au corpz gent,
Et chil de la chité ; qui par esmouvement
Fuissent tout adoubet et armet vistement,
Et qu’il sceussent jà tout le sien couvenent ;
Car li hons qui se doubte a paour bien souvent.
Li hons, puis qu’il se doubte, est tantost déconfis.
Gaufrois dérière lui cuide ses anemis ;
Il a dit au bourgois Bérart : « je sui trahis !
</poem>
|valign=top|
<poem>
« Ik geloof dat ze hierheen komen om onze stad te verwoesten!
« Maar bij die Heer die alles zal oordelen,
« Zal ik mij nu dadelijk gaan wapenen en mijn harnas aantrekken;
« En als ik Belzebub als allereerste kan vinden,
« Kaïn, Hebron de snode, en de schrokkerige Lucifer,
« Zal ik hen bekampen met het stalen zwaard.
« Ze zullen mij niet gevangen nemen als een herder! »
« Heer, » zeide de jonkvrouw, « kom u weer te ruste leggen.
« Tegen zulk volk hebt gij zeker niets te zoeken,
« Want al gauw zouden zij u meenemen om in de hel te herbergen. »560
« Bij mijn trouw, » zeide Boudewijn, « ik geef er geen penning om!
« Wat de duivel meeneemt, brengt hij zonder gevaar weer terug. »
Boudewijn van Sebourc wapende zich snel;
Hij dacht werkelijk dat de duivels daar vlakbij terugkwamen.
En Godfried en de zijnen verkeerden in grote angst,
Door de onstuimigheid van het weer, dat lang aanhield.
De rechte weg verlieten zij, want het weer belette hen dat;
Want grote stenen vielen neer, door de kracht van de wind.
En de nacht was zo donker, dat men niets zag
Niet meer dan in een put, waar het volkomen duister is.570
Godfried was woedend; want hij vernam noch hoorde,
Noch kon hij op geen enkele wijze nieuws horen
Van de maarschalk van Friesland, noch van al zijn volk.
Toen hoorde hij achter zich heel duidelijk
Een grote ruiterschaar ijselijk aankomen,
Die uit een grote straat op de zijnen neerdaalde.
Het was zijn maarschalk, maar hij dacht er niet aan,
In plaats daarvan dacht hij dat het Boudewijn was, de edele man,
En die van de stad; die door de opschudding
Allemaal snel toegerust en gewapend waren,580
En dat zij al zijn hele plan al kenden;
Want de man die twijfelt, heeft heel vaak angst.
De man, zodra hij twijfelt, is al gauw verslagen.
Godfried dacht dat zijn vijanden achter hem waren;
Hij zei tegen de burger Berard: « ik ben verraden!
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
msxucdwdbeqxfcz9em736017j1hdi82
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/306
104
88035
225185
2026-08-20T07:50:11Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225185
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Ceste ville est esmute, par Dieu de paradis,
« Si nous sièvent derrière, car je les ai oïs. »
Adont fu li bourgois durement abaubis.
Et Gaufrois s’escria clèrement à haus cris :
« Or alarme ! signour, deffendés-vous toudis ! »
Contre le marissal a retourné le vis ;
Le lanche a abaissie, s’a l’escut avant mis :
Envers le marissal en est briement salis,
Le cheval esperonne, comme vassaus hardis,
Et le fer de sa lanche li a si bien assis
Qu’adont li convoïa outre parmi le pis.
Le coer li a fendut ; chius kéi mors ochis.
Gaufrois sache l’espée, qui pas ne fu faintis,
Cui il ataint à cop il est mors et fénis.
Chil de là se deffendent, à riches brans fourbis ;
Là ochient l’un l’autre, grans i fu li estris ;
Car il n’i ot chellui ne cuide estre traïs.
Grande fu la bataille qui fu celle vesprée :
Gaufrois tue les siens, au trenchant de l’espée,
Bien cuidoit as bourgois démonstrer sa posnée ;
Le gent dou marissal s’i est bien esprouvée,
Bien cuident la commoingne soit encontre eulz armée.
Ensi se combatoient, par mauvaise pensée.
Dès-si jusqu’au marchiet va durant le mellée,
Et fu en pluisours liex le bataille tournée.
Assés près du chastel i ot une assamblée,
Et une tuïson, et si grande criée,
C’onques ne fu si grande à nul jour escoutée.
Bauduins de Sebourc avoit le teste armée ;
Voit par une fenestre, et oï la criée
Du cri de la bataille, qui tant fu redoubtée ;
Lors dist à se moullier : « par le Vierge loée,
« Li déable sont là hors, c’est vérités prouvée !
« Mais par cellui Signour, qui fist chiel et rozée,
« A eulz m’irai combatre au trenchant de l’espée. »
</poem>
|valign=top|
<poem>
« Deze stad is in rep en roer, bij de God van het paradijs,
« En ze volgen ons van achteren, want ik heb hen gehoord. »
Toen was de burger hevig verbijsterd.
En Godfried riep heel duidelijk met luide stem:
« Te wapen! heren, verdedig u te allen tijde! »590
Tegen de maarschalk heeft hij zijn gezicht gekeerd;
De lans heeft hij neergelaten, en het schild vooruitgezet:
Naar de maarschalk is hij kortweg toegesprongen,
Het paard spoort hij aan, als een koene vazal,
En de ijzeren punt van zijn lans heeft hij zo goed geplaatst
Dat hij hem toen dwars door de borst joeg.
Het hart heeft hij hem gekloofd; deze viel dood neer.
Godfried trekt het zwaard, hij hield zich niet in,
Wie hij met een slag raakt, is dood en verloren.
Degenen van daar verdedigen zich, met kostbare, glanzende klingen;600
Daar doden zij elkaar, groot was de strijd aldaar;
Want er was niemand die niet dacht dat hij verraden was.
Groot was de veldslag die op die avond plaatsvond:
Godfried doodt de zijnen, met de scherpte van het zwaard,
Hij dacht werkelijk aan de burgers zijn macht te tonen;
Het volk van de maarschalk heeft zich daar goed bewezen,
Zij dachten werkelijk dat de burgerij tegen hen gewapend was.
Zo vochten zij tegen elkaar, door een misvatting.
Van hier tot aan de markt duurt het handgemeen,
En op verscheidene plaatsen werd de strijd voortgezet.610
Heel dicht bij het kasteel was er een samentrekking,
En een slachting, en zo'n groot geschreeuw,
Dat er nooit zo'n grote op enige dag was gehoord.
Boudewijn van Sebourc had het hoofd gewapend;
Hij kijkt door een venster, en hoorde het geschreeuw
Van het krijgsrumoer, dat zozeer gevreesd werd;
Toen zeide hij tegen zijn echtgenote: « bij de geprezen Maagd,
« De duivels zijn daar buiten, dat is de bewezen waarheid!
« Maar bij die Heer, die de hemel en de dauw schiep,
« Zal ik hen gaan bekampen met de scherpte van het zwaard. »620
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
eao7iyhzg9ftliamas3dlz0gvfeu5zp
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/307
104
88036
225186
2026-08-20T07:51:55Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225186
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Quant Blanche l’entendi, si fu toute effraée.
Et li bers Bauduins n’i a fait arrestée :
Sus son cheval monta, s’a le porte avalée,
Jus du pont descendi, s’a la lanche levée,
A le bataille keurt à chière foursenée.
Quant il vit celle gent, qui bien estoit armée,
Il ne scet que che fu, la chière ot effraée ;
Ne scet quel gent che sont, né de quelle contrée,
Mais il en jura Dieu, et le Vierge honnerée,
Qu’il s’esbanoïera avoec eulz de s’espée.
Bauduins de Sebourc, quant la bataille voit,
Ne scet quel gent che sont ; né li quel ont le droit :
Mais il en jura Dieu, qui haut siet et lons voit,
Qu’il se combatera avoec eulz d’un espoit.
La lanche a abaissie, et en eulx se boutoit,
Cui il ataint à cop, à terre l’abatoit ;
N’a cure à cui il fiert, les premiers castioit.
En ichelle bataille ès-vous venus Gaufroit :
Quant vit le chevalier, qu’ensi les maistrioit,
As cos car il i donne moult bien le recognoist ;
Dont jure Dame-Dieu qu’il ne l’atenderoit
Pour tout l’avoir du monde. Adonques l’eslongoit,
En une autre bataille isnèlement aloit.
Dont s’apaisa li tampz, et la lune levoit.
Et quant Gaufrois, li glous, ses gens reconnissoit,
Qui là gisoient mort à la terre tout froit,
Et voit sa gent méismes, où il se combatoit ;
A déablez d’enfer sen âme commandoit.
Gaufrois fu moult dolans quant se vit déchéus,
Et voit ses hommes mors, ochis, et confondus ;
Il en fu si dolans qu’as déablez s’est rendus.
Le cheval esperonne, s’est de la ville issus.
De ·iiijm· d’ommes armés, et fervestus,
N’en a pas ·iiijc· en vie remanus :
Onques mais hons vivans ne fu si irascus.
</poem>
|valign=top|
<poem>
Toen Blanche het hoorde, was zij geheel ontzet.
En de edele Boudewijn heeft geen uitstel geduld:
Op zijn paard steeg hij, en hij liet de poort neerlaten,
Van de brug daalde hij af, en hij hief de lans op,
Naar de strijd rent hij met een razend gezicht.
Toen hij dat volk zag, dat goed gewapend was,
Wist hij niet wat het was, zijn gelaat was ontsteld;
Hij wist niet wat voor volk het was, noch uit welke streek,
Maar hij zwoer bij God, en de geëerde Maagd,
Dat hij zich met hen zou vermaken met zijn zwaard.630
Boudewijn van Sebourc, toen hij de strijd zag,
Wist niet wat voor volk het was; noch wie het recht aan hun zijde hadden:
Maar hij zwoer bij God, die hoog zetelt en ver ziet,
Dat hij hen zou bekampen met een spies.
De lans heeft hij neergelaten, en stortte zich onder hen,
Wie hij met een slag raakte, wierp hij ter aarde;
Het kon hem niet schelen wie hij trof, de eersten strafte hij af.
In die veldslag is daar Godfried gekomen:
Toen hij de ridder zag, die hen zo de baas was,
Aan de slagen die hij daar uitdeelde, herkende hij hem zeer goed;640
Daarom zwoer hij bij de Here God dat hij niet op hem zou wachten
Voor alle bezit van de wereld. Toen ging hij bij hem vandaan,
Naar een ander deel van de strijd ging hij snel toe.
Toen bedaarde het weer, en de maan kwam op.
En toen Godfried, de schurk, zijn manschappen herkende,
Die daar dood op de aarde lagen, geheel koud,
En hij zijn eigen volk zag, waartegen hij had gevochten;
Aan de duivels van de hel beval hij zijn ziel aan.
Godfried was zeer bedroefd toen hij zich bedrogen zag,
En hij zijn mannen dood zag, gedood en te gronde gericht;650
Hij was er zo bedroefd om dat hij zich aan de duivels heeft overgegeven.
Het paard spoort hij aan, en hij is de stad uitgegaan.
Van de 4000 gewapende en in ijzer geklede mannen,
Zijn er nog geen 400 levend overgebleven:
Nooit tevoren was een levend mens zo toornig.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
9khzodcl6eruevwea0ohtw5zalyzyue
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/308
104
88037
225187
2026-08-20T07:53:43Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225187
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Et Bauduins li bers n’i est arrestéus,
Il a moult des Frisons en vie retenus.
Le commune s’arma, li jours s’est aparus ;
Et Bérart, li bourgois, n’est point là remanus.
En l’ost Gaufroi de Frise en est briement venus,
Et Gaufrois li a dit : « ne sui pas déchéus
« Par vous, né par vo fait, bien m’en sui perchéus ;
« Ains a esté par nous. Et li fel Bugibus
« Nous a tous encantés, près que n’en sui perdus !
« Car li fel chevaliers, qui tant est malostrus,
« Descendi tous armés de son chastel lassus ;
« Si aida à tuer mes amis, et mes drus. »
« Chertes, » che dist Bérart, « or en sui bien perdus !
« Or n’ai-je mais vaillant qui vaille ·ij· festus. ».
« Taisiés, » che dist Gaufrois, « vous serés retenus :
« D’ore en avant serés à ma court rechéus ;
« De telz dras que j’arai sera vos corpz vestus. »
Bérart l’en merchia, et l’en rendi salus.
Et chil de la chité eurent les coers confus,
Pour l’amour du bourgois qui les avoit vendus ;
Si dient qu’il seroit à fourques boins pendus,
Pour le grant larrecin qui de lui est isus.
Mais encor n’a-on mie tous les larons pendus.
Bauduins de Sebourc apella les bourgois,
Et leur a dit : « signour, trop est mes coers destrois
« De cheste traïson ! près ne vint grans annois.
« Fier ne me sarai à nul homme des mois !
« Or vous prie, pour Dieu qui fu mis en le crois,
« S’il vous plaist que la ville ait vos sires Gaufrois,
« Si le me voeilliés dire entre vous démanois.
« Bellement m’en r’irai, et à petis conrois,
« Nient plus que j’amenai n’emmenrai de harnois ;
« Mais k’aye ma moullier, qui tant a les crins blois,
« Riens plus ne vous demande qui vaille ·vj· tournois. »
Et chil li ont juré ensamble, à une vois,
</poem>
|valign=top|
<poem>
En de edele Boudewijn hield daar niet op,
Hij heeft veel van de Friezen in leven behouden.
De commune wapende zich, de dag is aangebroken;
En Berard, de burger, is daar geenszins achtergebleven.
Naar het leger van Godfried van Friesland is hij snel gegaan,660
En Godfried zeide tot hem: « ik ben niet bedrogen
« Door u, noch door uw toedoen, dat heb ik wel gemerkt;
« Het is eerder door onszelf gekomen. En de snode Belzebub
« Heeft ons allen betoverd, ik ben er bijna door verloren!
« Want de snode ridder, die zo onbehouwen is,
« Daalde geheel gewapend af van zijn kasteel daarboven;
« En zo hielp hij mijn vrienden en mijn kameraden te doden. »
« Waarlijk, » zeide Berard, « nu ben ik hiermee wel verloren!
« Nu heb ik niets waardevols meer dat twee strohalmen waard is. »
« Zwijg, » zeide Godfried, « gij zult worden behouden:670
« Vanaf nu zult gij aan mijn hof worden ontvangen;
« Met zulke klederen als ik zal hebben, zal uw lichaam worden gekleed. »
Berard dankte hem daarvoor, en bracht hem zijn groet over.
En degenen van de stad hadden de harten vol schaamte,
Vanwege de liefde voor de burger die hen had verkocht;
En zij zeiden dat hij wel aan de galg mocht hangen,
Vanwege de grote diefstal die uit hem was voortgekomen.
Maar men heeft nog lang niet alle dieven opgehangen.
Boudewijn van Sebourc riep de burgers bij elkaar,
En zeide tot hen: « heren, al te zeer is mijn hart gekweld680
« Door dit verraad! Bijna was er grote ellende gekomen.
« Vertrouwen zal ik geen mens meer in geen maanden!
« Nu bid ik u, om Gods wil die aan het kruis werd genageld,
« Als het u behaagt dat uw heer Godfried de stad bezit,
« Wilt mij dat dan dadelijk onder u zeggen.
« Vreedzaam zal ik weggaan, en met klein gevolg,
« Niets meer dan ik meebracht zal ik aan uitrusting meenemen;
« Als ik maar mijn vrouw heb, die zulk blond haar heeft,
« Niets meer vraag ik u dat zes tournooise penningen waard is. »
En zij hebben hem tezamen gezworen, met één stem,690
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
lrv47zfeewpocgmcj60cozapg28hgl7
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/309
104
88038
225188
2026-08-20T07:56:31Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225188
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>
{|
|valign=top|
<poem>
Jammais ne li faurront, né penseront annois ;
Et sé tenus estoit li traïtres redois,
Tantost seroit pendus com lères maléois.
Dont remest Bauduins droitement en ses plois,
Avoec Blanche s’amie, ou chastel maginois.
Or aproche le belle ses maus, et ses anois ;
Car en prison sera ·x· ans, et ·iiij· mois,
Ensi com vous orrés, s’entendue est ma vois.
Après cheste avenue, dont j’ai fait mention,
Demourra puissedi une longe saison
Sans issir de la ville que Lusarches claimme-on.
Puis avint que Bérars, qui fist la traïson,
En rebasti une autre, si com lisant trouvon,
Dont la ville fu mise à grant destruction ;
Et Blanche en demourra bien ·x· ans en prison.
Car en le ville avoit Bérars ·j· compaignon,
A cui il présenta et acorda tel don ;
Que chius li ot couvent une telle occoison
Qu’à le première issue que feront li Frison,
S’il viennent sus Gaufroi faire nulle tenchon ;
Et Gaufrois voeille aler à le porte Raimmon,
Chieus ouvriroit le porte, et le maistre ponton.
Dont Gaufrois fu moult liés en sa condition.
Puis commanda Gaufrois, qui coer ot de lion,
C’on alast à le porte, à forche et à bandon,
Esmouvoir le hustin, sans nulle arrestison.
Li coureur vont devant, bien ·c· en ·j· randon,
S’aportoient le feu, mis devant maint bougon,
Pour traire en le chité, pour ardoir environ.
Le fu prisent à traire saudoïer et piéton.
Bauduins de Sebourc, quant vit celle fachon,
Adont a fait sonner un grand cor de laiton :
As armes sont courut, sans nulle arestison,
Et manant, et bourgois, chevalier, et garchon ;
·xvm· en issirent. Là i ot maint pignon,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Hen nooit in de steek te zullen laten, noch kwaad te zullen denken;
En als de hardnekkige verrader gevangen werd genomen,
Zou hij terstond worden opgehangen als een vervloekte dief.
Toen bleef Boudewijn rechtmatig in zijn positie,
Samen met Blanche zijn geliefde, in het sterke kasteel.
Nu naderen voor de schone haar pijnen en haar zorgen;
Want in de gevangenis zal zij 10 jaar en 4 maanden zijn,
Precies zoals gij zult horen, als mijn stem wordt verstaan.
Na deze gebeurtenis, waarvan ik melding heb gemaakt,
Bleef hij daarna een lange tijd
Zonder de stad te verlaten die men Lusarches noemt.700
Toen gebeurde het dat Berard, die het verraad pleegde,
Er nog een bouwde, zoals we al lezend vinden,
Waardoor de stad in grote vernieling werd gestort;
En Blanche bleef daardoor wel 10 jaar in de gevangenis.
Want in de stad had Berard een metgezel,
Aan wie hij zulk een geschenk aanbood en toezegde;
Dat deze hem zulk een gelegenheid had beloofd
Dat bij de eerste uitval die de Friezen zullen doen,
Als zij tegen Godfried strijd komen leveren;710
En Gaufrois wilde naar de poort van Raimmon gaan,
Die zou de poort openen, en de meester-pontonnier.
Toen was Gaufrois zeer verheugd in zijn gemoed.
Vervolgens beval Gaufrois, die het hart van een leeuw had,
Dat men naar de poort zou gaan, met geweld en met spoed,
Om het gevecht te ontketenen, zonder enig ophouden.
De verkenners gaan voorop, wel 100 in één ruk,
En brachten het vuur mee, geplaatst voor menige stormram,
Om in de stad te schieten, om rondom in brand te steken.
De soldaten en voetknechten begonnen vuur te schieten.720
Bauduins de Sebourc, toen hij die toestand zag,
Heeft toen op een grote koperen hoorn laten blazen:
Naar de wapens renden ze, zonder enig ophouden,
Zowel de bewoner, de burger, de ridder als de schildknaap;
18.000 trokken eruit. Daar was menige wimpel,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
s95a14dv707ro29emhy7juvdkt5egt9
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/310
104
88039
225189
2026-08-20T07:58:42Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225189
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Et mainte riche enseigne, maint noble confanon,
Et mainte grosse lanche, et maint doré blaison,
Et maint riche destrier auferrant et Gascon.
Bauduins de Sebourc, qui coer ot de lion,
Aloit devant les autres demi trait à bougon.
Quant li coureur perchiurent l’issue du baron,
·j· poy se sont retrait. Ch’est pour le traïson
Que Gaufrois i cachoit, qui coer ot de félon.
Chieus sires le confonde, qui souffri pation !
Car onques en sa vie ne pensa sé mal non.
Puis c’uns hons à mal faire a pris son nourresson,
Che sera grans merveillez sé puis fait sé mal non ;
Car adès anemis encante le larron,
Tant qu’à fourches li fait avoir son gerredon.
Or reculent Frison ; car bien sont enditté
Par le félon Gaufroi, qui avoit commandé
A ·j· sien marissal, qu’il avoit restoré,
Qu’il tenist la bataille droit au coron d’un pré ;
Et Gaufrois ot eslut le miex de son barné,
Qu’avoeques lui iront par devers la chité.
Li marissaus a bien tout che fait acordé :
Il a ·j· cor d’arain grailloïet, et sonné ;
Ses hommes mainne o lui, qui bien sont apresté.
Et Bauduins venoit, par vive poesté.
E ! Diex, qu’à l’assambler véissiés grant pité !
Ochire li ·j· l’autre, à doel et à vieuté ;
Mainte teste trenchie, et maint bras décopé.
Puis que Diex vint en terre, pour le nostre amisté ;
De si très poy de gens qu’il furent assamblé,
Ne vit nulz tel estour, né si fort aüné.
Bauduins de Sebourc i frape par fierté,
Nuls ne duroit à lui, né à sa grant bonté ;
Aussi bien le défuient com brebis leu en pré.
Et Gaufrois avoit pris ·j· grant chemin féré,
Enmi une vallée, lès ·j· bosquet ramé,
</poem>
|valign=top|
<poem>
En menig rijk vaandrig, menige edele banier,
En menige dikke lans, en menig verguld wapenschild,
En menig kostbaar strijdros, ijzergrijs en uit Gascogne.
Bauduins de Sebourc, die het hart van een leeuw had,
Reed voor de anderen uit op de afstand van een halve pijlschot.730
Toen de verkenners de uitval van de baron opmerkten,
Trokken zij zich een klein beetje terug. Dat was vanwege het verraad
Dat Gaufrois daar beraamde, die het hart van een schurk had.
Moge de Heer hem te gronde richten, Hij die het lijden onderging!
Want nooit in zijn leven dacht hij aan iets anders dan het kwaad.
Zodra een mens er een gewoonte van heeft gemaakt om kwaad te doen,
Zal het een groot wonder zijn als hij daarna iets anders doet dan kwaad;
Want de vijand (de duivel) betovert de dief voortdurend,
Totdat hij hem aan de galg zijn beloning laat krijgen.
Nu wijken de Friezen achteruit; want zij zijn goed geïnstrueerd740
Door de schurk Gaufroi, die bevel had gegeven
Aan een van zijn maarschalken, die hij in zijn ambt had hersteld,
Dat hij de strijd recht aan de rand van een weide moest houden;
En Gaufrois had de bloem van zijn ridderschap uitgekozen,
Die met hem mee zouden gaan in de richting van de stad.
De maarschalk heeft dit alles volledig goedgekeurd:
Hij heeft op een koperen hoorn geschalld en geblazen;
Hij neemt zijn mannen met zich mee, die goed voorbereid zijn.
En Bauduins kwam eraan, met grote macht.
O! God, wat zou men bij het treffen een groot verdriet hebben gezien!750
Zij doodden elkaar, met rouw en schande;
Menig hoofd afgehouwen, en menige arm afgehakt.
Sinds God op aarde kwam, voor onze vriendschap;
Bij zo bitter weinig mensen die daar verzameld waren,
Zag niemand ooit zo’n strijd, noch zo sterk opeengepakt.
Bauduins de Sebourc slaat er met trots op los,
Niemand hield stand tegen hem, noch tegen zijn grote dapperheid;
Zij ontvluchten hem evenzeer als schapen de wolf in de weide.
En Gaufrois had een grote verharde weg genomen,
Midden door een vallei, langs een dichtbegroeid bosje,760
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
dclusdwmsjl0k6qu3zcw2ke820iciku
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard de Lairesse
100
88040
225191
2026-08-20T08:29:17Z
Vincent Steenberg
280
begin
225191
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Gerard de Lairesse
| afbeelding = Rembrandt Harmensz. van Rijn 095.jpg
| alt = Portret door Rembrandt, 1665
| beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse schilder, tekenaar, prentkunstenaar en schrijver [[w:nl:Gerard de Lairesse|Gerard de Lairesse]]
}}
== Algemeen ==
== Inleidingen - Hand- en leerboeken ==
*Houbraken, Arnold (1721) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 3/Gerard de Laires|“Gerard de Laires”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel III, p. 106-133.
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
;1697
*Anoniem (11 mei 1697) [[Oprechte Haerlemsche Courant/Jaargang 1697/Nummer 19/Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen|‘Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen […]’]], ''Oprechte Haerlemsche Courant'', [p. 2].
;1767
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
;1878
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;1927
*''Antiquités, objets d'art : tableaux anciens et modernes, porcelaines de la Chine et du Japon, faïence de Delft, meubles, pendules, argenteries, bijoux, bronzes, verreries'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 13-15 december 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
=== Musea ===
;Rijksmuseum Amsterdam
*Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p. 40-41, cat.nrs. 168-173.
*Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.]: [s.n.], p. 40-41, cat.nrs. 172-176.
*Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p. 80-81, cat.nrs. 172-177.
=== Tentoonstellingen ===
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
46o4k9gdzx53o8pgqoovvt1kzoxey6j
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/311
104
88041
225193
2026-08-20T08:30:44Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225193
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Pour revenir autour à le bonne chité.
Or voeille Diex garder Bauduin le membré !
S’amie perdera, qui tant ot de biauté.
Signour, à ichel tampz que le vous ai conté
Avoit espousée le dame, au corpz mollé,
Pour lui grant honneur faire, amour, et amisté ;
Mais Blanche perdera le sien droit avoé,
Le sien loïal amit qu’elle avoit tant amé !
Telle a le sien marit souvent emprisonné,
Qu’elle vaurroit moult bien le chief éust copé.
Bauduins de Sebourc se combat, sus la prée,
A celle gent de Frise, qui tant est redoubtée ;
Cui il ataint à cop, au trenchant de l’espée,
Ne poet mais reschaper que n’ait vie finée.
Souvent crie Lusarches ! à moult haute allenée.
Li marissaus de Frise a la lanche avalée,
Va férir ·j· bourgois de la chité loée :
Arméures qu’il ait n’i valurent riens née ;
Le coer li pourfendi, par dedens la corée,
Mort le tresbusche à terre de la selle dorée.
Et puis s’est escriés moult haut à le volée :
« Chevaliers d’aventure, je t’ai ta mort jurée !
« Mon frère as-tu ochis, par te fière posnée ;
« Venganche m’en sera aujourd’ui délivrée ! »
Quant li bers Bauduins a le vois escoutée,
Chelle part va brochant ; s’a le lanche avalée :
Le marisael féri en la targe listée,
Que demi pié li est l’alemèle passée,
Que par dérière en fu le pointe regardée.
Au ressachie l’abat tuet, desus la prée.
« Outre ! » dist Bauduins, « fiex de pute prouvée,
« Par toi n’airai jamais l’âme du corps ostée ! »
Bauduins de Soubourc ot moult le corps vaillant :
Il se fiert en l’estour, à loy de homme poisant ;
N’aconsieut homme nul qui puist avoir garant.
</poem>
|valign=top|
<poem>
Om zo om te keren naar de goede stad.
Moge God nu Bauduin de kranige beschermen!
Zijn geliefde zal hij verliezen, die zoveel schoonheid had.
Heren, in die tijd waarover ik u verteld heb
Had hij de dame getrouwd, met het goedgevormde lichaam,
Om haar grote eer te bewijzen, liefde en vriendschap;
Maar Blanche zal haar rechtmatige beschermer verliezen,
Haar trouwe geliefde die zij zozeer had liefgehad!
Menige vrouw heeft haar echtgenoot dikwijls zo gevangengezet,
Dat zij dolgraag zou willen dat zijn hoofd was afgehakt.770
Bauduins de Sebourc vecht, op de weide,
Tegen dat volk van Friesland, dat zozeer gevreesd wordt;
Wie hij raakt met een slag, met de scherpte van het zwaard,
Kan niet meer ontkomen of zijn leven is ten einde.
Vaak roept hij "Lusarches!" met zeer luide adem.
De maarschalk van Friesland heeft de lans geveld,
Hij gaat een burger van de geprezen stad neersteken:
De wapenuitrusting die hij droeg baadde hem in het geheel niet;
Het hart kliefde hij hem doormidden, tot in de ingewanden,
Dood stort hij hem ter aarde vanaf het vergulde zadel.780
En toen riep hij heel hard in de vlucht:
"Ridder van avontuur, ik heb jou je dood gezworen!
"Mijn broer heb je gedood, door je trotse overmoed;
"Wraak zal mij hierover vandaag nog worden geleverd!"
Toen de edele Bauduins de stem hoorde,
Rijdt hij die kant op, sporen gevend; hij heeft de lans geveld:
Hij trof de maarschalk in het omrande schild,
Zodat het ijzer een halve voet door hem heen is gegaan,
En de punt aan de achterkant te zien was.
Bij het terugtrekken werpt hij hem dood neer op de weide.790
"Vooruit!" zei Bauduins, "zoon van een bewezen hoer,
"Door jou zal ik nooit de ziel uit het lichaam gerukt krijgen!"
Bauduins de Soubourc had een zeer dapper lichaam:
Hij stort zich in het krijgsgewoel, op de wijze van een machtig man;
Geen enkele man die hij inhaalt heeft nog een kans op redding.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
n0tgp6899l026r0uw84ipcay4ggsvkn
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/312
104
88042
225195
2026-08-20T08:35:25Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225195
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Li Frison se combatent adès en reculant ;
Par le commandement de Gaufroi le tyrant,
Reculoient adès Frison en combatant.
Or dirai de Gaufroi qui a esploitiet tant
Que le porte Raimmon va li glous aprochant :
Li bourgois qui fu ens, quant le va perchevant,
Le porte fist ouvrir ; s’apella maint sergant
Qui, par nuit et par jour, vont le porte gardant.
Et li bourgois lor crie : « seignour, alons avant !
« Défendons no chité ! quar li fel soudoïant
« Nous prisent assés poy, qui nous vont aprochant ;
« Mais je lor monstrerai ·j· si cruel samblant
« Qu’il n’i a si ardit qui ne voist reculant. »
Et chil ont acordé, le porte vont laisant ;
A gens Gaufroi de Frise vont moult fort paletant :
Mais les gens de Gaufroi salirent tost avant,
Envers le porte vont isnèlement courant.
Li bourgois crie as siens : « car alons rapairant,
« Défendons-nous à bailles, quar chil vont aprochant. »
Si com chil refourvoient, Frison vienrent devant ;
Et li bourgois s’escrie : « à le mort, soudoïant ! »
Il va férir as siens, et ocire devant.
Chil rentrent en la ville, mais che fu en fuïant ;
Et puis crient : « traït ! » mais che ne vaut noiant,
Car Frison i entreirent du tout à leur commant ;
S’ont saisie le porte, et vont dedens entrant.
·iiijm·, à ·j· cop, furent le pont passant.
En le ville boutèrent le fu, trestout ardant ;
Puis vont vers le chastel li Frison maintenant :
Le porte estoit fremée, pour voir le vous créant,
A haches et à maches vont-il à l’uis frapant.
Quant Blanche vit c’on va sa porte débrisant,
Dame-Dieu réclama, le père roy amant.
O lui n’ot chevalier, ni homme nul vivant,
Qui péust le chasteel défendre tant, né quant ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
De Friezen vechten terwijl zij voortdurend achteruitwijken;
Op bevel van Gaufroi de tiran,
Weken de Friezen voortdurend achteruit tijdens het vechten.
Nu zal ik vertellen over Gaufroi die zoveel haast heeft gemaakt
Dat de schrokop de poort van Raimmon begint te naderen:800
De burger die erin was, toen hij hem opmerkte,
Liet de poort openen; en riep menige sergeant
Die, bij nacht en bij dag, de poort bewaken.
En de burger roept hen toe: "heren, laten we voorwaarts gaan!
"Laten we onze stad verdedigen! Want de snode huurlingen
"Achten ons zeer gering, zij die ons naderen;
"Maar ik zal hen zo’n grimmig gezicht tonen
"Dat er geen zo koen is of hij zal achteruitgaan."
En zij stemden toe, de poort achter zich latend;
De manschappen van Gaufroi van Friesland jagen ze hard op:810
Maar de manschappen van Gaufroi sprongen al snel naar voren,
Naar de poort gaan zij snel toespurten.
De burger roept naar de zijnen: "laten we rechtsomkeert maken,
"Laten we ons verdedigen bij de borstweringen, want zij naderen."
Terwijl zij probeerden terug te keren, kwamen de Friezen hen voor;
En de burger roept: "ten dode, huurlingen!"
Hij slaat in op de zijnen (de vijanden), en doodt voor zich uit.
Zij keren terug in de stad, maar dat was op the vlucht;
En toen roepen zij: "verraad!", maar dat baatte niets,
Want de Friezen trokken er volledig naar hun wil binnen;820
Zij hebben de poort bezet, en gaan naar binnen.
4.000 man trokken in één haal de brug over.
In de stad stichtten zij brand, alles in lichterlaaie zettend;
Vervolgens gaan de Friezen direct naar het kasteel:
De poort was gesloten, voorwaar ik verzeker het u,
Met bijlen en knotsen slaan zij op de deur.
Toen Blanche zag dat men haar poort aan het verbrijzelen was,
Riep zij de Here God aan, de vader, de liefdevolle koning.
Bij haar was geen ridder, noch enig levend mens,
Die het kasteel ook maar enigszins kon verdedigen;830
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
2c4bwud71bob5z2tlzvrkd26khsgtqm
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/313
104
88043
225196
2026-08-20T08:37:54Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225196
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Dont Blanche s’en va moult à son coer esmahant.
Elle vint as garites du chasteel reluisant ;
Et quant Frison le voiient, à Gaufroi vont disant :
« Sire, as crestiaus lassuus, avont veut aparant
« La plus bèle dansèle de ce siècle vivant ! »
« Ségneur, » che dist Gaufer, « savés que je commant,
« Que nuls hons ne le traie, né voist à li lanchant.
« Seignour, » ce dist Gaufrois, qui cuer ot de grifon,
« Ne traiés pas la dame, qui cleire a le fachon ;
« Mais prendeis s’il vous plaist à force le dongon. »
Et chil ont respondut : « à vo devision. »
Il ont le maistre-porte getée hors du gon,
Ou chasteel sont entré, à forche et à bandon ;
S’ont le dame saisie, qui tant ot de renon,
Et rendue à Gaufroi, le traïtour glotton.
Quant Gaufrois vit la dame, qui Blanche avoit à non,
Tantost le recongnuit, au vis et au menton.
Adont li escria, à moult haute rayson :
« Par Dieu, dame de Flandres, bien vous reconoist-on !
« Vous estes soer Robeert, qui porte le lion,
« Qui est contes de Flandres, la noble région.
« Jadis vous marchandastes, à ·j· cuivert félon,
« De mon corps à mordrir par grande traïson ;
« Pour ce que ne voliés le mien corps à baron.
« Très bien vous recognois au vis et au menton.
« Mais foi que doi à Dieu, qui soufri pation,
« Je vous ferai ardor, en ·j· fu de carbon. »
Adont le fist tantost geter en sa prison.
Et chelle pleure, et crie, et mainne hideus son :
« A ! Bauduins ! » dist-elle, « quelle destruction
« Il vous est avenu, par vostre mesproison !
« Ne me volsistes croire onkes par nul coron !
« S’en arons en le fin ·j· mauvais gerredon ;
« Car sé vous estes priis vous n’arés raënchon,
« C’on ne trenche vo teste, ou pende con larron. »
</poem>
|valign=top|
<poem>
Waardoor Blanche zeer angstig werd in haar hart.
Zij kwam bij de wachttorens van het glanzende kasteel;
En toen de Friezen haar zagen, gingen zij tegen Gaufroi zeggen:
"Heer, daarboven op de kantelen hebben wij duidelijk gezien
"De mooiste jonkvrouw van deze levende eeuw!"
"Heren," zo sprak Gaufer, "weet wat ik beveel,
"Dat geen mens op haar schiet, noch iets naar haar werpt.
"Heren," zo sprak Gaufrois, die het hart van een gier had,
"Schiet niet op de dame, die een stralend gezicht heeft;
"Maar neem als het u behaagt met geweld de donjon in."840
And zij antwoordden: "naar uw wens."
Zij hebben de hoofdpoort uit de hengsels gelicht,
In het kasteel zijn zij binnengedrongen, met geweld en met spoed;
Zij hebben de dame gegrepen, die zo’n grote faam had,
En overgeleverd aan Gaufroi, de gulzige verrader.
Toen Gaufroi de dame zag, die Blanche heette,
Herkende hij haar dadelijk, aan haar gezicht en haar kin.
Toen riep hij haar toe, met zeer luide stem:
"Bij God, dame van Vlaanderen, men herkent u wel degelijk!
"U bent de zus van Robeert, die de leeuw draagt,850
"Die graaf is van Vlaanderen, het nobele gewest.
"Ooit onderhandelde u, met een snode schurk,
"Om mijn lichaam te vermoorden door groot verraad;
"Omdat u mijn lichaam niet als echtgenoot wilde.
"Zeer goed herken ik u aan uw gezicht en uw kin.
"Maar bij het geloof in God, die het lijden onderging,
"Ik zal u laten verbranden, in een vuur van houtskool."
Toen liet hij haar dadelijk in zijn gevangenis werpen.
En zij weent, en schreeuwt, en maakt een ijselijk geluid:
"Ah! Bauduins!" zei ze, "welke ondergang860
"Is u overkomen, door uw misstap!
"U wilde mij op geen enkel moment geloven!
"Daar zullen wij uiteindelijk een slechte beloning voor krijgen;
"Want als u gevangen wordt genomen, zult u geen losgeld krijgen,
"Of men hakt uw hoofd eraf, of hangt u op als een dief."
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
newgq6245mdjqk5juc4g0ezkk5q1wff
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/314
104
88044
225197
2026-08-20T08:46:02Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225197
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Dont pleure tenrement le dame de haut non.
Plus li est à son cor de son loïael baron,
Que de son grant dammage, de sa confusion.
En le chité estoient li outrageus félon,
Qui métoient la ville en telle marison ;
Que femme ne remest, né petit enfanchon,
Que tout ne fuissent mort, et ochis, sans raison.
Mais onques ne fuist gerre, né tribulation,
Que chil qui n’i ont coupes ne aient leur parchon.
Ensi que je vous di fu la chités saissie,
Et Blanche, le dansèle, en prison balanchie.
·j· bourgois s’en issi, qui ot peur de sa vie,
En la baitaille entra ; et puis en haut escrie :
« Hé ! bonne gent, » dist-il, « no chités est traïe !
« Li dus Gaufrois est ens, à toute s’ost banie ;
« Délivère li est li grant chité garnie.
« Regardés le banière desus le mur drécie !
« Né femme, né enfant, né si faite maisnie,
« II n’est laiens remès le téest n’est trenchie. »
Atant est Bauduins, qui ot la héurie,
Au bourgois demanda qué novèles li die ?
Et chius li dist : « par Dieu, le fil sainte Marie,
« Gaufrois est en Lusarches, s’a vo tour garnie ;
« Prise est vostre moullier, qui estoit ens laissie ;
« Et li chités est arse le plus grande partie. »
Quant Bauduins l’entent, tous li sans li fourmie ;
Il broche le chaval, des esporons l’aigrie :
Et jure Dame-Dieu, le fil sainte Marie,
Qu’il ira, sé il poet, reconquester s’amie.
Vers le chité s’en va tous seus, sans compaingnie ;
Doel tel avoit au cuer pour poy qu’il ne marvie.
Mais dechà le chité, encontra sa maisnie
Qui li vont escriant : « hons de haute lingie,
« Sé plus avant aleis, vostre mort est jugie.
« Sire, » font li varlet, « le chités est perdue !
</poem>
|valign=top|
<poem>
Daarom weent de dame van hoge naam teder.
Zij is in haar hart meer begaan met haar trouwe baron,
Dan met haar eigen grote schade, met haar ondergang.
In de stad waren de schandelijke schurken,
Die de stad in zo'n grote ellende stortten;
Dat er geen vrouw overbleef, noch klein kind,
Of zij werden allen gedood, en vermoord, zonder reden.
Maar nooit was er oorlog, noch beproeving,
Of degenen die er geen schuld aan hebben, dragen er hun deel van.
Zoals ik u vertel werd de stad ingenomen,
En Blanche, de jonkvrouw, in de gevangenis geworpen.
Een burger trok eruit, die vreesde voor zijn leven,
Hij mengde zich in de strijd; en schreeuwt dan luidkeels:
“O! goede mensen,” zei hij, “onze stad is verraden!
“Hertog Gaufroi is binnen, met zijn hele verbannen leger;880
“Bevrijd is de grote, goed voorziene stad.
“Kijk naar de banier die op de muur is opgericht!
“Noch vrouw, noch kind, noch welk lid van het huishouden ook,
“Er is daarbinnen niemand overgebleven wiens hoofd niet is afgehouwen. »
Toen kwam Bauduins, die het geluk aan zijn zijde had,
Aan de burger vroeg hij welk nieuws hij hem kon vertellen.
En deze zei hem: “bij God, de zoon van de heilige Marie,
“Gaufrois is in Lusarches, en hij heeft uw toren bezet;
“Gevangen is uw vrouw, die daarbinnen was achtergelaten;
“En de stad is voor het grootste deel platgebrand.”890
Toen Bauduins dit hoorde, begon al zijn bloed te koken;
Hij de sporen in het paard, hitste het met de sporen op:
En zwoor bij de Here God, de zoon van de heilige Marie,
Dat hij, als hij kon, zijn geliefde zou heroveren.
Naar de stad gaat hij, helemaal alleen, zonder gezelschap;
Zulk een rouw had hij in het hart dat hij bijna bezweek.
Maar nog voor de stad ontmoette hij zijn manschap
Die hem toeriepen: “man van hoge afkomst,
“Als u nog verder gaat, is uw dood bezegeld.
“Heer,” zeiden de schildknapen, “de stad is verloren!900
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
0k5n1g714q63plzyx95pfrfs7q8f8e6
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/315
104
88045
225198
2026-08-20T08:47:54Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225198
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Vostre femme ne poet mais estre secourue !
« Le chastiaus, et la tour, est à Gaufroi rendue ;
« Et le vostre moullier est en prison tenue,
« Jamais ne la r’areis, sé n’avés grant ajeue.
« Des gens au duc Gaufroi est couverte la rue :
« Sé plus avant alés, par le Vierge absolue,
« Grans merveilles sera, sire, s’on ne vous jue.
« Métés-vous à garant, par cheste voiie herbue ;
« Vo perte ne vous poet jamais estre rendue,
« Et éusiés de Franche la gent o vous venue. »
Quant Bauduins l’entent, tous li corps li tressue,
Il sambla c’on l’éuist férut d’une maçue ;
Et a dit : « mère Dieu, dame, je vous salue !
« Et vous en regraci de ceste avenue ! »
Envers son créatour de fole estour argue ;
Car moult est li hons fox qui, pour mésavenue,
Enviers son créateur nullement s’en argue.
« E ! Diex, » dit Bauduins, li prex et li gentis,
« Con je sui corechiés, et dolans, et maris,
« De la noble dansèle, qui tant a cler le vis,
« Que li fèles Gaufrois a en sa prison mis !
« Jamais ne le verrai tant con je soie vis !
« Ahi ! dame loïaus, con je sui esbaubis !
« Par tamps sara vous frères, le contes postéis,
« Que vous estes tenue en ichestu païs ;
« Si vous fera destrure, j’en sui chartains et fis.
« Je seroie pendus voir, sé jou estoie pris !
« A ! dansèle ! amie ! blanche con flour de lis,
« Coulourée con rose, et bien faite à devis,
« Le plus bèle dou monde, où on croit Jhésu-Cris !
« Tant sui-jou plus destrois, douche dame gentis,
« Que je ne sai ai dire sé je sui mors, ou vis. »
Dont prist à souspirer des biaus eix de son vis,
Et puis dist un parlers, le chevalier nouris :
« Par foi, » dist-il à lui, « bien sui ribaus faintis,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“Uw vrouw kan niet meer worden gered!
“Het kasteel en de toren zijn aan Gaufroi overgegeven;
“En uw vrouw wordt in gevangenschap gehouden,
“Nooit zult u haar terugkrijgen, tenzij u grote hulp heeft.
“Met het volk van hertog Gaufroi is de straat bedekt:
“Als u nog verder gaat, bij de volmaakte Maagd,
“Zal het een groot wonder zijn, heer, als men niet met u spot.
“Breng uzelf in veiligheid, langs deze begroeide weg;
“Uw verlies kan u nooit meer worden teruggegeven,
“Zelfs al had u het volk uit Franche met u meegekomen.”910
Toen Bauduins dit hoorde, zweette zijn hele lichaam,
Het leek alsof men hem met een knots had geslagen;
En hij zei: “moeder Gods, vrouwe, ik groet u!
“En ik dank u voor dit voorval!”
Tegenover zijn schepper redetwist hij in dwaze woede;
Want zeer dwaas is de man die, door een tegenslag,
Op geen enkele wijze tegen zijn schepper tekeergaat.
“O! God,” zei Bauduins, de dappere en de edele,
“Wat ben ik vertoornd, en bedroefd, en diepbedroefd,
“Om de edele jonkvrouw, die zo'n helder gezicht heeft,920
“Die de trouweloze Gaufrois in zijn gevangenis heeft geworpen!
“Nooit zal ik haar weerzien zolang ik in leven ben!
“Ach! trouwe vrouwe, wat ben ik verbijsterd!
“Binnenkort zal uw broer, de machtige graaf, weten
“Dat u in dit land gevangen wordt gehouden;
“Dan zal hij u laten bevrijden, daar ben ik zeker en gewis van.
“Ik zou werkelijk worden opgehangen als ik werd gevangengenomen!
“Ach! jonkvrouw! geliefde! blank als de leliebloem,
“Gekleurd als een roos, en volmaakt gevormd naar wens,
“De mooiste ter wereld, waar men in Jezus Christus gelooft!930
“Zoveel te meer ben ik gekweld, zoete, edele vrouwe,
“Dat ik mezelf niet weet te vertellen of ik dood ben of levend.”
Toen begon hij te zuchten met de mooie ogen van zijn gezicht,
En toen sprak hij deze woorden, de welgemanierde ridder:
“Bij mijn trouw,” zei hij tot zichzelf, “ik ben wel een laffe schurk,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
huntm6gb5nbr7y8p1wz7je82ggbqzp8
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/316
104
88046
225199
2026-08-20T08:49:32Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225199
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Sé pour une dansèle sui ensi esbahis !
« Il i a ·cm· hommes et plus, par le païs,
« Qui voroient bien perdre, par Dieu de paradis,
« Et femmes et enfans ; che saroit lour pourfis. »
Bauduins fu dolans, s’ot au ceur grant pesance ;
Et menoit grand doel, pour le dansèle Blanche,
Qu’il ne fesist pour riens qu’il ait d’autre soufrance :
« Ahi ! Gaufrois, » dist-il, « Jhésu t’otroit grevanche !
« Par toi m’est avenue une grant mescanche,
« Car chelui ai perdue qui estoit noble et france,
« Et dame si loïaus, et si de haute branche.
« Or ne sarai aleir en Hainnau, né en Franche,
« Où je n’aie sour moi aucune coignoissanche ;
« Et sé li quens me tient, par dedens sa ténanche,
« Ne me garantiroit nuls hons, tant ait poissance.
« Jamais joie n’arai, né de bien recouveranche ;
« Car homme ne connois de la moie attenanche,
« Né qui point se vantast de mon corps faire aidance.
« Or n’aresterai mais ni à pont, ni à planche,
« S’arai trové ma mère, de coi je fis naissance ;
« Et mon père ensément. Sui entreis en pénanche :
« Diex voilliés me donner de joie recouveranche. »
Bauduins de Sebourc assés se démenta,
Quant vit qu’il ot perdue chelli que tant ama ;
Et le chité ausi : Gaufrois i est piècha,
Bien voit que recouverir à ceste cose n’a.
Lors dist : « j’ai tout perdu ; mais troop plus perdera
« Li hons qui en bataille ochire se fera ;
« Honnis soit li miens corps, sé plus il i reva !
« S’une femme ai perdue, Diex le me rendera !
« Si ceste-ci ne vient, une autre revenra ! »
A iceste parole, le ville regarda,
Et le noble castiel, qui de sa main sainna :
« Chastiaus, je te commant à Dieu, qui tout créa,
« Pour l’amour de cellui qu’en li prison est là ! »
</poem>
|valign=top|
<poem>
“Als ik om één jonkvrouw zo in de war ben!
“Er zijn wel honderdduizend mannen en meer in het land,
“Die wel zouden willen verliezen, bij de God van het paradijs,
“Zowel vrouwen als kinderen; dat zou in hun voordeel zijn.”
Bauduins was bedroefd, en had een zwaar gewicht op het hart;
En maakte groot misbaar om de jonkvrouw Blanche,
Meer dan hij om wat dan ook voor ander lijden zou doen:940
“Ach! Gaufrois,” zei hij, “moge Jezus u rampspoed schenken!
“Door u is mij een groot ongeluk overkomen,
“Want haar heb ik verloren die edel en vrijmoedig was,
“En een vrouwe zo trouw, en van zo'n hoge stamboom.
“Nu zal ik niet naar Hainnau of naar Franche kunnen gaan,
“Zonder dat ik op mij eenig herkenningsteken draag;
“En als de graaf mij grijpt, binnen zijn rechtsgebied,
“Zou geen mens mij beschermen, hoe machtig hij ook zij.950
“Nooit zal ik vreugde hebben, noch herstel van het goede;
“Want ik ken geen mens van mijn bloedverwanten,
“Noch iemand die er prat op gaat mijn lichaam hulp te bieden.
“Nu zal ik niet meer rusten bij brug of plank,
“Totdat ik mijn moeder heb gevonden, uit wie ik geboren ben;
“En mijn vader evenzeer. Ik ben in boetedoening getreden:
“Moge God mij het herstel van de vreugde willen schenken.”
Bauduins de Sebourc jammerde klaaglijk,
Toen hij zag dat hij haar had verloren die hij zozeer liefhad;
En de stad evenzo; Gaufrois is er al een tijdje,960
Hij ziet wel in dat er aan deze zaak niets te herstellen valt.
Toen zei hij: “ik heb alles verloren; maar nog veel meer zal verliezen
“De man die zich in de strijd laat doden;
“Schande over mijn lichaam, als ik er nog eens heenga!
“Als ik één vrouw heb verloren, zal God haar mij teruggeven!
“Als deze niet komt, zal een andere terugkeren!”
Bij deze woorden keek hij naar de stad,
En het edele kasteel, dat uit zijn hand bloedde:
“Kasteel, ik beveel je aan God, die alles schiep,
“Omwille van de liefde voor haar die daar in de gevangenis zit!”970
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
e4yjg1f90hrrc64nop893laux8qpswy
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/317
104
88047
225200
2026-08-20T08:53:27Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225200
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
A iceste parole, le bon destrier hurta,
A le voie se mist, que nullui n’appella ;
Né per, né compaingnon, Bauduins ne hucha,
A le voie se mist et de Dieu se saina.
Par le tère de Frise le vassaus chevaucha.
Le dux Gaufrois de Frise de le chité wida,
Revient à le bataille ; les bourgois i trova,
Qui bien se défendirent, seingnour, à ce jour là :
Mais petit leur vali ; car Bauduins s’en va,
Qui fu lor estaindart, et qui bien leur aida.
Li bourgois fuirent mort, que piés n’en rescapa.
Gaufrois entre en la ville, et ou chasteil entra,
Il fist Blanche venir, qui de doel se pasma.
Dolans estoit Gaufrois Bauduin ne tua ;
Il dist à le dansèle : « morir vous convenra !
« Je vous ferai ardor, par Dieu qui tout créa,
« Car déservi l’avés, par men foi, grant pièce a.
« Murdrir me vostes faire, en Hainau par delà ;
« Mais foi que doi la mère qui ·ix· mois me porta,
« Je vous ferai morir, de che ne doubtés jà,
« Sé me consaus le loe. » Adonkes assambla
Son conseil vistement, et puis leur demanda
Le mort de la dansèle ; de quel mort le fera
Morir et dévier ? ·j· chevalier parla,
Qui de la basse Frise le terre gouverna ;
Chius a dit à Gaufroi : « biau chire, entendés cha ;
« Icheste dansèle, que devant vous voilà,
« Elle est de haut linage ; ·j· moult vailiant frère a,
« Il est contes de Flandres, de Hainau, par dechà.
« Et quant fuistes à Mons, li quens vous présenta
« Son or, et son argent ; et adont vous dist là
« Que sé mestier aveis, car il vous aidera
« De lui et de sa gent ; à vostre mant venra.
« Li quens est outre mer ; l’autre fois i ala,
« Pour vengier le mort Dieu, c’on i crucéfia :
</poem>
|valign=top|
<poem>
Bij deze woorden spoorde hij het goede strijdpaard aan,
Begaf zich op de weg, en riep niemand aan;
Noch metgezel, noch kameraad riep Bauduins toe,
Begaaf zich op de weg en zegende zich in Gods naam.
Door het land van Frise reed de vazal te paard.
Hertog Gaufrois de Frise trok weg uit de stad,
Keert terug naar de strijd; de burgers trof hij daar aan,
Die zich goed verdedigden, heren, op die dag:
Maar het baatte hun weinig; want Bauduins gaat heen,
Die hun vaandel was en die hen goed hielp.980
De burgers vluchtten doodsbang, geen voet ontsnapte eraan.
Gaufrois trekt de stad binnen, en ging het kasteel in,
Hij liet Blanche komen, die van verdriet flauwviel.
Bedroefd was Gaufrois dat hij Bauduin niet had gedood;
Hij zei tegen de jonkvrouw: “u zult moeten sterven!
“Ik zal u laten verbranden, bij God die alles schiep,
“Want u heeft dat verdiend, bij mijn trouw, al een hele tijd.
“U wilde mij laten vermoorden, daarginds in Hainau;
“Maar in trouw aan de moeder die mij negen maanden droeg,
“Ik zal u laten sterven, twijfel daar beslist niet aan,990
“Als mijn raad het adviseert.” Toen verzamelde hij
Zijn raad in aller ijl, en vroeg hen toen om
De dood van de jonkvrouw; door welke dood hij haar zou laten
Sterven en verscheiden? Een ridder nam het woord,
Die het land van de lagere Frise bestuurde;
Deze zei tegen Gaufroi: “mooie heer, luister hiernaar;
“Deze jonkvrouw, die daar voor u staat,
“Zij is van hoge afkomst; een zeer dappere broer heeft zij,
“Hij is graaf van Flandres, van Hainau, hier aan deze kant.
“En toen u in Mons was, bood de graaf u100
“Zijn goud en zijn zilver aan; en toen zei hij u daar
“Dat als u hulp nodig had, hij u zou helpen
“Met hemzelf en zijn volk; op uw bevel zou hij komen.
“De graaf is overzee; de vorige keer ging hij daarheen,
“Om de dood van God te wreken, die men daar kruisigde:
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
fnxshre4uho18uuyfka1eievvd7vsxg
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/318
104
88048
225201
2026-08-20T08:58:29Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225201
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« S’il savoit que sa soer éussiés morte chà,
« Destruite et essiellie, il l’en anoiëra ;
« Si vous pora grever, quant dechà revenra.
« Des anemis aveis par dechà et delà :
« Sé n’en aquerés plus ; grant folie sera !
« Mais gardés le dansèle, tant que li quens sara
« Revenus en sa tère ; et quant il revenra,
« Renvoïés lui sa soer : si le justicera,
« Tout à sa volenté, ensi com il vora.
« Et s’ensi vous le faites, chartes il vous sara
« Grant gré de cheste cose, tant com il vivera. »
« Bien ait chou, » dist Gaufrois, « qu’ensi conseilliet m’a !
« Onque ne me haït qui chou me consellia.
« Bon fait croire ·j· conseil bien chertain, quant on l’a ;
« Souvent sara déchius qui conseil ne creira. »
Gaufrois fist le dansèle tantost enprisoneer ;
En une riche chambre le fist-on bien fremer :
Dames et damoisèles ·j· mist pour déporter.
Or vous larai de Blanche, qui tant ot le vis cler ;
Dirai de Bauduin, le gentil bacheleir,
Qui li païs de Frise pensoit de trépasser :
Un escuïer trova, droit à un port de mer,
Qui estoit de Hainau ; et si devoit aleir
Droit à Jhérusalem, pour son seignour trover,
C’est le contes Robers, qui tant fist à doubter.
Quant li escuïers vit Baudewin, le bon ber,
Tantost le recognuit ; si li prist à crier :
« Bauduins de Sebourc, bien vous sai raviser !
« Nés fuistes à Sebourc, par le corps saint Omer ;
« La soer au gentil conte en voisistes mener.
« Sé le quens vous tenoit, bien vous porriés vanter
« Que tantost vous feroit à martire livereir !
« Qu’avés fet de sa soer, ne le voilliés chélier ? »
« Amis, » dist Bauduins, qui coer oit de sengler,
« Dites au kens Robers, quant le porés trouver,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“Als hij wist dat u zijn zuster hier had gedood,
“Vernietigd en te gronde gericht, zou het hem krenken;
“Dan zal hij u kunnen schaden, wanneer hij hier terugkeert.
“Vijanden heeft u hier aan deze kant en aan de andere kant:
“Als u er niet nog meer bij krijgt; het zal grote dwaasheid zijn!1010
“Maar bewaak de jonkvrouw, totdat de graaf zal zijn
“Teruggekeerd in zijn land; en wanneer hij terugkeert,
“Stuur hem dan zijn zuster terug: dan zal hij recht over haar spreken,
“Geheel naar zijn eigen wil, net zoals hij zal willen.
“En als u het zo doet, zal hij u zeker
“Zeer dankbaar zijn voor deze zaak, zolang hij leeft.”
“Welkome raad,” zei Gaufrois, “die mij dit zo geadviseerd heeft!
“Nooit heeft degene mij gehaat die mij dit adviseerde.
“Het is goed om een zeer zekere raad te geloven, wanneer men die krijgt;
“Vaak zal degene bedrogen uitkomen die de raad niet gelooft.”1020
Gaufrois liet de jonkvrouw terstond gevangenzetten;
In een rijke kamer liet men haar goed opsluiten:
Dames en jonkvrouwen plaatste hij er een om haar te vermaken.
Nu zal ik u alleen laten met Blanche, die zo'n helder gezicht had;
Ik zal vertellen over Bauduin, de edele jonge ridder,
Die van plan was door het land van Frise te trekken:
Een schildknaap trof hij aan, recht bij een zeehaven,
Die uit Hainau kwam; en die op het punt stond te gaan
Rechtstreeks naar Jérusalem, om zijn heer te zoeken,
Dat is de graaf Robers, die zozeer te vrezen was.1030
Toen de schildknaap Baudewin zag, de goede held,
Herkende hij hem terstond; en zo begon hij hem toe te roepen:
“Bauduins de Sebourc, ik weet u wel te herkennen!
“Geboren bent u in Sebourc, bij het lichaam van de heilige Omer;
“De zuster van de edele graaf wilde u van daar meenemen.
“Als de graaf u te pakken had, zou u zich wel kunnen beroemen
“Dat hij u terstond aan de marteldood zou overleveren!
“Wat heeft u met zijn zuster gedaan, wilt u dat niet verzwijgen?”
“Vriend,” zei Bauduins, die het hart van een everzwijn had,
“Zeg tegen de graaf Robers, wanneer u hem kunt vinden,1040
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
tau9wbs0lrlclj61mxsrsqgj4yufz0f
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/319
104
88049
225202
2026-08-20T09:01:56Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225202
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Que Gaufrois dux de Frise, que Diex puist craventer,
« Tient sa soer en prisoen ; si le voist délivreir.
« Gaufrois le m’a tolue, ne le puis rachater. »
Et dist li escuïers : « je m’en vois outre mer
« Au conte des Flamens un message conter.
« Il est passés là outre, o lui maint bacheleir ;
« Aveukes Godefroi va Acre conquester. »
« Par Dieu, » dist Bauduins, « je i voloie aleir,
« Mais puis car il i est, je n’i kier jà entreir. »
« Par Dieu, » dist l’escuïers, « s’il vous pooit combrer,
« Tous li avors de monde ne vous poroit tenser
« Que il ne vous fesist à fourkes traïener ;
« Car vous estes traïtres, si vous doit poy amer,
« Qui fecistes sa soer à hontage meneir. »
Lors li dist Bauduins : « ne le poriés prouver
« C’onkes vers lui voisisse de traïson penser !
« Et pour chou vraiëment que tant t’en oi parleir,
« Le te ferai briefment, à mon branc, comparer ! »
Lors ait traite l’espeie, le chief li va coper.
Qui de trestout se taist, il doit bien pais avoir ;
Et si ne sont pas bon à dire tout li voir.
Hastiève gent et sot n’aront jà grant avoir.
Qui se melle de tout, parler li font doloir.
Pour l’escuïer le dis, qui voiloit tout savoir :
Si en rechieupt le mort que nuls ne doit voiloir ;
Car, quant on pert la vie, on ne le poit r’avoir.
Li soufrant ont cler lieu et li hastieu l’ont noir.
Li gentis Bauduins ne volt là ramanoir,
Ains dist qu’il s’en iroit droit en Chipre manoir ;
Car li rois Glorians, qui est dou païs hoir,
Que de Frise geta et hors de son manoir,
Li promist, s’il voloit venir en son pooir,
Que du bien qu’il li fist lui renderoit miroir.
Pour chou se mist en mer li bers, en chel espoir,
Avoukes pélerins et marchéans d’avoir
</poem>
|valign=top|
<poem>
“Dat Gaufrois hertog van Frise, die God moge neerslaan,
“Zijn zuster in de gevangenis houdt; laat hij haar gaan bevrijden.
“Gaufrois heeft haar van mij afgenomen, ik kan haar niet vrijkopen.”
En de schildknaap zei: “ik vertrek overzee
Om de graaf van de Vlamingen een boodschap te vertellen.
Hij is daar naar de overkant gegaan, met hem menig jonge ridder;
Samen met Godefroi gaat hij Acre veroveren.”
“Bij God,” zei Bauduins, “ik wilde daarheen gaan,
“Maar aangezien hij daar nu eenmaal is, verlang ik niet meer erheen te gaan.”
“Bij God,” zei de schildknaap, “als hij u kan grijpen,1050
“Al het bezit van de wereld zou u niet kunnen beschermen,
“Of hij zou u aan de galg laten slepen;
“Want u bent een verrader, daarom moet hij u weinig beminnen,
“U die zijn zuster tot schande heeft gebracht.”
Toen zei Boudewijn tot hem: “U zou het niet kunnen bewijzen
“Dat ik ooit jegens hem aan verraad heb willen denken!
“En juist omdat ik u er zo over hoor spreken,
“Zal ik het u spoedig, met mijn zwaard, laten bekopen!”
Toen trok hij het zwaard en sloeg hem het hoofd af.
Wie over alles zwijgt, die heeft welhaast vrede;1060
En toch is het niet goed om de hele waarheid te zeggen.
Haastige en dwaze mensen zullen nooit groot bezit hebben.
Wie zich met alles bemoeit, diens woorden brengen hem verdriet.
Voor de schildknaap zei ik het, die alles wilde weten:
Zo ontving hij de dood die niemand zou moeten willen;
Want wanneer men het leven verliest, kan men het niet herwinnen.
De geduldigen hebben een lichte plaats en de haastigen een zwarte.
De edele Boudewijn wilde daar niet blijven,
In tegendeel zei hij dat hij recht naar Cyprus zou gaan wonen;
Want koning Glorians, die de erfgenaam van het land is,1070
Die hij uit Friesland verdreef en uit zijn verblijf,
Beloofde hem, als hij in zijn macht wilde komen,
Dat hij hem een spiegel zou teruggeven voor het goede dat hij hem deed.
Daarom begaf de held zich op zee, in die hoop,
Samen met pelgrims en kooplieden met goederen
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
skdrh52685gzzgtv7x07x2e85eq8eyh
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/320
104
88050
225203
2026-08-20T09:03:54Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225203
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Qui au Sépulcre vont, où Diex volt rechevoir
La mort, pour nous geter d’enfer où lieu a noir.
Avoec les pélerins, et ches bons marchéans,
Est entrés Bauduins, li nobles combatans.
Et li vens est levés, qui conduist les chalans.
·j· orages leva, onkes ne fu si grans,
Qui le dromon emmainne, chi nous dist li romans,
Plus tost que nul oisiaus n’est parmi l’air volans.
Ne tint voie, né sente, li drommons soufisans ;
Vers Inde le majour, ès désers Abrahans,
Se fiqua li dromons dont je vous sui contans.
Li vens fu si oribles, qui en l’air est lanchans,
Que, pour coze c’on fust le voile jus getans,
N’ariesta li dromons ; dont forment fu dolans
Li maistre maroniers. Mais ne donne ·ij· gans
Bauduins de Sebourc, le gentis et li frans ;
N’a cure où il arive, tant fu de cuer dolans.
Li hons qui a despoir ne poet estre sachans.
Or, s’en va le dromons, où Bauduins estoit,
En la mer des Désers, en Inde majour droit.
Ou païs de Baudas, et en terre défoit,
Arriva li dromons en che païs tout droit ;
Et ·c· liewes de mer plus avant esquipoit.
·xv· jours tous entiers li orages duroit,
Adès en élongant li nés alet avoit.
Tant ala li vaissiaus que li tans aquoisoit :
A l’orage falir, que li solaus luisoit,
Le maistre de la nés plaine terre perchoit.
Lors, dist as pélerins que champaigne veioit,
Arbres et praiëries, mais chastel n’i avoit.
Chil li ont tant priet de là ariver droit,
Que li bons maronniers sa nés i conduisoit ;
Et quant vit le païs, bien le recognoissoit :
Et dist as pélerins que desvoïés estoit
Pour aleir en Surie, quar terre d’Inde estoit.
</poem>
|valign=top|
<poem>
Die naar het Graf gaan, waar God wilde ondergaan
De dood, om ons te redden uit de hel waar de plaats zwart is.
Samen met de pelgrims, en deze goede kooplieden,
Is Boudewijn binnengegaan, de nobele strijder.
En de wind is opgestoken, die de schuiten voortdrijft.1090
Er stak een storm op, nooit was er een zo groot,
Die de dromon meevoert, zo vertelt ons de roman,
Sneller dan welke vogel ook door de lucht vliegt.
Geen weg noch pad hield de sterke dromon;
Naar Groot-Indië, in de woestijnen van Abraham,
Begaf zich de dromon waarover ik u vertel.
De wind was zo vreselijk, die door de lucht raast,
Dat, hoewel men het zeil naar beneden had geworpen,
De dromon niet stopte; waarover zeer bedroefd was
De meester-stuurman. Maar geen twee handschoenen geeft1090
Boudewijn van Sebourc, de edele en de vrije;
Het deert hem niet waar hij strandt, zo bedroefd was hij van hart.
De mens die wanhoop heeft kan niet wijs zijn.
Nu gaat de dromon, waarin Boudewijn was,
Op de zee der Woestijnen, recht naar Groot-Indië.
In het land van Bagdad, en in het land van ongeloof,
Arriveerde de dromon in dat land rechtuit;
En honderd zeemijlen verder voer hij.
Vijftien dagen geheel en al duurde de storm,
Steeds verder wegvarend was het schip gegaan.1100
Zolang voer het vaartuig dat het weer bedaarde:
Toen de storm ophield en de zon scheen,
Nam de meester van het schip vast land waar.
Toen zei hij tegen de pelgrims dat hij open land zag,
Bomen en weiden, maar een kasteel was er niet.
Zij hebben hem er zozeer om gesmeekt daar recht aan te meren,
Dat de goede zeeman zijn schip erheen stuurde;
En toen hij het land zag, herkende hij het goed:
En hij zei tegen de pelgrims dat hij uit de koers was
Om naar Syrië te gaan, want het was land van Indië.1110
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
80vovjsg238tutagcvxc1o8kml2nrm9
Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/100
104
88051
225205
2026-08-20T09:38:39Z
Havang(nl)
4330
/* Wikisource:Niet proefgelezen */ Nieuwe pagina aangemaakt met '<poem>(Om mi in eenighe goede haven te leyen (Daer ic sijn)en werdigen wille uit caritaten (Ende godevrucht mach doen, dus willen<ref>Lees: willen wi</ref> scheyden (Adieu vader) adieu moeder, ten baet gheen beyen (Adieu broeders, adieu suster, adieu gheminde. (Adieu vriend)en ghemene, adieu met schreyen (Adieu al te sa)men die ic hier vinde. (Hier mede ic) mi op die vaert bewinde (Ic beveel mi die) gods moeder, wats gheschiet (Te…
225205
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" />90</noinclude><poem>(Om mi in eenighe goede haven te leyen
(Daer ic sijn)en werdigen wille uit caritaten
(Ende godevrucht mach doen, dus willen<ref>Lees: willen wi</ref> scheyden
(Adieu vader) adieu moeder, ten baet gheen beyen
(Adieu broeders, adieu suster, adieu gheminde.
(Adieu vriend)en ghemene, adieu met schreyen
(Adieu al te sa)men die ic hier vinde.
(Hier mede ic) mi op die vaert bewinde
(Ic beveel mi die) gods moeder, wats gheschiet
(Ter liefden gods reysende daer hijt ghebiet
:(Gemind)e broeder die zwaen ic ben bereet
(Aldaer<ref>Deze regel ontbreekt in de latere drukken</ref> te rey)sen daer ghi mi leet
(Ic en twyfele) niet die hoghe gods ghewelt
(En heeft v du)s ghelaten bi gracien breet
(Om sonderli)nghe saken die hi alleene weet
(Ende dat gi mijn leytsman wesen selt.
(Mijn hope ende mijn wille is vast ghestelt
(In gods wille) sonder eenich eesseren..
(Want sijn cr)acht is grondeloos ende onghetelt
(Wil hi mi he)lpen wie sal mi blameren
(Niemant o) scrifture can declareren
(Hier op stellic) dan mijn hopen al
(De viant noch) de mensche en mogen mi niet twee veren
(Belette)n des bi mi noch ghebueren sal
(Dus bi der go)dlijcker gracien toe val.
(Ben ic gewi)llich vaet mijn bediet
(Ter liefden g)ods reysende daer hijt ghebiet
(Princelike) coninck in wiens handen
Staen alle provintien, steden, en landen
Wilt mi bewaren ende den zwaen mijnen broedere.
Beschermt ons van scaden ende van scanden
Ende den coninck van lijlefort der waranden.
Mijn beminde vader, ende ooc mijn moedere
Ende alle mijn brueders ende suster vroedere.
</poem><noinclude></noinclude>
3h2r6l2dh0hjs3xdovc2xdz827zcwsl
225206
225205
2026-08-20T09:39:04Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225206
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />90</noinclude><poem>(Om mi in eenighe goede haven te leyen
(Daer ic sijn)en werdigen wille uit caritaten
(Ende godevrucht mach doen, dus willen<ref>Lees: willen wi</ref> scheyden
(Adieu vader) adieu moeder, ten baet gheen beyen
(Adieu broeders, adieu suster, adieu gheminde.
(Adieu vriend)en ghemene, adieu met schreyen
(Adieu al te sa)men die ic hier vinde.
(Hier mede ic) mi op die vaert bewinde
(Ic beveel mi die) gods moeder, wats gheschiet
(Ter liefden gods reysende daer hijt ghebiet
:(Gemind)e broeder die zwaen ic ben bereet
(Aldaer<ref>Deze regel ontbreekt in de latere drukken</ref> te rey)sen daer ghi mi leet
(Ic en twyfele) niet die hoghe gods ghewelt
(En heeft v du)s ghelaten bi gracien breet
(Om sonderli)nghe saken die hi alleene weet
(Ende dat gi mijn leytsman wesen selt.
(Mijn hope ende mijn wille is vast ghestelt
(In gods wille) sonder eenich eesseren..
(Want sijn cr)acht is grondeloos ende onghetelt
(Wil hi mi he)lpen wie sal mi blameren
(Niemant o) scrifture can declareren
(Hier op stellic) dan mijn hopen al
(De viant noch) de mensche en mogen mi niet twee veren
(Belette)n des bi mi noch ghebueren sal
(Dus bi der go)dlijcker gracien toe val.
(Ben ic gewi)llich vaet mijn bediet
(Ter liefden g)ods reysende daer hijt ghebiet
(Princelike) coninck in wiens handen
Staen alle provintien, steden, en landen
Wilt mi bewaren ende den zwaen mijnen broedere.
Beschermt ons van scaden ende van scanden
Ende den coninck van lijlefort der waranden.
Mijn beminde vader, ende ooc mijn moedere
Ende alle mijn brueders ende suster vroedere.
</poem><noinclude></noinclude>
cgt3yq1i237q140znzh532c1429q024
Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/101
104
88052
225207
2026-08-20T09:51:07Z
Havang(nl)
4330
/* Wikisource:Niet proefgelezen */ Nieuwe pagina aangemaakt met '<poem> Wy nemen oorlof, welck is een droeve liet Ter liefden gods reysende daer hijt ghebiet </poem> Als helias dit geseyt had custe hy vader ende moeder, broeders ende suster ende nam deerlijc oorlof. Ende doen dede hy bringhen zijn harnas ende silveren schilt daer in stont een dobbel gouden cruys. Doe quam oriant die coninck ende gaf hem eenen horen ende seyde, bewaert wel desen horen, want hi heeft sulcken cracht, dat alle di…
225207
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" />91</noinclude><poem>
Wy nemen oorlof, welck is een droeve liet
Ter liefden gods reysende daer hijt ghebiet
</poem>
Als helias dit geseyt had custe hy vader ende moeder, broeders ende suster ende nam deerlijc oorlof. Ende doen dede hy bringhen zijn harnas ende silveren schilt daer in stont een dobbel gouden cruys. Doe quam oriant die coninck ende gaf hem eenen horen ende seyde, bewaert wel desen horen, want hi heeft sulcken cracht, dat alle die
ghene die den luyde blasen dien en mach gheen letsel noch scande gebueren by der belieften gods. Nu bid ic ootmoedelic ihesum dat hi, u gheue wel te gaen met vruechden, ende weder te keeren met eeren. Ende die zwaen riep seer wonderlijc {{SIC|.iij.|3}} oft {{SIC|.iiij.|4}} reysen, recht oft hi heliam riep, daer si al af verwondert waren, ende doe ghinc helias ter stont met alle sinen vrienden na dat water daer die zwaen was. Ende als die zwaen hem sach so speelde hi met sinen vlogelen
op dat water recht oft hy hem willecome heyte, ende hy ghebenedijde daer den zwaen seggende. Siet hier die scade van desen kinde dat
verloren heeft zijn menschelijcke forme die hem ihesus weder verlenen wille.. Ende dye zwaen neychde metten hoofde reverencie doende den ghenen die voor hem baden. Maer den tijt {{SIC|de|die}} van god geset was en was noch niet vervult om eenighe grote toecomende saken {{SIC|wil de|wilde}} toecomende was, ende die coninck ende coninghinne beweenden haer kint vanden iamer dat si saghen so verwandelt haer edel bloet in eenen zwaen. Aldus is helias int scip ghegaen, ende nam oorlof aen alle den vrienden die allen droevich waren, om dat helias wech reysde op dye avontuere in vreemde landen ten ghebode gods
by gheleye vanden zwaen Doe stelde hem die fwaen voor dat scip ende track dat scip ende dede dat vlieten op dat water alsoe dat si in corter stont waren verre van lijlefort.. Ende dye zwaen gheleyde dat scip van riviere tot rivieren totter plaetsen dye van god gheordineert was om te hebben een wijf, van welcke soude comen een schoon dochtere die soude voortbrenghen {{SIC|.iij.|3}} sonen, waeraf dan seer
gestarct sal worden dat kersten ghelove, waeraf dye yerste was Godevert van billoen, die daer na soude vercrijgen ende besitten dat conincrijc vanden heylighen lande van Iherusalem. Die tweede broeder<noinclude></noinclude>
dysbyp9wwsao8g8a417zvwnimfmczm8
225208
225207
2026-08-20T09:51:23Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225208
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />91</noinclude><poem>
Wy nemen oorlof, welck is een droeve liet
Ter liefden gods reysende daer hijt ghebiet
</poem>
Als helias dit geseyt had custe hy vader ende moeder, broeders ende suster ende nam deerlijc oorlof. Ende doen dede hy bringhen zijn harnas ende silveren schilt daer in stont een dobbel gouden cruys. Doe quam oriant die coninck ende gaf hem eenen horen ende seyde, bewaert wel desen horen, want hi heeft sulcken cracht, dat alle die
ghene die den luyde blasen dien en mach gheen letsel noch scande gebueren by der belieften gods. Nu bid ic ootmoedelic ihesum dat hi, u gheue wel te gaen met vruechden, ende weder te keeren met eeren. Ende die zwaen riep seer wonderlijc {{SIC|.iij.|3}} oft {{SIC|.iiij.|4}} reysen, recht oft hi heliam riep, daer si al af verwondert waren, ende doe ghinc helias ter stont met alle sinen vrienden na dat water daer die zwaen was. Ende als die zwaen hem sach so speelde hi met sinen vlogelen
op dat water recht oft hy hem willecome heyte, ende hy ghebenedijde daer den zwaen seggende. Siet hier die scade van desen kinde dat
verloren heeft zijn menschelijcke forme die hem ihesus weder verlenen wille.. Ende dye zwaen neychde metten hoofde reverencie doende den ghenen die voor hem baden. Maer den tijt {{SIC|de|die}} van god geset was en was noch niet vervult om eenighe grote toecomende saken {{SIC|wil de|wilde}} toecomende was, ende die coninck ende coninghinne beweenden haer kint vanden iamer dat si saghen so verwandelt haer edel bloet in eenen zwaen. Aldus is helias int scip ghegaen, ende nam oorlof aen alle den vrienden die allen droevich waren, om dat helias wech reysde op dye avontuere in vreemde landen ten ghebode gods
by gheleye vanden zwaen Doe stelde hem die fwaen voor dat scip ende track dat scip ende dede dat vlieten op dat water alsoe dat si in corter stont waren verre van lijlefort.. Ende dye zwaen gheleyde dat scip van riviere tot rivieren totter plaetsen dye van god gheordineert was om te hebben een wijf, van welcke soude comen een schoon dochtere die soude voortbrenghen {{SIC|.iij.|3}} sonen, waeraf dan seer
gestarct sal worden dat kersten ghelove, waeraf dye yerste was Godevert van billoen, die daer na soude vercrijgen ende besitten dat conincrijc vanden heylighen lande van Iherusalem. Die tweede broeder<noinclude></noinclude>
91g5472rpkymx9mg9vya98bo4vs8e14
Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/103
104
88053
225209
2026-08-20T10:07:07Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225209
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />93</noinclude><nowiki />
{{initiaal|H}}Ier wil ic laten vanden ridder metten swaen helyas die nu reyst na Nimegen om bi den keyser te comen, die van god gesonden was om te befchermen die hertoginne van billoen, alst vervolgen sal. So was keyfer Otto van almanien dyerste van dien name, die onder hem had dat landt van Ardennen van Ludick van Namen. ende hi hielt zijn parlement te Nimmegen, ende al dien onghelijc
ghedaen wert quamen voor den keyfer om recht te hebben. die een<ref>De latere drukken wijken hier af (zie blz. 63, regel 2); de weggesneden regel kan dus niet met zekerheid aangevuld worden.</ref>
<br>. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . <br>
Ende hi wilde haer onrechtelijc onterven. ende hi seide valscheyt over haer. Als nu den raet des keysers al vergadert was, so verthoonden hem die twee partijen voor recht die grave ende die her-
toghinne met haer dochter. Doen dede die grave op zijn sake ende beteech die hertoghinne onrechtelijl, ende seyde, datse had doen vergheven haren man dat des graven brueder was. ende dat haer man
was over zee gheweest sonder weder keren {{SIC|.iij.|3}} iaer lanck, binnen welcken tijden si ghebaert heeft een dochter, ende dat die in onecht
buten huwelijc ghewonnen was, ende dattet dlant van billoen comen was van zijn vaderlijcke erve waer om hi seyde voor zijn recht dat die hertoginne niet en mochte bi recht behouden dat hertochdom als voor haer duwarie van haren man, noch des ghelijcs hair dochter als ongherechtich oor van desen hertochdomme want si onecht is, dit wilde hi waer doen om dat hertochdom te comen in sinen handen, ende dat te besitten als gerechtich oor van sinen brueder, die
de man was vander hertoghinnen Die hertoghinne antwoorde so si
beft conde. ende si ondkendet al dat haer ende haer dochter opgeseyt was. Ende si seyde dat hy haer eere ghequetst hadde, ende meende daerom recht te hebben vander scanden ende onghelijck dat hi haer opseyde Doe seyde die keyser vrouwe dit zijn fcandelijcke stucken, ende zijn saken om u ter doot te brenghen, ist dat ghi daer niet tegen en sijt, aenghesien dat hijt thoonen wil Doe seyde die grave, heere in een bewijs vander waerheyt so gheve ic mijnen hantschoe
om te wederstaen ende daerom te campen dattet si soe ick geseyt hebbe waerom si der doot {{SIC|schldich|schuldig}} is<noinclude></noinclude>
28q4maxxvbzpb2ucvdtiz60d5hfe3gz
Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/108
104
88054
225212
2026-08-20T10:19:19Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225212
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />98</noinclude>{{gedicht|start=follow|end=follow|
:In 't oude Land van Lijlefoort,
Een Conink Oriant geheten,
:Die dat Regeerde zo 't behoort,
En lang in vreeden heeft beseten.
:Hy was een Soon van Pyrion,
En leefde heerlijk als zijn Vader,
:Dat Matabrun niet lijden kon,
Al wast zijn Moeder zy was quader.
:Want zy droeg hem geen goede zugt,
Gelijk de nijd dan pleeg te werke
:Maer werpt op hem een vats gerucht,
Gelijk gy volgens sult bemerken.
:Hy wierd eens lustig tot de jagt,
In 't grote bos van 't oud' Ardenne,
:Daer heeft 't geluk hem toegebragt,
Een vliegend' Hart snel na to renne .
:Sijn paert hy flukx die sporen gaf,
Om het voor lopend' Hart te jage,
:Zoo dat in 't lest hy dwaelden af,
Van al zijn Edeldom en Magen.
:Aldus verdoolt by een Fontijn,
En gink om zijnen dorst to boeten,
:Quam daer een edel Jonkvrou reyn,
Die hem aldus bestont to groeten.
:Mijn Edel Heer en belgt u niet,
Ik moet u met beleeftheyd vragen,
:Wie raed u hier in mijn gebied,
Dus stoutelijk to komen jagen.}}<noinclude></noinclude>
6dxx70ymeb3fc5ng3252uoarl2ewete
Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/109
104
88055
225213
2026-08-20T10:22:20Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225213
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />99</noinclude>{{gedicht|start=follow|end=follow|
:Gy jaegt mijn wild zo snellijk na,
Dat u door water is ontlopen,
:Nu wil ik dat gy boed de scha,
Eer gy 't met erger moet bekoopen.
:Hy sag haer met verwonder aen,
Verstond ook wel wat dat zy zeyde,
:En bleef als van hem zelve staen,
Want Venus 't net van liefde breyde.
:De minneschigte die zy schoot,
Uyt haer aen lockende bruyn oogen,
:Die deden hem by na de dood,
Zo was hy met haer liefd' door toogen.
:Hy sprak jonkvrouwe lief ik meen,
Dat ik hier wel mijn vreugt mag nemen,
:In 't land dat ik uyt gaf te leen,
Dat niet van my en mag vervremen,
:De Coninks Kroon van Lijlefoort,
Die ik dus lange heb gedragen,
:Die staet wel vry gelijk 't behoort,
Dat ik in dit voor eerst<ref>Lees: foreest</ref> mag jagen.
:Want Oriant is mijnen naem,
De Conink Pyrion mijn Vader,
:Dus dunkt 't my wel zo bequaem,
Dat gy zult boeten als misdader.
:Als Savary haer Schilt-knegt kloek,
Den Conink kende aen zijn spreken,
:Deed hy al knielende dit versoek,
Met soete woorde en met smeken.}}<noinclude></noinclude>
7ixokiynpc6bbe0vg68nq0ovm9zx9ln
Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/110
104
88056
225214
2026-08-20T10:25:12Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225214
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" />100</noinclude>{{gedicht|start=follow|end=follow|
:Ach hoog beroemde majesteyt,
Ik bid genaed' en om mijn leven;
:Zo u mijn Vrouwe heeft misseyt,
Dat haer genadig te vergeven.
:U Majesteyt doch wel versint,
Dat zy u hoogheyd niet en kende,
:En onbekent maekt onbemint,
Dit is haer onschult tot den ende.
:De Conink sprak tot dees Jonkvrou,
'k Vergeef u dees geringe sonde,:
Want ik verklaer u by mijn trou,
Dat ik noyt schoonder maegt en vonde.
:Daerom Jonkvrou van goeder aert,
Laet mijn begeert u niet berouwe
:Zo lang als mijn den Hemel spaert,
Zal ik u voor de liefste houwen.
:Dus zo gy wesen wilt mijn Bruyd,
Ik sal u maken Coninginne,
:Van Lijlefoort na mijn besluyt,
Daer toe dwingt my oprechte minne.
:Groot magtig Heer ik ben beschaemt,
Sprak zy met neer geslage oogen,
:En ben daer toe te laeg befaemt,
Dat gy mijn Heer my sou verhogen.
:Hy nam haer by haer witte hand,
En sprak wel overschone Vrouwe,
:Ik zweer u by mijn Ridders pant,
Geen ander Vrouw als u [te] trouwe.}}<noinclude></noinclude>
9sn2ahccsorz4ztpbual6a2kt60bg7u
Pagina:Ridder metter swane (1931).pdf/176
104
88057
225215
2026-08-20T11:47:48Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225215
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{{c|{{x-larger|IV. OVERZICHT VAN DE LITERATUUR BETREFFENDE HET VOLKSBOEK EN DE SAGE VAN DEN ZWAANRIDDER.}}}}
{{lijn|6em}}
Onderstaande lijsten maken geen aanspraak op volledigheid. Er moest een keuze gedaan worden uit de vrij omvangrijke literatuur.
{{larger|A. H{{asc|ET}} V{{asc|OLKSBOEK}}.}}
{{gap}}L. A. J. W, baron S{{asc|LOET}}. Mededeeling omtrent een hs. te Nijmegen over den Ridder met den zwaan, in Versl. en Meded. der Kon. Akademie v. Wetenschappen te Amsterdam, Afd. Letterkunde, XII (1869) 253 — 260. (Een Latijnsche tekst der Beatrix-redactie 257 — 260).<br>{{gap}}L. P{{asc|H}}. C. {{asc|VAN DEN}} B{{asc|ERGH}}, De Nederlandsche Volksromans. Amst. 1837 (blz. 23—29).<br>{{gap}}G. D. J. S{{asc|CHOTEL}}, Vaderlandsche Volksboeken en Volkssprookjes, Haarlem 1872—1874 (II 44—53, 312).<br>{{gap}}Fragment van eene zestiendeeuwsche uitgave van het volksboek van den Ridder metter zwane, uitgegeven door W. {{asc|DE}} V{{asc|REESE}}, in Tschr. v. Ned. taal- en letterkunde XIV (1895) 38—52.<br>{{gap}} E. H. {{asc|VAN}} H{{asc|EURCK}}, Livres populaires et livres d'école flamands in 4{{sup|0}}, in De Gulden Passer, Nieuwe Reeks, IV (1926) 155—293 (p .179—184).
{{larger|B. D{{asc|E}} F{{asc|RANSCHE}} C{{asc|HEVALIER AU}} C{{asc|YGNE}}.}}
{{gap}}J{{asc|OHANNES DE}} A{{asc|LTA}} S{{asc|ILVA}}, Dolopathos sive de rege et septem sapientibus. Ed. H{{asc|ERMANN}} O{{asc|ESTERLEY}}, Strassburg 1873 (s. 73—79); ed. A. H{{asc|ILKA}}. Heidelberg 1913.<br>{{gap}}Bar. {{asc|DE}} R{{asc|EIFFENBERG}}, Le Chevalier au Cygne et Godefroy de Bouillon. I. Bruxelles 1846 (p. 1—142). Op pp. CXL—CLIX der Introduction geeft D{{asc|E}} R{{asc|EIFFENBERG}} een groote lijst van hss, van het gedicht, zoowel van die in verzen als van die in proza.<br>{{gap}}La chanson du Chevalier au Cygne et de Godefroid de Bouillon, publiee par C. H{{asc|IPPEAU}}, Paris, I 1874, II 1877.<noinclude></noinclude>
3ictz5mfvwriawlgh3putqk6kpsgkui