Wikisource
nlwikisource
https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina
MediaWiki 1.47.0-wmf.17
first-letter
Media
Speciaal
Overleg
Gebruiker
Overleg gebruiker
Wikisource
Overleg Wikisource
Bestand
Overleg bestand
MediaWiki
Overleg MediaWiki
Sjabloon
Overleg sjabloon
Help
Overleg help
Categorie
Overleg categorie
Hoofdportaal
Overleg hoofdportaal
Auteur
Overleg auteur
Pagina
Overleg pagina
Index
Overleg index
TimedText
TimedText talk
Module
Overleg module
Event
Event talk
Het Vaderland/Jaargang 68/19 april 1936/Genootschap Nederland-Italië
0
8754
225583
26935
2026-08-25T20:04:10Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Anoniem/Genootschap Nederland-Italië]] hernoemd naar [[Het Vaderland/Jaargang 68/19 april 1936/Genootschap Nederland-Italië]]: normalisatie
26935
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox krantenartikel |
| naam = Genootschap Nederland-Italië
| auteur = Anoniem
| uitgiftedatum = Zondag 19 april 1936
| titel = Genootschap Nederland-Italië
| krant = Het Vaderland
| jaargang = 68
| nummer =
| pagina = Ochtendblad B, p. 1
| afbeelding =
| datering =
| opmerkingen =
| genre =
| taal = Nederlands
| vertaler =
| bron = [http://kranten.kb.nl/index.html kranten.kb.nl]
| overige publicaties =
| auteursrecht = [[Publiek domein]]
| artikelwikipedia =
}}
{|
|
Genootschap Nederland-Italië
Op den feestelijken sluitingsavond in Hotel Wittebrug op 2 Mei a.s. verleenen o.m. hunne medewerking: Ferdinando Zepparoni (viool), G. Kappelhof (solo-dansen), de hh. Kuyper (tap-dance) mej. de Vlieger en de heer de Kuyper (exhibition moderne dansen).
<br /> Behalve de reeds gemelde prijzen ter beschikking gesteld door de K. L. M.: retourvlucht Amsterdam-Rome, Amsterdam-Parijs, Amsterdam-Brussel, wordt voorts aangeboden, bootreis 1ste klasse van Venetië naar Ragusa en vice versa door de Compagnia Adriatica di Navigazione; bootreis 1ste klasse Genua-Napels en vice versa, door de Lloyd Triestino; twee kostbare boekwerken „Le Visage de l’Italie” door de E.N.I.T.
<br /> Dicky Wafelbakker zal waardevolle geschenken uitreiken voor „De vrouw op Reis”, ter beschikking gesteld door Mme Marguari, Produits Hindou-Priari, Maison Zeldenrust (’t Plein), Heinemann en Ostwald en de Kon. Edelmetaalfabrieken Firma Bebeer, Den Haag.
<br /> De jury is samengesteld uit Lajos von Ebneth, mevr. L. Mortier Hijmans, Willy Sluiter, dr. F. van Thienen, ir D. Roosenburg en Jan Wils.
<br /> Het propaganda-comité bestaat uit Anny Wierts, presidente, prof. dr J. J. A. Mekel, vice-president, mr H. Kilian, secr., mej. N. Lunsingh Tonckens, 2de secretaresse, mr G. F. W. van Berckel, mevr. Cool- van Bijsterveld, W. P. F van Deventer, directeur Alg. Ned. Vereen. v. Vreemdelingenverkeer, Lagos von Ebneth, jkvr. M. von Fisenne, Paul Judell, secr.-penningmeester Pullman Club, jkvr L E. J. M. van der Maesen de Sombreff, dr E. Morpurgo, directeur E.N.I.T., mevr. C. Nickel-Kerkhoven, ing. Tommaso Notarangeli handelsattaché van de Italiaansche Legatie, mej. A. Plantenga, B. Prinsen Geerligs, chef propaganda K. L. M., ir. D. Roosenburg, architect, mr L. van Rijckevorsel, Willy Sluiter, voorzitter Pulchri Studio, mej. L. Spanjaard, secretaresse K. N. V. v. L. en A. N. W. B. dr F. van Thienen en Jan Wils.
<br /> Inlichtingen uitsluitend bij de presidente: Anny Wierts, Wilhelminastraat 8, Tel. 720876, Den Haag.
|}
[[Categorie:Krantenartikel]]
[[Categorie:Het Vaderland]]
i7w6jsabmo69khlc60czuw0eq6vuwds
Het Vaderland/Jaargang 68/30 mei 1935/Ochtendblad/Het nieuwe Gemeentemuseum
0
10334
225585
44160
2026-08-25T20:14:03Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Anoniem/Het nieuwe Gemeentemuseum]] hernoemd naar [[Het Vaderland/Jaargang 68/30 mei 1935/Ochtendblad/Het nieuwe Gemeentemuseum]]: normalisatie
44160
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox krantenartikel |
| naam = Het nieuwe Gemeentemuseum
| auteur = Anoniem
| uitgiftedatum = Donderdag 30 mei 1935
| titel = Het nieuwe Gemeentemuseum
| krant = Het Vaderland
| jaargang = 67
| nummer =
| katern =
| editie = Ochtendblad A
| pagina = 2
| afbeelding =
| datering =
| opmerkingen =
| genre =
| taal = Nederlands
| bron = [http://kranten.kb.nl kranten.kb.nl]
| auteursrecht = [[Publiek domein]]
| artikelwikipedia =
}}
{|
|
HET NIEUWE GEMEENTEMUSEUM
EEN HARTELIJK WOORD TOT DEN DIRECTEUR
Nadat de bijeenkomst in de groote lezingzaal (niet in de ontvangstzaal) van het nieuwe Gemeentemuseum gistermiddag Burgemeester ''De Monchy'' den hartelijken dank aan de Regeering had betuigd, die geen schooner daad had kunnen doen voor ons museum dan het te verrijken met de beeltenis van Berlage, wiens herinnering er door voor eeuwig, naar we hopen, levendig zal worden gehouden (het zal in de zaal worden gehangen, waarin Berlages buste is geplaatst. – Red.) hebben de genooddigden eenige oogenblikken staande den bouwmeester herdacht.
<br /> Vervolgens deed de Burgemeester voorlezing van den brief van B. en W. van Amsterdam, die hun gelukwenschen vergezeld deden gaan van de schets van een wandschildering van Roeling voor het muziekhistorisch museum, welke in beeld brengt de beteekenis der muziek. Dit geschenk aanvaardde hij gaarne voor het gemeente bestuur en hij verzocht mr Van Dam van Isselt zijn dank aan het gemeentebestuur van Amsterdam over te brengen.
Rede jhr. Van Karnebeek.
Jhr mr ''H. A. van Karnebeek'' voldeed zeer gaarne aan het verzoek om het muzeum te willen openen. Er lag een zekere bekoring in de hem geboden gelegenheid om aandeel in de plechtigheid te hebben, voor hem, want aan den Haagschen museumbouw zijn voor hem zeer vele herinneringen verbonden.
<br /> Het verheugde hem, dat het gebouw is tot stand gekomen. In vroeger jaren heeft hij de behoefte van Den Haag aan een nieuw museum zeer sterk gevoeld. Hij herinnerde zich den dag, dat hij bezoek ontving van den heer Drucker, die zijn collectie aanbood als hij hem behoorlijke uitstalling en verzorging kon verzekeren. Daaraan was niet te voldoen en Den Haag is toen een zeer groot kunstbezit ontgaan. (Vandaar de Drucker-zalen in het Rijksmuseum in Amsterdam. – Red.)
<br /> Den Haag is een stad welker bevolking kunstzinnig is aangelegd en kunstzinnig is ingesteld. Maar het is ook het middelpunt van een internationale beweging door zijn instellingen, welke leidende personen uit alle hoeken van de wereld hierheen trekken. Het is van belang, dat Den Haag niet alleen des zomers aantrekkelijk is voor den toerist, maar dat het des winters aan hen die hier moeten vertoeven of verblijven de gelegenheid biedt op cultureel gebied te kunnen arbeiden. Den Haag is een schat rijker geworden en het oogenblik zal nooit aanbreken, dat berouw zal worden gevoeld dat de stad deze instelling heeft gekregen.
<br /> Hij voegde er een persoonlijk hartelijk woord aan toe tot „mijn oude vriend Van Gelder, dien ik al jaren lang kende voor we samen op Haagschen bodem zouden arbeiden. Meer dan iemand anders weet ik wat deze dag voor hem beteekent. Deze dag is de bekroning van een levenswerk, dat ik van nabij heb gezien en gadegeslagen.” Met den wensch, dat het dr Van Gelder gegeven moge zijn voort te gaan zijn kracht te geven aan deze instelling en haar te leiden tot de hoogte als hij zichzelf heeft gedacht, besloot jhr Van Karnebeek zijn toespraak, om daarna het nieuwe museum der gemeente ’s Gravenhage voor geopend te verklaren.
<br /> De verschillende toespraken zijn eenige malen door applaus onderbroken; zoo bij de aanbieding van Berlages portret en de mededeeling van de aan dr Van Gelder door H. M. de Koningin (niet door den minister) verleende onderscheiding en ook het hartelijk woord van den Commissaris der Koningin tot den directeur, die zelf in zijn rede zeer onder den indruk van het gemis van Berlage bleek, lokte hartelijk applaus uit.
<br /> In eenige groepen hebben de genoodigden o. w. we nog opmerkten dr Johan Wagenaar, ir De Bie Leuveling Tjeenk, voorzitter van den B. N. A. en ir J. Lely oud-directeur van Gemeentewerken, vervolgens een rondgang door het gebouw gemaakt en daarna is in de ontvangstzaal de thee gebruikt. De toestand van mevr. de wed. Berlage heeft het haar onmogelijk gemaakt tegenwoordig te zijn.
Huldiging Dr H. E. van Gelder
Een manifestatie van hartelijkheid.
Toen hij een kleine vijf jaar geleden vijfentwintig jaar in gemeentedienst was, heeft dr Van Gelder, de directeur van het Gemeentemuseum, voor een huldiging bedankt en verzocht er mede te wachten tot het nieuwe museum geopend zou zijn. Het is gisteren geopend en prompt is er nog den heerlijken avond van den zonnigen dag de huldiging van dr Van Gelder op gevolgd.
<br /> Er had zich een commissie voor gevormd, beslaande uit de heeren Willy Sluiter, jhr dr W. A. Beelaerts van Blokland, jhr mr dr E. A. van Beresteijn, mr H. C. Gallois, dr E. J. Haslinghuis, dr W. Moll, mr D. W. K. de Roo de la Faille, W. H. Vliegen en D. S. van Zuiden, met Burgemeester mr S. J. R. de Monchy en oud-Burgemeester jhr mr dr H. A. van Karnebeek als eerevoorzitters. Dat deze commissie een gereel oor heeft gevonden bij velen wien het wel en wee van onze gemeente en haar museum ter harte gaat bewees de uitermate groote opkomst van hen die den directeur op dezen voor hem zoo buitengewoon belangrijken dag wilden huldigen. De groote ontvangstzaal van het museum was meer dan gevuld en alle „loges” waren dicht bezet. We merkten met de beide eerevoorzitters en de leden der commissie o. a. op de wethouders v. d. Bilt en Snoeck Henkemans, de raadsleden Drees, mevr. Ros–Vrijman en Buurman, prof. Martin, prof. Kossmann, mr Snijder van Wissenkerke, de architecten v. d. Kloot Meyburg, Jan Wils, Van Boven en Plantenga, dr Schmidt Degener, dr Reindersma, rector van het Ned. Lyceum, dr Johan Wagenaar, prof. Taverne en den president van den Hoogen Raad jhr mr R. Feith, den oud-secretaris-generaal van Onderwijs jhr mr C. Feith en den politierechter jhr Feith, den gemeentesecretaris mr Boasson, den onderdirecteur van de Academie Ros, dr Japikse, directeur van het Kon. Huisarchief, mr Van Royen, voorzitter van de VANK, deken Van Tuyn, den chef der afdeeling Kunst van het Dep. van Onderwijs Visser, de kunstschilders Lelyveld en Franken, lult.-generaal Weber, den oud-inspecteur van het Onderwijs De Jongh en vele directeuren van gemeentelijke diensten en anderen, o. w. de directeur der H.T.M.
Toespraak van Wllly Sluiter.
Onder luid applaus werd dr Van Gelder met zijn echlgenoote, wie een fraaie ruiker werd aangeboden, ingehaald en daarop sprak de voorzitter van de commissie ''Willy Sluiter'' hem toe. Hij herinnerde aan het verzoek bij het 25-jarig jubileum en constateerde met iets triomfantelijks in zijn stem: En nu is het museum geopend, waarin hij als het ware stilzwijgend legde de verklaring: En nu huldigen we u dus. Talrijk waren de bewijzen van sympathie welke de commissie na haar oproep ontving. Vooraan ging H. M. de Koningin als werkend lid van Pulchri, en haar handteekenlng opent dan ook het album, dat het huldigingsgeschenk vergezelt. Sluiters beperkte zich lot enkele woorden, omdat het niet in den stijl van dr Van Gelder en van mevr. Van Gelder zou liggen een groote huldiging te houden en daar de commissie had gemeend niet beter te kunnen doen dan de besteding van het voor een geschenk bijeen gebrachte geld, waarbij de Koningin met een belangrijk bedrag was voorgegaan, aan hen beiden over te laten, overhandigde hij den directeur een portefeuille met inhoud, gepaard gaande met den wensch, dat hij nog lange jaren zijn belangrijke functie in het cultureele leven van Den Haag zou vervullen.
<br /> De heer ''Haver Droese'', die namens het Ned. Kunstverbond gelukwenschen overbracht, herinnerde aan een reeds ver in het verleden liggenden tijd, toen hij met wijlen Henricus den directeur van het gemeentearchief op den Zwarteweg een bezoek bracht in verband met het gemis van een tentoonstellingslokaal in Den Haag en toen die directeur al vervuld was van groote plannen in zake museumbouw enz. Die plannen leken toen fantastisch, al had het zoontje van den heer Van Gelder er zijn heele spaarpot voor over, maar.... die hartewensch is nu toch verwezenlijkt. Dr Van Gelder streeft er naar een levend museum te hebben, ook voor tijdelijke tentoonstellingen en hij wenschte hem geluk namens een groote artistieke gemeenschap, die zich verheugt over een museum als dit.
<br /> In een met humor doordrenkte toespraak heeft de „eerste-luitenant” conservator mr ''GaIlois'' den „kapitein” gehuldigd, wiens vuist niet zwaar drukt op de gebogen ruggen zijner ondergeschikten. Sinds 1912 heeft hij met taaie volharding en groot doorzettingsvermogen gestreefd naar de bereiking van het doel dat hij zich had gesteld en de bereiking ervan is gemanifesteerd door de verhuizing en door de verandering van het rariteitenkabinet van 1910 in een museum, bedoeld om een stad van 500,000 inwoners waardig te zijn. Na het geweldig geheugen en de geniale invallen van fijnsten smaak van dr Van Gelder gereleveerd te hebben, bracht hij hem den dank en de hulde over van al zijn medewerkers, gepaard met den wensch, dat hij nog lange jaren over het museum zou heerschen, zij het niet maximum cum otio, dan toch maximum cum dignitate.
<br /> Hartelijk en bewogen, maar tevens lichtelijk humoristisch heeft dr ''Van Gelder'' zijn dankwoord gesproken. Gelijk een onweer daverend overweldigend, verfrisschend is, is de hulde welke hem betoond is geweest. En daar was hij dankbaar voor, het doet den mensch goed. Maar dat die hulde een geluid als van een orkaan heeft doen hooren, heeft hem tot in het hart geroerd. Hij dankte voor allen steun en medewerking, zonder welke hij den langen strijd van 23 jaar niet zou hebben kunnen volhouden, als is hij bij alle blonde bonhommie, welke hem wel is aangewreven, ook een taaie rakker, die niet loslaat als het de zaak der humaniteit en cultuur geldt en die het hem heeft gegeven doen zijn het museum te maken tot een werkelijk iets in het organisme van deze mooie stad. Het dankbaarst betoonde hij zich voor de omstandigheid, dat aan de hulde is meegedaan uit alle kringen en richtingen van politiek en geloof, wat bewijst, dat hij wel partijman, maar niet partijdig is en dat hij er in is geslaagd vele vrienden te maken.
<br /> Ondeugend stak van alle instincten, welke een directeur van een museum, dat hij levend wil houden, bezitten moet, nu juist het hoofd op het instinct van den handelsreiziger en het deed dr Van Gelder vragen om toch vooral voort te gaan met den steun aan het museum en hem die niet te laten ontvallen. Door lid te worden van de Vereeniging van vrienden van het Haagsche Gemeentemuseum kan men aan dit verzoek voldoen en zoo kan ze een grooten steun van het museum worden.
<br /> Gelijk de andere toespraken vond ook deze van hart tot hart gaande toespraak, waarin ten slotte de onvermoeide „taaie rakker” van een museumdirecteur nog even de leiding wist te nemen – op onze beurt gebruiken we nu een uitdrukking der sporttaal, welke we evenmin als dr Van Gelder overigens bewonderen – veel bijval.
<br /> Daarna was dadelijk de organisator aan het woord en nadat de zeer velen hem en zijn echtgenoole de hand gedrukt hadden, toog hij er met zijn staf weer onvermoeid en enthousiast op uit om den rondgang door het museum te leiden, welke met een kopje thee en een verfrisschenden dronk gezellig is besloten.
|}
[[Categorie:Krantenartikel uit Het Vaderland]]
llhy5tbj49q8pdlrul8e943h9qs0t24
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Beeldhouwkunst
100
21124
225526
221093
2026-08-25T14:10:30Z
Vincent Steenberg
280
+bronnen
225526
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Beeldhouwkunst
| afbeelding = "Joy" sculpture by Christine Baxter 2013.gif
| alt = Joy door Christine Baxter
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] aanwezige bronnen over [[w:nl:Beeldhouwkunst|beeldhouwkunst]].
| artikelwikipedia =
}}
== Algemeen ==
=== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ===
==== Musea ====
;Bode-Museum, Berlijn
*Anoniem (24 december 1923) [[Het Vaderland/Jaargang 55/24 december 1923/Het Kaiser-Friedrich Museum|‘Het Kaiser-Friedrich Museum te Berlijn is door ruil in het bezit gekomen van een Italiaansch bronzen beeld […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad D, p. 1.
*Anoniem (7 oktober 1928) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 101/Nummer 32909/Aanwinsten in het Kaiser-Friedrich-Museum|‘Aanwinsten in het Kaiser-Friedrich-Museum’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p. 10.
==== Tentoonstellingen ====
*Reijn, Theo van (6 januari 1934) ‘Tentoonstelling van internationale beeldhouwkunst in het Stedelijk Museum te Amsterdam van 24 Dec. '33 tot 14 Januari '34’, ''Bouwkundig Weekblad Architectura'', jrg. 55, nr. 1, p. 11-12.
== Geschiedenis van de beeldhouwkunst ==
=== Oud-Egypte ===
==== Vroeg-dynastieke periode ====
;MacGregor plaque (British Museum, AE55586)
*Anoniem (28 maart 1918) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 122/Nummer 86/Avond-uitgave/De oudste tijden van Egypte|‘De oudste tijden van Egypte’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', avond-uitgave, tweede blad, [p. 1].
;Narmerpalet
*Anoniem (29 november 1917) [[Rotterdamsch Nieuwsblad/Jaargang 40/Nummer 12173/Een overwinningsbulletin uit de oudheid|‘Een overwinningsbulletin uit de oudheid’]], ''Rotterdamsch Nieuwsblad'', Letterkundig Bijvoegsel, [p. 1].
*Anoniem (28 maart 1918) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 122/Nummer 86/Avond-uitgave/De oudste tijden van Egypte|‘De oudste tijden van Egypte’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', avond-uitgave, tweede blad, [p. 1].
*Eckenstein, Lina (december 1905) ‘The purpose and value of Ancient Egyptian Art’, ''The Burlington Magazine'', jrg. 8, nr. 33, p. 164-172.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 december 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24654/Avondblad/Kunsttijdschriften|‘Kunsttijdschriften’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 11.
;Zitbeeld van Chasechemoey (Ashmolean Museum)
*Anoniem (28 maart 1918) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 122/Nummer 86/Avond-uitgave/De oudste tijden van Egypte|‘De oudste tijden van Egypte’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', avond-uitgave, tweede blad, [p. 1].
;Standbeeld van Nesa (Louvre, A 38)
*Anoniem (28 maart 1918) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 122/Nummer 86/Avond-uitgave/De oudste tijden van Egypte|‘De oudste tijden van Egypte’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', avond-uitgave, tweede blad, [p. 1].
==== Nieuwe Rijk ====
;Hoofd van een beeldje (Metropolitan Museum of Art, 31.114.1)
*Anoniem (2 juli 1943) [[Het Volk/Jaargang 44/Nummer 17669/Onmetelijke schatten borg het Dal der Koningsgraven|‘Onmetelijke schatten borg het Dal der Koningsgraven. Soldaten plunderden en roofden naar hartelust. Toet-anch-amons nederig graf. Zo vergaat ’s werelds glorie’]], ''Het Volk'', p. 4D.
;Knielbeeld van Hatsjepsoet (Metropolitan Museum of Art, 29.3.1)
*Anoniem (22 april 1932) [[De Tijd/Jaargang 87/Nummer 26445/'t Rijk van Hatsjepsoet|‘'t Rijk van Hatsjepsoet. Egypte's onbekende schatten. 25 Jaar Expeditie’]], ''De Tijd'', tweede blad, p. 6.
;Paspop van Toetanchamon (Egyptisch Museum, Caïro, JE60722)
*K. (9 december 1923) [[Het Vaderland/Jaargang 55/9 december 1923/Een brokje Geschiedenis van Oud-Egypte|‘Een brokje Geschiedenis van Oud-Egypte’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad B, p. 2.
;Reliëf met kop van Thoetmosis III (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden, F 1933/12.1)
*[''Tentoonstelling van nieuwe aanwinsten''], Rijksmuseum van Oudheden, Leiden, 21 december 1933-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 december 1933) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 106/Nummer 34796/Avondblad/Rijksmuseum van Oudheden|‘Rijksmuseum van Oudheden. Een tentoonstelling van nieuwe aanwinsten’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Stele van Ramses II in Nahr el-Kalb in Libanon
*Anoniem (21 augustus 1834) [[Bredasche Courant/1834/Nummer 198/Frankrijk|‘Frankrijk’]], ''Bredasche Courant'', [p. 3].
==== Late periode ====
;Zitbeeld van Osiris-Iah (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden, 17887)
*Leemans, C. (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/Museum van Oudheden|‘Museum van Oudheden’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2-3].
==== Ptolemaeën ====
;Deksel van een mummievormige sarcofaag (Louvre, N343)
*Anoniem (2 november 1815) [[Nederlandsche Staatscourant/1815/Nummer 260/Laat ons troosten met hetgeen ons overblijft|‘Laat ons, in plaats van ons te beklagen over de gedenkstukken, die wij niet meer hebben, en die toch inderdaad eens anders eigendom waren, ons troosten met hetgeen ons overblijft, […]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Deksel van een sarcofaag (Louvre, N341)
*Anoniem (2 november 1815) [[Nederlandsche Staatscourant/1815/Nummer 260/Laat ons troosten met hetgeen ons overblijft|‘Laat ons, in plaats van ons te beklagen over de gedenkstukken, die wij niet meer hebben, en die toch inderdaad eens anders eigendom waren, ons troosten met hetgeen ons overblijft, […]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
=== Griekse en Romeinse beeldhouwkunst - Etruskische beeldhouwkunst ===
==== Romeinse beeldhouwkunst ====
;Hand van een bronzen beeld (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden, h 1933/11.1)
*[''Tentoonstelling van nieuwe aanwinsten''], Rijksmuseum van Oudheden, Leiden, 21 december 1933-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 december 1933) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 106/Nummer 34796/Avondblad/Rijksmuseum van Oudheden|‘Rijksmuseum van Oudheden. Een tentoonstelling van nieuwe aanwinsten’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Hercules van het Forum Boarium
*Ripa, Cesare (1644) [[Iconologia of Uytbeeldinghen des Verstants/Virtu Heroica (1)|“Virtu Heroica. Heldische Deughd of Dapperheyd”]], in: Cesare Ripa, ''Iconologia of Uytbeeldinghen des Verstants'', Amstelredam: Dirck Pietersz Pers.
;Ruiterstandbeeld van Alexander de Grote (Museo Archeologico Nazionale di Napoli, 4996)
*Anoniem (9 november 1762) [[Opregte Groninger Courant/1762/Nummer 90/Napels den 12 October|‘Napels den 12 October’]], ''Opregte Groninger Courant'', [p. 1].
=== Barok en rococo (17e en 18e eeuw) ===
*Anoniem (8 mei 1967) ‘Beelden uit kerk gestolen’, ''Het Vrije Volk'', [p. 1].
*Anoniem (8 mei 1967) ‘In kerk van Odiliënberg. Kostbare beelden gestolen’, ''Limburgsch Dagblad'', p. 3.
*Anoniem (23 juli 1974) ‘Kerkroof St.-Odiliënberg opgelost’, ''Limburgsch Dagblad'', [p. 1].
=== Classicisme en Romantiek (ca. 1750-ca. 1850) ===
*Swaving, J.G. ([1824]) ''Gallerij van Roomsche Beelden of Beeldendienst der 19e Eeuw'', Dordrecht: Blussé en Van Braam.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 november 1824) [[Rotterdamsche Courant/1824/Nummer 132/Bij de Boekverkoopers Blussé en Van Braam|‘Bij de Boekverkoopers Blussé en Van Braam, te Dordrecht, zijn heden van de pers gekomen en alom verkrijgbaar: […] [advertentie]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 2].
== Beeldhouwkunst; België ==
=== Barok en Rococo (17e en 18e eeuw) ===
;Verhulst, Rombout (1624-1698)
*Anoniem (13 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 7/Te Midwolde (Gr.)|‘Te Midwolde (Gr.) […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 7, p. 46.
=== Classicisme en Romantìek (ca. 1750-ca. 1850) ===
;Fraikin, Charles Auguste
*Anoniem (27 september 1848) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 1848/Nummer 231/Belgische Post|‘Belgische Post’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p. 3].
=== Ca. 1850-ca. 1914 ===
;Devreese, Godefroid (1861-1941)
*W. (22 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 21/De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling|‘De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 21, p. 103.
;Du Bois, Paul (1859-1938)
*W. (22 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 21/De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling|‘De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 21, p. 103.
;Herbays, Jules (1866-1940)
*W. (22 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 21/De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling|‘De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 21, p. 103.
;Samuel, Charles (1862-1938)
*W. (22 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 21/De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling|‘De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 21, p. 103.
;Van den Bossche, Emil (1849-1921)
*''Catalogus van de St. Willibrordtentoonstelling. Willibrord-herdenking 739-1939'', Centraal Museum, Universiteit Utrecht, Dom van Utrecht, Utrecht, 16 juni-15 september 1939.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht|‘De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht wordt morgen geopend door minister Colijn. Een schat aan kunstwerken van de vroege Middeleeuwen tot op onzen tijd’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Van der Stappen, Charles (1843-1910)
*W. (22 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 21/De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling|‘De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 21, p. 103.
=== 20e eeuw ===
;Grandmoulin, Léandre (1873-1957)
*Anoniem (7 september 1921) [[Het Vaderland/Jaargang 53/7 september 1921/Avondblad/In het Koninklijk museum|‘In het Koninklijk museum te Brussel […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad B, p. 2.
;Termote, Albert
*[''Grafiek''], Haagsche Kunstkring, Den Haag, december 1929, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Ω (18 december 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33343/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p. 7.
;Vermeire, Jules
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Wolfers, Marcel (1886-1976)
*''La Croix Latine. Tentoonstelling van kerkelijke kunst'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 5 december 1931-4 januari 1932.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 december 1931) [[De Maasbode/Jaargang 64/Nummer 24049/Avondblad/La Croix Latine|‘„La Croix Latine”. De tentoonstelling in Amsterdam’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p. 6.
== Beeldhouwkunst; Duitsland ==
=== Ca. 1850-ca. 1914 ===
;Langenberg, Ferdinand
*T. (28 december 1901) [[Venloosche Courant/Jaargang 33/Nummer 103/Een kunstjuweel|‘Een kunstjuweel’]], ''Venloosche Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (24 oktober 1911) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 49/Nummer 119/Kerkelijke kunst|‘Kerkelijke kunst’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (11 maart 1925) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 63/Nummer 59/Het nieuwe altaar in de O. L. Vr. kerk|‘Het nieuwe altaar in de O. L. Vr. kerk’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (26 november 1925) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 63/Nummer 278/Een zeldzaam document|‘Een zeldzaam document’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', tweede blad, [p. 2].
;Schaper, Franz
*Anoniem (21 maart 1898) [[De Zuid-Limburger/Jaargang 4/Nummer 69/Aken, 20 Maart|‘Aken, 20 Maart’, alinea 2]], ''De Zuid-Limburger'', [p. 2].
;Windhausen, Joseph
*Anoniem (23 augustus 1890) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 28/Nummer 34/De eerste prijzen|‘De eerste prijzen’]], ''Venloosch Weekblad'', Eerste Blad, [p. 2].
*Anoniem (14 maart 1891) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 29/Nummer 11/Z. D. H. mgr. F. Boermans, bisschop van Roermond, heeft heden morgen in de kerk van het groot seminarie aldaar de volgende H. wijdingen toegediend|‘Z. D. H. mgr. F. Boermans, bisschop van Roermond, heeft heden morgen in de kerk van het groot seminarie aldaar de volgende H. wijdingen toegediend: [...]’]], ''Venloosch Weekblad'', jrg. 29, nr. 11, Tweede Blad, [p. 2].
*Anoniem (26 mei 1891) [[De Tijd/Nummer 13325/Kerknieuws|‘Kerknieuws’]], ''De Tijd'', [p. 2].
*Anoniem (22 augustus 1891) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 29/Nummer 34/Bij den jaarlijkschen prijskamp in de verschillende vakken der theologische wetenschap in het groot seminarie te Roermond|‘Bij den jaarlijkschen prijskamp in de verschillende vakken der theologische wetenschap in het groot seminarie te Roermond [...]’]], ''Venloosch Weekblad'', jrg. 29, nr. 34, Eerste Blad, [p. 1].
*Anoniem (16 oktober 1891) [[De Tijd/Nummer 13445/Onderwijs|‘Onderwijs’]], ''De Tijd'', [p. 2].
*Anoniem (2 april 1892) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 30/Nummer 14/Z. D. H. mgr. Boermans, bisschop van Roermond, heeft heden morgen in de kerk van het groot seminarie aldaar de volgende H. wijdingen toegediend|‘Z. D. H. mgr. Boermans, bisschop van Roermond, heeft heden morgen in de kerk van het groot seminarie aldaar de volgende H. wijdingen toegediend: [...]’]], ''Venloosch Weekblad'', Tweede Blad, [p. 2].
*Anoniem (20 september 1892) [[De Tijd/Nummer 13725/Z. D. Hoogw. Mgr. F. A. H. Boermans, bisschop van Roermond, heeft benoemd|‘Z. D. Hoogw. Mgr. F. A. H. Boermans, bisschop van Roermond, heeft benoemd [...]’]], ''De Tijd'', [p. 2].
*Anoniem (27 april 1895) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 33/Nummer 17/Gemeenteraad te Venlo|‘Gemeenteraad te Venlo’]], ''Venloosch Weekblad'', jrg. 33, nr. 17, Tweede Blad, [p. 1].
*Anoniem (5 oktober 1895) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 33/Nummer 40/De prijsuitdeeling aan de Zondagsschool voor nuttige handwerken, in de school der eerw. zusters alhier op den 29. jl. gehouden|‘De prijsuitdeeling aan de Zondagsschool voor nuttige handwerken, in de school der eerw. zusters alhier op den 29. jl. gehouden, [...]’]], ''Venloosch Weekblad'', jrg. 33, nr. 40, Eerste Blad, [p. 1].
*Anoniem (31 oktober 1896) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 34/Nummer 44/Ingezonden|‘Ingezonden’]], ''Venloosch Weekblad'', jrg. 34, nr. 44, Tweede Blad, [p. 2].
*Anoniem (31 december 1897) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 35/Nummer 53/In de Zondagsschool van nuttige handwerken, verbonden aan de gloeilampenfabriek der heeren Goossens, Pope & Cie alhier|‘In de Zondagsschool van nuttige handwerken, verbonden aan de gloeilampenfabriek der heeren Goossens, Pope & Cie alhier, [...]’]], ''Venloosch Weekblad'', jrg. 35, nr. 53, Eerste Blad, [p. 1].
*Anoniem (21 maart 1898) [[De Zuid-Limburger/Jaargang 4/Nummer 69/Venlo|‘Venlo’]], ''De Zuid-Limburger'', [p. 2].
*Anoniem (23 juli 1898) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 36/Nummer 29/In de St. Martinuskerk is men op het oogenblik bezig met het afbreken van het hoofdaltaar|‘In de St. Martinuskerk is men op het oogenblik bezig met het afbreken van het hoofdaltaar, [...]’]], ''Venloosch Weekblad'', jrg. 36, nr. 29, Eerste Blad, [p. 1].
*Anoniem (28 juli 1898) [[Limburger Koerier/Jaargang 53/Nummer 84/Gisterenavond vergaderden in Café Central de bewoners van de Markt en omliggende straten|‘Gisterenavond vergaderden in Café Central de bewoners van de Markt en omliggende straten, [...]’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p. 2].
*Anoniem (30 juli 1898) [[Venloosche Courant/Jaargang 30/Nummer 30/In de vergadering van de bewoners aan de markt en daaraan grenzende straten, jl. Maandag gehouden, ter bespreking van de oprichting van een groot processiealtaar op de markt|‘In de vergadering van de bewoners aan de markt en daaraan grenzende straten, jl. Maandag gehouden, ter bespreking van de oprichting van een groot processiealtaar op de markt, [...]’]], ''Venloosche Courant'', 1e blad, [p. 1-2].
*Anoniem (6 november 1900) [[Limburger Koerier/Jaargang 55/Nummer 125/Venlo, 4 Nov.|‘Venlo, 4 Nov.’]], ''Limburger Koerier'', [p. 3].
*Anoniem (12 november 1900) [[De Morgenpost/Jaargang 8/Nummer 2449/Kunst en wetenschap|‘Kunst en wetenschap’]], ''De Morgenpost'', [p. 3].
*Anoniem (9 januari 1902) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 42/Nummer 5222/Naar wordt gemeld zal de Weleerw. heer Ch. Windhausen (...) zijn tegenwoordige standplaats verlaten|‘Naar wordt gemeld zal de Weleerw. heer Ch. Windhausen [...] zijn tegenwoordige standplaats verlaten [...]’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', [p. 3].
*Anoniem (17 januari 1907) [[Venloosch Nieuwsblad/Jaargang 45/Nummer 7/Naar wij vernemen|‘Naar wij vernemen [...]’]], ''Venloosch Nieuwsblad'', [p. 2].
*Anoniem (13 mei 1908) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 81/Nummer 25523/Avondblad/Kerkelijke Kunst|‘Kerkelijke Kunst’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, tweede blad, p. 6.
*Anoniem (20 september 1909) [[Limburger Koerier/Jaargang 64/Nummer 194/Bergen|‘Bergen’]], ''Limburger Koerier'', [p. 2].
*Anoniem (24 oktober 1911) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 49/Nummer 119/Kerkelijke kunst|‘Kerkelijke kunst’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (21 maart 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27641/Avondblad/Een zilveren feest|‘Een zilveren feest’]], ''Algemeen Handelsblad'', Eerste Blad, [p. 1].
*Anoniem (18 augustus 1919) [[De Tijd/Jaargang 75/Nummer 22029/Zilveren feest van een fabrieks-patronaat|‘Zilveren feest van een fabrieks-patronaat’]], ''De Tijd'', [p. 2].
*Anoniem (19 augustus 1921) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 4/Nummer 193/Kapel Sanatorium|‘Kapel Sanatorium’]], ''Limburgsch Dagblad'', [p. 2].
*Anoniem (11 maart 1925) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 63/Nummer 59/Het nieuwe altaar in de O. L. Vr. kerk|‘Het nieuwe altaar in de O. L. Vr. kerk’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (26 november 1925) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 63/Nummer 278/Een zeldzaam document|‘Een zeldzaam document’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', tweede blad, [p. 2].
*Anoniem (2 juni 1932) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 128/De firma Comuth-Nooteboom jubileert|‘De firma Comuth-Nooteboom jubileert’]], ''Limburger Koerier'', derde blad, p. 6.
*Anoniem (23 augustus 1932) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 70/Nummer 198/Antieke schilderstukken in de H. Lambertuskerk te Horst|‘Antieke schilderstukken. In de H. Lambertuskerk te Horst. Het devotie-altaar O. L. Vr. van Altijddurenden Bijstand opgericht’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', tweede blad, [p. 2].
*Anoniem (3 juni 1936) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 74/Nummer 129/Joseph Windhausen ✝|‘Joseph Windhausen ✝’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (3 juni 1936) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 19/Nummer 129/Weleerw. heer J. Windhausen †|‘Weleerw. heer J. Windhausen †’]], ''Limburgsch Dagblad'', tweede blad, [p. 4].
*T. (28 december 1901) [[Venloosche Courant/Jaargang 33/Nummer 103/Een kunstjuweel|‘Een kunstjuweel’]], ''Venloosche Courant'', [p. 1-2].
*X. (30 november 1895) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 33/Nummer 48/Florimond|‘Florimond’]], ''Venloosch Weekblad'', jrg. 33, nr. 48, Tweede Blad, [p. 2].
=== 20e eeuw ===
;Barlach, Ernst (1870-1938)
*''Gemälde und Plastiken moderner Meister aus deutschen Museen. Braque, Chagall, Derain, Ensor, Gauguin, van Gogh, Laurencin, Modigliani, Matisse, Pacin, Picasso, Vlaminck, Marc, Nolde, Klee, Hofer, Rohlfs, Dix, Kokoscka, Beckmann, Pechstein, Kirchner, Heckel, Grosz, Schmidt-Rottluff, Müller, Modersohn, Macke, Corinth, Liebermann, Amiet, Baraud, Feiniger, Levy, Legmbruck, Mataré, Marcks, Archipenko, Barlach'', Galerie Fischer, Luzern, 30 juni 1939.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/Duitschland exporteert ontaarde kunst|‘Duitschland exporteert ontaarde kunst. Ook Vincent van Gogh uit de gratie’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Lehmbruck, Wilhelm (1881-1919)
*''Gemälde und Plastiken moderner Meister aus deutschen Museen. Braque, Chagall, Derain, Ensor, Gauguin, van Gogh, Laurencin, Modigliani, Matisse, Pacin, Picasso, Vlaminck, Marc, Nolde, Klee, Hofer, Rohlfs, Dix, Kokoscka, Beckmann, Pechstein, Kirchner, Heckel, Grosz, Schmidt-Rottluff, Müller, Modersohn, Macke, Corinth, Liebermann, Amiet, Baraud, Feiniger, Levy, Legmbruck, Mataré, Marcks, Archipenko, Barlach'', Galerie Fischer, Luzern, 30 juni 1939.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/Duitschland exporteert ontaarde kunst|‘Duitschland exporteert ontaarde kunst. Ook Vincent van Gogh uit de gratie’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
== Beeldhouwkunst; Frankrijk ==
=== Classicisme en Romantiek (ca. 1750-ca. 1850) ===
;Clodion, Claude Michel (1738-1814)
*''Kunstwerke aus dem Besitz Baron Albert von Goldschmidt-Rothschild. Schloss Grüneburg, Frankfurt a. Main. Möbel, Bronzen, Bijoux, Möbel, Porzellan, Tapisserien'', Hermann Ball & Paul Graupe, Berlijn, 14 maart 1933.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingnieuws|‘Veilingnieuws. De familieschatten van de Frankfortsche Rothschild’s onder den hamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Falconet, Étienna-Maurice (1716-1791)
*''Kunstwerke aus dem Besitz Baron Albert von Goldschmidt-Rothschild. Schloss Grüneburg, Frankfurt a. Main. Möbel, Bronzen, Bijoux, Möbel, Porzellan, Tapisserien'', Hermann Ball & Paul Graupe, Berlijn, 14 maart 1933.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingnieuws|‘Veilingnieuws. De familieschatten van de Frankfortsche Rothschild’s onder den hamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
=== Ca. 1850-ca. 1914 ===
;Bartholdi, Frédéric Auguste (1834-1904)
*Anoniem (30 januari 1906) [[Het Nieuws van den Dag/1906/Nummer 11069/Gisteren is te Parijs onthuld|‘Gisteren is te Parijs […] het gedenkteeken voor de „luchtreizigers van het beleg” bij de Porte des Ternes onthuld, […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', vierde blad, p. 13.
;Bourdelle, Antoine
*''[[:s:fr:Exposition internationale d’art moderne|Exposition Internationale d'Art Moderne]]'', Palais Electorale, Genève, 26 december 1920-25 januari 1921.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (13 januari 1921) [[De Telegraaf/Jaargang 29/Nummer 11075/Avondblad/Moderne kunst te Genève|‘Moderne kunst te Genève’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, tweede blad, p. 7.
;Dubois, Paul (1829-1905)
*Anoniem (27 juni 1911) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 84/Nummer 26652/Avondblad/In zijn geboorteplaats Nogent-sur-Seine|‘In zijn geboorteplaats Nogent-sur-Seine […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 7.
;Hexamer, Frédéric (1847-1924)
*Anoniem (15 september 1880) [[Het Vaderland/Jaargang 12/Nummer 218/Spinoza|‘Spinoza’]], ''Het Vaderland'', [eerste blad], [p. 2].
;Morioton, Claudius (1844-1919)
*Anoniem (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Jubileum E. Goulmy|‘Jubileum E. Goulmy’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p. 6.
;Rodin, Auguste (1840-1917)
*Anoniem (7 augustus 1920) [[Het Vaderland/Jaargang 52/7 augustus 1920/Avondblad/Het prentenkabinet van het Britsch Museum|‘Het prentenkabinet van het Britsch Museum is heropend. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad A, [p. 1].
=== 20e eeuw ===
;Martel, Jan en Joël
*''43<sup>me</sup> exposition. Société des artistes indépendants. Catalogue. 1932'', Grand Palais des Champs-Élysées, Parijs, 22 januari-28 februari 1932.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (30 januari 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/30 januari 1932/Avondblad/Valsche en echte Onafhankelijken|‘Valsche en echte Onafhankelijken’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
== Beeldhouwkunst; Italië ==
=== 15e-16e eeuw ===
;Landini, Taddeo (ca. 1550-1596)
*Anoniem (12 januari 1907) [[De Preanger-bode/Jaargang 12/Nummer 10/Te Rome|‘Te Rome is van een fontein een der prachtige schildpadden gestolen, […]’]], ''De Preanger-bode'', tweede blad, [p. 2].
=== Ca. 1850-ca. 1914 ===
;Barzaghi, Francesco
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 juni 1872) [[Het Vaderland/Jaargang 1872/Nummer 135/Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond|‘Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond: [...]’]], ''Het Vaderland'', [p. 2].
== Beeldhouwkunst; Nederland ==
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Beeldhouwkunst/Nederland]]
== Beeldhouwkunst; Oekraïne ==
=== 20e eeuw ===
;Orloff, Chana
*''[[:s:fr:Exposition internationale d’art moderne|Exposition Internationale d'Art Moderne]]'', Palais Electorale, Genève, 26 december 1920-25 januari 1921.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (13 januari 1921) [[De Telegraaf/Jaargang 29/Nummer 11075/Avondblad/Moderne kunst te Genève|‘Moderne kunst te Genève’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, tweede blad, p. 7.
== Beeldhouwkunst; Spanje ==
=== 20e eeuw ===
;Hernández Sánchez, Mateo
*''43<sup>me</sup> exposition. Société des artistes indépendants. Catalogue. 1932'', Grand Palais des Champs-Élysées, Parijs, 22 januari-28 februari 1932.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (30 januari 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/30 januari 1932/Avondblad/Valsche en echte Onafhankelijken|‘Valsche en echte Onafhankelijken’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
== Beeldhouwkunst; Verenigde Staten ==
=== 20e eeuw ===
;Calder, Alexander (1898-1976)
*Wingen, Ed (24 augustus 1973) ‘Calder (75) laat zijn vogel vliegen’, ''De Telegraaf'', p. 19.
;Epstein, Jacob (1880-1959)
*Anoniem (23 mei 1933) [[Het Vaderland/Jaargang 65/23 mei 1933/Avondblad/Er is kans|‘Er is kans, dat Jacob Epstein een buste zal maken van Bernard Shaw. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
== Beeldhouwkunst; Wit-Rusland ==
=== 20e eeuw ===
;Zadkine, Ossip
*''Architecture et arts qui s'y rattachent'', École Spéciale d'Architecture, Parijs, 22 maart-30 april 1924.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (5 april 1924) [[De Telegraaf/Jaargang 32/Nummer 12039/Ochtendblad/Hollandsche architectuur te Parijs|‘Hollandsche architectuur te Parijs’]], ''De Telegraaf'', Ochtendblad, eerste blad, p. 2.
*Anoniem (15 april 1924) [[Het Vaderland/Jaargang 56/15 april 1924/Avondblad/Schilderkunst te Brussel|‘Schilderkunst te Brussel’]], ''Het Vaderland'', [Avondblad C, p. 1].
== Monumenten, standbeelden en gedenktekens ==
*Anoniem (29 juli 1914) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 242/Nummer 174/Gedenkteeken bij Quatre-Bras|‘Gedenkteeken bij Quatre-Bras’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Eerste Blad, [p. 1].
;Ballon des Ternes
*Anoniem (30 januari 1906) [[Het Nieuws van den Dag/1906/Nummer 11069/Gisteren is te Parijs onthuld|‘Gisteren is te Parijs […] het gedenkteeken voor de „luchtreizigers van het beleg” bij de Porte des Ternes onthuld, […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', vierde blad, p. 13.
;Borstbeeld van Johannes Theodoor de Visser, Bezuidenhoutseweg, Den Haag
*Anoniem (11 mei 1936) [[Haagsche Courant/1936/Nummer 16338/Comité dr. de Visser|‘Comité dr. de Visser. Prof. Aalberse voorzitter’]], ''Delftsche Courant'', ''Delftsche Courant'', vierde blad, p. 3.
;Gedenknaald, Portsmouth
*Anoniem (17 december 1784) [[Nederlandsche Courant/1784/Nummer 151/Boston den 10 October|‘Boston den 10 October’]], ''Nederlandsche Courant'', [p. 1].
;Gedenkplaat ter herinnering aan de inhuldiging van Koningin Wilhelmina
*Anoniem (19 juni 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 25/Prijsvragen|‘Prijsvragen’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 25, p. 120.
;Hermannsdenkmal
*Anoniem (17 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 194/Duitschland|‘Duitschland’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Kaiser-Friedrich-Denkmal, Wiesbaden
*Anoniem (19 oktober 1897) [[Limburger Koerier/Jaargang 52/Nummer 245/Te Darmstadt en Wiesbaden|‘Te Darmstadt en Wiesbaden’, alinea 2]], ''Limburger Koerier'', [p. 2].
;Monument Heiligerlee
*H. Bouman (8 september 1873) [[Herman Bouman/Het gedenkteeken te Heiligerlee|‘Het gedenkteeken te Heiligerlee’]], ''De Opmerker'', 8e jaargang, nummer 37, [p. 2].
*Anoniem en H. Bouman (1 november 1873) [[Anoniem en Herman Bouman/Het monument te Heiligerlee|‘Het monument te Heiligerlee’]], ''De Opmerker'', 8e jaargang, nummer 44, [pp. 7-8].
;Nationaal Monument Plein 1813
*Anoniem (10 december 1869) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 56/Nummer 4896/Door de afgevaardigden|‘Door de afgevaardigden […] is eene circulaire gerigt […]’]], ''Arnhemsche Courant'', [p. 2].
;Standbeeld Jheronimus Bosch
*[[Hoofdportaal:Standbeeld Jheronimus Bosch]]
;Standbeeld Pierre Cuypers
*Anoniem (18 april 1929) [[Limburger Koerier/Jaargang 84/Nummer 91/Raad van Roermond|‘Raad van Roermond. Verkeersplan Zwartbroekplein goedgekeurd. Plaats Dr. Cuypers-monument’]], ''Limburger Koerier'', eerste blad, p. 2.
*Anoniem (11 juni 1930) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 103/Nummer 33515/Avondblad/Onthulling Dr. Cuypers-monument|‘Onthulling Dr. Cuypers-monument’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 1.
*Anoniem (12 juni 1930) [[Limburger Koerier/Jaargang 85/Nummer 136/Het Cuypers-monument te Roermond|‘Het Cuypers-monument te Roermond’]], ''Limburger Koerier'', Eerste blad, [p. 1].
;Standbeeld van Spinoza, Den Haag
*Anoniem (15 september 1880) [[Het Vaderland/Jaargang 12/Nummer 218/Spinoza|‘Spinoza’]], ''Het Vaderland'', [eerste blad], [p. 2].
;Standbeeld Wilhelm I, Aken
*Anoniem (21 maart 1898) [[De Zuid-Limburger/Jaargang 4/Nummer 69/Aken, 20 Maart|‘Aken, 20 Maart’, alinea 2]], ''De Zuid-Limburger'', [p. 2].
;Standbeeld Willem II, Den Haag
*Anoniem (25 maart 1854) [[Rotterdamsche Courant/Jaargang 1854/Nummer 72/'s Gravenhage den 23 maart|‘’s Gravenhage den 23 maart’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 1-2].
;Vondelmonument, Amsterdam
*Anoniem (10 augustus 1867) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 5/Nummer 32/Uit Amsterdam schrijft men|‘Uit Amsterdam schrijft men: […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 2].
== Beeldsnijkunst ==
Hierbij o.a.: houtplastiek, houtsnijkunst, ivoorsnijkunst
;MacGregor plaque (British Museum, AE55586)
*Anoniem (28 maart 1918) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 122/Nummer 86/Avond-uitgave/De oudste tijden van Egypte|‘De oudste tijden van Egypte’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', avond-uitgave, tweede blad, [p. 1].
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
86lg8ghcdfqk74qzudi0xn0f2rrtprt
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Albin Windhausen
100
23649
225541
222127
2026-08-25T18:55:14Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Albin Windhausen]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Albin Windhausen]]
222127
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Albin Windhausen
| afbeelding =
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] aanwezige bronnen over de Duits-Nederlandse schilder [[w:nl:Albin Windhausen|Albin Windhausen]].
| artikelwikipedia =
}}
== Algemeen ==
*Anoniem (23 april 1921) [[Limburger Koerier/Jaargang 76/Nummer 95/Naturalisatie|‘Naturalisatie’]], ''Limburger Koerier'', Eerste blad, p. 13.
*Anoniem (20 mei 1938) [[Limburger Koerier/Jaargang 93/Nummer 118/Alb. Windhausen 75 jaar|‘Alb. Windhausen 75 jaar’]], ''Limburger Koerier'', [p. 3].
*Heemskerk (19 april 1921) [[Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden/1921/Nummer 517|‘Wet van den 16den Maart 1921, houdende naturalisatie van A. Windhausen’]], ''Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden'', nr. 517.
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Tentoonstellingen ===
;1927
*[''Tentoonstelling van werken van Limburgsche schilders''], Juliana zalen, Roermond, 25 september-5 oktober 1927, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 september 1927) [[Het Huisgezin/Jaargang 58/Nummer 7549/Limburgsche schilders|‘Limburgsche schilders’]], ''Het Huisgezin'', Eerste Blad, [p. 1].
**Anoniem (10 september 1927) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 10/Nummer 212/Tentoonstelling van werken van Limb. Kunstenaars|‘Tentoonstelling van werken van Limb. Kunstenaars’]], ''Limburgsch Dagblad'', [p. 7].
;1938
*''Limburgsche kunsttentoonstelling 1938'', Dominicanerkerk, Maastricht, 4-18 september 1938.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (6 september 1938) [[De Tijd/Jaargang 94/Nummer 30205/Avondblad/Expositie te Maastricht|‘Expositie te Maastricht. Limburgsche kunsttentoonstelling’]], ''De Tijd'', Avondblad, p. 3.
**Anoniem (13 september 1938) [[Het Vaderland/Jaargang 70/13 september 1938/Avondblad/Veertig jaar Limburgsche Kunst|‘Veertig jaar Limburgsche Kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
== Albin Windhausen in het openbare leven ==
== Werken ==
=== Schilderijen ===
;Algemeen
*Windhausen, Miriam (2001) ''De kruiswegen van Windhausen. Een verkenning op het gebied van de monumentale kerkelijke schilderkunst. 1870-1940'' [diss.], Amsterdam: [s.n.].
;De zegepraal van Onze Lieve Vrouw in 't Zand, Roermond (1885)
*Anoniem (1885-1886) [[Katholieke Illustratie/Jaargang 19/Nummer 3/Het vierhonderdvijftigjarig jubelfeest van O. L. V. in 't Zand te Roermond|‘Het vierhonderdvijftigjarig jubelfeest van O. L. V. in ’t Zand te Roermond’]], ''Katholieke Illustratie'', jrg. 19, nr. 3, p. 20-22.
*Anoniem (22 juli 1885) [[De Tijd/Nummer 11557/Het 450-jarig Jubilé van O.L. Vrouw in 't Zand, te Roermond|‘Het 450-jarig Jubilé van O.L. Vrouw in 't Zand, te Roermond’]], ''De Tijd'', [Eerste Blad, p. 2].
*Anoniem ([augustus 1885]) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 6/Nummer 8/Kroniek der Kapel van O. L. Vrouw in 't Zand|‘Kroniek der Kapel van O. L. Vrouw in 't Zand’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 6, nr. 8, p. LXXIII-LXXIX.
*Anoniem (23 augustus 1885) [[Nieuwe Tilburgsche Courant/Jaargang 7/Nummer 334/450-jarig bestaan van O. L. V. in 't Zand te Roermond|‘450-jarig bestaan van O. L. V. in 't Zand te Roermond’]], ''Nieuwe Tilburgsche Courant'', [p. 2].
;Kruisweg Sint-Christoffelkathedraal, Roermond (1890-1891)
*Anoniem (29 mei 1890) [[De Tijd/Nummer 13026/Kunst en letteren|‘Kunst en letteren’]], ''De Tijd'', [p. 2].
;Kruisweg Spaarnekerk, Haarlem (ca. 1892)
*Anoniem (23 oktober 1897) [[De Tijd/Nummer 15267/Een kunstwerk|‘Een kunstwerk’]], ''De Tijd'', [p. 4].
*L.T. (5 juli 1947) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 69/Nummer 23890/De Spaarnekerk|‘De Spaarnekerk. Een van Haarlems stamparochies’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Rooy, J.A.J. van (1925) ''Godvruchtige oefening van den heiligen Kruisweg volgens de zaligen Laeonardus a Portu Mauritio'', [Haarlem]: [St. Jacobs Gasthuis].<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (november 1929) [[Neerlandia Seraphica/Jaargang 3/Nummer 11/Publicatiën|‘Publicatiën’]], ''Neerlandia Seraphica'', jrg. 3, nr. 11, p. 428-430.
;Hoofdaltaar Sint Martinuskerk, Venlo (1898-1901)
*T. (28 december 1901) [[Venloosche Courant/Jaargang 33/Nummer 103/Een kunstjuweel|‘Een kunstjuweel’]], ''Venloosche Courant'', [p. 1-2].
;Kruiswegstaties, Nuenen (1903)
*Anoniem (25 juli 1903) [[Peel- en Kempenbode/Jaargang 27/Nummer 60/Nuenen|‘Nuenen’]], ''Peel- en Kempenbode'', [p. 6].
*X. (23 maart 1905) [[De Noordbrabanter/Jaargang 76/Nummer 3947/Christelijke Kunst|‘Christelijke Kunst’]], ''De Noord Brabanter'', [p. 2].
;Altaarstuk Sint-Laurentiuskerk, Maasniel
*Anoniem (1907) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 29/Een nieuwe "Maria-kroning"|‘Een nieuwe „Maria-kroning”’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 29, p. 281-282.
;Kruiswegstatie ''Christus voor Pilatus''
*Anoniem (1908) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 30/Bij de platen|‘Bij de platen’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 30, p. 105.
;Maria Magdalena wast Christus voeten in het huis van Simon de Farizeeër
*Anoniem (1908) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 30/Bij de platen|‘Bij de platen’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 30, p. 105.
;De zalige Herman Jozef
*Anoniem (1908) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 30/De Zalige Herman Jozef|‘De Zalige Herman Jozef’]], ''De Volks-Missionaris'', p. 144-145.
;De wonderbaarlijke vermenigvuldiging van brood en vis
*Anoniem (1908) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 30/De wonderbare spijziging der vijfduizend|‘De wonderbare spijziging der vijfduizend’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 30, p. 212-213.
;De opwekking van de jongeling van Naïm
*Anoniem (1910) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 32/Opwekking van den jongeling van Naïm|‘Opwekking van den jongeling van Naïm’]], ''De Volks-Missionaris'', p. 237-238.
;Maria en Jozef afgewezen (ca. 1910)
*Anoniem (20 december 1919) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 54/Nummer 12/Onze kerstplaten|‘Onze kerstplaten’]], ''De Katholieke Illustratie'', jrg. 54, nr. 12, p. 138.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 december 1919) [[De Volkskrant/Jaargang 1/Nummer 13/De Katholieke Illustratie|‘De Katholieke Illustratie’]], ''De Volkskrant'', [p. 2].
;Maria met kind (verblijfplaats onbekend)
*Anoniem (24 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10703/Boekbeoordeeling|‘Boekbeoordeeling. Almanak van het missiehuis te Tilburg’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
;Kruisweg kapel van het Instituut voor Doofstommen, Sint-Michielsgestel
*Anoniem (5 oktober 1910) [[De Maasbode/Jaargang 43/Nummer 10828/Avondblad/Plechtige inwijding van het R.K. Instituut voor Doofstommen|‘Plechtige inwijding van het R.K. Instituut voor Doofstommen’]], ''De Maasbode'', Avondblad, eerste blad, [p. 1].
;Kruisweg Sint Bonifaciuskerk, Spanbroek (1910-1922)
*Anoniem (14 mei 1928) [[De Tijd/Jaargang 83/Nummer 24698/In Memoriam pastoor Stekelenburg|‘In Memoriam pastoor Stekelenburg’]], ''De Tijd'', p. 9-10.
*X. (11 augustus 1922) [[Onze Courant/Jaargang 18/Nummer 1966/Uit de Provincie|‘Spanbroek. 40-jarig jubile van Pastoor A. Stekelenburg’]], ''Onze Courant'', tweede blad, [p. 1].
;Het Heilige Hart van Jezus (ca. 1911)
*R.R. (22 juni 1913) [[Roomsche Jeugd/Jaargang 3/Nummer 25/Bij de plaat|‘Bij de plaat’]], ''Roomsche Jeugd'', jrg. 3, nr. 25, [p. 289].
;Kruisweg Onze-Lieve-Vrouw-ten-Hemelopnemingkerk (Biltstraatkerk), Utrecht (1912)
*Anoniem (10 augustus 1912) [[De Maasbode/Jaargang 44/Nummer 11975/Avondblad/Gouden priesterjubileum|‘Gouden priesterjubileum’]], ''De Maasbode'', Avondblad, eerste blad, [p. 1].
*Anoniem (13 augustus 1912) [[De Maasbode/Jaargang 44/Nummer 11978/Ochtendblad/Verbetering|‘Verbetering’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, p. 2.
*A.M.D.G. (23 februari 1913) [[Roomsche Jeugd/Jaargang 3/Nummer 8/De eerste val|‘De eerste val’]], ''Roomsche Jeugd'', jrg. 3, nr. 8, p. 89.
*A.M.D.G. (9 maart 1913) [[Roomsche Jeugd/Jaargang 3/Nummer 10/Bij de ontmoeting|‘Bij de ontmoeting’]], ''Roomsche Jeugd'', jrg. 3, nr. 10, [p. 109].
;Sint Gerardus beloond om zijn liefde voor het H. Kruis (1912)
*Anoniem (1912) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 34/Onze plannen voor den volgenden jaargang|‘Onze plannen voor den volgenden jaargang’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 34, p. 381-382.
*A.F. (26 maart 1918) [[Het Centrum/Jaargang 34/Nummer 10256/Inhoud van tijdschriften|‘Inhoud van tijdschriften’]], ''Het Centrum'', Eerste Blad, [p. 3].
;De barmhartige Samaritaan (ca. 1913)
*Anoniem (16 februari 1914) [[R.K. Dagblad Het Huisgezin/Jaargang 45/Nummer 7299/Inhoud van Tijdschriften|‘Inhoud van Tijdschriften’]], ''R.K. Dagblad Het Huisgezin'', [p. 2].
;Sint Gerardus-serie
*Brinkman, A. ([s.a.]) ''De H. Gerardus Majella in afbeeldingen door A. Windhausen met eenvoudige uitleg voor kinderen'', [s.l.]: [s.n.].<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (september 1933) [[St. Gerardusklokje/Jaargang 14/Nummer 9/Het St. Gerardus-Kerkboek met groote letters|‘Het St. Gerardus-Kerkboek met groote letters’]], ''St. Gerardusklokje'', jrg. 14, nr. 9, p. 180.
*Panken, J. (28 september 1929) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 1929/Nummer 227/Merkwaardig bedevaartskerkje van Sint Gerardus Majella te De Weebosch (Bergeijk)|‘Merkwaardig bedevaartskerkje van Sint Gerardus Majella te De Weebosch (Bergeijk)’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', eerste blad, [p. 2].
*Stoks, Martin (1927) ''De H. Gerardus Majella in woord en beeld'', M. Gladbach: Kühlen.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (15 augustus 1927) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 48/Nummer 9/Belangrijk bericht aan onze Zelatricen en Abonné's|‘Belangrijk bericht aan onze Zelatricen en Abonné's’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 48, nr. 9, p. 277.
**Anoniem (1 februari 1928) [[De Maasbode/Jaargang 60/Nummer 21677/Avondblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
*Timmermans, Jos. (1923) ''Levensschets van den grooten volksheilige Gerardus Majella, Redemptoristenbroeder'', Gulpen: Alberts.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (november 1923) [[Sint Gerardus Klok/Jaargang 4/Nummer 11/Wie helpt er mee?|‘Wie helpt er mee?’]], ''St. Gerardusklokje'', jrg. 4, nr. 11, p. 166.
;Sint Gerardus beloond om zijn liefde voor de armen (1913)
*Anoniem (1913) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 35/De nieuwe Sint-Gerarduskalender|‘De nieuwe Sint-Gerarduskalender’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 35, p. 353-354.
;De geboorte van Christus
*Anoniem (20 december 1919) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 54/Nummer 12/Onze kerstplaten|‘Onze kerstplaten’]], ''De Katholieke Illustratie'', jrg. 54, nr. 12, p. 138.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 december 1919) [[De Volkskrant/Jaargang 1/Nummer 13/De Katholieke Illustratie|‘De Katholieke Illustratie’]], ''De Volkskrant'', [p. 2].
;De kerstnacht
*Anoniem (27 december 1916) [[De Tijd/Jaargang 71/Nummer 21212/"De Volksmissionaris"|‘„De Volksmissionaris”’]], ''De Tijd'', [p. 3].
;De koningen aanbidden het goddelijke kind
*Anoniem (27 december 1916) [[De Tijd/Jaargang 71/Nummer 21212/"De Volksmissionaris"|‘„De Volksmissionaris”’]], ''De Tijd'', [p. 3].
;De heilige Gerardus en de jonge fortuinzoeker (1916)
*Anoniem (15 oktober 1916) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 37/Nummer 11/Onze Sint-Gerarduskalender voor het jaar des Heeren 1917|‘Onze Sint-Gerarduskalender voor het jaar des Heeren 1917’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 37, nr. 11, p. 328-330.
*A.F. (19 oktober 1916) [[De Tijd/Jaargang 71/Nummer 21144/"De Volksmissionaris"|‘„De Volksmissionaris”’]], ''De Tijd'', [p. 7].
;Kruisweg Heilige Naam Jezuskerk, Lierop
*Anoniem (7 april 1917) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 37/Nummer 42/Lierop|‘Lierop’]], ''De Zuidwillemsvaart'', Eerste Blad, [p. 2].
*Brouns, P.N. (3 februari 1917) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 51/Nummer 18/Lierop|‘Lierop’]], ''De Katholieke Illustratie'', jrg. 51, nr. 18, p. 246-252.
;Sint Gerardus in nachtelijke aanbidding van het Allerheiligst Sacrament (1917)
*Anoniem (1916-1917) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 38/Het nieuwe schild van den Sint-Gerarduskalender voor 1918|‘Het nieuwe schild van den Sint-Gerarduskalender voor 1918’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 38, [p. 294].
;Doornenkroning van Jezus
*A.F. (28 januari 1918) [[De Tijd/Jaargang 72/Nummer 21552/De Volksmissionaris|‘De Volksmissionaris’]], ''De Tijd'', [p. 6].
;Kruisweg Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangenkerk, Venlo
*Anoniem (16 februari 1918) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 56/Nummer 20/De Volksmissionaris|‘De Volksmissionaris’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', Tweede Blad, [p. 2].
;De aanbidding der herders
*Anoniem (20 december 1919) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 54/Nummer 12/Onze kerstplaten|‘Onze kerstplaten’]], ''De Katholieke Illustratie'', jrg. 54, nr. 12, p. 138.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 december 1919) [[De Volkskrant/Jaargang 1/Nummer 13/De Katholieke Illustratie|‘De Katholieke Illustratie’]], ''De Volkskrant'', [p. 2].
;Sint Gerardus' geestelijke verloving met de Madonna (1919)
*Anoniem (15 oktober 1919) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 40/Nummer 11/Het schild van den nieuwen liturgischen St.-Gerarduskalender|‘Het schild van den nieuwen liturgischen St.-Gerarduskalender’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 40, nr. 11, [p. 262].
;De Prediking van het Christendom aan de heidensche Germanen
*Anoniem (6 maart 1920) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 54/Nummer 23/Bij de plaat op bladz. 274-275|‘Bij de plaat op bladz. 274-275’]], ''De Katholieke Illustratie'', jrg. 54, nr. 23, p. 272.
;De Madonna verschijnt den H. Gerardus Majella op zijn sterfbed (1921)
*Anoniem (15 augustus 1921) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 42/Nummer 9/Onze nieuwe St.-Gerarduskalender voor 1922|‘Onze nieuwe St.-Gerarduskalender voor 1922’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 42, nr. 9, p. 260-261.
;Gaat tot Joseph
*Anoniem (15 maart 1922) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 43/Nummer 4/"Gaat tot Joseph"|‘„Gaat tot Joseph”’]], ''De Volks-Missionaris'', p. 115.
;Portret van Petrus Donders (1922, Museum Catharijneconvent)
*Anoniem (september 1936) [[Het Petrus Donders Tijdschrift/Jaargang 17/Nummer 1/Pater Donders in beeld|‘Pater Donders in beeld’]], ''Het Petrus Donders Tijdschrift'', jrg. 17, nr. 1, p. 3-4.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (31 augustus 1936) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 165/Nummer 203/Het Petrus Donders Tijdschrift|‘„Het Petrus Donders Tijdschrift”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', eerste blad, p. 3.
*Anoniem (maart 1940) [[Het Petrus Donders Tijdschrift/Jaargang 20/Nummer 7/Een Latijnsch onderschrift|‘Een Latijnsch onderschrift (kenmerkende deugden)’]], ''Het Petrus Donders Tijdschrift'', jrg. 20, nr. 7, p. 121.
*Grinsven C.ss.R., M. van (juli 1934) [[Petrus Donders/Jaargang 14/Nummer 6/Een terugblik en vooruitblik|‘Een terugblik en vooruitblik’]], ''Petrus Donders'', jrg. 14, nr. 6, p. 132-134.
;Portret van Petrus Donders (ca. 1922, Sint-Petrus-en-Pauluskathedraal, Paramaribo)
*Verheggen C.ss.R., A. (juli 1936) [[Het Petrus Donders Tijdschrift/Jaargang 16/Nummer 11/Pater Donders in beeld|‘Pater Donders in beeld’]], ''Het Petrus Donders Tijdschrift'', jrg. 16, nr. 11, p. 163.
;Portret van Peerke Donders (ca. 1922)
*Anoniem (12 oktober 1922) [[De Maasbode/Jaargang 55/Nummer 18398/Avondblad/Kalenders|‘Kalenders’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, p. 2.
;De H. Alfonsus doet op zijn gebed den Vesuvius bedaren
*Anoniem (15 juli 1923) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 44/Nummer 8/De zegen eens Heiligen|‘De zegen eens Heiligen’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 44, nr. 8, p. 227.
;Sint Gerardus’ eerste H. Communie (1923)
*Anoniem (15 augustus 1922) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 43/Nummer 9/De nieuwe St.-Gerarduskalender voor 1923|‘De nieuwe St.-Gerarduskalender voor 1923’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 43, nr. 9, p. 266.
;De heilige Theresia van Lisieux
*P. (8 oktober 1923) [[Overijsselsch Dagblad/Nummer 1298/Het Retraitenhuis der Paters Retemptoristen|‘Het Retraitenhuis der Paters Retemptoristen’]], ''Overijsselsch Dagblad'', [p. 3].
;Kruisweg, Sint-Aldegondiskerk, Maasbree (1924)
*Anoniem (24 december 1937) [[Limburger Koerier/Jaargang 92/Nummer 302/Maasbree|‘Maasbree’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p. 1].
;Schild van de Sint-Gerarduskalender 1925
*Anoniem (15 oktober 1924) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 45/Nummer 11/Onze nieuwe Sint-Gerardus-Kalender|‘Onze nieuwe Sint-Gerardus-Kalender’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 45, nr. 11, p. 340-341.
;Kruisweg, Sint-Martinuskerk, Medemblik
*Anoniem (21 november 1924) [[Onze Courant/Jaargang 20/Nummer 2563/Kerkverfraaiïng|‘Medemblik. Kerkverfraaiïng’]], ''Onze Courant'', eerste blad, [p. 1].
;Kruiswegstaties, Blerick
*Anoniem (8 juni 1925) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 63/Nummer 132/De Nieuwe Kruisweg|‘De Nieuwe Kruisweg’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (11 juni 1925) [[Limburger Koerier/Jaargang 80/Nummer 129/Blerick|‘Blerick – Nieuwe staties’]], ''Limburger Koerier'', p. 7.
*Anoniem (28 september 1936) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 74/Nummer 226/Bij het heengaan van Pastoor Rieter|‘Bij het heengaan van Pastoor Rieter. Afscheid van de St. Antoniusparochie’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p. 7].
;Portret van bisschop Laurentius Schrijnen
*Anoniem (26 oktober 1925) [[Het Centrum/Jaargang 42/Nummer 12557/Mgr. L. Schrijnen|‘Mgr. L. Schrijnen’]], ''Het Centrum'', tweede blad, [p. 1].
;Kruisweg, Sint-Pancratiuskerk, Heerlen (1925-1928)
*Anoniem (14 december 1925) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 8/Nummer 924/Verrijking St. Pancratiuskerk|‘Verrijking St. Pancratiuskerk’]], ''Limburgsch Dagblad'', [eerste blad, p. 2].
*Anoniem (7 december 1928) [[De Morgen/Jaargang 5/Nummer 1306/Verfraaiïng der St. Pancratiuskerk|‘Verfraaiïng der St. Pancratiuskerk’]], ''De Morgen'', tweede blad, [p. 4].
*Anoniem (3 mei 1932) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 15/Nummer 106/De geschiedenis van Heerlens oudste godshuis: de Sint Pancratiuskerk|‘De geschiedenis van Heerlens oudste godshuis: de Sint Pancratiuskerk’]], ''Limburgsch Dagblad'', zesde blad, [p. 1].
;Petrus Donders bij de melaatsen in Batavia
*Anoniem (15 maart 1926) [[Het Huisgezin/Jaargang 57/Nummer 7092/Missienaaikring "Petrus Donders"|‘Missienaaikring „Petrus Donders”’]], ''Het Huisgezin'', Tweede Blad, [p. 2].
*Anoniem (april 1935) [[Het Petrus Donders Tijdschrift/Jaargang 15/Nummer 8/Pater Donders in beeld|‘Pater Donders in beeld’]], ''Het Petrus Donders Tijdschrift'', jrg. 15, nr. 8, p. 115.
;Kruisweg, Sint-Fabianus en Sebastianuskerk, Sevenum
*Anoniem (14 mei 1927) [[Limburger Koerier/Jaargang 82/Nummer 113/Het decoratief der Sevenumsche kerk|‘Het decoratief der Sevenumsche kerk’]], ''Limburger Koerier'', vierde blad, [p. 1].
;Kruisweg, Hilvarenbeek
*Anoniem (12 juli 1928) [[Anoniem/Nieuwe Kruisweg/1|‘Nieuwe Kruisweg’]], ''Nieuwe Tilburgsche Courant'', Eerste Blad, [p. 2].
*Anoniem (12 juli 1928) [[Anoniem/Nieuwe Kruisweg/3|‘Nieuwe Kruisweg’]], ''Tilburgsche Courant'', Tweede blad, [p. 3].
;Sint Gerardus en de gelukzoeker
*Anoniem (15 oktober 1928) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 49/Nummer 11/St. Gerardus en de gelukzoeker|‘St. Gerardus en de gelukzoeker’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 49, nr. 11, p. 339-341.
;Kruisweg, Sint-Theresiakerk, Waspik
*Anoniem (14 oktober 1931) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 71/Nummer 14148/Pater H. Gelissen gehuldigd|‘Pater H. Gelissen gehuldigd’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', eerste blad, p. 2.
;Kruisweg, Heerlerbaan
*Anoniem (12 maart 1932) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 61/Het zilveren priesterfeest van pastoor Lenders te Heerlerbaan|‘Het zilveren priesterfeest van pastoor Lenders te Heerlerbaan’]], ''Limburger Koerier'', derde blad, p. 6.
;Kruisweg, Sint-Jacobus de Meerderekerk, Hunsel
*Anoniem (26 maart 1932) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 73/Gouden priesterjubilé te Hunsel|‘Gouden priesterjubilé te Hunsel. Vergrooting der kerk’]], ''Limburger Koerier'', vijfde blad, [p. 1].
;Kruisweg, Stein
*Anoniem (10 september 1932) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 15/Nummer 216/Nieuwe Kruisweg|‘Nieuwe Kruisweg’]], ''Limburgsch Dagblad'', [p. 5].
;Calvarieberg en altaarstuk, Heel
*Anoniem (22 augustus 1935) [[Limburger Koerier/Jaargang 90/Nummer 195/Heel|‘Heel’]], ''Limburger Koerier'', p. 4.
=== Tekeningen ===
;Clemens Hofbauer predikend in Suriname (aquarel)
*Anoniem (september 1920) [[Het Hofbauer-Liefdewerk/Jaargang 1/Nummer 1/Een woord vooraf|‘Een woord vooraf’]], ''Het Hofbauer-Liefdewerk'', jrg. 1, nr. 1, p. 2-3.
;Zalige Peerke Donders (serie)
*Anoniem (12 oktober 1922) [[De Maasbode/Jaargang 55/Nummer 18398/Avondblad/Kalenders|‘Kalenders’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, p. 2.
*Anoniem (15 mei 1931) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 52/Nummer 6/Steeds meer bekend en vereerd|‘Steeds meer bekend en vereerd’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 52, nr. 6, p. 192.
*Anoniem (september 1936) [[Het Petrus Donders Tijdschrift/Jaargang 17/Nummer 1/Pater Donders Kroniek|‘Pater Donders Kroniek’]], ''Het Petrus Donders Tijdschrift'', jrg. 17, nr. 1, p. 5-6.
*Anoniem (juni 1938) [[Het Petrus Donders Tijdschrift/Jaargang 18/Nummer 10/Waar een "Heilige" woonde|‘Waar een „Heilige” woonde’]], ''Het Petrus Donders Tijdschrift'', jrg. 18, nr. 10, p. 202-203.
*Grinsven, M. van (1923) ''Naar ’t Priester-ideaal. De eerbiedwaardige Petrus Donders, apostel der melaatschen van Suriname'', Rotterdam: De Jong.<br>Aankondigingen en recensies:
**J.B. (17 februari 1923) [[De Standaard van Maria/Jaargang 3/Van boeken en bladen (3)|‘Van boeken en bladen’]], ''De Standaard van Maria'', jrg. 3, p. 95-96.
**C.J.L. (mei 1923) [[De heraut van het H. Hart van Jezus voor de leden van het Apostolaat des Gebeds/Jaargang 55/Boekbespreking|‘Boekbespreking’]], ''De heraut van het H. Hart van Jezus voor de leden van het Apostolaat des Gebeds'', jrg. 55, p. 158.
=== Muurschilderingen ===
;De verering van Maria door heiligen en zaligen in de hemel, Kapel in 't Zand, Roermond (1904)
*Anoniem (1885-1886) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 19/Nummer 8/Twee dagen te Roermond|‘Twee dagen te Roermond’]], ''De Katholieke Illustratie'', jrg. 19, nr. 8, p. 63-64.
*Anoniem (13 augustus 1921) [[Limburger Koerier/Jaargang 76/Nummer 189/Op mijn reis naar het Zuiden|‘Op mijn reis naar het Zuiden’]], ''Limburger Koerier'', Tweede blad, [p. 1].
;Triomfboog Onze-Lieve-Vrouwe-Hemelvaartskerk, Raamsdonksveer
*Anoniem (27 april 1905) [[De Tijd/1905/Nummer 17534/Kerkschildering|‘Kerkschildering’]], ''De Tijd'', Tweede blad, [p. 2].
;Kapel, Elsloo
*Anoniem (15 januari 1922) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 43/Nummer 2/O. L. V. van Altijddurenden Bijstand|‘O. L. V. van Altijddurenden Bijstand’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 43, nr. 2, p. 57-58.
;Muurschildering in de Sint Josephkerk, 's-Hertogenbosch
*Anoniem (13 oktober 1923) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 1923/Nummer 238/In de St. Josephskerk|‘In de St. Josephskerk’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', Vierde Blad, [p. 3].
*Anoniem (22 maart 1924) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 1924/Nummer 70/In de St. Josephskerk|‘In de St. Josephskerk’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', Vierde Blad, [p. 3].
;Muurschildering in de Sint-Josephkerk, Maagdenberg
*Anoniem (24 oktober 1927) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 65/Nummer 249/De St. Theresiakapel aan den Maagdenberg|‘De St. Theresiakapel aan den Maagdenberg’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p. 2].
=== Grafiek ===
;Diploma voor de Heilige Familie
*H.v.d.B. (19 februari 1919) [[HvdB/Diploma voor de H. Familie|‘Diploma voor de H. Familie’]], ''De Tijd'', [pp. 7-8].
=== Restauraties ===
*Anoniem (19 mei 1937) [[Anoniem/Oude schilderijen in het Christoffelhuis|‘Oude schilderijen in het Christoffelhuis’]], ''Limburgsch Dagblad'', Eerste blad, [p. 3].
=== Techniek onbekend ===
;Vaandel met de heilige Aloysius
*Anoniem (21 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2861/Men schrijft ons uit Roermond|‘Men schrijft ons uit Roermond: […]‘]], ''De Maasbode'', [p. 6].
;Schild van de Sint-Gerarduskalender 1915
*Anoniem (1914) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 36/Waartoe dient de St.-Gerarduskalender?|‘Waartoe dient de St.-Gerarduskalender?’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 36, p. 356-359.
;Schild van de Sint-Gerarduskalender 1924
*Anoniem (15 december 1923) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 45/Nummer 1/Goed voor allen!|‘Goed voor allen!’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 45, nr. 1, p. 16-17.
;Sint Gerardus’ Eerste H. Communie
*Anoniem (15 oktober 1927) [[De Volks-Missionaris/Jaargang 48/Nummer 11/St. Gerardus' Eerste H. Communie|‘St. Gerardus’ Eerste H. Communie’]], ''De Volks-Missionaris'', jrg. 48, nr. 11, p. 340.
;Schilden van de H. Hart- en Alfonsuskalenders 1937
*Anoniem (30 november 1936) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 74/Nummer 280/Nieuwe Uitgaven|‘Nieuwe Uitgaven’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p. 3].
*Anoniem (29 december 1936) [[Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 165/Nummer 304/Kalenders|‘Kalenders’]], ''Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', eerste blad, p. 3-4.
*F.J., anoniem, J.H., P. (7 december 1936) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 56/Nummer 287/Boekbespreking|‘Boekbespreking’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [eerste blad, p. 4].
;Schilden van de H. Hart- en Alfonsuskalenders 1941
*Anoniem (8 oktober 1940) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 78/Nummer 237/Nieuwe Uitgaven|‘Nieuwe Uitgaven’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p. 6].
== Bijzondere onderwerpen ==
== Bekroningen - Prijzen - Huldigingen ==
== Leerlingen - Navolging - Nalatenschap ==
=== Leerlingen ===
;Wijnand Geraedts
*Anoniem (30 maart 1909) [[Limburger Koerier/Jaargang 64/Nummer 74/Chr. kunst|‘Chr. kunst’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p. 1].
*C.K. m. S.C. (10 juli 1910) [[R.K. Dagblad Het Huisgezin/Jaargang 42/Nummer 6209/Wijnand Geraedts' kunst|‘Wijnand Geraedts' kunst’]], ''R.K. Dagblad Het Huisgezin'', tweede blad, [p. 1-2].
;Jean Thoolen
*Anoniem (18 juni 1921) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 4/Nummer 141/Limburgsche kunstzin|‘Limburgsche kunstzin. ’n Limburgsch kunstenaar’]], ''Limburgsch Dagblad'', [p. 3].
== Overig ==
[[Bestand:De Nieuwe Koerier Maas- en Roerbode vol 033 no 148 advertisement Piano.jpg|thumb|Advertentie uit ''De Nieuwe Koerier Maas- en Roerbode'', 28 december 1920.]]
*Anoniem (26 mei 1897) [[Limburger Koerier/Jaargang 52/Nummer 122/Naar we vernemen, zal een nieuw groot schildersatelier worden gebouwd aan de Kapellerlaan|‘Limburgsch Nieuws. Naar we vernemen, zal een nieuw groot schildersatelier worden gebouwd aan de Kapellerlaan, [...]’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p. 2].
*Anoniem (26 mei 1898) [[Limburger Koerier/Jaargang 53/Nummer 59/Bij de gisteren gehouden aanbesteding|‘Limburgsch Nieuws. Bij de gisteren gehouden aanbesteding [...]’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p. 2].
*Anoniem (2 augustus 1919) [[Limburger Koerier/Jaargang 74/Nummer 177/Limburg bij Nederland|‘Limburg bij Nederland. III’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p. 1].
*Anoniem (28 oktober 1928) [[Anoniem/Boekaankondiging|‘Boekaankondiging’]], ''De Tijd'', [p. 11].
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportalen|Berchem]]
162gqqf8rudqgcasm3ghagte3u35d2l
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Louis Apol
100
31270
225549
136439
2026-08-25T18:55:14Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Louis Apol]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Louis Apol]]
136439
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Louis Apol
| afbeelding = Louis Apol (1920).jpg
| beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse schilder [[w:nl:Louis Apol|Louis Apol]].
| artikelwikipedia =
}}
== Algemeen ==
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
;1871
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
;1872
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 mei 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 117/Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan|‘Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 466.
**Anoniem (7 juni 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 133/De belangstelling in onze tentoonstelling van schoone kunsten wordt nog dagelijks grooter|‘De belangstelling in onze tentoonstelling van schoone kunsten wordt nog dagelijks grooter. [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 530.
**Anoniem (8 juni 1872) [[Het Vaderland/Jaargang 1872/Nummer 135/Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond|‘Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond: [...]’]], ''Het Vaderland'', [p. 2].
;1887
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Arti et Amicitiae, oktober 1887.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (28 november 1887) [[De Tijd/Nummer 12270/De Tentoonstelling van Kunstwerken van levende Meesters in "Arti"|‘De Tentoonstelling van Kunstwerken van levende Meesters in „Arti”. II (Slot)’]], ''De Tijd'', [p. 1].
;1890
*''[[Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te 's-Gravenhage]]'', [Koninklijke] Academie, Den Haag, 1890.
== Louis Apol in het openbare leven ==
;Louis Apol als lid van Pulchri Studio
*Anoniem (11 december 1871) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 204/Nummer 292/H. M. de Koningin, vergezeld door den heer Motley, bragt gister avond een bezoek aan Pulchri Studio's tweede kunstbeschouwing|‘H. M. de Koningin, vergezeld door den heer Motley, bragt gister avond een bezoek aan Pulchri Studio’s tweede kunstbeschouwing, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Bijvoegsel, [p. 1].
== Werken ==
;Panorama Nova Zembla
*Haagmans, Jos (29 december 1980) ‘Waar is het „Panorama Nova Zembla” gebleven?’, ''De Waarheid'', p. 3.
== Bijzondere onderwerpen ==
== Bekroningen - Prijzen - Huldigingen ==
*Anoniem (8 juni 1872) [[Het Vaderland/Jaargang 1872/Nummer 135/Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond|‘Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond: [...]’]], ''Het Vaderland'', [p. 2].
== Leerlingen - Navolging - Nalatenschap ==
== Overig ==
[[Categorie:Hoofdportaal beeldende kunst]]
345v2vgau1kf14oosincz1jz93v9d68
Hoofdportaal:Kunst/Musea/Museum Boijmans Van Beuningen
100
31274
225530
103196
2026-08-25T17:52:40Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Museum Boijmans Van Beuningen]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Kunst/Musea/Museum Boijmans Van Beuningen]]: +segmenten
103196
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Museum Boijmans Van Beuningen
| afbeelding = Museumpark 02.JPG
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource-nl]] beschikbare bronnen over het [[w:nl:Museum Boijmans Van Beuningen|Museum Boijmans Van Beuningen]].
| artikelwikipedia =
}}
== Algemeen ==
;Jaarverslagen
*Anoniem (20 september 1932) [[Anoniem/Museum Boymans/Jaarverslag 1931|‘Museum Boymans. Jaarverslag 1931’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
== Geschiedenis ==
== Gebouw ==
== Collectie ==
=== Schilderijen ===
==== Algemeen ====
==== Individuele schilderijen ====
;''De Marskramer'' van Jheronimus Bosch
*Anoniem (31 juli 1931) [[Anoniem/Een belangrijk schilderij aangekocht|‘Een belangrijk schilderij aangekocht’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', Eerste blad, p. 2.
*Anoniem (1 augustus 1931) [[Anoniem/Beroemde Schilderij|‘Beroemde Schilderij’]], ''Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch Indië'', Tweede blad, [p. 2].
;''Twee meisjes'' (omgeving van Louis Lenain)
*Anoniem (5 januari 1916) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 73/Nummer 5/Avondblad/Tijdschriften|‘Tijdschriften’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p. 1.
== Tentoonstellingen ==
*Anoniem (21 december 1927) [[Anoniem/Museum Boymans/1|‘Museum Boymans’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
*''Jeroen Bosch. Noord-nederlandsche primitieven'', Museum Boymans, Rotterdam, 10 juli-15 Oktober 1936.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 juli 1936) [[Anoniem/Tentoonstelling Jeroen Bosch/Geopend te Rotterdam|‘Tentoonstelling Jeroen Bosch. Geopend te Rotterdam’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad A, p. 3.
**Anoniem (9 juli 1936) [[Anoniem/Tentoonstelling Jeroen Bosch/De openingsrede van den heer D. Hannema|‘Tentoonstelling Jeroen Bosch. De openingsrede van den heer D. Hannema’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
*Anoniem (3 april 1937) [[Anoniem/Aankoop van schilderijen|‘Aankoop van schilderijen’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9.
*Anoniem (9 maart 1940) [[Anoniem/Museum Boymans/2|‘Museum Boymans’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
*Anoniem (10 maart 1940) [[De Tijd/Jaargang 95/Nummer 31134/Ochtendblad/Het Diergaardeterrein te Rotterdam|‘Het Diergaardeterrein te Rotterdam’]], ''De Tijd'', Ochtendblad, [p. 4].
*Anoniem (11 maart 1940) [[Anoniem/Rotterdam krijgt een nieuwe woonwijk|‘Rotterdam krijgt een nieuwe woonwijk’]], ''Het Vaderland'', Avondblad D, p. 1.
*Anoniem (23 maart 1940) [[Anoniem/Museum Boymans/Twee tentoonstellingen tegelijk|‘Museum Boymans. Twee tentoonstellingen tegelijk’]], ''Rotterdamsch Nieuwsblad'', Vijfde blad, p. 3.
== Bijzondere gebeurtenissen ==
;Opening op 6 juli 1935
*Anoniem (18 juli 1935) [[Anoniem/Museum Boymans/3|‘Museum Boymans’]], ''De Indische Courant'', Tweede blad, [p. 4].
== Personeel ==
== Overig ==
* Vloten, J. van (1874) ''[[Johannes van Vloten/Nederlands schilderkunst|Nederlands schilderkunst]]'', Amsterdam: P.M. van Kampen & Zn.
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportalen|Museum Boijmans Van Beuningen]]
mrsd01snqhs3t2r394o560ef4botial
225533
225530
2026-08-25T18:10:51Z
Vincent Steenberg
280
+bronnen
225533
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Museum Boijmans Van Beuningen
| afbeelding = Museumpark 02.JPG
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource-nl]] beschikbare bronnen over het [[w:nl:Museum Boijmans Van Beuningen|Museum Boijmans Van Beuningen]].
| artikelwikipedia =
}}
== Algemeen ==
;Jaarverslagen
*Anoniem (7 september 1921) [[Het Vaderland/Jaargang 53/7 september 1921/Avondblad/Het Museum Boijmans|‘Het Museum Boijmans’]], ''Het Vaderland'', Avondblad B, p. 2.
*Anoniem (20 september 1932) [[Anoniem/Museum Boymans/Jaarverslag 1931|‘Museum Boymans. Jaarverslag 1931’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
== Geschiedenis ==
== Gebouw ==
== Collectie ==
=== Schilderijen ===
==== Algemeen ====
==== Individuele schilderijen ====
;''De Marskramer'' van Jheronimus Bosch
*Anoniem (31 juli 1931) [[Anoniem/Een belangrijk schilderij aangekocht|‘Een belangrijk schilderij aangekocht’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', Eerste blad, p. 2.
*Anoniem (1 augustus 1931) [[Anoniem/Beroemde Schilderij|‘Beroemde Schilderij’]], ''Het Nieuws van den Dag voor Nederlandsch Indië'', Tweede blad, [p. 2].
;''Twee meisjes'' (omgeving van Louis Lenain)
*Anoniem (5 januari 1916) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 73/Nummer 5/Avondblad/Tijdschriften|‘Tijdschriften’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p. 1.
== Tentoonstellingen ==
;1904
*[fotografische reproducties van het Breviarium Grimani], Museum Boijmans, Rotterdam, geen catalogus bekend.<br>Aankonsigingen en recensies:
**Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/In de groote teekeningenzaal|‘In de groote teekeningenzaal van Boijmans […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
;1927
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1927-16 januari 1928.<br />Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (21 december 1927) [[Het Vaderland/Jaargang 59/21 december 1927/Avondblad/Museum Boymans|‘Museum Boymans’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
;1932
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;1935
*''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p. 3.
**Anoniem (21 juni 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35334/Avondblad/Het Rijksmuseum leent aan Boymans|‘Het Rijksmuseum leent aan Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 13.
**Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p. 3.
;1936
*''Jeroen Bosch. Noord-nederlandsche primitieven'', Museum Boymans, Rotterdam, 10 juli-15 Oktober 1936.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 juli 1936) [[Anoniem/Tentoonstelling Jeroen Bosch/Geopend te Rotterdam|‘Tentoonstelling Jeroen Bosch. Geopend te Rotterdam’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad A, p. 3.
**Anoniem (9 juli 1936) [[Anoniem/Tentoonstelling Jeroen Bosch/De openingsrede van den heer D. Hannema|‘Tentoonstelling Jeroen Bosch. De openingsrede van den heer D. Hannema’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;1937
*Anoniem (3 april 1937) [[Anoniem/Aankoop van schilderijen|‘Aankoop van schilderijen’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9.
;1940
*Anoniem (9 maart 1940) [[Anoniem/Museum Boymans/2|‘Museum Boymans’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
*Anoniem (10 maart 1940) [[De Tijd/Jaargang 95/Nummer 31134/Ochtendblad/Het Diergaardeterrein te Rotterdam|‘Het Diergaardeterrein te Rotterdam’]], ''De Tijd'', Ochtendblad, [p. 4].
*Anoniem (11 maart 1940) [[Anoniem/Rotterdam krijgt een nieuwe woonwijk|‘Rotterdam krijgt een nieuwe woonwijk’]], ''Het Vaderland'', Avondblad D, p. 1.
*Anoniem (23 maart 1940) [[Anoniem/Museum Boymans/Twee tentoonstellingen tegelijk|‘Museum Boymans. Twee tentoonstellingen tegelijk’]], ''Rotterdamsch Nieuwsblad'', Vijfde blad, p. 3.
== Bijzondere gebeurtenissen ==
;Opening op 6 juli 1935
*Anoniem (18 juli 1935) [[Anoniem/Museum Boymans/3|‘Museum Boymans’]], ''De Indische Courant'', Tweede blad, [p. 4].
== Personeel ==
== Overig ==
* Vloten, J. van (1874) ''[[Johannes van Vloten/Nederlands schilderkunst|Nederlands schilderkunst]]'', Amsterdam: P.M. van Kampen & Zn.
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportalen|Museum Boijmans Van Beuningen]]
5tsum84uz3j8kmdyg5fu59u1yivtt7h
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Hendrik Willem Mesdag
100
31402
225547
122523
2026-08-25T18:55:14Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Hendrik Willem Mesdag]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Hendrik Willem Mesdag]]
103563
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Hendrik Willem Mesdag
| afbeelding = Hendrik Willem Mesdag 1913.jpg
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource-nl]] beschikbare bronnen over de Nederlandse schilder [[w:nl:Hendrik Willem Mesdag|Hendrik Willem Mesdag]].
| artikelwikipedia =
}}
== Algemeen ==
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Veilingen ===
*Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
*Anoniem (14 december 1928) [[Anoniem/Veilingen/2|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
=== Tentoonstellingen ===
;1871
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
;1872
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 juni 1872) [[Het Vaderland/Jaargang 1872/Nummer 135/Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond|‘Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond: [...]’]], ''Het Vaderland'', [p. 2].
;1885
*Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
*Anoniem (21 mei 1885) [[Het Vaderland/Jaargang 17/Nummer 118/De Wereldtentoonstelling te Antwerpen|‘De Wereldtentoonstelling te Antwerpen. VI’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2].
;1887
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Arti et Amicitiae, oktober 1887.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (28 november 1887) [[De Tijd/Nummer 12270/De Tentoonstelling van Kunstwerken van levende Meesters in "Arti"|‘De Tentoonstelling van Kunstwerken van levende Meesters in „Arti”. II (Slot)’]], ''De Tijd'', [p. 1].
;1890
*''[[Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te 's-Gravenhage]]'', [Koninklijke] Academie, Den Haag, 1890.
;1912
*''[[Stedelijke internationale tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters]]'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 13 april-juli 1912.
== Mesdag in het openbare leven ==
*Anoniem (17 mei 1897) [[De Telegraaf/Jaargang 5/Nummer 1898/Avond-editie/Dr. P.J.H. Cuypers|‘Dr. P.J.H. Cuypers’]], ''De Telegraaf'', Avond-editie, [p. 3].
== Werken ==
== Bijzondere onderwerpen ==
== Bekroningen - Prijzen - Huldigingen ==
== Leerlingen - Navolging - Nalatenschap ==
== Overig ==
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportalen|Mesdag, Hendrik Willem]]
2jembufo7en3ng2jvh5q84fplahsr3v
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914
100
31991
225539
223584
2026-08-25T18:55:14Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914]]
223584
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Nederlandse schilderkunst;<br>ca. 1850-ca. 1914
| afbeelding = Van-willem-vincent-gogh-die-kartoffelesser-03850.jpg
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Nederlandse schilderkunst uit de periode ca. 1850 tot ca. 1914.
}}
== Algemeen ==
=== Tentoonstellingen ===
;1852
*''Lijst van schilderijen van levende Nederlandsche meesters'', Pictura, Groningen, juni 1852.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 juni 1852) [[Groninger Courant/Jaargang 111/Nummer 49/Nog slechts weinige jaren geleden|‘Nog slechts weinige jaren geleden, wat wist Groningen van de produkten der moderne Schilderkunst? […] [ingezonden]’]], ''Groninger Courant'', [p. 2].
;1885
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;1898
*''Tentoonstelling van schilderijen, aquarellen, teekeningen, enz. van werkende leden'', Haagsche Kunstkring, Den Haag, 17 augustus 1898-7 januari 1899.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (5 januari 1899) [[Het Vaderland/Jaargang 31/Nummer 4/Agenda|‘Agenda’]], ''Het Vaderland'', Tweede blad, [p. 2].
;1903
*[''Provinciale tentoonstelling van schilderijen, aquarellen en teekeningen''], Café National, Venlo, 5 juli 1903-...., geen catalogus.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (7 juli 1903) [[De Telegraaf/Jaargang 11/Nummer 3930/Avondblad/Men meldt ons uit Venlo, d.d. 6 dezer|‘Men meldt ons uit Venlo, d.d. 6 dezer: [...]’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, 2e Blad, [p. 1].
**Anoniem (8 juli 1903) [[Limburger Koerier/Jaargang 58/Nummer 156/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling’]], ''Limburger Koerier'', [p. 2].
== Bijzondere onderwerpen ==
;Alma Tadema, Lourens (1836-1912)
*Anoniem (9 oktober 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 41/Prijsvraag|‘Prijsvraag’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 41, p. 186.
*Anoniem (7 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 248/Avondblad/Men seint ons uit Londen|‘Men seint ons uit Londen: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, D, p. 3.
*[F.] (23 januari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 4/De kathedraal van Peterborough|‘De kathedraal van Peterborough’]], ''Architectura'', p. 22-23.
;Andringa, Martinus van (1864-1918)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Arendzen, Peter Johannes
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Asscher, Henriëtte
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Bach, Franciscus Hermanus (1865-1956)
*Anoniem (17 april 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 16/Door de Vereeniging tot bevordering der Bouwkunst te Groningen|‘Door de Vereeniging tot bevordering der Bouwkunst te groningen is […] uitgeschreven een nationale prijsvraag voor een salon-ameublement. […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 16, p. 88.
;Bankema, Lièger
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Bastert, Nicolaas (1854-1939)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
*Anoniem (13 oktober 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35448/Archief en museum van Utrecht|‘Archief en museum van Utrecht. Jaarverslag 1934’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p. 10.
;Beek, Louise Marie Françoise van der
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juni 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 133/De belangstelling in onze tentoonstelling van schoone kunsten wordt nog dagelijks grooter|‘De belangstelling in onze tentoonstelling van schoone kunsten wordt nog dagelijks grooter. [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 530.
;Beerends, Albert (1864-1941)
*Anoniem (19 juni 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 25/De bekroonden|‘De bekroonden in zake de prijsvraag voor een reclame-plaat der Vereeniging „Nijmegen Vooruit” zijn: […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 24, p. 120.
;Berens, Johan (1858-1925)
*Anoniem en Red. Architectura (30 januari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 5/Prijsvraag voor het ontwerpen van drie diploma's voor het Gen. Limburg|‘Prijsvraag voor het ontwerpen van drie diploma’s voor het Gen. „Limburg.” Provinciaal genootschap voor geschiedk. wetenschappen, taal en kunst’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 5, p. 30.
;Bilders-van Bosse, Marie
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Bisschop, Christoffel (1828-1904)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Bisschop, Richard
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Bisschop-Swift, Kate
*Anoniem (11 december 1871) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 204/Nummer 292/H. M. de Koningin, vergezeld door den heer Motley, bragt gister avond een bezoek aan Pulchri Studio's tweede kunstbeschouwing|‘H. M. de Koningin, vergezeld door den heer Motley, bragt gister avond een bezoek aan Pulchri Studio’s tweede kunstbeschouwing, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Bijvoegsel, [p. 1].
;Bodifée, Paul (1866-1938)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Boellaard, Corrie (1869-1934)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Boogaard, Willem Johan
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Bopp, Herman Adolphe
*Anoniem (7 april 1931) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 69/Nummer 81/Twintig jaar Limburgsche Kunstkring|‘Twintig jaar Limburgsche Kunstkring. Een tentoonstelling van de werken der leden en oud-leden’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p. 2].
;Borselen, Jan Willem van (1825-1892)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Bosch, Etienne
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Bosch, Felix (1872-na 1899)
*Anoniem (29 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 22/In den wedstrijd voor een reclamekaart|‘In den wedstrijd voor een reclamekaart door den heer W. G. Boele Sr. te Kampen, uitgeschreven […] zijn ingekomen 163 ontwerpen. […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 22, p. 108.
;Breitenstein, Carl August (1864-1921)
*Anoniem (7 september 1921) [[Het Vaderland/Jaargang 53/7 september 1921/Avondblad/Carl Breitenstein|‘Carl Breitenstein †’]], ''Het Vaderland'', Avondblad B, p. 2.
;Breman, Co (1865-1938)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Briët, Arthur (1867-1939)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Burnier, Richard
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies:
**P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 3-4].
;Carlebur, François
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Cate, Siebe ten
*Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p. 2].
;Cuypers, Henricus Hubertus
*Anoniem (9 februari 1856) [[De Roermondenaar, Nieuws- en advertentieblad voor stad en land/Jaargang 1/Nummer 6/Burgerlijke stand van Roermond, van den 1 tot en met 8 Februarij 1856|‘Burgerlijke stand van Roermond, van den 1 tot en met 8 Februarij 1856’]], ''De Roermondenaar'', [p. 2].
;Dam van Isselt, Lucie van
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Dankmeijer, Charles
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Dee, Corneille Henri
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Dekker, Hendrik Adriaan Christiaan
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Dekker-Sartorius, Sara
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Deventer, Willem Anthonie van
*Anoniem (4 juni 1862) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1862/Nummer 130/De uitslag der keuze van de jury ter toekenning van zes gouden medailles van wege het Rijk en zes van wege de gemeente Rotterdam aan kunstenaars|‘De uitslag der keuze van de jury ter toekenning van zes gouden medailles van wege het Rijk en zes van wege de gemeente Rotterdam aan kunstenaars, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Doeleman, Johan Hendrik (1848-1913)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Tentoonstelling van aquarellen, teekeningen, etsen, lithographiën en beeldhouwwerk door werkende leden van Pulchri Studio'', Pulchri Studio, Den Haag, 6 december 1906-1907.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (27 maart 1907) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 7/Nummer 86/Ochtendblad/Op de groepententoonstelling in Pulchri Studio|‘Op de groepententoonstelling in Pulchri Studio […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, [p. 3].
;Dozy, Reinhart
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Drabbe, Mies
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Eerelman, Otto
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Eickelberg, Willem Hendrik
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Ermel Scherer, Catherine Lumine Elise van
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Erven Dorens, Louis van
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Essen, Jan van (1854-1936)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Everdingen, Adrianus van
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Ezerman, Dirk Gerard (1848-1913)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Fabius Czn., Jan (1820-1889)
*Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/De schilderij van den heer J. Fabius|‘De schilderij van den heer J. Fabius, […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Famars Testas, Willem de
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Ferwerda, Barend
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Flier, Helmert Richard van der
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juni 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 133/De belangstelling in onze tentoonstelling van schoone kunsten wordt nog dagelijks grooter|‘De belangstelling in onze tentoonstelling van schoone kunsten wordt nog dagelijks grooter. [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 530.
;Fock, Anton
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Frankfort, Edouard (1864-1910)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Gildemeester, Anna (1867-1945)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Goedvriend, Theo
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Gorter, Arnold Marc (1866-1933)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
*Anoniem (23 maart 1905) [[De Noordbrabanter/Jaargang 76/Nummer 3947/Tentoonstelling te Luik|‘Tentoonstelling te Luik’]], ''De Noord Brabanter'', [p. 2].
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Graaff, Frederik Carel de
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
;Gram, Jo
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Greive, Petrus Franciscus
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
;Haan, Meijer de (1852-1895)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Haanen, Adriana (1814-1895)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Als huldeblijk op den 70sten verjaardag van mej. A. J. Haanen|‘Als huldeblijk op den 70sten verjaardag van mej. A. J. Haanen (14 Juni 1884), […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Haas, Hermina van der
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Haas, Jan de (1832-1908)
*''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p. 1.
;Halberstadt, Albert
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Hamel, Willem (1860-1924)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Hart Nibbrig, Ferdinand
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Heijl, Marius (1835-1931)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Hendriks, Gerke
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Hendriks, Sara (1846-1925)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Henkes, Gerke
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Hilverdink, Johannes
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Hogendorp-'s Jacob, Adrienne van
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Hooft, Cornelis Gerardus 't (1866-1936)
*Anoniem (3 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 27/Het bestuur der Maatschappij Arti et Amicitia|‘Het bestuur der Maatschappij „Arti et Amicitia” […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 27, p. 130.
*Anoniem (23 maart 1905) [[De Noordbrabanter/Jaargang 76/Nummer 3947/Tentoonstelling te Luik|‘Tentoonstelling te Luik’]], ''De Noord Brabanter'', [p. 2].
;Höppe, Ferdinand Bernhard
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Horssen, Wijnand Bastiaan van (1863-1931)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Hoynck van Papendrecht, Jan (1858-1933)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (20 november 1915) [[De Amstelbode/Jaargang 24/Nummer 7005/Koningin Elisabeth gehuldigd|‘Koningin Elisabeth gehuldigd’]], ''De Amstelbode'', Tweede Blad, [p. 3].
;Hubrecht, Bramine
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Huibers, Jan Derk
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Hulk, John Frederik (1855-1913)
*Anoniem (3 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 27/Het bestuur der Maatschappij Arti et Amicitia|‘Het bestuur der Maatschappij „Arti et Amicitia” […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 27, p. 130.
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Hulsteijn, Johan van (1860-1894)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Ingen, Hendrik Alexander
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Jamin, Diederik Franciscus
*''Tentoonstellingen van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1861.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (28 april 1861) [[De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode/Jaargang 26/Nummer 51/Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat|‘Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat, [...]’]], ''De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode'', [p. 2].
;Jansen, Hendrik Willebrord (1855-1908)
*Anoniem (24 april 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 17/Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn benoemd|‘Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn o.m. de navolgende commissiën benoemd tot het bijeenbrengen van zaken voor de in 1900 te Parijs te houden Tentoonstelling. […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 17, p. 92.
*Anoniem (3 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 27/Het bestuur der Maatschappij Arti et Amicitia|‘Het bestuur der Maatschappij „Arti et Amicitia” […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 27, p. 130.
*Anoniem (24 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 30/Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900|‘Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900. Afdeelingen van Nederland en de koloniën’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 30, p. 142.
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Janssen, Maria Francisca Hubertina
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Jonge, Marie de
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Jongkind, Johan Barthold (1819-1891)
*''Tentoonstelling van schilderijen door J. B. Jongkind'', Kunsthandel A. Preyer, Den Haag, april 1904.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Bij Preyer|‘Bij Preyer’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
*''Catalogus der tentoonstelling van schilderijen enz.'', E.J. van Wisselingh, Panorama Mesdag, Den Haag, oktober-november 1916.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 oktober 1916) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 73/Nummer 300/Avondblad/E. J. v. Wisselingh|‘E. J. v. Wisselingh. (Slot.) Gebouw Panorama Mesdag’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p. 1.
;Kate, Mari ten
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies:
**P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 3-4].
;Kerling, Anna
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Kever, Hein (1854-1922)
*Anoniem (20 november 1915) [[De Amstelbode/Jaargang 24/Nummer 7005/Koningin Elisabeth gehuldigd|‘Koningin Elisabeth gehuldigd’]], ''De Amstelbode'', Tweede Blad, [p. 3].
;Kever, Jacob Simon
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Kleijn, Lodewijk Johannes
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 mei 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 117/Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan|‘Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 466.
;Kleintjes, Jan (1872-1955)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Klinkenberg, Johannes Christiaan Karel
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juni 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 133/De belangstelling in onze tentoonstelling van schoone kunsten wordt nog dagelijks grooter|‘De belangstelling in onze tentoonstelling van schoone kunsten wordt nog dagelijks grooter. [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 530.
;Koekkoek, Johannes Hermanus Barend (1840-1912)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Koekkoek, Willem
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Koning, Arnold (1860-1945)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Koning, Edzard
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Koppenol, Cornelis
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Koster, Anton L.
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Krabbé, Heinrich Martin (1868-1931)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Kruseman, Jan Theodoor
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Kruseman van Elten, Hendrik Dirk
*''Tentoonstellingen van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1861.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (28 april 1861) [[De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode/Jaargang 26/Nummer 51/Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat|‘Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat, [...]’]], ''De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode'', [p. 2].
;Kuijpers, Cornelis (1864-1932)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Laar, Jan Hendrik van de
*Anoniem (14 juli 1854) [[Rotterdamsche Courant/Jaargang 1854/Nummer 164/Vestigden wij dezer dagen (...) de aandacht (...) op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het (...) lokaal der societeit Harmonie alhier|‘Vestigden wij dezer dagen [...] de aandacht [...] op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het [...] lokaal der societeit Harmonie alhier, [...]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 2].
;Laguna, Baruch (1864-1943)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Le Gras, August (1864-1915)
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Liernur, Willem Adriaan Alexander
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Lingeman, Lambertus
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Lokhorst, Dirk van
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Lommen, Jos. (sr.)
*Anoniem (17 april 1894) [[Limburger Koerier/Jaargang 49/Nummer 165/Roermond, 16 Juli|‘Roermond, 16 Juli’]], ''Limburger Koerier'', [p. 3].
*J. (31 maart 1888) [[De Maasbode/Jaargang 20/Nummer 3473/Lage-Zwaluwe, 30 Maart|‘Lage-Zwaluwe, 30 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
;Looy, Jac. van
*''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies:
**L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 5.
;Löwenstam, Leopold
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
;Luyten, Henry
*Anoniem (30 april 1931) [[Limburger Koerier/Jaargang 86/Nummer 101/Het museum aan de Pollartstraat|‘Het museum aan de Pollartstraat’]], ''Limburger Koerier'', eerste blad, p. 2.
;Maarel, Marinus van der
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Mar, David de la
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Maris, Jacob (1837-1899)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
**Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
*Anoniem (21 mei 1885) [[Het Vaderland/Jaargang 17/Nummer 118/De Wereldtentoonstelling te Antwerpen|‘De Wereldtentoonstelling te Antwerpen. VI’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2].
*Anoniem (24 april 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 17/Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn benoemd|‘Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn o.m. de navolgende commissiën benoemd tot het bijeenbrengen van zaken voor de in 1900 te Parijs te houden Tentoonstelling. […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 17, p. 92.
*Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Bij Preyer|‘Bij Preyer’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
*Plasschaert, A.Ch.A. (1920) ''Jacob Maris. Een overzicht'', Arnhem: Van Loghum, Slaterus & Visser.<br>Aankondigingen en recensies:
**[Theo van Doesburg] (juni [eigenlijk mei] 1921) [[De Stijl/Jaargang 4/Nummer 5/Ontvangen tijdschriften, boeken en catalogi|‘Ontvangen tijdschriften, boeken en catalogi’]], ''De Stijl'', jrg. 4, nr. 5, p. 79-80.
;Maris, Matthijs (1839-1917)
*Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p. 2].
*Theo van Doesburg (15 september 1917) [[Eenheid/Nummer 380/Thijs Maris (1839-1917)|‘Thijs Maris (1839-1917)’]], ''Eenheid'', nr. 380, [p. 3].
*A.H. Feis (22 september 1917) [[Eenheid/Nummer 381/Thijs de Stralende|‘Thijs de Stralende’]], ''Eenheid'', nr. 381, [p. 3].
;Maris, Willem
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
**Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
*Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p. 2].
*Anoniem (23 maart 1905) [[De Noordbrabanter/Jaargang 76/Nummer 3947/Tentoonstelling te Luik|‘Tentoonstelling te Luik’]], ''De Noord Brabanter'', [p. 2].
;Martens, Willem Johann (1839-1895)
*''Tentoonstellingen van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1861.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (28 april 1861) [[De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode/Jaargang 26/Nummer 51/Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat|‘Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat, [...]’]], ''De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode'', [p. 2].
;Martens, Willy (1856-1927)
*Anoniem (24 april 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 17/Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn benoemd|‘Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn o.m. de navolgende commissiën benoemd tot het bijeenbrengen van zaken voor de in 1900 te Parijs te houden Tentoonstelling. […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 17, p. 92.
*Anoniem (24 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 30/Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900|‘Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900. Afdeelingen van Nederland en de koloniën’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 30, p. 142.
;Mastenbroek, Johan Hendrik van
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Mauve, Anton
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
**Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
*Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Bij Preyer|‘Bij Preyer’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
*Anoniem (27 maart 1907) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 7/Nummer 86/Ochtendblad/Men schrijft uit Londen|‘Men schrijft uit Londen aan de N. R. Ct.: […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, [p. 3].
;Mauve, Anton (jr.)
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Meeles, Derk (1872-1958)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Meer, Eduard van der (1846-1889)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Meijer, Louis
*Anoniem (14 juli 1854) [[Rotterdamsche Courant/Jaargang 1854/Nummer 164/Vestigden wij dezer dagen (...) de aandacht (...) op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het (...) lokaal der societeit Harmonie alhier|‘Vestigden wij dezer dagen [...] de aandacht [...] op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het [...] lokaal der societeit Harmonie alhier, [...]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 2].
;Melis, Henricus Joannes (1845-1923)
*Anoniem (26 augustus 1880) [[De Tijd/1880/Nummer 10075/Kunstnieuws|‘Kunstnieuws’]], ''De Tijd'', [p. 2].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Mesdag, Taco
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Mesdag-van Houten, Sientje (1834-1909)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Aanwinsten in het Haagsch Museum|‘Aanwinsten in het Haagsch Museum’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
;Meulen, François Pieter ter
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p. 2].
;Miedema, Rein (1835-1912)
*Anoniem (24 april 1912) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 99/Nummer 7916/Middaguitgave/Rein Miedema|‘Rein Miedema. †’]], ''Arnhemsche Courant'', Middaguitgave, tweede blad, [p. 1].
;Mondriaan, Frits (1853-1932)
*Anoniem (18 augustus 1882) [[Het Vaderland/Jaargang 14/Nummer 202/Tentoonstelling van pluimgedierte in den Zoölogischen Tuin|‘Tentoonstelling van pluimgedierte in den Zoölogischen Tuin’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 2].
;Moor, Pieter Cornelis de (1866-1953)
*D.H. Brondgeest, Pres., J.H. Speenhoff, Sec., Jacs. van Gils, Penningm. (13 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 7/Kunst en letternieuws|‘Kunst en letternieuws’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 7, p. 46.
;Münninghoff, Xeno
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Nakken, Willem Carel
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 juni 1872) [[Het Vaderland/Jaargang 1872/Nummer 135/Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond|‘Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond: [...]’]], ''Het Vaderland'', [p. 2].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Neuhuys, Albert (1844-1914)
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies:
**P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 3-4].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Bij Preyer|‘Bij Preyer’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Offermans, Tony
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Oldewelt, Ferdinand (1857-1935)
*''Catalogue des tableaux modernes formant le cabinet de feu M. Abel Langerhuizen d'Amsterdam. Réuni aux tableaux des successions de m. J. van der Chijs, à Delft et de madame la veuve Schiffer van Bleiswijk à La Haye'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 25 februari 1890.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/In De Brakke Grond|‘In De Brakke Grond waren heden de kabinetten ten toon gesteld, nagelaten door den welbekenden Amsterdamschen makelaar Abel Langerhuizen, van mevrouw de Wed. Schiffer van Bleiswijk te ’s-Hage en van den heer J. van der Chijs te Delft. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Oomen, A.M.
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Oort, Jan van (1867-1938)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Oosterzee, Hermannus Adrianus van (1863-1933)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Oppenoorth, Willem
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Oyens, David (1842-1902)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Oyens, Pieter
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Paling, Johannes Jacobus (1844-1892)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Pieters, Evert
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Poggenbeek, Geo
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
**Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
;Poll, Herbert van der (1877-1963)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Polvliet, Barend (1869-1918)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Poort, Adrianus Cornelis (1860-1935)
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Poort, R.C.
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Prins, Benjamin (1860-1934)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Rappard, Anthon van (1858-1894)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Rip, Willem Cornelis
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Rivière, Adriaan de la
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Robertson, Suze
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
*Anoniem (20 november 1915) [[De Amstelbode/Jaargang 24/Nummer 7005/Koningin Elisabeth gehuldigd|‘Koningin Elisabeth gehuldigd’]], ''De Amstelbode'', Tweede Blad, [p. 3].
;Rochussen, Charles (1814-1894)
*Anoniem (10 augustus 1867) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 5/Nummer 32/Uit Amsterdam schrijft men|‘Uit Amsterdam schrijft men: […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 2].
;Roelofs, Willem (1822-1897)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Catalogus der tentoonstelling van schilderijen enz.'', E.J. van Wisselingh, Panorama Mesdag, Den Haag, oktober-november 1916.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 oktober 1916) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 73/Nummer 300/Avondblad/E. J. v. Wisselingh|‘E. J. v. Wisselingh. (Slot.) Gebouw Panorama Mesdag’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p. 1.
;Roelofs, Willem (jr.) (1874-1940)
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Ronner-Knip, Henriette
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 mei 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 117/Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan|‘Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 466.
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Roosenboom, Margaretha
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 mei 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 117/Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan|‘Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 466.
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Rossum du Chattel, Fredericus Jacobus van
*Anoniem (31 januari 1882) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 216/Nummer 26/Voor het middenraam van de firma Goupil en Cie. (Plaats) is deze week tentoongesteld|‘Voor het middenraam van de firma Goupil en Cie. (Plaats) is deze week tentoongesteld: […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage'', p. 146.
;Rust, Johan Adolph
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Sande Bakhuyzen, Gerardine van de (1826-1895)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
;Sande Bakhuyzen, Julius Jacobus van de (1835-1925)
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Aanwinsten in het Haagsch Museum|‘Aanwinsten in het Haagsch Museum’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
;Schaap, Egbert (1862-1939)
*Anoniem (10 april 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 15/Door de firma Vos en Le Grand werd onlangs voor de leden van „St. Lucas” een prijsvraag uitgeschreven|‘Door de firma Vos en Le Grand werd onlangs voor de leden van „St. Lucas” een prijsvraag uitgeschreven voor een ontwerp van een tapijt […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 15, p. 84.
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Schenkel, Jan Jacob
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 mei 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 117/Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan|‘Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 466.
;Schipperus, Piet (1840-1929)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (16 januari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 3/Nationale Tentoonstelling van Nijverheid en Kunst|‘Nationale Tentoonstelling van Nijverheid en Kunst’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 3, p. 19-20.
;Schmidt Crans, Johan Michaël
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
;Springer, Cornelis
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Steelink, Willem (sr.)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Steelink, Willem (jr.)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Storm van 's-Gravesande, Carel Nicolaas
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Stortenbeker, Pieter
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Stöver, Anton Diedrich
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Stroebel, Johannes Anthonie Balthasar
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Stuber, Michaël Joseph (1873-1954)
*Anoniem (12 juni 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 24/De tentoonstelling voor Nijverheid en Kunst|‘De tentoonstelling voor Nijverheid en Kunst, de vorige week te Dordrecht geopend, […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 24, p. 116.
;Stutterheim, Louis (1873-1943)
*D.H. Brondgeest, Pres., J.H. Speenhoff, Sec., Jacs. van Gils, Penningm. (13 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 7/Kunst en letternieuws|‘Kunst en letternieuws’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 7, p. 46.
;Taanman, Jacob
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Taurel, Edouard
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Tetar van Elven, Paul
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies:
**P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 3-4].
;Tholen, Willem Bastiaan
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Tonge, Lammert van der
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Trautwein, Antonius Hendrikus (1851-1916)
*H.J. Walle Jzn. (6 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 6/1049e gewone vergadering|‘1049e gewone vergadering van Woensdag 3 Februari 1897’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 6, p. 32.
;Trautwein, A.M.
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Trigt, Hendrik Albert van
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
;Valkenburg, Hendrik (1826-1896)
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 juni 1872) [[Het Vaderland/Jaargang 1872/Nummer 135/Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond|‘Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond: [...]’]], ''Het Vaderland'', [p. 2].
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Verveer, Elchanon
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies:
**P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 3-4].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Verveer, Salomon Leonardus
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies:
**P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 3-4].
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 mei 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 117/Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan|‘Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 466.
;Vester, Willem
*Anoniem (14 juli 1854) [[Rotterdamsche Courant/Jaargang 1854/Nummer 164/Vestigden wij dezer dagen (...) de aandacht (...) op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het (...) lokaal der societeit Harmonie alhier|‘Vestigden wij dezer dagen [...] de aandacht [...] op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het [...] lokaal der societeit Harmonie alhier, [...]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 2].
;Vogel, Johannes Gijsbertus
*Anoniem (4 juni 1862) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1862/Nummer 130/De uitslag der keuze van de jury ter toekenning van zes gouden medailles van wege het Rijk en zes van wege de gemeente Rotterdam aan kunstenaars|‘De uitslag der keuze van de jury ter toekenning van zes gouden medailles van wege het Rijk en zes van wege de gemeente Rotterdam aan kunstenaars, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Vos, Maria (1824-1906)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Als huldeblijk op den 70sten verjaardag van mej. A. J. Haanen|‘Als huldeblijk op den 70sten verjaardag van mej. A. J. Haanen (14 Juni 1884), […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Vrolijk, Jan
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Waay, Nicolaas van der (1855-1936)
*Anoniem (17 april 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 16/De commissie van vereenigde kunstenaars te Amsterdam|‘De commissie van vereenigde kunstenaars te Amsterdam […] schrijft eene serie prijsvragen uit […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 16, p. 88.
*H.J. Walle Jzn. (6 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 6/1049e gewone vergadering|‘1049e gewone vergadering van Woensdag 3 Februari 1897’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 6, p. 32.
*Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Internationale kunsttentoonstelling in Chili|‘Internationale kunsttentoonstelling in Chili’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Wandscheer, Marie
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Weele, Herman van der (1852-1930)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Weissenbruch, Jan (1822-1880)
*''Catalogue des tableaux modernes formant le cabinet de feu M. Abel Langerhuizen d'Amsterdam. Réuni aux tableaux des successions de m. J. van der Chijs, à Delft et de madame la veuve Schiffer van Bleiswijk à La Haye'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 25 februari 1890.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/In De Brakke Grond|‘In De Brakke Grond waren heden de kabinetten ten toon gesteld, nagelaten door den welbekenden Amsterdamschen makelaar Abel Langerhuizen, van mevrouw de Wed. Schiffer van Bleiswijk te ’s-Hage en van den heer J. van der Chijs te Delft. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Weissenbruch, Jan Hendrik (1824-1903)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Catalogus der schilderijen en aquarellen uit de nalatenschap van J. H. Weissenbruch 1824-1903'', Pulchri Studio, Den Haag, 1 maart 1904.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (3 maart 1904) [[Haagsche Courant/1904/Nummer 6442/Bij de veiling-Weissenbruch|‘Bij de veiling-Weissenbruch, gister in „Pulchri“ gehouden, werden o. m. de volgende hooge prijzen besteed: […]’]], ''Haagsche Courant'', Tweede blad, [p. 2].
;Wenckebach, Willem (1860-1937)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Westerwoudt, Joannes Barnardus Antonius Maria (1849-1906)
*Anoniem (20 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 8/Jhr. Mr. Victor de Stuers heeft ten geschenke aangeboden|‘Jhr. Mr. Victor de Stuers heeft, namens den heer J. B. Westerwoudt te Haarlem, ten geschenke aangeboden […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 8, p. 51.
;Wetering de Rooij, Johannes Embrosius van de
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Wijsmuller, Jan Hillebrand (1855-1925)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Aanwinsten in het Haagsch Museum|‘Aanwinsten in het Haagsch Museum’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
*Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Internationale kunsttentoonstelling in Chili|‘Internationale kunsttentoonstelling in Chili’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
;Witkamp, Ernst (1854-1897)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (3 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 27/Het bestuur der Maatschappij Arti et Amicitia|‘Het bestuur der Maatschappij „Arti et Amicitia” […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 27, p. 130.
;Witsen, Willem
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies:
**L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 5.
;Wolbers, Herman
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Zilcken, Philip (1857-1930)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (24 april 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 17/Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn benoemd|‘Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn o.m. de navolgende commissiën benoemd tot het bijeenbrengen van zaken voor de in 1900 te Parijs te houden Tentoonstelling. […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 17, p. 92.
*Anoniem (24 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 30/Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900|‘Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900. Afdeelingen van Nederland en de koloniën’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 30, p. 142.
*Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p. 2].
;Zurcher, Frederik Willem
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
;Overige onderwerpen
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Anna Abrahams|Anna Abrahams]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Johannes Evert Hendrik Akkeringa|Johannes Evert Hendrik Akkeringa]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/August Allebé|August Allebé]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Louis Apol|Apol, Louis]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Adolphe Artz|Adolphe Artz]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Alexander Hugo Bakker Korff|Alexander Hugo Bakker Korff]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Marius Bauer|Marius Bauer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/David Bles|David Bles]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Bernard Blommers|Bernard Blommers]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Théophile de Bock|Théophile de Bock]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Johannes Bosboom|Johannes Bosboom]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/George Hendrik Breitner|George Hendrik Breitner]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Adolf le Comte|Comte, Adolf le]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Carel Dake|Carel Dake]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Paul Joseph Constantin Gabriël|Paul Joseph Constantin Gabriël]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Vincent van Gogh|Vincent van Gogh]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Cato Gruntke|Cato Gruntke]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Isaac Israëls|Isaac Israëls]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jozef Israëls|Jozef Israëls]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Hendrik Willem Mesdag|Hendrik Willem Mesdag]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Wally Moes|Wally Moes]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Piet Mondriaan|Piet Mondriaan]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Philip Sadée|Sadée, Philip]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Thérèse Schwartze|Schwartze, Thérèse]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Toorop|Toorop, Jan]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Albin Windhausen|Windhausen, Albin]]
*[[Hoofdportaal:Heinrich Windhausen|Windhausen, Heinrich]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Duitsland/Peter Heinrich Windhausen|Windhausen, Peter Heinrich]]
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
lxrt5i4n2xuiyp4b3goldltoxne2okh
225569
225539
2026-08-25T19:23:01Z
Vincent Steenberg
280
bronnen toegevoegd/verplaatst
225569
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Nederlandse schilderkunst;<br>ca. 1850-ca. 1914
| afbeelding = Van-willem-vincent-gogh-die-kartoffelesser-03850.jpg
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Nederlandse schilderkunst uit de periode ca. 1850 tot ca. 1914.
}}
== Algemeen ==
=== Tentoonstellingen ===
;1852
*''Lijst van schilderijen van levende Nederlandsche meesters'', Pictura, Groningen, juni 1852.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 juni 1852) [[Groninger Courant/Jaargang 111/Nummer 49/Nog slechts weinige jaren geleden|‘Nog slechts weinige jaren geleden, wat wist Groningen van de produkten der moderne Schilderkunst? […] [ingezonden]’]], ''Groninger Courant'', [p. 2].
;1885
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;1898
*''Tentoonstelling van schilderijen, aquarellen, teekeningen, enz. van werkende leden'', Haagsche Kunstkring, Den Haag, 17 augustus 1898-7 januari 1899.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (5 januari 1899) [[Het Vaderland/Jaargang 31/Nummer 4/Agenda|‘Agenda’]], ''Het Vaderland'', Tweede blad, [p. 2].
;1903
*[''Provinciale tentoonstelling van schilderijen, aquarellen en teekeningen''], Café National, Venlo, 5 juli 1903-...., geen catalogus.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (7 juli 1903) [[De Telegraaf/Jaargang 11/Nummer 3930/Avondblad/Men meldt ons uit Venlo, d.d. 6 dezer|‘Men meldt ons uit Venlo, d.d. 6 dezer: [...]’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, 2e Blad, [p. 1].
**Anoniem (8 juli 1903) [[Limburger Koerier/Jaargang 58/Nummer 156/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling’]], ''Limburger Koerier'', [p. 2].
== Bijzondere onderwerpen ==
;Alma Tadema, Lourens (1836-1912)
*Anoniem (9 oktober 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 41/Prijsvraag|‘Prijsvraag’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 41, p. 186.
*Anoniem (7 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 248/Avondblad/Men seint ons uit Londen|‘Men seint ons uit Londen: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, D, p. 3.
*[F.] (23 januari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 4/De kathedraal van Peterborough|‘De kathedraal van Peterborough’]], ''Architectura'', p. 22-23.
;Andringa, Martinus van (1864-1918)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Arendzen, Peter Johannes
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Asscher, Henriëtte
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Bach, Franciscus Hermanus (1865-1956)
*Anoniem (17 april 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 16/Door de Vereeniging tot bevordering der Bouwkunst te Groningen|‘Door de Vereeniging tot bevordering der Bouwkunst te groningen is […] uitgeschreven een nationale prijsvraag voor een salon-ameublement. […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 16, p. 88.
;Bankema, Lièger
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Bastert, Nicolaas (1854-1939)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
*Anoniem (13 oktober 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35448/Archief en museum van Utrecht|‘Archief en museum van Utrecht. Jaarverslag 1934’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p. 10.
;Beek, Louise Marie Françoise van der
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juni 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 133/De belangstelling in onze tentoonstelling van schoone kunsten wordt nog dagelijks grooter|‘De belangstelling in onze tentoonstelling van schoone kunsten wordt nog dagelijks grooter. [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 530.
;Beerends, Albert (1864-1941)
*Anoniem (19 juni 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 25/De bekroonden|‘De bekroonden in zake de prijsvraag voor een reclame-plaat der Vereeniging „Nijmegen Vooruit” zijn: […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 24, p. 120.
;Berens, Johan (1858-1925)
*Anoniem en Red. Architectura (30 januari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 5/Prijsvraag voor het ontwerpen van drie diploma's voor het Gen. Limburg|‘Prijsvraag voor het ontwerpen van drie diploma’s voor het Gen. „Limburg.” Provinciaal genootschap voor geschiedk. wetenschappen, taal en kunst’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 5, p. 30.
;Bilders-van Bosse, Marie
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Bisschop, Christoffel (1828-1904)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Bisschop, Richard
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Bisschop-Swift, Kate
*Anoniem (11 december 1871) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 204/Nummer 292/H. M. de Koningin, vergezeld door den heer Motley, bragt gister avond een bezoek aan Pulchri Studio's tweede kunstbeschouwing|‘H. M. de Koningin, vergezeld door den heer Motley, bragt gister avond een bezoek aan Pulchri Studio’s tweede kunstbeschouwing, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Bijvoegsel, [p. 1].
;Bodifée, Paul (1866-1938)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Boellaard, Corrie (1869-1934)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Boogaard, Willem Johan
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Bopp, Herman Adolphe
*Anoniem (7 april 1931) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 69/Nummer 81/Twintig jaar Limburgsche Kunstkring|‘Twintig jaar Limburgsche Kunstkring. Een tentoonstelling van de werken der leden en oud-leden’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p. 2].
;Borselen, Jan Willem van (1825-1892)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Bosch, Etienne
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Bosch, Felix (1872-na 1899)
*Anoniem (29 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 22/In den wedstrijd voor een reclamekaart|‘In den wedstrijd voor een reclamekaart door den heer W. G. Boele Sr. te Kampen, uitgeschreven […] zijn ingekomen 163 ontwerpen. […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 22, p. 108.
;Breitenstein, Carl August (1864-1921)
*Anoniem (7 september 1921) [[Het Vaderland/Jaargang 53/7 september 1921/Avondblad/Carl Breitenstein|‘Carl Breitenstein †’]], ''Het Vaderland'', Avondblad B, p. 2.
;Breman, Co (1865-1938)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Briët, Arthur (1867-1939)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Burnier, Richard
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies:
**P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 3-4].
;Carlebur, François
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Cate, Siebe ten
*Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p. 2].
;Cuypers, Henricus Hubertus
*Anoniem (9 februari 1856) [[De Roermondenaar, Nieuws- en advertentieblad voor stad en land/Jaargang 1/Nummer 6/Burgerlijke stand van Roermond, van den 1 tot en met 8 Februarij 1856|‘Burgerlijke stand van Roermond, van den 1 tot en met 8 Februarij 1856’]], ''De Roermondenaar'', [p. 2].
;Dam van Isselt, Lucie van
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Dankmeijer, Charles
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Dee, Corneille Henri
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Dekker, Hendrik Adriaan Christiaan
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Dekker-Sartorius, Sara
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Deventer, Willem Anthonie van
*Anoniem (4 juni 1862) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1862/Nummer 130/De uitslag der keuze van de jury ter toekenning van zes gouden medailles van wege het Rijk en zes van wege de gemeente Rotterdam aan kunstenaars|‘De uitslag der keuze van de jury ter toekenning van zes gouden medailles van wege het Rijk en zes van wege de gemeente Rotterdam aan kunstenaars, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Doeleman, Johan Hendrik (1848-1913)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Tentoonstelling van aquarellen, teekeningen, etsen, lithographiën en beeldhouwwerk door werkende leden van Pulchri Studio'', Pulchri Studio, Den Haag, 6 december 1906-1907.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (27 maart 1907) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 7/Nummer 86/Ochtendblad/Op de groepententoonstelling in Pulchri Studio|‘Op de groepententoonstelling in Pulchri Studio […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, [p. 3].
;Dozy, Reinhart
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Drabbe, Mies
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Eerelman, Otto
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Eickelberg, Willem Hendrik
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Ermel Scherer, Catherine Lumine Elise van
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Erven Dorens, Louis van
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Essen, Jan van (1854-1936)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Everdingen, Adrianus van
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Ezerman, Dirk Gerard (1848-1913)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Fabius Czn., Jan (1820-1889)
*Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/De schilderij van den heer J. Fabius|‘De schilderij van den heer J. Fabius, […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Famars Testas, Willem de
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Ferwerda, Barend
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Flier, Helmert Richard van der
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juni 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 133/De belangstelling in onze tentoonstelling van schoone kunsten wordt nog dagelijks grooter|‘De belangstelling in onze tentoonstelling van schoone kunsten wordt nog dagelijks grooter. [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 530.
;Fock, Anton
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Frankfort, Edouard (1864-1910)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Gildemeester, Anna (1867-1945)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Goedvriend, Theo
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Gorter, Arnold Marc (1866-1933)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
*Anoniem (23 maart 1905) [[De Noordbrabanter/Jaargang 76/Nummer 3947/Tentoonstelling te Luik|‘Tentoonstelling te Luik’]], ''De Noord Brabanter'', [p. 2].
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Graaff, Frederik Carel de
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
;Gram, Jo
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Greive, Petrus Franciscus
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
;Haan, Meijer de (1852-1895)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Haanen, Adriana (1814-1895)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Als huldeblijk op den 70sten verjaardag van mej. A. J. Haanen|‘Als huldeblijk op den 70sten verjaardag van mej. A. J. Haanen (14 Juni 1884), […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Haas, Hermina van der
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Haas, Jan de (1832-1908)
*''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p. 1.
;Halberstadt, Albert
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Hamel, Willem (1860-1924)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Hart Nibbrig, Ferdinand
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Heijl, Marius (1835-1931)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Hendriks, Gerke
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Hendriks, Sara (1846-1925)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Henkes, Gerke
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Hilverdink, Johannes
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Hogendorp-'s Jacob, Adrienne van
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Hooft, Cornelis Gerardus 't (1866-1936)
*Anoniem (3 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 27/Het bestuur der Maatschappij Arti et Amicitia|‘Het bestuur der Maatschappij „Arti et Amicitia” […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 27, p. 130.
*Anoniem (23 maart 1905) [[De Noordbrabanter/Jaargang 76/Nummer 3947/Tentoonstelling te Luik|‘Tentoonstelling te Luik’]], ''De Noord Brabanter'', [p. 2].
;Höppe, Ferdinand Bernhard
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Horssen, Wijnand Bastiaan van (1863-1931)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Hoynck van Papendrecht, Jan (1858-1933)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (20 november 1915) [[De Amstelbode/Jaargang 24/Nummer 7005/Koningin Elisabeth gehuldigd|‘Koningin Elisabeth gehuldigd’]], ''De Amstelbode'', Tweede Blad, [p. 3].
;Hubrecht, Bramine
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Huibers, Jan Derk
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Hulk, John Frederik (1855-1913)
*Anoniem (3 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 27/Het bestuur der Maatschappij Arti et Amicitia|‘Het bestuur der Maatschappij „Arti et Amicitia” […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 27, p. 130.
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Hulsteijn, Johan van (1860-1894)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Ingen, Hendrik Alexander
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Jamin, Diederik Franciscus
*''Tentoonstellingen van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1861.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (28 april 1861) [[De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode/Jaargang 26/Nummer 51/Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat|‘Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat, [...]’]], ''De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode'', [p. 2].
;Jansen, Hendrik Willebrord (1855-1908)
*Anoniem (24 april 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 17/Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn benoemd|‘Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn o.m. de navolgende commissiën benoemd tot het bijeenbrengen van zaken voor de in 1900 te Parijs te houden Tentoonstelling. […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 17, p. 92.
*Anoniem (3 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 27/Het bestuur der Maatschappij Arti et Amicitia|‘Het bestuur der Maatschappij „Arti et Amicitia” […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 27, p. 130.
*Anoniem (24 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 30/Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900|‘Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900. Afdeelingen van Nederland en de koloniën’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 30, p. 142.
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Janssen, Maria Francisca Hubertina
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Jonge, Marie de
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Jongkind, Johan Barthold (1819-1891)
*''Tentoonstelling van schilderijen door J. B. Jongkind'', Kunsthandel A. Preyer, Den Haag, april 1904.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Bij Preyer|‘Bij Preyer’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
*''Catalogus der tentoonstelling van schilderijen enz.'', E.J. van Wisselingh, Panorama Mesdag, Den Haag, oktober-november 1916.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 oktober 1916) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 73/Nummer 300/Avondblad/E. J. v. Wisselingh|‘E. J. v. Wisselingh. (Slot.) Gebouw Panorama Mesdag’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p. 1.
;Kate, Mari ten
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies:
**P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 3-4].
;Kerling, Anna
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Kever, Hein (1854-1922)
*Anoniem (20 november 1915) [[De Amstelbode/Jaargang 24/Nummer 7005/Koningin Elisabeth gehuldigd|‘Koningin Elisabeth gehuldigd’]], ''De Amstelbode'', Tweede Blad, [p. 3].
;Kever, Jacob Simon
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Kleijn, Lodewijk Johannes
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 mei 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 117/Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan|‘Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 466.
;Kleintjes, Jan (1872-1955)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Klinkenberg, Johannes Christiaan Karel
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juni 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 133/De belangstelling in onze tentoonstelling van schoone kunsten wordt nog dagelijks grooter|‘De belangstelling in onze tentoonstelling van schoone kunsten wordt nog dagelijks grooter. [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 530.
;Koekkoek, Johannes Hermanus Barend (1840-1912)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Koekkoek, Willem
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Koning, Arnold (1860-1945)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Koning, Edzard
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Koppenol, Cornelis
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Koster, Anton L.
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Krabbé, Heinrich Martin (1868-1931)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Kruseman, Jan Theodoor
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Kruseman van Elten, Hendrik Dirk
*''Tentoonstellingen van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1861.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (28 april 1861) [[De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode/Jaargang 26/Nummer 51/Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat|‘Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat, [...]’]], ''De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode'', [p. 2].
;Kuijpers, Cornelis (1864-1932)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Laar, Jan Hendrik van de
*Anoniem (14 juli 1854) [[Rotterdamsche Courant/Jaargang 1854/Nummer 164/Vestigden wij dezer dagen (...) de aandacht (...) op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het (...) lokaal der societeit Harmonie alhier|‘Vestigden wij dezer dagen [...] de aandacht [...] op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het [...] lokaal der societeit Harmonie alhier, [...]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 2].
;Laguna, Baruch (1864-1943)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Le Gras, August (1864-1915)
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Liernur, Willem Adriaan Alexander
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Lingeman, Lambertus
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Lokhorst, Dirk van
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Lommen, Jos. (sr.)
*Anoniem (17 april 1894) [[Limburger Koerier/Jaargang 49/Nummer 165/Roermond, 16 Juli|‘Roermond, 16 Juli’]], ''Limburger Koerier'', [p. 3].
*J. (31 maart 1888) [[De Maasbode/Jaargang 20/Nummer 3473/Lage-Zwaluwe, 30 Maart|‘Lage-Zwaluwe, 30 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
;Looy, Jac. van
*''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies:
**L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 5.
;Löwenstam, Leopold
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
;Luyten, Henry
*Anoniem (30 april 1931) [[Limburger Koerier/Jaargang 86/Nummer 101/Het museum aan de Pollartstraat|‘Het museum aan de Pollartstraat’]], ''Limburger Koerier'', eerste blad, p. 2.
;Maarel, Marinus van der
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Mar, David de la
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Maris, Matthijs (1839-1917)
*Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p. 2].
*Theo van Doesburg (15 september 1917) [[Eenheid/Nummer 380/Thijs Maris (1839-1917)|‘Thijs Maris (1839-1917)’]], ''Eenheid'', nr. 380, [p. 3].
*A.H. Feis (22 september 1917) [[Eenheid/Nummer 381/Thijs de Stralende|‘Thijs de Stralende’]], ''Eenheid'', nr. 381, [p. 3].
;Maris, Willem
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
**Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
*Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p. 2].
*Anoniem (23 maart 1905) [[De Noordbrabanter/Jaargang 76/Nummer 3947/Tentoonstelling te Luik|‘Tentoonstelling te Luik’]], ''De Noord Brabanter'', [p. 2].
;Martens, Willem Johann (1839-1895)
*''Tentoonstellingen van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1861.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (28 april 1861) [[De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode/Jaargang 26/Nummer 51/Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat|‘Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat, [...]’]], ''De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode'', [p. 2].
;Martens, Willy (1856-1927)
*Anoniem (24 april 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 17/Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn benoemd|‘Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn o.m. de navolgende commissiën benoemd tot het bijeenbrengen van zaken voor de in 1900 te Parijs te houden Tentoonstelling. […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 17, p. 92.
*Anoniem (24 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 30/Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900|‘Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900. Afdeelingen van Nederland en de koloniën’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 30, p. 142.
;Mastenbroek, Johan Hendrik van
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Mauve, Anton
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
**Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
*Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Bij Preyer|‘Bij Preyer’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
*Anoniem (27 maart 1907) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 7/Nummer 86/Ochtendblad/Men schrijft uit Londen|‘Men schrijft uit Londen aan de N. R. Ct.: […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, [p. 3].
;Mauve, Anton (jr.)
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Meeles, Derk (1872-1958)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Meer, Eduard van der (1846-1889)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Meijer, Louis
*Anoniem (14 juli 1854) [[Rotterdamsche Courant/Jaargang 1854/Nummer 164/Vestigden wij dezer dagen (...) de aandacht (...) op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het (...) lokaal der societeit Harmonie alhier|‘Vestigden wij dezer dagen [...] de aandacht [...] op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het [...] lokaal der societeit Harmonie alhier, [...]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 2].
;Melis, Henricus Joannes (1845-1923)
*Anoniem (26 augustus 1880) [[De Tijd/1880/Nummer 10075/Kunstnieuws|‘Kunstnieuws’]], ''De Tijd'', [p. 2].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Mesdag, Taco
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Mesdag-van Houten, Sientje (1834-1909)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Aanwinsten in het Haagsch Museum|‘Aanwinsten in het Haagsch Museum’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
;Meulen, François Pieter ter
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p. 2].
;Miedema, Rein (1835-1912)
*Anoniem (24 april 1912) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 99/Nummer 7916/Middaguitgave/Rein Miedema|‘Rein Miedema. †’]], ''Arnhemsche Courant'', Middaguitgave, tweede blad, [p. 1].
;Mondriaan, Frits (1853-1932)
*Anoniem (18 augustus 1882) [[Het Vaderland/Jaargang 14/Nummer 202/Tentoonstelling van pluimgedierte in den Zoölogischen Tuin|‘Tentoonstelling van pluimgedierte in den Zoölogischen Tuin’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 2].
;Moor, Pieter Cornelis de (1866-1953)
*D.H. Brondgeest, Pres., J.H. Speenhoff, Sec., Jacs. van Gils, Penningm. (13 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 7/Kunst en letternieuws|‘Kunst en letternieuws’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 7, p. 46.
;Münninghoff, Xeno
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Nakken, Willem Carel
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 juni 1872) [[Het Vaderland/Jaargang 1872/Nummer 135/Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond|‘Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond: [...]’]], ''Het Vaderland'', [p. 2].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Neuhuys, Albert (1844-1914)
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies:
**P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 3-4].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Bij Preyer|‘Bij Preyer’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Offermans, Tony
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Oldewelt, Ferdinand (1857-1935)
*''Catalogue des tableaux modernes formant le cabinet de feu M. Abel Langerhuizen d'Amsterdam. Réuni aux tableaux des successions de m. J. van der Chijs, à Delft et de madame la veuve Schiffer van Bleiswijk à La Haye'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 25 februari 1890.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/In De Brakke Grond|‘In De Brakke Grond waren heden de kabinetten ten toon gesteld, nagelaten door den welbekenden Amsterdamschen makelaar Abel Langerhuizen, van mevrouw de Wed. Schiffer van Bleiswijk te ’s-Hage en van den heer J. van der Chijs te Delft. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Oomen, A.M.
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Oort, Jan van (1867-1938)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Oosterzee, Hermannus Adrianus van (1863-1933)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Oppenoorth, Willem
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Oyens, David (1842-1902)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Oyens, Pieter
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Paling, Johannes Jacobus (1844-1892)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Pieters, Evert
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Poggenbeek, Geo
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
**Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
;Poll, Herbert van der (1877-1963)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Polvliet, Barend (1869-1918)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Poort, Adrianus Cornelis (1860-1935)
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Poort, R.C.
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Prins, Benjamin (1860-1934)
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Rappard, Anthon van (1858-1894)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Rip, Willem Cornelis
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Rivière, Adriaan de la
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Robertson, Suze
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
*Anoniem (20 november 1915) [[De Amstelbode/Jaargang 24/Nummer 7005/Koningin Elisabeth gehuldigd|‘Koningin Elisabeth gehuldigd’]], ''De Amstelbode'', Tweede Blad, [p. 3].
;Rochussen, Charles (1814-1894)
*Anoniem (10 augustus 1867) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 5/Nummer 32/Uit Amsterdam schrijft men|‘Uit Amsterdam schrijft men: […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 2].
;Roelofs, Willem (1822-1897)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Catalogus der tentoonstelling van schilderijen enz.'', E.J. van Wisselingh, Panorama Mesdag, Den Haag, oktober-november 1916.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 oktober 1916) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 73/Nummer 300/Avondblad/E. J. v. Wisselingh|‘E. J. v. Wisselingh. (Slot.) Gebouw Panorama Mesdag’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p. 1.
;Roelofs, Willem (jr.) (1874-1940)
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Ronner-Knip, Henriette
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 mei 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 117/Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan|‘Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 466.
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Roosenboom, Margaretha
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 mei 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 117/Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan|‘Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 466.
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Rossum du Chattel, Fredericus Jacobus van
*Anoniem (31 januari 1882) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 216/Nummer 26/Voor het middenraam van de firma Goupil en Cie. (Plaats) is deze week tentoongesteld|‘Voor het middenraam van de firma Goupil en Cie. (Plaats) is deze week tentoongesteld: […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en ’s Gravenhage'', p. 146.
;Rust, Johan Adolph
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Sande Bakhuyzen, Gerardine van de (1826-1895)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
;Sande Bakhuyzen, Julius Jacobus van de (1835-1925)
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Aanwinsten in het Haagsch Museum|‘Aanwinsten in het Haagsch Museum’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
;Schaap, Egbert (1862-1939)
*Anoniem (10 april 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 15/Door de firma Vos en Le Grand werd onlangs voor de leden van „St. Lucas” een prijsvraag uitgeschreven|‘Door de firma Vos en Le Grand werd onlangs voor de leden van „St. Lucas” een prijsvraag uitgeschreven voor een ontwerp van een tapijt […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 15, p. 84.
*''Vereeniging Sint Lucas. 8ste jaarlijksche tentoonstelling. Schilderijen, aquarellen, teekeningen, beeldhouwwerken, schetsen, enz.'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-augustus 1898.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Sint Lucas|‘Sint Lucas’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Schenkel, Jan Jacob
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 mei 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 117/Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan|‘Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 466.
;Schipperus, Piet (1840-1929)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (16 januari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 3/Nationale Tentoonstelling van Nijverheid en Kunst|‘Nationale Tentoonstelling van Nijverheid en Kunst’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 3, p. 19-20.
;Schmidt Crans, Johan Michaël
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
;Springer, Cornelis
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Steelink, Willem (sr.)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Steelink, Willem (jr.)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Storm van 's-Gravesande, Carel Nicolaas
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Stortenbeker, Pieter
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Stöver, Anton Diedrich
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Stroebel, Johannes Anthonie Balthasar
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Stuber, Michaël Joseph (1873-1954)
*Anoniem (12 juni 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 24/De tentoonstelling voor Nijverheid en Kunst|‘De tentoonstelling voor Nijverheid en Kunst, de vorige week te Dordrecht geopend, […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 24, p. 116.
;Stutterheim, Louis (1873-1943)
*D.H. Brondgeest, Pres., J.H. Speenhoff, Sec., Jacs. van Gils, Penningm. (13 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 7/Kunst en letternieuws|‘Kunst en letternieuws’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 7, p. 46.
;Taanman, Jacob
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Taurel, Edouard
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Tetar van Elven, Paul
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies:
**P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 3-4].
;Tholen, Willem Bastiaan
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Tonge, Lammert van der
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Trautwein, Antonius Hendrikus (1851-1916)
*H.J. Walle Jzn. (6 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 6/1049e gewone vergadering|‘1049e gewone vergadering van Woensdag 3 Februari 1897’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 6, p. 32.
;Trautwein, A.M.
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Trigt, Hendrik Albert van
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
;Valkenburg, Hendrik (1826-1896)
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 juni 1872) [[Het Vaderland/Jaargang 1872/Nummer 135/Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond|‘Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond: [...]’]], ''Het Vaderland'', [p. 2].
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Verveer, Elchanon
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies:
**P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 3-4].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Verveer, Salomon Leonardus
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies:
**P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 3-4].
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 mei 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 117/Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan|‘Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 466.
;Vester, Willem
*Anoniem (14 juli 1854) [[Rotterdamsche Courant/Jaargang 1854/Nummer 164/Vestigden wij dezer dagen (...) de aandacht (...) op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het (...) lokaal der societeit Harmonie alhier|‘Vestigden wij dezer dagen [...] de aandacht [...] op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het [...] lokaal der societeit Harmonie alhier, [...]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 2].
;Vogel, Johannes Gijsbertus
*Anoniem (4 juni 1862) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1862/Nummer 130/De uitslag der keuze van de jury ter toekenning van zes gouden medailles van wege het Rijk en zes van wege de gemeente Rotterdam aan kunstenaars|‘De uitslag der keuze van de jury ter toekenning van zes gouden medailles van wege het Rijk en zes van wege de gemeente Rotterdam aan kunstenaars, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Vos, Maria (1824-1906)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Als huldeblijk op den 70sten verjaardag van mej. A. J. Haanen|‘Als huldeblijk op den 70sten verjaardag van mej. A. J. Haanen (14 Juni 1884), […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Vrolijk, Jan
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Waay, Nicolaas van der (1855-1936)
*Anoniem (17 april 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 16/De commissie van vereenigde kunstenaars te Amsterdam|‘De commissie van vereenigde kunstenaars te Amsterdam […] schrijft eene serie prijsvragen uit […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 16, p. 88.
*H.J. Walle Jzn. (6 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 6/1049e gewone vergadering|‘1049e gewone vergadering van Woensdag 3 Februari 1897’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 6, p. 32.
*Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Internationale kunsttentoonstelling in Chili|‘Internationale kunsttentoonstelling in Chili’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Wandscheer, Marie
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Weele, Herman van der (1852-1930)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Weissenbruch, Jan (1822-1880)
*''Catalogue des tableaux modernes formant le cabinet de feu M. Abel Langerhuizen d'Amsterdam. Réuni aux tableaux des successions de m. J. van der Chijs, à Delft et de madame la veuve Schiffer van Bleiswijk à La Haye'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 25 februari 1890.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/In De Brakke Grond|‘In De Brakke Grond waren heden de kabinetten ten toon gesteld, nagelaten door den welbekenden Amsterdamschen makelaar Abel Langerhuizen, van mevrouw de Wed. Schiffer van Bleiswijk te ’s-Hage en van den heer J. van der Chijs te Delft. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Weissenbruch, Jan Hendrik (1824-1903)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Catalogus der schilderijen en aquarellen uit de nalatenschap van J. H. Weissenbruch 1824-1903'', Pulchri Studio, Den Haag, 1 maart 1904.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (3 maart 1904) [[Haagsche Courant/1904/Nummer 6442/Bij de veiling-Weissenbruch|‘Bij de veiling-Weissenbruch, gister in „Pulchri“ gehouden, werden o. m. de volgende hooge prijzen besteed: […]’]], ''Haagsche Courant'', Tweede blad, [p. 2].
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Wenckebach, Willem (1860-1937)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Westerwoudt, Joannes Barnardus Antonius Maria (1849-1906)
*Anoniem (20 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 8/Jhr. Mr. Victor de Stuers heeft ten geschenke aangeboden|‘Jhr. Mr. Victor de Stuers heeft, namens den heer J. B. Westerwoudt te Haarlem, ten geschenke aangeboden […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 8, p. 51.
;Wetering de Rooij, Johannes Embrosius van de
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Wijsmuller, Jan Hillebrand (1855-1925)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Aanwinsten in het Haagsch Museum|‘Aanwinsten in het Haagsch Museum’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
*Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Internationale kunsttentoonstelling in Chili|‘Internationale kunsttentoonstelling in Chili’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
;Witkamp, Ernst (1854-1897)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (3 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 27/Het bestuur der Maatschappij Arti et Amicitia|‘Het bestuur der Maatschappij „Arti et Amicitia” […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 27, p. 130.
;Witsen, Willem
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
*''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies:
**L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 5.
;Wolbers, Herman
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Zilcken, Philip (1857-1930)
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (24 april 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 17/Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn benoemd|‘Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn o.m. de navolgende commissiën benoemd tot het bijeenbrengen van zaken voor de in 1900 te Parijs te houden Tentoonstelling. […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 17, p. 92.
*Anoniem (24 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 30/Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900|‘Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900. Afdeelingen van Nederland en de koloniën’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 30, p. 142.
*Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p. 2].
;Zurcher, Frederik Willem
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
;Overige onderwerpen
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Anna Abrahams|Anna Abrahams]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Johannes Evert Hendrik Akkeringa|Johannes Evert Hendrik Akkeringa]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/August Allebé|August Allebé]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Louis Apol|Apol, Louis]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Adolphe Artz|Adolphe Artz]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Alexander Hugo Bakker Korff|Alexander Hugo Bakker Korff]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Marius Bauer|Marius Bauer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/David Bles|David Bles]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Bernard Blommers|Bernard Blommers]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Théophile de Bock|Théophile de Bock]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Johannes Bosboom|Johannes Bosboom]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/George Hendrik Breitner|George Hendrik Breitner]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Adolf le Comte|Comte, Adolf le]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Carel Dake|Carel Dake]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Paul Joseph Constantin Gabriël|Paul Joseph Constantin Gabriël]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Vincent van Gogh|Vincent van Gogh]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Cato Gruntke|Cato Gruntke]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Isaac Israëls|Isaac Israëls]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jozef Israëls|Jozef Israëls]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Jacob Maris|Jacob Maris]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Hendrik Willem Mesdag|Hendrik Willem Mesdag]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Wally Moes|Wally Moes]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Piet Mondriaan|Piet Mondriaan]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Philip Sadée|Sadée, Philip]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Thérèse Schwartze|Schwartze, Thérèse]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Toorop|Toorop, Jan]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Albin Windhausen|Windhausen, Albin]]
*[[Hoofdportaal:Heinrich Windhausen|Windhausen, Heinrich]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Duitsland/Peter Heinrich Windhausen|Windhausen, Peter Heinrich]]
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
r8lsg7gcjhznowk8eqpsy0nx2h8tvk2
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Wally Moes
100
32285
225557
122527
2026-08-25T18:55:15Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Wally Moes]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Wally Moes]]
106638
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Wally Moes
| afbeelding = Thérèse Schwartze - Portrait of Wally Moes - 1884.jpg
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over de Nederlandse schilderes [[w:nl:Wally Moes|Wally Moes]].
| artikelwikipedia =
}}
== Algemeen ==
*Rogge, Elis M. (16 november 1918) ‘Wally Moes †’, ''De Amsterdammer'', nr. 2160, p. 5.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (16 november 1918) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 75/Nummer 318/Avondblad/Weekbladen|‘Weekbladen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
== Opleiding ==
*Zilcken, Ph. (januari-juli 1898) [[Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift/Jaargang 8/Deel 15/Jan Toorop|‘Jan Toorop’]], ''Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift'', deel 15, p. 105-129.
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
;Veilingen
*''Eenige nagelaten schilderstukken en teekeningen van Wally Moes'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 20 mei 1919.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (18 mei 1919) [[De Telegraaf/Jaargang 27/Nummer 10477/Veiling Frederik Muller|‘Veiling Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', eerste blad, p. 3.
=== Tentoonstellingen ===
;1885
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;1893
*''Catalogus van de zesde tentoonstelling der Nederlandsche Etsclub'', Arti et Amicitiae, februari-maart 1893.<br>Recensies en aankondigingen:
**E.G.O. (26-27 februari 1893) [[Het Vaderland/Jaargang 25/Nummer 49/Zesde tentoonstelling der Nederl. Etsclub te Amsterdam|‘Zesde tentoonstelling der Nederl. Etsclub te Amsterdam’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2].
== Wally Moes in het openbare leven ==
== Werken ==
== Bijzondere onderwerpen ==
== Bekroningen - Prijzen - Huldigingen ==
== Leerlingen - Navolging - Nalatenschap ==
== Overig ==
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportalen]]
gxq3lwbfjpgg06uffuwmph33y2vscai
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw
100
32672
225588
223948
2026-08-25T20:31:31Z
Vincent Steenberg
280
bronnen toegevoegd/verplaatst
225588
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Nederlandse schilderkunst;<br>20e eeuw
| afbeelding = Piet Mondrian Victory Boogie Woogie.jpg
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Nederlandse schilderkunst uit de 20e eeuw.
| artikelwikipedia =
}}
== Algemeen ==
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Tentoonstellingen|Tentoonstellingen]]
== Geschiedenis van de Nederlandse schilderkunst uit de 20e eeuw ==
=== Bijzondere onderwerpen ===
;Akkeringa, Jan (1894-1983)
*''Tentoonstelling Voorburgsche Kunstkring'', Café Vronesteyn, Voorburg, 27 april-5 mei 1935, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (28 april 1935) [[Het Vaderland/Jaargang 67/28 april 1935/Tentoonstelling Voorburgsche Kunstkring|‘Tentoonstelling Voorburgsche Kunstkring’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad B, p. 2.
*''Tentoonstelling Voorburgsche Kunstkring'', Café Vronesteyn, Voorburg, 16-24 mei 1936, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/18 mei 1936/Avondblad/Tentoonstelling Voorburgsche Kunstkring|‘Tentoonstelling Voorburgsche Kunstkring’]], ''Het Vaderland'', Avondblad D, p. 2.
;Anrooy, Jan van
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Arntzenius, Floris (1864-1925)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Arntzenius, Paul
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Avoort, Herman van de
*Anoniem (19 juni 1933) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 71/Nummer 142/Tentoonstelling "Kunst en Arbeid"|‘Tentoonstelling „Kunst en Arbeid”’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p. 1].
;Bakermans, Adriaan
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Bakhoven, Jan
*''Werk van leden van de Limburgse Kunstkring'', Schilder- en tekenkundig Genootschap Kunstliefde, Utrecht, juni 1935, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 juni 1935) [[Limburger Koerier/Jaargang 90/Nummer 142/Limburgsche schilders|‘Limburgsche schilders. Waardeering voor hun werk. Een tentoonstelling te Utrecht’]], ''Limburger Koerier'', [eerste blad], p. 2.
;Bander, Jan Cornelis
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Bastert, Nicolaas (1854-1939)
*''Catalogus der tentoonstelling van schilderijen enz.'', E.J. van Wisselingh, Panorama Mesdag, Den Haag, oktober-november 1916.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 oktober 1916) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 73/Nummer 300/Avondblad/E. J. v. Wisselingh|‘E. J. v. Wisselingh. (Slot.) Gebouw Panorama Mesdag’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p. 1.
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Bauer, Lucas (1896-1959)
*[''Paastentoonstelling''], kunstzaal [Kunst van onze Tijd], Den Haag, 18 maart 1936-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Woensdag|‘Woensdag zal de Paaschtentoonstelling in de toonzaal Prins Mauritsplein 21—21 geopend worden […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Bayens, Han (1876-1945)
*''H. Bayens'', Koninklijke Kunstzaal Kleykamp, Den Haag, 2-23 januari 1926.<br>Aankondiging en recensies:
**J.H. de Bois (13 januari 1926) [[De Avondpost/Jaargang 41/Nummer 12967/Avondeditie/Kunstkroniek|‘Kunstkroniek’]], ''De Avondpost'', Avondeditie, Tweede blad, p. 1.
;Bendien, Jacob
*Anoniem (11 januari 1985) ‘'Meditist' Jacob Bendien, eigenzinnig kunstenaar’, ''Leeuwarder Courant'', LCetera, [p. 1].
;Berends, Barend
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Berg, Ans van den (1873-1942)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Berg, Else
*H.[asselt, Bertha van] (2 oktober 1918) [[Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant/Jaargang 1918/Nummer 231/Kunst in de Hofstad|‘Kunst in de Hofstad’]], ''Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant'', Eerste van 2 bladen, [p. 2].
;Berg, Johannes Marinus van den
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Berg, Jos van den
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Berserik, Hermanus (1921-2002)
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 3.
;Bezaan, Jo (1894-1920)
*Anoniem (23 december 1929) [[Het Vaderland/Jaargang 61/23 december 1929/Avondblad/In den kunsthandel D. Sala & Zn.|‘In den kunsthandel D. Sala & Zn. te Leiden […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
;Biermans, Jos
*''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies:
**L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p. 4.
;Bieruma Oosting, Jeanne (1898-1994)
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nrs. 29-30.
;Bleeker, Laurens (1905-1951)
*''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies:
**Jan Engelman (25 februari 1937) ‘Amsterdamsche tentoonstellingen. „De Onafhankelijken”’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Blommestein, Louise Alice Andrine van
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Boas-Zélander, Maria C.
*''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-29 november 1931, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1931) [[Haagsche Courant/1931/Nummer 14955/Tentoonstelling Volksuniversiteit|‘Tentoonstelling Volksuniversiteit’]], ''Haagsche Courant'', vijfde blad, p. 2.
**Anoniem (17 november 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 63/17 november 1931/Avondblad/De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
**W.Jos. de Gruyter (24 november 1931) ‘Groeptentoonstelling S.V.H.S. Gebouw der Volksuniversiteit, alhier’, ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
*''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 26 november-7 december 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 november 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 64/22 november 1932/Avondblad/In het gebouw der Volksuniversiteit|‘In het gebouw der Volksuniversiteit alhier […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Bobeldijk, Félicien
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Boer, Gerard de (1874-1935)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Boessen, Mathieu (1912-1998)
*[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p. 13.
*''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies:
**L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p. 4.
;Bogaerts, Jan
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Böhl, Wilhelmina
*''[[De Sphinx, Catalogus der eerste tentoonstelling van werken van leden en genoodigden|De Sphinx. Catalogus der eerste tentoonstelling van werken van leden en genoodigden]]'', De Harmonie, Leiden, 18-31 januari 1917.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 januari 1917) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 74/Nummer 21/Avondblad/Gezelschap De Sphinx|‘Gezelschap De Sphinx’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p. 1.
;Bongers, Berend Adrianus (1866-1949)
*[''Vierde tentoonstelling van het comité van St.-Lucas te Delft''], april 1904, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Men meldt ons|‘Men meldt ons: […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
;Boonen, Elias
*M.V. (23 november 1916) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 89/Nummer 28618/Avondblad/"De Onafhankelijken"|‘„De Onafhankelijken”]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 6.
;Bosch, Lena ten
*''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, 20 december 1924-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 december 1924) [[Delftsche Courant/Jaargang 83/Nummer 301/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste Blad, [p. 2].
*''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, december 1925-3 januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 december 1925) [[Delftsche Courant/Jaargang 84/Nummer 302/Kunstkring-tentoonstelling|‘Kunstkring-tentoonstelling’]], ''Delftsche Courant'', [Eerste Blad], [p. 2].
*''Kunstkring Delft'', Agathaklooster, Delft, 20 november-5 december 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 november 1926) [[Delftsche Courant/Jaargang 85/Nummer 274/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p. 2].
;Bottema, Tjeerd (1884-1978)
*[''Tentoonstelling van werken van Tjeerd Bottema, E. Idema, H. van Schaik en W. van Schaik''], Leeuwarder Kunstkring, Leeuwarden, april 1912, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 april 1912) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 99/Nummer 7916/Middaguitgave/Kleine berichten|‘Kleine berichten’]], ''Arnhemsche Courant'', Middaguitgave, tweede blad, [p. 1].
;Braken, Peter van den
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Breman, Co
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Briët, Arthur
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Broers, Edmée
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Bron, Louis
*Anoniem (19 februari 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/19 februari 1936/Ochtendblad/Kunst en practijk|‘Kunst en practijk’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad A, p. 3.
;Buning, Johan
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 4.
;Cardinaals, Louis
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Castell, Dora (ca. 1898-1972)
*''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies:
**Jan Engelman (25 februari 1937) ‘Amsterdamsche tentoonstellingen. „De Onafhankelijken”’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Chevallier, Co
*''[[:s:fr:Exposition internationale d’art moderne|Exposition Internationale d'Art Moderne]]'', Palais Electorale, Genève, 26 december 1920-25 januari 1921.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (13 januari 1921) [[De Telegraaf/Jaargang 29/Nummer 11075/Avondblad/Moderne kunst te Genève|‘Moderne kunst te Genève’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, tweede blad, p. 7.
;Coenen, Herman
*[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p. 13.
;Colnot, Arnout (1887-1983)
*''XVII Biennale di Venezia'', Venetië, 4 mei-4 november 1930.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (15 augustus 1930) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 103/Nummer 33579/Avondblad/De zeventiende Biennale te Venetië|‘De zeventiende „Biennale” te Venetië’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9.
;Dam, Han van (1901-1975)
*''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies:
**Jan Engelman (25 februari 1937) ‘Amsterdamsche tentoonstellingen. „De Onafhankelijken”’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Dam, Max van
*[''Najaarstentoonstelling van den Bredasche Kunstkring''], Concordia, Breda, 29 oktober 1936-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (30 oktober 1936) [[Bredasche Courant/Jaargang 146/Nummer 256/Tentoonstelling Bredasche Kunstkring|‘Tentoonstelling Bredasche Kunstkring’]], ''Bredasche Courant'', [p. 1].
;Dam, Wijnand van
*''[[De Sphinx, Catalogus der eerste tentoonstelling van werken van leden en genoodigden|De Sphinx. Catalogus der eerste tentoonstelling van werken van leden en genoodigden]]'', De Harmonie, Leiden, 18-31 januari 1917.
;Deering, Willem (1887-1954)
*Anoniem (7 augustus 1920) [[Het Vaderland/Jaargang 52/7 augustus 1920/Avondblad/Nationale Opera|‘Nationale Opera’]], ''Het Vaderland'', Avondblad A, [p. 1].
;Delft, Jan van
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Dievenbach, Hendricus Anthonius
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Dillen, Peter Martinus
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Dingstee, A. van
*Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/In J. H. de Bois' Kunsthandel|‘In J. H. de Bois’ Kunsthandel te Haarlem […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Dittlinger, Marinus Bonifacius Willem
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Domburg, Antoon van
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Dongen, Kees van
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. .
;Dooijewaard, Jacob (1876-1969)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
*''Tentoonstelling van schilderijen en beeldhouwwerken vervaardigd door leden der Maatschappij'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 10 april-mei 1937.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (12 april 1937) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 124/Nummer 15586/Tentoonstelling Arti et Amicitiae|‘Tentoonstelling „Arti et Amicitiae”’]], ''Arnhemsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Duursma, Djurre Pieter
*Doesburg, Theo van (4 maart 1916) [[Twenthe/4 maart 1916/De schilderwerken en batiks van Djurre Duursma|‘De schilderwerken en batiks van Djurre Duursma ’]], ''Twenthe'', editie onbekend, paginanummer onbekend.
*[De Anderen]. ''Catalogus der eerste tentoonstelling van kunstwerken der leden in de kunstzalen d'Audretsch'', Den Haag, 7 mei-7 juni 1916 (verlengd tot tweede helft juni).<br />Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (4 mei 1916) [[Leidsch Dagblad/Nummer 17235/"De Anderen"|‘„De Anderen”’]], ''Leidsch Dagblad'', Eerste Blad, [p. 1].
**U. (25 mei 1916) [[Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage/Jaargang 245/Nummer 123/De Anderen|‘De Anderen’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', eerste blad, [p. 1].
;Eck, Karel Antonie van
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Eeden, Paul van (1907-1996)
*[''Beeldhouwwerken door Dirk Bus en schilderijen van Paul van Eeden''], Kunstzaal ’t Center, Den Haag, ....-9 juni 1933, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
*Anoniem (23 mei 1933) [[Het Vaderland/Jaargang 65/23 mei 1933/Avondblad/Tot 9 Juni|‘Tot 9 Juni […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Epen, Jan van
*''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p. 1].
**C.L. Dake (15 oktober 1912) [[De Telegraaf/Jaargang 20/Nummer 7292/Avondblad/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede Blad, p. 8.
;Ferwerda, Barend (1880-1958)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
*[''Tentoonstelling van werken van B. Ferwerda en A.J.J. de Winter''], Waaggebouw, Nijmegen, 19 oktober-2 november 1924, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/De Kunstkring In Consten Een|‘De Kunstkring In Consten Een te Nijmegen […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Fokkens, Phocas
*[De Anderen]. ''Catalogus der eerste tentoonstelling van kunstwerken der leden in de kunstzalen d'Audretsch'', Den Haag, 7 mei-7 juni 1916 (verlengd tot tweede helft juni).<br />Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (4 mei 1916) [[Leidsch Dagblad/Nummer 17235/"De Anderen"|‘„De Anderen”’]], ''Leidsch Dagblad'', Eerste Blad, [p. 1].
**U. (25 mei 1916) [[Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage/Jaargang 245/Nummer 123/De Anderen|‘De Anderen’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', eerste blad, [p. 1].
;Franssen, Leo
*''Hedendaagsche Limburgsche Kunst'', Gemeentemuseum, Den Haag, 30 oktober-12 december 1937.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (30 oktober 1937) [[De Tijd/Nummer 29685/Avondblad/Hedendaagsche Limburgsche Kunst|‘Hedendaagsche Limburgsche Kunst’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Gallas, Corry
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Gardenier, Jaap (1933-)
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 10.
;Garf, Salomon (1879-1943)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
*''Tentoonstelling van schilderijen en beeldhouwwerken vervaardigd door leden der Maatschappij'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 10 april-mei 1937.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (12 april 1937) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 124/Nummer 15586/Tentoonstelling Arti et Amicitiae|‘Tentoonstelling „Arti et Amicitiae”’]], ''Arnhemsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Gerdes, Ed (1887-1945)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Gerretsen, Huub
*''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-29 november 1931, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1931) [[Haagsche Courant/1931/Nummer 14955/Tentoonstelling Volksuniversiteit|‘Tentoonstelling Volksuniversiteit’]], ''Haagsche Courant'', vijfde blad, p. 2.
**Anoniem (17 november 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 63/17 november 1931/Avondblad/De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
**W.Jos. de Gruyter (24 november 1931) ‘Groeptentoonstelling S.V.H.S. Gebouw der Volksuniversiteit, alhier’, ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
;Gielen, Gerda (1910-1983)
*[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p. 13.
*''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies:
**L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p. 4.
;Gils, Petrus van
*''Tentoonstelling van de leden van de Bredasche Kunstkring'', Sociëteit Concordia, Breda, 18-22 mei 1934, getypte catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (19 mei 1934) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 74/Nummer 14941/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p. 6.
*''Bredasche Kunstkring, werken van leden'', Stedelijk Museum, Breda, 5-12 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (6 juli 1935) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 75/Nummer 15285/De tentoonstelling in Concordia en Stedelijk Museum|‘De tentoonstelling in Concordia en Stedelijk Museum’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p. 6.
*[''Pinkster-tentoonstelling''], Concordia, Breda, 29 mei-2 juni 1936.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (30 mei 1936) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 76/Nummer 15559/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', p. 6.
;Goedvriend, Theo
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Gorter, Arnold Marc (1866-1933)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Graadt van Roggen, Johannes (1867-1959)
*[''Tentoonstelling van schilderijen, tekeningen en etsen van Graadt van Roggen''], Leidsche Kunstvereeniging, Leiden, ca. 16-ca. 23 december 1905, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 december 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24654/Avondblad/Men meldt ons uit Leiden|‘Men meldt ons uit Leiden: […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 10.
;Graafland, Rob
*Anoniem (7 april 1931) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 69/Nummer 81/Twintig jaar Limburgsche Kunstkring|‘Twintig jaar Limburgsche Kunstkring. Een tentoonstelling van de werken der leden en oud-leden’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p. 2].
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Grégoire, Jan
*''Hedendaagsche Limburgsche Kunst'', Gemeentemuseum, Den Haag, 30 oktober-12 december 1937.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (30 oktober 1937) [[De Tijd/Nummer 29685/Avondblad/Hedendaagsche Limburgsche Kunst|‘Hedendaagsche Limburgsche Kunst’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Groenendaal, Jeane (1898-1966)
*''Werk van leden van de Limburgse Kunstkring'', Schilder- en tekenkundig Genootschap Kunstliefde, Utrecht, juni 1935, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 juni 1935) [[Limburger Koerier/Jaargang 90/Nummer 142/Limburgsche schilders|‘Limburgsche schilders. Waardeering voor hun werk. Een tentoonstelling te Utrecht’]], ''Limburger Koerier'', [eerste blad], p. 2.
*[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p. 13.
*''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies:
**L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p. 4.
;Groenestein, Jan (1919-1971)
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nrs. 14-15.
;Gussenhoven, Georges (1899-1990)
*''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-30 november 1930, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (15 november 1930) [[Haagsche Courant/1930/Nummer 14653/Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 2.
;Hartman, Wibbo
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Hasselt, Bertha van
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Haverman, Hendrik (1857-1928)
*Anoniem (23 maart 1905) [[De Noordbrabanter/Jaargang 76/Nummer 3947/Tentoonstelling te Luik|‘Tentoonstelling te Luik’]], ''De Noord Brabanter'', [p. 2].
;Haverman-Birnie, Carolina
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Heel, Jan van (1898-1990)
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 17.
;Heesters, Jan
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Heide, Johannes Wilhelm van der (1878-1956)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Heijnen, Frans (1913-1981)
*[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p. 13.
;Helden, Jan van
*Gootzen, P.J. (1969) ‘Jan van Helden. Kunstenaar uit eigen Heem’, ''roerstreek ’69'', p. 39-42.
;Hem, Piet van der
*Anoniem (12 oktober 1913) [[Het Vaderland/Jaargang 45/Nummer 243/Agenda|‘Agenda’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad, B, [p. 2].
;Henkes, Dolf (1903-1989)
*''Catalogus van de St. Willibrordtentoonstelling. Willibrord-herdenking 739-1939'', Centraal Museum, Universiteit Utrecht, Dom van Utrecht, Utrecht, 16 juni-15 september 1939.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht|‘De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht wordt morgen geopend door minister Colijn. Een schat aan kunstwerken van de vroege Middeleeuwen tot op onzen tijd’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Heynes, Theodoor (1920-1990)
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 19.
;Heyse, Jan
*[''Grafiek''], Haagsche Kunstkring, Den Haag, 1929, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Ω (18 december 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33343/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p. 7.
;Hogerwaard, Georges
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Hollman, Charles
*''Werk van leden van de Limburgse Kunstkring'', Schilder- en tekenkundig Genootschap Kunstliefde, Utrecht, juni 1935, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 juni 1935) [[Limburger Koerier/Jaargang 90/Nummer 142/Limburgsche schilders|‘Limburgsche schilders. Waardeering voor hun werk. Een tentoonstelling te Utrecht’]], ''Limburger Koerier'', [eerste blad], p. 2.
;Hoog, Bernard de (1866-1943)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Hoog, Hendrik de
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Höppe, Ferdinand Bernhard (1841-1922)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Horn, Jos ten (1894-1956)
*''Catalogus van de St. Willibrordtentoonstelling. Willibrord-herdenking 739-1939'', Centraal Museum, Universiteit Utrecht, Dom van Utrecht, Utrecht, 16 juni-15 september 1939.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht|‘De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht wordt morgen geopend door minister Colijn. Een schat aan kunstwerken van de vroege Middeleeuwen tot op onzen tijd’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Hul, Jan
*Anoniem (19 oktober 1929) [[Anoniem/Schilderijententoonstelling te Maastricht|‘Schilderijententoonstelling te Maastricht’]], ''Het Volk'', Avondblad, Vierde blad, [p. 2].
;Hul, Mathieu
*Anoniem (19 oktober 1929) [[Anoniem/Schilderijententoonstelling te Maastricht|‘Schilderijententoonstelling te Maastricht’]], ''Het Volk'', Avondblad, Vierde blad, [p. 2].
*Anoniem (4 mei 1932) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 105/Schilderkunst|‘Schilderkunst. Maastrichtsch Stedelijk Museum. Een jongeren groep’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, p. 9.
;Jans, Jan (1872-1943)
*Anoniem (28 mei 1922) [[De Telegraaf/Jaargang 30/Nummer 11570/Memorandum|‘Memorandum’]], ''De Telegraaf'', p. 9.
;Jansen, Jan (1876-1958)
*''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, 20 december 1924-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 december 1924) [[Delftsche Courant/Jaargang 83/Nummer 301/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste Blad, [p. 2].
*''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, december 1925-3 januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 december 1925) [[Delftsche Courant/Jaargang 84/Nummer 302/Kunstkring-tentoonstelling|‘Kunstkring-tentoonstelling’]], ''Delftsche Courant'', [Eerste Blad], [p. 2].
*''Kunstkring Delft'', Agathaklooster, Delft, 20 november-5 december 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 november 1926) [[Delftsche Courant/Jaargang 85/Nummer 274/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p. 2].
;Jansen, Willem (1892-1969)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Janssen, Maria Francisca Hubertina (1878-1925)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Janssen, Pierre
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Jelinger, Han
*Anoniem (17 oktober 1936) [[Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 245/Kunstenaarsvereeniging "Limburg"|‘Kunstenaarsvereeniging „Limburg”. Niet voor amateurs’]], ''Limburger Koerier'', p. 3.
*''Hedendaagsche Limburgsche Kunst'', Gemeentemuseum, Den Haag, 30 oktober-12 december 1937.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (30 oktober 1937) [[De Tijd/Nummer 29685/Avondblad/Hedendaagsche Limburgsche Kunst|‘Hedendaagsche Limburgsche Kunst’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Jennekens, Nic (1915-1984)
*[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p. 13.
;Jong, Germ de (1886-1967)
*''Salon des Indédendants'', Grand Palais, Parijs, 1927.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (31 januari 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32299/Avondblad/"Indépendants"|‘„Indépendants”’]], ''Algemeen Handelsblad'', derde blad, p. 9.
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 20.
;Karsen, Eduard (1860-1941)
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Ket, Dick
*''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies:
**L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 5.
;Kiehl, Henri
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Knip, Willem (1883-1967)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Koch, Pyke
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
*Anoniem (11 mei 1936) [[Haagsche Courant/1936/Nummer 16338/Bijzondere frankeerzegels|‘Bijzondere frankeerzegels. Ter gelegenheid van het 300-jarige bestaan der Utrechtsche universiteit’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p. 3.
*Anoniem (5 september 1938) [[De Maasbode/Jaargang 70/Nummer 28200/Avondblad/Het Centraal Museum te Utrecht|‘Het Centraal Museum te Utrecht. De viering van het honderdjarig bestaan. Een aantal schenkingen bij deze gelegenheid gedaan’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Komter, Douwe
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Koolwijk, Cornelis Marie van
*''Tentoonstelling van de leden van de Bredasche Kunstkring'', Sociëteit Concordia, Breda, 18-22 mei 1934, getypte catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (19 mei 1934) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 74/Nummer 14941/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p. 6.
*''Bredasche Kunstkring, werken van leden'', Stedelijk Museum, Breda, 5-12 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (6 juli 1935) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 75/Nummer 15285/De tentoonstelling in Concordia en Stedelijk Museum|‘De tentoonstelling in Concordia en Stedelijk Museum’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p. 6.
;Koppenol, Cornelis
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Kops, Frans
*Anoniem (26 augustus 1918) [[De Maasbode/Jaargang 50/Nummer 15847/Avondblad/Tentoonstellingen|‘Tentoonstellingen’]], ''De Maasbode'', Avondblad, tweede blad, p. 2-3.
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Koster, Anton L. (1859-1937)
*''Tentoonstelling van aquarellen, teekeningen, etsen, lithographiën en beeldhouwwerk door werkende leden van Pulchri Studio'', Pulchri Studio, Den Haag, 6 december 1906-1907.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (27 maart 1907) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 7/Nummer 86/Ochtendblad/Op de groepententoonstelling in Pulchri Studio|‘Op de groepententoonstelling in Pulchri Studio […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, [p. 3].
;Krabbé, Heinrich Martin (1868-1931)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Kramer, Martinus (1860-1918)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Kropff, Joop
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Krug, Han
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Kruyder, Herman (1881-1935)
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 25.
;Kuyten, Harrie (1883-1952)
*''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies:
**Jan Engelman (25 februari 1937) ‘Amsterdamsche tentoonstellingen. „De Onafhankelijken”’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Laar, Arnold van de
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Laat, Hendrik de
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Laguna, Baruch
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Langeveld, Frans (1877-1939)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Leck, Bart van der
*Anoniem (22 augustus 1919) [[De Maasbode/Jaargang 51/Nummer 16456/Avondblad/De Raad voor Nederl. Kunst en Letteren in den Vreemde|‘De Raad voor Nederl. Kunst en Letteren in den Vreemde’]], ''De Maasbode'', Avondblad, eerste blad, p. 2.
*H. (30 januari 1923) [[Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant/Jaargang 1923/Nummer 25/"De Branding"|‘„De Branding”’]], ''Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant'', Tweede Blad, [p. 2-3].
;Ledeboer, Sara (1867-1952)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Legner, Johan Coenraad Ulrich (1859-1932)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Lehmann, Anna
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Leurs, Henk (1890-1956)
*''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, december 1925-3 januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 december 1925) [[Delftsche Courant/Jaargang 84/Nummer 302/Kunstkring-tentoonstelling|‘Kunstkring-tentoonstelling’]], ''Delftsche Courant'', [Eerste Blad], [p. 2].
*''Kunstkring Delft'', Agathaklooster, Delft, 20 november-5 december 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 november 1926) [[Delftsche Courant/Jaargang 85/Nummer 274/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p. 2].
;Lijnschooten, Jan van (1875-1958)
*[''Vierde tentoonstelling van het comité van St.-Lucas te Delft''], april 1904, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Men meldt ons|‘Men meldt ons: […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
;Lint, Suze de
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Löb, Alfred
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Lommen, Frans (1921-2005)
*''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies:
**L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p. 4.
;Lommers, Frans
*[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p. 13.
;Mackenzie, Maria Henry
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Maks, Kees (1876-1967)
*''XVII Biennale di Venezia'', Venetië, 4 mei-4 november 1930.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (15 augustus 1930) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 103/Nummer 33579/Avondblad/De zeventiende Biennale te Venetië|‘De zeventiende „Biennale” te Venetië’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9.
;Marré, Gerrit
*Haveha (6 juli 1934) [[Nieuwe Tilburgsche Courant/Jaargang 56/Nummer 11980/Kunsttentoonstelling in de congreszaal|‘Kunsttentoonstelling in de congreszaal. II’]], ''Nieuwe Tilburgsche Courant'', tweede blad, [p. 2].
;Martens, Willy (1856-1927)
*Anoniem (2 spril 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Volgens ontvangen telegram|‘Volgens ontvangen telegram van Willy Martens aan Mesdag, […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Mastenbroek, Johan Hendrik van
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Meijer, Sal
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Mendlik, Oszkár (1871-1963)
*Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/De Hongaarsche schilder Oscar Mendlik|‘De Hongaarsche schilder Oscar Mendlik, […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Mierlo, Louise van
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Moll, Evert
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Monnickendam, Martin
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
*''XVII Biennale di Venezia'', Venetië, 4 mei-4 november 1930.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (15 augustus 1930) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 103/Nummer 33579/Avondblad/De zeventiende Biennale te Venetië|‘De zeventiende „Biennale” te Venetië’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9.
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Moor, Pieter Cornelis de (1866-1953)
*''Tentoonstelling van werken door P. Cornelis de Moor'', Kunsthandel Esther Surrey, Scheveningen, juni-juli 1918.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 juni 1918) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 75/Nummer 175/Avondblad/P. C. de Moor|‘P. C. de Moor’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p. 1.
*[''P.C. de Moor''], De Poort, Den Haag, december 1929, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Ω (18 december 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33343/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p. 7.
;Moulijn, Simon (1866-1948)
*Anoniem (20 november 1915) [[De Amstelbode/Jaargang 24/Nummer 7005/Koningin Elisabeth gehuldigd|‘Koningin Elisabeth gehuldigd’]], ''De Amstelbode'', Tweede Blad, [p. 3].
;Muis, Albert (1914-1988)
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 27.
;Mulder, Albert
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Müller, Willem (1859-1923)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Nieser, Hans
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Oerder, Frans
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Oldewelt, Ferdinand (1857-1935)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Ontrop, Herman Gijsbertus
*[''halfjaarlijksche tentoonstelling Bredasche Kunstkring''], Concordia, Breda, december 1935, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (4 december 1935) [[Bredasche Courant/Jaargang 145/Nummer 283/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''De Bredasche Courant'', [p. 1].
*[''Pinkster-tentoonstelling''], Concordia, Breda, 29 mei-2 juni 1936.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (30 mei 1936) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 76/Nummer 15559/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', p. 6.
*[''Najaarstentoonstelling van den Bredasche Kunstkring''], Concordia, Breda, 29 oktober 1936-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (30 oktober 1936) [[Bredasche Courant/Jaargang 146/Nummer 256/Tentoonstelling Bredasche Kunstkring|‘Tentoonstelling Bredasche Kunstkring’]], ''Bredasche Courant'', [p. 1].
;Paes, Wil
*''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies:
**L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p. 4.
;Peeters, Frans
*Anoniem (31 juli 1993) ‘Recent werk Frans Peeters’, ''Limburgsch Dagblad'', p. 2.
;Peizel, Bart (1887-1974)
*Anoniem (23 december 1929) [[Het Vaderland/Jaargang 61/23 december 1929/Avondblad/De bijeenkomst der jury|‘De bijeenkomst der jury voor den door de Thérèse van Duyl-Schwartze Stichting uitgeschreven Portretprijs […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
;Perey, Emmanuel (1864-1937)
*Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/De heer Emmanuel Perey|‘De heer Emmanuel Perey, kunstschilder te Venlo, […]’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Pessers, Henriëtte (1899-1986)
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
*''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies:
**Jan Engelman (25 februari 1937) ‘Amsterdamsche tentoonstellingen. „De Onafhankelijken”’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Philipse, Maria
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
;Pieters, Evert (1856-1932)
*Anoniem (23 december 1929) [[Het Vaderland/Jaargang 61/23 december 1929/Avondblad/Zooals bekend|‘Zooals bekend zal de gemeente Laren (N.H.) voor het nieuwe gouvernementsgebouw te Haarlem een schilderij aanbieden. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
;Pijnenburg, Reinier
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Poortenaar, Jan (1886-1958)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Port, Justin van de
*Anoniem (4 mei 1932) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 105/Schilderkunst|‘Schilderkunst. Maastrichtsch Stedelijk Museum. Een jongeren groep’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, p. 9.
*''Werk van leden van de Limburgse Kunstkring'', Schilder- en tekenkundig Genootschap Kunstliefde, Utrecht, juni 1935, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 juni 1935) [[Limburger Koerier/Jaargang 90/Nummer 142/Limburgsche schilders|‘Limburgsche schilders. Waardeering voor hun werk. Een tentoonstelling te Utrecht’]], ''Limburger Koerier'', [eerste blad], p. 2.
;Princée, Gerard (1908-1999)
*[''halfjaarlijksche tentoonstelling Bredasche Kunstkring''], Concordia, Breda, december 1935, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (4 december 1935) [[Bredasche Courant/Jaargang 145/Nummer 283/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''De Bredasche Courant'', [p. 1].
*[''Pinkster-tentoonstelling''], Concordia, Breda, 29 mei-2 juni 1936.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (30 mei 1936) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 76/Nummer 15559/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', p. 6.
*[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p. 13.
;Pruijs van der Hoeven, Clémence (1839-1921)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Raalte, Martinus van (1873-1944)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Raemaekers, Louis
*Anoniem (26 maart 1949) ‘Expositie tekeningen van Louis Raemaekers te Roermond’, ''Limburgsch Dagblad'', [p. 9].
;Regt, Piet de
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Regteren Altena, Marie van (1868-1958)
*''Tentoonstelling. Schilderijen van mej. M. E. van Regteren Altena (Amsterdam) en mevr. B. Westendorp-Osieck (Amsterdam). Beeldhouwwerken van Tjipke Visser (Bergen N.H.)'', Rotterdamsche Kunstkring, Rotterdam, 16 januari-2 februari 1937, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (19 januari 1937) [[Rotterdamsch Nieuwsblad/Jaargang 59/Nummer 18041/Kunstkring|‘Kunstkring. Werk van mej. Van Regteren Altena, mevr. Westendorp-Osieck en Tjipke Visser’]], ''Rotterdamsch Nieuwsblad'', derde blad, p. 1.
;Reuchlin-Lucardie, Henriëtte Johanna
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Rezelman (1887-1967)
*''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies:
**Jan Engelman (25 februari 1937) ‘Amsterdamsche tentoonstellingen. „De Onafhankelijken”’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Ritsema, Coba (1876-1961)
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 33.
;Ritsema, Jacob
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Robertson, Suze (1855-1922)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 35.
;Roelofs, Willem (jr.) (1874-1940)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Roelofsz, Charles (1897-1962)
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 34.
;Roggeveen, Dirk
*''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-30 november 1930, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (15 november 1930) [[Haagsche Courant/1930/Nummer 14653/Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 2.
*''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-29 november 1931, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1931) [[Haagsche Courant/1931/Nummer 14955/Tentoonstelling Volksuniversiteit|‘Tentoonstelling Volksuniversiteit’]], ''Haagsche Courant'', vijfde blad, p. 2.
**Anoniem (17 november 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 63/17 november 1931/Avondblad/De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
**W.Jos. de Gruyter (24 november 1931) ‘Groeptentoonstelling S.V.H.S. Gebouw der Volksuniversiteit, alhier’, ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
*''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 26 november-7 december 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 november 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 64/22 november 1932/Avondblad/In het gebouw der Volksuniversiteit|‘In het gebouw der Volksuniversiteit alhier […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Ronda, Frans (1899-1976)
*[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p. 13.
;Roodenburg, Hendrikus Elias (1895-1987)
*''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-30 november 1930, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (15 november 1930) [[Haagsche Courant/1930/Nummer 14653/Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 2.
*''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-29 november 1931, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1931) [[Haagsche Courant/1931/Nummer 14955/Tentoonstelling Volksuniversiteit|‘Tentoonstelling Volksuniversiteit’]], ''Haagsche Courant'', vijfde blad, p. 2.
**Anoniem (17 november 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 63/17 november 1931/Avondblad/De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
**W.Jos. de Gruyter (24 november 1931) ‘Groeptentoonstelling S.V.H.S. Gebouw der Volksuniversiteit, alhier’, ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Roovers, Kees (1890-1978)
*[''Paastentoonstelling''], kunstzaal [Kunst van onze Tijd], Den Haag, 18 maart 1936-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Woensdag|‘Woensdag zal de Paaschtentoonstelling in de toonzaal Prins Mauritsplein 21—21 geopend worden […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Ros, Johannes Dominicus (1875-1952)
*Anoniem (1 februari 1937) [[Het Vaderland/Jaargang 68/1 februari 1937/Avondblad/Kunstaardewerk en architectonisch aardewerk|‘Kunstaardewerk en architectonisch aardewerk. Van sierbord tot vensterbank’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Rouw, Henk de
*''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, december 1925-3 januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 december 1925) [[Delftsche Courant/Jaargang 84/Nummer 302/Kunstkring-tentoonstelling|‘Kunstkring-tentoonstelling’]], ''Delftsche Courant'', [Eerste Blad], [p. 2].
*''Kunstkring Delft'', Agathaklooster, Delft, 20 november-5 december 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 november 1926) [[Delftsche Courant/Jaargang 85/Nummer 274/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p. 2].
;Rovers, Dio
*Haveha (6 juli 1934) [[Nieuwe Tilburgsche Courant/Jaargang 56/Nummer 11980/Kunsttentoonstelling in de congreszaal|‘Kunsttentoonstelling in de congreszaal. II’]], ''Nieuwe Tilburgsche Courant'', tweede blad, [p. 2].
*[''Pinkster-tentoonstelling''], Concordia, Breda, 29 mei-2 juni 1936 (buiten de catalogus).<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (30 mei 1936) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 76/Nummer 15559/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', p. 6.
*[''Najaarstentoonstelling van den Bredasche Kunstkring''], Concordia, Breda, 29 oktober 1936-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (30 oktober 1936) [[Bredasche Courant/Jaargang 146/Nummer 256/Tentoonstelling Bredasche Kunstkring|‘Tentoonstelling Bredasche Kunstkring’]], ''Bredasche Courant'', [p. 1].
;Rubbens, Elsa
*Anoniem (19 juni 1933) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 71/Nummer 142/Tentoonstelling "Kunst en Arbeid"|‘Tentoonstelling „Kunst en Arbeid”’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p. 1].
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Ruijsch, Aletta (1860-1930)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Ruijsch van Dugteren, Lodewijk Dirk
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Salim, Saraochim
*''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies:
**L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 5.
;Sauerbier, Hermina Geertruida
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Schaijk, Sjef van
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Schaik, Hugo van (1872-1946)
*[''Tentoonstelling van werken van Tjeerd Bottema, E. Idema, H. van Schaik en W. van Schaik''], Leeuwarder Kunstkring, Leeuwarden, april 1912, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 april 1912) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 99/Nummer 7916/Middaguitgave/Kleine berichten|‘Kleine berichten’]], ''Arnhemsche Courant'', Middaguitgave, tweede blad, [p. 1].
;Schaik, Willem van (1874-1938)
*[''Tentoonstelling van werken van Tjeerd Bottema, E. Idema, H. van Schaik en W. van Schaik''], Leeuwarder Kunstkring, Leeuwarden, april 1912, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 april 1912) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 99/Nummer 7916/Middaguitgave/Kleine berichten|‘Kleine berichten’]], ''Arnhemsche Courant'', Middaguitgave, tweede blad, [p. 1].
;Scheffers, Jef (1906-2009)
*Anoniem (19 oktober 1929) [[Anoniem/Schilderijententoonstelling te Maastricht|‘Schilderijententoonstelling te Maastricht’]], ''Het Volk'', Avondblad, Vierde blad, [p. 2].
*''Ausstelling niederländischer-limburgischer Kunst'', Suermondt-Museum, Aken, 7-28 juni 1936, Haus des Kunstvereins für die Rheinlande und Westfalen, Düsseldorf, 4 juli 1936-...., Essen, Münster, Keulen (....-september 1936).<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 juni 1936) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 19/Nummer 133/Tentoonstelling van Limb. Kunst te Aken|‘Tentoonstelling van Limb. Kunst te Aken’]], ''Limburgsch Dagblad'', eerste blad, [p. 3].
**J.D.L. (19 juni 1936) [[Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 143/Tentoonstelling van Limburgsche Kunst te Aken|‘Tentoonstelling van Limburgsche Kunst te Aken’]], ''Limburger Koerier'', p. 5.
*[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p. 13.
;Schelfhout, Lodewijk
*''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Moderne Kunstkring (1)|‘Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p. 6.
;Scherrewitz, Johan Frederik Cornelis
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Schiedges, Petrus Paulus (II) (1860-1922)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Schildt, Martin (1867-1921)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Schipperus, Piet (1840-1929)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Schmitz, Pie (1904-1972)
*''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies:
**L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p. 4.
;Schotel, Marie (1883-1957)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Schregel, Bernard
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Schreuder van de Coolwijk, Jan
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Schulman, David
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Serpenti, Guillaume (1906-1982)
*[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p. 13.
;Serton van Rosweyde, Piet A. (1888-1914)
*''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p. 1].
**C.L. Dake (15 oktober 1912) [[De Telegraaf/Jaargang 20/Nummer 7292/Avondblad/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede Blad, p. 8.
**G.H. Marius (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Moderne Kunstkring (2)|‘Moderne Kunstkring. — Stedelijk Museum, Amsterdam. II’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p. 7.
;Sijben de Maroye, Edmond von (1876-1970)
*''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies:
**L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p. 4.
;Sirks, Jan
*''[[De Sphinx, Catalogus der eerste tentoonstelling van werken van leden en genoodigden|De Sphinx. Catalogus der eerste tentoonstelling van werken van leden en genoodigden]]'', De Harmonie, Leiden, 18-31 januari 1917.<br />Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (19 januari 1917) [[De Leidsche Courant/Jaargang 8/Nummer 4215/Kunstclub "De Sphinx"|‘Kunstclub „De Sphinx”’]], ''De Leidsche Courant'', [p. 3].
;Slager, Frans
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Slager, Jeanette
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Slager-van Gilse, Maria
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Slager-Velsen, Suze
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Sliedrecht, Ella (1925-2006)
*''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies:
**L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p. 4.
;Smith, Hobbe (1862-1942)
*Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Wij vernemen|‘Wij vernemen, dat beide Koninginnen […] een belangrijke bijdrage hebben geschonken ten behoeve van het fonds tot restauratie van de Luthersche kerk alhier. […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 1].
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Soest- van der Velden, Hannie van
*[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p. 13.
;Steijn, Wim (1914-1980)
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 42.
;Stekelenburg, Jan (1922-1977)
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 41.
;Storm van 's Gravesande, Carel Nicolaas (1841-1924)
*[''etsen en lithografieën door jhr. mr. C.N. Storm van 's Gravesande''], C.M. van Gogh, Amsterdam, april 1904, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Bij C. M. van Gogh|‘Bij C. M. van Gogh te Amsterdam […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
;Stuber, Michaël Joseph
*''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-30 november 1930, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (15 november 1930) [[Haagsche Courant/1930/Nummer 14653/Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 2.
*''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-29 november 1931, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1931) [[Haagsche Courant/1931/Nummer 14955/Tentoonstelling Volksuniversiteit|‘Tentoonstelling Volksuniversiteit’]], ''Haagsche Courant'', vijfde blad, p. 2.
**Anoniem (17 november 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 63/17 november 1931/Avondblad/De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
**W.Jos. de Gruyter (24 november 1931) ‘Groeptentoonstelling S.V.H.S. Gebouw der Volksuniversiteit, alhier’, ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
*''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 26 november-7 december 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 november 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 64/22 november 1932/Avondblad/In het gebouw der Volksuniversiteit|‘In het gebouw der Volksuniversiteit alhier […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Sühl, Gerardus Bernhard Marie (1857-1926)
*[''Vierde tentoonstelling van het comité van St.-Lucas te Delft''], april 1904, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Men meldt ons|‘Men meldt ons: […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
;Sühl, Jan (1868-1945)
*[''Vierde tentoonstelling van het comité van St.-Lucas te Delft''], april 1904, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Men meldt ons|‘Men meldt ons: […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
;Surie, Coba (1879-1970)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Swagemakers, Theo
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Teunissen, Piet
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Tiele, Jan
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Tielens, Johan
*[De Anderen]. ''Catalogus der eerste tentoonstelling van kunstwerken der leden in de kunstzalen d'Audretsch'', Den Haag, 7 mei-7 juni 1916 (verlengd tot tweede helft juni).<br />Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (4 mei 1916) [[Leidsch Dagblad/Nummer 17235/"De Anderen"|‘„De Anderen”’]], ''Leidsch Dagblad'', Eerste Blad, [p. 1].
**U. (25 mei 1916) [[Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage/Jaargang 245/Nummer 123/De Anderen|‘De Anderen’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', eerste blad, [p. 1].
*''[[:s:fr:Exposition internationale d’art moderne|Exposition Internationale d'Art Moderne]]'', Palais Electorale, Genève, 26 december 1920-25 januari 1921.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (13 januari 1921) [[De Telegraaf/Jaargang 29/Nummer 11075/Avondblad/Moderne kunst te Genève|‘Moderne kunst te Genève’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, tweede blad, p. 7.
;Titselaer, Henri
*''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies:
**L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p. 4.
;Tonge, Lammert van der (1871-1937)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Tullemans, Jan (1924-2011)
*[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p. 13.
*''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies:
**L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p. 4.
;Urk, Kees van
*Anoniem (3 november 1922) [[Provinciale Drentsche en Asser Courant/Jaargang 99/Nummer 259/Schilderijententoonstelling|‘Schilderijententoonstelling’]], ''Provinciale Drentsche en Asser Courant'', [p. 3].
*[''Grafiek''], Haagsche Kunstkring, Den Haag, 1929, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Ω (18 december 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33343/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p. 7.
;Valkema-Herrmann, Mary
*''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 26 november-7 december 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 november 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 64/22 november 1932/Avondblad/In het gebouw der Volksuniversiteit|‘In het gebouw der Volksuniversiteit alhier […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Velde, Bram van (1895-1981)
*''43<sup>me</sup> exposition. Société des artistes indépendants. Catalogue. 1932'', Grand Palais des Champs-Élysées, Parijs, 22 januari-28 februari 1932.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (30 januari 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/30 januari 1932/Avondblad/Valsche en echte Onafhankelijken|‘Valsche en echte Onafhankelijken’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. .
;Ven, Toon van de (1924-2006)
*[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p. 13.
;Verhoeven, Jan (1870-1941)
*''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p. 1].
**Gio. (7 oktober 1912) ‘Moderne Kunst Kring’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, p. 7.
**Anoniem (9 oktober 1912) [[:s:fr:Le Cercle d’art moderne|‘Le Cercle d’art moderne’]], ''La Gazette de Hollande'', p. 3.
**C.L. Dake (15 oktober 1912) [[De Telegraaf/Jaargang 20/Nummer 7292/Avondblad/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede Blad, p. 8.
**G.H. Marius (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Moderne Kunstkring (2)|‘Moderne Kunstkring. — Stedelijk Museum, Amsterdam. II’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p. 7.
;Verhoeven, Kees
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (3 maart 1932) [[De Nederlander/Jaargang 39/Nummer 11798/Hofberichten|‘Hofberichten’]], ''De Nederlander'', p. 3.
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Versteeg, Leonard Pieter
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Verster, Floris (1861-1927)
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 49.
;Vliet, Gerard van (1880-1972)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Vogelaar, Jan
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Voskuyl, Jeroen (1914-1959)
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 54.
;Vreedenburgh, Cornelis (1880-1946)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Vries, Henriëtte de (1867-1942)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Waay, Nicolaas van der (1855-1936)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Waning-Stevels, Marie van
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Weijns, Jan Harm (1864-1945)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Weiss, Max (1910-1974)
*[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p. 13.
*''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies:
**L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p. 4.
;Weissenbruch, Willem (1864-1941)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Welie, Antoon van (1866-1956)
*Anoniem (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Jubileum E. Goulmy|‘Jubileum E. Goulmy’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p. 6.
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;Wenning, Ype
*''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2.
;Westermann, Gerard (1880-1971)
*[''Tentoonstelling van schilderijen en tekeningen door G. Westerman''], Princessehof, Leeuwarden, 18-30 maart 1919.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (17 maart 1919) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 92/Nummer 29453/Avondblad/In het Princessehof te Leeuwarden|‘In het Princessehof te Leeuwarden […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 6.
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
*''Tentoonstelling van schilderijen en beeldhouwwerken vervaardigd door leden der Maatschappij'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 10 april-mei 1937.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (12 april 1937) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 124/Nummer 15586/Tentoonstelling Arti et Amicitiae|‘Tentoonstelling „Arti et Amicitiae”’]], ''Arnhemsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Wetering de Rooij, Johannes Embrosius van de
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Weyand, Jaap (1886-1960)
*Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p. 1].<!-- Weyand alleen vermeld als bestuurslid -->
*''[[:s:fr:Exposition internationale d’art moderne|Exposition Internationale d'Art Moderne]]'', Palais Electorale, Genève, 26 december 1920-25 januari 1921.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (13 januari 1921) [[De Telegraaf/Jaargang 29/Nummer 11075/Avondblad/Moderne kunst te Genève|‘Moderne kunst te Genève’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, tweede blad, p. 7.
;Wiegers, Jan (1893-1959)
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nrs. 55-56.
;Wiersma, Ids
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Wiggers, Derk (1866-1933)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Wijkniet, Albert
*''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, 20 december 1924-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 december 1924) [[Delftsche Courant/Jaargang 83/Nummer 301/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste Blad, [p. 2].
*''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, december 1925-3 januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 december 1925) [[Delftsche Courant/Jaargang 84/Nummer 302/Kunstkring-tentoonstelling|‘Kunstkring-tentoonstelling’]], ''Delftsche Courant'', [Eerste Blad], [p. 2].
*''Kunstkring Delft'', Agathaklooster, Delft, 20 november-5 december 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 november 1926) [[Delftsche Courant/Jaargang 85/Nummer 274/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p. 2].
;Wijngaerdt, Piet van (1873-1964)
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;Wijsmuller, Jan Hillebrand (1855-1925)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Willigen, Christina Abigael van der (1850-1931)
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;Willink, Carel
*''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies:
**L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 5.
;Windhausen, Henri (1891-1970)
*Anoniem (3 augustus 1909) [[Limburger Koerier/Jaargang 64/Nummer 179/Prijsuitdeeling teekenschool|‘Prijsuitdeeling teekenschool’]], ''Limburger Koerier'', eerste blad, [p. 1].
*Anoniem (11 februari 1937) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 35/Verkennersvereeniging|‘Verkennersvereeniging’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, p. 4.
;Winter, Janus de (1882-1951)
*Doesburg, Theo van (1916) ''[[De schilder De Winter en zijn werk|De schilder De Winter en zijn werk. Psycho-analytische studie]]'', Haarlem: J.H. de Bois.
*Doesburg, Theo van (12 augustus 1916) [[De Nieuwe Amsterdammer/Nummer 85/Algemeene beschouwing over het werk van A. de Winter|‘Algemeene beschouwing over het werk van A. de Winter’]], ''De Nieuwe Amsterdammer'', nr. 85, paginanummer onbekend.
*[''Tentoonstelling van werken van B. Ferwerda en A.J.J. de Winter''], Waaggebouw, Nijmegen, 19 oktober-2 november 1924, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/De Kunstkring In Consten Een|‘De Kunstkring In Consten Een te Nijmegen […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
*Gevers, Ine (1985) ''Janus de Winter. De schilder mysticus'', Amsterdam: Meulenhoff/Landshoff, {{ISBN|9029082631}}.
;Wolter, Hendrik Jan (1873-1953)
*Anoniem (15 augustus 1930) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 103/Nummer 33579/Avondblad/De zeventiende Biennale te Venetië|‘De zeventiende „Biennale” te Venetië’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9.<!-- alleen als vertegenwoordiger, niet als deelnemer -->
;Wong Lun Hing, René (1920-1974)
*[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p. 13.
*''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies:
**L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p. 4.
;Worp, Herman van der (1849-1941)
*Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Men meldt ons uit Zutphen|‘Men meldt ons uit Zutphen: […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
;Zandleven, Jan Adam (1868-1923)
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nrs. 57-58.
;Zeegen, Adrianus van (jr.) (1881-1966)
*''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p. 1].
**C.L. Dake (15 oktober 1912) [[De Telegraaf/Jaargang 20/Nummer 7292/Avondblad/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede Blad, p. 8.
;Zwart, Willem de (1862-1931)
*''Catalogus der tentoonstelling van schilderijen enz.'', E.J. van Wisselingh, Panorama Mesdag, Den Haag, oktober-november 1916.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 oktober 1916) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 73/Nummer 300/Avondblad/E. J. v. Wisselingh|‘E. J. v. Wisselingh. (Slot.) Gebouw Panorama Mesdag’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p. 1.
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 59.
;Zwier, Dick (1915-1993)
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 60.
;Zwijsen, Jac
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
;Overige onderwerpen
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Johannes Evert Hendrik Akkeringa|Johannes Evert Hendrik Akkeringa]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Peter Alma|Alma, Peter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Lizzy Ansingh|Ansingh, Lizzy]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Marius Bauer|Marius Bauer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Chris Beekman|Chris Beekman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Bernard Blommers|Bernard Blommers]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Henri Boot|Henri Boot]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/George Hendrik Breitner|George Hendrik Breitner]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Pie Coenen|Pie Coenen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Joan Collette|Collette, Joan]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Adolf le Comte|Comte, Adolf le]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Carel Dake|Carel Dake]]
*[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/Nelly van Doesburg|Nelly van Doesburg]]
*[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Theo van Doesburg|Theo van Doesburg]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Kees van Dongen|Kees van Dongen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Wijnand Geraedts|Wijnand Geraedts]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Leo Gestel|Leo Gestel]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jacoba van Heemskerck|Jacoba van Heemskerck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Jan Alexander Hohmann|Jan Alexander Hohmann]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Isaac Israëls|Isaac Israëls]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jozef Israëls|Jozef Israëls]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Conrad Kickert|Conrad Kickert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Harry Koolen|Harry Koolen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Paul Kromjong|Paul Kromjong]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Charles Lanen|Charles Lanen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Eugène Lücker|Eugène Lücker]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Charles Masthoff|Charles Masthoff]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Judy Michiels van Kessenich|Judy Michiels van Kessenich]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Piet Mondriaan|Piet Mondriaan]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Bertus Olislagers|Bertus Olislagers]]
*[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Louis Saalborn|Louis Saalborn]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Leendert Scheltema|Leendert Scheltema]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Henri Schoonbrood|Schoonbrood, Henri]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Jan Sluijters|Jan Sluijters]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Willy Sluiter|Willy Sluiter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Jan Strube|Jan Strube]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Alida Louisa Thomas|Thomas, Alida Louisa]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Charley Toorop|Toorop, Charley]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Toorop|Toorop, Jan]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Bart van Vegchel|Vegchel, Bart van]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Kees Verwey|Kees Verwey]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Willem Waanders|Willem Waanders]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Betsy Westendorp-Osieck|Betsy Westendorp-Osieck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Fons Windhausen|Fons Windhausen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Paul Windhausen (senior)|Paul Windhausen (sr.)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Paul Windhausen (junior)|Paul Windhausen (jr.)]]
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
7yrn58zr6os57jiuy9yd6uwyflg3kje
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Anna Abrahams
100
40342
225543
126792
2026-08-25T18:55:14Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Anna Abrahams]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Anna Abrahams]]
126792
wikitext
text/x-wiki
#DOORVERWIJZING [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Anna Abrahams]]
5p099udgixscdzkyofqo3txy6hntziv
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/August Allebé
100
41963
225545
130689
2026-08-25T18:55:14Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/August Allebé]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/August Allebé]]
130689
wikitext
text/x-wiki
#DOORVERWIJZING [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/August Allebé]]
p5d9vbbsovapxcjqgtqau8c10iafs8a
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/George Hendrik Breitner
100
42002
225534
213123
2026-08-25T18:14:43Z
Vincent Steenberg
280
+bron
225534
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = George Hendrik Breitner
| afbeelding = George Hendrik Breitner - photo 01.jpg
| alt = Foto van George Hendrik Breitner, genomen door hemzelf
| beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse schilder, aquarellist, etser en fotograaf [[w:nl:George Hendrik Breitner|George Hendrik Breitner]].
}}
== Secundaire literatuur; algemeen ==
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
;1927
*''Tableaux anciens et modernes. Collection W.F.E. à Amsterdam'', Ant.W.M. Mensing, Amsterdam, 13-15 december 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
*Anoniem (14 december 1928) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 85/Nummer 347/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
=== Musea ===
;Kunstmuseum Den Haag
*Anoniem (9 oktober 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/9 oktober 1936/Avondblad/Ons Gemeentemuseum|‘Ons Gemeentemuseum. Nu reeds... plaatsgebrek. De groote reeks aanwinsten’]], ''Het Vaderland'', Avondblad, paginanummering onbekend.
=== Tentoonstellingen ===
;Algemeen
*Bois, J.H. de (13 januari 1926) [[De Avondpost/Jaargang 41/Nummer 12967/Avondeditie/Kunstkroniek|‘Kunstkroniek’]], ''De Avondpost'', Avondeditie, Tweede blad, p. 1.
;1885
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Exposition universelle des beaux-arts. Catalogue général. Hollande'', Antwerpen, [2 mei 1885-2 november] 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (21 mei 1885) [[Het Vaderland/Jaargang 17/Nummer 118/De Wereldtentoonstelling te Antwerpen|‘De Wereldtentoonstelling te Antwerpen. VI’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2].
;1887
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Arti et Amicitiae, oktober 1887.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (28 november 1887) [[De Tijd/Nummer 12270/De Tentoonstelling van Kunstwerken van levende Meesters in "Arti"|‘De Tentoonstelling van Kunstwerken van levende Meesters in „Arti”. II (Slot)’]], ''De Tijd'', [p. 1].
;1890
*''[[Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te 's-Gravenhage]]'', [Koninklijke] Academie, Den Haag, 1890.
;1900
*''Wereldtentoonstelling'', Parijs, 14 april-12 november 1900, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p. 2].
;1910
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;1913
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
**B.J.K. (23 juli 1913) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/Jaargang 1913/Nummer 171/De vijfde Vierjaarlijksche te Arnhem|‘De vijfde Vierjaarlijksche te Arnhem’]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', eerste blad, [p. 1-2].
;1916
*''Catalogus der tentoonstelling van schilderijen enz.'', E.J. van Wisselingh, Panorama Mesdag, Den Haag, oktober-november 1916.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 oktober 1916) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 73/Nummer 300/Avondblad/E. J. v. Wisselingh|‘E. J. v. Wisselingh. (Slot.) Gebouw Panorama Mesdag’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p. 1.
;1917
*[''G.H. Breitner''], Vereeniging Voor de Kunst, Utrecht, december 1917, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (1917) ‘Breitner te Utrecht (Uit een Brief)’, ''De Beweging'', jrg. 13, p. 432-433.
;1932
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;1939
*[''werken van George Hendrik Breitner''], D. Sala & Zonen, Den Haag, juni-15 juli 1939, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/Kunsthandel Sala en Zonen|‘Kunsthandel Sala en Zonen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
== Publieke functies - George Hendrik Breitner in het verenigingsleven, enz. ==
;Breitner als lid van de prijsvraagcommissie en -jury voor het affiche van de ''Internationale Tentoonstelling van Reclamemiddelen'' in Amsterdam
*Anoniem (13 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 7/De Vereeniging Amsterdam Vooruit!|‘De Vereeniging Amsterdam Vooruit! heeft het voornemen, […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 7, p. 46.
*Anoniem (6 maart 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 10/Nationale prijsvraag|‘Nationale prijsvraag’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 10, p. 60.
;Breitner als lid van de commissie van toelating voor de Internationale kunsttentoonstelling in Chili in 1910
*Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Internationale kunsttentoonstelling in Chili|‘Internationale kunsttentoonstelling in Chili’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
== Werk ==
=== Schilderkunst ===
;Algemeen
*Citroen, Paul (april 1936) ‘Het nieuwe in de nieuwe schilderkunst’, ''Perspectieven van wordende cultuur'', jrg. 3, nr. 4, p. 612-620.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 april 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/25 april 1936/Avondblad/Tijdschriften|‘Tijdschriften’]], ''Het Vaderland'', Avondblad B, p. 2.
== Leerlingen - Navolging - Nalatenschap ==
=== Navolging ===
*Anoniem (30 januari 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/30 januari 1932/Avondblad/Valsche en echte Onafhankelijken|‘Valsche en echte Onafhankelijken’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
*Anoniem (15 mei 1937) [[Bredasche Courant/Jaargang 147/Nummer 112/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''De Bredasche Courant'', [eerste blad, p. 1].
*Anoniem (13 september 1938) [[Het Vaderland/Jaargang 70/13 september 1938/Avondblad/Veertig jaar Limburgsche Kunst|‘Veertig jaar Limburgsche Kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
*Doesburg, Theo van (30 mei 1914) [[Eenheid/Nummer 208/Over tentoonstellingen St. Lucas 1914|‘Uit den tempel der schoonheid. Over tentoonstellingen St. Lucas 1914’]], ''Eenheid'', nr. 208, [p. 2].
*H. (3 juni 1921) [[Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant/Jaargang 1921/Nummer 127/Kunst in Berlijn|‘Kunst in Berlijn’]], ''Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant'', Derde Blad, [p. 1].
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
8it9dhc78oo6nnvsgo5f3jc1sobmml4
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Charley Toorop
100
48816
225537
217671
2026-08-25T18:34:26Z
Vincent Steenberg
280
+bron
225537
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Charley Toorop
| afbeelding = Charley Toorop (1951).jpg
| alt = Charley Toorop in 1951
| beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse schilderes [[w:nl:Charley Toorop|Charley Toorop]].
}}
== Algemeen ==
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Musea ===
;Centraal Museum
*Anoniem (13 oktober 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35448/Archief en museum van Utrecht|‘Archief en museum van Utrecht. Jaarverslag 1934’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p. 10.
;Kunstmuseum Den Haag
*Anoniem (9 oktober 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/9 oktober 1936/Avondblad/Ons Gemeentemuseum|‘Ons Gemeentemuseum’]], ''Het Vaderland'', Avondblad, z.p.
=== Tentoonstellingen ===
;1917
*''Tentoonstelling van schilderyen'', Domburg, juli-augustus 1917.<br />Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (4 augustus 1917) [[Middelburgsche Courant/Jaargang 160/Nummer 182/Kunst en wetenschappen|‘Kunst en wetenschappen’]], ''Middelburgsche Courant'', [p. 2].
**Anoniem (6 augustus 1917) [[Middelburgsche Courant/Jaargang 160/Nummer 183/Schilderijententoonstelling te Domburg|‘Schilderijententoonstelling te Domburg’]], ''Middelburgsche Courant'', [p. 2].
;1918
*''De Branding'', Haagsche Kunstkring, Den Haag, 15 september-15 oktober 1918.<br />Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (12 september 1918) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 91/Nummer 29269/Avondblad/"De Branding"|‘„De Branding”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9.
;1920
*''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 augustus 1919) [[De Maasbode/Jaargang 51/Nummer 16456/Avondblad/De Raad voor Nederl. Kunst en Letteren in den Vreemde|‘De Raad voor Nederl. Kunst en Letteren in den Vreemde’]], ''De Maasbode'', Avondblad, eerste blad, p. 2 (aankondiging die vermoedelijk betrekking heeft op deze tentoonstelling).
;1923
*''De Branding'', Haagsche Kunstkring, Den Haag, 14-21 januari 1923.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. (30 januari 1923) [[Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant/Jaargang 1923/Nummer 25/"De Branding"|‘„De Branding”’]], ''Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant'', Tweede Blad, [p. 2-3].
;1932
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;1941
*''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies:
**L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 5.
;1964
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 43.
== Publieke functies - Charley Toorop in het verenigingsleven, enz. ==
;Charley Toorop als ondertekenaar van een petitie aan de Tweede Kamer voor vrij postverkeer met Sovjet-Rusland
*Anoniem (24 november 1919) [[De Tribune/Jaargang 13/Nummer 45/Vrijheid voor de Kunst|‘Vrijheid voor de Kunst’]], ''De Tribune'', p. 4.
[[Categorie:Hoofdportaal beeldende kunst]]
az2nd47jb5kgt394bncqvsew9n6rtnl
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Philip Sadée
100
51679
225553
158229
2026-08-25T18:55:14Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Philip Sadée]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Philip Sadée]]
158229
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Philip Sadée
| afbeelding = Philip Sadee.jpg
| alt = Philip Sadee.jpg, jaren '80
| beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse schilder, tekenaar en aquarellist [[w:nl:Philip Sadée|Philip Sadée]].
}}
== Algemeen ==
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Tentoonstellingen ===
;1866
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies:
**P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 3-4].
;1872
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (18 mei 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 117/Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan|‘Voor het Haagsch Museum van Moderne Kunst werden op de tentoonstelling van schilderijen twee belangrijke aankoopen gedaan, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', p. 466.
**Anoniem (8 juni 1872) [[Het Vaderland/Jaargang 1872/Nummer 135/Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond|‘Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond: [...]’]], ''Het Vaderland'', [p. 2].
;1885
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
**Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
;1890
*''[[Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te 's-Gravenhage]]'', [Koninklijke] Academie, Den Haag, 1890.
;1903
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Amsterdam'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 12 september-15 november 1903.<br>Recensies:
**Giovanni (21 september 1903) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 76/Nummer 23839/Avondblad/De Vierjaarlijksche|‘De Vierjaarlijksche’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9-10.
== Bekroningen - Prijzen - Huldigingen ==
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
[[Categorie:Hoofdportaal beeldende kunst]]
5bmgvvcklvpebcpbayvd5zk7uukd3mb
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Jan Sluijters
100
56439
225536
217660
2026-08-25T18:18:34Z
Vincent Steenberg
280
+bron
225536
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Jan Sluijters
| afbeelding = Jan Sluijters (1951).jpg
| alt = Jan Sluijters in 1951
| beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse schilder, tekenaar, prentkunstenaar, illustrator en grafisch vormgever [[w:Jan Sluijters|Jan Sluijters]].
| artikelwikipedia =
}}
== Algemeen ==
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Tentoonstellingen ===
;1912
*''[[Stedelijke internationale tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters]]'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 13 april-juli 1912.
*''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p. 1].
**Gio. (7 oktober 1912) ‘Moderne Kunst Kring’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, p. 7.
**Anoniem (9 oktober 1912) [[:s:fr:Le Cercle d’art moderne|‘Le Cercle d’art moderne’]], ''La Gazette de Hollande'', p. 3.
**C.L. Dake (15 oktober 1912) [[De Telegraaf/Jaargang 20/Nummer 7292/Avondblad/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede Blad, p. 8.
**G.H. Marius (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Moderne Kunstkring (2)|‘Moderne Kunstkring. — Stedelijk Museum, Amsterdam. II’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p. 7.
;1913
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Frits Lapidoth (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
**B.J.K. (23 juli 1913) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/Jaargang 1913/Nummer 171/De vijfde Vierjaarlijksche te Arnhem|‘De vijfde Vierjaarlijksche te Arnhem’]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', eerste blad, [p. 1-2].
**F.W. (26 juli 1913) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 100/Nummer 8300/Middaguitgave/De Vierjaarlijksche|‘De Vierjaarlijksche. IV’]], ''Arnhemsche Courant'', Middaguitgave, Tweede blad, [p. 1-2].
;1914
*''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;1918
*''De Branding'', Haagsche Kunstkring, Den Haag, 15 september-15 oktober 1918.<br />Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (12 september 1918) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 91/Nummer 29269/Avondblad/"De Branding"|‘„De Branding”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9.
**Anoniem (21 september 1918) [[De Maasbode/Jaargang 50/Nummer 15892/Ochtendblad/Tentoonstelling van "De Branding"|‘Tentoonstelling van „De Branding”’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, p. 2.
;1919
*''Tentoonstelling van hedendaagsche Nederlandsche kunst'', St. Maarten, Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 16 februari-9 maart 1919.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (27 februari 1919) [[Anoniem/Tentoonstelling van beeldende kunst tijdens de Jaarbeurs te Utrecht/2|‘Tentoonstelling van beeldende kunst tijdens de Jaarbeurs te Utrecht. II’]], ''Het Centrum'', Tweede blad, [p. 2].
;1920
*''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 augustus 1919) [[De Maasbode/Jaargang 51/Nummer 16456/Avondblad/De Raad voor Nederl. Kunst en Letteren in den Vreemde|‘De Raad voor Nederl. Kunst en Letteren in den Vreemde’]], ''De Maasbode'', Avondblad, eerste blad, p. 2 (aankondiging die vermoedelijk betrekking heeft op deze tentoonstelling).
;1923
*''De Branding'', Haagsche Kunstkring, Den Haag, 14-21 januari 1923.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. (30 januari 1923) [[Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant/Jaargang 1923/Nummer 25/"De Branding"|‘„De Branding”’]], ''Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant'', Tweede Blad, [p. 2-3].
;1925
*[''Tentoonstelling van artistieke affiches''], Stedelijk Museum, Maastricht, 15 november 1925-....<br />Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (13 november 1925) [[Limburger Koerier/Jaargang 80/Nummer 260/Sted. Museum|‘Sted. Museum. Affiches-tentoonstelling’]], ''Limburger Koerier'', p. 2.
;1930
*''XVII Biennale di Venezia'', Venetië, 4 mei-4 november 1930.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (15 augustus 1930) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 103/Nummer 33579/Avondblad/De zeventiende Biennale te Venetië|‘De zeventiende „Biennale” te Venetië’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9.
;1932
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;1935
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
;1941
*''Schilderijen tentoonstelling hedendaagsche meesters'', Stadhuis, Breda, 24 mei-14 juni 1941.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (20 mei 1941) [[Noordbrabantsch dagblad Het huisgezin/Jaargang 72/Nummer 117/Schilderijententoonstelling te Breda|‘Schilderijententoonstelling te Breda ’]], ''Noordbrabantsch dagblad Het huisgezin'', [p. 5].
;1964
*''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 18.
;1993
*''Keuze uit eigen kollektie'', Breda's Museum, Breda, februari-15 juni 1993, geen catalogus.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (12 februari 1993) ‘Speelgoed op zolder’, ''Nederlands Dagblad'', p. 9.
== Werken ==
*L.[apidoth], F. (5 februari 1920) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 20/Nummer 35/Avondblad/La revue du feu|‘La revue du feu’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, p. 2.
*Meester, Johan de (5 juli 1919) [[De Locomotief/Jaargang 68/Nummer 156/Kaleidoskoop|‘Kaleidoskoop’]], ''De Locomotief'', 1e blad, [p. 1].
[[Categorie:Hoofdportaal beeldende kunst]]
1i74dz7lfzkvqpjq6hdl0dq9vdlvlh7
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Frankrijk/Barok en Rococo
100
68143
225524
187854
2026-08-25T13:49:11Z
Vincent Steenberg
280
+bronnen
225524
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Franse schilderkunst;<br>Barok en Rococo<br>(ca. 1600-ca. 1750)
| afbeelding = Nicolas Poussin - Et in Arcadia ego (deuxième version) (cropped).jpg
| alt = Et in Arcadia ego door Nicolas Poussin (1637-1638)
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Franse schilderkunst uit de periode ca. 1600 tot ca. 1750.
}}
== Bijzondere onderwerpen ==
;Boucher, François (1703-1770)
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
*''Handzeichnungen alter Meister des XVI. bis XVIII. Jahrhunderts aus den Beständen der Eremitage in Leningrand und anderer staatlicher Sammlungen der Sowjet-Union'', G.C. Boerner, Leipzig, 29 april 1931.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (26 maart 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 62/26 maart 1931/Avondblad/Op 27 en 28 April|‘Op 27 en 28 April zal Boerner te Leipzig een veiling houden van Grafiek uit de Eremitage te Leningrad. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
;Callot, Jacques (1592-1635)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Coypel, Charles (1694-1752)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Dughet, Gaspard
*Anoniem (11 mei 1697) [[Oprechte Haerlemsche Courant/Jaargang 1697/Nummer 19/Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen|‘Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen [...]’]], ''Oprechte Haerlemsche Courant'', [p. 2].
;Lancret, Nicolas (1690-1743)
*''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p. 1.
*''Handzeichnungen alter Meister des XVI. bis XVIII. Jahrhunderts aus den Beständen der Eremitage in Leningrand und anderer staatlicher Sammlungen der Sowjet-Union'', G.C. Boerner, Leipzig, 29 april 1931.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (26 maart 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 62/26 maart 1931/Avondblad/Op 27 en 28 April|‘Op 27 en 28 April zal Boerner te Leipzig een veiling houden van Grafiek uit de Eremitage te Leningrad. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
*''Kunstwerke aus dem Besitz Baron Albert von Goldschmidt-Rothschild. Schloss Grüneburg, Frankfurt a. Main. Möbel, Bronzen, Bijoux, Möbel, Porzellan, Tapisserien'', Hermann Ball & Paul Graupe, Berlijn, 14 maart 1933.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingnieuws|‘Veilingnieuws. De familieschatten van de Frankfortsche Rothschild’s onder den hamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Nattier, Jean-Marc (1685-1766)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Oudry, Jean-Baptiste (1686-1755)
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Pater, Jean-Baptiste (1695-1736)
*''Kunstwerke aus dem Besitz Baron Albert von Goldschmidt-Rothschild. Schloss Grüneburg, Frankfurt a. Main. Möbel, Bronzen, Bijoux, Möbel, Porzellan, Tapisserien'', Hermann Ball & Paul Graupe, Berlijn, 14 maart 1933.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingnieuws|‘Veilingnieuws. De familieschatten van de Frankfortsche Rothschild’s onder den hamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Poussin, Nicolas (1594-1665)
*''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p. 1.
;Rigaud, Hyacinthe (1659-1743)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Watteau, Antoine (1684-1721)
*''Handzeichnungen alter Meister des XVI. bis XVIII. Jahrhunderts aus den Beständen der Eremitage in Leningrand und anderer staatlicher Sammlungen der Sowjet-Union'', G.C. Boerner, Leipzig, 29 april 1931.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (26 maart 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 62/26 maart 1931/Avondblad/Op 27 en 28 April|‘Op 27 en 28 April zal Boerner te Leipzig een veiling houden van Grafiek uit de Eremitage te Leningrad. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
*Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De diefstal in het Louvre|‘De diefstal in het Louvre. Bijzonderheden over den verdwenen Watteau’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
[[Categorie:Hoofdportaal beeldende kunst]]
nr2jj8votpfp9oc9tuj2b9w754og5x2
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Toorop
100
75900
225535
203383
2026-08-25T18:16:29Z
Vincent Steenberg
280
+bron
225535
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Jan Toorop
| afbeelding = Nederlandse kunstschilder Jan Toorop (1858 - 1928), geportretteerd in zijn atelier, SFA022004760.jpg
| alt = Jan Toorop in zijn atelier
| beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse schilder, tekenaar, prentkunstenaar, beeld­houwer, grafisch ontwerper, emailleur en keramist [[w:nl:Jan Toorop|Jan Toorop]].
}}
== Algemeen ==
== Inleidingen - Hand- en leerboeken ==
*Zilcken, Ph. (januari 1898) [[Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift/Jaargang 8/Deel 15/Jan Toorop|‘Jan Toorop’]], ''Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift'', p. 105.
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
;1928
*''Collection de M. L. W. ***, catalogue de tableaux'', Galerie Fievez, Brussel, 18-19 december 1928.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (14 december 1928) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 85/Nummer 347/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
=== Musea ===
;Kunstmuseum Den Haag
*Anoniem (12 september 1935) [[Het Vaderland/Jaargang 67/12 september 1935/Ochtendblad/Ons Gemeentemuseum|‘Ons Gemeentemuseum’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad D, p. 2.
;Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam
*D. Hannema (1931) ‘Aanwinsten’, ''Jaarverslag Museum Boymans, Rotterdam'', p. 2-5.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 september 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 64/20 september 1932/Avondblad/Museum Boymans|‘Museum Boymans. Jaarverslag 1931’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
=== Tentoonstellingen ===
;1893
*''Catalogus van de zesde tentoonstelling der Nederlandsche Etsclub'', Arti et Amicitiae, februari-maart 1893.<br>Aankondigingen en recensies:
**E.G.O. (26-27 februari 1893) [[Het Vaderland/Jaargang 25/Nummer 49/Zesde tentoonstelling der Nederl. Etsclub te Amsterdam|‘Zesde tentoonstelling der Nederl. Etsclub te Amsterdam’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2].
;1900
*''Wereldtentoonstelling'', Parijs, 14 april-12 november 1900, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p. 2].
;1912
*''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p. 1].
**Gio. (7 oktober 1912) ‘Moderne Kunst Kring’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, p. 7.
**Anoniem (9 oktober 1912) [[:s:fr:Le Cercle d’art moderne|‘Le Cercle d’art moderne’]], ''La Gazette de Hollande'', p. 3.
**C.L. Dake (15 oktober 1912) [[De Telegraaf/Jaargang 20/Nummer 7292/Avondblad/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede Blad, p. 8.
**G.H. Marius (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Moderne Kunstkring (2)|‘Moderne Kunstkring. — Stedelijk Museum, Amsterdam. II’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p. 7.
;1916
*''Catalogus voor de 7de jury-vrije tentoonstelling in het eigen gebouw van de Onafhankelijken'', Amsterdam, 6 mei-juni 1916.<br />Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (7 mei 1916) [[De Telegraaf/Jaargang 24/Nummer 9380/De Onafhankelijken|‘De Onafhankelijken’]], ''De Telegraaf'', p. 7.
**C.L. Dake (11 mei 1916) [[De Telegraaf/Jaargang 24/Nummer 9384/Avondblad/Aanteekeningen over beeldende kunsten|‘Aanteekeningen over beeldende kunsten. De onafhankelijken’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, p. 3.
**Theo van Doesburg (8 juli 1916) [[Eenheid/Nummer 318/De Onafhankelijken|‘De Onafhankelijken. (Indrukken van een bezoeker). Naar aanleiding der 7e Jury vrije tentoonstelling te Amsterdam’]], ''Eenheid'', nr. 318, [p. 3].
;1917
*''Tentoonstelling van schilderyen'', Domburg, juli-augustus 1917.<br />Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (4 augustus 1917) [[Middelburgsche Courant/Jaargang 160/Nummer 182/Kunst en wetenschappen|‘Kunst en wetenschappen’]], ''Middelburgsche Courant'', [p. 2].
**Anoniem (6 augustus 1917) [[Middelburgsche Courant/Jaargang 160/Nummer 183/Schilderijententoonstelling te Domburg|‘Schilderijententoonstelling te Domburg’]], ''Middelburgsche Courant'', [p. 2].
**Anoniem (10 augustus 1917) [[Anoniem/Zonder titel/17|‘Men meldt ons uit Zeeland: [...]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad B, p. 2.
;1920
*''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (22 augustus 1919) [[De Maasbode/Jaargang 51/Nummer 16456/Avondblad/De Raad voor Nederl. Kunst en Letteren in den Vreemde|‘De Raad voor Nederl. Kunst en Letteren in den Vreemde’]], ''De Maasbode'', Avondblad, eerste blad, p. 2 (aankondiging die vermoedelijk betrekking heeft op deze tentoonstelling).
**Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p. 2].
**Anoniem (7 januari 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 6/Avondblad/Men meldt ons uit Berlijn|‘Men meldt ons uit Berlijn: [...]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad A, p. 2.
**Anoniem (10 februari 1921) [[De Telegraaf/Jaargang 29/Nummer 11103/Avondblad/De Kornscheuer|‘De Kornscheuer’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, p. 9.
;1927
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1927-16 januari 1928.<br />Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (21 december 1927) [[Het Vaderland/Jaargang 59/21 december 1927/Avondblad/Museum Boymans|‘Museum Boymans’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
;1932
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
== Publieke functies - Jan Toorop in het verenigingsleven, enz. ==
;Jan Toorop als voorzitter van de Moderne Kunstkring
*C.L. Dake (15 oktober 1912) [[De Telegraaf/Jaargang 20/Nummer 7292/Avondblad/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede Blad, p. 8.
== Werken ==
=== Prenten ===
;Overgave (1923)
*P. (8 oktober 1923) [[Overijsselsch Dagblad/Nummer 1298/Het Retraitenhuis der Paters Retemptoristen|‘Het Retraitenhuis der Paters Retemptoristen’]], ''Overijsselsch Dagblad'', [p. 3].
=== Glas-in-loodramen ===
*Anoniem (27 januari 1923) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 80/Nummer 26/Avondblad/Weekbladen|‘Weekbladen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad B, p. 1-2.
*Gouwe, W.F. (1932) ''Glas in Lood'', Rotterdam: W.L. & J. Brusse.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 juli 1932) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 61/Nummer 173/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''De Gooi- en Eemlander'', p. 2.
=== Techniek onbekend - Niet-uitgevoerde werken ===
*Anoniem (20 november 1915) [[De Amstelbode/Jaargang 24/Nummer 7005/Koningin Elisabeth gehuldigd|‘Koningin Elisabeth gehuldigd’]], ''De Amstelbode'', Tweede Blad, [p. 3].
[[Categorie:Hoofdportaal beeldende kunst]]
02yv87pubj8s9i1qlc43lhphwmp9pdm
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Frankrijk/Classicisme en Romantiek
100
81926
225525
220147
2026-08-25T13:51:42Z
Vincent Steenberg
280
+bronnen
225525
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Franse schilderkunst;<br>Classicisme en Romantiek<br>(ca. 1750-ca. 1850)
| afbeelding = Jacques-Louis David - Mars desarme par Venus.JPG
| alt = Mars ontwapend door Venus door Jacques-Louis David (1824)
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Franse schilderkunst uit de periode ca. 1750 tot ca. 1850
}}
== Bijzondere onderwerpen ==
;Bachelier, Jean-Jacques (1724-1806)
*Edema v.d. Tuuk, L.F. (14 augustus 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 33/De fabriek van Sèvres|‘De fabriek van Sèvres’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 33, p. 151-152.
;Boilly, Louis Léopold (1761-1845)
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Brillouin, Louis-Georges (1817-1893)
*''Catalogue des tableaux modernes formant le cabinet de feu M. Abel Langerhuizen d'Amsterdam. Réuni aux tableaux des successions de m. J. van der Chijs, à Delft et de madame la veuve Schiffer van Bleiswijk à La Haye'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 25 februari 1890.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/In De Brakke Grond|‘In De Brakke Grond waren heden de kabinetten ten toon gesteld, nagelaten door den welbekenden Amsterdamschen makelaar Abel Langerhuizen, van mevrouw de Wed. Schiffer van Bleiswijk te ’s-Hage en van den heer J. van der Chijs te Delft. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Corot, Jean-Baptiste (1796-1875)
*''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p. 1.
;David, Jacques-Louis (1748-1825)
*Groeneweg, H. (1929) ''J. J. David in seinem Verhältnis zur Heimat, Geschichte, Gesellschaft und Literatur'', Graz: Stiasny.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (4 juli 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33176/Avondblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Debucourt, Philibert Louis (1755-1832)
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Fragonard, Jean-Honoré (1732-1806)
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
*''Handzeichnungen alter Meister des XVI. bis XVIII. Jahrhunderts aus den Beständen der Eremitage in Leningrand und anderer staatlicher Sammlungen der Sowjet-Union'', G.C. Boerner, Leipzig, 29 april 1931.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (26 maart 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 62/26 maart 1931/Avondblad/Op 27 en 28 April|‘Op 27 en 28 April zal Boerner te Leipzig een veiling houden van Grafiek uit de Eremitage te Leningrad. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
;Ingres, Jean-Auguste-Dominique (1780-1867)
*Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p. 2].
;Robert, Hubert (1733-1808)
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
*Anoniem (7 oktober 1928) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 101/Nummer 32909/Aanwinsten in het Kaiser-Friedrich-Museum|‘Aanwinsten in het Kaiser-Friedrich-Museum’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p. 10.
*''Handzeichnungen alter Meister des XVI. bis XVIII. Jahrhunderts aus den Beständen der Eremitage in Leningrand und anderer staatlicher Sammlungen der Sowjet-Union'', G.C. Boerner, Leipzig, 29 april 1931.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (26 maart 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 62/26 maart 1931/Avondblad/Op 27 en 28 April|‘Op 27 en 28 April zal Boerner te Leipzig een veiling houden van Grafiek uit de Eremitage te Leningrad. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
*''Kunstwerke aus dem Besitz Baron Albert von Goldschmidt-Rothschild. Schloss Grüneburg, Frankfurt a. Main. Möbel, Bronzen, Bijoux, Möbel, Porzellan, Tapisserien'', Hermann Ball & Paul Graupe, Berlijn, 14 maart 1933.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingnieuws|‘Veilingnieuws. De familieschatten van de Frankfortsche Rothschild’s onder den hamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
junkbs003vllxfn2kum9yc4pwf3q9rn
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Paul Joseph Constantin Gabriël
100
83830
225551
216101
2026-08-25T18:55:14Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Paul Joseph Constantin Gabriël]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Paul Joseph Constantin Gabriël]]
216101
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Paul Joseph Constantin Gabriël
| afbeelding = Zonder titel PK-F-58.1448, PK-F-58.1447.jpg
| alt = Portret uit omstreeks 1900
| beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse schilder, tekenaar, aquarellist en etser [[w:nl:Paul Joseph Constantin Gabriël|Paul Joseph Constantin Gabriël]]
}}
== Algemeen ==
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
;1927
*''Antiquités, objets d'art : tableaux anciens et modernes, porcelaines de la Chine et du Japon, faïence de Delft, meubles, pendules, argenteries, bijoux, bronzes, verreries'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 13-15 december 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;1928
*Anoniem (14 december 1928) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 85/Nummer 347/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
=== Musea ===
;Kunstmuseum Den Haag
*Anoniem (9 oktober 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/9 oktober 1936/Avondblad/Ons Gemeentemuseum|‘Ons Gemeentemuseum’]], ''Het Vaderland'', Avondblad, z.p.
=== Tentoonstellingen ===
;1871
*''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies:
**S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p. 1].
;1885
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/Jaargang 1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, […]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
**Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
*''Exposition universelle des beaux-arts. Catalogue général. Hollande'', Antwerpen, [2 mei 1885-2 november] 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (21 mei 1885) [[Het Vaderland/Jaargang 17/Nummer 118/De Wereldtentoonstelling te Antwerpen|‘De Wereldtentoonstelling te Antwerpen. VI’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2].
;1890
*''[[Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te 's-Gravenhage]]'', [Koninklijke] Academie, Den Haag, 1890, p. 9, cat.nrs. 37-38.
;1900
*''Wereldtentoonstelling'', Parijs, 14 april-12 november 1900, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p. 2].
;1903
*''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te Amsterdam'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 12 september-15 november 1903.<br>Recensies:
**Giovanni (21 september 1903) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 76/Nummer 23839/Avondblad/De Vierjaarlijksche|‘De Vierjaarlijksche’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9-10.
;1916
*''Catalogus der tentoonstelling van schilderijen enz.'', E.J. van Wisselingh, Panorama Mesdag, Den Haag, oktober-november 1916.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 oktober 1916) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 73/Nummer 300/Avondblad/E. J. v. Wisselingh|‘E. J. v. Wisselingh. (Slot.) Gebouw Panorama Mesdag’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p. 1.
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
3i48ay6fqyr6snfkgcuhwubkvcp30a7
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Théophile de Bock
100
84621
225555
217808
2026-08-25T18:55:15Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Théophile de Bock]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Théophile de Bock]]
217808
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Théophile de Bock
| afbeelding = Theophile de Bock.jpg
| alt = Théophile de Bock omstreeks 1886
| beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse schilder, tekenaar, aquarellist, etser en lithograaf [[w:nl:Théophile de Bock|Théophile de Bock]]
}}
== Algemeen ==
=== Ziekte en overlijden ===
*Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Naar wij vernemen|‘Naar wij vernemen […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Kunsthandel ====
*Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Bij Preyer|‘Bij Preyer’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
==== Veilingen ====
;1890
*''Catalogue des tableaux modernes formant le cabinet de feu M. Abel Langerhuizen d'Amsterdam. Réuni aux tableaux des successions de m. J. van der Chijs, à Delft et de madame la veuve Schiffer van Bleiswijk à La Haye'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 25 februari 1890.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/In De Brakke Grond|‘In De Brakke Grond waren heden de kabinetten ten toon gesteld, nagelaten door den welbekenden Amsterdamschen makelaar Abel Langerhuizen, van mevrouw de Wed. Schiffer van Bleiswijk te ’s-Hage en van den heer J. van der Chijs te Delft. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;1927
*''Tableaux anciens et modernes. Collection W.F.E. à Amsterdam'', Ant.W.M. Mensing, Amsterdam, 13-15 december 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
*''Antiquités, objets d'art. Tableaux anciens et modernes, porcelaines de la Chine et du Japon, faïence de Delft, meubles, pendules, argenteries, bijoux, bronzes, verreries'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 13-15 december 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;1928
*''Catalogus van moderne en demi-moderne schilderijen en aquarellen, antiuquiteiten'', Van Marle & De Sille, Rotterdam, 18 december 1928.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (14 december 1928) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 85/Nummer 347/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
=== Musea ===
;Kunstmuseum Den Haag
*Anoniem (9 oktober 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/9 oktober 1936/Avondblad/Ons Gemeentemuseum|‘Ons Gemeentemuseum’]], ''Het Vaderland'', Avondblad, z.p.
=== Tentoonstellingen ===
;1885
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, […]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
**Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
*''Exposition universelle des beaux-arts. Catalogue général. Hollande'', Antwerpen, [2 mei 1885-2 november] 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (21 mei 1885) [[Het Vaderland/Jaargang 17/Nummer 118/De Wereldtentoonstelling te Antwerpen|‘De Wereldtentoonstelling te Antwerpen. VI’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2].
;1890
*''[[Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te 's-Gravenhage]]'', [Koninklijke] Academie, Den Haag, 1890, p. 9, cat.nr. 42.
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
ks65n5ccvqdp6qe1gr1c18kiawwfg08
Overleg index:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf
107
85797
225519
225110
2026-08-25T12:07:11Z
Havang(nl)
4330
225519
wikitext
text/x-wiki
== Vertaling uit oud-Frans ==
'''Iedereen kan meehelpen''' aan de vertaling uit oud-Frans van dit Middeleeuws werk.
De proefvertaling is verkregen met hulp van AI door in google-AI-modus of in chatgtp gebruik te maken van de volgende prompt:
{{block center|{{smaller|« Chercher dans le texte les mots qui sont dans des glossaires de l'ancien Français,<br> puis donner la traduction du texte en Néerlandais, en gardant le lay-out:<br>https://fr.wikisource.org/wiki/Page:Li_romans_de_Bauduin_de_Sebourc.pdf/23 »}}}}(idem voor volgende pagina's met betreffende ...pdf/'''nummer''' in de prompt)
later verkort tot:
{{block center|{{smaller|Glossaire, puis traduction d'ancien Français en Néerlandais, en gardant<br>le lay-out: https://fr.wikisource.org/wiki/Page:Li_romans_de_Bauduin_de_Sebourc.pdf/...}}}}
==Tweekoloms Fr-Nl==
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Hier de vertaling.
</poem>
|}
Nadat in de Nederlandse pagina met sjabloon ''<nowiki>{{iwpage|fr}}</nowiki>'' de Franstalige transcriptie ter vergelijking binnengehaald is, kan men in in het venster van ''bewerking ter controle bekijken'' deze tekst kopieren en plakken op de plaats van/ter vervanging van <nowiki>{{iwpage|fr}}</nowiki>
Dit geeft bij transclusie de tekst fr-nl in twee kolommen.--[[Gebruiker:Havang(nl)|Havang(nl)]] ([[Overleg gebruiker:Havang(nl)|overleg]]) 13 aug 2026 13:24 (CEST)
== Personages en Personen (Historisch & Mythologisch) ==
''Door AI gegenereerd.''
<poem>
• Alisxandres / Alexanders / Alixandre (Alexander, broer van Bauduin, koning van Schotland)
• Aliamme / Aliammes /(Anthiames, een van de verraders in dienst van Gaufrois, Anthiames de Roussie, van Rusland.)
• Bauduin de Sebourc / Bauduins / Bauduïnet (Boudewijn van Sebourc, de hoofdpersoon)
• Bauduin de Biauvais (Boudewijn van Beauvais, oom van Bauduin de Sebourc)
• Bauduins Cauderons (Boudewijn Cauderons, kruisvaarder)
• Bérart (Een verraderlijke burger uit Lusarches)
• Blanche (Zus van graaf Robers van Vlaanderen, geliefde van Bauduin)
• Briguedans / Brighedans / Briquedans (Koning van Afrika)
• Brohadas (Zoon van de sultan van Perzië)
• Calabre (Profetes/waanzinnige uit Mekka)
• Corbarans / Corbarant (Corbararan van Oliferne, Saraceense leider)
• Elyas (Elias, de Zwaanridder)
• Eliénor / Elidnor (Eleonora, zus van de Rouge-Lion)
• Ernous de Biauvais / Ernoul (Arnoul van Beauvais, koning van Nijmegen en vader van Bauduin)
• Esmerés / Esmerez / Esmeret (Esmeret, oudste broer van Bauduin, koning van Nijmegen)
• Euriant (Koning Euriant, stamvader van de familie)
• Foukier (Een van de verraders)
• Gallerans / Galerans (Galleran, de trouwe ridder van koningin Rose)
• Garsiles (Verrader in dienst van Gaufrois)
• Gaufrois / Gaufroit / Goufroit (Godefroi/Govert van Friesland, de grote verrader)
• Gautiers (Een boosaardige gerechtsbode/beul)
• Gérin (Een herbergier in Bavay)
• Glorians / Gloriant (Glorian, broer van Bauduin, koning van Cyprus)
• Godefroy de Buillon / Godefrois (Godfried van Bouillon, neef van Bauduin)
• Hainfrois (Een kwaadaardige ridder aan het hof van Gaufrois)
• Harpins de Bourgez (Harpin van Bourges, kruisvaarder)
• Henris (Een Vlaamse ridder/verrader)
• Hues de Tabarie (Hulde van Tiberias)
• Huon d’Odequin (Huon van Odequin, personage uit de kronieken)
• Islaire (Koning Islaire, een Saraceense koning)
• Ivorine (Ivorine, dochter van de koning van de Haus-Assis)
• Jehans d’Alis (Jan van Alis, kruisvaarder)
• Jehans de Pontieu (Jan van Ponthieu)
• Julien (Koning Julien van Cyprus, tevens de doopnaam van koning Briguedans)
• Longis (Longinus, de blinde Romeinse soldaat die Jezus spietste)
• Lucabians (Saraceense koning)
• Lucions / Lucion (Koning Lucion, vader van Polibant)
• Luxion (Saraceense koning)
• Madarent / Madarans (Madarant, raadsheer en verrader)
• Mainfrois / Mainfroy (Maufroy, een Franse verrader/renegraat)
• Matabrune (Matabrune, de boosaardige grootmoeder uit de zwanenlegende)
• Nicole / Nicole / Thumas / Gautiers / Pole (Namen van dieven/matrozen)
• Olivier (De legendarische paladijn Olivier)
• Otinel / Otiniaus (Otinel, neef van Gaufrois)
• Othon (Een ridder uit Friesland)
• Percheval (Percheval, hertog van Denemarken)
• Pièron-l’ermite / Pières-li-ermites (Peter de Kluizenaar)
• Polibant (Polibant van Falise, later gedoopt als Saint Brandon / Sint Brandaan)
• Polis (Koning Polis uit de kronieken)
• Publion (Een boodschapper)
• Rénier (Een slager uit Lusarches)
• Richars de Cammont (Richard van Camont, kruisvaarder)
• Robers / Robert (Graaf Robert van Vlaanderen/Henegouwen)
• Roelans / Rollant (De legendarische paladijn Roeland)
• Rouges-Lions / Rouge-Lion (De Rode Leeuw, koning van Abilant/Orcanie)
• Rose / Roze (Koningin Rose, moeder van Bauduin)
• Salahadin / Salehadins (Saladin, de bekende sultanszoon in dit epos)
• Salatie (Dochter van Saladin en de dame van Ponthieu)
• Sanson / Millon / Gallerant / Godenor / Thiebaut / Litus / Bertaut / Alori / Rogier (Ridders en tegenstanders in de Slag bij Lusarches)
• Thiebaus / Thiebaut (Verrader in dienst van Gaufrois)
• Thumas (Maistre Thumas, een christelijke priester in Bagdad)
• Wistaces de Boulongne / Wistace (Eustachius van Boulogne, neef van Bauduin)
• Ydain / Idain (Ida van Boulogne, moeder van Godfried van Bouillon en tante van Bauduin)
• Ysoré (Isoré, de maarschalk van Gaufrois)
Heiligen, Religieuze en Goddelijke Figuren
• Adam & Evain / Eve (Adam en Eva)
• Apollon / Apolin (Apollon, door de middeleeuwers gezien als Saraceense afgod)
• Baraton / Barant (Fictieve Saraceense godheid)
• Bugibus / Bregibus (Beëlzebub / een duivel)
• Cahus (Een Saraceense demon of godheid)
• Jhésu-Cris / Jhésus / Diu / Diex (Jezus Christus / God)
• Jupin (Jupiter, hier misvat als Saraceense god)
• Mahommet / Mahon / Mahom (Mohammed, hier aanbeden als godheid)
• Margot (Saraceense afgod)
• Marie / Vierge-Marie (De Maagd Maria)
• Sains Danel (Sint Daniël)
• Sains Elye / Saint Elye (Sint Elias)
• Sains Fremin (Sint Firmijn)
• Sains Germains / Saint Germain (Sint Germanus)
• Saint Islaire (Sint Hilarius)
• Saint Jorge (Sint Joris)
• Saint Loys (Sint Lodewijk)
• Saint Martel (Sint Martellus of Sint Maarten)
• Saint Martin (Sint Martinus / Maarten)
• Saint Nicholas (Sint Nicolaas)
• Saint Omer (Sint Audomarus / Omer)
• Saint Pière / Saint Pierre (Sint Petrus)
• Saint Richier (Sint Riquier / Richarius)
• Sains Remis (Sint Remigius)
• Saint Symon (Sint Simon)
• Saint Vinçant / Saint Vinchant (Sint Vincentius)
• Sainte Cateline / Cateline (Sainte Catharina)
• Tirvogant / Tervagant / Tervogant (Termagant, fictieve Saraceense godheid)
Geografische Namen (Steden, Landen en Regies)
• Abilant (Saraceense stad nabij de Tigris)
• Acre (Akko, kruisvaardersstad)
• Alemaigne / Alemaingne (Duitsland)
• Anthioche (Antiochië)
• Aufrique (Afrika)
• Babilone (Babylon / Caïro)
• Baudas (Bagdad)
• Bavay (Bavay, stad in Henegouwen)
• Bethléant / Bethleem (Bethlehem)
• Boulongne / Bouloigne (Boulogne-sur-Mer)
• Brabant (Hertogdom Brabant)
• Brandis (Brindisi, Italië)
• Brugez / Bruges (Brugge)
• Capharnaon (Kafarnaüm)
• Cartage (Carthago)
• Chipre / Cypre (Cyprus)
• Constentin (Constantinopel)
• Courtrai (Kortrijk)
• Damas (Damaskus)
• Danemarche (Denemarken)
• Escalon (Asjkelon)
• Escoche (Schotland)
• Espaingne (Spanje)
• Falise / Falisse (Stad/burcht in de buurt van Bagdad/Indië)
• Farise (Fictieve oosterse plaatsnaam)
• Fescamp (Fécamp, Normandië)
• Flandres / Flandre / Flamens (Vlaanderen / Vlamingen)
• Franchois / Franchoise / Franche (Frankrijk / Fransen)
• Frize / Frison (Friesland / Friezen)
• Galilée (Galilea)
• Gant (Gent)
• Gresse (Griekenland)
• Hainou / Hainnau / Hénuïer (Henegouwen / Henegouwers)
• Inde / Inde majour (Indië / India)
• Jhérusalem / Jherusalem (Jeruzalem)
• Kievetout (Civetot, burcht van de Volkskruistocht)
• Lille (Rijsel)
• Lombardie (Lombardije)
• Lusarches / Lusarchez (Plaatsnaam in Friesland)
• Mieke / Mièkes (Mekka)
• Monclin (Fictieve burcht in het epos)
• Mons (Bergen, in Henegouwen)
• Mont-Laön (Laon)
• Nichotie (Nicosia, Cyprus)
• Nike / Niqués (Nicea)
• Nimaie / Nimaye / Niemaye (Nijmegen)
• Nivelle (Nijvel)
• Orcanie (Orkney-eilanden, hier gesitueerd in het Oosten)
• Oriant (Het Oosten)
• Pavie (Pavia, Italië)
• Persis / Persant / Persie (Perzië / Perzen)
• Picardie (Picardië)
• Pise (Pisa)
• Pontieu / Ponthieu (Ponthieu)
• Ramez (Ramla, Palestina)
• Romme (Rome)
• Saint-Amant (Sint-Amands of Saint-Amand-les-Eaux)
• Saint-Omer (Sint-Omaars)
• Sebourc (Sebourg, burcht nabij Valenciennes)
• Sormagane (Fictieve oosterse plaatsnaam)
• Surie (Syrië)
• Tabarie (Tiberias)
• Tarente (Taranto, Italië)
• Tigris (De rivier de Tigris)
• Tournay / Tournay (Doornik)
• Troie (Troje)
• Valenchiènez / Valentin (Valenciennes / Valencijn)
• Vautainise (Fictieve rijke goudmijn of regio)
</poem>
8nf7t5hilaxf298qb4tg65zje3soblu
225532
225519
2026-08-25T18:07:31Z
Havang(nl)
4330
/* Tweekoloms Fr-Nl */
225532
wikitext
text/x-wiki
== Vertaling uit oud-Frans ==
'''Iedereen kan meehelpen''' aan de vertaling uit oud-Frans van dit Middeleeuws werk.
De proefvertaling is verkregen met hulp van AI door in google-AI-modus of in chatgtp gebruik te maken van de volgende prompt:
{{block center|{{smaller|« Chercher dans le texte les mots qui sont dans des glossaires de l'ancien Français,<br> puis donner la traduction du texte en Néerlandais, en gardant le lay-out:<br>https://fr.wikisource.org/wiki/Page:Li_romans_de_Bauduin_de_Sebourc.pdf/23 »}}}}(idem voor volgende pagina's met betreffende ...pdf/'''nummer''' in de prompt)
later verkort tot:
{{block center|{{smaller|Glossaire, puis traduction d'ancien Français en Néerlandais, en gardant<br>le lay-out: https://fr.wikisource.org/wiki/Page:Li_romans_de_Bauduin_de_Sebourc.pdf/...}}}}
==Tweekoloms Fr-Nl==
<nowiki >{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Hier de vertaling.
</poem>
|}</nowiki>
Nadat in de Nederlandse pagina met sjabloon ''<nowiki>{{iwpage|fr}}</nowiki>'' de Franstalige transcriptie ter vergelijking binnengehaald is, kan men in in het venster van ''bewerking ter controle bekijken'' deze tekst kopieren en plakken op de plaats van/ter vervanging van <nowiki>{{iwpage|fr}}</nowiki>
Dit geeft bij transclusie de tekst fr-nl in twee kolommen.--[[Gebruiker:Havang(nl)|Havang(nl)]] ([[Overleg gebruiker:Havang(nl)|overleg]]) 13 aug 2026 13:24 (CEST)
== Personages en Personen (Historisch & Mythologisch) ==
''Door AI gegenereerd.''
<poem>
• Alisxandres / Alexanders / Alixandre (Alexander, broer van Bauduin, koning van Schotland)
• Aliamme / Aliammes /(Anthiames, een van de verraders in dienst van Gaufrois, Anthiames de Roussie, van Rusland.)
• Bauduin de Sebourc / Bauduins / Bauduïnet (Boudewijn van Sebourc, de hoofdpersoon)
• Bauduin de Biauvais (Boudewijn van Beauvais, oom van Bauduin de Sebourc)
• Bauduins Cauderons (Boudewijn Cauderons, kruisvaarder)
• Bérart (Een verraderlijke burger uit Lusarches)
• Blanche (Zus van graaf Robers van Vlaanderen, geliefde van Bauduin)
• Briguedans / Brighedans / Briquedans (Koning van Afrika)
• Brohadas (Zoon van de sultan van Perzië)
• Calabre (Profetes/waanzinnige uit Mekka)
• Corbarans / Corbarant (Corbararan van Oliferne, Saraceense leider)
• Elyas (Elias, de Zwaanridder)
• Eliénor / Elidnor (Eleonora, zus van de Rouge-Lion)
• Ernous de Biauvais / Ernoul (Arnoul van Beauvais, koning van Nijmegen en vader van Bauduin)
• Esmerés / Esmerez / Esmeret (Esmeret, oudste broer van Bauduin, koning van Nijmegen)
• Euriant (Koning Euriant, stamvader van de familie)
• Foukier (Een van de verraders)
• Gallerans / Galerans (Galleran, de trouwe ridder van koningin Rose)
• Garsiles (Verrader in dienst van Gaufrois)
• Gaufrois / Gaufroit / Goufroit (Godefroi/Govert van Friesland, de grote verrader)
• Gautiers (Een boosaardige gerechtsbode/beul)
• Gérin (Een herbergier in Bavay)
• Glorians / Gloriant (Glorian, broer van Bauduin, koning van Cyprus)
• Godefroy de Buillon / Godefrois (Godfried van Bouillon, neef van Bauduin)
• Hainfrois (Een kwaadaardige ridder aan het hof van Gaufrois)
• Harpins de Bourgez (Harpin van Bourges, kruisvaarder)
• Henris (Een Vlaamse ridder/verrader)
• Hues de Tabarie (Hulde van Tiberias)
• Huon d’Odequin (Huon van Odequin, personage uit de kronieken)
• Islaire (Koning Islaire, een Saraceense koning)
• Ivorine (Ivorine, dochter van de koning van de Haus-Assis)
• Jehans d’Alis (Jan van Alis, kruisvaarder)
• Jehans de Pontieu (Jan van Ponthieu)
• Julien (Koning Julien van Cyprus, tevens de doopnaam van koning Briguedans)
• Longis (Longinus, de blinde Romeinse soldaat die Jezus spietste)
• Lucabians (Saraceense koning)
• Lucions / Lucion (Koning Lucion, vader van Polibant)
• Luxion (Saraceense koning)
• Madarent / Madarans (Madarant, raadsheer en verrader)
• Mainfrois / Mainfroy (Maufroy, een Franse verrader/renegraat)
• Matabrune (Matabrune, de boosaardige grootmoeder uit de zwanenlegende)
• Nicole / Nicole / Thumas / Gautiers / Pole (Namen van dieven/matrozen)
• Olivier (De legendarische paladijn Olivier)
• Otinel / Otiniaus (Otinel, neef van Gaufrois)
• Othon (Een ridder uit Friesland)
• Percheval (Percheval, hertog van Denemarken)
• Pièron-l’ermite / Pières-li-ermites (Peter de Kluizenaar)
• Polibant (Polibant van Falise, later gedoopt als Saint Brandon / Sint Brandaan)
• Polis (Koning Polis uit de kronieken)
• Publion (Een boodschapper)
• Rénier (Een slager uit Lusarches)
• Richars de Cammont (Richard van Camont, kruisvaarder)
• Robers / Robert (Graaf Robert van Vlaanderen/Henegouwen)
• Roelans / Rollant (De legendarische paladijn Roeland)
• Rouges-Lions / Rouge-Lion (De Rode Leeuw, koning van Abilant/Orcanie)
• Rose / Roze (Koningin Rose, moeder van Bauduin)
• Salahadin / Salehadins (Saladin, de bekende sultanszoon in dit epos)
• Salatie (Dochter van Saladin en de dame van Ponthieu)
• Sanson / Millon / Gallerant / Godenor / Thiebaut / Litus / Bertaut / Alori / Rogier (Ridders en tegenstanders in de Slag bij Lusarches)
• Thiebaus / Thiebaut (Verrader in dienst van Gaufrois)
• Thumas (Maistre Thumas, een christelijke priester in Bagdad)
• Wistaces de Boulongne / Wistace (Eustachius van Boulogne, neef van Bauduin)
• Ydain / Idain (Ida van Boulogne, moeder van Godfried van Bouillon en tante van Bauduin)
• Ysoré (Isoré, de maarschalk van Gaufrois)
Heiligen, Religieuze en Goddelijke Figuren
• Adam & Evain / Eve (Adam en Eva)
• Apollon / Apolin (Apollon, door de middeleeuwers gezien als Saraceense afgod)
• Baraton / Barant (Fictieve Saraceense godheid)
• Bugibus / Bregibus (Beëlzebub / een duivel)
• Cahus (Een Saraceense demon of godheid)
• Jhésu-Cris / Jhésus / Diu / Diex (Jezus Christus / God)
• Jupin (Jupiter, hier misvat als Saraceense god)
• Mahommet / Mahon / Mahom (Mohammed, hier aanbeden als godheid)
• Margot (Saraceense afgod)
• Marie / Vierge-Marie (De Maagd Maria)
• Sains Danel (Sint Daniël)
• Sains Elye / Saint Elye (Sint Elias)
• Sains Fremin (Sint Firmijn)
• Sains Germains / Saint Germain (Sint Germanus)
• Saint Islaire (Sint Hilarius)
• Saint Jorge (Sint Joris)
• Saint Loys (Sint Lodewijk)
• Saint Martel (Sint Martellus of Sint Maarten)
• Saint Martin (Sint Martinus / Maarten)
• Saint Nicholas (Sint Nicolaas)
• Saint Omer (Sint Audomarus / Omer)
• Saint Pière / Saint Pierre (Sint Petrus)
• Saint Richier (Sint Riquier / Richarius)
• Sains Remis (Sint Remigius)
• Saint Symon (Sint Simon)
• Saint Vinçant / Saint Vinchant (Sint Vincentius)
• Sainte Cateline / Cateline (Sainte Catharina)
• Tirvogant / Tervagant / Tervogant (Termagant, fictieve Saraceense godheid)
Geografische Namen (Steden, Landen en Regies)
• Abilant (Saraceense stad nabij de Tigris)
• Acre (Akko, kruisvaardersstad)
• Alemaigne / Alemaingne (Duitsland)
• Anthioche (Antiochië)
• Aufrique (Afrika)
• Babilone (Babylon / Caïro)
• Baudas (Bagdad)
• Bavay (Bavay, stad in Henegouwen)
• Bethléant / Bethleem (Bethlehem)
• Boulongne / Bouloigne (Boulogne-sur-Mer)
• Brabant (Hertogdom Brabant)
• Brandis (Brindisi, Italië)
• Brugez / Bruges (Brugge)
• Capharnaon (Kafarnaüm)
• Cartage (Carthago)
• Chipre / Cypre (Cyprus)
• Constentin (Constantinopel)
• Courtrai (Kortrijk)
• Damas (Damaskus)
• Danemarche (Denemarken)
• Escalon (Asjkelon)
• Escoche (Schotland)
• Espaingne (Spanje)
• Falise / Falisse (Stad/burcht in de buurt van Bagdad/Indië)
• Farise (Fictieve oosterse plaatsnaam)
• Fescamp (Fécamp, Normandië)
• Flandres / Flandre / Flamens (Vlaanderen / Vlamingen)
• Franchois / Franchoise / Franche (Frankrijk / Fransen)
• Frize / Frison (Friesland / Friezen)
• Galilée (Galilea)
• Gant (Gent)
• Gresse (Griekenland)
• Hainou / Hainnau / Hénuïer (Henegouwen / Henegouwers)
• Inde / Inde majour (Indië / India)
• Jhérusalem / Jherusalem (Jeruzalem)
• Kievetout (Civetot, burcht van de Volkskruistocht)
• Lille (Rijsel)
• Lombardie (Lombardije)
• Lusarches / Lusarchez (Plaatsnaam in Friesland)
• Mieke / Mièkes (Mekka)
• Monclin (Fictieve burcht in het epos)
• Mons (Bergen, in Henegouwen)
• Mont-Laön (Laon)
• Nichotie (Nicosia, Cyprus)
• Nike / Niqués (Nicea)
• Nimaie / Nimaye / Niemaye (Nijmegen)
• Nivelle (Nijvel)
• Orcanie (Orkney-eilanden, hier gesitueerd in het Oosten)
• Oriant (Het Oosten)
• Pavie (Pavia, Italië)
• Persis / Persant / Persie (Perzië / Perzen)
• Picardie (Picardië)
• Pise (Pisa)
• Pontieu / Ponthieu (Ponthieu)
• Ramez (Ramla, Palestina)
• Romme (Rome)
• Saint-Amant (Sint-Amands of Saint-Amand-les-Eaux)
• Saint-Omer (Sint-Omaars)
• Sebourc (Sebourg, burcht nabij Valenciennes)
• Sormagane (Fictieve oosterse plaatsnaam)
• Surie (Syrië)
• Tabarie (Tiberias)
• Tarente (Taranto, Italië)
• Tigris (De rivier de Tigris)
• Tournay / Tournay (Doornik)
• Troie (Troje)
• Valenchiènez / Valentin (Valenciennes / Valencijn)
• Vautainise (Fictieve rijke goudmijn of regio)
</poem>
b85dk6unqvhu1ew5waaneo3q9h12va4
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Verenigd Koninkrijk
100
87271
225523
225477
2026-08-25T13:44:08Z
Vincent Steenberg
280
lf
225523
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Britse schilderkunst
| afbeelding = Thomas Gainsborough - Mr. und Mrs. Andrews (c. 1750).jpg
| alt = Mr. und Mrs. Andrews door Thomas Gainsborough
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource-nl]] beschikbare bronnen over Britse schilderkunst.
}}
== Barok en Rococo ==
;Ferguson, William Gowe
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Geldorp, Georg (ca. 1590/1595-1665)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gelsdorf|“Gelsdorf”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 87-88.
;Kneller, Godfrey (1646-1723)
*''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p. 1.
;Lely, Peter
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Lely|“Pieter vander Faes, genaamt Lely”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 41-49.
== Classicisme en Romantiek (ca. 1750-ca. 1850) ==
;Gainsborough, Thomas (1727-1788)
*Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Volgens de Belgische Indépendance|‘Volgens de Belgische Indépendance […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 3].
*Anoniem (12 januari 1907) [[De Preanger-bode/Jaargang 12/Nummer 10/Holbbourne Art Museum|‘Tot voor kort was het Holbbourne Art Museum te Bath in Engeland zeer rijk aan werken van de beroemdste schilders. […]’]], ''De Preanger-bode'', tweede blad, [p. 2].
;Hoppner, John (1727-1788)
*Anoniem (12 januari 1907) [[De Preanger-bode/Jaargang 12/Nummer 10/Holbbourne Art Museum|‘Tot voor kort was het Holbbourne Art Museum te Bath in Engeland zeer rijk aan werken van de beroemdste schilders. […]’]], ''De Preanger-bode'', tweede blad, [p. 2].
;Lawrence, Thomas (1769-1830)
*''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p. 1.
;Morland, George (1763-1804)
*''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p. 1.
;Reynolds, Joshua (1723-1792)
*''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p. 1.
*''Kunstwerke aus dem Besitz Baron Albert von Goldschmidt-Rothschild. Schloss Grüneburg, Frankfurt a. Main. Möbel, Bronzen, Bijoux, Möbel, Porzellan, Tapisserien'', Hermann Ball & Paul Graupe, Berlijn, 14 maart 1933.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingnieuws|‘Veilingnieuws. De familieschatten van de Frankfortsche Rothschild’s onder den hamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Romney, George (1734-1802)
*''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p. 1.
*''Kunstwerke aus dem Besitz Baron Albert von Goldschmidt-Rothschild. Schloss Grüneburg, Frankfurt a. Main. Möbel, Bronzen, Bijoux, Möbel, Porzellan, Tapisserien'', Hermann Ball & Paul Graupe, Berlijn, 14 maart 1933.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingnieuws|‘Veilingnieuws. De familieschatten van de Frankfortsche Rothschild’s onder den hamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Turner, Joseph Mallord William
*''XXIV Biennale di Venezia'', Venetië, 29 mei-30 september 1948.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (17 september 1948) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 134/Nummer 18653/Van impressionisten tot de abstracte kunst|‘Van impressionisten tot de abstracte kunst’]], ''Arnhemsche Courant'', [p. 3].
== ca. 1850-ca. 1914 ==
;Alma Tadema, Lourens (1836-1912)
*Anoniem (9 oktober 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 41/Prijsvraag|‘Prijsvraag’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 41, p. 186.
*Anoniem (7 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 248/Avondblad/Men seint ons uit Londen|‘Men seint ons uit Londen: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, D, p. 3.
*[F.] (23 januari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 4/De kathedraal van Peterborough|‘De kathedraal van Peterborough’]], ''Architectura'', p. 22-23.
;Bisschop-Swift, Kate
*Anoniem (11 december 1871) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 204/Nummer 292/H. M. de Koningin, vergezeld door den heer Motley, bragt gister avond een bezoek aan Pulchri Studio's tweede kunstbeschouwing|‘H. M. de Koningin, vergezeld door den heer Motley, bragt gister avond een bezoek aan Pulchri Studio’s tweede kunstbeschouwing, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Bijvoegsel, [p. 1].
;Holman Hunt, William (1827-1910)
*[F.] (23 januari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 4/De kathedraal van Peterborough|‘De kathedraal van Peterborough’]], ''Architectura'', p. 22-23.
;Rossetti, Dante Gabriel (1828-1882)
*''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p. 1.
*''Catalogue of valuable autograph letters and historical documents. Including important examples of Thackeray, Dickens, Swift, Shelley, R. L. Stevenson, Rossetti, Washington, Franklin, and others, a very fine series of ninety letters from Charlotte Brontë to Miss Nussey, important correspondence of Georges Cadoudal, the Chouan leader, with Commodore Keats, an interesting collection of original documents relating to the notorious criminal Eugene Aram, a long series of letters from the poets W. Cowper and Alexander Pope, manuscripts of musical composers, collections in albums, etc.'', Sotheby, Wilkinson & Hodge, Londen, 6 juli 1910.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Veiling van handschriften|‘Veiling van handschriften’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
== 20e eeuw ==
;Newton, Herbert Herman (1881-1959)
*Anoniem (26 maart 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 62/26 maart 1931/Avondblad/Van 28 Maart tot 15 April|‘Van 28 Maart tot 15 April […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1].
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
hixisk9hmhx95fpi4g1kt36bnqnino2
Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingnieuws
0
88213
225520
225468
2026-08-25T13:42:43Z
Vincent Steenberg
280
typo
225520
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Veilingnieuws. De familieschatten van de Frankfortsche Rothschild’s onder den hamer’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit het ''Algemeen Handelsblad'', zaterdag 24 december 1932, Avondblad, derde blad, p. 9. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Algemeen Handelsblad vol 105 no 34436 Avondblad KUNST.pdf" from=1 to=1 fromsection=s5 tosection=s5/>
[[Categorie:Algemeen Handelsblad, Jaargang 105, Nummer 34436]]
ha3n6qs32hsdwp81ju82xzjz8zbakyc
225521
225520
2026-08-25T13:42:57Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingsnieuws]] hernoemd naar [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingnieuws]]: typo
225520
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Veilingnieuws. De familieschatten van de Frankfortsche Rothschild’s onder den hamer’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit het ''Algemeen Handelsblad'', zaterdag 24 december 1932, Avondblad, derde blad, p. 9. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Algemeen Handelsblad vol 105 no 34436 Avondblad KUNST.pdf" from=1 to=1 fromsection=s5 tosection=s5/>
[[Categorie:Algemeen Handelsblad, Jaargang 105, Nummer 34436]]
ha3n6qs32hsdwp81ju82xzjz8zbakyc
Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Filmmatinée's
0
88257
225527
2026-08-25T15:19:56Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225527
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Filmmatinée’s’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit het ''Algemeen Handelsblad'', zaterdag 24 december 1932, Avondblad, derde blad, p. 9. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Algemeen Handelsblad vol 105 no 34436 Avondblad KUNST.pdf" from=1 to=1 fromsection=s6 tosection=s6/>
[[Categorie:Algemeen Handelsblad, Jaargang 105, Nummer 34436]]
7qv15au726odp0g3z3zvhjgken7eich
Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kreisler's Sissy
0
88258
225528
2026-08-25T15:23:20Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225528
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Kreisler’s „Sissy”’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit het ''Algemeen Handelsblad'', zaterdag 24 december 1932, Avondblad, derde blad, p. 9. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Algemeen Handelsblad vol 105 no 34436 Avondblad KUNST.pdf" from=1 to=1 fromsection=s7 tosection=s7/>
[[Categorie:Algemeen Handelsblad, Jaargang 105, Nummer 34436]]
01bbrluh4vp34kv44onhaf1bmcq05xi
Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans
0
88259
225529
2026-08-25T17:49:58Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225529
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’
| Schrijver = |Override_schrijver = P.K.-n.
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit het ''Algemeen Handelsblad'', zaterdag 24 december 1932, Avondblad, derde blad, p. 9. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Algemeen Handelsblad vol 105 no 34436 Avondblad KUNST.pdf" from=1 to=1 fromsection=s8 tosection=s8/>
[[Categorie:Algemeen Handelsblad, Jaargang 105, Nummer 34436]]
de9g3gvl5oqf3q68y4y49iawpto4nkz
Hoofdportaal:Museum Boijmans Van Beuningen
100
88260
225531
2026-08-25T17:52:40Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Museum Boijmans Van Beuningen]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Kunst/Musea/Museum Boijmans Van Beuningen]]: +segmenten
225531
wikitext
text/x-wiki
#DOORVERWIJZING [[Hoofdportaal:Kunst/Musea/Museum Boijmans Van Beuningen]]
6bae824g56mc6qqd3fqepy74prl4ae5
Boudewijn van Sebourg/ZANG XIV
0
88261
225538
2026-08-25T18:37:04Z
Havang(nl)
4330
te verplaatsen naar index
225538
wikitext
text/x-wiki
DE ROMAN VAN BOUDEWIJN VAN SEBOURC.
Deel 2. De Bastaard van Bouillon
ZANG XIV.
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
NU begint de materie die men moet erkennen,
En boven andere verhalen moet men deze prijzen.
Naar mijn ware onderwerp wil ik nu terugkeren,
Ik zal vertellen over koning Morgant, die louter toornig was:
Toen liet hij de stad, zowel dag als nacht, bewaken
Zo nauwgezet dat er niets te drinken noch te eten binnenkwam
En hij liet haar aanvallen door het bedrieglijke volk,
Dag in dag uit, om de stad te verwoesten.
En de koning van Bagdad en de twee ridders
Trokken er vaak op uit, gewapend, op het strijdros, 10
Tegen de Saracenen, om hun eer te vergroten;
Maar de Saracenen lieten de doorgang bewaken
Zodat men hen op geen enkele wijze schade kon toebrengen,
Want wie verloren heeft, wil daarna sparen,
Waarom er voor de koning van Bagdad enkel verdriet was.
Het beleg van Bagdad duurde zeer lang:
De stad werd altijd zodanig verdedigd
Dat de stad honger leed, waarom zij zeer bedroefd waren;
Want de sterke koning Morgant, met zijn trotse houding,
Riep de achterban op binnen zijn leengebied. 20
Dertigduizend Saracenen, die tot zijn volk behoorden,
Kwamen Bagdad van alle kanten belegeren.
Hoe meer het vriest, hoe meer het knelt, zo zegt men heel vaak.
De goede koning van Bagdad, die zoveel moed bezat,
Had een zeer bedroefd hart, hij was hevig ontdaan.
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
</poem>
Omdat hij niet kon, op de een of andere manier,
De drie gevangenen weer onder zijn bevel te krijgen.
Dus liet hij Morgant weten, als hij de drie prinsen teruggeeft,
Dat hij de dame zal teruggeven die straalt van schoonheid;
Maar Morgant zegt en stuurt snel een bericht naar Bagdad30
Dat hij zijn vrouw terug zal hebben, zonder enige ruil,
Voordat hij het beleg opbreekt door welke verdeling ook:
Want hij weet wel dat de hongersnood voor hen helemaal niet voortduurt.
Heren, waarom zou ik het lied voor u verlengen?
Zo lang was koning Morgant en die van zijn koninkrijk
Vóór de stad die men Bagdad noemt,
Dat zij geen brood te eten hadden, noch vlees, noch vis,
En zij waren in de stad in zo'n grote nood
Dat noch ridder noch schildknaap wist wat te doen.
Dus hielden zij ruggenspraak met Morgant de wrede40
Dat hij zijn vrouw met het heldere gezicht terug zal krijgen;
Onder zo'n zelfde overeenkomst en om deze reden
Dat zij de belegering en het edele koninkrijk verlieten,
En zij zullen nooit meer kwaad doen ter waarde van één enkele knop.
Zo was de overeenkomst zoals ik vermeld.
Toen Ludiane deze conclusie vernam,
Werd zij zeer bedroefd in haar gemoedstoestand;
En toen zei ze tegen de koning: “ Men moet zich wel verwonderen
“ Dat u mij teruggeeft aan Morgant, mijn echtgenoot!
“ Ik zou liever bij u zijn dan bij die schurk;50
“ Hij heeft een afgehakte hand, en hij is maar heel weinig waard,
“ En hij heeft een andere hand laten maken van zuiver goud zonder koper.
“ Ik zou willen dat hij aan een strop werd opgehangen! “
“ Dame, “ zei de koning, “ spreek alleen maar het goede.
“ Ik zal u vertellen waarom ik met het volk van Mahon
“ Deze vrede heb gesloten, u weet er de afloop niet van;
“ Maar ik zal u de ware bedoeling ervan vertellen.
“ De koning houdt drie befaamde prinsen bij zich:
“ Er is er een bij die ik even liefheb als mijzelf;
“ Nu zult u mij goed helpen, totdat de drie baronnen60
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Ze zullen aan mij worden overgedragen en uit de gevangenis worden bevrijd.
“ Want zodra zij vanhier de hielen lichten,
“ Zal ik u voorzeker in allerijl te paard volgen;
“ En voor Italië zal ik mijn paviljoen
“ Binnenkort hebben opgeslagen, met een grote menigte manschappen bij mij.
“ Als u mij wilt helpen in mijn rechtmatige nood,
“ Zult u en de ridders voor wie ik devotie koester,
“ Binnen zeer korte tijd in mijn macht hebben;
“ Want een vrouw weet maar al te goed hoe ze haar heer moet misleiden. “
“ Vrouwe, “ zo sprak de koning, “ voor God die alles schiep, 70
“ Smeek ik u dat u mij helpt. Ik zal u nimmer in de steek laten,
“ Hoe men u ook zal overleveren aan koning Morgant.
“ Dit verlof zal immers niet voor altijd zijn.
“ Men kan niet goed springen zonder eerst een stap terug te doen. “
“ Heer, “ sprak de koningin, “ men zal u adviseren
“ Hoe uw vrienden weer hierheen zullen keren;
“ En ik ook, schone heer, die u nimmer in de steek zal laten. “
“ Hoe? “ zo sprak de koning, “ verberg het mij toch niet. “
“ Heer, “ sprak de koningin, “ uw leger moet optrekken om te belegeren
“ De stad Italië, die hier minder dan twintig mijlen vandaan ligt: 80
“ Onder de stad door loopt een ondergrondse gang
“ Die de stad uit gaat en daar al heel lange tijd ligt;
“ Rechtstreeks naar een bos leidt deze gang,
“ En vlak langs het paleis dat koning Morgant stichtte.
“ Daar ter plekke bevindt zich het gewelf, er is een ijzeren deur
“ Die stevig is afgesloten; want niemand zal daarbinnen treden
“ Tenzij men met de juiste sleutel de deur gaat openen.
“ En ik zal er wel voor zorgen dat de sleutel aan mij zal worden
“ Toevertrouwd en overhandigd. Zo zal hij er niet op verdacht zijn,
“ Koning Morgant, mijn echtgenoot, want men zal hem niet zomaar openen. 90
“ En wanneer ik de sleutel heb, zal men het u laten weten
“ Via een geheime boodschapper die door mijzelf zal worden gezocht;
“ Dan zult u onder de grond komen, en de poort zal
“ Geopend en van het slot zijn, en zo zult u daar binnentreden:
“ Dan zult u mijn echtgenoot doden en hem absoluut niet sparen. “
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Schande over hem door God die hem niet zal doden!
“ Want hij is zwaargewond, hij zal zichzelf niet kunnen helpen.
“ Zo zult u de stad hebben, want men zal haar verwoesten;
“ Noch zaal, noch huis zal men daarin sparen.
“ De christenen zult u onderwerpen, en zo zal ik hiernaar terugkeren. “ 100
“ Bij mijn geloof, “ zei de koning, “ dat is een schone reden.
“ Als dit zo gedaan kan worden, zal ik het als een groot goed beschouwen. “
“ Jazeker, “ zei de koningin, “ twijfel er geenszins aan,
“ Want wat een vrouw bedenkt, zal zij maar al te goed volbrengen;
“ Zodra zij het wil doen, zal niemand haar ervan weerhouden. “
“ Inderdaad, “ zei de koning, “ maar als er een boodschapper aan te pas komt,
“ Dan zal het nooit volbracht worden, ik zal u beslist niet liegen;
“ Zodra een verraad via boodschappers verloopt,
“ Is dat te moeilijk om te doen om goed af te lopen.
“ Dame, “ zei de koning, “ wie zo'n zaak wil doen, 110
“ Moet goed kijken voor wie hij zijn hart opent,
“ Want om in een ander een vertrouwelijk geheim te hebben,
“ Moet men diens goede hart wel heel zuiver tot zich trekken;
“ Want menig mond lacht die niet wil kussen.
“ En daarom zeg ik het u, edelmoedige koningin,
“ Let op waar u spreekt over het volbrengen van de zaak;
“ Want men geeft vaak een goede beloning aan iemand
“ Die zijn loon voor goed handelen niet heeft verdiend. “
“ Heer, “ zei de koningin, “ u hoeft niet te twijfelen;
“ Ik denk mijn zaak in het geheim te beramen. 120
“ Om met u terug te keren moet ik vurig verlangen,
“ Want ik haat Morgant zozeer dat ik het niet kan uithouden. “
Toen ging de koning haar kussen en omhelzen.
Hij was een goede gezel, en wist goed te spelen
Het spel dat een dame soms wenst te spelen.
En men kan een goede werkman ook niet te veel prijzen,
En de slechte werkman weet de dame goed te laken.
Daarom, wanneer men jong is, moet men zich zo haasten
Dat men zich in de ouderdom over de jeugd kan verheugen;
Want het is een mooie zaak om deugdzaam te leven. 130
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|<poem>
Naar mijn terechte vaderland wil ik terugkeren:
Ik zal vertellen over koning Morgant, de Saraceen Escler,
Die recht naar de poort kwam om zijn vrouw op te eisen.
Men ziet wel vaker gebeuren bij menig fraai jongeman
Dat hij zijn vrouw gaat zoeken, smeken en opeisen,
Bij degene die haar bij zich heeft laten rusten.
De liefde maakt de wijzen immers vaak dol.
Bij de buitenmuren van Bagdad is koning Morgans gekomen;
En koning Pourvéus komt hem daar tegemoet:
Hij bracht Ludiane mee, die een bekoorlijk lichaam had, 140
En droeg haar over aan de koning, onder de voorwaarde
Dat hij hem had beloofd dat hij, zolang hij leefde,
Bagdad niet meer zou belegeren, noch de omliggende gebieden.
De koning ziet zijn vrouw en omhelst haar teder;
En zij kuste hem en zei al zuchtend:
“ Heer, wat heb ik lange tijd een bedroefd hart gehad! “
“ Vrouwe, ik geloof u wel. “ Toen gingen zij uiteen.
God! Wat waren de christenen blij en verheugd
Dat zij naar hartenlust volop te eten hadden!
En de Saracenen trokken snel ver weg, 150
In de richting van Italië keerden zij terug.
Bauduin de Sebourc namen zij met zich mee,
Bauduin de kalief, en koning Polibant,
Die zeer misnoegd zijn dat de trouweloze ongelovigen
Hen gevangen wegvoerden zonder enige bescherming.
“ Ach! God, “ zei Bauduin, “ diegene tref ik ongeluk
“ Wanneer hij zijn meester onderwerpt aan zijn arme dienaar. “
“ Ach! God, “ zei Bauduin, “ heilige maagd Maria,
“ Ooit heb ik in Bagdad een man hoffelijkheid betoond,
“ Nu heeft hij het mij slecht vergolden, bij God, deze keer. “ 160
Zo sprak de edelman. En Morgans van Italië
Laat de baronnen elke dag eenmaal slaan;
En de goede christenen zeiden: God, help ons!
Over Pourvéus zal ik vertellen, die zijn baronnen
En zijn ridderschap zich snel liet toerusten:
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Ze hebben de uitrusting ingepakt, het hele gevolg,
En karren, en wagens, en lastpaarden uit Hongarije;
Uit Bagdad zijn ze vertrokken met een mooi gezelschap.
Naar Italië gaat dit gedoopte volk,
De vaandels in de wind waar het goud schittert. 170
De koning maakte van zijn volk menig eskadron:
Aan elk tiental beveelt en verzoekt de koning
Dat een groot vaandel omhoog wordt opgericht,
Waardoor de Saracenen, wier lichaam God vervloeke,
Denken dat zij met de helft meer volk zijn;
Want een overvloed aan vaandels is een gevreesde zaak.
Naar Italië gaan ze, met ontplooid vaandel;
En Morgan gaat voorop met zijn afvallige volk.
Hij was pas acht dagen in zijn versterkte stad, 180
Toen hij daarvóór menige opgezette tent zag;
Toen was hij verbijsterd, maar hij geeft er geen knoflookteen om.
Sterk was zijn stad en zeer goed van kantelen voorzien;
Hij geeft om de aanvallen geen rotte appel.
Morgan was in het paleis, met zijn mooie dame,
En zei al lachend tegen haar: “ Dame, ziet u niet
“ Die koning der ellendelingen die naar u verlangt?
“ Om uw lichaam terug te krijgen komt hij naar deze streek!
“ Had hij, binnen Bagdad, ooit uw liefde? “
Toen de dame het hoorde, deed ze zeer ontzet 190
En begint te huilen; en zweert en verzekert dan
Dat ze veel liever zou hebben dat ze verbannen was.
“ Bij Mahomet! Ik geloof het wel, “ zei de koning, “ lieve vriendin. “
Zo sprak Morgan tot zijn geprezen dame.
En als er een man is die jaloers is,
Moet hij zijn kwaal zeker aan zijn vrouw vertellen;
En als zij dat weet, zou ze er helemaal niet om zweren.
Moge God zo ook het hele gezelschap helpen.
De koning was in het paleis met zijn vrouw;
Zij zei tegen hem: “ Schone heer, u wilt maar weinig vrede sluiten, “
“ Die denkt dat ik me met deze schoenmaker heb ingelaten. “200
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Het is helemaal niet voor mij dat deze erfgenaam komt,
“ Integendeel, het is voor de drie, die zulke bedriegers zijn,
“ Die u, mooie heer, in uw kerker hebt laten werpen. “
“ Dame, “ zo sprak Morgan, “ bij Mahon die mij lief is,
“ Ik zal hen alle drie de hoofden afsnijden;
“ Nog voor morgenavond zult u ze in stukken gehakt zien. “
“ Heer, u zult wel doen, “ zei de dame met het trotse gezicht.
Toen zei ze: “ Heer God, die alles moet oordelen,
“ Hoe zal ik hen kunnen troosten of helpen? “
Van de koning vertrok de dame, zonder dralen, 210
In haar kamer is zij gegaan, die met puur goud beschilderd was;
Bij een kistje komt zij aan, en vond daar een slot.
De sleutel van de cisterne, die zo hoog werd geprezen,
Had Morgan daar geplaatst, al meer dan een heel jaar;
Maar sinds de christenen hen kwamen belegeren,
Ging hij elke nacht in zijn kist kijken
Of de sleutel er nog altijd lag, bij het slapengaan,
Hij zou het niet hebben nagelaten om te gaan, zelfs niet voor het goud van Montpellier.
Hij was niet gerust op zijn edele vrouw,
Daarom ging hij de sleutel zo vaak hanteren. 220
Goed wist de dame het, waar zij slechts hoefde toe te kijken,
Dus nam zij een beetje was en begon het te kneden;
Toen duwde zij de sleutel erin en liet hem hechten
Helemaal naar haar wens erin gedrukt:
Toen de afdruk erin stond, ging zij de sleutel weer verbergen
En sloot het kistje weer af, dat zij niet open wilde laten.
Een smid heeft zij laten ontbieden, door een van haar schildknapen,
En de smid komt eraan, die niet wilde weigeren;
De koningin zei tegen hem: “ u moet smeden
“ Op deze afdruk hier een stevige sleutel. 230
“ Vanavond wil ik hem hebben, en u zult een goede beloning krijgen;
“ Want ik heb een kistje dat met staal is beslagen,
“ De sleutel ervan is verloren, wat mij erg verdriet,
“ Want mijn juwelen liggen erin, die ik liefheb en koester.
“ Nu herinner ik mij een dame, die hier onlangs kwam,
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ De sleutel van mijn schrijn heeft mij niet doen dwalen
“ Om mijn juwelen te roven, die menige penning waard zijn.
“ Het is nog nodig dat u vannacht de maker ervan bent,
“ Zodat ik de sleutel heb voordat men gaat slapen.
“ Neem van mijn geld geheel naar uw verlangen, 240
“ Als ik de sleutel maar heb, waaraan ik grote behoefte heb;
“ En zie hier een florijn om te drinken bij uw maaltijd.
“ U zult er nog meer krijgen, denk eraan om terug te keren. “
En de smid gaat heen, hij kon zich slechts haasten,
Nooit tevoren had hij zo'n vreugde! Dus begon hij te danken
Mahoun en Tervagant; toen sprak hij zonder dralen:
“ Nooit kreeg een smid voor een sleutel zo'n mooi loon! “
Maar het zou veel beter voor hem zijn geweest als hij in Montpellier was;
Nooit werd er door een ambachtsman zo'n rampzalige sleutel gemaakt.
Daarom moet niemand opscheppen, noch beweren, 250
Iets te bezitten op deze wereld, noch voor, noch achter,
Totdat hij het in handen heeft en het kan overhandigen.
Men krijgt van verscheidene mensen pas betaling na veel moeite.
Ik geloof dat nooit tevoren een sleutel zo snel werd gesmeed;
Hij haast zich om te werken, en heeft hem snel klaargemaakt.
Bij de dame keerde hij terug, die zich goed had voorbereid
Om haar smid te betalen; en hij roept haar dan toe:
“ Dame, ik heb uw zaak geheel en al gereedgemaakt;
“ Dame, sindsdien heb ik niet gegeten, moge Mahoun mij zegenen. “
En de dame antwoordt: “ U heeft mij een gunst bewezen; 260
“ Kom met mij mee. “ Toen leidt de dame hem
Naar een hoge zaal waar een trap met vele treden draait:
Daar was een schildknaap, die van haar familie was,
Bij wie de koningin, de hooggeachte, haar beklag had gedaan,
Dat een smid haar een grote schanddaad had aangedaan;
En toen zij haar neef zag, zei ze met zachte stem tegen hem:
“ Doe wat u moet doen, neef, ik vraag het u. “
Deze hield een mes vast, vlijmscherp geslepen,
Hij trof de smid recht tussen long en lever;
Zo geruisloos slaat hij hem dood neer, dat hij niet jammert, noch schreeuwt. 270
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
In het water werd ze gegooid, die eigenste nacht.
Nu heeft de edele dame de sleutels klaargemaakt:
Nu weet zij geen list te bedenken waardoor het gedoopte volk
Te weten kan komen dat de dame aldus is toegerust.
In geen levend mens stelt de dame haar vertrouwen,
Wanneer zij haar geheime raad op een besloten plek deelt.
Toen bedacht de lieftallige koningin zich:
Nooit was een dame, geloof ik, beter geadviseerd
Dan de koningin was, over wie ik u vertel,
Om haar echtgenoot te schande te maken, van wie zij ongelukkig hield. 280
Ludiane, de dame met het zeer schone lichaam,
Nam inkt en perkament; zo schreef zij menig briefje
En stelde op schrift, de dame met het trouwe hart:
“Heer koning van Bagdad, ik stuur u zonder herroeping
“Dat ik de sleutel heb laten smeden door een goede, snelle smid,
“Om de cisterne te openen die naast een weitje ligt;
“Ga daar naar binnen, samen met menig jonker.
“Als u morgen, voor de middag, niet onfeilbaar komt
“Om binnen Italië een gevecht te beginnen,
“Zullen de drie christenen, die nobele jonkers zijn, 290
“Die Morgan in zijn gehouwen kerker gevangen houdt,
“Morgen elk de nek worden afgesneden:
“Want Morgan heeft het gezworen bij de wet van Jupiter,
“En hij zou zijn eed niet breken, zelfs niet voor het bezit van Lucifer.
“Welnu, denk eraan te komen, bij het lichaam van de heilige Daniël;
“En als u de boodschap van deze oproep kunt lezen,
“Laat dan voor mijn kasteel branden
“Dertig brandende fakkels. Dan zal ik direct weten
“Of u mijn bevel met een vurig hart zult opvolgen.”
Vijftien brieven maakte de dame, die zij merkte met dit teken, 300
Toen nam zij vijftien schapen: aan de nek
Van elk schaap bond de dame een briefje.
Bij het geheime achterpoortje, dat naast een bruggetje ligt,
Liet de dame ze naar buiten, hen opjagend met een stokje;
Ze kwamen in een gracht terecht waarin menig kiezelsteen lag.
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
De schapen grazen het gras, wroetend met hun snuit,
Zij hebben zich allen verspreid over de kleine weide;
Snoepend onder het gras gaan de kleine lammetjes,
En zij brengen het nieuws naar de rijke, trouwe koning
Die verlangde naar het feest van de dame. 310
Nooit tevoren hoorde u in een boek of op een boekrol zeggen,
Dat men ooit van schapen een koppelaar maakte.
De schapen zijn verspreid over het groenende gras,
De hele nacht door grazen zij daar in de avondval.
En toen de volgende dag aanbrak, na zonsopgang,
Keek het leger toe en begon men op te merken
Dat de schapen zich te goed deden aan het gras als ontbijt;
Waarop ridders en serganten kwamen aanrennen:
Wie de zijne kan grijpen, pakt hem snel mee.
Toen zij de brieven zagen die aan hun nek hingen, 320
Lezen zij de brieven; toen zagen zij in
Dat de groet en de boodschap voor de koning bestemd waren.
Alle vijftien schapen worden aan de koning gepresenteerd:
De koning nam de brieven en toonde grote vreugde;
De boodschap die hij hoorde, vond hij welbehaaglijk.
Toen liet hij terstond dertig fakkels ontsteken
En heel dicht bij het kasteel stonden dertig serganten
Die de fakkels vasthielden op de groenende weide.
De koningin zag hen goed en begon God te danken.
Vlak naast het grote paleis van Italië, 330
Was er een kelder; en er zat een deur aan de voorkant,
Daar was de ingang, zo lezen wij geschreven,
Die onder de grond liep: Morgan legde daar een tunnel aan
Waar vier man breed gemakkelijk samen konden gaan,
Gewapend met alle wapens, gezeten op hun strijdros.
En de tunnel liep uit in een groenend bos:
Daar was een torentje waardoor men naar buiten ging,
Maar de koning van Bagdad wist van het geheim,
Dus liet hij de toren afbreken en vond zo het gat;
Een halve mijl lang was deze grot die daar liep.340
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
De koning is er binnengegaan en zijn dappere mannen;
In de waterkelder gaan de christenen binnen,
Gewapend en bepantserd, geheel tot hun beschikking.
Nu zal ik u vertellen over de rijke koning Morgant:
's Morgens stond hij op toen de prime luidde,
En ging toen naar het paleis om zijn raad te verzamelen,
Vierhonderd Saracenen, allen strijdende prinsen.
"Heren," zei de koning, "luister nu naar mijn mening:
"Ik heb drie christenen in mijn kerker liggen,
"Om wie die van Bagdad zwaar bedroefd zijn, 350
"En ze hebben het beleg voor mijn stad opgeslagen.
"Nu zou ik heel graag, bij mijn god Tervogant,
"Raad van u hebben? Gaat u beraadslagen
"Hoe ik zal handelen, en onder welke voorwaarden.
"Maar ik zal u eerst mijn eigen gedachte zeggen:
"Als het u niet goed lijkt, stem er dan niet mee in;
"Want men vindt soms een welbespraakt spreker
"In de allerarmste als in de meest dappere,
"En zo adviseert een dwaas soms goed de wijze.
"Heren," zei Morgans, "bij mijn god Baraton, 360
"Ik heb zelf een plan, als dit u goed lijkt,
"Dat men bij deze drie christenen die ik in mijn gevangenis heb,
"De hoofden afhakt, zonder enig losgeld;
"En hen dan voor het oog van de christenen ophangt/spiest.
"Als de christenen zien dat de ellendelingen dood zijn,
"Zullen ze het beleg opgeven zonder enig uitstel;
"Van hen zullen we verlost zijn door deze gelegenheid."
De Saracenen zeggen: "U spreekt louter goede woorden.
"Deze raad is zo goed dat men geen betere weet."
Toen beval de koning kortstondig een dienaar 370
Dat hij naar de kerker zou gaan, daar waar de baronnen zijn,
En hen daar zonder enig uitstel laat wegvoeren;
En deze is vertrokken, hij maakte geen oponthoud.
Morgans liet hem de sleutels van de gevangenis overhandigen:
Bij de kerker kwam hij aan, die vlak bij een donjon lag,
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Kort en bondig opende hij het, en riep toen met luide stem:
“ Komt, “ zei hij, “ naar boven, snode verraderlijke dief,
“ Uw dood is geoordeeld; u krijgt geen losgeld.
“ U zult weldra geen kaproen meer nodig hebben. “
Toen de drie jonkers de Saraceen hoorden, 380
Waren zij in grote vrees en hielden het hoofd gebogen;
“ Waar denken wij aan, heren, “ zei Bouduin,
“ Aangezien het Jezus behaagt, die van water wijn maakte,
“ Dat wij moeten sterven en ten onder gaan?
“ Laten wij de dood gelaten aanvaarden, edele, dappere paladijnen,
“ En laten wij diep in ons hart Gods goddelijk bloed prenten,
“ Dat Hij vergoot om ons uit de handen van Kaïn te bevrijden.
“ Laten wij een oprecht aandenken en een zuiver, vroom hart hebben
“ Voor de vreugde van de hemel. Als deze snode Saracenen
“ Ons vernietigen, geef ik er geen cent om. 390
“ Sint Pieter en Sint Paul, Sint Mattheüs, Sint Firmin,
“ Werden allen gemarteld en kwamen aan een wreed einde,
“ Om de troon te verwerven waar de Saracenen [nu] zijn.
“ Ik wil niet sterven in een bed, noch op een kussen,
“ Want als men mij aan de galg hangt, zal dat niet voor diefstal zijn;
“ Maar het is om Mohammed en Apollon te tarten,
“ En de duivels te loochenen, die slechte buren zijn.
“ In de eer van God zal ik sterven, aan wie ik mij lijdzaam overgeef,
“ Maar voordat ik sterf, bij de trouw die ik verschuldigd ben aan Sint Maarten,
“ Zal ik met mijn twee vuisten, die zo hard zijn als dennenhout, 400
“ Degene die hierheen komt een pijnlijke klap uitdelen. “
Toen stond hij op en liep op de Saraceen af:
“ Waar wil je mij heenbrengen? Vertel het me, neef? “
En deze zei: “ daar omhoog, in het marmeren paleis.
“ Daar wacht Morgan op u en al zijn hovelingen. “
Bauduin de Sebourc had geen hart van een lafaard;
Hij hief zijn rechtervuist en sloeg de hond,
Zijn hersens verbrijzelde hij, en hij sloeg hem achterover tegen de grond;
Zozeer slaat en takelt hij hem toe dat hij hem ter dood brengt.
Toen riep hij de anderen luid toe in zijn taal: 410
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Als u hier beneden komt, bij het geloof dat ik verschuldigd ben aan Sint-Martin,
“ Zal ik u van de vuist geven; maar het zal geen enkele florijn zijn! “
Toen schreeuwden de heidenen en maakten een groot kabaal.
En de drie gevangenen, die dapper en listig zijn,
Verlieten de kerker en gaan richting een tuin:
Maar meer dan duizend Turken hebben zich op de weg begeven,
En daar werden zij heroverd; ze vonden er een hard eind,
Want de Saracenen wreken hun neef met slagen.
Meer werden zij verscheurd, de baronnen van edele bloede,
Dan vagebonden die hun doel hebben verloren. 420
Nu waren de baronnen in de geplaveide zaal,
Voor koning Morgant die een woedende blik had;
Tegen de baronnen riep hij uit: “ uw dood is gezworen!
“ Ieder van u zal zijn hoofd gescheiden zien. “
En zij antwoordden: “ wij hechten er geen enkele waarde aan. “
Morgant riep er een Turk bij uit Val-Fondée:
“ Ga, en voltrek het vonnis zonder enig uitstel. “
En deze antwoordde: “ het zij zoals het u behaagt.
“ Nu wil ik mij wreken, zonder enig uitstel,
“ Eerst op de kalief; ik heb hem meer dan een jaar 430
“ Zeer zwaar gehaat, zodat zijn dood mij behaagt. “
Naar de kalief is hij gekomen, en hij riep hem toe:
“ Door u stierf mijn broer in uw land,
“ Maar vandaag zal de wraak daarvoor getoond worden. “
De handen gaat hij hem binden zonder enig uitstel,
De ogen heeft hij hem geblinddoekt met gescheurd doek.
Toen Polibans het ziet, veranderde hij van kleur,
Honderd maal gaat hij hem kussen in één ruk;
Geen enkel geboren persoon kon hem daarvan weghalen.
Hetzelfde deed Bauduin, wie dit geenszins behaagt. 440
En de heiden schreeuwt: “ zonen van een bewezen hoer,
Trek u van hem terug, uw dood is gezworen! “
Vervolgens zorgen de Saracenen voor de scheiding,
Honderd slagen hebben zij hun gegeven in één ruk;
En de valse Saraceen heeft het zwaard geheven,
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Het hoofd, met een enkele slag, heeft hij eraf gehakt,
Zodat het een flinke sprong ver van het lichaam wegvloog.
Toen kwam hij bij Polibant, die een zeer angstig gezicht had;
Nooit had hij van het gewijde water genoten,
Noch was hij gedoopt op die bewuste dag, 450
Want zijn bedoeling was, in zijn oprechte gedachte,
Dat zijn lichaam rechtstreeks in Rome gezegend zou worden.
Hij knielde neer en sprak: “Geprezen Maagd,
“Die Jezus Christus droeg, die de hemel en de dauw schiep,
“Zover het waar is dat u als maagd van Hem bent bevallen,
“Heb deernis met mij, zoete, behouden Maagd!”
Toen sprak hij tot koning Morgant met zeer luide stem:
“Koning, voordat ik sterf, geef mij, als het u behaagt,
“Toestemming dat mij door uw volk wat wordt gebracht
“Van het water waarmee mijn lichaam een weinig besprenkeld kan worden?” 460
De koning liet hem een grote ketel vol overhandigen.
Toen Polibant die vasthield, sprak hij: “Vrome Maagd,
“Ik zal mijzelf dopen met een devoot gemoed;
“Want de goede daden maken het werk, niet de lange dag.”
Toen Polibant het water vasthield, sloeg hij met zijn hand een kruis,
En beval zich teder aan bij de Vader en de Zoon aan.
Toen hij goed gezegend had, hief hij de ketel omhoog
En goot deze geheel over zijn hoofd leeg,
Zodat hij zijn hele lichaam ermee besprenkelde;
Toen sprak hij: in de naam van God, laat dit hier de doop zijn. 470
Toen nam hij de ketel en wierp hem naar de heidenen:
Hij trof een snode Saraceen zó hard
Dat hij diens hersens daar ter plekke opensloeg.
Toen Boudewijn dat zag, die daar op de dood wachtte,
Kon hij zich niet inhouden van het lachen, niet voor al het goud dat God bezit;
En hij sprak tot Polibant en riep luid naar hem:
“Vriend, sterf vrolijk, want dit is een goede doop.”
Zodra de knecht daar was die zijn polsen vastbond;
Terwijl hij hem gereedmaken, daar hij dacht hem te doden,
Vond er een prachtig avontuur plaats dat men u zal vertellen: 480
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Koningin Ludyane luisterde aan de voorraadkamer
Om te weten of de koning, met zijn mannen, zou komen;
Zij hoorde een ruitertroep, waarop zij de deur ontsloot.
En zij zag de koning die de ingang naderde,
De koning kwam naar haar toe en zij riep tot hem:
“ Heren, haast u toch! Of er zal onheil geschieden,
“ Want van u drie baronnen is er een al een tijd geleden gestorven. “
Toen de koning dit hoorde, spoorde hij zijn goede strijdros aan,
Hij verliet de cisterne en bekeek het volk;
Hij stortte zich in het gedrang en zag naar niemand om. 490
Hij riep Baudas! en schreeuwde: verraad! verraad!;
Vervloekt zij eenieder die daar nog bleef hangen!
Ieder haast zich om zich te wapenen en gaat naar zijn huis.
De koning zag Boudewijn en Polibant hierzo;
Hij roept tot hen: “ Heren, bij mijn geloof, zie mij hier,
“ Hier is de schoenmaker die uw lichamen kroonde. “
Zodra de christenen de stad binnengingen
En zij allen met één stem "Verraad! verraad!" riepen,
Lieten zij alles achter en keerden zich vluchtend om.
En de goede christenen gingen naar de twee baronnen, 500
Om hun handen los te binden deden zij hard hun best;
En daarna leverden zij een grote slag met de Saracenen,
En staken evenzo op verscheidene plaatsen de brand erin.
De vrouw van koning Morgant, de Saraceen, vonden zij
Bovenop een strijdros; snel tilden zij haar eraf
En brachten haar toen terstond naar koning Morgant.
Meer dan tienduizend heidenen ontvluchtten de stad
Zonder om te kijken naar bloedverwant, neef of naaste.
Toen Morgant van Italië zijn edele vrouw aannam,
Was hij niet zo blij geweest als met een grote last goud. 510
De koningin roept tot hem: “ Koning, laten we denken aan vluchten,
“ Want de christenen zijn al met meer dan vijftien duizend.
“ Het is veel beter te vluchten dan je schande tegemoet te treden. “
Koning Morgant antwoordt: “ Dat moet worden ingewilligd. “
De koning had immers maar één hand, hij kon geen oorlog voeren;
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Hij nam de vlucht, hij wilde de stad verlaten.
En toen de Saracenen de koning zagen vertrekken,
Verlieten zij de stad en haastten zij zich weg.
En de goede christenen deden moeite om hen te achtervolgen:
Bauduins de Sebourc steeg op een strijdros, 520
Dat deed ook Polibans, die het hart van een prins had;
Achter Morgant gaan zij aan, door het zandige land.
En de koning van Bagdad dacht dat hij levend gek zou worden
Vanwege de vrouw van Morgant, die de vileine bedriegers
Met zich meenemen over de hele, brede weg.
De hele dag volgen de edele krijgers hen
En zeggen dat zij zo wel vier dagen zullen volgen, zonder op te houden,
Totdat zij Morgant vinden, de laffe verrader,
Die hen menigmaal heeft laten slaan en beschimpen.
Bauduins de Sebourc liep hierbij voorop, 530
En Polibans erachter, en de goede schoenmaker.
Zoveel als een paard rennen kan, begonnen zij vooruit te stormen,
Over de vlakten van Italië rijden de prinsen te paard;
Om Morgant in te halen hadden zij zo'n groot verlangen
Dat zij geen enkele trek hadden om te drinken of te eten;
En zij zeggen dat zij hem zullen grijpen, wie het ook moge kwellen,
Voordat zij ooit weer naar huis zullen terugkeren.
Maar dwaasheid doet de mens naar onredelijkheid verlangen.
Men zegt dat wie meer begeert dan hij behoort,
Het heel vaak gebeurt dat hij zichzelf daarmee bedriegt. 540
Voor onze goede christenen had het ruim voldoende moeten zijn
Dat zij de stad met zo'n heldendaad hadden veroverd;
Maar de vrouw van Morgant liet hen zo voortrijden,
En ook de goede koning van Bagdad, want hij had haar vurig lief.
Bauduins de Sebourc ging achter Morgant aan
Omdat hij zich maar al te graag op hem wilde wreken;
En Polibans zei hem dat hij niet zou omkeren
Vanaf deze plek totdat Morgant gevangen zou zijn.
Zo lang volgden zij Morgant, die in een snel tempo voortreisde,
En die op weg was naar de stad Babylon. 550
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Het gebeurde dat Morgan, toen hij te paard reed,
Een zeer grote menigte opmerkte op een rechte weg,
Die over de grote weg naar Babylon trok:
Het was Saladin, de sultan die heerste over
De stad Babylon, waar een schone stad was,
Waar de sultan was die weleer trouwde met
De dame van Ponthieu die Jezus verloochende
Voor de liefde van Esmeret, die zij was ontgaan,
De broer van Boudewijn die zo dapper was.
Heren, deze koning-sultan die dit leger aanvoerde560
Kwam van het oorlog voeren tegen een koning die niet wilde
Gehoorzamen aan de leenheerschap die ieder jaar verschuldigd was.
Nu heeft hij hem genade geschonken, en daarom keerde hij terug
Terug naar Babylon waarheen hij zijn volk terugbracht.
Maar Morgan ontmoette hem en klaagde bij hem
Over het christelijke volk dat hem zo achtervolgde;
Daarop zei de koning-sultan dat hij hem goed zou wreken:
Zo heeft hij een hinderlaag opgezet, die hij in een bos verschanste,
Met Turken; en evenzoveel nam hij er mee
Een halve mijl verder, en daar wachtte hij. 570
Baudewijn van Sebourc die zeer hard reed,
En de koning van Bagdad die heel dicht bij hem was,
En koning Polibans, die drie, met grote spoed,
Volgden koning Morgan die tegengehouden was
Bij de koning-sultan die de zijnen in de hinderlaag legde.
En de christenen reden te paard, waar goed volk was,
Zo passeerden zij de hinderlaag, die hen in een bos opwachtte,
En toen zij er voorbij waren, keerde de sultan terug,
Tegen de christenen stelde hij zijn legers in slagorde op.
Baudewijn van Sebourc stelde zijn volk op, 580
En liet hen toen wapenen en bracht hen in goede slagorde;
Polibans maakte zich gereed en trok een goede malienkolder aan
En een rijke helm die zeer helder glansde
En omgordde een goed zwaard en een scherpe spies,
Zijn schild hing aan zijn hals en hij hield de lans vast;
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Bij Boudewijn hield hij zich op, want hij had hem lief.
Vóór de sultan, die op hen afstormde,
Verdedigen de christenen zich, maar het baatte hen weinig
Want de hinderlaag van achteren sloot hen allen in;
Zo werden ze allen gevangengenomen, wat tot hun ondergang leidde. 590
Ingesloten waren onze mensen te midden van een vallei;
Van voren hebben zij de veldslag, van achteren het handgemeen:
Maar ieder verdedigt zich met de scherpte van het zwaard.
Boudewijn van Sebourc, met het krachtige gelaat,
Trof een Saraceen met zulk een noodlot
Dat hij zijn lans door diens borstkas deed gaan;
Het hart kliefde hij hem, en zo is de ziel heengegaan.
En Polibans trof één vermaarde Turk,
Van het paard wierp hij hem achterover, met open mond;
En daar werd zijn vlees zo door de paarden vertrapt 600
Dat hij daarna nooit meer opstond. En het krijgsrumoer stijgt op,
En de koning van Bagdad slaat er in het wilde weg op los;
Steeds weer bracht hij de paarden de dood,
Want het is zijn overtuiging, in hart en gedachte,
Dat wanneer de mens gevallen is, hij nooit meer iets waard is.
Zeer dicht bij Babylon, op ongeveer anderhalve mijl,
Was de veldslag groot en de aanval fel:
Ware de hinderlaag van het afvallige volk er niet geweest,
Dan zou de eer zeker aan de christenen zijn toegekomen;
Maar door de sterke hinderlaag werd ons volk verslagen 610
En door de Saracenen gedood en er slecht aan toegebracht.
Wanneer Boudewijn dat ziet, behaagt het hem geenszins,
Dus zei hij tegen Polibant, die een koene blik had:
“ Van een slechte plaats komen wij, van pijn en kwelling,
“ Maar in een nog slechtere treden wij binnen; het is gedaan met ons leven. “
Precies zo doet degene die hertrouwt,
Wanneer hij zijn vrouw heeft verloren en God hem van haar heeft gescheiden;
Nooit zal hij vreugde kennen tenzij hij een andere verbintenis aangaat.
Diegene beschouw ik als ongelukkig, die zo zijn leven slijt.
Nu waren de christenen zo nauw omsingeld; 620
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Al waren het vogels geweest, klaar om weg te vliegen,
Met zeer grote moeite zouden ze zijn ontsnapt.
Koning Morgan roept de ongelovige sultan aan;
“ Heer, “ zo sprak Morgan, “ luister naar mijn gedachte:
“ Zie daar de drie schurken die mij zo hebben beschaamd,
“ Zorg dat ze levend naar de gevangenis worden afgevoerd.
“ Ter dood veroordeeld zullen ze worden door uw rijke baronnen;
“ Want het past niet dat zij zo worden behandeld,
“ Maar zij moeten naar het recht worden verbrand en verschroeid,
“ Of gekookt in olie, of heel lang worden voortgesleept. “ 630
“ Morgan, “ sprak de sultan, “ u spreekt de waarheid. “
Daarop roept hij zijn manschappen toe met goede wil;
“ Baronnen, “ sprak de sultan, “ hoor nu mijn gedachte:
“ Zorg dat deze schurken levend aan mij worden overgeleverd,
“ Deze drie die samen klaarstaan om te vechten. “
En de Saracenen stormen eropaf als dolle honden.
Daar werden de baronnen zo hevig in het nauw gedreven
Dat hun schilden werden doorboord en aan flarden gescheurd;
Ze hadden lans noch zwaard, ze waren er slecht aan toe.
Door de overmacht van de Turken, die er in overvloed waren, 640
Werd men gegrepen en gevangengenomen, levend en gezond;
Maar zij waren liever dood en gedood geweest,
Aan de koning-sultan werden zij overgedragen en uitgeleverd.
Alle drie werden daar gevangen, zo zegt de kroniek.
Toen de christenen zagen dat zij in de val zaten,
Keerden zij hun de rug toe; ze vluchtten een bos in:
De nacht werd donker, daardoor werden zij gered.
De hele nacht rennen ze door zonder te stoppen,
Ze kwamen aan in Italië, de nobele stad;
Ze hebben de stad doorzocht, het vuur staken ze erin. 650
Binnenin een toren, uit de grijze oudheid,
Vonden zij Yvorine, die twee dagen had gevast,
Zodat zij niet had gegeten noch brood had doorgeslikt;
Het lichaam van de jonge maagd hebben zij snel bevrijd.
De christenen ondervragen haar, zonder te wachten,
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Waarom de heidenen haar lichaam hadden opgesloten?
Zij zeide tot hen: “ heren, ik geloof in de Heere God;
“ En of ik ooit een jonker beminde, uit het erfgoed van Frankrijk,
“ De koenste ter wereld en de meest geduchte,
“ Bouduin van Sebourc die zoveel macht heeft uitgeoefend. 660
“ In de Rode-Berg, waar hij een grote stad heeft,
“ Toonde ik hem eertijds wel liefde en vriendschap;
“ Zegt mij of hij dood is, houdt het niet voor mij verborgen? “
“ Geenszins waarlijk, zoete vrouwe, hij is geen enkele dobbelsteen meer waard;
“ Naar Babylon hebben de Saracenen hem weggevoerd. “
Toen Yvorine dit hoorde, was haar hart diep bedroefd;
Om de liefde voor Bouduin, de geprezen ridder,
Weende zij zeer teder, de vrouwe, uit goedheid.
En de christenen zijn weergekeerd naar Bagdad,
Bedroefd en treurend en hevig verbitterd 670
Dat zij aldus hun beschermheer hadden verloren;
Maar hierover waren zij verheugd, dat zijzelf waren ontsnapt,
Want de mens is overrijk die vervuld is van gezondheid.
De christen stemt toe, zij nemen Yvorine mee.
En de machtige sultan, met zijn Saraceens gevolg,
Voert de gevangenen mee die van edele afkomst zijn.
Morgan bespotte hen en sprak tot hen een zeer lelijk teken,
En zeide: “ hoerenzoon, van slechte stam,
“ Nu past het u te sterven! gekomen is het uur
“ Dat ik op u gewroken zal zijn, tot een passend lot! “ 680
In Babylon trokken zij binnen, door de Jupine-poort,
De sultan daalde af naar de marmeren zaal:
Tegenover de sultan trad de voortreffelijke koningin
Die in Frankrijk was geboren, het goede en waardige land;
Maar door grote wanhoop nam zij het geloof van Apollon aan.
Toen zij de Sultan zag, boog zij zeer lieflijk voor hem
En vervolgens sprak zij tot hem een zeer schrandere rede:
“ Heer, wat heeft u gedaan in het Verwoeste Land?
“ Brengt u de koning als gevangene mee in uw macht,
“ Die weigerde u de schatting als geschenk te betalen? “ 690
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Welverdiend werd hij aan de tuchtiging onderworpen. “
“ Vrouwe, “ zei de sultan, “ aangezien de mens zich buigt
“ En dat hij beterschap wil.. die recht uit het hart komt.
“ Moet men hem toorn en haat vergeven.
“ Ik heb mijn wil goed doorgedreven in het land van Alexandrië;
“ Maar bij de terugkeer hierheen, naar de grote zee,
“ Ontmoette ik koning Morgant en zijn echtgenote Ludine,
“ Die door de christenen waren uitgedaagd tot de strijd.
“ Ik behoedde hem voor de dood met mijn stalen zwaard,
“ De christen versloeg ik en stortte ik in diepe ellende. 700
“ Nu zijn hier drie gevangenen die van edele afkomst zijn:
“ Twee ervan ken ik goed, zij zijn van onze stam;
“ En er is een grote bij met een zeer trotse houding,
“ Nooit zag ik een mooiere in het land der Saracenen.
“ Nu weet ik niet of hij van het geslacht van de Zwaan is,
“ Die binnen Syrië onze wet bestrijdt? “
“ Wilt u hem mij tonen, heer, “ zei de koningin,
“ Wellicht zal ik hem herkennen of degenen van zijn bloed. “
Toen verlichtte haar gedachte haar zeer sterk,
Naar haar eigen land verlangde haar hele wezen: 710
Want dolgraag zou ze zien, hetzij een jongeman of meisje,
Die haar enig teken van haar thuisland zou kunnen vertellen;
Lange tijd is het her dat ze buurman of buurvrouw zag.
Het hart, hoe slecht het ook moge zijn, buigt zich soms
En krijgt wroeging tot in de diepste wortels.
De vrouw van de koning-sultan die Jezus verloochende,
Toen zij de koning hoorde spreken over de Zwaan,
Herinnerde zij zich Esmeret die zij eertijds zo liefhad;
Toen sprak zij tot de sultan en smeekte hem vurig,
Dat de Fransman haar getoond werd zodat hij voor haar zou verschijnen. 720
Toen bracht de koning-sultan hen alle drie mee:
De edele koningin bekeek hen zeer goed,
Maar zij herkende hen helemaal niet, wat haar zeer verdroot,
Niettemin monsterde zij Boudewijn boven allen.
Hij leek zo sprekend op Esmeret van Nijmegen;
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Wie de één of de ander zou zien, die zou nooit ontkennen
Dat zij broers waren; er valt werkelijk niets anders te zeggen
Behalve dat Boudewijn hem in lengte overtrof.
Toen riep de koningin hem snel bij zich,
En vroeg hem in de Franse taal naar zijn naam? 730
En Boudewijn sprak tot haar, en verborg het geenszins voor haar:
“ Mijn naam is Boudewijn, zoals men mij bij de doop noemde,
“ En ik ben geboren in Henegouwen, wat een rijk land is. “
“ In Henegouwen? “ zei de dame, “ u bent van hierboven geboren
“ Rechtstreeks uit Nijmegen, wat een rijke stad is;
“ Want u lijkt sprekend op een vazal die daarvandaan komt.
“ Maar nu is hij er helemaal niet, en hij is er al lang niet geweest,
“ Welnee, hij zit in een kerker waar hij nooit meer uit zal komen,
“ Binnen in Abilant, wat een rijke stad is. “
“ Ach! Dame, wie is degene die daar in de gevangenis zit? “ 740
“ Vazal, hij komt uit Frankrijk, hij heeft er vrienden;
“ Hij is de koning van Nijmegen, en hij heeft twee broers die koning zijn:
“ De één is koning van Schotland, naar wat men mij vertelde,
“ De ander bezit Cyprus, omdat hij ginds trouwde,
“ En de derde zit gevangen, en zal daar altijd blijven,
“ En u bent de vierde die hier bij mij achterblijft;
“ Want niemand zou mij kunnen overtuigen, van deze kant van de zee of daarginds,
“ Dat u niet zijn broer bent. Eén vader heeft u verwekt
“ En ik geloof vast dat één moeder u in haar schoot droeg. “
“ Ik weet niet wie mij verwekte, “ zei Boudewijn tot haar, 750
“ Maar ik ben al wel 24 jaar verloren.
“ Dame, vanwaar bent u, en uit wat voor land,
“ U die zo prachtig de taal van Parijs spreekt?
“ In Frankrijk bent u geboren, zo geloof ik, bij Jezus Christus. “
En de koningin zei: “ je hebt de waarheid gesproken, vriend;
“ Rechtstreeks in Ponthieu is mijn lichaam daar gevoed en opgegroeid,
“ Hertogin placht ik daar te zijn, dat zweer ik u voorwaar,
“ Maar op zee raakte ik verdwaald, ik weet niet of het vijf of zes maanden was,
“ Tot ik op deze plek strandde. Nu kwam de gedachte in mij op
“ Dat ik het ware lichaam van Jezus Christus zou verloochenen. 760
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ De sultan trouwde mij, zodat hij mijn echtgenoot is.
“ Nu ben ik hier gevangen, waarom mijn hart bedroefd is!
“ Toen ik God verloochende, was dat slecht voor mijn zielenheil;
“ Dat kwam door die jonker die in de gevangenis is geworpen
“ Binnen Abilant, de stad van hoge waarde;
“ Ik ben er zeer goed op gewroken, want hij zit in een kerker.
“ Deze Esmerés zou weleer mijn echtgenoot worden
“ En hij beloofde mij dat in de zaal te Parijs;
“ Maar een ander meisje, dat uit dat land afkomstig is,
“ Stak voor hem de zee over, wees daar allen zeker van, 770
“ Voor hem werd zij weggevoerd van die edele markies:
“ Want zij die de zee overstak, zoals ik al zei,
“ Vertelde Esmeret, met daden en met woorden,
“ Hoe de koning, zijn vader, aan deze kant van de zee was verraden
“ Door , de schurk, die zozeer vervloekt is.
“ Toen Esmerés dat vernam, was hij zo ontzet
“ Dat hij naar ging, ten aanschouwen van al zijn vrienden,
“ Hem het oor afsneed en hem verwondde in het gezicht.
“ De strijd begon, en groot was het gevaar;
“ En de moeder van Esmeret, en de schone met het blanke gezicht, 780
“ En ik die daar was, werden zonder waarschuwing meegesleurd
“ Tot diep in de open zee, waar het gevaar groot is.
“ De wind bracht ons rechtstreeks naar dit gebied.
“ Zo heeft de sultan mij genomen, die mijn echtgenoot is;
“ En ik heb een kind van hem, maar het is nog erg klein:
“ Saladijn is zijn naam, hij is zeer mooi en vrolijk.
“ Voorwaar, het spijt mij dat hij niet in Jezus Christus gelooft;
“ En ik heb Hem verloochend, voorwaar, waardoor ik minder waard ben. “
“ Vrouwe, “ zeide Boudewijn, “ bij de God van het paradijs,
“ Uw lichaam zou het waard zijn om op een brandstapel te worden verbrand, 790
“ U die in Mohammed gelooft, wat nog geen parisis waard is,
“ En de wet van God verlaat. Ach! edele vrouwe,
“ Waarom hebt u dit gedaan en uw vrienden in de steek gelaten?
“ Voorwaar, het spijt mij om de woorden die ik heb gehoord. “
En de vrouwe antwoordt: “ bij mij ligt het gevaar. “
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>}
“ Vrouwe, “ zei Bauduin, “ hoe durfde u erover te denken
“ Hem te verloochenen die Zichzelf liet lijden
“ Aan het allerheiligste kruis, om ons vrij te kopen,
“ En die op de derde dag uit de dood wilde opstaan?
“ U heeft erover onderhandeld om uw ziel te verdoemen! 800
“ Ach! vrouwe, wilt u in uw hart kijken! “
“ Vriend, “ zei de koningin, “ ik weet niet wat te denken,
“ Maar ziehier mijn argument dat mij troost geeft
“ En waarmee ik bij God genade zal kunnen vinden:
“ Hoewel ik God heb verloochend en Hem wilde verachten,
“ Heb ik nooit de Moeder Gods willen onteren,
“ Noch de zeer zoete Maagd verloochend, noch bedrogen.
“ Ik heb de priesters dikwijls horen preken
“ Dat er op de wereld geen zondaar is die zo slecht kan handelen,
“ Noch Jezus verloochenen, noch Zijn naam verachten, 810
“ Noch de spijkers, noch de lans, noch Zijn bloed vervloeken,
“ En een moordenaar worden, roven en stelen,
“ En in een bos mensen gaan vermoorden en doden,
“ En het lichaam van God verkopen om aan de Joden over te leveren;
“ Dat als hij de Maagd met een goed hart zou willen aanroepen
“ En haar zeer zoete beeltenis, en haar voor de geest halen,
“ Om met een oprecht berouwvol hart haar beeltenis te aanbidden,
“ Dat zij de zondaar zeker weer zou verzoenen
“ Met haar lieve Kind, en hem van zijn zonde zou bevrijden.
“ Zij is de Vrouwe van de Genade die ons allen kan redden, 820
“ Zij is de zoete bron om onze zonden weg te wassen,
“ Zij is de zeer milde zon, zij is de ark op zee
“ Die alle berouwvolle mensen in de veilige haven doet aankomen,
“ Zij is degene die ons kan helpen en troosten,
“ Zij is degene bij wie elke zondaar genezing moet zoeken,
“ Zij is de koninklijke Maagd die men moeder moet noemen
“ Want zij verzadigt al haar kinderen met vreugde! “
“ Vrouwe, “ zei Bauduin, “ nu laat God u spreken.
“ Vrouwe, “ zei Bauduin, “ ziehier uw kampioen
“ Om uw wil en uw wens uit te voeren en te volbrengen. 830
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ De sultan, uw echtgenoot, houdt mij in zijn gevangenis:
“ Ik hoef u niet lang toe te spreken, noch een lange preek te houden,
“ Maar als u mij kunt helpen bij mijn trouwe plicht
“ En u mij zou kunnen bijstaan, zult u louter het goede doen;
“ Want men moet altijd zorgen voor wie men heeft grootgebracht.
“ Hier is uw boodschapper, hier is uw dienaar;
“ Ik stel mij onder uw hoede, ik vertrouw op niemand anders dan u,
“ Naast de hemel waar elke beslissing berust.
“ Vrouwe, om Gods wil smeek ik u, Hij die het lijden verdroeg,
“ Bescherm mij tegen de dood; want wij smeken het u. “ 840
“ Vriend, “ zei de koningin, “ ik heb de vurige wens
“ Om een boodschapper te vinden, die een goede naam heeft,
“ Die rechtstreeks naar Frankrijk reist, naar het koninkrijk Ponthieu,
“ Naar Jan, mijn broer, de jonge jonker;
“ En hem van mijn kant de ware toedracht vertelt:
“ En dat hij wel scheep zou willen gaan, op een dromon [oorlogsschip],
“ En rechtstreeks naar het leger van Godfried van Bouillon zou varen
“ En dan hierheen zou komen, met macht en in alle vrijheid.
“ Waarlijk, als ik de tenten opgeslagen zag
“ Van het christenvolk, die edele baronnen zijn, 850
“ Zou ik van hier weggaan, stilletjes als een dief,
“ En ik zou om genade, deemoed en vergiffenis gaan smeken
“ Aan allen die van mijn eigen bloedverwant zijn;
“ Daarna zou ik de kledij van een kloosterorde aannemen,
“ Zo zou ik God dienen en Zijn heilige naam. “
“ Vrouwe, “ zei Boudewijn, “ bij God en bij Zijn naam,
“ Als u ervoor kunt zorgen dat ik mijn vrijlating krijg
“ Van het Saraceense volk, die in Mohammed geloven,
“ Zweer ik u bij de heiligen, op mijn zaligheid,
“ Op de wet van Jezus Christus die het lijden verdroeg, 860
“ En op mijn eigen ziel doe ik u de plechtige belofte
“ Dat ik door geen enkele reden meer zal rusten,
“ Totdat ik uw boodschap in uw thuisland heb volbracht;
“ Opdat u mij zult laten spreken met die baron
“ Die in Abilant eveneens gevangen wordt gehouden.
“ Vazal, “ zei de koningin, “ er is een leeuw,
“ Heel dicht bij Abilant, die grote verwoesting
“ Aanricht in deze stad die ik noem;
“ Want er is geen levend wezen, hoe dapper zijn griffioenhart ook is,
“ Die het waagt om daar naar buiten te gaan, de afstand van een pijlschot. 870
“ Want de leeuw verslindt het omliggende land
“ En dag en nacht houdt men de stad gesloten;
“ Noch degenen uit Babylon, noch die van het volk,
“ Durven in Abilant zelfs maar één enkele knop te brengen,
“ Noch de stad te troosten, als vriend of metgezel,
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Tenzij het ondergronds is. Maar daarlangs gaat men,
“ Zeven mijlen onder de grond zou men kunnen tellen;
“ Mooi is de cisterne daar, nooit heeft men zo'n gezien. “
“ Dame, “ zei Boudewijn, “ ik zal recht op de leeuw afgaan
“ En hem overwinnen, met kracht en vastberadenheid; 880
“ En daarna zal ik gaan spreken met de gevangen ridder,
“ Om te weten wat hij wil overbrengen naar het koninkrijk Frankrijk:
“ Want het helpen van een gevangene is een grote barmhartigheid. “
“ Vazal, “ zei de koningin, “ luister naar mij;
“ Weet dat u op deze manier absoluut niet zult ontsnappen.
“ Voordat ik u vrijlaat, zult u mij beloven
“ Bij de wet van Jezus Christus, waarin u vast gelooft,
“ Dat u nimmer met deze leeuw zult gaan strijden
“ Vanaf nu totdat u bent teruggekeerd
“ Rechtstreeks uit Ponthieu, waar het graafschap goed is, 890
“ En gesproken hebt met mijn broer die Jan wordt genoemd
“ En ook met mijn zus, die u van mij zult groeten.
“ Zoveel vertrouw ik op mijn zus, dat als u haar vertelt
“ Mijn boodschap, zoals u die gehoord heeft,
“ Zij er zozeer voor zal zorgen, nog voor het jaar voorbij is,
“ Dat mijn broer zal komen, met aken en met schepen;
“ Zo zal mijn lichaam van de heidenen worden bevrijd.
“ Maar zoveel zal ik voor u doen dat u geleid zult worden
“ Midden door de cisterne, er zal u een gids worden gegeven
“ Tot in Abilant; u zult de gevangene zien: 900
“ Ik geloof dat het uw broer is, u lijkt sprekend op hem. “
“ Dame, “ zei Bauduin, “ ik zal aan al uw wensen voldoen. “
Toen was zijn hart, diep in zijn borst, veranderd
En de natuur trekt hem sterker aan dan honderd ossen zouden doen ;
Zózeer verlangt hij ernaar te zien, in daden en gedachten,
De gevangen ridder die zijn bloedverwant was,
Hij verlangt naar niets zozeer als daarheen te gaan.
Toen zei hij tegen de koningin: “ Dame, haast u nu ;
“ Weet dat, als mijn lichaam in een kasteel opgesloten zit,
“ Ik mij, bij God, geenszins gerustgesteld zou voelen. “ 910
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
De edele koningin nam de drie gevangenen mee
Naar haar mooie kamer, en gaf hun te eten.
En daarna sprak zij tot de sultan, die zij meenam voor overleg,
“ Heer, luister naar het plan dat in mij is opgekomen:
“ Er is ginds een ridder uit Frankrijk
“ Die geboren is in Henegouwen, naar wat hij mij vertelde ;
“ Hij is niet van hoge adel, want hij heeft mij gezworen
“ Dat de naam van degene die hem verwekte nooit bekend was,
“ Noch die van de moeder die hem negen maanden droeg.
“ Nu heeft hij mij beloofd, als hij vanhier ontsnapt, 920
“ Dat hij rechtstreeks naar Ponthieu, naar mijn land, zal gaan ;
“ Een broer die ik daar heb, zal hij van mij groeten:
“ En ik heb mijn broer ontboden zodat hij hierheen komt
“ En als hij wil komen, zal hij mij met zich mee terugnemen.
“ Maar als hij hier verder trekt, zal hij nooit meer weggaan ;
“ Het is een schone jongeling, dus hij zal bij mij blijven.
“ Daarom bid ik u bij Mahon, die mij gemaakt en geschapen heeft,
“ Dat u mij een geschenk geeft dat ik u zal vragen:
“ Een.. heeft u mij gegeven, meer dan twee jaar is het her, 930
“ Nu wil ik het hebben, de tijd is er allang rijp voor. “
Toen paaide de koningin hem zeer lieflijk
En met zulk schoon taalgebruik onderrichtte zij de sultan,
Dat hij instemde met wat zij van hem vroeg.
Want zodra een dame dat wil, zal zij immers wel bedriegen
Ofwel haar echtgenoot, of haar minnaar als zij niet met hem getrouwd is.
Wanneer de dame een pelsmantel of kap wil hebben,
Zal zij haar echtgenoot daar zeer goed toe bewegen;
En deze zal meteen zeggen dat hij niets zal kopen
En alle eden van de wereld daarop zweren,
En de dame zwijgt en zal zo lang afwachten 940
Het juiste uur en het moment, en dan bezwaren
Zij haar echtgenoot zozeer en zal hem zo goed leiden,
Al moest men hem bestelen, hij zal haar wil doen
En alle eden die hij deed, verbreekt hij.
En nooit zal iemand zo scherpzinnig zijn dat hij zich hoedt,
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Wie zich het wijst waant, zal de grootste dwaas zijn.
De dame van Ponthieu was in de toren van Abel,
Samen met Saladin die een zeer mooi lichaam had;
De dame leidde hem zozeer met praatjes en fabelen,
Dat de koning haar zei: “ Dame, bij de trouw aan Jupiter, 950
“ Altijd heb ik uw persoon loyaal gevonden,
“ Nooit heb ik u een enkele oproep geweigerd;
“ Vraag uw geschenk, u krijgt het onherroepelijk. “
“ Heer, ik vraag u dat deze koninklijke baronnen
“ Allemaal worden bevrijd, in vreugde en ontwaken;
“ Want in Ponthieu gaan zij de jongeling voor mij zoeken,
“ Mijn broer Jan die een vlug lichaam heeft;
“ Ik zal hem zowel God als de heilige Daniël doen afzweren,
“ En hij zal Mohammed aanbidden. Wat een groot plezier zou ik hebben
“ Als ik mijn broer had die van koninklijk bloed is! 960
“ Schenk mij nu dit geschenk, maak geen enkel voorbehoud. “
Toen omhelsde zij de koning bij de nek,
Dertigmaal kuste zij hem recht op zijn snuit
En binnen in zijn mond, die nooit varkensvlees at,
Omdat zij rond Mohammed zo'n venijnige list weefde;
Want zij verslond op lelijke wijze zijn verstand.
De sultan zei haar: “ Dame, uw woorden behagen mij. “
Toen keerde zij terug naar de kamer die met de beitel was gemaakt,
En Boudewijn riep haar toe: “ Dame, bij de heilige Marcel,
“ Laat mij vrij maken en geef mij een zwart paard; 970
“ Ik zal naar Ponthieu gaan om het nieuws te vertellen.
“ Vrouwe, “ zei Boudewijn, de dappere en de edele,
“ Zal ik bevrijd worden, of zal ik gedood worden? “
“ Vazal, “ zei de koningin, “ de overeenkomst is geheel gemaakt
Dat u bevrijd zult worden, in waarheid zeg ik het u,
En ook uw metgezel, wees daar geheel zeker van;
Maar u moet mij beloven, bij de God van het paradijs,
En zo de vijand geen deel aan uw ziel moge hebben,
Dat u nooit zo trots zult zijn, noch zo koen,
Dat de leeuw ooit door uw lichaam wordt aangevallen980
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Zolang mijn boodschap niet door u is volbracht.
Maar wanneer u terugkeert naar hier, in dit land,
Ga dan naar de leeuw, u zult nergens worden tegengesproken;
Maar ga voordien niet naar de machtige leeuw
Voordat u gesproken heeft met mijn naaste vrienden. “
“ Vrouwe, “ zei Boudewijn, de dappere en de edele,
“ Een eed zal ik zweren, aangezien dit uw wens is. “
Daar zwoer men de eed, die hij niet zou breken
Al had men hem al het bezit van een heel land gegeven.
“ Boudewijn, “ zei de dame, “ ik zal u geschriften geven990
En koninklijke insignes, waarmee u gediend zult worden
Doorheen het hele heidense land tot aan de poorten van de Joden;
Het vrijgeleide van de sultan is u door mij beloofd,
Dit is om overal geëerd en gediend te worden.
Zo zult u naar Abilant gaan, waarlangs ik u zeg,
Dat is via de stortbak waar u niets ergers zult overkomen;
Daarlangs kunt u niet door de leeuw worden aangevallen. “
“ Vrouwe, “ zei Boudewijn, de dappere en de edele,
“ Om Gods wil, bevrijd mij, zoete dame van waarde,
Want het lijkt mij steeds dat ik aangevallen word.1000
Als ik gezeten was op een grijs paard,
Zou ik nooit stoppen tot ik in Ponthieu aankwam. “
Toen de koningin Boudewijn hoorde, de krijger,
Zei ze tegen hem: “ vriend, u hoeft zich geen zorgen te maken,
Niemand kan u deren, noch uw lichaam schaden.
“ Vriend, verblijf hier, dan zal ik u te rusten leggen “
“ In een rijke kamer en u zeer goed verzorgen. “
“ Dame, “ zeide Boudewijn, “ dat moet u allemaal laten, “
“ Want u zou mij niet zo'n kussen kunnen geven “
“ Waarop ik een hazenslaapje zou vatten in een winternacht. “ 1010
Daarop lachte de koningin en de twee ridders.
Toen liet zij de tafel dekken en goed gereedmaken
Met goede wijnen en spijzen, om het hun wel te laten behagen;
Vervolgens zeide zij: “ eet, gezellen, geheel naar uw believen. “
“ Voorwaar, “ zeide Boudewijn, “ ik heb geen trek om te eten; “
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Ik kan zeer goed vasten, ik ben goed in besparen. “
De koning van Bagdad zeide: “ u bent een beste herder, “
“ Want men moet bij het eten al zijn zorgen vergeten; “
“ Men weet niet waar men heen gaat, noch in welk erfgoed, “
“ Men moet, zonder middagmaal, geen goede stad verlaten. “1020
“ Ik zal genoeg eten, bij God de rechtvaardige, “
“ Precies hier wil ik gaan zitten, naast dit kussen, “
“ En ik zal mij niet verroeren, voor koning noch voor prins, “
“ Tot ik mijn buik heb gevuld, want ik heb er grote behoefte aan, “
“ Zelfs al zou men mij van achteren komen vermoorden. “
“ Bij God, “ zeide Polibans, “ ziehier een goede kameraad! “
Naast hem zijn zij gaan zitten zonder enig dralen.
De koningin bedient hen en denkt aan het voorsnijden,
En smeekt Boudewijn dat hij zich haasten wil
Om rechtstreeks naar Ponthieu te gaan om haar boodschap te verkondigen. 1030
En Boudewijn zeide tot haar: “ maak u geen zorgen, “
“ Uw boodschap zal ik doen, als het de Rechtvaardige behaagt; “
“ Maar ik wil u geenszins zwerven en beloven “
“ Dat ik uw broer meebreng naar dit erfgoed, “
“ Want ik ken zijn wil niet, zijn hart, noch zijn gedachte. “
“ Ik weet wel, “ zeide de koningin, “ dat hij zonder dralen zal komen. “
Men moet elkaar immers liefhebben en zeer dierbaar houden:
“ Het is mijn vlees, het is mijn bloed, hij mag mij niet afvallen; “
“ En ik wil van het zijne geen cent noch penning. “
“ Men zegt algemeen een woord als spreekwoord: “1040
“Zo iemand zou zich laten doden om zijn naaste te wreken,
“Die hem geenszins van zijn brood te eten zou geven.”
Toen het na het eten werd, stond Boudewijn op;
Hij ging naar de koningin en vroeg om verlof:
De dame gaf hem snel een vrijgeleide
En recht naar de onderaardse gang leidde de dame hen.
De Saracenen gaan daarheen, want daarlangs ging men
Binnen in Abilant: ergens anders langs gaat men er niet,
Vanwege de leeuw die het hele land verwoestte;
Want niemand die leeft durfde over land te gaan 1050
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Omdat de leeuw hen zo verslond.
Boudewijn nam afscheid, door de gang gaat hij;
Op meerdere plaatsen was er vuur dat de gang verlichtte.
Zo lang reist hij, en zo spant hij zich in, dat hij Abilant binnenging;
Ter ure van de middag naderde hij het paleis:
De koning Rode-Leeuw vond hij in zijn paleis,
Met hem menig Saraceen met wie hij beraadslaagde
Over de vreselijke leeuw die hen zo kwelde;
Die elke dag opnieuw van hun mensen wurgde.
Boudewijn van Sebourc naderde de koning; 1060
Nu zei hij: “ Deze Here God die mij maakte en schiep,
“ Die in de waardige Maagd voor ons allen gedaante aannam,
“ Moge Hij hem redden en zegenen die in Hem zal geloven;
“ En de Fransman uit Frankrijk die uw persoon gevangen heeft genomen
“ En zo in uw gevangenis heeft gezet, al zeer lange tijd geleden!
“ En ziet hij hem te gronde gaan die hem daar zo lang heeft vastgehouden!
“ Koning, ik zeg het vanwege jou; jouw persoon zal ervoor boeten,
“ Als ik hem niet terugkrijg op wie jouw zuster verliefd werd. “
Toen de Rode-Leeuw naar deze woorden luisterde,
Werd hij zo vertoornd dat hij er bijna krankzinnig van werd; 1070
Hij rolde met zijn ogen en knarsetandde.
Toen Boudewijn hem ziet, dat hij zo'n gelaat toonde,
Legde hij zijn hand op het zwaard en trok het half;
Polibans houdt hem tegen en riep de koning aan,
En zei: “ Koning van Abilant, luister nu eens naar mij:
“ Erger u niet als mijn heer zo tegen u spreekt,
“ Hij dronk zojuist zoveel wijn dat hij geheel dronken werd.
“ Heer Rode-Leeuw, “ zeide de koning Polibans,
“ Wij hebben een vrijgeleide; de sultan heeft het ons gegeven
“ Om overal rond te reizen in het land der Perzen: 1090
“ U kunt ons geen kwaad doen, of u zult er spijt van krijgen. “
Hij toonde hem het zegelteken dat zo machtig was,
Want het was de vrijgeleide om overal door te mogen reizen;
En dat niemand ter wereld Baudewijn schade zou berokkenen,
Getuigde de brief, en het hangende zegel,
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Dat geen stad of koninkrijk hem bescherming zou bieden;
Daarom was Baudewijn moediger en vrijer.
Toen de Rode-Leeuw de bevelen had gezien
Die kwamen van zijn oom, die zo machtig was,
Toen zeide hij tot Baudewijn: “ edele, dappere boodschapper, 1090
“ Zeg wat u wenst, spaar uw woorden niet;
“ Om niets wat u zegt zal ik vandaag nog bedroefd zijn. “
“ Heer, “ zeide Baudewijn, de machtige ridder,
“ U houdt hierbinnen al lange tijd een christen gevangen,
“ Samen met uw zuster wiens gestalte bekoorlijk is,
“ Van wie ik gaarne, als het u belieft, het gelaat zou zien;
“ Want weet dat ik naar het land der Franken ga
“ Voor de vrouw van uw oom, die in God geloofde.
“ Nu zou er zo iemand in uw kerker kunnen liggen
“ Van wie u tweehonderdduizend bezanten zou kunnen krijgen, 1100
“ En een ander van wie u niet de waarde van twee handschoenen zou hebben;
“ Daarom verzoek ik u, toon mij de christen. “
Zeide de Rode-Leeuw: “ zo helpe mij Tervagant,
“ Ik geloof dat zij gestorven zijn, nu al twee jaar geleden. “
“ Dat is niet zo, heer, bij het geloof, “ dit zeide Tourniquant tot hem,
“ Uw zuster is nog altijd gezond, welbehouden en in leven. “
Zeide de Rode-Leeuw: “ breng dan nu
“ Die christen hierheen, die zo trots en groot is. “
En de Saraceen zeide: “ ik zal uw bevelen uitvoeren. “
Toen zeide hij tot Baudewijn die .. wijs was: 1110
“ Kom, ik zal u leiden, wacht voor de voorbijgangers. “
“ Ga, “ zei Boudewijn, “ ik zal u volgen. “
Nooit wist de dappere Boudewijn zoveel te zeggen,
Dat hij hem de weg wees, tenzij voor de voorbijgangers;
Hij vreest Boudewijn en zijn grote vuisten ten zeerste,
Hij durft niet voorop te gaan, zo woest was diens aanblik.
Tournikans nam Boudewijn, de vazal, met zich mee,
Rechtstreeks naar de kerker die in een dal lag;
Een deur heeft hij geopend, gemaakt van ijzer zonder metaal,
In een kelder leidt hij de trouwe Boudewijn binnen: 1120
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Twee ijzeren deuren waren er nog voor men bij de foltering kwam,
Daar waar men het koninklijke gezelschap gevangen had gezet;
Er was geen licht van vuur noch van kristal.
“ O ! God, “ zei Boudewijn, “ geestelijke vader,
“ Wat moeten zij die zes jaar in zo'n verblijf zijn geweest
“ Al niet hebben geleden aan pijn en aan kwelling ! “
Baudewijn riep uit: “ waar bent u, vazal?
“ Praat met mij, om Gods wil; ik zal u geen kwaad doen. “
Toen Esmeré de keizerlijke man van God
Zo hoorde spreken, zei hij onmiddellijk: 1130
“ Heilige Maria, koningin o zo bijzonder,
“ Het is lang geleden dat ik zo'n taal hoorde spreken!
“ Ik geloof dat het een gevangene is uit het hoofdland,
“ Die de Rode-Leeuw gevangen heeft genomen in het christendom. “
Hij kwam bij de deur van de kerker waar hij de vazal zag,
Toen hij hem zo groot zag, daalde hij af naar beneden.
Toen Esmerés Boudewijn, de prins, hoorde,
En hij hem zo groot zag, ging hij de kelder weer in;
Tegen Julianus van Afrika zei hij zonder talmen:
“ Hier, ik zie een ridder zo groot naar ons toe komen, 1140
“ Dat men nog nooit zo'n grote of zo'n sterke schurk heeft gezien. “
“ Bij mijn geloof, “ zei de priester, “ dat is de duivel uit de hel
“ Die mij zo goed betoverde, toen ik over het strand trok
“ Van de grote, kolkende zee, toen ik bij u verbleef.
“ Nooit ging een dief zo onwillig naar de kerk “
“ Zoals ik deed, met u, in deze wereld.
“ Wat men met tegenzin doet, kan immers niet baten. “
En Boudewijn ging direct ontgrendelen
De deur van de sterke kerker die angst inboezemde.
Een knaap brengt hem, om hem bij te lichten, 1150
Een wasfakkel; toen daalt hij af in de kelder
En zegt: “ Moge de Heere God die alles moet oordelen,
“ Die zich aan het kruis liet pijnigen en lijden,
“ Deze compagnie behoeden waarin men niet hoeft te vrezen! “
En de priester antwoordt: “ Zult u ons kunnen helpen
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Dat wij buiten zijn vóór de wintertijd? “
“ Bij mijn geloof, “ zei Boudewijn, “ dat begeer ik ten zeerste. “
“ Heren, “ zei Boudewijn met het kordate gezicht,
“ Ik ben een ridder uit het welvoorziene Frankrijk,
“ Onlangs was ik in Babylon in de gevangenis. 1160
“ De vrouw van de sultan komt uit Normandië,
“ En zij vertelde me dat er in het oude Abilant,
“ Een ridder van Frankrijk in de sombere kerker zat:
“ Nu ben ik de boodschapper van de geprezen koningin,
“ En ik ga naar Ponthieu om met haar familie te spreken;
“ Nu heb ik een vrijgeleide door het heidense land.
“ Zo ben ik gekomen om uw grote ellende te aanschouwen,
“ En als u een boodschap wilt sturen naar het welvoorziene Frankrijk,
“ Zal ik uw boodschapper zijn voor hen van uw zijde. “
Toen Esmerés dit hoorde, kookte al zijn bloed; 1170
Toen kwam hij hem omhelzen en boog ootmoedig
En zei tegen de ridder van grote edelheid:
“ Aangezien u naar Ponthieu gaat, dat schone land,
“ Ga dan ook naar Boulogne, ik smeek het u uit liefde;
“ Spreek tot Eustatius, die Boulogne bestuurt,
“ Of tot gravin Ida, als Eustatius er niet is,
“ Dat Esmerés van Nijmegen, om Gods wil, hen smeekt
“ Dat zij willen sturen naar degenen van mijn geslacht
“ En zeggen dat ik nog steeds volkomen in leven ben,
“ Binnenin een kerker, samen met mijn geliefde, 1180
“ En ik ben er al “ zeven jaar geweest, komende Palmpasen;
“ En dat zij mij te hulp schieten, bijstaan en helpen,
“ Want als Abilans ingenomen en bezet zou kunnen worden,
“ Zo zou men mij terugkrijgen, mij en mijn gezelschap.
“ Zeg dat ik een zoon heb, van mijn dierbare vrouw,
“ Die men Julien noemt, en u zult er geenszins om liegen. “
Toen toonde hij hem het kind, terwijl hij het in tranen kuste.
Wanneer Boudewijn het ziet, wordt zijn hart week;
Hij heeft haastig zijn gewaad uitgetrokken,
Hij zag het kind helemaal naakt; toen zei hij uit hoofsheid: 1190
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Ach! edele jonge heer, moge het u geenszins mishagen
“ Als ik aan dit kleine kind, wiens schoonheid straalt,
“ Ter ere van God, dit tweekleurige gewaad geef. “
“ Bij mijn geloof, “ zo sprak de priester, “ het zou mij geenszins deren
“ Als u mij uit de verrotte kerker had geworpen,
“ Ter ere van de duivel en zijn gezelschap! “
Boudewijn van Sebourc had medelijden met het kind
Omdat hij het naakt zag en met zo'n mooi uiterlijk.
Helaas! hij was zijn oom, maar hij wist er niets van,
En de broer van Esmeret, wiens hart vol smart was; 1200
Hij kijkt naar het meisje dat een lieflijk lichaam had:
Uitgehongerd zijn ze en mager, zeer zwak en zeer deerniswekkend.
Toen zei hij tegen Esmeret: “ aan Jezus beveel ik u!
“ Ik ga daarboven spreken met de sterke koning van Abilant;
“ En als ik iets kan bereiken, zal ik bij hem zo veel doen
“ Dat hij uw gevangenschap zal gaan verlichten. “
“ Ridder, “ sprak Esmeret, “ bij de almachtige God,
“ Ik zou willen zijn op een plek waar de zon schijnt,
“ Waar ik de zoete vogel zou kunnen horen zingen,
“ In een loofhut, of in een bovenkamer, of in een stevige toren; 1210
“ En nooit zou ik er in mijn leven weer uit hoeven te gaan. “
Toen sprak Boudewijn: “ aan Jezus beveel ik u!
“ Om u te zien zal ik terugkeren vóór de zonsondergang. “
Bij deze woorden keerde hij terug naar Pollibant
En naar de koning van Bagdad, en zo sprak hij al zuchtend:
“ Ik heb de armsten van deze levende wereld achtergelaten!
*” Mocht het Jezus Christus behagen, de koning van Béliant,
“ Dat zij die ik in de stinkende kerker heb achtergelaten,
“ In het zoete Frankrijk waren, veilig, gezond en verheugd;
“ En dat ik gebiecht was bij een deugdelijk priester 1220
“ En dat men mij nu het hoofd zou afhaken. “
De koning van Bagdad sprak: “ U spreekt te boud,
“ Want ik zou liever hebben, bij God de minnende koning,
“ Dat zij allen opgehangen waren en aan de wind hingen,
“ Dan dat ik in mijn voet een stekende doorn had. “
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Boudewijn van Sebourc maakte daar geen uitstel,
Naar het paleis zijn zij gekomen, waar de slaven zijn;
De koning had bevolen, door de stad met name,
Dat allen gewapend moesten zijn, ridders en knapen:
*In het paleis waren wel vierhonderd schurken,
Gewapend, in het geheim, goed opgesteld.
“ Heren, “ zo sprak de koning, “ hierbinnen is een schurk; 1230
“ Nooit zag ik zo'n grote, bij mijn God Mahon,
“ Hij heeft het gezicht van een rover en een zeer slechte dief.
“ Ik weet niet wat hij denkt, want hij gedraagt zich al te boosaardig;
“ Wijk nu niet van mij, want ik heb groot vermoeden. “
En zij antwoordden: “ tot uw beschikking. “*
Toen sprak Boudewijn, die een helder gelaat heeft,
Sprak de koning aan, en zei hem met luide stem:
“ Hoort gij, koning van Abilant, luister naar mijn rede; 1240
“ Er is een beest in deze regio,
“ Dat uw land verwoest, overal rondom rond:
“ Dat wrede beest noemt men leeuw,
“ Dat uw grote stad in onderwerping brengt,
“ Want het stort uw volk in groot verderf.
“ Als u mij mijn wens en mijn genoegen wilt doen,
“ Zal ik u mijn trouw zweren, zonder enig verraad,
“ Dat zodra ik mijn taak heb volbracht
“ Van de boodschap die mij is opgedragen, door toedoen
“ Van de vrouw van de sultan die in Baraton gelooft, 1250
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Die mij naar Ponthieu stuurt, zijn eigen streek,
“ Om te spreken met een broer van hem en zijn familie ;
“ Hen die ik weer zal zien in dit rijk,
“ Voor u zal ik gaan vechten tegen de leeuw
“ En hem zo vernietigen, wie er ook om huilt of niet.
“ Borgen zal ik u leveren voor deze gelegenheid.
“ Niemand kan mij daarin deren, behalve de edele Jezus,
“ Of ik bevrijd u daarvan bij mijn terugkeer ;
“ Als u maar mijn wil en mijn wens wilt doen.
“ Ik zal u burcht noch donjon vragen, 1260
“ Waardoor u verarmd zou worden met de waarde van een knop. “
Sprak de Rode Leeuw: “ en ik schenk u deze gunst ;
“ Vraag wat u wenst, want het behaagt mij zeer. “
Toen Boudewijn dit hoorde, hief hij zijn kin ;
Hij zou niet zo blij zijn geweest met het bezit van een koninkrijk,
Want om Esmeret te helpen had hij een grote toewijding.
Als hij had geweten dat hij geboren was uit zijn eigen nageslacht
Zou hij hem nog vrijwilliger uit de gevangenis hebben gehaald,
Hoezeer hij er ook al een grote toewijding voor had,
Maar men spreekt een spreekwoord in de volksmond: 1270
Dat men eerst zijn hemd aantrekt voor men zijn pelsjas aandoet.
“ Heer, “ sprak Boudewijn, de dappere en de edele,
“ Ik zweer u bij de wet die ik houd van Jezus Christus,
“ De leeuw zal ik doden, of ik zal gedood worden,
“ Opdat ik eerst naar Ponthieu teruggekeerd ben ;
“ Maar dat u de gevangenen en uw edele zuster
“ Hun gevangenschap verlicht, en hen heeft geplaatst
“ In een toren, of in een burcht, goed gesloten naar behoren.
“ En dat iedereen daar voorzien zij van voedsel
“ En overvloed van goede wijnen, en liggend in goede bedden ; 1280
“ Opdat, wanneer de leeuw door mij verslagen zal zijn,
“ U ze mij zult teruggeven, zonder bedrog en zonder list
“ En ik hen weg zal kunnen voeren uit uw land. “
Sprak de Rode Leeuw: “ zo is mijn besluit,
“ Ik heb het u beloofd. “ Daar werd de eed afgelegd.
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
En door de een en de ander verloofd en plechtig beloofd.
Boudewijn van Sebourc aarzelde geen moment:
In een mooie toren, gebouwd van massieve muren,
Liet hij Esmeret brengen, de edele ridder;
En zo ging ook de priester, dat was zeker niet tegen zijn zin,
En Juliaan van Afrika die nog in leven was,
De schone Eleonora en Juliaan haar zoon.
Boudewijn roept hen toe: “ de machtige vazal, 1290
“ Het is door mijn welkomst dat u gediend wordt. “
“ Zeker, “ zo sprak de priester, “ ik ben er zeker en gewis van
“ Dat ik het nooit beter zal hebben zolang ik leef. “
“ Heer, “ zeide Esmeret, “ moge u altijd zo'n lot werpen!
“ Zo zullen wij, als het God behaagt, de Koning van het paradijs hebben,
“ Want met één malie tegelijk wordt de maliënkolder voltooid. “
“ Heren, “ sprak Boudewijn met het heldere gelaat, 1300
“ Ik weet niet wie u bent, noch uit welke streek,
“ Maar ik zal u, als ik kan, uit de gevangenis bevrijden. “
Toen kuste hij Juliaan, de kleine jongeling;
“ Kind, “ sprak Boudewijn, “ moge je een goede naam hebben!
“ Als het God behaagt, zul je nog overvloed van het goede hebben.
“ Het goede geluk ligt immers niet in een adellijke opvoeding,
“ Maar het ligt in de wil van God die er het deel van uitmaakt.
“ Wees nu vrolijk van gemoed, om Gods wil bidden wij u erom,
“ Want ik heb zoveel gedaan bij de koning, die u in de gevangenis houdt,
“ Dat als Jezus het schenkt, die het lijden onderging, 1310
“ Dat ik kan terugkeren naar mijn eigen gebied;
“ Dan zal ik komen strijden tegen de leeuw
Die Abilant verwoest, overal rondom;
“ En wanneer ik hem gedood zal hebben, tot grote vernietiging,
“ Heeft de koning mij beloofd, bij de wet van Mahon,
“ Dat hij u zal vrijlaten tot uw redding
“ En zo zal ik u meenemen naar het koninkrijk Frankrijk. “
“ Heer, “ zo sprak de priester, “ men zou u willen smeken
“ Dat voordat u overzee gaat, per dromon [oorlogsschip],
“ Dat u gaat strijden tegen die wrede leeuw; “ 1320
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Wij zullen met u meegaan naar uw eigen land. “
“ Heren, “ zei Boudewijn, “ zo waar mijn ziel vergeving moge vinden,
“ Aan de vrouw van de sultan, die mij redding schonk,
“ Zwoer ik toen ik vertrok – men liet het mij zweren –
“ Dat ik eerst in het koninkrijk Ponthieu zou zijn geweest
“ En in Babylon mijn verhaal zou hebben gedaan,
“ Voordat ik naar deze leeuw zou komen waar mijn toewijding ligt;
“ Maar wanneer ik terugkeer, koester dan geen achterdocht,
“ Voor u zal ik hem gaan vernietigen, en u zult uw beloning krijgen. “
“ Bij mijn geloof, “ zei de priester, “ dat is een dwaas argument! 1330
“ Dat is alsof men een versterkende drank voor mij maakt als ik al dood ben. “
Nu zijn de deerniswekkende gevangenen midden in de toren:
Omwille van de liefde voor Boudewijn, de edele ridder,
Hadden zij in de gevangenis overvloed aan drank en spijzen
En werden zij geheel naar hun wens gediend.
Toen liet Boudewijn zijn zaken regelen,
Hij liet een dromon met levensmiddelen laden.
Kwam bij de Rode Leeuw en zei hem zonder dralen:
“ Schone heer, ik ga mijn boodschap verkondigen
“ In het land van Ponthieu, en bij mijn terugkeer 1340
“ Zal ik u komen bevrijden van deze lafhartige leeuw
“ Die uw stad zo deerlijk verwoest. “
De Rode Leeuw zei: “ dat stem ik toe.
“ En als u mij kunt troosten of helpen,
“ Zult u de helft van mijn land mogen besturen;
“ U zult niets bevelen dat ik niet zal inwilligen. “
“ Heer, “ zei Boudewijn, “ niets anders vraag ik van u,
“ Dan dat u deze gevangenen laat dienen en het hen comfortabel maakt. “
Toen gaat hij naar de toren en bestijgt de houten vloer,
En zei tegen Esmeret: “ denk aan uw echtgenote 1350
“ En denk eraan elkaar lief te hebben en in ere te houden.
“ Heb vertrouwen in God, de rechtvaardige Vader,
“ Want wie op God vertrouwt, die weet Hij wel te helpen.
“ En bid tot Jezus dat Hij mij laat terugkeren,
“ Want ik zal u te hulp schieten met het stalen zwaard. “
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Die hen een voor een ging omhelzen en kussen.
“ Edelman, “ zei Esmerés, “ wilt u de moeite nemen “
“ Om de kinderen van Niemaie over mijn tegenspoed te vertellen, “
“ En aan koningin Rose, die God moge behoeden voor gevaar! “
“ In haar schoot droeg zij mij, het moet haar wel bedroeven “
“ Dat ik in een vreemd land in zo'n groot gevaar verkeer! “
“ Wat ik niet kan veranderen, moet ik wel laten rusten. “
“ Heer, “ zei Esmerés, “ wanneer u ginds aankomt “
“ In het land van Ponthieu, is het niet ver meer “
“ Tot aan het Boulognese; en ik heb daar een neef, “
“ Wistace van Boulogne, die een goede ridder is, “
“ En daar is ook mijn moeder, die mij negen maanden droeg: “
“ Zeg haar dat haar zoon hier nog in leven is “
“ En zeg ook aan Wistace, als hij ooit van mij hield, “
“ Dat hij mij te hulp moet komen met de manschappen die hij heeft. “ 1370
“ In het Saraceense land ben ik al lange tijd geweest, “
“ Men denkt vast dat ik dood ben in het land daarginds. “
“ Als u mijn broers ergens daar in de buurt kent; “
“ Zeg dan dat Esmerés hier in grote ellende leeft, “
“ Met al deze bewijzen, waardoor men u zal geloven: “
“ Dat Juliaan van Afrika mij met zich meenam “
“ Om het meisje te zien dat mijn lichaam zo vurig liefhad “
“ Maar nooit heeft een vleselijk mens liefde zo duur gekocht! “
“ Heer, “ zei Boudewijn, “ verlies nu de moed niet, “
“ De zaak die zwaar begint, zal uiteindelijk goed aflopen. “ 1380
Toen, uit oprechte liefde, kuste hij zijn broer;
Hij herkende hem weliswaar niet, maar de natuur deed haar werk.
Want tussen hen beiden legde zij zo'n sterke liefde, twijfel daar niet aan,
Dat Boudewijn zich er maar nauwelijks van los kon scheuren.
Als Polibans er niet was geweest, was hij daar gebleven,
Een tijdlang vergat hij zichzelf daar zelfs;
Maar Polibans zei hem dat hij er te lang bleef hangen.
“ Heer, “ zei Boudewijn, “ bij God die mij geschapen heeft, “
“ Mijn hart is zo gegrepen door de mensen die hier zijn, “
“ Ik kan hen niet achterlaten, zo spreekt mijn hart tot mij; “ 1390
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Ik zou hier altijd goed bij hen verblijven. “
Zo sprak Boudewijn, want gezond verstand bracht hem ertoe,
Dat zijn hart aanvuurt en hem in de liefde onderwees.
Boudewijn van Sebourc weifelde daar niet,
Hij vertrok uit Abilant en nam afscheid van de koning;
In één schip ging hij snel en gezwind aan boord,
Bij hem was Polibans, die zoveel moed bezat,
En koning Pourvéus, aan wie Bagdad toebehoort.
Op zee varen zij uit, in storm en wind,
En de koning van Bagdad sprak luidkeels: 1400
“ Boudewijn, schone lieve heer, u heeft op lelijke wijze
“ De mooiste vergeten die er onder het firmament is;
“ Dat is de schone Yvorine, die blinkt van schoonheid.
“ Laten we naar Bagdad gaan om te zien of mijn lieden
“ Yvorine hebben gevonden, die zo'n bevallig lichaam heeft,
“ In Italië, waar men haar zo sluw gevangen nam. “
En Boudewijn antwoordt: “ Bij de almachtige God,
“ Ik ben haar niet vergeten, dat beloof ik u;
“ Als men haar terug kon krijgen voor goud of zilver,
“ Weet dat ik haar zeer snel terug zou hebben! 1410
“ Want ik bemin haar vurig en met oprechte toewijding.
“ Maar als de dame dood is, kan men op geen enkele wijze
“ Haar leven terugkopen; en de natuur leert ons
“ Dat men de doden vrij gemakkelijk vergeet.
“ Wie dood is, is dood; erover praten baat niets,
“ Hoe meer men erover spreekt, hoe bedroefder men wordt.
“ Maar zij die in leven zijn, moeten gemakkelijk
“ De verordeningen van God nederig doorstaan.
“ Wie een neef verliest, zoekt een ander familielid;
“ En wie een vrouw verliest, neemt een andere echtgenote. 1420
“ En wie bezit van een ander heeft, laat die een testament maken:
“ Want wie nu de rouw en de kwelling tot zich zou nemen,
“ In het hart, die God zo vaak aan velen zendt;
“ Zou nooit meer vreugde kennen, ik weet het werkelijk.
“ Er rest niets anders dan te bidden tot de almachtige God
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Dat Hij in deze wereld zowel gezondheid als geld zende, “
“ En wanneer wij gestorven zijn, de redding des hemels. “
Baudewijn van Sebourc vaart over de zee,
En de zeelieden lieten hun schip aankomen
Rechtstreeks in Bagdad; daar wilden zij halt houden. 1430
De burgers van de stad, toen zij hoorden spreken
Dat hun heer terugkeert die zozeer te prijzen was,
Gaan hem tegemoet om hem nog meer te eren;
In een grote processie trekken zij hen tegemoet,
Vervolgens gaan zij hun heer kussen en omhelzen.
Ivorine, de schone met het stralende gelaat,
Stijgt op een palfrenier;
Met de mensen van de stad wilde de jonkvrouw meegaan.
Aan iedereen die zij ziet, gaat zij vragen
Of Boudewijn er is, die zozeer te duchten was, 1440
Die de schoenlapper in Bagdad liet kronen?
Toen kwam zij aan de oever en begon te kijken naar
Boudewijn van Sebourc, de edele jonge ridder:
Toen zij hem ziet, verandert Ivorine van kleur;
Zij gaat Boudewijn tegemoet en begint te huilen.
Waarop Boudewijn haar gaat kussen en omhelzen,
En haar zegt: “ Lieve vrouwe, moge God u bewaren! “
“ Ik zou niet zo verheugd zijn voor al het goud aan deze zijde van de zee “
“ Als dat ik u gezond en wel kan terugvinden! “
“ Geloofd zij de Heer die alles moet redden! “ 1450
Toen gaan zij naar het paleis om hun vreugde te uiten;
Daar hielden zij een plenaire hofhouding die zij die dag lieten omroepen:
Ieder die aan het hof wilde komen dineren,
Kwam daar geheel zonder enige weigering.
Over de liefde van Ivorine wil ik u niet uitweiden,
Noch over de dappere Boudewijn, de edele jonge ridder;
Maar acht dagen wilde hij in Bagdad bij haar verblijven,
Daarna wilde hij van Ivorine vertrekken en scheiden.
Polibant van Falise wilde hij met zich meenemen,
En de koning van Bagdad liet hij daar heel rustig achter. 1460
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Om de edele stad te beschermen en te verdedigen,
Begaf Boudewijn van Sebourc zich op de hoge zee,
Samen met Polibant die zozeer te vrezen was;
Om naar Ponthieu te varen laten zij hun zeil hijsen.
Nooit keerde hij terug, Boudewijn met het heldere gezicht,
Tenzij hij de rook van de hel heeft willen zien opstijgen,
En het aards paradijs waar het zo heerlijk toeven is;
En zo zal hij zijn moeder zien die zozeer te beminnen valt.
In de gedaante van een monnik zal hij zich willen kleden,
En hij zal naar Sebourc gaan om met zijn geliefde te spreken; 1470
Zo zal hij zijn bastaard zien, moediger dan een wild zwijn
En de meest onbesprokene die er ooit aan deze zijde van de zee was;
Daarna zal hij naar Nijmegen gaan om zijn geliefde te biecht te horen
En om de trouw van de vrouwen op de proef te stellen:
Voorwaar, het is een grote schande om aan valsheid te denken,
Slechts zeer node zou een deugdzame vrouw zich laten berispen.
<poem>
|}
peawjxufw969eqvvywhzy54bbz4kajw
225580
225538
2026-08-25T19:38:09Z
Havang(nl)
4330
verplaatsing naar index
225580
wikitext
text/x-wiki
<pages index="Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf" from=417 to=435 header=1 />
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Waarom de heidenen haar lichaam hadden opgesloten?
Zij zeide tot hen: “ heren, ik geloof in de Heere God;
“ En of ik ooit een jonker beminde, uit het erfgoed van Frankrijk,
“ De koenste ter wereld en de meest geduchte,
“ Bouduin van Sebourc die zoveel macht heeft uitgeoefend. 660
“ In de Rode-Berg, waar hij een grote stad heeft,
“ Toonde ik hem eertijds wel liefde en vriendschap;
“ Zegt mij of hij dood is, houdt het niet voor mij verborgen? “
“ Geenszins waarlijk, zoete vrouwe, hij is geen enkele dobbelsteen meer waard;
“ Naar Babylon hebben de Saracenen hem weggevoerd. “
Toen Yvorine dit hoorde, was haar hart diep bedroefd;
Om de liefde voor Bouduin, de geprezen ridder,
Weende zij zeer teder, de vrouwe, uit goedheid.
En de christenen zijn weergekeerd naar Bagdad,
Bedroefd en treurend en hevig verbitterd 670
Dat zij aldus hun beschermheer hadden verloren;
Maar hierover waren zij verheugd, dat zijzelf waren ontsnapt,
Want de mens is overrijk die vervuld is van gezondheid.
De christen stemt toe, zij nemen Yvorine mee.
En de machtige sultan, met zijn Saraceens gevolg,
Voert de gevangenen mee die van edele afkomst zijn.
Morgan bespotte hen en sprak tot hen een zeer lelijk teken,
En zeide: “ hoerenzoon, van slechte stam,
“ Nu past het u te sterven! gekomen is het uur
“ Dat ik op u gewroken zal zijn, tot een passend lot! “ 680
In Babylon trokken zij binnen, door de Jupine-poort,
De sultan daalde af naar de marmeren zaal:
Tegenover de sultan trad de voortreffelijke koningin
Die in Frankrijk was geboren, het goede en waardige land;
Maar door grote wanhoop nam zij het geloof van Apollon aan.
Toen zij de Sultan zag, boog zij zeer lieflijk voor hem
En vervolgens sprak zij tot hem een zeer schrandere rede:
“ Heer, wat heeft u gedaan in het Verwoeste Land?
“ Brengt u de koning als gevangene mee in uw macht,
“ Die weigerde u de schatting als geschenk te betalen? “ 690
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Welverdiend werd hij aan de tuchtiging onderworpen. “
“ Vrouwe, “ zei de sultan, “ aangezien de mens zich buigt
“ En dat hij beterschap wil.. die recht uit het hart komt.
“ Moet men hem toorn en haat vergeven.
“ Ik heb mijn wil goed doorgedreven in het land van Alexandrië;
“ Maar bij de terugkeer hierheen, naar de grote zee,
“ Ontmoette ik koning Morgant en zijn echtgenote Ludine,
“ Die door de christenen waren uitgedaagd tot de strijd.
“ Ik behoedde hem voor de dood met mijn stalen zwaard,
“ De christen versloeg ik en stortte ik in diepe ellende. 700
“ Nu zijn hier drie gevangenen die van edele afkomst zijn:
“ Twee ervan ken ik goed, zij zijn van onze stam;
“ En er is een grote bij met een zeer trotse houding,
“ Nooit zag ik een mooiere in het land der Saracenen.
“ Nu weet ik niet of hij van het geslacht van de Zwaan is,
“ Die binnen Syrië onze wet bestrijdt? “
“ Wilt u hem mij tonen, heer, “ zei de koningin,
“ Wellicht zal ik hem herkennen of degenen van zijn bloed. “
Toen verlichtte haar gedachte haar zeer sterk,
Naar haar eigen land verlangde haar hele wezen: 710
Want dolgraag zou ze zien, hetzij een jongeman of meisje,
Die haar enig teken van haar thuisland zou kunnen vertellen;
Lange tijd is het her dat ze buurman of buurvrouw zag.
Het hart, hoe slecht het ook moge zijn, buigt zich soms
En krijgt wroeging tot in de diepste wortels.
De vrouw van de koning-sultan die Jezus verloochende,
Toen zij de koning hoorde spreken over de Zwaan,
Herinnerde zij zich Esmeret die zij eertijds zo liefhad;
Toen sprak zij tot de sultan en smeekte hem vurig,
Dat de Fransman haar getoond werd zodat hij voor haar zou verschijnen. 720
Toen bracht de koning-sultan hen alle drie mee:
De edele koningin bekeek hen zeer goed,
Maar zij herkende hen helemaal niet, wat haar zeer verdroot,
Niettemin monsterde zij Boudewijn boven allen.
Hij leek zo sprekend op Esmeret van Nijmegen;
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Wie de één of de ander zou zien, die zou nooit ontkennen
Dat zij broers waren; er valt werkelijk niets anders te zeggen
Behalve dat Boudewijn hem in lengte overtrof.
Toen riep de koningin hem snel bij zich,
En vroeg hem in de Franse taal naar zijn naam? 730
En Boudewijn sprak tot haar, en verborg het geenszins voor haar:
“ Mijn naam is Boudewijn, zoals men mij bij de doop noemde,
“ En ik ben geboren in Henegouwen, wat een rijk land is. “
“ In Henegouwen? “ zei de dame, “ u bent van hierboven geboren
“ Rechtstreeks uit Nijmegen, wat een rijke stad is;
“ Want u lijkt sprekend op een vazal die daarvandaan komt.
“ Maar nu is hij er helemaal niet, en hij is er al lang niet geweest,
“ Welnee, hij zit in een kerker waar hij nooit meer uit zal komen,
“ Binnen in Abilant, wat een rijke stad is. “
“ Ach! Dame, wie is degene die daar in de gevangenis zit? “ 740
“ Vazal, hij komt uit Frankrijk, hij heeft er vrienden;
“ Hij is de koning van Nijmegen, en hij heeft twee broers die koning zijn:
“ De één is koning van Schotland, naar wat men mij vertelde,
“ De ander bezit Cyprus, omdat hij ginds trouwde,
“ En de derde zit gevangen, en zal daar altijd blijven,
“ En u bent de vierde die hier bij mij achterblijft;
“ Want niemand zou mij kunnen overtuigen, van deze kant van de zee of daarginds,
“ Dat u niet zijn broer bent. Eén vader heeft u verwekt
“ En ik geloof vast dat één moeder u in haar schoot droeg. “
“ Ik weet niet wie mij verwekte, “ zei Boudewijn tot haar, 750
“ Maar ik ben al wel 24 jaar verloren.
“ Dame, vanwaar bent u, en uit wat voor land,
“ U die zo prachtig de taal van Parijs spreekt?
“ In Frankrijk bent u geboren, zo geloof ik, bij Jezus Christus. “
En de koningin zei: “ je hebt de waarheid gesproken, vriend;
“ Rechtstreeks in Ponthieu is mijn lichaam daar gevoed en opgegroeid,
“ Hertogin placht ik daar te zijn, dat zweer ik u voorwaar,
“ Maar op zee raakte ik verdwaald, ik weet niet of het vijf of zes maanden was,
“ Tot ik op deze plek strandde. Nu kwam de gedachte in mij op
“ Dat ik het ware lichaam van Jezus Christus zou verloochenen. 760
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ De sultan trouwde mij, zodat hij mijn echtgenoot is.
“ Nu ben ik hier gevangen, waarom mijn hart bedroefd is!
“ Toen ik God verloochende, was dat slecht voor mijn zielenheil;
“ Dat kwam door die jonker die in de gevangenis is geworpen
“ Binnen Abilant, de stad van hoge waarde;
“ Ik ben er zeer goed op gewroken, want hij zit in een kerker.
“ Deze Esmerés zou weleer mijn echtgenoot worden
“ En hij beloofde mij dat in de zaal te Parijs;
“ Maar een ander meisje, dat uit dat land afkomstig is,
“ Stak voor hem de zee over, wees daar allen zeker van, 770
“ Voor hem werd zij weggevoerd van die edele markies:
“ Want zij die de zee overstak, zoals ik al zei,
“ Vertelde Esmeret, met daden en met woorden,
“ Hoe de koning, zijn vader, aan deze kant van de zee was verraden
“ Door , de schurk, die zozeer vervloekt is.
“ Toen Esmerés dat vernam, was hij zo ontzet
“ Dat hij naar ging, ten aanschouwen van al zijn vrienden,
“ Hem het oor afsneed en hem verwondde in het gezicht.
“ De strijd begon, en groot was het gevaar;
“ En de moeder van Esmeret, en de schone met het blanke gezicht, 780
“ En ik die daar was, werden zonder waarschuwing meegesleurd
“ Tot diep in de open zee, waar het gevaar groot is.
“ De wind bracht ons rechtstreeks naar dit gebied.
“ Zo heeft de sultan mij genomen, die mijn echtgenoot is;
“ En ik heb een kind van hem, maar het is nog erg klein:
“ Saladijn is zijn naam, hij is zeer mooi en vrolijk.
“ Voorwaar, het spijt mij dat hij niet in Jezus Christus gelooft;
“ En ik heb Hem verloochend, voorwaar, waardoor ik minder waard ben. “
“ Vrouwe, “ zeide Boudewijn, “ bij de God van het paradijs,
“ Uw lichaam zou het waard zijn om op een brandstapel te worden verbrand, 790
“ U die in Mohammed gelooft, wat nog geen parisis waard is,
“ En de wet van God verlaat. Ach! edele vrouwe,
“ Waarom hebt u dit gedaan en uw vrienden in de steek gelaten?
“ Voorwaar, het spijt mij om de woorden die ik heb gehoord. “
En de vrouwe antwoordt: “ bij mij ligt het gevaar. “
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>}
“ Vrouwe, “ zei Bauduin, “ hoe durfde u erover te denken
“ Hem te verloochenen die Zichzelf liet lijden
“ Aan het allerheiligste kruis, om ons vrij te kopen,
“ En die op de derde dag uit de dood wilde opstaan?
“ U heeft erover onderhandeld om uw ziel te verdoemen! 800
“ Ach! vrouwe, wilt u in uw hart kijken! “
“ Vriend, “ zei de koningin, “ ik weet niet wat te denken,
“ Maar ziehier mijn argument dat mij troost geeft
“ En waarmee ik bij God genade zal kunnen vinden:
“ Hoewel ik God heb verloochend en Hem wilde verachten,
“ Heb ik nooit de Moeder Gods willen onteren,
“ Noch de zeer zoete Maagd verloochend, noch bedrogen.
“ Ik heb de priesters dikwijls horen preken
“ Dat er op de wereld geen zondaar is die zo slecht kan handelen,
“ Noch Jezus verloochenen, noch Zijn naam verachten, 810
“ Noch de spijkers, noch de lans, noch Zijn bloed vervloeken,
“ En een moordenaar worden, roven en stelen,
“ En in een bos mensen gaan vermoorden en doden,
“ En het lichaam van God verkopen om aan de Joden over te leveren;
“ Dat als hij de Maagd met een goed hart zou willen aanroepen
“ En haar zeer zoete beeltenis, en haar voor de geest halen,
“ Om met een oprecht berouwvol hart haar beeltenis te aanbidden,
“ Dat zij de zondaar zeker weer zou verzoenen
“ Met haar lieve Kind, en hem van zijn zonde zou bevrijden.
“ Zij is de Vrouwe van de Genade die ons allen kan redden, 820
“ Zij is de zoete bron om onze zonden weg te wassen,
“ Zij is de zeer milde zon, zij is de ark op zee
“ Die alle berouwvolle mensen in de veilige haven doet aankomen,
“ Zij is degene die ons kan helpen en troosten,
“ Zij is degene bij wie elke zondaar genezing moet zoeken,
“ Zij is de koninklijke Maagd die men moeder moet noemen
“ Want zij verzadigt al haar kinderen met vreugde! “
“ Vrouwe, “ zei Bauduin, “ nu laat God u spreken.
“ Vrouwe, “ zei Bauduin, “ ziehier uw kampioen
“ Om uw wil en uw wens uit te voeren en te volbrengen. 830
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ De sultan, uw echtgenoot, houdt mij in zijn gevangenis:
“ Ik hoef u niet lang toe te spreken, noch een lange preek te houden,
“ Maar als u mij kunt helpen bij mijn trouwe plicht
“ En u mij zou kunnen bijstaan, zult u louter het goede doen;
“ Want men moet altijd zorgen voor wie men heeft grootgebracht.
“ Hier is uw boodschapper, hier is uw dienaar;
“ Ik stel mij onder uw hoede, ik vertrouw op niemand anders dan u,
“ Naast de hemel waar elke beslissing berust.
“ Vrouwe, om Gods wil smeek ik u, Hij die het lijden verdroeg,
“ Bescherm mij tegen de dood; want wij smeken het u. “ 840
“ Vriend, “ zei de koningin, “ ik heb de vurige wens
“ Om een boodschapper te vinden, die een goede naam heeft,
“ Die rechtstreeks naar Frankrijk reist, naar het koninkrijk Ponthieu,
“ Naar Jan, mijn broer, de jonge jonker;
“ En hem van mijn kant de ware toedracht vertelt:
“ En dat hij wel scheep zou willen gaan, op een dromon [oorlogsschip],
“ En rechtstreeks naar het leger van Godfried van Bouillon zou varen
“ En dan hierheen zou komen, met macht en in alle vrijheid.
“ Waarlijk, als ik de tenten opgeslagen zag
“ Van het christenvolk, die edele baronnen zijn, 850
“ Zou ik van hier weggaan, stilletjes als een dief,
“ En ik zou om genade, deemoed en vergiffenis gaan smeken
“ Aan allen die van mijn eigen bloedverwant zijn;
“ Daarna zou ik de kledij van een kloosterorde aannemen,
“ Zo zou ik God dienen en Zijn heilige naam. “
“ Vrouwe, “ zei Boudewijn, “ bij God en bij Zijn naam,
“ Als u ervoor kunt zorgen dat ik mijn vrijlating krijg
“ Van het Saraceense volk, die in Mohammed geloven,
“ Zweer ik u bij de heiligen, op mijn zaligheid,
“ Op de wet van Jezus Christus die het lijden verdroeg, 860
“ En op mijn eigen ziel doe ik u de plechtige belofte
“ Dat ik door geen enkele reden meer zal rusten,
“ Totdat ik uw boodschap in uw thuisland heb volbracht;
“ Opdat u mij zult laten spreken met die baron
“ Die in Abilant eveneens gevangen wordt gehouden.
“ Vazal, “ zei de koningin, “ er is een leeuw,
“ Heel dicht bij Abilant, die grote verwoesting
“ Aanricht in deze stad die ik noem;
“ Want er is geen levend wezen, hoe dapper zijn griffioenhart ook is,
“ Die het waagt om daar naar buiten te gaan, de afstand van een pijlschot. 870
“ Want de leeuw verslindt het omliggende land
“ En dag en nacht houdt men de stad gesloten;
“ Noch degenen uit Babylon, noch die van het volk,
“ Durven in Abilant zelfs maar één enkele knop te brengen,
“ Noch de stad te troosten, als vriend of metgezel,
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Tenzij het ondergronds is. Maar daarlangs gaat men,
“ Zeven mijlen onder de grond zou men kunnen tellen;
“ Mooi is de cisterne daar, nooit heeft men zo'n gezien. “
“ Dame, “ zei Boudewijn, “ ik zal recht op de leeuw afgaan
“ En hem overwinnen, met kracht en vastberadenheid; 880
“ En daarna zal ik gaan spreken met de gevangen ridder,
“ Om te weten wat hij wil overbrengen naar het koninkrijk Frankrijk:
“ Want het helpen van een gevangene is een grote barmhartigheid. “
“ Vazal, “ zei de koningin, “ luister naar mij;
“ Weet dat u op deze manier absoluut niet zult ontsnappen.
“ Voordat ik u vrijlaat, zult u mij beloven
“ Bij de wet van Jezus Christus, waarin u vast gelooft,
“ Dat u nimmer met deze leeuw zult gaan strijden
“ Vanaf nu totdat u bent teruggekeerd
“ Rechtstreeks uit Ponthieu, waar het graafschap goed is, 890
“ En gesproken hebt met mijn broer die Jan wordt genoemd
“ En ook met mijn zus, die u van mij zult groeten.
“ Zoveel vertrouw ik op mijn zus, dat als u haar vertelt
“ Mijn boodschap, zoals u die gehoord heeft,
“ Zij er zozeer voor zal zorgen, nog voor het jaar voorbij is,
“ Dat mijn broer zal komen, met aken en met schepen;
“ Zo zal mijn lichaam van de heidenen worden bevrijd.
“ Maar zoveel zal ik voor u doen dat u geleid zult worden
“ Midden door de cisterne, er zal u een gids worden gegeven
“ Tot in Abilant; u zult de gevangene zien: 900
“ Ik geloof dat het uw broer is, u lijkt sprekend op hem. “
“ Dame, “ zei Bauduin, “ ik zal aan al uw wensen voldoen. “
Toen was zijn hart, diep in zijn borst, veranderd
En de natuur trekt hem sterker aan dan honderd ossen zouden doen ;
Zózeer verlangt hij ernaar te zien, in daden en gedachten,
De gevangen ridder die zijn bloedverwant was,
Hij verlangt naar niets zozeer als daarheen te gaan.
Toen zei hij tegen de koningin: “ Dame, haast u nu ;
“ Weet dat, als mijn lichaam in een kasteel opgesloten zit,
“ Ik mij, bij God, geenszins gerustgesteld zou voelen. “ 910
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
De edele koningin nam de drie gevangenen mee
Naar haar mooie kamer, en gaf hun te eten.
En daarna sprak zij tot de sultan, die zij meenam voor overleg,
“ Heer, luister naar het plan dat in mij is opgekomen:
“ Er is ginds een ridder uit Frankrijk
“ Die geboren is in Henegouwen, naar wat hij mij vertelde ;
“ Hij is niet van hoge adel, want hij heeft mij gezworen
“ Dat de naam van degene die hem verwekte nooit bekend was,
“ Noch die van de moeder die hem negen maanden droeg.
“ Nu heeft hij mij beloofd, als hij vanhier ontsnapt, 920
“ Dat hij rechtstreeks naar Ponthieu, naar mijn land, zal gaan ;
“ Een broer die ik daar heb, zal hij van mij groeten:
“ En ik heb mijn broer ontboden zodat hij hierheen komt
“ En als hij wil komen, zal hij mij met zich mee terugnemen.
“ Maar als hij hier verder trekt, zal hij nooit meer weggaan ;
“ Het is een schone jongeling, dus hij zal bij mij blijven.
“ Daarom bid ik u bij Mahon, die mij gemaakt en geschapen heeft,
“ Dat u mij een geschenk geeft dat ik u zal vragen:
“ Een.. heeft u mij gegeven, meer dan twee jaar is het her, 930
“ Nu wil ik het hebben, de tijd is er allang rijp voor. “
Toen paaide de koningin hem zeer lieflijk
En met zulk schoon taalgebruik onderrichtte zij de sultan,
Dat hij instemde met wat zij van hem vroeg.
Want zodra een dame dat wil, zal zij immers wel bedriegen
Ofwel haar echtgenoot, of haar minnaar als zij niet met hem getrouwd is.
Wanneer de dame een pelsmantel of kap wil hebben,
Zal zij haar echtgenoot daar zeer goed toe bewegen;
En deze zal meteen zeggen dat hij niets zal kopen
En alle eden van de wereld daarop zweren,
En de dame zwijgt en zal zo lang afwachten 940
Het juiste uur en het moment, en dan bezwaren
Zij haar echtgenoot zozeer en zal hem zo goed leiden,
Al moest men hem bestelen, hij zal haar wil doen
En alle eden die hij deed, verbreekt hij.
En nooit zal iemand zo scherpzinnig zijn dat hij zich hoedt,
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Wie zich het wijst waant, zal de grootste dwaas zijn.
De dame van Ponthieu was in de toren van Abel,
Samen met Saladin die een zeer mooi lichaam had;
De dame leidde hem zozeer met praatjes en fabelen,
Dat de koning haar zei: “ Dame, bij de trouw aan Jupiter, 950
“ Altijd heb ik uw persoon loyaal gevonden,
“ Nooit heb ik u een enkele oproep geweigerd;
“ Vraag uw geschenk, u krijgt het onherroepelijk. “
“ Heer, ik vraag u dat deze koninklijke baronnen
“ Allemaal worden bevrijd, in vreugde en ontwaken;
“ Want in Ponthieu gaan zij de jongeling voor mij zoeken,
“ Mijn broer Jan die een vlug lichaam heeft;
“ Ik zal hem zowel God als de heilige Daniël doen afzweren,
“ En hij zal Mohammed aanbidden. Wat een groot plezier zou ik hebben
“ Als ik mijn broer had die van koninklijk bloed is! 960
“ Schenk mij nu dit geschenk, maak geen enkel voorbehoud. “
Toen omhelsde zij de koning bij de nek,
Dertigmaal kuste zij hem recht op zijn snuit
En binnen in zijn mond, die nooit varkensvlees at,
Omdat zij rond Mohammed zo'n venijnige list weefde;
Want zij verslond op lelijke wijze zijn verstand.
De sultan zei haar: “ Dame, uw woorden behagen mij. “
Toen keerde zij terug naar de kamer die met de beitel was gemaakt,
En Boudewijn riep haar toe: “ Dame, bij de heilige Marcel,
“ Laat mij vrij maken en geef mij een zwart paard; 970
“ Ik zal naar Ponthieu gaan om het nieuws te vertellen.
“ Vrouwe, “ zei Boudewijn, de dappere en de edele,
“ Zal ik bevrijd worden, of zal ik gedood worden? “
“ Vazal, “ zei de koningin, “ de overeenkomst is geheel gemaakt
Dat u bevrijd zult worden, in waarheid zeg ik het u,
En ook uw metgezel, wees daar geheel zeker van;
Maar u moet mij beloven, bij de God van het paradijs,
En zo de vijand geen deel aan uw ziel moge hebben,
Dat u nooit zo trots zult zijn, noch zo koen,
Dat de leeuw ooit door uw lichaam wordt aangevallen980
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Zolang mijn boodschap niet door u is volbracht.
Maar wanneer u terugkeert naar hier, in dit land,
Ga dan naar de leeuw, u zult nergens worden tegengesproken;
Maar ga voordien niet naar de machtige leeuw
Voordat u gesproken heeft met mijn naaste vrienden. “
“ Vrouwe, “ zei Boudewijn, de dappere en de edele,
“ Een eed zal ik zweren, aangezien dit uw wens is. “
Daar zwoer men de eed, die hij niet zou breken
Al had men hem al het bezit van een heel land gegeven.
“ Boudewijn, “ zei de dame, “ ik zal u geschriften geven990
En koninklijke insignes, waarmee u gediend zult worden
Doorheen het hele heidense land tot aan de poorten van de Joden;
Het vrijgeleide van de sultan is u door mij beloofd,
Dit is om overal geëerd en gediend te worden.
Zo zult u naar Abilant gaan, waarlangs ik u zeg,
Dat is via de stortbak waar u niets ergers zult overkomen;
Daarlangs kunt u niet door de leeuw worden aangevallen. “
“ Vrouwe, “ zei Boudewijn, de dappere en de edele,
“ Om Gods wil, bevrijd mij, zoete dame van waarde,
Want het lijkt mij steeds dat ik aangevallen word.1000
Als ik gezeten was op een grijs paard,
Zou ik nooit stoppen tot ik in Ponthieu aankwam. “
Toen de koningin Boudewijn hoorde, de krijger,
Zei ze tegen hem: “ vriend, u hoeft zich geen zorgen te maken,
Niemand kan u deren, noch uw lichaam schaden.
“ Vriend, verblijf hier, dan zal ik u te rusten leggen “
“ In een rijke kamer en u zeer goed verzorgen. “
“ Dame, “ zeide Boudewijn, “ dat moet u allemaal laten, “
“ Want u zou mij niet zo'n kussen kunnen geven “
“ Waarop ik een hazenslaapje zou vatten in een winternacht. “ 1010
Daarop lachte de koningin en de twee ridders.
Toen liet zij de tafel dekken en goed gereedmaken
Met goede wijnen en spijzen, om het hun wel te laten behagen;
Vervolgens zeide zij: “ eet, gezellen, geheel naar uw believen. “
“ Voorwaar, “ zeide Boudewijn, “ ik heb geen trek om te eten; “
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Ik kan zeer goed vasten, ik ben goed in besparen. “
De koning van Bagdad zeide: “ u bent een beste herder, “
“ Want men moet bij het eten al zijn zorgen vergeten; “
“ Men weet niet waar men heen gaat, noch in welk erfgoed, “
“ Men moet, zonder middagmaal, geen goede stad verlaten. “1020
“ Ik zal genoeg eten, bij God de rechtvaardige, “
“ Precies hier wil ik gaan zitten, naast dit kussen, “
“ En ik zal mij niet verroeren, voor koning noch voor prins, “
“ Tot ik mijn buik heb gevuld, want ik heb er grote behoefte aan, “
“ Zelfs al zou men mij van achteren komen vermoorden. “
“ Bij God, “ zeide Polibans, “ ziehier een goede kameraad! “
Naast hem zijn zij gaan zitten zonder enig dralen.
De koningin bedient hen en denkt aan het voorsnijden,
En smeekt Boudewijn dat hij zich haasten wil
Om rechtstreeks naar Ponthieu te gaan om haar boodschap te verkondigen. 1030
En Boudewijn zeide tot haar: “ maak u geen zorgen, “
“ Uw boodschap zal ik doen, als het de Rechtvaardige behaagt; “
“ Maar ik wil u geenszins zwerven en beloven “
“ Dat ik uw broer meebreng naar dit erfgoed, “
“ Want ik ken zijn wil niet, zijn hart, noch zijn gedachte. “
“ Ik weet wel, “ zeide de koningin, “ dat hij zonder dralen zal komen. “
Men moet elkaar immers liefhebben en zeer dierbaar houden:
“ Het is mijn vlees, het is mijn bloed, hij mag mij niet afvallen; “
“ En ik wil van het zijne geen cent noch penning. “
“ Men zegt algemeen een woord als spreekwoord: “1040
“Zo iemand zou zich laten doden om zijn naaste te wreken,
“Die hem geenszins van zijn brood te eten zou geven.”
Toen het na het eten werd, stond Boudewijn op;
Hij ging naar de koningin en vroeg om verlof:
De dame gaf hem snel een vrijgeleide
En recht naar de onderaardse gang leidde de dame hen.
De Saracenen gaan daarheen, want daarlangs ging men
Binnen in Abilant: ergens anders langs gaat men er niet,
Vanwege de leeuw die het hele land verwoestte;
Want niemand die leeft durfde over land te gaan 1050
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Omdat de leeuw hen zo verslond.
Boudewijn nam afscheid, door de gang gaat hij;
Op meerdere plaatsen was er vuur dat de gang verlichtte.
Zo lang reist hij, en zo spant hij zich in, dat hij Abilant binnenging;
Ter ure van de middag naderde hij het paleis:
De koning Rode-Leeuw vond hij in zijn paleis,
Met hem menig Saraceen met wie hij beraadslaagde
Over de vreselijke leeuw die hen zo kwelde;
Die elke dag opnieuw van hun mensen wurgde.
Boudewijn van Sebourc naderde de koning; 1060
Nu zei hij: “ Deze Here God die mij maakte en schiep,
“ Die in de waardige Maagd voor ons allen gedaante aannam,
“ Moge Hij hem redden en zegenen die in Hem zal geloven;
“ En de Fransman uit Frankrijk die uw persoon gevangen heeft genomen
“ En zo in uw gevangenis heeft gezet, al zeer lange tijd geleden!
“ En ziet hij hem te gronde gaan die hem daar zo lang heeft vastgehouden!
“ Koning, ik zeg het vanwege jou; jouw persoon zal ervoor boeten,
“ Als ik hem niet terugkrijg op wie jouw zuster verliefd werd. “
Toen de Rode-Leeuw naar deze woorden luisterde,
Werd hij zo vertoornd dat hij er bijna krankzinnig van werd; 1070
Hij rolde met zijn ogen en knarsetandde.
Toen Boudewijn hem ziet, dat hij zo'n gelaat toonde,
Legde hij zijn hand op het zwaard en trok het half;
Polibans houdt hem tegen en riep de koning aan,
En zei: “ Koning van Abilant, luister nu eens naar mij:
“ Erger u niet als mijn heer zo tegen u spreekt,
“ Hij dronk zojuist zoveel wijn dat hij geheel dronken werd.
“ Heer Rode-Leeuw, “ zeide de koning Polibans,
“ Wij hebben een vrijgeleide; de sultan heeft het ons gegeven
“ Om overal rond te reizen in het land der Perzen: 1090
“ U kunt ons geen kwaad doen, of u zult er spijt van krijgen. “
Hij toonde hem het zegelteken dat zo machtig was,
Want het was de vrijgeleide om overal door te mogen reizen;
En dat niemand ter wereld Baudewijn schade zou berokkenen,
Getuigde de brief, en het hangende zegel,
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Dat geen stad of koninkrijk hem bescherming zou bieden;
Daarom was Baudewijn moediger en vrijer.
Toen de Rode-Leeuw de bevelen had gezien
Die kwamen van zijn oom, die zo machtig was,
Toen zeide hij tot Baudewijn: “ edele, dappere boodschapper, 1090
“ Zeg wat u wenst, spaar uw woorden niet;
“ Om niets wat u zegt zal ik vandaag nog bedroefd zijn. “
“ Heer, “ zeide Baudewijn, de machtige ridder,
“ U houdt hierbinnen al lange tijd een christen gevangen,
“ Samen met uw zuster wiens gestalte bekoorlijk is,
“ Van wie ik gaarne, als het u belieft, het gelaat zou zien;
“ Want weet dat ik naar het land der Franken ga
“ Voor de vrouw van uw oom, die in God geloofde.
“ Nu zou er zo iemand in uw kerker kunnen liggen
“ Van wie u tweehonderdduizend bezanten zou kunnen krijgen, 1100
“ En een ander van wie u niet de waarde van twee handschoenen zou hebben;
“ Daarom verzoek ik u, toon mij de christen. “
Zeide de Rode-Leeuw: “ zo helpe mij Tervagant,
“ Ik geloof dat zij gestorven zijn, nu al twee jaar geleden. “
“ Dat is niet zo, heer, bij het geloof, “ dit zeide Tourniquant tot hem,
“ Uw zuster is nog altijd gezond, welbehouden en in leven. “
Zeide de Rode-Leeuw: “ breng dan nu
“ Die christen hierheen, die zo trots en groot is. “
En de Saraceen zeide: “ ik zal uw bevelen uitvoeren. “
Toen zeide hij tot Baudewijn die .. wijs was: 1110
“ Kom, ik zal u leiden, wacht voor de voorbijgangers. “
“ Ga, “ zei Boudewijn, “ ik zal u volgen. “
Nooit wist de dappere Boudewijn zoveel te zeggen,
Dat hij hem de weg wees, tenzij voor de voorbijgangers;
Hij vreest Boudewijn en zijn grote vuisten ten zeerste,
Hij durft niet voorop te gaan, zo woest was diens aanblik.
Tournikans nam Boudewijn, de vazal, met zich mee,
Rechtstreeks naar de kerker die in een dal lag;
Een deur heeft hij geopend, gemaakt van ijzer zonder metaal,
In een kelder leidt hij de trouwe Boudewijn binnen: 1120
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Twee ijzeren deuren waren er nog voor men bij de foltering kwam,
Daar waar men het koninklijke gezelschap gevangen had gezet;
Er was geen licht van vuur noch van kristal.
“ O ! God, “ zei Boudewijn, “ geestelijke vader,
“ Wat moeten zij die zes jaar in zo'n verblijf zijn geweest
“ Al niet hebben geleden aan pijn en aan kwelling ! “
Baudewijn riep uit: “ waar bent u, vazal?
“ Praat met mij, om Gods wil; ik zal u geen kwaad doen. “
Toen Esmeré de keizerlijke man van God
Zo hoorde spreken, zei hij onmiddellijk: 1130
“ Heilige Maria, koningin o zo bijzonder,
“ Het is lang geleden dat ik zo'n taal hoorde spreken!
“ Ik geloof dat het een gevangene is uit het hoofdland,
“ Die de Rode-Leeuw gevangen heeft genomen in het christendom. “
Hij kwam bij de deur van de kerker waar hij de vazal zag,
Toen hij hem zo groot zag, daalde hij af naar beneden.
Toen Esmerés Boudewijn, de prins, hoorde,
En hij hem zo groot zag, ging hij de kelder weer in;
Tegen Julianus van Afrika zei hij zonder talmen:
“ Hier, ik zie een ridder zo groot naar ons toe komen, 1140
“ Dat men nog nooit zo'n grote of zo'n sterke schurk heeft gezien. “
“ Bij mijn geloof, “ zei de priester, “ dat is de duivel uit de hel
“ Die mij zo goed betoverde, toen ik over het strand trok
“ Van de grote, kolkende zee, toen ik bij u verbleef.
“ Nooit ging een dief zo onwillig naar de kerk “
“ Zoals ik deed, met u, in deze wereld.
“ Wat men met tegenzin doet, kan immers niet baten. “
En Boudewijn ging direct ontgrendelen
De deur van de sterke kerker die angst inboezemde.
Een knaap brengt hem, om hem bij te lichten, 1150
Een wasfakkel; toen daalt hij af in de kelder
En zegt: “ Moge de Heere God die alles moet oordelen,
“ Die zich aan het kruis liet pijnigen en lijden,
“ Deze compagnie behoeden waarin men niet hoeft te vrezen! “
En de priester antwoordt: “ Zult u ons kunnen helpen
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Dat wij buiten zijn vóór de wintertijd? “
“ Bij mijn geloof, “ zei Boudewijn, “ dat begeer ik ten zeerste. “
“ Heren, “ zei Boudewijn met het kordate gezicht,
“ Ik ben een ridder uit het welvoorziene Frankrijk,
“ Onlangs was ik in Babylon in de gevangenis. 1160
“ De vrouw van de sultan komt uit Normandië,
“ En zij vertelde me dat er in het oude Abilant,
“ Een ridder van Frankrijk in de sombere kerker zat:
“ Nu ben ik de boodschapper van de geprezen koningin,
“ En ik ga naar Ponthieu om met haar familie te spreken;
“ Nu heb ik een vrijgeleide door het heidense land.
“ Zo ben ik gekomen om uw grote ellende te aanschouwen,
“ En als u een boodschap wilt sturen naar het welvoorziene Frankrijk,
“ Zal ik uw boodschapper zijn voor hen van uw zijde. “
Toen Esmerés dit hoorde, kookte al zijn bloed; 1170
Toen kwam hij hem omhelzen en boog ootmoedig
En zei tegen de ridder van grote edelheid:
“ Aangezien u naar Ponthieu gaat, dat schone land,
“ Ga dan ook naar Boulogne, ik smeek het u uit liefde;
“ Spreek tot Eustatius, die Boulogne bestuurt,
“ Of tot gravin Ida, als Eustatius er niet is,
“ Dat Esmerés van Nijmegen, om Gods wil, hen smeekt
“ Dat zij willen sturen naar degenen van mijn geslacht
“ En zeggen dat ik nog steeds volkomen in leven ben,
“ Binnenin een kerker, samen met mijn geliefde, 1180
“ En ik ben er al “ zeven jaar geweest, komende Palmpasen;
“ En dat zij mij te hulp schieten, bijstaan en helpen,
“ Want als Abilans ingenomen en bezet zou kunnen worden,
“ Zo zou men mij terugkrijgen, mij en mijn gezelschap.
“ Zeg dat ik een zoon heb, van mijn dierbare vrouw,
“ Die men Julien noemt, en u zult er geenszins om liegen. “
Toen toonde hij hem het kind, terwijl hij het in tranen kuste.
Wanneer Boudewijn het ziet, wordt zijn hart week;
Hij heeft haastig zijn gewaad uitgetrokken,
Hij zag het kind helemaal naakt; toen zei hij uit hoofsheid: 1190
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Ach! edele jonge heer, moge het u geenszins mishagen
“ Als ik aan dit kleine kind, wiens schoonheid straalt,
“ Ter ere van God, dit tweekleurige gewaad geef. “
“ Bij mijn geloof, “ zo sprak de priester, “ het zou mij geenszins deren
“ Als u mij uit de verrotte kerker had geworpen,
“ Ter ere van de duivel en zijn gezelschap! “
Boudewijn van Sebourc had medelijden met het kind
Omdat hij het naakt zag en met zo'n mooi uiterlijk.
Helaas! hij was zijn oom, maar hij wist er niets van,
En de broer van Esmeret, wiens hart vol smart was; 1200
Hij kijkt naar het meisje dat een lieflijk lichaam had:
Uitgehongerd zijn ze en mager, zeer zwak en zeer deerniswekkend.
Toen zei hij tegen Esmeret: “ aan Jezus beveel ik u!
“ Ik ga daarboven spreken met de sterke koning van Abilant;
“ En als ik iets kan bereiken, zal ik bij hem zo veel doen
“ Dat hij uw gevangenschap zal gaan verlichten. “
“ Ridder, “ sprak Esmeret, “ bij de almachtige God,
“ Ik zou willen zijn op een plek waar de zon schijnt,
“ Waar ik de zoete vogel zou kunnen horen zingen,
“ In een loofhut, of in een bovenkamer, of in een stevige toren; 1210
“ En nooit zou ik er in mijn leven weer uit hoeven te gaan. “
Toen sprak Boudewijn: “ aan Jezus beveel ik u!
“ Om u te zien zal ik terugkeren vóór de zonsondergang. “
Bij deze woorden keerde hij terug naar Pollibant
En naar de koning van Bagdad, en zo sprak hij al zuchtend:
“ Ik heb de armsten van deze levende wereld achtergelaten!
*” Mocht het Jezus Christus behagen, de koning van Béliant,
“ Dat zij die ik in de stinkende kerker heb achtergelaten,
“ In het zoete Frankrijk waren, veilig, gezond en verheugd;
“ En dat ik gebiecht was bij een deugdelijk priester 1220
“ En dat men mij nu het hoofd zou afhaken. “
De koning van Bagdad sprak: “ U spreekt te boud,
“ Want ik zou liever hebben, bij God de minnende koning,
“ Dat zij allen opgehangen waren en aan de wind hingen,
“ Dan dat ik in mijn voet een stekende doorn had. “
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Boudewijn van Sebourc maakte daar geen uitstel,
Naar het paleis zijn zij gekomen, waar de slaven zijn;
De koning had bevolen, door de stad met name,
Dat allen gewapend moesten zijn, ridders en knapen:
*In het paleis waren wel vierhonderd schurken,
Gewapend, in het geheim, goed opgesteld.
“ Heren, “ zo sprak de koning, “ hierbinnen is een schurk; 1230
“ Nooit zag ik zo'n grote, bij mijn God Mahon,
“ Hij heeft het gezicht van een rover en een zeer slechte dief.
“ Ik weet niet wat hij denkt, want hij gedraagt zich al te boosaardig;
“ Wijk nu niet van mij, want ik heb groot vermoeden. “
En zij antwoordden: “ tot uw beschikking. “*
Toen sprak Boudewijn, die een helder gelaat heeft,
Sprak de koning aan, en zei hem met luide stem:
“ Hoort gij, koning van Abilant, luister naar mijn rede; 1240
“ Er is een beest in deze regio,
“ Dat uw land verwoest, overal rondom rond:
“ Dat wrede beest noemt men leeuw,
“ Dat uw grote stad in onderwerping brengt,
“ Want het stort uw volk in groot verderf.
“ Als u mij mijn wens en mijn genoegen wilt doen,
“ Zal ik u mijn trouw zweren, zonder enig verraad,
“ Dat zodra ik mijn taak heb volbracht
“ Van de boodschap die mij is opgedragen, door toedoen
“ Van de vrouw van de sultan die in Baraton gelooft, 1250
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Die mij naar Ponthieu stuurt, zijn eigen streek,
“ Om te spreken met een broer van hem en zijn familie ;
“ Hen die ik weer zal zien in dit rijk,
“ Voor u zal ik gaan vechten tegen de leeuw
“ En hem zo vernietigen, wie er ook om huilt of niet.
“ Borgen zal ik u leveren voor deze gelegenheid.
“ Niemand kan mij daarin deren, behalve de edele Jezus,
“ Of ik bevrijd u daarvan bij mijn terugkeer ;
“ Als u maar mijn wil en mijn wens wilt doen.
“ Ik zal u burcht noch donjon vragen, 1260
“ Waardoor u verarmd zou worden met de waarde van een knop. “
Sprak de Rode Leeuw: “ en ik schenk u deze gunst ;
“ Vraag wat u wenst, want het behaagt mij zeer. “
Toen Boudewijn dit hoorde, hief hij zijn kin ;
Hij zou niet zo blij zijn geweest met het bezit van een koninkrijk,
Want om Esmeret te helpen had hij een grote toewijding.
Als hij had geweten dat hij geboren was uit zijn eigen nageslacht
Zou hij hem nog vrijwilliger uit de gevangenis hebben gehaald,
Hoezeer hij er ook al een grote toewijding voor had,
Maar men spreekt een spreekwoord in de volksmond: 1270
Dat men eerst zijn hemd aantrekt voor men zijn pelsjas aandoet.
“ Heer, “ sprak Boudewijn, de dappere en de edele,
“ Ik zweer u bij de wet die ik houd van Jezus Christus,
“ De leeuw zal ik doden, of ik zal gedood worden,
“ Opdat ik eerst naar Ponthieu teruggekeerd ben ;
“ Maar dat u de gevangenen en uw edele zuster
“ Hun gevangenschap verlicht, en hen heeft geplaatst
“ In een toren, of in een burcht, goed gesloten naar behoren.
“ En dat iedereen daar voorzien zij van voedsel
“ En overvloed van goede wijnen, en liggend in goede bedden ; 1280
“ Opdat, wanneer de leeuw door mij verslagen zal zijn,
“ U ze mij zult teruggeven, zonder bedrog en zonder list
“ En ik hen weg zal kunnen voeren uit uw land. “
Sprak de Rode Leeuw: “ zo is mijn besluit,
“ Ik heb het u beloofd. “ Daar werd de eed afgelegd.
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
En door de een en de ander verloofd en plechtig beloofd.
Boudewijn van Sebourc aarzelde geen moment:
In een mooie toren, gebouwd van massieve muren,
Liet hij Esmeret brengen, de edele ridder;
En zo ging ook de priester, dat was zeker niet tegen zijn zin,
En Juliaan van Afrika die nog in leven was,
De schone Eleonora en Juliaan haar zoon.
Boudewijn roept hen toe: “ de machtige vazal, 1290
“ Het is door mijn welkomst dat u gediend wordt. “
“ Zeker, “ zo sprak de priester, “ ik ben er zeker en gewis van
“ Dat ik het nooit beter zal hebben zolang ik leef. “
“ Heer, “ zeide Esmeret, “ moge u altijd zo'n lot werpen!
“ Zo zullen wij, als het God behaagt, de Koning van het paradijs hebben,
“ Want met één malie tegelijk wordt de maliënkolder voltooid. “
“ Heren, “ sprak Boudewijn met het heldere gelaat, 1300
“ Ik weet niet wie u bent, noch uit welke streek,
“ Maar ik zal u, als ik kan, uit de gevangenis bevrijden. “
Toen kuste hij Juliaan, de kleine jongeling;
“ Kind, “ sprak Boudewijn, “ moge je een goede naam hebben!
“ Als het God behaagt, zul je nog overvloed van het goede hebben.
“ Het goede geluk ligt immers niet in een adellijke opvoeding,
“ Maar het ligt in de wil van God die er het deel van uitmaakt.
“ Wees nu vrolijk van gemoed, om Gods wil bidden wij u erom,
“ Want ik heb zoveel gedaan bij de koning, die u in de gevangenis houdt,
“ Dat als Jezus het schenkt, die het lijden onderging, 1310
“ Dat ik kan terugkeren naar mijn eigen gebied;
“ Dan zal ik komen strijden tegen de leeuw
Die Abilant verwoest, overal rondom;
“ En wanneer ik hem gedood zal hebben, tot grote vernietiging,
“ Heeft de koning mij beloofd, bij de wet van Mahon,
“ Dat hij u zal vrijlaten tot uw redding
“ En zo zal ik u meenemen naar het koninkrijk Frankrijk. “
“ Heer, “ zo sprak de priester, “ men zou u willen smeken
“ Dat voordat u overzee gaat, per dromon [oorlogsschip],
“ Dat u gaat strijden tegen die wrede leeuw; “ 1320
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Wij zullen met u meegaan naar uw eigen land. “
“ Heren, “ zei Boudewijn, “ zo waar mijn ziel vergeving moge vinden,
“ Aan de vrouw van de sultan, die mij redding schonk,
“ Zwoer ik toen ik vertrok – men liet het mij zweren –
“ Dat ik eerst in het koninkrijk Ponthieu zou zijn geweest
“ En in Babylon mijn verhaal zou hebben gedaan,
“ Voordat ik naar deze leeuw zou komen waar mijn toewijding ligt;
“ Maar wanneer ik terugkeer, koester dan geen achterdocht,
“ Voor u zal ik hem gaan vernietigen, en u zult uw beloning krijgen. “
“ Bij mijn geloof, “ zei de priester, “ dat is een dwaas argument! 1330
“ Dat is alsof men een versterkende drank voor mij maakt als ik al dood ben. “
Nu zijn de deerniswekkende gevangenen midden in de toren:
Omwille van de liefde voor Boudewijn, de edele ridder,
Hadden zij in de gevangenis overvloed aan drank en spijzen
En werden zij geheel naar hun wens gediend.
Toen liet Boudewijn zijn zaken regelen,
Hij liet een dromon met levensmiddelen laden.
Kwam bij de Rode Leeuw en zei hem zonder dralen:
“ Schone heer, ik ga mijn boodschap verkondigen
“ In het land van Ponthieu, en bij mijn terugkeer 1340
“ Zal ik u komen bevrijden van deze lafhartige leeuw
“ Die uw stad zo deerlijk verwoest. “
De Rode Leeuw zei: “ dat stem ik toe.
“ En als u mij kunt troosten of helpen,
“ Zult u de helft van mijn land mogen besturen;
“ U zult niets bevelen dat ik niet zal inwilligen. “
“ Heer, “ zei Boudewijn, “ niets anders vraag ik van u,
“ Dan dat u deze gevangenen laat dienen en het hen comfortabel maakt. “
Toen gaat hij naar de toren en bestijgt de houten vloer,
En zei tegen Esmeret: “ denk aan uw echtgenote 1350
“ En denk eraan elkaar lief te hebben en in ere te houden.
“ Heb vertrouwen in God, de rechtvaardige Vader,
“ Want wie op God vertrouwt, die weet Hij wel te helpen.
“ En bid tot Jezus dat Hij mij laat terugkeren,
“ Want ik zal u te hulp schieten met het stalen zwaard. “
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Die hen een voor een ging omhelzen en kussen.
“ Edelman, “ zei Esmerés, “ wilt u de moeite nemen “
“ Om de kinderen van Niemaie over mijn tegenspoed te vertellen, “
“ En aan koningin Rose, die God moge behoeden voor gevaar! “
“ In haar schoot droeg zij mij, het moet haar wel bedroeven “
“ Dat ik in een vreemd land in zo'n groot gevaar verkeer! “
“ Wat ik niet kan veranderen, moet ik wel laten rusten. “
“ Heer, “ zei Esmerés, “ wanneer u ginds aankomt “
“ In het land van Ponthieu, is het niet ver meer “
“ Tot aan het Boulognese; en ik heb daar een neef, “
“ Wistace van Boulogne, die een goede ridder is, “
“ En daar is ook mijn moeder, die mij negen maanden droeg: “
“ Zeg haar dat haar zoon hier nog in leven is “
“ En zeg ook aan Wistace, als hij ooit van mij hield, “
“ Dat hij mij te hulp moet komen met de manschappen die hij heeft. “ 1370
“ In het Saraceense land ben ik al lange tijd geweest, “
“ Men denkt vast dat ik dood ben in het land daarginds. “
“ Als u mijn broers ergens daar in de buurt kent; “
“ Zeg dan dat Esmerés hier in grote ellende leeft, “
“ Met al deze bewijzen, waardoor men u zal geloven: “
“ Dat Juliaan van Afrika mij met zich meenam “
“ Om het meisje te zien dat mijn lichaam zo vurig liefhad “
“ Maar nooit heeft een vleselijk mens liefde zo duur gekocht! “
“ Heer, “ zei Boudewijn, “ verlies nu de moed niet, “
“ De zaak die zwaar begint, zal uiteindelijk goed aflopen. “ 1380
Toen, uit oprechte liefde, kuste hij zijn broer;
Hij herkende hem weliswaar niet, maar de natuur deed haar werk.
Want tussen hen beiden legde zij zo'n sterke liefde, twijfel daar niet aan,
Dat Boudewijn zich er maar nauwelijks van los kon scheuren.
Als Polibans er niet was geweest, was hij daar gebleven,
Een tijdlang vergat hij zichzelf daar zelfs;
Maar Polibans zei hem dat hij er te lang bleef hangen.
“ Heer, “ zei Boudewijn, “ bij God die mij geschapen heeft, “
“ Mijn hart is zo gegrepen door de mensen die hier zijn, “
“ Ik kan hen niet achterlaten, zo spreekt mijn hart tot mij; “ 1390
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Ik zou hier altijd goed bij hen verblijven. “
Zo sprak Boudewijn, want gezond verstand bracht hem ertoe,
Dat zijn hart aanvuurt en hem in de liefde onderwees.
Boudewijn van Sebourc weifelde daar niet,
Hij vertrok uit Abilant en nam afscheid van de koning;
In één schip ging hij snel en gezwind aan boord,
Bij hem was Polibans, die zoveel moed bezat,
En koning Pourvéus, aan wie Bagdad toebehoort.
Op zee varen zij uit, in storm en wind,
En de koning van Bagdad sprak luidkeels: 1400
“ Boudewijn, schone lieve heer, u heeft op lelijke wijze
“ De mooiste vergeten die er onder het firmament is;
“ Dat is de schone Yvorine, die blinkt van schoonheid.
“ Laten we naar Bagdad gaan om te zien of mijn lieden
“ Yvorine hebben gevonden, die zo'n bevallig lichaam heeft,
“ In Italië, waar men haar zo sluw gevangen nam. “
En Boudewijn antwoordt: “ Bij de almachtige God,
“ Ik ben haar niet vergeten, dat beloof ik u;
“ Als men haar terug kon krijgen voor goud of zilver,
“ Weet dat ik haar zeer snel terug zou hebben! 1410
“ Want ik bemin haar vurig en met oprechte toewijding.
“ Maar als de dame dood is, kan men op geen enkele wijze
“ Haar leven terugkopen; en de natuur leert ons
“ Dat men de doden vrij gemakkelijk vergeet.
“ Wie dood is, is dood; erover praten baat niets,
“ Hoe meer men erover spreekt, hoe bedroefder men wordt.
“ Maar zij die in leven zijn, moeten gemakkelijk
“ De verordeningen van God nederig doorstaan.
“ Wie een neef verliest, zoekt een ander familielid;
“ En wie een vrouw verliest, neemt een andere echtgenote. 1420
“ En wie bezit van een ander heeft, laat die een testament maken:
“ Want wie nu de rouw en de kwelling tot zich zou nemen,
“ In het hart, die God zo vaak aan velen zendt;
“ Zou nooit meer vreugde kennen, ik weet het werkelijk.
“ Er rest niets anders dan te bidden tot de almachtige God
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Dat Hij in deze wereld zowel gezondheid als geld zende, “
“ En wanneer wij gestorven zijn, de redding des hemels. “
Baudewijn van Sebourc vaart over de zee,
En de zeelieden lieten hun schip aankomen
Rechtstreeks in Bagdad; daar wilden zij halt houden. 1430
De burgers van de stad, toen zij hoorden spreken
Dat hun heer terugkeert die zozeer te prijzen was,
Gaan hem tegemoet om hem nog meer te eren;
In een grote processie trekken zij hen tegemoet,
Vervolgens gaan zij hun heer kussen en omhelzen.
Ivorine, de schone met het stralende gelaat,
Stijgt op een palfrenier;
Met de mensen van de stad wilde de jonkvrouw meegaan.
Aan iedereen die zij ziet, gaat zij vragen
Of Boudewijn er is, die zozeer te duchten was, 1440
Die de schoenlapper in Bagdad liet kronen?
Toen kwam zij aan de oever en begon te kijken naar
Boudewijn van Sebourc, de edele jonge ridder:
Toen zij hem ziet, verandert Ivorine van kleur;
Zij gaat Boudewijn tegemoet en begint te huilen.
Waarop Boudewijn haar gaat kussen en omhelzen,
En haar zegt: “ Lieve vrouwe, moge God u bewaren! “
“ Ik zou niet zo verheugd zijn voor al het goud aan deze zijde van de zee “
“ Als dat ik u gezond en wel kan terugvinden! “
“ Geloofd zij de Heer die alles moet redden! “ 1450
Toen gaan zij naar het paleis om hun vreugde te uiten;
Daar hielden zij een plenaire hofhouding die zij die dag lieten omroepen:
Ieder die aan het hof wilde komen dineren,
Kwam daar geheel zonder enige weigering.
Over de liefde van Ivorine wil ik u niet uitweiden,
Noch over de dappere Boudewijn, de edele jonge ridder;
Maar acht dagen wilde hij in Bagdad bij haar verblijven,
Daarna wilde hij van Ivorine vertrekken en scheiden.
Polibant van Falise wilde hij met zich meenemen,
En de koning van Bagdad liet hij daar heel rustig achter. 1460
</poem>
|}
{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Om de edele stad te beschermen en te verdedigen,
Begaf Boudewijn van Sebourc zich op de hoge zee,
Samen met Polibant die zozeer te vrezen was;
Om naar Ponthieu te varen laten zij hun zeil hijsen.
Nooit keerde hij terug, Boudewijn met het heldere gezicht,
Tenzij hij de rook van de hel heeft willen zien opstijgen,
En het aards paradijs waar het zo heerlijk toeven is;
En zo zal hij zijn moeder zien die zozeer te beminnen valt.
In de gedaante van een monnik zal hij zich willen kleden,
En hij zal naar Sebourc gaan om met zijn geliefde te spreken; 1470
Zo zal hij zijn bastaard zien, moediger dan een wild zwijn
En de meest onbesprokene die er ooit aan deze zijde van de zee was;
Daarna zal hij naar Nijmegen gaan om zijn geliefde te biecht te horen
En om de trouw van de vrouwen op de proef te stellen:
Voorwaar, het is een grote schande om aan valsheid te denken,
Slechts zeer node zou een deugdzame vrouw zich laten berispen.
<poem>
|}
7512r9kauf12ff4na524w7owani7pov
225614
225580
2026-08-26T09:15:01Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225614
wikitext
text/x-wiki
<pages index="Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf" from=417 to=459 header=1 />
9fxryn6vy565dw04l65h12r64wz6lgg
225615
225614
2026-08-26T09:17:51Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225615
wikitext
text/x-wiki
<pages index="Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf" from=417 to=459 header=1 prev="[[Boudewijn van Sebourg/ZANG XIII|ZANG XIII]]"/>
r8iv652vuvbz56qvvjgiwvpt50pyfon
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914
100
88262
225540
2026-08-25T18:55:14Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914]]
225540
wikitext
text/x-wiki
#DOORVERWIJZING [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914]]
a1k9u4c8ej973mmw8ytdefq1rakcoed
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Albin Windhausen
100
88263
225542
2026-08-25T18:55:14Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Albin Windhausen]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Albin Windhausen]]
225542
wikitext
text/x-wiki
#DOORVERWIJZING [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Albin Windhausen]]
2wyhbj22rk2jbj6qkn634it7eucbore
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Anna Abrahams
100
88264
225544
2026-08-25T18:55:14Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Anna Abrahams]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Anna Abrahams]]
225544
wikitext
text/x-wiki
#DOORVERWIJZING [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Anna Abrahams]]
hxvpadmeuje26hh067p6lkf2hpmlo57
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/August Allebé
100
88265
225546
2026-08-25T18:55:14Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/August Allebé]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/August Allebé]]
225546
wikitext
text/x-wiki
#DOORVERWIJZING [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/August Allebé]]
01kzbkvr8bgbw4csf7vcloz4mvxoiiu
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Hendrik Willem Mesdag
100
88266
225548
2026-08-25T18:55:14Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Hendrik Willem Mesdag]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Hendrik Willem Mesdag]]
225548
wikitext
text/x-wiki
#DOORVERWIJZING [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Hendrik Willem Mesdag]]
9q42gwntp2mec2ke377694v4bwfiw6t
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Louis Apol
100
88267
225550
2026-08-25T18:55:14Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Louis Apol]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Louis Apol]]
225550
wikitext
text/x-wiki
#DOORVERWIJZING [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Louis Apol]]
6c1hwdgj5f1wj8lid5eu2knxuhyehnd
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Paul Joseph Constantin Gabriël
100
88268
225552
2026-08-25T18:55:14Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Paul Joseph Constantin Gabriël]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Paul Joseph Constantin Gabriël]]
225552
wikitext
text/x-wiki
#DOORVERWIJZING [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Paul Joseph Constantin Gabriël]]
7plef2cyp31xbvpgfoivqxg3orhcw7f
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Philip Sadée
100
88269
225554
2026-08-25T18:55:15Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Philip Sadée]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Philip Sadée]]
225554
wikitext
text/x-wiki
#DOORVERWIJZING [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Philip Sadée]]
enprg31uch2jgns26p7swakkvkalb76
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Théophile de Bock
100
88270
225556
2026-08-25T18:55:15Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Théophile de Bock]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Théophile de Bock]]
225556
wikitext
text/x-wiki
#DOORVERWIJZING [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Théophile de Bock]]
1icyajacc1ylt9vn0kmkjr9et2p52ey
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Wally Moes
100
88271
225558
2026-08-25T18:55:15Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Ca. 1850-ca. 1914/Wally Moes]] hernoemd naar [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Wally Moes]]
225558
wikitext
text/x-wiki
#DOORVERWIJZING [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Wally Moes]]
k02b6psu6w26maxz3x1vu3sa18g4fm4
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/417
104
88272
225559
2026-08-25T19:04:24Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225559
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
!Brontekst
!Vertaling
|-
|valign=top|
{{c|{{xxxx-larger|'''LI ROMANS'''}}<br>{{larger|'''DE'''}}<br>{{xx-larger|'''BAUDUIN DE SEBOURC.'''}}}}
{{lijn|5em}}
{{c|{{larger|'''CHANT XIV.'''}}}}
{{dhr|1.5em}}
<poem>
OR commenche matère c’on doit autoriser,
Et suis autres histoires doit-on ceste priser.
A ma droite matère me vaurrai repairier,
Dirai du roy Morgant où n’ot que courechier :
Adont fist la chité, et jour et nuit, gaitier
Si près qu’il n’i venoit à boire n’à mengier
Et le fist assalir dou peuple loozengier,
Cascuns jour à journée, pour la ville essillier.
Et li rois de Baudas et li dieu chevalier
Issoient bien souvent, armet, sus le destrier,
Dessus les Sarrasins, pour lor pris essaucier ;
Mais Sarrasin faisoient le passage gaitier
Si c’on ne les pooit de riens adamagier,
Car cis qui a pierdut voet apriès espargnier,
Dont ou roi de Baudas n’i ot que courechier.
Li sièges de Baudas dura moult longement :
La cité fu gardée, à tous jours, tèlement
Que la ville affama, dont moult furent dolent ;
Car li fors roys Morgant, au fier contenement,
Manda l’arière-ban dedens son chasement.
·xxx· mil Sarrasin, qui furent de sa gent,
Vinrent assir Baudas avironnéement.
Plus gėle plus destraint, che dist-on bien souvent.
Li bons rois de Baudas qui tant ot hardement
Ot moult le coer dolant, courechiés fu forment,
</poem>
|valign=top|
{{c|{{xxxx-larger|'''DE ROMANS'''}}<br>'''VAN'''<br>{{xx-larger|'''BAUDEWIJN VAN SEBOURG.'''}}}}
{{lijn|5em}}
{{c|{{larger|'''ZANG XIV.'''}}}}
{{dhr|0.5em}}<poem>
NU begint de materie die men moet erkennen,
En boven andere verhalen moet men deze prijzen.
Naar mijn ware onderwerp wil ik nu terugkeren,
Ik zal vertellen over koning Morgant, die louter toornig was:
Toen liet hij de stad, zowel dag als nacht, bewaken
Zo nauwgezet dat er niets te drinken noch te eten binnenkwam
En hij liet haar aanvallen door het bedrieglijke volk,
Dag in dag uit, om de stad te verwoesten.
En de koning van Bagdad en de twee ridders
Trokken er vaak op uit, gewapend, op het strijdros, 10
Tegen de Saracenen, om hun eer te vergroten;
Maar de Saracenen lieten de doorgang bewaken
Zodat men hen op geen enkele wijze schade kon toebrengen,
Want wie verloren heeft, wil daarna sparen,
Waarom er voor de koning van Bagdad enkel verdriet was.
Het beleg van Bagdad duurde zeer lang:
De stad werd altijd zodanig verdedigd
Dat de stad honger leed, waarom zij zeer bedroefd waren;
Want de sterke koning Morgant, met zijn trotse houding,
Riep de achterban op binnen zijn leengebied. 20
Dertigduizend Saracenen, die tot zijn volk behoorden,
Kwamen Bagdad van alle kanten belegeren.
Hoe meer het vriest, hoe meer het knelt, zo zegt men heel vaak.
De goede koning van Bagdad, die zoveel moed bezat,
Had een zeer bedroefd hart, hij was hevig ontdaan.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
4zsxyan7j5jf03usysdujj15ko5lq6q
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/418
104
88273
225560
2026-08-25T19:06:56Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225560
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
De chou qu’il ne pooit, ensi ni autrement,
R’avoir les trois prisons à son commandement.
Si manda à Morgant, sé les trois prinches rent,
Qu’il rendera la dame qui de biauté resplent ;
Mais Morgans dist et mande, à Baudas, vistement
Qu’il r’arra sa moullier, sans 'nul escangement,
Ains qu’il laisse le siège par nul divisement :
Car bien soit le famine ne dure nuls noient.
Seignour, que vous iroie allongant le chanson ?
Tant fu li rois Morgans et chil de son royon
Par devant la chité que Baudas apell-on,
Qu’il n’eurent à mengnier pain, né char, né poisson,
Et furent en la ville en tel destruction
Ne savoient que faire chevalier né garson.
Si prisent parlement à Morgant le fellon
Qu’il r’ara sa moullier, à le clère fachon ;
Par itel couvenent et par telle occoison
Qu’il laissièrent le siège et le noble royon,
Né ne mesferont mais qui vaille ·j· soel bouton.
Ainsi fu li acors com je fai mention.
Quant Ludiane sot cheste conclusion,
Mout dolante en devient en sa condition ;
Et pui a dit au roy : « mervellier se doit-on
« De chou que me rendés à Morgant, mon baron !
« J’amaise miex o vous qu’avoekes le glottoen ;
« Il a le main copée, si ne vault sé poi non,
« S’a faite une autre main de fin or sans laiton.
« Je vauroie qu’il fut pendus d’un kaeignon ! »
« Dame, » che dist li roys, « ne dites sé bien non.
« Je vous dirai pour coi j’ai au poeple Mahon
« Acordet ceste pais, n’en savés le coron ;
« Mais je vous en dirai le vraie entention.
« Li rois tient avoec li ·iij· prinches de renon :
« Il i a tel que j’aing otant que ma fachon ;
« Or m’aiderės vous bien tant que li trois baron
</poem>
|valign=top|
<poem>
Omdat hij niet kon, op de een of andere manier,
De drie gevangenen weer onder zijn bevel te krijgen.
Dus liet hij Morgant weten, als hij de drie prinsen teruggeeft,
Dat hij de dame zal teruggeven die straalt van schoonheid;
Maar Morgant zegt en stuurt snel een bericht naar Bagdad30
Dat hij zijn vrouw terug zal hebben, zonder enige ruil,
Voordat hij het beleg opbreekt door welke verdeling ook:
Want hij weet wel dat de hongersnood voor hen helemaal niet voortduurt.
Heren, waarom zou ik het lied voor u verlengen?
Zo lang was koning Morgant en die van zijn koninkrijk
Vóór de stad die men Bagdad noemt,
Dat zij geen brood te eten hadden, noch vlees, noch vis,
En zij waren in de stad in zo'n grote nood
Dat noch ridder noch schildknaap wist wat te doen.
Dus hielden zij ruggenspraak met Morgant de wrede40
Dat hij zijn vrouw met het heldere gezicht terug zal krijgen;
Onder zo'n zelfde overeenkomst en om deze reden
Dat zij de belegering en het edele koninkrijk verlieten,
En zij zullen nooit meer kwaad doen ter waarde van één enkele knop.
Zo was de overeenkomst zoals ik vermeld.
Toen Ludiane deze conclusie vernam,
Werd zij zeer bedroefd in haar gemoedstoestand;
En toen zei ze tegen de koning: “ Men moet zich wel verwonderen
“ Dat u mij teruggeeft aan Morgant, mijn echtgenoot!
“ Ik zou liever bij u zijn dan bij die schurk;50
“ Hij heeft een afgehakte hand, en hij is maar heel weinig waard,
“ En hij heeft een andere hand laten maken van zuiver goud zonder koper.
“ Ik zou willen dat hij aan een strop werd opgehangen! “
“ Dame, “ zei de koning, “ spreek alleen maar het goede.
“ Ik zal u vertellen waarom ik met het volk van Mahon
“ Deze vrede heb gesloten, u weet er de afloop niet van;
“ Maar ik zal u de ware bedoeling ervan vertellen.
“ De koning houdt drie befaamde prinsen bij zich:
“ Er is er een bij die ik even liefheb als mijzelf;
“ Nu zult u mij goed helpen, totdat de drie baronnen60
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
qkad5ojccawmifo8nq01nj4tuz2ktcf
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/419
104
88274
225561
2026-08-25T19:08:20Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225561
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Me serront délivré et osteit de prison.
« Car si tost que de chi tourneront le talon,
« Chertes je vous sievrai à coite d’esporon ;
« Et devant Ytalie arrai mon paveillon
« Drechiet prochainement, et gens o moy foison.
« Sé me voliés aidier à mon loyal besoing,
« Vous et le chevaliers dont j’ai dévotion
« Arai en ma baillie à bien courte saison ;
« Car dame scet trop bien déchevoir son baron.
« Dame, » che dist li rois, « pour Dieu qui tout créa,
« Vous pri que vous m’aidiés. Je ne vous faurrai jà,
« Comment qu’au roi Morgant on vous délivera
« Ce n’est mie à tousjours que li congiés sera.
« On ne poet bien salir qui ne reculera. »
« Sire, » dist la royne, « on vous conseillera
« Comment li vostre ami resseront par dechà ;
« Et je aussi, biaus sire, qui ne vous faurrai jà. »
« Comment ? » che dist li roys, «ne le me chėlės jȧ. »
« Sire, » dist la roïne, « vos corps assir venra
« Le chité d’Italie que ·xx· liewes n’i a :
« Par dessous le chité une chiterne i a
« Qui va hors de la ville et a fait lonc tamps a ;
« Droit en une foreest cheste chiterna va,
« Et delès la palais que rois Morgans fonda.
« Lå endroit est li bove, ·j· huis de fer i a
« Fremée noblement ; car nuls n’i entera
« Sé de le propre clef l’uis défremer ne va.
« Et te ferai bien tant que li clef m’en sera
« Baillie et délivrée. Si ne s’en gardera
« Roys Morgans, mes barons, car on ne l’ouverra.
«Et quant j’arai le clef, on le vous mandera
« Par un privet message que li mien corps querra ;
« Si venres dessous terre, et li porte sera
« Ouverte et deffremée, et ensi venrés là :
« S’ochirrés mon baron si ne l’espargniés já.
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Ze zullen aan mij worden overgedragen en uit de gevangenis worden bevrijd.
“ Want zodra zij vanhier de hielen lichten,
“ Zal ik u voorzeker in allerijl te paard volgen;
“ En voor Italië zal ik mijn paviljoen
“ Binnenkort hebben opgeslagen, met een grote menigte manschappen bij mij.
“ Als u mij wilt helpen in mijn rechtmatige nood,
“ Zult u en de ridders voor wie ik devotie koester,
“ Binnen zeer korte tijd in mijn macht hebben;
“ Want een vrouw weet maar al te goed hoe ze haar heer moet misleiden. “
“ Vrouwe, “ zo sprak de koning, “ voor God die alles schiep, 70
“ Smeek ik u dat u mij helpt. Ik zal u nimmer in de steek laten,
“ Hoe men u ook zal overleveren aan koning Morgant.
“ Dit verlof zal immers niet voor altijd zijn.
“ Men kan niet goed springen zonder eerst een stap terug te doen. “
“ Heer, “ sprak de koningin, “ men zal u adviseren
“ Hoe uw vrienden weer hierheen zullen keren;
“ En ik ook, schone heer, die u nimmer in de steek zal laten. “
“ Hoe? “ zo sprak de koning, “ verberg het mij toch niet. “
“ Heer, “ sprak de koningin, “ uw leger moet optrekken om te belegeren
“ De stad Italië, die hier minder dan twintig mijlen vandaan ligt: 80
“ Onder de stad door loopt een ondergrondse gang
“ Die de stad uit gaat en daar al heel lange tijd ligt;
“ Rechtstreeks naar een bos leidt deze gang,
“ En vlak langs het paleis dat koning Morgant stichtte.
“ Daar ter plekke bevindt zich het gewelf, er is een ijzeren deur
“ Die stevig is afgesloten; want niemand zal daarbinnen treden
“ Tenzij men met de juiste sleutel de deur gaat openen.
“ En ik zal er wel voor zorgen dat de sleutel aan mij zal worden
“ Toevertrouwd en overhandigd. Zo zal hij er niet op verdacht zijn,
“ Koning Morgant, mijn echtgenoot, want men zal hem niet zomaar openen. 90
“ En wanneer ik de sleutel heb, zal men het u laten weten
“ Via een geheime boodschapper die door mijzelf zal worden gezocht;
“ Dan zult u onder de grond komen, en de poort zal
“ Geopend en van het slot zijn, en zo zult u daar binnentreden:
“ Dan zult u mijn echtgenoot doden en hem absoluut niet sparen. “
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
ripugymmjjztnor4r1yulonvptvs6wu
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/420
104
88275
225562
2026-08-25T19:09:28Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225562
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Honnis soyt-il de Dieu qui ne le tuera !
« Car il est affolés, aidier ne se porra.
« Ensi arés le ville car on essiellera ;
« Né salle, né maison, on n’i espargnera.
« Les crestiens arés si reverrai dechà. »100
« Par men foy, » dist li roys, « belle rayson chi a.
« S’ensi poet estre fait, à grant bien me tenra. »
« Oïl, » dist la roïne, « ne vous en doutés jà,
« Car ce que femme pense trop bien acomplira ;
« Puis qu’elle le voeilt faire, nuls ne l’en destoura. »
« Voire, » che dist li rois, « mais sé message i a,
« Jà il n’ert acompli, ne vous mentirai jà ;
« Puis que une traïson par messages s’en va
« Chou est trop fort à faire sé bien adréchera.
« Dame, » che dist li roys, « qui voeilt tel coze faire110
« Il doit bien regarder à cui son coer esclaire,
« Car d’avoir en autrui fianche secrétaire
« Convient trop proprement boin coer à lui atraire ;
« Car telle bouche rist qui baisier ne voel faire.
« Et pourtan le vous di, royne débonaire,
« Gardés où vous parlés de la coze parfaire ;
« Car on donne souvent à tellui bon solaire
« Qui n’a pas déservi son loïer à bien faire. »
« Sires, » dist la roïne, « ne vous devés dobter ;
« Je cuit secrètement ma bezonge ordiner.120
« De revenir o vous doy forment désirer,
« Car je has si Morgant que je ne puis durer. »
Adont le va li roys baisier et acoler.
Il estoit bons compains, si savoit bien jouer
Dou jeu que dame voelt à le fois démener.
Et on ne puet oussi boin ouvrier trop leuer,
Et le mauvais ouvrier scet dame bien blamer.
Pour ce, quant on est jones, on s’en doit si haster
C’on se puist en viélesse de jonesse loer ;
Car ce est bielle cose de loïaument resner.
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Schande over hem door God die hem niet zal doden!
“ Want hij is zwaargewond, hij zal zichzelf niet kunnen helpen.
“ Zo zult u de stad hebben, want men zal haar verwoesten;
“ Noch zaal, noch huis zal men daarin sparen.
“ De christenen zult u onderwerpen, en zo zal ik hiernaar terugkeren. “ 100
“ Bij mijn geloof, “ zei de koning, “ dat is een schone reden.
“ Als dit zo gedaan kan worden, zal ik het als een groot goed beschouwen. “
“ Jazeker, “ zei de koningin, “ twijfel er geenszins aan,
“ Want wat een vrouw bedenkt, zal zij maar al te goed volbrengen;
“ Zodra zij het wil doen, zal niemand haar ervan weerhouden. “
“ Inderdaad, “ zei de koning, “ maar als er een boodschapper aan te pas komt,
“ Dan zal het nooit volbracht worden, ik zal u beslist niet liegen;
“ Zodra een verraad via boodschappers verloopt,
“ Is dat te moeilijk om te doen om goed af te lopen.
“ Dame, “ zei de koning, “ wie zo'n zaak wil doen, 110
“ Moet goed kijken voor wie hij zijn hart opent,
“ Want om in een ander een vertrouwelijk geheim te hebben,
“ Moet men diens goede hart wel heel zuiver tot zich trekken;
“ Want menig mond lacht die niet wil kussen.
“ En daarom zeg ik het u, edelmoedige koningin,
“ Let op waar u spreekt over het volbrengen van de zaak;
“ Want men geeft vaak een goede beloning aan iemand
“ Die zijn loon voor goed handelen niet heeft verdiend. “
“ Heer, “ zei de koningin, “ u hoeft niet te twijfelen;
“ Ik denk mijn zaak in het geheim te beramen. 120
“ Om met u terug te keren moet ik vurig verlangen,
“ Want ik haat Morgant zozeer dat ik het niet kan uithouden. “
Toen ging de koning haar kussen en omhelzen.
Hij was een goede gezel, en wist goed te spelen
Het spel dat een dame soms wenst te spelen.
En men kan een goede werkman ook niet te veel prijzen,
En de slechte werkman weet de dame goed te laken.
Daarom, wanneer men jong is, moet men zich zo haasten
Dat men zich in de ouderdom over de jeugd kan verheugen;
Want het is een mooie zaak om deugdzaam te leven. 130
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
iz7acmg3hxt8m8sins3mdz6iepkg77c
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/421
104
88276
225563
2026-08-25T19:10:26Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225563
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
A ma droite materre me vaurai retourner :
Dirai le roy Morgant, le Sarrasin Escler,
Qui vint droit à le porte sa moullier demander.
On voit bien avenir à maint biau bacheler
Qu’il va sa femme querre, prier, et demander,
A cellui qui l’a fait aveuc lui reposseir.
Amour fait moult souvent les sages rasotter.
A bailles de Baudas est venus roys Morgans ;
Et li roys Pourvéus li vient là ou devant :
Ludiane amena, qui li corps ot plaisant,
Sé le rendi au roy, par itel couvenant
Que il li ot couvent que mais, en son vivant,
N’asségeroit Baudas, né si apertenant.
Li roys voit sa moillier, lors le va acolant ;
Et chelle le baisa, che dist en souspirant :
« Sire, con je ai eut lonc tampt le coer dolant ! »
« Dame, bien vous en croi. » Lors s’en vont départant.
Diex ! que li crestien furent liet et joïant
Qu’il eurent à mengier du tout à leur commant !
Et Sarrasin s’en vont vistement deslongant,
Par devers Ytalie aleyrent rapairant.
Bauduin de Sebourc vont aveuc eus menant,
Bauduin le calife, et le roy Polibant,
Qui moult sont irascut que li fel mescréant
Les emmenoient pris sans avoir nul garant.
« Hé ! Diex, » dist Bauduins, « cellui tieng à mesquant
« Quant il fait le sien maistre de sen povre serjant.
« E ! Diex, » dist Bauduins, « dame sainte Marie,
« Jà fis dedens Baudas u homme courtosie,
« Or moi l’a mal mérit, par Dieu, à cheste fie. »
Ainsi disoit li bers. Et Morgans d’Italie
Fai batre les barons cascuns jour une fie ;
Et li bon crestien disoient : Diex ! are !
Du Pourvéu dirai qui fist sa baronnie
Apparieller brefment et cha chevalerie :</poem>
|valign=top|<poem>
Naar mijn terechte vaderland wil ik terugkeren:
Ik zal vertellen over koning Morgant, de Saraceen Escler,
Die recht naar de poort kwam om zijn vrouw op te eisen.
Men ziet wel vaker gebeuren bij menig fraai jongeman
Dat hij zijn vrouw gaat zoeken, smeken en opeisen,
Bij degene die haar bij zich heeft laten rusten.
De liefde maakt de wijzen immers vaak dol.
Bij de buitenmuren van Bagdad is koning Morgans gekomen;
En koning Pourvéus komt hem daar tegemoet:
Hij bracht Ludiane mee, die een bekoorlijk lichaam had, 140
En droeg haar over aan de koning, onder de voorwaarde
Dat hij hem had beloofd dat hij, zolang hij leefde,
Bagdad niet meer zou belegeren, noch de omliggende gebieden.
De koning ziet zijn vrouw en omhelst haar teder;
En zij kuste hem en zei al zuchtend:
“ Heer, wat heb ik lange tijd een bedroefd hart gehad! “
“ Vrouwe, ik geloof u wel. “ Toen gingen zij uiteen.
God! Wat waren de christenen blij en verheugd
Dat zij naar hartenlust volop te eten hadden!
En de Saracenen trokken snel ver weg, 150
In de richting van Italië keerden zij terug.
Bauduin de Sebourc namen zij met zich mee,
Bauduin de kalief, en koning Polibant,
Die zeer misnoegd zijn dat de trouweloze ongelovigen
Hen gevangen wegvoerden zonder enige bescherming.
“ Ach! God, “ zei Bauduin, “ diegene tref ik ongeluk
“ Wanneer hij zijn meester onderwerpt aan zijn arme dienaar. “
“ Ach! God, “ zei Bauduin, “ heilige maagd Maria,
“ Ooit heb ik in Bagdad een man hoffelijkheid betoond,
“ Nu heeft hij het mij slecht vergolden, bij God, deze keer. “ 160
Zo sprak de edelman. En Morgans van Italië
Laat de baronnen elke dag eenmaal slaan;
En de goede christenen zeiden: God, help ons!
Over Pourvéus zal ik vertellen, die zijn baronnen
En zijn ridderschap zich snel liet toerusten:
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
erwmj4veay9a57yfde99pjkzxjq0sac
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/422
104
88277
225564
2026-08-25T19:11:34Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225564
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Le harnois ont tourssé, trestoute la maisnie,
Et quars, et quariois, et sommiers de Hongrie ;
De Baudas sont issu à belle compaingnie.
Vers Ytalie va chelle gent baptisie,
Les bannières au vent où li ors reflambie.
Li roys fist de sa gent mainte connestablie :
A chascune disaine li rois commande et prie
C’une grande bannier soit contre mont dréchie,
Par coi li Sarrasin, cui li corps Diex maudie,
Cuident qu’il soient plus de gent la moitie ;
Car plainte de bannières est coze ressongnie.
Vers Ytalie vont, bannière desploïe ;
Et Morgans va devant o sa gent renoïe.
Il ne fuit que ·viij· jours en sa chitė garnie,
Quant il vit là devant mainte tente dréchie ;
Adont fu esbahis, mais n’en donne une aillie.
Forte fu sa chité et moult bien bateillie ;
Il ne donne d’assaus une pomme pourrie.
Morgans fu ou palais, o sa dame jolie,
Sé li dist en riant : « dame, ne véés mie
« De che roy des quétis qui sor vous a envie ?
« Pour vostre corps r’avoir vient en cheste partie !
« Ot-il, dedens Baudas, onkes vo druérie ? »
Quant la dame l’entent, si fist moult l’esbahie
Et commenche à plourer ; et puis jure et affie
Qu’elle ameroit trop miex qu’elle fuist essiellie.
« Par Mahon ! bien le croi, » dist li rois, « douche amie. »
Ensi disoit Morgans à se dame prisie.
Et s’il est aucuns hons qui soit en jalosie,
A sa femme en doit bien dire sa maladie ;
Et sé chelle le scet, elle n’en juroit mie.
Aussi puist Diex aidier toute le compaingnie.
Li rois fut ou palais aveukes sa moullier ;
Chelle li dist « biau sire, poi ne volės paisier
« Qui pensés que me soie mise à che chavetier.
</poem>
|valign=top|
<poem>
Ze hebben de uitrusting ingepakt, het hele gevolg,
En karren, en wagens, en lastpaarden uit Hongarije;
Uit Bagdad zijn ze vertrokken met een mooi gezelschap.
Naar Italië gaat dit gedoopte volk,
De vaandels in de wind waar het goud schittert. 170
De koning maakte van zijn volk menig eskadron:
Aan elk tiental beveelt en verzoekt de koning
Dat een groot vaandel omhoog wordt opgericht,
Waardoor de Saracenen, wier lichaam God vervloeke,
Denken dat zij met de helft meer volk zijn;
Want een overvloed aan vaandels is een gevreesde zaak.
Naar Italië gaan ze, met ontplooid vaandel;
En Morgan gaat voorop met zijn afvallige volk.
Hij was pas acht dagen in zijn versterkte stad, 180
Toen hij daarvóór menige opgezette tent zag;
Toen was hij verbijsterd, maar hij geeft er geen knoflookteen om.
Sterk was zijn stad en zeer goed van kantelen voorzien;
Hij geeft om de aanvallen geen rotte appel.
Morgan was in het paleis, met zijn mooie dame,
En zei al lachend tegen haar: “ Dame, ziet u niet
“ Die koning der ellendelingen die naar u verlangt?
“ Om uw lichaam terug te krijgen komt hij naar deze streek!
“ Had hij, binnen Bagdad, ooit uw liefde? “
Toen de dame het hoorde, deed ze zeer ontzet 190
En begint te huilen; en zweert en verzekert dan
Dat ze veel liever zou hebben dat ze verbannen was.
“ Bij Mahomet! Ik geloof het wel, “ zei de koning, “ lieve vriendin. “
Zo sprak Morgan tot zijn geprezen dame.
En als er een man is die jaloers is,
Moet hij zijn kwaal zeker aan zijn vrouw vertellen;
En als zij dat weet, zou ze er helemaal niet om zweren.
Moge God zo ook het hele gezelschap helpen.
De koning was in het paleis met zijn vrouw;
Zij zei tegen hem: “ Schone heer, u wilt maar weinig vrede sluiten, “
“ Die denkt dat ik me met deze schoenmaker heb ingelaten. “200
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
fak0yz93c85wmsn9tcy2weohj52qf9x
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/423
104
88278
225565
2026-08-25T19:14:30Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225565
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Ne vien mie pour mi en chestui héritier,
« Entsois est pour les trois, qui tant sont lozengier,
« Que fait avés, biaus sire, en vo chartre lanchier. »
« Dame, » che dist Morgans, » par Mahon que j’ai chier,
« Je leur ferai tous ·iij· les testes roongnier ;
« Enchois demain la nuit les verrés détrenchier. »
« Sires, vous ferrès bien, » dist la dame, au vis fier.
Lors a dit « sire Diex, qui tout as à jugier,
« Comment les porrai-je conforter ni aidier ? »
Du roy se départi la dame, sans targier,
En sa chambre est entrée qui fut painte à ormier ;
A un escrin s’en vient, si trouva un forgier.
La clef de la chisterne, qui tant fist à prisier,
I ot mise Morgans plus ot d’un an entier ;
Mais puis que crestiien le vienrent asségier,
Aliot chascune nuit en son cofre gaitier
Sé la clés i estoit toudis, à son couchier,
N’i lassast à aleir pour l’or de Monpelier.
N’estoit pas aséur de sa franche moullier,
Pour chou aloit le clef si souvent manoier.
Bien le savoit le dame, où il n’ot qu’enseignier,
Si prist ·j· poi de chire et le prist à mairier ;
Puis il bouta le clef et l’i fist atachier
Et encassier dedens, tout à son désireir :
Quant la samblance i fu, le clef va remuchier
Et refrema l’escriin qui ne le volt laissier.
·j· faivre a fait mander, par ·j· sien esscuïer,
Et li fèvres i vient qui ne le volt laissier ;
La roïne lui dist : « il vous convient forgier
« Sus chelle empriente-chi une clef efforcier.
« Anuit le voel avoir, s’en arés bon loïer ;
« Car jou ai un escrin qui est férés d’achier,
« Le clef en est perdus, si m’en doit anoïer,
« Car mi joel i sont que je aime et tieng chier.
« Or m’estrus une dame, qui chaiens vint l’autr’ier,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Het is helemaal niet voor mij dat deze erfgenaam komt,
“ Integendeel, het is voor de drie, die zulke bedriegers zijn,
“ Die u, mooie heer, in uw kerker hebt laten werpen. “
“ Dame, “ zo sprak Morgan, “ bij Mahon die mij lief is,
“ Ik zal hen alle drie de hoofden afsnijden;
“ Nog voor morgenavond zult u ze in stukken gehakt zien. “
“ Heer, u zult wel doen, “ zei de dame met het trotse gezicht.
Toen zei ze: “ Heer God, die alles moet oordelen,
“ Hoe zal ik hen kunnen troosten of helpen? “
Van de koning vertrok de dame, zonder dralen, 210
In haar kamer is zij gegaan, die met puur goud beschilderd was;
Bij een kistje komt zij aan, en vond daar een slot.
De sleutel van de cisterne, die zo hoog werd geprezen,
Had Morgan daar geplaatst, al meer dan een heel jaar;
Maar sinds de christenen hen kwamen belegeren,
Ging hij elke nacht in zijn kist kijken
Of de sleutel er nog altijd lag, bij het slapengaan,
Hij zou niet nalaten te gaan, zelfs niet voor het goud van Montpellier.
Hij was niet gerust op zijn edele vrouw,
Daarom ging hij de sleutel zo vaak hanteren. 220
Goed wist de dame het, waar zij slechts hoefde toe te kijken,
Dus nam zij een beetje was en begon het te kneden;
Toen duwde zij de sleutel erin en liet hem hechten
Helemaal naar haar wens erin gedrukt:
Toen de afdruk erin stond, ging zij de sleutel weer verbergen
En sloot het kistje weer af, dat zij niet open wilde laten.
Een smid heeft zij laten ontbieden, door een van haar schildknapen,
En de smid komt eraan, die niet wilde weigeren;
De koningin zei tegen hem: “ u moet smeden
“ Op deze afdruk hier een stevige sleutel. 230
“ Vanavond wil ik hem hebben, en u zult een goede beloning krijgen;
“ Want ik heb een kistje dat met staal is beslagen,
“ De sleutel ervan is verloren, wat mij erg verdriet,
“ Want mijn juwelen liggen erin, die ik liefheb en koester.
“ Nu herinner ik mij een dame, die hier onlangs kwam,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
1cvgakj3j07g2xf78gbcpslkibzcdfe
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/424
104
88279
225566
2026-08-25T19:18:56Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225566
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« La clés de mon escrin ne m’a fait desvoïer
« Pour rober mes joïaus qui valent maint denier.
« Si faut uncore anuit que vous fachiés l’ouvrier,
« Par coi j’aie le clef enchois que voist couchier.
« Prendés de mon argent tout à vous désirier,240
« Mais que j’aie le clef dont je ai grant mestier ;
« Et véchi ·j· florin pour bore à vo maingnier.
« Encore en averés, pensés du repérier. »
Et li fèvres s’en va, où n’ot que esléchier,
Onkes mais n’oit tel joie ! si prist à gratier
Mahoumet, Tervogant ; puis dist sans délaïer :
« Onkes... feivres n’ot de clef si bon loïer ! »
Mais trop miex li venist qu’il fuist à Monpelier ;
Onques si maise clef ne fu faite d’ouvrier.
Pour che ne se doyt nulz vanter, né affichier,250
D’avoir cose en ce mont, né devant né dérier,
Tant qu’il le tiengne as mains et qu’il le poe ballier.
On a de peuseurs gent payement à dangier.
Je croi c’onkes mais clés ne fu si tost forgie ;
Il se haste d’ouvrer, si l’a tost apointie.
A le dame revint, qui bien s’est adréchie
De son feivre païer ; et chius lors li escrie :
« Dame, j’ai vo besongne trestoute appareillie ;
« Dame, puis ne mengai, sé Mahons me bénie. »
Et le dame respont : « fait m’aveis courtosie ;260
« Venés avec moy. » Lors le dame le ghie
En une haute sale où mains degrés tournie :
Là ot un escurer, qui fu de sa lignie,
A cui plainte s’estoit, la royne prisie,
C’uns frèves li avoit fait grande vilonie ;
Et quant vit son cousin lui dist à vois serie :
« Faites che que devés, cousins, je vous en prie. »
Chuis tenoit ·j· coutel, à le meure aguisie,
Le feivre en consievi entre pomon et fie ;
Si soef l’abat mort qu’il ne brait, né ne crie.
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ De sleutel van mijn schrijn heeft mij niet doen dwalen
“ Om mijn juwelen te roven, die menige penning waard zijn.
“ Het is nog nodig dat u vannacht de maker ervan bent,
“ Zodat ik de sleutel heb voordat men gaat slapen.
“ Neem van mijn geld geheel naar uw verlangen, 240
“ Als ik de sleutel maar heb, waaraan ik grote behoefte heb;
“ En zie hier een florijn om te drinken bij uw maaltijd.
“ U zult er nog meer krijgen, denk eraan om terug te keren. “
En de smid gaat heen, hij kon zich slechts haasten,
Nooit tevoren had hij zo'n vreugde! Dus begon hij te danken
Mahoun en Tervagant; toen sprak hij zonder dralen:
“ Nooit kreeg een smid voor een sleutel zo'n mooi loon! “
Maar het zou veel beter voor hem zijn geweest als hij in Montpellier was;
Nooit werd er door een ambachtsman zo'n rampzalige sleutel gemaakt.
Daarom moet niemand opscheppen, noch beweren, 250
Iets te bezitten op deze wereld, noch voor, noch achter,
Totdat hij het in handen heeft en het kan overhandigen.
Men krijgt van verscheidene mensen pas betaling na veel moeite.
Ik geloof dat nooit tevoren een sleutel zo snel werd gesmeed;
Hij haast zich om te werken, en heeft hem snel klaargemaakt.
Bij de dame keerde hij terug, die zich goed had voorbereid
Om haar smid te betalen; en hij roept haar dan toe:
“ Dame, ik heb uw zaak geheel en al gereedgemaakt;
“ Dame, sindsdien heb ik niet gegeten, moge Mahoun mij zegenen. “
En de dame antwoordt: “ U heeft mij een gunst bewezen; 260
“ Kom met mij mee. “ Toen leidt de dame hem
Naar een hoge zaal waar een trap met vele treden draait:
Daar was een schildknaap, die van haar familie was,
Bij wie de koningin, de hooggeachte, haar beklag had gedaan,
Dat een smid haar een grote schanddaad had aangedaan;
En toen zij haar neef zag, zei ze met zachte stem tegen hem:
“ Doe wat u moet doen, neef, ik vraag het u. “
Deze hield een mes vast, vlijmscherp geslepen,
Hij trof de smid recht tussen long en lever;
Zo zachtjes slaat hij hem dood, dat hij niet jammert, noch schreeuwt. 270
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
s30w0ahwbivx232wilolh1jseg08b2h
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/425
104
88280
225567
2026-08-25T19:20:44Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225567
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
En le hyauwe fu getės, chelle propre nuittie.
Or a le franche dame les clés appareillie :
Or ne scet tour viser que la gent baptisie
Puist savoir que la dame soit ensément garnie.
En nul homme vivant la dame ne se fie,
Là où le sien consel en lieu privei le die.
Orès dont s’avisa la royne yolie :
Onques dame ne fu, je croi, miex conseillie
Que la royne fu, dont je vous sénéfie,
Pour honnir son mari qu’elle n’amoit mallie.
Ludiane, le dame qui moult ot le corps bel.
Prist enkre et parkemin ; si fist maint briévetel
Et métoit en escript, la dame ou corps loïel :
« Sire roys de Baudas, je vous manch sans rapel
«Que j’ai le clef forgie par un bon fèvre isnel,
« Pour le chiterne ouvrier qui siés lès ·j· prael ;
« Entrés-i par dedens, o vous maint damoisel.
« Sé demain, ains midi, ne venés sans rapel
« Par dedens Italie commenchier ·j· chembel ;
« Tout le trois crestien, qui sont noble dansel,
« Que Morgans a tenu en sa chartre à chisel
« Aron demain chascuns copé le haterel :
« Car Morgans l’a juret sus le loy Jupitel,
« Si ne s’en parjuroit pour l’avoir Lucabel.
« Or, pensés dou venir, pour le corps saint Danel ;
« Et sé vous savés lire le mant de chest apel,
« Si faites alumer par devant mon chastel
« ·xxx· torsers ardans. Là, sarai de nouvel
« Sé le mien mandemant ferés de coer isnel. »
·xv· briés fist la dame, notant sus che mérel,
Puis prist ·xv· motons : parmi le haterel
Noa chascuns moton, la dame, ·j· briévetel.
A le fause posterne, qui sit lès ·j· ponchel,
Les mist la dame hors, cachant d’un bastonchel ;
En un fossé entreirent où il ot maint quaillel.
</poem>
|valign=top|
<poem>
In het water werd ze gegooid, die eigenste nacht.
Nu heeft de edele dame de sleutels klaargemaakt:
Nu weet zij geen list te bedenken waardoor het gedoopte volk
Te weten kan komen dat de dame aldus is toegerust.
In geen levend mens stelt de dame haar vertrouwen,
Wanneer zij haar geheime raad op een besloten plek deelt.
Toen bedacht de lieftallige koningin zich:
Nooit was een dame, geloof ik, beter geadviseerd
Dan de koningin was, over wie ik u vertel,
Om haar echtgenoot te schande te maken, van wie zij ongelukkig hield. 280
Ludiane, de dame met het zeer schone lichaam,
Nam inkt en perkament; zo schreef zij menig briefje
En stelde op schrift, de dame met het trouwe hart:
“Heer koning van Bagdad, ik stuur u zonder herroeping
“Dat ik de sleutel heb laten smeden door een goede, snelle smid,
“Om de cisterne te openen die naast een weitje ligt;
“Ga daar naar binnen, samen met menig jonker.
“Als u morgen, voor de middag, niet onfeilbaar komt
“Om binnen Italië een gevecht te beginnen,
“Zullen de drie christenen, die nobele jonkers zijn, 290
“Die Morgan in zijn gehouwen kerker gevangen houdt,
“Morgen elk de nek worden afgesneden:
“Want Morgan heeft het gezworen bij de wet van Jupiter,
“En hij zou zijn eed niet breken, zelfs niet voor het bezit van Lucifer.
“Welnu, denk eraan te komen, bij het lichaam van de heilige Daniël;
“En als u de boodschap van deze oproep kunt lezen,
“Laat dan voor mijn kasteel branden
“Dertig brandende fakkels. Dan zal ik direct weten
“Of u mijn bevel met een vurig hart zult opvolgen.”
Vijftien brieven maakte de dame, die zij merkte met dit teken, 300
Toen nam zij vijftien schapen: aan de nek
Van elk schaap bond de dame een briefje.
Bij het geheime achterpoortje, dat naast een bruggetje ligt,
Liet de dame ze naar buiten, hen opjagend met een stokje;
Ze kwamen in een gracht terecht waarin menig kiezelsteen lag.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
stfmc7yintbxd22emgurc4o0e1k2j1p
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Jacob Maris
100
88281
225568
2026-08-25T19:22:41Z
Vincent Steenberg
280
begin
225568
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Jacob Maris
| afbeelding = Matthijs Maris Portret van Jacob Maris.jpeg
| alt = portret door Matthijs Maris, 1857
| beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse schilder, tekenaar, etser, lithograaf, aquarellist en kunstverzamelaar [[w:nl:Jacob Maris|Jacob Maris]]
}}
== Inleidingen - Hand- en leerboeken ==
*Plasschaert, A.Ch.A. (1920) ''Jacob Maris. Een overzicht'', Arnhem: Van Loghum, Slaterus & Visser.<br>Aankondigingen en recensies:
**[Theo van Doesburg] (juni [eigenlijk mei] 1921) [[De Stijl/Jaargang 4/Nummer 5/Ontvangen tijdschriften, boeken en catalogi|‘Ontvangen tijdschriften, boeken en catalogi’]], ''De Stijl'', jrg. 4, nr. 5, p. 79-80.
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Kunsthandel ====
;Kunsthandel A. Preyer, Den Haag
*Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Bij Preyer|‘Bij Preyer’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 2].
=== Musea ===
;Kunstmuseum Den Haag
*Anoniem (9 oktober 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/9 oktober 1936/Avondblad/Ons Gemeentemuseum|‘Ons Gemeentemuseum’]], ''Het Vaderland'', Avondblad, z.p.
=== Tentoonstellingen ===
;1885
*''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, […]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
**Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
*Anoniem (21 mei 1885) [[Het Vaderland/Jaargang 17/Nummer 118/De Wereldtentoonstelling te Antwerpen|‘De Wereldtentoonstelling te Antwerpen. VI’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2].
== Publieke functies - Jacob Maris in het verenigingsleven, enz. ==
;Maris als jurylid van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen in Arti et Amicitiae
*Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p. 537-538.
*Anoniem (21 mei 1885) [[Het Vaderland/Jaargang 17/Nummer 118/De Wereldtentoonstelling te Antwerpen|‘De Wereldtentoonstelling te Antwerpen. VI’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2].
;Maris als lid van diverse commissies voor de wereldtentoonstelling van 1900
*Anoniem (24 april 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 17/Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn benoemd|‘Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn o.m. de navolgende commissiën benoemd tot het bijeenbrengen van zaken voor de in 1900 te Parijs te houden Tentoonstelling. […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 17, p. 92.
*Anoniem (24 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 30/Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900|‘Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900. Afdeelingen van Nederland en de koloniën’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 30, p. 142.
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
4o8yvrxp9mulx4ibaujaghp0p9u4kyx
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/426
104
88282
225570
2026-08-25T19:23:20Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225570
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Li motton paissent l’erbe, en furquant du musel,
Trestout se sont espars contre val le praiel ;
Pasturant vont sous l’erbe li petit moutoncel,
S’emportent les novèles au riche roy loyel
Qui de la dame aloit désirant le rével.
Ains mais n’oïstes dire en livre, n’en rollel,
C’on fesist de mottons onkes jour makerel.
Li mottons sont espars sus l’erbe verdoïant,
Toute nuit à nuitie vont illoec pasturant.
Et quant vint lendemain, après soleil levant,
Chil de l’oost regardèrent et sé vont perchevant
Des mottons qui s’aloient de l’erbe desjunant ;
Dont i sont accorut chevalier et sergant :
Qui poet avoir le sien moult tost le va hapant.
Quant virent les brièves qui au coel sont pendant,
Il lisièrent les briés ; adont vont regardant
Qu’il venoient au roy li salut et li mant.
Les mottons trestous ·xv· vont au roy présentant :
Li roys a pris les briés, si va joie menant ;
Le mandement of qu’il tint à soffisant.
Adont fist xxx torses alumeir maintenant
E bien près du chastel furent ·xxx· sergant
Qui les torses tenoient, sus le pré verdoïant.
Bien les vit la roïne, si va Dieu gratiant.
Par delès le palais d’Ytalie, le grant,
I avoit ·j· chélier ; s’avoit ·j· huis devant,
Là estoit li entrée, che trovons-nous lisant,
Qui aloit dessous terre : chiterne i fist Morgant
Là où de front aloient ·iiij· homme soffisant,
Armé de toutes armes, monté sus l’aufférant.
Et aloit le chiterne en ·j· bos verdoïant :
Là, ot une tourèle par où on va issant,
Mais li roys de Baudas en sot le couvenant,
Si fist le tour abatre, si va le tro trouvant ;
Demie liewe aloit celle cave durant.
</poem>
|valign=top|
<poem>
De schapen grazen het gras, wroetend met hun snuit,
Zij hebben zich allen verspreid over de kleine weide;
Snoepend onder het gras gaan de kleine lammetjes,
En zij brengen het nieuws naar de rijke, trouwe koning
Die verlangde naar het feest van de dame. 310
Nooit tevoren hoorde u in een boek of op een boekrol zeggen,
Dat men ooit van schapen een koppelaar maakte.
De schapen zijn verspreid over het groenende gras,
De hele nacht door grazen zij daar in de avondval.
En toen de volgende dag aanbrak, na zonsopgang,
Keek het leger toe en begon men op te merken
Dat de schapen zich te goed deden aan het gras als ontbijt;
Waarop ridders en serganten kwamen aanrennen:
Wie de zijne kan grijpen, pakt hem snel mee.
Toen zij de brieven zagen die aan hun nek hingen, 320
Lezen zij de brieven; toen zagen zij in
Dat de groet en de boodschap voor de koning bestemd waren.
Alle vijftien schapen worden aan de koning gepresenteerd:
De koning nam de brieven en toonde grote vreugde;
De boodschap die hij hoorde, vond hij welbehaaglijk.
Toen liet hij terstond dertig fakkels ontsteken
En heel dicht bij het kasteel stonden dertig serganten
Die de fakkels vasthielden op de groenende weide.
De koningin zag hen goed en begon God te danken.
Vlak naast het grote paleis van Italië, 330
Was er een kelder; en er zat een deur aan de voorkant,
Daar was de ingang, zo lezen wij geschreven,
Die onder de grond liep: Morgan legde daar een tunnel aan
Waar vier man breed gemakkelijk samen konden gaan,
Gewapend met alle wapens, gezeten op hun strijdros.
En de tunnel liep uit in een groenend bos:
Daar was een torentje waardoor men naar buiten ging,
Maar de koning van Bagdad wist van het geheim,
Dus liet hij de toren afbreken en vond zo het gat;
Een halve mijl lang was deze grot die daar liep.340
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
syl6687mv3w949d43f29fmaou0d3kca
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/427
104
88283
225571
2026-08-25T19:24:36Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225571
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Li rois i est entrés et si homme valliant ;
En le chiterne vont li crestien entrant,
Armet et aubergiet du tout à leu commant.
Or, vous vaurai conter du riche roy Morgant :
Au matin se leva si qu’à prime sonant,
E puis va, el palais, son consel assamblant,
.iiijc. Sarrasins tout prinche combatant.
« Seignour, » se dist li roys, « or oïés mon samblant :
« Je ai trois crestiens en ma chartre gisant,
« Pour qui chil de Baudas sont durement dolant,
« Si en ont mis le siège à ma chité devant.
« Or vauroie moult bien, par mon Dieu Tervogant,
« Avoir de vous conseil ? alés vous avisant
« Comment j’en ouverai, né par quel convenant.
« Mais je vous en dirai ma pensée devant :
« S’il ne vous samble boin, ne l’alés assentant ;
« Car on treuve à le fois ·j· parler bien sachant
« En trestout le plus povre comme ens ou plus vaillant
« Et si va bien ·j· sos le sage conseillant.
« Seignour, » se dist Morgans, « par mon Dieu Baraton,
« Je de mi ai conseil, sé ches vous samble bon,
« Qu’à ches ·iij· crestiens que j’ai en me prison
« Fache trenchier les testes, sans nulle raenson ;
« Et puis à nous crestiaus encruer les voist-on.
« Sé li crestien voient que mors sont le glotton,
« Il laiseront le siège sans nulle arėstison ;
« D’iaus serommes délivré par cestui occoison. »
Dient le Sarrasin : « ne dites sé bien non.
« Chuis consaus est si bons que mieudre ne scet-on. »
Dont commanda, li roys, briefment ·j· esclavon
Qu’à le chartre s’en voist, là où sont li baron,
Si les fache emmener sans nulle arestison ;
Et chius s’en est partis, n’i fist demourison.
Morgans li fist baillier les clés de la prison :
A le chartre s’en vint, qui fu lès ·j· dongon,
</poem>
|valign=top|
<poem>
De koning is er binnengegaan en zijn dappere mannen;
In de waterkelder gaan de christenen binnen,
Gewapend en bepantserd, geheel tot hun beschikking.
Nu zal ik u vertellen over de rijke koning Morgant:
's Morgens stond hij op toen de prime luidde,
En ging toen naar het paleis om zijn raad te verzamelen,
Vierhonderd Saracenen, allen strijdende prinsen.
"Heren," zei de koning, "luister nu naar mijn mening:
"Ik heb drie christenen in mijn kerker liggen,
"Om wie die van Bagdad zwaar bedroefd zijn, 350
"En ze hebben het beleg voor mijn stad opgeslagen.
"Nu zou ik heel graag, bij mijn god Tervogant,
"Raad van u hebben? Gaat u beraadslagen
"Hoe ik zal handelen, en onder welke voorwaarden.
"Maar ik zal u eerst mijn eigen gedachte zeggen:
"Als het u niet goed lijkt, stem er dan niet mee in;
"Want men vindt soms een welbespraakt spreker
"In de allerarmste als in de meest dappere,
"En zo adviseert een dwaas soms goed de wijze.
"Heren," zei Morgans, "bij mijn god Baraton, 360
"Ik heb zelf een plan, als dit u goed lijkt,
"Dat men bij deze drie christenen die ik in mijn gevangenis heb,
"De hoofden afhakt, zonder enig losgeld;
"En hen dan voor het oog van de christenen ophangt/spiest.
"Als de christenen zien dat de ellendelingen dood zijn,
"Zullen ze het beleg opgeven zonder enig uitstel;
"Van hen zullen we verlost zijn door deze gelegenheid."
De Saracenen zeggen: "U spreekt louter goede woorden.
"Deze raad is zo goed dat men geen betere weet."
Toen beval de koning kortstondig een dienaar 370
Dat hij naar de kerker zou gaan, daar waar de baronnen zijn,
En hen daar zonder enig uitstel laat wegvoeren;
En deze is vertrokken, hij maakte geen oponthoud.
Morgans liet hem de sleutels van de gevangenis overhandigen:
Bij de kerker kwam hij aan, die vlak bij een donjon lag,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
q6ex15lm2vk4rtjbj59gvoohm9329rj
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/428
104
88284
225572
2026-08-25T19:25:53Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225572
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Briefment le deffrema, puis s’escrie à haut son :
« Venés, » dist-il, « à mont, fel traïtour laron,
« Vostre mort est jugie ; n’i arès raenchon.
« Vous n’arés jà bientost mestier de caperon. »
Quant li troi damoisel oen le Sarrasin,380
Si furent en grant doubte tenant le chief enclin ;
« A coi pensommes-nous, signour, » dist Bauduin,
« Puist qu’il plaist à Jhésu, qui de l’yawe fist vin,
« Que nous devons morir et aler à déclin ?
« Prendons en gré la mort, franc noble palasiin,
« Et s’afons, ens el coer, de Dieu le sanc divin
« Qu’il respandi pour nous oster de mains Kayn.
« Aïons vraie mémore et vrai coer entérin
« A le joie des chiex. Sé chil fel Sarrasin
« Nous mettent à essil, n’en donne ·j· angevin.390
« Sains Pières et sains Pol, sain Mahieu, sains Firmin,
« Furen tout martieriet et mis à dure fin,
« Pour aquerre le trosne où sont li Sarrasiin.
« Je ne voel já morir sus lit, né sus coussin,
« Car s’on me pent à fourques n’ert pas pour larrechin ;
« Ains est pour despiter Mahon et Apolin,
« Et renoier déable qui sont maivais vosin.
« En l’honneur Dieu morrai, à cui me rens enclin,
« Mais entsois que je muire, foi que doi saint Maertin,
« Donrai de mes ·ij· poins, qui sont dur que sapin,400
« A chellui qui chà vient, ·j· dolereus tatin. »
Lors se liève en estant, si vint au Sarasin :
« Où me veus-tu mener ? or le me di, cousin ? »
Et chuis dit « là desseure, ou palais marberin.
« Là, vous atent Morgans et tout si palessin. »
Bauduins de Sebourc n’oit pas cor de tapin ;
Le pong destre haucha, si féri le mastin
Le chervèle li froise, si l’abati souvin ;
Tant le défiert et maille qu’il le mist à sa fin.
Puis s’escria as autres moult haut à son latin :410
</poem>
|valign=top|
<poem>
Kort en bondig opende hij het, en riep toen met luide stem:
“ Komt, “ zei hij, “ naar boven, snode verraderlijke dief,
“ Uw dood is geoordeeld; u krijgt geen losgeld.
“ U zult weldra geen kaproen meer nodig hebben. “
Toen de drie jonkers de Saraceen hoorden, 380
Waren zij in grote vrees en hielden het hoofd gebogen;
“ Waar denken wij aan, heren, “ zei Bouduin,
“ Aangezien het Jezus behaagt, die van water wijn maakte,
“ Dat wij moeten sterven en ten onder gaan?
“ Laten wij de dood gelaten aanvaarden, edele, dappere paladijnen,
“ En laten wij diep in ons hart Gods goddelijk bloed prenten,
“ Dat Hij vergoot om ons uit de handen van Kaïn te bevrijden.
“ Laten wij een oprecht aandenken en een zuiver, vroom hart hebben
“ Voor de vreugde van de hemel. Als deze snode Saracenen
“ Ons vernietigen, geef ik er geen cent om. 390
“ Sint Pieter en Sint Paul, Sint Mattheüs, Sint Firmin,
“ Werden allen gemarteld en kwamen aan een wreed einde,
“ Om de troon te verwerven waar de Saracenen [nu] zijn.
“ Ik wil niet sterven in een bed, noch op een kussen,
“ Want als men mij aan de galg hangt, zal dat niet voor diefstal zijn;
“ Maar het is om Mohammed en Apollon te tarten,
“ En de duivels te loochenen, die slechte buren zijn.
“ In de eer van God zal ik sterven, aan wie ik mij lijdzaam overgeef,
“ Maar voordat ik sterf, bij de trouw die ik verschuldigd ben aan Sint Maarten,
“ Zal ik met mijn twee vuisten, die zo hard zijn als dennenhout, 400
“ Degene die hierheen komt een pijnlijke klap uitdelen. “
Toen stond hij op en liep op de Saraceen af:
“ Waar wil je mij heenbrengen? Vertel het me, neef? “
En deze zei: “ daar omhoog, in het marmeren paleis.
“ Daar wacht Morgan op u en al zijn hovelingen. “
Bauduin de Sebourc had geen hart van een lafaard;
Hij hief zijn rechtervuist en sloeg de hond,
Zijn hersens verbrijzelde hij, en hij sloeg hem achterover tegen de grond;
Zozeer slaat en takelt hij hem toe dat hij hem ter dood brengt.
Toen riep hij de anderen luid toe in zijn taal: 410
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
bsod44zp0dt6p0qq22z5eofg0qu6r5l
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/429
104
88285
225573
2026-08-25T19:27:41Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225573
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Sé vous venės chajus, foy que doi saint Martin,
« Je vous donrai dou pong ; mais n’iert pas ·j· florin ! »
Dont crièren païen et mainnent grant tintin.
Et li troi prisonnier, qui sont hardit et fin,
Issirent de la chartre, si vont vers ·j· gardin :
Mais plus de mille Turs se sont mis au chemin,
Et là furen repris ; s’en eurent dure fin,
Car Sarrasin au batre vengièren leur cousin.
Plus furent deschiré, li baron de franc lin,
Qui ne soient ribaut qui ont perdut leur fin.
Or furent li baron en la sale pavée,
Devant le roy Morgant qui la chière ot irée ;
A barons escria « vostre mors est jurée !
« Cascuns de vous ara se teste dessevrée. »
Et chil ont respondu : « n’i acontons riens née. »
Morgans en appella ·j· Turc de Val-Fondée :
« Va, si en fai justice sans nulle demourée. »
Et cieux a respondu : « si soit com vous agrée.
« Or me vorai vengier, sans nulle demorée,
« Dou calife premiers ; je l’ai plus d’une année
« Hay moult durement, si que sa mort m’agrée. »
Au calife est venus, si li fist escriée :
« Par vous morut mes frères en le vostre contrée,
« Mais aujourd’ui en ert le vengance monstrée. »
Les mains li va loier sans point de demourée,
Les ieux li a bendés de tole destirée.
Quant Polibans le voit s’a la colour muée,
·c· fois le va baisier en une randonnée ;
Ne l’en pooit r’oster nulle piersonne née.
Aussi fist Bauduins, à cui mie n’agrée.
Et li païens s’escrie : « fiex de pute prouvée,
Traiés ent sus de lui, vostre mort est jurée ! »
Adont li Sarrasin en font la dessevrée,
·c· cos leur ons donés en une randonnée ;
Et li faus Sarrasins a dréchie l’espée,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Als u hier beneden komt, bij het geloof in Sint Maarten,
“ Zal ik u van de vuist geven; maar het zal geen enkele florijn zijn! “
Toen schreeuwden de heidenen en maakten een groot kabaal.
En de drie gevangenen, die dapper en listig zijn,
Verlieten de kerker en gaan richting een tuin:
Maar meer dan duizend Turken hebben zich op de weg begeven,
En daar werden zij heroverd; ze vonden er een hard eind,
Want de Saracenen wreken hun neef met slagen.
Meer werden zij verscheurd, de baronnen van edele bloede,
Dan vagebonden die hun doel hebben verloren. 420
Nu waren de baronnen in de geplaveide zaal,
Voor koning Morgant die een woedende blik had;
Tegen de baronnen riep hij uit: “ uw dood is gezworen!
“ Ieder van u zal zijn hoofd gescheiden zien. “
En zij antwoordden: “ wij hechten er geen enkele waarde aan. “
Morgant riep er een Turk bij uit Val-Fondée:
“ Ga, en voltrek het vonnis zonder enig uitstel. “
En deze antwoordde: “ het zij zoals het u behaagt.
“ Nu wil ik mij wreken, zonder enig uitstel,
“ Eerst op de kalief; ik heb hem meer dan een jaar 430
“ Zeer zwaar gehaat, zodat zijn dood mij behaagt. “
Naar de kalief is hij gekomen, en hij riep hem toe:
“ Door u stierf mijn broer in uw land,
“ Maar vandaag zal de wraak daarvoor getoond worden. “
De handen gaat hij hem binden zonder enig uitstel,
De ogen heeft hij hem geblinddoekt met gescheurd doek.
Toen Polibans het ziet, veranderde hij van kleur,
Honderd maal gaat hij hem kussen in één ruk;
Geen enkel geboren persoon kon hem daarvan weghalen.
Hetzelfde deed Bauduin, wie dit geenszins behaagt. 440
En de heiden schreeuwt: “ zonen van een bewezen hoer,
Trek u van hem terug, uw dood is gezworen! “
Vervolgens zorgen de Saracenen voor de scheiding,
Honderd slagen hebben zij hun gegeven in één ruk;
En de valse Saraceen heeft het zwaard geheven,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
953a0y8xexg6a9iyfx4ocyi3hjk4489
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/430
104
88286
225574
2026-08-25T19:29:05Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225574
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
La teste, à un soel cop, li a jus tronchonnée
Qu’en sus du corps li fist voleer une agambée.
Puis vin à Polibant qui chier of effraée ;
Onques n’avoit éut de l’iawe consacrée,
Né ne fu baptisiés à icelle journée,
Car son entente estoit, à sa droite pensée,
Que droitement à Rome seroit sa char sacrée.
Il se mist à genous, si dist : « Virge loée,
« Qui portas Jhésu-Crist qui fist chiel et rosée,
« Si voir que tu en fus que vierge délivrée,
« S’aïés de moi merchi, douche Virge sauvée ! »
Lor, dist au roi Morgant à moult haute alenée :
« Roys, entsois que je muire, me donne s’il t’agrée
« Congieut que de ta gent me soit si aportée
« De l’iauwe dont ma char soit ·j· poi arousée ? »
Le roys l’en fist baillier une grant caudelée.
Quant Polibans le tint, sé dist : « Virge discrée,
« Je me batiserai par dévote pensée ;
« Car li bons cors fait l’ovre, nie la longe journée. »
Quant Polibans tint l’yauwe, de sa main le sainna,
Et dou père et dou fil bien le recommanda.
Quant il ot bien sainnie, le cauderon haucha
Et deseure son chief toute le reversa
Que tout le corps de lui adont en arrousa ;
Puis dist : ou nom de Dieu, soit chuis baptesmes chà.
Lors prist le cauderon, as païens le geta :
·j· fellon Sarrasin tellement assena
Que toute la chervèle illoec lui espautra.
Quant Bauduins le voit, qui le mort atent là,
Ne se tenist de rire pour l’or que Diex a ;
Si dist à Polibant et en haut li cria :
« Amis, moert liement, car bon baptesme i a. »
Atant és-vous le sers qui les poins li loia ;
Si com l’apareilloit, que ochirre le cuida,
Avint bèle aventure c’on vous recordera :
</poem>
|valign=top|
<poem>
Het hoofd, met een enkele slag, heeft hij eraf gehakt,
Zodat het een flinke sprong ver van het lichaam wegvloog.
Toen kwam hij bij Polibant, die een zeer angstig gezicht had;
Nooit had hij van het gewijde water genoten,
Noch was hij gedoopt op die bewuste dag, 450
Want zijn bedoeling was, in zijn oprechte gedachte,
Dat zijn lichaam rechtstreeks in Rome gezegend zou worden.
Hij knielde neer en sprak: “Geprezen Maagd,
“Die Jezus Christus droeg, die de hemel en de dauw schiep,
“Zover het waar is dat u als maagd van Hem bent bevallen,
“Heb deernis met mij, zoete, behouden Maagd!”
Toen sprak hij tot koning Morgant met zeer luide stem:
“Koning, voordat ik sterf, geef mij, als het u behaagt,
“Toestemming dat mij door uw volk wat wordt gebracht
“Van het water waarmee mijn lichaam een weinig besprenkeld kan worden?” 460
De koning liet hem een grote ketel vol overhandigen.
Toen Polibant die vasthield, sprak hij: “Vrome Maagd,
“Ik zal mijzelf dopen met een devoot gemoed;
“Want de goede daden maken het werk, niet de lange dag.”
Toen Polibant het water vasthield, sloeg hij met zijn hand een kruis,
En beval zich teder aan bij de Vader en de Zoon aan.
Toen hij goed gezegend had, hief hij de ketel omhoog
En goot deze geheel over zijn hoofd leeg,
Zodat hij zijn hele lichaam ermee besprenkelde;
Toen sprak hij: in de naam van God, laat dit hier de doop zijn. 470
Toen nam hij de ketel en wierp hem naar de heidenen:
Hij trof een snode Saraceen zó hard
Dat hij diens hersens daar ter plekke opensloeg.
Toen Boudewijn dat zag, die daar op de dood wachtte,
Kon hij zich niet inhouden van het lachen, niet voor al het goud dat God bezit;
En hij sprak tot Polibant en riep luid naar hem:
“Vriend, sterf vrolijk, want dit is een goede doop.”
Zodra de knecht daar was die zijn polsen vastbond;
Terwijl hij hem gereedmaken, daar hij dacht hem te doden,
Vond er een prachtig avontuur plaats dat men u zal vertellen: 480
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
hmqwdzq0p5z8sqt1hcrdw574q10qva0
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/431
104
88287
225575
2026-08-25T19:30:54Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225575
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
La royne Ludyane au chélier oreilla
Pour savoir sé li rois, o ses hommes, venra ;
Une chevauchie ot, adont l’huis déserra.
Si a véut le roy qui l’entrée aprocha,
A lui vint roïne et sé li escria :
« Seignour, car vous hastés ! ou messciés avenra,
« Car de vous trois barons est li un mors pièche a. »
Quant le roys l’entendi, le boin destrier brocha,
De le cisterne issi, le pople regarda ;
Il se fiert ou moilon, homme n’i agarda.
Il escrie Baudas ! tray ! tray ! cria ;
Malite soit personne c’onkes i demoura !
Cascuns s’encoert armer, vers se maison s’en va.
Li roys vit Baudewin et Polibant de chà ;
Il lor crie « seignour, par men foi, vés-me chá,
« Véschi le chavetier que vos corps courona. »
Si tost que crestien en le chité entreirent
Et que tout d’une vois trahy ! tray ! crièrent,
Il laissièrent tout coi et fuïant s’en tournèrent.
Et li boin crestien à deus barons alèrent,
Pour desloier leur mains durement se pénèrent ;
Et puis as Sarrasins grant bataille lievrèrent,
Et le fu ensément en pluseurs liex boutèrent.
Le femme au roy Morgant, le Sarrasin, trouvèrent
Par dessus ·j· destrier ; vistement le levèrent
Et puis au roy Morgant tantost le présentèrent.
Plus de .xm. païens de la chité tournèrent
Qui parent, né cousin, né proisme, n’avardèrent.
Quant Morgans d’Ytalie prist sa noble moulier,
Ne fut mie si liés pour d’or ·j· grant sommier.
La roïne li crie : « roys, pensons du widier,
« Car crestien sont jà plus de ·xv· millier.
« Il vaut trop miex fuïr que sa honte aprochier. »
Li roys Morgant respont : « che fait à otroïer. »
Li roys n’ot c’une main, ne pooit gueroiier ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
Koningin Ludyane luisterde aan de voorraadkamer
Om te weten of de koning, met zijn mannen, zou komen;
Zij hoorde een ruitertroep, waarop zij de deur ontsloot.
En zij zag de koning die de ingang naderde,
De koning kwam naar haar toe en zij riep tot hem:
“ Heren, haast u toch! Of er zal onheil geschieden,
“ Want van u drie baronnen is er een al een tijd geleden gestorven. “
Toen de koning dit hoorde, spoorde hij zijn goede strijdros aan,
Hij verliet de cisterne en bekeek het volk;
Hij stortte zich in het gedrang en zag naar niemand om. 490
Hij riep Baudas! en schreeuwde: verraad! verraad!;
Vervloekt zij eenieder die daar nog bleef hangen!
Ieder haast zich om zich te wapenen en gaat naar zijn huis.
De koning zag Boudewijn en Polibant hierzo;
Hij roept tot hen: “ Heren, bij mijn geloof, zie mij hier,
“ Hier is de schoenmaker die uw lichamen kroonde. “
Zodra de christenen de stad binnengingen
En zij allen met één stem "Verraad! verraad!" riepen,
Lieten zij alles achter en keerden zich vluchtend om.
En de goede christenen gingen naar de twee baronnen, 500
Om hun handen los te binden deden zij hard hun best;
En daarna leverden zij een grote slag met de Saracenen,
En staken evenzo op verscheidene plaatsen de brand erin.
De vrouw van koning Morgant, de Saraceen, vonden zij
Bovenop een strijdros; snel tilden zij haar eraf
En brachten haar toen terstond naar koning Morgant.
Meer dan tienduizend heidenen ontvluchtten de stad
Zonder om te kijken naar bloedverwant, neef of naaste.
Toen Morgant van Italië zijn edele vrouw aannam,
Was hij niet zo blij geweest als met een grote last goud. 510
De koningin roept tot hem: “ Koning, laten we denken aan vluchten,
“ Want de christenen zijn al met meer dan vijftien duizend.
“ Het is veel beter te vluchten dan je schande tegemoet te treden. “
Koning Morgant antwoordt: “ Dat moet worden ingewilligd. “
De koning had immers maar één hand, hij kon geen oorlog voeren;
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
0ck7fikwmhwllunouak3idp6g1kxo1o
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/432
104
88288
225576
2026-08-25T19:31:45Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225576
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
A le fute se mist, le chité volt lassier.
Et quant li Sarrasin virent le roy wiedier,
Il laissièrent la ville, mis se sont à fraper.
Et le boin crestien se painnent d’encauchier :
Bauduins de Sebourc monta sour ·j· destrier,
Aussi fist Polibans, qui coer ot de princhier ;
Après Morgant s’en vont, parmi le sablonier.
Et li roys de Baudas cuida vis esragier
Pour le femme Morgant, que li fel losengier
Emmènent aveuc aeus tout le chemin plénier.
Toute jour vont sivant li nobile gerrier
Et dient k’ains sieurront ·iiij· jours, sans lasquier,
Qu’il ne trovent Morgant, le traïtour lanier,
Qui les a mainte fois fait batre et laidengier.
Bauduins de Sebourc ichuis estoit premier,
Et Polibans après, et le bon chavetier.
Quanques chevaus poet courre prisent à desrengnier,
Par les plains d’Ytalie chevauchent le princhier ;
De consieurre Morgant eurent tel désirier
Qu’il n’eurent nul talent de bore, de mengier ;
Et dient qu’il l’aront, cui qu’il doive anoïer,
Ensois que jamais jour il dovent repairier.
Mais folie fait l’omme outrage convoitier.
On dist que chuis qui plus convoite qu’il ne doyt
Qu’il avient bien souvent que par se s’en deçoit.
A nous bons crestiens bien souffire devoit
Qu’il eurent la chité conquise à tel esploit ;
Mais le femme Morgant chevauchier si fasoit,
Le bon roy de Baudas, car par amours l’amoit.
Bauduins de Sebourc après Morgant aloit
Pour chou que volentiers de lui se vengeroit ;
Et Polibans li dist qu’il ne retourneroit
Dès-si jusques à tant que Morgans pris seroit.
Tant sievirent Morgant, que moult fort cheminoit,
Qui envers Babilone la chité en aloit.
</poem>
|valign=top|
<poem>
Hij nam de vlucht, hij wilde de stad verlaten.
En toen de Saracenen de koning zagen vertrekken,
Verlieten zij de stad en haastten zij zich weg.
En de goede christenen deden moeite om hen te achtervolgen:
Bauduins de Sebourc steeg op een strijdros, 520
Dat deed ook Polibans, die het hart van een prins had;
Achter Morgant gaan zij aan, door het zandige land.
En de koning van Bagdad dacht dat hij levend gek zou worden
Vanwege de vrouw van Morgant, die de vileine bedriegers
Met zich meenemen over de hele, brede weg.
De hele dag volgen de edele krijgers hen
En zeggen dat zij zo wel vier dagen zullen volgen, zonder op te houden,
Totdat zij Morgant vinden, de laffe verrader,
Die hen menigmaal heeft laten slaan en beschimpen.
Bauduins de Sebourc liep hierbij voorop, 530
En Polibans erachter, en de goede schoenmaker.
Zoveel als een paard rennen kan, begonnen zij vooruit te stormen,
Over de vlakten van Italië rijden de prinsen te paard;
Om Morgant in te halen hadden zij zo'n groot verlangen
Dat zij geen enkele trek hadden om te drinken of te eten;
En zij zeggen dat zij hem zullen grijpen, wie het ook moge kwellen,
Voordat zij ooit weer naar huis zullen terugkeren.
Maar dwaasheid doet de mens naar onredelijkheid verlangen.
Men zegt dat wie meer begeert dan hij behoort,
Het heel vaak gebeurt dat hij zichzelf daarmee bedriegt. 540
Voor onze goede christenen had het ruim voldoende moeten zijn
Dat zij de stad met zo'n heldendaad hadden veroverd;
Maar de vrouw van Morgant liet hen zo voortrijden,
En ook de goede koning van Bagdad, want hij had haar vurig lief.
Bauduins de Sebourc ging achter Morgant aan
Omdat hij zich maar al te graag op hem wilde wreken;
En Polibans zei hem dat hij niet zou omkeren
Vanaf deze plek totdat Morgant gevangen zou zijn.
Zo lang volgden zij Morgant, die in een snel tempo voortreisde,
En die op weg was naar de stad Babylon. 550
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
38zf5moi5kqp1ulylqs02f5m4g2lltg
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/433
104
88289
225577
2026-08-25T19:35:33Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225577
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Het gebeurde dat Morgan, toen hij te paard reed,
Een zeer grote menigte opmerkte op een rechte weg,
Die over de grote weg naar Babylon trok:
Het was Saladin, de sultan die heerste over
De stad Babylon, waar een schone stad was,
Waar de sultan was die weleer trouwde met
De dame van Ponthieu die Jezus verloochende
Voor de liefde van Esmeret, die zij was ontgaan,
De broer van Boudewijn die zo dapper was.
Heren, deze koning-sultan die dit leger aanvoerde560
Kwam van het oorlog voeren tegen een koning die niet wilde
Gehoorzamen aan de leenplicht die ieder jaar verschuldigd was.
Nu heeft hij hem genade geschonken, en daarom keerde hij terug
Terug naar Babylon waarheen hij zijn volk terugbracht.
Maar Morgan ontmoette hem en klaagde bij hem
Over het christelijke volk dat hem zo achtervolgde;
Daarop zei de koning-sultan dat hij hem goed zou wreken:
Zo heeft hij een hinderlaag opgezet, die hij in een bos verschanste,
Met Turken; en evenzoveel nam hij er mee
Een halve mijl verder, en daar wachtte hij. 570
Baudewijn van Sebourc die zeer hard reed,
En de koning van Bagdad die heel dicht bij hem was,
En koning Polibans, die drie, met grote spoed,
Volgden koning Morgan die tegengehouden was
Bij de koning-sultan die de zijnen in de hinderlaag legde.
En de christenen reden te paard, waar goed volk was,
Zo passeerden zij de hinderlaag, die hen in een bos opwachtte,
En toen zij er voorbij waren, keerde de sultan terug,
Tegen de christenen stelde hij zijn legers in slagorde op.
Baudewijn van Sebourc stelde zijn volk op, 580
En liet hen toen wapenen en bracht hen in goede slagorde;
Polibans maakte zich gereed en trok een goede malienkolder aan
En een rijke helm die zeer helder glansde
En omgordde een goed zwaard en een scherpe spies,
Zijn schild hing aan zijn hals en hij hield de lans vast;
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
i05pf33nbdeof0eewj6rq4qxm14bb8z
225581
225577
2026-08-25T19:39:14Z
Havang(nl)
4330
225581
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Si avint que Morgans, si con il chavauchoit,
Perchuit moult trè grant pople en un chemin tout droit,
Qui envers Babilone le grant chemin esroit :
Ch’estoit Salehadins, li soudans qui tenoit
La chit de Babilone, où bonne ville avoit,
Où estoit li soudans qui jadis espousoit
La dame de Pontieu qui Jésus renoioit
Pour l’amour d’Esmeret, à cui falit avoit,
Le frère Bauduin qui si vaillans estoit.
Seignour, chuis roys-soudans qui ches os conduisoit
Venoit de gerroïer ·j· roy qui ne voloit
A l’ommage obeiir que cascuns an devoit.
Or l’a pris à merchi, et pour chou retournoit
Arière en Babilone où sa gens ramenoit.
Mais Morgans l’encontra qui à lui se plaingnoit
De la gent kerstiène qui ensi le sievoit ;
Dont dist le rois-soudans que bien l’en vengeroit :
Si a fait un agait, qu’en un bos embuscoit,
De Turs ; et otant en menoit
Demie liewe en sus, et illoec atendoit.
Bauduins de Sebourc qui moult fort chevauchoit,
Et li roys de Baudas qui moult près lui estoit,
Et li rois Polibans, cil trois, à grant esploit,
Sivoient roi Morgan qui ariestés estoit
Aveuc le roy-soudan qui les siens embuscoit.
Et crestien chevauchent, où bonne gent avoit,
Si passèrent le agait, qu’en ·j· bos les gaitoit,
Et quant ils furent outre ; li soudans retournoit,
Contre les crestiens ses batailles rengoit.
Bauduins de Sebourc sa gent establisoit,
Et puist si fist armer et mist en bon conroit ;
Polibans s’adouba qui bon auberc vestioit
Et ·j· rice hiaume qui moult cler reluisoit
Et çaindi bonne espée et un trençant espoit,
Blason ot à son col et le lance tenoit ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
Het gebeurde dat Morgan, toen hij te paard reed,
Een zeer grote menigte opmerkte op een rechte weg,
Die over de grote weg naar Babylon trok:
Het was Saladin, de sultan die heerste over
De stad Babylon, waar een schone stad was,
Waar de sultan was die weleer trouwde met
De dame van Ponthieu die Jezus verloochende
Voor de liefde van Esmeret, die zij was ontgaan,
De broer van Boudewijn die zo dapper was.
Heren, deze koning-sultan die dit leger aanvoerde560
Kwam van het oorlog voeren tegen een koning die niet wilde
Gehoorzamen aan de leenplicht die ieder jaar verschuldigd was.
Nu heeft hij hem genade geschonken, en daarom keerde hij terug
Terug naar Babylon waarheen hij zijn volk terugbracht.
Maar Morgan ontmoette hem en klaagde bij hem
Over het christelijke volk dat hem zo achtervolgde;
Daarop zei de koning-sultan dat hij hem goed zou wreken:
Zo heeft hij een hinderlaag opgezet, die hij in een bos verschanste,
Met Turken; en evenzoveel nam hij er mee
Een halve mijl verder, en daar wachtte hij. 570
Baudewijn van Sebourc die zeer hard reed,
En de koning van Bagdad die heel dicht bij hem was,
En koning Polibans, die drie, met grote spoed,
Volgden koning Morgan die tegengehouden was
Bij de koning-sultan die de zijnen in de hinderlaag legde.
En de christenen reden te paard, waar goed volk was,
Zo passeerden zij de hinderlaag, die hen in een bos opwachtte,
En toen zij er voorbij waren, keerde de sultan terug,
Tegen de christenen stelde hij zijn legers in slagorde op.
Baudewijn van Sebourc stelde zijn volk op, 580
En liet hen toen wapenen en bracht hen in goede slagorde;
Polibans maakte zich gereed en trok een goede malienkolder aan
En een rijke helm die zeer helder glansde
En omgordde een goed zwaard en een scherpe spies,
Zijn schild hing aan zijn hals en hij hield de lans vast;
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
a7avwaodruhx5macu3cts5zzgn3uzyk
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/434
104
88290
225578
2026-08-25T19:36:24Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225578
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Avokes Bauduin se tient, car il l’amoit.
Au devant dou soudan, qui seure les couroit,
Crestien se défendent, mais petit leur valoit
Car li agais dérière trestous les enclooit ;
Tout ensi furent pris que nuison aleroit.
Enclos furent no gent en mi une valée ;
Devant ont le bataille, dérière la mellée :
Mais cascuns se desfent au trenchant de l’espée.
Bauduins de Sebourc, à le chière membrée,
Féri un Sarrasin par telle destinée
Que sa lanche li fist passer par le corée ;
Li coer li pourfendi, s’en est li ame allée.
Et Polibans fèri ·j· Turc de renommée,
Dou cheval l’abati souvin, geule baée ;
Et là fu si sa char des chevaus défoulée
Qu’ains puis ne s’en leva. Et li noise est levée,
Et li rois de Baudas i fiert à le volée ;
Tout adès as chevaus a-il le mort donnée,
Car i li est avis, en coer et en pensée,
Quant li hons est chéus jamais ne vault riens née.
Bien près de Babilone, si qu’à liewe et dimie,
Fu grande la bataille et fière l’envaïe :
Si ne fust li agais de la gent renoïe,
Bien fust as crestiens li honneurs adréchie ;
Mais par le fort agait fu no gent desconfie
Et par les Sarrasins tuée et mal baillie.
Quant Bauduins le voit ne li ne agréa mie,
Si dist à Polibant, qui la chière ot hardie :
« De mavais lieu venons, de paine et de hasquie,
« Mais en pieur rentrons ; che n’est riens de no vie. »
Trestout ensément fait chuis que se ramarie,
Quant sa femme a perdue et Diex l’en dessonnie ;
Jamais joie n’ara s’ara autre plévie.
Chellui tieng à mesquant qu’ensi use sa vie.
Or furent crestien si bien avironnie ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
Bij Boudewijn hield hij zich op, want hij had hem lief.
Vóór de sultan, die op hen afstormde,
Verdedigen de christenen zich, maar het baatte hen weinig
Want de hinderlaag van achteren sloot hen allen in;
Zo werden ze allen gevangengenomen, wat tot hun ondergang leidde. 590
Ingesloten waren onze mensen te midden van een vallei;
Van voren hebben zij de veldslag, van achteren het handgemeen:
Maar ieder verdedigt zich met de scherpte van het zwaard.
Boudewijn van Sebourc, met het krachtige gelaat,
Trof een Saraceen met zulk een noodlot
Dat hij zijn lans door diens borstkas deed gaan;
Het hart kliefde hij hem, en zo is de ziel heengegaan.
En Polibans trof één vermaarde Turk,
Van het paard wierp hij hem achterover, met open mond;
En daar werd zijn vlees zo door de paarden vertrapt 600
Dat hij daarna nooit meer opstond. En het krijgsrumoer stijgt op,
En de koning van Bagdad slaat er in het wilde weg op los;
Steeds weer bracht hij de paarden de dood,
Want het is zijn overtuiging, in hart en gedachte,
Dat wanneer de mens gevallen is, hij nooit meer iets waard is.
Zeer dicht bij Babylon, op ongeveer anderhalve mijl,
Was de veldslag groot en de aanval fel:
Ware de hinderlaag van het afvallige volk er niet geweest,
Dan zou de eer zeker aan de christenen zijn toegekomen;
Maar door de sterke hinderlaag werd ons volk verslagen 610
En door de Saracenen gedood en er slecht aan toegebracht.
Wanneer Boudewijn dat ziet, behaagt het hem geenszins,
Dus zei hij tegen Polibant, die een koene blik had:
“ Van een slechte plaats komen wij, van pijn en kwelling,
“ Maar in een nog slechtere treden wij binnen; het is gedaan met ons leven. “
Precies zo doet degene die hertrouwt,
Wanneer hij zijn vrouw heeft verloren en God hem van haar heeft gescheiden;
Nooit zal hij vreugde kennen tenzij hij een andere verbintenis aangaat.
Diegene beschouw ik als ongelukkig, die zo zijn leven slijt.
Nu waren de christenen zo nauw omsingeld; 620
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
ogozt74q6km6s1jszedghnrazrxfmd4
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/435
104
88291
225579
2026-08-25T19:37:38Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225579
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Si che fuissent oisel de voleir apresté
A bien trè grant doleur en fuissent esscape.
Li roys Morgans appelle le soudant deffaé ;
« Sire, » che dist Morgans, « entendės me pensée :
« Veslà les trois glottons qui si m’ont vergondé,
« Faites qu’il soient vif en prison emmené.
« Jugiet seront à mort de vo riche barnée ;
« Car n’afiert pas en euls qu’ensi soient mené,
« Ains doivent par rayson estre ars et escaudée,
« Ou boulit dedens oile, ou bien lonc traïné. »
« Morgans, » dist li soudans, « vous dites vérité. »
Dont escrie à sa gent de bonne volenté ;
« Barons, » dist li soudans, « or oïés mon pensé :
« Faites que vif me soient sil glouton délivré,
« Chil troi qui sont ensamble de combatre apresté. »
Et Sarrasin i vont courant que chien dervé.
Là, furent li baron tèlement appressé
Que lor escut i furent perchiet et despanė ;
N’eurent n’espoit, n’espée, mal furent atourné.
Par le force des Turs, dont il i ot plenté,
Furent pris et saisi, en vie et en santé ;
Mais il amaisent miex estre mort et tué,
Au roy soudant il furent bailliet et délivré.
Tout troi furent là pris, che dist l’autorité.
Quant li crestien virent que chil sont atrapé,
Il tournèrent les dos ; en ·j· bos sont entré :
Li nuis devint oscure, par chou furent sauvé.
Toute nuit vont courant que n’i ont aresté,
Vinrent à Italie, la nobile chitė ;
S’ont le ville fustée, le fu i ont bouté.
Par dedens une tour, de vielle antiquité,
Trouvèrent Yvorine que ·ij· jours ot junė,
Qu’elle n’avoit mengiet né de pain avalė ;
Le corps de la pucelle ont breifment délivré.
Crestien li demandent, que n’i ont aresté,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Al waren het vogels geweest, klaar om weg te vliegen,
Met zeer grote moeite zouden ze zijn ontsnapt.
Koning Morgan roept de ongelovige sultan aan;
“ Heer, “ zo sprak Morgan, “ luister naar mijn gedachte:
“ Zie daar de drie schurken die mij zo hebben beschaamd,
“ Zorg dat ze levend naar de gevangenis worden afgevoerd.
“ Ter dood veroordeeld zullen ze worden door uw rijke baronnen;
“ Want het past niet dat zij zo worden behandeld,
“ Maar zij moeten naar het recht worden verbrand en verschroeid,
“ Of gekookt in olie, of heel lang worden voortgesleept. “ 630
“ Morgan, “ sprak de sultan, “ u spreekt de waarheid. “
Daarop roept hij zijn manschappen toe met goede wil;
“ Baronnen, “ sprak de sultan, “ hoor nu mijn gedachte:
“ Zorg dat deze schurken levend aan mij worden overgeleverd,
“ Deze drie die samen klaarstaan om te vechten. “
En de Saracenen stormen eropaf als dolle honden.
Daar werden de baronnen zo hevig in het nauw gedreven
Dat hun schilden werden doorboord en aan flarden gescheurd;
Ze hadden lans noch zwaard, ze waren er slecht aan toe.
Door de overmacht van de Turken, die er in overvloed waren, 640
Werd men gegrepen en gevangengenomen, levend en gezond;
Maar zij waren liever dood en gedood geweest,
Aan de koning-sultan werden zij overgedragen en uitgeleverd.
Alle drie werden daar gevangen, zo zegt de kroniek.
Toen de christenen zagen dat zij in de val zaten,
Keerden zij hun de rug toe; ze vluchtten een bos in:
De nacht werd donker, daardoor werden zij gered.
De hele nacht rennen ze door zonder te stoppen,
Ze kwamen aan in Italië, de nobele stad;
Ze hebben de stad doorzocht, het vuur staken ze erin. 650
Binnenin een toren, uit de grijze oudheid,
Vonden zij Yvorine, die twee dagen had gevast,
Zodat zij niet had gegeten noch brood had doorgeslikt;
Het lichaam van de jonge maagd hebben zij snel bevrijd.
De christenen ondervragen haar, zonder te wachten,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
7plpmn8wnsoiow0eu996fvscrysuls7
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/460
104
88292
225582
2026-08-25T19:40:18Z
Havang(nl)
4330
/* Zonder tekst */
225582
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="0" user="Havang(nl)" /></noinclude><noinclude></noinclude>
6fy8ix6czju8r0lz5ain22z7t1pjvxr
Anoniem/Genootschap Nederland-Italië
0
88293
225584
2026-08-25T20:04:10Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Anoniem/Genootschap Nederland-Italië]] hernoemd naar [[Het Vaderland/Jaargang 68/19 april 1936/Genootschap Nederland-Italië]]: normalisatie
225584
wikitext
text/x-wiki
#DOORVERWIJZING [[Het Vaderland/Jaargang 68/19 april 1936/Genootschap Nederland-Italië]]
mfobwc8meycb653l8a7vv4q87s9dmai
Anoniem/Het nieuwe Gemeentemuseum
0
88294
225586
2026-08-25T20:14:04Z
Vincent Steenberg
280
Vincent Steenberg heeft pagina [[Anoniem/Het nieuwe Gemeentemuseum]] hernoemd naar [[Het Vaderland/Jaargang 68/30 mei 1935/Ochtendblad/Het nieuwe Gemeentemuseum]]: normalisatie
225586
wikitext
text/x-wiki
#DOORVERWIJZING [[Het Vaderland/Jaargang 68/30 mei 1935/Ochtendblad/Het nieuwe Gemeentemuseum]]
oavxaea41s3l2o5gay9izpzv7zp8a33
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Willy Sluiter
100
88295
225587
2026-08-25T20:31:13Z
Vincent Steenberg
280
begin
225587
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Willy Sluiter
| afbeelding = Zelfportret Willy Sluiter - 1943.jpg
| alt = Zelfportret, 1943
| beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse schilder, tekenaar, lithograaf, pastellist, aquarellist en grafisch ontwerper [[w:nl:Willy Sluiter|Willy Sluiter]]
}}
== Algemeen ==
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
;1928
*''Catalogus van moderne en demi-moderne schilderijen en aquarellen, antiuquiteiten'', Van Marle & De Sille, Rotterdam, 18 december 1928.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (14 december 1928) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 85/Nummer 347/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
=== Musea ===
;Kunstmuseum Den Haag
*Anoniem (9 oktober 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/9 oktober 1936/Avondblad/Ons Gemeentemuseum|‘Ons Gemeentemuseum’]], ''Het Vaderland'', Avondblad, z.p.
=== Tentoonstellingen ===
;1906
*''Tentoonstelling van aquarellen, teekeningen, etsen, lithographiën en beeldhouwwerk door werkende leden van Pulchri Studio'', Pulchri Studio, Den Haag, 6 december 1906-1907.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (27 maart 1907) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 7/Nummer 86/Ochtendblad/Op de groepententoonstelling in Pulchri Studio|‘Op de groepententoonstelling in Pulchri Studio […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, [p. 3].
;1910
*''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p. 6.
;1912
*''[[Stedelijke internationale tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters]]'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 13 april-juli 1912, p. 29, cat.nr. 123.
;1913
*''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies:
**Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p. 1].
**B.J.K. (23 juli 1913) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/Jaargang 1913/Nummer 171/De vijfde Vierjaarlijksche te Arnhem|‘De vijfde Vierjaarlijksche te Arnhem’]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', eerste blad, [p. 1-2].
**F.W. (26 juli 1913) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 100/Nummer 8300/Middaguitgave/De Vierjaarlijksche|‘De Vierjaarlijksche. IV’]], ''Arnhemsche Courant'', Middaguitgave, Tweede blad, [p. 1-2].
;1919
*''Tentoonstelling van hedendaagsche Nederlandsche kunst'', St. Maarten, Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 16 februari-9 maart 1919.<br />Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 februari 1919) [[De Tijd/Jaargang 73/Nummer 21885/St. Maarten|‘„St. Maarten”’]], ''De Tijd'', Derde Nederlandsche Jaarbeurs. Extra bijvoegsel van „De Tijd”, [p. 2].
;1924
*Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/In den kunsthandel Everts|‘In den kunsthandel Everts […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;1935
*''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p. 1].
**Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p. 1-2.
== Publieke functies - Willy Sluiter in het verenigingsleven, enz. ==
;Sluiter als lid van de regeringscommissie voor de 17e Biennale van Venetië
*Anoniem (15 augustus 1930) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 103/Nummer 33579/Avondblad/De zeventiende Biennale te Venetië|‘De zeventiende „Biennale” te Venetië’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9.
;Sluiter als bestuurslid van Pulchri Studio in Den Haag
*Anoniem (10 oktober 1934) [[Het Vaderland/Jaargang 66/10 oktober 1934/Avondblad/Verassching Isaac Israëls|‘Verassching Isaac Israëls’]], ''Het Vaderland'', Avondblad B, p. 3.
;Sluiter als lid van de commissie ter huldiging van de directeur van het Gemeentemuseum Den Haag, H.E. van Gelder
*Anoniem (30 mei 1935) [[Het Vaderland/Jaargang 68/30 mei 1935/Ochtendblad/Het nieuwe Gemeentemuseum|‘Het nieuwe Gemeentemuseum’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad A, p. 2.
;Sluiter als lid van de commissie Nederlandse schilderkunst voor de Olympische Spelen van 1936
*Anoniem (14 december 1935) [[Anoniem/De kunstwedstrijden te Berlijn|‘De kunstwedstrijden te Berlijn’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad A, p. 3.
;Sluiters als jurylid van de loterij van het Genootschap Nederland-Italië, 2 mei 1936
*Anoniem (19 april 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/19 april 1936/Genootschap Nederland-Italië|‘Genootschap Nederland-Italië’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad, B, p. 1.
== Werken ==
*Anoniem (26 juli 1928) [[Anoniem/De Olympische Spelen/1|‘De Olympische Spelen’]], ''Het Centrum'', [Eerste blad, p. 3].
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
b4wk10vx33d68lxmd1ilgxq76eg4q82
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/436
104
88296
225589
2026-08-26T08:03:45Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225589
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Pourcoi païen avoient le sien corps enserré ?
Elle lor dist : « seignour, je croi en Dame-Dé ;
« E s’ainch ·j· damoisel, de France l’érité,
« Le plus hardi du monde et le plus redoubté,
« Bauduin de Sebourc qui tant a poesté.
« En le Rouge-Montaingne, où il a grant cité,
« Le monstrai bien jadis amour et amistė ;
« Dites-moi s’il est mors, ne le m’aïés chėlė ? »
« Nennil voir, douche dame, ne vault point miex ·j· dé ;
« En Babilone l’ont, li Sarrasin, menė. »
Quant Yvorine l’ot, s’en ot le coer irė ;
Pour l’amour Bauduin, le chevalier loé,
Ploura moult tenrement, la dame, de bonté.
Et li crestien sont envers Baudas r’alé,
Courchiet et dolant et forment aïré
Qu’ils avoiient ensi perdut leur avoué ;
Mais de che sont joïant qu’il furent escapé,
Car li hons est trop riches qui est plain de santé.
Consent le crestien, s’enmènent Yvorine.
Et li riches soudans, o sa gent Sarrasine,
Emmainnent les prisons qui sont de franche orine.
Morgans les ramprosna et leur dit moult let signe,
Et dist «fil à putain, de mauvaise rachine,
« Or vous convient morir ! venue est li termine
« Que je sarai vengiés de vous, à bone estrine ! »
En Babilone entrèrent, par le porte Jupine,
Le soudans descendi vers le sale marbrine :
Encontre le soudant vint la fine royne
Qui de France fu née, la terre boine et digne ;
Mais par grant désespoir prist le loy Apoline.
Quant elle vit Soudant, moult douchement l’encline
Et puis sé li a dit une rayson moult fine :
« Sire, qu’avés-vous fait en la terre Gastine ?
« Ramenés-vous le roy prison en vo saisine,
« Qui du tréut pafer vous refusa l’estrine ?
</poem>
|valign=top|
<poem>
Waarom de heidenen haar lichaam hadden opgesloten?
Zij zeide tot hen: “ heren, ik geloof in de Heere God;
“ En of ik ooit een jonker beminde, uit het erfgoed van Frankrijk,
“ De koenste ter wereld en de meest geduchte,
“ Bouduin van Sebourc die zoveel macht heeft uitgeoefend. 660
“ In de Rode-Berg, waar hij een grote stad heeft,
“ Toonde ik hem eertijds wel liefde en vriendschap;
“ Zegt mij of hij dood is, houdt het niet voor mij verborgen? “
“ Luister eens, lieve vrouw, hij is nog geen dobbelsteen waard;
“ Naar Babylon hebben de Saracenen hem weggevoerd. “
Toen Yvorine dit hoorde, was haar hart diep bedroefd;
Om de liefde voor Bouduin, de geprezen ridder,
Weende zij zeer teder, de vrouwe, uit goedheid.
En de christenen zijn weergekeerd naar Bagdad,
Bedroefd en treurend en hevig verbitterd 670
Dat zij aldus hun beschermheer hadden verloren;
Maar hierover waren zij verheugd, dat zijzelf waren ontsnapt,
Want de mens is overrijk die vervuld is van gezondheid.
De christen stemt toe, zij nemen Yvorine mee.
En de machtige sultan, met zijn Saraceens gevolg,
Voert de gevangenen mee die van edele afkomst zijn.
Morgan bespotte hen en sprak tot hen een zeer lelijk teken,
En zeide: “ hoerenzoon, van slechte stam,
“ Nu past het u te sterven! gekomen is het uur
“ Dat ik op u gewroken zal zijn, tot een passend lot! “ 680
In Babylon trokken zij binnen, door de Jupine-poort,
De sultan daalde af naar de marmeren zaal:
Tegenover de sultan trad de voortreffelijke koningin
Die in Frankrijk was geboren, het goede en waardige land;
Maar door grote wanhoop nam zij het geloof van Apollon aan.
Toen zij de Sultan zag, boog zij zeer lieflijk voor hem
En vervolgens sprak zij tot hem een zeer schrandere rede:
“ Heer, wat heeft u gedaan in het Verwoeste Land?
“ Brengt u de koning als gevangene mee in uw macht,
“ Die weigerde u de schatting als geschenk te betalen? “ 690
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
8kam47qvfskkoax5uu6arsou3ygnd6q
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/437
104
88297
225590
2026-08-26T08:05:22Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225590
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Deze pagina is niet proefgelezen
« Bien aroit déservi mis fut à décipline. »
« Dame, » dist li soudans, « puis que li hons s’acline
« Et qu’amendement voet... venir de corine.
« On li doit pardonner mautalent et hayne.
« J’ai bien fait mon voloir en terre Alixandrine ;
« Mais au retour de chà, vers le grande marine,
« Encontrai roy Morgant et sa moullier Ludine,
« A cui li crestien eurent pris à atine.
« Je le gari de mort, à m’espée achérine,
« Le crestien matai et mis à grant bruïne.
« Or en a chi trois pris qui sont de franche orine :
« Bien en congnois les ij, il sont de no racine ;
« Et en i aj grant de moult fière doctrine,
« Onques ne vi plus bel en terre Sarrasine.
« Or ne sai sé il est du linage le Chisne
« Qui par dedens Surie le nostre loy amine ? »
« Voeilliés le moi monstrer, sire, » dist la roïne,
« Espoir connisterai lui ou chiaus de s’orine. »
Adonques sa pensée moult forment l’enlumine,
Apreès le sien païs ses cors li adevine :
Car volentiers verroit, ou varlet ou mesquine,
Qui dire lui scéust de son lieu aucun signe ;
Lone tans a que ne vit né voisin, né voisine.
Coers, con mauvais qu’il soit, à le fois se décline
Et prent remort en lui en aucune rachine.
La femme au roy-soudant qui Jhésu renoia,
Quant elle of le roy qui du Chisne parla,
D’Esmeret le souvint que jadis tant ama ;
Lors a dit au soudant, et forment li pria,
Que li Fransois li monstre par coi à lui parra.
Adont li roys-soudans tout iij les amena :
La roïne gentis moult bien les regarda,
Mais ne les cognut mie dont moult li anoïa,
Non pour quant Bauduin sor trestous remira.
Esmeret de Nimaie si très bien ressambla ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Welverdiend werd hij aan de tuchtiging onderworpen. “
“ Vrouwe, “ zei de sultan, “ aangezien de mens zich buigt
“ En dat hij beterschap wil.. die recht uit het hart komt.
“ Moet men hem toorn en haat vergeven.
“ Ik heb mijn wil goed doorgedreven in het land van Alexandrië;
“ Maar bij de terugkeer hierheen, naar de grote zee,
“ Ontmoette ik koning Morgant en zijn echtgenote Ludine,
“ Die door de christenen waren uitgedaagd tot de strijd.
“ Ik behoedde hem voor de dood met mijn stalen zwaard,
“ De christen versloeg ik en stortte ik in diepe ellende. 700
“ Nu zijn hier drie gevangenen die van edele afkomst zijn:
“ Twee ervan ken ik goed, zij zijn van onze stam;
“ En er is een grote bij met een zeer trotse houding,
“ Nooit zag ik een mooiere in het land der Saracenen.
“ Nu weet ik niet of hij van het geslacht van de Zwaan is,
“ Die binnen Syrië onze wet bestrijdt? “
“ Wilt u hem mij tonen, heer, “ zei de koningin,
“ Wellicht zal ik hem herkennen of degenen van zijn bloed. “
Toen verlichtte haar gedachte haar zeer sterk,
Naar haar eigen land verlangde haar hele wezen: 710
Want dolgraag zou ze zien, hetzij een jongeman of meisje,
Die haar enig teken van haar thuisland zou kunnen vertellen;
Lange tijd is het her dat ze buurman of buurvrouw zag.
Het hart, hoe slecht het ook moge zijn, buigt zich soms
En krijgt wroeging tot in de diepste wortels.
De vrouw van de koning-sultan die Jezus verloochende,
Toen zij de koning hoorde spreken over de Zwaan,
Herinnerde zij zich Esmeret die zij eertijds zo liefhad;
Toen sprak zij tot de sultan en smeekte hem vurig,
Dat de Fransman haar getoond werd zodat hij voor haar zou verschijnen. 720
Toen bracht de koning-sultan hen alle drie mee:
De edele koningin bekeek hen zeer goed,
Maar zij herkende hen helemaal niet, wat haar zeer verdroot,
Niettemin monsterde zij Boudewijn boven allen.
Hij leek zo sprekend op Esmeret van Nijmegen;
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
hf94fs184d5x3pw0iejp9yfx1m4hgxq
225591
225590
2026-08-26T08:06:04Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225591
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Bien aroit déservi mis fut à décipline. »
« Dame, » dist li soudans, « puis que li hons s’acline
« Et qu’amendement voet... venir de corine.
« On li doit pardonner mautalent et hayne.
« J’ai bien fait mon voloir en terre Alixandrine ;
« Mais au retour de chà, vers le grande marine,
« Encontrai roy Morgant et sa moullier Ludine,
« A cui li crestien eurent pris à atine.
« Je le gari de mort, à m’espée achérine,
« Le crestien matai et mis à grant bruïne.
« Or en a chi trois pris qui sont de franche orine :
« Bien en congnois les ij, il sont de no racine ;
« Et en i aj grant de moult fière doctrine,
« Onques ne vi plus bel en terre Sarrasine.
« Or ne sai sé il est du linage le Chisne
« Qui par dedens Surie le nostre loy amine ? »
« Voeilliés le moi monstrer, sire, » dist la roïne,
« Espoir connisterai lui ou chiaus de s’orine. »
Adonques sa pensée moult forment l’enlumine,
Apreès le sien païs ses cors li adevine :
Car volentiers verroit, ou varlet ou mesquine,
Qui dire lui scéust de son lieu aucun signe ;
Lone tans a que ne vit né voisin, né voisine.
Coers, con mauvais qu’il soit, à le fois se décline
Et prent remort en lui en aucune rachine.
La femme au roy-soudant qui Jhésu renoia,
Quant elle of le roy qui du Chisne parla,
D’Esmeret le souvint que jadis tant ama ;
Lors a dit au soudant, et forment li pria,
Que li Fransois li monstre par coi à lui parra.
Adont li roys-soudans tout iij les amena :
La roïne gentis moult bien les regarda,
Mais ne les cognut mie dont moult li anoïa,
Non pour quant Bauduin sor trestous remira.
Esmeret de Nimaie si très bien ressambla ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Welverdiend werd hij aan de tuchtiging onderworpen. “
“ Vrouwe, “ zei de sultan, “ aangezien de mens zich buigt
“ En dat hij beterschap wil.. die recht uit het hart komt.
“ Moet men hem toorn en haat vergeven.
“ Ik heb mijn wil goed doorgedreven in het land van Alexandrië;
“ Maar bij de terugkeer hierheen, naar de grote zee,
“ Ontmoette ik koning Morgant en zijn echtgenote Ludine,
“ Die door de christenen waren uitgedaagd tot de strijd.
“ Ik behoedde hem voor de dood met mijn stalen zwaard,
“ De christen versloeg ik en stortte ik in diepe ellende. 700
“ Nu zijn hier drie gevangenen die van edele afkomst zijn:
“ Twee ervan ken ik goed, zij zijn van onze stam;
“ En er is een grote bij met een zeer trotse houding,
“ Nooit zag ik een mooiere in het land der Saracenen.
“ Nu weet ik niet of hij van het geslacht van de Zwaan is,
“ Die binnen Syrië onze wet bestrijdt? “
“ Wilt u hem mij tonen, heer, “ zei de koningin,
“ Wellicht zal ik hem herkennen of degenen van zijn bloed. “
Toen verlichtte haar gedachte haar zeer sterk,
Naar haar eigen land verlangde haar hele wezen: 710
Want dolgraag zou ze zien, hetzij een jongeman of meisje,
Die haar enig teken van haar thuisland zou kunnen vertellen;
Lange tijd is het her dat ze buurman of buurvrouw zag.
Het hart, hoe slecht het ook moge zijn, buigt zich soms
En krijgt wroeging tot in de diepste wortels.
De vrouw van de koning-sultan die Jezus verloochende,
Toen zij de koning hoorde spreken over de Zwaan,
Herinnerde zij zich Esmeret die zij eertijds zo liefhad;
Toen sprak zij tot de sultan en smeekte hem vurig,
Dat de Fransman haar getoond werd zodat hij voor haar zou verschijnen. 720
Toen bracht de koning-sultan hen alle drie mee:
De edele koningin bekeek hen zeer goed,
Maar zij herkende hen helemaal niet, wat haar zeer verdroot,
Niettemin monsterde zij Boudewijn boven allen.
Hij leek zo sprekend op Esmeret van Nijmegen;
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
do0w2h2lj5vvhqnodm578nxcxf8zdga
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/438
104
88298
225592
2026-08-26T08:09:18Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225592
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Qui véist l’un des ·ij· il ne desdesist jà
Que che ne fuissent frère ; riens que dire il n’i a
Fors chou que Bauduins de hauteur le passa.
Adonkes la roïne vistement l’apella,
En la langue Fransoise son non li demanda ?
Et Bauduins li dist, que point ne li chėla :
« J’ai à non Bauduins quant on me baptisa,
« Et fu neis en Hainnau où riche païs a. »
« En Hainnau ? » dist la dame, «vous fuistes nés de chà
« Droitement à Nimaie où riche chité a ;
« Car vous resamblés bien ·j· vassal qu’est de là.
« Mais ore n’i est mie, né n’a esté piècha,
« Ains est en une charcre dont jamais n’istera,
« Par dedens Abilant où riche citeit a. »
« La ! dame, qui est chiex qui en prison est là ? »
« Vassaus, il est de France, des amis il i a ;
« Il est rois de Nymaie, ·ij· frères à rois a :
« Li uns est roys d’Escoche, à che c’on me conta,
« Et li autres tient Chypre, car il se maria,
« Et li tiers tient prison, au tout adès serra,
« Et vous estes li quars qui chi me demoura ;
« Car nuls ne m’adiroit, de cha meer né delà,
« Que ne fuissiés ses frères. ·j· pères vous gaigna
« Et bien croy c’une mère en ses flans vous porta. »
« Ne sai qui m’a gaigniet, » Bauduins dist li a,
« Mais j’ai esté perdus bien ·xxiiij· an i a.
« Dame, d’ont estes-vous, et de confait païs,
« Qui si très bel parlés le langue de Paris ?
« En Franche fustes née, je croi, par Jhésu-Cris. »
Et la roïne a dit : « tu as dit voir, amis ;
« Droitement en Pontieu là fu mes corps nouris,
« Duchoise en soloie estre, pour voir le vous plévis,
« Mais en mer fu perdue, ne sai ·v· mos ou .vj.,
« S’arrivai si endroit. Or me vint-il avis
« Que je renoiëroie le vrai corps Jhésu-Cris.
</poem>
|valign=top|
<poem>
Wie de één of de ander zou zien, die zou nooit ontkennen
Dat zij broers waren; er valt werkelijk niets anders te zeggen
Behalve dat Boudewijn hem in lengte overtrof.
Toen riep de koningin hem snel bij zich,
En vroeg hem in de Franse taal naar zijn naam? 730
En Boudewijn sprak tot haar, en verborg het geenszins voor haar:
“ Mijn naam is Boudewijn, zoals men mij bij de doop noemde,
“ En ik ben geboren in Henegouwen, wat een rijk land is. “
“ In Henegouwen? “ zei de dame, “ u bent van hierboven geboren
“ Rechtstreeks uit Nijmegen, wat een rijke stad is;
“ Want u lijkt sprekend op een vazal die daarvandaan komt.
“ Maar nu is hij er helemaal niet, en hij is er al lang niet geweest,
“ Welnee, hij zit in een kerker waar hij nooit meer uit zal komen,
“ Binnen in Abilant, wat een rijke stad is. “
“ Ach! Dame, wie is degene die daar in de gevangenis zit? “ 740
“ Vazal, hij komt uit Frankrijk, hij heeft er vrienden;
“ Hij is de koning van Nijmegen, en hij heeft twee broers die koning zijn:
“ De één is koning van Schotland, naar wat men mij vertelde,
“ De ander bezit Cyprus, omdat hij ginds trouwde,
“ En de derde zit gevangen, en zal daar altijd blijven,
“ En u bent de vierde die hier bij mij achterblijft;
“ Want niemand kan mij overtuigen, van deze of gene kant van de zee,
“ Dat u niet zijn broer bent. Eén vader heeft u verwekt
“ En ik geloof vast dat één moeder u in haar schoot droeg. “
“ Ik weet niet wie mij verwekte, “ zei Boudewijn tot haar, 750
“ Maar ik ben al wel 24 jaar verloren.
“ Dame, vanwaar bent u, en uit wat voor land,
“ U die zo prachtig de taal van Parijs spreekt?
“ In Frankrijk bent u geboren, zo geloof ik, bij Jezus Christus. “
En de koningin zei: “ je hebt de waarheid gesproken, vriend;
“ Rechtstreeks in Ponthieu is mijn lichaam daar gevoed en opgegroeid,
“ Hertogin placht ik daar te zijn, dat zweer ik u voorwaar,
“ Maar op zee raakte ik verdwaald, ik weet niet of het vijf of zes maanden was,
“ Tot ik op deze plek strandde. Nu kwam de gedachte in mij op
“ Dat ik het ware lichaam van Jezus Christus zou verloochenen. 760
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
se01zz28rkiac3g4f2mddwsoins4op5
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/439
104
88299
225593
2026-08-26T08:13:43Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225593
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Li soudans m’espousa si que ch’est mes maris.
« Or sui chi arestée, dont mes coers est marris !
« Quant je renoiai Dieu, che fu mal mes pourfis ;
« Che fu par che dansel qui en prison est mis
« Par dedens Abilant, la chité de haut pris ;
« J’en sui trẻ bien vengié car en charcre est assis.
« Chuis Esmerés dut estre jadis le mien maris
« Et ché me fiancha en le sale à Paris ;
« Mais une autre puchelle, qui est de che païs,
« Passa pour lui la mer, de che soïés tous fis,
« Pour lui fu eslongie de che noble marchis :
« Car chelle qui passa le mer, si con je dis,
« Raconta Esmeret, et par fais et par dis,
« Con vient li roys, ses père, fu dechà mer trahis
« Par Gaufroi, le fellon, qui tant est maléis.
« Quant Esmerés le sot, s’en fu si esmaris
« Qu’il ala au Gaufroi, voïant tous ses amis,
« L’oreille le copa et le navra el vis.
« Li débas commencha, si fu grant li péris ;
« Et le mère Esmeret, et la bèle au cler vis,
« Et je qui là estoie, entrainės sans avis
« Dedens le haute meer, où grans est le péris,
« Li vens nous arriva droit-si en se pourpris.
« Si m’a le soudans prise, qui est le mien maris ;
« Si en ai un enfant, mais il est moult petis :
« Salehadins a non, moult est biaus et jolis.
« Chairtes, chou poise moi qu’il ne croit Jhésu-Cris ;
« Et je le renoiai, chertes, dont je vail pis. »
« Dame, » dist Bauduins, « par Dieu de paradis,
« Digne seroit vo corps d’estre en ·j· fu bruïs
« Qui créés Mahoumet, ne vault ·j· parésis,
« Et lachiés la loy Dieu. Ahi ! dame gentis,
« Pour coi avès che fait et gerpi vous amis ?
« Chertes, che poise moi des mos que j’ai oïs. »
Et la dame respont : « à moy gist li péris. »
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ De sultan trouwde mij, zodat hij mijn echtgenoot is.
“ Nu ben ik hier gevangen, waarom mijn hart bedroefd is!
“ Toen ik God verloochende, was dat slecht voor mijn zielenheil;
“ Dat kwam door die jonker die in de gevangenis is geworpen
“ Binnen Abilant, de stad van hoge waarde;
“ Ik ben er zeer goed op gewroken, want hij zit in een kerker.
“ Deze Esmerés zou weleer mijn echtgenoot worden
“ En hij beloofde mij dat in de zaal te Parijs;
“ Maar een ander meisje, dat uit dat land afkomstig is,
“ Stak voor hem de zee over, wees daar allen zeker van, 770
“ Voor hem werd zij weggevoerd van die edele markies:
“ Want zij die de zee overstak, zoals ik al zei,
“ Vertelde Esmeret, met daden en met woorden,
“ Hoe de koning, zijn vader, aan deze kant van de zee was verraden
“ Door , de schurk, die zozeer vervloekt is.
“ Toen Esmerés dat vernam, was hij zo ontzet
“ Dat hij naar ging, ten aanschouwen van al zijn vrienden,
“ Hem het oor afsneed en hem verwondde in het gezicht.
“ De strijd begon, en groot was het gevaar;
“ En de moeder van Esmeret, en de schone met het blanke gezicht, 780
“ En ik die daar was, werden zonder waarschuwing meegesleurd
“ Tot diep in de open zee, waar het gevaar groot is.
“ De wind bracht ons rechtstreeks naar dit gebied.
“ Zo heeft de sultan mij genomen, die mijn echtgenoot is;
“ En ik heb een kind van hem, maar het is nog erg klein:
“ Saladijn is zijn naam, hij is zeer mooi en vrolijk.
“ Voorwaar, het spijt mij dat hij niet in Jezus Christus gelooft;
“ En ik heb Hem verloochend, voorwaar, waardoor ik minder waard ben.“
“ Vrouwe, “ zeide Boudewijn, “ bij de God van het paradijs,
“ Uw lichaam verdient op een brandstapel te worden verbrand, 790
“ U die in Mohammed gelooft, wat nog geen {{SIC|parisis|Parijse munt}} waard is,
“ En de wet van God verlaat. Ach! edele vrouwe,
“ Waarom hebt u dit gedaan en uw vrienden in de steek gelaten?
“ Voorwaar, het spijt mij om de woorden die ik heb gehoord. “
En de vrouwe antwoordt: “ bij mij ligt het gevaar. “
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
bi7poy0y1xczhneos44juke2imj6ihr
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/440
104
88300
225594
2026-08-26T08:15:00Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225594
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Dame, » dist Bauduins, « comment ossas penser
« De renoier chellui qui se lassa péner
« En la saintisme crois, pour nous à raquater,
« Et qui volt au tier jour de mort résusciter ?
« Vous avés marchandé de vostre arme dapner !
« Hé ! dame, voellié-vous en vo coer regarder ! »
« Amis, » dist la roïne, « je ne sai que penser,
« Mais veschi mon argut qui me fait conforter
« Et par coi je porrai en Dieu merchi trouver :
« Si j’ai Dieu renoiet et volut despiter,
« Onques la mère Dieu ne vaus déshonourer,
« Né la tré douche Vierge renoier, né fausser.
« J’ai oï pluseurs fois les prestres sermoneir
« Qu’au siècle n’a pécheur qui puist si mal ouvrer,
« Né Jhésu renoier, né son non despiter,
« Né les claus, né la lanche, né sen sanc parjurer,
« Et devenir mordrères, de tollier et d’embleir,
« Et alaist en ·j· bos gens murdrir et tuer,
« Et vendre le corps Dieu as Juïs délivrer ;
« Que s’il voloit le Vierge de bon coer réclamer
« Et les trè douche ymage, et lui ymagineir
« De boen coer repentant sen ymage aourer,
« Qu’elle ne face bien le peckeur racorder
« Envers son dous enfant, et de pichié r❜oster.
« Ch’est la dame de grace qui tous nous poet sauver,
« Ch’est li douche fontaine pour nous péchiés laver,
« Ch’est li très dous solaus, ch’est le arche de mer
« Qui fait tous repentans à vrai port arriver,
« Ch’est celle qui nous poet aidier et conforter,
« Ch’est celle où tout peckeur se doivent r’assainier,
« Ch’est le Vierge roïaus c’on doit mère clamer
« Car tous ches enfans fait de joie saouller ! »
« Dame, » dist Bauduins, « or vous fait Diex parler.
« Dame, » dist Bauduins, « veschi vo campioen
« Pour faire et acomplir vostre gré et vo bon.
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Vrouwe, “ zei Bauduin, “ hoe durfde u erover te denken
“ Hem te verloochenen die Zichzelf liet lijden
“ Aan het allerheiligste kruis, om ons vrij te kopen,
“ En die op de derde dag uit de dood wilde opstaan?
“ U heeft erover onderhandeld om uw ziel te verdoemen! 800
“ Ach! vrouwe, wilt u in uw hart kijken! “
“ Vriend, “ zei de koningin, “ ik weet niet wat te denken,
“ Maar ziehier mijn argument dat mij troost geeft
“ En waarmee ik bij God genade zal kunnen vinden:
“ Hoewel ik God heb verloochend en Hem wilde verachten,
“ Heb ik nooit de Moeder Gods willen onteren,
“ Noch de zeer zoete Maagd verloochend, noch bedrogen.
“ Ik heb de priesters dikwijls horen preken
“ Dat er op de wereld geen zondaar is die zo slecht kan handelen,
“ Noch Jezus verloochenen, noch Zijn naam verachten, 810
“ Noch de spijkers, noch de lans, noch Zijn bloed vervloeken,
“ En een moordenaar worden, roven en stelen,
“ En in een bos mensen gaan vermoorden en doden,
“ En het lichaam van God verkopen om aan de Joden over te leveren;
“ Dat als hij de Maagd met een goed hart zou willen aanroepen
“ En haar zeer zoete beeltenis, en haar voor de geest halen,
“ Om met een oprecht berouwvol hart haar beeltenis te aanbidden,
“ Dat zij de zondaar zeker weer zou verzoenen
“ Met haar lieve Kind, en hem van zijn zonde zou bevrijden.
“ Zij is de Vrouwe van de Genade die ons allen kan redden, 820
“ Zij is de zoete bron om onze zonden weg te wassen,
“ Zij is de zeer milde zon, zij is de ark op zee
“ Die alle berouwvolle mensen in de veilige haven doet aankomen,
“ Zij is degene die ons kan helpen en troosten,
“ Zij is degene bij wie elke zondaar genezing moet zoeken,
“ Zij is de koninklijke Maagd die men moeder moet noemen
“ Want zij verzadigt al haar kinderen met vreugde! “
“ Vrouwe, “ zei Bauduin, “ nu laat God u spreken.
“ Vrouwe, “ zei Bauduin, “ ziehier uw kampioen
“ Om uw wil en uw wens uit te voeren en te volbrengen. 830
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
cx7qaoguu0a4bp6in7d1afs355x7hqh
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/441
104
88301
225595
2026-08-26T08:17:50Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225595
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ De sultan, uw echtgenoot, houdt mij in zijn gevangenis:
“ Ik hoef u niet lang toe te spreken, noch een lange preek te houden,
“ Maar als u mij kunt helpen bij mijn trouwe plicht
“ En u mij zou kunnen bijstaan, zult u louter het goede doen;
“ Want men moet altijd zorgen voor wie men heeft grootgebracht.
“ Hier is uw boodschapper, hier is uw dienaar;
“ Ik stel mij onder uw hoede, ik vertrouw op niemand anders dan u,
“ Naast de hemel waar elke beslissing berust.
“ Vrouwe, om Gods wil smeek ik u, Hij die het lijden verdroeg,
“ Bescherm mij tegen de dood; want wij smeken het u. “ 840
“ Vriend, “ zei de koningin, “ ik heb de vurige wens
“ Om een boodschapper te vinden, die een goede naam heeft,
“ Die rechtstreeks naar Frankrijk reist, naar het koninkrijk Ponthieu,
“ Naar Jan, mijn broer, de jonge jonker;
“ En hem van mijn kant de ware toedracht vertelt:
“ En dat hij wel scheep zou willen gaan, op een {{SIC|dromon|oorlogsschip}},
“ En rechtstreeks naar het leger van Godfried van Bouillon zou varen
“ En dan hierheen zou komen, met macht en in alle vrijheid.
“ Waarlijk, als ik de tenten opgeslagen zag
“ Van het christenvolk, die edele baronnen zijn, 850
“ Zou ik van hier weggaan, stilletjes als een dief,
“ En ik zou om genade, deemoed en vergiffenis gaan smeken
“ Aan allen die van mijn eigen bloedverwant zijn;
“ Daarna zou ik de kledij van een kloosterorde aannemen,
“ Zo zou ik God dienen en Zijn heilige naam. “
“ Vrouwe, “ zei Boudewijn, “ bij God en bij Zijn naam,
“ Als u ervoor kunt zorgen dat ik mijn vrijlating krijg
“ Van het Saraceense volk, die in Mohammed geloven,
“ Zweer ik u bij de heiligen, op mijn zaligheid,
“ Op de wet van Jezus Christus die het lijden verdroeg, 860
“ En op mijn eigen ziel doe ik u de plechtige belofte
“ Dat ik door geen enkele reden meer zal rusten,
“ Totdat ik uw boodschap in uw thuisland heb volbracht;
“ Opdat u mij zult laten spreken met die baron
“ Die in Abilant eveneens gevangen wordt gehouden.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
37r7rk9qbu14p0m4235fry7wzfuvzms
225616
225595
2026-08-26T09:18:50Z
Havang(nl)
4330
225616
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Li soudans, vo maris, me tient en sa prison :
« Ne vous sai tant parler, né faire lonc sermon,
« Mais s’aidier me poés à men loyal besong
« Et aidier me puissiés, ne ferés si bien non ;
« Car tout adės doit-on porter sa nourrechon.
« Veschi vo messagier, véchi vostre garson ;
« Je me mac en vo garde, je ne croi s’en vous non,
« Apriès le ciel u maint toute conclusion.
« Dame, pour Dieu vous pri, qui souffri pation,
« Défendés-moi de mort ; car nous vous en prion. »
« Amis, » dist la roïne, « j’ai grant dévotion
« De trover un message, qui fust de bon renon,
« Qui alast droit en Franche, en Ponthieu le royon,
« A Jehan, le mien frère, le jone danseillon ;
« Et li disist de moi le chairtaine ocoison :
« Et qu’il vausist entrer en mer, en ·j· dromon,
« Et venist droit à l’ost Godefroi de Buillon
« Et puis venisent chi, à forche et à bandon.
« Chairtes, sé je veioie tendut le pauwélion
« De la gent crestiène, qui sont noble baron,
« G’isteroie de chi, coiement à larron,
« Et s’iroie prier et manade et pardon
« A trestous cheuls qui sont de mon estration ;
« Puis prenderoie dras d’une religion,
« Si serviroie Dieu et son pretieus non. »
« Dame, » dist Bauduwins, « par Dieu et par son non,
« Sé vous poés tant faire qu’aie délivrison
« De la gent Sarrasine, qui croient en Mahon,
« Je vous jurai en sains, sus ma sauvation,
« Sus le loi Jesu-Cris qui soufri pasion,
« Et sus l’âme de moi couvent vous aver-on
« Que mais n’arresterai, par nésune ocoison,
« S’arai fait vo message dedens vo nation ;
« A fin que me fachiés parler à che baron
« Qui dedens Abilant tient ensément prison.
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ De sultan, uw echtgenoot, houdt mij in zijn gevangenis:
“ Ik hoef u niet lang toe te spreken, noch een lange preek te houden,
“ Maar als u mij kunt helpen bij mijn trouwe plicht
“ En u mij zou kunnen bijstaan, zult u louter het goede doen;
“ Want men moet altijd zorgen voor wie men heeft grootgebracht.
“ Hier is uw boodschapper, hier is uw dienaar;
“ Ik stel mij onder uw hoede, ik vertrouw op niemand anders dan u,
“ Naast de hemel waar elke beslissing berust.
“ Vrouwe, om Gods wil smeek ik u, Hij die het lijden verdroeg,
“ Bescherm mij tegen de dood; want wij smeken het u. “ 840
“ Vriend, “ zei de koningin, “ ik heb de vurige wens
“ Om een boodschapper te vinden, die een goede naam heeft,
“ Die rechtstreeks naar Frankrijk reist, naar het koninkrijk Ponthieu,
“ Naar Jan, mijn broer, de jonge jonker;
“ En hem van mijn kant de ware toedracht vertelt:
“ En dat hij wel scheep zou willen gaan, op een {{SIC|dromon|oorlogsschip}},
“ En rechtstreeks naar het leger van Godfried van Bouillon zou varen
“ En dan hierheen zou komen, met macht en in alle vrijheid.
“ Waarlijk, als ik de tenten opgeslagen zag
“ Van het christenvolk, die edele baronnen zijn, 850
“ Zou ik van hier weggaan, stilletjes als een dief,
“ En ik zou om genade, deemoed en vergiffenis gaan smeken
“ Aan allen die van mijn eigen bloedverwant zijn;
“ Daarna zou ik de kledij van een kloosterorde aannemen,
“ Zo zou ik God dienen en Zijn heilige naam. “
“ Vrouwe, “ zei Boudewijn, “ bij God en bij Zijn naam,
“ Als u ervoor kunt zorgen dat ik mijn vrijlating krijg
“ Van het Saraceense volk, die in Mohammed geloven,
“ Zweer ik u bij de heiligen, op mijn zaligheid,
“ Op de wet van Jezus Christus die het lijden verdroeg, 860
“ En op mijn eigen ziel doe ik u de plechtige belofte
“ Dat ik door geen enkele reden meer zal rusten,
“ Totdat ik uw boodschap in uw thuisland heb volbracht;
“ Opdat u mij zult laten spreken met die baron
“ Die in Abilant eveneens gevangen wordt gehouden.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
jkj1clpgr79jm3vwzn40fitfdfprp2o
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/442
104
88302
225596
2026-08-26T08:21:01Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225596
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Vassaus, »dist la roïne, « il i a un lyon,
« Assès près d’Abilant, qui grant confusion
« Fait à cheste chité dont je fai mention ;
« Car il n’est nul vivans, tant ait coer de grifon,
« Qui ose issier de là le trait à ·j· bougon.
« Car li lions dévoire le païs environ
« Et par jour et par nuit fremée le tient-on ;
« Né chil de Babilone, né de la nation,
« N’osent en Abilant porter ·j· soel bouton,
« Né conforter la ville, amit, né compaignon,
« Sé n’est par dessous terre. Mais par lå i va-on,
" ·vij· liewes dessous terre conter i poroit-on ;
« Bèle i est la chiterne, ains telle ne vit-on. »
« Dame, » dist Bauduins, « g’irai droit au lion
« Et si le conquerrai, à force et à bandon ;
« Et puis irai parler au chevalier prison,
« Savoir qu’il voelt mander en France le roïon :
« Car d’aidier prisonnier grant aumosne fait-on. »
« Vassaus, » dist la royne, « envers moi entendės ;
« Sachiés que, par che tour, mie ne escaperés.
« Ains que je vous délivre, en couvent m’averés
« Sus la loy Jhesu-Crist, où fermement créés,
« Que jà à che lion combatre vous n’irės
« Dès-si jusques à tant que revenus serės
« De Ponthieu droitement, où bonne est le contés,
« Et parleit à mon frère qui Jehans est clamés
« Et à ma soer aussi que me saluérés.
« Tant m’afie en ma soer, que si vous li contés
« Le mien message, ensi que vous of avés,
« Qu’elle fera tant, ains que l’ans soit passés,
« Que mes frères venra, à chalans et as nés ;
« Si sarra le miens corps de païens délivrés.
« Mais tant ferai pour vous que vous serés menés
« Tout parmi le cisterne, vous ert conduis livrés
« Jusques en Abilant ; le prisonnier verrés :
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Vazal, “ zei de koningin, “ er is een leeuw,
“ Heel dicht bij Abilant, die grote verwoesting
“ Aanricht in deze stad die ik noem;
“ Want er is geen levend wezen, hoe dapper zijn griffioenhart ook is,
“ Die het waagt om daar een pijlafstand naar buiten te gaan. 870
“ Want de leeuw verslindt het omliggende land
“ En dag en nacht houdt men de stad gesloten;
“ Noch degenen uit Babylon, noch die van het volk,
“ Durven in Abilant zelfs maar één enkele knop te brengen,
“ Noch de stad te troosten, als vriend of metgezel,
“ Tenzij het ondergronds is. Maar daarlangs gaat men,
“ Zeven mijlen onder de grond zou men kunnen tellen;
“ Mooi is de cisterne daar, nooit heeft men zo'n gezien. “
“ Dame, “ zei Boudewijn, “ ik zal recht op de leeuw afgaan
“ En hem overwinnen, met kracht en vastberadenheid; 880
“ En daarna zal ik gaan spreken met de gevangen ridder,
“ Om te weten wat hij wil overbrengen naar het koninkrijk Frankrijk:
“ Want het helpen van een gevangene is een grote barmhartigheid. “
“ Vazal, “ zei de koningin, “ luister naar mij;
“ Weet dat u op deze manier absoluut niet zult ontsnappen.
“ Voordat ik u vrijlaat, zult u mij beloven
“ Bij de wet van Jezus Christus, waarin u vast gelooft,
“ Dat u nimmer met deze leeuw zult gaan strijden
“ Vanaf nu totdat u bent teruggekeerd
“ Rechtstreeks uit Ponthieu, waar het graafschap goed is, 890
“ En gesproken hebt met mijn broer die Jan wordt genoemd
“ En ook met mijn zus, die u van mij zult groeten.
“ Zoveel vertrouw ik op mijn zus, dat als u haar vertelt
“ Mijn boodschap, zoals u die gehoord heeft,
“ Zij er zozeer voor zal zorgen, nog voor het jaar voorbij is,
“ Dat mijn broer zal komen, met aken en met schepen;
“ Zo zal mijn lichaam van de heidenen worden bevrijd.
“ Maar zoveel zal ik voor u doen dat u geleid zult worden
“ Midden door de cisterne, er zal u een gids worden gegeven
“ Tot in Abilant; u zult de gevangene zien: 900
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
2gni390f2ytbkpi50cgtftdepn9gwey
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/443
104
88303
225597
2026-08-26T08:22:57Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225597
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Je croi que ch’est vo frères, trè bien le ressamblés. »
« Dame, » dist Bauduins, « je ferai tous vo grés. »
Adon li est le coers, ens ou ventre, mués
Et nature li trait plus que ·c· boes passés ;
Tant désire à véir, en fais et en pensés,
Le chevalier prison qui estoit ses carnés,
Ne désire riens tant que il i soit alés.
Si dist à le roine a dame, c’or vous hastés ;
« Saciés, s’en un castiel est mes cors enfremés,
« Ne seroie, par Dieu, noient asĕurés. »
La roïne gentis les ·iij· prisons mena
En sa chambre jolie, à mengier le donna.
Et puis dist au soudant, qu’à ·j· conseil mena,
« Sire, escoutés l’avis dont mes corps s’avisa :
« Il a un chevalier de Franche par delà
« Qui est nées de Hainnau, à che qu’il me conta ;
« N’est pas de grant linage, car ses corps juré m’a
« C’onques ne soit li non de chel qui l’engenra,
« Né de la mère aussi qui ·ix· mos le porta.
« Or, m’a-il en couvent, s’il eschape de chá,
« Que tout droit en Pontieu, en mon païs, ira ;
« ·j· frère que j’i ai il me saluera :
« Et j’ai mandé mon frère car il vienge dechà
« Et s’il il voeilt venir qu’o lui m’en remenra.
« Mais s’il passe cha outre, jamais ne s’en r’ira ;
« Il est biaus demoisiaus, si qu’o moy demourra.
« Si vous pri pour Mahon, qui mi fist et créa,
« Que me donnés ·j· don que mes corps rouvera :
« .j.... m’avés donné plus de ·ij· ans i a,
« Ore le voel avoir, il en est tans pièça. »
Adonkes la royne si très bel l’alourda
Et de si biau langage, le soudant, escola
Qu’il s’assenti à chou qu’elle li demanda.
Car puisque dame voeilt, trop bien déchevera
Ou baron, ou amit s’elle espousé ne l’a.
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Ik geloof dat het uw broer is, u lijkt sprekend op hem. “
“ Dame, “ zei Bauduin, “ ik zal aan al uw wensen voldoen. “
Toen was zijn hart, diep in zijn borst, veranderd
En de natuur trekt hem sterker aan dan honderd ossen zouden doen ;
Zózeer verlangt hij ernaar te zien, in daden en gedachten,
De gevangen ridder die zijn bloedverwant was,
Hij verlangt naar niets zozeer als daarheen te gaan.
Toen zei hij tegen de koningin: “ Dame, haast u nu ;
“ Weet dat, als mijn lichaam in een kasteel opgesloten zit,
“ Ik mij, bij God, geenszins gerustgesteld zou voelen. “ 910
De edele koningin nam de drie gevangenen mee
Naar haar mooie kamer, en gaf hun te eten.
En daarna sprak zij tot de sultan, die zij meenam voor overleg,
“ Heer, luister naar het plan dat in mij is opgekomen:
“ Er is ginds een ridder uit Frankrijk
“ Die geboren is in Henegouwen, naar wat hij mij vertelde ;
“ Hij is niet van hoge adel, want hij heeft mij gezworen
“ Dat de naam van degene die hem verwekte nooit bekend was,
“ Noch die van de moeder die hem negen maanden droeg.
“ Nu heeft hij mij beloofd, als hij vanhier ontsnapt, 920
“ Dat hij rechtstreeks naar Ponthieu, naar mijn land, zal gaan ;
“ Een broer die ik daar heb, zal hij van mij groeten:
“ En ik heb mijn broer ontboden zodat hij hierheen komt
“ En als hij wil komen, zal hij mij met zich mee terugnemen.
“ Maar als hij hier verder trekt, zal hij nooit meer weggaan ;
“ Het is een schone jongeling, dus hij zal bij mij blijven.
“ Daarom bid ik u bij Mahon, die mij gemaakt en geschapen heeft,
“ Dat u mij een geschenk geeft dat ik u zal vragen:
“ Een.. heeft u mij gegeven, meer dan twee jaar is het her, 930
“ Nu wil ik het hebben, de tijd is er allang rijp voor. “
Toen paaide de koningin hem zeer lieflijk
En met zulk schoon taalgebruik onderrichtte zij de sultan,
Dat hij instemde met wat zij van hem vroeg.
Want zodra een dame dat wil, zal zij immers wel bedriegen
Ofwel haar echtgenoot, of haar minnaar als zij niet met hem getrouwd is.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
gnfdgl9kiulg31wk0ski30h5yieyi71
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/444
104
88304
225598
2026-08-26T08:24:55Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225598
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Quant pliche ou chaperon la dame avoir vaurra,
Moult bien, à son baron, elle le converra ;
Et chius dira tantost que riens n’aquetera
Et tous les serremens du monde en juerra,
Et la dame se taist et tant awardera
Le droite heure, et le point, adont alourdera
Tèlement son baron et si bien le menra,
S’on le devoit embler, sa volenté fera
Et tous les serremens qu’elle a fait parjura.
Né jà n’ert si soubtiis que point s’en gardera,
Chius qui plus s’ent fait sages et plus sos en sera.
La dame du Ponthieu fu en le tour Abel,
Avoec Salehadin qui le corps ot moult bel ;
Tant le mena la dame, de quoquet en fablel,
Que li rois li dist : « dame, foy que doi Jupitel,
« Tout adès ai trouvé le vostre corps loïel,
« Onques ne vous dévi d’un trestout seul apiel ;
« Demandés vostre don, vous l’arés sans rapel. »
« Sire, je vous demande que chil baron roïel
« Soient tout délivré, à joie et à réveil ;
« Car en Ponthieu m’iront querre le jovencel,
« Le mien frère Jehan qui le corps a isnel ;
« Renoier li ferai et Dieu et saint Daniel,
« Et s’aourra Mahon. S’aroie grant rivel
« Sé j’avoie mon frère qui est dou sanc rofel !
« Or m’acordés che don, n’i métés nul rapel. »
Dont acola le roy parmi le haterel,
·xxx· fois le baisa tout droit en son musel
Et par dedens sa bouche, qu’ains ne menga pourcel,
Pour chou que de Mahon fist si villain chembel ;
Car il le dévoura laidement le chervel.
Li soudant li dist ; « dame, vo parler me sont bel. »
Dont revint en la chambre qui fu faite à chisel,
Et Bauduins le creie ; « dame, pour saint Marcel,
« Faites-me délivrer et baillier ·j· morel ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
Wanneer de dame een pelsmantel of kap wil hebben,
Zal zij haar echtgenoot daar zeer goed toe bewegen;
En deze zal meteen zeggen dat hij niets zal kopen
En alle eden van de wereld daarop zweren,
En de dame zwijgt en zal zo lang afwachten 940
Het juiste uur en het moment, en dan bezwaren
Zij haar echtgenoot zozeer en zal hem zo goed leiden,
Al moest men hem bestelen, hij zal haar wil doen
En alle eden die hij deed, verbreekt hij.
En nooit zal iemand zo scherpzinnig zijn dat hij zich hoedt,
Wie zich het wijst waant, zal de grootste dwaas zijn.
De dame van Ponthieu was in de toren van Abel,
Samen met Saladin die een zeer mooi lichaam had;
De dame leidde hem zozeer met praatjes en fabelen,
Dat de koning haar zei: “ Dame, bij de trouw aan Jupiter, 950
“ Altijd heb ik uw persoon loyaal gevonden,
“ Nooit heb ik u een enkele oproep geweigerd;
“ Vraag uw geschenk, u krijgt het onherroepelijk. “
“ Heer, ik vraag u dat deze koninklijke baronnen
“ Allemaal worden bevrijd, in vreugde en ontwaken;
“ Want in Ponthieu gaan zij de jongeling voor mij zoeken,
“ Mijn broer Jan die een vlug lichaam heeft;
“ Ik zal hem zowel God als de heilige Daniël doen afzweren,
“ En hij zal Mohammed aanbidden. Wat een groot plezier zou ik hebben
“ Als ik mijn broer had die van koninklijk bloed is! 960
“ Schenk mij nu dit geschenk, maak geen enkel voorbehoud. “
Toen omhelsde zij de koning bij de nek,
Dertigmaal kuste zij hem recht op zijn snuit
En binnen in zijn mond, die nooit varkensvlees at,
Omdat zij rond Mohammed zo'n venijnige list weefde;
Want zij verslond op lelijke wijze zijn verstand.
De sultan zei haar: “ Dame, uw woorden behagen mij. “
Toen keerde zij terug naar de kamer die met de beitel was gemaakt,
En Boudewijn riep haar toe: “ Dame, bij de heilige Marcel,
“ Laat mij vrij maken en geef mij een zwart paard; 970
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
1m1wdtiwqdyrsi99ctktiiz51d8zt4b
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/445
104
88305
225599
2026-08-26T08:26:25Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225599
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« S’en irai en Pontieu recorder du nouvel.
« Dame, » dist Bauduins, li prex et le gentis,
« Serai-je délivrés, ou je serai ochis ? »
« Vassaus, » dist la royne, « li plais est tous bastis
« Que vous serés délivres, pour voir je le vous dis,
« Et vou doy compaignon, de che soïés tous fis ;
« Mais en couvent m’arés, sour Dieu de paradis,
« Né s’à l’âme de vous ait part li anemis,
« Que vous ne serės jà si fiers, nė si hardis,
« Que li lions soit jà de vous corps assalis
« Tant que le miens messages sera par vous furnis.
« Mais quant vous revenrés dechà, en che païs,
« Alés dont au lion, jà ne serrés desdis ;
« Mais devant dont n’irés au lion postéis
« Si averés parlé à mes carnés amis. »
« Dame, » dist Bauduins, li prex et li gentis,
« Sérement en ferai puisque ch’est vous otris. »
Là, l’en fist sérement, dont il ne fust mespris
Qui li éust donnet tout l’avoir d’un païs.
« Bauduins, » dist la dame, « je vous donrai escris
« Et enseignes royaus, dont vous serrés servis
« Par toute païnie dusqu’as pors des Juïs ;
« Li condus du soudant vous est par moy promis,
« Ch’est pour estre partout honourès et servis.
« S’irés en Abilant, par où là je vous dis,
« Chou est par le chiterne dont ja ne vaurés pis ;
« Par là ne poés estre du lion assalis. »
« Dame, » dist Bauduins, li prex et li gentis,
« Pour Dieu, délivrés-moi, douche dame de pris,
« Car il me samble adiès que je soie asalis.
« Sé j’estoie montés dessus ·j· cheval gris,
« Jamais n’aresteroie si venroie en Ponthis. »
Quant la royne entent Bauduin, le gerrier,
Sé li a dit « amis, ne vous chaut d’esmafer,
« Nuls ne vous poit grever, né du corps empirier.
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Ik zal naar Ponthieu gaan om het nieuws te vertellen.
“ Vrouwe, “ zei Boudewijn, de dappere en de edele,
“ Zal ik bevrijd worden, of zal ik gedood worden? “
“ Vazal, “ zei de koningin, “ de overeenkomst is geheel gemaakt
Dat u bevrijd zult worden, in waarheid zeg ik het u,
En ook uw metgezel, wees daar geheel zeker van;
Maar u moet mij beloven, bij de God van het paradijs,
En zo de vijand geen deel aan uw ziel moge hebben,
Dat u nooit zo trots zult zijn, noch zo koen,
Dat de leeuw ooit door uw lichaam wordt aangevallen980
Zolang mijn boodschap niet door u is volbracht.
Maar wanneer u terugkeert naar hier, in dit land,
Ga dan naar de leeuw, u zult nergens worden tegengesproken;
Maar ga voordien niet naar de machtige leeuw
Voordat u gesproken heeft met mijn naaste vrienden. “
“ Vrouwe, “ zei Boudewijn, de dappere en de edele,
“ Een eed zal ik zweren, aangezien dit uw wens is. “
Daar zwoer men de eed, die hij niet zou breken
Al had men hem al het bezit van een heel land gegeven.
“ Boudewijn, “ zei de dame, “ ik zal u geschriften geven990
En koninklijke insignes, waarmee u gediend zult worden
Doorheen het hele heidense land tot aan de poorten van de Joden;
Het vrijgeleide van de sultan is u door mij beloofd,
Dit is om overal geëerd en gediend te worden.
Zo zult u naar Abilant gaan, waarlangs ik u zeg,
Dat is via de stortbak waar u niets ergers zult overkomen;
Daarlangs kunt u niet door de leeuw worden aangevallen. “
“ Vrouwe, “ zei Boudewijn, de dappere en de edele,
“ Om Gods wil, bevrijd mij, zoete dame van waarde,
Want het lijkt mij steeds dat ik aangevallen word.1000
Als ik gezeten was op een grijs paard,
Zou ik nooit stoppen tot ik in Ponthieu aankwam. “
Toen de koningin Boudewijn hoorde, de krijger,
Zei ze tegen hem: “ vriend, u hoeft zich geen zorgen te maken,
Niemand kan u deren, noch uw lichaam schaden.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
q0q1u76ozso5sb2vkc92cm5jg9l55dr
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/446
104
88306
225600
2026-08-26T08:30:33Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225600
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Amit, demourrés chi, si vous ferai couchier
« En une riche cambre et mout bien aessier. »
« Dame, »dist Bauduins, « tout che devés laissier,
« Car vous ne me sarriés donner tel oereillier
« Où je présisse somme en une nuit divier. »
Adont rist la royne et li doy chevaelier.
Dont fist métre la table et bien apareillier
De bons vins et viandes, pour iaeus bien aeisier ;
Puis dist«mengiés, vassaus, tout à vo désirier. »
« Chertes, » dist Bauduins, « n’ai talent de mengier ;
« Je sai trop bien juner, boins sui pour espargnier. »
Dist li rois de Baudas : « vous estes bien bergier,
« Car on doit au mengier tous ses maus oublier ;
« On ne scet où on va, ni en quel héritier,
« On ne doit, sans diner, bonne ville wiedier.
« Je mengerai assés, par Dieu le droiturier,
« Droit chi me voeil assir, delès chel oreillier,
« Si ne m’en liverai, pour roy né pour princhier,
« S’arai mon ventre emplit, car j’en ai bon mestier,
« S’on me devoi venir ochirre par dérier. »
« Par Dieu, » dist Polibans, « véchi bon chavetier ! »
Delès lui son assis sans point de l’atairgier.
La royne les sert et pense du taillier,
Et prie à Bauduin qu’il se voille esploitier
D’aleir droit en Ponthieu son message nonchier.
Et Bauduins li dist : « ne vous chaut d’esmafer,
« Vo message ferai, s’il plaist au droiturier ;
« Mais je ne vous voeil mie jureir et fianchier
« Que j’amainne vo frère en chestui héritier,
« Car ne sai son voloir, son coer, né son cuidier. »
« Bien sai, » dist la royne, « qu’il venra sans targier.
« Sans doit amer un l’autre et forment tenir chier :
« C’est mes cors, c’est mes sans, ne me doit fauniier ;
« Et je ne voeil du sien né maille, né denier.
« On dist communalment ·j· mot en reprouvier :
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Vriend, verblijf hier, dan zal ik u te rusten leggen “
“ In een rijke kamer en u zeer goed verzorgen. “
“ Dame, “ zeide Boudewijn, “ dat moet u allemaal laten, “
“ Want u zou mij niet zo'n kussen kunnen geven “
“ Waarop ik een hazenslaapje zou vatten in een winternacht. “ 1010
Daarop lachte de koningin en de twee ridders.
Toen liet zij de tafel dekken en goed gereedmaken
Met goede wijnen en spijzen, om het hun wel te laten behagen;
Vervolgens zeide zij: “ eet, gezellen, geheel naar uw believen. “
“ Voorwaar, “ zeide Boudewijn, “ ik heb geen trek om te eten; “
“ Ik kan zeer goed vasten, ik ben goed in besparen. “
De koning van Bagdad zeide: “ u bent een beste herder, “
“ Want men moet bij het eten al zijn zorgen vergeten; “
“ Men weet niet waar men heen gaat, noch in welk erfgoed, “
“ Men moet, zonder middagmaal, geen goede stad verlaten. “1020
“ Ik zal genoeg eten, bij God de rechtvaardige, “
“ Precies hier wil ik gaan zitten, naast dit kussen, “
“ En ik zal mij niet verroeren, voor koning noch voor prins, “
“ Tot ik mijn buik heb gevuld, want ik heb er grote behoefte aan, “
“ Zelfs al zou men mij van achteren komen vermoorden. “
“ Bij God, “ zeide Polibans, “ ziehier een goede kameraad! “
Naast hem zijn zij gaan zitten zonder enig dralen.
De koningin bedient hen en denkt aan het voorsnijden,
En smeekt Boudewijn dat hij zich haasten zal
Om direct naar Ponthieu haar boodschap te gaan brengen. 1030
En Boudewijn zeide tot haar: “ maak u geen zorgen, “
“ Uw boodschap zal ik doen, als het de Rechtvaardige behaagt; “
“ Maar ik wil u geenszins zwerven en beloven “
“ Dat ik uw broer meebreng naar dit erfgoed, “
“ Want ik ken zijn wil niet, zijn hart, noch zijn gedachte. “
“ Ik weet wel, “ zeide de koningin, “ dat hij zonder dralen zal komen. “
Men moet elkaar immers liefhebben en zeer dierbaar houden:
“ Het is mijn vlees, het is mijn bloed, hij mag mij niet afvallen; “
“ En ik wil van het zijne geen cent noch penning. “
“ Men zegt algemeen een woord als spreekwoord: “1040
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
4tkuph6p2fjvlyeo731eoebma6pwjdn
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/447
104
88307
225601
2026-08-26T08:32:08Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225601
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
«Tels se feroit ochirre pour son proisme à vengier,
« Qui ne li donroit mie de son pain à maingnier. »
Quant vint après disner, Bauduins se leva ;
Il vint à le royne et congiet demanda :
La dame sauf-conduit vistement li donna
Et droit à le chisterne, la dame, les mena.
Li Sarrasin i vont, car pár là on ala
Par dedens Abilant : par aillours on n’i va,
Pour le lyon qui tout le païs esiella ;
Car nulz qui soit vivans par terre aleir n’oza
Pour chou que li lions ensi les dévoura.
Bauduins prist congiet, par le bove s’en va ;
En pluiseurs lieus ot feu qui le bove aluma.
Tant esre, et tant esploite, qu’en Abilant entra ;
A l’eure de miedi le palais aprocha :
Le roy Rouge-Lyon en son palais trouva,
O lui maint Sarrasin à cui se conseilla
Pour le lyon orible qu’ensi les triboula ;
Cascuns jours à journée de leur gens estranla.
Bauduins de Sebourc vers le roy s’aprocha ;
Or dist : « chius Dame-Diex qui me fist et créa,
« Qui en le Vierge digne pour nous tous s’aombra,
« Il saut et bénéie chel qui en lui créra ;
« Et le Fransoys de France que li tiens corps pris a
« Et mis en te prison issi, très lonc tamps a !
« Et voit-il le confondre qui tant tenuit l’i a !
« Rois, je le di pour toi ; tes corps le comparra,
« Sé je ne r’ai chellui qui ta soer enama. »
Quant li Rouges-Lions le parole escouta,
Il fu si courechiés pour poi qu’il n’esraga ;
Il rouvelle les iex et les dens resquina.
Quant Bauduins le voit, que tel samblant monstra,
Mist le main à l’espée, à moitiet le sacha ;
Polibans li reboute qui le roy appella,
Si dist : « roy d’Abilant, or entent à moy cha :
</poem>
|valign=top|
<poem>
“Zo iemand zou zich laten doden om zijn naaste te wreken,
“Die hem geenszins van zijn brood te eten zou geven.”
Toen het na het eten werd, stond Boudewijn op;
Hij ging naar de koningin en vroeg om verlof:
De dame gaf hem snel een vrijgeleide
En recht naar de onderaardse gang leidde de dame hen.
De Saracenen gaan daarheen, want daarlangs ging men
Binnen in Abilant: ergens anders langs gaat men er niet,
Vanwege de leeuw die het hele land verwoestte;
Want niemand die leeft durfde over land te gaan 1050
Omdat de leeuw hen zo verslond.
Boudewijn nam afscheid, door de gang gaat hij;
Op meerdere plaatsen was er vuur dat de gang verlichtte.
Zo lang reist hij, en zo spant hij zich in, dat hij Abilant binnenging;
Ter ure van de middag naderde hij het paleis:
De koning Rode-Leeuw vond hij in zijn paleis,
Met hem menig Saraceen met wie hij beraadslaagde
Over de vreselijke leeuw die hen zo kwelde;
Die elke dag opnieuw van hun mensen wurgde.
Boudewijn van Sebourc naderde de koning; 1060
Nu zei hij: “ Deze Here God die mij maakte en schiep,
“ Die in de waardige Maagd voor ons allen gedaante aannam,
“ Moge Hij hem redden en zegenen die in Hem zal geloven;
“ En de Fransman uit Frankrijk die uw persoon gevangen heeft genomen
“ En zo in uw gevangenis heeft gezet, al zeer lange tijd geleden!
“ En ziet hij hem te gronde gaan die hem daar zo lang heeft vastgehouden!
“ Koning, ik zeg het vanwege jou; jouw persoon zal ervoor boeten,
“ Als ik hem niet terugkrijg op wie jouw zuster verliefd werd. “
Toen de Rode-Leeuw naar deze woorden luisterde,
Werd hij zo vertoornd dat hij er bijna krankzinnig van werd; 1070
Hij rolde met zijn ogen en knarsetandde.
Toen Boudewijn hem ziet, dat hij zo'n gelaat toonde,
Legde hij zijn hand op het zwaard en trok het half;
Polibans houdt hem tegen en riep de koning aan,
En zei: “ Koning van Abilant, luister nu eens naar mij:
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
q5e2rriawui3nzsdyni2upadr15j87f
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/448
104
88308
225602
2026-08-26T08:44:00Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225602
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Ne t’anoit sé mes sires si à toi parlet a,
« Tant buit ore de vin que trestout s’enivra.
« Sire Roges-Lyons, » dist li roys Polibans,
« Nous avons sauf-condui ; s’el nous donna soudans
« Pour aleir tout partout en la terre as Persans :
« Tu ne nous poes mal faire, n’en soies repentans. »
Le signe li monstra qui estoit si poisans,
Car c’estoit li conduis d’iestre partout pasans ;
Et ché nuls en che monde fust Bauduin nuisans,
La lettre tesmongnoit, et li séaulz pendans,
Que ville, né royames, ne li feroit garans ;
S’en estoit Bauduins plus hardis et plus frans.
Quant li Rouges-Lyons a véus les commans
Qui viènent de son oncle, qui tant fu soffisans,
Lors dist à Bauduin : « frans messagiers vaillans,
« Dites vo volentés, ne soïés espargnans ;
« Pour cose que vous dites n’en ière hui mais dolans. »
« Sire, » dist Bauduins, li chevalier poissans,
« ·j· crestien avés chaiens tenu lone tamps,
« Avokes vostre soer dont li corps est plaisans,
« Dont volentiers verroie, s’il vous plaist, les samblans ;
« Car sachié que je vois en le terre des Frans
« Pour le moullier vostre oncle, qui en Dieu fu créans.
« Or porroit tel avoir en vo charcre gisans
« Dont vous porriés avoir .ijc. mile besans,
« Et tel dont vous n’ariés le monte de ·ij· gans ;
« Sé vous pri soïės-moi le crestien monstrans. »
Dist li Rouges-Lions : « si m’aït Tervogans,
« Je croi qu’il soiient mort, i a passé ·ij· ans. »
« Non est, sire, par foi, » che li dist Tourniquans,
« Encore est vostre soer sainne et sauve et vivans. »
Dist li Rouges-Lyons : « or i soïés menans
« Che crestien issi qui tant est fiers et grans. »
Et dist li Sarrasins : « je ferai vous commans. »
Lors dist à Baudewin qui estoit... sachans :
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Erger u niet als mijn heer zo tegen u spreekt,
“ Hij dronk zojuist zoveel wijn dat hij geheel dronken werd.
“ Heer Rode-Leeuw, “ zeide de koning Polibans,
“ Wij hebben een vrijgeleide; de sultan heeft het ons gegeven
“ Om overal rond te reizen in het land der Perzen: 1090
“ U kunt ons geen kwaad doen, of u zult er spijt van krijgen. “
Hij toonde hem het zegelteken dat zo machtig was,
Want het was de vrijgeleide om overal door te mogen reizen;
En dat niemand ter wereld Baudewijn schade zou berokkenen,
Getuigde de brief, en het hangende zegel,
Dat geen stad of koninkrijk hem bescherming zou bieden;
Daarom was Baudewijn moediger en vrijer.
Toen de Rode-Leeuw de bevelen had gezien
Die kwamen van zijn oom, die zo machtig was,
Toen zeide hij tot Baudewijn: “ edele, dappere boodschapper, 1090
“ Zeg wat u wenst, spaar uw woorden niet;
“ Om niets wat u zegt zal ik vandaag nog bedroefd zijn. “
“ Heer, “ zeide Baudewijn, de machtige ridder,
“ U houdt hierbinnen al lange tijd een christen gevangen,
“ Samen met uw zuster wiens gestalte bekoorlijk is,
“ Van wie ik gaarne, als het u belieft, het gelaat zou zien;
“ Want weet dat ik naar het land der Franken ga
“ Voor de vrouw van uw oom, die in God geloofde.
“ Nu zou er zo iemand in uw kerker kunnen liggen
“ Van wie u tweehonderdduizend bezanten zou kunnen krijgen, 1100
“ En een ander van wie u niet de waarde van twee tolrechten zou hebben;
“ Daarom verzoek ik u, toon mij de christen. “
Zeide de Rode-Leeuw: “ zo helpe mij Tervagant,
“ Ik geloof dat zij gestorven zijn, nu al twee jaar geleden. “
“ Dat is niet zo, heer, bij het geloof, “ dit zeide Tourniquant tot hem,
“ Uw zuster is nog altijd gezond, welbehouden en in leven. “
Zeide de Rode-Leeuw: “ breng dan nu
“ Die christen hierheen, die zo trots en groot is. “
En de Saraceen zeide: “ ik zal uw bevelen uitvoeren. “
Toen zeide hij tot Baudewijn die .. wijs was: 1110
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
aum219vwtt7bcja9gfv8tlkbmhfqftq
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/449
104
88309
225603
2026-08-26T08:48:40Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225603
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Alons, je vous merrai, sofés devant passans. »
« Alés, »dist Baudewins, « je vous serai sievans. »
Onkes ne sot tant dire Baudewins, li vaillans,
Qu’il li monstrast le voie né fust devant passans ;
Trop doubte Baudewin et les poins qu’il ot grans,
N’ose devant aleir, trop fier fu ches samblans.
Tournikans emmena Baudewin, le vassael,
Droitement à le charcre qui estoit en ·j· val ;
Un huus a desfremeit fait de fer sans métal,
En ·j· chélier emmène Baudewin le loïal :
·ij· huis de fer i ot ains c’on viengne au trauail,
Là où on avoit mis le compaingnie roïal ;
Il n’i avoit clarté de fu né de cristal.
« Hé ! Diex, » dist Baudewins, « pères espiritael,
« Que chil qui ont esté ·vj· ans en tel hostal
« Doivent avoir souffert de paine et de travail ! »
Baudewins s’escria : « où estes-vous vassal ?
« Pour Dieu, parlés à moy ; ne vous ferai nul mal. »
Quant Esmeré of de Dieu l’empérial
Parler si faitement, lors dist sans arestal :
« Sainte Marie, dame royne espéciael,
« Lonc tamps a que n’oy dire parleir ital !
« Je croi c’est ·j· prisons, du païs principal,
« Que li Rouges-Lyons a pris en baptistal. »
Vint à l’uis de le charcre où il vit le vassal,
Quant il le vit si grant si descendi à val.
Quant Esmerés of Baudewin, le princhier,
Et il le vit si grant, lors rentra ou chelier ;
A Julien d’Auffrike a dit sans atargier :
« Cha, voi venir à nous ·j· si grant chevalier
« Qu’onques ne vit si grans, né si fort pautenier. »
« Par foi, » che dist li prestres, « c’est le déables d’enfer
«Qui si bien m’encanta, quant passai le gravier
« De le grant mer brutant, aveuc vous hostier.
« Onques lères n’ala si envis au monstier
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Kom, ik zal u leiden, wacht voor de voorbijgangers. “
“ Ga, “ zei Boudewijn, “ ik zal u volgen. “
Nooit wist de dappere Boudewijn zoveel te zeggen,
Dat hij hem de weg wees, tenzij voor de voorbijgangers;
Hij vreest Boudewijn en zijn grote vuisten ten zeerste,
Hij durft niet voorop te gaan, zo woest was diens aanblik.
Tournikans nam Boudewijn, de vazal, met zich mee,
Rechtstreeks naar de kerker die in een dal lag;
Een deur heeft hij geopend, gemaakt van ijzer zonder metaal,
In een kelder leidt hij de trouwe Boudewijn binnen: 1120
Twee ijzeren deuren waren er nog voor men bij de foltering kwam,
Daar waar men het koninklijke gezelschap gevangen had gezet;
Er was geen licht van vuur noch van kristal.
“ O ! God, “ zei Boudewijn, “ geestelijke vader,
“ Wat moeten zij die zes jaar in zo'n verblijf zijn geweest
“ Al niet hebben geleden aan pijn en aan kwelling ! “
Baudewijn riep uit: “ waar bent u, vazal?
“ Praat met mij, om Gods wil; ik zal u geen kwaad doen. “
Toen Esmeré de keizerlijke man van God
Zo hoorde spreken, zei hij onmiddellijk: 1130
“ Heilige Maria, koningin o zo bijzonder,
“ Het is lang geleden dat ik zo'n taal hoorde spreken!
“ Ik geloof dat het een gevangene is uit het hoofdland,
“ Die de Rode-Leeuw gevangen heeft genomen in het christendom. “
Hij kwam bij de deur van de kerker waar hij de vazal zag,
Toen hij hem zo groot zag, daalde hij af naar beneden.
Toen Esmerés Boudewijn, de prins, hoorde,
En hij hem zo groot zag, ging hij de kelder weer in;
Tegen Julianus van Afrika zei hij zonder talmen:
“ Hier, ik zie een ridder zo groot naar ons toe komen, 1140
“ Dat men nog nooit zo'n grote of zo'n sterke schurk heeft gezien. “
“ Bij mijn geloof, “ zei de priester, “ dat is de duivel uit de hel
“ Die mij zo goed betoverde, toen ik over het strand trok
“ Van de grote, kolkende zee, toen ik bij u verbleef.
“ Nooit ging een dief zo onwillig naar de kerk “
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
nejpcsbd22ps8n58l72n6gn5pxmll0q
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/450
104
88310
225604
2026-08-26T08:50:12Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225604
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Con je fis, avoecq vous, en cesti irétier.
« Cose c’on fait envis ne poroit mie aidier. »
Et Baudewins ala tantost desverroullier
L’uis de la forte charcre qui fist à ressoingnier.
·j· garsons li aporte, pour lui à esclarier,
Une torse de chire ; lors s’avale ou chélier
Et dist : « chuis Dame-Diex qui tout a à jugier,
« Qui se laisa en crois péner et travellier,
« Gart ceste compaignie où il n’a qu’esmaïer ! »
Et li prestres respont : « nous porrés-vous aidier
« Que nous soïommes hors enchois li tamps d’ivier ? »
« Par foi, » dist Baudewins, « j’en ai grant disireir.
« Seignour, » dist Baudewins, à le chière hardie,
« Je sui ·j· chevalier de France, le garnie,
« Or fui en Babilone en prison l’autre fie.
« La femme dou soudant est devers Normendie,
« Si me dist qu’il avoit en Abilant, l’anchie,
« ·j· chevalier de France en la charcre naïe :
« Or sui le messagier la roïne prisie,
« Si m’en vois, à Pontieu, parler à sa lignie ;
« Or ai-ge sauf-conduit par tière paiiénie.
« Si sui venus véoir vostre grande hasquie,
« Et sé mander volés en Franche, le garnie,
« Vo messagier serrai à cheuls de vo partie. »
Quant Esmerés l’entent, tout li sans li fournie ;
Dont le vint acoler et forment s’umulie
Et li dist chevalier dou grande seignourie,
« Puisqu’en Pontieu irės, cheste terre jolie,
« A Bollongne en irés, par amours je vous prie ;
« Wistace me dirés, qui Bollongne maistrie,
« Ou le contesse Ydain, s’Uistaces n’i est mie,
« Qu’Esmerés de Nimaie, pour Dieu merchi, lor prie
« Qu’il voillent envoïer à cheuls de ma lignie
« Et dire que je sui encore tous en vie,
« Par dedens une charcre, entre moi et m’amie,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Zoals ik deed, met u, in deze wereld.
“ Wat men met tegenzin doet, kan immers niet baten. “
En Boudewijn ging direct ontgrendelen
De deur van de sterke kerker die angst inboezemde.
Een knaap brengt hem, om hem bij te lichten, 1150
Een wasfakkel; toen daalt hij af in de kelder
En zegt: “ Moge de Heere God die alles moet oordelen,
“ Die zich aan het kruis liet pijnigen en lijden,
“ Deze compagnie behoeden waarin men niet hoeft te vrezen! “
En de priester antwoordt: “ Zult u ons kunnen helpen
“ Dat wij buiten zijn vóór de wintertijd? “
“ Bij mijn geloof, “ zei Boudewijn, “ dat begeer ik ten zeerste. “
“ Heren, “ zei Boudewijn met het kordate gezicht,
“ Ik ben een ridder uit het welvoorziene Frankrijk,
“ Onlangs was ik in Babylon in de gevangenis. 1160
“ De vrouw van de sultan komt uit Normandië,
“ En zij vertelde me dat er in het oude Abilant,
“ Een ridder van Frankrijk in de sombere kerker zat:
“ Nu ben ik de boodschapper van de geprezen koningin,
“ En ik ga naar Ponthieu om met haar familie te spreken;
“ Nu heb ik een vrijgeleide door het heidense land.
“ Zo ben ik gekomen om uw grote ellende te aanschouwen,
“ En als u een boodschap wilt sturen naar het welvoorziene Frankrijk,
“ Zal ik uw boodschapper zijn voor hen van uw zijde. “
Toen Esmerés dit hoorde, kookte al zijn bloed; 1170
Toen kwam hij hem omhelzen en boog ootmoedig
En zei tegen de ridder van grote edelheid:
“ Aangezien u naar Ponthieu gaat, dat schone land,
“ Ga dan ook naar Boulogne, ik smeek het u uit liefde;
“ Spreek tot Eustatius, die Boulogne bestuurt,
“ Of tot gravin Ida, als Eustatius er niet is,
“ Dat Esmerés van Nijmegen, om Gods wil, hen smeekt
“ Dat zij willen sturen naar degenen van mijn geslacht
“ En zeggen dat ik nog steeds volkomen in leven ben,
“ Binnenin een kerker, samen met mijn geliefde, 1180
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
mk0ul4kgz8lh1a10i1ll8knzatue7bk
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/451
104
88311
225605
2026-08-26T08:52:05Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225605
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Et ai esté ·vij· ans viengne à Pasques flourie ;
« Et qu’il me viengnent faire et soucours et aïe,
« Car s’Abilans pooit estre prise et saisie
« Ensi me r’aroit-on, moi et ma compaignie.
« Dites que j’ai un fil, de ma femme prisie,
« C’on clème Julien, si n’en mentirés mie. »
Lors li monstra l’enfant, en lui baisant larmie.
Quant Baudewins le voit, li cors li atenrie ;
Il a isnèlement sa robe desvestie,
L’enfant vit trestout nu ; si dist par courtosie :
« He ! gentis damoisiaus, ne vous desplaise mie
« S’à che petit enfant, qui de biaté flamblie,
« Donne, en l’onneur de Dieu, ceste robe partie. »
« Par foi, » che dist li prestres, « ne m’anoïeroit mie
« Sé vous m’aviés geté de la chartre porrie,
« En l’onneur de déable et de sa compaignie ! »
Baudewins de Sebourc ot pitiet de l’enfant
Pour che qu’il le vit nut et de si biau samblant.
Las ! il en estoit oncles, si n’en savoit noiant,
Et frères Esmeret qui le coer ot dolant ;
Regarde le puchelle qui le corps of plaisant :
Afamet sont et magre, moult foble et moult mesquant.
Lors dist à Esmeret : « à Jhésu vous commant !
« Je vois là-sus parler au fort roy d’Abilant ;
« Et sé puis esploitier, je ferai à lui tant
« Que le vostre prison il ira aligant. »
« Vassaus, » dist Esmerés, « par Dieu le tout poissant,
« Je vauroie estre en liu où solaus fut lusant,
« Que je péusse oïr le dous oisel chantant,
« En loge, ou en solier, ou en tour soffissant ;
« Et jamais n’en déusse issier en mon vivant. »
Lors a dit Baudewins : « à Jhésu vous commant !
« Veioir vous revenrai ains le soleil couchant. »
A icheste parolle revint à Pollibant
Et au roy de Baudas, si dist en souspirant :
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ En ik ben er al “ zeven jaar geweest, komende Palmpasen;
“ En dat zij mij te hulp schieten, bijstaan en helpen,
“ Want als Abilans ingenomen en bezet zou kunnen worden,
“ Zo zou men mij terugkrijgen, mij en mijn gezelschap.
“ Zeg dat ik een zoon heb, van mijn dierbare vrouw,
“ Die men Julien noemt, en u zult er geenszins om liegen. “
Toen toonde hij hem het kind, terwijl hij het in tranen kuste.
Wanneer Boudewijn het ziet, wordt zijn hart week;
Hij heeft haastig zijn gewaad uitgetrokken,
Hij zag het kind helemaal naakt; toen zei hij uit hoofsheid: 1190
“ Ach! edele jonge heer, moge het u geenszins mishagen
“ Als ik aan dit kleine kind, wiens schoonheid straalt,
“ Ter ere van God, dit tweekleurige gewaad geef. “
“ Bij mijn geloof, “ zo sprak de priester, “ het zou mij geenszins deren
“ Als u mij uit de verrotte kerker had geworpen,
“ Ter ere van de duivel en zijn gezelschap! “
Boudewijn van Sebourc had medelijden met het kind
Omdat hij het naakt zag en met zo'n mooi uiterlijk.
Helaas! hij was zijn oom, maar hij wist er niets van,
En de broer van Esmeret, wiens hart vol smart was; 1200
Hij kijkt naar het meisje dat een lieflijk lichaam had:
Uitgehongerd zijn ze en mager, zeer zwak en zeer deerniswekkend.
Toen zei hij tegen Esmeret: “ aan Jezus beveel ik u!
“ Ik ga daarboven spreken met de sterke koning van Abilant;
“ En als ik iets kan bereiken, zal ik bij hem zo veel doen
“ Dat hij uw gevangenschap zal gaan verlichten. “
“ Ridder, “ sprak Esmeret, “ bij de almachtige God,
“ Ik zou willen zijn op een plek waar de zon schijnt,
“ Waar ik de zoete vogel zou kunnen horen zingen,
“ In een loofhut, of in een bovenkamer, of in een stevige toren; 1210
“ En nooit zou ik er in mijn leven weer uit hoeven te gaan. “
Toen sprak Boudewijn: “ aan Jezus beveel ik u!
“ Om u te zien zal ik terugkeren vóór de zonsondergang. “
Bij deze woorden keerde hij terug naar Pollibant
En naar de koning van Bagdad, en zo sprak hij al zuchtend:
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
3kfndic7aieormilfy7jh2ppgyj4gyj
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/452
104
88312
225606
2026-08-26T08:58:46Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225606
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« J’ai laissiet les plus povres de che chiècle vivant !
« Pléuist à Jésu-Cris, le roi de Béliant,
« Que ceus que j’ai laissiet en la cartre puant
« Fusent, en douce France, sauf et sain et joïant ;
« Et je fuse confiés d’un priestes soufisant
« Et si me copast-on le tieste maintenant. »
Dist li rois de Baudas : « vous parlés trop avant,
« Car j’ameroie mieux, par Dieu le roi amant,
« Qu’il fusent tout pendut et encruet au vent
« Que j’éuwisse, en mon piet, une espine puignant. »
Baudewins de Sebourc n’i fist arrestison,
Ou palais sont venu, où sont li esclavon ;
Li roys ot commandé, par le chitè de non,
Que tout fuissen armé, chevalier et garson :
Ens ou palais estoient bien .iiijc. glouton,
Armet, à le couverte, bien à devision.
« Signeur, » ce dist li rois, « céens a ·j· glouton ;
« Onques ne vic si grant, par le mien Dieu Mahon,
a Cière a de robéour et de très mal laron.
« Sé ne sai que il pense, car trop fait le félon ;
« Or ne m’eslongiés mie, car j’ai grand soupeçon. »
Et cil ont respondut : « à vo devision. »
Atant est Baudewins, qui clère a le fachon,
Le roy en appella, sé li dist à haut ton :
« Os-tu, rois d’Abilant, enten ma ravison ;
« Il i a une beste, en cheste région,
« Qui ta terre destruist, entour et environ :
« Chelle beste crueuse, on l’apelle lyon,
« Qui met ta grant chité en subgitation,
« Car il destruit ton pople à gran perdition.
« Si vous me voielés faire mon talent et mon bon,
« Je vous jurai ma loy, sans nulle trayson,
« Que si tost que j’arai faite m’entention
« Dou message qui m’est querquiés, par le faisson
« De la femme au soudant qui croit en Baraton,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Ik heb de armsten van deze levende wereld achtergelaten!
” Mocht het Jezus Christus behagen, de koning van Béliant,
“ Dat zij die ik in de stinkende kerker heb achtergelaten,
“ In het zoete Frankrijk waren, veilig, gezond en verheugd;
“ En dat ik gebiecht was bij een deugdelijk priester 1220
“ En dat men mij nu het hoofd zou afhaken. “
De koning van Bagdad sprak: “ U spreekt te boud,
“ Want ik zou liever hebben, bij God de minnende koning,
“ Dat zij allen opgehangen waren en aan de wind hingen,
“ Dan dat ik in mijn voet een stekende doorn had. “
Boudewijn van Sebourc maakte daar geen uitstel,
Naar het paleis zijn zij gekomen, waar de slaven zijn;
De koning had bevolen, door de stad met name,
Dat allen gewapend moesten zijn, ridders en knapen:
In het paleis waren wel vierhonderd schurken,
Gewapend, in het geheim, goed opgesteld.
“ Heren, “ zo sprak de koning, “ hierbinnen is een schurk; 1230
“ Nooit zag ik zo'n grote, bij mijn God Mahon,
“ Hij heeft het gezicht van een rover en een zeer slechte dief.
“ Ik weet niet wat hij denkt, want hij gedraagt zich al te boosaardig;
“ Wijk nu niet van mij, want ik heb groot vermoeden. “
En zij antwoordden: “ tot uw beschikking. “*
Toen sprak Boudewijn, die een helder gelaat heeft,
Sprak de koning aan, en zei hem met luide stem:
“ Hoort gij, koning van Abilant, luister naar mijn rede; 1240
“ Er is een beest in deze regio,
“ Dat uw land verwoest, overal rondom rond:
“ Dat wrede beest noemt men leeuw,
“ Dat uw grote stad in onderwerping brengt,
“ Want het stort uw volk in groot verderf.
“ Als u mij mijn wens en mijn genoegen wilt doen,
“ Zal ik u mijn trouw zweren, zonder enig verraad,
“ Dat zodra ik mijn taak heb volbracht
“ Van de boodschap die mij is opgedragen, door toedoen
“ Van de vrouw van de sultan die in Baraton gelooft, 1250
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
j1gcj09im2vesrh8tqc3333butx4wx4
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/453
104
88313
225607
2026-08-26T08:59:56Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225607
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Qui m’envoie en Ponthieu, la soie région,
« Parler à ·j· sien freire et à s’estration ;
« Leus que je reverrai en ichestui royon,
« Pour vous m’irai combatre encontre le lyon
« Et si le destruirai, qui qu’en pleurt et qui non.
« Plèges vous liverai de chestui ocoison.
« Nus ne m’en poet grever, sé li dous Jhésus non,
« Que ne vous en délivre à ma raparison ;
« Mais que faire voeilliés mon talent et mon bon.
« Ne vous demanderai né chastel, né dongon,
« Dont amenris soïés le monte d’un bouton. »
Dist li Rouge-Lyons : « et je vous doins le don ;
« Demandés vostre gré, car il me vint à bon. »
Quant Baudewins l’entent, si drèche le menton ;
Ne fust mis si liés pour l’avoir d’un roïon,
Car d’aidier Esmeret ot grant dévotion.
S’il scéust qu’il fust nés de sa grant nourechon
Plus volentiers l’éust getet de la prison,
Commen qu’il en éust grande dévotion,
Mais on dist un parler en commune raison :
C’on veste ains sa chemise c’on ne fait pelison.
« Sire, » dist Baudewins, li prex et li gentis,
« Je vous jure la loy que tieng de Jhésu-Crist,
« Le lion ochirrai, ou je sarai ochis,
« A fin que de Ponthieu soie enchois revertis ;
« Mais que les prisonniers et vostre soer gentis
« Aliegiés leur prison, et si les aïés mis
« En tour, ou en chastel, bien fremet à devis.
« Et que chascuns si soit de viande garnis
« Et des bons vins plenté et gisans ens bons lis ;
« Afin, quant li lions ert par moi desconfis,
« Que le mes renderés et sans fraude et sans vis
« Et les porrai mener hors de vostre païs. »
Dist li Rouges-Lions : « tels est le mien devis,
«En couvent le vous ai. » Là, fu séremens pris
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Die mij naar Ponthieu stuurt, zijn eigen streek,
“ Om te spreken met een broer van hem en zijn familie ;
“ Hen die ik weer zal zien in dit rijk,
“ Voor u zal ik gaan vechten tegen de leeuw
“ En hem zo vernietigen, wie er ook om huilt of niet.
“ Borgen zal ik u leveren voor deze gelegenheid.
“ Niemand kan mij daarin deren, behalve de edele Jezus,
“ Of ik bevrijd u daarvan bij mijn terugkeer ;
“ Als u maar mijn wil en mijn wens wilt doen.
“ Ik zal u burcht noch donjon vragen, 1260
“ Waardoor u verarmd zou worden met de waarde van een knop. “
Sprak de Rode Leeuw: “ en ik schenk u deze gunst ;
“ Vraag wat u wenst, want het behaagt mij zeer. “
Toen Boudewijn dit hoorde, hief hij zijn kin ;
Hij zou niet zo blij zijn geweest met het bezit van een koninkrijk,
Want om Esmeret te helpen had hij een grote toewijding.
Als hij had geweten dat hij geboren was uit zijn eigen nageslacht
Zou hij hem nog vrijwilliger uit de gevangenis hebben gehaald,
Hoezeer hij er ook al een grote toewijding voor had,
Maar men spreekt een spreekwoord in de volksmond: 1270
Dat men eerst zijn hemd aantrekt voor men zijn pelsjas aandoet.
“ Heer, “ sprak Boudewijn, de dappere en de edele,
“ Ik zweer u bij de wet die ik houd van Jezus Christus,
“ De leeuw zal ik doden, of ik zal gedood worden,
“ Opdat ik eerst naar Ponthieu teruggekeerd ben ;
“ Maar dat u de gevangenen en uw edele zuster
“ Hun gevangenschap verlicht, en hen heeft geplaatst
“ In een toren, of in een burcht, goed gesloten naar behoren.
“ En dat iedereen daar voorzien zij van voedsel
“ En overvloed van goede wijnen, en liggend in goede bedden ; 1280
“ Opdat, wanneer de leeuw door mij verslagen zal zijn,
“ U ze mij zult teruggeven, zonder bedrog en zonder list
“ En ik hen weg zal kunnen voeren uit uw land. “
Sprak de Rode Leeuw: “ zo is mijn besluit,
“ Ik heb het u beloofd. “ Daar werd de eed afgelegd.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
s0t3lp5yx15blozjq7pm1wdq2aqdut7
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/454
104
88314
225608
2026-08-26T09:06:31Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225608
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Et de l’uun et de l’autre fianchiés et plévis.
Baudewins de Sebourc n’i a point d’arrest pris :
En une bèle tour, faite de murs massis,
Fist mener Esmeret, le chevalier gentis ;
Et si ala li prestres, che ne fu poins envis,
Et Julien d’Auffrike qui encore estoit vis,
La bèle Eliénor et Juliens ses fils.
Baudewins leur escrie : « li vassaus postéis,
« Ch’est de ma bien venue que vous estes servis. »
« Chertes, » che dist li prestres, « je sui chairtains et fis
« Je n’airai jamais miex tant que je soie vis. »
« Sire, » dist Esmerés, « vous sortissiés toudis !
« Si arons, si Dieu plaist, le roy de paradis,
« Car d’une maille au cop est li aubers furnis. »
« Seignour, » dist Baudewins, à le clère fachon,
« Je ne sai qui vous estes, né de quel région,
« Mais je vous géterai, sé puis, de la prison. »
Dont baisa Julien le petit valenton ;
« Enfes, »dist Baudewins, « tu aies bon renon !
« Sé Dieu plaist, tu aras encor du bien foison.
« Boins eurs ne gist mie en noble nourrechon,
« Ains gist au voloir Dieu qui en fait le parchon.
« Or menés lie chière, pour Dieu vous en prion,
« Car j’ai tant fait au roi, qui vous tient en prison,
« Que sé Jhésu che donne, qui souffri passion,
«Que puisse repairier à ma division ;
« Conbatre me venrai encontre le lyon
Qui destruit Abilant, entour et environ ;
« Et quant je l’arai mort, à grant destruction,
« Li roys m’a en couvent, sus le loy de Mahon,
« Qu’il vous délivera à vou sauvation
« Et si vous emmerrai en France le royon. »
« Sire, » che dist le prestres, « prié vous vaurroit-on
« Qu’enchois que vous aleis outre mer, à dromon,
« Que vous alés conbatre à che lyon félon ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
En door de een en de ander verloofd en plechtig beloofd.
Boudewijn van Sebourc aarzelde geen moment:
In een mooie toren, gebouwd van massieve muren,
Liet hij Esmeret brengen, de edele ridder;
En zo ging ook de priester, dat was zeker niet tegen zijn zin,
En Juliaan van Afrika die nog in leven was,
De schone Eleonora en Juliaan haar zoon.
Boudewijn roept hen toe: “ de machtige vazal, 1290
“ Het is door mijn welkomst dat u gediend wordt. “
“ Zeker, “ zo sprak de priester, “ ik ben er zeker en gewis van
“ Dat ik het nooit beter zal hebben zolang ik leef. “
“ Heer, “ zeide Esmeret, “ moge u altijd zo'n lot treffen!
“ Als wij hebben, als het God de Koning van het paradijs behaagt,
“ Want met één malie tegelijk wordt de maliënkolder voltooid. “
“ Heren, “ sprak Boudewijn met het heldere gelaat, 1300
“ Ik weet niet wie u bent, noch uit welke streek,
“ Maar ik zal u, als ik kan, uit de gevangenis bevrijden. “
Toen kuste hij Juliaan, de kleine jongeling;
“ Kind, “ sprak Boudewijn, “ moge je een goede naam hebben!
“ Als het God behaagt, zul je nog overvloed van het goede hebben.
“ Het goede geluk ligt immers niet in een adellijke opvoeding,
“ Maar het ligt in de wil van God die er het deel van uitmaakt.
“ Wees nu vrolijk van gemoed, om Gods wil bidden wij u erom,
“ Want ik heb zoveel gedaan bij de koning, die u in de gevangenis houdt,
“ Dat als Jezus het schenkt, die het lijden onderging, 1310
“ Dat ik kan terugkeren naar mijn eigen gebied;
“ Dan zal ik komen strijden tegen de leeuw
Die Abilant verwoest, overal rondom;
“ En wanneer ik hem gedood zal hebben, tot grote vernietiging,
“ Heeft de koning mij beloofd, bij de wet van Mahon,
“ Dat hij u zal vrijlaten tot uw redding
“ En zo zal ik u meenemen naar het koninkrijk Frankrijk. “
“ Heer, “ zo sprak de priester, “ men zou u willen smeken
“ Dat voordat u overzee gaat, per dromon [oorlogsschip],
“ Dat u gaat strijden tegen die wrede leeuw; “ 1320
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
r039gmdvyrn4w7q54v5j66gzlrb44s9
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/455
104
88315
225609
2026-08-26T09:08:14Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225609
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« S’en irons, aveuc vous, en vostre région. »
« Seignour, » dist Baudewins, « si ait m’âme pardon,
« A le femme au soudant, qui me fist garison,
« Jurai quant m’en parti, faire le me fist-on,
« Qu’enchois aroie esté en Pontieu le royon
« Et dedens Babilone raconteit ma rayson,
« Qu’à che lion venisse où j’ai dévotion ;
« Mais quant je revenrai, n’en aïés souspechon,
« Pour vous l’irai destruire, s’en arės gerredon. »
« Par foi, » che dist le prestres, « véchi fole raison !
« Ch’est quant je serrai mors c’un caudel me fach-on. »
Or sont en mi la tour li dolant prisonnier :
Pour l’amour Baudewin, le gentil chevalier,
I euren, le prison, à bore et à maingier
Et furent bien servi tout à leur désirier.
Adont fist Baudewins se besongne apointier,
Il a fait un dromon de vitaille querkier.
Vint au Rouge-Lyon, sé li dist sans targier :
« Biaus sire, je m’en vois mon message nonchier
« Ou païs de Ponthieu, et à mon repairier
« Vous venrai délivrer de che lion lanier
« Qui si faitement fait vo chité essillier. »
Dist li Rouges-Lyons : « che fait à ottroïer.
« Et sé vous m’en poès conforter, né aidier,
« Le moitiet de ma tière arés à justicier ;
« Riens ne commandérés que ne voelle otroiier. »
« Sire, » dist Baudewins, « riens el ne vous requier,
« Que ches prisons faichiés servir et aieisier. »
Adont va à le tour, si monte le planchier,
Et dist à Esmeret : « pensés de vo moullier
« Si pensés de l’un l’autre amer et tenir chier.
« Aïés fianche en Dieu, le père droiturier,
« Car qui se fie en Dieu il li scet bien aidier.
« Si priés à Jhésu qu’il me laist repairier,
« Car je vous aiderai à l’espée d’achier. »
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Wij zullen met u meegaan naar uw eigen land. “
“ Heren, “ zei Boudewijn, “ zo waar mijn ziel vergeving moge vinden,
“ Aan de vrouw van de sultan, die mij redding schonk,
“ Zwoer ik toen ik vertrok – men liet het mij zweren –
“ Dat ik eerst in het koninkrijk Ponthieu zou zijn geweest
“ En in Babylon mijn verhaal zou hebben gedaan,
“ Voordat ik naar deze leeuw zou komen waar mijn toewijding ligt;
“ Maar wanneer ik terugkeer, koester dan geen achterdocht,
“ Voor u zal ik hem gaan vernietigen, en u zult uw beloning krijgen. “
“ Bij mijn geloof, “ zei de priester, “ dat is een dwaas argument! 1330
“ Dat is alsof men een versterkende drank voor mij maakt als ik al dood ben. “
Nu zijn de deerniswekkende gevangenen midden in de toren:
Omwille van de liefde voor Boudewijn, de edele ridder,
Hadden zij in de gevangenis overvloed aan drank en spijzen
En werden zij geheel naar hun wens gediend.
Toen liet Boudewijn zijn zaken regelen,
Hij liet een dromon met levensmiddelen laden.
Kwam bij de Rode Leeuw en zei hem zonder dralen:
“ Schone heer, ik ga mijn boodschap verkondigen
“ In het land van Ponthieu, en bij mijn terugkeer 1340
“ Zal ik u komen bevrijden van deze lafhartige leeuw
“ Die uw stad zo deerlijk verwoest. “
De Rode Leeuw zei: “ dat stem ik toe.
“ En als u mij kunt troosten of helpen,
“ Zult u de helft van mijn land mogen besturen;
“ U zult niets bevelen dat ik niet zal inwilligen. “
“ Heer, “ zei Boudewijn, “ niets anders vraag ik van u,
“ Dan dat u deze gevangenen laat dienen en het hen comfortabel maakt.“
Toen gaat hij naar de toren en bestijgt de houten vloer,
En zei tegen Esmeret: “ denk aan uw echtgenote 1350
“ En denk eraan elkaar lief te hebben en in ere te houden.
“ Heb vertrouwen in God, de rechtvaardige Vader,
“ Want wie op God vertrouwt, die weet Hij wel te helpen.
“ En bid tot Jezus dat Hij mij laat terugkeren,
“ Want ik zal u te hulp schieten met het stalen zwaard. “
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
cay8xm7zi1l4mojeaubolqh4khoctno
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/456
104
88316
225610
2026-08-26T09:10:35Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225610
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Dont les va ·j· à ·j· acoler et baisier.
« Vassaus, » dist Esmerés, « voeilliés-vous traveiller
« Qu’as enfans de Niemaie contés mon destourbier,
« A le royne Rose, que Diex gart d’encombrier !
« En ses flans me porta, sé li doit anoïer
« Qu’en estrainge contrée vis à si grant dangier !
« Chou qu’amender ne puis me convien-il laissier.
« Sires, » dist Esmerés, « quant vous venrés delà
« Ou païs de Ponthieu, gaires lonc il n’i a
« Jusques à Boulenois ; et j’ai ·j· cousin là,
« Wistace de Bollonge où bon chevalier a,
« Si est aussi ma mère qui ·ix· mos me porta :
« Dites li que ches fiex est en vie de cha
« Et si dites Wistace, que s’onkes il m’ama,
« Qu’il me vienge souccourre o le gent qu’il ara.
« En tère Sarrasine ai esté lonc tamps a,
« Bien quident que mors soie ou païs par delà.
« Sé vous saves mes frères nulle part près de là ;
« Si dites qu’Esmerés vit à grant rage chà,
« A toutes ches ensaignes par coi on vous créra :
« Que Juliens d’Aufrike avoec lui m’amena
« Pour véoir la puchelle que mes corps tant ama
« Mais onques tant amour hons carneus n’aquata ! »
« Sire, » dist Baudewins, « ne vous desmentés jà,
« La chose qui vient dur en fin bien averra. »
Adont, par bon amour, le sien frère baisa ;
Ne li cognissoit mie, mais nature i ovra.
Qu’entr’iaus ·ij· met amour si fort, n’en doubtés já,
Qu’à paines Baudewins onkes s’en dessevra.
Sé ne fust Polibans, il fust demourés là,
Une pièce dou tans ousi s’i oublia ;
Mais Polibans li dist que trop demoroit là.
« Sire, »dist Baudewins, « par Dieu qui me fourma,
« J’ai le coer si souspris de la gent qui sont cha
« Je ne les puis laissier, ensi le coers me va ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
Die hen een voor een ging omhelzen en kussen.
“ Edelman, “ zei Esmerés, “ wilt u de moeite nemen “
“ Om de kinderen van Nijmegen over mijn tegenspoed te vertellen, “
“ En aan koningin Rose, die God moge behoeden voor gevaar! “
“ In haar schoot droeg zij mij, het moet haar wel bedroeven “
“ Dat ik in een vreemd land in zo'n groot gevaar verkeer! “
“ Wat ik niet kan veranderen, moet ik wel laten rusten. “
“ Heer, “ zei Esmerés, “ wanneer u ginds aankomt “
“ In het land van Ponthieu, is het niet ver meer “
“ Tot aan het Boulognese; en ik heb daar een neef, “
“ Wistace van Boulogne, die een goede ridder is, “
“ En daar is ook mijn moeder, die mij negen maanden droeg: “
“ Zeg haar dat haar zoon hier nog in leven is “
“ En zeg ook aan Wistace, als hij ooit van mij hield, “
“ Dat hij mij te hulp moet komen met de mensen die hij heeft. “ 1370
“ In het Saraceense land ben ik al lange tijd geweest, “
“ Men denkt vast dat ik dood ben in het land daarginds. “
“ Als u mijn broers ergens daar in de buurt kent; “
“ Zeg dan dat Esmerés hier in grote ellende leeft, “
“ Met al deze bewijzen, waardoor men u zal geloven: “
“ Dat Juliaan van Afrika mij met zich meenam “
“ Om het meisje te zien dat mijn lichaam zo vurig liefhad “
“ Maar nooit heeft een vleselijk mens liefde zo duur gekocht! “
“ Heer, “ zei Boudewijn, “ verlies nu de moed niet, “
“ De zaak die zwaar begint, zal uiteindelijk goed aflopen. “ 1380
Toen, uit oprechte liefde, kuste hij zijn broer;
Hij herkende hem weliswaar niet, maar de natuur deed haar werk.
Want tussen hen beiden legde zij zo'n sterke liefde, twijfel daar niet aan,
Dat Boudewijn zich er maar nauwelijks van los kon scheuren.
Als Polibans er niet was geweest, was hij daar gebleven,
Een tijdlang vergat hij zichzelf daar zelfs;
Maar Polibans zei hem dat hij er te lang bleef hangen.
“ Heer, “ zei Boudewijn, “ bij God die mij geschapen heeft, “
“ Mijn hart is zo gegrepen door de mensen die hier zijn, “
“ Ik kan hen niet achterlaten, zo spreekt mijn hart tot mij; “ 1390
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
kpjicvptjni6bs9ozfdv6e4wfg2xf15
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/457
104
88317
225611
2026-08-26T09:11:36Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225611
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Je demouroie bien aveuc eus toudis cha. »
Ensi dist Baudewins, car bons sans l’engenra
Qui le sien coer atise et d’amour doctrina.
Baudewins de Sebourc n’i fist arrestement,
D’Abilant se parti et au roi congiet prent ;
En ·j· vaissel entra tost et isnèlement,
O lui fu Polibans qui tant ot hardement,
Et li rois Pourvéus à cui Baudas apent.
En mer vont esquipant, à l’orage et au vent,
Et li roys de Baudas a parlet hautement :
« Baudewins, biaus dous sire, vous avės laidement
« Obliés le plus bèle qui soit el firmament ;
« Ch’est le bèle Yvorine qui de biauté resplent.
« Alons-ent à Baudas pour veioir sé ma gent
« Trouvèrent Yvorine, qui tant a le corps gent,
« Par dedens Ytalie c’on prist si soutiement. »
Et Baudewins respont : « par Dieu omnipotent,
« Pas n’en a obliée, che vous ai-je couvent ;
« S’on le pooit r’avoir pour or né pour argent,
« Sachiés je le r’aroie assés hastivement !
« Car je l’ains par amours et de loyal talent.
« Mais sé la dame est morte, on ne poet nullement
« Sa vie raquateir ; et nature s’aprent
« C’on oblie les mors assés légièrement.
« Qui est mors, il est mors ; riens n’en vaut parlement,
« Que plus en parol-on plus en est-on dolant.
« Mais chieux qui sont en vie doient légièrement
« Les ordinanches Dieu trespasser humblement.
« Qui piert un sien cousiin, si rekoerre ·j· parent ;
« Et qui piert une femme, autre mourlier reprent.
« Et qui a de l’autrui, si face testament :
« Car qui prenderoit ore le doel et le tourment,
« Au coer, que Dieu envoie à plusours bien souvent ;
« Jamais joie n’aroit, je le sai vraiement.
« N’i a que dou prier à Dieu omnipotent
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Ik zou hier altijd goed bij hen verblijven. “
Zo sprak Boudewijn, want gezond verstand bracht hem ertoe,
Dat zijn hart aanvuurt en hem in de liefde onderwees.
Boudewijn van Sebourc weifelde daar niet,
Hij vertrok uit Abilant en nam afscheid van de koning;
In één schip ging hij snel en gezwind aan boord,
Bij hem was Polibans, die zoveel moed bezat,
En koning Pourvéus, aan wie Bagdad toebehoort.
Op zee varen zij uit, in storm en wind,
En de koning van Bagdad sprak luidkeels: 1400
“ Boudewijn, schone lieve heer, u heeft op lelijke wijze
“ De mooiste vergeten die er onder het firmament is;
“ Dat is de schone Yvorine, die blinkt van schoonheid.
“ Laten we naar Bagdad gaan om te zien of mijn lieden
“ Yvorine hebben gevonden, die zo'n bevallig lichaam heeft,
“ In Italië, waar men haar zo sluw gevangen nam. “
En Boudewijn antwoordt: “ Bij de almachtige God,
“ Ik ben haar niet vergeten, dat beloof ik u;
“ Als men haar terug kon krijgen voor goud of zilver,
“ Weet dat ik haar zeer snel terug zou hebben! 1410
“ Want ik bemin haar vurig en met oprechte toewijding.
“ Maar als de dame dood is, kan men op geen enkele wijze
“ Haar leven terugkopen; en de natuur leert ons
“ Dat men de doden vrij gemakkelijk vergeet.
“ Wie dood is, is dood; erover praten baat niets,
“ Hoe meer men erover spreekt, hoe bedroefder men wordt.
“ Maar zij die in leven zijn, moeten gemakkelijk
“ De verordeningen van God nederig doorstaan.
“ Wie een neef verliest, zoekt een ander familielid;
“ En wie een vrouw verliest, neemt een andere echtgenote. 1420
“ En wie bezit van een ander heeft, laat die een testament maken:
“ Want wie nu de rouw en de kwelling tot zich zou nemen,
“ In het hart, die God zo vaak aan velen zendt;
“ Zou nooit meer vreugde kennen, ik weet het werkelijk.
“ Er rest niets anders dan te bidden tot de almachtige God
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
lhuybo04qyais0fyac5wdbqeqz1ppln
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/458
104
88318
225612
2026-08-26T09:13:26Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225612
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Qu’il envoie en ce chiècle et santé et argent,
« Et quant nous serons mort des chiele le sauvement. »
Baudewins de Sebourc va nagant par le mer,
Et li maronier fist leur vassel ariver
Droitement à Baudas ; là, vaurrent arrester.
Li bourgois de la ville, quant oïrent parler
Que lor sires revient qui tant fist à loer,
Il vont encontre lui pour lui plus hounourer ;
A grant pourchession font encontre ails aler,
Adont vont leur seignour baisier et acoler.
Yvorine, la bèle qui li viaire ot cler,
Dessus un palefroi va la bèle monter ;
Avoecq ciaux de la ville vot la pucielle aler.
A chascun qu’elle voit va-elle demander
Si Baudewins i est qui tant fist à doubter,
Qui fist le chavetier en Baudas couroner ?
Adont vint sus la rive, si prist à regarder
Baudewin de Sebourc le gentil bacheler :
Quant le voit, Yvorine, coulour prist à muer ;
Contre Baudewin va, si commenche à plourer.
Dont le va Baudewins baisier et acoler,
Et li dist : « douche dame, Diex vou voeille garder !
« Je ne fuisse aussi liés pour tout l’or decha mer
« Que che que je vous puis saine et sauve trouver !
« Loés en soit li sires qui tout a à sauver ! »
Dont von vers le palais leur joie démener ;
Là, tienrent court plénière qu’il font le jour crier :
Trestous chil qui voloient au coert venir disner,
Il venoient trestous sans nul refus trouver.
De l’amour Ivorine ne vous voil recorder,
Né dou ber Baudewin le gentil baceler ;
Mais ·viij· jours en Baudas volt o li séjourner,
Puis se volt d’Ivorine partir et dessevrer.
Polibant de Falise volt aveuc lui mener,
Et le roy de Baudas laissa tout coi ester
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Dat Hij in deze wereld zowel gezondheid als geld zende, “
“ En wanneer wij gestorven zijn, de redding des hemels. “
Baudewijn van Sebourc vaart over de zee,
En de zeelieden lieten hun schip aankomen
Rechtstreeks in Bagdad; daar wilden zij halt houden. 1430
De burgers van de stad, toen zij hoorden spreken
Dat hun heer terugkeert die zozeer te prijzen was,
Gaan hem tegemoet om hem nog meer te eren;
In een grote processie trekken zij hen tegemoet,
Vervolgens gaan zij hun heer kussen en omhelzen.
Ivorine, de schone met het stralende gelaat,
Stijgt op een palfrenier;
Met de mensen van de stad wilde de jonkvrouw meegaan.
Aan iedereen die zij ziet, gaat zij vragen
Of Boudewijn er is, die zozeer te duchten was, 1440
Die de schoenlapper in Bagdad liet kronen?
Toen kwam zij aan de oever en begon te kijken naar
Boudewijn van Sebourc, de edele jonge ridder:
Toen zij hem ziet, verandert Ivorine van kleur;
Zij gaat Boudewijn tegemoet en begint te huilen.
Waarop Boudewijn haar gaat kussen en omhelzen,
En haar zegt: “ Lieve vrouwe, moge God u bewaren! “
“ Ik zou niet zo blij zijn met al het goud aan deze zijde van de zee “
“ Als dat ik u gezond en wel kan terugvinden! “
“ Geloofd zij de Heer die alles moet redden! “ 1450
Toen gaan zij naar het paleis om hun vreugde te uiten;
Daar hielden zij een plenaire hofhouding die zij die dag lieten omroepen:
Ieder die aan het hof wilde komen dineren,
Kwam daar geheel zonder enige weigering.
Over de liefde van Ivorine wil ik u niet uitweiden,
Noch over de dappere Boudewijn, de edele jonge ridder;
Maar acht dagen wilde hij in Bagdad bij haar verblijven,
Daarna wilde hij van Ivorine vertrekken en scheiden.
Polibant van Falise wilde hij met zich meenemen,
En de koning van Bagdad liet hij daar heel rustig achter. 1460
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
eoamglswsj5idvblt41x16yyyxe8sfa
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/459
104
88319
225613
2026-08-26T09:14:52Z
Havang(nl)
4330
/* Wikisource:Niet proefgelezen */ Nieuwe pagina aangemaakt met '{| |valign=top| <poem> Pour le noble chité garantir et tenser. Baudewinɛ de Sebourc se mist en haute mer, Aveukes Polibant qui tant fist à doubter ; Pour aler vers Ponthieu font leur voile lever. Jamais ne retoura, Baudewins au vis cler, S’ara veut d’enfer le fumée lever, Et paradis terrestre où bel fait demourer ; Et si verra sa mère qui tant fait à amer. En guise de monne se vorra atourner, E ira à Sebourc à s’amie parler ; Si…
225613
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Pour le noble chité garantir et tenser.
Baudewinɛ de Sebourc se mist en haute mer,
Aveukes Polibant qui tant fist à doubter ;
Pour aler vers Ponthieu font leur voile lever.
Jamais ne retoura, Baudewins au vis cler,
S’ara veut d’enfer le fumée lever,
Et paradis terrestre où bel fait demourer ;
Et si verra sa mère qui tant fait à amer.
En guise de monne se vorra atourner,
E ira à Sebourc à s’amie parler ;
Si verra son bastard, plus hardi que sengler
Et le plus outrageus c’onkes fut dechà mer ;
Puis ira à Nimaie s’amie confesser
Et pour le loyauté des femmes esprouver :
Chertes, ch’est grant mesquiés de fauceté penser,
Moult envis se feroit preude femme blasmer.
{{lijn|6em}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Om de edele stad te beschermen en te verdedigen,
Begaf Boudewijn van Sebourc zich op de hoge zee,
Samen met Polibant die zozeer te vrezen was;
Om naar Ponthieu te varen laten zij hun zeil hijsen.
Nooit keerde hij terug, Boudewijn met het heldere gezicht,
Tenzij hij de rook van de hel heeft willen zien opstijgen,
En het aards paradijs waar het zo heerlijk toeven is;
En zo zal hij zijn moeder zien die zozeer te beminnen valt.
In de gedaante van een monnik zal hij zich willen kleden,
En hij zal naar Sebourc gaan om met zijn geliefde te spreken; 1470
Zo zal hij zijn bastaard zien, moediger dan een wild zwijn
En de meest onbesprokene die er ooit aan deze zijde van de zee was;
Daarna zal hij naar Nijmegen gaan om zijn geliefde te biecht te horen
En om de trouw van de vrouwen op de proef te stellen:
Voorwaar, het is een grote schande om aan valsheid te denken,
Slechts zeer node zou een deugdzame vrouw zich laten berispen.
{{lijn|6em}}
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
cosbi1emxgazas7jvf6s0uwszaxawnx
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/461
104
88320
225617
2026-08-26T09:26:23Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225617
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
!Brontekst
!Vertaling
|-
|valign=top|
{{c|{{xxxx-larger|'''LI ROMANS'''}}<br>{{larger|'''DE'''}}<br>{{xx-larger|'''BAUDUIN DE SEBOURC.'''}}}}
{{lijn|5em}}
{{c|{{larger|'''CHANT XV.'''}}}}
{{dhr|1.5em}}
<poem>
OR s’en va Baudewins parmi le mer salée,
Aveuques Polibant, à le chière membrée ;
Esquipant vont par mer : li voile fut levée
Où li vens se féri de telle randonnée
Que plus tost va par mer c’oisiaus par le ramée.
Une tempeste ch’est, parmi le mer, levée ;
·vj· semainnes dura, ch’est vérités prouvée.
Le grant mer d’Engletère ont toute trespassée,
Le haute mer d’Illande qui est rouge et salée :
Mile liewes de mer, en une randonnée,
Nagièrent sans lasquier ; encore n’ert finée
Le tempeste par coi le mer fu si tourblée.
Il ne luisoit solaus, né lune à le vesprée,
Ains faisoit aussi noir qu’en charcre machonnée ;
Onques mais nulle gent ne fu si effraée
Que furent li baron dont je fai devisée.
Il ont mainte orison et dite et recordée,
Si fu la mère Dieu moult souvent réclamée :
« Hé ! Diex, » dist Baudewins, à le chière menbrée,
« Prendesme en vraie foi, sé ma mors est jurée !
« Moult entre en grant péril, et en pesme journée,
« Li hons qui entre en mer ! trop doit estre doubtée
« Ceste iauwe que tant est orible, longe, et lée !
« Diex m’en voielle geter, qui fist chiel et rousée,
« Qu’encor puisse véoir Blanche, mon espousée ! »
</poem>
|valign=top|
{{c|{{xxxx-larger|'''DE ROMANS'''}}<br>'''VAN'''<br>{{xx-larger|'''BAUDEWIJN VAN SEBOURG.'''}}}}
{{lijn|5em}}
{{c|{{larger|'''ZANG XV.'''}}}}
{{dhr|0.5em}}<poem>
NU gaat Boudewijn over de zoute zee,
Samen met Polibant, met het kloeke gelaat;
Al varend gaan zij over zee: het zeil werd gehesen
Waar de wind insloeg met zo'n onstuimigheid
Dat het sneller over zee gaat dan een vogel door het bladerdak.
Een storm is daar, over de zee, opgestoken;
Zes weken duurde die, dat is een bewezen waarheid.
De grote zee van Engeland hebben zij geheel overgestoken,
De hoge zee van Ierland die rood is en zout:
Duizend mijlen zee, in één onstuimige vaart, 10
Voeren zij zonder ophouden; nog was niet geëindigd
De storm waardoor de zee zo wild was geworden.
De zon scheen niet, noch de lune in de avond,
Maar het was even zwart als in een gemetselde kerker;
Nooit tevoren waren er mensen zo doodsbang
Als de baronnen over wie ik mijn verhaal doe.
Zij hebben menig gebed uitgesproken en herhaald,
En de Moeder Gods werd zeer vaak aangeroepen:
“ Ach! God, “ zeide Boudewijn, met het kloeke gelaat,
“ Neem mij aan in het ware geloof, als mijn dood bezegeld is! 20
“ In groot gevaar begeeft zich, en op een rampzalige dag,
“ De man die de zee opgaat! Zeer moet worden gevreesd
“ Dit water dat zo ijselijk is, lang en breed!
“ Moge God mij eruit willen redden, die de hemel en de dauw schiep,
“ Opdat ik Blanche, mijn echtgenote, nog mag weerzien! “
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
ldp9nmfp8l7r8dt7lq8j4swsc3w0trt
Boudewijn van Sebourg/ZANG XV
0
88321
225618
2026-08-26T09:28:16Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225618
wikitext
text/x-wiki
<pages index="Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf" from=461 to=462 header=1 />
bt55ehyr0y00n2sh2co7beb35dgoh3p
225639
225618
2026-08-26T10:25:35Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225639
wikitext
text/x-wiki
<pages index="Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf" from=461 to=480 header=1 />
4eqynhblc1a5f64f8gkvsa1ob7up6te
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/462
104
88322
225619
2026-08-26T09:30:50Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225619
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Baudewins de Sebourc fu, aveuc Polibant,
Dedens le haute mer très orible et courant :
Par le voloir de Dieu, nagièrent si avant
Qu’il ont véut ·j· lieu moult noble et souffisant,
Muret trestout autour de cristal reluisant ;
Et li crestel estoient con fin or reluisant.
« Hé ! Diex, » dist Baudewins, « je voi là perchevant
« Le plus noble cité, selonc mon essiant,
« Que je véisse mais, és jours de mon vivant ! »
Lors dist au maronnier : « alons briefment nagant
« Devers cheste chité que je voi chi-devant ;
« Si sarons où nous sommes, chi à val, habitant. »
Et chuis a respondu : « tout à vostre commant. »
Adont isnèlement va se voile tournant,
Vers che lieu noble et dous vont li baron nagant ;
Cuident che soit chités, ou chastel, en estant.
Mais chertes non estoit, che trovons-nous lisant,
Ch’est paradis terrestres : le lieu noble et plaisant
Que Jhésus estora, où nous sommes créant ;
Et quant l’ot establi très noble et déduisant,
Eve et Adam i mist et leur ala baillant
Che biaus lieu à garder. Mais puis fisent-il tant
Qu’il en furent bouté moult povre et moult mesquant :
Che fu par l’anemi, le fellon soudoïant,
Qui fist Adam mengier du noble fruit poissant.
Et quant Baudewins vint à che lieu avenant,
Ne vit tour, né chastel, né dongon, en estant ;
Fors arbres qu’en tous tamps sont vert et fruit portant.
« Hé ! Diex, » dist Baudewins, « con j’ai le coer dolant !
« Chi endroit n’a chastel, né persone manant
« Qui nous scéust à dire où sommes arrivant.
« Enchois n’est c’uns gardins ; onkes n’en vi si grant,
« Si noble, né si bel, si douchement flairant ! »
« E ! Diex, » dist Polibans, au corage vaillant,
« A cui est chuis biaus liex ? moult me vois mervellant,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Boudewijn van Sebourc was, samen met Polibant,
Op de hoge zee, zeer vreselijk en stromend:
Door de wil van God voeren zij zo ver vooruit
Dat zij één zeer nobele en voortreffelijke plaats zagen,
Geheel ommuurd met glanzend kristal; 30
En de kantelen glansden als zuiver goud.
“ O! God, “ zeide Boudewijn, “ ik ontwaar daar
“ De edelste stad, naar mijn weten,
“ Die ik ooit gezien heb, in de dagen van mijn leven! “
Toen zeide hij tot de schipper: “ laten wij snel varen
“ Naar deze stad die ik hier voor mij zie;
“ Zo zullen wij weten waar wij zijn, hier beneden wonend. “
En deze antwoordde: “ geheel tot uw bevel. “
Toen keerde hij gezwind zijn zeil,
Naar die nobele en lieflijke plaats voeren de baronnen; 40
Zij meenden dat het een stad was, of een kasteel dat daar stond.
Maar voorwaar, dat was het niet, zo vinden wij al lezend,
Het is het aards paradijs: de edele en plezierige plaats
Die Jezus stichtte, waarin wij geloven;
En toen Hij het zeer nobel en vermakelijk had ingericht,
Plaatste Hij Eva en Adam daarin en gaf hen
Deze schone plaats te bewaren. Maar toen deden zij zoveel
Dat zij eruit werden verdreven, zeer arm en zeer deerniswekkend:
Dit kwam door de vijand, de verraderlijke verleider,
Die Adam deed eten van de nobele, krachtige vrucht. 50
En toen Boudewijn bij deze aantrekkelijke plaats kwam,
Zag hij geen toren, noch kasteel, noch donjon overeind staan;
Niets dan bomen die te allen tijde groen zijn en vrucht dragen.
“ O! God, “ zeide Boudewijn, “ wat is mijn hart bedroefd!
“ Hier ter plekke is geen kasteel, noch enig levend wezen
“ Dat ons zou kunnen vertellen waar wij zijn aangekomen.
“ Integendeel, het is slechts een tuin; nooit zag ik een zo grote,
“ Zo nobele, noch zo schone, zo heerlijk geurend! “
“ O! God, “ zeide Polibant, met de moedige ziel,
“ Van wie is deze schone plaats? Ik sta er zeer versteld van,60
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
h8m5v8hb0iv6gaultc1kyf1alvtdt9e
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/463
104
88323
225620
2026-08-26T09:32:55Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
225620
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Op wel duizend mijlen afstand woont er geen levende ziel! “
En de zeeman zei: “ ik zweer en verzeker u
“ Dat dit het aardse paradijs is waar men zoveel over spreekt.
“ Hier, “ zei de zeeman, “ ben ik zeker en gewis
“ Dat dit de aardse plek is die men het paradijs noemt. “
En Boudewijn antwoordt: “ aangezien het Jezus Christus behaagt
“ Dat ik in dit edele oord ben aangekomen,
“ Zal ik de plek gaan bekijken die zo waardig en majestueus is. “
En Polybans antwoordt: “ ik zal u niet in de steek laten. “
Gekomen zijn zij aan de oever, de edele markies, 70
En zij zagen de poort, zeer welgemaakt naar het ontwerp;
Nooit maakte een koning, graaf of markies zoiets schoons,
Want God heeft haar ontworpen, de Vader, Jezus Christus:
Ze is geheel van kristal, de plek is zeer glanzend.
Aan de poort zaten twee vrome mannen,
Die God, de Almachtige, daar heeft aangesteld;
En op die plaats zullen de vrome mannen altijd zijn,
Totdat de Antichrist, een vervloekte snoodaard,
In de wereld zal komen regeren, louter door de kunst van de vijanden,
Totdat deze eeuw hier helemaal tot een einde zal zijn gebracht 80
En Jezus al zijn vrienden zal komen oordelen;
Want daar zal Hij zijn oordeel vellen, de Vader en de Zoon,
En Hij zal tegen de slechten zeggen: “ door u ben Ik slecht gediend! “
“ Slecht bezocht gij, slecht kleedde gij
“ De arme behoeftigen die Ik aan u had toevertrouwd! “
Maar wij lijken op het kind; wanneer het heel klein is,
Vreest het de roede niet totdat men het die heeft geleerd.
Laten wij de roede van God vrezen, daar worden wij nooit slechter van.
Aan die edele poort, die zo fraai is versierd,
Staan twee trouwe mannen, dat zijn Henoch en Elia, 90
Die God daar heeft aangesteld, de Zoon van de heilige Maria;
Zolang de eeuwigheid duurt zullen zij haar in hun hoede hebben:
Want op deze eigen plek, met zeer grote wijsheid,
Zal God het oordeel houden over het menselijk geslacht.
Daar zullen wij weten wie zijn glorie heeft verdiend.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
e0y1dzhi3c6xk37ii30gkwfh7azo284
225638
225620
2026-08-26T10:25:19Z
Havang(nl)
4330
225638
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« A mile liewes près n’a persone manant ! »
Et dist li maroniers : « je vous jure et créant
« Ch’est paradis terrestres dont on parole tant.
« Cha, » dit li maroniers, « je sui chertains et fis
« Que ch’est le lieu terrestres c’on claimme paradis.
Et Baudewins respont : « puis qu’il plaist Jhésu-Crist
«Que je sui arrivés en che noble pourpris,
« J’irai veioir le lieu qui tant est seignoris. »
Et Pollibans respont : « ne vous serai falis. »
Venu sont à le rive, le nobile marchis,
S’ont véue la porte très bien faite à devis ;
Onques ne fist si bielle rois, contes, né marcis,
Car Diex le devisa, le pères Jhésu-Cris :
Ch’est toute de cristal, moult est li lieus polis.
A le porte i avoit ·ij· preud’ommes assis,
Que Diex, li tous poisans, a illoec establis ;
Et là endroit seront li preud’omme toudis,
Jusqu’à tant qu’Anttelspris, ·j· cuivers maléis,
Venra régner au monde, tout par art d’anemis,
Tant que ci siècles-ci sera tous à fin mis
Et que Jésus venra jugier tous ses amis ;
Car là fera son guge, li pères et li fils,
Et dira as mauvais : « par toi fui mal servis !
« Maisement visétas, maisement reviestis
« Les povres médians que j’avoie commis ! »
Mais l’enfant resamblons ; quant il est bien petis,
Il ne crient point le verge tant c’on li a apris.
Crémons le verge Dieu, si n’en vaurons jà pis.
A celle noble porte, qui tant est agensie,
I a ·ij· loïaus ommes, c’est Enoc et Elie,
Que Dieux i estably, li fieux sainte Marie ;"
Tout com siècles dura l’averont en ballie :
Car en ce propre lieu, de moult très grant clergie,
Tenra Dieu jugement à l’umaine lignie.
Là, saran qui ara sa glore gaëgnie.
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Op wel duizend mijlen afstand woont er geen levende ziel! “
En de zeeman zei: “ ik zweer en verzeker u
“ Dat dit het aardse paradijs is waar men zoveel over spreekt.
“ Hier, “ zei de zeeman, “ ben ik zeker en gewis
“ Dat dit de aardse plek is die men het paradijs noemt. “
En Boudewijn antwoordt: “ aangezien het Jezus Christus behaagt
“ Dat ik in dit edele oord ben aangekomen,
“ Zal ik de plek gaan bekijken die zo waardig en majestueus is. “
En Polybans antwoordt: “ ik zal u niet in de steek laten. “
Gekomen zijn zij aan de oever, de edele markies, 70
En zij zagen de poort, zeer welgemaakt naar het ontwerp;
Nooit maakte een koning, graaf of markies zoiets schoons,
Want God heeft haar ontworpen, de Vader, Jezus Christus:
Ze is geheel van kristal, de plek is zeer glanzend.
Aan de poort zaten twee vrome mannen,
Die God, de Almachtige, daar heeft aangesteld;
En op die plaats zullen de vrome mannen altijd zijn,
Totdat de Antichrist, een vervloekte snoodaard,
In de wereld zal komen regeren, louter door de kunst van de vijanden,
Totdat deze eeuw hier helemaal tot een einde zal zijn gebracht 80
En Jezus al zijn vrienden zal komen oordelen;
Want daar zal Hij zijn oordeel vellen, de Vader en de Zoon,
En Hij zal tegen de slechten zeggen: “ door u ben Ik slecht gediend! “
“ Slecht bezocht gij, slecht kleedde gij
“ De arme behoeftigen die Ik aan u had toevertrouwd! “
Maar wij lijken op het kind; wanneer het heel klein is,
Vreest het de roede niet totdat men het die heeft geleerd.
Laten wij de roede van God vrezen, daar worden wij nooit slechter van.
Aan die edele poort, die zo fraai is versierd,
Staan twee trouwe mannen, dat zijn Henoch en Elia, 90
Die God daar heeft aangesteld, de Zoon van de heilige Maria;
Zolang de eeuwigheid duurt zullen zij haar in hun hoede hebben:
Want op deze eigen plek, met zeer grote wijsheid,
Zal God het oordeel houden over het menselijk geslacht.
Daar zullen wij weten wie zijn glorie heeft verdiend.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
bpn91t53vhtpmdhrp6hz4rabv7sxazx
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/464
104
88324
225621
2026-08-26T09:34:37Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225621
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Là, dira-il à boins « mi amit et amie,
« Vous m’avès bien servit, sans nulle trécerie ;
« Alés en paradis, car je le vous otrie. »
E Dieux, que cis parlers fera l’âme esjoïe !
Or laist bien que cescuns enviers lui se ralie
Et li prie mercit que ne nous oublie mie ;
Car nous seriens pierdut, sé de sa courtoisie
Ne nous reconfortoit et ore et autre fie.
Et si ne vous anoist de cose que je die,
Car boin fait dire un sens dalès une sotie.
Or sont li doi baron, qui moult ont hardiement,
Venu droit à le porte qui de biauté resplent,
Les preud’ommes trouvèrent séans joliement ;
Vestu sont de dras d’or, selonc l’entendement,
Car ch’est chose divine faite du Sapient.
Baudewins de Sebourc parla premièrement :
« Chius nostres sires Diex, à cui li mons apent,
« Qui estora le chiel, et le tère, et le vent,
« Il gart ches ·ij· preud’ommes que chi voi en présent ! »
Et li doy sont levet tost et apertement.
Tout langages parolent, car Jhésus leur aprent ;
Enoc parla premiers, si a dit vistement :
« Bien veigniés-vous, seignour, en cestui casement !
« .vjm. ans et .vc. a passet, vraiement,
« Que n’entra chi persone, sachiés chairtainement ;
« Car adont en bouta, li Rois où tout apent,
« Adam et sa moullier, che fu par le serpent,
« Ch’est paradis terrestres que Diex fist proprement.
« Or i venés, seignour, à vo commandement,
« Car on vous abandone l’entrée à vo talent. »
Baudewins les mercie, où tant ot hardement,
Aussi fist Polibans, au hardi convenent.
Li maroniers estoit en mer ; là, les atent.
Et li doy chevalier n’i font arrestement,
En paradis terrestre sont entré liement :
</poem>
|valign=top|
<poem>
Daar zal hij zeggen tot de goeden: "mijn vriend en vriendin,
"U heeft mij goed gediend, zonder enig bedrog;
"Gaat heen naar het paradijs, want ik schenk het u."
O God, hoe zal dit spreken de ziel verblijden!
Laat nu maar toe dat eenieder zich weer tot hem keert 100
Et hem om genade smeekt, dat hij ons inside geenszins vergeet;
Want wij zouden verloren zijn, als hij ons door zijn hoofsheid
Niet zou troosten, nu en op elk ander moment.
En laat u niet storen door iets wat ik zeg,
Want het is goed om wijsheid naast een dwaasheid te vertellen.
Nu zijn de twee baronnen, die zeer moedig zijn,
Rechtstreeks naar de poort gekomen die schittert van schoonheid,
Zij vonden de vrome mannen die daar vrolijk zaten;
Gekleed zijn zij in goudlaken, naar de geestelijke betekenis,
Want dit is iets goddelijks, gemaakt door de Alwijze. 110
Baudewijns de Sebourc sprak als eerste:
"Moge onze Heer God, aan wie de wereld toebehoort,
"Die de hemel schiep, en de aarde, en de wind,
"Deze twee vrome mannen beschermen die ik hier voor me zie!"
En de twee stonden snel en openlijk op.
Alle talen spreken zij, want Jezus leert het hen;
Henoch sprak als eerste en zei snel:
"Weest welkom, heren, in dit verblijf!
"Zesduizend en vijfhonderd jaar is het geleden, waarlijk,
"Dat hier geen mens is binnengekomen, weet dat zeker; 120
"Want destijds verdreef de Koning aan wie alles toebehoort,
"Adam en zijn vrouw, dat kwam door de slang,
"Dit is het aardse paradijs dat God speciaal heeft gemaakt.
"Komt er nu in, heren, naar uw eigen bevel,
"Want men laat u de toegang vrijelijk naar uw eigen wens."
Baudewijns bedankt hen, waarin zoveel moed lag,
Alzo deed Polibans, met een moedig akkoord.
De schipper was op zee; daar wacht hij op hen.
En de twee ridders maken geen oponthoud,
In het aardse paradijs zijn zij blij binnengegaan: 130
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
m7k48x2jfc2f2p61nzk85b5ybseqtt1
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/465
104
88325
225622
2026-08-26T09:36:21Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225622
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
De trestoutes mannières d’oysiaus du firmament
I ost-on le son chanter si douchement,
Que de la mélodie n’a, el mont, si dolent
Qui n’en fust resjoïs à che démainnement.
Adès i fait estés, n’i keurt pluie né vent ;
Li arbre i sont tout vert, en tous tamps, vraiement.
Li fruit y sont pendant, sans chéoir nullement,
Né jà ne kerra fruis, s’escripture ne ment,
Dės-si jusques au jour du très grant jugement
Que Diex fera le monde finer parfaitement ;
Chiasteus et chitės fondre, et le terre ensément,
Et que tout sera iaue, quanques mondes conprent.
Adiès cis paradis se tenra noblement,
Car c’est cose divine ; moult i fait exélent.
Or poèent demander, aucun fol innochent,
D’ont Enoc et Elies vinrent là ensement ?
Mais il n’est nuls qui puist arguer nullement
Qu’il n’i soient commis de par Dieu proprement !
Car Diex prist en che monde, au tamps anchiènement,
Les ij plus loraus hommes de tout che firmament ;
Et les mist en che lieu si vertueusement
Que là seront manant, en gratieus jouvent,
Jusqu’à tant qu’Antéepris régnera faussement
Et métera le monde en fax arguement.
... par l’art d’anemi fera encantement :
Le monde destruira par son fax esrement ;
Roy, contre, prestre, et clerc, et plainté d’autre gent,
Convertira en soy par son démainement.
Mais Enoch et Elye isteront vistement
De paradis terrestre, au Dieu commandement,
Et verront Antexpris arguer tèlement
Qu’il serra contumas vitupéreusement ;
Et là en prendera, Diex, si grant vengement
Que chil qui l’aront creu en seront... dolent.
Pour che, chil doy pred’omme dont je fai parlement
</poem>
|valign=top|
<poem>
Van alle mogelijke soorten vogels van het uitspansel
Hoort men het gezang zo lieflijk klinken,
Dat er op de wereld niemand zo verdrietig is
Die niet verblijd zou worden door dit spektakel.
Altijd heerst daar de zomer, er raast regen noch wind;
De bomen zijn er werkelijk te allen tijde groen.
De vruchten hangen eraan, zonder dat ze ooit vallen,
En nooit zal er een vrucht vallen, als de schrift niet liegt,
Vanaf nu tot aan de dag van het zeer grote oordeel
Waarop God de wereld volmaakt zal doen eindigen; 140
Kastelen en steden zullen smelten, en de aarde evenzo,
En alles zal water worden, wat de wereld ook omvat.
Altijd zal dit paradijs standhouden in nobelheid,
Want het is een goddelijke zaak; het is er voortreffelijk.
Nu kunnen sommigen zich afvragen, als dwaze onschuldigen,
Vanwaar Henoch en Elia daar evenzo vandaan kwamen?
Maar er is niemand die op enige wijze kan betwisten
Dat zij daar niet zijn aangesteld door God Zelf!
Want God nam in deze wereld, in de tijd van weleer,
De twee meest loyale mannen van heel dit uitspansel; 150
En Hij plaatste hen in deze plaats, zo deugdzaam,
Dat zij daar zullen wonen, in een genadige jeugd,
Totdat de Antichrist valselijk zal regeren
En de wereld in valse redeneringen zal storten.
... door de kunst van de vijand zal hij toverij bedrijven:
De wereld zal hij vernietigen door zijn valse dwaalspoor;
Koning, graaf, priester en klerk, en een menigte andere mensen,
Zal hij tot zich bekeren door zijn handelen.
Maar Henoch en Elia zullen snel naar buiten treden
Uit het aards paradijs, op bevel van God, 160
En zij zullen de Antichrist zo schandelijk zien redeneren
Dat hij opstandig en lasterlijk zal blijken;
En God zal daar zo'n grote wraak op nemen
Dat zij die hem geloofd hebben... bedroefd zullen zijn.
Daarom, deze twee vrome mannen van wie ik spreek
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
5dljp4aetrcf7eds8hadswbxtcd0pzo
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/466
104
88326
225623
2026-08-26T09:38:02Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225623
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Sont en che paradis. Escripture l’aprent ;
Dont chellui tieng à bougre qui de riens me reprent,
Et si en preng clergie en mon confortement
Qu’ensi est ordenet, ou escripture ment,
A cui nous nous devons raloier justement.
Seignour, de che saint lieu vous ferai parlement :
Baudewins voit les fruis qui sont si excellent,
Si demanda Elie qu’il diroit, s’il en prent ?
Et Elies respont : « sire, chairtainement
« Vous en poés bien prendre à vo commandement.
« Sé fuissiés par delà au lés vers Orient,
« Là, sont li noble fruit qui valent tant d’argent. »
« Sire, » dist Baudewins, « je m’esmerveil forment
« Qui dites que chaiens avès esté gramment,
« .vjm. ans et .vc., si con mes corps entent ;
« Et vous estes si jones et de si biau jouvent,
« Il samble que n’aïés que ·xxx· ans seulement.
« Qui jà vous en créra, pendus soit-il au vent !
« Par son, » dist Baudewins, « je sui bien encantés
« Qui me faites entendre que .vjm. ans avés
« Esteit en che lieu-chi, et chi jones samblės. ? »
Elies respondi : « amis, avant venés :
« Véchi vo compaingnon, .1. ans a passés
« Et chi est de viare moult tamps et moult alleis ;
« Vous verrés já bien tost comment il ert mués. »
« Or tost, » dist Baudewins, « et si le m’esprouvés ;
« Ou, par chellui seignour qui en crois fu pénés,
« Sé je n’en voi l’espreuve, vous serés hors boutés
« De paradis terrestre, si en arai les cleis !
« Sui-je dont ·j· vassaus qui doit estre gabés ? »
Adont li doy sain homme si en ont ris assés.
Par le gardin s’en vont, où il flaire soeis,
Vinrent à ·j· pumier que haus fu et levés ;
Il avoit tan de pommes, environ de tous lés,
Que Baudewins en fu durement effraés.
</poem>
|valign=top|
<poem>
Zijn in dat paradijs. De Heilige Schrift leert het ons;
Daarom beschouw ik hem als ketter die mij ergens om berispt,
En zo put ik geestelijke lering en troost uit mijn geloof
Dat het zo is verordend, of de Schrift liegt,
Waarmee wij ons rechtvaardig moeten herenigen. 170
Heeren, over deze heilige plaats zal ik u vertellen:
Boudewijn ziet de vruchten die zo uitstekend zijn,
En vroeg aan Elia wat hij ervan zou zeggen als hij ervan nam?
En Elia antwoordt: "Heer, voorzeker
"U mag er gerust van nemen, zoals u wenst.
"Als u ginds was, in de richting van het Oosten,
"Daar zijn de edele vruchten die zoveel geld waard zijn."
"Heer," zei Boudewijn, "ik verbaas mij ten zeerste
"Dat u zegt dat u hier al heel lang bent geweest,
"Zesduizend en vijfhonderd jaar, naar mijn lichaam begrijpt; 180
"En u bent zo jong en van zo's schone jeugd,
"Het lijkt wel of u slechts dertig jaar oud bent.
"Wie u nu nog zal geloven, die worde aan de wind opgehangen!
"Bij God," zei Boudewijn, "ik ben werkelijk betoverd
"Dat u mij doet geloven dat u zesduizend jaar oud bent
"En in deze plaats bent geweest, en er zo jong uitziet?"
Elia antwoordde: "Vriend, kom naar voren:
"Zie hier uw metgezel, vijftig jaar is hij gepasseerd
"En hij is hier al heel lange tijd van gelaat en uiterlijk;
"U zult weldra zien hoe hij veranderd zal worden." 190
"Snel dan," zei Boudewijn, "en bewijs het mij;
"Of, bij de Heer die aan het kruis is gepijnigd,
"Als ik het bewijs niet zie, wordt u eruit gegooid
"Uit het aards paradijs, en ik zal de sleutels ervan hebben!
"Ben ik dan een edelman die voor de gek gehouden moet worden?"
Toen moesten de twee heilige mannen er hard om lachen.
Door de tuin gaan zij, waar het zoet geurt,
Zij kwamen bij een appelboom die hoog en verheven was;
Hij had zo ontzettend veel appels, aan alle kanten rondom,
Dat Boudewijn er hevig door ontzet was. 200
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
asjluguf8owfof87p7q2v2hgaexbi13
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/467
104
88327
225624
2026-08-26T09:42:04Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225624
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Si a dit à Enoch qui moult estoit senés :
« Que ne coelliés che fruit ? il en est tamps passés. »
« Frères, » che dist Enoch, « qu’est-che que dit avés ?
« Pas ne porriés valoir qu’il en fust tamps d’assés,
« Car trestous à une heure li fruis que chi vaés
« Sera encore coellies, quant de Dieu ert li grés ;
« Mais che ne serra mie s’ert li mondes finés. »
Elies prist un pun, li prophètes menbrés,
A Polibant a dit : « de cheste pume usés. »
« Non ferai, » dist li roys, « s’enchois n’en avaleis,
« Car ne sai sé par vous en serroie enherbés. »
Lors en prist une, Elies, que n’i est arrestés ;
Si le mist à che bouche et en manga assés.
Aussi fist Polibans, li bons rois couronés.
Leus qu’il en ot mengiet, li est le vis mués :
Il devint gratieus et biaus et coulourés,
En l’age de ·xxx· ans fu esrant figurés.
« Et Dieu ! » dist Baudewins, « bien estes acquités. »
Adont s’agenoulla, Baudewins le menbrés,
Et lui pria merchi, li vassaus natureus,
De chou car il estoit encontre lui troublés ;
Car bien voit que ch’estoit santisme autorités,
Mais ches mesfais li fu vistement pardonnés.
Lors, dist li frans vassaus : « de che fruit me donnés,
« Je en vaurai user, sé vous le me loés. »
« Frère, » che dist Elyes, « sé ·xxx· ans n’as passés,
» Che seroit moult mal fait sé du fruit avaleis. »
« Pourcoi, » dist Baudewins, « seroit-che foletės ? »
« Amis, » che dist Elies, « car sé vous en gostés,
« Et vous n’aïés ·xxx· ans, si vielles samblerés
« Qu’il samblera en l’eure que bien ·m· ans arés. »
« Par Dieu, » dist Baudewins, li chevaliers osés,
« Je voeil sentir viellèce et toutes les griétés :
« Or me donnés le pomme, et ·ij· sé vous volés ;
« L’une pour aviellier, ensi con dit avés,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Toen sprak hij tot Enoch, die zeer wijs was:
“ Waarom plukt u deze vrucht niet? De tijd is er immers voor voorbij. “
“ Broeder, “ zo sprak Enoch, “ wat is het dat u daar zegt?
“ U zou nooit kunnen beweren dat de tijd er werkelijk voor voorbij is,
“ Want allemaal tegelijk zal de vrucht die u hier ziet
“ Nog geplukt worden, wanneer het Gods wil zal zijn;
“ Maar dat zal pas gebeuren als de wereld ten einde is. “
Elias nam een appel, de kloeke profeet,
Tegen Polibant sprak hij: “ eet van deze appel. “
“ Dat zal ik niet doen, “ zei de koning, “ tenzij u er eerst van doorslikt, 210
“ Want ik weet niet of ik door u vergiftigd zou worden. “
Toen nam Elias er een, zonder te aarzelen;
Hij bracht hem naar zijn mond en at er flink van.
Hetzelfde deed Polibans, de goede gekroonde koning.
Zodra hij ervan had gegeten, veranderde zijn gelaat:
Hij werd gracieus en mooi en kreeg weer kleur,
In de leeftijd van dertig jaar werd hij terstond gevormd.
“ O God! “ sprak Boudewijn, “ nu bent u wel gezuiverd. “
Toen knielde Boudewijn, de kloeke ridder, neer,
En smeekte hem om genade, de trouwe leenman, 220
Omdat hij misnoegd was geweest jegens hem;
Want hij ziet wel dat het een allerheiligst gezag was,
Maar deze misstap werd hem snel vergeven.
Toen sprak de edele leenman: “ geef mij van deze vrucht,
“ Ik wil er graag van eten, als u het mij aanraadt. “
“ Broeder, “ zo sprak Elias, “ als u de dertig jaar nog niet gepasseerd bent,
“ Dan zou het zeer slecht gedaan zijn als u van de vrucht doorslikt. “
“ Waarom, “ sprak Boudewijn, “ zou dat een dwaasheid zijn? “
“ Vriend, “ zo sprak Elias, “ want als u ervan proeft,
“ En u bent nog geen dertig jaar, dan zult u er zo oud uitzien 230
“ Dat het er op dat moment naar zal schijnen dat u wel duizend jaar bent. “
“ Bij God, “ sprak Boudewijn, de dappere ridder,
“ Ik wil de ouderdom voelen en alle kwalen:
“ Geef mij nu de appel, en twee als u wilt;
“ De ene om oud te worden, zoals u heeft gezegd,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
9iponz87f01yyw571vhdaym4ipamp2q
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/468
104
88328
225625
2026-08-26T09:43:49Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225625
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« L’autre pour rajouvenir quant che sera mes grés.
Et Elies respont « si con vous commandés. »
Baudewins de Sebourc point ne s’i aresta,
Il a pris une pomme, vistement le menga.
Quant avalée l’ot ; li piaus li hirrecha,
Vielles fu et barbus, sa véue troubla :
Il ne vit sé poi non, à terre se geta
Et ne poot aler s’au baston n’apoïa.
Qui le vit par devant et adont l’esgarda,
Il ne créest jammais che fust Baudewin là,
Car en povre point fu et si vielles sambla
Que de ·m· ans et plus ; ensi Diex l’ordena
Qui tout fist par rayson et qui tout desfera,
Il ne pot dire mot et ne scet où il va.
Une grant loue fut et plus en che point là ;
Le pomme li chéi qu’Elies li donna.
Enoch revint à l’arbre, une pomme koeila ;
Et vint à Baudewin, en ses dens le bouta :
Bien ot en lui science que de coer le masqua.
Leus qu’en ot avaleit, sa viellèce changa ;
En l’age qu’il avoit vistement se fourma.
Quant il revint à lui, mille fois se sainna
Et dist à Polibant, qui lès lui estoit là :
« Ne sai qu’est avenu, né comment il en va,
« Mais onkes tel meskiės personne n’endira !
« Já hons n’ara soulas qui vielles vivera,
« J’ains miex jones morir qu’atendre ce tamps là ;
« Espargnie jamais ma vie ne sera,
« Car j’irai en bataille, quant li poins en sera
« Si très hardiement nuls ne me passera !
« Et s’on me tant la vie, dehait cui en cavra ;
« Car vielle gent sont povre, tant d’avoir n’aront jà.
« Fox est li jones hons qui mais se plaindera,
« Car puis c’uns hons est jones assés de riquèce a. »
« Voir dites, » dist Enoch, « par Dieu qui me fourma,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ De andere om te verjongen, wanneer dat mijn wens zal zijn. “
En Elies antwoordde: “ Zoals u gebiedt. “
Baudewijns de Sebourc aarzelde helemaal niet,
Hij nam een appel en at hem snel op.
Toen hij hem had doorgeslikt, rimpelde zijn huid, 240
Werd hij oud en baardig, en vertroebelde zijn blik:
Hij zag bijna niets meer en wierp zich op de grond
En kon niet meer lopen zonder op een stok te leunen.
Wie hem voordien had gezien en hem toen aanschouwde,
Zou nooit hebben geloofd dat dàt Baudewijn was,
Want hij verkeerde in een deerniswekkende staat en leek wel
Duizend jaar oud of meer; zo had God het beschikt,
Die alles met reden schiep en die alles weer zal vernietigen.
Hij kon geen woord uitbrengen en wist niet waar hij heenging.
Een flinke poos bleef hij in die toestand daar; 250
De appel ontmeent hem die Elies hem gegeven had.
Enoch keerde terug naar de boom en plukte een appel;
En hij ging naar Baudewijn en duwde hem tussen zijn tanden:
Hij bezat immers de wijsheid om hem die van harte te laten kauwen.
Zodra hij hem had doorgeslikt, veranderde zijn ouderdom;
Hij kreeg snel weer de gedaante van de leeftijd die hij had.
Toen hij weer tot zichzelf kwam, sloeg hij wel duizendmaal een kruis
En zei tegen Polibant, die daar naast hem stond:
“ Ik weet niet wat er is gebeurd, noch hoe het ermee staat,
“ Maar nooit zal iemand over zulk een onheil spreken! 260
“ Nooit zal een mens vreugde kennen die als oude man moet leven,
“ Ik sterf nog liever jong dan dat ik die tijd moet afwachten;
“ Mijn leven zal nooit meer gespaard worden,
“ Want ik zal ten strijde trekken wanneer het moment daar is,
“ Zo dapper dat niemand mij voorbij zal streven!
“ En als men mij het leven ontneemt, vervloekt zij wie erom maalt;
“ Want oude mensen zijn arm, ze zullen nooit veel bezit hebben.
“ Dwaas is de jonge man die nog klaagt,
“ Want zolang een man jong is, heeft hij rijkdom genoeg. “
“ U spreekt de waarheid, “ zei Enoch, “ bij God die mij schiep, 270
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
7bww2s00eh467ozhurmel7dxlivj0ux
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/469
104
88329
225626
2026-08-26T09:47:14Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225626
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Mais nul ne voilt morir, tant que le pooir a.
« Sans vielles devenir nuls hons ne vivera,
« Ensi est li nature dont Diex nous natura. »
En paradis terrestre, où tant a de plaisanche,
Fu li bers Baudewins qui en Dieu ot créanche :
Là endroit vit, li bers, mainte bèle ordinanche
Et d’arbres gratieus i coisi mainte branche.
Ou moilon regarda, Baudewins, sans doubtanche ;
Sé vit un arbre sec de laide contenanche,
Nors comme carbons fu. Lors dist sans détrianche :
« Seignour, encor me dites pour quel sénéfianche
« Chuis arbres sés est là ? ch’est moult laide ordenanche !
« Coper le devieriés, car plus n’a de poissanche,
« S’en est chuis liex desfais ; s’il vous plaist, sans targance
« Le vous abaterai sans nulle détrianche. »
Elies li a dit sans faire demoranche :
« Frère, chuis arbres là, où point n’a de substance,
« Porta jadis le fruit qu’Adans, par ignoranche,
« Avala à son corps ; dont il fu en grevance,
« Leus qu’en ot avalé fu-il en griés souffranche.
« Onques puis que du fruit prist, Adam, sa substance,
« N’i tramist onques Diex né foeille, né plaisanche. »
Quant Baudewins l’entent, n’el tint à ignoranche ;
L’arbre bien mille fois pria male mesquanche.
Baudewins de Sebourc, à le chière hardie,
Jà dit à ·ij· preud’ommes : « vous, Enoch et Elye,
« Chuis arbres là endroit, voir je ne l’aimme mie ;
« Car le fruis qui fut sus nous a mis en hasquie,
« En paine, et en labour ; li corps Dieu le maudie !
« Car sé ne fuist le fruis dont Adams ot envie,
« Nuls hons en laborast en cheste mortèle vie,
« Né nuls hons ne peuquast né ne fesist folie ;
« En scéussiens des chiècle la haute seignourrie,
« Sans pénanche endurer ; che fust grans mélaudie !
« Or sommes en labour, vivant en maladie,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Maar niemand wil sterven, zolang hij de kracht heeft.
“ Zonder oud te worden zal geen mens leven,
“ Zo is de natuur waarmee God ons heeft bezield. “
In het aards paradijs, waar zoveel vreugde is,
Was de edele Boudewijn, die zijn geloof in God stelde:
Daar ter plekke zag de edelmoedige menig schone orde
En aan lieflijke bomen ontwaarde hij menige tak.
Naar het middelpunt keek Boudewijn, zonder twijfel;
En hij zag een dorre boom met een lelijk aanzien,
Zwart als steenkool was hij. Toen sprak hij zonder dralen: 280
“ Heren, vertel mij toch, welke betekenis heeft het
“ Dat deze dorre boom daar staat? Het is een zeer lelijke aanblik!
“ U zou hem moeten omhakken, want hij heeft geen kracht meer,
“ En deze plek is erdoor ontsierd; als het u behaagt, zonder uitstel,
“ Zal ik hem voor u vellen zonder enig dralen. “
Elas heeft tot hem gezegd zonder oponthoud:
“ Broeder, die boom daar, waarin geen levenssap meer zit,
“ Droeg weleer de vrucht die Adam, door onwetendheid,
“ In zijn lichaam doorslikte; waardoor hij in rampspoed stortte,
“ Zodra hij ervan had doorgeslikt, leed hij bittere smart. 290
“ Nooit meer nadat Adam van de vrucht zijn voedsel nam,
“ Sponste God er nog enig blad of enige pracht aan. “
Toen Boudewijn dit hoort, hield hij het niet voor onbeduidend;
De boom vervloekte hij wel duizendmaal vurig.
Baudewijn van Sebourc, met zijn moedige blik,
Sprak toen tot twee vrome mannen: “ U, Henoch en Elas,
“ Die boom daar ter plekke, voorwaar, ik bemin hem allerminst;
“ Want de vrucht die eraan hing, heeft ons in de ellende gestort,
“ In pijn en in zware arbeid; moge God dat gewas vervloeken!
“ Want ware het niet de vrucht geweest waarnaar Adam verlangde, 300
“ Geen mens zou zwoegen in dit sterfelijke leven,
“ Noch zou enig mens zondigen of dwaasheden begaan;
“ We zouden van de wereld de hoogste soevereiniteit kennen,
“ Zonder boetedoening te ondergaan; dat zou een grote harmonie zijn!
“ Nu zijn we aan het zwoegen, levend in misère,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
r2tizg5dwizpftfau215e21jqsszt3s
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/470
104
88330
225627
2026-08-26T09:50:36Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225627
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« En double et en paour, pensans mal trécherie,
« Orgueilleus, convoiteus et plains de félonnie ;
« Par che fruit est venus entre nous déablie. »
« En non Dieu, » dist Enoch, « par le fruit n’est-chou mie,
« Ensois fu par Adam et par Eve s’amie
« Qui le commant passèrent du fil sainte Marie ;
« Mais li arbres nous fist moult grande courtoisie,
« Car il porta le fruit qui nous rendi la vie.
« Car li pepins du pum qu’Adans mort, celle fie,
« Rendi forche et rachine ; et l’arbre, par maistrie,
« En nasqui et issi, pour voir le vous affie,
« Dont le crois Jhésu-Crist fu faite et establie,
« Là où sa digne char fu à mort pourtraitie.
« Si qu’en chel arbre là fu nostre mort jugie,
« Et en chel arbre là fu no debte païe ;
« Il desfist et che fist en une autre partie. »
« Par Dieu, » dist Baudewins, « véchi rayson jolie ! »
Plainté vit Baudewins ou lieu terrestre droit ;
Aussi fist Pollibans, qui aveuc lui estoit,
Qui puis fu sains Brandons apellés de son droit.
A Saint-Amant, à Bruges, illoec on trouveroit
Cheste matère-chi qui veioir l’i vauroit.
Baudewins sé regarde, et pluiseurs osiaus voit
Privés et de bon ares ; au mains on les prendoit,
Et ch’estoient plus blanc que nuls mottons i soit,
Vellut furent qu’aignel : d’ont moult s’esbaïssoit
Baudewins de Sebourc qui les oisiaus veioit,
A Enoch demanda dont tel beste venoit ?
« Frère, » che dist Enoch, « chius oisiaus là endroit
« Sont sans père et sans mère, né nuls ne les conchoit
« Fors li rais dou soleil qui vie leur pourvoit.
« Quant tanps est de morir, il moert en tel esploit
« Qu’il font comme la baigne que feus art où que soit,
« Et li rais du soleil en vie le conchoit.
« Et ch’est de tel nature, chius oisiaus, s’il estoit
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ In dubio en in angst, zinnend op kwaad bedrog,
“ Hoogmoedig, hebzuchtig en vol wreedheid;
“ Door die vrucht is het duivelswerk onder ons gekomen. “
“ In Gods naam, “ zei Henoch, “ door de vrucht komt het geenszins,
“ Integendeel, het kwam door Adam en door Eva, zijn geliefde, 310
“ Die het gebod overtrad van de zoon van de heilige Maria;
“ Maar de boom heeft ons een zeer grote gunst bewezen,
“ Want hij droeg de vrucht die ons het leven teruggaf.
“ Want de pit van de appel waar Adam die keer in beet,
“ Gaf kracht en wortel; en de boom, door meesterschap,
“ Werd daaruit geboren en rees op, ik verzeker het u voorwaar,
“ Waarvan het kruis van Jezus Christus werd gemaakt en opgericht,
“ Waarop zijn waardige vlees ter dood werd prijsgegeven.
“ Dus in die boom daar werd onze dood vonnis gesproken,
“ En in die boom daar werd onze schuld betaald; 320
“ Hij maakte ongedaan wat hij anderzijds had aangericht. “
“ Bij God, “ zei Boudewijn, “ ziehier een fraaie redenering! “
Overvloed zag Boudewijn op die ware aardse plek;
Evenzo deed Polybans, die bij hem was,
Die later naar zijn recht de heilige Brandan werd genoemd.
In Sint-Amands, in Brugge, daar zou men vinden
Deze materie hier, voor wie het zou willen inzien.
Boudewijn kijkt om zich heen, en ziet verscheidene vogels
Tam en van goede aard; althans, men kon ze vangen,
En ze waren witter dan welk schaap dan ook, 330
Zacht behaard als lammeren: waarover zich zeer verwonderde
Boudewijn van Sebourc, die de vogels zag,
Aan Henoch vroeg hij waar zo'n dier vandaan kwam?
“ Broeder, “ zo sprak Henoch, “ deze vogels daarginds
“ Zijn zonder vader en zonder moeder, noch verwekt iemand hen,
“ Behalve de zonnestralen die hen van leven voorzien.
“ Wanneer het tijd is om te sterven, sterft hij op zo'n wijze
“ Dat zij doen zoals de feniks die door vuur verbrandt waar het ook zij,
“ En de zonnestraal schenkt hem opnieuw het leven.
“ En het is van zo'n aard, deze vogel, dat als hij zou zijn 340
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
b4oomv1y6fzwcethiq10iud7cpl34tv
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/471
104
88331
225628
2026-08-26T10:06:29Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225628
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Par d’encoste un grant feu, car il sé bouteroit
« Et que plus seroit grans et miex s’i nourriroit ;
« Il est fais de chaleur, et feus bons li seroit.
« Et la plume sour lui, qui bien le fileroit,
« Sachiés que bèle toile et blanche on en feroit ;
« Et sé le toile en riens puissedi noirchissoit,
« Pour iauwe c’on boullia mais blanche ne seroit
« Et ne poroit blanchir s’en ·j· grant fu n’estoit ;
« Que plus seroit en fu et plus i blanchéroit. »
Quant Baudewins l’oï, forment s’esmerveilloit ;
Si dist que des oisiaus o lui emporteroit,
Et que dechà le mer filer il en feroit.
Seignour, il se dist voir ; puis en i aportoit
Et en fist faire toile à Jhérusalem droit :
Et au saint apostèle de Romme l’envoïoit.
Et pour le dignité, et le lieu d’ont venoit,
Le prist li apostèles qui adonkes régnoit ;
Et le saint Vinrounike dedens envolepoit :
Encore est en le toile, li suaires, en ploit.
Ch’est le dignes suaires que Vérone poirtoit
Quant elle trouva Dieu qui en le crois pendoit,
Où il avoit esteit lanchiés au coer si roit
Que li sans de son corps ensanglenté l’avoit.
Véroine prist sa toile, qu’au marchié vendre aloit,
S’en couvri le corps Dieu, dont grant pitié avoit ;
Là, fu se fache escripte, si qu’encore on le voit
Droit à Romme le grant : fox est qui che ne croit.
Baudewins de Sebourc point ne s’i arresta,
·ij· salemandes prist, ensi on les clama,
Puis a dit à Elie que partir s’en vaura.
« Chertes, » dist Polibans, « il en est tamps piècha :
« Je croi qu’il a ·ij· jours que nous venîme chà. »
« Par foi, » che dist Elies, « plus de ·ij· mos i a. »
Quant Baudewins l’entent, forment s’esmerveilla ;
Il demande congiet et on li ottroïa.
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Vlak naast een groot vuur, want het zou zich erin storten;
“ En hoe groter het zou zijn, hoe beter het zich ermee zou voeden;
“ Het is gemaakt van hitte, en een goed vuur zou het deugd doen.
“ En het dons op zijn lijf, als men dat goed zou spinnen,
“ Weet wel dat men er een mooi en blank doek van zou maken;
“ En als het doek daarna op de een of andere manier zwart zou worden,
“ Zou het door water dat men kookte nooit meer blank worden,
“ En het zou niet kunnen bleken als het niet in een groot vuur lag;
“ Hoe meer het in het vuur zou zijn, hoe witter het daar zou worden. “
Toen Boudewijn dit hoorde, verwonderde hij zich ten zeerste; 350
Hij zei dat hij van deze vogels met zich mee zou nemen,
En dat hij er aan deze kant van de zee garen van zou laten spinnen.
Heren, hij sprak de waarheid; later bracht hij er ook mee
En liet er rechtstreeks in Jeruzalem doek van maken:
En hij zond het naar de heilige apostel van Rome.
En vanwege de waardigheid en de plaats waar het vandaan kwam,
Nam de apostel die destijds regeerde het in ontvangst;
En hij wikkelde er de heilige Veronica in:
Nog altijd zit het in dat doek, de zweetdoek, gevouwen.
Dit is de waardige zweetdoek die Veronica droeg 360
Toen zij God vond die aan het kruis hing,
Waar hij zo hard in het hart was doorboord
Dat het bloed van zijn lichaam het had besmeurd.
Veronica nam haar doek, die zij op de markt ging verkopen,
En bedekte ermee het lichaam van God, met wie zij groot medelijden had;
Daar werd zijn gelaat erin gedrukt, zodat men het nu nog ziet
Rechtstreeks in het grote Rome: dwaas is hij die dit niet gelooft.
Boudewijn van Sebourc hield daar helemaal niet halt,
Twee salamanders nam hij, zo noemde men ze,
Toen zei hij tegen Elia dat hij wilde vertrekken. 370
“ Zeker, “ zei Polibans, “ het is al een hele tijd geleden:
“ Ik geloof dat het twee dagen geleden is dat wij hier kwamen. “
“ Mijn trouw, “ zei Elia, “ het is meer dan twee maanden geleden. “
Toen Boudewijn dit hoorde, verwonderde hij zich ten zeerste;
Hij vroeg om verlof om te gaan en men schonk het hem.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
jqmd4zvyeta6k1lb1no5pfwftlvca9j
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/472
104
88332
225629
2026-08-26T10:08:05Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225629
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Elies son vaissiel méïsmes enseigna
Dont Baudewins issi le jour car il vint là ;
Et quant li maroniers les barons avisa
Sé lor dist : « venés-ent, j’ai trop demouré chà !
« Le déables d’enfer là endroit vous porta ! »
« Taisiés, » dist Baudewins, « Dieus nous i amena ;
« Car j’ai véut tel chose qui me pourfitera,
« Et à l’âme du corps, si Dieu plaist, me vaura. »
« Chertes, » dist Polibans, « qui en Dieu ne créra
« A che que puis veioir, grant folie méfra !
« Or vorrai Dieu servir, car qui le servira
« Je sui fis et chairtains bon loïer en ara. »
Ensi dist Polibans qui à Dieu s’aclina.
Il aprent moult de coses qui par le païs va.
Or sont li doy baron parmi la mer salée :
Puis qu’il euren lasiet de paradis l’entrée,
Nagièrent ·xv· jours, et soir et matinée,
Ains qu’il véissent terre, chité, ville fremée,
Fors le chiel de là-sus et le grant mer salée.
Tant nagièrent qu’il ont une ille regardée,
En mi le haute mer qui tant est redoubtée ;
A l’entreie de l’ille ont leur neif aancrée,
Puis montèrent en l’ille qui fu verde et ramée.
S’ont dit au maronier, sans nulle demourée,
Qu’il les atende là jusqu’à la retournée.
Parmi l’ille de mer, de l’iawe avironnée,
S’en vont, li chevalier, toute jour à journée ;
Tant alèrent qu’il ont véut une fumée
Si grande et si obscure et si desmesurée
Qu’il ne véoient chiel, terre, né mer salée,
Nient plus c’une bruine leur fust par nuit levée.
·j· petit vont avant, s’ont clarté avisée
Ensi qu’en ·j· busson ; et là ont escoutée
Une vois complaignant : à si haute allenée,
Si doloreusement, s’est le vois démenée,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Elies wees zelf het schip aan
Waar Boudewijn die dag uit aankwam, want hij kwam daarheen;
En toen de schipper de baronnen opmerkte,
Zei hij tot hen: "Kom mee, ik ben hier al te lang gebleven!
De duivel uit de hel heeft u hierheen gebracht!" 380
"Zwijg," zei Boudewijn, "God heeft ons hierheen geleid;
Want ik heb zoiets gezien dat mij tot voordeel zal strekken,
En de ziel van het lichaam, als het God behaagt, ten goede zal komen."
"Voorwaar," zei Polibans, "wie niet in God gelooft
Naar wat ik nu kan zien, begaat een grote dwaasheid!
Nu zal ik God willen dienen, want wie Hem dient,
Daar ben ik zeker en gewis van, zal een goede beloning krijgen."
Alzo sprak Polibans, die zich voor God boog.
Hij leert veel zaken, hij die door het land trekt.
Nu zijn de twee baronnen op de zoute zee: 390
Nadat zij de ingang van het paradijs hadden achtergelaten,
Voeren zij vijftien dagen, zowel 's avonds als 's morgens,
Voordat zij land zagen, stad of versterkte burcht,
Niets dan de hemel daarboven en de grote zoute zee.
Zolang voeren zij dat zij een eiland ontwaarden,
Midden in de open zee die zozeer gevreesd wordt;
Bij de toegang tot het eiland hebben zij hun schip verankerd,
Toen betraden zij het eiland dat groen en lommerrijk was.
En zij zeiden tot de schipper, zonder enig uitstel,
Dat hij hen daar moest opwachten tot hun terugkeer. 400
Midden over het eiland in de zee, door het water omringd,
Gaan de ridders, de hele dag voort;
Zolang liepen zij dat zij een rookpluim zagen,
Zo groot en zo donker en zo mateloos
Dat zij hemel, aarde noch zoute zee zagen,
Niet meer dan wanneer er 's nachts een mist was opgetrokken.
Een klein stukje gaan zij vooruit, en daar merkten zij licht op
Als in een struikgewas; en daar hoorden zij
Een klagende stem: met zo'n diepe ademteug,
Zo pijnlijk, heeft de stem zich geuit, 410
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
49s2ik9v45d76ze5vr3oqe2ixe3ct18
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/473
104
88333
225630
2026-08-26T10:09:08Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225630
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Er is geen van de twee wiens kleur niet is veranderd.
En de een zei tegen de ander: “ zullen we terugkeren? “
Daar waren ze onder hen twee in zeer grote twijfel.
Baudewijn van Sebourc, toen hij de stem hoorde,
Zei tegen Polibant: “ he! ware God, wat is dit hier?
“ Zijn we in de hel? het is wel heel dicht bij hier;
“ Zullen we verder gaan? we zijn te vermetel. “
“ Zeker, “ zei Polibans, met het edele hart,
“ Wel moeten we God loven, die immers nooit loog,
“ Want het aards paradijs, waar de plaatsen prachtig zijn, 420
“ Heeft Jezus ons getoond, waarvoor ik Hem dank.
“ Nu wil Hij dat wij, geloof ik, ook de hel zien:
“ Nooit zal ik terugkeren voor ik weet wat dit hier is. “
“ Ik ook niet, “ zei Baudewijn, met het wakkere hart,
“ Om de dood te ontvangen zal ik niet terugkeren zonder jou. “
Toen gaan ze naar het struikgewas waar de stem klaagde,
En Polibans roept uit dat hij niet langer wachtte:
“ Stem, die zo klaagt, luister nu snel naar mij!
“ Ik bezweer je bij God, die aan het kruis de dood leed,
“ Zeg me wat voor wezen je bent, en wie je juist hier heeft gezet, 430
“ En wat voor iets jij bent? zeg het me nu zo. “
“ Terstond zal ik het je zeggen, “ antwoordde de stem hem,
“ Ik ben de valse koopman die zijn Heer verkocht. “
“ Vriend, “ zo sprak de stem die in groot verdriet was,
“ Men noemt mij Judas, die zijn Heer verkocht. “
“ Judas! “ zei Polibans, “ God brenge je op een slechte dag!
“ Ben ik dan zo ver gekomen, op deze dag,
“ Dat ik in de hel ben waar men het slechtste heeft? “
“ In de hel bent u niet, “ zei de stem, met smart;
“ Duizend mijlen is het nog tot aan de grote hitte 440
“ Waar de duivels in hun helse toren zijn. “
“ Hoe, “ zei Polibans, “ heeft God jou zo'n liefde getoond
“ Dat je buiten de hel bent waar de duisternis is?
“ Ik geloofde het niet, bij God de schepper! “
“ Ja, “ zo sprak Judas die in groot verdriet was,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
kqtk3kh0nakwo2gi3az0imw12c6adoq
225637
225630
2026-08-26T10:24:33Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225637
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
N’i a chelui des ·ij· n’ait la coulour muée.
Et dist li un à l’autre : « ferons-nous retournée ? »
Là, furent entr’iaus ·ij· en mout grande pensée.
Baudewins de Sebourc, quant le vois entendi,
A dit à Polibant : « hé ! vrais Dieux, qu’est-che-si ?
« Sommes-nous en enfer ? il est bien près de chi ;
« Iron-nous plus avant ? nous sommes trop hardi. »
« Chertes, » dist Polibans, au corage nouri,
« Bien devons Dieu louuer, qui onkes ne menti,
« Car paradis terrestre, où li lieu sont polli,
« Nous a Jhésus monstré, de coi je l’en graci.
« Or voelt que nous véons, je croi, enfer aussi :
« Jamais ne retourai si sarrai que ch’est-chi. »
« Né je, » dist Baudewins, au corage agenci,
« Pour rechevoir le mort ne retourai sans ti. »
Dont vont vers le buisson où le vois se plaindi,
Et Polibans s’escrie que plus n’i atendi :
« Vois, qui ensi te plains, or tost enten à mi !
« Je te conjure de Dieu, qui en crois mort souffri,
« Di-moi quel coze t’ies, né qui t’a mis droit chi,
« Né quel cose tu es ? or le me di ensi. »
« Tantost le te dirai, » le vois li respondi,
« Je sui li faus marchans qui son Seignour vendi.
« Amis, » chou dist li vois qui fu en grant tristour,
« On m’apèle Judas, qui vendi son Seignour. »
« Judas ! » dist Polibans, « Diex te mets en mal jour !
« Sui-je dont si avant venus, à chestui jour,
« Que je sui en enfer où on a du piour ? »
« En infer n’estes pas, » dist le vois, à doulour ;
« Mille liewes i a dusqu’à le grant calour
« Où le déable sont en leur enfernael tour. »
« Comment, » dits Polibans, « t’a Diex fait tel amour
« Que tu es hors d’enfer où il a ténébrour ?
« Ne le cuidoie pas, par Dieu le créatour ! »
« Oïl, » che dist Judas qui fu en grant tristour,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Er is geen van de twee wiens kleur niet is veranderd.
En de een zei tegen de ander: “ zullen we terugkeren? “
Daar waren ze onder hen twee in zeer grote twijfel.
Baudewijn van Sebourc, toen hij de stem hoorde,
Zei tegen Polibant: “ he! ware God, wat is dit hier?
“ Zijn we in de hel? het is wel heel dicht bij hier;
“ Zullen we verder gaan? we zijn te vermetel. “
“ Zeker, “ zei Polibans, met het edele hart,
“ Wel moeten we God loven, die immers nooit loog,
“ Want het aards paradijs, waar de plaatsen prachtig zijn, 420
“ Heeft Jezus ons getoond, waarvoor ik Hem dank.
“ Nu wil Hij dat wij, geloof ik, ook de hel zien:
“ Nooit zal ik terugkeren voor ik weet wat dit hier is. “
“ Ik ook niet, “ zei Baudewijn, met het wakkere hart,
“ Om de dood te ontvangen zal ik niet terugkeren zonder jou. “
Toen gaan ze naar het struikgewas waar de stem klaagde,
En Polibans roept uit dat hij niet langer wachtte:
“ Stem, die zo klaagt, luister nu snel naar mij!
“ Ik bezweer je bij God, die aan het kruis de dood leed,
“ Zeg me wat voor wezen je bent, en wie je juist hier heeft gezet, 430
“ En wat voor iets jij bent? zeg het me nu zo. “
“ Terstond zal ik het je zeggen, “ antwoordde de stem hem,
“ Ik ben de valse koopman die zijn Heer verkocht. “
“ Vriend, “ zo sprak de stem die in groot verdriet was,
“ Men noemt mij Judas, die zijn Heer verkocht. “
“ Judas! “ zei Polibans, “ God brenge je op een slechte dag!
“ Ben ik dan zo ver gekomen, op deze dag,
“ Dat ik in de hel ben waar men het slechtste heeft? “
“ In de hel bent u niet, “ zei de stem, met smart;
“ Duizend mijlen is het nog tot aan de grote hitte 440
“ Waar de duivels in hun helse toren zijn. “
“ Hoe, “ zei Polibans, “ heeft God jou zo'n liefde getoond
“ Dat je buiten de hel bent waar de duisternis is?
“ Ik geloofde het niet, bij God de schepper! “
“ Ja, “ zo sprak Judas die in groot verdriet was,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
jupyfwf4uwer1k3km9a404i5jd7u9bf
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/474
104
88334
225631
2026-08-26T10:11:23Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225631
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Trestous les samedis qui sont de grant valour,
« Et le dymenge aussi, sui chi trestoute jour ;
« Le lundi, au matin, revois en mon labour,
« En infer où déable me boutent en lor four. »
« Pourcoi, » dist Polibans, « te met-on à repos
« Samedi et dymenche ? or le me di bien tost. »
« Et Judas respondi : « vassaus, tu n’es pas sos !
« Vois-tu là chelle pière par d’enchoste che bos ?
« Jadis, quant je vesqui, où tans que je fu fos,
« Passoie en un chemin où d’iauwe avoit grant flos ;
« On n’i pooit passer, ni aler ens né hors,
« Dont la gent dou païs perdoient leur proupos !
« Or, i mis une planque et si fui si dévos
« A faire cestui bien, qui ne fu mie gros,
« Que tous les samedis en sui de Dieu rassos.
« Et je sui le dimenge, mais ch’est pour autre los :
« Car une fois avoie des florins et des gros,
« Si encontrai un ladre de maladie enclos ;
« Tant fui de cha pénanche pour lui miséricors,
« Ne demoura sour mi monnoie, argens, ni ors,
« Que je ne lui donase. De coi Diex s’est remors,
« Que ·ij· jours la semainne en sui-jou d’enfer hors.
« Chi endroit crie et pleure, et s’ai ches desconfors
« Pour che que le matin r’irai avokes les mors ;
« Car persone n’est morte, s’en infer n’est enclos. »
Polibans de Falise appella Baudewin :
« Avés-vous entendu de Judas le latin ? »
« Oïl, » dist li vassaus, « foi que doi saint Martin. »
" Seignour, » che dist Judas, « alés vous droit chemin,
« Car cheste voie va à le mayson Cayn :
« Il i a ·ij· ténèbres, et le tiers ch’est la fin
« Où le déable sont et tout chil de lor lin,
« Que Dieux fist trébucier, par l’orguel de put lin ;
« Là, sont ·c· mille diables, et trestout sont voisin,
« Qui de tempter le chiècle scèvent trop bien l’engien.
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Al de zaterdagen, die van grote waarde zijn,
“ En ook de zondag, ben ik hier de hele dag;
“ Maandags, in de ochtend, keer ik terug naar mijn zwoegen,
“ In de hel, waar duivels mij in hun oven werpen. “
“ Waarom, “ zei Polibans, “ gunt men jou rust 450
“ Op zaterdag en zondag? Vertel het mij nu snel. “
“ En Judas antwoordde: “ Edelman, je bent niet dom!
“ Zie je daar die steen aan de rand van dat bos?
“ Vroeger, toen ik leefde, in de tijd dat ik dwaas was,
“ Kwam ik langs een weg waar een grote waterstroom stond;
“ Men kon er niet passeren, noch erin of eruit gaan,
“ Waardoor de mensen van het land hun reisbestemming misten!
“ Welnu, ik legde er een plank neer en was zo devoot
“ Om dit goede werk te doen, dat weliswaar niet groot was,
“ Dat ik elke zaterdag door God ervan ben verlicht. 460
“ En dat ben ik ook op zondag, maar dat is om een andere verdienste:
“ Want op een keer had ik florijnen en grote munten,
“ Toen ik een melaatse tegenkwam, door ziekte bevangen;
“ Ik had zo'met de man te doen in zijn lijden,
“ Dat er geen geld, zilver of goud bij mij achterbleef,
“ Of ik gaf het aan hem. Waarover God bewogen raakte,
“ Zodat ik twee dagen per week uit de hel ben.
“ Hier ter plekke schreeuw en huil ik, en heb ik dit verdriet,
“ Omdat ik morgenochtend weer terugga naar de doden;
“ Want niemand sterft, of hij wordt in de hel opgesloten. “ 470
Polibans van Falise riep toen Boudewijn:
“ Heb je de woorden van Judas gehoord? “
“ Ja, “ zei de edelman, “ bij het geloof in Sint Maarten. “
“ Heren, “ zo sprak Judas, “ gaat u de rechte weg,
“ Want dit pad leidt naar het huis van Kaïn:
“ Er zijn twee duisternissen, en de derde is het einde,
“ Waar de duivels zijn en al degenen van hun stam,
“ Die God deed neerstorten, vanwege de trots van hun slechte aard;
“ Daar zijn honderdduizend duivels, en allen zijn elkaars buren,
“ Die de list om de wereld te verleiden maar al te goed kennen. 480
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
7g1ssefxp3uey4757tlxq5zi5s5b4wa
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/475
104
88335
225632
2026-08-26T10:12:49Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225632
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Li ténèbres decha, dont je vous fais destin,
« Li anemi n’i sont souverrain né meschin,
« Né n’i poient clamer qui valle ·j· estrelin ;
« Mais cis de ches ténèbres sont en mauvail convin,
« Jamais ne verront Dieu, le vrai père divin,
« Né le gloire des chiulz où sont li Séraphin.
« En l’un de ches ténèbres, là sont li orphenin,
« Che sont enfant mort-net ; là sont, en che gardin,
« Maudisant père et mère et parent et cousin :
« Tout adès viveront en disant tel latin,
« Né jà des chieulz lassus ne verront le traitin ;
« Che sont maléuret, et plain de povre fin,
« Qui naissent de leur mères sans baptesme divin.
« Et en l’autre ténèbre de coi je vous destin,
« Là, vont li despéret Persant et Barbarin.
« Et li autres ténèbres c’est infers, où sans fin
« Iront chil qui feront et murdre et larechin,
« Et li faus usurier qui vendent à termiin
« Et qui prestent -x. sols pour r’avoir ·j· florin,
« Sé par confession ne prendent bon doctrin.
« Là, soufferront tel mal, tel doel, et tel bruin,
« C’on ne porroit escrire, en tout le parchemin
« Qui soit en tout le monde jusqu’à l’iauwe dou Rin,
« Le dolour c’on i souffre, au soir et au matin.
« Chellui qui bien se garde ting à bon péleriin !
« Seignour, » che dist Judas, « ça, retournés arière,
« Car li premiers ténèbres est ·j· pau chà-dérière ;
« Et là, sont li mort-net qu’adės aront hasquière,
« Et li despéret sont en une autre mannière.
« Là, fuisse-je alės ; mais je fis oevre fière
« Quant je vendi le fil la douche trèsourière,
« Che fu trop grans mesfais ne m’i vausist proière :
« .v. jours en la semaine en sui en la caudière,
« Où li feus art et brulle, et rent telle lumière
« Et si grande caurreur et de telle mannière,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ De duisternis hier, die ik voor u beschrijf,
“ De vijanden zijn er meester noch knecht,
“ Noch kunnen zij er aanspraak maken op de waarde van één sterling;
“ Maar zij in deze duisternis verkeren in slechte staat,
“ Nooit zullen zij God zien, de ware hemelse Vader,
“ Noch de glorie der hemelen waar de Serafijnen zijn.
“ In één van deze duisternissen, daar zijn de wezen,
“ Dat zijn de doodgeboren kinderen; daar zijn zij, in die tuin,
“ Vader en moeder vervloekend, familie en neef:
“ Altijd zullen zij voortleven terwijl zij zulke taal uiten, 490
“ En nooit zullen zij daarboven in de hemelen Gods aanschijn zien;
“ Dat zijn de onzaligen, met een ellendig einde,
“ Die uit hun moeders geboren worden zonder het goddelijk doopsel.
“ Et in de andere duisternis waarover ik u vertel,
“ Daarheen gaan de wanhopige Perzen en Barbaren.
“ En de andere duisternis, dat is de hel, waar zonder einde
“ Degenen heen zullen gaan die moord en diefstal plegen,
“ En de valse woekeraars die op termijn verkopen
“ En die tien stuivers lenen om er een florijn voor terug te krijgen,
“ Tenzij zij door de biecht de goede leer aannemen. 500
“ Daar zullen zij zulk kwaad lijden, zulke rouw en zulk gedruis,
“ Dat men het niet zou kunnen opschrijven op al het perkament
“ Dat in de hele wereld te vinden is tot aan het water van de Rijn:
“ De smart die men daar lijdt, in de avond en in de morgen.
“ Degene die zich hiervoor behoedt, houd ik voor een goede pelgrim!
“ Heren, “ zo sprak Judas, “ keert hier om,
“ Want de eerste duisternis ligt een klein stukje hierachter;
“ En daar zijn de doodgeborenen die altijd kwelling zullen hebben,
“ En de wanhopigen zijn er op een andere wijze.
“ Daar had ik heen willen gaan; maar ik beging een gruwelijke daad 510
“ Toen ik de Zoon van de zoete schatbewaarster verkocht,
“ Dat was een te groot misbedrijf, geen gebed kon mij baten:
“ Vijf dagen in de week zit ik in de ketel,
“ Waar het vuur brandt en schroeit, en zulk een licht afgeeft
“ En zo'n grote hitte en op zulk een wijze,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
szjqzir11gr7lpoz0chgs02zdi7cplb
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/476
104
88336
225633
2026-08-26T10:15:20Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225633
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Que li feu de vo chiècle n’a de chaut une osière
« Envers le feu d’enfer qui nous met à hasquière.
« On aroit mal sans nombre sans plus de la fumière. »
Quant li doy chevalier oent Judas parleir,
Adont eurent d’acort d’arrière retournier ;
Si laissièrent Judas dessus le pierre ester.
« Judas, » dist Polibant, « penses dou haut crier,
« On te fera demain d’autre Martin canter ! »
« Elas ! » ce dist Judas, « ne me pui-ge paser
« Dou mesquief que je senc, s’on ne me va gaber !
« Telle oevre puissiés faire, ainçois de vo finer,
« Qu’encore je vo puisse en infer r’aviser ;
« Lucifier prieroie qu’il fesist fort soufler. »
« Judas, » dist Polibant, « Dieux m’en voelle garder !
« Car de ta marcandise ne me cuiec jà meller. »
Dont retournent par l’ille, n’i vorrent arrester ;
S’ont trouvé leur vassael, adont vont ens entreir :
Et li marroniers va se voile haut lever.
Dont i leva un vens qui les a fait aleir
Au lés devers enfer ; si qu’il virent bié cler
Les déables d’enfer par le champaingne aleir.
Quant le déable virent le vaissel là sigler,
En infier s’en retournent tisons de feu haper ;
Plus de mille diables péuissiés esgarder,
Dont cescun tint brandon qui moult reluisoit cler :
Il vinrent abruïant sus la rive de mer,
Vers le nés Baudewin commenchent à geter
Brandons de feu ardant qui reluisoient cler.
Et Baudewins commenche sa main destre à lever,
Mille fois se sainna pour le sien corps garder ;
Et Pollibans se sainne, où n’ot qu’espoenter.
Le maroniers, de peurs, est salis en le mer :
Là endroit se noïa qu’il ne poet escaper,
E li déable vinrent l’ame de lui haper,
E tout droit en enfer le vont briefment porter.
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Want het vuur van uw wereld is nog geen twijgje waard,
“ Vergeleken met het hellevuur dat ons in foltering stort.
“ Men zou al talloze pijnen lijden, alleen al door de rook. “
Toen de twee ridders Judas hoorden spreken,
Besloten zij eendrachtig om op hun schreden terug te keren; 520
Ze lieten Judas daar op de rots staan.
“ Judas, “ zei Polibant, “ denk erom dat je luid schreeuwt,
“ Men zal je morgen wel een ander toontje laten zingen! “
“ Helaas! “ zo sprak Judas, “ kan ik dan niet ontkomen
“ Aan de ellende die ik voel, zonder dat men de spot met mij drijft!
“ Mocht u zo’n daad verrichten, nog voor uw einde daar is,
“ Dat ik u nog eens in de hel mag terugzien;
“ Lucifer zou ik smeken dat hij hard liet blazen. “
“ Judas, “ zei Polibant, “ moge God mij daarvoor behoeden!
“ Want met jouw handel wens ik mij nimmer te bemoeien. “ 530
Vervolgens keerden zij terug over het eiland, zij wilden er niet blijven;
Ze hebben hun vaartuig gevonden en zijn toen aan boord gegaan:
En de zeeman ging zijn zeil hoog hijsen.
Toen stak er een wind op die hen deed varen
Langs de zijde van de hel; zodat zij heel helder zagen
De duivels van de hel over de vlakte gaan.
Toen de duivels het schip daar zagen zeilen,
Keerden zij terug naar de hel om brandende takken te grijpen;
Meer dan duizend duivels had u kunnen aanschouwen,
Waarvan ieder een fakkel vasthield die zeer helder glansde: 540
Zij kwamen brullend naar de zeerede,
Naar het schip van Boudewijn begonnen zij te werpen
Fakkels van brandend vuur die zeer helder glansden.
En Boudewijn begon zijn rechterhand op te heffen,
Duizendmaal sloeg hij een kruis om zijn eigen lichaam te beschermen;
En Polibant sloeg een kruis, die van angst niet wist waar te blijven.
De zeeman is van angst in de zee gesprongen:
Daar ter plekke verdronk hij, zodat hij niet kon ontsnappen,
En de duivels kwamen om zijn ziel te grijpen,
En zij dragen hem kortweg rechtstreeks naar de hel. 550
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
r27ypvim1dmnsfzglubd9uthfidc2d2
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/477
104
88337
225634
2026-08-26T10:19:33Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225634
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Et li déable prisent leur brandons à geler
Pour le vaissel ardor où sont le bacheler.
Sé Jhésu-Crist ne fust n’en péussent escaper,
Mais uns angles i vint, pour le vasiel garder,
Qui fasoit les brandons arière reculeir
Et en l’iauwe seioir : mais j’ai of conter
En le droite matère de saint Brandon, le ber,
Que li brandon faisoient l’iauwe en maint lieu flamber.
Du félon feu d’enfer, qui tant fait à doubter,
Nostre sires des chiels volt, ses amis, monstrer
Miracles méveilleuses et en terre et en mer.
Quant li vint à plaisir, le vent fist retourner ;
Li vassiaus retourna, li vens li fist guier :
Et li déable prisent hautement à huer,
Dolant furent qu’il virent le vaissel escaper.
Et les ·ij· chevalier qui fisent à loer,
Et li baron s’en vont, où n’ot qu’espoenter ;
Et prient Jhésu-Crist qui les laist ariver
En tel lieu où il puissent dessus terre monter.
« E ! Diex, » dist Polibans, « or sai et voi bien cler
« Que li hons qui fait mal il li faut comparer
« Plus doleureusement c’on ne puist recorder !
« A le première albie que je porrai trouver,
« J’irai faire mon corps baptisier et lever ;
« Monnes i deverrai sans jammais dessevrer,
« Et là servirai Dieu qui tout a à garder.
« Pour amour des brandons, qui ardoient si cler,
« Dont le déable ont fait après nous tant ruer,
« Me ferrai-je Brandon par mon nom appeleir. »
Seignour, il se dist voir, légier est à prouver :
Encor poet-on, à Bruges, saint Brandon voir trouver,
Qu monstier Saint-Amant le fait-on aourer.
Et sa vie tesmongne, qui point n’en doit fausser,
Qu’avoec Baudewin fu en palagre de mer
En paradis terrestre et à Judas parler ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
En de duivels namen hun verhardende fakkels
Om het vaartuig te verbranden waarin de jonge ridders zich bevinden.
Als Jezus Christus er niet was geweest, hadden zij niet kunnen ontsnappen,
Maar een engel kwam daarheen, om het schip te bewaken,
Die de fakkels weer deed terugwijken
En in het water deed zakken: maar ik heb horen vertellen
In de ware geschiedenis van de edele Sint-Brandaan,
Dat de fakkels het water op menige plek deden vlammen.
Voor het snode hellevuur, dat zozeer te vrezen is,
Wilde Onze Heer uit de hemelen aan zijn vrienden tonen 560
wonderbaarlijke mirakelen op aarde en op zee.
Toen het hem behaagde, deed hij de wind keren;
Het vaartuig keerde om, de wind deed het sturen:
En de duivels begonnen luidkeels te schreeuwen,
Bedroefd waren zij toen zij het schip zagen ontsnappen.
En de twee ridders die lof verdienden,
En de baronnen gaan heen, waar niets dan angst heerste;
En zij bidden Jezus Christus dat hij hen laat aanmeren
Op een plek waar zij aan land kunnen stijgen.
“ Ach! God, “ zeide Polibans, “ nu weet en zie ik heel helder 570
“ Dat de mens die kwaad doet, daarvoor moet boeten
“ Op pijnlijkere wijze dan men kan navertellen!
“ Bij de eerste abdij die ik zal kunnen vinden,
“ Zal ik mijn lichaam laten dopen en opheffen;
“ Monnik zal ik daar worden zonder ooit nog te scheiden,
“ En daar zal ik God dienen die alles te behoeden heeft.
“ Uit liefde voor de fakkels, die zo helder brandden,
“ Waarmee de duivel zozeer achter ons aan heeft gegooid,
“ Zal ik mijzelf Brandaan laten noemen bij mijn naam. “
Heren, hij sprak de waarheid, het is gemakkelijk te bewijzen: 580
Nog altijd kan men, in Brugge, Sint-Brandaan vinden,
In de kerk van Sint-Amands eert men hem.
En zijn levensverhaal getuigt, dat geenszins mag dwalen,
Dat hij met Boudewijn op de open zee was,
In het aards paradijs, en met Judas heeft gesproken;
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
azvn9ayl61yno2fzp4o9x42m5w1hixp
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/478
104
88338
225635
2026-08-26T10:21:05Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225635
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Et fu si près d’enfer, che est chertain et cleir,
Que de brandons le virent li déable geter :
Et pour che le poet-on saint Brandon appeler.
Mones fu d’une albie, et albés volt finer,
Ensi con vous orrés ou livre raconter.
Qui de cheste matere à l’encontre diroit,
Je croy que con Tumas bien rendus en serroit.
Tant naga Baudewins et chuis qu’o lui estoit,
Car il sont arrivet en Noroèghe droit.
Seignour, en che païs gerre éut i avoit
Du roy de Noroèghe, qui à che tamps régnoit,
Contre les Illandois, à che c’on me contoit,
Qu’adont estoient bougre et plain de mase foit :
S’avoient chiaus d’Espaenge amenet là endroit,
Car qui est en Illande tost en Ispaenge iroit
Qui par le haute mer ·j· poi sigler vauroit.
Par dedens Noroeghe eurent fait maint put roit,
Roy Sanson desconfit et tout chiaus qu’il avoit,
Et le terre destruite qui lée et longe estoit ;
Dont li bons roys Sanson forment s’esbaihissoit,
En une chité fu où poi de gens avoit.
Païen furent retraihit, pour che qu’adont fist froit,
En une forte ville qui conquestée estoit
Et le gent mise à mort pour che qu’en Dieu creioit.
En le noble chité où Sanses se tenoit
Arriva Baudewins et Polibans tout droit ;
Cascuns a pris ses armes et ou cheval montoit,
En la chité entreirent armeit de biau conroit :
N’ot ·ij· plus biaus vassaus, que li menres estoit,
Ou roïaume de France si lonc qu’il s’estendoit !
Quant il oïrent dire que gerre là avoit,
Et par le royame nul hons aler n’osoit,
Sé vinrent au roy Sanse c’ou palais se seioit
Avoekes ses barons où il se consillioit ;
Et si estoit sa nièche, Constance on le clamoit,
</poem>
|valign=top|
<poem>
En hij was zo dicht bij de hel, dat is zeker en klaar,
Dat ze de duivels hem met brandende fakkels zagen bekogelen:
En daarom kan men hem Sint-Brandaan noemen.
Monnik was hij in een abdij, en als abt wilde hij sterven,
Zoals u zult horen vertellen in dit boek. 590
Wie over deze materie het tegendeel zou beweren,
Ik geloof dat hij net als Thomas flink terechtgewezen zou worden.
Zolang voer Boudewijn en degene die bij hem was,
Dat zij rechtstreeks in Noorwegen zijn aangekomen.
Heer, in dat land was er een oorlog gaande
Van de koning van Noorwegen, die in die tijd regeerde,
Tegen de Ieren, naar wat men mij vertelde,
Die destijds ketters waren en vol van slecht geloof:
Zij hadden de mensen uit Spanje daarheen gebracht,
Want wie in Ierland is, zou snel naar Spanje gaan 600
Als men over de volle zee een klein stukje zou willen zeilen.
Binnen Noorwegen hadden zij menig lelijke streek uitgehaald,
Koning Samson verslagen en iedereen die hij bij zich had,
En het land verwoest dat breed en lang was;
Waarover de goede koning Samson hevig ontzet was,
Hij bevond zich in een stad waar maar weinig mensen waren.
De heidenen hadden zich teruggetrokken, omdat het toen koud was,
In een sterke stad die veroverd was
En de bevolking ter dood gebracht omdat zij in God geloofde.
In de edele stad waar Samson zich ophield 610
Kwamen Boudewijn en Polibans rechtstreeks aan;
Ieder nam zijn wapens en steeg te paard,
De stad trokken zij binnen, gewapend in schitterende uitrusting:
Er waren geen twee mooiere vazallen, waarvan de minste was,
In het koninkrijk Frankrijk, zover als dat zich uitstrekte!
Toen zij hoorden vertellen dat er daar oorlog was,
En dat geen mens door het koninkrijk durfde te reizen,
Kwamen zij naar koning Samson die in zijn paleis zat
Met zijn baronnen, met wie hij beraadslaagde;
En daar was ook zijn nicht, Constance noemde men haar, 620
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
izl8btlncamyep01de89z562uinj7au
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/479
104
88339
225636
2026-08-26T10:22:37Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225636
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Qui fu et bèle et douche, point de mari n’avoit.
Atant est Baudewins qui le roy saluoit
De Jhésu-Cris de gloire qui haut siet et lons voit.
« Vassaus, » che dist li roys, « bien viengiés chi endroit !
« Volés avoir saudées ? » et Baudewins disoit
Que pour amour de Dieu il le conforteroit :
Né fin or, ni argent, jà n’i recheveroit.
Et quant li roys l’oy forment le merchioit,
Car qui fait courtoisie festiés estre doit.
Par dedens Noroèghe, droit en une chité
C’on claimme Portemue, en chelle roïauté
Furent li chevalier servi et honeré.
Li roys a Baudewin vistement demandé
Son estre et son affaire et le sien parenté ;
Et s’il avoit moullier en le soie herrité ?
« Oïl, » dist Baudewins, au corage menbré,
« Mais véchi ·j· vassal qui est de jone aé,
« Qui est de païnie ; mais je l’ai conquesté,
« Or se voelt baptisier, il en a poesté,
« Car nous venons d’enfer, où nous avons trouvé
« Plus de mille déables qu’après nous ont geté
« Mille brandons de feu tous rouges et alumés. »
« Che soit, » che dist li roys, « à leur male sainté ! »
Adont furent li fons et béné et sacré :
Polibant baptisèrent, ens ou palais pavé,
Mais il li ont son non et cangiet et mué ;
Pour l’amour des brandons l’a-on Brandon clamé.
La nièche au roy Sanson, Constance au corps sené,
Enama moult Brandon, le damoisel loé.
Plus volentiers éust Baudewin enamé,
Mais entendre faisoet c’on l’avoit marié ;
Si que cheste puchelle en r’osta s’amisté,
Si enama Brandon, le chevalier loé :
Mais Brandons n’en avoit nésune volenté.
S’avint que Baudewins ot illoec sejourné
</poem>
|valign=top|
<poem>
Die mooi en zachtaardig was, en geen echtgenoot had.
Toen kwam Boudewijn, die de koning groette
In de naam van Jezus Christus der glorie, die hoog zetelt en ver ziet.
“ Vazal, “ zei de koning, “ wees welgekomen hier ter plekke!
“ Wilt u soldij ontvangen? “ en Boudewijn zei
Dat hij hem uit liefde voor God zou bijstaan:
Noch fijn goud, noch zilver zou hij ooit aannemen.
En toen de koning dit hoorde, bedankte hij hem hartelijk,
Want wie hoofsheid toont, hoort geëerd te worden.
Binnen Noorwegen, recht in een stad 630
Die men Portemue noemt, in dat koninkrijk
Werden de ridders bediend en geëerd.
De koning heeft Boudewijn snel gevraagd
Naar zijn stand, zijn zaken en zijn verwanten;
En of hij een echtgenote had in zijn erfgoed?
“ Ja, “ zei Boudewijn, de kloekmoedige,
“ Maar ziehier een vazal van jonge leeftijd,
“ Die uit het heidense land komt; maar ik heb hem overwonnen,
Nu wil hij zich dopen laten, hij heeft de wil daartoe,
Want wij komen uit de hel, waar wij vonden 640
“ Meer dan duizend duivels die achter ons aan wierpen
“ Duizend vuurbranden, geheel rood en brandend. “
“ Het zij zo, “ zei de koning, “ tot hun ongeluk! “
Toen werd het doopvont gezegend en gewijd:
Polibant doopten zij, in het geplaveide paleis,
Maar zij hebben zijn naam veranderd en gewijzigd;
Uit liefde voor de vuurbranden heeft men hem Brandon genoemd.
De nicht van koning Samson, Constance de wijze,
Werd zeer verliefd op Brandon, de geprezen jonker.
Liever had zij Boudewijn liefgehad, 650
Maar hij liet blijken dat men hem al had uitgehuwelijkt;
Zodat dit meisje haar genegenheid introk,
En verliefd werd op Brandon, de geprezen ridder:
Maar Brandon had daartoe geen enkele behoefte.
Het geschiedde dat Boudewijn aldaar verbleef
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
64hop565ain8f6lszfoi0ekoszx3v5n
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/504
104
88340
225640
2026-08-26T10:26:06Z
Havang(nl)
4330
/* Zonder tekst */
225640
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="0" user="Havang(nl)" /></noinclude><noinclude></noinclude>
6fy8ix6czju8r0lz5ain22z7t1pjvxr