Wikisource nlwikisource https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina MediaWiki 1.47.0-wmf.17 first-letter Media Speciaal Overleg Gebruiker Overleg gebruiker Wikisource Overleg Wikisource Bestand Overleg bestand MediaWiki Overleg MediaWiki Sjabloon Overleg sjabloon Help Overleg help Categorie Overleg categorie Hoofdportaal Overleg hoofdportaal Auteur Overleg auteur Pagina Overleg pagina Index Overleg index TimedText TimedText talk Module Overleg module Event Event talk Hoofdportaal:Beeldende kunst/Beeldhouwkunst 100 21124 225692 225526 2026-08-26T19:15:31Z Vincent Steenberg 280 bronnen toegevoegd/verplaatst 225692 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Beeldhouwkunst | afbeelding = "Joy" sculpture by Christine Baxter 2013.gif | alt = Joy door Christine Baxter | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] aanwezige bronnen over [[w:nl:Beeldhouwkunst|beeldhouwkunst]]. | artikelwikipedia = }} == Algemeen == === Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen === ==== Musea ==== ;Bode-Museum, Berlijn *Anoniem (24 december 1923) [[Het Vaderland/Jaargang 55/24 december 1923/Het Kaiser-Friedrich Museum|‘Het Kaiser-Friedrich Museum te Berlijn is door ruil in het bezit gekomen van een Italiaansch bronzen beeld […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad D, p.&nbsp;1. *Anoniem (7 oktober 1928) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 101/Nummer 32909/Aanwinsten in het Kaiser-Friedrich-Museum|‘Aanwinsten in het Kaiser-Friedrich-Museum’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;10. ==== Tentoonstellingen ==== *Reijn, Theo van (6 januari 1934) ‘Tentoonstelling van internationale beeldhouwkunst in het Stedelijk Museum te Amsterdam van 24 Dec. '33 tot 14 Januari '34’, ''Bouwkundig Weekblad Architectura'', jrg. 55, nr. 1, p. 11-12. == Geschiedenis van de beeldhouwkunst; naar kunstperiode == *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Beeldhouwkunst/Perioden|Geschiedenis van de beeldhouwkunst; naar kunstperiode]] == Beeldhouwkunst; België == === Barok en Rococo (17e en 18e eeuw) === ;Verhulst, Rombout (1624-1698) *Anoniem (13 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 7/Te Midwolde (Gr.)|‘Te Midwolde (Gr.) […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 7, p.&nbsp;46. === Classicisme en Romantìek (ca. 1750-ca. 1850) === ;Fraikin, Charles Auguste *Anoniem (27 september 1848) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 1848/Nummer 231/Belgische Post|‘Belgische Post’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;3]. === Ca. 1850-ca. 1914 === ;Devreese, Godefroid (1861-1941) *W. (22 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 21/De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling|‘De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 21, p.&nbsp;103. ;Du Bois, Paul (1859-1938) *W. (22 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 21/De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling|‘De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 21, p.&nbsp;103. ;Herbays, Jules (1866-1940) *W. (22 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 21/De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling|‘De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 21, p.&nbsp;103. ;Samuel, Charles (1862-1938) *W. (22 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 21/De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling|‘De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 21, p.&nbsp;103. ;Van den Bossche, Emil (1849-1921) *''Catalogus van de St. Willibrordtentoonstelling. Willibrord-herdenking 739-1939'', Centraal Museum, Universiteit Utrecht, Dom van Utrecht, Utrecht, 16 juni-15 september 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht|‘De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht wordt morgen geopend door minister Colijn. Een schat aan kunstwerken van de vroege Middeleeuwen tot op onzen tijd’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Van der Stappen, Charles (1843-1910) *W. (22 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 21/De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling|‘De kunstnijverheid op de Brusselsche tentoonstelling’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 21, p.&nbsp;103. === 20e eeuw === ;Grandmoulin, Léandre (1873-1957) *Anoniem (7 september 1921) [[Het Vaderland/Jaargang 53/7 september 1921/Avondblad/In het Koninklijk museum|‘In het Koninklijk museum te Brussel […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad B, p.&nbsp;2. ;Termote, Albert *[''Grafiek''], Haagsche Kunstkring, Den Haag, december 1929, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Ω (18 december 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33343/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;7. ;Vermeire, Jules (1885-1977) *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Wolfers, Marcel (1886-1976) *''La Croix Latine. Tentoonstelling van kerkelijke kunst'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 5 december 1931-4 januari 1932.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 december 1931) [[De Maasbode/Jaargang 64/Nummer 24049/Avondblad/La Croix Latine|‘„La Croix Latine”. De tentoonstelling in Amsterdam’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p.&nbsp;6. == Beeldhouwkunst; Duitsland == === Ca. 1850-ca. 1914 === ;Langenberg, Ferdinand *T. (28 december 1901) [[Venloosche Courant/Jaargang 33/Nummer 103/Een kunstjuweel|‘Een kunstjuweel’]], ''Venloosche Courant'', [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (24 oktober 1911) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 49/Nummer 119/Kerkelijke kunst|‘Kerkelijke kunst’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (11 maart 1925) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 63/Nummer 59/Het nieuwe altaar in de O. L. Vr. kerk|‘Het nieuwe altaar in de O. L. Vr. kerk’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (26 november 1925) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 63/Nummer 278/Een zeldzaam document|‘Een zeldzaam document’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. ;Schaper, Franz *Anoniem (21 maart 1898) [[De Zuid-Limburger/Jaargang 4/Nummer 69/Aken, 20 Maart|‘Aken, 20 Maart’, alinea 2]], ''De Zuid-Limburger'', [p.&nbsp;2]. ;Windhausen, Joseph *Anoniem (23 augustus 1890) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 28/Nummer 34/De eerste prijzen|‘De eerste prijzen’]], ''Venloosch Weekblad'', Eerste Blad, [p.&nbsp;2]. *Anoniem (14 maart 1891) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 29/Nummer 11/Z. D. H. mgr. F. Boermans, bisschop van Roermond, heeft heden morgen in de kerk van het groot seminarie aldaar de volgende H. wijdingen toegediend|‘Z. D. H. mgr. F. Boermans, bisschop van Roermond, heeft heden morgen in de kerk van het groot seminarie aldaar de volgende H. wijdingen toegediend: [...]’]], ''Venloosch Weekblad'', jrg. 29, nr. 11, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. *Anoniem (26 mei 1891) [[De Tijd/Nummer 13325/Kerknieuws|‘Kerknieuws’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (22 augustus 1891) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 29/Nummer 34/Bij den jaarlijkschen prijskamp in de verschillende vakken der theologische wetenschap in het groot seminarie te Roermond|‘Bij den jaarlijkschen prijskamp in de verschillende vakken der theologische wetenschap in het groot seminarie te Roermond [...]’]], ''Venloosch Weekblad'', jrg. 29, nr. 34, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (16 oktober 1891) [[De Tijd/Nummer 13445/Onderwijs|‘Onderwijs’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (2 april 1892) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 30/Nummer 14/Z. D. H. mgr. Boermans, bisschop van Roermond, heeft heden morgen in de kerk van het groot seminarie aldaar de volgende H. wijdingen toegediend|‘Z. D. H. mgr. Boermans, bisschop van Roermond, heeft heden morgen in de kerk van het groot seminarie aldaar de volgende H. wijdingen toegediend: [...]’]], ''Venloosch Weekblad'', Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. *Anoniem (20 september 1892) [[De Tijd/Nummer 13725/Z. D. Hoogw. Mgr. F. A. H. Boermans, bisschop van Roermond, heeft benoemd|‘Z. D. Hoogw. Mgr. F. A. H. Boermans, bisschop van Roermond, heeft benoemd [...]’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (27 april 1895) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 33/Nummer 17/Gemeenteraad te Venlo|‘Gemeenteraad te Venlo’]], ''Venloosch Weekblad'', jrg. 33, nr. 17, Tweede Blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (5 oktober 1895) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 33/Nummer 40/De prijsuitdeeling aan de Zondagsschool voor nuttige handwerken, in de school der eerw. zusters alhier op den 29. jl. gehouden|‘De prijsuitdeeling aan de Zondagsschool voor nuttige handwerken, in de school der eerw. zusters alhier op den 29. jl. gehouden, [...]’]], ''Venloosch Weekblad'', jrg. 33, nr. 40, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (31 oktober 1896) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 34/Nummer 44/Ingezonden|‘Ingezonden’]], ''Venloosch Weekblad'', jrg. 34, nr. 44, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. *Anoniem (31 december 1897) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 35/Nummer 53/In de Zondagsschool van nuttige handwerken, verbonden aan de gloeilampenfabriek der heeren Goossens, Pope & Cie alhier|‘In de Zondagsschool van nuttige handwerken, verbonden aan de gloeilampenfabriek der heeren Goossens, Pope & Cie alhier, [...]’]], ''Venloosch Weekblad'', jrg. 35, nr. 53, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (21 maart 1898) [[De Zuid-Limburger/Jaargang 4/Nummer 69/Venlo|‘Venlo’]], ''De Zuid-Limburger'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (23 juli 1898) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 36/Nummer 29/In de St. Martinuskerk is men op het oogenblik bezig met het afbreken van het hoofdaltaar|‘In de St. Martinuskerk is men op het oogenblik bezig met het afbreken van het hoofdaltaar, [...]’]], ''Venloosch Weekblad'', jrg. 36, nr. 29, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (28 juli 1898) [[Limburger Koerier/Jaargang 53/Nummer 84/Gisterenavond vergaderden in Café Central de bewoners van de Markt en omliggende straten|‘Gisterenavond vergaderden in Café Central de bewoners van de Markt en omliggende straten, [...]’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. *Anoniem (30 juli 1898) [[Venloosche Courant/Jaargang 30/Nummer 30/In de vergadering van de bewoners aan de markt en daaraan grenzende straten, jl. Maandag gehouden, ter bespreking van de oprichting van een groot processiealtaar op de markt|‘In de vergadering van de bewoners aan de markt en daaraan grenzende straten, jl. Maandag gehouden, ter bespreking van de oprichting van een groot processiealtaar op de markt, [...]’]], ''Venloosche Courant'', 1e blad, [p.&nbsp;1-2]. *Anoniem (6 november 1900) [[Limburger Koerier/Jaargang 55/Nummer 125/Venlo, 4 Nov.|‘Venlo, 4 Nov.’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;3]. *Anoniem (12 november 1900) [[De Morgenpost/Jaargang 8/Nummer 2449/Kunst en wetenschap|‘Kunst en wetenschap’]], ''De Morgenpost'', [p.&nbsp;3]. *Anoniem (9 januari 1902) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 42/Nummer 5222/Naar wordt gemeld zal de Weleerw. heer Ch. Windhausen (...) zijn tegenwoordige standplaats verlaten|‘Naar wordt gemeld zal de Weleerw. heer Ch. Windhausen [...] zijn tegenwoordige standplaats verlaten [...]’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', [p.&nbsp;3]. *Anoniem (17 januari 1907) [[Venloosch Nieuwsblad/Jaargang 45/Nummer 7/Naar wij vernemen|‘Naar wij vernemen [...]’]], ''Venloosch Nieuwsblad'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (13 mei 1908) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 81/Nummer 25523/Avondblad/Kerkelijke Kunst|‘Kerkelijke Kunst’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, tweede blad, p.&nbsp;6. *Anoniem (20 september 1909) [[Limburger Koerier/Jaargang 64/Nummer 194/Bergen|‘Bergen’]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (24 oktober 1911) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 49/Nummer 119/Kerkelijke kunst|‘Kerkelijke kunst’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (21 maart 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27641/Avondblad/Een zilveren feest|‘Een zilveren feest’]], ''Algemeen Handelsblad'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (18 augustus 1919) [[De Tijd/Jaargang 75/Nummer 22029/Zilveren feest van een fabrieks-patronaat|‘Zilveren feest van een fabrieks-patronaat’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (19 augustus 1921) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 4/Nummer 193/Kapel Sanatorium|‘Kapel Sanatorium’]], ''Limburgsch Dagblad'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (11 maart 1925) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 63/Nummer 59/Het nieuwe altaar in de O. L. Vr. kerk|‘Het nieuwe altaar in de O. L. Vr. kerk’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (26 november 1925) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 63/Nummer 278/Een zeldzaam document|‘Een zeldzaam document’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. *Anoniem (2 juni 1932) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 128/De firma Comuth-Nooteboom jubileert|‘De firma Comuth-Nooteboom jubileert’]], ''Limburger Koerier'', derde blad, p.&nbsp;6. *Anoniem (23 augustus 1932) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 70/Nummer 198/Antieke schilderstukken in de H. Lambertuskerk te Horst|‘Antieke schilderstukken. In de H. Lambertuskerk te Horst. Het devotie-altaar O. L. Vr. van Altijddurenden Bijstand opgericht’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. *Anoniem (3 juni 1936) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 74/Nummer 129/Joseph Windhausen ✝|‘Joseph Windhausen ✝’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (3 juni 1936) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 19/Nummer 129/Weleerw. heer J. Windhausen †|‘Weleerw. heer J. Windhausen †’]], ''Limburgsch Dagblad'', tweede blad, [p.&nbsp;4]. *T. (28 december 1901) [[Venloosche Courant/Jaargang 33/Nummer 103/Een kunstjuweel|‘Een kunstjuweel’]], ''Venloosche Courant'', [p.&nbsp;1-2]. *X. (30 november 1895) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 33/Nummer 48/Florimond|‘Florimond’]], ''Venloosch Weekblad'', jrg. 33, nr. 48, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. === 20e eeuw === ;Barlach, Ernst (1870-1938) *''Gemälde und Plastiken moderner Meister aus deutschen Museen. Braque, Chagall, Derain, Ensor, Gauguin, van Gogh, Laurencin, Modigliani, Matisse, Pacin, Picasso, Vlaminck, Marc, Nolde, Klee, Hofer, Rohlfs, Dix, Kokoscka, Beckmann, Pechstein, Kirchner, Heckel, Grosz, Schmidt-Rottluff, Müller, Modersohn, Macke, Corinth, Liebermann, Amiet, Baraud, Feiniger, Levy, Legmbruck, Mataré, Marcks, Archipenko, Barlach'', Galerie Fischer, Luzern, 30 juni 1939.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/Duitschland exporteert ontaarde kunst|‘Duitschland exporteert ontaarde kunst. Ook Vincent van Gogh uit de gratie’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Kolbe, Georg (1877-1947) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Lehmbruck, Wilhelm (1881-1919) *''Gemälde und Plastiken moderner Meister aus deutschen Museen. Braque, Chagall, Derain, Ensor, Gauguin, van Gogh, Laurencin, Modigliani, Matisse, Pacin, Picasso, Vlaminck, Marc, Nolde, Klee, Hofer, Rohlfs, Dix, Kokoscka, Beckmann, Pechstein, Kirchner, Heckel, Grosz, Schmidt-Rottluff, Müller, Modersohn, Macke, Corinth, Liebermann, Amiet, Baraud, Feiniger, Levy, Legmbruck, Mataré, Marcks, Archipenko, Barlach'', Galerie Fischer, Luzern, 30 juni 1939.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/Duitschland exporteert ontaarde kunst|‘Duitschland exporteert ontaarde kunst. Ook Vincent van Gogh uit de gratie’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. == Beeldhouwkunst; Frankrijk == === Classicisme en Romantiek (ca. 1750-ca. 1850) === ;Clodion, Claude Michel (1738-1814) *''Kunstwerke aus dem Besitz Baron Albert von Goldschmidt-Rothschild. Schloss Grüneburg, Frankfurt a. Main. Möbel, Bronzen, Bijoux, Möbel, Porzellan, Tapisserien'', Hermann Ball & Paul Graupe, Berlijn, 14 maart 1933.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingnieuws|‘Veilingnieuws. De familieschatten van de Frankfortsche Rothschild’s onder den hamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Falconet, Étienna-Maurice (1716-1791) *''Kunstwerke aus dem Besitz Baron Albert von Goldschmidt-Rothschild. Schloss Grüneburg, Frankfurt a. Main. Möbel, Bronzen, Bijoux, Möbel, Porzellan, Tapisserien'', Hermann Ball & Paul Graupe, Berlijn, 14 maart 1933.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingnieuws|‘Veilingnieuws. De familieschatten van de Frankfortsche Rothschild’s onder den hamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. === Ca. 1850-ca. 1914 === ;Bartholdi, Frédéric Auguste (1834-1904) *Anoniem (30 januari 1906) [[Het Nieuws van den Dag/1906/Nummer 11069/Gisteren is te Parijs onthuld|‘Gisteren is te Parijs […] het gedenkteeken voor de „luchtreizigers van het beleg” bij de Porte des Ternes onthuld, […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', vierde blad, p.&nbsp;13. ;Bourdelle, Antoine *''[[:s:fr:Exposition internationale d’art moderne|Exposition Internationale d'Art Moderne]]'', Palais Electorale, Genève, 26 december 1920-25 januari 1921.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (13 januari 1921) [[De Telegraaf/Jaargang 29/Nummer 11075/Avondblad/Moderne kunst te Genève|‘Moderne kunst te Genève’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, tweede blad, p.&nbsp;7. ;Dubois, Paul (1829-1905) *Anoniem (27 juni 1911) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 84/Nummer 26652/Avondblad/In zijn geboorteplaats Nogent-sur-Seine|‘In zijn geboorteplaats Nogent-sur-Seine […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;7. ;Hexamer, Frédéric (1847-1924) *Anoniem (15 september 1880) [[Het Vaderland/Jaargang 12/Nummer 218/Spinoza|‘Spinoza’]], ''Het Vaderland'', [eerste blad], [p.&nbsp;2]. ;Morioton, Claudius (1844-1919) *Anoniem (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Jubileum E. Goulmy|‘Jubileum E. Goulmy’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p.&nbsp;6. ;Rodin, Auguste (1840-1917) *Anoniem (7 augustus 1920) [[Het Vaderland/Jaargang 52/7 augustus 1920/Avondblad/Het prentenkabinet van het Britsch Museum|‘Het prentenkabinet van het Britsch Museum is heropend. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad A, [p.&nbsp;1]. === 20e eeuw === ;Csaky, Joseph (1888-1971) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Iché, René (1897-1954) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Martel, Jan en Joël *''43<sup>me</sup> exposition. Société des artistes indépendants. Catalogue. 1932'', Grand Palais des Champs-Élysées, Parijs, 22 januari-28 februari 1932.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 januari 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/30 januari 1932/Avondblad/Valsche en echte Onafhankelijken|‘Valsche en echte Onafhankelijken’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. ;Orloff, Chana (1888-1968) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. == Beeldhouwkunst; Hongarije == === 20e eeuw === ;Csaky, Joseph (1888-1971) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. == Beeldhouwkunst; Italië == === 15e-16e eeuw === ;Landini, Taddeo (ca. 1550-1596) *Anoniem (12 januari 1907) [[De Preanger-bode/Jaargang 12/Nummer 10/Te Rome|‘Te Rome is van een fontein een der prachtige schildpadden gestolen, […]’]], ''De Preanger-bode'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. === Ca. 1850-ca. 1914 === ;Barzaghi, Francesco *''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 juni 1872) [[Het Vaderland/Jaargang 1872/Nummer 135/Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond|‘Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond: [...]’]], ''Het Vaderland'', [p.&nbsp;2]. == Beeldhouwkunst; Nederland == *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Beeldhouwkunst/Nederland]] == Beeldhouwkunst; Oekraïne == === 20e eeuw === ;Orloff, Chana *''[[:s:fr:Exposition internationale d’art moderne|Exposition Internationale d'Art Moderne]]'', Palais Electorale, Genève, 26 december 1920-25 januari 1921.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (13 januari 1921) [[De Telegraaf/Jaargang 29/Nummer 11075/Avondblad/Moderne kunst te Genève|‘Moderne kunst te Genève’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, tweede blad, p.&nbsp;7. == Beeldhouwkunst; Spanje == === 20e eeuw === ;Hernández Sánchez, Mateo *''43<sup>me</sup> exposition. Société des artistes indépendants. Catalogue. 1932'', Grand Palais des Champs-Élysées, Parijs, 22 januari-28 februari 1932.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 januari 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/30 januari 1932/Avondblad/Valsche en echte Onafhankelijken|‘Valsche en echte Onafhankelijken’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. == Beeldhouwkunst; Verenigde Staten == === 20e eeuw === ;Calder, Alexander (1898-1976) *Wingen, Ed (24 augustus 1973) ‘Calder (75) laat zijn vogel vliegen’, ''De Telegraaf'', p.&nbsp;19. ;Epstein, Jacob (1880-1959) *Anoniem (23 mei 1933) [[Het Vaderland/Jaargang 65/23 mei 1933/Avondblad/Er is kans|‘Er is kans, dat Jacob Epstein een buste zal maken van Bernard Shaw. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. == Beeldhouwkunst; Wit-Rusland == === 20e eeuw === ;Zadkine, Ossip *''Architecture et arts qui s'y rattachent'', École Spéciale d'Architecture, Parijs, 22 maart-30 april 1924.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 april 1924) [[De Telegraaf/Jaargang 32/Nummer 12039/Ochtendblad/Hollandsche architectuur te Parijs|‘Hollandsche architectuur te Parijs’]], ''De Telegraaf'', Ochtendblad, eerste blad, p.&nbsp;2. *Anoniem (15 april 1924) [[Het Vaderland/Jaargang 56/15 april 1924/Avondblad/Schilderkunst te Brussel|‘Schilderkunst te Brussel’]], ''Het Vaderland'', [Avondblad C, p.&nbsp;1]. == Monumenten, standbeelden en gedenktekens == *Anoniem (29 juli 1914) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 242/Nummer 174/Gedenkteeken bij Quatre-Bras|‘Gedenkteeken bij Quatre-Bras’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ;Ballon des Ternes *Anoniem (30 januari 1906) [[Het Nieuws van den Dag/1906/Nummer 11069/Gisteren is te Parijs onthuld|‘Gisteren is te Parijs […] het gedenkteeken voor de „luchtreizigers van het beleg” bij de Porte des Ternes onthuld, […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', vierde blad, p.&nbsp;13. ;Borstbeeld van Johannes Theodoor de Visser, Bezuidenhoutseweg, Den Haag *Anoniem (11 mei 1936) [[Haagsche Courant/1936/Nummer 16338/Comité dr. de Visser|‘Comité dr. de Visser. Prof. Aalberse voorzitter’]], ''Delftsche Courant'', ''Delftsche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;3. ;Gedenknaald, Portsmouth *Anoniem (17 december 1784) [[Nederlandsche Courant/1784/Nummer 151/Boston den 10 October|‘Boston den 10 October’]], ''Nederlandsche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Gedenkplaat ter herinnering aan de inhuldiging van Koningin Wilhelmina *Anoniem (19 juni 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 25/Prijsvragen|‘Prijsvragen’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 25, p.&nbsp;120. ;Hermannsdenkmal *Anoniem (17 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 194/Duitschland|‘Duitschland’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p.&nbsp;3]. ;Kaiser-Friedrich-Denkmal, Wiesbaden *Anoniem (19 oktober 1897) [[Limburger Koerier/Jaargang 52/Nummer 245/Te Darmstadt en Wiesbaden|‘Te Darmstadt en Wiesbaden’, alinea 2]], ''Limburger Koerier'', [p.&nbsp;2]. ;Monument Heiligerlee *H. Bouman (8 september 1873) [[Herman Bouman/Het gedenkteeken te Heiligerlee|‘Het gedenkteeken te Heiligerlee’]], ''De Opmerker'', 8e jaargang, nummer 37, [p. 2]. *Anoniem en H. Bouman (1 november 1873) [[Anoniem en Herman Bouman/Het monument te Heiligerlee|‘Het monument te Heiligerlee’]], ''De Opmerker'', 8e jaargang, nummer 44, [pp. 7-8]. ;Nationaal Monument Plein 1813 *Anoniem (10 december 1869) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 56/Nummer 4896/Door de afgevaardigden|‘Door de afgevaardigden […] is eene circulaire gerigt […]’]], ''Arnhemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Standbeeld Jheronimus Bosch *[[Hoofdportaal:Standbeeld Jheronimus Bosch]] ;Standbeeld Pierre Cuypers *Anoniem (18 april 1929) [[Limburger Koerier/Jaargang 84/Nummer 91/Raad van Roermond|‘Raad van Roermond. Verkeersplan Zwartbroekplein goedgekeurd. Plaats Dr. Cuypers-monument’]], ''Limburger Koerier'', eerste blad, p.&nbsp;2. *Anoniem (11 juni 1930) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 103/Nummer 33515/Avondblad/Onthulling Dr. Cuypers-monument|‘Onthulling Dr. Cuypers-monument’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 1. *Anoniem (12 juni 1930) [[Limburger Koerier/Jaargang 85/Nummer 136/Het Cuypers-monument te Roermond|‘Het Cuypers-monument te Roermond’]], ''Limburger Koerier'', Eerste blad, [p. 1]. ;Standbeeld van Spinoza, Den Haag *Anoniem (15 september 1880) [[Het Vaderland/Jaargang 12/Nummer 218/Spinoza|‘Spinoza’]], ''Het Vaderland'', [eerste blad], [p.&nbsp;2]. ;Standbeeld Wilhelm I, Aken *Anoniem (21 maart 1898) [[De Zuid-Limburger/Jaargang 4/Nummer 69/Aken, 20 Maart|‘Aken, 20 Maart’, alinea 2]], ''De Zuid-Limburger'', [p.&nbsp;2]. ;Standbeeld Willem II, Den Haag *Anoniem (25 maart 1854) [[Rotterdamsche Courant/Jaargang 1854/Nummer 72/'s Gravenhage den 23 maart|‘’s Gravenhage den 23 maart’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;1-2]. ;Vondelmonument, Amsterdam *Anoniem (10 augustus 1867) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 5/Nummer 32/Uit Amsterdam schrijft men|‘Uit Amsterdam schrijft men: […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p.&nbsp;2]. == Beeldsnijkunst == Hierbij o.a.: houtplastiek, houtsnijkunst, ivoorsnijkunst ;MacGregor plaque (British Museum, AE55586) *Anoniem (28 maart 1918) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 122/Nummer 86/Avond-uitgave/De oudste tijden van Egypte|‘De oudste tijden van Egypte’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', avond-uitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] ejgvb6tafwb7c1zgsnzjxxi649dn6v3 Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw 100 32207 225642 223857 2026-08-26T14:08:18Z Vincent Steenberg 280 bronnen toegevoegd/verplaatst 225642 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Nederlandse kunst;<br>20e eeuw | afbeelding = Overzicht achterzijde met doorgang en beeld - Otterlo - 20357461 - RCE.jpg | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] aanwezige bronnen over Nederlandse kunst uit de 20e eeuw. }} == Algemeen == *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Tentoonstellingen|Tentoonstellingen]] == Geschiedenis van Nederlandse kunst uit de 20e eeuw == === Inleidingen - Handboeken === *Kuyvenhoven, Fransje (2010) ''Index Nederlandse beeldende kunstenaars, kunstnijveraars en fotografen. 1870-2009'', Amsterdam: Instituut Collectie Nederland, {{ISBN|978-90-72905-55-0}}. === Bijzondere onderwerpen === ;Abbing, Fik (1901-1955) *''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Jan Engelman (25 februari 1937) ‘Amsterdamsche tentoonstellingen. „De Onafhankelijken”’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Amsterdamsche Kunstkring *Anoniem (17 maart 1919) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 92/Nummer 29453/Avondblad/Amsterd. Kunstkring|‘Amsterd. Kunstkring’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, p.&nbsp;6. ;Amsterdamsche Kunstkring voor Allen (1920-1973) *Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Kunstkring Voor Allen|‘Kunstkring „Voor Allen”’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, C, p.&nbsp;1. *Anoniem (26 maart 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 62/26 maart 1931/Avondblad/Concert- en theatergids|‘Concert- en theatergids’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. ;Andrea, Kees (1914-2006) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 1. ;Beek, Felix van *Anoniem (15 oktober 1982) ‘Felix van de Beek’, ''Limburgsch Dagblad'', p. 2. ;Bendien, Jacob (1890-1933) *''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p.&nbsp;1]. **C.L. Dake (15 oktober 1912) [[De Telegraaf/Jaargang 20/Nummer 7292/Avondblad/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede Blad, p.&nbsp;8. **G.H. Marius (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Moderne Kunstkring (2)|‘Moderne Kunstkring. — Stedelijk Museum, Amsterdam. II’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p.&nbsp;7. ;Bennes, Theo (1903-1982) *''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Jan Engelman (25 februari 1937) ‘Amsterdamsche tentoonstellingen. „De Onafhankelijken”’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Bieling, Herman *H. (30 januari 1923) [[Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant/Jaargang 1923/Nummer 25/"De Branding"|‘„De Branding”’]], ''Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant'', Tweede Blad, [p.&nbsp;2-3]. ;Bieruma Oosting, Jeanne *''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies: **L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;5. ;Bijvoet, Han (1897-1975) *''Catalogus van de St. Willibrordtentoonstelling. Willibrord-herdenking 739-1939'', Centraal Museum, Universiteit Utrecht, Dom van Utrecht, Utrecht, 16 juni-15 september 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht|‘De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht wordt morgen geopend door minister Colijn. Een schat aan kunstwerken van de vroege Middeleeuwen tot op onzen tijd’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Bodaan, Jac *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Boer, Jo *Gio. [= Jan Kalff] (16 december 1936) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;10. ;Boon, Jan (1882-1975) *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Bouthoorn, Wil *Johan D. (21 februari 1959) ‘Tentoonstelling W.I. Bouthoorn’, ''Nieuwablad van het Noorden'', p.&nbsp;21. ;Bredasche Kunstkring *Anoniem (14 mei 1936) [[Bredasche Courant/Jaargang 146/Nummer 113/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring. Het jaarverslag’]], ''De Bredasche Courant'', [p.&nbsp;3]. *[''Najaarstentoonstelling van den Bredasche Kunstkring''], Concordia, Breda, 29 oktober 1936-....<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 oktober 1936) [[Bredasche Courant/Jaargang 146/Nummer 256/Tentoonstelling Bredasche Kunstkring|‘Tentoonstelling Bredasche Kunstkring’]], ''Bredasche Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (10 april 1937) [[Bredasche Courant/Jaargang 147/Nummer 83/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Bredasche Courant'', [p.&nbsp;1]. *''Najaarstentoonstelling'', Gymnastiekzaal van de O.L. School, Breda, 30 oktober-2 november 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 november 1937) [[Bredasche Courant/Jaargang 147/Nummer 258/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Bredasche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Bulthuis, Piet *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 26 november-7 december 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 64/22 november 1932/Avondblad/In het gebouw der Volksuniversiteit|‘In het gebouw der Volksuniversiteit alhier […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Canter, Barend Alexander *''[[De Sphinx, Catalogus der eerste tentoonstelling van werken van leden en genoodigden|De Sphinx. Catalogus der eerste tentoonstelling van werken van leden en genoodigden]]'', De Harmonie, Leiden, 18-31 januari 1917. ;Caspel, Johann Georg van (1870-1928) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Chabot, Hendrik (1894-1949) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Chevallier, Co (1880-1951) *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/In J. H. de Bois' Kunsthandel|‘In J. H. de Bois’ Kunsthandel te Haarlem […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Citroen, Paul *Anoniem (2 december 1938) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 111/Nummer 36585/Ochtendblad/F. Vordemberge-Gildewart|‘F. Vordemberge-Gildewart’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;5. ;Cuypers, Michel (1892-1971) *Anoniem (20 november 1915) [[De Amstelbode/Jaargang 24/Nummer 7005/Koningin Elisabeth gehuldigd|‘Koningin Elisabeth gehuldigd’]], ''De Amstelbode'', Tweede Blad, [p.&nbsp;3]. ;Delft, Theo van *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Domela, César *''L'Art d'Aujourd'hui'', Syndicat des Antiquaires, Parijs, 30 november-21 december 1925.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 december 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 339/Avondblad/Kunst van heden|‘Kunst van heden’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, C, p.&nbsp;1. *''Tentoonstelling abstracte kunst'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 2-24 april 1938.<br />Aankondigingen en recensies: **Kr. (11 april 1938) [[De Maasbode/Jaargang 70/Nummer 27954/Avondblad/"Abstracte kunst"|‘„Abstracte kunst”. Zou dit streven in de architectuur niet een veel meer in de natuur liggende functie vervullen? Een reeks van vragen’]], ''De Maasbode'', Avondblad, tweede blad, p.&nbsp;5. *Anoniem (27 maart 1940) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 113/Nummer 37060/Avondblad/Museum voor moderne kunst|‘Museum voor moderne kunst’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *Jan Engelman (24 januari 1950) ‘Cesar Domela Nieuwenhuis. Tentoonstelling bij Huinck en Scherjon te Amsterdam’, ''De Tijd'', p.&nbsp;3. *Kalkman, Felix (27 november 1987) ‘Beeldend kunstenaar Cesar Domela Nieuwenhuis. ‘Ik wilde niet mijn hele leven rechthoeken blijven schilderen’, ''Leeuwarder Courant'', LCetera, p.&nbsp;6. ;Eck, Geurt van *''“1940”. Deuxième exposition'', Parc des expositions, Porte de Verailles, Parijs, 15 januari-1 februari 1932.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 januari 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/30 januari 1932/Avondblad/Valsche en echte Onafhankelijken|‘Valsche en echte Onafhankelijken’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. ;Eekman, Nico *''Salon des Indédendants'', Grand Palais, Parijs, 1927.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (31 januari 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32299/Avondblad/"Indépendants"|‘„Indépendants”’]], ''Algemeen Handelsblad'', derde blad, p.&nbsp;9. *[''tentoonstelling''], De Constcaemer, Breda, september 1935, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (21 september 1935) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 75/Nummer 15350/Tentoonstelling in de Passage|‘Tentoonstelling in de Passage’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p.&nbsp;6. ;Elenbaas, Wally *Anoniem (4 maart 1978) ‘De letters en tekens van Wally Elenbaas’, ''Provinciale Zeeuwse Courant'', p.&nbsp;9. ;Enthoven, Jo *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Franken, Jan Pzn. *[''tentoonstelling''], De Constcaemer, Breda, september 1935, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (21 september 1935) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 75/Nummer 15350/Tentoonstelling in de Passage|‘Tentoonstelling in de Passage’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p.&nbsp;6. ;Gelder, Dirk van *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Gidding, Jaap (1887-1955) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (28 mei 1922) [[De Telegraaf/Jaargang 30/Nummer 11570/Moderne toegepaste kunst op de Ned. Tentoonstelling te Kopenhagen|‘Moderne toegepaste kunst op de Ned. Tentoonstelling te Kopenhagen’]], ''De Telegraaf'', p.&nbsp;9. ;Gisèle *''Hedendaagsche Limburgsche Kunst'', Gemeentemuseum, Den Haag, 30 oktober-12 december 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 oktober 1937) [[De Tijd/Nummer 29685/Avondblad/Hedendaagsche Limburgsche Kunst|‘Hedendaagsche Limburgsche Kunst’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. **Anoniem (9 december 1937) [[De Maasbode/Jaargang 70/Nummer 27747/Avondblad/Limburgsche Kunstenaars|‘Limburgsche Kunstenaars. Nu weer moeilijkheden naar aanleiding van de tentoonstelling te Arnhem’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p.&nbsp;5. ;Hall, Therese van *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. ;Ham, Toon van *Anoniem (5 september 1938) [[De Maasbode/Jaargang 70/Nummer 28200/Avondblad/Het Centraal Museum te Utrecht|‘Het Centraal Museum te Utrecht. De viering van het honderdjarig bestaan. Een aantal schenkingen bij deze gelegenheid gedaan’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Hassoldt, Chris *''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies: **L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;5. ;Havermans, Jan *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. ;Heel, Jan van *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Heemskerck, Jacoba van *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. ;Hell, Johan van *[''Grafiek''], Haagsche Kunstkring, Den Haag, 1929, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Ω (18 december 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33343/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;7. ;Hul, Jan *Anoniem (4 mei 1932) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 105/Schilderkunst|‘Schilderkunst. Maastrichtsch Stedelijk Museum. Een jongeren groep’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, p.&nbsp;9. *''Hedendaagsche Limburgsche Kunst'', Gemeentemuseum, Den Haag, 30 oktober-12 december 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 oktober 1937) [[De Tijd/Nummer 29685/Avondblad/Hedendaagsche Limburgsche Kunst|‘Hedendaagsche Limburgsche Kunst’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. **Anoniem (9 december 1937) [[De Maasbode/Jaargang 70/Nummer 27747/Avondblad/Limburgsche Kunstenaars|‘Limburgsche Kunstenaars. Nu weer moeilijkheden naar aanleiding van de tentoonstelling te Arnhem’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p.&nbsp;5. ;Hussem, Willem (1900-1974) *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/In J. H. de Bois' Kunsthandel|‘In J. H. de Bois’ Kunsthandel te Haarlem […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Jessurun de Mesquita, Samuel (1868-1944) *''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p.&nbsp;1]. **G.H. Marius (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Moderne Kunstkring (2)|‘Moderne Kunstkring. — Stedelijk Museum, Amsterdam. II’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p.&nbsp;7. ;Jordens, Jan *[''Grafiek''], Haagsche Kunstkring, Den Haag, 1929, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Ω (18 december 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33343/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;7. ;Jurres, Johannes Hendricus *Anoniem (19 juni 1933) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 71/Nummer 142/Tentoonstelling "Kunst en Arbeid"|‘Tentoonstelling „Kunst en Arbeid”’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Kamerlingh Onnes, Harm (1893-1985) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nrs. 21-23. ;Kelder, Toon (1894-1973) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *''Vereeniging tot Bevordering der Grafische Kunst. Catalogus van de tentoonstelling van werken der leden in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', 23 december 1933-14 januari 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 april 1904) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 106/Nummer 34796/Avondblad/Agenda|‘Agenda’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Klerk, Michel de *Anoniem (27 juni 1932) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 149/'t Luyten-Cuypers-Museum|‘'t Luyten-Cuypers-Museum’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Kloos, Cornelis *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Konijnenburg, Willem van (1868-1943) *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. *Anoniem (7 januari 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 6/Avondblad/Men meldt ons uit Berlijn|‘Men meldt ons uit Berlijn: [...]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad A, p.&nbsp;2. *''XVII Biennale di Venezia'', Venetië, 4 mei-4 november 1930.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (15 augustus 1930) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 103/Nummer 33579/Avondblad/De zeventiende Biennale te Venetië|‘De zeventiende „Biennale” te Venetië’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9. ;Koo, Nicolaas de (1881-1960) *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunst in industrie|‘Kunst in industrie’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1-2. ;Krop, Hildo *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. ;Kuik, Laurens van *[De Anderen]. ''Catalogus der eerste tentoonstelling van kunstwerken der leden in de kunstzalen d'Audretsch'', Den Haag, 7 mei-7 juni 1916 (verlengd tot tweede helft juni).<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 mei 1916) [[Leidsch Dagblad/Nummer 17235/"De Anderen"|‘„De Anderen”’]], ''Leidsch Dagblad'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. **B. (11 mei 1916) [[De Avondpost/1916/Nummer 9512/Avond-editie/Kunstzaal d’Audretsch|‘Kunstzaal d’Audretsch. „De Anderen”’]], ''De Avondpost'', Avond-editie, p.&nbsp;A 2. **U. (25 mei 1916) [[Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage/Jaargang 245/Nummer 123/De Anderen|‘De Anderen’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', eerste blad, [p.&nbsp;1]. ;Kunst aan Allen *Koster, Edw. B. (11 juni 1910) [[Eenheid/Nummer 1/Kunst aan Allen|‘Kunst aan Allen’]], ''Eenheid'', nr. 1, eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;Kunstenaarsvereniging Limburg *Anoniem (17 oktober 1936) [[Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 245/Kunstenaarsvereeniging "Limburg"|‘Kunstenaarsvereeniging „Limburg”. Niet voor amateurs’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;3. *Anoniem (9 december 1937) [[De Maasbode/Jaargang 70/Nummer 27747/Avondblad/Limburgsche Kunstenaars|‘Limburgsche Kunstenaars. Nu weer moeilijkheden naar aanleiding van de tentoonstelling te Arnhem’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p.&nbsp;5. ;Kunstkring Delft *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, 20 december 1924-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 december 1924) [[Delftsche Courant/Jaargang 83/Nummer 301/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, december 1925-3 januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 december 1925) [[Delftsche Courant/Jaargang 84/Nummer 302/Kunstkring-tentoonstelling|‘Kunstkring-tentoonstelling’]], ''Delftsche Courant'', [Eerste Blad], [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Agathaklooster, Delft, 20 november-5 december 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1926) [[Delftsche Courant/Jaargang 85/Nummer 274/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;Kunstkring In Consten Een, Nijmegen *[''Tentoonstelling van werken van B. Ferwerda en A.J.J. de Winter''], Waaggebouw, Nijmegen, 19 oktober-2 november 1924, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/De Kunstkring In Consten Een|‘De Kunstkring In Consten Een te Nijmegen […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Kunstkring Remunj '45 *''Kunstkr. Remunj ’45. Tentoonstelling van eigen werk'', Gemeente Museum, Roermond, 22 december 1945-6 januari 1946, geen catalogus bekend. *Anoniem (12 november 1946) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 29/Nummer 264/Tentoonstelling werk Joep Nicolas|‘Tentoonstelling werk Joep Nicolas’]], ''Limburgsch Dagblad'', tweede blad, [p.&nbsp;1]. *[''Kunstkring "Remunj '45" en Kunstkring "Henri Jonas"''], Gemeente museum, Roermond, 3 februari 1952-...., geen catalogus. *Anoniem (19 november 1952) ‘Tentoonstelling kunstkring „Remunj ’45”’, ''Limburgsch Dagblad'', p.&nbsp;2. *[werken van Remunj '45], Hotel Kraanpoort, Roermond, januari 1955, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **L.M. (25 januari 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 20/Remunj '45 exposeert in Hotel Kraanpoort|‘„Remunj '45” exposeert in Hotel Kraanpoort’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;9. *''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies: **L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p.&nbsp;4. ;Lanooy, Chris (1881-1948) *[''Paastentoonstelling''], kunstzaal [Kunst van onze Tijd], Den Haag, 18 maart 1936-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Woensdag|‘Woensdag zal de Paaschtentoonstelling in de toonzaal Prins Mauritsplein 21—21 geopend worden […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Lavieren, Rijk van *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, december 1925-3 januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 december 1925) [[Delftsche Courant/Jaargang 84/Nummer 302/Kunstkring-tentoonstelling|‘Kunstkring-tentoonstelling’]], ''Delftsche Courant'', [Eerste Blad], [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Agathaklooster, Delft, 20 november-5 december 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1926) [[Delftsche Courant/Jaargang 85/Nummer 274/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;Lebeau, Chris (1878-1945) *[''modern schilderwerk van o.a. Jawlenski, De Vlaminck en Mondriaan''], De Bron, Den Haag, januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondiging en recensies: **J.H. de Bois (13 januari 1926) [[De Avondpost/Jaargang 41/Nummer 12967/Avondeditie/Kunstkroniek|‘Kunstkroniek’]], ''De Avondpost'', Avondeditie, Tweede blad, p.&nbsp;1. ;Leck, Bart van der (1876-1958) *Anoniem (22 augustus 1919) [[De Maasbode/Jaargang 51/Nummer 16456/Avondblad/De Raad voor Nederl. Kunst en Letteren in den Vreemde|‘De Raad voor Nederl. Kunst en Letteren in den Vreemde’]], ''De Maasbode'', Avondblad, eerste blad, p.&nbsp;2. *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. *H. (30 januari 1923) [[Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant/Jaargang 1923/Nummer 25/"De Branding"|‘„De Branding”’]], ''Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant'', Tweede Blad, [p.&nbsp;2-3]. *Zwart, P. (januari-juli 1919) ‘Kunst op de jaarbeurs’, ''Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift'', p.&nbsp;316-320, met name 319.<br>Aankondigingen en recensies: **[Theo van Doesburg] (oktober 1919) [[De Stijl/Jaargang 2/Nummer 12/Rondblik|‘Rondblik’]], ''De Stijl'', jrg. 2, nr. 12, p.&nbsp;140-144, met name 144. ;Leeuwarder Kunstkring *[''Tentoonstelling van werken van Tjeerd Bottema, E. Idema, H. van Schaik en W. van Schaik''], Leeuwarder Kunstkring, Leeuwarden, april 1912, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 april 1912) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 99/Nummer 7916/Middaguitgave/Kleine berichten|‘Kleine berichten’]], ''Arnhemsche Courant'', Middaguitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Leidsche Kunstvereeniging, Leiden *[''Tentoonstelling van schilderijen, tekeningen en etsen van Graadt van Roggen''], Leidsche Kunstvereeniging, Leiden, ca. 16-ca. 23 december 1905, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 december 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24654/Avondblad/Men meldt ons uit Leiden|‘Men meldt ons uit Leiden: […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;10. ;Leurs, Johannes Karel *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Leusden, Willem van *''[[:s:fr:Exposition internationale d’art moderne|Exposition Internationale d'Art Moderne]]'', Palais Electorale, Genève, 26 december 1920-25 januari 1921.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (13 januari 1921) [[De Telegraaf/Jaargang 29/Nummer 11075/Avondblad/Moderne kunst te Genève|‘Moderne kunst te Genève’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, tweede blad, p.&nbsp;7. *''Architecture et arts qui s'y rattachent'', École Spéciale d'Architecture, Parijs, 22 maart-30 april 1924.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 april 1924) [[De Telegraaf/Jaargang 32/Nummer 12039/Ochtendblad/Hollandsche architectuur te Parijs|‘Hollandsche architectuur te Parijs’]], ''De Telegraaf'', Ochtendblad, eerste blad, p.&nbsp;2. ;Lubbers, Adriaan *''“1940”. Deuxième exposition'', Parc des expositions, Porte de Verailles, Parijs, 15 januari-1 februari 1932.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 januari 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/30 januari 1932/Avondblad/Valsche en echte Onafhankelijken|‘Valsche en echte Onafhankelijken’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. ;Luns, Huib (1881-1942) *''Tentoonstelling van schilderijen en beeldhouwwerken vervaardigd door leden der Maatschappij'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 10 april-mei 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (12 april 1937) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 124/Nummer 15586/Tentoonstelling Arti et Amicitiae|‘Tentoonstelling „Arti et Amicitiae”’]], ''Arnhemsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Mankes, Jan *''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies: **L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;5. ;Meertens, Albert (1904-1971) *''Catalogus van de St. Willibrordtentoonstelling. Willibrord-herdenking 739-1939'', Centraal Museum, Universiteit Utrecht, Dom van Utrecht, Utrecht, 16 juni-15 september 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht|‘De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht wordt morgen geopend door minister Colijn. Een schat aan kunstwerken van de vroege Middeleeuwen tot op onzen tijd’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Mees, Fokko *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Mens, Is. van *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Miedema, Evert (1887-1979) *Anoniem (11 mei 1936) [[Haagsche Courant/1936/Nummer 16338/Haagsche Muziek-Academie|‘Haagsche Muziek-Academie. Concert voor de Bleekneusjes’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;3. ;Moerkerk, Herman *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Musch, Jan (1875-1960) *Anoniem (20 november 1915) [[De Amstelbode/Jaargang 24/Nummer 7005/Koningin Elisabeth gehuldigd|‘Koningin Elisabeth gehuldigd’]], ''De Amstelbode'', Tweede Blad, [p.&nbsp;3]. ;Nicolas, Suzanne *''Ausstelling niederländischer-limburgischer Kunst'', Suermondt-Museum, Aken, 7-28 juni 1936, Haus des Kunstvereins für die Rheinlande und Westfalen, Düsseldorf, 4 juli 1936-...., Essen, Münster, Keulen (....-september 1936).<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 juni 1936) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 19/Nummer 133/Tentoonstelling van Limb. Kunst te Aken|‘Tentoonstelling van Limb. Kunst te Aken’]], ''Limburgsch Dagblad'', eerste blad, [p.&nbsp;3]. **J.D.L. (19 juni 1936) [[Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 143/Tentoonstelling van Limburgsche Kunst te Aken|‘Tentoonstelling van Limburgsche Kunst te Aken’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;5. *Anoniem (17 oktober 1936) [[Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 245/Kunstenaarsvereeniging "Limburg"|‘Kunstenaarsvereeniging „Limburg”. Niet voor amateurs’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;3. *''Hedendaagsche Limburgsche Kunst'', Gemeentemuseum, Den Haag, 30 oktober-12 december 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 oktober 1937) [[De Tijd/Nummer 29685/Avondblad/Hedendaagsche Limburgsche Kunst|‘Hedendaagsche Limburgsche Kunst’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. **Anoniem (9 december 1937) [[De Maasbode/Jaargang 70/Nummer 27747/Avondblad/Limburgsche Kunstenaars|‘Limburgsche Kunstenaars. Nu weer moeilijkheden naar aanleiding van de tentoonstelling te Arnhem’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p.&nbsp;5. ;Nieuwenkamp, Wijnand Otto Jan (1874-1950) *[J.L.M. Lauweriks] (13 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 7/Mededeelingen van het Genootschap|‘Mededeelingen van het Genootschap’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 7, [p.&nbsp;39]. *''Eere-tentoonstelling W. O. J. Nieuwenkamp, 1874-1934'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 21 juli-30 augustus 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **v.D. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/W. O. J. Nieuwenkamp|‘W. O. J. Nieuwenkamp. Eere-tentoonstelling in het Stedelijk Museum’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Peeters, Jan (1912-1992) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 31. ;Penaat, Willem (1875-1957) *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunst in industrie|‘Kunst in industrie’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1-2. ;Pol, Rien van der *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Poortenaar, Jan (1886-1956) *''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br />Aankondigingen en recensies: **Frits Lapidoth (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde „Vierjaarlijksche” te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Bijblad van het Ochtendblad, [p.&nbsp;1]. *''Jan Poortenaar'', Kunsthandel Fetter, Amsterdam, oktober 1924, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Kunsthandel Fetter|‘Kunsthandel Fetter’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Rees, Otto van (1884-1957) *''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p.&nbsp;1]. *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. ;Rees-Dutilh, Adya van (1876-1959) *''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p.&nbsp;1]. **C.L. Dake (15 oktober 1912) [[De Telegraaf/Jaargang 20/Nummer 7292/Avondblad/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede Blad, p.&nbsp;8. **G.H. Marius (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Moderne Kunstkring (2)|‘Moderne Kunstkring. — Stedelijk Museum, Amsterdam. II’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p.&nbsp;7. ;Rinsema, Thijs *Anoniem (8 mei 1982) ‘Drachtster schoenmakers op super-8’, ''Leeuwarder Courant'', sneon & snein, p.&nbsp;19. *Anoniem (5 augustus 1983) ‘Film over gebroeders Rinsema komt 22 september op tv’, ''Leeuwarder Courant'', p.&nbsp;28. ;Rovers, Dio *''Tentoonstelling van de leden van de Bredasche Kunstkring'', Sociëteit Concordia, Breda, 18-22 mei 1934, getypte catalogus.<br />Aankondigingen en recensies: **Anoniem (19 mei 1934) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 74/Nummer 14941/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p.&nbsp;6. *''Bredasche Kunstkring, werken van leden'', Sociëteit Concordia, Breda, 9-14 november 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1934) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 74/Nummer 15087/De tentoonstelling van kunstwerken in Concordia|‘De tentoonstelling van kunstwerken in Concordia’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p.&nbsp;6. ;Rummens, Jules *''Hedendaagsche Limburgsche Kunst'', Gemeentemuseum, Den Haag, 30 oktober-12 december 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 oktober 1937) [[De Tijd/Nummer 29685/Avondblad/Hedendaagsche Limburgsche Kunst|‘Hedendaagsche Limburgsche Kunst’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. **Anoniem (9 december 1937) [[De Maasbode/Jaargang 70/Nummer 27747/Avondblad/Limburgsche Kunstenaars|‘Limburgsche Kunstenaars. Nu weer moeilijkheden naar aanleiding van de tentoonstelling te Arnhem’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p.&nbsp;5. ;Schelfhout, Lodewijk (1881-1943) *''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p.&nbsp;1]. **Gio. (7 oktober 1912) ‘Moderne Kunst Kring’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, p.&nbsp;7. **Anoniem (9 oktober 1912) [[:s:fr:Le Cercle d’art moderne|‘Le Cercle d’art moderne’]], ''La Gazette de Hollande'', p.&nbsp;3. **C.L. Dake (15 oktober 1912) [[De Telegraaf/Jaargang 20/Nummer 7292/Avondblad/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede Blad, p.&nbsp;8. **G.H. Marius (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Moderne Kunstkring (2)|‘Moderne Kunstkring. — Stedelijk Museum, Amsterdam. II’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p.&nbsp;7. *Anoniem (20 november 1915) [[De Amstelbode/Jaargang 24/Nummer 7005/Koningin Elisabeth gehuldigd|‘Koningin Elisabeth gehuldigd’]], ''De Amstelbode'', Tweede Blad, [p.&nbsp;3]. *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. ;Schrikkel, Louis *[''tentoonstelling''], De Constcaemer, Breda, september 1935, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (21 september 1935) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 75/Nummer 15350/Tentoonstelling in de Passage|‘Tentoonstelling in de Passage’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p.&nbsp;6. ;Schuhmacher, Wim (1894-1986) *''XVII Biennale di Venezia'', Venetië, 4 mei-4 november 1930.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (15 augustus 1930) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 103/Nummer 33579/Avondblad/De zeventiende Biennale te Venetië|‘De zeventiende „Biennale” te Venetië’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9. ;Sengers, Lode (1896-1956) *''Catalogus van de St. Willibrordtentoonstelling. Willibrord-herdenking 739-1939'', Centraal Museum, Universiteit Utrecht, Dom van Utrecht, Utrecht, 16 juni-15 september 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht|‘De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht wordt morgen geopend door minister Colijn. Een schat aan kunstwerken van de vroege Middeleeuwen tot op onzen tijd’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Speenhoff, Koos *Anoniem (19 juli 1929) [[De Indische Courant/Jaargang 8/Nummer 252/Speenhoff naar Amerika|‘Speenhoff naar Amerika’]], ''De Indische Courant'', derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Stok, Henri van der *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (3 maart 1932) [[De Nederlander/Jaargang 39/Nummer 11798/Hofberichten|‘Hofberichten’]], ''De Nederlander'', p.&nbsp;3. **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Sühl, Jan *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, 20 december 1924-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 december 1924) [[Delftsche Courant/Jaargang 83/Nummer 301/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, december 1925-3 januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 december 1925) [[Delftsche Courant/Jaargang 84/Nummer 302/Kunstkring-tentoonstelling|‘Kunstkring-tentoonstelling’]], ''Delftsche Courant'', [Eerste Blad], [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Agathaklooster, Delft, 20 november-5 december 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1926) [[Delftsche Courant/Jaargang 85/Nummer 274/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;Vaarzon Morel, Willem (1868-1955) *L. (30 januari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 5/Twee kalenders|‘Twee kalenders’]], ''Architectura'', p.&nbsp;29. ;Verhorst, André *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Verschuuren, Albert *''Kunsttentoonstelling'', Sint-Gerardusretraitehuis, Seppe, 28-30 augustus 1933, geen catalogus bekend.<br />Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 juli 1933) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 73/Nummer 14675/De studiedagen te Seppe|‘De studiedagen te Seppe’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1]. **Anoniem (30 augustus 1933) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 73/Nummer 14722/De tentoonstelling te Seppe|‘De tentoonstelling te Seppe’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', eerste blad, p.&nbsp;2. *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Verstijnen, Henri *Anoniem (10 november 1931) [[Haagsche Courant/1931/Nummer 14955/Kunstzaal Sena|‘Kunstzaal „Sena”’]], ''Haagsche Courant'', vijfde blad, p.&nbsp;2. *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Violier, De *Anoniem (24 mei 1919) [[De Tijd/Jaargang 73/Nummer 21959/R. K. Kunstenaarscongres|‘R. K. Kunstenaarscongres’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/De Kath. Kunstkring De Violier|‘De Kath. Kunstkring „De Violier” te Amsterdam organiseert voor zijn leden een „uittocht” naar Utrecht, […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Visser, Tjipke (1876-1955) *''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br />Aankondigingen en recensies: **Frits Lapidoth (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde „Vierjaarlijksche” te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Bijblad van het Ochtendblad, [p.&nbsp;1]. *''Tentoonstelling. Schilderijen van mej. M. E. van Regteren Altena (Amsterdam) en mevr. B. Westendorp-Osieck (Amsterdam). Beeldhouwwerken van Tjipke Visser (Bergen N.H.)'', Rotterdamsche Kunstkring, Rotterdam, 16 januari-2 februari 1937, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (19 januari 1937) [[Rotterdamsch Nieuwsblad/Jaargang 59/Nummer 18041/Kunstkring|‘Kunstkring. Werk van mej. Van Regteren Altena, mevr. Westendorp-Osieck en Tjipke Visser’]], ''Rotterdamsch Nieuwsblad'', derde blad, p.&nbsp;1. ;Wegerif-Gravestein, Agathe *[De Anderen]. ''Catalogus der eerste tentoonstelling van kunstwerken der leden in de kunstzalen d'Audretsch'', Den Haag, 7 mei-7 juni 1916 (verlengd tot tweede helft juni).<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 mei 1916) [[Leidsch Dagblad/Nummer 17235/"De Anderen"|‘„De Anderen”’]], ''Leidsch Dagblad'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. **U. (25 mei 1916) [[Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage/Jaargang 245/Nummer 123/De Anderen|‘De Anderen’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', eerste blad, [p.&nbsp;1]. ;Wichman, Erich *[De Anderen]. ''Catalogus der eerste tentoonstelling van kunstwerken der leden in de kunstzalen d'Audretsch'', Den Haag, 7 mei-7 juni 1916 (verlengd tot tweede helft juni).<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 mei 1916) [[Leidsch Dagblad/Nummer 17235/"De Anderen"|‘„De Anderen”’]], ''Leidsch Dagblad'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. **U. (25 mei 1916) [[Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage/Jaargang 245/Nummer 123/De Anderen|‘De Anderen’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', eerste blad, [p.&nbsp;1]. *L.[apidoth], F. (5 februari 1920) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 20/Nummer 35/Avondblad/La revue du feu|‘La revue du feu’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, p.&nbsp;2. ;Wiegers, Jan *''[[:s:fr:Exposition internationale d’art moderne|Exposition Internationale d'Art Moderne]]'', Palais Electorale, Genève, 26 december 1920-25 januari 1921.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (13 januari 1921) [[De Telegraaf/Jaargang 29/Nummer 11075/Avondblad/Moderne kunst te Genève|‘Moderne kunst te Genève’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, tweede blad, p.&nbsp;7. *''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies: **L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;5. ;Wiegersma, Pieter (1920-2009) *''Catalogus van de St. Willibrordtentoonstelling. Willibrord-herdenking 739-1939'', Centraal Museum, Universiteit Utrecht, Dom van Utrecht, Utrecht, 16 juni-15 september 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht|‘De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht wordt morgen geopend door minister Colijn. Een schat aan kunstwerken van de vroege Middeleeuwen tot op onzen tijd’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Wiegman, Matthieu (1886-1971) *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. *''Catalogus van de St. Willibrordtentoonstelling. Willibrord-herdenking 739-1939'', Centraal Museum, Universiteit Utrecht, Dom van Utrecht, Utrecht, 16 juni-15 september 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht|‘De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht wordt morgen geopend door minister Colijn. Een schat aan kunstwerken van de vroege Middeleeuwen tot op onzen tijd’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Wiegman, Piet *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. ;Witjens, Willem *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-30 november 1930, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (15 november 1930) [[Haagsche Courant/1930/Nummer 14653/Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;2. **Cornelis Veth (6 december 1930) ‘Publiek en kunstenaar in nauwer contact. Expositie van de „Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst” in het Gebouw Volksuniversiteit te Den Haag’, ''De Telegraaf'', Avondblad, Derde Blad, p.&nbsp;9. *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-29 november 1931, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1931) [[Haagsche Courant/1931/Nummer 14955/Tentoonstelling Volksuniversiteit|‘Tentoonstelling Volksuniversiteit’]], ''Haagsche Courant'', vijfde blad, p.&nbsp;2. **Anoniem (17 november 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 63/17 november 1931/Avondblad/De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. **W.Jos. de Gruyter (24 november 1931) ‘Groeptentoonstelling S.V.H.S. Gebouw der Volksuniversiteit, alhier’, ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 26 november-7 december 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 64/22 november 1932/Avondblad/In het gebouw der Volksuniversiteit|‘In het gebouw der Volksuniversiteit alhier […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Wolff, Cor de (1889-1963) *''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 februari 1937) [[De Tribune/Jaargang 30/Nummer 106/De Onafhankelijken jubileren|‘De Onafhankelijken jubileren’]], ''De Tribune'', p.&nbsp;6. ;Overige onderwerpen *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Architectuur/Nederland/Karel de Bazel|Karel de Bazel]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/Edmond Bellefroid|Edmond Bellefroid]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/Hendrik Petrus Berlage|Hendrik Petrus Berlage]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Joan Collette|Collette, Joan]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/Nelly van Doesburg|Doesburg, Nelly van]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Theo van Doesburg|Doesburg, Theo van]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Kees van Dongen|Kees van Dongen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Beeldhouwkunst/Nederland/20e eeuw/Leen Douwes|Leen Douwes]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Charles Eyck|Charles Eyck]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jacoba van Heemskerck|Jacoba van Heemskerck]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Hongarije/20e eeuw/Vilmos Huszár|Vilmos Huszár]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/Henri Jonas|Jonas, Henri]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Paul Kromjong|Paul Kromjong]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/Mathieu Lauweriks|Mathieu Lauweriks]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Leidsche Kunstclub De Sphinx|Leidsche Kunstclub De Sphinx]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/Hubert Levigne|Huub Levigne]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Moderne Kunstkring|Moderne Kunstkring]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Gerrit de Morée|Gerrit van Morée]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Louis Saalborn|Saalborn, Louis]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Henri Schoonbrood|Schoonbrood, Henri]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Jan Sluijters|Jan Sluijters]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Toorop|Jan Toorop]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/De Anderen|Vereeniging van beeldende kunstenaars De Anderen]] [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal kunst]] g9h67wwen7yrj6i3vj90kyh6ur74mg5 225736 225642 2026-08-27T08:48:11Z Vincent Steenberg 280 bronnen toegevoegd/verplaatst 225736 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Nederlandse kunst;<br>20e eeuw | afbeelding = Overzicht achterzijde met doorgang en beeld - Otterlo - 20357461 - RCE.jpg | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] aanwezige bronnen over Nederlandse kunst uit de 20e eeuw. }} == Algemeen == *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Tentoonstellingen|Tentoonstellingen]] == Geschiedenis van Nederlandse kunst uit de 20e eeuw == === Inleidingen - Handboeken === *Kuyvenhoven, Fransje (2010) ''Index Nederlandse beeldende kunstenaars, kunstnijveraars en fotografen. 1870-2009'', Amsterdam: Instituut Collectie Nederland, {{ISBN|978-90-72905-55-0}}. === Bijzondere onderwerpen === ;Abbing, Fik (1901-1955) *''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Jan Engelman (25 februari 1937) ‘Amsterdamsche tentoonstellingen. „De Onafhankelijken”’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Amsterdamsche Kunstkring *Anoniem (17 maart 1919) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 92/Nummer 29453/Avondblad/Amsterd. Kunstkring|‘Amsterd. Kunstkring’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, p.&nbsp;6. ;Amsterdamsche Kunstkring voor Allen (1920-1973) *Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Kunstkring Voor Allen|‘Kunstkring „Voor Allen”’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, C, p.&nbsp;1. *Anoniem (26 maart 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 62/26 maart 1931/Avondblad/Concert- en theatergids|‘Concert- en theatergids’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. ;Andrea, Kees (1914-2006) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 1. ;Beek, Felix van *Anoniem (15 oktober 1982) ‘Felix van de Beek’, ''Limburgsch Dagblad'', p. 2. ;Bendien, Jacob (1890-1933) *''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p.&nbsp;1]. **C.L. Dake (15 oktober 1912) [[De Telegraaf/Jaargang 20/Nummer 7292/Avondblad/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede Blad, p.&nbsp;8. **G.H. Marius (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Moderne Kunstkring (2)|‘Moderne Kunstkring. — Stedelijk Museum, Amsterdam. II’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p.&nbsp;7. ;Bennes, Theo (1903-1982) *''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Jan Engelman (25 februari 1937) ‘Amsterdamsche tentoonstellingen. „De Onafhankelijken”’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Bieling, Herman *H. (30 januari 1923) [[Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant/Jaargang 1923/Nummer 25/"De Branding"|‘„De Branding”’]], ''Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant'', Tweede Blad, [p.&nbsp;2-3]. ;Bieruma Oosting, Jeanne *''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies: **L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;5. ;Bijvoet, Han (1897-1975) *''Catalogus van de St. Willibrordtentoonstelling. Willibrord-herdenking 739-1939'', Centraal Museum, Universiteit Utrecht, Dom van Utrecht, Utrecht, 16 juni-15 september 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht|‘De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht wordt morgen geopend door minister Colijn. Een schat aan kunstwerken van de vroege Middeleeuwen tot op onzen tijd’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Bodaan, Jac *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Boer, Jo *Gio. [= Jan Kalff] (16 december 1936) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;10. ;Boon, Jan (1882-1975) *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Bouthoorn, Wil *Johan D. (21 februari 1959) ‘Tentoonstelling W.I. Bouthoorn’, ''Nieuwablad van het Noorden'', p.&nbsp;21. ;Bredasche Kunstkring *Anoniem (14 mei 1936) [[Bredasche Courant/Jaargang 146/Nummer 113/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring. Het jaarverslag’]], ''De Bredasche Courant'', [p.&nbsp;3]. *[''Najaarstentoonstelling van den Bredasche Kunstkring''], Concordia, Breda, 29 oktober 1936-....<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 oktober 1936) [[Bredasche Courant/Jaargang 146/Nummer 256/Tentoonstelling Bredasche Kunstkring|‘Tentoonstelling Bredasche Kunstkring’]], ''Bredasche Courant'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (10 april 1937) [[Bredasche Courant/Jaargang 147/Nummer 83/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Bredasche Courant'', [p.&nbsp;1]. *''Najaarstentoonstelling'', Gymnastiekzaal van de O.L. School, Breda, 30 oktober-2 november 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 november 1937) [[Bredasche Courant/Jaargang 147/Nummer 258/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Bredasche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Bulthuis, Piet *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 26 november-7 december 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 64/22 november 1932/Avondblad/In het gebouw der Volksuniversiteit|‘In het gebouw der Volksuniversiteit alhier […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Canter, Barend Alexander *''[[De Sphinx, Catalogus der eerste tentoonstelling van werken van leden en genoodigden|De Sphinx. Catalogus der eerste tentoonstelling van werken van leden en genoodigden]]'', De Harmonie, Leiden, 18-31 januari 1917. ;Caspel, Johann Georg van (1870-1928) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Chabot, Hendrik (1894-1949) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Chevallier, Co (1880-1951) *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/In J. H. de Bois' Kunsthandel|‘In J. H. de Bois’ Kunsthandel te Haarlem […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Citroen, Paul *Anoniem (2 december 1938) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 111/Nummer 36585/Ochtendblad/F. Vordemberge-Gildewart|‘F. Vordemberge-Gildewart’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;5. ;Cuypers, Michel (1892-1971) *Anoniem (20 november 1915) [[De Amstelbode/Jaargang 24/Nummer 7005/Koningin Elisabeth gehuldigd|‘Koningin Elisabeth gehuldigd’]], ''De Amstelbode'', Tweede Blad, [p.&nbsp;3]. ;Delft, Theo van *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Domela, César *''L'Art d'Aujourd'hui'', Syndicat des Antiquaires, Parijs, 30 november-21 december 1925.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 december 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 339/Avondblad/Kunst van heden|‘Kunst van heden’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, C, p.&nbsp;1. *''Tentoonstelling abstracte kunst'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 2-24 april 1938.<br />Aankondigingen en recensies: **Kr. (11 april 1938) [[De Maasbode/Jaargang 70/Nummer 27954/Avondblad/"Abstracte kunst"|‘„Abstracte kunst”. Zou dit streven in de architectuur niet een veel meer in de natuur liggende functie vervullen? Een reeks van vragen’]], ''De Maasbode'', Avondblad, tweede blad, p.&nbsp;5. *Anoniem (27 maart 1940) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 113/Nummer 37060/Avondblad/Museum voor moderne kunst|‘Museum voor moderne kunst’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *Jan Engelman (24 januari 1950) ‘Cesar Domela Nieuwenhuis. Tentoonstelling bij Huinck en Scherjon te Amsterdam’, ''De Tijd'', p.&nbsp;3. *Kalkman, Felix (27 november 1987) ‘Beeldend kunstenaar Cesar Domela Nieuwenhuis. ‘Ik wilde niet mijn hele leven rechthoeken blijven schilderen’, ''Leeuwarder Courant'', LCetera, p.&nbsp;6. ;Eck, Geurt van *''“1940”. Deuxième exposition'', Parc des expositions, Porte de Verailles, Parijs, 15 januari-1 februari 1932.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 januari 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/30 januari 1932/Avondblad/Valsche en echte Onafhankelijken|‘Valsche en echte Onafhankelijken’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. ;Eekman, Nico *''Salon des Indédendants'', Grand Palais, Parijs, 1927.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (31 januari 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32299/Avondblad/"Indépendants"|‘„Indépendants”’]], ''Algemeen Handelsblad'', derde blad, p.&nbsp;9. *[''tentoonstelling''], De Constcaemer, Breda, september 1935, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (21 september 1935) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 75/Nummer 15350/Tentoonstelling in de Passage|‘Tentoonstelling in de Passage’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p.&nbsp;6. ;Elenbaas, Wally *Anoniem (4 maart 1978) ‘De letters en tekens van Wally Elenbaas’, ''Provinciale Zeeuwse Courant'', p.&nbsp;9. ;Enthoven, Jo *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Franken, Jan Pzn. *[''tentoonstelling''], De Constcaemer, Breda, september 1935, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (21 september 1935) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 75/Nummer 15350/Tentoonstelling in de Passage|‘Tentoonstelling in de Passage’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p.&nbsp;6. ;Gelder, Dirk van *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Gidding, Jaap (1887-1955) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (28 mei 1922) [[De Telegraaf/Jaargang 30/Nummer 11570/Moderne toegepaste kunst op de Ned. Tentoonstelling te Kopenhagen|‘Moderne toegepaste kunst op de Ned. Tentoonstelling te Kopenhagen’]], ''De Telegraaf'', p.&nbsp;9. ;Gisèle *''Hedendaagsche Limburgsche Kunst'', Gemeentemuseum, Den Haag, 30 oktober-12 december 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 oktober 1937) [[De Tijd/Nummer 29685/Avondblad/Hedendaagsche Limburgsche Kunst|‘Hedendaagsche Limburgsche Kunst’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. **Anoniem (9 december 1937) [[De Maasbode/Jaargang 70/Nummer 27747/Avondblad/Limburgsche Kunstenaars|‘Limburgsche Kunstenaars. Nu weer moeilijkheden naar aanleiding van de tentoonstelling te Arnhem’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p.&nbsp;5. ;Hall, Therese van *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. ;Ham, Toon van *Anoniem (5 september 1938) [[De Maasbode/Jaargang 70/Nummer 28200/Avondblad/Het Centraal Museum te Utrecht|‘Het Centraal Museum te Utrecht. De viering van het honderdjarig bestaan. Een aantal schenkingen bij deze gelegenheid gedaan’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Hassoldt, Chris *''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies: **L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;5. ;Havermans, Jan *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. ;Heel, Jan van *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Heemskerck, Jacoba van *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. ;Hell, Johan van *[''Grafiek''], Haagsche Kunstkring, Den Haag, 1929, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Ω (18 december 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33343/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;7. ;Hussem, Willem (1900-1974) *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/In J. H. de Bois' Kunsthandel|‘In J. H. de Bois’ Kunsthandel te Haarlem […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Jessurun de Mesquita, Samuel (1868-1944) *''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p.&nbsp;1]. **G.H. Marius (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Moderne Kunstkring (2)|‘Moderne Kunstkring. — Stedelijk Museum, Amsterdam. II’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p.&nbsp;7. ;Jordens, Jan *[''Grafiek''], Haagsche Kunstkring, Den Haag, 1929, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Ω (18 december 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33343/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;7. ;Jurres, Johannes Hendricus *Anoniem (19 juni 1933) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 71/Nummer 142/Tentoonstelling "Kunst en Arbeid"|‘Tentoonstelling „Kunst en Arbeid”’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Kamerlingh Onnes, Harm (1893-1985) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nrs. 21-23. ;Kelder, Toon (1894-1973) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *[Toon Kelder], kunstzaal Buffa, Den Haag, december 1932, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Toon Kelder|‘Toon Kelder in de kunstzaal Buffa’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *''Vereeniging tot Bevordering der Grafische Kunst. Catalogus van de tentoonstelling van werken der leden in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', 23 december 1933-14 januari 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 april 1904) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 106/Nummer 34796/Avondblad/Agenda|‘Agenda’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Klerk, Michel de *Anoniem (27 juni 1932) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 149/'t Luyten-Cuypers-Museum|‘'t Luyten-Cuypers-Museum’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Kloos, Cornelis *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Konijnenburg, Willem van (1868-1943) *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. *Anoniem (7 januari 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 6/Avondblad/Men meldt ons uit Berlijn|‘Men meldt ons uit Berlijn: [...]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad A, p.&nbsp;2. *''XVII Biennale di Venezia'', Venetië, 4 mei-4 november 1930.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (15 augustus 1930) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 103/Nummer 33579/Avondblad/De zeventiende Biennale te Venetië|‘De zeventiende „Biennale” te Venetië’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9. ;Koo, Nicolaas de (1881-1960) *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunst in industrie|‘Kunst in industrie’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1-2. ;Krop, Hildo *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. ;Kuik, Laurens van *[De Anderen]. ''Catalogus der eerste tentoonstelling van kunstwerken der leden in de kunstzalen d'Audretsch'', Den Haag, 7 mei-7 juni 1916 (verlengd tot tweede helft juni).<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 mei 1916) [[Leidsch Dagblad/Nummer 17235/"De Anderen"|‘„De Anderen”’]], ''Leidsch Dagblad'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. **B. (11 mei 1916) [[De Avondpost/1916/Nummer 9512/Avond-editie/Kunstzaal d’Audretsch|‘Kunstzaal d’Audretsch. „De Anderen”’]], ''De Avondpost'', Avond-editie, p.&nbsp;A 2. **U. (25 mei 1916) [[Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage/Jaargang 245/Nummer 123/De Anderen|‘De Anderen’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', eerste blad, [p.&nbsp;1]. ;Kunst aan Allen *Koster, Edw. B. (11 juni 1910) [[Eenheid/Nummer 1/Kunst aan Allen|‘Kunst aan Allen’]], ''Eenheid'', nr. 1, eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;Kunstenaarsvereniging Limburg *Anoniem (17 oktober 1936) [[Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 245/Kunstenaarsvereeniging "Limburg"|‘Kunstenaarsvereeniging „Limburg”. Niet voor amateurs’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;3. *Anoniem (9 december 1937) [[De Maasbode/Jaargang 70/Nummer 27747/Avondblad/Limburgsche Kunstenaars|‘Limburgsche Kunstenaars. Nu weer moeilijkheden naar aanleiding van de tentoonstelling te Arnhem’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p.&nbsp;5. ;Kunstkring Delft *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, 20 december 1924-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 december 1924) [[Delftsche Courant/Jaargang 83/Nummer 301/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, december 1925-3 januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 december 1925) [[Delftsche Courant/Jaargang 84/Nummer 302/Kunstkring-tentoonstelling|‘Kunstkring-tentoonstelling’]], ''Delftsche Courant'', [Eerste Blad], [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Agathaklooster, Delft, 20 november-5 december 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1926) [[Delftsche Courant/Jaargang 85/Nummer 274/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;Kunstkring In Consten Een, Nijmegen *[''Tentoonstelling van werken van B. Ferwerda en A.J.J. de Winter''], Waaggebouw, Nijmegen, 19 oktober-2 november 1924, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/De Kunstkring In Consten Een|‘De Kunstkring In Consten Een te Nijmegen […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Kunstkring Remunj '45 *''Kunstkr. Remunj ’45. Tentoonstelling van eigen werk'', Gemeente Museum, Roermond, 22 december 1945-6 januari 1946, geen catalogus bekend. *Anoniem (12 november 1946) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 29/Nummer 264/Tentoonstelling werk Joep Nicolas|‘Tentoonstelling werk Joep Nicolas’]], ''Limburgsch Dagblad'', tweede blad, [p.&nbsp;1]. *[''Kunstkring "Remunj '45" en Kunstkring "Henri Jonas"''], Gemeente museum, Roermond, 3 februari 1952-...., geen catalogus. *Anoniem (19 november 1952) ‘Tentoonstelling kunstkring „Remunj ’45”’, ''Limburgsch Dagblad'', p.&nbsp;2. *[werken van Remunj '45], Hotel Kraanpoort, Roermond, januari 1955, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **L.M. (25 januari 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 20/Remunj '45 exposeert in Hotel Kraanpoort|‘„Remunj '45” exposeert in Hotel Kraanpoort’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;9. *''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies: **L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p.&nbsp;4. ;Lanooy, Chris (1881-1948) *[''Paastentoonstelling''], kunstzaal [Kunst van onze Tijd], Den Haag, 18 maart 1936-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Woensdag|‘Woensdag zal de Paaschtentoonstelling in de toonzaal Prins Mauritsplein 21—21 geopend worden […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Lavieren, Rijk van *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, december 1925-3 januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 december 1925) [[Delftsche Courant/Jaargang 84/Nummer 302/Kunstkring-tentoonstelling|‘Kunstkring-tentoonstelling’]], ''Delftsche Courant'', [Eerste Blad], [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Agathaklooster, Delft, 20 november-5 december 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1926) [[Delftsche Courant/Jaargang 85/Nummer 274/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;Lebeau, Chris (1878-1945) *[''modern schilderwerk van o.a. Jawlenski, De Vlaminck en Mondriaan''], De Bron, Den Haag, januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondiging en recensies: **J.H. de Bois (13 januari 1926) [[De Avondpost/Jaargang 41/Nummer 12967/Avondeditie/Kunstkroniek|‘Kunstkroniek’]], ''De Avondpost'', Avondeditie, Tweede blad, p.&nbsp;1. ;Leck, Bart van der (1876-1958) *Anoniem (22 augustus 1919) [[De Maasbode/Jaargang 51/Nummer 16456/Avondblad/De Raad voor Nederl. Kunst en Letteren in den Vreemde|‘De Raad voor Nederl. Kunst en Letteren in den Vreemde’]], ''De Maasbode'', Avondblad, eerste blad, p.&nbsp;2. *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. *H. (30 januari 1923) [[Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant/Jaargang 1923/Nummer 25/"De Branding"|‘„De Branding”’]], ''Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant'', Tweede Blad, [p.&nbsp;2-3]. *Zwart, P. (januari-juli 1919) ‘Kunst op de jaarbeurs’, ''Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift'', p.&nbsp;316-320, met name 319.<br>Aankondigingen en recensies: **[Theo van Doesburg] (oktober 1919) [[De Stijl/Jaargang 2/Nummer 12/Rondblik|‘Rondblik’]], ''De Stijl'', jrg. 2, nr. 12, p.&nbsp;140-144, met name 144. ;Leeuwarder Kunstkring *[''Tentoonstelling van werken van Tjeerd Bottema, E. Idema, H. van Schaik en W. van Schaik''], Leeuwarder Kunstkring, Leeuwarden, april 1912, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 april 1912) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 99/Nummer 7916/Middaguitgave/Kleine berichten|‘Kleine berichten’]], ''Arnhemsche Courant'', Middaguitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Leidsche Kunstvereeniging, Leiden *[''Tentoonstelling van schilderijen, tekeningen en etsen van Graadt van Roggen''], Leidsche Kunstvereeniging, Leiden, ca. 16-ca. 23 december 1905, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 december 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24654/Avondblad/Men meldt ons uit Leiden|‘Men meldt ons uit Leiden: […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;10. ;Leurs, Johannes Karel *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Leusden, Willem van *''[[:s:fr:Exposition internationale d’art moderne|Exposition Internationale d'Art Moderne]]'', Palais Electorale, Genève, 26 december 1920-25 januari 1921.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (13 januari 1921) [[De Telegraaf/Jaargang 29/Nummer 11075/Avondblad/Moderne kunst te Genève|‘Moderne kunst te Genève’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, tweede blad, p.&nbsp;7. *''Architecture et arts qui s'y rattachent'', École Spéciale d'Architecture, Parijs, 22 maart-30 april 1924.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 april 1924) [[De Telegraaf/Jaargang 32/Nummer 12039/Ochtendblad/Hollandsche architectuur te Parijs|‘Hollandsche architectuur te Parijs’]], ''De Telegraaf'', Ochtendblad, eerste blad, p.&nbsp;2. ;Lubbers, Adriaan *''“1940”. Deuxième exposition'', Parc des expositions, Porte de Verailles, Parijs, 15 januari-1 februari 1932.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 januari 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/30 januari 1932/Avondblad/Valsche en echte Onafhankelijken|‘Valsche en echte Onafhankelijken’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. ;Luns, Huib (1881-1942) *''Tentoonstelling van schilderijen en beeldhouwwerken vervaardigd door leden der Maatschappij'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 10 april-mei 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (12 april 1937) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 124/Nummer 15586/Tentoonstelling Arti et Amicitiae|‘Tentoonstelling „Arti et Amicitiae”’]], ''Arnhemsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Mankes, Jan *''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies: **L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;5. ;Meertens, Albert (1904-1971) *''Catalogus van de St. Willibrordtentoonstelling. Willibrord-herdenking 739-1939'', Centraal Museum, Universiteit Utrecht, Dom van Utrecht, Utrecht, 16 juni-15 september 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht|‘De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht wordt morgen geopend door minister Colijn. Een schat aan kunstwerken van de vroege Middeleeuwen tot op onzen tijd’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Mees, Fokko *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Mens, Is. van *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Miedema, Evert (1887-1979) *Anoniem (11 mei 1936) [[Haagsche Courant/1936/Nummer 16338/Haagsche Muziek-Academie|‘Haagsche Muziek-Academie. Concert voor de Bleekneusjes’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;3. ;Moerkerk, Herman *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Musch, Jan (1875-1960) *Anoniem (20 november 1915) [[De Amstelbode/Jaargang 24/Nummer 7005/Koningin Elisabeth gehuldigd|‘Koningin Elisabeth gehuldigd’]], ''De Amstelbode'', Tweede Blad, [p.&nbsp;3]. ;Nicolas, Suzanne *''Ausstelling niederländischer-limburgischer Kunst'', Suermondt-Museum, Aken, 7-28 juni 1936, Haus des Kunstvereins für die Rheinlande und Westfalen, Düsseldorf, 4 juli 1936-...., Essen, Münster, Keulen (....-september 1936).<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 juni 1936) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 19/Nummer 133/Tentoonstelling van Limb. Kunst te Aken|‘Tentoonstelling van Limb. Kunst te Aken’]], ''Limburgsch Dagblad'', eerste blad, [p.&nbsp;3]. **J.D.L. (19 juni 1936) [[Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 143/Tentoonstelling van Limburgsche Kunst te Aken|‘Tentoonstelling van Limburgsche Kunst te Aken’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;5. *Anoniem (17 oktober 1936) [[Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 245/Kunstenaarsvereeniging "Limburg"|‘Kunstenaarsvereeniging „Limburg”. Niet voor amateurs’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;3. *''Hedendaagsche Limburgsche Kunst'', Gemeentemuseum, Den Haag, 30 oktober-12 december 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 oktober 1937) [[De Tijd/Nummer 29685/Avondblad/Hedendaagsche Limburgsche Kunst|‘Hedendaagsche Limburgsche Kunst’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. **Anoniem (9 december 1937) [[De Maasbode/Jaargang 70/Nummer 27747/Avondblad/Limburgsche Kunstenaars|‘Limburgsche Kunstenaars. Nu weer moeilijkheden naar aanleiding van de tentoonstelling te Arnhem’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p.&nbsp;5. ;Nieuwenkamp, Wijnand Otto Jan (1874-1950) *[J.L.M. Lauweriks] (13 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 7/Mededeelingen van het Genootschap|‘Mededeelingen van het Genootschap’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 7, [p.&nbsp;39]. *''Eere-tentoonstelling W. O. J. Nieuwenkamp, 1874-1934'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 21 juli-30 augustus 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **v.D. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/W. O. J. Nieuwenkamp|‘W. O. J. Nieuwenkamp. Eere-tentoonstelling in het Stedelijk Museum’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Peeters, Jan (1912-1992) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 31. ;Penaat, Willem (1875-1957) *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunst in industrie|‘Kunst in industrie’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1-2. ;Pol, Rien van der *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Poortenaar, Jan (1886-1956) *''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br />Aankondigingen en recensies: **Frits Lapidoth (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde „Vierjaarlijksche” te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Bijblad van het Ochtendblad, [p.&nbsp;1]. *''Jan Poortenaar'', Kunsthandel Fetter, Amsterdam, oktober 1924, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Kunsthandel Fetter|‘Kunsthandel Fetter’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Rees, Otto van (1884-1957) *''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p.&nbsp;1]. *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. ;Rees-Dutilh, Adya van (1876-1959) *''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p.&nbsp;1]. **C.L. Dake (15 oktober 1912) [[De Telegraaf/Jaargang 20/Nummer 7292/Avondblad/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede Blad, p.&nbsp;8. **G.H. Marius (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Moderne Kunstkring (2)|‘Moderne Kunstkring. — Stedelijk Museum, Amsterdam. II’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p.&nbsp;7. ;Rinsema, Thijs *Anoniem (8 mei 1982) ‘Drachtster schoenmakers op super-8’, ''Leeuwarder Courant'', sneon & snein, p.&nbsp;19. *Anoniem (5 augustus 1983) ‘Film over gebroeders Rinsema komt 22 september op tv’, ''Leeuwarder Courant'', p.&nbsp;28. ;Rovers, Dio *''Tentoonstelling van de leden van de Bredasche Kunstkring'', Sociëteit Concordia, Breda, 18-22 mei 1934, getypte catalogus.<br />Aankondigingen en recensies: **Anoniem (19 mei 1934) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 74/Nummer 14941/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p.&nbsp;6. *''Bredasche Kunstkring, werken van leden'', Sociëteit Concordia, Breda, 9-14 november 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1934) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 74/Nummer 15087/De tentoonstelling van kunstwerken in Concordia|‘De tentoonstelling van kunstwerken in Concordia’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p.&nbsp;6. ;Rummens, Jules *''Hedendaagsche Limburgsche Kunst'', Gemeentemuseum, Den Haag, 30 oktober-12 december 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 oktober 1937) [[De Tijd/Nummer 29685/Avondblad/Hedendaagsche Limburgsche Kunst|‘Hedendaagsche Limburgsche Kunst’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. **Anoniem (9 december 1937) [[De Maasbode/Jaargang 70/Nummer 27747/Avondblad/Limburgsche Kunstenaars|‘Limburgsche Kunstenaars. Nu weer moeilijkheden naar aanleiding van de tentoonstelling te Arnhem’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p.&nbsp;5. ;Schrikkel, Louis *[''tentoonstelling''], De Constcaemer, Breda, september 1935, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (21 september 1935) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 75/Nummer 15350/Tentoonstelling in de Passage|‘Tentoonstelling in de Passage’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p.&nbsp;6. ;Schuhmacher, Wim (1894-1986) *''XVII Biennale di Venezia'', Venetië, 4 mei-4 november 1930.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (15 augustus 1930) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 103/Nummer 33579/Avondblad/De zeventiende Biennale te Venetië|‘De zeventiende „Biennale” te Venetië’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9. ;Sengers, Lode (1896-1956) *''Catalogus van de St. Willibrordtentoonstelling. Willibrord-herdenking 739-1939'', Centraal Museum, Universiteit Utrecht, Dom van Utrecht, Utrecht, 16 juni-15 september 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht|‘De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht wordt morgen geopend door minister Colijn. Een schat aan kunstwerken van de vroege Middeleeuwen tot op onzen tijd’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Speenhoff, Koos *Anoniem (19 juli 1929) [[De Indische Courant/Jaargang 8/Nummer 252/Speenhoff naar Amerika|‘Speenhoff naar Amerika’]], ''De Indische Courant'', derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Stok, Henri van der *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (3 maart 1932) [[De Nederlander/Jaargang 39/Nummer 11798/Hofberichten|‘Hofberichten’]], ''De Nederlander'', p.&nbsp;3. **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Sühl, Jan *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, 20 december 1924-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 december 1924) [[Delftsche Courant/Jaargang 83/Nummer 301/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, december 1925-3 januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 december 1925) [[Delftsche Courant/Jaargang 84/Nummer 302/Kunstkring-tentoonstelling|‘Kunstkring-tentoonstelling’]], ''Delftsche Courant'', [Eerste Blad], [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Agathaklooster, Delft, 20 november-5 december 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1926) [[Delftsche Courant/Jaargang 85/Nummer 274/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;Vaarzon Morel, Willem (1868-1955) *L. (30 januari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 5/Twee kalenders|‘Twee kalenders’]], ''Architectura'', p.&nbsp;29. ;Verhorst, André *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Verschuuren, Albert *''Kunsttentoonstelling'', Sint-Gerardusretraitehuis, Seppe, 28-30 augustus 1933, geen catalogus bekend.<br />Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 juli 1933) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 73/Nummer 14675/De studiedagen te Seppe|‘De studiedagen te Seppe’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1]. **Anoniem (30 augustus 1933) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 73/Nummer 14722/De tentoonstelling te Seppe|‘De tentoonstelling te Seppe’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', eerste blad, p.&nbsp;2. *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Verstijnen, Henri *Anoniem (10 november 1931) [[Haagsche Courant/1931/Nummer 14955/Kunstzaal Sena|‘Kunstzaal „Sena”’]], ''Haagsche Courant'', vijfde blad, p.&nbsp;2. *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Violier, De *Anoniem (24 mei 1919) [[De Tijd/Jaargang 73/Nummer 21959/R. K. Kunstenaarscongres|‘R. K. Kunstenaarscongres’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/De Kath. Kunstkring De Violier|‘De Kath. Kunstkring „De Violier” te Amsterdam organiseert voor zijn leden een „uittocht” naar Utrecht, […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Visser, Tjipke (1876-1955) *''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br />Aankondigingen en recensies: **Frits Lapidoth (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde „Vierjaarlijksche” te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Bijblad van het Ochtendblad, [p.&nbsp;1]. *''Tentoonstelling. Schilderijen van mej. M. E. van Regteren Altena (Amsterdam) en mevr. B. Westendorp-Osieck (Amsterdam). Beeldhouwwerken van Tjipke Visser (Bergen N.H.)'', Rotterdamsche Kunstkring, Rotterdam, 16 januari-2 februari 1937, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (19 januari 1937) [[Rotterdamsch Nieuwsblad/Jaargang 59/Nummer 18041/Kunstkring|‘Kunstkring. Werk van mej. Van Regteren Altena, mevr. Westendorp-Osieck en Tjipke Visser’]], ''Rotterdamsch Nieuwsblad'', derde blad, p.&nbsp;1. ;Wegerif-Gravestein, Agathe *[De Anderen]. ''Catalogus der eerste tentoonstelling van kunstwerken der leden in de kunstzalen d'Audretsch'', Den Haag, 7 mei-7 juni 1916 (verlengd tot tweede helft juni).<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 mei 1916) [[Leidsch Dagblad/Nummer 17235/"De Anderen"|‘„De Anderen”’]], ''Leidsch Dagblad'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. **U. (25 mei 1916) [[Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage/Jaargang 245/Nummer 123/De Anderen|‘De Anderen’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', eerste blad, [p.&nbsp;1]. ;Wichman, Erich *[De Anderen]. ''Catalogus der eerste tentoonstelling van kunstwerken der leden in de kunstzalen d'Audretsch'', Den Haag, 7 mei-7 juni 1916 (verlengd tot tweede helft juni).<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 mei 1916) [[Leidsch Dagblad/Nummer 17235/"De Anderen"|‘„De Anderen”’]], ''Leidsch Dagblad'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. **U. (25 mei 1916) [[Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage/Jaargang 245/Nummer 123/De Anderen|‘De Anderen’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', eerste blad, [p.&nbsp;1]. *L.[apidoth], F. (5 februari 1920) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 20/Nummer 35/Avondblad/La revue du feu|‘La revue du feu’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, p.&nbsp;2. ;Wiegers, Jan *''[[:s:fr:Exposition internationale d’art moderne|Exposition Internationale d'Art Moderne]]'', Palais Electorale, Genève, 26 december 1920-25 januari 1921.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (13 januari 1921) [[De Telegraaf/Jaargang 29/Nummer 11075/Avondblad/Moderne kunst te Genève|‘Moderne kunst te Genève’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, tweede blad, p.&nbsp;7. *''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies: **L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;5. ;Wiegersma, Pieter (1920-2009) *''Catalogus van de St. Willibrordtentoonstelling. Willibrord-herdenking 739-1939'', Centraal Museum, Universiteit Utrecht, Dom van Utrecht, Utrecht, 16 juni-15 september 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht|‘De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht wordt morgen geopend door minister Colijn. Een schat aan kunstwerken van de vroege Middeleeuwen tot op onzen tijd’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Wiegman, Matthieu (1886-1971) *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. *''Catalogus van de St. Willibrordtentoonstelling. Willibrord-herdenking 739-1939'', Centraal Museum, Universiteit Utrecht, Dom van Utrecht, Utrecht, 16 juni-15 september 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht|‘De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht wordt morgen geopend door minister Colijn. Een schat aan kunstwerken van de vroege Middeleeuwen tot op onzen tijd’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Wiegman, Piet *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. ;Witjens, Willem *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-30 november 1930, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (15 november 1930) [[Haagsche Courant/1930/Nummer 14653/Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;2. **Cornelis Veth (6 december 1930) ‘Publiek en kunstenaar in nauwer contact. Expositie van de „Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst” in het Gebouw Volksuniversiteit te Den Haag’, ''De Telegraaf'', Avondblad, Derde Blad, p.&nbsp;9. *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-29 november 1931, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1931) [[Haagsche Courant/1931/Nummer 14955/Tentoonstelling Volksuniversiteit|‘Tentoonstelling Volksuniversiteit’]], ''Haagsche Courant'', vijfde blad, p.&nbsp;2. **Anoniem (17 november 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 63/17 november 1931/Avondblad/De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. **W.Jos. de Gruyter (24 november 1931) ‘Groeptentoonstelling S.V.H.S. Gebouw der Volksuniversiteit, alhier’, ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 26 november-7 december 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 64/22 november 1932/Avondblad/In het gebouw der Volksuniversiteit|‘In het gebouw der Volksuniversiteit alhier […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Wolff, Cor de (1889-1963) *''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 februari 1937) [[De Tribune/Jaargang 30/Nummer 106/De Onafhankelijken jubileren|‘De Onafhankelijken jubileren’]], ''De Tribune'', p.&nbsp;6. ;Overige onderwerpen *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Architectuur/Nederland/Karel de Bazel|Karel de Bazel]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/Edmond Bellefroid|Edmond Bellefroid]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/Hendrik Petrus Berlage|Hendrik Petrus Berlage]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Joan Collette|Collette, Joan]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/Nelly van Doesburg|Doesburg, Nelly van]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Theo van Doesburg|Doesburg, Theo van]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Kees van Dongen|Kees van Dongen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Beeldhouwkunst/Nederland/20e eeuw/Leen Douwes|Leen Douwes]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Charles Eyck|Charles Eyck]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jacoba van Heemskerck|Jacoba van Heemskerck]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Hongarije/20e eeuw/Vilmos Huszár|Vilmos Huszár]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/Henri Jonas|Jonas, Henri]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Paul Kromjong|Paul Kromjong]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/Mathieu Lauweriks|Mathieu Lauweriks]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Leidsche Kunstclub De Sphinx|Leidsche Kunstclub De Sphinx]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/Hubert Levigne|Huub Levigne]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Moderne Kunstkring|Moderne Kunstkring]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Gerrit de Morée|Gerrit van Morée]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Louis Saalborn|Saalborn, Louis]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Lodewijk Schelfhout|Lodewijk Schelfhout]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Henri Schoonbrood|Henri Schoonbrood]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Jan Sluijters|Jan Sluijters]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Toorop|Jan Toorop]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/De Anderen|Vereeniging van beeldende kunstenaars De Anderen]] [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal kunst]] npe3jxuj2efve2dfu4akck9md19ighe Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw 100 32672 225685 225588 2026-08-26T18:33:02Z Vincent Steenberg 280 bronnen verplaatst 225685 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Nederlandse schilderkunst;<br>20e eeuw | afbeelding = Piet Mondrian Victory Boogie Woogie.jpg | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Nederlandse schilderkunst uit de 20e eeuw. | artikelwikipedia = }} == Algemeen == *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Tentoonstellingen|Tentoonstellingen]] == Geschiedenis van de Nederlandse schilderkunst uit de 20e eeuw == === Bijzondere onderwerpen === ;Akkeringa, Jan (1894-1983) *''Tentoonstelling Voorburgsche Kunstkring'', Café Vronesteyn, Voorburg, 27 april-5 mei 1935, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (28 april 1935) [[Het Vaderland/Jaargang 67/28 april 1935/Tentoonstelling Voorburgsche Kunstkring|‘Tentoonstelling Voorburgsche Kunstkring’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad B, p. 2. *''Tentoonstelling Voorburgsche Kunstkring'', Café Vronesteyn, Voorburg, 16-24 mei 1936, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/18 mei 1936/Avondblad/Tentoonstelling Voorburgsche Kunstkring|‘Tentoonstelling Voorburgsche Kunstkring’]], ''Het Vaderland'', Avondblad&nbsp;D, p.&nbsp;2. ;Anrooy, Jan van *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Arntzenius, Floris (1864-1925) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Arntzenius, Paul *''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies: **Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p.&nbsp;1]. *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Avoort, Herman van de *Anoniem (19 juni 1933) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 71/Nummer 142/Tentoonstelling "Kunst en Arbeid"|‘Tentoonstelling „Kunst en Arbeid”’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Bakermans, Adriaan *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Bakhoven, Jan *''Werk van leden van de Limburgse Kunstkring'', Schilder- en tekenkundig Genootschap Kunstliefde, Utrecht, juni 1935, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 juni 1935) [[Limburger Koerier/Jaargang 90/Nummer 142/Limburgsche schilders|‘Limburgsche schilders. Waardeering voor hun werk. Een tentoonstelling te Utrecht’]], ''Limburger Koerier'', [eerste blad], p.&nbsp;2. ;Bander, Jan Cornelis *''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies: **Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p.&nbsp;1]. ;Bastert, Nicolaas (1854-1939) *''Catalogus der tentoonstelling van schilderijen enz.'', E.J. van Wisselingh, Panorama Mesdag, Den Haag, oktober-november 1916.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 oktober 1916) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 73/Nummer 300/Avondblad/E. J. v. Wisselingh|‘E. J. v. Wisselingh. (Slot.) Gebouw Panorama Mesdag’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p.&nbsp;1. *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Bauer, Lucas (1896-1959) *[''Paastentoonstelling''], kunstzaal [Kunst van onze Tijd], Den Haag, 18 maart 1936-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Woensdag|‘Woensdag zal de Paaschtentoonstelling in de toonzaal Prins Mauritsplein 21—21 geopend worden […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Bayens, Han (1876-1945) *''H. Bayens'', Koninklijke Kunstzaal Kleykamp, Den Haag, 2-23 januari 1926.<br>Aankondiging en recensies: **J.H. de Bois (13 januari 1926) [[De Avondpost/Jaargang 41/Nummer 12967/Avondeditie/Kunstkroniek|‘Kunstkroniek’]], ''De Avondpost'', Avondeditie, Tweede blad, p.&nbsp;1. ;Bendien, Jacob *Anoniem (11 januari 1985) ‘'Meditist' Jacob Bendien, eigenzinnig kunstenaar’, ''Leeuwarder Courant'', LCetera, [p. 1]. ;Berends, Barend *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Berg, Ans van den (1873-1942) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Berg, Else *H.[asselt, Bertha van] (2 oktober 1918) [[Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant/Jaargang 1918/Nummer 231/Kunst in de Hofstad|‘Kunst in de Hofstad’]], ''Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant'', Eerste van 2 bladen, [p.&nbsp;2]. ;Berg, Johannes Marinus van den *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Berg, Jos van den *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Berserik, Hermanus (1921-2002) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 3. ;Bezaan, Jo (1894-1920) *Anoniem (23 december 1929) [[Het Vaderland/Jaargang 61/23 december 1929/Avondblad/In den kunsthandel D. Sala & Zn.|‘In den kunsthandel D. Sala & Zn. te Leiden […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. ;Biermans, Jos *''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies: **L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p.&nbsp;4. ;Bieruma Oosting, Jeanne (1898-1994) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nrs. 29-30. ;Bleeker, Laurens (1905-1951) *''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Jan Engelman (25 februari 1937) ‘Amsterdamsche tentoonstellingen. „De Onafhankelijken”’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Blommestein, Louise Alice Andrine van *''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies: **Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p.&nbsp;1]. ;Boas-Zélander, Maria C. *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-29 november 1931, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1931) [[Haagsche Courant/1931/Nummer 14955/Tentoonstelling Volksuniversiteit|‘Tentoonstelling Volksuniversiteit’]], ''Haagsche Courant'', vijfde blad, p.&nbsp;2. **Anoniem (17 november 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 63/17 november 1931/Avondblad/De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. **W.Jos. de Gruyter (24 november 1931) ‘Groeptentoonstelling S.V.H.S. Gebouw der Volksuniversiteit, alhier’, ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 26 november-7 december 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 64/22 november 1932/Avondblad/In het gebouw der Volksuniversiteit|‘In het gebouw der Volksuniversiteit alhier […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Bobeldijk, Félicien *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Boer, Gerard de (1874-1935) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Boessen, Mathieu (1912-1998) *[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;13. *''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies: **L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p.&nbsp;4. ;Bogaerts, Jan *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Böhl, Wilhelmina *''[[De Sphinx, Catalogus der eerste tentoonstelling van werken van leden en genoodigden|De Sphinx. Catalogus der eerste tentoonstelling van werken van leden en genoodigden]]'', De Harmonie, Leiden, 18-31 januari 1917.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 januari 1917) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 74/Nummer 21/Avondblad/Gezelschap De Sphinx|‘Gezelschap De Sphinx’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p. 1. ;Bongers, Berend Adrianus (1866-1949) *[''Vierde tentoonstelling van het comité van St.-Lucas te Delft''], april 1904, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Men meldt ons|‘Men meldt ons: […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p.&nbsp;2]. ;Boonen, Elias *M.V. (23 november 1916) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 89/Nummer 28618/Avondblad/"De Onafhankelijken"|‘„De Onafhankelijken”]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;6. ;Bosch, Lena ten *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, 20 december 1924-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 december 1924) [[Delftsche Courant/Jaargang 83/Nummer 301/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste Blad, [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, december 1925-3 januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 december 1925) [[Delftsche Courant/Jaargang 84/Nummer 302/Kunstkring-tentoonstelling|‘Kunstkring-tentoonstelling’]], ''Delftsche Courant'', [Eerste Blad], [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Agathaklooster, Delft, 20 november-5 december 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1926) [[Delftsche Courant/Jaargang 85/Nummer 274/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;Bottema, Tjeerd (1884-1978) *[''Tentoonstelling van werken van Tjeerd Bottema, E. Idema, H. van Schaik en W. van Schaik''], Leeuwarder Kunstkring, Leeuwarden, april 1912, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 april 1912) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 99/Nummer 7916/Middaguitgave/Kleine berichten|‘Kleine berichten’]], ''Arnhemsche Courant'', Middaguitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Braken, Peter van den *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Breman, Co *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Briët, Arthur *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Broers, Edmée *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Bron, Louis *Anoniem (19 februari 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/19 februari 1936/Ochtendblad/Kunst en practijk|‘Kunst en practijk’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad A, p.&nbsp;3. ;Buning, Johan *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 4. ;Cardinaals, Louis *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Castell, Dora (ca. 1898-1972) *''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Jan Engelman (25 februari 1937) ‘Amsterdamsche tentoonstellingen. „De Onafhankelijken”’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Chevallier, Co *''[[:s:fr:Exposition internationale d’art moderne|Exposition Internationale d'Art Moderne]]'', Palais Electorale, Genève, 26 december 1920-25 januari 1921.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (13 januari 1921) [[De Telegraaf/Jaargang 29/Nummer 11075/Avondblad/Moderne kunst te Genève|‘Moderne kunst te Genève’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, tweede blad, p.&nbsp;7. ;Coenen, Herman *[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;13. ;Colnot, Arnout (1887-1983) *''XVII Biennale di Venezia'', Venetië, 4 mei-4 november 1930.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (15 augustus 1930) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 103/Nummer 33579/Avondblad/De zeventiende Biennale te Venetië|‘De zeventiende „Biennale” te Venetië’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9. ;Dam, Han van (1901-1975) *''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Jan Engelman (25 februari 1937) ‘Amsterdamsche tentoonstellingen. „De Onafhankelijken”’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Dam, Max van *[''Najaarstentoonstelling van den Bredasche Kunstkring''], Concordia, Breda, 29 oktober 1936-....<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 oktober 1936) [[Bredasche Courant/Jaargang 146/Nummer 256/Tentoonstelling Bredasche Kunstkring|‘Tentoonstelling Bredasche Kunstkring’]], ''Bredasche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Dam, Wijnand van *''[[De Sphinx, Catalogus der eerste tentoonstelling van werken van leden en genoodigden|De Sphinx. Catalogus der eerste tentoonstelling van werken van leden en genoodigden]]'', De Harmonie, Leiden, 18-31 januari 1917. ;Deering, Willem (1887-1954) *Anoniem (7 augustus 1920) [[Het Vaderland/Jaargang 52/7 augustus 1920/Avondblad/Nationale Opera|‘Nationale Opera’]], ''Het Vaderland'', Avondblad A, [p.&nbsp;1]. ;Delft, Jan van *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Dievenbach, Hendricus Anthonius *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Dillen, Peter Martinus *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Dingstee, A. van *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/In J. H. de Bois' Kunsthandel|‘In J. H. de Bois’ Kunsthandel te Haarlem […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Dittlinger, Marinus Bonifacius Willem *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Domburg, Antoon van *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Dongen, Kees van *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. . ;Dooijewaard, Jacob (1876-1969) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. *''Tentoonstelling van schilderijen en beeldhouwwerken vervaardigd door leden der Maatschappij'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 10 april-mei 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (12 april 1937) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 124/Nummer 15586/Tentoonstelling Arti et Amicitiae|‘Tentoonstelling „Arti et Amicitiae”’]], ''Arnhemsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Duursma, Djurre Pieter *Doesburg, Theo van (4 maart 1916) [[Twenthe/4 maart 1916/De schilderwerken en batiks van Djurre Duursma|‘De schilderwerken en batiks van Djurre Duursma ’]], ''Twenthe'', editie onbekend, paginanummer onbekend. *[De Anderen]. ''Catalogus der eerste tentoonstelling van kunstwerken der leden in de kunstzalen d'Audretsch'', Den Haag, 7 mei-7 juni 1916 (verlengd tot tweede helft juni).<br />Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 mei 1916) [[Leidsch Dagblad/Nummer 17235/"De Anderen"|‘„De Anderen”’]], ''Leidsch Dagblad'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. **U. (25 mei 1916) [[Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage/Jaargang 245/Nummer 123/De Anderen|‘De Anderen’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', eerste blad, [p.&nbsp;1]. ;Eck, Karel Antonie van *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Eeden, Paul van (1907-1996) *[''Beeldhouwwerken door Dirk Bus en schilderijen van Paul van Eeden''], Kunstzaal ’t Center, Den Haag, ....-9 juni 1933, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: *Anoniem (23 mei 1933) [[Het Vaderland/Jaargang 65/23 mei 1933/Avondblad/Tot 9 Juni|‘Tot 9 Juni […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Epen, Jan van *''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p.&nbsp;1]. **C.L. Dake (15 oktober 1912) [[De Telegraaf/Jaargang 20/Nummer 7292/Avondblad/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede Blad, p.&nbsp;8. ;Ferwerda, Barend (1880-1958) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. *[''Tentoonstelling van werken van B. Ferwerda en A.J.J. de Winter''], Waaggebouw, Nijmegen, 19 oktober-2 november 1924, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/De Kunstkring In Consten Een|‘De Kunstkring In Consten Een te Nijmegen […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Fokkens, Phocas *[De Anderen]. ''Catalogus der eerste tentoonstelling van kunstwerken der leden in de kunstzalen d'Audretsch'', Den Haag, 7 mei-7 juni 1916 (verlengd tot tweede helft juni).<br />Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 mei 1916) [[Leidsch Dagblad/Nummer 17235/"De Anderen"|‘„De Anderen”’]], ''Leidsch Dagblad'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. **U. (25 mei 1916) [[Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage/Jaargang 245/Nummer 123/De Anderen|‘De Anderen’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', eerste blad, [p.&nbsp;1]. ;Franssen, Leo *''Hedendaagsche Limburgsche Kunst'', Gemeentemuseum, Den Haag, 30 oktober-12 december 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 oktober 1937) [[De Tijd/Nummer 29685/Avondblad/Hedendaagsche Limburgsche Kunst|‘Hedendaagsche Limburgsche Kunst’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Gallas, Corry *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Gardenier, Jaap (1933-) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 10. ;Garf, Salomon (1879-1943) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. *''Tentoonstelling van schilderijen en beeldhouwwerken vervaardigd door leden der Maatschappij'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 10 april-mei 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (12 april 1937) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 124/Nummer 15586/Tentoonstelling Arti et Amicitiae|‘Tentoonstelling „Arti et Amicitiae”’]], ''Arnhemsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Gerdes, Ed (1887-1945) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Gerretsen, Huub *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-29 november 1931, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1931) [[Haagsche Courant/1931/Nummer 14955/Tentoonstelling Volksuniversiteit|‘Tentoonstelling Volksuniversiteit’]], ''Haagsche Courant'', vijfde blad, p.&nbsp;2. **Anoniem (17 november 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 63/17 november 1931/Avondblad/De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. **W.Jos. de Gruyter (24 november 1931) ‘Groeptentoonstelling S.V.H.S. Gebouw der Volksuniversiteit, alhier’, ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. ;Gielen, Gerda (1910-1983) *[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;13. *''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies: **L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p.&nbsp;4. ;Gils, Petrus van *''Tentoonstelling van de leden van de Bredasche Kunstkring'', Sociëteit Concordia, Breda, 18-22 mei 1934, getypte catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (19 mei 1934) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 74/Nummer 14941/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p.&nbsp;6. *''Bredasche Kunstkring, werken van leden'', Stedelijk Museum, Breda, 5-12 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (6 juli 1935) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 75/Nummer 15285/De tentoonstelling in Concordia en Stedelijk Museum|‘De tentoonstelling in Concordia en Stedelijk Museum’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p.&nbsp;6. *[''Pinkster-tentoonstelling''], Concordia, Breda, 29 mei-2 juni 1936.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 mei 1936) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 76/Nummer 15559/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', p.&nbsp;6. ;Goedvriend, Theo *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Gorter, Arnold Marc (1866-1933) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Graadt van Roggen, Johannes (1867-1959) *[''Tentoonstelling van schilderijen, tekeningen en etsen van Graadt van Roggen''], Leidsche Kunstvereeniging, Leiden, ca. 16-ca. 23 december 1905, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 december 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24654/Avondblad/Men meldt ons uit Leiden|‘Men meldt ons uit Leiden: […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;10. ;Graafland, Rob *Anoniem (7 april 1931) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 69/Nummer 81/Twintig jaar Limburgsche Kunstkring|‘Twintig jaar Limburgsche Kunstkring. Een tentoonstelling van de werken der leden en oud-leden’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Grégoire, Jan *''Hedendaagsche Limburgsche Kunst'', Gemeentemuseum, Den Haag, 30 oktober-12 december 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 oktober 1937) [[De Tijd/Nummer 29685/Avondblad/Hedendaagsche Limburgsche Kunst|‘Hedendaagsche Limburgsche Kunst’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Groenendaal, Jeane (1898-1966) *''Werk van leden van de Limburgse Kunstkring'', Schilder- en tekenkundig Genootschap Kunstliefde, Utrecht, juni 1935, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 juni 1935) [[Limburger Koerier/Jaargang 90/Nummer 142/Limburgsche schilders|‘Limburgsche schilders. Waardeering voor hun werk. Een tentoonstelling te Utrecht’]], ''Limburger Koerier'', [eerste blad], p.&nbsp;2. *[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;13. *''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies: **L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p.&nbsp;4. ;Groenestein, Jan (1919-1971) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nrs. 14-15. ;Gussenhoven, Georges (1899-1990) *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-30 november 1930, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (15 november 1930) [[Haagsche Courant/1930/Nummer 14653/Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;2. ;Hartman, Wibbo *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Hasselt, Bertha van *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Haverman, Hendrik (1857-1928) *Anoniem (23 maart 1905) [[De Noordbrabanter/Jaargang 76/Nummer 3947/Tentoonstelling te Luik|‘Tentoonstelling te Luik’]], ''De Noord Brabanter'', [p.&nbsp;2]. ;Haverman-Birnie, Carolina *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Heel, Jan van (1898-1990) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 17. ;Heesters, Jan *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Heide, Johannes Wilhelm van der (1878-1956) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Heijnen, Frans (1913-1981) *[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;13. ;Helden, Jan van *Gootzen, P.J. (1969) ‘Jan van Helden. Kunstenaar uit eigen Heem’, ''roerstreek ’69'', p. 39-42. ;Hem, Piet van der *Anoniem (12 oktober 1913) [[Het Vaderland/Jaargang 45/Nummer 243/Agenda|‘Agenda’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad, B, [p.&nbsp;2]. ;Henkes, Dolf (1903-1989) *''Catalogus van de St. Willibrordtentoonstelling. Willibrord-herdenking 739-1939'', Centraal Museum, Universiteit Utrecht, Dom van Utrecht, Utrecht, 16 juni-15 september 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht|‘De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht wordt morgen geopend door minister Colijn. Een schat aan kunstwerken van de vroege Middeleeuwen tot op onzen tijd’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Heynes, Theodoor (1920-1990) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 19. ;Heyse, Jan *[''Grafiek''], Haagsche Kunstkring, Den Haag, 1929, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Ω (18 december 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33343/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;7. ;Hogerwaard, Georges *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Hollman, Charles *''Werk van leden van de Limburgse Kunstkring'', Schilder- en tekenkundig Genootschap Kunstliefde, Utrecht, juni 1935, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 juni 1935) [[Limburger Koerier/Jaargang 90/Nummer 142/Limburgsche schilders|‘Limburgsche schilders. Waardeering voor hun werk. Een tentoonstelling te Utrecht’]], ''Limburger Koerier'', [eerste blad], p.&nbsp;2. ;Hoog, Bernard de (1866-1943) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Hoog, Hendrik de *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Höppe, Ferdinand Bernhard (1841-1922) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Horn, Jos ten (1894-1956) *''Catalogus van de St. Willibrordtentoonstelling. Willibrord-herdenking 739-1939'', Centraal Museum, Universiteit Utrecht, Dom van Utrecht, Utrecht, 16 juni-15 september 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht|‘De groote Willibrordtentoonstelling te Utrecht wordt morgen geopend door minister Colijn. Een schat aan kunstwerken van de vroege Middeleeuwen tot op onzen tijd’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Hul, Mathieu *Anoniem (19 oktober 1929) [[Anoniem/Schilderijententoonstelling te Maastricht|‘Schilderijententoonstelling te Maastricht’]], ''Het Volk'', Avondblad, Vierde blad, [p. 2]. *Anoniem (4 mei 1932) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 105/Schilderkunst|‘Schilderkunst. Maastrichtsch Stedelijk Museum. Een jongeren groep’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, p.&nbsp;9. ;Jans, Jan (1872-1943) *Anoniem (28 mei 1922) [[De Telegraaf/Jaargang 30/Nummer 11570/Memorandum|‘Memorandum’]], ''De Telegraaf'', p.&nbsp;9. ;Jansen, Jan (1876-1958) *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, 20 december 1924-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 december 1924) [[Delftsche Courant/Jaargang 83/Nummer 301/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste Blad, [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, december 1925-3 januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 december 1925) [[Delftsche Courant/Jaargang 84/Nummer 302/Kunstkring-tentoonstelling|‘Kunstkring-tentoonstelling’]], ''Delftsche Courant'', [Eerste Blad], [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Agathaklooster, Delft, 20 november-5 december 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1926) [[Delftsche Courant/Jaargang 85/Nummer 274/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;Jansen, Willem (1892-1969) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Janssen, Maria Francisca Hubertina (1878-1925) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Janssen, Pierre *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Jelinger, Han *Anoniem (17 oktober 1936) [[Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 245/Kunstenaarsvereeniging "Limburg"|‘Kunstenaarsvereeniging „Limburg”. Niet voor amateurs’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;3. *''Hedendaagsche Limburgsche Kunst'', Gemeentemuseum, Den Haag, 30 oktober-12 december 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 oktober 1937) [[De Tijd/Nummer 29685/Avondblad/Hedendaagsche Limburgsche Kunst|‘Hedendaagsche Limburgsche Kunst’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Jennekens, Nic (1915-1984) *[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;13. ;Jong, Germ de (1886-1967) *''Salon des Indédendants'', Grand Palais, Parijs, 1927.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (31 januari 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32299/Avondblad/"Indépendants"|‘„Indépendants”’]], ''Algemeen Handelsblad'', derde blad, p.&nbsp;9. *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 20. ;Karsen, Eduard (1860-1941) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Ket, Dick *''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies: **L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;5. ;Kiehl, Henri *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Knip, Willem (1883-1967) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Koch, Pyke *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *Anoniem (11 mei 1936) [[Haagsche Courant/1936/Nummer 16338/Bijzondere frankeerzegels|‘Bijzondere frankeerzegels. Ter gelegenheid van het 300-jarige bestaan der Utrechtsche universiteit’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;3. *Anoniem (5 september 1938) [[De Maasbode/Jaargang 70/Nummer 28200/Avondblad/Het Centraal Museum te Utrecht|‘Het Centraal Museum te Utrecht. De viering van het honderdjarig bestaan. Een aantal schenkingen bij deze gelegenheid gedaan’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Komter, Douwe *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Koolwijk, Cornelis Marie van *''Tentoonstelling van de leden van de Bredasche Kunstkring'', Sociëteit Concordia, Breda, 18-22 mei 1934, getypte catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (19 mei 1934) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 74/Nummer 14941/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p.&nbsp;6. *''Bredasche Kunstkring, werken van leden'', Stedelijk Museum, Breda, 5-12 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (6 juli 1935) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 75/Nummer 15285/De tentoonstelling in Concordia en Stedelijk Museum|‘De tentoonstelling in Concordia en Stedelijk Museum’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', tweede blad, p.&nbsp;6. ;Koppenol, Cornelis *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Kops, Frans *Anoniem (26 augustus 1918) [[De Maasbode/Jaargang 50/Nummer 15847/Avondblad/Tentoonstellingen|‘Tentoonstellingen’]], ''De Maasbode'', Avondblad, tweede blad, p.&nbsp;2-3. *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Koster, Anton L. (1859-1937) *''Tentoonstelling van aquarellen, teekeningen, etsen, lithographiën en beeldhouwwerk door werkende leden van Pulchri Studio'', Pulchri Studio, Den Haag, 6 december 1906-1907.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (27 maart 1907) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 7/Nummer 86/Ochtendblad/Op de groepententoonstelling in Pulchri Studio|‘Op de groepententoonstelling in Pulchri Studio […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, [p.&nbsp;3]. ;Krabbé, Heinrich Martin (1868-1931) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Kramer, Martinus (1860-1918) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Kropff, Joop *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Krug, Han *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Kruyder, Herman (1881-1935) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 25. ;Kuyten, Harrie (1883-1952) *''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Jan Engelman (25 februari 1937) ‘Amsterdamsche tentoonstellingen. „De Onafhankelijken”’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Laar, Arnold van de *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Laat, Hendrik de *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Laguna, Baruch *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Langeveld, Frans (1877-1939) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Leck, Bart van der *Anoniem (22 augustus 1919) [[De Maasbode/Jaargang 51/Nummer 16456/Avondblad/De Raad voor Nederl. Kunst en Letteren in den Vreemde|‘De Raad voor Nederl. Kunst en Letteren in den Vreemde’]], ''De Maasbode'', Avondblad, eerste blad, p.&nbsp;2. *H. (30 januari 1923) [[Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant/Jaargang 1923/Nummer 25/"De Branding"|‘„De Branding”’]], ''Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant'', Tweede Blad, [p.&nbsp;2-3]. ;Ledeboer, Sara (1867-1952) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Legner, Johan Coenraad Ulrich (1859-1932) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Lehmann, Anna *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Leurs, Henk (1890-1956) *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, december 1925-3 januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 december 1925) [[Delftsche Courant/Jaargang 84/Nummer 302/Kunstkring-tentoonstelling|‘Kunstkring-tentoonstelling’]], ''Delftsche Courant'', [Eerste Blad], [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Agathaklooster, Delft, 20 november-5 december 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1926) [[Delftsche Courant/Jaargang 85/Nummer 274/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;Lijnschooten, Jan van (1875-1958) *[''Vierde tentoonstelling van het comité van St.-Lucas te Delft''], april 1904, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Men meldt ons|‘Men meldt ons: […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p.&nbsp;2]. ;Lint, Suze de *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Löb, Alfred *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Lommen, Frans (1921-2005) *''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies: **L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p.&nbsp;4. ;Lommers, Frans *[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;13. ;Mackenzie, Maria Henry *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Maks, Kees (1876-1967) *''XVII Biennale di Venezia'', Venetië, 4 mei-4 november 1930.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (15 augustus 1930) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 103/Nummer 33579/Avondblad/De zeventiende Biennale te Venetië|‘De zeventiende „Biennale” te Venetië’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9. ;Marré, Gerrit *Haveha (6 juli 1934) [[Nieuwe Tilburgsche Courant/Jaargang 56/Nummer 11980/Kunsttentoonstelling in de congreszaal|‘Kunsttentoonstelling in de congreszaal. II’]], ''Nieuwe Tilburgsche Courant'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. ;Martens, Willy (1856-1927) *Anoniem (2 spril 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Volgens ontvangen telegram|‘Volgens ontvangen telegram van Willy Martens aan Mesdag, […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p.&nbsp;2]. *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Mastenbroek, Johan Hendrik van *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Meijer, Sal *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Mendlik, Oszkár (1871-1963) *Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/De Hongaarsche schilder Oscar Mendlik|‘De Hongaarsche schilder Oscar Mendlik, […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. ;Mierlo, Louise van *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Moll, Evert *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Monnickendam, Martin *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. *''XVII Biennale di Venezia'', Venetië, 4 mei-4 november 1930.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (15 augustus 1930) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 103/Nummer 33579/Avondblad/De zeventiende Biennale te Venetië|‘De zeventiende „Biennale” te Venetië’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9. *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Moor, Pieter Cornelis de (1866-1953) *''Tentoonstelling van werken door P. Cornelis de Moor'', Kunsthandel Esther Surrey, Scheveningen, juni-juli 1918.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 juni 1918) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 75/Nummer 175/Avondblad/P. C. de Moor|‘P. C. de Moor’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p.&nbsp;1. *[''P.C. de Moor''], De Poort, Den Haag, december 1929, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Ω (18 december 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33343/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;7. ;Moulijn, Simon (1866-1948) *Anoniem (20 november 1915) [[De Amstelbode/Jaargang 24/Nummer 7005/Koningin Elisabeth gehuldigd|‘Koningin Elisabeth gehuldigd’]], ''De Amstelbode'', Tweede Blad, [p.&nbsp;3]. ;Muis, Albert (1914-1988) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 27. ;Mulder, Albert *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Müller, Willem (1859-1923) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Nieser, Hans *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Oerder, Frans *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Oldewelt, Ferdinand (1857-1935) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Ontrop, Herman Gijsbertus *[''halfjaarlijksche tentoonstelling Bredasche Kunstkring''], Concordia, Breda, december 1935, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 december 1935) [[Bredasche Courant/Jaargang 145/Nummer 283/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''De Bredasche Courant'', [p.&nbsp;1]. *[''Pinkster-tentoonstelling''], Concordia, Breda, 29 mei-2 juni 1936.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 mei 1936) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 76/Nummer 15559/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', p.&nbsp;6. *[''Najaarstentoonstelling van den Bredasche Kunstkring''], Concordia, Breda, 29 oktober 1936-....<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 oktober 1936) [[Bredasche Courant/Jaargang 146/Nummer 256/Tentoonstelling Bredasche Kunstkring|‘Tentoonstelling Bredasche Kunstkring’]], ''Bredasche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Paes, Wil *''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies: **L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p.&nbsp;4. ;Peeters, Frans *Anoniem (31 juli 1993) ‘Recent werk Frans Peeters’, ''Limburgsch Dagblad'', p.&nbsp;2. ;Peizel, Bart (1887-1974) *Anoniem (23 december 1929) [[Het Vaderland/Jaargang 61/23 december 1929/Avondblad/De bijeenkomst der jury|‘De bijeenkomst der jury voor den door de Thérèse van Duyl-Schwartze Stichting uitgeschreven Portretprijs […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. ;Perey, Emmanuel (1864-1937) *Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/De heer Emmanuel Perey|‘De heer Emmanuel Perey, kunstschilder te Venlo, […]’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Pessers, Henriëtte (1899-1986) *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. *''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Jan Engelman (25 februari 1937) ‘Amsterdamsche tentoonstellingen. „De Onafhankelijken”’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Philipse, Maria *''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies: **Lapidoth, Frits (13 juli 1913) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 13/Nummer 192/Ochtendblad/De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem|‘De vijfde "Vierjaarlijksche" te Arnhem’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, Bijblad van het Ochtendblad, [p.&nbsp;1]. ;Pieters, Evert (1856-1932) *Anoniem (23 december 1929) [[Het Vaderland/Jaargang 61/23 december 1929/Avondblad/Zooals bekend|‘Zooals bekend zal de gemeente Laren (N.H.) voor het nieuwe gouvernementsgebouw te Haarlem een schilderij aanbieden. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. ;Pijnenburg, Reinier *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Poortenaar, Jan (1886-1958) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Port, Justin van de *Anoniem (4 mei 1932) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 105/Schilderkunst|‘Schilderkunst. Maastrichtsch Stedelijk Museum. Een jongeren groep’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, p.&nbsp;9. *''Werk van leden van de Limburgse Kunstkring'', Schilder- en tekenkundig Genootschap Kunstliefde, Utrecht, juni 1935, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 juni 1935) [[Limburger Koerier/Jaargang 90/Nummer 142/Limburgsche schilders|‘Limburgsche schilders. Waardeering voor hun werk. Een tentoonstelling te Utrecht’]], ''Limburger Koerier'', [eerste blad], p.&nbsp;2. ;Princée, Gerard (1908-1999) *[''halfjaarlijksche tentoonstelling Bredasche Kunstkring''], Concordia, Breda, december 1935, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 december 1935) [[Bredasche Courant/Jaargang 145/Nummer 283/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''De Bredasche Courant'', [p.&nbsp;1]. *[''Pinkster-tentoonstelling''], Concordia, Breda, 29 mei-2 juni 1936.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 mei 1936) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 76/Nummer 15559/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', p.&nbsp;6. *[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;13. ;Pruijs van der Hoeven, Clémence (1839-1921) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Raalte, Martinus van (1873-1944) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Raemaekers, Louis *Anoniem (26 maart 1949) ‘Expositie tekeningen van Louis Raemaekers te Roermond’, ''Limburgsch Dagblad'', [p.&nbsp;9]. ;Regt, Piet de *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Regteren Altena, Marie van (1868-1958) *''Tentoonstelling. Schilderijen van mej. M. E. van Regteren Altena (Amsterdam) en mevr. B. Westendorp-Osieck (Amsterdam). Beeldhouwwerken van Tjipke Visser (Bergen N.H.)'', Rotterdamsche Kunstkring, Rotterdam, 16 januari-2 februari 1937, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (19 januari 1937) [[Rotterdamsch Nieuwsblad/Jaargang 59/Nummer 18041/Kunstkring|‘Kunstkring. Werk van mej. Van Regteren Altena, mevr. Westendorp-Osieck en Tjipke Visser’]], ''Rotterdamsch Nieuwsblad'', derde blad, p.&nbsp;1. ;Reuchlin-Lucardie, Henriëtte Johanna *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Rezelman (1887-1967) *''De Onafhankelijken. Vereeniging van Beeldende Kunstenaars Amsterdam. Catalogus tentoonstelling Stedelijk Museum Amsterdam'', 6-28 februari 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Jan Engelman (25 februari 1937) ‘Amsterdamsche tentoonstellingen. „De Onafhankelijken”’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Ritsema, Coba (1876-1961) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 33. ;Ritsema, Jacob *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Robertson, Suze (1855-1922) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 35. ;Roelofs, Willem (jr.) (1874-1940) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Roelofsz, Charles (1897-1962) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 34. ;Roggeveen, Dirk *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-30 november 1930, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (15 november 1930) [[Haagsche Courant/1930/Nummer 14653/Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;2. *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-29 november 1931, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1931) [[Haagsche Courant/1931/Nummer 14955/Tentoonstelling Volksuniversiteit|‘Tentoonstelling Volksuniversiteit’]], ''Haagsche Courant'', vijfde blad, p.&nbsp;2. **Anoniem (17 november 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 63/17 november 1931/Avondblad/De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. **W.Jos. de Gruyter (24 november 1931) ‘Groeptentoonstelling S.V.H.S. Gebouw der Volksuniversiteit, alhier’, ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 26 november-7 december 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 64/22 november 1932/Avondblad/In het gebouw der Volksuniversiteit|‘In het gebouw der Volksuniversiteit alhier […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Ronda, Frans (1899-1976) *[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;13. ;Roodenburg, Hendrikus Elias (1895-1987) *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-30 november 1930, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (15 november 1930) [[Haagsche Courant/1930/Nummer 14653/Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;2. *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-29 november 1931, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1931) [[Haagsche Courant/1931/Nummer 14955/Tentoonstelling Volksuniversiteit|‘Tentoonstelling Volksuniversiteit’]], ''Haagsche Courant'', vijfde blad, p.&nbsp;2. **Anoniem (17 november 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 63/17 november 1931/Avondblad/De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. **W.Jos. de Gruyter (24 november 1931) ‘Groeptentoonstelling S.V.H.S. Gebouw der Volksuniversiteit, alhier’, ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Roovers, Kees (1890-1978) *[''Paastentoonstelling''], kunstzaal [Kunst van onze Tijd], Den Haag, 18 maart 1936-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Woensdag|‘Woensdag zal de Paaschtentoonstelling in de toonzaal Prins Mauritsplein 21—21 geopend worden […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Ros, Johannes Dominicus (1875-1952) *Anoniem (1 februari 1937) [[Het Vaderland/Jaargang 68/1 februari 1937/Avondblad/Kunstaardewerk en architectonisch aardewerk|‘Kunstaardewerk en architectonisch aardewerk. Van sierbord tot vensterbank’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Rouw, Henk de *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, december 1925-3 januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 december 1925) [[Delftsche Courant/Jaargang 84/Nummer 302/Kunstkring-tentoonstelling|‘Kunstkring-tentoonstelling’]], ''Delftsche Courant'', [Eerste Blad], [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Agathaklooster, Delft, 20 november-5 december 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1926) [[Delftsche Courant/Jaargang 85/Nummer 274/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;Rovers, Dio *Haveha (6 juli 1934) [[Nieuwe Tilburgsche Courant/Jaargang 56/Nummer 11980/Kunsttentoonstelling in de congreszaal|‘Kunsttentoonstelling in de congreszaal. II’]], ''Nieuwe Tilburgsche Courant'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. *[''Pinkster-tentoonstelling''], Concordia, Breda, 29 mei-2 juni 1936 (buiten de catalogus).<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 mei 1936) [[Dagblad van Noord-Brabant/Jaargang 76/Nummer 15559/Bredasche Kunstkring|‘Bredasche Kunstkring’]], ''Dagblad van Noord-Brabant'', p.&nbsp;6. *[''Najaarstentoonstelling van den Bredasche Kunstkring''], Concordia, Breda, 29 oktober 1936-....<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 oktober 1936) [[Bredasche Courant/Jaargang 146/Nummer 256/Tentoonstelling Bredasche Kunstkring|‘Tentoonstelling Bredasche Kunstkring’]], ''Bredasche Courant'', [p.&nbsp;1]. ;Rubbens, Elsa *Anoniem (19 juni 1933) [[Nieuwe Venlosche Courant/Jaargang 71/Nummer 142/Tentoonstelling "Kunst en Arbeid"|‘Tentoonstelling „Kunst en Arbeid”’]], ''Nieuwe Venlosche Courant'', [p.&nbsp;1]. *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Ruijsch, Aletta (1860-1930) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Ruijsch van Dugteren, Lodewijk Dirk *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Salim, Saraochim *''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies: **L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;5. ;Sauerbier, Hermina Geertruida *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Schaijk, Sjef van *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Schaik, Hugo van (1872-1946) *[''Tentoonstelling van werken van Tjeerd Bottema, E. Idema, H. van Schaik en W. van Schaik''], Leeuwarder Kunstkring, Leeuwarden, april 1912, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 april 1912) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 99/Nummer 7916/Middaguitgave/Kleine berichten|‘Kleine berichten’]], ''Arnhemsche Courant'', Middaguitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Schaik, Willem van (1874-1938) *[''Tentoonstelling van werken van Tjeerd Bottema, E. Idema, H. van Schaik en W. van Schaik''], Leeuwarder Kunstkring, Leeuwarden, april 1912, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 april 1912) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 99/Nummer 7916/Middaguitgave/Kleine berichten|‘Kleine berichten’]], ''Arnhemsche Courant'', Middaguitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Schelfhout, Lodewijk *''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Moderne Kunstkring (1)|‘Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p.&nbsp;6. ;Scherrewitz, Johan Frederik Cornelis *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Schiedges, Petrus Paulus (II) (1860-1922) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Schildt, Martin (1867-1921) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Schipperus, Piet (1840-1929) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Schmitz, Pie (1904-1972) *''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies: **L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p.&nbsp;4. ;Schotel, Marie (1883-1957) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Schregel, Bernard *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Schreuder van de Coolwijk, Jan *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Schulman, David *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Serpenti, Guillaume (1906-1982) *[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;13. ;Serton van Rosweyde, Piet A. (1888-1914) *''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p.&nbsp;1]. **C.L. Dake (15 oktober 1912) [[De Telegraaf/Jaargang 20/Nummer 7292/Avondblad/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede Blad, p.&nbsp;8. **G.H. Marius (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Moderne Kunstkring (2)|‘Moderne Kunstkring. — Stedelijk Museum, Amsterdam. II’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p.&nbsp;7. ;Sijben de Maroye, Edmond von (1876-1970) *''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies: **L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p.&nbsp;4. ;Sirks, Jan *''[[De Sphinx, Catalogus der eerste tentoonstelling van werken van leden en genoodigden|De Sphinx. Catalogus der eerste tentoonstelling van werken van leden en genoodigden]]'', De Harmonie, Leiden, 18-31 januari 1917.<br />Aankondigingen en recensies: **Anoniem (19 januari 1917) [[De Leidsche Courant/Jaargang 8/Nummer 4215/Kunstclub "De Sphinx"|‘Kunstclub „De Sphinx”’]], ''De Leidsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Slager, Frans *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Slager, Jeanette *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Slager-van Gilse, Maria *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Slager-Velsen, Suze *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Sliedrecht, Ella (1925-2006) *''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies: **L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p.&nbsp;4. ;Smith, Hobbe (1862-1942) *Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Wij vernemen|‘Wij vernemen, dat beide Koninginnen […] een belangrijke bijdrage hebben geschonken ten behoeve van het fonds tot restauratie van de Luthersche kerk alhier. […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p.&nbsp;1]. *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Soest- van der Velden, Hannie van *[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;13. ;Steijn, Wim (1914-1980) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 42. ;Stekelenburg, Jan (1922-1977) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 41. ;Storm van 's Gravesande, Carel Nicolaas (1841-1924) *[''etsen en lithografieën door jhr. mr. C.N. Storm van 's Gravesande''], C.M. van Gogh, Amsterdam, april 1904, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Bij C. M. van Gogh|‘Bij C. M. van Gogh te Amsterdam […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p.&nbsp;2]. ;Stuber, Michaël Joseph *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-30 november 1930, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (15 november 1930) [[Haagsche Courant/1930/Nummer 14653/Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;2. *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 16-29 november 1931, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1931) [[Haagsche Courant/1931/Nummer 14955/Tentoonstelling Volksuniversiteit|‘Tentoonstelling Volksuniversiteit’]], ''Haagsche Courant'', vijfde blad, p.&nbsp;2. **Anoniem (17 november 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 63/17 november 1931/Avondblad/De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst|‘De Stichting tot verbreiding van hedendaagsche schilderkunst […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. **W.Jos. de Gruyter (24 november 1931) ‘Groeptentoonstelling S.V.H.S. Gebouw der Volksuniversiteit, alhier’, ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 26 november-7 december 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 64/22 november 1932/Avondblad/In het gebouw der Volksuniversiteit|‘In het gebouw der Volksuniversiteit alhier […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Sühl, Gerardus Bernhard Marie (1857-1926) *[''Vierde tentoonstelling van het comité van St.-Lucas te Delft''], april 1904, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Men meldt ons|‘Men meldt ons: […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p.&nbsp;2]. ;Sühl, Jan (1868-1945) *[''Vierde tentoonstelling van het comité van St.-Lucas te Delft''], april 1904, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Men meldt ons|‘Men meldt ons: […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p.&nbsp;2]. ;Surie, Coba (1879-1970) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Swagemakers, Theo *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Teunissen, Piet *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Tiele, Jan *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Tielens, Johan *[De Anderen]. ''Catalogus der eerste tentoonstelling van kunstwerken der leden in de kunstzalen d'Audretsch'', Den Haag, 7 mei-7 juni 1916 (verlengd tot tweede helft juni).<br />Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 mei 1916) [[Leidsch Dagblad/Nummer 17235/"De Anderen"|‘„De Anderen”’]], ''Leidsch Dagblad'', Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. **U. (25 mei 1916) [[Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage/Jaargang 245/Nummer 123/De Anderen|‘De Anderen’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', eerste blad, [p.&nbsp;1]. *''[[:s:fr:Exposition internationale d’art moderne|Exposition Internationale d'Art Moderne]]'', Palais Electorale, Genève, 26 december 1920-25 januari 1921.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (13 januari 1921) [[De Telegraaf/Jaargang 29/Nummer 11075/Avondblad/Moderne kunst te Genève|‘Moderne kunst te Genève’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, tweede blad, p.&nbsp;7. ;Titselaer, Henri *''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies: **L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p.&nbsp;4. ;Tonge, Lammert van der (1871-1937) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Tullemans, Jan (1924-2011) *[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;13. *''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies: **L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p.&nbsp;4. ;Urk, Kees van *Anoniem (3 november 1922) [[Provinciale Drentsche en Asser Courant/Jaargang 99/Nummer 259/Schilderijententoonstelling|‘Schilderijententoonstelling’]], ''Provinciale Drentsche en Asser Courant'', [p.&nbsp;3]. *[''Grafiek''], Haagsche Kunstkring, Den Haag, 1929, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Ω (18 december 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33343/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;7. ;Valkema-Herrmann, Mary *''Stichting tot Verbreiding van Hedendaagsche Schilderkunst'', Volksuniversiteit, Den Haag, 26 november-7 december 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 64/22 november 1932/Avondblad/In het gebouw der Volksuniversiteit|‘In het gebouw der Volksuniversiteit alhier […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Velde, Bram van (1895-1981) *''43<sup>me</sup> exposition. Société des artistes indépendants. Catalogue. 1932'', Grand Palais des Champs-Élysées, Parijs, 22 januari-28 februari 1932.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 januari 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/30 januari 1932/Avondblad/Valsche en echte Onafhankelijken|‘Valsche en echte Onafhankelijken’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. . ;Ven, Toon van de (1924-2006) *[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;13. ;Verhoeven, Jan (1870-1941) *''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p.&nbsp;1]. **Gio. (7 oktober 1912) ‘Moderne Kunst Kring’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, p.&nbsp;7. **Anoniem (9 oktober 1912) [[:s:fr:Le Cercle d’art moderne|‘Le Cercle d’art moderne’]], ''La Gazette de Hollande'', p.&nbsp;3. **C.L. Dake (15 oktober 1912) [[De Telegraaf/Jaargang 20/Nummer 7292/Avondblad/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede Blad, p.&nbsp;8. **G.H. Marius (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Moderne Kunstkring (2)|‘Moderne Kunstkring. — Stedelijk Museum, Amsterdam. II’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p.&nbsp;7. ;Verhoeven, Kees *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (3 maart 1932) [[De Nederlander/Jaargang 39/Nummer 11798/Hofberichten|‘Hofberichten’]], ''De Nederlander'', p.&nbsp;3. **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Versteeg, Leonard Pieter *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Verster, Floris (1861-1927) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 49. ;Vliet, Gerard van (1880-1972) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Vogelaar, Jan *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Voskuyl, Jeroen (1914-1959) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 54. ;Vreedenburgh, Cornelis (1880-1946) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Vries, Henriëtte de (1867-1942) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Waay, Nicolaas van der (1855-1936) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Waning-Stevels, Marie van *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Weijns, Jan Harm (1864-1945) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Weiss, Max (1910-1974) *[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;13. *''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies: **L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p.&nbsp;4. ;Weissenbruch, Willem (1864-1941) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Welie, Antoon van (1866-1956) *Anoniem (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Jubileum E. Goulmy|‘Jubileum E. Goulmy’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p.&nbsp;6. *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. ;Wenning, Ype *''Crisistentoonstelling'', Pulchri Studio, Den Haag, 27 februari-31 maart 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (7 maart 1932) [[Het Vaderland/Jaargang 63/7 maart 1932/Avondblad/Aankoopen op de Crisistentoonstelling|‘Aankoopen op de Crisistentoonstelling. Voor de verloting’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;2. ;Westermann, Gerard (1880-1971) *[''Tentoonstelling van schilderijen en tekeningen door G. Westerman''], Princessehof, Leeuwarden, 18-30 maart 1919.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (17 maart 1919) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 92/Nummer 29453/Avondblad/In het Princessehof te Leeuwarden|‘In het Princessehof te Leeuwarden […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 6. *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. *''Tentoonstelling van schilderijen en beeldhouwwerken vervaardigd door leden der Maatschappij'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 10 april-mei 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (12 april 1937) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 124/Nummer 15586/Tentoonstelling Arti et Amicitiae|‘Tentoonstelling „Arti et Amicitiae”’]], ''Arnhemsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Wetering de Rooij, Johannes Embrosius van de *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Weyand, Jaap (1886-1960) *Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p.&nbsp;1].<!-- Weyand alleen vermeld als bestuurslid --> *''[[:s:fr:Exposition internationale d’art moderne|Exposition Internationale d'Art Moderne]]'', Palais Electorale, Genève, 26 december 1920-25 januari 1921.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (13 januari 1921) [[De Telegraaf/Jaargang 29/Nummer 11075/Avondblad/Moderne kunst te Genève|‘Moderne kunst te Genève’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, tweede blad, p.&nbsp;7. ;Wiegers, Jan (1893-1959) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nrs. 55-56. ;Wiersma, Ids *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Wiggers, Derk (1866-1933) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Wijkniet, Albert *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, 20 december 1924-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 december 1924) [[Delftsche Courant/Jaargang 83/Nummer 301/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste Blad, [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Koornbeurs, Delft, december 1925-3 januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 december 1925) [[Delftsche Courant/Jaargang 84/Nummer 302/Kunstkring-tentoonstelling|‘Kunstkring-tentoonstelling’]], ''Delftsche Courant'', [Eerste Blad], [p.&nbsp;2]. *''Kunstkring Delft'', Agathaklooster, Delft, 20 november-5 december 1926, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 november 1926) [[Delftsche Courant/Jaargang 85/Nummer 274/Kunstkring Delft|‘Kunstkring Delft’]], ''Delftsche Courant'', Eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;Wijngaerdt, Piet van (1873-1964) *''Drie en twintigste jaarlijksche tentoonstelling van kunstwerken door leden der Vereeniging in het Stedelijk Museum te Amsterdam'', Sint Lucas, Stedelijk Museum, Amsterdam, 3 mei-9 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Sint Lucas|‘„Sint Lucas”. I’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Wijsmuller, Jan Hillebrand (1855-1925) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Willigen, Christina Abigael van der (1850-1931) *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;Willink, Carel *''In Holland staat een huis. Het interieur van 1800 tot heden'', Stedelijk Museum, Amsterdam, juli-oktober 1941.<br>Aankondigingen en recensies: **L. (15 juli 1941) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 114/Nummer 37530/Avondblad/Woninginrichting in de nieuwe eeuw|‘Woninginrichting in de nieuwe eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;5. ;Windhausen, Henri (1891-1970) *Anoniem (3 augustus 1909) [[Limburger Koerier/Jaargang 64/Nummer 179/Prijsuitdeeling teekenschool|‘Prijsuitdeeling teekenschool’]], ''Limburger Koerier'', eerste blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (11 februari 1937) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 35/Verkennersvereeniging|‘Verkennersvereeniging’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, p.&nbsp;4. ;Winter, Janus de (1882-1951) *Doesburg, Theo van (1916) ''[[De schilder De Winter en zijn werk|De schilder De Winter en zijn werk. Psycho-analytische studie]]'', Haarlem: J.H. de Bois. *Doesburg, Theo van (12 augustus 1916) [[De Nieuwe Amsterdammer/Nummer 85/Algemeene beschouwing over het werk van A. de Winter|‘Algemeene beschouwing over het werk van A. de Winter’]], ''De Nieuwe Amsterdammer'', nr. 85, paginanummer onbekend. *[''Tentoonstelling van werken van B. Ferwerda en A.J.J. de Winter''], Waaggebouw, Nijmegen, 19 oktober-2 november 1924, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/De Kunstkring In Consten Een|‘De Kunstkring In Consten Een te Nijmegen […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. *Gevers, Ine (1985) ''Janus de Winter. De schilder mysticus'', Amsterdam: Meulenhoff/Landshoff, {{ISBN|9029082631}}. ;Wolter, Hendrik Jan (1873-1953) *Anoniem (15 augustus 1930) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 103/Nummer 33579/Avondblad/De zeventiende Biennale te Venetië|‘De zeventiende „Biennale” te Venetië’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 9.<!-- alleen als vertegenwoordiger, niet als deelnemer --> ;Wong Lun Hing, René (1920-1974) *[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;13. *''Midden Limburgse Kunstkring Remunj '45 exposeert. Tentoonstelling ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan'', Gemeentemuseum Roermond, Roermond, 11 december 1955-1 januari 1956.<br>Aankondigingen en recensies: **L.M. (20 december 1955) [[De Nieuwe Limburger/Jaargang 110/Nummer 295/Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum|‘Midden Limburgse Kunstkring viert zijn tweede lustrum met een uitgebreide en opvallende expositie in museum te Roermond’]], ''De Nieuwe Limburger'', p.&nbsp;4. ;Worp, Herman van der (1849-1941) *Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Men meldt ons uit Zutphen|‘Men meldt ons uit Zutphen: […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p.&nbsp;2]. ;Zandleven, Jan Adam (1868-1923) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nrs. 57-58. ;Zeegen, Adrianus van (jr.) (1881-1966) *''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p.&nbsp;1]. **C.L. Dake (15 oktober 1912) [[De Telegraaf/Jaargang 20/Nummer 7292/Avondblad/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede Blad, p.&nbsp;8. ;Zwart, Willem de (1862-1931) *''Catalogus der tentoonstelling van schilderijen enz.'', E.J. van Wisselingh, Panorama Mesdag, Den Haag, oktober-november 1916.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 oktober 1916) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 73/Nummer 300/Avondblad/E. J. v. Wisselingh|‘E. J. v. Wisselingh. (Slot.) Gebouw Panorama Mesdag’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p.&nbsp;1. *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 59. ;Zwier, Dick (1915-1993) *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 60. ;Zwijsen, Jac *''Catalogus tentoonstelling Noord-Brabant in het Centraal Noord-Brabantsch Museum, ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van 's-Hertogenbosch'', 6-31 juli 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Gerard Gerrits en anoniem (6 juli 1935) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/Jaargang 164/Nummer 156/Tentoonstelling "Noord-Brabant"|‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;1]. **Gerard Gerrits (31 juli 1935) ‘Tentoonstelling „Noord-Brabant”’, ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1-2. ;Overige onderwerpen *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Johannes Evert Hendrik Akkeringa|Johannes Evert Hendrik Akkeringa]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Peter Alma|Alma, Peter]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Lizzy Ansingh|Ansingh, Lizzy]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Marius Bauer|Marius Bauer]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Chris Beekman|Chris Beekman]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Bernard Blommers|Bernard Blommers]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Henri Boot|Henri Boot]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/George Hendrik Breitner|George Hendrik Breitner]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Pie Coenen|Pie Coenen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Joan Collette|Collette, Joan]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Adolf le Comte|Comte, Adolf le]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Carel Dake|Carel Dake]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/Nelly van Doesburg|Nelly van Doesburg]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Theo van Doesburg|Theo van Doesburg]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Kees van Dongen|Kees van Dongen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Wijnand Geraedts|Wijnand Geraedts]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Leo Gestel|Leo Gestel]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jacoba van Heemskerck|Jacoba van Heemskerck]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Jan Alexander Hohmann|Jan Alexander Hohmann]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Jan Hul|Jan Hul]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Isaac Israëls|Isaac Israëls]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jozef Israëls|Jozef Israëls]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Conrad Kickert|Conrad Kickert]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Harry Koolen|Harry Koolen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Paul Kromjong|Paul Kromjong]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Charles Lanen|Charles Lanen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Eugène Lücker|Eugène Lücker]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Charles Masthoff|Charles Masthoff]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Judy Michiels van Kessenich|Judy Michiels van Kessenich]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Piet Mondriaan|Piet Mondriaan]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Bertus Olislagers|Bertus Olislagers]] *[[Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Louis Saalborn|Louis Saalborn]] *[[*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jef Scheffers|Jef Scheffers]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Leendert Scheltema|Leendert Scheltema]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Henri Schoonbrood|Schoonbrood, Henri]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Jan Sluijters|Jan Sluijters]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Willy Sluiter|Willy Sluiter]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Jan Strube|Jan Strube]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Alida Louisa Thomas|Thomas, Alida Louisa]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Charley Toorop|Charley Toorop]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Toorop|Jan Toorop]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Bart van Vegchel|Vegchel, Bart van]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Kees Verwey|Kees Verwey]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Willem Waanders|Willem Waanders]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Betsy Westendorp-Osieck|Betsy Westendorp-Osieck]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Fons Windhausen|Fons Windhausen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Paul Windhausen (senior)|Paul Windhausen (sr.)]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Paul Windhausen (junior)|Paul Windhausen (jr.)]] [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] 0u0jjpvll8rssofdd4cv84tlib5px2p Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo 100 34760 225699 225232 2026-08-26T19:50:14Z Vincent Steenberg 280 bronnen toegevoegd/verplaatst 225699 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Nederlandse schilderkunst;<br>Barok en Rococo<br>(ca. 1600-ca. 1750) | afbeelding = Rembrandt-Belsazar.jpg | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Nederlandse schilderkunst uit de periode ca. 1600 tot ca. 1750. | artikelwikipedia = }} == Algemeen == === Tentoonstellingen === ;1767 *''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1933 *''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. ;1935 *''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;3. **Anoniem (21 juni 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35334/Avondblad/Het Rijksmuseum leent aan Boymans|‘Het Rijksmuseum leent aan Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;13. **Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p.&nbsp;3. == Algemene geschiedenis van de Nederlandse schilderkunst uit de barok en rococo == *Houbraken, Arnold (1718-1721) ''[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen]]'', Amsterdam: [s.n.] == Bijzondere onderwerpen == ;Aelst, Evert van (1602-1657) *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Evert en Willem van Aelst|"Evert van Aelst […] Willem van Aelst"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;228-230. ;Aldewereld, Herman van (1628/1629-1669) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Anthonisz., Aert *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Asch, Pieter van *Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Pieter Janze van Asch|"Pieter Janze van Asch"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;235-236. ;Assen, Jan van (ca. 1635-1695/1697) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;235-236, met name 236. ;Baen, Jacobus de (1673-1700) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Baan|“Jan de Baan”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;303-324, met name 314. ;Ban, Gerbrand *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Beck, David (1621-1656) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/David Beck|“David Beck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;83-87. ;Beelt, Cornelis (voor 1612-na 1664) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Bemmel, Jacob Gerritsz. van *Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (Joost van)|“Bemmel. (Joost van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p.&nbsp;73. ;Bemmel, Willem van (1630-1708) *Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (van)|“Bemmel. (van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p.&nbsp;72-73. ;Berckheyde, Job (1630-1693) *Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. *Houbraken, Arnold (1721) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 3/Job en Gerard Berkheyden|“Job en Gerard Berkheyden”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel III, p.&nbsp;189-198. ;Bergh, Matthijs van den (1618-1687) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathys vanden Berg|“Mathys vanden Berg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;15-16. ;Bisschop, Abraham (1670-1729/1730) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Abraham Bisschop|“Abraham [Bisschop]”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;222-223. ;Bisschop, Jacobus (1658-1704) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakobus Bisschop|“Jakobus Bisschop”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;222. ;Bisschop, Cornelis (1630-1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Bisschop|“Kornelis Bisschop”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;220-222. ;Blanckerhoff, Jan Theunisz. (1628-1669) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Teunisz. Blankhof|“Jan Teunisz. Blankhof”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;198-200. ;Boone, Daniël (1630/1631-1692) *''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Borssom, Anthonie van *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Bos, Jasper van den (1634-na 1656) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gasper vanden Bos|“Gasper vanden Bos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;328-329. ;Bray, Jan de *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *''Tentoonstelling Bijbelsche Kunst'', Rijksmuseum, Amsterdam, 8 juli-8 oktober 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (27 juli 1939) ‘Bijbelsche kunst in het Rijksmuseum’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Breenbergh, Bartholomeus (1598-1657) *[Nederlandse Meesters], Hôtel Maréchal de Turenne, Den Haag, 9-17 februari 1840, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (12 februari 1840) [[Algemeen Handelsblad/1840/Nummer 2580/Berigt aan Kunstvrienden|‘Berigt aan Kunstvrienden [advertentie]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;3]. *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Brekelenkam, Quiringh van (1622/30-1669/1670) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Buytewech, Willem (I) (1591/1592-1624) *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Carrée, Michiel (1657-1727) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Claesz., Pieter (1597/1598-1661) *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Codde, Pieter *''Catalogue tableaux anciens, porcelaines diverses, beau meuble Boulle - collection du Baron Liphart-Rathshoff à Dorpat; argenterie interessante, chales, tapis persans, porcelaines emaillées, meubles - provenances diverses'' [veilingcat.], A. Mak, Amsterdam, 11-13 oktober 1921.<br>Aankondigingen: **Anoniem (29 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 270/Avondblad/De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden|‘De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden [...]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Compe, Jan ten *[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Croos, Anthonie van (1606/1607-1662) *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p.&nbsp;2]. *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. ;Cuylenborch, Abraham van (I) *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Delff, Jacob Willemsz. (II) (1619-1661) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Delff|“Jakob Delff”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;56-57. ;Diepraam, Arent (1622-1670) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Does, Jacob van der (I) (1623-1673) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob vander Does|“Jakob vander Does”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;105-108. ;Donker, Jan *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;93. ;Donker, Pieter (ca. 1635-1668) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;93. ;Doomer, Lambert (1624-1700) *''Kaarten, profielen en panorama’s van Amsterdam'', Museum Fodor, Amsterdam, 10 september-27 november 1932.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (1 oktober 1932) [[De Locomotief/Jaargang 81/Nummer 228/Amsterdam in Vroeger Eeuwen|‘Amsterdam in Vroeger Eeuwen. Eene belangwekkende tentoonstelling’]], ''De Locomotief'', Vijfde Blad, [p.&nbsp;2]. ;Doudijns, Willem (1630-1697) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Doudyns|“Willem Doudyns”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;234-235. ;Drielenburg, Willem van (1632-1677) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem van Drillenburg|“Willem van Drillenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;147-153. *[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Droochsloot, Cornelis *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Druyvestein, Aart Jansz. (1577-1627) *Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Aart Janze Druivestein|"Aart Janze Druivestein"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;60-61. ;Dubbels, Hendrick Jacobsz. *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. *''’t Is Winter'', Amsterdams Historisch Museum, Amsterdam, ....-2 maart 1987, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Jan Bart Klaster (14 januari 1987) ‘Moralistisch lesje in pretverpakking. Het verdwenen Amsterdam op wintertaferelen’, ''Het Parool'', uit en thuis, p.&nbsp;6. ;Duck, Jacob *[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Duif, Jan Ariens (1617-1649) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;90-91. ;Dullaert, Heyman *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. ;Duynen, Isaac van *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Eeckhout, Gerbrand van den (1621-1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerbrant vanden Eekhout|“Gerbrant vanden Eekhout”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;100-101. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Esselens, Jacob (1626-1687) [[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]] *''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam ge­hou­den veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Everdingen, Allaert van (1617-1675) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Aldert van Everdingen|“Aldert van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;95-96. ;Everdingen, Caesar van (1616/1617-1678) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Cesar van Everdingen|“Cesar van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;94-95. *''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Neder­land­sche italiani­seeren­de mees­ters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Everdingen, Jan (I) (ca. 1618/1620-1656) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Everdingen|“Jan van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;95. ;Fabritius, Barent *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Fromantiou, Hendrick de (1633/1634-na 1693) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Uilenburg|“Gerard Uilenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;293-303, met name 294-296. *Anoniem (3 april 1937) [[De Telegraaf/Jaargang 45/Nummer 16746/Avondblad/Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur|‘Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur. Groot was de invloed van Louise van Oranje. Uiteindelijk is niet veel meer van dit alles te merken’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;5. *Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Gael, Barent (1630/1635-1698) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Gaesbeeck, Adriaen van *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Gallis, Pieter (1633-1697) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Gallis|“Pieter Gallis”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;328. ;Geel, Jacob van *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Giselaer, Nicolaes de *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. ;Gool, Jan van *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Graat, Barent (1628-1709) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Barent Graat|“Barent Graat”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;200-209. ;Graauw, Hendrik (1627-1693) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Graauw|“Hendrik Graauw”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;189-191. ;Grasdorp, Willem *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Grebber, Anthonie Claesz. de *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Grebber, Pieter de (ca. 1600-1652/1653) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 122. ;Groot, Jan de (1650-1726) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Groot|“Jan de Groot”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;58. ;Hackaert, Jan *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Halen, Arnoud van (1673-1732) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;259-262, met name 262. ;Hals, Dirck (1591-1656) *''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p.&nbsp;1. *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Hals, Frans (II) (1618-1669) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Hals, Harmen *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. ;Hannot, Johannes *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Heck, Claes Jacobsz. van der (ca. 1575/ca. 1581-1652) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Nicolaas vander Hek|“Nicolaas vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;7-8. ;Heck, Marten Heemskerck van der (ca. 1607-1656) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Marten Heemskerk vander Hek|“Marten Heemskerk vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;8. ;Heem, Jan Davidsz. de (1606-1684) *''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Heer, Margareta de (voor 1603-voor 1665) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Helmbreker, Dirck (1633-1696) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Theodoor Helmbreker|“Theodoor Helmbreker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;108-109. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Heusch, Willem de *''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p.&nbsp;1. *[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Heyden, Jan van der (1637-1712) *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Hillegaert, Paulus van (I) (1596-1640) [[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]] *''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam ge­hou­den veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Holsteyn, Pieter (II) (ca. 1614-1673) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 124-125. ;Hondecoeter, Gijsbert Gillisz. de *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. *Anoniem (9 oktober 1928) [[De Maasbode/Jaargang 61/Nummer 22102/Ochtendblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Het jaarverslag’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. ;Hondecoeter, Gillis Claesz. de (ca. 1575-1638) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. *D.L. (1853) [[Album der Natuur/1853/Nieuwe afbeelding Dodo, Lubach|‘Over eene nieuw ontdekte afbeelding van den Dodo’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;255. ;Hoogstraten, Jan van (1629/1630-1654) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;155-170, met name 168-170. ;Hoogstraten, Samuel van (1627-1678) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;155-170. ;Houbraken, Arnold *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Huijsum, Jan van (1682-1749) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. *Anoniem (4 juni 1930) [[De Telegraaf/Jaargang 38/Nummer 14271/Avondblad/Hooge prijzen bij Christie|‘Hooge prijzen bij Christie’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Jacobsz., Jurriaan (1624-1685) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan Jakobze|“Juriaan Jakobze”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;49-50. ;Janssens van Ceulen, Cornelis (1593-1661) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Janson van Keulen|“Janson van Keulen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;224-225. ;Jongh, Ludolph de *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ludolf de Jong|“Ludolf de Jong”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;32-34. ;Jonson van Ceulen, Cornelis (I) *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. ;Jordaens, Hans (IV) (1616-1680) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hans Jordaans|“Hans Jordaans”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;28-30. ;Kabel, Adriaen van der (1630/1631-1705) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;235-236. ;Kabel, Engel van der (1640/1641-1696) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;235-236. ;Keirincx, Alexander (1600-1652) *Houbraken, Arn. van (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Alexander Kierings|"Alexander Kierings"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;130. ;Kick, Cornelis (1634-1681) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Kik|“Kornelis Kik”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;333-334. ;Klomp, Albert Jansz. *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Knijff, Wouter (1605/1607-1694) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Koninck, Philips (1619-1688) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philips de Koning|“Philips de Koning”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;53-55. *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. ;Koninck, Salomon (1609-1656) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Kraanevelt, N. (....-voor 1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/N. Kraanevelt|“N. Kraanevelt”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;52. ;Laer, Roeland van (1598-1635/1640) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 124. ;Latombe, Abraham (1597-na 1628) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Latombe|“Latombe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;27-28. ;Leemans, Anthonie (1631-1671/1673) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Lely, Peter *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. ;Leveck, Jacobus (1634-1675) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Lavecq|“Jakob Lavecq”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;153-155. ;Leyster, Judith *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Lisse, Dirck van der *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Lundens, Gerrit (1622-1686) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Luttichuys, Isaack (1616-1673) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Man, Cornelis de (1621-1706) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis de Man|“Kornelis de Man”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;99-100. ;Marienhof, Aert Jansz. (ca. 1626-1654) *Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;6]. ;Martens de Jonge, Jan *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ;Meerkerk, Dirk (1602 of 1620-na 1660) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Dirk Meerkerk|“Dirk Meerkerk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;91-92. ;Meijer, Hendrick de (ca. 1620-na 1689) *Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Aanwinsten in het Haagsch Museum|‘Aanwinsten in het Haagsch Museum’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Menton, Frans (ca. 1545-1615) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frans Menton|“Frans Menton”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;15. ;Meyburgh, Bartholomeus (1628-ca. 1708) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;259-262. ;Mieris, Willem van [[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]] *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Mijtens, Johannes (ca. 1614-1670) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Molenaer, Klaes *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Mommers, Hendrick (1619/1620-1693) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Moor, Carel de (II) (1655-1738) *''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. ;Moucheron, Frederik de (1633-1686) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frederik de Moucheron|“Frederik de Moucheron”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;327-328. ;Moucheron, Isaac de (1667-1744) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Uilenburg|“Gerard Uilenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;293-303, met name 297-298. ;Murant, Emanuel (1622-ca. 1700) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Emanuel Murant|“Emanuel Murant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;102. ;Nedek, Pieter Pietersz. (1617-na 1692) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Pieterze Nedek|“Pieter Pieterze Nedek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;27. ;Neer, Eglon van der *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Netscher, Caspar (1639-1684) *Havelaar, Just (7 september 1921) [[Het Vaderland/Jaargang 53/7 september 1921/Avondblad/Collectie Van Maanen|‘Collectie Van Maanen’]], ''Het Vaderland'', Avondblad B, p.&nbsp;2. ;Netscher, Constantijn *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. ;Nickelen, Isaak van (1632/1633-1703) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Nieulandt, Adriaen van (ca. 1586-1658) *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adriaan Nieulant|"Adriaan Nieulant"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;42-43. ;Oosterwijck, Maria van *Bosboom-Toussaint, A.L.G. (1862) ''De bloemschilderes Maria van Oosterwijk'', Leiden: A.W. Sythoff. *Bredius, A. (1935) ‘Archiefsprokkelingen. Een en ander over Maria van Oosterwijck, “vermaert Konstschilderesse”’, ''Oud Holland'', jrg. 52, p.&nbsp;180-182. *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Maria van Oosterwyk|“Maria van Oosterwyk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;214-216. *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Geertje Pieters|“Geertje Pieters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;216-218. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Oostfries, Catharina (ca. 1636-1708) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Katarina Oostfries|“Katarina Oostfries”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;209. ;Ossenbeeck, Jan van (ca. 1624-1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ossenbek|“Ossenbek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;170-171. ;Pape, Abraham de (ca. 1620-1666) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Pardanus, Abraham (1673-1744) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144-145. ;Paulusz., Zacharias (ca. 1580-1648) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Zacharias Paulusz.|“Zacharias Paulusz.”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;55-56. ;Pierson, Christoffel (1631-1714) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;259-262. ;Pijnacker, Adam (1620/1622-1673) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adam Pynaker|“Adam Pynaker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;96-99. *''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. ;Poel, Egbert Lievensz. van der (1621-1664) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. *''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Poorter, Willem de (1608-na 1648) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Post, Frans *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. *''Annual autumn exhibition of paintings by old Dutch and Flemish masters'', Alfred Brod Galerie, Londen, 5 oktober-4 november 1961.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (13 oktober 1961) ‘Londense expositie van oude meesters’, ''Het Parool'', p.&nbsp;17. ;Pot, Hendrik Gerritsz. (1580/1581-1657) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 123. ;Puytlinck, Christoffel *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Ravesteyn, Jan van (ca. 1572-1657) [[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]] *''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p.&nbsp;1. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Roestraeten, Pieter van (1630-1700) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Roestraten|“Roestraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;191-192. *Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Romeyn, Willem *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Rotius, Jan Albertsz. (1624-1666) *Anoniem (7 juni 1898) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 232/Nummer 131/Men meldt ons uit Amsterdam|‘Men meldt ons uit Amsterdam: [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Eerste Blad, [p.&nbsp;2]. *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Albertsz. Roodtseus|“Jan Albertsz. Roodtseus”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;11-12. ;Ruysch, Rachel *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. *''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. ;Saftleven, Cornelis *Anoniem (8 november 1905) [[Het Nieuws van den Dag/1905/Nummer 10999/Wetenschap en kunst|‘Wetenschap en kunst’]], ''Het Nieuws van den Dag'', p. 15. ;Sant-Acker, Frans (''fl''. 1648-1668) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Santvoort, Dirck Dircksz. (1604-1635) *''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen: **Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;3]. *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Savoyen, Carel van (1618-1665) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel van Savoyen|“Karel van Savoyen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;53. ;Schagen, Gillis (1616-1668) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gillis Schagen|“Gillis Schagen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;30-32. ;Schellinks, Daniël (1627-1701) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;263-273, met name 273. ;Schellinks, Willem (1623-1678) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;263-273. ;Seghers, Hercules *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hercules Segers|“Hercules Segers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;136-137. *''Hercules Seghers. Omstreeks 1590-omstreeks 1640'', ’s Rijks Prentenkabinet, Amsterdam, 1 april-30 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Prentenkabinet Hercules Seghers|‘Prentenkabinet: Hercules Seghers’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;6. ;Sorgh, Hendrick Martensz. (ca. 1611-1670) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh|“Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;89-90. *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Stap, Jan Woutersz. genaamd *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Staveren, Jan Adriaensz. van *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Streek, Hendrik van (1659-1720) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan van Streek|“Juriaan van Streek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;290-292, met name 292. ;Stoop, Dirk *''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p.&nbsp;1. ;Storck, Abraham [[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]] *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Storck, Jacobus *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Swart, Pieter *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Sweel, Jan van (''fl''. 1673-1676) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Baan|“Jan de Baan”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;303-324, met name 312. ;Tempel, Abraham van den *''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ;Troost, Cornelis *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Tulden, Theodoor van *Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p.&nbsp;2]. ;Vaillant, Andries (1655-1693) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;102-105. ;Vaillant, Bernard (1632-1698) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;102-105. ;Vaillant, Jacques (1643-1691) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;102-105. *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;263-273, met name 266. ;Vaillant, Wallerant (1623-1677) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;102-105. ;Valkenburg, Dirk *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Velde, Jan van de (III) (1620-1662) *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Venne, Pieter van de *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Verbeeck, Cornelis (ca. 1590-na 1637) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 123. ;Verbijl, Jan Govertsz. (1634-1690) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;90-91. ;Verboom, Adriaen Hendriksz. (1627/1628-1673) [[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]] *''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam ge­hou­den veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Verdoel, Adriaen (I) (1623-1675) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adriaan Verdoel|“Adriaan Verdoel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;57-58. ;Verkolje, Nicolaas (1673-1746) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Verschuring, Willem (1660-1726) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Wilhelm Verschuring|“Wilhelm Verschuring”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;196. ;Verspronck, Johannes Cornelisz. (1600/1603-1662) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 122-123. ;Verwilt, François *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Victors, Jan *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 34995/Avondblad/Tentoonstelling in "Arti"|‘Tentoonstelling in „Arti”. Italianisanten uit de 16de en 17de eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Vinne, Vincent Laurensz. van der (I) (1628-1702) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vincent vander Vinne|“Vincent vander Vinne”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;210-214. *Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Vliet, Hendrick van (1611/1612-1675) *[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. *Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;6]. ;Vois, Ary de *''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen: **Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;3]. ;Voort, Cornelis van der *Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p.&nbsp;2]. ;Vrel, Jacob *''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;3. **Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p.&nbsp;3. ;Waben, Jacobus (ca. 1575-ca. 1641) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jaques Wabbe|“Jaques Wabbe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;10-11. ;Waes, Aert van (ca. 1620-1664) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;90-91. ;Waldcapelle, Jacob van (1644-1727) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Kik|“Kornelis Kik”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;333-334, met name 334. ;Waterloo, Anthonie (1609-1690) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoni Waterloo|“Antoni Waterloo”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;51. ;Werff, Adriaen van der (1659-1722) *''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Wieringa, Harmen Willems *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ;Wieringen, Cornelis Claesz. (1577-1633) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 122. ;Wilkens, Theodoor (ca. 1690-1748) *''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Neder­land­sche italiani­seeren­de mees­ters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Willaerts, Adam (1577-1664) *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adam Willaarts|"Adam Willaarts"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;60. *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Willaerts, Cornelis *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Wit, Jacob de *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Withoos, Alida (ca. 1661/1662-1730) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;186-189, met name 188. ;Withoos, Frans *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;186-189, met name 189. ;Withoos, Johannes (1648-ca. 1688) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;186-189, met name 188. ;Withoos, Matthias (1627-1703) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;186-189. ;Withoos, Pieter (ca. 1657-1692) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;186-189, met name 189. ;Wittel, Caspar van (1653-1736) *''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. *''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Neder­land­sche italiani­seeren­de mees­ters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Worst, Jan (....-na 1686) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Worst|“Jan Worst”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;147. ;Wouwerman, Jan (1629-1666) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philip Wouwerman|“Philip Wouwerman”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;69-76, met name 76. ;Wyck, Jan (1652-1700) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Tomas Wyk|“Tomas Wyk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;16-18. ;Wyntges, Geertje (1636-1712) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Geertje Pieters|“Geertje Pieters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;216-218. ;Zijl, Gerard Pietersz. van (ca. 1607-1665) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Pieterze van Zyl|“Gerard Pieterze van Zyl”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;225-233. ;Zuylen, J. Hendricksz. van (''fl''. 1644) *Anoniem (7 december 1931) [[De Maasbode/Jaargang 64/Nummer 24049/Avondblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Nieuwe aanwinsten’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p.&nbsp;6. ;Overige onderwerpen *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem van Aelst|Willem van Aelst]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Arent Arentsz. genaamd Cabel|Arent Arentsz. genaamd Cabel]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Asselijn|Jan Asselijn]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Balthasar van der Ast|Balthasar van der Ast]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Justus van Attevelt|Justus van Attevelt]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick Avercamp|Hendrick Avercamp]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Dirck van Baburen|Dirck van Baburen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan de Baen|Jan de Baen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ludolf Bakhuizen|Ludolf Bakhuizen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Beerstraaten|Anthonie Beerstraaten]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Abrahamsz. Beerstraaten|Jan Abrahamsz. Beerstraaten]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Sybrand van Beest|Sybrand van Beest]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis Bega|Cornelis Bega]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Abraham Begeyn|Abraham Begeyn]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham van Beijeren|Abraham van Beijeren]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Berchem|Nicolaes Berchem]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerrit Berckheyde|Gerrit Berckheyde]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Dirck van Bergen|Dirck van Bergen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Bijlert|Jan van Bijlert]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham Bloemaert|Abraham Bloemaert]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Bloemaert|Adriaen Bloemaert]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick Bloemaert|Hendrick Bloemaert]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ferdinand Bol|Ferdinand Bol]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Bor|Paulus Bor]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard ter Borch (II)|Gerard ter Borch (II)]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Andries Both|Andries Both]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Both|Jan Both]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Richard Brakenburg|Richard Brakenburg]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Leonaert Bramer|Leonaert Bramer]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Elias van den Broeck|Elias van den Broeck]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick ter Brugghen|Hendrick ter Brugghen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aelbert Cuyp|Aelbert Cuyp]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Benjamin Cuyp|Benjamin Cuyp]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Simon van der Does|Simon van der Does]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard Dou|Gerard Dou]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Joost Cornelisz. Droochsloot|Joost Cornelisz. Droochsloot]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Carel Fabritius|Carel Fabritius]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Feddes van Harlingen|Pieter Feddes van Harlingen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Govert Flinck|Govert Flinck]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Wybrand de Geest|Wybrand de Geest]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Arent de Gelder|Arent de Gelder]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Gillig|Jacob Gillig]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Goyen|Jan van Goyen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans Hals|Frans Hals]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Hanneman|Adriaen Hanneman]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Willem Claesz. Heda|Willem Claesz. Heda]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis de Heem|Cornelis de Heem]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Bartholomeus van der Helst|Bartholomeus van der Helst]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Meindert Hobbema|Meindert Hobbema]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Melchior d'Hondecoeter|Melchior d'Hondecoeter]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard van Honthorst|Gerard van Honthorst]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Pieter de Hooch|Pieter de Hooch]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan van Huchtenburg|Jan van Huchtenburg]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Karel du Jardin|Karel du Jardin]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem Kalf|Willem Kalf]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard de Lairesse|Gerard de Lairesse]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Lastman|Pieter Lastman]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Hendrik van Limborch|Hendrik van Limborch]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Lingelbach|Johannes Lingelbach]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Maes|Nicolaes Maes]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gabriël Metsu|Gabriël Metsu]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Michiel van Mierevelt|Michiel van Mierevelt]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans van Mieris (I)|Frans van Mieris (I)]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Miense Molenaer|Jan Miense Molenaer]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Matthijs Naiveu|Matthijs Naiveu]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aert van der Neer|Aert van der Neer]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Ochtervelt|Jacob Ochtervelt]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van Ostade|Adriaen van Ostade]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Isaac van Ostade|Isaac van Ostade]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Palamedesz.|Anthonie Palamedesz.]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis van Poelenburch|Cornelis van Poelenburch]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Potter|Paulus Potter]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Potter|Pieter Potter]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Rembrandt|Rembrandt]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van Ruisdael|Jacob van Ruisdael]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Salomon van Ruysdael|Salomon van Ruysdael]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Saenredam|Pieter Saenredam]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Herman Saftleven|Herman Saftleven]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Roelant Savery|Roelant Savery]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Steen|Jan Steen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Juriaan van Streek|Juriaan van Streek]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Torrentius|Johannes Torrentius]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van der Ulft|Jacob van der Ulft]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Velde|Adriaen van de Velde]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem van de Velde (II)|Willem van de Velde (II)]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Venne|Adriaen van de Venne]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Vermeer|Johannes Vermeer]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrik Verschuring|Hendrik Verschuring]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Simon de Vlieger|Simon de Vlieger]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Weenix|Jan Weenix]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Baptist Weenix|Jan Baptist Weenix]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Thomas Wijck|Thomas Wijck]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Wijnants|Jan Wijnants]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Emanuel de Witte|Emanuel de Witte]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Philips Wouwerman|Philips Wouwerman]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Wouwerman (II)|Pieter Wouwerman (II)]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Joachim Wtewael|Joachim Wtewael]] [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] iej56v49hn6gftu3yvzpsr4a437ourt Wikisource:GUS2Wiki 4 40181 225700 225158 2026-08-27T01:08:18Z Alexis Jazz 11203 Updating gadget usage statistics from [[Special:GadgetUsage]] ([[phab:T121049]]) 225700 wikitext text/x-wiki {{#ifexist:Project:GUS2Wiki/top|{{/top}}|This page provides a historical record of [[Special:GadgetUsage]] through its page history. To get the data in CSV format, see wikitext. To customize this message or add categories, create [[/top]].}} Deze gegevens komen uit een cache die voor het laatst is bijgewerkt op 2026-08-25 om 09:07:31Z. Er {{PLURAL:5000|is maximaal één resultaat|zijn maximaal 5000 resultaten}} beschikbaar in de cache. {| class="sortable wikitable" ! Gadget !! data-sort-type="number" | Aantal gebruikers !! data-sort-type="number" | Actieve gebruikers |- |HideFundraiser || 9 || 0 |- |HotCat || 24 || 4 |- |LocalLiveClock || 4 || 1 |- |PageCleanUp || 7 || 3 |- |RTRC || 5 || 2 |- |UTCLiveClock || 2 || 0 |} * [[Speciaal:Gadgetgebruik]] * [[m:Meta:GUS2Wiki/Script|GUS2Wiki]] <!-- data in CSV format: HideFundraiser,9,0 HotCat,24,4 LocalLiveClock,4,1 PageCleanUp,7,3 RTRC,5,2 UTCLiveClock,2,0 --> 63frp2k51jt8rtixev7tkwhft6jtuxg Auteur:Maria Viola 102 40855 225718 131264 2026-08-27T08:13:09Z Vincent Steenberg 280 +werk 225718 wikitext text/x-wiki {{Infobox auteur |werken=Zie lijst }} == Werken == *Maria Viola (1912-1913) ‘De Heilige geboorte’, ''Van onzen tijd'', jrg. 13, p.&nbsp;185-187. *M.V. (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Prentenkabinet Hercules Seghers|‘Prentenkabinet: Hercules Seghers’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;6. *M.V. (23 november 1916) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 89/Nummer 28618/Avondblad/"De Onafhankelijken"|‘„De Onafhankelijken”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;6. *M.V. (10 november 1919) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 92/Nummer 29689/Avondblad/Jaarbeurs voor Kunstnijverheid II|‘Jaarbeurs voor Kunstnijverheid II’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, p.&nbsp;7. *M.V. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Toon Kelder|‘Toon Kelder in de kunstzaal Buffa’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Neder­land­sche italiani­seeren­de mees­ters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *M.V. (27 juli 1939) ‘Bijbelsche kunst in het Rijksmuseum’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9. *M.V. (12 juni 1940) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 113/Nummer 37136/Avondblad/Tentoonstelling in het Rijksmuseum|‘Tentoonstelling in het Rijksmuseum. Rembrandt en andere, meest Nederlandsche, oude meesters. Belangrijke aanwinsten’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Derde blad, p.&nbsp;5. [[Categorie:Maria Viola| ]] 74vg8y3168xrk6bsb3e59l8dclgjxc4 Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Goyen 100 41411 225695 214221 2026-08-26T19:34:36Z Vincent Steenberg 280 +bronnen 225695 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Jan van Goyen | afbeelding = Terborch Goyenuv portret.jpg | alt = Portret van Jan van Goyen door Gerard ter Borch | beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder [[w:nl:Jan van Goyen|Jan van Goyen]]. }} == Algemeen == == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Kunsthandel ==== *J.W. (12 april 1937) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 124/Nummer 15586/Kunstzaal Fa. D. Katz te Dieren|‘Kunstzaal Fa. D. Katz te Dieren. Wederom aanwinsten’]], ''Arnhemsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ==== Veilingen ==== ;1888 *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1914 *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. ;1919 *Anoniem (18 mei 1919) [[De Telegraaf/Jaargang 27/Nummer 10477/Veiling Frederik Muller|‘Veiling Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', eerste blad, p.&nbsp;3. ;1921 *''Tableaux anciens'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 24-27 mei 1921.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (25 mei 1921) [[De Maasbode/Jaargang 53/Nummer 17538/Avondblad/Veiling Frederik Muller & Co.|‘Veiling Frederik Muller & Co.’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;2. *''Catalogue tableaux anciens, porcelaines diverses, beau meuble Boulle - collection du Baron Liphart-Rathshoff à Dorpat; argenterie interessante, chales, tapis persans, porcelaines emaillées, meubles - provenances diverses'' [veilingcat.], A. Mak, Amsterdam, 11-13 oktober 1921.<br>Aankondigingen: **Anoniem (29 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 270/Avondblad/De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden|‘De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden [...]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;1927 *Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. === Musea === ;Groninger Museum *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. ;Kunstmuseum Den Haag *Anoniem (12 september 1935) [[Het Vaderland/Jaargang 67/12 september 1935/Ochtendblad/Ons Gemeentemuseum|‘Ons Gemeentemuseum’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad D, p.&nbsp;2. ;Museum De Lakenhal, Leiden *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. === Tentoonstellingen === ;1890 *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;1916 *''Catalogus der tentoonstelling van schilderijen enz.'', E.J. van Wisselingh, Panorama Mesdag, Den Haag, oktober-november 1916.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 oktober 1916) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 73/Nummer 300/Avondblad/E. J. v. Wisselingh|‘E. J. v. Wisselingh. (Slot.) Gebouw Panorama Mesdag’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p.&nbsp;1. ;1922 *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;1927 *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1927-16 januari 1928.<br />Aankondigingen en recensies: **Anoniem (21 december 1927) [[Anoniem/Museum Boymans/1|‘Museum Boymans’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1]. ;1932 *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;1936 *''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;1939 *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (8 juni 1939) [[Het Vaderland/Jaargang 71/8 juni 1939/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', [Avondblad B, p.&nbsp;1]. **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;1940 *''Verzameling Lanz. Verkorte catalogus'', Rijksmuseum, Amsterdam, juni-augustus 1940.<br>Aankondigingen en recensies: ** M.V. (12 juni 1940) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 113/Nummer 37136/Avondblad/Tentoonstelling in het Rijksmuseum|‘Tentoonstelling in het Rijksmuseum’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Derde blad, p. 5. ;1961 *''Annual autumn exhibition of paintings by old Dutch and Flemish masters'', Alfred Brod Galerie, Londen, 5 oktober-4 november 1961.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (13 oktober 1961) ‘Londense expositie van oude meesters’, ''Het Parool'', p.&nbsp;17. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] os6mr1h4drkpmzcsvkpzr7e8ryl34j0 Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Rembrandt 100 59541 225693 223631 2026-08-26T19:28:30Z Vincent Steenberg 280 +bron 225693 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Rembrandt | afbeelding = Rembrandt Self-portrait (Kenwood).jpg | alt = Zelfportret met twee cirkels, ca. 1665-1669 | beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder, etser en tekenaar [[w:nl:Rembrandt van Rijn|Rembrandt van Rijn]]. | artikelwikipedia = }} == Algemeen == === Bibliografieën - Bronnenonderzoek === *Bredius, A. (10 juni 1910) ‘An Max Lautner’, ''Kunstchronik'', Neue Folge, jrg. 21, nr. 30, [p.&nbsp;481-482].<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 juli 1910) [[De Preanger-bode/Jaargang 15/Nummer 203/Ochtend-editie/Rembrandt en Bol|‘Rembrandt en Bol’]], ''De Preanger-bode'', Ochtend-editie, [p.&nbsp;2]. == Inleidingen - Hand- en leerboeken == == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Kunsthandel ==== *J.W. (12 april 1937) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 124/Nummer 15586/Kunstzaal Fa. D. Katz te Dieren|‘Kunstzaal Fa. D. Katz te Dieren. Wederom aanwinsten’]], ''Arnhemsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ==== Veilingen ==== ;1758 *''Catalogue de Tableaux, de Cabinet de feu Monsieur Martin Robyns; qui se Vendront publiquement en Argent de change'', Brussel, 22 mei 1758 ''sqq''.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (4 mei 1758) [[:s:fr:Avis au Public le 22 May 1758, et jours suivants on vendra à Bruxelles (…)|‘Avis au Public le 22 May 1758, et jours suivants on vendra à Bruxelles […]’]], ''Amsterdamse Donderdagse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1914 *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. ;1925 *''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;1927 *''Collections de Feu le Baron Léon de Pitteurs Hugaerts d'Ordange et Autres Provenances'', Galerie Fievez, Brussel, 14-17 december 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1. ;1931 *''Seltene frühe deutsche und Italienische Graphik des XV. Jahrhunderts'', C.G. Boerner, Berlijn, 27-28 april 1931.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (26 maart 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 62/26 maart 1931/Avondblad/Op 27 en 28 April|‘Op 27 en 28 April zal Boerner te Leipzig een veiling houden van Grafiek uit de Eremitage te Leningrad. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. *''Collections Marczell von Nemes. Catalogue des tableaux'', Mensing & Fils, Paul Cassirer en Hugo Helbing, München, 16-19 juni 1931.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (29 mei 1931) [[De Telegraaf/jaargang 39/nummer 14629/De a.s. Von Nemes-veiling|‘De a.s. Von Nemes-veiling’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Derde Blad, p. 9. ;1936 *''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. === Musea === ;Groninger Museum, Groningen *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. ;Holburne Museum, Bath *Anoniem (12 januari 1907) [[De Preanger-bode/Jaargang 12/Nummer 10/Holbbourne Art Museum|‘Tot voor kort was het Holbbourne Art Museum te Bath in Engeland zeer rijk aan werken van de beroemdste schilders. […]’]], ''De Preanger-bode'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. ;Mauritshuis, Den Haag *Anoniem ([ca. 1900]) [[Anoniem/Mauritshuis 's-Gravenhage|''Mauritshuis The Hague Holland. Mauritshuis ’s-Gravenhage'']], ’s-Gravenhage: De Groot & Dijkhoff. ;Musée du Louvre, Parijs *Anoniem (1834) ''Notice des tableaux exposés dans le Musée Royal'', Paris: Vinchon, fils et successeur de mme. ve. Ballard, p.&nbsp;107-109, cat.nrs. 656-672.<br>Aankondigingen en recencies: **Anoniem (21 augustus 1834) [[Bredasche Courant/1834/Nummer 198/Frankrijk|‘Frankrijk’]], ''Bredasche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Rijksmuseum Amsterdam *Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p.&nbsp;57-60. *Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p.&nbsp;122-125. === Tentoonstellingen === ;1872 *''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. ;1890 *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;1894 *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;1926 *''Tentoonstelling oude kunst in particulier bezit te Haarlem'', Frans Hals Museum, Haarlem, 18 december 1926-15 januari 1927.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 december 1926) [[De Tijd/Jaargang 82/Nummer 24268/Oude Kunst te Haarlem|‘Oude Kunst te Haarlem’]], ''De Tijd'', p.&nbsp;8. ;1927 *''Catalogue de la collection Goudstikker d'Amsterdam'', Rotterdamsche Kunstkring, Rotterdam, 11-26 juni 1927.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 juni 1927) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 100/Nummer 32427/Avondblad/Collectie Goudstikker|‘Collectie Goudstikker. Nieuwe catalogus’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;9. ;1932 *''Kaarten, profielen en panorama’s van Amsterdam'', Museum Fodor, Amsterdam, 10 september-27 november 1932.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (1 oktober 1932) [[De Locomotief/Jaargang 81/Nummer 228/Amsterdam in Vroeger Eeuwen|‘Amsterdam in Vroeger Eeuwen. Eene belangwekkende tentoonstelling’]], ''De Locomotief'', Vijfde Blad, [p.&nbsp;2]. *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;1937 *''Catalogus van eenige schilderijen en kunstvoorwerpen uit de collectie van de Heer en Mevrouw Dr. A. F. Philips-de Jongh'', Stedelijk Van Abbemuseum, Eindhoven, 21 januari-8 februari 1937.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (12 januari 1937) [[De Tijd/Jaargang 92/Nummer 29191/Avondblad/Kunst van heden|‘Kunst van heden’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;10]. ;1939 *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (8 juni 1939) [[Het Vaderland/Jaargang 71/8 juni 1939/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', [Avondblad B, p.&nbsp;1]. **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. *''Tentoonstelling Bijbelsche Kunst'', Rijksmuseum, Amsterdam, 8 juli-8 oktober 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (27 juli 1939) ‘Bijbelsche kunst in het Rijksmuseum’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;1940 *''Verzameling Lanz. Verkorte catalogus'', Rijksmuseum, Amsterdam, juni-augustus 1940.<br>Aankondigingen en recensies: ** M.V. (12 juni 1940) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 113/Nummer 37136/Avondblad/Tentoonstelling in het Rijksmuseum|‘Tentoonstelling in het Rijksmuseum’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Derde blad, p. 5. == Werken == === Schilderkunst === ;Borststuk van een oude vrouw, ca. 1628 (The Leiden Collection, New York) *Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Rembrandt’s Moeder|‘Rembrandt’s Moeder’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p.&nbsp;1. ;De Nachtwacht *Anoniem (13 augustus 1898) [[De Opmerker/Jaargang 33/Nummer 33/De Nachtwacht|‘De Nachtwacht’]], ''De Opmerker'', jrg. 33, nr. 33, p. 261. ;Portret van de zus van de schilder *Anoniem (12 april 1889) [[De Tijd/1889/Nummer 2688/Naar de N. Rott. Ct verneemt|‘Naar de N. Rott. Ct verneemt, […]’]], ''De Tijd'', [eerste blad], [p.&nbsp;2]. === Grafische kunst === ;De predikende Christus (De Honderdguldenprent), ca. 1647-1649 *Anoniem ([augustus] 1867) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 1/Nummer 1/Eene kostbare kopergravuur|‘Eene kostbare kopergravuur’]], ''De Katholieke Illustratie'', jrg. 1, nr. 1, p.&nbsp;8. == Bijzondere onderwerpen == ;Rembrandt en zijn tijd *Loon, Hendrik Willem van (1931) ''R. v. R. Zijnde een relaas van de laatste jaren en den dood van een zekeren Rembrandt Harmenszoon van Rijn, schilder en etser van eenige bekendheid die leefde en werkte'' […] ''in de stad Amsterdam'' […] ''en stierf in algemeene vergetelheid en moeilijke omstandigheden op den vierden October van het jaar des Heeren 1669'' […] ''en die in zijn ziekte en leed werd bijgestaan door Joannis van Loon, doctor medicinae en chirurgijnsmeester'' […] ''die'' […] ''den tijd vond deze persoonlijke herinneringen aan den beroemdsten van zijn medeburgers neer te schrijven welke nu voor het eerst worden gepubliceerd '' [historische roman], Leyden: Sijthoff.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 maart 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34165/Avondblad/Nieuwe Nederlandsche boeken|‘Nieuwe Nederlandsche boeken’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, bijvoegsel, p.&nbsp;2. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] 4jykaw5lyoyd7c9iyhk8ygfmg06o7hd Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo 100 65780 225714 225194 2026-08-27T08:04:05Z Vincent Steenberg 280 bronnen toegevoegd/verplaatst 225714 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Belgische schilderkunst;<br>Barok en Rococo<br>(ca. 1600-ca. 1750) | afbeelding = Peter Paul Rubens - The Rape of the Daughters of Leucippus.jpg | alt = De schaking van Leucippus' dochters door Rubens | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Belgische schilderkunst uit de periode ca. 1600 tot ca. 1750. }} == Algemeen == ;Tentoonstellingen *[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1. == Bijzondere onderwerpen == ;Adriaenssen, Alexander (1587-1661) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144. ;Andriessen, Hendrick (1607-1655) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Biset, Charles Emmanuel (1633-1707) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel Emanuel Biset|“Karel Emanuel Biset”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;292. ;Bloemen, Norbert van (1670-1746) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Boel, Pieter (1626-1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peter Boel|“Peter Boel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;141. ;Bol, Hans *''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. ;Borcht, Pieter van der (II) (1591-1662) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144. ;Bout, Pieter *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Bredael, Alexander van (1663-1720) *''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Bredael, Peeter van (1629-1719) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peter van Breda|“Peter van Breda”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;223-224. ;Brueghel, Jan (II) (1601-1678) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Claes, Gilles (''fl''. 1607) *Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p.&nbsp;154-182, met name 174-175. ;Claesz., Pieter (1597/1598-1661) *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Clerck, Hendrik de *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Hendrik de Klerk|“Hendrik de Klerk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p.&nbsp;221. ;Coxie, Raphael (ca. 1540-1616) *Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p.&nbsp;154-182, met name 172-174. ;Deynum, Guilliam van *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Deynum, Jan Baptist van (1620-1668) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Baptist van Duinen|“Jan Baptist van Duinen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;57. ;Diest, Johannes Baptist (''fl''. 1675-1702) *Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p.&nbsp;154-182, met name 181. ;Egmont, Justus van (1602-1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144-145. ;Eyck, Casper van (1613-1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;141-142. ;Eyck, Nicolaas van (1617-1679) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;141-142. ;Flémal, Bertholet (1614-1675) *Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p.&nbsp;154-182, met name 177. ;Franchoys, Lucas (I) (1574-1643) *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Lucas Francoois|“Lucas Francoois”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;55. ;Franchoys, Lucas (II) (1616-1681) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Lucas Francois de Jonge|“Lucas Francois de Jonge”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;14-15. ;Fruytiers, Philip (1610-1666) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philippus Fruytiers|“Philippus Fruytiers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;142. ;Gabron, Guiliam (II) (1619-1678) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144-145. ;Gijsels, Peeter *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ;Goubau, Anton (1616-1698) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antonius Goebouw en Franciscus de Neve|“Antonius Goebouw en Franciscus de Neve”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;142. ;Grimmer, Jacob *[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1. ;Hecke, Jan van den (1620-1684) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;141-142. ;Hoecke, Robert van den (1622-1668) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Robert van Hoeck|“Robert van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;50. ;Hoefnagel, Jacob (1573-1632/1633) *Anoniem (27 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/27 maart/Wt Praghe den 9. Martij|‘Wt Praghe den 9. Martij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p.&nbsp;1-2]. ;Hondecoeter, Gillis Claesz. de (ca. 1575-1638) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Hoochstadt, Geeraert van (1591-1675) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerrit van Hoochstadt|“Gerrit van Hoochstadt”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144. ;Jordaens, Hans III (1590-1643) *Anoniem (24 november 1785) [[Rotterdamsche Courant/1785/Nummer 141/Henricus Jacobus Doorschodt|‘Henricus Jacobus Doorschodt, Vendumeester van ’s Gravenhage, zal op Maandag den 5 December 1785 en volgende dagen, ten zynen Huize, verkoopen, allerhande Meubilen en Huiscieraden, […] [advertentie]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Keirincx, Alexander (1600-1652) *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Alexander Kierings|“Alexander Kierings”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;130. ;Kessel, Jan van (I) (1626-1679) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johannes van Kessel|“Johannes van Kessel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;139-140. *[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1. ;Lamen, Christoffel van der *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Kristoffel en Jakob vander Lanen|“Kristoffel en Jakob vander Lanen”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p.&nbsp;221. ;Lamen, Jacob van der *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Kristoffel en Jakob vander Lanen|“Kristoffel en Jakob vander Lanen”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p.&nbsp;221. ;Loyer, Nicholas (1625-na 1681) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144-145. ;Luyckx, Frans (1604-1668) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ossenbek|“Ossenbek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;170-171 (vermeld als ‘Luix’). ;Mahu, Guilliam *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Anthoni Salart en Guliam Mahue|“Anthoni Salart en Guliam Mahue”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p.&nbsp;221. ;Meert, Pieter (1618-1669) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peeter Meert|“Peeter Meert”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;50. ;Meulen, Adam Frans van der (1632-1690) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoine Francois vander Meulen|“Antoine Francois vander Meulen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;329-331. ;Meulen, Pieter van der (1638-na 1681) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoine Francois vander Meulen|“Antoine Francois vander Meulen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;329-331, met name 331. ;Miel, Jan (1599-1664) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144. ;Momper, Frans de *[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Momper, Joost (II) *[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1. ;Neefs, Pieter (I) *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Pieter Neefs|“Pieter Neefs”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p.&nbsp;221. *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. ;Neve, Franciscus de (I) (1606-1681/1688) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antonius Goebouw en Franciscus de Neve|“Antonius Goebouw en Franciscus de Neve”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;142. ;Peeters, Bonaventura (I) (1614-1652) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Bonaventuur Peeters|“Bonaventuur Peeters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;12-13. ;Peeters, Jan (I) (1624-1678) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johannes Peeters|“Johannes Peeters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;140-141. ;Rijckaert, David (III) (1612-1661) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/David Rykaert|“David Rykaert”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;14. ;Sallaert, Antoon *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Anthoni Salart en Guliam Mahue|“Anthoni Salart en Guliam Mahue”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p.&nbsp;221. ;Savoyen, Carel van (1618-1665) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel van Savoyen|“Karel van Savoyen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;53. ;Seghers, Daniël *''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. ;Sibrechts, Jan (1627-1703) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;141-142. ;Sion, Peeter *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Snayers, Peter (1592-1667) *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. ;Snellinck, Jan (1548-1638) *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Johannes Snellinks|“Johannes Snellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p.&nbsp;35-36. ;Snijders, Frans (1579-1657) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Son, Joris van (1623-1667) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joris van Son|“Joris van Son”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;101-102. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Teniers, David (I) *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Thielen, Anna Maria van (1642-na 1664) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;52. ;Thielen, Francisca Catharina van (1645-na 1681) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;52. ;Thielen, Jan Philip van (1618-1667) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;52. ;Thielen, Maria Theresia van (1640-1706) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;52. ;Thijs, Gijsbrecht (I) (1617-1662) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144-145. ;Thijs, Peter (1624-1677) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peeter Tysens|“Peeter Tysens”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;143. ;Thulden, Theodoor van *Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p.&nbsp;2]. ;Uden, Lucas van (1595-ca. 1672) *''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Utrecht, Adriaen van *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Vadder, Lodewijk de (1605-1655) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Vaillant, Wallerant *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Veen, Gijsbert van (ca. 1562-1628) *Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p.&nbsp;154-182, met name 172-174. ;Voort, Cornelis van der *Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p.&nbsp;2]. ;Vos, Simon de (1603-1676) *''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Vrancx, Sebastiaen (1573-1647) *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Sebastiaan Franks|“Sebastiaan Franks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;51-52. *[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p.&nbsp;1. ;Witte, Peter de (III) (1617-1667) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144. ;Wolffort, Artus (1581-1640/1641) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144-145. ;Wouters, Frans (1612-1659) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Franciscus Wouters|“Franciscus Wouters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;13-14. ;Ykens, Frans (1601-1693) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144. ;Ykens, Johannes (1613-1680) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144. ;Overige onderwerpen *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Adriaen Brouwer|Adriaen Brouwer]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Jan Brueghel (I)|Jan Brueghel (I)]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Pieter Brueghel (II)|Pieter Brueghel (II)]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/David de Coninck|David de Coninck]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Gonzales Coques|Gonzales Coques]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Anthony van Dyck|Anthony van Dyck]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Jan Fijt|Jan Fijt]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans Hals|Frans Hals]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis de Heem|Cornelis de Heem]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Jacob Jordaens|Jacob Jordaens]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard de Lairesse|Gerard de Lairesse]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Peter Paul Rubens|Peter Paul Rubens]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Roelant Savery|Roelant Savery]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/David Teniers (II)|David Teniers (II)]] [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] pjqg32htma7h67n0449s6fuia1jn5f4 Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van Ostade 100 81647 225694 212951 2026-08-26T19:28:56Z Vincent Steenberg 280 +bron 225694 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Adriaen van Ostade | afbeelding = Frans Hals, Adriaen van Ostade, c. 1645 alt. 1648.jpg | alt = Portret van Adriaen van Ostade door Frans Hals, ca. 1645 | beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder, tekenaar en prentkunstenaar [[w:nl:Adriaen van Ostade|Adriaen van Ostade ]]. }} == Algemeen == == Inleidingen - Hand- en leerboeken == *Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adriaan en Izaak van Ostade|"Adriaan en Izaak van Ostade"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;347-349. == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Kunsthandel ==== ==== Veilingen ==== ;1697 *Anoniem (11 mei 1697) [[Oprechte Haerlemsche Courant/Jaargang 1697/Nummer 19/Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen|‘Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen [...]’]], ''Oprechte Haerlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1872 *''Veiling'', Pillet, Parijs, 6 maart 1872.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. ;1877 *''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen: **Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;3]. ;1905 *''Catalogue des tableaux anciens formant la collection de Monsieur L. Bloch à Vienne'', Frederik Muller, Amsterdam, 14 november 1905.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (8 november 1905) [[Het Nieuws van den Dag/1905/Nummer 10999/Wetenschap en kunst|‘Wetenschap en kunst’]], ''Het Nieuws van den Dag'', p. 15. ;1927 *''Collections de Feu le Baron Léon de Pitteurs Hugaerts d'Ordange et Autres Provenances'', Galerie Fievez, Brussel, 14-17 december 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. === Musea === ;Groninger Museum *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. ;Mauritshuis *Anoniem ([ca. 1900]) ''[[Mauritshuis 's-Gravenhage|Mauritshuis The Hague Holland. Mauritshuis 's-Gravenhage]]'', 's-Gravenhage: De Groot & Dijkhoff, [p.&nbsp;45]. ;Rijksmuseum *Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p.&nbsp;52, cat.nrs. 226-228. *Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.: s.n.], p.&nbsp;51, cat.nrs. 234-235. *Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p.&nbsp;102-103, cat.nrs. 227-228. === Tentoonstellingen === ;1872 *''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. ;1922 *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;1926 *''Tentoonstelling oude kunst in particulier bezit te Haarlem'', Frans Hals Museum, Haarlem, 18 december 1926-15 januari 1927.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 december 1926) [[De Tijd/Jaargang 82/Nummer 24268/Oude Kunst te Haarlem|‘Oude Kunst te Haarlem’]], ''De Tijd'', p.&nbsp;8. ;1932 *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] jugezc3v2oosnuytvgln79z3xu10lha Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Venne 100 81886 225697 213333 2026-08-26T19:37:18Z Vincent Steenberg 280 +bron 225697 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Adriaen van de Venne | afbeelding = Wenceslas Hollar - Adrienne van Venne (State 1).jpg | alt = Portret door Wenceslas Hollar | beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder, tekenaar, prentkunstenaar en dichter [[w:nl:Adriaen van de Venne|Adriaen van de Venne]] | artikelwikipedia = }} == Algemeen == == Inleidingen - Hand- en leerboeken == *Anoniem (1890) [[:s:de:MKL1888:Venne|“Venne, Adriaan van de”]], in: ''Meyers Konversations-Lexikon'', deel 16, p.&nbsp;85. *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adriaan van der Venne|"Adriaan van der Venne"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;136. *Lier, H.A.(1895) [[:s:de:ADB:Venne, Adrian Pietersz van der|“Venne: Adrian Pietersz van der V.”]], in: ''Allgemeine Deutsche Biographie'', München/Leipzig: Duncker & Humblot, deel 39, p.&nbsp;605-606. == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Veilingen ==== ;1877 *''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;3]. ;1888 *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1921 *''Catalogue tableaux anciens, porcelaines diverses, beau meuble Boulle - collection du Baron Liphart-Rathshoff à Dorpat; argenterie interessante, chales, tapis persans, porcelaines emaillées, meubles - provenances diverses'' [veilingcat.], A. Mak, Amsterdam, 11-13 oktober 1921.<br>Aankondigingen: **Anoniem (29 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 270/Avondblad/De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden|‘De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. === Musea === ;Groninger Museum *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. ;Rijksmuseum Amsterdam *Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p.&nbsp;76-77, cat.nrs. 324-326. *Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.: s.n.], p.&nbsp;74, cat.nr. 331-332. *Anoniem (7 juni 1898) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 232/Nummer 131/Men meldt ons uit Amsterdam|‘Men meldt ons uit Amsterdam: […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Eerste Blad, [p.&nbsp;2]. *Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p.&nbsp;151-153, cat.nrs. 337-338. === Tentoonstellingen === ;1932 *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] 8j30o00atwh2zl6dws9aldg0zr0shv0 Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Frankrijk/Classicisme en Romantiek 100 81926 225687 225525 2026-08-26T18:57:08Z Vincent Steenberg 280 +bron 225687 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Franse schilderkunst;<br>Classicisme en Romantiek<br>(ca. 1750-ca. 1850) | afbeelding = Jacques-Louis David - Mars desarme par Venus.JPG | alt = Mars ontwapend door Venus door Jacques-Louis David (1824) | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Franse schilderkunst uit de periode ca. 1750 tot ca. 1850 }} == Bijzondere onderwerpen == ;Bachelier, Jean-Jacques (1724-1806) *Edema v.d. Tuuk, L.F. (14 augustus 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 33/De fabriek van Sèvres|‘De fabriek van Sèvres’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 33, p.&nbsp;151-152. ;Boilly, Louis Léopold (1761-1845) *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Brillouin, Louis-Georges (1817-1893) *''Catalogue des tableaux modernes formant le cabinet de feu M. Abel Langerhuizen d'Amsterdam. Réuni aux tableaux des successions de m. J. van der Chijs, à Delft et de madame la veuve Schiffer van Bleiswijk à La Haye'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 25 februari 1890.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/In De Brakke Grond|‘In De Brakke Grond waren heden de kabinetten ten toon gesteld, nagelaten door den welbekenden Amsterdamschen makelaar Abel Langerhuizen, van mevrouw de Wed. Schiffer van Bleiswijk te ’s-Hage en van den heer J. van der Chijs te Delft. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Corot, Jean-Baptiste (1796-1875) *''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p.&nbsp;1. *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;David, Jacques-Louis (1748-1825) *Groeneweg, H. (1929) ''J. J. David in seinem Verhältnis zur Heimat, Geschichte, Gesellschaft und Literatur'', Graz: Stiasny.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 juli 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33176/Avondblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. ;Debucourt, Philibert Louis (1755-1832) *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. ;Fragonard, Jean-Honoré (1732-1806) *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. *''Handzeichnungen alter Meister des XVI. bis XVIII. Jahrhunderts aus den Beständen der Eremitage in Leningrand und anderer staatlicher Sammlungen der Sowjet-Union'', G.C. Boerner, Leipzig, 29 april 1931.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (26 maart 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 62/26 maart 1931/Avondblad/Op 27 en 28 April|‘Op 27 en 28 April zal Boerner te Leipzig een veiling houden van Grafiek uit de Eremitage te Leningrad. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. ;Ingres, Jean-Auguste-Dominique (1780-1867) *Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. ;Robert, Hubert (1733-1808) *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. *Anoniem (7 oktober 1928) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 101/Nummer 32909/Aanwinsten in het Kaiser-Friedrich-Museum|‘Aanwinsten in het Kaiser-Friedrich-Museum’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;10. *''Handzeichnungen alter Meister des XVI. bis XVIII. Jahrhunderts aus den Beständen der Eremitage in Leningrand und anderer staatlicher Sammlungen der Sowjet-Union'', G.C. Boerner, Leipzig, 29 april 1931.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (26 maart 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 62/26 maart 1931/Avondblad/Op 27 en 28 April|‘Op 27 en 28 April zal Boerner te Leipzig een veiling houden van Grafiek uit de Eremitage te Leningrad. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. *''Kunstwerke aus dem Besitz Baron Albert von Goldschmidt-Rothschild. Schloss Grüneburg, Frankfurt a. Main. Möbel, Bronzen, Bijoux, Möbel, Porzellan, Tapisserien'', Hermann Ball & Paul Graupe, Berlijn, 14 maart 1933.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingnieuws|‘Veilingnieuws. De familieschatten van de Frankfortsche Rothschild’s onder den hamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] f4pqcdvjp8wt3q1xtfascgq3h31uk34 Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Frankrijk/ca. 1850-ca. 1914 100 84539 225688 217699 2026-08-26T18:57:14Z Vincent Steenberg 280 +bronnen 225688 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Franse schilderkunst;<br>ca. 1850-ca. 1914 | afbeelding = Pierre-Auguste Renoir - Le Déjeuner des canotiers.jpg | alt = Lunch van de roeiers door Renoir | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Franse schilderkunst uit de periode ca. 1850 tot ca. 1914. }} ;Boudin, Eugène (1824-1898) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Bouguereau, William (1825-1905) *Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Voor het eerst sedert 1878|‘Voor het eerst sedert 1878 zullen bij de wereldtentoonstelling te Parijs de prijzen voor beeldende kunst door eene van Staatswege benoemde jury worden toegekend, […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Cabanel, Alexandre *Anoniem (14 juli 1854) [[Rotterdamsche Courant/Jaargang 1854/Nummer 164/Vestigden wij dezer dagen (...) de aandacht (...) op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het (...) lokaal der societeit Harmonie alhier|‘Vestigden wij dezer dagen [...] de aandacht [...] op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het [...] lokaal der societeit Harmonie alhier, [...]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Cézanne, Paul (1839-1906) *Vollard, Ambroise (1919) ''Paul Cézanne'', Zurich: Georges Crès & Cie.<br>Aankondigingen en recensies: **[Theo van Doesburg] (juli 1919) [[De Stijl/Jaargang 2/Nummer 9/Rondblik|‘Rondblik’]], ''De Stijl'', jrg. 2, nr. 9, p.&nbsp;104-108, met name 108. *''XXIV Biennale di Venezia'', Venetië, 29 mei-30 september 1948.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (17 september 1948) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 134/Nummer 18653/Van impressionisten tot de abstracte kunst|‘Van impressionisten tot de abstracte kunst’]], ''Arnhemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Chavet, Victor-Joseph *Anoniem (14 juli 1854) [[Rotterdamsche Courant/Jaargang 1854/Nummer 164/Vestigden wij dezer dagen (...) de aandacht (...) op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het (...) lokaal der societeit Harmonie alhier|‘Vestigden wij dezer dagen [...] de aandacht [...] op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het [...] lokaal der societeit Harmonie alhier, [...]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Compte-Calix, François-Claudius *''Tentoonstellingen van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1861.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (28 april 1861) [[De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode/Jaargang 26/Nummer 51/Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat|‘Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat, [...]’]], ''De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode'', [p.&nbsp;2]. ;Courbet, Gustave *''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies: **P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;3-4]. ;Diaz de la Peña, Narcisse Virgile (1808-1876) *''Salon 1893 organisé par le Kunstclub de Rotterdam'', Salon, Scheveningen, 8 juli 1893-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Ter tentoonstelling|‘Ter tentoonstelling van moderne schilderijen van de Rotterdamsche Kunstclub te Schevening, […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Dubourg, Victoria (1840-1926) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Dupré, Jules *''Catalogue tableaux anciens, porcelaines diverses, beau meuble Boulle - collection du Baron Liphart-Rathshoff à Dorpat; argenterie interessante, chales, tapis persans, porcelaines emaillées, meubles - provenances diverses'' [veilingcat.], A. Mak, Amsterdam, 11-13 oktober 1921.<br>Aankondigingen: **Anoniem (29 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 270/Avondblad/De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden|‘De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Fantin-Latour, Henri (1836-1904) *Anoniem (27 maart 1907) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 7/Nummer 86/Ochtendblad/Men schrijft uit Londen|‘Men schrijft uit Londen aan de N. R. Ct.: […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, [p.&nbsp;3]. *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Gudin, Théodore *Anoniem (14 juli 1854) [[Rotterdamsche Courant/Jaargang 1854/Nummer 164/Vestigden wij dezer dagen (...) de aandacht (...) op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het (...) lokaal der societeit Harmonie alhier|‘Vestigden wij dezer dagen [...] de aandacht [...] op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het [...] lokaal der societeit Harmonie alhier, [...]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (4 juni 1862) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1862/Nummer 130/De uitslag der keuze van de jury ter toekenning van zes gouden medailles van wege het Rijk en zes van wege de gemeente Rotterdam aan kunstenaars|‘De uitslag der keuze van de jury ter toekenning van zes gouden medailles van wege het Rijk en zes van wege de gemeente Rotterdam aan kunstenaars, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;2]. ;Henner, Jean-Jacques (1829-1905) *''Salon 1893 organisé par le Kunstclub de Rotterdam'', Salon, Scheveningen, 8 juli 1893-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Ter tentoonstelling|‘Ter tentoonstelling van moderne schilderijen van de Rotterdamsche Kunstclub te Schevening, […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Hervier, Adolphe (1818-1879) *''Catalogus der tentoonstelling van schilderijen enz.'', E.J. van Wisselingh, Panorama Mesdag, Den Haag, oktober-november 1916.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 oktober 1916) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 73/Nummer 300/Avondblad/E. J. v. Wisselingh|‘E. J. v. Wisselingh. (Slot.) Gebouw Panorama Mesdag’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p.&nbsp;1. ;Landelle, Charles (1821-1908) *''Catalogue des tableaux modernes formant le cabinet de feu M. Abel Langerhuizen d'Amsterdam. Réuni aux tableaux des successions de m. J. van der Chijs, à Delft et de madame la veuve Schiffer van Bleiswijk à La Haye'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 25 februari 1890.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/In De Brakke Grond|‘In De Brakke Grond waren heden de kabinetten ten toon gesteld, nagelaten door den welbekenden Amsterdamschen makelaar Abel Langerhuizen, van mevrouw de Wed. Schiffer van Bleiswijk te ’s-Hage en van den heer J. van der Chijs te Delft. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Manet, Édouard *''XXIV Biennale di Venezia'', Venetië, 29 mei-30 september 1948.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (17 september 1948) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 134/Nummer 18653/Van impressionisten tot de abstracte kunst|‘Van impressionisten tot de abstracte kunst’]], ''Arnhemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Millet, Jean-François (1814-1875) *''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p.&nbsp;1. ;Monet, Claude (1840-1926) *Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. *''XXIV Biennale di Venezia'', Venetië, 29 mei-30 september 1948.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (17 september 1948) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 134/Nummer 18653/Van impressionisten tot de abstracte kunst|‘Van impressionisten tot de abstracte kunst’]], ''Arnhemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Pissarro, Camille (1830-1903) *Anoniem (7 augustus 1920) [[Het Vaderland/Jaargang 52/7 augustus 1920/Avondblad/Het prentenkabinet van het Britsch Museum|‘Het prentenkabinet van het Britsch Museum is heropend. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad A, [p.&nbsp;1]. *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *''XXIV Biennale di Venezia'', Venetië, 29 mei-30 september 1948.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (17 september 1948) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 134/Nummer 18653/Van impressionisten tot de abstracte kunst|‘Van impressionisten tot de abstracte kunst’]], ''Arnhemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Raffaëlli, François (1850-1924) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Redon, Odilon *''Catalogus van de zesde tentoonstelling der Nederlandsche Etsclub'', Arti et Amicitiae, februari-maart 1893.<br>Recensies en aankondigingen: **E.G.O. (26-27 februari 1893) [[Het Vaderland/Jaargang 25/Nummer 49/Zesde tentoonstelling der Nederl. Etsclub te Amsterdam|‘Zesde tentoonstelling der Nederl. Etsclub te Amsterdam’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;Ribot, Théodule (1823-1891) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *''Stillevens van Ensor tot heden'', Kunsthandel M.L. de Boer, Amsterdam, 6 mei-27 juni 1964, cat.nr. 32. ;Robineau-Sallard, Ferdinand Désiré *''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies: **P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;3-4]. ;Rousseau, Philippe (1816-1887) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Toulmouche, Auguste *''Tentoonstellingen van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1861.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (28 april 1861) [[De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode/Jaargang 26/Nummer 51/Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat|‘Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat, [...]’]], ''De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode'', [p.&nbsp;2]. ;Toulouse-Lautrec, Henri de *''XXIV Biennale di Venezia'', Venetië, 29 mei-30 september 1948.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (17 september 1948) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 134/Nummer 18653/Van impressionisten tot de abstracte kunst|‘Van impressionisten tot de abstracte kunst’]], ''Arnhemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Trayer, Jules *''Tentoonstellingen van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1861.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (28 april 1861) [[De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode/Jaargang 26/Nummer 51/Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat|‘Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat, [...]’]], ''De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode'', [p.&nbsp;2]. ;Veyrassat, Jules Jacques *''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies: **P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;3-4]. ;Vollon, Antoine (1833-1900) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] i21rvw5jt8wajwdxgf1xjw01s0hllh6 Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Verenigd Koninkrijk 100 87271 225690 225523 2026-08-26T18:59:58Z Vincent Steenberg 280 +bron 225690 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Britse schilderkunst | afbeelding = Thomas Gainsborough - Mr. und Mrs. Andrews (c. 1750).jpg | alt = Mr. und Mrs. Andrews door Thomas Gainsborough | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource-nl]] beschikbare bronnen over Britse schilderkunst. }} == Barok en Rococo == ;Ferguson, William Gowe *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ;Geldorp, Georg (ca. 1590/1595-1665) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gelsdorf|“Gelsdorf”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;87-88. ;Kneller, Godfrey (1646-1723) *''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Lely, Peter *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Lely|“Pieter vander Faes, genaamt Lely”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;41-49. == Classicisme en Romantiek (ca. 1750-ca. 1850) == ;Gainsborough, Thomas (1727-1788) *Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Volgens de Belgische Indépendance|‘Volgens de Belgische Indépendance […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. *Anoniem (12 januari 1907) [[De Preanger-bode/Jaargang 12/Nummer 10/Holbbourne Art Museum|‘Tot voor kort was het Holbbourne Art Museum te Bath in Engeland zeer rijk aan werken van de beroemdste schilders. […]’]], ''De Preanger-bode'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. ;Hoppner, John (1727-1788) *Anoniem (12 januari 1907) [[De Preanger-bode/Jaargang 12/Nummer 10/Holbbourne Art Museum|‘Tot voor kort was het Holbbourne Art Museum te Bath in Engeland zeer rijk aan werken van de beroemdste schilders. […]’]], ''De Preanger-bode'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. ;Lawrence, Thomas (1769-1830) *''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Morland, George (1763-1804) *''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Reynolds, Joshua (1723-1792) *''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p.&nbsp;1. *''Kunstwerke aus dem Besitz Baron Albert von Goldschmidt-Rothschild. Schloss Grüneburg, Frankfurt a. Main. Möbel, Bronzen, Bijoux, Möbel, Porzellan, Tapisserien'', Hermann Ball & Paul Graupe, Berlijn, 14 maart 1933.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingnieuws|‘Veilingnieuws. De familieschatten van de Frankfortsche Rothschild’s onder den hamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Romney, George (1734-1802) *''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p.&nbsp;1. *''Kunstwerke aus dem Besitz Baron Albert von Goldschmidt-Rothschild. Schloss Grüneburg, Frankfurt a. Main. Möbel, Bronzen, Bijoux, Möbel, Porzellan, Tapisserien'', Hermann Ball & Paul Graupe, Berlijn, 14 maart 1933.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingnieuws|‘Veilingnieuws. De familieschatten van de Frankfortsche Rothschild’s onder den hamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Turner, Joseph Mallord William *''XXIV Biennale di Venezia'', Venetië, 29 mei-30 september 1948.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (17 september 1948) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 134/Nummer 18653/Van impressionisten tot de abstracte kunst|‘Van impressionisten tot de abstracte kunst’]], ''Arnhemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. == ca. 1850-ca. 1914 == ;Alma Tadema, Lourens (1836-1912) *Anoniem (9 oktober 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 41/Prijsvraag|‘Prijsvraag’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 41, p.&nbsp;186. *Anoniem (7 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 248/Avondblad/Men seint ons uit Londen|‘Men seint ons uit Londen: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, D, p.&nbsp;3. *[F.] (23 januari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 4/De kathedraal van Peterborough|‘De kathedraal van Peterborough’]], ''Architectura'', p.&nbsp;22-23. ;Bisschop-Swift, Kate *Anoniem (11 december 1871) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 204/Nummer 292/H. M. de Koningin, vergezeld door den heer Motley, bragt gister avond een bezoek aan Pulchri Studio's tweede kunstbeschouwing|‘H. M. de Koningin, vergezeld door den heer Motley, bragt gister avond een bezoek aan Pulchri Studio’s tweede kunstbeschouwing, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. ;Holman Hunt, William (1827-1910) *[F.] (23 januari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 4/De kathedraal van Peterborough|‘De kathedraal van Peterborough’]], ''Architectura'', p.&nbsp;22-23. ;Rossetti, Dante Gabriel (1828-1882) *''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p.&nbsp;1. *''Catalogue of valuable autograph letters and historical documents. Including important examples of Thackeray, Dickens, Swift, Shelley, R. L. Stevenson, Rossetti, Washington, Franklin, and others, a very fine series of ninety letters from Charlotte Brontë to Miss Nussey, important correspondence of Georges Cadoudal, the Chouan leader, with Commodore Keats, an interesting collection of original documents relating to the notorious criminal Eugene Aram, a long series of letters from the poets W. Cowper and Alexander Pope, manuscripts of musical composers, collections in albums, etc.'', Sotheby, Wilkinson & Hodge, Londen, 6 juli 1910.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Veiling van handschriften|‘Veiling van handschriften’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Sisley, Alfred (1839-1899) *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. == 20e eeuw == ;Newton, Herbert Herman (1881-1959) *Anoniem (26 maart 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 62/26 maart 1931/Avondblad/Van 28 Maart tot 15 April|‘Van 28 Maart tot 15 April […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] 7ipx118wbo374vp6j4d4qqm71iy3q7w Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick Avercamp 100 87668 225696 224613 2026-08-26T19:36:24Z Vincent Steenberg 280 +bron 225696 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Hendrick Avercamp | afbeelding = | alt = | beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder en tekenaar [[w:nl:Hendrick Avercamp|Hendrick Avercamp]] }} == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Veilingen ==== ;1886 *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;1905 *''Catalogue des tableaux anciens formant la collection de Monsieur L. Bloch à Vienne'', Frederik Muller, Amsterdam, 14 november 1905.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (8 november 1905) [[Het Nieuws van den Dag/1905/Nummer 10999/Wetenschap en kunst|‘Wetenschap en kunst’]], ''Het Nieuws van den Dag'', p. 15. === Musea === === Tentoonstellingen === ;1890 *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;1922 *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;1927 *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1927-16 januari 1928.<br />Aankondigingen en recensies: **Anoniem (21 december 1927) [[Het Vaderland/Jaargang 59/21 december 1927/Avondblad/Museum Boymans|‘Museum Boymans’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. ;1932 *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] 9237bpkng598t8ptzcxoq9tmfrigk6j Boudewijn van Sebourg/ZANG XV 0 88321 225671 225639 2026-08-26T16:12:19Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225671 wikitext text/x-wiki <pages index="Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf" from=461 to=503 header=1 /> gdfqtcfuu8fy1dpmxycg34nbol3fn5u Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jef Scheffers 100 88341 225641 2026-08-26T14:07:51Z Vincent Steenberg 280 begin 225641 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Jef Scheffers | afbeelding = | alt = | beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse schilder, tekenaar, glasschilder, tekenleraar en directeur van de Middelbare Kunstnijverheidsschool in Maastricht [[w:nl:Jef Scheffers|Jef Scheffers]] }} == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === === Musea === === Tentoonstellingen === ;1929 *''Tentoonstelling van werk der Limburgsche jongeren'', Stedelijk Museum, Maastricht, 19 oktober-3 november 1929, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (19 oktober 1929) [[Het Volk/Jaargang 30/Nummer 9916/Avondblad/Schilderijententoonstelling te Maastricht|‘Schilderijententoonstelling te Maastricht’]], ''Het Volk'', Avondblad, Vierde blad, [p.&nbsp;2]. **Anoniem (22 oktober 1929) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 12/Nummer 247/Tentoonstelling van werk der Limburgsche jongeren|‘Tentoonstelling van werk der Limburgsche jongeren’]], ''Limburgsch Dagblad'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;1932 *[''Jonge Limburgsche schilders''], Stedelijk Museum, Maastricht, 1-16 mei 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1932) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 98/Jonge Limburgsche schilders|‘Jonge Limburgsche schilders’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;7. **J.B. (29 april 1932) [[De Tijd/Jaargang 87/Nummer 26451/De negen Limburgsche jongeren|‘De negen Limburgsche jongeren’]], ''De Tijd'', derde blad, p.&nbsp;9. **Anoniem (4 mei 1932) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 105/Schilderkunst|‘Schilderkunst. Maastrichtsch Stedelijk Museum. Een jongeren groep’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, p.&nbsp;9. **B. (20 mei 1932) [[De Tijd/Jaargang 87/Nummer 26467/Negen Limburgsche Jongeren|‘Negen Limburgsche Jongeren’]], ''De Tijd'', p.&nbsp;6. ;1935 *''Werk van leden van de Limburgse Kunstkring'', Schilder- en tekenkundig Genootschap Kunstliefde, Utrecht, juni 1935, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 juni 1935) [[Limburger Koerier/Jaargang 90/Nummer 142/Limburgsche schilders|‘Limburgsche schilders. Waardeering voor hun werk. Een tentoonstelling te Utrecht’]], ''Limburger Koerier'', [eerste blad], p.&nbsp;2. *[''Limburgsche Kunstkring''], Stedelijk Museum, Maastricht, 10 november-4 december 1935, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (11 november 1935) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 18/Nummer 264/Tentoonstelling|‘Tentoonstelling’]], ''Limburgsch Dagblad'', eerste blad, [p.&nbsp;3]. **Anoniem (12 november 1935) [[Limburger Koerier/Jaargang 90/Nummer 264/Kunst|‘Kunst’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;8. ;1936 *[''Tentoonstelling van werken van Limburgsche kunstenaars''], Instituut voor Kerkelijke Kunst, Amsterdam, 14 maart 1936-...., geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (12 maart 1936) [[Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 61/Kunst|‘Kunst. Zuid-Limburgsche tentoonstelling te Amsterdam’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;12. **Anoniem (17 maart 1936) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28687/Avondblad/Limburgsche schilders te Amsterdam|‘Limburgsche schilders te Amsterdam’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;5]. **Jan Engelman (1 april 1936) ‘Limburgsche schilders. In het Instituut voor Kerkelijke Kunst’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. *''Hedendaagsche Nederlandsche kunst'', Stedelijk van Abbe-Museum, Eindhoven, 18 april-2 juni 1936.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (6 mei 1936) [[Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 107/Eindhoven, het centrum der Zuid-Nederlandsche schilderkunst|‘Eindhoven, het centrum der Zuid-Nederlandsche schilderkunst. Bij de opening van het Abbe-museum’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;7. *''Ausstelling niederländischer-limburgischer Kunst'', Suermondt-Museum, Aken, 7-28 juni 1936, Haus des Kunstvereins für die Rheinlande und Westfalen, Düsseldorf, 4 juli 1936-...., Essen, Münster, Keulen (....-september 1936).<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 juni 1936) [[Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 128/Tentoonstelling van Limburgsche kunst te Aken|‘Tentoonstelling van Limburgsche kunst te Aken’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;3. **Anoniem (8 juni 1936) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 19/Nummer 133/Tentoonstelling van Limb. Kunst te Aken|‘Tentoonstelling van Limb. Kunst te Aken’]], ''Limburgsch Dagblad'', eerste blad, [p.&nbsp;3]. **J.D.L. (19 juni 1936) [[Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 143/Tentoonstelling van Limburgsche Kunst te Aken|‘Tentoonstelling van Limburgsche Kunst te Aken’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;5. **Anoniem (6 juli 1936) [[De Tijd/Jaargang 92/Nummer 28871/Avondblad/Nederlandsch-Limburgsche kunst te Düsseldorf|‘Nederlandsch-Limburgsche kunst te Düsseldorf’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;1]. ;1937 *''Kunstenaarskring „Limburg”'', de Gulden Roos, Maastricht, mei-juni 1937, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (27 mei 1937) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 20/Nummer 122/Kunstenaarskring "Limburg"|‘Kunstenaarskring „Limburg”. Tentoonstelling in de Gulden Roos’]], ''Limburgsch Dagblad'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. **Anoniem (2 juni 1937) [[Limburger Koerier/Jaargang 92/Nummer 127/Kunstenaarsvereeniging Limburg|‘Kunstenaarsvereeniging Limburg. Tentoonstelling van werk der leden in „De Gulden Roos”, Maastricht’]], ''Limburger Koerier'', [eerste blad, p.&nbsp;3]. *''Hedendaagsche Limburgsche Kunst'', Gemeentemuseum, Den Haag, 30 oktober-12 december 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 oktober 1937) [[De Tijd/Nummer 29685/Avondblad/Hedendaagsche Limburgsche Kunst|‘Hedendaagsche Limburgsche Kunst’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. **Anoniem (9 december 1937) [[De Maasbode/Jaargang 70/Nummer 27747/Avondblad/Limburgsche Kunstenaars|‘Limburgsche Kunstenaars. Nu weer moeilijkheden naar aanleiding van de tentoonstelling te Arnhem’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p.&nbsp;5. ;1938 *''Limburgsche kunsttentoonstelling 1938 georganiseerd bij gelegenheid van het 40-jarig regeeringsjubileum van H.M. de Koningin'', Dominicanerkerk, Maastricht, 4-18 september 1938.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (6 september 1938) [[De Tijd/Jaargang 94/Nummer 30205/Avondblad/Expositie te Maastricht|‘Expositie te Maastricht. Limburgsche kunsttentoonstelling’]], ''De Tijd'', Avondblad, p.&nbsp;3. ;1940 *''Kunstkring „Limburg”'', Stedelijk Museum, Maastricht, februari 1940, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (29 februari 1940) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 23/Nummer 51/Kunstkring "Limburg"|‘Kunst en Kenni[s]. Kunstkring „Limburg”. Expositie in Stedelijk Museum te Maastricht’]], ''Limburgsch Dagblad'', tweede blad, [p.&nbsp;3]. ;1955 *[''Kunst van vroeger ... en nu''], Noordkerk, Meijel, 3-10 juli 1955, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 juli 1955) [[Gazet van Limburg/Jaargang 110/Nummer 151/Vlaggen uit in Meyel|‘Vlaggen uit in Meyel. Dertig schietbomen wachten op ruim duizend schutters. Historie gaat herleven in praaltocht van Keizers, Koningen, Koninginnen, Vendeliers, Tambours, Standaardruiters en Schutters’]], ''Gazet van Limburg'', p.&nbsp;13. == Publieke functies - Jef Scheffers in het verenigingsleven, enz. == ;Scheffers als lid van de Kunstenaarsvereeniging Limburg *Anoniem (17 oktober 1936) [[Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 245/Kunstenaarsvereeniging "Limburg"|‘Kunstenaarsvereeniging „Limburg”. Niet voor amateurs’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;3. [[Categorie:Hoofdportaal beeldende kunst]] cxu8stc31rcse1jn4vqzhfhs6vv150p Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/480 104 88342 225643 2026-08-26T14:38:25Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225643 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> {{iwpage|fr}} </poem> |valign=top| <poem> Een termijn van twee maanden, tot aan de zomertijd, Dat de Saracenen noch gekomen, noch gegaan zijn; Zo heeft hij aan koning Sanson het verlof gevraagd, Et vroeg aan Brandon, zijn wijze metgezel, Of hij met hem mee zou gaan, naar het hertogdom Ponthieu? 660 En Brandon antwoordde dat hij de wens had Om in een abdij te zijn, samen met een abt; En zei: “ aangezien God mij zo vele tekenen heeft getoond “ Dat ik van Hem volledig het geheim heb gezien, “ Zal ik op een plek verblijven om Hem naar behoren te dienen; “ Maar ik zal deze koning helpen met mijn scherpe stalen zwaard! “ Wanneer ik hem van het heidense volk heb bevrijd, “ Zal ik naar de heilige kerk gaan, en naar een gewijde plek, “ Waar ik God zal dienen; want dat is mijn oprechte wens. “ En toen Boudewijn het hoorde, huilde hij bittere tranen: 670 “ Voorwaar, metgezel, “ zei hij, “ u heeft zeer goed gesproken! “ Ik wil u niet afhouden van uw goede voornemen. “ Ik zou bij u blijven, weet dat in waarheid, “ Maar er is, dat weet u, mijn gezworen eed “ Om op reis te gaan, waarmee ik te lang heb gewacht; “ En wanneer ik mijn boodschap heb overgebracht, “ Zal ik naar Babylon gaan, want zo heb ik het gezworen. “ En wanneer ik alles heb gedaan wat ik u heb verteld, “ Dan is het mij passend om naar zo'n verre streek te gaan 680 “ Dat ik mijn moeder en mijn vader moge vinden; “ Want nooit heb ik hen gezien in alle dagen van mijn leven! “ Zo zal ik te doen hebben zolang als ik zal leven. “ “ Metgezel, “ zo sprak Brandon, “ ik bid tot de Heere God “ Dat Hij u moge helpen door Zijn goedheid! “ Toen zijn de metgezellen gescheiden en uiteengegaan. Boudewijn, de edele, die zoveel macht bezat, Samen met kooplieden die uit die streek kwamen, Vaart een zeearm binnen; aan God heeft hij Brandon aanbevolen, zijn metgezel daar, huilend van mededogen. Nu vertrekt Boudewijn, en zo heeft hij Brandon achtergelaten 690 </poem> |}<noinclude></noinclude> ev4mpvudstauz9pb5vejz5786z7clyd 225667 225643 2026-08-26T16:09:31Z Havang(nl) 4330 225667 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> ·j· terme de ·ij· mos, jusques au tans d’esté, Que Sarrasin ne sont né venu, né alé ; Si a au roy Sanson le congiet demandé, Et demanda Brandon, son compaignon sené, S’il verroit avec lui, en Ponthieu le duché ? Et Brandons respondi qu’il avoit volenté D’estre en une albeie aveukes ·j· albė ; Et dist « puis que Diex m’a tel signe démonstré « Que j’ai véut de lui plainement le secrẻ, « Je demourai en lieu pour lui servir ou gré ; « Mais j’aiderai che roy à mon branc achéré ! « Quant du pople païen je l’arai délivré, « G’irai en sainte egglise, et en ·j· lieu sacré, « Où je servirai Dieu ; car j’en ai volenté. » Et quant Baudewins l’ot, s’a tenrement plouré : « Chairtes, conpains, » dist-il, « vous avės bien parlé ! « Ne vous voel destourner le vostre bon pensé. « Je demourasse ou vous, sachiés en vérité, « Mais i a, che savés, mon serrement juré « D’aler en un voïaedse, dont j’ai trop arrestė ; « Et quant je averai mon message conté, « G’irai en Babilone, car ensi l’ai juré. « Et quant j’arai tout fait che que vous ai conté, « Si me convient aler en si lontain régné « Que jou aie ma mère et mon père trouvė ; « Car onkes ne les vi en jour de mon aé ! « Ensi arai-je à faire tant que j’arai duré. » « Compains, » che dist Brandons, « je pri à Dame-Dé « Qu’il vous en voeille aidier par le soie bonté ! » Dont sont li compaignon parti et dessevré. Baudewins, li gentis, qui tant ot poesté, Avoekes marchéans qui sont de chel régné, Entre en ·j· bras de mer ; à Dieu a commandé Brandon, son compaingnon là, ploura de pité. Or s’en va Baudewins, si a laissiet Brandon </poem> |valign=top| <poem> Een termijn van twee maanden, tot aan de zomertijd, Dat de Saracenen noch gekomen, noch gegaan zijn; Zo heeft hij aan koning Sanson het verlof gevraagd, Et vroeg aan Brandon, zijn wijze metgezel, Of hij met hem mee zou gaan, naar het hertogdom Ponthieu? 660 En Brandon antwoordde dat hij de wens had Om in een abdij te zijn, samen met een abt; En zei: “ aangezien God mij zo vele tekenen heeft getoond “ Dat ik van Hem volledig het geheim heb gezien, “ Zal ik op een plek verblijven om Hem naar behoren te dienen; “ Maar ik zal deze koning helpen met mijn scherpe stalen zwaard! “ Wanneer ik hem van het heidense volk heb bevrijd, “ Zal ik naar de heilige kerk gaan, en naar een gewijde plek, “ Waar ik God zal dienen; want dat is mijn oprechte wens. “ En toen Boudewijn het hoorde, huilde hij bittere tranen: 670 “ Voorwaar, metgezel, “ zei hij, “ u heeft zeer goed gesproken! “ Ik wil u niet afhouden van uw goede voornemen. “ Ik zou bij u blijven, weet dat in waarheid, “ Maar er is, dat weet u, mijn gezworen eed “ Om op reis te gaan, waarmee ik te lang heb gewacht; “ En wanneer ik mijn boodschap heb overgebracht, “ Zal ik naar Babylon gaan, want zo heb ik het gezworen. “ En wanneer ik alles heb gedaan wat ik u heb verteld, “ Dan is het mij passend om naar zo'n verre streek te gaan 680 “ Dat ik mijn moeder en mijn vader moge vinden; “ Want nooit heb ik hen gezien in alle dagen van mijn leven! “ Zo zal ik te doen hebben zolang als ik zal leven. “ “ Metgezel, “ zo sprak Brandon, “ ik bid tot de Heere God “ Dat Hij u moge helpen door Zijn goedheid! “ Toen zijn de metgezellen gescheiden en uiteengegaan. Boudewijn, de edele, die zoveel macht bezat, Samen met kooplieden die uit die streek kwamen, Vaart een zeearm binnen; aan God heeft hij Brandon aanbevolen, zijn metgezel daar, huilend van mededogen. Nu vertrekt Boudewijn, en zo heeft hij Brandon achtergelaten 690 </poem> |}<noinclude></noinclude> pl8t9m6yk7equyxcxlftx5zpkc7icv3 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/481 104 88343 225644 2026-08-26T14:40:21Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225644 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Par dedens Norvoeghe, aveuc le roy Sanson ; Et Constance, sa nièce qui clère ot le façon, Commença à amer le damoisiel de non. Car il est de coustume et souvent le voit-on, C’une jone pucielle, d’umble condision Met en ·j· estragne homme plus tost s’entension, Que ne face en celui qu’est de sa noureçon. Car estragne cose a apetic à fuison. De boin cuer regardoit le noble dansillon : Bien li vasaus, pluiseurs fois l’ocoison, Mais n’ot cure d’avoir nul consolasion, Fors que de l’amour Dieu qui soufri pasion ; Là avoit, li dansiaux, ferme dévosion. S’avint que Sarrasin et Turc et Asclavon Vinrent à Portemue tendre maint paveillion ; Là furent ·xv· roy de la geste Mahon, D’Espaenge et de Chastèle, et du païs enson : Si fu li roys d’Illande, qui le coer of fellon, Qui lor livra passage à leur salvation. Par devant Portemue, là, vinrent li glotton ; Le proie ont akoeillie, où ot main mouton, Et quant il eurent ars le païs environ, Pour chou que la chité fu de forte fachon Et que par nul assaut prendre ne le poet-on, Laissièrent la chité dont je fais mention. ·xx· liewes eslongièrent, si con lisant trovon, Vinrent à une ville où chastel ot moult bon ; Et est vers Eggletère delà à che coron, Marmande a non la ville. Les herens i fait-on C’on mengieue en karesme, et en autre fachon ; Si en fait-on alliours aussi à grant foison, Mais Marmande ch’est ville qui a trop grant renon, Et siet en Noroèghe le royame de non. Là vinrent Sarrasin .cm., che dist-on, Qui la ville assiégièrent, à force et à bandon, </poem> |valign=top| <poem> Binnen Noorwegen, samen met koning Sanson; En Constance, zijn nicht die een stralend gezicht had, Begon de befaamde jongeling lief te hebben. Want het is de gewoonte en vaak ziet men het, Dat een jonge maagd, van nederige aard, Haar aandacht sneller op een vreemde man richt, Dan zij zou doen op iemand met wie zij is opgegroeid. Want een vreemde zaak wekt overvloedige begeerte op. Met een goed hart bekeek zij de edele knaap: De dappere man zocht meermaals de gelegenheid, 700 Maar hij gaf er niet om enige troost te vinden, Behalve de liefde voor God die het lijden onderging; Daarin had de jongeling een standvastige vroomheid.* Het gebeurde dat de Saracenen, Turken en Slaven Naar Portemue kwamen om menig paviljoen op te slaan; Daar waren vijftien koningen van het geslacht van Mohammed, Uit Spanje en Castilië, en het land daarboven: Zo was er ook de koning van Ierland, die een wreed hart had, Die hun de doorgang verleende tot hun behoud. Voor Portemue, daar kwamen de schurken aan; 710 Ze hebben de buit bijeengedreven, waaronder menig schaap, En toen ze het omliggende land hadden platgebrand, Omdat de stad zo sterk gebouwd was En men haar door geen enkele stormloop kon innemen, Verlieten zij de stad waarvan ik melding maak. Zij trokken twintig mijlen verder, zoals we al lezend vinden, En kwamen bij een stad waar een zeer goed kasteel stond; En het ligt daarginds aan de grens naar Engeland toe, Marmande heet de stad. Men vangt er de haringen 720 Die men in de vastentijd eet, en ook op andere wijze; Men vangt ze elders weliswaar ook in grote overvloed, Maar Marmande is een stad met een zeer grote naam, En zij ligt in Noorwegen, het koninkrijk van aanzien. Daar kwamen honderdduizend Saracenen, zo zegt men, Die de stad belegerden, met geweld en met man en macht, </poem> |}<noinclude></noinclude> k140sftkcmj4yv5p1gmxjsid13jkkfj Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/482 104 88344 225645 2026-08-26T14:42:21Z Havang(nl) 4330 /* Wikisource:Niet proefgelezen */ Nieuwe pagina aangemaakt met '{| |valign=top| <poem> {{iwpage|fr}} </poem> |valign=top| <poem> En degenen van dat volk blokkeerden de zee; Waarna men hulp vroeg aan de rijke koning Sanson, En zij lieten hem duidelijk weten dat, indien vóór Hemelvaart Zij het beleg van de stam van Mahon niet opbraken, Zij de stad zouden overgeven om hun behoud te verzekeren. 730 Maar als zij zich hadden overgegeven aan het geslacht van Mahon, Zou Noorwegen in zo'n verwoesting… 225645 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> {{iwpage|fr}} </poem> |valign=top| <poem> En degenen van dat volk blokkeerden de zee; Waarna men hulp vroeg aan de rijke koning Sanson, En zij lieten hem duidelijk weten dat, indien vóór Hemelvaart Zij het beleg van de stam van Mahon niet opbraken, Zij de stad zouden overgeven om hun behoud te verzekeren. 730 Maar als zij zich hadden overgegeven aan het geslacht van Mahon, Zou Noorwegen in zo'n verwoesting zijn gestort Dat er geen stad of huis was overgebleven! En toen de koning van de Turken de situatie vernam, Stuurde hij Polibant daarheen, en met hem een grote menigte, Die hen allen in de pan hakte met de hulp van Jezus. Hij verrichtte daar zoveel heldendaden dat het wel een wonder leek, En hij bevrijdde de koning van de stam van Mahon; Dat was een schone kunst en een nobel visioen. "Beter is list dan kracht," zo zei men destijds. 740 De koning van Noorwegen had een zeer bedroefd hart Toen de kooplieden zulk nieuws meldden, En hij zei tegen zijn baronnen: “ Zie hier een ongelukkige koning! “ Sarracenen zullen mij alles ontnemen wat ik aan waarde bezit, “ Want ik zal Marmande op geen enkele wijze kunnen ontzetten? “ “ Heer, “ sprak Brandon met een dappere belofte, “ Als u mij wilt geloven, beloof ik u “ Dat ik u zal bevrijden van het volk van Tervagant. “ En de koning antwoordde: “ Iets anders verlang ik niet. “ “ Nu snel, “ sprak Brandons, “ wilt mij nu direct 750 “ Drie duizend man schenken, geheel onder uw bevel; “ En ik zal zoiets doen, als het de grote God behaagt, “ Waardoor u een fier, blij en verheugd hart zult hebben! “ En de koning antwoordde: “ Ik stem hier hiermee gaarne in. “ Ik maak u tot mijn maarschalk, van nu af aan. “ Toen nam Brandon de manschappen van de rijke, machtige koning; En het waren drieduizend dappere en strijdbare mannen, Er was niemand die geen goede, vurige strijdhengst had: Richting Marmande gaan zij, de sporen gevend. Hoor nu hoe Brandon zijn plan beraamt: 760 </poem> |}<noinclude></noinclude> q26vsdxw5ism0bbudu8smvn65oi0or1 225668 225645 2026-08-26T16:10:24Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225668 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> E tolierent la mer cheuls de la nation ; Dont mande... secours au riche roy Sanson, Et li mandèrent bien, s’ainçois l’Asension Ne levoient le siège de le geste Mahon, La ville renderoient pour avoir garison. Mais sé rendu se fusent au linage Mahon, Noruège fust mise en tel destrusion Que n’i fust demorée né ville, né maison ! Et quant li roys or des Turs l’establison, Polibant i tramist, et o lui gens foison, Qui tout les desconfi à l’aïde Jhésum. Tant i fist de proèches n’est sé merveille non, Et délivra le roy de la geste Mahon ; Ce fu bielle sience et noble avision. Mieux vaut engiens que force, à le fois le dist-on. Li rois de Norueghe ot moult le coer dolent Quant si faite nouvielle mandèrent li marcant, Si dist à ses barons : « véci un roi mescant ! « Sarasin me toront quanque jou ai vallant, « Car ne porai secoure Marmande, tant né cant ? » « Sire, » ce dist Brandons, au hardit convenent, « Sé croire me volés, je vous ai en couvent « Je vous déliverai dou peule Tervagant. » Et li rois respondi : « el ne vois désirant. » « Or tos, » ce dist Brandons, « voelliés-moi maintenant « Trois mil hommes venir, tout à vostre commant ; « Et je ferai tel cose, s’il plaist à Dieu le grant, « Dont vous arés le coer baut et liet et joïant ! » Et li rois respondi : « bien m’i voi otriant. « Je fac mon marescal de vous, d’ore en avant. » Lors prist, Brandons, les gens au rice roi puissant ; Et furent ·iij· mil homme hardit et combatant, N’i a celui n’èuist boin destrier auférant : Viers Marmande s’en vont, as esporons brocant. Or, oiiés de Brandommes, dont se va avisant : </poem> |valign=top| <poem> En degenen van dat volk blokkeerden de zee; Waarna men hulp vroeg aan de rijke koning Sanson, En zij lieten hem duidelijk weten dat, indien vóór Hemelvaart Zij het beleg van de stam van Mahon niet opbraken, Zij de stad zouden overgeven om hun behoud te verzekeren. 730 Maar als zij zich hadden overgegeven aan het geslacht van Mahon, Zou Noorwegen in zo'n verwoesting zijn gestort Dat er geen stad of huis was overgebleven! En toen de koning van de Turken de situatie vernam, Stuurde hij Polibant daarheen, en met hem een grote menigte, Die hen allen in de pan hakte met de hulp van Jezus. Hij verrichtte daar zoveel heldendaden dat het wel een wonder leek, En hij bevrijdde de koning van de stam van Mahon; Dat was een schone kunst en een nobel visioen. "Beter is list dan kracht," zo zei men destijds. 740 De koning van Noorwegen had een zeer bedroefd hart Toen de kooplieden zulk nieuws meldden, En hij zei tegen zijn baronnen: “ Zie hier een ongelukkige koning! “ Sarracenen zullen mij alles ontnemen wat ik aan waarde bezit, “ Want ik zal Marmande op geen enkele wijze kunnen ontzetten? “ “ Heer, “ sprak Brandon met een dappere belofte, “ Als u mij wilt geloven, beloof ik u “ Dat ik u zal bevrijden van het volk van Tervagant. “ En de koning antwoordde: “ Iets anders verlang ik niet. “ “ Nu snel, “ sprak Brandons, “ wilt mij nu direct 750 “ Drie duizend man schenken, geheel onder uw bevel; “ En ik zal zoiets doen, als het de grote God behaagt, “ Waardoor u een fier, blij en verheugd hart zult hebben! “ En de koning antwoordde: “ Ik stem hier hiermee gaarne in. “ Ik maak u tot mijn maarschalk, van nu af aan. “ Toen nam Brandon de manschappen van de rijke, machtige koning; En het waren drieduizend dappere en strijdbare mannen, Er was niemand die geen goede, vurige strijdhengst had: Richting Marmande gaan zij, de sporen gevend. Hoor nu hoe Brandon zijn plan beraamt: 760 </poem> |}<noinclude></noinclude> 7x33i7ud5czjcy2f3ck7xto4fs73qvn Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/483 104 88345 225646 2026-08-26T14:43:52Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225646 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Il a fait une lettre escrire maintenant, Et au commencement fist mettre en droit romant :. « Jou, roi de Norueghe, le roiaume puissant, « Manc salut, à Marmande, au castelain Guimant ; « Et vous fac assavoir : soiiés liet et joïant « Et si tenés la ville contre le roi Piersant, « Car d’ui en ·vj· semaines, procainement venant, « Averai asamblet de très boine gent tant ; « Qu’à Marmande venrai, coi qu’il voie coustant, « Et vous déliverai dou peule Tervagant. « Devant ceste journée n’arés de moi garant, « Mais adont l’averés coi qu’il doie contant. » Si faitement aloit la lettre devisant. Ensément fist .... par ·j· boin avocas, Deviser ceste lettre pour paiiens mettre au bas. ·j· mésagier apielle, qui ot à non Jonas, Puis li a dit : « amis, ce brief porteras « Au lés devers Marmande ; mais quant tu paseras « En l’ost des Sarrasins, mais prendre le lairas « De la gent Sarasine et puis leur monsteras « Ceste lettre briefment ... lor balleras. « Et s’on te voet trencier ou le tieste, ou les bras, « Adont isniellement à Sarasins diras « Que le cors Jesu-Cris renoiier tu voras « Et que jamais nul jours crestiiens n’aideras, « Ainçois à ton pooir adiès les traïras ; « Et c’on te lasse aler. Et en la ville vas, « Toute le contenance des crestiiens diras. « Revient hardiëment et te met en leur las ; « Quant ce vient à batalle, sé n’i demeure pas. « S’ensément le voes faire, le roi sauvet aras ; « Et tous les Sarasins décéus les véras, « Par ceste voie-ci je les renderai mas. » « Sire, » dist li mésages, « si m’aït saint Tumas, « Tout ensi le ferai que deviset le m’as ; </poem> |valign=top| <poem> Hij heeft nu terstond een brief laten schrijven, En aan het begin liet hij in zuiver Frans zetten: “ Ik, koning van Noorwegen, het machtige rijk, “ Zend groet, te Marmande, aan de kasteelheer Guimant; “ En ik laat u weten: wees vrolijk en verheugd “ En houd zo de stad tegen koning Piersant, “ Want van vandaag over zes weken, eerstkomend, “ Zal ik zozeer van zeer goed volk hebben verzameld; “ Dat ik naar Marmande zal komen, wat het ook moge kosten, “ En u zal bevrijden van het volk van Tervagant. 770 “ Vóór die dag zult u van mij geen bescherming hebben, “ Maar dan zult u het hebben, wat het ook moge kosten. “ Op zo'n wijze luidde de brief die hij dicteerde. Desgelijks liet hij .. door een goede raadsman, Deze brief opstellen om de heidenen ten val te brengen. Een boodschapper roept hij, die de naam Jonas had, Toen sprak hij tot hem: “ vriend, deze brief zult gij dragen “ Naar de kant van Marmande; maar wanneer gij trekt “ Door het leger der Saracenen, laat gij u gevangen nemen “ Door het Saraceense volk en dan zult gij hun tonen 780 “ Deze brief kortelijk.. en hen overhandigen. “ En als men u het hoofd of de armen wil afsnijden, “ Zeg dan terstond tegen de Saracenen “ Dat gij het lichaam van Jezus Christus wilt afzweren “ En dat gij nooit ofte nimmer christenen zult helpen, “ Maar integendeel naar uw vermogen hen altijd zult verraden; “ En dat men u laat gaan. En ga de stad in, “ De gehele toestand van de christenen zult gij vertellen. “ Keer koen terug en begeef u in hun netten; “ Wanneer het op strijd aankomt, talm daar dan niet. 790 “ Als gij het zo wilt doen, zult gij de koning gered hebben; “ En al de Saracenen zult gij bedrogen zien, “ Langs deze weg zal ik hen mat maken. “ “ Heer, “ sprak de boodschapper, “ zo helpe mij Sint Thomas, “ Geheel zo zal ik het doen als gij het mij hebt opgedragen; </poem> |}<noinclude></noinclude> feu877tscmph9p1ajw0toyvf7vp1aip Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/484 104 88346 225647 2026-08-26T14:45:44Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225647 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Né pour mort, né pour vie, n’iert cangiés mes estas. « Bien ferai le mésage si que bien le saras. » « Ciertes, » ce dist Brandons, « tant d’avoir en aras « Qu’à tous les jours d’el mont honnerés en seras ! « Aventurer se doit li hons qui est au bas : « De gaagnier journée ne puet-on estre cras. » « Sire, » dist li mésages, « pour Dieu ne vous anoie ; « Mieux ferai le mésage de dire ne saroie. » « Alés, » ce dist Brandons, « Jésus vous otroit joie !» Li més prent tos le brief où li are flanboie, Viers Marmande s’en va, à un baston s’apoie ; A faire le mescant fu li ente ... soie. Il a tant esploitiet, que vous en mentiroie, Qu’en l’ost des Sarasins pierçut maint tret de soie ; Il est en l’ost entrés toute la droite voie, Mais ensi qu’il pasoit sus l’erbe qui verdoie Le vit ·j· Sarasin qui sur un mont ondoie. Par dérière lui vint, s’el prist par le coroie, Puis li dista crestiiens, vo robe sera moie ; « Je sarai, par Mahon, sé vous portés monnoie ! « Bien en cuide avoir, seus, adont toute le proie. Mais ·xv· Sarasins, trestous en une moie, Yont clamé leur part. Dont, au mésage anoie, Car il fu tant batus que sa tieste rongoie ; « Elas !» dist li mésages, « bien voi je me fourvoie, « Qui droit-ci m’envoia, Dieux l’otroit male joie ! » Li mésages fu tos ... pris et retenus ; Au roi des Ilandois, qui ot à non Marcus, Fu li varlés menés qui moult estoit confus. Et quant li rois le voit, sé li a dit : « bahus, « Ci-endroit t’amena Diables et Bregibus ; « C’ar tu seras ocis puisque tu crois Jésus ! « Sé tu iés mésagiers, ne le me coile plus ? » « Oil, »» dist li mésages, « mais j’ai mon brief repus « En tel lieu que jamais ne seroit piercéus </poem> |valign=top| <poem> “ Geboren voor de dood, geboren voor het leven, mijn staat zal niet veranderen. “ Ik zal de boodschap zo goed overbrengen dat u het wel zult merken. “ “ Zeker, “ zei Brandons, “ u zult zoveel rijkdom bezitten “ Dat u alle dagen van de wereld geëerd zult worden! “ Een mens die laag staat, moet zich durven wagen: 800 “ Van een dagtaak winnen kan men niet rijk worden. “ “ Heer, “ zei de boodschapper, “ moge het u om Gods wil niet mishagen; “ Ik zal de boodschap beter overbrengen dan ik zou kunnen zeggen. “ “ Ga, “ zei Brandons, “ moge Jezus u vreugde schenken! “ De boodschapper neemt de brief waarin de boog glanst, Naar Marmande gaat hij heen, steunend op een staf; Om de ongelukkige te maken was de boomstam.. zijde. Hij heeft zozeer voortgemaakt, waarom zou ik u beliegen, Dat hij in het leger van de Saracenen menig zijden kleed opmerkte; Hij is het leger binnengegaan, recht over de weg, 810 Maar terwijl hij zo over het groenende gras liep, Zag hem een Saraceen die op een heuvel heen en weer ging. Van achteren kwam hij, greep hem bij de riem, En zei toen: “ Christen, uw gewaad zal het mijne zijn; “ Ik zal bij Mahon weten of u geld bij u draagt! “ Ik denk dat ik zo, alleen, de hele buit zal hebben. “ Maar vijftien Saracenen, allen in een groep, Eisten hun deel op. Waardoor de boodschapper leed, Want hij werd zo hard geslagen dat zijn hoofd bloedde; “ Helaas! “ zei de boodschapper, “ ik zie wel dat ik verdwaal, 820 “ Degene die mij hierheen stuurde, moge God hem een slechte vreugde schenken! “ De boodschapper werd geheel.. gegrepen en vastgehouden; Naar de koning van de Ieren, die Marcus heette, Werd de schildknaap gebracht, die zeer ontdaan was. En toen de koning hem zag, zei hij tegen hem: “ Baas, “ Hierheen brachten de Duivel en Belzebub u; “ Want u zult gedood worden aangezien u in Jezus gelooft! “ Als u een boodschapper bent, verberg het dan niet langer voor mij? “ “ Ja, “ zei de boodschapper, “ maar ik heb mijn brief verborgen “ Op een zodanige plaats dat hij nooit ontdekt zal worden 830 </poem> |}<noinclude></noinclude> 27x6wt0dbu46ns5a22mqfhsoespfd2m Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/485 104 88347 225648 2026-08-26T14:47:51Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225648 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Sé je ne le monstroie ; mais il n’est jà véus, « S’en couvent ne m’avés que n’ière confondus : « Et je renoïerai celui qui fu vendus, « Car faus est qui le croit, quant en crois fu pendus !» « Mésagiers, » dist li rois, « bien ait qui te porta ! « Puisque renoiier voes le Dieu de ciaux delà, « Garde n’aras de mort ; or ne t’en doutes jà. » « Sires, » dist li měsages, « mes cors les traïra, « Je voroie vir pendre cil qui chi m’envoïa ! « Ce fu li rois Sansons, qui l’autr’ier me rouva « Aler dedens Marmande, il le me commanda ; « Mais, sé puis esploitier, li miens corps s’en vengea « En toutes les manières c’aidier on vous pora. « Le paine et le consel mes cors i mètera, « Et je renoie Dieu qui pendre se laissa. » Adont, ens el despit de Dieu qui tout créa, Fist une crois en tière et deseure pasa ; Mais il dist coiement, que nus ne l’escouta : «Dieu, je te pri miercit, ne te courèche já ! « Ce n’est pas de boin cuer que li miens cors fait là. » Adont li dist li rois : « balle-moi ce brief-là. » Li mésages s’asist, et si se descauça ; Et hors de son sorler la lettre il en saca. Et quant li rois le tint, par dedens regarda : Le teneur en lisi ; as paiiens le conta, A tous les ·xv· rois qu’en se tente manda. « Cha, » dit li rois d’Ilande, « à moi entendés ça ; « Véci le roi Sanson qu’à Marmande manda « Que devant ·vj· semaines il ne les secoura, « Et à ce propre jour il mande qu’il venra « A tant de crestiiens qu’il se combatera. « Dormons séurement, car boine pièce i a. « Cha, » dit li rois d’Ilande, « nous poons bien dormir, « Et grandes matinées trestous les jours jésir ; « Quant nous avons ce jour il nous doit bien soufir. </poem> |valign=top| <poem> “ Als ik het niet zou tonen; maar hij wordt nooit gezien, “ Tenzij u mij belooft dat ik niet te gronde zal worden gericht: “ En ik zal Hem verloochenen die werd verkocht, “ Want dwaas is hij die in Hem gelooft, toen Hij aan het kruis werd gehangen! “ “ Boodschapper, “ zei de koning, “ gezegend zij hij die u droeg! “ Aangezien u de God van degenen daarginds wilt verloochenen, “ Hoeft u niet te vrezen voor de dood; twijfel daar nu niet aan. “ “ Heer, “ zei de boodschapper, “ mijn persoon zal hen verraden, “ Ik zou degene die mij hierheen heeft gestuurd, willen zien hangen! “ Dat was koning Samson, die mij onlangs vroeg 840 “ Om Marmande binnen te gaan, hij heeft het mij bevolen; “ Maar, als ik kan slagen, zal mijn persoon zich wreken “ Op alle manieren waarop men u zou kunnen helpen. “ De moeite en de raad zal mijn persoon daaraan wijden, “ En ik verloochen God die zich liet ophangen. “ Toen, tot diepe verachting van God die alles schiep, Maakte hij een kruis op de grond en liep eroverheen; Maar hij zei stilletjes, zodat niemand hem hoorde: “ God, ik bid U om genade, word toch niet boos! 850 “ Dit doet mijn persoon niet vanuit een oprecht hart. “ Toen zei de koning tot hem: “ Geef mij die brief daar. “ De boodschapper ging zitten en trok zijn schoenen uit; En uit zijn schoen haalde hij de brief tevoorschijn. En toen de koning hem vasthield, keek hij erin: De inhoud las hij; aan de heidenen vertelde hij het, Aan alle vijftien koningen die hij in zijn tent ontbood. “ Hierheen, “ zei de koning van Ierland, “ luister naar mij; “ “ Zie hier koning Samson die naar Marmande heeft laten weten “ Dat hij hen voor de komende zes weken niet te hulp zal schieten, “ 860 “ En op die specifieke dag laat hij weten dat hij zal komen “ “ Met zoveel christenen dat hij de strijd zal aanbinden. “ “ Laten we gerust slapen, want er is nog een flinke tijd te gaan. “ “ Hierheen, “ zei de koning van Ierland, “ we kunnen wel gaan slapen, “ “ En alle dagen tot diep in de ochtend blijven liggen; “ “ Wanneer we deze dag hebben, moet dat ons wel volstaan. “ </poem> |}<noinclude></noinclude> lirdujh2l0cl280zzd4pwq8flmyf42v Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/486 104 88348 225649 2026-08-26T14:49:32Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225649 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Ne faisons nostre gent armer et fierviestir, « Né gaitier la nuitie, on ne nous puet nuisir : « Sé n’est devant la ville, toute nuit, sans fallir, « ·ij· hommes, ou trois, que nus n’en puist isir. « Pensons de nostre gent, et de no cors enplir « Des vins et des viandes, pour no cors soustenir. « Puis que ·xl· jours a fait li rois quentir « A ciaux de ceste ville pour lor vie garir ; « Anciaux que li rois viègne, les ferai asalir. « Et sé li rois venoit, ne nous puet-il nuisir, « C’ar poi de gent ara pour batalle tenir. » Dont véisiés cescuns durement resortir. Le mésagier ont fait aler, sans alentir, Par dedens le cité, regarder et véir Conbien il ont vitalle pour la ville tenir ; Et cus leur ot couvent oussi dou revenir, Mais ançois qu’il reviègne aront tant à soufrir. Car Brandons de Falise, que Dieux puist bénéir, Fait, par nuit et par jour, ses bataillés venir : Toute nuit à nuitie ne prendèrent loisir, Fors d’un petit mengier et d’un poi aséir. Si bien vot ses journées, li bers Brandons, furnir, Que la seconde nuit qu’il fist, as Turs, sentir La lettre, et le mésage as Sarasins oïr, Vint droit ou proumiers somme as Sarasins bastir ; Il a fait les ·iij· mille as ·iij· pars asalir. Qui véist trés abatre et à tière flastrir, Et les cordes coper et ardoir et bruir, D’une grande miervelle se péuist esbahir ! Cescuns des crestiiens se faisoit haut oir En criant : « Noruèghe ! mort estes sans falir ! » Là, firent Sarasins tèlement esmarir, Que tout nut s’enfuïrent, n’ont loisir de viestir ; Et crestiiens les vont tiestes et bras tolir. Qui là véist Brandon ces rustes cos férir, </poem> |valign=top| <poem> “ Laten we onze manschappen zich niet wapenen en in het ijzer kleden, “ Noch de nacht bewaken, men kan ons geen kwaad doen: “ Behalve voor de stad, de hele nacht, zonder mankeren, “ Twee mannen, of drie, zodat niemand eruit kan gaan. “ Laten we denken aan onze manschappen, en ons lichaam vullen 870 “ Met wijnen en spijzen, om ons lichaam te sterken. “ Aangezien de koning veertig dagen heeft gegund “ Aan degenen van deze stad om hun leven te redden; “ In afwachting dat de koning komt, zal ik hen doen bestormen. “ En als de koning zou komen, kan hij ons niet schaden, “ Want hij zal weinig volk hebben om de strijd aan te gaan. “ Toen zag men ieder zich heftig herpakken. De boodschapper lieten zij gaan, zonder talmen, Binnen de stad, om te kijken en te zien Hoeveel mondvoorraad zij hebben om de stad te houden; 880 En deze had hun ook beloofd terug te keren, Maar voordat hij terugkeert, zullen zij zoveel te lijden hebben. Want Brandon van Falise, die God moge zegenen, Laat, bij nacht en bij dag, zijn legerscharen oprukken: De hele nacht door namen zij geen rust, Behalve voor een korte maaltijd en een moment van zitten. Zo goed wilde zijn dagmarsen de edele Brandon volbrengen, Dat hij de tweede nacht de Turken deed voelen De brief, en de Saracenen de boodschap liet horen, Hij kwam rechtstreeks in de eerste slaap de Saracenen overvallen; 890 Hij liet de drieduizend man van drie kanten aanvallen. Wie toen tenten zag neerslaan en ter aarde smakken, En de touwen doorsnijden en branden en loeien, Die zou zich over een groot wonder hebben verbaasd! Ieder der christenen liet zich luidkeels horen En riep: “ Noorwegen! Gij zijt ongetwijfeld dood! “ Daar brachten zij de Saracenen zozeer in verwarring, Dat zij poedelnaakt wegvluchtten, geen tijd hebbend om zich te kleden; En de christenen gaan hun hoofden en armen afhouwen. Wie had daar Brandon die rake klappen zien uitdelen, 900 </poem> |}<noinclude></noinclude> a2h074jvm7rhoiel2dw5xzm1ds8kijo Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/487 104 88349 225650 2026-08-26T14:51:02Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225650 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> {{iwpage|fr}} </poem> |valign=top| <poem> Hoofden en armen afhakken, en hersenen klieven; De allerbeste ridder kon men zich herinneren, Die in de hele wereld was om de Saracenen te vernederen. Midden in het leger liet hij zijn banier omhooghouden: Daar verzamelden zich allen die hij had uitgezonden, En de Saracenen vluchten, zij hebben geen tijd om stand te houden. Ze hebben geen enkele verzamelplaats om de strijd voort te zetten, En ze zijn ongewapend, wat hen verbijstert; Nooit hadden ze gedacht dat men hen zou komen opzoeken, Voordat veertig dagen vol gemaakt zouden zijn, 910 Maar men moet niet alles geloven wat men hoort zeggen. Men moet zeker niet geloven wat men vaak zegt, Want als de één de waarheid spreekt, komt een ander die liegt. De Saracenen werden daardoor zozeer misleid, Dat er niet één te voet ontsnapte, of zij werden in doodsangst Gedood, zowel in de nacht als overdag; Want Brandon de Falise bewees zijn moed zozeer Met de hulp van God, aan wie de wereld toebehoort, Dat van de vijftien koningen er zes stierven in doodsangst, En de negen werden levend gevangengenomen in veiligheid. 920 De Saracenen stierven zeer schandelijk, Want op de vlucht stierven zij, de stinkende Saracenen; Zij kregen van geen mens troost.. noch verlichting. De veldslag is gewonnen. Wie dan onze lieden had moeten zien Toespurten op de buit met grote kracht, En iedereen uit Marmande; zij kwamen met vreugde, De dode christenen begraven zij eervol. De Saracenen liggen, geheel naakt, op de bloedige vlakte: De vogels en de wilde beesten eten hen.. vaak. Heer, toen Brandon de Saraceense lieden 930 Had verslagen, overwonnen en aan de foltering overgeleverd; Keerde hij terug, en de zijnen evenzo, Tot bij koning Sanson die zoveel wijsheid bezat. Toen hij de goede afloop vernam, was hij daardoor zeer verheugd; Hij had Brandon zeer lief en schonk hem menig geschenk, </poem> |}<noinclude></noinclude> ii3wovk3dkncj0oe415ogvs0zpayc7y 225669 225650 2026-08-26T16:11:18Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225669 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Coper tiestes et bras, et ciervielles partir ; D’el mileur cevalier, li péuist souvenir, Qui fust en tout le monde pour Sarasins honnir. Droit en milieu de l’ost fist s’ensengne tenir : Là, se sont asamblé tout cil qu’il fist partir, Et Sarasins s’enfuient, n’ont loisir de tenir. Il n’ont nésun raloi pour batalle tenir, Et sé sont désarmés qui les fait esbaubir ; Ne cuidasent jamais c’on les venist véir, Tant que ·xl· jours péuissent acomplir, Mais on ne doit pas croire tout ce qu’on fait oïr. On ne doit mie croire tout ce qu’on dist souvent, Car sé li uns dist voir, uns autres vient qui ment. Li Sarasin en furent décéut tèlement, Que piet n’en escapa, ne fusent à tourment Ocit en le nuitie et le jour ensément ; Car Brandons de Falise se prouva tèlement Par l’aide de Dieu, à cui li mons apent, Que des ·xv· rois furent les ·vj· mors à tourment, Et li ·ix· furent pris en vie sauvement. Sarasin furent mort assés honteusement, Car en fuiant morurent, li Sarasins pulent ; Il n’orent, par nul homme, confort ... n’algement. La batalle est vaincue. Qui dont véist no gent Acourir au gagna moult esforciement, Et tout cil de Marmande ; il vinrent liëment, Les mors crestiiens font entiérer noblement. Sarasin sont, tout nut, sus le plaigne sanglant : Li oisiel et les biestes les menguent .... souvent. Seignour, quant Brandons ot le Sarasine gent Desconfite, et vaincue, et livré à tourment ; Arière repaira, et li sien ensément, Jusques au roy Sanson qui tant ot d’escient. Quant il sot l’aventure, liés en fu durement ; Moult enama Brandon et li fist maint présent, </poem> |valign=top| <poem> Hoofden en armen afhakken, en hersenen klieven; De allerbeste ridder kon men zich herinneren, Die in de hele wereld was om de Saracenen te vernederen. Midden in het leger liet hij zijn banier omhooghouden: Daar verzamelden zich allen die hij had uitgezonden, En de Saracenen vluchten, zij hebben geen tijd om stand te houden. Ze hebben geen enkele verzamelplaats om de strijd voort te zetten, En ze zijn ongewapend, wat hen verbijstert; Nooit hadden ze gedacht dat men hen zou komen opzoeken, Voordat veertig dagen vol gemaakt zouden zijn, 910 Maar men moet niet alles geloven wat men hoort zeggen. Men moet zeker niet geloven wat men vaak zegt, Want als de één de waarheid spreekt, komt een ander die liegt. De Saracenen werden daardoor zozeer misleid, Dat er niet één te voet ontsnapte, of zij werden in doodsangst Gedood, zowel in de nacht als overdag; Want Brandon de Falise bewees zijn moed zozeer Met de hulp van God, aan wie de wereld toebehoort, Dat van de vijftien koningen er zes stierven in doodsangst, En de negen werden levend gevangengenomen in veiligheid. 920 De Saracenen stierven zeer schandelijk, Want op de vlucht stierven zij, de stinkende Saracenen; Zij kregen van geen mens troost.. noch verlichting. De veldslag is gewonnen. Wie dan onze lieden had moeten zien Toespurten op de buit met grote kracht, En iedereen uit Marmande; zij kwamen met vreugde, De dode christenen begraven zij eervol. De Saracenen liggen, geheel naakt, op de bloedige vlakte: De vogels en de wilde beesten eten hen.. vaak. Heer, toen Brandon de Saraceense lieden 930 Had verslagen, overwonnen en aan de foltering overgeleverd; Keerde hij terug, en de zijnen evenzo, Tot bij koning Sanson die zoveel wijsheid bezat. Toen hij de goede afloop vernam, was hij daardoor zeer verheugd; Hij had Brandon zeer lief en schonk hem menig geschenk, </poem> |}<noinclude></noinclude> qz2r0ikqe05nguhiw00kgb42n2evzsd Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/488 104 88350 225651 2026-08-26T14:52:50Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225651 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> {{iwpage|fr}} </poem> |valign=top| <poem> En hij maakte hem seneschalk van al zijn leengoed. En de schone Constance, die straalt van schoonheid, Werd zo verliefd op Brandon, met amoureus gevoel, Dat zij niet kan slapen en de slaap niet vat. Eenmaal ontbood zij Brandon in het geheim, 940 En van haar liefde deed zij hem een mooie toezegging; Maar voorwaar, deze Brandon had geen verlangen Om enige zonde te begaan, want voortdurend richt hij zich Op de liefde van Jezus Christus, die nooit faalt noch liegt. Daarom gaf hij de maagd een zodanige afwijzing Dat het haar geenszins behaagde; haar hart was er treurig om. Meermalen ontbood zij hem en zeer in het geheim, Maar Brandon had geen boodschap aan haar verleiding. Toen hij zag dat hij de betovering van de schone had, Kwam hij bij koning Samson en sprak hem luid toe: 950 “ Koning, ik vraag u een gunst en verzoek dit met spoed “ En de koning staat het hem toe en zegt blijmoedig: “ U kunt gerust vragen wat u beveelt; “ Zolang u mij mijn zilveren kroon niet vraagt, “ Zal ik u niets weigeren waarnaar u verlangt. “ “ Heer, “ zo sprak Brandon, “ ik vraag u nederig “ Dat ik, goed en vreedzaam, mag hoeden, “ De koeien uit de hele omgeving van de stad; “ Het moet zo zijn, want ik heb er een groot verlangen naar. “ En toen de koning het hoorde, vatte hij groot medelijden; 960 Wel ziet hij dat hij vervuld was van een goede geest, En zo sprak hij tot hem: “ Brandon, bij mijn eed, “ Ik wil u niet afwenden van wat God u leert. “ U kunt uw wens zeer wel ten uitvoer brengen, “ Maar mocht het u ontbreken aan geld of zilver, “ Er is niets van mij dat u op enigerlei wijze zal worden ontzegd. “ Toen vertrok Brandon, en nam een armoedig gewaad aan, En zo begon hij de koeien plichtsgetrouw te hoeden; En hij leerde zijn getijden en las evenzeer, Naast een struikgewas herhaalde hij ze vaak. 970 </poem> |}<noinclude></noinclude> 09ya62pezsu98fx6fjwpbmkqwbbria1 225670 225651 2026-08-26T16:11:59Z Havang(nl) 4330 225670 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Et li fist sénescal de tout son chasement. Et le bèle Constance, qui de biauté resplent, Enama si Brandon, d’amoureus sentément, Qu’elle ne poet dormir ni asomme ne prent. Une fois fist mander Brandon privéement, Et de s’amour li fist ·j· bel ottriement : Mais chairtes, chuis Brandons n’en poet avoir talent De faire nul péchiet, car adès il entent A l’amour Jhésu-Crist qui ne faut, né ne ment. S’en fist à le puchelle ·j· tel refusement Que mie ne li plot ; le cor en ot dolent. Pluiseurs fois le manda et moult privéement, Mais Brandons n’avoit cure de son atraiement. Quant vit que de la belle avoit l’encantement, Si vint au roy Sanson et li dist hautement : « Roys, je te pri un don et requir vistement ? » Et li rois li ottrie et lui dist liement : « Bien poés demander à vo commandement ; « Sé vous ne demandés ma courone d’argent, « Ne vous escondirai riens dont aïés talent. » « Sire, » che dist Brandons, « je vous prie humblement « Que je puisse warder, bien et paisiblement, « Les vakes de la ville avironnéement ; « Il convient qu’ensi soit, car j’en ai grant talent. » Et quant li roys l’owi, grande pitiet en prent ; Bien voit qu’il estoit plains de bon espirement, Sé li a dit : « Brandon, par le mien sérement, « Ne vous voeil destourner che que Diex vous aprent. « Vous poės moult bien faire vostre commandement, « Mais sé il vous failoit monnoye, ni argent, « Je n’ai riens qui vous soit escondis nullement. » Dont se parti Brandons, et ·j· povre abit prent, Si se prist à garder les vaches bonnement ; Et s’aprendoit ches heures et à lire ensément, Par delès j buisson les racordoit souvent. </poem> |valign=top| <poem> En hij maakte hem seneschalk van al zijn leengoed. En de schone Constance, die straalt van schoonheid, Werd zo verliefd op Brandon, met amoureus gevoel, Dat zij niet kan slapen en de slaap niet vat. Eenmaal ontbood zij Brandon in het geheim, 940 En van haar liefde deed zij hem een mooie toezegging; Maar voorwaar, deze Brandon had geen verlangen Om enige zonde te begaan, want voortdurend richt hij zich Op de liefde van Jezus Christus, die nooit faalt noch liegt. Daarom gaf hij de maagd een zodanige afwijzing Dat het haar geenszins behaagde; haar hart was er treurig om. Meermalen ontbood zij hem en zeer in het geheim, Maar Brandon had geen boodschap aan haar verleiding. Toen hij zag dat hij de betovering van de schone had, Kwam hij bij koning Samson en sprak hem luid toe: 950 “ Koning, ik vraag u een gunst en verzoek dit met spoed “ En de koning staat het hem toe en zegt blijmoedig: “ U kunt gerust vragen wat u beveelt; “ Zolang u mij mijn zilveren kroon niet vraagt, “ Zal ik u niets weigeren waarnaar u verlangt. “ “ Heer, “ zo sprak Brandon, “ ik vraag u nederig “ Dat ik, goed en vreedzaam, mag hoeden, “ De koeien uit de hele omgeving van de stad; “ Het moet zo zijn, want ik heb er een groot verlangen naar. “ En toen de koning het hoorde, vatte hij groot medelijden; 960 Wel ziet hij dat hij vervuld was van een goede geest, En zo sprak hij tot hem: “ Brandon, bij mijn eed, “ Ik wil u niet afwenden van wat God u leert. “ U kunt uw wens zeer wel ten uitvoer brengen, “ Maar mocht het u ontbreken aan geld of zilver, “ Er is niets van mij dat u op enigerlei wijze zal worden ontzegd. “ Toen vertrok Brandon, en nam een armoedig gewaad aan, En zo begon hij de koeien plichtsgetrouw te hoeden; En hij leerde zijn getijden en las evenzeer, Naast een struikgewas herhaalde hij ze vaak. 970 </poem> |}<noinclude></noinclude> gwdk9ii0isx9fkodnqtuxxfqfmwga4s Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/489 104 88351 225652 2026-08-26T14:54:45Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225652 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Non contrestant, la dame qui l’amoit loïaument L’aloit veior as champs, tous les jours, humblement ; Et li disoit « amis, con j’ai le coer dolent « Que vous ne me voleis amer parfaitement ! » Et quant Brandons le vit de tel aloïement, Une fois l’esgarda de ches iex douchement ; Si ot une pensée qui à nature apent. Lors, se remort en lui, en disant fièrement : « A ! déables, » dist-il, « tu soutilles forment « Pour moi à déchevoir par ton encantement ? » Lors prist-il une graffe, qui pas n’estoit d’argent, Droit en l’un de ches iex le bouta tèlement Qu’il fist son oeil voler sus l’erbe qui resplent ; Pour le regart que fist, en prist tel vengement. Quant le vit la pucelle, lors li fist sérement Jamais ne li verroit reveior nullement. A ches mos s’en parti qu’onkes congiet n’i prent. Tamps est que de Brandon je laise le parler, Car puis devient-il mones, si con j’oïs conter ; Diex li aprist si bien à lire et à chanter Que puissedi fu albes, saintement vol régner. Or vous lairai de lui, si vous vaurai conter Du gentil Baudewin qui tant naga par mer Qu’à wissant arriva, sus terre ala monter. Tant se volt, li vassaus, esploitier et esrer, Qu’à Albeville vint là, se va hosteler, Chiés j moult riche hostel demoura au souper. E lendemain matin, quant solaus dut lever, S’en ala au moustier le service escouter. Envers le court du duc s’en va sans déporter ; ·j· escuïer perchuit, si li va demander : « Biau sire, où est li duc qui tant fait à loer ? » « Vassaus, » dit l’escuïers, « vous n’i poés parler, « Malades gist, li dux, si ne se poet lever. « A ·j· tournoi ala, à Compiengne, jouer ; </poem> |valign=top| <poem> Niettegenstaande ging de dame, die oprecht van hem hield, Hem elke dag ootmoedig op het veld opzoeken; En zij zei tegen hem: “ Vriend, wat is mijn hart bedroefd “ Dat u mij niet volmaakt wilt beminnen! “ En toen Brandons haar zo'n toewijding zag tonen, Keek hij haar eenmaal met die zachte ogen van hem aan; Toen kreeg hij een gedachte die bij de menselijke natuur hoort. Maar direct daarna kreeg hij wroeging en zei hij trots in zichzelf: “ Ach! Duivel, “ zei hij, “ ga je zo listig te werk “ Om mij te misleiden door je betovering? “ 990 Toen nam hij een griffel, die niet van zilver was, En stootte die zo recht in één van zijn ogen Dat hij zijn oog deed vliegen op het glanzende gras; Voor de blik die hij had geworpen, nam hij zo'n wraak. Toen de jonkvrouw dit zag, zwoer ze hem toen een eed Dat ze hem nooit of te nimmer meer zou opzoeken. Bij deze woorden vertrok zij, zonder dat zij ook maar afscheid nam. Het is tijd dat ik nu over Brandon ophoud met spreken, Want daarna wordt hij monnik, zoals ik heb horen vertellen; God leerde hem zo goed lezen en zingen 990 Dat hij sindsdien het witte kleed droeg en heilig leefde. Nu zal ik u over hem verlaten, en ik zal u willen vertellen Over de edele Boudewijn, die zo lang over zee voer Dat hij in Wissant aankwam en aan land ging. De vazal wilde zozeer opschieten en voortreizen Dat hij in Abbeville aankwam; daar zocht hij herberg, In een zeer rijke herberg bleef hij voor het avondmaal. En de volgende ochtend, toen de zon opkwam, Ging hij naar de kerk om de dienst te horen. Naar het hof van de hertog gaat hij zonder dralen; 1000 Hij kreeg een schildknaap in het oog en ging hem vragen: “ Schone heer, waar is de hertog die zo geprezen wordt? “ “ Vazal, “ zei de schildknaap, “ u kunt niet met hem spreken, “ De hertog ligt ziek te bed, zodat hij niet kan opstaan. “ Naar een toernooi ging hij, te Compiègne, spelen; </poem> |}<noinclude></noinclude> 6un7q31xvb6eg63tw46ys4vvulyh4y8 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/490 104 88352 225653 2026-08-26T14:58:42Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225653 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Plus d’armes il i fist qu’il ne poet endurer, « S’est tèlement froissiés qu’il ne se poet lever. « Mais sa soer est là-sus où on va délivrer « De toutes les besongnes dont en voeilt ordener. » Quant Baudewins l’entent, dont n’i volt arrester ; Au palais est venus, qui tant fait à loer Là, vit une puchelle, qui moult ot le vis cler, Bèle et douche et plaisans, et simple en son parler ; O lui mainte puchelle et maint chevalier ber, En plain parlement fu où estoient li per. Quant Baudewins le vi, dont le va saluer Et dist : « chuis Dame-Diex qui tout a à sauver, « Qui se laisa en crois traveillier et péner, « Il garice madame que je voi là ester ; « Et tous les chevaliers voille aussi Diex garder ! » Adont li chevalier vont les sourciex lever, Regardent Baudewin, le jone baceler, Qui bien samble gentis et fieux de rice ber ; Car sé ce fust uns rois, n’el péuist-on blâmer. Encontre Baudewin se vont trestous lever, « Sire, » font-il à lui, « avés riens à parler « De quoi nous vous puissions aidier et conforter ? » La dame de Ponthieu li a dit haut et cler « Sire, bien veigniès-vous, par Dieu qui fist la mer ! « Quels besons vous a fait chà-desseure monter ? » « Dame, » dist Baudewins, « je voeil à vous parler « D’une coze, en secré, pour vostre pris monter, « Où il n’ait que nous deux. Ce n’est mie d’amer, « Car ciertes g’i poroie moult petit pourfiler, « N’i poroie avenir né si très haut monter ; « Si n’est pas pour autrui que vous voelle alourder, « Car s’uns hons m’envoïoit à s’amie parler, « Je feroie l’oisiel par mon faucon plumer. « Dame, » dist Baudewins, « ne vous déplaise mie, « Je voeil à vous parler sans vostre baronnie ; </poem> |valign=top| <poem> “ Meer wapens droeg hij daar dan hij kon verdragen, “ Hij is zo zwaar gewond dat hij niet kan opstaan. “ Maar zijn zuster is daarboven waar men bevrijding brengt “ Voor alle zaken die men wenst te regelen. “ Wanneer Boudewijn dit hoort, wil hij niet wachten; 1010 Naar het paleis is hij gekomen, dat zozeer te prijzen valt. Daar zag hij een jonkvrouw met een zeer stralend gelaat, Mooi en zacht en beminnelijk, en eenvoudig in haar spreken; Bij haar menig jonkvrouw en menig dapper ridder, Midden in het parlement waar de pairs aanwezig waren. Toen Boudewijn haar zag, ging hij haar groeten En zei: “ Moge de Heer God die alles moet redden, “ Die zich aan het kruis liet pijnigen en lijden, “ Mijnvrouwe beschermen die ik daar zie staan; 1020 “ En moge God ook alle ridders bewaren! “ Toen gingen de ridders hun wenkbrauwen fronsen, Keken naar Boudewijn, de jonge schildknaap, Die er zeer edel uitziet en de zoon van een machtig baron; Want al was hij een koning, men had hem niet kunnen berispen. Tegemoet aan Boudewijn stonden zij allen op, “ Heer, “ zeiden zij tot hem, “ heeft u iets te bespreken “ Waarmee wij u kunnen helpen en troosten? “ De dame van Ponthieu sprak luid en helder tot hem: “ Heer, weest welgekomen, bij God die de zee schiep! 1030 “ Welke noodzaak heeft u hierboven doen komen? “ “ Dame, “ zei Boudewijn, “ ik wil met u spreken “ Over een zaak, in het geheim, om uw eer te vergroten, “ Waarbij niemand is dan wij tweeën. Het is geenszins om te beminnen, “ Want voorwaar, ik zou daar maar heel weinig bij winnen, “ Noch zou ik zoiets kunnen bereiken of zo hoog kunnen stijgen; “ Het is ook niet voor een ander dat ik u wil bedriegen, “ Want als een man mij zou sturen om met zijn geliefde te spreken, “ Zou ik de vogel door mijn eigen valk laten plukken. “ Dame, “ zei Boudewijn, “ moge het u geenszins mishagen, 1040 “ Ik wil met u spreken zonder uw baronnen erbij; “ </poem> |}<noinclude></noinclude> 3fnzq6i1bqklr5gktrrgonftt9gu3om Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/491 104 88353 225654 2026-08-26T15:19:51Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225654 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Mais sachiés que che n’est pour nulle villonnie. » Et la dame respont qui bien fu ensignie : « Sé vous le requiriès, pour chou n’i venriés mie. » Lors le prist, Baudewins, par la robe jolie, Douchement l’adestra, n’i fist chière esbaïe ; Droit à une fenestre, de ville anchiserie, Par deseure ·j· vergier où rose est espanie, Là se sont aclinet andoy par compaignie. « Dame, » dist Baudewins, à le chière hardie, « Vous avés une soer, en estraenge partie, « Qu’à vous se recommande et salue, et ottrie « Son coer, son corps, s’onnour, toute sa druérie. » « Chertes, » che dist la dame, « une soer n’ai-je mie ; « Mal estes arrivés, fait avés la falie ! » « Comment ? » dist Baudewins, « donkes n’estes-vous mie « Soer au duc de Pontieu qui tant ait seignourie ? » « Si sui, » dist la puchelle, « sé Diex me bénéie ! » « Dame, » dist Baudewins cui proèche maistrie, « Vous avès une soer en terre païnie, « Et si est mariée au soudant de Persie ; « Sé en a ·j· bel fil et fille moult jolie. » « Chertes, » dist la puchelle, « pour soer ne le tieng mie ! « Si j’avoie ·j· parent en cheste mortel vie «Qui fut lères, mordrères, ou hons de maise vie, « Ou qu’il renoiast Dieu, le fil sainte Marie, « Je ne terroie jà qu’il fust de ma lignie. « Et ma soer, dont parlés, a fait telle follie « Qu’elle serroit bien digne d’estre arse et essillie ! « Car qui renoie Dieu, qu’en crois souffri hasquie, « Dignes est de morir ; et ch’est s’ame périe « Et par dedens infier en caudière boulie. » « Dame, » dist Baudewins, « vous dites grant folie, « Et ch’estes en esrour contre sainte clergie, « Car escripture dist : que nuls hons ne doit mie « Créature jugier, tant soit mal adréchie ; </poem> |valign=top| <poem> “ Maar weet dat dit geenszins om enige laagheid is. “ En de dame antwoordde, die zeer welgemanierd was: “ Als u erom zou vragen, zou u hier helemaal niet voor komen. “ Toen nam Boudewijn haar bij haar mooie kleed, Begeleidde haar zachtkens, zonder een spoor van aarzeling; Recht naar een venster, van aloude bouwkunst, Uitkijkend over een boomgaard waar de roos is ontloken, Daar bogen zij zich beiden samen over de rand. “ Dame, “ zei Boudewijn, met een koene blik, “ U heeft een zuster, in een vreemd land, 1050 “ Die zich aan u aanbeveelt en groet, en schenkt “ Haar hart, haar lichaam, haar eer, al haar minne. “ “ Waarlijk, “ zo sprak de dame, “ een zuster heb ik hoegenaamd niet; “ Slecht bent u gevaren, u heeft zich deerlijk vergist! “ “ Hoezo? “ zei Boudewijn, “ bent u dan helemaal niet “ De zuster van de hertog van Ponthieu die zoveel heerschappij bezit? “ “ Dat ben ik wel, “ zei de jonkvrouw, “ zo de Here mij zegene! “ “ Dame, “ zei Boudewijn, die door dapperheid wordt geleid, “ U heeft een zuster in het land der heidenen, “ En zij is getrouwd met de sultan van Perzië; 1060 “ En zo heeft zij een schone zoon en een zeer mooie dochter. “ “ Waarlijk, “ zei de jonkvrouw, “ als zuster erken ik haar geenszins! “ Indien ik een verwante had in dit sterfelijke leven “ Die een dief, moordenaar of man van slecht leven was, “ Of die God zou verloochenen, de zoon van de heilige Maria, “ Dan zou ik nimmer dulden dat zij tot mijn geslacht behoorde. “ En mijn zuster, over wie u spreekt, heeft zo'n dwaasheid begaan “ Dat zij er wel naar gemaakt is om te worden verbrand en verbannen! “ Want wie God verloochent, die aan het kruis pijnen leed, “ Is waardig te sterven; en zo is haar ziel verloren 1070 “ En zal zij in de hel in een kokende ketel zieden. “ “ Dame, “ zei Boudewijn, “ u spreekt grote dwaasheid, “ En u verkeert in dwaling tegenover de heilige geestelijkheid, “ Want de Schrift zegt: dat geen enkel mens “ Een schepsel mag oordelen, hoe dwalend het ook moge zijn; </poem> |}<noinclude></noinclude> 0g9moftel7ytf3763r1glnd3rmv7vll Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/492 104 88354 225655 2026-08-26T15:21:24Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225655 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « C’uns seus jugières n’est, et ch’est le fiex Marie, « Qui cognoist conscience ... nette et em péchie. « Car en tant c’on clost l’oeil et oevre en une fie, « En pensant seulement, a souvent desvoiie, « Li hons, l’âme de lui ; et si entoueillie « Que droit en infer est manans et herbergie. « Le repentanche fait l’âme morte ou en vie. « Dame, » dist Baudewins, qui tant ot le coer fier, « Vous ne devés vous soer nullement renoier, « Car de sa conscience ne savés ·j· denier. « A che que j’ai of de son coer retraitier, « Je le tieng là plus juste que nonnain de monstier ; « Car Diex a plus grant joie quant il voit ravoïer « ·j· pécheur à son non et à lui redréchier « Et estre repentans dou son grant encombrier, « Car il n’ait du plus juste qui puist de pain mengier. « Diex ne voeilt pas son corps dessus la crois dréchier, « Né le sien corps soufrir de la lanche estequier, « Pour les justes loïaus qui sont de coer entier ; « Ensois fu pour pékeurs qui voilt geter d’enfer. « Si ne voilliés vous soer ensément blastengier, « Ains voeilliés vostre frère, duc Jehan, conseillier « Qu’il voist outre la mer, o lui si chevalier. « Je le menrai tout droit, sé par mer voelt nagier, « Là où sa soer l’atent qui se voeilt radréchier ; « Elle est en Babilone, dont le mur sont plénier, « Volentiers revenroit en chellui héritier. « Quant ch’est le vostre soer, vous li devės aidier ! « Faites-me à vo frère parler et conseillier, « Et te li dirai tant, enchois mon repairier, « Que droit en Babilonne le vorai convoiier. » Quant la dame l’entent et oï le plaidier, Adonkes s’avisa, la dame au corps légier, Comment elle porroit Baudewin cunchier ; Car ne consentiroit, pour l’or de Monpelier, </poem> |valign=top| <poem> “ Er is immers maar één rechter, en dat is de Zoon van Maria, “ Die het geweten kent.. of het nu zuiver is of belast met zonden. “ Want in de tijd dat men de ogen sluit en weer opent in één enkel moment, “ Heeft de mens, alleen al door te denken, vaak zijn eigen ziel “ Op het slechte pad gebracht; en zo bezoedeld 1080 “ Dat zij rechtstreeks in de hel verblijft en is gehuisvest. “ Het berouw maakt de ziel dood of levend. “ “ Vrouwe, “ zei Boudewijn, wiens hart zo trots was, “ U moet uw zus op geen enkele wijze verloochenen, “ Want van haar geweten weet u nog geen cent. “ Naar wat ik heb gehoord over de overpeinzingen van haar hart, “ Beschouw ik haar als rechtvaardiger dan een non in een klooster; “ Want God heeft grotere vreugde wanneer Hij ziet terugkeren “ Een zondaar naar Zijn naam, en dat die zich weer tot Hem opricht “ En berouwvol is over zijn grote zondenlast, 1090 “ Want er is niemand zo rechtvaardig onder hen die brood eten. “ God wilde Zijn lichaam niet aan het kruis oprichten, “ Noch Zijn eigen lichaam door de lans laten doorboren, “ Voor de trouwe rechtvaardigen die oprecht van hart zijn; “ Maar juist voor de zondaars die Hij uit de hel wilde redden. “ Wil uw zus dan ook niet zo bekritiseren, “ Maar wil liever uw broer, hertog Jan, adviseren “ Dat hij overzee trekt, samen met zijn ridders. “ Ik zal hem rechtstreeks leiden, als hij over zee wil varen, “ Naar de plek waar zijn zus hem opwacht, die zich wil beteren; 1100 “ Zij is in Babylon, waarvan de muren machtig zijn, “ Graag zou zij terugkeren naar dit erfgoed. “ Aangezien zij uw zus is, moet u haar helpen! “ Laat mij met uw broer spreken en hem adviseren, “ En ik zal hem zoveel vertellen, nog voor mijn vertrek, “ Dat ik hem rechtstreeks naar Babylon zal willen begeleiden. “ Toen de dame dit hoorde en het pleidooi vernam, Bedacht zij zich, de dame met het wispelturige karakter, Hoe zij Boudewijn zou kunnen bedriegen; Want zij zou er niet in toestemmen, niet voor al het goud van Montpellier, 1110 </poem> |}<noinclude></noinclude> e6geq6nf6xcqetu9ddxr5cur1yjog9p Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/493 104 88355 225656 2026-08-26T15:22:47Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225656 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Que ches frères alast requère la moullier Du roy Salehadin qui le coer ot lanier. A Baudewin a dit, le nobile princhier : « Biaus sires, le miens frères fu au tournoi l’autr’ier, « Si car il gist malades en sa chambre à rommier ; « G’irai savoir à lui s’il che voeilt descouchier, « Ou je vous i merrai par devant lui plaidier. » « Dame, »dist Baudewins, « che fait à ottroïer. » La dame de Ponthieu n’i fist arrestement, ·j· chevalier appèle qu’elle tient à parent : « Cosins, » che dist la dame, « or oïés mon talent ; « Je voeil droit en ma chambre, qui est painte d’argent, « Vous couchié en mon lit, si vous plaindés forment. « ·j· chevalier venra, d’estrainge ténement, « Qui vous dira novèles de ma soer, au corps gent, « Qui est en Babilone qui outre mer s’estent : « Si dira, li vassaus, à vous chertainement « Que la dame vous mande, qui ouvra fausement, « Que vous l’aleis requerre outre le mer briefment. « Li vassaus cuidera que soïés proprement « Li sires de Ponthieu ; si dirés esroment « Que jà n’i enterés, né vous né vostre gent, « Et s’elle l’a brasset boive le brassement. « S’elle voel revenir nuls hons ne li défent, « Mais jà n’i enterrés ; tenés che parlement. Et dist li chevalier : « à vo commandement. » Ensi comme la dame en fist divisement Le fist, le chevalier, tost et apertement ; Et che coucha ou lit, en plaignant durement. La puchelle i mena Baudewin vistement, Puis li dist : « chevalier, par Dieu omnipotent, « Véchi le duc, mon frère, dites lui vo talent ; « Chou qu’il voelt acorder, j’acorde bonnement. » Quant Baudewins, le bers qui coer ot de lion, Vit en son lit couchiet le chevalier de non, </poem> |valign=top| <poem> Dat zijn broer de echtgenote moest gaan zoeken Van koning Saladin, die een laf hart had. Tegen Boudewijn zei zij, de nobele prins: “Mooie heer, mijn broer was onlangs op het toernooi, “Zodat hij nu ziek ligt in zijn rustkamer; “Ik zal bij hem gaan horen of hij wil opstaan, “Of ik zal u daarheen brengen om voor hem te spreken.” “Dame,” zei Boudewijn, “dat moet worden toegestaan.” De dame van Ponthieu aarzelde niet, Zij roept een ridder die zij als familielid beschouwt: 1120 “Neef,” zei de dame, “luister nu naar mijn wens; “Ik wil dat u recht in mijn kamer, die met zilver is beschilderd, “In mijn bed gaat liggen, en klaag heftig. “Een ridder zal komen, uit een vreemd leengoed, “Die u nieuws zal vertellen over mijn zuster, met het schone lichaam, “Die in Babylon is, dat zich overzee uitstrekt: “Zo zal hij, de vazal, u zeker vertellen “Dat de dame u ontbiedt, zij die valselijk handelde, “Dat u haar spoedig overzee moet gaan zoeken. “De vazal zal geloven dat u werkelijk bent 1130 “De heer van Ponthieu; dus zult u terstond zeggen “Dat u er nooit zult binnengaan, noch u noch uw volk, “En als zij het heeft gebrouwen, moet zij het brouwsel maar drinken. “Als zij wil terugkeren, verbiedt geen mens het haar, “Maar u zult er nooit binnengaan; houd dit betoog.” En de ridder zei: “tot uw bevel.” Precies zoals de dame het in haar instructies had bepaald, Deed de ridder het, snel en openlijk; En hij legde zich in het bed, terwijl hij luid klaagde. Het meisje leidde Boudewijn er snel heen, 1140 Toen zei ze tegen hem: “ridder, bij God de Almachtige, “Ziehier de hertog, mijn broer, zeg hem uw wens; “Wat hij wil inwilligen, willig ik gaarne in.” Toen Boudewijn, de baron die een leeuwenhart had, In zijn bed de genoemde ridder zag liggen, </poem> |}<noinclude></noinclude> p3wipn7xapdosylgfeo89ofd1ea0zg7 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/494 104 88356 225657 2026-08-26T15:24:10Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225657 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Courtoisement si mist, li bers, à genoullon ; De Dieu le salua, qui souffri pation. Là, li va devisant le chairtaine occoisoen De la femme au soudant dont j’ai fait mention. Mais quant il ot tout dit jusqu’en conclusion, Li chevaliers li dist clèrement à haut ton : « Chevaliers, j’ai trè bien oïe vous rayson, « Mais ma soer a ouvret par fausse entention, « Et si ne sai encore se pense sé bien non ; « Et pour che qu’a ouvret contre Dieu et rayson, « Je n’i metterai jà le piet né le talon, « Né jà ne passerai le trait à ·j· bougon. « Maudit soit le sien corps de Dieu et de son non, « Car moult grant blame a fait à nostre estration ! » Quant Baudewins l’entent, s’en fut en grant frichon : Il ne soit si parler, né dire biau sermon, Qu’il en péust atraire valissant ·j· bouton. Baudewins s’em parti, mais disner le fist-on ; La puchelle li fist envoïer ·j· biau don, Mais onkes, Baudewins, n’en rechieut.j. bouton. Ensi se départi, sus son destrier Gascon. Le chemin vers Bollonge demanda ·j· garson ? Chuis li monstra le voie, sans nulle arrestison, Et li bers chevaucha à force et à bandon. « E ! Diex, » dist Baudewins, qui coer ot de baron, « En cui ara-on mais fiance, s’en Dieu non ! » Or s’en va Baudewins, li prex et li senés, Droitement vers Bolongne est-il acheminės. Tant chevauche et esploite, Baudewins li osés, Qu’à Bollonge est venus ; si est dedens entrés : Tout droit sus le marchiet est la nuit hostelės, Mais tant de gent i ot venus et assamblės Qu’il i fuit povrement servis et establés. Son hoste demanda : «sire, ne me chelés « D’on vinnent tant de gens ? s’est li païs troublés ? </poem> |valign=top| <poem> Hoffelijk knielde hij neer, de edelman; Hij groette hem in de naam van God, die het lijden onderging. Daar zette hij hem de ware reden uiteen Over de vrouw van de sultan waarvan ik melding heb gemaakt. Maar toen hij alles tot de conclusie had gezegd, 1150 Sprak de ridder hem duidelijk en met luide stem toe: “ Ridder, ik heb uw redenen zeer goed gehoord, “ Maar mijn zuster heeft met valse intenties gehandeld, “ En ik weet nog niet of zij het goed meent of niet; “ En omdat zij tegen God en de rede heeft gehandeld, “ Zal ik er nooit een voet of een hiel zetten, “ Noch zal ik ooit de afstand van één kruisboogpijl overschrijden. “ Vervloekt zij haar lichaam door God en in Zijn naam, “ Want zij heeft onze afkomst grote schande aangedaan! “ Toen Boudewijn dit hoorde, beefde hij van schrik: 1160 Hij wist niet hoe zo te spreken of een mooie rede te houden, Dat hij er de waarde van één knoop uit kon halen. Boudewijn vertrok, maar men liet hem eerst dineren; Het meisje liet hem een mooi geschenk sturen, Maar Boudewijn nam er nooit de waarde van één knoop van aan. Zo vertrok hij, op zijn Gasconser strijdros. De weg naar Boulogne vroeg hij aan een jongen? Deze wees hem de weg, zonder enig oponthoud, En de edelman reed voort met kracht en in galop. “ O! God, “ zei Boudewijn, die het hart van een baron had, 1170 “ In wie zal men nog vertrouwen hebben, zo niet in God! “ Nu gaat Boudewijn heen, de dappere en de wijze, Rechtstreeks naar Boulogne is hij op weg gegaan. Zozeer rijdt en spoedt hij zich voort, Boudewijn de moedige, Dat hij in Boulogne is aangekomen; en hij is er binnengegaan: Midden op de markt is hij die nacht ondergebracht, Maar er waren zoveel mensen gekomen en verzameld Dat hij er armzalig bediend en gehuisvest werd. Aan zijn gastheer vroeg hij: “ Heer, verberg het niet voor mij, “ Vanwaar komen zoveel mensen? Is het land in rep en roer? 1180 </poem> |}<noinclude></noinclude> ojvmrtoovr0gbuco2m52oxwap7fsfgi Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/495 104 88357 225658 2026-08-26T15:53:14Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225658 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Pens-on d’aler en gerre ? d’ont vient si grans barnés ? » « Amis, » che dist li hostes, « par Dieu qui fu pénés, « Ains ne fu si grant gerre, ·ij· ans a passés, « C’on verra chi-à-val ains que paist li estés ; « Par un fellon traïtre qui trop est deffaés, « Il est Gaufrois de Frise par son non appellés, « Et sé tient à grant tort de Nimaie les clés. « Par lui fuit li siens sires as païens délivrés, « Faussement le vendi, li traïtres prouvés ; « Dont li royne Rose, où grande est li biautés, « Est durement dolante, bien savoir le poés. « ·ij· fiex a le royne chi-à-val amenés ; « Che est li roys de Chipre, Glorians li doubtés, « Et ch’est li roy d’Escoche Alixandres nommés. « Wistaces de Bolongne, qui est nous avoés, « A tous les Boulenois et semons et mandés ; « Pour mener en bataille mande tous ses fieités. « Or, dist-on que Gaufer est à Paris alés, « Et s’a tant fait au roy, par deniers monnaės, « C’on dist que des Fransoys il serra confortés. « Si cuid-on miex que non, dont mes coers est irés, « Que chuis païs serra par les Fransoys gastés. « Et tout est par Gaufer qui est mal avisés ! » « Ostes, » dist Baudewins, « je le cognois assés, « Je vauroie, par Dieu qui en crois fu pénės, « Que mes fers de ma lance fut en son corps boutés ! » « Chertes, » che dist li hostes, « donkes petit l’amés ! » Baudewins de Sebourc la nuit se reposa, Dès-si qu’à lendemain que li bers se leva ; Si qu’à l’eure de prime, li chevalier, s’en va Au monstier Nostre-Dame, où l’image aoura De boin cuer et de vrai, le messe il escouta. Quant le messe fu dite, que li mestiers fina, Il a baisiet l’autel, le monstier piéchea : Le primière personne que li bers encontra, </poem> |valign=top| <poem> “ Denkt men ten strijde te trekken? Vanwaar komt zo'n grote ridderschaar? “ “ Vriend, “ zo sprak de gastheer, “ bij God die heeft geleden, “ “ Nooit was er zo'n grote oorlog, al twee jaar gepasseerd, “ “ Die men hier beneden zal zien nog voor de zomer aanbreekt; “ “ Door een snode verrader die al te zeer is onteerd, “ “ Hij wordt s van Friesland bij zijn naam genoemd, “ “ En hij houdt ten onrechte de sleutels van Nijmegen in handen. “ “ Door hem werd zijn eigen heer aan de heidenen uitgeleverd, “ “ Valselijk verkocht hij hem, de bewezen verrader; “ “ Waarom koningin Rose, wier schoonheid groot is, “ 1190 “ Hardvochtig bedroefd is, dat kunt u wel begrijpen. “ “ Twee zonen heeft de koningin hier beneden meegebracht; “ “ Dat is de koning van Cyprus, Glorians de gevreesde, “ “ En dat is de koning van Schotland, Alixandres genoemd. “ “ Wistaces van Boulogne, die onze beschermheer is, “ “ Heeft alle ridders van Boulogne opgeroepen en ontboden; “ “ Om ten strijde te trekken ontbiedt hij al zijn getrouwen. “ “ Nu zegt men dat Gaufroi naar Parijs is gegaan, “ “ En hij heeft de koning zozeer bewerkt, met klinkende munt, “ “ Dat men zegt dat hij door de Fransen gesteund zal worden. “ 1200 “ Toch denkt men van niet, waardoor mijn hart bedroefd is, “ “ Omdat dit land door de Fransen verwoest zal worden. “ “ En dit alles komt door Gaufroi, die slecht beraden is! “ “ Gastheer, “ sprak Baudewijn, “ ik ken hem maar al te goed, “ “ Ik zou willen, bij God die aan het kruis heeft geleden, “ “ Dat de ijzeren punt van mijn lans in zijn lijf werd gestoten! “ “ Waarlijk, “ zo sprak de gastheer, “ dan bemint u hem maar weinig! “ Baudewijns van Sebourc rustte die nacht uit, Totdat de nobele held de volgende ochtend opstond; Zodat de ridder tegen het uur van de priem vertrekt 1210 Naar de kerk van Onze-Lieve-Vrouw, waar hij het beeld vereerde Met een goed en oprecht hart, en hij luisterde naar de mis. Toen de mis was gesproken en de dienst was afgelopen, Heeft hij het altaar gekust en verbleef nog even in de kerk: De eerste persoon die de nobele held tegenkwam, </poem> |}<noinclude></noinclude> eleabxs8gt2y0dl5q1i30i1u19ghshh Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/496 104 88358 225659 2026-08-26T15:54:36Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225659 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Che furent che doi frère que jadis délivra De la prison de Frise, le païs par delà ; Courtosie lor fist et amour leur monstra, Car de trè grant péril, à che tans, les geta. Car en champ de bataille Gaufrois les conquesta, Et puis par dedens Frise, par mer, les envoïa : En bon lieu arrivèrent, car Baudewins fu là Sires d’une cité, là où il trébuça Les mavaises costumes, les bonnes alleva ; Pour che fu-il amés en chelle ville-là. Et Gaufrois, li traîtres, ses prisons tramist là. Mais au despit Gaufroi, li bers les délivra. Chil furent si doi frère qu’adont si bien aida, Mais ne le savoit mie, coyque cascun ama. Ou monstier à Bollongne droitement les trouva ; Piétiant le monstier, l’uns à l’autre parla, Et de leur grande gwerre sé devisoient là. Quant Baudewins les vit, tantost les ravisa, ·iiij· fois, delės iaus, li bers les escouta Pour miex à recognostre ; lors en lui s’avisa : « Par foi, che son li doi qu’en Frise furent jà. » ·j· de leur escuïers vistement achéna, Et moult privéement, li bers, leur demanda « Qui sont chil doi princhier, ne le me chėlės jà ? » « Ami, » dist l’escuïers, « chil doi roy que vés là « Che sont li enfant Rose, en ses flans les porta ; « Roys de Chypre et d’Escoche, où noble païs a. » Dont fu assèurés quant il of chela. Adont vint encontre iaus, entre ·ij· se bouta ; Des keutes, qu’il ot dures, tèlement les hurta Que chascuns de ·ij· dist : « qui est chui déables là ? « Comme il a dures kouces ! mal ait qui l’engenra ! » Et Baudewins passe outre qui nul mot ne sonna. Li doi freire retournent ; cascuns dist qu’il serra Pourcoi il sont bouté, et qui hurtés les a. </poem> |valign=top| <poem> Dit waren de twee broers die hij voorheen bevrijdde Uit de gevangenis van Friesland, het land daarginds; Hij betoonde hen hoofsheid en toonde hen liefde, Want uit zeer groot gevaar heeft hij hen destijds gered. Want op het slagveld overwon s hen, 1220 En stuurde hen vervolgens over zee naar Friesland: Ze kwamen op een goede plek aan, want Boudewijn was daar Heer van een stad, waar hij omverwierp De slechte gewoonten, en de goede verhief; Daarom werd hij bemind in die stad daarginds. En s, de verrader, stuurde zijn gevangenen daarheen. Maar tot spijt van s bevrijdde de edelman hen. Dit waren zijn twee broers die hij toen zo goed hielp, Maar hij wist het helemaal niet, hoewel hij elk van hen liefhad. In de kerk van Boulogne vond hij hen rechtstreeks; 1230 Terwijl ze door de kerk ijsbeerden, sprak de een tot de ander, En ze spraken daar over hun grote oorlog. Toen Boudewijn hen zag, herkende hij hen al gauw, Viermaal luisterde de edelman hen af, vlak naast hen, Om hen beter te herkennen; toen bedacht hij zich bij zichzelf: “ Bij mijn geloof, dit zijn de twee die voorheen in Friesland waren. “ Een van hun schildknapen wenkte hij snel, En heel heimelijk vroeg de edelman hem: “ Wie zijn die twee vorsten, verberg het mij geenszins? “ “ Vriend, “ zei de schildknaap, “ die twee koningen die u daar ziet, 1240 “ Dat zijn de kinderen van Rose, zij droeg hen in haar schoot; “ Koningen van Cyprus en Schotland, waar een nobel land is. “ Toen was hij gerustgesteld toen hij dat hoorde. Toen ging hij hen tegemoet, wierp zich tussen hen beiden; Met zijn ellebogen, die hard waren, stootte hij hen zo hard Dat elk van hen beiden zei: “ wie is die duivel daar? “ Wat heeft hij harde ellebogen! Vervloekt zij degene die hem verwekte! “ En Boudewijn liep door zonder een woord te uiten. De twee broers draaiden zich om; elk zei dat hij zou achterhalen Waarom ze geduwd zijn, en wie hen gestoten heeft. 1250 </poem> |}<noinclude></noinclude> i400rub9jxa5jyou4m0rk25d6c9q440 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/497 104 88359 225660 2026-08-26T15:55:51Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225660 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Et Baudewins retourne qui en haut leur cria : « Seignour baron, » dist-il, « of dire ai, pièche a, « Que le biens est perdus qu’à niche le ferra. « Chertes, ja orguelleus ne se cognistera, « Car adès orgheleus autrui poy prisera ; « Et che chiet à le fois, dont ne se garde jà, « Issi très meschaument car on en moquera : « Et par chellui seignour qui me fist et fourma, « Sé vous tenoie en Frise ensi con je fis ja, «Quant Gaufrois de Nymaie andeus vous envoïa, « Ne m’eschaperiés mie pour dire : vés-le-là. « Ensément aprent-on qui par le païs va. » Quant li doi frère oïrent le vaillant bacheler, Bien l’ont recognéu, lors le von acoleir : « Sire, » dist Glorians, « par Dieu qui fist la mer, « Ne vous ravisiens pas, sé fait à escuser ; « Sé riens avons mesfait, prés sommes d’amender. « Chevaliers de bon aires, Diex vous voille garder « Et bien soïés venus ! si vous poés vanter «Que vous poés sor nous vo valoir commander ; « Jamais ne vous faurons tant que puissions durer, « Car de vous nous devons parfaitement loer : « Les vies nous sauvastes, si vous devons amer. » L’uns l’acole à ·ij· bras, l’autres le va tirer ; Si grant feeste li font, li gentil bacheleir, Con sé che fuist lor pères qui venist d’outre-mer. Baudewin de Sebourc festient li baron. Du moustier sont issu, sans nulle arrestison, Vers le palais s’en vont li vaillans compaignon : Là, trouvèrent Witace, que Diex face pardon, Avoec Ydain, sa mère, qui ait bénéisson, Et si fu la royne qui Rose avoit à non. Atant est Gloriant, le noble danseillon, Il a dit à sa mère qui clère ot le fachon : « Dame, »dist Glorians, « entendés ma rayson ; </poem> |valign=top| <poem> En Boudewijn keert om, die luidkeels naar hen riep: “ Heren baronnen, “ zei hij, “ ik heb een tijd geleden horen zeggen, “ Dat de weldaad verloren is voor wie hem aan een dwaas bewijst. “ Zeker, nooit zal een hovaardige zichzelf kennen, “ Want altijd zal een hovaardige een ander laag inschatten; “ En dat valt soms voor, wanneer men het juist niet verwacht, “ Zo heel rampzalig dat men erom zal spotten: “ En bij die Heer die mij gemaakt en gevormd heeft, “ Als ik u in Friesland zou vasthouden zoals ik ooit deed, “ Toen Godfried van Nijmegen u beiden stuurde, 1260 “ Zouden jullie mij geenszins ontsnappen door te zeggen: zie hem daar. “ Zo leert men immers bij, wie door het land reist. “ Toen de twee broers de dappere jonge ridder hoorden, Hebben ze hem goed herkend, en toen gingen ze hem omhelzen: “ Heer, “ zei Glorians, “ bij God die de zee gemaakt heeft, “ We herkenden u niet, als dat tot verontschuldiging dient; “ Als we iets misdaan hebben, zijn we bereid dat goed te maken. “ Ridders van goede komaf, moge God u behoeden “ En wees welgekomen! zo kunt u er prat op gaan “ Dat u over ons uw gezag kunt laten gelden; 1270 “ Nooit zullen wij u in de steek laten zolang wij kunnen voortbestaan, “ Want over u moeten wij volkomen lof spreken: “ U hebt onze levens gered, dus moeten wij u liefhebben. “ De een omhelst hem met beide armen, de ander trekt aan hem; Zo'n groot feest vieren de edele jonge ridders voor hem, Als ware het hun vader die van overzee terugkeerde. De baronnen onthalen Boudewijn van Sebourc feestelijk. Uit de kerk zijn ze gegaan, zonder enig oponthoud, Naar het paleis begeven de dappere gezellen zich: Daar vonden ze Eustachius, aan wie God genade schenke, 1280 Samen met Ida, zijn moeder, die de zegening moge ontvangen, En ook de koningin was er, die Rose heette. Daarop sprak Gloriant, de nobele jonker, Hij zei tegen zijn moeder die een helder gelaat had: “ Vrouwe, “ zei Glorians, “ luister naar mijn woorden; </poem> |}<noinclude></noinclude> gmtsqtz4rhwzqh6de5xpy4kw91meukj Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/498 104 88360 225661 2026-08-26T15:58:09Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225661 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Je vous prie, pour Dieu qui soffri pation, « Qu’à cestui damoisel, qui tant a de renon, « Voeilliés monstrer amours et révération ; « Car honneur nous a fait en estrainge roïon. « Chertes, ne li poés présenter si haut don « Que plus n’ait déservi que dire ne puist-on ! » Quant la dame le voit, n’i fist demorison : Elle a pris Baudewin, par le destre giron, Jouste lui l’a assis par dessus ·j· lison ; Puis dist : « bien veigniés-vous, gentis fiex de baron ! « Puis qu’à mes fiex avés fait consolation, « Bien est drois qu’en aïés très loïal gerredon. « Chellui qui bonté fait bien rendre lui doit-on. « Sire, » dist la royne, qui fu blanche que fée, « Sé ne fai bone chière, n’ie mettés vo pensée, « Car vraiement je fai à mon coer tormentée. » « Dame, » dist Baudewins, « joie vous soit donnée ! « Chertes, se poise moi que vous estes troublée. » Adont, par le palais fu li iauwe cornée : Au mengier sont assis, par le sale pavée, Baudewins fu assis lès Rose, la senée ; Sa mère fu, la dame, mais n’en savoit riens née. Hélas ! ch’elle scéust icheste destinée, Comme elle fust au coer de joie saoulée ! Roys Glorians de Chypre qui la chière ot menbrée Sist delès Baudewin, à le brache quarrée ; E ! Diex, que grant amour li a, le jour, monstrée ! Alixandres, li bers qui tant ot renommée, Le servoit du claret à le coupe dorée. Noblement fu servis, Baudewins, la journée ; Entre ses bons amis li fu amour monstrée, Sans che c’on le scéust, en fait ni en pensée, Que che fust leur amis par loïal engenrée. Hélas ! sé le scéust le compaigne honnerée, De grant joie se fust, ens ou palais, pasmée. </poem> |valign=top| <poem> “ Ik bid u, bij God die het lijden onderging, “ Dat u aan deze jongeman, die zo'n grote faam geniet, “ Uw liefde en eerbied zult tonen; “ Want hij heeft ons eer aangedaan in een vreemd koninkrijk. “ Waarlijk, u kunt hem geen geschenk aanbieden dat zo hoog is 1290 “ Of hij heeft nog meer verdiend dan men kan uitspreken! “ Toen de vrouwe hem zag, aarzelde zij geen moment: Zij nam Boudewijn bij de rechterkant van haar mantel, Naast zich liet zij hem plaatsnemen op een zitplaats; Toen sprak zij: “ Wees welgekomen, edele zoon van een baron! 1295 “ Omdat u mijn zonen troost heeft gebracht, “ Is het meer dan recht dat u een zeer trouwe beloning ontvangt. “ Wie goed doet, die moet men immers goed belonen. “ Heer, “ sprak de koningin, die zo blank was als een fee, “ Als ik geen vrolijk gezicht toon, peins er dan niet over, 1300 “ Want in waarheid ben ik diep in mijn hart gekweld. “ “ Vrouwe, “ sprak Boudewijn, “ moge vreugde u geschonken worden! “ Waarlijk, het spijt mij dat u zo bedroefd bent. “ Toen werd door het paleis op de hoorn geblazen voor het water: Aan de maaltijd gezeten, in de geplaveide zaal, 1305 Zat Boudewijn naast de wijze Rose; Haar moeder, de vrouwe, was erbij, maar zij wist van niets. Helaas! Als zij dit lot eens had geweten, Hoe zou haar hart verzadigd zijn van vreugde! Koning Gloriant van Cyprus, die een krachtige gestalte had, 1310 Zat naast Boudewijn, met de brede schouders; O God, wat een grote liefde heeft hij hem die dag getoond! Alexander, de dappere edelman die zo zeer vermaard was, Sloeg voor hem de kruidwijn in de gouden beker. Heerlijk werd Boudewijn die dag bediend; Onder zijn goede vrienden werd hem liefde getoond, Zonder dat men het wist, in daad of in gedachte, Dat dit hun dierbare was door wettige geboorte. Helaas! Als het geëerde gezelschap het had geweten, Zouden zij van louter vreugde in het paleis zijn flauwgevallen. 1320 </poem> |}<noinclude></noinclude> o3vs76snbuddbplhgvy7fue7kwhvt2o Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/499 104 88361 225662 2026-08-26T16:00:53Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225662 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Nature lor donnot si habondant rousée Que tout aimment l’enfant de coer et de pensée. Droitement à Bollonge fu Baudewins assis, A le table au mengier, entre ses bons amis : Bien i fu de ses frères honnerès et servis. Se mère houneur li porte, et en fais et en dis, Bien souvent li demande : « d’ont estes-vous, amis ? « De confaite contrée est li vous corps nouris ? » Or ne saivoit que dire, Baudewins li gentis ; Car pour che qu’il estoit là mis en si grant pris, Honte li fuit de dire : « voir, je sui ·j· chėtis, « Je ne sai qui je sui, né de confait païs. » Car il li samblioit bien tenus en fust plus vilx. Si dist à le royne : « dame, par Jhésu-Cris, « De le conté de Flandres fu mes pères gentis. » Hélas ! s’il éust dit si qu’il avoit apris, Já connéust se mère, la royne de pris ; Mais il ne daignoit dire comment il fu nouris, Pour che que de ·ij· rois estoit ensi servis. Il sont aucune gent, ch’ai of recorder, Qui plus gros qui ne sont se scèvent bien porter ; Car le plus bel voeilt-on adès dehors monstrer. Moult d’ouvrier sceivent bien leur ouvrage parer. Baudewins de Sebourc fu assis au disner ; Et servis tèlement c’on ne porroit conter L’amour c’on lui monstra, à vrai considérer : L’uns le sert du mengier, li autres du vin cler. Ensi con il disnoient, volt ou palais monter ·j· gentis messagiers qui briés volt aporter : Où qu’il voit les barons, si les va saluer Et dist chuis Dame-Diex qui tout a à sauver, « Qui se laissa en crois traveillier et péner, « Il garice tout cheuls que je voi là ester ! « De par le roy de Franche, vieng si à vous parleir. » Wistaces respondi, qui n’i voilt arresteir : </poem> |valign=top| <poem> De natuur schonk hem zo'n overvloedige dauw Dat iedereen het kind liefhad met heel het hart en de gedachte. Rechtmatig was Boudewijn gezeten te Boulogne, Aan de tafel tijdens het eten, te midden van zijn goede vrienden: Goed werd hij door zijn broers geëerd en gediend. Zijn moeder bewijst hem eer, zowel in daden als in woorden, Heel vaak vraagt zij hem: “ vanwaar bent u, vriend? “ In wat voor een land is uw edele lichaam gevoed? “ Nu wist de edele Boudewijn niet wat te zeggen; Want omdat hij daar in zo'n groot aanzien stond, 1330 Schaamde hij zich om te zeggen: “ waarlijk, ik ben een verschoppeling, “ Ik weet niet wie ik ben, noch uit wat voor een land. “ Want het leek hem dat men hem dan voor minderwaardig zou houden. Dus zei hij tegen de koningin: “ vrouwe, bij Jezus Christus, “ Uit het graafschap Vlaanderen was mijn edele vader afkomstig. “ Helaas! Als hij had gezegd wat hem was geleerd, Dan had hij nu zijn moeder herkend, de koningin van waarde; Maar hij verwaardigde zich niet te zeggen hoe hij was gevoed, Omdat hij hierdoor door twee koningen zo werd gediend. Er zijn sommige mensen, zo heb ik horen vertellen, 1340 Die zich veel gewichtiger weten te gedragen dan ze zijn; Want het mooiste wil men immers altijd vanbuiten tonen. Menig handwerker verstaat de kunst zijn werk te versieren. Boudewijn van Sebourc was gezeten aan het diner; En zodanig gediend dat men het niet zou kunnen vertellen De liefde die men hem toonde, naar waarheid beschouwd: De een bedient hem met het eten, de ander met de klare wijn. Terwijl zij zo dineerden, wilde in het paleis omhooggaan Een edele boodschapper die brieven wilde brengen: Waar hij de baronnen ziet, gaat hij hen begroeten1350 En zei: “ Moge God de Heer, die alles moet redden, “ Die zich aan het kruis liet pijnigen en lijden, “ Al degenen beschermen die ik daar zie staan! “ Vanwege de koning van Frankrijk, kom ik zo tot u spreken. “ Wistaces, die niet wilde wachten, antwoordde: </poem> |}<noinclude></noinclude> 380zec4maigegalcu0ifwxd0gvf2zd0 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/500 104 88362 225663 2026-08-26T16:03:07Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225663 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Bien viengne li messages ! alés briefment disner, « Et après le mengier s’auérons, tout au cler, « Le mandement du roi qui tant fait à loer. « Sire, » dist li missages, « se fait à créanter, « On doit toutes besongnes laissier pour le disner. » Li messagiers de France fu servi noblement, Aussi fu Baudewins qui tant ot hardement. Et quant il ot souspris et béut du pieument, Baudewins a parlet, si que chascuns l’entent, Et dist : « or m’entendés, trestout communalment, « Roïne de Nimaie et vo fil ensément, « Et vous quens de Bollongne : vous aves ·j⋅ parent, « Frère au roy Alixandre et au roy Glorient, « Esmerés a à non, si con mes cors l’entent. Quant Rose oï le non de son fil, seulement, Elle chéi pasmée enmi le pavement ; Et quant se releva, si a dit hautement : « A ! Esmeret ! dist-elle, « con j’ai le coer dolent « De che c’on te perdi si très honteusement, « Par dedens Abilant le chité qui resplent ! « Dame, » dist Baudewins, « laissiés vous marrement, « Car Esmerés n’est mie perdus chertainement. « En vie le lassai, il n’a mie granment, « Par dedens Abilant, entre païène gent. « De par moi vous salue, sans nombre, vraiement ; « Si mande as ses ·ij· frères, qui chi sont en présent, « Qu’il voisent outre mer, à l’orrage et o vent, « Pour destruire Abilant ou jamais autrement, « Chertes, ne le verrés, né trestous si parent. « L’autr’ier li fist avoir très grant aliegement, « Car li Rouges-Lions, cui li corps Dieu cravent, « L’avoit mis en un lieu moult ort et moult pulent, « Avoec Elyénor qui l’aime loyaument ; « Dont il a ·j· enfant, par droit engenrement, « C’on claimme Julien en vrai baptisement, </poem> |valign=top| <poem> “ Welkom is de boodschapper! Ga snel eten, “ En na de maaltijd zullen wij in alle helderheid vernemen, “ Het bevel van de koning die zozeer geprezen moet worden. “ Heer “, zei de boodschapper, “ dat moet worden toegegeven, “ Men moet alle zaken achterlaten voor de maaltijd. “ 1360 De boodschapper van Frankrijk werd edel gediend, Evenzo Baudewijn die zoveel moed bezat. En toen hij spijs had gegeten en kruidenwijn had gedronken, Sprak Baudewijn, zodat iedereen hem kon horen, En zei: “ Luister nu naar mij, allemaal tezamen, “ Koningin van Nijmegen en uw zoon evenzo, “ En u, graaf van Boulogne: u heeft een bloedverwant, “ Broer van koning Alixandre en koning Glorient, “ Esmerés is zijn naam, voor zover ik weet. Toen Rose de naam van haar zoon hoorde, louter dat, 1370 Viel zij flauw, midden op de vloer; En toen zij weer opstond, zei zij met luide stem: “ Ach! Esmeret! “, zei zij, “ wat is mijn hart bedroefd “ Omdat men jou zo schandelijk heeft verloren, “ Binnen Abilant, de stad die schittert! “ Vrouwe “, zei Baudewijn, “ laat uw verdriet varen, “ Want Esmerés is zeker niet verloren. “ Levend heb ik hem achtergelaten, niet lang geleden, “ Binnen Abilant, te midden van het heidense volk. “ Namens mij groet hij u talloze malen, waarlijk; 1380 “ En hij beveelt zijn twee broers, die hier aanwezig zijn, “ Dat zij overzee trekken, door storm en wind, “ Om Abilant te vernietigen, want anders, “ Voorwaar, zult u hem nooit meer zien, noch al zijn verwanten. “ Onlangs bezorgde men hem een zeer grote verlichting, “ Want de Rode Leeuw, wiens lichaam God moge verpletteren, “ Had hem op een zeer vuile en zeer stinkende plek gezet, “ Samen met Elyénor die hem trouw liefheeft; “ Van wie hij een kind heeft, door wettige verwekking, “ Dat men Julien noemt in het ware doopsel, 1390 </poem> |}<noinclude></noinclude> r9xock1a268t9eu4egar50wgmj9czbr Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/501 104 88363 225664 2026-08-26T16:04:27Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225664 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Pour Julien d’Affrike qui prist no sacrament. « Et j prestres aussi i estoit vraiement. « En grant dolour estoient en le charcre au serpent ; « Or les fis l’autre jours mettre plus noblement, « Car en une tour sont, machonnée au chément, « S’ont assés à mengier de vin et de pieument. « Tout che ont-il éut pour che que j’eus couvent « Que je devoie là aleir hastéement, « Pour ochirrej lion qui trop hideusement « Essille le païs avironnéement : « Et sé je le pooie destruire nullement, « Li roys Rouges-Lyons en a fait sérement « Qu’il me déliveroit, à mon commandement, « Esmeret de Nimaie et sa soer au corps gent. « Et, par chellui seignour qui morut à tourment « En le saintisme crois pour nostre sauvement, « Jamais n’aresterrai, pour pluie nė pour vent, « Si m’arai au lion combatut tèlement « Que je le destruirai, sé Diex le me consent ; « Ou morir me fera, à dolour, cruelment. » Quant la royne l’ot, si grant pitié l’em prent Que le main de son fil basa si douchement ; Sé bien le cognéust, jà li baisast le dent. Puis li dist« chevaliers, je prie au Sapient « Qu’il vous voeille warder ! issi tré vraiement «Que je le servirai de coer dévotement. » Dont plora li roïne assés piteusement. « Elas ! » dist Glorians, « qu’il nous va malement « Que ne poons avoir de Gaufroi vengement ! « Par coi puisons aidier no frère douchement. « Diex nous en voeille aidier, à cui li mons apent ! Moult eurent grant merveille, li enfant la roïne, Quant d’Esmeret, leur frère, oïrent la rachine ; Qu’il estoit en prison, en terre Sarrasine, Et qu’il n’estoit pas mors de la gent Apoline : </poem> |valign=top| <poem> “ Voor Juliaan van Afrika die ons sacrament ontving, “ En er was ook waarlijk een priester bij. “ In groot verdriet zaten zij in de slangenkerker; “ Maar ik heb hen dezer dagen nobeler laten onderbrengen, “ Want in een toren zijn zij, gemetseld met cement, “ En zij hebben genoeg te eten, en wijn en kruidenwijn. “ Dit alles hebben zij gekregen omdat ik de belofte had gedaan “ Dat ik daar spoedig heen zou gaan, “ Om een leeuw te doden die zeer angstaanjagend “ Het omliggende land verwoest: 1400 “ En als ik hem op een of andere wijze zou kunnen vernietigen, “ Heeft de koning der Rode Leeuwen plechtig gezworen “ Dat hij, op mijn bevel, zou vrijlaten: “ Esmeret van Nijmegen en zijn zuster met het schone lichaam. “ En, bij de Heer die in foltering stierf “ Aan het allerheiligste kruis voor onze redding, “ Nooit zal ik rusten, niet voor regen en niet voor wind, “ Totdat ik zo met de leeuw heb gestreden “ Dat ik hem zal vernietigen, als God het mij toestaat; “ Of hij zal mij een wrede, pijnlijke dood bezorgen. “ 1410 Toen de koningin dit hoorde, greep zo'n groot medelijden haar Dat zij de hand van haar zoon zo zacht kuste; Als zij hem goed had herkend, had zij hem zeker op de mond gekust. Toen zei zij tegen hem: “ Ridder, ik bid tot de Alwijze “ Dat Hij u moge beschermen! Zo waarlijk “ Dat ik Hem vroom en met heel mijn hart zal dienen. “ Daarop weende de koningin zeer bitter. “ Helaas! “ zei Glorians, “ wat vergaat het ons slecht “ Dat wij geen wraak kunnen nemen op ! “ Waarmee we onze broeder zo teder zouden kunnen helpen. 1420 “ Moge God ons hierin helpen, aan wie de wereld toebehoort! “ Zeer grote verwondering hadden de kinderen van de koningin, Toen zij hoorden van de situatie van Esmeret, hun broeder; Dat hij gevangen zat in het land van de Saracenen, En dat hij niet dood was door toedoen van het volk van Apollo. </poem> |}<noinclude></noinclude> cpp3crzvxnxi0kc0cf2evhz6umeyfpc Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/502 104 88364 225665 2026-08-26T16:06:14Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225665 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Dieu en vont gratiant et la vertu divine. Wistaces commanda à sa gent palassine Qu’au messagier de France alaissent faire signe Qu’il est tamps et raysons que son message fine : « Je désire à savoir de ches dis la rachine. » Adon li messagiers, qui fu de franche orine, Vint par devant les pers et douchement s’encline Et dist : « seignour baron, li roys, où moult acline « D’onneur et de pochanche, qui les Fransoys doctrine, « Si vous mande par moi, par une lettre fine, « Que venés à Paris ; si vous donne termine « A ·j· soel mos de jour. S’aïés en vo saisine « Vo conseil, et si soient li fil de vo cousine, « La dame de Nimaie que Diex doinst bone estrine ; « Car li rois volt savoir poucoi monstrés haïne « A Gaufroy, le fellon, où trop monstrės keurine. » Et Glorians respont, qui blanche ot le poitrine : « Sé li roys voelt savoir le vrai de no couvine, « Il le serra moult bien s’il va à le divine ! » « Seignour, » dist li messages, « entendés mon avis : « Par moy vous va mandant, li roys de Saint-Denis, « Que vous alés à lui, n’i soïés contredis, « Et la royne Rose et trestous vous amis ; « Car Gaufer i serra qui est vous anemis. « Il voeilt oïr les fais, les débas, les escris, « Et li quelz a le tort et li quels fait le pis ; « La cause voeilt savoir, li riches roys gentis. « Si dist qui ara tort et qui ara mespris, « Il en jugera droit en le sale à Paris. » « Messagiers, » dist Wistaces, «li roys est moult gentis, « S’afiert bien car il soit à son mant obéis : « Dites-lui que g’irai volentiers, non envis, « Et qu’à Paris serai au jour qui est commis ; « Et si venra la dame aveukes ses ·ij· fiex. » « Sire, » dist li messages, « n’i soïés pas falis. » </poem> |valign=top| <poem> Zij danken God en de goddelijke deugd. Wistaces beval zijn hoflieden Dat zij de boodschapper van Frankrijk een teken moesten geven Dat het tijd en rede is dat zijn boodschap eindigt: “ Ik verlang de oorsprong van deze woorden te weten. “ 1430 Toen boog de boodschapper, die van edele afkomst was, Zich minzaam voor de pairs neer En zei: “ Heren baronnen, de koning, tot wie veel neigt “ Van eer en macht, die de Fransen regeert, “ Laat u door mij weten, via een fraaie brief, “ Dat u naar Parijs moet komen; hij geeft u als termijn “ Eén enkele maand vanaf vandaag. Zorg dat u in uw bezit heeft “ Uw raad, en laat daar ook de zonen van uw nicht bij zijn, “ De vrouwe van Nijmegen, moge God haar een goede gunst schenken; “ Want de koning wil weten waarom u haat toont 1440 “ Jegens Gaufroy, de feilloos boosaardige, op wie u te veel wrok koestert. “ En Glorians antwoordt, die een blanke borst had: “ Als de koning de waarheid van onze situatie wil weten, “ Zal hij dat zeer wel vernemen als hij te rade gaat bij het goddelijke! “ “ Heren, “ zei de boodschapper, “ luister naar mijn bericht: “ Via mij laat de koning van Saint-Denis u weten, “ Dat u naar hem toe moet gaan, spreek dit niet tegen, “ Samen met koningin Rose en al uw vrienden; “ Want Gaufroy zal daar zijn, die uw vijand is. “ Hij wil de feiten horen, de twisten, de geschriften, 1450 “ En wie er ongelijk heeft en wie het ergste heeft gedaan; “ De oorzaak wil hij weten, de machtige, edele koning. “ Hij zegt dat wie ongelijk heeft en wie misdaan heeft, “ Hij daarover recht zal spreken in de zaal te Parijs. “ “ Boodschapper, “ zei Wistaces, “ de koning is zeer edel, “ Het betaamt dus zeker dat zijn bevel wordt gehoorzaamd: “ Zeg hem dat ik vrijwillig zal gaan, niet met tegenzin, “ En dat ik in Parijs zal zijn op de vastgestelde dag; “ En zo zal de vrouwe meekomen met haar twee zonen. “ “ Heer, “ zei de boodschapper, “ laat hierin niet verstek gaan. “ 1460 </poem> |}<noinclude></noinclude> omf7ds3r34gnzy8xj9d0r0ivrpd0pl0 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/503 104 88365 225666 2026-08-26T16:07:55Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225666 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> A ches mos du palais s’est, li varlės, partis. Biaus dons li fu donnés des prinches seignouris, Vers France s’en reva joïans et esbaudis ; Et li baron demeurent ens ou palais toudis. La nuit fut Baudewins festés et conjoïs, Lendemain prist congiet, quant jour fu esclarchis : Pluseurs dóns li donna, la royne gentis, Mais retenir ne volt ·j· tout seul parisis. Et la roine Rose li a dit : « dous amis, « Je vous prie, pour Dieu qui en le crois fu mis, «Que de mon fil pensés en estrainge païs. « Sé li lions savages estoit par vous ochis, « A tous les jours du monde serroie vous amis. » « Frère, » che dist Wistaces, li chevaliers nouris, « Sé Jhesu-Crist se donne, qui en le crois fu mis, « Que Gaufrois fust d’acort à nous, par bon avis ; « En Abilant menroie plenté de mes subgis, « Ains iroie en Surie, en le terre au Persis, « Où Godefros, mes frères, a moult de chastiaus pris, « Et menroie mon frère et crestiens eslis « Jusques en Abilant, qu’Esmerés nous amis « Ne fust de la prison délivrés et ravis. « Mais chertes nous cuidiens qu’il fust pièche a fénis, « Encore en istera, le nobiles marchis ! » Chertes, il se dist voir, li contes postéis, Mais par Baudewin fu, qui tant estoit hardis, Qui conquist le lyon, qui tant fu agentis Qui vij ans ot gardet le sanc de Jhésu-Crist. Tout seus prist Abilant, s’ot les païens ocis, Ensi con vous orrés ; mais que je soie oïs. {{lijn|6em}} </poem> |valign=top| <poem> Na deze woorden is de schildknaap uit het paleis vertrokken. Mooie geschenken werden hem gegeven door de nobele vorsten, Naar Frankrijk keerde hij terug, opgetogen en verheugd; En de baronnen bleven nog steeds achter in het paleis. Die nacht werd Boudewijn feestelijk onthaald en met vreugde begroet, De volgende ochtend nam hij afscheid, toen de dag was aangebroken: Meerdere geschenken gaf de nobele koningin hem, Maar hij wilde er niet één enkele parisis van aannemen. En de koningin Rose zei tegen hem: “ lieve vriend, “ Ik bid u, bij God die aan het kruis is geslagen, 1470 “ Dat u aan mijn zoon denkt in dat vreemde land. “ Als de wilde leeuw door u zou worden gedood, “ Zou ik voor alle dagen van de wereld uw vriendin zijn. “ “ Broeder, “ sprak Wistaces, de welopgevoede ridder, “ Als Jezus Christus het toestaat, die aan het kruis is geslagen, “ Dat s het met ons eens wordt, door goed advies; “ Dan zou ik naar Abilant een schare van mijn onderdanen leiden, “ Eerder nog zou ik naar Syrië gaan, naar het land van de Perzen, “ Waar Godefros, mijn broer, vele kastelen heeft ingenomen, “ En ik zou mijn broer en uitverkoren christenen leiden 1480 “ Tot in Abilant, opdat Esmerés, onze vriend, “ Uit de gevangenis bevrijd en weggevoerd zou worden. “ Maar voorwaar, wij dachten dat hij al lang dood was, “ Toch zal hij er nog uitkomen, de nobele markies! “ Voorwaar, hij sprak de waarheid, de machtige graaf, Maar het kwam door Boudewijn, die zo dapper was, Die de leeuw overwon, die zo voortreffelijk was, Die zeven jaar lang het bloed van Jezus Christus had bewaakt. Geheel alleen nam hij Abilant in en had de heidenen gedood, Zoals u zult horen; mits ik wordt aanhoord. 1490 {{lijn|6em}} </poem> |}<noinclude></noinclude> m7bb0a47xa4zwc6g7kzu94ayhluvmnp Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/505 104 88366 225672 2026-08-26T16:16:15Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225672 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| !Brontekst !Vertaling |- |valign=top| {{c|{{xxxx-larger|'''LI ROMANS'''}}<br>{{larger|'''DE'''}}<br>{{xx-larger|'''BAUDUIN DE SEBOURC.'''}}}} {{lijn|5em}} {{c|{{larger|'''CHANT XVI.'''}}}} {{dhr|1.5em}} <poem> OR commenche materre et istoire de pris, Onkes si royaus libres ne fu par homme dis. Seignour, or escoutés glorieuse chanson : Baudewins de Sebourc qui tant ot de renon, Ains qu’isist de Bolongne, li prist avision Que volentiers iroit à Sebourc ou dongon ; Pour s’amie veioir, à le clère fachon, Et le gentil bastard qui puis ot tel renon Qu’il passa de proèce Rolant, le niés Karlon. Or dist qu’il cangeroit son abit et son non, Pour itant qu’en Hainnau ne le cognéust-on ; Car régnet i avoit, assés et à foison, Ensi qu’oït avés en se régnation. Pour lui à descognostre son corps et son faisson, Prist-il abit de mone et cote et caperon ; Et fist faire couronne sus son chief, ou moilon, A mannière de prestre et puis, prist ·j· gartson, Si le mist à cheval qu’il acheta moult bon. Congiet prist à Wistace, le nobile baron, Et au ber Gloriant, que Diex face pardon, Et au roy Alexandre d’Escoce le royon, A le royne Rose qui tant ot de renon. Quant il le virent monne, n’en font sé rire non ; Et Baudewins leur crie hautement au cler son : « Or, adieu, mi seignour ! adieu, mi compaingnon ! </poem> |valign=top| {{c|{{xxxx-larger|'''DE ROMANS'''}}<br>'''VAN'''<br>{{xx-larger|'''BAUDEWIJN VAN SEBOURG.'''}}}} {{lijn|5em}} {{c|{{larger|'''ZANG XVI.'''}}}} {{dhr|0.5em}}<poem> NU begint mijn stof en een verhaal van waarde, Nooit werd zo'n koninklijk boek door een man gesproken. Heren, luistert nu naar dit glorieuze lied: Boudewijn van Sebourc, die zo'n grote faam genoot, Voordat hij uit Boulogne vertrok, kreeg hij een visioen Dat hij graag naar Sebourc en de burchttoren wilde gaan; Om zijn geliefde te zien, met haar schone gezicht, En de edele bastaard die nadien zo'n grote faam kreeg Dat hij in dapperheid Roeland, de neef van Karel, overtrof. Nu zegt hij dat hij zijn gewaad en zijn naam zou veranderen, 10 Opdat men hem in Henegouwen niet zou herkennen; Want hij had er geregeerd, overvloedig en in overvloed, Zoals u gehoord heeft over zijn regeerperiode. Om zijn lichaam en zijn gedaante onherkenbaar te maken, Nam hij het gewaad van een moine aan, met pij en kap; En hij liet een tonsuur maken op zijn hoofd, in het midden, Op de wijze van een priester en nam vervolgens een knaap aan, Die hij op een paard zette dat hij zeer goed had gekocht. Afscheid nam hij van Eustaas, de edele baron, En van de dappere Gloriant, aan wie God vergeving schenke, 20 En van koning Alexander, de koning van Schotland, En van koningin Rose die zo'n grote faam genoot. Toen zij hem als monnik zagen, konden ze niets anders dan lachen; En Boudewijn riep hen luid toe met een heldere stem: “ Nu, vaarwel, mijn heren! vaarwel, mijn metgezellen ! </poem> |}<noinclude></noinclude> m8n5v9adm1b844d3bkqgrnqv8lr4mnb Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/506 104 88367 225673 2026-08-26T17:25:21Z Havang(nl) 4330 /* Proefgelezen */ 225673 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> {{iwpage|fr}} </poem> |valign=top| <poem> “ Voorwaar, ziehier een fraaie monnik om een gebed op te zeggen, “ Maar voorwaar, dat zou dan achterstevoren zijn. “ Nu vertrekt Boudewijn, gekleed als een monnik; Een knaap had hij, de edelman, op een grijs strijdpaard. In Vlaanderen zijn zij binnengegaan, het nobele land, 30 Aan de kant van Rijsel stak hij de Leie over; Gekomen is hij in Doornik, de edele ridder. God! Wat werd hij bekeken door groot en klein! En de een zei tegen de ander: “ ware Vader Jezus Christus, “ Wat is deze monnik groot, sterk, trots en edel! “ Wat is hij welgeschapen en uit het juiste hout gesneden “ Om de nonnen 's nachts in hun bed te sussen! “ Nu vertrekt Boudewijn als een ordemonnik; Hij trekt door Doornik, waarvan de stad goed is, Naar Sint-Amands kwam hij, naar de abdij is hij gegaan. 40 Hij ontmoette de abt en heel wat monniken, Toen boog de geduchte Boudewijn voor hen: “ Heer abt, “ zei de edelman, “ is mijn bed klaargemaakt? “ De abt zag dat hij groot was en vierkante vuisten had; Nooit vroeg hij: “ waar bent u aan verbonden? “ “ Noch van welke abdij, of uit welk erfgoed? “ Maar hij liep naar zijn teugel en zei tegen hem: “ stijg af, “ Bij het geloof in Sint Amand, u zult met mij dineren. “ Hij roept zijn knechten en zegt: “ kom naar voren, “ Neem deze goede paarden en zet ze op stal; 50 “ Ik wil dat ze genoeg stro en haver hebben. “ Boudewijn steeg af, met de abt is hij meegegaan; En de abt nam hem mee, die dapper en wijs was, Naar zijn hoofdkamer waar overvloed aan goederen was: Daar werd Boudewijn goed bediend en geëerd. Toen hij van de wijn gedronken had, was hij een stuk vrolijker; De abt vraagt hem: “ heer monnik, waar gaat u heen? “ En Boudewijn antwoordt, de kloeke ridder: “ Heer, “ zei Boudewijn, “ u zult het terstond weten, “ Voorwaar, wanneer ik naar onze plek ben teruggekeerd; 60 </poem> |}<noinclude></noinclude> qbi2hulbbpvz2wx5mih6t3j5tt2u2il 225729 225673 2026-08-27T08:40:41Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225729 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Chertes, véchi biau moisne pour dire ·j· orison, « Mais chertes che seroit à dire au reculon. » Or s’en va Baudewins comme moisnes vestis ; Un garson ot, li bers, dessus ·j· destrier gris. En Flandres sont entré, le nobile païs, Au lés par devers Lille passa outre le Lis ; Venus est à Tournai, li chevaliers gentis. Diex ! qu’il fut regardés de grans et de petis ! Et dist li un à l’autre : « vrais pères Jhésu-Cris, « Que chuis moisnes est grans, fors et fiers et franis ! « Qu’il est bien aprestés et bien quianevis « De rassaurre nonnains, par nuit, ens en leur lis ! » Or s’en va Baudewins comme moisnes rieulés ; Il trépasse Tournai, dont bonne est la chités, A Saint-Amant s’en vint, à l’abbie est alés. Il encontra l’albeit et des moisnes assés, Adont les enclina Baudewins li doubtés : « Dans albes, » dist li bers, « est mes lis ordenés ? » Li albes le vit grant, s’avoit les poins quarés ; Onques ne demanda : « où estes-vous rentés ? « N’en confaite albéie, ni en quels hirrités ? » Ains li vint à son frain, si li dist : « denscendés, « Foi que doy saint Amant, avoec moy souperés. » Il huche ses varlés, si dist : « avant venés, « Prendés ches bons chevaus et si les establés ; « De feurre et de l’avène voeil qu’il aient assés. » Baudewins descendi, o l’albet est alés ; Et li abbeis l’emmaine, qui fu prex et senés, Dedens se maistre chambre où des biens ot assés : Là fu bien, Baudewins, servis et honnerés. Quant il ot but de vin, si fut plus liés assés ; Li albes li demande : « dans mones, où alés ? » Et Baudewins respont, li chevaliers menbrés : « Sire, » dist Baudewins, « tout adès le sarés, « Chertes, quant je serai à no lieu retournés ; </poem> |valign=top| <poem> “ Voorwaar, ziehier een fraaie monnik om een gebed op te zeggen, “ Maar voorwaar, dat zou dan achterstevoren zijn. “ Nu vertrekt Boudewijn, gekleed als een monnik; Een knaap had hij, de edelman, op een grijs strijdpaard. In Vlaanderen zijn zij binnengegaan, het nobele land, 30 Aan de kant van Rijsel stak hij de Leie over; Gekomen is hij in Doornik, de edele ridder. God! Wat werd hij bekeken door groot en klein! En de een zei tegen de ander: “ ware Vader Jezus Christus, “ Wat is deze monnik groot, sterk, trots en edel! “ Wat is hij welgeschapen en uit het juiste hout gesneden “ Om de nonnen 's nachts in hun bed te sussen! “ Nu vertrekt Boudewijn als een ordemonnik; Hij trekt door Doornik, waarvan de stad goed is, Naar Sint-Amands kwam hij, naar de abdij is hij gegaan. 40 Hij ontmoette de abt en heel wat monniken, Toen boog de geduchte Boudewijn voor hen: “ Heer abt, “ zei de edelman, “ is mijn bed klaargemaakt? “ De abt zag dat hij groot was en vierkante vuisten had; Nooit vroeg hij: “ waar bent u aan verbonden? “ “ Noch van welke abdij, of uit welk erfgoed? “ Maar hij liep naar zijn teugel en zei tegen hem: “ stijg af, “ Bij het geloof in Sint Amand, u zult met mij dineren. “ Hij roept zijn knechten en zegt: “ kom naar voren, “ Neem deze goede paarden en zet ze op stal; 50 “ Ik wil dat ze genoeg stro en haver hebben. “ Boudewijn steeg af, met de abt is hij meegegaan; En de abt nam hem mee, die dapper en wijs was, Naar zijn hoofdkamer waar overvloed aan goederen was: Daar werd Boudewijn goed bediend en geëerd. Toen hij van de wijn gedronken had, was hij een stuk vrolijker; De abt vraagt hem: “ heer monnik, waar gaat u heen? “ En Boudewijn antwoordt, de kloeke ridder: “ Heer, “ zei Boudewijn, “ u zult het terstond weten, “ Voorwaar, wanneer ik naar onze plek ben teruggekeerd; 60 </poem> |}<noinclude></noinclude> tnf42o83ihvsoatp8e1iqkrs569fnui Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/378 104 88368 225674 2026-08-26T17:53:18Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 225674 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH||''Schilders en Schilderessen''.|339}}</noinclude><br>{{gap}}Wy hebben aangemerkt dat al een groot deel der Konstschilders, welker levensloop en Konstwerken wy beschreven hebben, Italien bezocht, merkelyk hun Konst verbetert, en weder te rug in hun Vaderlant gekeert, preuven van hun verbetering aan elk hebben doen zien.<br>{{gap}}’T is een groot behulp voor die zig in de Konst willen oeffenen, schoone voorbeelden tot leyding te hebben, daar Rome vol van is. Maar de bevindinge heeft ons ook doen zien, dat ’er velen ook zoo wys van daan gekomen zyn, als zy ’er na toe waren gegaan, en daar alle die hulpmiddelen om verstandig te worden, en een goed oordeel te bekomen: namelyk voorbeelden van brave mannen voor oogen te zien, en toegang tot de Hoogeschool der konsten en wetenschappen te hebben, geene veranderinge of verbeteringe hebben konnen aanbrengen.<br>{{gap}}De slypsteen kan het mes wel slypen: maar de snee daar aan niet geven als ’er geen staal in is. De Lezer, al is hy geen Edipus, zal licht raden wat ik hier door te kennen wil geven.<br>{{gap}}''Trage verstanden'' (zeit Cicero) ''vernoegen zig met lekende waterbeekjes, zonder naar de regte springaders, die alles voortbrengen, eens om te zien''.<br>{{gap}}Een lage geest vernoegt zig met het geringste in de Konst te behandelen, en gevoelt geen prikkeling van den Roem, daar deftige mannen hunne krachten om hebben afgeslooft, om boven anderen uit te steken. Hy verheft zig nooit uit die laagte, en hy bekreunt ’t zig niet dat een ander meer weet dan hy. Waarom zulk een Ezels aard, niet kan bekwaam gemaakt worden tot groote bedryven. Men mag daar omtrent proef<noinclude>{{RH||Y 2|ne-}}</noinclude> 79g1b5n2iv4p3jcuvei58o8qq3euit4 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/507 104 88369 225675 2026-08-26T17:54:10Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225675 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « A l’albeit de no lieu m’ière de vo loés, « Que de vous sui si bien servis et honnerés. « Ne me faut c’une coze ne fuisse respassés. » « Qu’est-che ?» che dist li abbes, « sé je puis, vous l’arés. » « Chertes, » dist Baudewins, « je voeil que me menés « Veioir de vous nonnains qui ches chus ont lardés ! » Quant li albes of Baudewin, le gerrier, Si en commenche à rire ; puis dist sans détrier : « Nous n’avons chi-à-val albie, né monstier, « Là où il i ait dames pour nous à resveillier ; « Mais à ches puchellètes qui l’erbes vont queillier, « A chelles nous convient nous déduis apaisier. « Cascuns n’a mie nonnes pour lui à soulatier ! » « Par Die, »dist Baudewins, qui coer ot de princhier, « Sé vous fuissiés venus à nou lieu herbegier, « Je vous éusse fait avoir, à vo couchier, « De la char de nonnain pour vous à donoier. » « Chertes, » che dist li albes, « je ferai tant trachier « Que vous arés à nuit le fille no fournier. » Baudewins de Sebourc, à le chière hardie, Fu la nuit bien servis, par dedens de l’abbie : Il mengna et si but de che bon vin sor lie, Au vespre li fist-on avoir une galie ; Droit ens u lit l’albeit cocha chelle nuittie. Au mattin se leva, que ne s’atarga mie, Tantost se fist houser, s’a se cote vestie ; Et li albeis li dist tantost à vois serie : « Ne dirés-vous pas messe ains vostre départie ? » « Nennil, »dist Baudewins, à le chière hardie, « Messe ne puis chanter, pour voir le vous affie, « Tant que j’arai esté à Romme, le garnie, « Querre absolution, el non sainte Marie, « Pour che que fis l’autr’ier trop grande gloternie. » « Hola ! » ce dist li albes, « plus ne m’en dites mie, « Vous estes bons compains, Jhésus-Cris vou bénie ! » </poem> |valign=top| <poem> “ Naar het oordeel van de abt van onze plaats zou ik uw lof beproeven, “ Omdat ik zo goed door u ben gediend en geëerd. “ Er ontbreekt mij slechts één ding om geheel hersteld te zijn. “ “ Wat is dat? “ zei de abt, “ als ik kan, zult u het krijgen. “ “ Zeker, “ zei Boudewijn, “ ik wil dat u mij meeneemt “ Om die nonnen van u te zien die deze kolen met spek hebben bereid! “ Toen de abt Boudewijn, de krijger, hoorde, Begon hij te lachen; daarna zei hij zonder uitstel: “ We hebben hier beneden geen abdij, noch klooster, “ Waar er dames zijn om ons wakker te houden; 70 “ Maar met deze jonge meisjes die kruiden gaan plukken, “ Met hen moeten wij onze lusten stillen. “ Ieder heeft immers geen nonnen om zich mee te vermaken! “ “ Bij God, “ zei Boudewijn, die het hart van een prins had, “ Als u in onze plaats was komen logeren, “ Zou ik ervoor hebben gezorgd dat u, bij het slapengaan, “ Het vlees van een nonnnetje had gekregen om het hof te maken. “ “ Zeker, “ zei de abt, “ ik zal zo hard laten zoeken “ Dat u vannacht de dochter van onze bakker zult hebben. “ Boudewijn van Sebourc, met het moedige gelaat, 80 Werd die nacht goed bediend, diep binnen de abdij: Hij at en hij dronk van die goede wijn op de droesem, In de avond bezorgde men hem een vrolijke deerne; Recht in het bed van de abt legde zij zich die nacht neer. 's Morgens stond hij op, zonder te dralen, Liet meteen zijn laarzen aantrekken en trok zijn jas aan; En de abt zei toen tegen hem met een ernstige stem: “ Zult u geen mis zingen voor uw vertrek? “ “ Welnee, “ zei Boudewijn, met het moedige gelaat, “ De mis kan ik niet zingen, dat verzeker ik u naar waarheid, 90 “ Totdat ik in het rijke Rome ben geweest, “ Om absolutie te vragen in de naam van de heilige Maria, “ Omdat ik onlangs een te grote zonde van gulzigheid heb begaan. “ “ Hola! “ zei de abt, “ zeg me er niets meer over, “ U bent een goede metgezel, moge Jezus Christus u zegenen! “ </poem> |}<noinclude></noinclude> f56en0tya87dc8tsc5cz7oz3iq2c0fi Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/508 104 88370 225676 2026-08-26T17:56:07Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225676 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Et Baudewins monta ou destrier de Surie, A le voie se mist, si passe le chaucie. Ensément cunchia l’albeit de l’albéie. « Sire, » dist li varlés, « vous faites grant folie « Qu’à moisnes vous tenés et si ne l’estes mie. « Je croi que ne savés ·j· sol mot de clergie ? » Et Baudewins respont : « voir, je ne sai demie ; « Mais ensi aprent-on des moisnes le maistrie. « Ch’est trop mauvais vinages d’avoir une albéie « Près de lui vraiement, car par eus est honnie « Mainte noble puchelle, de s’onneur abaissie ; « Les femmes des borgois en ont bien leur partie ! « Or ai-je tout saïet, fort mort, à cheste fie. » Or s’en va Baudewins qui tant ot de renon : Il avoit noire coite, à tout le chaperon, Il resambloit bien moisnes d’une religion ; Jusques à Valenchiènes ne fist arrestison, Ou marchiet s’ostela à ·j· hostel moult bon, L’oste qui fu laiens appelloit-on Symon. Maint jour avoit esté, li bers, en se maison : Quant Baudewins estoit en prédication, Séneschaus de Hainnau, le noble région, Tout adès repairroit en chelle mantion ; L’oste ot mis à honnour, donnet li ot maint don. Li hoste fu à l’uis, si s’escrie à haut ton : « Or cha, sire, » fait-il, « descendés à bandon, « Chaiens serés servis à vo devision ; « Vous i arès bon vin, boin pain et bon pisson. » « Hostes, » dist Baudewins, « bien prisier le doit-on, « Mais que je puisse avoir à vespre venison. » Tout droit à Valenchiènes est Baudewins venus, Chiés son hoste Symon, qu’estre devoit ses drus : Mais onques Baudewins n’i feu reconnéus. « Hė ! Diex, » dist Baudewins, « biaus pères de lassus, « Quant ensi me cangai, che fu un bons argus ! </poem> |valign=top| <poem> En Boudewijn steeg op het strijdpaard van Syrië, Bezag de weg en reed de verhoogde weg op. Zo verschalkte hij de abt van de abdij. “ Heer, “ zei de knaap, “ u begaat een grote dwaasheid “ Dat u zich voor monnik houdt, terwijl u dat helemaal niet bent. 100 “ Ik geloof dat u geen enkel woord van de geestelijke geleerdheid kent? “ En Boudewijn antwoordt: “ Waarlijk, ik ken er nog geen halve van; “ Maar zo leert men het gezag over de monniken. “ Het is een zeer slechte zaak om een abdij “ Vlakbij zich te hebben, want door hen wordt onteerd “ Menige nobele maagd, en in haar eer gekwetst; “ De vrouwen van de burgers hebben er ook hun deel aan! “ Nu ben ik er helemaal door getroffen, doodop, voor deze keer. “ Nu vertrekt Boudewijn, die zo'n grote naam had: Hij droeg een zwarte pij, compleet met kap, 110 Hij leek wel een monnik uit een kloosterorde; Tot aan Valenciennes maakte hij geen oponthoud, Op de markt nam hij zijn intrek in een zeer goede herberg, De waard die daarbinnen was, noemde men Simon. Menig dag had hij verbleven, de edele held, in zijn huis: Wanneer Boudewijn op veldtocht was, Als seneschalk van Henegouwen, die nobele regio, Keerde hij telkens weer terug naar dit verblijf; De waard had hij in eer hersteld en hem menig geschenk gegeven. De waard stond bij de deur en riep met luide stem: 120 “ Kom hier, heer, “ zei hij, “ stijg gerust en vrijelijk af, “ Hierbinnen zult u bediend worden naar uw eigen wens; “ U zult hier goede wijn krijgen, goed brood en goede vis. “ “ Waard, “ zei Boudewijn, “ men moet dat zeker prijzen, “ Als ik vanavond maar wildbraad kan krijgen. “ Rechtstreeks naar Valenciennes is Boudewijn gekomen, Bij zijn waard Simon, die zijn vertrouweling hoorde te zijn: Maar Boudewijn werd er door niemand herkend. “ Ach! God, “ zei Boudewijn, “ mooie Vader hierboven, “ Toen ik mij zo vermomde, was dat een slimme list! 130 </poem> |}<noinclude></noinclude> i4macqkz0y0fql6irddan1zryj6ss49 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/509 104 88371 225677 2026-08-26T17:58:38Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225677 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> {{iwpage|fr}} </poem> |valign=top| <poem> “ Nu kan ik overal gaan zonder te worden betrapt; “ Want als men mij zou kennen, werd ik opgehangen.” Met de waard at hij, zodat er geen argwaan zou zijn En hij zich overal vrijelijk kon begeven, hoog en laag. De waard kijkt naar hem, hij was zwijgzaam en stil: “ Waard, “ zei Boudewijn, “ denk er om Gods wil niet meer aan, “ Ik geloof dat u hem zult hebben, hij is geenszins verloren! “ “ Waarlijk, “ zo sprak de waard, “ als u niet gekleed was “ In de klederen van de abdij waaruit u bent voortgekomen, “ Zou u sprekend lijken, bij God die werd verkocht, 140 “ Op een edele jongeman die sinds lange tijd verloren is; “ Waarom de graaf van Vlaanderen om hem in toornis ontstoken, “ En om hem te gaan zoeken, is het al zes jaar of langer “ Dat hij niet meer van het paard is gestegen waarvan hij de heer is. “ De heer van Sebourc, die zo krachtig gebouwd is, “ Ging met hem mee; hij is nog niet teruggekeerd. “ En deze edele jongeling — moge Jezus hem bijstaan “ En zijn ziel troosten als hij dood of verdoemd is — “ Leek sprekend op u, ik heb het heel goed opgemerkt, “ Want hij was even groot als u bent, of groter. “ 150 Toen lachte Boudewijn, die fijne tanden had. De nacht werd Boudewijn rijk herbergzaam onthaald, Vanaf toen tot de ochtend, toen de dag aanbrak, Dat de jongeling gekleed en geschoeid is; Waarop zijn paard zeer goed voor hem werd gezadeld. Hij betaalt de waard bij het vertrek, want hij was zeer voldaan, Toen steeg hij te paard en nam hij afscheid. Richting Sebourc gaat hij, hij raakte de weg niet kwijt, Want hij kende daar de gronden en de lenen zeer goed, De bossen en de rivieren, de wateren en de waterlopen. 160 Toen werd Boudewijn een klein beetje vrolijker: “ Ach, land! “ zei hij, “ zo prachtig opgebouwd! “ Er is geen bos, noch moeras, noch struikgewas, nieuw of oud, “ Waar ik niet menige nacht behaaglijk heb doorgebracht, “ Terwijl men dacht dat ik te bed lag, </poem> |}<noinclude></noinclude> 7jhwud0t0gyq7qca55el08nz1lty1ml 225730 225677 2026-08-27T08:41:15Z Havang(nl) 4330 225730 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Or puis partout aler sans estre déchéus ; « Car s’on me connissoit, je seroie pendus. Aveuc l’oste soupa, par coi ne soit abus Et qu’il s’en puist embatre tout partout sus et jus. Li hostes le regarde, si fu taisans et mus : « Hostes, » dist Baudewins, « pour Dieu n’i pensés plus, « Je croi que vous l’arés, il n’est mie perdus ! » « Chertes, » che dist li hostes, « sé ne fuissiés vestus « De drais de l’abéye dont vous estes issus, « Vous ressamblissiés bien, par Dieu qui fu vendus, « ·j· nobel damoisel qui est pièche a perdus ; « Dont li contes de Flandres fuit pour lui irascus, « Et pour lui aler querre, i a ·vj· ans ou plus « Qu’il ne fuit chí-à-val dont sires est tenus. « Le sire de Sebourc, qui tant par est menbrus, « Ala aveukes lui ; encore n’est revenus. « Et chuis frans damoisaus, qu’aidier voelle Jhésus « Et conforter à l’âme s’il est mors ou confus, « Vous resambloit moult bien, bien m’en sui perchéus, « Car ossi grant estoit que vous estes, ou plus. Adont rist Baudewins qui les dens ot menus. La nuit fu Baudewins richement herbergiés, Dės-si jusqu’à matin, que jours fu esclairiés, Que li demoiseus est vestus et chauciés ; Dont, li fu ches chevaus moult bien apparelliés. L’oste paye, au partir, car bien en fu aisiés, Puis monta à cheval, si fu pris li congiés. Devers Sebourc s’en va pas ne fu desvoïés, Car il i savoit bien les tères et les fiés, Les bois et les rivières, les aigue et les biés. Adont s’est Baudewins ·j· petit renvoisiés : « Ahi ! païs, » dist-il, « trè bien édifiés ! « N’i a bois, né croilières, né buissons, noef né viés, « Là où je n’aie esté mainte nutie aisiés ! « En esteit c’on cuidoit que je fuisse cochiet, </poem> |valign=top| <poem> “ Nu kan ik overal gaan zonder te worden betrapt; “ Want als men mij zou kennen, werd ik opgehangen.” Met de waard at hij, zodat er geen argwaan zou zijn En hij zich overal vrijelijk kon begeven, hoog en laag. De waard kijkt naar hem, hij was zwijgzaam en stil: “ Waard, “ zei Boudewijn, “ denk er om Gods wil niet meer aan, “ Ik geloof dat u hem zult hebben, hij is geenszins verloren! “ “ Waarlijk, “ zo sprak de waard, “ als u niet gekleed was “ In de klederen van de abdij waaruit u bent voortgekomen, “ Zou u sprekend lijken, bij God die werd verkocht, 140 “ Op een edele jongeman die sinds lange tijd verloren is; “ Waarom de graaf van Vlaanderen om hem in toornis ontstoken, “ En om hem te gaan zoeken, is het al zes jaar of langer “ Dat hij niet meer van het paard is gestegen waarvan hij de heer is. “ De heer van Sebourc, die zo krachtig gebouwd is, “ Ging met hem mee; hij is nog niet teruggekeerd. “ En deze edele jongeling — moge Jezus hem bijstaan “ En zijn ziel troosten als hij dood of verdoemd is — “ Leek sprekend op u, ik heb het heel goed opgemerkt, “ Want hij was even groot als u bent, of groter. “ 150 Toen lachte Boudewijn, die fijne tanden had. De nacht werd Boudewijn rijk herbergzaam onthaald, Vanaf toen tot de ochtend, toen de dag aanbrak, Dat de jongeling gekleed en geschoeid is; Waarop zijn paard zeer goed voor hem werd gezadeld. Hij betaalt de waard bij het vertrek, want hij was zeer voldaan, Toen steeg hij te paard en nam hij afscheid. Richting Sebourc gaat hij, hij raakte de weg niet kwijt, Want hij kende daar de gronden en de lenen zeer goed, De bossen en de rivieren, de wateren en de waterlopen. 160 Toen werd Boudewijn een klein beetje vrolijker: “ Ach, land! “ zei hij, “ zo prachtig opgebouwd! “ Er is geen bos, noch moeras, noch struikgewas, nieuw of oud, “ Waar ik niet menige nacht behaaglijk heb doorgebracht, “ Terwijl men dacht dat ik te bed lag, </poem> |}<noinclude></noinclude> lhu3dib0cytmx7uv7febq7hi4thow6k Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/510 104 88372 225678 2026-08-26T18:00:41Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225678 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> {{iwpage|fr}} </poem> |valign=top| <poem> “ Ik was daar ginds diep in het zuiden zeer druk bezet. “ Ik verwekte er dertig bastaarden die ik maar heel weinig heb geholpen, “ Maar als ik door God, of door rijkdom, gezegend was, “ Dan zou ik hen nog opzoeken en in ere houden; “ Maar een arme man doet nu eenmaal vaak slechte zaken. “ 170 Boudewijn van Sebourc aarzelde daar niet, Naar het kasteel van Sebourc is hij snel gekomen: De voorburcht passeerde hij, zonder dat iemand het hem verbood, Hij is gekomen bij de toren die bijzonder hoog is; Hij ziet aan een venster gracieus gezeten Een edele jonkvrouw die in de bloei van haar jeugd was, Een kleine schildknaap stond op dit moment aan haar zijde, Het mooiste gezichtje dat er onder het hemelfirmament bestond. Boudewijn riep met luide en heldere stem: “ Maagd, moge Hij u behoeden aan wie de wereld toebehoort! 180 “ Zou ik daarboven onderdak of verblijf kunnen krijgen? “ Ik kom terug van overzee, en voorwaar, ik heb weinig geld, “ Ik heb daar uw vader gezien, nog niet zo lang geleden, “ En de graaf van Vlaanderen met zijn trotse houding; “ Zij verkeren in goede staat en in goede gezondheid. “ Toen de jonkvrouw dit hoorde, stond zij snel op, Naar haar moeder is zij gegaan en sprak luidkeels: “ Vrouwe, kijk daar, een monnik die daar beneden op u wacht, “ Hij komt van overzee; en hij zegt naar waarheid “ Dat hij daar mijn vader heeft gezien, die zoveel wijsheid bezit, 190 “ En de graaf van Vlaanderen en al hun manschappen. “ Hij vraagt om onderdak in de naam van de almachtige God. “ “ Snel dan, “ sprak de vrouwe die schitterde van schoonheid, “ Laat de poort openen in de naam van het sacrament, “ Hij zal u nieuws vertellen waarnaar ik vurig verlang. “ Toen daalde de jonkvrouw uit de toren af, Zij kwam zelf de poort zachtjes openmaken, Daarna sprak zij Boudewijn zeer vriendelijk toe: “ Heer, ons kasteel staat tot uw beschikking. “ Om Gods wil, hoe maakt mijn vader het met zijn trotse houding? “ 200 </poem> |}<noinclude></noinclude> nap32p4n1sxba28vecy2ncz1ku8mfli 225731 225678 2026-08-27T08:42:04Z Havang(nl) 4330 225731 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « J’estoie si-à-val forment ensonniés. « G’i fis ·xxx· bastars que j’ai moult poi aidiés, « Mais sé de Dieu estoie, né de riquetse, aisies, « Encore les verroie et aroie prisiés ; « Mais ·j· povres hons fait moult de mauvais marchiés. » Baudewins de Sebourc n’i fist arrestement, Au chastel de Sebourc est venus vistement : Le basse-court passa, que nuls ne lui deffent, Venus est a le tour qui haute est durement ; Voit à une fenestre séan joliement Une noble dansèle qui fu de biau jouvent, ·j· valeton petit delės li en présent, Le plus bel figuret qui fust el firmament. Baudewins s’escria à se vois clèrement : « Puchelle, chuis vo gart à cui li mons apent ! « Porroie avoir hostel lassus ou mandement ? « Je revien d’outre-mer, chertes s’ai poy d’argent, « G’i vi le vostre père il n’a mie granment « Et le conte de Flandres au fier contenement ; « Il sont en bon estaet et en bon couvenent. » Quant le dansèle l’ot, dont se leva briément, A sa mère est venue, si li dist hautement : « Dame, vés-cha ·j· mone qui là-jus vous atent, « Il vient d’outre le mer ; et si dist vraiement « Qu’il i vit le mien père qui tant a d’essient « Et le conte de Flandres et trestoute lor gent. « Il demande l’ostel pour Die omnipotent. » « Or tost, » che dist la dame qui de biauté resplent, « Faites ouvrir le porte ou non du sacrament, « Novelles vous dira que je désir forment. » Adont la damoisèle jus de la tour descent, Méïsmes vint ouvrir le porte douchement, Puis dist à Baudewin moult gratieusement : « Sire, nous chastiaus est à vo commandement. « Pour Dieu, que fait mes pères au fier contenement ? » </poem> |valign=top| <poem> “ Ik was daar ginds diep in het zuiden zeer druk bezet. “ Ik verwekte er dertig bastaarden die ik maar heel weinig heb geholpen, “ Maar als ik door God, of door rijkdom, gezegend was, “ Dan zou ik hen nog opzoeken en in ere houden; “ Maar een arme man doet nu eenmaal vaak slechte zaken. “ 170 Boudewijn van Sebourc aarzelde daar niet, Naar het kasteel van Sebourc is hij snel gekomen: De voorburcht passeerde hij, zonder dat iemand het hem verbood, Hij is gekomen bij de toren die bijzonder hoog is; Hij ziet aan een venster gracieus gezeten Een edele jonkvrouw die in de bloei van haar jeugd was, Een kleine schildknaap stond op dit moment aan haar zijde, Het mooiste gezichtje dat er onder het hemelfirmament bestond. Boudewijn riep met luide en heldere stem: “ Maagd, moge Hij u behoeden aan wie de wereld toebehoort! 180 “ Zou ik daarboven onderdak of verblijf kunnen krijgen? “ Ik kom terug van overzee, en voorwaar, ik heb weinig geld, “ Ik heb daar uw vader gezien, nog niet zo lang geleden, “ En de graaf van Vlaanderen met zijn trotse houding; “ Zij verkeren in goede staat en in goede gezondheid. “ Toen de jonkvrouw dit hoorde, stond zij snel op, Naar haar moeder is zij gegaan en sprak luidkeels: “ Vrouwe, kijk daar, een monnik die daar beneden op u wacht, “ Hij komt van overzee; en hij zegt naar waarheid “ Dat hij daar mijn vader heeft gezien, die zoveel wijsheid bezit, 190 “ En de graaf van Vlaanderen en al hun manschappen. “ Hij vraagt om onderdak in de naam van de almachtige God. “ “ Snel dan, “ sprak de vrouwe die schitterde van schoonheid, “ Laat de poort openen in de naam van het sacrament, “ Hij zal u nieuws vertellen waarnaar ik vurig verlang. “ Toen daalde de jonkvrouw uit de toren af, Zij kwam zelf de poort zachtjes openmaken, Daarna sprak zij Boudewijn zeer vriendelijk toe: “ Heer, ons kasteel staat tot uw beschikking. “ Om Gods wil, hoe maakt mijn vader het met zijn trotse houding? “ 200 </poem> |}<noinclude></noinclude> 3u2kfln8fo1tc70kzg8hin3ldj8rzpe Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/511 104 88373 225679 2026-08-26T18:03:34Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225679 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Bèle, »dist Baudewins qui tant ot hardement, « Dame, quant je le vi, je vous ai en couvent « Saus estoit et haitiés et plains de bon talent. » « Sire, » dist le dansèle, « Diex le gart de tourment ! « Et vous aussi, biau sire, qui venés chi parent. » Adont, li frans vassaus de son chaval descent ; Il fu aparilliés qui le prist vistement Et qui droit à l’estable le mena douchement. Et Baudewin monta droit ens ou pavement. Atant ès-vous le dame du noble chasement. Qui l’enfant amenoit, par le main, liement ; Et dist à Baudewin, quant le vit en présent : « Sires, » bien viengiés-vous, par Dieu omnipotent ! « Pour Dieu, d’ont venés-vous ? ne me chélés noient. « Vous avès bien pensé de vous chertainement, « Car poi estes hallés de vis et de jouvent ; « Mal pert à vo viaire que n’aïés point d’argent. « Sire, » che dist la dame qui belle ot le fasson, « Vous n’estes pas hallés de bouche et de menton, « Ains estes bien à vous et cras comme motton. » « Dame, » dist Baudewins, « jone gent par raison « Poèent porter des maus et painnes à foison ! « Et s’ai estet à Romme une longe saison, « Aveukes un mien oncle, cardinal d’Avignon. « Au pape ai empétré, par supplication, « Une moult bèle coze : car j’ai commission « Et si en ai les bulles sans nulle suspechon, « Que j’ai force et pooir et domination « Que tout chil qui à mi feront confession ; « Et fuissent mordréur, omichide, et laron, « Faus-monoïer, sorchier, gens de mauvais renon, « Quel péchiet c’on ait fait, tant soit outre rayson, « J’en puis aussi trè bien donner absolution « Comme fait l’apostoles qui maint ou Pré-Noiron. « Et porrai tenir siège, dedens ma région, </poem> |valign=top| <poem> “ Schone, “ sprak Boudewijn, die zoveel moed bezat, “ Dame, toen ik hem zag, heb ik u beloofd Dat hij veilig was, gezond en vol goede moed. “ “ Heer, “ sprak de jonkvrouw, “ moge God hem behoeden voor kwelling! “ En u ook, schone heer, die hier als verwant verschijnt. “ Toen steeg de edele vazal van zijn paard af; Er stond iemand klaar die het snel aannam En die het recht naar de stal leidde, heel zachtmoedig. En Boudewijn liep rechtstreeks over de stenen vloer omhoog. En zie daar de dame van het nobele leengoed, 210 Die het kind meenam, bij de hand, heel vrolijk; En zij sprak tot Boudewijn, toen zij hem in levenden lijve zag: “ Heer, wees welgekomen, bij de almachtige God! “ Om Gods wil, vanwaar komt u? Verberg mij niets. “ U heeft zeker goed voor uzelf gezorgd, “ Want u bent weinig getraand van gezicht en jeugd; “ Aan uw gelaat is nauwelijks te zien dat u geldgebrek had. “ Heer, “ zo sprak de dame met de schone gestalte, “ U bent rond de mond en de kin niet getraand door het weer, “ Integendeel, u bent goed gezond en zo vet als een schaap. “ 220 “ Dame, “ sprak Boudewijn, “ jonge mensen kunnen immers “ Teisteringen en ontberingen in overvloed verdragen! “ En ik ben een lange tijd in Rome geweest, “ Samen met een oom van mij, de kardinaal van Avignon. “ Bij de paus heb ik, door een smeekbede, “ Een zeer schone zaak verkregen: want ik heb de volmacht “ En ik bezit er de bullen van, zonder enige twijfel, “ Dat ik de kracht, de macht en de autoriteit heb “ Over allen die bij mij te biecht zullen gaan; “ En al waren zij moordenaars, doodslagers en dieven, “ Valsmunters, heksen of mensen met een slechte naam, “ Welke zonde men ook heeft begaan, hoe buitensporig ook, “ Ik kan hen net zo goed de absolutie schenken “ Als de paus doet, die op de Vaticaanse heuvel resideert. “ En ik zal mijn zetel mogen houden binnen mijn regio, “ 230 </poem> |}<noinclude></noinclude> 0cyenm74fbbsyihoik9al8ttye6vkgj Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/512 104 88374 225680 2026-08-26T18:06:32Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225680 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Aussi bien que li papes, que Diex fache pardon, « Pour tous pièkeurs remettre à lor sauvation. « Pour che l’a fait, li papes, que chil de che royon « Estoient lonc de Romme, aleir n’i pooit-on. « Or ai belle franquise et que prisier doit-on, « Si en ai, en mon coer, grant consolation. « N’ai trouvei albéye, entour ni environ, « Où je n’aie trouveit gent de religion « Qui m’ont bien festoïet et donnet, à foison, « A boire et à mengier pain et vin et poisson ; « S’ai venu à loisier, moy et le mien gartson, « A petites journées, à grande pention. « Et qui pense de lui, miex l’en est par rayson, « Car moult amende l’omme la bonne norrechon. » « Sire, » che dist la dame, « vous dites vérité, « Si avés, par me foi, biau joeil empétré « Qu’ensi poés rassourre sainte crestiéneté. « Chertes, li grant piécheur estoient moult lassé « D’aleir jusques à Romme, chelle noble chité ! « Si sui lie à mon coer que vous ai hostelė, « Car je parrai à vous, ains demain la vespré ; « Et si ferrai nonchier, sé il vous vient à gré, « Demain à no monstier et dire à no curé « Qu’à ches parrochiens die la dignité « Que vous avés à Romme au saint-pière empétré. » « Dame, » dist Baudewins, « à vostre volentė. » « Sire, » che dist la dame, »or ne m’aïés chélé, « De mon seigneur me dites le pure vérité ; « Quant le véistes-vous, ni en confait régné ? » « Dame, » dist Baudewins, « je le vi en santé. « Devant Acre, le grant, ot-il le corps navré, « Mais chertes il gari, car je le vi levé ; « Et le conte de Flandres vi-je à son costé. a Sé cuidasse venir en icheste conté, « J’en éusse aporté ·j· escript saiëlė ; </poem> |valign=top| <poem> “ Net zo goed als de paus, mag God vergeving schenken, “ Om alle zondaars terug te brengen tot hun redding. “ Daarom heeft de paus het gedaan, omdat die van dit rijk “ Ver van Rome woonden, men kon er niet heen gaan. “ Nu heb ik een mooi privilege dat men waarderen moet, 240 “ En ik vind daar, in mijn hart, grote troost in. “ Ik heb geen abdij gevonden, hier in de buurt of omstreken, “ Waar ik geen religieuze mensen heb aangetroffen “ Die mij goed hebben ontvangen en in overvloed hebben gegeven, “ Te drinken en te eten: brood en wijn en vis; “ Zo ben ik op mijn gemak gereisd, ik en mijn schildknoot, “ Met korte dagreizen, tegen grote uitgaven. “ En wie goed voor zichzelf zorgt, vaart daar doorgaans wel bij, “ Want een goede verzorging doet de mens zeer veel goeds. “ “ Heer, “ zo sprak de dame, “ u spreekt de waarheid, 250 “ U heeft, bij mijn geloof, een mooi kleinood verkregen “ Waarmee u zo de heilige christenheid kunt redden. “ Zeker, de grote zondaars waren doodvermoeid “ Van het reizen tot aan Rome, die edele stad! “ Dus ben ik blij in mijn hart dat ik u onderdak heb geboden, “ Want ik zal met u spreken, nog vóór de avond van morgen; “ En ook zal ik het laten verkondigen, als het u schikt, “ Morgen in onze kerk, en tegen onze pastoor zeggen “ Dat hij tegen de parochianen moet spreken over de waardigheid “ Die u in Rome van de heilige vader heeft verkregen. “ 260 “ Dame, “ zei Boudewijn, “ zoals u het wenst. “ “ Heer, “ zo sprak de dame, “ verberg het nu niet voor mij, “ Vertel mij over mijn heer de zuivere waarheid; “ Wanneer heeft u hem gezien, en in wat voor toestand regeert hij? “ “ Dame, “ zei Boudewijn, “ ik heb hem in goede gezondheid gezien. “ Voor Acre, de grote stad, raakte zijn lichaam gewond, “ Maar zeker, hij is genezen, want ik zag hem weer op de been; “ En de graaf van Vlaanderen zag ik aan zijn zijde. “ Als ik had geweten dat ik naar dit graafschap zou komen, “ Zou ik een verzegeld schrijven van hem hebben meegebracht; 270 </poem> |}<noinclude></noinclude> 7rw4dygbkf0gl6eegvtub0kd0bnqxmv 225681 225680 2026-08-26T18:10:09Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225681 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Aussi bien que li papes, que Diex fache pardon, « Pour tous pièkeurs remettre à lor sauvation. « Pour che l’a fait, li papes, que chil de che royon « Estoient lonc de Romme, aleir n’i pooit-on. « Or ai belle franquise et que prisier doit-on, « Si en ai, en mon coer, grant consolation. « N’ai trouvei albéye, entour ni environ, « Où je n’aie trouveit gent de religion « Qui m’ont bien festoïet et donnet, à foison, « A boire et à mengier pain et vin et poisson ; « S’ai venu à loisier, moy et le mien gartson, « A petites journées, à grande pention. « Et qui pense de lui, miex l’en est par rayson, « Car moult amende l’omme la bonne norrechon. » « Sire, » che dist la dame, « vous dites vérité, « Si avés, par me foi, biau joeil empétré « Qu’ensi poés rassourre sainte crestiéneté. « Chertes, li grant piécheur estoient moult lassé « D’aleir jusques à Romme, chelle noble chité ! « Si sui lie à mon coer que vous ai hostelė, « Car je parrai à vous, ains demain la vespré ; « Et si ferrai nonchier, sé il vous vient à gré, « Demain à no monstier et dire à no curé « Qu’à ches parrochiens die la dignité « Que vous avés à Romme au saint-pière empétré. » « Dame, » dist Baudewins, « à vostre volentė. » « Sire, » che dist la dame, »or ne m’aïés chélé, « De mon seigneur me dites le pure vérité ; « Quant le véistes-vous, ni en confait régné ? » « Dame, » dist Baudewins, « je le vi en santé. « Devant Acre, le grant, ot-il le corps navré, « Mais chertes il gari, car je le vi levé ; « Et le conte de Flandres vi-je à son costé. a Sé cuidasse venir en icheste conté, « J’en éusse aporté ·j· escript saiëlė ; </poem> |valign=top| <poem> “ Net zo goed als de paus, mag God vergeving schenken, “ Om alle zondaars terug te brengen tot hun redding. “ Daarom heeft de paus het gedaan, omdat die van dit rijk “ Ver van Rome woonden, men kon er niet heen gaan. “ Nu heb ik een mooi privilege dat men waarderen moet, 240 “ En ik vind daar, in mijn hart, grote troost in. “ Ik heb geen abdij gevonden, hier in de buurt of omstreken, “ Waar ik geen religieuze mensen heb aangetroffen “ Die mij goed hebben ontvangen en in overvloed hebben gegeven, “ Te drinken en te eten: brood en wijn en vis; “ Zo ben ik op mijn gemak gereisd, ik en mijn knecht, “ Met korte dagreizen, tegen grote uitgaven. “ En wie goed voor zichzelf zorgt, vaart daar doorgaans wel bij, “ Want een goede verzorging doet de mens zeer veel goeds. “ “ Heer, “ zo sprak de dame, “ u spreekt de waarheid, 250 “ U heeft, bij mijn geloof, een mooi kleinood verkregen “ Waarmee u zo de heilige christenheid kunt redden. “ Zeker, de grote zondaars waren doodvermoeid “ Van het reizen tot aan Rome, die edele stad! “ Dus ben ik blij in mijn hart dat ik u onderdak heb geboden, “ Want ik zal met u spreken, nog vóór de avond van morgen; “ En ook zal ik het laten verkondigen, als het u schikt, “ Morgen in onze kerk, en tegen onze pastoor zeggen “ Dat hij tegen de parochianen moet spreken over de waardigheid “ Die u in Rome van de heilige vader heeft verkregen. “ 260 “ Dame, “ zei Boudewijn, “ zoals u het wenst. “ “ Heer, “ zo sprak de dame, “ verberg het nu niet voor mij, “ Vertel mij over mijn heer de zuivere waarheid; “ Wanneer heeft u hem gezien, en in wat voor toestand regeert hij? “ “ Dame, “ zei Boudewijn, “ ik heb hem in goede gezondheid gezien. “ Voor Acre, de grote stad, raakte zijn lichaam gewond, “ Maar zeker, hij is genezen, want ik zag hem weer op de been; “ En de graaf van Vlaanderen zag ik aan zijn zijde. “ Als ik had geweten dat ik naar dit graafschap zou komen, “ Zou ik een verzegeld schrijven van hem hebben meegebracht; 270 </poem> |}<noinclude></noinclude> t9fsc1698l07vnzufi93s1g9h6nqz1j Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/513 104 88375 225682 2026-08-26T18:12:57Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225682 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Mais à Romme cuidai bien estre demouré : « Car d’estre cardinaus avoie volenté, « Mais il estoient tout et fait et estoré. « Mais on m’a en couvent, qu’ensois ·j· an passé, « Arai une évesquiet, sé il me vient en gré. » Ensi que Baudewins a ensément parlé, Ses fiex vint droit à lui, de droite volentė, Et l’a parmi le jambe baisiet et acolé, Qu’il n’estoit créature qui n’en éust pitė ; Ensi le aportoit nature et loïauté. « Par ma foi, » dist la mère, « plus a d’un an passé « Que mes fiex ne monstra homme nul amistė, « Pou coze c’on l’éust baisiet ni apairler, « Né joïel, né argent, promis né présenté : « Si en ai durement le mien coers affraé « Qu’envers vous je le voi issi enamouré. » « Dame, » dist Baudewins, « par ma crestienté, « Ch’est pour che que me faites si trè grande bonté, « Et que vous m’avès chi conjoït et festé. « En avés-vous le père à marri espousė, « Ou il est piècha mors ? or ne m’aïés faussé. » « Nennil, » che dist la dame, « par sainte Quarité, « Elle l’ot d’un dansel plain de grande biautė « Que je nouri chaiens, dont je fis foleté : « Mon enfant m’a décheut et moult déshonneré, « Et en cheste villète honni, à grant plaintė, « Dames et damoisèles. Si pert en che régné ; « ·xxx· bastars en sont si-à-val demouré, « Tout li plus bel enfant et li miex figuré Qui soient en che monde, environ ni en lé ! « Et de ·xxx· bastars vés ichi le ainsné ; « Il est, en cheste ville, de moult grant parenté. » « Dame, » dist Baudewins, « par ma crestienté, « Sé tenoie un tel homme que vous m’avés conté, « El le nostre albėie en feroie un albé. </poem> |valign=top| <poem> “ Maar in Rome dacht ik wel te zijn gebleven: “ Want om kardinaal te worden had ik de wens, “ Maar ze waren allemaal al benoemd en geïnstalleerd. “ Maar men beloofde mij in het klooster, dat voordat een jaar voorbij is, “ Ik een bisdom zal hebben, als het mij behaagt. “ Terwijl Boudewijns zo gesproken heeft, Kwam zijn zoon recht op hem af, met oprechte wil, En heeft hem bij het been gekust en omhelsd, Zodat er geen wezen was dat er geen medelijden mee had; Zo bracht de natuur en de loyaliteit hem ertoe. 280 “ Bij mijn geloof, “ zei de moeder, “ het is meer dan een jaar geleden “ Dat mijn zoon aan geen enkele man vriendschap toonde, “ Hoezeer men hem ook kuste of toesprak, “ Noch juwelen, noch zilver beloofde of aanbood: “ En mijn hart is er hevig door verontrust “ Dat ik hem jegens u zo verliefd (toegenegen) zie. “ “ Dame, “ zei Boudewijns, “ bij mijn christendom, “ Dat is omdat u mij zo'n grote goedheid toont, “ En omdat u mij hier zo hartelijk heeft verwelkomd en gefêteerd. “ Heeft u de vader als echtgenoot getrouwd, 290 “ Of is hij al lang dood? Vertel het mij nu oprecht. “ “ Welnee, “ zo sprak de dame, “ bij de heilige Liefdadigheid, “ Zij kreeg hem van een jonkman vol grote schoonheid, “ Die ik hierbinnen opvoedde, waarmee ik een dwaasheid beging: “ Mijn kind heeft mij bedrogen en zeer onteerd, “ En in dit stadje beschaamd, tot groot geklaag, “ Dames en jonkvrouwen. Hij is verloren in dit koninkrijk; “ Dertig bastaarden zijn er zo hierbeneden achtergebleven, “ Allemaal de mooiste kinderen en de best gevormde Die er in deze wereld zijn, noch rondom noch in de omtrek! 300 “ En van de dertig bastaarden ziet u hier de oudste; “ Hij is, in deze stad, van zeer grote familie. “ “ Dame, “ zei Boudewijns, “ bij mijn christendom, “ Als ik zo'n man had waarover u mij heeft verteld, “ Zou ik in onze abdij van hem een abt maken. </poem> |}<noinclude></noinclude> ohjag8nlsu4vctutwyvzqxhdd1os9xi Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/514 104 88376 225683 2026-08-26T18:15:35Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225683 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Dame, » dist Baudewins, « moult faisoit à prisier « Tels hons, quant il pooit tellement adréchier. « Je croi qu’il savoit bien parler et desraisnier ? » « Chertes, » che dist la dame, « ou monde n’a princhier « Plus liet, né plus courtois, plus hardi chevalier ! « Et ch’est tant gratieus, c’on poet bien tesmongnier « Que puis qu’il se vausist de damme ensonier, « Confaite qu’elle fust, ou puchelle ou moullier ; « Mais qu’il dangnast sans plus une dame cluignier « Tout tantost le menoit où qu’il voloit couchier, « Fust as champs ou au bos, en chambre ou en solier. « C’estoit le Diex des dames à elles donoier ! « Plus fesist seulement par ·j· petit plaidier « C’uns autres ne ferroit pour d’or plain ·j· sestier. « Dame che déchevoit, sans plus à lui gaitier, « Puis que dame voloit sor lui son oeil dréchier. « Chertes il n’i fausist persone renvoïer ! « Il n’estoit femme nulle, en cesti irétier, « Dont il ne péuist bien faire son désirier. » « Dame, » dist Baudewins, « Diex le gart d’encombrier ! « Car vraiement on doit un tel homme prisier. A icheste parole fu la table dréchie, L’iauwe fu aportée briément par le maisnie ; Baudewins va laver que ne s’atarga mie. Adès li petis enfes envers lui s’esbanie : Baudewins l’acola et baisa mainte fie Et tenoit tel pitié pour poy qu’il n’en larmie Pour che qu’il voit nature qui le tient et maistrie, Et a dit «mère Dieu, dame de tronisie, « Con nature est vertus de haute seignourrie ; « Plus trait bonne nature que ·c· boef à le fie ! » Baudewins c’est assis et la dame jolie ; Devant lui fist séoir, Baudewins, sen amie : Douchement li trencha par grande mélodie, Car le dansèle estoit tant belle et adréchie </poem> |valign=top| <poem> “ Dame, “ zei Boudewijn, “ zo'n man verdiende veel lof, “ Wanneer hij zo recht door zee kon gaan. “ Ik geloof dat hij goed kon spreken en betogen? “ “ Voorwaar, “ zei de dame, “ er is ter wereld geen prinselijker, “ Vrolijker, hoffelijker of dapperder ridder! 310 “ En hij is zo charmant, men kan wel getuigen “ Dat zodra hij zich om een dame wilde bekommeren, “ Wie ze ook was, maagd of getrouwde vrouw; “ Als hij het maar waardig keurde om naar een dame te knipogen, “ Nam hij haar meteen mee naar waar hij wilde slapen, “ In de velden of in het bos, in de kamer of op de opperzaal. “ Hij was de God van de dames om hen het hof te maken! “ Hij bereikte meer met enkel een kort pleidooi “ Dan een ander zou doen voor een hele schepel goud. “ Hij verleidde een dame louter door naar haar te kijken, 320 “ Zodra een dame haar oog op hem wilde richten. “ Voorwaar, men hoefde daar niemand anders heen te sturen! “ Er was geen enkele vrouw op deze hele aarde, “ Met wie hij niet zijn verlangen kon stillen. “ “ Dame,“ zei Boudewijn, “moge God hem beschermen tegen rampspoed! “ Want werkelijk, men moet zo'n man prijzen. Bij dit woord werd de tafel gedekt, Het water werd snel gebracht door het personeel; Boudewijn gaat zich wassen zonder te dralen. Meteen zocht het kleine kind vrolijk toenadering tot hem: 330 Boudewijn omhelsde het en kuste het menigmaal, En voelde zo'n deernis dat hij bijna huilde Omdat hij de natuur ziet die het kind leidt en beheerst, En hij zei: “ Moeder Gods, Vrouwe van de hemeltroon, “ Wat is de natuur toch een kracht van hoge majesteit; “ De goede natuur trekt sterker dan honderd ossen tegelijk! “ Boudewijn is gaan zitten met de mooie dame; Recht voor zich liet hij, Boudewijn, zijn geliefde zitten: Teder sneed hij haar eten voor met grote gratie, Want de jonkvrouw was zo mooi en welgemanierd. 340 </poem> |}<noinclude></noinclude> jppwy9s73xy0s516s94vymh9msjz3if Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/20e eeuw/Jan Hul 100 88377 225684 2026-08-26T18:32:41Z Vincent Steenberg 280 begin 225684 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Jan Hul | afbeelding = | alt = | beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse schilder, tekenaar, houtsnijder, glasschilder, keramist en monumentaal kunstenaar [[w:nl:Jan Hul|Jan Hul]] }} == Algemeen == == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === === Musea === === Tentoonstellingen === ;1929 *''Tentoonstelling van werk der Limburgsche jongeren'', Stedelijk Museum, Maastricht, 19 oktober-3 november 1929, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (19 oktober 1929) [[Het Volk/Jaargang 30/Nummer 9916/Avondblad/Schilderijententoonstelling te Maastricht|‘Schilderijententoonstelling te Maastricht’]], ''Het Volk'', Avondblad, Vierde blad, [p.&nbsp;2]. **Anoniem (22 oktober 1929) [[Limburgsch Dagblad/Jaargang 12/Nummer 247/Tentoonstelling van werk der Limburgsche jongeren|‘Tentoonstelling van werk der Limburgsche jongeren’]], ''Limburgsch Dagblad'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;1932 *[''Jonge Limburgsche schilders''], Stedelijk Museum, Maastricht, 1-16 mei 1932, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1932) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 98/Jonge Limburgsche schilders|‘Jonge Limburgsche schilders’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;7. **J.B. (29 april 1932) [[De Tijd/Jaargang 87/Nummer 26451/De negen Limburgsche jongeren|‘De negen Limburgsche jongeren’]], ''De Tijd'', derde blad, p.&nbsp;9. **Anoniem (4 mei 1932) [[Limburger Koerier/Jaargang 87/Nummer 105/Schilderkunst|‘Schilderkunst. Maastrichtsch Stedelijk Museum. Een jongeren groep’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, p.&nbsp;9. **B. (20 mei 1932) [[De Tijd/Jaargang 87/Nummer 26467/Negen Limburgsche Jongeren|‘Negen Limburgsche Jongeren’]], ''De Tijd'', p.&nbsp;6. ;1936 *''Hedendaagsche Nederlandsche kunst'', Stedelijk van Abbe-Museum, Eindhoven, 18 april-2 juni 1936.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (6 mei 1936) [[Limburger Koerier/Jaargang 91/Nummer 107/Eindhoven, het centrum der Zuid-Nederlandsche schilderkunst|‘Eindhoven, het centrum der Zuid-Nederlandsche schilderkunst. Bij de opening van het Abbe-museum’]], ''Limburger Koerier'', p.&nbsp;7. ;1937 *''Hedendaagsche Limburgsche Kunst'', Gemeentemuseum, Den Haag, 30 oktober-12 december 1937.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (30 oktober 1937) [[De Tijd/Nummer 29685/Avondblad/Hedendaagsche Limburgsche Kunst|‘Hedendaagsche Limburgsche Kunst’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;1938 *''Limburgsche kunsttentoonstelling 1938 georganiseerd bij gelegenheid van het 40-jarig regeeringsjubileum van H.M. de Koningin'', Dominicanerkerk, Maastricht, 4-18 september 1938.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (6 september 1938) [[De Tijd/Jaargang 94/Nummer 30205/Avondblad/Expositie te Maastricht|‘Expositie te Maastricht. Limburgsche kunsttentoonstelling’]], ''De Tijd'', Avondblad, p.&nbsp;3. ;1940 *Anoniem (11 april 1940) [[Limburger Koerier/Jaargang 95/Nummer 86/Kunst|‘Kunst. Limburgsche kunstenaars. Vertegenwoordigd op buitenlandsche tentoonstellingen ’]], ''Limburger Koerier'', vierde blad, [p.&nbsp;1]. == Publieke functies - Jan Hul in het verenigingsleven, enz. == ;Hul als jurylid voor de ''Limburgsche kunsttentoonstelling 1938 georganiseerd bij gelegenheid van het 40-jarig regeeringsjubileum van H.M. de Koningin'' *Anoniem (15 augustus 1938) [[Het Vaderland/Jaargang 70/15 augustus 1938/Avondblad/Limburgsche kunsttentoonstelling|‘Limburgsche kunsttentoonstelling’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] blyd8vtgltdsm1w9yy1bn1ica1gqjd0 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/515 104 88378 225686 2026-08-26T18:56:28Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225686 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> C’on ne trouvast plus belle jusques en Romenie. « E ! Diex, » dist Baudewins, « con je fais vilonnie «« Cheste dansèle-chi quant je ne l’ai plévie ! « Car de son puchelage fu par mi amenrie, « Et quant j’en oi l’onneur, par bonne druérie, « Je l’en déuisse bien rendre la courtoisie ; « Car elle c’est tenue sans plus faire sotie, « Et m’a tant honneret, en icheste partie, « Qu’à nul homme vivant ne fu ains puis amie. » Puis dist à l’autre mot : « or a-je dit folie, « Car li hons est moult fox qui en femme se fie ! « Tels en cuide une avoir loïauls en se baillie, « Qui seule ne l’a pas, ains l’a par compaignie. « Preude femme doit estre en tous lieus moult prisie. Baudewins de Sebourc fu servis, au disner, De vins et de viandes c’on li fist aporter, Tant et si largement qu’il en volt dispenser. Tan sisent au mengier c’on fist vèpres sonner, ·j· dymenche fu, si con j’oïs conter ; Quant la dame of vépres, lors dist sans arester : « Sire, je m’en irai ens ou monstier orer, « Et sé dirai no prestre, qui moult fait à loer, «Que vous avés possanche de pékeurs amender ; « Par coi s’aucuns en est qui voeille à vous parler, «Que vous li voelliés, sire, ses péchiés pardonner. » Quant Baudewins l’oï, colour prist à muer ; Non pourquant respondi, sans lui à effraer : « Dame, vous dites bien ; che fait à créanter, « Che qu’il vous plaist à faire je ne doi refuser. » Puis a dit coiëment, c’on n’el poit escouter : « G’irai, aveukes vous, à vo curet parler, « Et s’il voilt contre moi nullement arguer « Et mes bules veior pour moi supéditer, « Les poins que j’ai si grans li sarrai bien monstrer ; « Et puis qu’il les verra, n’osera mot sonner. </poem> |valign=top| <poem> Dat men geen mooiere zou vinden tot in Romeins gebied. “ Ach! God, “ zei Boudewijn, “ wat misdraag ik mij schandelijk “ Tegen dit meisje hier, nu ik haar niet trouw beloofd heb! “ Want haar maagdelijkheid werd door mij weggenomen, “ En toen ik haar eer kreeg, door oprechte liefde, “ Had ik haar zeker hoffelijkheid moeten teruggeven; “ Want zij heeft zich ingehouden zonder verdere dwaasheid te begaan, “ En heeft mij zozeer geëerd, in deze situatie, “ Dat zij sindsdien voor geen enkele levende man een geliefde is geweest. “ Toen zei hij meteen daarna: “ nu heb ik dwaasheid gesproken, 350 “ Want de man is zeer dwaas die op een vrouw vertrouwt! “ Menigeen denkt er een getrouw in zijn bezit te hebben, “ Die haar niet alleen heeft, maar haar deelt met gezelschap. “ Een deugdzame vrouw moet in alle plaatsen zeer geprezen worden. Boudewijn van Sebourc werd bediend, bij het middagmaal, Van wijnen en spijzen die men hem liet brengen, Zoveel en zo overvloedig dat hij ervan wilde uitdelen. Zij zaten zo lang te eten dat men de vespers luidde, Het was een zondag, zo hoorde ik vertellen; Toen de dame de vespers hoorde, zei ze zonder aarzelen: 360 “ Heer, ik zal naar de kerk gaan om te bidden, “ En ik zal onze priester zeggen, die zeer te prijzen valt, “ Dat u de macht bezit om zondaars tot inkeer te brengen; “ Zodat, als er iemand is die u wil spreken, “ U hem, heer, zijn zonden wilt vergeven. “ Toen Boudewijn dat hoorde, veranderde hij van kleur; Desondanks antwoordde hij, zonder zijn kalmte te verliezen: “ Dame, u spreekt wel; dat moet men inwilligen, “ Wat u behaagt te doen, mag ik niet weigeren. “ Toen zei hij stilletjes, zodat men hem niet kon horen: 370 “ Ik zal met u meegaan, om met uw pastoor te spreken, “ En als hij op een of andere manier tegen mij wil argumenteren “ En mijn bullen wil inzien om mij te onderwerpen, “ De punten die ik bezit, die zo groot zijn, zal ik hem goed weten te tonen; “ En zodra hij ze ziet, zal hij geen woord meer durven kikken. </poem> |}<noinclude></noinclude> cfwq0isekpkyo1yy2zb1mf7cmqkk3kh Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/516 104 88379 225689 2026-08-26T18:58:05Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225689 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Dame, » dist Baudewins, au fier contenement, « G’irai, aveukes vous, au monstier vraiëment. » Lors se leva, li bers qui tant ot hardement, Et la dame tantost jus de la tour descent Et sa fille avoec lui, qui de biauté resplent, Et pluiseur escuïer avoec euls ensément. Vers le monstier s’en vont là endroit les atent Li prestres qui estoit revestis noblement, Et si estoit li clers et plenté d’autre gent. Li priestres, quant la dame vit venir doucement, Contre li est alés, sé li dist hautement : « Dame, bien veigniés-vous ! le mien corps vous atent. » « Sire, » che dist la dame, « je vous ai en couvent « Plus tost fuisse venue, mais ne pois vraiement : « J’ai éut au disner che monne proprement a Qui revient d’outre-mer, de la payène gent. « Si m’a dites novelles, dont lie fu forment, « De mon trẻ chier seignour qui a si longement « Estet outre le mer, don j’ai le coer dolent. « Or en ai tel nouvelle dont je lo fermement « Le roy de paradis à cui li mons apent. » « Dame, » che dist li prestres, « par le mien sérement, « Liés sui qu’il est en vie, pour lui prie bien souvent. » Baudewins vint au prestre et par le bras le prent ; Et, en lui festiant, l’estraindi tellement Que les ners li défroisse et les os ensément. Et li prestres li crie, en Latin, hautement : « Sire, vous me bléchiés, par le saint sacrament ! » Lors lasqua Baudewins ; bien scet son parlement, Bien pense qu’il disoit, mais Latin point n’entent. « Sire, » che dist li prestres, « onkes mais ne senti « Si dures mains qu’avés ; métés en sus de mi. » « Par foi, » dist Baudewins, qui le coer a hardi, « Che ont fait Sarrasin et li fel Arrabi « Où combatus me sui et estet et auri. </poem> |valign=top| <poem> “ Vrouwe, “ zei Boudewijn, met een trots gelaat, “ Ik zal met u meegaan, waarlijk naar de kerk. “ Toen stond hij op, de edelman die zoveel moed bezat, En de dame daalde terstond van de toren af En haar dochter met haar, die blonk van schoonheid, 380 En verscheidene schildknapen evenzo met hen. Naar de kerk gaan zij, daar ter plaatse wacht hen De priester die nobel gekleed was, En er was de klerk en een menigte andere lieden. De priester, toen hij de dame minzaam zag naderen, Is haar tegemoet getreden en sprak haar luid toe: “ Vrouwe, wees welkom! Mijn persoon staat tot uw dienst. “ “ Heer, “ zo sprak de dame, “ ik had het u beloofd Dat ik eerder zou zijn gekomen, maar ik kon waarlijk niet: Ik heb bij het middagmaal deze monnik gehad, 390 Die terugkeert van overzee, van het heidense volk. En hij heeft mij nieuws verteld, waar ik zeer blij om was, Over mijn zeer geliefde heer die al zo lange tijd Overzee verblijft, waarover mijn hart treurig is. Nu heb ik zulk nieuws dat ik vurig prijs De koning van het paradijs, aan wie de wereld toebehoort. “ “ Vrouwe, “ zo sprak de priester, “ bij mijn eed, Ik ben blij dat hij in leven is, voor hem bid ik zeer vaak. “ Boudewijn trad op de priester toe en nam hem bij de arm; En, terwijl hij hem begroette, neep hij hem zodanig 400 Dat hij zijn pezen deed kraken en evenzo zijn botten. En de priester riep luid tot hem, in het Latijn: “ Heer, u bezeert mij, bij het heilig sacrament! “ Toen liet Boudewijn los; hij kent zijn eigen spraak wel, Hij begrijpt wel wat hij bedoelde, maar Latijn verstaat hij helemaal niet. “ Heer, “ zo sprak de priester, “ nooit tevoren voelde ik Zulke harde handen als de uwe; ga weg van mij. “ “ Bij mijn trouw, “ zei Boudewijn, die een dapper hart heeft, “ Dat hebben de Saracenen gedaan en de woeste Arabier Tegen wie ik gevochten heb, en waar ik ben geweest en heb geleden. 410 </poem> |}<noinclude></noinclude> kxw5ps0vbdl1muv98snyna5rvgsdbax Hoofdportaal:Beeldende kunst/Beeldhouwkunst/Perioden 100 88380 225691 2026-08-26T19:15:20Z Vincent Steenberg 280 begin 225691 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Geschiedenis van de beeldhouwkunst; naar kunstperiode | afbeelding = 1868 Lawrence Alma-Tadema - Phidias Showing the Frieze of the Parthenon to his Friends.jpg | alt = Phidias laat de fries van het Parthenon zien aan zijn vrienden door Lourens Alma Tadema | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] aanwezige bronnen over [[w:nl:Beeldhouwkunst|beeldhouwkunst]] naar kunstperiode | artikelwikipedia = }} == Oud-Egypte == === Vroeg-dynastieke periode === ;MacGregor plaque (British Museum, AE55586) *Anoniem (28 maart 1918) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 122/Nummer 86/Avond-uitgave/De oudste tijden van Egypte|‘De oudste tijden van Egypte’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', avond-uitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Narmerpalet *Anoniem (29 november 1917) [[Rotterdamsch Nieuwsblad/Jaargang 40/Nummer 12173/Een overwinningsbulletin uit de oudheid|‘Een overwinningsbulletin uit de oudheid’]], ''Rotterdamsch Nieuwsblad'', Letterkundig Bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (28 maart 1918) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 122/Nummer 86/Avond-uitgave/De oudste tijden van Egypte|‘De oudste tijden van Egypte’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', avond-uitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1]. *Eckenstein, Lina (december 1905) ‘The purpose and value of Ancient Egyptian Art’, ''The Burlington Magazine'', jrg. 8, nr. 33, p.&nbsp;164-172.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 december 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24654/Avondblad/Kunsttijdschriften|‘Kunsttijdschriften’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;11. ;Zitbeeld van Chasechemoey (Ashmolean Museum) *Anoniem (28 maart 1918) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 122/Nummer 86/Avond-uitgave/De oudste tijden van Egypte|‘De oudste tijden van Egypte’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', avond-uitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Standbeeld van Nesa (Louvre, A 38) *Anoniem (28 maart 1918) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/Jaargang 122/Nummer 86/Avond-uitgave/De oudste tijden van Egypte|‘De oudste tijden van Egypte’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', avond-uitgave, tweede blad, [p.&nbsp;1]. === Nieuwe Rijk === ;Hoofd van een beeldje (Metropolitan Museum of Art, 31.114.1) *Anoniem (2 juli 1943) [[Het Volk/Jaargang 44/Nummer 17669/Onmetelijke schatten borg het Dal der Koningsgraven|‘Onmetelijke schatten borg het Dal der Koningsgraven. Soldaten plunderden en roofden naar hartelust. Toet-anch-amons nederig graf. Zo vergaat ’s werelds glorie’]], ''Het Volk'', p.&nbsp;4D. ;Knielbeeld van Hatsjepsoet (Metropolitan Museum of Art, 29.3.1) *Anoniem (22 april 1932) [[De Tijd/Jaargang 87/Nummer 26445/'t Rijk van Hatsjepsoet|‘'t Rijk van Hatsjepsoet. Egypte's onbekende schatten. 25 Jaar Expeditie’]], ''De Tijd'', tweede blad, p.&nbsp;6. ;Paspop van Toetanchamon (Egyptisch Museum, Caïro, JE60722) *K. (9 december 1923) [[Het Vaderland/Jaargang 55/9 december 1923/Een brokje Geschiedenis van Oud-Egypte|‘Een brokje Geschiedenis van Oud-Egypte’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad B, p.&nbsp;2. ;Reliëf met kop van Thoetmosis III (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden, F 1933/12.1) *[''Tentoonstelling van nieuwe aanwinsten''], Rijksmuseum van Oudheden, Leiden, 21 december 1933-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 december 1933) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 106/Nummer 34796/Avondblad/Rijksmuseum van Oudheden|‘Rijksmuseum van Oudheden. Een tentoonstelling van nieuwe aanwinsten’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Stele van Ramses II in Nahr el-Kalb in Libanon *Anoniem (21 augustus 1834) [[Bredasche Courant/1834/Nummer 198/Frankrijk|‘Frankrijk’]], ''Bredasche Courant'', [p.&nbsp;3]. === Late periode === ;Zitbeeld van Osiris-Iah (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden, 17887) *Leemans, C. (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/Museum van Oudheden|‘Museum van Oudheden’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;2-3]. === Ptolemaeën === ;Deksel van een mummievormige sarcofaag (Louvre, N343) *Anoniem (2 november 1815) [[Nederlandsche Staatscourant/1815/Nummer 260/Laat ons troosten met hetgeen ons overblijft|‘Laat ons, in plaats van ons te beklagen over de gedenkstukken, die wij niet meer hebben, en die toch inderdaad eens anders eigendom waren, ons troosten met hetgeen ons overblijft, […]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Deksel van een sarcofaag (Louvre, N341) *Anoniem (2 november 1815) [[Nederlandsche Staatscourant/1815/Nummer 260/Laat ons troosten met hetgeen ons overblijft|‘Laat ons, in plaats van ons te beklagen over de gedenkstukken, die wij niet meer hebben, en die toch inderdaad eens anders eigendom waren, ons troosten met hetgeen ons overblijft, […]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p.&nbsp;2]. == Griekse en Romeinse beeldhouwkunst - Etruskische beeldhouwkunst == === Romeinse beeldhouwkunst === ;Hand van een bronzen beeld (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden, h 1933/11.1) *[''Tentoonstelling van nieuwe aanwinsten''], Rijksmuseum van Oudheden, Leiden, 21 december 1933-...., geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (22 december 1933) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 106/Nummer 34796/Avondblad/Rijksmuseum van Oudheden|‘Rijksmuseum van Oudheden. Een tentoonstelling van nieuwe aanwinsten’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Hercules van het Forum Boarium *Ripa, Cesare (1644) [[Iconologia of Uytbeeldinghen des Verstants/Virtu Heroica (1)|“Vir­tu He­roi­ca. Hel­di­sche Deughd of Dap­per­heyd”]], in: Cesare Ripa, ''Iconologia of Uytbeeldinghen des Verstants'', Amstelredam: Dirck Pietersz Pers. ;Ruiterstandbeeld van Alexander de Grote (Museo Archeologico Nazionale di Napoli, 4996) *Anoniem (9 november 1762) [[Opregte Groninger Courant/1762/Nummer 90/Napels den 12 October|‘Napels den 12 October’]], ''Opregte Groninger Courant'', [p.&nbsp;1]. == Barok en rococo (17e en 18e eeuw) == *Anoniem (8 mei 1967) ‘Beelden uit kerk gestolen’, ''Het Vrije Volk'', [p.&nbsp;1]. *Anoniem (8 mei 1967) ‘In kerk van Odiliënberg. Kostbare beelden gestolen’, ''Limburgsch Dagblad'', p.&nbsp;3. *Anoniem (23 juli 1974) ‘Kerkroof St.-Odiliënberg opgelost’, ''Limburgsch Dagblad'', [p.&nbsp;1]. == Classicisme en Romantiek (ca. 1750-ca. 1850) == *Swaving, J.G. ([1824]) ''Gallerij van Roomsche Beelden of Beeldendienst der 19e Eeuw'', Dordrecht: Blussé en Van Braam.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (2 november 1824) [[Rotterdamsche Courant/1824/Nummer 132/Bij de Boekverkoopers Blussé en Van Braam|‘Bij de Boekverkoopers Blussé en Van Braam, te Dordrecht, zijn heden van de pers gekomen en alom verkrijgbaar: […] [advertentie]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] 76lq1zh8inab9rv2w1w4h7s5jw4fuev Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick Bloemaert 100 88381 225698 2026-08-26T19:50:00Z Vincent Steenberg 280 begin 225698 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Hendrick Bloemaert | afbeelding = | alt = | beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder, tekenaar, dichter en gildedeken [[w:nl:Hendrick Bloemaert|Hendrick Bloemaert]] }} == Algemeen == == Inleidingen - Hand- en leerboeken == *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Abraham Bloemaart|"Abraham Bloemaart"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;44. == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Veilingen ==== [[Bestand:Opregte Haerlemsche Courant vol 1832 no 027 ad L. van Es en S. de Grebber.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Opregte Haerlemsche Courant'', 3 maart 1832.]] === Musea === === Tentoonstellingen === ;1894 *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] mhvb55bn1kxeyee1ihc5jsamkvu52kp Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/517 104 88382 225701 2026-08-27T07:10:40Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225701 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « J’en ai mille tués, puis l’eure que nasqui ! « Onques jour de ma vie homme n’aconsievi, « Que tout au primier cop ne l’éuse afini ; « Car j’ai les poins si durs comme de cuir bouli. » Et li prestres respont : « je l’ai moult bien senti ! » Et Baudewins li monstre pour lui faire esmari, D’un regard du lion le regarda aussi. Quant le prestres le voit, tous li sans li-frémi ; Sé dist à lui méïsmes : « véchi ·j· anemi, « S’en ·j· bos me tenoit il m’aroit tost murdri. « Mais regardés quels poins li déables porte o lui ! « Mal resamble preud’ons : li déables l’ont vesti, « Né mis en albeye où on a Dieu servi. « Le moisnes de s’albye et li albes aussi « Ne poèent commander nulle choze sor lui ; « Car de son poing ont doubte trestout li plus hardi, « Qui le courecheroit, bien aroit coer fali. « Chius sires li confonde qui onkes ne menti ! « Encore sent mon bras dont ore me plaindi. » Lors acola le ber et moult le conjoï ; On festie tellui c’on tient poy à ami, Mais bien ait cui on vient, pièche a l’avès of. Baudewins et le prestres entreirent el monstier, Et li clers va le clokes ensamble grailloïer ; Che est sénéfiance c’on voist vers le santier. Li prestres avoit bouche d’estre bon latinier, A Baudewin commenche Latin à pronuntier. Baudewins li sot bien de la teste niquier, Si comme il l’entendist le sot bien apointier : Quant il devoit respondre et faire l’amparlier, Si venoit à le dame, femme du chevalier, Et à lui honnerer s’aloit ensonnier. Le dame dist au prestre : « oés, sire Richier, « Faites vos prosiens savoir et déclarier « Que chuis mosnes-ichi, qui tant fait à prisier, </poem> |valign=top| <poem> “ Ik heb er wel duizend gedood, sinds het uur dat ik geboren werd! “ Nooit op een dag van mijn leven heb ik een man achterhaald, “ Of ik maakte hem bij de allereerste slag al af; “ Want ik heb vuisten zo hard als gekookt leer. “ En de priester antwoordt: “ Dat heb ik verduiveld goed gevoeld! “ En Boudewijn toont het hem om hem bang te maken, Met de blik van een leeuw keek hij hem aan. Toen de priester dat zag, rilde al zijn bloed; Hij zei bij zichzelf: “ Ziehier een vijand, “ Als hij mij in een bos te pakken had, zou hij mij snel vermoord hebben. 420 “ Maar kijk eens wat een vuisten de duivel met zich meedraagt! “ Hij lijkt slecht op een deugdzaam man: de duivels hebben hem gekleed, “ Noch geplaatst in een abdij waar men God gediend heeft. “ De monniken van zijn abdij en ook de abt “ Konden niets over hem bevelen; “ Want voor zijn vuist zijn zelfs de allerhardsten bang, “ Wie hem zou vertoornen, diens moed zou hem wel snel ontzinken. “ Moge die Heer hem te schande maken die nooit heeft gelogen! “ Ik voel nog steeds mijn arm waarover ik net klaagde. “ Toen omhelsde hij de edelman en ontving hem hartelijk; 430 Men viert soms degene die men nauwelijks als vriend beschouwt, Maar welkom is men als men bezoekt wie men lange tijd niet gezien heeft. Boudewijn en de priester gingen de kerk binnen, En de klerk gaat samen de klokken luiden; Dat is het teken dat men zich naar het heilige pad moet begeven. De priester had de gave om een goed Latijnspreker te zijn, Tegen Boudewijn begon hij Latijn uit te spreken. Boudewijn wist heel goed met zijn hoofd te knikken, Alsof hij het begreep, wist hij er heel goed op in te spelen: Wanneer hij moest antwoorden en de woordvoerder spelen, 440 Dan wendde hij zich tot de dame, de vrouw van de ridder, En deed hij alle moeite om haar te eren. De dame zei tegen de priester: “ Luister, heer Richier, “ Maak uw preken bekend en verklaar “ Dat deze monnik hier, die zo hoog te waarderen is, </poem> |}<noinclude></noinclude> 17y9l1mptw43c90spf0i51w5zapl5rg Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/518 104 88383 225702 2026-08-27T07:13:16Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225702 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « A impétret, à Romme, à l’apostèle chier « Que de trestous péchiès que nuls hons puist forgier « Poet absolution donner et ottroïer ; « Aussi comme li papes poet pénanche baillier. » Et quant li prester l’ot, si prist à regaitier Baudewin de Sebourc, le nobile princhier ; Puis li dist en Latin, sans point de l’atargier, « Dans moines est-che vrai ? ne le voeilliés noier. » Et Baudewins li nique, sé li prist à cluignier. Quant li prestres of le dame ensi parleir, Baudewin de Sebourc en prist à regarder ; Baudewins le commenche se poing destre à monstrer, Et li prestres se prist tantost à escrier : « Madame, il se dist voir, par Dieu qui fist la mer, « J’en ai véut les burles qui moult font à doubter. « Je vous témoingne au vrai quanqu’il voeilt ordener. « Je l’irai à ventaile maintenant commander, « Que mi parrochien l’orront et haut et cler ; « Mais à lui me vorrai tout primiers confesseir. » A l’esquafaut s’en va, li bons prestres, monter : A ches parrochiens commenche à déclarer C’uns moisnes est venus, d’outre la Rouge-mer, A cui li papes a fait de grace impétrer Qu’il pooet de tous péchiès trestous pėkeurs monder ; Aussi bien que li papes absolution donner. Puis vint à Baudewin, sé li prist à crier Et puis li a dit « sire, je voeil à vous parler ; « J’ai mestier de conseil qu’à vous voil demander. » Baudewins le mena par d’encoste ·j· piler, Et puis a dit au prestre : « voeilliès mon fait chéler, « Car je vous jur sor sains, s’un mot vous oi sonner « Si grant cop de mon pong je vous irai fraper « Devant moi vous ferai le chervèle espautrer ; « Car en confession vous di, à briés parler, « Que je sui Baudewin, le jone bacheler, </poem> |valign=top| <poem> “ Heeft verkregen, te Rome, van de dierbare {{SIC|apostel|paus}}, “ Dat van alle zonden die een mens maar kan begaan, “ Hij absolutie kan geven en schenken; “ Net zoals de paus een penitentie kan toebedelen. “ En toen de priester het hoorde, begon hij te kijken naar 450 Boudewijn van Sebourc, de nobele prins; Toen zei hij tot hem in het Latijn, zonder enig uitstel: “ Heer monnik, is dit waar? Wilt u het niet ontkennen. “ En Boudewijn schudde zijn hoofd en begon tegen hem te knipogen. Toen de priester de dame zo hoorde spreken, Begon hij Boudewijn van Sebourc aan te kijken; Boudewijn begon hem zijn rechtervuist te tonen, En de priester begon luidkeels uit te roepen: “ Mevrouw, hij spreekt de waarheid, bij God die de zee schiep, “ Ik heb er de bullen van gezien, die men zeer zeker moet duchten. 460 “ Ik getuig u de waarheid van al wat hij wil verordonneren. “ Ik zal het nu dadelijk vanaf het podium gaan bevelen, “ Zodat mijn parochianen het luid en duidelijk zullen horen; “ Maar aan hem wil ik mijzelf allereerst biechten. “ Naar de tribune gaat hij, de goede priester, omhoog: Aan zijn parochianen begint hij te verkondigen Dat er een monnik is gekomen, van over de Rode Zee, Voor wie de paus bij wijze van gunst heeft verkregen Dat hij alle zondaars van al hun zonden kan reinigen; En net zo goed als de paus absolutie kan geven. 470 Toen kwam hij naar Boudewijn en begon hem toe te roepen, En toen zei hij tot hem: “ heer, ik wil met u spreken; “ Ik heb behoefte aan raad die ik u wil vragen. “ Boudewijn nam hem mee tot naast een pilaar, En toen zei hij tegen de priester: “ wil mijn geheim bewaren, “ Want ik zweer u op de heiligen: als ik u één woord hoor reppen, “ Zal ik u zo'n grote klap met mijn vuist verkopen “ Dat ik voor mijn ogen uw hersens zal verbrijzelen; “ Want in de biecht zeg ik u, om kort te gaan, “ Dat ik Boudewijn ben, de jonge schildknaap, 480 </poem> |}<noinclude></noinclude> p8f18d2pi1rz4k9y1bgun42pab1jol4 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/519 104 88384 225703 2026-08-27T07:15:17Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225703 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « A cui on a volut tant des bastars donner. « Noris fu au chastel qui tant fait à loer, « Mainte fois vous i ai servi à vous disner, « Ayoekes mon seignour que Diex voille sauver ! « L’albit de moisne ai pris pour le chiècle aveuler, « Car je ne m’oseroie autrement amonstrer ; « Car sé on me pooit connoistre et aviser, « On me feroit tantost à fourches traiëner, « Pour Blanche, soer au conte qui Flandre doit garder, « Que je menai jadis par le païs jouer. « Or sui venus ichi veioir et regarder « Comment li païs va et se fait gouverner ; « De chi endroit m’en vois outre la Rouge-mer « Où jamais hons de chà n’orra de moy parleir. Quant le prestre l’oï, colour prist à muer ; Moult volentiers l’alast baisier et acoler, Sé li dist : « Baudewins, voeilliés-moi escouter : « Foi que je doi le sacre que hui main volz sacrer « Et de pain et de vin à l’autel présenter, « Vous vo poés en moy aussi trè bien fier « Que nous fuissièmes frère qui se doivent amer. « Alés scéurement, n’aïés soing de doubter ; « Mais ne faites pas chose dont on vous puist blasmer, « Né moi aussi, biaus sire, pour cause dou chèler. » « Nennil, »> dist Baudewins, « par le corps saint Omer. » Li prestres se levà, si va vespres chanter ; Et après son mestier, vint Baudewin fester Et moult d’onneu li volt le journée porter, Et ala à le sale aveukes lui souper. Diex ! con fist Baudewin noblement reposser ! Mais à paines pooit-il en le nuit tour viser De prendre somme nul, car ne s’osoit fier Ou prester, bonnement, n’el venist r’acuser ; Pour l’amour du faus prestre qui le fist arrester Et qui le traïssot lui donant à disner. </poem> |valign=top| <poem> “ Aan wie men zo ontzettend veel bastaarden toeschrijft. “ Ik ben opgevoed in het kasteel dat zozeer geprezen verdient te worden, “ Menigmaal heb ik u daar gediend tijdens uw maaltijd, “ Samen met mijn heer, moge God zijn ziel redden! “ Het monnikshabijt heb ik aangenomen om de wereld te verblinden, “ Want ik zou me op geen andere wijze durven vertonen; “ Want als men mij zou kunnen herkennen en identificeren, “ Zou men mij direct naar de galg slepen, “ Vanwege Blanche, de zuster van de graaf die Vlaanderen moet beschermen, “ Die ik destijds meenam om door het land te reizen. 490 “ Nu ben ik hierheen gekomen om te zien en te aanschouwen “ Hoe het met het land gaat en hoe het wordt bestuurd; “ Hiervandaan vertrek ik over de Rode Zee “ Waar nooit meer een mens van deze kant over mij zal horen spreken. Toen de priester het hoorde, veranderde hij van kleur; Heel graag wilde hij hem kussen en omhelzen, En hij zeide: “ Boudewijn, luister toch naar mij: “ Bij het geloof dat ik verschuldigd ben aan het sacrament dat ik vanochtend wijdde “ En aan het altaar aanbood in de vorm van brood en wijn, “ U kunt mij zo volkomen vertrouwen 500 “ Alsof wij broeders waren die van elkaar moeten houden. “ Ga in alle veiligheid, u hoeft nergens bang voor te zijn; “ Maar doe niets waarvoor men u zou kunnen berispen, “ Noch mij, schone heer, vanwege dit verblijf. “ “ Welnee, “ zeide Boudewijn, “ bij het lichaam van de heilige Omaars. “ De priester stond op en ging de vespers zingen; En na zijn ambtelijke plicht, kwam hij Boudewijn onthalen En hij wilde hem die dag met veel eer bejegenen, En hij ging met hem naar de zaal om te avondmalen. God! Wat lieten ze Boudewijn daar nobel rusten! 510 Maar nauwelijks kon hij zich die nacht in zijn bed omdraaien Om ook maar enige slaap te vatten, want hij durfde niet te vertrouwen Op de priester, uit angst dat deze hem weldra weer zou verraden; Vanwege de herinnering aan de valse priester die hem eerder had laten arresteren En die hem destijds had verraden terwijl hij hem te eten gaf. </poem> |}<noinclude></noinclude> dvl17ou99krxb72rcy49l9t84eguk0r Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/520 104 88385 225704 2026-08-27T07:24:13Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225704 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Mais ne besongne mie tout aïent fol penser, E iaus ·c· poet-on bien ·j· preud’omme trouver. Poy dormi Baudewins toute nuit à nuitie ; Par devant la journée, plus de liewe et demie, Se vesti et chausa en le chambre jolie, Et tint bien priès de lui son espée fourbie. Si jure Dame-Dieu, qui tout a en baillie, Sé nuls entroit laiens qui nulle riens li die, La teste li tourra ne l’espargnera mie. Quant il vi le cler jour, si en ot chière lie ; Tempre fist, el chastel, esveillier sa maisnie. La dame du chastel s’est briefment descouchie, Puis vint à Baudewin, hautement li escrie : « Sire, pourcoi avés vo besongne apointie ? « Avoec moy disnerés, par Dieu le fil Marie. » « Dame, » dist Baudewins, « je ne demourai mie. « Sé vous avés de moy mestier, à cheste fie, « Vous serés de par moi confortée et aidie. » « Oïl, » che dist la dame qui moult fu agentie. Droit à une chapèle, de ville anchiserie, Emmena Baudewin en cui forment se fie. Baudewins de Sebourc ne s’i arresta mie, Il vint à son garson, en l’oreille li crie Qu’il li voist enséleir son destrier de Surie ; Et qu’il l’ait apresté au piet de la cauchie, Par coi, sé besoins croist, qu’il ne li faille mie. Et chuis s’en est partis, que point ne se détrie. Et Baudewins s’en va, et la dame le ghie ; En la chapelle vont, dont je vous sénèfie, Li un d’encoste l’autre s’asist par compaingnie. Là, li dist ches péchiés, la dame, par sotie ; Cuida qu’il péust bien avoir s’ame alégie. Baudewins leur juoit bien de le moquerie. Quant la dame se fust confessée à devis, Baudewins le rassoit ; volentiers éust ris. </poem> |valign=top| <poem> Maar dwaas denken heeft helemaal geen nut, En in hen kan men zeker een rechtschapen man vinden. Boudewijn sliep heel weinig de hele nacht door; Ruim voor de dageraad, meer dan anderhalve leuge, Kleedde en schoeide hij zich in de mooie kamer, 520 En hield zijn glanzend geslepen zwaard dicht bij zich. Zo zweert hij bij de Here God, die alles in Zijn macht heeft, Dat als er iemand binnenkomt die ook maar iets tegen hem zegt, Hij hem de kop zal afhaken en hem geenszins zal sparen. Toen hij het heldere daglicht zag, was hij blij gestemd; Vroeg in de ochtend liet hij, in het kasteel, zijn gevolg wekken. De vrouwe van het kasteel is snel opgestaan, Vervolgens kwam zij naar Boudewijn en riep hem luidruchtig toe: “ Heer, waarom heeft u uw zaken al klaargemaakt? “ U zult met mij dineren, bij God de zoon van Maria. “ 530 “ Vrouwe, “ zei Boudewijn, “ ik zal helemaal niet blijven. “ Als u mijn hulp nodig heeft, op dit moment, “ Zult u door mij getroost en geholpen worden. “ “ Ja, “ zei de vrouwe die zeer lieftallig was. Recht naar een kapel, van oude herkomst, Bracht zij Boudewijn, in wie zij veel vertrouwen stelt. Boudewijn van Sebourc bleef daar niet treuzelen, Hij liep naar zijn knecht, en riep in zijn oor Dat hij zijn Syrisch strijdpaard moest gaan zadelen; En dat hij het gereed moest houden aan de voet van de weg, 540 Zodat, mocht de nood stijgen, het hem aan niets zal ontbreken. En deze vertrok direct, zonder ook maar te dralen. En Boudewijn gaat op weg, en de vrouwe leidt hem; Naar de kapel gaan zij, die ik u zojuist noemde, Zij gingen naast elkaar zitten als gezelschap. Daar biechtte zij haar zonden op, de vrouwe, in al haar dwaasheid; Zij dacht dat zij haar ziel wel verlicht had kunnen hebben. Boudewijn dreef intussen de spot met haar. Toen de vrouwe naar behoren had opgebiecht, Stelde Boudewijn haar weer gerust; hij had er graag om gelachen. 550 </poem> |}<noinclude></noinclude> qguzmdfgma59rirqp23uibbd17t618r Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/521 104 88386 225705 2026-08-27T07:27:28Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225705 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> {{iwpage|fr}} </poem> |valign=top| <poem> De dame stond op, maar haar waardige dochter Kwam terug naar Boudewijn die zo moedig was, In groot berouw biechtte zij hem haar zonden op; En toen dit ten einde liep, sprak de edele Boudewijn Tot haar: “ Jonkvrouw, bij het lichaam van Jezus Christus, “ Vertel mij de waarheid: van wie kwam uw schone zoon? “ Wie verwekte hem in u uit liefdesgenot? “ “ Heer, “ zei de jonkvrouw, zo blank als een leliebloem, “ Zo helpe mij de God van de glorie, dit kleine kind “ Was de zoon van een jonker die zeer moedig was, 560 “ Boudewijn was zijn naam; hij was mijn geliefde “ En door hem werd mijn lichaam voor het eerst geschonden, “ En van mijn maagdelijkheid nam hij de eer en de prijs. “ Schone, “ zei Boudewijn, “ nadat hij vertrokken was, “ Heeft u daarna nog een man liefgehad in dit land, “ Waaraan uw lichaam zich op enige wijze heeft overgegeven? “ Biecht alles op, het zal er voor u niet slechter op worden; “ Geef God de eer en breng schande toe aan de vijanden, “ Want om de wereld te redden heeft God mij hier op aarde gezonden. “ “ Heer, “ zei de jonkvrouw, “ bij de God van het paradijs, 570 “ Vlakbij hier woont werkelijk een knappe jongeman, “ De zoon van een ridder, en hij wordt Thierry genoemd: “ Die is hier in huis teruggekeerd, negen of tien maanden geleden, “ Hij deed mij geloven dat hij mijn vriend zou zijn “ Dus gaf ik mij aan hem over uit liefdesgenot; “ Hij heeft mij niet vaker bezocht dan vijf of zes keer. “ Voorwaar, dat is een zonde waar mijn lichaam bedroefd om is, “ Waarvoor ik u om vergeving smeek ter ere van Jezus Christus. “ “ Schone, “ zei Boudewijn, “ aangezien uw hart gezet is “ Op deze jonge schildknaap die zo galant is, 580 “ Die de gaven en de gunsten van uw liefde heeft “ En die bij u heeft gelegen; aangezien dit in uw voordeel is, “ Leg ik u als penitentie op dat u dit altijd blijft doen. “ Schone, “ zei Boudewijn, die het hart van een leeuw had, “ Volg de wensen en het behagen van uw geliefde op; </poem> |}<noinclude></noinclude> f73h8vq9az6wf1wzheree3u7hu1wz71 225732 225705 2026-08-27T08:43:03Z Havang(nl) 4330 225732 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> La dame se drecha, mais sa fille de pris Revint à Baudewin qui tant estoit hardis, En grant contrittion li as ses péchiés dis ; Et quant che vint en fin, Baudewins le gentis Li a dit : « damoisèle, pour le corps Jhésu-Cris, « Dites-moi vérité : de cui vint vous biaus fils ? « Qui l’engenra en vous par amoreus délis ? » « Sire, » dist la dansèle, blanche con flour de lis, « Si m’aït Diex de glore, ichius enfes petis « Fu fiex ·j· damoisel qui moult estoit hardis, « Baudewins ot à non ; ichuis fu mes amis « Et par cui le miens corps fu primiers amenris, « Et de mon puchelage ot l’onnour et le pris. « Bèle, » dist Baudewins, « puisqu’il se fust partis, « Amastes-vous puis homme en ichestui païs, « Là où vo corps se soit nullement asservis ? « Confessé-vous de tout, si n’en vaurės ja pis ; « Faites à Dieu honnour et honte as anemis, « Car pour sauver le monde m’a Diex chà-jus tramis. » « Sire, » dist la dansèle, « par Die de paradis, « Près de chi vraiement maint ·j· dansiaus faitis, « Le fiex d’un chevalier, si est clamés Tiéris : « Ch’a repairiet chaiiens, il a ·ix· mos ou .x., « Entendre me faisoit qu’il serioit mes amis « Si m’adonnai à lui par amoureus délis ; « Ains n’abita à moy que ·v· fies ou .vj.. « Chertes ch’est ·j· péchiés dont mes corps est maris, « Sé vous requir pardon en l’onnour Jhėsu-Cris. » « Belle, » dist Baudewins, » quant vo cors est assis « En se jone escuïer qui tant est agentis, « Qui a de vostre amour les dons et les ottris « Et qu’il a jut o vous ; puisque ch’est vous pourfis, « En pénanche vous querke que le fachiés toudis. « Belle, »dist Baudewins, qui coer ot de lion, « Faites de vostre amit son talent et son bon ; </poem> |valign=top| <poem> De dame stond op, maar haar waardige dochter Kwam terug naar Boudewijn die zo moedig was, In groot berouw biechtte zij hem haar zonden op; En toen dit ten einde liep, sprak de edele Boudewijn Tot haar: “ Jonkvrouw, bij het lichaam van Jezus Christus, “ Vertel mij de waarheid: van wie kwam uw schone zoon? “ Wie verwekte hem in u uit liefdesgenot? “ “ Heer, “ zei de jonkvrouw, zo blank als een leliebloem, “ Zo helpe mij de God van de glorie, dit kleine kind “ Was de zoon van een jonker die zeer moedig was, 560 “ Boudewijn was zijn naam; hij was mijn geliefde “ En door hem werd mijn lichaam voor het eerst geschonden, “ En van mijn maagdelijkheid nam hij de eer en de prijs. “ Schone, “ zei Boudewijn, “ nadat hij vertrokken was, “ Heeft u daarna nog een man liefgehad in dit land, “ Waaraan uw lichaam zich op enige wijze heeft overgegeven? “ Biecht alles op, het zal er voor u niet slechter op worden; “ Geef God de eer en breng schande toe aan de vijanden, “ Want om de wereld te redden heeft God mij hier op aarde gezonden. “ “ Heer, “ zei de jonkvrouw, “ bij de God van het paradijs, 570 “ Vlakbij hier woont werkelijk een knappe jongeman, “ De zoon van een ridder, en hij wordt Thierry genoemd: “ Die is hier in huis teruggekeerd, negen of tien maanden geleden, “ Hij deed mij geloven dat hij mijn vriend zou zijn “ Dus gaf ik mij aan hem over uit liefdesgenot; “ Hij heeft mij niet vaker bezocht dan vijf of zes keer. “ Voorwaar, dat is een zonde waar mijn lichaam bedroefd om is, “ Waarvoor ik u om vergeving smeek ter ere van Jezus Christus. “ “ Schone, “ zei Boudewijn, “ aangezien uw hart gezet is “ Op deze jonge schildknaap die zo galant is, 580 “ Die de gaven en de gunsten van uw liefde heeft “ En die bij u heeft gelegen; aangezien dit in uw voordeel is, “ Leg ik u als penitentie op dat u dit altijd blijft doen. “ Schone, “ zei Boudewijn, die het hart van een leeuw had, “ Volg de wensen en het behagen van uw geliefde op; </poem> |}<noinclude></noinclude> h6vbw6hcld4za7pj4eumxnpldu0lxik Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/522 104 88387 225706 2026-08-27T07:29:05Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225706 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Tené-vous au darain qui de vous ot le don, « Car vous n’arés jamais Baudewin à baron. » A rire commencha, dessous son cheperon, Si haut que le chapèle en retenti du ton ; Puis dist à le dansèle, à moult base rayson, « Pensés de mon bastaerd, n’en faites sé bien non ; « Car quant je porrai miex je li ferai raison. » « A ! Baudewins ! » dist chelle qui fuit en grant frichon, « Bien m’avés déchéue par mortel traïson ! « A ! dous amis loïaus, demeure en che roïon, « Ou g’irai aveuke toi à te division. » « Belle, » dist Baudewins, « oïés m’entention : « Ne faites chi endroit noyse, né cri, né son, « Par coi mes corps n’i ait honte né mesproison ; « Pensiés de mon enfant, pour Dieu vous en pri-on. « Je n’ai de vous talent, n’au coer dévotion ; « Puis qu’avès autre amis empris, par mesprison, « Jamais ne baiserai vo bouche et vo menton. » A ches mos s’en parti, n’i fist arrestison ; A le porte a courrut, s’avala le ponton. Et chelle keurt après, si s’escrie à haut son : « Ahi ! mère ! » dist-elle, « par le corps saint Symon, « Nous sommes déchéutes ! car en nostre maison « Avons-nous herbegiet Baudewin, le baron « Que nous avons nouri si très longe saison. « A le guise d’un moisne a-il pris sa fachon, « Je l’ai recognéut et nommé par son non ! « Vés-le-là, il s’enfuit sus son destrier Gascon. » Quant la dame l’oy, ne li vint mie à bon : « Or avant après lui ! escuïer et garchon. » Au monstier fist sonner les clokes à haut ton. Le gent se son esmut, entour et environ, Après Baudewin keurent, à forche et à bandon ; Lij porte ·j· tinel, li autres ·j· baston : Et Baudewins s’enfuit qui n’en donne ·j· botton.</poem> |valign=top| <poem> “ Houd u aan de laatste die van u de gunst kreeg, “ Want u zult Boudewijn nooit als echtgenoot hebben. “ Hij begon te lachen, onder zijn kaproen, Zo luid dat de kapel erdoor weergalmde ; Toen zei hij tegen de jonkvrouw, met zeer zachte stem : 590 “ Zorg voor mijn bastaard, doe niets dan goeds voor hem ; “ Want zodra ik beter kan, zal ik hem recht doen. “ “ Ach! Boudewijn! “ zei zij die in grote angst verkeerde, “ U hebt mij schandelijk bedrogen met dodelijk verraad! “ Ach, trouwe lieve vriend, blijf in deze streek, “ Of ik ga met u mee bij uw vertrek. “ “ Schone, “ zei Boudewijn, “ luister naar mijn bedoeling: “ Maak hier geen misbaar, noch geschreeuw, noch geluid, “ Opdat mijn persoon geen schande of smaad overkomt; “ Denk aan mijn kind, om Gods wil bid ik u daarom. 600 “ Ik heb geen verlangen naar u, noch toewijding in mijn hart; “ Aangezien u een andere vriend hebt genomen, door wangedrag, “ Zal ik nooit meer uw mond en uw kin kussen. “ Met deze woorden vertrok hij, hij hield niet halt; Naar de poort rende hij, en reed de kleine brug af. En zij rent hem achterna, en roept met luide stem: “ Ach! Moeder! “ zei ze, “ bij het lichaam van de heilige Simon, “ Wij zijn bedrogen! Want in ons huis “ Hebben wij Boudewijn gehuisvest, de baron “ Die wij zo'n lange tijd hebben gevoed. 610 “ In de gedaante van een monnik heeft hij zijn vorm aangenomen, “ Ik heb hem herkend en bij zijn naam genoemd! “ Zie hem daar, hij vlucht op zijn Gascogner strijdros. “ Toen de vrouwe het hoorde, beviel het haar geenszins: “ Vooruit, achter hem aan! Schildknaap en schavuit. “ In de kerk liet zij de klokken luid luiden. Het volk kwam in beweging, overal rondom, Achter Boudewijn renden ze, met macht en in grote menigte; De ene brengt een knuppel, de andere een stok: En Boudewijn vlucht, die er geen zier om geeft. 620 </poem> |}<noinclude></noinclude> 0d62308ibkkt463xnuts1k9w65y2sac Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/523 104 88388 225707 2026-08-27T07:32:14Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225707 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Quant de Baudewin seurent le chairtaine ochoison, Les mères des bastars, bien ·xxx· ou environ, Couroient par les camps contre val le sablon, A leur cos leur enfans menant grant marrison ; Et crioient en haut trestoutes, à haut ton : « Vien veioir ton enfant ! retourne l’Arragon ! » Mais Baudewins chevauche, si fiert de l’esporon, Contre val le valée va courant de randon ; En poy d’heure le perdent là, sont bos et buisson Où li bers s’enbati à forche et à bandon. Ne say que j’en fesisse longe division : Il trespasse Hainnau, le noble région, Brabant passa aussi, aveukes son garson ; Le chemin vers Nimaye, la chité de renon, Va chevauchant li bers, à coite d’esporon. Ne sai c’on vous vausist alongier le chanson : Dès-si jusqu’à Nimaye ne fist arrestison, Et dist, que sé il poet, qu’à bien courte saison Saurra sé s’amie est uncore vive ou non. Et dist qu’ains ne trouva en ville, n’en roïon, Plus loyaus de son corps, né sans maise ochoison, Qu’adés li a esté à son loyal beson. Encore estoit la belle en Nymaie, en prison, ·xiiij· ans i fu Blanche qui clère a le fachon : Onkes n’i ot déduit né consolation, En tristèce vesqui, la dame, longement ; Car qui est en prison il n’a pas son talent. Tant chevaucha, li bers dont je fai parlement, C’un merquedi à nonne, sé l’istoire ne ment, Entra dedens Nimaye, la ville qui resplent, En droit albit de moisne, il n’estoit autrement. Assés près du chastel a pris herbergement, Où Blanche ot, en prison, estet moult longement ; Mais pour ce qu’elle estoit née de haute gent, Estoit en une sale mise moult noblement ; </poem> |valign=top| <poem> Toen men van Boudewijn de ware reden vernam, Renden de moeders van de bastaarden, wel dertig of daaromtrent, Door de velden over het zand naar beneden, Terwijl zij hun kinderen op de nek droegen in groot verdriet; En zij riepen allemaal luidkeels, met luide stem: “Kom je kind bekijken! Keer terug naar Aragon!” Maar Boudewijn rijdt door, en geeft zijn paard de sporen, En galoppeert in allerijl de vallei in; In een mum van tijd verliezen ze hem uit het oog in bos en struikgewas Waar de heer zich met kracht en in volle vaart in wierp. 630 Ik weet niet waarom ik er een lang verhaal van zou maken: Hij doorkruist Henegouwen, de edele regio, Brabant passeerde hij ook, samen met zijn schildknaap; De weg naar Nijmegen, de stad van grote naam, Rijdt de heer tegemoet, met de sporen in de flanken. Ik weet niet of men het lied nog verder zou willen rekken: Van hier tot aan Nijmegen hield hij niet halt, En zei dat hij, als hij kon, in zeer korte tijd Zou weten of zijn geliefde nog in leven is of niet. En hij zei dat hij nooit in een stad of koninkrijk 640 Iemand vond die trouwer was van lijf, en zonder slechte bijbedoelingen, Die hem altijd in zijn trouwe nood heeft bijgestaan. Nog steeds zat de schone in Nijmegen in de gevangenis, Veertien jaar verbleef Blanche daar, die een helder gelaat heeft: Nooit vond zij er vermaak of troost, In droefenis leefde de dame, een lange tijd; Want wie in de gevangenis zit, leeft niet naar zijn wens. Zo ver reed de heer over wie ik dit verhaal doe, Dat hij op een woensdag ter noene, als de kroniek niet liegt, Nijmegen binnenreed, de stad die schittert, 650 In het ware gewaad van een monnik, anders was het niet. Heel dicht bij het kasteel nam hij zijn intrek, Waar Blanche al zeer lange tijd gevangen zat; Maar omdat zij van hoge komaf was geboren, Was zij zeer adellijk ondergebracht in een zaal; </poem> |}<noinclude></noinclude> o8in71fm9mr803ztyi2e3afuw4dd2hm Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/524 104 88389 225708 2026-08-27T07:35:20Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225708 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> O lui ·iiij· puchelles i avoit proprement, Et par nuit et par jour, sans nulle département ; Compaingnie li portent et amour ensément. A l’entreir de la porte de cestui mandement Avoit ·xxx· sergans, gardant soengeusement ; Mais dames et puchelles i aloient souvent Caroler et tréchier et canter douchement, Pour l’amour de la dame qui le coer ot dolent. Mais chose c’on li face ne li plaist pas granment : Pour l’amour Baudewin, qu’elle amoit loyaument, Li anoyot tant fort qu’elle en plouroit souvent. « A ! dous amis, » dist-elle, « hons de grant hardement, « Je vauroie aveuc toi estre chairtainement ; « Et jamais ne déusse avoir pain de fourment, « A boire n’a mengier ·j· soel tournois d’argent, « Sé ne le demandoie pour Dieu omnipotent. Ensi disoit la belle con je fai parlement. Baudewins de Sebourc à ·j· hostel descent ; La dame de l’ostel li a dit simplement : « Sire, bien veigniés-vous en chestui ténement ! « Chaiens serrés servis et bien et noblement, « Et si arés des biens assés et largement. » « Dame, » dist Baudewins, au fier contenement, « Sé je ai de vous biens, vous arés mon argent. « Dame, » dist Baudewins, « or ne me chéliés mie ; « Où est Gaufrois, li roys de cheste seignourrie ? » « Sire, il est à Paris, à noble compaingnie, « A le court du bon roy qui Franche a en ballie ; « Car parlement i a en France, le garnie, « Contre Rose, no dame, qui mal est conseillie : « Car li femme est moult fole, quant elle se marie, « Quant aveuc son baron ne volt user sa vie. » « Dame, » dist Baudewins, « vous dites courtoisie. « Or me dites pour vrai, sé ne le laissiés mie : « Tient encore Gaufrois une dame jolie, </poem> |valign=top| <poem> Met hem vier jonge maagden waren daar welgemanierd, En bij nacht en bij dag, zonder enige scheiding; Gezelschap houden zij haar en evenzo liefde. Bij de ingang van de poort van dit verblijf Waren dertig sergeanten, die zorgvuldig de wacht hielden; 660 Maar dames en jonge maagden kwamen er vaak Om te reien, te dansen en lieflijk te zingen, Omwille van de liefde voor de dame wier hart bedroefd was. Maar wat men ook voor haar doet, het behaagt haar niet zeer: Vanwege de liefde voor Boudewijn, die zij trouw beminde, Kwelde het haar zo sterk dat zij er vaak om weende. “ Och! zoete vriend, “ zeide zij, “ man van grote dapperheid, “ Ik zou voorzeker dolgraag bij u willen zijn; “ En nooit zou ik nog tarwebrood hoeven te hebben, “ Te drinken of te eten voor een enkele zilveren tournois, 670 “ Tenzij ik erom zou smeken in de naam van God de Almachtige. “ Alzo sprak de schone, terwijl ik mijn verhaal doe. Boudewijn van Sebourc stijgt af bij een herberg; De dame van de herberg sprak hem minzaam toe: “ Heer, wees welgekomen in dit verblijf! “ Hierbinnen zult gij goed en edel gediend worden, “ En zo zult gij goederen genoeg en in overvloed hebben. “ “ Dame, “ sprak Boudewijn, met een fier gelaat, “ Indien ik van u goederen ontvang, zult gij mijn geld krijgen. “ Dame, “ sprak Boudewijn, “ verberg het nu volstrekt niet voor mij; 680 “ Waar is Gaufrois, de koning van deze heerlijkheid? “ “ Heer, hij is te Parijs, in edel gezelschap, “ Aan het hof van de goede koning die Frankrijk onder zijn hoede heeft; “ Want er is een parlement bijeengeroepen in Frankrijk, “ Tegen Rose, onze dame, die slecht beraden is: “ Want de vrouw is zeer dwaas wanneer zij trouwt, “ Als zij haar leven niet met haar echtgenoot wil doorbrengen. “ “ Dame, “ sprak Boudewijn, “ gij spreekt hoofs. “ Zeg mij nu naar waarheid, en laat het geenszins na: “ Houdt Gaufrois nog altijd een schone dame gevangen, 690 </poem> |}<noinclude></noinclude> 4j1ov5oaxzp68l4zvv39086p3cft274 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/525 104 88390 225709 2026-08-27T07:37:31Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225709 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Soer au conte de Flandre qu’en Frise fu ravie ; « Ne l’a pas roy Gaufrois arse, nie essillie ? » « Nennil, » dist le hostesse, « par Dieu le fil Marie, « J’ai à Blanche parlet aujourd’ui mainte fie ; « Encore est le dansèle toute sauve et en vie, « Mais plus dolante n’a jusqu’à pors de Surie ! « Car toute jour regrète, et main et anuitie, « Son ami Baudewin que je ne cognois mie ; « Mais pour che Baudewin adès se ratenrie. « Encore lui demandai er soir, devant Complie, « Où elle me prisoit de volenté jolie « Che vassal Baudewin ; si dis dame prisie, « Qui est chuis Baudewins, ne le me chélés mie ? « Elle dist que ch’estoit fleur de chevalerie, « Proèche et loïautés, honneur et courtoisie, « Et trestous li plus biaus de cheste mortel vie, « Li plus dous, li plus ables de mannière adréchie, « Et li plus gratieus, sans nulle vilonnie, « C’on péust point trouver jusqu’as pors de Pavie ! « Et que s’amour estoit en chellui tant fichie, « Que n’ameroit nul homme, tant éust seignourrie. « Dame, » dist Baudewins, « elle en est bien honnie, « Car ch’est ·j· chevaliers de bien basse lignie ; « On ne sceit quil il est, né de quelle partie. « Chertes, ch’est grant meskiés qu’elle en est en péchie « De l’amour tel vassal qui ne vault une alie. « Comment porroie, dame, pour Dieu je vous em prie, « Veioir le corps de lui, né par quelle maistrie ? « Prendés de mon avoir largement vo partie, « Car j’ai or et argent assés, n’en doubtés mie, « Et je vous en donrai largement et haïe ; « Mais que je puisse entreir en la sale voltie « Où la damoisèle est qui ensi brait et crie. « Car sé parler i puis, je l’arai conseillie ; « Et sé par mon conseil ne s’est tost ravoïe, </poem> |valign=top| <poem> “ Ik vrees ten zeerste dat het daardoor verminderd is. “ Ik kom net van de paus van Rome, de welvoorziene, “ Die over de jonkvrouw goed nieuws heeft gehoord; “ Zodat de paus wil: hij beveelt en verzoekt “ Dat hij spoedig scheidt van Rose, zijn vrouw; 730 “ En voor Blanche, die hij vasthoudt in een versterkte gevangenis, “ Ervoor zorgt dat hij haar, in vrede, als echtgenote trouwt. “ Zo zal, als zij mij gelooft, de dame gered zijn. “ En toen de dame het hoorde, riep zij hem luidruchtig toe: “ Ach! heer, denk eraan! om Gods wil smeek ik u. “ Ik zal ervoor zorgen dat de dame aan u wordt gewezen. “ Boudewijn de Sebourc was wijs en verstandig, En de dame vertrekt bij wie hij te gast was; Zij ging naar de wachters en zei: “ open! open! “ Want in ons huis is een monnik gehuisvest 740 “ Die rechtstreeks uit Rome komt, wat een goede stad is; “ Hij wil met Blanche spreken en enkele geheimen vertellen. “ Ik geloof dat er zal gebeuren wat u niet vermoedt, “ Hij zal er veel spijt van krijgen, nog voor het zomer is, “ Wie Blanche geen liefde en vriendschap heeft betoond! “ En zij zeiden tegen haar: “ dame, u weet er veel van. “ Laat de monnik komen, moge hij goed ontvangen worden! “ Hij zal ons geenszins aantreffen als verloren schurken, “ Want wij hebben allemaal onze maliënkolders aangetrokken; “ Er is niemand onder ons die niet goed bewapend is. “ 750 “ Heren, “ zei de dame, “ u handelt verstandig, Want een goed voorzien kasteel hoeft geen honger te vrezen. “ Toen keerde de dame terug, van wie u gehoord heeft, Rechtstreeks naar waar de edele Boudewijn was gebleven: “ Heer, “ zei de dame, “ ga naar het kasteel, “ Want ik heb zo gehandeld dat u er goed zult binnenkomen. “ Toen is Boudewijn vertrokken en heengegaan; Hij is bij het kasteel gekomen en is de bruggen overgegaan, Hij is bij de poort gekomen en heeft de poortwachters aangetroffen: En Boudewijn heeft hen vriendelijk toegesproken. 760 </poem> |}<noinclude></noinclude> gbxv5wrmme3xgzias1oabdfdl14rj9s Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/526 104 88391 225710 2026-08-27T07:41:45Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225710 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Je me doubte forment que n’en soit amenrie. « Je vieng de l’apostèle de Romme, la garnie, « Qui de la damoisèle a bien novèle oïe ; « Si que le papes voilt : à Gaufroi mande et prie « Que de Rose, sa femme, briefment se desmarie ; « Et à Blanche, qu’il tient en prison reforchie, « Face tant que, par pais, l’ait à femme plévie. « Ensi, s’elle m’en croit, ert la dame garie. » Et quant la dame l’ot, hautement li escrie : « A ! sire, pensés-ent ! pour Dieu je vous em prie. « Je ferai que la dame vous sera enseignie. » Baudewins de Sebourc fu sages et senés, Et la dame s’en va à cui fu hostelės ; Elle vint à sergans, si dist : « ouvrés ! ouvrés ! « Car en no maison s’est ·j· mones hostelės « Qui droit de Romme vint, qui est bonnes chités ; « Il voeilt parleir à Blanche et dire aucuns secres. « Je croi qu’il avenra che que pas ne pensés, « Moult s’en repentira, ains que soit li estés, « Qui n’ara fait à Blanche amour et amistės ! » Et chil li ont dit : « dame, bien avant en saves. « Faites venir le moisne, que bien soit-il trouvés ! « Ne nous trouvera mie con villains esgarés, « Car nous avons trestous les haubers endossés ; « N’i a chellui de nous qui ne soit bien armés. » « Seignour, » che dist la dame, « vous faites que senés, Car castiaux bien garnis n’est pas cos afamés. » Adont révint la dame, dont vous oï avés, Tout droit où Baudewins, li gentis, fu remés : « Sire, » che dist la dame, « au chastel en alés, « Car j’ai tant esploitiet que bien i enterrés. » Adont c’est Baudewins partis et dessevrés ; Venus est au chastel, si a les pons passés, Venus est à le porte, s’a les portiers trouvés : Et Baudewins les a bellement aparlés </poem> |valign=top| <poem> “ Ik vrees ten zeerste dat het daardoor verminderd is. “ Ik kom net van de {{SIC|apostel|paus}} van Rome, de welvoorziene, “ Die over de jonkvrouw goed nieuws heeft gehoord; “ Zodat de paus wil: hij beveelt en verzoekt “ Dat hij spoedig scheidt van Rose, zijn vrouw; 730 “ En voor Blanche, die hij vasthoudt in een versterkte gevangenis, “ Ervoor zorgt dat hij haar, in vrede, als echtgenote trouwt. “ Zo zal, als zij mij gelooft, de dame gered zijn. “ En toen de dame het hoorde, riep zij hem luidruchtig toe: “ Ach! heer, denk eraan! om Gods wil smeek ik u. “ Ik zal ervoor zorgen dat de dame aan u wordt gewezen. “ Boudewijn de Sebourc was wijs en verstandig, En de dame vertrekt bij wie hij te gast was; Zij ging naar de wachters en zei: “ open! open! “ Want in ons huis is een monnik gehuisvest 740 “ Die rechtstreeks uit Rome komt, wat een goede stad is; “ Hij wil met Blanche spreken en enkele geheimen vertellen. “ Ik geloof dat er zal gebeuren wat u niet vermoedt, “ Hij zal er veel spijt van krijgen, nog voor het zomer is, “ Wie Blanche geen liefde en vriendschap heeft betoond! “ En zij zeiden tegen haar: “ dame, u weet er veel van. “ Laat de monnik komen, moge hij goed ontvangen worden! “ Hij zal ons geenszins aantreffen als verloren schurken, “ Want wij hebben allemaal onze maliënkolders aangetrokken; “ Er is niemand onder ons die niet goed bewapend is. “ 750 “ Heren, “ zei de dame, “ u handelt verstandig, Want een goed voorzien kasteel hoeft geen honger te vrezen. “ Toen keerde de dame terug, van wie u gehoord heeft, Rechtstreeks naar waar de edele Boudewijn was gebleven: “ Heer, “ zei de dame, “ ga naar het kasteel, “ Want ik heb zo gehandeld dat u er goed zult binnenkomen. “ Toen is Boudewijn vertrokken en heengegaan; Hij is bij het kasteel gekomen en is de bruggen overgegaan, Hij is bij de poort gekomen en heeft de poortwachters aangetroffen: En Boudewijn heeft hen vriendelijk toegesproken. 760 </poem> |}<noinclude></noinclude> p0vr4wdbsvt9pvwokrfudr0sai2z2db Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/527 104 88392 225711 2026-08-27T07:44:56Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225711 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Et lor donna ·x· libres de deniers monnaés ; Adont fu des seurjans noblement honnorés. Adès est bien venus qui poet donner assés : Et qui n’a che né coi, adès est déboutés, Né il est biaus cousins né parens appellés. Baudewins de Sebourc va ou chastel montant, En le sale est venus, où moult fist déduisant, Pourtendue de dras qui sont d’or reluisant ; En le chambre regarde si vit ·j· poi avant Dames et damoisèles qui aloient chantant, A son d’une vielle qui rendoit moult dous chant. Blanche fu ou molon qui les va regardant, Mais n’i prendoit playsanche ni amour, tant né quant ; Nient plus con li marastre prent anoi de l’enfant. Baudewins voit le belle qui moult aloit pensant, « A ! Diex, » dist Baudewins, « vrais Dieux de Bethléant, « Or voi le damoisèle que mes corps aime tant ! « Le plus belle du monde si lons comme il s’espant. « Ay ! trè douche amie, ma mort voi pourcachant ; « Car chertes, ains que chi vous laise plus gisant, « Aront encontre moy bataille chil serjant « Qui gardent à le porte, armé comme gaiant. » Ensi dist Baudewins ; si est passés avant, Lors dist « chuis Sire-Diex qui, pour nostre garant, « Voil morir en le crois d’une lanche trenchant, « Gart cheste compaingnie que je voi chi séant ! » Et chelles se levèrent toutes, en leur estant, Pour l’onneur dou prestraege le vont moult honnourant. Et Baudewins s’escrie, que n’i va arrestant, Jà dira tel rayson, ensois qu’il voist lasquant, De quoi Blanche, s’amie, ara le coer dolant ; Mais on ne doit mie croire ce que dient aucant. Baudewins de Sebourc n’i a fait arrestée, Clèrement a parlet et à haute allenée : « Blanche, » se dist li bers, « or oïés me pensée ; </poem> |valign=top| <poem> En hij gaf hun ten slotte tien ponden aan gemunte penningen; Toen werd hij door de sergeanten eervol en edel onthaald. Welkom is immers altijd wie genoeg te geven heeft; En wie helemaal niets heeft, wordt terstond afgewezen, Noch wordt hij een 'goede neef' of bloedverwant genoemd. Boudewijn van Sebourc trekt nu het kasteel binnen, In de zaal is hij gekomen, waar men zich zeer vermaakte, Behangen met doeken die glanzen van goud; In de kamer kijkt hij om zich heen en ziet een stukje verder Dames en jonkvrouwen die al zingend voortgingen, 770 Op de klank van een vedel die een zeer zoet lied ten gehore bracht. Blanche bevond zich in de menigte die hen gadesloeg, Maar zij vond er plezier noch liefde in, in geen enkele mate; Net zo min als een stiefmoeder zich bekommert om het kind. Boudewijn ziet de schone die diep in gedachten verzonken was, "Ach! God," zeide Boudewijn, "ware God van Bethlehem, "Nu zie ik de jonkvrouwe die mijn hart zo teder bemint! "De allermooiste ter wereld, zover als zij zich uitstrekt. "Ach! Zeer zoete geliefde, ik zie dat ik mijn eigen dood tegemoet ga; "Want voorwaar, eer ik u hier nog langer zo laat kwijnen, 780 "Zullen deze serjanten de strijd met mij moeten aanbinden, "Zij die de poort bewaken, gewapend als reuzen." Zo sprak Boudewijn; en hij trad naar voren, Toen zeide hij: "Moge de Here God die, tot onze bescherming, "Aan het kruis wilde sterven door een scherpe lans, "Dit gezelschap behoeden dat ik hier zie zitten!" En allen stonden op, in hun volle lengte, Uit eer aan zijn priesterambt betonen zij hem groot respect. En Boudewijn roept uit, zonder nog langer te dralen, Hij zal nu zulke woorden spreken, nog voor hij vertrekt, 790 Waarvan Blanche, zijn geliefde, een bedroefd hart zal krijgen; Maar men moet geenszins geloven wat sommigen beweren. Boudewijn van Sebourc heeft daar niet halt gehouden, Helder heeft hij gesproken en met een diepe ademteug: "Blanche," zo sprak de edelman, "luister nu naar mijn gedachte; </poem> |}<noinclude></noinclude> dksnq31sri7wr5gd2amd2uclacxdh2q Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/528 104 88393 225712 2026-08-27T07:46:30Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225712 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Une novelle aporte dont j’ai le chière irée. « Je vieng droit de Paris, où plainte fu monstrée « De vous et de Gaufroi qui tant a renommée : « Seure vous mis de fait, s’en est l’oevre prouvée, « Que jadis marchandastes, en Hainnau le contrée, « De lui faire murdrir, ou fons d’une valée ; « De coi mainte personne i fu adont tuée. « Che fuit par vostre fait, car coze est avérée « Et a esté prouvet par bonne gent discrée ; « De coi li ·xij· per de France, la lozée, « Vous jugèrent à mort d’estre en un feu getée, « Si que vo char doit estre et arse et enbrasée. « Dit fu par jugement, ch’est vérités prouvée, « Si que tantost m’en fu une lettre livrée « Pour ballier ou provost de Nimaie, la leie, « Qu’il vous face morir ains demain la vesprée : « Sachiés que je li ai la lettre présentée. « Si sui venus à vous, douche dame honnerée, « Afin que ne soïés nullement despérée, « Aíns soïés douchement et de coer confessée. « Tous nous convient morir, n’avons nulle journée. » Quant la dame l’entent, adont chéi pasmée ; Onkes mot ne parla en bien demi louée. Quant elle pot parleir, si s’est haut escrié : « Tré douche mère Dieu, vous en soïés louée ! » N’i ot puchelle là qui ne soit effraée ; Plourant vont tenrement, chascune est moult irée. Mais encor estoit Blanche au coer plus tourmentée, Car à lui en estoit li cause démonstrée. Sé Blanche fu dolante, drois est que lui anoie ; Car qui atent la mort drois est qu’il n’ait pas joie. « Bėle, » dist Baudewins, « n’i a fors que la voie, « Il me fu commandé que je le vous diroie : « Et pour itant que prestres, trè douche dame, estoie, « Fu forment convoitans que chi endroit verroie ; </poem> |valign=top| <poem> “ Een nieuw bericht breng ik, waarvan mijn gelaat bedroefd is. “ Ik kom rechtstreeks uit Parijs, waar een klacht werd neergelegd “ Tegen u en tegen Godfried die zo een grote faam geniet: “ Men heeft u op heterdaad beschuldigd, en de daad is bewezen, “ Dat u destijds handelde, in de streek van Henegouwen, 800 “ Om hem te laten vermoorden, op de bodem van een vallei; “ Waarbij menig persoon destijds werd gedood. “ Dit geschiedde door uw toedoen, want de zaak is zonneklaar “ En is bewezen door goede en discrete lieden; “ Waarom de twaalf pairs van Frankrijk, de geprezenen, “ U ter dood hebben veroordeeld om in een vuur te worden geworpen, “ Zodat uw vlees verbrand en door vlammen verteerd moet worden. “ Zo luidde het vonnis, het is de bewezen waarheid, “ Zodat mij terstond een brief werd overhandigd “ Om te bezorgen aan de schout van Nijmegen, de trotse, 810 “ Opdat hij u doet sterven vóór de avond van morgen: “ Weet dat ik hem de brief heb gepresenteerd. “ En zo ben ik tot u gekomen, zachte, geëerde vrouwe, “ Opdat u geenszins wanhopig zult zijn, “ Maar u zachtmoedig en met heel uw hart zult biechten. “ Wij moeten allen sterven, we hebben geen dag zekerheid. “ Toen de dame dit hoorde, viel zij terstond flauw; Geen enkel woord sprak zij in wel een heel half uur. Toen zij weer kon spreken, riep zij luidkeels uit: “ Zeer milde Moeder Gods, zijt Gij hiervoor geprezen! “ 820 Er was daar geen meisje dat niet ontzet was; Al weenend huilden zij teder, elk van hen was zeer bedroefd. Maar Blanche was in haar hart nog het meest gekweld, Want aan haar was de oorzaak hiervan getoond. Als Blanche treurig was, is het terecht dat het haar pijn doet; Want wie op de dood wacht, heeft terecht geen vreugde. “ Schone, “ zeide Boudewijn, “ er is geen andere weg, “ Het werd mij bevolen dat ik het u zou zeggen: “ En omdat ik priester was, zeer zachte vrouwe, “ Was ik vurig verlangend dat ik u hier zou opzoeken 830 </poem> |}<noinclude></noinclude> 1og3n73zaxd49ukkee58kr2qknftipj Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Gonzales Coques 100 88394 225713 2026-08-27T08:03:40Z Vincent Steenberg 280 begin 225713 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Gonzales Coques | afbeelding = Gonzales Coques, schilder PK-T-1089, PK-T-AW-3112r.jpg | alt = Portret door Conraad Lauwers | beschrijving = Bronnen bij de Zuid-Nederlandse schilder, tekenaar, miniatuurschilder, kunsthandelaar en gildedeken [[w:nl:Gonzales Coques|Gonzales Coques]] }} == Algemeen == == Inleidingen - Hand- en leerboeken == *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gonzalo Coques|“Gonzalo Coques”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;40-41. == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Veilingen ==== ;1921 *''Tableaux anciens'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 24-27 mei 1921.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (25 mei 1921) [[De Maasbode/Jaargang 53/Nummer 17538/Avondblad/Veiling Frederik Muller & Co.|‘Veiling Frederik Muller & Co.’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;2. === Musea === === Tentoonstellingen === ;1922 *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] ob4aoofu9e6eb2duhsfzxv3b2s1bpox Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/529 104 88395 225715 2026-08-27T08:08:36Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225715 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Pour le cause de chou que, sé ne vous veioie « En point digne et loyal, je vous conforteroie. « Car il n’est de péchiet dont je ne rassorroie : « Je sui prévilégiet, pourcoi en mentiroie ? « L’apostèles de Romme m’en a donné la voie ; « Si ques confesses-vous, c’est che dont je vous proie. « On doit recevoir mort en si boine coroie « Qu’anemis, né diables, en fin ne nous desvoie ; « Si que, si vous plaisoit, je vous confiesseroie, « En l’onneur Jhesu-Crist je vous radrécheroie. « Car ce que je rassos, bien dire l’oseroie, « S’en va en paradis qui de biautė flamboie, « Sans passer purgatoire i va le droite voie. « Dame, chi sui venus pour vous à redréchier : « De moy poés véoir le Jhésu messagier, « Car li papes m’a fait telle grace ottroïer « Que tout chil qui à moy se verront consellier, « Et, en dévotion de loïal coer entier, « Regehir lor péchiés ; je les puis envoïer « Lassus en paradis manoir et herbergier. » Quant les puchelles oient Baudewin desraisnier, Chascune de pitié commence à larmoïer ; Chascune li a dit : « de vous avons mestier ; « En l’onneur de Jhésu qui tout a à jugier, « Nous voillons confesser, à vous, sans détreier. » Blanche pleure et larmie, en li n’oit qu’esmafer, De coer va réclamant le père droiturier. Et Baudewins s’assist, soy prist à embronchier : Les puchelles li viènent devant agennoullier, Et dire leur mesfais et le pardon priier ; Mais adès Baudewins leur demande primier Comment il leur estoit en l’amoreus mestier ? Chertes, moult savoit bien, Baudewins, alourder Qui faisoit les puchelles à son corps confesser. Toutes les a oïes leur mesfais recorder ; </poem> |valign=top| <poem> “ Om de reden dat, als ik u niet zou zien “ In een waardige en trouwe staat, ik u zou troosten. “ Want er is geen zonde waarvan ik u niet kan vrijpleiten: “ Ik ben geprivilegieerd, waarom zou ik erover liegen? “ De apostel van Rome [de paus] heeft mij deze macht gegeven; “ Dus biecht u, dat is wat ik u vraag. “ Men moet sterven in zo'n goede toestand [spirituele uitrusting] “ Dat de vijand, noch de duivel, ons uiteindelijk op een dwaalspoor brengt; “ Dus, als het u behaagt, zou ik uw biecht horen, “ In de eer van Jezus Christus zou ik u op het rechte pad brengen. 840 “ Want wat ik vergeef, ik durf het wel te zeggen, “ Gaat naar het paradijs dat blinkt van schoonheid, “ Zonder door het vagevuur te gaan, gaat het de directe weg. “ Dame, ik ben hier gekomen om u op het rechte pad te brengen: “ In mij kunt u de boodschapper van Jezus zien, “ Want de paus heeft mij zo'n gratie verleend “ Dat allen die bij mij te rade gaan, “ En, in devotie met een oprecht en trouw hart, “ Hun zonden opbiechten; ik kan hen zenden “ Daarboven in het paradijs om te wonen en te verblijven. “ 850 Toen de maagden Boudewijn zo hoorden spreken, Begon elk van hen uit medelijden te tranen; Elk van hen zei tot hem: “ wij hebben u nodig; “ In de eer van Jezus die alles moet oordelen, “ Willen wij biechten, aan u, zonder dralen. “ Blanche huilt en traant, in haar is niets dan angst, Met heel haar hart roept zij de rechtvaardige Vader aan. En Boudewijn ging zitten, en boog zich voorover: De maagden kwamen voor hem knielen, En vertelden hun misstappen en vroegen om vergeving; 860 Maar prompt vroeg Boudewijn hen eerst Hoe het met hen gesteld was in het amoureuze handwerk? Zeker, Boudewijn wist heel goed hoe hij hen moest begoochelen, Hij die de maagden hun lichaam liet opbiechten. Hij heeft hen allen hun misstappen horen opnoemen; </poem> |}<noinclude></noinclude> kq18pzgresvoim3lswyx8dek9qgqqsi Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Toon Kelder 0 88396 225716 2026-08-27T08:09:07Z Vincent Steenberg 280 nieuw 225716 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Toon Kelder in de kunstzaal Buffa’ | Schrijver = |Override_schrijver = [[Auteur:Maria Viola|M.V.]] | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit het ''Algemeen Handelsblad'', zaterdag 24 december 1932, Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Algemeen Handelsblad vol 105 no 34436 Avondblad KUNST.pdf" from=1 to=1 fromsection=s10 tosection=s10/> [[Categorie:Algemeen Handelsblad, Jaargang 105, Nummer 34436]] [[Categorie:Maria Viola]] oo8ezycf40tcrz6a4qzgyjo22d0wg5d Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/530 104 88397 225717 2026-08-27T08:12:37Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225717 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Blanche fu li daraine, ne fine de plourer. Baudewins l’apella, lès lui le fist ester : « Dame, » dist Baudewins, « ne voielliés doel mener, « Se on vous fait à tort les griés mort endurer ; « Ensi fist-on Jhésu en le crois lapider, « De le lanche férir et ou costé navrer. « Chellui qui le féri volt sa mort pardonner ; « Pour nous souffri la mort, c’est légier à prouver, « Si devommes pour lui nous vies amender « Et souffrir trestout che qu’il en voelt ordener. « Dites vostres péchiés, ne vœilliés oublier : « Telle absolution vous en vaurai donner « Qu’en paradis serés, ains demain la vesprer. » « Sire, » dist la dansèle, « Diex vous voille escouter ! » Adont de chief en cor li prist à raconter Ses péchiés qu’il ot fais, merchi prist à crier. « Belle, » dist Baudewins, « sé vous savés viser « Sé vous avés fait Dieu nullement aïrer, a N’en fornication à nul homme penser, « Si le me voilliés dire ; près sui de l’escouter. » « Sire, » dist la dansèle, « sor sains vous puis jurer, « Onques jour de ma vie n’amai c’un bacheler « Baudewin de Sebourc se faisoit appeleir ; « A chellui voch mon corps par amours adonner, « Mais onkes n’oi talent de plus de homme amer. « Je le prens sus mon âme, s’elle ne puist aler « En enfer le puant manoir et hosteleir, « Et sus le mort qu’atens dont il me doit peser. » « Belle, » dist Baudewins, « si vous en doy amer ! « Car je sui Baudewins, plus ne le doi chéler, « Qui en albit de monne vous ving chi visenter. « Or menés lie chière, n’aïés song de plourer, « Car il n’est nuls, fors Diex, qui vous péust grever. » Quant le belle le voit, s’el prist à regarder : Moult bien le recogniut, à son viaire cler, </poem> |valign=top| <poem> Blanche was de laatste, en zij hield niet op met wenen. Boudewijn riep haar, en liet haar naast zich staan: “ Dame, “ zei Boudewijn, “ wees niet zo luid aan het rouwen, “ Als men u ten onrechte de bittere dood laat ondergaan; “ Zo liet men ook Jezus aan het kruis stenigen, 870 “ Hem met de lans steken en in de zijde verwonden. “ Degene die Hem stak, wilde Hij zijn dood vergeven; “ Voor ons leed Hij de dood, dat is gemakkelijk te bewijzen, “ Dus moeten wij voor Hem ons leven beteren “ Er alles verdragen wat Hij daarin wil verordenen. “ Spreek uw zonden uit, wil er geen enkele vergeten: “ Zo'n absolutie zal ik u daarvoor schenken “ Dat u in het paradijs zult zijn, nog voor de avond van morgen. “ “ Heer, “ zei de jonkvrouw, “ moge God u verhoren! “ Toen begon zij hem van top tot teen te vertellen 880 Haar zonden die zij had begaan, en zij begon om genade te roepen. “ Schone, “ zei Boudewijn, “ als u kunt nagaan “ Of u God op enigerlei wijze heeft vertoornd, “ Of in ontucht aan een man heeft gedacht, “ Wil het mij dan zeggen; ik sta klaar om ernaar te luisteren. “ “ Heer, “ zei de jonkvrouw, “ ik kan u op de heiligen zweren, “ Dat ik nooit van mijn leven een ander heb liefgehad dan één jonge ridder, “ Die zich Boudewijn van Sebourc liet noemen; “ Aan hem beloofde ik mijn lichaam uit liefde te schenken, “ Maar nooit had ik de wens om nog een andere man lief te hebben. 890 “ Ik neem dit op mijn ziel, opdat zij niet moge gaan “ Naar de hel, dat stinkende verblijf en herberg, “ En bij de dood die ik afwacht en die mij zwaar moet vallen. “ “ Schone, “ zei Boudewijn, “ wat moet ik u daarom liefhebben! “ Want ik ben Boudewijn, ik hoef het niet langer te verbergen, “ Die u hier in het habijt van een monnik kwam bezoeken. “ Toon nu een blij gezicht, denk er niet aan te huilen, “ Want er is niemand, behalve God, die u kwaad zou kunnen doen. “ Toen de schone hem zag, begon zij hem aan te kijken: Zeer goed herkende zij hem, aan zijn heldere gelaat, 900 </poem> |}<noinclude></noinclude> 2n4wd0dcuhq21nwldkzv9pqy6vf8ecq Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/531 104 88398 225719 2026-08-27T08:14:10Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225719 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Sé li dist : « Baudewins, Diex vous voille garder ! « Sachiés que sé j’ozoie de grant joie mener, « Me verriés maintenant par devant vous pasmer. » De grant joie commenche forment à souspirer. Moult fu, la damoisèle, joïans et esbaudie, Quant Baudewin connut à le chière hardie, Lors li dist : « dous amis, je ne cuidoie mie « Que vous fuissiés encore sains et saus et en vie ! « Ou avés-vous remet, ni en quelle partie ? » « Dame, » dist Baudewins, « en terre païnie, « Chertes, où j’ai éut grant paine et grant hasquie « De prison et haussi de grande maladie. « N’aroie pas conté en ·xv· jours ma vie, « Et che qui j’ai souffert en estrainge partie ! « Or sui de coer joïans, si en ai chière lie, « De che que je vous voi ichi toute haitie. « Or me convient viser, soit ou sens ou folie, « Comment je vous r’arai de cheste manandie. « Par Dieu ! sé je tenoie mon espée fourbie, « G’iroie tournoïer à le serganterie « Qui gardent le chastel et le porte naïe ; « Si serriés, maugré eulz, hors de chaiens ravie. » « Amis, » dist le dansèle, « vous dites grant folie ! « Sé vous estiés de fer, si vous ne deurriés mie, « Car il son bien armé et che n’estes-vous mie. « Sire, » dist le dansèle, « grant folie serroit « D’esmouvoir le hustin ; car sachiés, par mon foit, « Nuls hons qui soit vivans ne vous garantiroit « Que ne fuissiés ochis, ou d’espée ou d’espoit : « Car trop sont li sergant félon et maléoit ! « Si vous conseille bien, tenés vo corps tout coit. « De moy chi à secourre n’aveis cause né droit ; « Il nous convient atendre le volenté Gaufroi, « Le plus fort traïtour qui en che monde soit. » Quant Baudewins l’oï, forment li anoïoit. </poem> |valign=top| <poem> Zij zeide tot hem: “ Boudewijn, moge God u bewaren! “ Weet dat, als ik de moed had om mijn grote vreugde te tonen, “ U mij nu terstond voor uw ogen zou zien bezwijken. “ Van grote vreugde begon hij hevig te zuchten. Zeer verheugd was de jonkvrouw, en opgetogen, Toen zij Boudewijn herkende aan zijn kranige gelaat, Toen zeide zij tot hem: “ lieve vriend, ik dacht geenszins “ Dat u nog gezond en wel en in leven zou zijn! “ Waar bent u verbleven, en in welke streek? “ “ Vrouwe, “ zeide Boudewijn, “ in het land der heidenen, 910 “ Voorwaar, waar ik grote pijn en grote kwelling heb gekend “ Door gevangenschap en ook door grote ziekte. “ Ik zou in vijftien dagen mijn leven niet verteld hebben, “ En wat ik allemaal heb geleden in die vreemde gewesten! “ Nu is mijn hart verheugd, en heb ik een blij gezicht, “ Omdat ik u hier geheel gezond en monter zie. “ Nu moet ik bedenken, zij het in wijsheid of in dwaasheid, “ Hoe ik u uit dit verblijf zal bevrijden. “ Bij God! Als ik mijn glanzend geslepen zwaard vasthield, “ Zou ik de strijd aangaan met de schare serganten 920 “ Die het kasteel en de geheime poort bewaken; “ Dan zou u, ondanks hen, van hierbinnen worden weggeroofd. “ “ Vriend, “ zeide de jonkvrouw, “ u spreekt grote dwaasheid! “ Al was u van ijzer, u zou het er niet tegen uithouden, “ Want zij zijn goed bewapend en dat bent u immers niet. “ Heer, “ zeide de jonkvrouw, “ het zou grote dwaasheid zijn “ Om de strijd te ontketenen; want weet, bij mijn geloof, “ Geen levend mens zou u kunnen garanderen “ Dat u niet gedood zou worden, door het zwaard of door de spies: “ Want de sergeanten zijn al te wreed en vervloekt! 930 “ Dus ik raad u ten zeerste aan: houd uw lichaam geheel rustig. “ Om mij hier te hulp te komen heeft u reden noch recht; “ Wij moeten de wil afwachten van , “ De grootste verrader die er op deze wereld is. “ Toen Boudewijn dit hoorde, griefde het hem hevig. </poem> |}<noinclude></noinclude> 4f8osrj9o7jx5n6wt74tgnroefiupfw Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/532 104 88399 225720 2026-08-27T08:15:18Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225720 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> A Blanche, le dansèle, lonc tamps se devisoit Tant c’un sergant i vint qui en haut s’escrioit : « Descendés, sires monnes, tans en est par men foit ! « Sé vous ne descendés, mau venir vous porroit. « Chertes, on a que faire de moisnes si endroit, « Car che sont tout ribaut qui croire les vauroit ! « Descendés, sire mones ! » dist ·j· sergans, moult haut, « Entre vous, damoisèles, ne créés che ribaut, « Il est moult bien tailliés d’avoir là dessous chaut ! » Quant Baudewins l’oy, qu’il li fist tel assaut, Moult volentiers éust après lui fai.j. saut ; Mais après chellui vit venir maistre Tibaut, Goutart et Fouquerré et son frère Hertaut, Alori et Sanson, Engelier et Rigaut, Qui disoient « jetés che monne de là haut « Chà dessous en le fosse, qu’il n’i ait point de faut ! « Nous cuide-il alourder Maguerite et Mahaut ? « Che ne sont qu’alourdeur pour aler à l’assaut ! « Chuis qui se fie en prestre, trestous ses sens li faut. « Nommet ne doivent estre adès fors qui Furcaut. » Quant Baudewins of le nose c’on démainne, Or ne scet que penser comment il se démainne : Si met le main à eulz, à toutjours ert en painne ; Car il n’estoit armés, fors de cote de laine, N’avoit c’un soel coutel, ch’est vérités chairtaine. Adont en appella le douche chastelaine : « Belle, pour vous aidier, n’ai corps, né coer, né vainne, « Que ne soit désirans ! mais par le Magdalène, « Je voi, sé je me melle à chelle gent vilaine, « Qu’escaper ne porrai n’aie le mort grevaine ; « Si que chuis est moult faus qui pour nient se fourmaine. » « Amis, » dist le dansèle, « grant folie feriés « Sé pour moi conforter en paine vous métiés ; « Che seroit sans rayson, car le mort en ariés. « Et j’ameroie miex, de verteit le sachiés, </poem> |valign=top| <poem> Met Blanche, de jonkvrouw, sprak hij lange tijd, Totdat er een schildknaap aankwam die luidkeels riep: "Kom naar beneden, heer monnik, bij mijn trouw, het is tijd! Als u niet naar beneden komt, zou het u weleens slecht kunnen vergaan. Voorwaar, wat moeten we hier met zo'n monnik, 940 Want het zijn allemaal schurken, voor wie hen geloven wil! Kom naar beneden, heer monnik!" zei een schildknaap zeer luid, "En jullie, jongedames, geloof deze schurk toch niet, Hij is er wel naar gemaakt om het daarginds heet te krijgen!" Toen Boudewijn hoorde dat hij hem zo aanstootte, Had hij dolgraag een sprong achter hem aan willen maken; Maar achter hem zag hij meester Thibaut aankomen, Goutart en Fouquerré en zijn broer Hertaut, Alori en Sanson, Engelier en Rigaut, Die riepen: "Werp die monnik daarboven vandaan 950 Hieronder in de gracht, zorg dat het niet mislukt! Denkt hij soms Maguerite en Mahaut te misleiden? Dat zijn slechts listen om de aanval in te zetten! Wie op een priester vertrouwt, verliest al zijn verstand. Zij mogen niet genoemd worden, behalve als schurken." Toen Boudewijn het kabaal hoorde dat men maakte, Wist hij niet wat te denken over hoe hij zich moest gedragen: Als hij de hand aan hen sloeg, zou hij voor altijd in de problemen zitten; Want hij was niet gewapend, behalve met een wollen tuniek, En hij had slechts één mes, dat is de zekere waarheid. 960 Toen riep hij de lieflijke kasteelvrouwe aan: "Schone, om u te helpen heb ik geen lichaam, hart noch ader Die het niet vurig verlangt! Maar bij de Magdalena, Ik zie dat, als ik me met dat gemene volk bemoei, Ik niet zal kunnen ontsnappen aan een bittere dood; Zodat hij die zich voor niets in het gevaar stort, zeer dwaas is." "Vriend," zei de jonkvrouw, "u zou een grote dwaasheid begaan Als u zich voor mijn troost in de ellende zou storten; Dat zou onredelijk zijn, want u zou er de dood door vinden. En ik zou nog liever hebben, weet dat in waarheid, 970 </poem> |}<noinclude></noinclude> t4iz48adzvh2tnhsb0v5xqws8clkwk1 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/533 104 88400 225721 2026-08-27T08:16:25Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225721 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Que le miens corps fu mors, ou en iaue noïés, « Que vous i fuissiès, sire, de mort adamagiés ; « Car chairtes che seroit pités et grant meskiés ! « Mais alés-ent, biaus sire, car vous este huchiés. « Souviègne-vous de moi, pour Dieu si em priés, « Car pour vous prierai que péris ne soïés ; « Et je croi, sé Diex vœilt qui fu crucéfiés, « Qu’encore nous porra bien avoir rapairriés. » Lors ploura le dansèle ; au partir fu pichiés ! E ! Diex ! que Baudewins fu au coer mésasiés De chou car il se voit ensi desparilliés ! S’ore tenist s’espée, il se fust jà vengiés, Mais li hons qui est nus est mal aparilliés De commenchier bataille, et lui en gist le griés. Baudewins de Sebourc en estant se leva : Au départir qu’il fist, le dansèle acola. Le noble damoisèle moult tenrement ploura ; Et Baudewins, li bers, moult dolans se sevra Et jure le Seignour qui le monde estora Que, s’il pooit esploitier, lendemain i venra Armés à le couverte, s’espée aportera, De coi tous les sergans ·j· et ·j· ochirra. A ches mos s’en parti, moult dolans s’en ala, Du chastel est issus, à l’osteil repaira ; Tout nuit à nuitie ne but né ne menga, Né par nuit ne dormi onques, ni reposa. Quant vint à lendemain, moult vistement s’arma : Dessous l’abit de monne les armes endossa, Et puis chaindi l’espée et l’albit r’affubla ; Et vint vers le chastel, mais fremé le trouva. C’on ouvrist le chastel à serjans moult pria ? Et or fin et argent assés leur présenta : Mais li sergant li dient jamais n’i enterra. « Seignour, » dist Baudewins, « j’ai ·xv· libres chà, « Qu’à bore vous donrai ; mais que je soie là. » </poem> |valign=top| <poem> “ Al was mijn lichaam dood, of in het water verdronken, “ En was u daar, heer, door de dood getroffen; “ Want voorwaar, dat zou een deernis en grote ramp zijn! “ Maar ga nu, schone heer, want u bent geroepen. “ Denk aan mij, en bid zo tot God voor mij, “ Want voor u zal ik bidden dat u niet verloren gaat; “ En ik geloof, als God het wil die gekruisigd is, “ Dat Hij ons nog wel weer herwaarts kan laten terugkeren. “ Toen weende de jonkvrouw; het afscheid was pijnlijk! O! God! Wat was Boudewijn zwaarmoedig in het hart 980 Omdat hij zich zo weerloos en ongewapend zag! Als hij nu zijn zwaard had, zou hij zich al hebben gewroken, Maar de man die naakt (onbewapend) is, is slecht toegerust Om de strijd te beginnen, en de zwaarte ervan rust op hem. Boudewijn van Sebourc stond toen op: Bij het afscheid dat hij nam, omhelsde hij de jonkvrouw. De edele jonkvrouw weende zeer teder; En Boudewijn, de baron, scheidde zich met groot verdriet af En zweert bij de Heer die de wereld heeft geschapen Dat, als hij snel kon handelen, hij de volgende dag zal komen 990 Gewapend in het geheim, en hij zal zijn zwaard meebrengen, Waarmee hij alle seranten één voor één zal doden. Met deze woorden vertrok hij, zeer bedroefd ging hij heen, Uit het kasteel is hij gegaan, naar zijn herberg keerde hij terug; De hele nacht door dronk noch at hij, Noch sliep hij ooit die nacht, noch rustte hij. Toen de volgende ochtend aanbrak, wapende hij zich zeer snel: Onder het monnikskleed trok hij zijn wapenrusting aan, En sloeg toen het zwaard om en deed het kleed weer om; En hij kwam bij het kasteel, maar vond het gesloten. 1000 Dat men het kasteel zou openen, smeekte hij de sergeanten zeer? En puur goud en zilver bood hij hen in overvloed aan: Maar de serjanten zeiden hem dat hij er nooit zou binnenkomen. “ Heren, “ zei Boudewijn, “ ik heb hier vijftien pond, “ “ Die ik u dadelijk zal geven; mits ik daar mag zijn. “ </poem> |}<noinclude></noinclude> swszu2osrkk27mtamu98ck8uetg6ydu 225722 225721 2026-08-27T08:27:49Z Havang(nl) 4330 225722 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Que le miens corps fu mors, ou en iaue noïés, « Que vous i fuissiès, sire, de mort adamagiés ; « Car chairtes che seroit pités et grant meskiés ! « Mais alés-ent, biaus sire, car vous este huchiés. « Souviègne-vous de moi, pour Dieu si em priés, « Car pour vous prierai que péris ne soïés ; « Et je croi, sé Diex vœilt qui fu crucéfiés, « Qu’encore nous porra bien avoir rapairriés. » Lors ploura le dansèle ; au partir fu pichiés ! E ! Diex ! que Baudewins fu au coer mésasiés De chou car il se voit ensi desparilliés ! S’ore tenist s’espée, il se fust jà vengiés, Mais li hons qui est nus est mal aparilliés De commenchier bataille, et lui en gist le griés. Baudewins de Sebourc en estant se leva : Au départir qu’il fist, le dansèle acola. Le noble damoisèle moult tenrement ploura ; Et Baudewins, li bers, moult dolans se sevra Et jure le Seignour qui le monde estora Que, s’il pooit esploitier, lendemain i venra Armés à le couverte, s’espée aportera, De coi tous les sergans ·j· et ·j· ochirra. A ches mos s’en parti, moult dolans s’en ala, Du chastel est issus, à l’osteil repaira ; Tout nuit à nuitie ne but né ne menga, Né par nuit ne dormi onques, ni reposa. Quant vint à lendemain, moult vistement s’arma : Dessous l’abit de monne les armes endossa, Et puis chaindi l’espée et l’albit r’affubla ; Et vint vers le chastel, mais fremé le trouva. C’on ouvrist le chastel à serjans moult pria ? Et or fin et argent assés leur présenta : Mais li sergant li dient jamais n’i enterra. « Seignour, » dist Baudewins, « j’ai ·xv· libres chà, « Qu’à bore vous donrai ; mais que je soie là. » </poem> |valign=top| <poem> “ Al was mijn lichaam dood, of in het water verdronken, “ En was u daar, heer, door de dood getroffen; “ Want voorwaar, dat zou een deernis en grote ramp zijn! “ Maar ga nu, schone heer, want u bent geroepen. “ Denk aan mij, en bid zo tot God voor mij, “ Want voor u zal ik bidden dat u niet verloren gaat; “ En ik geloof, als God het wil die gekruisigd is, “ Dat Hij ons nog wel weer herwaarts kan laten terugkeren. “ Toen weende de jonkvrouw; het afscheid was pijnlijk! O! God! Wat was Boudewijn zwaarmoedig in het hart 980 Omdat hij zich zo weerloos en ongewapend zag! Als hij nu zijn zwaard had, zou hij zich al hebben gewroken, Maar de man die naakt (onbewapend) is, is slecht toegerust Om de strijd te beginnen, en de zwaarte ervan rust op hem. Boudewijn van Sebourc stond toen op: Bij het afscheid dat hij nam, omhelsde hij de jonkvrouw. De edele jonkvrouw weende zeer teder; En Boudewijn, de baron, scheidde zich met groot verdriet af En zweert bij de Heer die de wereld heeft geschapen Dat, als hij snel kon handelen, hij de volgende dag zal komen 990 Gewapend in het geheim, en hij zal zijn zwaard meebrengen, Waarmee hij alle sergeanten één voor één zal doden. Met deze woorden vertrok hij, zeer bedroefd ging hij heen, Uit het kasteel is hij gegaan, naar zijn herberg keerde hij terug; De hele nacht door dronk noch at hij, Noch sliep hij ooit die nacht, noch rustte hij. Toen de volgende ochtend aanbrak, wapende hij zich zeer snel: Onder het monnikskleed trok hij zijn wapenrusting aan, En sloeg toen het zwaard om en deed het kleed weer om; En hij kwam bij het kasteel, maar vond het gesloten. 1000 Dat men het kasteel zou openen, smeekte hij de sergeanten zeer? En puur goud en zilver bood hij hen in overvloed aan: Maar de sergeanten zeiden hem dat hij er nooit zou binnenkomen. “ Heren, “ zei Boudewijn, “ ik heb hier vijftien pond, “ “ Die ik u dadelijk zal geven; mits ik daar mag zijn. </poem> |}<noinclude></noinclude> s55xd63vh4wltcpsrcyimozjy87avlu Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/534 104 88401 225723 2026-08-27T08:29:09Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225723 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Mais ·j· sergans li dist : « moisnes, n’i pensés já. « Jamais n’i enterés, par Dieu qui me fourma ! « Alés-vous-ent, ribaus, mail ait qui vous porta ! « Che n’est mie bordiaus, quachiet l’avés piècha ! » Quant Baudewins l’or, tout li sans li mua. Baudewins fu dolans quant il ot et entent C’on ne li vœilt ouvrir le porte nullement ; A ches mos s’en parti courechiés durement. Revint à son hostel, sans nul arrestement, Si dist à son garson : « ensèles vistement « Mon bon courrant destrier ; partir me vœil briefment. » Et chuis a respondi : « à vou commandement. » Le destrier ensiella ; et li bers esroment Est deseure montés. A l’oste congiet prent, Et al l’ostesse aussi ; moult li donna argent, Et li dist : « quant vaés le dansèle au coer gent, « Si le me salués de fies plus de chent. » Et la dame li dist : « à vo commandement. » Baudewins s’en parti, moult ot le coer dolent, Avoec le sien garchon chevauche vistement ; Mais n’ot mie eslongiet Nimaie ·j· grant arpent, Quant le cote de monne desvesti bèlement. Ensi comme devant chevauche radement, A loy de chevalier, à esporon d’argent ; Jusqu’à ·j· port de mer n’i fist arrestement. Blanche va regrétant qui de biauté resplent : « Ahi ! dame ! » dist-il, « con j’ai le coer dolent « De che que je vous laisse en péril grandement ! « Vers moi avés esté loïal parfaitement, « Or le serai viers vous, ce vous ai-ge couvent. » Ensi dist Bauduwins, qui tant ot hardement ; Et Blance demora en moult grant pensement, Et réclame Jésus qui ne faut né ne ment. Gaufroi, le traitour, réclamoit bien souvent…. Qui estoit à Paris, et o lui si parent ; </poem> |valign=top| <poem> Maar een wachter zei tegen hem: "Monnik, denk er niet aan. U zult hier nooit binnenkomen, bij God die mij schiep! Scheer je weg, schurk, vervloekt zij degene die je droeg! Dit is geen bordeel, je hebt je er al lang in vergist!" Toen Boudewijn dit hoorde, kookte zijn bloed geheel. 1010 Boudewijn was diep bedroefd toen hij hoorde en begreep Dat men de poort voor hem geenszins wilde openen; Na deze woorden vertrok hij, hevig vertoornd. Hij keerde terug naar zijn herberg, zonder enig oponthoud, En zei tegen zijn schildknaap: "Zadel snel Mijn goede, snelle strijdros; ik wil spoedig vertrekken." En de knaap antwoordde: "Tot uw dienst." Hij zadelde het strijdros; en de edelman terstond Is erop gestegen. Van de waard neemt hij afscheid, En ook van de waardin; hij gaf haar veel geld, 1020 En zei haar: "Wanneer u de jonkvrouw met het edele hart ziet, Groet haar dan van mij, wel meer dan honderdmaal." En de dame zei hem: "Tot uw dienst." Boudewijn vertrok, met een zeer bedroefd hart, Samen met zijn schildknaap rijdt hij snel te paard; Maar hij was Nijmegen nog geen grote akkerlengte gepasseerd, Toen hij het monnikskleed behendig uittrok. Net als voorheen rijdt hij nu gezwind te paard, Als een ware ridder, met zilveren sporen; Tot aan een zeehaven hield hij niet meer halt. 1030 Hij beklaagt Blanche, die straalt van schoonheid: "Ach! Vrouwe!" zei hij, "wat is mijn hart bedroefd Dat ik u in zo'n groot gevaar achterlaat! U bent mij volmaakt trouw geweest, Nu zal ik het ook voor u zijn, dat heb ik u beloofd." Zo sprak Boudewijn, die zoveel moed bezat; En Blanche bleef achter in zeer diepe gedachten, En roept Jezus aan, die nooit faalt of liegt. Gaufroi, de verrader, riep men heel vaak aan.. Die in Parijs was, samen met zijn verwanten; 1040 </poem> |}<noinclude></noinclude> qigwj7k3tmfnxmuaxuxowuqwomb8f0w Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/535 104 88402 225724 2026-08-27T08:30:21Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225724 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Au roi avoit donnet tant d’or et tant d’argent Que li rois des François l’amoit parfaitement, Et disoit qu’à acort le méteroit briément Contre ses anemis qui li montrent le dent. S’avoit mandé Wistace, à cui Bollongne apent, Gloriant, Alixandre, et lor mère ensément ; Et lor avoit mis jour pour estre à parlement. Et li jours aprocha qu’il durent proprement Venir droit à Paris, qui sus Sainne s’estent, Car il n’est si lonc jour ne prende finement. A le droite journée, sont venu à Paris Glorians, Alixandres, Wistaces, li gentis ; Et sont venu au mant le roy de Saint-Denis. Par ·j· jody, à nonne, si con dist li escris, S’aparurent au roy en sa sale de pris : Roy Phylippe trouvèrent, aveukes ches marchis, De Dieu l’ont salué, le roy de paradis. Wistace de Bollonge, qui moult fu bien apris, A salué le roy qui tant fu seignouris ; Et dist : « chuis nostre Sires qui en le crois fu mis « Il garice le roy et ses barons gentis ! « Toute le compaignie gart le Sains-Espiris ! » Mais que Gaufrois n’i soit, li lères maléis, « Li pires hons qui soit jusqu’as pors de Brandis ; « Tout chil qui le soustiènent valen pis que Juïs. » « Wistace, » dist li roys, « et qu’est or que tu dis ? « Tant est Gaufrois preud’ons, et en fais et en dis, « Que j’en tieng plus de bien que d’omme qui soit vis. » Wistaces, » dist li rois, « tort avés vraiement, « Qui Gaufroi de Nimaie blasmés si faitement ; « Car ch’est le plus preud’ons qui soit el firmament. » Mais vous estes mal homme, et de povre essient, « Qui gerrioit avės Gaufroi si longement. » Véchi que Gaufrois dist trestout primièrement : « Vous l’encoupés à tort, se dist-il vraiement, </poem> |valign=top| <poem> Aan de koning had hij zo veel goud en zilver gegeven Dat de koning der Fransen volkomen van hem hield, En zei dat hij spoedig een verzoening zou bewerken Tegen zijn vijanden die hun tanden naar hem ontblootten. Hij had Wistace ontboden, aan wie Boulogne toebehoort, Gloriant, Alexander, en eveneens hun moeder; En hij had hun een dag vastgesteld om in overleg te treden. En de dag naderde waarop zij daadwerkelijk Rechtstreeks naar Parijs moesten komen, dat zich langs de Seine uitstrekt, Want er is geen dag zo lang dat er geen einde aan komt. 1050 Op de juiste dag zijn zij in Parijs aangekomen: Glorians, Alexander, Wistace, de edelen; En zij kwamen op bevel van de koning van Saint-Denis. Op een donderdag, rond het negenste uur, zoals het geschrift vertelt, Verschenen zij voor de koning in zijn prijzenswaardige zaal: Koning Filips troffen zij aan, samen met deze markiezen, In Gods naam groetten zij hem, de Koning van het paradijs. Wistace van Boulogne, die zeer welgemanierd was, Groette de koning die zo heroisch en machtig was; En zei: "Moge onze Heer die aan het kruis werd genageld 1060 De koning en zijn edele baronnen beschermen! Moge de Heilige Geest het hele gezelschap bewaren! Behalve Gaufrois, die vervloekte schurk, De slechtste man die er bestaat tot aan de havens van Brindisi; Allen die hem steunen zijn nog erger dan de Joden." "Wistace," zei de koning, "en wat is dat nu wat je zegt? Gaufrois is zo'n vroom man, zowel in daden als in woorden, Dat ik hem hoger acht dan wie dan ook die in leven is. Wistace," zei de koning, "je hebt werkelijk ongelijk, Dat je Gaufroi van Nijmegen op dergelijke wijze lastert; 1070 Want hij is de meest deugdzame man onder het firmament. Maar jij bent een slecht mens, en van gering verstand, Dat je al zo lang oorlog voert tegen Gaufroi. Kijk, dit is wat Gaufrois allereerst verklaart: U beschuldigt hem ten onrechte, zo zegt hij naar waarheid," </poem> |}<noinclude></noinclude> tby10segif200pk9edqoy1cay76m4fb Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/536 104 88403 225725 2026-08-27T08:34:46Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225725 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « De la mort roy Hernoul ; onkes, en son jouvent, « Ne traï son seignour, né vendi pour argent. « Et s’il avoit nul homme, jusques en Ochident, « Que li vausist à mètre, ensi ni autrement, « Qu’il vendisist le roy à le païenne gent ; « Il s’en combateroit bien et hardiement, « Et s’il estoit vancus, si le peng-on à vent. « Par un champ de bataille, encontre ·j· seulement, « Se voelt faire loïaus de che fait purement. « Ne sai qu’il puist miex dire, par Dieu omnipotent ! » « Sire, » che dist Wistaces, « j’ai véut bien souvent « Quant on vœilt encouper un homme mortelment « De traïson ou mourdre, ou d’aucun fait pullent ; « Et on le péust bien prouver soffisanment « Par bonne gent loyaus et de bon essient « Où on ne péust faire reproche nullement, « C’uns juges le fesist morir par jugement. « Et si l’ai moult très bien véut estre autrement : « Quant on ne poet trouver le sien démonstrement, « C’on clamast chellui quite bien débonairement, « S’on ne vausist à lui combatre fermement. « Mais de cose approuvée bien véritablement « Et dont on puisse monstreir tesmoins visiblement, « Ne vi onques nul champ prendre chairtainement. « Roys, tu en es abus ! mais on voit bien souvent « C’on aveulist ·j· juge quant on li donne argent. » Quant li roys entendi Wistace, le baron, Volentiers l’éust fait geter en sa prison. L’archevesques de Rains vit sa condition, Sé li dist : « nobles roys, oïés m’entention ; « Laissiés Wistace dire son talent et son bon, « Coers irés n’est senés ! entendés à rayson. » Dist li contes d’Ango qui blanc ot le grenon : Sires roys des Fransoys, prendés opinion Que blasmer ne vous puissent Fransoys et Bourgueignon ; </poem> |valign=top| <poem> “ Van de dood van koning Hernoul; nooit, in zijn jeugd, “ Verraadde hij zijn heer, noch verkocht hij hem voor geld. “ En al had hij een vijand, tot in het Avondland, “ Die hem zou willen dagen, op welke wijze dan ook, “ Omdat hij de koning zou hebben verkocht aan het heidense volk; 1080 “ Dan zou hij zich daartegen goed en dapper invechten, “ En als hij overwonnen werd, laat men hem dan ophangen in de wind. “ Door een tweegevecht tegen slechts één tegenstander, “ Wil hij puur zijn loyaliteit in deze zaak bewijzen. “ Ik weet niet wat hij beter kan zeggen, bij God de Almachtige! “ “ Heer, “ zo sprak Wistace, “ ik heb heel vaak gezien “ Wanneer men iemand dodelijk wil beschuldigen “ Van verraad of moord, of van een andere verachtelijke daad; “ En men dat heel wel voldoende zou kunnen bewijzen “ Door goede, loyale mensen met een zuiver geweten 1090 “ Waartegen men op geen enkele wijze bezwaar kan maken, “ Dat een rechter hem ter dood zou veroordelen door een vonnis. “ Maar ik heb het ook heel vaak andersom gezien: “ Wanneer men geen harde bewijzen kan vinden, “ Dat men die man dan heel edelmoedig vrijspreekt, “ Tenzij men vastberaden met hem de strijd wil aangaan. “ Maar bij een zaak die al heel waarachtig bewezen is “ En waarvan men zichtbaar getuigen kan tonen, “ Zag ik nooit dat men zeker tot een tweegevecht overging. “ Koning, u bent misleid! Maar men ziet heel dikwijls 1100 “ Dat men een rechter blind maakt wanneer men hem geld geeft. “ Toen de koning Wistace hoorde, de baron, Had hij hem vrijwillig in zijn kerker laten werpen. De aartsbisschop van Reims zag hoe de situatie was, En zeide tot hem: “ Edele koning, hoor mijn betoog; “ Laat Wistace zeggen wat hij wil en wat hem goeddunkt, “ Een toornig hart is niet wijs! Luister naar de rede. “ Sprak de graaf van Anjou, die een witte snor had: “ Heer koning der Franken, neem een standpunt in Dat de Franken en de Bourgondiërs u niet kunnen berispen; 1110 </poem> |}<noinclude></noinclude> ps5in8dfgait9shf4bwah8310kt4g95 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/537 104 88404 225726 2026-08-27T08:36:21Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225726 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Gaufrois est moult haus hont, si tient noble royon, « Wistace est estrais de haute estration, « Il est frères germains Godefroi de Buillon « Et le ber Baudewin qui tant ot de renon ; « Du chevalier le Chisne sont venu li baron, « Si c’on ne leur doyt faire nulle riens sé bien non. « Entendeis les parties, le fait, et l’oicoison ; « Et s’il volent plaidier par advocation, « Si balliés advocaes, à chascune parchon, « Par coi puisiés entendre de chascun le fachon : « Et si mandés Gaufroi si que vir le puist-on. » Quant Glorians de Cypre entendi le rayson, Si dist, tout en oïant, clèrement à hau ton : « Sé vous faites venir, en présent, le larron « Qui mon père vendi au roy Rouge-Lyon ; « Foi que je doy saint Pierre, c’on kiert en Pre-Noiren, « A cheste bonne espée qui trenche de randon « Le trenserai le teste à tout le chaperon ! « Jà pour le roy de Franse n’en ara garison, « Et me déust-on pendre tantost à Mon-Faucon. » Quant li roys l’entendi, ne li vint mie à bon ; Lors li dist : « chevaliers, alés tenir prison « Dedens la tour de Louvre, dusques à mon renon. » Glorians il ala, ou il vausist ou non. Quant le voit la roynė ou coer of grant frichon. Glorians fu dolans, mie ne li agrée ; Obéir li convint en le sale pavée. Et li roys a parlet à moult haute halenée : « Seignour, vous qui avès enprise la mellée « A l’encontre Gaufroi, par male destinée, « Je vous commans trestous le pais soit acordée, « Ensi con je dirai, et faite et ordinée ; « S’il a mesfait à vous, par le Virge loée, « Pour maillie d’avoir en rendera denrée. » « Sire, » che dist Wistace, à le brache quarrée, </poem> |valign=top| <poem> “ Gaufrois is van zeer hoge adel, en bezit een edel koninkrijk, “ Wistace is gesproten uit een hoge afkomst, “ Hij is de vleselijke broer van Godefroi de Buillon “ En van de edele Boudewijn die zo een grote renomee had; “ Van de Ridder met de Zwaan zijn deze baronnen voortgekomen, “ Zodat men hen niets anders dan goeds mag aandoen. “ Hoor de partijen, de feiten en de aanleiding; “ En als zij via voorspraak willen pleiten, “ Wijs dan advocaten toe, aan elke partij, “ Waardoor u van elk hun standpunt kunt begrijpen: 1120 “ En ontbied Gaufroi zodat men hem kan zien. “ Toen Glorians van Cyprus het betoog hoorde, Sprak hij, voor iedereen hoorbaar, helder en met luide stem: “ Als u de dief hier in levenden lijve laat verschijnen Die mijn vader verkocht aan koning Rouge-Lyon; Bij het geloof dat ik verschuldigd ben aan Sint-Pieter, die men eert in Pre-Noiren, Met dit goede zwaard dat met grote kracht snijdt Zal ik hem het hoofd afhouwen, inclusief zijn kap! Zelfs de koning van Frankrijk zal hem geen bescherming bieden, Al zou men mij terstond ophangen te Mon-Faucon. “ 1130 Toen de koning dit hoorde, beviel het hem geenszins; Toen sprak hij tot hem: “ ridder, ga in gevangenschap Binnen de toren van het Louvre, tot aan mijn nader bevel. “ Glorians ging erheen, of hij nu wilde of niet. Toen de koningin dit zag, had zij een grote rilling in het hart. Glorians was bedroefd, het behaagde hem geenszins; Gehoorzamen moest hij in de geplaveide zaal. En de koning sprak met zeer luide adem: “ Heren, u die de strijd bent aangegaan Tegen Gaufroi, door een noodlottig lot, 1140 “ Ik gebied u allen dat de vrede wordt hersteld, “ Precies zoals ik zal zeggen, verordend en bepaald; “ Als hij u onrecht heeft aangedaan, bij de geprezen Maagd, “ Zal hij voor elke maille aan bezit een penning vergoeden. “ “ Heer, “ sprak Wistace, met de brede schouders, </poem> |}<noinclude></noinclude> p9b2ecysb9glvh8xbl6duzbut4p84z3 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/538 104 88405 225727 2026-08-27T08:37:21Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225727 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Comment il porroit estre le bonne pais trouvée, « Quant le père as enfans de haute renommée « Vendi outre la mer à le gent deffaée ? « Nullement n’i porroit amours estre monstrée. » Et dist li roys de France : « en prenderiés l’espée A l’encontre Gaufroi qui le chière a menbrée ? » « Sire, » si dist li contes, « par le vertu nommée, « N’ai pas santet en moy pour faire la mellée ; « Jove sont li enfant, n’ont pas le char tanée. « Gaufrois est fors et durs, s’a chière redoubtée, « N’à plus fort chevalier dusqu’à le mer Bethée ; « Mauvaisement seroit partie la journée. « Mais nous prouverons bien, par bonne gent discrée, « Qu’il vendi son seignour à le gent deffaée. » « Or tost, » se dist li roys, « contes de Valfondée, « Alés querre Gaufroi en ma chambre pavée ; « Si se deffendera à le gent mal senée. » « Sire, » dist Alixandres, « par le vertu nommée, « Sé je perchois Gaufroi en vo sale pavée, « Chairtes je ne lairai, pour créature née, « Ne li cope la teste en trenchant de m’espée ! « Jà pour vous n’en seroit sa vie respitée. » « Or tost, » che dist li roys, qui le barbe ot mellée, « Métés-moi en prison, bien forte et bien murée, « Chestui qui ensi a tel parole contée : « N’istera dou prison mais en icheste année. » Chius qui de Chastelet fu prévost, la journée, Aherdi Alixandre, par se potrine lée ; Mais Wistaces li a le destre main copée. Puis dist « traiés-ent-sus, fiex de putain prouvée ! « Nous a mandés li roys pour monstrer sa posnée ? » Dont furent assalit, en la sale pavée, Et la royne Rose s’en est fuïant tournée. Wistaces fu getés en une tour quarrée, Aussi fu Alixandres qui tant ot renommée ; </poem> |valign=top| <poem> “ Hoe zou de goede vrede ooit gevonden kunnen worden, “ Wanneer de vader van de kinderen van hoge faam “ Verkocht over de zee aan het heidense volk? “ Op geen enkele wijze zou daar liefde getoond kunnen worden. “ En de koning van Frankrijk zei: “ Zou u het zwaard opnemen 1150 Tegen Rogier (Gaufroi) die zo'n krachtig voorkomen heeft? “ “ Sire, “ zo sprak de graaf, “ bij de ware deugd, “ Ik heb de gezondheid niet in mij om de strijd aan te gaan; “ Jong zijn de kinderen, hun huid is nog niet gehard. “ Rogier is sterk en hard, en heeft een geducht gelaat, “ En er is geen sterker ridder tot aan de zee van Bethée; “ Slecht zou de dag voor ons aflopen. “ Maar wij zullen wel bewijzen, door middel van wijze, discrete lieden, “ Dat hij zijn heer heeft verkocht aan het heidense volk. “ “ Vooruit dan, “ zei de koning, “ graaf van Valfondée, 1160 “ Ga Rogier halen in mijn met plavuizen belegde kamer; “ Dan zal hij zich verdedigen tegenover dit kwaadwillige volk. “ “ Sire, “ zei Alexander, “ bij de ware deugd, “ Als ik Rogier ontwaar in uw geplaveide zaal, “ Voorwaar, ik zal niet nalaten, voor geen enkel levend wezen, “ Hem de kop af te hakken met de snede van mijn zwaard! “ Zelfs voor u zou zijn leven geenszins worden gespaard. “ “ Vooruit dan, “ zei de koning, die een grijzende baard had, “ Werp mij in de gevangenis, een heel sterke en goed ommuurde, “ Degene die zojuist dergelijke woorden heeft gesproken: 1170 “ Hij zal de gevangenis in dit lopende jaar niet meer verlaten. “ Degene die die dag de schout van Chastelet was, Greep Alexander vast bij zijn brede borst; Maar Wistace heeft zijn rechterhand afgehakt. Toen zei hij: “ Achteruit, bewezen hoerenzoon! “ Heeft de koning ons ontboden om met zijn macht te pronken? “ Toen werden zij aangevallen, in de geplaveide zaal, En koningin Rose heeft zich vluchtend omgedraaid. Wistace werd in een vierkante toren geworpen, Net als Alexander, die zo'n grote faam genoot; 1180 </poem> |}<noinclude></noinclude> mggufs7gljtop4tstwk9hj3bjv7yfrf Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/539 104 88406 225728 2026-08-27T08:39:04Z Havang(nl) 4330 /* Wikisource:Niet proefgelezen */ Nieuwe pagina aangemaakt met '{| |valign=top| <poem> Tout troi sunt demourés. La dame en est alée Dès-si jusqu’à Bollongne ne si est arrestée ; A le contesse Ydain a le chose contée, Dont le contesse fu courechie et irée. Quant la royne Rose vit ses enfans saisir, Et le bon conte Wistace en prison retenir ; Au miex qu’elle onkes pot pensa du revenir : A Boulongne revint, sans point de l’alentir, A le contesse Ydain ala le fait jehir. Quant la dame le sot, du… 225728 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Tout troi sunt demourés. La dame en est alée Dès-si jusqu’à Bollongne ne si est arrestée ; A le contesse Ydain a le chose contée, Dont le contesse fu courechie et irée. Quant la royne Rose vit ses enfans saisir, Et le bon conte Wistace en prison retenir ; Au miex qu’elle onkes pot pensa du revenir : A Boulongne revint, sans point de l’alentir, A le contesse Ydain ala le fait jehir. Quant la dame le sot, du sens cuida issir ; Mais la royne Rose, qui tant fist à crémir, En jura le Seigneur, qui en crois volt morir, Que le roy des Fransoys en fera repentir Et dist qu’elle en iroit en Cypre, sans mentir, Et feroit chiaus de Chipre dechà le mer venir Et chiaus d’Escoce, aussi, armer et fervestir : Et si les amenra au royame bruïr. Si dist qu’elle ferra le roy si assalir Que il ne se sarra en quel païs tenir. Ensi disoit la dame que vous poés oïr. Puis fist-elle le roy durement à souffrir, Ensi con je dirai sans point de l’alentir. {{lijn|6em}} </poem> |valign=top| <poem> Alle drie zijn zij achtergebleven. De dame is vertrokken En is onafgebroken tot aan Boulogne doorgereisd; Aan gravin Ydain heeft zij de zaak verteld, Waarover de gravin zeer verbolgen en vertoornd was. Toen koningin Rose haar kinderen gevangen zag genomen, En de goede graaf Eustache in de kerker zag opgesloten; Dacht zij er zo snel als zij kon aan om terug te keren: Naar Boulogne keerde zij terug, zonder enig dralen, Aan gravin Ydain ging zij het voorval opbiechten. Toen de dame het vernam, dacht zij haar verstand te verliezen; 1190 Maar koningin Rose, die men zozeer moest duchten, Zwoer daarbij bij de Heer, die aan het kruis wilde sterven, Dat zij de koning der Fransen berouw hierover zou doen voelen En zei dat zij naar Cyprus zou gaan, zonder te liegen, En de mannen van Cyprus naar deze kant van de zee zou doen komen En ook die van Schotland zou laten wapenen en in het harnas steken: En zo zal zij hen meevoeren om het koninkrijk in rep en roer te brengen. Zo zei ze dat zij de koning zó zou bestrijden Dat hij niet zou weten in welk land hij zich nog schuil moest houden. Alzo sprak de dame, zoals u kunt horen. 1200 Daarna deed zij de koning hevig lijden, Alzo zoals ik zal vertellen zonder enig dralen. {{lijn|6em}} </poem> |}<noinclude></noinclude> bchg4roj4ntuoyx5nqlglqul1feox3m Boudewijn van Sebourg/ZANG XVI 0 88407 225733 2026-08-27T08:43:25Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225733 wikitext text/x-wiki <pages index="Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf" from=505 to=539 header=1 /> j9sf8a5hm6l8mmm21gd31ymqhzxcit8 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/540 104 88408 225734 2026-08-27T08:44:21Z Havang(nl) 4330 /* Zonder tekst */ 225734 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="0" user="Havang(nl)" /></noinclude><noinclude></noinclude> 6fy8ix6czju8r0lz5ain22z7t1pjvxr Hoofdportaal:Kunst/Nederland/20e eeuw/Lodewijk Schelfhout 100 88409 225735 2026-08-27T08:47:49Z Vincent Steenberg 280 begin 225735 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Lodewijk Schelfhout | afbeelding = Zelfportret Lodewijk Schelfhout.jpg | alt = Zelfportret, 1909 | beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse schilder, tekenaar, edelsmid, grafisch ontwerper, kunsthandelaar, glasschilder, meubelontwerper, mozaïekwerker, graficus, keramist en monumentaal kunstenaar [[w:nl:Lodewijk Schelfhout|Lodewijk Schelfhout]] }} == Algemeen == == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Musea === ;Kunstmuseum Den Haag *Anoniem (12 september 1935) [[Het Vaderland/Jaargang 67/12 september 1935/Ochtendblad/Ons Gemeentemuseum|‘Ons Gemeentemuseum’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad D, p.&nbsp;2. === Tentoonstellingen === ;1912 *''Moderne Kunst Kring (Cercle de l’art moderne). Catalogue des ouvrages de peinture, sculpture, dessin, gravure'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 6 oktober-7 november 1912.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (5 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13135/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Zesde Blad, [p.&nbsp;1]. **Gio. (7 oktober 1912) ‘Moderne Kunst Kring’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, p.&nbsp;7. **Anoniem (9 oktober 1912) [[:s:fr:Le Cercle d’art moderne|‘Le Cercle d’art moderne’]], ''La Gazette de Hollande'', p.&nbsp;3. **C.L. Dake (15 oktober 1912) [[De Telegraaf/Jaargang 20/Nummer 7292/Avondblad/De Moderne Kunstkring|‘De Moderne Kunstkring’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, Tweede Blad, p.&nbsp;8. **Anoniem (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Moderne Kunstkring (1)|‘Moderne Kunstkring’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p.&nbsp;6. **G.H. Marius (15 oktober 1912) [[Het Nieuws van den Dag/1912/Nummer 13143/Moderne Kunstkring (2)|‘Moderne Kunstkring. — Stedelijk Museum, Amsterdam. II’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 2e blad, p.&nbsp;7. ;1913 *''Gemeentelijke tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters (vijfde vierjaarlijksche)'', Musis Sacrum, Arnhem, 4 juli-17 augustus 1913.<br>Aankondigingen en recensies: **B.J.K. (23 juli 1913) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/Jaargang 1913/Nummer 171/De vijfde Vierjaarlijksche te Arnhem|‘De vijfde Vierjaarlijksche te Arnhem’]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', eerste blad, [p.&nbsp;1-2]. **F.W. (26 juli 1913) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 100/Nummer 8300/Middaguitgave/De Vierjaarlijksche|‘De Vierjaarlijksche. IV’]], ''Arnhemsche Courant'', Middaguitgave, Tweede blad, [p.&nbsp;1-2]. ;1915 *''Catalogus der werken van Lodewijk Schelfhout, Piet Mondriaan, Jan Sluyters, Leo Gestel, Le Fauconnier, J.C. van Epen, architect'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 3-25 oktober 1915.<br>Recensies: **Theo van Doesburg (6 november 1915) [[Eenheid/Nummer 283/Kunst-kritiek|‘Kunst-kritiek. Moderne Kunst: Stedelijk Museum Amsterdam. Expositie Mondriaan, Leo Gestel, Sluiters, Schelfhout, Le Fauconnier’]], ''Eenheid'', [6e jaargang], nummer 283, [p. 2]. ;1917 *''Tentoonstelling van schilderyen'', Domburg, juli-augustus 1917.<br />Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 augustus 1917) [[Middelburgsche Courant/Jaargang 160/Nummer 182/Kunst en wetenschappen|‘Kunst en wetenschappen’]], ''Middelburgsche Courant'', [p. 2]. **Anoniem (6 augustus 1917) [[Middelburgsche Courant/Jaargang 160/Nummer 183/Schilderijententoonstelling te Domburg|‘Schilderijententoonstelling te Domburg’]], ''Middelburgsche Courant'', [p.&nbsp;2]. **Anoniem (10 augustus 1917) [[Anoniem/Zonder titel/17|‘Men meldt ons uit Zeeland: [...]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad B, p. 2. ;1921 *''Junge Niederländische Kunst'' (1. Ausländische Austauch-Ausstellung), Kronprinzenpalais, Berlijn, 4 december 1920-?, Leipzig, januari (?) 1921, Kestner Gesellschaft, Hannover, 1921, Hamburger Hansa Werkstätten, Hamburg, 1921, Düsseldorf, juli-augustus 1921.<br />Aankondigingen en recensies: **Adolf Behne (11 december 1920) [[:s:de:Neue holländische Kunst in Berlin|‘Neue holländische Kunst in Berlin’]], ''Freiheit'', Abend-Ausgabe, [p.&nbsp;2]. ;1925 *[''Tentoonstelling van artistieke affiches''], Stedelijk Museum, Maastricht, 15 november 1925-....<br />Aankondigingen en recensies: **Anoniem (13 november 1925) [[Limburger Koerier/Jaargang 80/Nummer 260/Sted. Museum|‘Sted. Museum. Affiches-tentoonstelling’]], ''Limburger Koerier'', p. 2. ;1926 *[''modern schilderwerk van o.a. Jawlenski, De Vlaminck en Mondriaan''], De Bron, Den Haag, januari 1926, geen catalogus.<br>Aankondiging en recensies: **J.H. de Bois (13 januari 1926) [[De Avondpost/Jaargang 41/Nummer 12967/Avondeditie/Kunstkroniek|‘Kunstkroniek’]], ''De Avondpost'', Avondeditie, Tweede blad, p.&nbsp;1. ;1929 *[''Grafiek''], Haagsche Kunstkring, Den Haag, 1929, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Ω (18 december 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33343/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;7. == Werken == === Techniek onbekend - Niet-uitgevoerde werken === *Anoniem (20 november 1915) [[De Amstelbode/Jaargang 24/Nummer 7005/Koningin Elisabeth gehuldigd|‘Koningin Elisabeth gehuldigd’]], ''De Amstelbode'', Tweede Blad, [p.&nbsp;3]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal kunst]] nvh046brft8d4zormgtcw7k3vek5rsi Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/541 104 88410 225737 2026-08-27T08:50:18Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225737 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| !Brontekst !Vertaling |- |valign=top| {{c|{{xxxx-larger|'''LI ROMANS'''}}<br>{{larger|'''DE'''}}<br>{{xx-larger|'''BAUDUIN DE SEBOURC.'''}}}} {{lijn|5em}} {{c|{{larger|'''CHANT XVII.'''}}}} {{dhr|1.5em}} <poem> ?UMAIS, orrés chanson, s’il vous vint à plaisir ; De melleur ne vous poet nuls hons vivans jehir. Baron, or entendés, que Diex vous puist sauver ! Glorieuse sanson vous vaurai recorder : Si comme Baudewins passa le Rouge-mer, Le sanc nostre Seignour au lyon conquester ; Tous seus prist Abilant, ch’est légier à prouver, Car onkes n’i mena sergant né bacheleir, For, sans plus, le lyon que Diex li voelt prester, Ensi con vous orrés ou livre recorder. De la royne Rose larai ·j· poi ester, Car puist fist-elle en France telle gerre lever : Le royne de Cypre fist en France arriver, Le royne d’Escoce fit venir dechà mer, La dame de Bollongne fist-elle en France entrer, Et Jehan de Ponthieu contre le roy meller ; Le terre de Biauvais à Fransoys estriver. Tant ot li roys à fayre, ne sot quel part tourner, Ensi com vous porrés oïr et escouter. Mais de Rose larai, si vous vaurai conter Du gentil Baudewin, qui tant fist à doubter, Qui s’en alioit vagant parmi le Rouge-mer : En Babilone va son message conter A le femme au soudant où il devoit aler ; Bien li ot en couvent, quant il s’en dut sevrer, </poem> |valign=top| {{c|{{xxxx-larger|'''DE ROMANS'''}}<br>'''VAN'''<br>{{xx-larger|'''BAUDEWIJN VAN SEBOURG.'''}}}} {{lijn|5em}} {{c|{{larger|'''ZANG XVII.'''}}}} {{dhr|0.5em}}<poem> NU zult u een lied horen, als het u behaagt; Geen levend mens kan u een betere vertellen. Baronnen, luister nu, moge God u redden! Een glorieus lied wil ik u overleveren: Hoe Boudewijn de Rode Zee overstak, Om het bloed van onze Heer van de leeuw te winnen; Helemaal alleen nam hij Abilant in, dat is gemakkelijk te bewijzen, Want nooit nam hij er een dienaar of schildknaap mee naartoe, Behalve, zonder meer, de leeuw die God hem wilde lenen, Zoals u in het boek zult horen vertellen. 10 Over de koningin Rose zal ik een klein beetje zwijgen, Want later liet zij in Frankrijk zo'n oorlog ontbranden: Zij liet de koningin van Cyprus in Frankrijk aankomen, Zij deed de koningin van Schotland van overzee komen, De vrouwe van Boulogne liet zij Frankrijk binnentrekken, En Jan van Ponthieu deed zij strijden tegen de koning; Het land van Beauvais liet zij met de Fransen wedijveren. De koning had zoveel te doen, dat hij niet wist waarheen te wenden, Zoals u zult kunnen horen en beluisteren. Maar Rose zal ik laten rusten, en ik zal u willen vertellen 20 Over de edele Boudewijn, die zozeer te duchten was, Die al dwalend over de Rode Zee trok: Naar Babylon gaat hij zijn boodschap overbrengen Aan de vrouw van de sultan waar hij naartoe moest gaan; Dat had hij haar goed beloofd, toen hij van haar moest scheiden, </poem> |}<noinclude></noinclude> 2iyv0pvshemi11r11g4xagvbzjsrz1q 225738 225737 2026-08-27T08:56:31Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225738 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| !Brontekst !Vertaling |- |valign=top| {{c|{{xxxx-larger|'''LI ROMANS'''}}<br>{{larger|'''DE'''}}<br>{{xx-larger|'''BAUDUIN DE SEBOURC.'''}}}} {{lijn|5em}} {{c|{{larger|'''CHANT XVII.'''}}}} {{dhr|1.5em}} <poem> HUMAIS, orrés chanson, s’il vous vint à plaisir ; De melleur ne vous poet nuls hons vivans jehir. Baron, or entendés, que Diex vous puist sauver ! Glorieuse sanson vous vaurai recorder : Si comme Baudewins passa le Rouge-mer, Le sanc nostre Seignour au lyon conquester ; Tous seus prist Abilant, ch’est légier à prouver, Car onkes n’i mena sergant né bacheleir, For, sans plus, le lyon que Diex li voelt prester, Ensi con vous orrés ou livre recorder. De la royne Rose larai ·j· poi ester, Car puist fist-elle en France telle gerre lever : Le royne de Cypre fist en France arriver, Le royne d’Escoce fit venir dechà mer, La dame de Bollongne fist-elle en France entrer, Et Jehan de Ponthieu contre le roy meller ; Le terre de Biauvais à Fransoys estriver. Tant ot li roys à fayre, ne sot quel part tourner, Ensi com vous porrés oïr et escouter. Mais de Rose larai, si vous vaurai conter Du gentil Baudewin, qui tant fist à doubter, Qui s’en alioit vagant parmi le Rouge-mer : En Babilone va son message conter A le femme au soudant où il devoit aler ; Bien li ot en couvent, quant il s’en dut sevrer, </poem> |valign=top| {{c|{{xxxx-larger|'''DE ROMANS'''}}<br>'''VAN'''<br>{{xx-larger|'''BAUDEWIJN VAN SEBOURG.'''}}}} {{lijn|5em}} {{c|{{larger|'''ZANG XVII.'''}}}} {{dhr|0.5em}}<poem> NU zult u een lied horen, als het u behaagt; Geen levend mens kan u een betere vertellen. Baronnen, luister nu, moge God u redden! Een glorieus lied wil ik u overleveren: Hoe Boudewijn de Rode Zee overstak, Om het bloed van onze Heer van de leeuw te winnen; Helemaal alleen nam hij Abilant in, dat is gemakkelijk te bewijzen, Want nooit nam hij er een dienaar of schildknaap mee naartoe, Behalve, zonder meer, de leeuw die God hem wilde lenen, Zoals u in het boek zult horen vertellen. 10 Over de koningin Rose zal ik een klein beetje zwijgen, Want later liet zij in Frankrijk zo'n oorlog ontbranden: Zij liet de koningin van Cyprus in Frankrijk aankomen, Zij deed de koningin van Schotland van overzee komen, De vrouwe van Boulogne liet zij Frankrijk binnentrekken, En Jan van Ponthieu deed zij strijden tegen de koning; Het land van Beauvais liet zij met de Fransen wedijveren. De koning had zoveel te doen, dat hij niet wist waarheen te wenden, Zoals u zult kunnen horen en beluisteren. Maar Rose zal ik laten rusten, en ik zal u willen vertellen 20 Over de edele Boudewijn, die zozeer te duchten was, Die al dwalend over de Rode Zee trok: Naar Babylon gaat hij zijn boodschap overbrengen Aan de vrouw van de sultan waar hij naartoe moest gaan; Dat had hij haar goed beloofd, toen hij van haar moest scheiden, </poem> |}<noinclude></noinclude> 3et1b5m3rwfgi7qthnty3ui0tm2lq8n Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/542 104 88411 225739 2026-08-27T08:58:09Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225739 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Que il li revenroit novelles raporteir, Telles con il porroit en ses amis trouver. Il avoit sauve-conduit de partout cheminer, Nuls hons ne li osast ·j· denir demander ; Car lettres au soudant, c’on li fist saiëleir, Portoit li chevalier dont vous oés parleir. Quant vint en Babilone, s’oï dire et conter Que la dame estoit morte, et fu à l’enfanter. Quant Baudewins le sot, en lui n’ot qu’aïrer. De Babilone issi, sans lui à amonstrer, Par devers Abilant se volt acheminer ; Et dist qu’il s’en ira son corps aventurer Encontre le lyon qui tant fait à doubter, Pour les bons crestiens de prison délivrer. Nature li aprent des prisons tant amer Qu’il dist qu’il se feroit du lion affoler, Ains qu’il ne les alast aidier et conforter. Maintenant poet-on poy de tels amis trouver ! Boin ami, quant on l’a, doit-on moult honnourer. Or s’en va Baudewins, li prex et li gentis, Par denvers Abilant trestout le plain païs ; Jhésus le conduisoit, li rois de paradis, Pour che car il voloit que par ce bon marchis Fust le siens dignes sans trouvés et rekoellies, Qui ot esté ·vij· ans par le lion garis. Li lions sénéfie une beste gentis, Quant Dieus fist en samblanche d’un lyon seignouris Garder son digne sanc ·vij· ans tous acomplis. Une bonne personne, amis à Jhésu-Cris, Qui bonne vie mainne, et en fais et en dis, Est appellés lions ès anchiens escris. Lions a bonne chière : et ·j· hons ségnouris Qui est bons et preud’ons et à Dieu vrais amis, Plains est de bonne chière et si porte bon vis Si comme li lions qui est chi-dessus dis. </poem> |valign=top| <poem> Dat hij hem nieuws zou komen brengen, Zoals hij dat bij zijn vrienden zou kunnen vinden. Hij had een vrijgeleide om overal te reizen, Geen mens durfde hem ook maar één penning te vragen; Want brieven van de sultan, die men voor hem had laten verzegelen, 30 Droeg de ridder bij zich van wie u hoort spreken. Toen hij in Babylon aankwam, hoorde hij zeggen en vertellen Dat de dame gestorven was, en wel in het kraambed. Toen Boudewijn dat wist, kende hij louter droefheid. Uit Babylon trok hij weg, zonder zich te laten zien, Richting Abilant wilde hij zich begeven; En hij zei dat hij zijn lichaam in het avontuur zou storten Tegen de leeuw die zozeer te vrezen is, Om de goede christenen uit de gevangenis te bevrijden. De natuur leert hem de gevangenen zozeer lief te hebben 40 Dat hij zei dat hij zich door de leeuw zou laten verscheuren, Eerder dan hen niet te gaan helpen en troosten. Tegenwoordig kan men nog maar weinig van zulke vrienden vinden! Een goede vriend, als men die heeft, moet men zeer eren. Nu vertrekt Boudewijn, de dappere en de edele, Richting Abilant, over het geheel vlakke land; Jezus leidde hem, de koning van het paradijs, Omdat Hij wilde dat door deze goede markies Zijn waardige bloed gevonden en verzameld zou worden, Dat 7 jaar lang door de leeuw was beschermd. 50 De leeuw symboliseert een edel beest, Toen God in de gedaante van een majestueuze leeuw Zijn waardige bloed bewaarde, 7 volle jaren lang. Een goed mens, een vriend van Jezus Christus, Die een goed leven leidt, in daden en in woorden, Wordt een leeuw genoemd in de oude geschriften. Een leeuw heeft een edele blik: en een verheven mens Die goed en rechtschapen is, en een ware vriend van God, Is vol van een edele gelaatsuitdrukking en toont een oprecht gezicht, Net zoals de leeuw die hierboven is beschreven. 60 </poem> |}<noinclude></noinclude> oieqk9y1h37s3byanpof6qjiul2xtxp Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/543 104 88412 225740 2026-08-27T09:11:36Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225740 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Car nuls n’a bonne chière s’il n’est des biens emplis ; Biaus regars et faus cors doit bien estre pugnis, Ch’est coze déchevable dont li hons est honnis. Preud’ons est figurés à ·j· lion ramage : Si comme lions fut et keurt par les bousquage, Devons fuir péchiet, glouternie et outrage ; En lieu de bonne chière, prendons ·j· bon visaedge. Li hons n’est… fox qui en pren tel usaedge, Boin fait à Dieu servir atorner son corage. Oïés de Baudewin, qui tant ot de barnage, Qui au lion s’en va monstrer son vassallage ; Mais Dieus le conduisoit qui nous fist à s’ymage : Onkes nuls hons ne fist plus soffisant voiadge Comme fist Baudewins que Diex fist avantage ; Vers Abilant s’en va, tout le pays savaedge, Il n’aconte à morir valissant d’un formage. Encor ne connissoit le sien noble parage, Mais nature et amours, qui du bien sont message, Li fisent convoitier à geter de servage Esmeret qui avoit esté en si grant rage, ·vij· ans tous acomplis, o s’amie le sage. Or les délivera briément dou lieu ombrage. Miex vaut tenir prison ors de son héritage, Qu’il ne face à dréchier au mauvais mariage. Or s’en va Baudewins, à le chière menbrée Tant qu’il vit d’Abilant l’aute tour quarée : Cheste tour d’Abilant fu faite et compassée Contre le tour Babel qui si haute est murée ; N’est pas si haute tour con Babel est fondée. Chuis qui fonda le tour qui Babel est nommée Le commencha pour estre dusques à le nuée Et dusqu’à chiex lassus, pour che fu ordenée : Mais il ne ploit à Dieu qui fist chiel et rousée, Les langages canga si à une journée Que chuis qui demandoit une pierre quarrée, </poem> |valign=top| <poem> Want niemand heeft een goed gemoed als hij niet met goeds is vervuld; Een mooie blik en een vals lichaam moeten wel gestraft worden, Dat is iets bedrieglijks waardoor de mens te schande wordt gemaakt. Een vroom man wordt vergeleken met een wilde leeuw: Net zoals de leeuw wild is en door de bossen rent, Moeten wij de zonde, de gulzigheid en de wreedheid ontvluchten; In plaats van een vrolijk gelaat, laten we een deugdzaam gezicht tonen. De mens is... dwaas die er zo'n gewoonte op nahoudt, Het is goed om God te dienen en zijn hart naar Hem te richten. Hoort over Boudewijn, die zoveel adellijke moed bezat, 70 Die naar de leeuw toegaat om zijn manmoedigheid te tonen; Maar God leidde hem, die ons naar Zijn evenbeeld schiep: Nooit deed een mens een waardiger reis Als Boudewijn deed, wie God een gunst bewees; Naar Abilant gaat hij, door het geheel woeste land, Hij geeft om de dood nog niet de waarde van een kaas. Nog kende hij zijn eigen nobele afkomst niet, Maar de natuur en de liefde, die de herauten van het goede zijn, Deden hem begeren om uit de slavernij te bevrijden Esmeret, die in zo'n grote razernij had verkeerd, 80 Zeven volle jaren lang, met zijn wijze geliefde. Nu zal hij hen spoedig bevrijden uit die schaduwrijke plek. Het is beter gevangen te zitten buiten zijn erfdeel, Dan dat men zich moet schikken naar een slecht huwelijk. Nu vertrekt Boudewijn, met een vastberaden blik Totdat hij van Abilant de hoge vierkante toren zag: Deze toren van Abilant was ontworpen en gebouwd Tegen de toren van Babel die zo hoog is opgemetseld; Toch is hij niet zo hoog gefundeerd als de toren van Babel. Degene die de toren stichtte die Babel wordt genoemd 70 Begon hem om tot aan de wolken te reiken En tot aan degenen daarboven, daarvoor was hij bestemd: Maar het behaagde God niet, die de hemel en de dauw schiep, Hij verwarde de talen zo op een zekere dag Dat degene die vroeg om een goed gehakte steen, </poem> |}<noinclude></noinclude> k953okvgim8ahzqvp01pl1keniqni67 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/544 104 88413 225741 2026-08-27T09:14:50Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225741 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Ses compains li donnoit d’iauwe une caudrelée ; Qui demandoit mortier, avoit une pierre lée ; Ensément sa rayson avoit chascuns muée. Tout chou ordonna Diex, qui fist chiel et rousée, Car qui argue encontre sa vertu espirée Dignes serroit d’ardor à une cheminée : Car li possanche Dieu est si elluminée, Que sa volentés est furnie par pensée. Seignour, or entendés, pour Dieu le créatour, Chanson trè gratieuse, plaine de noble atour, Faite de vérité, du tamps anchiênour : Par mainte fois vous ont chant che jonghelour Des grans fais d’outre-mer où il ot maint estour ; On vous en dit les branches, mais on en lasse la flour. Chertes, de Baudewin, le noble pongnéour, Son li ver gratieus, et d’armes et d’amour ! Sé je vous ai dit boin, je vous dirai mėliour. Oïés de Baudewin, le noble ferréour, Qu’encontre le lyon, au noble sauvéour, En aloit asprement pour commenchier estour : L’omme tieng plain d’outrage qui enprist tel folour, Coi que bien en venist n’en sont li fait ménour ; Car il ne savoit mie qu’avoir déust l’onnour. Tant chevauche, li bers, dessus le missodour, N’ot per né compaignon, serjant né vavassour, Sus senestre regarde ; si vit un mont hautour : Là estoit li lions, qui tant ot de valour, Qui là endroit gardoit li sanc nostre Seignour ; ·vij· ans l’avoit gardeit, che dient li pluisour. Li lions fu ou mont, qui plains fu de hidour, Onkes si grande beeste ne vit-on à nul jour ! Plus haut fu c’uns chavaus c’uns rois tient à séjour. Bien le vit Baudewins, à le fière vigour, Si réclama Jhésu en cui sont si retour ; Et dist « biaus sires Diex, si comme je t’aour, </poem> |valign=top| <poem> Zijn metgezel hem een ketel vol water gaf; Wie om mortel vroeg, kreeg een brede steen; Zo had iedereen zijn eigen taal veranderd. Dit alles beschikte God, die de hemel en de dauw maakte, Want wie redeneert tegen Zijn geïnspireerde kracht, 100 Zou het verdienen te branden in een open haard: Want de macht van God is zo verlicht, Dat Zijn wil door louter gedachte wordt volbracht. Heren, luister nu, voor God de Schepper, Naar een zeer gracieus lied, vol nobele pracht, Gemaakt van de waarheid, uit de oude tijd: Menigmaal hebben deze minstrelen voor u gezongen Van de grote daden overzee waar menig gevecht plaatsvond; Men vertelt u de zijtakken, maar men laat de bloem achter. Voorwaar, over Boudewijn, de nobele strijder, 110 Gaan deze gracieuze verzen, vol van wapenfeit en liefde! Als ik u goeds heb verteld, zal ik u nog beters vertellen. Luister naar Boudewijn, de nobele zwaardvechter, Die tegen de leeuw, voor de nobele Heiland, Vurig ten strijde trok om het gevecht te beginnen: Ik houd de man voor vol overmoed die zulke dwaasheid ondernam, Wat er ook voor goeds uit voortkwam, de daden zijn er niet minder om; Want hij wist immers niet dat hij de eer zou behalen. Zo ver rijdt de edele baron op zijn strijdpaard, Hij had gezel noch metgezel, schildknaap noch vazal,120 Hij kijkt naar links; en zag een hoge berg: Daar bevond zich de leeuw, die zoveel moed bezat, Die op die plek het bloed van onze Heer bewaakte; Zeven jaar had hij het bewaakt, zo zeggen de meesten. De leeuw was op de berg, die vol verschrikking was, Nooit had men op welke dag ook zo'n groot beest gezien! Hoger was hij dan een paard dat een koning in zijn stallen houdt. Goed zag Boudewijn hem, met trotse kracht, En zo riep hij Jezus aan, in wie zijn toevlucht is; En zei: “ Schone heer God, zoals ik u aanbid,130 </poem> |}<noinclude></noinclude> rhzq1ye1ysudhbawjypwt5h8x4j55bq Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/545 104 88414 225742 2026-08-27T09:16:28Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225742 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Ostes hors de mon corps couardise et paour. » Si tost que Baudewins dut le mont aprochier, Descendi à le terre du boin courrant destrier ; Au piet du mont s’ala briément agennoulier. Et li lions estoit deseure li rocher, Regarde Baudewin qui voelt à mont puïer : Contre lui s’agenoulle, s’el prist à festier, De joie fait sa keuwe autour lui tortillier. Quant Baudewins le voit, en lui n’ot qu’esmaïer ; Cuida car il fesist signes pour lui mengier, Si dist : « biaus sire Diex, qui tout as à jugier, « Qui presis char et sanc en la digne moullier, « ·ix· mos entirement ; et puis, sans travellier, « En délivra le Vierge qui te voilt alaitier « Du lait divin qui Diex volt chà-jus envoïer ; « Puis vinrent li troi roy d’estranges hyrritier « Présenter à ton fil, pour lui autorisier, « Or et mirre et enchens ; et puis, au repairier, « Le droit chemin d’Erode lor fist tes fiex laissier, « De coi Hérodes fist les enfans détrenchier. « Vrais Diex, puis en alas le monde préëchier ; « ·xxxij· ans régnas ; et, à ·j· soel mengier, « Junas le quaranteine ; puis furent ·v· millier « Rechinant avoec toi et les fisis aisier : « ·v· pains et ·iij· poissons eurent à commenchier, « ·xij· grans corbillies en portèrent arier. « Et, à Paskes flouries, tu vausis chevauchier « Dedens Jhérusalem dont li mur sont plénier ; « Tous li poples t’ala noblement festier, « Geter pailes et draes pour toi plus essauchier. « En le propre semaine te fist-on distourbier : « Car Judas te vendi, qui puis te voilt baisier ; « Le merkedi fus pris de la gent lavressier, « Le joesdi te fist-on à l’estaque loier « Et batre d’escorgies et ton vis esraquier ; </poem> |valign=top| <poem> “ Neem uit mijn lichaam lafheid en vrees weg. “ Zodra Boudewijn de berg naderde, Leek hij van zijn snel rennende strijdros af te stijgen; Aan de voet van de berg knielde hij kortstondig neer. En de leeuw bevond zich boven op de rots, Keek naar Boudewijn die de berg op wilde klimmen: Hij knielde voor hem neer en begon hem te verwelkomen, Van vreugde liet hij zijn staart om zich heen kwispelen. Toen Boudewijn dit zag, was er in hem geen angst; Hij dacht dat hij tekens maakte om hem op te eten, 140 Dus zei hij: “ mooie heer God, die alles moet oordelen, “ Die vlees en bloed aannam in de waardige vrouw, “ Negen maanden geheel; en toen, zonder zwoegen, “ Verloste U de Maagd die U wilde zogen “ Met de goddelijke melk die God hier beneden wilde zenden; “ Toen kwamen de drie koningen uit vreemde erflanden “ Om aan Uw zoon te presenteren, om hem te eren, “ Goud en mirre en wierook; en toen, bij de terugkeer, “ Liet Uw zoon hen de rechte weg van Herodes verlaten, “ Waardoor Herodes de kinderen liet afslachten. 150 “ Ware God, daarna ging U de wereld prediken; “ Tweeëndertig jaar regeerde U; en, bij een enkele maaltijd, “ Vastte U de veertigdagentijd; toen waren er vijfduizend “ Behoeftigen met U en U gaf hun rust: “ Vijf broden en drie vissen hadden zij om mee te beginnen, “ Twaalf grote manden brachten zij er van terug. “ En, op Palmpasen, wilde U rijden “ Binnen Jeruzalem waarvan de muren vol zijn; “ Het hele volk ging U nobel verwelkomen, “ Zijde stoffen en kleden werpen om U meer te eren. 160 “ In diezelfde week bracht men U in het nauw: “ Want Judas verraadde U, die U daarna wilde kussen; “ De woensdag werd U gevangengenomen door het valse volk, “ De donderdag bond men U aan de paal “ En sloeg men U met gesels en bespuwde men Uw gezicht; </poem> |}<noinclude></noinclude> ga0w4go4xe704gd3pga2obmzw7m4bua Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/546 104 88415 225743 2026-08-27T09:17:43Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225743 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Le venredi fist-on ton corps en crois dréchier « Et férir droit au coer d’une lanche d’achier ; « Le jour de saintes Pasques, c’on doit communier, « Rexucitas de mort ; puis alas en enfer, « Si en getas Adam et Evain, son moullier, « Et humainne lignie qui souffroit encombrier. « Sire, si con ch’est voirs, si me voilliés aidier « Encontre che lyon, car j’en ai grant mestier. » Et quant il ot che dit, si se prist à dréchier Et de sa destre main se va ·iij· fois sainer ; Et puis, a trait du foerre le riche brant d’achier, Tost et isnèlement en va le crois baisier ; Et puis, du mont monter se va apareillier. Si a dit au lion « je te vois chastoïer ! » Et li lions l’atent, qui prist à foueillier, Une chière li fist sans lui contrairier ; Mais, pour che, Baudewins ne sé osast fier, Cuide par traïson s’alast ensi couchier. Mais ch’estoit par amours, de loïal coer entier ; Jhésu-Crist le faisoit pour le dansel aidier : Car li dansiaus faisioit tellement à prisier Que Diex li monstra bien qu’il l’ama et tient chier, Comment car il éust maint pesant encombrier. Il souvient Dieu des gens, quant lor fait envoïer Cose dont il leur doit à lor cors anoïer ; Mais aucun ameroient miex vivre sans dangier. Car chil qui n’ont nul soing, fors de iaus à aisier, De Dieu ne lor souvient, le père droiturier : S’em porront bien avoir en fin mauvais loïer, Car Diex sara moult bien lor dessertes païer. Baudewins de Sebourc est sus le mont venus, Regarde le lion qui fu grans et corsus ; Il tint traite l’espée, si est à lui venus : Quant li lions le voit, ·j· poy se trait en sus. « Hé ! Diex ! » dist Baudewins, li prex et li menbrus, </poem> |valign=top| <poem> “ Op vrijdag liet men uw lichaam aan het kruis oprichten “ En stootte men recht in uw hart met een stalen lans; “ Op de dag van Pasen, waarop men moet communiceren, “ Verrees U uit de dood; daarna daalde U af in de hel, “ En bevrijdde U Adam en Eva, zijn vrouw, 170 “ En het menselijk geslacht dat leed onder de rampspoed. “ Heer, zoals dit waar is, moge U mij helpen “ Tegen deze leeuw, want ik heb er grote behoefte aan. “ En toen hij dit gezegd had, richtte hij zich op En met zijn rechterhand ging hij driemaal zichzelf zegenen; En toen trok hij uit de schede het rijke stalen zwaard, Vlug en gezwind kuste hij het kruis; En toen maakte hij zich gereed om de berg te beklimmen. Toen zei hij tegen de leeuw: “ ik zal je mores leren! “ En de leeuw wacht op hem, en begon te kwispelen, 180 Een vriendelijk gezicht maakte hij zonder hem te dwarsbomen; Maar hierop durfde Boudewijn niet te vertrouwen, Hij dacht dat hij door verraad zo was gaan liggen. Maar het was uit liefde, uit een loyaal en oprecht hart; Jezus Christus deed dit om de jonker te helpen: Want de jonker maakte zich zo waardig om te prijzen Dat God hem goed toonde dat Hij hem liefhad en koesterde, Hoewel hij menig zware tegenslag had gekend. God gedenkt de mensen, wanneer Hij hun zaken zendt Waarvan hun lichaam schade of hinder moet ondervinden; 190 Maar sommigen zouden liever leven zonder gevaar. Want zij die geen andere zorg hebben dan zichzelf te behagen, Aan God denken zij niet, de rechtvaardige Vader: Zij zullen er aan het einde een slechte beloning voor krijgen, Want God zal heel goed weten hoe Hij hun daden moet vergelden. Boudewijn van Sebourc is op de berg gekomen, Kijkt naar de leeuw die groot en fors was; Hij hield het zwaard getrokken en is naar hem toe gekomen: Wanneer de leeuw hem ziet, trekt hij zich een beetje terug. “ Ach! God! “ zei Boudewijn, de dappere en de sterke, 200 </poem> |}<noinclude></noinclude> iwvk1n4jimjxy8x84q1zo9dzq7diysb Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/547 104 88416 225744 2026-08-27T09:19:32Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225744 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Je ai tant of dire, les grans et les menus, « Que’chuis lyons estoit et fèles et crémus ! « Et je sui si endroit, et si s’est coi tenus ? » Ensément qu’il disioit, en lui, si fais argus, Li sali li lions, qui grans fu et menbrus : Par le gambe l’ahert, si l’a abatu jus, Puis le va traïnant ou mont qui fu agus. Et Baudewins s’escrie : « Diex, or sui-je perdus ! « Par le lyon sauvage est mes corps déchius. « Chertes, sé je vausisse, il fust piècha vancus ; « Mais tous coi se tenoit comme moutons cornus. » Et li lyons le traine, tant car il est venus D’encoste le forgier au digne sanc Jhésus ; Là endroit s’arresta, et Baudewins mist jus. Et là, ch’est li lyons à genous getés jus, En lui priant merchi ; dont forment fu confus Baudewins de Sebourc, li vassaus connéus : Voit li lyon si simple et fu si abatus Que ne li fesist mal pour le trésor Artus. Baudewins de Sebourc forment s’esmerveilla Quant il vit le lion qui ensi le lassa ; Et de che qu’il ot fait forment s’umélia. Quant il vit le forgier, chelle part s’adrécha : Li forgiers fu fremés, mais il le deffrema, A son coutel de plates le serrure en hosta ; Le fiole d’or fin i vit et regarda, Le benéoit sanc vit qui tout nous rechata. Il ne sot que che fu, moult s’en esmerveilla ; Mais lettres ot autour, qui li bers avisa, Qui très bien divisoient che qu’en la fiole a. Après dist une vois : « Baudewins, chius sans-là, « Che fu li sanc Jhésus, qui le monde estora, « Qu’il respandi en crois quant le mont racheta. « Quant Jhésu-Crist le mort pour pécheurs endura, « Tout droit en Gorgatas, li sans de lui coula ; </poem> |valign=top| <poem> “ Ik heb zo vaak horen zeggen, door groten en kleinen, “ Dat deze leeuw woest was en vreeswekkend! “ En ik sta hier nu, en heeft hij zich zo koest gehouden? “ Terwijl hij zo in zichzelf overwoog en redeneerde, Besprong hem de leeuw, die groot was en sterk gebouwd: Bij zijn been grijpt hij hem vast, en heeft hem neergeslagen, Vervolgens sleept hij hem voort op de berg die steil was. En Boudewijn roept uit: “ God, nu ben ik verloren! “ Door de wilde leeuw is mijn lichaam misleid. “ Waarlijk, als ik had gewild, was hij al lang overwonnen; 210 “ Maar hij hield zich zo koest als een horenschaap. “ En de leeuw sleept hem voort, tot hij is gekomen Vlak naast de smidse van het waardige bloed van Jezus; Juist daar stopte hij, en zette Boudewijn neer. En daar wierp de leeuw zich op zijn knieën ter aarde, En vroeg hem om genade; waarover zeer verbaasd was Boudewijn van Sebourc, de bekende vazal: Hij ziet de leeuw zo tam en zo nederig geworden Dat deze hem geen kwaad zou doen, zelfs niet voor de schat van Arthur. Boudewijn van Sebourc verwonderde zich zeer 220 Toen hij de leeuw zag die hem zo met rust liet; En over wat hij had gedaan, toonde hij zich zeer nederig. Toen hij de smidse zag, richtte hij zich die kant op: De smidse was gesloten, maar hij maakte haar open, Met zijn messenkoker nam hij het slot eraf; Het flesje van fijn goud zag en bekeek hij daar, Hij zag het gezegende bloed dat ons allen heeft vrijgekocht. Hij wist niet wat het was, hij verwonderde zich er zeer over; Maar er stonden letters omheen, die de edelman opmerkte, Welke zeer goed beschreven wat er in het flesje zit. 230 Daarna sprak een stem: “ Boudewijn, dat bloed daar, “ Dat was het bloed van Jezus, die de wereld schiep, “ Dat Hij aan het kruis vergoot toen Hij de wereld verloste. “ Toen Jezus Christus de dood voor de zondaars leed, “ Stroomde zijn bloed rechtstreeks daar in Golgotha; </poem> |}<noinclude></noinclude> 1amh1k5wbpgidum0364fh8rr1fenhb3 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/548 104 88417 225745 2026-08-27T09:20:53Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225745 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Mais un bons patriarches, qui Jhésu mcult ama, « Dedens Jhérusalem longement le garda : « Mil ans, ·xxv· mains, tant esteit il i a, « Tant que rois Godefrois le chité conquesta. « A Wistace son frère, ·vij· ans a, le querqua ; « Pour porter à Bollongne durement li pria. « Wistace de Bollongne vint en che païs chà, « Li sans li fu emblés, ·j· lères li embla ; « Chi endroit fu r’atains. Jhésus i envoïa « Che lion scienteus, a ton corps tramis là. « Or en soïés songeus, et bien l’en avenra ! » Quant Baudewins l’oï, grande joie en mena : Le roy de tout le mont mille fois en loa. Venus est à lyon, douchement le baisa : Le lyons s’agenoule et signes fait li a Qu’il monte dessus lui, et qu’il le conduira Par dedens Abilant et Baudewins monta. Et li lions, à tout, bien tost s’achemina, Par denvers Abilant li chevaliers s’en va ; Il vint droit à le porte et le pont trespassa Et puis s’est escriés que point s’en arresta : « Ouvrés, » dist-il, « le porte, il en est tans piècha ! » Quant li portiers l’oï, si a dit : « qu’est-che là ? « Il a passeit ·vij· ans que mais hons n’i entra ! » Il regarde le ber, le wisket deffrema. Li lions fu divins, car Diex le figura Ne le poet aviser ; ensi Diex l’ordena. Le porte a deffremée, Baudewins i entra Montés sus le lyon, qu’adès devant lui va, Qui estoit envisibles ; car nuls ne l’avisa. Seignour, or entendés, pour Dieu le tout poissant : Baudewins de Sebourc, qui à prisier fist tant, Est venus à le porte de la chit d’Abilant, Montés sus le lyon qui tant ot fier samblant. Li portiers li ouvri le porte par devant, </poem> |valign=top| <poem> “ Maar een goede patriarch, die Jezus zeer liefhad, “ Bewaarde hem lange tijd binnen Jeruzalem: “ Duizend jaar, vijfentwintig minder, zo lang is het geleden, “ Totdat koning Godfried de stad veroverde. “ Aan Eustaas zijn broer, zeven jaar geleden, droeg hij het op; 240 “ Om het naar Boulogne te dragen, smeekte hij hem vurig. “ Eustaas van Boulogne kwam naar dit land hier, “ Het bloed werd hem ontstolen, een dief stal het hem; “ Precies hier werd hij ingehaald. Jezus zond daarheen “ Deze wijze leeuw, naar uw lichaam daar gestuurd. “ Wees er nu zorgzaam voor, en het zal u welgaan! “ Toen Boudewijn dit hoorde, vatte hij grote vreugde op: De koning van de hele wereld loofde hij duizendmaal. Hij is naar de leeuw gegaan, kuste hem teder: De leeuw knielt neer en maakte tekens voor hem 250 Dat hij op hem moest klimmen, en dat hij hem zou leiden Tot binnen in Abilant, en Boudewijn steeg op. En de leeuw ging met dit alles zeer snel op weg, Richting Abilant gaat de ridder; Hij kwam recht voor de poort en stak de brug over En toen riep hij uit zonder te stoppen: “ Open, “ zei hij, “ de poort, het is al lange tijd de hoogste tijd! “ Toen de poortwachter dit hoorde, zei hij: “ Wie is daar? “ Er zijn zeven jaar verstreken dat er geen mens meer is binnengegaan! “ Hij kijkt naar de edele, en opende het poortje. De leeuw was goddelijk, want God had hem zo geschapen Dat men hem niet kon waarnemen; zo had God het beschikt. De poort heeft hij geopend, Boudewijn ging er binnen Gemonteerd op de leeuw, die steeds voor hem uit gaat, Die onzichtbaar was; want niemand nam hem waar. Heren, luister nu, voor de almachtige God: Boudewijn van Sebourc, die zoveel deed om geprezen te worden, Is gekomen aan de poort van de stad Abilant, Gemonteerd op de leeuw die zo'n trots uiterlijk had. De poortwachter opende de poort voor hem, </poem> |}<noinclude></noinclude> ksn04as05poihhxzf0rzct4q134gjsb Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/549 104 88418 225746 2026-08-27T09:24:01Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225746 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> {{iwpage|fr}} </poem> |valign=top| <poem> Maar weet dat hij daarvoor zo'n stinkend loon kreeg Dat de leeuw hem grijpt en hem de armen Uit zijn lijf rukt; daar verslindt hij hem. En toen, zo werd getoond aan het volk van Tervogant; Als een wolf tussen de schapen, zo stort hij zich tussen hen: Bij de een rukt hij de neus eraf, de ander wurgt hij. In de stad is er noch vrouw, noch kind, Die niet zozeer door angst overmand wordt Dat ze door de stad vluchten, roepend en jammerend. In hun eigen taal zeggen ze: “ zie daar de grote leeuw: 280 “ Pas op voor de leeuw, want hij komt eraan gerend! “ Waarom de heidenen zozeer in paniek raken Dat ze op de vlucht slaan en niet meer standhouden; Ze zouden daar niet zijn gebleven, zelfs niet voor hun gewicht in fijn goud. De stad raakte in reproer, zowel van achteren als van voren, Naar het paleis toe komen de Saracenen gerend: Koning Rode-Leeuw treffen zij in het paleis aan, Die vonnis aan het wijzen was over Esmeret, het kind, En ook over de priester, en over koning Brighedant, En over zijn eigen zus, die zo buitengewoon mooi was; 290 Omdat Boudewijn, met zijn schone en bevallige verschijning, De termijn had overschreden die hij met de sultan was overeengekomen, Waarop hij had moeten terugkeren om de geduchte leeuw Te bevechten, man tegen man, met het scherpe zwaard. Daarmee had hij de stad Abilant moeten bevrijden, Zo had de edele held het plechtig beloofd; En hij had daarvoor als borgen achtergelaten de dappere Esmeret, En koning Julien, en de machtige priester. Nu was de dag verstreken, weet dat heel zeker, Daarom liet hij naar zijn schitterende paleis brengen 300 De borgen die hij al die tijd gevangen had gehouden: Midden in de zaal stonden de diepbedroefde gevangenen, Honderd Saraceense prinsen waren hen aan het veroordelen; De een wilde hen verbranden, of in kokende olie werpen. Anderen, die naar dit loodzware vonnis luisterden, </poem> |}<noinclude></noinclude> 38kbsyozcj3wmy54g1q8lx72b1j8jrx 225770 225746 2026-08-27T11:01:24Z Havang(nl) 4330 225770 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Mais sachiés qu’il en ot un loïer si puant Que le lyons l’ahert et li va esrachant Les bras hors de son cors ; là, le va dévourant. Et puis, ch’est démonstrés à le gent Tervogant ; Con li leus ès brebis, se va entr’iaus boutant : L’un esrache le nés, l’autre va estranglant. En le chité n’i a né femme, ni enfant, Qui ne se voist adont tellement esmaïant Que par le ville fuient huant et glatissant. En leur langage dient : « vé-chà le lyon grant : « Gardés-vous du lion, car il vint acourant ! » Dont che vont li payen tellement esmaïant Qu’à le fuite sont mis, plus n’i vont arrestant ; Ne demourassent là pour d’or fin leur pesant. La chité s’estourmi et dérier et devant, Envers le palais vont li Sarrasin courrant : Le roy Rouge-Lion vont ou palais trouvant Qui jugement faisoit sus Esmeret, l’enfant, Et sus le prestre aussi, et sus roy Brighedant, Et sus sa soer germaine qui de biauté ot tant ; Pour chou que Baudewins, au gent corps avenant, Avoit passé le terme qu’il ot mis au soudant, Qu’il devoit revenir au lion souffisant Combatre, corps à corps, à l’espée trenchant. S’en devoit délivrer le chité d’Abilant, Ensi l’avoit éut, li bers, en couvenant ; S’en avoit livret plèges Esmeret, le vaillant, Et le roy Julien, et le priestre poissant. Or fu li jours passés, sachiés à ensiant, Pour chou fist amener en son palais luisant Les plèges qu’il avoit en prison tenu tant : En mi la sale furent li prisonnier dolant, ·c· prinches Sarrasin les aloient jugant ; L’uns d’ardor, ou de mettre dedens oile boulant. Et chil qui escoutoient le jugement pesant, </poem> |valign=top| <poem> Maar weet dat hij daarvoor zo'n stinkend loon kreeg Dat de leeuw hem grijpt en hem de armen Uit zijn lijf rukt; daar verslindt hij hem. En toen, zo werd getoond aan het volk van Tervogant; Als een wolf tussen de schapen, zo stort hij zich tussen hen: Bij de een rukt hij de neus eraf, de ander wurgt hij. In de stad is er noch vrouw, noch kind, Die niet zozeer door angst overmand wordt Dat ze door de stad vluchten, roepend en jammerend. In hun eigen taal zeggen ze: “ zie daar de grote leeuw: 280 “ Pas op voor de leeuw, want hij komt eraan gerend! “ Waarom de heidenen zozeer in paniek raken Dat ze op de vlucht slaan en niet meer standhouden; Ze zouden daar niet zijn gebleven, zelfs niet voor hun gewicht in fijn goud. De stad raakte in reproer, zowel van achteren als van voren, Naar het paleis toe komen de Saracenen gerend: Koning Rode-Leeuw treffen zij in het paleis aan, Die vonnis aan het wijzen was over Esmeret, het kind, En ook over de priester, en over koning Brighedant, En over zijn eigen zus, die zo buitengewoon mooi was; 290 Omdat Boudewijn, met zijn schone en bevallige verschijning, De termijn had overschreden die hij met de sultan was overeengekomen, Waarop hij had moeten terugkeren om de geduchte leeuw Te bevechten, man tegen man, met het scherpe zwaard. Daarmee had hij de stad Abilant moeten bevrijden, Zo had de edele held het plechtig beloofd; En hij had daarvoor als borgen achtergelaten de dappere Esmeret, En koning Julien, en de machtige priester. Nu was de dag verstreken, weet dat heel zeker, Daarom liet hij naar zijn schitterende paleis brengen 300 De borgen die hij al die tijd gevangen had gehouden: Midden in de zaal stonden de diepbedroefde gevangenen, Honderd Saraceense prinsen waren hen aan het veroordelen; De een wilde hen verbranden, of in kokende olie werpen. Anderen, die naar dit loodzware vonnis luisterden, </poem> |}<noinclude></noinclude> 3x3gs3qzm0jle57qga8qyac5b6sj5ne Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/550 104 88419 225747 2026-08-27T09:26:40Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225747 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Aloient, de paour, moult tenrement plourant. Et li Rouges-Lions lor a dit, en riant : « Par Mahoumet, seignour, or ai mon coer joïant « Que j’ai d’acort mes hommes, et qu’il sont acordant « A vostre jugement ! Onkes, en mon vivant, « N’en poes avoir acort, par Dieu, né tant né quant. « Or y sui-je venus, si en vois gratiant « Mahon et Appolin où je me vois fiant. « Ch’est par le crestien qui sa foy va mentant : « Il devoit revenir au lyon soudoïant « Pour vous à délivrer ; mais du tout va falant. « Vous demourastes plèges, s’en fuistes bien mesquant ! « Si vous juge d’ardoir dedens ·j· fu brufant. » « Sire, » se dist li prestres, « par Dieu, le roy amant, « Je sui prestres et clers, si vois messe chantant ; « Si ne doi pas morir fors en charcre gisant. » « Par Mahon, » dist li rois, « tu morras tout devant ! » « Hélas ! » che dist li prestres, « or voi bien l’aparant : « Tels che cuide avanchier qui trop va reculant. » Quant li crestien eurent of Rouge-Lion Qui leur jugoit leur mort et leur destruction ; Chascuns bati sa coupe, en grant affliction, Et réclamèrent Dieu et son prétieus non. Elyénour plouroit, sa main à son menton : Ses frères n’i aconte le monte d’un bouton ; « Je vous arderai, pute ! » dist li rois, « par Mahon, « Vous avés renoiet Jupin et Baraton, « Si prenderai de vous crueuse vengison ; « Vo fil envoierai ou règne Synagon, « Où jà de Dieu n’orra parolle, n’orison. » Chelle chéi pasmée, mais le fel Esclavon Desvestirent la belle en puur son pelisson, Et puis ont dévesti Esmeret, son baron, Et Julien d’Affrike qui tant ot marrison, Et le prestre ensément qui n’avoit se doel non ; </poem> |valign=top| <poem> Zij liepen, van angst, zeer teder huilend. En de Rode Leeuw zei tegen hen, al lachend: “ Bij Mohammed, heren, nu is mijn hart verheugd “ Dat ik mijn mannen op één lijn heb, en dat zij akkoord gaan “ Met uw vonnis! Nooit, in heel mijn leven, 310 “ Kon u hierover overeenstemming krijgen, bij God, in het geheel niet. “ Nu ben ik hierheen gekomen, en zo ga ik danken “ Mahon en Apollin, op wie ik mijn vertrouwen stel. “ Het komt door de christen die zijn woord breekt: “ Hij had moeten terugkeren naar de strijdvaardige leeuw “ Om u te bevrijden; maar hij schiet volledig tekort. “ U bleef achter als borgen, u was daarmee zeer onfortuinlijk! “ Dus veroordeel ik u tot de brandstapel binnen een laaiend vuur. “ “ Heer, “ zo sprak de priester, “ bij God, de liefhebbende Koning, “ Ik ben priester en klerk, dus ik ga zingend de mis voor; 320 “ Dus ik hoor niet te sterven, tenzij kwijnend in de kerker. “ “ Bij Mahon, “ zei de koning, “ jij zult als allereerste sterven! “ “ Helaas! “ zei de priester, “ nu zie ik de realiteit wel in: “ Soms denkt men vooruit te komen, terwijl men juist hard achteruitgaat. “ Toen de christenen de Rode Leeuw hoorden, Die over hen hun dood en hun vernietiging uitsprak; Sloeg ieder zijn schuldbelijdenis, in grote kwelling, En riepen zij God aan en Zijn kostbare naam. Elyénour weende, haar hand aan haar kin: Haar broer hecht er niet eens de waarde aan van een knoop; 330 “ Ik zal u verbranden, hoer! “ zei de koning, “ bij Mahon, “ U heeft Jupiter en Baraton afgezworen, “ Dus ik zal op u een gruwelijke wraak nemen; “ Uw zoon zal ik sturen naar het rijk van Synagon, “ Waar hij nooit een woord of gebed tot God zal horen. “ Zij viel flauw, maar de boosaardige Slavon Ontkleedde de schone tot op haar pelgrimskleed (of pelsmantel), En daarna hebben ze Esmeret ontkleed, haar echtgenoot, En Julien van Afrika die zoveel droefenis had, En de priester evenzo, die niets dan verdriet kende; 340 </poem> |}<noinclude></noinclude> 52fzagj7ds7rxb1pl8qooxpk9u7yt9e Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/551 104 88420 225748 2026-08-27T09:28:54Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225748 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Il ne disist adont une seule orison Qui li éust donnet tout l’avoir Salemon. « Sire, » dist Esmeret, « je vœil confession. » « Par foi, » si dist li prester, « bien en avés besong ! « Car par vous sommes mort à grant perdition ; « Que par vostre requeste vins en chestui roïon « Où j’ai esteit ·vij· ans en maloite prison, « Et puis m’en faut avoir le mort en gerredon ! « Dont jà ne vous ferai en ma vie pardon. « Maudite soit li hoere que j’eus tel compaignon ! » Or furent li baron en doubte de morir ; Ne séusent penser qui les péust garir, Né de quelle partie secours péust venir : Mais Diex est si poisans, qui bien le poet servir, Qui bien scet ou besong ses amis garantir. Es-vous ·j· Sarrasin venant par grant aïr, A haute vois escrie, si c’on le poot oïr : « Ahi ! Rouge-Lions, pensés de bien fuïr ! « Car en vostre chité, que tant devés chérir, « Est entrés le lyons que tant devons haïr, « Car n’encontre personne qu’il ne face morir ; « Hommes, femmes, enfans, a fait si esmarir « Menbres et bras et piés leur fait du cors salir. « Onques si grant mesquiés ne pot nus hons véir « Que li lions sauvages fait tes hommes soufrir ! « Nus n’en puet escaper ne couviègne fuïr. » Quant li rois ot le Turcq, adont prist à salir ; As fenestres s’en koert et perchieut estourmir La chité d’Abilant, voit ses hommes fuïr, Et femmes et enfans à grant dolour morir. Lors a dit hautement : « pensons de nous garir ! « Car vé-cha le déable que tant devons haïr. « Qui le ouvri la porte ne nous volt pas chérir ; « Chertes, sé je pooie le mien portier saisir, « Je le feroie, voir, en caudière boulier. » </poem> |valign=top| <poem> Hij sprak toen geen enkel gebed uit Dat hem al de rijkdom van Salomo had kunnen schenken. “ Heer, “ zei Esmeret, “ ik wens de biecht te horen. “ “ Bij mijn geloof, “ zo sprak de priester, “ die heb je hard nodig! “ Want door jou zijn wij de dood en het grote verderf nabij; “ Omdat ik op jouw verzoek naar dit koninkrijk kwam, “ Waar ik zeven jaar in een vervloekte kerker heb gezeten, “ En nu moet ik de dood als beloning ontvangen! “ Daarom zal ik jou in mijn leven nooit vergeving schenken. “ Vervloekt zij het uur dat ik zo'n metgezel kreeg! “ 350 Nu verkeerden de baronnen in doodsnood; Zij wisten niet te bedenken wie hen zou kunnen redden, Noch uit welke hoek er hulp zou kunnen komen: Maar God is zo machtig, voor wie Hem welgezind dient, Dat Hij in tijden van nood Zijn vrienden wel weet te beschermen. Zie daar een Saracijn die met grote onstuimigheid aan komt rennen, Met luide stem roept hij, zodat men hem kan horen: “ Gij! Rode Leeuw, denk erom snel te vluchten! “ Want in uw stad, die u zo lief moet zijn, “ Is de leeuw binnengedrongen die wij zozeer moeten haten, 360 “ Want hij spaart niemand die hij tegenkomt en brengt hen ter dood; “ Mannen, vrouwen, kinderen heeft hij zo in doodsangst gebracht, “ Dat de ledematen, armen en voeten van hun lijf vliegen. “ Nog nooit heeft een mens zulk groot onheil gezien “ Als dat de wilde leeuw uw mannen laat lijden! “ Niemand kan eraan ontsnappen, men moet wel vluchten. “ Toen de koning de Turk hoorde, sprong hij direct overeind; Naar de vensters rent hij, en hij ziet de stad Abilant In rep en roer, hij ziet zijn mannen vluchten, En vrouwen en kinderen in groot verdriet sterven. 370 Toen zei hij luidkeels: “ laten we onszelf in veiligheid brengen! “ Want zie hier de duivel die we zozeer moeten haten. “ Wie de poort voor hem opende, had het niet goed met ons voor; “ Waarlijk, als ik mijn poortwachter te pakken kan krijgen, “ Dan zou ik hem, jazeker, in een ketel laten koken. “ </poem> |}<noinclude></noinclude> 2wfwfhi3oi32w602j27vs892ug7iou4 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/552 104 88421 225749 2026-08-27T09:31:28Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225749 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> {{iwpage|fr}} </poem> |valign=top| <poem> Toen was daar de leeuw, rennend zonder vertragen, Voorbij de Saracenen stormde hij zonder dralen, Kwam bij de Rode Leeuw, die niet kon wijken; De neus rukte hij hem af, een poot ging hij hem ontrukken: Zozeer deed hij hem daar lijden, weet dat zonder liegen, 380 Dat hij niet meer recht overeind kon blijven, Al had men hem het koninkrijk Tyrus gegeven. Op de andere Saracenen gaat hij kort daarna inbeuken: Net zoals de wolf schapen gaat aanvallen, Zo deed hij voor zich uit de Saracenen vluchten; Maar de goede christenen wilde hij geenszins deren. Boudewijn van Sebourc, moge God hem zegenen, Zat bovenop de leeuw en deed hem snel voortrennen; Met het zwaard, in beide handen, denkt hij er welbewust op in te slaan. Wanneer hij de christenen stand ziet houden op het plein, 390 Roept hij luidkeels naar hen, zodat men het goed kan horen: “ Kom hierheen, mijn goede vrienden die ik geenszins haten mag, “ Hier ter plekke ben ik gekomen om u te verblijden! “ En de priester roept uit: “ Wees welgekomen! “ Toen de priester Boudewijn hoorde, met oprecht hart, Sprak hij toen tot Esmeret: “ Nu heb ik geen angst meer, “ Indien gij mij onrecht hebt aangedaan, zal ik het u vergeven. “ “ Heer, “ sprak Esmeret, “ ik zal u er niet meer om smeken, “ Slecht hebt gij in dank afgenomen de moeite die ik heb gehad! “ “ Voorwaar, “ zo zei de priester, “ want met tegenzin trad ik hierbinnen, 400 “ Zeer heb ik er berouw van gehad toen ik mij met u verzoende. “ En Boudewijn trekt voorbij, die een groot misbaar maakt, Onophoudelijk slaat hij met het zwaard. De heidenen roepen: “ Wee! “ En de Saracenen vluchtten, die in grote angst verkeren. De stad hebben zij verlaten, de heidenen, zonder uitstel: Toen zij de gruwelijke leeuw in actie hadden gezien, Waren zij er niet gebleven voor al het goud van Siglai. “ O! God, “ sprak Boudewijn, “ wat een trouwe leeuw zien we hier! “ Zeer gezegend was het uur toen ik hem voor het eerst ontmoette; “ De lijdende gevangenen zal ik nu bevrijden. “ 410 </poem> |}<noinclude></noinclude> 4k5fbese2fyu302hhhx20faqwstc4nc 225771 225749 2026-08-27T11:02:01Z Havang(nl) 4330 225771 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Atant és le lyon, courant sans alentir, Outre les Sarrasins passa sans nul loisir, Vint au Roege-Lyon, qui ne s’en poet partir ; Le nés li esracha, ·j· piet li va toulir : Sé bien le demoura, che sachiés sans mentir, Que il ne se péust en estant soustenir, Qui li éust donnet le royame de Thir. Es hautres Sarrasins se va briefment férir : Tout ensi que li leus va moutons envaïr, Faisoit par devant lui les Sarrasins fuïr ; Mais les bons crestiens ne vot mie honnir. Baudewins de Sebourc, que Diex puist bénéir, Fu dessus le lyon, si le fait tost fuïr ; De l’espée, à ·ij· mains, pense du bien férir. Quant voit les crestiens en le plache tenir, Hautement leur escrie, c’on le poet bien oïr : « Or cha, mi bon ami que pas ne doi haïr, « Chi endroit su venus pour vous à resjoïr ! » Et li prestres s’escrie : « à bien puissiés venir ! » Quant li prestres of Baudewin, au coer vrai, Lors dist à Esmeret : « or n’ai-je point d’esmai, « Sé riens m’avès mesfait je le vous pardonrai. » « Sire, » dist Esmeret, « plus ne t’en prierai, « Mal avés pris en gret le paine k’éut ai ! » « Chertes, » se dist li prestres, « car envis i entrai, « Moult m’en sui repentis quant je vous acordai. » Et Baudewins passe outre qui démaine grant clai, Adès fiert de l’espée. Païen crien : « ahai ! » Et Sarrasin fuïoient qui sont en grant esmai. La chité ont lachiée, li païen, sans délai : Quant du lyon orible eurent véut l’assai, N’i fuissent demouret pour tout l’or de Siglai. « E ! Diex, » dist Baudewins, « con vé-chi lyon vrai ! « Moult fuit bonne li heure quant primiers l’acontai ; « Les dolans prisonniers je en déliverai, </poem> |valign=top| <poem> Toen was daar de leeuw, rennend zonder vertragen, Voorbij de Saracenen stormde hij zonder dralen, Kwam bij de Rode Leeuw, die niet kon wijken; De neus rukte hij hem af, een poot ging hij hem ontrukken: Zozeer deed hij hem daar lijden, weet dat zonder liegen, 380 Dat hij niet meer recht overeind kon blijven, Al had men hem het koninkrijk Tyrus gegeven. Op de andere Saracenen gaat hij kort daarna inbeuken: Net zoals de wolf schapen gaat aanvallen, Zo deed hij voor zich uit de Saracenen vluchten; Maar de goede christenen wilde hij geenszins deren. Boudewijn van Sebourc, moge God hem zegenen, Zat bovenop de leeuw en deed hem snel voortrennen; Met het zwaard, in beide handen, denkt hij er welbewust op in te slaan. Wanneer hij de christenen stand ziet houden op het plein, 390 Roept hij luidkeels naar hen, zodat men het goed kan horen: “ Kom hierheen, mijn goede vrienden die ik geenszins haten mag, “ Hier ter plekke ben ik gekomen om u te verblijden! “ En de priester roept uit: “ Wees welgekomen! “ Toen de priester Boudewijn hoorde, met oprecht hart, Sprak hij toen tot Esmeret: “ Nu heb ik geen angst meer, “ Indien gij mij onrecht hebt aangedaan, zal ik het u vergeven. “ “ Heer, “ sprak Esmeret, “ ik zal u er niet meer om smeken, “ Slecht hebt gij in dank afgenomen de moeite die ik heb gehad! “ “ Voorwaar, “ zo zei de priester, “ want met tegenzin trad ik hierbinnen, 400 “ Zeer heb ik er berouw van gehad toen ik mij met u verzoende. “ En Boudewijn trekt voorbij, die een groot misbaar maakt, Onophoudelijk slaat hij met het zwaard. De heidenen roepen: “ Wee! “ En de Saracenen vluchtten, die in grote angst verkeren. De stad hebben zij verlaten, de heidenen, zonder uitstel: Toen zij de gruwelijke leeuw in actie hadden gezien, Waren zij er niet gebleven voor al het goud van Siglai. “ O! God, “ sprak Boudewijn, “ wat een trouwe leeuw zien we hier! “ Zeer gezegend was het uur toen ik hem voor het eerst ontmoette; “ De lijdende gevangenen zal ik nu bevrijden. “ 410 </poem> |}<noinclude></noinclude> bhfileo76a6i1f799smujcb8pjlnfp5 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/553 104 88422 225750 2026-08-27T09:33:00Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225750 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Et les félons païens à fin en méterai. « A ! lyons vertueus, à Dieu me loierai « De l’onneur que m’as fait ; bien faire le devrai. » Tant courut le lyons, sa et là, sans nul brai, Qu’il convient Baudewin reverser sans délai ; « Lions, » dist Baudewins, « quant je vous perderai, « Je croi chairtainement jamais joie n’arai : « Mais de la grant cité le porte fremerai, « Voir trestoutes les portes que jou i trouverai « Irai briefment fremer, si que je vous r’arai. » Baudewins de Sebourc tenoit ou pong l’espée, Par le chité s’en va courant de randonnée ; Porte n’i va trouvant qu’il n’ait briefment fremée. Au Sarrasins pourfent chervelle, ou esquinée. Mainte personne i a, li lyons, dévourée. Enchois c’on fuist aleit de terre une louvée, Fu chi chelle chiteit de païens esseulée C’on n’i trouvast personne ne fuist morte ou navrée. Or oïés dou lyon la vérités prouvée : Si tost qu’à Sarrasins oit faite sa journée, Revint à Baudewin et li fist enclinée. Baudewins i monta, sans nulle demourée : N’i ot selle né frain, ch’est bien coze avérée, A le cringne devant avoit sa main pozée. Vers le palais repaire, à grant esporonnée, Et puis en est montés en le sale pavée ; Mais le porte estoit close et moult tré bien ferrée, Car Esmerés l’avoit bien close et aprestée Pour coi laiens n’entrast nulle personne née. Quant Baudewins le voit, mie ne li agrée. Adont s’est escriés à molt haute alenée : « Ouvrés de che palais, isnèlement, l’entrée ! « Aujourd’ui ai pour vous mainte paine endurée, « Car pour vous délivrer passai le meer salée. » « Sire, » dist Esmerés, « vostre âme soit sauvée ! </poem> |valign=top| <poem> “ En aan de verraderlijke heidenen zal ik een einde maken. “ O! moedige leeuw, God zal ik loven “ Voor de eer die je mij hebt bewezen; ik zou het wel moeten doen. “ De leeuw rende zozeer, her en der, zonder enig geluid, Dat Boudewijn onverwijld van richting moest veranderen; “ Leeuw, “ zei Boudewijn, “ wanneer ik u zal verliezen, “ Geloof ik zeker dat ik nooit meer vreugde zal kennen: “ Maar van de grote stad zal ik de poort sluiten, Ja, alle poorten die ik daar zal vinden Zal ik snel gaan sluiten, zodat ik u weer terug zal hebben. “ 420 Boudewijn de Sebourc hield het zwaard in de vuist, Rijdt in stormachtige vaart door de stad; Geen poort vindt hij of hij heeft hem snel gesloten. Van de Saracenen doorklieft hij de hersens of de ruggengraat. Menig persoon is er door de leeuw verslonden. Nog voordat men een korte afstand had afgelegd, Was deze stad geheel van heidenen gezuiverd, Zodat men er niemand vond die niet dood of gewond was. Nu hove men de bewezen waarheid over de leeuw: Zodra hij zijn dagtaak tegen de Saracenen had volbracht, 430 Kwam hij terug naar Boudewijn en maakte een buiging voor hem. Boudewijn steeg erop, zonder enig uitstel: Er was zadel noch teugel, dat is een vaststaand feit, Aan de manen vooraan had hij zijn hand geplaatst. Naar het paleis keert hij terug, in grote spoed, En daarna is hij opgestegen naar de geplaveide zaal; Maar de poort was gesloten en zeer goed met ijzer beslagen, Want Esmeres had hem goed gesloten en klaargemaakt Opdat daarbinnen geen levende ziel zou binnendringen. Wanneer Boudewijn dat ziet, behaagt het hem allerminst. 440 Toen riep hij met zeer luide stem uit: “ Open snel de toegang tot dit paleis! “ Vandaag heb ik voor u menige pijn doorstaan, “ Want om u te bevrijden stak ik de zoute zee over. “ “ Heer, “ zei Esmeres, “ moge uw ziel gered zijn! </poem> |}<noinclude></noinclude> n0woifc5inp3l00r71hvwro6dpk1cu4 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/554 104 88423 225751 2026-08-27T09:50:21Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225751 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Tout tantost vous sera le porte deffremée. » « Par Dieu, » che dist li presters, « belle l’avés trouvée ! « Il n’i enterra jà, par le Virge loée, « Devant qu’il en ara sa beste remenée. » Ossi tost que li prestres ot dite sa raison, Briesièrent de la porte li verral et li ghon ; Et virent Baudewin devant euls en fachon. Et Baudewins s’escrie : « Jhésus vous gart, baron ! « Or vous agenoulliés tout devant che lyon, « Car délivret vous a de grant destruction. « Par dedens Abilant n’i a Turc n’Esclavon « Ne soit mors né péris, et fuïs con larron. « Sachiés que ch’est miracles, bien croire le doit-on, « Et vé-chi un forgier que delès ·j· buisson « Ay trouvé vraiement, n’en ferrai chélison ; « Une fiole i a de fin or sans laiton : « Lettres i a entour qui font division « Que ch’est li sans Jhésu qui tous nous fist pardon. Quant chil ont entendu, trestout à genoullon Se misent liement, d’umble condition ; La fiole baisièrent de bouche et de menton, Baudewin honnorèrent con corps saint de renon. « Esmeret, » dist li bers, « oïés m’entention : « J’ai esté à Bollongne, sus ou maistre dongon ; « A vo mère parlai, qui clère a le fachon, « Et à tous vo ·ij· frères qui sont noble baron, « Et au bon conte Wistace de vostre estration. « Chertes, pour vous les vi en grant contrition « Et fuissent chi venu, sans faire atargison ; « Mais afaire ont éut à Gaufroi, le glotton, « Qui à tort tient Nymaie qui est de vous parchon. « Pour icheste besongne ont fait atargison, « Car ajournet estoient, pour chertain vous dison, « Devant le roy de Franche qui Phylippes a non. « Or ne say qu’il en est, si ait m’âme pardon, </poem> |valign=top| <poem> “ Zeer terstond zal de poort voor u worden geopend. “ “ Bij God, “ zo sprak de priester, “ dat heeft u mooi bedacht! “ Hij zal hier echt niet binnenkomen, bij de geprezen Maagd, “ Voordat hij zijn beest hieruit heeft weggehaald. “ Zodra de priester zijn woorden had gesproken, 450 Braken de grendels en de hengsels van de poort; En zij zagen Boudewijn in eigen persoon voor zich staan. En Boudewijn roept uit: “ Jezus beware u, baronnen! “ Kniel nu allen neer voor deze leeuw, “ Want hij heeft u gered van een grote ondergang. “ Binnen Abilant is er geen Turk of Sclavoon “ Die niet dood of omgekomen is, of gevlucht als een dief. “ Weet dat dit een wonder is, men moet het zeker geloven, “ En zie hier een reliekhouder die ik vlakbij een struik “ Waarlijk heb gevonden, ik zal er geen geheim van maken; 460 “ Er is een flacon van fijn goud zonder messing: “ Er staan letters omheen die duidelijk maken “ Dat dit het bloed is van Jezus die ons allen vergeving schonk. “ Toen zij dit hoorden, gingen zij allen op hun knieën Zitten, vol vreugde en in nederige staat; Zij kusten de flacon met mond en met kin, Zij eerden Boudewijn als een heilig lichaam van grote roem. “ Esmeret, “ sprak de edelman, “ luister naar mijn bedoeling: “ Ik ben in Boulogne geweest, boven op de hoofd-donjon; “ Met uw moeder sprak ik, die een helder gelaat heeft, 470 “ Hetzelfde geldt voor uw twee broers, die edele baronnen zijn, “ En met de goede graaf Eustache van uw nageslacht. “ Voorwaar, vanwege u zag ik hen in groot berouw “ En zij zouden hierheen zijn gekomen, zonder enig uitstel; “ Maar zij hadden te stellen met Godefroi, de schurk, “ Die onterecht Nijmegen bezit, dat uw erfdeel is. “ Vanwege deze zaak hebben zij vertraging opgelopen, “ Want zij waren gedagvaard, dat zeg ik u voor zeker, “ Voor de koning van Frankrijk die de naam Filips draagt. “ Nu weet ik niet hoe het ermee staat, of mijn ziel vergeving vindt, 480 </poem> |}<noinclude></noinclude> kj44z83ih6bg52b1brrjqxzs3qe2ih3 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/555 104 88424 225752 2026-08-27T09:56:09Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225752 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Mais en couvent li eus, à le départison, « Que briefment passeroie à nés et à dromon, « Pour vous à conforter, en cheste région. « Si m’en baisa vo mère, ·c· fois en ·j· randon, « Quant je li eus conteit le cause dou lion. » Quant Esmeret l’entent, si li crie à haut ton : « Ahi ! frans chevaliers de haute nourechon, « A tous les jours du mont vé-chi vostre garchon ! « Jamais n’arai vaillant le montant d’un bouton, « Où clamer ne puissiés droitement le parchon. « On ne doit nul bien prendre, sans rendre gerredon « De bouche ou d’amistié ou de belle rayson. « Vassaus, » dist Esmerés, « fait m’avés courtoisie, « Car délivret m’avés mon fil et ma plévie, « Et chiaus qui m’ont tenu si lonc tamps compaingnie. « Jamais n’arai denrée où n’aïés le maillie ; « Car nostre mors estoit de Sarrasins jugie, « On nous devoit ardor, à doel et à hasquie. « Ne fuissiens pas vivant à l’eure de Complie, « Que tout ne fuissiens mort, ch’est droit c’on vous gratie ; « Et de coer et de corps je vous en remerchie, « Si vous en servirai tous les jours de ma vie ! » Dist Juliens d’Aufrike : « par me barbe flourie, « Si li bers volt venir en la moie baillie, « De mon noble royame avera le motie ; « A moullier li donrai ma fille, ch’est Ludie, « Le plus belle puchelle qui soit en Ammarie ; « Car tant m’a fait d’onneur et bien, à cheste fie, « Que je le doi amer plus qu’amis son amie, « Si l’en ferai honneur et donrai signourie. » Et li prestres respont : « n’ai fief né manandie, « Terres né hirritages valissant une ortie ; « Mais je li chanterai, cascun jour une fie, « Messe de REQUIEM, tous les jours de ma vie. » Dont commencha à rire toute le compaignie. </poem> |valign=top| <poem> “ Maar ik had de belofte gedaan, bij het uiteengaan, “ Dat ik spoedig zou overvaren met schepen en dromons, “ Om u te komen troosten, in deze regio. “ En uw moeder kuste mij wel honderd keer achter elkaar, “ Toen ik haar de geschiedenis van de leeuw had verteld. “ Toen Esmeret dit hoorde, riep hij met luide stem: “ Ach! Edele ridder van hoge komaf, “ Voor alle dagen van de wereld, zie hier uw dienaar! “ Nooit zal ik nog de waarde van een knoop bezitten, “ Waarop u niet rechtmatig uw aandeel kunt opeisen. 490 “ Men mag geen enkel goed aannemen zonder in ruil een beloning “ Met de mond, of met vriendschap, of met schone woorden. “ “ Vazal, “ zei Esmeret, “ u heeft mij hoofsheid betoond, “ Want u heeft mijn zoon en mijn manschappen bevrijd, “ En hen die mij zo lange tijd gezelschap hebben gehouden. “ Nooit zal ik een bezit hebben waar u niet de helft van krijgt; “ Want onze dood was al door de Saracenen gevreesd, “ Men had ons moeten verbranden, in rouw en foltering. “ We zouden nog niet in leven zijn ten tijde van de Completen, “ Of we waren allemaal dood geweest; terecht dankt men u; 500 “ En met hart en ziel dank ik u hiervoor, “ En zo zal ik u dienen alle dagen van mijn leven! “ Juliens van Afrika zei: “ Bij mijn bloeiende baard, “ Als de edelman in mijn rijk wil komen, “ Zal hij de helft van mijn nobele koninkrijk krijgen; “ Als echtgenote zal ik hem mijn dochter geven, zij is Ludie, “ Het mooiste meisje dat er in Ammarie bestaat; “ Want hij heeft mij zoveel eer en goeds bewezen, bij deze gelegenheid, “ Dat ik hem meer moet beminnen dan een vriend zijn geliefde, “ Zo zal ik hem eren en hem de heerschappij schenken. “ 510 En de priester antwoordde: “ Ik heb leen noch woning, “ Landen noch erfenissen ter waarde van een brandnetel; “ Maar ik zal voor hem zingen, elke dag weer, “ Een {{asc|REQUIEM}}-mis, alle dagen van mijn leven. “ Waarop de hele compagnie begon te lachen. </poem> |}<noinclude></noinclude> 4essc48yhcmftve4vdaft16bez0xoxf Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/556 104 88425 225753 2026-08-27T09:58:06Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225753 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> El palas d’Abilant furent, en grant soulas, Li prinche qui lonc tamps eurent esté au bas ; Mais par le vrai lion qui fu lor advocas Et par le chevalier qui fu de bon estaes Estoient délivret du linage Judas. Le chité vont cherquant environ, haut et bas ; Mais il n’i ont trouvé païen né Sathanas, Fors que chiaus qu’il trouvèrent à terre gisans plas. Li prestres d’un baston leur donoit havredas, Et puis si leur disoit en haut, non mie bas : « Sé vous fuissiés en vie, ne vous férise pas ; « Car tantost m’éusiés défroisiet piés et bras. « Vous m’avés appellé pleuseurs fois faus prélas, « Or me puis bien vengier de vous et de vous ars ; « Maudit soïès de Dieu et du corps saint Thumas ! « Et qui chi m’amena ne bénirai-je pas, « Car je ai rechéut des messages grant tas. » Or chierquièrent, no gent, la chité d’Abilant. Hé ! Diex ! qu’il i trouvèrent d’or et d’argent luisant ! De pières et de perles il i trouvèrent tant, Que ne le vous diroit nuls clers qui voist lisant ; A regarder l’avoir se vont esbanoïant. Trois jours, en le chité, alèrent demourant ; S’en furent souverain au jour dont je vous chant. Puis fisent en la mer aprester ·j· chalant, Puis entrèrent en mer, li prinche combatant, Mais d’avoir aportèrent en le navie tant, Que ne le priseroit nuls hons qui soit vivant ; Puis dréchièrent la voile, en mer vont esquipant. Au lés denvers Baudas va le voile tournant ; Car là vœilt ariver Baudewins, au coer franc, Pour veioir Yvorine qui de biauté a tant, Et le bon chavetier qui de biens li fist tant. Tant nagièrent par mer, li barron souffisant, Qu’il ont véut Baudas dont li mur furent grant. </poem> |valign=top| <poem> In het paleis van Abilant waren, in grote vreugde, De prinsen die lange tijd in diepe rampspoed hadden verkeerd; Maar door de ware leeuw die hun voorspraak was En door de ridder die van hoge stand was, Waren zij verlost van het nageslacht van Judas. 520 Zij doorzochten de stad overal, hoog en laag; Maar zij vonden er heiden noch duivel, Behalve degenen die zij plat op de grond vonden liggen. De priester gaf hun met een stok harde klappen, En dan zei hij luidkeels tegen hen, en zeker niet zacht: “ Als jullie nog in leven waren, zou ik jullie niet durven slaan; “ Want dan zouden jullie al gauw mijn benen en armen hebben gebroken. “ Jullie hebben mij vaak een valse prelaat genoemd, “ Nu kan ik me goed wreken op jullie en op jullie listen; “ Vervloekt door God en het heilige lichaam van Thomas! 530 “ En degene die mij hierheen bracht, zal ik die niet zegenen? “ Want ik heb een grote schat aan boodschappen ontvangen. “ Nu doorzochten onze manschappen de stad Abilant. Heer God! Wat vonden zij daar een glanzend goud en zilver! Aan edelstenen en parels vonden zij zoveel, Dat geen enkele geleerde die boeken leest het u zou kunnen vertellen; Bij het aanschouwen van dit bezit keken zij hun ogen uit. Drie dagen lang bleven zij in de stad wonen; Zij waren er de heersers op de dag waarover ik voor u zing. Daarna lieten zij op zee een platbodem schip gereedmaken, 540 Vervolgens gingen zij de zee op, de strijdbare prinsen, Maar zij brachten zoveel bezit aan boord van het schip, Dat geen levend mens de waarde ervan zou kunnen schatten; Toen hesen zij het zeil en voeren zij uit op zee. In de richting van Bagdad wendt het zeil zich; Want daar wil Boudewijn, de edelmoedige, aankomen Om Yvorine te zien, die zo vol schoonheid is, En de goede schoenmaker die zoveel goeds voor hem deed. Zolang voeren zij over de zee, de dappere baronnen, Dat zij Bagdad in zicht kregen, waarvan de muren machtig waren. 550 </poem> |}<noinclude></noinclude> pxrnwqvlzbjjg2pr74nhiyjtulosi1v Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/557 104 88426 225754 2026-08-27T09:59:15Z Havang(nl) 4330 /* Wikisource:Niet proefgelezen */ Nieuwe pagina aangemaakt met '{| |valign=top| <poem> Arrivet sont no gent sus le pré verdoïant, Chascuns trait de la nef son destrier aufférant ; Vers le chit de Baudas s’en vont esporonnant, Dès-si jusqu’à le porte ne s’i vont arrestant. A le porte où il vinrent estoient ·xx· serjant Qui, par nuit et par jour, von le porte gardant ; Baudewins vint à bailles, si se va escriant : « Ouvrés, » dist-il, « le porte, n’i alés arrestant ! « Si nous laisiés laiens en… 225754 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Arrivet sont no gent sus le pré verdoïant, Chascuns trait de la nef son destrier aufférant ; Vers le chit de Baudas s’en vont esporonnant, Dès-si jusqu’à le porte ne s’i vont arrestant. A le porte où il vinrent estoient ·xx· serjant Qui, par nuit et par jour, von le porte gardant ; Baudewins vint à bailles, si se va escriant : « Ouvrés, » dist-il, « le porte, n’i alés arrestant ! « Si nous laisiés laiens en le chitė vaillant. » Et li sergant respondent : « n’i enterés noiant, « Sé che n’est pas l’acort de nostre roy sachant. » « Or i alés parler, » dist li bers, « maintenant. » ·j· sergans s’en parti, que n’i va atargant, Dès-si jusqu’au palais s’en va briefment courant ; Le Povre-Pourvéu va, el palais, trouvant, Devant lui s’agenoule, puis li dist en oïant : « Sire, hors de Baudas, la chité reluisant, « Sont ·iiij· chevalier qui vous vont saluant « Et vous prient, par mi, que n’alés arrestant ; « Ains lor fachiés ouvrir vo chité par devant, « Et vous voillent parler, ne sai qu’il vont pensant, « Venés à euls savoir tout le leur couvenant. » Et li roys respondi : « je m’i vois otroïant. » A ychelle parolle se leva en estant, Vers le porte s’en va, deseure va montant ; A garites monta, puis se va amonstrant Et voit les chevaliers qui furent sus le champ. Baudewin de Sebourc ne va point ravisant, Car il avoit au chief un hiame luisant. Quant Baudewins le voit, lors li dist en oïant : « Sire roys de Baudas, alés-moi escoutant ; « Faites ouvrir vo ville, besongne en avons grant. » Dist li rois de Baudas : « je ne ferai noiant, Pour che que par maistrie le m’alés demandant. » Dist li rois de Baudas : « qui estes-vous, seignour, </poem> |valign=top| <poem> Aangekomen zijn onze mensen op de groene weide, Ieder haalt uit het schip zijn vurige strijdros; Naar de stad Bagdad trekken zij met sporen spoedend, Van hier tot aan de poort houden zij niet op. Aan de poort waar zij kwamen stonden twintig sergeanten Die, bij nacht en bij dag, de poort bewaken; Boudewijn kwam bij de barrières en begon te roepen: "Open," zei hij, "de poort, aarzel niet! "En laat ons binnen in de dappere stad." En de sergeanten antwoorden: "u komt er volstrekt niet in, 560 "Als dat niet de wil is van onze wijze koning." "Ga dan nu met hem spreken," zei de edelman. Een sergeant vertrok, zonder dralen, Van hier tot aan het paleis rent hij snel; De Arme-Voorziene vindt hij in het paleis, Voor hem knielt hij neer, en zegt dan hoorbaar: "Heer, buiten Bagdad, de schitterende stad, "Staan vier ridders die u groeten "En u via mij vragen niet te talmen; "Maar hun uw stad vooraan te doen openen, 570 "En zij willen u spreken, ik weet niet wat zij denken, "Kom naar hen toe om al hun plannen te vernemen." En de koning antwoordde: "ik stem ermee in." Bij dat woord stond hij op, Naar de poort gaat hij, daarbovenop klimt hij; Op de weertorens klom hij, en liet zich zien En ziet de ridders die op het veld stonden. Boudewijn van Sebourc herkent hij niet meteen, Want hij had op zijn hoofd een glanzende helm. Toen Boudewijn hem zag, zei hij luidop: 580 "Heer koning van Bagdad, luister naar mij; "Laat uw stad openen, we hebben er groot belang bij." Zegt de koning van Bagdad: "ik doe helemaal niets, "Omdat u het mij met hoogmoed komt eisen." Zegt de koning van Bagdad: "wie bent u, heren, </poem> |}<noinclude></noinclude> 5sy6ii45w6k7a44yt7hsujwfphtyhiy Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/558 104 88427 225755 2026-08-27T10:00:46Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225755 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Qu’ensi volés entrer en ma chité majour ? « Vous n’i enterés jà, sé n’est par autre tour ! « Ne vous desplaise mie, seignour, sé j’ai paour ; « Ma chitės est enclose de Sarrasins, autour, « Si c’on se doit adès doubter de traïtour « Et je sui souverains de la chité hautour. « Et si le me donna à garder, l’autre jour, « Li mieudres chevaliers, par le Dieu que j’aour, « Qui onkes fust armés en tournoy n’en estour ; « Baudewins de Sebourc l’apellent le pluisour. « Plus de bien tieng de lui que d’un empereour ! « Tant c’un chius avironne le monde tout autour, « N’a mieudre de son corps, il em porte la flour ; « Car Diex li a monstré signe de bonne amour, « A se propre requeste li fist-il tel honnour « Que trestout li piour en devinrent millour. « Et quant il me donna si très haute honnour « Et qu’il me coronna, à joie et à baudour, « Le don qu’il me donna doy garder sans faus tour ; « Et j’ameroie miex estre quis en ·j· four « Que perdisse Baudas que tieng d’un tel seignour ! » Quant Baudewins l’entent, le Povre-Pourvéu, Si l’en sot moult boin gré qu’ensi a respondu ; Hors de son chief hosta le sien hiaume agu Et puis vint sus le pont. Quant li roys l’a véu, Baudewin de Sebourc a bien reconnéu ; Dont ne désist j mot pour un mui d’or molu. A val est avalés en criant par vertu : « Ouvrés, » dist-il, « le porte, j’ai mon seignour véu ! « Chellúi par cui nous sommes sauvé et secouru. » Adont li crestien i sont briefment couru, Le porte ont défremée et le pont abatu. Li rois à Baudewin en vint par tel vertu Que devant lui chei en mi le prei herbu : « A ! sire, » » dist li bers, « telle joie ai éu </poem> |valign=top| <poem> “ Wilt u zo mijn grote stad binnenkomen? “ U zult hier nooit binnenkomen, tenzij op een andere manier! “ Neem het mij niet kwalijk, heren, als ik bang ben; “ Mijn stad is omringd door Saracenen, “ Zodat men voortdurend moet vrezen voor een verrader, 590 “ En ik ben de soeverein van deze hooggelegen stad. “ En hij gaf haar onlangs aan mij om te bewaken, “ De beste ridder, bij de God die ik aanbid, “ Die ooit gewapend was in toernooi of strijd; “ Boudewijn van Sebourc noemen de meesten hem. “ Meer goeds ontvang ik van hem dan van een keizer! “ Zolang de hemelboog de wereld helemaal omspant, “ Is er geen betere dan hij, hij spant de kroon; “ Want God heeft hem een teken van goede liefde getoond, “ Op zijn eigen verzoek bewees Hij hem zo'n eer 600 “ Dat de allerslechtsten er beter door werden. “ En toen hij mij zo'n zeer hoge eer schonk “ En hij mij kroonde, met vreugde en blijdschap, “ Moest ik de gift die hij mij gaf zonder bedrog bewaken; “ En ik zou nog liever in een oven worden verbrand “ Dan dat ik Bagdad zou verliezen, dat ik houd van zo'n heer! “ Toen Boudewijn dit hoorde, de Arme-Voorziene, Was hij hem zeer dankbaar dat hij zo had geantwoord; Van zijn hoofd nam hij zijn spitse helm af En trad toen op de brug. Toen de koning hem zag, 610 Heeft hij Boudewijn van Sebourc goed herkend; Toen zou hij geen woord hebben gezwegen voor een mud fijn goud. Naar beneden is hij afgedaald, roepend met kracht: “ Open, “ zei hij, “ de poort, ik heb mijn heer gezien! “ Degene door wie wij gered en geholpen zijn. “ Toen zijn de christenen er snel naartoe gerend, De poort hebben ze van het slot gedaan en de ophaalbrug neergelaten. De koning kwam naar Boudewijn toe met zo'n vaart Dat hij voor hem neerviel midden in de grazige weide: “ Ah! heer, “ zei de edelman, “ wat een vreugde heb ik gekend 620 </poem> |}<noinclude></noinclude> 3jzma1pybayr026k439iwdbvp06aawp Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/559 104 88428 225756 2026-08-27T10:04:10Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225756 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Que j’en ai vraiement le mien coer esperdu ! » « Roys, » che dist Baudewins qui le corps ot menbru, « Qu’avés fait d’Yvorine, fille le viel barbu ? » « Sire, » se dist li roys, « tantost arés véu « Le noble corps de lui, onkes si biaus ne fu ! « Moult vous aime la belle, onkes puis ne fist dru. » A ches mos sont, li prinche, au palais descendu. Yvorine, la belle, a le cri entendu : Elle vint as fenestres, si geta son argu Sus le ber Baudewin ; et quant l’a perchéu Ne fu mie si lie pour le trésor Artu ! Contre Baudewin vint. Quant li bers ot véu Le corps de la puchelle, du grant lyon corsu Descendi vistement ; li bers plain de vertu La puchelle acola, qui corps ot bien vestu, La bouche li baisa où li dent sont menu. Baudewins de Sebourc la puchelle baisa, ·x· fois en ·j· tenant, si c’onques n’en lasqua ; Et s’il fuist à privet, sus lui tant s’escaufa, Où qu’il fuist o la belle, briément l’abatist jà Et en fesist son gré, car moult le désira. Si grant samblant d’amour là endroit li monstra, Que Blanche, sa moullier, du tout en oblia : Du péchiet de luxurè tèlement s’atourna, Que coer, corps, et pensée, et avis, i tourna. Li biauté la puchelle tellement l’enflamma Que de tous autres fais li bers entr’oblia. Or escoutės le signe que Diex i démonstra, Et ·j· très bel exemple je vous en dirai jà ; Pour hommes u pour femmes biel exemplaire i a. Trop se mesfait li hons, qué femme espousé a, D’abiter à ·j· autre ; chertes, pis l’en fera Et li âme de lui si fort le compara Pour le grande pénanche que Dieu li en donra, Ou escripture ment qui jà ni mentira. </poem> |valign=top| <poem> “ Dat ik er werkelijk mijn hart door heb verloren! “ “ Koning, “ zei Boudewijn, die een krachtig lichaam had, “ Wat hebt u gedaan met Yvorine, de dochter van de oude bebaarde man? “ “ Heer, “ zei de koning, “ spoedig zult u zien “ Haar edele lichaam, nooit was er één zo mooi! “ De schone bemint u zeer, nooit nadien nam zij een minnaar. “ Bij deze woorden zijn de prinsen naar het paleis afgedaald. Yvorine, de schone, heeft de roep gehoord: Zij kwam naar de vensters en wierp haar blik Op de baron Boudewijn; en toen zij hem opmerkte 630 Was zij niet zo verheugd om de schat van Arthur! Zij ging Boudewijn tegemoet. Toen de baron had gezien Het lichaam van het meisje, steeg hij snel af Van de grote, sterke leeuw; de baron vol deugd Omarmde het meisje, dat goed gekleed was, En kuste haar mond waarin de tanden klein zijn. Boudewins de Sebourc kuste het meisje, Tien keer achter elkaar, zonder haar los te laten; En als hij alleen was geweest, was hij zo voor haar ontvlamd, Waar hij ook was met de schone, hij had haar weldra neergevlijd 640 En zijn lusten botgevierd, want hij begeerde haar zeer. Zo'n groot teken van liefde toonde hij daar ter plekke, Dat hij Blanche, zijn echtgenote, geheel vergat: Door de zonde van de wellust werd hij zo overmand, Dat hart, lichaam, gedachte en geest zich daartoe keerden. De schoonheid van het meisje ontvlamde hem zozeer De baron vergat alle andere zaken. Luister nu naar het teken dat God daar toonde, En een heel mooi voorbeeld zal ik u nu vertellen; Voor mannen of voor vrouwen is er een mooi voorbeeld. 650 Te zeer misdraagt de man zich, die een vrouw getrouwd heeft, Door met een ander te slapen; voorzeker, het zal hem slecht bekomen En zijn ziel zal het zo zwaar bezuren Door de grote boetedoening die God hem ervoor zal geven, Of de Schrift liegt, die nooit liegen zal. </poem> |}<noinclude></noinclude> 459ws9gma6nqtby5pw1toxt6tcvcz93 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/560 104 88429 225757 2026-08-27T10:05:19Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225757 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Car quant hons mariés à autre femme va, Il oblige sen âme, et quanques il i a, Au déable d’enfer ; sé repentance n’a Prise en confession : chuis poins le sauvera. Mais quis sus tel fianche vilain péchiet fera, Il double son mesfait. ·j· autre point i a : S’il mort subitement, droit en enfer s’en va. Et chascuns ne scet mie s’il se confessera ! Seignour, or escoutés, pour le Dieu où on croit : Qui tous bons exemplares à son coer prenderoit, Je croi que de péchier à le fois se tenroit ; Pas n’en nous en souvient, anemis nous déchoit. Jouète, volentés, déables de son droit Se melle avoekes chescv ·ij·. Mais quant Jhésus pourvoit Repentance en la fin, déables pert sa roit. Or, dirai le matère telle comme estre doit, Entreus que Baudewins en le pensée estoit Et en le convoitise, qui son coer en flamboit, Du péchiet de luxure que chascuns hair doit ; Car on ne le doit faire, fors qu’à point et à droit : Car à mengier pain secq, gloutrenie i aroit En itelle manière qu’user on le poroit. Dirai de Baudewin qui en pensée avoit De faire et d’acomplier tout che qu’il désiroit : En ichelle hoerre, signour, que la belle acoloit, Li lions vertueus, qui si dignes estoit, Vint à le damoisèle : des pates l’aherdoit, Et, voïant tout le pople qui là endroit estoit, Dévoura le dansèle, le coer li esrachoit ; Et puis s’en départi, et morte le laissoit. Onkes ne dist c’un mot quant il s’en départoit : « Amende che mesfait, car Diex voilt qu’ensi soit. » Chertes, biaus dous seignour, plus ne dist chuis lions, Ensément s’en parti, volant c’uns oseillons ; Et quant il fuit en l’air, sé sambla ·j· coulons. </poem> |valign=top| <poem> Want wanneer een getrouwd man naar een andere vrouw gaat, Verpandt hij zijn ziel, en al wat erin is, Aan de duivel van de hel; tenzij hij berouw heeft Toegelaten in de biecht: dit punt zal hem redden. Maar wie in zulk vertrouwen een verachtelijke zonde begaat, 660 Verdubbelt zijn misdaad. Een ander punt is er: Als hij plotseling sterft, gaat hij recht naar de hel. En niet iedereen weet immers of hij wel zal biechten! Heren, luister nu, omwille van de God waarin men gelooft: Wie alle goede voorbeelden ter harte zou nemen, Zou zich naar mijn mening wel eens van zondigen onthouden; Maar wij herinneren het ons niet, de vijand bedriegt ons. Lust, begeerte, de duivel bemoeit zich van rechtswege Met elk van beiden. Maar wanneer Jezus aan het einde Berouw schenkt, verliest de duivel zijn grip. 670 Nu zal ik de materie vertellen zoals zij hoort te zijn, Terwijl Boudewijn in gedachten verzonken was En in de begeerte, die zijn hart deed ontvlammen, Voor de zonde van de onkuisheid die iedereen moet haten; Want men mag het niet doen, behalve gepast en rechtmatig: Want bij het eten van droog brood zou er gulzigheid zijn Op zo'n manier dat men het zou kunnen misbruiken. Ik zal vertellen over Boudewijn die in gedachten had Om alles te doen en te volmaken wat hij verlangde: Op datzelfde uur, heren, dat hij de schone omhelsde, 680 Kwam de deugdzame leeuw, die zo waardig was, Naar de jonkvrouw: met zijn klauwen greep hij haar, En, ten aanschouwen van alle mensen die daar aanwezig waren, Verslond hij de juffer, hij rukte haar het hart uit; En daarna vertrok hij, en liet haar dood achter. Hij sprak slechts één woord toen hij vertrok: "Boet voor deze misdaad, want God wil dat het zo is." Waarlijk, schone lieve heren, meer zei deze leeuw niet, Evenzo vertrok hij, vliegend als een vogeltje; En toen hij in de lucht vloog, leek hij wel een duif. 690 </poem> |}<noinclude></noinclude> 5fw7bqkd4nj6yh99fpk4fi3ux4vj5cg Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/561 104 88430 225758 2026-08-27T10:14:21Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225758 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> S’en dist une parole Baudewins, li frans hons : « Biau seignour, gefons-nous trestous à genoulons, « Et le message Dieu de loyal coer loons ; « Car ch’est ·j· sains angèles que là endroit veions. « Le sang nostre Seignour a gardet ·vij· saisons. » « Chertes, » dist Esmeret, « Witaces, li barons, « Le perdi quant il fu dedens ches régions ; « Et il a bien ·vij· ans qu’à nous fu li prisons. » « Seignour, » dist Baudewins, « or, oės mes raisons : « Diex m’a donné exemple qui me doit estre bons ; « Ordènes de mariage, chertes, ch’est ·j· biaus nons ! « Qui bien ne le maintient il vaut pis que larons. « Pour che que pris m’estoit fauce dévotions, « M’en a Diex proprement monstrées les fachons. « Or, m’en voil amender, le péchiés est fellons ; « Seignour, je vous lairai, car il en est saisons. « Si pri à chellui Dieu qui par les faus glottons « Fu pénés en le crois, comme Diex et vrais hons, « Qu’il vous voille garder, vous et les compaignons ! » Adont fu grans li doels démenés des barons : Pour l’amour Baudewin, ploura moult Esmeret ; Et aussi fist li rois dont il fu moult amés. Baudewins de Sebourc est ou chaval montés, Par dedens le malette fu li forgiés toursés, Là où li sans estoit qui doit estre loés ; Car che fuit le sains sans qué nous a requatés. A Fescamp et à Bruges fu dechà raportés, Ensi qu’en la chanson ichi après orrés. Baudewins prist congiet, si ch’est acheminés Par Sarrasine terre ; s’en est outre passés. A Troies, la déserte, s’est ·ij· jours reposés : Et voit tous les viés murs, les anchiens fossés, Et le grant tombe Ector qui tant fu redoubtés. Le longeur mesura dont il estoit fourmės ; ·xv· piés ot de lonc Ector, li alozės, </poem> |valign=top| <poem> Toen sprak Boudewijn een woord, de edele man: “ Schone heren, laten wij allen op onze knieën vallen, “ En de boodschap van God met een oprecht hart loven; “ Want het is een heilige engel die wij daar ginds zien. “ Het bloed van onze Heer heeft hij zeven seizoenen bewaard. “ “ Voorwaar, “ zei Esmeret, “ de baron Witaces “ Verloor het toen hij in deze streken was; “ En het is wel zeven jaar geleden dat wij gevangen werden genomen. “ “ Heren, “ zei Boudewijn, “ hoor nu mijn redenen: “ God heeft mij een voorbeeld gegeven dat goed voor mij moet zijn; 700 “ De echtelijke staat, voorwaar, dat is een schone naam! “ Wie deze niet goed in ere houdt, is nog erger dan een dief. “ Omdat een valse vroomheid bezit van mij had genomen, “ Heeft God mij in eigen persoon de juiste wijze getoond. “ Nu wil ik mij beteren, de zonde is immers snood; “ Heren, ik zal u verlaten, want de tijd daarvoor is gekomen. “ Zo bid ik tot die God die door de valse schurken “ Aan het kruis werd gepijnigd, als God en waarlijk mens, “ Dat Hij u moge behoeden, u en uw metgezellen! “ Toen was het verdriet onder de baronnen groot: 710 Om de liefde voor Boudewijn weende Esmeret zeer; En zo deed ook de koning, door wie hij zeer geliefd was. Boudewijn van Sebourc is op het paard gestegen, Binnen in de reistas werd het gesmede voorwerp opgeborgen, Waar het bloed in zat dat geprezen moet worden; Want dat was het heilige bloed dat ons heeft vrijgekocht. Naar Fécamp en naar Brugge werd het nadien teruggebracht, Zoals u hierna in het lied zult horen. Boudewijn nam afscheid, en is zo op weg gegaan Door het land der Saracenen; hij is erdoorheen getrokken. 720 In het verlaten Troje heeft hij twee dagen gerust: En hij ziet alle oude muren, de oude grachten, En de grote tombe van Hector die zozeer werd gevreesd. Hij mat de lengte op waarnaar hij was gebouwd; Vijftien voet lang was Hector, de veelgeprezen held. </poem> |}<noinclude></noinclude> mncf1ydvnpihfyh1oh2la9vzmwh6f34 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/572 104 88431 225759 2026-08-27T10:20:38Z Havang(nl) 4330 /* Zonder tekst */ 225759 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="0" user="Havang(nl)" /></noinclude><noinclude></noinclude> 6fy8ix6czju8r0lz5ain22z7t1pjvxr Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/562 104 88432 225760 2026-08-27T10:22:38Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225760 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Delès lui fu Prians et Paris, li ainsnés, Et regarde les champs où jà fu li pités. Par le païs de Gresse, où il croist vin et blés, Chevauche li vassaus, et si est tant alés Qu’à une chité vint, Baudewins li menbrés, De la terre de Gresse est clamée les clés : Chou est le chité d’Arges. Chuis non li fu donnés ·v·c et ·l· ans enchois que Diex fu nés ; Onkes ne fu destruite, s’en est plus riche assés. Seignour, la chité d’Arges fu jadis Ardeastus Qui ·c· et ·xl· ans en fu maistre et dus ; Si en fu souverains, après lui, Tidéus : Et fu el tanps de Troies dont on brisa le murs. Plainté de cheuls de Troies, des fuïans esperdus, S’i amassèrent puis ; don bien fu retenus Li pais environ poeplés et cras et drus, Et le chité moult belle, onkes ne l’ardi fus. ·xiij· portes royaus i ot, que sus que jus ; ·xij·m hommes d’armes, à bons chevaus grenus, En porroit-on geter sé besoing ert venus. En le chité entra Baudewins li menbrus, Aj. moult riche hostel est, li bers, descendus ; La nuit i séjourna Baudewins, li menbrus. Si li dist une vois : « Baudewins, à Dieu drus, « Diex voilt de che païs ne départés or plus « Jusques à tant que ch’ert ses bons et ses argus. « Va devenir hermites dedens les bos ramus, « Tant qu’il plaira à Dieu qui en crois fu pendus. » Quant Baudewins l’entent, si a dit : « dous Jhésus, « Je ferrai vostre gret ! bien m’en sui perchius « Que vous ne voeilés mie que je soie perdus. « Hé ! Diex, » dist Baudewins, à la duré corage, « Je doi bien gratier vo non et vostre ymage, « Quant envoïer dangiés à moi vostre message. » Toute nuit ne dormi Baudewins, au coer sage, </poem> |valign=top| <poem> Naast hem stond Priamus en Paris, de oudste, En kijkt naar de velden waar ooit de rampspoed was. Door het land van Griekenland, waar wijn en koren groeien, Rijdt de vazal te paard, en hij is zo ver gegaan Dat hij bij een stad kwam, Boudewijn de sterke, 730 Van het land van Griekenland wordt zij de sleutel genoemd: Dit is de stad Argos. Deze naam werd haar gegeven vijfhonderd en vijftig jaar voordat God werd geboren; Nooit werd zij verwoest, waardoor zij des te rijker is. Seigneurs, de stad Argos behoorde eertijds aan Adrastus Die er honderd en veertig jaar lang meester en hertog van was; En na hem was Tydeus er soeverein van: En het was in de tijd van Troje, waarvan men de muren doorbrak. Een menigte van hen uit Troje, van wanhopige vluchtelingen, Verzamelde zich daar toen; waardoor goed werd behouden 740 Het omliggende land, bevolkt en vruchtbaar en dicht, En de stad zeer mooi, nooit heeft vuur haar verbrand. Dertien koninklijke poorten waren er, zowel boven als beneden; Twaalfduizend manschappen, op goede, sterke paarden, Zou men eruit kunnen sturen als de nood was gekomen. In de stad trok Boudewijn de sterke binnen, Bij een zeer rijk logement is de edelman afgestegen; De nacht bracht Boudewijn de sterke daar door. Toen sprak een stem tot hem: “ Boudewijn, vriend van God, “ God wil dat u dit land nu niet meer verlaat 750 “ Totdat het Zijn welbehagen en Zijn bevel zal zijn. “ Ga kluizenaar worden in de dichtvertakte bossen, “ Zolang het Gode behaagt, die aan het kruis werd gehangen. “ Toen Boudewijn dit hoorde, zeide hij: “ zoete Jezus, “ Ik zal uw wil doen! Ik heb heel goed begrepen “ Dat U geenszins wilt dat ik verloren ga. “ O! God, “ zeide Boudewijn, met een standvastig gemoed, “ Ik moet uw naam en uw beeltenis wel danken, “ Nu U gewaardigd hebt mij uw boodschap te sturen. “ De hele nacht sliep Boudewijn niet, met zijn wijs hart, 760 </poem> |}<noinclude></noinclude> 3wvfq7pduhkvo7fiee3qqlfx3klpcpj Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/563 104 88433 225761 2026-08-27T10:24:33Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225761 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Lendemain se leva, sans point de l’arestage ; Et puis s’en est issus de le grant cité d’Arge. A demi liewe près a trouvé ·j· bosquage, Une longe forés, moult grande fu et large : Dedens le bos ramu ordena ·j· manȧege, De foelles fist ·j· lit, là n’i ot point d’outrage. En le noble cité trouva maint anantage ; Le gent de la chité le tiènent à poy sage Pour chou qu’il demouroit en le forest ombrage. Seignour, là ne creioent, ichil de che terrage, En Dieu ni en sa mère ni en leur sainte ymage ; Ains croient en soleil qui est ou haut estage. Ili avoit ·j· roy en chellui hirritage, Qui ot ·j· damoisel par loïal mariage ; Mais il avoit tenu ·xv· ans, de bon éage, Le sien fil enfremé en son maistre manage, Par dedens ·j· chastel moult grant et fort et large. Là, gardoit son enfant et tenoit en servage Pour ·j· sort qui fuit fais d’une dame sauvage ; Et fu hante Calabre qui sorti le domage Qu’il avint en Surie par le Chisne linage. Seignour, chius damoisiaus dont je vous voi parlant En Sarrasine terre l’apelloit-on Croissant. Jadis ot fait ·j· sort li antain Corbarant, Et ot dit au roy d’Arges, Salfin, le soudoïant : « Tu averas ·j· fil, » dist la vielle en plourant, « Par cui ta lois ira tellement déclinant « Qu’il te prisera poy et nostre loy noiant, « Et seront converti par lui moult de Persant. » Quant li roys sot le sort, dont prist le sien enfant Et le fist enfremer en ·j· chastel moult grant ; Plus de ·xv· ans i fu, che dient li romant, Et adès l’i aloit ses pères enortant : « Biaus fiex, croi le soleil que vois ou ciel luisant, « Car ch’est chius qui nous donne é qui va envoïant </poem> |valign=top| <poem> De volgende ochtend stond hij op, zonder enig uitstel; En toen is hij vertrokken uit de grote stad Arges. Op krap een halve mijl afstand vond hij een bosje, Een langgerekt woud, zeer groot was het en breed: Binnen het dichtbegroeide bos richtte hij een verblijf in, Van bladeren maakte hij een bed, daar was geen overdaad bij. In de nobele stad vond hij menig voordeel; Het volk van de stad hield hem voor weinig wijs Omdat hij in het schaduwrijke woud verbleef. Heren, zij geloofden daar niet, degenen van dat land, 770 In God noch in zijn moeder noch in hun heilige beeltenis; Alsmede geloofden zij in de zon die in de hoge hemel staat. Er was een koning in dat erfgoed, Die een jonker had uit een wettig huwelijk; Maar hij had vijftien jaar lang, vanaf een goede leeftijd, Zijn eigen zoon opgesloten gehouden in zijn voornaamste verblijf, Binnenin een kasteel dat zeer groot en sterk en breed was. Daar bewaakte hij zijn kind en hield hem in gevangenschap Vanwege een lotsbestemming die bezegeld was door een woeste dame; En het was de tante uit Calabrië die het onheil voorspelde 780 Dat zou gebeuren in Syrië door het nageslacht van de Zwaan. Heren, deze jonker over wie ik u hoor spreken, In het Saraceense land noemde men hem Croissant. Voorheen had de tante van Corbarant een voorspelling gedaan, En had gezegd tegen de koning van Arges, Salfin de krijgsheer: “ U zult een zoon krijgen, “ zei de oude vrouw in tranen, “ Door wie uw wet zozeer in verval zal raken “ Dat hij u weinig zal achten en onze wet als niets, “ En door hem zullen vele Perzen bekeerd worden. “ Toen de koning de voorspelling vernam, nam hij zijn kind 790 En liet hem opsluiten in een zeer groot kasteel; Meer dan vijftien jaar was hij daar, zo zeggen de romans, En voortdurend ging zijn vader hem daar aansporen: “ Schone zoon, geloof in de zon die je aan de hemel ziet stralen, “ Want dat is degene die ons geeft en die ons zendt “ </poem> |}<noinclude></noinclude> 3ydcisdly5t4o8v720j0yenn856kxxp Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/564 104 88434 225762 2026-08-27T10:25:41Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225762 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Tout chou dont gouverneit sont femmes et enfant. « Par le soleil sont fait li petit et li grant ; « Biaus fiex, par le soleil sommes fuitéfiant. » « Pères, je le croi bien, » ciex aloit respondant. Si tost que soleil voient ens ou chiel luïsant, S’aloient en la ville trestout agenoulant ; Et menoien grant feste au soleil apparant. Cheste créance-chi estoit en chel païs. Salfins qui fuit roys d’Arges et Croisans, le siens fis, Et chil de la chité, dont issi vous devis, En tenoient l’usaedge. Croisans, li agencis, Avoit cheste créanche ensi que je vous dis ; Si en avint merveilles, pour voir le vous plévis, Ensi que vous orrés ains que fine mes dis. Seignour, or entendés, pour Dien de paradis : De Bauduwin lairai, le nobile marcis, Qui pour l’amour de Dieu estoit en ·j· bos mis, Ui siervoit de cuer le roi de paradis ; Et i fu si lonc tamps qu’il plut à Jhésu-Cris. Mais de lui me terrai, si serrai revertis A son frère Esmeret qui fu prex et hardis, Et à se noble dame qui tant ot cler le vis. Moult désire Esmeret à veior le païs Où ses corps ot esté alevés et nouris ; ·vij· ans avoit passés n’ot véut le païs, Ses frères, né sa mère, blanche que flour de lis ; Ch’est la roïne Rose, au noble corps gentis, A cui li glous Gaufrois fist tant de maus jadis. Esmerés de Nimaye s’est drois en la mer mis, Avoec lui sa moullier et Juliens ses fiex : Tant nagièrent par mer, che nous dist li escrips, Qu’il vinrent à Bollongne, une ville de pris. Là, trouvèrent ·iij· dames, et ·cm· fervestis Qui estoient venu de Cypre li païs Et d’Escoce, le grant, bien armés à devis </poem> |valign=top| <poem> “ Alles wat geregeerd wordt, zijn vrouwen en kinderen. “ Door de zon zijn de kleinen en de groten gemaakt; “ Schone zoon, door de zon zijn wij vruchtbaar. “ “ Vader, ik geloof het wel, “ antwoordde deze daarop. Zodra zij de zon aan de hemel zagen schijnen, Gingen zij in de stad allemaal op de knieën; En zij vierden groot feest voor de verschijnende zon. Dit geloof heerste in dat land. Salfins, die koning van Arges was, en Croisans, zijn zoon, En degenen uit de stad, waarvan ik u hier vertel, Hielden deze gewoonte in ere. Croisans, de hoofse, Had dit geloof zoals ik u vertelde; En er gebeurden wonderen omheen, ik verzeker het u voorwaar, Zoals u zult horen voordat mijn verhaal eindigt. Heeren, luister nu, voor de God van het paradijs: Over Boudewijn zal ik zwijgen, de nobele markies, Die voor de liefde van God in een bos was geplaatst, Waar hij met heel zijn hart de koning van het paradijs diende; En hij was daar zo lange tijd dat het Jezus Christus behaagde. Maar over hem zal ik zwijgen, en ik zal terugkeren Naar zijn broer Esmeret, die dapper en moedig was, En naar zijn nobele dame die zo'n stralend gezicht had. Zeer verlangt Esmeret ernaar het land te zien Waar zijn lichaam was opgegroeid en gevoed; Zeven jaar waren voorbijgegaan dat hij het land niet had gezien, Noch zijn broer, noch zijn moeder, blank als de leliebloem; Die is koningin Rose, met het nobele en slanke lichaam, Aan wie de schurk Gaufrois destijds zoveel kwaad berokkende. Esmeret van Nijmegen is rechtstreeks de zee op gegaan, Met hem zijn vrouw en Juliaan zijn zoon: Zij zeilden zo lang over de zee, zo vertelt ons het geschrift, Dat zij aankwamen in Boulogne, een stad van aanzien. Daar vonden zij drie dames, en honderdduizend gewapenden Die gekomen waren uit het land Cyprus En uit het grote Schotland, goed bewapend naar wens </poem> |}<noinclude></noinclude> nf8nsqadwnhhqkxc2jyz3wu4egkmz6t Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/565 104 88435 225763 2026-08-27T10:26:53Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225763 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Pour gerroïer, en France, le roy de Saint-Denis ; Pour che car il avoit dedens sa prison mis Gloriart, Alixandre, les ·ij· roys postéis ; Et le bon conte Wistace qui tant fu agentis. Le royne de Cypre i fu o ses subgis, Le roïne d’Escoce i vint o ses amis, Et le royne Rose, qué tant ot cler le vis, Menoit les Bollenois qui les cors ont hardis. Tout manèchent le roy de Franche et de Paris. A che tamps arriva Esmerés, li marchis, Et vint droit à Bollongne ; ce jour fu samedis. Quant il vit tant de pople, si fu moult esbahis ; ·j· serjant appella, si li a dit : « amis, « Or me di vérité, si n’en soïés mespris ; « Quel part iront chil gent, ni en confait païs ? » « Sire, » dist li varlés, « il iront à Paris « Et prenderont le roy qui est nous anemis ; « Car il aide Gaufroi qui tant est maléis, « Et s’a le conte Wistace dedens sa prison mis, « Et les ·ij· enfans Roze, la royne gentis ; « Gloriant, Alixandre, les ·ij· roys postéis. » Quant Esmeret l’entent, li sans li est frémis ; Vers le palais s’en va, moult tristres et marris, O lui Elyénor et Juliens lor filz : Ou palais sont entrei qui biaus fu et pollis. Li disners fu cornés en le sale de pris ; Rose, la france dame qui tant estoit gentis, Et Ydain, le contesse qui tenoit le pourpris, Sisent au plus haut doys, el faudestoes vernis. Ou palais, à Bollongne, qui pains estoit d’argent, Vint li bers Esmeret qui tant ot hardement, O lui Elyénor qui de biauté resplent. Quant li bers vit sa mère, à li vint droitement Et si s’agenoulla à ses piés douchement, En disant « douche mère, Diex gart vous et vo gent ! </poem> |valign=top| <poem> Om oorlog te voeren, in Frankrijk, tegen de koning van Saint-Denis; Omdat hij in zijn gevangenis had geworpen: Gloriart, Alexander, de twee machtige koningen; En de goede graaf Wistace, die zo edel was. De koningin van Cyprus was daar met haar onderdanen, De koningin van Schotland kwam daar met haar vrienden, En koningin Rose, die zo'n stralend gezicht had, Leidde de bewoners van Boulogne, die dapper van lijf en lede zijn. Allen bedreigen de koning van Frankrijk en Parijs. Aan deze tijden arriveerde Esmeret, de markies, 840 En trok rechtstreeks naar Boulogne; die dag was een zaterdag. Toen hij zoveel volk zag, was hij zeer verbaasd; Een sergeant riep hij, en hij zei tegen hem: “ vriend, “ Vertel mij nu de waarheid, en vergis u daarin niet; “ Waarheen zal dit volk gaan, en naar wat voor land? “ “ Heer, “ zei de knaap, “ zij zullen naar Parijs gaan “ En zullen de koning gevangennemen, die onze vijand is; “ Want hij helpt Gaufroi, die zo vervloekt is, “ En hij heeft graaf Wistace in zijn gevangenis geworpen, “ En de twee kinderen van Roze, de edele koningin; 850 “ Gloriant, Alexander, de twee machtige koningen. “ Toen Esmeret het hoort, siddert zijn bloed; Naar het paleis begeeft hij zich, zeer bedroefd en gekwetst, Met hem Elyénor en Juliens hun zoon: In het paleis zijn zij binnengegaan, dat mooi en glanzend was. Het diner werd aangekondigd met hoorngeschal in de zaal van aanzien; Rose, de edele dame die zo hoffelijk was, En Ydain, de gravin die het domein beheerde, Zaten aan de hoogste eretafel, op de verniste troon. In het paleis, te Boulogne, dat met zilver beschilderd was, 860 Kwam de baron Esmeret, die zoveel moed bezat, Met hem Elyénor, die straalt van schoonheid. Toen de baron zijn moeder zag, ging hij rechtstreeks naar haar toe En zo knielde hij zachtjes aan haar voeten, Terwijl hij zei: “ lieve moeder, moge God u en uw volk beschermen! </poem> |}<noinclude></noinclude> 0qneevml2dj9wmouk8lk9odih0vlx8n Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/566 104 88436 225764 2026-08-27T10:29:23Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225764 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Vé-chi ·j· prisonnier qui a moult longement « Esteit, entre païens, enprisonnés vieument ; « Or en sui escapés, à Dieu commandement, « Si sarai saudoïer, s’il vous vient en talent. » Quant Rose of son fil, si grant pietié l’en prent Qu’elle passa le table, si l’acola briefment ; Et en son fil baisant, se pasme tellement Qu’elle ne poet parler en grant terminement. Et tout cil qui le virent cuidoient vraiement Que la dame fust morte et mise à finement ; A le bouce et au nés mist-on pain de fourment. Et quant coers li revint, si cria hautement : « A ! Esmerés ! biaux fieux, con li cuers me desment ! « J’ai au cuer si grant joi, quant te voi en présent, « Que de joie morai ! » Lors li baisa un dent. Et la contesse Idain ploroit moult tenrement. Les autres ·ij· roïnes disoient hautement : « Dames, souviège-vous de prendre vengement « Du riche roy de Franche qui outre cuidamment « A ouvret envers nous et si très faussement ! « Pensons du reconquerre le bon roy Glorient « Et le roy Alixandre et Wistace ensément. « Pour destruire le roy avons-nous assés gent ! « Ne r’arons nous amis pour plourer ensément ? « S’esmerés s’est venus, au fier contenement, « No seignour en fachons à che commenchement ; « Bien nous sarra conduire et mener noblement, « Et chastier nous hommes, sé nuls se désassent. « Nous li habandonnons tout nostre chasement, « Nous hommes et nous forche et nostre ténement, « Et le faisons seignour de nous entirement. » Liés en fu Esmerés, quant le parole entent. Quant furent conjoït assés et longement, A table sont assis assés et longuement. S’il eurent à mengier, n’el demandés noient ! </poem> |valign=top| <poem> “ Ziehier een gevangene die zeer lange tijd “ Gevangen zat, tussen de heidenen, op ellendige wijze; “ Nu ben ik daaruit ontsnapt, op Gods bevel, “ Dus zal ik een huursoldaat zijn, als u dat wenst. “ Toen Rose haar zoon hoorde, greep zulk een groot medelijden haar aan 870 Dat zij de tafel overstak en hem kort omhelsde; En terwijl ze haar zoon kuste, viel ze zozeer in zwijm Dat zij lange tijd niet kon spreken. En allen die het zagen, geloofden werkelijk Dat de dame dood was en aan haar einde gekomen; Aan de mond en aan de neus hield men tarwebrood. En toen het bewustzijn haar terugkeerde, riep zij luidkeels: “ Ah! Esmeret! mooie zoon, hoe bezwijkt mijn hart! “ Ik heb in mijn hart zo'n grote vreugde, wanneer ik je in levenden lijve zie, “ Dat ik van vreugde zal sterven! “ Toen kuste zij hem een tand. 880 En de gravin Idain weende zeer teder. De andere twee koninginnen zeiden luidkeels: “ Dames, herinner u wraak te nemen “ Op de machtige koning van Frankrijk die overmoedig “ Tegenover ons gehandeld heeft, en zo zeer valselijk! “ Laten we erover denken de goede koning Glorient te heroveren “ En koning Alexander en evenzo Wistace. “ Om de koning te vernietigen hebben we genoeg volk! “ Zullen we niet ook vrienden hebben om evenzo te wenen? “ Als Esmeret is gekomen, met zijn trotse houding, 890 “ Laten we hem bij dit begin tot onze heer maken; “ Hij zal ons goed weten te leiden en edel aan te voeren, “ En onze mannen terechtwijzen, mocht iemand afdwalen. “ Wij dragen hem al ons bezit over, “ Onze mannen, onze kracht en onze lenen, “ En maken hem geheel en al heer over ons. “ Blij was Esmeret hiermee, toen hij de woorden hoorde. Toen zij lang en uitgebreid herenigd waren, Zijn zij lange tijd aan tafel gaan zitten. Of zij te eten hadden, vraag dat maar helemaal niet! 900 </poem> |}<noinclude></noinclude> f5o3c5x0dba4bkbxvyfpmp3rcikgqic Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/567 104 88437 225765 2026-08-27T10:30:37Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225765 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Adès sont bien servi chil qu’il ont de l’argent. El palais à Bollongne fu li bers Esmerés, O lui fu sa moullier où grans fu la biautés : S’il furent bien servi demander n’el devés ! Trois jours s’est li vassaus là endroit reposés, Et au ·iiije· jour fu là ·j· bans criés ; Que tout chil qui ont gages aient troussé lor trés, Pavellions et aucubes, le harnois à tous lés. Puis se sont esmėut que nuls n’i est remés ; Les iij dames i vont si comme oit avés. Esmerés les conduist, li damoisiaus loés ; De Boulenois issirent, le nobles hirrités, Envers Ponthieu s’en vont les grans chemins férés. En Albeville estoit le dux Jehans remés : Là sejournoit, li dux, qui tient ses fremetés De noble roy de France ; ch’estoit ses avoés. Envoiet li avoit, li bons roys couronnés, ·ijm· sodoïers hardis et redoubtés Pour garder le fortières ; car là estoit li clés Pour le primier assaut avoir à tous costés. Tant s’esploita li os, dont vous oï avés, Qu’il virent d’Albeville les noble fremetés : Esmerés de Nymaie i fist tendre ses trés. Mais en che longement, dont vous of avés, Vint Jehans de Ponthieu à ·xm· adobés, Les escus à leus cos, moult richement montés ; Les lanches en leur poins, qui les fers ont quarés ; Le dus Jehans s’escrie : « glouton, vous i mourés, « Si mar est mes païs par vous ensi gastés ! « Cuidié-vous chi manoir et iver et estés ? « Nennil, que ne soïés chascun jour revidės ! » Et quant chelle parole entendi Esmerés, Son mareschal apelle, si dist : « or en alés « Dela outre che bos, et autour revenés « Dérière cheste gent et si les encloės ; </poem> |valign=top| <poem> Meteen worden zij die geld hebben goed bediend. In het paleis te Boulogne was de baron Esmeret, Bij hem was zijn vrouw wier schoonheid groot was: Of zij goed bediend werden, hoeft u niet te vragen! Drie dagen heeft de vassal zich daar ter plaatse rust gegund, En op de vierde dag werd daar een ban uitgeroepen; Dat al degenen die soldij ontvangen hun tenten moesten inpakken, Paviljoenen en tenten, de uitrusting aan alle kanten. Toen zijn ze in beweging gekomen, zodat er niemand is achtergebleven; De drie dames gaan mee, zoals u gehoord heeft.910 Esmeret leidt hen, de geprezen jonker; Uit de regio Boulogne trokken zij, het edele erfdeel, Richting Ponthieu gaan zij over de grote verharde wegen. In Abbeville was de hertog Jan achtergebleven: Daar verbleef hij, de hertog, die zijn versterkingen houdt Van de edele koning van Frankrijk; dat was zijn leenheer. Gezonden had hij hem, de goede gekroonde koning, Tweeduizend koene en geduchte soldeniers Om de grenzen te bewaken; want daar lag de sleutel Om de eerste aanval aan alle kanten op te vangen.920 Zo verhaastte het leger zich, waarvan u gehoord heeft, Dat zij van Abbeville de edele versterkingen zagen: Esmeret van Nijmegen liet daar zijn tenten opslaan. Maar gedurende dit oponthoud, waarvan u gehoord heeft, Kwam Jan van Ponthieu met tienduizend gewapenden, De schilden aan hun halzen, zeer rijk te paard; De lansen in hun vuisten, met vierkante ijzers; Hertog Jan roept uit: “ Schurken, jullie zullen daar sterven, “ In een slechte ure is mijn land door jullie zo verwoest! “ Denken jullie hier te verblijven, zowel winter als zomer?930 “ Geenszins, of jullie zullen elke dag worden aangevallen! “ En toen Esmeret dat woord hoorde, Roept hij zijn maarschalk en zegt: “ Ga nu heen, “ Ginds voorbij dat bos, en keer daarrond terug “ Achter dit volk en sluit hen zo in; </poem> |}<noinclude></noinclude> mz3ktsk6k6qnnex8odjvgx1xzfarrst Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/568 104 88438 225766 2026-08-27T10:33:22Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225766 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Je lor serai devant et mes riches barnés. « Sé les poés enclore, desconfier les verrés. » Et chuis a respondu : « si con vous commandés. » Adont li mareschaus s’en est briefment tournés, A ·xm· Escochois moult richement armés ; Demie liewe, ou plus, ont les leur reculés. Esmerés de Nyemaye ne s’i est arrestés, Il a ses cors d’arain et bondis et sonnés ; Et si a ses barons richement ordenés, Si lor a dit : « seignour, pour Dieu qui fu pénés, « Aïés boin sanc en vous, si ne vous effraés ; « Car trestous li avoirs que vous conquesterés « Vous serra loyaument partis et dessevrés, « Que já ne détenrai ·ij· deniers monaės. « Je vous prie, pour Dieu, bonne chière monstrés ! » ·j· chevalier appelle qui de Chypre fu nės Et fu li plus cruens et li plus redoubtés Qui fuist en toute l’ost, environ de tous lés ; Gérart de Nichocie fu par non appellés. « Gérars, » dist li dansiaus, « savės que vous ferés ; « Pour tout le plus hardi de ·xxx· roïautés, « Vous dons l’arrière-garde et avoec vous arés « ·xm· saudoïers à chevaus ensélés. « Si vous prie, pour Dieu qui en crois fu pénés, « Que d’une soete coze aujourd’ui me sievés : « Pour cose qu’il avinge, pour riens que vous vaés, « Ch’est d’ochirre, sans plus, chiaus que fuïr verrés. » « Sire, » che dist Gérars « che est journée assés. « Sire, » che dist Gérars, qui fu de Nichochie, « Je vous jure sour Dieu, le fil sainte Marie, « Qu’à tout chiaus qui fuiront ferai tolir la vie ! » « Sire, » dist Esmeret, « ch’est ce que je vous prie. » E-vous chiaus de Ponthieu, banière desploïe, Le dus Jehans venot à bataille rengie ; Devant les autres vint plus de demie archie. </poem> |valign=top| <poem> “ Ik zal voor hen staan met mijn rijke baronnen. “ Als u hen kunt insluiten, zult u hen verslagen zien. “ En deze antwoordde: “ zoals u beveelt. “ Toen heeft de maarschalk zich kort omgedraaid, Met tienduizend Schotten zeer rijk bewapend; 940 Een halve mijl, of meer, hebben ze de hunnen achteruitgedrongen. Esmeret van Nijmegen hield daar niet halt, Hij heeft zijn koperen hoorns laten schallen en luiden; En zo heeft hij zijn baronnen rijk opgesteld, En tegen hen gezegd: “ heren, voor God die heeft geleden, “ Heb goed bloed in u, en wees niet bang; “ Want al het bezit dat u zult veroveren “ Zal u loyaal verdeeld en geschonken worden, “ Zodat ik nooit twee gemunte deniers zal achterhouden. “ Ik bid u, voor God, toon een goed gezicht! “ 950 Een ridder roept hij aan die in Cyprus was geboren En die de meest gevreesde en de meest geduchte was. Die in het hele leger was, van alle kanten; Gérart van Nicosia werd hij bij naam genoemd. “ Gérars, “ zei de jonker, “ weet wat u zult doen; “ Voor de allerdapperste van dertig koninkrijken, “ Geef ik u de achterhoede en met u zult u hebben “ Tienduizend huursoldaten op gezadelde paarden. “ Dus ik bid u, voor God die aan het kruis heeft geleden, “ Dat u mij vandaag volgt in één vaste zaak: 960 “ Wat er ook gebeurt, wat u ook ziet, “ Is het om zonder meer degenen te doden die u zult zien vluchten. “ “ Heer, “ zei Gérars, “ dit is een volwaardige dagtaak. “ “ Heer, “ zei Gérars, die uit Nicosia was, “ Ik zweer u bij God, de zoon van de heilige Maria, “ Dat ik van allen die vluchten het leven zal ontnemen! “ “ Heer, “ zei Esmeret, “ dat is wat ik u vraag. “ Zie daar die van Ponthieu, met ontplooid vaandel, Hertog Jan kwam in slagorde aan; Hij kwam meer dan een halve boogschoot voor de anderen uit. 970 </poem> |}<noinclude></noinclude> oamcjskp2t86brebzmq1qvvv9di0lza Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/569 104 88439 225767 2026-08-27T10:34:31Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225767 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Une lanche tenoit, qu’il portoit abassie, Et avoit à son col une targe voltie : A le champaigne d’or, qui luist et reflambie, A fleurs de lis d’asur et d’argent, coy c’on die ; Fu par mi componnés, et en une partie ·j· lyon de synoble. Ensi fu enseignie Le targe de che duc dont je vous sénéfie. Li dus broche devant le destrier de Onghrie Et fiert ·j· chevalier qui fu de Picardie ; Le fer li mist ou corps, sé li tolli la vie. Quant la lanche li faut, s’a l’espée sachie Et fiert ·j· Boulenois ; telle li a païe Que, voïant Esmeret, a se teste trenchie. Lors escrie « Ponthieu ! » bien fu sa vois oïe. Quant le voit Esmerés, s’en ot le chière irie, Vers le duc de Ponthieu a se voie aqueillie : En le targe li a se lanche si fiquie, Tout-outre li percha, mais ne le navra mie ; Car unes fortes plates, ouvrées par maistrie, Avoit li riches dus ; sé li sauva le vie, Mais du chaval versa, voïant sa baronnie. Chyprien, Escochois, li font telle envaïe Pris fu et retenus, fust ou sens ou folie. Li marissiaus de l’ost ot sa cose apointie, Au dérière lor vint ; chascuns Bollongne ! crie. Là, fu la gent au duc tellement desconfie Que piés n’ie escapa de chelle compaignie, Que tout n’i fuissent mort, à doel et à hasquie. Le dus Jehan fu pris, morte fu sa maisnie. Seignour, dedens Ponthieu, la dechiet de renon, Fu pris le dus Jehan ; mort furent si baron. Chil qui gisoient mort, as champs sus le sablon, Furent tout dévestit en petite saison ; Puis furent entéré. Diex lor face pardon ! Tout droit à Albeville telle doulour mainn-on, </poem> |valign=top| <poem> Een lans hield hij, die hij neergelaten droeg, En hij had aan zijn hals een gewelfd schild: Met het gouden veld, dat blinkt en schittert, Met lelies van lazuur en zilver, wat men ook zegt; Het was heraldisch geblokt, en in één deel Een leeuw van sinopel (groen). Zo was aangeduid Het schild van deze hertog waarover ik u vertel. De hertog spoort vooraan het strijdros van Hongarije aan En treft een ridder die uit Picardië stamde; Het ijzer stootte hij in zijn lichaam, zo nam hij hem het leven. 980 Wanneer zijn lans breekt, heeft hij het zwaard getrokken En treft een bewoner van Boulogne; zo'n slag heeft hij hem toegediend Dat, ten aanschouwen van Esmeret, zijn hoofd werd afgehouwen. Toen riep hij: "Ponthieu!" goed werd zijn stem gehoord. Wanneer Esmeret dit ziet, werd zijn gelaat toornig, Naar de hertog van Ponthieu heeft hij zijn weg ingeslagen: In wiens schild hij zijn lans zo diep heeft geboord, Dwars erdoorheen doorborde hij het, maar hij verwondde hem geenszins; Want sterke pantserplaten, met meesterschap gesmeed, Had de rijke hertog; deze redden hem het leven, 990 Maar van het paard stortte hij, ten aanschouwen van zijn baronnen. Cyprianen, Schotten, deden hem zo'n aanval aan Dat hij gevangen werd genomen en vastgehouden, hetzij in wijsheid of dwaasheid. De maarschalk van het leger had zijn zaakjes op orde, Van achteren overviel hij hen; ieder roept: "Boulogne!" Daar werd het volk van de hertog zozeer verslagen Dat geen voetganger ontsnapte aan dat gezelschap, Of ze waren allen dood, in smart en bittere nood. Hertog Jan werd gevangengenomen, dood was zijn gevolg. Heren, binnen Ponthieu, daar vervalt de roem, 1000 Werd hertog Jan gevangengenomen; dood waren zijn baronnen. Zij die dood lagen, in de velden op het zand, Werd de kleding uitgedaan in een korte tijd; Daarna werden zij begraven. God schenke hun vergeving! Rechtstreeks naar Abbeville voert men zulk een rouw, </poem> |}<noinclude></noinclude> 9y38j3kojqbjmwak2cowo8ezjumtwfg Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/570 104 88440 225768 2026-08-27T10:57:36Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225768 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Ne le vous porroit dire nuls clers en le chanson ; Plouroient lor seignour qui Jehans ot à non, Bien cuident qu’il soit mors ; mais il fu en prison. Esmerés de Nimaie l’apiella par son non : « Sire dus de Ponthieu, entendés ma rayson ; « Vous estes chi endroit en no subjection « De vivre et de morir, à ma division. « Or me dites si ja ariés dévosion « De nous à conforter contre roy Phylippon ; « Qu’en prison tien mes frères à tort et sans rayson, « Et conforte vers nous Gaufroi, le fel laron ? « Or en dites vo gré et tout le vostre bon. » Et Jehans respondi, clèrement à haut son : « Sire, par chellui Dieu qui souffri pation, « Bien voi, pour ce que j’ai conforté traïson, « Mal m’en est avenu ; telle est m’entention. « Li rois a tort vers vous, bien dire le poet-on, « Et puis car il a tort aidier ne li doit-on ; « Jamais ne li ferai confort né garrison, « Ains vaurai contre lui porter le mien blaison. « Alés où il vous plaist, gentis fiex à barron, « Car, par chellui Seignour qui fist Longis pardon, « A tous les jours du mont m’arés à compaignon ! » Illoec fist alianche, sans nulle suspechon, Pour guerrofer Phylippe, le seignour de Laōn ; Et si rendi Ponthieu Esmeret, le baron. Esmerés de Nymaie, qui tant fist à prisier, A pris le sérement de Jehan, le princhier ; Car il li aidera Fransoys à gerroïer. Adont en Albeville s’alèrent herbergier. Folie fist, Jehans, de sa foi fianchier Et d’aler les Fransoys ocirre et méhangnier ; Puis en perdi, li bers, son nobile herritier, Et li convint en fin sa contrée laissier E aler outre mer anguisse et painnier. </poem> |valign=top| <poem> Geen enkele klerk zou het u in het lied kunnen vertellen; Zij beweenden hun heer, die Jan heette, Zij dachten wel dat hij dood was; maar hij zat in de gevangenis. Esmeret van Nijmegen riep hem bij zijn naam: “ Heer hertog van Ponthieu, luister naar mijn woorden; 1010 “ U bent hier ter plekke in onze macht “ Om te leven of te sterven, naar mijn beschikking. “ Zeg mij nu of u er ooit vurig naar zou verlangen “ Om ons bij te staan tegen koning Filips; “ Die mijn broeders onterecht en zonder reden gevangen houdt, “ En die de steun is van Godfried, de valse schurk? “ Zeg nu wat uw wil is en wat u het beste dunkt. “ En Jan antwoordde met luide, heldere stem: “ Heer, bij die God die het lijdensevangelie onderging, “ Ik zie wel, omdat ik het verraad gesteund heb, 1020 “ Dat het slecht met mij is afgelopen; dat is mijn overtuiging. “ De koning is onrechtvaardig jegens u, dat kan men wel zeggen, “ En aangezien hij ongelijk heeft, hoort men hem niet te helpen; “ Nooit meer zal ik hem steun of bescherming bieden, “ Integendeel, ik wil mijn schild tegen hem opheffen. “ Ga waarheen u wilt, edele zoon van een baron, “ Want, bij die Heer die Longinus vergiffenis schonk, “ Zult u mij tot aan het einde der dagen als gezel hebben! “ Aldaar sloot hij een verbond, zonder enig wantrouwen, Om oorlog te voeren tegen Filips, de heer van Laon; 1030 En zo gaf hij Ponthieu terug aan Esmeret, de baron. Esmeret van Nijmegen, die zozeer te prijzen viel, Heeft de eed aangenomen van Jan, de prins; Want hij zal hem helpen om de Fransen te beoorlogen. Vervolgens gingen zij zich in Abbeville herbergen. Een dwaasheid beging Jan, door zijn trouw te verpanden En de Fransen te gaan doden en verminken; Later verloor hij, de edelman, er zijn nobele erfgenaam door, En moest hij uiteindelijk zijn landstreek verlaten En overzee trekken om te zwoegen en te lijden. 1040 </poem> |}<noinclude></noinclude> hxan7xjptxk9ty6e88snonjh0k4cph5 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/571 104 88441 225769 2026-08-27T10:59:30Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225769 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Parmi le pais faisant, li convint mer nagier Et aler au sépulcre où Diex se voilt couchier. Sus le mont de Calvare trouva, en grant dangier, Baudewin de Sebourc, le nobile princhier; Et le gentil Bastard de Buillon, au vis fier, Que Salehadins fist ochirre et détrenchier. Pas n'en fust escapés d'avoir grant encombrier Chuis Jehans de Ponthieu, dont vous m'oės plaidier, Ne fust Salehadins qué le corage ot fier; Mais si tost qu'il of le non du chevalier, Bien sot qu'estoit ses onkles, si l'en fist espargnier : La noble cité d'Acre li donna à ballier. Puis l'amena, Jehans, à Chambrai tournoïer, O Huon d'Odequiin, le nobile gerrier; Et furent avoec lui, en France, tout l'iver. Et à l'estet après, fist-il aparillier Bien ·ixc· mille Turs, armés de fin achier, Pour venir dechà mer le royaume essillier; Mais Jehan de Ponthieu et Hues, au coer fier, Le fisent à tel pas venir et ostoïer Où il ne fust passés pour l'or de Monpélier : Car au pas où il vint furent ·xiij· princhier, Tout li mieudre barron, pour leur armes baillier, Qui fuissent en che monde, né davant né dérier. Che fist li dus Jehan, par ·j· sien messagier, Qui volt crestienté conforter et aidier; Car s'il fuissent passet, on poet bien tesmongier Ne fust remés en Franche église né monstier; Mais Jehan de Ponthieu le vint dechà nonchier Au noble roy Rychart d'Engleterre, au vis fier, Ensi con vous orrés ou livre retraitier. {{lijn|6em}} </poem> |valign=top| <poem> Al trekkend door het land, moest hij over de zee varen En naar het graf gaan waar God zich wilde neerleggen. Op de berg van Calvary vond hij, in groot gevaar, Boudewijn de Sebourc, de edele prins; En de vriendelijke Bastaard van Bouillon, met het trotse gezicht, Die Saladin liet doden en in stukken hakken. Niet zou zijn ontsnapt aan grote rampspoed Deze Jan van Ponthieu, over wie u mij hoort spreken, Ware het niet dat Saladin een trotse moed had; Maar zodra hij de naam van de ridder hoorde, 1050 Wist hij goed dat het zijn oom was, dus spaarde hij hem: De edele stad Akko gaf hij hem te besturen. Daarna nam Jan hem mee om te toernooien in Cambrai, Met Huon van Odequiin, de edele krijger; En zij waren met hem, in Frankrijk, de hele winter. En de zomer daarna liet hij uitrusten Wel negenhonderdduizend Turken, gewapend met fijn staal, Om deze kant van de zee het koninkrijk te verwoesten; Maar Jan van Ponthieu en Hughes, met het trotse hart, Dwongen hem naar een zodanige pas te komen en te strijden 1060 Waar hij niet doorheen zou zijn gekomen voor al het goud van Montpellier: Want bij de pas waar hij kwam waren dertien prinsen, Al de beste baronnen, om hun wapens te dragen, Die in deze wereld waren, noch vroeger noch later. Dit deed de hertog Jan, via een van zijn boodschappers, Die het christendom wilde troosten en helpen; Want als zij erdoor waren gekomen, kan men wel getuigen Dat er in Frankrijk kerk noch klooster zou zijn overgebleven; Maar Jan van Ponthieu kwam dit aan deze zijde verkondigen Aan de edele koning Richard van Engeland, met het trotse gezicht, 1070 Zoals u zult horen vertellen in het boek. {{lijn|6em}} </poem> |}<noinclude></noinclude> b0ub5jlwh5qn9zu93we40x6b74kveyy Boudewijn van Sebourg/ZANG XVII 0 88442 225772 2026-08-27T11:02:37Z Havang(nl) 4330 Nieuwe pagina aangemaakt met '<pages index="Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf" from=541 to=571 header=1 />' 225772 wikitext text/x-wiki <pages index="Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf" from=541 to=571 header=1 /> 1svr6ujyvfecvmkttmoss3fnjno9elf Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/573 104 88443 225773 2026-08-27T11:29:06Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225773 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| !Brontekst !Vertaling |- |valign=top| {{c|{{xxxx-larger|'''LI ROMANS'''}}<br>{{larger|'''DE'''}}<br>{{xx-larger|'''BAUDUIN DE SEBOURC.'''}}}} {{lijn|5em}} {{c|{{larger|'''CHANT XVIII.'''}}}} {{dhr|1.5em}} <poem> ORcommenche chanson c’on doit autorisier Et sus toutes histoires honnorer et prisier ; Ch’est d’armes et d’amours, et de main chevalier Qui outre mer alèrent le mort de Dieu vengier. Seignour, or entendés, france gent honnerée, Glorieuse chanson bien faite et bien ditée : Cheste hystoire, seignour, vous sera raportée Sus le roy Baudewin qui tant ot renommée, Le frère Godefroi de Buillon, la lozée. Et puis de Baudewin, à le brache quarrée, Qu’à Sebourc fu nouris, en la tour garitée ; Comment de Surie ot la teste couronnée, Qui vers Salehadin fist mainte grant mellée ; Ensi con vous orrés, s’il vous plaist et agrée. Tout droit à Albeville, celle ville loée, Furent les trois roïnes et lor gent, à durée. Esmerés i tint court moult noble, la journée, ·viij· jours i reposa, ch’est vérités prouvée ; Et puis s’en départi, à bannière levée. Mais ains qu’il eslongassent ·vij· liewes la contrée, Encontra, Esmerés qui tant ot renommée, ·xm· saudoïers, ou fons d’une valée : Adont a Esmerés sa maisnie ordenée Et s’aparella bien pour atendre mellée, Et disioit bonne gent, aïés vraie pensée, </poem> |valign=top| {{c|{{xxxx-larger|'''DE ROMANS'''}}<br>'''VAN'''<br>{{xx-larger|'''BAUDEWIJN VAN SEBOURG.'''}}}} {{lijn|5em}} {{c|{{larger|'''ZANG XVIII.'''}}}} {{dhr|0.5em}} <poem> Nu begint een lied dat men moet erkennen, En boven alle geschiedenissen moet eren en prijzen; Het gaat over wapens en liefde, en over menig ridder Die overzee trokken om de dood van God te wreken. Heren, luister nu, geëerd en edel volk, Aan een roemrijk lied, welgemaakt en welgedicht: Deze geschiedenis, heren, zal aan u worden overgeleverd Over koning Boudewijn die zo grote faam genoot, De broer van Godfried van Bouillon, de geprezene. En dan over Boudewijn met de krachtige armen, 10 Die in Sebourc werd opgevoed, in de versterkte toren; Hoe zijn hoofd gekroond werd met de kroon van Syrië, Hij die tegen Saladin menig groot gevecht leverde; Zoals u zult horen, als het u behaagt en aanstaat. Rechtstreeks naar Abbeville, die geprezen stad, Trokken de drie koninginnen en hun lieden, voor geruime tijd. Esmeret hield daar een zeer nobel hof, die dag, Acht dagen rustte hij daar, dat is de bewezen waarheid; En toen vertrok hij, met opgeheven banier. Maar voordat zij zich zeven mijlen van de streek verwijderden, 20 Kwam Esmeret, die zo grote faam genoot, Tienduizend huursoldaten tegen, op de bodem van een vallei: Toen heeft Esmeret zijn manschappen opgesteld En maakte zich gereed om de strijd af te wachten, En zeide: "Goede lieden, houdt uw geest standvastig, </poem> |}<noinclude></noinclude> tael0tjb2xs8fn2ts8yex48xiy7e7v0 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/574 104 88444 225774 2026-08-27T11:30:42Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225774 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Et Diex nous aidera, qui fist chiel et rousée ! « Li roys nous griève à tort, par le Vierge salvée, « Si li en venra maus, ains que past li année. « Seignour, » dist Esmerés, « ne vous esmaïés mie, « Car Diex nous aidera, li fiex sainte Marie ! » Adont sé regarda : par une voie haucie Voit venir ·j· vassal tout soel, sans compaignie, N’ot hiaume ens ou chief, né armure vestie, Né blaison à son col, ni espée fourbie ; Ains venoit galopant le destrier de Hongrie. Quant Esmerés le voit, à ses barons escrie : « Seigneur, ne vous movės, ne faites envaïe, « Jusqu’à quant que j’arai me besongne establie « Et que sonner orrés ma buisine à bondie. « Es-vous ·j· chevalier, parmi le praiërie, « Qui n’est pas aprestés de faire l’estourmie ; « Devant les autres vint chevauchant par maistrie. « Avis m’est viestus est d’une cote partie ? « Encontre lui irai, or ne vous mouwės mie. » Dont brocha le chavael, des esporons l’aigrie ; Contre son oncle va, qu’il ne connissoit mie : Mais par tans savera qu’il est de sa lignie, Ensi que vous orres, sé ma vois est oïe. Quant li ·ij· chevalier sont ensamble venu, Esmerés s’escria : « chevalier, qui es-tu ? « Comme tu as le corps grant et lonc et corsu ! « S’as le barbe plus blanche c’onkes nège ne fu. « Hallés estes et noirs plus que carbons de feu, « Je croi que li conpains estes à Bregibu ? « N’est hons, s’il vous regarde, n’ait le coer esperdu. » Et li vassaus respont, qui le vis ot barbu : « Amis, je sui ·j· hons qui maint mal a éu ! « Il a ·xxviij· ans n’ous le corps desvestu, « Que adès tout je n’aie en mon hauberc géu. « En prison et en charcre m’ont li païen tenu ; </poem> |valign=top| <poem> “ En God zal ons helpen, die hemel en dauw schiep! “ De koning doet ons ten onrechte kwaad, bij de gezegende Maagd, “ Dus zal hem onheil overkomen, nog voor het jaar voorbij is. “ Heren, “ zei Esmeret, “ wees geenszins bevreesd, “ Want God zal ons helpen, de zoon van de heilige Maria! “ 30 Toen keek hij om zich heen: op een verhoogde weg Ziet hij een vazal komen, helemaal alleen, zonder gezelschap, Hij had geen helm op het hoofd, noch een harnas aan, Noch een schild om zijn hals, noch een geslepen zwaard; Maar hij kwam aanrijden in galop op een Hongaars strijdpaard. Toen Esmeret hem zag, riep hij naar zijn baronnen: “ Heren, beweeg niet en zet de aanval niet in, “ Totdat ik mijn zaken op orde heb gebracht “ En u mijn krijgstrompet luid hoort schallen. “ Ziehier een ridder, te midden van de weide, 40 “ Die er niet op gekleed is om de strijd aan te gaan; “ Vóór de anderen uit kwam hij met groot meesterschap aanrijden. “ Het schijnt mij toe dat hij gekleed is in een tweekleurig gewaad? “ Tegemoet zal ik hem gaan, beweeg u nu vooral niet. “ Toen spoorde hij het paard aan, met de sporen hitste hij het op; Hij gaat zijn oom tegemoet, die hij hoegenaamd niet kende: Maar weldra zal hij vernemen dat hij van zijn bloedlijn is, Zoals u zult horen, als mijn stem wordt aanhoord. Toen de twee ridders bij elkaar waren gekomen, Riep Esmeret: “ Ridder, wie ben jij? 50 “ Wat heb jij een groot, lang en robuust lichaam! “ En je hebt een baard die witter is dan er ooit sneeuw is geweest. “ Gebrand ben je en zwarter dan vurige kolen, “ Ik geloof dat jij de metgezel bent van Bregibu? “ Er is geen mens, als hij je aankijkt, die niet een angstig hart krijgt. “ En de vazal, die het baardige gezicht had, antwoordt: “ Vriend, ik ben een man die veel onheil heeft gekend! “ Het is al achtentwintig jaar dat ik mijn lichaam niet heb ontkleed, “ Zonder dat ik telkens in mijn maliënkolder heb geslapen. “ In gevangenis en kerker hebben de heidenen mij gevangengehouden; 60 </poem> |}<noinclude></noinclude> 56zc4hsjakg60c3gl8p16cf1md4varg Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/575 104 88445 225775 2026-08-27T11:32:03Z Havang(nl) 4330 niet proefgelezen 225775 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Jou ai maint mal souffert pour l’amour de Jhésu. « Or me dites, amis, apaisiés mon argu, « Sont tout li enfant Rose mort et à fin venu ? » « Nennil, » dist Esmerés, au corage esléu, « Li doy sont en prison, à Paris, retenu ; « Et je en sui li tiers que chi m’avés véu. » Quant li vassaus l’entent, onques si liés n’en fu ! Douchement l’acola et li fist biau salu, Et li dist : « chiers neveus, par Die c’on ot vendu, « Vé-chi vostre chier oncle, vostre ami et vous dru. « Biaus niés, » dist li vassaus, « vous ne me ravisés ? « Vou pères proprement fu mes frères carnés, « Baudewins de Biauvais sui par non appelés. « Je revieng d’outre-mer où j’ai esté assés : « Avoec Pièron-l’ermite i fu jadis passés ; « Au mont de Chivetot, là, fu desbaretés. « Corborans d’Oliferne, li forsi roys couronnés, « Me tient en sa prison longuement et assés ; « Mais Rikars de Cammont, li chevaliers doubtés, « Deusconfi, par son corps, les ·ij· païens armés, « Par dedens Sormasane dont bonne est la chitės ; « Chuis poins nous délivra et ot de mort sauvés : « Car de traïson fu Corbarans encoupés, « Dont Rikars l’en geta, qui à Cammont fu nés. « Puis m’avient, à retour, que je me fu mellés « Contre ·j· fellon serpent qui tant fu redoubtés, « Sus le mont de Tigris ; leus que je fu montés, « Le chief de vostre père i recognus assés « Et si trouvai le corps qui estoet dévourés. « Dit me fu, ou Sépulcre, que Gaufrois, li dervés, « Le vendi au païens ; dont je fu moult irés ! « Si que pour lui vengier, dechà mer sui passés ; « S’ai lassiet Godefroi qui est roys couronés « Du temple Salomon où Dieu fu couronnés. « Si vous prie, biaus niés, pour Dieu que m’acolés ! </poem> |valign=top| <poem> “ Ik heb menig leed geleden om de liefde voor Jezus. “ Zeg mij nu, vrienden, en verzacht mijn kwelling, “ Zijn alle kinderen van Rose dood en aan hun einde gekomen? “ “ Welnee, “ zei Esmeret, met zijn verheven moed, “ Twee van hen worden in de gevangenis, te Parijs, vastgehouden; “ En ik ben de derde die u hier voor u ziet. “ Wanneer de edelman dit hoort, is hij nog nooit zo blij geweest! Liefdevol omhelsde hij hem en groette hem hartelijk, En zei tegen hem: “ Lieve neef, bij de God die ooit werd verkocht, “ Ziehier uw geliefde oom, uw vriend en uw vertrouweling. 70 “ Lieve neef, “ zei de edelman, “ herkent u mij niet? “ Uw eigen vader was mijn broeder van vlees en bloed, “ Boudewijn van Beauvais word ik bij name genoemd. “ Ik keer terug van overzee, waar ik lange tijd ben geweest: “ Met Pieter de Kluizenaar ben ik daar destijds overgestoken; “ Bij de berg van Civetot werd de strijd daar verloren. “ Corbaran van Oliferne, de machtige gekroonde koning, “ Hield mij zeer lang vast in zijn gevangenis; “ Maar Rikard van Camont, de geduchte ridder, “ Versloeg, in eigen persoon, de twee gewapende heidenen, 80 “ Binnen Sormasane, een stad die goed en edel is; “ Dit moment bevrijdde ons en behoedde ons voor de dood: “ Want Corbaran werd beschuldigd van verraad, “ Waaruit Rikard hem redde, die in Camont was geboren. “ Daarna overkwam het mij, op de terugweg, dat ik slaags raakte “ Tegen een wrede slang die zozeer werd gevreesd, “ Op de berg van Tigris; zodra ik daarop was geklommen, “ Herkende ik het hoofd van uw vader heel duidelijk “ En ik vond het lichaam dat daar was verscheurd. “ Mij werd verteld, bij het Heilig Graf, dat Godfried de krankzinnige 90 “ Hem aan de heidenen had verkocht; waarover ik zeer toornig was! “ Zodat ik, om hem te wreken, naar deze kant van de zee ben overgestoken; “ En ik heb Godfried achtergelaten, die de gekroonde koning is “ Van de tempel van Salomo, waar God werd gekroond. “ Dus ik bid u, lieve neef, om Gods wil, omhels mij! “ </poem> |}<noinclude></noinclude> p8bbt4ljzyzw78j7cwgvbwiirysw86h