Wikisource
nlwikisource
https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina
MediaWiki 1.47.0-wmf.17
first-letter
Media
Speciaal
Overleg
Gebruiker
Overleg gebruiker
Wikisource
Overleg Wikisource
Bestand
Overleg bestand
MediaWiki
Overleg MediaWiki
Sjabloon
Overleg sjabloon
Help
Overleg help
Categorie
Overleg categorie
Hoofdportaal
Overleg hoofdportaal
Auteur
Overleg auteur
Pagina
Overleg pagina
Index
Overleg index
TimedText
TimedText talk
Module
Overleg module
Event
Event talk
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo
100
34760
225939
225699
2026-08-28T18:26:08Z
Vincent Steenberg
280
bronnen toegevoegd/verplaatst
225939
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Nederlandse schilderkunst;<br>Barok en Rococo<br>(ca. 1600-ca. 1750)
| afbeelding = Rembrandt-Belsazar.jpg
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Nederlandse schilderkunst uit de periode ca. 1600 tot ca. 1750.
| artikelwikipedia =
}}
== Algemeen ==
=== Tentoonstellingen ===
;1767
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
;1933
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;1935
*''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p. 3.
**Anoniem (21 juni 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35334/Avondblad/Het Rijksmuseum leent aan Boymans|‘Het Rijksmuseum leent aan Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 13.
**Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p. 3.
== Algemene geschiedenis van de Nederlandse schilderkunst uit de barok en rococo ==
*Houbraken, Arnold (1718-1721) ''[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen]]'', Amsterdam: [s.n.]
== Bijzondere onderwerpen ==
;Aelst, Evert van (1602-1657)
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Evert en Willem van Aelst|"Evert van Aelst […] Willem van Aelst"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 228-230.
;Aldewereld, Herman van (1628/1629-1669)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Anthonisz., Aert
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Asch, Pieter van
*Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Pieter Janze van Asch|"Pieter Janze van Asch"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 235-236.
;Assen, Jan van (ca. 1635-1695/1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236, met name 236.
;Baen, Jacobus de (1673-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Baan|“Jan de Baan”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 303-324, met name 314.
;Ban, Gerbrand
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Beck, David (1621-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/David Beck|“David Beck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 83-87.
;Beelt, Cornelis (voor 1612-na 1664)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Bemmel, Jacob Gerritsz. van
*Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (Joost van)|“Bemmel. (Joost van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p. 73.
;Bemmel, Willem van (1630-1708)
*Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (van)|“Bemmel. (van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p. 72-73.
;Bergh, Matthijs van den (1618-1687)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathys vanden Berg|“Mathys vanden Berg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 15-16.
;Bisschop, Abraham (1670-1729/1730)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Abraham Bisschop|“Abraham [Bisschop]”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 222-223.
;Bisschop, Jacobus (1658-1704)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakobus Bisschop|“Jakobus Bisschop”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 222.
;Bisschop, Cornelis (1630-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Bisschop|“Kornelis Bisschop”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 220-222.
;Blanckerhoff, Jan Theunisz. (1628-1669)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Teunisz. Blankhof|“Jan Teunisz. Blankhof”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 198-200.
;Boone, Daniël (1630/1631-1692)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Borssom, Anthonie van
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Bos, Jasper van den (1634-na 1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gasper vanden Bos|“Gasper vanden Bos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 328-329.
;Bray, Jan de
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
*''Tentoonstelling Bijbelsche Kunst'', Rijksmuseum, Amsterdam, 8 juli-8 oktober 1939.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1939) ‘Bijbelsche kunst in het Rijksmuseum’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Breenbergh, Bartholomeus (1598-1657)
*[Nederlandse Meesters], Hôtel Maréchal de Turenne, Den Haag, 9-17 februari 1840, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (12 februari 1840) [[Algemeen Handelsblad/1840/Nummer 2580/Berigt aan Kunstvrienden|‘Berigt aan Kunstvrienden [advertentie]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Brekelenkam, Quiringh van (1622/30-1669/1670)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Brisé, Cornelis (ca. 1622-ca. 1670)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Brize|“Kornelis Brize”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 341-342.
;Buytewech, Willem (I) (1591/1592-1624)
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Carrée, Michiel (1657-1727)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Claesz., Pieter (1597/1598-1661)
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Codde, Pieter
*''Catalogue tableaux anciens, porcelaines diverses, beau meuble Boulle - collection du Baron Liphart-Rathshoff à Dorpat; argenterie interessante, chales, tapis persans, porcelaines emaillées, meubles - provenances diverses'' [veilingcat.], A. Mak, Amsterdam, 11-13 oktober 1921.<br>Aankondigingen:
**Anoniem (29 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 270/Avondblad/De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden|‘De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden [...]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Compe, Jan ten
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Croos, Anthonie van (1606/1607-1662)
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Cuylenborch, Abraham van (I)
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Delff, Jacob Willemsz. (II) (1619-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Delff|“Jakob Delff”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 56-57.
;Diepraam, Arent (1622-1670)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Does, Jacob van der (I) (1623-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob vander Does|“Jakob vander Does”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 105-108.
;Donker, Jan
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 93.
;Donker, Pieter (ca. 1635-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 93.
;Doomer, Lambert (1624-1700)
*''Kaarten, profielen en panorama’s van Amsterdam'', Museum Fodor, Amsterdam, 10 september-27 november 1932.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (1 oktober 1932) [[De Locomotief/Jaargang 81/Nummer 228/Amsterdam in Vroeger Eeuwen|‘Amsterdam in Vroeger Eeuwen. Eene belangwekkende tentoonstelling’]], ''De Locomotief'', Vijfde Blad, [p. 2].
;Doudijns, Willem (1630-1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Doudyns|“Willem Doudyns”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 234-235.
;Drielenburg, Willem van (1632-1677)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem van Drillenburg|“Willem van Drillenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 147-153.
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Droochsloot, Cornelis
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Druyvestein, Aart Jansz. (1577-1627)
*Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Aart Janze Druivestein|"Aart Janze Druivestein"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 60-61.
;Dubbels, Hendrick Jacobsz.
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''’t Is Winter'', Amsterdams Historisch Museum, Amsterdam, ....-2 maart 1987, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Jan Bart Klaster (14 januari 1987) ‘Moralistisch lesje in pretverpakking. Het verdwenen Amsterdam op wintertaferelen’, ''Het Parool'', uit en thuis, p. 6.
;Duck, Jacob
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Duif, Jan Ariens (1617-1649)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Dullaert, Heyman
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Duynen, Isaac van
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Eeckhout, Gerbrand van den (1621-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerbrant vanden Eekhout|“Gerbrant vanden Eekhout”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 100-101.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Esselens, Jacob (1626-1687)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Everdingen, Allaert van (1617-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Aldert van Everdingen|“Aldert van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 95-96.
;Everdingen, Caesar van (1616/1617-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Cesar van Everdingen|“Cesar van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 94-95.
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Everdingen, Jan (I) (ca. 1618/1620-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Everdingen|“Jan van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 95.
;Fabritius, Barent
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Fromantiou, Hendrick de (1633/1634-na 1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Uilenburg|“Gerard Uilenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 293-303, met name 294-296.
*Anoniem (3 april 1937) [[De Telegraaf/Jaargang 45/Nummer 16746/Avondblad/Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur|‘Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur. Groot was de invloed van Louise van Oranje. Uiteindelijk is niet veel meer van dit alles te merken’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p. 5.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Gael, Barent (1630/1635-1698)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Gaesbeeck, Adriaen van
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Gallis, Pieter (1633-1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Gallis|“Pieter Gallis”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 328.
;Geel, Jacob van
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Giselaer, Nicolaes de
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Gool, Jan van
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Graat, Barent (1628-1709)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Barent Graat|“Barent Graat”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 200-209.
;Graauw, Hendrik (1627-1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Graauw|“Hendrik Graauw”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 189-191.
;Grasdorp, Willem
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Grebber, Anthonie Claesz. de
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Grebber, Pieter de (ca. 1600-1652/1653)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122.
;Groot, Jan de (1650-1726)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Groot|“Jan de Groot”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 58.
;Hackaert, Jan
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Halen, Arnoud van (1673-1732)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262, met name 262.
;Hals, Dirck (1591-1656)
*''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p. 1.
*Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Hals, Frans (II) (1618-1669)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Hals, Harmen
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Hannot, Johannes
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Heck, Claes Jacobsz. van der (ca. 1575/ca. 1581-1652)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Nicolaas vander Hek|“Nicolaas vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 7-8.
;Heck, Marten Heemskerck van der (ca. 1607-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Marten Heemskerk vander Hek|“Marten Heemskerk vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 8.
;Heem, Jan Davidsz. de (1606-1684)
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Heer, Margareta de (voor 1603-voor 1665)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Helmbreker, Dirck (1633-1696)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Theodoor Helmbreker|“Theodoor Helmbreker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 108-109.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Heusch, Willem de
*''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p. 1.
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Heyden, Jan van der (1637-1712)
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Hillegaert, Paulus van (I) (1596-1640)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Holsteyn, Pieter (II) (ca. 1614-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 124-125.
;Hondecoeter, Gijsbert Gillisz. de
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*Anoniem (9 oktober 1928) [[De Maasbode/Jaargang 61/Nummer 22102/Ochtendblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Het jaarverslag’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, derde blad, [p. 1].
;Hondecoeter, Gillis Claesz. de (ca. 1575-1638)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*D.L. (1853) [[Album der Natuur/1853/Nieuwe afbeelding Dodo, Lubach|‘Over eene nieuw ontdekte afbeelding van den Dodo’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p. 255.
;Hoogstraten, Jan van (1629/1630-1654)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 155-170, met name 168-170.
;Hoogstraten, Samuel van (1627-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 155-170.
;Houbraken, Arnold
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Huijsum, Jan van (1682-1749)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*Anoniem (4 juni 1930) [[De Telegraaf/Jaargang 38/Nummer 14271/Avondblad/Hooge prijzen bij Christie|‘Hooge prijzen bij Christie’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Jacobsz., Jurriaan (1624-1685)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan Jakobze|“Juriaan Jakobze”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 49-50.
;Janssens van Ceulen, Cornelis (1593-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Janson van Keulen|“Janson van Keulen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 224-225.
;Jongh, Ludolph de
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ludolf de Jong|“Ludolf de Jong”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 32-34.
;Jonson van Ceulen, Cornelis (I)
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Jordaens, Hans (IV) (1616-1680)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hans Jordaans|“Hans Jordaans”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 28-30.
;Kabel, Adriaen van der (1630/1631-1705)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236.
;Kabel, Engel van der (1640/1641-1696)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236.
;Keirincx, Alexander (1600-1652)
*Houbraken, Arn. van (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Alexander Kierings|"Alexander Kierings"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 130.
;Kick, Cornelis (1634-1681)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Kik|“Kornelis Kik”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 333-334.
;Klomp, Albert Jansz.
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Knijff, Wouter (1605/1607-1694)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Koninck, Philips (1619-1688)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philips de Koning|“Philips de Koning”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 53-55.
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Koninck, Salomon (1609-1656)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Kraanevelt, N. (....-voor 1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/N. Kraanevelt|“N. Kraanevelt”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Laer, Roeland van (1598-1635/1640)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 124.
;Latombe, Abraham (1597-na 1628)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Latombe|“Latombe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 27-28.
;Leemans, Anthonie (1631-1671/1673)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Lely, Peter
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Leveck, Jacobus (1634-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Lavecq|“Jakob Lavecq”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 153-155.
;Leyster, Judith
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Lisse, Dirck van der
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Lundens, Gerrit (1622-1686)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Luttichuys, Isaack (1616-1673)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Man, Cornelis de (1621-1706)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis de Man|“Kornelis de Man”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 99-100.
;Marienhof, Aert Jansz. (ca. 1626-1654)
*Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p. 6].
;Martens de Jonge, Jan
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Meerkerk, Dirk (1602 of 1620-na 1660)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Dirk Meerkerk|“Dirk Meerkerk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 91-92.
;Meijer, Hendrick de (ca. 1620-na 1689)
*Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Aanwinsten in het Haagsch Museum|‘Aanwinsten in het Haagsch Museum’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
;Menton, Frans (ca. 1545-1615)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frans Menton|“Frans Menton”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 15.
;Meyburgh, Bartholomeus (1628-ca. 1708)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262.
;Mieris, Willem van
[[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]]
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Mijtens, Johannes (ca. 1614-1670)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Molenaer, Klaes
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Mommers, Hendrick (1619/1620-1693)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Moor, Carel de (II) (1655-1738)
*''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Moucheron, Frederik de (1633-1686)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frederik de Moucheron|“Frederik de Moucheron”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 327-328.
;Moucheron, Isaac de (1667-1744)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Uilenburg|“Gerard Uilenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 293-303, met name 297-298.
;Murant, Emanuel (1622-ca. 1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Emanuel Murant|“Emanuel Murant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102.
;Nedek, Pieter Pietersz. (1617-na 1692)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Pieterze Nedek|“Pieter Pieterze Nedek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 27.
;Neer, Eglon van der
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Netscher, Caspar (1639-1684)
*Havelaar, Just (7 september 1921) [[Het Vaderland/Jaargang 53/7 september 1921/Avondblad/Collectie Van Maanen|‘Collectie Van Maanen’]], ''Het Vaderland'', Avondblad B, p. 2.
;Netscher, Constantijn
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Nickelen, Isaak van (1632/1633-1703)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Nieulandt, Adriaen van (ca. 1586-1658)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adriaan Nieulant|"Adriaan Nieulant"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 42-43.
;Oosterwijck, Maria van
*Bosboom-Toussaint, A.L.G. (1862) ''De bloemschilderes Maria van Oosterwijk'', Leiden: A.W. Sythoff.
*Bredius, A. (1935) ‘Archiefsprokkelingen. Een en ander over Maria van Oosterwijck, “vermaert Konstschilderesse”’, ''Oud Holland'', jrg. 52, p. 180-182.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Maria van Oosterwyk|“Maria van Oosterwyk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 214-216.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Geertje Pieters|“Geertje Pieters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 216-218.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Oostfries, Catharina (ca. 1636-1708)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Katarina Oostfries|“Katarina Oostfries”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 209.
;Ossenbeeck, Jan van (ca. 1624-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ossenbek|“Ossenbek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 170-171.
;Pape, Abraham de (ca. 1620-1666)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Pardanus, Abraham (1673-1744)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Paulusz., Zacharias (ca. 1580-1648)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Zacharias Paulusz.|“Zacharias Paulusz.”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 55-56.
;Pierson, Christoffel (1631-1714)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262.
;Pijnacker, Adam (1620/1622-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adam Pynaker|“Adam Pynaker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 96-99.
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Poel, Egbert Lievensz. van der (1621-1664)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Poorter, Willem de (1608-na 1648)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Post, Frans
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*''Annual autumn exhibition of paintings by old Dutch and Flemish masters'', Alfred Brod Galerie, Londen, 5 oktober-4 november 1961.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (13 oktober 1961) ‘Londense expositie van oude meesters’, ''Het Parool'', p. 17.
;Pot, Hendrik Gerritsz. (1580/1581-1657)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 123.
;Puytlinck, Christoffel
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Ravesteyn, Jan van (ca. 1572-1657)
[[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]]
*''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p. 1.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Roestraeten, Pieter van (1630-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Roestraten|“Roestraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 191-192.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Romeyn, Willem
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Rotius, Jan Albertsz. (1624-1666)
*Anoniem (7 juni 1898) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 232/Nummer 131/Men meldt ons uit Amsterdam|‘Men meldt ons uit Amsterdam: [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Eerste Blad, [p. 2].
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Albertsz. Roodtseus|“Jan Albertsz. Roodtseus”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 11-12.
;Ruysch, Rachel
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Saftleven, Cornelis
*Anoniem (8 november 1905) [[Het Nieuws van den Dag/1905/Nummer 10999/Wetenschap en kunst|‘Wetenschap en kunst’]], ''Het Nieuws van den Dag'', p. 15.
;Sant-Acker, Frans (''fl''. 1648-1668)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Santvoort, Dirck Dircksz. (1604-1635)
*''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen:
**Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Savoyen, Carel van (1618-1665)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel van Savoyen|“Karel van Savoyen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 53.
;Schagen, Gillis (1616-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gillis Schagen|“Gillis Schagen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 30-32.
;Schellinks, Daniël (1627-1701)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273, met name 273.
;Schellinks, Willem (1623-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273.
;Seghers, Hercules
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hercules Segers|“Hercules Segers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 136-137.
*''Hercules Seghers. Omstreeks 1590-omstreeks 1640'', ’s Rijks Prentenkabinet, Amsterdam, 1 april-30 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Prentenkabinet Hercules Seghers|‘Prentenkabinet: Hercules Seghers’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 6.
;Sorgh, Hendrick Martensz. (ca. 1611-1670)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh|“Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 89-90.
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Stap, Jan Woutersz. genaamd
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Staveren, Jan Adriaensz. van
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Streek, Hendrik van (1659-1720)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan van Streek|“Juriaan van Streek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 290-292, met name 292.
;Stoop, Dirk
*''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p. 1.
;Storck, Abraham
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Storck, Jacobus
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Swart, Pieter
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Sweel, Jan van (''fl''. 1673-1676)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Baan|“Jan de Baan”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 303-324, met name 312.
;Tempel, Abraham van den
*''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Troost, Cornelis
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Tulden, Theodoor van
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Vaillant, Andries (1655-1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Vaillant, Bernard (1632-1698)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Vaillant, Jacques (1643-1691)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273, met name 266.
;Vaillant, Wallerant (1623-1677)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Valkenburg, Dirk
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Velde, Jan van de (III) (1620-1662)
*Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Venne, Pieter van de
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Verbeeck, Cornelis (ca. 1590-na 1637)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 123.
;Verbijl, Jan Govertsz. (1634-1690)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Verboom, Adriaen Hendriksz. (1627/1628-1673)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Verdoel, Adriaen (I) (1623-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adriaan Verdoel|“Adriaan Verdoel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 57-58.
;Verkolje, Nicolaas (1673-1746)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Verschuring, Willem (1660-1726)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Wilhelm Verschuring|“Wilhelm Verschuring”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 196.
;Verspronck, Johannes Cornelisz. (1600/1603-1662)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122-123.
;Verwilt, François
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Victors, Jan
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 34995/Avondblad/Tentoonstelling in "Arti"|‘Tentoonstelling in „Arti”. Italianisanten uit de 16de en 17de eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Vinne, Vincent Laurensz. van der (I) (1628-1702)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vincent vander Vinne|“Vincent vander Vinne”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 210-214.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Vliet, Hendrick van (1611/1612-1675)
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
*Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p. 6].
;Vois, Ary de
*''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen:
**Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
;Voort, Cornelis van der
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Vrel, Jacob
*''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p. 3.
**Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p. 3.
;Waben, Jacobus (ca. 1575-ca. 1641)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jaques Wabbe|“Jaques Wabbe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 10-11.
;Waes, Aert van (ca. 1620-1664)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Waldcapelle, Jacob van (1644-1727)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Kik|“Kornelis Kik”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 333-334, met name 334.
;Waterloo, Anthonie (1609-1690)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoni Waterloo|“Antoni Waterloo”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 51.
;Werff, Adriaen van der (1659-1722)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Wieringa, Harmen Willems
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Wieringen, Cornelis Claesz. (1577-1633)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122.
;Wilkens, Theodoor (ca. 1690-1748)
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Willaerts, Adam (1577-1664)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adam Willaarts|"Adam Willaarts"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 60.
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Willaerts, Cornelis
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Wit, Jacob de
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Withoos, Alida (ca. 1661/1662-1730)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 188.
;Withoos, Frans
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 189.
;Withoos, Johannes (1648-ca. 1688)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 188.
;Withoos, Matthias (1627-1703)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189.
;Withoos, Pieter (ca. 1657-1692)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 189.
;Wittel, Caspar van (1653-1736)
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Worst, Jan (....-na 1686)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Worst|“Jan Worst”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 147.
;Wouwerman, Jan (1629-1666)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philip Wouwerman|“Philip Wouwerman”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 69-76, met name 76.
;Wyck, Jan (1652-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Tomas Wyk|“Tomas Wyk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 16-18.
;Wyntges, Geertje (1636-1712)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Geertje Pieters|“Geertje Pieters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 216-218.
;Zijl, Gerard Pietersz. van (ca. 1607-1665)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Pieterze van Zyl|“Gerard Pieterze van Zyl”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 225-233.
;Zuylen, J. Hendricksz. van (''fl''. 1644)
*Anoniem (7 december 1931) [[De Maasbode/Jaargang 64/Nummer 24049/Avondblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Nieuwe aanwinsten’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p. 6.
;Overige onderwerpen
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem van Aelst|Willem van Aelst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Arent Arentsz. genaamd Cabel|Arent Arentsz. genaamd Cabel]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Asselijn|Jan Asselijn]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Balthasar van der Ast|Balthasar van der Ast]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Justus van Attevelt|Justus van Attevelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick Avercamp|Hendrick Avercamp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Dirck van Baburen|Dirck van Baburen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan de Baen|Jan de Baen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ludolf Bakhuizen|Ludolf Bakhuizen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Beerstraaten|Anthonie Beerstraaten]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Abrahamsz. Beerstraaten|Jan Abrahamsz. Beerstraaten]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Sybrand van Beest|Sybrand van Beest]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis Bega|Cornelis Bega]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Abraham Begeyn|Abraham Begeyn]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham van Beijeren|Abraham van Beijeren]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Berchem|Nicolaes Berchem]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerrit Berckheyde|Gerrit Berckheyde]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Job Berckheyde|Job Berckheyde]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Dirck van Bergen|Dirck van Bergen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Bijlert|Jan van Bijlert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham Bloemaert|Abraham Bloemaert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Bloemaert|Adriaen Bloemaert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick Bloemaert|Hendrick Bloemaert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ferdinand Bol|Ferdinand Bol]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Bor|Paulus Bor]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard ter Borch (II)|Gerard ter Borch (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Andries Both|Andries Both]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Both|Jan Both]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Richard Brakenburg|Richard Brakenburg]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Leonaert Bramer|Leonaert Bramer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Elias van den Broeck|Elias van den Broeck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick ter Brugghen|Hendrick ter Brugghen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aelbert Cuyp|Aelbert Cuyp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Benjamin Cuyp|Benjamin Cuyp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Simon van der Does|Simon van der Does]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard Dou|Gerard Dou]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Joost Cornelisz. Droochsloot|Joost Cornelisz. Droochsloot]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Carel Fabritius|Carel Fabritius]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Feddes van Harlingen|Pieter Feddes van Harlingen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Govert Flinck|Govert Flinck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Wybrand de Geest|Wybrand de Geest]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Arent de Gelder|Arent de Gelder]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Gillig|Jacob Gillig]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Goyen|Jan van Goyen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans Hals|Frans Hals]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Hanneman|Adriaen Hanneman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Willem Claesz. Heda|Willem Claesz. Heda]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis de Heem|Cornelis de Heem]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Bartholomeus van der Helst|Bartholomeus van der Helst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Meindert Hobbema|Meindert Hobbema]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Melchior d'Hondecoeter|Melchior d'Hondecoeter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard van Honthorst|Gerard van Honthorst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Pieter de Hooch|Pieter de Hooch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan van Huchtenburg|Jan van Huchtenburg]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Karel du Jardin|Karel du Jardin]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem Kalf|Willem Kalf]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard de Lairesse|Gerard de Lairesse]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Lastman|Pieter Lastman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Hendrik van Limborch|Hendrik van Limborch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Lingelbach|Johannes Lingelbach]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Maes|Nicolaes Maes]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gabriël Metsu|Gabriël Metsu]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Michiel van Mierevelt|Michiel van Mierevelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans van Mieris (I)|Frans van Mieris (I)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Miense Molenaer|Jan Miense Molenaer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Matthijs Naiveu|Matthijs Naiveu]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aert van der Neer|Aert van der Neer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Ochtervelt|Jacob Ochtervelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van Ostade|Adriaen van Ostade]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Isaac van Ostade|Isaac van Ostade]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Palamedesz.|Anthonie Palamedesz.]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis van Poelenburch|Cornelis van Poelenburch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Potter|Paulus Potter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Potter|Pieter Potter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Rembrandt|Rembrandt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van Ruisdael|Jacob van Ruisdael]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Salomon van Ruysdael|Salomon van Ruysdael]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Saenredam|Pieter Saenredam]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Herman Saftleven|Herman Saftleven]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Roelant Savery|Roelant Savery]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Steen|Jan Steen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Juriaan van Streek|Juriaan van Streek]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Torrentius|Johannes Torrentius]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van der Ulft|Jacob van der Ulft]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Velde|Adriaen van de Velde]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem van de Velde (II)|Willem van de Velde (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Venne|Adriaen van de Venne]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Vermeer|Johannes Vermeer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrik Verschuring|Hendrik Verschuring]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Simon de Vlieger|Simon de Vlieger]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Weenix|Jan Weenix]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Baptist Weenix|Jan Baptist Weenix]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Thomas Wijck|Thomas Wijck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Wijnants|Jan Wijnants]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Emanuel de Witte|Emanuel de Witte]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Philips Wouwerman|Philips Wouwerman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Wouwerman (II)|Pieter Wouwerman (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Joachim Wtewael|Joachim Wtewael]]
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
trujx9xiy1a7ooi5m8f0dz0zl9d0sch
225943
225939
2026-08-28T19:25:05Z
Vincent Steenberg
280
bronnen toegevoegd/verplaatst
225943
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Nederlandse schilderkunst;<br>Barok en Rococo<br>(ca. 1600-ca. 1750)
| afbeelding = Rembrandt-Belsazar.jpg
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Nederlandse schilderkunst uit de periode ca. 1600 tot ca. 1750.
| artikelwikipedia =
}}
== Algemeen ==
=== Tentoonstellingen ===
;1767
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
;1933
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;1935
*''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p. 3.
**Anoniem (21 juni 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35334/Avondblad/Het Rijksmuseum leent aan Boymans|‘Het Rijksmuseum leent aan Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 13.
**Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p. 3.
== Algemene geschiedenis van de Nederlandse schilderkunst uit de barok en rococo ==
*Houbraken, Arnold (1718-1721) ''[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen]]'', Amsterdam: [s.n.]
== Bijzondere onderwerpen ==
;Aelst, Evert van (1602-1657)
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Evert en Willem van Aelst|"Evert van Aelst […] Willem van Aelst"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 228-230.
;Aldewereld, Herman van (1628/1629-1669)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Anthonisz., Aert
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Asch, Pieter van
*Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Pieter Janze van Asch|"Pieter Janze van Asch"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 235-236.
;Assen, Jan van (ca. 1635-1695/1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236, met name 236.
;Baen, Jacobus de (1673-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Baan|“Jan de Baan”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 303-324, met name 314.
;Ban, Gerbrand
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Beck, David (1621-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/David Beck|“David Beck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 83-87.
;Beelt, Cornelis (voor 1612-na 1664)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Bemmel, Jacob Gerritsz. van
*Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (Joost van)|“Bemmel. (Joost van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p. 73.
;Bemmel, Willem van (1630-1708)
*Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (van)|“Bemmel. (van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p. 72-73.
;Bergh, Matthijs van den (1618-1687)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathys vanden Berg|“Mathys vanden Berg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 15-16.
;Bisschop, Abraham (1670-1729/1730)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Abraham Bisschop|“Abraham [Bisschop]”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 222-223.
;Bisschop, Jacobus (1658-1704)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakobus Bisschop|“Jakobus Bisschop”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 222.
;Bisschop, Cornelis (1630-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Bisschop|“Kornelis Bisschop”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 220-222.
;Blanckerhoff, Jan Theunisz. (1628-1669)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Teunisz. Blankhof|“Jan Teunisz. Blankhof”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 198-200.
;Bleker, Dirck (ca. 1621-voor 1702)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Blekers|“... Blekers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 342-343.
;Boone, Daniël (1630/1631-1692)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Borssom, Anthonie van
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Bos, Jasper van den (1634-na 1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gasper vanden Bos|“Gasper vanden Bos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 328-329.
;Bray, Jan de
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
*''Tentoonstelling Bijbelsche Kunst'', Rijksmuseum, Amsterdam, 8 juli-8 oktober 1939.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1939) ‘Bijbelsche kunst in het Rijksmuseum’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Brekelenkam, Quiringh van (1622/30-1669/1670)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Brisé, Cornelis (ca. 1622-ca. 1670)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Brize|“Kornelis Brize”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 341-342.
;Buytewech, Willem (I) (1591/1592-1624)
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Carrée, Michiel (1657-1727)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Claesz., Pieter (1597/1598-1661)
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Codde, Pieter
*''Catalogue tableaux anciens, porcelaines diverses, beau meuble Boulle - collection du Baron Liphart-Rathshoff à Dorpat; argenterie interessante, chales, tapis persans, porcelaines emaillées, meubles - provenances diverses'' [veilingcat.], A. Mak, Amsterdam, 11-13 oktober 1921.<br>Aankondigingen:
**Anoniem (29 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 270/Avondblad/De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden|‘De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden [...]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Compe, Jan ten
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Croos, Anthonie van (1606/1607-1662)
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Cuylenborch, Abraham van (I)
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Delff, Jacob Willemsz. (II) (1619-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Delff|“Jakob Delff”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 56-57.
;Diepraam, Arent (1622-1670)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Does, Jacob van der (I) (1623-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob vander Does|“Jakob vander Does”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 105-108.
;Donker, Jan
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 93.
;Donker, Pieter (ca. 1635-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 93.
;Doomer, Lambert (1624-1700)
*''Kaarten, profielen en panorama’s van Amsterdam'', Museum Fodor, Amsterdam, 10 september-27 november 1932.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (1 oktober 1932) [[De Locomotief/Jaargang 81/Nummer 228/Amsterdam in Vroeger Eeuwen|‘Amsterdam in Vroeger Eeuwen. Eene belangwekkende tentoonstelling’]], ''De Locomotief'', Vijfde Blad, [p. 2].
;Doudijns, Willem (1630-1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Doudyns|“Willem Doudyns”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 234-235.
;Drielenburg, Willem van (1632-1677)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem van Drillenburg|“Willem van Drillenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 147-153.
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Droochsloot, Cornelis
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Druyvestein, Aart Jansz. (1577-1627)
*Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Aart Janze Druivestein|"Aart Janze Druivestein"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 60-61.
;Dubbels, Hendrick Jacobsz.
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''’t Is Winter'', Amsterdams Historisch Museum, Amsterdam, ....-2 maart 1987, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Jan Bart Klaster (14 januari 1987) ‘Moralistisch lesje in pretverpakking. Het verdwenen Amsterdam op wintertaferelen’, ''Het Parool'', uit en thuis, p. 6.
;Duck, Jacob
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Duif, Jan Ariens (1617-1649)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Dullaert, Heyman
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Duynen, Isaac van
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Eeckhout, Gerbrand van den (1621-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerbrant vanden Eekhout|“Gerbrant vanden Eekhout”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 100-101.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Esselens, Jacob (1626-1687)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Everdingen, Allaert van (1617-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Aldert van Everdingen|“Aldert van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 95-96.
;Everdingen, Caesar van (1616/1617-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Cesar van Everdingen|“Cesar van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 94-95.
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Everdingen, Jan (I) (ca. 1618/1620-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Everdingen|“Jan van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 95.
;Fabritius, Barent
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Fromantiou, Hendrick de (1633/1634-na 1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Uilenburg|“Gerard Uilenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 293-303, met name 294-296.
*Anoniem (3 april 1937) [[De Telegraaf/Jaargang 45/Nummer 16746/Avondblad/Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur|‘Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur. Groot was de invloed van Louise van Oranje. Uiteindelijk is niet veel meer van dit alles te merken’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p. 5.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Gael, Barent (1630/1635-1698)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Gaesbeeck, Adriaen van
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Gallis, Pieter (1633-1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Gallis|“Pieter Gallis”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 328.
;Geel, Jacob van
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Giselaer, Nicolaes de
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Gool, Jan van
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Graat, Barent (1628-1709)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Barent Graat|“Barent Graat”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 200-209.
;Graauw, Hendrik (1627-1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Graauw|“Hendrik Graauw”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 189-191.
;Grasdorp, Willem
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Grebber, Anthonie Claesz. de
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Grebber, Pieter de (ca. 1600-1652/1653)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122.
;Groot, Jan de (1650-1726)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Groot|“Jan de Groot”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 58.
;Hackaert, Jan
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Halen, Arnoud van (1673-1732)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262, met name 262.
;Hals, Dirck (1591-1656)
*''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p. 1.
*Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Hals, Frans (II) (1618-1669)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Hals, Harmen
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Hannot, Johannes
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Heck, Claes Jacobsz. van der (ca. 1575/ca. 1581-1652)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Nicolaas vander Hek|“Nicolaas vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 7-8.
;Heck, Marten Heemskerck van der (ca. 1607-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Marten Heemskerk vander Hek|“Marten Heemskerk vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 8.
;Heem, Jan Davidsz. de (1606-1684)
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Heer, Margareta de (voor 1603-voor 1665)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Helmbreker, Dirck (1633-1696)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Theodoor Helmbreker|“Theodoor Helmbreker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 108-109.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Heusch, Willem de
*''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p. 1.
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Heyden, Jan van der (1637-1712)
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Hillegaert, Paulus van (I) (1596-1640)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Holsteyn, Pieter (II) (ca. 1614-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 124-125.
;Hondecoeter, Gijsbert Gillisz. de
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*Anoniem (9 oktober 1928) [[De Maasbode/Jaargang 61/Nummer 22102/Ochtendblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Het jaarverslag’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, derde blad, [p. 1].
;Hondecoeter, Gillis Claesz. de (ca. 1575-1638)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*D.L. (1853) [[Album der Natuur/1853/Nieuwe afbeelding Dodo, Lubach|‘Over eene nieuw ontdekte afbeelding van den Dodo’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p. 255.
;Hoogstraten, Jan van (1629/1630-1654)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 155-170, met name 168-170.
;Hoogstraten, Samuel van (1627-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 155-170.
;Houbraken, Arnold
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Huijsum, Jan van (1682-1749)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*Anoniem (4 juni 1930) [[De Telegraaf/Jaargang 38/Nummer 14271/Avondblad/Hooge prijzen bij Christie|‘Hooge prijzen bij Christie’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Jacobsz., Jurriaan (1624-1685)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan Jakobze|“Juriaan Jakobze”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 49-50.
;Janssens van Ceulen, Cornelis (1593-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Janson van Keulen|“Janson van Keulen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 224-225.
;Jongh, Ludolph de
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ludolf de Jong|“Ludolf de Jong”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 32-34.
;Jonson van Ceulen, Cornelis (I)
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Jordaens, Hans (IV) (1616-1680)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hans Jordaans|“Hans Jordaans”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 28-30.
;Kabel, Adriaen van der (1630/1631-1705)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236.
;Kabel, Engel van der (1640/1641-1696)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236.
;Keirincx, Alexander (1600-1652)
*Houbraken, Arn. van (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Alexander Kierings|"Alexander Kierings"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 130.
;Kick, Cornelis (1634-1681)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Kik|“Kornelis Kik”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 333-334.
;Klomp, Albert Jansz.
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Knijff, Wouter (1605/1607-1694)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Koninck, Philips (1619-1688)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philips de Koning|“Philips de Koning”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 53-55.
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Koninck, Salomon (1609-1656)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Kraanevelt, N. (....-voor 1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/N. Kraanevelt|“N. Kraanevelt”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Laer, Roeland van (1598-1635/1640)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 124.
;Latombe, Abraham (1597-na 1628)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Latombe|“Latombe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 27-28.
;Leemans, Anthonie (1631-1671/1673)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Lely, Peter
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Leveck, Jacobus (1634-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Lavecq|“Jakob Lavecq”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 153-155.
;Leyster, Judith
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Lisse, Dirck van der
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Lundens, Gerrit (1622-1686)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Luttichuys, Isaack (1616-1673)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Man, Cornelis de (1621-1706)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis de Man|“Kornelis de Man”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 99-100.
;Marienhof, Aert Jansz. (ca. 1626-1654)
*Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p. 6].
;Martens de Jonge, Jan
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Meerkerk, Dirk (1602 of 1620-na 1660)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Dirk Meerkerk|“Dirk Meerkerk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 91-92.
;Meijer, Hendrick de (ca. 1620-na 1689)
*Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Aanwinsten in het Haagsch Museum|‘Aanwinsten in het Haagsch Museum’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
;Menton, Frans (ca. 1545-1615)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frans Menton|“Frans Menton”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 15.
;Meyburgh, Bartholomeus (1628-ca. 1708)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262.
;Mieris, Willem van
[[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]]
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Mijtens, Johannes (ca. 1614-1670)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Molenaer, Klaes
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Mommers, Hendrick (1619/1620-1693)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Moor, Carel de (II) (1655-1738)
*''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Moucheron, Frederik de (1633-1686)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frederik de Moucheron|“Frederik de Moucheron”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 327-328.
;Moucheron, Isaac de (1667-1744)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Uilenburg|“Gerard Uilenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 293-303, met name 297-298.
;Murant, Emanuel (1622-ca. 1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Emanuel Murant|“Emanuel Murant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102.
;Nedek, Pieter Pietersz. (1617-na 1692)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Pieterze Nedek|“Pieter Pieterze Nedek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 27.
;Neer, Eglon van der
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Netscher, Caspar (1639-1684)
*Havelaar, Just (7 september 1921) [[Het Vaderland/Jaargang 53/7 september 1921/Avondblad/Collectie Van Maanen|‘Collectie Van Maanen’]], ''Het Vaderland'', Avondblad B, p. 2.
;Netscher, Constantijn
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Nickelen, Isaak van (1632/1633-1703)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Nieulandt, Adriaen van (ca. 1586-1658)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adriaan Nieulant|"Adriaan Nieulant"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 42-43.
;Oosterwijck, Maria van
*Bosboom-Toussaint, A.L.G. (1862) ''De bloemschilderes Maria van Oosterwijk'', Leiden: A.W. Sythoff.
*Bredius, A. (1935) ‘Archiefsprokkelingen. Een en ander over Maria van Oosterwijck, “vermaert Konstschilderesse”’, ''Oud Holland'', jrg. 52, p. 180-182.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Maria van Oosterwyk|“Maria van Oosterwyk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 214-216.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Geertje Pieters|“Geertje Pieters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 216-218.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Oostfries, Catharina (ca. 1636-1708)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Katarina Oostfries|“Katarina Oostfries”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 209.
;Ossenbeeck, Jan van (ca. 1624-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ossenbek|“Ossenbek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 170-171.
;Pape, Abraham de (ca. 1620-1666)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Pardanus, Abraham (1673-1744)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Paulusz., Zacharias (ca. 1580-1648)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Zacharias Paulusz.|“Zacharias Paulusz.”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 55-56.
;Pierson, Christoffel (1631-1714)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262.
;Pijnacker, Adam (1620/1622-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adam Pynaker|“Adam Pynaker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 96-99.
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Poel, Egbert Lievensz. van der (1621-1664)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Poorter, Willem de (1608-na 1648)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Post, Frans
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*''Annual autumn exhibition of paintings by old Dutch and Flemish masters'', Alfred Brod Galerie, Londen, 5 oktober-4 november 1961.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (13 oktober 1961) ‘Londense expositie van oude meesters’, ''Het Parool'', p. 17.
;Pot, Hendrik Gerritsz. (1580/1581-1657)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 123.
;Puytlinck, Christoffel
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Ravesteyn, Jan van (ca. 1572-1657)
[[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]]
*''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p. 1.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Roestraeten, Pieter van (1630-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Roestraten|“Roestraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 191-192.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Romeyn, Willem
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Rotius, Jan Albertsz. (1624-1666)
*Anoniem (7 juni 1898) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 232/Nummer 131/Men meldt ons uit Amsterdam|‘Men meldt ons uit Amsterdam: [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Eerste Blad, [p. 2].
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Albertsz. Roodtseus|“Jan Albertsz. Roodtseus”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 11-12.
;Ruysch, Rachel
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Saftleven, Cornelis
*Anoniem (8 november 1905) [[Het Nieuws van den Dag/1905/Nummer 10999/Wetenschap en kunst|‘Wetenschap en kunst’]], ''Het Nieuws van den Dag'', p. 15.
;Sant-Acker, Frans (''fl''. 1648-1668)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Santvoort, Dirck Dircksz. (1604-1635)
*''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen:
**Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Savoyen, Carel van (1618-1665)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel van Savoyen|“Karel van Savoyen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 53.
;Schagen, Gillis (1616-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gillis Schagen|“Gillis Schagen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 30-32.
;Schellinks, Daniël (1627-1701)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273, met name 273.
;Schellinks, Willem (1623-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273.
;Seghers, Hercules
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hercules Segers|“Hercules Segers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 136-137.
*''Hercules Seghers. Omstreeks 1590-omstreeks 1640'', ’s Rijks Prentenkabinet, Amsterdam, 1 april-30 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Prentenkabinet Hercules Seghers|‘Prentenkabinet: Hercules Seghers’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 6.
;Sorgh, Hendrick Martensz. (ca. 1611-1670)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh|“Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 89-90.
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Stap, Jan Woutersz. genaamd
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Staveren, Jan Adriaensz. van
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Streek, Hendrik van (1659-1720)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan van Streek|“Juriaan van Streek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 290-292, met name 292.
;Stoop, Dirk
*''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p. 1.
;Storck, Abraham
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Storck, Jacobus
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Swart, Pieter
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Sweel, Jan van (''fl''. 1673-1676)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Baan|“Jan de Baan”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 303-324, met name 312.
;Tempel, Abraham van den
*''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Troost, Cornelis
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Tulden, Theodoor van
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Vaillant, Andries (1655-1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Vaillant, Bernard (1632-1698)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Vaillant, Jacques (1643-1691)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273, met name 266.
;Vaillant, Wallerant (1623-1677)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Valkenburg, Dirk
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Velde, Jan van de (III) (1620-1662)
*Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Venne, Pieter van de
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Verbeeck, Cornelis (ca. 1590-na 1637)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 123.
;Verbijl, Jan Govertsz. (1634-1690)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Verboom, Adriaen Hendriksz. (1627/1628-1673)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Verdoel, Adriaen (I) (1623-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adriaan Verdoel|“Adriaan Verdoel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 57-58.
;Verkolje, Nicolaas (1673-1746)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Verschuring, Willem (1660-1726)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Wilhelm Verschuring|“Wilhelm Verschuring”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 196.
;Verspronck, Johannes Cornelisz. (1600/1603-1662)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122-123.
;Verwilt, François
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Victors, Jan
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 34995/Avondblad/Tentoonstelling in "Arti"|‘Tentoonstelling in „Arti”. Italianisanten uit de 16de en 17de eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Vinne, Vincent Laurensz. van der (I) (1628-1702)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vincent vander Vinne|“Vincent vander Vinne”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 210-214.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Vliet, Hendrick van (1611/1612-1675)
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
*Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p. 6].
;Vois, Ary de
*''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen:
**Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
;Voort, Cornelis van der
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Vrel, Jacob
*''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p. 3.
**Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p. 3.
;Waben, Jacobus (ca. 1575-ca. 1641)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jaques Wabbe|“Jaques Wabbe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 10-11.
;Waes, Aert van (ca. 1620-1664)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Waldcapelle, Jacob van (1644-1727)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Kik|“Kornelis Kik”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 333-334, met name 334.
;Waterloo, Anthonie (1609-1690)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoni Waterloo|“Antoni Waterloo”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 51.
;Werff, Adriaen van der (1659-1722)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Wieringa, Harmen Willems
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Wieringen, Cornelis Claesz. (1577-1633)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122.
;Wilkens, Theodoor (ca. 1690-1748)
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Willaerts, Adam (1577-1664)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adam Willaarts|"Adam Willaarts"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 60.
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Willaerts, Cornelis
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Wit, Jacob de
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Withoos, Alida (ca. 1661/1662-1730)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 188.
;Withoos, Frans
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 189.
;Withoos, Johannes (1648-ca. 1688)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 188.
;Withoos, Matthias (1627-1703)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189.
;Withoos, Pieter (ca. 1657-1692)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 189.
;Wittel, Caspar van (1653-1736)
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Worst, Jan (....-na 1686)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Worst|“Jan Worst”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 147.
;Wouwerman, Jan (1629-1666)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philip Wouwerman|“Philip Wouwerman”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 69-76, met name 76.
;Wyck, Jan (1652-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Tomas Wyk|“Tomas Wyk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 16-18.
;Wyntges, Geertje (1636-1712)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Geertje Pieters|“Geertje Pieters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 216-218.
;Zijl, Gerard Pietersz. van (ca. 1607-1665)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Pieterze van Zyl|“Gerard Pieterze van Zyl”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 225-233.
;Zuylen, J. Hendricksz. van (''fl''. 1644)
*Anoniem (7 december 1931) [[De Maasbode/Jaargang 64/Nummer 24049/Avondblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Nieuwe aanwinsten’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p. 6.
;Overige onderwerpen
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem van Aelst|Willem van Aelst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Arent Arentsz. genaamd Cabel|Arent Arentsz. genaamd Cabel]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Asselijn|Jan Asselijn]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Balthasar van der Ast|Balthasar van der Ast]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Justus van Attevelt|Justus van Attevelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick Avercamp|Hendrick Avercamp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Dirck van Baburen|Dirck van Baburen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan de Baen|Jan de Baen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ludolf Bakhuizen|Ludolf Bakhuizen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Beerstraaten|Anthonie Beerstraaten]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Abrahamsz. Beerstraaten|Jan Abrahamsz. Beerstraaten]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Sybrand van Beest|Sybrand van Beest]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis Bega|Cornelis Bega]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Abraham Begeyn|Abraham Begeyn]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham van Beijeren|Abraham van Beijeren]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Berchem|Nicolaes Berchem]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerrit Berckheyde|Gerrit Berckheyde]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Job Berckheyde|Job Berckheyde]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Dirck van Bergen|Dirck van Bergen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Bijlert|Jan van Bijlert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham Bloemaert|Abraham Bloemaert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Bloemaert|Adriaen Bloemaert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick Bloemaert|Hendrick Bloemaert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ferdinand Bol|Ferdinand Bol]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Bor|Paulus Bor]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard ter Borch (II)|Gerard ter Borch (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Andries Both|Andries Both]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Both|Jan Both]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Richard Brakenburg|Richard Brakenburg]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Leonaert Bramer|Leonaert Bramer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Bartholomeus Breenbergh|Bartholomeus Breenbergh]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Elias van den Broeck|Elias van den Broeck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick ter Brugghen|Hendrick ter Brugghen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aelbert Cuyp|Aelbert Cuyp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Benjamin Cuyp|Benjamin Cuyp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Simon van der Does|Simon van der Does]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard Dou|Gerard Dou]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Joost Cornelisz. Droochsloot|Joost Cornelisz. Droochsloot]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Carel Fabritius|Carel Fabritius]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Feddes van Harlingen|Pieter Feddes van Harlingen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Govert Flinck|Govert Flinck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Wybrand de Geest|Wybrand de Geest]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Arent de Gelder|Arent de Gelder]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Gillig|Jacob Gillig]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Goyen|Jan van Goyen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans Hals|Frans Hals]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Hanneman|Adriaen Hanneman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Willem Claesz. Heda|Willem Claesz. Heda]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis de Heem|Cornelis de Heem]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Bartholomeus van der Helst|Bartholomeus van der Helst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Meindert Hobbema|Meindert Hobbema]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Melchior d'Hondecoeter|Melchior d'Hondecoeter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard van Honthorst|Gerard van Honthorst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Pieter de Hooch|Pieter de Hooch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan van Huchtenburg|Jan van Huchtenburg]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Karel du Jardin|Karel du Jardin]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem Kalf|Willem Kalf]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard de Lairesse|Gerard de Lairesse]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Lastman|Pieter Lastman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Hendrik van Limborch|Hendrik van Limborch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Lingelbach|Johannes Lingelbach]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Maes|Nicolaes Maes]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gabriël Metsu|Gabriël Metsu]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Michiel van Mierevelt|Michiel van Mierevelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans van Mieris (I)|Frans van Mieris (I)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Miense Molenaer|Jan Miense Molenaer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Matthijs Naiveu|Matthijs Naiveu]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aert van der Neer|Aert van der Neer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Ochtervelt|Jacob Ochtervelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van Ostade|Adriaen van Ostade]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Isaac van Ostade|Isaac van Ostade]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Palamedesz.|Anthonie Palamedesz.]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis van Poelenburch|Cornelis van Poelenburch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Potter|Paulus Potter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Potter|Pieter Potter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Rembrandt|Rembrandt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van Ruisdael|Jacob van Ruisdael]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Salomon van Ruysdael|Salomon van Ruysdael]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Saenredam|Pieter Saenredam]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Herman Saftleven|Herman Saftleven]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Roelant Savery|Roelant Savery]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Steen|Jan Steen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Juriaan van Streek|Juriaan van Streek]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Torrentius|Johannes Torrentius]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van der Ulft|Jacob van der Ulft]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Velde|Adriaen van de Velde]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem van de Velde (II)|Willem van de Velde (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Venne|Adriaen van de Venne]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Vermeer|Johannes Vermeer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrik Verschuring|Hendrik Verschuring]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Simon de Vlieger|Simon de Vlieger]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Weenix|Jan Weenix]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Baptist Weenix|Jan Baptist Weenix]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Thomas Wijck|Thomas Wijck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Wijnants|Jan Wijnants]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Emanuel de Witte|Emanuel de Witte]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Philips Wouwerman|Philips Wouwerman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Wouwerman (II)|Pieter Wouwerman (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Joachim Wtewael|Joachim Wtewael]]
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
6l2obmhl6obl2z5vjpd345gzqju2b8g
225949
225943
2026-08-28T20:03:11Z
Vincent Steenberg
280
bronnen toegevoegd/verplaatst
225949
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Nederlandse schilderkunst;<br>Barok en Rococo<br>(ca. 1600-ca. 1750)
| afbeelding = Rembrandt-Belsazar.jpg
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Nederlandse schilderkunst uit de periode ca. 1600 tot ca. 1750.
| artikelwikipedia =
}}
== Algemeen ==
=== Tentoonstellingen ===
;1767
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
;1933
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;1935
*''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p. 3.
**Anoniem (21 juni 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35334/Avondblad/Het Rijksmuseum leent aan Boymans|‘Het Rijksmuseum leent aan Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 13.
**Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p. 3.
== Algemene geschiedenis van de Nederlandse schilderkunst uit de barok en rococo ==
*Houbraken, Arnold (1718-1721) ''[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen]]'', Amsterdam: [s.n.]
== Bijzondere onderwerpen ==
;Aelst, Evert van (1602-1657)
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Evert en Willem van Aelst|"Evert van Aelst […] Willem van Aelst"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 228-230.
;Aldewereld, Herman van (1628/1629-1669)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Anthonisz., Aert
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Asch, Pieter van
*Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Pieter Janze van Asch|"Pieter Janze van Asch"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 235-236.
;Assen, Jan van (ca. 1635-1695/1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236, met name 236.
;Baen, Jacobus de (1673-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Baan|“Jan de Baan”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 303-324, met name 314.
;Ban, Gerbrand
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Beck, David (1621-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/David Beck|“David Beck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 83-87.
;Beelt, Cornelis (voor 1612-na 1664)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Bemmel, Jacob Gerritsz. van
*Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (Joost van)|“Bemmel. (Joost van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p. 73.
;Bemmel, Willem van (1630-1708)
*Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (van)|“Bemmel. (van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p. 72-73.
;Bergh, Matthijs van den (1618-1687)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathys vanden Berg|“Mathys vanden Berg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 15-16.
;Bisschop, Abraham (1670-1729/1730)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Abraham Bisschop|“Abraham [Bisschop]”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 222-223.
;Bisschop, Jacobus (1658-1704)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakobus Bisschop|“Jakobus Bisschop”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 222.
;Bisschop, Cornelis (1630-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Bisschop|“Kornelis Bisschop”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 220-222.
;Blanckerhoff, Jan Theunisz. (1628-1669)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Teunisz. Blankhof|“Jan Teunisz. Blankhof”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 198-200.
;Bleker, Dirck (ca. 1621-voor 1702)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Blekers|“... Blekers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 342-343.
;Boone, Daniël (1630/1631-1692)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Borssom, Anthonie van
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Bos, Jasper van den (1634-na 1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gasper vanden Bos|“Gasper vanden Bos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 328-329.
;Bray, Jan de
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
*''Tentoonstelling Bijbelsche Kunst'', Rijksmuseum, Amsterdam, 8 juli-8 oktober 1939.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1939) ‘Bijbelsche kunst in het Rijksmuseum’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Brekelenkam, Quiringh van (1622/30-1669/1670)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Brisé, Cornelis (ca. 1622-ca. 1670)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Brize|“Kornelis Brize”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 341-342.
;Carrée, Michiel (1657-1727)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Claesz., Pieter (1597/1598-1661)
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Codde, Pieter
*''Catalogue tableaux anciens, porcelaines diverses, beau meuble Boulle - collection du Baron Liphart-Rathshoff à Dorpat; argenterie interessante, chales, tapis persans, porcelaines emaillées, meubles - provenances diverses'' [veilingcat.], A. Mak, Amsterdam, 11-13 oktober 1921.<br>Aankondigingen:
**Anoniem (29 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 270/Avondblad/De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden|‘De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden [...]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Compe, Jan ten
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Croos, Anthonie van (1606/1607-1662)
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Cuylenborch, Abraham van (I)
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Delff, Jacob Willemsz. (II) (1619-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Delff|“Jakob Delff”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 56-57.
;Diepraam, Arent (1622-1670)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Does, Jacob van der (I) (1623-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob vander Does|“Jakob vander Does”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 105-108.
;Donker, Jan
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 93.
;Donker, Pieter (ca. 1635-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 93.
;Doomer, Lambert (1624-1700)
*''Kaarten, profielen en panorama’s van Amsterdam'', Museum Fodor, Amsterdam, 10 september-27 november 1932.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (1 oktober 1932) [[De Locomotief/Jaargang 81/Nummer 228/Amsterdam in Vroeger Eeuwen|‘Amsterdam in Vroeger Eeuwen. Eene belangwekkende tentoonstelling’]], ''De Locomotief'', Vijfde Blad, [p. 2].
;Doudijns, Willem (1630-1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Doudyns|“Willem Doudyns”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 234-235.
;Drielenburg, Willem van (1632-1677)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem van Drillenburg|“Willem van Drillenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 147-153.
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Droochsloot, Cornelis
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Druyvestein, Aart Jansz. (1577-1627)
*Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Aart Janze Druivestein|"Aart Janze Druivestein"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 60-61.
;Dubbels, Hendrick Jacobsz.
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''’t Is Winter'', Amsterdams Historisch Museum, Amsterdam, ....-2 maart 1987, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Jan Bart Klaster (14 januari 1987) ‘Moralistisch lesje in pretverpakking. Het verdwenen Amsterdam op wintertaferelen’, ''Het Parool'', uit en thuis, p. 6.
;Duck, Jacob
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Duif, Jan Ariens (1617-1649)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Dullaert, Heyman
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Duynen, Isaac van
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Eeckhout, Gerbrand van den (1621-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerbrant vanden Eekhout|“Gerbrant vanden Eekhout”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 100-101.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Esselens, Jacob (1626-1687)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Everdingen, Allaert van (1617-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Aldert van Everdingen|“Aldert van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 95-96.
;Everdingen, Caesar van (1616/1617-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Cesar van Everdingen|“Cesar van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 94-95.
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Everdingen, Jan (I) (ca. 1618/1620-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Everdingen|“Jan van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 95.
;Fabritius, Barent
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Fromantiou, Hendrick de (1633/1634-na 1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Uilenburg|“Gerard Uilenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 293-303, met name 294-296.
*Anoniem (3 april 1937) [[De Telegraaf/Jaargang 45/Nummer 16746/Avondblad/Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur|‘Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur. Groot was de invloed van Louise van Oranje. Uiteindelijk is niet veel meer van dit alles te merken’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p. 5.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Gael, Barent (1630/1635-1698)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Gaesbeeck, Adriaen van
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Gallis, Pieter (1633-1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Gallis|“Pieter Gallis”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 328.
;Geel, Jacob van
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Giselaer, Nicolaes de
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Gool, Jan van
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Graat, Barent (1628-1709)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Barent Graat|“Barent Graat”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 200-209.
;Graauw, Hendrik (1627-1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Graauw|“Hendrik Graauw”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 189-191.
;Grasdorp, Willem
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Grebber, Anthonie Claesz. de
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Grebber, Pieter de (ca. 1600-1652/1653)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122.
;Groot, Jan de (1650-1726)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Groot|“Jan de Groot”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 58.
;Hackaert, Jan
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Halen, Arnoud van (1673-1732)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262, met name 262.
;Hals, Dirck (1591-1656)
*''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p. 1.
*Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Hals, Frans (II) (1618-1669)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Hals, Harmen
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Hannot, Johannes
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Heck, Claes Jacobsz. van der (ca. 1575/ca. 1581-1652)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Nicolaas vander Hek|“Nicolaas vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 7-8.
;Heck, Marten Heemskerck van der (ca. 1607-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Marten Heemskerk vander Hek|“Marten Heemskerk vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 8.
;Heem, Jan Davidsz. de (1606-1684)
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Heer, Margareta de (voor 1603-voor 1665)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Helmbreker, Dirck (1633-1696)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Theodoor Helmbreker|“Theodoor Helmbreker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 108-109.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Heusch, Willem de
*''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p. 1.
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Heyden, Jan van der (1637-1712)
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Hillegaert, Paulus van (I) (1596-1640)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Holsteyn, Pieter (II) (ca. 1614-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 124-125.
;Hondecoeter, Gijsbert Gillisz. de
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*Anoniem (9 oktober 1928) [[De Maasbode/Jaargang 61/Nummer 22102/Ochtendblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Het jaarverslag’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, derde blad, [p. 1].
;Hondecoeter, Gillis Claesz. de (ca. 1575-1638)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*D.L. (1853) [[Album der Natuur/1853/Nieuwe afbeelding Dodo, Lubach|‘Over eene nieuw ontdekte afbeelding van den Dodo’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p. 255.
;Hoogstraten, Jan van (1629/1630-1654)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 155-170, met name 168-170.
;Hoogstraten, Samuel van (1627-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 155-170.
;Houbraken, Arnold
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Huijsum, Jan van (1682-1749)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*Anoniem (4 juni 1930) [[De Telegraaf/Jaargang 38/Nummer 14271/Avondblad/Hooge prijzen bij Christie|‘Hooge prijzen bij Christie’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Jacobsz., Jurriaan (1624-1685)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan Jakobze|“Juriaan Jakobze”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 49-50.
;Janssens van Ceulen, Cornelis (1593-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Janson van Keulen|“Janson van Keulen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 224-225.
;Jongh, Ludolph de
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ludolf de Jong|“Ludolf de Jong”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 32-34.
;Jonson van Ceulen, Cornelis (I)
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Jordaens, Hans (IV) (1616-1680)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hans Jordaans|“Hans Jordaans”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 28-30.
;Kabel, Adriaen van der (1630/1631-1705)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236.
;Kabel, Engel van der (1640/1641-1696)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236.
;Keirincx, Alexander (1600-1652)
*Houbraken, Arn. van (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Alexander Kierings|"Alexander Kierings"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 130.
;Kick, Cornelis (1634-1681)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Kik|“Kornelis Kik”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 333-334.
;Klomp, Albert Jansz.
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Knijff, Wouter (1605/1607-1694)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Koninck, Philips (1619-1688)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philips de Koning|“Philips de Koning”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 53-55.
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Koninck, Salomon (1609-1656)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Kraanevelt, N. (....-voor 1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/N. Kraanevelt|“N. Kraanevelt”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Laer, Roeland van (1598-1635/1640)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 124.
;Latombe, Abraham (1597-na 1628)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Latombe|“Latombe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 27-28.
;Leemans, Anthonie (1631-1671/1673)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Lely, Peter
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Leveck, Jacobus (1634-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Lavecq|“Jakob Lavecq”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 153-155.
;Leyster, Judith
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Lisse, Dirck van der
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Lundens, Gerrit (1622-1686)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Luttichuys, Isaack (1616-1673)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Man, Cornelis de (1621-1706)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis de Man|“Kornelis de Man”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 99-100.
;Marienhof, Aert Jansz. (ca. 1626-1654)
*Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p. 6].
;Martens de Jonge, Jan
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Meerkerk, Dirk (1602 of 1620-na 1660)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Dirk Meerkerk|“Dirk Meerkerk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 91-92.
;Meijer, Hendrick de (ca. 1620-na 1689)
*Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Aanwinsten in het Haagsch Museum|‘Aanwinsten in het Haagsch Museum’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
;Menton, Frans (ca. 1545-1615)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frans Menton|“Frans Menton”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 15.
;Meyburgh, Bartholomeus (1628-ca. 1708)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262.
;Mieris, Willem van
[[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]]
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Mijtens, Johannes (ca. 1614-1670)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Molenaer, Klaes
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Mommers, Hendrick (1619/1620-1693)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Moor, Carel de (II) (1655-1738)
*''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Moucheron, Frederik de (1633-1686)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frederik de Moucheron|“Frederik de Moucheron”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 327-328.
;Moucheron, Isaac de (1667-1744)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Uilenburg|“Gerard Uilenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 293-303, met name 297-298.
;Murant, Emanuel (1622-ca. 1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Emanuel Murant|“Emanuel Murant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102.
;Nedek, Pieter Pietersz. (1617-na 1692)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Pieterze Nedek|“Pieter Pieterze Nedek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 27.
;Neer, Eglon van der
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Nes, Johan van (....-1650)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan van Nes|“Johan van Nes”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 343-344.
;Netscher, Caspar (1639-1684)
*Havelaar, Just (7 september 1921) [[Het Vaderland/Jaargang 53/7 september 1921/Avondblad/Collectie Van Maanen|‘Collectie Van Maanen’]], ''Het Vaderland'', Avondblad B, p. 2.
;Netscher, Constantijn
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Nickelen, Isaak van (1632/1633-1703)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Nieulandt, Adriaen van (ca. 1586-1658)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adriaan Nieulant|"Adriaan Nieulant"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 42-43.
;Oosterwijck, Maria van
*Bosboom-Toussaint, A.L.G. (1862) ''De bloemschilderes Maria van Oosterwijk'', Leiden: A.W. Sythoff.
*Bredius, A. (1935) ‘Archiefsprokkelingen. Een en ander over Maria van Oosterwijck, “vermaert Konstschilderesse”’, ''Oud Holland'', jrg. 52, p. 180-182.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Maria van Oosterwyk|“Maria van Oosterwyk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 214-216.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Geertje Pieters|“Geertje Pieters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 216-218.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Oostfries, Catharina (ca. 1636-1708)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Katarina Oostfries|“Katarina Oostfries”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 209.
;Ossenbeeck, Jan van (ca. 1624-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ossenbek|“Ossenbek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 170-171.
;Pape, Abraham de (ca. 1620-1666)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Pardanus, Abraham (1673-1744)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Paulusz., Zacharias (ca. 1580-1648)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Zacharias Paulusz.|“Zacharias Paulusz.”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 55-56.
;Pierson, Christoffel (1631-1714)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262.
;Pijnacker, Adam (1620/1622-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adam Pynaker|“Adam Pynaker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 96-99.
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Poel, Egbert Lievensz. van der (1621-1664)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Poorter, Willem de (1608-na 1648)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Post, Frans
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frans Post|“Frans Post”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 343-344.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*''Annual autumn exhibition of paintings by old Dutch and Flemish masters'', Alfred Brod Galerie, Londen, 5 oktober-4 november 1961.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (13 oktober 1961) ‘Londense expositie van oude meesters’, ''Het Parool'', p. 17.
;Pot, Hendrik Gerritsz. (1580/1581-1657)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 123.
;Puytlinck, Christoffel
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Ravesteyn, Jan van (ca. 1572-1657)
[[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]]
*''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p. 1.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Roestraeten, Pieter van (1630-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Roestraten|“Roestraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 191-192.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Romeyn, Willem
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Rotius, Jan Albertsz. (1624-1666)
*Anoniem (7 juni 1898) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 232/Nummer 131/Men meldt ons uit Amsterdam|‘Men meldt ons uit Amsterdam: [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Eerste Blad, [p. 2].
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Albertsz. Roodtseus|“Jan Albertsz. Roodtseus”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 11-12.
;Ruysch, Rachel
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Saftleven, Cornelis
*Anoniem (8 november 1905) [[Het Nieuws van den Dag/1905/Nummer 10999/Wetenschap en kunst|‘Wetenschap en kunst’]], ''Het Nieuws van den Dag'', p. 15.
;Sant-Acker, Frans (''fl''. 1648-1668)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Santvoort, Dirck Dircksz. (1604-1635)
*''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen:
**Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Savoyen, Carel van (1618-1665)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel van Savoyen|“Karel van Savoyen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 53.
;Schagen, Gillis (1616-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gillis Schagen|“Gillis Schagen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 30-32.
;Schellinks, Daniël (1627-1701)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273, met name 273.
;Schellinks, Willem (1623-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273.
;Seghers, Hercules
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hercules Segers|“Hercules Segers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 136-137.
*''Hercules Seghers. Omstreeks 1590-omstreeks 1640'', ’s Rijks Prentenkabinet, Amsterdam, 1 april-30 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Prentenkabinet Hercules Seghers|‘Prentenkabinet: Hercules Seghers’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 6.
;Sorgh, Hendrick Martensz. (ca. 1611-1670)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh|“Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 89-90.
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Stap, Jan Woutersz. genaamd
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Staveren, Jan Adriaensz. van
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Streek, Hendrik van (1659-1720)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan van Streek|“Juriaan van Streek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 290-292, met name 292.
;Stoop, Dirk
*''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p. 1.
;Storck, Abraham
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Storck, Jacobus
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Swart, Pieter
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Sweel, Jan van (''fl''. 1673-1676)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Baan|“Jan de Baan”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 303-324, met name 312.
;Tempel, Abraham van den
*''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Troost, Cornelis
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Tulden, Theodoor van
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Vaillant, Andries (1655-1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Vaillant, Bernard (1632-1698)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Vaillant, Jacques (1643-1691)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273, met name 266.
;Vaillant, Wallerant (1623-1677)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Valkenburg, Dirk
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Velde, Jan van de (III) (1620-1662)
*Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Venne, Pieter van de
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Verbeeck, Cornelis (ca. 1590-na 1637)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 123.
;Verbijl, Jan Govertsz. (1634-1690)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Verboom, Adriaen Hendriksz. (1627/1628-1673)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Verdoel, Adriaen (I) (1623-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adriaan Verdoel|“Adriaan Verdoel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 57-58.
;Verkolje, Nicolaas (1673-1746)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Verschuring, Willem (1660-1726)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Wilhelm Verschuring|“Wilhelm Verschuring”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 196.
;Verspronck, Johannes Cornelisz. (1600/1603-1662)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122-123.
;Verwilt, François
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Victors, Jan
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 34995/Avondblad/Tentoonstelling in "Arti"|‘Tentoonstelling in „Arti”. Italianisanten uit de 16de en 17de eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Vinne, Vincent Laurensz. van der (I) (1628-1702)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vincent vander Vinne|“Vincent vander Vinne”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 210-214.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Vliet, Hendrick van (1611/1612-1675)
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
*Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p. 6].
;Vois, Ary de
*''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen:
**Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
;Voort, Cornelis van der
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Vrel, Jacob
*''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p. 3.
**Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p. 3.
;Waben, Jacobus (ca. 1575-ca. 1641)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jaques Wabbe|“Jaques Wabbe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 10-11.
;Waes, Aert van (ca. 1620-1664)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Waldcapelle, Jacob van (1644-1727)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Kik|“Kornelis Kik”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 333-334, met name 334.
;Waterloo, Anthonie (1609-1690)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoni Waterloo|“Antoni Waterloo”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 51.
;Werff, Adriaen van der (1659-1722)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Wieringa, Harmen Willems
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Wieringen, Cornelis Claesz. (1577-1633)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122.
;Wilkens, Theodoor (ca. 1690-1748)
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Willaerts, Adam (1577-1664)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adam Willaarts|"Adam Willaarts"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 60.
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Willaerts, Cornelis
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Wit, Jacob de
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Withoos, Alida (ca. 1661/1662-1730)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 188.
;Withoos, Frans
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 189.
;Withoos, Johannes (1648-ca. 1688)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 188.
;Withoos, Matthias (1627-1703)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189.
;Withoos, Pieter (ca. 1657-1692)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 189.
;Wittel, Caspar van (1653-1736)
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Worst, Jan (....-na 1686)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Worst|“Jan Worst”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 147.
;Wouwerman, Jan (1629-1666)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philip Wouwerman|“Philip Wouwerman”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 69-76, met name 76.
;Wyck, Jan (1652-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Tomas Wyk|“Tomas Wyk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 16-18.
;Wyntges, Geertje (1636-1712)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Geertje Pieters|“Geertje Pieters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 216-218.
;Zijl, Gerard Pietersz. van (ca. 1607-1665)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Pieterze van Zyl|“Gerard Pieterze van Zyl”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 225-233.
;Zuylen, J. Hendricksz. van (''fl''. 1644)
*Anoniem (7 december 1931) [[De Maasbode/Jaargang 64/Nummer 24049/Avondblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Nieuwe aanwinsten’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p. 6.
;Overige onderwerpen
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem van Aelst|Willem van Aelst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Arent Arentsz. genaamd Cabel|Arent Arentsz. genaamd Cabel]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Asselijn|Jan Asselijn]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Balthasar van der Ast|Balthasar van der Ast]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Justus van Attevelt|Justus van Attevelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick Avercamp|Hendrick Avercamp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Dirck van Baburen|Dirck van Baburen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan de Baen|Jan de Baen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ludolf Bakhuizen|Ludolf Bakhuizen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Beerstraaten|Anthonie Beerstraaten]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Abrahamsz. Beerstraaten|Jan Abrahamsz. Beerstraaten]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Sybrand van Beest|Sybrand van Beest]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis Bega|Cornelis Bega]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Abraham Begeyn|Abraham Begeyn]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham van Beijeren|Abraham van Beijeren]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Berchem|Nicolaes Berchem]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerrit Berckheyde|Gerrit Berckheyde]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Job Berckheyde|Job Berckheyde]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Dirck van Bergen|Dirck van Bergen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Bijlert|Jan van Bijlert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham Bloemaert|Abraham Bloemaert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Bloemaert|Adriaen Bloemaert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick Bloemaert|Hendrick Bloemaert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ferdinand Bol|Ferdinand Bol]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Bor|Paulus Bor]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard ter Borch (II)|Gerard ter Borch (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Andries Both|Andries Both]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Both|Jan Both]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Richard Brakenburg|Richard Brakenburg]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Leonaert Bramer|Leonaert Bramer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Bartholomeus Breenbergh|Bartholomeus Breenbergh]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Elias van den Broeck|Elias van den Broeck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick ter Brugghen|Hendrick ter Brugghen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem Buytewech|Willem Buytewech]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aelbert Cuyp|Aelbert Cuyp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Benjamin Cuyp|Benjamin Cuyp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Simon van der Does|Simon van der Does]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard Dou|Gerard Dou]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Joost Cornelisz. Droochsloot|Joost Cornelisz. Droochsloot]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Carel Fabritius|Carel Fabritius]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Feddes van Harlingen|Pieter Feddes van Harlingen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Govert Flinck|Govert Flinck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Wybrand de Geest|Wybrand de Geest]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Arent de Gelder|Arent de Gelder]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Gillig|Jacob Gillig]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Goyen|Jan van Goyen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans Hals|Frans Hals]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Hanneman|Adriaen Hanneman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Willem Claesz. Heda|Willem Claesz. Heda]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis de Heem|Cornelis de Heem]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Bartholomeus van der Helst|Bartholomeus van der Helst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Meindert Hobbema|Meindert Hobbema]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Melchior d'Hondecoeter|Melchior d'Hondecoeter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard van Honthorst|Gerard van Honthorst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Pieter de Hooch|Pieter de Hooch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan van Huchtenburg|Jan van Huchtenburg]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Karel du Jardin|Karel du Jardin]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem Kalf|Willem Kalf]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard de Lairesse|Gerard de Lairesse]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Lastman|Pieter Lastman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Hendrik van Limborch|Hendrik van Limborch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Lingelbach|Johannes Lingelbach]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Maes|Nicolaes Maes]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gabriël Metsu|Gabriël Metsu]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Michiel van Mierevelt|Michiel van Mierevelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans van Mieris (I)|Frans van Mieris (I)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Miense Molenaer|Jan Miense Molenaer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Matthijs Naiveu|Matthijs Naiveu]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aert van der Neer|Aert van der Neer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Ochtervelt|Jacob Ochtervelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van Ostade|Adriaen van Ostade]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Isaac van Ostade|Isaac van Ostade]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Palamedesz.|Anthonie Palamedesz.]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis van Poelenburch|Cornelis van Poelenburch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Potter|Paulus Potter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Potter|Pieter Potter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Rembrandt|Rembrandt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van Ruisdael|Jacob van Ruisdael]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Salomon van Ruysdael|Salomon van Ruysdael]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Saenredam|Pieter Saenredam]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Herman Saftleven|Herman Saftleven]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Roelant Savery|Roelant Savery]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Steen|Jan Steen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Juriaan van Streek|Juriaan van Streek]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Torrentius|Johannes Torrentius]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van der Ulft|Jacob van der Ulft]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Velde|Adriaen van de Velde]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem van de Velde (II)|Willem van de Velde (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Venne|Adriaen van de Venne]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Vermeer|Johannes Vermeer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrik Verschuring|Hendrik Verschuring]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Simon de Vlieger|Simon de Vlieger]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Weenix|Jan Weenix]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Baptist Weenix|Jan Baptist Weenix]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Thomas Wijck|Thomas Wijck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Wijnants|Jan Wijnants]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Emanuel de Witte|Emanuel de Witte]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Philips Wouwerman|Philips Wouwerman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Wouwerman (II)|Pieter Wouwerman (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Joachim Wtewael|Joachim Wtewael]]
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
fgr37rve49np4adygw2rbvqgrms3543
225993
225949
2026-08-29T08:24:57Z
Vincent Steenberg
280
bronnen toegevoegd/verplaatst
225993
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Nederlandse schilderkunst;<br>Barok en Rococo<br>(ca. 1600-ca. 1750)
| afbeelding = Rembrandt-Belsazar.jpg
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Nederlandse schilderkunst uit de periode ca. 1600 tot ca. 1750.
| artikelwikipedia =
}}
== Algemeen ==
=== Tentoonstellingen ===
;1767
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
;1933
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;1935
*''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p. 3.
**Anoniem (21 juni 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35334/Avondblad/Het Rijksmuseum leent aan Boymans|‘Het Rijksmuseum leent aan Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 13.
**Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p. 3.
== Algemene geschiedenis van de Nederlandse schilderkunst uit de barok en rococo ==
*Houbraken, Arnold (1718-1721) ''[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen]]'', Amsterdam: [s.n.]
== Bijzondere onderwerpen ==
;Aelst, Evert van (1602-1657)
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Evert en Willem van Aelst|"Evert van Aelst […] Willem van Aelst"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 228-230.
;Aldewereld, Herman van (1628/1629-1669)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Anthonisz., Aert
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Asch, Pieter van
*Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Pieter Janze van Asch|"Pieter Janze van Asch"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 235-236.
;Assen, Jan van (ca. 1635-1695/1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236, met name 236.
;Baen, Jacobus de (1673-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Baan|“Jan de Baan”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 303-324, met name 314.
;Ban, Gerbrand
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Beck, David (1621-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/David Beck|“David Beck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 83-87.
;Beelt, Cornelis (voor 1612-na 1664)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Bemmel, Jacob Gerritsz. van
*Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (Joost van)|“Bemmel. (Joost van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p. 73.
;Bemmel, Willem van (1630-1708)
*Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (van)|“Bemmel. (van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p. 72-73.
;Bergh, Matthijs van den (1618-1687)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathys vanden Berg|“Mathys vanden Berg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 15-16.
;Bispinck, Barend (1622/1637-na 1657)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Hoeck|“Jan van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 344-345, met name 345.
;Bisschop, Abraham (1670-1729/1730)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Abraham Bisschop|“Abraham [Bisschop]”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 222-223.
;Bisschop, Jacobus (1658-1704)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakobus Bisschop|“Jakobus Bisschop”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 222.
;Bisschop, Cornelis (1630-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Bisschop|“Kornelis Bisschop”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 220-222.
;Blanckerhoff, Jan Theunisz. (1628-1669)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Teunisz. Blankhof|“Jan Teunisz. Blankhof”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 198-200.
;Bleker, Dirck (ca. 1621-voor 1702)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Blekers|“... Blekers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 342-343.
;Boone, Daniël (1630/1631-1692)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Borssom, Anthonie van
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Bos, Jasper van den (1634-na 1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gasper vanden Bos|“Gasper vanden Bos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 328-329.
;Bray, Jan de
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
*''Tentoonstelling Bijbelsche Kunst'', Rijksmuseum, Amsterdam, 8 juli-8 oktober 1939.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1939) ‘Bijbelsche kunst in het Rijksmuseum’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Brekelenkam, Quiringh van (1622/30-1669/1670)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Brisé, Cornelis (ca. 1622-ca. 1670)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Brize|“Kornelis Brize”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 341-342.
;Codde, Pieter
*''Catalogue tableaux anciens, porcelaines diverses, beau meuble Boulle - collection du Baron Liphart-Rathshoff à Dorpat; argenterie interessante, chales, tapis persans, porcelaines emaillées, meubles - provenances diverses'' [veilingcat.], A. Mak, Amsterdam, 11-13 oktober 1921.<br>Aankondigingen:
**Anoniem (29 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 270/Avondblad/De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden|‘De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden [...]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Compe, Jan ten
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Croos, Anthonie van (1606/1607-1662)
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Cuylenborch, Abraham van (I)
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Delff, Jacob Willemsz. (II) (1619-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Delff|“Jakob Delff”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 56-57.
;Diepraam, Arent (1622-1670)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Dijck, Abraham van (ca. 1635-1680)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Hoeck|“Jan van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 344-345, met name 345.
;Does, Jacob van der (I) (1623-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob vander Does|“Jakob vander Does”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 105-108.
;Donker, Jan
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 93.
;Donker, Pieter (ca. 1635-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 93.
;Doomer, Lambert (1624-1700)
*''Kaarten, profielen en panorama’s van Amsterdam'', Museum Fodor, Amsterdam, 10 september-27 november 1932.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (1 oktober 1932) [[De Locomotief/Jaargang 81/Nummer 228/Amsterdam in Vroeger Eeuwen|‘Amsterdam in Vroeger Eeuwen. Eene belangwekkende tentoonstelling’]], ''De Locomotief'', Vijfde Blad, [p. 2].
;Doudijns, Willem (1630-1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Doudyns|“Willem Doudyns”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 234-235.
;Drielenburg, Willem van (1632-1677)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem van Drillenburg|“Willem van Drillenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 147-153.
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Droochsloot, Cornelis
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Druyvestein, Aart Jansz. (1577-1627)
*Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Aart Janze Druivestein|"Aart Janze Druivestein"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 60-61.
;Dubbels, Hendrick Jacobsz.
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''’t Is Winter'', Amsterdams Historisch Museum, Amsterdam, ....-2 maart 1987, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Jan Bart Klaster (14 januari 1987) ‘Moralistisch lesje in pretverpakking. Het verdwenen Amsterdam op wintertaferelen’, ''Het Parool'', uit en thuis, p. 6.
;Duck, Jacob
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Duif, Jan Ariens (1617-1649)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Dullaert, Heyman
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Duynen, Isaac van
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Duyvelant, Jacob (....-na 1662)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Hoeck|“Jan van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 344-345, met name 345.
;Eeckhout, Gerbrand van den (1621-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerbrant vanden Eekhout|“Gerbrant vanden Eekhout”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 100-101.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Esselens, Jacob (1626-1687)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Everdingen, Allaert van (1617-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Aldert van Everdingen|“Aldert van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 95-96.
;Everdingen, Caesar van (1616/1617-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Cesar van Everdingen|“Cesar van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 94-95.
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Everdingen, Jan (I) (ca. 1618/1620-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Everdingen|“Jan van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 95.
;Fabritius, Barent
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Fromantiou, Hendrick de (1633/1634-na 1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Uilenburg|“Gerard Uilenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 293-303, met name 294-296.
*Anoniem (3 april 1937) [[De Telegraaf/Jaargang 45/Nummer 16746/Avondblad/Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur|‘Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur. Groot was de invloed van Louise van Oranje. Uiteindelijk is niet veel meer van dit alles te merken’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p. 5.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Gael, Barent (1630/1635-1698)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Gaesbeeck, Adriaen van
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Gallis, Pieter (1633-1697)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Gallis|“Pieter Gallis”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 328.
;Geel, Jacob van
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Giselaer, Nicolaes de
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Gool, Jan van
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Graat, Barent (1628-1709)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Barent Graat|“Barent Graat”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 200-209.
;Graauw, Hendrik (1627-1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Graauw|“Hendrik Graauw”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 189-191.
;Grasdorp, Willem
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Grebber, Anthonie Claesz. de
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Grebber, Pieter de (ca. 1600-1652/1653)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122.
;Groot, Jan de (1650-1726)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Groot|“Jan de Groot”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 58.
;Hackaert, Jan
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Halen, Arnoud van (1673-1732)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262, met name 262.
;Hals, Dirck (1591-1656)
*''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p. 1.
*Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Hals, Frans (II) (1618-1669)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Hals, Harmen
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
;Hannot, Johannes
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Hasselt, Jacob Gerritsz. van (II) (ca. 1598-ca. 1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Hoeck|“Jan van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 344-345, met name 345.
;Heck, Claes Jacobsz. van der (ca. 1575/ca. 1581-1652)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Nicolaas vander Hek|“Nicolaas vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 7-8.
;Heck, Marten Heemskerck van der (ca. 1607-1656)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Marten Heemskerk vander Hek|“Marten Heemskerk vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 8.
;Heem, Jan Davidsz. de (1606-1684)
*''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p. 2].
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Heer, Margareta de (voor 1603-voor 1665)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Helmbreker, Dirck (1633-1696)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Theodoor Helmbreker|“Theodoor Helmbreker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 108-109.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Heusch, Willem de
*''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p. 1.
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Heyden, Jan van der (1637-1712)
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Hillegaert, Paulus van (I) (1596-1640)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Holsteyn, Pieter (II) (ca. 1614-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 124-125.
;Hondecoeter, Gijsbert Gillisz. de
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*Anoniem (9 oktober 1928) [[De Maasbode/Jaargang 61/Nummer 22102/Ochtendblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Het jaarverslag’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, derde blad, [p. 1].
;Hondecoeter, Gillis Claesz. de (ca. 1575-1638)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*D.L. (1853) [[Album der Natuur/1853/Nieuwe afbeelding Dodo, Lubach|‘Over eene nieuw ontdekte afbeelding van den Dodo’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p. 255.
;Hoogstraten, Jan van (1629/1630-1654)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 155-170, met name 168-170.
;Hoogstraten, Samuel van (1627-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 155-170.
;Houbraken, Arnold
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Huijsum, Jan van (1682-1749)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*Anoniem (4 juni 1930) [[De Telegraaf/Jaargang 38/Nummer 14271/Avondblad/Hooge prijzen bij Christie|‘Hooge prijzen bij Christie’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Jacobsz., Jurriaan (1624-1685)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan Jakobze|“Juriaan Jakobze”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 49-50.
;Janssens van Ceulen, Cornelis (1593-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Janson van Keulen|“Janson van Keulen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 224-225.
;Jongh, Ludolph de
*Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p. 2].
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ludolf de Jong|“Ludolf de Jong”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 32-34.
;Jonson van Ceulen, Cornelis (I)
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Jordaens, Hans (IV) (1616-1680)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hans Jordaans|“Hans Jordaans”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 28-30.
;Kabel, Adriaen van der (1630/1631-1705)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236.
;Kabel, Engel van der (1640/1641-1696)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 235-236.
;Keirincx, Alexander (1600-1652)
*Houbraken, Arn. van (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Alexander Kierings|"Alexander Kierings"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 130.
;Kick, Cornelis (1634-1681)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Kik|“Kornelis Kik”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 333-334.
;Klomp, Albert Jansz.
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Knijff, Wouter (1605/1607-1694)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Koninck, Philips (1619-1688)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philips de Koning|“Philips de Koning”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 53-55.
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Koninck, Salomon (1609-1656)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Kraanevelt, N. (....-voor 1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/N. Kraanevelt|“N. Kraanevelt”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Laer, Roeland van (1598-1635/1640)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 124.
;Latombe, Abraham (1597-na 1628)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Latombe|“Latombe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 27-28.
;Leemans, Anthonie (1631-1671/1673)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Lely, Peter
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Leveck, Jacobus (1634-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Lavecq|“Jakob Lavecq”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 153-155.
;Leyster, Judith
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Lisse, Dirck van der
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Lundens, Gerrit (1622-1686)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Luttichuys, Isaack (1616-1673)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Man, Cornelis de (1621-1706)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis de Man|“Kornelis de Man”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 99-100.
;Marienhof, Aert Jansz. (ca. 1626-1654)
*Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p. 6].
;Martens de Jonge, Jan
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Meerkerk, Dirk (1602 of 1620-na 1660)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Dirk Meerkerk|“Dirk Meerkerk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 91-92.
;Meijer, Hendrick de (ca. 1620-na 1689)
*Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Aanwinsten in het Haagsch Museum|‘Aanwinsten in het Haagsch Museum’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p. 1].
;Menton, Frans (ca. 1545-1615)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frans Menton|“Frans Menton”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 15.
;Meyburgh, Bartholomeus (1628-ca. 1708)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262.
;Mieris, Willem van
[[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]]
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Mijtens, Johannes (ca. 1614-1670)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Molenaer, Klaes
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Mommers, Hendrick (1619/1620-1693)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Moor, Carel de (II) (1655-1738)
*''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Moucheron, Frederik de (1633-1686)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frederik de Moucheron|“Frederik de Moucheron”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 327-328.
;Moucheron, Isaac de (1667-1744)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Uilenburg|“Gerard Uilenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 293-303, met name 297-298.
;Murant, Emanuel (1622-ca. 1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Emanuel Murant|“Emanuel Murant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102.
;Nedek, Pieter Pietersz. (1617-na 1692)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Pieterze Nedek|“Pieter Pieterze Nedek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 27.
;Neer, Eglon van der
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Nes, Johan van (....-1650)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan van Nes|“Johan van Nes”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 343-344.
;Netscher, Caspar (1639-1684)
*Havelaar, Just (7 september 1921) [[Het Vaderland/Jaargang 53/7 september 1921/Avondblad/Collectie Van Maanen|‘Collectie Van Maanen’]], ''Het Vaderland'', Avondblad B, p. 2.
;Netscher, Constantijn
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Nickelen, Isaak van (1632/1633-1703)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Nieulandt, Adriaen van (ca. 1586-1658)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adriaan Nieulant|"Adriaan Nieulant"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 42-43.
;Oosterwijck, Maria van
*Bosboom-Toussaint, A.L.G. (1862) ''De bloemschilderes Maria van Oosterwijk'', Leiden: A.W. Sythoff.
*Bredius, A. (1935) ‘Archiefsprokkelingen. Een en ander over Maria van Oosterwijck, “vermaert Konstschilderesse”’, ''Oud Holland'', jrg. 52, p. 180-182.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Maria van Oosterwyk|“Maria van Oosterwyk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 214-216.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Geertje Pieters|“Geertje Pieters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 216-218.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Oostfries, Catharina (ca. 1636-1708)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Katarina Oostfries|“Katarina Oostfries”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 209.
;Ossenbeeck, Jan van (ca. 1624-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ossenbek|“Ossenbek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 170-171.
;Pape, Abraham de (ca. 1620-1666)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Pardanus, Abraham (1673-1744)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Paulusz., Zacharias (ca. 1580-1648)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Zacharias Paulusz.|“Zacharias Paulusz.”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 55-56.
;Pierson, Christoffel (1631-1714)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 259-262.
;Pijnacker, Adam (1620/1622-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adam Pynaker|“Adam Pynaker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 96-99.
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Poel, Egbert Lievensz. van der (1621-1664)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Poorter, Willem de (1608-na 1648)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Post, Frans
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frans Post|“Frans Post”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 343-344.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*''Annual autumn exhibition of paintings by old Dutch and Flemish masters'', Alfred Brod Galerie, Londen, 5 oktober-4 november 1961.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (13 oktober 1961) ‘Londense expositie van oude meesters’, ''Het Parool'', p. 17.
;Pot, Hendrik Gerritsz. (1580/1581-1657)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 123.
;Puytlinck, Christoffel
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Ravesteyn, Jan van (ca. 1572-1657)
[[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]]
*''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p. 1.
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Roestraeten, Pieter van (1630-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Roestraten|“Roestraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 191-192.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Romeyn, Willem
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Rotius, Jan Albertsz. (1624-1666)
*Anoniem (7 juni 1898) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 232/Nummer 131/Men meldt ons uit Amsterdam|‘Men meldt ons uit Amsterdam: [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Eerste Blad, [p. 2].
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Albertsz. Roodtseus|“Jan Albertsz. Roodtseus”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 11-12.
;Ruysch, Rachel
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Saftleven, Cornelis
*Anoniem (8 november 1905) [[Het Nieuws van den Dag/1905/Nummer 10999/Wetenschap en kunst|‘Wetenschap en kunst’]], ''Het Nieuws van den Dag'', p. 15.
;Sant-Acker, Frans (''fl''. 1648-1668)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Santvoort, Dirck Dircksz. (1604-1635)
*''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen:
**Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Savoyen, Carel van (1618-1665)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel van Savoyen|“Karel van Savoyen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 53.
;Schagen, Gillis (1616-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gillis Schagen|“Gillis Schagen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 30-32.
;Schellinks, Daniël (1627-1701)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273, met name 273.
;Schellinks, Willem (1623-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273.
;Seghers, Hercules
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hercules Segers|“Hercules Segers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 136-137.
*''Hercules Seghers. Omstreeks 1590-omstreeks 1640'', ’s Rijks Prentenkabinet, Amsterdam, 1 april-30 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Prentenkabinet Hercules Seghers|‘Prentenkabinet: Hercules Seghers’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 6.
;Slingeland, Cornelis van (ca. 1635-1686)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Hoeck|“Jan van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 344-345, met name 345.
;Sorgh, Hendrick Martensz. (ca. 1611-1670)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh|“Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 89-90.
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Stap, Jan Woutersz. genaamd
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Staphorst, Abraham (ca. 1638-1696)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Hoeck|“Jan van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 344-345.
;Staveren, Jan Adriaensz. van
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Stoop, Dirk
*''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p. 1.
;Storck, Abraham
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Storck, Jacobus
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Streek, Hendrik van (1659-1720)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan van Streek|“Juriaan van Streek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 290-292, met name 292.
;Striep, Christiaan (1634-1673)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Hoeck|“Jan van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 344-345, met name 345.
;Swart, Pieter
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Sweel, Jan van (''fl''. 1673-1676)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Baan|“Jan de Baan”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 303-324, met name 312.
;Tempel, Abraham van den
*''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Troost, Cornelis
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Tulden, Theodoor van
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Vaillant, Andries (1655-1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Vaillant, Bernard (1632-1698)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Vaillant, Jacques (1643-1691)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 263-273, met name 266.
;Vaillant, Wallerant (1623-1677)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 102-105.
;Valkenburg, Dirk
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Velde, Jan van de (III) (1620-1662)
*Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
;Venne, Pieter van de
*''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen:
**Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p. 3.
;Verbeeck, Cornelis (ca. 1590-na 1637)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 123.
;Verbijl, Jan Govertsz. (1634-1690)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Verboom, Adriaen Hendriksz. (1627/1628-1673)
[[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]]
*''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Verdoel, Adriaen (I) (1623-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adriaan Verdoel|“Adriaan Verdoel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 57-58.
;Verkolje, Nicolaas (1673-1746)
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
;Verschuring, Willem (1660-1726)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Wilhelm Verschuring|“Wilhelm Verschuring”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 196.
;Verspronck, Johannes Cornelisz. (1600/1603-1662)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122-123.
;Verwilt, François
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Victors, Jan
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 34995/Avondblad/Tentoonstelling in "Arti"|‘Tentoonstelling in „Arti”. Italianisanten uit de 16de en 17de eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Vinne, Vincent Laurensz. van der (I) (1628-1702)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vincent vander Vinne|“Vincent vander Vinne”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 210-214.
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Vliet, Hendrick van (1611/1612-1675)
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
*Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p. 6].
;Vois, Ary de
*''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen:
**Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
;Voort, Cornelis van der
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Vrel, Jacob
*''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p. 3.
**Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p. 3.
;Waben, Jacobus (ca. 1575-ca. 1641)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jaques Wabbe|“Jaques Wabbe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 10-11.
;Waes, Aert van (ca. 1620-1664)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 90-91.
;Waldcapelle, Jacob van (1644-1727)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Kik|“Kornelis Kik”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 333-334, met name 334.
;Waterloo, Anthonie (1609-1690)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoni Waterloo|“Antoni Waterloo”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 51.
;Werff, Adriaen van der (1659-1722)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Wieringa, Harmen Willems
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Wieringen, Cornelis Claesz. (1577-1633)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 117-125, met name 122.
;Wilkens, Theodoor (ca. 1690-1748)
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Willaerts, Adam (1577-1664)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adam Willaarts|"Adam Willaarts"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 60.
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Willaerts, Cornelis
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
;Wit, Jacob de
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Withoos, Alida (ca. 1661/1662-1730)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 188.
;Withoos, Frans
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 189.
;Withoos, Johannes (1648-ca. 1688)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 188.
;Withoos, Matthias (1627-1703)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189.
;Withoos, Pieter (ca. 1657-1692)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 186-189, met name 189.
;Wittel, Caspar van (1653-1736)
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
*''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies:
**M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Nederlandsche italianiseerende meesters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Worst, Jan (....-na 1686)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Worst|“Jan Worst”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 147.
;Wouwerman, Jan (1629-1666)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philip Wouwerman|“Philip Wouwerman”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 69-76, met name 76.
;Wyck, Jan (1652-1700)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Tomas Wyk|“Tomas Wyk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 16-18.
;Wyntges, Geertje (1636-1712)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Geertje Pieters|“Geertje Pieters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 216-218.
;Zijl, Gerard Pietersz. van (ca. 1607-1665)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Pieterze van Zyl|“Gerard Pieterze van Zyl”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 225-233.
;Zuylen, J. Hendricksz. van (''fl''. 1644)
*Anoniem (7 december 1931) [[De Maasbode/Jaargang 64/Nummer 24049/Avondblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Nieuwe aanwinsten’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p. 6.
;Overige onderwerpen
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem van Aelst|Willem van Aelst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Arent Arentsz. genaamd Cabel|Arent Arentsz. genaamd Cabel]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Asselijn|Jan Asselijn]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Balthasar van der Ast|Balthasar van der Ast]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Justus van Attevelt|Justus van Attevelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick Avercamp|Hendrick Avercamp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Dirck van Baburen|Dirck van Baburen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan de Baen|Jan de Baen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ludolf Bakhuizen|Ludolf Bakhuizen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Beerstraaten|Anthonie Beerstraaten]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Abrahamsz. Beerstraaten|Jan Abrahamsz. Beerstraaten]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Sybrand van Beest|Sybrand van Beest]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis Bega|Cornelis Bega]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Abraham Begeyn|Abraham Begeyn]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham van Beijeren|Abraham van Beijeren]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Berchem|Nicolaes Berchem]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerrit Berckheyde|Gerrit Berckheyde]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Job Berckheyde|Job Berckheyde]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Dirck van Bergen|Dirck van Bergen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Bijlert|Jan van Bijlert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham Bloemaert|Abraham Bloemaert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Bloemaert|Adriaen Bloemaert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick Bloemaert|Hendrick Bloemaert]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ferdinand Bol|Ferdinand Bol]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Bor|Paulus Bor]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard ter Borch (II)|Gerard ter Borch (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Andries Both|Andries Both]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Both|Jan Both]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Richard Brakenburg|Richard Brakenburg]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Leonaert Bramer|Leonaert Bramer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Bartholomeus Breenbergh|Bartholomeus Breenbergh]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Elias van den Broeck|Elias van den Broeck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick ter Brugghen|Hendrick ter Brugghen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem Buytewech|Willem Buytewech]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Michiel Carrée|Michiel Carrée]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Pieter Claesz.|Pieter Claesz.]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aelbert Cuyp|Aelbert Cuyp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Benjamin Cuyp|Benjamin Cuyp]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Simon van der Does|Simon van der Does]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard Dou|Gerard Dou]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Joost Cornelisz. Droochsloot|Joost Cornelisz. Droochsloot]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Carel Fabritius|Carel Fabritius]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Feddes van Harlingen|Pieter Feddes van Harlingen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Govert Flinck|Govert Flinck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Wybrand de Geest|Wybrand de Geest]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Arent de Gelder|Arent de Gelder]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Gillig|Jacob Gillig]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Goyen|Jan van Goyen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans Hals|Frans Hals]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Hanneman|Adriaen Hanneman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Willem Claesz. Heda|Willem Claesz. Heda]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis de Heem|Cornelis de Heem]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Bartholomeus van der Helst|Bartholomeus van der Helst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Meindert Hobbema|Meindert Hobbema]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Melchior d'Hondecoeter|Melchior d'Hondecoeter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard van Honthorst|Gerard van Honthorst]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Pieter de Hooch|Pieter de Hooch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan van Huchtenburg|Jan van Huchtenburg]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Karel du Jardin|Karel du Jardin]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem Kalf|Willem Kalf]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard de Lairesse|Gerard de Lairesse]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Lastman|Pieter Lastman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Hendrik van Limborch|Hendrik van Limborch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Lingelbach|Johannes Lingelbach]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Maes|Nicolaes Maes]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gabriël Metsu|Gabriël Metsu]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Michiel van Mierevelt|Michiel van Mierevelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans van Mieris (I)|Frans van Mieris (I)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Miense Molenaer|Jan Miense Molenaer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Matthijs Naiveu|Matthijs Naiveu]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aert van der Neer|Aert van der Neer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Ochtervelt|Jacob Ochtervelt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van Ostade|Adriaen van Ostade]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Isaac van Ostade|Isaac van Ostade]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Palamedesz.|Anthonie Palamedesz.]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis van Poelenburch|Cornelis van Poelenburch]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Potter|Paulus Potter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Potter|Pieter Potter]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Rembrandt|Rembrandt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van Ruisdael|Jacob van Ruisdael]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Salomon van Ruysdael|Salomon van Ruysdael]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Saenredam|Pieter Saenredam]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Herman Saftleven|Herman Saftleven]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Roelant Savery|Roelant Savery]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Steen|Jan Steen]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Juriaan van Streek|Juriaan van Streek]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Torrentius|Johannes Torrentius]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van der Ulft|Jacob van der Ulft]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Velde|Adriaen van de Velde]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem van de Velde (II)|Willem van de Velde (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Venne|Adriaen van de Venne]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Vermeer|Johannes Vermeer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrik Verschuring|Hendrik Verschuring]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Simon de Vlieger|Simon de Vlieger]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Weenix|Jan Weenix]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Baptist Weenix|Jan Baptist Weenix]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Thomas Wijck|Thomas Wijck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Wijnants|Jan Wijnants]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Emanuel de Witte|Emanuel de Witte]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Philips Wouwerman|Philips Wouwerman]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Wouwerman (II)|Pieter Wouwerman (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Joachim Wtewael|Joachim Wtewael]]
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
e047dygeexw1o4nraf59l34310c67u9
Index:St. Gerardusklokje vol 014 no 009.djvu
106
37960
225898
120737
2026-08-28T12:08:23Z
Vincent Steenberg
280
225898
proofread-index
text/x-wiki
{{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template
|Type=boek
|Taal=nl
|wikidata=
|Titel=St. Gerardusklokje
|Ondertitel=
|Deel=
|Auteur=Paters Redemptoristen, Wittem
|Vertaler=
|Redacteur=
|Illustrator=
|Stroming=
|Jaar=1933
|Uitgever=
|Plaats=
|Druk=
|OorspronkelijkeUitgave=
|Key=
|doe_wikidata=
|ISBN=
|OCLC=
|LCCN=
|BNF_ARK=
|DBNL=
|Bron=djvu
|Afbeelding=1
|Voortgang=C
|Delen=
|Pagina's=<pagelist 1=161 />
|Opmerkingen=[[St. Gerardusklokje/Jaargang 14/Nummer 9]]
|NestedInhoud=
|Breedte=
|Css=
|Header=
|Footer=
}}
pvj2zkpwauvn1vepkkqsawocj5xndn3
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo
100
65780
225991
225714
2026-08-29T08:05:56Z
Vincent Steenberg
280
bronnen toegevoegd/verplaatst
225991
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Belgische schilderkunst;<br>Barok en Rococo<br>(ca. 1600-ca. 1750)
| afbeelding = Peter Paul Rubens - The Rape of the Daughters of Leucippus.jpg
| alt = De schaking van Leucippus' dochters door Rubens
| beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Belgische schilderkunst uit de periode ca. 1600 tot ca. 1750.
}}
== Algemeen ==
;Tentoonstellingen
*[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p. 1.
== Bijzondere onderwerpen ==
;Adriaenssen, Alexander (1587-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Andriessen, Hendrick (1607-1655)
*''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 9.
;Biset, Charles Emmanuel (1633-1707)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel Emanuel Biset|“Karel Emanuel Biset”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 292.
;Bloemen, Norbert van (1670-1746)
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Boel, Pieter (1626-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peter Boel|“Peter Boel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 141.
;Bol, Hans
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Borcht, Pieter van der (II) (1591-1662)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Bout, Pieter
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Bredael, Alexander van (1663-1720)
*''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Bredael, Peeter van (1629-1719)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peter van Breda|“Peter van Breda”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 223-224.
;Brueghel, Jan (II) (1601-1678)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Claes, Gilles (''fl''. 1607)
*Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p. 154-182, met name 174-175.collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Clerck, Hendrik de
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Hendrik de Klerk|“Hendrik de Klerk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
;Coxie, Raphael (ca. 1540-1616)
*Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p. 154-182, met name 172-174.
;Deynum, Guilliam van
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Deynum, Jan Baptist van (1620-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Baptist van Duinen|“Jan Baptist van Duinen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 57.
;Diest, Johannes Baptist (''fl''. 1675-1702)
*Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p. 154-182, met name 181.
;Egmont, Justus van (1602-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Eyck, Casper van (1613-1674)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 141-142.
;Eyck, Nicolaas van (1617-1679)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 141-142.
;Flémal, Bertholet (1614-1675)
*Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p. 154-182, met name 177.
;Franchoys, Lucas (I) (1574-1643)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Lucas Francoois|“Lucas Francoois”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 55.
;Franchoys, Lucas (II) (1616-1681)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Lucas Francois de Jonge|“Lucas Francois de Jonge”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 14-15.
;Fruytiers, Philip (1610-1666)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philippus Fruytiers|“Philippus Fruytiers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 142.
;Gabron, Guiliam (II) (1619-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Gijsels, Peeter
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Goubau, Anton (1616-1698)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antonius Goebouw en Franciscus de Neve|“Antonius Goebouw en Franciscus de Neve”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 142.
;Grimmer, Jacob
*[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p. 1.
;Hecke, Jan van den (1620-1684)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 141-142.
;Hoecke, Jan van (1611-1651)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Hoeck|“Jan van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 344.
;Hoecke, Robert van den (1622-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Robert van Hoeck|“Robert van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 50.
;Hoefnagel, Jacob (1573-1632/1633)
*Anoniem (27 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/27 maart/Wt Praghe den 9. Martij|‘Wt Praghe den 9. Martij’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 1-2].
;Hondecoeter, Gillis Claesz. de (ca. 1575-1638)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Hoochstadt, Geeraert van (1591-1675)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerrit van Hoochstadt|“Gerrit van Hoochstadt”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Jordaens, Hans III (1590-1643)
*Anoniem (24 november 1785) [[Rotterdamsche Courant/1785/Nummer 141/Henricus Jacobus Doorschodt|‘Henricus Jacobus Doorschodt, Vendumeester van ’s Gravenhage, zal op Maandag den 5 December 1785 en volgende dagen, ten zynen Huize, verkoopen, allerhande Meubilen en Huiscieraden, […] [advertentie]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 2].
;Keirincx, Alexander (1600-1652)
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Alexander Kierings|“Alexander Kierings”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 130.
;Kessel, Jan van (I) (1626-1679)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johannes van Kessel|“Johannes van Kessel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 139-140.
*[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p. 1.
;Lamen, Christoffel van der
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Kristoffel en Jakob vander Lanen|“Kristoffel en Jakob vander Lanen”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
;Lamen, Jacob van der
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Kristoffel en Jakob vander Lanen|“Kristoffel en Jakob vander Lanen”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
;Loyer, Nicholas (1625-na 1681)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Luyckx, Frans (1604-1668)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ossenbek|“Ossenbek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 170-171 (vermeld als ‘Luix’).
;Mahu, Guilliam
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Anthoni Salart en Guliam Mahue|“Anthoni Salart en Guliam Mahue”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
;Meert, Pieter (1618-1669)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peeter Meert|“Peeter Meert”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 50.
;Meulen, Adam Frans van der (1632-1690)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoine Francois vander Meulen|“Antoine Francois vander Meulen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 329-331.
;Meulen, Pieter van der (1638-na 1681)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoine Francois vander Meulen|“Antoine Francois vander Meulen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 329-331, met name 331.
;Miel, Jan (1599-1664)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Momper, Frans de
*[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5].
;Momper, Joost (II)
*[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p. 1.
;Neefs, Pieter (I)
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Pieter Neefs|“Pieter Neefs”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
*Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 1].
;Neve, Franciscus de (I) (1606-1681/1688)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antonius Goebouw en Franciscus de Neve|“Antonius Goebouw en Franciscus de Neve”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 142.
;Peeters, Bonaventura (I) (1614-1652)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Bonaventuur Peeters|“Bonaventuur Peeters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 12-13.
;Peeters, Jan (I) (1624-1678)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johannes Peeters|“Johannes Peeters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 140-141.
;Rijckaert, David (III) (1612-1661)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/David Rykaert|“David Rykaert”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 14.
;Sallaert, Antoon
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Anthoni Salart en Guliam Mahue|“Anthoni Salart en Guliam Mahue”]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 221.
;Savoyen, Carel van (1618-1665)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel van Savoyen|“Karel van Savoyen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 53.
;Seghers, Daniël
*''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies:
**Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p. 10.
;Sibrechts, Jan (1627-1703)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|“Joannes van Heck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 141-142.
;Sion, Peeter
*Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p. 38-48.
;Snayers, Peter (1592-1667)
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
;Snellinck, Jan (1548-1638)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Johannes Snellinks|“Johannes Snellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p. 35-36.
;Snijders, Frans (1579-1657)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Son, Joris van (1623-1667)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joris van Son|“Joris van Son”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 101-102.
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Teniers, David (I)
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Thielen, Anna Maria van (1642-na 1664)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Thielen, Francisca Catharina van (1645-na 1681)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Thielen, Jan Philip van (1618-1667)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Thielen, Maria Theresia van (1640-1706)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|“Jan Philip van Thielen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 52.
;Thijs, Gijsbrecht (I) (1617-1662)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Thijs, Peter (1624-1677)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peeter Tysens|“Peeter Tysens”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 143.
;Thulden, Theodoor van
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Uden, Lucas van (1595-ca. 1672)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Utrecht, Adriaen van
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
;Vadder, Lodewijk de (1605-1655)
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
;Vaillant, Wallerant
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Veen, Gijsbert van (ca. 1562-1628)
*Alex. Pinchart (1858) [[s:fr:Archives des arts, des sciences et des lettres|‘Archives des arts, des sciences et des lettres’]], ''Messager des sciences historiques ou archives des arts et de la bibliographie de Belgique'', Année 1858, p. 154-182, met name 172-174.
;Voort, Cornelis van der
*Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p. 2].
;Vos, Simon de (1603-1676)
*''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 1.
;Vrancx, Sebastiaen (1573-1647)
*Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Sebastiaan Franks|“Sebastiaan Franks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 51-52.
*[''Brueghel-tentoonstelling''], Rijksmuseum Twenthe, Enschede, oktober 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**De W. (20 oktober 1934) [[Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant/Jaargang 63/Nummer 248/Brueghel-tentoonstelling|‘Brueghel-tentoonstelling’]], ''Twentsch Dagblad Tubantia en Enschedesche Courant'', derde blad, p. 1.
;Witte, Peter de (III) (1617-1667)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Wolffort, Artus (1581-1640/1641)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144-145.
;Wouters, Frans (1612-1659)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Franciscus Wouters|“Franciscus Wouters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 13-14.
;Ykens, Frans (1601-1693)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Ykens, Johannes (1613-1680)
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|“Alexander Adriaansen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 144.
;Overige onderwerpen
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Adriaen Brouwer|Adriaen Brouwer]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Jan Brueghel (I)|Jan Brueghel (I)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Pieter Brueghel (II)|Pieter Brueghel (II)]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Pieter Claesz.|Pieter Claesz.]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/David de Coninck|David de Coninck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Gonzales Coques|Gonzales Coques]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Anthony van Dyck|Anthony van Dyck]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Jan Fijt|Jan Fijt]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans Hals|Frans Hals]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis de Heem|Cornelis de Heem]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Jacob Jordaens|Jacob Jordaens]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard de Lairesse|Gerard de Lairesse]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Peter Paul Rubens|Peter Paul Rubens]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Roelant Savery|Roelant Savery]]
*[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/David Teniers (II)|David Teniers (II)]]
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
58sryszdl9uavamb13v0keisbq2qeio
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/408
104
81487
225936
225098
2026-08-28T18:14:35Z
Vincent Steenberg
280
225936
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{c|{{larger|'''INHOUD'''}}<br>{{smaller|(''maakt geen deel uit van het oorspronkelijke werk'')}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerrit Dou|Gerrit Dou]]|{{pli|1|15}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joachim Sandrart|Joachim Sandrart]]|{{pli|3|15}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Nicolaas vander Hek|Nicolaas vander Hek]]|{{pli|7|15}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Marten Heemskerk vander Hek|Marten Heemskerk vander Hek]]|{{pli|8|15}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Bartolomeus vander Helst|Bartolomeus vander Helst]]|{{pli|9|15}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jaques Wabbe|Jaques Wabbe]]|{{pli|10|15}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Albertsz. Roodtseus|Jan Albertsz. Roodtseus]]|{{pli|11|15}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Bonaventuur Peeters|Bonaventuur Peeters]]|{{pli|12|15}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Franciscus Wouters|Franciscus Wouters]]|{{pli|13|15}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/David Rykaert|David Rykaert]]|{{pli|14|15}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Lucas Francois de Jonge|Lucas Francois de Jonge]]|{{pli|14|15}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frans Menton|Frans Menton]]|{{pli|15|15}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathys vanden Berg|Mathys vanden Berg]]|{{pli|15|15}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Tomas Wyk|Tomas Wyk]]|{{pli|16|15}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Govert Flink|Govert Flink]]|{{pli|18|15}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Pieterze Nedek|Pieter Pieterze Nedek]]|{{pli|27|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Latombe|Latombe]]|{{pli|27|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hans Jordaans|Hans Jordaans]]|{{pli|28|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gillis Schagen|Gillis Schagen]]|{{pli|30|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ludolf de Jong|Ludolf de Jong]]|{{pli|32|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter de Hooge|Pieter de Hooge]]|{{pli|34|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hend. Goltzius|Hend. Goltzius]]|{{pli|35|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gonzalo Coques|Gonzalo Coques]]|{{pli|40|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Lely|Pieter vander Faes, genaamt Lely]]|{{pli|41|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan Jakobze|Juriaan Jakobze]]|{{pli|49|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Robert van Hoeck|Robert van Hoeck]]|{{pli|50|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peeter Meert|Peeter Meert]]|{{pli|50|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoni Waterloo|Antoni Waterloo]]|{{pli|51|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/N. Kraanevelt|N. Kraanevelt]]|{{pli|52|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Philip van Thielen|Jan Philip van Thielen]]|{{pli|52|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel van Savoyen|Karel van Savoyen]]|{{pli|53|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philips de Koning|Philips de Koning]]|{{pli|53|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Zacharias Paulusz.|Zacharias Paulusz.]]|{{pli|55|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Delff|Jakob Delff]]|{{pli|56|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Baptist van Duinen|Jan Baptist van Duinen]]|{{pli|57|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adriaan Verdoel|Adriaan Verdoel]]|{{pli|57|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Groot|Jan de Groot]]|{{pli|58|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Tussenstuk|''Tusschenrede, veltteekenen der oudtydsche volken'']]|{{pli|58|17}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philip Wouwerman|Philip Wouwerman]]|{{pli|69|19}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Baptista Weeninx|Jan Baptista Weeninx]]|{{pli|76|19}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/David Beck|David Beck]]|{{pli|83|21}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joan Couper|Joan Couper]]|{{pli|87|21}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gelsdorf|Gelsdorf]]|{{pli|87|21}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Simon Peter Tilmans|Simon Peter Tilmans]]|{{pli|88|21}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh|Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh]]|{{pli|89|21}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|Jan Duive]]|{{pli|90|21}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Dirk Meerkerk|Dirk Meerkerk]]|{{pli|91|21}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakop Reugers Blok|Jakop Reugers Blok]]|{{pli|92|21}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|Jan en Pieter Donker]]|{{pli|93|21}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Cesar van Everdingen|Cesar van Everdingen]]|{{pli|94|21}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Everdingen|Jan van Everdingen]]|{{pli|95|21}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Aldert van Everdingen|Aldert van Everdingen]]|{{pli|95|21}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adam Pynaker|Adam Pynaker]]|{{pli|96|21}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis de Man|Kornelis de Man]]|{{pli|99|23}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerbrant vanden Eekhout|Gerbrant vanden Eekhout]]|{{pli|100|23}}}}{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joris van Son|Joris van Son]]|{{pli|101|23}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Emanuel Murant|Emanuel Murant]]|{{pli|102|23}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant]]|{{pli|102|23}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob vander Does|Jakob vander Does]]|{{pli|105|25}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Theodoor Helmbreker|Theodoor Helmbreker]]|{{pli|108|25}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Nikolaas Berchem|Nikolaas Berchem]]|{{pli|109|25}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Andries Both|Jan en Andries Both]]|{{pli|114|25}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|Johan Torrentius]]|{{pli|117|25}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Paulus Potter|Paulus Potter]]|{{pli|125|25}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hercules Segers|Hercules Segers]]|{{pli|136|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johannes van Kessel|Johannes van Kessel]]|{{pli|139|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johannes Peeters|Johannes Peeters]]|{{pli|140|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peter Boel|Peter Boel]]|{{pli|141|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes van Heck|Joannes van Heck]]|{{pli|141|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philippus Fruytiers|Philippus Fruytiers]]|{{pli|142|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antonius Goebouw en Franciscus de Neve|Antonius Goebouw en Franciscus de Neve]]|{{pli|142|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joannes Fyt|Joannes Fyt]]|{{pli|142|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peeter Tysens|Peeter Tysens]]|{{pli|143|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Alexander Adriaansen|Alexander Adriaansen]]|{{pli|144|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerrit van Hoochstadt|Gerrit van Hoochstadt]]|{{pli|144|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|Gysbrecht Thys]]|{{pli|144|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johannes Lingelbag|Johannes Lingelbag]]|{{pli|145|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Worst|Jan Worst]]|{{pli|147|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem van Drillenburg|Willem van Drillenburg]]|{{pli|147|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Lavecq|Jakob Lavecq]]|{{pli|153|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|Samuel van Hoogstraten]]|{{pli|155|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ossenbek|Ossenbek]]|{{pli|170|27}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/''Tusschenrede, Persoonverbeelding''|''Tusschenrede, Persoonverbeelding'']]|{{pli|171|29}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|Mathias Withoos]]|{{pli|186|31}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Graauw|Hendrik Graauw]]|{{pli|189|33}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Roestraten|Roestraten]]|{{pli|191|33}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Verschuuring|Hendrik Verschuuring]]|{{pli|193|33}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Wilhelm Verschuring|Wilhelm Verschuring]]|{{pli|196|33}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob vander Ulft|Jakob vander Ulft]]|{{pli|196|33}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Teunisz. Blankhof|Jan Teunisz. Blankhof]]|{{pli|198|33}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Barent Graat|Barent Graat]]|{{pli|200|33}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Josef Oostfries|Josef Oostfries]]|{{pli|209|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Klaas vander Meulen|Klaas vander Meulen]]|{{pli|209|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Katarina Oostfries|Katarine Oostfries]]|{{pli|209|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Janze Slob|Jan Janze Slob]]|{{pli|209|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vincent vander Vinne|Vincent vander Vinne]]|{{pli|210|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Maria van Oosterwyk|Maria van Oosterwyk]]|{{pli|214|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Geertje Pieters|Geertje Pieters]]|{{pli|216|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Kalf|Willem Kalf]]|{{pli|218|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Bisschop|Kornelis Bisschop]]|{{pli|220|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakobus Bisschop|Jakobus Bisschop]]|{{pli|222|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Abraham Bisschop|Abraham (Bisschop)]]|{{pli|222|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Peter van Breda|Peter van Breda]]|{{pli|223|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Janson van Keulen|Janson van Keulen]]|{{pli|224|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Pieterze van Zyl|Gerard Pieterze van Zyl]]|{{pli|225|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Michiel Willemans|Michiel Willemans]]|{{pli|233|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Doudyns|Willem Doudyns]]|{{pli|234|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|Ary vander Kabel]]|{{pli|235|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ludolf Bakhuizen|Ludolf Bakhuizen]]|{{pli|236|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Tusschenrede: misslagen van schilders|''Tusschenrede: misslagen van schilders'']]|{{pli|244|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Benjamin Blok|Benjamin Blok]]|{{pli|258|37}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|Kristoffel Pierson]]|{{pli|259|35}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juffrouw Rozee|Juffrouw Rozee]]|{{pli|262|37}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|Willem Schellinks]]|{{pli|263|37}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Nicolaas Maas|Nicolaas Maas]]|{{pli|273|37}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Henrik Roos|Johan Henrik Roos]]|{{pli|277|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Filip Roos|Filip Roos]]|{{pli|279|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Theodoor Roos|Theodoor Roos]]|{{pli|288|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan van Streek|Juriaan van Streek]]|{{pli|290|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel Emanuel Biset|Karel Emanuel Biset]]|{{pli|292|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ottomar Elger|Ottomar Elger]]|{{pli|293|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Uilenburg|Gerard Uilenburg]]|{{pli|293|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Baan|Jan de Baan]]|{{pli|303|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem vanden Velde|Willem vanden Velde]]|{{pli|324|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frederik de Moucheron|Frederik de Moucheron]]|{{pli|327|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Gallis|Pieter Gallis]]|{{pli|328|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gasper vanden Bos|Gasper vanden Bos]]|{{pli|328|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoine Francois vander Meulen|Antoine Francois vander Meulen]]|{{pli|329|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Joan Guiliam Bouwer|Joan Guiliam Bouwer]]|{{pli|332|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Kik|Kornelis Kik]]|{{pli|333|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Tusschenrede:Wat leiding in de kunst vermag|Tusschenrede:Wat leiding in de kunst vermag]]|{{pli|334|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Brize|Kornelis Brize]]|{{pli|341|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Blekers|Blekers]]|{{pli|342|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frans Post|Frans Post]]|{{pli|343|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan van Nes|Johan van Nes]]|{{pli|344|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Hoeck|Jan van Hoeck]]|{{pli|344|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Schilders uit Dordrecht|Schilders uit Dordrecht]]|{{pli|344|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Frits|Pieter Frits]]|{{pli|345|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Schets van het Bentleven|Schets van het Bentleven]]|{{pli|347|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Naamlyst der schilders en Schilderessen|Naamlyst der schilders en Schilderessen]]|{{pli|362|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Lijst der voornaamste zaken in deel 2|Lijst der voornaamste zaken in deel 2]]|{{pli|365|39}}}}
{{Dotlist||[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Naamrol deel 2|Naamrol deel 2]]|{{pli|367|39}}}}<noinclude></noinclude>
5cb55tqbwrc0710r5htdwmwwpi967v7
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/111
104
83094
225947
216233
2026-08-28T20:02:29Z
Vincent Steenberg
280
typo
225947
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH|90|''Schouburgh der''|}}</noinclude><section begin="s1"/>met groote yver en zucht de Penceelkonst oeffende. Waarom wy ook zyn Beeltenis uitvoerig door hem zelf geschildert op zyn 34ste jaar 1645, geplaatst hebben in de Plaat C. 4.<br>{{gap}}Hy was een Leerling van Dav. Teniers, als aan zyn eerste penceelwerken klaar te zien is, en van Wilm Buitenweg die gezelschappen van Juffrouwen Heeren en Boertjes schilderde. Doch hy heeft zig niet altyd by die wyze van schilderen gehouden. By zyn Neef {{sc|Hendrik Zorgh}} Makelaar en beminnaar van Schilderkonst tot Amsterdam, heb ik verscheiden Konststukken van hem gezien, inzonderheid twee. Het eene verbeeld een Italiaansche Markt, met veel gewoel van beelden, en voor aan een vroutje dat uitstalt met verscheide soort van doode Vogels. Het ander verbeelt een Vismarkt, mee vol gewoel. De Visch in dit, en een korf met levende Hoenders, Eenden enz. in ’t ander stuk, zyn uitvoerig en Konstig naar ’t leven geschildert: Vorders de beelden gronden en agterwerken, hebben een zweem van de penceelbehandeling van Tomas Wyk: gelyk daar ook nog een groot stuk hangt, waar in verbeelt wort een Boerevreugt, waar in de beelden grooter zyn, en veel gelykenis hebben naar de handeling van Jan Mienze Molenaar.<br>{{gap}}Hy stierf, het kluwen van zyn levensdraad door het tydlot ontwonden zynde in zyn eenentsestigste jaar, 1682.
<section end="s1"/>
<section begin="s2"/>{{gap}}Thans verschynt ook de Gouwenaar JAN DUIVE. Leerling van Wouter Crabeth. Deze was een vaardig en goed schilder van pourtretten. Hy heeft in zyn tyd den Minnebroer Gregorius Simpernel na zyn dood geschildert, ’t geen wel gelukte, en overzulks hem groot voordeel bybragt,<section end="s2"/><noinclude>{{rechts|niet}}</noinclude>
2c1mjq3s580ejbs1uq7gazokelw9qsj
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/637
104
88547
225899
2026-08-28T12:58:01Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225899
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
!Brontekst
!Vertaling
|-
|valign=top|
{{c|{{xxxx-larger|'''LI ROMANS'''}}<br>{{larger|'''DE'''}}<br>{{xx-larger|'''BAUDUIN DE SEBOURC.'''}}}}
{{lijn|5em}}
{{c|{{larger|'''CHANT XX.'''}}}}
{{dhr|1.5em}}
<poem>
HUIMAIS orrés chanson dont li ver sont plaïsant :
Ensi que li bastars, dont je fai mention,
Chevauchent o le conte qui blanc ot le grenon,
Virent une compaingnie venir de grant randon,
Bien hommes d’armes i ot ou environ ;
Ch’ert li dus de Borgongne c’on apelloit Athon.
Li quens d’Ango avoit éu discention
Et une mortel guerre, durant grande saison ;
Mais li rois ot le gerre et le… desrison
Pris du tout desur lui, par information
Car il devoit avoir sus chascune parchon,
Il en devoit jugier sus chascun se raison :
Et avoit deffendut à che duc Bourgueignon
Qu’envers le quen d’Ango, né son estration,
N’en querquast, jamais jour, pour che fait, le baston ;
Et sé plus s’en melloit murdere le terroit-on.
Et li dus de Bourgongne chevauche de randon :
Quant du conte d’Ango a entendu le ton,
Félonnie li prist au coer, lès le pomon,
Pour l’amour du sien frère que mort li avoit-on.
« A le mort ! » li cria, « fiex au putain ! glouton !
« De la mort de mon frère prenderai vengison !
« Bien en verrai à pais au roy de Mont-Laön ;
« Puis c’on a de l’argent, à lui se r’acorde-on. »
Quant li contes l’oï, si rougi le menton,
</poem>
|valign=top|
{{c|{{xxxx-larger|'''DE ROMANS'''}}<br>'''VAN'''<br>{{xx-larger|'''BAUDEWIJN VAN SEBOURG.'''}}}}
{{lijn|5em}}
{{c|{{larger|'''ZANG XX.'''}}}}
{{dhr|1.7em}}
<poem>
HIERna zult gij een lied horen waarvan de verzen aangenaam zijn:
Terwijl de bastaarden, waar ik melding van maak,
Rijden aan de zijde van de graaf die een blanke snor had,
Zagen zij een gezelschap in grote vaart naderen,
Wel honderd manschappen te wapen waren er ongeveer;
Het was de hertog van Bourgondië die men Athon noemde.
De graaf van Anjou had een geschil gehad
En een dodelijke oorlog, gedurende een lange tijd;
Maar de koning had de oorlog en de.. twist
Geheel op zich genomen, na te zijn geïnformeerd 10
Want hij moest over elk aandeel beschikken,
Hij moest over eenieder oordelen naar recht en rede:
En hij had deze Bourgondische hertog verboden
Dat hij jegens de graaf van Anjou, noch diens nageslacht,
Ooit nog, om deze zaak, de strijd zou opzoeken;
En als hij zich er nog mee bemoeide, men hem als moordenaar zou beschouwen.
En de hertog van Bourgondië rijdt in grote vaart:
Toen hij de stem van de graaf van Anjou hoorde,
Nam woede bezit van zijn hart, vlak bij zijn longen,
Vanwege de liefde voor zijn broer die men hem gedood had. 20
“ Tot de dood! “ riep hij hem toe, “ hoerenzoon! schurk!
“ Voor de dood van mijn broer zal ik wraak nemen!
“ Wel zal ik vrede vinden bij de koning van Laon;
“ Zolang men geld heeft, verzoent men zich met hem. “
Toen de graaf dit hoorde, bloosde zijn kin,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
q0fzr3eydatcaoemleosv7vrmd9o3sj
225900
225899
2026-08-28T13:02:45Z
Havang(nl)
4330
225900
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
!Brontekst
!Vertaling
|-
|valign=top|
{{c|{{xxxx-larger|'''LI ROMANS'''}}<br>{{larger|'''DE'''}}<br>{{xx-larger|'''BAUDUIN DE SEBOURC.'''}}}}
{{lijn|5em}}
{{c|{{larger|'''CHANT XX.'''}}}}
{{dhr|1.5em}}
<poem>
HUIMAIS orrés chanson dont li ver sont plaïsant :
Ensi que li bastars, dont je fai mention,
Chevauchent o le conte qui blanc ot le grenon,
Virent une compaingnie venir de grant randon,
Bien ·l· hommes d’armes i ot ou environ ;
Ch’ert li dus de Borgongne c’on apelloit Athon.
Li quens d’Ango avoit éu discention
Et une mortel guerre, durant grande saison ;
Mais li rois ot le gerre et le… desrison
Pris du tout desur lui, par information
Car il devoit avoir sus chascune parchon,
Il en devoit jugier sus chascun se raison :
Et avoit deffendut à che duc Bourgueignon
Qu’envers le quen d’Ango, né son estration,
N’en querquast, jamais jour, pour che fait, le baston ;
Et sé plus s’en melloit murdere le terroit-on.
Et li dus de Bourgongne chevauche de randon :
Quant du conte d’Ango a entendu le ton,
Félonnie li prist au coer, lès le pomon,
Pour l’amour du sien frère que mort li avoit-on.
« A le mort ! » li cria, « fiex au putain ! glouton !
« De la mort de mon frère prenderai vengison !
« Bien en verrai à pais au roy de Mont-Laön ;
« Puis c’on a de l’argent, à lui se r’acorde-on. »
Quant li contes l’oï, si rougi le menton,
</poem>
|valign=top|
{{c|{{xxxx-larger|'''DE ROMANS'''}}<br>'''VAN'''<br>{{xx-larger|'''BAUDEWIJN VAN SEBOURG.'''}}}}
{{lijn|5em}}
{{c|{{larger|'''ZANG XX.'''}}}}
{{dhr|1.7em}}
<poem>
HIERna zult gij een lied horen waarvan de verzen aangenaam zijn:
Terwijl de bastaarden, waar ik melding van maak,
Rijden aan de zijde van de graaf die een blanke snor had,
Zagen zij een gezelschap in grote vaart naderen,
Wel 50 manschappen te wapen waren er ongeveer;
Het was de hertog van Bourgondië die men Athon noemde.
De graaf van Anjou had een geschil gehad
En een dodelijke oorlog, gedurende een lange tijd;
Maar de koning had de oorlog en de... twist
Geheel op zich genomen, na te zijn geïnformeerd 10
Want hij moest over elk aandeel beschikken,
Hij moest over eenieder oordelen naar recht en rede:
En hij had deze Bourgondische hertog verboden
Dat hij jegens de graaf van Anjou, noch diens nageslacht,
Ooit nog, om deze zaak, de strijd zou opzoeken;
En als hij zich er nog mee bemoeide, men hem als moordenaar zou beschouwen.
En de hertog van Bourgondië rijdt in grote vaart:
Toen hij de stem van de graaf van Anjou hoorde,
Nam woede bezit van zijn hart, vlak bij zijn longen,
Vanwege de liefde voor zijn broer die men hem gedood had. 20
“ Tot de dood! “ riep hij hem toe, “ hoerenzoon! schurk!
“ Voor de dood van mijn broer zal ik wraak nemen!
“ Wel zal ik vrede vinden bij de koning van Laon;
“ Zolang men geld heeft, verzoent men zich met hem. “
Toen de graaf dit hoorde, bloosde zijn kin,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
qa2bwqnlzvgz113fwh5vyzbpxcgjfbv
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/638
104
88548
225901
2026-08-28T13:04:17Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225901
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Il a dit à ses hommes : « deffendés-moi, baron,
« J’avoie pais à lui, de par roy Phylippon ;
« Mais, à che que je voi, pais ne vault ·j· bouton,
« Nuls ne se poet garder de mortel traïson ! »
Mais li homme du conte eurent grant marrison,
Car n’avoient vestu auberc né acqueton ;
En fuite sont tourné, si monstrent le talon.
Mais li gentil bastard furent de grant renon,
Il ont dit : « quens d’Ango, n’aïés pas suspechon,
« Car nous morons pour vons aider à che boison. »
Chascuns a trait l’espée qui li pent au giron,
Au Bourgueignons s’assamblent par tel condition
Chascuns abat le sien devant lui ou sablon.
Li Bastart de Sebourc tenoit au pong l’espée :
·j· Bourgongnon féri de telle randonnée
Car il le pourfendi juques en le courée ;
A ·j· autre vassal a le teste espautrée,
Et dist « fielx au putain ! male gent desraée !
« Hui vous est ajourné une male journée. »
Et li contes d’Ango si fiert en le merlée ;
Et tenoit devant lui une targe acolée,
Moult souvent en couvri sa teste mal armée.
·Xiiij· Bourgueignon, de haute renommée,
Assalirent le conte par vertu esprouvée :
Son cheval li ont mort, à le crupe trieullée,
Mais li xxx bastart, cui ame soit sauvée,
Ont le conte rescous qui le char ot navrée.
Li Bastart de Sebourc, qui estoit de l’ainsnée,
Li rendi ·j· cheval ; lors li fist escriée :
« Sire contes d’Ango, montés sans demorée,
« Et si vous enfuiiés parmi celle ramée ;
« Et nous demorons chi jusques à le viesprée,
« Que le batalle arons desconfie et matée. »
Dist li contes d’Anjo : « fielx de noble espousée,
« Aveuc toi demourai, la vie m’as sauvée !
</poem>
|valign=top|
<poem>
Hij heeft tegen zijn mannen gezegd: “ verdedig mij, baronnen,
“ Ik had vrede met hem, namens koning Filips;
“ Maar, naar wat ik zie, is vrede nog geen knoop waard,
“ Niemand kan zich hoeden voor dodelijk verraad! “
Maar de mannen van de graaf waren in grote ontzetting, 30
Want zij droegen geen malienkolder noch gewatteerd pantser;
Zij hebben zich op de vlucht gestort, en tonen hun hielen.
Maar de edele bastaarden stonden in hoog aanzien,
Zij zeiden: “ graaf van Anjou, koester geen achterdocht,
“ Want wij zullen sterven om u te helpen in deze nood. “
Ieder trok het zwaard dat aan zijn gordel hing,
Zij stormen op de Bourgondiërs af in zulke toestand
Dat ieder de zijne voor zich neerbeukt in het zand.
De Bastaard van Sebourg hield het zwaard in de vuist:
Een Bourgondiër trof hij met zo'n stormachtige vaart 40
Dat hij hem doorkloofde tot in de ingewanden;
Bij een andere vazal heeft hij het hoofd verpletterd,
En riep: “ hoerenzoon! boosaardig, woest volk!
“ Vandaag is voor u een rampzalige dag aangebroken. “
En de graaf van Anjou stort zich ook in het handgemeen;
En hij hield voor zich een omgehangen schild,
Waarmee hij heel vaak zijn slecht bewapende hoofd bedekte.
Veertien Bourgondiërs, van grote faam,
Vielen de graaf aan met beproefde kracht:
Zijn paard hebben ze gedood, met zijn gevlekte kruis, 50
Maar de dertig bastaarden, wiens ziel gezegend moge zijn,
Hebben de graaf ontzet, wiens lichaam gewond was.
De Bastaard van Sebourg, die de oudste was,
Gaf hem een paard; toen riep hij hem toe:
“ Heer graaf van Anjou, stijg op zonder dralen,
“ En vlucht weg door dit struikgewas;
“ En wij blijven hier tot de avond valt,
“ Totdat we de strijd verijdeld en verslagen hebben. “
Sprak de graaf van Anjou: “ zoon van een nobele echtgenote,
“ Met u zal ik blijven, u heeft mijn leven gered! “ 60
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
ajab6su803a9qbm85ji2xzzv2v4okqu
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/639
104
88549
225902
2026-08-28T13:55:41Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225902
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Tu te combas pour moi, ains ne te fis riens née,
« Mais biau don te donrai ains que past li année.
« Chil qui aidier me doivent ont hui lor foi faussée ;
« Vous qui ne m’atenés m’avés clarté donnée.
« Et Diex me laist tant vivre et le Vierge loée
« Que rendre vous en puisse, à mon gré, la soldée. »
Li Bastart de Sebourc crioit à le volée :
« Or avant ! à gloutons qui le pais ont fausée ! »
Li dus de Bourgueignons tint le lanche afilée,
Envers le Bastart a sa venue avisée ;
Bien le voit li Bastart, une lanche a hapée
Vers le duc de Borgoingne a se voie tournée.
Li ·j· vint contre l’autre, courant de randonnée,
Et de corps et de pis ont fait telle encontrée
Qu’à lanches abaissier ploïèrent l’esquinée.
Mais li gentis Bastars li a telle donnée,
Que des archons li a sa jouvente eslevée ;
En sus de son destrier le geta en la prée
Que la cuisse senestre li a toute affolée :
Ne se levast em piés pour d’or une charrée.
Au Bastart de Sebourc a-il rendu s’espée,
Et li Bastart le prist, à cui proèche agrée ;
Par itel couvenent li a le mort sauvé,
Que li contes em poet bien faire sa pensée.
Li Bastart de Sebourc n’i a fait arrestée,
La jouvente du dus a au conte livrée
Et dist : « contes d’Ango, hons de grant renommée,
« S’il vous plaist, à che due soit la teste coupée.
« Je l’ai pris à vo gré, à chestie matinée. »
Dist li contes d’Ango : « à bonne destinée !
« Quant je vous encontrai, che fu bonne journée. »
Quant li contes d’Ango tint le duc en sa main,
N’en vausist pas tenir ·j· tonnel d’or tout plain.
Et Bourguégnon s’en vont, fuïant parmi le plain ;
Et li gentil bastart les encacent à plain,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Gij vecht voor mij, hoewel ik nooit iets voor u deed,
“ Maar een schone schenking zal ik u geven, eer het jaar verstrekt.
“ Zij die mij moesten helpen, hebben vandaag hun trouw gebroken;
“ U, die niets van mij verwachtte, heeft mij weer hoop* gegeven.
“ En moge God mij zo lang laten leven, en de geprezen Maagd,
“ Dat ik u hiervoor naar mijn wens de beloning kan schenken. “
De Bastaard van Sebourc riep met luide stem:
“ Nu voorwaarts! Tegen de schorriemorrie die de vrede heeft geschonden! “
De hertog van de Bourgondiërs hield de lans geslepen,
Gericht op de Bastaard bij zijn nadering; 70
De Bastaard ziet hem goed, een lans heeft hij gegrepen,
En heeft zich naar de hertog van Bourgondië gewend.
De een reed tegen de ander in met een stormloop,
En met lijf en borst maakten zij zo'n harde smak,
Dat bij het neerhalen der lanzen hun ruggengraat boog.
Maar de edele Bastaard heeft hem zo'n klap uitgedeeld,
Dat hij zijn jonge lijf uit de zadelbogen tilde;
Ver van zijn strijdros wierp hij hem in de weide,
Zodat zijn linkerheup volledig was verbrijzeld:
Hij zou voor een karrenvracht goud niet op zijn voeten zijn opgestaan. 80
Aan de Bastaard van Sebourc heeft hij zijn zwaard overhandigd,
En de Bastaard nam het aan, hem die dapperheid behaagt;
Door dit verdrag** heeft hij hem het leven gered,
Zodat de graaf er nu mee kan doen wat hij wil.
De Bastaard van Sebourc hield daar niet halt,
Het jonge lijf van de hertog heeft hij aan de graaf overgedragen
En zei: “ Graaf van Anjou, man van grote faam,
“ Als het u behaagt, laat dan deze hertog de kop worden afgehakt.
“ Ik heb hem gevangen naar uw wens, in deze vroege ochtend. “
De graaf van Anjou zei: “ Wat een gunstig lot! 90
“ Toen ik u tegenkwam, was dat een gelukkige dag. “
Toen de graaf van Anjou de hertog in zijn macht had,
Had hij die nog niet willen ruilen voor een vat boordevol goud.
En de Bourgondiërs trekken weg, vluchtend over de vlakte;
En de edele Bastaard achtervolgt hen voluit,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
70il0o6e9jym4chx7l0tvu4xchts0ie
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/640
104
88550
225903
2026-08-28T13:57:01Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225903
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Chascuns tenoit l’escut et l’espée en la main :
De la gent de Borgoingne fisent ·j· lait méhain,
Delhommes d’armes qui furent primirain
N’escapèrent que ·xv·, vallet que souverain.
Quant il eurent perdut le duc, lor capitain,
Tout furent esbaï, che sachiés pour chertain ;
Et li contes d’Ango, qui pas n’ot le coer vain,
Dame-Dieu gratia et le corps Mariain.
Au Bastart de Sebourc qu’il vit tout primerain
Estre de bon conroi et avoir le coer sain,
A dit « frans damoisiaus, je vous aime tout plain !
« De mort m’avės sauvé, je le sai pour chertain,
« Sé ferrai de vo corps, par ma foi, chastelain
« De plus noble chastel et tout de plus hautain
« De la terre d’Angiers ; et s’arés le gaain. »
« Sire, » dist li Bastars, « n’en voil ·j· neu d’estrain,
« Fors que l’amour de vous. Qui a bon souverain,
« Bien en poet estre aidiés ou anuit ou demain. »
Dist li contes d’Ango : « sire, vassaus gentis,
« A tous les jours du mont serés-vous mes amis,
« Car vous m’avès sauvé d’estre mors et ochis. »
Dont ammainent le duc qui moult estoit maris,
Tant cevaucent ensamble qu’il vinrent à Paris :
Tout droit au Chastelet, là, fu en prison mis
Li dus des Bourgueignons qu’ot esté desconfis.
Et li contes d’Ango ne s’i est alentis,
Vint à le tour de Louvre, si est par dedens mis ;
Car dou roy aportoit et lètres et escris
Pour emmener les prinches et faire son devis.
En une noble sale a trouvé les marchis,
Sans joie et sans soulas ; n’i ot né ju né ris.
Li conte les apelle, si lor dist à haus cris :
« Seignour, venir vous faut au roy de Saint-Denis.
« Il a dedens Hainnau ·j· grant chastel assis,
« Le chastel de Sebourc est clamés, che m’est vis ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
Ieder hield het schild en het zwaard in de hand:
Aan het volk van Bourgondië brachten zij zware schade toe,
Van de manschappen die in de voorste linies stonden
Ontnapten er slechts vijftien, van schildknaap tot edele.
Toen zij de hertog, hun kapitein, verloren hadden, 100
Waren zij allen ontredderd, weet dat voorzeker;
En de graaf van Anjou, die zeker geen laf hart had,
Dankte de Here God en het heilige lichaam van Maria.
Tegen de Bastaard van Sebourc, die hij als allereerste zag
In een goede uitrusting en met een moedig hart,
Zei hij: "Edele jonker, ik heb u zeer lief!
Van de dood heeft u mij gered, ik weet het voorzeker,
Daarom zal ik van u, bij mijn geloof, de kasteelheer maken
Van het meest edele en allerhoogste kasteel
Van het land van Angers; en u zult de winst ervan genieten." 110
"Heer," zei de Bastaard, "ik wil er nog geen strootje van hebben,
Behalve uw vriendschap. Wie een goede heer heeft,
Kan immers rekenen op diens hulp, vannacht of morgen."
De graaf van Anjou sprak: "Heer, edele vazal,
Tot het einde der dagen zult u mijn vriend zijn,
Want u heeft mij behoed voor de dood en de slachting."
Toen voerden zij de hertog mee, die diepbedroefd was,
Zij reden zo lang samen te paard tot zij in Parijs aankwamen:
Rechtstreeks naar het Châtelet, daar werd hij in de gevangenis geworpen,
De hertog van de Bourgondiërs die verslagen was. 120
En de graaf van Anjou draalde niet,
Hij begaf zich naar de Louvre-toren en ging er binnen;
Want hij bracht brieven en geschriften van de koning mee
Om de prinsen mee te voeren en zijn wil op te leggen.
In een edele zaal trof hij de markiezen aan,
Zonder vreugde of troost; er was noch spel noch lach.
De graaf riep hen toe en sprak met luide stem:
"Heren, u moet voor de koning van Saint-Denis verschijnen.
Hij bezit in Henegouwen een groot kasteel,
Het kasteel van Sebourc wordt het genoemd, zo lijkt mij; 130
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
ght57aifcgr7p5tzpc0ez14e3hwt3i1
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/641
104
88551
225904
2026-08-28T13:58:27Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225904
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Et en che chastel est ·j· vous frères gentis
« Et Jehans de Ponthieu, li chevalier de pris,
« Baudewins de Biauvais qui les cheveus a gris,
« Et la roïne Rose qui tant a cler le vis,
« La roïne de Cypre, d’Escoce le païs.
« Je croi que là endroit sera parlement pris
« De quoi le pais venra, s’il plaist à Jhésu-Crist ;
« De Gaufroi et de vous serra parlement pris
« Et si r’ara vo mère, car ch’est le siens maris. »
« Hé ! Diex, » dist Glorians qui tant estoit faitis,
« Jà li pais n’avenra ensi que tu me dis ! »
Dist li contes d’Ango : « dont, en vaurié-vous pis ;
« Car sé li pais ne vient, soïés chartains et fis
« Gaufer vous ammerra tous trois en son païs.
« Là, tenrés vous prison, en chertain le vous dis. »
Dont orent, li baron, forment les cuers maris.
Quant li prinche ont of li conte recorder
Qu’il les faut de la tour widier et dessevrer,
Dont furent si dolant ne seurent que penser.
Et li contes d’Ango emprist à apeller
Tous les ·xxx· bastars, si lor dist haut et cler :
« Seignour, ses prisonniers vous ottroi à garder.
« Ne sai hommes, el mont, que tant je doie amer ;
« Tant ai veut en vous que bien me doy fier.
« Quant nous venrons au roy, qui tant fait à doubter,
« De chou que fait m’avés me sarrai bien loer. »
Et chil ont respondut : « che fait à créanter,
« Bien nous porrés aidier et nos pris amonter. »
Dont vont les prisonniers vistement apprester.
Li Bastard de Sebourc va Gloriant combrer :
« Or chà, maistres, » dist-il, « ne poés estriver
« De venir aveuc moi ou que vaurai aler !
« Gardés ne me fachiés envers vous aïrer,
« Car tantost vous iroie à le keuwe noer
« De mon courrant destrier, pour vous à traiëner. »
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ En in dat kasteel bevindt zich een edele broeder van u,
“ En Jan van Ponthieu, de ridder van grote waarde,
“ Boudewijn van Beauvais die grijze haren heeft,
“ En koningin Roos die zo'n stralend gezicht heeft,
“ De koningin van Cyprus, uit het land van Schotland.
“ Ik geloof dat daar ter plekke overleg zal worden gepleegd
“ Waaruit de vrede zal voortvloeien, als het Jezus Christus behaagt;
“ Over Gaufroi en u zal daar overleg worden gepleegd
“ En zo krijgt hij uw moeder terug, want zij is zijn vrouw. “
“ Ach! God, “ zeide Gloriant die zo elegant was, 140
“ Nooit zal de vrede zo geschieden als jij me daar zegt! “
Sprak de graaf van Anjou: “ des te erger voor u;
“ Want als de vrede er niet komt, wees daar zeker en vast van,
“ Zal Gaufroi u alle drie meevoeren naar zijn land.
“ Daar zult u gevangenschap dulden, in waarheid zeg ik u dit. “
Toen hadden de baronnen diep bedroefde harten.
Toen de prinsen de graaf hoorden vertellen
Dat zij de toren moesten verlaten en zich scheiden,
Toen waren zij zo treurig dat zij niet wisten wat te denken.
En de graaf van Anjou nam het woord om te roepen 150
Al de dertig bastaarden, en hij zeide luid en duidelijk:
“ Heren, deze gevangenen vertrouw ik aan u toe om te bewaken.
“ Ik ken geen mannen ter wereld die ik zozeer moet liefhebben;
“ Zoveel heb ik in u gezien dat ik blind op u moet vertrouwen.
“ Wanneer wij bij de koning komen, die zozeer te vrezen is,
“ Zal ik wel weten te roemen over wat u voor mij hebt gedaan. “
En zij hebben geantwoord: “ dat staat vast en is beloofd,
“ Wel zult u ons kunnen helpen en onze losprijs verhogen. “
Toen gingen zij de gevangenen gezwind gereedmaken.
De Bastaard van Sebourc gaat Gloriant hardhandig toespreken: 160
“ Kom op, meester, “ dist hij, “ u kunt er niet tegenstribbelen
“ Om met mij mee te gaan, waarheen ik ook wil reizen!
“ Pas op dat u mij niet tegen u in het harnas jaagt,
“ Want subiet zou ik u aan de staart binden
“ Van mijn snelle strijdpaard, om u zo voort te slepen. “
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
925yucg37f3e68exm5dvhdbwkw8lo4l
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/642
104
88552
225905
2026-08-28T13:59:43Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225905
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Mes glous, » dist Glorians, « ne l’oserés penser,
« Que l’un des gentis-hommes qui soit dechà la mer
« Fesissés ensément au cheval acoupler ? »
« Chertes, » dist li Bastars qui moult ot le cheur ber,
« J’en sai ·j· plus gentil, ne vous poés vanter,
« Le Bastart de Sebourc qui tant fait à doubter !
« Ch’est li hons, en che mont, que plus devés amer,
« Car il a fait Gaufer malement atourner :
« L’autre jour vint Gaufer à Sebourc hosteler,
« S’amena Esmeret, vostre frère au coer ber,
« Qu’il ot pris en bataille, si con j’oïs conter ;
« Baudewin de Biauvais, qui tant fut outre mer,
« Et Jehans de Ponthieu qui coer a de sengler ;
« Et le royne Rose qui tant a le vis cler,
« La royne de Cypre, que vosistes espouser,
« La moullier Alixandre qu’Escoce a à garder.
« Cheuls amena, Gaufer, ou chastel pour tenser,
« Pour che que les cuidoit à Nymaie mener ;
« Mais à Sebourc trouvèrent encontre moult amer :
« ·j· bastard i avoit, ch’ai of recorder,
« Fielx fu d’un de vo frères qui le voilt engenrer,
« Baudewin ot à non, ichuis en son régner
« Fu nouris à Sebourc ; là, le fist-on garder,
« ·xv· ans i fu nouris, mais j’ai of conter
« ·xxx· bastars i ot enchois son dessevrer.
« Li Bastard de Sebourc, quant of deviser
« Sa mère son linage, soy prist à pourpenser
« Comment porroit Gaufroi l’âme du corps hoster.
« Si se fist de Gaufer chevalier adoubter,
« Et puis volt, au bon roy, la jouste demander.
« Es prés devant Sebourc vont à lui behourder :
« Sa lanche tourna si, qu’ou corps li fist passer
« Si que de l’autre part en vit-on le fer cler ;
« Puis ala du chastel le pont à mont lever.
« Entre lui et ses frères s’en ala délivrer
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Mijn schurken, “ zei Glorians, “ jullie zouden het niet durven denken,
“ Dat een van de edellieden die zich aan deze kant van de zee bevindt
“ Op dezelfde wijze aan het paard gekoppeld zou worden? “
“ Voorwaar, “ zei de Bastaard die een zeer dapper hart had,
“ Ik ken er één die nog edeler is, jullie hoeven niet op te scheppen, 170
“ De Bastaard van Sebourc die zoveel ontzag inboezemt!
“ Dat is de man, op deze wereld, die jullie het meeste moeten liefhebben,
“ Want hij heeft Gaufroi er slecht aan toe laten zijn:
“ De andere dag kwam Gaufroi in Sebourc logeren,
“ Hij bracht Esmeret mee, uw broer met het dappere hart,
“ Die hij in de strijd gevangen had genomen, zo hoorde ik vertellen;
“ Boudewijn van Beauvais, die zover overzee was geweest,
“ En Jan van Ponthieu die het hart van een wild zwijn heeft;
“ En koningin Rose die zo'n stralend gelaat heeft,
“ De koningin van Cyprus, die u had willen trouwen, 180
“ De vrouw van Alexander die Schotland moet bewaken.
“ Dezen bracht Gaufroi naar het kasteel om hen gevangen te houden,
“ Omdat hij dacht hen naar Nijmegen te voeren;
“ Maar in Sebourc vonden zij een zeer bittere ontvangst:
“ Er was daar één Bastaard, zo heb ik horen berichten,
“ Hij was de zoon van een van uw broers die hem wilde verwekken,
“ Boudewijn was zijn naam, en deze werd in zijn rijk
“ Opgevoed in Sebourc; daar liet men hem bewaken,
“ Vijftien jaar werd hij daar opgevoed, maar ik heb horen vertellen
“ Dat er dertig Bastaarden waren vóór zijn vertrek. 190
“ De Bastaard van Sebourc, toen hij hoorde vertellen
“ Door zijn moeder over zijn afkomst, begon na te denken
“ Hoe hij de ziel uit het lichaam van Gaufroi kon wegnemen.
“ Dus liet hij zich door Gaufroi tot ridder slaan,
“ En daarna wilde hij de goede koning uitdagen tot de steekspelen.
“ In de weiden voor Sebourc gaan zij met elkaar toernooien:
“ Zijn lans draaide zo, dat hij deze door zijn lichaam joeg
“ Zodat men aan de andere kant het ijzer helder zag glanzen;
“ Toen ging hij de ophaalbrug van het kasteel omhooghalen.
“ Samen met zijn broers ging hij zich bevrijden 200
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
hdjrdu94pbcw8uwuwcezvqzxd8w384l
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/643
104
88553
225906
2026-08-28T14:01:23Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225906
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Prisons et prisonniers, tout laissa esscaper ;
« Il sont ens ou chastel c’on a fait ensérer.
« Là, est li roys de Franche, si demainne et si per :
« Si n’en vauront jamais, à nul jour, dessevrer
« S’aront fait le bastart à fourches encruer. »
Et Glorians respont : « Dieux l’en voille tenser,
« Et tous nous bons amis voille Diex visenter ! »
Quant Glorians of le Bastart de renon,
Si dist à Alixandre, d’Escoce le roïon :
« Frère, de che bastard dont j’or chi mention,
« Ne savoie novelles, par Dieu et par son non.
« Dieux le voille garder qui souffri pation ! »
« Par Dieu, » che dist Wistaces, « vesci bonne rayson ;
« Sé je tenoie jà le noble danseillon
« Et je fuisse délivres des mains roy Phylippon,
« Chevalier le feroie et s’averoit biau don. »
Adont furent saisi, li nobile baron,
Et li contes d’Ango lor a dit, à haut ton :
« Seigneur, si vous volés jurer, sans traïson,
« Foi de chevalerie, Dieu et sa pation,
« Qu’avoec ses ·xxx· si, qui sont fier que lion,
« Irés aveukes eulz, sans nulle suspechon,
« Partout où il iront, ni en confait royon ;
« On ne vous tenra mie si c’on tient.j. larron,
« Ains irés bellement, sus le destrier Gascon,
« Chevauchant aveuc eulz sans tenir de garson ;
« N’arés chaine né buie né corde né prison. »
Et chil en ont juré et Dieu et le haut non,
Chevalerie jurent, si que bien les ot-on,
Qu’avec les ·j· iront ausi dous que mouton ;
Et déust chascuns perdere le chief sour le menton.
Adont ont délivret chascuns ·j· Arragon.
Droit al l’ostel le conte, qui blanc ot le grenon,
Alèrent desjeuner trestout le compaignon.
Li Bastars prist ses oncles, soi mist en ou moilon,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Gevangenissen en gevangenen, alles liet hij ontsnappen;
“ Zij zijn binnen in het kasteel dat men heeft omsingeld.
“ Daar bevindt zich de koning van Frankrijk, zo roert hij zich met zijn gelijken:
“ Zij zullen er nooit meer, op geen enkele dag, van willen scheiden
“ Totdat zij de bastaard aan de galg hebben opgehangen. “
En Glorians antwoordt: “ Moge God hem willen beschermen,
“ En moge God al onze goede vrienden willen bijstaan! “
Toen Glorians hoorde van de vermaarde Bastaard,
Zei hij tegen Alexander, de koning van het Schotse rijk:
“ Broeder, van deze bastaard van wie ik hier hoor spreken, 210
“ Wist ik geen nieuws, bij God en bij Zijn Naam.
“ Moge God hem willen bewaren, Hij die het lijden heeft doorstaan! “
“ Bij God, “ zo sprak Wistace, “ dat is een juist betoog;
“ Als ik de edele jonker nu in mijn gezelschap had
“ En ik bevrijd zou zijn uit de handen van koning Filips,
“ Zou ik hem tot ridder slaan en dat zou een fraai geschenk zijn. “
Toen werden zij gegrepen, de edele baronnen,
En de graaf van Anjou sprak tot hen, met luide stem:
“ Heren, als jullie willen zweren, zonder verraad,
“ Op de trouw van het ridderschap, bij God en Zijn lijden, 220
“ Dat jullie met zijn dertig metgezellen, die zo trots zijn als een leeuw,
“ Met hen mee zullen gaan, zonder enige argwaan,
“ Overal waar zij heen zullen gaan, in welk koninkrijk dan ook;
“ Men zal jullie allerminst vasthouden zoals men een dief vasthoudt,
“ Maar jullie zullen eervol gaan, op het Gasconne strijdpaard,
“ Aan hun zijde rijdend zonder als een stalknecht behandeld te worden;
“ Jullie zullen ketting noch boeien, touw noch gevangenis hebben. “
En zij hebben daarop gezworen bij God en de Allerhoogste Naam,
Het ridderschap zweren zij, zodat men hen goed kon horen,
Dat zij met de dertig mee zullen gaan, zo mak als een lam; 230
Al zou ieder van hen het hoofd van de kin moeten verliezen.
Toen liet ieder van hen één Aragonees vrij.
Rechtstreeks naar de herberg van de graaf, die een witte baard had,
Gingen alle metgezellen tezamen om te ontbijten.
De Bastaard nam zijn ooms mee en plaatste zich in hun midden,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
ikbgbqtsc7qmqvwh88su6medvszr8t4
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/644
104
88554
225907
2026-08-28T14:08:15Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225907
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Et puis lor dist « mi oncle, dréchiés haut le menton,
« Regardés le bastart de vostre estration.
« A Sebourc vous merrai, voelles li quens ou non,
« Car miex l’ai enchanté, si ait m’ame pardon,
« Que Maugis n’enchanta l’empéreour Charlon. »
Quant li doi frère oïrent le nobile Bastart,
Chascuns, par grant amour, li fist ·j· dous regart ;
A Wistace contèrent, qui estoit d’autre part,
Le rayson dou dansel qui le corps ot gaillart.
Seignour, » dist li vassaus, « ne créés le musaert,
« Car sachiés pour chartain qu’il joue de flaxart,
« Il nous voilt repaisier de porrée sans lart ;
« Je vauroie qu’il fust pendus à une hart !
« Il est cousins au conte, il en fait estandart.
« Cuidié-vous que li contes, qui le corps a villiart,
« Nous baillast à ·j· homme qui ne fust de sa part ?
« Chertes, bien le tenés à niche et à quoquart :
« Il n’i a si sage homme jusques à Monbliart.
« Or, en volés-vous faire ·j· sot et ·j· cornart ?
« Jamais ne vous baillast, par le corps saint Liénart,
« Sé il n’éust amour et fianche ou witart. »
A l’ostel du bon conte entrèrent li princhier,
Là, avoit fait, li quens, aprester le mengier :
Moult solaneusement sont servit li princier,
Cascuns fu bien servis, n’en faut mie plaidier.
Quant vint après disner, prest furent le destrier,
Puis alèrent monter sans point de l’atargier ;
Au Bastard de bon aires furent li prisonnier
Et li contes d’Ango les sievot par dérier.
En sa compaigne sont ·xl· chevalier
Qui vont au roy de Franche conforter et aidier ;
Le Bastart de Sebourc pensent du manechier.
Bien les ot, li Bastars, ensamble desraisnier,
Si lor dist à le fois : « voir, je songai l’autr’ier
« Que li hardis Bastars nous feroit courechier !
</poem>
|valign=top|
<poem>
En toen zei hij tot hen: “ mijn ooms, heft uw kin omhoog,
“ Aanschouw de bastaard van uw eigen bloed en stam.
“ Naar Sebourg zal ik u voeren, of de graaf het nu wil of niet,
“ Want ik heb hem beter betoverd, moge mijn ziel vergeving vinden,
“ Dan dat Maugis destijds keizer Karel betoverde. “ 240
Toen de twee broers de edele Bastaard hoorden spreken,
Schonk ieder van hen hem, uit grote liefde, een zachte blik;
Aan Wistace vertelden zij, die aan de andere kant stond,
De woorden van de jonker met het moedige lijf.
“ Heren, “ sprak de vazal, “ geloof deze dromer niet,
“ Want weet wel zeker dat hij met mooie praatjes speelt,
“ Hij wil ons afschepen met preisoep zonder spek;
“ Ik zou willen dat hij aan een strop werd opgehangen!
“ Hij is een neef van de graaf, en gebruikt dat als zijn vaandel.
“ Denkt u dat de graaf, die al een oud man is, 250
“ Ons zou toevertrouwen aan een man die niet aan zijn zijde staat?
“ Voorwaar, u houdt hem wel voor heel onnozel en dwaas:
“ Er is geen wijzer man tot aan Montbéliard toe.
“ Welnu, wilt u hem nu voor een zot en een domoor aanzien?
“ Nooit zou hij u aan hem hebben toevertrouwd, bij het lichaam
{{gap|3em}} van Sint Leonardus,
“ Als hij geen liefde en vertrouwen had gehad in deze slimmerik. “
In de herberg van de goede graaf traden de edelen binnen,
Daar had de graaf de maaltijd laten bereiden:
Zeer plechtig werden de edelen bediend,
Ieder werd goed verzorgd, daar valt niet over te twisten. 260
Toen de middag voorbij was, stonden de strijdrossen gereed,
Daarna gingen zij te paard zonder enig uitstel;
Aan de welgeboren Bastaard werden de gevangenen overgedragen,
En de graaf van Anjou volgde hen vlak achteraan.
In zijn gezelschap bevinden zich veertig ridders
Die de koning van Frankrijk gaan steunen en helpen;
Zij denken de Bastaard van Sebourg in toom te houden.
De Bastaard hoorde hen samen redetwisten,
En zo sprak hij toen tot hen: “ voorwaar, ik droomde laatstleden
“ Dat de dappere Bastaard ons nog eens woedend zou maken! “ 270
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
qjmmjw2hedkzc1mjjlxw6v72worq37f
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/645
104
88555
225908
2026-08-28T14:10:10Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225908
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Il convient les passages chi environ gaitier,
« Car je me doubte moult ne nous viengne espier. ».
Or, s’en vont li Fransoys et li Bastars aussi.
Glorians appella le Bastard seignouri :
« Vassaus, je vous conjur sour Dieu qui ne menti,
« Quel part nous menrés-vous ? dites, je vous en pri. »
Et li Bastard respont : « par le Dieu c’on pendi
« En le saintisme crois, au jour de venredi,
« Ou chastel à Sebourc vous menrrai sans nul si,
« Avoeques vostre frère Esmeré, le hardi ;
« Car je sui li bastars dont vous avés oï,
« Que vous frères germains jadis engénui.
« Et aussi sont mi frère que vous vaés ichi ;
« Fil sommes Baudewin de vous mère nasqui. »
Quant Glorians l’entent, forment s’en resjoï,
Alixandre, le conte, et Wistace autressi ;
Liet furent, li baron, quant il ont chou oï.
Par le païs chevauchent, joïant et esbaudi,
Jusques à Saint-Quentin n’i ont fait nul détri.
Pas n’i estoit li roys, car devant el mardi
En avoit le sien corps sevré et départi ;
Devant Sebourc estoit enmi le prei flouri :
Le Bastard manechoit qui ot Gaufroi honni.
Et li bastard chevauchent, qui moult furent hardi,
Saint-Quentin trespassèrent, ·j· noble boure joli,
En Chambresis entrèrent droit par ·j· samedi.
Or s’en vont li bastard, à belle compaignie,
S’emmènent leur amis et chelz de leur lignie.
Li Bastars de Sebourc ne s’i arresta mie,
·j· sien frère appella, si dist à vois serie :
« Frère, » dist li Bastars, « savés que je vous prie ;
« Alés-ent à Bavai, où gist mainte chaucie,
« En le cisterne entrés, si ne le lasiés mie ;
« S’alės droit à Sebourc, en le grant tour hautie,
« Si dites Esmeret et à le baronnie
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Het is raadzaam om de doorgangen hier te bewaken,
“ Want ik vrees zeer dat men ons komt bespioneren. “
Nu vertrekken de Fransen en ook de bastaards.
Glorians sprak de Bastaard eerbiedig aan:
“ Edelman, ik bezweer u bij God die niet liegt,
“ Waarheen zult u ons leiden? Zeg het, ik smeek u. “
En de Bastaard antwoordt: “ Bij de God die men ophing
“ Aan het allerheiligste kruis, op de dag van Vrijdag,
“ Naar het kasteel te Sebourc zal ik u leiden zonder enige twijfel,
“ Samen met uw dappere broer Esmeret; 280
“ Want ik ben de bastaard van wie u gehoord hebt,
“ Die uw eigen broer eertijds verwekte.
“ En dit zijn eveneens mijn broers die u hier ziet;
“ Zonen zijn wij van Baudewin, uit uw moeder geboren. “
Toen Glorians dit hoorde, verheugde hij zich zeer,
Alexander, de graaf, en Wistace evenzo;
Blij waren zij, de baronnen, toen zij dat hoorden.
Door het land rijden zij te paard, jubelend en welgemoed,
Tot aan Saint-Quentin maakten zij daar geen enkel uitstel.
De koning was daar niet, want de dinsdag ervóór 290
Had hij zich daar in eigen persoon weggetrokken en vertrokken;
Voor Sebourc bevond hij zich, te midden van de bloeiende weide:
Hij bedreigde de Bastaard, die Gaufroi had onteerd.
En de bastaards reden te paard, zij die zeer dapper waren,
Saint-Quentin trokken zij door, een mooie, edele burcht,
De Cambresis trokken zij binnen, rechtstreeks op een zaterdag.
Nu gaan de bastaards heen, in mooi gezelschap,
Zij nemen hun vrienden mee en degenen van hun geslacht.
De Bastaard van Sebourc hield daar geenszins halt,
Een van zijn broers riep hij bij zich, en sprak met rustige stem: 300
“ Broer, “ zei de Bastaard, “ weet wat ik u verzoek;
“ Ga heen naar Bavai, waar menige heirbaan ligt,
“ Ga de waterput/ondergrondse gang binnen, en laat dit geenszins na;
“ Ga rechtstreeks naar Sebourc, naar de grote, hoge toren,
“ En spreek tot Esmeret en tot de gezamenlijke edelen
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
4bxn9ceqtupskleliw0uc3mk8fg356x
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/646
104
88556
225909
2026-08-28T14:12:09Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225909
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« C’on nous atende au pont, bannière desploïe ;
« Et que le chainne soit trè bien aparillie,
« Qu’à l’encontre de nous soit le porte apointie
« Si que je puisse entrer sans nulle vilonnie.
« Car sé g’i puis entrer avoec ma compaingnie,
« Li roys ne m’amera jamais jour de sa vie ;
« Car chertes je le pense à faire félonnie,
« Car trop porte Gaufroi et sa grant trécherie,
« Si l’en sera en fin sa déserte païe.
« Car qui croit traïtour, né qui de riens s’i fie,
« Maus l’en vient en le fin, je ne m’en double mie. »
Et li Bastart respont : « biau sire, je l’otrie. »
De ses frères se part, droit à une anuitie,
Venus est à Bavai à une aube esclarie ;
En la bove qui dure ·iij· liewes et demie
Est entrés li bastars, tout seus sans compaingnie ;
Venus est à Sebourc, le grant tour batellie,
A l’uis de fer busqua, le porte est retentie.
Quant on l’ot recognut, chascuns lors li escrie :
« Ahi ! bastars, » font-il, « où est le baronnie
« Qui o vous s’en ala ? ne le nous chėlės mie. »
Et li bastars respont : « il sont trestout en vie.
« Seignour, or m’entendés, » che dist le damoisiaus,
« Esmeret et li autre, que li Bastars loïaus
« Vous mande de par mi : il voit que li chastiaus
« Soit de vous bien gardés et portes et crestiaus ;
« Alons trestout au pont de planches et de saus,
« S’aparillons les chainnes et le porte roïaus.
« Jà ne verrės k’ou chiel esconse li solaus,
« Quant mi frère verront sus les courans chevaus
« Et s’amerront Wistace qu’est vous amis carnaus
« Glorians, Alixandre, qui tant ont le corps biaus ;
« Car de Paris venons, et par mons et par vaus,
« Et si ont tant apris as escoles entre iaus
« Qu’il ramerront vo frère, as coers especiaus,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Dat men ons op de brug opwacht, met het vaandel ontplooid;
“ En laat de ketting zeer goed in gereedheid zijn gebracht,
“ Zodat bij onze aankomst de poortwachters klaarstaan
“ Zodat ik zonder enige schande naar binnen kan gaan.
“ Want als ik daar met mijn gezelschap kan binnentrekken, 310
“ Zal de koning mij nooit van zijn leven nog liefhebben;
“ Want voorwaar, ik ben van plan hem verraad te berokkenen,
“ Omdat hij Gaufroi en zijn grote valsheid te zeer steunt,
“ Waardoor hem uiteindelijk zijn verdiende loon zal worden betaald.
“ Want wie een verrader gelooft of in iets op hem vertrouwt,
“ Hem overkomt rampspoed aan het einde, ik twijfel er geenszins aan. “
En de Bastaard antwoordt: “ schone heer, ik stem hiermee in. “
Van zijn broeders scheidt hij, recht in de vallende avond,
Gekomen is hij te Bavai bij de vroege dageraad;
In de holle weg die wel drie en een halve lieue lang is 320
Is de bastaard binnengegaan, geheel alleen zonder gezelschap;
Gekomen is hij te Sebourc, bij de grote gekanteelde toren,
Op de ijzeren deur bonkte hij, de poort weerklonk ervan.
Toen men hem had herkend, riep eenieder hem toe:
“ Ach! bastaard, “ zeiden zij, “ waar is de schare baronnen
“ Die met u is meegegaan? Verberg het ons geenszins. “
En de bastaard antwoordt: “ zij zijn allen nog in leven.
“ Heren, luister nu naar mij, “ zo sprak de jongeheer,
“ Esmeret en de anderen, die de trouwe Bastaard
“ U namens mij ontbiedt: hij wil dat het kasteel 330
“ Door u goed bewaakt wordt, zowel de poorten als de kantelen;
“ Laten we allen naar de brug van planken en wilgen gaan,
“ En laten we de kettingen en de koninklijke poort gereedmaken.
“ Gij zult de zon aan de hemel nog niet zien ondergaan,
“ Of mijn broeders zullen verschijnen op hun snelle paarden
“ En zij zullen Wistace meebrengen, die uw naaste bloedverwant is,
Glorians, Alexander, die zo'n krachtig lichaam hebben;
“ Want uit Parijs komen wij, over bergen en door dalen,
“ En zij hebben daar op de scholen onder elkaar zo veel geleerd
“ Dat zij uw broeder met het dappere hart zullen terugbrengen, 340
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
pnclbwxdfjc2gldkx8dnsj2x8qrlpna
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/647
104
88557
225910
2026-08-28T14:15:54Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225910
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Et le gentil Wistace qui doit estre postaus. »
Adont lor devisa, par mos espétiaus,
Comment à Noyon fu trouvé li marrissaus,
Et comment il monstrèrent devant lui lor chevaus ;
Et du conte d’Ango, qui blans a les chavaus,
Que li roys envoïa pour querre les dansiaus ;
Du service qu’il fisent, qui fu et bons et biaus ;
Et comment li bons contes li tint à ses consaus
Et lor a délivrés les prisonniers isniaus ;
Et du gentil Bastard qui ensi mande à iaus
C’on soit encontre lui au pont lès les ruissiaus.
« Hé ! Diex, » dist Esmerés, « pères espiritaus,
« Ains ne fu tels bastars né tels amis carnaus :
« Diex voilliés le garder qui ne li viengne mauls ! »
Liet furent, li baron, de che c’on leur conta
Que le gentis Bastars leur amis ramena ;
Au pont sont descendu, trẻ bien on l’apresta
Pour avaler à val quant li poins en sera.
Chascuns à son pooir, à chelle heure, s’arma.
Or dirai du Bastard qué Wistace amena
Et ses oncles aussi, à cui il endita
Que chascuns viengne, à lui, là où aler vaura.
Il va tost esploitant, et sé bien s’i hasta
Que l’ost au roy de Franche perchieut et avisa ;
Et li contes d’Ango fièrement chevaucha.
Li Bastard de Sebourc le conte en appella :
« Sire, » dist-il à lui : « aler vous convenra
« Au tref le roy de France, et mes corps vous sievra. »
Lors, li contes d’Ango le bon cheval brocha
Il est entrés en l’ost ; li Bastars o lui va,
A ·j· quoron de l’ost les prisonniers mena.
Et li quens li demande pour coi chelle part va ?
« Pour che, » dist li Bastars, « que simple voie i a. »
Li contes li acorde, riens ne li dévéa ;
Car il tenoit amour en lui plus qu’il n’i a.
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ En de edele Wistace die een steunpilaar moet zijn. “
Toen legde hij hen uit, met bijzondere woorden,
Hoe in Noyon de maarschalk werd gevonden,
En hoe zij voor hem hun paarden toonden;
En over de graaf van Anjou, die witte haren heeft,
Die de koning stuurde om de jonge edellieden te zoeken;
Over de dienst die zij bewezen, die goed en mooi was;
En hoe de goede graaf hem in zijn raad opnam
En de gevangenen snel aan hen heeft overgedragen;
En over de edele Bastaard die hen zo laat weten350
Dat men hem tegemoet moet komen bij de brug langs de beken.
“ Ach! God, “ zei Esmeret, “ spirituele Vader,
“ Nooit werd zo'n bastaard geboren of zo'n vleselijke vriend:
“ Moge God hem bewaren zodat hem geen kwaad overkomt! “
Blij waren zij, de baronnen, met wat men hen vertelde,
Wat de edele Bastaard, hun vriend, hen terugbracht;
Bij de brug zijn zij afgestegen, men maakte hem zeer goed gereed
Om zich naar beneden te laten zakken wanneer het moment daar zal zijn.
Ieder wapende zich op dat uur naar zijn beste vermogen.
Nu zal ik vertellen over de Bastaard die Wistace meebracht360
En ook zijn oom, aan wie hij opdroeg
Dat ieder met hem mee moet komen, waar hij ook heen zal willen gaan.
Hij rijdt snel voort, en haastte zich zo goed
Dat hij het leger van de koning van Frankrijk opmerkte en verkende;
En de graaf van Anjou reed trots te paard.
De Bastaard van Sebourc sprak de graaf aan:
“ Heer, “ zei hij tegen hem: “ het zal u passen te gaan
“ Naar de tent van de koning van Frankrijk, en mijn lichaam zal u volgen. “
Toen gaf de graaf van Anjou het goede paard de sporen,
Hij is het legerkamp binnengegaan; de Bastaard gaat met hem mee,370
Naar een hoek van het kamp leidde hij de gevangenen.
En de graaf vraagt hem waarom hij die kant op gaat?
“ Daarom, “ zei de Bastaard, “ omdat er een eenvoudige weg ligt. “
De graaf stemt ermee in, hij weigerde hem niets;
Want hij koesterde meer liefde voor hem dan men kan tonen.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
ko2wjhlt8ldf1pwycw7tjq933r6os8q
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/648
104
88558
225911
2026-08-28T14:17:22Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225911
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Quant il vit le chastel et de près l’aprocha,
Li conte li demande pour coi si près ala ?
Et li Bastard li dist : que monstrer il vaura
A cheulz qui sont dedens les prisons qu’il mena,
Pour savoir sé jamais ·j· soel en istera.
Dist li contes d’Ango : « bien ait qui te porta ! »
Et quant li Bastard vit que nuls ne l’apressa
Et qu’il fu au désevre de chou qu’il poupensa,
Dist au conte d’Ango : « savés comment il va ?
« Salués-moi le roy, quant vo corps le veura !
« Dites que li Bastars de Sebourc s’en reva,
« S’en remainne ses oncles que lonc tanps tenut a.
« Je sui li fiers Bastars que tant manechiet a !
« J’en remaine mes oncles à Sebourc, par dechà,
« Et sé ne fust pour tant qu’avoec vous mes corps a
« Et mengiet et béut, je vous prisisse ja ;
« Mais ne voil rassambler Judas qui Dieu baisa,
« Je voil r’avoir le mien, autre chose n’i a.
« Il n’i a autre coze, r’alès-ent par delà,
« A Jhésu vous commans ! je m’en vois par decha. »
Quant li contes d’Ango ot le Bastard parler,
Il fu tous esmaris ; si ne sot que penser.
Longue pièche cuida qu’il le déust gaber,
Mais quant vers le chastel le vit si fort aler
Et que tout li bastard commenchent à huer,
Adont a commenchiet hautement à criier
Et dist « trai ! seignour, pensés de vous haster ! »
Si homme commenchièrent les destrier à hurter,
Envers les bastars vont qui les quident haper.
Li Bastars de Sebourc se prist à retourner,
D’une lanche qu’il tient vint à l’un behourder
Que du cheval le fait à terre souviner ;
Puis a traite l’espée, si en va bien fraper,
Et li tiers et li quart fist à terre verser.
Jusques à l’ost de France les a fait reculer,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Toen hij het kasteel zag en het dicht naderde,
Vroeg de graaf hem waarom hij er zo dicht naartoe ging?
En de Bastaard zei hem: dat hij zich ging tonen
Aan degenen die binnenin de gevangenissen zitten die hij meebracht,
Om te weten of er ooit nog één enkele levend uit zal komen. 380
De graaf van Anjou zei: “ Gezegend zij zij die u gedragen heeft! “
En toen de Bastaard zag dat niemand hem in het nauw dreef
En dat hij op het punt van vertrek stond van wat hij had bedacht,
Zei hij tegen de graaf van Anjou: “ Weet u hoe het ervoor staat?
“ Groet de koning van mij, wanneer uw persoon hem zal zien!
“ Zeg dat de Bastaard van Sebourc weer weggaat,
“ En dat zijn oom ginds achterblijft, die hij lange tijd vastgehouden heeft.
“ Ik ben de trotse Bastaard die hij zo vaak bedreigd heeft!
“ Ik laat mijn oom achter in Sebourc, hier aan deze kant, 390
“ En ware het niet dat mijn lichaam samen met u
“ Heeft gegeten en gedronken, had ik u al gevangengenomen;
“ Maar ik wil niet lijken op Judas die Jezus kuste,
“ Ik wil het mijne terughebben, iets anders is er niet.
“ Er is niets anders aan te doen, ga nu maar weer naar de overkant,
“ Aan Jezus beveel ik u! Ik ga nu deze kant op. “
Toen de graaf van Anjou de Bastaard hoorde spreken,
Was hij volkomen verbijsterd; hij wist niet wat te denken.
Een hele tijd dacht hij dat hij hem voor de gek hield,
Maar toen hij hem zo snel naar het kasteel zag rijden
En dat alle bastaarden begonnen te jouwen en te schreeuwen, 400
Toen is hij luidkeels beginnen te roepen
En zei: “ Verraad! heren, denk erom u te haasten! “
Zijn mannen begonnen de strijdpaarden aan te sporen,
Ze gaan op de bastaarden af die hen hopen te grijpen.
De Bastaard van Sebourc keerde zich om,
Met een lans die hij vasthield kwam hij op een van hen afgestoten
Zodat hij hem van het paard achterover op de grond deed vallen;
Toen trok hij het zwaard en begon er flink op los te slaan,
En de derde en de vierde deed hij ter aarde storten.
Tot aan het leger van Frankrijk heeft hij hen doen terugwijken, 410
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
lpl3weoa05sf24ya6sic2kitm6bk0f4
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/649
104
88559
225912
2026-08-28T14:19:09Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225912
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Et chil du chastel vont le grant pont avaler.
Esmerés va ses frères baisier et acoler,
Et Jehans de Ponthieu se prist à escrier :
« Alons le bon Bastard aidier et conforter,
« Quant on est à loisir, on doit joie mener ! »
Or issent du chastel chevalier et serjant,
Après le Bastard vont fièrement chevauchant.
Et li contes d’Ango va ou roy racontant
Du Bastard de Sebourc qui a esploitiet tant
Que il a délivré Wistace et Gloriant,
Et li roy Alixandre d’Escoce, le vaillant.
Et quant li roys oï, si mua son samblant ;
Et a dit : « Jhésu-Cris, qui dedens Betléant
« Nasquésis de la Virge pour nous faire garant,
« Quel Bastard i-a-il ? va-il gens enchantant ?
« Je croi qu’il a estet à Toulette, le grant.
« Ch’est par art de déable qu’il va gens enortant !
« Or, m’a miex descéut que personne vivant ;
« Mais si tenir le puis, par Dieu le roy amant,
« Trainer le ferai à ·j· cheval courant. »
Ensi le va, li roys de Franche, manechant ;
Mais li gentis Bastars n’i acontoit ·j· gant,
Enchois se combatoit sus le pré verdoïant :
A l’un trenche le teste, l’autre va affolant,
Devant ses cos n’en poet avoir, nul hons, garant.
Esmerés li escrie : « biaus niés, venés avant !
« Vous en avés trop fait, alé vous reposant. »
« Oncles, » dist li Bastars, « voir, je désire tant
« Que je puisse le roy faire à son coer dolant,
« Ne désire tant riens en che chiècle vivant !
« Si me voeilės aidier, ains le soleil couchant
« Le roy desconfirons et son arière-bant ! »
« Hé ! Diex, » dist Esmerés, « vrais roys de Betléant,
« Con véchi chevalier et bastart souffisant. »
Atant és Alixandre, Wistace et Gloriant,
</poem>
|valign=top|
<poem>
En zij van het kasteel de grote ophaalbrug neerlaten.
Esmeret gaat zijn broer kussen en omhelzen,
En Jehans de Ponthieu begon luidkeels te roepen:
“ Laten we de goede Bastaard gaan helpen en steunen,
“ Wanneer men de tijd heeft, moet men vreugde bedrijven! “
Nu trekken uit het kasteel ridders en serjanten,
Achter de Bastaard gaan zij trots en strijdbaar te paard.
En de graaf van Anjou gaat de koning vertellen
Over de Bastaard van Sebourc, die zoveel daden heeft verricht
Dat hij Wistace en Gloriant heeft bevrijd, 420
En de koning Alexander van Schotland, de dappere.
En toen de koning dit hoorde, veranderde zijn gelaat;
En hij zeide: “ Jezus Christus, die binnen Bethlehem
“ Werd geboren uit de Maagd om ons tot bescherming te zijn,
“ Wat voor een Bastaard is dat? Betovert hij de mensen?
“ Ik geloof dat hij in Toledo is geweest, de grote.
“ Het is door de kunst van de duivel dat hij de mensen opruit!
“ Nu heeft hij mij erger misleid dan enig levend wezen;
“ Maar als ik hem te pakken kan krijgen, bij God de beminde koning,
“ Zal ik hem laten voortslepen door een rennend paard. “ 430
Alzo gaat de koning van Frankrijk hem bedreigen;
Maar de edele Bastaard gaf er geen zier om,
Daarentegen vocht hij op de groenende weide:
De een hakt hij het hoofd af, de ander slaat hij kreupel,
Voor zijn slagen kan geen enkel mens zich vrijwaren.
Esmeret roept hem toe: “ Lieve neef, kom naar voren!
“ U heeft te veel gedaan, ga u nu rusten. “
“ Oom, “ sprak de Bastaard, “ voorwaar, ik verlang er zozeer naar
“ Dat ik de koning een bedroefd hart kan bezorgen,
“ Niets anders verlang ik zozeer in deze levende wereld! 440
“ Als u mij wilt helpen, dan zullen wij nog voor zonsondergang
“ De koning en zijn achterban verslaan! “
“ Och, God! “ sprak Esmeret, “ ware koning van Bethlehem,
“ Wat een voortreffelijk ridder en bastaard is dit. “
En zie, daar waren Alexander, Wistace en Gloriant,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
4pl2hidtt9hi8y3pq5x35dgg72vih6m
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/650
104
88560
225913
2026-08-28T14:35:08Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225913
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Et Jehan de Ponthieu et Baudewin, le grant,
Au Bastard sont venu qui aloit trop avant :
Vœille ou non li Bastars, il le vont ramenant
Par dedens le chastel ; puis vont le pont levant
Et le porte fremèrent. Ou dongon vont montant,
Et la royne Rose est venue à l’enfant ;
La dame le baisa ·c· fois, en ·j· tenant,
La royne de Cypre le va mout festiant,
Et la dame d’Escoce qui de biauté ot tant.
Wistace de Bollongne vint au Bastart, courant,
Et puis sé li a dit hautement, en n-oyant :
« Je vous tieng à cousin, d’ore mais en avant ! »
Liet furent li baron, ens ou chastel lassus ;
Et li roys des Fransoys estoit tristres et mus,
Dist au conte d’Ango, qui tant estoit menbrus :
« J’ai esté par vous laidement déchéus,
« Quant j’ai mes prisonniers si faitement perdus.
Dist li contes d’Ango qui tant estoit menbrus :
« Ains miex ne fu souspris quens .. prinches né dus.
« Maudit soit li Bastars ! encor sera pendus. »
Et dist li roy de Franche : « par où est-il issus,
« Quant il est de nul homme regardés né véus ? »
As gens de la contrée, et desseure et dessus,
Demandèrent l’estaet ? et si lor fu cognus
La bove de Bavai. Et quant li roys menbrus
Of cheste novelle, liés en fu devenus.
A Bavai envoïa ·xiiij·c escus
Et ·x· saudoïers, ·iij· contes et ·ij· dus,
Pour garder le Bastard, car il n’en soit issus.
Quant li Bastars le sot, n’en donna ·ij· festus ;
Il jura Dame-Dieu et ses saintes vertus,
S’il n’ist par les fenestres qu’il istera par
l’us.
Or furent, à Sebourc, li frère et li cousin
Moult longement enclos ou chastel marberin,
Tant qu’il n’eurent laiens né pain né char né vin ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
En Jean van Ponthieu en de grote Boudewijn,
Kwamen naar de Bastaard toe, die te ver vooruitliep:
Of de Bastaard nu wilde of niet, ze brachten hem terug
Tot binnen in het kasteel; daarna haalden ze de ophaalbrug op
En sloten de poort. Ze klommen omhoog in de donjon, 450
En koningin Rose kwam naar het kind toe;
De dame kuste hem wel honderd keer achter elkaar,
De koningin van Cyprus onthaalde hem zeer feestelijk,
En de dame van Schotland die zoveel schoonheid bezat.
Eustachius van Boulogne kwam aangerend naar de Bastaard,
En zei toen luidruchtig tegen hem, zodat iedereen het hoorde:
“ Ik beschouw u als neef, vanaf nu en voor altijd! “
Blij waren de baronnen, daarboven in het kasteel;
En de koning der Fransen was bedroefd en zwijgzaam,
Zei tegen de graaf van Anjou, die zo krachtig gebouwd was: 460
“ Ik ben door u lelijk misleid,
“ Aangezien ik mijn gevangenen zo jammerlijk heb verloren. “
De graaf van Anjou, die zo krachtig gebouwd was, zei:
“ Nooit werd een graaf, prins of hertog zo verrast.
“ Vervloekt zij de Bastaard! Hij zal nog worden opgehangen. “
En de koning van Frankrijk zei: “ Langs waar is hij ontsnapt,
“ Aangezien hij door geen enkel mens is opgemerkt of gezien? “
Aan de mensen van de streek, van hoog tot laag,
Vroegen zij naar de situatie; en zo werd aan hen bekendgemaakt
De onderaardse gang van Bavay. En toen de krachtige koning 470
Dit nieuws hoorde, werd hij er erg blij om.
Naar Bavay stuurde hij 1400 schilddragers
En 10 huursoldaten, 3 graven en 2 hertogen,
Om de Bastaard te bewaken, zodat hij er niet uit zou ontsnappen.
Toen de Bastaard dat vernam, gaf hij er geen twee strootjes om;
Hij zwoer bij de Moeder Gods en haar heilige deugden,
Dat als hij niet door de vensters naar buiten gaat, hij door de deur zal gaan.
Nu waren, in Sebourg, de broers en de neven
Zeer lange tijd ingesloten in het marmeren kasteel,
Zodat zij daarbinnen noch brood, noch vlees, noch wijn hadden; 480
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
n35jqfhkqlgs5cf2oljn5bg48xnf9qg
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/651
104
88561
225914
2026-08-28T14:37:32Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225914
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Vitaille lor failli, dont moult furent enclin.
Wistaces a parlet moult haut, en son latin :
Seignour, » che dist li contes, « venut sommes à fin,
« Quant n’avons à mengier ; chi a trop mal voisin !
« D’escaper je ne voi sens, avis ni engin.
« Pléust à Jhésu-Crist, le vrai père divin,
« Que trestous fuissons ore, par delà le marin,
« En l’ost roy Godefroi, le noble palassin !
« Car chi endroit morons comme niche mastin. »
« Sire, » dist li Bastars, « foi que doi saint Martin,
« Trop vous voi desconfit pour ·j· poi de famin :
« Encor ne sont mengiet né palefroi, ronchin,
« Li cat né le soris, le chien né li mastin,
« Les erbes des courtis, soit ou salle ou presin.
« Aïons fianche en Dieu, le vrai roy paradin ;
« Car s’en Dieu nous fions et el saint Séraphin,
« Mout bien porront avoir à maurre, nos molin,
« Des blés au roy de France, Phyllippe, ot le coer fin,
« Car je voi là-desseure, au lés vers Saint-Quentin,
« De chars et de charrêtes venir moult grant traïn.
« Le trẻut païeront à mi, à che matin,
« Ou il ne passeront parmi le mien charin.
« Or tost adobé-vous, li enfant Baudewin,
« Si me vénés aidier à faire mon traitin. »
Tout li ·xxx· bastart s’armèrent vistement,
Dou chastel sont issu devant l’aube qui fent ;
La bruïne fu grande, la véue deffent.
L’ost des Franchois passèrent, si vous dirai comment :
Il i ot ·j· aunoit et roisiaus largement,
Où nuls hons ne s’osoit fier du logement ;
Il passèrent les riex, vers Fanmart droitement.
·xxx· chars encontrèrent qui menoient fourment,
Au chareton devant donnèrent païement :
Le teste li trenchièrent ; et puis l’autre ensément,
Et le tiers et le quart ochisent au tourment ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
De mondvoorraad ontbrak hun, waarom zij zeer terneergeslagen waren.
Wistace sprak luidop, in zijn Latijn (zijn taal):
"Heren," zo sprak de graaf, "wij zijn aan ons einde gekomen,
Nu wij niets te eten hebben; hier hebben wij een zeer slechte buur!
Om te ontsnappen zie ik geen uitweg, oordeel of list.
Mocht het Jezus Christus behagen, de ware goddelijke Vader,
Dat wij nu allen tezamen ginds overzee waren,
In het leger van koning Godefroi, de edele paladijn!
Want hier op deze plek sterven wij als een dwaze hond."
"Heer," sprak de Bastaard, "bij het geloof in Sint Maarten, 490
Ik zie u wel erg verslagen vanwege een klein beetje honger:
Nog zijn de telganger en het werkpaard niet opgegeten,
Noch de kat, noch de muis, noch de hond, noch de jachthond,
Noch de kruiden uit de moestuinen, hetzij uit de zaal of uit de weide.
Laten wij vertrouwen hebben in God, de ware paradijselijke Koning;
Want als wij op God vertrouwen en op de heilige Serfijn (Serafijn),
Zullen onze molens heel goed te malen kunnen hebben,
Van het graan van de koning van Frankrijk, Philippe met het edele hart,
Want ik zie daar ginds, aan de kant van Saint-Quentin,
Een zeer grote stoet van karren en wagens naderen. 510
De tol zullen zij vanmorgen aan mij betalen,
Of zij zullen over mijn karrenspoor niet passeren.
Wapen u nu snel, gij kinderen van Baudewin,
En kom mij helpen om mijn plan uit te voeren."
Al de dertig bastaarden wapenden zich gezwind,
Zij trokken uit het kasteel vóór de dageraad aanbrak;
De nevel was dicht, het ontnam hen het zicht.
Het leger van de Fransen trokken zij voorbij, ik zal u vertellen hoe:
Er was daar een groot elzenbos en talrijke beekjes,
Waar geen enkel man op zijn legerplaats dorste te vertrouwen;
Zij staken de stroompjes over, recht in de richting van Famars.
Dertig karren die tarwe vervoerden, troffen zij aan,
Aan de voorste voerman gaven zij zijn loon:
Zij hieuwen hem het hoofd af; en daarna net zo bij de volgende,
En de derde en de vierde doodden zij in het strijdgewoel;
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
l7w1iasswyh2k5utsv6lxe53dj4chky
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/652
104
88562
225915
2026-08-28T14:41:45Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225915
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Jusqu’au ·xxx·e char ouvrèrent ensément.
Dont, chascuns des bastars prist char délivrement,
Con charreton le vont menant légièrement,
Li charreton sont mort, que nuls ne lor deffent :
Il trespassèrent l’ost au roy où Franche apent,
Li Bastard de Sebourc, lui ·x· tant seulement,
A fait les chars passer et les darains atent ;
On les maine au chastel cariant radement.
Et quant li Fransois virent le chemin c’on i prent,
Au roy de Franche vinrent, en criant hautement :
« A ! nobles roys, » font-il, « il vous va malement !
« Li Bastard de Sebourc, qui tant a hardement,
« A ·xxx· chars conquis, à ches ajournement,
« Des blés et des vitailles, de vin et pieument,
« Qu’il emmainne au chastel bien et hardiement. »
« Diex ! » dist li roi de Franche, « pères omnipotent,
« Con chuis Bastars me fait le coer tristre et dolent !
« Encor le ferai pendere et encruer au vent. »
Es-vous ·j· chevalier navré moult laidement,
Le bras avoit copet, qu’à l’espaulle li pent,
Il crie au roy de Franche : « or regardés comment
« Li Bastars de Sebourc nous démaine vieument ;
« Il m’a le bracq copet et navret malement. »
« Or tost, » dient Franchoys, avironéëment,
« Alons à che Bastard, cui li corps Dieu cravent,
« Qu’ensi va méhaingnant nos hommes et no gent ;
« Au roy le ramerrons enchois l’avesprement. »
Ort li chevalier, si lor dist hautement :
« Jà n’i venrés si tart, par le mien sérement,
« Que che ne soit trop tempre ; li Bastars vous atent. »
« Dieus ! » dist li rois de Franche, « dame sainte Marie,
Que ferai du Bastard qui me fait vilonnie ? »
Atans és-vous Gaufroi qui le char ot garie :
Li glous estoit sanés de sa grant maladie.
« Gaufer, » che dist li roys, « véchi grant déablie !
</poem>
|valign=top|
<poem>
Tot aan de 30e karren bewerkten zij op gelijke wijze.
Waarop elk van de bastaarden vlot een kar nam,
Als voerlieden leiden zij deze gemakkelijk voort;
De echte voerlieden zijn dood, zodat niemand het hen verbiedt:
Zij trokken door het leger van de koning waartoe Frankrijk behoort, 520
De Bastaard van Sebourc, hij en slechts tien anderen alleen,
Heeft de karren doen passeren en wacht op de laatsten;
Men voert ze naar het kasteel, snel rijdend.
En toen de Fransen de weg zagen die men daar insloeg,
Kwamen zij naar de koning van Frankrijk, luid roepend:
“ Ach! Edele koning, “ zeiden zij, “ het gaat slecht met u!
“ De Bastaard van Sebourc, die zoveel stoutmoedigheid bezit,
“ Heeft 30 karren veroverd, bij deze dageraad,
“ Vol graan en levensmiddelen, vol wijn en kruidenwijn,
“ Die hij goed en koen naar het kasteel wegvoert. “ 530
“ God! “ zei de koning van Frankrijk, “ almachtige Vader,
“ Wat maakt deze Bastaard mijn hart bedroefd en pijnlijk!
“ Ik zal hem nog laten ophangen en aan de wind laten bungelen. “
Ziedaar een ridder, zeer lelijk verwond,
Zijn arm was afgehakt, zodat die aan zijn schouder hing,
Hij roept naar de koning van Frankrijk: “ kijk nu hoe
“ De Bastaard van Sebourc ons schandelijk behandelt;
“ Hij heeft mijn arm afgehakt en mij vreselijk verwond. “
“ Nu snel, “ zeggen de Fransen, zich verzameend,
“ Laten we naar die Bastaard gaan, moge Gods lichaam hem vernietigen,
“ Die zo onze mannen en onze lieden gaat verminken;
“ Naar de koning zullen we hem terugbrengen voor de avondval. “
Nu spreekt de ridder, en hij zei luid tot hen:
“ Nooit zult gij er zo laat aankomen, bij mijn eed,
“ Of het zal nog te vroeg zijn; de Bastaard wacht op u. “
“ God! “ zei de koning van Frankrijk, “ Lieve Vrouwe heilige Maria,
Wat moet ik doen met de Bastaard die mij deze schande aandoet? “
Op dat moment, zie daar Gaufroi die de kar had gered:
De deugniet was genezen van zijn grote ziekte.
“ Gaufroi, “ zei de koning, “ zie hier een grote duivelse boel! 550
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
20j3b4y6ia5v9oztrgy4ov52zbc72fn
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/653
104
88563
225916
2026-08-28T14:45:09Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225916
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Chuis Bastars orguelleus est-il de la lignie
« A le royne Rose qui tant est enseignie ? »
« Oïl, » che dist Gaufer, « mais n’en savoie mie,
« Quant me vins herbergier dedens sa manandie.
« Taie en est la royne, je ai le vois oïe ;
« Esmerés, Alixandres, Glorians, coi c’on die,
« Sont oncles du Bastard qui lor fait telle aïe. »
« Par Dieu ! » che dist li roys, « si ne fourvoie mie,
« Car on doit ses amis conforter à la fie. »
Dont vinrent carreton ; li ·j· brait, l’autre crie :
« A ! sire roy de Franche, vostre ost est mal gaitie !
« Li Bastart de Sebourc a tuet no maisnie ;
« S’emmaine de vitaille ·xx· chars, à une fie,
« ·x· karrées dou vin, à une autre partie. »
Li roys dist au vassal qui li brache ot trenchie :
« Véis-tu le Bastard ? or ne m’en choilés mie. »
Et dist li chevaliers : « sé Diex me bénéie,
« J’ai véut le Bastard, cui li corps Diex maudie !
« Et si vous ai couvent et pour voir vous affie
« Tant qu’aïés à mengier, il ne junera mie.
« Cartons est devenus par son encanterie ;
« Demain ert taverniers de vendre vin sor lie,
« Car ·X· chars tous cherkiés en vi sus le cauchie.
« Quant à l’encontre alai, je fis grande folie !
« Car le bras me trencha, s’ai la cuisse plaïe,
« Dont ne m’aiderai mais, à nul jour de ma vie. »
Dieus que li rois de Franche ot au coer marison,
Quant il ot du Bastard la vraie entention !
« A ! bastars, » dist li rois, « fieux au putain, larron,
« Chieus sires te confonde qui souffri pation !
« Non pourquant te maudi sans cause et sans rayson,
« Car tu aides à droit chiaus de t’estration. »
Lors monta, li biaus roys, par dessus l’Arragon,
Entre lui et Gaufroi et le conte Guion,
L’archevesque de Rains et mainte autre baron ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Is deze trotse Bastaard dan van het geslacht “
“ Van koningin Rose, die zo welgemanierd is? “
“ Ja, “ zei Gaufer, “ maar ik wist er niets van, “
“ Toen ik herberg kwam zoeken in zijn domein. “
“ Zo is de koningin, ik heb haar stem gehoord; “
“ Esmeret, Alexander, Glorians, wat men ook zegt, “
“ Zijn ooms van de Bâtard, die hen zozeer helpt. “
“ Bij God! “ zei de koning, “ dan dwaalt hij niet, “
“ Want men moet zijn vrienden bij tijd en wijle steunen. “
Toen kwamen er charretiers; de een brult, de ander schreeuwt: 560
“ Ach! heer koning van Frankrijk, uw leger is slecht bewaakt! “
“ De Bâtard van Sebourc heeft onze manschappen gedood; “
“ Hij voert aan proviand twintig karren mee, in één keer, “
“ En tien karren wijn, als een ander deel. “
De koning zei tegen de vazal wiens arm was afgehouwen:
“ Heb je de Bâtard gezien? Verzwijg het mij nu niet. “
En de ridder zei: “ Zo God mij zegene, “
“ Ik heb de Bâtard gezien, wiens lichaam God moge vervloeken! “
“ En ik heb u beloofd en verzeker u naar waarheid: “
“ Zolang u te eten heeft, zal hij zeker niet vasten. 570
“ Een koetsier is hij geworden door zijn toverij; “
“ Morgen zal hij kroegbaas zijn om wijn op droesem te verkopen, “
“ Want tien volgeladen karren zag ik op de heirbaan. “
“ Toen ik hem tegemoet trad, beging ik een grote dwaasheid! “
“ Want hij hieuw mijn arm af, en mijn dij is gewond, “
“ Waarmee ik mij nooit meer zal behelpen, geen dag van mijn leven. “
God, wat had de koning van Frankrijk een bitterheid in het hart,
Toen hij hoorde van de Bâtards ware bedoelingen!
“ Ach! Bâtard, “ zei de koning, “ hoerenzoon, dief, “
“ Moge die Heer jou tegronde richten, die het lijden heeft doorstaan! 580
“ Nochtans vervloek ik je zonder oorzaak en zonder reden, “
“ Want je helpt terecht degenen van jouw eigen stam. “
Toen steeg hij te paard, de schone koning, op Arragon,
Samen met hem Gaufroi en graaf Guion,
De aartsbisschop van Reims en menig ander baron;
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
g7wkuumko8jxs4dve7m6mtf5j3l5570
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/654
104
88564
225917
2026-08-28T14:46:22Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225917
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Vers le tour de Sebourc vont brochant de randon,
Et voient le karin assés près du gongon.
Li Bastars fu dechà demi trait au bougon,
L’arière-garde fist, tout soel sans compaingnon.
Bien le cognut Gaufer, si dist à Phyllippon :
« Frans roys, » dist li traïtres, « voleis vir le coistron ?
« Vés-le-là sus che tertre, en sa main se pignon.
« Chertes, je li donnai che destrier bel et bon,
« Et si ne m’en scet gré le monte d’un bouton. »
« Par foi, » che dist li roys, « veslà biau danseillon,
« Apert et remuant et de gente fasson ;
« Il trestourne et tressaut à guise d’oisellon,
« Il ne me prise mie vaillant ·j· esporon.
« Or tost ! seignour, à lui ! pour Dieu vous em prion. »
« Sire, » che dist Gaufer, « sé croire m’en voelt-on,
« Vous larès le Bastard qui ait maléison ;
« Car ch’est trop grant folie, si ait m’âme pardon,
« De perdre ·j· chevalier pour avoir ·j· garchon. »
Or s’en va li Bastars qui tant fist à crémir :
Fransoys le vont sievant, qu’il le cuident saisir,
Mais li Bastars sot bien trestourner et guenchir.
Quant on le cuide lons, il les vint de près vir,
Si qu’à plusours a fait l’âme du corps partir.
Es-vous ·j· chevalier qui commenche à férir
Le chaval fièrement, pour lui à consievir ;
Si haut li escria qu’il le poet bien oïr :
« Fiaux à putain ! bastars ! ta mère voilt gisir
« Avoeques pluseurs hommes, mais pour toi eshardir
« T’a voillut le meillour des pères retenir.
« Nes scés quelz fieux tu es, si te dois bien hair !
« La proie te calens, si te ferrai jehir
« Que tu l’as déroubée, à bonnes gens murdrir. »
Et quant li Bastars l’ot, du sens cuida issir :
Il jure Dame-Dieu, qui pour nous voilt nasquir
De la Vierge-Marie et en crois mort souffrir,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Naar de toren van Sebourc rijden zij in volle galop,
En zij zien de legerschaar heel dicht bij de donjon.
De Bastaard was ginds tot op een boogscheut genaderd,
Hij vormde de achterhoede, helemaal alleen zonder metgezel.
Goed herkende Gaufer hem, en hij zei tegen Phyllippon: 590
“ Edele koning, “ zei de verrader, “ wilt u de bastaard zien?
“ Zie hem daar op de heuvel, in zijn hand zijn kam.
“ Zeker, ik gaf hem dit mooie en goede strijdpaard,
“ En toch is hij me er dankbaar voor ter waarde van een knoop. “
“ Bij mijn geloof, “ zei de koning, “ dat is een fraaie jonge snaak,
“ Vlug en beweeglijk en van edele gestalte;
“ Hij keert en springt in het rond als een vogeltje,
“ Hij acht mij nog geen enkele spoor waardig.
“ Nu snel! heren, op hem af! om Gods wil smeek ik u. “
“ Heer, “ zei Gaufer, “ als men mij wil geloven, 600
“ Dan laat u de Bastaard die de vervloeking meedraagt;
“ Want het is te grote dwaasheid, zo moge mijn ziel vergeving vinden,
“ Om een ridder te verliezen voor het vangen van een schildknaap. “
Nu vertrekt de Bastaard die zozeer te vreezen was:
De Fransen achtervolgen hem, denkend hem te grijpen,
Maar de Bastaard wist goed te keren en te ontwijken.
Wanneer men hem ver weg waant, komt hij hen van dichtbij opzoeken,
Zodat hij bij velen de ziel uit het lichaam heeft doen scheiden.
Zie daar een ridder die begint in te slaan
Op het paard met vurigheid, om hem in te halen; 610
Zo hard riep hij naar hem dat hij het goed kon horen:
“ Hoerenzoon! bastaard! je moeder wilde liggen
“ Met meerdere mannen, maar om jou te bemoedigen
“ Wilde zij de beste van de vaders voor jou claimen.
“ Je weet niet wiens zoon je bent, je zou jezelf wel moeten haten!
“ De buit daag ik uit, en ik zal je dwingen te bekennen
“ Dat je haar hebt geroofd, om goede mensen te vermoorden. “
En toen de Bastaard dit hoorde, verloor hij bijna zijn verstand:
Hij zweert bij de Here God, die voor ons geboren wilde worden
Uit de Maagd Maria en aan het kruis de dood wilde sterven, 620
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
eouuzfb55247qcb22v82ksq5jtdmj4x
225918
225917
2026-08-28T14:47:36Z
Havang(nl)
4330
225918
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Vers le tour de Sebourc vont brochant de randon,
Et voient le karin assés près du gongon.
Li Bastars fu dechà demi trait au bougon,
L’arière-garde fist, tout soel sans compaingnon.
Bien le cognut Gaufer, si dist à Phyllippon :
« Frans roys, » dist li traïtres, « voleis vir le coistron ?
« Vés-le-là sus che tertre, en sa main se pignon.
« Chertes, je li donnai che destrier bel et bon,
« Et si ne m’en scet gré le monte d’un bouton. »
« Par foi, » che dist li roys, « veslà biau danseillon,
« Apert et remuant et de gente fasson ;
« Il trestourne et tressaut à guise d’oisellon,
« Il ne me prise mie vaillant ·j· esporon.
« Or tost ! seignour, à lui ! pour Dieu vous em prion. »
« Sire, » che dist Gaufer, « sé croire m’en voelt-on,
« Vous larès le Bastard qui ait maléison ;
« Car ch’est trop grant folie, si ait m’âme pardon,
« De perdre ·j· chevalier pour avoir ·j· garchon. »
Or s’en va li Bastars qui tant fist à crémir :
Fransoys le vont sievant, qu’il le cuident saisir,
Mais li Bastars sot bien trestourner et guenchir.
Quant on le cuide lons, il les vint de près vir,
Si qu’à plusours a fait l’âme du corps partir.
Es-vous ·j· chevalier qui commenche à férir
Le chaval fièrement, pour lui à consievir ;
Si haut li escria qu’il le poet bien oïr :
« Fiaux à putain ! bastars ! ta mère voilt gisir
« Avoeques pluseurs hommes, mais pour toi eshardir
« T’a voillut le meillour des pères retenir.
« Nes scés quelz fieux tu es, si te dois bien hair !
« La proie te calens, si te ferrai jehir
« Que tu l’as déroubée, à bonnes gens murdrir. »
Et quant li Bastars l’ot, du sens cuida issir :
Il jure Dame-Dieu, qui pour nous voilt nasquir
De la Vierge-Marie et en crois mort souffrir,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Naar de toren van Sebourc rijden zij in volle galop,
En zij zien de legerschaar heel dicht bij de donjon.
De Bastaard was ginds tot op een boogscheut genaderd,
Hij vormde de achterhoede, helemaal alleen zonder metgezel.
Goed herkende Gaufer hem, en hij zei tegen Phyllippon: 590
“ Edele koning, “ zei de verrader, “ wilt u de bastaard zien?
“ Zie hem daar op de heuvel, in zijn hand zijn kam.
“ Zeker, ik gaf hem dit mooie en goede strijdpaard,
“ En toch is hij me er dankbaar voor ter waarde van een knoop. “
“ Bij mijn geloof, “ zei de koning, “ dat is een fraaie jonge snaak,
“ Vlug en beweeglijk en van edele gestalte;
“ Hij keert en springt in het rond als een vogeltje,
“ Hij acht mij nog geen enkele spoor waardig.
“ Nu snel! heren, op hem af! om Gods wil smeek ik u. “
“ Heer, “ zei Gaufer, “ als men mij wil geloven, 600
“ Dan laat u de Bastaard die de vervloeking meedraagt;
“ Want het is te grote dwaasheid, zo moge mijn ziel vergeving vinden,
“ Om een ridder te verliezen voor het vangen van een schildknaap. “
Nu vertrekt de Bastaard die zozeer te vrezen was:
De Fransen achtervolgen hem, denkend hem te grijpen,
Maar de Bastaard wist goed te keren en te ontwijken.
Wanneer men hem ver weg waant, komt hij hen van dichtbij opzoeken,
Zodat hij bij velen de ziel uit het lichaam heeft doen scheiden.
Zie daar een ridder die begint in te slaan
Op het paard met vurigheid, om hem in te halen; 610
Zo hard riep hij naar hem dat hij het goed kon horen:
“ Hoerenzoon! bastaard! je moeder wilde liggen
“ Met meerdere mannen, maar om jou te bemoedigen
“ Wilde zij de beste van de vaders voor jou claimen.
“ Je weet niet wiens zoon je bent, je zou jezelf wel moeten haten!
“ De buit daag ik uit, en ik zal je dwingen te bekennen
“ Dat je haar hebt geroofd, om goede mensen te vermoorden. “
En toen de Bastaard dit hoorde, verloor hij bijna zijn verstand:
Hij zweert bij de Here God, die voor ons geboren wilde worden
Uit de Maagd Maria en aan het kruis de dood wilde sterven, 620
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
dfezj7tto133cilhj1bys5wcysawbgw
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/655
104
88565
225919
2026-08-28T14:53:28Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225919
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Qu’à chellui rétournoit s’il en devoit morir !
Le lanche o le pignon va à terre flastrir,
Et a traite l’espée que trè bien sot tenir ;
Retourne au chevalier qui le cuida férir,
Mais li Bastars sot bien outre le cop salir.
Au retour qu’il a fait laist le branc couvenir,
Le chevalier féri par si très grant haïr,
De la teste li fait le chervèle boulir.
A terre l’abat mort, puis li dist par loisir :
« Je m’en revois, vassaus, et il vous faut dormir. »
Esmerés de Nimaie voit le Bastard férir,
Et les ·j· et les autres afoler et honnir ;
« Cousins, » dist Esmerés, « tant vous voi eshardir,
« De mille mars de rente à vo vie tenir
« Vorroie pour ·v· sols maintenant acomplir. »
Quant chil du chastel virent du grant carin l’esploit,
Encontre les bastars chascuns briément issoit ;
S’ont le proie menée en ou chastel tout droit.
Li Bastard de Sebourc l’arrier-garde faisoit,
Et li roys des Fransois, qui le Bastard veioit,
Pour tout le plus hardi du monde le prisoit ;
Si a dit coiëment que sé il le tenoit
Que pour homme vivant il ne le penderoit :
Car trestout chil qu’il fait, il le fait sour sen droit.
Car n’est mie prend’ons qui son ami déchoit,
Né qui faut, au besong, chellui cui aidier doit.
Ensi le roy de France en lui se devisoit,
Et, de fies en autre, de sa main se sainoit ;
Et Gaufer li demande pourcoi ensi faisoit ?
Et dit li rois de Franche : « qui ne s’esmaïeroit
« De che gentil Bastard qui tant fait de put roit ?
« Chertes, trop volentiers li miens corps le verroit. »
« Sire, » ce dist li glous, a qui mander le voroit
« Et dont sé li lanchast, droit au coer, d’un esploit,
« Nous r’ariens nous prisons ; s’ariens fait bon esploit.
</poem>
|valign=top|
<poem>
Dat hij naar hem terugkeerde, al moest hij erom sterven!
De lans met de wimpel smakt ter aarde neer,
En hij heeft het zwaard getrokken dat hij zo goed wist te hanteren;
Wendt zich weer tot de ridder die hem dacht te treffen,
Maar de Bastaard wist de slag behendig te ontwijken.
Bij de wending die hij maakt, laat hij zijn zwaard neerkomen,
Hij trof de ridder met zo'n felle haat,
Dat hij de hersenen uit zijn hoofd deed spatten.
Hij slaat hem dood ter aarde, en zegt dan onbewogen:
“ Ik ga weer op weg, vazal, en u is het gegeven te slapen. “ 630
Esmeret van Nijmegen ziet hoe de Bastaard toeslaat,
En de enen en de anderen overmeestert en te schande maakt;
“ Neef, “ sprak Esmeret, “ ik zie u zich zo dapper gedragen,
Dat ik duizend marken aan levenslang inkomen
Nu terstond voor slechts vijf stuivers voor u zou willen regelen. “
Toen zij van het kasteel de afloop van de grote strijd zagen,
Kwam iedereen snel naar buiten, de bastaarden tegemoet;
En zij hebben de buit rechtstreeks het kasteel binnen geleid.
De Bastaard van Sebourc vormde de achterhoede,
En de koning van de Fransen, die de Bastaard gadesloeg, 640
Achtte hem de allerkoenste ter wereld;
En hij zei stilletjes in zichzelf dat, als hij hem gevangen nam,
Hij hem voor geen mens levend zou ophangen:
Want bij alles wat hij doet, handelt hij naar zijn recht.
Want hij is geen dapper man die zijn vriend bedriegt,
Noch hij die, in tijden van nood, hem verlaat die hij helpen moet.
Zo overpeinsde de koning van Frankrijk het bij zichzelf,
En van tijd tot tijd sloeg hij met zijn hand een kruis;
En Gaufer vroeg hem waarom hij dat zo deed?
En de koning van Frankrijk zei: “ Wie zou niet ontzet zijn 650
“ Door die edele Bastaard die zoveel zware strijd levert?
“ Waarlijk, ik zou hem maar al te graag in levenden lijve willen zien.“
“ Heer, “ zo sprak de schurk, “ als men hem zou willen ontbieden
“ En men hem dan, recht in het hart, met een rake steek zou treffen,
“ Zouden wij onze gevangenen terug hebben; het zou een goede slag zijn. “
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
8r4ev3a5ot9fnzk1dhee4l589x7d616
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/656
104
88566
225920
2026-08-28T14:54:47Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225920
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Sire, » che dist Gaufer, « car fachons bone enfanche :
« « Mandés che fel Bastard qui nous fait destourbanche,
« Je li ferai bouter ·j· espoy en sa panche. »
« Taisiés-vous, » dist li roys, « n’aïés telle plaisanche,
« Car j’ameroie mieux à perdre douche Franche,
Et m’en fausist fuïr en terre sans créanche !
« Car à tout mon linage ferroie grant vengance.
« De tant qu’en avés dit ai en vous mains fiance.
« Sire, » ce dist Gaufrois, « car j’ai dit inorance.
« Mais je ne sai comment je puisse avoir vengance
« De chellui qui m’a fait au coer telle grevanche ? »
« A table, » fist li roys, « sans nulle demoranche. »
Et li gentis Bastars, qui tant ot de vaillance,
Appella ses amis qui li font connoissanche :
« Seignour, » dist li Bastars, « n’aïés nulle souffranche
« De boire et de mengier ; prendés vo gouvernanche,
« Car à mengier arons, si el i a en Franche. »
Or furent o chastel à joie et à baudour,
Car li gentis Bastars, qui onques n’ot paour,
Amena ou chastel à mengier pour maint jour.
Li rois fu en son tref et o lui li plusour :
« Seignour, » che dist li rois, « comment arai la tour,
« Là où mi anemi ont chi pris lor séjour ? »
L’archevesques de Rains li a dit sans rethour :
« Bien vous aprenderai, par Dié, mon chier seignour,
« Comment vous averrés le grant chastel majour,
« Enchois demain le vespre ; chertes, j’en sai le tour. »
« Comment ? » che dist li roys, « pour Dieu le créatour,
« Arcevesques de Rains, sauvés-moi mon onnour. »
« Sire, » dist l’archevesques, « par le mien sauvéour,
« Sé croire me volés, vous ferés le melliour.
« Sire, » dist l’archevesques qui fu bons clers lettres,
« Bien vous aprenderai, sé croire me voillės,
« Comment le bon chastel chi devant averrés. »
« Sire, » che dist li rois, « et cor le m’aprendés. »
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Heer, “ zo sprak Gaufer, “ laten we een goede daad verrichten:
“ Ontbied die snode Bastaard die ons overlast bezorgt,
“ Ik zal hem een lans in zijn buik stoten. “
“ Zwijg, “ zei de koning, “ koester zulke wensen niet,
“ Want ik zou nog liever het zoete Frankrijk verliezen, 660
“ En moeten vluchten naar een land zonder geloof!
“ Want over mijn hele geslacht zou ik een grote wraak afroepen.
“ Door wat u zojuist zei, heb ik minder vertrouwen in u. “
“ Heer, “ zei Gaufrois, “ ik sprak uit onwetendheid.
“ Maar ik weet niet hoe ik wraak kan nemen
“ Op degene die mijn hart zulk een verdriet heeft aangedaan? “
“ Aan tafel, “ beval de koning, “ zonder enig uitstel. “
En de edele Bastaard, die zoveel moed bezat,
Riep zijn vrienden bijeen die hem eer bewijzen:
“ Heren, “ zei de Bastaard, “ lijd aan geen enkel gebrek 670
“ Aan drinken en aan eten; bedien uzelf naar hartenlust,
“ Want te eten zullen we hebben, zolang er wat is in Frankrijk. “
Nu waren zij in het kasteel met vreugde en vrolijkheid,
Want de edele Bastaard, die nooit angst kende,
Had voor vele dagen eten in het kasteel gebracht.
De koning was in zijn tent en bij hem de meesten:
“ Heren, “ zo sprak de koning, “ hoe zal ik de toren innemen,
“ Waar mijn vijanden nu hun intrek hebben genomen? “
De aartsbisschop van Reims zei onomwonden tot hem:
“ Ik zal het u goed leren, bij God, mijn lieve heer, 680
“ Hoe u die grote, voornaamste burcht zult heroveren,
“ Nog vóór morgenavond; voorwaar, ik weet hoe. “
“ Hoe dan? “ sprak de koning, “ bij God de Schepper,
“ Aartsbisschop van Reims, red mijn eer. “
“ Heer, “ zei de aartsbisschop, “ bij mijn Verlosser,
“ Als u mij wilt geloven, zult u het beste doen.
“ Heer, “ zei de aartsbisschop die een geleerd klerk was,
“ Ik zal het u goed leren, als u mij wilt geloven,
“ Hoe u de burcht hier voor u zult innemen. “
“ Heer, “ zo sprak de koning, “ vertel het mij dan nu. “ 690
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
itolb59j57ghn5uolkbpn9273xz4vix
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/657
104
88567
225921
2026-08-28T14:56:23Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225921
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Heer, “ zei de aartsbisschop, “ stuur aan hen daarbinnen,
“ Als het u behaagt, namens uzelf, groeten en vriendschap
“ En wat u misdaan heeft, zult u hen vergoeden;
“ En ik ben er zeker van dat, als u zo zult handelen,
“ Het kasteel aan u zal worden teruggegeven en overgedragen. “
En de koning antwoordde: “ u spreekt voor niets,
“ Want nooit zal ik dat doen in de dagen van mijn leven;
“ Liever zou ik vier van mijn steden verliezen,
“ Dan dat ik mij ooit met hen zou verzoenen! “
Precies zo sprak de koning, zoals u gehoord heeft. 700
Maar nog voordat de koning van de maaltijd was opgestaan,
Kwam de geduchte Bastaard het kasteel uit gerend
En zo kwam hij aangerend naar de hutten en de tenten:
Hij hakt de touwen door, heeft de stellingen omvergeworpen,
En hij heeft er achttien gedood of zwaar verminkt.
De gewonden vluchtten snel naar waar de koning werd gevonden,
En ze zeiden tegen hem: “ edele koning, en wanneer zult u ons wreken
“ Op die lafhartige Bastaard die ons in stukken heeft gehakt? “
“ Ach! God, “ zei de koning toen, “ en waar ben ik beland?
“ Lieve Heilige Maria, bescherm mijn eer! 710
“ Wat voor man is deze Bastaard? Ik geloof dat hij bezeten is door magie! “
“ Heer, “ zeiden de baronnen tegen de koning, “ laat hem toch ontbieden,
“ Zodat we hem kunnen zien, want hij wordt zeer begeerd
“ Door heel uw baronnage dat hier verzameld is;
“ Want nooit werd er zo'n bastaard ter wereld geboren. “
De edele koning van Frankrijk heeft zijn baronnen gehoord,
De aartsbisschop van Reims heeft hij in beraad genomen:
“ Edele heer aartsbisschop, “ sprak de waardige heer,
“ Ga naar het kasteel, voor de God van het paradijs,
“ En geef de Bastaard zowel een bestand als uitstel. 720
“ Zeg hem dat hij van mij, noch van al mijn onderdanen,
“ Enig kwaad zal ondervinden totdat hij vertrekt;
“ Zeg hem dat hij naar mij moet komen, dat het hem niet verboden is. “
“ Heer, “ zei de aartsbisschop, “ welwillend, niet tegen mijn zin. “
Op een rijpaard is de prelaat gaan zitten,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
hwh9uyttv3g7ddozx2a7dssecev7yxr
225930
225921
2026-08-28T15:25:45Z
Havang(nl)
4330
225930
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Sire, » dist l’archevesques, « à chelz dedens mandés,
« S’il vous plaist, de par vous, salus et amistés
« Et chou qu’avés mesfait vous lor amenderés ;
« Et je sui bien chertains, que s’ensi vous ouverès,
« Li chastiaus vous sera rendus et délivrés. »
Et li roys respondi : « pour noient en parlés,
« Car jà ne le ferrai ès jours de mes aés ;
« Miex ameroie à perdre ·iiij· de mes chités,
« Que jamais devers euls je me fuisse acordés ! »
Ensément dist li rois que vous oï avés.
Mais enchois que le rois fust du mengier levės,
Issi hors du chastel li Bastars redoubtés
Et si s’en vint courant à loges et as trés :
Il décope les cordes, s’a les brehans versés,
Et s’en a ·xviij· que mors que afolés.
Li navret fuient tost où li rois fu trouvés,
Si li ont dit « frans roys, et quant nous vengerés
« De che fellon Bastard qui nous a décopes ? »
« Hé ! Diex, » se dist li rois, « et où sui-je arrivés ?
« Dame sainte Marie, la moie onneur sauvés !
« Quels hons est chuis Bastars ? je croi qu’il soit faés ! »
« Sire, » font li baron au roy, « car le mandés,
« Tant que l’aïons véut, car moult est désirés
« De tout vostre bernage qui chi est assamblés ;
« Car onques tels bastars ne fu au siècle nės. »
Li gentis rois de Franche a ses barons oïs,
L’archevesques de Rains en a à consel mis :
« Sires frans archevesques, » dist li … seignouris,
« Alés-ent au chastel, pour Dieu de paradis,
« Si donnés au Bastard et trièwes et respis.
« Dites-lui que de moi, né de tous mes subgis,
« N’i avera anoi tant qu’il ert départis ;
« Dites-lui qu’à moy viengne, qu’il ne soit contredis. »
« Sire, » dist l’archevesques, « volentiers, non envis. »
Dessus ·j· palefroi est, li prélas, assis,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Heer, “ zei de aartsbisschop, “ stuur aan hen daarbinnen,
“ Als het u behaagt, namens uzelf, groeten en vriendschap
“ En wat u misdaan heeft, zult u hen vergoeden;
“ En ik ben er zeker van dat, als u zo zult handelen,
“ Het kasteel aan u zal worden teruggegeven en overgedragen. “
En de koning antwoordde: “ u spreekt voor niets,
“ Want nooit zal ik dat doen in de dagen van mijn leven;
“ Liever zou ik vier van mijn steden verliezen,
“ Dan dat ik mij ooit met hen zou verzoenen! “
Precies zo sprak de koning, zoals u gehoord heeft. 700
Maar nog voordat de koning van de maaltijd was opgestaan,
Kwam de geduchte Bastaard het kasteel uit gerend
En zo kwam hij aangerend naar de hutten en de tenten:
Hij hakt de touwen door, heeft de stellingen omvergeworpen,
En hij heeft er achttien gedood of zwaar verminkt.
De gewonden vluchtten snel naar waar de koning werd gevonden,
En ze zeiden tegen hem: “ edele koning, en wanneer zult u ons wreken
“ Op die lafhartige Bastaard die ons in stukken heeft gehakt? “
“ Ach! God, “ zei de koning toen, “ en waar ben ik beland?
“ Lieve Heilige Maria, bescherm mijn eer! 710
“ Wat voor man is deze Bastaard? Ik geloof dat hij bezeten is door magie! “
“ Heer, “ zeiden de baronnen tegen de koning, “ laat hem toch ontbieden,
“ Zodat we hem kunnen zien, want hij wordt zeer begeerd
“ Door heel uw baronnage dat hier verzameld is;
“ Want nooit werd er zo'n bastaard ter wereld geboren. “
De edele koning van Frankrijk heeft zijn baronnen gehoord,
De aartsbisschop van Reims heeft hij in beraad genomen:
“ Edele heer aartsbisschop, “ sprak de waardige heer,
“ Ga naar het kasteel, voor de God van het paradijs,
“ En geef de Bastaard zowel een bestand als uitstel. 720
“ Zeg hem dat hij van mij, noch van al mijn onderdanen,
“ Enig kwaad zal ondervinden totdat hij vertrekt;
“ Zeg hem dat hij naar mij moet komen, dat het hem niet verboden is. “
“ Heer, “ zei de aartsbisschop, “ welwillend, niet tegen mijn zin. “
Op een rijpaard is de prelaat gaan zitten,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
fd5ra4k021mx54fnc8x86t1umh16cgq
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/658
104
88568
225922
2026-08-28T15:02:52Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225922
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Vers le chastel s’en va, ne fu pas abaubis ;
Il est venus au pont, si s’escrie à haus cris :
« Faites parler à moi, ne soïés esbaïs,
« Car je sui messagiers au roy de Saint-Denis. »
Dont i vint li Bastars qui moult fu agencis,
Wistace dou Bollongne, Baudewins, li flouris,
Glorians, Alixandres, Esmerés, li gentis ;
Li pont ont avaleit, qui fu grans et massis.
L’archevesque trouvèrent, qu’à bailles estoit mis.
Quant il vit les barons, si les a bénéis
Et dist « je vous rassos, comment qu’aïés mespris
« Envers le noble roy de Franche et de Paris.
« Le quels est li Bastars qui tant par est hardis ? »
« Sire, » che dist Wistace, li contes postéis,
« Vés-le-chi vraiement. » Dont l’a par le bras pris.
Et li Bastart s’escrie : « vés-me-chi, biaus amis,
« Lut avés de gramare je sui li anemis ? »
Quant l’archevesques l’ot, s’en a getė ·j· ris ;
Dont le prist par le main, le prélas agentis,
Et li dist « damoisiaus, vous estes moult haïs
« Et du roi et des siens, car tous le plus petis
« Vorroit bien vraiement que vous fuissiés murdris ;
« Trop avés fait no gens laidures et despis. »
« Sire, » dist li Bastars, « soïés chertains et fis
« Sé je vous ai fait mal, encor vous ferai pis ! »
« Vassaus, » dist l’archevesques, qui moult fist á loer,
« Ensi est-che de gerre ; quant vint à l’assambler,
« Qui pis scet et pis face, nuls ne … volt garder.
« Or sui venu à vous, de che vaurai parler :
« Li riches roy de Franche vous fait, par moi, mander
« Que trois jours de respit vous voelt, li roys, donner ;
« Tant que puissiés en l’ost et venir et aler.
« Tant a of, li roys, de vous fais recorder,
« Qu’il voelt le vostre corps veioir et regarder ;
« Pour vostre amour vorra ·j· behourt estorer :
</poem>
|valign=top|
<poem>
Naar het kasteel gaat hij, hij was niet uit het veld geslagen;
Hij is bij de brug gekomen, en roept met luide stem:
“ Laat mij met iemand spreken, wees niet bang,
“ Want ik ben een gezant van de koning van Saint-Denis. “
Toen kwam de Bastaard, die zeer welgemanierd was, 730
Wistace van Boulogne, Boudewijn de bloeiende,
Glorians, Alexander, Esmeret de edele;
De brug hebben zij neergelaten, die groot en massief was.
De aartsbisschop troffen zij aan, die bij de buitenwerken stond.
Toen hij de baronnen zag, zegende hij hen
En zei: “ ik schenk u absolutie, hoezeer u ook misdreven heeft
“ Tegenover de edele koning van Frankrijk en van Parijs.
“ Wie is de Bastaard die zo overmoedig is? “
“ Heer, “ sprak Wistace, de machtige graaf,
“ Zie hem hier waarlijk. “ Waarna hij hem bij de arm nam. 740
En de Bastaard riep uit: “ zie mij hier, schone vriend,
“ Heb je in je toverboeken gelezen dat ik de vijand ben? “
Toen de aartsbisschop dit hoorde, lachte hij hardop;
Daarna nam hij hem bij de hand, de edele prelaat,
En zei tegen hem: “ jonker, u bent zeer gehaat
“ Door de koning en de zijnen, want zelfs de allerminste
“ Zou waarlijk willen dat u vermoord was;
“ Te veel heeft u onze mensen beledigd en gesmaad. “
“ Heer, “ sprak de Bastaard, “ wees er zeker en gewis van:
“ Als ik u kwaad heb gedaan, zal ik u nog erger aandoen! “ 750
“ Vazal, “ sprak de aartsbisschop, die zeer te prijzen was,
“ Zo gaat dat in de oorlog; wanneer men tot de strijd overgaat,
“ Wie het ergst kan en doet, niemand ... wil zich inhouden.
“ Nu ben ik tot u gekomen, hierover wil ik spreken:
“ De rijke koning van Frankrijk laat u, door mij, ontbieden
“ Dat de koning u drie dagen uitstel wil verlenen;
“ Zodat u in het legerkamp kunt komen en gaan.
“ Zoveel heeft de koning over uw daden horen vertellen,
“ Dat hij uw persoon in eigen ogen wil aanschouwen;
“ Ter wille van uw liefde wil hij een steekspel organiseren: 760
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
3syikt0puvrfm583n1gfwh3sikitms4
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/659
104
88569
225923
2026-08-28T15:05:54Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225923
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Et sé vous le poés de vous drois conquester,
« Ja ne vous en vaura, pour che, le pris hoster,
« Car on doit droit jugier, sans nullui fourconter.
« Or venés avec moi, bien vous sarrai mener
« A le tente dou roi qui tant fait à doubter. »
« Sire, » dist li Bastars, « je n’i kier jà entrer,
« S’en che chastel ne viènent trestout li ·xij· per
« Qui pour moi venront chi en plèges demourer ;
« Car qui voelt bien païer, bon gaige doit livrer.
« Sire, » dist li Bastars, « par ma chevalerie,
« Sé tout li ·xij· per de France, le garnie,
« Ne vienent chi tenir prison o ma lignie,
« Jà li roys ne veura ma jouvente jolie,
« S’il ne me voit armés pour lui tollir la vie ;
« Car trop ai d’anemis en vostre ost resongnie :
« Li glous Gaufer i est, qui bien ne m’aime mie,
« Et des autres Fransoys cui j’ai fait vilonnie ;
« Li rois me ait aussi, ne voil c’on m’en desdie.
« Quant j’ai tant d’anemis, n’est drois que je m’i fie !
« Mais s’a moi voelt parler en sa tente polie,
« Si me livre les plèges en ma tour bateillie ;
« Ou jà n’i enterai par sens né par folie. »
« Comment ? » dist l’archevesques, « pour la Virge-Marie,
« Il vous doit bien souffir sé je vous en affie :
« Vous tenés poy de bien en moi, à cheste fie. »
« Encore en i a mains, » dist-il, « de la moitie,
« Car n’est … preud’ons qui se fie en clergie. »
Coyque li archevesques éust là sermonné,
Né priet le Bastard né bien asséuré,
Ne prist-il au Bastart avis né volenté
D’aler au roy de France qui l’avoit la mandé ;
Tant que li archevesques de Rains, chelle chité,
Fist que li ·xij· per furent trestout alé
Par dedens le chastel et bien enprisonné.
Quant furent en prison tout mis, par le sien gré,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ En als u hem dit vanuit uw recht kunt betwisten,
“ Dan zal men u daarom de eer niet willen ontnemen,
“ Want men moet recht spreken, zonder iemand te bedriegen.
“ Kom nu met mij mee, ik zal u wel weten te leiden
“ Naar de tent van de koning die men zozeer moet vrezen. “
“ Heer, “ zei de Bastaard, “ ik peins er niet over daar binnen te gaan,
“ Als in dit kasteel niet alle twaalf pairs komen,
“ Die hier voor mij als gijzelaars zullen verblijven;
“ Want wie goed wil betalen, moet een goed pand leveren.
“ Heer, “ zei de Bastaard, “ bij mijn ridderschap, 770
“ Als de volledige twaalf pairs van Frankrijk, de gewapende,
“ Hier niet gevangen komen zitten samen met mijn geslacht,
“ Dan zal de koning mijn vrolijke jeugd nimmer aanschouwen,
“ Tenzij hij mij gewapend ziet om hem van het leven te beroven;
“ Want ik heb te veel vijanden in uw leger die ik wantrouw:
“ De schurk Gaufer is daar, die mij allerminst gunstig gezind is,
“ En de andere Fransen die ik schande heb aangedaan;
“ De koning haat mij eveneens, ik wil niet dat men mij dit ontzegt.
“ Nu ik zoveel vijanden heb, ben ik terecht wantrouwend!
“ Maar als hij met mij wil spreken in zijn fraaie tent, 780
“ Laat hij mij dan de gijzelaars leveren in mijn gekanteelde toren;
“ Anders zal ik er noch door rede, noch door dwaasheid binnengaan. “
“ Hoezo? “ zei de aartsbisschop, “ bij de Maagd Maria,
“ Het moet u toch volstaan als ik u mijn woord geef:
“ U stelt ditmaal wel heel weinig vertrouwen in mij. “
“ Er is nog minder dan de helft van over, “ zei hij,
“ Want er is geen... edelman die blind vertrouwt op de geestelijkheid. “
Hoewel de aartsbisschop daar flink had gepreekt,
Noch de Bastaard had gesmeekt, noch hem had gerustgesteld,
Het bracht de Bastaard niet op andere gedachten of het besluit 790
Om naar de koning van Frankrijk te gaan, die hem daarheen had ontboden;
Totdat de aartsbisschop van Reims, die bewuste stad,
Ervoor zorgde dat de twaalf pairs er allemaal heen gingen
Tot diep in het kasteel, en daar goed werden opgesloten.
Toen zij allen in de gevangenis waren gezet, met hun algehele instemming,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
dxxodx1q3ukin7bby0xbl3ba4wuxac5
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/660
104
88570
225924
2026-08-28T15:07:16Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225924
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
S’apella, li Bastars, son riche parenté,
Et lor a dit « seignour, or oïés mon pensé ;
« Par moi avés esteit de le mort escapé,
« S’est raisons, biaus seignour, que vous fachiés mon gré.
« Car comment car on m’ait le Bastard appellé,
S’ai-ge dedens mon corps coer de roy coronné.
« Encore sarai rois d’une grant roïautė,
« Car puis c’on pense haut on vient à richeté ;
« Et adès le chétis revient à nicheté.
« Je m’en vois droit à l’ost où li rois m’a mandé,
« Le douse per de France sont pour moi demourré :
« Or vœil que me jurés et foy et loïauté,
« Dieu et chevalerie et sainte Trinité ;
« Que s’il avenoit cose, par grande mailvesté,
« Que li Fransois m’éussent ochis mort et tué,
« Que tout li ·xij· per qui chaient sont entré
« Fuissent à ches crestiaus pendu et estranlé. »
Ensi l’ont, li baron, au Bastard créanté.
Quant l’archevesques l’ot, si li a demandé
Pour coi avoit ainsi chest estaet ordené ?
« Pour che, » dist li Bastars, « par Sainte-Trinité,
« Sé Fransoys m’ochioient, qui kœilli m’ont en hé,
« Et j’aroie en morant grant joie et grant santé
« De chou que je serroie vengiés de ma griété ;
« Car je vorroie jà avoir le chief copé,
« Et li roys et si homme fuissent tout encrué,
« Pour l’amour de Gaufer, qui a fait fausseté
« Encontre mon linage qu’il a trop vergondé.
« Encorre l’ochirai, car il r’a sa santé.
« Alons où il vous plaist, tout à vo volenté,
« Car j’ai mon testament et fait et ordené. »
Dont, issi dou chastel, s’a par le main combré
Le Bastard de Sebourc au gent corps nature ;
A l’autre lés estoit acostés d’un abbé.
« E ! Diex, » dist li Bastars, a quelz ·ij· larrons prouvé
</poem>
|valign=top|
<poem>
Toen riep de Bastaard zijn machtige verwanten bijeen,
En sprak tot hen: "Heren, luister nu naar mijn gedachte;
Dankzij mij bent u aan de dood ontsnapt,
Het is daarom rechtvaardig, schone heren, dat u mijn wil doet.
Want hoe men mij ook de Bastaard mag noemen, 800
Ik draag in mijn lijf het hart van een gekroonde koning.
Ooit zal ik nog koning zijn van een groot koninkrijk,
Want wie hoog mikt, verwerft rijkdom en aanzien;
En de lafaard vervalt immer in ellende.
Ik ga rechtstreeks naar het leger waar de koning mij ontbood,
De twaalf pairs van Frankrijk zijn voor mij achtergebleven:
Nu wil ik dat u mij trouw en loyaliteit zweert,
Bij God, de ridderschap en de Heilige Drievuldigheid;
Dat indien het zou gebeuren, door groot verraad,
Dat de Fransen mij zouden vermoorden en doden, 810
Dat alle twaalf pairs die daar binnengegaan zijn,
Door deze christenen opgehangen en gewurgd zouden worden."
Zo hebben de baronnen het de Bastaard onder ede beloofd.
Toen de aartsbisschop dit hoorde, vroeg hij hem
Waarom hij deze schikking zo had bevolen?
"Daarom," zei de Bastaard, "bij de Heilige Drievuldigheid,
Als de Fransen, die mij haten, mij zouden doden,
Dan zou ik in mijn sterven grote vreugde en troost vinden
Omdat ik gewroken zou zijn voor mijn geleden leed;
Want ik zou nog liever terstond onthoofd willen worden, 820
En dat de koning en zijn mannen allen gekruisigd werden,
Omwille van de liefde voor Gaufer, die valsheid heeft gepleegd
Tegenover mijn geslacht, dat hij te zeer heeft onteerd.
Ik zal hem alsnog doden, want hij heeft zijn gezondheid terug.
Laten we gaan waar het u behaagt, geheel naar uw wil,
Want ik heb mijn testament opgemaakt en bevolen."
Toen verliet hij het kasteel, en nam bij de hand
De Bastaard van Sebourc met zijn nobele, natuurlijke gestalte;
Aan de andere zijde werd hij vergezeld door een abt.
"O God!" zei de Bastaard, "wat een twee bewezen dieven 830
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
b028a894nuzzzok5walq0urtf07syon
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/661
104
88571
225925
2026-08-28T15:15:21Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225925
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« J’ai chi d’encoste moy, par ma crestienté !
« Li mieudre bien du monde sont par vous despensé,
« Et si gisiés souvent delés maint cul lardé. »
L’archevesques en rist, quant il l’a escouté.
Il sont venu en l’ost, si sont parmi passé ;
Chevalier, saudoïer, akeurent par le pré,
Pour veioir le Bastard c’on avoit amenė.
Pour che c’on l’avoit tant et prisié et loé,
En sont ·lx·m dessus lui contourné :
Telle presse i avoit, jamais n’éust passé
Sé che ne fuist li roys, au corage menbré,
Qui fist crier ·j· banc : c’omme de mère né
N’aprochast li Bastard d’un arpent mesuré,
S’il n’estoit rois ou contes, tenans grans richeté.
Et quant li Bastars vit le bon roy couronné,
Du chaval descendi et si l’a encliné,
Et dist : « chuis Dame-Diex qui tout a estoré
« Saut et gart Gloriant et mon oncle Esmerė,
« Et mon oncle Alixandre, Wistace, le menbré,
« Baudewin de Biauvais, le nobile chité,
« Et Jehans de Ponthieu et cheuls de m’amisté !
« Et il confonde cheulz par cui il sont grevé !
« Je ne vous maudi mie, bon rois, par vérité ;
« Mais je maudis l’argent c’on vous en a donné.
« Roys, » che dist li Bastars, « je ne vous maudi mie.
« Sé vous aves grevet le moie anchisserie,
« Ch’a estet par l’argent et l’or fin qui flambie,
« De coi Gaufer vous a bien donné vo partie. »
« Bastars, » che dist li rois, « vous dites vilonnie.
« Sé n’estoit pour les plèges qui sont en vo baillie,
« Vous éussiés tantost vo tieste roongie. »
« Sire, » dist li Bastars, « je les en regratie ;
« Nul grẻ ne vous en sai, tant que de vo partie,
« Car à che que je voi, sé Diex me bénéie,
« Qui vous dist vérité trop bien ne l’amés mie. »
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Ik heb hier aan mijn zijde, bij mijn christelijk geloof!
“ Het beste goed van de wereld is door u geschonken,
“ En toch lag u vaak naast menig vette monnikenbuik. “
De aartsbisschop lachte erom, toen hij het had aangehoord.
Zij zijn in het legerkamp gekomen en er doorheen getrokken;
Ridders en huursoldaten rennen door de weide,
Om de Bastaard te zien die men had meegebracht.
Omdat men hem zozeer had geprezen en geroemd,
Zijn er wel zestigduizend om hem heen gedrongen:
Er was zo'n grote drukte, dat hij er nooit doorheen was gekomen 840
Als het niet de koning was geweest, standvastig van moed,
Die een bevel liet omroepen: dat geen mens ter wereld
De Bastaard mocht naderen binnen boogschietafstand,
Tenzij hij koning of graaf was, en grote rijkdommen bezat.
En toen de Bastaard de goede gekroonde koning zag,
Meed hij van zijn paard af en boog voor hem,
En zei: “ Moge de Heere God die alles heeft geschapen,
Gloriant redden en bewaren, en ook mijn oom Esmeret,
En mijn oom Alexander, en Wistace de sterke,
Baudewin van Beauvais, de nobele stad, 850
En Jehans van Ponthieu en allen die mij lief zijn!
En moge Hij in het verderf storten hen door wie zij worden gekweld!
Ik vervloek u geenszins, goede koning, in alle waarheid;
Maar ik vervloek het geld dat men u ervoor heeft gegeven.
Koning, “ zo sprak de Bastaard, “ ik vervloek u geenszins.
Als u mijn voorouders schade heeft berokkend,
Dan is dat gekomen door het geld en het fijne goud dat glanst,
Waarvan Gaufer u uw rechtmatige deel heeft gegeven. “
“ Bastaard, “ zo sprak de koning, “ u spreekt schandelijke taal.
Als het niet was vanwege de borgen die in uw bewaring zijn, 860
Zou men u terstond het hoofd hebben afgehakt. “
“ Heer, “ sprak de Bastaard, “ ik dank hen daar hartelijk voor;
Maar u ben ik er geenszins dankbaar voor, wat uw deel betreft,
Want naar wat ik zie, zo waarlijk helpe mij God,
Houdt u niet bepaald van degene die u de waarheid spreekt. “
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
43bdoq1ragc466on4qmt0q6sbl91qc4
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/662
104
88572
225926
2026-08-28T15:16:45Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225926
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Dont descendi, le roys, en sa tente jolie :
Li roys fist aporter, briément, le vin sor lie
Et a dit au Bastard : « bouvés, je vous en prie. »
« Sire, » dist li Bastars, « je ne beuverai mie,
« S’arés béut devant ; car voir je ne sai mie
« Qu’il i a en le coupe ? n’est drois que je m’i fie :
« Bien sai que me haés, sans cause déservie.
« Je le déservirai, mais ch’ert une autre fie. »
Et quant li roys l’entent, ne poet tenir n’en rie,
Si a dit au Bastard : « chière aves esragie ;
« Repentir vous deussiés, c’avès fait tel folie
« A moy et à ma gent et à ma baronnie. »
« Chertes, » dist li Bastars, « je ne m’en repens mie,
« Car à grant tort avés gerroïet ma lignie.
Roys, entent à rayson, ch’est ce que je vous prie :
« Sé vous avés l’argent, si lassiés la folie.
Roys, » che dist li Bastars, « je sui à vous venus :
« S’il vous plaist, je morrai ou je serrai pendus ;
« Mais sé je devoie estre à chevaus desrompus,
« Si convient que je blasme trestous vous faus argus.
Trop mal vous confessés à vous Frères-Menus,
« As vesques, as abbés, dont vous estes tenus ;
« Car sé vous disiés : sire, je me sui maintenus
« Assès mauvaisement, je m’en sui perchius,
« Contre les enfans Rose qu’ai en prison tenus,
« Et le bon conte Wistace, cui j’ai ses biens tollus ;
« Et s’ai aidiet Gaufroi, car j’en sui retenus :
« Il m’a donnet d’avoir tant que je n’en voil plus,
« Et par l’avoir que j’ai est li tors soustenus,
« Et grevet mes amis, s’est li drois abatus.
« Sé le vous confessères avoit tels mos oüs,
« Et il ne vous désist que vous fuissiés perdus
« Et qu’en enfer n’alast vostre âme, o Bugibus,
« Mal seroit avisés ; et je soie pendus
« Que, sé je le tenoie, je sui bien si testus
</poem>
|valign=top|
<poem>
Toen daalde hij af, de koning, in zijn mooie tent;
De koning liet, onverwijld, de wijn op de droesem brengen
En zei tegen de Bastaard: "Drink, ik verzoek het u."
"Heer," zei de Bastaard, "ik zal beslist niet drinken,
Tenzij u eerst drinkt; want voorwaar, ik weet immers niet 869
Wat er in de beker zit? Het is niet juist dat ik erop vertrouw.
Ik weet wel dat u mij haat, zonder verdiende oorzaak.
Ik zal het nog wel verdienen, maar dat zal een andere keer zijn."
En wanneer de koning dit hoort, kan hij zijn lachen niet inhouden,
En hij zei tegen de Bastaard: "U heeft een waanzinnige blik;
U zou berouw moeten tonen dat u zo'n dwaasheid begaan heeft
Tegenover mij, mijn volk en mijn verzamelde baronnen."
"Zeker," zei de Bastaard, "ik heb er helemaal geen spijt van,
Want zeer ten onrechte heeft u mijn geslacht beoorloogd.
Koning, luister naar de rede, dat is wat ik u verzoek: 880
Als u het geld heeft, laat dan deze dwaasheid varen.
Koning," zo sprak de Bastaard, "ik ben tot u gekomen:
Als het u behaagt, zal ik sterven of worden opgehangen;
Maar al zou ik door paarden aan stukken worden gereten,
Toch past het dat ik al uw valse listen laken zal.
Al te slecht biecht u op aan uw Minderbroeders,
Aan de bisschoppen, aan de abten, aan wie u verplichtingen heeft;
Want als u zou zeggen: 'Heer, ik heb mijzelf
Slecht genoeg gedragen, ik heb het nu ingezien,
Tegenover de kinderen van Rose die ik gevangen houd, 890
En de goede graaf Wistace, wiens goederen ik heb ontnomen;
En ik heb Gaufroi geholpen, omdat ik door hem ben omgekocht:
Hij gaf mij zoveel bezit dat ik niets meer verlang,
En door de rijkdom die ik bezit, wordt het onrecht gesteund,
Worden mijn vrienden gekrenkt en is het recht neergeworpen.'
Als uw biechtvader zulke woorden had gehoord,
En hij u niet zou zeggen dat u verdoemd was
En dat uw ziel naar de hel zou gaan, met Bugibus,
Dan zou hij slecht raad geven; en laat mij opgehangen worden
Als ik hem te pakken kreeg, ik ben immers zo koppig 900
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
0fn6efcwbmc5tup5dkysfmlu4zsrslw
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/663
104
88573
225927
2026-08-28T15:19:01Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225927
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Que pour chou que par lui seriés ensi dechius
« La teste li torroie là où qu’il fuist tenus,
« Et tenist, és ses dois, le propre corps Jhésus.
« Fause confessions met maint homme là-jus,
« En enfer, le puant, là où maint Firmagus. »
Et quant li roys l’entent, si devint cois et mus ;
Bien scet que li Bastars estoit à point méus.
« Vassaus, » che dist li rois, « par les sains de lassus,
« Je ne sai qui ai droit, car j’en sui tous abus :
« Quant à Paris mandai vous amis et vous drus,
« A l’encontre Gaufer qui là estoit venus ;
« En la plache pavée fu monstrés ses escus,
« Mais il n’i trouva homme qui s’i fuist combatus,
« On voloit par tesmoins car il fut corrumpus.
« Li usaedse de France est par champ retenus… »
« Hola, » dist li Bastars, « je n’en vœil oïr plus !
« Car sé par champ em poet li débas estre jus,
« Vé-me-chi apresté, sé Gaufer ert venus. »
Adont geta son gage, si que bien fu véus.
Li gentis roy de Franche, Phyllippe, li menbrus,
A tramis à Gaufroi ·iij· contes et ·ij· dus
Pour savoir au Bastard si combateroit plus ;
Et chil ont à Gaufroi tous les plais despondus
Du Bastard de Sebourc, qui tant est esléus,
Qui demande bataille à lui : ch’est ses argus
Pour achiever le gerre, les noises et les hus.
« Seignour, » che dist Gaufer, « foy que je doi Jhésus,
« Jamais encontre lui n’iert portés mes escus ;
« Car je l’ai bien vouet, il a ·ij· mos ou plus. »
« Chà, » dit li ·j· des contes, sires fu de Chambrai,
« Sire Gaufer, » dist-il, « oïés que vous dirai :
« Li rois vous mande ensi, ja ne vous mentirai,
« Sé vous volés bataille au Bastard, sans délai,
« Vous l’averés à lui, ch’est che que je bien sai. »
Et li lères respont : « ne m’i combaterai.
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Dat omdat men door hem zo bedrogen zou worden,
“ Zou ik hem de kop omdraaien waar hij ook gevangen zat,
“ Zelfs al hield hij in zijn vingers het eigen lichaam van Jezus.
“ Valse biecht werpt menig mens ginds beneden,
“ In de hel, de stinkende, waar menig Firmagus verblijft. “
En toen de koning dit hoorde, werd hij stil en stom;
Hij wist wel dat de Bastaard vastberaden was opgetreden.
“ Vazal, “ zo sprak de koning, “ bij de heiligen hierboven,
“ Ik weet niet wie er recht heeft, want ik ben geheel misleid:
“ Toen ik naar Parijs uw vrienden en uw getrouwen ontbood, 910
“ Tegemoet Gaufer die daarheen was gekomen;
“ Op het geplaveide plein werd zijn schild getoond,
“ Maar hij vond er geen man die met hem had gevochten,
“ Men wilde het met getuigen bewijzen, want hij was corrupt.
“ Het gebruik van Frankrijk wordt door een tweegevecht beslecht… “
“ Hoela, “ zei de Bastaard, “ ik wil er niet meer van horen!
“ Want als door een tweegevecht het geschil beslecht kan worden,
“ Zie mij hier klaarstaan, als Gaufer gekomen is. “
Toen wierp hij zijn handschoen neer, zodat het goed gezien werd.
De edele koning van Frankrijk, Filips de Sterke, 920
Heeft aan Gaufroi gezonden drie graven en twee hertogen
Om van de Bastaard te vernemen of hij nog zou vechten;
En dezen hebben aan Gaufroi alle voorstellen overgebracht
Van de Bastaard van Sebourc, die zo voortreffelijk is,
Die een gevecht van hem eist: dit is zijn betoog
Om de oorlog, de twisten en het rumoer te beëindigen.
“ Heren, “ zo sprak Gaufer, “ bij het geloof in Jezus,
“ Nooit zal mijn schild tegen hem gedragen worden;
“ Want ik heb het vast gezworen, het is al
Twee maanden of langer geleden. “ 930
“ Kom, “ zei een van de graven, die de heer van Kamerijk was,
“ Heer Gaufer, “ zeide hij, “ luister naar wat ik u zal zeggen:
“ De koning beveelt u aldus, ik zal beslist niet tegen u liegen,
“ Als u de strijd met de Bastaard wilt, zonder uitstel,
“ Zult u deze met hem hebben, dat is wat ik wel weet. “
En de dief antwoordde: “ ik zal er niet vechten.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
pz62tnplksa3xhky6hdgfaxce6ikik0
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/664
104
88574
225928
2026-08-28T15:21:51Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225928
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« L’autre jour me navra, dont pas le corps sain n’ai,
« Jamais si con devant poissanche n’averai ! »
Au roy vont repairant, li prinches, sans délai :
Le response Gaufroi, le seignour de Nymai,
Ont recordé au roy qui estoit en grant glay
Avoekes le Bastard qu’ou chief of le hahai ;
Il ne donnoit du roy une foeille de mai.
Quant li roy le manèche, qu’il dist : « je t’ochirrai ! »
« Ne m’en chaut, » fait-il, « sire, je sai bien que je sai ;
« Je morrai liement, car bien vengiet serrai.
« Faites venir Gaufroi, sé m’i combaterai. »
Et li roys respondi : « par men foy, non ferai,
« Pas ne se voielt combatre ; les novèles en ai. »
Et li Bastard respont, qui tant ot le coer vrai,
« S’on ne me rent Gaufroi, si com demandet l’ai,
« Là où que je l’encontre, par Dieu, je l’ochirrai ! »
Li Bastard a parlet hautement en n-oïant,
Et distroys des Fransoys, entendés mon samblant ;
« Je vous requir ·j· droit, c’on voit tout apparant,
« Car je met sus de fait à Gaufroi, le tyrant,
« Qu’il vendi roy Hernoul, de Nymaie tenant,
« Au roy Rouge-Lyon, par dedens Abilant.
« Je li oufre à prouver, à l’espée trenchant,
« Par itel couvenent : sé n’el fais récréant,
« Si fachiés mon corps pendre con larron soudoïant ;
« Et ché vous m’alés chi la chose refusant,
« Je vous met sus de fait chi endroit, en oïant,
« Que de lui avés pris or et argent luisant,
« Dont le tort soustenés ; huimais n’en dis otant. »
Et dist li roys de France : « tu en dis trop avant !
« Voiant tout mon bernage, je t’otrie le champ ;
« A le fin, si ne mates Gaufroi, le souffisant,
« L’omme que j’aimme plus en che chiècle vivant,
« Traiëner te ferrai et pendre con meschant. »
Et li Bastars respont : « je m’i vois ottroïant,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ De andere dag verwondde hij mij, waardoor ik geen gezond lichaam heb,
“ Nooit meer zal ik zoveel kracht hebben als voorheen! “
Naar de koning keren de prinsen zonder uitstel terug:
Het antwoord van Gaufroi, de heer van Nymai,
Hebben zij overgebracht aan de koning, die in groot tumult was 940
Samen met de Bastaard, die oproer in het hoofd had;
Hij gaf geen meiblad om de koning [het kon hem niets schelen].
Wanneer de koning hem bedreigt en zegt: “ Ik zal je doden! “
“ Het kan me niet schelen, “ zegt hij, “ heer, ik weet heel goed wat ik weet;
“ Ik zal blij sterven, want ik zal goed gewroken zijn.
“ Laat Gaufroi komen, dan zal ik hier met hem strijden. “
En de koning antwoordde: “ Bij mijn geloof, dat zal ik niet doen,
“ Hij wil niet strijden; ik heb er de berichten van. “
En de Bastaard antwoordt, die zo'n waarachtig hart had,
“ Als men mij Gaufroi niet uitlevert, zoals ik gevraagd heb, 950
“ Waar ik hem ook tegenkom, bij God, ik zal hem doden! “
De Bastaard sprak luidop ten aanhoren van allen,
En zei tegen de Fransen: “ Luister naar mijn betoog;
“ Ik vraag u om één recht, dat voor iedereen duidelijk is,
“ Want ik beschuldig Gaufroi, de tiran, er formeel van,
“ Dat hij koning Hernoul, de leenheer van Nymaie, verkocht heeft,
“ Aan koning Rood-Leeuw, binnen in Abilant.
“ Ik bied aan dit te bewijzen met het scherpe zwaard,
“ Onder deze voorwaarde: als ik hem niet dwing zich over te geven,
“ Laat dan mijn lichaam ophangen als een huurling-dief; 960
“ En indien u mij deze zaak hier weigert,
“ Dan beschuldig ik u hier ter plekke, ten aanhoren van allen,
“ Dat u van hem blinkend goud en zilver hebt aangenomen,
“ Waarvan u het onrecht steunt; meer zeg ik er vanaf nu niet over. “
En de koning van Frankrijk zei: “ Je spreekt te boud!
“ Ten aanschouwen van al mijn baronnen sta ik je het strijdperk toe;
“ Als je uiteindelijk Gaufroi, de bekwame, niet verslaat,
“ De man die ik het meest liefheb in deze levende wereld,
“ Zal ik je laten voortslepen en ophangen als een schurk. “
En de Bastaard antwoordt: “ Ik ga hiermee akkoord, “ 970
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
14zy04eago2mglqdfr3q7h6wtqnm6wd
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/665
104
88575
225929
2026-08-28T15:24:05Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225929
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« A le fin sé je fai roy Gaufroi récréant,
« Que vous le fachiés pendre en che bos verdoïant ;
« Et pardonnés hayne Wistace Gloriant,
« Esmerés de Nymaie, Alixandre, li grant,
« Et le royne Rose qui de bonté a tant,
« Baudewin de Biauvais, qui le poil a ferrant,
« Et Jehan de Ponthieu, au hardi couvenant. »
« Chertes, » che dist li roys, « tout ti apertenant
« Aront leur pais à moy, sé Gaufroi vas matant ;
« Mais Jehans de Ponthieu ne l’avera noiant !
« Jamais en sa contrée n’ara, li glous, ·j· gant,
« Car il me relenqui, dont j’ai le coer dolant :
« En sa terre sont jà, de par moy, mi serjant,
« On le tenra de moi, d’ore mais en avant.
« S’ai fait bannir Jehan de mon royame grant ;
« Bien sai, que s’on le tient dechà le mer bruïant,
« Qu’il n’ara de le mort tensement né garant. »
Ensi disoit li roys con je vous voi contant.
Tellement le racha, au tamps dont je vous chant,
Qu’il convient que li dus, au hardi couvenant,
Passast outre le mer sus le gent mescréant :
Et trouva outre mer, sus païens combatant,
Le Bastard de Buillon dont on parole tant.
Contre Salehadin, le sien apertenant,
Pou coze dou linage, i ot de mort garant ;
Ensi con vous orés ens ou noble romant.
{{lijn|6em}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Als ik aan het einde koning Gaufroi tot overgave dwing,
“ Dat u hem dan laat ophangen in dit groenende bos;
“ En vergeef de haat van Wistace Gloriant,
“ Esmeret van Nijmegen, Alexander de Grote,
“ En koningin Rose, die zoveel goedheid bezit,
“ Baudewin van Beauvais, die ijzergrijs haar heeft,
“ En Jehan van Ponthieu, met zijn koene eed. “
“ Zeker, “ zo sprak de koning, “ al uw naasten
“ Zullen hun vrede met mij krijgen, als u Gaufroi overwint;
“ Maar Jehans van Ponthieu zal er niets van krijgen! 980
“ Nooit zal hij in zijn land, de schurk, nog één handschoen bezitten,
“ Want hij verliet mij, waardoor ik een bedroefd hart heb:
“ In zijn land zijn, namens mij, mijn serjanten al aanwezig,
“ Men zal het van mij in leen houden, van nu af aan.
“ Zo heb ik Jehan laten verbannen uit mijn grote koninkrijk;
“ Ik weet wel, dat als men hem grijpt aan deze kant van de bruisende zee,
“ Hij voor de dood bescherming noch waarborg zal hebben. “
Aldus sprak de koning, zoals ik u hier vertel.
Zoveel loste hij in, in de tijd waarover ik u bezing,
Dat het de hertog, met zijn koene eed, betaamde990
Om over de zee te trekken tegen het volk der ongelovigen:
En hij vond overzee, strijdend tegen de heidenen,
De Bastaard van Buillon over wie men zoveel spreekt.
Tegenover Salehadin, zijn bloedverwant,
Was er, vanwege de bloedverwantschap, een waarborg tegen de dood;
Zoals u zult horen in deze edele roman.
{{lijn|6em}}
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
7mymtwcy7mfrfz1nbzgmroas7c9ybsj
Boudewijn van Sebourg/ZANG XX
0
88576
225931
2026-08-28T15:26:03Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225931
wikitext
text/x-wiki
<pages index="Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf" from=637 to=665 header=1 />
a0l7zz1edsd6241hr53269le3thxldm
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/666
104
88577
225932
2026-08-28T15:26:43Z
Havang(nl)
4330
/* Zonder tekst */
225932
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="0" user="Havang(nl)" /></noinclude><noinclude></noinclude>
6fy8ix6czju8r0lz5ain22z7t1pjvxr
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/380
104
88578
225933
2026-08-28T18:01:39Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
225933
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH||''Schilders en Schilderessen''.|341}}</noinclude><section begin="s1"/>Hal) ''voor een Mensch, dat hy onder zoo vele Leermeesters, zoo weinig Geleertheit heeft''.<br>{{gap}}Hier mee sluiten wy onze Redenvoering, alzoo de Gordyn van den Schouburgh reeds opgehaalt wort, en een der Konstenaren ree staat ten Toneel te komen.
<section end="s1"/>
<section begin="s2"/>{{gap}}Wy vinden reden om de Dichters van dien tyd te roemen; om dat hun pen, ons zomwyl aanleiding geeft tot het gedenken aan Konstenaars, die wy anders onder de menigte licht over ’t hooft zouden zien. Als onder vele, den Konstschilder KORNELIS BRIZE. Deze schilderde byzonder Konstig en Natuurlyk Harnasschen, en allerhande Stilleven, inzonderheit brieven en papieren, ter ''Trezorye'', op ’t Raadhuis tot Amsterdam te zien, daar de weergalooze J. v. Vondel dit volgende byschrift op gemaakt heeft:
{{gedicht|''Men riep, de Drukkunst en de Schryfkonst zal verwilderen'',
{{gap}}''Nu Holland ons verbiedt ’t gebruik van Fransch papier''.
{{gap}}''Ontsla u van dees zorg, sprak Amstels Trezorier'':
{{sc|Brize}} ''bestelt papier, als hy zig zet tot schildren''.
{{gap}}''Bezie dat Tafereel: wat ziet gy daar om hoog''?
{{gap}}''Papieren, Bul, en Brief: of schyn bedrieght ons oog''.}}
{{gap}}Niet min konstig en natuurlyk, zyn die door elkander gevlogten Speeltuigen geschildert, daar het kleene Orgel in de Oude Kerk mee pronkt. Als mede het stilleven in twee groote stukken in ’t Oudemanhuis tot Amsterdam, in welker eene verbeeld staat,<br>{{gap}}{{sc|De verarmde Ouderdom}}, die, terwylze van de Nydt voortgetrokken werd, van ’t Geluk ver-<section end="s2"/><noinclude>{{RH||Y 3|laten}}</noinclude>
m5pdem44seyxvn5gd9rayvvbfvyob07
De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Tusschenrede:Wat leiding in de kunst vermag
0
88579
225934
2026-08-28T18:02:41Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225934
wikitext
text/x-wiki
<pages index="De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu" from=373 to=380 fromsection=s2 tosection=s1 header=2/>
[[Categorie:Schouburg]]
0wkgnv8o3khwroo9d1cb7h0hsge8p2e
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/381
104
88580
225935
2026-08-28T18:13:55Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
225935
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH|342|''Schouburgh der''|}}</noinclude><section begin="s1"/>laten wort enz. De Beelden zyn door {{sc|A. de Grebber}} en de Harnassen en ander stilleven door {{sc|K. Brize}} geschildert, daar Jan Vos dit vaars op maakte:
{{gedicht|''Hier zietmen d’Ouderdom, door tegenspoedt, verarmen:''
{{gap}}''Zy toont haar kracht vergeefs, nu haar ’t geluk ontgaat''.
''Wie geen gehoor verkrygt is vruchteloos in ’t karmen''.
{{gap}}''De Nydt, die ’t al verslint waar dat zyn Zeisen slaat'',
''Poogt haar in ’t diepe graf, het ryk der Doôn, te smooren''.
''Wie oudt in armoe raakt heeft alle hoop verlooren''.}}
{{gap}}In ’t ander daar de {{sc|Ouderdom}} komt by Amsterdam, die den Overvloet by zich heeft enz. door den zelven.
{{gedicht|''Hier komt men Amsterdam, uit nood, om bystant smeeken:''
{{gap}}''Want elk bevint haar schoot bezorgt door d’overvloedt''.
''Wie ’t Y zyn noodt ontdekt, zal haart, noch disch ontbreeken''.
{{gap}}''Haar inborst mildt van aard, die elk met hulp ontmoet'',
''Wort van den Hemel op het allermilst bejeegent''.
''Wie Oude en Armen helpt wordt wêer van Godt gezeegent''.}}
<section end="s1"/>
<section begin="s2"/>{{gap}}Hier volgt ... BLEKERS, Konstig Beeldschilder van Haarlem. De hoogvliegende Arent der Dichtkonst J. v. Vondel gedenkt twee van zyne Konststukken; de Triomferende Venus, voor zyne Hoogheit den Prins van Oranje: en zyne Danaë voor den Heere van Halteren, Baljuw van Ken-<section end="s2"/><noinclude>{{rechts|ne-}}</noinclude>
dzyak9uonnehofc5x46wnxia1vd13qa
De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Brize
0
88581
225937
2026-08-28T18:15:33Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225937
wikitext
text/x-wiki
<pages index="De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu" from=380 to=381 fromsection=s2 tosection=s1 header=2/>
[[Categorie:Schouburg]]
30m2yi8yvteccmlynt9ty53glrlw9n8
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Job Berckheyde
100
88582
225938
2026-08-28T18:25:55Z
Vincent Steenberg
280
begin
225938
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Job Berckheyde
| afbeelding = Job Berckheyde zelfportret 1665.JPG
| alt = Zelfportret, 1665
| beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder en tekenaar [[w:nl:Job Berckheyde|Job Berckheyde]]
}}
== Algemeen ==
== Inleidingen - Hand- en leerboeken ==
*Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p. 3].
*Houbraken, Arnold (1721) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 3/Job en Gerard Berkheyden|“Job en Gerard Berkheyden”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel III, p. 189-198.
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
5vo30whfurqfv5use4hxva0jl9kglzf
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/382
104
88583
225940
2026-08-28T18:48:40Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
225940
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH||''Schilders en Schilderessen''.|343}}</noinclude><section begin="s1"/>nemerlant, geschildert, op welk laatste hy dus zeit:
{{gedicht|''Dees naakte kan een’ Godt bekooren'',
{{gap}}''En ’t godlyk gout haar hart en oogh''.
{{gap}}''Hoe vlamtze op ’t gout, dat van om hoogh''
''Door ’t kopren dak van ’s Vaders tooren''
{{gap}}''Gedropen komt in haren schoot''!
''Wat mogen toch de blinde menschen''
''Zoo blint om schoone Kinders wenschen!''
{{gap}}''De schoonheit is in last en noot''.
''Wat sluit geen goude sleutel open''?
{{gap}}''De snoeplust vreest geen scherpe wacht'',
{{gap}}''Metale poort, nog diepe gracht''.
''Hy komt van boven ingeslopen'',
{{gap}}''Maar vint ’er niets dan verf en doek'',
''En zy een’ schyn van roode schyven'':
''Zoo laet de Maaght den handel dryven'',
{{gap}}''Zoo valt de Kunst een’ Godt te kloek''.}}
<section end="s1"/>
<section begin="s2"/>{{gap}}Na hem volgt FRANS POST, tytgenoot van den braven Lantschapschilder Pieter Molyn mede een Haarlemmer van geboorte.<br>{{gap}}Zyn Vader Jan Post geboren 1614 hanteerde, het Glasschilderen tot den jare 1639.<br>{{gap}}{{sc|Frans}} had een Broeder die een berucht Bouwmeester was, door wien hy kennis kreeg aan Prins Maurits die naderhand het huis aan den Haagsen Vyverberg liet bouwen. Deze ziende zyne bekwaamheit lokte hem in den jare 1647 mee naar de West-Indien, daar hy verscheiden jaren bleef, zig oeffenende in die Lantgezichten naar ’t leven af te teekenen, en te schilderen. Wedergekeert zynde met dien Prins heeft hy zig bedient van die aftekeningen, en verscheiden van de zelve in den jare 1688 op ’t Huis Ryksdorp buiten Wassenaar<section end="s2"/><noinclude>{{RH||Y 4|ge-}}</noinclude>
n2z8xopzjc1ay8epbkbr85f7gitpa4a
De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Blekers
0
88584
225941
2026-08-28T18:49:37Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225941
wikitext
text/x-wiki
<pages index="De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu" from=381 to=382 fromsection=s2 tosection=s1 header=2/>
[[Categorie:Schouburg]]
41niigmqpxfpupocsdh3xe1m4gjes7z
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Bartholomeus Breenbergh
100
88585
225942
2026-08-28T19:24:40Z
Vincent Steenberg
280
begin
225942
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Bartholomeus Breenbergh
| afbeelding = SA 23536-Bartholomeus Breenbergh (1598-1657).jpg
| alt = Portret door Jacob Backer, 1644
| beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder, tekenaar, prentkunstenaar en koopman [[w:nl:Bartholomeus Breenbergh|Bartholomeus Breenbergh]]
}}
== Algemeen ==
== Inleidingen - Hand- en leerboeken ==
*Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Narede|"[narede]"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p. 369-381.
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
;1927
*''Collections de Feu le Baron Léon de Pitteurs Hugaerts d'Ordange et Autres Provenances'', Galerie Fievez, Brussel, 14-17 december 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p. 1.
=== Tentoonstellingen ===
;1840
*[Nederlandse Meesters], Hôtel Maréchal de Turenne, Den Haag, 9-17 februari 1840, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (12 februari 1840) [[Algemeen Handelsblad/1840/Nummer 2580/Berigt aan Kunstvrienden|‘Berigt aan Kunstvrienden [advertentie]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 3].
;1881
*''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;1894
*''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies:
**Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p. 1-2].
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
2rnc2emqx4qh9a9xup2bnq6x1b9p04b
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/383
104
88586
225944
2026-08-28T19:47:39Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
225944
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH|344|''Schouburgh der''|}}</noinclude><section begin="s1"/>geschildert. Behalven menigte van West-Indische Lantgezichten die hy voor deze en gene met grote lof geschildert heeft, is ’er ook als noch op ’t Huis te Honslaardyk een groot stuk van hem te zien. Hy is begraven tot Haarlem in de Groote Kerk op den 17 van Sprokkelmaant 1680.
<section end="s1"/>
<section begin="s2"/>{{gap}}Delf mee niet ontvrugtbaar in ’t voortteelen van Konstenaars heeft ook voortgebragt uit Dirck Isnoutsze van Nes, en Katarina Verburch,<br>{{gap}}{{sc|JOHAN van NES}}. Welke om zyn groote drift die hy tot de Konst hadde, van zyn Ouders bestelt werd by den beruchten ''M. Mierevelt'', door wiens onderricht hy in korten tyd zoo veer kwam, dat hy in staat was op zyne Konst te konnen reyzen: gelyk hy dan ook eenige jaren in Vrankryk en Italien geweest, en wederom in zyne geboortestadt gekomen; vele brave Pourtretten als ook ordonantien geschildert heeft, en gestorven is op den 26 van Grasmaand 1650.
<section end="s2"/>
<section begin="s3"/>{{gap}}Dit zelve jaar storf ook de Konstschilder {{sc|JAN van HOECK}} geboren tot Antwerpen. Deze had de Konst geleert by P. P. Rubbens, en de wyze van zyns Meesters behandeling zoo wel afgezien, en zig daar aan gewent, dat hy in Italien zynde, by verscheiden Kardinalen om zyn Konst in groot aanzien was. Maar gelyk de Menschen veeltyds tot verandering geneigt zyn, zoo trok hy van daar met voornemen om naar zyn Vaderlant te keeren: maar werd aan ’t Hof te Weenen aangehouden, en van den Aardshertoog Leopoldus wel ontfangen, in wiens dienst hy ook gestorven is, in de lente van zyn leven.<br>{{gap}}In zyn tyd leefde {{sc|Abraham Staphortius}}, de Zoon van Do. Johannes Staphortius, een yverig deugzaam en godvrugtig Leeraar, die menigte<section end="s3"/><noinclude>{{rechts|van}}</noinclude>
ekr6h58mn2lqelgobxpqo21khys6sx2
De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frans Post
0
88587
225945
2026-08-28T19:48:24Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225945
wikitext
text/x-wiki
<pages index="De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu" from=382 to=383 fromsection=s2 tosection=s1 header=2/>
4vytlnf73kltu9hy85x7c177r3ykmfw
De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan van Nes
0
88588
225946
2026-08-28T19:49:00Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225946
wikitext
text/x-wiki
<pages index="De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu" from=383 to=383 fromsection=s2 tosection=s2 header=2/>
jgqn3hf2vuxf7c3muftgsy4qz21b8ns
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem Buytewech
100
88589
225948
2026-08-28T20:02:56Z
Vincent Steenberg
280
begin
225948
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Willem Buytewech
| afbeelding =
| alt =
| beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder, tekenaar en prentkunstenaar [[w:nl:Willem Buytewech|Willem Buytewech]]
}}
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
=== Musea ===
;Rijksmuseum Amsterdam
*Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
=== Tentoonstellingen ===
;1922
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p. 2.
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
3uajyw3q1qbkkgwulsv6vghcl8t0msp
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/667
104
88590
225950
2026-08-28T20:06:39Z
Havang(nl)
4330
/* Wikisource:Niet proefgelezen */ Nieuwe pagina aangemaakt met '{| !Brontekst !Vertaling |- |valign=top| {{c|{{xxxx-larger|'''LI ROMANS'''}}<br>{{larger|'''DE'''}}<br>{{xx-larger|'''BAUDUIN DE SEBOURC.'''}}}} {{lijn|5em}} {{c|{{larger|'''CHANT XXI.'''}}}} {{dhr|1.5em}} <poem> Or commenche chanson, d’ore mais en avant, Dont li ver sont bien fait et li parler plaisant, Seignour, or faites pais, pour Dieu et pour s’ymage, Si entendés chanson dont li dit sont bien sage : Li Bastars de Sebourc,…
225950
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
!Brontekst
!Vertaling
|-
|valign=top|
{{c|{{xxxx-larger|'''LI ROMANS'''}}<br>{{larger|'''DE'''}}<br>{{xx-larger|'''BAUDUIN DE SEBOURC.'''}}}}
{{lijn|5em}}
{{c|{{larger|'''CHANT XXI.'''}}}}
{{dhr|1.5em}}
<poem>
Or commenche chanson, d’ore mais en avant,
Dont li ver sont bien fait et li parler plaisant,
Seignour, or faites pais, pour Dieu et pour s’ymage,
Si entendés chanson dont li dit sont bien sage :
Li Bastars de Sebourc, qui tant ot vassellage,
Fu par devant le roy tout droyt en son estage ;
Pour faire le bataille avoit livré son gage,
Li roys li acorda, voïant tout son bernage.
A Gaufroi, le fellon, le vont dire message :
Que li roys des Fransoys avoit, par droit langage,
Ottroïet et graet le champ, dessus l’erbage ;
Et qui serroit vaincus, il i aroit domage,
Car traïnés serroit jusques à ·j· bosquage
Et là serroit pendus, con lères plains d’outrage.
Et quant li roys Gaufer entendi tel langage,
Dame-Dieu en jura, qui nous fist a s’ymage,
Ne se combateroit pour tout l’or de Cartage.
Il a fait aprester vistement son bernage :
Es chevaus sont monté, sans point de l’arestage,
De l’ost s’en sont parti ; s’aqueillent lor voïage,
Vers Nymaie s’en vont qui siet sus le rivage,
Il chevauchent moult fort, c’on ne soet au passage.
Li roys fu en son trẻ, qui tant ot vasselage,
Il fist Gaufroi mander, par Hernaut le sauvage ;
Mais recordé li ont chil qui en sont message,
</poem>
|valign=top|
{{c|{{xxxx-larger|'''DE ROMANS'''}}<br>'''VAN'''<br>{{xx-larger|'''BAUDEWIJN VAN SEBOURG.'''}}}}
{{lijn|5em}}
{{c|{{larger|'''ZANG XXI.'''}}}}
{{dhr|1.7em}}
<poem>
Nu begint het lied, van nu aan en voortaan,
Waarvan de verzen welgemaakt zijn en de taal aangenaam,
Heren, houdt nu vrede, voor God en om Zijn evenbeeld,
En luistert naar het lied waarvan de woorden zeer wijs zijn:
De Bastaard van Sebourc, die zoveel dapperheid bezat,
Stond recht voor de koning in zijn verblijf;
Om de strijd aan te gaan had hij zijn onderpand geleverd,
De koning stond het hem toe, ten aanschouwen van al zijn edelen.
Aan Gaufroi, de schurk, gaan de boden het zeggen:
Dat de koning der Fransen, in rechtmatige taal,
Het perk had toegestaan en goedgekeurd, ginds op het gras;
En wie overwonnen zou worden, die zou schade lijden,
Want hij zou meegesleurd worden tot aan een bosje
En daar zou hij worden opgehangen, als een schurk vol wandaden.
En toen koning Gaufer zulke taal vernam,
Zwoer hij bij de Heere God, die ons schiep naar Zijn evenbeeld,
Dat hij niet zou vechten, zelfs niet voor al het goud van Carthago.
Hij heeft snel zijn manschappen klaargemaakt:
Zij zijn te paard gestegen, zonder enige vertraging,
Van het legerkamp zijn zij vertrokken; zij vatten hun reis aan,
Naar Nijmegen trekken zij, dat aan de oever ligt, [20]
Zij rijden zeer hard, zodat men niets weet van hun overtocht.
De koning was in zijn tent, hij die zoveel dapperheid bezat,
Hij liet Gaufroi ontbieden, door Hernaut de wilde;
Maar zij die de boodschap brachten, hebben hem bericht
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
j7u33kwg8g53dw3bsuriug54z7wnv3q
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/668
104
88591
225951
2026-08-28T20:07:46Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225951
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
</poem>
|}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Dat Gaufer vluchtte met zijn familie.
En toen de koning het hoorde, had hij zo'n woede in het hart
Dat hij tegen zijn manschappen zei: "Nu snel, zonder dralen,
Volg koning Gaufer, er zal schade van komen!"
Maar dat is tevergeefs, want de schurk treuzelt niet, 30
En bij nacht en bij dag rijdt hij te paard met zijn gevolg.
Nu rijdt Gaufer te paard; men volgt hem vurig,
Maar weet wel zeker dat het tevergeefs was.
De koning was in zijn tent die blinkt en schittert;
De Bastaard van Sebourc roept hem luidruchtig toe:
"Ah! heer koning," zei hij, "nu blijkt het overduidelijk
"Dat Gaufer een verrader is, moge Gods lichaam hem vernietigen!
Koning, ik bid u, voor God en voor het sacrament,
Dat u spoedig beraad houdt in uw raad,
Zodat mijn bloedverwanten in vrede kunnen komen, 40
Die u ten onrechte zo lelijk heeft gekrenkt."
Alle prinsen van Frankrijk smeken hem nederig,
Totdat de koning sprak, zodat iedereen het hoort:
"Nobele jongeman, vol goede trouw,
Breng uw familie hier in mijn aanwezigheid;
En ik zal hen al mijn wrok vergeven.
Ik maak u volledig maarschalk van Frankrijk,
Vanwege de dapperheid van uw persoon en uw moed."
En toen de Bastaard het hoorde, sprong hij op van vreugde:
Hij rent om de koning te omhelzen, grijpt hem bij het been, 50
Hij wil zijn voet kussen; maar de koning weigert dat.
En de Bastaard steeg zeer behendig
Op zijn snelle strijdros dat beslist niet traag rent;
Tot aan het kasteel hield hij niet op met rijden.
Esmeret, de edele, stijgt af bij de poort;
En hij zei tegen hem: "Mooie neef, bent u al zo snel terug?"
"Oom," zei de Bastaard, "laten we God luidkeels prijzen!
Ik heb u verzoend met de koning aan wie Frankrijk toebehoort.
Gaufer is gevlucht, moge Gods lichaam hem vernietigen."
Toen ging hij het kasteel binnen en sprak zo tot de gemeenschap 60
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
q0teciqgdnfsty77r44953b11yu1guu
225952
225951
2026-08-28T20:09:29Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225952
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Que Gaufer s’enfuïot aveukes son linage.
Et quant li roys l’oy, s’en ot au coer tel rage
Qu’il a dit à se gent : « or tost, sans demourrage,
« Siewės le roy Gaufer, il i ara damage ! »
Mais che est pour noient, car li glous ne s’atarge,
Et par nuit et par jour chevauche o son parage.
Or, chevauche Gaufer ; on le sieut asprement,
Mais sachiés bien de fi que ch’estoit pour noient.
Li roys fu en son tré qui luist et qui resplent ;
Li Bastard de Sebourc li crie hautement :
« A ! sire roys, » dist-il, « or pert-il grandement
« Que Gaufer est traîtres, li corps Dieu le cravent !
« Roys, je vous prie, pour Dieu et pour le sacrament,
« Que vous afés, en vo, conseil prochainement,
« Par coi à pais venir puissent le mien parent
« Qué vous avés, à tort, grevé si laidement. »
Tout li prinche de France en prient humblement,
Tant que le roy a dit, si que chascuns l’entent :
« Damoisiaus debonnares, plains de bon couvenent,
« Amenės vo linage devant moi en présent ;
« Et je lor pardonrai tout le mien mautalent.
« Conestable de France vous fai entirement,
« Pour le bien de vo corps et pour le hardement. »
Et quant li Bastard l’ot, de la joie s’estent :
Le roy keurt embrachier, par le jambe le prent,
Le piet li vœilt baisier ; mais li roys le desfent.
Et li Bastars monta mout aperliëment
Sus son courant destrier qui ne keur mie lent ;
Dės-si jusqu’au chastel ne fist arestement.
Esmerés, li gentis, à le porte descent ;
Sé li a dit : « biaus niés, vous revenės briément ? »
« Oncles, » dist li Bastars, « loons Dieu hautement !
« Je vous ai acordet au roy où France apent.
« Gaufer s’en est fuïs, cui li corps Dieu cravent. »
Dont entra ou chastel, si dist communalment
</poem>
|valign=top|
<poem>
Dat Gaufer vluchtte met zijn familie.
En toen de koning het hoorde, had hij zo'n woede in het hart
Dat hij tegen zijn manschappen zei: "Nu snel, zonder dralen,
Volg koning Gaufer, er zal schade van komen!"
Maar dat is tevergeefs, want de schurk treuzelt niet, 30
En bij nacht en bij dag rijdt hij te paard met zijn gevolg.
Nu rijdt Gaufer te paard; men volgt hem vurig,
Maar weet wel zeker dat het tevergeefs was.
De koning was in zijn tent die blinkt en schittert;
De Bastaard van Sebourc roept hem luidruchtig toe:
"Ah! heer koning," zei hij, "nu blijkt het overduidelijk
"Dat Gaufer een verrader is, moge Gods lichaam hem vernietigen!
Koning, ik bid u, voor God en voor het sacrament,
Dat u spoedig beraad houdt in uw raad,
Zodat mijn bloedverwanten in vrede kunnen komen, 40
Die u ten onrechte zo lelijk heeft gekrenkt."
Alle prinsen van Frankrijk smeken hem nederig,
Totdat de koning sprak, zodat iedereen het hoort:
"Nobele jongeman, vol goede trouw,
Breng uw familie hier in mijn aanwezigheid;
En ik zal hen al mijn wrok vergeven.
Ik maak u volledig maarschalk van Frankrijk,
Vanwege de dapperheid van uw persoon en uw moed."
En toen de Bastaard het hoorde, sprong hij op van vreugde:
Hij rent om de koning te omhelzen, grijpt hem bij het been, 50
Hij wil zijn voet kussen; maar de koning weigert dat.
En de Bastaard steeg zeer behendig
Op zijn snelle strijdros dat beslist niet traag rent;
Tot aan het kasteel hield hij niet op met rijden.
Esmeret, de edele, stijgt af bij de poort;
En hij zei tegen hem: "Mooie neef, bent u al zo snel terug?"
"Oom," zei de Bastaard, "laten we God luidkeels prijzen!
Ik heb u verzoend met de koning aan wie Frankrijk toebehoort.
Gaufer is gevlucht, moge Gods lichaam hem vernietigen."
Toen ging hij het kasteel binnen en sprak zo tot de gemeenschap 60
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
2snhagd3cwi2s0wuccmguiy3i9jjt0o
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/669
104
88592
225953
2026-08-28T20:11:08Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225953
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Chou qu’il avoit trouvé ou roy où France apent.
Dont mainent lie chière li baront de jovent ;
Le Bastard de Sebourc appelèrent parent.
Ensi qui bien se prouve a des cousins gramment :
S’est sages et soutis qui chi essample prent.
Seignour, par le Bastard qui fu de bone orine
Fu le pais estorée, à ichellui termine.
Adonkes sont issu de la tour marberine ;
Il ne remest laiens né dame né royne.
Le ·xij· per de France, à cui proèche acline,
Vont avoec le Bastard, cui hardemens doctrine,
Viènent devant le roy : là, chascuns si s’acline ;
Là, fisent d’amistié, en démonstrant maint signe,
Qu’il sambla proprement c’onkes n’i fu haïne.
En la tente du roy avoit belle gourdine ;
Mengièrent, li baron, droit au disner c’on disne.
Ensi fu chelle pais que chi je vous destine.
·viij· jours furent ensi à cui honneurs acline,
Et chascuns des barons reva en sa saisine :
Wistace de Bollongne vers son lieu s’achemine
Et si ammaine Rose, o li mainte meschine ;
Glorians, Alixandres, entrent en la marine,
Pour che que lor païs gastoit gent Sarasine ;
Et li gentis Bastars of recéut l’estrine
De le conestablie de France, la divine.
Tout li ·xxx· bastart furent, en bonne estrine,
Chevalier, par le roy qui lor donna saisine.
Li Bastars ne fu pas en France lonc termine,
Car volentés le prist, non mie par famine,
Qu’il iroit outre mer ou linage le Chisne ;
S’aideroit ses amiis contre le gent Jupine.
Pour son père trouver entra en le Froncine,
·j· moult riche chalant qui vint de Palestine ;
O lui tout li bastard et lor maisnie fine.
Or, lairai des bastars, dit en ai la rachine,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Dat wat hij had gevonden bij de koning waartoe Frankrijk behoort.
Waarom de jonge baronnen zeer vrolijk gestemd zijn;
Zij noemden de Bastaard van Sebourc hun bloedverwant.
Wie zich zo goed bewijst, krijgt er immers vele neven bij:
Wie hier een voorbeeld aan neemt, is wijs en scherpzinnig.
Heer, door de Bastaard die van goede afkomst was,
Werd het land hersteld, tegen het einde van die tijd.
Toen kwamen zij naar buiten uit de marmeren toren;
Er bleef daarbinnen noch dame noch koningin achter.
De twaalf pairs van Frankrijk, voor wier dapperheid men buigt, 70
Gaan met de Bastaard mee, wiens moed hen leidt.
Zij treden voor de koning: daar buigt eenieder zich;
Daar toonden zij vriendschap met vele gebaren,
Zodat het werkelijk leek alsof er nooit haat was geweest.
In de tent van de koning hing een prachtig gordijn;
De baronnen aten er, precies op het uur van het middagmaal.
Zo werd er vrede gesloten in dat land dat ik u hier beschrijf.
Acht dagen bleven zij zo samen, hen wie eer toekomt,
En elk van de baronnen keerde terug naar zijn eigen bezit:
Wistace van Bollongne begeeft zich naar zijn thuisland 80
En neemt Rose met zich mee, en met haar menig jonge maagd;
Glorians en Alexander kiezen het ruime sop,
Omdat het Saraceense volk hun land verwoestte;
En de edele Bastaard ontving het geschenk
Van het ambt van connétable van het goddelijke Frankrijk.
Alle dertig bastaarden werden, als een mooie beloning,
Tot ridder geslagen door de koning die hen hun leengoed schonk.
De Bastaard bleef niet voor lange tijd in Frankrijk,
Want het verlangen greep hem aan, en geenszins door hongersnood,
Dat hij overzee zou gaan naar het geslacht van de Zwaan; 90
Hij wilde zijn vrienden helpen tegen het heidense volk.
Om zijn vader te vinden ging hij aan boord van de Froncine,
Een zeer rijk transportschip dat uit Palestina kwam;
Met hem alle bastaarden en hun edele gevolg.
Nu zal ik over de bastaarden zwijgen, ik heb hun oorsprong verteld,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
drt2iz53v4llv8i6u0t2659p5tsqf73
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/670
104
88593
225954
2026-08-28T20:12:54Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225954
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Si dirai de lor père qui vivoit de flaumine
Et d’erbes, en ·j· bos, et de mainte rachine :
Hermites fu ·vij· ans, mainans en povre huissine,
Tant qu’il plut et gréa à chelle vertu digne
Qui chà-jus descendi en le Virge royne
Et rechuit mort, en crois, de la lanche frarine.
Qui ne sert tel Seignour, s’âme destruit et mine.
Seignour, en la forest qui séoit delės Arge,
Une noble cité qui estoit grant et large,
Fu li bers Baudewins, par dedens l’ermitage,
Au voloir Jhésu-Crist, ·vij· ans de bon éâge ;
Le péchiet espani d’Ivorine, le sage.
Or, escoutés comment issi de che manage :
Il i avoit ·j· roy en chellui herritage ;
Li rois avoit ·j· fil de son droit mariage,
Croissans avoit à non, moult fut de jone éâge.
Li roys tenoit son fil en dolerous servage,
Enfremet le tenoit, en ·j· moult haut estage ;
Car on avoit sorti, en che païs sauvage,
La soer dame Calabre, qui estoit forment sage,
Avoit geté ses sors sor trestout son linage ;
S’avoit dit à che roy : « apren ton fil l’usage
« De croire le soleil qui resplent sans outrage,
« Et le tiens enmuret en ton maistre manage ;
« Car je truis, en mes sors, par lui aront domage
« Trestout li Sarrasin qui sont de no parage ;
« Méisme ta chité en sera à hontage,
« Destruite et essillie et tournée à grant rage.
« Il crėra autre loy : dont tout aront servage,
« Tout chil de ton royame et aussi maint aufage. »
Et pour chestui parler, li roys, au fier visage,
Tenoit son fil enclos en ·j· chastel moult large,
Avoec le damoisel ot plenté de barnage,
Où il se délitoit ; ne faisoit autre ouvrage.
Si fu tant enfremés en che chastel ombrage,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Dus zal ik spreken over hun vader die leefde van rivierwater
En van kruiden, in een bos, en van menig wortel:
Kluizenaar was hij zeven jaar, wonend in een sobere hut,
Tot het behaagde en welgevallig was aan die waardige deugd
Die hier beneden neerdaalde in de koningin Maagd 100
En de dood ontving, aan het kruis, door de eschenhouten lans.
Wie zo'n Heer niet dient, vernietigt en ondermijnt zijn ziel.
Heren, in het bos dat gelegen was nabij Arge,
Een edele stad die groot en weids was,
Verbleef de nobele Baudouin, binnen de kluizenaarswoning,
Naar de wil van Jezus Christus, zeven jaar van zijn beste jaren;
Hij boette voor de zonde van Ivorine de wijze.
Luister nu hoe hij uit dit verblijf vertrok:
Er was een koning in dat erfgoed;
De koning had een zoon uit zijn wettig huwelijk, 110
Croissant was zijn naam, hij was nog zeer jong van leeftijd.
De koning hield zijn zoon in een pijnlijke slavernij,
Opgesloten hield hij hem, op een zeer hoge verdieping;
Want men had voorspeld, in dit woeste land,
Dat de zus, vrouwe Calabre, die buitengewoon wijs was,
Haar loten over her hele nageslacht had geworpen;
En zij had tegen deze koning gezegd: "leer uw zoon de gewoonte
Om te geloven in de zon die schijnt zonder onrecht,
En houd hem ommuurd in uw voornaamste paleis;
Want ik vind in mijn loten dat door hem schade zullen lijden 120
Al de Sarrasijnen die van onze afkomst zijn;
Zelfs uw stad zal daardoor te schande worden gemaakt,
Verwoest en geruïneerd en in grote razernij gestort.
Hij zal een ander geloof aannemen: waardoor allen in slavernij zullen geraken,
Iedereen in uw koninkrijk en ook menig Sarrasijnse edelman."
En vanwege deze woorden hield de koning, met het trotse gezicht,
Zijn zoon opgesloten in een zeer groot kasteel,
Samen met de jongeman was er een grote schare edellieden,
In wie hij zijn behagen schiep; hij deed geen ander werk.
Zo zat hij opgesloten in dit schaduwrijke kasteel, 130
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
j4dvdcpzbver2w88kaakdo28c55isem
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/671
104
88594
225955
2026-08-28T20:14:54Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225955
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Qu’il vint au roy, son père, en sens et en corage
Qu’il menroit le sien fil o lui en ·j· voïage :
Ch’estoit pour aler vir autour son héritage
Et villes et chastiaus qui li dovent treuage.
Si fist son fil monter, qui tant ot vaselage,
D’Arges se départi avoec son fil, le sage ;
Et aproche li tamps qu’il en ara domage.
Ensément que li roys o son fil chevaucha,
Le chiel et les estoles, le soleil, li monstra ;
Et dist : « biaus fiex, ch’est Diex chius solaes que vois là,
« Il nous donne tous biens, il nous fist et fourma. »
« Pères, » che dist Croisans, « par foi, biau Dieu chi a !
« N’est-il nuls autres Dieux ? ne le me chélé já. »
Et li pères respont, qui le sort redoubta :
« Onkes il ne fu plus, né jamais ne serra. »
Ensi que li dansiaus avoec son père va,
Il regarde sor destre : si vit et regarda
·j· malade desfait. Puis que Dieus mont créa,
Il ne fu plus desfais, né jamais ne serra,
De la mézélerie, comme chuis estoit là.
Li escripture dist que Diex si l’amena
Et sé mist en tel guise, pour chou car il vaura
Convertir le dansel qui tant d’onour ara.
Maint païs converti, où on se baptisa ;
Onques ne fut tel joie que de che Croisant-là,
Car ·xiiij· chités à no loy acorda,
Che tesmogne l’istoire qui point ne mentira.
Oïés du damoisel : quant chellui avisa
Qui estoit chi desfais, contre lui galopa ;
Puis a dit au malade, que ladre on appella :
« Vassaus, » che dist Croisans, « poi de bien en toi a.
« Tu es ors et rongneus, mal ait qui te porta !
« Ch’est par ta nicheté que chuis maus te tien là ;
« Va, si bangne ton corps, tout tantost garira.
« Sire, » che dist li ladres, « je n’i garrirai jà,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Dat het in de zin en de moed van de koning, zijn vader, opkwam
Dat hij zijn zoon met zich mee zou nemen op een reis:
Dat was om zijn erfgoed te gaan inspecteren,
En de steden en kastelen die hem tribuut verschuldigd waren.
Dus liet hij zijn zoon opzitten, die zoveel ridderlijke moed bezat,
Uit Arges vertrok hij samen met zijn zoon, de wijze;
En de tijd nadert dat hij hier schade door zal lijden.
Terwijl de koning zo met zijn zoon voortreed,
Wees hij hem de hemel, de sterren en de zon;
En zei: “ Schone zoon, God is die zon die je daar ziet, 140
“ Hij schenkt ons alle goeds, Hij heeft ons gemaakt en gevormd. “
“ Vader, “ zei Croisans, “ bij mijn trouw, wat een schone God is dat!
“ Is er geen andere God? Verzwijg het mij geenszins. “
En de vader antwoordde, die het lot/de voorspelling vreesde:
“ Nooit was er een ander, en zal er ook nooit een zijn. “
Terwijl de jonker zo met zijn vader meereist,
Kijkt hij naar rechts: daar zag en bemerkte hij
een afgetakelde zieke. Sinds God de wereld schiep,
Was er nooit iemand zo afgetakeld, noch zal die er ooit zijn,
Door de melaatsheid, zoals deze man daar was. 150
De schrift zegt dat God hem daar zo naartoe had geleid
En hem in die gedaante had geplaatst, omdat Hij wilde
De jonker bekeren die zoveel eer ten deel zou vallen.
Vele landen bekeerde hij, waar men zich liet dopen;
Nooit was er grotere vreugde dan om deze Croisans,
Want veertien steden bracht hij tot ons geloof,
Dat getuigt de geschiedenis, die geenzins zal liegen.
Hoor over de jonker: toen hij die man opmerkte
Die zo afgetakeld was, galopeerde hij naar hem toe;
Vervolgens sprak hij tot de zieke, die men een melaatse noemde: 160
“ Knaap, “ zei Croisans, “ er zit maar weinig goeds in jou.
“ Je bent vuil en schurftig, vervloekt zij zij die je heeft gebaard!
“ Het is door jouw dwaasheid dat deze ziekte je daar treft;
“ Ga, baat je lichaam, dan zal het direct genezen. “
“ Heer, “ zei de melaatse, “ ik zal hier nooit van genezen,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
md8nqo9bs64bhztk0vqxjndpv1vgwaa
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/672
104
88595
225956
2026-08-28T20:16:30Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225956
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« C’est une maladie que Dieux envoïet m’a,
« Qui adès, sans descroistre, me montepliera.
« Et loés en soit Diex qui me fist et fourma ! »
« Comment ? » che dist Croisans, « li solaus t’estora ? »
« Non fist, » che dist li ladres, cui Jhésus espira,
« Dieux est li tous-poisans qui che mal m’otria. »
Et Croissans respondi, quant le ladre escouta :
« Onques ne fu preud’ons qui tel mal estora. »
Quant Croisans ot le ladre, si s’est apourpensés
Quel coze ch’est de Dieu, né lo il est montés ?
Tout ensément pensant, s’est du ladre sevrés.
Mais li bers n’ala mie ·iiij· arpens mesurés,
C’un boisteus encontra qui moult fu esrénés ;
A tel meschief aloit, qu’à poi qu’il n’est versés.
Croissans vá contre lui, à lui s’est arrestés ;
Puis li a dit : « meschans, chétis, maléurés,
« Il samble proprement que soïés enivrés.
« Ensément va li yvres, quant a but plus qu’assés.
« Car alés autrement, que vous soïés dampnés ! »
Et li bosteus respont : « sire, grant tort avés
« Qu’ensi me laidengiés ; à tort me vilonnés,
« Car otant vous en pent, sé Diex voloit, au nés !
« Diex m’a ensément fait, de Dieu sui-je créés ;
« Et, s’il plaisoit à Dieu, ensi seriés menés. »
« Quel Dieu ? » che dist Croisans, « jà de Dieu ne parlé,
« Car il n’est autres Diex que li solaus levés. »
« Taisié-vous, » che dist chieux, « chétis malavisés,
« Ains que li solaus fuist estoit li dignités,
« Le Dieu le tout-poisant qui fait et vins et blés ;
« Et Dieus fist le soleil. Sotement argués !
« Dieus fist et mer et terre, Dieus a nous ordenés,
« Dieus me fist ensément aler que vous vaés ;
« Aussi ferroit-il vous, si ch’estoit le siens grés. »
« Par foi, » che dist Croisans, « si seroit bons tués ! »
Quant Croisans ot de Dieu conter telle maistrie,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Het is een ziekte die God mij gezonden heeft,
“ Die onophoudelijk, zonder af te nemen, zal toenemen.
“ En geprezen zij God die mij gemaakt en gevormd heeft! “
“ Hoe? “ zei Croissant, “ heeft de zon jou geschapen? “
“ Dat deed ze niet, “ zei de melaatse, bezield door Jezus, 170
“ God is de Almachtige die mij dit kwaad heeft geschonken. “
En Croissant antwoordde, toen hij naar de melaatse luisterde:
“ Nooit was er een edel man die zulk kwaad heeft begaan. “
Toen Croissant de melaatse hoorde, begon hij na te denken
Wat voor iets God is, en waar Hij vandaan komt.
Alzo peinzend, heeft hij zich van de melaatse afgewend.
Maar de edelman liep nog geen
vier gemeten afstanden,
Of hij kwam een kreupele tegen die zeer wild tekeerging;
Met zo'n moeite liep hij, dat hij bijna omviel.
Croissant gaat naar hem toe en houdt hem tegen; 180
Toen zei hij tegen hem: “ stakker, verschoppeling, ongelukkige,
“ Het lijkt er werkelijk op dat u dronken bent.
“ Zo loopt een dronkaard, wanneer hij meer dan genoeg gedronken heeft.
“ Loop toch eens anders, of u zult verdoemd zijn! “
En de kreupele antwoordt: “ heer, u heeft groot ongelijk
“ Dat u mij zo beledigt; ten onrechte vernedert u mij,
“ Want hetzelfde hangt u boven het hoofd, als God het wil!
“ God heeft mij zo gemaakt, door God ben ik geschapen;
“ En als het God behaagt, zou u er net zo aan toe zijn. “
“ Welke God? “ zei Croissant, “ spreek mij toch niet van God, 190
“ Want er is geen andere God dan de opgekomen zon. “
“ Zwijg toch, “ zei de man, “ onverstandige stakker,
“ Voordat de zon bestond, was er al de waardigheid
“ Van God de Almachtige, die zowel wijn als graan maakt;
“ En God heeft de zon gemaakt. U redeneert heel dom!
“ God maakte zowel zee als aarde, God heeft ons geordend,
“ God heeft mij precies zo doen lopen als u ziet;
“ En dat zou Hij ook met u doen, als dat Zijn wil was. “
“ Mijn trouw, “ zei Croissant, “ dan zou het goed zijn Hem te doden! “
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
2y17u3ox4vfbcz2yawtbll7l7f2qkp8
225957
225956
2026-08-28T20:17:55Z
Havang(nl)
4330
225957
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« C’est une maladie que Dieux envoïet m’a,
« Qui adès, sans descroistre, me montepliera.
« Et loés en soit Diex qui me fist et fourma ! »
« Comment ? » che dist Croisans, « li solaus t’estora ? »
« Non fist, » che dist li ladres, cui Jhésus espira,
« Dieux est li tous-poisans qui che mal m’otria. »
Et Croissans respondi, quant le ladre escouta :
« Onques ne fu preud’ons qui tel mal estora. »
Quant Croisans ot le ladre, si s’est apourpensés
Quel coze ch’est de Dieu, né lo il est montés ?
Tout ensément pensant, s’est du ladre sevrés.
Mais li bers n’ala mie ·iiij· arpens mesurés,
C’un boisteus encontra qui moult fu esrénés ;
A tel meschief aloit, qu’à poi qu’il n’est versés.
Croissans vá contre lui, à lui s’est arrestés ;
Puis li a dit : « meschans, chétis, maléurés,
« Il samble proprement que soïés enivrés.
« Ensément va li yvres, quant a but plus qu’assés.
« Car alés autrement, que vous soïés dampnés ! »
Et li bosteus respont : « sire, grant tort avés
« Qu’ensi me laidengiés ; à tort me vilonnés,
« Car otant vous en pent, sé Diex voloit, au nés !
« Diex m’a ensément fait, de Dieu sui-je créés ;
« Et, s’il plaisoit à Dieu, ensi seriés menés. »
« Quel Dieu ? » che dist Croisans, « jà de Dieu ne parlé,
« Car il n’est autres Diex que li solaus levés. »
« Taisié-vous, » che dist chieux, « chétis malavisés,
« Ains que li solaus fuist estoit li dignités,
« Le Dieu le tout-poisant qui fait et vins et blés ;
« Et Dieus fist le soleil. Sotement argués !
« Dieus fist et mer et terre, Dieus a nous ordenés,
« Dieus me fist ensément aler que vous vaés ;
« Aussi ferroit-il vous, si ch’estoit le siens grés. »
« Par foi, » che dist Croisans, « si seroit bons tués ! »
Quant Croisans ot de Dieu conter telle maistrie,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Het is een ziekte die God mij gezonden heeft,
“ Die onophoudelijk, zonder af te nemen, zal toenemen.
“ En geprezen zij God die mij gemaakt en gevormd heeft! “
“ Hoe? “ zei Croissant, “ heeft de zon jou geschapen? “
“ Dat deed ze niet, “ zei de melaatse, bezield door Jezus, 170
“ God is de Almachtige die mij dit kwaad heeft geschonken. “
En Croissant antwoordde, toen hij naar de melaatse luisterde:
“ Nooit was er een edel man die zulk kwaad heeft begaan. “
Toen Croissant de melaatse hoorde, begon hij na te denken
Wat voor iets God is, en waar Hij vandaan komt.
Alzo peinzend, heeft hij zich van de melaatse afgewend.
Maar de edelman liep nog geen
vier gemeten afstanden,
Of hij kwam een kreupele tegen die zeer wild tekeerging;
Met zo'n moeite liep hij, dat hij bijna omviel.
Croissant gaat naar hem toe en houdt hem tegen; 180
Toen zei hij tegen hem: “ stakker, verschoppeling, ongelukkige,
“ Het lijkt er werkelijk op dat u dronken bent.
“ Zo loopt een dronkaard, wanneer hij meer dan genoeg gedronken heeft.
“ Loop toch eens anders, of u zult verdoemd zijn! “
En de kreupele antwoordt: “ heer, u heeft groot ongelijk
“ Dat u mij zo beledigt; ten onrechte vernedert u mij,
“ Want hetzelfde hangt u boven het hoofd, als God het wil!
“ God heeft mij zo gemaakt, door God ben ik geschapen;
“ En als het God behaagt, zou u er net zo aan toe zijn. “
“ Welke God? “ zei Croissant, “ spreek mij toch niet van God, 190
“ Want er is geen andere God dan de opgekomen zon. “
“ Zwijg toch, “ zei de man, “ onverstandige stakker,
“ Voordat de zon bestond, was er al de waardigheid
“ Van God de Almachtige, die zowel wijn als graan maakt;
“ En God heeft de zon gemaakt. U redeneert heel dom!
“ God maakte zowel zee als aarde, God heeft ons geordend,
“ God heeft mij precies zo doen lopen als u ziet;
“ En dat zou Hij ook met u doen, als dat Zijn wil was. “
“ Mijn trouw, “ zei Croissant, “ dan zou het goed zijn Hem te doden! “
Toen Croissant hoorde vertellen over zo'n macht van God, 200
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
9qrktrd8xdm1bcarp0imejcfecvoq14
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/673
104
88596
225958
2026-08-28T20:19:07Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225958
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Il laissa li bosteus ; moult se mérencolie,
Et disoit : « qu’est-che-si ? je croi c’on me taierie.
« Mes pères me faist croistre ou soleil qui flambie,
« Et chuis bosteus me dist que Diex, le fiex Marie,
« Estora le soleil et humainne lignie.
« Or ne sai que penser, ni en coi je me fie ? »
Ensi qu’il chevauchoit, avoec sa compaignie,
·j· aveule perchoit, enmi la voie antie,
C’uns vallés amenoit, en cui forment se fie.
Croissans l’aveule voit ; lors ne s’areste mie,
Il broche le chaval, des esporons l’aigrie,
A l’aveule est venus, hautement li escrie :
« Di, va ! maléureus, li solaus te maudie !
« Que n’oevres-tu tes iex ? est-che par moquerie
« Que tu les vas cluignant, ou par truanderie ?
« Si tu me scés à dire quel robe j’ai vestie,
« Je te dorai ·xx· gros, enchois me départie. »
« Sire, » dist li aveules, « ne le verroie mie
« Sé donner me voiliés toute vo seignourie,
« Sé Jhésus ne voloit qui de mort vint à vie.
« Ch’est li voiloirs de Dieu, si que j’en l’en gratie ;
« Car, s’il plaisoit à Dieu, le fil sainte Marie,
« La vostre véuwe ert con la moie changie.
« Je l’ameroie miex pour vous de la moitie,
« Car je vous jur, sour Dieu qui tout a em bailie,
« Je vauroie vir pendere toute le compaingnie.
« Sire, » dist li aveules, « tort avés vraiement,
« Qui de l’ouvrage Dieu moquiés si faitement. »
Amis, » che dist Croissans, « or me dites briément
« Qui est Dieus dont parlés ? d’ont vint primièrement ? »
« Sire, » dist li aveules, « n’argués tèlement :
« Diex est coze divine espirituelment,
« Diex est vertus sans fin et sans commenchement,
« Il règne et a régné et fist le firmament,
« Le chiel et le soleil qui luist et qui resplent ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
Hij verliet de kreupele; hij zonk in diepe zwaarmoedigheid,
En zei: “ Wat is dit? Ik geloof dat men mij voor de gek houdt.
“ Mijn vader liet mij geloven in de zon die straalt,
“ En deze kreupele vertelt mij dat God, de zoon van Maria,
“ De zon en het menselijk geslacht heeft geschapen.
“ Nu weet ik niet wat te denken, noch waarop ik moet vertrouwen? “
Terwijl hij voortreed, met zijn gezelschap,
Zag hij een blinde, midden op de oude weg,
Die een knaap meeleidde, op wie hij zeer vertrouwde.
Croissans ziet de blinde; toen aarzelde hij geen moment,210
Hij geeft het paard de sporen, spoort het vurig aan,
Is bij de blinde gekomen en roept luidkeels naar hem:
“ Zeg op, jij! Ongelukkige, moge de zon je vervloeken!
“ Waarom open je je ogen niet? Is het bij wijze van spot
“ Dat je ze dicht houdt, of is het uit bedelarij?
“ Als jij mij kunt vertellen wat voor kleed ik draag,
“ Zal ik je twintig groten geven, voordat ik vertrek. “
“ Heer, “ zei de blinde, “ ik zou het helemaal niet zien
“ Al zoudt u mij uw hele heerschappij willen geven,
“ Tenzij Jezus het wilde, die van de dood tot het leven kwam. 220
“ Dat is de wil van God, waarvoor ik Hem dank;
“ Want, als het God behaagde, de zoon van de heilige Maria,
“ Zou uw gezichtsvermogen met het mijne worden geruild.
“ Ik zou het voor u voor de helft beter verdragen,
“ Want ik zweer u, bij God die alles in zijn macht heeft,
“ Dat ik het hele gezelschap liever opgehangen zou zien.
“ Heer, “ zei de blinde, “ u heeft werkelijk ongelijk,
“ Dat u zozeer de spot drijft met het werk van God. “
“ Vriend, “ zei Croissans, “ vertel mij nu kort,
“ Wie is die God waarover u spreekt? Waar kwam Hij oorspronkelijk vandaan? “ 230
“ Heer, “ zei de blinde, “ redeneer niet op die wijze:
“ God is een spirituele, goddelijke zaak,
“ God is een deugd/kracht zonder einde en zonder begin,
“ Hij regeert en heeft geregeerd en maakte het firmament,
“ De hemel en de zon die schijnt en die straalt;
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
k0ve6mos08ypyx7z5pbvchv358tw3ba
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/674
104
88597
225959
2026-08-28T20:20:31Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225959
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Et estora Adam et Evain ensément,
« De paradis terrestre lor fist ·j· biau présent,
« ·j· fruit lor dévéa dont déables proprement
« En vint tempter le femme Adam primierrement ;
« Dont Adams en menga, si chéi en tourment
« ·lijc· ans, il et toute sa gent.
« Et humaine lignie, en descendant briément,
« Furent, pour che péchiet, en infer longement ;
« Tant qu’à Dieu prist pité, qui, pour no sauvement
« Ordena une Virge à son commandement,
« Pure, digne et sanctie ensois son naissement.
« Là, envoïa son angle qui li dist douchement :
« Ave, dama de grace. Dieus, à cui tout apent,
« Descendera en toi, sans d’omme engenrement.
« Et elle respondi moult gratieusement :
« Ancelle sui à Dieu, mes corps à lui se rent ;
« Bien poet faire de moi tout son commandement.
« En che digne parler avint, en che moment,
« Que Dieus tramist en li son pooir plainement :
« Sains-Espéris s’i mist en pooir excellent,
« La déité de Dieu i fu si franchement
« Que char et sanc i prist et fourme droitement,
« A le nostre samblanche fourmés humainement ;
« Si à que de cheste Virge nasqui virginalment
« Pères, fiex, Sains-Espéris, où je croi fermement.
« Et otant de poissanche a li fiex plainement
« Comme li pères a, sans nul arguëment ;
« Et li pères aussi en poissanche s’estent
« Otrestant con li fieus ; en pooir dignement
« Li Sains-Espéris est de lor aloiëment ;
« Car qui l’un de ches trois aoure loyaument
« Il a fait son devoir as trois onniëment.
« Et comment que chieus fiex prisist son règnement
« En le Virge-Marie ·ix· mos entirement,
« E qu’il régnast chà-jus, en pooir excellent,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ En Hij schiep Adam en Eva evenzo,
“ Van het aards paradijs schonk Hij hun een prachtig geschenk,
“ Eén vrucht verbood Hij hun, waarvan de duivel in eigen persoon
“ Kwam om de vrouw van Adam allereerst te verleiden;
“ Waarvan Adam at, en zo viel hij in kwelling 240
“ Gedurende 5200 jaar, hij en al zijn nakomelingen.
“ En het menselijk geslacht, in snelle afstamming,
“ Verbleef, door deze zonde, lange tijd in de hel;
“ Totdat God medelijden kreeg, die, voor onze redding,
“ Een Maagd aanwees volgens Zijn gebod,
“ Puur, waardig en geheiligd nog vóór haar geboorte.
“ Daarheen zond Hij Zijn engel, die zacht tot haar sprak:
“ "Wees gegroet, Vrouwe vol genade. God, aan wie alles toebehoort,
“ Zal in u afdalen, zonder verwekking door een man."
“ En zij antwoordde zeer genadig: 250
“ "Ik ben de dienstmaagd van God, mijn lichaam geeft zich aan Hem;
“ Hij kan met mij geheel naar Zijn wil handelen."
“ Tijdens deze waardige woorden geschiedde het, op dat moment,
“ Dat God Zijn macht volledig in haar zond:
“ De Heilige Geest nam er intrek met uitmuntende kracht,
“ De goddelijkheid van God was daar zo edelmoedig
“ Dat Hij er vlees en bloed aannam en een ware gedaante,
“ Naar onze gelijkenis menselijk gevormd;
“ Zodat uit deze Maagd maagdelijk werd geboren
“ De Vader, de Zoon, de Heilige Geest, waarin ik standvastig geloof. 260
“ En evenveel macht heeft de Zoon ten volle
“ Als de Vader heeft, zonder enige discussie;
“ En de Vader strekt Zich in macht ook
“ Net zo ver uit als de Zoon; in waardige macht
“ Is de Heilige Geest deel van hun verbond;
“ Want wie één van deze drie trouw aanbidt,
“ Heeft zijn plicht jegens de drie tezamen vervuld.
“ En hoezeer deze Zoon ook Zijn heerschappij aannam
“ In de Maagd Maria gedurende negen volle maanden,
“ En hoezeer Hij hierbeneden regeerde, in uitmuntende macht, 270
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
rsr4d7vp9lbu9bo7wi9knfytj87inai
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/675
104
88598
225960
2026-08-28T20:21:43Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225960
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« ·xxxij· ans tout plains, n’amenri nullement
« Le poissanche de Dieu lassus ou firmament ;
« Laissus estoit poissans et chà-jus ensément.
« Li fielx de Dieu régna k’ons morteus douchement :
« Il senti chaut et froit, et le pleuve et le vent,
« Et senti, en ce siècle, can c’uns hons mortés sent ;
« Sé ne furent ·ij· cozes qu’il ne senti noient,
« En lui n’ot nul péchié, né vice nullement,
« Et fu sans ignoranche régnans parfaitement.
« Ch’estoit li sens divins et quan qu’à Dieu apent ;
« Et quant il estoit Dieus, dont s’en sieut et descent
« Qu’innoranche et péchiès ni eurent régnement.
« Chuis fieux régna chà-jus moult amourablement ;
« Il fist de l’iawe vin et ressucitement,
« Et mainte autre miracle, à son commandement,
« Et puis morut, en crois, par le Juïse gent.
« Pour nous à recheter volt morir povrement
« Et respandre son sanc qu’il donna à sa gent ;
« Puis fist-il, au tier jours, de mort suscitement
« Et monta ès sains chielx moult solenneusement,
« Où Maria, sa mère, courona noblement.
« Or, t’ai dit de la loy de nouvel testament ;
« Le vièse loy aussi, or i croi fermement.
« Et sé tu ne le crois, je t’ai en couvenent
« Qu’avokes les déables aras herbergement. »
Adont li voilt, Croissans, donner de son argent ;
Mais li aveules dist : « n’en prenderai noient.
« Tu es ·j· povres hons, j’ai d’avoir largement !
« Car Dieus si me pourvoit, où me créanche apent,
« Et qui ne croit en Dieu, povreté le sousprent. »
Li valés s’en parti, et Croissans demoura
Qui de l’amour de Dieu si fort s’enlumina
Que tout adès i pense ; et que plus i pensa.
Tant plus i a désir, car Jhésus l’espira.
Ensi pensant chevauche, avoec son père va ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Tweeëndertig volle jaren lang deed het geenszins afnemen,
“ De macht van God daarboven in het firmament;
“ Daarboven was Hij machtig en hierbeneden evenzo.
“ De Zoon van God regeerde hierbeneden minzaam als sterfelijk mens:
“ Hij voelde hitte en koude, en de regen en de wind,
“ En voelde, in deze wereld, al wat een sterfelijk mens voelt;
“ Behalve dan twee dingen die Hij volstrekt niet voelde:
“ In Hem was geen zonde, noch enige ondeugd,
“ En Hij regeerde volmaakt en zonder onwetendheid.
“ Dat was de goddelijke wijsheid en al wat God toebehoort; 280
“ En aangezien Hij God was, volgt en stamt daaruit af
“ Dat onwetendheid en zonde er geen heerschappij hadden.
“ Deze Zoon regeerde hierbeneden zeer liefdevol;
“ Hij maakte van water wijn en wekte doden op,
“ En deed menig ander wonder, op Zijn bevel,
“ En stierf toen, aan het kruis, door het Joodse volk.
“ Om ons vrij te kopen wilde Hij in armoede sterven
“ En Zijn bloed vergieten, dat Hij aan Zijn volk gaf;
“ Toen deed Hij, op de derde dag, de opstanding uit de dood
“ En steeg zeer plechtig op naar de heilige hemelen, 290
“ Waar Hij Maria, Zijn moeder, nobel kroonde.
“ Nu heb ik u verteld van de wet van het Nieuwe Testament;
“ Geloof nu ook standvastig in de Oude Wet.
“ En indien u het niet gelooft, verzeker ik u
“ Dat u bij de duivels uw onderdak zult hebben. “
Toen wilde Croissans hem van zijn geld geven;
Maar de blinde sprak: “ Ik zal er niets van aannemen.
“ U bent een arm mens, en ik heb bezit in overvloed!
“ Want God voorziet in mij, in wie mijn geloof berust,
“ En wie niet in God gelooft, wordt door armoede overvallen. “ 300
De knaap vertrok, en Croissans bleef achter,
Die door de liefde Gods zo sterk werd verlicht
Dat hij er voortdurend aan denkt; en hoe meer hij eraan dacht,
Des te meer verlangen heeft hij, want Jezus inspireerde hem.
Al zo denkend rijdt hij te paard, en gaat met zijn vader mee;
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
86bw65iioebq92g548iundl2a45l497
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/676
104
88599
225961
2026-08-28T20:26:47Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225961
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Si ne vous voil pas dire quelle part il ala.
Quant il fu tamps et liex, li rois s’en repaira
Dedens le chité d’Arges, et Croissant remena
Par dedens son chastel où lonc tamps demoura.
En le primière nuit que li bers se coucha,
A Dieu et à sa mère son âme commanda :
Sé li vint une vois qui l’enfant apella
Et li a dit : « Croissant, Dieux chi envoïet m’a ;
« Il te mande, par moi, partir te couverra
« Dou roïame ton père ; male créanche i a.
« Va-t-ent en le forest, et Diex te conduira,
« Car là maint ·j· hermites qui moult de bontet a ;
« Che serra tes compains et grant biens t’en venrra.
« Si di à chel hermite que s’en Surie va,
« Il savera briément le linage qu’il a
« Et qui fui le siens pères et qui son corps porta.
« Roys de Jhérusalem chuis hermites serra,
« La terre de Surie à gouverner ara. »
Quant Croissans l’entendi, vistement se leva.
Enchois car il fust jours, si bien s’apareilla
Qu’il ot ·ij· bons chevaus : sor l’un briément monta,
Et prist des arméures, or et argent querka.
Il issi de la ville, quant li aube creva,
Tost et isnèlement en la forest entra ;
Et Diex, li compoissans, si bien l’i convoïa
Qu’il vint à l’ermitage et droit à l’uis busqua.
Et Baudewins se liève, qui haut dist : « qui est là ? »
« Amis est, » dist Croissans, « li Dieus qui tout créa
« Vous otroit, hui, bon jour, bien ait qui vous porta ! »
« Et vous aussi, biau sire, » Baudewins dit li a,
« Quant vous parlés de Dieu, li huis ouvers serra. »
Quant Baudewins of le damoisel Croissant,
Il est venus à lui, si li dist en n-oïant :
« Sire, que volés-vous ? ne le m’alés chélant. »
« Sire, » dist li dansiaus, « prende che jaserant
</poem>
|valign=top|
<poem>
En ik wil u niet vertellen naar welke kant hij ging.
Toen het de juiste tijd en plaats was, keerde de koning terug
In de stad Arges, en Croissant nam hij weer mee
Naar zijn kasteel, waar hij lange tijd verbleef.
In de eerste nacht dat de edele baron te bed ging, 310
Beval hij zijn ziel aan God en aan Zijn moeder aan:
Toen kwam er een stem tot hem die het kind riep
En tegen hem zei: “ Croissant, God heeft mij hierheen gezonden;
“ Hij beveelt je, via mij, dat je zult moeten vertrekken
“ Uit het koninkrijk van je vader; er heerst een vals geloof.
“ Trek naar het woud, en God zal je geleiden,
“ Want daar woont een kluizenaar die zeer deugdzaam is;
“ Dit zal je metgezel zijn en het zal je veel goeds brengen.
“ Zeg ook tegen die kluizenaar dat als hij naar Syrië gaat, 320
“ Hij spoedig zijn ware afkomst zal kennen,
“ En wie zijn vader was en wie hem in haar schoot droeg.
“ Koning van Jeruzalem zal deze kluizenaar worden,
“ En het land van Syrië zal hij regeren. “
Toen Croissant dit hoorde, stond hij haastig op.
Nog voordat het dag werd, maakte hij zich zo goed klaar
Dat hij beschikt over twee goede paarden: op het ene steeg hij snel,
En hij nam wapenrusting mee, en laadde goud en zilver in.
Hij verliet de stad toen de dageraad aanbrak, 330
Snel en gezwind trok hij het woud in;
En God, de barmhartige, geleidde hem zo welbehaaglijk
Dat hij bij de kluizenarij aankwam en recht op de deur klopte.
En Boudewijn stond op, en riep luid: “ Wie is daar? “
“ Een vriend is het, “ zei Croissant, “ moge de God die alles schiep
“ U vandaag een goede dag schenken, en gezegend zij zij die u droeg! “
“ En u insgelijks, waarde heer, “ sprak Boudewijn tot hem,
“ Aangezien u over God spreekt, zal de deur geopend worden. “
Toen Boudewijn de jonge edelman Croissant hoorde,
Kwam hij naar hem toe, en zei hardop tegen hem:
“ Heer, wat verlangt u? Verberg het niet voor mij. “
“ Heer, “ zei de jonker, “ neem deze maliënkolder aan 340
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
615h05ekpqe3m3xqapn7nol22qm2vi6
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/677
104
88600
225962
2026-08-28T20:28:02Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225962
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Et si vous adobés, montés sus che bauchant,
« Alons-ent en Surie ; car je vous acréant
« Lá orré-vous novelles qui sont vostre atenant,
« Vous pères et vou mère qui tant sont souffisant. »
« Comment ? » dist Baudewins, « qui vous en a dit tant ? »
Lors li va, li dansiaus, son estaet recordant ;
Trestout, de chief en cor, li va bien enditant.
Quant Baudewins l’oï, si le va festiant ;
Nostre Seignour loa, le roy de Bethléant.
Dont monta Baudewiin et se va aprestant,
De l’ermitage issirent, li chevalier vaillant :
Mout hastéement vont le païs eslongant,
Car moult doubtent le roy ne kière son enfant ;
Mais Dieus le convoïoet, où il s’aloit fiant.
Or, s’en va Baudewins, s’a laisiet son maison,
Avokes lui emmène Croissant, son compaignon ;
Par estranges contrées chevauchent à bandon.
De toutes leur journées ne ferrai mention,
Car moult vous em poroie alongier le chanson.
A une chité vinrent, le noble dansellon,
Jadis l’avoit conquise Godefrois de Buillon ;
Ch’ert la chités d’Orbrie, ensi l’apelloit-on.
Quant Godefrois l’ot prise, il i mist ·j· barron,
Gontacle de Poulane, ensi l’apelloit-on.
Godefrois li donna à garder che roïon,
Tout pour l’amour d’Eracle, ·j· traïtour félon ;
Chil doi estoient frère, si con lisant trouv’-on,
Et pour l’amour d’Eracle, dont je fai mention,
Fu Gontacles tenans d’ichelle mantion.
Gontacles et Eracles furent frère germain :
Gontacles tient Orbrie, on l’en fist souverain ;
Eracles, li traïtres, qui li corps ot mal sain,
On le fist patriarche du noble lieu hautain
Où Diex résusscita, qui fiex fust Mariain ;
Mais li rois Godefrois, qui pas n’ot cor vilain,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ En als u geridderd bent, bestijg dan dit strijdros,
“ Laten we naar Syrië gaan; want ik verzeker u
“ Dat u daar nieuws zult horen dat u na aan het hart ligt,
“ Over uw vader en uw moeder, die zo waardig zijn. “
“ Hoezo? “ vroeg Boudewijn, “ wie heeft u zoveel verteld? “
Toen ging hij, de jonker, en deed zijn levensverhaal uit de doeken;
Alles, van begin tot eind, zette hij hem helder uiteen.
Toen Boudewijn dit hoorde, ontving hij hem feestelijk;
Hij loofde onze Heer, de koning van Bethlehem.
Toen steeg Boudewijn te paard en maakte zich gereed, 350
Uit de kluizenaarswoning trokken zij, de dappere ridders:
Zeer haastig lieten zij het land achter zich,
Want zij vreesden zeer dat de koning naar zijn kind zou zoeken;
Maar God begeleidde hem, op wie hij zijn vertrouwen stelde.
Nu vertrekt Boudewijn en heeft zijn huis achtergelaten,
Met zich mee neemt hij Croissant, zijn metgezel;
Door vreemde streken rijden zij in volle galop.
Van al hun dagreizen zal ik geen melding maken,
Want daarmee zou ik het lied voor u veel te lang maken.
Bij een stad kwamen zij aan, de edele jonker, 360
In het verleden was deze veroverd door Godfried van Bouillon;
Dit was de stad Orbrie, zo noemde men haar.
Toen Godfried haar had ingenomen, stelde hij er een baron aan,
Gontacle van Polen, zo noemde men hem.
Godfried gaf hem dit gebied om te bewaken,
Geheel uit liefde voor Eracle, een misdadige verrader;
Deze twee waren broers, zo leest men in de boeken,
En uit liefde voor Eracle, van wie ik melding maak,
Hield Gontacle dit verblijf in bezit.
Gontacle en Eracle waren volle broers: 370
Gontacle bezit Orbrie, men maakte hem er soeverein;
Eracle, de verrader, wiens lichaam onrein was,
Werd patriarch gemaakt van de verheven, edele plaats
Waar God herrees, die de zoon van Maria was;
Maar koning Godfried, die geen lafhartig karakter had,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
askqp0uwu5wzv432qic1ysx16cc78gb
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/678
104
88601
225963
2026-08-28T20:30:31Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225963
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
L’avoit mis à honneur et en estaet mundain,
Car fiance ot en lui, si le tient à certain.
S’avint que Godefrois prist son frère germain,
Wistace de Bollongne, et le prist par le main,
Et li dist « biaus dous frères, à nostre mère Ydain
« Porterés ·j· joel c’on doit amer tout plain ;
« Car ch’est li sanc Jhésu qui, pour le pople humain,
« Respandi, en le croys, dessus le mont hautain.
« Ma mère le donrés et dirés, à part main,
« Que mes corps le salue. » Chuis dist : j’en ai grant fain.
Godefrois prist Eracle et dist : « je voil demain
« Que vous bailliés Wistace le sanc digne et chertain. »
Chius gardoit les reliques ; quant il ot tel réclain,
C’on le despostuoit de joel si hautain,
Godefroi en har et, par boire vilain,
Li pouchacha sa mort ; trop le prist en desdain.
Puissedi en fu ars et de laigne et d’estrain.
Seignour, chuis sains sanc que Godefrois bailla,
Wistace le perdi ; Baudewins le trouva.
S’avint, lonc tamps après, que Godefrois régna
Qui prist mainte chité ou païs par delà ;
Et Acre et Escalonne, Orbrie conquesta.
Quant il ot pris Orbrie, Gontacle le donna
Pour l’amour de son frère qui mie ne l’ama.
S’avint que Godefrois à Damas s’en ala,
Et là endroit Eracles le venin envoïa
Dont Godefrois morut, malement l’abuvra.
Quant Godefrois fu mors, à plusours anoïa,
Roys Baudewins, ses frères, le couronne enquerqua,
Vint à Jhérusalem, là où Tangre trouva
Qui la noble chité à ichel tamps garda.
On mist sus, à Eracle, le mort qué tant cousta ;
Eracles, de ce fait, quen Tangre encoupa ;
Tangres s’en desfendi et son gage en livra
Il desconfi Eracle et au branc le matta.
</poem>
|valign=top|
<poem>
Had hem tot eer gebracht en in een wereldse staat,
Want hij had vertrouwen in hem, en hield hem voor betrouwbaar.
Het gebeurde dat Godfried zijn eigen broer nam,
Eustaas van Boulogne, en hem bij de hand nam,
En tegen hem zei: “ mooie, lieve broer, aan onze moeder Ida 380
“ Zult gij dragen een juweel dat men ten zeerste moet beminnen;
“ Want het is het bloed van Jezus dat Hij, voor het menselijk volk,
“ Vergoot, aan het kruis, hoog op de berg.
“ Aan mijn moeder zult gij het geven en rechtstreeks zeggen,
“ Dat mijn persoon haar groet. “ Deze zei: ik verlang er vurig naar.
Godfried riep Heraclius en zei: “ ik wil dat gij morgen
“ Aan Eustaas het waardige en ware bloed overhandigt. “
Deze bewaarde de relikwieën; toen hij een dergelijk bevel hoorde,
Dat men hem van dit zo verheven juweel beroofde,
Haatte hij Godfried erom en, door een boosaardige drank, 390
Beraamde hij zijn dood; hij nam het hem te zeer in minachting.
Later werd hij daarvoor verbrand met hout en met stro.
Heren, dit heilige bloed dat Godfried overhandigde,
Eustaas verloor het; Boudewijn heeft het gevonden.
Het gebeurde, lange tijd daarna, dat Godfried regeerde,
Die menige stad in het land daarginds innam;
En Akko en Askelon, en Orbrie veroverde hij.
Toen hij Orbrie had ingenomen, schonk hij het aan Gontacle,
Vanwege de liefde voor zijn broer, die hem geenszins liefhad.
Het gebeurde dat Godfried naar Damascus trok, 400
En aldaar stuurde Heraclius het vergif,
Waar Godfried aan stierf; hij liet hem een boosaardige dronk drinken.
Toen Godfried dood was, tot verdriet van velen,
Eiste koning Boudewijn, zijn broer, de kroon op,
Hij kwam naar Jeruzalem, waar hij Tancred aantrof,
Die de edele stad in die tijd bewaakte.
Men beschuldigde Heraclius van de dood die zo duur kwam te staan;
Heraclius klaagde Tancred aan voor deze daad;
Tancred verdedigde zich en leverde zijn strijdpand in,
Hij overwon Heraclius en bedwong hem met het zwaard. 410
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
d2fs57b62du3g1mspevkigalbjzv34d
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/679
104
88602
225964
2026-08-28T20:32:53Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225964
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Eracles werd vernietigd, zo geloof ik dat men hem in brand stak,
En toen Gondacles vernam hoe de zaak was verlopen,
Werd hij hevig bedroefd door de dood van zijn broer;
De schurk bedacht een plan om verraad te plegen.
Om de koning die in Syrië regeerde te tarten,
Sloot Gondacles een akkoord met een Saraceense koning
En verkocht hem Orbrie; nadien droeg hij het aan hem over.
Deze koning van de Saracenen werd Hector genoemd,
Hij bezat Salorie, dat daar vlakbij lag.
Vier broers had Hector in die tijd; 420
Esclamart en Marbrun werden de twee genoemd,
Taillefer en Saudoine [de anderen], Hector [de laatste]. Deze vijf daar
Waren ooms en vrienden, naar wat men mij vertelde,
Van de Bastaard van Bouillon die met grote macht regeerde;
Want de koning van Syrië verwekte hem in Mekka
Bij de zuster van de vijf koningen, die hem trouw beminde;
Sinamonde was haar naam, zij die in haar schoot droeg
De Bastaard van Bouillon, die de Saracenen veel leed berokkende.
En sindsdien is de koningin, heren, getrouwd
Met Huon d'Odekin, die bij haar verwekte: 430
Gérart, de schone ridder, die Jezus zeer liefhad,
En Séghin van Mélide, die Morinde huwde,
Precies zoals ik zal vertellen aan wie luisteren wil.
Nu begint het lied, maar een dergelijk lied zal
Nooit meer door een minstreel gezongen worden zolang de wereld bestaat!
Het gaat over de daden overzee, en zal vervolgens doorlopen
Tot aan de schone koning Filips, die de Vlamingen bedwong.
Heren, wees nu stil, laat het rumoer varen,
Want men hoort wel degelijk te zwijgen om naar de geschiedenis te luisteren:
Over Gontacle zal ik vertellen, die ging handelen 440
Met de rijke koning Hector om Orbrie over te leveren
En om Boudewijn, de dappere, te tarten,
Die zijn broer had laten verbranden en in de as leggen:
Want de schurk liet de beste man ter wereld vergiftigen;
Hij is een van de negen besten, als men het juist vermeldt.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
8zzppdov72w66d3gqf11uxg1zhj2g2u
225965
225964
2026-08-28T20:33:48Z
Havang(nl)
4330
225965
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Eracles fu destruis, si croi c’on l’enbrasa,
Et quant Gontacles sot comment le coze ala,
Pour la mort de son frère forment li anoïa ;
D’une traïson faire, li lère s’avisa.
Pour despit faire au roi qu’en Surie régna,
A ·j· roy Sarrasin Gondacles s’acorda
Et li vendi Orbrie ; puissedi li livra.
Che roy des Sarrasin, Ector on l’apella,
Il tenoit Salorie qui estoit près de là.
·iiij· frères avoit, Ector, à che tamps là ;
Esclamart et Marbrun, les ·ij· on appella,
Taillefer et Saudoine, Ector. Ichil ·v· là
Furent oncle et ami, à che c’on me conta,
Au Bastard de Buillon qui poissaument régna ;
Car li roys de Surie, à Mièkes, l’engenra
En la soer des ·v· rois, qui loïaument l’ama ;
Sinamonde ot à non qui en ses flans porta
Le Bastard de Buillon qui Sarrasins greva.
Et depuis, la royne, seignour, se maria
A Huon d’Odekin qui en li engenra
Gérart, le bel armet, que Jhésus moult ama,
Et Séghin de Mélide qui Morinde espousa,
Ensi con je dirai qui taire se vaurra.
Or, commenche chanson, mais telle ne sera
Dite par jongléour tant que mondes dura !
Ch’est des fais d’outre-mer, et en sievant venra
Jusqu’au biau roy Phyllippe qui les Flamens mata.
Seignour, or faites pais, laisiés le noise ester,
Car on se doit bien taire pour l’istoire escouter :
De Gontacle dirai qui ala marchander
Au riche roy Ector, pour Orbrie liverer
Et pour faire despit au Baudewin, li ber,
Qui avoit fait son frère ardoir et embraser :
Car le meilliour du monde fist, li glous, enherber ;
Ch’est li ·j· des ·ix· prex, au juste recorder.
</poem>
|valign=top|
<poem>
Eracles werd vernietigd, zo geloof ik dat men hem in brand stak,
En toen Gondacles vernam hoe de zaak was verlopen,
Werd hij hevig bedroefd door de dood van zijn broer;
De schurk bedacht een plan om verraad te plegen.
Om de koning die in Syrië regeerde te tarten,
Sloot Gondacles een akkoord met een Saraceense koning
En verkocht hem Orbrie; nadien droeg hij het aan hem over.
Deze koning van de Saracenen werd Hector genoemd,
Hij bezat Salorie, dat daar vlakbij lag.
Vier broers had Hector in die tijd; 420
Esclamart en Marbrun werden de twee genoemd,
Taillefer en Saudoine [de anderen], Hector [de laatste]. Deze vijf daar
Waren ooms en vrienden, naar wat men mij vertelde,
Van de Bastaard van Bouillon die met grote macht regeerde;
Want de koning van Syrië verwekte hem in Mekka
Bij de zuster van de vijf koningen, die hem trouw beminde;
Sinamonde was haar naam, zij die in haar schoot droeg
De Bastaard van Bouillon, die de Saracenen veel leed berokkende.
En sindsdien is de koningin, heren, getrouwd
Met Huon d'Odekin, die bij haar verwekte: 430
Gérart, de schone ridder, die Jezus zeer liefhad,
En Séghin van Mélide, die Morinde huwde,
Precies zoals ik zal vertellen aan wie luisteren wil.
Nu begint het lied, maar een dergelijk lied zal
Nooit meer door een minstreel gezongen worden zolang de wereld bestaat!
Het gaat over de daden overzee, en zal vervolgens doorlopen
Tot aan de schone koning Filips, die de Vlamingen bedwong.
Heren, wees nu stil, laat het rumoer varen,
Want men hoort wel degelijk te zwijgen om naar de geschiedenis te luisteren:
Over Gontacle zal ik vertellen, die ging handelen 440
Met de rijke koning Hector om Orbrie over te leveren
En om Boudewijn, de dappere, te tarten,
Die zijn broer had laten verbranden en in de as leggen:
Want de schurk liet de beste man ter wereld vergiftigen;
Hij is een van de negen besten, als men het juist vermeldt.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
7sppvmvyhs4ddmat7if18q1foizko9w
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/680
104
88603
225966
2026-08-28T20:37:49Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225966
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Gontacles ot couvent au roy Ector, l’Escler,
Que s’il venoit la nuit qu’il li voilt enditer,
C’Orbrie liveroit, coi qu’il déust couster.
En le propre journée, droit à ·j· avesprer,
Dont on devoit la nuit la chité délivrer,
Vint li bers Baudewins en le ville hosteler
Avoec Croissant, le ber ; et o lui voilt porter
Le sanc nostre Seignour, en fiole d’or cler.
Onques chuis Baudewins n’en volt despostuer
De che précieus sanc qui nous volt racheter.
Baudewins de Sebourc, dont vous m’oés conter,
Vint par dedens Orbrie avoee Croissant, le ber :
Ajmout riche hostel s’est venus amasser,
Où il fu bien servis de quant qu’il volt rouver.
Quant vint après mengier, s’alèrent reposer ;
Il estoient lasset d’esploitier et d’esrer,
Si se sont endormi sans point de l’arrester.
Mais droit à miënuit, que li cos dut chanter,
Fist Gontacles, li lères, les Sarrasins entrer
En la chité d’Orbrie, pour crestiens tuer
Et pour la ville rendre, dont il voilt marchander
Au roy de Salorie, qui i volt amener
·xvm· païens du païs d’outre-mer.
Quant en Orbrie entrèrent, si con oés conter,
Il vont le huis des gens abatre et reverser ;
Hommes, femmes, enfans, n’i vaurent déporter,
Tout mettent à l’espée quan c’on poet encontrer.
Et Gontacles s’escrie, à sa vois, haut et cler :
« Ector de Salorie, faites tout afiner ! »
Li rois de Salorie, dont je fais mention,
Fist en chelle nuitie grande destruction
Sus la gent crestienne, que Diex face pardon.
Gondacles et Ectors viènent à le mayson
Où Baudewins estoit avoec son compaignon,
A l’uis qui fu de fer fièrent li Esclavon :
</poem>
|valign=top|
<poem>
Gontacles had een afspraak met koning Ector, de heiden,
Dat als hij 's nachts zou komen, hij hem zou aangeven
Dat hij Orbrie zou leveren, wat het ook mocht kosten.
Op diezelfde dag, rechtstreeks bij het vallen van de avond,
Waarop men die nacht de stad moest bevrijden, 450
Kwam de edele Boudewijn in de stad herbergen
Samen met Croissant, de held; en met zich wilde hij dragen
Het bloed van onze Heer, in een flacon van glanzend goud.
Nooit wilde deze Boudewijn het onteren,
Dit kostbare bloed dat ons wilde verlossen.
Baudewins de Sebourc, over wie u mij hoort vertellen,
Kwam binnen Orbrie met Croissant, de held:
Een zeer rijke herberg is hij gaan opzoeken,
Waar hij goed bediend werd met al wat hij wilde vragen.
Toen het na de maaltijd was, gingen zij rusten; 460
Zij waren vermoeid van het reizen en voortmaken,
En zo zijn zij in slaap gevallen zonder te wachten.
Maar precies te middernacht, toen de haan moest kraaien,
Liet Gontacles, de schurk, de Saracenen binnenkomen
In de stad Orbrie, om christenen te doden
En om de stad over te leveren, waarover hij wilde handelen
Met de koning van Salorie, die daarheen wilde brengen
15.000 heidenen uit het overzeese land.
Toen zij Orbrie binnendrongen, zoals u hoort vertellen,
Gingen zij de deuren van de mensen inslaan en omverwerpen; 470
Mannen, vrouwen, kinderen, wilden zij niet sparen,
Alles steken zij neer met het zwaard, al wat men tegenkomt.
En Gontacles schreeuwt, met zijn stem, luid en klaar:
"Ector van Salorie, laat alles uitroeien!"
De koning van Salorie, van wie ik melding maak,
Richtte in die bewuste nacht een grote verwoesting aan
Onder het christenvolk, moge God hen vergiffenis schenken.
Gondacles en Ector komen naar het huis
Waar Boudewijn verbleef met zijn metgezel,
Op de deur die van ijzer was beukten de Slaven: 480
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
ny2ug3tooegmc90vi5ijk62i2r80964
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/681
104
88604
225967
2026-08-28T20:44:08Z
Havang(nl)
4330
/* Wikisource:Niet proefgelezen */ Nieuwe pagina aangemaakt met '{| |valign=top| <poem> Et quant li hostes sot le grande traïson, Il va de cambre en cambre, si s’escrie à haut son : « Seignour, car vous levés, pour Dieu et pour son non, « No chités est vendue à le gent Baraton ! » Baudewins de Sebourc, quant oï le raison, Il est salis em piés, si vest son auqueton ; Croisans, li damoisiaus, vesti son haubergon. « Hé ! Diex, » dist Baudewins, « véchi grant mesprison ! « Aujourd’ui m’averra gran…
225967
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Et quant li hostes sot le grande traïson,
Il va de cambre en cambre, si s’escrie à haut son :
« Seignour, car vous levés, pour Dieu et pour son non,
« No chités est vendue à le gent Baraton ! »
Baudewins de Sebourc, quant oï le raison,
Il est salis em piés, si vest son auqueton ;
Croisans, li damoisiaus, vesti son haubergon.
« Hé ! Diex, » dist Baudewins, « véchi grant mesprison !
« Aujourd’ui m’averra grande perdition ;
« Je perderai le sanc du digne roу Jhesum,
« Qu’il respandi en crois pour no sauvation. »
Prist la fiole d’or, s’el mist à son menton,
Si en frota son vis, son corps et sa fachon ;
Et ensément fist-il Croissant, le danseillon.
« Hélas ! » dist Baudewins, « con grant perdition
« Je ferrai aujourd’ui ! Je n’en donne ·j· bouton
« De rechevoir la mort, puis qu’il vint Dieu à bon ;
« Mais du sanc que je pers n’ai au coer sé doel non. »
« Sire, » che dist Croissans, « descendons à bandon :
« Hier vi, en une court, sachier ·j· valenton
« Iauwe à ·j· parfont puis, à ·j· blanc cauderon ;
« Getės-i li forgier, sans nulle arrestison,
« Diex le sauvera bien, là serra grant saison.
« Espoir que crestien prenderont vengison
« De la gent Sarrasine qui croient Baraton,
« Si trouveront le sane ; métesle au gré Jhesum. »
Et Baudewins respont : « ne dites sé bien non. »
Vers le puts s’avela, sans faire lonc sermon,
Et fiole et forgier i geta de randon ;
Puis, remonte en sa loge, si vest le haubergon.
Et Sarrasin entrèrent par dedens le maison :
Si ont tué l’ostesse et aussi son barron,
Et les hostes aussi, don il i ot foison ;
A l’uis Baudewin viènent, si l’ont geté du gon.
Quant Baudewins vit l’uis de sa chambre brisier,
</poem>
|valign=top|
<poem>
En toen de waard vernam van het grote verraad,
Rent hij van kamer naar kamer, en schreeuwt met luide stem:
“ Heren, staat op, voor God en voor Zijn naam,
“ Onze stad is verkocht aan het volk van Baraton! “
Baudewin van Sebourc, toen hij deze woorden hoorde,
Is op zijn voeten gesprongen en trok zijn wambuis aan;
Croissant, de jonge edelman, trok zijn maliënkolder aan.
“ Ach! God, “ zeide Baudewin, “ wat een groot verraad!
“ Vandaag zal mij een groot verlies overkomen;
“ Ik zal het bloed verliezen van de waardige Koning Jezus, 490
“ Dat Hij aan het kruis vergoot voor onze zaligheid. “
Hij nam de gouden flacon, hield die aan zijn kin,
En wreef ermee over zijn gezicht, zijn lichaam en gelaat;
En net zo deed hij bij Croissant, de jonge schildknoot.
“ Helaas! “ zeide Baudewin, “ wat een groot verlies
“ Zal ik vandaag lijden! Ik geef er geen cent om
“ Om de dood te aanvaarden, als het God zo behaagt;
“ Maar om het bloed dat ik verlies, heeft mijn hart slechts rouw. “
“ Heer, “ zo zeide Croissant, “ laten we snel afdalen:
“ Gisteren zag ik, op een binnenplaats, hoe men met een emmer 500
“ Water putte uit een diepe put, met een witte ketel;
“ Werp het schrijn daarin, zonder enig dralen,
“ God zal het goed bewaren, daar zal het lange tijd veilig zijn.
“ Hopelijk zullen de christenen wraak nemen
“ Op het Saraceense volk dat gelooft in Baraton,
“ En zo zullen zij het bloed terugvinden; vertrouw op het goeddunken van Jezus. “
En Baudewin antwoordt: “ u spreekt louter de waarheid. “
Naar de put daalde hij af, zonder lange toespraak,
En zowel flacon als schrijn wierp hij er met vaart in;
Daarna keert hij terug naar zijn kamer en trekt de maliënkolder aan. 510
En de Saracenen drongen het huis binnen:
Zij hebben de waardin gedood en ook haar echtgenoot,
En de overige gasten ook, van wie er velen waren;
Naar de deur van Baudewin komen zij, en hebben die uit de hengsels gegooid.
Toen Baudewin de deur van zijn kamer zag bezwijken,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
22dema1csl7tzx2bfbatw8hbd9svtqo
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/682
104
88605
225968
2026-08-28T20:45:19Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225968
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Prist j petit escrin, si le va embrachier :
Sus le gent Sarrasine le lait, li bers, glathier,
Plus de Ix fist les degrés trébuchier ;
Et puis après lor va une pierre envoïer,
De coi il attendi le maistre conseillier
Ector de Salorie, parmi li hanepier,
Que le chervèle en fist à le terre raïer.
Et quant Ector choisi ses hommes méhaignier,
A haute vois s’escrie : « Gontacle, traite arier !
« Lassus en chelle chambre sont le déable d’enfer. »
Et Baudewins lor gète quan qu’il poet esrachier ;
Des pières, des caillos, qu’il gète du mortier.
E Croissans li aporte caillos qu’il va chachier
D’un mur qui fu aisibles, adont, du despésier.
Baudewins lor escrie : « gloutons, traiés arier !
« Li déable me fisent chi endroit herbegier,
« Mauvais ostel trouvai, jà n’en paierai denier ! »
Ector de Salorie ot moult le coer dolant,
Quant il voit Baudewin qui les va damagant ;
Si a dit à Gontacle : « qui sont chil soudoïant ? »
« Je ne sai, » dist Gontacles, « faites aleir avant. »
Dont s’escria li rois : « or avant, mi sergant !
« Montés en chelle loge, là où sont chil tyrant,
« Et si le mes rendės ; mouli le vois désirant.
« Montés apiertement, qu’alés-vous atendant ? »
« Sire, » dient païen, « or i montés devant ;
« Chellui qui montera doit-on clamer meschant. »
Ector de Salorie en est passés avant,
Sus les degrés monta et o lui si Persant :
Et Baudewins tenoit une pière pesant,
S’a consievi li roi ou hiame luisant,
La chier li embarra, tout le va desfroissant ;
Le roy fist reverser, qui le coer ot dolant.
Et Baudewins regėte Gondacle, le puant,
D’une pierre le va ou costet assenant ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
Hij nam een klein kistje en klemde dat stevig vast:
Tegen de Saraceense troep laat de baron het neerglijden,
Meer dan negentig deed hij er van de traptreden storten;
En direct daarna werpt hij hun een steen toe,
Waarmee hij de hoofdraadsman wist te treffen, 520
Hector van Salorie, midden op zijn schedelpan,
Zodat zijn hersenpan daardoor over de grond stroomde.
En toen Hector zag hoe zijn mannen werden toegetakeld,
Riep hij met luide stem: "Gontacle, wijk achteruit!
Daarboven in die kamer huizen de duivels uit de hel."
En Boudewijn werpt naar hen al wat hij los kan rukken;
Stenen en keien, die hij uit de mortier smijt.
En Croissant brengt hem keien die hij losbreekt
Uit een muur die toen gemakkelijk af te breken was.
Boudewijn roept hen toe: "Slechteriken, wijk achteruit! 530
De duivels hebben mij op deze plek doen herbergen,
Een slecht verblijf trof ik hier, ik zal er geen penning voor betalen!"
Hector van Salorie had een zeer bedroefd hart,
Toen hij Boudewijn zag die hun zo grote schade toebracht;
Hij zei tegen Gontacle: "Wie zijn die strijders?"
"Ik weet het niet," zei Gontacle, "laat de mannen voorwaarts gaan."
Toen riep de koning uit: "Voorwaarts nu, mijn manschappen!
Klim op naar dat vertrek, daar waar die tirannen zijn,
En lever hem aan mij over; ik verlang vurig naar hem.
Klim onbevreesd omhoog, waar wacht u nog op?" 540
"Heer," zeiden de heidenen, "klimt u dan zelf eerst omhoog;
Degene die nu omhoogklimt, mag wel gek genoemd worden."
Hector van Salorie trad toen naar voren,
Hij beklom de treden en met hem zijn Perzische strijders:
En Boudewijn hield een zware steen vast,
En trof de koning vol op zijn glanzende helm,
Het vlees sloeg hij naar binnen, alles verbrijzelend;
Hij deed de koning achteroverstorten, die een bedroefd hart had.
En Boudewijn bekogelt ook Gontacle, de stinkerd,
Met een steen weet hij hem vol in de zij te raken; 550
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
9ep1k4ia3ncpeuvs1lq237uqqg5xaud
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/683
104
88606
225969
2026-08-28T20:47:56Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225969
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Si dolereusement le va enconsieuwant
Qu’il l’abati à terre, le teste contre ·j· banc.
Andoi sont relevé, si s’en tournent fuïant.
Et li Sarrasin vont fièrement assalant,
Li arbalestrier traient, que ne s’i vont faignant ;
Mais Baudewins s’aloit de l’uis acouvetant
Et Croissans fu dérière qui pières va getant.
Mout fu grans li assaus et longement dura,
Baudewins de Sebourc maint Sarrasin tua.
Ector de Salorie, quant il se releva,
Il jure Mahoumet que le feu boutera
Par dedens le maison et ensi les ara.
Dont i boutent le feu, et par chà et par là,
Et quant Baudewins vit le feu qui aluma,
Il a dit à Croissant : « morir nous couverra. »
Vint à son compaignon, le bouche li baisa ;
Vint à une fenestre où li roy avisa
Et ·ijc· Sarrasin dont chascuns l’awarda :
Adont, sus le fenestre à ·ij· piés se mist là,
Fist crois devant son pis et l’espée empoigna,
Dessus les Sarrasin chà-dessous se geta.
Il est salis sour eus, si les esparpeilla,
Et Croissans saut aussi, qui dist qu’il le sievra.
Entre païens chéirent et chascuns l’espée a,
Si fièrent entour eulz, chascuns bien s’i prouva ;
Il se tiènent à mort, chascuns Dieu réclama.
Et quant li rois Ector perchuit et regarda
Le hardement des prinches, Mahoumet en jura
C’onques tel gent ne furent né jamais ne serra.
Il escrie as païens : « ne les ochiés jà !
« Sé vis nes les rendés, il vous en mesquerra. »
Quant païen l’entendirent, chascuns le redoubta ;
Baudewin assalirent, qui Jhésu réclama,
Et li bers se desfent de l’espée qu’il a.
De l’ostel est issus, vers une porte en va,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Zo pijnlijk achtervolgde hij hem
Dat hij hem ter aarde wierp, met het hoofd tegen een bank.
Beiden stonden weer op en keerden zich vluchtend om.
En de Saracenen voerden een felle aanval uit,
De kruisboogschutters schoten zonder te aarzelen;
Maar Boudewijn zocht dekking bij de deur,
En Crescent stond achter hem en wierp met stenen.
Zeer groot was de aanval en deze duurde lang,
Boudewijn van Sebourc doodde menig Saraceen.
Hector van Salorie, toen hij weer opstond, 580
Zwoer bij Mohammed dat hij het vuur zou steken
Binnen in het huis, om hen zo te overmeesteren.
Toen staken zij het vuur aan, zowel hier als daar,
En toen Boudewijn het vuur zag oplaaien,
Zei hij tegen Crescent: "We zullen moeten sterven."
Hij ging naar zijn metgezel en kuste hem op de mond;
Hij ging naar een venster waar hij de koning opmerkte
En tweehonderd Saracenen die hem elk in de gaten hielden:
Toen ging hij met twee voeten op de vensterbank staan, 570
Sloeg een kruis voor zijn borst en greep het zwaard vast,
En wierp zich daar naar beneden, bovenop de Saracenen.
Hij sprong bovenop hen en dreef hen uiteen,
En Crescent sprong ook, die zei dat hij hem zou volgen.
Zij vielen te midden van de heidenen en ieder had het zwaard in de hand,
Zo vochten zij om zich heen, en ieder bewees zijn moed;
Zij hielden rekening met de dood, en ieder riep God aan.
En toen koning Hector de moed van de prinsen
Zag en opmerkte, zwoer hij bij Mohammed
Dat er nooit zulke mensen waren geweest en er ook nooit meer zouden zijn.
Hij riep de heidenen toe: "Dood hen in geen geval! 580
"Als u hen niet levend aanlevert, zal het u berouwen."
Toen de heidenen dit hoorden, vreesde ieder hem;
Zij vielen Boudewijn aan, die Jezus aanriep,
En de held verdedigde zich met het zwaard dat hij had.
Hij is het huis uitgegaan en begeeft zich naar een poort,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
2k0zsjihnruhvy2lk0lfyh0u26cg8x7
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/684
104
88607
225970
2026-08-28T20:49:51Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225970
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Courant grant aléure : tout seuls qu’il encontra
Il abat et reverse, ochis et affola.
Et Sarrasin s’escrient : « prendés che glouton-là ! »
Là fuit Croissans saisis qui sievir le cuida.
Onques nuls hons vivans tant de maus n’endura
Con fist li damoisiaus, seignour, à se jour-là,
Sé ne fu Baudewins qui tout adès s’en va ;
Il n’encontra persone qu’à terre ne versa,
Si comme ·j· chien rabbi chascuns le redoubta.
Or s’en va Baudewins, par le ville courant,
Et Sarrasin le vont moult vistement sievant ;
Mais Baudewins n’encontre homme, femme, n’enfant,
Que devant lui ne voist à terre reversant.
Li Sarrasin s’en vont en leur maisons fuïant :
Es loges, ès greniers, vont vistement montant,
Après Baudewin vont grandes pières getant,
Boises et grans bastons et quant qu’il vont trouvant.
Baudewins fait ·j· saut, quant le cop voit volant,
Dès-si jusqu’à le porte ne s’i va arrestant ;
Ouverte le trouva, si en va hors issant.
·xm· Sarrasin le vont au dos sievánt,
N’i a chelui qui n’ait bon destrier auférant.
Sé Baudewins éust son bon destrier courant,
De la gent Sarrasine ne donast ·j· besant ;
Mais li courir à piet le va forment lassant.
Au lé dehors le porte va ·j· tertre trouvant,
Là où il i avoit ·j· arbre verdoïant :
A l’arbre s’apoïa, li dos li va tournant ;
Illoec rendi estal à le gent Tervogant,
N’aconsieut Sarrasin qu’il ne voist damagant.
Ector de Salorie se va moult merveillant
Du hardement qu’en lui, Baudewins, a si grant ;
Si a dit à Gontacle : « veslà hardi sergant !
« Nous ne l’averons jà sain né sauf né vivant. »
Lors a dit au païens, hautement, en n-oïant :
</poem>
|valign=top|
<poem>
Snel rennend in gestrekte draf: eenieder die hij alleen tegenkwam
Slaat hij neer en werpt hij omver, doodt hij en verwondt hij.
En de Saracenen schreeuwen: “ Grijp die schurk daar! “
Daar vlucht de gevangen Croissant, die hem had willen volgen.
Nooit heeft een levend mens zoveel kwaad doorstaan 590
Als de jongeling deed, heren, op die dag,
Tenzij het Bauduin was, die steeds maar verdergaat;
Hij kwam niemand tegen die hij niet tegen de grond wierp,
Zodat iedereen hem vreesde als een dolle hond.
Nu gaat Bauduin er van door, rennend door de stad,
En de Saracenen volgen hem zeer gezwind;
Maar Bauduin komt geen man, vrouw of kind tegen,
Of hij werpt hen voor zich uit op de grond.
De Saracenen vluchten weg in hun huizen:
In de loges, op de zolders klimmen ze snel omhoog, 600
Achter Bauduin gooien ze grote stenen,
Houtblokken en grote knuppels en alles wat ze maar vinden.
Bauduin maakt een sprong wanneer hij de slag ziet vliegen,
Helemaal tot aan de poort stopt hij niet;
Open vond hij hem, en zo gaat hij naar buiten.
Tienduizend Saracenen achtervolgen hem op zijn hielen,
Er is niemand van hen die geen goed, vurig strijdpaard heeft.
Als Bauduin zijn eigen snelle strijdpaard had gehad,
Zou hij geen cent geven om het Saraceense volk;
Maar het te voet rennen put hem hevig uit. 610
Buiten de poort vindt hij een heuvel,
Waar een groenende boom stond:
Tegen de boom leunde hij, terwijl hij zijn rug naar hen toekeerde;
Daar bood hij stand aan het volk van Tervagant,
Geen Saraceen treft hij of hij brengt hem schade toe.
Ector van Salorie verbaast zich ten zeerste
Over de moed in hem, Bauduin, die zo groot is;
En hij zei tegen Gontacle: “ Zie daar een dappere krijger!
“ We zullen hem nooit gezond, welgemaakt of levend gevangen nemen.“
Toen sprak hij tot de heidenen, luidkeels, zodat men het hoorde: 620
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
oehaf8x8dw8p4q5c3w8idefg5sfw0ok
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/685
104
88608
225971
2026-08-29T07:19:28Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225971
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Prendés ou mort ou vif se glouton soudoïant. »
Lors l’assalent, païen, et vont à lui getant
Espois, miséricordes et maint faussart trenchant ;
Contre tère le vont, li Sarrasin, getant.
Là, vint li rois Ector, qui creioit Tervogant,
Qui le fist prendre vif ; païen li vont livrant.
Par dedens le chité vont li Turc repairant,
S’ont conquise la ville du tout à lor commant ;
Mort furent crestien : s’eschapèrent auquant
Qui vers Jhérusalem vont vistement fuïant.
Et li roys Sarrasins, c’on va Ector clamant,
Fist mètre Baudewin o le dansel Croissant ;
Andoi furent navré, si se vont méchinant,
Les plaies l’un de l’autre vont, li baron, bendant.
« E ! Diex, » dist Baudewins, « con j’ai le corps meschant !
« Je n’arai jamais bien ès jours de mon vivant ;
« Adès de mal en pis vont tout mi règne avant.
« Quant je cuide liés estre, j’ai le mien coer dolant ! »
Ensi le damoisel s’aloient démentant.
Et Gontacles, li fel, va le chartre gardant :
Ector de Salorie l’en va les clés baillant,
Et li glous les aloit, chascuns jour, revidant ;
D’un baston les aloit, ·ij· fois le jours, batant,
Tant que li sans en va à le terre filant ;
Et lor disoit : « glouton ! de mort n’arés garant,
« Ou despit Baudewin, le glouton mescréant,
« Qui fist mon frère ardor dedens ·j· feu bruïant !
« Ne tenrai crestien, jamais en mon vivant,
« Ne face comparer le fait ort et puant
« Que fist li rois vers moi, de mon frère vaillant. »
Ensi disoit Gondacles que vois recordant.
Or, vous lairai d’Ector et du fel soudoïant
Gondacle, le fellon, qu’à nous fist de maus tant ;
Dirai des krestiens qui tant vont cheminant
Qu’à Jhérusalem vinrent, la chité souffisant :
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Grijp deze schurkachtige huurling, dood of levend! “
Toen vielen de heidenen hem aan, en zij wierpen naar hem
Speren, genadedolken en menig scherp kromzwaard;
Tegen de grond smeten de Saracenen hem neer.
Daar kwam koning Ector, die in Tervogant geloofde,
Die hem levend gevangen liet nemen; de heidenen leverden hem uit.
Binnen de stad keerden de Turken terug,
En zij hadden de stad geheel onder hun gezag heroverd;
Dood waren de christenen: sommigen ontsnapten
Die snel vluchtend richting Jeruzalem trokken. 630
En de Saraceense koning, die men Ector noemt,
Liet Boudewijn opsluiten samen met de jonge Croissant;
Beiden waren gewond, en zij verzorgden elkaar,
De wonden van elkaar verbonden deze baronnen.
“ Ach! God, “ zeide Boudewijn, “ wat is mijn lichaam er ellendig aan toe!
“ Ik zal nooit meer voorspoed kennen in de dagen van mijn leven;
“ Voortdurend van kwaad tot erger vervalt mijn hele rijk.
“ Wanneer ik denk blij te zijn, is mijn hart vol smart! “
Alzo stonden de jonge edellieden te jammeren.
En Gontacles, de schurk, hield de kerkerwacht: 640
Ector van Salorie had hem de sleutels overhandigd,
En de ellendeling ging hen elke dag controleren;
Met een stok sloeg hij hen twee keer per dag,
Zoveel dat het bloed ervan over de grond stroomde;
En hij zeide tot hen: “ schurken! Tegen de dood is er voor u geen beschutting,
“ Dit uit minachting voor Boudewijn, de ongelovige schoft,
“ Die mijn broer liet verbranden in een laaiend vuur!
“ Geen christen zal ik ooit in mijn leven sparen,
“ Of ik laat hem boeten voor de vuile en stinkende daad
“ Die de koning mij aandeed, jegens mijn dappere broer. “ 650
Alzo sprak Gondacles, wiens stem ik hier memoreer.
Nu zal ik u verlaten over Ector en de schurkachtige huurling
Gondacle, de snoodaard, die ons zoveel kwaad berokkende;
Ik zal vertellen over de christenen die zolang voortreisden
Dat zij in Jeruzalem aankwamen, de machtige stad:
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
n1r08cbr6vro0b25jd78vsaunmiomc2
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/686
104
88609
225972
2026-08-29T07:21:16Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225972
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Là, trouvèrent le roy Baudewin, le vaillant,
Avokes lui trouvèrent le bon roi Corbarant,
Tangre et Buiemont, qui furent atenant ;
Baudewin Cauderon, au hardi couvenant,
Le duc Harpin de Bourges, le chevalier poissant,
Et Richard de Cammont, le noble conquerant ;
Si fu Pières-l’ermites, au corage plaisant,
Li quens Robers de Flandres, qui i ot esté tant,
Huon de Taberie et le roy Abilant,
Qui le roy Baudewin de Roihais, le poissant,
Avoient couroné de couronne luisant.
Pour la mort Godefroi vont li pluisour plorant,
Car tant avoit le coer humble, pieu et sachant,
Et à toutes raysons l’avoit si descendant,
Qu’ains si ne fist, li rois, haïr d’un soel enfant.
Es-vous les crestiens qui se vont escriant :
« Ahi ! roys Baudewins, pour coi atendés tant,
« Que ne nous vengiés-vous, à l’espée trenchant,
« Du plus fel traïtour de che monde vivant ?
« Ahi ! roys de Surie, » che dien li barron,
« Pour coi ne vous vengiés dou traïtour larron
« Gondacle du Pulane, qu’il ait maléichon,
« Qui a vendue Orbrie, la chité de renon,
« Au roi de Salorie qui Ectors a à non ?
« Dont tes poples est mis à tel destruction
« Que par nuit il sont mort tout ti noble baron.
« Roys, vengiés-vous de lui, pour Dieu nous t’en prion,
« Car il a fait vers vous trop grande traïson :
« Au roy de Salorie, qui croit en Baraton,
« A délivrée Orbrie, la chité de renon,
« De coi nous sommes mis à grant destruction ;
« Perdut ti homme i sont, et mort no compaignon.
Quant li roys Baudewins entendi le raison ;
Il en fu si dolans, en sa condition,
Qu’adont ne désist mot pour l’avoir Psalemon,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Daar vonden zij de koning Boudewijn, de dappere,
Bij hem vonden zij de goede koning Corbarant,
Tancred en Bohemund, die hem na stonden;
Boudewijn Cauderon, met zijn koene belofte,
Hertog Harpin van Bourges, de machtige ridder, 660
En Richard van Chaumont, de nobele veroveraar;
Ook was er Pieter de Kluizenaar, met zijn behaaglijke moed,
Graaf Robrecht van Vlaanderen, die er al zo lang was geweest,
Hugo van Tiberias en koning Abilant,
Die koning Boudewijn van Edessa, de machtige,
Hadden gekroond met de glanzende kroon.
Om de dood van Godfried gaan de meesten wenend rond,
Want zo nederig, vroom en wijs was zijn hart,
En voor alle rede stond hij zo open,
Dat de koning zich door geen enkel kind liet haten. 670
Daar zijn de christenen die luidkeels roepen:
“ Ach! Koning Boudewijn, waarom wacht u zo lang,
“ Dat u ons niet wreekt, met het scherpe zwaard,
“ Op de wreedste verrader van deze levende wereld?
“ Ach! Koning van Syrië, “ zo spreken de baronnen,
“ Waarom wreekt u zich niet op de verraderlijke dief
“ Gondacle van Apulië, moge hij vervloekt zijn,
“ Die Orbrie heeft verkocht, de stad van faam,
“ Aan de koning van Salorie, die Hector heet?
“ Waardoor uw volk in zulk een rampspoed is gestort 680
“ Dat vannacht al uw nobele baronnen zijn gedood.
“ Koning, wreek u op hem, voor God smeken wij u hierom,
“ Want hij heeft jegens u een te groot verraad gepleegd:
“ Aan de koning van Salorie, die in Baraton gelooft,
“ Heeft hij Orbrie uitgeleverd, de stad van faam,
“ Waardoor wij in grote vernietiging zijn gestort;
“ Uw mannen zijn er verloren, en onze metgezellen dood. “
Toen koning Boudewijn deze woorden hoorde,
Werd hij zo bedroefd in zijn gemoed,
Dat hij toen geen woord wilde uiten, al kreeg hij de rijkdom van Salomo.690
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
31n67n6ysf6cenxsad9fhxa70t5eb6i
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/687
104
88610
225973
2026-08-29T07:27:11Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225973
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Et quant il poet parler, si s’escrie à haut son :
« Ahi ! ma bonne gent, plainne de grant renon,
« Con j’ai, par ches ·ij· frères, à mon coer marrison !
« Erracles enherba Godefroi de Buillon,
« Gontacles a vendu, à le gent Baraton,
« La ville qui cousta, au prendre, maint baron ;
« S’a fait murdrir ma gent, que Dieus fache pardon.
« Or me donnés consel : que ferai dou glouton ? »
Corbarans a parlet, qui s’escrie à haut ton :
« Sire, » dist Corbarans, « oïés m’entention ;
« Sé croire me voillés, par Dieu et par son non,
« Vous menriés à Orbrie, k’ont saisie Esclavon,
« Vostre riche bernage, à force et à bandon ;
« Si le reconquerriés à forche de baston.
« Et sé prendre poons Gontacle, le larron,
« Si le ferons ardoir en ·j· feu de charbon. »
Che consel acorda Tangres et Buiëmon,
Li vesques du Matran et Richars de Cammon,
Li quens Robers de Flanders, Baudewins Cauderon,
Li dus Harpins de Bourges et dans Rembaus Creton
Et Pières-li-hermites, qui blanc ot le grenon,
Et li riches barnages et tout li compagnon.
Tout s’escrient en haut : « nobles dus de Buillon,
« Roys de Jhérusalem, du temple Salemon,
« Maines-nous à Orbrie, sans nulle arrestison ;
« Si le déliverons de la geste Mahon
« Et penderons Gontacle qui t’a fait traïson. »
Adont a fait, li roys, chergier maint paveillon ;
Le harnois ont querquié, escuïer et gartson,
Et cofres et sommiers dont il i ot foison.
Hors de Jhérusalem, où Diex ot pation,
Issirent crestien, que Dieux face pardon ;
Car pour conquerre à force le noble région
Où Diex résuscita, pour no sauvation,
Avoient outre mer esté longe saison,
</poem>
|valign=top|
<poem>
En zodra hij spreken kan, roept hij met luide stem:
“ Ach! Mijn goede lieden, vol van grote roem,
“ Wat een kwelling heeft mijn hart door deze twee broers!
“ Erracles heeft Godfried van Bouillon vergiftigd,
“ Gontacles heeft, aan het volk der bedriegers,
“ De stad verkocht die bij de inname menig baron kostte;
“ Hij heeft mijn volk laten vermoorden, moge God hen vergeven.
“ Geef mij nu raad: wat zal ik met die schurk doen? “
Corbarans nam het woord en riep op hoge toon:
“ Heer, “ sprak Corbarans, “ luister naar mijn plan; 700
“ Als u mij wilt geloven, bij God en bij Zijn naam,
“ Dan trekt u op naar Orbrie, dat door de Slaven is bezet,
“ Uw rijke ridderschap, met geweld en naar hartenlust;
“ Dan zult u het heroveren met de kracht van de wapenstok.
“ En als we Gontacle, de dief, kunnen grijpen,
“ Dan zullen we hem laten verbranden op een kolenvuur. “
Met deze raad stemden Tangres en Buiëmon in,
De bisschop van Matran en Richard van Cammon,
Graaf Robrecht van Vlaanderen, Boudewijn Cauderon,
Hertog Harpin van Bourges en heer Rembau Creton 710
En Pieter de Kluizenaar, die een witte baard had,
En de rijke edelen en alle gezellen.
Allen riepen luidkeels: “ Edele hertog van Bouillon,
“ Koning van Jeruzalem, van de tempel van Salomo,
“ Leid ons naar Orbrie, zonder enig oponthoud;
“ Dan zullen we het bevrijden uit de handen van het volk van Mahon
“ En Gontacle ophangen, die verraad jegens u heeft gepleegd. “
Toen liet de koning menig paviljoen laden;
De bagage werd opgetast door schildknapen en knechten,
Net als kisten en pakpaarden, waarvan er in overvloed waren. 720
Uit Jeruzalem, waar God Zijn lijden onderging,
Trokken de christenen weg, moge God hen genadig zijn;
Want om met geweld de nobele regio te veroveren
Waar God herrees voor onze zaligmaking,
Waren zij al een lange tijd overzee gebleven,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
cktcoat49c1qf3qsibbab1jcz0m5ttp
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/688
104
88611
225974
2026-08-29T07:28:29Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225974
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Et rechéut maint mal, mainte perdition,
Et géut mainte nuit à tout le haubregon,
Junet mainte journée, laissiet leur nourechon
Et femmes et enfans et leur estration.
Bien doivent telle gent avoir de Dieu pardon,
Et miex avoir le glore doivent-il, par raison,
Que ne facent aucun qui n’ont discrétion
Fors gire en leur biaus lis, en consolation,
Leur panches bien emplies de char et de chapon ;
Et avoir le déduit de dames de fachon.
Telle gent cuident bien, sans autre entention,
Que che soit paradis de bien boire foison.
Li ost nostre Seigneur s’est briefment arroutée
Hors de Jhérusalem, la chité honnerée ;
Vers Orberie s’en vont, à bannière leivée.
Ne sai que la chanson vous en fust démenée,
Car tant ala li roys, o sa gent redoubtée,
Qu’il ont véut Orbrie qui estoit bien fremée.
Par dedens la cité est la novelle allée
Que crestien venoient en ichelle contrée.
Ector, li riches rois, n’i a fait arrestée :
En Salorie mande le gent de sa contrée,
·x·m saudoïers manda, sans demourée,
Et garnison par coi la ville soit puplée ;
Et chil i sont venu, parmi le mer salée.
En Orbrie n’ot porte qui bien ne soit fremée,
Et li roys Baudewins se loga en la prée ;
Li roys a le chité de cy près appressée,
Qu’il n’ot jusqu’à fossés c’un trait d’arbalestrée.
Hues de Tabarie a se tente levée
Par devant une porte qui haute fu murée,
Au lés devers Damas, garda li dus l’entrée,
Par coi venir n’i puist de vitaille denrée.
A le porte de Mièkes, qui fu et grande et lée,
Fu li rois Corborans aveukes sen armée.
</poem>
|valign=top|
<poem>
En menig kwaad overkwam hen, menig verlies,
En menige nacht lachten zij daar in hun maliënkolder,
Vastten menige dag, verlieten hun nageslacht
En vrouwen en kinderen en hun geboortegrond.
Zulke mensen moeten wel Gods vergeving krijgen, 730
En met recht moeten zij de hemelse glorie verkrijgen,
Meer dan zij die geen onderscheidingsvermogen hebben
En slechts in hun mooie bedden liggen, ter vertroosting,
Hun buiken welgevuld met vlees en kapoen;
En het plezier genieten van schone dames.
Zulke mensen menen wel, zonder enig ander doel,
Dat het de hemel is om volop goed te drinken.
Het leger van onze Heer is weldra op weg gegaan
Buiten Jeruzalem, de eervolle stad;
Naar Orbrie trekken zij, met opgeheven banier. 740
Ik weet niet of het lied u te lang zou worden,
Want de koning trok zo ver, met zijn gevreesde volk,
Dat zij Orbrie zagen, dat goed versterkt was.
Binnen de stad is het nieuws verspreid
Dat de christenen naar die streek kwamen.
Hector, de rijke koning, heeft niet gewacht:
Naar Salorie ontbiedt hij het volk van zijn land,
Tienduizend huursoldaten ontbood hij, zonder uitstel,
En garnizoen waarmee de stad bevolkt kon worden;
En zij kwamen daarheen, over de zoute zee. 750
In Orbrie was geen poort die niet goed gesloten was,
En koning Boudewijn sloeg zijn kamp op in de weide;
De koning heeft de stad zo dicht genaderd,
Dat de afstand tot de grachten slechts één kruisboogschot was.
Hues van Tabarië heeft zijn tent opgeslagen
Voor een poort die hoog opgemetseld was,
Aan de kant van Damascus bewaakte de hertog de ingang,
Zodat er geen waren van levensmiddelen binnen konden komen.
Bij de poort van Mekka, die zowel groot als breed was,
Stond koning Corboran met zijn leger. 760
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
i2scza7yfie58o443xl4a5xi772npbz
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/689
104
88612
225975
2026-08-29T07:31:04Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225975
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
·xv· portes i ot en le cité loée,
Ains porte ne remest n’i soit bien estoupée.
Seignour, à une porte si c’on vient en Surie
Fu li roys Baudewins, cui Jhésus bénéie,
O lui maint chevalier de la gent baptisie,
Qui tout vont manechant Ector de Salorie
Et Gondacle, le fel, qui la ville ot traïe ;
Et à le porte d’Acre, qui bien fu batellie,
Tangres et Buiëmons l’ont de près asségie ;
A le porte de fer, qui va en Tabarie,
Fu li conte de Flandres o sa chevalerie,
Li sires de Sebourc estoit de sa maisnie ;
Pour Baudewin, le ber, de Sebourc la garnie,
Passèrent outre mer, andoi, par compaignie.
Or en aront par tans vraie nouvelle oïe,
Ensi con vous orrés, sé Diex me donne vie.
E Diex, que no baron ont bien assise Orbrie !
Sé che n’est à ·j· lès, là où le mer costie,
Bien ont celle cité enclose et assègie.
Ector, li riches roys, qui Dieu ne créoit mie,
Fu lassus ou chastel avoec sa baronnie ;
Gondacles fu lès lui, oùt tant ot tricherie,
Qui moult bien cognissoit nostre chevalerie.
Les armes devisoit et le herbergerie,
Et disoit : « à che lès est li roys de Surie,
« Et là sieut Corbarant qu’Oliferne maistrie. »
« Par Mahon ! » dist li roys, « enchois demain complie,
« Les irai revider, bannière desploïe ;
« Si mar ont poi prisiet la moie anchisserie !
« Jà sommes-nous ·v· frère, de très haute lignie,
« Que sé je les daignoie mander, par une espie,
« Secourir me verroient ; et, en leur compaignie,
« ·iiijc· mile Turs de gens bien abillie :
« Mais fois que doi mes frères, que mes corps ne het mie,
« Marbrun et Esclamart qui Mèkes ont en baillie,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Vijftien poorten waren er in de geprezen stad,
Geen poort bleef achter of zij was goed geblokkeerd.
Heren, bij een poort waarlangs men naar Syrië reist,
Stond koning Boudewijn, moge Jezus hem zegenen,
Met hem menig ridder van het christelijke volk,
Die allen Hector van Salorie bedreigden,
Alsmede Gondacle, de snoodaard, die de stad had verraden;
En bij de poort van Acre, die goed versterkt was,
Hebben Tancredis en Bohemund hem van dichtbij belegerd;
Bij de IJzeren Poort, die naar Tabariye leidt,
Stond de graaf van Vlaanderen met zijn ridderheir,
De heer van Sebourc maakte deel uit van zijn gevolg;
Voor Boudewijn, de dappere, van het goedgevulde Sebourc,
Staken zij beiden, als metgezellen, de zee over.
Nu zullen zij weldra het ware nieuws vernemen,
Zoals u zult horen, als God mij het leven schenkt.
O God, wat hebben onze baronnen Orbrie goed omsingeld!
Behalve aan één kant, daar waar de zee aan de kust grenst,
Hebben zij die stad goed ingesloten en belegerd.
Hector, de rijke koning, die volstrekt niet in God geloofde,
Bevond zich daarboven in het kasteel met zijn baronnen;
Gondacle was aan zijn zijde, in wie zoveel bedrog herbergde,
En die onze ridderschap zeer goed kende.
Hij beschreef de wapens en de legerplaatsen,
En zei: "Aan die kant bevindt zich de koning van Syrië,
En daar zetelt Kerbogha, die over Oliferne heerst."
"Bij Mohammed!" zei de koning, "nog voor het avondgebed van morgen
Zal ik hen gaan opzoeken, met ontplooid vaandel;
Wee hun dat ze mijn nobele afkomst zo gering hebben geschat!
Wij zijn immers met vijf broers van zeer hoge afkomst,
Zodat, als ik de moeite zou nemen hen te ontbieden via een spion,
Zij mij te hulp zouden schieten; en in hun gezelschap
Vierhonderdduizend Turken, zeer goed uitgeruste manschappen.
Maar bij de trouw die ik mijn broers verschuldigd ben, die ik innig liefheb,
Namelijk Marbrun en Esclamart, die Mekka onder hun hoede hebben
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
1pagr31dw9wcaffqbld96ge5po3ug5f
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/690
104
88613
225976
2026-08-29T07:32:40Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225976
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Taillefier et Saudoine qui tant ont ségnourie,
« Et ma soer Synamonde, la puchelle jolie,
« La plus bèle qui soit tant con li chius tournie,
« As crestiens ferrai, demain, telle envaïe
« Que tout li plus hardis vauroit estre en Hongrie ! »
Ensi disoit Ector qui no gent n’aime mie.
Des ·v· frères ert chuis qui plus of fellonnie
Et qui fist plus de maus à le gent baptisie ;
Et puis se baptisa, si con l’istoire crie,
Et fist au crestiens et confort et aïe,
Ensi con vous orrés sé ma vois est oïe.
{{lijn|6em}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Taillefier en Saudoine die zoveel macht bezitten,
“ En mijn zuster Synamonde, de schone maagd,
“ De mooiste die er is zolang de hemel wentelt,
“ Zal ik de christenen morgen zo'n aanval toebrengen
“ Dat zelfs de allerdapperste wenste dat hij in Hongarije was! “ 800
Zo sprak Ector, die ons volk volstrekt niet liefheeft.
Van de vijf broers was hij degene met de meeste wreedheid
En die het meeste kwaad beging tegen het gedoopte volk;
En daarna liet hij zich dopen, zoals de geschiedenis luid verkondigt,
En bood hij de christenen zowel troost als hulp,
Precies zoals u zult horen, indien mijn stem wordt gehoord.
{{lijn|6em}}
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
jqn9psxlqchdc257epk0wwxspvynocg
Boudewijn van Sebourg/ZANG XXI
0
88614
225977
2026-08-29T07:34:03Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225977
wikitext
text/x-wiki
<pages index="Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf" from=667 to=690 header=1 />
qbcbl05tl6uqpscwq69uzoej2q7kw5n
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/691
104
88615
225978
2026-08-29T07:39:59Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225978
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
!Brontekst
!Vertaling
|-
|valign=top|
{{c|{{xxxx-larger|'''LI ROMANS'''}}<br>{{larger|'''DE'''}}<br>{{xx-larger|'''BAUDUIN DE SEBOURC.'''}}}}
{{lijn|5em}}
{{c|{{larger|'''CHANT XXII.'''}}}}
{{dhr|1.5em}}
<poem>
OR commenche chanson de haute seignorie,
Onques telle ne fu par jongléour jehie ;
Ch’est d’armes et d’amours dont maint cors se cointie.
Seignour, or faites pais, pour Dieu le droiturier,
S’oïés belle matère c’on doit autorisier,
Ch’est de cheus qui alèrent nostre Seignour vengier,
C’est des fais d’outre-mer c’on doit atorisier :
Chi orrés la venue, sans aukes prolongier,
Du Bastard de Buillon, qui tant fist à prisier,
Jusqu’à Salehadin, comment vint tournoïer
A Chambrai le chité, avoec maint chevalier ;
S’orrés de Chauveigny, le nobile princhier,
Et de Quassant aussi, qui tant ot le coer fier,
De la belle Herminette qui se fist baptisier.
Sé me volés oïr, je vous cuit desrengnier
Jusqu’au biau roy Phyllippe de Franche l’éritier,
Voire jusqu’aujourd’ui, s’en avés désirier.
Mais enchois vous vaurai et dire et retraitier
Du noble Baudewin dont je voel commenchier ;
Ch’est le primière branche, si ne le doi laissier,
Mais chi endroit orrés du nobile gerrier :
Comment sot d’ont il fu, né de quel herritier,
Comment vint dechà mer pour sa mère vengier,
Comment il fist Gaufroi le sien règne abaissier.
Du grant siège d’Orbrie vous vaurrai déclarrier :
</poem>
|valign=top|
{{c|{{xxxx-larger|'''DE ROMANS'''}}<br>'''VAN'''<br>{{xx-larger|'''BAUDEWIJN VAN SEBOURG.'''}}}}
{{lijn|5em}}
{{c|{{larger|'''ZANG XXII.'''}}}}
{{dhr|1.7em}}
<poem>
HIER begint een lied van hoge adeldom,
Nooit werd een dergelijk lied door een minstreel verkondigd;
Het gaat over wapens en over liefde waar menig mens zich mee siert.
Heren edellieden, wees nu stil, voor God de Rechtvaardige,
En luister naar een schone materie die men moet prijzen,
Het gaat over degenen die op pad gingen om onze Heer te wreken,
Het zijn de daden van overzee die men moet prijzen:
Hier zult u de komst vernemen, zonder enig uitstel,
Van de Bastaard van Bouillon, die zozeer geprezen werd,
Tot aan Saladin, hoe hij kwam strijden in het toernooi 10
Te Kamerijk de stad, samen met menig ridder;
En u zult horen over Chauveigny, de edele vorst,
En ook over Quassant, die zo'n trots hart had,
Over de schone Herminette die zich liet dopen.
Als u naar mij wilt luisteren, denk ik voor u te verhalen
Tot aan de schone koning Filips, de erfgenaam van Frankrijk,
Ja, zelfs tot aan de dag van vandaag, als u dat wenst.
Maar eerst wil ik u zowel vertellen als overdragen
Over de nobele Boudewijn, met wie ik wil beginnen;
Dat is de eerste tak, dus ik mag hem niet achterwege laten, 20
Maar hier ter plekke zult u horen over de nobele krijger:
Hoe hij te weten kwam waar hij vandaan kwam, en uit welke lijn geboren,
Hoe hij naar deze kant van de zee kwam om zijn moeder te wreken,
Hoe hij ervoor zorgde dat Godfried zijn koninkrijk verloor.
Over het grote beleg van Orbrie wil ik u uiteenzetten:
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
pcu3w5toezzqt3sihbj8j5po8rhvyzj
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/692
104
88616
225979
2026-08-29T07:41:50Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225979
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
A une matinée, droit à l’aube esclairier,
A fait, li roys Hector, les siens apareillier ;
Hors d’Orbrie en issirent tels ·xiiij· millier,
N’i a celui qui n’ait ·i· boin courant destrier
Et rices arméures et boin haubiert doublier.
Par ·v· portes isirent li païen losenguier,
En yliex assalirent nous gens au commenchier ;
Et puis, à l’estandart se vinrent raloier,
Que li roys devant lui fasoit acharoïer.
Et li roys Baudewins, qui tant fist à prisier,
A fait, devant sa tente, ses batailles régnier ;
Li fuïant i akeurent, qui en ont bon mestier.
Hues de Tabarie vint nostre roy aidier
Et li roys Corbarans qui tant a le coer fier.
Là, crient Saint-Sépulcre ! sergant et escuïer ;
Contre Sarrasins vont bataille commenchier :
Par devant la gent d’armes sont li arbalestrier
Qui plus drus vont quariaus au païens descochier
Que ne vole la nège, ens ou mois de genvier.
Au Sarrasins ont fait, li quarrel, encombrier,
Car les chevaus ochient, si les faut tresbuchier.
Dont, viènent la gent d’armes qui n’ont soing d’atargier,
Chascuns le lanche ou pong et l’escut de quartier :
Se férirent és Turs, si les vont resveillier,
Chascuns a fait le sien à terre trébuchier.
Par devant le chité fu la bataille fière :
Li bons roys Baudewins ne se tint pas dérière,
Saint-Sépulcre crioit, l’enseigne droiturière ;
Li roys de Salorie fist porter sa bannière
Si avant en l’estour, que sa gent losengière
I ont pris Corborant, à le hardie chière,
Et Richart de Cammont prisent en le quarrière.
Ensi que Sarrasin retournoient arrière,
Vint li contes de Flandres, avoec sa gent ligière :
A Ector s’assambla par itelle mannière
</poem>
|valign=top|
<poem>
Op een ochtend, precies toen de dageraad aanbrak,
Heeft koning Hector de zijnen zich laten klaarmaken;
Uit Orbrie trokken zij uit, wel veertienduizend man sterk,
Er was niemand bij die geen goed en snel strijdros had,
En een rijke uitrusting en een goede dubbele maliënkolder. 30
Door vijf poorten trokken de verraderlijke heidenen naar buiten,
Ter plekke vielen zij onze mensen aan bij het begin;
En daarna kwamen zij weer samen bij de standaard,
Die de koning voor zich uit liet voeren.
En koning Boudewijn, die zozeer te prijzen was,
Heeft voor zijn tent zijn troepen in het gelid gesteld;
De vluchtenden rennen daartoe, die het hard nodig hebben.
Hughes van Tabarië kwam onze koning te hulp
En koning Corbaran, die zo'n trots hart bezit.
Daar roepen serganten en schildknapen: "Heilig Graf!" 40
Tegen de Saracenen gaan zij de strijd aan:
Vóór de manschappen staan de kruisboogschutters,
Die de pijlen dichter op de heidenen afschieten
Dan de sneeuw die valt in de maand januari.
Aan de Saracenen brachten de pijlen grote schade toe,
Want ze doden de paarden, zodat de ruiters wel moeten vallen.
Vervolgens komen de manschappen, die niet van dralen weten,
Ieder de lans in de vuist en het kwartierschild gereed:
Zij stormden op de Turken af om hen wakker te schudden,
Ieder heeft de zijne ter aarde doen storten. 50
Voor de stad was het gevecht vurig:
De goede koning Boudewijn hield zich niet op de achtergrond,
Hij riep "Heilig Graf!", de rechtvaardige banier;
De koning van Salorie liet zijn vaandel dragen
Zó ver naar voren in de strijd, dat zijn verraderlijke volk
Daar Corborant gevangen nam, met zijn koene gelaat,
En Richard van Cammont overmeesterden op het slagveld.
Terwijl de Saracenen terugplooiden,
Kwam de graaf van Vlaanderen met zijn lichtvoetige mannen:
Met Hector raakte hij op dergelijke wijze slaags 60
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
0ngfng18t3bmtbtohe4nq6mj6iqy0jf
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/693
104
88617
225980
2026-08-29T07:44:40Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225980
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Que d’une grosse lanche, qui pas ne fu d’oisière,
Le féri tèlement et de volenté fière
Qu’il abati le roi par delès une ourdière.
Et li rois Baudewins, quant il vit le mannière
Que li roys fu versés, qui gerpi l’estrivière,
A ·xm· crestiens, de sa gent le plus chière,
Ont requis roy Ector entre sa gent lasnière
Qui de lui remonter monstroient la mannière,
Assalirent Ector, son bachin à visière
Li ostérent du chief, la gent arbalestrière,
Et li roys s’escria : « ne li faites hasquière !
« N’el vorroie avoir mort pour tout l’or de Baivière. »
As tentes l’envoïa, par sa gent le plus chière.
E ! Diex, que Sarrasin en mènent laide chière !
Par devers le chité retraient lor bannière,
Mais, en che retraiant, fu la bataille fière ;
Si grande et si orible il leva le pourrière,
Que li pluisour n’i orent adont point de lumière.
Dusqu’à bailles dura chelle bataille entière,
Bien le fisent païen, n’i a chel que n’i fière :
Corborant eurent pris, qui réclamoit saint Pière,
Et Richart de Cammont, une ville plénière ;
Plus amoient l’un l’autre qu’amans s’amie chière.
Puis l’ochist Corborans à doel et à hasquière ;
Ne le fist pas de gré, meschanse i fu première
Qui en maint lieu se fait bien souvent personnière.
Grande fut la bataille à bailles de sapin.
Corborant d’Oliferne enmainent, Sarrasin,
Et Richart de Cammont, le hardi palasin,
Qui ochist Goulias, qui fu frères Longin,
Murgalė de Vaulis, en un estour frarin ;
Dont li roys Corbarans l’ama com son cousin.
Mais puis l’ochist, li roys, à son fier achérin
Par grande meschéanche, dont il ot maint hustin,
Ensi que vous orés en Romant sans Latin.</poem>
|valign=top|
<poem>
Dat hij met een dikke lans, die zeker niet van wilgentwijgen was,
Hem zo hard en met zo'n felle bezieling trof
Dat hij de koning neerwierp naast een omheining.
En koning Boudewijn, toen hij de wijze zag
Waarop de koning was geveld, die de stijgbeugel had losgelaten,
Heeft met tienduizend christenen, van zijn meest geliefde volk,
Koning Ector opgezocht te midden van zijn moegestreden manschappen,
Die toonden hoe zij hem weer te paard wilden helpen.
Zij vielen Ector aan; zijn vizierhelm
Rukten de kruisboogschutters van zijn hoofd,70
En de koning riep uit: "Doe hem geen kwaad!
Ik zou hem niet dood willen voor al het goud van Beieren."
Naar de tenten stuurde hij hem, door zijn meest geliefde manschappen.
O God, wat trokken de Saracenen een somber gezicht!
Naar de stad toe trokken zij hun vaandel terug,
Maar tijdens die aftocht was de strijd bitter hard;
Zo groot en zo vreselijk deed zij het stof opwaaien,
Dat de meesten op dat moment helemaal geen licht meer hadden.
Tot aan de palissaden duurde die volledige strijd,
De heidenen weerden zich kranig, er was niemand die niet sloeg:80
Zij hadden Corborant gevangengenomen, die Sint-Petrus aanriep,
En Richard van Camont, een machtige stad;
Zij hielden meer van elkaar dan minnaars van hun dierbare lief.
Toen doodde Corborant hem met smart en met geweld;
Hij deed het niet vrijwillig, het ongeluk was er het eerst
Dat zich op menige plek vaak tot deelgenoot maakt.
Groot was de veldslag bij de palissaden van vurenhout.
Corborant van Oliferne voeren zij mee, de Saracenen,
En Richard van Camont, de dappere paladijn,
Die Goliath doodde, die de broer van Longinus was,90
En Murgalé van Vaulis, in een bitter gevecht;
Waarom koning Corbarans hem liefhad als zijn neef.
Maar daarna doodde de koning hem met zijn trotse stalen zwaard
Door een groot ongeluk, waarover hij veel strijd moest leveren,
Zoals u zult horen in Romaans zonder Latijn.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
78as0vqartodnq1gxopd2ypjyhajnn2
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/694
104
88618
225981
2026-08-29T07:47:23Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225981
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Moult estoient dolant, andoi li palasin,
Qu’il avoient esteit ensi pris ou hustin ;
Mais dou fort roi Ector ne scèvent le traitin,
Que crestien enmènent au tré roy Baudewin.
Dès-si jusques au nuit maintinrent le bruïn
Contre les Sarrasins qui croient en Jupin ;
Par forche de nuitie repairent no meschin.
Li bons rois Baudewins tenoit le chief enclin
Pour l’amour de Richart, le noble palasin,
Et li roys Corborant qu’il amoit de coer fin.
Au tré le riche roy, qui pains estoit d’or fin,
Akeurent, li baron, à piet sans nul ronchin ;
Tout furent désarmet, li baron de franc lin,
Si viènent vir Ector qui creioit Apolin.
Tout primier va parlant bers Hues d’Odequin :
« Ector de Salorie, véchi vostre cousin,
« Chellui qui Tabarie a tenut maint matin !
« Vassaчs, créés à Dieu qui fist de l’iauwe vin,
« Le jour qu’il sist au noches de saint Archéteclin ;
« Car li lois Mahoumet ne vaut j. angevin.
« Mahons n’a de poissanche nient plus que ·i· mastin !
« Roys, aoure no loy, si renoy Apolin. »
Quant Ector le cognut, si li dist par engin :
« Ahi ! faus renoiés, né toi né ti cousin
« Ne fisent onques bien au pople Beduin !
« Par toi avons perdut maint chastel marberin
« Et mainte noble ville et maint roi mis à fin.
« Pléust à Mahoumet, à cui me tieng enclin,
« Qu’à Mièkes te tenisse, droit au pont d’argent fin !
« Trainer te ferroie comme larron frarin. »
« Sire, » che a dit Hues, « foi que doi saint Martin,
« Ne le vorroie mie pour tout l’or Constentin ! »
« Droit ariés, » dit Ector, « par Mahon-jumelin !
« Mais de tant vous em pri qu’au soir né au matin
« Ne me priés jamais, gentis hons de franc lin,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Zeer bedroefd waren zij beiden, de paladijnen,
Omdat zij zo gevangen waren genomen in het strijdgewoel;
Maar van het lot van de sterke koning Hector weten zij niets,
Die door de christenen wordt meegevoerd naar de tent van koning Boudewijn.
Vanaf dat moment tot aan de nacht hielden zij het strijdgewoel vol 100
Tegen de Saracenen, die in Jupiter geloven;
Door de inval van de nacht keren onze jonge ridders terug.
De goede koning Boudewijn hield het hoofd gebogen
Omwille van de liefde voor Richard, de edele paladijn,
En koning Corborant, die hij met een zuiver hart liefhad.
Naar de tent van de rijke koning, die met zuiver goud beschilderd was,
Snellen de baronnen toe, te voet en zonder enig werkpaard;
Allen waren ontwapend, de baronnen van edel geslacht,
Zo komen zij Hector bekijken, die in Apollo geloofde.
Als allereerste neemt de heer Hugues van Odequin het woord: 110
“ Hector van Salorie, ziehier uw neef,
“ Degene die Tiberias menige ochtend heeft bestuurd!
“ Vazal, geloof in God die van water wijn maakte,
“ De dag dat Hij aanzat bij de bruiloft van de heilige Architriclinus;
“ Want de wet van Mohammed is nog geen cent waard.
“ Mohammed heeft niet meer macht dan een waakhond!
“ Koning, aanbid onze wet en herroep Apollo. “
Toen Hector hem herkende, sprak hij listig tot hem:
“ Ach! Valse afvallige, noch jij noch je neef
“ Hebben ooit enig goeds gedaan voor het Bedoeïnenvolk! 120
“ Door jou hebben wij menig marmeren kasteel verloren
“ En menige edele stad, en menig koning is aan zijn einde gebracht.
“ Moge het Mohammed behagen, aan wie ik mij trouw verklaar,
“ Dat ik jou in Mekka vasthield, recht bij de brug van zuiver zilver!
“ Slepen zou ik je laten, als een ellendige dief. “
“ Heer, “ zo sprak Hugues, “ bij het geloof in Sint Maarten,
“ Ik zou dat niet willen, zelfs niet voor al het goud van Constantijn! “
“ Je zou gelijk hebben, “ zei Hector, “ bij de tweeling-Mohammed!
“ Maar desondanks smeek ik u dat u 's avonds noch 's morgens
“ Mij ooit nog wat vraagt, edele man van vrij geslacht, “ 130
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
j0syzf4tvrnbahd3dynxq1gfrk0qtrf
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/695
104
88619
225982
2026-08-29T07:49:20Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225982
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« De croire Jhésu-Crist qui ne vaut ·j· roisin ;
« Car li Juïs le fisent pendre pour larrechin. »
En la tente de soie au bon roy de Surie
Desputent, li barron, au roy de Salorie.
Li quens Robers de Flandres moult souvent li escrie :
« Sire, » che dist li quens, « par Dieu le fil Marie,
« Bien me devés amer tous les jours de vo vie !
« Car par moi avés chi vostre herbergerie. »
« Par Mahon ! » dist li rois, « mes corps vous en deffie !
« Bien recognisterai vostre targe voltie :
« D’or, à ·j· noir lyon. Bien vous achertéfie
« Sé je vous voi jamais en bataille régnie,
« Comparer vous ferai le vostre félonnie. »
A rire en commencha toute la compaignie.
Adont mist-on les taules, ·j· serjans l’aighe crie ;
En la tente dou roy soupa le baronnie :
Là, fu Harpins de Bourges, si fu Jehans d’Alie
Et Pières-li-hermites, à le barbe flourie,
Baudewins Cauderons, Hues de Tabarie
Et Robers du Rosoi qui les païens chastie,
Li vesques du Matran, qui moult sot de clergie,
Et li vesques du Puy qui leur prèche à le fie.
Li rois Ector seioit lès le roy de Surie,
Le frère Godefroi qui morut par envie ;
Là furent bien servit, n’el tenés à falie.
Et Gontacles, li glous cui li corps Dieu maudie,
Fist Corborant geter en sa charcre pourie
Et Richart de Cammont aussi, par compaignie ;
Si n’eurent que mengier, andoi, chelle nuitie.
Gondacles fu félons et plains de mas corage,
Car le nuit ne donna que mengier no barnage ;
Enchois les fist geter en une charcre umbrage,
Jusques à lendemain que, par son grant outrage,
Les bati d’un baston ; trop fist mauvais usaedge :
Baudewin de Sebourc baitoit, par droit usage,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Om te geloven in Jezus Christus, die geen drie centen waard is;
“ Want de Joden lieten hem ophangen wegens diefstal. “
In de zijden tent van de goede koning van Syrië
Disputeren de baronnen met de koning van Salorie.
Graaf Robrecht van Vlaanderen roept hem herhaaldelijk toe:
“ Heer, “ zo sprak de graaf, “ bij God, de zoon van Maria,
“ Gij moet mij alle dagen van uw leven liefhebben!
“ Want dankzij mij hebt gij hier uw onderkomen. “
“ Bij Mohammed! “ zei de koning, “ mijn persoon daagt u uit!
“ Ik zal uw gewelfde schild goed herkennen:140
“ Van goud, met een zwarte leeuw. Ik verzeker u
“ Dat als ik u ooit in een geordende veldslag tref,
“ Ik u uw schanddaad zwaar zal laten bekopen. “
Om te lachen begon toen het hele gezelschap.
Toen zette men de tafels klaar, een dienaar roept om water;
In de tent van de koning dineerden de edelen:
Daar was Harpin van Bourges, en ook Jan van Alie
En Pieter de Kluizenaar, met zijn grijze baard,
Boudewijn Cauderons, Hugo van Tabarië
En Robrecht van Rosoi, die de heidenen tuchtigt,150
De bisschop van Matran, die zeer geleerd was,
En de bisschop van Le Puy, die hen herhaaldelijk preekt.
Koning Ector zat naast de koning van Syrië,
De broer van Godfried, die stierf door afgunst;
Daar werden zij goed bediend, geloof maar dat ze niets tekortkwamen.
En Gontacles, de schurk die door Gods lichaam vervloekt moge zijn,
Liet Corborant in zijn rotte kerker werpen
En ook Richard van Camont, als gezelschap;
Zij hadden beiden die nacht niets te eten.
Gondacles was trouweloos en vol van slechte inboedel,160
Want die nacht gaf hij onze edelen niets te eten;
In plaats daarvan liet hij hen in een duistere kerker werpen,
Totdat hij de volgende morgen, in zijn grote boosaardigheid,
Hen sloeg met een stok; hij gedroeg zich zeer slecht:
Boudewijn van Sebourc sloeg hij, zoals zijn gewoonte was,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
cnqpkhhjsop1elc7r6ci03oqwb7xyyb
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/696
104
88620
225983
2026-08-29T07:51:36Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225983
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Et le sien compaignon, Croisant au fier visaedge.
Et li rois Baudewin, qui tenoit l’éritage
Que Godefrois conquist sus chelle gent sauvage,
Appella roy Ector, à la duré corage,
Si li dist : « riches roys, or oïés mon langage ;
« ·ij· chevaliers tenés ens ou vostre servage,
« Qui pris furent her soir, el grant estour ramage.
« Sé rendre les volés, par Dieu et par s’image,
« Nous vous déliverons sans nul autre avantage. »
« Bien le vœil, » dist li rois qui grant of le corsage,
« S’aler vous m’en lassiés par dedens mon manage,
« Je vous renvoierai, sans penser nul outrage. »
Son doit hurte à son dent : là, ne faut nul hostage,
Il ne s’en parjurast pour tout l’or de Cartage.
Dist Hues d’Odequins : « rois de noble parage,
« Lassies aler che roy qui tant a vasselage,
« Il a fait sérement tel qui font li Aufage ;
« Car en terre païénie, qui est et grant et large,
« S’uns Sarrasins i fait sérement fol ou sage,
« Sont créut par che fait, sans autre tesmonaege.
« Quant li dos hurte au dent, n’i a nul fait volage :
« Car qui s’en parjuroit, en leur païs sauvage,
« Qui prouver le porroit, il serroit par usaedge
« Pendus comme larrons, n’i lairoit autre gage.
« Et s’il en escapot, par le sien haut linage,
« Ahontés en serroit toutjours en son éage,
« Né jammais n’en venroit à nul bon mariage ;
« Et converroit aussi qu’il donast en cavage :
« Une corde à son col, toudis en son éage,
« Cascun an une fois, voïant tout le barnage. »
Dist li roys Baudewins : « chi aroit grant hontage ! »
Dist li rois Baudewins, li sires de Surie :
« Venės avant, Ector, sires de Salorie,
« Et si hurtés vo doit à vo dent une fie
« En jurant, sus vo loy, qu’enchois la nuit serie
</poem>
|valign=top|
<poem>
En zijn metgezel, Croisant met het trotse gezicht.
En koning Boudewijn, die het erfgoed bezat
Dat Godfried veroverde op dat woeste volk,
Riep koning Hector aan, met de geharde moed,
En zei tegen hem: “ Rijke koning, luister nu naar mijn woorden; “ 170
“ U houdt twee ridders in uw gevangenschap, “
“ Die gisteravond zijn gevangengenomen in het grote, hevige gevecht. “
“ Als u hen wilt teruggeven, bij God en bij Zijn evenbeeld, “
“ Zullen wij u vrijlaten zonder enig ander voordeel. “
“ Dat wil ik wel, “ zei de koning die een krachtig postuur had,
“ Als u mij laat gaan naar mijn eigen domein, “
“ Zal ik hen naar u terugsturen, zonder enig kwaad in de zin te hebben. “
Hij raakt met zijn vinger zijn tand aan: hier is geen gijzelaar nodig,
Hij zou deze eed niet breken voor al het goud van Carthago.
Toen zei Hugo van Odequins: “ Koning van edele afkomst, 180
“ Laat deze koning gaan die zoveel dapperheid bezit, “
“ Hij heeft een eed gezworen zoals de Saraceense heersers doen; “
“ Want in het heidense land, dat groot en weids is, “
“ Als een Saraceen daar een eed zweert, dwaas of wijs, “
“ Worden zij door die daad geloofd, zonder ander getuigenis. “
“ Wanneer de vinger de tand raakt, is het geen lichtzinnige daad: “
“ Want wie die eed zou breken, in hun woeste land, “
“ Als iemand dat kon bewijzen, zou hij naar gewoonte “
“ Opgehangen worden als een dief, geen ander onderpand zou hem redden. “
“ En als hij eraan ontsnapte, door zijn hoge afkomst, 190
“ Zou hij voor de rest van zijn leven voor altijd beschaamd zijn, “
“ En nooit zou hij tot een goed huwelijk komen; “
“ En het zou ook passend zijn dat hij als hoofdbelasting zou schenken: “
“ Een touw om zijn nek, zijn hele leven lang, “
“ Elk jaar één keer, ten aanschouwen van alle baronnen. “
Koning Boudewijn zei: “ Dit zou een grote schande zijn! “
Koning Boudewijn zei, de heer van Syrië:
“ Kom naar voren, Hector, heer van Salorie, “
“ En raak uw tand eenmaal aan met uw vinger “
“ Terwijl u zweert, bij uw geloof, dat nog voor de nacht valt “ 200
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
s7iqi3yy5yftsti51wh0vhsypy24smj
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/697
104
88621
225984
2026-08-29T07:53:04Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225984
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Vous me renvoiërés mes chevaliers en vie. »
Ensi le fist Ector, à le chière hardie.
Dont, li fu aprestés, quant il fist départie,
·j· destriers auférans ensélés par maistrie ;
Et li rois i monta, que ne s’atarga mie,
Dist au roy Baudewin : « savés cui je desfie,
« Chellui au noir lyon ; ne li conseilliés mie
« Que sa targe ait jamais en bataille régnie,
« Car sé je l’i cognois il n’en revenra mie ! »
A ches mos s’en parti, s’a se voie aquoillie.
Onkes ne s’aresta tant qu’il vint en Orbrie ;
Gontacle a apellé, hautement li escrie :
« Gontacles, » dist li rois qui tant ot seignourie,
« Où sont li doi baron c’on prist à l’estormie ? »
« Sire, en vo charcre sont, pour voir le vous affie,
« Encore n’ont mengiet né béut une fie. »
Et li rois li respont : « s’avés fait vilonnie,
« Car j’ai és crestiens trouvé grant courtoisie ;
« Otel ont fait de moi que de lor baronnie.
« Si sui dolans au coer c’aucune courtoisie
« N’avés fait à ches ·ij· » Et Gontacles s’escrie :
« Sé vous ne fuissiés pris de la gent baptisie,
« Piècha fuissent pendut, je ne les aime mie,
« Car le mort de mon frère fu par ches ·ij· jugie.
« Sire, » che dist Gontacles, « sé vous ne fuissiés pris,
« J’éusse ore pendut ches crestiens chétis. »
Lors les fist emmener, li riches roys gentis,
Si lor a dit : « seignour, je sui au coer marris
« De chou que vous avés en tel lieu esté mis.
« N’est pas de mon acort, car jou estoie pris
« De vous gens, par cui j’ai esté si bien servis
« Honneur m’i a porté li grans et li petis ;
« Et vous avés esté laidement recoillies !
« Par Mahoumet, qui est mes Diex et mes amis,
« Gontacles de Pulane en vault durement pis. »
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ U zult mij mijn ridders levend terugsturen. “
Aldus deed Hector, met het moedige gelaat.
Toen werd voor hem klaargemaakt, toen hij zijn vertrek aankondigde,
Een vurig strijdros, vakkundig gezadeld;
En de koning steeg erop, zonder ook maar enigszins te dralen,
Zei tegen koning Boudewijn: “ Weet u wie ik uitdaag?
“ Diegene met de zwarte leeuw; raad hem geenszins aan
“ Dat hij zijn schild ooit in de strijd verloochent,
“ Want als ik hem daar herken, zal hij er nooit van terugkeren! “
Met deze woorden vertrok hij en sloeg hij zijn weg in. 210
Nooit stopte hij totdat hij in Orbrie aankwam;
Gontacles heeft hij geroepen, luid roept hij hem toe:
“ Gontacles, “ zei de koning die zoveel macht bezat,
“ Waar zijn de twee baronnen die men in het gevecht gevangen nam? “
“ Heer, in uw kerker zijn zij, in waarheid verzeker ik het u,
“ Nog hebben zij gegeten noch gedronken, niet één enkele keer. “
En de koning antwoordt hem: “ Dan hebt u een schanddaad begaan,
“ Want ik heb bij de christenen grote hoofsheid gevonden;
“ Zij hebben met mij hetzelfde gedaan als met hun baronnen.
“ Ik ben dus bedroefd in het hart dat u geen enkele hoofsheid 220
“ Hebt getoond aan deze twee “ En Gontacles roept uit:
“ Als u niet gevangen was genomen door het gedoopte volk,
“ Waren zij al lang opgehangen, ik bemin hen geenszins,
“ Want de dood van mijn broer werd door deze twee gevonnist.
“ Heer, “ zo zei Gontacles, “ als u niet gevangen was genomen,
“ Had ik nu deze ellendige christenen opgehangen. “
Toen liet de rijke, edele koning hen halen,
En hij zei tot hen: “ Heren, ik ben bedroefd in het hart
“ Over het feit dat u in een dergelijke plaats bent gezet.
“ Het is niet met mijn instemming, want ik was gevangen 230
“ Door uw mensen, door wie ik zo goed ben gediend;
“ Eer werd mij bewezen door de groten en de kleinen;
“ En u bent op lelijke wijze ontvangen!
“ Bij Mohammed, die mijn God en mijn vriend is,
“ Gontacles van Pulane treft hiervoor diepe schuld. “
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
mkrk49omj776v04qv0c0drq5fj43es3
Pagina:De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu/384
104
88622
225985
2026-08-29T07:54:01Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
225985
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" />{{RH||''Schilders en Schilderessen''.|345}}</noinclude><section begin="s1"/>van jaren de Gereformeerde Kerk te Dordrecht met leer en voorbeelt heeft gesticht. Hy was een goet pourtretschilder, maar een losse bol, en die in zyn levensgedrag niet minder als naar zyn Vader aarde. ’T werd maar kortswyl by hem gerekent, als hy in de kroeg zittende, een stuk kryd nam, of een stuk houdskool en daar mee op den muur een Preekstoel teekende, en daar in een mannetje met een langen baard, en dan tot zyn kittebroers zeide; wilt gy myn Vaar eens zien? Ook leefde {{sc|Jakob van Hassel}} in dien tyd, welke fraye Lantschappen en vervallen Roomsche Ruynen schilderden. Als mede {{sc|Barent Bisbink}} Disciepel van Jan Both; {{sc|Dirk van Duivelant}}, en {{sc|Abraham van Dyk}}, die moderne ordonantien Schilderden, en zyn meesten levenstyd in Engeland heeft doorgebrocht. {{sc|Kristiaan Siriep}}, die distels en kruiden op de wyze van Otto Marseus schilderde. En {{sc|Kornelis van Slingerlant}} anders ''Zeehaan'', mede een Dortenaar. Hy kreeg deze Bentnaam uit hoofde dat hy tweemaal de reys naar Romen over zee gedaan had. Hy was beide Schilder en Kok, en woonde te Dordrecht by de Groothooftspoort, over ’t Ossenhooft daar hy ook gestorven is.
<section end="s1"/>
<section begin="s2"/>{{gap}}Op hem volgt PIETER FRITS, anders ''Welgemoet''. Deze Bentnaam waar mee hy te Romen maar 17 jaren oud zynde, benoemt werd, ontsproot by gelegentheit van zeker zinnebeeldig toestel op zyn intrede, of inhuldiging in ’t Konvent. Zyn Bentbroeders hadden (gelykze doorgaans gewoon zyn iets byzonders te vertoonen ’t geen vremd, of potzig is,) gekleurd papier kokerwys ’t zamen geplakt; voor aan wat wyder, en dus vernaauwende op ’t end, zoo dat het tot een Cirkel gebogen naar een<section end="s2"/><noinclude>{{RH||Y 5|Slang}}</noinclude>
lvm08d78k6g4sqhjsu1xnfldotdtq20
De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Hoeck
0
88623
225986
2026-08-29T07:55:16Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
225986
wikitext
text/x-wiki
<pages index="De Groote Schouburgh Der Nederlantsche Konstschilders En Schilderessen 1719 vol 2.djvu" from=383 to=384 fromsection=s3 tosection=s1 header=2/>
lpy7tz31f9vjwmku0afm2p0r11mxi3p
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/698
104
88624
225987
2026-08-29T07:56:10Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225987
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Sire, » dist Corborans, li prex et li gentis,
« De traïtour ne vint né bon fais né bon dis :
« S'il monstre biau samblant et chière d'estre amis,
« Ch'est pour traïson faire, là est tous ses délis.
« Qu'en traîtour se fie, bien doit estre honnis! »
Quant Gontacles l'entent, li sans li est frémis,
Si dist à Corborans : « r'alés-ent-vous, chétis,
« Sé dites à vo roy qu'encore vaurrai pis
« Du jugement Eracle qui à tort fu bruïs;
« Car onques n'enherba Godefroi, j'en sui fis,
« Ains l'enherba vo soer et Tangres, ses amis.
« Cuidié-vous que ne sache comment il fut traïs
« De vostre soer Florie, qui tant a le cler vis,
« Qui à Tange de Puille avoit son corps promis?
« Dedens Jhérusalem faisoient lor délis;
« Or, se doubta Tangres, li traïtres falis,
« Que de la puterie, là où il estoit mis,
« Ne scéust Godefrois, li prinche seignouris :
« Si avisa le tour, de che sui-je tous fis,
« Entre lui et vo soer, dont li rois fu murdris.
« Si le fist enherber Tangres, le maléis,
« Et vous soer, le putain, i mist païen toudis. »
Quant Corborans l'entent, si fu tous habaubis,
Il a trait ·j· coutel, si est avant salis;
Jà en férist Gontacle, droitement ens ou pis,
Quant dedens une cambre s'en est, li glous, fuïs.
Et Richars de Chaumont, li prinches seignouris,
A l'entrer en le chambre, de ses ·ij· pongs massis
Qu'il avoit gros et durs que fers ou chailleil bis,
Le ferri tellement sus le col, par avis,
Qu'en le chambre l'abaet. Puis est sor lui salis :
Jà li lanchast au coer ·j· coutel, j'en sui fis,
Quant ·xxx· Sarrasin, dont li glous fu servis,
Ont relevé Richart qui tant fu postéis ;
Le chambre li fremèrent, dont il fu moult marris.
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Heer, “ zei Corboran, de dappere en de edele,
“ Van een verrader komt nooit een goede daad of een goed woord:
“ Als hij een mooi gezicht toont en de schijn wekt een vriend te zijn,
“ Dan is dat om verraad te plegen, daarin ligt al zijn plezier.
“ Wie op een verrader vertrouwt, moet wel te schande worden gemaakt! “ 240
Als Gontacle dit hoort, kookt zijn bloed,
En hij zegt tegen Corboran: “ Ga heen, ellendeling,
“ En zeg tegen je koning dat ik nog erger zal zijn
“ Dan het oordeel van Eracle, dat ten onrechte werd verspreid;
“ Want hij heeft Godefroi nooit vergiftigd, daar ben ik zeker van,
“ Maar je zuster en Tancrede, zijn vriend, hebben hem vergiftigd.
“ Denkt u dat ik niet weet hoe hij werd verraden
“ Door je zuster Florie, die zo'n mooi gezicht heeft,
“ Die haar lichaam aan Tancrede van Apulië had beloofd?
“ Binnen Jeruzalem bedreven zij hun wellust; 250
“ Nu vreesde Tancrede, de laffe verrader,
“ Dat van de ontucht waarin hij was beland,
“ Godefroi, de herstelde prins, op de hoogte zou zijn:
“ Dus bedacht hij de list, daar ben ik geheel zeker van,
“ Tussen hem en je zuster, waardoor de koning werd vermoord.
“ Tancrede, de vervloekte, liet hem vergiftigen,
“ En je zuster, de slet, mengde er telkens heidens gif in. “
Wanneer Corboran dit hoort, is hij geheel verbijsterd,
Hij heeft een mes getrokken en is naar voren gesprongen;
Al gauw zou hij Gontacle recht in de borst hebben getroffen, 260
Wanneer de schurk een kamer is binnengevlucht.
En Richard van Chaumont, de machtige prins,
Bij het binnengaan van de kamer, met zijn twee massieve vuisten
Die hij zo groot en hard had als ijzer of grijze vuursteen,
Sloeg hem zo hard op de nek, met opzet,
Dat hij hem in de kamer neervelde. Toen sprong hij op hem:
Al gauw had hij hem een mes in het hart gestoken, daar ben ik zeker van,
Wanneer dertig Saracenen, door wie de schurk werd bediend,
Richard hebben opgetild, die zo machtig was;
Ze sloten de kamer voor hem af, waarom hij zeer onthutst was. 270
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
2z8jtng6bmewyqs2u317gfj6fo1gi0g
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/699
104
88625
225988
2026-08-29T07:59:51Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225988
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Richart, » dist Corborans, « moult estes mes amis !
« Et ore et autre fois aves esté toudis
« Mes loïaus champions ; s’en di ·v·c merchis ! »
Ector de Salorie s’escria à haus cris :
« Par Mahoumet, seignour, vous avés trop mespris,
« Que, voïant mon visage et voïant mes amis,
« Avés féru Gontacle dont je sui bien servis.
« Ne fuist pour sérement que jou ai pour vous mis,
« Ne le puissiés vailloir pour l’or de ·c· païs.
« Seignour, » che dist li roy, « trop outrageusement
« Avés ouvré vers moi à chest ajournement :
« Sé n’éuse pour vous hurté mon doit au dent,
« Je prisisse de vous si crueus vengement
« C’on en scéust parler jusqu’à l’Arbre qui fent. »
« Sire, » dist Corborans, « cessé vous mautalent,
« Faites droit en vo court et loïal jugement :
« Je demande bataille à Gontacle briément,
« Et de che qu’il a dit li miens corps le desment ;
« Et sé je ne li fais jehir apertement,
« Sé fachiés le mien corps morir villainement. »
« Corborans, » dist li rois, « je n’en ferrai noient,
« Vous estes hors de loy, si vous dirai comment :
« J’ai ou roy de Surie, sus ma loy, en couvent
« Que vous renvoierai en vie sauvement ;
« Je ne m’en parjuroie pour l’or de Bonivent,
« Mais partés-vous de chi tost et isnèlement. »
Adont les fist, li rois, monter moult noblement
Et puis les convoïa sans nul arrestement
Dès-si jusques à bailles, puis dist : « r’alés-vous-ent
« Jusqu’à ·j· autre fois ; car, sé Mahons m’ament,
« Je vous irai veioir en vostre ost temprement.
« Si dites à chellui qui porte noblement
« L’escu d’or, au lyon aussi noir qu’esrement,
« Que mes cors le desfie de moi et de ma gent. »
« Sire, » dist Corborans, « par le mien sérement,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Richart, “ zei Corborans, “ gij zijt ten zeerste mijn vriend!
“ En nu en op andere momenten zijt gij altijd
“ Mijn trouwe kampioen geweest; daarom dank ik u vijfhonderd maal! “
Ector van Salorie riep met luide stem uit:
“ Bij Mohammed, heren, gij hebt een te grote misstap begaan,
“ Dat gij, voor mijn ogen en in het bijzijn van mijn vrienden,
“ Gontacle hebt geslagen, door wie ik zo goed gediend word.
“ Ware het niet om de eed die ik aan u gezworen heb,
“ Dan had gij het er niet levend vanaf gebracht, zelfs niet voor
{{gap|3em}} het goud van honderd landen.
“ Heren, “ zo sprak de koning, “ al te schandelijk 280
“ Hebt gij tegen mij gehandeld op deze rechtsdag:
“ Had ik vanwege u mijn vinger niet op mijn tand gelegd [mijn eed gezworen],
“ Dan zou ik zo'n wrede wraak op u hebben genomen
“ Dat men erover zou spreken tot aan de {{SIC|Splijtende Boom|het einde der aarde}}. “
“ Heer, “ zei Corborans, “ laat uw woede varen,
“ Spreek recht in uw hof en vel een loyaal oordeel:
“ Ik eis onverwijld een tweegevecht met Gontacle,
“ En over datgene wat hij gezegd heeft, logenstraft mijn lichaam hem;
“ En als ik hem niet dwing het openlijk te bekennen,
“ Laat dan mijn lichaam een schandelijke dood sterven. “ 290
“ Corborans, “ zei de koning, “ ik zal er niets van doen,
“ Gij hebt de wet overtreden, en ik zal u zeggen hoe:
“ Ik heb de koning van Syrië, bij mijn geloof, beloofd
“ Dat ik u met behoud van leven zal terugsturen;
“ Ik zou mijn eed niet breken, zelfs niet voor het goud van Benevento,
“ Maar vertrek van hier, haastig en snel. “
Toen liet de koning hen op zeer edele wijze te paard stijgen
En vervolgens begeleidde hij hen zonder enig oponthoud
Vanaf die plek tot aan de buitenpoort, en zei toen: “ Keer nu terug
“ Tot een volgende keer; want, zo helpe Mahon mij, 300
“ Ik zal u spoedig in uw legerkamp komen opzoeken.
“ En zeg tegen degene die met trots
“ Het gouden schild draagt, met de leeuw zo zwart als inkt,
“ Dat mijn persoon hem en mijn manschappen uitdaagt. “
“ Heer, “ zei Corborans, “ bij mijn eed,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
kqpvzi1b81jmyfklghwl26u1gb6sbjq
225989
225988
2026-08-29T08:01:55Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225989
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Richart, » dist Corborans, « moult estes mes amis !
« Et ore et autre fois aves esté toudis
« Mes loïaus champions ; s’en di ·v·c merchis ! »
Ector de Salorie s’escria à haus cris :
« Par Mahoumet, seignour, vous avés trop mespris,
« Que, voïant mon visage et voïant mes amis,
« Avés féru Gontacle dont je sui bien servis.
« Ne fuist pour sérement que jou ai pour vous mis,
« Ne le puissiés vailloir pour l’or de ·c· païs.
« Seignour, » che dist li roy, « trop outrageusement
« Avés ouvré vers moi à chest ajournement :
« Sé n’éuse pour vous hurté mon doit au dent,
« Je prisisse de vous si crueus vengement
« C’on en scéust parler jusqu’à l’Arbre qui fent. »
« Sire, » dist Corborans, « cessé vous mautalent,
« Faites droit en vo court et loïal jugement :
« Je demande bataille à Gontacle briément,
« Et de che qu’il a dit li miens corps le desment ;
« Et sé je ne li fais jehir apertement,
« Sé fachiés le mien corps morir villainement. »
« Corborans, » dist li rois, « je n’en ferrai noient,
« Vous estes hors de loy, si vous dirai comment :
« J’ai ou roy de Surie, sus ma loy, en couvent
« Que vous renvoierai en vie sauvement ;
« Je ne m’en parjuroie pour l’or de Bonivent,
« Mais partés-vous de chi tost et isnèlement. »
Adont les fist, li rois, monter moult noblement
Et puis les convoïa sans nul arrestement
Dès-si jusques à bailles, puis dist : « r’alés-vous-ent
« Jusqu’à ·j· autre fois ; car, sé Mahons m’ament,
« Je vous irai veioir en vostre ost temprement.
« Si dites à chellui qui porte noblement
« L’escu d’or, au lyon aussi noir qu’esrement,
« Que mes cors le desfie de moi et de ma gent. »
« Sire, » dist Corborans, « par le mien sérement,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Richart, “ zei Corborans, “ gij zijt ten zeerste mijn vriend!
“ En nu en op andere momenten zijt gij altijd
“ Mijn trouwe kampioen geweest; daarom dank ik u vijfhonderd maal! “
Ector van Salorie riep met luide stem uit:
“ Bij Mohammed, heren, gij hebt een te grote misstap begaan,
“ Dat gij, voor mijn ogen en in het bijzijn van mijn vrienden,
“ Gontacle hebt geslagen, door wie ik zo goed gediend word.
“ Ware het niet om de eed die ik aan u gezworen heb,
“ Dan had gij het er niet levend vanaf gebracht, zelfs niet voor
{{gap|3em}} het goud van honderd landen.
“ Heren, “ zo sprak de koning, “ al te schandelijk 280
“ Hebt gij tegen mij gehandeld op deze rechtsdag:
“ Had ik vanwege u niet {{SIC|mijn vinger op mijn tand gelegd|mijn eed gezworen}},
“ Dan zou ik zo'n wrede wraak op u hebben genomen
“ Dat men erover zou spreken tot aan de {{SIC|Splijtende Boom|het einde der aarde}}. “
“ Heer, “ zei Corborans, “ laat uw woede varen,
“ Spreek recht in uw hof en vel een loyaal oordeel:
“ Ik eis onverwijld een tweegevecht met Gontacle,
“ En over datgene wat hij gezegd heeft, logenstraft mijn lichaam hem;
“ En als ik hem niet dwing het openlijk te bekennen,
“ Laat dan mijn lichaam een schandelijke dood sterven. “ 290
“ Corborans, “ zei de koning, “ ik zal er niets van doen,
“ Gij hebt de wet overtreden, en ik zal u zeggen hoe:
“ Ik heb de koning van Syrië, bij mijn geloof, beloofd
“ Dat ik u met behoud van leven zal terugsturen;
“ Ik zou mijn eed niet breken, zelfs niet voor het goud van Benevento,
“ Maar vertrek van hier, haastig en snel. “
Toen liet de koning hen op zeer edele wijze te paard stijgen
En vervolgens begeleidde hij hen zonder enig oponthoud
Vanaf die plek tot aan de buitenpoort, en zei toen: “ Keer nu terug
“ Tot een volgende keer; want, zo helpe Mahon mij, 300
“ Ik zal u spoedig in uw legerkamp komen opzoeken.
“ En zeg tegen degene die met trots
“ Het gouden schild draagt, met de leeuw zo zwart als inkt,
“ Dat mijn persoon hem en mijn manschappen uitdaagt. “
“ Heer, “ zei Corborans, “ bij mijn eed,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
81gq0ft2b6rosm3m3ivfebxqr9acfmi
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Pieter Claesz.
100
88626
225990
2026-08-29T08:05:38Z
Vincent Steenberg
280
begin
225990
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Pieter Claesz.
| afbeelding =
| alt =
| beschrijving = Bronnen bij de Zuid-Nederlandse schilder [[w:nl:Pieter Claesz.|Pieter Claesz.]]
}}
== Algemeen ==
== Inleidingen - Hand- en leerboeken ==
*Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Nikolaas Berchem|“Nikolaas Berchem”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p. 109-114, met name 110-111.
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
;1888
*''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;1914
*''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten:
**Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p. 7.
=== Musea ===
=== Tentoonstellingen ===
;1922
*''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
bafpuqmownjo8vqqd17hmrogar2d6k2
Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Michiel Carrée
100
88627
225992
2026-08-29T08:24:42Z
Vincent Steenberg
280
begin
225992
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Michiel Carrée
| afbeelding =
| alt =
| beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder, tekenaar, prentkunstenaar en directeur van de Königliche Akademie der Künste, Berlijn, [[w:nl:Michiel Carrée|Michiel Carrée]]
}}
== Algemeen ==
== Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen ==
=== Verzamelen ===
==== Veilingen ====
;1886
*''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst:
**Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p. 685].
=== Musea ===
=== Tentoonstellingen ===
;1890
*''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies:
**Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p. 2].
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]]
lt7eybby6lx0o89ex3uomcd03zecpri
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/700
104
88628
225994
2026-08-29T09:49:25Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225994
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Ch’est li contes de Flanders qui tant a hardement,
« N’a plus fier chevalier jusqu’à l’Arbre qui fent !
« N’assamblés plus à lui, par le mien loëment,
« Car le piour ariés à vo repairement. »
Lors brochent les chevaus des esporons d’argent,
Si sont venus à l’ost sus l’erbe qui resplent ;
Au tré le riche roy vinrent moult liement :
Là, furent, li baron, trestout en parlement,
Quant il virent les ·ij· qui viènent simplement,
Dont furent acolet et baisiet douchement.
Puis, ne demoura gares, sé l’istoire ne ment,
Que hors d’Orbrie issi le Sarrasine gent ;
Ector de Salorie les conduist noblement.
Gontacles demoura, cui li corps Dieu cravent,
Qué Dieu ot renoiet, le père omnipotent :
Les crestiens haioit si très amèrement
Que les ·ij· prisonniers batoit vilainement,
Tous les jours lor donoit dolerous païement.
Le roys de Salorie chevauche fièrement,
·xxxm· païens le sieuvent tangrement ;
Et quant li crestien virent le couvenent,
Arainnes et buzines font sonner hautement.
Là, péuisiés oïr mainte trompe d’argent,
Moyniaus et olifans, qui bondisent forment ;
Chil chevalier desploient les bannières au vent,
Contre Sarrasin vont habandonéëment.
Là, péuissiés véir ·j· tel asamblement
Et si forte batalle, à ce commencement,
Que ·ij·m en gisoient à le terre sanglent.
Ector de Salorie convoitoit durement
Que le conte de Flandres véist premièrement,
Et li contes de Flandres chevauchoit noblement.
Hé ! Diex, comme il avoit o lui de bonne gent
Pour le conte garder, qui savoit vraiëment
Qu’il estoit manechiés de païens durement !
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Dat is de graaf van Vlaanderen die zoveel moed bezit,
“ Er is geen dapperder ridder tot aan de Gespleten Boom!
“ Ga de strijd niet meer met hem aan, naar mijn advies,
“ Want u zult het ergste meemaken bij uw terugkeer. “
Toen spoorden zij de paarden aan met zilveren sporen, 310
En zo kwamen zij bij het leger aan op het gras dat glanst;
Naar de tent van de rijke koning kwamen zij zeer vrolijk:
Daar waren de baronnen, allemaal tezamen in beraad,
Toen zij de twee zagen die eenvoudig aan kwamen lopen,
Waarop zij teder werden omhelsd en gekust.
Toen duurde het niet lang, als de geschiedenis niet liegt,
Of het Saraceense volk trok uit Orbrie;
Hector van Salorie leidde hen op nobele wijze.
Gontacles bleef achter, wiens lichaam God moge verpletteren,
Omdat hij God had verloochend, de almachtige vader: 320
De christenen haatte hij zo zeer bitter
Dat hij de twee gevangenen schandelijk sloeg,
Elke dag gaf hij hun een pijnlijke vergelding.
De koning van Salorie rijdt fier te paard,
Dertigduizend heidenen volgen hem in dichte drommen;
En toen de christenen de krijgsmacht zagen,
Lieten zij koperen trompetten en bazuinen luid schallen.
Daar had u menig zilveren trompet kunnen horen,
Fluiten en olifantshoorns, die krachtig weerklinken;
Deze ridders ontplooien de vaandels in de wind, 330
Tegen de Saracenen trekken zij vol overgave ten strijde.
Daar had u een dergelijke samenkomst kunnen zien
En zo'n hevige strijd, bij dit begin,
Dat er tweeduizend bloedend op de aarde lagen.
Hector van Salorie verlangde er vurig naar
Dat hij de graaf van Vlaanderen als eerste zou zien,
En de graaf van Vlaanderen reed nobel te paard.
Heer! God, wat had hij een goede manschappen bij zich
Om de graaf te beschermen, die waarlijk wist
Dat hij zwaar werd bedreigd door de heidenen! 340
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
49su5byqtxng30djsji8osmhhs7t0us
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/701
104
88629
225995
2026-08-29T09:50:56Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225995
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Si dist que de manèches vit-on moult longement.
Es-vous, par le bataille, le bon conte Robert
Qui avoit le sien corps armé d’un bon auberc
Et d’un riche blaison devant lui à couvert :
A le gent Sarrasine a le sien branc offert,
Trestous chiaus qu’il encontre sont perdu et désert ;
Et tout le sien baron estoient si apert
A le gent Sarrasine chascuns de son branc sert,
Mors est et mis à fin où li contes s’ahert.
Forte fu li bataille à chelle matinée :
Li solaus luisoit caus, le pourière est levée,
Si viènent bras à bras donant mainte colée.
Li bons roys Baudewins de Surie, la lée,
Tenoit une guisarme de fin achier temprée ;
Va férir Dromadant qui tenoit Val-fondée :
Li bons roys Baudewins li donna tel colée
Que la teste li a pourfendue et copée.
Hues de Tabarie tint Hydeuse, s’espée,
A maint fier Sarrasin a le vie r’ostée ;
Corbarans d’Oliferne, qui le brache ot quarrée,
A sus les Sarrasins monstré telle posnée
Qu’il les fist reculer demi arbalestrée ;
Et Richars de Caumont se fiert en la merlée,
Li dus Harpins de Bourges a s’enseigne escriée.
Chascuns, à son pooir, i met coer et pensée
Que la gent Sarrasine soit morte et affinée.
Li quens Robers de Flandres issi d’une vallée,
Vers Orbrie en aloit, à bannière levée,
Pour enclore païens, la pute gent dervée.
Bien le vit roys Ector qui tant ot renommée,
La bataille, à ·j· fais, a sor lui contournée
Et a dit à se gent, à moult haute alenée :
« Or tost, seignour baron, n’i faites arrestée !
« Cheste bataille-chi voeil que tost soit matée,
« Car chuis qui les conduist, par le champaigne lée,
</poem>
|valign=top|
<poem>
En men zei dat men zeer lang van dreigementen leefde.
Zie daar, in de strijd, de goede graaf Robert,
Die zijn lichaam had bewapend met een goede malienkolder,
En een rijk schild voor zich ter bescherming droeg:
Aan het Saraceense volk heeft hij zijn zwaard aangeboden;
Allen die hij ontmoet zijn verloren en vernietigd.
En al zijn baronnen waren zo behendig,
Tegen het Saraceense volk dient ieder met zijn zwaard;
Dood en ten einde is degene die de graaf aanvalt.
Heftig was de strijd op die ochtend:350
De zon scheen heet, het stof is opgewaaid,
Zo komen zij hand in hand en delen menige slag uit.
De goede koning Boudewijn van Syrië, de uitgestrekte,
Hield een guisarme van fijn gehard staal vast;
Hij gaat Dromadant neerslaan, die Val-fondée bezat:
De goede koning Boudewijn gaf hem zo'n klap
Dat hij zijn hoofd heeft gekloven en afgehakt.
Hugo van Tiberias hield Hydeuse, zijn zwaard,
Aan menig trotse Saraceen heeft hij het leven ontnomen;
Corbaran van Oliferne, die breedgeschouderd was,360
Heeft tegenover de Saracenen zulke grote kracht getoond
Dat hij hen een halve kruisboogafstand deed terugwijken;
En Richard van Caumont stort zich in het strijdgewoel,
Hertog Harpin van Bourges heeft zijn strijdkreet geroepen.
Ieder zet, naar zijn vermogen, er hart en gedachte in
Opdat het Saraceense volk dood en vernietigd moge zijn.
Graaf Robert van Vlaanderen kwam uit een vallei,
Richting Orbrie trok hij, met opgeheven banier,
Om de heidenen te omsingelen, dat verdomde, razende volk.
Goed zag koning Hector het, die zo een grote faam had,370
De strijd heeft hij, in één beweging, naar hem toegekeerd
En hij zei tegen zijn manschappen, met zeer luide stem:
“ Nu snel, heren baronnen, aarzel niet!
“ Deze strijd hier wil ik dat snel beslecht wordt,
“ Want degene die hen aanvoert over het brede veld, “
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
21q2k5afm5me8ufn76pc0xy6peg94zb
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/702
104
88630
225996
2026-08-29T09:53:35Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225996
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« M’a ore et autre fois abatu me posnée. »
Lors broche le chavael, s’a le lanche avalée,
Vint au conte de Flandre : telle li a donnée
Que sa targe li a pourfendue et troẻe.
La maile dou haubere n’a de riens entamée,
La lanche fu si rode et tellement boutée
Que maistre et chevalier abati en la prée.
·xm· Sarrasin, à une ibondée,
Ont le conte assali par telle destinée
Que pris l’ont et saisi et sa gent destourné.
Quant roys Ector le tint, la coze li agrée ;
N’en vausist pas tenir d’or fin une quarrée.
Or, fu li contes pris qui moult ot coer dolant ;
En Orbrie le va, roys Ector, envoïant
A Gontacle, le fel, qui la chite va gardant.
Et li Flammenc si vont par dechà repairant,
S’ont conté la nouvelle au bon roy Corbarant
Et au roy Baudewin, le noble conquerant.
Dont, s’en vont, li baron, ensamble raloiant,
A le gent roy Ector se vont entremellant ;
D’espées et de haches se vont adamagant.
Parmi les champs estoient li mort et li sanglant,
Testes et haiteriaus vont par les champs gisant,
De maint corps de païen sont li boïel issant.
Sonnoient ses buisines et chil riche olifant.
Droit à l’eure de nonne fist, che jour, si hardant
Que de soif il morurent maint chevalier vaillant.
Le gent au roy Ector vont li nostre assalant,
Et li roys de Surie aloit toudis criant :
« Prendés adès les riches, si qu’il soient vivant ! »
Là, prisent crestien : Pinable, l’amirant,
Cousin germain Ector ; si ont pris Gloriant,
Le roy Escanapart qui fu fiex d’un soudant ;
·iiijc· chevaliers du pople Tervogant
Enmènent, crestien, à lor très, débatant.
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Heeft nu en op andere momenten mijn overmoed neergeslagen. “
Toen spoort hij het paard aan, en hief de lans,
Kwam op de graaf van Vlaanderen af: en deelde hem zo'n klap uit
Dat zijn schild daardoor werd doorkliefd en doorboord.
De malie van de maliekolder werd echter op geen enkele wijze beschadigd, 380
De lans was zo stevig en werd zo hard gestoten
Dat hij meester en paard neersloeg in de weide.
Tienduizend Saracenen, in een grote menigte,
Hebben de graaf met zo'n noodlot aangevallen
Dat zij hem hebben gevangen en gegrepen en zijn manschappen verdreven.
Toen koning Ector hem in zijn greep had, mishaagde die zaak hem niet;
Hij had dit niet willen ruilen voor een klomp puur goud.
Nu werd de graaf gevangengenomen, die een zeer bedroefd hart had;
Naar Orbrie zendt koning Ector hem onmiddellijk,
Naar Gontacle, de wrede, die de stad bewaakt. 390
En de Vlamingen trekken zich langs deze kant terug,
En hebben het nieuws verteld aan de goede koning Corbarant
En aan koning Boudewijn, de nobele veroveraar.
Daarop gaan de baronnen zich samen hergroeperen,
Met de manschappen van koning Ector raken zij slaags;
Met zwaarden en met bijlen brengen zij elkaar grote schade toe.
Op de velden lagen de doden en de bloedenden,
Hoofden en nekken liggen verspreid over de velden,
Uit menig heidens lichaam puilen de ingewanden uit.
Hun bazuinen klonken en die machtige olifantshoorns. 400
Precies op het negende uur was het die dag zo brandend heet
Dat menig dapper ridder stierf van de dorst.
De manschappen van koning Ector worden door de onzen aangevallen,
En de koning van Syrië reed voortdurend rond en riep:
“ Neem vooral de rijken gevangen, zodat ze in leven blijven! “
Daar namen de christenen gevangen: Pinable, de emir,
Neef van Ector; en ze hebben Gloriant gevangengenomen,
Koning Escanapart, die de zoon van een sultan was;
Vierhonderd ridders van het volk van Tervogant
Nemen de christenen al strijdend mee naar hun tenten. 410
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
5tcn180btxfdwwfshkfk5kzzlzsfu22
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/703
104
88631
225997
2026-08-29T09:57:21Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225997
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Le rois de Salorie en ot le coer dolant,
En Orbrie ot tramis le conte souffisant
A Gontacle, le fel, le glouton soudoïant.
Quant Gontacles le tint, s’en ot le coer joïant,
Si dist : « contes de Flandres, bien vous voi ravisant,
« Vous et Jehans d’Alie et le roy Corbarant
« Jugastes le mien frère d’ardoir en fu bruïant ;
« Mais vous l’amenderés, par mon Dieu Tervogant ! »
Adont, saisi le conte et puis le maine esrant,
En le fosse au larrons le vont, Turc, conduisant ;
Et Gondacles, li glous, s’en aloit tout devant,
Puis entra en le charcre : si a trouvé Croissant,
Baudewin de Sebourc, et lor dist en n-oïant :
« Seignour, vous averés compaignon maintenant !
« Ch’est li contes de Flanders c’on vous va amenant,
« Tout troi serrés pendut ains le solleil couchant. »
Quant Baudewins oï le traïtour puant
Qui du conte de Flandres aloit en lui parlant,
Lors li souvient du conte Robert, le combatant,
Frère Blanche, s’amie ; si mua son samblant.
Et li Sarrasin vont en le charcre avalant
Le bon conte de Flander qui Dieu va réclamant :
Et leus que Baudewins vit le conte plaisant,
Mout bien le recognut au vis et au samblant,
Adont ne s’amonstrast pour d’or fin son pesant ;
En lieu ombragé va le sien corps reponant,
Car honte ot et vergongne et si le va doubtant.
Quant Baudewins perchuit le bon conte avaler,
Sachiés pas ne le va baisier ni acoler ;
Bien cuidoit, Baudewins qui tant ot le coer ber,
Que li contes éust volour de lui grever.
Mais sé li quens péust Baudewin raviser,
Ne fust mie si liés pour tout l’or d’outre-mer ;
Sans coze s’en doubtoit Baudewins au coer ber.
Et Gontacles a pris ·j· baston à lever,
</poem>
|valign=top|
<poem>
De koning van Salorie had een droevig hart,
In Orbrie had hij de bekwame graaf gestuurd
Naar Gontacle, de snoodaard, de vraatzuchtige huurling.
Toen Gontacle hem gevangen hield, was zijn hart verheugd,
En hij zei: “ Graaf van Vlaanderen, ik herken u wel,
“ U en Jan van Alie en koning Corbarant
“ Hebben geoordeeld dat mijn broer in een laaiend vuur moest branden;
“ Maar u zult dat bezuren, bij mijn god Tervogant! “
Toen greep hij de graaf en leidde hem haastig mee,
Naar de boevenkuil voeren de Turken hem daarheen;420
En Gondacles, de schrokker, liep helemaal voorop,
Toen ging hij de kerker binnen: daar vond hij Croissant
En Boudewijn van Sebourc, en zei luidkeels tegen hen:
“ Heren, u krijgt er direct een metgezel bij!
“ Het is de graaf van Vlaanderen die men hierheen brengt,
“ Alle drie zult u hangen nog vóór de zon ondergaat. “
Toen Boudewijn de stinkende verrader hoorde
Die in zijn bijzijn over de graaf van Vlaanderen sprak,
Toen herinnerde hij zich de strijdbare graaf Robert,
De broer van Blanche, zijn geliefde; en zijn gezicht betrok.430
En de Saracenen lieten in de kerker neerdalen
De goede graaf van Vlaanderen, die God aanriep;
En zodra Boudewijn de vriendelijke graaf zag,
Herkende hij hem zeer goed aan zijn gezicht en voorkomen,
Maar hij zou zich voor zijn gewicht in goud niet laten zien;
In een schaduwrijke hoek ging hij zijn lichaam verbergen,
Want hij voelde schaamte en schroom en was ook bang voor hem.
Toen Boudewijn de goede graaf zag afdalen,
Weet wel dat hij hem niet ging kussen of omhelzen;
Boudewijn, die zo'n dapper hart had, dacht immers440
Dat de graaf de wil had om hem te schaden.
Maar als de graaf Boudewijn had kunnen opmerken,
Zou hij niet zo blij zijn geweest voor al het goud overzee;
Zonder reden vreesde Boudewijn met zijn dappere hart hem.
En Gontacles nam een stok om op te heffen
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
2vq0q8umufq0ima9zrhul8nuhkgfrha
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/704
104
88632
225998
2026-08-29T09:58:37Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
225998
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Si a dit à Robert : « je vous vaurai donner,
« Ensi comme je fais ches ·ij·, à desjuner. »
Dont hautse le baston, ou dos le va fraper
·iiij· grans horrions. Li quens prist à crier :
Ahy terre de Flandre, Diex vous voille prester
« Autre seignour que moi, mais n’i porrai entrer ! »
« Par Mahon, » dist Gontacles, « c’est légier à prouver ! »
Dont va à Baudewin de son baton ouvrer
Et le fiert ·iiij· cos tant que le fist pasmer ;
Et li contes de Frandres, quant vit sa char sainier,
Ot si grant doel au coer qu’il ne pooit durer :
Si sacha ·j· coutel que ne peurent trouver
Païen, quant on le dut en le charcre bouter.
Li quens trait ·j· coutel et puis en va fraper
Gontacles, le félon, si qu’il le fist passer
Le corps au destre lés, si le fist chanseler.
Baudewins de Sebourc prist ses fers à lever,
Dont on li avoit fait andeus ses poins noer,
Sus le chief en va si le glouton assener
Que les iex li a fait de la teste voler,
Et le chervèle en fist à le terre couler.
Quant li Sarrasin virent Gontacle ensi mener,
Hors de la charcre issirent ; si prisent à uller.
Plus de mille païens fisen là assambler,
Qui maugré les prisons vont le charcre fremer ;
Et li troi baron vont Gontacle tel mener,
Les pièches qu’il en font ne péust-on conter.
Or est Gontacles mors et alés à la fin.
Li quens Robers parole en Rommans sans Latin :
« Vassaus, qui estes-vous, pour le corps saint Martin,
« Qui ensi avés mort le chacherier frarin ? »
« Je ne l’ai mie mort, sire, » dist Baudewin,
« Mais vous l’avés ochis d’un coutel achérin.
« Me volé-vous sus mètre le vostre larechin ?
« Je ne li ai donneit, chertes, c’un sol taitin. »
</poem>
|valign=top|
<poem>
En hij zei tegen Robrecht: “ ik wil u gaan geven,
“ Net zoals ik deze twee geef, een ontbijt. “
Daarop heft hij de stok op, en gaat hem op de rug slaan
Vier grote klappen. De graaf begon te schreeuwen:
“ Ach, land van Vlaanderen, moge God u schenken 450
“ Een andere heer dan ik, want ik zal er niet meer binnenkomen! “
“ Bij Mahon, “ zei Gontacles, “ dat is gemakkelijk te bewijzen! “
Daarop begint hij op Boudewijn met zijn stok in te werken
En geeft hem vier slagen, zoveel dat hij hem deed bezwijken;
En de graaf van Vlaanderen, toen hij zijn vlees zag bloeden,
Had zo'n groot verdriet in het hart dat hij het niet kon verdragen:
Hij trok een mes dat ze niet hadden kunnen vinden,
De heidenen, toen men hem in de kerker moest gooien.
De graaf trekt een mes en gaat er vervolgens mee slaan
Gontacles, de schurk, zodat hij hem deed doorboren 460
Het lichaam aan de rechterzijde, en hij deed hem wankelen.
Boudewijn van Sebourc begon zijn boeien op te heffen,
Waarmee men zijn beide vuisten had laten vastbinden,
Op het hoofd gaat hij de schurk er zo mee treffen
Dat hij de ogen uit zijn hoofd deed vliegen,
En de hersenen deed hij eruit op de aarde stromen.
Toen de Saracenen Gontacles zo zagen toetakelen,
Gingen ze de kerker uit; en ze begonnen te brullen.
Meer dan duizend heidenen lieten zij daar verzamelen,
Die ondanks de gevangenen de kerker gaan sluiten; 470
En de drie baronnen gaan Gontacles zo toetakelen,
De stukken die zij van hem maken zou men niet kunnen tellen.
Nu is Gontacles dood en aan zijn einde gekomen.
Graaf Robrecht spreekt in het Romaans zonder Latijn:
“ Ridder, wie bent u, bij het lichaam van Sint-Martin,
“ Die zo de ellendige kerkerbewaker heeft gedood? “
“ Ik heb hem geenszins gedood, heer, “ zei Boudewijn,
“ Maar ú heeft hem gedood met een stalen mes.
“ Wilt u mij soms uw eigen misdaad in de schoenen schuiven?
“ Ik heb hem, voorwaar, slechts één enkele tik gegeven. “ 480
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
89qtqjby6qlmzbyei58ba4du8x8fxaj
225999
225998
2026-08-29T10:00:26Z
Havang(nl)
4330
225999
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Si a dit à Robert : « je vous vaurai donner,
« Ensi comme je fais ches ·ij·, à desjuner. »
Dont hautse le baston, ou dos le va fraper
·iiij· grans horrions. Li quens prist à crier :
Ahy terre de Flandre, Diex vous voille prester
« Autre seignour que moi, mais n’i porrai entrer ! »
« Par Mahon, » dist Gontacles, « c’est légier à prouver ! »
Dont va à Baudewin de son baton ouvrer
Et le fiert ·iiij· cos tant que le fist pasmer ;
Et li contes de Frandres, quant vit sa char sainier,
Ot si grant doel au coer qu’il ne pooit durer :
Si sacha ·j· coutel que ne peurent trouver
Païen, quant on le dut en le charcre bouter.
Li quens trait ·j· coutel et puis en va fraper
Gontacles, le félon, si qu’il le fist passer
Le corps au destre lés, si le fist chanseler.
Baudewins de Sebourc prist ses fers à lever,
Dont on li avoit fait andeus ses poins noer,
Sus le chief en va si le glouton assener
Que les iex li a fait de la teste voler,
Et le chervèle en fist à le terre couler.
Quant li Sarrasin virent Gontacle ensi mener,
Hors de la charcre issirent ; si prisent à uller.
Plus de mille païens fisen là assambler,
Qui maugré les prisons vont le charcre fremer ;
Et li troi baron vont Gontacle tel mener,
Les pièches qu’il en font ne péust-on conter.
Or est Gontacles mors et alés à la fin.
Li quens Robers parole en Rommans sans Latin :
« Vassaus, qui estes-vous, pour le corps saint Martin,
« Qui ensi avés mort le chacherier frarin ? »
« Je ne l’ai mie mort, sire, » dist Baudewin,
« Mais vous l’avés ochis d’un coutel achérin.
« Me volé-vous sus mètre le vostre larechin ?
« Je ne li ai donneit, chertes, c’un sol taitin. »
</poem>
|valign=top|
<poem>
En hij zei tegen Robrecht: “ ik wil u gaan geven,
“ Net zoals ik deze twee geef, een ontbijt. “
Daarop heft hij de stok op, en gaat hem op de rug slaan
Vier grote klappen. De graaf begon te schreeuwen:
“ Ach, land van Vlaanderen, moge God u schenken 450
“ Een andere heer dan ik, want ik zal er niet meer binnenkomen! “
“ Bij Mahon, “ zei Gontacles, “ dat is gemakkelijk te bewijzen! “
Daarop begint hij op Boudewijn met zijn stok in te werken
En geeft hem vier slagen, zoveel dat hij hem deed bezwijken;
En de graaf van Vlaanderen, toen hij zijn vlees zag bloeden,
Had zo'n groot verdriet in het hart dat hij het niet kon verdragen:
Hij trok een mes dat ze niet hadden kunnen vinden,
De heidenen, toen men hem in de kerker moest gooien.
De graaf trekt een mes en gaat er vervolgens mee slaan
Gontacles, de schurk, zodat hij hem deed doorboren 460
Het lichaam aan de rechterzijde, en hij deed hem wankelen.
Boudewijn van Sebourc begon zijn boeien op te heffen,
Waarmee men zijn beide vuisten had laten vastbinden,
Op het hoofd gaat hij de schurk er zo mee treffen
Dat hij de ogen uit zijn hoofd deed vliegen,
En de hersenen deed hij eruit op de aarde stromen.
Toen de Saracenen Gontacles zo zagen toetakelen,
Gingen ze de kerker uit; en ze begonnen te brullen.
Meer dan duizend heidenen lieten zij daar verzamelen,
Die ondanks de gevangenen de kerker gaan sluiten; 470
En de drie baronnen gaan Gontacles zo toetakelen,
De stukken die zij van hem maken zou men niet kunnen tellen.
Nu is Gontacles dood en aan zijn einde gekomen.
Graaf Robrecht spreekt in het Romaans zonder Latijn:
“ Ridder, wie bent u, bij het lichaam van Sint Maarten,
“ Die zo de ellendige kerkerbewaker heeft gedood? “
“ Ik heb hem geenszins gedood, heer, “ zei Boudewijn,
“ Maar ú heeft hem gedood met een stalen mes.
“ Wilt u mij soms uw eigen misdaad in de schoenen schuiven?
“ Ik heb hem, voorwaar, slechts één enkele tik gegeven. “ 480
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
p91vij33jg3hotd9gm8x2v6opz2r0lu
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/705
104
88633
226000
2026-08-29T10:01:52Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226000
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Vassaus, » che dist li contes, « vos corps le mist à fin. »
Ensi se devisoient, là endroit, li meschin.
Encor se combatoient là-hors li Sarrasin :
Ector de Salorie tenoit le chief enclin,
Pour chou que pris estoient là endroit si cousin.
Es-vous, par la bataille, le bon roy Baudewin,
Tangret et Buiëmont et Huon d’Odekin
Et Richart de Cammont, au corage entérin ;
Chascuns tenoit el pong le bon branc achérin :
Li roys fiert Ardrastus qui coer ot de mastin,
L’espaule, à tout l’escut, li abat ou carin ;
Hues de Tabarie va férir Salphadin,
Toutes ses arméures ne vailent ·j· rosin ;
Et Corborans féri Rodoem de Monclin,
Mort le trébuche à terre par delės ·j· gardin ;
Tangrès fiert Erquelaut ; Buiëmons fiert Maudin ;
Et Richars de Cammont abati Norandin ;
Et Pières-li-ermites i navra Havardin.
Si bien s’i sont prouvé li nostre palasin
Que Sarrasin reculent à bailles de sapin ;
Ector est reculés par devers ·j· molin,
Le pont a fait lever qui pendoit par engien,
S’ont le porte fremée païen et Sarrasin.
Par le chité menoient et grant doel et grant brin,
Li ·j· plangoit son frère, li autres son cousin.
Atant ès-vous païens qui démainent lait brin :
« A ! sire Ector, » font-il, « veschi mauvais couvin !
« Gontacles est tués et alés à se fin ;
« Ch’ont fait li crestien de la charcre Kayn,
« Qui l’ont mort et tuet par mauvais larresin. »
Quant Ector l’entendi, si tient le chief enclin,
Si en jura ses frères, qui furent biau meschin,
Marbrun et Esclamart, Taillefier, le frairin,
Et Saudoyne, l’ainsnet, et tous chiaus de son lin
Et méismes sa soer Synamonde, au coer fin,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Vazallen, “ zo sprak de graaf, “ uw lichaam heeft het volbracht. “
Aldus spraken zij daar met elkaar, de jongelingen.
Daarbuiten vochten de Saracenen nog steeds:
Ector van Salorie hield het hoofd gebogen,
Omdat zijn neven daar gevangen waren genomen.
Zie daar, te midden van de strijd, de goede koning Boudewijn,
Tancred en Bohemund en Huon van Odekin
En Richard van Camont, met zijn onverschrokken moed;
Ieder hield in de vuist het goede stalen zwaard:
De koning treft Ardrastus, die het hart van een hond had, 490
De schouder, met schild en al, slaat hij tegen de grond;
Huon van Tabarije treft Salphadin,
Al diens wapenrustingen zijn nog geen knop waard;
En Corboran trof Rodoem van Monclin,
Dood stort hij hem ter aarde naast een tuin;
Tancred treft Erquelaut; Bohemund treft Maudin;
En Richard van Camont sloeg Norandin neer;
En Pieter de Kluizenaar verwondde er Havardin.
Zo goed hebben onze paladijnen zich daar bewezen
Dat de Saracenen terugwijken tot achter de dennenhouten palissaden; 500
Ector heeft zich teruggetrokken in de richting van een molen,
De ophaalbrug heeft hij met een vernuftig raderwerk laten ophalen,
Zodat de heidenen en Saracenen de poort hebben vergrendeld.
Door de stad maakten zij groot misbaar en groot gejammer,
De een bepleegde zijn broer, de ander zijn neef.
Intussen zijn daar de heidenen die luid gejammer aanheffen:
“ Ach! heer Ector, “ zeggen zij, “ zie hier een slechte afloop!
“ Gontacles is gedood en aan zijn einde gekomen;
“ Dat hebben de christenen uit de kerker van Kaïn gedaan,
“ Die hem hebben vermoord en gedood door een laffe daad. “ 510
Toen Ector dit hoorde, hield hij het hoofd gebogen,
En zo zwoer hij bij zijn broers, die schone jongelingen waren,
Marbrun en Esclamart, Taillefier, de broederschap,
En Saudoyne, the oudste, en allen van zijn geslacht,
En zelfs bij zijn zuster Synamonde, met haar edele hart,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
tkercgsu9vyyaz1e0cdyus7iwmnzm9y
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/706
104
88634
226001
2026-08-29T10:03:42Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226001
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
La plus belle qui fust jusqu’à l’iauwe du Rin,
Que chuis qui l’a ochis ara crueuse fin.
Moult fu dolans, Ector, quant on li recorda
Que mors estoit Gondacles que loïaument ama ;
Tost et isnèlement vers le charcre s’en va,
A se vois qu’il ot clère hautement s’escria :
« Fel crestiens, » dist-il, « mal ait qui vous porta !
« Le quels a mort Gontacle qué chi vous enfrema ? »
Dist li contes de Flandre : « ch’a fait chuis vassaus-là.
« Des fiers qu’il a és mains si grant cop li donna
« Que toute la chervèle à terre en espautra. »
Dist li bers Baudewins : « mal ait qui vous porta !
« Quant vous me métés sus che que vous corps fait a,
« Car d’un coutel tranchant, qui radement trencha,
« Li féristes ou corps que d’autre part passa ;
« Le boïel en salirent et li cors l’en creva. »
« Par Mahon, » dist Ector, « l’un de vous en morra,
« Et sé ne fust pour chou que ma gent sont delà
« Qui furent orains pris, quant li rois me mata,
« Je vous fesisse pendre ; mais pour chou qu’il i a
« De mes méliours barons pris en l’ost par delà,
« Je ne vous ose pendre mais li ·j· me dira
« Li quelz a mort Gontacle, si qui pendus serra. »
Dist li contes de Flandres : « chuis vassaus le tua.
« Je sui contes de Flandres, voir, je n’en morrai já. »
« Comment, » dist Baudewins, « vos avoirs i vaurra ?
« Dont sera-che grant faute et faussetés serra
« Sé pour vostre riquèche on vous déporte jà ! »
« Ne sai, » che dist Ector, « que il m’en avenra,
« Mais, sé je puis savoir justement qui mort l’a,
« Je vous ai en couvent chuis propres en morra.
« Sire vassaus, » dist-il, « or ne vous vantés já
« De le conté de Flandre, car petit vous vaurra ;
« J’en jugerai le droit sé qu’il apartenra.
« Sire conte de Flandre, » dist Ector, li menbrus,
</poem>
|valign=top|
<poem>
De mooiste die er bestond tot aan het water van de Rijn,
Dat degene die hem gedood heeft een wreed einde zal kennen.
Zeer bedroefd was Hector, toen men hem overdroeg
Dat Gondacles dood was, die hij trouw had liefgehad;
Snel en gezwind gaat hij naar de kerker toe, 520
Met zijn heldere stem riep hij luidkeels uit:
“ Snode christen, “ zei hij, “ vervloekt zij zij die u droeg!
“ Wie heeft Gondacles gedood, die u hier opsloot? “
De graaf van Vlaanderen zei: “ Dat heeft deze vazal daar gedaan.
“ Met de boeien aan zijn handen gaf hij hem zo'n harde klap
“ Dat al zijn hersenen op de grond uiteenspatten. “
De edele Boudewijn zei: “ Vervloekt zij zij die u droeg!
“ Dat u mij aanrekent wat uw eigen lichaam heeft gedaan,
“ Want met een snijdend mes, dat krachtig sneed,
“ Stak u hem in het lichaam, zodat het er aan de andere kant uitkwam; 530
“ De ingewanden sprongen eruit en zijn lichaam barstte ervan open. “
“ Bij Mahomed, “ zei Hector, “ een van u beiden zal hiervoor sterven,
“ En ware het niet dat mijn manschappen daarginds zijn,
“ Die zojuist gevangen werden genomen toen de koning mij versloeg,
“ Dan zou ik u laten ophangen; maar omdat er
“ Van mijn beste baronnen ginds in het leger gevangen zitten,
“ Durf ik u niet op te hangen, maar één van u zal mij zeggen
“ Wie Gondacles gedood heeft, zodat diegene opgehangen zal worden. “
De graaf van Vlaanderen zei: “ Deze vazal heeft hem gedood.
“ Ik ben de graaf van Vlaanderen, echt waar, ik zal hiervoor niet sterven! “ 540
“ Hoezo, “ zei Boudewijn, “ zal uw bezit u hier baten?
“ Dan zou dat een grote schande en valsheid zijn
“ Als men u vanwege uw rijkdom nu zou sparen! “
“ Ik weet niet, “ zo sprak Hector, “ hoe het met mij zal aflopen,
“ Maar als ik rechtmatig te weten kan komen wie hem gedood heeft,
“ Dan heb ik u gezworen dat die bewuste persoon zal sterven.
“ Heer vazal, “ zei hij, “ beroem u nu maar niet
“ Op het graafschap Vlaanderen, want het zal u weinig baten;
“ Ik zal rechtspreken zoals het hoort.
“ Heer graaf van Vlaanderen, “ zei Hector de sterke, 550
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
2py70renfa9s9a1xcec5ckar0m3s8vu
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/707
104
88635
226002
2026-08-29T10:05:14Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226002
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Sé mort avés Gontacle, vous en serés pendus. »
« Nennil, » che dist li contes, « par les sains de lassus,
« Du coep que li donnai n’est-il pas mort chéus ;
« Mais chuis vassaus illoec soit de Dieu confondus !
« Quant onques le ferri, sé sui bien irascus,
« Des poins, à tous les fers, fu Gontacles férus ;
« Le chief li espautra, li sans en est courrus. »
« Par Mahon, » dist Ector, « bien me sui perchius
« Que par l’un de vous ·ij· est Gondacles perdus :
« Sé vœil que de vous ·ij· soit ·j· champs maintenus,
« Armés de toutes armes, sus les destriers grenus,
« Les lanches ens ès poins et au col les escus ;
« Et li quels qui sera récréans et vaincus,
« Traïner le ferai et puis sera pendus.
Quant Baudewins l’entent, liés en est devenus,
Il sali en estant, comme vassaus crémus,
Et dist au roy Ector : « nobles roys cogneus,
« Ains mos si volentiers ne fu de moy oüs !
« Parler vous fist Mahons et sa grande vertus.
« De la bataille faire est-ce bien mes argus,
« Si ne fuisse aussi liés pour le trésor Artus ! »
Il sali en estant, grande fu sa vertus,
Et dist « véchi mon gage, nobles roys esléus
« Je me combaterai volentiers, par Jhésus. »
Quant li contes l’entent, li sans li est méus ;
Si dist à Baudewin qui fu grans et corsus :
« Vassaus, » se dist li contes, « par Dieu qui fu vendus,
« Sé g’estoie aussi grans que vous estes ou plus,
« Vous n’en fuissiés point ore si joïans devenus ! »
Dist li contes de Flanders : « tost estes aprestés
« De combatre vers moi, léchières parjurés,
« Ch’est pour che que de moi vous este plus fourmés,
« Plus grans et plus corsus que je ne soie asés. »
« Sire, » dist Baudewins, « moult grant tort en avés,
« Chou que vous avés fait à tort sus me métés ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Als u Gontacle gedood heeft, zult u worden opgehangen. “
“ Welnee, “ zo sprak de graaf, “ bij de heiligen hierboven, “
“ Door de slag die ik hem gaf, is hij niet dood neergevallen; “
“ Maar moge die vazal ginds door God verdoemd worden! “
“ Toen hij hem neersloeg, hoewel ik zeer toornig was, “
“ Werd Gontacle met de vuisten, met al het ijzer, geslagen; “
“ Hij verbrijzelde zijn hoofd, en het bloed stroomde eruit. “
“ Bij Mahon, “ zeide Ector, “ ik heb wel in de gaten “
“ Dat door een van u beiden Gondacles is omgekomen: “
“ Dus ik wil dat er door u beiden één tweekamp wordt uitgevochten, “ 560
“ Gewapend met alle wapenrusting, op krachtige strijdpaarden, “
“ De lansen in de vuisten en de schilden om de nek; “
“ En wie van de twee zich overgeeft en overwonnen wordt, “
“ Die zal ik laten voortslepen en daarna zal hij worden opgehangen. “
Toen Baudewin dit hoorde, werd hij er heel blij om,
Hij sprong overeind, als een geducht vazal,
En zeide tot koning Ector: “ edele, bekende koning, “
“ Nooit werden zulke woorden zo graag door mij gehoord! “
“ Mahon en zijn grote kracht lieten u zo spreken. “
“ Het voeren van deze strijd is geheel mijn wens, “ 570
“ Zelfs voor de schat van Arthur zou ik niet zo blij zijn geweest! “
Hij sprong overeind, groot was zijn deugd,
En zeide: “ ziehier mijn onderpand, edele, uitverkoren koning, “
“ Ik zal gaarne strijden, bij Jezus. “
Toen de graaf dit hoorde, kookte zijn bloed;
En hij zeide tot Baudewin, die groot en fors gebouwd was:
“ Vazal, “ zo sprak de graaf, “ bij God die werd verraden, “
“ Als ik zo groot was als u bent, of nog groter, “
“ Dan zou u er nu helemaal niet zo verheugd om zijn geworden! “
De graaf van Vlaanderen zeide: “ u bent snel bereid “ 580
“ Om tegen mij te strijden, meinedige schurk, “
“ Dat is omdat u steviger gebouwd bent dan ik, “
“ Veel groter en forser dan ik ooit zal zijn. “
“ Heer, “ zeide Baudewins, “ u heeft daarin groot ongelijk, “
“ Dat wat u zelf heeft gedaan, schuift u ten onrechte op mij; “
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
iexqtuka1kceug1fr1s1oeldfzrqodn
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/708
104
88636
226003
2026-08-29T10:06:58Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226003
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Si vous ai en couvent que vous le jehirés. »
Lors dist au roy Ector : « che glouton me r’ostés,
« Ou je l’ochirrai jà à mes ·ij· poins quarrés.
« Je vous prie et requir que tous ·ij· nous armés :
« Sé jehir ne li fais, ains qu’il soit aviesprés,
« Que Gondacles ne fust par lui mors et tués,
« J’abandonne mon corps qu’à forches le pendés. »
« Gloutons, » che dist li contes, « par Dieu vous i mentés !
« Si m’en combaterai, puisque vous le voilés. »
Dont fu li quens Robers de la charcre getés,
Li bataille fu prise et li jours acordés ;
A lendemain matin lor fu li jours donnés
De faire la baitaille, ensi qu’oï avés.
Li contes fu la nuit servis et honnerés ;
Baudewins de Sebourc est en charcre remés,
Ains n’i ot la nuit grace dou vaillant de ·ij· dés ;
Mais li contes de Flandres fut moult bien hostelés.
Tout adès est li riches, en tous lieus, honnerés.
La nuitie passa, li jours est aparus ;
Ector de Salorie n’i est arrestéus,
Le conte fist armer qui moult fu irascus,
Si dist son marissael c’on clamoit Tidéus :
« Alés querre chellui qui sera combatus
« A che conte de Flander, en le charcre est là-jus,
« Car, par Mahon qui fait miracles et vertus,
« Li récréans de ·ij· serra anuit pendus. »
Et chuis s’en est partis, n’i est arrestéus.
Enchois que Baudewins fu au conte aparus,
Fu-il de toutes armes armés et fervestus,
S’ot le hyaume ou chief. Le chevaliers menbrus
Ne voiloit que du conte se fust aperchéus,
Bien cuidoit que li quens ne l’amast ·ij· festus ;
Mais sé li quens scéust, qui tant fu irascus,
Que che fust Baudewins, li prex et li menbrus,
Pour tout l’or de che monde ne s’i fust combatus ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Ik heb u beloofd dat u het zult bekennen. “
Toen zei hij tegen koning Ector: “ Neem deze schurk van mij over,
“ Of ik zal hem terstond doden met mijn twee gebalde vuisten.
“ Ik bid en verzoek u dat u ons beiden wapent:
“ Als ik hem niet laat bekennen, eer de avond valt, 590
“ Dat Gondacles niet door hem is vermoord en gedood,
“ Dan geef ik mijn lichaam prijs om aan de galg te worden opgehangen. “
“ Schurk, “ zo sprak de graaf, “ bij God, u liegt daarover!
“ Dus zal ik strijden, aangezien u dat wilt. “
Daarop werd graaf Robrecht uit de kerker bevrijd,
De strijd werd aanvaard en de dag werd overeengekomen;
De volgende ochtend werd hen de dag geschonken
Om de strijd te voeren, zoals u heeft gehoord.
De graaf werd die nacht bediend en geëerd;
Boudewijn van Sebourc is in de kerker achtergebleven, 600
Die nacht kreeg hij geen genade ter waarde van twee dobbelstenen;
Maar de graaf van Vlaanderen werd zeer goed gehuisvest.
Te allen tijde wordt de rijke, op alle plaatsen, geëerd.
De nacht ging voorbij, de dag is aangebroken;
Ector van Salorie hield zich niet in,
Hij liet de graaf wapenen, die zeer toornig was,
En zo sprak zijn maarschalk die men Tidéus noemde:
“ Ga hem halen die zal strijden
“ Tegen deze graaf van Vlaanderen, hij is daarbeneden in de kerker,
“ Want, bij Mahom die wonderen en deugden verricht, 610
“ Zal de lafaard van de twee vanavond nog worden opgehangen. “
Leunend vertrok deze, hij hield zich niet in.
Voordat Boudewijn aan de graaf verscheen,
Was hij met alle wapens bewapend en in het ijzer gestoken,
En hij had de helm op het hoofd. De robuuste ridder
Wilde niet dat de graaf hem zou herkennen,
Want hij wist wel dat de graaf geen strohalm om hem gaf;
Maar als de graaf had geweten, die zo toornig was,
Dat dit Boudewijn was, de dappere en de sterke,
Dan had hij voor al het goud van deze wereld daar niet gestreden; 620
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
1yz44tojlpckdhcnf5z6291eklwjfm9
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/709
104
88637
226004
2026-08-29T10:08:19Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226004
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Ains li fisist, li contes, amistés et salus
Et si l’éust baisiet en la bouche tout sus.
On cuide de tellui estre à le fois vendus,
Dont, sé besons estoit, on seroit secourus.
Si com li rois faisoit les champions armer,
Fist, li rois de Surie, de sa tente sevreir
Huon de Tabarie, le gentil bacheler,
A le fin qu’il devoit venir au roy parler,
Pour le conte de Flandre de prison racheter ;
Et s’en voloit, li roys, à Ector délivrer
·iiij·c Sarrasins c’on ot pris à jouster,
En le grande bataille qui tant fist à doubter.
Car moult amoit le conte, moult faisoit à amer :
Prex estoit de son corps, ou monde n’ot son per,
Et ch’estoit gentix-hons, s’avoit à gouverner
Le païs de Hainnau et Flandres sus la mer ;
S’estoit, li contes, sages pour bon consaus donner.
Hues de Tabarie laist le cheval aler,
Dès-si jusqu’à Orbrie il ne fine d’esrer ;
A bailles est venus, si commenche à crier :
« Seignour, ne traiés mie, laissiesme à vous parler. »
·j· Sarrasins li dist : « que volés deviser ?
« Bien savés no langage et no raison monstrer. »
« Seignour, » che dist Huons, « voillés-moi escouter ;
« Alés au roy Ector et dire et raconter
« Que dessus ches garites, sans le pont avaler,
« Il viengne, sé lui plaist, mon langage escouter ;
« Pas ne voil entrer ens, sans moi asséurer. »
« Sire, » dist li païens, « che fait à créanter.
« Comment porrai au roy vostre non deviser ?
« Je croi tel porriés estre qu’il verroit sans cesser,
« Et tels dont ne verroit ·j· piet avant aler ;
« Car ·j· roys ne doit mie ·j· garson honnerer. »
« Amis, » che dist li dus, « moult faites à loer.
« Vous dirés à vo roy, qui tant a le coer ber,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Maar hij betoonde hem, het verhaal, vriendschap en groet
En zo had hij hem vlak op de mond gekust.
Men denkt soms door zo iemand verraden te zijn,
Door wie men, mocht het nodig zijn, gered zou worden.
Juist toen de koning de kampvechters liet wapenen,
Liet de koning van Syrië, uit zijn tent vertrekken:
Huon van Tabarië, de edele jonge ridder,
Met het doel dat hij met de koning moest komen spreken,
Om de graaf van Vlaanderen uit de gevangenis vrij te kopen;
En de koning wilde aan Hector overhandigen: 630
Vierhonderd Saracenen die men gevangen had genomen bij het steekspel,
In de grote veldslag die zoveel angst inboezemde.
Want hij hield veel van de graaf, hij was zeer beminnenswaardig:
Dapper was hij van lijf en lede, ter wereld had hij zijn gelijke niet,
En het was een edelman, en hij had te besturen
Het land van Henegouwen en Vlaanderen aan de zee;
Ook was de graaf wijs in het geven van goede raad.
Hues van Tabarië laat het paard de vrije loop,
Tot aan Orbrie houdt hij niet op met reizen;
Bij de barrières is hij gekomen, en hij begint te roepen: 640
“ Heren, schiet niet, laat mij met u spreken. “
Een Saraceen zei tot hem: “ wat wilt u bespreken?
“ U kent onze taal goed en weet uw argumenten te tonen. “
“ Heren, “ zo sprak Huon, “ wilt u mij aanhoren;
“ Gaat tot koning Hector en zegt en vertelt hem
“ Dat hij bovenop deze wachttorens, zonder de brug neer te laten,
“ Kom, als het hem belieft, naar mijn woorden luisteren;
“ Ik wil hier niet binnengaan, zonder dat men mij veiligheid garandeert. “
“ Heer, “ zei de heiden, “ dat valt toe te zeggen.
“ Hoe zal ik de koning uw naam kunnen noemen? 650
“ Ik geloof dat u iemand zou kunnen zijn die hij onophoudelijk zou willen zien,
“ En iemand voor wie hij geen enkele voet vooruit zou willen zetten;
“ Want een koning hoeft immers niet een schildknaap te eren. “
“ Vriend, “ zo sprak de hertog, “ u verdient grote lof.
“ U zult tegen uw koning zeggen, die zo'n moedig hart heeft,660
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
8uc7dp9nymjq0dxvmfhqn6w1pe6jz9j
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/710
104
88638
226005
2026-08-29T10:10:01Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226005
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Qu’à Huon d’Odekin viengne parlementer.
« Bien me cognistera, quant il m’orra nommer. »
Li Sarrasins s’en tourne et Hues remest là.
Li payens vint au roy et puis le salua
De la loy Mahoumet c’uns pourchiaus estranla.
« Sire, » dist li païens, « oïés c’on vous dira :
« A bailles, la dehors, ·j· crestien i a,
« Ch’est Hues d’Odequins, ensément se nomma ;
« Il vous atent à bailles, nuls fors lui il n’i a,
« Si voelt à vous parler, je ne sai qu’il dira. »
Et dist li rois Ector : « maintenant m’averra. »
·j· palefroi demande et li roys i monta,
Par le ville chevauche et si bien esploita
Qu’à le porte est venus ; ès garites monta.
Huon de Tabarie moult très bien avisa,
Et quant li roys le vit adont li escria :
« D’Odequin de Damas, » dist-il, « que faites là ? »
Et Hues respondi : « li roys envoïet m’a
« A vous pour ·j· prison qu’en vostre chitet a ;
« Ch’est li contes de Flanders, où si franc vassael a.
« Li roys le vœilt r’avoir, si vous en rendera
« ·iiijc· Sarrasins que l’autr’ier conquesta ;
« Chertes, ·j· trestout soel, li roys, n’en retenra,
« Mais que vous li rendés le conte qui est chà. »
Et li roys respondi, quant Huon escouta :
« D’Odekin, biaus dous sire, oïés c’on vous dira ;
« Le conte ne puis rendre, jusqu’à tant qu’il ara
« Une bataille faite, qué tost commenchera,
« Encontre ·j· crestien. Et qui vaincus sera,
« J’ai fait mon sérement tantost pendus sera. »
Et quant Hues l’entent, forment s’esmerveilla ;
La cause et le démaine et le fait demanda ?
Ector de Salorie trestout li recorda :
De Gontacle, le fel, comment on le tua ;
Comment on le murdri, car murdre l’apella,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Om met Huon d'Odekin in onderhandeling te gaan.
“ Hij zal mij goed herkennen, wanneer hij mijn naam hoort noemen. “
De Saraceen keert zich om en Hues bleef daar achter.
De heiden ging naar de koning en groette hem toen
Bij de wet van Mohammed, die een varken moge verstikken. 660
“ Heer, “ zei de heiden, “ luister naar wat men u zeggen zal:
“ Bij de buitenbarricade, daar ginds, staat een christen alleen,
“ Het is Hues d'Odequins, zo noemde hij zichzelf zojuist;
“ Hij wacht op u bij de barricade, er is niemand behalve hij,
“ Hij wil graag met u spreken, ik weet niet wat hij zeggen zal. “
En koning Ector antwoordde: “ Nu zal ik er snel achter komen. “
Hij vroeg om een rijpaard en de koning steeg erop,
Hij rijdt door de stad en maakte zodanig voort
Dat hij bij de poort is gekomen; hij klom op de wachttorens.
Huon van Tabarië kreeg hij daar heel erg goed in het oog, 670
En toen de koning hem zag, riep hij luid naar hem:
“ Van Odequin van Damascus, “ zei hij, “ wat doet u daar? “
En Hues antwoordde: “ De koning heeft mij gezonden
“ Naar u voor een gevangene die zich in uw stad bevindt;
“ Het is de graaf van Vlaanderen, die zulke edele ridders heeft.
“ De koning wil hem terughebben, en zal u in ruil overhandigen
“ Vierhonderd Saracenen die hij onlangs heeft overwonnen;
“ Voorwaar, geen enkele zal de koning voor zichzelf houden,
“ Mocht het zo zijn dat u hem de graaf teruggeeft die hier is. “
En de koning antwoordde, toen hij Huon had aangehoord: 680
“ Van Odekin, schone en lieve heer, luister naar wat men u zeggen zal;
“ De graaf kan ik niet teruggeven, totdat hij heeft
“ Gestreden in een tweekamp, die zeer spoedig beginnen zal,
“ Tegen een christen. En wie er ook overwonnen zal worden,
“ Ik heb mijn eed gezworen dat hij terstond opgehangen zal worden. “
En toen Hues dit hoorde, was hij ten zeerste verbaasd;
Hij vroeg naar de reden, de toedracht en de feiten van de zaak.
Ector van Salorie deed hem het hele relaas uit de doeken:
Over Gontacle, de schurk, hoe men hem heeft gedood;
Hoe men hem heeft vermoord, want hij noemde het een moord, 690
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
rn0uonmf0hoyn0bn8jr92ak8vqq0q5k
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/711
104
88639
226006
2026-08-29T10:12:34Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226006
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Et comment pour savoir chellui qui ochis l’a
Ert faite le bataille qui mie ne faura.
Quant Hues l’entendi, tous li sans li mua,
Pour le conte de Flandres forment li anoïa.
Quant Hues entendi du roy Ector le vois,
Sé li dist bassement : « sire, je m’en revois.
« Pour icheste novelle sera dolans no roys ;
« Mais pour chellui vous pri, qui fu mis en la crois,
« Que le conte de Flandre gardés, à cheste fois,
« Car il ne muire mie, trop seroit grant anois !
« Sé morir le faisies, je vous jure la crois
« Là où Jhésus souffri de le mort les destrois,
« ·iiijc· Sarrasins ferièmes pendre au bois ;
« Ne les garantiroit li trésors des Grigois. »
« Ne sai, » che dist Ector, qui fu Sarrasinois,
« Mais foi que doi Mahon qui establi les loys,
« Li quels qui ert vaincus, au bon branc Vienois,
« Serra menés au forches et pendus ; car ch’est drois.
« Cuidiés-vous que je doie donkes brisier mes lois ?
« Naie, sé je devoie perdre tous mes terrois !
« Foi que je doi mes frères, dont j’en ai plus de trois,
« Et ma soer Synamonde qui est blanche que nois,
« Je ne m’en parjuroie, sachiés, à cheste fois,
« S’on me devoit geter dedens ·j· feu grigois. »
Hues de Tabarie, quant roy Ector entent,
Si dist « drois a mestier d’aïde bien souvent ;
« Or, i gardés le droit bien et souffisaument. »
Dist li roys « s’il vous plaist à véoir che content,
« Bien i poés venir, à vo commandement,
« Et amener vo roy et trestoute vo gent.
« Et pour chou que je vœil que vous vaés comment
« Li champs sera menés, et par quel jugement,
« Je vous donne respiit, ·iij· jours entirement,
« De venir et d’aler du tout à vo talent.
« Ma gent iront en l’ost bien et paisiblement
</poem>
|valign=top|
<poem>
En hoe, om degene te kennen die hem gedood heeft,
De strijd zal worden gevoerd die zeker niet zal ontbreken.
Toen Hughes het hoorde, trok al zijn bloed weg,
Om de graaf van Vlaanderen was hij ten zeerste bedroefd.
Toen Hughes de stem van koning Ector hoorde,
Zei hij zachtjes tegen hem: "Heer, ik ga weer terug.
"Om dit nieuws zal onze koning diep bedroefd zijn;
"Maar voor hem bid ik u, bij Hem die aan het kruis werd genageld,
"Dat u de graaf van Vlaanderen ditmaal spaart,
"Opdat hij niet sterve, want dat zou een te groot onrecht zijn! 700
"Als u hem zou laten sterven, zweer ik u bij het kruis
"Waar Jezus de kwellingen van de dood onderging,
"Dat wij vierhonderd Saracenen zouden laten ophangen in het bos;
"Zelfs de schatkist van de Grieken zou hen niet beschermen."
"Ik weet het niet," zei Ector, die een Saraceen was,
"Maar bij het geloof dat ik verschuldigd ben aan Mahon die de wetten instelde,
"Wie er ook overwonnen wordt door het goede Weense zwaard,
"Zal naar de galg worden geleid en opgehangen; want dat is het recht.
"Denkt u dat ik daarom mijn wetten moet breken?
"Nee, al zou ik al mijn gebieden moeten verliezen! 710
"Bij de trouw aan mijn broers, van wie ik er meer dan drie heb,
"En mijn zuster Synamonde die zo wit is als sneeuw,
"Ik zou mijn eed ditmaal niet breken, weet dat wel,
"Zelfs al zou men mij in een Grieks vuur moeten werpen."
Hughes van Tabarië, toen hij koning Ector hoorde,
Zei toen: "Het recht heeft heel vaak hulp nodig;
"Sla er dan nu het recht goed en nauwkeurig gade."
De koning antwoordde: "Als het u behaagt om deze strijd te zien,
"Kunt u zeker komen, wanneer u maar wilt,
"En uw koning en al uw manschappen meebrengen. 720
"En omdat ik wil dat u ziet hoe
"Het slagveld zal worden geleid, en volgens welk oordeel,
"Geef ik u uitstel, drie volledige dagen lang,
"Om geheel naar uw eigen wens te komen en te gaan.
"Mijn manschappen zullen zich kalm en vreedzaam naar het leger begeven.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
04o3pqx2tha9t19pzlycmbpsg6ilwh7
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/712
104
88640
226007
2026-08-29T10:44:07Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226007
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Et vous venrés chaiens sans monstrer maltalent. »
Dist Hues « or, hurtés vostre doit à vo dent,
« Et je ferrai après pour les nos sérement. »
Ector hurte son doit à son dent, liëment,
Dont ne s’en parjurast pour tout l’or d’Orient ;
Et Hues acorda le respit dignement.
Sus les crestiaus d’Orbrie fist crier hautement
Le respit à tenir, ·iij· jours entirement :
Les portes sont ouvertes avironnéëment.
Hues de Tabarie n’i fist arrestement,
Vint au roy de Surie, sé li dist hautement
Du quen Robert de Flandre tout le démainement ;
Le bataille et le champ li conta ensement
Qu’Ector li avoit dit, où Salorie apent ;
Et du respiit li dist qu’il a pris ensément.
Dist li roys de Surie : « par le mien sérement,
« Diex voilliés lui aidier par vo commandement !
« Sé je pers le bon conte, qui tant a hardement,
« Jamais joie n’arai, par le mien sérement.
« Diex ! voilliés lui aidier, par vo commandement,
« Et confondés chellui qui à lui se desfent.
Ensi roys Baudewins maudisoit son parent :
Ne le connisoit mie, n’el maudisist noient,
Mais on ne connoist mie tous ses amis souvent.
Baudewins, li bons roys, n’i fist arrestison,
Il a dit à ses hommes : « or avant, mi baron !
« Alons veioir le champ que chil doy champion
« Feront en la chité qu’en Orbrie dist-on. »
Hue de Tabarie lor a dit à haut son :
Chevauchons liement, nobile compaignon,
Li respis est criés sans nulle traïson.
Adont monta, li rois, dessus son Arragon ;
O le roy Corborant, Tangret et Buiëmon
Va, li roys, à Orbrie où sont li doy prison.
Aveukes lui mena Richart cil de Cammon,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ En u zult hierbinnen komen zonder wrok te tonen. “
Sprak Hues: “ Welnu, tik met uw vinger tegen uw tand,
“ En ik zal daarna slaan voor onze eed. “
Ector tikt met zijn vinger tegen zijn tand, blijmoedig,
Hij zou deze eed voor al het goud van het Oosten niet breken; 730
En Hues stemde waardig in met de bestand.
Op de kantelen van Orbrie liet hij luidkeels omroepen
Dat de bestand gehouden moest worden, drie hele dagen lang:
De poorten zijn rondom geopend.
Hues van Tabarie maakte geen uitstel,
Ging naar de koning van Syrië en vertelde hem luid
Over de hele toestand van graaf Robert van Vlaanderen;
De strijd en het slagveld beschreef hij hem evenzo
Als Ector hem verteld had, waar Salorie toe behoort;
En over de bestand vertelde hij hem dat hij die eveneens had aangenomen. 740
Sprak de koning van Syrië: “ Bij mijn eed,
“ Moge God hem willen helpen door uw bevel!
“ Als ik de goede graaf verlies, die zoveel moed heeft,
“ Zal ik nooit meer vreugde kennen, bij mijn eed.
“ God! Moge U hem willen helpen, door Uw bevel,
“ En stort hem in het verderf die zich tegen hem verweert. “
Zo vervloekte koning Boudewijn zijn eigen verwant:
Hij herkende hem helemaal niet, anders had hij hem niet vervloekt,
Maar men herkent zijn eigen vrienden dikwijls niet.
Boudewijn, de goede koning, talmde niet, 750
Hij zei tegen zijn mannen: “ Nu voorwaarts, mijn baronnen!
“ Laten we het veld gaan bekijken waar deze twee kampioenen
“ Zullen strijden in de stad die men Orbrie noemt. “
Hue van Tabarie sprak tot hen met luide stem:
“ Laten we vrolijk rijden, edele metgezellen,
“ De bestand is afgekondigd zonder enig verraad. “
Toen steeg de koning op, op zijn Aragonees paard;
Samen met koning Corborant, Tancred en Bohemund
Gaat de koning naar Orbrie waar de twee gevangenen zijn.
Met zich mee nam hij Richard, die van Cammon, 760
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
ozarwhitxvswoziry50zzxikjicshlg
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/713
104
88641
226008
2026-08-29T10:46:00Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226008
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Le duc Harpin de Bourges, Baudewin Cauderon,
Si fu Jehans d’Alis et l’ermites Pierron,
Et Robers du Rosoy qui cloche du talon.
·iiijxx· chevaliers, à doret esporon,
S’en vont avoec le roy qui Baudewins ot non ;
En le chité entrèrent, à lor division.
Chertes, il n’i trouvèrent païen ni Esclavon
Qué riens lor contredie né mesface ·j· bouton ;
Ector vint encontre eulz, qui coer ot de lion,
Moult bien les honnera sans nulle suspechon.
Tout droit ens ou marchiet cordis fait avoit-on
Et oster le chaucie pour passer ou sablon.
Li quens Robers estoit armés d’un aubregon,
S’ot riches arméures et hyaume moult bon,
Coutel, miséricorde et bon destrier Gascon ;
S’ot lanche de pommier et ·j· riche blason,
Hyaume reluisant de l’oevre Synagon.
Li quens Robers de Flandre s’escria à haut ton :
« Adieu roys de Surie, adieu dux de Bullon,
« Puis que je passai mer à nef et à drommon
« Ay fait maint grant assaut, mainte fière tenson ;
« J’ay porté en bataille ·c· fois mon confanon,
« Avoekes vostre frère qui morut par puison,
« Mais onques de bataille n’oi tel confusion
« Comme j’ai de chestui, et pour ·j· soel glouton !
« Car s’ossi hardis est qu’il a grande fachon,
« Je ne durai à lui nès qu’aloe au faucon.
« Voeilliés pour moi prier, car j’en ai grant beson. »
Quant li roys entendi le conte droiturier,
Sa destre main leva, si se prist à sainnier,
Pour le conte de Flandre commence à larmoïer ;
Aussi font li barron et li noble princhier.
Baudewins de Sebourc estoit sus le destrier ;
Par dedens le cordis si se volt apoïer
Au debout de la lance, dessous of mis l’achier.
</poem>
|valign=top|
<poem>
Hertog Harpin van Bourges, Boudewijn Cauderon,
Zo ook Jan van Alis en de heremiet Pierron,
En Robert van Rosoy die hinkt aan zijn hiel.
Tachtig ridders, met vergulde sporen,
Gaan mee met de koning die Boudewijn heette;
In de stad trokken zij, naar hun kwartier.
Voorwaar, zij vonden daar heiden noch Sclavoon
Die hen in iets tegensprak of hun een zier misdeed;
Hector kwam hen tegemoet, die het hart van een leeuw had,
Zeer wel eerde hij hen zonder enige achterdocht. 770
Rechtuit op de markt had men een krijgsperk gemaakt
En het plaveisel weggehaald om over het zand te gaan.
De graaf Robert was gewapend met een maliënkolder,
Hij had een rijke wapenrusting en een zeer goede helm,
Een mes, een genadedolk en een goed Gascognisch strijdros;
Hij had een lans van appelbomenhout en een rijk wapenschild,
Een helm glanzend van het werk van Synagon.
De graaf Robert van Vlaanderen riep met luide stem:
“ Vaarwel koning van Syrië, vaarwel hertog van Bouillon,
“ Sinds ik de zee overstak per schip en dromon, 780
“ Heb ik menige grote bestorming gedaan, menige felle strijd;
“ Ik heb in de slag honderdmaal mijn banier gedragen,
“ Samen met uw broer die stierf door vergif,
“ Maar nooit heb ik in een strijd zulke angst gehad
“ Als ik van deze heb, en dat om één enkele schurk!
“ Want als hij zo koen is en een grote gestalte heeft,
“ Zal ik tegen hem niet langer standhouden dan een leeuwerik tegen een valk.
“ Wilt u voor mij bidden, want ik heb er grote nood aan. “
Toen de rechtvaardige koning de graaf hoorde,
Hief hij zijn rechterhand op en begon een kruisteken te slaan, 790
Om de graaf van Vlaanderen begint hij te weken;
Alzo doen de baronnen en de edele prinsen.
Boudewijn van Sebourc zat op het strijdros;
Binnen het krijgsperk wilde hij leunen
Op het uiteinde van de lans, waaronder het staal was gezet.
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
1bt03t8kikawuajnauwm14ipc4gom79
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/714
104
88642
226009
2026-08-29T10:48:31Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226009
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
A haute vois s’escrie, Baudewins au coer fier :
« Or chȧ ! contes de Flandre, trop me fai es joquier !
« Car piècha déussiés avoir vostre loïer.
« A si très mal hostel vous venés herbergier,
« Que chi vous aportèrent li déable d’enfier. »
Quant li roys de Surie ot Baudewin plaidier,
Si demanda au conte qui Flandre dut jugier :
« Sire, comment clamm’-on, par son non, che loudier ? »
« Par foi, » che dist li contes, « ch’est li fiex Lucifer,
« Véés con grant déable assis sus che coursier !
« Onques ne vi plus grant, par Dieu le droiturier,
« Sé ne fu ·j· dansiaus qui moult fist à prisier,
« Baudewin de Sebourc le gentil chevalier,
« Fil la royne Rose, pour cui je vos laissier
« Le mien païs de Flandre et ma terre widier.
« Chuis emmena ma soer, si me fist courechier. »
Dist li roys de Surie : « ili a maint ivier
« Que de che Baudewin vous ai oï plaidier
« Que sor tous chiaus du monde il fait à ressengnier.
« Il est de mon linage, sé le doy avoir chier,
« Mais onques ne le vi ; si m’en doit anoïer,
« Car sé je le tenoie en chestui héritier,
« Chertes, je li donroie noble terre à baillier,
« S’il voloit avoec moy estre ni hostoïer. »
Ensi vont divisant li nobile princhier.
Hélas ! s’il connéussent Baudewin, au coer fier,
Chascuns l’alast briément acoler et baisier ;
Et Baudewins s’escrie, sans point de l’atargier :
« Frans roys de Salorie, je vous prie et requier
« Que le mien champion me fachiés envoïer,
« Ou hors du champ l’irai maintenant resveillier. »
Li bons roys de Surie commencha à brochier,
Ou cordis est entrés, tous soes, sans escuïer,
Si dist à Baudewin de Sebourc, le gerrier :
« Vassaus, » se dist li roys, « vœilliés le champ laissier.
</poem>
|valign=top|
<poem>
Met luide stem roept hij uit, Boudewijn met het dappere hart:
“ Kom op nu, graaf van Vlaanderen, u laat mij te lang wachten!
“ Want al lang geleden had u uw verdiende loon moeten hebben.
“ In zo'vele slechte herberg bent u komen schuilen,
“ Dat de duivels uit de hel u hiernaartoe hebben gebracht. “ 800
Toen de koning van Syrië Boudewijn zo hoorde pleiten,
Vroeg hij aan de graaf die over Vlaanderen moest oordelen:
“ Heer, hoe noemt men, bij zijn naam, deze schurk daar? “
“ Bij mijn geloof, “ zei de graaf, “ dat is de zoon van Lucifer,
“ Zie eens wat een enorme duivel daar op dat strijdpaard zit!
“ Nooit zag ik een grotere, bij God de rechtvaardige,
“ Tenzij het een jonker was die zeer hoog werd geprezen,
“ Boudewijn van Sebourc, de edele ridder,
“ Zoon van koningin Rose, om wie ik u moest verlaten
“ En mijn land van Vlaanderen en mijn gronden moest ontruimen. 810
“ Daarna nam hij mijn zuster mee, wat mij diep krenkte. “
De koning van Syrië zei: “ Het is al menige winter geleden
“ Dat ik over die Boudewijn heb horen spreken,
“ Dat hij boven iedereen ter wereld geroemd moet worden.
“ Hij is van mijn bloedlijn, dus ik moet hem wel koesteren,
“ Maar ik heb hem nooit gezien; en dat spijt mij ten zeerste,
“ Want als ik hem in dit zijn erfgoed zou treffen,
“ Waarlijk, dan zou ik hem een prachtig land geven om te besturen,
“ Als hij met mij zou willen optrekken en oorlog voeren. “ 820
Alzo spraken deze edele vorsten met elkaar.
Helaas! Als zij Boudewijn met het dappere hart hadden herkend,
Zou elk hem snel zijn gaan omhelzen en kussen;
En Boudewijn roept uit, zonder enig dralen:
“ Edele koning van Salorie, ik vraag en verzoek u
“ Dat u mij mijn kampioen toestuurt,
“ Of ik zal hem dadelijk zelf buiten het veld gaan wekken. “
De goede koning van Syrië begon zijn paard te sporen,
Hij betrad de kampplaats, helemaal alleen, zonder schildknaap,
En zei tegen de krijger Boudewijn van Sebourc:
“ Vazal, “ zo sprak de koning, “ gelieve het veld te verlaten. 830
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
2ufrsh9mdkzvn7k0ejx2lopjlskr2qd
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/715
104
88643
226010
2026-08-29T10:50:29Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226010
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« J’irai au roy Ector tellement esploitier
« Que le mort de Gontacle cuitera sans vengier
« Et le vous pardonra de loïal coer entier ;
« Et encor donrai tant et d’argent et d’ormier
« Que de cheste chité vous larra eslongier ;
« A fin que vers le conte ne vœilliés bateillier. »
« Sire, » dist Baudewins, « che devés bien laissier :
« Que par chellui Seigneur qui tout poet justichier,
« Qui pour nous se laissa péner et closier,
« Sé vous me donniés jà de fin or ·j· sommier,
« Ne laroie le conte vivre ·j· soel jour entier.
« Sire, » dist Baudewins, qu’à Sebourc fu nouris,
« Qui me donroit tout l’or qui est dedens Paris,
« Ne cuiteroie mie le champ que j’ai empris ;
« Car plus a de ·xv· ans passés et acomplis
« Que je ai quis le conte qui est mes anemis.
« Or l’ai-je chi trouvé, dont je sui resjoïs !
« Je le hé de lonc tamps, or en sera servis :
« Pour une courtosie dont il me fist jadis,
« L’en sera, sé Dieu plaist, li gerredons méris. »
« Pour coi le haés-vous ? » dist li roys seignourris,
« Et sé j’en sai le cause, par Dieu de paradis,
« Je méterai remède au los de mes amis ;
« Et de pécheur qui prie doit estre li merchis.
« Selonc le fait, l’amende. Che mot dist Jhésu-Cris. »
« Sire, » dist Baudewins, « li quens est vous subgis
« Et je ne le sui mie, de che soïés tous fis,
« Si que pour faire pais à vous riens n’obéis.
« Environ a ·xv· ans ou ·xvi·, che m’est vis,
« Que li quens me mesfist trop, ens ou sien païs ;
« Mon père me fist pendere, chertes, dont il vaut pis,
« Sans loy, sans jugement, pour che qu’il ert haïs.
« Quant pendre fist mon père qui tant fu agentis,
« Comparer li ferai, puis que je sui ses filx. »
Dist li rois de Surie : « vassaus, par saint Denis,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Ik zal naar koning Ector gaan en zo handelen
“ Dat hij de dood van Gontacle ongewroken zal laten
“ En het u zal vergeven uit een ganser en loyaal hart;
“ En bovendien zal ik zoveel geven, zowel geld als zuiver goud,
“ Dat hij u uit deze stad zal laten vertrekken;
“ Opdat u niet tegen de graaf hoeft te strijden. “
“ Heer, “ zei Boudewijn, “ dat moet u wel laten:
“ Want bij die Heer die over alles rechtspreekt,
“ Die zich voor ons liet pijnigen en aan het kruis nagelen,
“ Al zoudt u mij nu een lastdier vol fijn goud geven,840
“ Zou ik de graaf nog geen enkele volledige dag laten leven.
“ Heer, “ zei Boudewijn, die in Sebourc was grootgebracht,
“ Wie mij al het goud zou geven dat binnen Parijs ligt,
“ Ik zou het veld dat ik heb betreden geenszins verlaten;
“ Want er zijn al meer dan 15 jaren verstreken en volbracht
“ Dat ik de graaf gezocht heb, die mijn vijand is.
“ Nu heb ik hem hier gevonden, waarover ik mij verheug!
“ Ik haat hem al lange tijd, nu zal hij op zijn wenken bediend worden:
“ Voor een 'hoffelijkheid' die hij mij destijds aandeed,
“ Zal hem, als het God behaagt, de vergelding toekomen. “850
“ Waarom haat u hem? “ vroeg de nobele koning,
“ En als ik de oorzaak weet, bij de God van het paradijs,
“ Zal ik een oplossing vinden tot eer van mijn vrienden;
“ En voor een zondaar die bidt, moet er genade zijn.
“ Naar gelang de daad, de boete. Dit woord sprak Jezus Christus. “
“ Heer, “ zei Boudewijn, “ de graaf is uw onderdaan
“ En ik ben dat geenszins, wees daar geheel zeker van,
“ Zodat ik in het geheel niet aan u gehoorzaam om vrede te sluiten.
“ Het is ongeveer 15 of 16 jaar geleden, naar het mij schijnt,
“ Dat de graaf mij te veel onrecht aandeed, ginds in zijn eigen land;860
“ Mijn vader liet hij ophangen, voorwaar, waardoor hij slechter werd,
“ Zonder wet, zonder vonnis, omdat hij gehaat werd.
“ Aangezien hij mijn vader liet ophangen, die zo edel was,
“ Zal ik het hem betaald zetten, nu ik zijn zoon ben. “
Zei de koning van Syrië: “ vazal, bij Sint-Denis,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
kbrc5yg50whd74jr7sr6oqmx6yruof5
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/716
104
88644
226011
2026-08-29T10:51:41Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226011
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Li quens l’amendera du tout à vous devis. »
« Sire, » dist Baudewins, « ch’est voirs par Jhésu-Cris !
« La teste en prenderai, ains qu’il soit avespris,
« Ne l’en garantiroit nuls hons de mère vis ;
« Né vous né roys né contes né prinches né marchis.
« Laissiés-ent le parler, riches roys postéis,
« Pour vous je n’en feroie ·j· tout soel parésis. »
Dist li rois de Surie : « fox ! qu’est-ce que tu dis ?
« Jà sui roys de Surie, le nobile païs,
« Et de Jhérusalem où Diex fu mors et vis
« Et de ·xvi· royames, sans ·ij· que j’ai conquis ;
« S’ies fox et outrageus quant à moy n’obéis.
« Sé te tenoie jà dedens mes édéfis,
« Onques si fox parlers ne fu par homme dis. »
« Sire, » dist Baudewins, « de che sui-je tous fis.
« Sé je fuisse en vo lieu, né dedens vo pourpris,
« Je me gardasse bien de dire si fais dis.
« Jà ne m’i kier embatre pour estre vo subgis ! »
Atant s’em part li roys dolans et abaubis,
Dist au conte de Flandre : « frans contes agencis,
« Défendés vostre vie ! je ne puis estre oïs.
« Je croi, sé je donnoie, che vassal, mon païs
« Et trestoute la terre de quoi je sui servis,
« Ne se déporteroit d’estre à vous aâtis.
« Or vous em puist aidier li pères et li filx
« Jhésus, li tous-poisans qui est saint Espéris !
« De tout les crestiens est-che li plus despis. »
Quant li contes de Flandre le bon roy escouta,
Il en fu si dolant c’onkes mot n’i parla ;
Il broche le destrier et le lanche avala,
De l’escut se couvri et ou cordis entra.
Quant Baudewins le vit, adont li escria :
« Ahy ! contes de Flandre, » dist-il, « estes-vous là ?
« Je vous ai lonc tamps quis, or vous ai trouvé chà.
« De chellui vous deffi qui tout fist et créa. »
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ De graaf zal het geheel naar uw wens herstellen. “
“ Heer, “ zei Boudewijn, “ dat is waar, bij Jezus Christus!
“ Zijn hoofd zal ik nemen, voordat de avond valt,
“ Geen mens geboren uit een levende moeder zal hem beschermen;
“ Noch u, noch koning, noch graaf, noch prins, noch markies. 870
“ Houd op met praten, rijke, machtige koning,
“ Voor u zou ik er nog geen enkele parisis om geven. “
De koning van Syrië zei: “ Dwaas! Wat zeg je daar?
“ Ik ben immers koning van Syrië, het nobele land,
“ En van Jeruzalem, waar God stierf en verrees,
“ En van zestien koninkrijken, nog buiten twee die ik veroverde;
“ Je bent dwaas en overmoedig dat je mij niet gehoorzaamt.
“ Als ik je nu binnen mijn paleizen gevangen hield,
“ Zou zo'n dwaze taal nog nooit door een man zijn gesproken. “
“ Heer, “ zei Boudewijn, “ daar ben ik geheel zeker van. 880
“ Als ik in uw plaats was, of binnen uw domein,
“ Zou ik wel oppassen om zulke woorden te spreken.
“ Ik wens daar nooit binnen te dringen om uw onderdaan te zijn! “
Daarop vertrekt de koning, bedroefd en verbijsterd,
En zegt tegen de graaf van Vlaanderen: “ Edele, schone graaf,
“ Verdedig uw leven! Ik kan niet gehoord worden.
“ Ik geloof dat, al schonk ik deze vazal mijn land
“ En al de grondgebieden waarvan ik gediend word,
“ Hij er niet van zou afzien u vijandig te bestrijden.
“ Moge nu de Vader en de Zoon u bijstaan, 890
“ Jezus, de Almachtige die de Heilige Geest is!
“ Van alle christenen is dit de meest verachtelijke. “
Toen de graaf van Vlaanderen naar de goede koning luisterde,
Werd hij zo bedroefd dat hij geen woord sprak;
Hij spoort het strijdpaard aan en stormde vooruit,
Bedekte zich met het schild en wierp zich in de strijd.
Toen Boudewijn hem zag, riep hij hem toe:
“ Ach! Graaf van Vlaanderen, “ zei hij, “ bent u daar?
“ Ik heb u lang gezocht, nu heb ik u hier gevonden.
“ Ik daag u uit in de naam van Hem die alles maakte en schiep. “ 900
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
sxbkatpb8gtmihzph1ehvmy4ygeq0yq
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/717
104
88645
226012
2026-08-29T10:53:20Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226012
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Et je toi, » dist li contes, qui moult le redoubta.
Ambedoy s’eslongièrent et Baudewins brocha,
Moult afréement envers le conte va ;
Li contes vint vers lui et le lanche avala ;
Chascuns, son compaignon, tellement assena
Que li escut perchièrent où li lanche ficha.
Mais li lanche au bon conte en ·x· pièches brisa ;
Li lanche Baudewin point né pau ne fléka,
Roide fu et pesans, et li bers le bouta
Que le conte Robert hors des archons porta,
Plus de ·xiiij· piés, le vassaus, le geta
En sus de son destrier, illoec le souvina.
Il s’en fali petit li coer ne li creva.
Quant li roys de Surie la jouste regarda,
Il dist à Corborant, sor cui il s’apoïa :
« Ahi ! roys Corborans, li quens Robers s’en va,
« Il est mors à che cop, mais ne s’en levera. »
Et li bers Baudewins tèlement se hasta,
Car du conte tuer durement se péna,
Si le voeilt défouler, son cheval li mena
Pour passer sus le corps : mais li quens, qui jut là
Reprist coer et vertu et l’espée sacha,
Tout ensi qu’en fauquant d’une fauc, quant on l’a,
Féri en rastelant ; li chaval si frapa
Que les ·ij· piés devant à ·j· cop li trencha.
Li chavaus est chéus et Baudewins versa,
Le chief dessus la terre, li chevaliers, tuma ;
Légiers fu et apers, si que tost s’en leva.
Andoi furent à piet, chascuns fiert et frapa :
Baudewins fiert grant cos, le contes l’aprocha,
Des escus se couvrirent ou mains cos s’avala ;
Si les ont décopés et crevés chà et là,
Puis fisent une luite où chascuns s’efforcha.
Si ne sot-on à dire li quelz primiers versa,
Fors tant que Baudewins primiers sor lui monta ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ En ik daag u uit, “ zei de graaf, die hem zeer vreesde.
Beiden namen afstand en Boudewijn gaf zijn paard de sporen,
Heel onstuimig rijdt hij op de graaf af;
De graaf kwam naar hem toe en liet de lans zakken;
Ieder trof zijn metgezel zo hard
Dat de schilden doorboord werden waar de lans bleef steken.
Maar de lans van de goede graaf bracht hij in tien stukken aan brijven;
De lans van Boudewijn boog noch week een klein beetje,
Stijf was hij en zwaar, en de baroen stootte ermee
Zodat hij graaf Robert uit de stijgbeugels tilde,910
Meer dan veertien voet wierp de vazal hem
Weg van zijn strijdpaard, daar smeedde hij zijn val.
Het scheelde maar weinig of zijn hart was gebroken.
Toen de koning van Syrië de steekspelen aanschouwde,
Zei hij tegen Corborant, op wie hij leunde:
“ Ach! koning Corborant, graaf Robert gaat eraan,
“ Hij is dood door deze klap, hij zal nooit meer opstaan. “
En de baroen Boudewijn haastte zich zozeer,
Omdat hij zich hevig inspande om de graaf te doden,
Dat hij hem wilde vertrappen; hij mende zijn paard920
Om over het lichaam te rijden: maar de graaf, die daar lag,
Herwon moed en kracht en trok het zwaard,
Net zoals men maait met een zeis, wanneer men die vasthoudt,
Sloeg hij toe in een zwaai; het paard trof hij zo
Dat hij de twee voorpoten in één slag afhieuw.
Het paard is gevallen en Boudewijn stortte neer,
Het hoofd tegen de grond, de ridder viel;
Lichtvoetig was hij en behendig, zodat hij snel opstond.
Beiden waren te voet, ieder slaat en hakt:
Boudewijn deelt grote klappen uit, de graaf benaderde hem,930
Met de schilden dekten zij zich af waar menige klap neerkwam;
Zo hebben zij ze hier en daar aan stukken gehakt en gespleten,
Daarna worstelden zij waarbij ieder al zijn krachten inzette.
Men wist niet te zeggen wie van hen het eerst viel,
Behalve dan dat Boudewijn als eerste bovenop hem klom;
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
06lxa44fbzip9twe0h831oxhrlh27ep
226013
226012
2026-08-29T10:54:29Z
Havang(nl)
4330
226013
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Et je toi, » dist li contes, qui moult le redoubta.
Ambedoy s’eslongièrent et Baudewins brocha,
Moult afréement envers le conte va ;
Li contes vint vers lui et le lanche avala ;
Chascuns, son compaignon, tellement assena
Que li escut perchièrent où li lanche ficha.
Mais li lanche au bon conte en ·x· pièches brisa ;
Li lanche Baudewin point né pau ne fléka,
Roide fu et pesans, et li bers le bouta
Que le conte Robert hors des archons porta,
Plus de ·xiiij· piés, le vassaus, le geta
En sus de son destrier, illoec le souvina.
Il s’en fali petit li coer ne li creva.
Quant li roys de Surie la jouste regarda,
Il dist à Corborant, sor cui il s’apoïa :
« Ahi ! roys Corborans, li quens Robers s’en va,
« Il est mors à che cop, mais ne s’en levera. »
Et li bers Baudewins tèlement se hasta,
Car du conte tuer durement se péna,
Si le voeilt défouler, son cheval li mena
Pour passer sus le corps : mais li quens, qui jut là
Reprist coer et vertu et l’espée sacha,
Tout ensi qu’en fauquant d’une fauc, quant on l’a,
Féri en rastelant ; li chaval si frapa
Que les ·ij· piés devant à ·j· cop li trencha.
Li chavaus est chéus et Baudewins versa,
Le chief dessus la terre, li chevaliers, tuma ;
Légiers fu et apers, si que tost s’en leva.
Andoi furent à piet, chascuns fiert et frapa :
Baudewins fiert grant cos, le contes l’aprocha,
Des escus se couvrirent ou mains cos s’avala ;
Si les ont décopés et crevés chà et là,
Puis fisent une luite où chascuns s’efforcha.
Si ne sot-on à dire li quelz primiers versa,
Fors tant que Baudewins primiers sor lui monta ;
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ En ik daag u uit, “ zei de graaf, die hem zeer vreesde.
Beiden namen afstand en Boudewijn gaf zijn paard de sporen,
Heel onstuimig rijdt hij op de graaf af;
De graaf kwam naar hem toe en liet de lans zakken;
Ieder trof zijn metgezel zo hard
Dat de schilden doorboord werden waar de lans bleef steken.
Maar de lans van de goede graaf bracht hij in tien stukken aan brijven;
De lans van Boudewijn boog noch week een klein beetje,
Stijf was hij en zwaar, en de baron stootte ermee
Zodat hij graaf Robert uit de stijgbeugels tilde,910
Meer dan veertien voet wierp de vazal hem
Weg van zijn strijdpaard, daar smeedde hij zijn val.
Het scheelde maar weinig of zijn hart was gebroken.
Toen de koning van Syrië de steekspelen aanschouwde,
Zei hij tegen Corborant, op wie hij leunde:
“ Ach! koning Corborant, graaf Robert gaat eraan,
“ Hij is dood door deze klap, hij zal nooit meer opstaan. “
En de baron Boudewijn haastte zich zozeer,
Omdat hij zich hevig inspande om de graaf te doden,
Dat hij hem wilde vertrappen; hij mende zijn paard920
Om over het lichaam te rijden: maar de graaf, die daar lag,
Herwon moed en kracht en trok het zwaard,
Net zoals men maait met een zeis, wanneer men die vasthoudt,
Sloeg hij toe in een zwaai; het paard trof hij zo
Dat hij de twee voorpoten in één slag afhieuw.
Het paard is gevallen en Boudewijn stortte neer,
Het hoofd tegen de grond, de ridder viel;
Lichtvoetig was hij en behendig, zodat hij snel opstond.
Beiden waren te voet, ieder slaat en hakt:
Boudewijn deelt grote klappen uit, de graaf benaderde hem,930
Met de schilden dekten zij zich af waar menige klap neerkwam;
Zo hebben zij ze hier en daar aan stukken gehakt en gespleten,
Daarna worstelden zij waarbij ieder al zijn krachten inzette.
Men wist niet te zeggen wie van hen het eerst viel,
Behalve dan dat Boudewijn als eerste bovenop hem klom;
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
j40f2kelt9nonrtpdezzov8t3g8q5zj
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/718
104
88646
226014
2026-08-29T10:55:38Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226014
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Des manicles de fer, qu’à ses gans il porta,
Fiert et maille le conte que li sans en raïa.
Li quens fu si armés que point ne l’empira,
Si que tout d’un acort chascuns se releva ;
Si se fièrent des brans, que chascuns d’iaus porta,
Et d’estoc et de taille : chascuns tant s’en donna
Que li sans en raïoit, dont li herbe arousa.
Fort furent li vassal, bon chevaliers i a,
Chascuns, à son pooir, de la mort s’en tensa ;
Mais li contes de Flandres forment afobloïa,
Car li bers Baudewins ·j· tel cop li geta
Que l’espée trenchant le char li entama,
Sus le dos par dérière plainne paume i entra.
Li sans l’en file à terre, dont li quens se doubta,
Dieu et sa douche mère en son coer réclama.
Quant li contes de Flandres vit le sanc de son corps,
Sé il osast de honte, il criast jà : ahors !
Et li roys Baudewins a ses cheveus détors,
Si dist à Corborant : « li quens Robers est mors,
« Jhésus li tout-poissans li soit miséricors ! »
A Baudewin s’en vint, li riches roys Ectors,
Si distroys de Surie, n’i vault argens ni ors,
« Li contes est vaincus, acomplis est mes sors ;
« Gontacles mist à fin, qui estoit mes resors.
« Traïner le ferai à ·j· boins cevaus sors. »
Quant li roys l’entendi, si plaindi moult le corps.
Li roys fu moult dolans, en lui n’ot qu’esbahir,
Quant le conte Robert voit ensi amenrir.
Et Baudewins le fiert, qui le faisoit crémir,
En plus de ·xij· liex en fist le sanc salir :
Et le contes se paine de sa vie garir,
Quant se cuide avanchier il le convient fuïr ;
Car Baudewins li fait ses horrions sentir,
Cop à cop le faisoit à le terre flastir.
Li quens se resvertue, si prent à esquiermir,
</poem>
|valign=top|
<poem>
Met de ijzeren wanten, die hij aan zijn handschoenen droeg,
Slaat en beukt hij de graaf, zodat het bloed eruit gutste.
De graaf was zo goed bewapend dat het hem niet deerde,
Zodat eenieder zich eensgezind weer oprichtte;
Toen sloegen zij met de zwaarden, die ieder van hen droeg, 940
Zowel met de punt als met de snede: ieder deelde er zoveel uit
Dat het bloed eruit stroomde, waarmee het gras werd besproeid.
Sterk waren de vazallen, er zijn daar goede ridders,
Ieder probeerde, naar zijn vermogen, de dood af te weren;
Maar de graaf van Vlaanderen verzwakte aanzienlijk,
Want de edele Boudewijn bracht hem zo'n slag toe
Dat het scherpe zwaard zijn vlees diep opensneed,
In zijn rug drong het een volle handbreedte diep naar binnen.
Het bloed stroomt op de grond, waardoor de graaf vreesde,
God en zijn milde moeder riep hij aan in zijn hart. 950
Toen de graaf van Vlaanderen het bloed van zijn lichaam zag,
Als hij het uit schaamte had gedurfd, had hij al om genade geroepen!
En koning Boudewijn heeft zijn haren losgetrokken,
En zei tegen Corborant: “ Graaf Robrecht is dood,
“ Moge Jezus de Almachtige hem genadig zijn! “
Naar Boudewijn toe kwam de machtige koning Ector,
De koning van Syrië, geld noch goud is hier van waarde:
“ De graaf is overwonnen, mijn lot is bezegeld;
“ Gontacles is aan zijn eind gekomen, die mijn toeverlaat was.
“ Achter een goed voskleurig paard zal ik hem laten meesleuren. “ 960
Toen de koning dit hoorde, beklaagde hij het lichaam ten zeerste.
De koning was zeer bedroefd, hij was geheel ontzet,
Wanneer hij graaf Robrecht zo ziet verzwakken.
En Boudewijn slaat hem, wat hem deed sidderen,
Op meer dan twaalf plekken deed hij het bloed eruit springen:
En de graaf doet moeite om zijn leven te redden,
Wanneer hij denkt vooruit te komen, moet hij vluchten;
Want Boudewijn laat hem zijn zware klappen voelen,
Slag na slag deed hij hem tegen de grond smakken.
De graaf herpakt zijn krachten, en begint te schermen, 970
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
5slb5k4itq6d1vka96canavxe2ebs3f
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/719
104
88647
226015
2026-08-29T10:56:57Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226015
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Entour lui fiert et frape, sans point de l’alentir.
Baudewins se repose ens ou conte véir,
Bien voit qu’il est matés, nus n’en poet garantir,
Et qu’à ·j· tout seul cop, s’il s’en vœilt eshardir,
Li feroit, s’il voloit, l’âme du corps partir.
Lors li dist Baudewins qui tant fist à crémir :
« Sire contes de Flandre, chi vous convient fénir !
« Chellui ne coniussiés qui vous fera morir,
« Mais je le vous dirai, sé le volés oïr ;
« Car ch’est li hons, el mont, que plus devés haïr
« Et, s’en vo majesté vous le poés tenir,
« A fin c’on vous laissast de mon corps convenir
« Vous ne me lairiés vivre ni une nuit dormir,
« Je croi, qué vous donroit le royame de Thir. »
Quant li contes l’entent, si jeta ·j· souspir ;
Sé li dist « chevaliers, je ne cuide haïr
« Homme tant, ens el mont, con tu me fais oïr ?
« Chevaliers, » dist li contes, « ne sai homme vivant
« Que je hache de mort, chertes, né tant né quant ?
« Mal estes assenés à dire tel rommant. »
« Comment ! » dist Baudewins qui tant ot fier samblant,
« Jà sui-je Baudewins de Sebourc, le vaillant,
« Qui emmena vo soer qui le corps a plaisant,
« La plus belle puchelle de che chiècle vivant.
« Chertes, sé me teniés où sont vostre atenant,
« Ou païs de Hainnau ou de Flandre avant,
« Pour tout l’or de che monde ne me feriés garant
« Ne me fesissiés pendre con larron soudoïant ! »
Quant li contes entent Baudewin le poissant,
Hors de son chief jeta son hyaume luisant,
S’espée gète à terre et son espoi trenchant ;
Si dist à Baudewin, le noble conquérant :
« Or ne m’ochiés mie, » ch’a-il dit à l’enfant,
« Tant que vous aie dit che que je vois pensant. »
« Nennil, » dist Baudewins, a dites vostre commant
</poem>
|valign=top|
<poem>
Met de ijzeren wanten, die hij aan zijn handschoenen droeg,
Slaat en beukt hij de graaf, zodat het bloed eruit gutste.
De graaf was zo goed bewapend dat het hem niet deerde,
Zodat eenieder zich eensgezind weer oprichtte;
Toen sloegen zij met de zwaarden, die ieder van hen droeg, 940
Zowel met de punt als met de snede: ieder deelde er zoveel uit
Dat het bloed eruit stroomde, waarmee het gras werd besproeid.
Sterk waren de vazallen, er zijn daar goede ridders,
Ieder probeerde, naar zijn vermogen, de dood af te weren;
Maar de graaf van Vlaanderen verzwakte aanzienlijk,
Want de edele Boudewijn bracht hem zo'n slag toe
Dat het scherpe zwaard zijn vlees diep opensneed,
In zijn rug drong het een volle handbreedte diep naar binnen.
Het bloed stroomt op de grond, waardoor de graaf vreesde,
God en zijn milde moeder riep hij aan in zijn hart. 950
Toen de graaf van Vlaanderen het bloed van zijn lichaam zag,
Als hij het uit schaamte had gedurfd, had hij al om genade geroepen!
En koning Boudewijn heeft zijn haren losgetrokken,
En zei tegen Corborant: “ Graaf Robrecht is dood,
“ Moge Jezus de Almachtige hem genadig zijn! “
Naar Boudewijn toe kwam de machtige koning Ector,
De koning van Syrië, geld noch goud is hier van waarde:
“ De graaf is overwonnen, mijn lot is bezegeld;
“ Gontacles is aan zijn eind gekomen, die mijn toeverlaat was.
“ Achter een goed voskleurig paard zal ik hem laten meesleuren. “ 960
Toen de koning dit hoorde, beklaagde hij het lichaam ten zeerste.
De koning was zeer bedroefd, hij was geheel ontzet,
Wanneer hij graaf Robrecht zo ziet verzwakken.
En Boudewijn slaat hem, wat hem deed sidderen,
Op meer dan twaalf plekken deed hij het bloed eruit springen:
En de graaf doet moeite om zijn leven te redden,
Wanneer hij denkt vooruit te komen, moet hij vluchten;
Want Boudewijn laat hem zijn zware klappen voelen,
Slag na slag deed hij hem tegen de grond smakken.
De graaf herpakt zijn krachten, en begint te schermen, 970
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
t5y1zde5403taeb5x9eknfuekpc29lc
226016
226015
2026-08-29T11:00:53Z
Havang(nl)
4330
226016
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Entour lui fiert et frape, sans point de l’alentir.
Baudewins se repose ens ou conte véir,
Bien voit qu’il est matés, nus n’en poet garantir,
Et qu’à ·j· tout seul cop, s’il s’en vœilt eshardir,
Li feroit, s’il voloit, l’âme du corps partir.
Lors li dist Baudewins qui tant fist à crémir :
« Sire contes de Flandre, chi vous convient fénir !
« Chellui ne coniussiés qui vous fera morir,
« Mais je le vous dirai, sé le volés oïr ;
« Car ch’est li hons, el mont, que plus devés haïr
« Et, s’en vo majesté vous le poés tenir,
« A fin c’on vous laissast de mon corps convenir
« Vous ne me lairiés vivre ni une nuit dormir,
« Je croi, qué vous donroit le royame de Thir. »
Quant li contes l’entent, si jeta ·j· souspir ;
Sé li dist « chevaliers, je ne cuide haïr
« Homme tant, ens el mont, con tu me fais oïr ?
« Chevaliers, » dist li contes, « ne sai homme vivant
« Que je hache de mort, chertes, né tant né quant ?
« Mal estes assenés à dire tel rommant. »
« Comment ! » dist Baudewins qui tant ot fier samblant,
« Jà sui-je Baudewins de Sebourc, le vaillant,
« Qui emmena vo soer qui le corps a plaisant,
« La plus belle puchelle de che chiècle vivant.
« Chertes, sé me teniés où sont vostre atenant,
« Ou païs de Hainnau ou de Flandre avant,
« Pour tout l’or de che monde ne me feriés garant
« Ne me fesissiés pendre con larron soudoïant ! »
Quant li contes entent Baudewin le poissant,
Hors de son chief jeta son hyaume luisant,
S’espée gète à terre et son espoi trenchant ;
Si dist à Baudewin, le noble conquérant :
« Or ne m’ochiés mie, » ch’a-il dit à l’enfant,
« Tant que vous aie dit che que je vois pensant. »
« Nennil, » dist Baudewins, a dites vostre commant
</poem>
|valign=top|
<poem>
Om hem heen slaat en treft hij, zonder zich enigszins in te houden.
Baudewin rust uit terwijl hij naar de graaf kijkt,
Hij ziet wel dat hij verslagen is, niemand kan hem beschermen,
En dat met één enkele slag, als hij de moed ertoe wil opvatten,
Hij, als hij wilde, diens ziel uit het lichaam zou doen scheiden.
Toen sprak Baudewin tot hem, die zoveel vrees inboezemde:
“ Heer graaf van Vlaanderen, hier moet u eindigen!
“ Degene kent u niet die u zal doen sterven,
“ Maar ik zal het u vertellen, als u het horen wilt;
“ Want dit is de man, ter wereld, die u het meest moet haten 980
“ En, als u hem in uw macht zou kunnen houden,
“ Zodat men u met mijn lichaam zou laten begaan,
“ Zou u mij niet één nacht laten leven of slapen,
“ Zelfs niet, geloof ik, al schonk men u het koninkrijk Tyrus. “
Toen de graaf dit hoort, slaakt hij een zucht;
En hij zei: “ Ridder, ik geloof niet dat ik een man
“ Zozeer haat, ter wereld, als jij mij hier doet horen?
“ Ridder, “ zei de graaf, “ ik ken geen levend mens
“ Die ik met de dood haat, werkelijk, niet in het minst of geringst?
“ U bent slecht ingelicht om zo'n verhaal op te hangen. “ 990
“ Hoezo! “ zei Baudewin die zo'n trots voorkomen had,
“ Ik ben immers Baudewin van Sebourc, de dappere,
“ Die uw zuster meenam, die een bekoorlijk lichaam heeft,
“ De mooiste maagd van deze levende eeuwigheid.
“ Waarlijk, als u mij hield waar uw bondgenoten zijn,
“ In het land van Henegouwen of ginds in Vlaanderen,
“ Voor al het goud van deze wereld zou u mij niet sparen
“ Of u zou mij laten ophangen als een huurling-dief! “
Toen de graaf de machtige Baudewin hoort,
Wierp hij zijn glanzende helm van zijn hoofd, 1000
Werpt zijn zwaard ter aarde en zijn scherpe speer;
En hij zei tegen Baudewin, de edele overwinnaar:
“ Dood mij nu niet, “ zo sprak hij tot de jongeling,
“ Totdat ik u heb gezegd wat ik overpeins. “
“ Welnee, “ zei Baudewin, “ zeg wat u gebiedt. “
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
jbuw3uuk42oatc5jl3mp6ko659aekbc
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/720
104
88648
226017
2026-08-29T11:02:00Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226017
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ En daarna zal ik u doden, voorwaar, nu meteen.
“ Heer, “ zei Boudewijn, met het edele gelaat,
“ Ik laat u gerust uw wil en uw wensen uiten;
“ Maar weet dat u vandaag geen biecht zult krijgen,
“ De kop zal ik u afsnijden, vlak onder de kin. “ 1010
“ Boudewijn, “ zei de graaf die Robert heette,
“ Luister naar mij, zonder mij te onderbreken:
“ Ik heb u lang gezocht, en dat was enkel voor het goede,
“ Want, bij de Heer die Longinus vergiffenis schonk,
“ Zou ik u voor al het goud van Salomon niet willen doden,
“ Nooit zou ik meer vrede hebben met de erfgenamen van Bouillon;
“ Want, voorwaar, u stampt af van zulk een geslacht
“ Dat er geen edeler man is in het koninkrijk Frankrijk.
“ Ach! Edele jonker, van nederige aard,
“ Zoals ik u zal vertellen over uw afkomst, 1020
“ Van uw vader en uw moeder zal ik u hier de naam noemen,
“ En ook van uw broers hun gehele rang en stand.
“ De heer van Sebourc heeft mij de toestand verteld,
“ Hij die u vijftien jaar lang in zijn huis heeft gevoed.
“ O! Edele jonker, ik smeek u om genade!
“ Koninklijk kind uit een edele generatie,
“ De beste en de dapperste die men zou kunnen vinden,
“ U bent de zoon van een koningin die een koning als echtgenoot had.
“ Kent u uw moeder niet? Maar wij kennen haar wel:
“ Het is koningin Rose, die zo hoog staat aangeschreven. 1030
“ Uw vader werd verkocht aan de koning van de Rode Leeuw,
“ En hij werd verkocht door Gaufrois, die het hart van een gulzigaard heeft;
“ Esmeret, Glorians, Alexander, zijn hun namen,
“ Deze drie zijn uw broers; en de hertog van Bouillon
“ Die de gekroonde koning is van de tempel van Salomon
“ En veertien koninkrijken onder zijn gezag heeft,
“ Dat is de volle broer van uw moeder, zonder enige twijfel.
“ U bent van de bloedlijn van de prins van faam,
“ Die, over zee, Elyas, de baron, meenam.
“ Edelman, geef u over aan mijn besluit, “ 1040
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
7ntc5cjpgb0adp3cezyqmu6atkp3qfk
226025
226017
2026-08-29T11:20:05Z
Havang(nl)
4330
226025
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Et puis vous ochirrai, chertes, tout maintenant.
« Sire, » dist Baudewins, à le clère fachon,
« Je vous larai bien dire vo talent et vo bon ;
« Mais chachiés qu’aujourd’ui n’arés confession,
« La teste vous torrai par dessous le menton. »
« Baudewins, » dist li contes qui Robers ot à non,
« Vœilliés-moi escouter, sans nulle arrestison :
« Je vous ai lone tamps quis, che n’est sé pour bien non,
« Car, par chellui Seigneur qui fist Longis pardon,
« Ne vous vaurroie ochirre pour tout l’or Salemon,
« Jamais n’aroie pais vers les hoirs de Buillon ;
« Car, chertes, vous venés de telle estration
« Qu’il n’a plus gentil homme en Franche le roïon.
« A ! jentis damoisiaux, d’umble condision,
« Comme je vous dirai la vostre estrasion,
« De vo père et vo mère vous dirai chi le non,
« De vous frères aussi toute l’establison.
« Li sires de Sebourc m’en a dit le fasson,
« Qui.xv. ans vous nourri par dedens sa maison.
« Hé ! gentis damoisiaus, je vous requir pardon !
« Nobles enfes roïaus de génération,
« Le mieudre et le plus preu que trouver poroit-on,
« Fiex estes de royne qui ot roy à baron.
« Ne connoissiés vo mère ? mais bien le cognoisson :
« Ch’est la royne Rose qui tant a de renon.
« Vous pères fu vendus au roy Rouge-Lyon,
« Si le vendi Gaufrois qui coer a de glouton ;
« Esmerés, Glorians, Alixandres, par non,
« Chil troi sont vostre frère ; et li dus de Buillon
« Qui est roys couronnés du temple Salemon
« Et ·xiiij· royames en sa subjection,
« Ch’est germains à vo mère, sans nulle autre parchon.
« Vous estes du linage le prinche de renon
« Qui, par mer, emmena Elyas, le baron.
« Vasaus, otroiiés-moi à vo devision,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ En daarna zal ik u doden, voorwaar, nu meteen.
“ Heer, “ zei Boudewijn, met het edele gelaat,
“ Ik laat u gerust uw wil en uw wensen uiten;
“ Maar weet dat u vandaag geen biecht zult krijgen,
“ De kop zal ik u afsnijden, vlak onder de kin. “ 1010
“ Boudewijn, “ zei de graaf die Robert heette,
“ Luister naar mij, zonder mij te onderbreken:
“ Ik heb u lang gezocht, en dat was enkel voor het goede,
“ Want, bij de Heer die Longinus vergiffenis schonk,
“ Zou ik u voor al het goud van Salomon niet willen doden,
“ Nooit zou ik meer vrede hebben met de erfgenamen van Bouillon;
“ Want, voorwaar, u stampt af van zulk een geslacht
“ Dat er geen edeler man is in het koninkrijk Frankrijk.
“ Ach! Edele jonker, van nederige aard,
“ Zoals ik u zal vertellen over uw afkomst, 1020
“ Van uw vader en uw moeder zal ik u hier de naam noemen,
“ En ook van uw broers hun gehele rang en stand.
“ De heer van Sebourc heeft mij de toestand verteld,
“ Hij die u vijftien jaar lang in zijn huis heeft gevoed.
“ O! Edele jonker, ik smeek u om genade!
“ Koninklijk kind uit een edele generatie,
“ De beste en de dapperste die men zou kunnen vinden,
“ U bent de zoon van een koningin die een koning als echtgenoot had.
“ Kent u uw moeder niet? Maar wij kennen haar wel:
“ Het is koningin Rose, die zo hoog staat aangeschreven. 1030
“ Uw vader werd verkocht aan de koning van de Rode Leeuw,
“ En hij werd verkocht door Gaufrois, die het hart van een gulzigaard heeft;
“ Esmeret, Glorians, Alexander, zijn hun namen,
“ Deze drie zijn uw broers; en de hertog van Bouillon
“ Die de gekroonde koning is van de tempel van Salomon
“ En veertien koninkrijken onder zijn gezag heeft,
“ Dat is de volle broer van uw moeder, zonder enige twijfel.
“ U bent van de bloedlijn van de prins van faam,
“ Die, over zee, Elyas, de baron, meenam.
“ Edelman, geef u over aan mijn besluit, “ 1040
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
nh1eb705wi102m4jd66lvvl14b6skt3
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/721
104
88649
226018
2026-08-29T11:07:20Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226018
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
{{iwpage|fr}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Want ik heb u ten onrechte en zonder reden verbannen;
“ Maar ik kende de faam van uw persoon luidruchtig niet.
“ Jonker van goede zede, van nobele afkomst,
“ De heer van Sebourc vond u in de struiken,
“ Naast een ridder die, zonder te biechten,
“ Stierf nabij Sebourc, moge God hem vergeving schenken,
“ Die uw lichaam rechtstreeks aan boord van een dromon
“ Naar Boulogne bracht om bescherming te zoeken
“ Tegen uw stiefvader, die Gaufrois heet,
“ Die u heimelijk en laaghartig zou hebben vermoord. 1050
“ Ach! Edele, vrijgeboren heer, ik smeek u in de naam van Jezus
“ Dat u met mij doet naar uw wil en uw behagen:
“ Nu ik u gevonden heb en uw naam heb genoemd,
“ Wil ik nooit meer leven of genade ontvangen. “
Toen boog hij zijn hoofd naar hem toe en strekte zijn kin,
En zei: “ Sla nu maar toe, want de tijd is daar. “
Wanneer Boudewijn de woorden van de graaf hoort,
Heeft hij hem toen wel tien keer achter elkaar omhelsd.
Het was een groot mededogen om daar op het zand te zien
Hoe zij elkaar kussen, zoals een dame haar echtgenoot. 1060
Koning Hector ziet het en zegt op luide toon:
“ Wat staan die schurken daar te smeken? “ zei de koning,
“ Voor de vrede die zij sluiten geef ik nog geen knoop,
“ Beiden zullen worden opgehangen als dieven. “
De nobele prinsen omhelzen elkaar zachtmoedig
Ende graaf van Vlaanderen, met zijn dappere houding,
Kwam naar de koning van Syrië en zei luid tegen hem:
“ Heer koning van Syrië, ik heb uw verwant gevonden,
“ Boudewijn van Sebourc, die zoveel moed bezit,
“ Over wie ik u een tijd geleden al menig verhaal heb gedaan1070
“ En hem hield voor de dapperste die er onder het firmament is.
“ Ik heb hem herkend, en het heeft me duur gestaan,
“ Het scheelde weinig of hij had mij gedood tot mijn verdriet en kwelling;
“ Ik scheld hem al mijn wrok kwijt en vergeef het hem. “
En toen de koning het hoorde, straalde hij van vreugde,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
t51iym8c17r1kzemcvim18mz4y3fbr7
226026
226018
2026-08-29T11:20:56Z
Havang(nl)
4330
226026
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Car je vous escaçai à tort et sans raison ;
« Mais ne savoie mie de vo cors le renon.
« Damoisiaux de boin aires, de noble estrasion,
« Li sires de Sebourc vous trouva au buisson,
« Delès ·j· chevalier qui, sans confession,
« Morut delės Sebourc, Diex li face pardon,
« Qui tout droit à Boulongne, où on entre en dromon,
« Portoit le vostre corps, pour avoir garrison
« Envers vostre parastre, qui Gaufrois a à non,
« Qui vous éust murdri coiement à larron.
« Ahi ! frans gentis-hons, je te pri pour Jhesum
« Que vous prendés de moi vo talent et vo bon :
« Puis que vous ai trouvet et dit le vostre non,
« Jamais ne voel plus vivre né avoir raançon. »
Dont li balla son cief et estent le menton,
Et dist : « or i férés, car il en est saison. »
Quant Baudewins entent du conte la rayson,
Adont l’a acolé ·x· fois en ·j· randon.
Là, fu-che grant pité de vir sus le sablon
Comment il s’entrebaisent, con dame son baron.
Voit le li rois Ector, si a dit à haut ton :
« Que se vont demandant, » dist li roys, « chil glouton ?
« De la pais car il font n’en donroie ·j· bouton,
« Andoy seront pendut à guise de larron. »
Li nobile princhier s’acolent douchement
Et li contes de Flandre, au hardi couvenent,
Vint au roy de Surie, si li dist hautement :
« Sire roys de Surie, j’ai trouvé vo parent
« Baudewin de Sebourc qui tant a hardement,
« Dont je vous ai pièche a fait maint racontement
« Et tenut au plus preu qui soit el firmament.
« Je l’ai recognéut, si m’a cousté gramment,
« Près qu’il ne m’a ochis à doel et à tourment ;
« Je li cuite et pardoins tout le mien mautalent. »
Et quant li roys l’oï, de la joie s’estent,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Want ik heb u ten onrechte en zonder reden verbannen;
“ Maar ik kende de faam van uw persoon luidruchtig niet.
“ Jonker van goede zede, van nobele afkomst,
“ De heer van Sebourc vond u in de struiken,
“ Naast een ridder die, zonder te biechten,
“ Stierf nabij Sebourc, moge God hem vergeving schenken,
“ Die uw lichaam rechtstreeks aan boord van een dromon
“ Naar Boulogne bracht om bescherming te zoeken
“ Tegen uw stiefvader, die Gaufrois heet,
“ Die u heimelijk en laaghartig zou hebben vermoord. 1050
“ Ach! Edele, vrijgeboren heer, ik smeek u in de naam van Jezus
“ Dat u met mij doet naar uw wil en uw behagen:
“ Nu ik u gevonden heb en uw naam heb genoemd,
“ Wil ik nooit meer leven of genade ontvangen. “
Toen boog hij zijn hoofd naar hem toe en strekte zijn kin,
En zei: “ Sla nu maar toe, want de tijd is daar. “
Wanneer Boudewijn de woorden van de graaf hoort,
Heeft hij hem toen wel tien keer achter elkaar omhelsd.
Het was een groot mededogen om daar op het zand te zien
Hoe zij elkaar kussen, zoals een dame haar echtgenoot. 1060
Koning Hector ziet het en zegt op luide toon:
“ Wat staan die schurken daar te smeken? “ zei de koning,
“ Voor de vrede die zij sluiten geef ik nog geen knoop,
“ Beiden zullen worden opgehangen als dieven. “
De nobele prinsen omhelzen elkaar zachtmoedig
Ende graaf van Vlaanderen, met zijn dappere houding,
Kwam naar de koning van Syrië en zei luid tegen hem:
“ Heer koning van Syrië, ik heb uw verwant gevonden,
“ Boudewijn van Sebourc, die zoveel moed bezit,
“ Over wie ik u een tijd geleden al menig verhaal heb gedaan1070
“ En hem hield voor de dapperste die er onder het firmament is.
“ Ik heb hem herkend, en het heeft me duur gestaan,
“ Het scheelde weinig of hij had mij gedood tot mijn verdriet en kwelling;
“ Ik scheld hem al mijn wrok kwijt en vergeef het hem. “
En toen de koning het hoorde, straalde hij van vreugde,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
ki5p9wsb4xpi5jk9w11ed8fbjv0jkpz
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/722
104
88650
226019
2026-08-29T11:09:44Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226019
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Baudewin de Sebourc acole douchement.
Li sires de Sebourc i vint moult liement,
Baudewin acola et li dist hautement :
« Biaus fielx, bien viengiés-vous en chestui casement !
« Pour vo corps à trouver et querre longement
« Ai bien esté ·xv ans hors de mon ténement. »
« Baudewins, » dist li contes à cui Flandre apent,
« Où est ma serour Blanche, qui de biauté resplent ? »
« Sire, » dist Baudewins, « par le mien sèrement,
« En sa prison le tient, Gaufrois, vilainement ;
« Bien ·xiiij· ans l’a-il tenue vraiement,
« Qu’ains ne le pos r’avoir ensi ni autrement. »
« Sainte Marie, dame, » dist li contes briément,
« Vit encore Gaufrois qui traïteusement
« Vendi le vostre père à le païenne gent ? »
« Oil, » dist Baudewins, « li corps Dieu le cravent !
« Il convient que par moi muire chertainement.
« Or me laist Diex tant vivre, par son commandement,
« Que m’en puisse vengier ! car j’ai Dieu en couvent
« Jamais je n’arai joie s’en arai vengement. »
Or sont li chevalier en joie et en baudour,
Pour le ber Baudewin, à le fière vigour.
Li bons roys de Surie li dist, par grant amour :
« Baudewins, biaus cousins, prinches de grant valour,
« Sé demourer voillés ou païs chi entour,
« Royamme vous donrai et contrée d’onnour. »
« Sires, » dist Baudewins qui tant ot de fiérour,
« Je ne refuse mie vos biens, né vostre honnour,
« Car par vous puis avoir et hautèce et valour ;
« Car je sui vos amis de sanc et de vigour :
« Si me sui combatus au conte monsseignour,
« Car chertes je cuidoie moi vausist déhonnour
« Pour ce que j’enmenai une fois sa serour ;
« Or le m’a pardonné, par grace et par douchour,
« Si l’en vaurai servir et amer sans faus tour. »
</poem>
|valign=top|
<poem>
Baudewijn van Sebourc omhelst hem teder.
De heer van Sebourc kwam daar zeer blij aan,
Hij omhelsde Baudewijn en zei met luide stem:
“ Lieve zoon, wees welgekomen in dit verblijf!
“ Om uw persoon te zoeken en langdurig op te sporen 1080
“ Ben ik wel vijftien jaar buiten mijn landgoed geweest. “
“ Boudewijn, “ zei de graaf aan wie Vlaanderen toebehoort,
“ Waar is mijn zuster Blanche, die blinkt van schoonheid? “
“ Heer, “ zei Baudewijn, “ bij mijn eed,
“ In zijn gevangenis houdt Gaufrois haar, op schandelijke wijze;
“ Wel veertien jaar heeft hij haar waarlijk vastgehouden,
“ Zodat ik haar sindsdien op geen enkele wijze kon terugkrijgen. “
“ Heilige Maria, vrouwe, “ zei de graaf kort en krachtig,
“ Leeft Gaufrois nog, die verraderlijk
“ Uw vader aan het heidense volk heeft verkocht? “ 1090
“ Ja, “ zei Boudewijn, “ moge het lichaam van God hem verdelgen!
“ Het is noodzaak dat hij door mij zeker zal sterven.
“ Moge God mij nu, door Zijn gebod, zo lang laten leven
“ Dat ik mij op hem kan wreken! Want ik heb God beloofd
“ Dat ik nimmer vreugde zal kennen, tenzij ik mijn wraak heb. “
Nu zijn de ridders in vreugde en in vrolijkheid,
Vanwege de edele Baudewin en zijn trotse kracht.
De goede koning van Syrië zei tegen hem, met grote genegenheid:
“ Boudewijn, schone neef, prins van grote waarde,
“ Indien u in dit omliggende land wilt verblijven, 1100
“ Zal ik u een koninkrijk geven en een eervolle streek. “
“ Heer, “ zei Boudewijn, die vervuld was van zoveel trots,
“ Ik weiger uw goederen noch uw eer,
“ Want door u kan ik zowel hoogheid als waarde verwerven;
“ Want ik ben uw vriend in bloed en in kracht:
“ Hoewel ik heb gestreden tegen de graaf, mijn heer,
“ Omdat ik immers dacht dat het mij oneer zou brengen,
“ Vanwege het feit dat ik eens zijn zuster heb meegenomen;
“ Nu heeft hij het mij vergeven, door genade en door zachtheid,
“ Dus zal ik hem willen dienen en liefhebben zonder bedrog. “ 1110
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
be1kgyxo0yho1zuajaev4vwiztd1u3d
226020
226019
2026-08-29T11:10:48Z
Havang(nl)
4330
226020
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Baudewin de Sebourc acole douchement.
Li sires de Sebourc i vint moult liement,
Baudewin acola et li dist hautement :
« Biaus fielx, bien viengiés-vous en chestui casement !
« Pour vo corps à trouver et querre longement
« Ai bien esté ·xv ans hors de mon ténement. »
« Baudewins, » dist li contes à cui Flandre apent,
« Où est ma serour Blanche, qui de biauté resplent ? »
« Sire, » dist Baudewins, « par le mien sèrement,
« En sa prison le tient, Gaufrois, vilainement ;
« Bien ·xiiij· ans l’a-il tenue vraiement,
« Qu’ains ne le pos r’avoir ensi ni autrement. »
« Sainte Marie, dame, » dist li contes briément,
« Vit encore Gaufrois qui traïteusement
« Vendi le vostre père à le païenne gent ? »
« Oil, » dist Baudewins, « li corps Dieu le cravent !
« Il convient que par moi muire chertainement.
« Or me laist Diex tant vivre, par son commandement,
« Que m’en puisse vengier ! car j’ai Dieu en couvent
« Jamais je n’arai joie s’en arai vengement. »
Or sont li chevalier en joie et en baudour,
Pour le ber Baudewin, à le fière vigour.
Li bons roys de Surie li dist, par grant amour :
« Baudewins, biaus cousins, prinches de grant valour,
« Sé demourer voillés ou païs chi entour,
« Royamme vous donrai et contrée d’onnour. »
« Sires, » dist Baudewins qui tant ot de fiérour,
« Je ne refuse mie vos biens, né vostre honnour,
« Car par vous puis avoir et hautèce et valour ;
« Car je sui vos amis de sanc et de vigour :
« Si me sui combatus au conte monsseignour,
« Car chertes je cuidoie moi vausist déhonnour
« Pour ce que j’enmenai une fois sa serour ;
« Or le m’a pardonné, par grace et par douchour,
« Si l’en vaurai servir et amer sans faus tour. »
</poem>
|valign=top|
<poem>
Hij omhelst Baudewijn van Sebourc teder.
De heer van Sebourc kwam daar zeer blij aan,
Hij omhelsde Baudewijn en zei met luide stem:
“ Lieve zoon, wees welgekomen in dit verblijf!
“ Om uw persoon te zoeken en langdurig op te sporen 1080
“ Ben ik wel vijftien jaar buiten mijn landgoed geweest. “
“ Boudewijn, “ zei de graaf aan wie Vlaanderen toebehoort,
“ Waar is mijn zuster Blanche, die blinkt van schoonheid? “
“ Heer, “ zei Baudewijn, “ bij mijn eed,
“ In zijn gevangenis houdt Gaufrois haar, op schandelijke wijze;
“ Wel veertien jaar heeft hij haar waarlijk vastgehouden,
“ Zodat ik haar sindsdien op geen enkele wijze kon terugkrijgen. “
“ Heilige Maria, vrouwe, “ zei de graaf kort en krachtig,
“ Leeft Gaufrois nog, die verraderlijk
“ Uw vader aan het heidense volk heeft verkocht? “ 1090
“ Ja, “ zei Boudewijn, “ moge het lichaam van God hem verdelgen!
“ Het is noodzaak dat hij door mij zeker zal sterven.
“ Moge God mij nu, door Zijn gebod, zo lang laten leven
“ Dat ik mij op hem kan wreken! Want ik heb God beloofd
“ Dat ik nimmer vreugde zal kennen, tenzij ik mijn wraak heb. “
Nu zijn de ridders in vreugde en in vrolijkheid,
Vanwege de edele Baudewin en zijn trotse kracht.
De goede koning van Syrië zei tegen hem, met grote genegenheid:
“ Boudewijn, schone neef, prins van grote waarde,
“ Indien u in dit omliggende land wilt verblijven, 1100
“ Zal ik u een koninkrijk geven en een eervolle streek. “
“ Heer, “ zei Boudewijn, die vervuld was van zoveel trots,
“ Ik weiger uw goederen noch uw eer,
“ Want door u kan ik zowel hoogheid als waarde verwerven;
“ Want ik ben uw vriend in bloed en in kracht:
“ Hoewel ik heb gestreden tegen de graaf, mijn heer,
“ Omdat ik immers dacht dat het mij oneer zou brengen,
“ Vanwege het feit dat ik eens zijn zuster heb meegenomen;
“ Nu heeft hij het mij vergeven, door genade en door zachtheid,
“ Dus zal ik hem willen dienen en liefhebben zonder bedrog. “ 1110
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
1ilj0eogkhqnziaz4hlkx0v0wzcqom7
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/723
104
88651
226021
2026-08-29T11:13:16Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226021
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Es-vous le roy Ector, o lui maint ammachour,
Dist au roy de Surie : « li quels a du piour,
« Qui a desservi mort ? remétesle à mon tour. »
Dist li roys de Surie, à le frèche coulour :
« Sire, chil doy vassal ont trouvé grant amour,
« Maintenant l’un à l’autre ni parferont estour ;
« Il ont quitet l’un l’autre et proumis grant amour,
« L’un l’autre ont pardonné mautalent et irour.
« Si vous pri et requir, el non du sauvéour,
« Que vous ne les voilliés destruire à chestui jour.
« ·iiijc· chevaliers qui sont de vo tenour
« Renderai pour ches ·ij·, et maint bon vavassour
« Que j’éusse fait pendere, enchois demain le jour. »
Et dist li roys Ector : « par le Dieu que j’aour,
« J’ai fait mon serrement, que l’oïrent pluisour,
« Que li ·j· en morroit à honte et à dolour ;
« L’un en convient morir, sans prendere nul retour. »
« Sire, » dient païen et roy et ammachour,
« Grant folie ferés, s’en arons dou piour,
« Sé pour ·ij· chevaliers que tenés en tenour
« Refusés ·iiijc· de vous hommes la flour. »
Tant prièrent le roy, li haut homme d’onnour,
Qu’il rendi Baudewin les prisons de valour.
Baudewins de Sebourc, à la fresque coulour,
Fist délivrer Croissant où tant ot de valour.
Puis alèrent au puch, li barron, sans séjour ;
Et si en ont hosté le sanc nostre Seignour.
Li nobile baron fisent du put saquier
Le sanc nostre Seignour, qui fu ens ou forgier
Par dedens le fiole qui fu toute d’ormier.
Et li roys de Surie si prist à mervellier
Pour coi li doi barron aloient là péchier.
Mais Baudewins li va et dire et pronunchier
Et dist : « roys de Surie, on ne vous doit noier
« Ichest afaire-chi, mais bien autorisier :
</poem>
|valign=top|
<poem>
Daar bent u, koning Ector, met menig admiraal,
Zij zeiden tot de koning van Syrië: “ Wie treft het ergste lot,
“ Wie heeft de dood verdiend? Laat het aan mijn oordeel over. “
De koning van Syrië zei, met zijn frisse gelaatskleur:
“ Heer, deze twee vazallen hebben grote vriendschap gesloten,
“ Zij zullen nu geen strijd meer tegen elkaar leveren; “
“ Zij hebben elkaar vergeven en grote vriendschap beloofd, “
“ Ze hebben elkaar hun wrok en woede kwijtgescholden.
“ Dus ik bid en smeek u, in de naam van de Verlosser,
“ Dat u hen vandaag niet ter dood wilt brengen. 1120
“ Vierhonderd ridders die onder uw gezag staan
“ Zal ik in ruil voor deze twee teruggeven, en menig goede vazal
“ Die ik anders morgen, voor het aanbreken van de dag, had laten ophangen. “
En koning Ector sprak: “ Bij de God die ik aanbid,
“ Ik heb mijn eed gezworen, die velen hebben gehoord,
“ Dat een van hen in schande en in smart zal sterven;
“ Een van hen moet sterven, zonder dat er een weg terug is. “
“ Heer, “ zeiden de heidenen, de koning en de admiraals,
“ U zult een grote dwaasheid begaan, en wij zullen er slechter van afkomen,
“ Als u voor twee ridders die u in uw macht houdt 1130
“ De bloem van uw mannen, vierhonderd in getal, weigert. “
Zij smeekten de koning zozeer, de hooggeachte edellieden,
Dat hij de waardevolle gevangenen aan Boudewijn overdroeg.
Boudewijn van Sebourc, met zijn gezonde gelaatskleur,
Liet Croissant vrij, die zo vol moed en waarde was.
Daarna gingen de baronnen onverwijld naar de put;
En zij hebben daaruit het bloed van onze Heer weggenomen.
De edele baronnen lieten uit de put halen
Het bloed van onze Heer, dat was weggestopt
Binnenin de flacon die geheel van zuiver goud was gemaakt. 1140
En de koning van Syrië begon zich ten zeerste te verwonderen
Waarom de twee baronnen daar stonden te vissen.
Maar Boudewijn ging het hem direct vertellen en verklaren
En zei: “ Koning van Syrië, men moet u deze zaak
“ Niet onthouden, maar juist ten volle openbaren:
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
12p2uudzd3t5pf06q8rnbth5hqkpqi6
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/724
104
88652
226022
2026-08-29T11:14:50Z
Havang(nl)
4330
/* Proefgelezen */
226022
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
« Veschi une fiole qui moult fait à prisier ;
« Li propres sans que Diex volt en le crois raïer
« Est en cheste fiole. Jà le fist envoïer
« Vo frères Godefrois qui coer ot de gerrier,
« Le bailla à vo frère Wistace, qu’il ot chier,
« Pour aler au Boulongne à vo mère baillier.
« Wistaces, quant il dut parmi le mer nagier,
« Trouva une aventure qui fist à ressongnier :
« Par devers Abilant arriva au gravier,
« Ensi car il devoit le chité assègier ;
« Avoit dedens son tré ·j· félon losengier,
« Madarans ot á non, chuis ot coer de lasnier,
« Le sanc Jhésu embla comme lères murdrier ;
« Mais ·j· lyons li vint de ses mains esrachier,
« Qui ·j· ans le garda dessous ·j· olivier.
« Es désers d’Abilant chevauchoie l’autr’ier,
« Si trouvai le lyon, le sanc et le forgier.
« Dusqu’à chi l’ai gardé, car moult fait à prisier,
« Et si le garderai, au gré du droiturier,
« Tant qu’il plaira chellui qui tout a à jugier ;
« Et s’il vous plaist, cousins, s’en avés désirier,
« Il est à vo commant, bien le doi otroïer. »
« Cousins, » che dist li roys, « plus n’en estuet plaidier.
« Quant Diex le vous a fait tellement envoïer,
« Ne le vous doi oster né de vous eslongier.
« Bien affiert tels joïaus à noble chevalier :
« Vous estes li plus prex qui armes puist baillier
« Et tous li plus hardis k’ains montast sor destrier ;
« Bien vous goch le joïel, bien le vous doi laissier,
« Et Jhésus, par se grace, le vous laist emploïer. »
En le chité d’Orbrie, qui bien estoit fremée,
Furent li crestien toute jour à journée.
Ector de Salorie, à le brache quarrée,
Lor donna à souper en sa sale pavée ;
Après souper en est la compaigne sevrée,
</poem>
|valign=top|
<poem>
“ Ziehier een flacon die zeer hoog te prijzen is;
“ Het eigen bloed dat God uit het kruis wilde laten stromen
“ Bevindt zich in deze flacon. Destijds liet het zenden
“ Uw broer Godefroi, die het hart van een krijger had;
“ Hij overhandigde het aan uw broer Wistace, die hij liefhad, [1150]
“ Om naar Boulogne te reizen en aan uw moeder te geven.
“ Wistace, toen hij over de zee moest varen,
“ Vond een avontuur dat angst inboezemde:
“ Aan de kant van Abilant kwam hij aan op het strand,
“ Omdat hij immers de stad moest belegeren;
“ Hij had in zijn tent een trouweloze bedrieger,
“ Madarans was zijn naam, deze had een boosaardig hart;
“ Hij stal het bloed van Jezus als een moorddadige dief;
“ Maar een leeuw kwam het uit zijn handen rukken,
“ Die het een jaar lang bewaakte onder een olijfboom. 1160
“ In de woestijnen van Abilant reed ik onlangs te paard,
“ En zo vond ik de leeuw, het bloed en de reliekhouder.
“ Tot nu toe heb ik het bewaard, want het is zeer kostbaar,
“ Ergo zal ik het bewaren, naar de wil van de Rechtvaardige,
“ Tot het Hem behaagt die over alles zal oordelen;
“ En als het u belieft, neef, en u verlangt het te hebben,
“ Staat het tot uw beschikking, graag sta ik het u toe. “
“ Neef, “ zo sprak de koning, “ er hoeft niet meer over gepraat te worden.
“ Nu God het u op die wijze heeft doen toekomen,
“ Mag ik het u niet ontnemen noch van u weghouden. 1170
“ Zo’n juweel komt immers toe aan een nobel ridder:
“ U bent de dapperste die de wapens mag dragen
“ En de allerkoenste die ooit een strijdros bereed;
“ Graag gun ik u het juweel, graag moet ik het u laten,
“ En moge Jezus u door Zijn genade toestaan het wel te gebruiken. “
In de stad Orbrie, die goed versterkt was,
Verbleven de christenen de hele dag door.
Ector van Salorie, met de brede, sterke armen,
Gaf hun te eten in zijn geplaveide zaal;
Na het avondeten is het gezelschap uiteengegaan. 1180
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
55k0oj7w36q163ucqkv3z117gdjyogv
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/725
104
88653
226023
2026-08-29T11:16:57Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226023
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
S’enmainent Baudewin, à le brache quarrée.
En l’ost fu, pour le ber, grant joie démenée ;
Pour lui tint, li rois, court, à sa tente dorrée.
Li damoisiaus lor a s’aventure contée
Comment il a régné en estrainge contrée,
Et comment Gaufrois a sa moullier enfremée.
Dont li contes de Flandre, à le chière menbrée,
A dit à Baudewin, qui la chière ot senée,
Qu’o lui rapasseroit le haute mer salée
Et li aideroit tant qu’il r’aroit s’espousée.
Là, prist au roy congiet, de Surie la lée,
Et li roys li donna, che fu de chière irée.
Baudewins de Sebourc li a sa foy jurée
Qu’ossitost qu’il ara sa moullier délivrée
Et ses frères véus et sa mère avisée,
Qu’outre mer reverroit, sans nulle demourée ;
Ensément le jura par devant l’assamblée.
·j· mois fu, Baudewins, en ichelle contrée,
Au grant siège d’Orbrie, chelle chité loée,
Qui onkes par le roy ne fu puis conquestée ;
Mais puis le conquesta, au trenchant de l’espée,
Li Bastars de Buillon qui tant ot renommée,
Ensi con vous orrés en le chanson rimée.
{{lijn|6em}}
</poem>
|valign=top|
<poem>
Ze nemen Boudewijn met zich mee, de man met de sterke, brede armen.
In het legerkamp werd, om de edelman, grote vreugde bedreven;
Voor hem hield de koning hof in zijn gouden tent.
De jonker heeft hun zijn avontuur verteld:
Hoe hij geregeerd heeft in een vreemd land,
En hoe Gaufrois zijn echtgenote heeft opgesloten.
Waarop de graaf van Vlaanderen, met het krachtige gelaat,
Tegen Boudewijn zei, die een verstandige blik had,
Dat hij met hem de hoge, zoute zee weer over zou steken
En hem zozeer zou helpen dat hij zijn gade terug zou krijgen. 1190
Daar nam hij afscheid van de koning van het uitgestrekte Syrië,
En de koning schonk het hem, en dat was met een bedroefd hart.
Boudewijn van Sebourc heeft hem zijn eed gezworen
Dat zodra hij zijn echtgenote bevrijd zou hebben,
En zijn broers gezien en zijn moeder opgezocht zou hebben,
Hij zonder enig uitstel weer overzee zou terugkeren;
Evenzo zwoer hij het ten overstaan van de hele vergadering.
Één maand was Boudewijn in dat land,
Bij het grote beleg van Orbrie, die geprezen stad,
Die nimmer door de koning werd veroverd; 1200
Maar later werd zij veroverd, met de scherpte van het zwaard,
Door de Bastaard van Bouillon die zo een grote faam genoot,
Zoals u zult horen in het berijmde lied.
{{lijn|6em}}
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
b65bi9ykcdxs8hxffo81bznt5w4urmp
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/726
104
88654
226024
2026-08-29T11:17:19Z
Havang(nl)
4330
/* Zonder tekst */
226024
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="0" user="Havang(nl)" /></noinclude><noinclude></noinclude>
6fy8ix6czju8r0lz5ain22z7t1pjvxr
Boudewijn van Sebourg/ZANG XXII
0
88655
226027
2026-08-29T11:21:39Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226027
wikitext
text/x-wiki
<pages index="Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf" from=691 to=726 header=1 />
t1wykr1s429z5z0ev5lsud5k3konc9e
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/756
104
88656
226028
2026-08-29T11:23:47Z
Havang(nl)
4330
/* Zonder tekst */
226028
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="0" user="Havang(nl)" /></noinclude><noinclude></noinclude>
6fy8ix6czju8r0lz5ain22z7t1pjvxr
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/727
104
88657
226029
2026-08-29T11:30:24Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226029
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
!Brontekst
!Vertaling
|-
|valign=top|
{{c|{{xxxx-larger|'''LI ROMANS'''}}<br>{{larger|'''DE'''}}<br>{{xx-larger|'''BAUDUIN DE SEBOURC.'''}}}}
{{lijn|5em}}
{{c|{{larger|'''CHANT XXIII.'''}}}}
{{dhr|1.5em}}
<poem>
Dirai de Baudewin, à le chière menbrée,
Et du conte de Flandre, chelle terre alosée,
Qui entrèrent en mer dedens une galée :
Li sires de Sebourc estoit en leur armée
Et Croissans qui créoit en le Vierge loée.
Baudewins en jura le Vierge couronnée
Jammais joie n’ara, tant comme il ait durée,
Si ara mort Gaufroi, qui ait male journée,
Qui son père vendi à le gent deffaée
Et s’a se mère Rose aussi désherritée
Et Blanche, sa moullier, en prison emmurée ;
Or, en serra vengance dessus lui contournée.
Et li contes de Flandres li a sa foi jurée
Que bien li aidera de coer et de pensée.
Or s’en va, par le mer, Baudewins, li gentis,
Moult manèche Gaufroi qui est ses anemis :
Mais Gaufrois, li félons, estoit droit à Paris
Et avoit tant donnet et de vairs et de gris,
D’or et d’argent luisant et de joïaus faitis,
Que li rois l’avoit fait marissal du païs.
Maistres et commandères, souverrains postéis,
Estoit de toute Franche jusques en Biauvesis ;
Et li dus de Ponthieu estoit, adont, bannis
Du royamme de Franche et de tout le pourpris.
En Franche ot ·j· liégaut ki ert bon clers subtis,
</poem>
|valign=top|
{{c|{{xxxx-larger|'''DE ROMANS'''}}<br>'''VAN'''<br>{{xx-larger|'''BAUDEWIJN VAN SEBOURG.'''}}}}
{{lijn|5em}}
{{c|{{larger|'''ZANG XXIII.'''}}}}
{{dhr|1.7em}}
<poem>
Ik zal vertellen over Boudewijn, met zijn krachtige gestalte,
En over de graaf van Vlaanderen, dat veelgeroemde land,
Die scheep gingen op zee in een galei:
De heer van Sebourc was in hun leger
Net als Croissant, die vertrouwde op de geprezen Maagd.
Boudewijn zwoer daarbij bij de gekroonde Maagd
Dat hij nooit meer vreugde zal kennen, zolang hij leeft,
Totdat Gaufroi dood is, die een rampzalige dag tegemoet gaat,
Hij die Boudewijns vader verkocht aan het trouweloze volk
En ook zijn moeder, Rose, zo van haar erfdeel heeft beroofd 10
En Blanche, zijn echtgenote, in een kerker heeft ingemetseld;
Nu zal de wraak zich tegen hem keren.
En de graaf van Vlaanderen heeft hem zijn eed gezworen
Dat hij hem trouw zal helpen met hart en ziel.
Nu vertrekt Boudewijn, de edele, over de zee,
Hij bedreigt Gaufroi, die zijn vijand is, hevig:
Maar Gaufroi, de schurk, bevond zich rechtstreeks in Parijs
En had zoveel weggeschonken aan bont van eekhoorn en grijs,
Aan glanzend goud en zilver en fraai gemaakte juwelen,
Dat de koning hem maarschalk van het land had gemaakt. 20
Meester en bevelhebber, soeverein machthebber,
Was hij over heel Frankrijk tot aan het Beauvaisis toe;
En de hertog van Ponthieu was, op dat moment, verbannen
Uit het koninkrijk Frankrijk en uit het gehele territorium.
In Frankrijk was er een legaat die een goed en scherpzinnig geleerde was,
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
43yzu32vshb9vlplr8qt1mx5i69f4dv
Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/728
104
88658
226030
2026-08-29T11:32:15Z
Havang(nl)
4330
niet proefgelezen
226030
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{|
|valign=top|
<poem>
Que li papes avoit en son droit siège mis :
Chuis escumenioit Roze et tous ses amis
Qui le dame soustiènent, qui tant ot cler le vis ;
Si estoit ajournée, en le sale à Paris,
Pour desfense monstrer pour coi né pour quels dis
Elle eslongoit Gaufroi qui estoit ses maris.
Le dame i fu alée avoekes ses subgis.
Wistaces n’i fu mie, né nés ·j· de ses fils,
Car chascuns ert tanés au tamps dont je vous dis :
Car par ·xiiij· fois fu Gaufrois assalis
C’on ne li pot mesfaire ·j· tout soel parésis,
Car trop estoit Gaufrois outrageus et despis,
Trop bien se desfendoit contre ses anemis ;
Car tant règne, li hons, qu’il plaist à Jhésu-Cris.
En le sale à Paris, où sont li ·xij· per,
Fu venue, la dame, où il n’ot qu’à irer.
Là, estoit li liégaus qui bel sot sermonner,
Si hautement parla c’on le pot oïr cler
Et dist : « royne Rose, je vieng à vous parler ;
« L’apostoles de Romme, qui tout pot confrémer,
« A getée sentence sor vous, sans rapeller,
« Sour tous vous conseillans qui vous voellent poeter,
« Sus vo maléichon dire ni arguer ;
« Nuls ne doit mariage nullement discorder.
« Je sui ou lieu du pape, qui m’en a fai buller,
« Si sui venus ichi pour vous à condampner :
« Si cuich sor vostre corps maléisson donner,
« Que par devant le monde, si c’on le verra cler,
« Devenrés toute chendre ; puis vous venront haper
« Li déable d’enfer et en leur lieu porter,
« Sé vous ne faites chou que vorrai deviser.
« Bougre estes et Juïse, et digne d’embraser,
« Qui le commant du pape ne volés acorder.
« Hé ! male pécheresse, comment poes-tu durer ?
« N’as-tu mie paour de ten âme livrer
</poem>
|valign=top|
<poem>
Die de paus op zijn rechtmatige zetel had geplaatst:
Deze excommuniceerde Rose en al haar vrienden,
Die de dame steunden, die zo'n stralend gezicht had;
Zo was zij gedagvaard, in de zaal te Parijs,
Om haar verdediging te tonen, waarom en door welke woorden 30
Zij Gaufroi op afstand hield, die haar echtgenoot was.
De dame was daarheen gegaan met haar onderdanen.
Wistace was er helemaal niet, noch een enkele van zijn zonen,
Want ieder was afgemat in de tijd waarover ik u vertel:
Want wel 14 keer werd Gaufroi aangevallen
Zonder dat men hem ook maar één enkele parisis kon deren,
Want Gaufroi was al te trots en minachtend,
Al te goed verdedigde hij zich tegen zijn vijanden;
Want zo lang regeert de man, als het Jezus Christus behaagt.
In de zaal te Parijs, waar de twaalf pairs zijn, 40
Was de dame gekomen, waar zij slechts reden tot toorn en verdriet had.
Daar was de legaat die mooi wist te preken,
Zo luid sprak hij dat men hem duidelijk kon horen
En zei: "Koningin Rose, ik kom tot u spreken;
"De paus van Rome, die alles kan bevestigen,
"Heeft het vonnis over u uitgesproken, zonder herroeping,
"Over al uw raadslieden die u willen steunen,
"Om over uw vervloeking te spreken noch te redetwisten;
"Niemand mag het huwelijk op geen enkele wijze ontbinden.
"Ik sta in de plaats van de paus, die mij hiervoor een bul heeft gegeven, 50
"En ik ben hierheen gekomen om u te veroordelen:
"Zo denk ik over uw lichaam een vervloeking uit te spreken,
"Dat ten overstaan van de wereld, zodat men het duidelijk zal zien,
"U geheel tot as zult worden; daarna zullen u komen grijpen
"De duivels uit de hel en u naar hun oord dragen,
Indien u niet doet wat ik zal willen bevelen.
“ Een ketter bent u en een Jodin, en waardig om te worden verbrand,
“ U die het bevel van de paus niet wilt inwilligen.
“ Hé! Slechte zondares, hoe kun je het uithouden?
“ Heb je dan helemaal geen angst om je ziel over te leveren
</poem>
|}<noinclude></noinclude>
0hik1o3saz93d0g0kxncbr2zh4i0znq