Wikisource
nlwikisource
https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina
MediaWiki 1.47.0-wmf.22
first-letter
Media
Speciaal
Overleg
Gebruiker
Overleg gebruiker
Wikisource
Overleg Wikisource
Bestand
Overleg bestand
MediaWiki
Overleg MediaWiki
Sjabloon
Overleg sjabloon
Help
Overleg help
Categorie
Overleg categorie
Hoofdportaal
Overleg hoofdportaal
Auteur
Overleg auteur
Pagina
Overleg pagina
Index
Overleg index
TimedText
TimedText talk
Module
Overleg module
Event
Event talk
Crimineel Wetboek voor het Koningrijk Holland
0
14823
227634
161981
2026-10-04T17:57:34Z
Merlion2009
17460
In artikel 37 'velsche' vervangen door 'valsche'.
227634
wikitext
text/x-wiki
{{sc|CRIMINEEL WETBOEK VOOR HET KONINGRIJK HOLLAND}}
{{sc|Ter KONINKLIJKE STAATSDRUKKERIJ.}}
1809
{{sc|LODEWIJK NAPOLEON}}, door de gratie Gods en de Constitutie des Koningrijks, {{sc|KONING van HOLLAND}}, ''Connétable van Frankrijk''.
Het Wetgevend Ligchaam goedgekeurd hebbende de voordragt, door Ons daartoe gedaan,
Hebben Wij besloten en besluiten:
== I. ==
Wordt gearresteerd het Crimineel Wetboek voor het Koningrijk Holland, hier na volgende:
{{sc|CRIMINEEL WETBOEK voor het KONINGRIJK HOLLAND.}}
=== Eerste Titel. {{sc|Algemeene bepalingen.}} ===
'''Art. 1.'''
De criminele wetten van het koningrijk betreffen allen, ingezetenen of vreemdelingen, die binnen hetzelve zich aan eenige misdaad schuldig maken. <br>
Alleenlijk zijn daarvan uitgezonderd zoodanige vreemdelingen, omtrent welke, uit kracht van het regt der volken, of van bijzondere tractaten en overeenkomsten, het tegendeel plaats heeft.
'''Art. 2.'''
Ingezetenen van dit koningrijk, zich elders schuldig makende aan misdaden, door welke de veiligheid, of welvaart van hetzelve, of van deszelfs gouvernement wordt benadeeld of in gevaar gebragt, of aan het namaken van inlandsche geldmunten, of het valschelijk namaken of vervalschen van eenige inlandsche openbare instrumenten, het zij gelds waarde hebbende, of andere, gelijk ook van eenige zegels, stempels of merken, welke op openbaar gezag binnen dit koningrijk gebruikt worden, zullen mede naar dit wetboek gestraft worden.
'''Art. 3.'''
Insgelijks zullen volgens hetzelve gestraft worden ingezetenen van dit koningrijk, elders eenige andere misdaden, ter plaatse, waar die bedreven zijn, mede strafbaar, gepleegd hebbende, wanneer zij daarna binnen de grenzen van hetzelve worden gevat, of door buitenlandsche regeringen, regters, of andere magten zijn overgegeven.
'''Art. 4.'''
Met de invoering van dit wetboek zullen zijn afgeschaft alle plakkaten, publicatiën, ordonnantiën, reglementen, statuten, keuren, octrooijen, handvesten en andere wetten, het zij dezelve het geheele koningrijk, eenig gedeelte van hetzelve, of eenige bijzondere plaats hebben betroffen, waarbij eenige straffen of boeten op misdaden of overtredingen zijn vastgesteld, met uitzondering alleenlijk van de zoodanige, welke hier na bij ''de zesde'' en ''zevende artikelen'' zullen worden opgenoemd.
'''Art. 5.'''
Echter zullen, ten aanzien van misdaden of overtredingen vóór de invoering van dit wetboek bedreven, de voorschreven oude wetten moeten worden toegepast, voor zoo verre de straffen, daaruit voortvloeijende, minder zwaar mogten zijn, dan die, welke in dit wetboek worden vastgesteld. <br>
In het tegenovergestelde geval zullen de bepalingen van dit wetboek gevolgd worden.
'''Art. 6.'''
Het crimineel wetboek strekt zich geenszins uit tot zoodanige kleine overtredingen, de dagelijksche politie of plaatselijke administratie betreffende, waarvan de gestelde straf eene boete van vijftig guldens of eene driedaagsche gevangenis niet te boven gaat.
'''Art. 7.'''
Insgelijks worden door dit wetboek niet afgeschaft de navolgende wetten, reglementen, of voorzieningen, voor zoveel die ten tijde van deszelfs invoering nog in gebruik zijn:
# Betreffende de misdaden en overtredingen van het volk van oorlog te water en te lande.
# Tegen het verleiden van hetzelve tot verlating van 's Lands dienst, of behulpzaam zijn in die verlating.
# Op de gewapende burgermagt.
# Tegen de communicatie met den vijand.
# Tegen onwettige kaapvaart.
# Betreffende de fraudes of contraventiën in het stuk van belastingen, in de restitentie tegen de genen, die met de invordering of recherche deswegens belast zijn.
# Tegen het versmelten, verbreken, of uitvoeren van geldmunten.
# Op de jagt, vogelarij en vischerij.
# Betreffende de verpligtingen van bepaalde ambtenaren, of van hen, die eenige bepaalde kostwinning oefenen.
# Op de ontgrondingen, verveeningen en droogmakerijen.
# Tot instandhouding, of bevordering van zeevaart, koophandel, landbouw, fabrijken, trasijken, en van het gene daaronder behoort.
# Betreffende het onderwijs, of de oefening van kunsten of wetenschappen.
# Betreffende gilden, neringen, koopmanschappen, bedrijven, of ambachten.
# Op de zeevonden en gestrande schepen of goederen.
# Betreffende het gebruik van onderhoud van gronden, duinen, dijken, wegen, wateren, havens, sluizen, bruggen, straten of grachten.
# Op de posterijen, en op de veren van vaartuigen of rijtuigen.
# Op de tollen en gabellen.
# Betreffende het plaatsen, instandhouden of afbreken van gebouwen.
# Tegen het aanleggen van fabrijken, trafijken, neringen, bedrijven, ambachten op bepaalde plaatsen.
# Betreffende logementen, herbergen en andere publieks huizen.
# Tegen het ongeoorloofd dragen van geweer, of gebruik van onbehoorlijk geweer.
# Tegen bedrijven, welke gevaar van brand veroorzaken.
# Tegen het zorgeloos verkoopen van vergiften.
# Tegen het inbrengen, of doen voortduren van besmetting.
# Nopens den prijs, of de gezondheid van eetwaren.
# Tegen de hazardspelen en particuliere loterijen.
# Tegen bedelaars en vagebonden.
# Tegen het koopen, verkoopen, beleenen of verbergen der kleederen, eetwaren of andere goederen, welke aan hen, die uit armenfondsen gealimenteerd worden, ten gebruike of ter ter bewerking worden gegeven.
# Op het doen van wachten of anderen bijstand aan de justitie of politie, of tot algemeene beveiliging in gevallen van brand, watersnood en andere dergelijke rampen.
# Op het stuk der begrafenissen.
'''Art. 8.'''
De inhoud van dit wetboek heeft geene de minste betrekking tot het regt, hetwelk volgens de burgerlijke wetten voor bijzondere personen ontstaat, of aan dezelve toekomst wegens misdrijven, verongelijkingen, onwettige of andere daden of nalatingen, door anderen gepleegd.
=== Tweede titel. {{sc|van misdaden en derzelver toerekening.}} ===
==== Eerste hoofdstuk. {{sc|van misdaden.}} ====
'''Art. 9.'''
Misdaad bestaat in het overtreden eener wet, welke het laten of bedrijven van eenige daad, onder bedreiging van straf, gebiedt of verbiedt.
'''Art. 10.'''
Misdaad of overtreding kan gepleegd worden met opzet, of door merkelijke schuld, onvoorzigtigheid en onachtzaamheid.
'''Art. 11.'''
Opzet is de wil, om te doen of laten die daden, welke bij wet verboden of geboden zijn. <br>
Zoo dikwijls bij dit wetboek niet anders uitdrukkelijk is bepaald, wordt zoodanig opzet bereischt tot het wezen en de strafbaarheid der misdaad of overtreding. <br>
Schuld, onvoorzichtigheid of onachtzaamheid is dan alleenlijk strafbaar, wanneer de wet zulks duidelijk uitdrukt.
'''Art. 12.'''
Er bestaat geene misdaad zonder voorafgegane wet. <br>
De regters zijn verpligt, volgens de regelen van uitlegkunde te beoordeelen, of en in hoe verre eenige hun voorgestelde daad, het zij onder de woorden, het zij onder den zin der wet behoore.
'''Art. 13.'''
De misdaad wordt gehouden volbragt te zijn, wanneer de daden, welke bij de wet verboden zijn, in alle hare deelen zijn gepleegd.
==== Tweede hoofdstuk. {{sc|van poging tot misdaad.}} ====
'''Art. 14.'''
De pogingen, dat is de uiterlijke bedrijven tot toebereiding eener voorgenomen misdaad, tot welken trap ook gevorderd, moeten gestraft worden, niet met de gewone straf op de misdaad gesteld, maar met eene ligtere, naar mate zij gevorderd zijn, ten zij de wet, in eenig bijzonder geval, de straffe op de poging uitdrukkelijk bepale.
'''Art. 15.'''
Die uit eigen beweging van het volbrengen eener misdaad afzien, moeten met eene nog ligtere straf gestraft worden, wanneer uit het geen reeds door hen is verrigt, geen merkelijk nadeel is voortgesproten.
'''Art. 16.'''
Tot het bestaan van misdaad worden uiterlijke bedrijven vereischt; loutere voornemens of enkele gedachten vallen niet onder het bereik der wet.
==== Derde hoofdstuk. {{sc|van hen, aan wie de misdaad kan worden toegerekend.}} ====
'''Art. 17.'''
Niet alleen zij, die zelf de misdaad plegen, maar ook die daartoe, op eenige der hierin omschreven wijzen, bevorderlijk zijn of daaraan deel nemen, zijn strafbaar.
'''Art. 18.'''
Die door dwang, bevel, last, verleiding, bepaalden en stelligen raad, anderen tot misdaad aanzetten, of daartoe bijzondere onderrigting geven of aanwijzing doen, zijn strafbaar voor de gevolgen, welke uit dit hun gedrag zijn voortgesproten, en door hen hadden kunnen en behooren te worden voorzien. Dwang, bevel, last, verleiding, bepaalde en stellige raad zullen, wanneer de misdaad niet mogt zijn gevolgd, als poging aangemerkt en als zoodanig gestraft worden.
'''Art. 19.'''
Die, door het verschaffen van wapenen, werktuigen, gereedschappen of andere instrumenten, tot de misdaad helpen of medewerken, die tot het gemakkelijker plegen gelegenheid geven, of, gedurende het misdoen, de daders beveiligen, bedekken of op eenigerlei andere wijze voorbedachtelijk de misdaad begunstigen of bevorderen, zullen, naar mate der omstandigheden, gestraft worden, echter in het algemeen met eene mindere straf dan de gewone der misdaad.
'''Art. 20.'''
De voorschriften, in de ''twee laatstvoorgaande artikelen'' vervat gelden alleenlijk, voor zoo verre de wet in de bepaalde gevallen geene bijzondere voorziening mogt hebben daargesteld.
==== Vierde hoofdstuk. {{sc|van hen, aan wie de misdaad niet of minder wordt toegerekend.}} ====
'''Art. 21.'''
Kinderen beneden den ouderdom van twaalf jaren, misdoende, mogen deswegens door de regters niet gestraft worden; kinderen, ouder dan twaalf jaren en jonger dan vijftien jaren, zullen getuchtigd worden op de wijze als ''in het'' 48''ste artikel'' is bepaald, ook wanneer zij na de vervulling der vijftien jaren, wegens misdaden of overtredingen, in dien leeftijd begaan, in hechtenis geraken. <br>
Wanneer door hen, die den ouderdom van achttien jaren niet ten vollen bereikt hebben, misdaad of overtreding is begaan, zullen de regters, naar mate der omstandigheden, eene ligtere, dan de gewone straf der misdaad, kunnen opleggen.
'''Art. 22.'''
Aan geheel zinneloozen, die van hunne verstandelijke vermogens beroofd zijn, kan geene daad, als misdaad, worden toegerekend. <br>
De regters moeten wijders beoordeelen, tot hoe verre afwisselende zinneloosheid, ligchaams-kwalen, welke op de zielsvermogens merkelijken invloed hebben, zeer groote onnoozelheid en eenvoudigheid, in elk bijzonder geval, eene ligtere straf of geheele vrijspraak vereischen.
'''Art. 23.'''
Die in opzettelijke of vrijwillige dronkenschap misdaad plegen, moeten in het algemeen met de gewone straf gestraft worden. <br>
Toevallige of onwillige dronkenschap kan een grond opleveren tot verligting der straf, of geheele straffeloosheid.
'''Art. 24.'''
In hoe verre dwang, bevel, billijke vrees, sterke verleiding alle toerekning wegnemen, of tot eene ligtere straf behooren te leiden, moet bij de regters uit den aard en de omstandigheden der zaken, uit de ziels- en ligchaams-gesteldheid van den bedrijver en zijne betrekkingen tot hem, die gedwongen, bevolen, of verleid heeft, beoordeeld worden.
=== Derde titel. {{sc|van de straffen.}} ===
==== Eerste hoofdstuk. {{sc|van de onderscheiden straffen.}} ====
'''Art. 25.'''
De straffen, in dit wetboek vastgesteld, en buiten welke geene andere door de regters mogen ingevoerd worden, zijn:
# Doodstraffen.
# Schavotstraffen.
# Gevangenis.
# Bannissement.
# Verklaring van eerloosheid.
# Verklaring van onbekwaamheid tot alle of eenige ambten, posten of bedieningen.
# Verklaring van vervallen te zijn van eenig ambt, post of bediening.
# Geldboeten.
'''Art. 26.'''
De doodstraffen zijn twee in getal, de strop en het zwaard.
'''Art. 27.'''
De straf met den strop wordt voor de schandelijkste gehouden, en uitgevoerd op het schavot aan manspersonen, door het ophangen aan een galg, en aan vrouwspersonen door het verworgen aan een paal.
'''Art. 28.'''
De straf met het zwaard wordt uitgeoefend door onthoofding van den veroordeelden, knielende op het schavot en geblinddoekt.
'''Art. 29.'''
Het doode ligchaam van den gestraften moet altijd in eene gewone kist geplaatst, en alzoo begraven worden.
'''Art. 30.'''
De Regters mogen de bezorging der begrafenis aan de nabestaanden van den gestraften vergunnen.
'''Art. 31.'''
In beide gevallen, bij de twee ''laatstvoorgaande artikelen'' uitgedrukt, moet de begrafenis des nachts in stilte en zonder eenige plegtigheid geschieden.
'''Art. 32.'''
De andere schavotstraffen zijn vier in getal:
# Het geeselen en brandmerken.
# Het geeselen.
# Het zwaard over het hoofd.
# Het te pronk staan.
'''Art. 33.'''
Het geeselen geschiedt met roeden op den blooten rug van den misdadigen, staande aan een paal gebonden, en de armen opgehaald.
'''Art. 34.'''
Het brandmerken wordt verrigt met een heet ijzer op den schouder van den veroordeelden.
'''Art. 35.'''
Het zwaaijen met het zwaard over het hoofd moet altoos vergezeld gaan met dezelfde toebereidselen, welke bij onthoofding worden in acht genomen.
'''Art. 36.'''
De regters zijn bevoegd, om bij doodstraffen en alle andere schavotstraffen in hunne vonnissen te bevelen, dat de hoedanigheid van de misdaad des veroordeelden zal worden uitgedrukt, het zij in geschrift op een houten bord, het zij door eenig ander gebruikelijk kenteeken, en het welk gedurende de strafoefening zal worden ten toon gesteld.
'''Art. 37.'''
Bij de schavotstraffen, ''in het'' 32ste ''artikel'' vermeld, zullen de regters, wanneer de aard der gepleegde misdaad zulks meebrengt, tevens in hunne vonnissen mogen bevelen, dat oproerige, valsche of andere misdadige geschriften door den scherpregter op het schavot verbrand worden.
'''Art. 38.'''
Bij de straf van geeselen en brandmerken, of van enkel geeselen, zijn de regters bevoegd op gelijke wijze te bevelen, dat de veroordeelde, gedurende de strafoefening, zal worden vastgemaakt aan de galg met den strop om den hals.
'''Art. 39.'''
De straf van gevangenis wordt altijd opgelegd voor eenen bepaalden tijd, welke nimmer en in geen geval langer zal mogen zijn dan twintig jaren.
'''Art. 40.'''
De wijziging der straf van gevangenis kan zijn:
# Dat de veroordeelde geplaatst worde in een afzonderlijk vertrek, afgescheiden van alle andere personen.
# In de gewone vertrekken van tuchthuizen, of andere daartoe geschikte plaatsen.
# In een afzonderlijk vertrek, met vergunning van zoodanigen toegang, als, behoudens de goede orde en veiligheid van het huis, kan toegestaan worden.
'''Art. 41.'''
Aan de veroordeelden kan tevens worden opgelegd de verpligting tot arbeid.
'''Art. 42.'''
De wijziging der straf van gevangenis, volgens de voorschriften ''in de voorgaande artikelen'' vervat, zal bij het vonnis moeten bepaald worden.
'''Art. 43.'''
Het bannissement kan zijn voor altijd, of voor eenen bepaalden tijd. In alle de gevallen, waarin bij de wet deswegens geene bijzondere schikkingen zijn gemaakt, staat zulks ter bepaling van den regter.
'''Art. 44'''
Alle regters zullen mogen bannen, zoo wel uit het geheele koningrijk als uit een of meer gedeelten of plaatsen van hetzelve.
Zij zullen echter niet uit het geheele koningrijk mogen bannen, ten zij in de gevallen, bij de wet bepaaldelijk uitgedrukt, of waarin de doodstraf, door dezelve op het bedrevene stellig bedreigd, alleenlijk uit hoofde van bijkomende omstandigheden is verligt geworden. In alle andere gevallen zullen zij de straf van bannissement niet verder mogen uitstrekken, dan tot die departementen, waar in de vooroordeelden woonachtig zijn, de misdaden zijn gepleegd en de vonnissen geslagen worden.
'''Art. 45.'''
De doodstraffen zullen nimmer door eenige andere straf voorafgegaan worden; ook zullen de overige schavotstraffen op geene andere wijze onderling mogen zamengevoegd worden, dan ''bij dezen titel'' is aangewezen.
'''Art. 46.'''
Nogtans zullen de overige schavotstraffen met mindere straffen onderling kunnen zamengevoegd worden, met uitzondering van de geldboeten, voor zoo verre zulks ten aanzien van dezelve in dit wetboek niet uitdrukkelijk is bepaald.
'''Art. 47.'''
Bij de schavotstraffen, ''in het'' 32''ste artikel'' aangewezen, zal door de regters in hunne vonnissen altijd moeten gevoegd worden de straf van gevangenis, of van bannissement uit die departementen, waarin de veroordeelden woonachtig zijn, de misdaden zijn gepleegd en de vonnissen geslagen worden, al ware zulks bij de wet niet uitdrukkelijk voorgeschreven; welke straffen van gevangenis en van bannissement, ieder afzonderlijk of beide te zamen, ten minsten voor den tijd van drie jaren zullen moeten bepaald worden; ten aanzien van de keuze tusschen de twee laatsgemelde straffen en den tijd, welken dezelve niet mogen te boven gaan, zullen de regters in acht nemen de bepalingen, welke bij de wet omtrent dezelfde misdaad mogten voorkomen.
'''Art. 48.'''
Buiten de eigenlijke straffen, zullen jonge boosdoeners van twaalf tot vijftien jaren oud, tot afschrik van anderen en hunne eigen verbetering, op bevel der regters, zonder vorm van vonnis, kunnen getuchtigd worden door opsluiting voor eenigen tijd, niet langer dan twee maanden, of met kinderlijke straffen.
'''Art. 49.'''
De veroordeling tot schavotstraf brengt van zelf eerloosheid mede, al ware daarvan door de regters geene uitdrukkelijke verklaring gedaan.
==== Tweede hoofdstuk. {{sc|van het uitstellen en veranderen der straffen.}} ====
'''Art. 50.'''
De uitspraak van alle straf-vonnissen wordt uitgesteld, bij opgekomen zinneloosheid van den misdadigen.
'''Art. 51.'''
Wanneer de ligchamelijke gesteldheid van een misdadigen de uitvoering van de straf van geeseling, welke hij door zijn misdrijf, overeenkomstig de wet, mogt hebben verdiend, niet gedoogt, het zij zulks vóór of na het vaststellen van het vonnis ontdekt wordt, moeten de regters hem, in plaatse daarvan, veroordeelen tot het te pronk staan op het schavot, en bovendien daarop acht nemen in het bepalen van de langdurigheid der gevangenis of van het bannissement, mits niet te bovengaande den tijd, daarop bij de wet in elk geval ten langsten gesteld.
'''Art. 52.'''
Het vonnis, eenmaal uitgesproken zijnde, zal door de regters op eigen gezag niet mogen worden veranderd, maar in geval van noodzakelijkheid opgeschort, en daarvan kennis gegeven ter plaatse waar zulks behoort, ten einde daarin eene gepaste voorziening zal kunnen worden gedaan.
'''Art. 54.'''
Aan zwangere vrouwen mag geene doodstraf of andere schavotstraf aangedaan worden; dezelve moet opgeschort blijven tot na hare verlossing.
'''Art. 54.'''
Wanneer een gebannen zijn bannissement voor de eerste reize overtreedt, zullen de regters hem bij een nader vonnis veroordeelen tot eene gevangenis, welke niet zal te boven gaan den tijd van drie jaren, en tot een nieuw bannissement van ten naastenbij zoo vele jaren, als, ten tijde van het nader vonnis, aan de vervulling van het vorige bannissement nog mogte ontbreken. <br>
Bij herhaling dezer overtreding, zal de straf van gevangenis telkens verzwaard worden, echter niet te bovengaande de tijd van ''zes'', ''twaalf'' of ''twintig'' jaren.
'''Art. 55.'''
Geldboeten, waartoe de beschuldigde mogt zijn veroordeeld, zullen binnen den tijd van veertien dagen na het vonnis moeten voldaan worden, ten ware daarvan hooger beroep mogt vallen: dezen tijd verstreken zijnde, zal de veroordeelde op bevel der regters, zonder vorm van vonnis, in de gevangenis gesteld worden, met of zonder verpligting tot arbeid. <br>
De tijd van gevangenis zal ten minsten eene week, en anders zoo vele weken duren, als de boete honderd guldens bedraagt. <br>
Wanneer echter de veroordeelde bij de regters mogt gehouden worden volkomen in staat te zijn om de geheele boete te kunnen voldoen, zal het vonnis mogen geëxecuteerd worden op dezelfde wijze, als in burgerlijke zaken gebruikelijk is. <br>
Vreemdelingen, of die niet onder het regtsgebied woonachtig zijn, mogen, gedurende de eerste veertien dagen na het vonnis, tot verzekering der boete, of de straf van gevangenis in gijzeling gesteld worden. In geval van hooger beroep zullen dezelve daaruit ontslagen worden, mits stellende voldoende zekerheid ten genoegen van de regter.
==== Derde hoofdstuk. {{sc|van de pligt der regters, in de keuze der straffen.}} ====
'''Art. 56.'''
Zoo dikwijls de wet op eenige misdaad doodstraf of schavotstraf stelt, zonder verdere bepaling, is de keuze der soorten van doodstraf of van schavotstraf aan de regters overgelaten.
'''Art. 57.'''
De regters zullen de straffen, bij dit wetboek op de misdaad gesteld, nummer verder mogen verzwaren, dan hun ''bij dezen titel'' of bij dien over de onderscheidene misdaden uitdrukkelijk is toegelaten. <br>
Zij zullen de straffen, bij dit wetboek op de bijzondere misdaden gesteld, moeten verligten, wanneer zoodanige verzachtende omstandigheden duidelijk hebben, als in ''den vorigen titel van misdaden en derzelver toerekening'' zijn aangewezen.
'''Art. 58.'''
In dat geval zullen de regters, in plaatse van de gestelde straf, zoodanige mindere mogen kiezen, als met den aard der gepleegde misdaad of overtreding en derzelver omstandigheden meest overeekomt, en tevens van de soort, bij de wet bepaald, het minst afwijkt.
'''Art. 59.'''
Wanneer echter bij dit wetboek, boven en behalve eenige zwaardere straf, ook die van gevangenis, bannissement of geldboete op eenige misdaad gesteld is, zal het weglaten dier zwaardere straf nimmer den regter bevoegd maken, om den tijd van gevangenis of bannissement langer, de uitgestrektheid van het laatstgemelde verder, op de som der geldboete hooger te stellen, dan bij de wet is uitgedrukt.
'''Art. 60.'''
De regters moeten zich van het opleggen van geldboeten onthouden, zoo dikwijls de omstandigheden van het misdrijf eene zwaardere straf, bij de wet op hetzelve mede gesteld, zouden vereisschen; en voorts in alle gevallen, waarin dezelve bij de wet niet uitdrukkelijk genoemd zijn.
'''Art. 61.'''
Voor zoo verre bij dit wetboek aan de regters eenige ruimte in het kiezen op bepalen der straf is overgelaten, zullen dezelve, behalve den aard en de omstandigheden der gepleegde misdaad of overtreding, ook den ouderdom, de kunne, de ligchamelijke gesteldheid en den uiterlijken stand van den beschuldigden in acht nemen, en hunne keuze en bepaling daarnaar inrigten.
=== Vierde titel. {{sc|van hoog verraad.}} ===
'''Art. 62.'''
Hoog verraad wordt gepleegd:
# Door moorddadigen of gewelddadigen aanslag tegen het leven of de veiligheid van den Koning of den Kroonprins.
# Door het heulen met den vijand of andere mogendheden, ten nadeele van het koningrijk.
==== Eerste hoofdstuk. {{sc|van hoog verraad van de eerste soort.}} ====
'''Art. 63.'''
Die eenigen moorddadigen of gewelddadigen aanslag tegen het leven of de veiligheid van den Koning of van den Kroonprins mogten plegen, zullen met den dood gestraft worden.
'''Art. 64.'''
Op gelijke wijze zullen gestraft worden, die daartoe, het zij dadelijke hulp, het zij andere middelen of gelegenheid hebben verschaft of aangewezen.
'''Art. 65.'''
Die in de zamenspanning mogten hebben deel genomen, zonder eenige verdere daden te hebben gepleegd, waardoor dezelve is begunstigd geworden, zullen worden gestraft met schavotstraf en langdurige gevangenis, of met de laatste straf alleen, naar de omstandigheden.
'''Art. 66.'''
Op gelijke wijze zullen gestraft worden, die alleen of met anderen tot zoodanigen aanslag toeleg gemaakt hebben, zonder dat dezelve daarop gevolgd is.
'''Art. 67.'''
Die van het bestaan eener zamenspanning of toeleg om zoodanigen aanslag te plegen, als bij ''artikel'' 63 is gemeld, mogten kundig worden, zonder daarin deel te nemen, zullen nogtans gehouden zijn, daarvan in tijds aan het gouvernement, de politie of de justitie ontdekking te doen en, bij gebreke daarvan, gestraft worden naar de omstandigheden met gevangenis of bannissement uit het koningrijk, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van acht jaren, of in geval van bloote onachtzaamheid, ten minsten met geldboete, welke echter niet zal te bovengaan de som van twee duizend guldens.
'''Art. 68.'''
Van de straffen dezer nalatigheid worden alleenlijk verschoond de zoodanigen, welker ontdekking zoude gestrekt hebben tot laste van hunne echtgenooten of van hunne nabestaanden, in de op- of nedergaande lijn, ooms , moeijen, broeders of zusters, het zij door bloedverwantschap op huwelijk.
'''Art. 69.'''
Die zoodanige ambten, postn of bedieningen bekleeden, waardoor zij tot het ontdekken of weren van de gemelden toeleg of zamenspanning bijzonderlijk verpligt waren, zullen in het geval van het 67''ste artikel'' zwaarder dan anderen gestraft worden, te weten het zwaard over het hoofd en gevangenis of bannissement uit het kiningrijk, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van twaalf jaren. <br>
De verschooning, ''in het'' 68''ste artikel'' uitgedrukt, zal hen niet verder dan van de schavotstraf kunnen bevrijden.
==== Tweede hoofdstuk. {{sc|van hoog verraad van de tweede soort.}} ====
'''Art. 70.'''
Die om der vijand te begunstigen, het zij daartoe omgekocht of ter bejaging van eenig voordeel, door verraad, trouweloosheid of geweld voorbedachtelijk medewerken tot het bemagtigen, inhouden of doen overgeven van eenige vesting, stad, haven, plaats, schip, magazijnen van krijgsbehoeften of levensmiddelen door of aan denzelven, gelijk ook die het leger of eenig gedeelte van hetzelve aan den vijand verraden, zullen met den strop gestraft worden.
'''Art. 71.'''
Die met zoodanig oogmerk eenige krijgsbehoeften of levensmiddelen vernielen of onbruikbaar maken, eenige onderwaterzettingen verhinderen of aftappen, eenige andere middelen van verdediging weerloos maken, 's lands krijgsvolk te water of te lande tot desertie, muiterij of verraad verleiden of aanzetten, aan den vijand manschappen, krijgsbehoeften of levensmiddelen verzorgen, denzelven eenige teekeningen of plans van vestingen, eenige berigten omtrent de sterkte of gesteldheid van dezelve of van het krijgsvolk, of aangaande deze of gene op handen zijnde ondernemingen doen toekomen, zullen met den strop worden gestraft, al ware dat de gepleegde misdaad de bedoelde uitwerking ten nadeele van het rijk niet mogte gehad hebben.
'''Art. 72.'''
Op gelijke wijze zullen gestraft worden, die, met oogmerk om den vijand van dit koningrijk te begunstigen, dezelfde misdaden plegen met betrekking tot 's Konings bondgenooten.
'''Art. 73.'''
Die, zonder zoodanig vijandig oogmerk, maar nogtans voorbedachtelijk, eenige onderwaterzettingen verhinderen of aftappen, of eenige andere middelen van verdediging, op hoog gezag tot afbreuk van den vijand bevolen of in het werk gesteld, vernielen of weerloos maken, zullen insgelijk met den dood, of met schavotstraf en gevangenis, niet te bovengeaande den tijd van acht jaren, naar gelang der omstandigheden worden gestraft.
'''Art. 74.'''
Die met vreemde mogendheden, derzelver onderdanen of gelastigden verstand houden of afspraak maken, om dezelve eenige vijandelijkheid tegen het koningrijk te doen plegen, hun daartoe de middelen te verschaffen, of daarin behulpzaam te zijn, zullen met den strop worden gestraft, al ware het dat de gepleegde misdaad de bedoelde uitwerking ten nadeele van het rijk niet mogte gehad hebben.
'''Art. 75.'''
Die op eigen gezag met vreemde mogendheden, derzelver onderdanen of gelastigden openbare of heimelijke verbindtenissen, of onderhandelingen aangaan, denzelven willens en wetens staatsgeheimen ontdekken, of zich met hen in schikkingen inlaten, waardoor de veiligheid van het koningrijk of het genot van deszelfs regten, tractaten, of overeenkomsten zouden kunnen in gevaar gebragt of benadeeld worden, zullen met het zwaard over het hoofd en gevangenis, niet te bovengaande den tijd van twaalf jaren, gestraft worden.
'''Art. 76.'''
Die zonder daartoe behoorlijk verlof te hebben bekomen, binnen het koningrijk wervingen doen, of tot buitenlandsche wervingen mede werken ten behoeve van den zee- of landdienst van vreemde mogendheden, schoon met dit rijk in vrede en vriendschap zijnde, zullen naar gelang der omstandigheden worden gestraft met gevangenisstraf, niet te bovengaande den tijd van zes jaren.
=== Vijfde titel. {{sc|van muiterij, oproerig geweld, en schending van het openbaar gezag.}} ===
'''Art. 77.'''
Muiterij of operoer, gepleegd door het verzamelen en op de been brengen van eene menigte volks, gewapend of ongewapend, heimelijk of door luidruchtige bedrijven daartoe opgeroepen, met oogmerk om zich door middelen van geweld en dwang, tegen de wetten van het koningrijk, de bevelen des konings, de ordonnantiën der gestelde magten, of de administratie der justitie te verzetten, of de regeringen of regters tot het inwilligen van deze of gene begeerte te noodzaken, zal in de hoofden en aanvoerder met den strop worden gestraft.
'''Art. 78.'''
Insgelijks zullen met den strop worden gestraft de genen, die, ter gelegenheid en onder begunstiging van zoodanige muiterij of operoer, zich betoond hebben als de aanvoerders of voornaamste medewerkers van en tot het mishandelen van personen, het openbreken of beschadigen van gebouwen, of het plunderen of bederven van goederen, zonder onderscheid, of de mishandelden zijn openbare ambtenaren of bijzondere personen, gelijk mede of dezelve gebouwen of goederen aan het rijk, aan eenige stad of plaats, of aan bijzondere ingezetenen in eigendom behooren, of al, of niet tot publieken dienst bestemd zijn.
'''Art. 79.'''
Nog zullen met den strop gestraft worden, die ter zoodanige gelegenheid zich betoond hebben, als de voornaamste aanvoerders of medewerkers van, en tot eenige dadelijke resistentie tegen de militaire of burgermagten of andere corpsen, op gezag der gestelde magten tot demping van het oproer gebruikt wordende.
'''Art. 80.'''
Die ter gelegenheid van zoodanige muiterij of oproer, zonder onder de aanvoerders of voornaamste medewerkers te kunnen gesteld worden, zich nogtans aan eenige der bedrijven, ''in de twee laatstvoorgaande artikelen'' gemeld, dadelijk hebben schuldig gemaakt, zullen naar gelang der omstandigheden met geeseling en brandmerk, geeseling of gevangenis, niet te bovengaande den tijd van acht jaren, worden gestraft.
'''Art. 81.'''
Die, buiten het geval van algemeene muiterij of oproer, de gestelde magten, regters, derzelver suppoosten of bedienden, de militaire of burgermagten of ook andere openbare ambtenaren als zoodanig door geweld en dwang tot het verrigten of nalaten van eenige daad trachten te noodzaken, denzelven in het oefenen van hunne functiën gewelddadigen tegenstand doen, hen deswegens bedreigen of openlijk honen, zullen, wanneer dezelve tegenstand of bereiging gewapenderhand wordt gepleegd, of met het te hulp roepen van anderen vergezeld gaat, met geeseling of gevangenis, niet te bovengaande den tijd van zes jaren, en in de andere gevallen met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van vier jaren, gestraft worden.
'''Art. 82.'''
Die, het zij in of buiten operoer, gevangenhuizen of andere gebouwen gewelddadig openbreken, met oogmerk, om gevangen, gegijzelde of gearresteerde personen te verlossen, gelijk ook die de wachten, ter bewaring van zoodanige personen in of buiten eenig gebouw gesteld of gebruikt, ter verlossing van dezelve met geweld overvallen, zullen, naar gelang van het meerder of minder gepleegd geweld, met geeseling en brandmerk, geeseling of gevangenis, niet te bovengaande den tijd van tien jaren, worden gestraft.
'''Art. 83.'''
Die de bedienden der posterijen, de couriers en estafettes van, of aan het gouvernement, de boden van hooge of mindere gestelde magten of van openbare ambtenaren gewelddadig aanvallen, of, zonder daartoe geregtigd te zijn, moedwillig tegenhouden, met oofmerk om hen van eenige brieven te berooven, die te openen, te lezen, te doen openen en te doen lezen, of ook om de overbrenging van dezelve boodschappen of brieven optehouden, die ten gelijken einde zich met list van dezelve brieven meester maken, gelijk ook, die het geweld of list door anderen gepleegd zijnde, de voorzeide brieven, zonder daartoe geregtigd te zijn, voorbedachtelijk openbreken of moedwillig ophouden en verbergen, zullen, naar gelang der omstandigheden, met schavotstraf, gevangenis of bannisement uit het koningrijk of ander, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van zes jaren, gestraft worden.
'''Art. 84.'''
Op gelijke wijze zullen gestraft worden, die, zonder daartoe geregtigd te zijn en met oogmerk om zich tegen het gouvernement, de gestelde magten of de regters te verzetten, derzelver geheimen of vermeende geheimen te kennen, of aan anderen te doen kennen of hen van eenige goederen of papieren onder derzelver bewaring zijnde, te berooven, de zegels, door of van wege het gouvernement, dezelve regeringen of regters op eenige deuren, kasten, kisten, doozen, portefeuilles, papieren of brieven gesteld, voorbedachtelijk openbreken, of ook de alzoo gezegelde stukken zelve vervoeren of verbergen.
'''Art. 85.'''
Die godsdienstige genootschappen, onder de bescherming der wetten staande, of andere geoorloogde bijeenkomsten gewelddadiglijk verstoren, of de leden derzelve en die daar van gebruik maken, uit dezen hoofde openlijk beleedigen of honen, zullen, naar gelang der omstandigheden, met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van zes jaren, gestraft worden.
'''Art. 86.'''
Op gelijke wijze zullen gestraft worden, die voorbedachtelijk openlijke daden plegen, of alzoo geschriften verspreiden of doen verspreiden, regstreeks en opzettelijk ingerigt ter bespotting, belastering of vervloeking van het albesturend Opperwezen.
'''Art. 87.'''
Eigenrigting, bestaande in het gebruiken van gewelddadige middelen tegen bijzondere personen of omtrent derzelver goederen, tot verkrijging van eenig waar of gewaand regt, of herstel van eenig waar of vermeend ongelijk, en kennelijk gepaard gaande met opzettelijke tegenstreving aan het gezag der gestelde magten of regters, zal, naar gelang van de omstandigheden, worden gestraft met bannissement, niet te boven gaande den tijd van zes jaren, of met geldboete, niet hooger dan twee duizend guldens.
'''Art. 88.'''
Die, zonder daartoe behoorlijk verlof te hebben bekomen, eenige wervingen van manschappen doen tot gewapenden dienst, zullen, naar gelang der omstandigheden, met gevangenis of bannissement, niet te boven gaande den tijd van zes jaren, gestraft worden.
'''Art. 89.'''
Allen, die voorbedachtelijk openlijke daden plegen, of alzoo geschriften verspreiden of doen verspreiden, regtstreeks en opzettelijk ingerigt om de hoogere of lagere gestelde magten, of die van dezelve hun gezag ontleenen, in of ter zake van derzelver functiën, voor het oog der ingezetenen te lasteren, te honen of te beschimpen, of de ingezetenen tot onrust en oproerigheid aantezetten, zullen, naar mate van de omstandigheden, met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van zes jaren, gestraft worden.
'''Art. 90.'''
Op gelijke wijze zullen gestraft worden de drukkers of boekverkoopers, welke zoodanige geschriften, als in ''artikel'' 86 en ''artikel'' 89 bedoeld zijn, drukken of doen drukken, en alzoo in het licht geven, en welke uit dien hoofde onder de verpligting liggen van zich met den inhoud van zoodanige geschriften bekend te maken.
'''Art. 91.'''
Alle andere boekverkoopers, die de bedoelde geschriften verkoopen, of aan anderen verzenden, zullen mede op dezelfde wijze gestraft worden, indien zij van den misdadigen inhoud dier geschriften zijn bewust geweest, of, in weerwil van het verbod van wege de politie gedaan, met het drukken, verkoopen of verzenden zijn voortgegaan.
'''Art. 92.'''
Beleedigingen van zoodanigen aard, als ''in dezen titel'' zijn omschreven, hier te lande aangedaan aan vreemde mogendheden, met welke dit rijk in vrede en vriendschap is, aan derzelver gezanten of hun gevolg, aan buitenlandsche couriers, parlementairen of krijgsgevangenen, en in het algemeen aan allen, die volgens het regt der volkeren op eene bijzondere bescherming van den souverein van het land , waarin zij zich bevinden, mogen staat maken, zullen na genoeg met dezelfde straffen gestraft worden, als of dezelve tegen den Koning of ambtenaren van dit koningrijk regtstreeks waren begaan.
'''Art. 93.'''
Die in eenige burgerlijke betrekking, het zij binnen of buiten 's lands, beschikking hebbende over de zee- of landmagt van het koningrijk, daarvan misbruik maken, om ongeoorloofd geweld te plegen tegen eenige vreemde mogendheid of derzelver onderdanen, zullen, in geval van opzettelijke moedwil, met den dood, en, wegens merkelijke onvoorzigtigheid, met het zwaard over het hoofd, verklaring van onbekwaam te zijn tot eenige ambten, posten of bedieningen, of vervallen van dezulken, welke zij bekleeden, worden gestraft.
'''Art. 94.'''
De misdrijven, ''in dezen titel'' opgenoemd, met moord, doodslag of manslag, brandstichting, roof, diefstal, verwonding, kwetsing, of eenige andere vergezeld gaande, zullen mede als zoodanig beoordeeld en gestraft worden.
=== Zesde titel. {{sc|van moord.}} ===
'''Art. 95.'''
Moord is eene met geleider lage of verraderlijk gepleegde berooving van iemands leven.
'''Art. 96.'''
Moord kan bedreven worden door allerlei opzettelijke daden, het zij met eenig schiet- of scherp geweer, stokken, steenen of andere dergelijke wapenen of instrumenten, of door iemand in het water te werpen, van eene hoogte af te storten, te verworgen, te verstikken, denzelven vergift integeven of te doen gebruiken, hem met vuisten te slaan, te schoppen, te trappen of op andere dergelijke wijzen.
'''Art. 97.'''
Moord kan ook worden gepleegd door opzettelijke nalatingen, als door iemand voorbedachtelijk het noodige tot levensonderhoud, spijs, drank, geneesmiddelen en dergelijke te onthouden.
'''Art. 98.'''
De straf van moord zal zijn de strop.
'''Art. 99.'''
Ook zal met den strop gestraft worden hij, die alles verrigt heeft, het geen hij wilde en konde doen, om eenen anderen van het leven te berooven, al ware ook, door eenige omstandigheden buiten zijnen wil, de dood niet gevolgd.
'''Art. 100.'''
In geval van zamenspanning van velen om moord te plegen, zullen allen, die in de zamenspanning hebben deel genomen, en bij het begaan van den moord tegenwoordig zijn geweest, gestraft worden met den strop, zonder onderscheid of dezelve door een of meer van hen is uitgevoerd.
'''Art. 101.'''
Die van een bestaand voornemen om moord te plegen kennis dragen, zonder aan iets meer schuldig te zijn, zullen nogtans verpligt zijn daarvan, in tijds, aan de politie of justitie ontdekking te doen, en, bij gebreke daarvan, gestraft worden naar de omstandigheden met bannissement, niet te boven gaande den tijd van drie jaren, of met geldboete, niet hooger dan drie honderd guldens. <br>
Alleenlijk zullen daarvan verschoon worden die genen, welker ontdekking zoude gestrekt hebben tot laste van echtgenooten, of zulke nabestaanden, als bij het 68ste ''art''. zijn opgenoemd.
'''Art. 102.'''
Die, na beganen moord, opzettelijk het vermoorde ligchaam, de middelen, door welke de moord gepleegd is, of eenige andere overgebleven teekenen der misdaad verduisteren, den dader verbergen of in zijne ontvlugting behulpzaam zijn, zullen naar de omstandigheden worden gestraft met bannissement, niet te boven gaande den tijd van vier jaren, of met geldboete, niet hooger dan drie honderd guldens. <br>
De verschooning, bij het slot van het ''voorgaande artikel'' aangewezen, is ook op dezen toepasselijk.
=== Zevende titel. {{sc|van kindermoord.}} ===
==== Eerste hoofdstuk. {{sc|van eigenlijk gezegden kindermoord.}} ====
'''Art. 103.'''
Eigenlijk gezegde kindermoord is de misdaad van eene moeder, die haar nieuw geboren kind om het leven brenge, of van de genen, die haar daarin behulpzaam zijn.
'''Art. 104.'''
Kindermoord kan niet alleenlijk bedreven worden door opzettelijke daden, als door het nieuw geboren kind te wonden, te kneuzen, te verworgen, te verstukken, te verdrinken, aan folle koude bloot te stellen, of op eenige andere wijze, maar ook door opzettelijke nalatingen, als door het kind het noodige tot levens onderhoud te onthouden, of hetzelve voorbedachtelijk te verwaarloozen.
'''Art. 105.'''
Ook zij begaat kindermoord, welke, opzettelijk om te dooden, op eene voor het kind gevaarlijke plaats bevalt, en alzoo hetzelve van het leven berooft.
'''Art. 106.'''
Die een nieuw geboren kind op eene eenzame, afgelegene, en van het gezigt van menschen verwijderde plaats nederleggen, of doen nederleggen, ten einde hetzelve niet zoude gevonden worden, en alzoo het kind van het leven berooven, zijn mede schuldig aan kindermoord.
'''Art. 107.'''
De misdaad van kindermoord wordt niet verstaan aanwezig en volbragt te zijn, ten zij duidelijk bewezen worde dat het kind na de geboorte geleefd heeft.
'''Art. 108.'''
De straf van volbragten kindermoord zal zijn den strop.
'''Art. 109.'''
Opzettelijke daden of opzettelijke nalatingen, welke den dood van het kind ten doel, doch niet ten gevolge gehad hebben, zullen gestraft worden met schavotstraf, langdurige gevangenis en bannissement.
'''Art. 110.'''
Zoodanige daden, gepleegd aan een kind, waarvan het onzeker is, of het na de geboorte geleefd hebbe, zullen gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van tien jaren.
'''Art. 111.'''
De bepalingen, bij dit hoofdstuk gemaakt, zullen ook gevolgd worden, ingevalle een vader zich aan eenige der genoemde daden mogt schuldig maken omtrent zijn eigen kind, het zij met of zonder medepligtigheid van de moeder.
'''Art. 112.'''
Zij, die zonder voorneme tot kindermoord, haren barensnood verbergt, en opzettelijk op eene eenzame, ongelegene en voor het leven van het kind blijkbaar gevaarlijke plaats baare, zal gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, den tijd van een jaar niet teboven gaande.
==== Tweede hoofdstuk. {{sc|van afdrijving der vrucht.}} ====
'''Art. 113.'''
De misdaad van afdrijving of verderving der vrucht, door veroorzaakte miskraam of ontijdige geboorte van een onvoldragen kind, kan worden bedreven, zoo door uitwendige daden van geweld ten dien einde gebezigd, als door inwendig gebruik van afdrijvende middelen.
'''Art. 114.'''
De straf dezer misdaad, door de bezwangerde zelve, op welke wijze ook, veroorzaakt, zal zijn gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, den tijd van zes jaren niet te bovengaande.
'''Art. 115.'''
Op gelijke wijze zullen gestraft worden, die aan eene bezwangerde, met haar weten, afdrijvende middelen ingeven, doen ingeven, en alzoo eene miskraam of ontijdige geboorte te weeg brengen.
'''Art. 116.'''
Die aan eene bezwangerde, buiten haar weten, afdrijvende middelen ingeven, of doen ingeven, en alzoo eene miskraam of ontijdige geboorte te weeg brengen, zullen gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van acht jaren.
'''Art. 117.'''
Voor zoo verre door de misdaad, in het ''laatst voorgaande artikel'' aangewezen, eenige beleediging aan het leven, of de gezondheid der moeder mogt zijn toegebragt, zullen de daders ook deswegens, volgens de voorwschriften in het wetboek vervat, gestraft worden.
=== Achtste titel. {{sc|van het te vondeling leggen, en verlaten van kinderen.}} ===
'''Art. 118.'''
Die jonge kinderen te vondeling leggen, stellen of laten, zonder blijkbaar voornemen om dezelve van het leven te berooven, zullen, indien daardoor de dood dier kinderen veroorzaakt zij, met geeseling, of te pronk staan op het schavot, en gevangenis of bannissement, niet te boven gaande den tijd van acht jaren, gestraft worden.
'''Art. 119.'''
Wanneer deze misdaad den dood van het kind niet ten gevolge gehad heeft, of wanneer dezelve gepleegd is met zoodanige omstandigheden, als blijkbaar meest geschikt waren, om de opneming van het kind te bevorderen, en alzoo deszelfs leven te behouden, zal dezelve gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van vier jaren.
'''Art. 120.'''
Ouders, die zich van hunne woonplaatsen verwijderen, zonder voor zoodanigen hunner kinderen te zorgen, welke wegens jongheid, of gebreken niet in staat zijn de kost te winnen, en dezelve alzoo aan de ondersteuning der armenfondsen overlaten, zullen, naar gelang der omstandigheden, gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van drie jaren.
=== Negende titel. {{sc|van doodslag en manslag.}} ===
==== Eerste hoofdstuk. {{sc|van doodslag of manslag in het algemeen.}} ====
'''Art. 121.'''
Doodslag of manslag is in het algemeen de berooving van iemands leven, gepleegd met opzet om te dooden of the beleedigen, of door merkelijke schuld of onvoorzigtigheid.
'''Art. 122.'''
Doodslag of manslag kan worden bedreven door allerlei daden, het zij met eenig schiet- of scherp geweer, stokken, steenen of andere dergelijke wapenen of instrumenten, of door iemand in het water te werpen, van eene hoogte af te storten, hem met vuisten te slaan, te schoppen, te trappen, of op andere dergelijke wijzen.
'''Art. 123.'''
Ook kan deze misdaad worden gepleegd door iemand met ongeoorloofde oogmerken schadelijk voedsel, of gevaarlijke artsenijen in te geven, of te doen gebruiken.
'''Art. 124.'''
De misdaad van doodslag of manslag wordt gehouden aanwezig en volbragt te zijn, wanneer de dood, het zij onmiddelijk of middelijk, door de toegebragte beleediging veroorzaakt is.
'''Art. 125.'''
Die zich aan deze misdaad hebben schuldig gemaakt, met opzet om te dooden, zullen met den dood gestraft worden, zonder onderscheid, of de wonde op zich zelve doodelijk geweest, dan in de gevolgen doodelijk geworden zij.
'''Art. 126.'''
In alle andere gevallen zullen de regters beoordeelen, in hoe verre de beschuldigde kan geacht worden den dood veroorzaakt te hebben, en ten dien einde acht nemen op den aard der verwonding, kwetsing, mishandeling of beleediging, zoo wel op zich zelve, als in verband met de ligchaams-gesteldheid van den lijder, de wijze van genezing en andere omstandigheden of toevallen; zij zullen ook in het bijzonder daarop letten, of de verwonding, kwetsing, mishandeling of beleediging op zich zelve doodelijk geweest, of alleenlijk in de gevolgen doodelijk geworden zij.
'''Art. 127.'''
Die, het opzet hebbende om te beleedigen, doodslag of manslag begaan door het toebrengen van eene op zich zelve doodelijke wonde of beleediging, zullen met het zwaard gestraft worden.
'''Art. 128.'''
Indien nogtans duidelijk bleek, dat het voorzeide opzet om te beleedigen was ontstaan en uitgevoerd in drift, zonder eenig voor-overleg, en dat tevens, noch uit de wapenen of instrumenten daartoe gebruikt, noch uit de wijze, waarop de daad was gepleegd, eenige zware gevolgen hadden kunnen voorzien worden, zullen de daders mogen worden gestraft met het zwaard over het hoofd, langdurige gevwangenis en bannissement uit het koningrijk.
'''Art. 129.'''
Wanneer, in de gevallen ''van de twee laatst voorgaande artikelen'', de wonde of beleediging niet op zich zelve doodelijk geweest, maar in de gevolgen doodelijk geworden is, zullen de daders gestraft worden met het zwaard over het hoofd, gevangenis, bannissement uit het koningrijk, of ander, naar de omstandigheden.
'''Art. 130.'''
Die doodslag of manslag begaan in drift, door verregaande beleedigingen, of langdurige tergingen veroorzaakt, zullen ligter gestraft worden, dan in de verschillende hier voor opgenoemde gevallen is vastgesteld, naar de omstandigheden.
'''Art. 131.'''
Die door merkelijke schuld of onvoorzigtigheid oorzaak zijn van iemands dood, zullen naar de omstandigheden gestraft worden met bannissement, den tijd van acht jaren niet te boven gaande, of met geldboete, niet hooger dan duizend guldens.
'''Art. 132.'''
Onder het laatst voorgaande artikel zijn mede begrepen, die tot eens anders dood gelegenheid of aanleiding geven, door merkelijke onvoorzigtigheid in het rijden, in het besturen of bewaren van paarden of andere dieren, of in het oefenen van deze of gene bedrijven, kunsten, vermaken of spelen.
==== Tweede hoofdstuk. {{sc|van het overtreden der grenzen van noodweer.}} ====
'''Art. 133.'''
Doodslag of manslag kan onstrafbaar worden, wanneer dezelve begaan wordt uit noodweer, ter beveiliging van zich zelven of van anderen.
'''Art. 134.'''
Noodweer is het wettig gebruik van het regt, om zijn eigen of eens anders lijf of leven, eerbaarheid of bezittingen tegen onregtvaardigen aanval te verdedigen, des noods, door het dooden van den aanvaller.
'''Art. 135.'''
Het kenmerk van noodweer is de volstrekte noodzakelijkheid, om, ter beveiliging tegen de aanranding, het leven van den aanvaller in gevaar te brengen. <br>
Het regt van noodweer komt derhalve den aangevallenen of zijne helpers alleenlijk te stade, zij kunnen zich daarvan niet anders bedienen, dan gedurende een aanmerkelijk gevaar, wanneer er geen tijd of blijkbare gelegenheid is, om hetzelve door eigen krachten, hulp en bijstand van anderen, of door eene veilige ontwijking te voorkomen of aftewenden.
'''Art. 136.'''
Zij, die de grenzen van noodweer merkelijk te buiten gaan, zullen, in geval van blijkbaren moedwil, als schuldig aan doodslag of manslag gestraft worden, volgens de voorschriften, in ''het eerste hoofdstuk van dezen titel'' vervat. Merkelijke overtreding dier grenzen, zonder blijkbaren moedwil, zal naar de omstandigheden ligter gestraft worden.
'''Art. 137.'''
Noodweer wordt in het algemeen ondersteld plaats te hebben tegen hen, die bij nacht betrapt worden op het inbreken of stelen van goederen, boom- of veldvruchten.
'''Art. 138.'''
Noodweer wordt mede in het algemeen ondersteld in eene vrouw of dochter, zich verdedigende tegen de genen, die haar met geweld trachten te onteeren of te ontvoeren.
=== Tiende titel. {{sc|van verwondingen, kwetsingen of andere beleedigingen en van vechterijen.}} ===
==== Eerste hoofdstuk. {{sc|van verwondingen, kwetsingen of andere beleedigingen.}} ====
'''Art. 139.'''
Die, met geleider lage en verraderlijk, of uit moedwil en baldadigheid, met eenig schiet- of scherp geweer, stokken, steenen of andere dergelijke wapenen, werktuigen of instrumenten, door het afstorten van eene hoogte, door slaan, schoppen, trappen of op dergelijke wijze, eenen anderen zwaarlijk verwonden, verminken, of hem eenig ander merkelijk gebrek toebrengen, zonder kennelijk oogerk, om denzelven van het leven te berooven, zullen met geeseling en brandmerk, of geeseling, langdurige gevangenis en bannissement uit het koningrijk of ander, gestraft worden.
'''Art. 140.'''
Die, alzoo eenen anderen aanvallende, denzelven zwaarlijk slaan, schoppen, trappen of mishandelen, of hem kwetsingen of beleedigingen toebrengen, zonder dat daarvan langdurige of zware gevolgen overblijven, zullen met geeseling, gevangenis of bannissement gestraft worden, naar de omstandigheden.
'''Art. 141.'''
Op dezelfde wijze zullen gestraft worden, die, zonder kennelijk oogmerk om iemand van het leven te berooven, maar nogtans tot misdadige einden, denzelven schadelijke artsenijen ingeven of doen gebruiken, en daardoor aan deszelfs gezondheid eenig merkelijk nadeel toebrengen.
'''Art. 142.'''
Wanneer de zware verwondingen, verminkingen, of andere aanmerkelijke beleedigingen, ''in het'' 139''ste artikel'' aangeduid, zijn toegebragt, niet met geleider lage, of uit louter moedwil en baldadigheid, maar in drift bij een gerezen geschil, zal de dader worden gestraft met het zwaard over het hoofd, en met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van zestien jaren.
'''Art. 143.'''
Wanneer de kwetsingen, beleedigingen of mishandelingen, ''in het'' 140''ste artikel'' aangeduid, in drift bij een gerezen geschil zijn toegebragt, zal de dader gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van twaalf jaren, of met geldboete, niet hooger dan zes honderd guldens.
'''Art. 144.'''
Indien nogtans de drift door verregaande beleedigingen of langdurige tergingen is veroorzaakt, zal zulks de straffen kunnen verminderen, of, in gevallen van ligten aard, geheel wegnemen.
'''Art. 145.'''
Zij, die de grenzen van noodweer merkelijk te buiten gaan, zullen, in geval van blijkbaren moedwil, gestraft worden volgens de voorschriften, ''in de voorgaande artikelen'' vervat: merkelijke overtreding dier grenzen, zonder blijkbaren moedwil, zal naar de omstandigheden ligter gestraft worden.
'''Art. 146.'''
Die door merkelijke schuld of onvoorzigtigheid oorzaak zijn, dat een ander zoodanig gewond of verminkt worde, of zoodanig andere bijblijvende beleediging ontvange, als ''in het'' 139''ste artikel'' is aangeduid, zullen worden gestraft met geldboete, niet te boven gaande de som van acht honderd guldens.
==== Tweede hoofdstuk. {{sc|van vechterijen.}} ====
'''Art. 147.'''
Alle verwondingen, kwetsingen, beleedigingen of mishandelingen, in ongeregelde vechterijen toegebragt, zullen gestraft worden naar aanleiding der 139''ste en'' 140''ste artikelen'', wanneer de dader zijne tegenpartij door regtstreekschen dwang, aanval, langdurige bedreigingen of tergingen tot het gevecht genoodzaakt heeft.
'''Art. 148.'''
Dezelve zullen gestraft worden naar aanleiding der 142''ste en'' 143''ste artikelen'', wanneer de dader blootelijk uitdager tot zoodanig gevecht geweest is.
'''Art. 149.'''
In alle andere gevallen van zoodanige vechterijen, zullen de zware verwondngen, verminkingen of aanmerkelijke beleedigingen, ''in het'' 139''ste artikel'' angeduid, gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van twaalf jaren, of met geldboete, niet hooger dan zes honderd guldens; terwijl ligter beleedigingen aan de plaatselijke reglementen worden overgelaten. <br>
Verregaande of langdurige tergingen der tegenpartij, of dwang tot gevecht zullen altijd de straffen kunnen verligten, of zelfs, naar mate van de omstandigheden, geheel wegnemen.
'''Art. 150.'''
Die in herbergen gewapend komen, met oogmerk om anderen tot een gevecht op te zoeken, of door het ophangen van messen, plaatsen van degens of andere teekenen tot een gevecht uitdagen, zullen gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van drie jaren, of met geldboete, niet hooger dan zes honderd guldens.
=== Elfde titel. {{sc|van tweegevecht.}} ===
'''Art. 151.'''
Tweegevecht is een, na voorafgegane, mondelinge, schriftelijke of dadelijke uitdaging en tijdsbepaling, ondernomen geregeld gevecht tusschen twee personen, in tegenwoordigheid van getuigen, tot wraak of zoogenaamd herstel over wezenlijke of vermeende beleedigingen.
'''Art. 152.'''
Het is ongeoorloofd zich in tweegevecht te wreken over eenige wezenlijke of vermeende verongelijkingen.
'''Art. 153.'''
Indien door of ten gevolge van eenig tweegevecht een of ander der partijen gedood, zwaar gewond of verminkt wordt, zal de schuldige gestraft worden met den dood, met het zwaard over het hoofd, of met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van tien jaren, of met geldboete, niet te boven gaande twee duizend guldens; alles naar omstandigheden van zaken, en in aanmerking genomen zoo wel de aanleiding van het geschil en van het gevecht, als de wijze op welke hetzelve heeft plaats gehad.
'''Art. 154.'''
Die, te gelijk beleedigde en uitgedaagde zijnde, aan zijne tegenpartij het leven beneemt, zal worden gestraft met bannissement, of met geldboete, niet te boven gaande de som van twee duizend guldens.
'''Art. 155.'''
Die, te gelijk beleedigde en uitgedaagde zijnde, zijne tegenpartij zwaarlijk wondt of verminkt, zal gestraft worden met geldboete, niet hoger dan twee duizend guldens.
=== Twaalfde titel. {{sc|van dwang, geweld en bedreigingen.}} ===
'''Art. 156.'''
Die, in weerwil of buiten weten van het gouvernement, politie of justitie, door geweld of overmagt eenig persoon uit zijne eigen, of eens anders woning of erf, of van openbare plaatsen opligten, of door bedreigingen noodzaken zich over te geven, denzelven vervoeren of gevangen houden, en alzoo buiten de openbare bescherming stellen, zullen met schavotstraf, langdurige gevangenis en bannissement uit het koningrijk gestraft worden.
'''Art. 157.'''
Die zoodanige misdaad mogten gepleegd hebben, onder den valschen schijn van eenig ambt, post, of bediening te bekleeden, of onder valsche voorgevens, van daartoe door het gouvernement, de politie of justitie gelast of gematigd te zijn, alhoewel geen ander geweld was gebruikt, op dezelfde wijze gestraft worden.
'''Art. 158.'''
Indien, bij gelegenheid der opligting, vervoering of gevangenhouding, aan den geweldlijdenden persoon eenig zware verwondingen, verminkingen, of andere ligchaamsgebreken mogten zijn toegebragt, zullen zij, die dezelve hebben toegebragt, met den strop gestraft worden.
'''Art. 159.'''
Die, zonder eenige voorafgegane opligting of vervoering, eenig persoon in hunne eizen of andere woningen of gebouwen heimelijk gevangen houden, zonder daarvan aan de politie of justitie kennis te geven, zullen gestraft worden met schavotstraf, gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van tien jaren, naar de omstandigheden.
'''Art. 160.'''
Die door dwang, geweld of zwar bedreigingen eenen anderen noodzaken om eenige overeenkomst, verbindtenis, lastgeving, kwijting, getuigschrift, verklaring of dergelijken te teekenen, of integendeel, om zoodanige stukken, door anderen geteekend, terug te geven of te vernietigen, zullen, in geval zij blijkbaar ongeregtigd waren, om langs behoorlijke wegen iets dergelijks te vorderen, naar mate van het gepleegd geweld of de gedane bedreigingen gestraft worden met schavotstraf, gevangenis of bannissement, en in andere gevallen met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van zes jaren, of met geldboete, niet hooger dan twee duizend guldens.
'''Art. 161.'''
Die, het zij uit wraakzucht, nijd, afgunst, om gelden af te persen, of ter bereiking van eenige andere bedoeling, schriftelijke bedreigingen van moord, verwondingen of andere zware mishandelingen opstellen en afgeven, die dezelve, het zij door hen of anderen geschreven, leggen, bestellen, verzenden, aanplakken of verspreiden, zullen gestraft worden met geeseling, gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van twaalf jaren.
'''Art. 162.'''
Mondelinge bedreigingen van dezen aard, gelijk ook schriftelijke van minder belang, zullen gestraft worden met bannissement, niet te boven gaande den tijd van vier jaren.
'''Art. 163.'''
Ouders of voogden, hunne kinderen of pupillen boven de veertien jaren oud, wegens wangedrag of tot beletting van kwade ondernemingen, langer dan eene maand, het zij binnen, het zij buiten's huis opsluitende, of doende opsluiten, zonder daartoe behoorlijk verlof van de magistraten, regters, of andere collegiën, of ambtenaren, die zulks aangaat, te hebben bekomen, zullen gestraft worden met geldboete, niet te boven gaande tien guldens voor iedere week, welke zulks langer dan de voorzeide maand geduurd hebben.
=== Dertiende titel. {{sc|van hoon en laster.}} ===
'''Art. 164.'''
Die, door slaan, dreigen of andere smadelijke bedrijven, aan of omtrent iemands persoon, woning of plaats waar hij zich bevindt, gepleegd, of ook door schimpende vertooningen, of door het maken en verspreiden van teekeningen of prenten, of op eenige andere dergelijke wijze, eenen anderen opzettelijk honen, tergen, bespotten, hatelijk of verachtelijk zoeken te maken, zullen naar de omstandigheden gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van drie jaren, of met geldboete niet hooger dan zes honderd guldens.
'''Art. 165.'''
Op gelijke wijze zullen gestraft worden, die met woorden eenen anderen scheldnamen of verwijtingen toevoegen, bespotten of beschimpen, wanneer zulks geschiedt onder verzwarende omstandigheden, als bij aanhoudendheid, bij onderscheiden gelegenheden of met blijkbaar opzet, om iemand van eenig misdrijf, slecht gedrag of kwaden handel ten onregten te beschuldigen en bij anderen verdacht te maken, of dergelijken.
'''Art. 166.'''
Insgelijks zullen op dezelfde wijze gestraft worden, die, in openbare of bijzondere geschriften, eenen anderen van eenig misdrijf, slecht gedrag of kwaden handel ten onregte beschuldigen of verdacht maken, of die zoodanige geschriften voorbedachtelijk verspreiden.
'''Art. 167.'''
Drukkers of boekverkoopers, die zoodanige teekeningen, prenten of geschriften, als ''in het'' 164''ste'' en 166''ste artikel'', zijn bedoeld, drukken, verkoopen of aan anderen verzenden, zullen al mede op dezelfde wijze gestraft worden, indien zij van het honende in de voorzeide teekeningen of prenten, of van den laster, in de voorzeide geschriften voorkomende, zijn bewust geweest, of in weerwil van het verbod, van wege de politie gedaan, met het drukken, verkoopen of verzenden zijn voortgegaan.
'''Art. 168.'''
Hoon, onder min bezwarende omstandigheden gepleegd, zal alleenlijk volgens de plaatselijke reglementen gestraft worden.
'''Art. 169.'''
Zoo dikwijls noodzakelijke verdediging, regtmatige klagten, gehoudenheid om getuigenis der waarheid te geven, pligten van ambt, post, bediening, of van eenige betrekking, of ook andere regtmatige of geoorloogde inzigten, de vordering van hetstelling van eer, ten aanzien van den genen die iets tot lasten van een andere gezegd of geschreven heeft, zouden uitsluiten, zoo dikwijls zal ook de straffe, ''bij dezen titel'' op ''hoon'' en ''laster'' gesteld, geen plaats hebben.
'''Art. 170.'''
De bijzondere soorten van hoon en laster, ''in den titel van muiterij, oproerig geweld en schending van het openbaar gezag'' vermeld, zullen naar de voorschriften, ''in dien titel'' vervat, beoordeeld en gestraft worden. <br>
Hoon of laster, met andere misdrijven gepaard gaande, zal mede als zoodanig worden beoordeeld en gestraft.
=== Veertiende titel. {{sc|van het stichten en bedreigen van brand.}} ===
==== Eerste hoofdstuk. {{sc|van brandstichting.}} ====
'''Art. 171.'''
Die, met oogmerk om te benadelen of uit andere misdadige inzigten of enkelen moedwil en baldadigheid, voorbedachtelijk brand stichten, doen ontstaan of veroorzaken, in gebouwen, woningen, stallen, schuren, loodsen, heiningen, bruggen, sluizen, getimmerten, bosschen, boomen, te velde staande vruchten, te veen of te velde staande turf, of anderen haardbrand, schepen, vaartuigen, tenten, magazijnen of voorraad van waren of materialen, het zij aan het rijk, of eenige stad of plaats, het zij aan andere personen in eigendom toebehoorende, zullen met den strop gestraft worden.
'''Art. 172.'''
Gevangenen, gearresteerden of andere bewaarde personen, die, ten einde daardoor gelegenheid tot ontkoming vinden, brand stichten in het gebouw, waarin zij bewaard worden zullen met geeseling, brandmerk, langdurige gevangenis en bannissement uit het koningrijk, en bij herhaling, met den strop gestraft worden.
'''Art. 173.'''
Insgelijks zullen als brandstichters gestraft worden, die door middel van ontstoken buskruid zoodanige zaken doen springen of vernielen.
'''Art. 174.'''
Nog zullen met den strop gestraft worden, die deze daden begaan omtrent zoodanige goederen hun zelven in eigendom toebehoorende, met oogmerk, om daardoor soortgelijk onheil aan die van anderen te veroorzaken, eenige menschen in gevaar te brengen, vee of andere goederen, hun niet in eigendom toebehoorende, te doen verbranden of verloren gaan, hunne schuldeischers te leur te stellen of te bedriegen, den staat hunner zaken te bedekken, medelijden te verwekken, uit gedane assurantiën voordeel te trekken, vermoedens van brandstichting van zich aftewenden, of op anderen te doen ontstaan, in de verwarring of opschudding voordeel te doen, of uit andere dergelijke booze inzigten en oogmerken.
'''Art. 175.'''
Wanneer nogtans het algemeen gevaar der misdaden, in de vorige artikelen omschreven, zoo als die gepleegd of ondernomen waren, zeer klein en tevens in het bijzonder nadeel, daardoor veroorzaakt, zeer gering geweest is, zullen de daders alleenlijk met schavotstraf, langdurige gevangenis en bannissement uit het koningrijk gestraft worden. <br>
De onderscheiding dezer gevallen wordt aan de beoordeeling der regters overgelaten.
'''Art. 176.'''
Hij, die alles verrigt heeft, het geen hij wilde en konde doen om den brand of de uitbarsting te veroorzaken, zal volgens den inhoud ''der voorgaande artikelen'' gestraft worden, schoon ook door eenige omstandigheden buiten zijnen wil de bedoelde uitwerking niet mogt gevolgd zijn.
'''Art. 177.'''
Die, willens en wetens, tot de hier voren omschreven misdaden medewerken, daartoe vuur, brandstoffen of andere gereedschappen verschaffen, met de bedrijvers nopens den tijd, of wijze van het plegen, of de middelen om den brand te doen voortduren, of het blusschen te verhinderen, afspraak maken, zullen, wanneer het misdrijf gevolgd is, of daartoe dadelijke pogingen in het werk gesteld zijn, als de bedrijvers zelve gestraft worden.
'''Art. 178.'''
Die losse en op zich zelve staande goederen, als enkele meubelen, werktuigen, gereedschappen of dergelijke, aan anderen toebehoorende, in brand steken, om de eigenaren door het vernielen of bederven daarvan te benadeelen of uit baldadigheid, zullen, wanneer de door hen veroorzaakte en bedoelde brand verder is voortgeslagen, naar de meerdere of mindere boosheid van hun oogmerk, gestraft worden met den strop, geeseling en brandmerk, of geeseling, langdurige gevangenis en bannissement uit het koningrijk of ander; en wanneer het overslaan van den brand wel niet dadelijk is gebeurd, maar door de gelegenheid der plaats, of andere kennelijke omstandigheden zeer ligtelijk had kunnen gebeuren, met geeseling, te pronk staan op het schavot, gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van veertien jaren.
'''Art. 179.'''
Die van het bestaan van eenig voornemen tot de misdaden ''in dit hoofdstuk'' omschreven, kennis dragen, zullen verpligt zijn daarvan in tijds aan de politie of de justitie ontdekking te doen, en bij gebreke daarvan gestraft worden naar de omstandigheden met bannissement, niet te bovengaande den tijd van drie jaren, of met geldboete, niet hooger dan drie honderd guldens. <br>
Alleenlijk zullen daarvan verschoond worden die genen, welker ontdekking zoude gestrekt hebben tot laste van echtgenooten of zulke nabestaanden als ''bij het'' 68''ste artikel'' zijn opgenoemd.
'''Art. 180.'''
Die bij het ontstaan van brand, door ongeluk, onvoorzigtigheid of op eenige andere wijze veroorzaakt, opzettelijk en moedwilliglijk de bluschgereedschappen, of het geen daartoe behoort, bederven, zullen, naar de omstandigheden, met schavotstraf of gevangenis gestraft worden.
==== Tweede hoofdstuk. {{sc|van het bedreigen van brandstichting.}} ====
'''Art. 181.'''
Die, het zij uit wraakzucht, nijd, afgunst, om gelden aftepersen, of ter bereiking van eenige andere bedoelingen, brandbrieven schrijven en afgeven; die dezelve, het zij door hen, of anderen geschreven, leggen, bestellen, verzenden, aanplakken of verspreiden, zullen worden gestraft met geeseling, brandmerk, langdurige gevangenis en bannissement uit het koningrijk.
'''Art. 182.'''
Door brandbrieven worden verstaan alle schriftelijke bedreigingen van brandstichting, het zij met stellige woorden, het zij door duidelijke te kennengevingen gedaan.
'''Art. 183.'''
Het leggen, toezenden of stellen van eenige teekenen, bedreiging van brandstichting ten doel hebbende, zal op dezelfde wijze gestraft worden.
'''Art. 184.'''
Mondelinge bedreiging van brandstichting, het zij met stellige woorden, het zij door duidelijke te kennengevingen gedaan, zal gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van zes jaren.
==== Derde hoofdstuk. {{sc|van de herhaalde misdaden.}} ====
'''Art. 185.'''
Die, na eenmaal over brandstichting, het bederven der bluschgereedschappen, of wegens brandbrieven of teekenen, gestraft te zijn, zich daarna weder aan dezelfde of aan andere dezer genoemde misdaden schuldig maken, zullen gestraft worden met geeseling en brandmerk, of geeseling, langdurige gevangenis en bannissement, voor altijd uit het koningrijk, zoo hunne nieuwe misdaden zelve geene zwaarder straffe vereischen.
=== Vijftiende titel. {{sc|van diefstal en roof.}} ===
'''Art. 186.'''
Diefstal is het voorbedachtelijk en heimelijk ontvreemden van eens anderen roerend goed.
'''Art. 187.'''
Roof is de opzettelijke ontrooving van eens anderen roerend goed, vergezeld met geweld aan personen, met bedreigingen of ook zonder dit een of ander, doch openlijk ten aanschouwen en in weerwil van den eigenaar of anderen begonnen, voortgezet of volvoerd.
==== Eerste hoofdstuk. {{sc|van diefstal.}} ====
===== Eerste afdeeling. {{sc|van diefstal in het algemeen.}} =====
'''Art. 188.'''
Die, het zij bij nacht of bij dag door nagemaakte sleutels, zoogenaamde keizers of loopers, of andere dergelijke werktuigen, de sloten van deuren, vensters of luiken, waarmede eenige gebouwen, getimmerten, tenten, schepen, vaartuigen, plaatsen, erven, tuinen, bosschen, boomgaarden of andere gronden gesloten zijn, listiglijk openen, en alzoo, diefstal plegen, zullen, het zij het gestolene veel of weinig bedrage, met geeseling, brandmerk, langdurige gevangenis en bannissement uit het koningrijk, gestraft worden.
'''Art. 189.'''
Die deze zelfde misdaad plegen door middel van toevallig passende sleutels, zullen met geeseling, langdurige gevangenis en bannissement uit het koningrijk, gestraft worden.
'''Art. 190.'''
Op gelijke wijze als ''in het voorgaande'' 189''ste artikel'' is bepaald, zullen gestraft worden, die, het zij bij nacht of bij dag door het klimmen over daken, poorten, deuren, hekken, muren, heiningen of andere staketsels, door het overspringen van grachten of slooten, of op andere zeer stoute, listige en ongewone wijze in gebouwen, getimmerten, tuinen, boomgaarden of bosschen, of op plaatsen of erven zijn ingekomen, en alzoo hebben gestolen, mede zonder onderscheid of het gestolene veel of weinig bedrage.
'''Art. 191.'''
Op dezelfde wijze zullen gestraft worden die bij nacht of dag, één of meer paarden, runderen, kalveren, schapen, varkens of ook één of meer bijenkorven in de velden of open schuren aan de openbare trouw overgelaten, hebben gestolen of de bijenkorven bestolen.
'''Art. 192.'''
Nog zullen met geeseling, langdurige gevangenis en bannissement uit het koningrijk gestraft worden, die, het zij bij nacht of bij dag, diefstal hebben begaan van vruchten op open velden of akkers, het zij met den grond verenigd, aan de boomen hangende, of reeds afgescheiden; van gout op de openbare wegen, in open bosschen, of op andere onafgesloten plaatsen groeijende of gekapt liggende, of van den eek of schors der boomen reeds geschild of ongeschild, of ook aan wagens, ploegen of andere tot den landbouw noodige gereedschappen in velden of open plaatsen aan de openbare trouw overgelaten.
'''Art. 193.'''
Op gelijke wijze zullen gestraft worden, die, tusschen zonnen ondergang en opgang, goederen stelen van open bleekvelden.
'''Art. 194.'''
Eindelijk zullen als voren gestraft worden, die, tusschen zonnen ondergang en opgang, diefstal begaan van gevogelte, als kalkoenen, ganzen, eenden, hoenders, duiven of ook van visschen in open bunnen of karen bewaard wordende voor zoo verre al hetzelve aan de openbare trouw is overgelaten.
'''Art. 195.'''
De inhoud der ''drie laatst voorgaande artikelen'' zal niet bezwarend zijn in dieverijen van zeer gering belang, maar zullen de regters daar in mogen handelen als hierna, ''in het'' 203''de artikel'' zal gezegd worden.
'''Art. 196.'''
Die, het zij bij nacht of bij dag, door nagemaakte sleutels, zoogenaamde keizers of loopers, of andere dergelijke werktuigen de sloten van eenige deuren, vensters of luiken, waarmede eene kamer of ander gedeelte van een gebouw, getimmerte, schip of vaartuig, inwendig van het overig gedeelte is afgescheiden, of ook van vaste of losse kasten, kisten, koffers, lessenaars, of andere dergelijke meubelen in een gebouw, getimmerte, tent, schip of vaartuig gevonden wordende, daar ter plaatse listiglijk openen en alzoo diefstal plegen, zullen, het zij het gestolene veel of weinig bedrage, gestraft worden met geeseling, langdurige gevangenis en bannissement uit het koningrijk.
'''Art. 197.'''
Die deze zelfde misdaad plegen door middel van toevallig passende sleutels, zullen gestraft worden met geeseling en gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van twaalf jaren.
'''Art. 198.'''
Uitwonende bedienden of werklieden, die bij nacht of dag insluipen in de huizen, kantoren, magazijnen, tenten, winkels, schepen of vaartuigen van hunne meesters, of van die genen voor welke zij aldaar op andere tijden in het werk zijn, en alzoo diefstal begaan, zullen, het zij het gestolene veel of weinig bedrage, gestraft worden met geeseling, gevangenis en bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van twaalf jaren. Alle andere personen, die bij nacht of dag buiten weten en wil van de eigenaars, bewoners of bewaarders, in gebouwen, getimmerten, tenten, schepen of vaartuigen, zijn ingeslopen, of met derzelver weten en wil, doch onder bedriegelijke voorgevens zijn ingekomen en alzoo hebben gestolen zullen, zonder onderscheid of het gestolene veel of weinig bedrage, gestraft worden met geeseling, en gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van acht jaren.
'''Art. 199.'''
Inwonende bedienden, die bij nacht of dag diefstal plegen, gelijk ook alle bedienden of werklieden, die deze misdaad begaan ter zelfder tijd en gelegenheid, dat zij in den dienst, of het werk zijn, zullen gestraft worden met geeseling, langdurige gevangenis en bannissement uit het koningrijk.
'''Art. 200.'''
Met geeseling, en gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, den tijd van twaalf jaren niet te boven gaande, zullen gestraft worden die diefstal begaan ter gelegenheid van brand, schipbreuk, overstrooming of andere dergelijke zware rampen of nooden.
'''Art. 201.
Op gelijke wijze, als ''in het voorgaande artikel'' is bepaald, zullen gestraft worden herbergiers, postmeesters, voerlieden, schippers, bestelders, kruijers, slepers, dragers en dergelijke personen, stelende of bestelende de goederen, door de eigenaars of anderen aan hunne bewaring toevertrouwd, of aan hunne getrouwheid overgelaten.
'''Art. 202.'''
De inhoud der ''drie laatst voorgaande artikelen'' zal niet bezwarend zijn in dieverijen van zeer gering belang, maar zullen de regters daarin mogen handelen, als ''in het volgende artikel'' zal gezegd worden.
'''Art. 203.'''
Dieverijen, gepleegd zonder zoodanige bezwarende omstandigheden als hier voren zijn opgegeven, en zonder zoodanige braak als waarvan ''in de volgende afdeeling van dit hoofdstuk'' zal worden gehandeld, zullen gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van zes jaren; en wanneer dezelve van zeer gering belang mogten zijn, alleen met bannissement, voor drie, twee of één jaren, of met gevangenis van eenige weken of dagen. <br>
De onderscheiding dezer zeer geringe misdaden wordt aan de bescheidenheid der regters overgelaten.
'''Art. 204.'''
De misdaad van diefstal wordt gehouden volbragt te zijn, zoodra de dader, zich éénmal van het goed heeft meester gemaakt, al ware hij daarna verhinderd hetzelve te vervoeren of te behouden.
'''Art. 205.'''
Het openen van sloten door nagemaakte sleutels, zoo genaamde keizers of loopers of andere dergelijke werktuigen, of door toevallig passende sleutels, het klimmen over daken, poorten, deuren, hekken, muren, heiningen of andere staketsels, het overspringen van grachten of slooten en andere stoute en listige ondernemingen; het heimelijk insluipen of onder bedriegelijke voorgevens inkomen, in gebouwen, getimmerten, tenten, schepen of vaartuigen, zal, wanneer de dader daarvan geene andere aannemelijke reden kan geven, als poging tot diefstal worden aangemerkt, en alzoo naar de omstandigheden gestraft worden.
===== Tweede afdeeling. {{sc|van diefstal met braak.}} =====
''' Art. 206.'''
Braak wordt geacht begaan te zijn door ondergravingen, door het verbreken of inbreken van of in daken, poorten, deuren, hekken, vensters, luiken, muren, heiningen, traliewerk van hout of ijzer of andere staketsels; door het vernielen, doorboen of gewelddadiglijk afscheuren van beschotten, planken, of gedeelten derzelve, door het breken van glasruiten of van het hout of het lood, tot het bevatten derzelve dienende, door het afvijlen, verwringen, of gewelddadiglijk afrukken van traliën, spijlen, knippen of kettingen, dor het opsnijden of opscheuren van de zeilen der tenten, het afsnijden van kabeltouwen waar aan vaartuigen of ankers zijn vastgemaakt, of door het opensteken en inwendig bederven van sloten.
'''Art. 207.'''
Die door een of meer der genoemde middeen in eenig gebouw, getimmerte, tent, schip, vaartuig, plaats, erf, tuin, boomgaard of bosch, hebben ingebroken en azoo gestolen, zullen, het zij het gestolene veel of weinig bedrage, gestraft worden met den strop, wanneer de misdaad gepleegd is tusschien zonnen-ondergang en opgang, en tevens door drie of meer personen of onder derzelver bveiliging en bedeking; in andere gevallen met geeseling, brandmerk, langdurige gevangenis en bannissement voor altijd uit het koningrijk.
'''Art. 208.'''
Met de laatstgemelde straf zullen ook gestraft worden die in eenige kamer of ander gedeelte van een gebouw, getimmerte, schip of vaartuig, of ook in vaste of losse kasten, kisten, koffers, lessenaars of andere dergelijke meubelen, in eenig gebouw, getimmerte, tent, schip of vaartuig, gevonden wordende, daar ter plaatse hebben ingebroken en alzoo gestolen, het zij het gestolene veel of weinig bedrage, wanneer de misdaad gepleegd is tusschen zonner-ondergang en opgang, en tevens door drie of meer personen of onder derzelver beveiliging en bedekking; in andere gevallen, zullen dezelve gestraft worden met geeseling en brandmerk of geeseling, langdurige gevangenis, en bannissement voor altijd uit het koningrijk.
'''Art. 209.'''
Op dezelfde wijze en met gelijke onderscheiding zullen gestraft worden, die de ijzeren of koperen kettingen of staven waarmede eenige goederen hoe ook genaamd in een gebouw, getimmerte, schip of vaartuig aan den wand, muur of beschot zijn vastgehecht, doorvijlen, de schakels losrukken of verwringen, de sloten opensteken en inwending bederven, de krammen gewelddadig uitrukken, of wel de wand, muur of beschot of de goederen zelve schenden, gelijk ook die de kabeltouwen afsnijden waar aan vaartuigen of ankers zijn vastgemaakt, en het alzoo losgemaakte vervoeren.
'''Art. 210.'''
Die deze zelfde misdaad plegen omtrent goederen op open erven, velden, straten of wegen aan een muur, beschot, boom of paal of onderling aan elkander vastgehecht, zullen, wanneer dezelve is begaan tusschen zonnen-ondergang en opgang, en tevens door drie of meer personen of onder derzelver beveiliging en bedekking, gestraft worden met geeseling, langdurig gevangenis en bannissement voor altijd uit het koningrijk; in andere gevallen met geeseling en gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van twaalf jaren.
'''Art. 211.'''
Op dezelfde wijze en met gelijke onderscheiding als ''in het voorgaande artikel'' is bepaald, zullen gestraft worden die, zonder oogmerk om in eenige gebouwen, getimmerten, schepen of vaartuigen intekomen, het lood, koper, ijzer of hout, daaraan behoorende en vast zijnde, gewelddadiglijk afbreken en stelen.
'''Art. 212.'''
Wanneer de dieverijen ''in de twee laatst voorgaande artikelen'' omschreven, mogten zijn van zeer gering belang, en door niet meer dan een persoon en zonder merkelijke stoutheid gepleegd; zullen de daders gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van twaalf jaren.
'''Art. 213.'''
Alle andere en mindere braak, door diefstal, gevolgd, zal gestraft worden mt de zwaarste straffe, bij de ''voorgaande afdeeling'' op den ''diefstal'' zelven in elk geval vastgesteld.
'''Art. 214.'''
Braak, gepleegd zijnde, zonder dat de dader daar van eene andere aannemelijke reden kan geven, zal geacht worden geschied te zijn met oogmerk om te stelen, en gestraft worden, even als of de diefstal daarbij volbragt ware, schoon de daders door de gelegenheid der plaats, de vrees van ontdekt te zullen worden, het niet vinden van goederen, of door andere omstandigheden, buiten hunnen wil en bedoeling, mogten verhinderd geworden zijn, den voorgenomen diefstal zelve te plegen.
==== Tweede hoofdstuk. {{sc|van roof.}} ====
'''Art. 215.'''
Die bij het begaan van roof, of om denzelven te kunnen plegen, den eigenaar van het goed of anderen dooden, verminken, verwonden, pijnigen, knevelen, binden, of anderzins zwaarlijk mishandelen, zullen met den strop gestraft worden, al ware ook de berooving zelve niet gevolgd.
'''Art. 216.'''
Insgelijks zullen met den strop gestraft worden, die bij het begaan van den roof, of om denzelven te kunnen plegen, den eigenaar of anderen met schiet- of scherp geweer, met stokken of andere wapenen of instrumenten hebben bedreigd of gedreigd te zullen pijnigen, knevelen, binden, in het water werpen of eenige goederen in brand steken.
'''Art. 217.'''
Roof, met geweld aan personen of met bedreigingen gepaard zal ook met den strop gestraft worden, wanneer dezelve begaan is ter gelegenheid van brand, schipbreuk, overstrooming of andere dergelijke zware rampen en nooden.
'''Art. 218.'''
Insgelijks zal roof, met geweld aan personen of met bedreigingen gepaard, met den strop gestraft worden, wanneer dezelve begaan is door drie of meer personen, of onder derzelver bedekking en beveiliging, het zij bij nacht of dag.
'''Art. 219.'''
Laatstelijk zal roof met den strop gestraft worden, wanneer daarbij de volgende omstandigheden te zamen loopen:
# Dat dezelve gepaard is met geweld aan personen of met bedreigen.
# Dat dezelve gepleegd is door twee personen, of onder derzelver bedekking en beveiliging.
# Tusschen zonnen-ondergang en opgang.
# Op openbare wegen, of wel op eenzame plaatsen, waar niet ligtelijk hulp te bekomen is.
'''Art. 220.'''
Roof, waarbij het goed aan den eigenaar of anderen wel met geweld ontnomen is, doch zonder grove mishandelingen of zware bedreigingen, en zonder zoodanige andere verzwarende omstandigheden, als hier voren zijn opgegeven, zal gestraft worden met geeseling, brandmerk, langdurige gevangenis en bannissement uit het koningrijk.
'''Art. 221.'''
op gelijke wijze zal gestraft worden roof, gepleegd ter gelegenheid van brand, schipbreuk, overstroomingen, of andere dergelijke zware rampen en nooden, wanneer daarbij geene andere omstandigheden plaats hebben, op welke hiervoren de doodstraf gesteld is.
'''Art. 222.'''
Wegens roof, buiten zoodanige gelegenheden, en tevens zonder eenig geweld aan personen of zware bedreigingen, maar alleen openlijk, ten aanschouwen en in weerwil van den eigenaar of anderen gepleegd, zonder dat ook de omstandigheden, ''bij het'' 219''de artikel'' opgenoemd, daarbij hebben zamengeloopen, zullen de schuldigen, naar mate van het gepleegde, gestraft worden met schavotstraf, gevangenis, bannissement uit het koningrijk, of ander.
'''Art. 223.'''
Roof wordt gehouden volbragt te zijn, zoodra de dader zich van het goed heeft meester gemaakt, al ware hij daarna verhinderd hetzelve te vervoeren of te behouden.
'''Art. 224.'''
Wanneer roof, voorafgegaan of vergezeld is van braak, of gepaard is met zoodanige andere verzwarende omstandigheden, als bij het ''eerste hoofdstuk van dezen titel'' zijn aangewezen, zullen de daders niet minder gestraft worden, dan daarbij omtrent de dieven is vastgesteld.
'''Art, 225.'''
Wanneer daarentegen noch aanmerkelijk geweld, noch zeer zware bedreigingen, noch braak, noch eenige andere omstandigheden, welke bij het ''eerste hoofdstuk'', als bezwarende in den diefstal, zijn aangewezen, bij den roof hebben plaats gehad, en tevens het geroofde zelve van zeer gering belang is, zullen de regters de bij dit ''tweede hoofdstuk'' bedreigde straffen eenigzins mogen verligten, het welk aan derzelver beoordeeling en bescheidenheid wordt overgelaten.
==== Derde hoofdstuk. {{sc|van helpers der dieven en roovers, van helers, en van koopers der gestolene of geroofde goederen.}} ====
'''Art. 226.'''
Die door het aanwijzen der gelegenheden, het staan op schildwacht, het aannemen en wegvoeren der gestolen goederen, of anderszins, de dieven of roovers behulpzaam zijn, zullen, wanneer niets meer ten hunnen laste kan worden gebragt, gestraft worden met de straf ''bij het'' 203''de artikel'', op enkele dieverijen bepaald.
'''Art. 227.'''
Wanneer de wijze, op welke de misdaad gepleegd is, of de personele betrekking van de daders, helpers of derzelver medepligtigen eene zwaardere straf vereischen, of wanneer braak of roof wordt gepleegd, zullen deze helpers worden gestraft, als of zij zelve den diefstal met verzwarende omstandigheden of de braak of roof hadden begaan, ingevalle zij daarvan te voren kundig zijn geweest, of, vervolgens kundig geworden zijnde, in hunne hulp en medewerking zijn voortgevaren.
'''Art. 228.'''
Op diezelfde wijze en met gelijke onderscheiding zullen gestraft worden zij, die vooraf geweten hebbende, dat diefstal, braak of roof ondernomen zoude worden, daarna de daders verbergen, in hunne vlugt behulpzaam zijn, de gestolen of geroofde goederen bewaren, opkoopen, ten voordeele van de dieven of roovers verkoopen, of daarvan zelve eenig voordeel trekken.
'''Art. 229.'''
Zij, die gewoonlijk hun werk maken, van dieven of roovers over te voeren, te herbergen, te doen overvoeren, of te doen herbergen, zullen met schavotstraf, langdurige gevangenis en bannissement voor altijd uit het koningrijk gestraft worden.
'''Art. 230.'''
Die, zonder vooraf geweten te hebben, dat diefstal of roof zoude gepleegd worden, en, zonder daaraan op eenige wijze deel te hebben, willens en wetens gestolen goederen koopen, aannemen, of verbergen, zullen gestraft worden met bannissement, niet te boven gaande den tijd van acht jaren.
==== Vierde hoofdstuk. {{sc|van de herhaalde misdaden.}} ====
'''Art. 231.'''
Die, na eenmaal over eenige misdrijven, hier voren ''in dezen titel'' omschreven, met minder straf dan die van het schavot gestraft te zijn, zich andermaal aan dezelfde of eenige andere, tot hier toe ''in dezen titel'' genoemd, schuldig maken, zullen naar de omstandigheden gestraft worden met schavotstraf, gevangenis, niet te boven gaande den tijd van tien jaren, bannissement uit het koningrijk of ander, ten zij hunne nieuwe misdaden zelve eenige zwaardere straffen vereischen.
'''Art. 232.'''
Die reeds eenmaal over eenige misdrijven, hier voren ''in dezen titel'' omschreven, op het schavot gestraft ziijnde, zich andermaal aan dezelfde of eenige andere, tot hier toe ''in dezen titel'' genoemd, schuldig maken, zullen gestraft worden met geeseling, brandmerk, gevangenis voor twintig jaren, en altoosdurend bannissement uit het koningrijk, ten zij hunne nieuwe misdaden zelve de doodstraf vereischen.
'''Art. 233.'''
Wanneer nogtans de herhaalde misdaad is van een zeer geringen aard, zal de straf eenigzins mogen verligt worden naar bescheidenheid der regters.
==== Vijfde hoofdstuk. {{sc|van ontvreemdingen, uit baldadigheid gepleegd.}} ====
'''Art. 234.'''
Ontvreemdingen van goederen van weinig waarde, zonder oogmerk van voordeel, maar in dronkenschap, of anderzins uit dartelheid en baldadigheid gepleegd, zullen altijd ligter mogen gestraft worden, alwaar het dat dezelve konden geacht worden eenigermate met verzwarende omstandigheden of met braak of roof, in eenen geringen trap, vergezeld te zijn geweest.
'''Art. 235.'''
Wegens zoodanige ontvreemdingen zal ook geldboete mogen plaats hebben, niet te bovengaande de som van zeven honderd gulden.
'''Art. 236.'''
De regters zullen niettemin zorge dragen, om zich van het opleggen van geldboete in dezen te onthouden, wanneer merkelijk geweld, aan personen of goederen gepleegd, zware bedreigingen of andere bijkomende, zeer stoute daden eene meer voorbeeldige straf tot afschrik van anderen, en tot beveiliging der goede ingezetenen kwamen te vereischen.
'''Art. 237.'''
De onderscheiding dezer gevallen wordt aan de beoordeeling en bescheidenheid der regters overgelaten.
=== Zestiende titel. {{sc|van kinderdieverij.}} ===
'''Art. 238.'''
Die jonge kinderen stelen of aan de nasporing van derzelver ouderen, voogden of opzieners ontrekken, met ookmerk, om met dezelve te gaan bedelen, of uit eenige andere ongeoorloofde inzigten, zullen gestraft worden met geeseling, brandmerk, langdurige gevangenis en bannissement voor altijd uit het koningrijk.
'''Art. 239.'''
Die de daders van zulke bedrijven behulpzaam zijn, door hun de gelegenheid daartoe aantewijzen of te verschaffen, of het plegen van het misdrijf te beveiligen of te bedekken, of die zelve, willens en wetens, met zoodanige gestolen kinderen gaan bedelen, of daarmede voordeel doen, gelijk ook die, al is het zonder daarin verder deel te nemen, willens en wetens, zoodanige gestolen kinderen in hunne huizen verbergen, of bij zich houden, zonder daarvan aan de ouders, voogden of opzieners, of aan de politie of justitie ontdekking te doen, zullen even als de daders gestraft worden.
'''Art. 240.'''
Die zoodanige gestolen kinderen opzettelijk verminken of eenig zwaar ligchaamsgebrek toebrengen, ten einde daardoor medelijden te verwekken, zullen met den strop gestraft worden.
=== Zeventiende titel. {{sc|van het beschadigen van goederen.}} ===
==== Eerste hoofdstuk. {{sc|van het beschadigen van goederen in het algemeen.}} ====
'''Art. 241.'''
Die uit haat, nijd, wraak, ongeoorloofd zelfsbelang, of uit moedwil en baldadigheid, door vernielen, bederven, schenden, of onbruikbaar maken, opzettelijk en voorbedachtelijk aanmerkelijke schaden toebrengen aan eenige gebouwen, woningen, stallen, schuren, loodsen, tenten, heiningen, bruggen, getimmerten, havens, wateren, wegen, wallen, gronden, bosschen, boomen, landerijen, vruchten, rijtuigen, vaartuigen, paarden, beesten, gevogelte, koopmanschappen, waren, werktuigen, gereedschappen, meubelen of eenige andere goederen, het zij aan het rijk, eenige stad of plaats, of aan bijzo9ndere personen in eigendom toebehoorende, zullen, naar gelang der omstandigheden, gestraft worden met schavotstraf, gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van acht jaren.
'''Art. 242.'''
Beschadigingen van weinig belang, of aan goederen van geringe waarde, of zonder zeer booze inzigten in dronkenschap of dartelheid gepleegd, zullen ook mogen gestraft worden met geldboete, in allen gevallen niet te bovengaande de som van vijfhonderd guldens. <br>
De onderscheiding dezer ligte soorten van misdrijven wordt aan de bescheidenheid der regters overgelaten.
==== Tweede hoofdstuk. {{sc|van het beschadigen of weerloos maken van waterweringen.}} ====
'''Art. 243.'''
Die, uit ongeoorloofde oogmerken, of uit louteren moedwil en baldadigheid, voorbedachtelijk eenige dijken, dammen, kaden, krib- of pakwerken, sluizen, schutwerken, hoofden, schoeipalen of steenwerken berooven, verzwakken, doorsteken of ondergraven; of eenige sluizen, schutwerken en dergelijken opnen, verzwakken of buiten werking stellen, zullen, wanneer daardoor eens wezenlijke overstrooming van den kant der zee, zeeboezems of rivieren veroorzaakt is, gestraft worden met den strop; en wanneer zoodanige overstrooming wel niet dadelijk is gebeurd, maar, in aanmerking van het bedrevene door de gelegenheid der plaats, en andere kennelijke omstandigheden ligtelijk had kunnen gebeuren, met geeseling en brandmerk, of geeseling, langdurige gevangenis en bannissement voor altijd uit het koningrijk.
'''Art. 244.'''
Op dezelfde wijze en met gelijke onderscheiding zullen gestraft worden, die bepote duinen, van doorn, help of rijs berooven, of dezelve op eenigerlei wijze onbekwaam maken tot eene zeewering.
'''Art. 245.'''
Wanneer door zoodanige daden, als ''in het'' 243''ste artikel'' zijn omschreven, eene wezenlijke overstrooming van den kant van meren, stroomen of andere dergelijke wateren veroozaakt, zullen de daders, naar gelang der omstandigheden, gestraft worden met den strop, of met geeseling en brandmerk of geeseling, langdurige gevangenis en bannissement voor altijd; en wanneer dusdanige overstrooming wel niet dadelijk is gebeurd, maar, in aanmerking van het bedrevene, door de gelegenheid der plaats, en andere kennelijke omstandigheden ligtelijk had kunnen gebeuren, met geeseling, gevangenis, niet te bovengaande den tijd van tien jaren, en altoosdurend bannissement.
'''Art. 246.'''
Alle andere beschadiging van waterweteringen zal gestraft worden volgens de voorschriften, ''bij het vorige hoofdstuk van dezen titel'' vastgesteld.
==== {{sc|algemeene bepaling.}} ====
'''Art. 247.'''
De misdrijven in ''dezen titel'' opgenoemd, met hoog verraad, weerloos maken van middelen, op hoog gezag tot afbreuk van den vijand gesteld, muiterij, oproerig geweld, brandstichting, roof, diefstal, of eenig ander vergezeld gaande, zullen mede als zoodanig beoordeeld en gestraft worden.
=== Achtiende titel. {{sc|van valschheid en bedrog.}} ===
==== Eerste hoofdstuk. {{sc|van valschheid.}} ====
'''Art. 248.'''
Die, met bedriegelijke oogmerken, eenige inlandsche obligatiën, schuld- of rentebrieven, recepissen, coupons, wissels of andere dergelijke papieren, welke geldwaarde hebben, en van wege den lande, eenige steden, dorpen, plaarsen of andere collegiën van administratie zijn, of zouden worden uitgegeven, namaken of geheel of gedeeltelijk vervalschen, het zij door onder dezelve stukken valsche naamteekeningen te stellen, het zij door de uitgedrukte nummers, sommmen, dagteekeningen te veranderen of valschelijk intevullen, zullen gestraft worden met geeseling en brandmerk, of geeseling, langdurig gevangenis en bannissement voor altijd uit het koningrijk.
'''Art. 249.'''
Op gelijke wijze zullen zij gestraft worden, die alzoo eenige decreten, besluiten, orders, vonnissen, berigten, brieven, paspoorten of andere stukken door hooge of mindere regeringen of openbare ambtenaren uitgevaardigd, of van dezelve afkomstig, geheel of gedeeltelijk vervalschen, of geheel valsche opstellen vervaardigen, om dezelve als echte te doen voorkomen, het zij door de zegels, stempels, merken, handteekeningen natebootsen, of op eenigerlei andere manieren.
'''Art. 250.'''
Nog zullen op dezelfde wijze gestraft worden, die alszoo eenige andere publieke instrumenten en bescheiden, het zij registers, acten van uiterste willen, contracten, kwijtscheldingen, verklaringen of dergelijken, geheel of gedeeltelijk vervalschen, geheel valsche vervaardigen of doen vervaardigen gelijk ook zij, die, ter kwader trouw, en met booze oogmerken, zoodanige instrumenten vernietigen of verduisteren.
'''Art. 251.'''
Eindelijk zullen nog met dezelfde straffen gestraft worden de zoodanige, die zich ter kwader trouw in schriftelijke instrumenten eenige openbare ambten, posten of bedieningen toeschrijven, welke zij niet bekleeden.
'''Art. 252.'''
Die ter kwader trouw zoodanige buitenlandsche publieke instrumenten, als in de ''voorgaande artikelen'' van ''dezen titel'' zijn omschreven, of ook eenige onderhandsche instrumenten, het zij contracten, schuldboeken, wissels, assigmatiën, kwijtscheldingen, verklaringen, brieven of andere dergelijke stukken geheel of gedeeltelijk vervalschen, geheel valsche vervaardigen of boven eens anderen naamteekening invullen; gelijk ook die eenige handteekeningen, zegels, stempels van bijzondere personen namaken, of geheel of gedeeltelijk vervalschen, zullen, naar mate der omstandigheden, gestraft worden met schavotstraf, eerloos-verklaring, gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk niet te boven gaande den tijd van twaalf jaren.
'''Art. 253.'''
Op dezelfde wijze zullen gestraft worden, die ter kwader trouw valsche getuigenissen geven, valsche verklaringen afleggen, of daarin voorbedachtelijk als zeker en aan hen bekend opgeven, het geen voor hen onzeker en aan hen onbekend is.
'''Art. 254.'''
Die ter kwader trouw, willens en wetens, zich van eenige valsche of vervalschte stukken bedienen, of daarmede voordeel doen, zullen als de daders zelve gestraft worden.
'''Art. 255.'''
Die, ten einde geld aftepersonen, of uit andere misdaqdige insigten, anderen bedreigen, van hen wegens misdaden, waaraan zij onschuldig zijn, te zullen beschuldigen, zullen mede, naar mate der omstandigheden, zoodanig gestraft worden, als ''in het'' 252''ste artikel'' is vastgesteld.
'''Art. 256.'''
Nog zullen gelijkelijk gestraft worden, die, met oogmerk om anderen te bandeelen, of zelve een ongeoorloofd voordeel te genieten, o anderen te doen genieten, de geboorte van een kind valschelijk voorwenden, een kind ondersteken, of het eene kind voor het andere doen doorgaan.
'''Art. 257.'''
Ten aanzien der tot nu toe opgenoemde bijzondere soorten van valscheid, zal de misdaad worden gehouden volbragt te zijn, zodra de hier boven beschreven daden met ongeoorloogde inzigten gepleegd zijn, al ware daardoor in de uitkomst nog niemand benadeeld.
'''Art. 258.'''
Die door lasterlijke aanklagten of valsche getuigennissen oorzaak mogten zijn, dat een onschuldige ter straffe wierd veroordeeld, zullen ten minsten met dezelfde straf gestraft worden, al ware dezelve ook zwaarder, dan de gewone straf van valschheid. <br>
Indien de onschuldige ter dood mogt zijn veroordeeld, zal de valsche aanklager of getuige met den strop gestraft worden.
'''Art. 259.'''
Die, om van gedane assurantie voordeel te trekken, eenige schepen of goederen opzettelijk vernielen, bederven of verloren doen gaan, zullen, naar gelang der omstandigheden, gestraft worden met schavotstraf, eerloos-verklaring of bannissement, niet te boven gaande den tijd van veertien jaren.
'''Art. 260.'''
Op gelijke wijze zullen gestraft worden, die eenige steenen of palen, opgeworpen hoogten of wallen, grachten, slooten, greppels, hoefslagen of eenige andere teekenen, ter onderscheiding van eenige grenzen of eigendommen gesteld, ter kwader trouw verplaatsen, wegnemen of onkenbaar maken.
'''Art. 261.'''
Nog zullen met dezelfde straffen gestraft worden de zoodanigen, die door het aannemen en voorwenden van valsche namen of betrekkingen, anderen hebben misleid om hun eenige goederen, gelden, promesses, quitantiën of andere bescheiden ter hand te stellen of te laten volgen.
'''Art. 262.'''
Die opzettelijk en ter kwade trouw, om anderen te benadeelen, valsche of vervalschte ellen, gewigten, of andere maten maken, of gebruiken, gelijk ook dezulken, die alzoo eenige merken, op waren of koopmanschappen gesteld, nabootsen, of echte vervalschen of verduisteren, zullen gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van zes jaren.
'''Art. 263.'''
Die onbevoegdelijk, het zij uit baarzucht, of ontijdige nieuwsgierigheid, verzegelde acten van uiterste willen van nog levende personen openen, zullen naar de omstandigheden gestraft worden met bannissement, niet te boven gaande den tijd van zes jaren, of met geldboete, niet hooger dan twee duizend gulden.
'''Art. 264.'''
Met gelijke straffen zullen gestraft worden, die onbevoegdelijk, ter benadeeling van anderen, ter bevoordeeling van zich zelven of anderen, of met dergelijke booze inzigten, verzegelde brieven openen.
==== Tweede hoofdstuk. {{sc|van bedrog.}} ====
'''Art. 265.'''
Die opzettelijk en ter kwader trouw, steenen van gerine waarde voor kostbare, andere metalen voor goud of zilver, geheel of gedeeltelijk onzuivere metalen voor zuivere verkoopen, verpanden of tegen eenige andere goederen verruilen, zullen gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van acht jaren.
'''Art. 266.'''
Op gelijke wijze zullen gestraft worden, die, van het goed vertrouwen, de onkunde of eenvoudigheid van anderen, misbruik makende, het zij door hun in valschelijk voorgewende ondernemingen deel toetezeggen, of uit eenig niet bestaand geval voordeel of vermijding van nadeel te beloven, of door andere dergelijke bedriegelijke handelingen of voorgevens hen tot het geven van gelden of goederen overhalen.
'''Art. 267.'''
Insgelijks zullen alzoo gestraft worden, die zich van valsche kaarten, dobbelsteenen of andere bedriegelijke middelen bedienen, om anderen van geld of goederen te berooven.
'''Art. 268.'''
Nog zullen met dezelfde straffen gestraft worden, die eenige effecten, goederen of gelden, hun door anderen ter bewaring gegeven, of tot een bepaald einde en oogmerk ter hand gesteld, trouwelooslijk verkoopen, verkwisten, of tot hun eigen of eens anderen voordeel vervreemden; gelijk ook, die, op last en ten behoeve van anderen eenige penningen ingevoerd hebbende, dezelve trouwelooslijk tot hun eigen of eens anderen gebruik aanwenden of verkwisten, of die met zulke effecten, goederen, gelden of penningen doorgaan, alles met inzigt om de eigenaars of regthebbende te leur te stellen, of althans met bewustheid van dezelve niet weder te kunnen voldoen.
'''Art. 269.'''
Op dezelfde wijze zullen gestraft worden, die kennis dragen van eenige misdaden of verkeerde handelingen, door anderen gepleegd, van deze hunne bewustheid misbruik maken, om denzelven onder belofte van geheimhouding, gelden, goederen of verbindtenissen aftepersen.
'''Art. 270.'''
Die, onder voorwendsel van door eenige wagchelarij, tooverij, waarzeggerij, horoskooptrekken, of op eenige andere wijze iemands gezondheid of geluk te kunnen bevestigen of vermeerderen, deszelfs lotgevallen te voorspellen, anderen grovelijk misleiden en opligten, zullen met dezelfde straf gestraft worden.
==== Derde hoofdstuk. {{sc|van herhaalde misdaden.}} ====
'''Art. 271.'''
Die, na eenmaal over eenige misdrijven ''in dezen titel omschreven'', met mindere straf dan die van schavot gestraft te zijn, zich andermaal aan dezelfde of eenige andere ''in dezen titel'' genoemde misdaden, schuldig maken, zullen naar de omstandigheden gestraft worden met schavotstraf, gevangenis, niet te boven gaande den tijd van zes jaren, en bannissement uit het koningrijk of ander, ten zij hunne nieuwe misdaden zelve eenige zwaardere straffen verdienden.
'''Art. 272.'''
Die reeds eenmaal over eenige misdrijven, ''in dezen titel'' omschreven, op het schavot gestraft zijnde, zich andermaal aan dezelfde of andere misdaden, ''in dezen titel'' opgenoemd, schuldig maken, zullen gestraft worden met geeseling, brandmerk, gevangenis voor twintig jaren en bannissement voor altijd uit het koningrijk; ten zij op hunne nieuwe misdaden de doodstraf mogt gesteld zijn.
'''Art. 273.'''
Wanneer nogtans de herhaalde misdaad is van een zeer geringen aard, zal de straf enigzins mogen verligt worden naar bescheidenheid der regters.
==== {{sc|algemeene bepaling.}} ====
'''Art. 274.'''
De misdrijven, ''in dezen titel'' opgenoemd, met hoog verraad, muiterij, oproerig geweld, brandstichting, roof, diefstal, meineed, of eenige andere misdaden vergezeld gaande, zullen mede zoodanig beoordeeld en gestraft worden.
=== Negentiende titel. {{sc|van meineed.}} ===
'''Art. 275.'''
Onder de benaming van eed worden ''in dezen titel'' begrepen alle plegtige verklaringen of beloften, op openbare gezag vastgesteld, of gebruikelijk, en ten overstaan van den Koning, dezelfs ministers, magistraten, regters of andere bevoegde ambtenaren afgelegd, of schriftelijk aan dezelve ingezonden.
'''Art. 276.'''
Die door hunne gematigden in hunnen naam en ziele doen zweren, zullen gerekend worden den eed persoonlijk te hebben afgelegd, gelijk ook zij zullen gehouden worden den eed op nieuw te hebben afgelegd, die op den eed, bij den aanvang hunner bediening gedaan, iets verklaren, bevestigen of beloven.
'''Art. 277.'''
Die in eenig regthangig geschil opzettelijk valschelijk zweren, het zij de eed afgelegd worde op eigen aanbod, overgifte van hunne partijen of bevel der regters, zullen, naar mate van de omstandigheden gestraft worden met geeseling, te pronk staan op het schavot, eerloos-verklaring, gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van twaalf jaren.
'''Art. 278.'''
Op gelijke wijze zullen zij gestraft worden, die, tegen beter weten aan, valschelijk zweren, deze of gene goederen, gelden, stukken of bescheiden niet te bezitten, niet bezeten te hebben, of niet ter kwader trouw kwijt of weerloos geworden te zijn, gelijk mede de zoodanigen, die alzoo hunne eigen handteekening of die van anderen onder eede ontkennen.
'''Art. 279.'''
Insgelijks zullen met dezelfde straffen gestraft worden, die de deugdelijkheid van eenige boeken, rekeningen, verantwoordingen of andere opgaven, in welke ontvangen gelden of goederen verzwegen, of verzwaarde uitgaven gebragt zijn, ter kwader trouw met valschen eede bevestigen.
'''Art. 280.'''
Op gelijke wijze zullen gestraft worden, die, tegen beter weten, valsche eeden voor regters, of openbare ambtenaren in eenige andere zaken hoe genaamd afleggen.
'''Art. 281.'''
Nog zullen op gelijke wijze gestraft worden de zulken die door het geven of toezeggen van eenig voordeel anderen tot het afleggen van een valschen eed omkoopen.
'''Art. 282.'''
Die in eenige ambten, posten, of bedieningen geplaatst, of ook uit eenigen anderen hoofde, zich tot het doen of laten van eenige bepaalde daden, bij eede verbonden hebben, en nogtans met schending van hunnen eed, willens en wetens, dezelve laten of doen, zullen gestraft worden, met eerloosv-verklaring, bannissement, niet te bovengaande den tijd van zes jaren, of verklaard worden vervallen te zijn van hunne ambten, posten, of bedieningen, en onbekwaam tot eenige andere.
'''Art. 283.'''
Die, zich bij eede verbonden hebbende3 tot de behoorlijke waarneming en behartiging der belangen van het koningrijk, eenige stad, dorp, of plaats, of van eenig bijzonder persoon, daarin ter kwader trouw te werk gaan, of trouwelooslijk dezelve verwaarloozen, zullen, naar mate van de omstandigheden, met dezelfde straffen gestraft worden.
'''Art. 284.'''
Die voorbedachtelijk eenen valschen eed aanbieden, zullen gestraft worden met bannissement, niet te bovengaande den tijd van drie jaren.
'''Art. 285.'''
De straffen, ´´bij dezen titel´´ op meineed gesteld, zullen geenszins strekken om te verminderen de straffen, op andere misdaden bij dit wetboek bepaald.
=== Twintigste titel. {{sc|van misdadige bankbreuk.}} ===
'''Art. 286.'''
Misdadige bankbreuk is de staat van kennelijk onvermogen van eenen schuldenaar om alle zijne wettige schuldeischers te voldoen, veroorzaakt door, of vergezeld van daden van kwade trouw.
'''Art. 287.'''
Bankbreukigen, die bij zoodanige gelegenheid hunne goederen en bezittingen, of een gedeelte derzelve verduisteren, en aan hunne schuldeischers onttrekken, ten behoeve van zich zelven of anderen, zullen, naar de omstandigheden, gestraft worden met te pronk staan op het schavot, eerloos-verklaring, gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van zes jaren.
'''Art. 288.'''
Op gelijke wijze zullen gestraft worden, die, in het vooruitzigt of bij gelegenheid van bankbreuk, den eenen hunner schuldeischeren boven den anderen bevoordeelen, door gewaande schuldverbintenissen aantegaan, deugdelijke schulden grooter te doen voorkomen, ongeoorloogde betalingen of pandgevingen te doen, of door dergelijke andere, onwettige en bedriegelijke handelingen en daden.
'''Art. 289.'''
Insgelijks zullen op dezelfde wijze gestraft worden, die, wettende dat hunne zaken uit zich zelve zeker of hoogstwaarschijnlijk onherstelbaar zijn, nogtans nieuwe handelingen of schulden van aanbelang aangaan, het zij met of zonder oogmerk om de waarde, welke zij daardoor magtig worden, tot betaling of verrekening van andere schulden te gebruiken.
'''Art. 290.'''
Nog zullen op gelijke wijze gestraft worden die, in het vooruitzigt hunner aanstaande bankbreuk, ter misleiding van hunne schuldeischers, valsche boeken aangelegd en gehouden, of hunne echte vervalscht, verminkt of geschonden hebben, gelijk ook die hunne boeken, papieren of aanteekeningen verbergen, verduisteren of vernielen, en alzoo hunne schuldeischers in hunne zaken blind houden.
'''Art. 291.'''
Eindelijk zullen op dezelfde wijze gestraft worden bankbreukigen, welke, het zij bij gelegenheid en in het vooruitzigt hunner bankbreuk, het zij te voren, goederen van anderen, onder hunne beering of bewaring zijnde, zonder bevoegdheid verkocht of verpand, en de penningen, daaruit gesproten, tot hun eigen gebruik, vertering of betalen hunner schulden gebezigd hebben.
'''Art. 292.'''
De misdrijven ''in dezen titel'' omschreven, met eigenlijk gezegden diefstal, valschheid of andere misdaden vergezeld gaande, zullen mede als zoodanig beoordeeld en gestraft worden.
=== Een-en-twintigste titel. {{sc|van misdaden omtrent geldmunten.}} ===
==== Eerste hoofdstuk. {{sc|van valsche munt.}} ====
'''Art. 293.'''
Die eenige in- of uitlandsche geldmunten namaken, door slaan, schroeven, gieten, of op eenigerlei andere wijze, zijn schuldig aan de misdaad van valsche munt, het zij dezelve nagemaakte munten, al dan niet, de vereischte innerlijke waarde bezitten.
'''Art. 294.'''
Deze misdaad wordt gehouden volbragt te zijn, zoodra de valsche munten voltooid zijn, al waren dezelve nog niet in omloop gebragt.
'''Art. 295.'''
De eenige inlandsche geldmunten, het zij stand- of negotiepenningen namaken, zullen, wanneer de nagemaakte penningen de vereischte innerlijke waarde ontberen, gestraft worden met geeseling en brandmerk, of geeseling, langdurige gevangenis en bannissement voor altijd uit het koningrijk.
'''Art. 296.'''
Die eenige buitenlandsche geldmunten, het zij stand- of negotie-penningen namaken, zullen, wanneer de nagemaakte penningen de vereischte innerlijke waarde ontberen, met schavotstraf, langdurige gevangenis en bannissement voor altijd uit het koningrijk gestraft worden.
'''Art. 297.'''
Muntmeesters, of die eenig bestuur over 's lands munt hebben, muntgezellen en andere bedienden of werklieden van de munt, voorbedachtelijke eenige munten makende, welke de vereischte innerlijke waarde ontberen, zullen, voor zo verre zij de aanleidende oorzaken van, of voorname deelnemers in het maken dier valsche munten zijn, gestraft worden met de strop; voor zoo verre zij daaraan een minder deel hebben, zullen zij, naar gelang van omstandigheden, worden gestraft met geeseling, gevangenis of bannissement uit het koningrijk.
'''Art. 298.'''
Op gelijke wijze als de valsche munters zelve, zullen zij gestraft worden, die, ten einde hun behulpzaam te zijn, willens en wetens valsche munten uitgeven, verkoopen, of hun tot het maken der munten, materialen of werktuigen verschaffen; mindere deelnummers zullen gestraft worden met geeseling, gevangenis of bannissement uit het koningrijk.
'''Art. 299.'''
Die zonder opzigt tot de makers of derzelver medepligtigen, willens en wetens valsche munten uitgeven, wekje de vereischte innerlijke waarde ontberen, zullen gestraft worden naar de omstandigheden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van zes jaren, of met geldboete niet hooger dan de tien dubbele waarde der echte munten, voor welke de valsche zijn uitgegeven.
'''Art. 300.'''
Die op eigen gezag, zonder daartoe behoorlijk gemagtigd te zijn, inlandsche geldmunten namaken, zullen, wanneer de nagemaakte penningen de vereischte innerlijke waarde bezitten, gestraft worden met gevangenis, niet te boven gaande den tijd van tien jaren, en altoosdurend bannissement uit het koningrijk.
'''Art. 301.'''
Muntmeesters of anderen, die eenig voornaam bestuur over 's lands munt hebben, voorbedachtelijk, en ten einde ongeoorloogd voordeel te doen, inlandsche geldmunten makende, welke de innerlijke waarde bezitten, doch tot welker vervaardiging zij niet bevoegd worden, zullen gestraft worden met uitdrukkelijke eerloos-verklaring, het zwaard over het hoofd, en gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van tien jaren.
'''Art. 302.'''
Die op eigen gezag buitenlandsche geldmunten namaken, zullen, wanneer de nagemaakte penningen de vereischte innerlijke waarde hebben, gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van zes jaren.
'''Art. 303.'''
In alle de tot hier opgenoemde gevallen, zullen de nagemaakte penningen vernietigd worden.
==== Tweede hoofdstuk. {{sc|van vervalsching van echte munt.}} ====
'''Art. 304.'''
Vervalsching van echte munt bestaat in het verminderen der innerlijke waarde van eenige geldmunten, door besnoeijen, afvijlen, met sterk water afwaschen, aftrekken, of op eenigerlei andere wijze, met oogmerk, om dezelve weder uit te geven en in omloop te brengen.
'''Art. 305.'''
Die zich aan deze misdaad schuldig maken, zullen, naar mate der omstandigheden, gestraft worden met schavotstraf, gevangenis of bannissement, al ware het, dat dezelve alzoo verminderde geldmunten nog niet waren in omloop gebragt.
=== Twee-en-twintigste titel. {{sc|van misdaden van ambtenaren.}} ===
==== Eerste hoofdstuk. {{sc|van omkooping en verboden geschenken.}} ====
'''Art. 307.'''
Ambtenaren, die zelve eenige geschenken of voordeelen ontvangen, of eenige belofte, toezegging, of vooruitzigt daar van aannemen, of hunne vrouwen of nabestaanden doen of laten ontvangen, of aannemen, om iets te verrigten, het welk hun in, of wegens hunne ambtsbetrekkingen niet geoorloofd was; om iets na te laten, waartoe zij uit dien hoofde verpligt waren, of om iets op eene andere wijze te doen of te handelen dan behoorlijk, betamelijk of pligtmatig was, of welke ook daarna wegens zulke daden, nalatingen of directiën voorbedachtelijk eenige geschenken of voordeelen ontvangen en aannemen, of door hunne vrouwen of nabestaanden doen of laten ontvangen en aannemen, zullen, naar de omstandigheid en het gewigt der zake, gestraft worden met schavotstraf, eerloos-verklaring, bannissement, niet te bovengaande den tijd van zes jaren, of verklaring van vervallen te zijn van hunne ambten, posten of bedieningen, het zij met, of zonder verklaring van onbekwaamheid tot eenige andere.
'''Art. 308.'''
Die ten voorschreven einde vooraf zoodanige geschenken of voordeelen hebben gegeven, beloofd, toegezegd, of daarop uitzigt gegeven, zullen met eerloos-verklaring en bannissement, niet te bovengaande den tijd van zes jaren, of met een van beiden gestraft worden, naar de omstandigheden.
'''Art. 309.'''
Ambtenaren, die op voorschreven wijze, wegens onverschillige, geoorloogde, of zelfs pligtmatige daden, nalatingen of directiën, of ook zonder eenig bepaald oogmerk of betrekking, eenige geschenken of voordeelen ontvangen, of eenige belofte, toezegging, of vooruitzigt daarvan aannemen, strijdig tegen het verbod in hunne instructiën, of andere hen verbindende bepalingen vervat, zullen verklaard worden vervallen te zijn van hun amt, post, of bediening.
==== Tweede hoofdstuk. {{sc|van misbruik van magt en knevelarij.}} ====
'''Art. 310.'''
Ambtenaren, die, ter kwader trouw en uit ongeoorloofde inzigten, hunne magt misbruiken, om iemand eenig nadeel of ongemak toe te brengen, zullen gestraft worden, naar de omstandigheden, met schavotstraf, gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van twaalf jaren.
'''Art. 311.'''
Die wel niet ter kwader trouw, maar nogtans zonder eenige wettige reden, en blijkbaar tegen de voorschriften van hunne instructie, of tegen den aard en pligten van hun ambt, iemand geweld aandoen, of merkelijk nadeel toebrengen, zullen gestraft worden met bannissement, niet te bovengaande den tijd van vier jaren, of vervallen verklaard van hunne ambten, posten of bedieningen, het zij met of zonder verklaring van onbekwaamheid tot eenige andere, en met of zonder bijvoeging van geldboete, niet hooger dan twee duizend guldens.
'''Art. 312.'''
Ambtenaren, die kennelijk daar toe ongeregtigd zijnde, eenige voordeelen, geschenken of betalingen vorderen voor verrigtingen of diensten tot welke zij ambtshalve verpligt zijn, of die zoodanige verrigtingen of diensten weigeren aan degenen die zulke voordeelen, geschenken of betalingen niet goedvinden te geven of te doen, gelijk ook die alzoo eenige meerdere voordeelen of betalingen vorderen, dan hun, volgens hunne instructiën of andere voorschriften toekomt, zullen verklaard worden vervallen te zijn van hunne ambten, posten of bedieningen.
'''Art. 313.'''
Ontvangers, gaarders, of die gesteld zijn om eenigerhande lasten, tollen of andere ongelden intevorderen, het zij groot of klein, en onder welke benaming zulks ook zoude mogen wezen, ter kwader trouw en ten voordeele van zich zelven of anderen, meerder afeischende dan dezelve lasten, tollen, of ongelden bedragen, zullen gestraft worden met te pronk staan op het schavot, of bannissement, niet te bovengaande den tijd van zes jaren.
==== Derde hoofdstuk. {{sc|van opzettelijke ontrouw.}} ====
'''Art. 314.'''
Ambtenaren, aan welke de ontvangst, beheering, bewaring of eenig toezigt over gelden of goederen is toebetrouwd, zich schuldig makende aan ontvreemding of verduistering derzelve, ten voordeele van zich zelve of van anderen, zullen gestraft worden met geeseling, langdurige gevangenis en bannissement voor altijd uit het koningrijk. <br>
De geringheid der waarde zal nogtans de straffe in dezen mogen doen verligten.
'''Art. 315.'''
Op gelijke wijze zullen gestraft worden ambtenaren, die, bij het doen van rekeningen, verantwoordingen of rapporten, ter kwader trouw eenige instrumenten achter houden, ontvangsten van gelden of goederen verzwijgen, of valsche of verzwaarde uitgaven in rekening brengen.
'''Art. 316.'''
Ambtenaren, die gelden, waarvan de ontvangst, beheering, bewaring of toezigt hun is aanbetrouwd, heimelijk ter leen nemen, aan anderen ter leen geven, of tot bijzonder gebruik van zich zelven of van anderen bezigen, zullen, wanneer zij buiten staat zijn dezelve ter behoorlijker tijd op te leggen, op gelijke, als ''in de voorgaande artikelen van dit hoofdstuk'' bepaald is, gestraft worden. <br>
Wanneer dezelve al tot deze oplegging in staat zijn, zullen zij nogtans vervallen verklaard worden van hunne ambten, posten, of bedieningen.
'''Art. 317.'''
Ambtenaren, die, opzettelijk en voorbedachtelijk ter kwader trouw, de hun opgelegde, of wegens den aard der zake kennelijk vereischte geheimhouding verbreken, het zij door mondelinge of schriftelijke mededeeling, het zij door het afgeven, of laten zien of lezen van geheime stukken, zullen met het zwaard over het hoofd, of eerloos-verklaring en bannissement uit het koningrijk of ander, niet te boven gaande den tijd van tien jaren, gestraft worden. <br>
Die de voorzeide daden plegen door merkelijke schuld, onvoorzigtigheid of onachtzaamheid, zullen, naar het gewigt en belang der zake, verklaard worden vervallen te zijn van hunne ambten, posten of bedieningen, of gestraft worden met geldboete, niet te boven gaande de som van zes honder guldens.
'''Art. 318.'''
Regters, die, uit gunst of ongunst, de belangen van eene der partijen bevorderen of tegengaan, of hunne stemmen uitbrengen uit vriendschap, haat, nijd, vijandschap of belang; gelijk ook regters of openbare aanklagers, en hunne onderhoorigen, die uit gelijke oorzaken het onderzoek naar gepleegde misdaden tegen gaan, een gegeven bevel tot gevangenneming verijdelen, of die daarentegen alzoo onregtmatige daden plegen, bevorderen of voorstaan, zullen met eerloos-verklaring en bannissement, niet te boven gaande den tijd van acht jaren, gestraft worden.
'''Art. 319.'''
Met eerloos-verklaring en gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, den tijd van acht jaren niet te boven gaande, zullen gestraft worden gevangenen-bewaarders, en dergelijke bedienden, die voorbedachtelijk, gevangenen, gearresteerden, of andere bewaarde personen verlossen of laten ontvlugten. <br>
Die, door merkelijke schuld, onvoorzigtigheid of onachtzaamheid, oorzaak zijn van zoodanige ontvlugting, zullen vervallen verklaard worden, van hunne bedieningen, of gestraft worden met geldboete, niet te boven gaande de som van twee honderd guldens.
'''Art. 320.'''
Ambtenaren, die, ten nadeele van anderen, of ter bejaging van eigen voordeel, voorbedachtelijk, valsche onderrigtingen en verkeerden raad geven, zullen gestraft worden met eerloos-verklaring en bannissement, niet te bovengaande den tijd van twee jaren.
==== Vierde hoofdstuk. {{sc|algemene bepalingen.}} ====
'''Art. 321.'''
Wanneer twee of meer artikelen ''van dezen titel'' op het begane misdrijf van eenig ambtenaar mogten toepasselijk zijn, zal hetzelve naar die allen beoordeeld en gestraft worden.
'''Art. 322.'''
De misdrijven van ambtenaren, ''in dezen titel'' uitgedrukt, gepaard gaande met duidelijke en voorbedachte schending van den gedanen ambts-eed, zullen mede als zoodanig beoordeeld en gestraft worden.
'''Art. 323.'''
De misdrijven van ambtenaren of andere personen, ''in dezen titel'' opgenoemd, met andere misdaden gepaard gaande, zullen al mede als zoodanig beoordeeld en gestraft worden.
'''Art. 324.'''
Ambtenaren, zich in hunne betrekking schuldig makende aan andere misdaden dan welke ''bij dezen titel'' zijn opgenoemd, of hunne betrekkingen daartoe op eenigerlei wijze misbruikende, zullen, voor zoo verre bij de wet aan de regters eenige keuze of ruimte van straffen is overgelaten, in het algemeen zwaarder dan anderen gestraft worden.
'''Art. 325.'''
Ambtenaren, die, ter kwader trouw en ten einde de misdaden van andere personen te begunstigen, opzettelijk nalaten dezelve te beletten, niettegenstaande zij zulks klaarblijkelijk konden en verpligt waren te doen, zullen voor medepligtig daaraan gehouden, en, naar gelang der omstandigheden, even als de bedrijvers zelve gestraft worden.
=== Drie-en-twintigste titel. {{sc|van onnatuurlijke ontucht.}} ===
'''Art. 326.'''
Die zich schuldig maken aan het plegen van onnatuurlijke ontucht met menschen of beesten, zullen gestraft worden met langdurige gevangenis, in een afzonderlijk vertrek, afgescheiden van alle andere personen, en bannissement voor altijd uit het koningrijk.
'''Art. 327.'''
Op gelijke wijze zullen gestraft worden, die, willens en wetens, hunne huizen of woningen tot het plegen dezer misdaad leenen.
'''Art. 328.'''
Die door dwang, misbruik van gezag of door merkelijke verleiding andere onschuldige personen aan deze misdaad deelachtig maken, of daar toe aanzetten, zullen naar gelang der omstandigheden, met den strop, of met geeseling, brandmerk, langdurige gevangenis als voren gewijzigd, en bannissement voor altijd uit het koningrijk gestraft worden.
=== Vier-en-twintigste titel. {{sc|van bloedschendige en andere oneerbare gemeenschap.}} ===
'''Art. 329.'''
Ouders en kinderen, of verdere afstammelingen, te zamen trouwende, of onderling vleeschelijke gemeenschap plegende, zullen met geeseling, langdurige gevangenis en bannissement voor altijd uit het koningrijk gestraft worden.
'''Art. 330.'''
Schoon- of stief-ouders, en dezer schoon- of stiefkinderen, deze misdaden bedrijvende, zullen gestraft worden met langdurige gevangenis en bannissement, voor altijd uit het koningrijk.
'''Art. 331.'''
Op gelijke wijze zullen gestraft worden broeders en zusters, het zij van geheelen of van halven bedde, welke zich aan de voorschreven misdaad schuldig maken.
'''Art. 332.'''
Die met hun broeders of zusters afstammelingen, zoo als ook die met een broeder of zuster van iemand hunner ouders of voorouders trouwen of vleeschelijke gemeenschap plegen, zullen voor de eerste reis gestraft worden met bannissement, niet te bovengaande den tijd van zes jaren, en, zich daarna op nieuw aan deze misdaad schuldig makende, met bannissement voor altijd uit het koningrijk.
'''Art. 333.'''
Het zal geen onderscheid maken, of de betrekkingen tusschen de ''in dezen titel'' genoemde personen uit echte of onechte geboorte voortspruiten.
=== Vijf-en-twintigste titel. {{sc|van dubbel huwelijk.}} ===
'''Art. 334.'''
Een gehuwd man of gehuwde vrouw, die, gedurende het bestaan van zijn of haar huwelijk, een ander aangaat met een ongehuwd persoon, zal gestraft worden met eerloos-verklaring en gevangenis, niet te bovengaande den tijd van zes jaren.
'''Art. 335.'''
Een ongehuwd man, die met eene vrouw, welke hij wist gehuwd te zijn, een huwelijk aangaat, zal gestraft worden met eerloos-verklaring, en gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van vier jaren.
'''Art. 336.'''
Eene ongehuwde vrouw, met een man, dien zij wist gehuwd te zijn, een huwelijk aangaande, zal gestraft worden met eerloos-verklaring en bannissement, niet te bovengaande den tijd van vier jaren.
'''Art. 337.'''
Man en vrouw, beiden door een vroeger huwelijk aan anderen verbonden zijnde, en, gedurende het bestaan daarvan, met elkanderen trouwende, zullen gestraft worden met eerloos-verklaring, langdurige gevangenis en bannissement.
'''Art. 338.'''
Die zich ten derden of meermalen, gedurende het bestaan van vroegere huwelijken, met anderen in den echt verbinden, zullen, zonder onderscheid der hier bovengemelde gevallen gestraft worden met geeseling, langdurige gevangenis en bannissement voor altijd uit het koningrijk.
'''Art. 339.'''
Die, om tot zoodanige tweede of derde huwelijken te geraken, zich bediend hebben van valsche of vervalschte bewijsstukken, zullen mede als schuldig aan valschheid gestraft worden.
=== Zes-en-twintigste titel. {{sc|van overspel.}} ===
'''Art. 340.'''
Een gehuwd man en eene gehuwde vrouw, te zamen overspel bedrijvende, zullen beiden gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van acht jaren.
'''Art. 341.'''
Eene gehuwde vrouw, met een ongehuwd man overspel bedrijvende, zal gestraft worden met bannissement, niet te bovengaande den tijd van zes jaren.
'''Art. 342.'''
Een gehuwd man, die met eene ongehuwde vrouw overspel pleegt, zal gestraft worden met bannissement, niet te bovengaande den tijd van drie jaren.
'''Art. 343.'''
Een ongehuwd man, overspel begaande met eene vrouw, die hij wist gehuwd te zijn, zal gestraft worden met bannissement, niet te bovengaande den tijd van vijf jaren.
'''Art. 344.'''
Eene ongehuwde vrouw, overspel bedrijvende met een man, dien zij wist gehuwd te zijn, zal gestraft worden met bannissement, niet te bovengaande den tijd van een jaar.
=== Zeven-en-twintigste titel. {{sc|van onteering door geweld of list en van koppelarij.}} ===
==== Eerste hoofdstuk. {{sc|van onteering door geweld.}} ====
'''Art. 345.'''
Die eene vrouw, weduwe, of jonge dochter door geweld en dwang verkrachten, of met dezelve, tegen haren wil en dank, vleeschelijke gemeenschap plegen, zullen, naar mate van het gepleegde geweld en andere omstandigheden, met den strop, zware schavotstraf, langdurige gevangenis en bannissement uit het koningrijk of ander gestraft worden.
'''Art. 346.'''
Voogden, leermeesters, opzigters, verzorgers of anderen, deze misdaad plegende, aan personen onder hun toevoorzigt of bewaring gesteld, en welker kuischheid zij alzoo door eenige naauwe betrekking bijzonderlijk verpligt waren te eerbiedigen, moeten in het algemeen zwaarder dan anderen gestraft worden.
'''Art. 347.'''
Insgelijks zullen zij in het algemeen zwaarder dan anderen gestraft worden, die deze misdaad plegen aan een meisje, nog niet tot huwbare jaren gekomen.
'''Art. 348.'''
Die deze misdaad bedrijven aan ontuchtige vrouwspersonen, zullen gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van drie jaren, ten zij daarbij hoogstgewelddadige middelen gebezigd waren.
==== Tweede hoofdstuk. {{sc|van onteering door list.}} ====
'''Art. 349.'''
Die eene eerbare jonge dochter of weduwe door bedriegelijke voorgevens tot het plegen van vleeschelijke gemeenschap brengen, of door list onteeren, zullen gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van vier jaren.
'''Art. 350.'''
Die alzoo dezulken onteeren, welker kuischheid zij uit eenige naauwe betrekking behoorden te eerbiedigen, zullen gestraft worden met langdurige gevangenis en bannissement.
'''Art. 351.'''
Onteering van een een meisje, nog niet tot huwbaren jaren gekomen, zonder geweld gepleegd, zal ook, wanneer daartoe geene bijzondere list gebezigd is, met langdurige gevangenis en bannissement gestraft worden.
==== Derde hoofdstuk. {{sc|van koppelarij.}} ====
'''Art. 352.'''
Die hunne eigene vrouwen, eigene of andere onder hunne bewaring gestelde dochteren tot het bedrijven van ontucht verleiden of overgeven, zullen gestraft worden met geeseling, gevangenis en bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te bovengaande den tijd van twaalf jaren.
'''Art. 353.'''
Die op eenige andere wijze eerbare jonge dochters, weduwen, of getrouwde vrouwen, tot het bedrijven van ontucht aanzetten en verleiden, zullen gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van twaalf jaren.
=== Acht-en-twintigste titel. {{sc|van schaking.}} ===
'''Art. 354.'''
Die eene minderjarige jonge dochter, met haren wil, doch tegen dien van hare ouders, of voogden, schaken, het zij met oogmerk om dezen tot toestemmen in hun huwelijk te noodzaken, het zij om de jonge dochter te onteeren, zullen, wanneer de vervoering is vergezeld geweest met eenig geweld, aan de personen of woningen der ouders, voogden of andere opzieners, gestraft worden met bannissement, niet te bovengaande den tijd van drie jaren, ten zij het gepleegde geweld zelve volgens andere voorschriften van dit wetboek zwaarder straffe vereischt.
'''Art. 355.'''
Die zoodanige personen schaken, welke onder hunne bewaring of opzigt gesteld waren, hoezeer daarbij geenerlei geweld hebbe plaats gehad, zullen gestraft worden met gevangenis of bannissement, te zamen of afzonderlijk, niet te boven gaande den tijd van acht jaren.
'''Art. 356.'''
Die een meisje, onder de vijftien jaren oud, schaken, zullen gestraft worden met gevangenis of bannissement, niet te bovengaande den tijd van zes jaren.
'''Art. 357.'''
Die, willens en wetens, tot eenige schaking helpen of medewerken, of de geschaakte verbergen, zullen gestraft worden met bannissement, niet te bovengaande den tijd van drie jaren, ook in die gevallen, waarin tegen den schaker zelven geene straf zoude kunnen plaats hebben.
'''Art. 358.'''
De voorschriften, ''in dezen titel'' vervat, zullen geenszins strekken, om te verminderen de straffen, in dit wetboek gesteld op grove en geweldige beleedigingen, wanneer de schaking in eenig bijzonder geval daarmede mogt zijn gepleegd.
=== Negen-en-twintigste titel. {{sc|van het bewijs der misdaden.}} ===
'''Art. 359.'''
Niemand kan wegens misdaad of overtreding veroordeeld worden, ten zij duidelijk blijke, dat het bedrijf, het welk hem wordt toegerekend, waarlijk heeft plaats gehad, en dat hij daaraan schuldig of medepligtig is.
'''Art. 360.'''
Beide deze zaken moeten naar vereisch van het regt, ten genoegen van de regters, volkomen en ontwijfelbaar bewezen zijn; op bloote vermoedens of onvolkomen bewijs mag niemand veroordeeld worden.
'''Art. 361.'''
Wettige bewijsmiddelen zijn:
# Getuigen.
# Schriftelijke instrumenten.
# Aanwijzingen.
# Bekentenis.
Deze bewijsmiddelen kunnen, zoo wel op zich zelve afzonderlijk, als onderling vereenigd, tot daarstelling van regterlijke zekerheid dienen.
==== Eerste hoofdstuk. {{sc|van getuigen.}} ====
'''Art. 362.'''
Tot een volkomen bewijs door getuigen, wordt ten minsten vereischt de overeenstemmende en beëedigde verklaring van twee bevoegde en onbesproken personen omtrent het geen zij zelve gezien, gehoord en ondervonden hebben, en alzoo bekleed met goede redenen van wetenschap.
'''Art. 363.'''
Onbevoegde of min bevoegde getuigen zijn:
# Allen, die in burgerlijke zaken voor onbevoegd of min bevoegd gehouden worden om getuigenis te geven, het zij in het algemeen, of in sommige zaken, of ten laste van sommige personen.
# Die den ouderdom van twintig jaren niet ten vollen bereikt hebben.
'''Art. 364.'''
Zij, die in eenige openbare ambten, posten of bedieningen geplaatst zijn, verdienen in het algemeen geloof, ten aanzien van het geen hun in hunne betrekking is wedervaren.
'''Art. 365.'''
Alle getuigenis kan door tegenbewijzen nietig, of uit hoofde van belang of andere omstandigheden verzwakte worden.
'''Art. 366.'''
Van de verpligting tot het geven van getuigenis worden vrijgesteld allen, die in burgerlijke zaken zich daar van kunnen verschoonen.
'''Art. 367.'''
Over het algemeen moeten de regters met de meeste nauwkeurigheid nagaan, of ook de getuigen eenige beweegredenen hebben om de zaak op deze of gene wijze voortedragen; zij moeten voorts uit de levenswijze, de zeden, den stand der getuigen, hunne wijze van voortdragt, en alle andere omstandigheden, derzelver geloofwaardigheid beoordelen.
==== Tweede hoofdstuk. {{sc|van schriftelijke instrumenten.}} ====
'''Art. 368.'''
Schriftelijke instrumenten kunnen tot bewijs der misdaden dienen:
# Wanneer de misdaad in het vervaardigen, teekenen, gebruiken of misbruiken der instrumenten gelegen is.
# Wanneer daaruit, het zij op zich zelve genomen, of met andere omstandigheden vereenigd, blijkt dat er misdaad gepleegd is.
'''Art. 369.'''
De voorschriften omtrent de onderscheiden kracht van openbare en bijzondere schriftelijke instrumenten in burgerlijke zaken moeten ook in het bewijs der misdaden worden in acht genomen.
==== Derde hoofdstuk. {{sc|van aanwijzingen.}} ====
'''Art. 370.'''
Door aanwijzingen of indiciën worden verstaan alle daden, zaken, gebeurtenissen of omstandigheden, uit welker bestaan en overeenstemming kan worden opgemaakt, dat, op welke wijze, en tot hoedanigen trap misdaad gepleegd is, of wie dezelve bedreven heeft.
'''Art. 371.'''
Het bestaan dezer aanwijzingen moet op zich zelve bewezen zijn, het zij door eigen onderzoek of bezigtiging, bij de regters gedaan, door het berigt van deskundige en daartoe bevoegde personen, door getuigen, door schriftelijke instrumenten, of door de erkentenis van den beschuldigden, naar den aard der zake.
'''Art. 372.'''
De beoordeling, welke kracht van bewijs de bestaande aanwijzingen in elk bijzonder geval hebben, wordt aan de bescheidenheid der regters overgelaten. Derzelver geweten wordt op het ernstigst belast met het in achtnemen van de aller uiterste zorgvuldigheid en naauwkeurigheid in dit onderzoek.
==== Vierde hoofdstuk. {{sc|van bekentenis.}} ====
'''Art. 373.'''
Eene bekentenis, door den beschuldigden voor de regters afgelegd, en vergezeld van eene bepaalde en naauwkeurige opgave van zekere omstandigheden, welke ook in het algemeen uit andere bewijsmiddelen bekend zijn, of daarmede overeenstemmen, kan een volledig bewijs van schuld opleveren.
'''Art. 374.'''
Eene bloote bekentenis, door geenerlei van elders bekende omstandigheden bevestigd, is nimmer genoegzaam om iemand ter straffe te veroordeelen.
'''Art. 375.'''
De herroeping eener beketenis maakt dezelve niet krachteloos, ten zij die herroeping op aannemelijke redenen gegrond zij.
=== Dertigste titel. {{sc|van het ophouden der straffen.}} ===
'''Art. 376.'''
Alle strafvordering houdt op ten aanzien van hen, die overleden zijn, vóór dat eenig vonnis ten hunnen laste is uitgesproken.
'''Art. 377.'''
Door den dood des veroordeelden na het uitspraken van het vonnis vervallen alle zoodanige straffen of gedeelten derzelve, welke uit hunnen aard niet meer uitvoerlijk zijn.
'''Art. 378.'''
Zinneloosheid, den veroordeelden, na het uitspreken van het vonnis, aangekomen, en vervolgens bijgebleven, doet de uitvoering der straffen vervallen, uitgezonderd de betaling van geldboeten.
==== Tweede hoofdstuk. {{sc|van verjaring.}} ====
'''Art. 379.'''
Alle strafvordering houdt op door verjaring, volgens de bepalingen, welke in dit hoofdstuk zullen worden voorgeschreven.
'''Art. 380.'''
De tijd va verjaring vangt aan van het oogenblik dat de misdaad bedreven is, en blijft ongestoord voortloopen, zoo lang de persoon, welke schuldig mogt zijn aan het misdrijf, niet is in regten betrokken.
'''Art. 381.'''
Door verloop van een geheel jaar zal vervallen het tuchtigen wegens misdaden of overtredingen, bedreven door kinderen beneden de vijftien jaren oud zijnde.
'''Art. 382.'''
Door verloop van vijf jaren zal vervallen alle strafvordering wegens misdaden of overtredingen, begaan door jonge lieden beneden de achttien jaren oud zijnde.
'''Art. 383.'''
De verjaring, ''in de twee voorgaande artikelen'' vastgesteld, zal geenszins de stade komen aan die genen, welke, zelve ouder in jaren zijnde, tot de misdaden of overtredingen van kinderen of jonge lieden bevorderlijk zijn geweest, of daaraan hebben deel genomen.
'''Art. 384.'''
Door verloop van ''vijf'' jaren zal insgelijks vervallen alle strafvordering wegens de navolgende misdaden:
# Doodslag of manslag, verminkingen, verwondingen, kwetsingen of andere beleedigingen, door het overtreden der grenzen van noodweer, zonder blijkbaren moedwil, gepleegd of toegebragt.
# Afdrijving der vrucht.
# Het verlaten van kinderen.
# Hoon en laster.
# Ontvreemding van goederen, zonder oogmerk van voordeel, uit baldadigheid gepleegd.
# Beschadigingen van weinig belang, of aan goederen van weinig waarde, of zonder zeer booze inzigten in dronkenschap of dartelheid gepleegd.
# Overspel.
# Schaking.
'''Art. 385.'''
Nog zal door verloop van ''vijf'' jaren vervallen alle strafvordering wegens misdaden en overtredingen, op welke bij dit wetboek geen zwaarder straffe, dan bannissement of geldboete is gesteld, of aan de regters overgelaten.
'''Art. 386.'''
Door verloop van ''tien'' jaren zal vervallen alle strafvordering wegens de navolgende misdaden, voor zoo verre dezelve in de omschrijving van ''het voorgaande artikel'' niet zijn begrepen:
# Het te vondeling leggen van kinderen, zonder oogmerk van moord.
# Tweegevecht.
# Bedreiging van brandstichting.
# Het beschadigen van goederen, geen waterweringen.
# Vervalsching van echte munt.
# Misdadige bankbreuk.
# Bloedschendinge en andere oneerbare gemeenschap.
# Koppelarij.
'''Art. 387.'''
Nog zal door verloop van ''tien'' jaren vervallen alle strafvordering wegens misdaden of overtredingen, op welke bij dit wetboek geene zwaardere straffen, dan van eerloos-verklaring of gevangenis, zijn gesteld, of aan de regters overgelaten, voor zoo verre daarin, uit hoofde der voorgaande bepalingen, geene kortere verjaring plaats heeft.
'''Art. 388.'''
In alle andere misdaden, zal de strafvordering vervallen door verloop van ''vijftien'' jaren.
'''Art. 389.'''
In moord alleen wordt vastgesteld, dat de genen, die daaraan schuldig zijn, ook na verloop van vijftien jaren mogen in regten betrokken worden, en als dan, in plaats van andere straf, voor altijd zullen gebannen worden uit het koningrijk.
'''Art. 390.'''
De onderscheiden tijden van verjaring, bij dit hoofdstuk vastgesteld, zullen ook toepasselijk zijn op misdaden en overtredingen, vóór het invoeren van dit wetboek bedreven, en volgens vorige wetten nog niet verjaard zijnde.
'''Art. 391.'''
In het onderzoek naar gepleegde misdaden en ten aanzien van straffen derzelve, zullen de openbare aanklagers en regters ambtshalve op de verjaring moeten acht geven, alware het dat dezelve door den beschuldigden niet wierd ingeroepen.
==== Derde hoofdstuk. {{sc|van gratie, abolitie en remissie van straffen.}} ====
'''Art. 392.'''
Strafvordering kan vervallen, en de uitvoering der straffen kan worden voorgekomen of ophouden, door de uitoefening van het regt van gratie, abolitie of van remissie van straffen, aan den Koning toekomende.
'''Art. 393.'''
Wanneer gratie of remissie van straffen slechts bepaaldelijk verleend is, met opzigt tot eene zekere straf in het bijzonder, en met overlating der nadere beoordeeling aan de regters, zullen dezelve daarin moeten volgen dezelfde regels, als ''in den titel van de straffen'', in geval van verligting uit hoofde van verzachtende omstandigheden, zijn voorgeschreven.
'''Art. 394.'''
Geene kwijtschelding van straffen, of vermindering van den tijd van gevangenis of bannissement, bij de vonnissen bepaald, zal bij eenige regters mogen verleend worden.
== II. ==
Het tegenwoordig Besluit zal worden gepubliceerd, en in het Bulletin der wetten geïnsereerd.
== III. ==
Onze Minister van Justitie en Politie is belast met de executie van het tegenwoordig Besluit.
Gegeven in ons Koninklijk Paleis te Amsterdam, den 31sten December van het jaar 1808, en van onze Regering het derde.
{{sc|LODEWIJK.}}
De Minister van Justitie en Politie,
{{sc|C.F. van MAANEN.}}
[register]
[[Categorie:Nederlandse wetgeving]]
[[Categorie:Wikisource:Werken zonder scans]]
4mrl484oxbx1lnif5dfktutqagyb3p2
Pagina:Album der Natuur 1861.djvu/182
104
41694
227642
130485
2026-10-04T20:00:23Z
DoekeHellema
16849
227642
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="WeeJeeVee" />{{rh|156|AUSTRALIË, HET OUDSTE VASTE LAND DER AARDE.|}}</noinclude>Diprotodon Australis, volgens {{sc|owen}}. Daarmede was eene uitgestorvene kolossale diersoort aangewezen, een dier, dat eene hoogte van tien tot zestien voet bereikt moet hebben, en dat onder de voorwereldlijke dieren op een rang staat met de diluviale dikhuiden in Europa. In de verzameling van den heer {{sc|turner}} bevond zich ook de schedel van een tweede uitgestorven buideldier van de grootte van eenen rhinoceros, hetwelk tot het door {{sc|owen}} beschreven geslacht Nototherium behoort.''
»Men kent, zoo als bekend is, ook in Europa uit de oölith van Stonesfield, overblijfselen van fossiele buideldieren, als de overblijfselen der eerste zoogdieren, welke de aarde bevolkten. Ook de beroemde fossiele voetstappen in den bonten zandsteen verklaart men als de sporen van zoogdieren, die tot de klasse der buideldieren behooren, en het is een algemeen aangenomen gevoelen, dat na het einde van het primaire of paleozoïsche tijdperk, bij den aanvang van de secundaire formatie, de eerste zoogdieren te voorschijn traden, en wel de onvolkomenste typus der zoogdieren, namelijk de buideldieren."
»Men heeft even zoo dikwijls daarop opmerkzaam gemaakt, dat het dierenrijk van Australië en insgelijks het plantenrijk karakters en vormen vertoonen, die op eene merkwaardige wijze afwijken van het dieren- en plantenrijk der overige wereldkarakters en vormen, welke de Jura-periode, of in het algemeen de secundaire formatie in Europa kenmerken. Men heeft daarom Australië een vastland genoemd, dat de ontwikkelingsperioden der andere vastlanden niet is doorgegaan. De resultaten der geologische onderzoekingen in Australië schijnen dit gevoelen te bevestigen, maar niet in den zoo algemeen verbreiden, verkeerden zin, dat Australië een jonger vastland zoude zijn, dat al die geologische ontwikkelingsperioden eigenlijk nog had moeten inhalen, maar integendeel in dien zin, dat Australië buiten twijfel het oudste van alle vastlanden der aarde is, hetwelk in zijne tegenwoordige gestalte het vroegste gevormd is geweest, zoodat zijne tegenwoordige dieren- en plantenwereld, in regtstreeksche afstamming, den oudsten stamboom kan aanwijzen."
«Men kent namelijk in Australië tot hiertoe behalve zeer onbeduidende en beperkte tertiaire gronden (van twee plaatsen is dit slechts<noinclude></noinclude>
r2ouo2u4gyk1huoac3z5wrj0tp7h7x1
227643
227642
2026-10-04T20:02:21Z
DoekeHellema
16849
/* Gevalideerd */
227643
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|156|AUSTRALIË, HET OUDSTE VASTE LAND DER AARDE.|}}</noinclude>Diprotodon Australis, volgens {{sc|owen}}. Daarmede was eene uitgestorvene kolossale diersoort aangewezen, een dier, dat eene hoogte van tien tot zestien voet bereikt moet hebben, en dat onder de voorwereldlijke dieren op een rang staat met de diluviale dikhuiden in Europa. In de verzameling van den heer {{sc|turner}} bevond zich ook de schedel van een tweede uitgestorven buideldier van de grootte van eenen rhinoceros, hetwelk tot het door {{sc|owen}} beschreven geslacht Nototherium behoort.''
»Men kent, zoo als bekend is, ook in Europa uit de oölith van Stonesfield, overblijfselen van fossiele buideldieren, als de overblijfselen der eerste zoogdieren, welke de aarde bevolkten. Ook de beroemde fossiele voetstappen in den bonten zandsteen verklaart men als de sporen van zoogdieren, die tot de klasse der buideldieren behooren, en het is een algemeen aangenomen gevoelen, dat na het einde van het primaire of paleozoïsche tijdperk, bij den aanvang van de secundaire formatie, de eerste zoogdieren te voorschijn traden, en wel de onvolkomenste typus der zoogdieren, namelijk de buideldieren."
»Men heeft even zoo dikwijls daarop opmerkzaam gemaakt, dat het dierenrijk van Australië en insgelijks het plantenrijk karakters en vormen vertoonen, die op eene merkwaardige wijze afwijken van het dieren- en plantenrijk der overige wereldkarakters en vormen, welke de Jura-periode, of in het algemeen de secundaire formatie in Europa kenmerken. Men heeft daarom Australië een vastland genoemd, dat de ontwikkelingsperioden der andere vastlanden niet is doorgegaan. De resultaten der geologische onderzoekingen in Australië schijnen dit gevoelen te bevestigen, maar niet in den zoo algemeen verbreiden, verkeerden zin, dat Australië een jonger vastland zoude zijn, dat al die geologische ontwikkelingsperioden eigenlijk nog had moeten inhalen, maar integendeel in dien zin, dat Australië buiten twijfel het oudste van alle vastlanden der aarde is, hetwelk in zijne tegenwoordige gestalte het vroegste gevormd is geweest, zoodat zijne tegenwoordige dieren- en plantenwereld, in regtstreeksche afstamming, den oudsten stamboom kan aanwijzen."
»Men kent namelijk in Australië tot hiertoe behalve zeer onbeduidende en beperkte tertiaire gronden (van twee plaatsen is dit slechts<noinclude></noinclude>
ew30dzdmvzbew6cga7ykflrksr6r7cg
Pagina:Album der Natuur 1861.djvu/385
104
43186
227645
134265
2026-10-05T11:36:50Z
DoekeHellema
16849
/* Gevalideerd */
227645
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" /></noinclude>{{dhr}}
{{c|{{x-larger|DE GEOGRAPHISCHE VERSPREIDING DER DIEREN;}}
{{larger|EENE SCHETS}}
{{smaller|DOOR}}
{{larger|[[Auteur:Jan van der Hoeven|{{sc|J. van der HOEVEN.}}]]}}}}
{{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}
Verschillend zijn de voortbrengsels van het planten- en dierenrijk in verschillende gewesten van onzen aardbol. Men heeft langzamerhand de overtuiging verkregen, dat de bijeenvoeging en verbinding van de waarnemingen, die op deze verspreiding der bewerktuigde wezens betrekking hebben, tot eenige algemeene uitkomsten leiden kan. Daaruit zijn reeds in de vorige eeuw geschriften ontstaan, die over de geographie der dieren en planten handelen, hoezeer het eerst in deze eeuw was dat eene meer leerstellige behandeling van dit onderwerp beproefd werd, voornamelijk wat het plantenrijk betreft. De wetten, die de verspreiding der planten regelen, konden eerst toen eenigermate worden ontdekt, nadat men genoegzame waarnemingen uit verschillende gewesten had om daaruit eene vergelijkende kennis der klimaten te kunnen afleiden.
Ik wil beproeven in eenige algemeene trekken en op eene bevattelijke wijze de verspreiding der dieren over onzen aardbol voor de lezers van dit Tijdschrift te schetsen. Mijn oogmerk kan echter niet zijn dat onderwerp in zijn geheel te behandelen; ook zelfs dan, wanneer ik het slechts oppervlakkig als zamenhangend tafereel voorstellen wilde, zou deze schets eene uitgebreidheid verkrijgen, die den omvang van een geheel boekdeel vereischen zou. Mijne schets maakt geene aanspraak op volledigheid; mijn eenig oogmerk is, het begrip en den omvang van dit deel der beschrijvende natuurkennis eenigzins nader te doen kennen.
{{nop}}<noinclude>{{rh|{{smaller|1861.}}||{{smaller|23}}}}</noinclude>
5erszw7ilsetx23oxj2h3bobdj1qxbu
Pagina:Album der Natuur 1861.djvu/386
104
43191
227646
134468
2026-10-05T11:37:30Z
DoekeHellema
16849
/* Gevalideerd */
227646
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|358|DE GEOGRAPHISCHE VERSPREIDING DER DIEREN.|}}</noinclude>Wanneer ik zeg »de Hippopotamus woont in Afrika" en »Afrika wordt door den Hippopotamus bewoond", dan zou men al ligtelijk kunnen meenen, dat ik twee malen hetzelfde had gezegd, en dat slechts de vorm der uitdrukking verschilde. In een zekeren zin is dat ook zoo, en nogtans koos ik deze twee wijzen van uitdrukking om daardoor het verschil van twee oogpunten aan te wijzen, waaruit men de verspreiding der dieren en planten beschouwen kan. Er is eene geographische dierkunde en eene dierkundige geographie. De laastgenoemde beschouwt de verschillende landen en gewesten als woonplaatsen van verschillende diersoorten; de eerste beschouwt de verschillende diersoorten als bewoners van verschillende gewesten. Met deze geographische dierkunde zullen wij ons hier alleen of althans hoofdzakelijk bezig houden.
Bij eenig nadenken zal elk ligtelijk zien, dat tot de beschrijving van een land of gewest ook de opsomming der natuurlijke voortbrengsels van dat land behoort. De planten, die er bij voorkeur of in groote menigte groeijen, geven aan dat gewest dikwerf een eigenaardig voorkomen, en een alluviaal gewest der warme of tropische gewesten zou, zonder zijne eigenaardige plantenvormen, van een Hollandsen landschap niet te onderscheiden zijn. Planten en dieren, als kenmerkende voortbrengsels van eenig land, maken een der onderwerpen uit, met welke de natuurkundige aardrijksbeschrijving zich bezig houdt.
Geographische dierkunde is daarentegen een gedeelte der dierkunde. Terwijl tot de kennis van Afrika behoort, dat ik weet, dat in dat werelddeel de ''Hippopotamu''s leeft, zoo behoort het daarentegen tot de kennis van den ''Hippopotamus'', dat hij in Afrika gevonden wordt.
Met de aanwijzing van een werelddeel als woonplaats eener diersoort is echter weinig gezegd. Afrika maakt in dit opzigt misschien eene uitzondering, want het is merkwaardig, hoe uitgestrekt de verspreiding van vele diersoorten is over dat groote werelddeel. Wat den ''Hippopotamus'' b.v. betreft, het lompe dier draagt zijnen antieken naam reeds bij {{sc|herodotus}}, die het in Egypte leerde kennen, en tot aan de zuidspits van Afrika wordt het aangetroffen, waar Hollandsche kolonisten aan het rivier-paard den naam van zee-koe hebben gegeven.<noinclude></noinclude>
hmjcl11p90jkvueirgkc1t3b1ymavcp
Pagina:Album der Natuur 1861.djvu/387
104
43192
227647
134479
2026-10-05T11:43:02Z
DoekeHellema
16849
/* Gevalideerd */
227647
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh||DE GEOGRAPHISCHE VERSPREIDING DER DIEREN.|359}}</noinclude>Intusschen wordt ook de hippopotamus niet door geheel Afrika aangetroffen. Eene nadere opgave van de landen en gewesten is daarom noodig, en eene bloote aanwijzing, dat eene soort in Azië of Amerika leeft, gelijk men in algemeene werken over de natuurlijke geschiedenis uit de vorige eeuw dikwerf aantreft, moet als geheel onvoldoende beschouwd worden<ref>Zelfs in de laatste uitgave van het zamenstel der natuur (''Systema naturae'') van {{sc|linnaeus}} vinden wij vaak niets meer achter eene soort vermeld, dan dat zij in Azië of Amerika leeft. Even algemeen zijn veelal de opgaven, die {{sc|fabricius}} aangaande insektensoorten in zijne werken mededeelt.</ref>.
Doch niet slechts kan de opgave van de woonplaats eener diersoort te algemeen, zij kan ook te beperkt zijn. Ook van dergelijke gebrekkige opgaven vindt men voorbeelden bij vroegere en latere schrijvers, hoezeer zij niet zoo menigvuldig zijn, als de voorbeelden van eene, te ruim en te onbepaald opgegeven verblijfplaats. Wanneer wij van eene of andere insektensoort bij {{sc|fabricius}} b.v. lezen, dat zij te Kiel of te Parijs leeft, dan beteekent dit eigenlijk niets anders, dan dat zij aldaar gevonden werd. Zulke beperkte woonplaatsen hebben echter de diersoorten niet, dat zij aan de omstreek eener enkele stad gebonden zijn. Het zou belangrijk wezen te onderzoeken, welke soorten binnen de engste grenzen beperkt zijn. Voor het plantenrijk heeft {{sc|alphonse decandolle}} aangetoond, dat er meer soorten zijn, die eenen zeer beperkten kring van verspreiding hebben, dan zoodanige, welke zich zeer ver hebben verspreid. De meest beperkte soorten zijn grootendeels zulke, welke op eilanden gevonden worden; dit geldt evenzeer voor het dieren- als voor het plantenrijk. Maar ook onder de soorten, die op het vaste land van een der werelddeelen gevonden worden, zijn enkele aan bepaalde plaatsen gebonden en slechts binnen beperkte grenzen aangetroffen, zoo dat zij naauwelijks het honderd duizendste gedeelte van de oppervlakte onzer aarde innemen <ref>''Géographie botanique raisonnée, par'' {{sc|alph. decandolle}}. Paris et Genève, 1855; p. 588.</ref>. Het zijn, wat de dieren betreft, vooral soorten, die op bergen leven of die zich in onderaardsche holen ophouden; tot de laatste behoort b.v. in Europa de ''Proteus'', een dier, dat aan eene larve van een' zoetwatersalamander gelijkvormig is, door kieuwen en longen ademt, en zich in<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude>
4zb6qmsiwbabn6b54yghycu205lttmn
Pagina:Album der Natuur 1861.djvu/388
104
43193
227648
134481
2026-10-05T11:48:02Z
DoekeHellema
16849
/* Gevalideerd */
227648
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="4" user="DoekeHellema" />{{rh|360|DE GEOGRAPHISCHE VERSPREIDING DER DIEREN.|}}</noinclude>onderaardsche wateren in sommige holen van Dalmatië en Illyrie ophoudt; zoodanig eene soort is ook in Amerika de ''Guacharo'', een vogel, die in holen van ''Cumana'' zijn verblijf heeft<ref>Deze vogel, welke eenige gelijkheid heeft met den geitenmelker (''Caprimulgus'') maar grooter is, en een' in een krommen, scherpen haak uitloopenden bek bezit, bevat zoo veel olieachtig vet, dat de inboorlingen bij het bereiden hunner spijzen daarvan, als van boter, gebruik maken. {{sc|Humboldt}} leerde ons dien ''Steatornis'', gelijk hij hem noemt (woordelijk »vetvogel"), kennen.</ref>.
Even als het uit de eigenaardige woonplaats van sommige soorten althans ten deele verklaard kan worden, waarom hare verspreiding zoo beperkt is, evenzoo is het uit de uitwendige omstandigheden voor een gedeelte verklaarbaar, waarom andere soorten zich ver hebben verbreid. Alle waarnemingen intusschen schijnen in strijd te zijn met het vermoeden, dat alle dieren zich uit één middelpunt verspreid zouden hebben. Wij zouden, indien deze voorstelling gegrond was, eene geheel andere verspreiding der dieren aantreffen, dan wij werkelijk waarnemen, en het verschijnsel van aan zeer beperkte plaatsen gebonden diersoorten zou, bij deze veronderstelling, volkomen onverklaarbaar zijn. Wanneer wij niet door het besef, dat onze inzigten beperkt zijn, gedwongen werden om ons oordeel behoedzaam uit te spreken, zouden wij bijkans dat verschijnsel alsdan onmogelijk noemen maar dit is nogtans zeker, dat men geene veronderstelling voor aannemelijk houden kan, die de verschijnsels niet verklaart.
Zelfs voor eene enkele soort is de aanneming van een oorspronkelijk middelpunt van verspreiding dikwerf moeijelijk overeentebrengen met de verschijnsels. Soorten, die ver verspreid zijn en in zeer verschillende landen voorkomen, hebben echter zelden eene geheel zamenhangende verbreiding, maar grootere of kleinere streken, waar zij niet leven, liggen tusschen die gewesten in, waar zij worden aangetroffen.
Wanneer wij van soorten spreken, die over een zeer grooten omtrek verspreid zijn, bedoelen wij natuurlijk geene huisdieren, welke den mensch over den aardbol gevolgd zijn. Onder de lagere dieren komen misschien enkele soorten voor, die men werkelijk als algemeen in<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude>
jvyv0a95ibq4127eb0smuv9455c77cf
Hoofdportaal:Sociale wetenschappen/Politiek/Nederland/Parlement
100
45762
227630
215942
2026-10-04T17:03:48Z
Vincent Steenberg
280
+bronnen
227630
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Parlementaire geschiedenis van Nederland
| afbeelding = Plenaire zaal Tweede Kamer - landschap.jpg
| alt = Plenaire zaal van de Tweede Kamer in 2018
| beschrijving = Bronnen bij de [[w:nl:Staten-Generaal (Nederland)|Staten-Generaal]] en hun voorgangers.
}}
== Staten-Generaal van de Nederlanden (1464-1796) ==
;1618
*Anoniem (22 juni 1618) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/22 juni/VVt s'Graven-haghe den 21. Dito|‘VVt s’Graven-haghe den 21. Dito’, alinea 2-3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''.
*Anoniem (15 november 1618) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/15 november/VVt 'sGravenhaghe, den 14. dito|‘VVt ’sGravenhaghe, den 14. dito. [= 14 november 1618]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''.
*Anoniem ([30 november 1618]) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1618/30 november/VVt s'Gravenhage, den 29. dito|‘VVt s’Gravenhage, den 29. dito. [= 29 november 1618]’, alinea 3]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c''.
;1619
*Anoniem ([10 februari 1619]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/10 februari/Nederlandtsche tijdinghe den 9. Februarij|‘Nederlandtsche tijdinghe den 9. Februarij’, alinea 4, 5 en 10]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''].
*Anoniem ([15 juni 1619]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/15 juni/Nederlantsche tydinghe den 14 Iunius|‘Nederlantsche tydinghe den 14 Iunius’, alinea 2 en 10]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''].
*Anoniem (19 juni 1619) [[Courante uyt Italien, Duytslandt, &c./1619/19 juni/VVt 's Gravenhage, den 18. dito|‘VVt ’s Gravenhage, den 18. dito. [= 18 juni 1619]’]], ''Courante uyt Italien, Duytslandt, &c.''
*Anoniem ([22 juni 1619]) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1619/22 juni/Nederlantsche tydinghe den 21. Iunius|‘Nederlantsche tydinghe den 21. Iunius’, alinea 9]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''].
;1620
*Anoniem (2 mei 1620) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1620/2 mei/De Heeren Voocht, Muys en Schaffer|‘De Heeren Voocht, Muys en Schaffer, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (16 oktober 1620) [[Nieuwe Tijdinghen/1620/16 oktober (2)#art1al2|‘Wt Amsterdam ix. Oct.’, alinea 2]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 3-4.
;1621
*Anoniem (23 februari 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/23 februari/De Clevische, ende Gulicksche Landen|‘De Clevische, ende Gulicksche Landen, ende Vorstendommen, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (26 februari 1621) [[Nieuwe Tijdinghen/1621/nummer 25#art1|‘Nieuvve Tydinge vvt Amsterdam in Februarius 1621’]], [''Nieuwe Tijdinghen''], p. 3-4.
*Anoniem (8 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/8 maart/De E. Heeren Ambassadeurs extraordinaris|‘De E. Heeren Ambassadeurs extraordinaris vande Hog: Mog: Heeren Staten Generael naer Vranckrijc gedeputeert, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (20 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/20 maart/De Ho: Mo: Heeren Staten Generael|‘De Ho: Mo: Heeren Staten Generael ende den Prince van Orangien laten mede niet na om op alle krijchs saken te Water ende te Lande goede ordre te stellen, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (20 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/20 maart/Men seght datter eenen Petrus Peckius ghesonden sal worden|‘Men seght datter eenen Petrus Peckius […] ghesonden sal worden, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (27 maart 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/27 maart/Voorleden maendage|‘Voorleden maendage zijn in sGravenhaghe ghearriveert de Ambassadeurs vande Eerts-hertoghen, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/De Krijghs-preparatie|‘De Krijghs-preparatie van de Hog. Mog. Heeren Staten ende Sijne Princelijcke Excellentie […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (10 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/10 april/De Cleefsche ende Gulicksche Landen|‘De Cleefsche ende Gulicksche Landen hebben haere Neuteraliteyt, by den Erts-Hertogh becomen, […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (21 april 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/21 april/Wt Vranckrijck hoortmen|‘Wt Vranckrijck hoortmen […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (12 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/12 mei/Den Colonel Megan|‘Den Colonel Megan […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (12 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/12 mei/Daer comt mede gheruchte|‘Daer comt mede gheruchte dat […]’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
*Anoniem (12 mei 1621) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1621/12 mei/Ooc verhoortmen|‘Ooc verhoortmen dat […] een goet deel krijchs-volck sal aenghenomen werden’]], [''Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren''], [p. 2].
;1636
*Anoniem (29 maart 1636) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1636/Nummer 13/Wt Parijs den 8. Maert|‘Wt Parijs den 8. Maert’]], ''Tydingen uyt verscheyden Quartieren'', [p. 2].
;1653
*Anoniem (6 maart 1653) [[Wekelycke Nieus Uyt Vranckryck Engelant Ende andre Plaetsen/1653/Nummer 10#art2al2|‘Vyt s’ Graven-Hage den 6. Martij 1653’, alinea 2]], ''Wekelycke Nieus Uyt Vranckryck Engelant Ende andre Plaetsen'', p. 5-7.
;1654
*Anoniem (21 februari 1654) [[Tijdinghe uyt verscheyde Quartieren/1654/Nummer 8/Wt ’s Graven-Hage, den 20 dito|‘Wt ’s Graven-Hage, den 20 dito. [= 20 februari 1654]’]], ''Tijdinge uyt verscheyden Quartieren'', [p. 2].
;1670
*Anoniem (4 februari 1670) [[Amsterdamsche Courant/1670/Nummer 5/’s Gravenhage den 2 Febr.|‘’s Gravenhage den 2 Febr.’]], ''Amsteldamsche Dingsdaegse Courant'', [p. 2].
;1684
*Anoniem (27 juni 1684) [[Opregte Haarlemsche Courant/1684/Dinsdageditie, nummer 26/’s Gravenhage den 25 Juny|‘’s Gravenhage den 25 Juny’]], ''Oprechte Haerlemse Dingsdaegse Courant'', [p. 2].
;1691
*Anoniem (26 april 1691) [[Opregte Haarlemsche Courant/1691/Donderdageditie, nummer 17/’s Gravenhage den 25 April|‘’s Gravenhage den 25 April’]], ''Extraordinaire Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p. 2].
;1700
*Anoniem (6 maart 1700) [[Opregte Haarlemsche Courant/1700/Zaterdageditie, nummer 10/’s Gravenhage den 5 Maert|‘’s Gravenhage den 5 Maert’]], ''Oprechte Haerlemse Saturdaegse Courant'', [p. 2].
;1720
*Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/Parijs den 19 January|‘Parijs den 19 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p. 2].
*Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/’s Gravenhage den 23 January|‘’s Gravenhage den 23 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p. 2].
*Anoniem (25 januari 1720) [[Opregte Haarlemsche Courant/1720/Donderdageditie, nummer 4/’s Gravenhage den 24 January|‘’s Gravenhage den 24 January’]], ''Oprechte Haerlemse Donderdaegse Courant'', [p. 2].
;1758
*Anoniem (4 mei 1758) [[Amsterdamsche Courant/1758/Nummer 53/’s Gravenhage den 1 May|‘’s Gravenhage den 1 May’]], ''Amsterdamse Donderdagse Courant'', [p. 1].
;1784
*Anoniem (17 januari 1784) [[Hollandsche Historische Courant/1784/Nummer 8/Nederlanden|‘Nederlanden’, alinea 7-9]], ''Hollandsche Historische Courant'', [p. 1].
;1789
*Anoniem (23 april 1789) [[Opregte Haarlemsche Courant/1789/Nummer 49/’s Gravenhage den 21 April|‘’s Gravenhage den 21 April’, alinea 2]], ''Oprechte Donderdagse Haarlemse Courant'', [p. 1].
== Staten-Generaal (1814-heden) ==
;1824
*Anoniem (2 november 1824) [[Rotterdamsche Courant/1824/Nummer 132/Brussel den 31 October|‘Brussel den 31 October’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 1].
;1827
*Anoniem (5 februari 1827) [[Leydse Courant/1827/Nummer 16/Brussel den 31 Januarij|‘Brussel den 31 Januarij’]], ''Leydsche Courant'', [p. 1-2].
;1828
*Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/De Provinciale Staten|‘De Provinciale Staten […] hebben tot Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal herkozen […]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 3].
*Anoniem (8 juli 1828) [[Rotterdamsche Courant/1828/Nummer 82/Rotterdam den 7 julij|‘Rotterdam den 7 julij’, alinea 5]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 2-3].
;1831
*Anoniem (6 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 97/’s Gravenhage, den 3 December|‘’s Gravenhage, den 3 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 2].
*Anoniem (20 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 101/’s Gravenhage, den 15 December|‘’s Gravenhage, den 15 December’, alinea 3-6]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 2].
*Anoniem (20 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 101/Leeuwarden, den 19 December|‘Leeuwarden, den 19 December’, alinea 2]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 2].
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;1847
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;1853
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;1854
*Anoniem (25 april 1854) [[De Tijd/1854/Nummer 2129/Men schrijft ons uit St.-Oedenrode|‘Men schrijft ons uit St.-Oedenrode: […]’]], ''De Tijd'', [p. 3].
*Anoniem (19 mei 1854) [[Leeuwarder Courant/1854/Nummer 40/'s Gravenhage, den 17 Mei|‘’s Gravenhage, den 17 Mei’, alinea 3-11]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1].
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De uitslag der verkiezingen|‘De uitslag der verkiezingen’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;1856
*Anoniem (26 januari 1856) [[De Roermondenaar, Nieuws- en advertentieblad voor stad en land/Jaargang 1/Nummer 4/De Tweede kamer|‘De Tweede kamer [...]’]], ''De Roermondenaar'', [p. 1].
;1869
*Anoniem (10 december 1869) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 56/Nummer 4896/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal’]], ''Arnhemsche Courant'', [p. 2-3].
;1871
*Anoniem (4 mei 1871) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 58/Nummer 5326/Een paar optimisten|‘Een paar optimisten. I’]], ''Arnhemsche Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (6 mei 1871) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 58/Nummer 5328/Een paar optimisten|‘Een paar optimisten. II’]], ''Arnhemsche Courant'', [p. 1].
*Anoniem (8 mei 1871) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 58/Nummer 5329/Een paar optimisten|‘Een paar optimisten. III’]], ''Arnhemsche Courant'', [p. 1].
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
*Anoniem (27 november 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 327/Het Dagbl. v. Z. H.|‘Het Dagbl. v. Z. H. is zeer ingenomen tegen […] het amendement van den heer Dumbar over de missie te Rome. […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 1].
*Anoniem (27 november 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 327/De N. Rott. Ct. bespreekt|‘De N. Rott. Ct. bespreekt het wetsontwerp tot regeling van den dienst en ’t gebruik der spoorwegen. […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 1].
*Anoniem (27 november 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 327/De N. Rott. Ct. vraagt|‘De N. Rott. Ct. vraagt: Zou het eene werkelijke verbetering zijn, wanneer de zittingen der Kamer te één uur, in plaats van te elf ure aanvingen? […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 1].
*Anoniem (27 november 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 327/Naar aanleiding van het deponeeren van adressen aan de Tweede Kamer|‘Naar aanleiding van het ter griffie deponeeren van adressen aan de Tweede Kamer, zegt de Ned. Industrëel: […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 1].
;1872
*Anoniem (16 september 1872) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1872/Nummer 256/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
*Anoniem (16 september 1872) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1872/Nummer 256/Vereenigde zitting der beide Kamers|‘Vereenigde zitting der beide Kamers op Maandag 16 September 1872, ter opening van de gewone vergadering der Staten-Generaal’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;1873
*Anoniem (1 december 1873) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1873/Nummer 331/Per telegraaf|‘Per telegraaf meldt men ons uit ’s Hage: […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 1].
*Anoniem (1 december 1873) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1873/Nummer 331/Omtrent het debat in de Tweede Kamer|‘Omtrent het debat in de Tweede Kamer […] omtrent den dubbelen moord te ’s Hage, […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 1].
*Anoniem (1 december 1873) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1873/Nummer 331/Door 89 ambtenaren|‘Door 89 ambtenaren van de rijkstelegraaf, te Amsterdam, is aan de Tweede Kamer een adres gezonden, […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 1].
*Anoniem (1 december 1873) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1873/Nummer 331/De Vereeniging Schuttevaar|‘De Vereeniging Schuttevaar […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 1].
;1877
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Oorlog met Atjeh|‘Oorlog met Atjeh’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/De Tijd meldt|‘De Tijd meldt, dat binnen een paar dagen tijds door 107 „Katholieke huisvaders van Wognum” een adres aan de Tweede Kamer is gericht […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/In eene vergadering der kiesvereeniging Nederland en Oranje|‘In eene vergadering der kiesvereeniging Nederland en Oranje, zijn candidaat gesteld […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/De antirevolutionnaire kiesvereeniging in Gelderland|‘De antirevolutionnaire kiesvereeniging in Gelderland Nederland en Oranje heeft […] tot candidaten voor de Tweede Kamer gesteld […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;1878
*Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/Naar wij vernemen|‘Naar wij vernemen, […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/In de zitting van de Tweede Kamer|‘In de zitting van de Tweede Kamer van 4 December ll. […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1].
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/De verschillende wetsontwerpen|‘De verschillende wetsontwerpen, voor hedenmorgen door de Eerste Kamer aan de orde gesteld, […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1].
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer. Zitting van Dinsdag, 24 December ’78’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1].
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/De heer Saaymans Vader|‘De heer Saaymans Vader […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1].
;1880
*Anoniem (26 augustus 1880) [[De Tijd/1880/Nummer 10075/De Standaard|‘De Standaard koestert hooge verwachtingen van de »milde toepassing” der Wet, door de ministers van Lijnden en Six herhaaldelijk toegezegd. […]’]], ''De Tijd'', [p. 2].
*Anoniem (26 augustus 1880) [[De Tijd/1880/Nummer 10075/Bij de gisteren te Rotterdam gehouden verkiezing|‘Bij de gisteren te Rotterdam gehouden verkiezing voor een lid der Tweede Kamer […]’]], ''De Tijd'', [p. 2].
*Anoniem (26 augustus 1880) [[De Tijd/1880/Nummer 10075/Bij de Maastrichtsche groothandelaren|‘Bij de Maastrichtsche groothandelaren […]’]], ''De Tijd'', [p. 2].
;1881
*Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De Drankwet|‘De Drankwet. Amendementen’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;1885
*Anoniem (31 augustus 1885) [[De Tijd/1885/Nummer 11590/’s-Gravenhage, 28 Aug.|‘’s-Gravenhage, 28 Aug.’]], ''De Tijd'', [Eerste Blad], [p. 2].
;1886
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/De Asser Ct. meldt|‘De Asser Ct. meldt, […]’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/De heer Ruys op krukken|‘De heer Ruys op krukken’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Een treffend teeken des tijds|‘Een treffend teeken des tijds’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Den 17. Maart 1848|‘Den 17. Maart 1848 benoemde koning Willem II. […] eene staatscommissie, […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 2].
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Van de rechterzijde der Kamer|‘Van de rechterzijde der Kamer is het volgend amendement op het wijzigingsvoorstel der Regeering in de redactie van art. 194 der grondwet uitgegaan: […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 2].
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Bij de verkiezing|‘Bij de verkiezing van een lid der Tweede Kamer voor het hoofdkiesdistrict Assen […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 2].
;1888
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/'s-Gravenhage, 21 Februari|‘’s-Gravenhage, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Amoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Nieuwkoop, 20 Februari|‘Nieuwkoop, 20 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;1889
*Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/De K. v. K. te Middelburg|‘De K. v. K. te Middelburg heeft een adres aan de Kamer gezonden, […]’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2].
*Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/Kamer-overzicht|‘Kamer-overzicht’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2].
;1890
*Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/De oplossing der ministerieele crisis|‘De oplossing der ministerieele crisis’]], ''Algemeen Handelsblad'', Tweede Blad, [p. 2].
;1892
*Anoniem (20 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 212/Rede van den heer De Ras|‘Rede van den heer De Ras’]], ''Limburger Koerier'', [p. 1-2].
*Anoniem (20 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 212/Tweede Kamer der Staten-generaal|‘Tweede Kamer der Staten-generaal’]], ''Limburger Koerier'', [p. 3].
*Anoniem (22 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 213/De Heer de Ras over de branderijen in Limburg|‘De Heer de Ras over de branderijen in Limburg’]], ''Limburger Koerier'', [p. 1].
*Anoniem (22 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 213/Tweede Kamer der Staten-generaal|‘Tweede Kamer der Staten-generaal’]], ''Limburger Koerier'', [p. 3].
*Anoniem (24 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 214-215/Tweede Kamer der Staten-generaal|‘Tweede Kamer der Staten-generaal’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p. 2].
*Anoniem (24 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 214-215/'s Hage, 24 Dec.|‘’s Hage, 24 Dec.’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p. 3].
*Anoniem (28 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 216/Nederland|‘Nederland’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p. 2].
*Anoniem (28 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 216/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p. 3].
*Anoniem (31 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 217-218/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p. 2].
*Ras, M. de (28 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 216/Oud IJzer?|‘Oud IJzer?’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p. 1].
;1893
*Anoniem (2 januari 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 1/Nederland/Kamerverkiezing te Rotterdam|‘Kamerverkiezing te Rotterdam’]], ''Limburger Koerier'', [p. 2].
*Anoniem (2 januari 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 1/Uit Nederland/De heer Fransen van de Putte verhaalde dezer dagen in de Eerste Kamer|‘De heer Fransen van de Putte verhaalde dezer dagen in de Eerste Kamer […]’]], ''Limburger Koerier'', [p. 1].
*Anoniem (21 juni 1893) [[Ons Zuiden/Jaargang 1/Nummer 142/Algemeen Stemrecht|‘Algemeen Stemrecht’]], ''Ons Zuiden'', [p. 1-2].
*Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer. Zitting van Vrijdag 28 Juli des nam. 2¾ uur’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 3].
*Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer. (Vervolg.)’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 3].
*Anoniem (17 augustus 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 238/Kieswet|‘Kieswet’]], ''Limburger Koerier'', [p. 2].
*Anoniem (8 september 1893) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 80/Nummer 2201/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal’]], ''Arnhemsche Courant'', bijvoegsel, [p. 1].
;1897
*Anoniem (6 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 6/Bij de Tweede Kamer is ingekomen|‘Bij de Tweede Kamer is ingekomen een wetsontwerp […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 6, p. 38.
*Anoniem (20 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 8/In zake het aftreden van Dr. Bredius|‘In zake het aftreden van Dr. Bredius […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 8, p. 51.
*Anoniem (27 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 9/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 9, p. 56.
*Anoniem (19 november 1897) [[De Morgenpost/Jaargang 6/Nummer 1553/In de gisteren gehouden zitting van de Tweede Kamer|‘In de gisteren gehouden zitting van de Tweede Kamer […]’]], ''De Morgenpost'', [p. 2].
;1898
*Anoniem (21 maart 1898) [[De Zuid-Limburger/Jaargang 4/Nummer 69/Stadsnieuws/De spoorwegovereenkomst met België|‘De spoorwegovereenkomst met België […]’]], ''De Zuid-Limburger'', [p. 2].
*Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Indische mijnwet|‘Indische mijnwet’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;1899
*Anoniem (5 januari 1899) [[Het Vaderland/Jaargang 31/Nummer 4/Naar aanleiding van het bericht over een adres aan de Tweede Kamer|‘Naar aanleiding van het bericht over een adres aan de Tweede Kamer, […]’]], ''Het Vaderland'', Tweede blad, [p. 2].
*Anoniem (18 maart 1899) [[Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Kamerverkiezing te Veendam|‘Kamerverkiezing te Veendam’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad], [p. 2].
*Anoniem (18 maart 1899) [[Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Leerplicht|‘Leerplicht’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad], [p. 2].
*Anoniem (18 maart 1899) [[Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Landbouw-onderwijs|‘Landbouw-onderwijs’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad], [p. 2].
*Anoniem (18 maart 1899) [[Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Ongevallenwet|‘Ongevallenwet’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad], [p. 2].
*Anoniem (18 maart 1899) [[Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Navordering van vermogensbelasting|‘Navordering van vermogensbelasting’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad], [p. 2].
*Anoniem (18 maart 1899) [[Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Ofschoon men vreesde, dat de inzending der topographische kaarten niet zou geschieden|‘Ofschoon men […] vreesde, dat de inzending der topographische kaarten […] niet zou geschieden, verneemt de N. R. Ct. […]’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad], [p. 2].
;1904
*Anoniem (6 januari 1904) [[Haagsche Courant/Nummer 6393/Den Haag, 5 Januari/De Drankwet|‘De Drankwet’]], ''Haagsche Courant'', eerste blad, [p. 1].
*Anoniem (3 maart 1904) [[Haagsche Courant/1904/Nummer 6442/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Haagsche Courant'', Tweede blad, [p. 2].
*Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Motorrijtuigen op openbare wegen|‘Motorrijtuigen op openbare wegen’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 1].
*Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Imbeciel|‘Imbeciel’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 1].
*Anoniem (2 april 1904) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 4/Nummer 93/Avondblad/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer’]], ''De Nieuwe Courant'', Avondblad, [p. 1].
;1905
*Anoniem (15 december 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24651/Avondblad/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer. Vergadering van Vrijdag 15 December’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, eerste blad, [p. 1].
;1911
*Anoniem (27 juni 1911) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 84/Nummer 26652/Avondblad/Ontwerp-Armenwet|‘Ontwerp-Armenwet’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p. 7.
;1912
*Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer. Avondvergadering van Dinsdag 23 April’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p. 1.
*Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer. Schriftelijk beantwoorde vragen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p. 1.
;1913
*Anoniem (12 december 1913) [[Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant/1913/Nummer 292/Den Haag, 12 Dec. (1)|‘Den Haag, 12 Dec. [1]’]], ''Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant'', eerste blad, [p. 2].
*Anoniem (12 december 1913) [[Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant/1913/Nummer 292/Den Haag, 12 Dec. (2)|‘Den Haag, 12 Dec. [2]’]], ''Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant'', eerste blad, [p. 2].
*Anoniem (12 december 1913) [[Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant/1913/Nummer 292/Zwolle, 12 December|‘Zwolle, 12 December’]], ''Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant'', eerste blad, [p. 2].
;1914
*Anoniem (28 januari 1914) [[Het Vaderland/Jaargang 46/Nummer 23/Ochtendblad/Nederlandsche officieren in Albanië|‘Nederlandsche officieren in Albanië’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad, [p. 1].
*Decembrius (28 januari 1914) [[Het Vaderland/Jaargang 46/Nummer 23/Ochtendblad/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer. Binnenlandsche Zaken’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad, [p. 1].
*Anoniem (8 mei 1914) [[De Maasbode/Jaargang 46/Nummer 13053/Avondblad/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer. Naturalisatie’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, [p. 1].
;1920
*Anoniem (30 juni 1930) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 93/Nummer 29918/Avondblad/Vragen van Kamerleden|‘Vragen van Kamerleden’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, [p. 1].
;1927
*Anoniem (29 april 1927) [[Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant/1927/Nummer 99/Het Rentambt Grave|‘Het Rentambt Grave’]], ''Provinciale Noordbrabantsche en 's-Hertogenbossche Courant'', derde blad, [p. 3].
;1928
*Anoniem (15 maart 1928) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 85/Nummer 75/Ochtendblad/Raden van beroep voor de directe belastingen|‘Raden van beroep voor de directe belastingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p. 3.
;1931
*Anoniem (6 december 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 63/6 december 1931/De Rijkstuinbouwwinterschool te Hees|‘De Rijkstuinbouwwinterschool te Hees’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad B, p. 1.
;2002
*[[Motie Vendrik]] (20 november 2002).
;2007
* [[Coalitieakkoord tussen de Tweede Kamerfracties van CDA, PvdA en ChristenUnie|Coalitieakkoord 2007]]
[[Categorie:Hoofdportaal sociale wetenschappen]]
hryrxdf1uazsih8g8p2trhotjfbtmth
Pagina:Van kunst en historie (Maasbode, 15-11-1900).pdf/1
104
48782
227638
193603
2026-10-04T19:16:45Z
Vincent Steenberg
280
227638
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{{c|{{x-larger|Van Kunst en Historie.}}}}
{{lijn|6em}}
{{gap}}† ''Een projectiel''.
{{gap}}Dr. Schaepman heeft beloofd over het nieuwe tijdschrift en de moderne kunst eerstdaags zijne meening te zeggen.
{{gap}}Alvast doet hij in zijn jongste ''Chronica'' echter de volgende vraag:
{{Alinea|4em|2em|{{smaller|Behoort het tot de moderne kunst, dat zij aanvangt met moderne beeldstormerij?}}'}}
{{Alinea|4em|2em|{{smaller|De toon, waarop de heer Th. Molkenboer de gothiek en de gothiekers te lijf gaat en ieder, die niet bij zijn St. Georgsvaan wil zweren als „conservatief” buiten het perk jaagt, doet mij dit vreezen}}}}
{{Alinea|4em|2em|{{smaller|En dit vervult mij met vreeze, niet voor de gothiekers, niet voor de conservatieven, maar voor de moderne kunst.}}}}
{{Alinea|4em|2em|{{smaller|Kunst is geen polemiek, kunst is geen bespiegeling, kunst is daad.}}}}
{{gap}}Het staat zeer te bezien, of zelfs dit projectiel de overmoedig voortrennende schare der nieuweren tot een pas achterwaarts zal dwingen.
{{gap}}Met zijn metalen geluid, waarin de warme toon der vriendschap overigens niet gemist werd, heeft immers de doctor reeds voorlang een poging gewaagd om de jonge geestdrift vast te leggen.
{{gap}}Echter tot nu toe zonder vrucht.
{{gap}}En dit is licht te vatten.
{{gap}}Want al weet men aan die zijde opperbest, dat dr. Schaepman niet met een pruik van drie verdiepingen langs den weg loopt, men blijft in hem niettemin zien een artist van de oude garde.
{{gap}}De oude zuurdeesem, de literaire wel te verstaaa, werkt en woelt hem naar het begrip van sommigen nog al te fel door het bloed.
{{gap}}’t Is hem zelfs door jongeren gezegd.
{{gap}}Wel zeer complimenteus en met angstig bewerkte phrasen, maar dan toch gezegd.
{{gap}}Zal hij dus niet bij voorbaat als rechter worden afgewezen?
{{lijn|6em}}
{{gap}}† ''Kunst of drukproef?''
{{gap}}Zoo we ’t voor ’t zeggen hebben, zouden we gaarne de nieuwe letterproducten een weinig meer correctheid en keurigheid verlangen.
{{gap}}Zoowel in den stijl als in den bouw der phrase.
{{gap}}Reeds het gewone technische lezen mag toch geen torment worden voor den geest.
{{gap}}En heeft mej. Viola niet als eersten eisch van literaire kunst gesteld, dat ge »klaar en precies zult uitzeggen” enz....<noinclude><references/></noinclude>
qxp0xk58whr8c1gkm7qx65eqd5hsarl
Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw
100
52556
227632
226787
2026-10-04T17:27:27Z
Vincent Steenberg
280
bronnen toegevoegd/verplaatst
227632
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = 19e-eeuwse historische figuren in Nederland
| afbeelding = Eight Famous Dutch 19th-century people jpg.jpg
| alt = Acht beroemde 19e-eeuwse Nederlanders
| beschrijving = Bronnen bij politieke figuren en figuren van landelijk-historisch belang die leefden in Nederland in de 19e eeuw.
}}
;Affelen van Oorde, Frederik Hendrik van (1829-1874)
*Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Neêrlandsch West-Indië|‘Neêrlandsch West-Indië’, alinea 2]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Alphen, Daniël François van (1774-1840)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 10 en 13]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Andringa de Kempenaer, Regnerus Livius van (1804-1854)
*Anoniem (25 april 1854) [[De Tijd/1854/Nummer 2129/Men leest in de Grondwet|‘Men leest in de Grondwet: […]’]], ''De Tijd'', [p. 3].
;Angremond, Arend d' (1834-1903)
*Anoniem (15 september 1880) [[Het Vaderland/Jaargang 12/Nummer 218/Paramaribo, 21 Aug.|‘Paramaribo, 21 Aug.’, alinea 2]], ''Het Vaderland'', [eerste blad], [p. 2].
;Asch van Wijck, Titus van (1849-1902)
*Anoniem (5 januari 1899) [[Het Vaderland/Jaargang 31/Nummer 4/De Kiesvereeniging Nederland en Oranje III|‘De Kiesvereeniging „Nederland en Oranje III” […]’]], ''Het Vaderland'', Tweede blad, [p. 2].
;Aylva van Pallandt, Frederik Willem Jacob van
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Aylva van Pallandt, Hans Willem van (1804-1881)
*Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/Vertegenwoordigers van de voornaamste oud-adelijke geslachten|‘Vertegenwoordigers van de voornaamste oud-adelijke geslachten in ons vaderland […] waren heden-ochtend op de begraafplaats Eik en Duinen vereenigd, om getuige te zijn van het bijzetten van […] H. W. baron van Aylva van Pallandt van VVaardenburg en Neerijnen, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Bachiene, Philip Johannes (1814-1881)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Backer, Hendrik (1792-1846)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 8 en 15]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Bahlmann, Bernardus Marie (1848-1898)
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Een treffend teeken des tijds|‘Een treffend teeken des tijds’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
;Baud, Jean Chrétien (1789-1859)
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De uitslag der verkiezingen|‘De uitslag der verkiezingen’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Beelaerts van Blokland, Gerard (1772-1844)
*Anoniem (6 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 97/’s Gravenhage, den 3 December|‘’s Gravenhage, den 3 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 2].
;Berch van Heemstede, Isaäc Lambertus Cremer van den (1811-1879)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Bijleveld, Cornelis Gerrit (1765-1849)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Blaupot ten Cate, Steven (1807-1884)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Blussé van Oud-Alblas, Pieter (1812-1887)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Boddaert, Pieter Johan (1780-1843)
*Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/De Provinciale Staten|‘De Provinciale Staten […] hebben tot Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal herkozen […]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 3].
;Boers, George Pieter Willem (1811-1884)
*Anoniem (10 december 1869) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 56/Nummer 4896/Aan een particulier schrijven|‘Aan een particulier schrijven betreffende de Kust van {{SIC|Genua|Guinea}} ontleenen wij het volgende: […]’]], ''Arnhemsche Courant'', [p. 2].
;Boot, Cornelis Hendrik Boudewijn (1815-1892)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Borch van Verwolde, Allard van der
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Borret, Theodorus Lebuïnus Maria Hubertus
*Anoniem (21 juni 1893) [[Ons Zuiden/Jaargang 1/Nummer 142/Algemeen Stemrecht|‘Algemeen Stemrecht’]], ''Ons Zuiden'', [p. 1-2].
;Bosse, Pieter van (1809-1879)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3] (vermeld als ‘de min. van Koloniën’).
;Braam Houckgeest, Andreas Charles (1800-1873)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Brauw, Willem Maurits de (1810-1874)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Brocx, Lodewijk Gerard (1819-1880)
*Anoniem (1 december 1873) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1873/Nummer 331/’t Wordt eindelijk tijd|‘’t Wordt eindelijk tijd, zegt de Rott. Ct., dat onze minister van marine eens een opvolger krijgt. […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 1].
;Bruggen Hugenholtz, Isaäc Theodorus ter (1801-1871)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Brugghen, Justinus van der (1804-1863)
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De uitslag der verkiezingen|‘De uitslag der verkiezingen’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Buma, Age (1820-1893)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
;Bylandt, Carel Jan Emilius van
*Anoniem (12 november 1900) [[De Morgenpost/Jaargang 8/Nummer 2449/Besluiten en benoemingen|‘Besluiten en benoemingen’]], ''De Morgenpost'', [p. 3].
;Bylandt, Eugène Jean Alexander van (1807-1876)
*Anoniem (16 september 1872) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1872/Nummer 256/Vereenigde zitting der beide Kamers|‘Vereenigde zitting der beide Kamers op Maandag 16 September 1872, ter opening van de gewone vergadering der Staten-Generaal’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Cantz'laar, Paulus Roelof (1771-1831)
*Anoniem (8 juli 1828) [[Rotterdamsche Courant/1828/Nummer 82/Amsterdam den 6 julij|‘Amsterdam den 6 julij’, alinea 5]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 3].
;Casembroot, François de (1817-1895)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Clercx, Jean (1830-1894)
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Een treffend teeken des tijds|‘Een treffend teeken des tijds’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
;Cornets de Groot van Kraaijenburg, Jan Pieter (1808-1878)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Corver Hooft, Jan (1779-1855)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 8]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Court, Paulus Emanuel Anthony de la (1760-1848)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Cremer, Jacob Theodoor (1847-1923)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Amsterdam, 21 Februari|‘Amsterdam, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (24 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 30/Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900|‘Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900. Afdeelingen van Nederland en de koloniën’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 30, p. 142.
;Cremers, Eppo (1823-1896)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Cuypers, Petrus Josephus (1763-1844)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Dam, Jacob
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Dedel, Pieter Samuël (1766-1851)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 15]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Dibbets, Bernardus Johannes Cornelis (1782-1839)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/Brussel, den 29 December|‘Brussel, den 29 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1].
;Diggelen, Pieter Johannes Gesinus van (1837-1907)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/De Asser Ct. meldt|‘De Asser Ct. meldt, […]’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Bij de verkiezing|‘Bij de verkiezing van een lid der Tweede Kamer voor het hoofdkiesdistrict Assen […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 2].
;Dijckmeester, Herman Jacob (1837-1891)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Dijckmeester, Jacob (1771-1850)
*Anoniem (6 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 97/’s Gravenhage, den 3 December|‘’s Gravenhage, den 3 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Dommer van Poldersveldt, Gustaaf Eugenius Gijsbert Constant Karel (1817-1862)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Donker Curtius, Dirk (1792-1864)
*Anoniem (10 februari 1825) [[Nederlandsche Staatscourant/1825/Nummer 35/'s Gravenhage, den 9 Februarij|‘’s Gravenhage, den 9 Februarij’]], ''Nederlandsche Staatscourant'', [p. 4].
;Donner, Johannes Hendricus (1824-1903)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
;Doorn van Westcapelle, Hendrik Jacob van (1786-1853)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 11]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’, alinea 2]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Drieling, Jacob Arnold (1781-1837)
*Anoniem (29 januari 1827) [[Leydse Courant/1827/Nummer 13/De Directie der Maatschappij van Waarborg voor de Nationale Militie in Zuid-Holland|‘De Directie der Maatschappij van Waarborg voor de Nationale Militie in Zuid-Holland, brengt ter kennisse van de belanghebbende: […] [advertentie]’]], ''Leydsche Courant'', [p. 3-4].
;Dumbar, Gerard (1815-1878)
*Anoniem (27 november 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 327/Het Dagbl. v. Z. H.|‘Het Dagbl. v. Z. H. is zeer ingenomen tegen […] het amendement van den heer Dumbar over de missie te Rome. […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 1].
;Duymaer van Twist, Albertus Jacobus (1809-1887)
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 2]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Eck, Daniël van (1817-1895)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Egter van Wissekerke, Abraham Jacobus Frederik (1784-1871)
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 3]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Elout van Soeterwoude, Pieter Jacob (1805-1893)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Falck, Anton Reinhard (1777-1843)
*Anoniem (1 december 1825) [[Rotterdamsche Courant/1825/Nummer 144/Londen den 26 November|‘Londen den 26 November’, alinea 2]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 1] (vermeld als ‘de nederlandsche ambassadeur’).
;Feltz, Warnold Albertinus van der (1824-1910)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Maandag l.l. werd te Epe feestelijk herdacht|‘Maandag l.l. werd te Epe […] feestelijk herdacht’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Fock, Cornelis (1828-1910)
*Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/De voorjaarstournée|‘De voorjaarstournée van Z. Exc. den Commissaris des Konings […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Fokker, Eduard (1849-1936)
*Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer. Zitting van Vrijdag 28 Juli des nam. 2¾ uur’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Fontein Verschuir, Gijsbert (1764-1838)
*Anoniem (10 december 1811) [[Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee/1811/Nummer 10/Amsterdam, den 9 December|‘Amsterdam, den 9 December’]], ''Feuille politique du département du Zuiderzée = Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee'', [p. 1].
;Fremery, Johannes Andreas de (1801-1865)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9 en 11]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Geen, Josephus Jacobus van (1775-1846)
*Anoniem (1 december 1825) [[Rotterdamsche Courant/1825/Nummer 144/Rotterdam den 30 November|‘Rotterdam den 30 November’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 2].
;Geertsema Czn., Johan Herman (1816-1908)
*Anoniem (1 december 1873) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1873/Nummer 331/Per telegraaf|‘Per telegraaf meldt men ons uit ’s Hage: […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 1] (vermeld als ‘de min. van buitenl. zaken’).
;Geertsema, Willem Jacob (1845-1902)
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Gennep, Jan van (1830-1911)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer. Zitting van Vrijdag 28 Juli des nam. 2¾ uur’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Gildemeester, Adriaan (1828-1901)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Amsterdam, 21 Februari|‘Amsterdam, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Gockinga, Joseph (1778-1851)
*Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/De Provinciale Staten|‘De Provinciale Staten […] hebben tot Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal herkozen […]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 3].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Goltstein, Jan Karel van (1794-1872)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 2 en 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Groen van Prinsterer, Guillaume (1801-1876)
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De uitslag der verkiezingen|‘De uitslag der verkiezingen’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
*Anoniem (24 mei 1876) [[Het Nieuws van den Dag/1876/Nummer 1909/Teraardebestelling van Mr. Groen van Prinsterer|‘Teraardebestelling van Mr. Groen van Prinsterer’]], ''Het Nieuws van den Dag'', [p. 2].
;Gronden, Reinier Saris van der (1788-1845)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 10]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Haffmans, Leopold (1826-1896)
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/De heer Ruys op krukken|‘De heer Ruys op krukken’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Een treffend teeken des tijds|‘Een treffend teeken des tijds’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
;Harte van Tecklenburg, Jan (1853-1937)
*Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/Kamer-overzicht|‘Kamer-overzicht’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2] (vermeld als ‘de heer Van Zuijlen’).
;Hartogh, Abraham Frans Karel
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Amsterdam, 21 Februari|‘Amsterdam, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Hartsen, Jhr. Cornelis (1823-1895)
*Anoniem (21 juni 1893) [[Ons Zuiden/Jaargang 1/Nummer 142/Algemeen Stemrecht|‘Algemeen Stemrecht’]], ''Ons Zuiden'', [p. 1-2].
;Heiden, Lodewijk van
*Anoniem (30 juni 1828) [[Leydse Courant/Jaargang 1828/Nummer 78/Smyrna den 30 Mei|‘Smyrna den 30 Mei’]], ''Leydsche Courant'', [p. 1].
;Heijde, Johannes Franciscus van der (1796-1854)
*Anoniem (19 mei 1854) [[Leeuwarder Courant/1854/Nummer 40/'s Gravenhage, den 17 Mei|‘’s Gravenhage, den 17 Mei’, alinea 3]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1].
;Helsdingen, Willem (1850-1921)
*Anoniem (18 maart 1899) [[Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Kamerverkiezing te Veendam|‘Kamerverkiezing te Veendam’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad], [p. 2].
;Hemert, Willem Joannes Junius van (1790-1858)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 8]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Heutsz, Jo van (1851-1924)
*Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Atjeh|‘Atjeh’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Heydenrijck, Christianus Joannes Antonius (1832-1911)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Hiddema Jongsma, Georgius (1806-1882)
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 2]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Hingst, Sybrand (1824-1906)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Bij het bestuur der liberale kiesvereeniging te Leeuwarden|‘Bij het bestuur der liberale kiesvereeniging te Leeuwarden is een schrijven ontvangen […]’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
;Hinlópen, Johan Gulielmus (1793-1856)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Hoëvell, Wolter Robert van (1812-1879)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Hoffmann, Mari Aert Frederic Henri (1795-1874)
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 3]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Hofstede, Wouter Hendrik (1783-1850)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 13]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Hogendorp, Gijsbert Karel van (1762-1834)
*Anoniem (2 november 1824) [[Rotterdamsche Courant/1824/Nummer 132/Brussel den 31 October|‘Brussel den 31 October’, alinea 3]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 1].
;Hooff, Johannes op den (1795-1855)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 15]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Hoop van Slochteren, Jan Thomassen à Thuessink van (1838-1882)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Hoorn, Jan Cornelis Reinier van (1790-1862)
*Anoniem (29 januari 1827) [[Leydse Courant/1827/Nummer 13/De Directie der Maatschappij van Waarborg voor de Nationale Militie in Zuid-Holland|‘De Directie der Maatschappij van Waarborg voor de Nationale Militie in Zuid-Holland, brengt ter kennisse van de belanghebbende: […] [advertentie]’]], ''Leydsche Courant'', [p. 3-4].
;Hora Siccama, Johan (1778-1829)
*Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/De Provinciale Staten|‘De Provinciale Staten […] hebben tot Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal herkozen […]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 3].
;Hoynck van Papendrecht, Anthony (1819-1877)
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De uitslag der verkiezingen|‘De uitslag der verkiezingen’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Hoynck van Papendrecht, Cornelis Paulus Joannes (1768-1837)
*Anoniem (14 april 1837) [[Leydse Courant/1837/Nummer 45/Nederlanden|‘Nederlanden’, alinea 13]], ''Leydsche Courant'', [p. 1].
;Huber, Ulrich Herman
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Huguenin, Herman Ulrich (1808-1873)
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De uitslag der verkiezingen|‘De uitslag der verkiezingen’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Huydecoper van Maarsseveen en Nigtevegt, Jan Elias (1853-1911)
*Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/Prov. Staten|‘Prov. Staten’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2].
;Idsinga, Willem Hendrik Johan van (1822-1896)
*Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Neêrlandsch West-Indië|‘Neêrlandsch West-Indië’, alinea 3]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Idzerda, Wieger Hendrikus (1816-1881)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Ingenhousz, Arnoldus Josephus (1766-1859)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Jolles, Jolle Albertus (1814-1882)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3] (vermeld als ‘de min. v. Just.’).
;Jong, Klaas de (1815-1886)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/In de Hoornsche Courant|‘In de »Hoornsche Courant” komt een brief voor van den heer Van Dedem aan den heer K. De Jong, […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1].
;Jonge, Johan Louis de (1826-1887)
*Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De Drankwet|‘De Drankwet. Amendementen’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Jonge, Willem Adriaan Cornelis de (1819-1905)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Kaay, Willem van der (1831-1918)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Kappeyne van de Coppelo, Jan (1820-1895)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/In de zitting van de Tweede Kamer|‘In de zitting van de Tweede Kamer van 4 December ll. […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1] (vermeld als ‘de Minister van Binnenlandsche Zaken’).
;Kasteele, Jacob Carel van de (1780-1835)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 10]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Kempen, Lodewijk Johan Sigismund (1838-1910)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/'s-Gravenhage, 21 Februari|‘’s-Gravenhage, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Kerdijk, Arnold (1846-1905)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Amsterdam, 21 Februari|‘Amsterdam, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Keuchenius, Levinus Wilhelmus Christiaan (1822-1893)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/In eene vergadering der kiesvereeniging Nederland en Oranje|‘In eene vergadering der kiesvereeniging Nederland en Oranje, zijn candidaat gesteld […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Kien, Nicolaas Pieter Jacob (1800-1879)
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 3]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Kist, Herman Jacob (1836-1912)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer. Zitting van Vrijdag 28 Juli des nam. 2¾ uur’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Kniphorst, Gerrit (1790-1850)
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 2]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Kol, Henri van (1852-1925)
*Anoniem (19 november 1897) [[De Morgenpost/Jaargang 6/Nummer 1553/In de gisteren gehouden zitting van de Tweede Kamer|‘In de gisteren gehouden zitting van de Tweede Kamer […]’]], ''De Morgenpost'', [p. 2].
;Lambrechts, Jerôme (1839-1896)
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Een treffend teeken des tijds|‘Een treffend teeken des tijds’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
;Lely, Cornelis (1854-1929)
*Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer. Zitting van Vrijdag 28 Juli des nam. 2¾ uur’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Lemker, Frans (1775-1858)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Lennep, Frank Karel van (1865-1928)
*Anoniem (19 juni 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 25/Prijsvragen|‘Prijsvragen’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 25, p. 120.
;Lennep, Jacob van (1802-1868)
*Anoniem (31 december 1827) [[Leydse Courant/1827/Nummer 157/Zee-tijding|‘Zee-tijding’]], ''Leydsche Courant'', [p. 4].
;Leyds, Willem Johannes (1859-1940)
*Anoniem (19 oktober 1897) [[Limburger Koerier/Jaargang 52/Nummer 245/Uit het Zuiden|‘Uit het Zuiden’]], ''Limburger Koerier'', [p. 2].
;Lieftinck, Franciscus (1835-1917)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Haarlem, 21 Februari|‘Haarlem, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (15 december 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24651/Avondblad/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer. Vergadering van Vrijdag 15 December’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, eerste blad, [p. 1].
;Lijnden, Dirk van (1779-1837)
*Anoniem (14 april 1837) [[Leydse Courant/1837/Nummer 45/Nederlanden|‘Nederlanden’, alinea 15]], ''Leydsche Courant'', [p. 1].
;Linden, Gijsbertus Martinus van der (1812-1888)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 2 en 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Lom de Berg, Pieter Lodewijk de (1804-1873)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Loon, Jan van (1816-1876)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Luyben, Johannes (1786-1859)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 10]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Luzac, Lodewijk Caspar (1786-1861)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 8]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 2 en 15]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Lynden, Willem van (1806-1866)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Lynden van Sandenburg, Theo van (1826-1885)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
*Anoniem (26 augustus 1880) [[De Tijd/1880/Nummer 10075/De Standaard|‘De Standaard koestert hooge verwachtingen van de »milde toepassing” der Wet, door de ministers van Lijnden en Six herhaaldelijk toegezegd. […]’]], ''De Tijd'', [p. 2].
;Mansholt, Derk Roelof (1842-1921)
*Anoniem (18 maart 1899) [[Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Kamerverkiezing te Veendam|‘Kamerverkiezing te Veendam’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad], [p. 2].
;Mees, Rudolf Pieter (1834-1915)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/Kamer-overzicht|‘Kamer-overzicht’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2] (vermeld als ‘de heer Van Zuijlen’).
;Meester, Theo de (1851-1919)
*Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Gemengde berichten|‘Gemengde berichten’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Meeussen, Karel Adrianus (1815-1884)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Meeuwen, Petrus Andreas van (1772-1848)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Meijlink, Antonius Alexis Josephus (1797-1863)
*Anoniem (25 april 1854) [[De Tijd/1854/Nummer 2129/Men schrijft ons uit St.-Oedenrode|‘Men schrijft ons uit St.-Oedenrode: […]’]], ''De Tijd'', [p. 3].
;Michiels van Kessenich, baron Henri Joseph
*Anoniem (19 oktober 1825) [[Nederlandsche Staatscourant/Jaargang 1825/Nummer 246/Brussel, den 16 October|‘Brussel, den 16 October’]], ''Nederlandsche Staatscourant'', [p. 2].
;Mollerus, Edzard Jacob Rutger (1784-1864)
*Anoniem (10 december 1811) [[Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee/1811/Nummer 10/Amsterdam, den 9 December|‘Amsterdam, den 9 December’]], ''Feuille politique du département du Zuiderzée = Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee'', [p. 1].
;Mollinger, Ernst Frederik Louis (1822-1878)
*Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Neêrlandsch West-Indië|‘Neêrlandsch West-Indië’, alinea 2]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Mulken, Joannes Josephus van (1796-1879)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Mutsaers, Jacobus Arnoldus (1805-1880)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Nagell, Chretien Jacques Adrien van (1784-1883)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Nierop, Asser van (1813-1878)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Nispen tot Sevenaer, Carel van (1824-1884)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Nispen tot Sevenaer, Leo van (1839-1901)
*Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer. Zitting van Vrijdag 28 Juli des nam. 2¾ uur’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Nispen van Sevenaer, Joannes Antonius Christianus Arnoldus van (1803-1875)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Nolens, Willem Hubertus (1860-1931)
*Anoniem (19 november 1897) [[De Morgenpost/Jaargang 6/Nummer 1553/Stembiljetten en stemmen|‘Stembiljetten en stemmen’]], ''De Morgenpost'', [p. 2].
;Oldenhuis Gratama, Lucas (1815-1887)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Panhuys, Johan Æmilius Abraham van
*Anoniem (31 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 217-218/'s Hage, 31 Dec.|‘’s Hage, 31 Dec.’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p. 3].
;Patijn, Jacob Gerard (1836-1911)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Pels, Silvester Philippus (1794-1872)
*Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Heden|‘Heden werd het stoffelijk overschot van een geacht stadgenoot naar zijn laatste rustplaats op Eik-en-Duinen gevoerd. […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Pels Rijcken, Gerhard Christiaan Coenraad (1810-1889)
*Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/De vice-admiraal G. C. C. Pels Rijcken|‘De vice-admiraal G. C. C. Pels Rijcken […]’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2].
;Pierson, Nicolaas (1839-1909)
*Anoniem (24 april 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 17/Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn benoemd|‘Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn o.m. de navolgende commissiën benoemd tot het bijeenbrengen van zaken voor de in 1900 te Parijs te houden Tentoonstelling. […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 17, p. 92.
;Pijls, Willem Hubert (1819-1903)
*Anoniem (10 augustus 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 231/Maastricht, 9 Aug.|‘Maastricht, 9 Aug.’]], ''Limburger Koerier'', [p. 2].
;Poortman, Karel Arnoldus (1808-1886)
*Anoniem (9 maart 1867) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 68/Rotterdam, 8 Maart|‘Rotterdam, 8 Maart’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p. 2].
;Randwijck, Otto van (1763-1833)
*Anoniem (6 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 97/’s Gravenhage, den 3 December|‘’s Gravenhage, den 3 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Ranitz, Sebastiaan Matteus Sigismund de (1833-1909)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Ras, Martin de
*Anoniem (21 maart 1898) [[De Zuid-Limburger/Jaargang 4/Nummer 69/Stadsnieuws/Spoorwegzaken|‘Spoorwegzaken’]], ''De Zuid-Limburger'', [p. 2].
;Rees, Otto van (1823-1892)
*Anoniem (26 augustus 1880) [[De Tijd/1880/Nummer 10075/Bij de gisteren te Rotterdam gehouden verkiezing|‘Bij de gisteren te Rotterdam gehouden verkiezing voor een lid der Tweede Kamer […]’]], ''De Tijd'', [p. 2].
;Regout, Hubert Gérard Louis
*Anoniem (7 januari 1905) [[De Telegraaf/Jaargang 13/Nummer 4480/Avondblad/Louis Regout|‘Louis Regout. †’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, [p. 5].
;Repelaer van Molenaarsgraaf, Ocker (1796-1869)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 13]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Roijaards, Willem Jan (1829-1897)
*Amoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Nieuwkoop, 20 Februari|‘Nieuwkoop, 20 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Ruijs de Beerenbrouck, Gustave Louis Marie Hubert (1842-1926)
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/De heer Ruys op krukken|‘De heer Ruys op krukken’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/De heer Ruys van Beerenbroek|‘De heer Ruys van Beerenbroek heeft de vadarlandsliefde gehad om […] de zittingen der Tweede Kamer te komen bijwonen, […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 2].
;Ruland, Leonard (1826-1903)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Een treffend teeken des tijds|‘Een treffend teeken des tijds’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
;Rutgers van Rozenburg, Jan Willem Hendrik (1830-1902)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Amsterdam, 21 Februari|‘Amsterdam, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Saaymans Vader, Pieter Hendrik (1799-1891)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/De heer Saaymans Vader|‘De heer Saaymans Vader […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1].
;Sandberg, Albertus (1768-1843)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Savornin Lohman, Maurits Adriaan de (1832-1899)
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Bij de verkiezing|‘Bij de verkiezing van een lid der Tweede Kamer voor het hoofdkiesdistrict Assen […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 2].
;Schaepman, Herman (1844-1903)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/De heer Ruys op krukken|‘De heer Ruys op krukken’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
*Anoniem (17 augustus 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 238/Kieswet|‘Kieswet’]], ''Limburger Koerier'', [p. 2].
;Schaper, Jan (1868-1934)
*Anoniem (18 maart 1899) [[Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Kamerverkiezing te Veendam|‘Kamerverkiezing te Veendam’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad], [p. 2].
;Schimmelpenninck van der Oye, Alexander (1839-1918)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/De antirevolutionnaire kiesvereeniging in Gelderland|‘De antirevolutionnaire kiesvereeniging in Gelderland Nederland en Oranje heeft […] tot candidaten voor de Tweede Kamer gesteld […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Schimmelpenninck van der Oye, Willem Anne (1800-1872)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (25 april 1854) [[De Tijd/1854/Nummer 2129/Men leest in den Echo Universel|‘Men leest in den Echo Universel: […]’]], ''De Tijd'', [p. 3].
;Schorer, Johan Willem Meinard
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Haarlem, 21 Februari|‘Haarlem, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Schrieck, Pierre Guillaume Jean van der (1812-1896)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Schuurbeque Boeije, Jean François (1812-1891)
*Anoniem (19 mei 1854) [[Leeuwarder Courant/1854/Nummer 40/'s Gravenhage, den 17 Mei|‘’s Gravenhage, den 17 Mei’, alinea 8]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1].
;Sickesz, Cornelis Jacob (1839-1904)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Six, Willem (1829-1908)
*Anoniem (26 augustus 1880) [[De Tijd/1880/Nummer 10075/De Standaard|‘De Standaard koestert hooge verwachtingen van de »milde toepassing” der Wet, door de ministers van Lijnden en Six herhaaldelijk toegezegd. […]’]], ''De Tijd'', [p. 2].
;Sleeswijk Venig, Cornelis (1804-1863)
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De uitslag der verkiezingen|‘De uitslag der verkiezingen’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Sleijden, Philippe Willem van der (1842-1923)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (6 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 6/Voor Vak en Kunst te Dordrecht|‘Voor Vak en Kunst te Dordrecht’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 6, p. 37.
;Smeenge, Harm (1852-1935)
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Bij de verkiezing|‘Bij de verkiezing van een lid der Tweede Kamer voor het hoofdkiesdistrict Assen […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 2].
*Anoniem (16 januari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 3/Nationale Tentoonstelling van Nijverheid en Kunst|‘Nationale Tentoonstelling van Nijverheid en Kunst. Dordrecht, Juni, Juli, Augustus 1897’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 3, p. 19-20.
;Smidt, Eerke Albert (1858-1925)
*Anoniem (18 maart 1899) [[Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Kamerverkiezing te Veendam|‘Kamerverkiezing te Veendam’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad], [p. 2].
;Smidt, Hendrik Jan (1831-1917)
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/De Processie-Kwestie|‘»De Processie-Kwestie” […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1] (vermeld als ‘den Min. van Justitie’).
;Stavenisse de Brauw, Otto Willem (1807-1891)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Stieltjes Sr., Thomas Johannes (1819-1878)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Storkm Charles Theodorus (1822-1895)
*Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/Kamer-overzicht|‘Kamer-overzicht’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2] (vermeld als ‘de heer Van Zuijlen’).
;Stuers, Victor de (1843-1916)
*Anoniem (20 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 8/Jhr. Mr. Victor de Stuers heeft ten geschenke aangeboden|‘Jhr. Mr. Victor de Stuers heeft, namens den heer J. B. Westerwoudt te Haarlem, ten geschenke aangeboden […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 8, p. 51.
*Anoniem (20 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 8/Prijskamp voor een gedenkpenning|‘Prijskamp voor een gedenkpenning’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 8, p. 52.
;Suchtelen, Rochus (1756-1819)
*Anoniem (13 september 1819) [[Leydse Courant/1819/Nummer 110/Hamburg den 7 September|‘Hamburg den 7 September’]], ''Leydse Courant'', [p. 1].
;Suurbeque Boeije, Jean François (1812-1891)
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De uitslag der verkiezingen|‘De uitslag der verkiezingen’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Swinderen van Rensuma, Oncko van (1775-1850)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 8]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Sypesteyn, Cornelis Ascanius van (1823-1892)
*Anoniem (15 september 1880) [[Het Vaderland/Jaargang 12/Nummer 218/Paramaribo, 21 Aug.|‘Paramaribo, 21 Aug.’]], ''Het Vaderland'', [eerste blad], [p. 2].
;Sypkens, Tammo (1780-1842)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 10]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Sytzama, Maurits Pico Diederik van (1789-1848)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 4 en 15]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Taets van Amerongen tot Natewisch, Pieter Hendrik (1803-1873)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Tak van Poortvliet, Johannes (1839-1904)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Amsterdam, 21 Februari|‘Amsterdam, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Tets van Goudriaan, Arnold Willem Nicolaas van (1771-1837)
*Anoniem (20 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 101/’s Gravenhage, den 15 December|‘’s Gravenhage, den 15 December’, alinea 2 en 6]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 2] (vermeld als ‘den minister van financien’).
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 11-12]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Thooft, Jacobus Gerrit (1822-1878)
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/De gemeente Zalt-Bommel|‘De gemeente Zalt-Bommel […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1].
;Thorbecke, Johan Rudolph (1798-1872)
*Anoniem (19 mei 1854) [[Leeuwarder Courant/1854/Nummer 40/'s Gravenhage, den 17 Mei|‘’s Gravenhage, den 17 Mei’, alinea 7]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1].
;Thorbecke, Willem (1843-1917)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/De Asser Ct. meldt|‘De Asser Ct. meldt, […]’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
;Tienhoven, Gijsbert van (1841-1914)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Haarlem, 21 Februari|‘Haarlem, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Lambeek Jr., Johs.B. (22 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 21/De hulde aan Dr. P. J. H. Cuypers|‘De hulde aan Dr. P. J. H. Cuypers op den 17en Mei in ’s Rijks Museum te Amsterdam’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 21, p. 101-103.
;Tour van Bellinchave, Marc Willem du (1835-1908)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2] (vermeld als ‘de minister van justitie’).
;Trakranen, Nicolaas (1819-1890)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Tuyll van Serooskerken van Coelhorst, Willem René van (1781-1852)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 8 en 15]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Tuyll van Serooskerken van Zuylen, Willem René baron van (1743-1839)
*Anoniem (8 juli 1828) [[Rotterdamsche Courant/1828/Nummer 82/Rotterdam den 7 julij|‘Rotterdam den 7 julij’, alinea 5]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 2-3].
;Uytwert Sterling, Jacobus Johannes
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 2]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Valk, Marchinus Hyminus Arnoldus van der (1866-1954)
*Anoniem (18 maart 1899) [[Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Kamerverkiezing te Veendam|‘Kamerverkiezing te Veendam’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad], [p. 2].
;Veegens, Daniel
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 4]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Veegens, Jacob Dirk (1845-1910)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Amsterdam, 21 Februari|‘Amsterdam, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Vegelin van Claerbergen, Pieter Benjamin Johan (1808-1879)
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/Jhr. mr. P. B. J. Vegelin van Claerbergen|‘Jhr. mr. P. B. J. Vegelin van Claerbergen, […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1].
;Viruly Verbrugge, Willem Adriaan (1830-190)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Vollenhoven, Cornelis (1778-1849)
*Anoniem (20 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 101/’s Gravenhage, den 15 December|‘’s Gravenhage, den 15 December’, alinea 2]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 2].
;Vos de Wael, Antonius Franciscus (1833-1902)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
;Vos van Steenwijk, Jan de (1827-1897)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
;Vos van Steenwijk, Jan Arend Godert de (1818-1905)
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/De vice-president van den Raad van State|‘De vice-president van den Raad van State, […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1].
;Vries, Gerrit de (1818-1900)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Waldeck, Hubert Cato (1811-1881)
*Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/De N. Rotterd. Ct.|‘De N. Rotterd. Ct. zegt de tegenspraak niet op te nemen van het […] gerucht, dat de heer Waldeck als burgemeester van Loosduinen was geschorst […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Warin, Antoine (1772-1852)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Wassenaer van Catwijck, Otto van (1823-1887)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/De heer Ruys op krukken|‘De heer Ruys op krukken’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
;Weerts, Johan (1769-1842)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Welderen Rengers, Sjuck van (1799-1870)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 8]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Welderen Rengers, Wilco Julius van (1835-1916)
*Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer. Zitting van Vrijdag 28 Juli des nam. 2¾ uur’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Wenckebach, Casper Johan (1765-1850)
*Anoniem (20 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 101/’s Gravenhage, den 15 December|‘’s Gravenhage, den 15 December’, alinea 2]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 2].
;Wijck, Aart van der (1840-1914)
*Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Gemengde berichten|‘Gemengde berichten’, alinea 2]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Willink, Jan
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Wintgens, Willem (1818-1895)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Wrangel auf Lindenberg, Willem von (1815-1896)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/In eene vergadering der kiesvereeniging Nederland en Oranje|‘In eene vergadering der kiesvereeniging Nederland en Oranje, zijn candidaat gesteld […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Wybenga, Schelte (1804-1886)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Heden viert de Heer Wijbenga zijn 80sten verjaardag|‘Heden viert de Heer Wijbenga, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, zijn 80sten verjaardag […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Wylick, Johan van (1803-1879)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Zijlma, Geuchien
*Anoniem (8 september 1893) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 80/Nummer 2201/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal’]], ''Arnhemsche Courant'', bijvoegsel, [p. 1].
;Zinnicq Bergmann, Franciscus Johannes Emilius van (1807-1879)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Zuylen van Nijevelt, Jacob Pieter Pompejus van (1816-1890)
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De uitslag der verkiezingen|‘De uitslag der verkiezingen’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
*Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/Kamer-overzicht|‘Kamer-overzicht’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2] (vermeld als ‘de heer Van Zuijlen’).
;Overige historische figuren
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Sebastiaan Hendrik Anemaet|Sebastiaan Hendrik Anemaet]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Antonius van Baar|Antonius van Baar]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Willem Hendrik de Beaufort (1845-1918)|Willem Hendrik de Beaufort (1845-1918)]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Albert Jan Blijdenstein|Albert Jan Blijdenstein]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Ambrosius Ayzo van Boelens|Ambrosius Ayzo van Boelens]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Tobie Constantin de Bordes|Tobie Constantin de Bordes]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Jan Pieter Bredius (1811-1878)|Jan Pieter Bredius (1811-1878)]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Jentje Cats|Cats, Jentje]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Hendrik Collot d'Escury|Collot d'Escury, Hendrik]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Edmond Willem van Dam van Isselt|Edmond Willem van Dam van Isselt]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Willem Karel van Dedem|Willem Karel van Dedem]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Willem Boudewijn Donker Curtius van Tienhoven|Willem Boudewijn Donker Curtius van Tienhoven]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Willem Hendrik Dullert|Willem Hendrik Dullert]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Daam Fockema|Daam Fockema]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Isaäc Dignus Fransen van de Putte|Fransen van de Putte, Isaäc Dignus]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/François Frets|Frets, François]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Johan George Gleichman|Gleichman, Johan George]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Hendrik Goeman Borgesius|Goeman Borgesius, Hendrik]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Bernardus Hermanus Heldt|Heldt, Bernardus Hermanus]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Samuel van Houten|Samuel van Houten]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Eduard Joseph Corneille Marie de Kuijper|Eduard Joseph Corneille Marie de Kuijper]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Æneas Mackay (1838-1909)|Æneas Mackay (1838-1909)]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Jacob Gerard van Nes van Meerkerk|Jacob Gerard van Nes van Meerkerk]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Gerlach Cornelis Joannes van Reenen|Gerlach Cornelis Joannes van Reenen]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Jacobus Hendricus van Reenen|Jacobus Hendricus van Reenen]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Alexander de Savornin Lohman|Alexander de Savornin Lohman]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Jan van Speijk|Jan van Speijk]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Pieter Jelles Troelstra|Pieter Jelles Troelstra]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Abraham Carel Wertheim|Abraham Carel Wertheim]]
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]]
[[Categorie:Geschiedenis van Nederland| ]]
jhf8zp5fg2n1yvf65rt6hjk4jd7jjsx
227640
227632
2026-10-04T19:46:23Z
Vincent Steenberg
280
bronnen toegevoegd/verplaatst
227640
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = 19e-eeuwse historische figuren in Nederland
| afbeelding = Eight Famous Dutch 19th-century people jpg.jpg
| alt = Acht beroemde 19e-eeuwse Nederlanders
| beschrijving = Bronnen bij politieke figuren en figuren van landelijk-historisch belang die leefden in Nederland in de 19e eeuw.
}}
;Affelen van Oorde, Frederik Hendrik van (1829-1874)
*Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Neêrlandsch West-Indië|‘Neêrlandsch West-Indië’, alinea 2]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Alphen, Daniël François van (1774-1840)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 10 en 13]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Andringa de Kempenaer, Regnerus Livius van (1804-1854)
*Anoniem (25 april 1854) [[De Tijd/1854/Nummer 2129/Men leest in de Grondwet|‘Men leest in de Grondwet: […]’]], ''De Tijd'', [p. 3].
;Angremond, Arend d' (1834-1903)
*Anoniem (15 september 1880) [[Het Vaderland/Jaargang 12/Nummer 218/Paramaribo, 21 Aug.|‘Paramaribo, 21 Aug.’, alinea 2]], ''Het Vaderland'', [eerste blad], [p. 2].
;Asch van Wijck, Titus van (1849-1902)
*Anoniem (5 januari 1899) [[Het Vaderland/Jaargang 31/Nummer 4/De Kiesvereeniging Nederland en Oranje III|‘De Kiesvereeniging „Nederland en Oranje III” […]’]], ''Het Vaderland'', Tweede blad, [p. 2].
;Aylva van Pallandt, Frederik Willem Jacob van
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Aylva van Pallandt, Hans Willem van (1804-1881)
*Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/Vertegenwoordigers van de voornaamste oud-adelijke geslachten|‘Vertegenwoordigers van de voornaamste oud-adelijke geslachten in ons vaderland […] waren heden-ochtend op de begraafplaats Eik en Duinen vereenigd, om getuige te zijn van het bijzetten van […] H. W. baron van Aylva van Pallandt van VVaardenburg en Neerijnen, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Bachiene, Philip Johannes (1814-1881)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Backer, Hendrik (1792-1846)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 8 en 15]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Bahlmann, Bernardus Marie (1848-1898)
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Een treffend teeken des tijds|‘Een treffend teeken des tijds’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
;Baud, Jean Chrétien (1789-1859)
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De uitslag der verkiezingen|‘De uitslag der verkiezingen’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Beelaerts van Blokland, Gerard (1772-1844)
*Anoniem (6 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 97/’s Gravenhage, den 3 December|‘’s Gravenhage, den 3 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 2].
;Berch van Heemstede, Isaäc Lambertus Cremer van den (1811-1879)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Bijleveld, Cornelis Gerrit (1765-1849)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Blaupot ten Cate, Steven (1807-1884)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Blussé van Oud-Alblas, Pieter (1812-1887)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Boddaert, Pieter Johan (1780-1843)
*Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/De Provinciale Staten|‘De Provinciale Staten […] hebben tot Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal herkozen […]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 3].
;Boers, George Pieter Willem (1811-1884)
*Anoniem (10 december 1869) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 56/Nummer 4896/Aan een particulier schrijven|‘Aan een particulier schrijven betreffende de Kust van {{SIC|Genua|Guinea}} ontleenen wij het volgende: […]’]], ''Arnhemsche Courant'', [p. 2].
;Boot, Cornelis Hendrik Boudewijn (1815-1892)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Borch van Verwolde, Allard van der
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Borret, Theodorus Lebuïnus Maria Hubertus
*Anoniem (21 juni 1893) [[Ons Zuiden/Jaargang 1/Nummer 142/Algemeen Stemrecht|‘Algemeen Stemrecht’]], ''Ons Zuiden'', [p. 1-2].
;Bosse, Pieter van (1809-1879)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3] (vermeld als ‘de min. van Koloniën’).
;Braam Houckgeest, Andreas Charles (1800-1873)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Brauw, Willem Maurits de (1810-1874)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Brocx, Lodewijk Gerard (1819-1880)
*Anoniem (1 december 1873) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1873/Nummer 331/’t Wordt eindelijk tijd|‘’t Wordt eindelijk tijd, zegt de Rott. Ct., dat onze minister van marine eens een opvolger krijgt. […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 1].
;Bruggen Hugenholtz, Isaäc Theodorus ter (1801-1871)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Brugghen, Justinus van der (1804-1863)
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De uitslag der verkiezingen|‘De uitslag der verkiezingen’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Buma, Age (1820-1893)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
;Bylandt, Carel Jan Emilius van
*Anoniem (12 november 1900) [[De Morgenpost/Jaargang 8/Nummer 2449/Besluiten en benoemingen|‘Besluiten en benoemingen’]], ''De Morgenpost'', [p. 3].
;Bylandt, Eugène Jean Alexander van (1807-1876)
*Anoniem (16 september 1872) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1872/Nummer 256/Vereenigde zitting der beide Kamers|‘Vereenigde zitting der beide Kamers op Maandag 16 September 1872, ter opening van de gewone vergadering der Staten-Generaal’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Cantz'laar, Paulus Roelof (1771-1831)
*Anoniem (8 juli 1828) [[Rotterdamsche Courant/1828/Nummer 82/Amsterdam den 6 julij|‘Amsterdam den 6 julij’, alinea 5]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 3].
;Casembroot, François de (1817-1895)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Clercx, Jean (1830-1894)
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Een treffend teeken des tijds|‘Een treffend teeken des tijds’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
;Cornets de Groot van Kraaijenburg, Jan Pieter (1808-1878)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Corver Hooft, Jan (1779-1855)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 8]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Court, Paulus Emanuel Anthony de la (1760-1848)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Cremer, Jacob Theodoor (1847-1923)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Amsterdam, 21 Februari|‘Amsterdam, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (24 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 30/Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900|‘Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900. Afdeelingen van Nederland en de koloniën’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 30, p. 142.
;Cremers, Eppo (1823-1896)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Cuypers, Petrus Josephus (1763-1844)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Dam, Jacob
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Dedel, Pieter Samuël (1766-1851)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 15]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Dibbets, Bernardus Johannes Cornelis (1782-1839)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/Brussel, den 29 December|‘Brussel, den 29 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1].
;Diggelen, Pieter Johannes Gesinus van (1837-1907)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/De Asser Ct. meldt|‘De Asser Ct. meldt, […]’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Bij de verkiezing|‘Bij de verkiezing van een lid der Tweede Kamer voor het hoofdkiesdistrict Assen […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 2].
;Dijckmeester, Herman Jacob (1837-1891)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Dijckmeester, Jacob (1771-1850)
*Anoniem (6 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 97/’s Gravenhage, den 3 December|‘’s Gravenhage, den 3 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Dommer van Poldersveldt, Gustaaf Eugenius Gijsbert Constant Karel (1817-1862)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Donker Curtius, Dirk (1792-1864)
*Anoniem (10 februari 1825) [[Nederlandsche Staatscourant/1825/Nummer 35/'s Gravenhage, den 9 Februarij|‘’s Gravenhage, den 9 Februarij’]], ''Nederlandsche Staatscourant'', [p. 4].
;Donner, Johannes Hendricus (1824-1903)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
;Doorn van Westcapelle, Hendrik Jacob van (1786-1853)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 11]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’, alinea 2]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Drieling, Jacob Arnold (1781-1837)
*Anoniem (29 januari 1827) [[Leydse Courant/1827/Nummer 13/De Directie der Maatschappij van Waarborg voor de Nationale Militie in Zuid-Holland|‘De Directie der Maatschappij van Waarborg voor de Nationale Militie in Zuid-Holland, brengt ter kennisse van de belanghebbende: […] [advertentie]’]], ''Leydsche Courant'', [p. 3-4].
;Dumbar, Gerard (1815-1878)
*Anoniem (27 november 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 327/Het Dagbl. v. Z. H.|‘Het Dagbl. v. Z. H. is zeer ingenomen tegen […] het amendement van den heer Dumbar over de missie te Rome. […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 1].
;Duymaer van Twist, Albertus Jacobus (1809-1887)
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 2]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Eck, Daniël van (1817-1895)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Egter van Wissekerke, Abraham Jacobus Frederik (1784-1871)
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 3]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Elout van Soeterwoude, Pieter Jacob (1805-1893)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Falck, Anton Reinhard (1777-1843)
*Anoniem (1 december 1825) [[Rotterdamsche Courant/1825/Nummer 144/Londen den 26 November|‘Londen den 26 November’, alinea 2]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 1] (vermeld als ‘de nederlandsche ambassadeur’).
;Feltz, Warnold Albertinus van der (1824-1910)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Maandag l.l. werd te Epe feestelijk herdacht|‘Maandag l.l. werd te Epe […] feestelijk herdacht’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Fock, Cornelis (1828-1910)
*Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/De voorjaarstournée|‘De voorjaarstournée van Z. Exc. den Commissaris des Konings […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Fokker, Eduard (1849-1936)
*Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer. Zitting van Vrijdag 28 Juli des nam. 2¾ uur’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Fontein Verschuir, Gijsbert (1764-1838)
*Anoniem (10 december 1811) [[Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee/1811/Nummer 10/Amsterdam, den 9 December|‘Amsterdam, den 9 December’]], ''Feuille politique du département du Zuiderzée = Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee'', [p. 1].
;Fremery, Johannes Andreas de (1801-1865)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9 en 11]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Geen, Josephus Jacobus van (1775-1846)
*Anoniem (1 december 1825) [[Rotterdamsche Courant/1825/Nummer 144/Rotterdam den 30 November|‘Rotterdam den 30 November’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 2].
;Geertsema Czn., Johan Herman (1816-1908)
*Anoniem (1 december 1873) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1873/Nummer 331/Per telegraaf|‘Per telegraaf meldt men ons uit ’s Hage: […]’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 1] (vermeld als ‘de min. van buitenl. zaken’).
;Geertsema, Willem Jacob (1845-1902)
*Muysken, C., Cuypers, Jos.Th.J. (1 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 18/Programma van prijsvragen|‘Programma van prijsvragen. Voor de versiering van enkele stadsgedeelten bij gelegenheid der feestelijke ontvangst van H. M. de Koningin binnen Amsterdam in het jaar 1898’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 18, p. 94-96.
;Gennep, Jan van (1830-1911)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer. Zitting van Vrijdag 28 Juli des nam. 2¾ uur’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Gildemeester, Adriaan (1828-1901)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Amsterdam, 21 Februari|‘Amsterdam, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Gockinga, Joseph (1778-1851)
*Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/De Provinciale Staten|‘De Provinciale Staten […] hebben tot Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal herkozen […]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 3].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Goltstein, Jan Karel van (1794-1872)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 2 en 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Groen van Prinsterer, Guillaume (1801-1876)
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De uitslag der verkiezingen|‘De uitslag der verkiezingen’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
*Anoniem (24 mei 1876) [[Het Nieuws van den Dag/1876/Nummer 1909/Teraardebestelling van Mr. Groen van Prinsterer|‘Teraardebestelling van Mr. Groen van Prinsterer’]], ''Het Nieuws van den Dag'', [p. 2].
;Gronden, Reinier Saris van der (1788-1845)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 10]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Haffmans, Leopold (1826-1896)
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/De heer Ruys op krukken|‘De heer Ruys op krukken’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Een treffend teeken des tijds|‘Een treffend teeken des tijds’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
;Harte van Tecklenburg, Jan (1853-1937)
*Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/Kamer-overzicht|‘Kamer-overzicht’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2] (vermeld als ‘de heer Van Zuijlen’).
;Hartogh, Abraham Frans Karel
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Amsterdam, 21 Februari|‘Amsterdam, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Hartsen, Jhr. Cornelis (1823-1895)
*Anoniem (21 juni 1893) [[Ons Zuiden/Jaargang 1/Nummer 142/Algemeen Stemrecht|‘Algemeen Stemrecht’]], ''Ons Zuiden'', [p. 1-2].
;Heemskerk Azn., Jan (1818-1897)
*Anoniem (17 augustus 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 238/Vierde Matigheidscongres|‘Vierde Matigheidscongres’]], ''Limburger Koerier'', [p. 2].
;Heiden, Lodewijk van
*Anoniem (30 juni 1828) [[Leydse Courant/Jaargang 1828/Nummer 78/Smyrna den 30 Mei|‘Smyrna den 30 Mei’]], ''Leydsche Courant'', [p. 1].
;Heijde, Johannes Franciscus van der (1796-1854)
*Anoniem (19 mei 1854) [[Leeuwarder Courant/1854/Nummer 40/'s Gravenhage, den 17 Mei|‘’s Gravenhage, den 17 Mei’, alinea 3]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1].
;Helsdingen, Willem (1850-1921)
*Anoniem (18 maart 1899) [[Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Kamerverkiezing te Veendam|‘Kamerverkiezing te Veendam’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad], [p. 2].
;Hemert, Willem Joannes Junius van (1790-1858)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 8]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Heutsz, Jo van (1851-1924)
*Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Atjeh|‘Atjeh’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Heydenrijck, Christianus Joannes Antonius (1832-1911)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Hiddema Jongsma, Georgius (1806-1882)
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 2]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Hingst, Sybrand (1824-1906)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Bij het bestuur der liberale kiesvereeniging te Leeuwarden|‘Bij het bestuur der liberale kiesvereeniging te Leeuwarden is een schrijven ontvangen […]’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
;Hinlópen, Johan Gulielmus (1793-1856)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Hoëvell, Wolter Robert van (1812-1879)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Hoffmann, Mari Aert Frederic Henri (1795-1874)
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 3]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Hofstede, Wouter Hendrik (1783-1850)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 13]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Hogendorp, Gijsbert Karel van (1762-1834)
*Anoniem (2 november 1824) [[Rotterdamsche Courant/1824/Nummer 132/Brussel den 31 October|‘Brussel den 31 October’, alinea 3]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 1].
;Hooff, Johannes op den (1795-1855)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 15]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Hoop van Slochteren, Jan Thomassen à Thuessink van (1838-1882)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Hoorn, Jan Cornelis Reinier van (1790-1862)
*Anoniem (29 januari 1827) [[Leydse Courant/1827/Nummer 13/De Directie der Maatschappij van Waarborg voor de Nationale Militie in Zuid-Holland|‘De Directie der Maatschappij van Waarborg voor de Nationale Militie in Zuid-Holland, brengt ter kennisse van de belanghebbende: […] [advertentie]’]], ''Leydsche Courant'', [p. 3-4].
;Hora Siccama, Johan (1778-1829)
*Anoniem (7 juli 1828) [[Nederlandsche Staatscourant/1828/Nummer 158/De Provinciale Staten|‘De Provinciale Staten […] hebben tot Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal herkozen […]’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 3].
;Hoynck van Papendrecht, Anthony (1819-1877)
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De uitslag der verkiezingen|‘De uitslag der verkiezingen’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Hoynck van Papendrecht, Cornelis Paulus Joannes (1768-1837)
*Anoniem (14 april 1837) [[Leydse Courant/1837/Nummer 45/Nederlanden|‘Nederlanden’, alinea 13]], ''Leydsche Courant'', [p. 1].
;Huber, Ulrich Herman
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Huguenin, Herman Ulrich (1808-1873)
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De uitslag der verkiezingen|‘De uitslag der verkiezingen’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Huydecoper van Maarsseveen en Nigtevegt, Jan Elias (1853-1911)
*Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/Prov. Staten|‘Prov. Staten’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2].
;Idsinga, Willem Hendrik Johan van (1822-1896)
*Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Neêrlandsch West-Indië|‘Neêrlandsch West-Indië’, alinea 3]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Idzerda, Wieger Hendrikus (1816-1881)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Ingenhousz, Arnoldus Josephus (1766-1859)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Jolles, Jolle Albertus (1814-1882)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3] (vermeld als ‘de min. v. Just.’).
;Jong, Klaas de (1815-1886)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/In de Hoornsche Courant|‘In de »Hoornsche Courant” komt een brief voor van den heer Van Dedem aan den heer K. De Jong, […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1].
;Jonge, Johan Louis de (1826-1887)
*Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De Drankwet|‘De Drankwet. Amendementen’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 581].
;Jonge, Willem Adriaan Cornelis de (1819-1905)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Kaay, Willem van der (1831-1918)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Kappeyne van de Coppelo, Jan (1820-1895)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/In de zitting van de Tweede Kamer|‘In de zitting van de Tweede Kamer van 4 December ll. […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1] (vermeld als ‘de Minister van Binnenlandsche Zaken’).
;Kasteele, Jacob Carel van de (1780-1835)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 10]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Kempen, Lodewijk Johan Sigismund (1838-1910)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/'s-Gravenhage, 21 Februari|‘’s-Gravenhage, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Kerdijk, Arnold (1846-1905)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Amsterdam, 21 Februari|‘Amsterdam, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Keuchenius, Levinus Wilhelmus Christiaan (1822-1893)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/In eene vergadering der kiesvereeniging Nederland en Oranje|‘In eene vergadering der kiesvereeniging Nederland en Oranje, zijn candidaat gesteld […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Kien, Nicolaas Pieter Jacob (1800-1879)
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 3]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Kist, Herman Jacob (1836-1912)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer. Zitting van Vrijdag 28 Juli des nam. 2¾ uur’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Kniphorst, Gerrit (1790-1850)
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 2]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Kol, Henri van (1852-1925)
*Anoniem (19 november 1897) [[De Morgenpost/Jaargang 6/Nummer 1553/In de gisteren gehouden zitting van de Tweede Kamer|‘In de gisteren gehouden zitting van de Tweede Kamer […]’]], ''De Morgenpost'', [p. 2].
;Lambrechts, Jerôme (1839-1896)
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Een treffend teeken des tijds|‘Een treffend teeken des tijds’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
;Lely, Cornelis (1854-1929)
*Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer. Zitting van Vrijdag 28 Juli des nam. 2¾ uur’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Lemker, Frans (1775-1858)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Lennep, Frank Karel van (1865-1928)
*Anoniem (19 juni 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 25/Prijsvragen|‘Prijsvragen’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 25, p. 120.
;Lennep, Jacob van (1802-1868)
*Anoniem (31 december 1827) [[Leydse Courant/1827/Nummer 157/Zee-tijding|‘Zee-tijding’]], ''Leydsche Courant'', [p. 4].
;Leyds, Willem Johannes (1859-1940)
*Anoniem (19 oktober 1897) [[Limburger Koerier/Jaargang 52/Nummer 245/Uit het Zuiden|‘Uit het Zuiden’]], ''Limburger Koerier'', [p. 2].
;Lieftinck, Franciscus (1835-1917)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Haarlem, 21 Februari|‘Haarlem, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (15 december 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24651/Avondblad/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer. Vergadering van Vrijdag 15 December’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, eerste blad, [p. 1].
;Lijnden, Dirk van (1779-1837)
*Anoniem (14 april 1837) [[Leydse Courant/1837/Nummer 45/Nederlanden|‘Nederlanden’, alinea 15]], ''Leydsche Courant'', [p. 1].
;Linden, Gijsbertus Martinus van der (1812-1888)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 2 en 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Lom de Berg, Pieter Lodewijk de (1804-1873)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Loon, Jan van (1816-1876)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Luyben, Johannes (1786-1859)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 10]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Luzac, Lodewijk Caspar (1786-1861)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 8]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 2 en 15]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Lynden, Willem van (1806-1866)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Lynden van Sandenburg, Theo van (1826-1885)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
*Anoniem (26 augustus 1880) [[De Tijd/1880/Nummer 10075/De Standaard|‘De Standaard koestert hooge verwachtingen van de »milde toepassing” der Wet, door de ministers van Lijnden en Six herhaaldelijk toegezegd. […]’]], ''De Tijd'', [p. 2].
;Mansholt, Derk Roelof (1842-1921)
*Anoniem (18 maart 1899) [[Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Kamerverkiezing te Veendam|‘Kamerverkiezing te Veendam’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad], [p. 2].
;Mees, Rudolf Pieter (1834-1915)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/Kamer-overzicht|‘Kamer-overzicht’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2] (vermeld als ‘de heer Van Zuijlen’).
;Meester, Theo de (1851-1919)
*Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Gemengde berichten|‘Gemengde berichten’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Meeussen, Karel Adrianus (1815-1884)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Meeuwen, Petrus Andreas van (1772-1848)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Meijlink, Antonius Alexis Josephus (1797-1863)
*Anoniem (25 april 1854) [[De Tijd/1854/Nummer 2129/Men schrijft ons uit St.-Oedenrode|‘Men schrijft ons uit St.-Oedenrode: […]’]], ''De Tijd'', [p. 3].
;Michiels van Kessenich, baron Henri Joseph
*Anoniem (19 oktober 1825) [[Nederlandsche Staatscourant/Jaargang 1825/Nummer 246/Brussel, den 16 October|‘Brussel, den 16 October’]], ''Nederlandsche Staatscourant'', [p. 2].
;Mollerus, Edzard Jacob Rutger (1784-1864)
*Anoniem (10 december 1811) [[Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee/1811/Nummer 10/Amsterdam, den 9 December|‘Amsterdam, den 9 December’]], ''Feuille politique du département du Zuiderzée = Staatkundig Dagblad van het Departement der Zuiderzee'', [p. 1].
;Mollinger, Ernst Frederik Louis (1822-1878)
*Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Neêrlandsch West-Indië|‘Neêrlandsch West-Indië’, alinea 2]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Mulken, Joannes Josephus van (1796-1879)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Mutsaers, Jacobus Arnoldus (1805-1880)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Nagell, Chretien Jacques Adrien van (1784-1883)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Nierop, Asser van (1813-1878)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Nispen tot Sevenaer, Carel van (1824-1884)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Nispen tot Sevenaer, Leo van (1839-1901)
*Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer. Zitting van Vrijdag 28 Juli des nam. 2¾ uur’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Nispen van Sevenaer, Joannes Antonius Christianus Arnoldus van (1803-1875)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Nolens, Willem Hubertus (1860-1931)
*Anoniem (19 november 1897) [[De Morgenpost/Jaargang 6/Nummer 1553/Stembiljetten en stemmen|‘Stembiljetten en stemmen’]], ''De Morgenpost'', [p. 2].
;Oldenhuis Gratama, Lucas (1815-1887)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Panhuys, Johan Æmilius Abraham van
*Anoniem (31 december 1892) [[Limburger Koerier/Jaargang 47/Nummer 217-218/'s Hage, 31 Dec.|‘’s Hage, 31 Dec.’]], ''Limburger Koerier'', tweede blad, [p. 3].
;Patijn, Jacob Gerard (1836-1911)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Pels, Silvester Philippus (1794-1872)
*Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Heden|‘Heden werd het stoffelijk overschot van een geacht stadgenoot naar zijn laatste rustplaats op Eik-en-Duinen gevoerd. […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Pels Rijcken, Gerhard Christiaan Coenraad (1810-1889)
*Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/De vice-admiraal G. C. C. Pels Rijcken|‘De vice-admiraal G. C. C. Pels Rijcken […]’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2].
;Pierson, Nicolaas (1839-1909)
*Anoniem (24 april 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 17/Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn benoemd|‘Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn o.m. de navolgende commissiën benoemd tot het bijeenbrengen van zaken voor de in 1900 te Parijs te houden Tentoonstelling. […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 17, p. 92.
;Pijls, Willem Hubert (1819-1903)
*Anoniem (10 augustus 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 231/Maastricht, 9 Aug.|‘Maastricht, 9 Aug.’]], ''Limburger Koerier'', [p. 2].
;Poortman, Karel Arnoldus (1808-1886)
*Anoniem (9 maart 1867) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 68/Rotterdam, 8 Maart|‘Rotterdam, 8 Maart’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p. 2].
;Randwijck, Otto van (1763-1833)
*Anoniem (6 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 97/’s Gravenhage, den 3 December|‘’s Gravenhage, den 3 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Ranitz, Sebastiaan Matteus Sigismund de (1833-1909)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Ras, Martin de
*Anoniem (21 maart 1898) [[De Zuid-Limburger/Jaargang 4/Nummer 69/Stadsnieuws/Spoorwegzaken|‘Spoorwegzaken’]], ''De Zuid-Limburger'', [p. 2].
;Rees, Otto van (1823-1892)
*Anoniem (26 augustus 1880) [[De Tijd/1880/Nummer 10075/Bij de gisteren te Rotterdam gehouden verkiezing|‘Bij de gisteren te Rotterdam gehouden verkiezing voor een lid der Tweede Kamer […]’]], ''De Tijd'', [p. 2].
;Regout, Hubert Gérard Louis
*Anoniem (7 januari 1905) [[De Telegraaf/Jaargang 13/Nummer 4480/Avondblad/Louis Regout|‘Louis Regout. †’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, [p. 5].
;Repelaer van Molenaarsgraaf, Ocker (1796-1869)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 13]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Roijaards, Willem Jan (1829-1897)
*Amoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Nieuwkoop, 20 Februari|‘Nieuwkoop, 20 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Ruijs de Beerenbrouck, Gustave Louis Marie Hubert (1842-1926)
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/De heer Ruys op krukken|‘De heer Ruys op krukken’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/De heer Ruys van Beerenbroek|‘De heer Ruys van Beerenbroek heeft de vadarlandsliefde gehad om […] de zittingen der Tweede Kamer te komen bijwonen, […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 2].
;Ruland, Leonard (1826-1903)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Een treffend teeken des tijds|‘Een treffend teeken des tijds’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
;Rutgers van Rozenburg, Jan Willem Hendrik (1830-1902)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Amsterdam, 21 Februari|‘Amsterdam, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Saaymans Vader, Pieter Hendrik (1799-1891)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/De heer Saaymans Vader|‘De heer Saaymans Vader […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1].
;Sandberg, Albertus (1768-1843)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Savornin Lohman, Maurits Adriaan de (1832-1899)
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Bij de verkiezing|‘Bij de verkiezing van een lid der Tweede Kamer voor het hoofdkiesdistrict Assen […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 2].
;Schaper, Jan (1868-1934)
*Anoniem (18 maart 1899) [[Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Kamerverkiezing te Veendam|‘Kamerverkiezing te Veendam’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad], [p. 2].
;Schimmelpenninck van der Oye, Alexander (1839-1918)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/De antirevolutionnaire kiesvereeniging in Gelderland|‘De antirevolutionnaire kiesvereeniging in Gelderland Nederland en Oranje heeft […] tot candidaten voor de Tweede Kamer gesteld […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Schimmelpenninck van der Oye, Willem Anne (1800-1872)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (25 april 1854) [[De Tijd/1854/Nummer 2129/Men leest in den Echo Universel|‘Men leest in den Echo Universel: […]’]], ''De Tijd'', [p. 3].
;Schorer, Johan Willem Meinard
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Haarlem, 21 Februari|‘Haarlem, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Schrieck, Pierre Guillaume Jean van der (1812-1896)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Schuurbeque Boeije, Jean François (1812-1891)
*Anoniem (19 mei 1854) [[Leeuwarder Courant/1854/Nummer 40/'s Gravenhage, den 17 Mei|‘’s Gravenhage, den 17 Mei’, alinea 8]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1].
;Sickesz, Cornelis Jacob (1839-1904)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Six, Willem (1829-1908)
*Anoniem (26 augustus 1880) [[De Tijd/1880/Nummer 10075/De Standaard|‘De Standaard koestert hooge verwachtingen van de »milde toepassing” der Wet, door de ministers van Lijnden en Six herhaaldelijk toegezegd. […]’]], ''De Tijd'', [p. 2].
;Sleeswijk Venig, Cornelis (1804-1863)
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De uitslag der verkiezingen|‘De uitslag der verkiezingen’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Sleijden, Philippe Willem van der (1842-1923)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (6 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 6/Voor Vak en Kunst te Dordrecht|‘Voor Vak en Kunst te Dordrecht’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 6, p. 37.
;Smeenge, Harm (1852-1935)
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/Bij de verkiezing|‘Bij de verkiezing van een lid der Tweede Kamer voor het hoofdkiesdistrict Assen […]’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 2].
*Anoniem (16 januari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 3/Nationale Tentoonstelling van Nijverheid en Kunst|‘Nationale Tentoonstelling van Nijverheid en Kunst. Dordrecht, Juni, Juli, Augustus 1897’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 3, p. 19-20.
;Smidt, Eerke Albert (1858-1925)
*Anoniem (18 maart 1899) [[Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Kamerverkiezing te Veendam|‘Kamerverkiezing te Veendam’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad], [p. 2].
;Smidt, Hendrik Jan (1831-1917)
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/De Processie-Kwestie|‘»De Processie-Kwestie” […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1] (vermeld als ‘den Min. van Justitie’).
;Stavenisse de Brauw, Otto Willem (1807-1891)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Stieltjes Sr., Thomas Johannes (1819-1878)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Storkm Charles Theodorus (1822-1895)
*Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/Kamer-overzicht|‘Kamer-overzicht’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2] (vermeld als ‘de heer Van Zuijlen’).
;Stuers, Victor de (1843-1916)
*Anoniem (20 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 8/Jhr. Mr. Victor de Stuers heeft ten geschenke aangeboden|‘Jhr. Mr. Victor de Stuers heeft, namens den heer J. B. Westerwoudt te Haarlem, ten geschenke aangeboden […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 8, p. 51.
*Anoniem (20 februari 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 8/Prijskamp voor een gedenkpenning|‘Prijskamp voor een gedenkpenning’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 8, p. 52.
;Suchtelen, Rochus (1756-1819)
*Anoniem (13 september 1819) [[Leydse Courant/1819/Nummer 110/Hamburg den 7 September|‘Hamburg den 7 September’]], ''Leydse Courant'', [p. 1].
;Suurbeque Boeije, Jean François (1812-1891)
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De uitslag der verkiezingen|‘De uitslag der verkiezingen’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Swinderen van Rensuma, Oncko van (1775-1850)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 8]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Sypesteyn, Cornelis Ascanius van (1823-1892)
*Anoniem (15 september 1880) [[Het Vaderland/Jaargang 12/Nummer 218/Paramaribo, 21 Aug.|‘Paramaribo, 21 Aug.’]], ''Het Vaderland'', [eerste blad], [p. 2].
;Sypkens, Tammo (1780-1842)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 10]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Sytzama, Maurits Pico Diederik van (1789-1848)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 4 en 15]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Taets van Amerongen tot Natewisch, Pieter Hendrik (1803-1873)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Tak van Poortvliet, Johannes (1839-1904)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Amsterdam, 21 Februari|‘Amsterdam, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Anoniem (17 augustus 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 238/Vierde Matigheidscongres|‘Vierde Matigheidscongres’]], ''Limburger Koerier'', [p. 2].
;Tets van Goudriaan, Arnold Willem Nicolaas van (1771-1837)
*Anoniem (20 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 101/’s Gravenhage, den 15 December|‘’s Gravenhage, den 15 December’, alinea 2 en 6]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 2] (vermeld als ‘den minister van financien’).
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 11-12]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Thooft, Jacobus Gerrit (1822-1878)
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/De gemeente Zalt-Bommel|‘De gemeente Zalt-Bommel […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1].
;Thorbecke, Johan Rudolph (1798-1872)
*Anoniem (19 mei 1854) [[Leeuwarder Courant/1854/Nummer 40/'s Gravenhage, den 17 Mei|‘’s Gravenhage, den 17 Mei’, alinea 7]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1].
;Thorbecke, Willem (1843-1917)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/De Asser Ct. meldt|‘De Asser Ct. meldt, […]’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
;Tienhoven, Gijsbert van (1841-1914)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Haarlem, 21 Februari|‘Haarlem, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
*Lambeek Jr., Johs.B. (22 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 21/De hulde aan Dr. P. J. H. Cuypers|‘De hulde aan Dr. P. J. H. Cuypers op den 17en Mei in ’s Rijks Museum te Amsterdam’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 21, p. 101-103.
;Tour van Bellinchave, Marc Willem du (1835-1908)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2] (vermeld als ‘de minister van justitie’).
;Trakranen, Nicolaas (1819-1890)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Tuyll van Serooskerken van Coelhorst, Willem René van (1781-1852)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 8 en 15]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Tuyll van Serooskerken van Zuylen, Willem René baron van (1743-1839)
*Anoniem (8 juli 1828) [[Rotterdamsche Courant/1828/Nummer 82/Rotterdam den 7 julij|‘Rotterdam den 7 julij’, alinea 5]], ''Rotterdamsche Courant'', [p. 2-3].
;Uytwert Sterling, Jacobus Johannes
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 2]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Valk, Marchinus Hyminus Arnoldus van der (1866-1954)
*Anoniem (18 maart 1899) [[Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Kamerverkiezing te Veendam|‘Kamerverkiezing te Veendam’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad], [p. 2].
;Veegens, Daniel
*Anoniem (6 maart 1847) [[Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant/1847/Nummer 19/’s Gravenhage, den 3den Maart|‘’s Gravenhage, den 3den Maart’, alinea 4]], ''Provinciale Geldersche en Nijmeegsche Courant'', [p. 1].
;Veegens, Jacob Dirk (1845-1910)
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Amsterdam, 21 Februari|‘Amsterdam, 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Vegelin van Claerbergen, Pieter Benjamin Johan (1808-1879)
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/Jhr. mr. P. B. J. Vegelin van Claerbergen|‘Jhr. mr. P. B. J. Vegelin van Claerbergen, […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1].
;Viruly Verbrugge, Willem Adriaan (1830-190)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Vollenhoven, Cornelis (1778-1849)
*Anoniem (20 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 101/’s Gravenhage, den 15 December|‘’s Gravenhage, den 15 December’, alinea 2]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 2].
;Vos de Wael, Antonius Franciscus (1833-1902)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
;Vos van Steenwijk, Jan de (1827-1897)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
;Vos van Steenwijk, Jan Arend Godert de (1818-1905)
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/De vice-president van den Raad van State|‘De vice-president van den Raad van State, […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1].
;Vries, Gerrit de (1818-1900)
*Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Wij zijn in staat gesteld|‘Wij zijn in staat gesteld de indeeling op te geven der afdeelingen van den Raad van State, zooals zij na 1 Julij jl. heeft plaats gehad, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p. 2].
;Waldeck, Hubert Cato (1811-1881)
*Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/De N. Rotterd. Ct.|‘De N. Rotterd. Ct. zegt de tegenspraak niet op te nemen van het […] gerucht, dat de heer Waldeck als burgemeester van Loosduinen was geschorst […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p. 1].
;Warin, Antoine (1772-1852)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Wassenaer van Catwijck, Otto van (1823-1887)
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/De heer Ruys op krukken|‘De heer Ruys op krukken’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
;Weerts, Johan (1769-1842)
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Welderen Rengers, Sjuck van (1799-1870)
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 8]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
;Welderen Rengers, Wilco Julius van (1835-1916)
*Anoniem (29 juli 1893) [[Opregte Haarlemsche Courant/1893/Nummer 176/Eerste Kamer|‘Eerste Kamer. Zitting van Vrijdag 28 Juli des nam. 2¾ uur’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 3].
;Wenckebach, Casper Johan (1765-1850)
*Anoniem (20 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 101/’s Gravenhage, den 15 December|‘’s Gravenhage, den 15 December’, alinea 2]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 2].
;Wijck, Aart van der (1840-1914)
*Anoniem (7 juli 1898) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 71/Nummer 21952/Avondblad/Gemengde berichten|‘Gemengde berichten’, alinea 2]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p. 1].
;Willink, Jan
*Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van 21 Februari’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p. 2].
;Wintgens, Willem (1818-1895)
*Anoniem (13 oktober 1881) [[Nederlandsche Staatscourant/1881/Nummer 241/Binnenland|‘Binnenland’]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 1].
;Wrangel auf Lindenberg, Willem von (1815-1896)
*Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/In eene vergadering der kiesvereeniging Nederland en Oranje|‘In eene vergadering der kiesvereeniging Nederland en Oranje, zijn candidaat gesteld […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
;Wybenga, Schelte (1804-1886)
*Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Heden viert de Heer Wijbenga zijn 80sten verjaardag|‘Heden viert de Heer Wijbenga, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, zijn 80sten verjaardag […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p. 1].
;Wylick, Johan van (1803-1879)
*Anoniem (20-21 februari 1853) [[Nederlandsche Staatscourant/1853/Nummer 44/’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853|‘’s Gravenhage, den 19den Februarij 1853’, alinea 9]], ''Nederlandsche Staats-Courant'', [p. 2].
;Zijlma, Geuchien
*Anoniem (8 september 1893) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 80/Nummer 2201/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal’]], ''Arnhemsche Courant'', bijvoegsel, [p. 1].
;Zinnicq Bergmann, Franciscus Johannes Emilius van (1807-1879)
*Anoniem (10 juli 1871) [[Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad/1871/Nummer 187/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Utrechtsch Provinciaal en Stedelijk Dagblad'', [p. 3].
;Zuylen van Nijevelt, Jacob Pieter Pompejus van (1816-1890)
*Anoniem (19 juni 1854) [[Algemeen Handelsblad/1854/Nummer 7027/De uitslag der verkiezingen|‘De uitslag der verkiezingen’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p. 1].
*Anoniem (4 mei 1889) [[Het Vaderland/Jaargang 21/Nummer 105/Kamer-overzicht|‘Kamer-overzicht’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p. 2] (vermeld als ‘de heer Van Zuijlen’).
;Overige historische figuren
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Sebastiaan Hendrik Anemaet|Sebastiaan Hendrik Anemaet]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Antonius van Baar|Antonius van Baar]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Willem Hendrik de Beaufort (1845-1918)|Willem Hendrik de Beaufort (1845-1918)]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Albert Jan Blijdenstein|Albert Jan Blijdenstein]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Ambrosius Ayzo van Boelens|Ambrosius Ayzo van Boelens]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Tobie Constantin de Bordes|Tobie Constantin de Bordes]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Jan Pieter Bredius (1811-1878)|Jan Pieter Bredius (1811-1878)]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Jentje Cats|Cats, Jentje]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Hendrik Collot d'Escury|Collot d'Escury, Hendrik]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Edmond Willem van Dam van Isselt|Edmond Willem van Dam van Isselt]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Willem Karel van Dedem|Willem Karel van Dedem]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Willem Boudewijn Donker Curtius van Tienhoven|Willem Boudewijn Donker Curtius van Tienhoven]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Willem Hendrik Dullert|Willem Hendrik Dullert]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Daam Fockema|Daam Fockema]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Isaäc Dignus Fransen van de Putte|Isaäc Dignus Fransen van de Putte]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/François Frets|François Frets]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Johan George Gleichman|Johan George Gleichman]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Hendrik Goeman Borgesius|Hendrik Goeman Borgesius]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Bernardus Hermanus Heldt|Bernardus Hermanus Heldt]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Samuel van Houten|Samuel van Houten]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Eduard Joseph Corneille Marie de Kuijper|Eduard Joseph Corneille Marie de Kuijper]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Æneas Mackay (1838-1909)|Æneas Mackay (1838-1909)]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Jacob Gerard van Nes van Meerkerk|Jacob Gerard van Nes van Meerkerk]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Gerlach Cornelis Joannes van Reenen|Gerlach Cornelis Joannes van Reenen]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Jacobus Hendricus van Reenen|Jacobus Hendricus van Reenen]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Alexander de Savornin Lohman|Alexander de Savornin Lohman]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Herman Schaepman|Herman Schaepman]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Jan van Speijk|Jan van Speijk]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Pieter Jelles Troelstra|Pieter Jelles Troelstra]]
* [[Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/19e eeuw/Abraham Carel Wertheim|Abraham Carel Wertheim]]
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]]
[[Categorie:Geschiedenis van Nederland| ]]
9j6c1n0phff9x9lj6kgzevmjvupwrxq
Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Hendrik Goeman Borgesius
100
81181
227629
212165
2026-10-04T16:44:08Z
Vincent Steenberg
280
+bron
227629
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Hendrik Goeman Borgesius
| afbeelding = H. Goeman Borgesius.jpg
| alt = Hendrik Goeman Borgesius in 1913
| beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse politicus [[w:nl:Hendrik Goeman Borgesius|Hendrik Goeman Borgesius]] (1847-1917)
}}
== Publieke functies - Hendrik Goeman Borgesius in het verenigingsleven, enz. ==
;Goeman Borgesius als lid van de Tweede Kamer
*Anoniem (25 december 1878) [[Het Vaderland/Jaargang 10/Nummer 303/In de zitting van de Tweede Kamer|‘In de zitting van de Tweede Kamer van 4 December ll. […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p. 1].
*Anoniem (17 augustus 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 238/Kieswet|‘Kieswet’]], ''Limburger Koerier'', [p. 2].
*Anoniem (3 maart 1904) [[Haagsche Courant/1904/Nummer 6442/Tweede Kamer|‘Tweede Kamer’]], ''Haagsche Courant'', Tweede blad, [p. 2].
;Goeman Borgesius als minister van Binnenlandse Zaken
*Anoniem (18 september 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 38/De minister van Binnenlandsche Zaken|‘De minister van Binnenlandsche Zaken, […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 38, p. 174.
*Anoniem (18 maart 1899) [[Leeuwarder Courant/1899/Nummer 66/Leerplicht|‘Leerplicht’]], ''Leeuwarder Courant'', [eerste blad], [p. 2].
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]]
9qh5p69xm07v5t46xhvklptw302fy50
Index:Limburger Koerier vol 048 no 238.pdf
106
89600
227625
2026-10-04T16:37:32Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
227625
proofread-index
text/x-wiki
{{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template
|Type=tijdschrift
|Taal=nl
|wikidata=
|Titel=Limburger Koerier
|Ondertitel=
|Deel=
|Auteur=
|Vertaler=
|Redacteur=
|Illustrator=
|Stroming=
|Jaar=1893
|Uitgever=
|Plaats=
|Druk=
|OorspronkelijkeUitgave=
|Key=
|doe_wikidata=
|ISBN=
|OCLC=
|LCCN=
|BNF_ARK=
|DBNL=
|Bron=pdf
|Afbeelding=1
|Voortgang=C
|Delen=
|Pagina's=<pagelist 1=1 />
|Opmerkingen=Zie [[:Categorie:Limburger Koerier, Jaargang 048, Nummer 238]]
|NestedInhoud=
|Breedte=
|Css=
|Header=
|Footer=
}}
1ks77zxq5zp1l4t4ewjxhi726liu625
Pagina:Limburger Koerier vol 048 no 238.pdf/2
104
89601
227626
2026-10-04T16:39:00Z
Vincent Steenberg
280
/* Proefgelezen */
227626
proofread-page
text/x-wiki
<noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude><section begin="s1"/>{{lijn|height=5px}}{{lijn}}
{{c|{{xx-larger|Politiek Nieuws.}}}}
{{lijn}}
<section end="s1"/>
<section begin="s2"/>{{c|{{x-larger|Nederland.}}}}
<section end="s2"/>
<section begin="s3"/>{{gap}}— Men deelt ons mede, dat Mgr. Bovieri, auditeur bij de Pauselijke internuntiatuur te ’s Gravenhage, in het najaar naar Parijs zal worden overgeplaatst.
<section end="s3"/>
<section begin="s4"/>{{gap}}— Morgen, Vrijdag, 18 Augustus, hoopt onze beroemde geschiedschrijver Dr. W. J. F. Nuyens te Westwoud zijn 70sten verjaardag te vieren. Ongetwijfeld zullen velen den waardigen man op dien dag willen huldigen.
<section end="s4"/>
<section begin="s5"/>{{c|{{larger|'''Kieswet.'''}}}}
{{gap}}De Tweede Kamer heeft heden met 62 tegen 38 stemmen besloten de amendementen op de kieswet naar de afdeelingen te verzenden. Zij verwierp vervolgens met 53 tegen 42 stemmen het voorstel van den heer Borgesius om aanstaanden Dinsdag dit afdeelingsonderzoek te doen plaats hebben en besloot, op voorstel van den heer Schaepman, daarmede 20 September a.s. aan te vangen.
<section end="s5"/>
<section begin="s6"/>{{gap}}— Te Groningen weigerde de meubelmaker H. T. zijn aanslag in de personeele belasting, ten bedrage van ruim een gulden, welke naar zijne meening te hoog was, te betalen, waarvoor gisteren een gerechtelijke verkoop van den inboedel plaats had. Lang voor den tijd waren kamer en gang met socialistische partijgenooten gevuld. De meubelen gingen voor 1, hoogstens 2 cts. per stuk, in andere handen over. De geheele verkoop duurde een half uur en bracht 59 cts. op. Eender socialisten maakte dit bekend en hield daarna eene collecte, waarbij f 2.51½ inkwam. Hiervan ontving T. 59 cts. de propagandakas de rest.
<section end="s6"/>
<section begin="s7"/>{{c|{{larger|'''Vierde Matigheidscongres.'''}}}}
{{gap}}Hedenochtend 10 uur vereenigden zich de leden van het vierde congres ter bestrijding van het misbruik van alcoholische dranken in den foyer van het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen te ’s Gravenhage. Ook de dames waren talrijk vertegenwoordigd.
<br>{{gap}}De eere-voorzitter, de minister Tak van Poortvliet, opende het congres met een korte rede, waarin hij de leden welkom heette. Verleden jaar moest dit congres uitgesteld worden wegens de cholera. Gelukkig is die thans verdwenen ten gevolge van de samenwerking van alle volken om de ziekte te beteugelen. Ook dit congres bestrijdt een kwaal der maatschappij, een geesel der menschheid. Vervolgens wees hij op de belangstelling, die deze zaak ondervindt vooral hier te lande, waar de matigheidsgenootschappen reeds dagteekenen van een halve eeuw geleden en waar sedert 12 jaren een drankwet bestaat. Wij hopen — zeide de Min. — van uwe voorlichting te profiteeren en nieuwe wapenen te vinden om de kwaal te bestrijden, die het welzijn der volkeren bedreigt. Moge uw arbeid nuttig zijn voor de versterking der beginselen, die aan de groote zaak, welke gij beoogt, ten grondslag liggen. (Toejuichingen.)
<br>{{gap}}De minister van staat mr. J. Heemskerk Az., voorzitter van het congres, begon met hulde te brengen aan H. M. de Koningin-Regentes, die het beschermvrouwschap op zich nam en den lijfarts van H. M., dr. Van Tienhoven, naar dit congres afvaardigde. Ten teeken van sympathie stonden alle aanwezigen op zijn verzoek op en riepen hem luide na: „Leve de Koningin!“
<br>{{gap}}Daarna betuigde de Minister dank aan de vertegenwoordigers van vreemde mogendheden, België, Frankrijk, Italië, Portugal, Noorwegen en den Heiligen Stoel, zoomede Luxemburg.
<br>{{gap}}Vervolgens hield hij zijne openingsrede, waarin hij den toestand der matigheids-genootschappen hier te lande schetste.
<br>{{gap}}De lijfarts der Koningin-Regentes, Dr. van Tienhoven, woonde namens H. M. de vergadering bij, evenzeer de vertegenwoordigers der verschillende gouvernementen.
<br>{{gap}}De algemeene secretaris, Dr. Ruysch bracht verslag uit, waaruit blijkt dat het ledental 346 bedraagt, waarvan 80 dames.
<br>{{gap}}Een zeer belangrijk debat werd gevoerd over alcoholgebruik. Dr. Duckworth hield de stelling vol, dat alcoholgebruik in geringe mate bij goed voedsel, voor normale naturen onschadelijk is. Dr. Schmitz (Bonn) ging niet zoover, maar laakte het matig gebruik toch ook niet.
<br>{{gap}}Deze betoogen vonden sterke bestrijding van de zijde van vele buitenlandsche geneesheeren en ook van Prof. Stokvis van Amsterdam.
<section end="s7"/>
<section begin="s8"/>{{c|{{x-larger|Duitschland.}}}}
<section end="s8"/>
<section begin="s9"/>{{gap}}— Te Crefeld is Zaterdag door den gemeenteraad de nieuwe regeling van de onderwijzerstractementen voor de gewone volksschool vastgesteld. De gewone klassenonderwijzers, die gehuwd of weduwnaar zijn, beginnen met eene bezoldiging van 1250 M. en 200 M. vergoeding voor huishuur gedurende de 3 eerste jaren, waarna de bezoldiging van lieverlede stijgt, zoodat met 25 dienstjaren het maximum is bereikt van 2550 M. en 400 M. vergoeding van huishuur. Ongehuwde klassenonderwijzers worden op hetzelfde minimum aangesteld, maar bereiken als maximum slechts 2250 en 250 M. vergoeding van huishuur. Voor onderwijzeressen is het minimum 1000 M. en 200 M. vergoeding van huishuur en het maximum 1650 M. en 250 M. vergoeding van huishuur. De hoofden van scholen genieten, behalve het voor klassenonderwijzers vastgestelde tractement met dezelfde geleidelijke verhooging naar gelang zij gehuwd of ongehuwd zijn en evenzoo 360 M. of 300 M. vergoeding van huishuur.
<section end="s9"/>
<section begin="s10"/>{{gap}}— Dat terecht door den „Reichs-Anzeiger“ dezer dagen ernstig aan de noodzakelijkheid herinnerd is om voor de cholera op zijne hoede te zijn, wordt door het bericht bewezen, dat in het Oosten van Berlijn onder de aldaar wonende Poolsche arbeiders drie ziektegevallen zijn voorgekomen, welke blijkens het bacteriologisch onderzoek Aziatische cholera geweest zijn. Vermoedelijk is de besmetting uit Russisch Polen gekomen. Terwijl te Berlijn terstond alle voorbehoedsmaatregelen tegen verdere verspreiding der ziekte genomen zijn, is er ook bij de overheden der grensprovincies nogmaals op streng toezicht aangedrongen. Door den politie-president te Posen is het strengste toezicht op de dagelijksch aldaar aankomende joodsche vluchtelingen uit Rusland bevolen: bij den geringsten twijfel zoowel omtrent de gezondheidstoestand van den persoon zelven als omtrent zijne aanraking met cholera-lijders gedurende de laatstverloopen dagen, moeten de landverhuizers in barakken worden afgezonderd.
<br>{{gap}}De infectie van den gestorven poolschen arbeider, benevens van zijne later ziek geworden vrouw en van de twee arbeiders, op wie de mededeeling in den „Reichsanzeiger“ betrekking had, is hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door het gebruik van uit Rusland afkomstige levensmiddelen. Men durft hopen, dat door de omvangrijke maatregelen van voorzorg deze gevallen niet door andere gevolgd zullen worden. De aangetaste vrouw is gisteren gestorven.
<section end="s10"/>
<section begin="s11"/>{{c|{{x-larger|Frankrijk.}}}}
<section end="s11"/>
<section begin="s12"/>{{c|{{larger|'''De aanslag op Lockroy.'''}}}}
{{gap}}Een origineel stukje, uitgehaald door verscheidene socialistisch-revolutionaire werklieden-comités te Parijs, verdient niet onvermeld te blijven. Deze comités gelooven namelijk niet, of geven voor niet te gelooven, dat er een aanslag is gedaan tegen Lockroy. Het is al verzonnen, om hem „interessant“ te maken hij de kiezers, en alzoo zijne herkiezing te bevorderen. Een kogel, uit eene revolver van dat zware kaliber, „à bout portant“ op hem afgeschoten, zou wel kracht genoeg gehad hebben om verder door te dringen dan tot het vest, van hoe stevige stof dit dan ook geweest zij. Daarbij wordt in herinnering gebracht, dat Lockroy geen liefhebber is van openbare kiesvergaderingen; ten bewijze daarvan kan dienen, dat hij gedurende den tegenwoordigen verkiezingsveldtocht nog in geen enkele vergadering is verschenen. De geneesheeren hebben nu, wonderlijk samentreffen, hem acht dagen volstrekte rust bevolen, juist zoolang, totdat de verkiezingsperiode achter den rug is.
<br>{{gap}}De bedoelde comités zijn verder gegaan en hebben in alle wijken van Lockroy’s arrondissement biljetten laten aanslaan, waarin zij verklaren, dat zij dadelijk nadat het bericht van den aanslag in de bladen was verschenen, eene commissie benoemd hebben om te onderzoeken wat hiervan zij. Die commissie nu heeft den heer Lockroy dringend laten verzoeken om haar zijne wond te laten zien, of althans om haar de kleederen te vertoonen, waarop de kogel zijne werking heeft gedaan; maar Lockroy en zijne vrienden hebben zich hardnekkig hiertegen verzet. Daardoor zijn de kiezers, door de comités vertegenwoordigd, tot de slotsom gekomen, dat Lockroy geen enkele wond had, dat het een verzonnen aanslag was, en zij hebben mitsdien besloten het bezigen van dergelijke verkiezingsreclames te brandmerken.
<br>{{gap}}De comités vergeten in dit biljet niet aan te kondigen, dat zij de candidatuur van een socialistisch-revolutionnairen geestverwant den kiezers aanbevelen.
<br>{{gap}}Wat den toestand van Lockroy aangaat, het jongste bulletin luidt aldus: „Toestand onveranderd, geen verbetering, noch plaatselijk, noch in het algemeen.“
<br>{{gap}}Moore lijdt ontegenzeggelijk aan waanzin. Zelfs in de gevangenis, waar hij geen toehoorders heeft, galmt hij zijne verzen uit. Vroeger, na het uitvaardigen van de amnestie, volgde hij trouw Louise Michel in de openbare vergaderingen. Als zij op een en denzelfden avond in twee vergaderingen als spreekster optrad, kon men zeker zijn, dat ook hij zich in beide liet vinden, en niet zelden, als Louise te vermoeid was om verder te spreken, kwam hij met zijne verzen voor den dag. Hij reed haar ook dikwijls, evenals hij Victor Hugo gereden had. Zooals reeds gemeld is, wilde hij van Hugo geen betaling aannemen voor den rit. Confraters, zeide hij dan, nemen geen betaling van elkander. Eindelijk noodigde Hugo hem ten eten, en dáár kwam hij te midden van een uitgezocht letterkundig gezelschap. Doch Moore was volstrekt niet verlegen onder die voorname gasten. Bij het dessert, als de sigaar aangestoken was, zeide hij heel gemeenzaam tot den gastheer: „Wij dichters {{sp|...}}.“ en een honderd regels uit zijne jongste verzen dreunde hij op.
<br>{{gap}}Van dat oogenblik kreeg de koetsier-poëet een hekel aan de zweep, hoewel een der dischgenooten van Hugo, zeker spottend, tot hem zeide, dat ook Apollo, op zijn kar gezeten, koetsier was. Moore’s hoofd, toch al niet klaar, geraakte sinds dien tijd al meer op hol. De ''Liberté'' zegt dan ook: Moore is tot niets meer nut en komt ten laste der maatschappij, omdat het Victor Hugo behaagd heelt met hem te vervoegen: „Ik ben dichter, gij zijt dichter“, enz.
<section end="s12"/>
<section begin="s13"/>{{c|{{larger|'''Priesters afgeraardigden.'''}}}}
{{gap}}De eerw heer Garnier is niet de eenige priestervolksredenaar, die zich voor de verkiezingen der Fransche Kamer op Zondag als candidaat heeft gesteld. In het district Hazebrouck (Noorder-departement) is ook de candidatuur gesteld van den eerw. heer Lemire, die aan het socialisme de stemmen der talrijke arbeiders aldaar betwist. Zijn program bevat een krachtige verdediging van de belangen der werkende klasse en o. a. verlangt hij, dat „onder een ruiterlijk democratisch en republikeinsch regime aan de vereenigingen, syndicaten en gemeenten gelegenheid worde gelaten, vrijelijk aan het welzijn des vaderlands te arbeiden.“ Onder mijn toog, zegt hij verder, vindt gij een zoon en een broeder van arbeiders gelijk gij; gij vindt er uw vriend, uw landgenoot, die sinds twintig jaren zijn brood verdient met uwe kinderen te onderwijzen en de broederschap van het Evangelie te prediken, die de eenige ware wet der wereld is. Als gij mij naar de Kamer zendt, zal ik daar door mijn woord uwe rechten en belangen verdedigen. — Natuurlijk zijnde socialisten en radicalen over deze candidatuur zeer ontstemd.
<section end="s13"/>
<section begin="s14"/>{{gap}}— Gelijk reeds uit een gisteren opgenomen bericht kon blijken, is de uitspraak van het te Parijs zitting houdende scheidsgerecht in zake de Behringzeequaestie ten gunste van Engeland uitgevallen. Zij komt in hoofdzaak hierop neer, dat de Behringzee geacht moet worden te behooren tot den Stillen Oceaan; dat Rusland’s rechten door den afstand van Alaska op de Vereenigde Staten zijn overgegaan; en dat deze laatste mogendheid geene uitspraak kan doen gelden op uitsluitende visscherijrechten buiten den gewonen driemijlschen afstand van de kust. Als een vervolg van deze uitspraak wordt verwacht, dat de Vereenigde Staten aan de Canadeesche robbenvangers volle schadevergoeding zullen uitkeeren wegens het thans als wederrechtelijk bestempelde opbrengen van hunne schepen.
<section end="s14"/>
<section begin="s15"/>{{c|{{x-larger|Oostenrijk.}}}}
<section end="s15"/>
<section begin="s16"/>{{gap}}— Het eerste werk van den waarnemenden minister van Oorlog baron Merkl is geweest een aanschrijving, waarbij mishandeling van soldaten door hun meerderen streng strafbaar wordt gesteld. Een soldaat, die mishandeld wordt, moet voortaan dadelijk daarvan aan den minister kennis geven.
<section end="s16"/>
<section begin="s17"/>{{c|{{x-larger|Amerika.}}}}
<section end="s17"/>
<section begin="s18"/>{{gap}}— Onlangs is te Boston nog eens gebleken hoe demoraliseerend het Amerikaansche pensioenenstelsel werkt. Een welgesteld koopman, gezond van lichaam, vervoegde zich bij eene levensverzekeringmaatschappij. Hij had zich reeds voor eene aanmerkelijke som verzekerd en kwam daar nu nog 10,000 pd. st. bijdoen.
<br>{{gap}}Bij onderzoek bleek niets van eenige kwaal van vroeger of nu. Ten slotte vroeg de doktet nog: Zijt gij ooit een „pensioner“ geweest? De koopman begon toen te stotteren, en bekende eindelijk, dat hij een maandelijksch pensioen van 12 dollar kreeg. Bij verdere ondervraging bleek, dat hij nooit werkelijk aan iets geleden had, waarvoor hij pensioen kon genieten; hij had echter, op aandrijven vaneen pensioenen agent, een geval van eene soort zenuwaandoening voorgewend en toen een pensioen van 12 dollar in de maand van de regeering der Vereenigde Staten aangenomen, ofschoon hij een rijk man was, uit het beginsel dat iedereen zoo doet!
<br>{{gap}}De maatschappij weigerde den man de verzekering met het zeggen, dat iemand, die eenen valschen eed had gedaan om de schatkist van 12 dollar in de maand te berooven, even goed eene levensverzekeringmaatschappij kon bedriegen, als hij de kans schoon zag.
<section end="s18"/>
<section begin="s19"/>{{gap}}— De president der V. S., de heer Cleveland moet te Washington ernstig ziek liggen; hij lijdt aan eene aandoening der nieren. Men zegt zelfs, dat de president van plan is zich uit het politieke leven terug te trekken.
<section end="s19"/>
<section begin="s20"/>{{gap}}— Volgens officieele statistieken zou de som van schadeloosstellingen, welke de Vereenigde Staten krachtens de uitspraak van het Parijsche scheidsgericht te betalen hebben voor inbeslagnemingen in de Behringzee, anderhalf millioen dollar bedragen. Aangezien de ladingen tegen vollen marktprijs verkocht zijn, zullen de verliezen gering wezen.
<section end="s20"/>
<section begin="s21"/>{{gap}}— Uit Victoria (Britsch Columbië) wordt gemeld: De Behringzee-visschers spreken hunne afkeuring uit over de beslissing der scheidsrechters. De nieuwe regeling, beweren zij, zal hun bedrijf ruïneeren. „The Ottawa Citizen,“ het orgaan der regeering, zegt: terwijl volgens deze regeling, aan onze schepen belet wordt mey het visschen op zee voort te gaan, zullen de Amerikanen de robben op de kusten met knuppels dooden, en aldus het monopolie van het bedrijf hebben.
<section end="s21"/>
<section begin="s22"/>{{lijn}}{{lijn|height=5px}}
{{c|{{xx-larger|Limburgsch Nieuws.}}}}
{{lijn}}
<section end="s22"/>
<section begin="s23"/>{{gap}}CADIER-KEER, 16 Aug. Er zijn nog eerlijke lui in de wereld. Den 7den Aug. verloor de Eerw. Pater Desribes uit ’t klooster der Afrik. Missiën alhier, aan ’t station te Maastricht twee bankbiljetten, elk van 100 frs. Gisteren ontving Z. E. van den hoofdcommissaris van politie te Maastricht bericht, dat dit geld is gevonden en op zijn bureau ter beschikking van Z. E. ligt. Zoo moest het altijd gaan.
<section end="s23"/>
<section begin="s24"/>{{gap}}MAASTRICHT, 16 Aug. Heden heeft ten raadhuize de openbare aanbesteding plaats gehad: 1{{sup|o}}. van de levering van 140,000 kilo magere steenkolen en 2{{sup|o}}. het driejarig onderhoud der daken van aan de gemeente Maastricht toebehoorende gebouwen met inbegrip van vernieuwing en buitengewone herstellingen aan die daken. De inschrijvers waren: voor no. 1 de heeren J. Joosten voor f 8.15, Ed. Dufrasne voor f 7.09{{sup|5}}, A Kessels voor f 7, wed. Stassen-Marres f 6.82{{sup|5}} en H. Lodewick voor f 6.69 per 1000 kilo. Voor no. 2 de heeren: J. Meese voor f 12740, R. Jongen voor f 12894, J. Schenk (O. L. Vr. Wal) voor 7850, J. Schenk (Vrijthof) voor f 7780 en J. Gregoir voor f 7650.
{{gap}}— De tijding, dat andermaal eene verzakking te Geulle had plaats gehad, heeft hier een ware paniek verspreid. Gelukkig zijn wij in staat „door eigen aanschouwing“ te kunnen verzekeren, dat het ongeval niets te beteekenen heeft. De verschuiving over eene lengte van ongeveer 15 meter is te ver van de rails verwijderd, om eenig gevaar voor het verkeer te kunnen opleveren. De dienst ondervindt dan ook geene vertraging en wordt geregeld voortgezet.
{{gap}}— Onze stad had heden geen klagen over muziek. In den voormiddag klonken de luchtige tonen van de Kon. Harmonie van Eindhoven langs de straten, een genot dat ook in den namiddag werd gesmaakt, toen dit beroemd gezelschap zich naar het spoorwegstation begaf. ’s Avonds liet zich de muziek van de Stedelijke Muziekschool op het Vrijthof hooren, waar zich duizenden wandelaars bewogen. Behalve deze, waren ook nog honderden toehoorders, die onder het genot vaneen potje bier zich in de muziek vermeiden. Kortom, ’t was één muziek en al muziek.
{{gap}}— De Vereeniging „Maas en Jeker“ toont dat zij hare roeping begrijpt en het vreemdelingen verkeer zoekt te bevorderen. Tot dat einde laat zij geen gelegenheid voorbijgaan om daar, waar mogelijk, het den vreemdelingen hier aangenaam te maken. Zoo zal zij ook nu weder op Zondag, den 20 Augustus a.s. ter gelegenheid der algemeene vergadering van de Broederschap der Candidaat-Notarissen in Nederland eenen bergtocht organiseeren waarbij tevens een concert op Slavante en gelegenheid tot dansen zal worden gegeven. Voorts stelt zich die vereeniging voor om {{sp|....}} doch wij mogen niets uit de school klappen; de lezer zal alles ter gelegener tijd wel te weten komen.
{{gap}}— De spoorwegbeambte, die, zooals we gisteren meldden, door ophanging een eind aan zijn leven maakte, was de welbekende, eenarmige portier, die de reizigers in de wachtkamers steeds waarschuwde bij ’t vertrek der treinen. Hij verloor den arm in dienst der spoorwegen en werd daarna als portier aangesteld. Inden laatsten tijd maakte hij zich aan dronkenschap schuldig en werd hij deswege ontslagen.
<section end="s24"/>
<section begin="s24"/>{{gap}}ROERMOND, 15 Aug. Vergadering van den gemeenteraad. Tegenwoordig de heeren Mr. Geradts, voorzitter, Schreurs en Berger, wethouders, Leurs, Nicolas, Hendrikx, Romen, Willemsen, Telders, Drehmans, Höppener en Michiels, leden. De notulen der vorige vergadering worden voorgelezen en onveranderd goedgekeurd. De voorzitter neemt het woord en zegt het volgende: Een zeer kort woord wensch ik te spreken naar aanleiding van hetgeen in de vorige vergadering over het verslag der gezondheidscommissie is gezegd.
<br>{{gap}}De gezondheidscommissie acht zich door de redevoering van den heer Michiels getroffen, doch zij is er vooral over gekrenkt, dat geen enkel lid van den raad, zelfs niet B. en W,, een woord te harer verdediging hebben in het midden gebracht. Thans zijn de notulen vastgesteld en ''nu eerst'' kan de gezondheidscommissie met juistheid zien, wat in de vergadering van 29 Juni èn door den heer Michiels èn door B. en W. is gezegd. En dan wensch ik in de eerste plaats te constateeren, dat zeer waardeerende woorden over de gezondheidscommissie zijn gesproken. Die waardeerende woorden, ik durf het gerust namens den geheelen raad te zeggen, waren zeer verdiend. Immers, sedert de nauwelijks twee jaren, dat de gezondheidscommissie alhier werkzaam is, heeft zij reeds groote, ja zeer groote, diensten aan de gemeente bewezen en ik vertrouw, dat dit incident haren ijver niet zal verminderen, maar dat zij met denzelfden ijver zal blijven werkzaam zijn in het belang der openbare gezondheid onzer stad. Ik acht het niet noodig punt voor punt te bespreken, hetgeen in de vorige vergadering is gezegd, dit toch zoude ons te ver leiden. Alleen wensch ik te verklaren, dat de cijfers, door de gezondheidscommissie opgegeven over de in het jaar 1892 voorgekomen besmettelijke ziekten, volkomen juist zijn; die cijfers zijn door mij aan den voorzitter der gezondheidscommissie gegeven. Ook zijn het B. en W., die de aandacht der gezondheidscommissie gevestigd hebben op de veel voorkomende gevallen van typhus en febris typhoidea, in de maanden Juni, Juli en Augustus 1892.
<br>{{gap}}Op 8 September 1892 schreven B. en W. het volgende aan de gezondheidscommissie: „het zal uwe aandacht niet zijn ontgaan, dat in den laatsten tijd herhaaldelijk gevallen van typhus en febris typhoidea zijn voorgekomen aan het Zwartbroek, aan de Kapellerpoort, op den Zwartbroeksingel, achter Mariagaarde. Het komt ons wenschelijk voor, dat door uwe commissie een ernstig onderzoek wordt ingesteld naar het drinkwater, dat in die buurt gebruikt wordt. Wij nemen derhalve de vrijheid uwe commissie in overweging te geven, het water van de openbare pompen daar in de buurt te onderzoeken en zoo mogelijk ook een onderzoek in te stellen naar het water van de welputten, die zich eventueel mochten bevinden in de huizen, enz.“ Aan dit verzoek, door B. en W. aan de gezondheidscommissie gericht, hebben wij te danken het keurig verslag over het drinkwater, voorkomende in het verslag der gezondheidscommissie over 1892.
<br>{{gap}}Door den heer Michiels is gezegd: „ik meen, dat wij hier in eene gezonde stad wonen en het hier geen pesthol is, dit woord pesthol is natuurlijk en badinand gezegd. Ook de gezondheidscommissie zegt, dat wij hier in eene zeer gezonde stad wonen. Immers op pagina 16 van het verslag lezen wij het volgende: „wel is waar is ons sterftecijfer laag, lager zelfs dan dat van de meeste andere groote Nederlandsche gemeenten. Het gemiddelde jaarlijksch sterftecijfer gedurende de jaren 1880—1890 was voor Roermond 19,64 per mille.“ Ik vertrouw, dat de gezondheidscommissie zal inzien, dat noch bij den heer Michiels, noch bij B. en W., noch bij eenig lid van den raad den wil bestaan heeft om aan haar, wier groote werkzaamheid zoozeer gewaardeerd wordt, iets onaangenaams, iets beleedigends te zeggen. Ik hoop, dat van stonde af dit incident als volkomen geëindigd kan worden beschouwd en dat de gezondheidscommissie, even als vroeger, zal blijven werkzaam zijn in het belang der openbare gezondheid. Hare medewerking zullen wij ook vooral noodig hebben bij de aanstaande oprichting vaneen slachthuis; reeds nu durf ik dit onderwerp aan het ijverig onderzoek der gezondheidscommissie aanbevelen.
<br>{{gap}}Daar na deze rede van den voorzitter niemand der leden het woord verlangde, kon men daaruit opmaken, dat de geheele raad met den voorzitter van hetzelfde gevoelen was, en werd overgegaan tot de orde van den dag. 1e Mededeeling van ingekomen stukken. De opbrengst der voorjaarsgrasverpachting bedraagt met de 7 percent f 7928.60 tegen f 9724.16 in 1892, dus f 1959.56 minder, die naar men hoopt, bij de nagrasverpachtingen zullen worden ingehaald.
<br>{{gap}}Gedeputeerde Staten hebben goedgekeurd de af- en overschrijving van verschillende posten op de begrooting en van de gratificatie van f 50 voor den stadsarbeider Cremers. Deze 50 gulden zijn aan genoemden Cremers uitbetaald.
<br>{{gap}}Een verzoek van D. Egger tot opruiming van het achter zijn woonhuis zich bevindende urinoir wordt naar de 4de vaste raadscommissie verwezen, evenals een verzoek der Maastrichtsche telefoon-maatschappij om concessie tot aanleg en exploitatie gedurende 25 jaren van telefoonlijnen in deze gemeente.
<br>{{gap}}De rekening der burgerlijke godshuizen over 1892 wordt in handen gesteld van de 2de vaste raadscommissie en een verzoek der weduwe J. B. Sivré, om de haar toegekende gratificatie ook in de toekomst te mogen behouden, is in handen gesteld van burg. en wethouders. Alsnu benoemt de voorzitter de heeren Höppener, Drehmans en Telders tot onderzoek der geloofsbrieven van de vijf herkozen gemeenteraadsleden. Deze commissie, na de stukken te hebben onderzocht, adviseert tot toelating en de raad, hierover stemmende, besluit met algemeene stemmen tot toelating.
<br>{{gap}}Tot ’t nazien der gemeenterekening over 1892 worden de heeren Höppener, Drehmans en Leurs benoemd, terwijl het verzoek van H. Peeters tot aankoop van een stuk grond in de Kloosterwantstraat wordt aangehouden tot bij de behandeling der begrooting.
<br>{{anker|al10}}{{gap}}De plaats gehad hebbende verpachting der gemeentejacht voor 8 gulden aan den heet H. Windhausen wordt door den raad goedgekeurd.
<br>{{gap}}De heer Michiels herinnert burg. en wethouders aan zijn reeds vroeger gedane voorstel om bij de aanstaande begrooting voor 1894 te denken aan verhooging der arbeidsloonen der stadsarbeiders en verzekering dier arbeiders tegen ongelukken. De voorzitter belooft die zaak in overweging te zullen nemen en sluit, daar niemand meer het woord verlangt, de vergadering.
<section end="s24"/>
<section begin="s25"/>{{gap}}ROERMOND, 16 Aug. Gisteren-avond hebben nabij Schöndelen twee gebroeders elkaar zoodanig geslagen en gesneden, dat geneeskundige hulp moest worden ingeroepen. Tegen beiden is proces-verbaal opgemaakt.
{{gap}}— Heden-morgen te half elf uur had de plechtige teraardebestelling plaats van den weledelen heer Fr. Janssen-Simons. Daar de overledene gedurende vele jaren lid der Koninklijke Harmonie was, begeleidde deze laatste zijn stoffelijk overschot tot in de groote kerk, voortdurend treurmarschen spelende. De heer Fr. Janssen was nog een der weinige overgeblevene leden der harmonie welke nu zestig jaren geleden mee naar Brussel toog en daar den eersten prijs hielp veroveren. Zijne asch ruste in vrede.
<section end="s25"/>
<section begin="s26"/>{{gap}}ROERMOND, 15 Aug. Heden-middag te twaalf uur had in de groote zaal van het raadhuis alhier de plechtige prijsuitdeeling plaats aan de leerlingen der teekenschool.
<br>{{gap}}Tegenwoordig waren, behalve de leerlingen en hunne ouders, de edelachtbare heeren mr. Geradts, burgemeester, Schreurs, wethouder, Nicolas, Romen, Smeets en Drehmans, leden van den gemeenteraad; de heeren Beltjens, secretaris, Weber, Kwisthout en Lenaerts die met den heer Nicolas de jury hadden gevormd, Berentz, directeur en van der Schuit, Thissen en Berbers, leeraren van de teekenschool en voorts vele belangstellenden. De directeur gaf voorlezing van de uitspraken der jury en bleek het, dat de volgende leerlingen de bij hunne namen vermelde prijzen en getuigschriften hadden behaald.
<br>{{gap}}Afdeeling boetseeren: 1e klasse, ornament naar gips, prijs J. Moulen; getuigschrift: J. Linssen. 1e klasse b. ornament naar gips, prijs: A. van Helden; getuigschrift: G. Giesbers. 2e klasse a. naar kleine teekening, prijs: J. Franssen; getuigschrift: J. Heppestrijdt. 2e klasse b. naar kleine teekening, prijs: J. Lommen; getuigschrift: J. Geraedts. 3e klasse a. masker, prijs: M. Fuchs; getuigschrift: A. Kühnen. 3e klasse b, masker, prijs: K. Hölzgen; getuigschrift: Th. Pieters. 3e klasse c. bloemen en planten, prijs: G. Stienon en Jozef van Munster.
<br>{{gap}}Afdeeling bouwkunde en lijnteekenen. 1ste klasse, geometrisch figuur, prijs: L. Andriessens; getuigschrift: H. Cox en J. Jacobs. 2de klasse, projectie, prijs: E. Lommen; getuigschrift: H. Rammers en E. Renkens. 3de klasse, perspectief, prijs: P. Bingen getuigschrift: .J. Stuijver. 3de klasse, prijs: J. Te Riele; getuigschrift: M. Fuchs. 3de klasse, smeden, prijs: B. Passage, getuigschrift: J. Giesbers. 3de klasse, goudsmeden, prijs: J. Genang; getuigschrift: W. Reynders. 3de klasse, schilders, prijs: G. Campers; getuigschrift: J. Stroucken. 3de klasse bouwkunde, prijs: G. Stienon; getuigschift; J. Cabollet en H. Bertrams. 3de klasse, lijnteekenen, prijs: P. Bingen; getuigschrift: H. Hermans.
<br>{{gap}}Afdeeling handteekenen. Voorbereidende klasse 1ste prijs: J. Binnebeeken en G. Giesbers; 2de prijs: L. Kessels en J. Höppener. 1ste klasse, copie naar plaat, prijs: L. Andriessens. Ch. Lommen en H. Muermans; getuigschrift: P. Reynders. 2de kl., stilleven, prijs: J. Schonenberg; getuigschrift: J. Cremers. 3de kl., ornament. 1ste prijs: J. de Royen; 2de prijs: Fr. Stoffels; getuigschrift: P. Bingen. 3de kl., masker, prijs: J. Schmitz.
<br>{{gap}}Nadat aan deze leerlingen de prijzen waren uitgereikt, nam de edelachtbare heer burgemeester het woord en zeide ongeveer het volgende: een enkel woord wil ik bij deze gelegenheid spreken tot de leeraren en leerlingen der teekenschool. Het vele, goede en uitstekende werk, dat de tentoonstelling ons dit jaar te zien geeft, danken wij in de eerste plaats aan den kundigen en ervaren directeur der teekenschool en zijne niet minder kundige medeleeraren. Is dit dus eene satisfactie voor hen, niet minder is ’t dit echter ook voor de leerlingen, die zulk goed werk leverden. Moge hun dit een spoorslag zijn om op den ingeslagen weg voort te gaan, opdat zij, die thans een getuigschrift kregen het volgend jaar een prijs verwerven. Dit is wel niet gemakkelijk, want een prijs aan de Roermondsche teekenschool is niet zoo gemakkelijk te veroveren. En nu wensch ik u allen eene aangename vacantie en hoop, dat ge daarna in grooten getale zult terugkomen.
<br>{{gap}}Deze woorden werden met luide bravós begroet en hiermede was de plechtigheid afgeloopen.
{{gap}}— Gisteren-morgen om tien uur sprong een reiziger nabij het station alhier uit den naar Antwerpen vertrekkenden trein.
<br>{{gap}}Ofschoon de trein reeds een flinke vaart had en de man met het hoofd tegen den grond vloog, had hij nochthans geen letsel bekomen Er is echter proces verbaal tegen hem opgemaakt.
<section end="s26"/>
<section begin="s27"/>{{gap}}ECHT, 16 Aug. Gisteren-morgen werd de nieuwsgierigheid der ingezetenen gaande gemaakt door een vijftal mannen, allen dragende een mand of korf en in visschers-costuum, die ons dorp binnenkwamen, gevolgd door den brigadier te paard.
<br>{{gap}}Deze lieden Maeseyckenaars, waren betrapt dooiden brigadier, terwijl zij bezig waren met visschen in onze wateren.
<section end="s27"/>
<section begin="s28"/>{{gap}}NEDERWEERT, 16 Aug. De baldadigheden op de Winnerstraat, welke nu eenigen tijd — en naar men meende voor goed hadden opgehouden, zijn nu weer zoetjes aan den gang. Bij den landbouwer M. Jonkers aldaar werden in den avond van Zondag j. l. 4 mooie driejarige vruchtboomen heelemaal vernield. In de vorige week werden eveneens bij genoemden landbouwer een aantal hoopen gemaaide haver heheel uit elkaar gesmeten en in de nog te wassen staande haver geworpen. De politie krijgt dus weer werk. Wij hopen echter, dat ditmaal de bedrijvers van zulke baldadigheden niet zoo aanhoudend en ongestraft hunne praktijk zullen mogen uitoefenen.<section end="s28"/><noinclude></noinclude>
p5srl4ei7dg6fwemrbg5cmwh34o7h3d
Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 238/Kieswet
0
89602
227627
2026-10-04T16:41:11Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
227627
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Kieswet’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Limburger Koerier'', donderdag 17 augustus 1893, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Limburger Koerier vol 048 no 238.pdf" from=2 to=2 fromsection=s5 tosection=s5/>
[[Categorie:Limburger Koerier, Jaargang 48, Nummer 238]]
egvttjsuvr3dpw7638qzftbh2s01dyp
Categorie:Limburger Koerier, Jaargang 48, Nummer 238
14
89603
227628
2026-10-04T16:41:33Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
227628
wikitext
text/x-wiki
[[Categorie:Limburger Koerier, Jaargang 48]]
of63ng2xwh46nin990w0bn4h05qbuef
Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Tobie Constantin de Bordes
100
89604
227631
2026-10-04T17:26:09Z
Vincent Steenberg
280
begin
227631
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Tobie Constantin de Bordes
| afbeelding = Mr. T. C. de Bordes.jpg
| alt = Portret door Charles Howard Hodges, 1815
| beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse jurist en politicus [[w:nl:Tobie Constantin de Bordes|Tobie Constantin de Bordes]]
}}
== Publieke functies - Tobie Constantin de Bordes in het verenigingsleven, enz. ==
;De Bordes als lid van de Tweede Kamer
*Anoniem (27 december 1831) [[Leeuwarder Courant/1831/Nummer 103/’s Gravenhage, den 21 December|‘’s Gravenhage, den 21 December’, alinea 8]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
*Anoniem (3 januari 1832) [[Leeuwarder Courant/1832/Nummer 1/’s Gravenhage, den 27 December|‘’s Gravenhage, den 27 December’]], ''Leeuwarder Courant'', [p. 1-2].
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]]
3lr8o3oofde4z51o22yeghe7i9kwh06
Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 238/Men deelt ons mede
0
89605
227633
2026-10-04T17:31:05Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
227633
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Men deelt ons mede, […]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Limburger Koerier'', donderdag 17 augustus 1893, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Limburger Koerier vol 048 no 238.pdf" from=2 to=2 fromsection=s3 tosection=s3/>
[[Categorie:Limburger Koerier, Jaargang 48, Nummer 238]]
tqjmvq18qahw4z6jm9219y33jfkpr56
Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 238/Morgen
0
89606
227635
2026-10-04T18:56:03Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
227635
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Morgen […] hoopt […] Dr. W. J. F. Nuyens […] zijn 70sten verjaardag te vieren. […]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Limburger Koerier'', donderdag 17 augustus 1893, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Limburger Koerier vol 048 no 238.pdf" from=2 to=2 fromsection=s4 tosection=s4/>
[[Categorie:Limburger Koerier, Jaargang 48, Nummer 238]]
ljse1lzj600lmgmthewsipedpyexdmt
Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 238/Te Groningen
0
89607
227636
2026-10-04T18:59:59Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
227636
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Te Groningen weigerde de meubelmaker H. T. zijn aanslag in de personeele belasting […] te betalen, […]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Limburger Koerier'', donderdag 17 augustus 1893, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Limburger Koerier vol 048 no 238.pdf" from=2 to=2 fromsection=s6 tosection=s6/>
[[Categorie:Limburger Koerier, Jaargang 48, Nummer 238]]
peek48t082io5mk3zewksj7z4lnqwd9
Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 238/Vierde Matigheidscongres
0
89608
227637
2026-10-04T19:01:07Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
227637
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Vierde Matigheidscongres’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Limburger Koerier'', donderdag 17 augustus 1893, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Limburger Koerier vol 048 no 238.pdf" from=2 to=2 fromsection=s7 tosection=s7/>
[[Categorie:Limburger Koerier, Jaargang 48, Nummer 238]]
bylrw9xepyavf6p6fnr4b6rp6n9z7vr
Hoofdportaal:Geschiedenis/Nederland/Historische figuren/Herman Schaepman
100
89609
227639
2026-10-04T19:44:42Z
Vincent Steenberg
280
begin
227639
wikitext
text/x-wiki
{{Infobox thema
| naam = Herman Schaepman
| afbeelding = SchaepmanMerkelbach.jpg
| alt = Herman Schaepman omstreeks 1900
| beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse dichter, rooms-katholiek priester, theoloog en politicus [[w:nl:Herman Schaepman|Herman Schaepman]] (1844-1903)
}}
== Algemeen ==
== Inleidingen - Hand- en leerboeken ==
*Persijn, J. (17 december 1910) [[Het Centrum/Nummer 8047/Dr. Schaepman|‘Dr. Schaepman’]], Derde Blad, [p. 2].
== Publieke functies - Herman Schaepman in het verenigingsleven, enz. ==
;Schaepman als lid van de Tweede Kamer
*Anoniem (6 maart 1886) [[De Maasbode/Jaargang 18/Nummer 2848/Staten-Generaal|‘Staten-Generaal. Tweede Kamer. Zitting van Donderdag 4 Maart’]], ''De Maasbode'', [p. 2].
*Anoniem (20 maart 1886) [[Venloosch Weekblad/Jaargang 24/Nummer 12/De heer Ruys op krukken|‘De heer Ruys op krukken’]], ''Venloosch Weekblad'', [p. 1].
*Anoniem (8 november 1886) [[Het Nieuws van den Dag/Nummer 5134/Vervolg Nieuwstijdingen|‘Vervolg Nieuwstijdingen’]], ''Het Nieuws van den Dag'', 5e blad, [p. 2-3].
*Anoniem (21 juni 1893) [[Ons Zuiden/Jaargang 1/Nummer 142/Algemeen Stemrecht|‘Algemeen Stemrecht’]], ''Ons Zuiden'', [p. 1-2].
*Anoniem (17 augustus 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 238/Kieswet|‘Kieswet’]], ''Limburger Koerier'', [p. 2].
*Reeser, L.D.J. (januari 1899) [[Vragen van den dag/Jaargang 14/Overzicht der wereldgeschiedenis in het jaar 1898. Deel II|‘Overzicht der wereldgeschiedenis in het jaar 1898’]], ''Vragen van den Dag'', jaargang 14.
;Schaepman als lid van de commissie bij de 70e verjaardag van Pierre Cuypers
*Anoniem (17 mei 1897) [[De Telegraaf/Jaargang 5/Nummer 1898/Avond-editie/Dr. P.J.H. Cuypers|‘Dr. P.J.H. Cuypers’]], Avond-editie, [p. 3].
*Anoniem (18 mei 1897) [[De Tijd/1897/Nummer 15133/Het feest van Dr Cuypers|‘Het feest van Dr Cuypers’]], ''De Tijd'', [p. 1-2].
;Schaepman als chef voor de Parijse tentoonstelling
*Anoniem (15 december 1897) [[De Telegraaf/Jaargang 5/Nummer 1810/Avond-editie/Perskroniek/De ééne groote partij|‘De ééne groote partij’]], ''De Telegraaf'', Avond-editie, [Eerste blad], [p. 1].
== Bijzondere onderwerpen ==
;Schaepman en Rolduc
*Anoniem (10 augustus 1893) [[Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 231/Rolduc|‘Rolduc. 9 Augustus 1843 - 1893’]], ''Limburger Koerier'', [p. 2].
== Herdenkingen - Jubilea ==
;Schaepmanmonument
*Anoniem (29 januari 1936) [[Anoniem/August Falise. †|‘August Falise. †’]], ''De Surinamer'', [p. 4].
== Overig ==
*Anoniem (15 mei 1886) [[De Tijd/Nummer 11805/Kerknieuws|‘Kerknieuws’]], ''De Tijd'', [p. 2].
*Anoniem (9 juni 1907) [[De Grondwet/Jaargang 45/Nummer 65/Een groot Katholiek Nederlander gehuldigd|‘Een groot Katholiek Nederlander gehuldigd ’]], ''De Grondwet'', Eerste Blad, [p. 1].
[[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal geschiedenis]]
t8wfwdorx7lj0ybqrmpmwmnzyqate8t
Limburger Koerier/Jaargang 48/Nummer 238/Te Crefeld
0
89610
227641
2026-10-04T19:50:43Z
Vincent Steenberg
280
nieuw
227641
wikitext
text/x-wiki
{{Koptekst
| Titel = ‘Te Crefeld is […] door den gemeenteraad de nieuwe regeling van de on­der­wij­zers­trac­te­men­ten voor de gewone volks­school vast­ge­steld. […]’
| Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver
| Vertaler = |Override_vertaler =
| Sectie =
| Vorige =
| Volgende =
| Jaar =
| Opmerkingen = Afkomstig uit de ''Limburger Koerier'', donderdag 17 augustus 1893, [p. 2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]].
}}
<pages index="Limburger Koerier vol 048 no 238.pdf" from=2 to=2 fromsection=s9 tosection=s9/>
[[Categorie:Limburger Koerier, Jaargang 48, Nummer 238]]
lz2wi8836nl7f1lof1phdyhtghzxpor
Index:Gids voor Lawang.pdf
106
89611
227644
2026-10-05T11:36:27Z
Sikurakurasi
17326
Nieuwe pagina aangemaakt met ''
227644
proofread-index
text/x-wiki
{{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template
|Type=boek
|Taal=nl
|wikidata=Q141646036
|Titel=Gids voor Lawang
|Ondertitel=
|Deel=
|Auteur=
|Vertaler=
|Redacteur=
|Illustrator=
|Stroming=
|Jaar=1927
|Uitgever=NIMEF
|Plaats=Malang
|Druk=
|OorspronkelijkeUitgave=
|Key=
|doe_wikidata=
|ISBN=
|OCLC=
|LCCN=
|BNF_ARK=
|DBNL=
|Bron=
|Afbeelding=
|Voortgang=X
|Delen=
|Pagina's=<pagelist />
|Opmerkingen=
|NestedInhoud=
|Breedte=
|Css=
|Header=
|Footer=
}}
col1uxedpib1eirs4acfi7u9wh5yxmr