Wikisource nlwikisource https://nl.wikisource.org/wiki/Hoofdpagina MediaWiki 1.47.0-wmf.23 first-letter Media Speciaal Overleg Gebruiker Overleg gebruiker Wikisource Overleg Wikisource Bestand Overleg bestand MediaWiki Overleg MediaWiki Sjabloon Overleg sjabloon Help Overleg help Categorie Overleg categorie Hoofdportaal Overleg hoofdportaal Auteur Overleg auteur Pagina Overleg pagina Index Overleg index TimedText TimedText talk Module Overleg module Event Event talk Hoofdportaal:Filosofie 100 10431 228057 223587 2026-10-11T18:17:40Z Vincent Steenberg 280 +bronnen 228057 wikitext text/x-wiki {{Infobox hoofdportaal | afbeelding = P philosophy.png | informatie = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] aanwezige bronnen over [[w:Filosofie|filosofie]]. [[Hoofdportaal:Overzicht van alle hoofdportalen|Overzicht van alle hoofdportalen]] }} == Algemeen == *[[Hoofdportaal:Filosofie/Algemeen|Algemeen]] == Inleidingen - Hand- en leerboeken == *[[Hoofdportaal:Filosofie/Inleidingen|Inleidingen]] == Metafysica en ontologie == *[[Hoofdportaal:Filosofie/Metafysica en ontologie|Metafysica en ontologie]] == Logica en kennisleer - Wetenschapsleer == *[[Hoofdportaal:Filosofie/Logica en kennisleer|Logica en kennisleer]] === Wetenschapsleer === *Anoniem (1954) [[Winkler Prins Encyclopaedie/deel 18/Wetenschapsleer|“Wetenschapsleer”]], in: ''Winkler Prins Encyclopaedie'', zesde druk, deel 18, p.&nbsp;489. *Carnap, Rudolf ''et al''. (1971) ''Schijnproblemen in de filosofie. Het vreemd-psychische en de realismestrijd'', Meppel: Boom.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (15 januari 1972) ‘Nieuwe boeken’, ''De Tijd'', p.&nbsp;11. **Anoniem (7 oktober 1971) ‘Nieuws van de boekenmarkt’, ''Trouw'', p.&nbsp;6. *Freycinet, C. de (1896) ''Essais sur la philosophie des sciences'', Paris: Gauthier-Villars et fils.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (6 november 1895) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 68/Nummer 20980/Avondblad/De heer De Freycinet|‘De heer De Freycinet […] heeft gisteren aan de Académie des Sciences […] een nieuw werk aangeboden, […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, eerste blad, [p.&nbsp;2]. *Froe, A. de (1951) ''Van waarneming tot oordeel. Een bezinning op de werkwijze en de betekenis van wetenschap voor maatschappij en geestesleven'', Amsterdam: Meulenhoff.<br>Aankondigingen en recensies: **R.T.S. (24 november 1951) ‘Boekbespreking’, ''Vox studiosorum'', jrg. 88, nr. 11, [p.&nbsp;4]. *Granger, Gilles Gaston (1971) ''Het rationele denken'', Meppel: Boom.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (6 januari 1972) ‘Nieuwe boeken’, ''De Tijd'', p.&nbsp;5. *Hoogveld, J.H.E.J. (1933) ''Beginselen der wetenschapsleer'', 's-Hertogenbosch: Malmberg.<br>Aankondigingen en recensies: **Huysmans, Rud. (2 november 1933) [[De Tijd/Jaargang 89/Nummer 27237/Avondblad/Studie der wijsbegeerte|‘Studie der wijsbegeerte. Een nieuwe inleiding’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. *Hoogveld, J.H.E.J. (1939) ''Inleiding tot de wijsbegeerte. Dl. 1, Beginselen der wetenschapsleer'' [2e druk], Utrecht/Nijmegen: Dekker & Van de Vegt.<br>Aankondigingen en recensies: **Philo. (april 1940) [[Het Groen Hout/Jaargang 2/Nummer 9/Studenten-bibliotheek|‘Studenten-bibliotheek’]], ''Het Groen Hout'', jrg. 2, nr. 9, p.&nbsp;255-256. *Peursen, C.A. van (1986) ''Filosofie van de wetenschappen'', Leiden: Martinus Nijhoff, {{ISBN|9068900935}}.<br>Aankondigingen en recensies: **R. Bakker (26 maart 1987) ‘Wijsgerige vragen in de wetenschappen’, ''Trouw'', [p.&nbsp;21]. *Pos, H.J. (1940) ''Filosofie der wetenschappen. Vijf inleidende voordrachten'', Arnhem: Van Loghum Slaterus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (17 augustus 1940) [[Delftsche Courant/Jaargang 99/Nummer 194/Boekenvaria|‘Boekenvaria’]], ''Delftsche Courant'', tweede blad, [p.&nbsp;4]. ;Lezing door Jacob Clay, 23 maart 1923 *Anoniem (26 maart 1923) [[De Indische Courant/Jaargang 2/Nummer 160/Filosofie en wetenschap|‘Filosofie en wetenschap’]], ''De Indische Courant'', derde blad, [p.&nbsp;2]. ;International Congress for the philosophy of science, Zürich, 23-28 augustus 1954 *Anoniem (18 september 1954) [[Nieuwsgier/Jaargang 10/Nummer 16/And never the twain shall meet|‘And never the twain shall meet.... Russisch „objectivisme” tegenover Westers „subjectivisme”’]], ''Nieuwsgier'', p.&nbsp;3. == Esthetica == *Pierson, A. (1882) ''Wijsgerig onderzoek (kritische prolegomena van esthetiek)'', Deventer: A. ter Gunne.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 augustus 1882) [[Het Vaderland/Jaargang 14/Nummer 202/Naar wij vernemen|‘Naar wij vernemen heeft prof. A. Pierson, te Amsterdam ter perse gelegd […]’]], ''Het Vaderland'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. == Geschiedenis van de filosofie == *[[Hoofdportaal:Filosofie/Geschiedenis|Geschiedenis van de filosofie]] == Ethiek == *Ketner, C.H. (1933) ''Goed en slecht. Een inleiding in de ethiek'', Amsterdam: De Arbeiderspers.<br>Aankondigingen en recensies: **A.V.G. (19 mei 1934) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 49/Nummer 137/Boekbespreking|‘Boekbespreking. Vragen der wijsbegeerte’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', vijfde blad, [p.&nbsp;2]. == Humanisme == === Geschiedenis en organisatie === *Overzee, P. van (1955) ''Het moderne humanisme in Nederland'', Den Haag: Van Stockum.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 mei 1955) [[Het Rotterdamsch Parool/Jaargang 15/Nummer 119/Gelezen en gewogen|‘Gelezen en gewogen’]], ''Het Rotterdamsch Parool'', p.&nbsp;7. ;Humanistisch Verbond *Anoniem (21 februari 1946) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 1/Nummer 146/Humanistisch Verbond|‘Humanistisch Verbond. Landelijke organisatie gesticht’]], ''Algemeen Handelsblad'', p.&nbsp;2. *Anoniem (23 februari 1946) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 132/Nummer 17873/Humanistisch Verbond opgericht|‘Humanistisch Verbond opgericht’]], ''Arnhemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. *Anoniem (25 februari 1946) [[Friesch Dagblad/Jaargang 41/Nummer 47/Wat is humanisme?|‘Wat is humanisme? „Godsdienst voor buitenkerkelijken”’]], ''Friesch Dagblad'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem (27 februari 1946) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 1/Nummer 151/Humanistisch Verbond|‘Humanistisch Verbond’]], ''Algemeen Handelsblad'', p.&nbsp;1-2. [[Bestand:Nieuw Utrechtsch Dagblad vol 006 no 356 ad Humanistisch Verbond.jpg|thumb|Advertentie in het ''Nieuw Utrechtsch Dagblad'', 8 maart 1946]] *Anoniem (6 maart 1946) [[Nieuw Utrechtsch Dagblad/Jaargang 6/Nummer 354/Het Humanistisch Verbond|‘Het Humanistisch Verbond’]], ''Nieuw Utrechtsch Dagblad'', p.&nbsp;2. *Anoniem (28 januari 1952) [[Het Vaderland/Jaargang 83/Nummer 244/Ontmoeting tussen Oost en West|‘Ontmoeting tussen Oost en West’]], ''Het Vaderland'', [p.&nbsp;4]. *Anoniem (30 mei 1952) [[Het Vrije Volk/Jaargang 8/Nummer 2145/De ontmoeting Oost en West|‘De ontmoeting Oost en West’]], ''Het Vrije Volk'', p.&nbsp;3. === Vormen van Humanisme === ==== Religieus Humanisme ==== *Suchtelen, Nico van (1927) ''Tot het al-eene'', Amsterdam: Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur. {{hoofdportalen}} [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal filosofie]] [[de:Philosophie]] [[fr:Portail:Philosophie]] 6wu9w2pnsg4qhh8vsinqpe399vfuvld Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/August Allebé 100 30130 228030 226687 2026-10-11T12:17:15Z Vincent Steenberg 280 +bron 228030 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = August Allebé | afbeelding = August Allebé door HM Krabbé.jpg | beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse schilder en tekenleraar [[w:nl:August Allebé|August Allebé]] }} == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Veilingen ==== ;1910 *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. === Tentoonstellingen === ;1861 *''Tentoonstellingen van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1861.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (28 april 1861) [[De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode/Jaargang 26/Nummer 51/Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat|‘Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat, [...]’]], ''De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode'', [p.&nbsp;2]. ;1866 *''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies: **P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;3-4]. *''Exposition générale des beaux-arts 1866. Catalogue explicatif'', [Salon van Brussel], [Troonplein], Brussel, 8 augustus-21 oktober 1866.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Brussel, 22 Aug.|‘Brussel, 22 Aug.’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;2]. == Onderscheidingen == *Anoniem (4 juni 1862) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1862/Nummer 130/De uitslag der keuze van de jury ter toekenning van zes gouden medailles van wege het Rijk en zes van wege de gemeente Rotterdam aan kunstenaars|‘De uitslag der keuze van de jury ter toekenning van zes gouden medailles van wege het Rijk en zes van wege de gemeente Rotterdam aan kunstenaars, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;2]. == Allebé de tekenleraar == *Meester, J. de (januari-juli 1898) [[Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift/Jaargang 8/Nummer 15/H. J. Haverman|‘H. J. Haverman’]], ''Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift'', jrg. 8, nr. 15, p.&nbsp;397. *Zilcken, Ph. (januari-juli 1898) [[Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift/Jaargang 8/Deel 15/Jan Toorop|‘Jan Toorop’]], ''Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift'', deel 15, p. 105-129. == Allebé als lid van verenigingen en commissies == *Anoniem (17 mei 1897) [[De Telegraaf/Jaargang 5/Nummer 1898/Avond-editie/Dr. P.J.H. Cuypers|‘Dr. P.J.H. Cuypers’]], Avond-editie, [p.&nbsp;3]. *Anoniem (18 mei 1897) [[De Tijd/Nummer 15133/Het feest van Dr Cuypers|‘Het feest van Dr Cuypers’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;1-2]. == Huldigingen en herdenkingen == *Anoniem (19 april 1918) [[De Standaard/Jaargang 47/Nummer 14115/August Allebé|‘August Allebé’]], ''De Standaard'', [p.&nbsp;3]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] inlriwa93h5u8ch58ln44s1ql2eeomj 228031 228030 2026-10-11T12:17:58Z Vincent Steenberg 280 corr 228031 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = August Allebé | afbeelding = August Allebé door HM Krabbé.jpg | beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse schilder en tekenleraar [[w:nl:August Allebé|August Allebé]] }} == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Veilingen ==== ;1920 *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. === Tentoonstellingen === ;1861 *''Tentoonstellingen van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1861.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (28 april 1861) [[De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode/Jaargang 26/Nummer 51/Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat|‘Als een vervolg op het vroeger door ons vermelde nopens de binnen kort alhier plaats hebbende tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters, kunnen wij melden dat, [...]’]], ''De 's Gravenhaagsche Nieuwsbode'', [p.&nbsp;2]. ;1866 *''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies: **P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;3-4]. *''Exposition générale des beaux-arts 1866. Catalogue explicatif'', [Salon van Brussel], [Troonplein], Brussel, 8 augustus-21 oktober 1866.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 augustus 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/1866/Nummer 200/Brussel, 22 Aug.|‘Brussel, 22 Aug.’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;2]. == Onderscheidingen == *Anoniem (4 juni 1862) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1862/Nummer 130/De uitslag der keuze van de jury ter toekenning van zes gouden medailles van wege het Rijk en zes van wege de gemeente Rotterdam aan kunstenaars|‘De uitslag der keuze van de jury ter toekenning van zes gouden medailles van wege het Rijk en zes van wege de gemeente Rotterdam aan kunstenaars, [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;2]. == Allebé de tekenleraar == *Meester, J. de (januari-juli 1898) [[Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift/Jaargang 8/Nummer 15/H. J. Haverman|‘H. J. Haverman’]], ''Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift'', jrg. 8, nr. 15, p.&nbsp;397. *Zilcken, Ph. (januari-juli 1898) [[Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift/Jaargang 8/Deel 15/Jan Toorop|‘Jan Toorop’]], ''Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift'', deel 15, p. 105-129. == Allebé als lid van verenigingen en commissies == *Anoniem (17 mei 1897) [[De Telegraaf/Jaargang 5/Nummer 1898/Avond-editie/Dr. P.J.H. Cuypers|‘Dr. P.J.H. Cuypers’]], Avond-editie, [p.&nbsp;3]. *Anoniem (18 mei 1897) [[De Tijd/Nummer 15133/Het feest van Dr Cuypers|‘Het feest van Dr Cuypers’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;1-2]. == Huldigingen en herdenkingen == *Anoniem (19 april 1918) [[De Standaard/Jaargang 47/Nummer 14115/August Allebé|‘August Allebé’]], ''De Standaard'', [p.&nbsp;3]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] e8zpv2ynnetoknirorvoi06tir8hkc0 Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/ca. 1850-ca. 1914/Hendrik Willem Mesdag 100 31402 228029 225547 2026-10-11T12:15:37Z Vincent Steenberg 280 +bronnen 228029 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Hendrik Willem Mesdag | afbeelding = Hendrik Willem Mesdag 1913.jpg | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource-nl]] beschikbare bronnen over de Nederlandse schilder [[w:nl:Hendrik Willem Mesdag|Hendrik Willem Mesdag]]. | artikelwikipedia = }} == Algemeen == == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Veilingen ==== ;1890 *''Catalogue des tableaux modernes formant le cabinet de feu M. Abel Langerhuizen d'Amsterdam. Réuni aux tableaux des successions de m. J. van der Chijs, à Delft et de madame la veuve Schiffer van Bleiswijk à La Haye'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 25 februari 1890.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/In De Brakke Grond|‘In De Brakke Grond waren heden de kabinetten ten toon gesteld, nagelaten door den welbekenden Amsterdamschen makelaar Abel Langerhuizen, van mevrouw de Wed. Schiffer van Bleiswijk te ’s-Hage en van den heer J. van der Chijs te Delft. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;1920 *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;1927 *Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;1928 *Anoniem (14 december 1928) [[Anoniem/Veilingen/2|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. === Tentoonstellingen === ;1871 *''Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën, enz. van levende meesters'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 1871.<br>Aankondigingen en recensies: **S.K. Jr. (8 mei 1871) [[Algemeen Dagblad van Nederland/Nummer 571/De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij "Arti en Amicitiae"|‘De Tentoonstelling van Teekeningen, Schetsen, Studiën. enz. van levende meesters, in de kunstzalen der maatschappij „Arti en Amicitiae” [4]’]], ''Algemeen Dagblad van Nederland'', [p.&nbsp;1]. ;1872 *''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Teeken-Akademie, Den Haag, 1872.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (8 juni 1872) [[Het Vaderland/Jaargang 1872/Nummer 135/Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond|‘Naar wij vernemen, zijn de volgende inzenders op de Haagsche tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters met de gouden medaille bekroond: [...]’]], ''Het Vaderland'', [p.&nbsp;2]. ;1885 *''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, […]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. **Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p.&nbsp;537-538. *''Exposition universelle des beaux-arts. Catalogue général. Hollande'', Antwerpen, [2 mei-2 november] 1885.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (21 mei 1885) [[Het Vaderland/Jaargang 17/Nummer 118/De Wereldtentoonstelling te Antwerpen|‘De Wereldtentoonstelling te Antwerpen. VI’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;1887 *''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', Arti et Amicitiae, oktober 1887.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (28 november 1887) [[De Tijd/Nummer 12270/De Tentoonstelling van Kunstwerken van levende Meesters in "Arti"|‘De Tentoonstelling van Kunstwerken van levende Meesters in „Arti”. II (Slot)’]], ''De Tijd'', [p.&nbsp;1]. ;1890 *''[[Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters te 's-Gravenhage]]'', [Koninklijke] Academie, Den Haag, 1890. ;1900 *''Wereldtentoonstelling'', Parijs, 14 april-12 november 1900, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. ;1910 *''Exposición Internacional de Arte del Centenario Buenos Aires 1910. Catalogo'', Museo de Bellas Artes, Buenos Aires, 12 juli-november 1910.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (20 oktober 1910) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 83/Nummer 26405/Ochtendblad/Onze kunst in Zuid-Amerika|‘Onze kunst in Zuid-Amerika’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, p.&nbsp;6. ;1912 *''[[Stedelijke internationale tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters]]'', Stedelijk Museum, Amsterdam, 13 april-juli 1912. == Publieke functies - Mesdag in het verenigingsleven, enz. == *Anoniem (17 mei 1897) [[De Telegraaf/Jaargang 5/Nummer 1898/Avond-editie/Dr. P.J.H. Cuypers|‘Dr. P.J.H. Cuypers’]], ''De Telegraaf'', Avond-editie, [p.&nbsp;3]. *Lambeek Jr., Johs.B. (22 mei 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 21/De hulde aan Dr. P. J. H. Cuypers|‘De hulde aan Dr. P. J. H. Cuypers op den 17en Mei in ’s Rijks Museum te Amsterdam’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 21, p.&nbsp;101-103. ;Mesdag als lid van diverse commissies voor de wereldtentoonstelling van 1900 *Anoniem (24 april 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 17/Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn benoemd|‘Door Z.Ex. den minister v. W. H. & N. zijn o.m. de navolgende commissiën benoemd tot het bijeenbrengen van zaken voor de in 1900 te Parijs te houden Tentoonstelling. […]’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 17, p.&nbsp;92. *Anoniem (24 juli 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 30/Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900|‘Wereldtentoonstelling te Parijs in 1900. Afdeelingen van Nederland en de koloniën’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 30, p.&nbsp;142. ;Mesdag als lid van het comité voor de Nederlandse afdeling van Beeldende Kunsten van de Wereldtentoonstelling in Luik in 1905 *Anoniem (23 maart 1905) [[De Noordbrabanter/Jaargang 76/Nummer 3947/Tentoonstelling te Luik|‘Tentoonstelling te Luik’]], ''De Noord Brabanter'', [p.&nbsp;2]. == Werken == == Bijzondere onderwerpen == ;Mesdag als kunstverzamelaar *Anoniem (28 september 1883) [[Nederlandsche Staatscourant/Jaargang 1883/Nummer 228/De heer H.W. Mesdag (...) heeft aan het Rijk ten geschenke gegeven|‘De heer H. W. Mesdag, [...], heeft aan het Rijk ten geschenke gegeven [...]’]], ''Nederlandsche Staatscourant'', [p.&nbsp;2]. == Bekroningen - Prijzen - Huldigingen == *Anoniem (19 juni 1884) [[Het Nieuws van den Dag/1884/Nummer 4396/Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling Crystal Palace te Londen|‘Van het Nederlandsch Hoofdcomité voor de Internationale Tentoonstelling »Crystal Palace« te Londen in 1884, is thans bij de Nederlandsche Regeering het officieel bericht ontvangen, dat […]’]], ''Het Nieuws van den Dag'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1]. == Leerlingen - Navolging - Nalatenschap == == Overig == [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] f0ynqatmgrghot9279lnx87gqi244kg Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo 100 34760 228045 227380 2026-10-11T13:34:55Z Vincent Steenberg 280 bronnen toegevoegd/verplaatst 228045 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Nederlandse schilderkunst;<br>Barok en Rococo<br>(ca. 1600-ca. 1750) | afbeelding = Rembrandt-Belsazar.jpg | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Nederlandse schilderkunst uit de periode ca. 1600 tot ca. 1750. | artikelwikipedia = }} == Algemeen == === Tentoonstellingen === ;1767 *''Catalogus van een fraay en uytmuntend kabinetje met konstige schilderyen door de eerste Nederlandse meesters'', Tideman, Amsterdam, [18 maart] 1767.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter|‘B. Tideman, J. Ottens de Jonge, C. Blasius en H. de Winter, Makelaars, zullen op Woensdag den 18 Maart, […] t’Amst. […] verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1933 *''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. ;1935 *''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;3. **Anoniem (21 juni 1935) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 108/Nummer 35334/Avondblad/Het Rijksmuseum leent aan Boymans|‘Het Rijksmuseum leent aan Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;13. **Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p.&nbsp;3. == Algemene geschiedenis van de Nederlandse schilderkunst uit de barok en rococo == *Houbraken, Arnold (1718-1721) ''[[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen]]'', Amsterdam: [s.n.] == Bijzondere onderwerpen == ;Aelst, Evert van (1602-1657) *Houbraken, Arn. (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Evert en Willem van Aelst|"Evert van Aelst […] Willem van Aelst"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;228-230. ;Aldewereld, Herman van (1628/1629-1669) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Anthonisz., Aert *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Asch, Pieter van *Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Pieter Janze van Asch|"Pieter Janze van Asch"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;235-236. ;Assen, Jan van (ca. 1635-1695/1697) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;235-236, met name 236. ;Baen, Jacobus de (1673-1700) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Baan|“Jan de Baan”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;303-324, met name 314. ;Ban, Gerbrand *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Beck, David (1621-1656) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/David Beck|“David Beck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;83-87. ;Beelt, Cornelis (voor 1612-na 1664) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Bemmel, Jacob Gerritsz. van *Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (Joost van)|“Bemmel. (Joost van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p.&nbsp;73. ;Bemmel, Willem van (1630-1708) *Kramm, Christiaan (1857) [[De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters/Deel 1/Bemmel. (van)|“Bemmel. (van)”]], in: Christiaan Kramm (1857-1864) ''De levens en werken der Hollandsche en Vlaamsche kunstschilders, beeldhouwers, graveurs en bouwmeesters'', Amsterdam: Gebroeders Diederichs, deel I, p.&nbsp;72-73. ;Bergh, Matthijs van den (1618-1687) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathys vanden Berg|“Mathys vanden Berg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;15-16. ;Bispinck, Barend (1622/1637-na 1657) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Hoeck|“Jan van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;344-345, met name 345. ;Bisschop, Abraham (1670-1729/1730) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Abraham Bisschop|“Abraham [Bisschop]”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;222-223. ;Bisschop, Jacobus (1658-1704) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakobus Bisschop|“Jakobus Bisschop”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;222. ;Bisschop, Cornelis (1630-1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Bisschop|“Kornelis Bisschop”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;220-222. ;Blanckerhoff, Jan Theunisz. (1628-1669) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Teunisz. Blankhof|“Jan Teunisz. Blankhof”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;198-200. ;Bleker, Dirck (ca. 1621-voor 1702) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Blekers|“... Blekers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;342-343. ;Boone, Daniël (1630/1631-1692) *''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Borssom, Anthonie van *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Bos, Jasper van den (1634-na 1656) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gasper vanden Bos|“Gasper vanden Bos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;328-329. ;Bray, Jan de *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *''Tentoonstelling Bijbelsche Kunst'', Rijksmuseum, Amsterdam, 8 juli-8 oktober 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (27 juli 1939) ‘Bijbelsche kunst in het Rijksmuseum’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Brekelenkam, Quiringh van (1622/30-1669/1670) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Brisé, Cornelis (ca. 1622-ca. 1670) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Brize|“Kornelis Brize”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;341-342. ;Codde, Pieter *''Catalogue tableaux anciens, porcelaines diverses, beau meuble Boulle - collection du Baron Liphart-Rathshoff à Dorpat; argenterie interessante, chales, tapis persans, porcelaines emaillées, meubles - provenances diverses'' [veilingcat.], A. Mak, Amsterdam, 11-13 oktober 1921.<br>Aankondigingen: **Anoniem (29 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 270/Avondblad/De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden|‘De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden [...]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Compe, Jan ten *[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Cuylenborch, Abraham van (I) *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Delff, Jacob Willemsz. (II) (1619-1661) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Delff|“Jakob Delff”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;56-57. ;Diepraam, Arent (1622-1670) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Dijck, Abraham van (ca. 1635-1680) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Hoeck|“Jan van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;344-345, met name 345. ;Does, Jacob van der (I) (1623-1673) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob vander Does|“Jakob vander Does”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;105-108. ;Donker, Jan *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;93. ;Donker, Pieter (ca. 1635-1668) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan en Pieter Donker|“Jan en Pieter Donker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;93. ;Doomer, Lambert (1624-1700) *''Kaarten, profielen en panorama’s van Amsterdam'', Museum Fodor, Amsterdam, 10 september-27 november 1932.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (1 oktober 1932) [[De Locomotief/Jaargang 81/Nummer 228/Amsterdam in Vroeger Eeuwen|‘Amsterdam in Vroeger Eeuwen. Eene belangwekkende tentoonstelling’]], ''De Locomotief'', Vijfde Blad, [p.&nbsp;2]. ;Doudijns, Willem (1630-1697) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Doudyns|“Willem Doudyns”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;234-235. ;Drielenburg, Willem van (1632-1677) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem van Drillenburg|“Willem van Drillenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;147-153. *[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Druyvestein, Aart Jansz. (1577-1627) *Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Aart Janze Druivestein|"Aart Janze Druivestein"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;60-61. ;Duck, Jacob *[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Ducq, Johan le (1629/1630-1676) *''Catalogue de la collection de dessins anciens et modernes, galeries, livres à figures et sur les arts et première partie des gravures et eaux-fortes de toutes les écoles de feu m. Herman de Kat (van Oost- en West-Barendrecht et Carnisse)'', Dirk A. en A.J. Lamme, Hôtel des Notaires, Rotterdam, 4-8 maart 1867.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (9 maart 1867) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 68/De belangrijke veiling|‘De belangrijke veiling van prenten en teekeningen, […] nagelaten door den heer H. de Kat van Oost- en West-Barendrecht en Carnisse, […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Dubbels, Hendrick Jacobsz. *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. *''’t Is Winter'', Amsterdams Historisch Museum, Amsterdam, ....-2 maart 1987, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Jan Bart Klaster (14 januari 1987) ‘Moralistisch lesje in pretverpakking. Het verdwenen Amsterdam op wintertaferelen’, ''Het Parool'', uit en thuis, p.&nbsp;6. ;Duif, Jan Ariens (1617-1649) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;90-91. ;Dullaert, Heyman *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. ;Dusart, Cornelis (1660-1704) *''Catalogue de la collection de dessins anciens et modernes, galeries, livres à figures et sur les arts et première partie des gravures et eaux-fortes de toutes les écoles de feu m. Herman de Kat (van Oost- en West-Barendrecht et Carnisse)'', Dirk A. en A.J. Lamme, Hôtel des Notaires, Rotterdam, 4-8 maart 1867.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (9 maart 1867) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 68/De belangrijke veiling|‘De belangrijke veiling van prenten en teekeningen, […] nagelaten door den heer H. de Kat van Oost- en West-Barendrecht en Carnisse, […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Duynen, Isaac van *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Duyvelant, Jacob (....-na 1662) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Hoeck|“Jan van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;344-345, met name 345. ;Eeckhout, Gerbrand van den (1621-1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerbrant vanden Eekhout|“Gerbrant vanden Eekhout”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;100-101. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Esselens, Jacob (1626-1687) [[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]] *''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam ge­hou­den veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Everdingen, Allaert van (1617-1675) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Aldert van Everdingen|“Aldert van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;95-96. ;Everdingen, Caesar van (1616/1617-1678) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Cesar van Everdingen|“Cesar van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;94-95. *''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Neder­land­sche italiani­seeren­de mees­ters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Everdingen, Jan (I) (ca. 1618/1620-1656) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Everdingen|“Jan van Everdingen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;95. ;Fabritius, Barent *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Fris, Pieter (1628-1706) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Frits|“Pieter Frits”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;345-347. ;Fromantiou, Hendrick de (1633/1634-na 1693) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Uilenburg|“Gerard Uilenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;293-303, met name 294-296. *Anoniem (3 april 1937) [[De Telegraaf/Jaargang 45/Nummer 16746/Avondblad/Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur|‘Berlijn beleefde eens een periode van Nederlandsche cultuur. Groot was de invloed van Louise van Oranje. Uiteindelijk is niet veel meer van dit alles te merken’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;5. *Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Gael, Barent (1630/1635-1698) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Gaesbeeck, Adriaen van *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Gallis, Pieter (1633-1697) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Gallis|“Pieter Gallis”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;328. ;Geel, Jacob van *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Giselaer, Nicolaes de *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. ;Gool, Jan van *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Graat, Barent (1628-1709) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Barent Graat|“Barent Graat”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;200-209. ;Graauw, Hendrik (1627-1693) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Graauw|“Hendrik Graauw”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;189-191. ;Grasdorp, Willem *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Grebber, Anthonie Claesz. de *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Grebber, Pieter de (ca. 1600-1652/1653) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 122. ;Groot, Jan de (1650-1726) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Groot|“Jan de Groot”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;58. ;Hackaert, Jan *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Halen, Arnoud van (1673-1732) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;259-262, met name 262. ;Hals, Dirck (1591-1656) *''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p.&nbsp;1. *''Collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, Den Haag, oktober 1917, oktober-november 1917.<br>Aankondigingen en recensies: **Ω (12 oktober 1917) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 90/Nummer 28937/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag. Konijnenburg bij Kleykamp. – De verzameling-Goudstikker. – Groepen in Pulchri’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;5. *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Hals, Frans (II) (1618-1669) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Hals, Harmen *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. *''Collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, Den Haag, oktober 1917, oktober-november 1917.<br>Aankondigingen en recensies: **Ω (12 oktober 1917) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 90/Nummer 28937/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag. Konijnenburg bij Kleykamp. – De verzameling-Goudstikker. – Groepen in Pulchri’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;5. ;Hannot, Johannes *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Hasselt, Jacob Gerritsz. van (II) (ca. 1598-ca. 1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Hoeck|“Jan van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;344-345, met name 345. ;Heck, Claes Jacobsz. van der (ca. 1575/ca. 1581-1652) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Nicolaas vander Hek|“Nicolaas vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;7-8. ;Heck, Marten Heemskerck van der (ca. 1607-1656) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Marten Heemskerk vander Hek|“Marten Heemskerk vander Hek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;8. ;Heer, Margareta de (voor 1603-voor 1665) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Helmbreker, Dirck (1633-1696) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Theodoor Helmbreker|“Theodoor Helmbreker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;108-109. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Heusch, Willem de *''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p.&nbsp;1. *[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;Hillegaert, Paulus van (I) (1596-1640) [[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]] *''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam ge­hou­den veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Holsteyn, Pieter (II) (ca. 1614-1673) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 124-125. ;Hondecoeter, Gijsbert Gillisz. de *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. *Anoniem (9 oktober 1928) [[De Maasbode/Jaargang 61/Nummer 22102/Ochtendblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Het jaarverslag’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. *''Paaschtentoonstelling van oude schilderijen collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, waarbij o.a. geëxposeerd Titiaan-allegorie'', Rotterdamsche Kunstkring, Rotterdam, 21 maart-8 april 1940.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 maart 1940) [[Rotterdamsch Nieuwsblad/Jaargang 62/Nummer 19017/Paaschtentoonstelling in den Kunstkring|‘Paaschtentoonstelling in den Kunstkring. Oude schilderijen uit de collectie P. de Boer’]], ''Rotterdamsch Nieuwsblad'', vijfde blad, p.&nbsp;3. ;Hondecoeter, Gillis Claesz. de (ca. 1575-1638) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. *D.L. (1853) [[Album der Natuur/1853/Nieuwe afbeelding Dodo, Lubach|‘Over eene nieuw ontdekte afbeelding van den Dodo’]], ''Album der Natuur'', jrg. 2, p.&nbsp;255. ;Hoogstraten, Jan van (1629/1630-1654) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;155-170, met name 168-170. ;Hoogstraten, Samuel van (1627-1678) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Samuel van Hoogstraten|“Samuel van Hoogstraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;155-170. ;Houbraken, Arnold *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Huijsum, Jan van (1682-1749) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. *Anoniem (4 juni 1930) [[De Telegraaf/Jaargang 38/Nummer 14271/Avondblad/Hooge prijzen bij Christie|‘Hooge prijzen bij Christie’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Jacobsz., Jurriaan (1624-1685) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan Jakobze|“Juriaan Jakobze”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;49-50. ;Janssens van Ceulen, Cornelis (1593-1661) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Janson van Keulen|“Janson van Keulen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;224-225. ;Jongh, Ludolph de *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ludolf de Jong|“Ludolf de Jong”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;32-34. ;Jonson van Ceulen, Cornelis (I) *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. ;Jordaens, Hans (IV) (1616-1680) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hans Jordaans|“Hans Jordaans”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;28-30. ;Kabel, Adriaen van der (1630/1631-1705) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;235-236. ;Kabel, Engel van der (1640/1641-1696) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ary vander Kabel|“Ary vander Kabel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;235-236. ;Keirincx, Alexander (1600-1652) *Houbraken, Arn. van (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Alexander Kierings|"Alexander Kierings"]], in: Arn. Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;130. ;Kick, Cornelis (1634-1681) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Kik|“Kornelis Kik”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;333-334. ;Klomp, Albert Jansz. *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Knijff, Wouter (1605/1607-1694) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Koninck, Philips (1619-1688) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philips de Koning|“Philips de Koning”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;53-55. *''Catalogue de la collection de dessins anciens et modernes, galeries, livres à figures et sur les arts et première partie des gravures et eaux-fortes de toutes les écoles de feu m. Herman de Kat (van Oost- en West-Barendrecht et Carnisse)'', Dirk A. en A.J. Lamme, Hôtel des Notaires, Rotterdam, 4-8 maart 1867.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (9 maart 1867) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 68/De belangrijke veiling|‘De belangrijke veiling van prenten en teekeningen, […] nagelaten door den heer H. de Kat van Oost- en West-Barendrecht en Carnisse, […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Koninck, Salomon (1609-1656) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Kraanevelt, N. (....-voor 1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/N. Kraanevelt|“N. Kraanevelt”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;52. ;Laer, Roeland van (1598-1635/1640) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 124. ;Latombe, Abraham (1597-na 1628) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Latombe|“Latombe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;27-28. ;Leemans, Anthonie (1631-1671/1673) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Lely, Peter *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. ;Leveck, Jacobus (1634-1675) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jakob Lavecq|“Jakob Lavecq”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;153-155. ;Leyster, Judith *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Lisse, Dirck van der *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Lundens, Gerrit (1622-1686) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Luttichuys, Isaack (1616-1673) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Man, Cornelis de (1621-1706) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis de Man|“Kornelis de Man”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;99-100. ;Marienhof, Aert Jansz. (ca. 1626-1654) *Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;6]. ;Martens de Jonge, Jan *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ;Meerkerk, Dirk (1602 of 1620-na 1660) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Dirk Meerkerk|“Dirk Meerkerk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;91-92. ;Meijer, Hendrick de (ca. 1620-na 1689) *Anoniem (10 juli 1910) [[De Maasbode/Jaargang 42/Nummer 10679/Aanwinsten in het Haagsch Museum|‘Aanwinsten in het Haagsch Museum’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, tweede blad, [p.&nbsp;1]. ;Menton, Frans (ca. 1545-1615) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frans Menton|“Frans Menton”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;15. ;Meyburgh, Bartholomeus (1628-ca. 1708) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;259-262. ;Mieris, Willem van [[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]] *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Mijtens, Johannes (ca. 1614-1670) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Molenaer, Klaes *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Mommers, Hendrick (1619/1620-1693) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Moor, Carel de (II) (1655-1738) *''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. ;Moucheron, Frederik de (1633-1686) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frederik de Moucheron|“Frederik de Moucheron”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;327-328. ;Moucheron, Isaac de (1667-1744) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Uilenburg|“Gerard Uilenburg”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;293-303, met name 297-298. ;Murant, Emanuel (1622-ca. 1700) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Emanuel Murant|“Emanuel Murant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;102. ;Nedek, Pieter Pietersz. (1617-na 1692) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Pieter Pieterze Nedek|“Pieter Pieterze Nedek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;27. ;Neer, Eglon van der *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Nes, Johan van (....-1650) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan van Nes|“Johan van Nes”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;343-344. ;Netscher, Caspar (1639-1684) *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *''Paaschtentoonstelling van oude schilderijen collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, waarbij o.a. geëxposeerd Titiaan-allegorie'', Rotterdamsche Kunstkring, Rotterdam, 21 maart-8 april 1940.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 maart 1940) [[Rotterdamsch Nieuwsblad/Jaargang 62/Nummer 19017/Paaschtentoonstelling in den Kunstkring|‘Paaschtentoonstelling in den Kunstkring. Oude schilderijen uit de collectie P. de Boer’]], ''Rotterdamsch Nieuwsblad'', vijfde blad, p.&nbsp;3. *Havelaar, Just (7 september 1921) [[Het Vaderland/Jaargang 53/7 september 1921/Avondblad/Collectie Van Maanen|‘Collectie Van Maanen’]], ''Het Vaderland'', Avondblad B, p.&nbsp;2. ;Netscher, Constantijn *Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. ;Neyn, Pieter de (1597-1639) *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Nickelen, Isaak van (1632/1633-1703) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Nieulandt, Adriaen van (ca. 1586-1658) *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adriaan Nieulant|"Adriaan Nieulant"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;42-43. ;Oostfries, Catharina (ca. 1636-1708) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Katarina Oostfries|“Katarina Oostfries”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;209. ;Ossenbeeck, Jan van (ca. 1624-1674) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Ossenbek|“Ossenbek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;170-171. ;Pape, Abraham de (ca. 1620-1666) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Pardanus, Abraham (1673-1744) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gysbrecht Thys|“Gysbrecht Thys”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;144-145. ;Paulusz., Zacharias (ca. 1580-1648) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Zacharias Paulusz.|“Zacharias Paulusz.”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;55-56. ;Pierson, Christoffel (1631-1714) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kristoffel Pierson|“Kristoffel Pierson”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;259-262. ;Pijnacker, Adam (1620/1622-1673) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adam Pynaker|“Adam Pynaker”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;96-99. *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. ;Poel, Egbert Lievensz. van der (1621-1664) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. *''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Poorter, Willem de (1608-na 1648) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Post, Frans *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Frans Post|“Frans Post”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;343-344. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. *''Annual autumn exhibition of paintings by old Dutch and Flemish masters'', Alfred Brod Galerie, Londen, 5 oktober-4 november 1961.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (13 oktober 1961) ‘Londense expositie van oude meesters’, ''Het Parool'', p.&nbsp;17. ;Pot, Hendrik Gerritsz. (1580/1581-1657) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 123. ;Puytlinck, Christoffel *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Ravesteyn, Jan van (ca. 1572-1657) [[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]] *''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p.&nbsp;1. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Roestraeten, Pieter van (1630-1700) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Roestraten|“Roestraten”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;191-192. *Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Romeyn, Willem *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Rotius, Jan Albertsz. (1624-1666) *Anoniem (7 juni 1898) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 232/Nummer 131/Men meldt ons uit Amsterdam|‘Men meldt ons uit Amsterdam: [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Eerste Blad, [p.&nbsp;2]. *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Albertsz. Roodtseus|“Jan Albertsz. Roodtseus”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;11-12. ;Ruysch, Rachel *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. *''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. ;Saftleven, Cornelis *Anoniem (8 november 1905) [[Het Nieuws van den Dag/1905/Nummer 10999/Wetenschap en kunst|‘Wetenschap en kunst’]], ''Het Nieuws van den Dag'', p. 15. ;Sant-Acker, Frans (''fl''. 1648-1668) *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Santvoort, Dirck Dircksz. (1604-1635) *''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen: **Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;3]. *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Savoyen, Carel van (1618-1665) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Karel van Savoyen|“Karel van Savoyen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;53. ;Schagen, Gillis (1616-1668) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gillis Schagen|“Gillis Schagen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;30-32. ;Schellinks, Daniël (1627-1701) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;263-273, met name 273. ;Schellinks, Willem (1623-1678) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;263-273. ;Seghers, Hercules *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hercules Segers|“Hercules Segers”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;136-137. *''Hercules Seghers. Omstreeks 1590-omstreeks 1640'', ’s Rijks Prentenkabinet, Amsterdam, 1 april-30 juni 1914.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Prentenkabinet Hercules Seghers|‘Prentenkabinet: Hercules Seghers’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;6. *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Slingeland, Cornelis van (ca. 1635-1686) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Hoeck|“Jan van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;344-345, met name 345. ;Sorgh, Hendrick Martensz. (ca. 1611-1670) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh|“Hendrik Martensz. bygenaamt Zorgh”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;89-90. *''Tentoonstelling van schilderijen van oude meesters in de zalen van het Gothische Paleis in het Noordeinde te ’s Gravenhage ten behoeve der watersnoodlijdenden'' […], Paleis Noordeinde, Den Haag, 20 maart-30 april 1881.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 april 1881) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 215/Nummer 97/De tentoonstelling|‘De tentoonstelling van kunstvoorwerpen van oude meesters, te ’s Gravenhage, ten behoeve der Watersnoodlijdenden, onder de Hooge Bescherming van HH. MM. de Koning en de Koningin. VII. Figuur- en stilleven-schilders’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;581]. ;Stap, Jan Woutersz. genaamd *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Staphorst, Abraham (ca. 1638-1696) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Hoeck|“Jan van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;344-345. ;Staveren, Jan Adriaensz. van *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Stoop, Dirk *''Kersttentoonstelling van teekeningen van Utrechtsche meesters der 17e en 18e eeuw uit het bezit van Teyler's Stichting te Haarlem'', Centraal Museum, Utrecht, december 1927, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p.&nbsp;1. ;Storck, Abraham [[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]] *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Storck, Jacobus *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Streek, Hendrik van (1659-1720) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Juriaan van Streek|“Juriaan van Streek”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;290-292, met name 292. ;Striep, Christiaan (1634-1673) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan van Hoeck|“Jan van Hoeck”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;344-345, met name 345. ;Swart, Pieter *Mautner, W. (1941) [[Oud-Holland/Jaargang 58/Onbekende Meesters - Onbekende Werken|‘Onbekende Meesters — Onbekende Werken’]], ''Oud-Holland'', jrg. 58, p.&nbsp;38-48. ;Sweel, Jan van (''fl''. 1673-1676) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan de Baan|“Jan de Baan”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;303-324, met name 312. ;Tempel, Abraham van den *''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ;Troost, Cornelis *''Catalogue de la collection de dessins anciens et modernes, galeries, livres à figures et sur les arts et première partie des gravures et eaux-fortes de toutes les écoles de feu m. Herman de Kat (van Oost- en West-Barendrecht et Carnisse)'', Dirk A. en A.J. Lamme, Hôtel des Notaires, Rotterdam, 4-8 maart 1867.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (9 maart 1867) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 68/De belangrijke veiling|‘De belangrijke veiling van prenten en teekeningen, […] nagelaten door den heer H. de Kat van Oost- en West-Barendrecht en Carnisse, […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Tulden, Theodoor van *Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p.&nbsp;2]. ;Vaillant, Andries (1655-1693) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;102-105. ;Vaillant, Bernard (1632-1698) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;102-105. ;Vaillant, Jacques (1643-1691) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;102-105. *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;263-273, met name 266. ;Vaillant, Wallerant (1623-1677) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vaillant|“Wallerant, Jan, Bernard, Jaques en Andreas Vaillant”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;102-105. ;Valkenburg, Dirk *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Velde, Esaias van de *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Velde, Jan van de (III) (1620-1662) *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;Venne, Pieter van de *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;Verbeeck, Cornelis (ca. 1590-na 1637) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 123. ;Verbijl, Jan Govertsz. (1634-1690) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;90-91. ;Verboom, Adriaen Hendriksz. (1627/1628-1673) [[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]] *''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (27 februari 1878) [[Opregte Haarlemsche Courant/1878/Nummer 50/In de heden (dingsdag) te Amsterdam gehouden veiling|‘In de heden (dingsdag) te Amsterdam ge­hou­den veiling […]’]], ''Opregte Woensdagsche Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Verdoel, Adriaen (I) (1623-1675) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Adriaan Verdoel|“Adriaan Verdoel”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;57-58. ;Verkolje, Nicolaas (1673-1746) *''Catalogus der oude schilderijen en der antieke meubelen nagelaten door wijlen Mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen te Enkhuizen'', Frederik Muller & Co., van Pappelendam & Schouten, Enkhuizen, 29 april 1886.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (1 mei 1886) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 220/Nummer 102/Uit Enkhuizen|‘Uit Enkhuizen ontvingen wij het volgende bericht omtrent den verkoop […] van de oude schilderijen en antieke meubelen, nagelaten door mejonkvrouwe M. M. Snouck van Loosen: […]’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en ’s-Gravenhage'', tweede blad, [p.&nbsp;685]. ;Verschuring, Willem (1660-1726) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Wilhelm Verschuring|“Wilhelm Verschuring”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;196. ;Verspronck, Johannes Cornelisz. (1600/1603-1662) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. *''Paaschtentoonstelling van oude schilderijen collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, waarbij o.a. geëxposeerd Titiaan-allegorie'', Rotterdamsche Kunstkring, Rotterdam, 21 maart-8 april 1940.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 maart 1940) [[Rotterdamsch Nieuwsblad/Jaargang 62/Nummer 19017/Paaschtentoonstelling in den Kunstkring|‘Paaschtentoonstelling in den Kunstkring. Oude schilderijen uit de collectie P. de Boer’]], ''Rotterdamsch Nieuwsblad'', vijfde blad, p.&nbsp;3. *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 122-123. ;Verwilt, François *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Victors, Jan *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 34995/Avondblad/Tentoonstelling in "Arti"|‘Tentoonstelling in „Arti”. Italianisanten uit de 16de en 17de eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Vinne, Vincent Laurensz. van der (I) (1628-1702) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Vincent vander Vinne|“Vincent vander Vinne”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;210-214. *Anoniem (25 februari 1940) [[Nieuwe Haarlemsche Courant/Jaargang 63/Nummer 22259/Beroemde Haarlemmers|‘Beroemde Haarlemmers’]], ''Nieuwe Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;3]. ;Vliet, Hendrick van (1611/1612-1675) *[''Stadsgezichten en genretaferelen''], Centraal Museum, Utrecht, ....-15 juli 1934, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **H. de Jonge (12 juni 1934) ‘Centraal museum Utrecht. Stadsgezichten en genretafereelen’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. *Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;6]. ;Vois, Ary de *''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen: **Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;3]. ;Voort, Cornelis van der *Anoniem (24 september 1902) [[De Zuid-Willemsvaart/Jaargang 22/Nummer 76/Veiling Heeswijk|‘Veiling Heeswijk’]], ''De Zuid-Willemsvaart'', [p.&nbsp;2]. ;Vrel, Jacob *''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;3. **Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p.&nbsp;3. ;Waben, Jacobus (ca. 1575-ca. 1641) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jaques Wabbe|“Jaques Wabbe”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;10-11. ;Waes, Aert van (ca. 1620-1664) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Duive|“Jan Duive”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;90-91. ;Waldcapelle, Jacob van (1644-1727) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Kornelis Kik|“Kornelis Kik”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;333-334, met name 334. ;Waterloo, Anthonie (1609-1690) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Antoni Waterloo|“Antoni Waterloo”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;51. ;Werff, Adriaen van der (1659-1722) *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936, lotnr. 69.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Wieringa, Harmen Willems *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. ;Wieringen, Cornelis Claesz. (1577-1633) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Johan Torrentius|“Johan Torrentius”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;117-125, met name 122. ;Wilkens, Theodoor (ca. 1690-1748) *''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Neder­land­sche italiani­seeren­de mees­ters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Willaerts, Adam (1577-1664) *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adam Willaarts|"Adam Willaarts"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;60. *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Willaerts, Cornelis *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;Wit, Jacob de *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Withoos, Alida (ca. 1661/1662-1730) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;186-189, met name 188. ;Withoos, Frans *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;186-189, met name 189. ;Withoos, Johannes (1648-ca. 1688) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;186-189, met name 188. ;Withoos, Matthias (1627-1703) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;186-189. ;Withoos, Pieter (ca. 1657-1692) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Mathias Withoos|“Mathias Withoos”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;186-189, met name 189. ;Wittel, Caspar van (1653-1736) *''Kunsthandel Dorus Hermsen N.V.'', Den Haag, december 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **Gio. [=Jan Kalff] (16 december 1933) ‘Kunst in Den Haag’, ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. *''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Neder­land­sche italiani­seeren­de mees­ters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Worst, Jan (....-na 1686) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Jan Worst|“Jan Worst”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;147. ;Wouwerman, Jan (1629-1666) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Philip Wouwerman|“Philip Wouwerman”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;69-76, met name 76. ;Wyck, Jan (1652-1700) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Tomas Wyk|“Tomas Wyk”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;16-18. ;Wyntges, Geertje (1636-1712) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Geertje Pieters|“Geertje Pieters”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;216-218. ;Zijl, Gerard Pietersz. van (ca. 1607-1665) *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Gerard Pieterze van Zyl|“Gerard Pieterze van Zyl”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;225-233. ;Zuylen, J. Hendricksz. van (''fl''. 1644) *Anoniem (7 december 1931) [[De Maasbode/Jaargang 64/Nummer 24049/Avondblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Nieuwe aanwinsten’]], ''De Maasbode'', Avondblad, p.&nbsp;6. ;Overige onderwerpen *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem van Aelst|Willem van Aelst]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Arent Arentsz. genaamd Cabel|Arent Arentsz. genaamd Cabel]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Asselijn|Jan Asselijn]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Balthasar van der Ast|Balthasar van der Ast]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Justus van Attevelt|Justus van Attevelt]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick Avercamp|Hendrick Avercamp]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Dirck van Baburen|Dirck van Baburen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan de Baen|Jan de Baen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ludolf Bakhuizen|Ludolf Bakhuizen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Beerstraaten|Anthonie Beerstraaten]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Abrahamsz. Beerstraaten|Jan Abrahamsz. Beerstraaten]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Sybrand van Beest|Sybrand van Beest]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis Bega|Cornelis Bega]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Abraham Begeyn|Abraham Begeyn]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham van Beijeren|Abraham van Beijeren]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Berchem|Nicolaes Berchem]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerrit Berckheyde|Gerrit Berckheyde]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Job Berckheyde|Job Berckheyde]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Dirck van Bergen|Dirck van Bergen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Bijlert|Jan van Bijlert]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Abraham Bloemaert|Abraham Bloemaert]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Bloemaert|Adriaen Bloemaert]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick Bloemaert|Hendrick Bloemaert]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Ferdinand Bol|Ferdinand Bol]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Bor|Paulus Bor]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard ter Borch (II)|Gerard ter Borch (II)]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Andries Both|Andries Both]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Both|Jan Both]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Richard Brakenburg|Richard Brakenburg]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Leonaert Bramer|Leonaert Bramer]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Bartholomeus Breenbergh|Bartholomeus Breenbergh]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Elias van den Broeck|Elias van den Broeck]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrick ter Brugghen|Hendrick ter Brugghen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem Buytewech|Willem Buytewech]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Michiel Carrée|Michiel Carrée]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Pieter Claesz.|Pieter Claesz.]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie van Croos|Anthonie van Croos]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aelbert Cuyp|Aelbert Cuyp]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Benjamin Cuyp|Benjamin Cuyp]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Simon van der Does|Simon van der Does]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard Dou|Gerard Dou]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis Droochsloot|Cornelis Droochsloot]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Joost Cornelisz. Droochsloot|Joost Cornelisz. Droochsloot]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Carel Fabritius|Carel Fabritius]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Feddes van Harlingen|Pieter Feddes van Harlingen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Govert Flinck|Govert Flinck]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Wybrand de Geest|Wybrand de Geest]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Arent de Gelder|Arent de Gelder]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Gillig|Jacob Gillig]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Goyen|Jan van Goyen]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans Hals|Frans Hals]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen Hanneman|Adriaen Hanneman]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Willem Claesz. Heda|Willem Claesz. Heda]] *[[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis de Heem|Cornelis de Heem]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Davidsz. de Heem|Jan Davidsz. de Heem]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Bartholomeus van der Helst|Bartholomeus van der Helst]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan van der Heyden|Jan van der Heyden]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Meindert Hobbema|Meindert Hobbema]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Melchior d'Hondecoeter|Melchior d'Hondecoeter]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard van Honthorst|Gerard van Honthorst]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Pieter de Hooch|Pieter de Hooch]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan van Huchtenburg|Jan van Huchtenburg]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Karel du Jardin|Karel du Jardin]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem Kalf|Willem Kalf]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard de Lairesse|Gerard de Lairesse]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Lastman|Pieter Lastman]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Hendrik van Limborch|Hendrik van Limborch]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Lingelbach|Johannes Lingelbach]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Maes|Nicolaes Maes]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gabriël Metsu|Gabriël Metsu]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Michiel van Mierevelt|Michiel van Mierevelt]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Frans van Mieris (I)|Frans van Mieris (I)]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Miense Molenaer|Jan Miense Molenaer]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Matthijs Naiveu|Matthijs Naiveu]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aert van der Neer|Aert van der Neer]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob Ochtervelt|Jacob Ochtervelt]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Maria van Oosterwijck|Maria van Oosterwijck]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van Ostade|Adriaen van Ostade]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Isaac van Ostade|Isaac van Ostade]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Palamedesz.|Anthonie Palamedesz.]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Cornelis van Poelenburch|Cornelis van Poelenburch]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Paulus Potter|Paulus Potter]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Potter|Pieter Potter]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Rembrandt|Rembrandt]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van Ruisdael|Jacob van Ruisdael]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Salomon van Ruysdael|Salomon van Ruysdael]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Saenredam|Pieter Saenredam]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Herman Saftleven|Herman Saftleven]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Roelant Savery|Roelant Savery]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan Steen|Jan Steen]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Juriaan van Streek|Juriaan van Streek]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Torrentius|Johannes Torrentius]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jacob van der Ulft|Jacob van der Ulft]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Velde|Adriaen van de Velde]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem van de Velde (II)|Willem van de Velde (II)]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Adriaen van de Venne|Adriaen van de Venne]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Johannes Vermeer|Johannes Vermeer]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Hendrik Verschuring|Hendrik Verschuring]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Simon de Vlieger|Simon de Vlieger]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Weenix|Jan Weenix]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Baptist Weenix|Jan Baptist Weenix]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Thomas Wijck|Thomas Wijck]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan Wijnants|Jan Wijnants]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Emanuel de Witte|Emanuel de Witte]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Philips Wouwerman|Philips Wouwerman]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Pieter Wouwerman (II)|Pieter Wouwerman (II)]] * [[Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Joachim Wtewael|Joachim Wtewael]] [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] p5n53qg430qkesdyh8jqvz15uhya6d2 Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gerard van Honthorst 100 38744 228039 224645 2026-10-11T12:32:51Z Vincent Steenberg 280 +bronnen 228039 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Gerard van Honthorst | afbeelding = Portret van de schilder Gerard van Honthorst, RP-P-OB-16.460.jpg | alt = Portret van Gerard van Honthorst door Paulus Pontius naar een schilderij van Anthony van Dijk | beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder [[w:nl:Gerard van Honthorst|Gerard van Honthorst]] }} == Algemeen == == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Veilingen ==== ;1920 *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. === Musea === ;Centraal Museum *Anoniem (25 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 358/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, B, p.&nbsp;1. *Anoniem (9 oktober 1928) [[De Maasbode/Jaargang 61/Nummer 22102/Ochtendblad/Centraal Museum te Utrecht|‘Centraal Museum te Utrecht. Het jaarverslag’]], ''De Maasbode'', Ochtendblad, derde blad, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (15 oktober 1935) [[De Tijd/Jaargang 91/Nummer 28430/Avondblad/Utrechts Centraal Museum|‘Utrechts Centraal Museum. Interessante aanwinsten’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;6]. ;Rijksmuseum Amsterdam *Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.: s.n.], p.&nbsp;35. === Tentoonstellingen === ;1894 *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;1934 *''Catalogus tentoonstelling van schilderijen en teekeningen van Nederlandsche Italianiseerende schilders uit de 16e en 17e eeuw'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 14 juli-16 september 1934.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 34995/Avondblad/Tentoonstelling in "Arti"|‘Tentoonstelling in „Arti”. Italianisanten uit de 16de en 17de eeuw’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. **M.V. (27 juli 1934) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 107/Nummer 35008/Avondblad/Nederlandsche italianiseerende meesters|‘Neder­land­sche italiani­seeren­de mees­ters’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. **Jan Engelman (25 augustus 1934) ‘Italianiseerende schilders in Nederland’, ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;1935 *''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (24 mei 1935) [[Haagsche Courant/Nummer 16042/Boymans' openings-expositie|‘Boymans’ openings-expositie. Werken van Meesters van de Delftsche School’]], ''Haagsche Courant'', vierde blad, p.&nbsp;3. **Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p.&nbsp;3. == Werken == ;''De onthoofding van Johannes de Doper'', Santa Maria della Scala, Rome *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem Schellinks|“Willem Schellinks”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;263-273, met name 267. == Overig == *Anoniem (7 juni 1898) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 232/Nummer 131/Men meldt ons uit Amsterdam|‘Men meldt ons uit Amsterdam: [...]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', Eerste Blad, [p.&nbsp;2]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] qwekt5j1aun2sjuholuu0ucnga6vmbu Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Jan van Goyen 100 41411 228033 227370 2026-10-11T12:18:59Z Vincent Steenberg 280 +bron 228033 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Jan van Goyen | afbeelding = Terborch Goyenuv portret.jpg | alt = Portret van Jan van Goyen door Gerard ter Borch | beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder [[w:nl:Jan van Goyen|Jan van Goyen]]. }} == Algemeen == == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Kunsthandel ==== *J.W. (12 april 1937) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 124/Nummer 15586/Kunstzaal Fa. D. Katz te Dieren|‘Kunstzaal Fa. D. Katz te Dieren. Wederom aanwinsten’]], ''Arnhemsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ==== Veilingen ==== ;1888 *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1914 *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. ;1919 *Anoniem (18 mei 1919) [[De Telegraaf/Jaargang 27/Nummer 10477/Veiling Frederik Muller|‘Veiling Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', eerste blad, p.&nbsp;3. ;1920 *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;1921 *''Tableaux anciens'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 24-27 mei 1921.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (25 mei 1921) [[De Maasbode/Jaargang 53/Nummer 17538/Avondblad/Veiling Frederik Muller & Co.|‘Veiling Frederik Muller & Co.’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;2. *''Catalogue tableaux anciens, porcelaines diverses, beau meuble Boulle - collection du Baron Liphart-Rathshoff à Dorpat; argenterie interessante, chales, tapis persans, porcelaines emaillées, meubles - provenances diverses'' [veilingcat.], A. Mak, Amsterdam, 11-13 oktober 1921.<br>Aankondigingen: **Anoniem (29 september 1921) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 78/Nummer 270/Avondblad/De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden|‘De firma A. Mak te Amsterdam zendt ons den catalogus van de kunstveiling, welke 11 en 13 October in het gebouw „De Roos” zal worden gehouden [...]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ;1927 *Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. === Musea === ;Groninger Museum *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. ;Kunstmuseum Den Haag *Anoniem (12 september 1935) [[Het Vaderland/Jaargang 67/12 september 1935/Ochtendblad/Ons Gemeentemuseum|‘Ons Gemeentemuseum’]], ''Het Vaderland'', Ochtendblad D, p.&nbsp;2. ;Museum De Lakenhal, Leiden *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. === Tentoonstellingen === ;1890 *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;1916 *''Catalogus der tentoonstelling van schilderijen enz.'', E.J. van Wisselingh, Panorama Mesdag, Den Haag, oktober-november 1916.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (26 oktober 1916) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 73/Nummer 300/Avondblad/E. J. v. Wisselingh|‘E. J. v. Wisselingh. (Slot.) Gebouw Panorama Mesdag’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, A, p.&nbsp;1. ;1917 *''Collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, Den Haag, oktober 1917, oktober-november 1917.<br>Aankondigingen en recensies: **Ω (12 oktober 1917) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 90/Nummer 28937/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag. Konijnenburg bij Kleykamp. – De verzameling-Goudstikker. – Groepen in Pulchri’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;5. ;1922 *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;1927 *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1927-16 januari 1928.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (21 december 1927) [[Anoniem/Museum Boymans/1|‘Museum Boymans’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p. 1]. ;1932 *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;1936 *''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;1939 *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (8 juni 1939) [[Het Vaderland/Jaargang 71/8 juni 1939/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', [Avondblad B, p.&nbsp;1]. **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;1940 *''Paaschtentoonstelling van oude schilderijen collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, waarbij o.a. geëxposeerd Titiaan-allegorie'', Rotterdamsche Kunstkring, Rotterdam, 21 maart-8 april 1940.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 maart 1940) [[Rotterdamsch Nieuwsblad/Jaargang 62/Nummer 19017/Paaschtentoonstelling in den Kunstkring|‘Paaschtentoonstelling in den Kunstkring. Oude schilderijen uit de collectie P. de Boer’]], ''Rotterdamsch Nieuwsblad'', vijfde blad, p.&nbsp;3. *''Verzameling Lanz. Verkorte catalogus'', Rijksmuseum, Amsterdam, juni-augustus 1940.<br>Aankondigingen en recensies: ** M.V. (12 juni 1940) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 113/Nummer 37136/Avondblad/Tentoonstelling in het Rijksmuseum|‘Tentoonstelling in het Rijksmuseum’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Derde blad, p. 5. ;1961 *''Annual autumn exhibition of paintings by old Dutch and Flemish masters'', Alfred Brod Galerie, Londen, 5 oktober-4 november 1961.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (13 oktober 1961) ‘Londense expositie van oude meesters’, ''Het Parool'', p.&nbsp;17. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] dcr10okyeghokukjdnp5722sdcq5djj Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Johannes Bosboom 100 41962 228032 130687 2026-10-11T12:18:31Z Vincent Steenberg 280 +bron 228032 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Johannes Bosboom | afbeelding = Portrait of Johannes Bosboom by Maurits Verveer RKD.jpg | alt = Johannes Bosboom in 1861 | beschrijving = Bronnen bij de Nederlandse schilder, aquarellist en prentkunstenaar [[w:nl:Johannes Bosboom|Johannes Bosboom]]. }} == Secundaire literatuur; algemeen == === Burgerlijke stand - Huwelijken === *Costa, Isaäc da ([1851]) ''[[Da Costa/Gelukwensch aan onze hoogeschatte vrienden|Gelukwensch aan onze hoogeschatte vrienden]]''. == Inleidingen - Hand- en leerboeken == *Marius, G.H. (1917) ''Johannes Bosboom'', 's-Gravenhage: Nijhoff.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 oktober 1917) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 90/Nummer 28929/Avondblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, p.&nbsp;6. == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Veilingen ==== ;1920 *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;1927 *''Tableaux anciens et modernes. Collection W.F.E. à Amsterdam'', Ant.W.M. Mensing, Amsterdam, 13-15 december 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. === Musea === ;Kunstmuseum Den Haag *Anoniem (9 oktober 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/9 oktober 1936/Avondblad/Ons Gemeentemuseum|‘Ons Gemeentemuseum. Nu reeds... plaatsgebrek. De groote reeks aanwinsten’]], ''Het Vaderland'', Avondblad, paginanummering onbekend. ;National Gallery, Londen *Anoniem (27 maart 1907) [[De Nieuwe Courant/Jaargang 7/Nummer 86/Ochtendblad/Men schrijft uit Londen|‘Men schrijft uit Londen aan de N. R. Ct.: […]’]], ''De Nieuwe Courant'', Ochtendblad, [p.&nbsp;3]. === Tentoonstellingen === ;1854 *''Catalogus der schilder- en kunstwerken op de tentoonstelling door de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam'', Harmonie, Rotterdam, juli 1854.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 juli 1854) [[Rotterdamsche Courant/Jaargang 1854/Nummer 164/Vestigden wij dezer dagen (...) de aandacht (...) op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het (...) lokaal der societeit Harmonie alhier|‘Vestigden wij dezer dagen [...] de aandacht [...] op de Tentoonstelling van schilderijen enz. in het [...] lokaal der societeit Harmonie alhier, [...]’]], ''Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1866 *''Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters'', [Teeken-academie], Den Haag, [juni-juli] 1866.<br>Aankondigingen en recensies: **P. (7 juli 1866) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 1866/Nummer 158/Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters|‘Tentoonstelling van kunstwerken van levende meesters’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;3-4]. ;1885 *''Catalogus van de tentoonstelling der kunstwerken van levende meesters bestemd voor de tentoonstelling te Antwerpen'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, april-mei 1885.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (9 april 1885) [[Opregte Haarlemsche Courant/1885/Nummer 82/Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij "Arti et Amicitiae" te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken|‘Omtrent de in de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae” te Amsterdam tentoongestelde kunstwerken van levende meesters, [...]’]], ''Opregte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. **Anoniem (9 april 1885) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 219/Nummer 83/In Arti|‘In Arti’]], ''Dagblad van Zuid-Holland en 's-Gravenhage'', p.&nbsp;537-538. **Anoniem (21 mei 1885) [[Het Vaderland/Jaargang 17/Nummer 118/De Wereldtentoonstelling te Antwerpen|‘De Wereldtentoonstelling te Antwerpen. VI’]], ''Het Vaderland'', eerste blad, [p.&nbsp;2]. ;1900 *''Wereldtentoonstelling'', Parijs, 14 april-12 november 1900, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. ;1927 *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1927-16 januari 1928.<br />Aankondigingen en recensies: **Anoniem (21 december 1927) [[Het Vaderland/Jaargang 59/21 december 1927/Avondblad/Museum Boymans|‘Museum Boymans’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. == Leerlingen - Navolging - Nalatenschap == === Navolging === ;Delaunois, Alfred (1875-1941) *Anoniem (15 april 1924) [[Het Vaderland/Jaargang 56/15 april 1924/Avondblad/Schilderkunst te Brussel|‘Schilderkunst te Brussel’]], ''Het Vaderland'', [Avondblad C, p.&nbsp;1]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportalen]] 659l7kv8td0knrtoktxwbfnwxevblsi Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Frankrijk/Barok en Rococo 100 68143 228042 225524 2026-10-11T12:35:31Z Vincent Steenberg 280 +bron 228042 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Franse schilderkunst;<br>Barok en Rococo<br>(ca. 1600-ca. 1750) | afbeelding = Nicolas Poussin - Et in Arcadia ego (deuxième version) (cropped).jpg | alt = Et in Arcadia ego door Nicolas Poussin (1637-1638) | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Franse schilderkunst uit de periode ca. 1600 tot ca. 1750. }} == Bijzondere onderwerpen == ;Boucher, François (1703-1770) *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. *''Handzeichnungen alter Meister des XVI. bis XVIII. Jahrhunderts aus den Beständen der Eremitage in Leningrand und anderer staatlicher Sammlungen der Sowjet-Union'', G.C. Boerner, Leipzig, 29 april 1931.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (26 maart 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 62/26 maart 1931/Avondblad/Op 27 en 28 April|‘Op 27 en 28 April zal Boerner te Leipzig een veiling houden van Grafiek uit de Eremitage te Leningrad. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. ;Callot, Jacques (1592-1635) *''Collection Antoon van Welie. Tableaux anciens de l'école italienne, français, allemande, espagnole, flamande et hollandaise. Quelques objets divers'', S.J. Mak van Waay, Amsterdam, 7 april 1936.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (16 maart 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 67/16 maart 1936/Avondblad/Veiling collectie Antoon van Welie|‘Veiling collectie Antoon van Welie’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Coypel, Charles (1694-1752) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Dughet, Gaspard *Anoniem (11 mei 1697) [[Oprechte Haerlemsche Courant/Jaargang 1697/Nummer 19/Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen|‘Men is van meeninge, op Vrydag, den 17 Mey, 1697, by openbare Opveylinge te verkopen [...]’]], ''Oprechte Haerlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Lancret, Nicolas (1690-1743) *''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p.&nbsp;1. *''Handzeichnungen alter Meister des XVI. bis XVIII. Jahrhunderts aus den Beständen der Eremitage in Leningrand und anderer staatlicher Sammlungen der Sowjet-Union'', G.C. Boerner, Leipzig, 29 april 1931.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (26 maart 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 62/26 maart 1931/Avondblad/Op 27 en 28 April|‘Op 27 en 28 April zal Boerner te Leipzig een veiling houden van Grafiek uit de Eremitage te Leningrad. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. *''Kunstwerke aus dem Besitz Baron Albert von Goldschmidt-Rothschild. Schloss Grüneburg, Frankfurt a. Main. Möbel, Bronzen, Bijoux, Möbel, Porzellan, Tapisserien'', Hermann Ball & Paul Graupe, Berlijn, 14 maart 1933.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingnieuws|‘Veilingnieuws. De familieschatten van de Frankfortsche Rothschild’s onder den hamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Nattier, Jean-Marc (1685-1766) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Oudry, Jean-Baptiste (1686-1755) *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. ;Pater, Jean-Baptiste (1695-1736) *''Kunstwerke aus dem Besitz Baron Albert von Goldschmidt-Rothschild. Schloss Grüneburg, Frankfurt a. Main. Möbel, Bronzen, Bijoux, Möbel, Porzellan, Tapisserien'', Hermann Ball & Paul Graupe, Berlijn, 14 maart 1933.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingnieuws|‘Veilingnieuws. De familieschatten van de Frankfortsche Rothschild’s onder den hamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Poussin, Nicolas (1594-1665) *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;Rigaud, Hyacinthe (1659-1743) *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Watteau, Antoine (1684-1721) *''Handzeichnungen alter Meister des XVI. bis XVIII. Jahrhunderts aus den Beständen der Eremitage in Leningrand und anderer staatlicher Sammlungen der Sowjet-Union'', G.C. Boerner, Leipzig, 29 april 1931.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (26 maart 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 62/26 maart 1931/Avondblad/Op 27 en 28 April|‘Op 27 en 28 April zal Boerner te Leipzig een veiling houden van Grafiek uit de Eremitage te Leningrad. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. *Anoniem (14 juni 1939) [[Haagsche Courant/1939/Nummer 17286/De diefstal in het Louvre|‘De diefstal in het Louvre. Bijzonderheden over den verdwenen Watteau’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. [[Categorie:Hoofdportaal beeldende kunst]] hxw4plreo42i8ywb00y10kntjr03z88 Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Nicolaes Maes 100 70867 228040 226305 2026-10-11T12:34:00Z Vincent Steenberg 280 +bron 228040 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Nicolaes Maes | afbeelding = Nicolaes Maes - Self-portrait.jpeg | alt = Zelfportret, ca. 1685 | beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder en tekenaar [[w:nl:Nicolaes Maes|Nicolaes Maes]]. | artikelwikipedia = }} == Inleidingen == *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Nicolaas Maas|“Nicolaas Maas”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;273-277. == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Kunsthandel ==== *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. *J.W. (12 april 1937) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 124/Nummer 15586/Kunstzaal Fa. D. Katz te Dieren|‘Kunstzaal Fa. D. Katz te Dieren. Wederom aanwinsten’]], ''Arnhemsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ==== Veilingen ==== ;1867 *''Catalogue de la collection de dessins anciens et modernes, galeries, livres à figures et sur les arts et première partie des gravures et eaux-fortes de toutes les écoles de feu m. Herman de Kat (van Oost- en West-Barendrecht et Carnisse)'', Dirk A. en A.J. Lamme, Hôtel des Notaires, Rotterdam, 4-8 maart 1867.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (9 maart 1867) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 68/De belangrijke veiling|‘De belangrijke veiling van prenten en teekeningen, […] nagelaten door den heer H. de Kat van Oost- en West-Barendrecht en Carnisse, […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. [[Bestand:Rotterdamsche Courant vol 1867 no 024 advertisement A. J. & Dirk A. Lamme.jpg|thumb|Advertentie uit de ''Rotterdamsche Courant'', 27 januari 1867]] *''Tableaux anciens'' […], A.J. en Dirk A. Lamme, Rotterdam, 8 maart 1867 ''sqq''. ;1877 *''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen: **Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;3]. ;1878 [[Bestand:Het Nieuws van den Dag 1878 no 2447 advertisement Belangrijke Verkooping van schilderijen door oude meesters.jpg|thumb|Advertentie uit ''Het Nieuws van den Dag'', 21 februari 1878.]] *''Catalogue de douze tableaux anciens provenant de la célèbre galerie de tableaux de feu Madame la douairière Van Loon-van Winter, à Amsterdam, et d’autres tableaux anciens provenant de la famille Druyvesteyn, de Haarlem, de feu Monsieur Ed. Croese, d’Amsterdam, et d’autres successions'' […], C.F. Roos en C.F. Roos Jr., Amsterdam, 26 februari 1878. ;1888 *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1905 *Anoniem (8 november 1905) [[Het Nieuws van den Dag/1905/Nummer 10999/Wetenschap en kunst|‘Wetenschap en kunst’]], ''Het Nieuws van den Dag'', p. 15. ;1912 *''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p.&nbsp;1. ;1920 *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;1927 *''Collections de Feu le Baron Léon de Pitteurs Hugaerts d'Ordange et Autres Provenances'', Galerie Fievez, Brussel, 14-17 december 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. === Musea === ;Kunstmuseum Den Haag *Havelaar, Just (7 september 1921) [[Het Vaderland/Jaargang 53/7 september 1921/Avondblad/Collectie Van Maanen|‘Collectie Van Maanen’]], ''Het Vaderland'', Avondblad B, p.&nbsp;2. ;Rijksmuseum Amsterdam *Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.: s.n.], p.&nbsp;43. *Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p.&nbsp;86. === Tentoonstellingen === ;1922 *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;1935 *''Tentoonstelling van kunstwerken uit Antwerpsche verzamelingen. Catalogus'', Stedelijke Feestzaal, Antwerpen, 20 april-19 mei en 10 augustus-22 september 1935.<br />Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 april 1935) [[Anoniem/Kunsttentoonstelling te Antwerpen|‘Kunsttentoonstelling te Antwerpen’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p. 5]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] kzv76yfxhbkxijpdmhhqaivc9n9mcxb Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Frankrijk/Classicisme en Romantiek 100 81926 228038 226355 2026-10-11T12:28:21Z Vincent Steenberg 280 +bron 228038 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Franse schilderkunst;<br>Classicisme en Romantiek<br>(ca. 1750-ca. 1850) | afbeelding = Jacques-Louis David - Mars desarme par Venus.JPG | alt = Mars ontwapend door Venus door Jacques-Louis David (1824) | beschrijving = Dit is een overzicht van alle op [[Wikisource:Over Wikisource|Wikisource]] beschikbare bronnen over Franse schilderkunst uit de periode ca. 1750 tot ca. 1850 }} == Bijzondere onderwerpen == ;Bachelier, Jean-Jacques (1724-1806) *Edema v.d. Tuuk, L.F. (14 augustus 1897) [[Architectura/Jaargang 5/Nummer 33/De fabriek van Sèvres|‘De fabriek van Sèvres’]], ''Architectura'', jrg. 5, nr. 33, p.&nbsp;151-152. ;Boilly, Louis Léopold (1761-1845) *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;Brillouin, Louis-Georges (1817-1893) *''Catalogue des tableaux modernes formant le cabinet de feu M. Abel Langerhuizen d'Amsterdam. Réuni aux tableaux des successions de m. J. van der Chijs, à Delft et de madame la veuve Schiffer van Bleiswijk à La Haye'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 25 februari 1890.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/In De Brakke Grond|‘In De Brakke Grond waren heden de kabinetten ten toon gesteld, nagelaten door den welbekenden Amsterdamschen makelaar Abel Langerhuizen, van mevrouw de Wed. Schiffer van Bleiswijk te ’s-Hage en van den heer J. van der Chijs te Delft. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;Corot, Jean-Baptiste (1796-1875) *''Collection de Mme Jean Cardon. Tableaux modernes & anciens, dessins, aquarelles, objets d’art, meubles'', Galerie J. et A. Le Roy, frères, Brussel, 24-25 april 1912.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 april 1912) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 69/Nummer 113/Ochtendblad/Men schrijft ons uit Brussel|‘Men schrijft ons uit Brussel: […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Ochtendblad, A, p.&nbsp;1. *''Catalogus van de kersttentoonstelling in het Museum Boymans'', Museum Boymans, Rotterdam, 23 december 1932-7 januari 1933.<br>Aankondigingen en recensies: **P.K.-n. (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Kersttentoonstelling in het Museum Boymans|‘Kersttentoonstelling in het Museum Boymans’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;David, Jacques-Louis (1748-1825) *Groeneweg, H. (1929) ''J. J. David in seinem Verhältnis zur Heimat, Geschichte, Gesellschaft und Literatur'', Graz: Stiasny.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 juli 1929) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 102/Nummer 33176/Avondblad/Nieuwe uitgaven|‘Nieuwe uitgaven’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;10. ;Debucourt, Philibert Louis (1755-1832) *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. ;Decamps, Alexandre-Gabriel (1803-1860) *''Catalogue de la collection de dessins anciens et modernes, galeries, livres à figures et sur les arts et première partie des gravures et eaux-fortes de toutes les écoles de feu m. Herman de Kat (van Oost- en West-Barendrecht et Carnisse)'', Dirk A. en A.J. Lamme, Hôtel des Notaires, Rotterdam, 4-8 maart 1867.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (9 maart 1867) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 68/De belangrijke veiling|‘De belangrijke veiling van prenten en teekeningen, […] nagelaten door den heer H. de Kat van Oost- en West-Barendrecht en Carnisse, […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Delacroix, Eugène (1798-1863) *''Catalogue de la collection de dessins anciens et modernes, galeries, livres à figures et sur les arts et première partie des gravures et eaux-fortes de toutes les écoles de feu m. Herman de Kat (van Oost- en West-Barendrecht et Carnisse)'', Dirk A. en A.J. Lamme, Hôtel des Notaires, Rotterdam, 4-8 maart 1867.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (9 maart 1867) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 68/De belangrijke veiling|‘De belangrijke veiling van prenten en teekeningen, […] nagelaten door den heer H. de Kat van Oost- en West-Barendrecht en Carnisse, […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Delaroche, Hippolyte (1797-1856) *''Catalogue de la collection de dessins anciens et modernes, galeries, livres à figures et sur les arts et première partie des gravures et eaux-fortes de toutes les écoles de feu m. Herman de Kat (van Oost- en West-Barendrecht et Carnisse)'', Dirk A. en A.J. Lamme, Hôtel des Notaires, Rotterdam, 4-8 maart 1867.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (9 maart 1867) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 68/De belangrijke veiling|‘De belangrijke veiling van prenten en teekeningen, […] nagelaten door den heer H. de Kat van Oost- en West-Barendrecht en Carnisse, […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2] (vermeld als ‘Paul de la Roche’). ;Fragonard, Jean-Honoré (1732-1806) *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. *''Handzeichnungen alter Meister des XVI. bis XVIII. Jahrhunderts aus den Beständen der Eremitage in Leningrand und anderer staatlicher Sammlungen der Sowjet-Union'', G.C. Boerner, Leipzig, 29 april 1931.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (26 maart 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 62/26 maart 1931/Avondblad/Op 27 en 28 April|‘Op 27 en 28 April zal Boerner te Leipzig een veiling houden van Grafiek uit de Eremitage te Leningrad. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. ;Gudin, Théodore (1802-1880) *''Catalogue de la collection de dessins anciens et modernes, galeries, livres à figures et sur les arts et première partie des gravures et eaux-fortes de toutes les écoles de feu m. Herman de Kat (van Oost- en West-Barendrecht et Carnisse)'', Dirk A. en A.J. Lamme, Hôtel des Notaires, Rotterdam, 4-8 maart 1867.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (9 maart 1867) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 68/De belangrijke veiling|‘De belangrijke veiling van prenten en teekeningen, […] nagelaten door den heer H. de Kat van Oost- en West-Barendrecht en Carnisse, […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Ingres, Jean-Auguste-Dominique (1780-1867) *Gabriël (7 juni 1900) [[Bataviaasch Nieuwsblad/Jaargang 15/Nummer 174/Parisiana|‘Parisiana. XXXI’]], ''Bataviaasch Nieuwsblad'', tweede blad, [p.&nbsp;2]. ;Lapito, Louis Auguste (1803-1874) *''Catalogue de la collection de dessins anciens et modernes, galeries, livres à figures et sur les arts et première partie des gravures et eaux-fortes de toutes les écoles de feu m. Herman de Kat (van Oost- en West-Barendrecht et Carnisse)'', Dirk A. en A.J. Lamme, Hôtel des Notaires, Rotterdam, 4-8 maart 1867.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (9 maart 1867) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 68/De belangrijke veiling|‘De belangrijke veiling van prenten en teekeningen, […] nagelaten door den heer H. de Kat van Oost- en West-Barendrecht en Carnisse, […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;Robert, Hubert (1733-1808) *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. *Anoniem (7 oktober 1928) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 101/Nummer 32909/Aanwinsten in het Kaiser-Friedrich-Museum|‘Aanwinsten in het Kaiser-Friedrich-Museum’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;10. *''Handzeichnungen alter Meister des XVI. bis XVIII. Jahrhunderts aus den Beständen der Eremitage in Leningrand und anderer staatlicher Sammlungen der Sowjet-Union'', G.C. Boerner, Leipzig, 29 april 1931.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (26 maart 1931) [[Het Vaderland/Jaargang 62/26 maart 1931/Avondblad/Op 27 en 28 April|‘Op 27 en 28 April zal Boerner te Leipzig een veiling houden van Grafiek uit de Eremitage te Leningrad. […]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, [p.&nbsp;1]. *''Kunstwerke aus dem Besitz Baron Albert von Goldschmidt-Rothschild. Schloss Grüneburg, Frankfurt a. Main. Möbel, Bronzen, Bijoux, Möbel, Porzellan, Tapisserien'', Hermann Ball & Paul Graupe, Berlijn, 14 maart 1933.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (24 december 1932) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 105/Nummer 34436/Avondblad/Veilingnieuws|‘Veilingnieuws. De familieschatten van de Frankfortsche Rothschild’s onder den hamer’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;Scheffer, Ary (1795-1858) *''Catalogue de la collection de dessins anciens et modernes, galeries, livres à figures et sur les arts et première partie des gravures et eaux-fortes de toutes les écoles de feu m. Herman de Kat (van Oost- en West-Barendrecht et Carnisse)'', Dirk A. en A.J. Lamme, Hôtel des Notaires, Rotterdam, 4-8 maart 1867.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (9 maart 1867) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 68/De belangrijke veiling|‘De belangrijke veiling van prenten en teekeningen, […] nagelaten door den heer H. de Kat van Oost- en West-Barendrecht en Carnisse, […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. *Anoniem ([september] 1867) [[De Katholieke Illustratie/Jaargang 1/Nummer 2/De H. Augustinus en zijne moeder|‘De H. Augustinus en zijne moeder’]], ''De Katholieke Illustratie'', jrg. 1, nr. 1, p.&nbsp;16. ;Vernet, Horace (1789-1863) *''Catalogue de la collection de dessins anciens et modernes, galeries, livres à figures et sur les arts et première partie des gravures et eaux-fortes de toutes les écoles de feu m. Herman de Kat (van Oost- en West-Barendrecht et Carnisse)'', Dirk A. en A.J. Lamme, Hôtel des Notaires, Rotterdam, 4-8 maart 1867.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (9 maart 1867) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 68/De belangrijke veiling|‘De belangrijke veiling van prenten en teekeningen, […] nagelaten door den heer H. de Kat van Oost- en West-Barendrecht en Carnisse, […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] 2exv0fa5qlu5la62cs0pwmkcncitp28 Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Aert van der Neer 100 82443 228041 227019 2026-10-11T12:34:41Z Vincent Steenberg 280 +bron 228041 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Aert van der Neer | afbeelding = | alt = | beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder en tekenaar [[w:nl:Aert van der Neer|Aert van der Neer]] }} == Algemeen == == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Kunsthandel ==== *J.W. (12 april 1937) [[Arnhemsche Courant/Jaargang 124/Nummer 15586/Kunstzaal Fa. D. Katz te Dieren|‘Kunstzaal Fa. D. Katz te Dieren. Wederom aanwinsten’]], ''Arnhemsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ==== Veilingen ==== ;1872 *''Veiling'', Pillet, Parijs, 6 maart 1872.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. ;1920 *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;1921 *''Tableaux anciens'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 24-27 mei 1921.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (25 mei 1921) [[De Maasbode/Jaargang 53/Nummer 17538/Avondblad/Veiling Frederik Muller & Co.|‘Veiling Frederik Muller & Co.’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;2. ;1927 *''Antiquités, objets d'art : tableaux anciens et modernes, porcelaines de la Chine et du Japon, faïence de Delft, meubles, pendules, argenteries, bijoux, bronzes, verreries'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 13-15 december 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. === Musea === ;Rijksmuseum Amsterdam *Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.: s.n.], p.&nbsp;50, cat.nr. 227. *Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p.&nbsp;100, cat.nr. 222. === Tentoonstellingen === ;1917 *''Collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, Den Haag, oktober 1917, oktober-november 1917.<br>Aankondigingen en recensies: **Ω (12 oktober 1917) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 90/Nummer 28937/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag. Konijnenburg bij Kleykamp. – De verzameling-Goudstikker. – Groepen in Pulchri’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;5. ;1922 *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;1939 *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. ;1940 *''Verzameling Lanz. Verkorte catalogus'', Rijksmuseum, Amsterdam, juni-augustus 1940.<br>Aankondigingen en recensies: ** M.V. (12 juni 1940) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 113/Nummer 37136/Avondblad/Tentoonstelling in het Rijksmuseum|‘Tentoonstelling in het Rijksmuseum’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Derde blad, p. 5. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] l3ptf0ugr028um5blmm5lotvwglte8c Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Anthonie Palamedesz. 100 82504 228035 214376 2026-10-11T12:20:46Z Vincent Steenberg 280 +bron 228035 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Anthonie Palamedesz. | afbeelding = Self-Portrait by Anthonie Palamedesz. Niedersächsisches Landesmuseum Hannover 263.jpg | alt = Zelfportret, 1624 | beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder, tekenaar en prentkunstenaar [[w:nl:Anthonie Palamedesz.|Anthonie Palamedesz.]] }} == Algemeen == == Inleidingen - Hand- en leerboeken == *Arnold Houbraken (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Palamedes Palamedesz. Stevers|"Palamedes Palamedesz Stevers"]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;303-304. == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Veilingen ==== ;1888 *''Tableaux anciens et antiquités. Cabinet de m. S. B. Bos de Harlingue'', Frederik Muller & Cie. et Van Pappelendam & Schouten, 21 februari 1888.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (22 februari 1888) [[Opregte Haarlemsche Courant/1888/Nummer 45/Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling|‘Op de heden door de heeren Fr. Muller & Co. en Van Pappelendam & Schouten in den Brakken Grond te Amsterdam gehouden veiling […]’]], ''Oprechte Haarlemsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1920 *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;1921 *''Tableaux anciens'', Frederik Muller & Co., Amsterdam, 24-27 mei 1921.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (25 mei 1921) [[De Maasbode/Jaargang 53/Nummer 17538/Avondblad/Veiling Frederik Muller & Co.|‘Veiling Frederik Muller & Co.’]], ''De Maasbode'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;2. === Tentoonstellingen === ;1894 *''Catalogus der tentoonstelling van oude schilderkunst te Utrecht'', Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, Utrecht, 20 augustus-1 oktober 1894.<br>Aankondigingen en recensies: **Graaf, J.J. (17 september 1894) [[De Tijd/Nummer 14327/De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht|‘De Tentoonstelling van Oude Schilderkunst te Utrecht’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;1-2]. ;1922 *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;1936 *''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] 6hkb4t7tgr86xohvv291tkuhw3rr6u0 Pagina:Henri Ernest Moltzer, De Middelnederlandsche dramatische poëzie (1875).pdf/5 104 85351 228025 222958 2026-10-11T12:01:06Z Havang(nl) 4330 228025 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Havang(nl)" /></noinclude>{{c|{{larger|{{sp|INHOUD.}}}}}} {{r|Bladz.}} {{dotlist||[[De Middelnederlandsche dramatische poëzie/Inleiding|{{asc|INLEIDING}}]]|I.}} {{dotlist||{{gap|05.em}}§ 1. [[De Middelnederlandsche dramatische poëzie/KERKELIJK DRAMA|{{asc|KERKELIJK (GEESTELIJK) DRAMA. (MYSTERIE EN MIRAKELSPEL.)}}]]| I.}} {{dotlist||{{gap|05.em}}§ 2. [[De Middelnederlandsche dramatische poëzie/WERELDLIJK DRAMA|{{asc|WERELDLIJK DRAMA (ABELE SPELEN, SOTTERNIEN, CLUYTEN)}}]]| XXXIV.}} {{dotlist||{{asc|EEN ABEL SPEL VAN [[Esmoreit|ESMOREIT]], SCONINCS SONE VAN CECILIEN, ENDE ENE SOTTERNIE DAER NA VOLGHENDE}}|{{pli|1|70}}.}} {{dotlist||Hier beghint die sotternie ([[Lippijn|{{asc|LIPPIJN}}]])|{{pli|60|70}}.}} {{dotlist||{{asc|EEN ABEL SPEL ENDE EEN EDEL DINC VAN [[Gloriant|DEN HERTOGHE VAN BRUYSWIJC]], HOE HI WERT MINNENDE DES ROEDELIOENS DOCHTER VAN ABELANT, ENDE ENE SOTTERNIE NA VOLGHENDE}}|{{pli|75|70}}.}} {{dotlist||Hier beghint die sotternie ([[Buskenblazer|{{asc|BUSKENBLASER}}]])|{{pli|126|70}}.}} {{dotlist||{{asc|EEN ABEL SPEL VAN [[De Middelnederlandsche dramatische poëzie/Lanseloet van Denemerken|LANSELOET VAN DENEMERKEN]], HOE HI WERT MINNENDE ENE JONCFROU, DI MET SYNDER MOEDER DIENDE, ENDE ENE SOTTERNIE NA VOLGHENDE}}|{{pli|141|70}}.}} {{dotlist||Hier beghint die sotternie ([[De Middelnederlandsche dramatische poëzie/Hexe|{{asc|HEXE}}]])|{{pli|183|70}}.}} {{dotlist||{{asc|ENE SOTTE BOERDE ENDE ENE GOEDE SOTTERNIE ([[De Middelnederlandsche dramatische poëzie/Drie dage here|DRIE DAGHE HERE]])}}|{{pli|190|70}}.}} {{dotlist||{{asc|ENE SOTTE BOERDE ENDE ENE GOEDE SOTTERNIE ([[De Middelnederlandsche dramatische poëzie/Truwanten|TRUWANTEN]])}}|{{pli|210|70}}.}}<noinclude></noinclude> eyfdy7w9xg9ce989ao78ujoiq6cokkk Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/23 104 85693 228077 226403 2026-10-12T08:54:16Z Havang(nl) 4330 228077 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude><section begin="fr"/> {| |valign=top| {{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/>{{c|'''{{xxxx-larger|DE ROMANS}}<br>VAN}} {{c|{{xx-larger|BOUDEWIJN VAN SEBOURG.}}'''}} {{lijn|6em}} {{dhr|05.em}} {{c|{{xx-larger|'''ZANG I'''}}}} {{dhr|1.5em}} <poem> {{Initiaal|H}}{{asc|eren}}, wees nu stil voor God de Almachtige. Moge de glorieuze Jezus Christus, die in Bethlehem Geboren wilde worden uit de Maagd om voor ons borg te staan, U allen beschermen tegen de vijanden van de hel en hun stinkende poel; Zorg allemaal dat u daar nimmer belandt. &nbsp;&nbsp;Luister nu naar een kroniek en een waardig lied, Sierlijk geordend en in aangename verzen gevangen: Het verhaalt van wapengekletter, van liefde en strijdbaar volk, Ontleend aan de legende van de goede koning Euriant. U heeft vast al eens horen vertellen, in een andere roman{{vnr|10}} Over de vrouw van deze koning, die tijdens haar leven Zes zonen en een dochter baarde in één enkele zwangerschap. Ieder van hen bracht een zilveren keten mee ter wereld, Waarvan Matabrune op schandelijke wijze misbruik maakte. Zij roofde hun de ketens, waardoor de zeven kinderen, Bij de wil van God, veranderden in zwemmende zwanen. Slechts Helias bleef gespaard, die nadien zozeer zijn best deed Dat alle ketens weer terugkeerden in hun oude staat; Waarop de kinderen hun menselijke gedaante terugkregen, En hertog en graaf, gekroonde koning werden.{{vnr|20}} Die ene dochter, gezegend met een bekoorlijke gestalte, Werd Rose genoemd, de wijze vrouwe. Zij werd uitgehuwelijkt aan een dappere prins: Arnoud van Beauvais, die zo hoog gewaardeerd werd. Hij was broer van Boudewijn van Beauvais, de machtige. </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> 98xdmnw0fte4njem54vi2tnkynd1sp5 228113 228077 2026-10-12T09:32:51Z Havang(nl) 4330 Versie 228077 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228113 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| !Brontekst !Vertaling |- |valign=top| {{c|'''{{xxxx-larger|LI ROMANS}}<br>DE<br> {{xx-larger|BAUDUIN DE SEBOURC.}}'''}} {{lijn|6em}} {{c|{{larger|'''CHANT I.'''}}}} {{dhr|1.5em}} <poem> {{Initiaal|B}}{{asc|ARON}}, or faites pais, pour Diu le tout-poissant. Que Jhésu-Cris de gloire qui, dedens Bethléant, Volt naistre de la Vierge, pour nous faire garant Des anemis d’enfer et de leur liu puant, Vous voelle tous garder ; n’i soïés habitant. &nbsp;&nbsp;Or entendez histoire et canchon souffissant, Gentement ordenée ; li ver en sont plaisant : Ch’est d’armes et d’amours, et de gent combatant Et venut de la geste au boin roy Euriant. Vous avés bien oy dire, en autre rommant, De la femme à che roy qui ot, en son vivant, ·vj· fils et une fille, à une fois portant ; Dont cascuns apporta le cainne d’argent, Dont Matabrune fist ·j· mesquief si pesant. Les caines leur osta ; de quoy li ·vj· enfant, Per le voloir de Diu, furent chisne noant. Elyas en remest, qui puissedi fist tant Que trestoutes les kaynes revinrent puis avant ; De quoy tout li enfant reprisent leur samblant, Et furent duc et conte, roy couronne portant. Or y ot une fille, qui le corps ot plaisant, Rose fu appellée le dame au corps sachant, Et si fu mariée à un ·j· prinche vaillant : C’est Ernous de Biauvais, qui à prisier fist tant. Frères fu Bauduin de Biauvais, le poissant, </poem> |valign=top| {{c|'''{{xxxx-larger|De ROMANS}}<br>VAN<br>{{xx-larger|BOUDEWIJN VAN SEBOURC.}}'''}} {{lijn|6em}} {{c|'''ZANG I'''}} {{dhr|1.5em}} <poem> {{Initiaal|H}}{{asc|eren}}, wees nu stil voor God de Almachtige. Moge de glorieuze Jezus Christus, die in Bethlehem Geboren wilde worden uit de Maagd om voor ons borg te staan, U allen beschermen tegen de vijanden van de hel en hun stinkende poel; Zorg allemaal dat u daar nimmer belandt. &nbsp;&nbsp;Luister nu naar een kroniek en een waardig lied, Sierlijk geordend en in aangename verzen gevangen: Het verhaalt van wapengekletter, van liefde en strijdbaar volk, Ontleend aan de legende van de goede koning Euriant. U heeft vast al eens horen vertellen, in een andere roman{{vnr|10}} Over de vrouw van deze koning, die tijdens haar leven Zes zonen en een dochter baarde in één enkele zwangerschap. Ieder van hen bracht een zilveren keten mee ter wereld, Waarvan Matabrune op schandelijke wijze misbruik maakte. Zij roofde hun de ketens, waardoor de zeven kinderen, Bij de wil van God, veranderden in zwemmende zwanen. Slechts Helias bleef gespaard, die nadien zozeer zijn best deed Dat alle ketens weer terugkeerden in hun oude staat; Waarop de kinderen hun menselijke gedaante terugkregen, En hertog en graaf, gekroonde koning werden.{{vnr|20}} Die ene dochter, gezegend met een bekoorlijke gestalte, Werd Rose genoemd, de wijze vrouwe. Zij werd uitgehuwelijkt aan een dappere prins: Arnoud van Beauvais, die zo hoog gewaardeerd werd. Hij was broer van Boudewijn van Beauvais, de machtige. </poem> |}<noinclude></noinclude> 5kyd3qcqocye61hxw3s9mqij765yuwv Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/24 104 85741 228080 226330 2026-10-12T09:07:45Z Havang(nl) 4330 228080 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> Die de slang versloeg met een scherp zwaard, Op de berg van de Tigris, ver voorbij de kolkende zee. Deze Arnoud nam de vrouwe over wie ik u vertel, Zij die zes broers had, allen even strijdbaar en koen; Maar zij stierven jong, zo staat in de boeken geschreven.{{vnr|30}} En na hun dood werd Rose, over wie ik zing, De vrouwe van Nijmegen, en draagster van de kroon; Zo werd Arnoud er koning, door het lot aan hem ten deel gevallen. Daarom prijzen gierigaards zich gelukkig en welgezegend, Wanneer zij een rijke koopman in hun familie tellen. Maar nadat zij louter sparend schatten hebben vergaard, Komen zij te sterven, tot hun eigen diepe rouw; En hun vermogen valt dan vaak toe aan een deugniet, Die het verbrast, verkwist en er goede sier mee maakt. &nbsp;&nbsp;Deze koningin Rose, van wie ik hier gewag maak:{{vnr|40}} Regeerde over Nijmegen en kroonde haar gemaal tot koning. Zij was de tante van Ydayn met het schone gelaat, En die was de moeder van de dappere Godfried van Bouillon. Deze Rose bracht een roemrijke erfgenaam voort: Boudewijn van Sebourc, die het hart van een leeuw bezat. Op deze Boudewijn heb ik mijn heldendicht gebaseerd; En ook van zijn drie schone broers zal ik hier verhalen. Alle vier werden zij koning en heersten over een edel rijk: Esmeré, de oudste, bestuurde Nijmegen in zijn naam; Gloriant hield Cyprus als zijn rechtmatig erfdeel;{{vnr|50}} Alexander Schotland, overladen met eer. Boudewijn, de jongste, die de moed van een baron had, Werd gekroond tot koning in de tempel van Salomo; Hij heerste over het ganse land tot aan Capharnaüm: Nooit heeft een betere ridder dan hij een harnas gedragen. Het bloed van onze Heer heeft hij destijds gevonden, samen met de leeuw Die de relikwie zeven jaar lang bewaakte bij een struik, Vlak bij Abilant, een stad van grote naam en faam, Zoals u aanstonds zult vernemen in dit edele lied. &nbsp;&nbsp;Luister nu naar mij, ridders en baronnen!{{vnr|60}}</poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> d4expc9tak1ekz7oee90udr1ymjl9q7 228114 228080 2026-10-12T09:33:04Z Havang(nl) 4330 Versie 228080 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228114 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Qui ochist le serpent, à l’espée trenchant, Sus le mont de Tigris, outre le mer bruïant. Chius Ernous prist le dame dont je vous voi contant, Qui ·vj· frèrez avoit, qui furent combatant ; Mais il morurent jone, che trouvons-nous lisant, Et quant il furent mort, Rose, dont je vous chant, Fu dame de Nymaie et couronne portant ; Si en fu Ernous roys, per escanche venant. Pour chou sont éureus, à le fois, li auquant Qui ont, en leur linaige, ·j· riche marchéant. Quant tant ont assamblé, adès en espargnant, Il se laissent morir, de quoy il sont dolant ; Et li avoirs en vient souvent à un mesquant Qui le boit et alloue et mainne grant bubant. &nbsp;&nbsp;Cheste royne Rose, dont je fai mention, Fu dame de Nimaye ; roy en fist son baron. Ante fu à Ydayn, à le clère fachon, Et celle-si fu mère Godefroy de Buillon. De ceste Rose issi ·j· hoirs de grant renon, Bauduins de Sebourc, qui cuer ot de lyon. Sus cestui Bauduin ay prise ma chanson ; Et de ses ·iij· biaus frères vous feray mention. Tout ·iiij· furent roy, tenant noble roïon : Esmerés, li ainsnés, tint Nimaye en son non ; Et Glorians tint Chipre en se droite parchon ; Alisandres Escoche, chius ot d’onneur foison ; Bauduins li mainsnez, qui cuer ot de baron, Chius fu roys couronnez du temple Salemon, Et tint toute la terre jusqu’en Capharnaon : Onques mieudrez de lui ne vesti haubregon. Le sanc nostre Signour trouva, o le lion Qui le garda ·vij· ans, par delez ·j· buisson, Par d’encoste Abilant, une cité de non, Ensi com vous orrés en la noble chanson. &nbsp;&nbsp;Or entendez à moy, chevalier et baron, </poem> |valign=top| <poem> Die de slang versloeg met een scherp zwaard, Op de berg van de Tigris, ver voorbij de kolkende zee. Deze Arnoud nam de vrouwe over wie ik u vertel, Zij die zes broers had, allen even strijdbaar en koen; Maar zij stierven jong, zo staat in de boeken geschreven.{{vnr|30}} En na hun dood werd Rose, over wie ik zing, De vrouwe van Nijmegen, en draagster van de kroon; Zo werd Arnoud er koning, door het lot aan hem ten deel gevallen. Daarom prijzen gierigaards zich gelukkig en welgezegend, Wanneer zij een rijke koopman in hun familie tellen. Maar nadat zij louter sparend schatten hebben vergaard, Komen zij te sterven, tot hun eigen diepe rouw; En hun vermogen valt dan vaak toe aan een deugniet, Die het verbrast, verkwist en er goede sier mee maakt. &nbsp;&nbsp;Deze koningin Rose, van wie ik hier gewag maak:{{vnr|40}} Regeerde over Nijmegen en kroonde haar gemaal tot koning. Zij was de tante van Ydayn met het schone gelaat, En die was de moeder van de dappere Godfried van Bouillon. Deze Rose bracht een roemrijke erfgenaam voort: Boudewijn van Sebourc, die het hart van een leeuw bezat. Op deze Boudewijn heb ik mijn heldendicht gebaseerd; En ook van zijn drie schone broers zal ik hier verhalen. Alle vier werden zij koning en heersten over een edel rijk: Esmeré, de oudste, bestuurde Nijmegen in zijn naam; Gloriant hield Cyprus als zijn rechtmatig erfdeel;{{vnr|50}} Alexander Schotland, overladen met eer. Boudewijn, de jongste, die de moed van een baron had, Werd gekroond tot koning in de tempel van Salomo; Hij heerste over het ganse land tot aan Capharnaüm: Nooit heeft een betere ridder dan hij een harnas gedragen. Het bloed van onze Heer heeft hij destijds gevonden, samen met de leeuw Die de relikwie zeven jaar lang bewaakte bij een struik, Vlak bij Abilant, een stad van grote naam en faam, Zoals u aanstonds zult vernemen in dit edele lied. &nbsp;&nbsp;Luister nu naar mij, ridders en baronnen!{{vnr|60}}</poem> |}<noinclude></noinclude> 409ce8r4or8i6ycfu0fcl9p76thbfxt Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/David Teniers (II) 100 85743 228036 227052 2026-10-11T12:22:11Z Vincent Steenberg 280 +bron 228036 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = David Teniers (II) | afbeelding = Portrait of David Teniers.jpg | alt = Portret van David Teniers door Philip Fruytiers, 1655 | beschrijving = Bronnen bij de Zuid-Nederlandse schilder, tekenaar en prentkunstenaar [[w:nl:David Teniers II|David Teniers (II)]] }} == Algemeen == == Inleidingen - Hand- en leerboeken == *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/David Teniers den jongen|“David Teniers den jongen”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I, p.&nbsp;345-347. == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Kunsthandel ==== *Anoniem (18 oktober 1924) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 81/Nummer 289/Avondblad/Kunsthandel Gebr. Douwes|‘Kunsthandel Gebr. Douwes’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. ==== Veilingen ==== ;1837 *Anoniem (14 april 1837) [[Leydse Courant/1837/Nummer 45/Frankrijk|‘Frankrijk’, alinea 2]], ''Leydsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1905 *''Catalogue des tableaux anciens formant la collection de Monsieur L. Bloch à Vienne'', Frederik Muller, Amsterdam, 14 november 1905.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (8 november 1905) [[Het Nieuws van den Dag/1905/Nummer 10999/Wetenschap en kunst|‘Wetenschap en kunst’]], ''Het Nieuws van den Dag'', p. 15. ;1914 *''Catalogue des tableaux anciens des écoles allemande, anglaise, espagnole, flamande, française, hollandaise, italienne, suisse des XVe, XVIe, XVIIe, XVIIIe siècles composant la collection de Son Excellence feu Paul Delaroff, conseiller privé de Sa Majesté l'Empereur de Russie'', F. Lair-Dubreuil, Parijs, 23-24 april 1914.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 april 1914) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 87/Nummer 27675/Avondblad/Veiling-Delaroff|‘Veiling-Delaroff’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede blad, p.&nbsp;7. ;1919 *''Antiquités et objets d'art'', Frederik Muller, Amsterdam, 20-27 mei 1919.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (18 mei 1919) [[De Telegraaf/Jaargang 27/Nummer 10477/Veiling Frederik Muller|‘Veiling Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', eerste blad, p.&nbsp;3. ;1920 *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;1927 *''Collections I. Riesner et autres provenances'', Galerie Fievez, Brussel, 19 november 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (25 november 1927) [[Het Vaderland/Jaargang 59/25 november 1927/Avondblad/Bij de veiling van de kunstverzameling Riesner in de Galerie Fievez te Brussel|‘Bij de veiling van de kunstverzameling Riesner [...]’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p. 2. *''Collections de Feu le Baron Léon de Pitteurs Hugaerts d'Ordange et Autres Provenances'', Galerie Fievez, Brussel, 14-17 december 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. === Musea === ;Mauritshuis, Den Haag *Anoniem ([ca. 1900]) ''[[Mauritshuis 's-Gravenhage|Mauritshuis The Hague Holland. Mauritshuis 's-Gravenhage]]'', 's-Gravenhage: De Groot & Dijkhoff, [p.&nbsp;7]. ;Rijksmuseum Amsterdam *Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p.&nbsp;69-70, cat.nrs. 298-303. *Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.: s.n.], p.&nbsp;68, cat.nrs. 309-312. *Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p.&nbsp;137-139, cat.nrs. 304-307. === Tentoonstellingen === ;1890 *''Schilderijenkabinet van F. H. Wente'', loods op het Damrak, Amsterdam, februari 1890.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (25 februari 1890) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 63/Nummer 19093/Avondblad/Schilderijen-verzamelingen/Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente|‘Onze stadgenoot, de heer F. H. Wente, heeft zijn kostbare verzameling schilderijen in de loods op het Damrak ter bezichtiging gesteld. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Tweede Blad, [p.&nbsp;2]. ;1917 *''Collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, Den Haag, oktober 1917, oktober-november 1917.<br>Aankondigingen en recensies: **Ω (12 oktober 1917) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 90/Nummer 28937/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag. Konijnenburg bij Kleykamp. – De verzameling-Goudstikker. – Groepen in Pulchri’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;5. ;1922 *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;1927 * [tentoonstelling van Vlaamse en Belgische kunst], Boedapest, 12 mei 1927-....<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (6 mei 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 124/Avondblad/Vlaamsche en Belgische kunst te Boedapest|‘Vlaamsche en Belgische kunst te Boedapest’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, C, p.&nbsp;1. ;1933 *''Muziek en dans in beeld'', Muziekhistorisch Museum Scheurleer, Den Haag, 1933, geen catalogus bekend.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 mei 1933) [[Het Vaderland/Jaargang 65/23 mei 1933/Avondblad/Muziek en dans in beeld|‘Muziek en dans in beeld. Tentoonstelling in Museum Scheurleer’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. ;1935 *''Tentoonstelling van kunstwerken uit Antwerpsche verzamelingen. Catalogus'', Stedelijke Feestzaal, Antwerpen, 20 april-19 mei en 10 augustus-22 september 1935.<br />Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 april 1935) [[De Tijd/Jaargang 90/Nummer 28131/Avondblad/Kunsttentoonstelling te Antwerpen|‘Kunsttentoonstelling te Antwerpen’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. ;1939 *''Tentoonstelling van oude schilderijen der Collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, Amsterdam'', Koninklijke kunstzaal Kleykamp, 's-Gravenhage, 8 juni-3 juli 1939.<br>Recensies en aankondigingen: **Anoniem (23 juni 1939) [[Haagsche Courant/Nummer 17294/Tentoonstelling van oude schilderijen|‘Tentoonstelling van oude schilderijen’]], ''Haagsche Courant'', tweede blad, p.&nbsp;3. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] r3xpr1y50ly3sovulkba0q3bwfg9xpf Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/25 104 85745 228081 226331 2026-10-12T09:08:20Z Havang(nl) 4330 228081 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> En dames en maagden en jonge schildknapen; Hoor vrolijke woorden, gevat in schone rede, Hoffelijk en vermakelijk en van edele aard: Want wie in zichzelf geen verstand of inzicht heeft, Hoe men moet liefhebben in het zoete seizoen, En de liefde moet volhouden tot het einde, Hoe men moet liefhebben en vragen om de gave Van de liefde, door wie minnaars in een zware gevangenis leven; Maar laat hem het hart hebben om te leren: ik weet niet of een dwaas, Als hij acht slaat op mijn woorden en mijn lied hoort,{{vnr|70}} Er niet elk uur beter van zal worden. Maar sommige mensen gaan soms zo naar de preek Dat ze bij thuiskomst niet één naam kunnen herhalen; En de meesten vallen in slaap, hun hand onder hun kin. Menig slaapt zozeer in de kerk, zonder een gebed te horen, Dat hij bij thuiskomst niet kan slapen in zijn huis. Nog altijd is het beter te slapen dan verraad te bedenken. &nbsp;&nbsp;Heren, luister nu, voor God en voor zijn kruis, U gaat een goed lied horen met mooie, hoofse woorden: Het is over de dappere Boudewijn die nadien koning werd {{vnr|80}} Van de heilige stad die Godfried veroverde. Nu zal ik u vertellen, als mijn stem gehoord wordt, Hoe deze Boudewijn regeerde, en koning van Nijmegen was. Hij werd opgevoed in Sebourg, het machtige kasteel, Waarvan hij de naam droeg, want dat was zeker terecht: Dertig bastaarden had hij er, die tegelijkertijd leefden; Allen werden zij ridder en verrichtten vele daden In het land van de Saracenen en in het Franse land. Over Boudewijn zal ik vertellen, die zeer mooi en oprecht was, Hoe hij naar Sebourg kwam, waar hij lange tijd stil verbleef.{{vnr|90}} &nbsp;&nbsp;Nu begint het verhaal, zo een zult u in geen maanden horen: Koning Arnoud van Beauvais, die de landen bezat Van het grote Nijmegen, waar zeer hoge muren zijn, Was in zijn paleis; bij hem was Govert Die heer was van Friesland: maar hij was zo slechtaardig, </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> 9e0r6nxyf3ynuwbtr7okfn3cdzxp434 228115 228081 2026-10-12T09:33:16Z Havang(nl) 4330 Versie 228081 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228115 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Et dames et puchiellez et jone danseillon ; S’entendez jolis mos, mis en belle raison, Courtois et délitablez et de noble fachon : Car qui n’aroit en lui sens, né avision, Comment on doit amer, en le douche saison, Et maintenir d’amour jusqu’en conclusion, Comment on doit amer et requerre le don D’amours, par qui amant vivent en grief prison ; Mais qu’il ait cuer d’aprendre : je ne sai si bricon, S’il prent garde à mes dis et oïr ma chanson, Jammais ne sera heure n’en vaille sé mieux non. Mais aucune gent vont à le fois au sermon Qu’au revenir n’en scèvent recorder un non ; Et li pluseur s’endorment, leur main à leur menton. Telz dort tant au monstier, sans entendre orison, Qu’au revenir ne puet dormir en se maison. Encor vault mieux dormir que penser traïson. &nbsp;&nbsp;Signour, or entendez, pour Diu et pour sa crois, S’orrés bonne canchon et de biaus mos courtois : Ch’est du ber Bauduin qui puissedi fu roys De le sainte cité que conquist Godefrois. Or vous dirai comment, s’entendue est ma vois, Chius Bauduins régna, de Nymaie fu roys. Nouris fu à Sebourc, le castel maginois, Dont il en ot le non, car certes che fu drois : ·xxx· bastars i ot, vivans à une fois ; Tout furent chevalier et fisent moult d’esplois En terre Sarrasine et ou paiis Franchois. De Bauduin dirai, qui moult fu biaux et drois, Comment vint à Sebourc où il fu lonc tamps cois. &nbsp;&nbsp;Or commenche matère, telle n’orrés des mois : Roys Hernous de Biauvais qui tenoit les terrois De Nymaie le grand, où moult a haut murois, Estoit en son palais ; o lui estoit Gaufrois Qui sirez fu de Frise : mais tant fu maléois, </poem> |valign=top| <poem> En dames en maagden en jonge schildknapen; Hoor vrolijke woorden, gevat in schone rede, Hoffelijk en vermakelijk en van edele aard: Want wie in zichzelf geen verstand of inzicht heeft, Hoe men moet liefhebben in het zoete seizoen, En de liefde moet volhouden tot het einde, Hoe men moet liefhebben en vragen om de gave Van de liefde, door wie minnaars in een zware gevangenis leven; Maar laat hem het hart hebben om te leren: ik weet niet of een dwaas, Als hij acht slaat op mijn woorden en mijn lied hoort,{{vnr|70}} Er niet elk uur beter van zal worden. Maar sommige mensen gaan soms zo naar de preek Dat ze bij thuiskomst niet één naam kunnen herhalen; En de meesten vallen in slaap, hun hand onder hun kin. Menig slaapt zozeer in de kerk, zonder een gebed te horen, Dat hij bij thuiskomst niet kan slapen in zijn huis. Nog altijd is het beter te slapen dan verraad te bedenken. &nbsp;&nbsp;Heren, luister nu, voor God en voor zijn kruis, U gaat een goed lied horen met mooie, hoofse woorden: Het is over de dappere Boudewijn die nadien koning werd {{vnr|80}} Van de heilige stad die Godfried veroverde. Nu zal ik u vertellen, als mijn stem gehoord wordt, Hoe deze Boudewijn regeerde, en koning van Nijmegen was. Hij werd opgevoed in Sebourg, het machtige kasteel, Waarvan hij de naam droeg, want dat was zeker terecht: Dertig bastaarden had hij er, die tegelijkertijd leefden; Allen werden zij ridder en verrichtten vele daden In het land van de Saracenen en in het Franse land. Over Boudewijn zal ik vertellen, die zeer mooi en oprecht was, Hoe hij naar Sebourg kwam, waar hij lange tijd stil verbleef.{{vnr|90}} &nbsp;&nbsp;Nu begint het verhaal, zo een zult u in geen maanden horen: Koning Arnoud van Beauvais, die de landen bezat Van het grote Nijmegen, waar zeer hoge muren zijn, Was in zijn paleis; bij hem was Govert Die heer was van Friesland: maar hij was zo slechtaardig, </poem> |}<noinclude></noinclude> 8rk7upe87wo7mwvzsdh3jmfrercp4rp Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/26 104 85755 228082 226332 2026-10-12T09:08:52Z Havang(nl) 4330 228082 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> Een verrader, een afvallige, zo vals was zijn trouw, Dat er, sinds God de gezegende vader, kwam In de Maagd Maria, waar Hij negen maanden woonde, Nooit een dief of zo'n hardvochtige verrader werd geboren, Die zoveel kwaad bedacht, of slechtere koningen maakte, {{vnr|100}} Als deze verrader deed, die altijd alle recht haatte: Maar uiteindelijk bracht God, de soevereine koning, het hem in rekening. &nbsp;&nbsp;Want wie ook kwaad doet, de geschriften der wetten Getuigen en bevestigen het ons, men weet het en het is recht, Dat hem in deze wereld of in de andere grote ellende overkomt. En wanneer een slechte verrader in deze wereld zijn recht heeft gehad, Als hij het in dank aanneemt, is God hem zo genadig Dat Hij zijn ziel dubbelduizend maal verlicht. Maar er zijn er enkelen, meer dan twee of drie, Die meer weten van {{SIC|gros|groot twaalftal=144}} of {{SIC|zware florijnen|gouden guldens}} {{vnr|110}} Dan dat zij Hem kennen die de pijnen leed, Om ons vrij te kopen, aan de boom van het kruis. Zondaar, wees gewaarschuwd, nu en in het vervolg! Nooit zult u gekend worden, als u God niet erkent. &nbsp;&nbsp;Heren, deze Govert, die hertog van Friesland was, Was zo'n brutale man en met zo'n grote invloed, Dat er niemand wreder was dan hij tot aan Pisa toe. Hij hield zich op bij de koning die Nijmegen in bezit had: Er was oorlog in zijn land met volk dat hij nauwelijks achtte; Toch zou hij zich daar niet ophouden voor al het goud van Vautainise.{{vnr|170}} Door de zijnen werd hij gehaat; ik weet niet op welke wijze Koning Arnoud hem in dienst nam, die zozeer van edelmoedigheid hield. Hij maakte hem tot zijn hofmaarschalk; in zijn hand legde hij Zijn hele erfgoed dat hij beheerde tot aan Falise. Maar deze dief Govert, over wie ik u vertel, Had zijn liefde gezet op koningin Rose, Omdat zij mooi was en van zeer hoge stand; Want een mooiere dan zij was er niet tot aan Farise. Deze Govert beminde haar uit slechte begeerte; Maar de edele koningin was zo welopgevoed, {{vnr|130}}</poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> 62wy7ybhbrl9gzl5qewuoekugbx1s9z 228116 228082 2026-10-12T09:33:46Z Havang(nl) 4330 Versie 228082 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228116 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Traïtrez, renoyez, si fausse fu sa fois, C’onques puis que Diux vint, li pères bénéois, En le Vierge-Marie, où habita ·ix· mois, Ne nasqui onques lérez, né traïtrez redois, Qui pensast tant de maus, né fesist de pus rois, Comme fist chius traïtrez, adès haï tous drois : Mais en fin le païa Diux, li souverains roys. &nbsp;&nbsp;Car quiconques fait mal, l’escripture des loys Nous tiesmoigne et approve, on le set et c’est drois, Qu’en ce siècle ou en l’autre li en vient grans annois. Et quant ·j· mau traïtrez a eu ce mond ses drois, S’il le rechoit en gré, Diex li est si courtois Qu’il li alige l’âme au double mille fois. Mais il sont bien aucuns, plus de ·ij· ou de trois, Qui scèvent miex connoistre gros ou florins de pois Qu’il ne fachent celli qui souffri les destrois, Pour nous à raquater, en l’arbre de le crois. Pequières, car t’avisez et ore et autrefois ! Jà ne seras connus, sé Dieu ne reconnois. &nbsp;&nbsp;Signour, ichius Gaufrois, qui estoit ducz de Frize, Estoit tant hardis homs et de si haute emprise, Qu’il n’avoit plus crueus de lui jusques en Pise. O le roy se tenoit, qui Niemaye ot en prise : Gerre ot en son paiis de gent que moult poi prise ; Adont ne s’i tenist pour l’or de Vautainise. Des siens estoit haïs ; ne sai par quelle guise Roys Ernous le retint, qui moult ains franquise. S’en fist son sénescal ; en sa main li a mise Toute son hérité qu’il tint jusqu’en Falise. Mais chius lères Gaufrois, de quoy je vous devise, En la royne Rose avoit son amour mise, Pour chou que belle estoit et de très haute emprise ; Car plus belle de lui n’avoit jusqu’en Farise. Chius Gaufrois le ama par male convoitise ; Mais la gente royne estoit si bien aprise, </poem> |valign=top| <poem> Een verrader, een afvallige, zo vals was zijn trouw, Dat er, sinds God de gezegende vader, kwam In de Maagd Maria, waar Hij negen maanden woonde, Nooit een dief of zo'n hardvochtige verrader werd geboren, Die zoveel kwaad bedacht, of slechtere koningen maakte, {{vnr|100}} Als deze verrader deed, die altijd alle recht haatte: Maar uiteindelijk bracht God, de soevereine koning, het hem in rekening. &nbsp;&nbsp;Want wie ook kwaad doet, de geschriften der wetten Getuigen en bevestigen het ons, men weet het en het is recht, Dat hem in deze wereld of in de andere grote ellende overkomt. En wanneer een slechte verrader in deze wereld zijn recht heeft gehad, Als hij het in dank aanneemt, is God hem zo genadig Dat Hij zijn ziel dubbelduizend maal verlicht. Maar er zijn er enkelen, meer dan twee of drie, Die meer weten van {{SIC|gros|groot twaalftal=144}} of {{SIC|zware florijnen|gouden guldens}} {{vnr|110}} Dan dat zij Hem kennen die de pijnen leed, Om ons vrij te kopen, aan de boom van het kruis. Zondaar, wees gewaarschuwd, nu en in het vervolg! Nooit zult u gekend worden, als u God niet erkent. &nbsp;&nbsp;Heren, deze Govert, die hertog van Friesland was, Was zo'n brutale man en met zo'n grote invloed, Dat er niemand wreder was dan hij tot aan Pisa toe. Hij hield zich op bij de koning die Nijmegen in bezit had: Er was oorlog in zijn land met volk dat hij nauwelijks achtte; Toch zou hij zich daar niet ophouden voor al het goud van Vautainise.{{vnr|170}} Door de zijnen werd hij gehaat; ik weet niet op welke wijze Koning Arnoud hem in dienst nam, die zozeer van edelmoedigheid hield. Hij maakte hem tot zijn hofmaarschalk; in zijn hand legde hij Zijn hele erfgoed dat hij beheerde tot aan Falise. Maar deze dief Govert, over wie ik u vertel, Had zijn liefde gezet op koningin Rose, Omdat zij mooi was en van zeer hoge stand; Want een mooiere dan zij was er niet tot aan Farise. Deze Govert beminde haar uit slechte begeerte; Maar de edele koningin was zo welopgevoed, {{vnr|130}}</poem> |}<noinclude></noinclude> h5uq2p2ys4wxcy87nwbbzfsvgow7cu3 Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Gabriël Metsu 100 86649 228034 222715 2026-10-11T12:19:28Z Vincent Steenberg 280 +bron 228034 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Gabriël Metsu | afbeelding = Self Portrait by Gabriël Metsu, Speed Art Museum.jpg | alt = Zelfportret, ca. 1658 | beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder [[w:nl:Gabriël Metsu|Gabriël Metsu]] }} == Algemeen == == Inleidingen - Hand- en leerboeken == *Houbraken, Arnold (1721) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 3/Gabriel Metzu|“Gabriel Metzu”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel III, p.&nbsp;40-42. == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Veilingen ==== ;1920 *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;1925 *''Ancient and Modern Pictures from the Collection of Henry Weigall'', Christie's, Londen, 6 juli 1925.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (3 juli 1925) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 82/Nummer 182/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad C, p.&nbsp;1. === Musea === ;Rijksmuseum Amsterdam *Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p.&nbsp;45, cat.nrs. 188. *Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.: s.n.], p.&nbsp;44, cat.nrs. 193-195. *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. *Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p.&nbsp;87, cat.nrs. 190-191. === Tentoonstellingen === ;1935 *''Vermeer. Oorsprong en invloed Fabritius, De Hooch, De Witte'', Museum Boymans, Rotterdam, 9 juli-9 oktober 1935.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (9 juli 1935) [[De Gooi- en Eemlander/Jaargang 64/Nummer 159/Schilderkunst|‘Schilderkunst. De Vermeer-tentoonstelling in Boymans’]], ''De Gooi- en Eemlander'', eerste blad, p.&nbsp;3. ;1936 *''Oude kunst'', Kunstzaal Bennewitz, Den Haag, ....-23 mei 1936, geen catalogus.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14 mei 1936) [[Het Vaderland/Jaargang 68/14 mei 1936/Avondblad/Oude kunst|‘Oude kunst’]], ''Het Vaderland'', Avondblad C, p.&nbsp;1. == Werken == ;''De smidse'' *Anoniem (22 juli 1905) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 78/Nummer 24505/Avondblad/"Rembrandt"|‘„Rembrandt”’]], ''Algemeen Handelsblad'', Avondblad, Eerste Blad, [p.&nbsp;1]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] kcjvp58w2jy061m2dxuckpysl3rgtxq Pagina:Henri Ernest Moltzer, De Middelnederlandsche dramatische poëzie (1875).pdf/9 104 87187 228026 223827 2026-10-11T12:03:24Z Havang(nl) 4330 228026 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude><section begin="s1"/>{{c|{{larger|{{sp|INLEIDING}}.}}}} {{lijn|5em}} {{alinea|6em|0em|{{smaller|"Wir sitzen jetzt mitten in der von unseren Vorfahren gepflanzten Frucht und genieszen ihre Errungenschaften, aber Wenige gedenken des schweren Weges auf dem sie sich führerlos durchgerungen, und nur der Historiker nimmt darauf Bedacht. Wir setzen uns rahig vor die Bühne, lassen den Vorhang aufrollen, die Dekorationen wechseln, die Götter verschwinden und kommen, die Hel den sich streiten und morden, aber an die tausendjährige Mühe, die es gekostet, dasz wir heut zu Tago Alles so schön und täurebend wahr genieszen, daran wird gewöhnlich nicht gedacht." {{r|Dr. HOLLAND.}}}}}} In de helaas niet te grooten schat van Mnl. drama's onderscheiden wij tweeërlei stukken, kerkelijke (geestelijke) en wereldlijke spelen. Over beide soorten wensch ik een en ander, meer van historischen en vergelijkenden dan van aesthetischen aard, te doen volgen. <section end="s1"/> <section begin="s2"/><br> {{c|§ 1.<br> KERKELIJK (GEESTELIJK) DRAMA.<br> ''Mysterie en Mirakelspel''.}} Er wordt gewis eene buitengewone mate van scherpzinnigheid verdischt om, met Jubinal bv., de continuiteit van het antieke drama gedurende de middeleeuwen te kunnen aannemen, en de geestelijke spelen van de 12e eeuw en volgende als eene — zij het dan al ''min of meer'' — kennelijke voortzetting van de oude tragedie, als schakels van eene en dezelfde keten aan te merken. "Selon moi — schrijft hij — la naissance de notre theâtre ne date, ni des mystères representés pour la première fois, en 1402, dans l'hôtel de la Trinité par les Confrères de la Passion; ni des réjouissances qui eurent lieu, en 1389, à <section end="s2"/><noinclude></noinclude> m4quf2lxzipa1fcpmk90zm9e6anm6sm Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/27 104 87577 228083 226333 2026-10-12T09:09:27Z Havang(nl) 4330 228083 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> Dat zij er nog liever om verbrand zou worden, in een smartelijke dood, Dan dat zij de verrader ooit op welke wijze ook zou beminnen. &nbsp;&nbsp;De goede, deugdzame vrouw, het is terecht dat men haar prijst; En wanneer een andere zich misdraagt, is het recht dat men haar veracht: Want de deugdzame man heeft veel eer en vrijheid Wanneer hij zijn deugdzame vrouw aan zijn tafel heeft zitten. Men moet zijn vrouw geloven, als zij zichzelf in ere houdt, Want zij zou nooit liegen over wat zij ook vertelt; Moge de noordenwind u zo in de winter helpen. :Deze Govert van Friesland was wispelturig in de liefde;{{vnr|140}} In de liefde is hij zo sterk voor Rose van Nijmegen: Hij durfde het haar niet te zeggen, omdat hij zag dat zij trouw was Aan koning Arnoud. Het is terecht dat hij zich terugtrekt, Maar de liefde laat hem niet los, de liefde die minnaars beproeft; Niets durft hij haar te zeggen, maar vaak kijkt hij haar aan En zegt bij zichzelf bij het kijken: "wat moet ik doen?" "Voortreffelijke koningin, het is niet recht dat ik u onthoud "De zware pijnen die ik voel! Zal ik dan sterven of niet?" Zo sprak Gaufroi, die de liefde aldus betaalt,{{vnr|150}} Voor de koninklijke dame voor wie de liefde hem kwelt. Gaufroi was zeer bevangen door de liefde voor de koningin. &nbsp;&nbsp;De dame had vier zonen van zeer hoge afkomst, Want zij waren gesproten uit het geslacht van de Zwaan. De oudste was zeven jaar, en had een blanke borst, Esmeré was zijn naam, goed was zijn karakter; Boudewijn was de jongste, die van edele inborst was, Toen was hij pas twee jaar oud, gekleed in een hermelijnen mantel: Er was geen mooier kind, noch zo goed onderwezen, Van hier tot aan Griekenland, het Alexandrijnse land.{{vnr|160}} De vader ziet zijn zonen in de marmeren zaal Met elkaar spelen; waarop hij zei: "goddelijke kracht, "Zend mijn kinderen eer die niet vergaat." &nbsp;&nbsp;Voorwaar, hij had gelijk dat hij niet ophield met bidden; In een tedere opvoeding, noch in een zacht bed, Ligt een goede toekomst, als God het niet bestemt.</poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> ewqa992drkt8gpjyb12dryhsnkuv41e 228117 228083 2026-10-12T09:33:57Z Havang(nl) 4330 Versie 228083 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228117 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Miex amast c’on l’ardist, à dolerous tuïse, Que jà le traïtour amast par nulle guise. &nbsp;&nbsp;La bonne preude femme, c’est bien drois c’on le prise ; Et quant autre se fait, drois est c’on le desprise : Car moult a li preud’oms et honneur et franquise Quant il a à sa table sa preude femme assize. On doit croire se femme, puis qu’elle bien se prise, Car jà ne mentiroit de riens qu’elle devise ; Aussi vous puist aidier en yver vens de bize. &nbsp;&nbsp;Ichius Gaufrois de Frize estoit en amour gaie ; En amours est si fort pour Roze de Nymaie : Dire ne li ozoit, pour che qu’il le vit vraie Envers le roy Ernoul. S’est drois qu’il s’en retraihe, Mais amours ne li laist qui les amans assaie ; Riens ne li oze dire, mais souvent li assaie Et de li regarder en disant : « que feraie ? « Royne souffissant, n’est drois que vous retraie « Les griés maus que je sens ! morrai-ge dont ou naie ? » Ensi disoit Gaufrois, cui amours ensi paie, Pour la dame royaus pour cui amours l’esmaie. Gaufrois fu moult souspris de l’amour la royne. &nbsp;&nbsp;La dame ot ·iiij· fiex de moult très haute orine, Car il furent estrait du linage le Chine. Li ainsnez ot ·vij· ans, s’ot blanche le poitrine, Esmerez ot à non, boine fu sa couvine ; Bauduins fu mainsnez, qui fu d’entente fine, Adont n’ot que ·ij· ans, vestus fu d’un hermine : Il n’ot si bel enfant, né de telle doctrine, Dès-si jusques en Gresse, le terre Alixandrine. Li pères voit ses fiex, par la sale marbrine, Jouant li ·j· à l’autre ; dont dist : « vertus divine, « Envoie mes enfans honneur qui ne décline. » &nbsp;&nbsp;Certez, il avoit droit quant de priier n’en fine ; En soef norréture, ni en douche gésine, Ne gist bonne aventure, sé Diex ne le destine. </poem> |valign=top| <poem> Dat zij er nog liever om verbrand zou worden, in een smartelijke dood, Dan dat zij de verrader ooit op welke wijze ook zou beminnen. &nbsp;&nbsp;De goede, deugdzame vrouw, het is terecht dat men haar prijst; En wanneer een andere zich misdraagt, is het recht dat men haar veracht: Want de deugdzame man heeft veel eer en vrijheid Wanneer hij zijn deugdzame vrouw aan zijn tafel heeft zitten. Men moet zijn vrouw geloven, als zij zichzelf in ere houdt, Want zij zou nooit liegen over wat zij ook vertelt; Moge de noordenwind u zo in de winter helpen. :Deze Govert van Friesland was wispelturig in de liefde;{{vnr|140}} In de liefde is hij zo sterk voor Rose van Nijmegen: Hij durfde het haar niet te zeggen, omdat hij zag dat zij trouw was Aan koning Arnoud. Het is terecht dat hij zich terugtrekt, Maar de liefde laat hem niet los, de liefde die minnaars beproeft; Niets durft hij haar te zeggen, maar vaak kijkt hij haar aan En zegt bij zichzelf bij het kijken: "wat moet ik doen?" "Voortreffelijke koningin, het is niet recht dat ik u onthoud "De zware pijnen die ik voel! Zal ik dan sterven of niet?" Zo sprak Gaufroi, die de liefde aldus betaalt,{{vnr|150}} Voor de koninklijke dame voor wie de liefde hem kwelt. Gaufroi was zeer bevangen door de liefde voor de koningin. &nbsp;&nbsp;De dame had vier zonen van zeer hoge afkomst, Want zij waren gesproten uit het geslacht van de Zwaan. De oudste was zeven jaar, en had een blanke borst, Esmeré was zijn naam, goed was zijn karakter; Boudewijn was de jongste, die van edele inborst was, Toen was hij pas twee jaar oud, gekleed in een hermelijnen mantel: Er was geen mooier kind, noch zo goed onderwezen, Van hier tot aan Griekenland, het Alexandrijnse land.{{vnr|160}} De vader ziet zijn zonen in de marmeren zaal Met elkaar spelen; waarop hij zei: "goddelijke kracht, "Zend mijn kinderen eer die niet vergaat." &nbsp;&nbsp;Voorwaar, hij had gelijk dat hij niet ophield met bidden; In een tedere opvoeding, noch in een zacht bed, Ligt een goede toekomst, als God het niet bestemt.</poem> |}<noinclude></noinclude> iij1cfmxfenpftwisrdhuz72cqyrq1q Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/28 104 87578 228084 226334 2026-10-12T09:10:20Z Havang(nl) 4330 228084 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> &nbsp;&nbsp;Koning Arnoul van Beauvais zat aan het diner Naast de koningin, blank als een leliebloem. De koning ziet door de zaal zijn vier zonen gaan: Esmeré de oudste, Boudewijn de kleine,{{vnr|170}} Gloriant, Alexander, die welgevormde lichamen hebben. "Kinderen, zei de vader, "ik bid tot Jezus Christus "Dat Hij u eer schenke en uiteindelijk het paradijs." "A{{sc|men}}," zei Govert; daarna wierp hij een valse lach, En zei zachtjes: "als ik lang in leven blijf, "Koning, zal ik je vergiftigen; en ik zal je zonen vermoorden; "En ik zal je vrouw krijgen, en haar echtgenoot zijn: "Want ik verlang er niet zozeer naar om Jezus Christus te zien "Als ik doe naar uw lichaam, koningin van hoge waarde!" Op die wijze dacht de vervloekte dief.{{vnr|180}} &nbsp;&nbsp;Intussen trad een boodschapper het paleis binnen: Hij was zeer vermoeid en in slechte conditie; Hij kwam voor de koning, wierp zich op zijn knieën En zei: "Moge God van de glorie, die aan het kruis werd genageld, "U beschermen, heer, u en uw vrienden." &nbsp;&nbsp;En de koning antwoordt hem: "Wees welkom, vriend. "Uit welk land komt u, en uit wat voor streek?" &nbsp;&nbsp;"Lieve heer, ik ben teruggekeerd van overzee. "Met Peter de Kluizenaar was ik ter zee gegaan, "Als een pelgrim, om Jezus Christus te wreken.{{vnr|190}} "Uw broer Boudewijn van Beauvais, de dappere, "Had mij tot zijn broodmeester gemaakt, door mij werd hij gediend. "Bij de berg van {{SIC|Civetot|Slag bij Civetot, 1096}} kwam de markies aan; "Daar kwam het volk aan dat geloofde, naar men meende, "In de rechtvaardige Vader, de koning van het paradijs. "Daar troffen wij de heidenen, de vervloekte schurken: "Corbaran van Oliferne, een vervloekte Saraceen, "Viel de christenen aan op de berg waarover ik u vertel; "Maar er waren er zes van hen tegenover één van de onzen. "Ik weet niet wat ik u moet zeggen; zo helpe mij de heilige Remigius! "Het christenvolk werd daar geheel verslagen: »{{vnr|200}}</poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> e1t37quysoyp5ywrjdmh45t9xq6k6xx 228118 228084 2026-10-12T09:34:12Z Havang(nl) 4330 Versie 228084 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228118 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> &nbsp;&nbsp;Roys Hernous de Biauvais fu au disner assis D’encoste la royne, blanche com flour de lis. Li roys voit par le sale aler ses ·iiij· fils : Esmerez li ainsnez, Bauduins li petis, Glorians, Alixander, qui les corpz ont faitis. « Enfant, » ce dist li pères, « je pri à Jhésu-Cris « Qu’il vous ottroie honneur et en fin paradis. » « A{{sc|men}}. » che dist Gaufrois ; puis getta ·j· faus ris, Et a dit coiement : « sé longement sui vis, « Roys, je t’enherberai ; s’arai tez filz murdris ; « Et s’averai ta femme, si serai ses maris : « Car je n’aim mie otant à véoir Jhésu-Cris « Com je fai vostre corps, royne de haut pris ! » Si faitement pensoit li lères maléis. &nbsp;&nbsp;Atant est ·j· messaige qui ou palais s’est mis : Il estoit moult forment lassez et mal baillis ; Il vint devant le roy, si s’est à genous mis Et dist : « chiux Diex de glore, qui en le crois fu mis, « Il vous garite, sire, et vous et vos amis. » &nbsp;&nbsp;Et li roys li respont : « bien veigniez-vous, amis. « De quelle terre venez, né de confait paiis ? » &nbsp;&nbsp;« Biau sire, je me sui d’outre-mer revertis. « Avoec Pièron-l’ermite m’estoie en le mer mis, « Si comme pélerins, pour vengier Jhésu-Cris. « Vo frèrez Bauduins de Biauvais, li hardis, « M’avoit fait panetier, de moi estoit servis. « Au mont de Kievetout arriva li marchis ; « Là arriva li poeples qui créoit, par avis, « Ou père droiturier, le roy de paradis. « Là, trouvâmes paiiens, les cuivers maléis : « Corbarans d’Oliferne, ·j· Sarrasin maudis, « Assali cristiens au mont dont je vous dis ; « Mais il en i avoit encontre ·j· des nos ·vj·. « Ne sai que vous diroie ? si m’aït sains Remis ! « Li poeples cristiens i fu tous desconfis : </poem> |valign=top| <poem> &nbsp;&nbsp;Koning Arnoul van Beauvais zat aan het diner Naast de koningin, blank als een leliebloem. De koning ziet door de zaal zijn vier zonen gaan: Esmeré de oudste, Boudewijn de kleine,{{vnr|170}} Gloriant, Alexander, die welgevormde lichamen hebben. "Kinderen, zei de vader, "ik bid tot Jezus Christus "Dat Hij u eer schenke en uiteindelijk het paradijs." "A{{sc|men}}," zei Govert; daarna wierp hij een valse lach, En zei zachtjes: "als ik lang in leven blijf, "Koning, zal ik je vergiftigen; en ik zal je zonen vermoorden; "En ik zal je vrouw krijgen, en haar echtgenoot zijn: "Want ik verlang er niet zozeer naar om Jezus Christus te zien "Als ik doe naar uw lichaam, koningin van hoge waarde!" Op die wijze dacht de vervloekte dief.{{vnr|180}} &nbsp;&nbsp;Intussen trad een boodschapper het paleis binnen: Hij was zeer vermoeid en in slechte conditie; Hij kwam voor de koning, wierp zich op zijn knieën En zei: "Moge God van de glorie, die aan het kruis werd genageld, "U beschermen, heer, u en uw vrienden." &nbsp;&nbsp;En de koning antwoordt hem: "Wees welkom, vriend. "Uit welk land komt u, en uit wat voor streek?" &nbsp;&nbsp;"Lieve heer, ik ben teruggekeerd van overzee. "Met Peter de Kluizenaar was ik ter zee gegaan, "Als een pelgrim, om Jezus Christus te wreken.{{vnr|190}} "Uw broer Boudewijn van Beauvais, de dappere, "Had mij tot zijn broodmeester gemaakt, door mij werd hij gediend. "Bij de berg van {{SIC|Civetot|Slag bij Civetot, 1096}} kwam de markies aan; "Daar kwam het volk aan dat geloofde, naar men meende, "In de rechtvaardige Vader, de koning van het paradijs. "Daar troffen wij de heidenen, de vervloekte schurken: "Corbaran van Oliferne, een vervloekte Saraceen, "Viel de christenen aan op de berg waarover ik u vertel; "Maar er waren er zes van hen tegenover één van de onzen. "Ik weet niet wat ik u moet zeggen; zo helpe mij de heilige Remigius! "Het christenvolk werd daar geheel verslagen: »{{vnr|200}}</poem> |}<noinclude></noinclude> 05t93fenfh3gejo2mojow640tx0f5en Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/29 104 87579 228085 226335 2026-10-12T09:10:55Z Havang(nl) 4330 228085 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> "Boudewijn van Beauvais, uw broer, werd daar gevangengenomen; "En Richard van Chaumont werd daar door de Turken gegrepen; "En heer Harpin van Bourges, die met zorg was opgevoed; "Boudewijn Cauderons; en de dappere Jan van Alis; "En de bisschop van Le Puy, die zo edel was. "En Peter de Kluizenaar is ervandaan gevlucht. "En ik ontsnapte eraan, gewond en in slechte staat; "En ik ben u komen vertellen hoe groot het gevaar is "Van uw eigen broer, die zo edel was.{{vnr|210}} "Nu trekt er een gezegend volk overzee; "Godfried leidt hen, die in Bouillon werd opgevoed. "O! koning, denk aan de dood van Jezus Christus; "Aan Boudewijn, uw broer, die uw vriend is: "Hoe hij gevangen zit in het land van de Perzen, "Binnen Oliferne, de stad van hoge waarde. "Nog is hij in leven! en daarom vertel ik het u: "Want in de nood ziet men de mens, in daden en woorden, "Die werkelijk van hem houdt. Want de man, daar ben ik zeker van, "Die zijn eigen broer niet helpt die in zo'n positie verkeert; "Als hij zich dan op een vreemdeling verlaat, is hij goed bedrogen {{vnr|220}} &nbsp;&nbsp;Toen Arnoud de woorden van de boodschapper hoorde, Had hij een zeer bedroefd hart toen hij hoorde van het leed Van zijn eigen broer; daarna sprak hij in schone taal: "Bij het geloof dat ik verschuldigd ben aan allen van mijn geslacht, "Nooit zal ik rusten, noch voor dwaas noch voor wijze, "Of ik zal overzee zo'n groot leger leiden "Dat ik de Saracenen zo'n slag zal toebrengen "Dat ik mijn broer terug zal hebben, die zij in knechtschap houden. Toen de dame dit hoorde, ging haar hart dol tekeer; Zo bedroefd was zij nog nooit in haar leven geweest.{{vnr|230}} Zij riep de koning aan, die van hoge afkomst was, "Heer," zei de koningin, "u bedenkt een grote schanddaad "Dat u zomaar uw erfdeel wilt achterlaten, "En uw vier mooie zonen die in dit huis zijn." "Dame," zei de koning, "bij God en bij Zijn beeltenis, </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> fbpxgkwmaeflwxu667caytckv6venle 228119 228085 2026-10-12T09:34:39Z Havang(nl) 4330 Versie 228085 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228119 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Bauduins de Biauvais, vo frères, i fu pris ; « Et Richars de Cammont i fu des Turs saisis ; « Et dans Harpins de Bourgez, qui soef fu norris ; « Bauduins Cauderons ; et bers Jehans d’Alis ; « Et li vesquez du Puy, qui tant fu agentis. « Et Pières-li-ermites est de chà rafuis. « Et je en escapai navrés et mal baillis ; « Si vous sui venus dire com grans est li péris « De vo frère germain, qui tant estoit gentis. « Or s’en va outre mer ·j· poeples bénéis ; « Godefrois les conduist, qu’à Bullon fu norris. « E ! roys, souviengne-toi de le mort Jhésu-Cris ; « De Bauduin, ton frère, qui est li tiens amis : « Comment il tient prison en le terre au Persis, « Par dedens Oliferne, le chité de haut pris. « Encore est-il en vie ! et pour chou le te dis : « Qu’au besoing voit li homs, et en fais et en dis, « Qui l’aimme bonnement. Car li homs, j’en sui fis, « Qui n’aide le sien frère qui est en tel point mis ; « ·j· estrainges sé puis se fie est bien quétis. » &nbsp;&nbsp;Quant Hernous entendi le parler du message, Ot moult le cuer dolant quant oy le dammaige De son frère germain ; puis dist par biau langage : « Par le foy que je doi tous cheus de mon paraige, « Jammais n’arresterai, né pour fol né pour sage, « S’arai outre le mer conduit si grant bernage « Que sus les Sarrasins monstrerai tel haussage « Que mon frère r’arai, qu’il tiennent en servage. » &nbsp;&nbsp;Quant la dame l’entent, s’ot le cuer plain de rage ; Si dolante ne fu onques en son éâge. Elle appella le roy, qui fu de haut linage, « Sire, » dist la royne, « vous pensés grant outrage « Qui ensément volés laissier vostre héritage, Et vos ·iiij· biaus fiex qui sont en cest manage. » « Dame, » ce dist li roys, « par Dieu et par s’ymage, </poem> |valign=top| <poem> "Boudewijn van Beauvais, uw broer, werd daar gevangengenomen; "En Richard van Chaumont werd daar door de Turken gegrepen; "En heer Harpin van Bourges, die met zorg was opgevoed; "Boudewijn Cauderons; en de dappere Jan van Alis; "En de bisschop van Le Puy, die zo edel was. "En Peter de Kluizenaar is ervandaan gevlucht. "En ik ontsnapte eraan, gewond en in slechte staat; "En ik ben u komen vertellen hoe groot het gevaar is "Van uw eigen broer, die zo edel was.{{vnr|210}} "Nu trekt er een gezegend volk overzee; "Godfried leidt hen, die in Bouillon werd opgevoed. "O! koning, denk aan de dood van Jezus Christus; "Aan Boudewijn, uw broer, die uw vriend is: "Hoe hij gevangen zit in het land van de Perzen, "Binnen Oliferne, de stad van hoge waarde. "Nog is hij in leven! en daarom vertel ik het u: "Want in de nood ziet men de mens, in daden en woorden, "Die werkelijk van hem houdt. Want de man, daar ben ik zeker van, "Die zijn eigen broer niet helpt die in zo'n positie verkeert; "Als hij zich dan op een vreemdeling verlaat, is hij goed bedrogen {{vnr|220}} &nbsp;&nbsp;Toen Arnoud de woorden van de boodschapper hoorde, Had hij een zeer bedroefd hart toen hij hoorde van het leed Van zijn eigen broer; daarna sprak hij in schone taal: "Bij het geloof dat ik verschuldigd ben aan allen van mijn geslacht, "Nooit zal ik rusten, noch voor dwaas noch voor wijze, "Of ik zal overzee zo'n groot leger leiden "Dat ik de Saracenen zo'n slag zal toebrengen "Dat ik mijn broer terug zal hebben, die zij in knechtschap houden. Toen de dame dit hoorde, ging haar hart dol tekeer; Zo bedroefd was zij nog nooit in haar leven geweest.{{vnr|230}} Zij riep de koning aan, die van hoge afkomst was, "Heer," zei de koningin, "u bedenkt een grote schanddaad "Dat u zomaar uw erfdeel wilt achterlaten, "En uw vier mooie zonen die in dit huis zijn." "Dame," zei de koning, "bij God en bij Zijn beeltenis, </poem> |}<noinclude></noinclude> jyx2tmnbz2jldmtp0u9pcycep4qqnws Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/30 104 87580 228086 226345 2026-10-12T09:11:31Z Havang(nl) 4330 228086 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> "Ik zal mijn broer gaan wreken, die zo'n trots gemoed heeft. "Overzee zal ik trekken, per aak en per schuit." "Heer, zei Govert die de razernij in zijn lijf had, "Ik zal met u meegaan op deze pelgrimstocht; "Ik zal van mijn volk meenemen, die met mij de oversteek maken,{{vnr|240}} "En zo zal ik u helpen tegen dat wilde volk. Daarna zei hij zachtjes, zodat men zijn woorden niet hoorde: "Anders kan ik mijn opzet niet uitvoeren. "Nooit zult u terugkeren in dit erfgoed, "Want ik zal u verkopen aan een koning of aan een leenheer; "En daarna zal ik uw vrouw hebben door het recht van huwelijk." Zó dacht hij, die de razernij in zijn lijf had. De liefde had zijn hart tot slechte gebruiken gebracht; Het is dwaas beminnen wanneer men zijn eigen ondergang bewerkt. &nbsp;&nbsp;De edele koning Arnoud wilde niet vertragen {{vnr|250}} Dat hij zijn volk opriep en liet hen verzamelen, En hij liet zijn schatkamer openen en ontsluiten; Aan de arme pelgrims liet hij daaruit schenken: Hij organiseerde een kruistocht om de Saracenen te bestrijden. Govert ging naar Friesland om zijn vrienden te verzamelen; Naar Nijmegen keerde hij terug om de koning te versterken. De koning haastte zich zozeer, dat hij zijn mensen In aken en schuiten het scheepsbeschuit liet laden En brood en vlees en wijn, om zijn manschappen te voeden; Daarna kwam hij zijn echtgenote om verlof vragen. {{vnr|260}} Hij haastte zich zijn vier zonen te kussen en omhelzen: Aan Esmeret, de oudste, wilde de goede koning Een gesp van puur goud geven, en hij ging die opspelden Voor op diens borst waar zij hoort te zitten. En daarna zei hij hem: "mooie zoon, bewaar deze "Zeer goed, in mijn naam, zodat ik bij mijn terugkeer "Haar bij jou op deze plek kan terugvinden; "En mocht God toestaan dat ik zou sterven, "Zolang je haar bij je hebt kun je ernaar kijken "En Jezus Christus bidden dat Hij mij wil redden: {{vnr|270}} </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> ebjbcaaz46gfm67t7t4a2zlvunmmw95 228120 228086 2026-10-12T09:34:50Z Havang(nl) 4330 Versie 228086 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228120 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « G’irai vengier mon frère, qui tant a fier corage. « Outre mer passerai, à calant et à barge. » &nbsp;&nbsp;« Sire, » ce dist Gaufrois qui ou corps ot le rage, « G’irai aveuquez vous en che pélerinage ; « Si menrai de ma gent, qu’o moy feront passage, « Et si vous aiderai sus celle gent ramage. » Puis a dit coiëment, c’on n’oy son langage : « Autrement ne pooie acomplir mon corage. « Jammais ne revenrez en cestui héritage, « Car je vous venderai à roy ou à faufage ; « Et puis arai vo femme au droit de mariage. » Ensément pensoit chius, qui au corps ot le rage. Amours li ot son cuer mis en mauvais usage ; C’est folement amet quant on fait son dammage. &nbsp;&nbsp;Li gentis roys Hernous ne se volt déporter Qu’il ne mandast sa gent et les fist assambler, Et a fait sen trésoir ouvrir et desfremer ; As povrez pélerins en a fait présenter : Fist une croiserie pour Sarrasins grever. Gaufrois ala en Frise ses amis assambler ; A Nimaye revint pour le roy conforter. Li roys s’esploita tant, qu’il fist sa gent entrer En barges et calans, pour le bescuit porter Et pain et char et vin, pour ses gens soëler ; Puis vint à sa moullier le congié demander. Ses ·iiij· fiex courut baisier et acoler : A Esmeret l’ainsnet volt, li bons roys, donner Une affike d’or fin, et li ala poser Devant en le poitrine où elle doit ester. Et puis li dist : « biax fiex, or le voelliés garder « Très bien, ou non de moy, si qu’à mon retourner « Je le puisse sour vous en che point retrouver ; « Et sé Diex consentoit qu’il me fausist finer, « Tant que l’arez sour vous le porrez regarder « Et priier Jhésu-Crist qu’il me voelle sauver : </poem> |valign=top| <poem> "Ik zal mijn broer gaan wreken, die zo'n trots gemoed heeft. "Overzee zal ik trekken, per aak en per schuit." "Heer, zei Govert die de razernij in zijn lijf had, "Ik zal met u meegaan op deze pelgrimstocht; "Ik zal van mijn volk meenemen, die met mij de oversteek maken,{{vnr|240}} "En zo zal ik u helpen tegen dat wilde volk. Daarna zei hij zachtjes, zodat men zijn woorden niet hoorde: "Anders kan ik mijn opzet niet uitvoeren. "Nooit zult u terugkeren in dit erfgoed, "Want ik zal u verkopen aan een koning of aan een leenheer; "En daarna zal ik uw vrouw hebben door het recht van huwelijk." Zó dacht hij, die de razernij in zijn lijf had. De liefde had zijn hart tot slechte gebruiken gebracht; Het is dwaas beminnen wanneer men zijn eigen ondergang bewerkt. &nbsp;&nbsp;De edele koning Arnoud wilde niet vertragen {{vnr|250}} Dat hij zijn volk opriep en liet hen verzamelen, En hij liet zijn schatkamer openen en ontsluiten; Aan de arme pelgrims liet hij daaruit schenken: Hij organiseerde een kruistocht om de Saracenen te bestrijden. Govert ging naar Friesland om zijn vrienden te verzamelen; Naar Nijmegen keerde hij terug om de koning te versterken. De koning haastte zich zozeer, dat hij zijn mensen In aken en schuiten het scheepsbeschuit liet laden En brood en vlees en wijn, om zijn manschappen te voeden; Daarna kwam hij zijn echtgenote om verlof vragen. {{vnr|260}} Hij haastte zich zijn vier zonen te kussen en omhelzen: Aan Esmeret, de oudste, wilde de goede koning Een gesp van puur goud geven, en hij ging die opspelden Voor op diens borst waar zij hoort te zitten. En daarna zei hij hem: "mooie zoon, bewaar deze "Zeer goed, in mijn naam, zodat ik bij mijn terugkeer "Haar bij jou op deze plek kan terugvinden; "En mocht God toestaan dat ik zou sterven, "Zolang je haar bij je hebt kun je ernaar kijken "En Jezus Christus bidden dat Hij mij wil redden: {{vnr|270}} </poem> |}<noinclude></noinclude> 0ggnhnh0gvv4fypzmlxi819nz4gbdas Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/31 104 87581 228087 226337 2026-10-12T09:12:02Z Havang(nl) 4330 228087 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> "Want jij bent degene die ik het meeste kan beminnen." Toen begon het kind te huilen; En de vader begon eveneens te zuchten. De moeder weent ook en begint te schreeuwen, Zeggende: "Rijke Koning, hoe zwaar moet het mij vallen "Dat ik u op deze reis zo zie vertrekken." "Dame, zei de Koning, "laat dat alles rusten; "Want ik heb menigmaal horen zeggen en vertellen, "Dat wie overzee trekt om de Saracenen te bestrijden, "Als hij er oprecht heen gaat, drie zielen kan redden. {{vnr|280}} "Ik ga erheen om uw ziel met God te verzoenen; "Voor de ziel van mijn vader wil ik er ook heen gaan; "En de ziel van mijn moeder. Deze drie wil ik verkrijgen, "Op deze heilige reis, die zozeer te prijzen valt: "En mijn eigen ziel zal gaan, door de biecht, "Waar God haar zal willen plaatsen en verordenen. "Want de schrift zegt, ik heb het horen vertellen, "Wie voor een ander bidt, laat voor zichzelf werken." Een rechtschapen man was koning Arnoud, en van goede zeden. Liefdevol nam hij afscheid van de dierbare Koningin; {{vnr|290}} En van zijn vier zonen, die een mooi gezicht hebben. Rose huilt hevig. Er is geen hart, zo hard als steen, Als het daar op dat moment het afscheid nemen had gezien, Dat niet week zou worden, hoe trots de inborst ook was. De dame maakt groot misbaar; zij voelde meer smart, Dan wanneer zij daar al haar vrienden opgebaard had gezien. De Koning vertrok, met een vastberaden wil. Govert kwam naar de dame, die oprecht van hart is; Liefdevol sprak hij haar vleiende woorden toe: &nbsp;&nbsp;Dame, vrees niet, bij het geloof in Sint Petrus,{{vnr|300}} "Mijn heer zal ik helpen tegen het laffe volk. "Vrees dus niet, op geen enkele wijze, "Ik zal hem gezond en wel bij u terugbrengen, zonder draagbaar." "Govert, zei de Koningin, "Moge God uw gebed horen; "Ziehier uw vriendin en uw schatbewaarster. </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> r89rzzvaus2ay4cwni8dgsw2m2exx5k 228121 228087 2026-10-12T09:35:09Z Havang(nl) 4330 Versie 228087 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228121 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Car vous estez ichius que je puis miex amer. » Adont encommencha li enfès à plourer ; Et li pères aussi emprist à souspirer. Li mère pleure aussi et commenche à crier, En disant « riches Roys, comme il me doit peser « De ce qu’en che voiage vous voi ensi aler. » « Dame, » che dist li Roys, « tout chou laissiés ester ; « Car j’ai par maintez fois oy dire et conter, « Que qui va outre mer pour Sarrasins grever, « S’il i va loyalment, ·iij· armes puet sauver. « G’i voi pour le vostre âme envers Diu acquiter ; « Pour l’âme de mon père i voeil aussi aler ; « Et l’âme de ma mère. Ches trois voeil impétrer, « En cest saint voiage, qui tant fait à loer : « Et li âme de moy ira, par confesser, « Là où Diex le vaura mettre et ordener. « Car escripture dist, je l’ai oy conter, « Qui prie pour autrui pour lui fait labourer. » &nbsp;&nbsp;Preud’oms fu roys Hernous, et de bonne manière. Douchement prist congiet à le Royne chière ; Et à ses ·iiij· fiex, qui sont de belle chière. Roze pleure forment. Il n’est cuers, durs comme pière, S’il véist là endroit au partir le manière, Qui ne s’amoliast, tant fust d’entente fière. La dame mainne doel ; plus sentoit de hasquière, Que s’elle véist là tous ses amis en bière. Li Roys s’en départi, de volenté légière. &nbsp;&nbsp;Gaufrois vint à la dame, qui de cuer fu entière ; Douchement li a dit parole losengière : « Dame, ne vous doubtez, foy que je doi saint Pière, « Mon signour aiderai dessus le gent lanière. « Si ne vous en doubtez, en nesune manière, « Je le vous ramenrai sain et sauf, sans litière. » « Gaufrois, » dist la Royne, « Diex oie ; vo priière ; « Vèchi le vostre amie et vostre trésorière. » </poem> |valign=top| <poem> "Want jij bent degene die ik het meeste kan beminnen." Toen begon het kind te huilen; En de vader begon eveneens te zuchten. De moeder weent ook en begint te schreeuwen, Zeggende: "Rijke Koning, hoe zwaar moet het mij vallen "Dat ik u op deze reis zo zie vertrekken." "Dame, zei de Koning, "laat dat alles rusten; "Want ik heb menigmaal horen zeggen en vertellen, "Dat wie overzee trekt om de Saracenen te bestrijden, "Als hij er oprecht heen gaat, drie zielen kan redden. {{vnr|280}} "Ik ga erheen om uw ziel met God te verzoenen; "Voor de ziel van mijn vader wil ik er ook heen gaan; "En de ziel van mijn moeder. Deze drie wil ik verkrijgen, "Op deze heilige reis, die zozeer te prijzen valt: "En mijn eigen ziel zal gaan, door de biecht, "Waar God haar zal willen plaatsen en verordenen. "Want de schrift zegt, ik heb het horen vertellen, "Wie voor een ander bidt, laat voor zichzelf werken." Een rechtschapen man was koning Arnoud, en van goede zeden. Liefdevol nam hij afscheid van de dierbare Koningin; {{vnr|290}} En van zijn vier zonen, die een mooi gezicht hebben. Rose huilt hevig. Er is geen hart, zo hard als steen, Als het daar op dat moment het afscheid nemen had gezien, Dat niet week zou worden, hoe trots de inborst ook was. De dame maakt groot misbaar; zij voelde meer smart, Dan wanneer zij daar al haar vrienden opgebaard had gezien. De Koning vertrok, met een vastberaden wil. Govert kwam naar de dame, die oprecht van hart is; Liefdevol sprak hij haar vleiende woorden toe: &nbsp;&nbsp;Dame, vrees niet, bij het geloof in Sint Petrus,{{vnr|300}} "Mijn heer zal ik helpen tegen het laffe volk. "Vrees dus niet, op geen enkele wijze, "Ik zal hem gezond en wel bij u terugbrengen, zonder draagbaar." "Govert, zei de Koningin, "Moge God uw gebed horen; "Ziehier uw vriendin en uw schatbewaarster. </poem> |}<noinclude></noinclude> difqzunq7cmjlqg37l1f4jzryzs2s17 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/32 104 87582 228088 226338 2026-10-12T09:12:31Z Havang(nl) 4330 228088 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> "Inderdaad," zei de Koning, "ik zou u zeer liefhebben, "Als u de gewoonte hebt de liefde te bewaren." "Ja," zei de Koningin, "op zeer goede wijze. "Maar wie kwaad in de zin heeft, moge het lijden hem treffen." {{vnr|310}} Govert nam afscheid van de dame met het edele lichaam: Samen met koning Arnoud, en samen met zijn volk, Zette hij koers naar de open zee, in de storm en de wind; En de dame bleef achter met een bedroefd hart. &nbsp;&nbsp;Daarna duurde het niet lang, maar al zeer snel, Kwam er binnen Nijmegen, de stad die schittert, Eustace van Boulogne, met de trotse houding, Neef van de Koningin, haar volle neef. In het paleis te Nijmegen, dat met zilver beschilderd was, Trad graaf Eustace binnen, die zoveel verstand had. {{vnr|320}} Zijn nicht trof hij aan, terwijl zij zeer zachtjes weende; Eustace groet haar, en zei luid: "Koningin van Nijmegen, huil nu helemaal niet "Om de Koning, uw echtgenoot. Hij handelt wijselijk, "Hij die de zee over gaat tegen het Saraceense volk, "Om de waardige dood te wreken van de almachtige God. "Ook mijn broers zijn daar, die uw familieleden zijn; "Godfried, Boudewijn, die God moge bewaren voor kwelling: "In Nicea liet ik hen achter, dat zich aan de zee uitstrekt; "Veroverd hebben zij het door geweld, op Gods bevel: "Nu gaan zij Antiochië werkelijk belegeren.{{vnr|330}} "Mijn broers groeten u, wel meer dan honderd maal: "Naar Boulogne ga ik, mijn moeder wacht daar op mij, "Waar ik verslag uit zal brengen, zo spoedig ik daar ben, "Nieuws van mijn broers, die grote dapperheid bezitten; "Daarna zal ik zeer snel de zee weer oversteken. En toen de dame het hoorde, nam zij hem in haar beide armen; Liefdevol omhelsde zij hem, en zei luid: "Neef, wees welkom in dit verblijf; "Bekijk uw familie, hoe groot zij groeien. Zij toont hem haar vier zonen, in wie grote schoonheid schittert.{{vnr|340}} </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> 4az66fb0tjzv32bfmagfc0orrv4mlid 228122 228088 2026-10-12T09:35:24Z Havang(nl) 4330 Versie 228088 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228122 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Voire, » ce dist li Rois, « moult vous aroie cière, « Se de tenir amour vous estes coustumière. » « Oil, » dist la Roine, « en très boine manière. « Mais qui pourpense mal, le passion le fière. » Gaufrois se départi de la dame au corps gent : Avoec le roy Ernoul, et aveuques sa gent, Se mist en haute mer, à l’orage et au vent ; Et la dame remest, qui le cuer ot dolent. &nbsp;&nbsp;Puis ne demoura gaires, mais bien prochainement, Vint par dedens Nimaye, la chité qui resplent, Wistaces de Boulongne, au fier contenement, Cousins à le Royne germains entièrement. Ou palais à Nimaye, qui pains estoit d’argent, Entra li quens Wistaces, qui tant ot d’ensient. Sa cousine trouva, plourant moult tenrement ; Wistaces le salue, si a dit hautement : « Royne de Nimaye, or ne plorés noient, « Pour le Roy, vo signour. Il oevre sagement, « Qui va outre le mer, sus Sarrasine gent, « Venguier le digne mort de Dieu omnipotent. « Andoi mi frère y sont, qui sont vostre parent ; « Godefrois, Bauduins, que Diex gart de tourment : « A Niqués les laissai, qui sus le mer s’estent ; « Conquise l’ont par forche, au Dieu commandement : « Or, vont à Anthioche asségier vraiement. « Mi frère vous saluent, de fies plus de chent : « A Bouloingne m’en vois, ma mère m’i attent, « Où je recorderai, se je vis temprement, « Nouvèlez de mes frères, qui moult ont hardement ; « Puis repasserai mer assez hastéement. » Et quant la dame l’ot, à ses ·ij· bras le prent ; Douchement l’acola, et li dist hautement : « Cousin, bien veigniés-vous, en chestui cazement ; « Regardez vo linage, comme il croist grandement. » Ses ·iiij· fiex li monstre, où grans biautez resplent. </poem> |valign=top| <poem> "Inderdaad," zei de Koning, "ik zou u zeer liefhebben, "Als u de gewoonte hebt de liefde te bewaren." "Ja," zei de Koningin, "op zeer goede wijze. "Maar wie kwaad in de zin heeft, moge het lijden hem treffen." {{vnr|310}} Govert nam afscheid van de dame met het edele lichaam: Samen met koning Arnoud, en samen met zijn volk, Zette hij koers naar de open zee, in de storm en de wind; En de dame bleef achter met een bedroefd hart. &nbsp;&nbsp;Daarna duurde het niet lang, maar al zeer snel, Kwam er binnen Nijmegen, de stad die schittert, Eustace van Boulogne, met de trotse houding, Neef van de Koningin, haar volle neef. In het paleis te Nijmegen, dat met zilver beschilderd was, Trad graaf Eustace binnen, die zoveel verstand had. {{vnr|320}} Zijn nicht trof hij aan, terwijl zij zeer zachtjes weende; Eustace groet haar, en zei luid: "Koningin van Nijmegen, huil nu helemaal niet "Om de Koning, uw echtgenoot. Hij handelt wijselijk, "Hij die de zee over gaat tegen het Saraceense volk, "Om de waardige dood te wreken van de almachtige God. "Ook mijn broers zijn daar, die uw familieleden zijn; "Godfried, Boudewijn, die God moge bewaren voor kwelling: "In Nicea liet ik hen achter, dat zich aan de zee uitstrekt; "Veroverd hebben zij het door geweld, op Gods bevel: "Nu gaan zij Antiochië werkelijk belegeren.{{vnr|330}} "Mijn broers groeten u, wel meer dan honderd maal: "Naar Boulogne ga ik, mijn moeder wacht daar op mij, "Waar ik verslag uit zal brengen, zo spoedig ik daar ben, "Nieuws van mijn broers, die grote dapperheid bezitten; "Daarna zal ik zeer snel de zee weer oversteken. En toen de dame het hoorde, nam zij hem in haar beide armen; Liefdevol omhelsde zij hem, en zei luid: "Neef, wees welkom in dit verblijf; "Bekijk uw familie, hoe groot zij groeien. Zij toont hem haar vier zonen, in wie grote schoonheid schittert.{{vnr|340}} </poem> |}<noinclude></noinclude> 8wpd0afaoyn39d2mx9mblr27vup11ae Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/33 104 87583 228089 226525 2026-10-12T09:13:25Z Havang(nl) 4330 228089 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> Nicht," zei Eustace, "ik beloof u "Dat ik deze drie mee zal nemen, zonder enig uitstel, "Naar Boulogne, waar ik mijn moeder met een bedroefd hart achterliet: "Want gaarne zal zij de jonge kinderen zien. "De kleinste zult u onder uw hoede houden, "En ik zal de drie meenemen met uw toestemming. "Want door met zijn vrienden om te gaan, wordt men vaak beter. " Wie uit het oog is, zo zegt men algemeen, "Is uit het hart. Omgang leert liefde.{{vnr|350}} "Nicht, » zei Eustace, "ik verzoek en bid u," "Dat ik mag meenemen naar mijn moeder, uw vriendin," "Deze drie edele kinderen, die tot haar familie behoren;" "Weldra zult u hen terug hebben, twijfel er niet aan." En de dame antwoordt: "En ik sta ze aan u af." Eustace verbleef daar één nacht, De volgende ochtend vertrok hij met zijn ridders. Een draagstoel werd zeer goed in gereedheid gebracht, Waar de kinderen in werden geplaatst, die zoveel adeldom bezitten; Zij gaan naar Boulogne: zij hebben de stad verlaten, Waar de dame bedroefd en neerslachtig achterblijft.{{vnr|360}} De kleine Boudewijn hield zij in haar gezelschap. Over de dame zal ik zwijgen, tot een andere keer; En over de Koning zal ik u vertellen, die met zijn vloot wegtrekt, Over de open zee, die zozeer gevreesd wordt. Over de dagreizen die zij maken, is het niet nodig dat ik u vertel. Zolang varen zij over zee, ''deze baronnen, Dat zij midden op de zee'' een grote vloot ontdekten: Dat waren Saracenen, wier lichaam God moge vervloeken, En zij werden geleid door de sterke koning van Orcanië; En de Rode Leeuw was in zijn gezelschap.{{vnr|370}} Deze kwam uit Antiochië, een versterkte stad, Waar een hevige strijd had plaatsgevonden; En grote vernietiging van de lieden van het heidendom: Want Brohadas, de zoon van de sultan van Perzië, Was daar gestorven, zoals de geschiedenis zegt; </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> 6e43lsc2o1he80iezuuq1i30xeafucm 228123 228089 2026-10-12T09:35:34Z Havang(nl) 4330 Versie 228089 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228123 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Cousine, » dist Wistacez, « je vous ai en convent « Que ces ·iij· enmenrai, sans nul arrestement, « A Bouloigne, où ma mère laissai à coer dolent : « Car volentiers verrai les enfans de jouvent. « Le plus petit arés en vo gouvernement, « Et j’enmenrai les ·iij· par vostre otriement. « Car d’anter ses amis vault-on miex bien sovent. « Qui eslonge des iex, on dist communalment, « Il eslonge du cuer. Antise amour aprent. « Cousine, » dist Wistaces, « je vous requier et prie, « Que je puisse mener ma mère, vostre amie, « Ches ·iij· enfans gentis, qui sont de sa lignie ; « Temprement les r’arés, ne vous dobtez mie. » Et la dame respont : « et je les vous otrie. » Wistaces séjourna illeuc une nutie, Lendemain s’en parti, o sa chevalerie. Une litière fu moult bien apparellie, Où li enfant sont mis, qui tant ont signourie ; A Boulongne s’ent vont s’ont la chité laissie, Où la dame remest dolante et courouchie. Le petit Bauduin ot en sa compaignie. &nbsp;&nbsp;De la dame lairai, jusqu’à une autre fie ; Et du Roy vous dirai, qui s’en va à navie, Parmi le haute mer, qui tant est resoignie. Des journéez qu’il font, n’est drois que je vous die. Tant vont nagant par mer icelle baronnie, Qu’il ont en mi la mer grant navire coisie : Ch’estoient Sarrasins, cui le corps Diu maudie, Et si les conduissoit li fors roys d’Orcanie ; Et li Rouges-Lions fu en sa compaignie. Chius venoit d’Antioche, une cité garnie, Où il avoit éu bataille resforchie ; Et grant destruction de cheux de païenie : Car Brohadas, li fiex au soudant de Persie, I avoit esté mors, si comme l’istoire crie ; </poem> |valign=top| <poem> Nicht," zei Eustace, "ik beloof u "Dat ik deze drie mee zal nemen, zonder enig uitstel, "Naar Boulogne, waar ik mijn moeder met een bedroefd hart achterliet: "Want gaarne zal zij de jonge kinderen zien. "De kleinste zult u onder uw hoede houden, "En ik zal de drie meenemen met uw toestemming. "Want door met zijn vrienden om te gaan, wordt men vaak beter. " Wie uit het oog is, zo zegt men algemeen, "Is uit het hart. Omgang leert liefde.{{vnr|350}} "Nicht, » zei Eustace, "ik verzoek en bid u," "Dat ik mag meenemen naar mijn moeder, uw vriendin," "Deze drie edele kinderen, die tot haar familie behoren;" "Weldra zult u hen terug hebben, twijfel er niet aan." En de dame antwoordt: "En ik sta ze aan u af." Eustace verbleef daar één nacht, De volgende ochtend vertrok hij met zijn ridders. Een draagstoel werd zeer goed in gereedheid gebracht, Waar de kinderen in werden geplaatst, die zoveel adeldom bezitten; Zij gaan naar Boulogne: zij hebben de stad verlaten, Waar de dame bedroefd en neerslachtig achterblijft.{{vnr|360}} De kleine Boudewijn hield zij in haar gezelschap. Over de dame zal ik zwijgen, tot een andere keer; En over de Koning zal ik u vertellen, die met zijn vloot wegtrekt, Over de open zee, die zozeer gevreesd wordt. Over de dagreizen die zij maken, is het niet nodig dat ik u vertel. Zolang varen zij over zee, ''deze baronnen, Dat zij midden op de zee'' een grote vloot ontdekten: Dat waren Saracenen, wier lichaam God moge vervloeken, En zij werden geleid door de sterke koning van Orcanië; En de Rode Leeuw was in zijn gezelschap.{{vnr|370}} Deze kwam uit Antiochië, een versterkte stad, Waar een hevige strijd had plaatsgevonden; En grote vernietiging van de lieden van het heidendom: Want Brohadas, de zoon van de sultan van Perzië, Was daar gestorven, zoals de geschiedenis zegt; </poem> |}<noinclude></noinclude> dn7ip7knyu1fuxsmk6epppklr9c3o2o Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/34 104 87584 228090 226340 2026-10-12T09:13:59Z Havang(nl) 4330 228090 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> En van de Rode Leeuw was het hoofd afgehouwen. En deze was zijn zoon die de vloot leidde: Om zijn vader weende hij en leidde een bitter leven. Godfried van Bouillon, die zoveel macht had, Had hem in de strijd gedood met een geslepen zwaard; {{vnr|380}} En Brohadas doodde hij eveneens in hun gezelschap. Corbaran voerde hem weg over de vlakten van Syrië; En de jonge Leeuw, die heerser is over Abilant, Bracht zijn vader terug, om wie hij brult en schreeuwt; En nam zijn volk mee terug, klemgezet en verslagen. Maar zij hebben op de zee onze baronnen gezien: Zij wisten goed dat het om gedoopt volk ging; Want op de boorden van de schepen was menig kruis opgericht, En rijke vaandels. Dat betekent Dat degenen daarbinnen geloofden in de Maagd Maria. {{vnr|390}} Toen de Rode Leeuw dat leger had opgemerkt, Zei hij tegen zijn mannen een zeer gewaardeerd woord: "Heren, u die mij liefhebt, vandaag bid ik u "Dat de dood van mijn vader nu gewroken moge worden; "Want het is geen goed kind dat de dood van zijn vader vergeet, "Als hij hem wreken kan met het geslepen zwaard. » :Sprak de Rode Leeuw, die koning van Abilant was, En heer van de woestijnen, die daar zo heel groot zijn: "Heren, u die gelooft in Mahom en Tervogant, "Dit zijn christenmensen, die hier aan komen varen: {{vnr|400}} "Wees dus vandaag koen en strijdbaar. "Godfried van Bouillon heeft mijn hart bedroefd gemaakt; "Voor Antiochië versloeg hij Corbaran, "En doodde Brohadas en mijn vader voordien. "Maar bij de kandelaren, die in Mekka branden, "Nooit zal ik mijn hart blij, vrolijk of verheugd hebben, "Of ik zal mijn vader gewroken hebben, als ik ervan terugkeer." En zij antwoordden: "Goed gesproken." De leiders van de legers blazen op menige {{SIC|olifant|ivoren hoorn gemaakt van de slagtand}}, Klaroenen en trompetten; zij vertrekken goed voorbereid. {{vnr|410}}</poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> 4hd5h9ompga4cjchgvkig1emz5j4mtk 228124 228090 2026-10-12T09:35:45Z Havang(nl) 4330 Versie 228090 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228124 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem>Et li Rouges-Lions ot le teste trenchie. Et chius estoit ses fiex qui menoit le navie : Pour son père ploroit et menoit laide vie. Godefrois de Buillon, qui tant ot signourie, L’avoit mort en bataille, à l’espée fourbie ; Et Brohadas ausi tua par compaignie. Corbarans l’emportoit tous les plains de Surie ; Et li jones Lions, qui Abilant maistrie, En reportoit son père, pour cui il brait et crie ; S’en remenoit sa gent matée et desconfie. Mais il ont en la mer véut no baronnie : Bien seurent que c’estoit de la gent baptisie ; Car sus les bors des neifz ot mainte crois dréchie, Et riches confanons. C’est che qui sénéfie Que chil dedens créoient en le Vierge-Marie. Quant li Rouges-Lions a ichelle ost coisie, Il a dit à sa gent parole bien prisie : « Signour, vous qui m’amez, au jourd’ui je vous prie « Que la mort de mon père soit maintenant vengie ; « Car n’est mie boins enfès qui mort de père oublie, « Puis qu’il le puet venguier, à l’espée fourbie. » &nbsp;&nbsp;Dist li Rouges-Lions, qui fu roys d’Abilant, Et sirez dez désers, qui i sont si très grant : « Signour, vous qui créez Mahon et Tirvogant, « Che sont gent cristiène, qui chi viènent nagant : « Or soiés au jourd’ui hardi et combatant. « Godefrois de Buillon a fait mon cuer dolant ; « Par devant Antioche desconfi Corbarant, « Et ochist Brohadas et mon père devant. « Mais par les candelabres, qu’à Mièkes sont ardant, « Jammais n’arai mon cuer baut, liet, ne joiant, « S’arai vengiet mon père, que j’en vois remenant. » Et chil ont respondu : « vous alés bien parlant. » Li ordeneur des os sonnent maint olifant, Buisinez et arainnez ; bien s’en vont aprestant.</poem> |valign=top| <poem> En van de Rode Leeuw was het hoofd afgehouwen. En deze was zijn zoon die de vloot leidde: Om zijn vader weende hij en leidde een bitter leven. Godfried van Bouillon, die zoveel macht had, Had hem in de strijd gedood met een geslepen zwaard; {{vnr|380}} En Brohadas doodde hij eveneens in hun gezelschap. Corbaran voerde hem weg over de vlakten van Syrië; En de jonge Leeuw, die heerser is over Abilant, Bracht zijn vader terug, om wie hij brult en schreeuwt; En nam zijn volk mee terug, klemgezet en verslagen. Maar zij hebben op de zee onze baronnen gezien: Zij wisten goed dat het om gedoopt volk ging; Want op de boorden van de schepen was menig kruis opgericht, En rijke vaandels. Dat betekent Dat degenen daarbinnen geloofden in de Maagd Maria. {{vnr|390}} Toen de Rode Leeuw dat leger had opgemerkt, Zei hij tegen zijn mannen een zeer gewaardeerd woord: "Heren, u die mij liefhebt, vandaag bid ik u "Dat de dood van mijn vader nu gewroken moge worden; "Want het is geen goed kind dat de dood van zijn vader vergeet, "Als hij hem wreken kan met het geslepen zwaard. » :Sprak de Rode Leeuw, die koning van Abilant was, En heer van de woestijnen, die daar zo heel groot zijn: "Heren, u die gelooft in Mahom en Tervogant, "Dit zijn christenmensen, die hier aan komen varen: {{vnr|400}} "Wees dus vandaag koen en strijdbaar. "Godfried van Bouillon heeft mijn hart bedroefd gemaakt; "Voor Antiochië versloeg hij Corbaran, "En doodde Brohadas en mijn vader voordien. "Maar bij de kandelaren, die in Mekka branden, "Nooit zal ik mijn hart blij, vrolijk of verheugd hebben, "Of ik zal mijn vader gewroken hebben, als ik ervan terugkeer." En zij antwoordden: "Goed gesproken." De leiders van de legers blazen op menige {{SIC|olifant|ivoren hoorn gemaakt van de slagtand}}, Klaroenen en trompetten; zij vertrekken goed voorbereid. {{vnr|410}}</poem> |}<noinclude></noinclude> c38fvo7qmsrqfca6m1ut9ivxeo02p4k Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/35 104 87585 228091 226341 2026-10-12T09:14:29Z Havang(nl) 4330 228091 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> En toen de christenen de toestand zagen, Stelden zij zich in slagorde op: goed gaan zij zich ordenen. "Nu, zei koning Arnoud, "schone heren, nu voorwaarts! "Ieder kan zich redden, als hij nu kan. "Ziehier Saraceens volk, dat gelooft in Tervogant. "Wat zouden we in Rome doen, nobele strijders, "Nu we sint Petrus hier voor ons hebben gevonden? "Nu kunnen de kleinen en de groten zich redden; "Want degenen die hier zullen sterven, ik zweer en verzeker het u, "Hun zielen zullen naar de schitterende troon gaan,{{vnr|420}} "Waar men God zal zien in Zijn eigen gedaante. "Het is beter te sterven terwijl men Jezus Christus wreekt, "Dan valselijk te leven, in deze ellendige wereld: "De overledenen zullen het paradijs ingedragen worden." Govert begreep de waardige rede goed, Maar helemaal niet om God te wreken ging hij de schuit in. Bij zichzelf zei hij: "Al degenen zijn onwetend, "Die hun dood begeren en zich ergens naartoe haasten: "Want zodra een mens dood is, heeft hij niets meer aan het zijne; "als erfgenaam of kind ermee drinken en feesten. {{vnr|430}} "Ik houd deze plezierige wereld voor het paradijs: "Wanneer een mens er zijn zin en zijn wil kan doen, "En een schone dame kan hebben en zoveel wijnen kan drinken, "Dat men zich laat bedienen in feesten en gezang. "Degenen die armoede hebben, zijn bewoners van de hel, "Want ik houd het rijk van een arme voor de hel." Zo sprak Govert, die op niets goeds uit was. De Koning sprak hij aan, met zeer luide adem: "Heer," zei Govert, "hoor nu mijn gedachte; "Als u mij wilde geloven, vandaag op deze dag,{{vnr|440}} "Zou ik iets doen, als het u behaagt en schikt, "Dat ik in een bootje zou stappen, "En zou gaan kijken naar dit uitzinnige volk: "Zo zou door mij hun hele volk geschat worden. "Als zij zich wilden overgeven, zonder een slag met het zwaard,</poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> kuthpbyc2ko5c3vd47b2k5pd7czyf27 228125 228091 2026-10-12T09:35:56Z Havang(nl) 4330 Versie 228091 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228125 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem>Et quant li cristien virent le convenant, En conroy se sont mis : bien se vont ordenant. « Or, » dist li roys Hernous, « biau signour, or avant ! « Cascuns se poet sauver, s’il poet maintenant. « Veschi gent Sarrasine, qui croient Tervogant. « Que feriens-nous à Romme, nobile combatant, « Quant nous avons trouvé saint Pière chi devant ? « Or se poèent sauver li petit et li grant ; « Car chil qui chi morront, je vous jur et créant, « Les âmes en iront ou trosne reluisant, « Là où il verra Diu en son propre samblant. « Il vaut miex à morir en Jhésu-Crist vengant, « Que vivre faussement, en che siècle mescant : « En paradis seront porté li trespassant. » Gaufrois entendi bien le parler souffissant, Mais pour Diu vengier n’entra point el calant. A soy meismez dist : « tout cil sont non sachant, « Qui convoitent leur mort et vont en riens hastant : « Car puis c’uns homs est mors, il n’a au sien noiant ; « Si le boivent et galent si hoir ou si enfant. « Je tieng à paradis che siècle déduisant : « Quant ·j· homs i puet faire son bon et son commant, « Et avoir belle dame et boire des vins tant, « C’on se fache servir en gales et en cant. « Cil qui ont povreté sont en infer manant, « Car je tieng pour infer le règne d’un mescant. » &nbsp;&nbsp;Ensi disoit Gaufrois, qui à nul bien ne bée. Le Roy en appella, à moult haute alenée : « Sire, » ce dist Gaufrois, « or, oiés me pensée ; « Se croire me voliés, hui en ceste journée, « Je feroie une cose, s’il vous plaist et agrée, « Que dedens ·j· batel iroie faire entrée, « Et s’iroie véoir ceste gent foursenée : « Si seroit de par moy toute leur gent esmée. « Se rendre se voloient, sans cop férir d’espée,</poem> |valign=top| <poem> En toen de christenen de toestand zagen, Stelden zij zich in slagorde op: goed gaan zij zich ordenen. "Nu, zei koning Arnoud, "schone heren, nu voorwaarts! "Ieder kan zich redden, als hij nu kan. "Ziehier Saraceens volk, dat gelooft in Tervogant. "Wat zouden we in Rome doen, nobele strijders, "Nu we sint Petrus hier voor ons hebben gevonden? "Nu kunnen de kleinen en de groten zich redden; "Want degenen die hier zullen sterven, ik zweer en verzeker het u, "Hun zielen zullen naar de schitterende troon gaan,{{vnr|420}} "Waar men God zal zien in Zijn eigen gedaante. "Het is beter te sterven terwijl men Jezus Christus wreekt, "Dan valselijk te leven, in deze ellendige wereld: "De overledenen zullen het paradijs ingedragen worden." Govert begreep de waardige rede goed, Maar helemaal niet om God te wreken ging hij de schuit in. Bij zichzelf zei hij: "Al degenen zijn onwetend, "Die hun dood begeren en zich ergens naartoe haasten: "Want zodra een mens dood is, heeft hij niets meer aan het zijne; "als erfgenaam of kind ermee drinken en feesten. {{vnr|430}} "Ik houd deze plezierige wereld voor het paradijs: "Wanneer een mens er zijn zin en zijn wil kan doen, "En een schone dame kan hebben en zoveel wijnen kan drinken, "Dat men zich laat bedienen in feesten en gezang. "Degenen die armoede hebben, zijn bewoners van de hel, "Want ik houd het rijk van een arme voor de hel." Zo sprak Govert, die op niets goeds uit was. De Koning sprak hij aan, met zeer luide adem: "Heer," zei Govert, "hoor nu mijn gedachte; "Als u mij wilde geloven, vandaag op deze dag,{{vnr|440}} "Zou ik iets doen, als het u behaagt en schikt, "Dat ik in een bootje zou stappen, "En zou gaan kijken naar dit uitzinnige volk: "Zo zou door mij hun hele volk geschat worden. "Als zij zich wilden overgeven, zonder een slag met het zwaard,</poem> |}<noinclude></noinclude> t736yd1d6fofy149aqgyephbf7a82gp Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/36 104 87586 228092 226343 2026-10-12T09:14:53Z Havang(nl) 4330 228092 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> "En geloven in Jezus Christus en de geprezen Maagd, "Zouden we een zeer schone aalmoes hebben opgericht." En de Koning antwoordde, die op geen enkel kwaad bedacht was: "Govert, dat is zeer goed gezegd! U hebt het goed bedacht. "Ga er nu snel heen, zonder enig uitstel;{{vnr|450}} "In het Saraceense land ben je menig jaar geweest, "Dus je kent de taal van het verdorven volk goed. "Ga er nu heel gauw heen, zonder uitstel te maken, "Totdat je weet waar dit volk op uit is." Toen vertrok Govert, moge hij een slechte dag hebben, In een bootje stapte hij, zonder enig uitstel, En nam met zich mee mannen uit zijn landstreek: Die hij het meest vertrouwde, vanwege goede privé vriendschap. Op de gevaarlijke en zoute zee scheepte hij zich in; Nam een olijftak, waarmee de boot versierd was; {{vnr|460}} Zijn kap nam hij af, en toonde zo het teken Dat hij met hen wilde spreken zonder strijd te beginnen. Toen de Rode Leeuw de zaak gadesloeg, Zei hij tegen zijn baronnen: "Deze christenmensen "Willen met mij spreken; nu, laten we grote staat voeren, "Want nooit zal ik voor een cent aan losprijs van hen hebben." Toen kwam het bootje, dat in hun vloot voer; Govert riep uit, met zeer luide adem: "Waar is uw soeverein, edel geëerd volk?" Toen werd hij door het trouweloze volk geleid {{vnr|470}} in een rijke aak, die goed beschermd was; Een kasteel was erop en een hoog oprijzende toren. Daar waren de heidenen, ieder met een helm op het hoofd, En de Rode Leeuw had het zwaard in de vuist: Er was geen mooiere Saraceen tot aan Galilea toe. En toen Govert hem zag, maakte hij een buiging voor hem; In de Saraceense taal, waarin zijn mond geoefend was, Groette hij de heiden, van grote bekendheid. En de Rode Leeuw zei direct tegen hem: "Bij Mahom, christen, je hebt te veel durf gehad, {{vnr|480}}</poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> s7zteu9ccbwxykshas10zlf0rftbji0 228126 228092 2026-10-12T09:36:11Z Havang(nl) 4330 Versie 228092 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228126 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem>« Et croire Jhésu-Crist et le Vierge loée, « Une moult belle aumoisne i ariens allevée. » Et li Roys respondi, qui à nul mal n’i bée : « Gaufrois, c’est très bien dit ! bonne l’avez trouvée. « Or i alez briefment, sans nulle demourée ; « En terre Sarrasine as esté mainte anée, « Si savez bien le raison de la gent destrivée. « Or i alés bien tost, sans faire demourée, « Jusqu’atant que sachiés à quoy chius poeplez bée. » Dont s’en parti Gaufrois, qui ait male journée, En ·j· batel entra, sans nulle demourée, Et s’emmena o lui des gens de sa contrée : Cheulz où plus se fioit, par bonne amour privée. En le mer s’esquipa périlleuse et salée ; Prist ·j· rain d’olivier, dont la nés fu parée ; Son caperon baulie, s’a enseingne monstrée Qu’il voelt à eulz parler sans commenchier cylée. Quant li Rougez-Lions a le cose esgardée, Il dist à ses barons : « ceste gent cristiennée « Voèlent à moy parler ; or, menons grant posnée, « Car jà de raenchon n’en averai denrée. » Adont vint li batiaus, qu’en leur ost fist entrée ; Gaufrois s’est escriés, à moult haute alenée : « Où est vo souverains, franque gent honourée ? » Adonques fu menez, par le gent deffaée, En une riche barge, qui bien fu garitée ; ·j· castel i avoit et haute tour levée. Là estoient païen, cascuns le teste armée, Et li Rouges-Lions avoit ou puig l’espée : N’ot plus bel Sarrasin, jusques en Galilée. Et quant Gaufrois le voit, si li fist enclinée ; En lange Sarrasine, dont sa bouche ert létrée, Salua le païen, de haute renommée. Et li Rouges-Lions li dist à le volée : « Par Mahon, cristiens, le char as trop ozée,</poem> |valign=top| <poem> "En geloven in Jezus Christus en de geprezen Maagd, "Zouden we een zeer schone aalmoes hebben opgericht." En de Koning antwoordde, die op geen enkel kwaad bedacht was: "Govert, dat is zeer goed gezegd! U hebt het goed bedacht. "Ga er nu snel heen, zonder enig uitstel;{{vnr|450}} "In het Saraceense land ben je menig jaar geweest, "Dus je kent de taal van het verdorven volk goed. "Ga er nu heel gauw heen, zonder uitstel te maken, "Totdat je weet waar dit volk op uit is." Toen vertrok Govert, moge hij een slechte dag hebben, In een bootje stapte hij, zonder enig uitstel, En nam met zich mee mannen uit zijn landstreek: Die hij het meest vertrouwde, vanwege goede privé vriendschap. Op de gevaarlijke en zoute zee scheepte hij zich in; Nam een olijftak, waarmee de boot versierd was; {{vnr|460}} Zijn kap nam hij af, en toonde zo het teken Dat hij met hen wilde spreken zonder strijd te beginnen. Toen de Rode Leeuw de zaak gadesloeg, Zei hij tegen zijn baronnen: "Deze christenmensen "Willen met mij spreken; nu, laten we grote staat voeren, "Want nooit zal ik voor een cent aan losprijs van hen hebben." Toen kwam het bootje, dat in hun vloot voer; Govert riep uit, met zeer luide adem: "Waar is uw soeverein, edel geëerd volk?" Toen werd hij door het trouweloze volk geleid {{vnr|470}} in een rijke aak, die goed beschermd was; Een kasteel was erop en een hoog oprijzende toren. Daar waren de heidenen, ieder met een helm op het hoofd, En de Rode Leeuw had het zwaard in de vuist: Er was geen mooiere Saraceen tot aan Galilea toe. En toen Govert hem zag, maakte hij een buiging voor hem; In de Saraceense taal, waarin zijn mond geoefend was, Groette hij de heiden, van grote bekendheid. En de Rode Leeuw zei direct tegen hem: "Bij Mahom, christen, je hebt te veel durf gehad, {{vnr|480}}</poem> |}<noinclude></noinclude> dozsh44joh5y9scv4ja65j57n5mp286 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/37 104 87587 228093 226362 2026-10-12T09:15:21Z Havang(nl) 4330 228093 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> Dat je hier bent binnengestormd; je hoofd zal worden afgehouwen, "Uit minachting voor Godfried, die Nicea veroverd heeft ; "En mijn vader gedood en onthoofd door het zwaard." "Heer," zei Govert, "u hebt het goed bekeken! "Het zou u geen goudstaaf opbrengen, "Dat ik gedood zou worden, of onthoofd in het gewoel: "Want ik geloof in Mahomet, al meer dan een jaar, "Ik ben geen christen, in een reguliere godsdienst; "Hoezeer mijn vlees ook met het doopwater besprenkeld is, "Ik geloof niet meer in God dan in een geschilde ui. {{vnr|490}} "Want er was nooit een uur, zo waar mijn ziel gered zij, "Dat ik er niet meer van hield mijn ontbijt te maken "Van een stuk vlees, hetzij vers, hetzij gezouten, "Dan zelf te communiceren met een geconsacreerde hostie. "Heer, zei Govert, "laat mij nu spreken. "De dood van uw vader hoor ik u hier betreuren: "U kunt hem niet wreken, als ik u wil tegenwerken; "Als ik u wil helpen, kunt u zich erop beroemen "Dat nooit iemand zo'n mooie wraak heeft horen vertellen. Toen de Rode Leeuw naar hem begon te luisteren, {{vnr|500}} Rende hij direct naar Govert om hem te kussen en te omhelzen. "Vriend, zei de Koning, "Moge Mahom u redden! "Nu wil ik van nu af aan naar uw raad handelen; "En er is niets wat u zult weten te vragen in deze wereld, "Of ik zal het u terstond laten overhandigen en bezorgen. "En als u met mij wilt meekomen en blijven, "Zal ik u mijn zuster als echtgenote geven om te trouwen: "Eleanore de schone, die zo'n helder gezicht heeft. "Er is geen kind zo mooi, zover men kan gaan, "En zij is pas twaalf jaar; maar men kan niet vinden {{vnr|510}} "Een mooiere van lichaam, op het land of op de zee. "Heer, zei Govert, "laat dat alles maar rusten; "Ik wil uw zuster niet, ik moet haar wel weigeren. "Ik bemin de mooiste dame die op voeten kan lopen; "Maar ik kan er niet van genieten, noch haar bezitten, </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> gmn4frk9n8nu6k5e9s06u0yyr6k6rzr 228127 228093 2026-10-12T09:36:22Z Havang(nl) 4330 Versie 228093 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228127 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem>« Qui chi t’es embatus ; le teste aras coppée, « En despit Godefroit, qui Nike a conquestée ; « Et le mien père mort et ocis par espée. » « Sire, » che dist Gaufrois, « belle l’avez trouvée ! « Vous ne porriés valoir, pour d’or une quarée, « Que je fuisse tuez, ni ochis en mellée : « Car je croi Mahommet, il a plus d’une année, « Ne sui pas cristiens, en créanche rieulée ; « Comment que de baptesme fust me char arouzée, « Ne croi nient plus en Dieu qu’en une saus pelée. « Car ne fu onques eure, se m’âme soit sauvée, « Que je ne amasse miex à faire desjunée « D’une pièche de char fust, ou fresque, ou salée, « Que moy cuminier d’une oste consacrée. « Sire, » che dist Gaufrois, « or me laissiés parler. « Le mort de vostre père vous oi chi regréter : « Ne le poés vengier, se je vous voeil grever ; « Se je vous voeil aidier, bien vous poez vanter « Qu’ains si belle vengance n’oï nulz recorder. » Quant li Rouges-Lions le prist à escouter, Adont courut Gaufroit baisier acoler. « Amis, » ce dist li Roys, « Mahons vous puist sauver ! « Or voeil d’ore en avant, par vo conseil ouvrer ; « Ne vous ne sarés chose, en che monde rouver, « Que tantost ne vous fache baillier et délivrer. « Et se avoec moy volez venir et demourer, « Je vous ferai ma seur à moullier espouser : « Elyénor la belle, qui tant a le vis cler. « Il n’a si biel enfant, si lonc c’on puet aler, « Et si n’a que ·xij· ans ; mais on ne puet trouver « Plus belle de son corps, en terre ni en mer. » « Sire, » ce dist Gaufrois, « tout chou laissiez ester ; « Je ne voeil vostre seur, bien le doi refuser. « J’aims la plus belle dame, qui sur piés puet passer ; « Mais je ne puis noient goir ne possesser,</poem> |valign=top| <poem> Dat je hier bent binnengestormd; je hoofd zal worden afgehouwen, "Uit minachting voor Godfried, die Nicea veroverd heeft ; "En mijn vader gedood en onthoofd door het zwaard." "Heer," zei Govert, "u hebt het goed bekeken! "Het zou u geen goudstaaf opbrengen, "Dat ik gedood zou worden, of onthoofd in het gewoel: "Want ik geloof in Mahomet, al meer dan een jaar, "Ik ben geen christen, in een reguliere godsdienst; "Hoezeer mijn vlees ook met het doopwater besprenkeld is, "Ik geloof niet meer in God dan in een geschilde ui. {{vnr|490}} "Want er was nooit een uur, zo waar mijn ziel gered zij, "Dat ik er niet meer van hield mijn ontbijt te maken "Van een stuk vlees, hetzij vers, hetzij gezouten, "Dan zelf te communiceren met een geconsacreerde hostie. "Heer, zei Govert, "laat mij nu spreken. "De dood van uw vader hoor ik u hier betreuren: "U kunt hem niet wreken, als ik u wil tegenwerken; "Als ik u wil helpen, kunt u zich erop beroemen "Dat nooit iemand zo'n mooie wraak heeft horen vertellen. Toen de Rode Leeuw naar hem begon te luisteren, {{vnr|500}} Rende hij direct naar Govert om hem te kussen en te omhelzen. "Vriend, zei de Koning, "Moge Mahom u redden! "Nu wil ik van nu af aan naar uw raad handelen; "En er is niets wat u zult weten te vragen in deze wereld, "Of ik zal het u terstond laten overhandigen en bezorgen. "En als u met mij wilt meekomen en blijven, "Zal ik u mijn zuster als echtgenote geven om te trouwen: "Eleanore de schone, die zo'n helder gezicht heeft. "Er is geen kind zo mooi, zover men kan gaan, "En zij is pas twaalf jaar; maar men kan niet vinden {{vnr|510}} "Een mooiere van lichaam, op het land of op de zee. "Heer, zei Govert, "laat dat alles maar rusten; "Ik wil uw zuster niet, ik moet haar wel weigeren. "Ik bemin de mooiste dame die op voeten kan lopen; "Maar ik kan er niet van genieten, noch haar bezitten, </poem> |}<noinclude></noinclude> q84vd4xsu3o77hu5k0qxqm9fbpw2k10 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/38 104 87588 228094 226348 2026-10-12T09:15:45Z Havang(nl) 4330 228094 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> "Want zij heeft een baron, die men zeer moet vrezen, "Die ik u zal willen verkopen, als u hem wilt kopen: "Maar het is de dapperste die wijn kan proeven, "Vriend van Godfried, de dappere jonge ridder. "De kinderen van deze prins, die ik u zal willen leveren,{{vnr|520}} "Zijn volle neven van Godfried, om de waarheid te zeggen. "Wanneer u deze prins hebt, laat hem dan sterven; "En ik zal naar Nijmegen gaan om zijn vrouw te trouwen: "En zijn vier mooie zonen zal ik u laten aanbieden, "Die u in weerwil van Godfried ter dood zult laten brengen, "En in vier kwartieren zult laten houwen en snijden: "Zo kunt u hen naar Godfried laten dragen. "Van zo'n mooie wraak heeft nooit enig mens horen spreken, "Als u die door mij zult hebben, dat is zeker en klaar. "Maar voordat u deze daad kunt volbrengen,{{vnr|530}} "Zult u mij zoveel bezit geven als ik zal willen vragen, "En ik zal met u willen drinken, vóór mijn vertrek: "Want om zo'n handel te drijven en vol te houden, "Hoort er zeker gastvrijheid bij en het drinken van goede, klare wijn." "Bij Mahom," zei de Koning, "het moet mij zeker behagen. "Laten we nu samen gaan drinken, zonder enig uitstel; "Want ik hebben menigmaal horen vertellen en zeggen, "Dat men te weinig kooplieden goed ziet varen, "Zodra men de gastvrijheid uitstelt." &nbsp;&nbsp;Tussen Govert van Friesland en de Rode Leeuw,{{vnr|540}} Werd menig woord van verraad gesproken. De Turk nam de Friese verrader bij de vinger, Naar boven in zijn kasteel, dat op zijn schip is, Nam hij hem snel mee. Daar bracht men hun Te eten en te drinken, genoeg en in overvloed; Govert liet degenen van zijn gevolg daar komen. Zei tegen de Rode Leeuw: "Ziehier om welke reden "Ik verder wil gaan met deze opzet: "Ik zal u koning Arnoud leveren, de baron, "Zodat u alles ten uitvoer kunt brengen{{vnr|550}}</poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> cmosrekayh34ywr9thsps37pksfky49 228128 228094 2026-10-12T09:36:33Z Havang(nl) 4330 Versie 228094 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228128 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Car elle a ·j· baron, qui trop fait à doubter, « Que je vous vaurai vendre, s’el volés acater : « Mais c’est li plus hardis qui puist de vin gouster, « Amis à Godefroit, le hardi bacheler. « Li enfant de ce prinche, que vous vaurai livrer, « Sont cousin Godefroit, germain, au vray conter. « Quant vous arés ce prinche, si le faitez finer ; « Et g’irai à Nimaye sa moullier espouser : « Et ses ·iiij· biaux fiex vous ferai présenter, « Qu’en despit Godefroit ferez à mort livrer, « Et en ·iiij· quartiers despéchier et couper : « Ensi les porrez faire à Godefroit porter. « De si belle venganche n’oy nuls homs parler, « Que vous arez par moy, chou est certain et cler. « Mais ains que vous puissiez cestui fait terminer, « Me donrés tant d’avoir que vaurai demander, « Et vaurai boire à vous, enchois mon dessevrer : « Car à tel marchandise faire et persévérer, « Affiert bien carité et boire boin vin cler. » « Par Mahon, » dist li Roys, « bien me doit agréer. « Or alons boire ensamble, sans point de l’arester ; « Car j’ai par pluseurs fois oy dire et conter, « Que trop pau de marquiez voit-on à bien aler, « Puissedi c’on en fait carité respiter. » &nbsp;&nbsp;Entre Gaufroit de Frise et le Rouge-Lion, I ot mainte parole dite par traïson. Li Turcz prist par le doit le traitour Frison, Là sus en son castel, qui est en son dromon, L’emmena vistement. Là leur aporta-on A menguier et à boire, assez et à foison ; Gaufrois i fist venir chiaux de sa nourechon. Dist au Rouge-Lion : « veschi par quel raison « Je voeil aler avant sus ceste opinion : « Je vous déliverrai roy Ernoul, le baron, « Afin que vous metrez tout à exécution </poem> |valign=top| <poem> "Want zij heeft een baron, die men zeer moet vrezen, "Die ik u zal willen verkopen, als u hem wilt kopen: "Maar het is de dapperste die wijn kan proeven, "Vriend van Godfried, de dappere jonge ridder. "De kinderen van deze prins, die ik u zal willen leveren,{{vnr|520}} "Zijn volle neven van Godfried, om de waarheid te zeggen. "Wanneer u deze prins hebt, laat hem dan sterven; "En ik zal naar Nijmegen gaan om zijn vrouw te trouwen: "En zijn vier mooie zonen zal ik u laten aanbieden, "Die u in weerwil van Godfried ter dood zult laten brengen, "En in vier kwartieren zult laten houwen en snijden: "Zo kunt u hen naar Godfried laten dragen. "Van zo'n mooie wraak heeft nooit enig mens horen spreken, "Als u die door mij zult hebben, dat is zeker en klaar. "Maar voordat u deze daad kunt volbrengen,{{vnr|530}} "Zult u mij zoveel bezit geven als ik zal willen vragen, "En ik zal met u willen drinken, vóór mijn vertrek: "Want om zo'n handel te drijven en vol te houden, "Hoort er zeker gastvrijheid bij en het drinken van goede, klare wijn." "Bij Mahom," zei de Koning, "het moet mij zeker behagen. "Laten we nu samen gaan drinken, zonder enig uitstel; "Want ik hebben menigmaal horen vertellen en zeggen, "Dat men te weinig kooplieden goed ziet varen, "Zodra men de gastvrijheid uitstelt." &nbsp;&nbsp;Tussen Govert van Friesland en de Rode Leeuw,{{vnr|540}} Werd menig woord van verraad gesproken. De Turk nam de Friese verrader bij de vinger, Naar boven in zijn kasteel, dat op zijn schip is, Nam hij hem snel mee. Daar bracht men hun Te eten en te drinken, genoeg en in overvloed; Govert liet degenen van zijn gevolg daar komen. Zei tegen de Rode Leeuw: "Ziehier om welke reden "Ik verder wil gaan met deze opzet: "Ik zal u koning Arnoud leveren, de baron, "Zodat u alles ten uitvoer kunt brengen{{vnr|550}}</poem> |}<noinclude></noinclude> gi9iuxzhjomqitwer5rjmok1k1yxn8t Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/39 104 87589 228095 226349 2026-10-12T09:16:10Z Havang(nl) 4330 228095 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> "Op het christenvolk, waarvan er een overvloed is; "Behalve één enkel schip, waar ik mijn vaantje op zal hebben, "Dat geschilderd zal zijn op uw blazoen. "Diegenen zullen gered worden en bescherming hebben; "Van al het overige moet u geen losprijs aannemen: "Als er één enkele zou ontsnappen, zou dat een fout zijn. "Zo zult u de Koning hebben; en neem wraak op hem, "Bij zo'n overeenkomst, dat een schip vol goud "Ik zal hebben voor het leveren van deze waar." Zei de Rode Leeuw: "Naar uw wijze van indelen; {{vnr|560}} "Ik beloof het u, op de wet van Mahom, "Mits u ervoor zorgt dat in het komende seizoen, "Mij hier de vier jonkers worden gestuurd, "Die volle neven zijn van Godfried van Bouillon." Toen zwoer Gaufroi het hem, die het hart van een schurk had, Daarna zei hij: "Ik zal naar Arnoud gaan, de baron; "En ik zal hem zeggen, heer, als het u schikt, "Dat u {{SIC|Jupiter|ten onrechte gezien als Mohamedaanse god}} en Baraton wilt afzweren, "En geloven in Jezus Christus, die de passie leed. Zei de Rode Leeuw: "Bij mijn god {{SIC|Apollo|ten onrechte gezien als Mohamedaanse god}}, {{vnr|570}} "U bent een wijze geleerde; u kent uw les goed. " Nu was het verraad geregeld en opgebouwd. Govert vertrok, met degenen van zijn geslacht, En zei tegen hen gezegd: "Heren, uit liefde bid ik u, "Wees vrolijk en verheugd en maakt goede sier; "Want als deze zaak volbracht kan worden, "Beloof ik u, bij de Maagd Maria, "Dat ik ieder van u zo'n hoge heerschappij zal geven, "Dat de minste van u zoveel in beheer zal hebben "Aan landen, burchten en kastelen en puur goud dat glanst,{{vnr|580}} "Dat u het paradijs zult hebben, in uw volle leven. "Laten we allen verraders zijn; want mijn lichaam verzekert u, "Dat nooit een rechtschapen man, noch wie op God vertrouwt, "Zich zal kunnen redden, of bezit zal hebben. "Want wie een arm mens is, u ziet dat God hem vergeet; </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> 54sge7xedekpxjxpdggzbtyh1cstanr 228129 228095 2026-10-12T09:36:52Z Havang(nl) 4330 Versie 228095 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228129 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Le poeple cristien, dont il y a foison ; « Fors une seule nefz, où j’arai mon pingnon, « Qui sera painturez sus le vostre blaison. « Ichil seront sauvé et aront garison ; « De tout le remanant ne prendez raenchon : « S’uns seuls en escapoit, ce seroit mesprison. « Ensi arés le Roy ; s’en prendez vengison, « Par itel couvenent, que d’or plain ·j· dromon « Arai pour che marquiet faire délivrison. » Dist li Rouges-Lions : « à vo division ; « En convent le vous ai, sus le loy de Mahon, « Afin que vous fachiés, qu’à prochaine saison, « Me soient chi tramis li ·iiij· dansellon, « Qui sont cousin germain Godefroit de Buillon. » Dont li jura Gaufrois, qui cuer ot de félon, Puis dist : « je m’en irai à Ernoul, le baron ; « Se li dirai, biau sire, se il vous vient à bon, « Que renoier volez Jupin et Baraton, « Et croire Jhésu-Crist, qui souffri passion. » Dist li Rouges-Lions : « par mon Dieu Apollon, « Vous estez saiges clers ; bien savez vo lichon. » &nbsp;&nbsp;Or fu la traïsons ordenée et bastie. Gaufrois s’en départi, o cheulz de sa lignie, Et leur a dit : « signeur, par amours je vous prie, « Soiés liet et joiant et menez chière lie ; « Car se ceste besoingne puet estre parfurnie, « Je vous ai en convent, sus le Vierge-Marie, « Cascuns de vous donrai si haute signourie, « Que li menres de vous ara tant en baillie « Terrez, bours et chastiaux et or fin qui rougie, « Que paradis arés, en vostre plaine vie. « Soions tout traitours ; car mes corps vous afie, « Que jammais nulz preud’oms, ne qui en Diu se fie, « Ne se porra chavir, ni avoir manandie. « Car qui est povrez homs, vous vez que Diex l’oblie ; </poem> |valign=top| <poem> "Op het christenvolk, waarvan er een overvloed is; "Behalve één enkel schip, waar ik mijn vaantje op zal hebben, "Dat geschilderd zal zijn op uw blazoen. "Diegenen zullen gered worden en bescherming hebben; "Van al het overige moet u geen losprijs aannemen: "Als er één enkele zou ontsnappen, zou dat een fout zijn. "Zo zult u de Koning hebben; en neem wraak op hem, "Bij zo'n overeenkomst, dat een schip vol goud "Ik zal hebben voor het leveren van deze waar." Zei de Rode Leeuw: "Naar uw wijze van indelen; {{vnr|560}} "Ik beloof het u, op de wet van Mahom, "Mits u ervoor zorgt dat in het komende seizoen, "Mij hier de vier jonkers worden gestuurd, "Die volle neven zijn van Godfried van Bouillon." Toen zwoer Gaufroi het hem, die het hart van een schurk had, Daarna zei hij: "Ik zal naar Arnoud gaan, de baron; "En ik zal hem zeggen, heer, als het u schikt, "Dat u {{SIC|Jupiter|ten onrechte gezien als Mohamedaanse god}} en Baraton wilt afzweren, "En geloven in Jezus Christus, die de passie leed. Zei de Rode Leeuw: "Bij mijn god {{SIC|Apollo|ten onrechte gezien als Mohamedaanse god}}, {{vnr|570}} "U bent een wijze geleerde; u kent uw les goed. " Nu was het verraad geregeld en opgebouwd. Govert vertrok, met degenen van zijn geslacht, En zei tegen hen gezegd: "Heren, uit liefde bid ik u, "Wees vrolijk en verheugd en maakt goede sier; "Want als deze zaak volbracht kan worden, "Beloof ik u, bij de Maagd Maria, "Dat ik ieder van u zo'n hoge heerschappij zal geven, "Dat de minste van u zoveel in beheer zal hebben "Aan landen, burchten en kastelen en puur goud dat glanst,{{vnr|580}} "Dat u het paradijs zult hebben, in uw volle leven. "Laten we allen verraders zijn; want mijn lichaam verzekert u, "Dat nooit een rechtschapen man, noch wie op God vertrouwt, "Zich zal kunnen redden, of bezit zal hebben. "Want wie een arm mens is, u ziet dat God hem vergeet; </poem> |}<noinclude></noinclude> mzlvbhp6up5nic6v8t8plj4nt2hy5pk Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/40 104 87590 228096 226350 2026-10-12T09:16:35Z Havang(nl) 4330 228096 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> "En de wereld drijft er eveneens de spot mee. En zij antwoordden, allemaal tegelijk: "Govert, u spreekt de waarheid, bij het lichaam van de heilige Elias, "Denk er nu aan om valsheid en afgunst te verhogen; "Want u zult er in uw leven nooit zoveel van kunnen bedenken, {{vnr|590}} "Of het zal ons allen nog te weinig toeschijnen voor de helft. " Nu zijn de verraders allen van één verbond. Govert liet zijn boot rechtstreeks zeilen Naar het leger, waar de goede Koning op hem wacht. De aken en de schuiten, waarvan er meer dan honderd waren, Waren goed en voldoende geordend; Om de heidenen te bestrijden, wier lichamen God moge vernietigen. Toen de Koning Govert zag, zei hij luid tegen hem: "Govert, wat bent u lang weggeweest." "Ik kan het niet veranderen," zei Govert, "werkelijk{{vnr|600}} "Ben ik niet te lang weggeweest, ik klaag er helemaal niet over; "Want ik heb goed werk verricht, en ik zal u vertellen hoe. "Ziehier de Saracenen, met wie ik gesproken heb, "Zij hebben een edele koning, en van goed verstand, "Hij is koning van Abilant, dat zich aan de zee uitstrekt; "Naar Antiochië was hij onderweg, met zijn krijgsmacht, "Naar de goede hertog Godfried, aan wie Bouillon toebehoort, "Om het doopsel en het heilig Sacrament te ontvangen: "Hij wil zich bekeren tot onze wet in eigen persoon. "Nu heb ik hem over u zo'n goed verslag gedaan, {{vnr|610}} "Dat u de eer zult hebben van zijn dopeling. "Aan u wil hij gehoorzamen, geheel aan u geeft hij zich over: "Ik heb van hen zowel trouw als eed aangenomen." Zei de koning van Nijmegen, met de trotse houding: "Moge God mij een goed einde geven, ik heb een goed begin." Toen waren de meesten hevig verheugd; De slagorde waarin zij stonden lieten zij snel varen, En Saracenen kwamen met grote krijgsmacht naderbij; Zij toonden zich helemaal niet openlijk gewapend. Over de maliënkolders, die blinken als zilver, {{vnr|620}}</poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> kmpe96d92iviqofd98klh37pgwb28ga 228130 228096 2026-10-12T09:37:06Z Havang(nl) 4330 Versie 228096 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228130 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Et li mondes en fait aussi se moquerie. » Et cil ont respondut, trestout à une fie : « Gaufrois vous dites voir, par le corps saint Elie, « Or pensés d’essauchier fausetet et envie ; « Car vous n’en sarez jà tant penser, en vo vie, « Qu’il ne samble à nous tous trop poi de la moitie. » Or sont li traitour tout d’un aloiement. Gaufrois fist son batel sigler tout droitement Dès-si jusques en l’ost, où li bons Roys l’atent. Li calant et les bargez, dont plus i ot de cent, Estoient ordenet bien et souffisaument ; Pour combatre as payens, cui li corpz Diu cravent. Quant li Roys vit Gaufroit, si li dist hautement : « Gaufrois, com vous avez demouret longement. » « Ne le puis amender, » dist Gaufrois, « vraiement « N’ay pas trop demouret, ne le plains de noient ; « Car j’ai bien besoigniet, si vous dirai comment. « Veischi les Sarrasins, où j’ai fait parlement, « Il ont ·j· gentil roy, et de boin esscient, « Il est roys d’Abilant, qui sus le mer s’estent ; « A Antioche aloit, o son efforchement, « Au boin duc Godefroit, à cui Buillons apent, « Pour rechevoir baptesme et le saint Sacrament : « Il se voeilt convertir à no loy proprement. « Or lui ai fait de vous si boin racontement, « Que vous arez l’onneur de son baptizement. « A vous voeilt obéir, dou tout à vous se rent : « J’en ai pris à eulz et foy et sérement. » Dist li roys de Nimaye, au fier contenement : « Diex me doinst boin le fin, j’ai boin commenchement. Dont furent li plusour resjoy durement ; L’ordenanche où il furent laissièrent vistement, E Sarrasins venoient par grant enforchement ; Ne se monstroient mie armet communalment. Dessus les haubergons, qui reluissent qu’argent, </poem> |valign=top| <poem> "En de wereld drijft er eveneens de spot mee. En zij antwoordden, allemaal tegelijk: "Govert, u spreekt de waarheid, bij het lichaam van de heilige Elias, "Denk er nu aan om valsheid en afgunst te verhogen; "Want u zult er in uw leven nooit zoveel van kunnen bedenken, {{vnr|590}} "Of het zal ons allen nog te weinig toeschijnen voor de helft. " Nu zijn de verraders allen van één verbond. Govert liet zijn boot rechtstreeks zeilen Naar het leger, waar de goede Koning op hem wacht. De aken en de schuiten, waarvan er meer dan honderd waren, Waren goed en voldoende geordend; Om de heidenen te bestrijden, wier lichamen God moge vernietigen. Toen de Koning Govert zag, zei hij luid tegen hem: "Govert, wat bent u lang weggeweest." "Ik kan het niet veranderen," zei Govert, "werkelijk{{vnr|600}} "Ben ik niet te lang weggeweest, ik klaag er helemaal niet over; "Want ik heb goed werk verricht, en ik zal u vertellen hoe. "Ziehier de Saracenen, met wie ik gesproken heb, "Zij hebben een edele koning, en van goed verstand, "Hij is koning van Abilant, dat zich aan de zee uitstrekt; "Naar Antiochië was hij onderweg, met zijn krijgsmacht, "Naar de goede hertog Godfried, aan wie Bouillon toebehoort, "Om het doopsel en het heilig Sacrament te ontvangen: "Hij wil zich bekeren tot onze wet in eigen persoon. "Nu heb ik hem over u zo'n goed verslag gedaan, {{vnr|610}} "Dat u de eer zult hebben van zijn dopeling. "Aan u wil hij gehoorzamen, geheel aan u geeft hij zich over: "Ik heb van hen zowel trouw als eed aangenomen." Zei de koning van Nijmegen, met de trotse houding: "Moge God mij een goed einde geven, ik heb een goed begin." Toen waren de meesten hevig verheugd; De slagorde waarin zij stonden lieten zij snel varen, En Saracenen kwamen met grote krijgsmacht naderbij; Zij toonden zich helemaal niet openlijk gewapend. Over de maliënkolders, die blinken als zilver, {{vnr|620}}</poem> |}<noinclude></noinclude> f32fprul44n3flwabfed05b716idh7v Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/41 104 87591 228097 226351 2026-10-12T09:16:59Z Havang(nl) 4330 228097 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> Hadden zij hun mantels zeer nobel aangetrokken. &nbsp;&nbsp;Toen zij dichtbij gekomen waren, ik verzeker het u, Wierpen zij hun mantels af; en zij riepen luid: « U bent verraden, schrokoppen, moge Mahomet u vernietigen! " Boogschutters en kruisboogschutters schoten daar snel. Goverts nam de verraders mee, die zijn complot kenden, En sloot zich snel aan bij de Saracenen. Daar begon de strijd en een vreselijke strijd, De christenen werden in rouw en foltering gestort. {{vnr|630}} Zij waren helemaal niet opgesteld, door het bedrog Van Govert de snoodaard, die met opzet Zijn heer had verkocht en valselijk had verraden. Want net zoals Judas God valselijk verraadde, Werd de goede Koning verraden en voor geld verkocht. Helaas! Wat zijn verraders toch snood en stinkend; En men moet weinig medelijden met hen hebben als ze hangen in de wind. &nbsp;&nbsp;Toen de goede koning Arnoud het verraad opmerkte, En dat hij verkocht was door Govert de snoodaard, Riep hij met heel zijn hart God en Zijn allerheiligste naam aan; {{vnr|640}} Hij dacht aan zijn dame, die Rose heette, En aan zijn vier zonen, van nobele afkomst, Die van het geslacht van Godfried van Bouillon waren. « Ach! Dame, » zei de edelman, « aan welke vernietiging « Zal mijn vlees worden overgeleverd door de bende van Mahon! « Ach! Koninklijke kinderen, van goede opvoeding, Vroeg verliezen jullie je vader en door groot onrecht." Toen hief hij het zwaard, dat scherp sneed; Hij trof een Saraceen, de neef van de Rode Leeuw: Hij kliefde zijn hoofd, vanaf de kruin tot aan de kin. (650) De Koning toonde zich daar goed, nooit zag men het beter. Tegen vier wolven zijn twee schapen weinig waard. Koning Arnoud werd gevangengenomen, of hij nu wilde of niet, En al zijn mannen waren dood, zonder enige losprijs. &nbsp;&nbsp;Want een zeeslag is een grote verwarring: Wanneer het ongeluk zich tegen een partij keert, </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> 8z3ptb4unjfsjneiynyzo72tccy1h5k 228131 228097 2026-10-12T09:37:17Z Havang(nl) 4330 Versie 228097 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228131 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Avoient les mantiaux vestis moult noblement. &nbsp;&nbsp;Quant vint à l’approchir, je vous ai en convent, Les mantiaus desvestirent ; si crient hautement : « Trahit estez, glouton, Mahommet vous cravent ! » Archers, arbalestriers i traient radement. Gaufrois prist les traitres, qui scèvent son convent, Avoec les Sarrasins se tourna esroment. Là commenche bataille et orrible content, Mis furent christien à doel et à tourment. N’ièrent point ordenet, par l’enheudissement De Gaufroit le félon, qui par mal essient Ot vendu son signour et traï faussement. Car ensi que Judas traï Dieu faussement, Fu li bons Roys trays et vendus pour argent. Hélas ! que traitour sont et fel et pullent ; Et c’on les doit poi plaindre quant pendus sont au vent. &nbsp;&nbsp;Quant li bons rois Ernous perchiut le traïson, Et qu’il estoit vendus, par Gaufroit le félon, De cuer réclaimme Dieu et son saintisme non ; Membre lui de sa dame, qui Rose avoit à non, Et de ses ·iiij· fiex, de haute estration, Qui furent du linage Godefroit de Buillon. « E ! Dame, » dist li Bers, « à quel destruction « Me char sera livrée, par le geste Mahon ! « Ahy ! enfant roial, de bonne norrechon, « Tempre perdez vo père et par grant mesprison. » Lors entoise le brant, qui trenche de randon ; ·j· Sarrasin féri, cousin Rouge-Lion : La teste li fendi, dès-si jusqu’au menton. Bien s’i prouva li Roys, onques miex ne vit-on. Encontre ·iiij· leus valent poi ·ij· mouton. Li roys Ernous fu pris, ou il vausist ou non, Et tout si homme mort, sans nulle raenchon. &nbsp;&nbsp;Car bataille de mer, c’est grant confusion : Quant li mesquanche tourne sus aucune parchon, </poem> |valign=top| <poem> Hadden zij hun mantels zeer nobel aangetrokken. &nbsp;&nbsp;Toen zij dichtbij gekomen waren, ik verzeker het u, Wierpen zij hun mantels af; en zij riepen luid: « U bent verraden, schrokoppen, moge Mahomet u vernietigen! " Boogschutters en kruisboogschutters schoten daar snel. Goverts nam de verraders mee, die zijn complot kenden, En sloot zich snel aan bij de Saracenen. Daar begon de strijd en een vreselijke strijd, De christenen werden in rouw en foltering gestort. {{vnr|630}} Zij waren helemaal niet opgesteld, door het bedrog Van Govert de snoodaard, die met opzet Zijn heer had verkocht en valselijk had verraden. Want net zoals Judas God valselijk verraadde, Werd de goede Koning verraden en voor geld verkocht. Helaas! Wat zijn verraders toch snood en stinkend; En men moet weinig medelijden met hen hebben als ze hangen in de wind. &nbsp;&nbsp;Toen de goede koning Arnoud het verraad opmerkte, En dat hij verkocht was door Govert de snoodaard, Riep hij met heel zijn hart God en Zijn allerheiligste naam aan; {{vnr|640}} Hij dacht aan zijn dame, die Rose heette, En aan zijn vier zonen, van nobele afkomst, Die van het geslacht van Godfried van Bouillon waren. « Ach! Dame, » zei de edelman, « aan welke vernietiging « Zal mijn vlees worden overgeleverd door de bende van Mahon! « Ach! Koninklijke kinderen, van goede opvoeding, Vroeg verliezen jullie je vader en door groot onrecht." Toen hief hij het zwaard, dat scherp sneed; Hij trof een Saraceen, de neef van de Rode Leeuw: Hij kliefde zijn hoofd, vanaf de kruin tot aan de kin. (650) De Koning toonde zich daar goed, nooit zag men het beter. Tegen vier wolven zijn twee schapen weinig waard. Koning Arnoud werd gevangengenomen, of hij nu wilde of niet, En al zijn mannen waren dood, zonder enige losprijs. &nbsp;&nbsp;Want een zeeslag is een grote verwarring: Wanneer het ongeluk zich tegen een partij keert, </poem> |}<noinclude></noinclude> ga2z242d6n9ca0rm536zo5ruzgk7ekm Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/42 104 87592 228098 226352 2026-10-12T09:17:34Z Havang(nl) 4330 228098 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> Kan noch ridder noch voetknecht eraan ontsnappen. Bij een strijd op het land ziet men er wel ontsnappen, In een zeeslag is er geen enkele uitweg. Zij werden allen ter dood gebracht om deze reden, Koning Arnoud werd gevangengenomen, in grote rouw;{{vnr|660}} En Govert riep uit: "Geef mij nu mijn beloning." De Rode Leeuw zei: "Twijfel er niet aan, Ik zal mijn belofte goed nakomen, bij het geloof in Mahon." Toen liet hij voor hem een dromedaris laden vol puur goud. Goverts ging op weg met zijn metgezellen; En hij zei tegen hen: "Heren, wees nu allen dapper, Want jullie zullen je deel krijgen in mijn grote regio; Van alles wat ik zal bezitten, zullen jullie je aandeel hebben: Nooit zal ik op een dag iets anders willen doen dan verraad." "Zeker, u spreekt de waarheid," zeiden de snoodaards,{{vnr|670}} "Als men eenmaal begonnen is, gaat men van kwaad tot erger. "Want de mens is onfortuinlijk, moge mijn ziel vergeving schenken, "Als hij een dief wil zijn, laat hem dan in grote overvloed stelen. "Want wie de strop heel goed verdient, "Moet niet klagen over zijn dood wanneer men hem gaat ophangen." &nbsp;&nbsp;Toen vertrokken de verraders, die de Koning hadden verkocht, "Ach God! » zei Govert, "wat heb ik een bezit verworven; "Ik zal er vrienden mee maken: en zij zullen mij trouw zijn "Aan wie ik ervan zal geven. Altijd zijn zij welkom "Die kunnen geven. Nu zal ik toekomen aan het plan{{vnr|680}} "Waar ik al lang aan heb gedacht, want ik zal grote macht hebben. "Ach! Koningin Rose, de mooiste die er ooit was, "Ik zal uw lichaam bezitten, arm in arm, naakt aan naakt: "Mits Jezus mij naar de juiste veilige haven leidt. "Ik heb nergens angst voor, behalve voor Beëlzebub; "Als mijn zonden rijp zijn, dan heb ik alles verloren." Nu vertrekt Govert, aan wie God het kwade moge schenken, En de Rode Leeuw laat de strijd stoppen: Hij voert koning Arnoud met zich mee, die hier erg onder lijdt. Zolang gaan de Saracenen door, die grote vreugde tonen.{{vnr|690}}</poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> hebxotuc5dgob7cf4c1rpri74edohtp 228132 228098 2026-10-12T09:37:29Z Havang(nl) 4330 Versie 228098 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228132 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Il n’en poet escaper chevalier ne piéton. A bataille sus terre escaper en voit-on, En bataille de mer n’i a nulle raison. Mis furent tout à mort, pour icheste occoison, Li roys Ernous fu pris, en grant contrition ; Et Gaufrois s’escria : « or me donnés men don. » Dist li Rouges-Lions : « n’en aiés soupechon, « Bien vous tenrai convent, foy que je doi Mahon. » Adont li fist querquier d’or fin plain ·j· dromon. Gaufrois se mist à voie, o lui si compaingnon ; Et leur a dit : « signour, or soiés tout preud’on, « Car vous arés vo part, à me grant région ; « A tout, quanques j’arai, averez vo parchon : « Jammais ne vaurai faire nul jour fors traïson. » « Certez vous dites bien, » ce dient li félon, « Puis c’on a commenchiet, de pis en pis fach-on. « Car li homs est mesquans, si ait m’ame pardon, « Puis qu’il voelt estre lères, qu’il n’emble à grant foison. « Car quiconques dessert très bien le caingnon, « Ne doit plaindre sa mort, quant pendre le mainn’-on. » Dont s’en vont li traitour, qui le Roy ont vendu, « Hé Diex ! » ce dist Gaufrois, « com j’ai d’avoir éu ; « J’en ferai des amis : si en seront mi dru « Chil à cui j’en donrai. Adès sont bien venu « Chil qui poèent donner. Or venrai à l’argu « Où j’ai piècha pensé, car j’arai grant vertu. « Ahi ! royne Rose, li plus belle qu’ainc fu, « J’arai le corps de vous, bras à bras, nu à nu : « Mais que Jésus me mayne à droit port de salu. « Je n’ai de nulle peur, fors que de Bregibus ; « Se mi péquiet sont meur, or ai-je tout perdu. » Dès or s’en va Gaufrois, à cui Diex mal ottroie, Et li Rouges-Lions laist le bataille coie : Le roy Ernoul emmayne, à cui forment anoie. Tant vont li Sarrasins, qui démaynent grant joye. </poem> |valign=top| <poem> Kan noch ridder noch voetknecht eraan ontsnappen. Bij een strijd op het land ziet men er wel ontsnappen, In een zeeslag is er geen enkele uitweg. Zij werden allen ter dood gebracht om deze reden, Koning Arnoud werd gevangengenomen, in grote rouw;{{vnr|660}} En Govert riep uit: "Geef mij nu mijn beloning." De Rode Leeuw zei: "Twijfel er niet aan, Ik zal mijn belofte goed nakomen, bij het geloof in Mahon." Toen liet hij voor hem een dromedaris laden vol puur goud. Goverts ging op weg met zijn metgezellen; En hij zei tegen hen: "Heren, wees nu allen dapper, Want jullie zullen je deel krijgen in mijn grote regio; Van alles wat ik zal bezitten, zullen jullie je aandeel hebben: Nooit zal ik op een dag iets anders willen doen dan verraad." "Zeker, u spreekt de waarheid," zeiden de snoodaards,{{vnr|670}} "Als men eenmaal begonnen is, gaat men van kwaad tot erger. "Want de mens is onfortuinlijk, moge mijn ziel vergeving schenken, "Als hij een dief wil zijn, laat hem dan in grote overvloed stelen. "Want wie de strop heel goed verdient, "Moet niet klagen over zijn dood wanneer men hem gaat ophangen." &nbsp;&nbsp;Toen vertrokken de verraders, die de Koning hadden verkocht, "Ach God! » zei Govert, "wat heb ik een bezit verworven; "Ik zal er vrienden mee maken: en zij zullen mij trouw zijn "Aan wie ik ervan zal geven. Altijd zijn zij welkom "Die kunnen geven. Nu zal ik toekomen aan het plan{{vnr|680}} "Waar ik al lang aan heb gedacht, want ik zal grote macht hebben. "Ach! Koningin Rose, de mooiste die er ooit was, "Ik zal uw lichaam bezitten, arm in arm, naakt aan naakt: "Mits Jezus mij naar de juiste veilige haven leidt. "Ik heb nergens angst voor, behalve voor Beëlzebub; "Als mijn zonden rijp zijn, dan heb ik alles verloren." Nu vertrekt Govert, aan wie God het kwade moge schenken, En de Rode Leeuw laat de strijd stoppen: Hij voert koning Arnoud met zich mee, die hier erg onder lijdt. Zolang gaan de Saracenen door, die grote vreugde tonen.{{vnr|690}}</poem> |}<noinclude></noinclude> hgxort73v15vgmwc3fo0vfv1sho1mwc Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/43 104 87593 228099 226364 2026-10-12T09:18:06Z Havang(nl) 4330 228099 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> Totdat zij Abilant zagen, waarvan de muren glansden. Zij gingen in de haven aan land, laadden hun buit uit; Zij trokken de stad binnen, via de hoofdstraat. Eleanore, die prachtig in zijde gekleed was, Het mooiste meisje dat er was tot aan Troje toe, Is naar haar broer gekomen, behaaglijk en rustig: Zij ontving hem veel beter dan ik zou kunnen vertellen. "Broer," zei het meisje, wier grote schoonheid overmeestert, "Nu is onze vader dood, ik weet het al een tijdje: {{vnr|700}} "Godfried heeft hem gedood, tegen wie de Saracenen oorlog voeren, "Aan de kant van Syrië is ons geslacht vernietigd; "Weet dat dit mij zwaar valt. Ik zou hem graag zien ophangen, "En alle christenen, daar zou ik erg blij om zijn." "Mijn zuster," zei de Koning, "het is terecht dat men u gelooft; "Houd op met huilen, want mijn lichaam smeekt u erom. "Nooit zal ik erom rouwen, want dat brengt hem niet terug: "Nu mijn vader dood is, is de erfenis aan mij." &nbsp;&nbsp;De Rode Leeuw zei: "Mijn zuster, luister nu: "Mahon heeft mij goed geholpen, want ik ben er levend afgekomen,{{vnr|710}} "Aan de andere kant, op de zee, heb ik genoeg te doen gehad; "Want ik kwam deze Koning tegen, die u hier ziet, "Met twintigduizend christenen, zwaar bewapend. "Deze Koning is aan mij verkocht en overgeleverd, "Door een van zijn eigen ridders die zijn vertrouweling was; "Ik heb er zoveel voor gegeven dat het schip ermee gevuld was. "Nu wil ik zijn flanken en zijn zijden openrijten, "En hem een pijnlijk einde bezorgen, zoals u zult aanraden." "Broer," zei de jonkvrouw, "weet u wat u zult doen? "Goede raad zal ik u geven, als u mij wilt geloven:{{vnr|720}} "Aangezien deze christen een rechtmatig gekroonde koning is, "Zult u blijk geven van groot verstand als u hem nog spaart. "Dat zou er uiteindelijk toe leiden, mocht onze stad "Ooit belegerd worden door de gevreesde christenen, "En als zij u gevangen zouden hebben genomen, u of uw getrouwen, "Door deze christelijke Koning er {{SIC|uitstel| (''of:'' vrijlating)}} zou zijn.</poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> rytyqm8n55bxgdquw7z20j9oatg3yd8 228133 228099 2026-10-12T09:37:39Z Havang(nl) 4330 Versie 228099 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228133 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Qu’il virent Abilant, dont li murs reflamboie. Au port son descendu, monter fisent leur proie ; En le cité entrèrent, parmi le maistre voye. Eliénor, qui bien fu vestie de soie, Le plus bèle puchelle qui fust jusques à Troie, Est venue à son frère, comme plaisans et coie : Trop miex le festia, que dire ne saroie. « Frère, » dist la puchelle, cui grans biautez mastroie, « Or est nos pères mors, je sai piècha le voie : « Godefrois le tua, cui Sarrasins guerroie, « Au lez viers Surye no linage cuivroie ; « Sachiés ce poise mi. Vir pendre le vauroie, « Et tous les cristiens, moult joyans en seroie. » « Ma seur, ce dist li Roys, « drois est c’on vous en croie ; « Laissiés vostre plourer, car mes corpz vous en proie. « Jammais doel n’en menrai, pour ce ne le r’aroie : « Quant mes pères est mors, li escanche en est moie. » &nbsp;&nbsp;Dist li Rougez-Lions, « ma seur, or entendez : « Bien m’a aidiet Mahons, quant vis sui escapez, « D’autre part, en le mer, ai eut à faire assez ; « Car j’encontrai ce Roy, que vous ichi vaez, « A ·xx·m cristiens richement adoubez. « Chiex Roys-si m’a estet vendus et délivrez, « Par un sien chevalier qui li estoit privez ; « J’en donnai tant d’avoir, emplie en fu le nefz. « Or li vaurai détraire les flans et les costez, « Et mettre à dure fin, si comme loerez. » « Frère, » dist le dansèle, « savez que vous ferez, « Boin conseil vous donrai, se croire me volez : « Puisque chils cristiens est drois roys couronnez, « Vous ferez moult grant sens, s’encore le gardez. « Che seroit à le fin que, se nostre chitez « Estoit jammais assise des cristiens doubtez, « Se vous éussent pris, ou vous ou vos privez, « Par che Roy cristien en seroit respitez. </poem> |valign=top| <poem> Totdat zij Abilant zagen, waarvan de muren glansden. Zij gingen in de haven aan land, laadden hun buit uit; Zij trokken de stad binnen, via de hoofdstraat. Eleanore, die prachtig in zijde gekleed was, Het mooiste meisje dat er was tot aan Troje toe, Is naar haar broer gekomen, behaaglijk en rustig: Zij ontving hem veel beter dan ik zou kunnen vertellen. "Broer," zei het meisje, wier grote schoonheid overmeestert, "Nu is onze vader dood, ik weet het al een tijdje: {{vnr|700}} "Godfried heeft hem gedood, tegen wie de Saracenen oorlog voeren, "Aan de kant van Syrië is ons geslacht vernietigd; "Weet dat dit mij zwaar valt. Ik zou hem graag zien ophangen, "En alle christenen, daar zou ik erg blij om zijn." "Mijn zuster," zei de Koning, "het is terecht dat men u gelooft; "Houd op met huilen, want mijn lichaam smeekt u erom. "Nooit zal ik erom rouwen, want dat brengt hem niet terug: "Nu mijn vader dood is, is de erfenis aan mij." &nbsp;&nbsp;De Rode Leeuw zei: "Mijn zuster, luister nu: "Mahon heeft mij goed geholpen, want ik ben er levend afgekomen,{{vnr|710}} "Aan de andere kant, op de zee, heb ik genoeg te doen gehad; "Want ik kwam deze Koning tegen, die u hier ziet, "Met twintigduizend christenen, zwaar bewapend. "Deze Koning is aan mij verkocht en overgeleverd, "Door een van zijn eigen ridders die zijn vertrouweling was; "Ik heb er zoveel voor gegeven dat het schip ermee gevuld was. "Nu wil ik zijn flanken en zijn zijden openrijten, "En hem een pijnlijk einde bezorgen, zoals u zult aanraden." "Broer," zei de jonkvrouw, "weet u wat u zult doen? "Goede raad zal ik u geven, als u mij wilt geloven:{{vnr|720}} "Aangezien deze christen een rechtmatig gekroonde koning is, "Zult u blijk geven van groot verstand als u hem nog spaart. "Dat zou er uiteindelijk toe leiden, mocht onze stad "Ooit belegerd worden door de gevreesde christenen, "En als zij u gevangen zouden hebben genomen, u of uw getrouwen, "Door deze christelijke Koning er {{SIC|uitstel| (''of:'' vrijlating)}} zou zijn.</poem> |}<noinclude></noinclude> 1nvx5anpt8ajmlwquuazh39j5g164nm Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/44 104 87594 228100 226370 2026-10-12T09:18:34Z Havang(nl) 4330 228100 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> "Ik zal hem goed bewaken, als u hem aan mij overdraagt." "Schone," zei de Koning, "u spreekt zo verstandig, Dat nooit een vrouw dit zei, hoe oud ze ook was; Ik geef en overhandig hem aan u, houd hem in de gevangenis." "Bij Mahon," zei de schone, "zoals u beveelt."{{vnr|730}} Toen werd koning Arnoud naar haar kamer gebracht; En het meisje kwam erheen, toen het diner voorbij was. Zij eerde de Koning zeer, en toonde hem vriendschap, Zij vroeg naar zijn afkomst; hij vertelde haar er genoeg over: "Schone," zei de Koning, "voorwaar, ik ben getrouwd; "Van Nijmegen ben ik koning, heer en beschermheer; "En ik heb vier mooie zonen uit mijn vlees verwekt: "De oudste is twaalf jaar oud, en zijn naam is Esmeret; "Zeker, hij is de mooiste die uit een moeder geboren is. "Mocht het Jezus Christus behagen, die aan het kruis leed,{{vnr|740}} "Dat ik en u binnen mijn koninkrijk waren; "Opdat uw hart tot God gekeerd zou worden: "Dan zou ik u Esmeret geven, mijn zoon die de oudste is." "Heer, » zei het meisje, "u heeft hem zo geprezen, "Nooit zal ik een echtgenoot hebben, dat kunt u wel geloven, "Behalve uw mooie zoon, als u hem aan mij geeft." "Schone," zei de Koning, "hij is nog veel te jong, "Om de dienst te verlenen waar u grote behoefte aan heeft." "Heer," zei het meisje, "ik zal wel wachten: "Geef mij nu uw zoon, en u zult worden vrijgelaten."{{vnr|750}} En koning Arnous zei: "Zoals u beveelt. "Vanaf nu geef ik hem aan u, aangezien u het wilt, "En mocht het gebeuren dat ik zou sterven "Op de weg, zachte dame, waar u mij heen zult leiden, "En u zou ontsnappen, wat de wil van God moge zijn; "Dan zal ik u tekens geven, die u aan mijn zoon zult vertellen. "Waaraan hij u zal herkennen, als u daarheen gaat, "Aan al deze tekens: toen ik van hem gescheiden werd, "Omhelsde ik hem met beide armen, in de weiden boven Nijmegen; "En ik speldde een gesp van puur goud, twijfel er niet aan,{{vnr|760}} </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> ry0ejwku4jnfmhkbkw7dixamcddnd0l 228134 228100 2026-10-12T09:37:50Z Havang(nl) 4330 Versie 228100 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228134 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Je le garderai bien, si vous le me livrez. » « Belle, » ce dist li Roys, « si sagement parlez, « Qu’ains femme ne dist chou, tant fust viex ses aez ; « Je le vous doins et baille, en prison le tenez. » « Par Mahon, » dist le belle, « si com vous commandez. » Dont fu li roys Ernous en sa cambre menez ; Et le puchelle i vint, quant disners fu passez. Moult honnoura le Roy, et li fist d’amistez, Son estre li requist ; il li en dist assez : « Belle, » ce dist li Roys, « voir, je suis mariez ; « De Nimaye sui roys, sires et avoez ; « Et s’ai ·iiij· biaux fiex de ma char engenrez : « Li ainsnez a ·xij· ans, s’a à nom Esmerez ; « Certez, c’est li plus biaux qui de mère soit nez. « Pléust à Jhésu-Crist, qui en crois fu pénez, « Que moi et vous fuissiens dedens mes roiautez ; « Afin que vostre cuer fust à Dieu attournez : « Esmeret vous donroie, mon fil qui est ainsnez. » « Sire, » dist le puchelle, « tant prisie le m’avez, « Jammais n’arai baron, bien croire m’en poez, « Fors le vostre biau fil, se vous le me donnez. » « Belle, » ce dist li Roys, « trop est jones d’assez, « Pour faire le mestier dont grant besoing avez. » « Sire, » dist le puchelle, « j’atenderai assez : « Or me donnés vo fil, vous serez délivrez. » Et dist li roys Arnous : « si com vous commandez. « Dès ichi le vous doins, puisque vous le volez, « Et s’il avenoit coze que je fuisse finez « Ou chemin, douche dame, par où vous me menrez, « Et vous escapissiez, que fust de Diu li grez ; « Enseignez vous donrai, qu’à mon fil vous direz. « Dont vous cognisteroit, se par delà alez, « A toutez ces enseignez : quant de lui fui sevrez, « A ·ij· bras l’acolai, dessus Nimaye ès prez ; « Et li mis une affique d’or fin, jà n’en doubtez, </poem> |valign=top| <poem> "Ik zal hem goed bewaken, als u hem aan mij overdraagt." "Schone," zei de Koning, "u spreekt zo verstandig, Dat nooit een vrouw dit zei, hoe oud ze ook was; Ik geef en overhandig hem aan u, houd hem in de gevangenis." "Bij Mahon," zei de schone, "zoals u beveelt."{{vnr|730}} Toen werd koning Arnoud naar haar kamer gebracht; En het meisje kwam erheen, toen het diner voorbij was. Zij eerde de Koning zeer, en toonde hem vriendschap, Zij vroeg naar zijn afkomst; hij vertelde haar er genoeg over: "Schone," zei de Koning, "voorwaar, ik ben getrouwd; "Van Nijmegen ben ik koning, heer en beschermheer; "En ik heb vier mooie zonen uit mijn vlees verwekt: "De oudste is twaalf jaar oud, en zijn naam is Esmeret; "Zeker, hij is de mooiste die uit een moeder geboren is. "Mocht het Jezus Christus behagen, die aan het kruis leed,{{vnr|740}} "Dat ik en u binnen mijn koninkrijk waren; "Opdat uw hart tot God gekeerd zou worden: "Dan zou ik u Esmeret geven, mijn zoon die de oudste is." "Heer, » zei het meisje, "u heeft hem zo geprezen, "Nooit zal ik een echtgenoot hebben, dat kunt u wel geloven, "Behalve uw mooie zoon, als u hem aan mij geeft." "Schone," zei de Koning, "hij is nog veel te jong, "Om de dienst te verlenen waar u grote behoefte aan heeft." "Heer," zei het meisje, "ik zal wel wachten: "Geef mij nu uw zoon, en u zult worden vrijgelaten."{{vnr|750}} En koning Arnous zei: "Zoals u beveelt. "Vanaf nu geef ik hem aan u, aangezien u het wilt, "En mocht het gebeuren dat ik zou sterven "Op de weg, zachte dame, waar u mij heen zult leiden, "En u zou ontsnappen, wat de wil van God moge zijn; "Dan zal ik u tekens geven, die u aan mijn zoon zult vertellen. "Waaraan hij u zal herkennen, als u daarheen gaat, "Aan al deze tekens: toen ik van hem gescheiden werd, "Omhelsde ik hem met beide armen, in de weiden boven Nijmegen; "En ik speldde een gesp van puur goud, twijfel er niet aan,{{vnr|760}} </poem> |}<noinclude></noinclude> q2e8r8he0x1okfgkst4li7p0ag7q74l Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/45 104 87595 228101 226423 2026-10-12T09:19:05Z Havang(nl) 4330 228101 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> Voor op zijn borst en ik smeekte hem herhaaldelijk Dat hij de gesp zou bewaren totdat ik zal omkeren En vandaar terug zal gaan : en als de oorlog ten einde is Het hem tenminste zou bijblijven, als hij verstandig was, En voor mij zou bidden, opdat ik gered zou worden." "Heer," zei het meisje, "u spreekt zeer verstandig; En moge God, aan Wie mijn hart gewijd is, mij zo lang laten leven, Dat ik het kind zie dat u hier zo bij mij aanprijst: En dat u, heer, hierbinnen vandaan ontsnapt bent." {{vnr|770}} "Helaas!" zei Arnoud, "schone, denk er eens aan Hoe Govert van Friesland, de bewezen verrader, Goed betaald kan worden naar zijn loyaliteit: Valselijk heeft hij mij verkocht, wat een grote schande is. » Eleanore de schone, in wie grote schoonheid is, Heeft een mooie kist genomen, die goed gesloten was; Al gauw maakte zij hem open, zij droeg er de sleutels van, Toen haalde zij er een beeld uit, zoals u zult horen: Het was van puur goud, zo zegt de autoriteit, Het was een kruisbeeld, op een kruis geplaatst. {{vnr|80}} "Heer," zei het meisje, "zie dit kruisbeeld; Ik aanbid en geloof erin, u zult er nooit aan twijfelen: Elke ochtend, wanneer mijn lichaam is opgestaan, Kus ik het drie keer, dat is mijn wil, Ter ere van de Heer, die aan het kruis werd genageld, En van de Moeder Gods, door wie Jezus werd gedragen. En in de avond wordt het evenzo door mij aanbeden: Het is ter herinnering aan God, die leed, Aan wie ik met heel mijn hart bid dat Hij mijn beschermer moge zijn; En dat Hij nooit toestaat dat mijn lichaam sterft, Voordat ik gedoopt ben, in het heilige doopvont gewijd." {{vnr|790}} "Meisje," zei de Koning, "u heeft een goed geloof; Nu ben ik met heel mijn hart blij dat u {{SIC|onze wet|ons geloof}} belijdt." Zo werd koning Arnoud daar ter plekke opgesloten, Totdat het toen gebeurde, zo waar als God geboren werd, Dat er oorlog uitbrak binnen deze bezittingen; </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> fnli4v4dz9yklpndkbo066n0iqu248c 228135 228101 2026-10-12T09:38:02Z Havang(nl) 4330 Versie 228101 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228135 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « Devant à sa poitrine et li priai assez « Que l’afique gardast tant que fuisse tournez « Et r’alez par delà : et se g’ière finez, « Au mains l’en souvenroit, s’il estoit avisez, « Et prieroit pour moi, que je fuisse sauvez. » « Sire, » dist la pucelle, « moult sagement parlez ; « Et Diex me laist tant vivre, où mez cuerz est voez, « Que je voie l’enfant que chi tant me loez : « Et que vous soiés, sire, de chaiens escapez. » « Elas ! » ce dist Ernous, « belle, car en pensez « Par quoy Gaufrois de Frise, li traitres prouvez, « Puist estre bien païés, selonc ses loyautez : « Faussement m’a vendu, dont c’est grant pitez. » Eliénor la belle, où grande est li biautez, A pris ·j· biau forgier, qui bien estoit fremez ; Tantost le deffrema, elle en portoit les clés, Puis en trait une ymage, telle com vous orrez : Elle estoit de fin or, ce dist l’auctoritez, C’estoit un crucefis, en une crois entez. « Sire, » dist la pucelle, « ce crucefis vaez ; « Je le et aoère et croi, jammais en doubterez : « Cascune matinée, que mes corpz est levez, « Je le baise ·iij· foys, telle est ma volentez, « En l’onour dou Signour, qui en crois fu cloez, « Et de la mère Diu, dont Jhésus fu portez. « Et au vespre ensement est de moi aourez : « C’est en le ramenbranche de Diu, qui fu pénez, « A cui je pri de cuer qu’il soit mes avoez ; « Et que jà ne consente que mes corpz soit finez, « Tant qu’ière baptisie, en saint fons consacrez. » « Pucelle, » dist li Roys, « bonne créance avez ; « Or sui de cuer joyans que no loy aourez. » Ensi fu roys Ernous là endroit enfremez, Tant qu’il avint adont, si voir que Diex fu nez, Que gerre commencha dedens ces héritez ; </poem> |valign=top| <poem> Voor op zijn borst en ik smeekte hem herhaaldelijk Dat hij de gesp zou bewaren totdat ik zal omkeren En vandaar terug zal gaan : en als de oorlog ten einde is Het hem tenminste zou bijblijven, als hij verstandig was, En voor mij zou bidden, opdat ik gered zou worden." "Heer," zei het meisje, "u spreekt zeer verstandig; En moge God, aan Wie mijn hart gewijd is, mij zo lang laten leven, Dat ik het kind zie dat u hier zo bij mij aanprijst: En dat u, heer, hierbinnen vandaan ontsnapt bent." {{vnr|770}} "Helaas!" zei Arnoud, "schone, denk er eens aan Hoe Govert van Friesland, de bewezen verrader, Goed betaald kan worden naar zijn loyaliteit: Valselijk heeft hij mij verkocht, wat een grote schande is. » Eleanore de schone, in wie grote schoonheid is, Heeft een mooie kist genomen, die goed gesloten was; Al gauw maakte zij hem open, zij droeg er de sleutels van, Toen haalde zij er een beeld uit, zoals u zult horen: Het was van puur goud, zo zegt de autoriteit, Het was een kruisbeeld, op een kruis geplaatst. {{vnr|80}} "Heer," zei het meisje, "zie dit kruisbeeld; Ik aanbid en geloof erin, u zult er nooit aan twijfelen: Elke ochtend, wanneer mijn lichaam is opgestaan, Kus ik het drie keer, dat is mijn wil, Ter ere van de Heer, die aan het kruis werd genageld, En van de Moeder Gods, door wie Jezus werd gedragen. En in de avond wordt het evenzo door mij aanbeden: Het is ter herinnering aan God, die leed, Aan wie ik met heel mijn hart bid dat Hij mijn beschermer moge zijn; En dat Hij nooit toestaat dat mijn lichaam sterft, Voordat ik gedoopt ben, in het heilige doopvont gewijd." {{vnr|790}} "Meisje," zei de Koning, "u heeft een goed geloof; Nu ben ik met heel mijn hart blij dat u {{SIC|onze wet|ons geloof}} belijdt." Zo werd koning Arnoud daar ter plekke opgesloten, Totdat het toen gebeurde, zo waar als God geboren werd, Dat er oorlog uitbrak binnen deze bezittingen; </poem> |}<noinclude></noinclude> t8tn812f6rfhcxc3vwywqfex0nxgtej Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/46 104 87596 228102 226450 2026-10-12T09:19:36Z Havang(nl) 4330 228102 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> Waardoor de Rode Leeuw lange tijd werd ingesloten. Een emir belegerde hem, met hutten en met tenten; Maar Arnoud van Beauvais toonde zich daar zo goed Dat hij de emir doodde, en hij door hem werd verslagen. &nbsp;&nbsp;Het is tijd dat ik erover zwijg: en laat mij terugkeren {{vnr|800}} Naar Govert de verrader, van wie u gehoord heeft, Die in Nijmegen aankwam en met hem zijn vazallen; Zij droegen zwarte tunieken, zwarte mantels omgehangen, En zij toonden grote rouw binnen de bezittingen. In het grote Nijmegen is de kreet opgekomen, En men zegt tegen elkaar: « Bij mijn geloof, u weet het niet, Koning Arnoud is dood en gesneuveld en gedood. Hij werd midden op zee door de heidenen aangetroffen; Van de vierhonderd schepen ontsnapte er slechts één: In dat schip is hertog Godfried levend weggekomen."{{vnr|810}} &nbsp;&nbsp;De Koningin vernam het; haar hart was zeer bedroefd: Als men zou kunnen sterven van rouw en van verdriet, Zou de Koningin dood zijn en haar tijd voorbij. Maar men kan niet sterven van rouw, dat weet u goed, Want toen de Moeder Gods zag dat haar Zoon genageld Was aan het waardige kruis, met doornen gekroond, Door de lans gestoken en in het hart gewond; Zou zij snel gestorven zijn van rouw. Maar God, de geprezen koning, Verordende het toen zo: dat rouw voorbijgaat; Precies na drie dagen is het ergste voorbij.{{vnr|820}} ''Nooit was er noch zal er zo'n grote ontrouw zijn'' ''Die na verloop van drie dagen het hart niet tot bedaren brengt.'' Vanwege de Moeder Gods werd deze toestand verordend. &nbsp;&nbsp;Toen koningin Roze het harde nieuws hoorde Dat haar heer dood was, vernieuwt haar grote rouw. "Ach! Goede koning Arnoud," zei Roze, de schone; "Ik heb om u zo'n grote rouw, bij de Maagd Maria, Dat het weinig scheelt of ik zou mijn hart met een mes doorboren." Vele nobele jonkvrouwen hebben de dame getroost. Zij nam Boudewijn en roept hem teder:{{vnr|830}} </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> dv0lixqajntl4dyjzgrhiov4968jsoa 228136 228102 2026-10-12T09:38:13Z Havang(nl) 4330 Versie 228102 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228136 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Dont li Rougez-Lions fu lonc tamps enserrez. ·j· ammirau l’assist, as logez et as trez ; Mais Ernous de Biauvais s’i fu si bien provez Qu’il ochist l’amiraut, et fu par lui mattez. Tamps est que je m’en taise : si soie retournez A Gaufroit le traitre, dont vous oï avés, Qu’à Nimaye arriva et o lui ses barnez ; Il ont les noires cotez, noirs mantiaux afublez, Et menoient grant doel, parmi les héritez. A Nimaye le grant en est li cris levés, Et dient l’un à l’autre : « par foy, vous ne savez, « Li roys Ernous est mors et ochis et tuez. « Il fu en mi le mer, des païens encontrez ; « De ·iiij·c calans n’escapa c’une nés : « En cellui est, en vie, li dux Gaufrois remez. » La Royne le sot ; moult fu ses cuers irez : Que s’on péust morir de doel et de grieftez, La Royne fust morte et li siens tamps passez. Mais on ne poet morir de doel, bien le savez, Car quant le mère Dieu vit que ses fiex cloez Fu en le digne crois, d’espines couronnez, De la lanche férus et au cuer entamez ; Morte fust tost de doel. Mais Diex, li rois loez, En ordena adont : que doelz serois passez ; Droit au chief de ·iij· jours, le plus fors trespassez. Ains ne fu ne sera si grans desloiautés Que, au quief de ·iij· jours, ne soit cuers asensés. Pour la mère Dieu fu chius estas ordenez. Quant Roze la royne ot la dure nouvelle Que ses sires fu mors, ses grans doels renovelle. « Ahi ! bons roys Ernous, » ce dist Roze, la belle ; « J’ai pour vous si grant doel, par le Vierge pucelle, « Qu’à poy que ne m’en lanche au cuer d’une alemèle. » Confortée ont la dame mainte noble danselle. Elle prist Bauduin et doucement l’apelle : </poem> |valign=top| <poem> Waardoor de Rode Leeuw lange tijd werd ingesloten. Een emir belegerde hem, met hutten en met tenten; Maar Arnoud van Beauvais toonde zich daar zo goed Dat hij de emir doodde, en hij door hem werd verslagen. &nbsp;&nbsp;Het is tijd dat ik erover zwijg: en laat mij terugkeren {{vnr|800}} Naar Govert de verrader, van wie u gehoord heeft, Die in Nijmegen aankwam en met hem zijn vazallen; Zij droegen zwarte tunieken, zwarte mantels omgehangen, En zij toonden grote rouw binnen de bezittingen. In het grote Nijmegen is de kreet opgekomen, En men zegt tegen elkaar: « Bij mijn geloof, u weet het niet, Koning Arnoud is dood en gesneuveld en gedood. Hij werd midden op zee door de heidenen aangetroffen; Van de vierhonderd schepen ontsnapte er slechts één: In dat schip is hertog Godfried levend weggekomen."{{vnr|810}} &nbsp;&nbsp;De Koningin vernam het; haar hart was zeer bedroefd: Als men zou kunnen sterven van rouw en van verdriet, Zou de Koningin dood zijn en haar tijd voorbij. Maar men kan niet sterven van rouw, dat weet u goed, Want toen de Moeder Gods zag dat haar Zoon genageld Was aan het waardige kruis, met doornen gekroond, Door de lans gestoken en in het hart gewond; Zou zij snel gestorven zijn van rouw. Maar God, de geprezen koning, Verordende het toen zo: dat rouw voorbijgaat; Precies na drie dagen is het ergste voorbij.{{vnr|820}} ''Nooit was er noch zal er zo'n grote ontrouw zijn'' ''Die na verloop van drie dagen het hart niet tot bedaren brengt.'' Vanwege de Moeder Gods werd deze toestand verordend. &nbsp;&nbsp;Toen koningin Roze het harde nieuws hoorde Dat haar heer dood was, vernieuwt haar grote rouw. "Ach! Goede koning Arnoud," zei Roze, de schone; "Ik heb om u zo'n grote rouw, bij de Maagd Maria, Dat het weinig scheelt of ik zou mijn hart met een mes doorboren." Vele nobele jonkvrouwen hebben de dame getroost. Zij nam Boudewijn en roept hem teder:{{vnr|830}} </poem> |}<noinclude></noinclude> 8c8sg78hsrv4kzb7nsltuel5zj7q3wu Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/47 104 87597 228103 226453 2026-10-12T09:20:07Z Havang(nl) 4330 228103 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> "Ach! Weeskind," zei ze, "voor jou bevriest mijn hart; Ik heb je vader verloren, waarvan mijn hart opspringt." Toen kuste zij hem honderd keer op de wang; Boudewijn trop er zich geen barst van aan: Hij was pas twee jaar oud, zodat hij rent en springt. &nbsp;&nbsp;Na verloop van vier dagen ging Govert, via een mooie weg. De stad binnen; en hij had een zwart gewaad aan: De wereld treurde, want hij toonde zich helemaal niet vrolijk. Hij zou geen enkele lach hebben geuit, voor al het goud van Tudela; Integendeel, hij rijdt op een vaal paard, zittend recht in het zadel.{{vnr|840}} &nbsp;&nbsp;Govert komt Nijmegen binnen, rijdend op een vaal paard: Zijn mannen zijn wel waardig om bij de teugel te worden gehouden. Want men had de allerzekerste moeten ophangen. De baronnen van Nijmegen, ridders, kasteelheren. Gaan Govert tegemoet, die menige diepe zucht slaakte. Daar hoorde men menig verheven ridder huilen: Daar beweenden zij hun broer, of hun volle neef; En zij betreurden de goede koning Arnoud voluit. De Koningin schreeuwt tegen Govert, de schurk: "Heer Govert," zei ze, "bij God de soeverein, {{vnr|850}} "Waar is de Koning, mijn heer, die gezond van lichaam was?" "Dame," zei de verrader, "bij het lichaam van sint Germanus, "Bid voor de goede Koning, 's avonds en 's ochtend ; "Want ik zag hem op zee gedood worden in een gevecht. "God behoedde mij voor de dood. Toen ik het onheil zag, "Zette ik hem in een boot met de zoon van Mantain. "Zo ben ik ontsnapt; en ik heb het leven gezond en wel behouden. "Nu moet u niet wanhopen, bij het geloof in Maria; "Want ik zal u beschermen en u zult mij zo dichtbij hebben, "Dat er in de hele wereld geen koning, graaf, kasteelheer is,{{vnr|860}} "Die, als hij u voor een pond tin onrecht zou aandoen, "Ik dat niet onmiddellijk zou wreken, als u er bij mij over klaagt." "Moge de Heere God, die uit Adam Eva maakte, het u vergelden." Zo werd de rouw van vandaag naar morgen verzet. &nbsp;&nbsp;Er is geen rouw die men niet op zeer korte termijn vergeet.</poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> 6jvl4l0cwgyyylezji6zv0y6887qi41 228137 228103 2026-10-12T09:38:23Z Havang(nl) 4330 Versie 228103 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228137 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « A! orfenins, » dist-elle, « pour toi li cuers m'engelle; « J'ai ton père perdut dont li cuerz me sautelle. » Adonques le baisa ·c· fois, en le masselle; Bauduins n'i aconte valissant une astelle: Il n'avoit que ·ij· ans, si qu'il kuert et sautèle. Au chief de ·iiij· jours. Gaufrois, par voie belle. Entra en le chité; s'avoit noire gonèle: Le monde aveulissoit, car point ne se révèle. Il ne gettast ·j· ris, pour tout l'or de Tudèle; Ains chevauche fauvain, assis droit en le'sèle. Gaufrois entre en Nimaye, qui chevauchoit fauvain: Si homme sont bien digne de tenir par le frain. Car on déust avoir pendut le plus certain. Li baron de Nimaye, chevalier, chastelain. Vont encontre Gaufroit, qui gettoit maint grief plain. Là oissiés plourer maint chevalier hautain: Là pleignoient lor frère, ou lor cousin germain; Et le bon roy Ernoul regrétoient à plain. La Royne's'escrie à Goufroit, le villain: « Sire Gaufrois, » dist-elle, « pour Dieu le souverain, « Où est li Roys, mes sirez, qui le corpz avoit sain? » « Dame, » dist li traitres, « pour le corpz saint Germain, « Priiés pour le bon Roy, et au soir et au main; « Car je le vi en mer tuer en ·j· quoquain. « Diex me gari de mort. Quant je vi le méhain, « En ·j· batel le mis, o le fil de Mantain. « Si en sui escapez; s'ai le corpz sauf et sain. « Or ne vous démentez, foy que doy Mariain; « Car je vous garderai et m'arés si prochain, « Qu'il n'a en tout le mont roy, conte, chastelain, « Que's'il vous mesfaisoit une livre d'estain; « Que tantost ne l'amende, s'à moi en faitez clain. » « Sire Diex le vous mire, qui fist d'Adam Evain. » Ensi remest li doels dès-si jusqu'au demain. Il n'est doelz c'on n'oublie, à terme bien prochain. </poem> |valign=top| <poem> "Ach! Weeskind," zei ze, "voor jou bevriest mijn hart; Ik heb je vader verloren, waarvan mijn hart opspringt." Toen kuste zij hem honderd keer op de wang; Boudewijn trop er zich geen barst van aan: Hij was pas twee jaar oud, zodat hij rent en springt. &nbsp;&nbsp;Na verloop van vier dagen ging Govert, via een mooie weg. De stad binnen; en hij had een zwart gewaad aan: De wereld treurde, want hij toonde zich helemaal niet vrolijk. Hij zou geen enkele lach hebben geuit, voor al het goud van Tudela; Integendeel, hij rijdt op een vaal paard, zittend recht in het zadel.{{vnr|840}} &nbsp;&nbsp;Govert komt Nijmegen binnen, rijdend op een vaal paard: Zijn mannen zijn wel waardig om bij de teugel te worden gehouden. Want men had de allerzekerste moeten ophangen. De baronnen van Nijmegen, ridders, kasteelheren. Gaan Govert tegemoet, die menige diepe zucht slaakte. Daar hoorde men menig verheven ridder huilen: Daar beweenden zij hun broer, of hun volle neef; En zij betreurden de goede koning Arnoud voluit. De Koningin schreeuwt tegen Govert, de schurk: "Heer Govert," zei ze, "bij God de soeverein, {{vnr|850}} "Waar is de Koning, mijn heer, die gezond van lichaam was?" "Dame," zei de verrader, "bij het lichaam van sint Germanus, "Bid voor de goede Koning, 's avonds en 's ochtend ; "Want ik zag hem op zee gedood worden in een gevecht. "God behoedde mij voor de dood. Toen ik het onheil zag, "Zette ik hem in een boot met de zoon van Mantain. "Zo ben ik ontsnapt; en ik heb het leven gezond en wel behouden. "Nu moet u niet wanhopen, bij het geloof in Maria; "Want ik zal u beschermen en u zult mij zo dichtbij hebben, "Dat er in de hele wereld geen koning, graaf, kasteelheer is,{{vnr|860}} "Die, als hij u voor een pond tin onrecht zou aandoen, "Ik dat niet onmiddellijk zou wreken, als u er bij mij over klaagt." "Moge de Heere God, die uit Adam Eva maakte, het u vergelden." Zo werd de rouw van vandaag naar morgen verzet. &nbsp;&nbsp;Er is geen rouw die men niet op zeer korte termijn vergeet.</poem> |}<noinclude></noinclude> tpu2ugp1by8bbcnwzm2gto84evz2ljy Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/48 104 87598 228104 226517 2026-10-12T09:20:58Z Havang(nl) 4330 228104 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> Wie dood is, is dood; men stopt hem in het graf: Noch laat men in de wereld broer, zoon, noch neef achter, Die voor de ziel een stuk brood zou geven; Tenzij het vrome mensen zijn, vol van goede hoedanigheid. Zij zijn niet allemaal te schande gemaakt, de edelen noch de boeren,{{vnr|870}} Hebzucht doet hen vaak naar het slijk kijken. Zij die voorzien zijn van renten en van graan, Dat zijn degenen die naar het kwaad de hand hebben uitgestoken; En dat doet de begeerte die hen in de vuile modder werpt. &nbsp;&nbsp;Nadat Gaufrois was teruggekeerd, En hij voor de Koning menig vals gezicht had getrokken; Maakte men hem tot soeverein om de banier te dragen, Om de dame te troosten, mocht men haar onrecht aandoen. Toen schonk hij juwelen, ringen met menige steen; Bekers, bokalen van zilver; of beurzen, of aalmoestassen,"{{vnr|880}} Gevuld met puur goud; menige rijke geldbuidel; Aan de baronnen van Nijmegen, zowel ban als achterban. Er was geen arme schildknaap, als hij hem een vriendelijk gezicht toonde, Of hij maakte hem tot ridder en gaf hem een rijke rente, Om zichzelf goed te onderhouden, in koren en in braakland. Honderdduizend marken gaf hij, binnen vijftien dagen geheel. Aan de ridders gaf hij kastelen, of torens van steen, En zoveel goud en bezit; dat iedereen een gebed doet, Tot God de schepper, en tot de edele heilige Petrus, Dat Hij hun Govert moge sparen; dat hij niet op de baar wordt gelegd.{{vnr|890}} Aan de bedelorden, aan het volk van de minderbroeders, Gaf hij zoveel florijnen; dat zij, met luide stem, Luidkeels riepen: Hé! Maagd schatbewaarster, "Spaar ons toch Govert, het is terecht dat men u erom smeekt, "Want van zijn goederen houden wij zo overvloedig hof, "En drinken zoveel wijn onze hersenpan in, Dat het ons past om te gaan slapen op de kruiwagen." Zo baden voor Govert van alle kanten Ridders en schildknapen aan wie hij schenkingen deed Van de florijnen die hij ontving van de verkoop van de Koning.{{vnr|900}} </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> pndzzd6gpfemufv3veb5f1oqsvkps1x 228138 228104 2026-10-12T09:38:35Z Havang(nl) 4330 Versie 228104 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228138 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Qui est mors, il est mors ; on le boute en quavain : Ne on ne laisse au monde frère, fil, ne germain, Qui en donnast pour l’âme une pièche de pain ; Se ce ne sont preud’omme, de condition plain. Ne sont pas tout honni li franc ne li villain, Avarice les fait souvent viser au fain. Chil qui sont pourveut, de rentes et de grain, Che sont chil qui au mal ont tendue le main ; Et che fait convoitise qui les gète en ort plain. Après ce que Gaufrois fu retournés arrière, Et qu’il ot pour le Roy, fait mainte fausse chière ; Le fist-on souverain, pour porter la banière, Pour conforter le dame, s’on li faisoit hasquière. Puis présenta joiaus, aniaus, à mainte pière ; Coupes, hannas, d’argent ; ou bourse, ou aumoisnière, Empliez de fin or ; mainte riche aloière ; A barons de Nimaye, et avant et arière. N’i ot povre escuier, s’il li fait bonne chière, Nel fache chevalier et donne rente chière, Pour lui bien gouverner, à blet et à gasquière. ·C·m mars donna, dedens ·xv·c entière. As chevaliers donnoit castiaux, ou tour de pière, Et tant d’or et d’avoir ; que cascuns fait proière, A Dieu le créatour, et au baron saint Pière, Qu’il leur sauve Gaufroit ; que mis ne soit en bière. As ordres mendians, à le gent cordelière, Donna tant de florins ; que cil, à voit légière, Crioient hautement : « hé ! Vierge trèzorière, « Car nous sauvez Gaufroit, drois est c’on t’en requière, « Car de ses biens tenons une court si plainière, « Et buvons tant de vins, parmi no chervelière, « Qu’il nous convient porter dormir à le chivière. » Ensi de toutes pars prioient, pour Gaufroy, Chevalier, escuier, à cui il fist otroy Des florins qu’il rechieut, de le vente dou Roy. </poem> |valign=top| <poem> Wie dood is, is dood; men stopt hem in het graf: Noch laat men in de wereld broer, zoon, noch neef achter, Die voor de ziel een stuk brood zou geven; Tenzij het vrome mensen zijn, vol van goede hoedanigheid. Zij zijn niet allemaal te schande gemaakt, de edelen noch de boeren,{{vnr|870}} Hebzucht doet hen vaak naar het slijk kijken. Zij die voorzien zijn van renten en van graan, Dat zijn degenen die naar het kwaad de hand hebben uitgestoken; En dat doet de begeerte die hen in de vuile modder werpt. &nbsp;&nbsp;Nadat Gaufrois was teruggekeerd, En hij voor de Koning menig vals gezicht had getrokken; Maakte men hem tot soeverein om de banier te dragen, Om de dame te troosten, mocht men haar onrecht aandoen. Toen schonk hij juwelen, ringen met menige steen; Bekers, bokalen van zilver; of beurzen, of aalmoestassen,"{{vnr|880}} Gevuld met puur goud; menige rijke geldbuidel; Aan de baronnen van Nijmegen, zowel ban als achterban. Er was geen arme schildknaap, als hij hem een vriendelijk gezicht toonde, Of hij maakte hem tot ridder en gaf hem een rijke rente, Om zichzelf goed te onderhouden, in koren en in braakland. Honderdduizend marken gaf hij, binnen vijftien dagen geheel. Aan de ridders gaf hij kastelen, of torens van steen, En zoveel goud en bezit; dat iedereen een gebed doet, Tot God de schepper, en tot de edele heilige Petrus, Dat Hij hun Govert moge sparen; dat hij niet op de baar wordt gelegd.{{vnr|890}} Aan de bedelorden, aan het volk van de minderbroeders, Gaf hij zoveel florijnen; dat zij, met luide stem, Luidkeels riepen: Hé! Maagd schatbewaarster, "Spaar ons toch Govert, het is terecht dat men u erom smeekt, "Want van zijn goederen houden wij zo overvloedig hof, "En drinken zoveel wijn onze hersenpan in, Dat het ons past om te gaan slapen op de kruiwagen." Zo baden voor Govert van alle kanten Ridders en schildknapen aan wie hij schenkingen deed Van de florijnen die hij ontving van de verkoop van de Koning.{{vnr|900}} </poem> |}<noinclude></noinclude> kygvm22zty1jc4pevq8j93uwgm5cgje Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/49 104 87599 228105 226518 2026-10-12T09:22:10Z Havang(nl) 4330 228105 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> En zij zeggen tegen elkaar: "Bij het lichaam van de heilige Elooi, "Govert zou wel waardig zijn om zowel dit als dat te hebben: "Hij gaat goed naar de steekspelen; en dat doet hij ook bij het toernooi; "En zo geeft hij van het zijne, niemand is vrijgeviger dan hij; "Honderdduizend florijnen heeft hij gegeven, van goed gehalte, "Waar de Koning zelfs geen rijpaard zou hebben gegeven. "Hij lijkt op Alexander de Grote, de gulle prins; in feite, "Govert is de meest gulle, zonder enige wanorde te zaaien, "Die God ooit heeft ingesteld sinds de tweede wet." Zo spraken de baronnen, twee aan twee.{{vnr|910}} Op die manier prijst men degenen die van het hunne schenken; Wie genoeg kan geven, die heeft men lief meer dan een koning. Op die manier prezen zij Govert, de hoveling, En hij geeft aan iedereen ofwel juwelen, ofwel een florijn. Aan het hof verschijnt geen jonge edelman, noch schildknaap, Of hij prijst Govert, de verraderlijke hond; En de een zegt tegen de ander: "Bij het lichaam van sint Maarten, Govert zou wel waardig zijn om land en een groot domein te hebben; En om een schone dame te hebben, 's avonds en 's morgens." De nobele ridders, die met hermelijn zijn gevoerd, {{vnr|920}} Houden hem gezelschap; zij zijn voortdurend zijn buren. Want de man die rijk is, vol van goede middelen, Vindt vrienden die zich voordoen als zijn familie; En de arme vindt noch ouder noch neef. &nbsp;&nbsp;Zoveel deed en zoveel gaf Govert, van wie ik u vertel, Dat de allerbesten zijn vrienden waren: Schildknapen en knapen zijn door hem gekleed; Jacobijnen, minderbroeders zijn door hem verzadigd. Allen zeiden dat er geen betere man geboren was dan hij ; En toen hij de baronnen om hem heen had betoverd, {{vnr|930}}) Ontbood hij hen een keer: zij kwamen naar hem toe. Hij verzocht en smeekte degenen van wie ik u vertel, Dat men hem zou willen helpen; opdat de dame van Nijmegen Aan hem beloofd zou worden. Iedereen stemde ermee in. Vijftien ridders, moedig en koen,</poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> 0xkhzaybwpe7rllda1mvl81eantdyks 228139 228105 2026-10-12T09:38:48Z Havang(nl) 4330 Versie 228105 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228139 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Et dient l’un à l’autre : « par le corpz saint Eloy, « Gaufrois seroit bien dignez d’avoir et chou et coy : « Il va bien à le jouste ; si fait-il au tournoy ; « Et si donne dou sien, plus larges n’est de soy ; « ·C·m florins a donnet, de boin aloy, « Où li Roys n’éust jà donné un palefroi. « Il resamble Alixandre, le large prinche ; en foi, « Gaufrois est li plus larges, sans mener nul desroi, « C’onques Diex estorast, puis le seconde loi. » Si faitement disoient li baron, doy et doy. Ensement prise-on cheulz, qui dou leur font otroi ; Qui assez peut donner, on l’aime miex c’un roi. Si faitement prisoient Gaufroit, le palasin, Et il donne à cascun ou joiaus, ou florin. A le court ne repaire bacheler, ne mesquin, Qui ne prise Gaufroit, le traitour mastin ; Et dist li un à l’autre : « par le corpz saint Martin, Gaufrois seroit bien dignez d’avoir terre et grant fin ; Et d’avoir belle dame, au soir et au matin. Li noble chevalier, qui sont fourré d’ermin, Li tiennent compaignie ; adès li sont voisin. Car li homs qui est riches, plain de bonne fin, Il treuve des amis, qui se font de son lin ; Et li povrez ne treuve ne parent ne cousin. Tant fist et tant donna Gaufrois, dont je vous di, Que tout li plus vaillant estoient si ami : Escuier et garchon sont par lui revesti ; Jacobin, Cordelier, sont par lui raempli. Tout disoient que mieudre de son corpz ne nasqui ; Et quant ot encantez les barons d’entour lui, Une fois les manda : il sont venu à lui. Il requist et pria, à cheulz dont je vous di, C’on li vausist aidier ; afin qu’éust plévi La dame de Nimaye. Cascuns s’i assenti. ·xv· chevaliers, corageus et hardis, </poem> |valign=top| <poem> En zij zeggen tegen elkaar: "Bij het lichaam van de heilige Elooi, "Govert zou wel waardig zijn om zowel dit als dat te hebben: "Hij gaat goed naar de steekspelen; en dat doet hij ook bij het toernooi; "En zo geeft hij van het zijne, niemand is vrijgeviger dan hij; "Honderdduizend florijnen heeft hij gegeven, van goed gehalte, "Waar de Koning zelfs geen rijpaard zou hebben gegeven. "Hij lijkt op Alexander de Grote, de gulle prins; in feite, "Govert is de meest gulle, zonder enige wanorde te zaaien, "Die God ooit heeft ingesteld sinds de tweede wet." Zo spraken de baronnen, twee aan twee.{{vnr|910}} Op die manier prijst men degenen die van het hunne schenken; Wie genoeg kan geven, die heeft men lief meer dan een koning. Op die manier prezen zij Govert, de hoveling, En hij geeft aan iedereen ofwel juwelen, ofwel een florijn. Aan het hof verschijnt geen jonge edelman, noch schildknaap, Of hij prijst Govert, de verraderlijke hond; En de een zegt tegen de ander: "Bij het lichaam van sint Maarten, Govert zou wel waardig zijn om land en een groot domein te hebben; En om een schone dame te hebben, 's avonds en 's morgens." De nobele ridders, die met hermelijn zijn gevoerd, {{vnr|920}} Houden hem gezelschap; zij zijn voortdurend zijn buren. Want de man die rijk is, vol van goede middelen, Vindt vrienden die zich voordoen als zijn familie; En de arme vindt noch ouder noch neef. &nbsp;&nbsp;Zoveel deed en zoveel gaf Govert, van wie ik u vertel, Dat de allerbesten zijn vrienden waren: Schildknapen en knapen zijn door hem gekleed; Jacobijnen, minderbroeders zijn door hem verzadigd. Allen zeiden dat er geen betere man geboren was dan hij ; En toen hij de baronnen om hem heen had betoverd, {{vnr|930}}) Ontbood hij hen een keer: zij kwamen naar hem toe. Hij verzocht en smeekte degenen van wie ik u vertel, Dat men hem zou willen helpen; opdat de dame van Nijmegen Aan hem beloofd zou worden. Iedereen stemde ermee in. Vijftien ridders, moedig en koen,</poem> |}<noinclude></noinclude> lx9v1je877o7nkvm88489cv4phjz4lh Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/50 104 87600 228106 226519 2026-10-12T09:22:41Z Havang(nl) 4330 228106 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> De allerhoogsten Van de baronnen van Nijmegen, Smeekten hun dame zodanig, om Gods genade, Dat zij Govert zou nemen. Zij stemde ermee in, En door de aansporing van haar volk, die haar aldus zeiden: Dat er geen dapperder man was tot aan de havens van Brindisi;{{vnr|940}} Met tegenzin ging de Dame van wie ik spreek ermee akkoord, Desalniettemin trouwde zij met hem. Zo had Govert volbracht Al zijn wil, door de kunst van de {{SIC|vijand| duivel}} Die hij lange tijd had geëerd en gediend. &nbsp;&nbsp;Niemand diende ooit de duivel zonder dat hij er berouw van kreeg. Zelfs bij de beste afloop van hem zo te dienen, Ziet men hem soms ofwel opgehangen ofwel levend gekookt. Wie zijn verdiende loon hierboven niet krijgt, ik verzeker u Dat de duivel zijn ziel met zich meeneemt. &nbsp;&nbsp;Nu is Govert van Friesland met de Koningin getrouwd:{{vnr|950}} Met de Koningin lag hij, met vreugde, in de avond. Aan de ridders gaf hij menige vergulde beker, Gespjes en ringen, menig gevoerd gewaad. Nu had de valse verrader zijn hoofd gekroond: Op een Pinksterdag, een hoogtijdag, Werd Govert gekroond in de geplaveide zaal. De prinsen van het koninkrijk waren bij de bijeenkomst, En bij het nobele feest dat daar werd aangericht. Govert werd gekroond met een kroon bewerkt Met edelstenen, hoog opgerezen;{{vnr|960}} Zo'n prachtige kroon werd er nooit eerder aanschouwd: Hij was wel het bezit van een hele streek waard. Een nobel hof hield Govert en zeer goed geordend; De leenhulden ontving hij, want zo behaagde het hem. Aan vijfhonderd schildknapen gaf hij die dag de ridderslag; Landen en inkomsten kostten hem helemaal niets. Boven op een schavot, in de geplaveide zaal, Zat Govert de schurk, die een slechte beloning moge krijgen; En de Koningin werd anderzijds gekroond. &nbsp;&nbsp;Govert keek om zich heen, door de brede zaal,{{vnr|970}} </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> ibijfx4ol92fe8qey6aglgt7xlv67zr 228140 228106 2026-10-12T09:38:58Z Havang(nl) 4330 Versie 228106 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228140 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Des barons de Nimaye tout li plus signouri, Prièrent à leur dame trestout, pour Dieu merchi, Qu’elle presist Gaufroit. Elle s’i assenti, Et par l’enort sa gent, qui li disent ensi : Qu’il n’avoit plus vaillant dusqu’as pors de Brandi ; Envis s’i acorda la Dame, dont je di, Non pourquant l’espousa. S’ot Gaufrois acompli Toute sa volenté, par l’art de l’anemi Qu’il avoit longement honneré et servi. Ains ne servi déable, qui ne se repenti. A tout le miex venir, de lui servir ensi, S’en voit-on, à le fois, ou pendu ou bouli. Qui n’en a se déserte, chà jus, je vous affi Que li déablez emporte sen âme aveuques li. Or a Gaufrois de Frise le Royne espousée : O la Royne jut, à joie, le vesperée. As chevaliers donna mainte coupe dorée, Afiques et aniaus, mainte robe fourrée. Or ot li faus traitrez sa teste couronnée : A une pentecouste, une haute journée, Fu couronné Gaufrois, en le sale pavée. Li prinche dou royalme furent à l’assamblée, Et à le noble feste, qui là fu estorée. Gaufrois fu couronnez, d’une couronne ouvrée A pières précieuses, hautement eslevée ; Si très belle couronne ne fu mas regardée : Elle valoit moult bien l’avoir d’une contrée. Noble court tint Gaufrois et moult bien ordenée ; Les hommaigez rechiut, car ensi li agrée. A ·v·c escuiers donna le jour colée ; Terrez et revenues ne li coustent riens née. Dessus ·j· escafaut, en le sale pavée, Séoit li glous Gaufrois, qui ait mal saudée ; Et la Royne fu d’autre part couronnée. Gaufrois se regarda, parmi le sale lée, </poem> |valign=top| <poem> De allerhoogsten Van de baronnen van Nijmegen, Smeekten hun dame zodanig, om Gods genade, Dat zij Govert zou nemen. Zij stemde ermee in, En door de aansporing van haar volk, die haar aldus zeiden: Dat er geen dapperder man was tot aan de havens van Brindisi;{{vnr|940}} Met tegenzin ging de Dame van wie ik spreek ermee akkoord, Desalniettemin trouwde zij met hem. Zo had Govert volbracht Al zijn wil, door de kunst van de {{SIC|vijand| duivel}} Die hij lange tijd had geëerd en gediend. &nbsp;&nbsp;Niemand diende ooit de duivel zonder dat hij er berouw van kreeg. Zelfs bij de beste afloop van hem zo te dienen, Ziet men hem soms ofwel opgehangen ofwel levend gekookt. Wie zijn verdiende loon hierboven niet krijgt, ik verzeker u Dat de duivel zijn ziel met zich meeneemt. &nbsp;&nbsp;Nu is Govert van Friesland met de Koningin getrouwd:{{vnr|950}} Met de Koningin lag hij, met vreugde, in de avond. Aan de ridders gaf hij menige vergulde beker, Gespjes en ringen, menig gevoerd gewaad. Nu had de valse verrader zijn hoofd gekroond: Op een Pinksterdag, een hoogtijdag, Werd Govert gekroond in de geplaveide zaal. De prinsen van het koninkrijk waren bij de bijeenkomst, En bij het nobele feest dat daar werd aangericht. Govert werd gekroond met een kroon bewerkt Met edelstenen, hoog opgerezen;{{vnr|960}} Zo'n prachtige kroon werd er nooit eerder aanschouwd: Hij was wel het bezit van een hele streek waard. Een nobel hof hield Govert en zeer goed geordend; De leenhulden ontving hij, want zo behaagde het hem. Aan vijfhonderd schildknapen gaf hij die dag de ridderslag; Landen en inkomsten kostten hem helemaal niets. Boven op een schavot, in de geplaveide zaal, Zat Govert de schurk, die een slechte beloning moge krijgen; En de Koningin werd anderzijds gekroond. &nbsp;&nbsp;Govert keek om zich heen, door de brede zaal,{{vnr|970}} </poem> |}<noinclude></noinclude> ovdnkw4x1xzh8sa8kvj82lqs62ywuyx Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/51 104 87601 228107 226521 2026-10-12T09:23:13Z Havang(nl) 4330 228107 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> En ziet Boudewijntje, de zoon van de verstandige Dame. Prachtig was hij gekleed in een gestreept gewaad; En hij had lange haren, gewassen met loog, Glanzender dan puur goud of verguld geld, Hangend over de schouders, met zorg gekamd; En hij had een hoed van puur goud, met menige steen bewerkt. Govert riep uit, met zeer luide stem: "Geef mij Boudewijn, edel en geëerd volk, "Het is het liefste wezen dat ooit is gevormd!{{vnr|980}} "Door hem zal nog menige dame omhelst worden; "Menig nobel meisje zal door hem ontmaagd worden; "Want er werd nooit zo'n lieflijk kind geboren. "Zeker, ik houd evenveel van hem, met een goede en discrete liefde, "Als ware zijn vlees uit het mijne verwekt! "Geen enkel levend persoon zou hem kunnen haten, "Vanwege de grote schoonheid die God hem heeft gegeven." Toen hebben zij hem overhandigd, boven op zijn gevoerde gewaad: En Govert gaf hem met beide armen een valse omhelzing; Dertig keer kuste hij hem achter elkaar. &nbsp;&nbsp;Nu, hoor het wonder dat God heeft getoond:{{vnr|990}} Boudewijntje, het kind dat zo gerespecteerd was, Hief zijn armen omhoog; hij greep de kroon Die de dief Govert op zijn hoofd had geplaatst. De kroon van Govert heeft hij van het hoofd getild, En daarna heeft hij hem zo hard tegen de grond gegooid Dat de kroon in duizend stukken brak. En toen Govert het zag, behaagde het hem allerminst: Hij wierp het kind in de lucht, met zo'n vaart Dat het weinig scheelde of hij had zijn been gebroken. Het kind begon te schreeuwen, met zeer luide stem; {{vnr|1000}} Het rende naar zijn moeder, die erdoor ontzet was; En zo verstopte hij zich in haar met hermelijn gevoerde gewaad. Hij wist heel goed dat hij iets slechts had gedaan, maar de zaak was geschied. &nbsp;&nbsp;Govert was zo bedroefd dat hij niet wist wat hij moest doen, Toen hij zijn kroon zo in stukken zag liggen. </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> h3jo2if600pppx9apqdmtllahpn7ba3 228141 228107 2026-10-12T09:39:09Z Havang(nl) 4330 Versie 228107 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228141 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Et voit Bauduïnet, fil le Dame senée. Gentement fu vestis d’une robe barrée ; S’avoit les cheveus lons et ganné par buée, Plus reluisans c’ors fins né monnoie dorée, Pendans par les espaulez, par oevre compassée ; S’ot ·j· capel d’or fin, à mainte pière ouvrée. Gaufrois s’est escriés, à moult haute allénée : « Bailliés-moi Bauduin, franque gent honnerée, « C’est li plus douche ymaige c’onques fu figurée ! « Par lui sera encore mainte dame acollée ; « Mainte noble puchelle en ert despucellée ; « Car onques ne nasqui si très douche portée. « Certes, je l’aims otant, de bonne amour discrée, « Que donques sa char fust de la moye engenrée ! « Haïr ne le porroit nulle personne née, « Pour le grande biauté que Diex li a donnée. » Adont li ont bailliet, sus sa robe fourrée : Et Gaufrois, à ·ij· bras, li fist fausse acollée ; ·xxx· fois le baisa en une randonnée. Or, oïés le miracle que Diex a démonstrée : Bauduïnez, li enfes qui tant ot renommée, Drécha ses bras à mont ; le couronne a hapée Que li lères Gaufrois ot, sus son chief, pozée. Le couronne Gaufroit a hors du chief levée, Et puis l’a, contre terre, tellement jus ruée Que la couronne fu en mile liex froée. Et quant Gaufrois le voit, mie ne li agrée : L’enfant jeta en l’aire, par telle destinée Que petit s’en fali n’ot le gambe affolée. L’enfes prist à criier, à moult haute alénée ; Vers sa mère courut, qui en fu esgarée ; Et si se répondi en sa robe erminée. Bien sot qu’il ot maufait, mais li coze ert passée. Gaufrois fu si dolans qu’il ne scet qu’il puist faire, Quant se couronne voit ensi gésir en l’aire. </poem> |valign=top| <poem> En ziet Boudewijntje, de zoon van de verstandige Dame. Prachtig was hij gekleed in een gestreept gewaad; En hij had lange haren, gewassen met loog, Glanzender dan puur goud of verguld geld, Hangend over de schouders, met zorg gekamd; En hij had een hoed van puur goud, met menige steen bewerkt. Govert riep uit, met zeer luide stem: "Geef mij Boudewijn, edel en geëerd volk, "Het is het liefste wezen dat ooit is gevormd!{{vnr|980}} "Door hem zal nog menige dame omhelst worden; "Menig nobel meisje zal door hem ontmaagd worden; "Want er werd nooit zo'n lieflijk kind geboren. "Zeker, ik houd evenveel van hem, met een goede en discrete liefde, "Als ware zijn vlees uit het mijne verwekt! "Geen enkel levend persoon zou hem kunnen haten, "Vanwege de grote schoonheid die God hem heeft gegeven." Toen hebben zij hem overhandigd, boven op zijn gevoerde gewaad: En Govert gaf hem met beide armen een valse omhelzing; Dertig keer kuste hij hem achter elkaar. &nbsp;&nbsp;Nu, hoor het wonder dat God heeft getoond:{{vnr|990}} Boudewijntje, het kind dat zo gerespecteerd was, Hief zijn armen omhoog; hij greep de kroon Die de dief Govert op zijn hoofd had geplaatst. De kroon van Govert heeft hij van het hoofd getild, En daarna heeft hij hem zo hard tegen de grond gegooid Dat de kroon in duizend stukken brak. En toen Govert het zag, behaagde het hem allerminst: Hij wierp het kind in de lucht, met zo'n vaart Dat het weinig scheelde of hij had zijn been gebroken. Het kind begon te schreeuwen, met zeer luide stem; {{vnr|1000}} Het rende naar zijn moeder, die erdoor ontzet was; En zo verstopte hij zich in haar met hermelijn gevoerde gewaad. Hij wist heel goed dat hij iets slechts had gedaan, maar de zaak was geschied. &nbsp;&nbsp;Govert was zo bedroefd dat hij niet wist wat hij moest doen, Toen hij zijn kroon zo in stukken zag liggen. </poem> |}<noinclude></noinclude> 319dmmdtitpihhd8xqvq2hoxgqc8v0c Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/52 104 87602 228108 226537 2026-10-12T09:23:50Z Havang(nl) 4330 228108 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> Toen zei een ridder, die een slecht karakter had, Hanfred was zijn naam; deze wilde niet zwijgen, Maar hij zei tegen Govert: "Bij het geloof in de heilige Hilarius, "Dit teken op deze plek moet u ten zeerste mishagen: "Ik wil dat u mijn lichaam door paarden laat voortslepen,{{vnr|1010}} "Als dit kind blijft leven en u later niet gaat haten. "Als u mij zou willen geloven, zou u hem laten ombrengen, "En zonder dralen het hoofd afhakken, of verdrinken." Toen Rose hem het zachtmoedige kind hoorde veroordelen, Stond zij op, de dame met het heldere gezicht, En zei: "Valse ridder! U heeft mij een groot onrecht gezegd, "U die mijn kind veroordeelt tot zo'n zware straf. "''Moge de geheimvolle Maagd u een slechte dag bezorgen!'' "Want onder uw gelijken zie ik niemand naar voren treden "Die tegen mijn kind iets zegt dat kan mishagen.{{vnr|1020}} "Het slechtste wiel hoort men immers heel vaak het hardste kraken." &nbsp;&nbsp;Rose was in het paleis, dat haar zeer mishaagde, In haar armen haar zoon in wie de schoonheid zich vermenigvuldigde. Govert riep uit: "Kind, voorwaar, ik zou willen Dat je verdronken was in de {{SIC|rivier van Ooi|uiterwaardrivier}} "Nooit zal ik van je houden, wat ik ook mag zien. "De brandnetel die steken moet, groeit al vroeg als onkruid." Toen zei een ridder: "Ik wil graag dat iedereen mij hoort; "Heer Govert," zei hij, dwaasheid zou u beheersen, "Als u om een onschuldige zo het slechte pad op gaat."{{vnr|1030}} "Onschuldig!" zei Govert, "als ik dacht dat hij onschuldig was, "Zou ik hem alles wat hij mij heeft aangedaan onmiddellijk vergeven." En de ridder zei: "Ik zou heel goed weten te bewijzen "Of hij werkelijk onschuldig is, want ik zou hem plaatsen "Tussen twee mooie schalen, waar ik hem zou laten zitten; "En in een van de schalen zou ik appels leggen, "En de andere hiernaast zou ik met florijnen vullen. "Tussen deze twee schalen zou ik dit kind plaatsen: "En als hij naar de appels ging, in plaats van naar het geld, "''Beloof ik u dat ik hem voor onschuldig zou houden;''{{vnr|1040}} </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> l4geoz0o9b1kem5qikawssda3um0iwi 228142 228108 2026-10-12T09:39:19Z Havang(nl) 4330 Versie 228108 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228142 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Dont dist ·j· chevaliers, qui cuer ot de put-aire, Hainfrois avoit à non ; chius ne se volt pas taire, Ains a dit à Gaufroit : « foy que doi saint Islaire, « Chius signes chi-endroit vous doit forment desplaire : « Je voel que vous fachiez mon corpz à chevaus traire, « Sé chiux enfes-chi vit, s’encor ne vous fait haire. « Sé croire m’en voliés, vous le feriés desfaire, « Et le teste trenchier, ou noïer, sans retraire. » Quant Roze li oï jugier le de-bon-aire, En estant se drécha, le dame au cler viaire, Et dist « fax chevaliers ! dit m’avez grant contraire, « Qui jugiés mon enfant d’avoir si grief solaire. « Que mau jour vous otroit le Vierge secrétaire ! « Car de vous, pour sievir, n’en voi nul avant traire « Qui die à mon enfant cose qui puist desplaire. « Du car le piour roe ot-on bien souvent braire. » Roze fu ou palais, à cui forment anoie, Entre ses bras son fil où biauté mouteploie. Gaufrois s’est escriiés : « enfes, voir je vauroie « Que tu fuissez noiiés, en le rivière d’Oie ! « Jammais ne t’amerai, pour coze que je voie. « Ortie qui doit poindre hastéement ortoie. » Dont dist ·j· chevaliers : « bien voel que cascuns m’oie ; « Sire Gaufrois, » dist-il, « sotie te cuivroie, « Qui pour ·j· innochent es en si maise voie. » « Innochent ! » dist Gaufrois, « s’innocent le cuidoie, « Tout chou qu’il m’aroit fait tantost li pardonroie. » Et dist li chevaliers : « bien esprouver saroie « S’il est drois innochens car je le méteroie « Entre ·ij· biax bachins, où assir le feroie ; « Et en l’un des bachins pumes je méteroie, « Et l’autre par dechà de florins combleroie. « Entre ces ·ij· bachins cel enfant pozeroie : « Et s’il aloit as pumes, enchois qu’à le monnoie, « Je vous ai en couvent qu’inocent le tenroie ; </poem> |valign=top| <poem> Toen zei een ridder, die een slecht karakter had, Hanfred was zijn naam; deze wilde niet zwijgen, Maar hij zei tegen Govert: "Bij het geloof in de heilige Hilarius, "Dit teken op deze plek moet u ten zeerste mishagen: "Ik wil dat u mijn lichaam door paarden laat voortslepen,{{vnr|1010}} "Als dit kind blijft leven en u later niet gaat haten. "Als u mij zou willen geloven, zou u hem laten ombrengen, "En zonder dralen het hoofd afhakken, of verdrinken." Toen Rose hem het zachtmoedige kind hoorde veroordelen, Stond zij op, de dame met het heldere gezicht, En zei: "Valse ridder! U heeft mij een groot onrecht gezegd, "U die mijn kind veroordeelt tot zo'n zware straf. "''Moge de geheimvolle Maagd u een slechte dag bezorgen!'' "Want onder uw gelijken zie ik niemand naar voren treden "Die tegen mijn kind iets zegt dat kan mishagen.{{vnr|1020}} "Het slechtste wiel hoort men immers heel vaak het hardste kraken." &nbsp;&nbsp;Rose was in het paleis, dat haar zeer mishaagde, In haar armen haar zoon in wie de schoonheid zich vermenigvuldigde. Govert riep uit: "Kind, voorwaar, ik zou willen Dat je verdronken was in de {{SIC|rivier van Ooi|uiterwaardrivier}} "Nooit zal ik van je houden, wat ik ook mag zien. "De brandnetel die steken moet, groeit al vroeg als onkruid." Toen zei een ridder: "Ik wil graag dat iedereen mij hoort; "Heer Govert," zei hij, dwaasheid zou u beheersen, "Als u om een onschuldige zo het slechte pad op gaat."{{vnr|1030}} "Onschuldig!" zei Govert, "als ik dacht dat hij onschuldig was, "Zou ik hem alles wat hij mij heeft aangedaan onmiddellijk vergeven." En de ridder zei: "Ik zou heel goed weten te bewijzen "Of hij werkelijk onschuldig is, want ik zou hem plaatsen "Tussen twee mooie schalen, waar ik hem zou laten zitten; "En in een van de schalen zou ik appels leggen, "En de andere hiernaast zou ik met florijnen vullen. "Tussen deze twee schalen zou ik dit kind plaatsen: "En als hij naar de appels ging, in plaats van naar het geld, "''Beloof ik u dat ik hem voor onschuldig zou houden;''{{vnr|1040}} </poem> |}<noinclude></noinclude> kzma9krdt72n125n9katxxyj8nk7g1p Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/53 104 87603 228109 226523 2026-10-12T09:24:17Z Havang(nl) 4330 228109 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> "''Als hij naar de florijnen ging, zou ik niet weten wat te zeggen;'' "Dan zou hij verstand in zich hebben. Zo kunt u via deze weg "Te werk gaan; als uw raad ermee instemt. En Gövert antwoordde: "Nu snel, ik smeek het u, "Beproef dit kind, voordat ik hem verdrink." Zo kreeg het kind uitstel, aan wie God vreugde moge schenken. Daarom zegt een spreekwoord: het is beter onderweg Een goede, zekere vriend te vinden, dan een penning in de buidelriem. &nbsp;&nbsp;"Heren," zei de verrader, wiens naam Govert was, "Laat dit kind onmiddellijk beproeven:{{vnr|1050}} "Want als hij de florijnen als eerste pakt, "Voordat hij naar de appels kijkt, is er geen klerk noch burger "Die hem voor onschuldig houdt, nu niet en nooit niet. "Vanwege het onrecht dat hij de franjes heeft gebroken "Van de gouden kroon, waarmee ik zojuist koning was geworden, "Zal ik een oordeel krijgen van de hoofse ridders." Toen de Koningin de hardvochtige verrader hoorde, Bad zij zachtjes tot God, die aan het kruis werd genageld: Dat Hij haar kind het hart moge geven om eerst appels te pakken, Voordat hij de florijnen pakt; opdat het recht aan zijn kant staat.{{vnr|1060}} &nbsp;&nbsp;Moge God Boudewijn nu behoeden voor het onheil van deze maand! Want een zware beproeving legt men hem voor de keuze; Dat is geen eerlijke beproeving, de wet schrijft dat helemaal niet voor. ''Kinderen willen liever erwten eten,'' ''Dan in de beurs van hun moeder honderd {{SIC|tournooise ponden|1 Toernooise pond=20 stuivers}} hebben.'' &nbsp;&nbsp;Nu hebben de baronnen van het land Bauduin genomen: Tussen twee mooie schalen hebben zij het kindje neergezet. Een van deze schalen was met appels gevuld; De andere, aan de rechterkant, met goede massieve florijnen. In het midden van de schalen zat het kleine kind: {{vnr|1070}} Hij had genoeg gegeten, hij had helemaal geen honger; Hij kijkt naar de gele en glanzende florijnen; Aan de andere kant ziet hij de appels prachtig uitgestald. Het kind schat ze geen cent waard, Want hij had geen honger, hij werd er niet door verleid; </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> b8qh95ckdkixwjut2f9n24k9nmkyrrw 228143 228109 2026-10-12T09:39:29Z Havang(nl) 4330 Versie 228109 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228143 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> « S’il aloit as florins, que dire n’en saroie ; « Il aroit sens en lui. Ensi, par ceste voie, « Porras user de chou ; se tes consaus l’otroie. » Et Gaufrois respondi : « or tost, je vous em proie, « Esprouvés cest enfant, enchois que je le noie. » Ensi fu respitez l’enfès, qui Diex doint joye. Pour ce, dist ·j· proverbes, miex vaut trouver en voie Un boin certain ami, que denier en coroie. « Signour, dist li traitres, qui ot à nom Gaufrois, « Faites tost esprouver cest enfant démanois : « Car se les florins prent à le première fois, « Enchois qu’il voit as pums, il n’est clers ne bourgois « Qui innocence i tiengne, ne des ans ne des mois. « A l’injure de chou qu’il a brisiés les plois « De la couronne d’or, dont estoie ore roys, « Jugement en arai des chevaliers courtois. » Quant le Royne oy le traitour redois, Doucement prie Dieu, qui fu mis en la crois : Qu’il doinst cuer son enfant de pumez prendre, enchois Qu’il prende les florins ; que siens en soit li drois. Or gart Diex Bauduin d’encombre celui mois ! Car une forte espreuve li met-on à sen cois ; Che n’est pas droite espreuve, point ne l’apporte lois. Plus quier ont li enfant à mengier baiiens pois, Qu’en le bourse se mère ·c· libvres de tournois. Or ont pris Bauduin li baron du paiis : Entre ·ij· biaus bachins ont l’enfanchon assis. Li ·j· de ces bachins fu de pumes emplis ; Li autres, au droit lez, de bons florins massis. En milieu des bachins fu li enfès petis : Il ot assez menguiet, ne fu mie famis ; Regarde les florins gannes et agensis ; D’autre part voit les pumez paréez à devis. Li enfès ne lez prise valissant un parsiis, Car n’avoit mie fain, ne pas n’en fu sourpris ; </poem> |valign=top| <poem> "''Als hij naar de florijnen ging, zou ik niet weten wat te zeggen;'' "Dan zou hij verstand in zich hebben. Zo kunt u via deze weg "Te werk gaan; als uw raad ermee instemt. En Gövert antwoordde: "Nu snel, ik smeek het u, "Beproef dit kind, voordat ik hem verdrink." Zo kreeg het kind uitstel, aan wie God vreugde moge schenken. Daarom zegt een spreekwoord: het is beter onderweg Een goede, zekere vriend te vinden, dan een penning in de buidelriem. &nbsp;&nbsp;"Heren," zei de verrader, wiens naam Govert was, "Laat dit kind onmiddellijk beproeven:{{vnr|1050}} "Want als hij de florijnen als eerste pakt, "Voordat hij naar de appels kijkt, is er geen klerk noch burger "Die hem voor onschuldig houdt, nu niet en nooit niet. "Vanwege het onrecht dat hij de franjes heeft gebroken "Van de gouden kroon, waarmee ik zojuist koning was geworden, "Zal ik een oordeel krijgen van de hoofse ridders." Toen de Koningin de hardvochtige verrader hoorde, Bad zij zachtjes tot God, die aan het kruis werd genageld: Dat Hij haar kind het hart moge geven om eerst appels te pakken, Voordat hij de florijnen pakt; opdat het recht aan zijn kant staat.{{vnr|1060}} &nbsp;&nbsp;Moge God Boudewijn nu behoeden voor het onheil van deze maand! Want een zware beproeving legt men hem voor de keuze; Dat is geen eerlijke beproeving, de wet schrijft dat helemaal niet voor. ''Kinderen willen liever erwten eten,'' ''Dan in de beurs van hun moeder honderd {{SIC|tournooise ponden|1 Toernooise pond=20 stuivers}} hebben.'' &nbsp;&nbsp;Nu hebben de baronnen van het land Bauduin genomen: Tussen twee mooie schalen hebben zij het kindje neergezet. Een van deze schalen was met appels gevuld; De andere, aan de rechterkant, met goede massieve florijnen. In het midden van de schalen zat het kleine kind: {{vnr|1070}} Hij had genoeg gegeten, hij had helemaal geen honger; Hij kijkt naar de gele en glanzende florijnen; Aan de andere kant ziet hij de appels prachtig uitgestald. Het kind schat ze geen cent waard, Want hij had geen honger, hij werd er niet door verleid; </poem> |}<noinclude></noinclude> 30yjut9ukv5he01d4yxr5nr0dyc1noo Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/54 104 87604 228110 226524 2026-10-12T09:24:44Z Havang(nl) 4330 228110 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <section begin="fr"/>{{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/><poem> Hij stak zijn vier vingers uit naar de schaal met het goud. Naar mijn mening zou hij de florijnen hebben gepakt; Toen heeft Jezus Christus daar een van Zijn engelen gestuurd, Die God daarheen zond uit Zijn heilige paradijs; Om dit kind te redden: want Jezus Christus heeft hem gemaakt{{vnr|1080}} Om de allerkoenste van alle dapperen te zijn Die er ooit in deze eeuw is geweest. Door God werd hij aangesteld, Om het rijk te handhaven waar hij werd verheven, En de heilige stad waar God stierf en leefde: Dat is Jeruzalem, dat geheel aan de Joden toebehoorde, Waarvan Boudewijn koning werd; terwijl hij het gebied bewaakte, De tempel van Salomon en alle gebouwen, De nobele kandelaars, die in Mekka zijn geplaatst. Zo dapper en krachtig was hij, minzaam en elegant, Dat hij op een dag door dertig bastaarden werd gediend;{{vnr|1090}} Waarvan de minste koning was in het land van de Perzen, Precies zoals u zult horen; mits men naar mijn woorden luistert. {{lijn|6em}} </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> 10g2kk0i3wnx5xjl7l95ce0tbica7ha 228144 228110 2026-10-12T09:39:39Z Havang(nl) 4330 Versie 228110 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228144 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| |valign=top| <poem> Vers le bachin à l’or a les ·iiij· dois mis. Par le mien essient, as florins se fuist mis ; Quant Jhésu-Cris y a ·j· sien angèle tramis, Que Diex i envoïa de son saint paradis ; Pour cel enfant sauver : car fait l’a Jhésu-Cris Pour estre souverains de tous les plus hardis C’onques fuist en ce siècle. De Diu fu establis, Pour maintenir le règne où il fu surrexis, Et le sainte chité où Diex fu mors et vis : Chou est Jhérusalem, qui tout fu as Juis, Dont Bauduins fu roys ; en gardant le pourpris Le temple Salemon et tous les édifis, Les noblez candelabrez, qu’à Mièques sont assis. Tant fu preus et vaillans, amoureus et faitis, Que de ·xxx· bastars fu à ·j· jour servis ; Dont li menres fu rois en le terre des Persis, Ensi com vous orrés ; mais c’on oche mes dis. {{lijn|6em}} </poem> |valign=top| <poem> Hij stak zijn vier vingers uit naar de schaal met het goud. Naar mijn mening zou hij de florijnen hebben gepakt; Toen heeft Jezus Christus daar een van Zijn engelen gestuurd, Die God daarheen zond uit Zijn heilige paradijs; Om dit kind te redden: want Jezus Christus heeft hem gemaakt{{vnr|1080}} Om de allerkoenste van alle dapperen te zijn Die er ooit in deze eeuw is geweest. Door God werd hij aangesteld, Om het rijk te handhaven waar hij werd verheven, En de heilige stad waar God stierf en leefde: Dat is Jeruzalem, dat geheel aan de Joden toebehoorde, Waarvan Boudewijn koning werd; terwijl hij het gebied bewaakte, De tempel van Salomon en alle gebouwen, De nobele kandelaars, die in Mekka zijn geplaatst. Zo dapper en krachtig was hij, minzaam en elegant, Dat hij op een dag door dertig bastaarden werd gediend;{{vnr|1090}} Waarvan de minste koning was in het land van de Perzen, Precies zoals u zult horen; mits men naar mijn woorden luistert. {{lijn|6em}} </poem> |}<noinclude></noinclude> jwrgk7vr9n0p8b1mgw2zrvnz98fpwi3 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/55 104 87605 228078 226539 2026-10-12T09:04:39Z Havang(nl) 4330 228078 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude><section begin="fr"/> {| |valign=top| {{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/>{{c|'''{{xxxx-larger|DE ROMANS}}<br>VAN}} {{c|{{xx-larger|BOUDEWIJN VAN SEBOURG.}}'''}} {{lijn|6em}} {{dhr|05.em}} {{c|{{larger|'''ZANG II.'''}}}} {{dhr|1.5em}} <poem> Nu begint mijn stof en een goed opgebouwd boek, Genomen uit een ware kroniek, bewezen door geschriften; Komend van tak tot tak, met mooie en gepolijste woorden, Tot de Bastaard van Bouillon. Steeds verder afdalend: Naar Hugo van Odekijn en naar zijn beide zonen, Gerwijn de goedbewapende en Segewijn de edele; in de pas van Salahadin; en daarna bij de heilige Lodewijk. En daarna zult u horen hoe Chauveignis kwam; En van Cassant zijn zoon; en van de goede koning Polis. Tot de grote Philips ben ik goed geinformeerd ;{{vnr|10}} En van de inname van Acre, de stad van grote waarde; Komend tot de mooie Koning en zijn vijanden: Dat waren die van Vlaanderen, waar hij altijd oorlog voerde. Zie hier een mooie materie op rijm gezet met mooie woorden: Het gaat over wapens en liefde en grote paleizen, Over de inname van steden, het verwerven van roem en buit. Hier kunnen onwetenden, wier harten openstaan, Van mij leren, zin, rede en advies horen. Maar de mens die luistert, als hij het niet begrijpt, is minder waard: Zeker, dat is degene die jaagt op wat hij nog nooit gegrepen heeft.{{vnr|20}} &nbsp;&nbsp;Heren, luister nu; moge God u redden! Naar het kind Boudewijn wil ik teruggaan, Die zijn hand naar het gouden bekken wilde steken. Ach! God, wat is dat met {{SIC|geld|zilvergeld}}? Hij wist het goed te noemen Die het de naam {{SIC|zilver|zilvergeld}} gaf: het zet de mensen in vuur en vlam. </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> sj2ioqc56n21ywszqcoukjlezup01pv 228111 228078 2026-10-12T09:30:40Z Havang(nl) 4330 Versie 228078 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228111 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| !Brontekst !Vertaling |- |valign=top| {{c|{{xxxx-larger|'''LI ROMANS'''}}<br>{{larger|'''DE'''}}<br>{{xx-larger|'''BAUDUIN DE SEBOURC.'''}}}} {{lijn|5em}} {{c|{{larger|'''CHANT II.'''}}}} {{dhr|1.5em}} <poem> Or commenche materre et livrez bien assis, Prise en vraie cronique, prouvée par escris ; Venant de branke en branke, par mos biaus et polis, Au Bastart de Buillon. En descendant tout dis : A Huon d’Odequin et à andeus ses fils, Gérin le bel armé et Séghin le gentis ; Au pas Salahadin ; et puis à saint Loys. Et puis aprez orrez comment vint Chauveignis ; Et de Cassant son fil ; et du bon roy Polis. Dusqu’au grant Philipus en sui-je bien garnis ; Et de le prise, d’Acre, la chité de grant pris ; Venant jusqu’au biau Roy et de ses anemis : Che furent cil de Flandres où guerroia tout dis. Véschi belle materre rimée de biaus dis : C’est d’armes et d’amours et de grans paletis, De prises de citez, d’acquerre los et pris. Chi poent nonsachant, qui coers ont assouplis Aprendre à moy, oïr sens, raison et avis. Mais li homs qui escoute, s’il n’entent en vault pis : Certez ch’est chiux qui cache, si n’a onques riens pris. Signour, or entendez ; que Diex vous puist sauver ! A l’enfant Bauduin me vaurai retourner, Qui au bachin à l’or voloit se main porter. E ! Diex, qu’est che d’argent ? chius le sot bien nommer Qui argent l’apella : les gens fait embraser. </poem> |valign=top| {{c|{{xxxx-larger|'''DE ROMANS'''}}<br>'''VAN'''<br>{{xx-larger|'''BAUDEWIJN VAN SEBOURG.'''}}}} {{lijn|5em}} {{c|{{larger|'''ZANG II.'''}}}} {{dhr|1.5em}} <poem> Nu begint mijn stof en een goed opgebouwd boek, Genomen uit een ware kroniek, bewezen door geschriften; Komend van tak tot tak, met mooie en gepolijste woorden, Tot de Bastaard van Bouillon. Steeds verder afdalend: Naar Hugo van Odekijn en naar zijn beide zonen, Gerwijn de goedbewapende en Segewijn de edele; in de pas van Salahadin; en daarna bij de heilige Lodewijk. En daarna zult u horen hoe Chauveignis kwam; En van Cassant zijn zoon; en van de goede koning Polis. Tot de grote Philips ben ik goed geinformeerd ;{{vnr|10}} En van de inname van Acre, de stad van grote waarde; Komend tot de mooie Koning en zijn vijanden: Dat waren die van Vlaanderen, waar hij altijd oorlog voerde. Zie hier een mooie materie op rijm gezet met mooie woorden: Het gaat over wapens en liefde en grote paleizen, Over de inname van steden, het verwerven van roem en buit. Hier kunnen onwetenden, wier harten openstaan, Van mij leren, zin, rede en advies horen. Maar de mens die luistert, als hij het niet begrijpt, is minder waard: Zeker, dat is degene die jaagt op wat hij nog nooit gegrepen heeft.{{vnr|20}} &nbsp;&nbsp;Heren, luister nu; moge God u redden! Naar het kind Boudewijn wil ik teruggaan, Die zijn hand naar het gouden bekken wilde steken. Ach! God, wat is dat met {{SIC|geld|zilvergeld}}? Hij wist het goed te noemen Die het de naam {{SIC|zilver|zilvergeld}} gaf: het zet de mensen in vuur en vlam. </poem> |}<noinclude></noinclude> 1pa67j72b9mqe0l2ot6mh4ounisbst0 Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/België/Barok en Rococo/Adriaen Brouwer 100 87713 228037 225070 2026-10-11T12:25:34Z Vincent Steenberg 280 +bron 228037 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Adriaen Brouwer | afbeelding = Brouwer by Van Dyck.jpg | alt = Portret door Anthony van Dyck | beschrijving = Bronnen bij de Zuid-Nederlandse schilder en tekenaar [[w:nl:Adriaen Brouwer|Adriaen Brouwer]] }} == Algemeen == == Inleidingen - Hand- en leerboeken == *Houbraken, Arnold (1718) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 1/Adriaan Brouwer|“Adriaan Brouwer”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel I (1718), p.&nbsp;318-333. == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Veilingen ==== ;1758 *''Catalogue de Tableaux de Cabinet de feu ... Robyns'' ..., Brussel, 22 mei 1758 ''sqq.''<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (4 mei 1758) [[:s:fr:Avis au Public le 22 May 1758, et jours suivants on vendra à Bruxelles (…)|‘Avis au Public le 22 May 1758, et jours suivants on vendra à Bruxelles […] [advertentie]’]], ''Amsterdamse Donderdagse Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1905 *''Catalogue des tableaux anciens formant la collection de Monsieur L. Bloch à Vienne'', Frederik Muller, Amsterdam, 14 november 1905.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (8 november 1905) [[Het Nieuws van den Dag/1905/Nummer 10999/Wetenschap en kunst|‘Wetenschap en kunst’]], ''Het Nieuws van den Dag'', p. 15. ;1920 *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. === Musea === ;Kaiser-Friedrich-Museum, Berlijn *Anoniem (7 oktober 1928) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 101/Nummer 32909/Aanwinsten in het Kaiser-Friedrich-Museum|‘Aanwinsten in het Kaiser-Friedrich-Museum’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, derde blad, p.&nbsp;10. ;Rijksmuseum Amsterdam *Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p.&nbsp;13, cat.nrs. 55-56. *Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.]: [s.n.], p.&nbsp;14, cat.nr. 52. === Tentoonstellingen === ;1922 *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;1935 *''Tentoonstelling van kunstwerken uit Antwerpsche verzamelingen. Catalogus'', Stedelijke Feestzaal, Antwerpen, 20 april-19 mei en 10 augustus-22 september 1935.<br />Aankondigingen en recensies: **Anoniem (18 april 1935) [[De Tijd/Jaargang 90/Nummer 28131/Avondblad/Kunsttentoonstelling te Antwerpen|‘Kunsttentoonstelling te Antwerpen’]], ''De Tijd'', Avondblad, [p.&nbsp;5]. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] jljgwvnv0njzdcovue2nyb23vjd2z94 Pagina:Li romans de Bauduin de Sebourc.pdf/85 104 87726 228079 227365 2026-10-12T09:05:20Z Havang(nl) 4330 228079 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude><section begin="fr"/> {| |valign=top| {{iwpage|fr}} |valign=top| <section end="fr"/> <section begin="nl"/>{{c|'''{{xxxx-larger|DE ROMANS}}<br>VAN}} {{c|{{xx-larger|BOUDEWIJN VAN SEBOURG.}}'''}} {{lijn|6em}} {{dhr|05.em}} {{c|{{larger|'''ZANG III.'''}}}} {{dhr|1.5em}} <poem> Heren, het is nu de juiste tijd dat ik u te kennen geef Hoe Eleanore, de schone maagd, In een vreemd land verscheen en zich toonde Aan haar trouwe geliefde, voor wie zij gedoopt was; En voor wie zij de hoge zee per schip was overgestoken. Zij lag die nacht in de herberg, zeer bedroefd; Maar zij sliep niet, voor al het goud van Pavia, In plaats daarvan zei ze de hele nacht: "zoete Maagd Maria, "Die in uw schoot de waardige vrucht des levens droeg, "Ik bid u en smeek u, zoete heilige Maagd,{{vnr|10}} "Dat u over mij wilt waken, dat mij geen schande overkomt; "En dat geen levende vrouw de heerschappij mag hebben "Over mijn trouwe geliefde, voor wie ik deze moeite doe. "Helaas! Het is voor niets; ik ben vol dwaasheid! "Esmeret kent mij noch mijn familie: "Zeker, als ik het hem vertel, zal hij me uitlachen. "Niettemin, nu ik zo dichtbij gekomen ben, "Zal ik hem al de slechtheid van Govert vertellen; "En hoe hij zijn heer uit afgunst heeft verkocht: "En daarna, als het hem behaagt, hoeft hij me niet te nemen.{{vnr|20}} "Als hij me niet wil trouwen, is het rechtvaardig dat ik hem smeek "Mij aan brood te helpen, binnen een abdij: "Dan zal ik voor hem bidden, zowel 's ochtends als 's avonds." Toen zei ze meteen daarna: "als ik te beschroomd ben "Om mijn eigen belang na te streven, zal ik diep beschaamd zijn: </poem> |} <section end="nl"/><noinclude></noinclude> c3efgk3yzbvinc2kf9h2aya5i7k5w3q 228112 228079 2026-10-12T09:31:45Z Havang(nl) 4330 Versie 228079 van [[Speciaal:Contributions/Havang(nl)|Havang(nl)]] ongedaan gemaakt. 228112 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Havang(nl)" /></noinclude>{| !Brontekst !Vertaling |- |valign=top| {{c|{{xxxx-larger|'''LI ROMANS'''}}<br>{{larger|'''DE'''}}<br>{{xx-larger|'''BAUDUIN DE SEBOURC.'''}}}} {{lijn|5em}} {{c|'''CHANT III.'''}} {{dhr|1.5em}} <poem> Signour, or est bien tampz que je vous sénéfie Comment Eliénor, la pucelle jolie, S’aparut et monstra, en estraingne partie, A son loïal ami, pour cui fu baptisie ; Et pour cui ot passet haute mer à navie. Elle jut à l’hostel le nuit moult courechie ; Mais elle ne dormist, pour tout l’or de Pavie, Ains disoit toute nuit : « douche Vierge-Marie, « Qui portas en tes flans le digne fruit de vie, « Je te prie et requier, douche Vierge saintie, « Que me voelliez garder, que n’aië villonnie ; « Et que femme vivans n’ait jà le signourrie « De mon loyal ami, pour cui sui traveillie. « Hélas ! c’est pour noient ; plainne sui de sotie ! « Esmerez ne cognoist ne moi ne ma lignie : « Certez, se je li di, de lui ère moquie. « Non pourquant, puis que je sui si avant approchie, « Li dirai de Gaufroi toute la félonnie ; « Et comment il vendi son signour, par envie : « Et puis, se il li plaist, si ne me prende mie. « S’espouser ne me voelt, drois est que je li prie « Moy fache avoir le pain, dedens une abéïe : « Si prierai pour lui et main et à nutie. » Puis dist à l’autre mot : « se je sui abaubie « De querre mon pourfit, je serai bien honnie : </poem> |valign=top| {{c|{{xxxx-larger|'''DE ROMANS'''}}<br>'''VAN'''<br>{{xx-larger|'''BAUDEWIJN VAN SEBOURG.'''}}}} {{lijn|5em}} {{c|{{larger|'''ZANG III.'''}}}} {{dhr|1.5em}} <poem> Heren, het is nu de juiste tijd dat ik u te kennen geef Hoe Eleanore, de schone maagd, In een vreemd land verscheen en zich toonde Aan haar trouwe geliefde, voor wie zij gedoopt was; En voor wie zij de hoge zee per schip was overgestoken. Zij lag die nacht in de herberg, zeer bedroefd; Maar zij sliep niet, voor al het goud van Pavia, In plaats daarvan zei ze de hele nacht: "zoete Maagd Maria, "Die in uw schoot de waardige vrucht des levens droeg, "Ik bid u en smeek u, zoete heilige Maagd,{{vnr|10}} "Dat u over mij wilt waken, dat mij geen schande overkomt; "En dat geen levende vrouw de heerschappij mag hebben "Over mijn trouwe geliefde, voor wie ik deze moeite doe. "Helaas! Het is voor niets; ik ben vol dwaasheid! "Esmeret kent mij noch mijn familie: "Zeker, als ik het hem vertel, zal hij me uitlachen. "Niettemin, nu ik zo dichtbij gekomen ben, "Zal ik hem al de slechtheid van Govert vertellen; "En hoe hij zijn heer uit afgunst heeft verkocht: "En daarna, als het hem behaagt, hoeft hij me niet te nemen.{{vnr|20}} "Als hij me niet wil trouwen, is het rechtvaardig dat ik hem smeek "Mij aan brood te helpen, binnen een abdij: "Dan zal ik voor hem bidden, zowel 's ochtends als 's avonds." Toen zei ze meteen daarna: "als ik te beschroomd ben "Om mijn eigen belang na te streven, zal ik diep beschaamd zijn: </poem> |}<noinclude></noinclude> s8egnef1edatdf02bhsmmn6nkcufn7n Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Willem van de Velde (II) 100 87955 228043 227025 2026-10-11T12:36:25Z Vincent Steenberg 280 +bron 228043 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Willem van de Velde (II) | afbeelding = Willem van de Velde II (1633-1707) - (by Lodewijk van der Helst, 1672).jpg | alt = Portret door Lodewijk van der Helst | beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder en tekenaar [[w:nl:Willem van de Velde de Jonge|Willem van de Velde de Jonge]] }} == Inleidingen == *Houbraken, Arnold (1719) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 2/Willem vanden Velde|“Willem vanden Velde”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel II, p.&nbsp;324-327. == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Veilingen ==== ;1767 *Anoniem (10 maart 1767) [[Amsterdamsche Courant/1767/Nummer 30/De Heeren Executeurs|‘De Heeren Executeurs van den Testamente van wyle Mejuffrouw Elisabeth van der Sterre […] zyn van mening op Maandag den 23 Maart 1767 […] te Rotterdam […] te verkopen, […] [advertentie]’]], ''Amsterdamsche Dingsdagsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1867 *''Catalogue de la collection de dessins anciens et modernes, galeries, livres à figures et sur les arts et première partie des gravures et eaux-fortes de toutes les écoles de feu m. Herman de Kat (van Oost- en West-Barendrecht et Carnisse)'', Dirk A. en A.J. Lamme, Hôtel des Notaires, Rotterdam, 4-8 maart 1867.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (9 maart 1867) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 68/De belangrijke veiling|‘De belangrijke veiling van prenten en teekeningen, […] nagelaten door den heer H. de Kat van Oost- en West-Barendrecht en Carnisse, […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1877 *''Catalogue de tableaux anciens de premier ordre des écoles hollandaise et flamande provenant de différentes successions vente à Amsterdam à hôtel "De Brakke Grond" le mercredi 16 mai 1877'', Van Pappelendam & Schouten, Amsterdam.<br>Uitslagen: **Anoniem (17 mei 1877) [[Algemeen Handelsblad/1877/Nummer 14517/Uitslag der veiling|‘Uitslag der veiling van oude schilderijen op heden, in „de Brakke Grond” alhier. […]’]], ''Algemeen Handelsblad'', [p.&nbsp;3]. ;1920 *''Tableaux anciens. Quatre tableaux de la collection Six, tableaux et aquarelles modernes, antiquités et objets d’art'', Frederik Muller & Cie. (Ant.W.M. Mensing), Amsterdam, 29 juni-2 juli 1920.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (19 juni 1920) [[De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen. Frederik Muller’]], ''De Telegraaf'', Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. ;1927 *''Collections de Feu le Baron Léon de Pitteurs Hugaerts d'Ordange et Autres Provenances'', Galerie Fievez, Brussel, 14-17 december 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. === Musea === ;Groninger Museum *Anoniem (31 maart 1915) [[Nieuwsblad van het Noorden/Jaargang 76/Nummer 28/Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot|‘Het geschenk van dr. P. Hofstede de Groot’]], ''Nieuwsblad van het Noorden'', [eerste blad, p.&nbsp;2]. ;Rijksmuseum Amsterdam *Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p.&nbsp;73-76, cat.nrs. 315-322. *Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.]: [s.n.], p.&nbsp;71-73, cat.nrs. 324-329. *Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p.&nbsp;147-149, cat.nrs. 329-334. === Tentoonstellingen === ;1872 *''Tentoonstelling van zeldzame en belangrijke schilderijen van oude meesters. In de kunstzalen der Maatschappij „Arti et Amicitiae.” Ten behoeve van het Weduwen- en Wezenfonds'', Arti et Amicitiae, Amsterdam, 12 april 1872-....<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (14-15 april 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 89/Amsterdam, 12 April|‘Amsterdam, 12 April’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', bijvoegsel, [p.&nbsp;1]. ;1917 *''Collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, Den Haag, oktober 1917, oktober-november 1917.<br>Aankondigingen en recensies: **Ω (12 oktober 1917) [[Algemeen Handelsblad/Jaargang 90/Nummer 28937/Ochtendblad/Kunst in Den Haag|‘Kunst in Den Haag. Konijnenburg bij Kleykamp. – De verzameling-Goudstikker. – Groepen in Pulchri’]], ''Algemeen Handelsblad'', Ochtendblad, tweede blad, p.&nbsp;5. ;1922 *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] rmdqtxiseeijtxxwsm0mdb6tfzygdtm Friesch Dagblad/Jaargang 41/Nummer 47/Wat is humanisme? 0 89655 228056 227718 2026-10-11T18:10:59Z Vincent Steenberg 280 228056 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Wat is humanisme? „Godsdienst voor buitenkerkelijken”’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit het ''Friesch Dagblad'', maandag 25 februari 1946, [p.&nbsp;2]. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Friesch Dagblad vol 041 no 047 Binnenland (2).djvu" from=1 to=1 fromsection=s1 tosection=s1/> [[Categorie:Friesch Dagblad]] 33bla5nf2qhc5mzqqf3yokmuuuxqkak De Middelnederlandsche dramatische poëzie/Inleiding 0 89891 228027 2026-10-11T12:04:53Z Havang(nl) 4330 /* Proefgelezen */ 228027 wikitext text/x-wiki <pages index="Henri Ernest Moltzer, De Middelnederlandsche dramatische poëzie (1875).pdf"from=9 fromsection=s1 to=9 tosection=s1 header=1 /> [[Categorie:Middeleeuwse teksten]] aoo5k84mqm9g6z6hm3g2ni78ijssmx2 De Middelnederlandsche dramatische poëzie/WERELDLIJK DRAMA 0 89892 228028 2026-10-11T12:07:02Z Havang(nl) 4330 /* Proefgelezen */ 228028 wikitext text/x-wiki <pages index="Henri Ernest Moltzer, De Middelnederlandsche dramatische poëzie (1875).pdf"from=42 fromsection=s2 to=70 header=1 /> [[Categorie:Middeleeuwse teksten]] 4zdzxvdcxlmrfgcbs2emd5o4jb67ind Hoofdportaal:Beeldende kunst/Schilderkunst/Nederland/Barok en Rococo/Jan van der Heyden 100 89893 228044 2026-10-11T13:34:37Z Vincent Steenberg 280 begin 228044 wikitext text/x-wiki {{Infobox thema | naam = Jan van der Heyden | afbeelding = Portrait of Jan van der Heyden 001 cropped (cropped more).jpg | alt = Portret van Jan van der Heyden, 1661 | beschrijving = Bronnen bij de Noord-Nederlandse schilder, tekenaar, etser en uitvinder [[w:nl:Jan van der Heyden|Jan van der Heyden]] }} == Inleidingen == *Houbraken, Arnold (1721) [[De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen/Deel 3/Joan vander Heyden|“Joan vander Heyden”]], in: Arnold Houbraken (1718-1721) ''De Groote Schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen'', Amsterdam: [s.n.], deel III, p.&nbsp;80-82. == Verzamelen - Musea - Tentoonstellingen == === Verzamelen === ==== Veilingen ==== ;1867 *''Catalogue de la collection de dessins anciens et modernes, galeries, livres à figures et sur les arts et première partie des gravures et eaux-fortes de toutes les écoles de feu m. Herman de Kat (van Oost- en West-Barendrecht et Carnisse)'', Dirk A. en A.J. Lamme, Hôtel des Notaires, Rotterdam, 4-8 maart 1867.<br>Aankondigingen en opbrengst: **Anoniem (9 maart 1867) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/1867/Nummer 68/De belangrijke veiling|‘De belangrijke veiling van prenten en teekeningen, […] nagelaten door den heer H. de Kat van Oost- en West-Barendrecht en Carnisse, […]’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', [p.&nbsp;2]. ;1872 *''Veiling'', Pillet, Parijs, 6 maart 1872.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (12 maart 1872) [[Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage/Jaargang 205/Nummer 61/De derde serie schilderijen, (...) leverde een zeer schoone veiling op|‘De derde serie schilderijen, […] leverde een zeer schoone veiling op, […]’]], ''Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage'', [p.&nbsp;1]. ;1927 *''Collections de Feu le Baron Léon de Pitteurs Hugaerts d'Ordange et Autres Provenances'', Galerie Fievez, Brussel, 14-17 december 1927.<br>Aankondigingen en opbrengsten: **Anoniem (3 december 1927) [[Nieuwe Rotterdamsche Courant/Jaargang 84/Nummer 334/Avondblad/Veilingen|‘Veilingen’]], ''Nieuwe Rotterdamsche Courant'', Avondblad, B, p.&nbsp;1. === Musea === ;Rijksmuseum Amsterdam *Anoniem (1809) ''[[Catalogus der schilderijen, oudheden enz. op het Koninklijk Museum te Amsterdam]]'', Amsterdam: Gebroeders van Cleeff, p.&nbsp;32-33, cat.nrs. 124-128. *Anoniem (1830) ''[[Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam (1830)|Aanwijzing der schilderijen, berustende op 's Rijks Museum, te Amsterdam]]'', [s.l.: s.n.], p.&nbsp;31-32, cat.nrs. 122-124. *Dubourcq, P.L. (1858) ''[[Beschrijving der schilderijen op 's Rijks Museum te Amsterdam|Beschrijving der schilderijen op ’s Rijks Museum te Amsterdam met Fac Simile der Naamteekens]]'', Amsterdam: Frans Buffa & Zonen, p.&nbsp;61-62, cat.nrs. 122-124. === Tentoonstellingen === ;1922 *''Tentoonstelling collectie Goudstikker'', Pulchri Studio, ’s-Gravenhage, 4-30 november 1922.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (10 november 1922) [[Haagsche Courant/1922/Nummer 12190/Tentoonstelling collectie-Goudstikker|‘Tentoonstelling collectie-Goudstikker’]], ''Haagsche Courant'', Eerste blad, p.&nbsp;2. ;1940 *''Paaschtentoonstelling van oude schilderijen collectie N.V. Kunsthandel P. de Boer, waarbij o.a. geëxposeerd Titiaan-allegorie'', Rotterdamsche Kunstkring, Rotterdam, 21 maart-8 april 1940.<br>Aankondigingen en recensies: **Anoniem (23 maart 1940) [[Rotterdamsch Nieuwsblad/Jaargang 62/Nummer 19017/Paaschtentoonstelling in den Kunstkring|‘Paaschtentoonstelling in den Kunstkring. Oude schilderijen uit de collectie P. de Boer’]], ''Rotterdamsch Nieuwsblad'', vijfde blad, p.&nbsp;3. == Bijzondere onderwerpen == ;Jan van der Heyden de uitvinder *Anoniem (22 april 1895) [[De Tijd/Nummer 14507/Voordracht over Oud-Holland|‘Voordracht over Oud-Holland’]], ''De Tijd'', Tweede Blad, [p.&nbsp;3]. *Weissman, A.W. (31 maart 1900) [[De Opmerker/Jaargang 35/Nummer 13/Het vroeger beheer der Amsterdamsche openbare werken|‘Het vroeger beheer der Amsterdamsche openbare werken [3]’]], ''De Opmerker'', jrg. 35, nr. 13, p.&nbsp;97-101. [[Categorie:Wikisource:Hoofdportaal beeldende kunst]] o39xk2n9vpp17ffgoemksncw2r3r7hi De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Natuurkundig Gezelschap te Leiden 0 89894 228046 2026-10-11T13:40:45Z Vincent Steenberg 280 nieuw 228046 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Natuurkundig Gezelschap te Leiden’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit ''De Telegraaf'', zaterdag 19 juni 1920, Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="De Telegraaf vol 028 no 10870 Avondblad KUNST EN LETTEREN.pdf" from=1 to=1 fromsection=s8 tosection=s8/> [[Categorie:De Telegraaf, Jaargang 028, Nummer 10870]] e52rvcj9ufqojou8e1agrxid92fysu5 De Telegraaf/Jaargang 28/Nummer 10870/Avondblad/Het jubileum der briefkaart 0 89895 228047 2026-10-11T13:49:34Z Vincent Steenberg 280 nieuw 228047 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Het jubileum der briefkaart’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit ''De Telegraaf'', zaterdag 19 juni 1920, Avondblad, derde blad, p.&nbsp;9. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="De Telegraaf vol 028 no 10870 Avondblad KUNST EN LETTEREN.pdf" from=1 to=1 fromsection=s9 tosection=s9/> [[Categorie:De Telegraaf, Jaargang 028, Nummer 10870]] 9vtznq7i66c2b1ix8173h3hmpdisant Index:Nieuw Utrechtsch Dagblad vol 006 no 354 Het Humanistisch Verbond.djvu 106 89896 228048 2026-10-11T16:20:30Z Vincent Steenberg 280 nieuw 228048 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=tijdschrift |Taal=nl |wikidata= |Titel=Nieuw Utrechtsch Dagblad |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar=1946 |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1=2 /> |Opmerkingen=[[Nieuw Utrechtsch Dagblad/Jaargang 6/Nummer 354/Het Humanistisch Verbond]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} 16m5jc9mux2jvw659wrjw4spmexy5yx Pagina:Nieuw Utrechtsch Dagblad vol 006 no 354 Het Humanistisch Verbond.djvu/1 104 89897 228049 2026-10-11T16:22:27Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 228049 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{c|{{x-larger|Het Humanistisch Verbond}}}} {{gap}}In de reeks van openbare manifestatievergaderingen, in het geheele land belegd door het Humanistisch Verbond, wordt Zondag, 10 Maart, half elf in de Vreeburgbioscoop, Vreeburg 8a, de bijeenkomst gehouden voor Utrecht. Sprekers: A. L. Constandse over „Waarom Humanist?” en Dr. J. C. Brandt Corstius „Waarom een Humanistisch Verbond?” Verder muziek en voordracht.<noinclude></noinclude> b8ukcc0wu1wtdp2ih2kpawd1jpi9ek5 Nieuw Utrechtsch Dagblad/Jaargang 6/Nummer 354/Het Humanistisch Verbond 0 89898 228050 2026-10-11T16:55:48Z Vincent Steenberg 280 nieuw 228050 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Het Humanistisch Verbond’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit het ''Nieuw Utrechtsch Dagblad'', woensdag 6 maart 1946, p.&nbsp;2. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Nieuw Utrechtsch Dagblad vol 006 no 354 Het Humanistisch Verbond.djvu" from=1 to=1/> [[Categorie:Nieuw Utrechtsch Dagblad]] 5f3m5x22oploltocegwroj5srbumzbh Index:Het Rotterdamsch Parool vol 015 no 119 Gelezen en gewogen.djvu 106 89899 228051 2026-10-11T17:24:49Z Vincent Steenberg 280 nieuw 228051 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=tijdschrift |Taal=nl |wikidata= |Titel=Het Rotterdamsch Parool |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar=1955 |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=djvu |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1=7 /> |Opmerkingen=[[Het Rotterdamsch Parool/Jaargang 15/Nummer 119/Gelezen en gewogen]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} 2j2y19suq0v3i7er2au0yw06hy5rtif Pagina:Het Rotterdamsch Parool vol 015 no 119 Gelezen en gewogen.djvu/1 104 89900 228052 2026-10-11T17:31:01Z Vincent Steenberg 280 /* Wikisource:Niet proefgelezen */ Nieuwe pagina aangemaakt met '{{Block center|{{xx-larger|GELEZEN}}{{gap|4em}}<br>{{gap|6em}}{{x-larger|''en gewogen''}}}} {{Initiaal|W}}ie dr P. van Overzee’s nieuwste boek „Het moderne humanisme in Nederland” ter hand neemt en dan meent, goed voorgelicht te worden over het onderwerp, dat tot titel is gekozen, komt beslist bedrogen uit. Een groot gebrek van dit werk — verschenen bij W. P. van Stockum & Zoon, ’s-Gravenhage, prijs ƒ&nbsp;8.90 — is al, dat het n… 228052 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{Block center|{{xx-larger|GELEZEN}}{{gap|4em}}<br>{{gap|6em}}{{x-larger|''en gewogen''}}}} {{Initiaal|W}}ie dr P. van Overzee’s nieuwste boek „Het moderne humanisme in Nederland” ter hand neemt en dan meent, goed voorgelicht te worden over het onderwerp, dat tot titel is gekozen, komt beslist bedrogen uit. Een groot gebrek van dit werk — verschenen bij W. P. van Stockum & Zoon, ’s-Gravenhage, prijs ƒ&nbsp;8.90 — is al, dat het nergens enige zekerheid geeft van wat de auteur onder humanisme verstaat. Het boek lezend kan men concluderen, dat het iets of veel te maken heeft met vooruitgang, emancipatie, verdraagzaamheid, protest tegen onrecht, pacifisme enz., maar voor ’n diepgaander beschouwing der {{SIC|behanlede|behandelde}} materie is het toch noodzakelijk, dat men de begrippen, waarmee men werkt, scherper definieert. Nog een conclusie kan men trekken: dr Van Overzee ziet kennelijk vrijzinnig protestantisme, vrijzinnigheid en humanisme als synoniemen. Bevredigend kunnen wij dit niet vinden. Verder: „het moderne humanisme?”. Dr Van Overzee komt er nauwelijks aan toe. Aan het Humanistisch Verbond — dat in deze dagen aandacht verdient — wijdt hij schraal vier pagina’s. In dit boek over „Het moderne humanisme”, dat 167 pagina’s telt, zijn aan het humanisme, of liever: aan humanistische stromingen en figuren uit de 16e, 17e en 18e eeuw ruim 100 bladzijden gewijd. Modern humanisme? En dan de wijze, waarop Simon Stevin, de 17e eeuwse Nederlandse ingenieur en natuurkundige, ons wordt getekend als humanist. Een der bewijzen, dat dr Van Overzee daarvoor overlegt, vindt U in de volgende, toch minstens zeer vreemde zin: De rel die in het Rooms-Katholieke Brugge werd ontketend, toen men zijn vierhonderdjarig geboortefeest met een blijvend monument wilde vieren, spreekt duidelijk in de richting, dat wij hier inderdaad met een Humanist te doen hebben". Vele van aergelijke keuvelzinnetjes vindt men in dit onbevredigende boek. Een der,,mooiste" willen wij U niet onthouden. Over Troelstra sprekend zegt dr Van Overzee: Uit zijn meestertitel blijkt, dat hij jurist was". Dat weten we dan al weer.<noinclude></noinclude> 8dnbxjj2o8aob0g8kwk5ha2kxng10y0 228053 228052 2026-10-11T17:49:25Z Vincent Steenberg 280 /* Proefgelezen */ 228053 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{Block center|{{xx-larger|GELEZEN}}{{gap|3em}}<br>{{gap|5em}}{{x-larger|''en gewogen''}}}} {{Initiaal|W}}ie dr P. van Overzee’s nieuwste boek „Het moderne humanisme in Nederland” ter hand neemt en dan meent, goed voorgelicht te worden over het onderwerp, dat tot titel is gekozen, komt beslist bedrogen uit. Een groot gebrek van dit werk — verschenen bij W. P. van Stockum & Zoon, ’s-Gravenhage, prijs ƒ&nbsp;8.90 — is al, dat het nergens enige zekerheid geeft van wat de auteur onder humanisme verstaat. Het boek lezend kan men concluderen, dat het iets of veel te maken heeft met vooruitgang, emancipatie, verdraagzaamheid, protest tegen onrecht, pacifisme enz., maar voor ’n diepgaander beschouwing der {{SIC|behanlede|behandelde}} materie is het toch noodzakelijk, dat men de begrippen, waarmee men werkt, scherper definieert. Nog een conclusie kan men trekken: dr Van Overzee ziet kennelijk vrijzinnig protestantisme, vrijzinnigheid en humanisme als synoniemen. Bevredigend kunnen wij dit niet vinden. Verder: „het moderne humanisme?”. Dr Van Overzee komt er nauwelijks aan toe. Aan het Humanistisch Verbond — dat in deze dagen aandacht verdient — wijdt hij schraal vier pagina’s. In dit boek over „Het moderne humanisme”, dat 167 pagina’s telt, zijn aan het humanisme, of liever: aan humanistische stromingen en figuren uit de 16e, 17e en 18e eeuw ruim 100 bladzijden gewijd. Modern humanisme? En dan de wijze, waarop Simon Stevin, de 17e eeuwse Nederlandse ingenieur en natuurkundige, ons wordt getekend als humanist. Een der bewijzen, dat dr Van Overzee daarvoor overlegt, vindt U in de volgende, toch minstens zeer vreemde zin: „De rel die in het Rooms-Katholieke Brugge werd ontketend, toen men zijn vierhonderdjarig geboortefeest met een blijvend monument wilde vieren, spreekt duidelijk in de richting, dat wij hier inderdaad met een Humanist te doen hebben”. Vele van dergelijke keuvelzinnetjes vindt men in dit onbevredigende boek. Een der „mooiste” willen wij U niet onthouden. Over Troelstra sprekend zegt dr Van Overzee: „Uit zijn meestertitel blijkt, dat hij jurist was”. Dat weten we dan al weer.<noinclude></noinclude> go7yd89l48xhdiw43s915q1yclmqbp2 228054 228053 2026-10-11T17:50:12Z Vincent Steenberg 280 opmaak 228054 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="3" user="Vincent Steenberg" /></noinclude>{{Block center|{{xx-larger|GELEZEN}}{{gap|3em}}<br>{{gap|3em}}{{x-larger|''en gewogen''}}}} {{Initiaal|W}}ie dr P. van Overzee’s nieuwste boek „Het moderne humanisme in Nederland” ter hand neemt en dan meent, goed voorgelicht te worden over het onderwerp, dat tot titel is gekozen, komt beslist bedrogen uit. Een groot gebrek van dit werk — verschenen bij W. P. van Stockum & Zoon, ’s-Gravenhage, prijs ƒ&nbsp;8.90 — is al, dat het nergens enige zekerheid geeft van wat de auteur onder humanisme verstaat. Het boek lezend kan men concluderen, dat het iets of veel te maken heeft met vooruitgang, emancipatie, verdraagzaamheid, protest tegen onrecht, pacifisme enz., maar voor ’n diepgaander beschouwing der {{SIC|behanlede|behandelde}} materie is het toch noodzakelijk, dat men de begrippen, waarmee men werkt, scherper definieert. Nog een conclusie kan men trekken: dr Van Overzee ziet kennelijk vrijzinnig protestantisme, vrijzinnigheid en humanisme als synoniemen. Bevredigend kunnen wij dit niet vinden. Verder: „het moderne humanisme?”. Dr Van Overzee komt er nauwelijks aan toe. Aan het Humanistisch Verbond — dat in deze dagen aandacht verdient — wijdt hij schraal vier pagina’s. In dit boek over „Het moderne humanisme”, dat 167 pagina’s telt, zijn aan het humanisme, of liever: aan humanistische stromingen en figuren uit de 16e, 17e en 18e eeuw ruim 100 bladzijden gewijd. Modern humanisme? En dan de wijze, waarop Simon Stevin, de 17e eeuwse Nederlandse ingenieur en natuurkundige, ons wordt getekend als humanist. Een der bewijzen, dat dr Van Overzee daarvoor overlegt, vindt U in de volgende, toch minstens zeer vreemde zin: „De rel die in het Rooms-Katholieke Brugge werd ontketend, toen men zijn vierhonderdjarig geboortefeest met een blijvend monument wilde vieren, spreekt duidelijk in de richting, dat wij hier inderdaad met een Humanist te doen hebben”. Vele van dergelijke keuvelzinnetjes vindt men in dit onbevredigende boek. Een der „mooiste” willen wij U niet onthouden. Over Troelstra sprekend zegt dr Van Overzee: „Uit zijn meestertitel blijkt, dat hij jurist was”. Dat weten we dan al weer.<noinclude></noinclude> gfdjkglg8fxm0oj48pz7npl79f4udxz Het Rotterdamsch Parool/Jaargang 15/Nummer 119/Gelezen en gewogen 0 89901 228055 2026-10-11T17:51:47Z Vincent Steenberg 280 nieuw 228055 wikitext text/x-wiki {{Koptekst | Titel = ‘Gelezen en gewogen’ | Schrijver = |Override_schrijver = een anonieme schrijver | Vertaler = |Override_vertaler = | Sectie = | Vorige = | Volgende = | Jaar = | Opmerkingen = Afkomstig uit ''Het Rotterdamsch Parool'', woensdag 25 mei 1955, p.&nbsp;7. [[Wikisource:Publiek domein|Publiek domein]]. }} <pages index="Het Rotterdamsch Parool vol 015 no 119 Gelezen en gewogen.djvu" from=1 to=1/> [[Categorie:Het Rotterdamsch Parool]] s93fg7qddjnraqpuimv24t31z99xlle Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/387 104 89902 228058 2026-10-11T18:24:11Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 228058 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr}} {{c|{{larger|SAGO TE SINGAPORE.}}}} Belangrijk is een eigenaardige tak van nijverheid voor Singapore, namelijk de bereiding van de witte Sago uit het ruwe produkt, dat van de noordwestkust van Borneo en de noordoostkust van Sumatra wordt aangevoerd. Bijna alle echte sago, die in den handel voorkomt, wordt hier, en dat wel uitsluitend door Chinesche werklieden bereid. Zoo als bekend is, wint men de sago uit het merg van onderscheidene palmen, vooral uit ''Sagus Rumphii'' en ''Sagus laevis'', welke soorten eene tamelijk begrensde verspreiding hebben en niet, zooals b.v. de kosmopolitische kokosboom, in alle keerkringslanden der oude en nieuwe wereld te huis zijn. Wanneer hij omgehouwen is, vertoont zich de stam dezer sagopalmen als een cylinder van ongeveer 20 duim in dwarsche doorsnede en 15 tot 20 voet lengte; van de houtachtige vezels ontdaan, levert hij ongeveer 700 pond zetmeel. Men kan zich eenig denkbeeld vormen van deze buitengewoon groote opbrengst, wanneer men weet, dat drie sagopalmen even zoo veel voedingsstof leveren als een Engelsche morgen<ref>Een acre, ongeveer 2/5 bunder.</ref> lands met tarwe beteeld; een met Sagopalmen beteeld stuk land, ter grootte van één Engelsche morgen, levert ongeveer 318,000 pond sago of zooveel voedingsstof als 163 acres tarweland. Daar de sago echter niet even smakelijk en voedend is als rijk in opbrengst, zal zij nergens, waar rijst groeit, dit voedsel verdringen. De grootste sagofabriek te Singapore, waar de ruwe sago gewasschen, geroosterd en in zoogenaamde geparelde Sago veranderd wordt, levert daarvan jaarlijks 100,000 centenaars. Dit berigt komt voor in de reisbeschrijving van het Oostenrijksche fregat ''Novara'' (deel II, bl. 112). {{r|[[Auteur:Herman Christiaan van Hall|{{sc|H. v. H}}]]{{gap|5em}}}} {{dhr}}{{lijn|5em}}{{dhr}}<noinclude>{{smallrefs}}</noinclude> s62m7dz1lhtxhr7pb3m6uc3nz0xf2hs Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/388 104 89903 228059 2026-10-11T18:28:39Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 228059 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" /></noinclude>{{dhr}} {{c|{{larger|OVER VERSTEENINGEN}} {{smaller|DOOR}} {{larger|[[Auteur:Tiberius Cornelis Winkler|Dr. {{sc|T. C. Winkler}}]]}}}} {{dhr|2}} {{rule|5em}} {{dhr}} Er zijn in de natuur dingen en verschijnselen, die, hetzij door hunne grootheid en schittering, hetzij door de ontzaggelijke verwoestingen en omkeeringen, die zij veroorzaken, ten allen tijde de verbeelding van den mensch hebben getroffen en zijne verbazing of vrees hebben opgewekt. Uitbarstingen van vulkanen, aardbevingen, overstroomingen, sneeuwvallen en dergelijke verschijnselen zijn het, die wij bedoelen. Maar er zijn ook integendeel anderen die, niet minder belangrijk voor den waarnemenden geest des natuuronderzoekers, langen tijd onopgemerkt gebleven zijn, omdat zij niets bezitten wat de aandacht der groote menigte kan trekken. Daartoe behooren voorzeker in de eerste plaats de ligchamen, die men gewoon is {{sp|fossile}}n, {{sp|versteeningen}} of {{sp|petrefakten}} te noemen, ligchamen, die gedurende eeuwen bijna volkomen aan het wetenschappelijke onderzoek der natuurkundigen ontsnapt zijn. En inderdaad, op het eerste gezigt schijnen de fossilen ook geenszins geschikt om de belangstelling op te wekken. In de diepten der aarde begraven, zonder kleuren en dikwijls zelfs bijna onkenbaar van vorm, treffen zij het oog niet zoo als de kleurige bloemen des velds, het heerleger der vogels, de schitterende schelpen en hoornen der tropische zeeën en andere prachtige voortbrengselen der levende natuur. Maar anders wordt het, als wij nadenken over de oorzaken, waardoor die fossile ligchamen zijn ontstaan; als wij vragen wat de geheimzinnige magt is, die zeeschelpen gebragt heeft verre van de zee in soms zeer harde gesteenten, diep in de aardkorst gelegen of op den top der hoogste gebergten; en als wij trachten na te gaan, hoe de schepselen van gedaante geweest<noinclude>{{rh|{{gap}}{{smaller|1864.}}||{{smaller|23}}{{gap}}}}</noinclude> pu1u4ykhjl3o1rycjml1wd50ph8f09d Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/389 104 89904 228060 2026-10-11T18:30:38Z WeeJeeVee 2844 /* Zonder tekst */ 228060 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="0" user="WeeJeeVee" />{{rh|354|OVER VERSTEENINGEN. |}}</noinclude><noinclude></noinclude> l3rrmrp5spzusf8ucthb2e7lhlwuzri Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/390 104 89905 228061 2026-10-11T18:31:15Z WeeJeeVee 2844 /* Zonder tekst */ 228061 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="0" user="WeeJeeVee" /></noinclude><noinclude></noinclude> rvi0tk7vak27piuk7k5sj27iv6cunm9 Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/391 104 89906 228062 2026-10-11T18:35:48Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 228062 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|354|OVER VERSTEENINGEN.|}}</noinclude>moeten zijn, welker overblijfselen aantoonen, dat zij zoo grootelijks verschillen van de wezens, die tegenwoordig de aarde bewonen. Het woord "fossiel" heeft niet altijd in de wetenschap de beteekenis gehad, die wij er thans aan geven. Oudtijds noemde men fossilen alle ligchamen, die in de aarde bedolven waren, en derhalve zoowel de kristallen en delfstoffen als de overblijfselen van georganiseerde ligchamen. Echter onderscheidde men de laatsten min of meer door hen ''fossilia heteromorpha'' of ''fossilia petrificata'' te heeten, terwijl men de eigenlijke mineralen ''fossilia nativa'' noemde. Tegenwoordig is het gebruik algemeen aangenomen om den naam van fossilen te geven aan de overblijfselen van bewerktuigde ligchamen alleen. Men noemt thans fossilen brokken van dieren of van planten, die in de aardlagen bedolven en bewaard gebleven zijn, terwijl men de onbewerktuigde ligehamen mineralen of delfstoffen noemt. Doch die bepaling van het woord fossiel is nog niet naauwkeurig genoeg. Er zijn natuurkundigen, die dat woord willen toepassen op zulke organische overblijfselen alleen, die eene volledige omzetting ondergaan hebben en steenachtig geworden zijn, en dus slechts op de eigenlijke versteeningen. Doch ten onregte, de versteening is slechts eene bijkomende omstandigheid, want in dezelfde terreinen kan men overblijfselen vinden, die volkomen in steen veranderd zijn, en tevens anderen, die hunne oorspronkelijke scheikundige kenmerken behouden hebben. Het woord versteening of petrificatie mag gemakkelijk zijn om het steenachtige voorkomen van een uit de aardlagen opgedolven ligchaam uit te drukken, maar nooit moet het verward worden met het woord fossiel, want het geeft slechts een toestand te kennen, die, wel is waar, dikwijls voorkomt, maar geenszins noodwendig is om een georganiseerd overblijfsel tot een fossiel te maken. Fossilen moet men noemen alle in de aarde bedolvene overblijfselen van bewerktuigde wezens, zij mogen versteend zijn of niet, omdat het feit der versteening zoowel zoologisch als geologisch van uiterst weinig belang is. Dat feit heeft geen den minsten invloed op de bepaling der soort, en het staat in geen verband met den ouderdom van het voorwerp. Desniettemin is het waar, dat het voor ons, Nederlanders, iets voor heeft fossilen versteeningen te noemen, immers een goed Hollandsch woord<noinclude></noinclude> i201s68y09ccleyhh3nfyo2q19egccj Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/392 104 89907 228063 2026-10-11T18:40:20Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 228063 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||OVER VERSTEENINGEN.|355}}</noinclude>voor fossilen bezitten wij niet, hoe rijk onze taal ook is, naar het zeggen van sommigen. Men heeft niet zelden de vraag besproken, of men als fossilen zou moeten beschouwen de {{sp|sporen}} en {{sp|indruksels}} of {{sp|afdruksel}}s, die een dier in de lagen der aardkorst kan hebben achtergelaten, dan wel of daartoe de aanwezigheid van een gedeelte van het dierlijke of plantaardige ligchaam noodig is. Tegenwoordig is men het vrij algemeen eens om het woord fossiel in zijne ruimste beteekenis op te nemen, dat is om als fossilen te beschouwen alle sporen, die aantoonen, dat eene soort in zeker tijdperk geleefd heeft. Zoo zijn dus de voetsporen van kruipende dieren en vogels, de holen en gaten door boorwormen gemaakt, de versteende drekstoffen of koprolithen van kruipende dieren en visschen wel degelijk fossilen. En immers, het bestaan van de soort is de hoofdzaak, die aangetoond moet worden, en alles wat dat feit duidelijk bewijzen kan, vervult dat doel. Het is onverschillig, of dat bewijs steunt op de aanwezigheid van een gedeelte van het dier, of wel op een spoor of een indruksel, dat het in een gesteente heeft achtergelaten, voor dat het laatste verhardde. Eene der beste definitiën, die er van het woord fossiel gegeven zijn, is voorzeker die van den geleerden concholoog {{sc|deshayes}}. Zij luidt aldus: "Een bewerktuigd fossiel ligchaam is een zoodanig, dat op een onbekend tijdstip in de aarde bedolven geworden is, dat er in bewaard gebleven is of dat er ondubbelzinnige bewijzen van zijn bestaan in heeft achtergelaten." Het is waar, dat men dan ook fossilen moet noemen bij voorbeeld beenderen en schelpen, die dagelijks door rivieren en de zee op het strand worden geworpen en met slijk overdekt, maar waarvan het tijdstip, waarop zij bedolven geworden zijn, ook onbekend is. Doch het is hoogst moeijelijk eene grens te trekken tusschen zulke voorwerpen, die men voorgeslagen heeft {{sp|subfossilen}} of {{sp|moderne fossilen}} of {{sp|humatilen}} te noemen, en de echte fossilen. De bekende Zwitsersche geleerde {{Sc|pictet}} wil, dat men het onderscheid bepalen zal naar het geologische tijdvak, waarin de lagen, die de fossilen bevatten, zijn gevormd. Indien de laag niet ontstaan kan zijn dan onder den invloed van oorzaken, die in den tegenwoordigen toestand van den omtrek niet meer werken, als zij bij voorbeeld in<noinclude></noinclude> 1z7zuzht4ru0mwnsnbf01pia7y7rwap Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/393 104 89908 228064 2026-10-11T18:43:42Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 228064 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|356|OVER VERSTEENINGEN.|}}</noinclude>zee- of rivierwater gevormd is, op plaatsen, die thans altijd en volkomen boven water liggen, dan zijn de bewerktuigde ligchamen, die zij bevat, echte fossilen. Als in tegendeel het terrein zijn oorsprong te danken heeft aan omstandigheden, die nog heden ten dage bestaan, verdienen de organische overblijfselen, die het bevat, geen anderen naam dan dien van subfossilen of humatilen, althans niet dien van fossilen. Laat ons nu kortelijk onderzoeken, hoe de fossilen ontstaan en hoe zij zich voordoen. Wij weten, dat wij aan {{sc|constant prévost}} het schrandere denkbeeld te danken hebben om uit de kennis van hedendaags werkende oorzaken af te leiden, hoe de voormalige toestanden der aarde geweest zijn. {{sc|Lyell}} vooral is de man, die door zijn grooten invloed veel bijgedragen heeft om dat denkbeeld algemeen ingang te doen vinden. En zoo als het dus mogelijk is om uit feiten, die wij dagelijks kunnen waarnemen, veel te kunnen verklaren wat in vorige tijden gebeurd is, zoo kunnen wij ook daardoor verklaren, hoe de fossilen zijn ontstaan. De meeste stroomende wateren stuwen steenen, zand en slijk voort en brengen die stoffen op plaatsen waar zij kunnen bezinken. De zwaarste voorwerpen, keijen, bezinken het eerst; daarna het fijnere grind; dan het zand; en eindelijk een ontastbaar fijn slijk. Zoodoende ontstaan er lagen van verschillende stoffen. Iets dergelijks gebeurt er ook in de zee en in meren: de beweging van het water door stroomen, winden en het getij knaagt de kusten af, houdt de afgeknaagde stoffen eenigen tijd zwevende en zet die eindelijk, als het water rustiger wordt, in lagen af. Gaat dat proces langen tijd voort, dan ontstaan er dikke lagen. De studie der aardlagen nu heeft geleerd, dat de meeste lagen, die de aardkorst zamenstellen, duidelijk aantoonen, dat ook zij op dezelfde wijze bezonken zijn. Alle geologen zijn het tegenwoordig eens, dat de gestratifieerde formatiën zonder den minsten twijfel eens uit het water bezonken of afgezet zijn. Doch met zandkorrels en slijkdeeltjes verspreiden de wateren ook bewerktuigde ligchamen en doen ze daarmede bezinken. Die bewerktuigde ligchamen zijn niet slechts dieren en planten, die in het water leven, maar ook zulken, die op het drooge behooren, doch door overstroomingen of andere oorzaken in het water geraakt zijn. De doode<noinclude></noinclude> kngj4anucbpjfn2f6hvqqbb4b0ytjq9 Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/394 104 89909 228065 2026-10-11T18:45:30Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 228065 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||OVER VERSTEENINGEN.|357}}</noinclude>ligchamen der dieren verrotten als zij eenigen tijd in het water gelegen hebben; weldra gaan de zachte deelen verloren en slechts het geraamte alleen blijft er over. Gewoonlijk zijn die harde deelen zwaarder dan water: zij zinken, en weldra worden zij met eene min of meer dikke laag zand of slijk bedekt. Op die wijze worden ook de doode schelpdieren, die in het zand van den bodem des waters leefden, in sliblagen bedolven. Zoo gaat het ook met alles wat in het water zinkt, rottende bladeren, tanden van dieren enz. Zoo in het zand of slijk begraven blijven die ligchamen, fossilen mogen zij nu reeds heeten, niet lang bestaan, als de deeltjes van het zand namelijk geheel los van elkander blijven. Maar somtijds worden zulke bezinksels tot vaste, zamenhangende massa's. Om dat vast worden te verklaren, onderscheiden de geologen twee soorten van afzetsels, chemische en mechanische. De eersten zijn zulken, waarvan het water een scheikundig ligchaam in oplossing bevatte. Als eene bijzondere oorzaak het nederploffen van de vaste gedeelten dier oplos sing bewerkt, wordt het afzetsel veelal in eens vast. Zoo bij voorbeeld zet de koolzure kalk, die in oplossing bleef door eene overmaat van koolzuur of door een hoogen warmtegraad, zich af, zoodra die oorzaken ophouden, en vormt min of meer vaste gesteenten op den bodem der wateren, zooals b.v. de travertino in Italië. Mechanische afzetsels integendeel noemt men zulken, waarvan de deeltjes niet meer in het water drijvende kunnen blijven en door hunne eigene zwaarte zinken en vast opeen pakken, In deze gevallen worden de lagen slechts vast als het water tevens stoffen bevat, die haar doordringen en aaneenlijmen. Hoogst waarschijnlijk echter zijn bij de meeste lagen der aardkorst beide genoemde oorzaken, doordringing van een water, dat een mineraal in oplossing houdt, en werktuigelijke drukking, vereenigd werkzaam geweest om uit de losse bezinksels harde gesteenten te vormen. Zoo als het nu met de stoffen gaat, waaruit de bezinksels bestaan, gaat het ook met de bewerktuigde overblijfselen, die er in bedolven geraken: met het afzetsel worden zij tot steen omgezet en blijven zoodoende bewaard. De lagen, die hen bevatten, zijn vast geworden en de overblijfselen, nu echte fossilen geworden, vertoonen zich daarin<noinclude></noinclude> l8z6ayyfyprnkm1zfd3iuny4bvziont Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/395 104 89910 228066 2026-10-11T18:47:28Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 228066 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|358|OVER VERSTEENINGEN.|}}</noinclude>op onderscheidene wijzen, die men kennen moet om dwalingen in hunne determinatie te voorkomen. Sommige overblijfselen zijn bewaard gebleven met al hunne kenmerken, en de eenige verandering die zij vertoonen is, dat hunne organische moleculen verdwenen zijn. Zoo b.v. vindt men beenderen, die slechts hunne dierlijke gelei verloren hebben en gelijk geworden zijn aan beenderen, die gedurende eenige jaren in de aarde begraven of aan den invloed van lucht en regen zijn blootgesteld geweest. Ook ziet men schelpen, die slechts uitgebleekt zijn en, daar zij de bewerktuigde deeltjes verloren hebben, die hun primitief weefsel vormden, broozer zijn dan levenden. En somtijds zelfs is de verandering nog minder merkbaar, want men vindt beenderen van den holenbeer, die nog een weinig gelei bevatten, alsmede fossile schelpen, die weinig minder kleurig zijn dan levenden. De scheikundige zamenstelling der ligehamen heeft een zeer grooten invloed op de fossilisatie en op hun bewaard blijven. Zoo duren de tanden langer dan de beenderen, deze langer dan de hoornen en schilden; de beenderen van zoogdieren zijn vaster dan die van visschen, het harde bekleedsel der schaaldieren vergaat minder spoedig dan de dekschilden van insekten enz. Doch mogen wij in betrekkelijk jonge lagen zulke uitnemend bewaard geblevene fossilen vinden, in de oudere lagen hebben de fossilen gewoonlijk een geheel ander voorkomen dan de levende wezens. Niet zelden versteenen de voorwerpen volkomen, dat is delfstoffelijke vloeistoffen doordringen ze zoodanig, dat de organische moleculen vervangen worden door anorganische, die den vorm van het weefsel behouden, terwijl zij hun uitzigt en voorkomen geheel veranderen. Men heeft nog geen volkomen voldoende verklaring van zulk eene versteening gegeven, in weerwil van de schrandere proeven van {{sc|göppert}}, die er in geslaagd is om versteend hout te maken, door het in oplossingen van kwarts, kalk en metaalachtige zelfstandigheden te dompelen. De meeste versteeningen zijn van kleur veranderd en zijn zwaarder geworden. Koolzure kalk en kwarts, hetzij in amorphen, hetzij in gekristalliseerden toestand, zijn de meest voorkomende versteenende stoffen. Kalk- of kwartshoudende bronwateren zijn de grootste oorzaken van<noinclude></noinclude> 51a2rwrfzl6bdvvwh8y5v1ayt6zc5aw Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/396 104 89911 228067 2026-10-11T18:49:15Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 228067 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||OVER VERSTEENINGEN.|359}}</noinclude>het ontstaan van versteeningen: zij veranderen mossen, stroo, struiken en takken in kalk- en kwartsmassa's. Kalk en kwarts zijn de best bekende en meest aanwezige stoffen, waardoor andere dingen versteend worden. Doch ook zijn vele in de aardlagen begravene beenderen en schelpen in metaalmassa's en vele plantendeelen in aardpikhoudende massa's, gelijk steenkool, veranderd, en niet zelden zijn de vormen van boomstammen zeer volkomen in zandsteenlagen bewaard gebleven. Wij kunnen hier niet uitvoerig spreken over de vele wijzen, waarop bewerktuigde overblijfselen in de aardkorst bewaard blijven, maar willen toch met een enkel woord melden, hoe de meest gewone omstandigheden zijn, waaronder dat bewaard blijven plaats heeft. Eene schelp bij voorbeeld wordt begraven in eene kalkhoudende slijklaag, en bestaat op dien oogenblik uit koolzuren kalk en een weinig dierlijke stof. Blijft zij daarin begraven, dan hebben er weldra scheikundige veranderingen plaats, de dierlijke stof wordt ontleed, zij verdwijnt in den toestand van gas, en hare plaats wordt door kalk ingenomen. Als er eene ijzeroplossing in het slijk aanwezig is, zal de zwavelwaterstof, die door de verrotting der dierlijke stof ontstaat, zich vereenigen met het ijzer, en de schelp zal omkorst worden met glinsterende pyrieten of kristallen van zwavelijzer. Wordt de geheele kalkachtige slijkmassa in een kalkgesteente veranderd, dan zal ook de schelp mede hard en steenachtig worden, maar zal toch tevens hare gedaante behouden, ja zelfs de fijnste groefjes en verhevenheden harer oppervlakte blijven vertoonen, Nu kan het gebeuren, dat er koolzuurhoudend water in het kalkgesteente dringt: de schelp zal geheel en al opgelost worden en er zal slechts eene holte overblijven van vorm volkomen gelijk aan de schelp. Dan kan er weder iets anders geschieden, kwartshoudend water kan door de poriën van het gesteente dringen en de holte zal geheel gevuld worden met kwarts. En zoo als zij met kwarts gevuld kan worden, kan het ook gebeuren met gekristalliseerden koolzuren kalk, met zwavelijzer, ja zelfs met een zacht kleiachtig bezinksel, dat tot poeder gewreven kan worden, Al die veranderingen nu zijn mogelijk en komen zelfs zoo dagelijks voor, dat zij bij alle palaeontologen bekende dingen zijn; en gelijk het met eene schelp gaat, gebeurt het eveneens met eene tand, een been, een<noinclude></noinclude> n5mg7sa0ernj2t5yxlh38umfxzsxfwu Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/397 104 89912 228068 2026-10-11T18:51:42Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 228068 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|360|OVER VERSTEENINGEN.|}}</noinclude>vischschub, een brok koraal, het netwerk van een boomblad of de houtachtige vezels van een boomstam. De structuur, het weefsel van het bewerktuigde voorwerp blijft altijd min of meer bewaard en vormt den grondslag of de basis van de versteenende oplossing, die er indringt en er doordringt en haar vervangt, deeltje voor deeltje, zonder de schikking te verstoren van de deeltjes, die haren kenmerkenden vorm bepalen. Het is die vorm of dat uiterlijke karakter, dat den natuurkundige in staat stelt om versteende wezens te vergelijken en te rangschikken met de hedendaags levende planten en dieren, en het is die innerlijke schikking van cellen en vezels, die door het vergrootglas wordt aangetoond en hem in staat stelt beenderen te onderscheiden van schelpen, vogelbeenderen van zoogdierbeenderen, het weefsel van varens van dat van tweezaadlobbige planten enz. In al die verschillende gevallen heeft het voorwerp zijne normale gedaante behouden, doch er zijn ook wijzen van fossilisatie, die het oorspronkelijke uitzigt van het voorwerp wijzigen en veranderen en het soms onkenbaar maken. Somtijds dringt de min of meer vloeibare stof, waarin een hol ligchaam, bij voorbeeld eene schelp of een zeeklit ligt, in de holte en vult die geheel op. Na het vastworden dier stof kan het gebeuren, dat het voorwerp zelf vernietigd wordt, er blijft dan niets over om aan te toonen, dat het eenmaal bestaan heeft, als de vaste klonter, die in zijn binnenste is gevormd en die op zijne oppervlakte de inwendige vormen van de schelp vertoont. Zulke ligchamen heet men kernen, ''moules''. Als de schelp zeer dun is, verschilt de vorm van de kern gewoonlijk weinig van dien der schelp zelve, maar als hij dik is, wordt het verschil des te grooter en bij de determinatie wordt het niet zelden zeer moeijelijk geen fouten te begaan. Men kan zich van die verschillen het best overtuigen door eene hedendaagsche schelp met was te vullen en die vervolgens in een zuur op te lossen: de overblijvende klomp was is een echte kern. Het kan ook gebeuren, dat het fossiel verloren gegaan is na het vastworden van de aardlaag, en dat men geen andere blijken vindt, dat het eenmaal bestaan heeft, dan door het gedeelte van het gesteente, dat er onmiddellijk mede in aanraking geweest is en er den vorm van heeft aangenomen. Zoo iets noemt men een {{sp|afdrukse}}l, ''empreinte'':<noinclude></noinclude> ohclji4gchu0dzkq1v3p5xu09owe8z3 Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/398 104 89913 228069 2026-10-11T18:55:34Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 228069 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||OVER VERSTEENINGEN.|361}}</noinclude>het beantwoordt wel aan de buitenste oppervlakte der schelp, doch vertoont hol wat bij deze bol was en omgekeerd. Met gips of was of getah-pertsja kan men, als de empreinte stevig genoeg is, de ware gedaante van het voorwerp namaken. Eindelijk, nogmaals in de vooronderstelling dat het fossiel vernietigd is na het vastworden van de laag, als de stof niet in zijn binnenste gedrongen is en geen kern heeft gevormd, kan het gebeuren, dat eene vloeistof dringt in de holte, die er door de vernietiging van het dier is gevormd en den algemeenen vorm van die holte aanneemt, van de holte, welker wanden zijn wat wij een empreinte hebben geheeten. Als die nieuwe vloeistof nu vast wordt, zal zij naauwkeurig de uitwendige gedaante van het dier wedergeven en zal dan vertoonen wat men gewoon is een {{sp|tegenafdrukse}}l, een ''contre-empreinte'' te noemen. Die contre-empreinte zal in het eerste opzigt op een versteend fossiel gelijken, maar, zooals {{sc|lyell}} te regt opmerkt, zij zal er van verschillen, zooals het bronzen standbeeld verschilt van den man, dien het moet voorstellen: de uitwendige oppervlakte is gelijk, maar van binnen behoeft men naar geen spieren, beenderen of andere organen te zoeken. Hebben wij dus nu kortelijk beschouwd wat fossilen zijn en hoe zij ontstaan, wij zullen ons nu eenige oogenblikken bepalen bij de wetenschap, die zich uitsluitend met het bestuderen dier ligchamen bezig houdt, en die men de {{sp|palaeontologi}}e, de leer der uitgestorvene wezens, noemt. Wij willen een vlugtigen blik werpen op de geschiedenis dier wetenschap. In de geschriften der wijsgeeren en natuurkundigen der oudheid vinden wij reeds uitdrukkingen, die ons bewijzen, dat de fossilen in het algemeen geenszins aan de opmerkzaamheid van sommigen onder hen ontsnapt zijn. De aardrijkskundige {{sc|strabo}} meldt eenige feiten, waaruit blijkt, dat de oude Wijzen in de fossilen bewijzen zagen van veranderingen en omkeeringen, die er eens in de aardkorst hadden plaats gehad. {{sc|Eratosthenes}}, die ten tijde der {{sc|ptolomeën}} leefde, zag in de aanwezigheid van zeeschelpen op een afstand van twee of drie duizend stadiën van de zee bewijzen van groote veranderingen van de oppervlakte der aarde. {{sc|Xanthus}} van Lydie zeide, dat men ver<noinclude></noinclude> 10b8g5p3tnd56t3exnetabf24mpgghl Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/399 104 89914 228070 2026-10-11T19:00:39Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 228070 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|362|OVER VERSTEENINGEN.|}}</noinclude>van de zee zooveel steenen in den vorm van schelpen ziet, dat men daardoor overtuigd moet worden, dat de vlakten, waarin zij gevonden worden, eenmaal door de zee overdekt waren geweest. {{sc|Lyell}} herinnert in zijne ''Principles of Geology'' de cosmogonische leer der Egyptenaren, wier priesters met het bestaan van fossilen bekend waren en aan periodieke overstroomingen der aarde geloofden. De zelfde schrijver haalt eene oude Arabische overlevering aan, die stelde, dat alle 86425 jaren de geheele dierlijke bevolking op de oppervlakte der aarde vernieuwd werd door een paar dieren, mannetje en wijfje van elke soort. Ook {{sc|plato}} en {{sc|pythagoras}} en vooral {{sc|aristoteles, plinius}} en {{sc|seneca}} kenden fossilen, en zelfs de verbeelding van sommige poëten werd er door getroffen: {{sc|ovidius}} spreekt in zijne ''Metamorphosen'', Lib. XV, v. 260, van zeeschelpen, die op de toppen der bergen gevonden worden. Echter heeft geen natuurkundige van dat tijdvak zich ooit ernstig met de studie der fossilen bezig gehouden, en tot in het laatst der XV{{smaller|<sup>e</sup>}} eeuw der christelijke jaartelling ontmoet men slechts onbepaalde en zeer onvolledige begrippen omtrent die voorwerpen. Maar des niet te min is het opmerkelijk, dat niemand in die oude tijden er aan twijfelde, of de vorming der fossilen stond in verband met veranderingen in de vormen van zee en land, of met veranderingen in de hoogte van het water des oceaans op zekere plaatsen van de aardoppervlakte. Veel later eerst ontstonden er wonderlijke dwaalbegrippen, die tegen die zoo eenvoudige waarheid indruischten. In het begin der XVI{{smaller|<sup>e</sup>}} eeuw vooral trok het veelvuldig ontdekken van fossilen de aandacht van sommige geleerden, die zich rekenschap zochten te geven van de aanwezigheid van zeeschelpen op de bergen ver van de zee. Dat feit scheen toen zoo moeijelijk te verklaren, en de aanwezigheid dier ligchamen op die plaatsen werd als zoo onbestaanbaar met de wetten der natuur beschouwd, dat het eerste denkbeeld, dat zich opdeed, was, te ontkennen, dat die "gefigureerde steenen", zoo als men ze toen noemde, werkelijk overblijfselen van dieren waren, en men schreef hunne vorming toe aan spelingen der natuur, ''lusus naturae'', Zelfs wilden sommigen, dat slechts eene verhitte verbeelding uit die gefigureerde steenen schelpen en beenderen<noinclude></noinclude> hxkl3hnoua9pw1olt6gv5t0yauhv5o8 Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/400 104 89915 228071 2026-10-11T19:05:41Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 228071 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||OVER VERSTEENINGEN.|363}}</noinclude>kon maken, De gelijkheid dier voorwerpen met schelpen enz, zeiden zij, is niet wezenlijker dan de illusiën, die ons soms in de vormen der wolken torens, kasteelen, schapen enz. doen zien. {{sc|Olivier van cremona}} is een der eersten, die dit klaarblijkelijke dwaalbegrip verdedigde. Vreemd is het, dat het nog in het begin der XVIII{{smaller|<sup>e</sup>}} eeuw, in 1726, bestreden moest worden, hoewel ten gevolge van eene grove dwaling, die een gevolg was van eene mystificatie. Zij bestond hierin: Een jezuit, {{sc|rodrich}} geheeten, liet eenige nagemaakte fossilen maken en die in de aarde begraven. Zij werden door jongens opgegraven en gebragt aan prof. {{sc|behringer}}, te Wurzburg, die hen voor echt aannam en eene dissertatie schreef om hen te verklaren. Dat boek van {{sc|behringer}} is onder anderen in Teyler's bibliotheek te Haarlem aanwezig, en in het palaeontologische museum van die zelfde stichting vindt men eenigen der nagemaakte fossilen van {{sc|behringer}}. Maar eindelijk dwong de kracht der waarheid de geleerden om de fossilen te houden voor hetgeen zij werkelijk zijn, en ten gevolge daarvan ging men weldra trachten om verklaringen te geven. Zoo beweerde {{sc|andrea mattioli}}, dat de fossilen ontstonden ten gevolge van zekere ''materia pinguis'' of vette stof, die door de hitte in gisting werd gebragt. Door zijne eigene waarnemingen was het hem gebleken, dat poreuze ligchamen, zooals beenderen en schelpen, zeer wel in steen veranderd konden worden, omdat zij doordringbaar waren voor hetgeen hij het "steenvormende vocht" noemde. Sommige geleerden, zooals {{sc|rumphius, tournefort}} en {{sc|camerarius}}, dachten, dat de vormkracht, ''nisus formativus'', der natuur, die verborgene en geheimzinnige magt, waaraan men toenmaals de ''generatio spontanea'' toeschreef, ook wel gedaanten van schelpen in gesteenten kon scheppen, even goed als op de aarde of in de wateren. Dezelfde oorzaken, die de moleculen noodzaken zich te rangschikken om de verschillende voorwerpen der levende natuur te vormen, schenen voor die natuurkundigen ook zeer wel in staat te zijn om in het binnenste der gebergten steenachtige moleculen te noodzaken zich te rangschikken tot gefigureerde steenen. {{sc|Plot}} verdedigde die ideën nog in 1677, en de groote geleerdheid van {{sc|fallopius}} in anatomie en physiologie belette<noinclude></noinclude> 0wmsqgaj85viorufcvquu8tz9qbttcx Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/401 104 89916 228072 2026-10-11T19:09:22Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 228072 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|364|OVER VERSTEENINGEN.|}}</noinclude>hem niet te beweren, dat de fossile schelpen het product waren van eene onderaardsche gisting, en dat de slagtanden van olifanten, die in Italië in de gebergten gevonden werden, niets dan toevallige zamenklonteringen, ''concretiones'', waren. Ja zelfs ging hij zoo ver van het voor niet onwaarschijnlijk te houden, dat ook de vazen van Monte Testaceo te Rome eveneens natuurlijke voortbrengselen van den aardbodem waren. Eenige geleerden, zoo als {{sc|mercati}}, schreven aan de sterren zekeren invloed op die gisting toe en zagen daarin de oorzaak van de verschillende vormen der fossilen. Andere schrijvers, waaronder {{sc|luidius}}, {{sc|lang}} en {{sc|quirini}} genoemd moeten worden, dachten, dat die gefigureerde steenen hun ontstaan te danken hadden aan dierlijke kiemen. Zij dachten, dat de dieren van het drooge en vooral die van het water zaaddeeltjes of kiemen verspreid den, die, door het water, langs barsten en scheuren in de gesteenten gebragt, op die onderaardsche wegen verre weg naar het binnenste der gebergten werden gevoerd. Daar vonden die kiemen plaatsen gunstig voor hunne ontwikkeling, en in hunnen groei bewaarden zij de gedaante hunner ouders, terwijl zij doordrongen werden met de stof van het gesteente, waarin zij zich bevonden. {{sc|Simone majoli}} (1597) dacht, dat de fossilen wel door de vulkanen konden zijn uitgeworpen. Eindelijk kregen enkele geologen, en in het bijzonder {{sc|e. bertrand}}, denkbeelden, die minder dwaas waren. Zij geloofden, dat de gefigureerde steenen van de schepping van {{sc|mozes}} dagteekenden en gevormd waren gelijk de kristallen, ten zelfden tijde als de gebergten en als alle geschapene ligchamen. Die verschillende theoriën waren evenwel weinig geschikt om zonder tegenspraak aangenomen te worden, ook werden zij sedert het begin der XVI{{smaller|<sup>e</sup>}} eeuw, dat is sedert den tijd waarop zij ontstonden, bestreden door zulke natuurkundigen, die' in de fossilen echte overblijfselen van dieren en planten zagen. Het was in het eerst op beschroomde wijze en later meer stoutmoedig, dat eenige heldere hoofden het denkbeeld durfden te uiten, dat de gefigureerde steenen overblijfselen van bewerktuigde wezens waren, afgezet door het water, dat eens de aarde had overdekt en de lagen gevormd, waarin zij gevonden worden. {{nop}}<noinclude></noinclude> jdxkn4wqrz6udqlmbair2vqtkmors29 Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/402 104 89917 228073 2026-10-11T19:13:25Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 228073 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||OVER VERSTEENINGEN.|365}}</noinclude>Onder de geleerden, die zich veel moeite gaven om deze zienswijze te doen zegepralen, vinden wij in de eerste plaats twee mannen, reeds op andere wegen beroemd geworden. De een is de beroemde schilder {{sc|leonard de vinci}}, die, belast om het opzigt te houden over het graven van een kanaal, getroffen werd door het gezigt van eenige fossilen, die bij die gelegenheid aan het daglicht kwamen, en daarop trachtte te bewijzen, dat het water alleen die voorwerpen daar kon hebben gebragt. De andere is een man, die langen tijd miskend is en dien onze eeuw toch eindelijk regt heeft laten weervaren, {{sc|bernard de palissy}}, de uitvinder van het maken van porcelein in Europa, die het eerst, te Parijs in 1580, waagde te beweren, dat de gefigureerde steenen door de zee in de lagen der aardkorst waren gebragt. Dit denkbeeld werd door onderscheidene natuurkundigen aangenomen en met warmte verdedigd, vooral door {{sc|cardan}} (1582), {{sc|imperato}} (1599), {{sc|cesalpinus frascatore, fabio colonna, leibnitz, lister}} en anderen, maar hoe natuurlijk het ons ook voorkomt, had het toch nog zijne tegenstanders. De tijd en nieuwe ontdekkingen deden echter de waarheid zegepralen, en het gevoelen, dat de fossilen door de wateren zijn afgezet, werd eindelijk algemeen aangenomen. Doch toen dit eerste en voornaamste punt uitgemaakt was, vertoonde zich de groote moeijelijkheid om de oorzaak aan te wijzen, waardoor het verblijf van de wateren der zee op de bergen en de tegenwoordige vaste landen verklaard kon worden. Het denkbeeld, dat door de meeste geleerden van de tweede helft der XVII{{smaller|<sup>e</sup>}} eeuw gehuldigd werd, was, dat de fossilen monumenten waren van een algemeenen zondvloed, en dat zij aangebragt waren door de groote overstrooming, waarvan de Heilige Schrift spreekt, en toen de wateren zich boven de toppen der hoogste bergen verhieven. Ongelukkig waren te dien tijde de theologen zeer genegen om te meenen, dat de grondslagen der godsdienst door de geologische theoriën werden ondermijnd. In de XVI{{smaller|<sup>e</sup>}} eeuw had men de mannen, die beweerden, dat de fossilen werkelijk overblijfselen van dieren waren, voor ketters en vijanden van de Heilige Schrift gehouden, omdat hunne ideën strijdig schenen te zijn met de orde der schepping, zoo als die door {{sc|mozes}} wordt verhaald. Maar in de XVII{{smaller|<sup>e</sup>}} eeuw<noinclude></noinclude> nmbp3knk1ii41tm9hi1k5f70eprs9yc Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/403 104 89918 228074 2026-10-11T19:17:53Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 228074 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh|366|OVER VERSTEENINGEN.|}}</noinclude>integendeel hield men voor ketters allen, die niet geloofden, dat de fossilen werkelijk overblijfselen van levende wezens waren; de theologie verzoende zich met dat denkbeeld, omdat zij daarin het bewijs zag van den zondvloed uit den Bijbel. Doch toen ook zag men ketters en tegenstanders van het getuigenis der Heilige Schriften in de mannen, die geen kans zagen om alles te verklaren door eene enkele algemeene overstrooming, en die geloofden, wat in onze dagen eene algemeen aangenomene waarheid is, dat er in verschillende tijdvakken onderscheidene aardlagen zijn gevormd, en dat er verplaatsingen en omkeeringen in de lagen zijn gebeurd, waardoor de schors der aarde groote veranderingen heeft ondergaan, Het gemak, waarmede men in die eeuw iemand van ketterij verdacht kon maken, en het gevaar, dat met eene beschuldiging van ketterij verbonden was, droegen er veel toe bij om de wetenschap, die bovenal aan vrijheid behoefte heeft, te verlammen en haren vooruitgang te keeren; bijna eene geheele eeuw ging verloren in onvruchtbaar twistgeschrijf. {{sc|Scilla}}, een beroemd Italiaansch dierenschilder, die omstreeks 1570 leefde, mag als een der eerste grondvesters van die diluviaansche of zondvloed-theorie beschouwd worden. Na hem werd zij door sommige schrijvers in min of meer schrandere hypothesen ontwikkeld, doch die meest allen verre van de waarheid verwijderd waren, en werkten zoodoende krachtig mede in het tegenhouden van den voortgang der wetenschap, daar zij niet zelden den strijd op een geheel vreemd veld overbragten. Onder die schrijvers moet vooral {{sc|burnet}} genoemd worden, die in een werk, dat door {{sc|buffon}} te regt een historische roman genoemd wordt, de geheele geschiedenis der wereld van het paradijs tot het zalige duizendjarig rijk verklaart. Zelfs {{sc|milton's}} verbeelding nam de vlugt niet van de visioenen van {{sc|burnet}}. Hij schilderde tooneelen van de schepping en den zondvloed, den chaos en het paradijs. Hij verklaarde, waarom de aarde vóór den vloed eene eeuwige lente genoot, toonde aan, hoe de aardkorst barsten en spleten kreeg door de stralen der zon, zoodat de wateren van den zondvloed uit de onderaardsche kolken opstijgen konden, en profeteerde, dat eens alle dingen op aarde zouden vergaan, uit welken tweeden chaos een nieuwe hemel en eene nieuwe aarde zouden ontstaan,<noinclude></noinclude> jvkm3ifz5raqhuyomxi32la67tn6s1n Pagina:Album der Natuur 1864.djvu/404 104 89919 228075 2026-10-11T19:20:57Z WeeJeeVee 2844 /* Niet proefgelezen */ 228075 proofread-page text/x-wiki <noinclude><pagequality level="1" user="WeeJeeVee" />{{rh||OVER VERSTEENINGEN.|367}}</noinclude>waarop het duizendjarige rijk zou aanvangen. Ook moeten wij hier niet vergeten te melden, dat {{sc|whiston}} de kometen eene groote rol laat spelen in het aantrekken en verplaatsen der wateren. De theorie van het vervoer van alle fossilen door een enkelen grooten vloed heeft te veel zwakke punten om niet te begrijpen, dat zij reeds in het eerst van haar ontstaan aangetast moest worden, ten minste in zooverre als de vrees om zich de vijandschap der theologen op den hals te halen zulks niet belette. In die dagen kende men wel is waar nog de feiten niet, die voor ons zoo duidelijk bewijzen, dat de tegenwoordige toestand van de aardkorst het gevolg is van eene onafgebrokene reeks van veranderingen in den vorm der vaste landen en in de grenzen van den oceaan, maar de omstandigheden, die beletten om alles door eene enkele overstrooming te verklaren, spreken zoo luide, dat zij toen ter tijde reeds vele natuurkundigen troffen. De verschillende ligplaatsen der fossilen, hunne aanwezigheid in de hardste gesteenten en zelfs in het binnenste der gebergten, het schuins liggen, ja zelfs op den kant staan van vele lagen der gesteenten, en andere dergelijke feiten zijn zoo slecht overeen te brengen met het denkbeeld van een enkele plotselinge en kortstondige cataclysme, dat sommige geleerden, liever dan dat te gelooven, er toe kwamen om aan de wezenlijkheid der fossilen te twijfelen en ze toeschreven aan spelingen der natuur. Doch weldra stonden er mannen op, die in plaats van die zondvloed-theorie iets beters trachtten te geven. {{sc|Quirini}} (1676) beweerde, dat de wateren van den zondvloed geen zware voorwerpen, zoo als de versteeningen waren, op de toppen der bergen kon nedergelegd hebben, daar, zoo als {{sc|boyle}} aangetoond had, de beweging van het water der zee zich nooit tot op eene groote diepte uitstrekte; want zelfs al gingen de golven zes of zeven voet hoog, toch was het water op eene diepte van vijftien vademen volkomen zonder beweging. En nog veel minder, zeide hij, konden de schelpdieren, zoo als sommigen beweerden, in die wateren van den zondvloed geleefd hebben, want de duur van dien vloed was zeer kort en de hevige stortregens moesten de zoutheid van het zeewater benomen hebben. {{sc|Quirini}} was de eerste schrijver, die het waagde te beweren, dat de zondvloed van {{sc|noach}} zich niet over de<noinclude></noinclude> 59ppbtr7tuldrgo6wr56rmzfmil7umc Index:Het Parool vol 010 no 1564 De 300-jarige sterfdag van René Descartes.pdf 106 89920 228076 2026-10-11T19:48:20Z Vincent Steenberg 280 nieuw 228076 proofread-index text/x-wiki {{:MediaWiki:Proofreadpage_index_template |Type=tijdschrift |Taal=nl |wikidata= |Titel=Het Parool |Ondertitel= |Deel= |Auteur= |Vertaler= |Redacteur= |Illustrator= |Stroming= |Jaar=1950 |Uitgever= |Plaats= |Druk= |OorspronkelijkeUitgave= |Key= |doe_wikidata= |ISBN= |OCLC= |LCCN= |BNF_ARK= |DBNL= |Bron=pdf |Afbeelding=1 |Voortgang=V |Delen= |Pagina's=<pagelist 1=7 /> |Opmerkingen=[[Het Parool/Jaargang 10/Nummer 1564/De 300-jarige sterfdag van René Descartes]] |NestedInhoud= |Breedte= |Css= |Header= |Footer= }} 4xy8cg7sxyg8kjmgxs09rw1jdvaumk1